Issuu on Google+

78e jaargang, nr 2, april / mei 2008

de belgische diamantnijverheid Periodieke uitgave van het Syndikaat der Belgische Diamantnijverheid Periodical Publication of the Syndicate of the Belgian Diamond Industry

editoriaal

Verantwoordelijke uitgever Responsable editor Eduard Denckens Schupstraat 9/11 2018 Antwerpen

Redactie en Publiciteit Editorial Office and Publicity Secretariaat SBD Hoveniersstraat 22, 2018 Antwerpen Tel. : 03/233.11.29 - Fax : 03/227.46.30 e-mail: sbd@sbd.be

Realisatie Transintech Benedenstraat 91, 2880 Bornem Tel: 03/830.23.12 e-mail: transintech@skynet.be

Redactiecomité Editorial Board Eduard Denckens, Jos Heiremans, Linda Vancauwenberghe, Alfons Van Genechten, Yvan Verbraeck

Jaarabonnement Yearly subscription € 25 Voor de teksten zijn uitsluitend hun auteurs verantwoordelijk. Nadruk van teksten toegelaten mits uitdrukkelijke bronvermelding.

Drukkerij Ignace Wils NV, 2890 Sint-Amands

Alle Antwerpse diamantbewerkers in het bijzonder en diamantairs in het algemeen die op één of andere manier, dit wil zeggen rechtstreeks of onrechtstreeks, de boodschap van IsDMA-voorzitter Moti Ganz op de recentelijk gehouden ruwconferentie in Tel Aviv gehoord hebben, zouden zich er rekenschap van moeten geven dat het Belgische nationale motto ‘eendracht maakt macht’ meer dan ooit van toepassing is. De diamantwereld lijkt inderdaad voor een heel moeilijke periode te staan die, mutatis mutandis, kan vergeleken worden met wat een paar jaar geleden gebeurde toen het hamsteren van ruw met speculatieve bedoelingen menigeen aan de rand van het bankroet gebracht heeft. Deze keer lijkt het probleem niet uit het hamsteren van ruw te bestaan maar wel van geslepen goederen met speculeren als enige bedoeling. Dat is wat er inderdaad op dit ogenblik aan het gebeuren is en daar zijn er heel wat redenen voor, gaande van industriëlen die zich tegenover hun bedrijf verplicht voelen en mensen, die in de diamantproducerende landen nieuwe bedrijven openen, tot het aanleveren van te veel goederen aan verkopers op memo-basis om de verkoop te doen stijgen, zich daarbij geen rekenschap gevend van het feit dat de zogenaamde toename van de verkoop van geslepen in ketens en winkels alleen maar een illusie is en er bijgevolg toe bijdraagt dat de diamantbewerkers zichzelf misleiden. Elke bedrijfsbeslissing, die niet op echt sterke marktresultaten stoelt, is een mislukking en niettegenstaande alle goed nieuwsshows van


consultancybedrijven (die weten dat ze alleen betaald worden om goed nieuws te brengen) kunnen we dan ook slechts gedeeltelijk akkoord gaan met de woorden van de Diamond Trading Company, die door het persagentschap Reuters aangehaald worden, dat “dit jaar met een uitdagende Amerikaanse markt rekent, te wijten aan de vastgoedcrisis, terwijl de opkomende markten de vraag zullen opdrijven en zeldzame stenen hogere prijzen zullen halen.” Wij zijn meer geneigd om The Diamond Registry te geloven, die als insider de januari-nieuwbrief van Goldman Sachs citeert, zeggende dat “een recessie onvermijdeljk is”, terwijl een artikel in de New York Times aanhaalde dat “de achteruitgang een weerslag gehad heeft op kleinhandelaars zoals Tiffany’s, bij wie de aankopen in de categorie van 1.000 tot 10.000 dollar het zwaarst getroffen werden. De regering wil de economie helpen met een ‘stimulerend pakket’ van belastingverlagingen maar wij denken niet dat een paar honderd dollars meer in ieders zak de mensen naar de winkels zal laten lopen om dure juwelen te kopen.” In het daaropvolgende februarinummer bevestigde The Diamond Registry, die voorspelling door te zeggen dat “het zo goed als vast staat. We zitten volop in een recessie.” Er hebben zich al meerdere faillissementen voorgedaan, de verkoopketens doen het slecht en verleden jaar waren de berichten over de kerstverkopen maar zo en zo. Het ziet er dus naar uit dat Moti Ganz gelijk had toen hij op de conferentie in Israël voorspelde dat “de stijging van verkoop van geslepen in ketens en winkels een pure illusie is.” Geen bijzonder goed nieuws voor de diamantbewerkers die geslepen goederen opslaan, vooral niet omdat niemand weet hoelang die recessie zal duren. Bovendien begrijpen we het kinderlijke optimisme niet van mensen zoals managing director van de DTC, Varda Shine, en een heleboel anderen, die blijven herhalen dat “indien men naar de nieuwe consumentenmarkten in India en China kijkt zich daar een enorm grote vraagpool opent die duidelijke vormen aanneemt.” Wij zijn beslist de laatsten om de kansen te ontkennen die er daar binnen een heel, heel verre toekomst voor de diamantmarkt weggelegd zijn. Indien men echter naar de huidige toestand van de nationale industrie en economie van die landen kijkt kan er

2

natuurlijk geen twijfel over bestaan dat de algemene welstand er toeneemt maar men kan er evenmin aan twijfelen dat het nog heel, heel lang zal duren vooraleer de gewone mensen daar in staat zullen zijn en ‘bereid zullen gevonden worden’ om juwelen te kopen op de manier waarop die in WestEuropa en de Verenigde Staten gekocht worden, waar elke economische recessie dadelijk uitloopt op een sterke daling van de verkoop van diamantjuwelen. Intussen begrijpen we maar al te goed en bewonderen we de ethisch lofwaardige argumenten van de diamantindustriëlen, die zich tegenover hun bedrijven en arbeiders verplicht voelen. Het ligt echter voor de hand dat dit alleen zinvol is zolang het bedrijf echt kan overleven want het heeft voor niemand zin zich vast te klampen aan een bedrijf dat ten dode is opgeschreven. In dat laatste geval verliezen de arbeiders hun werk (en waarschijnlijk een deel geld) en verliest de eigenaar zijn geld op een manier die het niet meer mogelijk zal maken een nieuwe zaak op te starten. Ongeveer hetzelfde kan gezegd worden van de grenzeloze toelevering van goederen aan verkopers op memobasis omdat grenzeloos aanleveren uit angst om een klant te verliezen de zekerste weg vormt naar de afgrond van het bankroet. Al het voorafgaande brengt ons bij de eerste conclusie van Moti Ganz dat “het in het licht van het voorafgaande duidelijk is dat wij - industriëlen een proces financieren waarvan we het begin wel kennen maar waarvan de afloop totaal onbekend is. Elk ander bedrijf in de wereld trekt de kosten van financiering, bewerking en ruwe goederen van de verkopen af om de bottom line te berekenen, met andere woorden zijn winst. Op grond van die berekeningen neemt het bedrijf afgewogen beslissingen inzake verdere operaties. Wij - de diamantindustriëlen - worden aangespoord om tegen deze economische logica in te werken omdat we ons enerzijds aan onze bedrijven willen vastklampen en omdat we ons anderzijds aan de dictaten van de kleinhandelaars willen onderwerpen. Daarom maken wij - de diamantindustriëlen - geen winst. Indien die toestand blijft duren zal de ruwprijs uit de pan blijven swingen. De diamantproducenten zullen overdreven hoge prijzen blijven vragen en de


eigenaars van kleinhandelszaken zullen ons de prijzen, de voorwaarden en de winst blijven dicteren. Indien de ruwhandelaars zich verleid zouden voelen om de worden van Moti Ganz te interpreteren als een schitterend toekomstbeeld, kunnen we alleen maar zeggen dat hij naar het einde van zijn uiteenzetting toe hij vlug in een tweede conclusie duidelijk maakte dat volgens hem de enige manier om goed geld te verdienen erin bestaat de industriëlen zoveel mogelijk ruggensteun te verlenen. Spreker ging inderdaad verder met te zeggen dat “u nu ongetwijfeld zal vragen waarom de problemen van de diamantindustriëlen ons, de leiders van de staten die ruw produceren, zouden aanbelangen? (nvdr. en van de ruwhandelaars). Voor zover wij erbij betrokken zijn, zult u zeggen, is dit een ideale toestand. Wij produceren ruw, verkopen het via tenders of veilingen, halen prijzen waarvan we in het verleden nooit durfden dromen en onze winsten laten niets te wensen over.” Ja, maar nu komt de keerpunt in het verhaal: “Ruwe diamant bezit op zichzelf geen waarde. Ruwproducenten kunnen met hun stenen niets doen. Er zijn pogingen gedaan om er een handelsartikel van te maken om diamant zoals goud, koper, ijzer of koffie te kunnen behandelen. Die inspanningen zijn mislukt. Ruwe diamanten zijn geen cash-equivalents zoals metalen. De ruwe diamant kan niet zoals koffiebonen gebruikt worden. De ruwe diamant is alleen geld waard nadat hij geslepen is. Ik, de bewerker van ruw, ben de enige voor wie de ruwe diamant waarde heeft.

