Issuu on Google+

ANTROPOLOGISCH VERANTWOORD


Foto: Freek Janssens

Onafhankelijk antropologisch tijdschrift Cul is verbonden aan de afdeling Culturele Antropologie en Sociologie der niet-Westerse Samenlevingen van de Universiteit van Amsterdam. Hoofdredacteur: Freek Janssens Secretaris: Lieke Wissink Penningmeester: Jasmijn Rana Eindredactie: Sjoerd van Grootheest, Merel Remkes Fotoredactie: Mike Rijkers, Marita Bruning Webredactie: Ruben Sibon Kwaliteits-recruiter: Kaya Bouma Lay-out: Ruben Sibon Acquisite: Leonie Hosselet, Annemarie Sterk, Femke Awater Drukkerij: Drukkerij Wilco B.V. Vormgeving in opensource software Scribus (voorblad: Inan) Bijdragen dienen zelf van spelfouten ontdaan te zijn. De redactie heeft het recht bijdragen in te korten of te weigeren. Informatie via redactie@tijdschriftcul.nl Voor advertentie mogelijkheden mail naar pr@tijdschriftcul.nl Oplage: 700 ISSN: 18760309 Dank aan: AIM Adres: Cul, OZ Achterburgwal 185, 1012 DK Amsterdam, info@tijdschriftcul.nl, www.tijdschriftcul.nl

Voor u ligt alweer de eerste Cul van 2009. Met het thema van deze Cul – naakt – zullen wij waarschijnlijk zowel vrienden maken als vijanden. Naaktheid is immers schoonheid, puurheid en een genot voor het oog. Maar volgens sommigen is naaktheid ook vulgair, verwerpelijk en – tja – bloot. Toch past het thema perfect bij dit tijdschrift, dat zich altijd heeft willen onderscheiden van andere sociaal wetenschappelijke tijdschriften door haar humor, kritische blik en het podium dat zij biedt aan nieuwe, aanstormende schrijvers. Speciaal voor u gaat de redactie dit keer dan ook helemaal uit de kleren en laten wij u in dit nummer vol overtuiging zien wat voor vlees u in de kuip heeft. Sinds 2008 heeft Cul er bovendien een collega in de sociaal wetenschappelijke verslaggeving vanuit Amsterdam bij, het ‘Amsterdam Social Science’, ofwel ‘ASS’. In tegenstelling tot wat de naam in eerste instantie doet vermoeden, wil ASS een wat serieuzer tijdschrift zijn dan Cul, zonder spannende foto's, en in het Engels bovendien. Ongemerkt is ASS echter toch niet ver afgeweken van ‘de oude vertrouwde’ Cul, en zelfs niet van het huidige thema. Helemaal in de onderste spelonken van de Hel, namelijk, waar naaktheid zowel schoon en puur als ook vulgair en bloot is, komen we Cul, als voorloper van ASS, al tegen: “…ed elli avea del cul fatto trombetta.” (Dante, Hel, 21: 139) “…en van zijn kont had hij een trompet gemaakt.” Freek Janssens

(advertentie)


4 12

6

8

13 14 15 24 26 30

Spinhuis Recensie

10

Het keuzevak van...

11

De keuze van Bert...

16

ArtiCul (speciaal)

20

Kookcul

26

Mario Rutten

28

Agenda

33 34 35

OC Nieuwsbrief The Kwakiutl Times


De aan Universiteit van Leiden gelieerde debatclub WDO ('Waar Dromen Ontwaken') organiseerde eind november 2008 een tweedaags symposium met als thema 'Anthropology and Controversy'. Cul houdt wel van een beetje rumoer en stond op de gastenlijst.

Door Ruben Sibon en Sjoerd van Grootheest Foto: Marleen Bovenmars

Wat betreft controversie stond bij de sprekers met name de relatie met 'het subject' centraal. Prof. dr. Jeremy Keenan (Universiteit van Bristol) kreeg in de jaren negentig spijt van de verwaterde relaties met de Algerijnen waaronder hij in de jaren '60 onderzoek had gedaan. Hij realiseerde zich wat de rol van reciprociteit in de onderzoeker - subject verhouding was en besteedde sindsdien meer aandacht aan de rol van ethiek in en tijdens zijn antropologisch onderzoek. Saron Hutchinson, prof. dr. aan de Universiteit van Winsconsin, vertelde over het onderzoek dat zij in 1980 startte in Soedan, nog voordat de Shariah werd ingevoerd en de burgeroorlog uitbrak. Ze leerde de taal en vele mensen kennen. Bij het uitbreken van de oorlog voelde ze de plicht om te blijven en er, juist nu, onderzoek te blijven doen. Later zou ze zich fel uitspreken, onder meer tegen het beleid van George W. Bush, en werd genomineerd voor een Nobelprijs wegens haar voortdurende inzet voor verbetering van de erbarmelijke situatie waarin vele Soedanezen verkeerden.

driehoekconfiguratie. De onderzoeker, de lezer en het subject maken hier onderdeel van uit. Hij wees op de moeilijkheden in het realiseren van 'victimless ethnography' en beargumenteerde dat antropologen als wetenschappers vooruit lopen omdat zij in groeiende mate bezig is met het 'decentraliseren van de wereld'. Hij noemt dit 'methodologisch kosmopolitisme'. Voor verdere informatie verwijzen wij u maar al te graag naar de website van het WDO, onderaan dit artikel. U bent welkom de komende Cul te verblijden met een heldere beschrijving van wat het nu precies is dat Stade probeert te verduidelijken. Metje Postma, visueel etnograaf en docent aan de Universiteit Leiden, kwam met een helderder betoog en weidde uit over de conflicterende doelen en belangen die de verschillende partijen in antropologisch onderzoek kunnen

Hongerbuikjes

Hoewel op het symposium interessante sprekers de gelegenheid werd geboden om op informele wijze college te geven (met name gespreksleider prof. dr. Thomas Eriksen had het naar zijn zin), was het toch wachten op iets van een controverse. Even leek die er aan te komen gedurende de preek van prof. dr. Stade (universiteit van Malmรถ), waar ongetwijfeld enkelen met regelmaat knikkebollend 'uit dromen ontwaakten'. Ook Stade had het over de relatie met het subject maar zag deze in een

De Rashaida - hulp behoevend?

Bron: Vit Hassan


hebben. Postma is tot op de dag van vandaag betrokken bij onderzoek onder de Rashaida in Eritrea, waarbij ze onder meer aandacht besteedt aan de beeldvorming omtrent de groep. Politieke onrust en rampen van ecologische aard staan aan de basis van de humanitaire crisis waarin de nomadengroep zich bevindt. Postma stelt dat de in jeeps rondreizende, in exotische gewaden geklede Rashaida de concurrentie met 'de hongerbuikjes' en 'tsunamistranden' niet aankunnen, maar de hulp daardoor niet minder goed kunnen gebruiken. Een Nederlandse NGO heeft een paar jaar voor wat ondersteunende middelen gezorgd, maar heeft die hulp inmiddels al weer stop moeten zetten. Postma zet zich persoonlijk in en probeert naast haar doelstellingen als onderzoeker, ook tegemoet te komen aan de wens structurele hulpbronnen op te zetten voor de Rashaida.

moskee's' niet bijzonder veel hebben aan een interpretatie van de situatie aan de hand van de 'buitenstaanders en gevestigden figuraties' van Norbert Elias.

Voortplantingsproces

Controverse kan echter wel een mooi instrument zijn om taboes mee aan te snijden en reacties te ontlokken - zowel bij jezelf als de ander - om daar verder op door te gaan en uiteindelijk een verrijking van inzichten te realiseren. Met dit

Echt goed los

De assumptie achter het thema 'antropology and controversy' lijkt te zijn dat het hier een wenselijke combinatie betreft. De antropoloog wordt opgeleid om uiteindelijk met zaken bezig te zijn 'die er toe doen'. De roep om een vaste antropoloog in het 'adviespanel' van NOVA zal er - onder sommigen van ons - dan ook voorlopig nog wel blijven. De vraag of controversie een geschikt resultaat is van antropologisch onderzoek lijkt echter des te meer relevant. Vanuit de antropologie is men waarschijnlijk meer bezig met de studie van controverses dan met de creatie ervan. Onze taak is om de sociale werkelijkheid te beschouwen, beleven misschien wel, om daar uiteindelijk een interpretatie van te geven en zo mogelijk een sociaal wetenschappelijk model uit te ontwikkelen. In eerste instantie zal 'Jan Modaal' die 'zijn buurt vol gebouwd ziet worden met

themanummer over 'naakt' proberen we als redactie hier aan tegemoet te komen. Het menselijk lichaam is een domein waar vele taboes voor gelden, vooral wanneer dat lichaam bezig is met activiteiten die lijken op, of gerelateerd zijn aan, het voortplantingsproces. Het bestuderen van de taboes en controverses hieromtrent, dat is ons domein. Hier zijn wij goed in en hier hebben we toegevoegde waarde. Laten we het maken van controverses maar over aan de degene die meer ervaring op dit vlak hebben: bn'ers, wielrenners, Axl Rose, beurshandelaren, Amerikaanse presidenten, the Sun; wijlen prins Bernard, Paris Hilton, het hondje van Paris Hilton en FOX news. En voor degene die echt niet zonder controverse binnen de antropologie kunnen, raad ik aan om eens over het onstuimige liefdesleven van onze eigen Margaret 'Marilyn Monroe' Mead te lezen.

CUL maart 2009 - Naakt

Jan Modaal

Foto: Marleen Bovenmars

dr. Thomas Eriksen had het naar zijn zin.

Meer informatie:

Discussie:

5

Het lijkt erop dat het begrip 'controverse' met name geĂŻnterpreteerd is als 'persoonlijke en problematische ervaringen in de sfeer van diverse ethische vraagstukken ten aanzien van (de belangen van) het onderzoekssubject'. Het is uiteraard bijzonder nobel en zinnig om hier, als 'old boys' antropologen onder elkaar vragen over te stellen en een bewustmakingsproces in gang te zetten, ook bij studenten. Een vragensteller legde echter de vinger op de zere plek. Hij vroeg zich, in het tot dan toe gemoedelijk verlopen afsluitende vragenuurtje, openlijk af of de antropologie wel genoeg controverse tot gevolg had. Het had de hele dag geduurd, maar nu kwamen de 200 antropologen in de zaal pas echt goed los. De YanomamĂś van Chagnon' werden er bijgehaald, die doen het immers altijd goed, en er werd gesproken over de rol van sociale wetenschappers in dienst van het Amerikaanse leger in Irak en Afghanistan. Deze zouden niet objectief en onafhankelijk kunnen handelen wanneer zij in dienst van het leger hun werkzaamheden moeten verrichten. Dit zit er natuurlijk dik in. Maar hebben we het hier over een controverse? Of over een verschil van inzicht tussen de American Anthropological Association en enkele antropologen die hun kennis ook eens in de praktijk geĂŻmplementeerd willen zien?


Tijdens haar onderzoek onder een groep Joodse ouderen in Californië – waarover zij de prachtige en veelgeprezen etnografie Number our Days zou schrijven – stopte de Amerikaanse antropologe Barbara Myerhoff af en toe watjes in haar oren. Verder zette ze dan haar bril af en deed ze de zwaarste schoenen aan die ze kon vinden. Zo ging ze boodschappen doen. Een paar blokken met deze beperkingen lopen, ervoer Myerhoff, was ‘een onvoorstelbaar uitputtende prestatie’.

Door Geert Mommersteeg

Dit artikel is al eerder geplaatst op www.mensenstreken.nl

Embodiment en zintuiglijke antropologie

In handboeken over antropologische onderzoeksmethoden wordt soms onderstreept dat ‘belichaming’ (embodiment) direct verbonden is met de strategie van participerende observatie die het vakgebied kenmerkt. Het proces waardoor we onbewust bepaalde culturele regels incorporeren, in ons lichaam opnemen, laat zich moeilijk precies beschrijven, maar kan het resultaat zijn van het voor een lange periode participeren in het dagelijks leven van anderen. Als gevolg hiervan kunnen we anders gaan bewegen, anders gaan lopen, dichterbij of juist verder weg van anderen gaan staan of zitten. En hierdoor, doordat we die impliciete culturele regels ons aldus eigen maken – door het lichaam heen ervaren, zou je kunnen zeggen – kunnen we non-verbale communicatie beter verstaan, bepaald gedrag beter inschatten en allerlei observaties uiteindelijk beter interpreteren.

Robert Desjarlais, die de geneeswijzen van de Nepalese Yolmo-wa onderzocht en opgeleid werd als leerling van een sjamaan, beschrijft hoe noodzakelijk het voor zijn onderzoek was dat hij leerde zijn lichaam te ervaren als een Yolmo-wa. Enkel zo kon hij bepaalde culturele kennis verwerven. Op deze wijze kwam hij in aanraking met - maar hij assimileerde ze nooit volledig, zegt hij erbij - stijlen van gedrag, manieren van zich bewegen en zijnswijzen waar hij anders geen toegang toe zou hebben gehad. Het anders ervaren van zijn lichaam inclusief het effect dat het had op de manier waarop hij door een dorp liep, een heuvel beklom of anderen benaderde - was van invloed op Desjarlais’ begrip van Yolmo culturele categorieën en sociale patronen.

Zintuiglijke antropologie

Een pleitbezorger voor een meer ‘zintuiglijke’ antropologie is Paul Stoller. Letterlijk aan den lijve ondervond Stoller tijdens zijn veldwerk in Niger de macht van Songhay-tovenaars. Als gevolg van een bovennatuurlijke aanval raakte hij tijdelijk verlamd aan zijn benen. Het was mede deze ervaring die er voor zorgde dat hij zich is gaan beijveren voor wat hij noemt een antropologie van de zintuigen. Stoller bekritiseert de zogeheten ‘lichaamloze etnografische praktijken’. Het lichaam van de antropologische onderzoeker moet ontwaken. Het moet niet alleen visueel ingesteld zijn maar zich openstellen voor het gehele lichamelijke sensorium. In veel andere samenlevingen, zoals die van de Songhay, is het zien niet de enige zintuiglijke gewaarwording die vormgeeft aan ervaring. Reuk, smaak en gehoor dragen aanzienlijk hieraan bij. Dergelijke samenlevingen kenmerken zich, benadrukt Stoller, door een kennis van de wereld die fundamenteel ‘embodied’ is. Willen we als etnograaf daarin delen, willen we deze culturele realiteiten mede ervaren, dan kunnen we niet volstaan met enkel observeren, maar dienen we de ervaring van het hele lichaam, met al haar zintuigen, een plaats te geven in het etnografische proces.

Dansen en werken

6

CUL maart 2009 - Naakt

Wat ze ook wel eens deed, was stijve tuinhandschoenen aantrekken en dan proberen allerlei dagelijkse karweitjes te verrichten. Dit alles, schrijft Myerhoff, had tot doel zich meer bewust te worden van de fysieke ervaringen van de ouderen onder wie ze verkeerde. Want, zo betoogt ze, wanneer men als antropoloog werkt onder ouderen – voor wie de lichamelijke conditie zo centraal staat in het dagelijks leven – wordt een buitengewoon belangrijk gedeelte van de informatie afgeleid uit non-verbale communicatie en identificatie. Eens toen ze zo rondliep met haar zware schoenen, haar oren dichtgestopt en zonder bril, struikelde Myerhoff bijna. Ze schrok vreselijk. Ze realiseerde zich dat ze blijkbaar de angst om te vallen en de voortdurende zorg dit te voorkomen van de ouderen had overgenomen. Voor een gezond iemand van haar leeftijd stelde zo’n klein voorval immers niet veel voor.

