Page 1

B.

2015

re e d Een b onderaan n p alet de uigave en steun ij- en na- t e &b o or h v g n i s chol derwij s on

BASISSCHOOL MAGAZINE ‘15

In dit nummer:

Pesten

is van alle tijden

We worden allemaal geboren als beelddenkers

Echtscheiding, en dan?

¤ 4,95

----------- _ ------- __ -------- _ -------

B. is een uitgave van Uitgeverij SWP www.basisschoolmagazine.nl

Passend onderwijs, gedragsvraagstukken, talentontwikkeling, muziek, drama & bewegen ✚ boekentips

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- _ ---------

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- _ ---------

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ ---- _ --------

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ ---- _ --------


Het zijn niet alleen de kernvakken die er toe doen bij de ontwikkeling van kinderen, het gaat vooral om de brede ontwikkeling. Dit weten IKC’s en brede scholen al langer; zij bieden een pedagogisch rijke omgeving met aandacht voor allerlei vaardigheden die kinderen nodig hebben voor de toekomst! Naast de 21ste eeuwse vaardigheden kijken we natuurlijk ook naar de actuele beleidsontwikkelingen die de brede school en de IKC ontwikkeling raken. Deelnemers worden tijdens dit congres bijgepraat over de actuele ontwikkelingen en kunnen leren van praktijkvoorbeelden in het land.

Een coproductie van:

In samenwerking met:


_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ ----

Voorwoord Voor u ligt het Basisschool magazine van uitgeverij SWP. Het biedt een overzicht van uitgaven en trainingen op onderwijsgebied van uitgeverij SWP die voor een groot deel gericht zijn op leerlingen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Ze bieden leerkrachten didactische handvatten, praktische tips, achtergrondinformatie, muzikale projecten, filosofische thema’s, gaan in op omgaan met weerstanden, samen werken aan passend onderwijs, ouders en school, het versterken van een groepsgevoel. Uiteenlopende aandachtsgebieden waar leerkrachten en intern begeleiders mee te maken hebben. Over een aantal thema’s die spelen in het basisonderwijs geven auteurs in een artikel een breder inzicht: Tineke Verdoes, leerkracht en remedial teacher, gaat in op beelddenkers, hoe kun je voor deze leerlingen het leren makkelijker maken; Angelique van der Pluijm, onderwijsdeskundige en pedagoog, en Margit Grevelt, mediator, zetten uiteen hoe de school een begeleidende rol kan spelen bij echtscheiding; is het gedrag van kinderen problematischer geworden? Dat valt te bediscussiëren vindt Leo Pauw, pedagoog en initiatiefnemer Vreedzame School. Margo Henderson, docent en trainer Omgaan met pesten, zoekt naar oplossingen voor pesten. Nanda van Bodegraven vertelt waarom filosoferen met kinderen leuk en nuttig is en hoe je dat levendiger kan maken met behulp van het digibord. Hoe leerkrachten pedagogische handvatten krijgen om activiteiten voor sociale ontwikkeling te verbinden met de specifieke behoeften van de klas, taalonderwijs en de mogelijkheden van ICT vertellen Dorian de Haan, onderzoeker taalontwikkeling, en Els Schellekens, zelfstandig pedagoog. Wim van Gelder gaat in op de een onuitputtelijke inspiratiebron die bewegen en spelen is voor kinderen en wat de mogelijkheden zijn voor het onderwijs. Boeken, artikelen en cursussen bieden een verzameling inzichten, ervaringen, onderzoeksresultaten en visies van uiteenlopende deskundigen op onderwijsgebied die probeert de stand van zaken weer te geven. ‘Probeert’, want de stand van zaken is zo breed en zo veelomvattend dat een allesomvattende weergave een onleesbaar en onhanteerbaar magazine zou opleveren. Wilt u ook een bijdrage leveren? Nieuwe initiatieven op dit gebied, een onderbouwde aanpak die werkt, een coachingstraject veiligheid op school bijvoorbeeld, zijn welkom. Heeft u uitgewerkte ideeën, deel ze met ons zodat we kunnen bekijken of een brede verspreiding mogelijk is.

Trude van Waarden Uitgever tvwaarden@mailswp.com

Paul Roosenstein Directeur-uitgever proosenstein@mailswp.com

Passend

ONDERWIJS > Echtscheiding > Seksuele opvoeding > Beelddenken

p. 05

Gedrags

VRAAGSTUKKEN

> Lastige leerlingen > Omgaan met pesten

p. 23

Talent

ONTWIKKELING

> Onze klas, mijn wereld > Filosoferen in de klas

p. 37

Muziek, drama, activiteiten

&

BEWEGEN

> Bewegen en spelen: bron van inspiratie

p.51 B.I2015 JRMGZN I 03


www.zorgenonderwijs.nl

Met ruim 20 titels levert de serie ‘Zorg en Onderwijs’ van Uitgeverij SWP ondersteuning met toegankelijke uitgaven: Theoretische achtergrondkennis in combinatie met praktische werkvormen, suggesties en voorbeelden. De uitgaven bieden (aankomend) leerkrachten, schoolpsychologen, schoolmaatschappelijk werkers, counselors, orthopedagogen, intern begeleiders, veiligheids- en zorgcoördinatoren, en iedereen die met kinderen werkt binnen een schoolse omgeving een kader om met probleemleerlingen om te gaan, aanknopingspunten voor een preventieve aanpak en handvatten voor begeleiding van leerlingen die meer zorg nodig hebben. Bekijk op www.zorgenonderwijs.nl een overzicht van onze uitgaven Wilt u op de hoogte blijven? Schrijf u dan in voor de digitale nieuwsbrief op onze website.

Uitgaven van Uitgeverij swP zijn verkrijgbaar in de boekhandel en te bestellen oP onze website Postbus 257 | 1000 ag amsterdam | t. 020 330 72 00 | www.zorgenonderwijs.nl


k

ONDERWIJS

Passend

ONDERWIJS

Passend onderwijs brengt grote uitdagingen met zich mee voor alle professionals in klas, school of samenwerkingsverband. Daar is inzet, durf en kennis voor nodig. -- _ --------------- _ --------- _ --------------- _ ------- __ Een echtscheiding, en dan?

06

Seksuele opvoeding

10

Aandacht voor echtscheiding op school.

pedagogische handvatten voor de praktijkschool.

Ieder jaar maakt een behoorlijk percentage van alle basisschoolleerlingen een echtscheiding mee. Angelique van der Pluijm

Hoe ziet de gemiddelde seksuele ontwikkeling eruit en hoe ondersteun je opvoeders bij de seksuele opvoeding? Channah Zwiep

Denken in beelden

16

Beelddenken bij kinderen krijgt steeds meer aandacht.

Beelddenken bij kinderen krijgt steeds meer aandacht, maar is geen nieuw fenomeen. Tineke Verdoes

& verder... Zo houd je het werkbaar 15

B.I2015 JRMGZN I 05

--------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- __ -------- _ ------

B.I PASSEND


Ieder jaar maakt een behoorlijk percentage van alle basisschoolleerlingen een echtscheiding mee. Dit betekent dat elke school en elke leerkracht dagelijks te maken heeft met kinderen van gescheiden ouders. Ondanks deze hoge percentages is er tot op heden niets verplicht en staat echtscheiding nog niet concreet op de agenda van scholen, terwijl er voor onderwerpen als dyslexie, rouw en pesten op school al jaren – terecht – verplichte protocollen zijn. Hoe kan het dat er voor een groot onderwerp als echtscheiding nog weinig tot niets geregeld is?

Echtscheiding,

en dan?

06 I2015 I B. JRMGZN


B.I PASSEND

ONDERWIJS

---- _ ------- __ ------------- _ --------- _ --------------- _ ------- __ Aandacht voor echtscheiding op school

---- _ ------- __ ------------- _ --------- _ --------------- _ ------- __ Sophie zit in groep 5. Na een roerige periode hebben haar ouders onlangs het besluit genomen te gaan scheiden. Helaas is de situatie er alleen maar onrustiger op geworden en dat merkt de leerkracht. Sophie komt vaak te laat op school, vergeet geregeld haar huiswerk en haar gymspullen en oogt de laatste weken stil

D

en afwezig tijdens de lessen. De leerkracht probeert Sophie op de juiste wijze te begeleiden in de groep en wil een goed contact onderhouden met beide ouders, maar dat is niet gemakkelijk. De vader van Sophie is verhuisd en komt nu weinig op school. De moeder van Sophie loopt regelmatig binnen, maar zij probeert de

leerkracht vooral in het scheidingsconflict mee te trekken en spreekt negatief over haar ex-man. Sophie komt nauwelijks aan bod in het verhaal. De leerkracht wil deze situatie graag doorbreken zodat ze samen met de ouders de belangen van Sophie voorop kan gaan stellen. Hoe moet zij met deze situatie omgaan?

Angelique van der Pluijm

De problematiek van echtscheiding op school varieert van gescheiden ouders die informatie over hun kind willen tot loyaliteitsconflicten, ruzies op het schoolplein en beladen tienminutengesprekken. Veel leerkrachten twijfelen eraan of omgaan met echtscheiding wel tot hun taken behoort, zo blijkt uit de praktijk. Zij zijn bang om betrokken te worden in een conflict en weten vaak niet of en hoe ze moeten handelen en dat ze eventuele problemen niet opmerken. Echtscheiding bestaat en is een belangrijk maatschappelijk gegeven dat via ouders en kinderen de school binnenkomt. Is er een rol voor de school bij echtscheiding en zo ja, waarom? Hoe concretiseert de school die rol? De rol van de school bij echtscheiding Tijdens een echtscheiding heeft de school een unieke positie. Het is op dat moment een van de weinige constante factoren in het leven van een kind. Vanuit een veilige en stabiele basis biedt de school elke dag dezelfde vertrouwde omgeving dicht bij het kind: dezelfde structuur en regels, dezelfde klasgenoten en dezelfde juffen en meesters. De leerkracht wordt ook vaak als een van de eersten geconfronteerd met de gevolgen van een (ophanden zijnde) echtscheiding. De school heeft op dit vlak een belangrijke signalerende rol. Juist daarom kan de school en de leerkracht in het bijzonder – zonder in de rol van hulpverlener te stappen – als begeleider van het kind in alledaagse situaties een belangrijke bijdrage leveren aan een meer stabiele ontwikkeling van een kind tijdens een echtscheiding. Tot slot zit de school dicht bij het vuur: deze onderhoudt nauwe contacten met diverse hulpverleningsinstanties zoals schoolmaatschappelijk werk, Jeugdzorg, CJG en gemeen-

te. Een juiste samenwerking tussen school en deze instanties is van belang bij het goed begeleiden van kinderen in probleemsituaties, zoals bij echtscheiding. Problemen Dat een op de drie huwelijken strandt en dat een aanzienlijk deel van de echtscheidingen uitmondt in een zogenaamde vechtscheiding is voor velen een bekend gegeven. Echtscheiding is bijna normaal geworden. Een nieuwtje dat je hoort. Goed bekeken is een echtscheiding een zeer ingrijpende gebeurtenis, voor ouders maar met name voor hun kinderen. De stabiele thuisbasis vertoont ineens een fikse breuk. Naast de frequente ruzies maken kinderen in een korte periode een reeks verregaande veranderingen mee: de omgang met ouders wordt anders, een van de ouders verhuist, kinderen verhuizen zelf of krijgen te maken met nieuwe partners. Veel kinderen worstelen met problemen rond de periode van echtscheiding. Deze problemen openbaren zich onder andere op school. Onderpresteren of juist abnormaal je best gaan doen, ongeïnteresseerdheid, concentratieproblemen, gedragsveranderingen en spanningen in het contact met anderen zijn enkele voorbeelden. Hoewel zeker niet voor alle kinderen in echtscheidingssituaties geldt dat ze problemen ontwikkelen, hebben bijna alle kinderen die een echtscheiding doormaken in meer of mindere mate behoefte aan extra zorg of gepaste aandacht. Dat varieert van bijvoorbeeld een luisterend oor of begeleiding in de groep tot het opschalen naar intensievere zorg in een zorgteam of een zorgadviesteam. Het vroegtijdig onderkennen van signalen en problemen gerelateerd aan een echtscheiding en de juiste begeleiding daarvan is noodzaak en kan ergere problemen, die zich pas vaak op een later moment openbaren, voorkomen. B.I2015 JRMGZN I 07


Alledaagse begeleiding Als kinderen problemen hebben, verdienen ze passende hulp. Dat is een belangrijk streven binnen het onderwijs in Nederland. Deze regel gaat ook op als de problemen samenhangen met een echtscheiding. Op ogenschijnlijk alledaagse momenten kan de leerkracht een belangrijke meerwaarde zijn voor het kind. Voorwaarde is wel dat de signalen van het kind opgemerkt en herkend worden. Het is van belang dat leerkrachten zich professionaliseren op dit vlak zodat ze een antenne ontwikkelen voor de problematiek rond echtscheiding en in grote lijnen signalen kunnen duiden. Een leerkracht die signalen kent en herkent, schakelt en handelt, is een positieve hulp voor het kind. Alledaagse begeleiding bestaat bijvoorbeeld uit écht luisteren naar het kind, met hem of haar praten over de situatie en hierbij belangstelling en begrip tonen, oplossingsgericht ondersteunen, opschalen naar IB, neutraal blijven en een veilige haven bieden.

Koen is stil en teruggetrokken. Hij lijkt meer onzeker dan anders. Hij is niet bij de les en mist daardoor belangrijke informatie, mogelijk als gevolg van de recente echtscheiding van zijn ouders. Naar aanleiding van de signalen die de juf opgemerkt heeft bij Koen voert ze een gesprek met hem over de situatie en zijn behoeften. Uit dit gesprek blijkt dat Koen worstelt met de scheiding van zijn ouders. Koen is verdrietig omdat hij zijn vader minder vaak ziet. Zijn vader belooft hem steeds te bellen, maar dit gebeurt meestal niet. Hij vraagt zich vaak af of hij zijn vader nog wel zal zien. Naar aanleiding van het gesprek met Koen wil de juf proberen om hem meer succeservaringen te laten opdoen en te laten samenwerken met kinderen bij wie hij zich op zijn gemak voelt. Ze plaatst hem bij de rekenlessen in een subgroep die intensievere instructie en begeleiding krijgt van haar. Koen is goed in taal. Bij dit vak plaatst ze hem in een groepje kinderen met wie hij graag samenwerkt en bij wie hij succeservaringen kan opdoen. Daarnaast geeft ze hem extra aandacht door wat vaker met hem tussendoor een praatje te maken, hem geregeld te laten helpen met klusjes die hij leuk vindt en door non-verbale reacties tussendoor zoals e en knipoog en een ‘duim’. De juf geeft

08 I2015 I B. JRMGZN

ook begeleiding in de vorm van erkenning en empowerment: samen bekijken ze hoe Koen op een positieve manier zelf het bellen met zijn vader kan bespreken. De juf stelt ‘de deskundigheid’ van Koen hierbij voorop: met begeleiding van de juf bedenkt Koen zelf hoe hij dit het best kan aanpakken. Na een paar weken krijgt de juf de indruk dat haar plan voor begeleiding positief uitpakt: ze ziet dat het Koen goeddoet: hij werkt gemotiveerd en doet meer betrokken mee, juist doordat hij extra aandacht krijgt. Koen heeft inmiddels ook met zijn vader gesproken. Het is hem gelukt om de verwachtingen over het bellen met zijn vader af te stemmen. Dat ging niet in één keer goed, maar uiteindelijk hebben ze nu een vast belmoment. Door de positieve feedback die de juf hem geeft, bloeit Koen op school weer een beetje op: hij durft te antwoorden, is spraakzamer en vrolijker en lijkt met meer vertrouwen zijn werk te maken. De juf concludeert dat het een goede zet was om Koen op deze manier te begeleiden en zal de begeleiding voorlopig op dezelfde voet voortzetten. (Van der Pluijm & Grevelt, 2013).