Alleen ik, de fabrikant, weet wat ik in handen heb en wat ik ermee kan doen. Opdat ik het ruw zou willen dat u produceert (en verkoopt) moet ik het op een regelmatige basis krijgen, volgens periodieke, vaste sorteringen. Alleen onder die voorwaarden kan ik mij verplicht voelen tegenover ketens en winkels en mij op een plan vastpinnen. Alleen op die manier kan ik garanderen dat het ruw dat u produceert (en verkoopt) iets waard is voor de klant in de winkel, en niet alleen in de handel tussen ons,” aldus Moti Ganz. Het is lang geleden dat wij zulke klare, duidelijke en precieze woorden hoorden, woorden die duidelijk maken dat zonder een sterke, efficiënte en vriendelijke samenwerking tussen handel en industrie er geen diamantmarkt kan bestaan. En wij kunnen alleen maar hopen dat die boodschap niet alleen in Israël gehoord werd maar ook in het Verre Oosten, in Afrika en vanzelfsprekend – en niet het minst - in Antwerpen. Waarom geen eind gemaakt aan de lichtzinnige en doelloze (want waardeloze) strijd tussen handel en industrie, waarom niet stoppen met geld en tijd verliezen met nooit eindigende processen over ideeën en principes, die nergens toe leiden en in de plaats daarvan samenwerken in het voordeel van de hele diamantwereld in het algemeen en van een mooie toekomst voor de Antwerpse diamantwereld, waar de beste ruwhandelaars de knapste en beste diamantfabrikanten die er ooit geweest zijn samenkomen? Laat ons nu beginnen. Eduard Denckens voorzitter SBD

éditorial Tous les industriels anversois du diamant en particulier et les diamantaires en général qui, d’une manière ou d’une autre, c’est-à-dire directement ou indirectement, ont entendu le message du président de l’IsDMA, Moti Ganz, lors de la récente conférence sur le brut qui s’est tenue à Tel Aviv, devraient bien se rendre compte de ce que la devise belge ‘L’Union fait la Force’ est plus que jamais d’actualité. Le monde diamantaire semble être en effet dans une période très difficile qui, mutatis mutandis, peut être comparée à ce qui

s’est passé il y a quelques années lorsque le stockage de brut avec des intentions spéculatives a poussé plus d’un au bord de la faillite. Cette fois, le problème ne semble pas provenir du stockage de brut, mais bien de marchandises taillées, avec la spéculation comme seul objectif. C’est en effet ce qui est en train de se produire actuellement, et il y a beaucoup de raisons pour cela, allant d’industriels qui se sentent obligés vis-à-vis de leur entreprise, et de gens qui ouvrent de nouvelles entreprises dans

3


E.Tdsffo

Difdl!gps!obuvsbm!boe! opu!IQIU.dpmpvs.foibodfe!ejbnpoet Dpmpvs;!E!up!K Qpmjtife!ejbnpoet;!1/3du!up!21du Cbuufsz!ps!Nbjot!Qpxfsfe! Qpdlfu!tj{f;!5!Y!6!Y!26!dn

>H:7djm[hf ;gk_fc[dj HVaZhD[ÒXZ =dkZc^ZghhigVVi'' 7:'%&-6cilZgeZc!7Za\^jb iZa/ ('%('''%*** [Vm/ ('%('''%**. Zfj^ebZci5]gY#WZ hVaZh5XdbY^Vb#Xdb

lll#XdbY^Vb#Xdb lll#]gY#WZ 4


les pays producteurs de diamants, jusqu’à la livraison de trop de marchandises à des vendeurs sur base memo afin de faire augmenter les ventes; mais ils ne se rendent pas compte du fait que la soi-disant augmentation de la vente des marchandises taillées dans les chaînes et les magasins n’est qu’une illusion et qu’en fin de compte, elle contribue à ce que les industriels du diamant se trompent eux-mêmes. Toute décision de la direction qui n’est pas basée sur de bons résultats de marché est un échec et nonobstant tous les bons shows de nouvelles d’entreprises de consultance (qui savent qu’elles ne sont payées que pour apporter de bonnes nouvelles), nous ne pouvons qu’être partiellement d’accord avec les paroles de la Diamond Trading Company qui ont été reprises par Reuters: «Cette année compte sur un marché américain plein de défis étant donné la crise de l’immobilier, tandis que les marchés en croissance feront augmenter la demande, et que les pierres rares obtiendront des prix plus élevés.» Nous croyons plus volontiers The Diamond Registry qui, en tant qu’initié, cite la lettre de janvier de Goldman Sachs qui dit qu’ «une récession est inévitable»; et un article du New York Times déclare que «le recul a eu des conséquences sur les détaillants comme Tiffany qui ont été les plus touchés dans les ventes de la catégorie de 1.000 à 10.000 dollars. Le gouvernement veut aider l’économie à l’aide d’un ‘paquet de stimulants’ de réduction des impôts, mais nous ne croyons pas que quelques centaines de dollars en plus dans la poche feront en sorte que les gens courront vers les magasins pour acheter des bijoux chers». Dans le numéro suivant de février, The Diamond Registry confirme cette prévision en disant que «c’est très clair. Nous sommes en plein dans une récession. Il y a déjà eu plusieurs faillites, les chaînes de ventes font de mauvaises affaires et l’an dernier, les résultats des ventes de Noël n’ont pas été fameux.» Il semble donc que Moti Ganz avait raison lorsqu’il prédit à la conférence en Israël que «l’augmentation de la vente de marchandises taillées dans les chaînes et dans les magasins est une pure illusion.» Voilà de bien mauvaises nouvelles pour les industriels du diamant qui stockent des marchandises taillées, surtout parce que personne ne sait combien de temps durera la récession. En outre, nous ne comprenons pas l’optimisme enfantin de gens comme le managing director de la DTC, Varda Shine, et de beaucoup d’autres, qui continuent à répéter que «si l’on regarde les nouveaux marchés de consommateurs en Inde et en Chine, il y a là une énorme demande qui prend bien forme.» Nous sommes les derniers à nier qu’il y a des chances pour le marché diamantaire dans un avenir très lointain. Mais si l’on regarde la situation actuelle de l’industrie et de l’économie nationales de ces pays, il n’y a effectivement aucun doute que la situation générale s’améliore, mais il ne fait non plus aucun doute qu’il faudra encore un très long temps avant que les simples gens seront en mesure et surtout ‘prêts’ à acheter des bijoux comme cela se fait en Europe occidentale et aux Etats-Unis, où toute récession économique déclenche immédiatement une forte réduction de la vente de bijoux diamantaires. Par ailleurs, nous ne comprenons que trop bien et admirons les arguments éthiquement louables des industriels diamantaires qui se sentent obligés vis-à-vis de leurs entreprises et ouvriers. Il est toutefois évident que tout cela n’a de sens que tant que

l’entreprise peut effectivement survivre, car il n’y a aucun intérêt pour personne de se cramponner à une entreprise condamnée à mort. Dans ce cas, les ouvriers perdent leur emploi (et sans doute aussi de l’argent) et le propriétaire perd son argent d’une manière qui ne lui permettra pas de commencer une nouvelle affaire. On peut dire à peu près la même chose de livraisons de marchandises illimitées en mémo à des vendeurs, car livrer en masse par peur de perdre un client est la voie la plus sûre vers les abysses de la faillite. Tout ceci nous ramène à la première conclusion de Moti Ganz selon laquelle «à la lumière de ce qui précède, il est clair que nous, industriels, finançons un processus dont nous connaissons le début, mais dont l’issue est totalement inconnue. Toute autre entreprise dans le monde soustrait les coûts de financement, de travail et de marchandises brutes afin de calculer la bottom line, en d’autres mots son bénéfice. L’entreprise prend des décisions bien fondées en matière d’opérations ultérieures sur base de ces calculs. Nous, les industriels du diamant, sommes incités à travailler à l’encontre de cette logique industrielle parce que d’une part, nous voulons nous accrocher à nos entreprises, et parce que d’autre part, nous voulons nous soumettre aux diktats des petits commerçants. C’est la raison pour laquelle nous, les industriels du diamant, nous ne faisons pas de bénéfice. Si cette situation perdure, les prix du brut continueront à atteindre des sommets. Les producteurs de diamants continueront à demander des prix exagérés et les propriétaires de petits magasins continueront à nous dicter les prix, les conditions et le bénéfice. Si les négociants en marchandises brutes se sentent incités à interpréter les paroles de Moti Ganz comme une magnifique perspective d’avenir, nous ne pouvons que dire qu’à la fin de son exposé, il a rapidement déclaré dans une deuxième conclusion que selon lui, la seule manière de bien gagner de l’argent est de soutenir autant que possible les industriels. Et l’orateur de poursuivre en disant que «vous allez certainement demander pourquoi les problèmes des industriels du diamant nous intéresseraient, nous les responsables des pays producteurs de brut (ndlr.: et des négociants en brut). En ce qui nous concerne, pourriez-vous dire, c’est une situation idéale. Nous produisons du brut, le vendons par l’intermédiaire de tenders ou de ventes publiques, obtenons des prix dont nous n’aurions jamais osé rêver auparavant et nous ne nous plaignons pas de nos bénéfices.» Certes, mais voici le tournant de l’histoire. «Le diamant brut n’a pas de valeur en soi. Les producteurs de brut ne peuvent rien faire avec leurs pierres. Il y a eu des tentatives pour en faire un article commercial, pour traiter le diamant comme de l’or, du cuivre, de fer ou du café. Ces efforts ont échoué. Les diamants bruts ne sont pas des ‘cash-equivalents’ comme des métaux. Le diamant brut ne peut pas être utilisé comme des grains de café. Le diamant brut n’a de la valeur qu’après avoir été taillé. Moi qui travaille le brut, suis le seul pour qui le diamant brut a de la valeur. Moi seul, le fabricant, sais ce que j’ai en main et ce que je peux en faire. Afin de vouloir le brut que vous produisez (et vendez), je dois le recevoir de manière régulière, selon des tris périodiques et fixes. Ce n’est qu’à ces conditions que je peux me sentir obligé vis-à-vis de chaînes et de magasins et que je peux adhérer à un plan. Ce n’est que de

5


cette manière que je peux garantir que le brut que vous produisez (et vendez) a une certaine valeur pour le client dans le magasin, et pas seulement dans le commerce entre nous», devait encore déclarer Moti Ganz. Il y a longtemps que nous avons entendu des paroles aussi claires et précises, paroles qui montrent bien que sans une coopération forte, efficace et amicale entre le commerce et l’industrie, il ne peut y avoir de marché diamantaire. Et nous ne pouvons qu’espérer que ce message sera entendu non seulement en Israël mais aussi en Extrême-Orient, en Afrique et - bien entendu - surtout à Anvers.