Er is een aandachtsveld binnen ons vakgebied waar het lichaam van de onderzoeker op een zeer uitgesproken


wijze centraal staat: de antropologische studie van de dans. Enkel door te dansen, door mee te dansen, kan men de dans ervaren. En onderzoek naar dans vereist, zo kan men zeggen, eerder een observerende participant dan een participerende observant. Jill Flanders Crosby, die als antropoloog én als danser is opgeleid, deed onderzoek naar Amerikaanse jazzdans en de WestAfrikaanse wortels daarvan. Ze onderstreept hoe waardevol de fysieke ervaring van het bewegen was voor haar veldwerk in Ghana en in New York. Binnen haar onderzoek speelden dan ook noties als ‘dimensies van de lichamelijke ervaring’, ‘onderdompeling als een beweger’ en ‘empathische kinestetische perceptie’ een belangrijke rol. Met haar lichaam als onderzoeksinstrument is de dansende antropoloog gespitst op innerlijke ervaring en observeert en analyseert zij, gekoppeld aan deze lichamelijke ervaring, beweging en de factoren die de beweging beïnvloeden, alsook de beelden en betekenissen die belichaamd worden. Naast dansende bestaan er ook werkende etnografen. Waarbij ‘werken’ opgevat moet worden als het verrichten van fysieke arbeid. Ook op dit terrein speelt embodiment een rol. Daar waar veldwerk het karakter van werken in het veld krijgt, wordt kennis en ervaring

concepten, betoogt Jackson, onderscheiden de veldwerker en de anderen en plaatsen hen tegenover elkaar. Lichamelijkheid daarentegen verenigt en vormt de grondslag voor een empathisch, zelfs universeel, begrijpen. Overigens kan ook de lichamelijke ervaring van deelname aan een partijtje voetbal, biljarten of darts dienen als basis voor een etnografische analyse van sociale praktijken en processen. Dat ondervond tenminste Aaron Turner tijdens zijn onderzoek onder een groep jongeren in Southall. Maar laten we terugkeren naar het terrein van studie waarmee deze bijdrage begon: het antropologisch onderzoek onder ouderen.

ook geïncorporeerd. Zo vermeldt Judith Okely dat deelname aan het oogsten en het met de hand leren melken tijdens haar onderzoek onder boeren in Normandië haar ‘embodied’ kennis van de dagelijkse praktijk verschaften. Terwijl voor wat betreft haar onderzoek onder Zigeuners in Engeland de participatie in de oud ijzerhandel dit tot gevolg had. Een ander typerend voorbeeld dat Okely uit dit laatste onderzoek aanhaalt, betreft een foto waarop te zien is hoe zij in exact dezelfde houding staat als de zigeunervrouw naast haar. Onbewust, zo bemerkte Okely toen ze de foto onder ogen kreeg, had zij de afwerende lichaamshouding - met de armen voor de borst strak over elkaar heen gevouwen en de blik van de camera afgewend - overgenomen van degenen onder wie zij verbleef.

een pen spelen. Ik voelde me eenzaam en begon te verlangen dat mijn tijd op de afdeling er op zat.” Maar ook al nam Van Dongen in haar lichaam de houding van de bewoners van de afdeling over, ze waarschuwt ervoor dat we niet moeten denken dat zij zich met hen vereenzelvigde. “Men zou op kunnen merken,” schrijft ze, “dat ik iets soortgelijks ervaarde als de oudere mensen en dat ik beter de vaak gehoorde hartenkreet: ‘Ik wou dat ik dood was!’ kon begrijpen. Maar ik geloof niet dat mijn ervaring hetzelfde was als die van de ouderen. Ik vond het extreem moeilijk mij voor te stellen hoe hun leven er uit had gezien en nog steeds was.’ Tot slot een persoonlijke bekentenis. Vergeleken met het onderzoek van Barbara Myerhoff was mijn eigen onderzoek onder ouderen – waarvoor ik drie maanden intern in een verzorgingshuis verbleef - heel wat minder empathisch. Het kende in ieder geval geen grondige aanpak voor wat betreft pogingen tot inleving in de fysieke belemmeringen van de ouderdom. In alle eerlijkheid moet ik misschien zelfs het tegenovergestelde erkennen. Dat is tenminste het beeld dat naar voren komt uit een dagboekaantekening die dateert van het begin van mijn tweede ‘veldwerkperiode’ in het verzorgingshuis. Hieruit blijkt duidelijk hoe ik me inspande om het oudere lichaam – of in ieder geval de attributen die dit vertegenwoordigen – op een afstand te houden.

Ook Michael Jackson benadrukt het belang van de inzet van het lichaam van de veldwerker. Hij spreekt in dit verband over ‘practical mimesis’: de nabootsing van praktische vaardigheden. Als voorbeelden uit zijn onderzoek onder de Kuranko in Sierra Leone geeft hij onder andere: het bewerken van het land met een hak, vuur maken, het weven van een mat en ook dansen. Participatie in deze activiteiten vormde een doel op zich in plaats van een middel om gegevens te verzamelen. Door lichamelijk deel te nemen aan dergelijke alledaagse praktische taken wordt het voor de veldwerker mogelijk greep te krijgen op de betekenis ervan. Woorden en

Dagboekaantekening

CUL maart 2009 - Naakt

In een artikel in het meest recente nummer van het tijdschrift Medische Antropologie schrijft Els van Dongen, zich baserend op haar ervaringen als antropologisch onderzoeker op de verpleegafdeling van een psychiatrisch ziekenhuis, het volgende: “Wanneer ik met de ouderen probeerde te praten, beperkten mensen zich vaak tot een paar woorden of een knik. Was er niets om over te praten? Ik ging op dezelfde manier zitten als de ouderen; met mijn schouders naar beneden, mijn blik op oneindig, met mijn handen die niets anders te doen hadden dan een beetje met

7

Participatie als doel

Antropologen en het oudere lichaam

“Gisteren mijn intrek genomen in de logeerkamer van afdeling 2. Was weer wennen. Niet alleen stond er ander en


wat meer meubilair dan in de kamer op afdeling 4 die ik vorige maand verlaten heb. Ook was er aan het hoofdeind van het bed een papegaai bevestigd. Die heb ik er onmiddellijk afgehaald en onder het bed gelegd. Waar ik ook het oefenapparaat met twee pedalen dat boven op de kast stond, verstopt heb. Over het schemerlampje boven het bed hing een alarmapparaatje dat ik aan R. (verzorgster) heb gegeven, met de mededeling dat ik dat niet echt nodig had. Op het toilet stond een stoel op wieltjes met een ondersteek, die L. (verzorgster) op mijn verzoek ergens anders heeft opgeborgen, evenals de stapel incontinentieluiers die in de kast lag. Verder zat de kamersleutel aan een lange ketting zodat ik die, zoals verschillende dames hier in huis dit doen, tegen het verliezen om mijn nek kon hangen. Die ketting heb ik er afgehaald. Het lijkt erop dat ik, alvorens mijn intrek in

deze kamer te nemen, eerst alle voorwerpen die al te nadrukkelijk het verzorgingshuis representeren aan de kant heb gedaan.” Verbond ik in mijn dagboek al die voorwerpen die ik op afstand wilde houden met ‘het verzorgingshuis’, evenzeer kunnen deze objecten gezien worden als representatief voor het oudere lichaam. Een papegaai om zich in bed op te richten vanwege het verlies aan lichamelijke krachten. Een fysiotherapieapparaat om de aftakeling van sommige spiergroepen enigszins tegen te gaan. Incontinentieluiers vanwege het verlies aan controle over bepaalde lichamelijke functies. Een alarmbel voor als er ineens iets misgaat in het lichaam. Alles moest weg, uit het zicht. Soms valt een empathische beoefening van ons vak nog niet mee. Zeker niet daar waar deze ons confronteert met het eigen toekomstige lichaam.

Bronnen

Hun gezichtsuitdrukking verraadt de tegenzin waarmee ze hun gelaat leenden aan het antropologisch onderzoek. Tijdens expedities in den vreemde werden omstreeks 1920 afgietsels gemaakt van de gezichten van verschillende Afrikanen, voor het etnografisch museum in Florence. Tientallen van deze ‘levende maskers’ verwelkomen de bezoekers van de tentoonstelling ‘De exotische mens, andere culturen als amusement’ in het Teylers Museum in Haarlem. Halverwege de 19e eeuw ontketende zich een tomeloze interesse naar de exotische mens. Antropologisch onderzoek was vaak een onderdeel van geografische en natuurhistorische expedities. Tussen 1860 en 1900 werden mensen uit de hele wereld onderzocht, opgemeten en gefotografeerd. Om raskenmerken eenduidig vast te leggen, ontwikkelden wetenschappers vanaf 1860 de antropometrische fotografie. Foto’s werden volgens vaste richtlijnen gemaakt; staand of zittend, van verschillende kanten en liefst nog naast een meetlat. Ook werden ter plekke maten opgenomen, zoals schedel

omvang en de lengte van armen en benen. De resultaten werden gepubliceerd in antropologische en etnografische tijdschriften. Speciaal voor het thuisfront werden er foto’s gemaakt, die moesten voldoen aan de fantasieën die men hier had over vreemde volken; kannibalen, koppensnellers en blote borsten.

Kermisattracties

Maar de exotische mens werd ook bekend bij het grote publiek, als amusement. Eind negentiende en begin twintigste eeuw was in Europa het tentoonstellen van exotische mensen

immens populair. Vanwege hun afwijkende huidskleur, kleding en gebruiken waren ze een grote bezienswaardigheid. Een bonte verzameling ‘rare mensen’ werd in rondreizende kermissen tentoongesteld; naast de vrouw met de baard, Siamese tweelingen, het leeuwmens en het pantermeisje, waren er ook verschillende ‘vreemdelingen’ te zien. Bezoekers konden kennismaken met Noord-Amerikaanse Indianen, bewoners van Patagonië, Groenland, Ceylon, Somalië en Samoa, in een decor van nagebouwde hutten, tempels en paleizen. Soms ordinair

8

CUL maart 2009 - Naakt

Door Merel Remkes


Afbeelding: Teyler's Museum

hedendaags perspectief een vorm van reflectie zou moeten worden aangebracht. Delpeut vraagt zich af waarom. Hij is van mening dat de bezoekers hun hedendaagse perspectief al vanzelf meenemen. Hij vindt dat de tentoonstelling eenduidig het slachtofferschap van de tentoongesteld en opgemeten mens presenteert. Het werk is gereduceerd tot een “opgeheven vinger van een strenge, politiek correcte juf. Het nare bijeffect is dat het ons ieder zicht op werkelijk begrip van denken en doen van onze voorouders ontneemt.” Voor hem is het duidelijk dat geen zinnig mens het wereldbeeld dat uit deze beelden en praktijken spreekt, nog zou durven onderschrijven. Daarom hoeft Teylers ons de afkeur niet zo in de mond te leggen.

Beschaamd gevoel

Rondlopen tussen de kleurige, schreeuwende reclameposters en de rijen ‘mugshots’ van allerlei ‘inboorlingen’ geeft de bezoeker van de ten

toonstelling op z’n minst een licht beschaamd gevoel. In een potje sterk water drijven de ‘bekleedselen van het aangezigt van een neger’; neus, mond en kin van een Afrikaan, opgedoken tussen de preparaten uit het kabinet van de Nederlandse arts Petrus Camper. Mensonterend. Het Teylers Museum is dan ook ondubbelzinnig in haar afkeur over de praktijken, zoals ook uit de tekst op de website blijkt: ‘[…] kleurrijke, schreeuwerige affiches […], de beschamende zwart-wit foto’s van het werkelijke optreden en een waas van antropologische wetenschappelijkheid die voor de personen in kwestie nog het meest onterend is.’ Niet iedereen vindt deze invulling gewenst. Peter Delpeut recenseert in NRC Handelsblad van 27 januari jl de tentoonstelling, en schrijft dat hij zich ‘een historische sensatie zou wensen die hem bij die vanzelfsprekendheden van 150 jaar geleden brengt. Maar de tentoonstelling lijkt de deur naar die andere tijd zorgvuldig in het slot te hebben gegooid.’

Politiek correcte juf

Teylers vermeldt in de catalogus dat de tentoonstelling niet opnieuw mocht uitdraaien op een kijken naar ‘de ander’ en dat daarom vanuit een

Bronnen

9

als kermisattractie, of letterlijk tussen dieren in dierentuinen, maar ook tijdens prestigieuze presentaties op koloniale beurzen of wereldtentoonstellingen. In 1883 werd in Amsterdam de eerste ‘internationale koloniale en uitvoerhandel tentoonstelling’ gehouden. Bezoekers konden daar 28 Surinamers en zo’n zestig Javanen en Sumatranen bewonderen. Ze bouwden in een ronde tentoonstellingsruimte de eerste dagen hun eigen hutten. Stonden die eenmaal overeind, dan volgden zes lange en eentonige maanden. Acht uur per dag moesten ze in hun hutten verblijven en hun kunstjes vertonen. Het Teylers Museum presenteert dit verschijnsel in samenhang met de wetenschappelijke opvattingen van die tijd. De tentoonstelling laat zien hoe de prille wetenschap van de antropologie de verschillende culturen een plaats probeerde te geven. Daarbij vormde een hiërarchie van rassen de leidraad, waarbij de blanke Europeaan voorop liep in de evolutie.

Op 2 februari jl. reageert NRC-lezeres Naomi Raven met een ingezonden brief op de recensie van Delpeut. Ze schrijft: “Volgens hem had de tentoonstelling een ode moeten zijn aan de nieuwsgierigheid van de 19e eeuwse westerse mens. De Europeanen uit die tijd beschrijft hij als ‘onze voorouders’, want hij denkt alleen voor een hagelwit publiek te schrijven.” De voorouders van Raven komen, via een tussenstop op de Antillen, uit Afrika, schrijft ze. Ook zij gelooft in het belang van empirisch onderzoek, maar vindt het vrij ongepast om kritiek op de 19e eeuwse manier van tentoonstellen simpelweg af te doen als de ‘opgeheven vinger van een strenge, politiek correcte juf’. “Ik vraagt me af hoe hij het zou vinden als zijn oma doorgezaagd in het Natural History Museum in Nairobi neergezet zou worden, zodat de Kenianen eens lekker konden lachen om haar platte witte billen.”

CUL maart 2009 - Naakt

Platte witte billen


Waarom hebben vrouwen meer oog voor detail? Waarom zijn er meer mannelijke Nobelprijswinnaars? Waarom kijken mannen voetbal en vrouwen liever naar McLeod's Daughters? Waarom kunnen mannen niet luisteren en vrouwen niet kaartlezen? Annette Evertzen zoekt naar verklaringen voor de verschillen tussen mannen en vrouwen. Ze neemt de lezer bij de hand langs de visies van diverse wetenschappers over het natuur/cultuurdebat. Daarbij legt ze regelmatig verbanden met haar eigen veldwerk in Zuid-Amerika en Benin. Tijdens haar veldwerk richtte ze zich voornamelijk op de invloed van cultuur op menselijk gedrag. Na vier jaar met verve onderzoek gedaan te hebben naar genderverschillen in Benin heeft ze zich in Nederland gevestigd. Ze kon putten uit een groot aantal voorbeelden die bevestigen dat menselijk gedrag wordt beïnvloed door culturele factoren.