De laatste dertig jaar is er veel onderzoek gedaan naar de gevolgen van echtscheiding voor kinderen. In veel gevallen heeft echtscheiding – of het niet goed begeleiden van een kind in een echtscheidingssituatie – negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van een kind. Gedragsproblemen, emotionele problemen, moeilijkheden in sociale relaties, kwetsbare eigen relatie- en gezinsvorming, riskante gewoonten en schoolproblemen komen vaker voor bij kinderen van gescheiden ouders dan bij kinderen die opgroeien in harmonieuze gezinnen (Spruijt & Kormos, 2010).


B.I PASSEND

ONDERWIJS

Een goed beleid op papier én op de werkvloer maakt het verschil voor het kind in echtscheiding

Dat omgaan met echtscheiding op school een vaste plaats verdient, moge duidelijk zijn. Een goed beleid geeft houvast en helderheid over hoe schoolbreed op eenzelfde, professionele manier gehandeld wordt bij echtscheiding. Het maakt concreet wat de visie van de school is ten aanzien van echtscheiding, wat de rol van de school en de leraar is naar het kind en naar zijn ouders en hoe de school signaleert en handelt als zich (probleem)- situaties voordoen. Dit alles vanuit de vertrouwde schoolomgeving van het kind. Een goed beleid op papier én op de werkvloer maakt het verschil voor het kind in echtscheiding. Welke stappen kan de school zetten bij het opstellen van een goed beleid? -Maak een ‘inventarisatie echtscheiding’ in de groep: hoeveel kinderen komen uit een gescheiden gezin, hoe is de relatie tussen de ouders, hoe is het gezag geregeld, hoe staat het kind in deze situatie en welke kinderen zien vader of moeder geregeld niet? -Voeg de inventarisaties van alle groepen samen en maak er een schoolbrede inventarisatie van. Bespreek de resultaten van de inventarisaties met de teamleden.

>>

Angelique van der Pluijm (opgeleid tot

leerkracht en pedagoog en werkzaam als auteur, trainer en ontwikkelaar voor het primair onderwijs) schreef samen met Margit Grevelt het boek School en echtscheiding. Alledaagse begeleiding binnen een schoolbreed beleid (Uitgeverij SWP, 2013). School en echtscheiding is een praktisch handboek dat uitlegt hoe om te gaan met echtscheiding op de basisschool. Het is geschreven voor die leerkrachten die op een professionele manier alledaagse ondersteuning willen bieden aan het kind. Het boek biedt naast relevante informatie over echtscheiding een helder stappenplan voor het implementeren en uitvoeren van een schoolbreed beleid voor echtscheiding.

School en echtscheiding

Alledaagse begeleiding binnen een schoolbreed beleid In dit boek gaan de auteurs in op de problematiek van echtscheiding gerelateerd aan school. Ze vertalen dit naar een helder stappenplan. De manier van begeleiding van het kind die wordt uitgewerkt in het boek sluit aan bij de huidige zorgroute in het primair onderwijs en bij de uitgangspunten van passend onderwijs. Angelique van der Pluijm & Margit Grevelt ISBN 9789088503269 • 176 pagina’s • € 24,90 www.schoolenechtscheiding.swpbook.com

-- _ ------- __ -------- _

Structurele aandacht voor echtscheiding

- Stel een werkgroep of stuurgroep samen die het onderwerp oppakt en een start maakt met het ontwikkelen van een beleid of protocol. - Maak echtscheiding zichtbaar in de zorgroute. - Neem echtscheiding op in het schoolplan en de schoolgids. - Ontwikkel een protocol echtscheiding. - Implementeer het beleid en gebruik het op school.

-- _ ------- __ -------- _

Omgaan met ouders Het is daarnaast van belang dat de school met beide ouders een actieve en goede relatie opbouwt en onderhoudt. Ouders spelen een cruciale rol bij de opvoeding en de ontwikkeling van het kind en zijn niet weg te denken uit de school. Een positieve ouderbetrokkenheid is zonder meer belangrijk. Ingeval van een echtscheiding werkt dit nog sterker door: tijdens moeilijker tijden kan men terugvallen op de basis van wederzijds vertrouwen die is opgebouwd. De omgang met ouders moet een onderdeel zijn van een beleid voor echtscheiding. Op elk moment moet voor de school duidelijk zijn hoe te handelen; zowel bij de melding van de voorgenomen echtscheiding als bij het ontstaan van leerproblemen bij de leerling. Daarnaast moet de school ouders duidelijk informeren en helder zijn over het beleid omtrent echtscheiding: wat kunnen de ouders van de school verwachten en wat mag de school van de ouders verwachten? De school beschrijft deze informatie in de schoolgids en informeert ouders ook tussentijds via een informatieavond, website of nieuwsbrief.

B.I2015 JRMGZN I 09


SEKSUELE opvoeding:

pedagogische handvatten voor de praktijk

------ _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ----

Seksueel gedrag van jonge kinderen maakt deel uit van hun seksuele ontwikkeling. Toch verrast het veel opvoeders als een jong kind masturbeert of ‘doktertje’ speelt. Met name ouders twijfelen of seksueel gedrag van hun kind wel ‘normaal’ is en hoe zij dit kunnen begeleiden. Hoe ziet de gemiddelde seksuele ontwikkeling eruit en hoe ondersteun je opvoeders concreet bij de seksuele opvoeding? Channah Zwiep

10 I2015 I B. JRMGZN

K

inderen die vragen hoe een baby uit de buik komt of elkaars piemel bekijken: het hoort bij de seksuele ontwikkeling van jonge kinderen. De seksuele ontwikkeling is een onderdeel van de bredere algemene ontwikkeling van kinderen. Seksualiteit is een breed begrip dat ook lichamelijkheid, geslachtelijkheid en intimiteit omvat (Bancroft, 1994). Kinderen zijn vanaf de geboorte binnen dit brede terrein veelal aan het verkennen en experimenteren. Zo leren zij seksualiteit zinvol in hun leven te integreren, in overeenstemming met de waarden en normen van hun sociale omgeving (Bancroft, 1994). Kinderen ontwikkelen hierdoor gaandeweg een seksuele identiteit. Pas vanaf de puberteit gaan zij experimenteren met meer ‘volwassen’ seksuele gedragingen. De (seksuele) ontwikkeling van kinderen gebeurt in wisselwerking en wederzijdse beïnvloeding met de omgeving (Sameroff & MacKenzie, 2003; Bronfenbrenner & Cesi, 1995). Aan de ene kant wordt de seksuele ontwikkeling van binnenuit ‘gestuurd’. Anderzijds leren kinderen van hun omgeving. In dit artikel gaan we in op wat opvoeders opmerken aan gemiddeld seksueel gedrag bij kinderen en hoe zij aankijken tegen seksuele opvoeding. Vanuit deze invalshoek bieden we concrete handvatten om ouders te ondersteunen bij de seksuele opvoeding, door te praten met kinderen en afspraken te maken over seksualiteit.


B.I PASSEND

ONDERWIJS

---- __ -------- _ -------- _ ------- _ --- _ ---------- _ ------- _ --- _ -----OPVOEDERS OVER SEKSUEEL GEDRAG VAN KINDEREN

De seksuele ontwikkeling van jonge kinderen uit zich in seksueel gedrag en vragen over seksualiteit. Dit blijkt uit kwalitatief onderzoek hiernaar onder 100 moeders en pedagogisch medewerkers in de kinderopvang (Zwiep, 2008). Deze opvoeders zien vaak tot regelmatig seksueel getint gedrag in allerlei variatie bij jonge kinderen en krijgen daarnaast af en toe vragen van kinderen over seksualiteit. De bevindingen bieden een breed kader voor gemiddeld oftewel ‘normaal’ seksueel gedrag van kinderen, dat in overeenstemming is met ander onderzoek. Zowel de moeders als de pedagogisch medewerkers vatten de seksuele ontwikkeling op als het ontdekken en bewust worden van het lichaam, de geslachtsdelen en de bijbehorende gevoelens. Zo zien zij vrijwel dagelijks seksueel gedrag waarbij nieuwsgierigheid naar en bewustwording van het lichaam een rol speelt. De opvoeders merken bijvoorbeeld op dat peuters en kleuters elkaar bekijken en aanraken en delen van het eigen lichaam of dat van de opvoeders benoemen. Ook zien opvoeders dat kinderen nieuwsgierig zijn naar sekseverschillen, onder andere op momenten waarop zij ‘functioneel’ bloot zijn:

Als de kinderen gezamenlijk plassen, roepen zij regelmatig: ‘Mijn papa heeft een piemel! En ik niet!’ Ze zijn gewoon heel erg benieuwd naar de verschillen tussen vrouwen en mannen. (een pedagogisch medewerker op een peutergroep)

Een grote groep opvoeders bemerkt ook seksueel getint (fantasie-)spel bij kinderen. Kleuters spelen ‘doktertje’ en ‘vadertje en moedertje’ en vanaf acht jaar spelen kinderen in groepjes ‘meisjes- en jongenspakkertje’. Een groot deel van de opvoeders merkt daarnaast op dat kinderen seksuele lustgevoelens ontdekken en hiermee experimenteren. Opvoeders zien bijvoorbeeld allerlei vormen van masturbatie. Zo hebben veel jongens vanaf de peuterleeftijd regelmatig als ‘vanzelfsprekend’ de hand in de broek, bijvoorbeeld als zij televisie kijken. Een kleine groep meisjes ‘rijdt’ volgens opvoeders tegen een knuffel aan of mas turbeert op de buik en bereikt hierbij soms ook een orgasme. Deze opvoeders merken op dat als een kind dit eenmaal heeft ‘ontdekt’, zij vaak enige jaren frequent en op vaste momenten op de dag masturbeert. Zodra een kind dit begrijpt, vertellen de meeste ouders dat masturbatie niet in het ‘openbaar’ kan: B.I2015 JRMGZN I

11


Seksueel getint vaak gemengde

------ _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ---Mijn dochter masturbeerde als peuter al. Meestal deed ze dat als ik haar uit haar bedje haalde, maar soms gebeurde het ook gewoon op de bank in de huiskamer. Ik heb haar geleerd dat het privé is en dat het in haar eigen bed mag, maar niet in het openbaar. (moeder van een

kinderen meer nieuwsgierig zijn naar ‘technische’ details over seksualiteit. Vanaf een jaar of zes stellen kinderen vragen over de ontwikkeling van hun lichaam of over seksueel gedrag van volwassenen.

dochter van zes jaar)

SEKSUELE OPVOEDING IN DE PRAKTIJK

Een deel van de opvoeders merkt ook regelmatig op dat kinderen boven de acht jaar verliefd zijn, verkering hebben of schaamtegevoelens ontwikkelen rondom intimiteit en lichamelijkheid. Ook dagen zij vaker de opvoeders uit of verkennen de grenzen door een volwassene in het voorbijgaan een tik op de billen te geven, een leeftijdgenootje in het kruis te grijpen of ‘vieze’ woorden te roepen. Een klein deel van de opvoeders merkt op dat kinderen experimenteren met het lichaam en het uiterlijk. Zo lopen peuters graag bloot volgens de opvoeders en bekijken kinderen boven de acht jaar zichzelf kritisch in de spiegel. Ook experimenteren oudere kinderen met hun eerste tong-

-- _ --------------- _ -----Tips voor praten over seksualiteit:

>> Geef positieve informatie (informeer niet alleen over gevaren) >> Wees open en eerlijk (kinderen komen niet uit de boerenkool) >> Benoem het lichaam en sla de geslachtsdelen niet over >> Geef ook informatie als kinderen géén vragen stellen >> Bespreek wensen en grenzen met kinderen (respectvol omgaan met jezelf en de ander)

>> Maak gebruik van een prentenboek over seksualiteit

-- _ --------------- _ -----zoen, giechelen over seksualiteit, of dansen op seksueel getinte muziek. Opvoeders krijgen ook af en toe vragen van kinderen over seksualiteit. Vaak is hiervoor een duidelijke aanleiding, zoals de komst van een zusje of broertje: Tussen vier en acht jaar stellen kinderen gemiddeld de meeste vragen over seksualiteit. Peuters en kleuters stellen vragen over zwangerschap, terwijl oudere 12 I2015 I B. JRMGZN

De seksuele ontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met de seksuele opvoeding (Zwiep, 2008). Zoals we hiervoor zagen, vertonen kinderen van jongs af aan een breed scala aan seksueel getint gedrag dat binnen hun seksuele ontwikkeling past. Kinderen hebben hiervoor wel een zekere ruimte en informatie over seksualiteit nodig, om zo kennis en vaardigheden op te doen om seksualiteit in hun leven te integreren. Opvoeders hebben de taak kinderen hierbij te ondersteunen, bijvoorbeeld door kinderen te informeren over seksualiteit (en de grenzen ervan) en hen waar nodig bij te sturen. Seksuele opvoeding ligt in het verlengde van de algehele opvoeding. Het vraagt van opvoeders een open wijze van communiceren over seksualiteit, begeleiding bij vragen of seksueel gedrag en het stimuleren van de meningvorming over seksualiteit (De Graaf & Rademakers, 2007; Klai, 2005; Zwiep, 2012). Ook kunnen zij hun kind een positief gevoel over lichamelijkheid en seksualiteit meegeven. Een autoritatieve opvoedingsstijl lijkt hieraan in positieve zin bij te dragen (Klai, 2005; Byers, Sears & Weaver, 2008). Hoewel die stijl gangbaar is in Nederland, vinden de meeste opvoeders het ingewikkeld vorm te geven aan seksuele opvoeding (Zwiep, 2008). Dit komt onder andere doordat ouders moeite hebben met de inschatting van ‘gemiddeld’ seksueel gedrag en twijfelen over de wijze van begeleiden. Ook praten met hun kind over seksualiteit vinden veel ouders lastig. Opvoeders hebben dan ook vooral behoefte aan concrete handvatten om seksualiteit te begeleiden. Pedagogische begeleiding van seksualiteit bestaat allereerst uit een bewustwordingsproces bij ouders, bijvoorbeeld van persoonlijke waarden en normen over seksualiteit en wat je een kind hierin wilt bieden. Daarnaast is praten over seksualiteit belangrijk. Dat kan bijvoorbeeld door jonge kinderen stapsgewijs informatie over seksualiteit te geven. Zo kunnen ouders het lichaam benoemen en de eventuele gevoelens die zij bij hun kind bemerken. Juist voor jonge kinderen is seksualiteit nog een


B.I PASSEND

ONDERWIJS

spel van kinderen roept gevoelens op bij ouders.