Pourquoi ne pas mettre fin à la lutte frivole et inutile (car futile) entre le commerce et l’industrie, pourquoi ne pas arrêter de perdre du temps et de l‘argent avec des sempiternels procès sur les idées et les principes, qui ne mènent nulle part et au lieu de cela coopérer pour le bien de l’ensemble du monde diamantaire en général et d’un bel avenir pour le monde diamantaire anversois, où sont présents les meilleurs négociants en brut et les meilleurs fabricants qui aient existé? Commençons tout de suite. Eduard Denckens Président du SBD

editorial All Antwerp diamond manufacturers in particular and diamantaires in general, having heard in one way or another, i.e. directly or indirectly, the message of IsDMA president Moti Ganz at the recently held rough conference in Tel Aviv should realize that more than ever the Belgian national motto ‘United we are strong’ applies. The diamond world seems indeed to find itself before a very difficult period, mutatis mutandis to be compared with what happened some years ago, when hoarding rough with the aim of speculation has brought many a one at the verge of bankruptcy. This time, the problem seems not to be hoarding of rough but of polished goods with the sole aim of speculation. This is indeed what is happening actually, the reasons for it being numerous, going from manufacturers being committed to their factories and workers to the opening of new factories in diamond producing countries, supplying too much goods to stores on memo in order to increases sales, not realizing that the so-called increase in polished sales in chains and stores is a mere illusion and consequently to the fact that the diamond manufacturers are misleading themselves. Every management decision that is not based on a real strong market results is a failure and notwithstanding all the good news shows by consultancy companies (knowing that they are only paid for bringing good news) we can only but partly agree with press agency's Reuters citation of the Diamond Trading Company which “sees a challenging US market this year due to the housing crisis, whereas emerging markets will drive demand and rare stones will command higher prices.” We tend more to believe The Diamond Registry, being an insider and having in its January Bulletin quoted Goldman Sachs, saying that “a recession is inevitable” whereas a New York Times articles noted that “the downturn has impacted retailers like Tiffany, with purchases between $ 1,000 and 10,000 the hardest hit. The government wants to help the economy with a ‘stimulus package’ of tax rebates, but we don't think a few hundred dollars in everyone's pocket will make people run to buy expensive jewellery.” In its next February issue, The Diamond Registry confirmed this prediction by saying that “it is almost certain. We are in a recession. There

6

have already been several bankruptcies, the chain stores are doing poorly and last year there were reports of a so-so Christmas.” So it seems that Moti Ganz was right when predicting at the Israel conference that “the increase in polished sales in chains and stores is a mere illusion.” No particular good news for manufacturers hoarding polished goods, especially as nobody knows how long this recession will go on. Moreover, we do not understand the childish optimism of people like DTC managing director, Varda Shine, and a lot of others who continue to repeat that “if you look at the new consumer markets in India and China, there is a huge new demand pool that is coming into place.” We are certainly the last to deny the market opportunities for diamonds that will come into being there in a far, far future. Looking at the actual situation of the national industry and economy of these countries, there can of course be no doubt that wealth in general is rising but there can evenly be no doubt that it will still take a very, very long time before ordinary people there will be able ‘and willing’ to buy diamond jewellery in the way it is bought in Western Europe and in the United States, where every economic recession immediately results in a strong decline of selling diamond jewellery. In the meantime, we very well understand and greatly admire the ethic laudable argument of manufacturers being committed to their factories and workers. It goes however without saying that this does only make sense as long as the factory can really survive because there is no good for anybody in clinging to a factory financially sentenced to death. In the latter case, the workers loose their work (and probably a lot of money) and the owner looses his money in a way that he won't be able to restart a new business. More or less the same can be said as far as limitless supplying goods to stores on memo is concerned because limitless supplying out of fear to lose a client is the surest way towards the abyss of bankruptcy. Everything that has been said until now leads us to the first conclusion by Moti Gantz that “in the light of the above, it is clear that we - the manufacturers- are financing a process whose beginning we may know, but whose end is a complete unknown. Every other enterprise in the world subtracts the cost of financing, manufacturing and raw materials from sales


to get to the bottom line, their profit. According to this calculation, the company makes balanced decisions regarding further operations. We - the diamond manufacturers - are driven to operate against this economic logic, because we want to hold onto our factories on the one hand, and submit to the retailers dictate, on the other hand. Therefore, we - the diamond manufacturers - do not profit. If this situation continues, the price of the rough will continue to run wild. The diamond producers will continue demanding excessive prices, and the store owners will continue to dictate our prices, terms and profit. If the rough dealers might be tempted to interpret Moti Gantz's words as a splendid picture of their future, we can only but say that towards the end of his speech he quickly made in a second conclusion clear that for them the only way of making good money is by backing as much as possible the manufacturers. Speaker continued indeed by saying that “now, you will certainly ask, why the problems of diamond manufacturers should interest us, the leaders of rough producing states and mining companies (note of the redaction: and of the rough traders). As far as we are concerned, you'll say, this is an ideal situation. We produce rough, sell it in tenders or auctions, fetch prices we never dreamed of in the past, and our profit leaves nothing to complain about.” Yes, but… and here comes the crux: “The rough diamond has no value on its own. Rough producers can't do anything with their stones. There have been attempts to transform diamonds in a commodity, to treat the diamond like gold, copper, iron of coffee. These attempts have failed. Rough diamonds are not cash equivalents like metals. The rough diamond can not be used like coffee beans. The rough diamonds is worth money only after it has been polished. I, the rough manufacturer, are the only one for whom rough diamonds have value. Only I, the manufacturer, know what I am holding and what I can do with it. For me, to want the rough you produce (and sell) I must receive it on a regular basis, according to periodic, fixed sortings. Only under these conditions can I commit to chains and stores and adhere to a plan. Only thus can I guarantee that the rough you produce (and sell) will be worth something to the customer in the store, and not only in the trade between us,” so Moti Ganz. It is a long time ago, we heard such clear, plain and exact words, words making clear that without a strong, efficient and friendly cooperation between the trade and the industry, no diamond market can exist. And we can only but hope, that this message has not only been heard in Israel but also in the Far East, in Africa and not at least, of course, in Antwerp. Why not make an end to the futile and aimless (because senseless) battle between trade end industry, stop loosing money and time on never ending trials about ideas and principles leading nowhere and instead working together for the good of the whole diamond world in general and for a bright future for the Antwerp diamond world where the most qualified rough dealers meet the finest and best diamond manufacturers ever to be found. Let us start now. Eduard Denckens President SBD

ZEKER VERZEKERD

GROEPS- & BEDRIJFSVERZEKERINGEN CONTACT:

ann.theunis @finserve.be

7


International Rough Diamond Conference in Tel Aviv

Representatives of the world diamond trade and industry recently gathered in Tel Aviv for the Third Rough Diamond Conference. On this occasion, the renovated Harry Oppenheimer Diamond Museum was inaugurated with a display entitled ‘The Root of Diamonds’, showcasing the history of jewels mined in South Africa. The conference has taken place at a crucial time in the rough diamond supply chain and addressed in particular issues such as cooperation between rough manufacturers and traders with producers. Now follows a series of exclusive interviews by Sheryl Katz, Rachel Lieberman and Tali Ayalon with the most prominent speakers at the conference.

Example of a unified, professional approach International Diamond Manufacturers Association (IDMA) President Jeffrey Fischer said that the constant squeeze experienced by the cutting industry, which IDMA represents, was caused by overheated competition for rough, attempts to impress suppliers and a hunger to manufacture. “IDMA is trying to bring sanity to the situation,” he said, pointing to the Israeli Diamond Industry, as it is represented by the IDI, as an example to all other centers of a cohesive, professional approach to marketing the industry as one. Fischer said he hopes the industry will stop to take its own

F.l.t.r.: Ernie Blom, President WFDB; Gaetano Cavalieri, President CIBJO; Jeffrey Fischer, President IDMA; Avi Paz, President IDE and Shlomo Eshed, President IPSDE

pulse and act rationally. Although he expects the economy to improve, he believes there is a difficult first half year ahead. With reference to the Diamond Development Initiative (DDI), Fischer said the organization hopes to break the disorganized artisanal extraction industry in which over a million people are employed in non-gainful conditions and where there is very little hope for children to have a better life than their parents.

People with vision still have opportunities to succeed World Jewellery Center MD Bill Boyajian says that 110 topquality companies representing 19 different countries and all aspects of the jewelry industry have already signed letters of intent to buy property in the planned trade tower of the World Jewellery Center in Las Vegas. By June 2009, Boyajian expects the project to pass from its current pre-selling stage to signing purchasing agreements. The Center will take about 2.5-3 years to build and is expected to be completed by 2011. Boyajian said that with the US slowdown and a tough year ahead, the industry is in a transition period – a period that gives those with courage, cash and vision many opportunities.

There are more rough price adjustments ahead

IDMA President Jeffrey Fischer adressing the audience at the congress in Tel Aviv

8

DTC Managing Director Varda Shine said the first huge challenge facing the industry this year is the impact of the economic slowdown particularly in the US, even if this is not yet felt in the rough market.


Call for producers to work closely with the rest of the industry Ernie Blom, President of the WFDB, said that unless producers work in a symbiotic relationship with the rest of the industry to maximize gain from diamonds, global rough shortages in certain types of rough will worsen. Blom expressed concern at the global economic slowdown particularly in the US, but called China and India the bright stars. He advises WFDB members to regard Africa, which produces 65% of global rough, as a future rough source. Blom noted: “I am optimistic about the effectiveness of the WFDB Mark and I have seen tangible benefits, but there is a long way to go. When I took over presidency of the WFDB, my short term goals were to increase awareness and transparency of the WFDB and to add benefits for members. The fruits are evident in the WFDB Mark and the new bourses that have been coming on stream – the latest of which is Turkey – a major jewellery centre, and Australia.”