Initiatierituelen

Het eerste hoofdstuk over de werking van hersenen, genen en hormonen is flink doorzetten. Het is echter essentieel om inzicht te krijgen in het hele spectrum van de discussie of verschillen tussen mannen en vrouwen zijn aangeboren of aangeleerd. Na de droge visies op verschillen en overeenkomsten tussen mannen en vrouwen vanuit de natuurwetenschap, is het een verademing als Evertzen praktijkvoorbeelden beschrijft uit haar veldwerk of dat van andere sociaalwetenschappers, zoals bij haar beschrijving van initiatierituelen in Benin.

Bonte mix

spinhuis

CUL maart 2009 - Naakt

Ze zette een adviesbureau op het gebied van genderverschillen op, maar dat leverde minder klandizie op dan verwacht. De vrijgekomen tijd gebruikte ze om zich te verdiepen in zogenaamde ‘biologische eigenschappen’ van mannen en vrouwen. Dit deed ze zowel uit nieuwsgierigheid als vanuit verontwaardiging. Door wat ze zelf heeft ervaren tijdens haar veldwerk is ze er immers van overtuigd dat cultuur mannelijk en vrouwelijk gedrag vormt.

Op speelse wijze behandelt ze theorieën van verschillende onderzoekers. Ze schakelt in haar argumenten snel van de natuurkant naar de cultuurkant en vice versa. Het is een bonte mix van studies naar biologische, psychologische en sociaal-culturele factoren van de overeenkomsten en verschillen tussen de seksen. Veel studies zijn gericht op genderverschillen, terwijl Evertzen de overeenkomsten tussen mannen en vrouwen vaak groter vindt. De assumptie dat mensen voorgeprogrammeerd als man of vrouw ter wereld komen, spreekt ze tegen. Noch de biologische, noch de psychologische en sociaal-culturele factoren zijn statisch. Ze concludeert dat de waarheid in het midden ligt. Bij de geboorte zijn er direct fysieke verschillen tussen mannen en vrouwen, maar hoe deze verschillen zich uiten, wordt door culturele factoren beïnvloed. Het is een wisselwerking, aldus Evertzen. Mike Rijkers Met dank aan Uitgeverij Het Spinhuis


Voel jij je ook altijd zo verloren als je weer een keuzevak moet kiezen? Er zijn eindeloos veel mogelijkheden, maar welke is het beste? De Cul biedt hulp bij deze brandende kwestie! Wij zullen vanaf nu elk nummer een student aan het woord laten, die een leuk, interessant of gek keuzevak doet. Deze keer is dat Egbert.

Door Kaya Bouma

Vak: Introduction to Conflict Studies Studielast: 10 EC Docenten: Wart Bereschot en Annika May Egbert geeft dit vak een: 7 ,5 Je kunt ook een minor en een master in conflictstudies doen

“Het vak gaat, zoals de naam al zegt, over conflicten, en dan niet alleen tussen grote groeperingen, maar ook bijvoorbeeld tussen vrienden: op het persoonlijke niveau. Je leert hoe je een conflict moet analyseren en hoe je het zou kunnen oplossen. Maar dit is iets heel gecompliceerds: het gaat in de realiteit vaak heel anders dan in modellen. Tot nu toe is het vak niet heel zwaar, wel uitdagend en interessant. Het format van de werkgroep is erg leuk: we zitten met veel internationale studenten en alles gaat dan ook in het Engels. Het praten over conflicten met al die mensen uit verschillende culturen spreekt mij erg aan. Het vak kost wel veel tijd, maar dat geldt voor elk vak: het is een hoop zelfstudie en veel lezen van literatuur. Verder hebben we in dit vak twee toetsen over de literatuur, ook moeten we een aantal opdrachten maken over conflicten en een presentatie geven. De docenten zijn heel goed: ze hebben een open houding en duidelijk veel verstand van zaken. Wat ook leuk is, is dat er veel verschillende gastdocenten komen spreken, waaronder oud minister Pronk, heel interessant! Door dit vak hoop ik verder inzicht te krijgen in conflicten en uitdagende stof voorgeschoteld te krijgen om daarmee aan de slag te gaan. Later wil ik misschien de master gaan doen in conflictstudies, maar dat zie ik nog wel.�

Foto's: Mike Rijkers


Het jaar 2009 begon één seconde later dan normaal. De reden voor deze vertraging was dat de aarde uit balans is geraakt van al die tsunami’s, orkanen, aardbevingen en andere natuurrampen van de laatste jaren. De aarde schudt en trilt door de enorme verplaatsing van water, aarde en lucht die bij dit soort rampen komt kijken. Energie wordt verspild en de aarde gaat langzamer draaien. Dagblad de Pers, dat mij op dit feitje attendeerde, vermeldt er trouwens nog nadrukkelijk bij dat het probleem hem niet zit in dat het rondje om de zon steeds langer duurt, maar in het draaien van de aarde om de eigen as. Hoe dan ook, schokkend nieuws.

Door Kaya Bouma Evenwichtsdenken

Het nieuwe jaar had dus vertraging en het lijkt alsof er ons dit jaar iets boven het hoofd hangt, iets onvermijdelijks. Het heeft allemaal te maken met balans, een belangrijk concept. Op persoonlijk vlak streven wij hier allemaal naar: een evenwichtige relatie, een uitgebalanceerde carrière, een stabiele vriendengroep, niet te veel, niet te weinig, en vooral ook een evenwichtig gewicht. Maar het evenwichtsdenken gaat verder dan dat. De hele kapitalistische economie draait om evenwicht: tussen vraag en aanbod. Deze twee krachten zijn op hun beurt weer overal te vinden, op de aandelenmarkt, huizenmarkt, supermarkt, maar ook in de politiek draait het om vraag (van de stemmer) en aanbod (van de politieke partij), en in sociale relaties: collega’s, vriendschap, en familie (reciprociteit!). Op al deze vlakken wordt gezocht naar de balans.

Vreemde volken

Wij antropologen kunnen er ook wat van, wij zijn altijd bezig met evenwicht. Geobsedeerd haast. We doen onderzoek naar de marges, de uitzonderingen, verstoorders van de balans: de Chinese immigranten in Israël die zich om laten dopen tot christenen; de transseksuelen op dat

piepkleine eilandje in de stille oceaan; die paar eskimo’s die nog in echte iglo’s leven; een gemeenschap fanatieke christenen, of die gekke japanse kamikaze piloten. We onderzoeken ze, proberen ze te begrijpen, of hun leven ‘inzichtelijk te maken’ en heffen zo de verstoring op: ook dit zijn mensen die we kunnen begrijpen, mensen die in hun eigen context eigenlijk heel normaal zijn. Er zijn geen uitzonderingen, geen bizarre samenlevingen te bedenken of een antropoloog kan ze begrijpen, en belangrijker, ze begrijpelijk maken. Eriksen verwoordt het als volgt: ‘(...) anthropology is about how different people can be, but it also tries to find out in what sense it can be said that all humans have something in common (Eriksen 2001 [1995]:1).’ Ook Geertz weet het mooi uit te leggen: ‘(…) and what men are, above al things, is various. It is in understanding that variousness (…) that we shall come to construct a concept of human nature that, more than a statistical shadow and less than primitivist dream, has both substance and truth (Geertz 1973: 52).’

Appels en lauw water

In de natuurkunde houdt men zich ook met evenwicht bezig. Dit kan ingewikkeld worden dus let goed op.

Entropie staat voor de hoeveelheid wanorde in een bepaald systeem. De kans op wanorde is vele malen groter dan orde, bijvoorbeeld: de kans dat tien appels die uit een boom gevallen zijn wanordelijk verspreid over de grond liggen is groter dan de kans dat ze in een rechte lijn naast elkaar vallen. Als er wanorde is in een systeem betekend dit ook gelijke verdeling. Als je bijvoorbeeld warm water bij koud water gooit, wordt het water lauw. Dit komt omdat de kans dat de koude druppeltjes en de warme druppeltjes ieder aan de andere kant van de bak, ordelijk blijven liggen, erg klein is. De kans dat er wanorde ontstaat, waarbij de druppeltjes met elkaar mengen is veel groter, sterker nog, het is de meest waarschijnlijke energieverdeling. Zo ontstaat er de gulden middenweg: lauw water. Entropie neemt ook altijd toe: als twee dingen met elkaar in contact komen, bijvoorbeeld koud en warm water, zijn er meer deeltjes (meer druppeltjes) en is de kans op wanorde dus groter. Op lange termijn is al het materiaal in het universum met elkaar in contact gekomen en gelijkgetrokken, waardoor het universum volledig homogeen is. Het heeft zichzelf uitgebalanceerd als het ware; al het water is lauw. Hierin bestaat tijd niet


Wat voor kleine deeltjes en voor appels geldt, geldt ook voor mensen. Hoe vaker we met elkaar in aanraking komen, hoe meer we aan elkaar gewend raken, met elkaar mengen en op elkaar gaan lijken. Tot wij ook een homogene massa zijn. Globalisering draagt hier aan bij, maar ook wij antropologen versnellen dit proces in zekere zin. De natuurkunde leert ons dat er een dag kan komen dat het

De kern van de door het ISHSS georganiseerde lezing wordt gevormd door drie sprekers, die elk een ander punt van de voedselproblematiek met betrekking tot Europese regelgeving bespreken. Prof. dr. Rudy Rabbinge (Wageningen Universiteit, voormalig lid van de Eerste Kamer voor de PvdA en lid van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid) trapt de bijeenkomst af met een goed georganiseerde lezing over de relaties tussen voedselproductie en honger in de wereld. In tegenstelling tot wat velen intuïtief zouden verwachten, is de hoeveelheid voedsel per hoofd van de wereldbevolking de afgelopen decenia gestegen, maar tegelijkertijd is ook de hoeveelheid mensen die honger lijden toegenomen. Verschillende omstandigheden in Afrika – Rabbinge noemt het gebrek aan markten, maar ook de “ongeschikte” systemen van landeigendom – hebben ervoor gezorgd dat hier, in tegenstelling tot in de rest van de wereld, de hoeveelheid eten per persoon afgenomen is. Daarom hebben we in Afrika een “dubbele Groene Revolutie” nodig, die de spiraal van inefficiëntie kan doorbreken. Dergelijke revoluties zijn volgens Rabbinge positief voor de omgeving (milieuvriendelijkere

beste onze eigen maar het antropologische gemeenschap oprichten en ons niet met de rest bemoeien, zodat we zelf de uitzondering worden, het vreemde, ‘the other’ als je het zo wilt noemen. Communiceer dus niet met anderen, sla desnoods wartaal uit, trek je raarste kleren aan en verzamel in het spinhuis. We zonderen ons af. Kortom: ga door waarmee je bezig was en lang leve de antropologie!

productie), de dieren (minder consumptie van vlees) en het landschap (minder behoefte aan landbouwgrond). Opvallende afwezigen in deze rij zijn echter de sociale en culturele aspecten van bepaalde voedselproductie-technieken. Ook de volgende spreker, prof. dr. Michiel Keyzer van het Centre for World Food Studies van de VU, gaat niet in op de sociaal-culturele kant van het verhaal. In een vlammend betoog benadrukt hij hoe de (Europese) regelgeving altijd gericht is op stabiliteit en inertia in plaats van verandering. De steun voor biobrandstof is hiervan een voorbeeld: het is een bijzonder slecht systeem wat ook nog eens overal onrendabel is. Desondanks steunen de overheden het wereldwijd zodat de bestaande infrastructuur van brandstof voor transport en vervoer, die gebaseerd is op benzine, behouden kan blijven. Keyzer laat vervolgens zien dat de toekomst steeds minder zal gaan over het veiligstellen van export – iets wat nu in Europa met betrekking tot landbouwregelgeving nog zeer sterk aanwezig is – maar juist van import. In Afrika en Oost-Europa zien we om deze redenen al de eerste stappen van een nieuwe koloniale tijd, waarbij landen zoals China delen van bijvoorbeeld Somalië “kopen” en deze “overnacht” leeghalen.

Als laatste spreekt Janine Dortmundt van de organisatie Fair Food over het belang van een holistische aanpak van het probleem. Deze aanpak neemt niet alleen de gehele productie, distributie en consumptieketen in beschouwing, maar ook de sociale aspecten die hier onlosmakelijk mee verbonden zijn. Dit laatste is iets wat mij als antropoloog sterk aanspreekt; immers, het is onmogelijk de beslissingen omtrent eten en landbouw los te zien van de sociale context waarin deze plaatsvinden. De Kookcul geeft hier regelmatig voorbeelden van, zoals ook dit keer in verband met een Sardijnse “rotte kaas.” Verrassende “feiten” die in de hierop volgende discussie naar voren komen zijn, aldus Rabbinge, dat tomatenzaden duurder zijn per gewicht dan goud, minister Gerda Verburg (LNV) erg zwakke knieën heeft, en het aantal mensen dat aan obesitas lijdt nu groter is dan het aantal mensen dat honger lijdt. De middag wordt afgesloten met een internationale Food Fair die, onder leiding van Natalia MacDonald en in samenwerking met internationale studenten, ons laat proeven van de keukens van Turkije, Roemenië, Italië, Frankrijk, Ghana en de VS. En zo gaat iedereen toch voldaan weg.

CUL maart 2009 - Naakt

tmok ednie teH

evenwicht volledig is en dit zal (letterlijk) het einde der tijden zijn. Dus, om aan dit tragische einde te ontkomen is er eigenlijk maar één oplossing: elk mogelijk evenwicht ondermijnen. Laten we met zijn allen lekker níet in balans zijn. De antropologie en sociologie van het nietevenwichtige, als het ware. Laten we het doornormale onderzoeken en het tot iets vreemds maken. En laten we eens bij het eind beginnen en het begin overslaan. Ook moeten we er voor zorgen dat het hele universum niet in contact komt met het hele universum. We kunnen misschien

13

meer, want dit meet je aan de hand van veranderingen.

Freek Janssens


Een stoet fakkels, vlaggen en spandoeken komt richting Nieuwmarkt. Het is 15 november 2008 en ik wacht op de mensen die mee hebben gelopen met de fakkeloptocht en de sprekers die iets zullen vertellen over deze speciale dag. Het is de ‘Tansgender Day of Remberance’.

Door Stefanie Nijenbandring de Boer. Foto's door John Vermeulen @ Koh Samui Al sinds 1998 worden op deze dag, wereldwijd, transgender mensen herdacht die slachtoffer werden van geweld en moord. Geweld tegen transgenders vindt overal ter wereld plaats. Afkeuring en haat liggen hier vaak aan ten grondslag. De wereldwijde dodenlijst met, openlijk vermelde, transgender ‘hate crimes’ telde in 2007 meer dan 300 namen en neemt elk jaar toe. Op de Nieuwmarkt is een grote kring ontstaan, onder een zacht regenende hemel. Ook ik krijg een fakkel in mijn hand en schuil een beetje mee onder de paraplu van mijn buurvrouw… of buurman?