---- __ -------- _ -------- _ ------- _ --- _ ---------- _ ------- _ --- _ ------

>> Ieder kind is de baas over zijn eigen lijf >> Dwang en manipulatie zijn uit den boze >> Doe jezelf en/of de ander geen pijn >> Je mag geen gevaarlijke dingen doen >> ‘Klikken’ mag (en hulp van een volwassene inroepen ook) >> ‘Nare’ geheimpjes zijn niet fijn

Channah Zwiep

is deskundige op het gebied van seksuele ontwikkeling en opvoeding van jonge kinderen. Zij is onderzoeker, adviseert ouders en verzorgt trainingen en ouderavonden in de kinderopvang en in het basisonderwijs. www.kind-enzo.nl

----- _ ------- __ -------- _

Eigenlijk zouden alle opvoeders moeten anticiperen op een soortgelijke situatie en op de pedagogische begeleiding hiervan. Om te reageren zonder seksueel gedrag volledig af te keuren, kunnen ouders gebruik maken van een stappenplan om te reageren op de kinderen. De stappen zijn allereerst bedoeld om kinderen bewust te maken van hun seksuele gevoelens en dit open te bespreken met hen. Daarnaast geeft het opvoeders de kans afspraken te maken die de veiligheid en vrijwilligheid waarborgen. Ten slotte kunnen ouders hun kind corrigeren, bijvoorbeeld als seksueel gedrag volgens de norm niet passend is, of als kinderen zich niet aan een afspraak houden. Door seksuele opvoeding kunnen opvoeders kinderen een veilig opvoedingsklimaat bieden >>en hen ondersteunen bij het opdoen van kennis en vaardigheden. Kinderen krijgen zo ruimte om op hun manier te experimenteren met seksualiteit en leren daarnaast waar de persoonlijke en maatschappelijke grenzen hiervan liggen.

Afspraken over seksualiteit:

----- _ ------- __ -------- _

Joris en pieter (allebei 4 jaar) spelen in de zandbak in de tuin. Omdat het warm is, hebben zij alleen hun korte broek aan. Opeens doet Joris zijn broek naar beneden en strooit Pieter een handje zand over zijn piemel. De piemel van Joris wordt er een beetje stijf van.

----- _ ------- __ -------- _

‘vanzelfsprekend’ onderwerp. Dit maakt het ook vaak voor ouders makkelijker erover te beginnen. Het voorlezen van een prentenboek (Zwiep, 2011) kan hierbij goed helpen. Seksueel getint spel van kinderen roept vaak gemengde gevoelens op bij ouders. Ze zijn bijvoorbeeld verrast dat hun kind hiermee ‘al’ bezig is, denken dat hun kind ‘afwijkt’, of zijn bang dat hun kind seksueel misbruikt is. Veel seksueel gedrag past echter gewoon bij de ontwikkeling. Dit betekent dat ouders seksualiteit juist moeten begeleiden. Het is bijvoorbeeld belangrijk om seksueel gedrag van kinderen gewoon met kinderen te bespreken. Opvoeders kunnen begrip tonen voor seksuele gevoelens van hun kind, maar tegelijkertijd aangeven dat er grenzen zijn. Ook kunnen zij – liefst in overleg met het kind – afspraken maken, zodat seksueel spel bijvoorbeeld respectvol en veilig gebeurt. Hiervan leren kinderen dat seksualiteit bespreekbaar is en er ‘mag’ zijn en zich aan te passen aan wensen van de sociale omgeving. We illustreren dit aan de hand van het volgende voorbeeld:

Seksuele ontwikkeling

Methodiek voor pedagogische begeleiding in de kinderopvang en in het basisonderwijs Dit boek is een leidraad voor de ontwikkeling van pedagogisch beleid over seksualiteit. Het bevat een theoretische visie op seksualiteit, een kader voor gemiddeld seksueel gedrag van jonge kinderen (0-13 jaar) en handvatten om de seksuele ontwikkeling als professionele opvoeder positief te begeleiden. Methodiek voor pedagogische begeleiding in de kinderopvang en in het basisonderwijs Channah Zwiep ISBN 9789088502620 - 136 pagina’s - € 16,50 www.seksueleontwikkeling.swpbook.com

B.I2015 JRMGZN I 13


Boek & cursus

_ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- __ -------_ ------- __ ------– W NIEU

Iedereen

aan boord Passend onderwijs proberen te realiseren voor kinderen voor wie dat niet vanzelfsprekend is, brengt grote uitdagingen met zich mee. Iedereen aan boord! biedt een concrete aanpak voor alle professionals die in de klas, op school, of binnen een samenwerkingsverband passend onderwijs proberen te realiseren en te maken krijgen met kinderen die tussen wal en schip dreigen te raken.

cursus Samen werken aan passend onderwijs Deze training heeft als doel het versterken van de eigen kracht van onderwijs- en zorgprofessionals zodat zij beter in staat zijn om ook passend onderwijs te realiseren voor kinderen voor wie dat niet vanzelfsprekend is. Het programma heeft een sterk interactief karakter, waarin de kennis en ervaring van de deelnemers een belangrijke rol speelt. docenten

Samen werken aan passend onderwijs voor kinderen voor wie dat niet vanzelf spreekt. Jos van der Horst & Bart van Kessel ISBN 9789088505126 • 176 pagina’s • € 29,90 www.passend.swpbook.com

Jos van der Horst 1 dag

cursusduur

inbegrepen literatuur

Iedereen aan boord! Kijk voor meer informatie en actuele cursusdata op www.onderwijs.academy

_ ------------------------------- _ ----- _ ---------------------

Het werkgeheugen

De invloed van het werkgeheugen op het leren

Gerichte ondersteuning bij leerstoornissen Problemen met het werkgeheugenzijn in een vroeg stadium op tesporen met betere schoolprestaties als resultaat. Door de gedegen theoretische onderbouwing en toegankelijke stijl biedt deze uitgave leerkrachten en studenten een onmisbare handleding om leerlingen tot hun recht te laten komen. Tracy Alloway ISBN 9789088504853 • 128 pagina’s • € 19,90 www.werkgeheugen. swpbook.com

14 I2015 I B. JRMGZN

Handelingsgerichte adviezen voor het basisonderwijs

Susan E. Gathercole & Tracy Alloway ISBN 9789088503993 • 120 pagina’s • 2e druk • € 16,90 www.werkgeheugen2.swpbook.com

Een toegankelijke gids voor het basisonderwijs waarin wordt uitgelegd hoe het werkgeheugen functioneert en hoe het werkgeheugenin leersituaties ondersteund kan worden.


k

B.I PASSEND

ONDERWIJS

------- _ ------- _ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _

Peuteren en Kleuteren De breintheorie over het leren van het jonge kind

NIEUW

Betsy van de Grift wil met Peuteren en Kleuteren een vakinhoudelijke verbinding maken tussen kinderopvang en primair onderwijs en zet daarbij relatief nieuwe inzichten uit de breinwetenschap in. Ze prikkelt en stimuleert en daagt professionals uit om leidende paradigma’s in de ‘spelen-versus-leren’ discussie opnieuw te bekijken met de kennis die de breinwetenschap aanreikt over het leren van het jonge kind.

Betsy van de Grift • ISBN 9789088505065 • 144 pagina’s • gebonden • ¤ 19,90 www.swpbook.com/1737

Zo houd je het werkbaar Communiceren met ouders op de basisschool Tegen de achtergrond van actuele ontwikkelingen in het veld (zoals VVE, IKC’s, passend onderwijs, brede school, gedragsvraagstukken, gedrag en wensen van ouders) biedt dit boek een stevig fundament, vol communicatietips en gesprekstechnieken. De vele cases en praktijksituaties helpen leerkrachten bij de voorbereiding van gesprekken met ouders en helpen bovendien om als schoolteam op één lijn te komen. Gabrielle Bos & Aggy Langedijk ISBN 9789088505553 • ca. 120 pagina’s • ca € 22,50 www.swpbook.com/1787

_ -- _ ---------- __ ----cursus

Het begint met kijken en luisteren Aan de hand van actuele wetenschappelijke inzichten in de ontwikkeling van jonge kinderen beschrijft de auteur de manier waarop leerkrachten en begeleiders kunnen aansluiten bij de eigenheid van jonge kinderen. Intensief kijken en luisteren naar alles wat kinderen laten zien en horen staat daarbij voorop. Jenthe Baeyens ISBN 9789088501388 • 176 pagina’s • ¤ 24,90 www.swpbook.com/1327

Beter communiceren met ouders voor leerkrachten primair onderwijs Een goede communicatie met ouders is noodzakelijk en urgent. Het aantal juridische procedures van ouders tegen de school is de afgelopen twee jaar met ruim veertig procent gestegen. De conflicten gaan onder meer over schooladvies, schorsing of het gedrag van de kinderen. Wilt u dit soort conflicten met ouders voorkomen? In deze training leert u om het gesprek met ouders op uw manier te laten verlopen en om de ouders aan te zetten tot de juiste acties. Lianne van Lith 1 dag inbegrepen literatuur Reader met artikelen docenten

cursusduur

Kijk voor meer informatie en actuele cursusdata op www.onderwijs.academy

_ -- _ ---------- __ ----I2014I JRMGZN


Denken

in beelden Tineke Verdoes

Als Robin van zeven jaar het woord vis hoort, ziet hij in zijn hoofd een vis voor zich in een aquarium met daarboven een bordje met ‘Te koop’. Het ene woord vis voert hem in gedachten direct mee naar de dierenwinkel, waar hij graag vissen koopt. Robin is een beelddenker. Het visuele leersysteem is een snelle en associatieve manier van denken.

B

eelddenken bij kinderen krijgt steeds meer aandacht, maar is geen nieuw fenomeen. Al in de jaren dertig was Maria Krabbe in Nederland actief. Zij ontdekte dat sommige kinderen de informatie op een andere manier tot zich namen. Ze waren visueel ingesteld. Silvermann deed in de jaren tachtig onderzoek naar informatieverwerking bij kinderen. Volgens haar bestaan er een visueel-ruimtelijk geheugen en een auditief-volgordelijk geheugen. In 2010 werd er door Jaap Murre van de UVA onderzoek gedaan, met een soortgelijke uitkomst. Beelddenken is dus niet van deze tijd, maar vindt momenteel steeds meer zijn weg 16 I2015 I B. JRMGZN

naar het onderwijs door alle aandacht en boeken als Denken in Beelden, De jonge beelddenker, Beelddenken in de Praktijk, 26 letters en dan…? of In het rijk der beelden ben ik koning. Dit is een prettige ontwikkeling. 30 procent van de beelddenkers kunnen hun weg vinden in de overwegend linkerhersenhelft dominante samenleving zonder al te veel aanpassingen. 23 procent van de beeldenkers kunnen dit moeizaam. Met de juiste ondersteuning in het onderwijs wordt het gemakkelijker.


-- _ -----------OORSPRONKELIJKE BEELDDENKERS We worden allemaal geboren als een beelddenker. Als baby hebben we immers geen gesproken of geschreven taal. Kinderen hebben beelden nodig om taal te leren. Een peuter kan zelf een plaatje voor zich zien en is in staat om er het bijpassende woord aan te verbinden. Zo leert een jong kind praten en in woorden denken. Bij de meeste kinderen die ouder worden verandert het denken. Als het kind ouder wordt gaat het steeds meer in taal denken. Het kind wordt een taaldenker. Bij ongeveer 53 procent van de mensen gaat het anders. Zij blijven primair in meer of mindere mate in beelden denken en zoeken dan de taal erbij. We noemen ze beelddenkers. HOE WERKT BEELD DENKEN? Timo van elf jaar tekent wat er tijdens een les in zijn

B.I PASSEND

ONDERWIJS

Belevend leren

Als we het in de les hebben over breuken is het van belang dat er geuren, kleuren, ervaringen aan het beeld breuken worden gekoppeld.

hoofd gebeurt. Er ontstaat een hoofd met daarin een appelboom met en grasveld eromheen. Met woorden legt hij het zo uit: ‘Wanneer ik het woord “boom” hoor, dan zie ik in mijn hoofd een boom met appels. Ik heb namelijk plaatjes in mijn hoofd.’ Beelddenken vindt plaats in de rechter hersenhelft. Hierin bevinden zich de zintuiglijke waarnemingen, gevoel voor kleur, ritme, ruimte en je gevoelige kant, maar ook dagdromen vindt hier plaats. VOOR- EN NADELEN Moeder Sabine ziet voor- en nadelen aan de manier van denken van haar zoon. ‘Tim is erg creatief. Hij plakt van alles aan elkaar en dat is in zijn ogen dan een verrekijker, een toren, of iets anders. Meestal komt hij met iets dat je denkt: wouw. Hij is echt een creatieve denker!’ Tim is volgens Sabine wel heel snel afgeleid. ‘Op het moment dat je tegen hem zegt: “ga je schoenen aan doen”, kan hij

naar zijn schoenen lopen en onderweg iets anders zien, dan gaat hij daarmee verder. Hij wil daar hele verhalen over vertellen, want dat zit in zijn hoofd en dat moet er ook uit. Dan is hij zijn schoenen alweer vergeten.’ BELEVEND LEREN ALS ONDERSTEUNING Ook in het onderwijs heeft beelddenken voor- en nadelen. Het is belangrijk om een beelddenker zo goed mogelijk te ondersteunen bij het veelal cognitief en analyserend schoolwerk. Veel beelddenkers hebben extra ondersteuning nodig bij rekenen en spelling. Ze hebben moeite met de volgorde van letters, tempo lezen, het juist opschrijven of benoemen van cijfers, het automatiseren van de tafels of komen moeilijk uit hun woorden. Belevend leren is een van de oplossingen. Een denkbeeld is namelijk geen plat plaatje, maar als het ware een holografische weergave. We gebruiken de term beeld-

NIEU

W

- _ --------------- _ ------- __ -------- _

De jonge beelddenker

Uitleg, tips en opdrachten voor leerkrachten en ouders Tineke Verdoes ISBN 9789088504648 112 pagina’s • gebonden • full-color uitgave • ¤ 29,90 www.beelddenker. swpbook.com

Puttend uit haar jarenlange ervaring als juf, remedial teacher en beelddenker laat Tineke Verdoes aan de hand van taal- en rekenvoorbeelden zien hoe je rekening kunt houden met beelddenkers. Daarbij gaat ze in op de kenmerken van beelddenken, het sorteergedrag, de manier van problemen oplossen, leren door middel van beleving en het plannen/organiseren in de kleuterklas en groep 3. B.I2015 JRMGZN I

17


-- _ --------------

Top down leren

Een beelddenker is in staat om vanuit een geheel terug te redeneren; dit omgekeerd leren noemen we ook wel de top-downmethode.

Sterke kanten van een beelddenker: - is creatief in het verzinnen van nieuwe dingen; - tekent of knutselt graag; - voelt veel dingen goed aan; - is een doorzetter; - is origineel; - heeft veel fantasie; - zorgt voor anderen, omdat hij intu誰tief begrijpt wat er om hem heen gebeurt.

De beelddenker heeft ook zwakkere kanten, zo: - heeft hij moeite met woorden en taal; - heeft hij moeite met het vertellen van een verhaal; - kan hij dromerig zijn op onhandige momenten; - heeft hij moeite met het opvolgen van instructies; - neemt hij de informatie die hem verteld wordt vaak heel letterlijk; - heeft hij moeite om zich te concentreren; - vertelt hij vaak dingen in een onlogische volgorde; - vertelt hij vaak dingen met weinig woorden; - heeft hij moeite met het verwoorden van zijn ge dachten; - heeft hij moeite met tijd; - kan hij erg impulsief zijn; - heeft hij moeite met luisteren; - is hij vaak wat onhandig.