DTC Managing Director Varda Shine However, she noted: “There are other centers showing up as fascinating economic alternatives, such as Latin America.” Shine said the scarcity of rough is being driven by manufacturers chasing after rough and by those prepared to pay high prices to maintain or gain a market share. She noted: “There needs to be a shift in focus towards maximizing what we have, adding value, and using creativity. There is no better place than Israel’s diamond center which is high-tech, innovative and has many other attributes.” Shine said there could be more rough price adjustments, but that these will be based on the sustainability of polished prices.

WFDB President Ernie Blom during his speech

Latin America will become an important market for the diamond industry Varda Shine, Managing Director of DTC, said that 2008 will be an important and exciting year for the diamond industry. “It will be a year full of challenges, but exciting, nevertheless.” “Less rough will reach traditional polishing centers such as Israel, Belgium and the US. This is because the rough will be polished in southern Africa. This refers to top-quality rough, merchandise that it is economically viable for polishing in Africa. “But the companies that manufacture in southern Africa are in fact Israeli, Belgian and American.” Referring to Gareth Penny’s presentation from the day before she said: “Opportunities are opening up in new markets. In addition to China and India, Latin America will become a large market for diamond jewelry. We are already observing the effect of these markets on diamond jewelry.” Shine noted that these economies will become significant factors in the diamond jewelry industry. Shine stated that in the past there was only one parameter for the industry’s success – the amount of rough that could be ensured. The issue of profitability came later. “The key to success and profitability is the diamonds’ added value,” she stressed. She noted that Israel has a heritage of taking initiative, particularly in the diamond industry. Israelis have the vision and the ability to keep Israel at the forefront of the global diamond industry. In her lecture, Shine focused on the opportunity to turn a problem into an advantage. “If we maintain public demand, we can turn the shortage into success. At the end of the day, it all depends on the consumer.” In 2007, a 2.5%-3% increase in demand for diamond jewelry was recorded but in the year’s last quarter companies tried to reduce inventories due to their fear of recession. As a result, products were sold at very low prices and sales dropped. “In fact, those who sold luxury products and did not lower prices did better.” She added: “How do you trigger demand in the end consumer?

9


With innovation and creativity, forethought and a basic understanding of the consumer’s needs. If we continue to raise the standards as private enterprises and as an industry we will succeed in promoting the downstream businesses.” Referring to Moti Ganz’s speech, Shine said that the solution is not to push the diamonds to the stores, because diamond jewelry is sold for low prices, as we saw during the last holiday season. She claimed that there is no surplus stock in certain types of merchandise. She also noted that the gap between the diminishing supply of rough and the increasing demand for polished must be taken into consideration. Shine noted that the DTC’s pricing policy will be more dynamic in the coming years, with a constant eye to the market and prices. She stressed that rough prices will change more rapidly, mainly before large trade shows. However, she reiterated, the prices in all of the DTC marketing channels – in South America, Botswana, Namibia and London – will remain identical.

Africa’s Diamond Dream The term ‘beneficiation’ is heard a lot but what does it really mean and why is it so important to the diamond industry? DTC Managing Director, Varda Shine, explains what beneficiation means to her and why supporting this concept is a central plank in the DTC’s business strategy. Beneficiation, at its simplest level is about sustainability and refers to downstream activities in the countries where diamonds are mined that add value to the locally-sourced rough diamonds. This includes the process of sorting and valuing rough diamonds, their subsequent cutting and polishing, and the manufacture of diamond jewellery. While this definition is technically correct, it does not capture the spirit of beneficiation and what it means to the DTC.

CIBJO President Gaetano Cavalieri

10

IsDMA President Moti Ganz adressing the audience at the International Rough Conference in Tel Aviv Beneficiation is about a partnership with the Governments and people of those countries where diamonds are mined. It is a partnership that is founded on an understanding of the economic and social priorities of these nations and an appreciation of their legitimate desire to use their diamond resources to build sustainable downstream industries. But I believe the impact of beneficiation goes much further than the immediate diamond industry. It can bring more than inward investment in terms of cutting and polishing factories and in the jobs these bring. If we look at the most recent examples of Botswana and Namibia, we can see that the location of factories in these countries will also have an impact on the banking sector, the IT sector and the security industry in these nations, to name a few. Additionally, DTC Sightholders that have invested in these pro-

SBD President Eduard Denckens and his wife at the International Rough Conference in Tel Aviv


View at the conference venue in Tel Aviv

ducing countries are also supporting a significant skills transfer, not just in terms of cutting and polishing skills but also management, marketing and other expertise needed to run a successful cutting and polishing business.

IDMA to advance all-industry generic diamond promotion campaign Antwerp The International Diamond Manufacturers Association (IDMA) issued a statement, decrying the lack of a cohesive and comprehensive generic diamond promotion, and expressing its readiness to coordinate such a program on behalf of the industry. The statement came after members of the International Diamond Manufacturers Association (IDMA) met for a two-day strategic review retreat in Israel following the Third Rough Diamond Conference held in Tel Aviv, February 11-12. Speaking following the meeting, IDMA President Jeffrey Fischer said that, as the industry shifts to a demand driven model, IDMA has identified the lack of cohesive and comprehensive generic diamond promotion in the consumer market as a short-sighted failing on the part of the industry. " IDMA has resolved that it will take a leadership role in developing specific proposals to help remedy this situation. IDMA is calling upon all stakeholders to assemble with the express purpose of creating an on-going industry-wide generic diamond promotion campaign. IDMA offers to act as the coordinator of this 'summit meeting' to address this important need and will announce a plan of action shortly," he stated. The IDMA retreat was moderated by industry analysts Chaim Even-Zohar of Tacy Consultants Ltd., and Charles Wyndham of WWW International Diamonds Ltd. Fischer said participants focused on internal organizational planning, matters of concern to IDMA membership, and issues confronting the wider diamond industry. "Our members, who represent the diamond manufacturing business community worldwide, are confronted by realities that not only warrant serious analysis, but also immediate action," Fischer said. "For instance, IDMA is concerned that current rough diamond prices are speculative. As a result, the diamond manufacturing sector is experiencing the collapse of

already very thin profit margins. Producers - large and small should take note and take appropriate action!" "The diamond manufacturing industry has historically been, and still is, production driven," Fischer said. "Obviously, that needs to change-and soon! We therefore urge our members to face the painful reality that there is over-capacity in production in the various cutting centers and that a significant contraction and consolidation of the manufacturing base are inevitable. We need our members to wake up to that ugly and painful situation and make the right choices for the sake of the future of their own businesses." The following IDMA officials and members participated in the meeting: Jeffrey Fischer, IDMA president; Vasant Mehta, IDMA vice president (Gem and Jewellery Export Promotion Council of India); Moti Ganz, IDMA vice president, Uri Schwartz, Bumi Traub, David De Toledo and Udi Sheintal (the Israel Diamond Manufacturers Association); Eduard Denckens, IDMA vice president (Syndikaat der Belgische Diamantnijverheid); Maxim Shkadov, IDMA vice president and Eduard Shtirbesku, (the Association of Diamond Manufacturers of Russia); Bushan Vora (the Diamond Manufacturers Association of Canada; Archie Luhlabo (Master Diamond Cutters Association of South Africa); Ronald Friedman, Ronnie Vanderlinden and Ben Kinzler (the Diamond Manufacturers and Importers Association of America, USA), and Stephane Fischler, IDMA Secretary General and Treasurer.

BVBA DIAMANTZAGERIJ

MAURICE HELSEN Diamond Sawing Factory

Marking and sawing all sizes, small goods, melees, goods from 1 ct to 10 ct and up

KEULEMANSSTRAAT 6 - 2270 HERENTHOUT tel. +32(0)14 51 36 69 • +32(0)14 50 04 01 fax: +32(0)14 50 11 92 gsm 0477 52 72 38 • gsm 0475 62 87 88

J. PIRE & P. HUET Are together for a better service Each 45 years of experience Jean Pire Paul Huet Round stones All models of very good –3 x Ex fancy stones and all kind of repairs

Hoveniersstraat 11 1st Floor 0496/506964

0494/364828

11


Sociaal Nieuws

Fortis Hospicare Full met derdebetalersregeling De Raad van Bestuur van het Intern Compensatiefonds voor de Diamantnijverheid heeft beslist om met ingang van 1 januari 2008 de bestaande hospitalisatieverzekering voor de actieven uit te breiden tot de (brug-)gepensioneerden. In het plan werd voorzien dat de (brug-)gepensioneerde vennoten, beheerders en bedienden, die met brugpensioen of pensioen gaan vanaf 1 januari 2008 en aangesloten waren in het collectieve plan van de actieve personeelsleden, de verderzetting van hun aansluiting kunnen vragen. Zij kunnen ook de verderzetting van de aansluiting vragen van alle gezinsleden die aan de vereiste criteria voldoen. Ingeval van aansluiting van de gezinsleden moeten alle gezinsleden worden aangesloten die aan de aansluitingscriteria voldoen. Onder gezinsleden dient te worden verstaan: - de echtgenoot van de (brug-)gepensioneerde of de persoon die met hem of haar samenwoont en met hem/haar een huisouden vormt en van wie de identiteit door de verzekeringnemer wordt medegedeeld en dit vanaf het begin van de samenwoonst. Deze aanvraag moet verantwoord door een domicilieringsbewijs, afgegeven door het gemeentebestuur; - alle ongehuwde kinderen jonger dan 25 jaar die kinderbijslag genieten; - alle ongehuwde kinderen ouder dan 25 jaar die fiscaal ten laste zijn van de ouders. Voor deze personen is de premie ten eigen laste en zal door Fortis Insurance Belgium jaarlijks rechtstreeks bij de betrokkenen worden opgevraagd. De beslissing om als (brug-)gepensioneerde vennoot, beheerder of bediende niet aan te sluiten is onherroepelijk. De beslissing om de gezinsleden niet aan te sluiten is eveneens onherroepelijk. 12