Ongemakkelijke ambiguïteit

Natuurlijk kennen we allemaal het fenomeen ‘transseksueel’, hebben we allemaal wel eens een film gezien waarin de kwestie werd behandeld, of wel eens iemand zien lopen waarvan we onze vermoedens hadden. Desalniettemin laat de confrontatie met een transseksueel altijd een diepe indruk achter. Ook al oogt de vrouw die naast mij staat, met haar perfecte make-up, prachtige glanzende, golvende haren en hoge hakken, als een ‘echte’ vrouw, ik ontkom niet aan het feit dat mijn aandacht getrokken wordt door de grote bobbel op haar keel. Waarom maakt haar ambiguïteit mij eigenlijk ongemakkelijk? Het verplaatsen in de boodschap van de transseksueel blijft een bijna onmogelijke opgave: fysiek behoor je tot het ene geslacht, maar je lichaam voelt verkeerd en eigenlijk identificeer je je met het andere geslacht. Het vervult ons met gevoelens van grote verwondering, zo niet huiver of lichte afkeer.

Verschillende stijlen

Ook al zijn deze vragen voor de meeste mensen onbelangrijk, voor sommigen zijn ze van groot belang. Ze kunnen ons veel vertellen over onze eigen opvattingen over sekse, geslacht

en seksualiteit. Een vrouw hoeft niet per se vrouwelijk te zijn, een man niet per sé mannelijk. De meeste mensen zijn het er over eens dat er verschillende stijlen van mannelijkheid en vrouwelijkheid bestaan, en dat mensen vrij zijn deze te ontwikkelen en uit te dragen. Mannelijkheid of vrouwelijkheid geldt misschien wel als de meest fundamentele eigenschap van de mens, iets wat in iedere sociale institutie tot uitdrukking gebracht wordt en meer zeggenschap heeft dan kenmerken zoals beroep, sociale klasse, opleiding of milieu. De categorieën worden vrijwel als absoluut ervaren; iemand is òf man of vrouw. Het toewijzen van een sekse bij de geboorte is typisch voor onze westerse gedachte dat de fysiologie - vrouwelijke of mannelijke geslachtsorganen iemands gender legitimeren. Verondersteld wordt dat de wijze waarop mannen en vrouwen zich gedragen, door de natuur gedicteerd wordt. Mensen die zichzelf identificeren met de gender waar zij niet ‘op natuurlijke wijze’ toe behoren, noemen we meestal transgender. Iemand die chirurgisch zijn of haar geslachtsorganen laat veranderen, heet een transseksueel. Zij overschrijden de grenzen die wij voor lief nemen, en als Big Brother Kelly... ‘natuurlijk’ beschouwen. Transseksualiteit neemt de tweedeling tussen de geslachten in twijfel, en tast de waarheid van twee vaststaande genders aan. Transgenders en transseksuelen dwingen ons in feite de categorieën van man-zijn en vrouw-zijn nader te onderzoeken.

Twee aangeboren opties

De studies naar de ‘derde’ sekse in niet-westerse samenlevingen worden herhaaldelijk gebruikt als argument dat ons huidige westerse discours over sekse – met twee, aangeboren opties – verre van universeel is. De Hijra’s in India, de Xaniths uit Oman en de Thaise Kathoey zijn slechts een paar voorbeelden van de alternatieve gendertypen die in andere culturen worden erkend. Eerst werden zij in het westen beschouwd als louter exotica en zonder relevantie voor onze cultuur. Maar de toename van de ...is niet transgender, maar wel anders. Achtergrond foto: Mike Rijkers


Muziek Recensie

Afrikaanse reggae tegen de winterblues

antropologische interesse in het fenomeen werd later de bouwsteen voor veel feministische en vernieuwende gendertheorieën. Het inzicht om ook buiten het dichotomische seksesysteem te denken, was dan ook van grote invloed op de sociale en politieke transgenderbewegingen die rond de jaren negentig in Amerika opkwamen. Ook al hebben mensen die zoeken naar meer vrijheid in hun genderidentiteit al veel vooruitgang geboekt, zij worden nog elke dag geconfronteerd met pesterijen, geweld en zelfs moord. Puur alleen om wie zij zijn. Maar er zijn toch zo veel mensen die niet ‘kloppen’, die afwijken van de stereotypen waar we collectief aan vast lijken te houden? Laten we sekse minder serieus nemen, en (de keuze voor) gender serieuzer! Waarom zouden mensen zichzelf niet mogen benoemen?

Binaire denken overstijgen

Verschillende sprekers, waaronder de Nederlandse schrijfster Karin Spaink en een bekende Hijra uit India, houden toespraken. Witte ballonnen met de namen van slachtoffers worden een voor een voorgelezen, waarna de ballonnen de lucht in worden gelaten. Ontroerd door de symboliek en de mooie woorden die gesproken zijn, kijk ik nog even om naar mijn buurvrouw voor ik wegloop. Hoe zou men kunnen denken over lichamelijkheid en genderindentiteit op zo’n manier dat deze ons binaire denken kan overstijgen? Dat we meer aandacht gaan geven aan de relatie en de frictie tussen sekse en gender? Dat we de mensen die op deze ontroerende avond om mij heen stonden, misschien beter kunnen begrijpen, en we hen wél de kans geven te kunnen leven zoals zij willen?

Vijf truien hangen er in mijn kast, maar allen zijn ze me niet warm genoeg. Emigreren is de uiteindelijke ambitie, maar voorlopig zal ik het met andere middelen moeten doen om de nadagen van deze winter door te komen. Het liefst loop ik rond met zo weinig mogelijk kleding aan het lijf, nog net niet naakt. Dat is met dit weer zelfmoord, ik wijk dan ook met regelmaat uit naar Concerto om me aan de luisterpaal warm te houden... Onze vrienden van het wereldmuzieklabel 'Putumayo' kwamen onlangs met een Afrikaanse reggae compilatie. Een heel geschikt plaatje waar de ritmesecties van de meeste artiesten rechtstreeks uit Jamaica lijken te zijn ingevlogen. Met de Afrikaanse harmonieën in de zang en met percussieinstrumenten als de Kora (een kalebas bedekt met koeienvel, waaruit een lange 'nek' ontspringt die 21 snaren voor de buik van het instrument gespannen houdt) krijgt de reggae echter een Afrikaanse 'feel'. Verfrissend als de Jamaicaanse reggae je een beetje de neus uit gaat hangen, maar nog altijd warmer dan de Hollandse polder. Natuurlijk kun je een portie Vitamine D aanschaffen om de verzwakte resistentie wat omhoog te schroeven, maar voor hetzelfde geld zou zorgen dat ik de sensatie van eind vorig jaar in de kast heb staan: Amadou & Mariam. Eind maart komt het Malinese stel met bezetting naar Amsterdam om hun album 'Welcome in Mali' te promoten en voor één avond Paradiso om te toveren tot het mondiale Mekka van de woestijnblues. Ze zijn beiden stekeblind, maar hebben met hulp van onder andere Damon Albarn desalniettemin een ijzersterk, swingend en misschien wel tijdloos album weten neer te zetten. Een parel, om in recensiejargon te spreken. Waar Amadou en Mariam nog wel eens spelen met een sampeltje hier of daar, kunnen de oude heren van Orchestra Baobob het af op routine. In de jaren zeventig groeide de band uit Dakar tot legendarische hoogte in Senegal en west-Afrika. Na vijftien jaar uit de running geweest te zijn, kwam het gezelschap in 2001 bij elkaar en op de laatste plaat brengen ze de oude Senegalese vertelstijl 'griot' met behulp van de in Afrika al decennia populaire Afro-Cuban beat naar een staat van volwassenheid. Ga het zien in de Melkweg op 11 april. Ze houden u warm en vragen u ten dans. Sjoerd van Grootheest


Voor antropologen interessante bezigheden om te bestuderen, evenals de relaties tussen klant en stalhouder. De Franse antropologe Michele de La Pradelle (1944-2004) publiceerde in 1996 over een vrijdagmarkt in een Franse provinciestad, in het Engels vertaald als Market Day in Provence (University of Chicago Press 2006) barstensvol subtiele observaties en interpretaties. Onze hoofdredacteur Freek Janssens schreef een omvangrijke, Engelstalige MA-scriptie over een boerenmarkt in Zuid-London, getiteld Taking the Borough Market Route: An Experimental Ethnography of the Marketplace (2008).

Beetje rommelig

Vergeleken met een supermarkt oogt een markt een beetje rommelig. Maar niet alleen bedriegt de schijn, dit is voor velen juist de aantrekkelijkheid van een markt, zoals Janssens opmerkt. Niettemin zijn er wel degelijk informele regels. De kieskeurige Parijse huisvrouw die vraagt om vier perziken, waarvan twee rijp en twee een beetje rijp, krijgt precies wat zij wenst, maar zelf even voelen is er niet bij. Op de Turkenmarkt wordt het vanzelfsprekend gevonden dat de klant het beste fruit er zelf uitpikt. Kopers en verkopers, handelen meestal, maar niet altijd, in wederzijds vertrouwen, waarbij vaste klanten

een streepje voor hebben. Sommige marktlui stellen altijd belangstellende vragen aan hun vaste klanten. Beide partijen begrijpen dat deze vragen onderdeel uitmaken van het zakendoen. Subtiel is Probelle’s waarneming dat als een klant het gesprek te exclusief maakt, de stalhouder het gesprek algemener maakt door zich op alle klanten te richten. Hij weet immers heel goed dat een te persoonlijk gesprek de wachtende klanten zal gaan irriteren als het lang duurt. Markten zijn plaatsen waar ‘vreemdelingen’ erin slagen volgens ongeschreven regels met elkaar om te gaan. Een interessant begrip dat Michelle de La Pradelle daarvoor gebruikt is ‘familiar strangers’. Zij bedoelt daarmee dat onbekenden elkaar herkennen omdat ze elkaar steeds op dezelfde plaats tegenkomen, zonder zelfs maar hun naam te weten. Dat geeft een sfeer van vertrouwdheid op de markt. Ze merkt echter ook op dat vrienden die elkaar op de markt ontmoeten niet altijd uitgebreid met elkaar gaan staan praten. Na een korte groet, gaat ieder zijn eigen weg.

Romantisch

de keuze van bert

CUL maart 2009 - Naakt

Grootstedelijke markten hebben een mondiaal aanbod voor een internationale klandizie. Op de Turkenmarkt, zoals hij in de Berlijnse volksmond heet, in Kreuzberg is er een overweldigend aanbod van Turks brood waar ook niet-Turkse Berlijners op afkomen. De drukke Parijse markt op de grens van het 10e en 19e met zijn Afrikaanse, Arabische, Chinese, Franse en Vietnamese bezoekers is altijd de moeite waard. Londen kent een gedeeltelijk overdekte markt in de zwarte wijk Brixton met Afrikaanse en Caribische groenten, fruit en vis, soms worden alleen de koppen aangeboden. De vele slagers rondom de markt verkopen halalvlees. Markten zijn locaties om te kijken, te ruiken, te luisteren, een praatje te maken en natuurlijk om boodschappen te doen.

De Franse antropologe is erg goed om dingen te duiden die iedereen weleens gezien heeft, maar nooit over heeft nagedacht. Zo wijst ze er bijvoorbeeld op dat de uitstalling van de groenten bij veel marktstallen moet suggereren dat ze vers zijn en ’s ochtend nog zijn geplukt. Puur natuur is de suggestie. Zo worden er soms een paar bosjes radijs uitgestald om exclusiviteit en schaarste te suggereren. Voor het eerst begreep ik wat me op mijn Parijse markt in het 16e overkwam. Achter een stalletje stond een oud dametje met een bescheiden hoopje Franse haricots, die versheid moesten uitstralen. Vanochtend geplukt, zei ze tegen de naïeve buitenlander. Die viel achteraf de kwaliteit behoorlijk tegen. De vriendelijke oude dame was een sluwe verkoopster. Daarna heb ik nooit meer wat bij haar gekocht. Vergeleken met de markt in Brixton of de morsige markt in Green Street is de Boroughmarkt een toonbeeld van keurigheid, populair bij chefkoks (ik heb de markt weleens in een Brits kookprogramma gezien) die er inkopen voor hun chique restaurants komen doen. Toeristen en andere kijkers


die herinneringen aan zijn jeugd oproept. Voor hem zijn de marktkooplieden de belangrijkste reden om te komen omdat zij normen en waarden vertegenwoordigen waarmee hij zich kan identificeren. Hij wil graag bij de gemeenschap van marktlui horen omdat die het hem mogelijk maken afstand te nemen van de kantoorlieden met wie hij door de week samenwerkt. Jeremy’s verhaal is misschien ongebruikelijk maar wel herkenbaar. Het is ingegeven door nostalgie naar vroeger. Ook voor nieuwe migranten is dat zo. De markt herinnert hen aan hun land van herkomst en wordt ook als een vervanging van hun vroegere thuis gezien. De markt schept die geromantiseerde vroegere tijd door onder andere borden met handgeschreven namen van produkten en prijzen te gebruiken.

Voor Melissa is de markt ook een plek om te tonen aan familie en vrienden. Ze wil hen laten geloven dat ze deel uitmaakt van die gemeenschap, onder andere door bekende kooplieden te groeten. Melissa geniet op de markt van de veelheid aan handelingen en niet alleen van het moment van aanschaf van prijzige lekkernijen. Melissa vertrouwt daarmee de verkopers die haar uitleggen waarom hun product beter is. Zoals Janssens heel aardig opmerkt bezoekt Melissa de markt niet alleen vanwege de producten maar ook vanwege de kennis over die producten, verkregen door een goed ontwikkeld rapport, zouden antropologen opmerken. Maar heeft ze ook gelijk met haar vertrouwen? Op de markt is het vertrouwen tussen verkopers en klanten van groot belang, zeker voor iemand als Melissa, maar het vertrouwen tussen de kooplieden onderling is nog belangrijker, hoewel heel anders. Ze presenteren gezamenlijk een verbeelde wereld van authenciteit, hoewel dat niet altijd waar is. Veel marktlieden hebben helemaal geen band met hun producten. Ze kweken of telen niets zelf, hebben geen eigen vee, maken niet zelf kaas en produceren ook geen eigen wijn of cider. Het scheppen van de illusie dat alles echt en puur vereist echter collectief vertrouwen. Iedereen moet mee spelen. Het zijn zulke thema’s die Janssens goed weet te presenteren en onze inzichten in het functioneren van een markt vergroten. Wie Pradelle heeft gelezen zal nooit meer onbevangen over een Amsterdamse markt lopen al gaat haar studie over een niet zo grote markt in een Franse provinciestad. Het is duidelijk dat Janssens de Franse antropologe met vrucht heeft gelezen. Ook hij biedt verrassende inzichten waardoor de markt niet langer simpelweg een plek is om wat te kopen. Maar terwijl Pradelle vooral goed en langdurig kijkt, gebruikt Janssens veel theorie om wat hij observeert te duiden. Zelden ben ik zoveel theoretische eruditie in een scriptie tegengekomen als in zijn scriptie. Dat levert verhelderende inzichten op, maar soms zit die theorie het verhaal een beetje in de weg.