18 I2015 I B. JRMGZN


B.I PASSEND

- Let op of een opdracht is ‘binnengekomen’. Herhaal de opdracht eventueel. - Gebruik humor en aansprekende anekdotes. Lesstof die gekoppeld is aan humor en anekdotes die tot de verbeelding spreken, wordt in het geheugen verankerd en is makkelijker terug te vinden. - Zuurstof en bewegen doet leren. - Uit het raam kijken; het naar buiten staren kun je zien als een moment van pauze, even op adem komen. Het is vaak een vorm van zelfbehoud.

belevingen toevoegen aan hun les en het platte vlak steeds vaker gaan loslaten, worden ze enthousiast. Op deze manier is het eigenlijk veel leuker om rekenles te geven.’ De leerkrachten en de kinderen hebben meer plezier in rekenen, met gewenste resultaten. Meer inspiratie vindt ze onder andere in het boek Belevend leren, waardoor ze het belevend leren nu ook toepast in andere vakgebieden en op deze manier meer beelddenkers bij haar lessen betrekt.

www.swpbook.com/1821

NIEU

Belevend leren

W

7,4 mm

Belevend leren In het huidige onderwijs wordt vooral een beroep gedaan op de linkerhersenhelft, de talige helft, en dit is over het algemeen de zwakkere kant van een beelddenker. In deze uitgave neemt Tineke Verdoes je, aan de hand van talloze voorbeelden, mee in de wereld van het beelddenken en deelt ze met jou manieren van lesgeven waardoor het werken met de beelddenkers in jouw klas een feestje wordt. Ideeën om beeldde

nkers bij je les te

Je bent een betrokken leerkracht en zet alles op alles om de lessen zo aantrekkelijk en voor kinderen toegankelijk mogelijk te maken. Maar dat leerlingen voor wie lukt niet altijd bij het leren anders gaat. Ze zijn vinding met het gestructureer rijk, hebben moeite d vertellen van een verhaal, dwalen weg zijn creatief, voelen bij je instructie, dingen goed aan, hebben moeite met rekenen getallen door spelling en halen elkaar. Het zou goed bij kunnen zijn dat je in je groep hebt. een beelddenker

Tineke Verdoes is leerkracht, remedial teacher, spreekster, deskundige op het maar vooral ervaringsgebied van beelddenken. In haar onderwijs ontwikkelde ze succesvol op de basisschool nieuwe manieren van lesgeven waar de groep profijt van alle kinderen in hebben. Voor de kinderen met een leerprobleem komt uit ADHD, autisme, dyslexie, dat voortdyscalculie of een wereld opengaan. andere beperking kan een

ISBN 978 90 8850

SWP

523 2 / NUR 840

9 789088 505232 www.swpbook.com

houden

Tineke Verdoes

Hoe kun je je onderwijs zo inrichten dat alle kinderen mee kunnen Na een theoretisch doen? orientatie die onder andere ingaat op begripsvormi de term beelddenken, ng rondom de rol van executieve functies bij het leren verschillende leerstijlen, van kinderen, de werking van de linker- en rechter de praktijk. hersenhelft, volgt Heldere casussen, eyeopeners en informatieve citaten bieden inzicht organiseren van klassenmanag bij het ement, het gebruik van het digibord, woordherkenning letters leren, en handvatten om bijvoorbeeld de rekenbelevendleerles te of spelles een laten zijn.

SWP

IS HET NU AL TIJD? De interne klok van een beelddenker loopt sneller of langzamer dan de afgesproken tijd. Annemiek, leer-

Francis van Kleeff & Tineke Verdoes ISBN 9789088505881 • ¤ 9,90

Tineke Verdoes

TOP-DOWN LEREN Een taaldenker verzamelt informatie en maakt daar vervolgens een geheel van. Op school wordt het lesmateriaal, voor een taaldenker, logisch opgebouwd, van A naar Z. Kleine stukjes informatie worden uiteindelijk een geheel en de moeilijkheidsgraad wordt beetje bij beetje verhoogd. Dit maakt het huidige onderwijs voor beelddenkers een bijna onmogelijke opgave. Een beelddenker is wel in staat om vanuit een geheel terug te redeneren; dit omgekeerd leren noemen we ook wel de top-downmethode. Hij heeft het nodig om eerst het totaalbeeld te overzien (de samenvatting van een hoofdstuk of boek, het alfabet, het cijferveld 1-100), om vervolgens terug te redeneren om de lesstof in de klas te kunnen volgen. De hele puzzel in één doos en dan puzzelen maar.

Met deze kaarten leren jonge kinderen spelenderwijs de dagen van de week onderscheiden. Iedere kaart associeert een getekend beeld met een bepaalde dag. De dagen van de week hebben een kleur, een plaatje en een gebaar. Je kunt ze lineair ophangen. Ook kun je gebruik maken van een lied. Dit totaalpakket zorgt voor het succes.

Belevend leren

denken omdat beeld overheerst. Echter alle zintuiglijke waarnemingen zijn van belang. Als we het in de les hebben over breuken is het van belang dat er geuren, kleuren, ervaringen aan het beeld breuken worden gekoppeld. Zo neemt meester Cees tijdens deze lessenserie een taart mee of echte chocoladerepen. Juf Judith bedenkt een dans met de kinderen van haar klas tijdens het aanleren van de tafels en juf Janneke maakt gebruik van haar kennis over meervoudige intelligentie. Intern begeleidster Esther, heeft de ervaring dat belevend leren voor alle partijen de betrokkenheid bij de les verhoogt. Aan het begin van dit jaar is besloten in groep 3, tijdens de rekenlessen, meer aan de slag te gaan met belevend leren. Esther: ‘Ik merk aan de leerkrachten dat ze het in het begin heel spannend vinden om de methode los te laten, maar als ze eenmaal gaan werken met concreet materiaal, meer gaan bewegen, belevingen toevoegen aan hun les en het platte vlak steeds vaker gaan loslaten, worden ze enthousiast. Op deze manier is het eigenlijk veel leuker om rekenles te geven.’ De leerkrachten en de kinderen hebben meer plezier in rekenen, met gewenste resultaten. Meer inspiratie vindt ze onder andere in het boek Belevend leren, waardoor ze het belevend leren nu ook toepast in andere vakgebieden en op deze manier meer beelddenkers bij haar lessen betrekt. krachten dat ze het in het begin heel spannend vinden om de methode los te laten, maar als ze eenmaal gaan werken met concreet materiaal, meer gaan bewegen,

De dagen van de week

----------- _ ------- __ --------- _ --------------- _ -------

Tips voor leerkrachten

ONDERWIJS

Tineke Verdoes ISBN 9789088505232 • ca. 120 pagina’s • ca ¤ 19,90 www.swpbook.com/1755

B.I2015 JRMGZN I 19


Gekke situaties Het woord ‘niet’ is een leeg woord, een onzichtbaar woord. Er is geen plaatje bij het woord ‘niet’. Hierdoor kunnen er gekke situaties ontstaan.

De juf zegt tegen Sofie dat ze niet meer mag praten. Sofie ziet een plaatje voor zich waarin ze praat. Ze blijft dus praten. Juf is geïrriteerd en Sofie krijgt op haar kop. De juf kan beter zeggen: ‘Ik wil dat jullie stil zijn. ’Het woord ‘niet’ wordt vaak gebruikt. Je kunt je erin trainen anders te formuleren.

Bijvoorbeeld: - ‘Gebruik je binnenstem’ in plaats van ‘Niet schreeuwen’. - ‘Loop rustig door de gang naar de gym’ in plaats van ‘Niet rennen’. - ‘Leg je schoenen in je schoenenbakje’ in plaats van ‘Niet met je schoenen in de gymzaal/speelhoek’. - ‘Stoppen’ in plaats van ‘Niet doorlopen’.

kracht in groep 5: ‘Ik merk dat sommige kinderen in mijn klas niet kunnen inschatten hoe lang ze zelf met een werkje bezig zijn. De meest kinderen uit de klas redden dit, maar voor een aantal pak ik het anders aan. Ik bespreek van tevoren met ze, bijvoorbeeld bij rekenen, dat ze vandaag de helft moeten maken en zelf kunnen bepalen waarmee ze beginnen. Dan vraag ik hoe lang ze dat daarvoor nodig denken te hebben. Daar zet ik dan de tijd bij, door gebruikt te maken van een time-timer. Omdat ze vaak zichzelf onderschatten komen ze opeens tot het inzicht “ik heb tijd over” en dan komt de snelheid erin.’ EEN GEVOELIGE KANT Denken in beelden gaat met ongeveer

32 plaatjes per seconde. Daarnaast zijn beelddenkers vaak prikkelgevoelig. Dit komt mede door de sterk ontwikkelde rechter hersenhelft. Beelddenkers hebben een gevoelige kant. Wanneer ze tussendoor onvoldoende rusten, kunnen ze overprikkeld raken. Iedereen reageert hier op een andere manier op. Sommige kinderen krijgen gedragsproblemen zoals driftbuien, dagdromen, kunnen impulsief of clownesk reageren of juist een paniekaanval krijgen. Als leerkracht van een beelddenker moet je het welzijn van het kind goed bewaken. Laat hem of haar tot rust komen door hem bewust te laten wegdromen of door hem iets ontspannends te laten doen. Brenda, leerkracht van groep 1/2: ‘Ik zie soms kinderen die zichzelf verliezen. Dit kan ik zien aan

de ogen, aan alle bewegingen, aan wat dat kind doet en dan besluit ik even een moment te nemen om met alle kinderen een ontspanningsoefening te doen. Aan het einde van dit soort momentjes zie je verschil nadat ze hun ogen hebben opengedaan. Ze halen nog even diep adem en je voelt de rust door de klas gaan. En dan heb je gewoon weer eventjes de aandacht.’ BURGERS VAN DE 21E EEUW Waar je succes op school afhangt van: richtlijnen volgen, opgegeven werk op tijd inleveren, feiten onthouden, snel reproduceren, stapsgewijs werk tonen, net leesbaar handschrift, juiste spelling, op tijd zijn, een goede organisatie en netheid, wordt je in je werk beloond op je: geschiktheid om toekomstige

-- _ --------------- _ ------- __ --------- _

Denken in beelden Uitleg, tips en opdrachten voor leerkrachten en ouders Op school kun je beelddenkers onder andere herkennen aan de hand van de volgende signalen: ze lezen vaak spellend en/of radend; ze hebben een globaal overzicht en vergeten de details; automatiseren gaat moeizaam. De voorbeelden, tips en oefeningen maken van deze uitgave een instrument dat kinderen meer zelfvertrouwen geeft en ouders en leerkrachten een handvat, achtergrondinformatie en inzicht biedt.

20 I2015 I B. JRMGZN

Tineke Verdoes ISBN 9789085606536 80 pagina’s • gebonden • 2e druk ¤ 27,50 www.swpbook.com/1597


-- _ --------------- _

B.I PASSEND

ONDERWIJS

Prikkelgevoelig

Beelddenkers hebben een gevoelige kant. Wanneer ze tussendoor onvoldoende rusten, kunnen ze overprikkeld raken. Iedereen reageert hier op een andere manier op.

ontwikkelingen te voorspellen, het geheel kunnen overzien, kunnen denken buiten een vast stramien, het nemen van risico’s, het identificeren van problemen en het oplossen daarvan, eigen sterke punten combineren met anderen om een sterk team te worden, kunnen omgaan met de computer, opgewassen zijn tegen complexiteit en de gave om mensen naar waarde te schatten. Kwaliteiten die beelddenkers vaak al van nature tot hun beschikking hebben. Voor ons de uitdaging om álle kwaliteiten tot zijn recht te laten komen. Silverman stelt: ‘Is het niet tijd om het belang te erkennen van de gaven van de rechter hersenhelft en alle studenten de mogelijkheid te geven hun visueel-ruimtelijke vaardigheden te ontwikkelen? Deze vaardigheden zijn essentieel voor succes als volwassenen.’ >>

Tineke Verdoes

is moeder, leerkracht, remedial teacher, kindercoach en beelddenker. Na haar opleiding aan de Pabo werkte ze parttime binnen het onderwijs en studeerde ze in 2003 af tot remedial teacher. De opgedane kennis kwam haar goed van pas in het speciaal onderwijs (waar ze tot op heden werkzaam is). In 2009 startte zij haar eigen remedial teaching praktijk.

B.I2015 JRMGZN I

21


B.I PASSEND

ONDERWIJS

Boek & cursus

_ --------- __------- _ --- _ -------------- _ -----__ -------- ------_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ -----

Omgaan met Asperger in de klas Op beknopte en heldere wijze geeft dit boek inzicht in en informatie over Asperger. Het beschrijft de kenmerken en biedt eenvoudige strategieen om tegemoet te komen aan de leerbehoeften van leerlingen met Asperger. Deze gids staat boordevol handige, direct toepasbare tips en praktische adviezen voor zowel het jonge als iets oudere kind. Matt Winter ISBN 9789088502712 • 104 pagina’s • € 12,50 www.aspergerindeklas.swpbook.com

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ ----_ ------- __ ------– cursus Communiceren met kinderen Hulp bieden aan en communiceren met jonge kinderen is niet altijd eenvoudig. Hoe bijvoorbeeld om te gaan met de verschillende loyaliteiten van het kind? Of hoe de juiste informatie van het kind te verkrijgen? Tijdens deze leergang spelen de voorbeelden en vragen van cursisten een belangrijke rol. Tijdens deze leergang spelen de voorbeelden en vragen van cursisten een belangrijke rol. Deze leergang is opgesplitst in de basis-

Succesfactoren voor invloed van leraren, ouders en leerlingen op bestuursbeleid Medezeggenschap en kwaliteitsverbetering van het onderwijs In deze uitgave geeft de auteur aan de hand van actuele onderwerpen een praktische toelichting op de Wet medezeggenschap op scholen. Het boek is bedoeld voor iedereen die bij de medezeggenschap in het onderwijs betrokken is.

module (2 dagen) en de verdiepingsmodule

Frederik Smit • ISBN 9789088503443 • 184 pagina’s • ¤ 27,90

(4 dagen). U kunt beide onderdelen ook apart

www.swpbook.com/1587

volgen.

Martine Delfos cursusduur 6 dagen docenten

inbegrepen literatuur

Luister je wel naar míj? Kijk voor meer informatie en actuele cursusdata op www.onderwijs.academy

_ ------- __ ------–

22 I2015 I B. JRMGZN

Medezeggenschap en onderwijs Elk besluit van het bestuur wordt beter naarmate leden van inspraakorganen in alle vrijheid hun mening erover kunnen geven. Dit boek bevat succesfactoren om invloed van leraren, ouders en leerlingen op het beleid van onderwijsinstellingen te optimaliseren. Frederik Smit• ISBN 9789088503450 • 112 pagina’s • ¤ 17,90 www.swpbook.com/1588

-_


_ --- _ --------------- _ -------

Gedrags

VRAAGSTUKKEN Een positief en veilig leerklimaat op school bevordert positief gedrag. Maar hoe doe je dat? -- _ --------------- _ --------- _ --------------- _ ------- __ Lastige leerlingen:

24

maak ze tot democratische burgers

‘Leerlingen zijn te mondig, te assertief, snel ontvlambaar en hebben weinig respect voor gezag in de school.’ Leo Pauw

Omgaan met pesten

30

Preventief handelen en het taboe doorbreken

Omdat pesten gaat om macht, en macht aantrekkelijk is, is het vermoedelijk niet mogelijk het fenomeen helemaal uit te bannen. Margo Henderson

& verder... Omgaan met lastig gedrag 29

--------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- __ -------- _ ------

g

B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN


‘Lastige’ leerlingen:

24 I2015 I B. JRMGZN


B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

maak ze tot democratische burgers _ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ ----‘Leerlingen zijn te mondig, te assertief, snel ontvlambaar en hebben weinig respect voor gezag in de school.’ Of het gedrag van kinderen problematischer is geworden, valt te bediscussiëren. Feit is dat veel scholen eind jaren negentig zich zorgen maakten over de omgang met ‘lastige’ leerlingen. Leren wat het betekent om ‘democratisch burger’ te zijn, lijkt daarop een antwoord. door Leo Pauw

“Vroeger, toen ik in groep 5 van deze school zat, hadden we vaak ruzie met elkaar. (...) In de loop van de jaren werd het steeds beter. Er zit een jongen in onze klas die vroeger werd gepest, en nu, schiet iedereen beter met hem op. Hij doet ook mee met voetballen. We vinden hem nu ook aardig. Hij heeft een beetje overgewicht. Soms gaan we springtouwen. Eerst durfde hij niet en toen gingen we hem allemaal aanmoedigen, en toen sprong hij gewoon het springtouw in. Hij haalde wel iets van tien sprongen ofzo. Ik sprong ook met hem mee. Dat was best wel leuk. Op een andere school, die geen Vreedzame School is, was het zeker weten niet zo gebeurd. We hebben veel geleerd van De Vreedzame School.”