Het beheer van de polis wordt waargenomen door FinServe Verzekeringen. Wat is verzekerd? a. De waarborg hospitalisatie Ingeval van een medisch noodzakelijke opname in het ziekenhuis worden volgende kosten onbeperkt terugbetaald: - de kosten voor verblijf OPM.: de supplementen voor een verblijf om persoonlijke redenen in een éénpersoonskamer worden niet terugbetaald. - de erelonen OPM.: de ereloonsupplementen bij een verblijf om persoonlijke redenen in een éénpersoonskamer worden niet terugbetaald. - de geneesmiddelen - de kosten voor prothesen en orthopedische toestellen (voor zover het ziekenfonds tussenkomt) - de kosten voor rooming-in: het verblijf van één van de ouders bij het gehospitaliseerde kind - de verblijfskosten van de donor - de kosten van palliatieve zorg in het ziekenhuis - een forfait van 620 EUR voor de thuisbevallingen - de wiegendoodtest bij de zuigeling - de mortuariumkosten vermeld op de ziekenhuisfactuur - de ziekenhuisopname van één dag (miniforfait, maxiforfait of forfait A,B,C,D ) - de kosten voor dringend en medisch noodzakelijk vervoer b. De waarborg pré- en post hospitalisatie In de periode van 1 maand voor de opname tot 3 maanden na de opname worden volgende kosten


onbeperkt terugbetaald, voor zover deze opgenomen zijn in de Riziv-nomenclatuur: - de geneesmiddelen - de erelonen - de prothesen en orthopedische toestellen (voor zover het ziekenfonds tussenkomt)

de mutualiteit moet voorafgaandelijk haar akkoord hebben gegeven; - er moet een wettelijke tussenkomst zijn; - de verzekerde mag tijdens de 12 maanden voorafgaand aan het schadegeval niet gedurende meer dan drie maanden in het buitenland verbleven hebben

c. De waarborg Zware Ziekten

Wat te doen in geval van een opname?

Worden eveneens onbeperkt terugbetaald voor zover ze opgenomen zijn in de Riziv-nomenclatuur, zonder beperking in de tijd en ongeacht of men hiervoor in het ziekenhuis wordt opgenomen, de kosten van ambulante zorg die rechtstreeks verband houden met de volgende ernstige ziekten: aids, amyotrofe laterale sclerose, brucellose, cerebrospinale meningitis, cholera, diabetes, difterie, encefalitis, kanker, leukemie, malaria, miltvuur, mucoviscidose, multiple sclerose, nierdialyse, pokken, poliomyelitis, progressieve spierdystrofie, tetanus, tuberculose, tyfus en paratyfus, virale hepatitis, vlektyfus, ziekte van Alzheimer, ziekte van Creutzfeldt-Jakob, ziekte van Crohn, ziekte van Hodgkin, ziekte van Parkinson, ziekte van Pompe, mitochondriale cytopathie.

Wanneer u een hospitalisatie voorziet, neemt u contact met het servicecenter van Fortis Employee Benefits op het nummer vermeld op de voorzijde van uw kaart Medi-Assistance en ontvangt telefonisch advies over: - de waarborgen van uw contract - de tenlasteneming door Fortis Insurance Belgium - de derde-betalersregeling met het ziekenhuis Het service center stuurt een bevestiging van de waarborgen, de tenlasteneming en de derde-betalersregeling naar de verzekerde en naar het ziekenhuis. U overhandigt deze bevestiging bij uw opname in het ziekenhuis aan het onthaal. Dankzij de derde-betalersregeling regelt de maatschappij de factuur rechtstreeks met het ziekenhuis en dient u hiervoor geen formaliteiten meer te vervullen.

d. De waarborg in het buitenland

Bij een spoedopname blijft de procedure identiek. U, één van uw naaste familieleden of een personeelslid van het ziekenhuis neemt tijdens uw verblijf in het ziekenhuis contact op met het service center. Op uw Medi-Assistancekaart staan immers alle nuttige inlichtingen die een snelle behandeling via Medi-Assistance mogelijk maken.

De waarborg ziekenhuisopname is uitgebreid tot het buitenland voor de dringende en onvoorzienbare ziekenhuisopnames en voor die opnames die aanleiding hebben gegeven tot een akkoord van het ziekenfonds. In deze waarborg zijn begrepen: - de medische bijstand ter plaatse en de administratieve organisatie - de financiële tenlasteneming van de ziekenhuisopname (derde-betalersregeling) - de repatriëring van de verzekerde en van de verzekerde gezinsleden - de terugbetaling van reddings- en opzoekingskosten - de reis- en verblijfskosten voor het bezoek van een in het buitenland gehospitaliseerde verzekerde In geval van hospitalisatie in het buitenland geldt het recht op terugbetaling wanneer tegelijk aan de drie volgende voorwaarden wordt voldaan: - de opname moet dringend en onvoorzien zijn of

Hoeveel bedraagt de vrijstelling? De vrijstelling bedraagt 250 EUR per verzekerde en per verzekeringsjaar. Hoeveel bedragen de premies? De premie voor de (brug)gepensioneerde arbeiders wordt ten laste genomen door het Intern Compensatiefonds voor de Diamantnijverheid. De jaarpremie voor de (brug-)gepensioneerden vennoten, beheerders en bedienden en hun gezinsleden wordt door de verzekerde zelf ten laste genomen en bedraagt jaarlijks en per persoon: 13


- Volwassenen jonger dan 60 jaar: 100,52 EUR - Volwassenen vanaf 60 jaar: 201,03 EUR - Volwassenen vanaf 65 jaar: 301,55 EUR - Volwassenen vanaf 70 jaar: 402,06 EUR - Volwassenen vanaf 80 jaar: 472,42 EUR - Kinderen jonger dan 25 jaar en kinderbijslaggerechtigd: 40,20 EUR

- Kinderen ouder dan 25 jaar en fiscaal ten laste: idem volwassenen Opmerkingen: - de premies worden aangepast in functie van de leeftijd van de verzekerden - ingevolge afrondingen kunnen de premies licht afwijken van de hierboven vermelde premies

Diamantgeschiedenis Westland Diamant: een bladzijde uit de vooroorlogse Diksmuidse geschiedenis Ooit vormde ‘Westland Diamant’, een voor een Antwerpse notaris opgerichte firma met een in Diksmuide ingeplante fabriek een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van de diamantairsfamilie Wins, meer bepaald via Gerrit Wins, de vader van Hans Wins, gewezen liaison officer van De Beers en bestuurder van de Andimo Companies van de De Beers groep in Antwerpen. De wortels van het familieverhaal Wins, waarvan Hans - historisch bewezen - zeker de vierde diamantslijpersgeneratie vormt, liggen in Nederland. Overgrootvader Izaac Wins was reeds diamantslijper in Amsterdam. Hij werd op 16 september 1834 in Amsterdam geboren en trouwde in 1859. Zijn zoon, Leendert Wins, zette de traditie voort. Hij werd op 1 maart 1868 geboren en trouwde in 1886. Izaac en Leendert (let hier even op de overgang van een bijbelse naar een puur Hollandse voornaam) woonden in het hartje van de Amsterdamse Jodenbuurt. Terwijl Leendert zijn brood met diamantslijpen verdiende baatte zijn echtgenote een bescheiden inleggerijtje van komkommers en ajuintjes uit. Het moet beiden nochtans, althans naar de maatstaven van die tijd, betrekkelijk voor de wind gegaan zijn want op een bepaald ogenblik konden zij de 14

armoedige buurt verlaten en zich in Hilversum vestigen. Voordien had een oom ook al een eigendom in Loosdrecht gekocht en dat had blijkbaar inspirerend gewerkt. In Hilversum werd Gerrit Wins geboren, die rond 1917 ging samenwerken met Barend Waterman in wat we voortaan de moederfirma ‘Waterman & Wins’ noemen. Barend Waterman was vooral de koopman en heeft nooit geslepen. Gerrit Wins was de technische geest en zorgde voor de kwaliteit van

Van links naar rechts: Bram Felleman (uit Amsterdam), Barend Waterman, Gerrit Wins en Frans Peeters (meestergast-manager).


Opnames van de in aanbouw zijnde fabriek aan de Grauwe Broederstraat in Diksmuide, door Gerrit Wins gedateerd 18 september 1930.

het slijpsel. Hij werd op 23 augustus 1930 de vader van Hans Wins. Reeds vanaf het begin van de jaren 1920 kwam Gerrit Wins klanten in Antwerpen zoeken en bezoeken. Dat verklaart wellicht waarom hij - die zich pas rond 1934/35 definitief in Antwerpen zou vestigen - al in 1919 in de zich in het Stadsarchief Pakhuis Felix bevindende vreemdelingenregisters, voorkomt. Meer dan waarschijnlijk had hij toen al een soort pied à terre in de Scheldestad.

De vennootschap “heeft voor doel den handel, zoo voor eigen rekening als voor rekening van anderen in diamanten en edelgesteenten, het bewerken derzelve.” “Tijdens de stichtingsvergadering werden de heren Kennes, De Vries en Krumbholtz tot beheerders, Van Tichelen tot commissaris en Arseen Kennes tot voorzitter van de raad van beheer aangeduid. De heer De Vries werd bij eenparigheid van stemmen tot afgevaardigde beheerder aangesteld.”