CUL maart 2009 - Naakt

Vertrouwen

17

komen er voor de aangeboden hapjes. De markt is erg gemakkelijk voor mensen in the City met de Underground te bereiken. De vele foto’s in de scriptie geven een goed beeld van die nette exclusiviteit. Janssens schrijft dat “It is the chaos that creates meaning,”. De ruimtelijke figuratie van markt en markhal dwingt bezoekers om hun eigen route te kiezen, zich langs allerlei stalletjes te manoeuvreren die een steeds wisselend aanbod tonen. Maar deze Londense markt heeft ook een duidelijke afgrenzing. Want in tegenstelling tot sommige andere markten in Londen biedt de Boroughmarket geen Afrikaanse en Caribische producten. De markt richt zich volledig op een welgestelde klandizie en schermt zich af van de nabijgelegen buurten in Zuid-Londen waar vooral Afrikaanse migranten wonen. Die gaan waarschijnlijk naar Brixton. Janssens vervlecht verhalen van diverse respondenten met zijn observaties. Jeremy bezoekt de markt omdat

Bert Schijf


Fotoreportage bij ArtiCul

S l a om . . .


Spannend thema, naakt. Aan mij de taak een ArtiCul te schrijven die dit thema laat samenkomen met kunst. Nog spannender. Waar komen naakt en kunst letterlijk samen? Bij bodypainting, het beschilderen van een lichaam. De bodypaint kan het hele lichaam bedekken of een gedeelte hiervan, en heeft verschillende functies.

Door Marita Bruning. Foto's en bodypaint art door Inan

Bodypainting is niet iets van de laatste jaren, zoals u waarschijnlijk niet zal verbazen, maar wordt al sinds de oudheid toegepast. Het werd en wordt onder andere gebruikt als camouflage tijdens de jacht en heeft in verschillende culturen een rituele functie. Zo wordt het onder andere gebruikt om de goden gunstig te stemmen. Ook bij bruiloften in Oosterse landen worden delen van het lichaam beschilderd; de handen en voeten van de bruid worden versierd met henna. Daarnaast wordt het beschilderen van een lichaam ook puur als kunstvorm gezien, zonder dat hier verder een rituele betekenis aan wordt gekoppeld.

Japans thema

In deze Cul zijn een aantal foto’s te vinden van bodypaint met een Japans thema. Zo is er onder andere een koikarper te zien op het rechterbeen en een vuurvogel op de linkerschouder. Een Japanse kers bedekt het linkerbeen. De voorkant van het lichaam toont een tafereel tijdens de dag en de achterkant van het lichaam toont de nacht. Inan, de artiest achter de bodypaint in deze Cul, vertelt meer over de kunst van het bodypainten. Ik maak gebruik van een combinatie van acrylstiften, acrylverf en ecoline. De ecoline breng ik aan met de airbrush. Dit is een klein spuitpistool, waarmee je door middel van luchtdruk verf op het lichaam kan spuiten en zo haardunne lijnen kan aanbrengen. Deze materialen bieden de mogelijkheid om zowel harde als zachte lijnen aan te brengen, zodat ik kan variëren en daarmee bepaalde lichaamsvormen kan bedekken en andere naar voren kan laten komen. Bovendien kan ik op deze manier zowel realistisch als cartoonachtig verven.

Levend canvas Het algemene idee teken ik eerst en pas ik eventueel aan, nadat ik overleg heb gehad met de persoon die gebodypaint gaat worden. Dit uiteindelijke ontwerp breng ik in een grove schets aan op het lichaam en ik voeg daar uit de losse pols nog afbeeldingen aan toe, afhankelijk van hoe het ontwerp uitpakt op het lichaam.

Je hebt altijd de foto’s nog! Bovendien is het ook de charme van dit soort werk, ik maak gebruik van een levend canvas en ik weet dat het snel weer verdwijnt. Het is dus geen teleurstelling, ik werk constant toe naar het eindresultaat en de foto’s en weet dat het daarna wordt weggespoeld. Ook de koikarper en de vuurvogel kwamen aan hun einde, ze verdwenen in het doucheputje. Maar wees niet getreurd, wij hebben ze op de gevoelige plaat vastgelegd!


Ga verder met fotoreportage...


Einde.


Gesluierde vrouwen zijn in ons straatbeeld niet meer bijzonder, maar ze zijn ook niet helemaal geaccepteerd. Ik wilde aan eigen lijve ondervinden wat de hoofddoek betekent voor een vrouw. Voelen hoe het is om bedekt rond te lopen in een land waarin zo’n bedekking een punt van discussie is. Marokkaanse moslima Amina Hajari (23) bond mij een hoofddoek om. Samen gingen we op stap.

Door Marlies van Leeuwen Aangezien ik geen flauw benul heb van hoofddoekjes ombinden en ik niet weet wat zo’n sluier eigenlijk betekent voor een moslima, gaat Amina mij helpen. Zij draagt een hoofddoek sinds de derde klas van de middelbare school. Ze begon niet uit religieuze overwegingen, geeft ze aan. “Mijn ouders gaven me hints. Zo van ‘Amina, wordt het niet eens tijd dat je een hoofddoek gaat dragen?’. Ik vond ook wel dat het erbij hoorde, al wist ik nog niet echt wat het betekende. Toch ben ik een hoofddoek gaan dragen, maar paste mijn gedrag daar niet op aan. Ik bleef gewoon in een strakke spijkerbroek rondlopen. Dat zou ik nu nooit meer doen.” Als jonge moslima zat ze in een vrij ‘witte’ klas op het VWO. Ze was bang dat haar klasgenoten raar tegen haar gingen doen, maar dat viel erg mee. “Ze vroegen me wel waarom ik ineens een hoofddoek droeg, maar niemand deed vreemd tegen me.” Dat is nu wel anders, merkt ze. “Als ik vertel dat ik studeer aan de Universiteit van Leiden zijn sommige mensen wel verbaasd. Of als ik iets zeg, en dat iemand dan vindt dat ik zo goed Nederlands praat. Zo’n hatelijke opmerking! Nederlands is mijn moerstaal. Ik spreek alleen huis, tuin en keuken Berbers.”

Symbool voor zelfbewustzijn

Sinds ze Arabische Taal- en Cultuurwetenschappen studeert, heeft ze zich meer verdiept in het hoe en waarom van de hoofddoek. ‘Er zijn veel interpretaties van de tekst in de Koran die de hoofddoek beschrijft. Als jullie haar (een van de echtgenotes van de profeet) iets om te gebruiken vraagt, vraagt haar dat dan van achter een afscheiding (Koran, XXXIII, 53)’. ‘Afscheiding’ is hetzelfde Arabische woord als ‘hoofddoek’. Zes verzen later zegt de

Koran: ‘O Profeet! Zeg tot jouw echtgenotes, jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen iets van overkleding over zich naar beneden te laten hangen. Dat bevordert het beste dat men haar herkent en niet lastig valt (Koran, XXXIII, 59). Conservatieven vinden dat als de vrouwen van de profeet Mohammed zich moet bedekken, gewone gelovigen dat al helemaal moeten doen. Hervormers lezen de verzen juist letterlijk. Zij houden het erop dat bedekking slechts geldt voor de vrouwen van de profeet. Gewone gelovigen hoeven alleen ‘iets van overkleding’ naar beneden laten hangen, wat inhoudt dat ze zich niet te opzichtig en verleidelijk moeten kleden als ze willen dan mannen haar beoordelen op haar verstand en persoonlijkheid, niet op haar lijf. Tegenwoordig zijn er ook moslimfeministes, die zich verzetten tegen de huidige Westerse cultuur waarin vrouwen volgens hen gedwongen worden veel met hun uiterlijk bezig te zijn. De hoofddoek is voor hen juist een symbool voor zelfbewustzijn.

Allah.” Amina draagt een zwarte doek strak om haar hoofd gebonden – de zogenaamde piratenhoofddoek – met daarover een doek die van achter naar voren haar hals bedekt. Altijd zwart, niet omdat het moet, maar uit praktische overwegingen. “Zwart staat altijd. Het past overal bij. Vriendinnen vinden wel dat ik een keer een kleurtje moet dragen. Zij dragen vrolijke kleurtjes en laten dat terugkomen in hun kleding. Ik heb een la vol hoofddoeken, waarvan er misschien twee een kleurtje hebben.” De Rotterdamse verandert haar sluier wel van vorm: “Er zijn verschillende manieren om je hoofddoek om te doen. Turkse meisjes binden hem vaak onder hun kin vast waardoor hij van achter vrij los zit, terwijl Marokkaanse meisjes hem strakker om hun hoofd dragen. Moslima’s kunnen altijd zien waar iemand vandaan komt.” Toch is de vorm niet altijd cultuurgebonden. “Eens in de zoveel tijd bind ik hem anders om, zodat het sneller gaat, of zodat de doek minder knelt. Ik vraag ook aan vriendinnen of ze hem leuk vinden zitten.”

Cultuurgebonden

Bosnische

De hoofddoek heeft voor Amina niet zo’n speciale betekenis. “Het hoort nu eenmaal bij me. Zonder zou ik me naakt voelen. Het is tien miljoen keer belangrijker dat je een goede, nette vrouw bent. Dat je leeft zoals Allah dat wil, volgend de vijf zuilen van de Islam. Ik ken meisjes die bijna zonder zonde leven en geen hoofddoek dragen, en dat is prima. Ik zie ook meisjes die wel een hoofddoek op hebben, maar zich absoluut niet gedragen. Ze schreeuwen in de tram of lopen met minirokjes rond en flirten volop met jongens. Ik zou dat niet doen. Ze verpesten het beeld dat mensen zouden moeten hebben van moslima’s, maar wie ben ik om te oordelen? Dat is iets tussen hen en

Samen met Amina loop ik naar de toiletten van het café waar we zitten. Voor de spiegel doet ze mij een hoofddoek om. Ik ben best een beetje zenuwachtig, vertel ik haar. Ze lacht: “Ik begrijp het wel. Jij voelt je nu waarschijnlijk net zo als ik me zou voelen als ik zonder hoofddoek zou rondlopen.” Behendig bindt ze de eerste sluier, gevouwen in een driehoek, om mijn haar. De piratenhoofddoek, ik zie nu wat ze bedoelt; aan de achterkant strikt ze de doek in een knot. De speldjes komen daarna pas aan de beurt. De andere stof prikt ze vanachter vast en vouwt dan de rest naar voren, om mijn hals. “Je kunt wel doorgaan voor een Bosnische,” zegt ze. Zo voel ik me niet,


ik ben alleen maar absurd lang naast de kleine Amina. Op aanraden van Amina draag ik speciaal voor de gelegenheid een nette broek en zwarte jas tot mijn knieën. Gesloten tot aan mijn hals. Samen lopen we door het café richting de uitgang. Er gaat één moslima de wc in en er komen er twee uit, wat moeten die mensen wel niet denken. Ik voel me erg bekeken, alsof ik in mijn blootje rondloop, terwijl ik juist zo bedekt ben. Wonder boven wonder lijkt niemand aandacht aan ons te besteden. We betalen onze drankjes en lopen naar buiten. Mijn hartslag versnelt, maar ik vind dat ik mezelf rustig moet houden. In Rotterdam lopen er genoeg vrouwen met een hoofddoek. Waar maak ik me eigenlijk druk over?

Niet normaal communiceren

Amina vertelt dat ze dat gevoel ook kent. Samen met een niet-moslimse vriendin heeft ze een keer met een niqaab rondgelopen. Bij zo’n gewaad zijn alleen nog je ogen zichtbaar. “Mijn ouders schrokken zich rot. Eerst was het stil, daarna zei mijn moeder dat als ik echt van plan was dat ding te dragen, ik ook vrede moest hebben met de consequenties. Dus stoppen met mijn studie, uitgehuwelijkt worden en altijd thuisblijven en voor het gezin zorgen.” De ‘test’ viel haar best zwaar, maar ze vond het wel interessant. “Iedereen staart ja aan, ook Marokkanen. Het is in onze gemeenschap ook niet geaccepteerd. Je kunt niet normaal communiceren en mensen zijn bang voor je, ze gaan niet naast je in de tram zitten. Ik begrijp die scholen wel als ze zeggen dat ze niet niet willen dat studentes zo in de klas gaan zitten.” Op de Nieuwe Binnenweg roepen twee jongens naar wat meisjes die vlak langs ons lopen. De jongens hebben totaal geen aandacht voor ons. Wij zijn als gesluierde moslima’s kennelijk niet interessant om mee te flirten. Amina onderkent dat: “Nederlandse mannen vallen niet op gesluierde vrouwen. Bouwvakkers zouden nooit naar me fluiten. Marokkaanse jongens kijken wel, soms ook niet met de beste intenties. Ze proberen je uit, kijken of ze op je reageert, maar ik negeer ze zoveel

mogelijk. Die jongens zijn toch nooit serieuze huwelijkskandidaten. Ze willen alleen met je naar bed.”

Beste argumenten

Amina ziet de hoofddoek niet als onderdrukking. “De manier waarop er soms met vrouwen wordt omgegaan is onderdrukking.” Al begrijpt ze best dat Westerse feministen haar onderdrukt vinden. Ze heeft nooit een vriendje gehad en ze mag van haar ouders niet ’s avonds over straat rondlopen. “Mijn ouders willen mijn beschermen, dat vind ik alleen maar lief van ze. Soms willen ze strenge regels opleggen, maar daar ga ik dan met ze over in discussie en degene met de beste argumenten wint. En dat zijn niet altijd mijn ouders. Ik vind wel dat meisjes op het platteland van Marokko onderdrukt worden. Die krijgen geen kans om zich te ontplooien.” Ondertussen lopen we nog steeds over straat. Ik voel me erg genegeerd, en niet alleen door mannen. Niemand lacht vriendelijk

nar je, maar het is ook niet zo dat mensen je ontwijken. Opeens pakt Amina me bij mijn arm. Ze knikt naar drie mensen een stukje verderop. Ik kijk en begrijp wat ze bedoelt. Twee politieagenten slaan een Marokkaanse jongen in de boeien. “Dat doet me zoveel pijn,” fluistert ze. “Ook nog eens tijdens de ramadan, de meest heilige maand van het jaar. Het is zo jammer dat een klein clubje Marokkanen het weet te verpesten voor de rest.”

Geen middenweg

Even later zeg ik Amina gedag. Ik ga naar een winkelcentrum in een witte wijk van Rotterdam. Hier lopen weinig moslims en val ik dus meer op. Ik merk dat vooral oudere mannen naar me kijken. Eentje tikt zijn vrouw aan. Ik voel me onwelkom. Wanneer ik in een winkel op zoek ben naar een cadeau voor een vriendin, word ik constant omver gelopen. Het lijkt wel of ik onzichtbaar ben. Het voelt raar, tegenstrijdig. Mensen zien me niet, of juist wel. Er is geen middenweg.