MOEILIJKE LEERLINGEN Het voorgaande citaat is van een leerling op een Vreedzame School. Ruim tien jaar geleden werd gestart met de ontwikkeling van dit programma voor basisscholen. Het begon als een programma dat kinderen en leerkrachten leerde om conflicten op een vreedzame manier op te lossen door kinderen daarin een actieve rol te geven. Maar het is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een compleet programma voor sociale competentie en democratisch burgerschap. In de Vreedzame School worden de klas en de school een leefgemeenschap, waarin kinderen zich gehoord en gezien voelen en een stem krijgen. Ze leren wat het betekent om een ‘democratisch burger’ te zijn: openstaan voor verschillen tussen mensen en deze kunnen overbruggen. Zo leren ze een bijdrage te leveren aan het algemeen belang, door actief verantwoordelijk te

willen zijn voor elkaar en voor de gemeenschap. Kinderen ervaren dat het uitmaakt dat ze er zijn, dat ze ‘ertoe doen’. Het programma is een succes, in die zin dat er inmiddels ruim vijfhonderd basisscholen meedoen. De Vreedzame School is eind jaren negentig ontstaan als antwoord op de zorg over de omgang met ‘lastige’ leerlingen van veel scholen en leerkrachten. Scholen klaagden over hoe ingewikkeld het was om personeel te krijgen voor de hogere groepen, met name in scholen in achterstandswijken. Als er al leerkrachten te vinden waren, dan was het niet ongewoon als ze na korte tijd afhaakten als gevolg van de uit de hand lopende ordeproblematiek. De meeste klachten van scholen en leerkrachten betroffen het gedrag van leerlingen: te mondig, te assertief, te weinig rekening houdend met anderen, korte lontjes, snel ontvlambaar, veel conflicten en te weinig respect voor het B.I2015 JRMGZN I

25


‘De Vreedzame School is de redding van mijn loopbaan als leerkracht. Hiervoor ging ik ooit het onderwijs in: de kracht van kinderen benutten en versterken.’ -----_---_-------_--------------_---_-------_---------_ EEN LESSENSERIE MET ZES BLOKKEN De Vreedzame School bestaat uit een aantal onderdelen. De basis is een lessenserie, waarin voor alle groepen een wekelijkse les of activiteit is opgenomen. Het bestaat uit zes blokken: - We horen bij elkaar: de klas als een positieve sociale gemeen schap. - We lossen conflicten zelf op: conflictoplossing. - We hebben oor voor elkaar: échte wederzijdse communicatie. - We hebben hart voor elkaar: over herkennen en uitdrukken van gevoelens. - We dragen allemaal een steentje bij: een bijdrage leveren aan de gemeenschap. - We zijn allemaal anders: over diversiteit.

gezag in klas en school. Hoewel er getwist kan worden over de vraag of het gedrag van kinderen nu echt problematischer is geworden, feit is dat er bij leerkrachten en andere opvoeders meer en meer ‘handelingsverlegenheid’ ontstond. LEERLINGEN ALS BEMIDDELAARS Een van de meest succesvolle uitwerkingen binnen de Vreedzame School is leerlingparticipatie in de vorm van het opleiden van leerlingmediatoren. Een aantal leerlingen uit de bovenbouw krijgt een training waarin ze leren om 26 I2015 I B. JRMGZN

medeleerlingen te helpen hun conflicten op te lossen. Vervolgens heeft een tweetal mediatoren elke dag ‘dienst’: tijdens de pauzes lopen zij met een herkenbare jas of pet rond, maar ook buiten de pauzes kan hun hulp worden ingeroepen. Leerlingen die hun conflict niet onderling kunnen oplossen, kunnen hulp van de mediatoren inroepen. Ook leerkrachten verwijzen kinderen bij een conflict of ruzie naar de mediatoren. Deze bemiddeling door leerlingen wordt pas ingevoerd als alle kinderen vanaf groep 3 hebben kennisgemaakt met het concept. Het werken met leerlingmediatoren is geen doel op zich, maar staat in het teken van een bredere participatie van leerlingen in de school. In het basiscurriculum is vooral gekeken naar de verantwoordelijkheid voor taken in de klas. In een vervolgmodule wordt dit verder uitgebouwd naar klasoverstijgende taken. Bij spelletjesdagen of het leesonderwijs bijvoorbeeld helpen de oudere leerlingen de jongere. Een andere vorm van participatie is het invoeren van commissies in de klas (bijvoorbeeld een feestcommissie) en een schoolcommissie (bijvoorbeeld een pleincommissie) met vertegenwoordigers uit alle groepen vanaf groep 3. CULTUURVERANDERING KOST TIJD Er werken zoals gezegd ruim vijfhonderd basisscholen met het programma. De ervaring leert dat veel scholen de methode als succesvol ervaren, maar ze verschillen wel in de mate waarin ze het programma benutten. De afgelopen jaren is onderzoek gedaan onder een

grote groep scholen die al drie jaar of langer met het programma werken. Hierbij is vooral gekeken naar factoren die een rol spelen bij een succesvolle invoering van het programma. Het aantal jaren dat een school werkt met de methode lijkt van invloed te zijn op het behalen van de doelen, met name waar het gaat om het vergroten van de participatie en de verantwoordelijkheid van de leerlingen. Cultuurverandering kost tijd. Of de Vreedzame School succesvol is, wordt verder mede bepaald door: - de kwaliteit en de aansturing van de schoolleiding; - de mate van vrijblijvendheid in het omgaan met het lesprogramma; - de aanwezigheid van draagvlak onder leerkrachten; - de mate waarin leerkrachten het programma op zichzelf betrekken en model kunnen staan; - de mate waarin de waarden van het programma expliciet worden uitge dragen naar ouders en omgeving van de school. Op basis van dit onderzoek is een harde uitspraak over de werkzaamheid van de Vreedzame School niet te geven. Wel lijken de resultaten aan te geven dat er indicaties zijn voor effectiviteit. Er is volgens leerkrachten en directies van de deelnemende scholen sprake van een aantoonbaar verschil in het schoolklimaat en het gedrag van leerlingen voor en na de invoering van de Vreedzame School. Naast de genoemde verschillen in school- en klasklimaat, rapporteren scholen die al drie jaar of langer met het programma werken een lichte tot sterke afname van het aantal conflicten sinds de invoering van het programma. Bovendien constateren zij een breed


B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

De Vreedzame School Onderwijs en de maatschappelijke vorming van de leerling Welke functie heeft de school als het gaat om de persoonlijke en maatschappelijke vorming van haar leerlingen? Hoe verhoudt de invloed van de school zich tot die van de ouders, de buurt of de straat? Het evaluatieonderzoek naar De Vreedzame School toont aan dat het programma theoretisch goed onderbouwd is en beklijft. Leo Pauw ISBN: 9789088504341 • e-ISBN: 9789088504563 • 168 pagina’s • ¤ 24,90 www.swpbook.com/1678

-----_---_-------_--------------_---_-------_---------_ draagvlak onder onderwijzend personeel en leerlingen. Leerkrachten geven op grote schaal in interviews aan dat het programma effect heeft op het gedrag van leerlingen. Zij gedragen zich rustiger en verantwoordelijker, gaan respectvoller met elkaar om, houden zich beter aan afspraken, hebben minder conflicten, verwoorden zaken beter en laten zich beter aanspreken door leerkrachten van jongere groepen. Met als resultaat voor de leerkrachten dat er een beter klimaat is om les te kunnen geven. GEEN WONDERMIDDEL Het onderzoek lijkt tevens aan te geven dat de methode beklijft. Het wordt een aantal jaren na de invoering nog door het grootste deel van de scholen gebruikt. Slechts een klein deel, namelijk 4 van de 131 scholen, geeft aan niet meer met het programma te werken. Het lesprogramma van de Vreedzame School bestaat uit 36 lessen per jaar. Van de 85 scholen die de vragenlijst invulden, is er geen enkele school die de lessen niet meer geeft, en 93 procent van de scholen geeft jaarlijks nog 20 lessen of meer. 77 procent werkt na drie jaar nog met leerlingmediatoren. Van de non-responsgroep zegt 91 procent het programma nog te gebruiken. Van deze groep geven slechts vier scholen (9 procent) aan de lessen niet meer te geven. Een wondermiddel is de Vreedzame School natuurlijk niet. Maar er gebeuren wel veel mooie dingen op ‘Vreedzame Scholen’. Een leerkracht schreef laatst: ‘De Vreedzame School is de redding van mijn loopbaan als leer>>ik ooit het onderkracht. Hiervoor ging wijs in: de kracht van kinderen benutten en versterken.’ >>

EEN DEMOCRATISCHE GEMEENSCHAP VORMEN De Vreedzame School is dus geen methode met een serie lessen over democratie en burgerschap, maar een programma dat de school helpt een democratische gemeenschap te vormen, waarin kinderen (en ouders) op een vanzelfsprekende manier democratie zullen ervaren. Kinderen krijgen een stem en worden actief aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor hun omgeving, voor de schoolgemeenschap en de samenleving. Het programma probeert leerlingen te leren: - op een democratische manier met elkaar beslissingen te nemen; - constructief conflicten op te lossen; - verantwoordelijkheid te nemen voor elkaar en voor de gemeenschap; - een open houding aan te nemen naar verschillen tussen mensen; - volgens welke principes onze democratische samenleving is ingericht. Invoering van dit basiscurriculum gaat gepaard met een aantal begeleidingsactiviteiten waaronder een interne stuurgroep, een training voor leerkrachten, coaching van leerkrachten en voorlichting voor ouders. Als het basiscurriculum is ingevoerd, is er een vervolgmodule om de cultuur van de school ingrijpender te beïnvloeden: de module Groepsvergadering.

Drs. L eo Pauw

is werkzaam bij de CED-Groep, een onderwijsadviesbureau. Sinds 1975 is hij werkzaam in het basisonderwijs en speciaal onderwijs als leerkracht, orthopedagoog, onderwijsadviseur en -ontwikkelaar. In 1999 ontwierp hij de Vreedzame School. Momenteel is hij daarvan projectleider en tevens van verschillende ontwikkelprojecten op het terrein van democratisch burgerschap (waaronder de uitbreiding naar de Vreedzame Wijk – eveneens in samenwerking met Micha de Winter van de Universiteit Utrecht).

B.I2015 JRMGZN I 27


Uitgeverij SWP en de NOT-organisatie van de Jaarbeurs werken in 2015 een viertal relevante en praktijkgerichte symposia voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Hieronder vindt u meer informatie over de symposia die plaatsvinden op 28 en 29 januari in de Jaarbeurs Utrecht tijdens de NOT 2015. Meer informatie over deze en komende symposia kunt u vinden op www.onderwijssymposia.nl. Op 28 januari is het symposium Gedragsmanagement, Een staalkaart van interventies. Er wordt ingegaan op vragen als: Hoe werk je aan een goede mindset bij leerlingen? En op welke manier kan je als leerkracht in je eigen kracht staan? En kan het Rots en Water programma bijdragen aan gedragsmanagement? Het symposium op 29 januari heeft als thema: Ouders, partners of probleem? Hierbij worden onder andere antwoorden op de volgende vragen besproken: wat zijn de kritische succesfactoren voor optimale samenwerking tussen ouders en school? Hoe ervaart u als leerkracht de contacten met ouders? Op welke manier maak je van een conflictsituatie een samenwerkingsrelatie?

verschijnt tweemaandelijks voor (ortho)pedagogen, leerkrachten po-vo, interne begeleiders, professionele opvoeders, jongerenwerkers, ouders & studenten.

Al ruim tien jaar informeert Pedagogiek in Praktijk (PIP) Magazine over actuele en spraakmakende thema’s in pedagogiek en opvoeding. Het tijdschrift staat boordevol toegankelijke artikelen van de meest gerenommeerde deskundigen. Of het nu gaat over ontwikkelingsstoornissen, hangjongeren of ordehandhaving in de klas, PIP is er voor lezers die willen blijven meepraten – zonder overbodig jargon – over de meest prangende opvoedings- en onderwijskwesties die geen simpele oplossing kennen. Op pedagogiek.nu vindt u het laatste nieuws, discussies, boekbesprekingen en opiniestukken. Discussieer samen met ruim 3000 pedagogische professionals in onze Linkedin-groep ‘PIP-pedagogiek.nu’ of volg ons op Twitter via @pedagogieknu en blijf op de hoogte van het laatste pedagogische nieuws. neeM een abOnneMent OP PedagOgIek In PraktIjk (PIP) MagazIne en Ontvang • 6x Pedagogiek in Praktijk (PIP) Magazine op uw deurmat • de e-mailnieuwsbrief • kortingen op spraakmakende congressen • korting op bij- en nascholing

ga naar pedagogiek.nu/abonnement en geef uw professionaliteit een extra impuls. Pedagogiek in Praktijk Magazine is een uitgave van: Uitgeverij SWP - Postbus 257 - 1000 AG Amsterdam - 020 3307200 - www.swpbook.com - @SWP01


g

B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

Boek & cursus

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------------ _ ------- __ ----

Van gedragsregulering naar opvoeding NIE

Het voorkomen en aanpakken van ongewenst gedrag in de Vreedzame School

UW

De gebruikelijke aanpak van gedragsproblemen bij kinderen is een individuele, kindgerichte benadering. In dit boek wordt echter de nadruk gelegd op de voortdurende wisselwerking van het kind met zijn omgeving. In het geval van probleemgedrag wordt dus niet per definitie naar het kind gekeken, maar vooral naar de interactie met de omgeving. Leo Pauw • ISBN: 9789088504341 - e-ISBN: 9789088504563 • 168 pagina’s • ¤ 22,90 www.swpbook.com/1756

_ ---------------------------------------------------- _ ----cursus

Omgaan met lastig gedrag

Door de wet op passend onderwijs worden docenten geconfronteerd met grote uitdagingen op het terrein van leerlinggedrag. Deze cursus geeft antwoorden op de vraag waar moeilijk gedrag vandaan komt en biedt alternatieven om hiermee om te gaan. Wat werkt preventief? Hoe kun je effectief reageren op ordeverstoringen? En welke mogelijkheden heeft een docent om een boze leerling te helpen?

docent

Marien Lokerse cursusduur 1 dag inbegrepen literatuur :

Ga d’r

maar uit! Kijk voor meer informatie en actuele cursusdata op www.onderwijs. academy

Voorkom probleemgedrag Strategieën die werken op de basisschool

Dit toegankelijke naslagwerk biedt leerkrachten een uitgebreid repertoire aan vaardigheden waarmee problematisch gedrag kan worden voorkomen en waarmee effectief kan worden gereageerd op problemen die toch optreden. Het legt een goede basis voor zaken als klassenklimaat, fysieke ruimte, adequate instructie en omgaan met papierwerk. Een kader om de basis van leerkrachtvaardigheden te verstevigen.