Stichting

Diksmuids economisch herstelplan

Op 5 juni 1930 wordt voor meester Joseph Verelst, notaris in Berchem, de naamloze vennootschap Westland Diamant opgericht door: - Arseen Kennes, beheerder van maatschappijen uit Antwerpen; - Laurens Dirk De Vries, diamantbewerker uit Zarren (West-Vlaanderen); - Emile Krumbholtz, kunstschilder uit VorstBrussel; - Georges Frans Joseph Van Tichelen, handelaar uit Brasschaat; - Richard Joseph, diamantbewerker uit Zarren; - Leo Yan Maria Nolf, hulpapotheker uit Antwerpen; - Pieter Hendrik Clymans, drukker uit Deurne; - Richard Joseph (vertegenwoordigd door Arseen Kennes). De zetel van de firma was Kastanjelaan, 2 in Antwerpen, ten huize van Arseen Kennes.

Dat de naamloze vennootschap onder de naam ‘Westland’ gedoopt werd heeft meer dan waarschijnlijk te maken met de beslissing om een fabriek in West-Vlaanderen (meer bepaald in Diksmuide) te bouwen, waarover later meer. Naar de reden voor die vestiging in WestVlaanderen kunnen we, daar alle betrokkenen intussen overleden zijn, alleen maar gissen maar we menen dat we er niet ver af zullen zijn door te stellen dat die voortvloeide uit een combinatie van enerzijds de enorme inspanningen, die door de regio Diksmuide geleverd werden om het door Wereldoorlog I totaal ineengestuikte industrieeleconomische leven nieuwe impulsen te geven en anderzijds van het feit dat de lonen aldaar ongetwijfeld een stuk lager lagen dan in bijvoorbeeld Antwerpen en een inplanting in deze streek dus grote concurrentiële voordelen bood. In zijn recentelijk verschenen boek ‘80 Jaar Diamant15


Van links naar rechts: Frans Peeters (meestergast-manager), Barend Waterman, Bram Felleman en Gerrit Wins (bij het sorteren).

geschiedenis: Diksmuide Diamantstad’, zet Robert Travers in detail de economische herstelplannen van de tijdens WO I onwaarschijnlijk platgebombardeerde stad Diksmuide en omgeving uiteen en schetst op die manier inderdaad een voortreffelijk beeld van de atmosfeer waarin getracht werd zoveel mogelijk bedrijven uit alle hoeken van het land en zelfs het buitenland aan te trekken. Dat de oprichting van Westland Diamant geen ingeving van het ogenblik maar ongetwijfeld een reeds lang geplande verwezenlijking was menen we te mogen afleiden uit de oudste, van de hand van Gerrit Wins gedateerde, foto's van de in Diksmuide in aanbouw zijnde fabriek, van 18 september 1930. Op die foto's is de ruwbouw al bijna voltooid. Het bewaard gebleven blauwdrukplan voor die fabriek vermeldt trouwens de datum 8 augustus 1930 en moet dus al een hele tijd voordien voorbereid geweest zijn.

- Gerrit Wins, diamantkoopman te Londen, afgevaardigd beheerder; - Nicolas Staudt, diamanthandelaar uit Borgerhout, beheerder. Op dat ogenblik werden als nieuwe beheerders aangesteld: - Jan Asselberghs, diamantfabrikant uit Antwerpen; - Daniël Labaere, diamantfabrikant uit Ieper; - Jan Maes, diamantfabrikant uit Antwerpen. Het mandaat van beheerder van Henricus Joannes Maria Cox, bij de stichting nog niet genoemd, werd op 21/9/1942 verlengd en dat van commissaris van Jozef Hendrik Thyssens, bij de stichting eveneens niet genoemd, werd op dat ogenblik eveneens verlengd. Tevens werd op die vergadering Henricus Joannes Maria Cox aangesteld als afgevaardigdebeheerder. Hij had voordien als boekhouder in het bedrijf gewerkt en was de vader van de kunstschilder Jan Cox. Dat het de firma met klanten als Harry Winston uit New York en Indische diamantairs (die Gerrit Wins al vóór Wereldoorlog II ter plekke was gaan opzoeken, wat van zijn uitzonderlijke ondernemingsgeest en intiatiefname getuigt) in de interbellumperiode blijkbaar voor de wind ging moge blijken uit het bewaard gebleven ‘ontwerp tot vergrooting der diamantslijperij Westland-Diamant aan de Grauwe Broederstraat te Diksmuide’ van 9 april 1937. Maar blijkbaar waren die jaren vol internationale en nationale politieke spanningen het bedrijf toch niet zo gunstig want de uitbreiding werd uiteindelijk niet verwezenlijkt.

Komen en gaan Via de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad (9 september 1942) vernemen we uit een proces-verbaal van de algemene vergadering van de aandeelhouders van 21 augustus 1942, dat sinds de oprichting tot de beheerraad toegetreden waren en intussen al hun ontslag genomen hadden: - Barend Waterman, diamantkoopman te Loosdrecht(Holland), afgevaardigd beheerder; 16

Gerrit Wins, links op de foto, tijdens een prospectiereis in India in 1938


Finale Dat de fabriek in Wereldoorlog II eerst dichtging en in 1943 als ‘bedrijfsgebouw’ verkocht werd ligt als het ware voor de hand voor wie weet dat de hele sierdiamantindustrie in die jaren plat lag en de Duitse bezetter zoveel mogelijk diamant voor zijn oorlogsindustrie probeerde op te eisen. Zonder nog maar van de arisering van bedrijven te gewagen. Over de sluiting van het bedrijf bezit Hans Wins in zijn nochtans bijzonder rijk familiearchief geen documenten, wel over de verkoop, waarvan de notarisaffiche nog voorhanden is. Het daarop aangeboden bedrijfsgebouw geraakte uiteindelijk in de handen van Marcel De Hantsetters. In die gebouwen bevinden zich sinds 1995 nog altijd de bedrijfsruimten van Koen en Bart De Hantsetters.

Over het lot van de leden van de beheerraad van Westland Diamant na de sluiting is weinig geweten. Hans Wins weet ons te vertellen dat Henricus Cox eerst naar de Jura gegaan is, meer bepaald naar de Coopérative Ouvrière Diamantaire du Jura & de l'Aine in St. Claude, die als klant van Westland Diamant nog goederen van dat laatste bedrijf in haar bezit had. Gerrit Wins is naar Groot-Brittannië getrokken en heeft daar in Colwyn Bay, North Wales, een bedrijf opgezet onder de naam Frisch & Wins. Maar dat is een verhaal dat we voor een ander nummer voorbehouden.

Yvan Verbraeck

Bij KBC zijn we ervan overtuigd dat een goed gesprek op het juiste moment werkt. Daarom ontvangen we u graag in een gezellig kantoor, beantwoorden onze gespecialiseerde adviseurs al uw vragen, staat er dag en nacht een verzekeringsagent voor u klaar. Kom dus regelmatig eens praten. Want praten werkt. KBC Bank & Verzekering Antwerpen Diamant Schupstraat 18-20 2018 Antwerpen Tel. 03 213 72 00 Fax 03 213 72 01 www.kbc.be

we hebben het voor u 17


Briljante verhalen

Het Kempense diamantverleden onthuld

Dat is de titel van de prachtige brochure, die elf vertelavonden en -namiddagen aankondigt over de Kempense diamantnijverheid. Daarmee is meteen duidelijk gemaakt dat het project ‘Schitterend Geslepen of de impact van de diamant in de Kempen’ de wind in de zeilen heeft. Temeer wanneer men weet dat de vrijwilligers, die zich bereid verklaard hebben de interviews voor het ‘oral history’-gedeelte van dat project, al volop wetenschappelijk opgeleid worden om aan het bijzonder interessante werk van het bevragen van nog levende ouddiamantbewerkers uit de Kempen te beginnen. Alles wijst er op dat de eerste, nog erg vage plannen en wensdromen rond de ontdekking van de bijna een eeuw ongerept gebleven diamantslijperij Lieckens in Nijlen op dit ogenblik, met steun van de overheid, in steeds duidelijker omlijnde deelprojecten geleid worden, waarvan het uiteindelijke doel de redactie van een grote Kempense diamantgeschiedenis is en de nu reeds aangekondigde tentoonstelling in 2009. In 2008 zal projectcoördinator Jeroen Janssens inderdaad samen met een aantal vrijwilligers door de regio trekken om mensen hun ‘diamantverhaal’ te laten vertellen. Op die manier wil ‘Schitterend Geslepen’ het streekgeheugen over de Kempense diamantnijverheid en -handel vastleggen en bewaren voor het nageslacht.

De vertelavonden lijken ons in meerdere opzichten een erg belangrijk initiatief. Wij gaan er daarbij van uit dat wie de aankondiging gelezen heeft en er op ingaat niet alleen belangstelling voor de regionale geschiedenis in het algemeen maar ook en zeker voor de regionale diamantgeschiedenis aan de dag zal leggen. Zij kunnen dus aanleiding geven tot het stellen van vragen, tot het houden van discussies, kortom tot het losweken van reacties, met andere woorden van bijkomende informatie. Ongetwijfeld zullen er bezoekers zijn die zich aangetrokken voelen om aan het plan mee te werken, die zich zullen melden om geïnterviewd te worden. En alleen al tijdens de reacties op de plaatsen van bijeenkomst zullen er elementen opduiken, die tot verder onderzoek aanleiding kunnen geven. Maar nog niet perfect En toch vinden we dat ondanks al dat goede nieuws er nog altijd reden is om ernstig het feit te betreuren dat de idee om tot één groot Kempens diamantmuseum te komen, via een samenwerking van het diamantmuseum van Grobbendonk en het atelier van Lieckens in Nijlen, definitief gekelderd lijkt te zijn. Door de onwil tot samenwerking van de twee gemeentebesturen, de typische dorpspolitiek die maakt dat burgemeesters en schepenen niet bereid

Programma vertelavonden - Dinsdag 29 april vanaf 20 uur in Theater Tarantel, Jodenstraat 29, in Herenthout: de gebroeders Jacobs. - Vrijdag 9 mei, vanaf 20 uur in Het Buurthuis, Oostakker 16, in Vorselaar, de gebroeders Van Ginniken, samen met Cassiers uit Grobbendonk. - Woensdag 14 mei vanaf 14 uur in afspanning St.-Christoffel, Amelbergastraat 1, Zandhoven. - Woensdag 21 mei, vanaf 20 uur in de Colibrantzaal, Kardinaal Mercierplein 6, in Lier. (voorbij zijn op dit ogenblik reeds de avonden in Oelegem, Grobbendonk, Lille, Hulshout, Kessel, Beerzel en Berlaar) Voor meer inlichtingen kan men zich wenden tot de projectcoördinator Jeroen Janssens.