(advertentie)


De regelgeving van de Europese Unie verbiedt het, maar Sardijnen zijn er dol op. Zodra je je enigszins in de binnenlanden van Sardinië begeeft, vooral in de provincie van Nuoro, kom je het ongetwijfeld tegen: ‘casu marzu’. Casu marzu is Sardijns voor ‘rotte kaas’ en het is in feite dan ook een gewone schapenkaas, maar dan rot. Zoals alle gastronomische specialiteiten in Sardinië, is casu marzu echt iets wat zijn oorsprong vindt in de droge, warme binnenlanden van het eiland. Onder de hete Mediterrane zon hebben duizenden kleine larven van de kaasvlieg de kaas alvast half verteerd. Bij een Sardijn hoef je niet aan te komen met de opmerking dat casu marzu verboden is. Ook het feit dat de wormpjes in theorie de spijsvertering kunnen overleven en zich kunnen nestelen in je darmen, is niet iets waar Sardijnen zich zorgen om maken. Bij casu marzu gaat het om de Sardijnse cultuur, een cultuur van bergen, herders, schapenkaas en... verzet. Tijdens een dorpsfeest in de Sardijnse bergen presenteerde een oude, bebaarde Sardijn mij onlangs dan ook vol trots zijn wormenkazen. Sommigen waren een half jaar oud, andere wel twee jaar. ‘Door de smeuïg geworden en sterk geurende kaas van binnenuit met een stuk brood “op te lepelen”,’ zo gaf de man mij als tip nog mee, ‘zorg je ervoor dat de wormen in de kaas blijven en de kaas dus steeds zachter wordt!’ En ik kan u beloven: samen met een goed glas rode wijn is deze kaas een waar genoegen. Voor wie ook verzetgevoelens jegens de Europese regelgeving koestert; het principe is heel eenvoudig. Laat een schapenkaas, die in een niet te hygiënische omgeving is gemaakt, te lang staan en zie aldaar: de wormen springen je tegemoet. ‘Niets Europa, niets Italië’ – roepen de wormen – ‘Sardinië, daar kun je goed eten!’ Freek Janssens

Casu marzu

Foto: Freek Janssens

Elke ochtend kijk je me diep in de ogen. En ik diep in jouw decolleté. Ik wil het niet, maar ik kan gewoon niet om je heen, zo prominent ben je aanwezig. En elke ochtend zie ik de mannen die voor mij lopen worstelen met hetzelfde dilemma. Kijken? Niet kijken? Toch maar even gluren, stiekem. Op zo'n moment voelt het net alsof ik een kijkje kan nemen in het geheime privéleven van zo'n man. Ik krijg altijd de meest ranzige fantasieën, waarin hij in het holst van de nacht in een duister hoekje op zolder films als ‘Butthole Sensations’ aan het kijken is. Dat flitst er dan door mijn hoofd op maandagochtend terwijl de ontbijt-resten nog vers tussen m'n tanden zitten. Het maakt me een beetje misselijk. En dat allemaal door jou, de billboardmevrouw op metrostation Waterlooplein.

Door Leonie Hosselet Computerbabe met glansspray

Ik kan niet zeggen dat ik haar aantrekkelijk vind. De moeilijke blik waarmee ze in de lens kijkt, wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de Houdini-achtige stoeipoeshouding waarin ze zich heeft geworsteld. Ze is niet écht, ze is van top tot teen gefotoshopt, hier is wat huid afgeknipt en ergens anders weer bijgeplakt, de glansspray is eroverheen gegaan... Het maakt haar een beetje angstaanjagend eigenlijk. Eén ding wil ik de computerbabe nog wel meegeven: ze slaat ergens op. Namelijk op de enorme mooie bilpartij die élke vrouw krijgt als ze zich in deze onderbroeken van merk x perst (wat natuurlijk Bedekte hoofden

Foto: yewenyi (creative commons)


Wat zijn eigenlijk de regels op het gebied van naakt in het straatbeeld? Bestaat er zoiets als een limiet aan het percentage vlees dat er te zien mag zijn? En hoe wordt dat dan gemeten? Is er misschien een speciale commissie ‘Bloot’ die gewapend met meetlint op pad gaat? In Nederland worden alle vormen van reclame in de gaten gehouden door de waakhonden van de Reclame Code Commissie. De Reclame Code is een reeks afspraken die zijn gemaakt omtrent wat wel en niet mag in reclames. Er staat echter weinig in wat expliciet gericht is op naakt in de reclame, behalve artikel 2: “Reclame mag niet in strijd zijn met het algemeen belang, de openbare orde of de goede zeden.” Wat al dan niet wordt beschouwd als in strijd met de goede zeden, wordt per zaak bekeken. De commissie werkt niet preventief maar start een onderzoek als er voldoende klachten binnen zijn. In de eerste instantie kan dus praktisch alles opgehangen worden.

Kauwgom op de borstjes

Hieruit blijkt duidelijk de moeilijke relatie tussen overheid en bedrijfsleven. Het eerste wil wel controle houden over het tweede, maar het toch niet tevéél in de weg zitten. Maar hoe zit het dan met kunstwerken, die vaak door de overheid gefinancierd worden? Aan blote beelden en schilderijen geen gebrek; ga naar een gemiddeld museum en de billen en borstpartijen vliegen je om de (rooie) oren. Maar veel mensen ervaren naakte kunst op straat heel anders dan naakt in reclame. Dit is ook wel goed te begrijpen, aangezien het tweede vaak lustopwekkend

bedoeld is, terwijl kunstenaars over het algemeen juist de rauwheid en de natuurlijkheid van het menselijk lichaam willen tonen. Deze reputatie kunnen ze mooi gebruiken om de wet zo nu en dan te omzeilen. Naaktloperij is verboden in Nederland, en toch werden de 2000 mensen die zich in 2007 uitkleedden in de Marnixstraat niet in de boeien geslagen. Ze poseerden namelijk voor de kunstenaar Spencer Tunick, die over de hele wereld naakte mensenmassa's fotografeert. Bij de dames in Amsterdam kwam daar (hoe kan het ook anders) een fiets aan te pas.

Poedelnaakte glorie

Dat ligt anders bij Roosje. Roosje is een project van de Europese Unie om de samenhang in de wijk Amsterdam Oud-West te bevorderen. Het idee was om hiertoe de buurt of te fleuren met een mooie muurschildering, geïnspireerd op een gedicht van de schrijver Van Lennep. Maar samenhang is ver te zoeken als het gaat om waardering van het kunstwerk. De één houdt nou eenmaal van een flinke bos schaamhaar op zijn muur en de ander heeft daar minder mee. Inderdaad, Roosje werd in haar volle poedelnaakte glorie neergezet. Op een plein waar veel moslims wonen. Zeg maar dag tegen je samenhang! De gemeente heeft zich er op een geniaal truttige manier vanaf gemaakt; de vagina van Roosje werd gecensureerd met blokjes. En de omwonenden kregen geld voor plantjes die ze voor hun raam konden zetten, om het uitzicht op de ongeschoren driehoek te verdoezelen. Zoals uit deze verhalen blijkt is naakt in de openbare ruimte nog altijd een veelbesproken issue. Het heeft ook veel te maken met de tijd waarin je leeft. Dat de Grieken en Romeinen niet vies waren van wat vlees is wel te zien aan alle naakte beelden die ze ons hebben nagelaten. Waar ze in de middeleeuwen dan weer niet blij mee waren, want toen was naakt taboe. Al die beelden kregen tijdelijk een uitgebeiteld blaadje voor hun edele delen. Misschien dat we over honderd jaar dus weer een stuk preutser zijn als nu. Misschien is mijn metromeisje dan nog wel terug te vinden in het digitale archief van de GVB, met twee eikenbladen van pixels over haar borsten.

Extra artikelen online

CUL maart 2009 - Naakt

Waakhonden

Toch leeft er wel een discussie over hoe ver naakt in openbaar tentoongestelde kunst mag gaan. In Barneveld werd recentelijk een debat georganiseerd omtrent naakt in de kunst. Daarbij kwam naar voren dat er in de gemeente welgeteld vijf beelden van naakte vrouwen staan, door de gemeenschap bekostigd. “Volwassenen zien dit beeld misschien niet eens als naakt, maar kinderen zien het wel,” uitte een Barneveldse moeder haar zorgen. “Zij plakken kauwgom op de borstjes.” De aanwezige SGP-er Dolf Lok voegde hier nog aan toe: “Er zit maar een flinterdun vlies tussen de zuivere esthetische intentie van de kunstenaar en de erotische beleving van de aanschouwer.” Waarschijnlijk bedoelde hij hiermee dat naakt mag, mits het niet als erotisch geïnterpreteerd kan worden. Maar wat dan te denken van het schilderij dat verplaatst is in het gemeentehuis van Huizen? Twee vrouwen huppelen in hun naakte niksie vrolijk door een jungle. Het lijkt eerder op een kindertekening dan op een erotisch tafereel. Maar na een aantal klachten heeft het gemeentehuis besloten het schilderij naar deel van het gebouw te verplaatsen dat minder door burgers bezocht wordt. Het schilderij is dus niet helemaal weggehaald, maar mensen kunnen zelf bepalen of ze ermee geconfronteerd willen worden of niet.

27

niet zo is, maar dat terzijde). Maar reclame en beeld zijn in ieder geval nog aan elkaar gelinkt. Dat is wat anders als het gaat om een nieuw radiostation, of een telefoonprovider met goedkope tarieven. Leg mij nou eens uit: wat is de boodschap die je wil meegeven aan mensen als je adverteert voor je radiozender met een plaatje van een vrouw die met bambi-ogen haar jasje aan het openritsen is? Misschien werkt naakt gewoon wel, reclame-technisch gezien. Maar hoe hard ik ook probeer, ik kan me de naam van onderbroek A, radiozender B en telefoonprovider C niet meer herinneren...


mario rutten

CUL maart 2009 - Naakt

“Ik ben nu drie weken terug in India maar wil eigenlijk zo snel mogelijk weer naar Londen,” zo vertelde Sohang (23 jaar) toen ik hem afgelopen december in zijn geboortedorp opzocht. Eind november had hij in Londen nog vol trots zijn ticket naar India laten zien. “Ik heb een enkele reis gekocht want ik ben niet van plan terug te komen,” zo benadrukte hij toen. “Ik heb genoeg van het soort werk dat ik in Londen moet doen en mis het sociale leven in India. Ik mis mijn familie en vooral ook mijn vrienden met wie ik een bedrijfje in aandelen had. We waren altijd samen, ook ’s avonds na het werk en in het weekend.” Drie weken later echter, te midden van zijn vrienden in hun kantoortje, vertelde hij dat hij zo snel mogelijk weer naar Londen terug wilde. Hoe had die omslag zo snel kunnen gebeuren? Sohang’s familie behoort tot de middenklasse in hun dorp. Zijn vader heeft een administratieve baan bij een bank, zijn moeder is huisvrouw, terwijl zijn zus nog studeert. Het gezin woont in twee kamers op de begane grond van een oud huis dat nog door Sohang’s overgrootvader is gebouwd. Hun grootste bezit is een stuk landbouwgrond dat vlak langs de nieuwe snelweg ligt en daardoor zeer

gewild is bij projectontwikkelaars. Een belangrijke reden voor Sohang om anderhalf jaar geleden naar Londen te gaan was om voldoende geld te verdienen om een nieuw huis voor zijn familie te kunnen laten bouwen, voorzien van alle luxe en een moderne inrichting. Samen met de verkoop van het stuk grond bij de snelweg hoopte hij dan genoeg geld te hebben voor het uithuwen van zijn zus en voor zijn eigen huwelijk, terwijl er waarschijnlijk nog geld over zou zijn voor een auto en een mooie aanvulling op het pensioen van zijn vader. Uiteindelijk bleek het allemaal heel anders uit te pakken. In Londen kon Sohang geen goed betaalde baan vinden en hield hij, door de hoge kosten van levensonderhoud, minder over dan hij had gehoopt. Uiteindelijk was hij door zeer zuinig te leven er in geslaagd met ongeveer 500.000 roepies (8.000 euro) spaargeld terug te keren naar zijn geboortedorp. Hij had gehoopt dat dit toch voldoende zou zijn om zijn plannen te verwezenlijken, vooral als zij het stuk land zouden verkopen en hij ook weer over de inkomsten uit zijn aandelenhandel zou kunnen beschikken. Door zijn sterke


CUL maart 2009 - Naakt

wonen. Maar ze wil niet luisteren, net als alle jongeren in India denkt zij dat Engeland het paradijs is.” Een week na mijn eerste bezoek zocht ik Sohang nog een keer op in zijn dorp om afscheid van hem en zijn familie te nemen voor ik terug naar Nederland ging. Tot mijn verbazing bleken zijn plannen weer gewijzigd te zijn. Opgelucht vertelde hij dat ze waarschijnlijk toch een koper voor hun stuk grond hadden gevonden en dat hij daarom niet naar Londen terug zou gaan maar in India zou blijven. “Ik heb nu genoeg geld voor een mooi huis, voor het huwelijk van mijn zus, voor mijn eigen huwelijk, voor een auto en voor alles wat ik verder nog wil doen. Ik hoef gelukkig niet meer terug naar Londen want ik zou daar alleen heen gaan om geld te verdienen en dat is niet meer nodig.” Toen ik hem aangaf dat hij toch wel erg snel van gedachten verandert, zei hij: “Ik verander niet iedere week van gedachten, maar vaak iedere dag of soms zelfs ieder uur.” Vier weken later bleek het inderdaad weer helemaal anders te liggen. Terug in Nederland probeerde ik met Sohang contact te leggen via email en telefoon, maar zonder succes. Net toen ik me begon af te vragen wat er was gebeurd hoorde ik via een van zijn vrienden dat hij weer terug is in Londen. Aan de telefoon vertelt Sohang dat hij zijn stuk grond toch niet heeft kunnen verkopen en daarop besloten heeft alsnog naar Londen terug te gaan. Hij heeft nog een half jaar visum over, maar mag officieel niet meer werken in Engeland. Via vrienden is hij op zoek naar ‘zwart werk’. Half maart ga ik weer naar Londen en hoop Sohang te ontmoeten. Ik ben benieuwd hoe het dan met hem gaat.

29

drang om zo snel mogelijk naar India terug te gaan, bleek Sohang geen rekening te hebben gehouden met het feit dat de gevolgen van de wereldwijde kredietcrisis ook zijn geboortedorp hadden bereikt. “In Londen hoorde ik natuurlijk wel over de kredietcrisis, maar had ik er weinig last van”, zo vertelde hij. “Ik verdiende niet veel, maar het was wel een vast bedrag per maand. Ik was zo blij dat ik weer naar huis zou gaan dat ik dacht dat het allemaal wel mee zou vallen en dat ik mijn oude leventje weer zou kunnen oppakken. De afgelopen drie weken ben ik erachter gekomen dat de aandelenhandel echt volledig is ingestort. En nu blijkt het ook nog erg moeilijk te zijn om ons stuk grond bij de snelweg te verkopen. Een paar maanden geleden wilden projectontwikkelaars er nog heel veel voor betalen., maar door de kredietcrisis durven ze het niet meer aan. Ze zeggen dat als ze daar nu huizen zouden bouwen het zeer onzeker is of ze die wel kunnen verkopen. Daarom ga ik weer terug naar Londen. Ik zie er niet naar uit maar heb geen keuze.” Sohang’s ouders gaven aan bedroefd te zijn hem weer te moeten laten gaan en bleken geen idee te hebben van het harde leven dat hem in Londen te wachten staat. “Als ik mijn ouders vanuit Londen belde vertelde ik altijd dat het goed met me ging en dat ik het naar mijn zin had. Het had geen zin ze ongerust te maken door over mijn problemen te praten. Als ze vroegen of ik goed at, zei ik altijd dat ik net had gegeten, terwijl ik misschien die hele dag nog geen echte maaltijd had gehad maar alleen een paar boterhammen.” Tegen zijn jongere zus vertelde Sohang wel meer over zijn problemen in Londen sinds hij terug was in India. “Mijn zus wil heel graag naar Engeland, ze denkt dat het leven daar prachtig is en dat je veel geld kunt verdienen. Ik weet nu wel beter en vertel haar dat Engeland helemaal niet zo mooi is en dat mensen zoals wij daar laag geschoold werk moeten doen, weinig geld verdienen en met zijn twaalven in een klein huis moeten


"Poverty is but the worst form of violence" Mahatma Gandhi1

Door Nathalie Sala Wat is de verhouding tussen de inkomens van de drie rijkste mensen van de wereld en de opgetelde BNP’s van een groot deel van diezelfde wereld? Hoe verhouden zich de kosten om iedereen van voldoende voedsel, drinken en medische zorg te voorzien tot de uitgaven aan parfum in Engeland en Amerik? Er bestaan vele statistieken, even indrukwekkend als creatief, die de ongelijke verdeling van middelen in kwantitatieve indexen vervatten2. Het vestigt de aandacht op een ondemocratische realiteit en vraagt om een blik gericht op de multi-dimensionale, kwalitatieve, relatieve en sociale aspecten van het verschijnsel armoede. Armoede opvatten als conflict geeft inzicht in de achterliggende structuren door een focus op de betrokkenen, hun belangen en de machtsverhoudingen. In dit artikel worden conflicttheorieën geïntegreerd met de methode van de critical theory; de gangbare discoursen rondom armoede zoals gevoerd door onder andere economen, sociologen en antropologen worden geanalyseerd. We zullen hierbij zien dat het dominante discours berust op a-morele aannames.