_ ----------- --------------- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - _ - - - - cursus

STOP 4-7- programma

Jonge kinderen (4 tot 7 jaar) die meer dan andere kinderen liegen, vechten, driftbuien vertonen, ongehoorzaam en opstandig zijn vormen de grootste groep van aangemelde kinderen in de hulpverlening. Deze cursus behandelt het vernieuwde STOP 4-7-programma. Dit programma biedt een vroege interventie voor jonge kinderen met gedragsproblemen, hun ouders en leerkrachten. docenten

Wim Mey & Sven Bussens 1 dag

cursusduur

inbegrepen literatuur

Kathleen Lynne Lane, e.a. ISBN: 9789088502941 • 224 pagina’s • ¤ 44,90 www.probleemgedrag. swpbook.com

Kijk voor meer informatie en actuele cursusdata op www.onderwijs.academy

Samen Sterker Terug op Pad (STOP 4-7) B.I2015 JRMGZN I

29


Omgaan met

pesten ----- ----- - _ ---- __ ----- ----- - __ ----- Wat behelst pesten eigenlijk? Wat onderscheidt plagen en ruziemaken van pesten? Welke rollen zijn er te onderscheiden in een situatie waarin er wordt gepest, naast de pester en de gepeste? Door de aandacht te richten op - preventief handelen - zal het zich minder of minder ernstig voordoen. door Margo Henderson

-- _ ----- ----- ----- _ ----- ----- ---- _

O

mdat pesten gaat om macht, en macht aantrekkelijk is, is het vermoedelijk niet mogelijk het fenomeen helemaal uit te bannen. Preventie omvat een breed terrein, aangezien kinderen constant worden beïnvloed door de wereld om hen heen; zij leren van hun ouders, vrienden, de media, boeken, school. Ze leren thuis, op straat, op school, in het uitgaansleven. De informatie in dit hoofdstuk is beperkt tot vormen van preventief handelen voor verschillende groepen – iedereen, ouders, de schooldirectie, leerkrachten – die min of meer direct inzetbaar zijn. (In deze verkorte versie is de informatie beperkt tot school.)

Taboe doorbreken

Preventief handelen door iedereen

Voorbeeldfunctie

Iedereen – familieleden als ooms, tantes, nichtjes, neven, opa’s, oma’s, maar ook buren en andere buurtbewoners, televisiemakers, sporters – kan handelen om het fenomeen pesten zo veel mogelijk te voorkomen. 30 I2015 I B. JRMGZN

Een van de grootste problemen is dat pesten nog steeds een taboe is. Iedereen kan helpen om dat taboe te doorbreken. Door als volwassenen meer te praten over het verschijnsel pesten – tijdens een verjaardag, bij de lunch op het werk, bij het wachten op het schoolplein voor het uitgaan van de klas, naar aanleiding van nieuws in de media – zullen kinderen gevallen van pesten mogelijk eerder melden. En alleen als pesten bekend is, is er iets aan te doen. Als volwassenen zich uitspreken tegen pesten, voelen slachtoffers zich gesteund, wordt het voor pesters minder acceptabel gedrag, en worden helpers en buitenstaanders gesterkt in hun actiebereidheid. Iedereen heeft op een bepaald moment een voorbeeldfunctie voor kinderen en jongeren. Niet alleen door op televisie te komen, maar ook lopend in een winkelstraat, aanwezig op een verjaardag, uitgaand in de stad en zittend in de auto of de trein. Alle


B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

B.I2015 JRMGZN I

31


----- ----- -- _ ----- -- __ ----- Het is zaak vroeg te beginnen met activiteiten om pesten te voorkomen. ‘J(Jansen e.a., 2011)

-- _ ----- ----- ----- _ ----- ----- ---- _ – positieve en negatieve – gedrag wordt opgemerkt en fungeert in zekere zin als voorbeeld, of iemand zich daar nu wel of niet van bewust is. Praat je luid en duidelijk, geef je je mening gevraagd en ongevraagd en luister je naar wat de ander te berde brengt? Leef je jezelf in in het gezichtspunt van de ander, ben je open voor je eigen missers, kun je ‘sorry’ zeggen?

Uitgevoerd beleid

Eigen en andermans grenzen

Een protocol werkt alleen als de medewerkers competent zijn, zodat zij het kunnen naleven. Soms wordt er te makkelijk van uitgegaan dat medewerkers over voldoende vaardigheid beschikken voor het effectief aanspreken van leerlingen en het voeren van diverse typen gesprekken. Dergelijke competenties behoeven levenslang leren. Ook nieuwe medewerkers moet de mogelijkheid worden geboden het noodzakelijke gedrag onder de knie te krijgen. Het is zaak dat het ondersteunende personeel ook handelt volgens de richtlijnen van de school voor zover die horen bij de gegeven taak en verantwoordelijkheid. Ook de eigen deskundigheid van de schooldirectie behoeft aandacht. Er zijn diverse manieren voor scholing op dit gebied, bijvoorbeeld aan de hand van schriftelijk materiaal, maar ook diverse deskundigen kunnen de nodige actuele informatie bied

Door kritisch naar het eigen gedrag te kijken, is het mogelijk in het contact met anderen beter op de eigen grenzen en op de grenzen van anderen te letten.

Preventief handelen door de schooldirectie

Directieleden zijn verantwoordelijk voor het beleid van de school. Zij kunnen een stimulerende rol spelen als het gaat om het voorkomen van pesten. Gelukkig zijn er steeds meer scholen die het probleem erkennen en stappen ondernemen – soms met ondersteuning van externe deskundigen – om een zo pestvrij mogelijk schoolklimaat te realiseren.

Antipestbeleid ontwikkelen

Het is belangrijk als school te bepalen wat er preventief moet gebeuren om pesten zo veel mogelijk te voorkomen en hoe pesten wordt aangepakt als het zich voordoet, bijvoorbeeld door te werken met een pestprotocol. Dit protocol kan door een externe partij worden beschreven met input van de school, of een werkgroep van medewerkers kan er invulling aan geven. Er zijn inmiddels goede protocollen voorhanden, met mogelijkheden tot aanpassing aan de eigen inzichten, visie en praktijk.

Vroeg beginnen

Het is zaak vroeg te beginnen met activiteiten om pesten te voorkomen. Kinderen die zich al op jonge leeftijd terugtrekken of agressief gedrag vertonen, hebben een grotere kans op later slachtoffer- of daderschap (Jansen e.a., 2011). Volgens Sourander en collega’s (2000) zijn emotionele problemen op achtjarige leeftijd gerelateerd aan dader- en slachtofferschap bij pesten op zestienjarige leeftijd. 32 I2015 I B. JRMGZN

De schooldirectie dient ervoor te zorgen dat het pestprotocol in de hoofden en de harten van alle medewerkers zit. Het volstaat aldus niet het protocol te verspreiden; het moet behandeld worden en praktijkgevallen moeten besproken worden, zodat het gaat leven in de praktijk van alledag.

Competente medewerkers

Hardnekkige pesters

Het kan zinnig zijn pesters in een andere klas te plaatsen. Vanuit het idee dat het probleem daarmee alleen wordt verplaatst, lijkt dit mogelijk niet verstandig. Uit onderzoek van Salmivalli (2010) is echter gebleken dat pesters die van klas waren veranderd, vaker stopten met deze rol dan pesters die in dezelfde klas bleven.

Preventief handelen door leerkrachten

Leerkrachten in het basisonderwijs en docenten in het voortgezet onderwijs hebben uiteraard het meest direct contact met leerlingen. Zij kunnen dan ook een belangrijke rol vervullen in het voorkomen van pesten. Veel beroepskrachten in het onderwijs hebben behoefte aan informatie over een preventieve aanpak.


B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

-- _ -over de lastige kanten van het vak te praten. Een leerkracht wil immers ook gezien worden als competent. Jammer genoeg ontneemt een team zichzelf zo de mogelijkheden om van elkaar te leren. Het gegeven dat een leerkracht alleen voor een groep staat, brengt ook soms wat eigenwijsheid met zich mee. Dat beperkt helaas soms een open gesprek over lastige situaties. Men komt soms snel met oplossingen, terwijl dat een open gesprek belemmert.

-- _ ----- ----- ----- - _

In de docentenkamer spreekt George met Nawaz over groep 3b. ‘Sjonge, jonge,’ verzucht George, ‘het stoere drietal was weer druk vandaag’. ‘Ja,’ beaamt Nawaz, ‘ik had ze net na de pauze; ze kwamen al druk binnen; ik weet soms niet wat ik ermee aan moet.’ ‘Meteen er bovenop zitten,’ zegt George, ‘anders vegen ze de vloer met je aan’. Nawaz wil uiteraard niet dat een collega de indruk krijgt dat de klas met hem de vloer aanveegt en beëindigt het gesprek. Hij weet niet hoe je handelt als ‘je er meteen bovenop zit’. Jammer, want Nawaz had misschien graag gehoord hoe George ‘het stoere drietal’ benadert.

-- _ ----- ----- ----- - _

-- _ ----- ----- ----- - _ Aan eigen competenties werken

Een kwalitatief goede leerkracht kan het groepsklimaat beïnvloeden en is in staat pestgedrag zo veel mogelijk te voorkomen. Leerkrachten kunnen op verschillende manieren hun deskundigheid verhogen: door nascholing, door vakliteratuur voor de leerkracht/docent/mentor te raadplegen, zoals Lessen in orde van Peter Teitler, en/of door begeleiding door een mentor of coach. Een manier om aan de eigen competenties te werken, is een gesprek met collega-leerkrachten. Daarmee bevorder je meteen een sfeer waarin ‘fouten’ niet worden verdoezeld maar worden uitgesproken. Een leerkracht opereert op een eiland: hij of zij is een uur of een dag de persoon die als enige volwassene de leerlingen iets bijbrengt. Dat maakt het moeilijk om

-- _ ----- ----- ----- -- _

Een school heeft de leerkrachten laten trainen in het omgaan met pesten. De leerkrachten hebben onderling besloten bij vermoedens van pesten een gesprek te voeren met pester en slachtoffer. De conciërge is niet op de hoogte gesteld van deze beslissing. Wanneer er iets gebeurt op het schoolplein en de conciërge ziet dat, dan zet hij de vermoedelijke dader publiekelijk te kijk door hem of haar belachelijk te maken.

Het gesprek zou anders verlopen als George na de opmerking van Nawaz ‘ik weet soms niet wat ik ermee aan moet’-begrip had getoond voor de lastige kant van het omgaan met sommige leerlingen, zoals: ‘Het is ook niet gemakkelijk’ of ‘Ik heb dat ook moeten leren in mijn eerste jaren voor de klas’. Nawaz had kunnen denken: George kan dit misschien beter; ik ben in andere dingen weer beter. Dan had hij misschien minder problemen gehad met doorvragen: ‘Wat zeg jij dan? En hoe? Wat is het effect? Hoe denk je over deze reactie? Hoe zorg jij ervoor dat je positief contact met leerlingen opbouwt? Mag ik een keer in jouw les komen kijken?’

De norm stellen

Het is zaak dat de leerkracht de normen van de groep vanaf het begin actief beïnvloedt. Zoals in hoofdstuk 3 beschreven, zijn er verschillende stadia te onderscheiden in de groepsvorming: forming, storming, norming. Teitler (2009): ‘Het is voor docenten dan ook zaak om in te breken in het natuurlijke groepsvormingsproces en de volgorde te wijzigen (...) naar: forming, norming, storming.’ Dat betekent dat de leerkracht actief de normen van de groep beïnvloedt door heldere opdrachten te geven en te bepalen hoe B.I2015 JRMGZN I

33


AFSPRAKEN IN DE KLAS: > We gebruiken alleen aardige woorden als we iets tegen elkaar zeggen. > Als er iets gebeurt wat je niet leuk vindt, dan zeg je dat. > We noemen elkaar alleen bij de eigen naam. > We lachen elkaar alleen toe (we lachen elkaar dus niet uit). > Als iemand een keer een vergissing maakt en je iets doet wat een ander niet leuk vindt, dan zeg je ‘sorry’. > We blijven van elkaars spullen af. > Als je iets van iemand wilt lenen, dan vraag je dat. > We helpen elkaar. > Als je iets naars ziet gebeuren en je naar de leerkracht gaat, dan noemen we dat geen klikken maar helpen. > We luisteren naar elkaar.

-- _ ----- ----- ----- - _ Instrumenten

De leerkracht kan op verschillende manieren inzicht krijgen in de relaties tussen klasgenoten: observeren en een sociogram maken. In het laatstgenoemde geval schrijven de leerlingen bijvoorbeeld de namen op van drie medeleerlingen waarmee zij veel omgaan. Door deze relaties in een schema weer te geven, ontstaat een beeld van de onderlinge verhoudingen. De pestrollenvragenlijst wordt als instrument veel gebruikt in onderzoek naar pesten. Eind 2013 wordt de mogelijkheid van een openbare versie van deze vragenlijst onderzocht, zodat deze ook buiten de onderzoekswereld kan worden gebruikt.

Methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling

Sommige basisscholen werken met een methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling. Het idee 34 I2015 I B. JRMGZN

Verveling voorkomen

Verveling kan aanleiding geven tot pesten; het is dus zaak dat de leerkracht de leerlingen bezig-

Op een school wordt met een methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling gewerkt. De les gaat over complimenten geven, en ieder kind geeft een ander kind een compliment. De leerkracht denkt dat het prima gaat. Verschillende meisjes kruisen echter hun wijs- en middelvingers als zij een compliment geven. In de code van de groep betekent dit ‘niet dus’.

_ ----- ----- ----- - _

-- _ ----- ----- ----- - _

hierachter is dat kinderen die beter met hun eigen gevoelens kunnen omgaan, zich beter kunnen inleven in een ander en sociaal vaardig zijn, beter met elkaar kunnen werken en spelen. Naar verwachting vermindert het pesten hierdoor. Een dergelijke methode is echter niet afdoende, aangezien dit slechts beperkt zal bijdragen aan de ontwikkeling van prosociaal gedrag en omdat bij pesten groepsprocessen meespelen; in een onveilige groep is de methode onvoldoende om pesten te voorkomen of terug te dringen. Niet alle leerkrachten zijn gecharmeerd van lessen sociaal-emotionele ontwikkeling. De reden hiervan kan zijn dat zij een groter belang toekennen aan vakken als taal en rekenen of dat deze materie competenties vereist waarover ze niet beschikken. In het laatste geval kan ondersteuning van de leerkracht binnen of buiten de school uitkomst bieden.

_ ----- ----- ----- - _

er in deze klas met elkaar wordt gewerkt en hoe de leerlingen met elkaar omgaan. De leerkracht doet er goed aan de eerste periode in een groep te werken aan het vergroten van de groepscohesie, mede vanuit de veronderstelling dat er in een veilige groep minder wordt gepest. De mogelijkheden van de leerkracht kennen echter grenzen. Bovendien is een leerkracht een groot deel van de dag niet in interactie met de groep. Een manier om de normen en waarden in de klas te verstevigen, is door afspraken te maken over de omgangsvormen – positief geformuleerd. Bijvoorbeeld niet: ‘We gebruiken geen bijnamen of scheldnamen’, maar ‘We noemen elkaar alleen bij de eigen naam.’ Het gezamenlijk formuleren hiervan vergroot de bereidheid van leerlingen om zich eraan te houden. Door de afsprakenlijst zichtbaar in de klas op te hangen, is het mogelijk er eenvoudig naar te verwijzen. Indien wenselijk kan de lijst worden aangevuld.

houdt. De leerkracht biedt de leerlingen heldere en haalbare opdrachten aan en houdt afwisseling in de lessen.