18


Projectcoördinator Jeroen Janssens temidden van de ploeg waarmee het allemaal begon. Links van hem: Ludo Van Gestel, Walter Caethoven (beide van De Poemp), diamantconsulent Hans Wins en Hyppolite Buts (oud diamantslijper en De Poemp)

kunnen gevonden worden om ook maar één vinger in elkaars richting uit te steken uit angst dat de andere een stukje van de koek zou mee-eten, is hier de kans verloren gegaan om eindelijk het grote museum van de geschiedenis van de diamantbewerking op te richten, dat het Provinciaal Diamantmuseum in Antwerpen volgens eregouverneur en minister van State, Andries Kinsbergen, had moeten worden maar door de administratie van deze overheidsinstantie reeds jaren als uitsluitend juweelmuseum misbruikt wordt. Jammer genoeg want Antwerpen heeft een schitterende geschiedenis van de diamantbewerking te bieden en de kelders van het museum zitten vol industriële archeologie, die, naar ons zopas ter ore kwam, pas nu - en dus veel te laat - geïnventariseerd wordt. Hoe is het mogelijk dat men het zovele jaren niet de moeite gevonden heeft al die voorwerpen in kaart te brengen en dat men het Provinciaal Diamantmuseum nu

al jaren een niet-eigenlijke functie laat uitoefenen? Maar met deze woorden worden die oude gereedschappen, die het verhaal van de Scheldestad als werelddiamantstad en als wieg van de hoogste slijpkwaliteit ter wereld, de ‘Antwerp cut’ vertellen, nog altijd niet op een aangepaste en intelligente manier tentoongesteld als een aantrekkingspool voor bezoekers uit de hele wereld. Vermits de Antwerpse provincie niet bereid lijkt te zijn, naar het model van het Modemuseum, een apart Juwelenmuseum in het leven te roepen had een Kempens diamantbewerkingsmuseum (en de collecties van Nijlen en Grobbendonk samen garanderen een absolute uniciteit) een eenmalige instelling, annex onderzoekscentrum, kunnen worden. Het is bijzonder jammer dat de industriële archeologie in dit land in het algemeen en op diamantgebied in de provincie Antwerpen in het bijzonder, zo weinig ruggensteun, overheidsbelangstelling en regelrechte overheidstussenkomst krijgt. Nochtans ligt daar een wezenlijk stuk geschiedenis van de Scheldestad, geschiedenis waarover de juwelen van diva's ons geen woord te vertellen hebben. Niettegenstaande die weigering tot samenwerking tussen Grobbendonk en Nijlen blijven we het project ‘Schitterend Geslepen’ als het beste beschouwen wat de diamantnijverheid in de provincie Antwerpen sinds jaren overkomt. Het verdient de steun van iedereen en wie nog foto's, films, documenten, gereedschappen of wat ook met betrekking tot de diamantbewerking ter beschikking heeft raden we aan contact te nemen met projectcoördinator Jeroen Janssens, Kerkstraat 4, Gemeentehuis, 2560 Nijlen, tel. 03.410.02.09, e-mail: schitterendgeslepen@nijlen.be Yvan Verbraeck

DENCKENS Eduard

Dennenlaan 2 2243 Zandhoven

Gewezen Kempense diamantwerknemers weten nog heel goed te vertellen en te demonsteren hoe men vroeger de diamant bewerkte

Tel. 03.484.30.32

19


20


VBO-voorzitter Jean-Claude Daoust beëindigt mandaat

Balans in de vorm van een springplank!

Onlangs droeg Jean-Claude Daoust de fakkel van het VBO-voorzitterschap over aan Thomas Leysen. In zijn afscheidsspeech verklaarde hij dat hij zijn driejarig mandaat afsloot met een gevoel van voldoening over het gepresteerde werk. Daarbij wilde hij in het bijzonder twee actiegebieden onder de aandacht willen brengen. “Het eerste betreft het sociaal overleg. De vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers hebben de jongste jaren bewezen dat de sociale dialoog in ons land werkt, ook in perioden van onrust. Ik verwijs hier met name naar de periode na de woelingen die ontstonden toen de regering Verhofstadt eind 2005 het Solidariteitspact goedkeurde – een eerste belangrijke, maar nog ontoereikende stap in de aanpak van de vergrijzing – of naar de politieke crisis die volgde op de federale verkiezingen van juni 2007. Bovendien heb ik een reeks maatschappelijke uitdagingen in het licht gesteld waarin ondernemers een voorbeeldrol kunnen en moeten spelen. Zoals ik bij herhaling heb kunnen verkondigen, ben ik ervan overtuigd dat de bevordering van de diversiteit op de werkplek niet alleen een persoonlijke verrijking betekent, maar ook een troef is voor de goede ontwikkeling van de onderneming. Natuurlijk blijft er nog veel te doen… Onze arbeidsmarkt heeft nog steeds te lijden van een gebrek aan flexibiliteit en van storingen die hem beletten zich snel aan te passen aan een voortdurend veranderende realiteit. Bovendien liggen grote werkloosheidskernen al te vaak dicht bij gebieden die getroffen zijn door aanzienlijke tekorten aan arbeidskrachten, en ondervinden te veel ondernemers de grootste moeilijkheden om laag- of hooggeschoolde werknemers te vinden. Het is bijgevolg van belang om de maatregelen ter activering en begeleiding van werklozen te versterken en de interregionale mobiliteit te stimuleren. Ook moeten in een voorafgaand stadium kwaliteitsvol schoolbe-

zoek en een betere talenkennis worden gewaarborgd en moet er werk worden gemaakt van een optimale onderlinge afstemming tussen de verwachtingen van de ondernemingen en de opleidingsprogramma’s. Wij leven overigens niet op een eiland en de inspanningen die al werden geleverd om het concurrentievermogen van onze ondernemingen en hun innovatiepotentieel ten aanzien van hun buitenlandse concurrenten te versterken, moeten worden voortgezet en opgedreven. Bovendien moet de overheid het imago van ons land in het buitenland spoedig herstellen. Ten slotte moet onze maatschappij het ondernemerschap en het nemen van risico’s in het algemeen meer stimuleren. Er moet een mentaliteitswijziging komen, wat een inspanning vraagt van iedereen. Het VBO zal daar blijven toe bijdragen via zijn campagne ‘Je eigen bedrijf: ooit maak je je droom waar’, die jongeren moet aansporen hun eigen onderneming op te richten of een bestaande onderneming over te nemen. Ons land beschikt over heel wat troeven waarmee het al die uitdagingen moet aankunnen. Daartoe moeten mannen en vrouwen die ondernemen meer dan ooit worden aangemoedigd en niet bestraft. Ook komt het erop aan onze instellingen zo goed mogelijk te doen werken, wat een open en constructieve communautaire dialoog impliceert. Het VBO zal in deze debatten een eersterangsrol blijven spelen, daar ben ik van overtuigd,” zo besloot Jean-Claude Daoust zijn afscheidsspeech. 21


The Circle of Belgian Jewellery Design(ers) Eind jaren ‘90 nam Nancy Aillery het initiatief The Circle of Belgian Jewellery Design, Art & Craft op te richten. Er was nood aan een overkoepelend orgaan waar Belgische juweelontwerpers(en mensen en bedrijven van de juwelensector in het algemeen) elkaar konden ontmoeten. The Circle is een onafhankelijke vereniging,voor en door juweeldesigners. Deze kring heeft 1 gemeenschappelijk doel: individuele expressie door juweelontwerp. Binnen The Circle vult elk lid het begrip juweel zelf in; er is ruimte voor elk materiaal, elke school elk individueel idee. In de beginjaren fungeerde The Circle onder de vleugels van de Hoge Raad van Juwelen en Uurwerken en konden we rekenen op hun administratieve en logistieke steun, waarna we snel evolueerden naar een eigen identiteit. Er werden expo’s, workshops en beurzen georganiseerd. Helaas, zoals in elke vereniging, leed ook The Circle aan metaalmoeheid. De vereniging werd omgevormd tot een soort service-club die veeleer ondersteunend werkt. Ondanks het tijdsgebrek van velen bleef een ‘harde kern’ actief en uiteindelijk besliste deze een forum te starten en online te gaan: www.thecircle.be was geboren. Het werd een moeizame start maar dit forum begint nu eindelijk zijn nut te bewijzen. We krijgen ongelooflijk veel reacties. The Circle is actiever dan ooit en op weg naar zijn 10de verjaardag. Het forum is geen website,maar een handig communicatiemiddel dat iedereen,die van ver of dichtbij, iets met juwelen te maken heeft, kan gebruiken om vakgerichte informatie te vinden of te melden. U kan bij The Circle terecht met vragen en aankondigingen. Het maakt de band tussen technische en creatieve mensen en bedrijven binnen de sector nog steviger en tegelijk vlotter. Allerlei topics komen aan bod: technische vaardigheden, materialenkennis, wedstrijden, tentoonstellingen, beurzen, jobaanbiedingen, interessante websites, sinds kort Bijouteria (=studentenvereniging Technicum), en allerlei andere advertenties. Maak er een gewoonte van regelmatig naar www.thecircle.be te surfen om alle nuttige informatie door te geven en te lezen. Zo wordt dit forum steeds aantrekkelijker en kan het tot een vlot communicatiemiddel en interessante databank uitgroeien voor iedereen die met sieraden te maken heeft. We willen uitgroeien tot een vakforum met oog voor kwaliteit en niveau, zelfs voor gevestigde waarden. Kortom een vereniging die iets te bieden heeft voor kleine en grote goudsmeden, juweliers en toeleveranciers, want we hebben elkaar wel degelijk nodig. The Circle plant in de nabije toekomst workshops met betrekking tot juwelenfotografie, parels, prijsberekening, emailleren, soorten zettingen en 3-D tekenen. The Circle wenst geen winst te maken maar gewoon verder te fungeren als een ‘golden club’, toegankelijk voor iedereen binnen de sector, ongeacht opleiding, activiteit of specialiteit. Bovendien kunnen firma’s die geïnteresseerd zijn om over hun product en bedrijf een voordracht of workshop te geven een gratis pub-vak op het forum krijgen.