Van tegenargumenten naar een tegen-discours In conflicten met een asymmetrische machtsverhouding tussen de betrokken partijen loont het de moeite om het discours te doorzoeken op hegemonische5 en ideologische elementen die een gerichtheid op een emancipatoir proces in de weg staan. De theorie van Vivian Jabri (discourse on violence) biedt deze mogelijkheid6. Jabri stelt dat de gangbare discoursen ontmanteld dienen te worden door een focus op de institutionalized power relations, social roles and diurnal routines that shape them. Volgens Jabri is er sprake van dominante modes of discoursedie de bestaande situatie tot een gegeven maken. Ter illustratie kunnen we kijken naar een studie van de antropologe Nancy Scheper-Huges, die laat zien hoe in Bom Jesus da Mata de bevolking via regeringspropaganda en medici er van overtuigd wordt dat hun probleem niet de armoede of de honger is maar dat ze lijden aan het nervoso-syndroom, een psychische aandoening waarvoor zij medicijnen krijgen7. Het collectieve probleem van de armoede en honger wordt door de staat ‘succesvol’ vertaalt naar een individuele ziekte: het honger- en armoede-discours dat door de bevolking werd gevoerd is in de loop der jaren vervangen door het nervosodiscours en het schammele inkomen wordt besteed aan medicijnen. Jabri spreekt over de constructie van exclusionist identities via discourses that reify particular ways of knowing. In Bom Jesus zien we dit terug in het uitdragen van het idee dat de armen daadwerkelijk minder waard zijn. Er wordt duidelijk gemaakt dat zij ziek zijn omdat zij van zichzelf zwakke mensen zijn. Met deze vertaling is welhaast iedere kans op verzet vanuit het volk tegen zijn achterstelling gebroken: men ervaart zich niet als achtergesteld maar als minder mens, die het vanzelfsprekend niet ver schopt. Jabri stelt dat in zo’n situatie het geven van tegenargumenten, first order disagreements,(in de casus zou dat kunnen gaan om een pleidooi voor gratis medicatie) betekent meedoen met de hegemoon en je plaatsen binnen een oneigenlijk discours. Als het gaat om armoede is er een asymmetrische machtsverhouding; met tegenargumenten is de strijd op geen enkele manier in het voordeel van de underdog te beslechten. De underdogheeft geen schijn van kans om winst te behalen, tenzij de algehele structuur waarbinnen men zich tot elkaar verhoudt verandert8. Aangezien de ‘top dog’ vaak handelt uit economisch winstbejag wordt de aanwezige macht zelden constructief ingezet. Jabri ziet een oplossing in het voeren van een inhoudelijk, emancipatoir tegen-discours waarin de bestaande situatie vrij van dominantie ter discussie wordt gesteld (Jabri gebruikt hiervoor Habermas).

30

CUL maart 2009 - Naakt

De stem van de underdog: "At least they'll know that we know"3 Mali, Bamako. Vertegenwoordigers van de Afrikaanse bevolking voeren een proces tegen de Wereld Bank en het IMF. Deze instanties worden in emotionele getuigenissen verantwoordelijk gesteld voor een groot deel van Afrika’s ellende. In de film Bamakowekt Abderrahmane Sissako het onmogelijke tot leven; er bestaat geen rechtbank waar de macht van de sterksten aangeklaagd kan worden. Sissako gaat het niet om de schuldvraag maar om"denouncing the fact that the predicament of hundreds of millions of people is the result of policies that have been decided outside their universe. You find this idea in a statement given by one of the witnesses, who refuses to accept that poverty is the main feature of Africa: no, she says, Africa is rather a victim of its wealth!"Sissako belicht hoe de Wereldbank privatisering van Afrikaanse staatsbedrijven als voorwaarde stelt voor een lening; het zijn hierbij de Westerse multinationals die de bedrijven overnemen, zij bieden de hoogste prijs. Daarbij is het een kleine lokale elite die wint bij de gemaakte financieringsafspraken4. Sissako wijst ons met zijn film op de omstreden dubbelrol van de instanties die een leidende rol hebben in het definiëren en oplossen van het armoedeprobleem.


31

Richting een oplossing: transformatie Van een conflict is sprake als er daadwerkelijke of ervaren verschillen bestaan in belangen tussen tegenover elkaar staande personen, groepen of instituties18. Of we met een conflictsituatie constructief omgaan is een keuze, vaak gebaseerd op gewoonte en centreert zich rondom concern for Selfdanwel concern for Other19. De mogelijkheden op deze schaal zijn: volhouden/ drammen: geen rekening met de ander houden; toegeven aan de wensen van de ander; conflict vermijden, terugtrekken; compromis tussen eigen belangen en die van de ander; prioriteit aan zowel eigen belangen als die van de ander, daadwerkelijk het probleem oplossen via transformation. Binnen de armoedeproblematiek lijkt er sprake van een partij die de nonchalance op kan brengen om weinig rekening te houden met de ander en van een partij die niet in staat lijkt om de eigen belangen volwaardig te laten tellen. Macht betekent kracht. Het is een keuze of je deze kracht destructief of constructief inzet. Rondom armoede worden de economische krachten, die het in zich hebben om productief te zijn, met ruimte voor onderhandeling en compromis, op destructieve wijze misbruikt. Er is weinig ruimte voor de transformatieve krachten die gericht zijn op het vinden van lange termijn oplossingen20. De cultuur rondom armoede dient te veranderen, houdingen en gedrag dienen te worden getransformeerd. Galtung benoemt in zijn conflictmodel21 het houdingsaspect. Hieronder vallen ethische kwesties als het denken over verantwoordelijkheid, het beleven van een situatie als (on)rechtvaardig, het invullen van de schuldvraag. Het houdingsaspect heeft een belangrijke rol in het voortbestaan van armoede. Op het cognitieve vlak is er sprake van ontwikkelde negatieve stereotypen die leiden tot het onhelpbaar verklaren van de ander. Omdat men geen condooms gebruikt, omdat men burgeroorlogen blijft voeren, omdat men nu eenmaal op waardeloze grond woont etc. In het discours wordt deze visie onder andere verwoord door Pogge en in het voorbeeld van de Nervoso. Op het emotieve vlak spelen angst (we kunnen het vast niet allemaal goed hebben; straks ontstaan er teveel machtige blokken), en verbitterdheid (het probleem is toch niet op te lossen, we proberen het al zolang) een rol. Galtung onderscheid ook het gedragsaspect. Het gedragsaspect kenmerkt zich door bedreigingen, tegenwerking en destructieve aanvallen. Het vooropstellen van economische en politieke belangen door overheden en het soms genadeloze handelen van multinationals is destructieve gedrag met ernstige gevolgen.

CUL maart 2009 - Naakt

If you are part of the solution, they might think you are not part of the problem: moral loopholes Wie zijn nu de partijen in het armoedeconflict? In de dominante geconstrueerde realiteit is er alle ruimte voor moral loopholes9. Het heersende beeld is dat we allemaal, op enkele corrupte warlords na, aan dezelfde kant staan. Ik waag een poging om onze armoede-realiteit te deconstrueren. Een eerste stap is het kijken naar de betrokken partijen om zo het systeem rondom het conflict in kaart te brengen. Ten aanzien van armoede is vanuit de drain theoryte betogen dat in de casus ‘Afrika’ de core parties10 de ‘uitbuiters’ zijn tegenover ‘zij die uitgebuit worden’. Maar: kijken we hierbij transnationaal of nationaal, naar regeringen of naar multinationals? Waar plaatsen we de westerse consument, waar de NGO’s? De economen zijn oppermachtig in het armoedediscours. Denk aan Jeffrey Sachs of aan C.K. Prahalad die pleit voor inclusive capitalism11. Hij roept bedrijven op om de allerarmsten, the bottom of the piramid, niet te zien als kansloos maar als consument12. Prahalad spreekt hier de multinationals aan als schuldige in het niet bedienen van de kanslozen als consument.Het mag duidelijk zijn dat de cash flowvan arme landen naar rijke landen hiermee niet wordt omgedraaid. Er zij ook economen die hun kennis gebruiken om een bijdrage te leveren aan wat Jabri noemt de 'ontmanteling van het hegemonische discours'. Eelco Fortuin, oprichter van de campagne- en lobbyorganisatie Fairfood laat zien dat de institutionele uitgangspunten van het huidige rechtsysteem en het economische bedrijf in hoge mate unfairzijn en dat machtsposities worden misbruikt13. Fortuin spreekt de multinationals aan op hun verantwoordelijkheid zich te houden aan wetten en regels die de exploitatielanden beschermen. Een tweede partij die wordt onderscheiden zijn de Nederlandse- en Europese wet- en regelgevende instanties. Zij zijn verantwoordelijk voor het creëren van de bestaande situatie waarbij er absoluut geen sprake is van een eerlijke en gelijke toegang tot Europese markten (bijvoorbeeld de invoerheffingen op het eindproduct koffie of de landbouwsubsidies). Tot slot maakt Fortuin ons als consument onderdeel van het conflict. Fortuin spreekt ons aan op onze individuele verantwoordelijkheid en onze mogelijkheid tot het maken van een faire keuze. Waarom maken we deze keuze niet? Thomas Pogge (socioloog/filosoof/ethicus) betoogt dat we de morele structuren die zijn aangelegd in de westerse samenleving moeten herzien. Hij analyseert de situatie in termen van moral loopholes. Pogge laat op basis van een historisch materialistisch argument zien dat wat zich de afgelopen twee eeuwen voordeed als morele groei (bijvoorbeeld de veroordeling van kolonialisme) een sterke economische grond heeft: Our shifting morality merely trails the shifting interests of those who own capital, technologies, land and natural resources. Any protection and relief moral norms afford the weak and the poor is merely incidental14. Eén van de contraproductieve elementen is dat we verschillende standaarden hanteren voor degene die binnen onze comfortabele grens vallen en voor de mensen die daar buiten vallen15. We ervaren zwaarder wegende verplichtingen ten opzichte van de mensen die onderdeel zijn van een overeengekomen of associatieve groep. Onethisch gedrag lijkt veroorloofd tegen wie daar buiten valt, omdat met ‘buitenstaanders’ geen morele relatie wordt beleeft. Een ander element is dat we ons los kunnen koppelen van onze ethische beleving doordat we de verantwoordelijkheid uit handen geven aan de multinational, de overheid en de rechtspraak. Antropologe Green besteed vanuit sociaal-antropologisch perspectief aandacht aan de politieke implicaties van de gangbare classificaties16. Armoede, als targetbinnen de internationale ontwikkelingshulp, is een sociale constructie die ingevuld wordt afhankelijk van "the perspective of those charged with its assessment". Met de argumenten die Green geeft kunnen we stellen dat de homogenisering van armoede17 en het zoeken van de oplossing in economische groei verbloemd dat het huidige economische systeem voor een groot deel de situatie veroorzaakt en in stand houdt.


Conclusie De oorzaak van economische armoede in delen van de wereld is terug te voeren op een morele armoede in andere delen van de wereld. We hebben gezien dat er sprake is van een hardnekkig a-moreel percipiëren van de werkelijkheid. De mensheid is schuldig aan wat het zijn eigen soort aandoet, zich verschuilend achter economische en politieke structuren, achter comfortabele ideeën over de groep waar broederschap betrekking op heeft. Economische, politieke en juridische systemen die als functie lijken te hebben het uitoefenen en rechtvaardigen van uitbuiting worden verder uitgebouwd. Binnen de huidige rechterlijke en economische structuur zijn er geen handreikingen tot een werkelijke, structurele oplossing; zogenoemde oplossingen zijn tegenargumenten binnen een ideologisch discours waarbij beschikbare krachten destructief worden ingezet. Dwars door alle wetenschappelijke en geografische grenzen heen dient een daadwerkelijk tegen-discours gevoerd te worden; een discours dat niet gaat over armoede maar over gelijkheid in verscheidenheid. Ruggeri e.a.22 geven een overzicht van belangrijke benaderingen van de armoedeproblematiek en noemen onder andere de social exclusion en departicipatory approach. De gerichtheid op sociale uitsluiting richt onze blik op de instituties en de processen, op machtsverhoudingen. De participatory aproachis gericht op political inclusionen deelname van ‘de armen’ aan het beleidsdebat. Een combinatie van beide benaderingen kan input leveren voor een emancipatoir tegen-discours.