Aan contact werken

Wanneer de leerkracht met individuele leerlingen een goed contact opbouwt, gaat het minder slecht met slachtoffers van pesten. Goossens e.a. (2012): ‘Leerlingen met een goede relatie met de leerkracht voelden zich veiliger in de klas, zelfs als ze gepest werden, dan leerlingen met een slechte relatie.’ Dit veilige gevoel beperkt zich echter tot de klas en gaat niet op voor het schoolplein. Als de leerkracht een goede verstandhouding met de leerlingen kent, is het ook makkelijker om meelopers en pesters aan te spreken op hun gedrag. Een goede verstandhouding is te ontwikkelen door als leerkracht aan leerlingen te vragen wat ze leuk vinden, wat hun hobby is, wat hen bezighoudt en zo meer.


B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

-- _ ----- ----- ----- _ ----- -- __ ----- De leerkracht leert de groep dat praten over pesten niet hetzelfde is als klikken ‘Jij vindt het klikken; ik vind het helpen.’

-- _ ----- ----- ----- _ ----- ----- ---- _

Helpen of klikken

De leerkracht leert de groep dat praten over pesten niet hetzelfde is als klikken, alhoewel de pester en de meelopers het waarschijnlijk wel als zodanig ervaren: iemand vertelt aan de leerkracht dat een ander iets doet wat niet geoorloofd is. (Mede)leerlingen kunnen de pester zelf aanspreken of kunnen hulp halen. Die hulp kan van andere leerlingen, de leerkracht of een andere volwassene komen. Het is raadzaam om leerlingen te leren wat zij kunnen zeggen als zij in zo’n geval toch worden beticht van klikken. Bijvoorbeeld: ‘Jij vindt het klikken; ik vind het helpen.’

Leerlingen handelingsbekwaam maken

In groepen waarin relatief veel verdedigend gedrag voorkomt, wordt minder gepest. Bovendien kampen slachtoffers met minder nadelige gevolgen als anderen meer voor hen opkomen. Het is dus zinvol als leerkrachten leerlingen leren hoe zij zich meer verdedigend kunnen gedragen. Helpers, buitenstaanders en slachtoffers zijn vergelijkbare zaken te

leren, evenals meelopers en aanmoedigers, en misschien pesters. Het is raadzaam de onderscheiden groepen in subgroepen een programma aan te bieden. Het werken in kleinere groepen dan een klas is hierbij noodzakelijk, aangezien het om gedragsverandering gaat. Er zijn diverse deskundige organisaties die wat dit betreft een passend programma kunnen verzorgen.

Lessen over pesten

De leerkracht dient de aandacht voor pesten vast te houden. Zeker na een ‘antipestprogramma’ is het raadzaam het geleerde te herhalen. Het is belangrijk dat de leerkracht in de klas het thema pesten regelmatig laat terugkomen, bijvoorbeeld aan de hand van een verhaal, een krantenbericht of een ervaring van een kind. >> Dit artikel is een ingekorte versie van hoofstuk 7 uit het boek Omgaan met pesten van Margo Henderson.

Omgaan met pesten

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 10-15% van de basisschoolleerlingen slachtoffer is van pesten. Het is dus belangrijk om te zoeken naar oplossingen. De achtergrondinformatie, heldere casussen, suggesties en aanbevelingen in deze uitgave bieden handvatten voor ouders, leerkrachten en schoolleiding. De auteur, Margo Henderson, is trainer en docent aan de opleiding tot trainer Omgaan met Pesten. Margo Henderson ISBN 9789088504389 • 128 pagina’s • ¤ 16,90 pesten.swpbook.com

----- -- __ ----- - __ ----- -

In het meest ideale geval hoeft de leerkracht nooit straf te geven. Als kinderen luisteren of na een waarschuwing en uitleg hun gedrag aanpassen, dan kan straf worden voorkomen. Soms is straf echter nodig om het gedrag van de leerlingen bij te sturen. Hierbij moet de leerkracht uitkijken voor gewenning: het werkt het beste als de straf na een eerste waarschuwing bij de volgende overtreding meteen wordt gegeven. Het systeem van ‘streepjes achter de naam’ blijkt contraproductief te werken (Teitler, 2009). Een effectieve vorm van straffen is: ‘na een waarschuwing één keer mild straffen en wanneer dat niet leidt tot het gewenste gedrag, waarschuwen dat de volgende straf veel zwaarder is en dan die volgende straf met de factor 5 verergeren ten opzichte van de eerste straf’ (Teitler, 2009). Bij kinderen die zich vaak grensoverschrijdend gedragen, ligt het in de rede te onderzoeken wat hieraan ten grondslag kan liggen. Spelen er zaken in de thuissituatie? Heeft een kind ondersteuning nodig in het leren omgaan met frustraties? Een aandachtspunt hierbij is deze leerlingen positief te blijven benaderen en complimenten te geven als zij een kleine verbetering in hun gedrag vertonen.

----- -- __ ----- - __ ----- -

Verstandig straffen

B.I2015 JRMGZN I

35

-


g

B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

Boeken _ ------------------------

------ _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- __ --

Training voor reactief agressieve kinderen

Help schoolkinderen hun boosheid te hanteren

Rots & Water

Een psychofysieke training voor jongens

Bij een kleine groep leerlingen overheersen emoties als boosheid zodanig dat zij het klassenklimaat verstoren. Met de combinatie van theoretisch inzicht en praktische handvatten in deze uitgave kunnen school en leerkracht bijdragen aan een andere manier van omgang voor deze leerlingen. Er is aandacht voor zowel de rol van begeleiders (gedragsspecialisten, ambulant begeleiders, orthopedagogen of psychologen), als de rol van de leerkracht bij de transfer van geleerde vaardigheden naar de klassensituatie.

Het Rots en Waterprogramma beschrijft de methodiek van de psychofysieke training en geeft de theoretische onderbouwing van het programma. Naast dit Basisboek is het Praktijkboek ontwikkeld, met een reeks gedetailleerd beschreven lessen, talrijke instructieve foto’s en lesbrieven.

Jim Larson & John E. Lochman ISBN 9789088502958 • 224 pagina’s • € 44,90 www.boosheid.swpbook.com

Freerk Ykema ISBN: 9789066654587 • 128 pagina’s • 10e druk • € 17,00 www.swpbook.com/373 Ook beschikbaar: Rots en Water Praktijkboek www.swpbook.com/374

Wij zijn een groep Versterk het groepsgevoel met verrassende opdrachten en spel

36 I2015 I B. JRMGZN

-----------------------

Nathalie van Kordelaar & Mirjam Zwaan ISBN 9789088502330 • 168 pagina’s • 3e druk • € 22,50 wijzijneengroep.swpbook.com

Met gevarieerde opdrachten, spel en creativiteit leren kinderen met de training Wij zijn een groep elkaars goede eigenschappen en vaardigheden kennen. Een samengevoegde klas, een klas die bestaat uit subgroepjes of een klas waarin gepest wordt met deze training gestimuleerd om elkaar te helpen en elkaar positieve feedback te geven. De training is kort en intensief en kan op ieder moment van het jaar ingezet worden door de eigen leerkracht of intern begeleider.

Goed gedrag aan de basis: voorbeelden van Positive Behavior Support in het basisonderwijs

Basisscholen die School Wide Positive Behavior Support (SWPBS) willen implementeren kunnen met dit handboek het proces goed gedocumenteerd ingaan. In deze uitgave zijn aan de hand van een aantal casussen de bevindin-

gen, valkuilen en opbrengsten helder en praktisch uiteengezet. Interviews met leerlingen, ouders, leerkrachten en leden van het PBS-team geven een beeld van hoe de scholen drie jaar na de implementatie voorstaan.

Sui Lin Goei, Margreet van Oudheusden & Erica de Bruine ISBN 9789088504150 • ca. 152 pagina’s • ca. ¤ 29,90 www.swpbook.com/1655

(verschijnt in mei 2015)


Talent

ONTWIKKELING Talentontwikkeling is niet alleen een maatschappelijk belang, het is een morele opdracht. -- _ --------------- _ ------- __ -------- _ Onze klas, mijn wereld

38

Ik, jij en wij voor jonge kinderen Hoe kan iedere leerling, vanuit zijn eigenheid, bijdragen aan een positieve groep waarin ieder zich thuis weet? Els Schellekens en Dorian de Haan

Onderwijs & internet

We kunnen er niet meer omheen.

46

Kinderen, kunnen het informatiebombardement dat ze via internet ondergaan niet op waarde schatten. Martine Delfos

& verder... Filosoferen op het bord 42

B.I2015 JRMGZN I

37

--------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- __ -------- _ -------

F

B.I TALENTONTWIKKELING


ONZE KLAS MIJN WERELD Ik, jij en wij voor jonge kinderen -- _ --------------- _ ------- __ -------- _ Leraren vormen een slag apart. Ze hebben niet alleen ogen op hun rug maar ook voelsprieten voor de verstandhoudingen in hun klas en voor gedrag dat de onderlinge samenhang kan bedreigen. Deze gevoeligheid voor sociale processen is een hele rijkdom. Een rijkdom die nog meer te benutten valt dan nu vaak gebeurt. De methodiek van Onze Klas Mijn Wereld biedt daarvoor handvatten, vanuit de centrale vraag: hoe kan iedere leerling, vanuit zijn eigenheid, bijdragen aan een positieve groep waarin ieder zich thuis weet? Els Schellekens en Dorian de Haan

-- _ --------------- _ ------- __ -------- _

P

edagogisch handelen is het plegen van interventies, weloverwogen en vaak op een bijna nonchalante manier. Het bevorderen van het zelfvertrouwen van individuele kinderen en het verbeteren van hun onderlinge relaties of het klimaat in de groep zijn activiteiten die een fundament leggen voor burgerschapsvorming. Ook op de basisschool is dit vak 38 I2015 I B. JRMGZN

sinds 2006 verplicht. Leraren moeten dus werken aan de bereidheid van leerlingen om deel uit te maken van de (klassen)gemeenschap en hun vermogen om daaraan actief bij te dragen. Leeman e.a. (2014) betwijfelen of uitsluitend het geven van informatie toereikend is om de leerlingen uit te doen groeien tot ideale burgers. ‘Volgens ons is dé prikkel tot goed burgerschap de verbondenheid

en betrokkenheid die je wilt en kunt voelen met andere mensen in de samenleving. De school is dé plek, en dat begint in een klas vol onbekende kinderen’ (p.35). De auteurs beschrijven in hun artikel ervaringen met een maatschappelijke stage voor het basisonderwijs waarbij leerlingen onbekenden ontmoeten buiten de school en echte taken vervullen. Maar ook binnen school


B.I TALENTONTWIKKELING

liggen er kansen, en het ligt voor de hand om in de eerste plaats met de leerlingen te werken aan een plezierig klimaat waarin ieder zich verantwoordelijk voelt en toont voor de eigen groep. De behoeften van de groep (leren) aanvoelen, en een repertoire ontwikkelen voor de interventies die daarbij van pas komen, daar past geen kant-en-klare methode bij. Het gaat soms om eenvoudige ad-hocingrepen, waarmee je strategisch en op het juiste moment aandacht besteedt aan onderlinge contacten. Door groeperingsvormen met leeftijdgenoten die elkaar zelf niet zo makkelijk zullen opzoeken kun je veel bereiken. En ook door leerlingen die dat nodig hebben even in het zonnetje te zetten. Of door het geven van handvatten die kinderen helpen om een andere weg in te slaan als het niet goed gaat. Of om door een activiteit te bouwen aan de groep. De good practices uit Onze Klas Mijn Wereld zijn bedoeld als inspiratiebronnen. Het model Sociale Competentie (Ten Dame.a., 2003) is een uitstekend middel om te checken of je alle dimensies en leergebieden van sociale competentie aan bod laat komen, of waar de klas op enig moment het meeste behoefte aan heeft. In onderstaand schema hebben we bij alle velden uit het model concrete onderwijsdoelen toegevoegd. ONZE KLAS MIJN WERELD; EEN DRIESLAG In Onze Klas Mijn Wereld combineren we het werken aan sociale competentie met betekenisvol taalonderwijs, en het zinvol

Leenman:

‘Volgens ons is dé prikkel tot goed burgerschap de verbondenheid en betrokkenheid die je wilt en kunt voelen met andere mensen in de samenleving’

en verstandig gebruik van ICT in de klas. Dat blijkt inhoudelijk rijk onderwijs op te leveren waarin persoonlijke, sociale en groepsvaardigheden uitgebreid aan bod komen, en ook digitaal burgerschap ‘voor het echie’ aandacht krijgt. De kracht van de taalleersituaties in Onze Klas Mijn Wereld is dat deze verbonden zijn met het persoonlijke leven van leerlingen; de woorden die ze kennen uit hun alledaagse omgeving doen ertoe in de klas, ze maken zich manieren van praten eigen die hen helpen om plezierig met anderen om te gaan en ze ervaren dat geschreven taal een doel dient: de teksten worden gelezen door familieleden thuis, klasgenoten en/of willekeurige bezoekers van de website van de klas/school. In de groepen 1 tot en met 4 op scholen voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs, reguliere en methodisch werkende scholen bleken leerkrachten geïnteresseerd om mee te denken over activiteiten en deze uit te voeren. In totaal werkten we

op acht scholen. Veertien leraren pleegden interventies die hen vaak bewuster maakten van groepsprocessen in de klas en van de relaties tussen klasgenoten onderling. Hun eigen handelen had daar meer invloed op dan de leerkrachten vooraf hadden gedacht. In het boek Onze Klas Mijn Wereld, theorie en praktijk van werken aan sociale competentie, taal en ICT en de website www.onzeklasmijnwereld.nl zijn deze activiteiten beschreven. GROEPSPROCESSEN In Onze Klas Mijn Wereld draait het om een groep kunnen maken van een klas met allemaal verschillende kinderen. De drie dimensies van het model staan in het teken van aandacht, binding, communicatie en diversiteit als leidende pedagogische principe: het ABCD van Onze Klas Mijn Wereld. Zo is de aandacht voor het individuele kind gekoppeld aan de positie van het kind in de klas: de leerkrachten kunnen zelfvertrouwen bij alle leerlingen bevorderen door ze ook op

-- _ --------------- _ ------- __ -------- _ Onze klas, mijn wereld

Theorie en praktijk van werken aan sociale competentie, taal en ICT in de groepen 1 tot en met 4 van de basisschool Dorian de Haan & Els Schellekens ISBN 9789088504792 • 272 pagina’s • ¤ 39,90 www.onzeklas.swpbook.com

Voor de cursus bij dit boek, zie pagina 45.