22

En uiteraard zijn alle reacties en ideeën, die The Circle ten goede komen,van harte welkom. Getting to know you better, helps us serve you better. Meer info: Nancy Aillery Jewelry Design, Toeffelhoek 1, B-2531 Vremde, tel/fax: +32 3 455 66 50, Gsm: +32 475 30 48 30, www.aillery.be

World Gemological Institute announces US senior appointment and plans to offer presentations at trade shows and events throughout 2008 The World Gemological Institute (WGI), an international diamond grading and research center, announced the appointment of Barak Green as Vice President, Strategy & Development for the United States. In addition, the World Gemological Institute announced its plans to offer informative presentations at trade shows and industry events throughout 2008 to communicate the benefits of World Gemological Institute diamond grading reports and services. Barak Green has previously worked for the Gemological Institute of America, where he was a key member of the team that developed GIA’s new diamond cut grading system. During the introduction of this system, he provided presentations and educational seminars to members of the trade at industry events around the world, in addition to aiding in the creation of educational materials in various formats. “We are very happy to have Barak Green as our main representative for the United States market,” said Yinon Feldheim, CEO for the World Gemological Institute, who goes on to say, “I believe his previous experience in industry-related education and public speaking will greatly help to communicate the benefits of our services as we expand into new markets.” “I look forward to this new and exciting opportunity,” said Barak Green, “the diamond industry has always been a fastpaced environment, but as we enter the 21st century I believe that new technologies and creative branding initiatives will spark a further evolution of the market that the World Gemological Institute is committed to promoting. The World Gemological Institute is embarking on a new phase of expansion, and we hope to meet with as many retailers as possible in the coming months, both through our public presentations and private meetings, so that we can communicate the exciting advantages of using diamond grading reports and other gemological services from the World Gemological Institute,” Green added. The World Gemological Institute welcomes industry trade event planners and organizations to contact MVI Marketing Ltd., who is managing their US marketing programme, to discuss securing Green for their event. Melina Trujillo (mtrujillo@mvimarketing.com) of MVI Marketing Ltd. will handle all requests for Mr. Green.


Personalia Guido Vets overleden

Kurt Einhorn overleden

Wij vernemen het schielijke overlijden van Guido Vets, geboren 21 december 1936 in Berlaar. Guido Vets werd in 1956 zaakvoerder van Vets Guido Diamant, in 1982 zaakvoerder van Diamant Guido Vets en in 1989 zaakvoerder van Vets Alphi. Hij was sinds 1963 lid van het Syndikaat der Belgische Diamantnijverheid. In 1964 werd hij lid van het fabrikantenbestuur van SBD. Van 1981 tot op het ogenblik van zijn overlijden was hij lid van het algemeen bestuur van SBD. Van 1978 tot 1982 zat hij het WTOCD voor. Van 1977 tot heden was hij lid van de Rijksverlofkas voor de Diamantnijverheid. Hij was ook lid van BK7, plaatsvervanger in het Paritair ComitĂŠ voor de Diamantnijverheid en -handel en plaatsvervangend beheerder van het Sociaal Fonds sedert 1980. Guido Vets was lid van de Diamantclub en drager van meerdere eervolle onderscheidingen waaronder het Bijzonder Ereteken 1ste Klasse en Ridder in de orde van Leopold II. Onze vereniging biedt mevrouw Lydie Vets-Van Hove, zijn echtgenote, en alle nabestaanden haar gevoelens van diep medeleven met dit smartelijke verlies aan.

Wij vernemen het overlijden van ons langjarig lid Kurt Einhorn, geboren in 1930 in Wenen en overleden op 15 maart 2008 in Berchem. Kurt Einhorn begon zijn diamantcarrière in 1948 als klover. In 1953 werd hij als fabrikant lid van het SBD en in 1961 werd hij zichthouder, een statuut dat hij op het ogenblik van zijn overlijden nog steeds had. In 1958 reeds had hij de Kurt Einhorn bvba opgericht. Hij was een van de medeoprichters van de Hoge Raad voor Diamant en werd vanaf 19/6/1999 bestuurslid van het SBD. Daarnaast was hij nog altijd, en dit sinds 2001, voorzitter van de beroepsvereniging van Handelaars in Ruw, lid van alle diamantbeurzen van Antwerpen en sinds 2002 beheerder van de Hoge Raad voor Diamant vzw. Daarnaast was hij ook drager van meerdere nationale eretekens. Wij bieden de familie en vrienden ons diep medeleven bij dit smartelijke verlies aan.

Special award to Gaetano Cavalieri for his commitment to favour sustainable development in the jewellery sector. Social responsibility and luxury meet. It has taken place in the Lecture Hall at the Bocconi University during the 5th Jewellery Forum. The Club degli Orafi Italia has assigned the first Jewellery Forum Prize to the president of CIBJO Gaetano Cavalieri for his international commitment to favour a respectful development of the economical, social and ecological principles. Gaetano Cavalieri (57) a native of Catania, Sicily, shares his

23


time between Catania and Milan (when he is not travelling around the world). He is a chartered accountant, son of a jeweller, and has always been working in this sector. During his chairmanship of Cibjo he has been involved for years in the indepth task of reassuring the international community and consumers about the authenticity of the jewels granted by a strict control of the production chain procedures which exclude eventual banned products from an ethical point of view. When purchasing a jewel the consumer should trust the fact that the product is traded according to certain production chain procedures based on high social and economical standards. The CIBJO promotes these principles among its associates and the rest of the jewellery industry which alone gives a guarantee to the consumers. When buying a jewel the client pretends that all the professional and technical standards and above all the ethical part of the jewellery industry are respected. Thanks to this initiative CIBJO entered the Economic and Social Council of the United Nations in 2006 as a non governmental organisation with the special task to contribute and strengthen the means requested to guarantee in front of the international community and its consumers the production and marketing of diamonds and other jewellery products respecting human rights and promoting economical development. “When consumers purchase a jewel – says Gaetano Cavalieri – they should know that they buy not only an object as an expression of value and emotions, but they also contribute to improve the lives of persons in economical need. The 5th Jewellery Forum, which takes place every second year, is organized by the Club degli Orafi and the Bocconi University under the auspicious of ICE, Italian Institute for Foreign Trade, in collaboration with the Vicenza Trade Fair, supported by A diamond is forever and Securpol. The technical participation was taken care of by, and with the Ferrari Spumante, Acqua Surgiva, and noname idea.

Gemological Research Conference To explore the most recent technical developments in gemmology and related sciences, the Gemological Institute of Amerika (GIA) will host its second Gemological Research Conference. The programme will feature invited lectures, submitted oral and poster presentations, panel discussions, and a gem photography competition and workshop. The Mineralogical Society of America will collaborate with GIA on hosting one of the conference sessions. Pre-and post-conference field trips will visit nearby gem pegmatite mines. The conference will find place on August 21-23, 2009 at the Town & Country Resort and Convention Center, San Diego, California. For further information, contact Dr. James E. Shigley (tel. 760603-4019 or e-mail grc2009@gia.edu). Web site : www.grc2009.gia.edu

24

SBD was vertegenwoordigd Februari 2008 01.2 - VBO-Centrale werkgroep 05.2 - Vergadering Comité voor Preventie en Bescherming op het werk in de diamantnijverheid 07.2 - Plenaire zitting van het Paritair Comité voor de Diamantnijverheid en -handel - Bureel SBD 11-12.2 - Rough Diamand Conference – Tel Aviv 13-14.2 - IDMA Strategic Review 14.2 - VBO-Commissie KMO - Info sessie AWDC 15.2 - VBO-Fiscale Commissie 16.2 - Vergadering HRD Antwerp NV (H & A) 19.2 - PC, Werkgroep Technische Bedienden - Plenaire zitting van het Paritair Comité voor de Diamantnijverheid en -handel - Fonds voor de Diamantnijverheid - RVD 22.2 - Comité Veiligheid, AWDC 26.2 - Offerte voorstelling sectoraal pensioenplan - RVD 28.2 - Bureel SBD

Maart 2008 04.3 - Offerte voorstelling sectoraal pensioenplan - Plenaire zitting van het Paritair Comité voor de Diamantnijverheid en -handel - PC, Werkgroep Technische Bedienden - RVD 06.3 - Lunchbespreking Inspectie der Sociale Wetten - Raad van Bestuur AWDC 07.3 - Beperkt Comité SBD 10.3 - Bespreking AWDC/HRD – AXA 11.3 - Offerte voorstelling sectoraal pensioenplan - Vormingsfonds - RVD 18.3 - PC, Werkgroep Technische Bedienden - Plenaire zitting van het Paritair Comité voor de Diamantnijverheid en –handel - VKW Congres 24-28.4 - Rustdagen Paritair Comité Diamantnijverheid en -handel


S78E02-apr08mei08