32

CUL maart 2009 - Naakt

1 http://www.brainyquote.com/quotes/quotes/m/mohandasga150720.html 2 In de gebruikte literatuur zijn zulke vergelijkingen opgenomen: Pogge p. 2/3, Badiou p. 44/45, of in het werk van Jeffrey Sachs, een succesvolle armoedemakelaar, de diverse ‘maps’ 3 http://www.bamako-film.com 4 http://www.bamako-film.com/index.php?realisateur&lang=en 5 Met hegemonie bedoelen we die situaties waarin de macht van de politieke, economische en religieuze instituties gebaseerd is op ideologieën die de mens verblinden en weerhouden van emancipatie in de breedste zin van het woord. Het begrip hegemonie wordt zo gehanteerd volgens de definitie van Gramsci en is verbonden met een aspect van machtsuitoefening en machtsbehoud door het creëren van een common sense opvatting over de bestaande situatie, welke verzet uitsluit. De vanuit de machthebbers/ gezagsdragers beoogde rol van de diverse (wetenschappelijke) disciplines is om in hun discours deze denkbeelden te verstevigen. 6 Jabri, V. 1996 Discorse on Violence, zoals besproken in Ramsbotham. O., Woodhouse, T., Miall, H. 2005 Contemporary Conflict Resolution. The prevention, management and transformation of deadly conflicts. Cambridge: Polity Press, 295-298 7 Scheper-Hughes, N. 1992,. 170-175Death without weeping. The Violence of Everyday Live in Brazil. Berkley, Los Angeles, London: University of California Press 8 Ramsbotham. O., Woodhouse, T., Miall, H., 21-22 9 Pogge, T.W. 2002, 72. World Poverty and Human Rights. Cosmopolitan Responsibilities and Reforms. Cambridge: Polity Press / Oxford: Blackwell Publishers Ltd 10 Ramsbotham. O., Woodhouse, T., Miall, H., 25 11 Voor achtergrondinformatie en diverse documentaires, o.a. over Prahalad en Sachs zie http://www.vpro.nl/programma/tegenlicht/dossiers/35107230/ 12 http://www.vpro.nl/programma/tegenlicht/afleveringen/34860490/ 13 http://www.fairfood.org/algemeen/ 14 Pogge, 4 15 Pogge, 76 16 Green, M. 2006, 1113-1114. Representing Poverty and Attacking Representations: Perspectives on Poverty from Social Anthropology. In: Journal of Development Studies, volume 42, nummer 7, oktober 2006, 1108-1129 17 Green, 1124 18 Frerks, G. 2007, 45. Conflict, Development and Discourse. In: Human Security and International Insecurity. ed. Frerks G. and Goldewijk, B. Wageningen: Academic Publishers 19 Ramsbotham e.a., 13-15 20 Ramsbotham e.a. 20 21 Ramsbotham e.a., 9-11, 18-19 22 Ruggeri, C. Laderchi, Saith, R., Stewart, F. 2003, 28, Does it matter that we don’t agree on the definition of poverty? A comparison of four approaches. Working Paper number 107. University of Oxford


5 maart tot 29 maart

Zaterdag 28 Maart 2009

Foto-expositie Loverboys

CLUB RASA

DJ Locombia, NOVALIMA en afterparty. Afro-Peruaanse hiphop en percussie Locatie: Rasa, Utrecht Info: www.rasa.nl Zondag 26 April 2009

28 maart tot 21 juni 2009

Silk stories

De kimono behoort tot het meest bekende culturele erfgoed van Japan. Ruim 120 kimono's, haori's (korte jasjes) en obi's (brede, brocaten ceintuurs) geven een overzicht van de Japanse mode in de periode 1900-1940. Locatie: Kunstal Rotterdam Info: www.kunsthal.nl T/m 10 mei 2009

De Exotische Mens (een naakte aanrader!)

Hoe primitieve mensen werden tentoongesteld aan het westen voor en na de tweede wereld oorlog. Locatie: Teylers museum, Haarlem Info: www.teylersmuseum.nl T/m 31 Mei 2009

The russian Schizorevolution. An exhibition that might have been Een tentoonstelling die de Russchische avant-garde in het begin jaren 90 van de vorige eeuw, probeert weer te geven Locatie: Marres, Maastricht Info: www.marres.org/ T/m mei 2009

Mythen & Riten

Oude en zeldzame collectie voorwerpen uit voormalig Nederlands Nieuw-Guinea. Locatie: Gemeente Musea, Delft Info: www.gemeentemusea-delft.nl T/m 23 augustus 2009

Music in Motion

De tentoonstelling brengt de muzikale routes van de wereld in beeld aan de hand van voorwerpen, film en geluid en speciale thema’s zoals: sleutelfiguren in de muziekgeschiedenis, de culturele wortels en betekenissen van muziek, belangrijke gebeurtenissen en instrumenten. Locatie: Museum Volkenkunde in leiden Info: www.rmv.nl

Orquesta Típica Fernández Fierro Spectaculair Tango-orkest. Locatie: Rasa, Utrecht Info: www.rasa.nl

De dag tegen het racisme

N.a.v de internationale dag tegen het racisme op 21 maart een gratis debat met onder andere Mohammed Rabbae, René Daanen, Francisco van Jole e.a. Locatie: Melkweg, Amsterdam Info: www.melkweg.nl Vrijdag 31 maart. Begin 11.00 uur

LASSA beroependag

Flamenco concert van internationale beroemdheid samen met haar broer. Een uitwisseling tussen twee eigen stijlen die samenkomen in de wervelende combinatie van moderne Flamenco en traditie. Locatie: Theater aan het Vrijthof Info: www.theateraanhetvrijthof.nl

Landelijke Samenwerking Studenten Antropologie (LaSSA) organiseert een beroependag. Op deze dag kun je antwoord krijgen op de vraag wat je nou allemaal kunt met de opleiding Antropologie na het behalen van een diploma. Op de beroependag zullen verschillende afgestudeerde antropologen komen vertellen hoe het hen vergaan is na hun studie en wat voor werk ze doen. Locatie: Leiden Info: djembe@fss.uu.nl

Zondag 19 April, 15:00 uur

1-5 April 2009

Woensdag 1 april 2009, 20:15 uur

Adela Campallo

Izaline Calister Trio

Een fusie tussen de traditionele muziek van het geboorte-eiland van de zangeres; Curaçao en jazz met Afro-Caribische invloeden. Locatie: Museum volkenkunde, Leiden Info: www.izalinecalister.com

UvA studenten tegen de NAVO

Debatten, blokkades en demonstraties tegen de NAVO. Locatie: Staatsburg Info: www.universitaireactivisten.nl Vrijdag 3 april 2009

Africalistas

WOMENSPEAK! Noreena Hertz

Zaterdag 23 Mei, 21:00

Maandag 20 april 2009, 20.15 uur

Luzazul

‘Haags debat aan de gracht’: Van wie is de onderklasse?

April-Mei 2009 Afrikaanse muziek in alle stijlen. Drie concerten: Orchestra Baobab, Salif Keita, Vieuz Farka Touré. Locatie: Melkweg Info: www.melkweg.nl

Opkomende Portugees-Nederlandse band met veel lovende kritiek en uitverkochte zalen. Locatie: Tuinzaal de Burcht, Leiden Info: www.Luzazul.nl

agenda

Expositie naar aanleiding van de gelijknamige vierdelige tv-documentaire van regisseur en fotograaf Roy Dames. Locatie: Melkweg Info: www.melkweg.nl

Zondag 22 maart 2009, vanaf 13.30 uur

Lezing van Noreena Hertz; kritisch, Brits econoom en activiste van JoodsIsraëlische afkomst. Locatie: Tumult, Utrecht Info: www.tumultdebat.nl

VVD-fractievoorzitter Mark Rutte en PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer debatteren over de fundamenten van hun partij. Gespreksleiding: Joost Oranje, chef politieke redactie van NRC Handelsblad. Locatie: Rode hoed, Amsterdam Info: www.derodehoed.nl

Door Femke Awater


De Opleidingscommissie (OC) is een adviesorgaan binnen de opleiding Culturele Antropologie. De commissie geeft gevraagd en ongevraagd advies over onderwijsgerelateerde onderwerpen en probeert onder andere door middel van evaluaties de kwaliteit van het onderwijs te bewaken. De OC bestaat uit vier docentleden: Oskar Verkaaik (voorzitter), Yolanda van Ede, Vincent de Rooij en Barak Kalir, en vier studentleden: Sanna Burggraaf, Mardjan Abidian, Willemijn Rijper en Laurie Dul.

Lieve antropologen!

De OC is in het nieuwe jaar weer fris van start gegaan. In deze nieuwsbrief: de acties rond de studentenevaluaties; de uitkomsten van de panelgesprekken; de herinvoering van de Bachelorscriptie en tot slot het afscheid van twee van onze inmiddels oud-leden, en het voorstellen van twee nieuwe leden. De afgelopen periode heeft de OC zich gebogen over de studentenevaluaties die jullie vorig jaar hebben ingevuld. Aan de hand van de uitkomsten van de evaluaties zijn via de opleidingsdirecteur enkele acties ondernomen die tot verbetering moeten leiden. We willen jullie bedanken voor het invullen van de evaluaties en tevens benadrukken dat deze van essentieel belang zijn om de kwaliteit van onze opleiding te behouden of zelfs te verbeteren.

Panelgesprekken

Bachelorscriptie

Tot voor kort konden studenten een paper dat geschreven werd binnen een themamodule presenteren als Bachelorscriptie. De OC vindt het vermogen van studenten om zelfstandig een scriptie te kunnen schrijven echter erg belangrijk, en na een advies van de OC is de verplichting tot het schrijven van de Bachelorscriptie weer ingevoerd. Tot slot willen we graag twee nieuwe leden voorstellen die de OC komen versterken. Als respectievelijk nieuw studentlid en docentlid zullen Laurie Dul en Barak Kalir de komende tijd hun diensten aan de OC bewijzen. Wij zijn erg blij met jullie komst! Bij het verwelkomen van nieuwe leden hoort ook altijd het afscheid nemen van andere leden. Wij bedanken studentlid Carlijn van de Meulenhof en docentlid Thijl Sunier hartelijk voor hun fantastische inzet voor de OC! Tot zover het nieuws over de OC. En: heb je een klacht, klop dan vooral bij ĂŠĂŠn van ons aan! Willemijn Rijper

oc

CUL maart 2009 - Naakt

Ook zijn door de OC, zoals jullie hebben kunnen lezen in de vorige nieuwsbrief, het afgelopen halfjaar panelgesprekken gehouden. Uit de panelgesprekken kwam naar voren dat studenten te weinig voorlichting over en begeleiding bij het kiezen van een studiepad krijgen. Vooral de keuze voor het keuzevak in het eerste semester van het tweede jaar en de oriĂŤntatieen themamodules blijken moeilijk. De OC bekijkt de mogelijkheden voor verbetering van het functioneren van onder andere de mentorgesprekken, tweedejaarsgesprekken en de inhoud en uitgave van de studiegids. Vakspecifiek werden een aantal mankementen duidelijk, met betrekking tot de grote hoeveelheid voorgeschreven literatuur tegenover de geringe verdieping, het ontbreken van werkgroepen of voldoende contacturen en het niet goed functioneren van werkgroepen en hoorcolleges waardoor de stof onvoldoende begrepen wordt. Tot slot worden er een aantal problemen geconstateerd bij de voorbereiding op de Master. Met conclusies wordt echter gewacht op de panelgesprekken met de Masterstudenten. De concrete acties die de OC zal ondernemen zullen in de volgende Cul aan jullie meegedeeld worden. We willen de deelnemers aan de panelgesprekken hartelijk bedanken, en we hopen volgend jaar weer op een mooie opkomst!


Op 12 februari was het dan zover. Kwakiutl organiseerde in samenwerking met Kleio, SES, Helios, Los Guiris, Maecenas en natuurlijk het Sociologisch Epicentrum het Roaring Twenties Gala in de Odeon. Met de schoenen gepoetst en de das gestrikt vertrok een roedel antropologen na de beruchte donderdagavond borrel richting de Odeon voor een avond vol stijlvol vermaak. Een jazzband oude stijl en een dj maakte het feest compleet en mening antropoloog is dan ook in zigzag vorm naar huis gereden. Er waren zelfs mensen die zich de volgende dag van de schoonheid van het interieur niks meer konden herinneren. Al met al een geslaagde avond. Volgend jaar weer?

Andere Blik over Religie en Populaire Cultuur 26 Maart

Houd het Spinhuis en je studentenmail in de gaten voor meer informatie!

Andere Blik 23 April LaSSA Weekend / Oxfam congres in Utrecht 8 / 9 Mei

CUL maart 2009 - Naakt

Studiereis ( valt in ) Eerste en Tweede week van Mei

kwakiutl

LaSSA staat voor landelijke samenwerking studenten antropologie. Dit samenwerkingsverband wordt gevormd door studieverenigingen antropologie uit het hele land, te weten Itiwana uit Leiden, Djembe uit Utrecht, Umoja uit Nijmegen en natuurlijk jullie eigen Kwakiutl uit Amsterdam. De LaSSA is 8 jaar geleden opgericht om studenten antropologie uit het hele land met elkaar in contact te brengen doormiddel van debatten, lezingen, informatiedagen en andere losse activiteiten. Naast leuk, zijn de activiteiten van de LaSSA vooral erg nuttig. Op 13 maart zal de jaarlijkse beroependag weer plaatsvinden, dit keer in Leiden. Je bent vast al meerdere keren geconfronteerd met de vraag: “Antropologie? Wat kun je daar eigenlijk mee worden?” Op de beroependag zullen een aantal afgestudeerde antropologen uit verschillende vakgebieden komen vertellen over hun werk en hoe zij daar met hulp van hun antropologische achtergrond in terecht zijn gekomen. De dag is gratis en voorzien van volledig verzorgde lunch en borrel. Je kunt je opgeven via infokwakiutl@gmail.com. De LaSSA organiseerde al eerder de workshop 'Antropoloog in het Publieke Debat' en zal in mei garant staan voor het LaSSA / Oxfam weekend in Utrecht.

Lezing en Boekpromotie Willem van Schendel ( i.s.m. Lotte Hoek ) 25 Maart

Het ‘Westen’ en het ‘Niet-Westen’, Culturele Antropologie en Sociologie, studenten en docenten komen samen op elke laatste donderdag van de maand bij De Andere Blik. In de Common Room van het Spinhuis worden op deze avonden interessante lezingen en actuele debatten besproken door deskundigen en een gemengd publiek. In de organisatie zitten onder andere Prof. Dr. Mario Rutten en Dr. Bart van Heerikhuizen en studenten zowel antropoloog als socioloog. Door deze brede bezetting zijn de avonden voor iedereen toegankelijk en boeiend!

Voor het komende semester hebben we weer actuele thema’s en inspirerende sprekers op het programma. Houd dus de posters in de Common Room, de studenten mails en de postvakjes goed in de gaten voor aankondigingen. We hopen je snel te zien op de laatste donderdag van de maand in het Spinhuis! Tetske


Ze ligt naast me in bed, naakt, met haar ogen dicht. Haar ademhaling is net iets te regelmatig om echt te zijn en haar glimlach te zuiver voor iemand die slaapt. Ze weet dat ik naar haar kijk, maar ze doet alsof ze slaapt en ik doe alsof ik niet weet dat ze weet dat ik naar haar kijk omdat ik denk dit is zo’n moment dat ik nooit zal vergeten en dat soort momenten zijn zeldzaam en worden door de kleinste dingen doorbroken. Zo houden we elkaar voor de gek. Hoewel we allebei veinsden dat dit voortkwam uit spontaniteit en toevalligheden, was alles van tevoren gepland en precies zo gelopen als we wilden. Van de schijnbaar oppervlakkige gesprekjes in de kroeg tot het moment dat ik in haar klaarkwam; alles was een vooraf bedachte strategie, en ik weet zeker dat ze de korte, intense kreun op het moment suprême voor de spiegel had geoefend en geperfectioneerd. En nu dat allemaal achter de rug is en we naast elkaar liggen en volgens onze planning nu een serieuze relatie gaan beginnen, krijg ik een angstaanjagende gedachte. We passen perfect bij elkaar. Misschien is het een ongezonde vorm van bindingsangst, misschien is het mijn eeuwige hang naar drama, maar ik voel een lichte misselijkheid opkomen. Dit gaat te goed. Ik moet hier weg. Want als ik nu niet ga, dan ga ik nooit meer. Dan zitten we aan elkaar vastgeketend, wordt ze een last die ik altijd met me mee zal dragen. Weer een vrijheid voorgoed kwijt. Vroeger, toen ik nog heel klein was, waren we op vakantie, in Frankrijk waarschijnlijk want daar waren vakanties vroeger. Ik lag in het gras met mijn hoofd op mijn gestrekte arm, pakte een slak op en trok het huisje van hem los. Dat huisje gooide ik zo ver als ik kon. “Zo,” zei de jongen, “nu ben je vrij.” Ik weet nog steeds niet of die slakken dan doodgingen.


16 * 3: Naakt