Dit boek geeft leerkrachten inzicht en handvatten voor het begeleiden van de sociale ontwikkeling van jonge kinderen. De methodiek richt zich op actief (maar kritisch) gebruik van ICT als productiemiddel voor onderwerpen als identiteitsvorming, sociale relaties tussen leerlingen onderling en de klas als sociale gemeenschap. Het boek geeft ook toegang tot een website met ruim aanbod van lesmateriaal. B.I2015 JRMGZN I

39


Dimensie/ Leergebied

Identiteit

Sociale relaties

De groep

Attitude

Dit ben ik

Thuis op school

Zo spelen en werken wij

Mijn voorkeuren (1/2) Digitaal zelfportret (3/4)

Bij ons thuis (1/2) Mijn familie (3/4)

Wij helpen elkaar (1/2) Onze regels (3/4)

Zelfvertrouwen: jezelf durven onderscheiden

Vertrouwen in en betrokkenheid bij anderen

Vertrouwen in en verantwoordelijkheid voor de groep

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ ------

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ -----Kennis en reflectie

In de spiegel

Samen aan de slag

Iedereen hoort erbij

Wat ik voel (1/2) Gevoelens en kwaliteiten (3/4)

Samen spelen (1/2) Samenwerken (3/4)

Wij horen bij elkaar (1/2) Een fijne klas (3/4)

Weten wat je in anderen waardeert en wat je zelf te bieden hebt

Inzicht in de eigen mogelijkheden voor het groepsproces

Zelfkennis: eigen gevoelens en kwaliteiten leren (h)erkennen

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ -----Vaardigheden

Ik vind…

Dat lossen wij op

In goed overleg…

Sociale dilemma’s (1/2) Morele dilemma’s (3/4)

Oplossingen bedenken (1/2) Eigen conflicten in beeld brengen (3/4)

Samen beslissen (1/2) Klassenoverleg (3/4)

Conflicten kunnen oplossen Zich kunnen verplaatsen in het standpunt van een ander

Kunnen participeren in een democratisch overleg Kunnen omgaan met sociale verschillen

Zelfcontrole en normen van de sociale omgeving Een eigen mening kunnen verwoorden

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ -----Basisschema onderwijsactiviteiten. Bewerking van het model van Ten Dam et al. (2003, p. 74).

een positieve manier naar elkaar te laten kijken; leerlingen dragen als ‘journalisten van de dag’ bij aan een plezierig klimaat in de klas. Het kijken naar elkaar en naar de groep levert stof voor verhalen, gesprekken, vrije teksten, PowerPoints met presentatie voor ouders en allerlei betekenisvolle publicaties op het weblog van de klas. SAMENWERKEN MET EEN FRISSE BLIK Samenwerken in onverwachte koppels bleek een uitstekende ingang om kinderen beter naar elkaar te laten kijken, zo ervoer meester Robert (groep 4). Anne kwam helemaal los Meester Robert (groep 4) weet: als ik Anne vraag met wie zij in een groepje wil, kiest ze voor Chrystel en Naomi, de twee klassen-Queen-bees die Anne adoreert. Maar meester ziet ook wat het haar kost. Anne stelt zich dienstbaar op en houdt haar eigen ideeën en voorkeuren vaak voor zich, uit angst dat de andere twee haar zullen uitlachen of, erger nog, laten vallen. Voor Onze Klas Mijn Wereld besluit 40 I2015 I B. JRMGZN

meester Robert de leerlingen in koppels te laten samenwerken. Hij maakt gemengde groepjes en motiveert waarom hij leerlingen samen in een groepje zet door de kwaliteiten te benoemen waarin ze elkaar aanvullen. Het bleek een gouden greep. Achteraf vraagt meester Robert aan de klas: ‘Wie vond het ook leuk om samen te werken met iemand met wie je anders niet zo gauw zou samenwerken?’ jesse: ‘Ik vond het eigenlijk raar. Imca zal heel snel te schrijven en ze schreef ook heel mooi.’ meester robert: ‘Dus ze schreef het voor jou op?’ jesse: ‘Nee, we deden het omstebeurt.’ meester robert: ‘Had je dat van tevoren al gedacht?’ jesse: ‘Nee, ik wist het nog niet.’ meester robert: ‘Dan werk je samen met iemand met wie je nog nooit hebt gewerkt en dan gaat het zomaar goed. Bij wie ging het ook goed?’ Vijf vingers. ina: ‘Het ging heel goed met schrijven.’ shanti: ‘En ik vond het leuk om met Ina samen te werken.’


B.I TALENTONTWIKKELING

moet schrijven.’ meester robert: ‘Van wie heb je dat geleerd?’ lauren: ‘Van Ron.’ meester robert: ‘Dus Ron heeft jouw woorden geleerd?’ lauren: ‘Ja, de woorden die ik nodig had en die ik niet goed kon schrijven heeft hij eerst opgeschreven.’

Een paar weken later evalueert meester Robert met ons het werken in koppels. Het viel hem op dat leerlingen die totaal niks met elkaar hadden enthousiast aan het werk gingen. Er ontstonden mooie samenwerkingen en goede producten. De jongens en de meisjes gingen wat gemakkelijker door elkaar lopen. Hij zag minder groepsvorming en meer interesse in elkaar. Hij zegt: ‘Joris bijvoorbeeld zal niet naast Iris gaan zitten maar als hij met een meisje moet samenwerken zal hij wel voor haar kiezen. Het hielp dat ik de leerlingen regelmatig een spiegel voorhield, zo van: “dat ging toch wel heel goed, jullie tweetjes hebben hard gewerkt en een mooi zelfportret gemaakt”. Leerlingen die minder gemakkelijk aansluiting vonden bij anderen lieten nieuwe kanten van zichzelf zien. Zo kwam Anne wat los van haar vriendinnenkliekje. Ze bloeide gewoonweg op, nam zelf initiatief en maakte plezier met haar toegewezen maatje. Bij de nieuwe indeling in tafelgroepjes houd ik de succesvolle combinaties vast.’ ONZE EIGEN KLASSENFILM De moderne digitale media maken het leerlingen gemakkelijk om niet alleen consument van digitale producten te zijn, maar ook zelf producten te realiseren en te publiceren. Daarmee leren ze doorzien hoe je met foto’s en films de werkelijkheid realistisch kunt weergeven maar ook deze kunt vertekenen, en krijgen ze te maken met ethische vragen rond publicatie op het internet en privacy. Juf Joke (groep 2/3) ziet tegen het einde van het schooljaar een nieuwe kans om aan de groep te werken. Haar leerlingen maken samen een videofilm over de klas voor de nieuwkomers van het nieuwe schooljaar. Het effect is enorm: het groepsgevoel wordt versterkt, de leerlingen leven bewuster toe naar het afscheid, ze hebben een tastbare herinnering én ze weten dat ze allemaal hebben bijgedragen aan een heel bijzonder, persoonlijk product: hun eigen film over de klas. De activiteit bestrijkt een heel stel doelen. Op het gebied van sociale competentie gaat het bijvoorbeeld om samenwerken, je in het perspectief van anderen verplaatsen; taaldoelen zijn onder meer: vragen vastleggen op schrift en de teruglezen, een interview afnemen. Op het vlak van ICT oefenen de

leerlingen vaardigheden die horen bij het maken van een productie: de videocamera bedienen, locaties kiezen, op de geluidskwaliteit letten. Ook popt de belangrijkste digitaal-burgerschapsvraag op: hoe zetten wij ons als klas neer? Wat willen we aan de buitenwereld laten zien? Wie bepaalt wat er wel en wat er niet op komt? De video is ook een persoonlijk aandenken voor de kinderen en hun ouders, en mooi materiaal voor de school om zich mee te presen­teren op een ouderavond of op de eigen website. Hij is ook te gebruiken voor een klassenuitwisseling waarbij leerlingen via de media een inkijkje krijgen in de leef- en denkwereld van leeftijdgenoten op scholen met een sterk afwijkende samenstelling.

,

Maar kost zo’n video maken dan geen zee van tijd? Inderdaad, heel wat. Het editen kostte ons een paar uurtjes. Maar een leerling uit een hogere groep, of een enthousiaste ouder vindt het misschien aardig om zo’n filmpje te maken waar álle kinderen op staan en waar ze allemaal trots op zijn.

BOEK EN WEBSITE Onze Klas Mijn Wereld heeft een website opgeleverd met zo’n vijftig activiteiten voor de onderbouw en een boek met de ontwikkelingspsychologische achtergrond, de pedagogische principes die uit de theorie volgen en een samenvatting van mogelijke activiteiten die leraren kunnen toepassen in hun klas.

>>

-- _ --------------- _

lauren: ‘Ik heb een beetje geleerd hoe ik woorden

L iteratuur

Dam, G. ten, Volman, M., Westerbeek, K., Wolfgram, P., Ledoux, G., & m.m.v. Peschar, J. (2003). Sociale competentie langs de meetlat. Den Haag: Transferpunt Onderwijsachterstanden/Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, Instituut voor de lerarenopleiding. Leeman, Y, Stroetinga, M, & Klomp, M (2014). Grip op burgerschap. PIP 80 (2014). Haan, D. de, & Schellekens, E. (2014). Onze Klas Mijn Wereld, theorie en praktijk van werken aan sociale competentie, taal en ICT. Amsterdam: SWP uitgevers. www.onzeklasmijnwereld.nl

B.I2015 JRMGZN I

41


------------------------------------------ _

Filosoferen op het bord Hebben dieren eigen verantwoordelijkheid? Hoeveel geld is genoeg? Van wie is de aarde? Wie is de baas van je wil? Wat mag je doen met een vijand? Nanda van Bodegraven

Waarom filosoferen met kinderen? Filosoferen met kinderen is verrassend en biedt kinderen de mogelijkheid onder andere hun mondelinge taalvaardigheid in te zetten en te oefenen. Tijdens het filosoferen onderzoeken kinderen met elkaar een vraag, waar geen kant en klaar, goed of fout antwoord op is. Omdat er geen eenduidig antwoord is, kunnen kinderen er goed over praten en nadenken. Gespreksvaardigheden Eigenlijk is filosoferen een training communicatieve vaardigheden. Kinderen leren hun eigen stem te laten horen, ze leren om helder te argumenteren, maar ook om te luisteren naar anderen 42 I2015 I B. JRMGZN

en daarop te reageren en dit mee te nemen in hun afweging. Natuurlijk zijn goede communicatieve vaardigheden cruciaal in onze maatschappij. Niet alleen selecteren veel bedrijven hun personeel daarop, ook voor jezelf is het prettig om gemakkelijk te kunnen zeggen wat je vindt, dit snel en precies te kunnen doen, maar ook om de inbreng van anderen mee te kunnen nemen, want zo onderhoud je goede relaties en tegelijk zorg je voor jezelf. Juist dit voedt het filosoferen met kinderen: zowel jezelf serieus nemen als de ander. Openheid en verwondering Omdat tijdens het filosoferen onderzocht wordt wat we niet weten, krijgen kinderen meer oog voor het niet vanzelfsprekende, en openheid voor het onbekende. Ze raken vertrouwd met vragen waar niet direct een antwoord op is en waar ze zelf een antwoord op moeten formuleren. Dit sti-

muleert de verwondering en de nieuwsgierigheid die kinderen zo eigen is. Levensbeschouwing zonder gedeelde levensovertuiging Alle deelnemers aan het filosofisch gesprek spreken op eigen titel. Zo kunnen ook levensvragen aan de orde komen, en ieder kind kan dit doen vanuit zijn eigen levensbeschouwelijke of religieuze achtergrond. Samen stilstaan en nadenken en bezinnen biedt ruimte voor vragen over de zin van het leven, op een vrije, open manier. Wat is belangrijk, welke keuzes maak je, wat is waardevol? En, omdat dit samen met andere kinderen onderzocht wordt, ontdekken ze ook wat anderen daarvan vinden. Waarom doet de ene persoon iets wel, en de andere iets niet? Bijvoorbeeld voor je oma zorgen? Of lange tochten in de natuur maken? Door er samen bij stil te staan, kunnen kinde-


B.I TALENTONTWIKKELING

-- _ --------------- _ ------------- __ -------

Met filosoferen kunnen kinderen een persoonlijke levensvisie ontwikkelen

ren leren van elkaar. Daarbij leren kinderen wat zijzelf belangrijk vinden om aandacht aan te besteden. Ze leren keuzes maken en die te onderzoeken. Met filosoferen kunnen kinderen een persoonlijke levensvisie ontwikkelen, hoe pril ook. Dat biedt een kompas om te navigeren bij latere dilemma’s en zwaarder wegende persoonlijke keuzes.

Waarom filosoferen op het bord? Tijdens filosofische gesprekken met kinderen, gebeurt er veel. Er zijn mooie precieze gedachten tussen zoekende en minder helder verwoorde gedachten. Kinderen komen met persoonlijke verhalen en gedetailleerde voorbeelden. Ook ontstaan er

tijdens een gesprek vaak verschillende lijnen, want een kind reageert misschien niet op wat het laatste kind zegt, maar wat een ander kind eerder zei. Tegelijk wil je als begeleider alle inbreng maximaal waarderen. Filosoferen op het bord biedt een toegankelijk hulpmiddel bij het begeleiden van het gesprek: alle inbreng van de kinderen wordt verzameld op het (digi) bord, in speciaal daarvoor ontwikkelde werkbladen met zogenaamde filomappen. Kinderen kunnen soms uitweiden over persoonlijke ervaringen. Doordat het bord de verzamelplaats is, maar ook beperkt in ruimte, helpt het om de kinderen duidelijk te maken dat ze hun gedachten helder en bondig moeten formuleren en toewerken naar een antwoord op de vraag. Natuurlijk is het niet erg als dat soms even tijd kost voor een kind zover is.

Het gesprek zelf onderzoeken Door het gesprek op het bord te plaatsen, zie je het gesprek als begeleider letterlijk voor je, en kan je het bestuderen en onderzoeken. Zo kan je zien tussen welke uitspraken spanning zit en daar de kinderen op wijzen. Ook zie je meteen welke uitspraak goed uitgediept is door verschillende reacties, en welke minder reacties heeft. Je ziet ook of hetgeen de kinderen hebben gezegd, nog vragen oproept. En of er tegenspraak in verschillende uitspraken zit. Al met al, een prima hulp voor de veelzijdige en overvloedige inbreng die kinderen meestal hebben. Variëren in gespreksvormen De verschillende gespreksvormen, het werken op het (digi) bord, de mogelijke gesprekslijnen zijn uitgewerkt in het boek ‘Filosoferen op het bord’. Het is opgeB.I2015 JRMGZN I

43


B.I TALENTONTWIKKELING

-- _ ------------------------------------- _ sites over Andere web et kinderen filosoferen m pmels.nl www.tamarko filosofie.nl www.kinder envleugels.nl www.wortels why.nl www.wonder juf.nl www.filosofie

Thema; Vier kinderen die allerlei dagelijkse dingen meemaken Nanda van Bodegraven

is afgestudeerd als filosoof en filosofeert sinds veertien jaar met kinderen. Wilt u meer weten over filosoferen op het bord, of filosoferen met kinderen in het algemeen? Zie www.nandavanbodegraven.nl voor trainingen en informatie over filosoferen op het bord en andere publicaties van haar over filosoferen met kinderen.

bouwd uit achttien thema’s. Bij de thema’s zijn verschillende gespreksvormen gekozen, waardoor de afwisseling zo groot mogelijk wordt. Zo kun je bijvoorbeeld met de kinderen een vraag onderzoeken op voor- en tegenstanders, of juist met de groep meer toewerken naar consensus, of argumenten gaan wegen en gezamenlijk onderzoeken welke argumenten sterk zijn en welke minder sterk. Ook is er soms een meer open inventariserende gespreksvorm. Ook de kinderen onderzoeken het gesprek Ook de kinderen zien wat er op het bord staat, en krijgen zo een overzicht over het gesprek. Daardoor onderzoeken ze niet alleen hun eigen gedachten, maar kunnen ook nadenken over het gesprek als geheel. Als begeleider kan je hen daar actief bij betrekken, door te vragen wat er opvalt, wat nog beter onderzocht moet worden. Ze leren monitoren hoe een gesprek kan verlopen, en op welke manieren je in kan grijpen. Daarmee zijn we terug bij het begin: goede gespreksvaardigheden zijn uiterst belangrijk en nadenken over het gesprek als geheel helpt daar enorm bij.

Opbouw van de thema’s Ieder thema begint met verhalen over vier kinderen die allerlei dagelijkse dingen meemaken, en de filosofische vraag daarmee inleiden. Het zijn steeds dezelfde kinderen, om de herkenbaarheid te vergroten. Hieronder staat een voorbeeld van een dergelijk verhaaltje. Na het verhaal is er een activiteit om de persoonlijke ervaringen van kinderen over het onderwerp te activeren. Het filosoferen is per thema opgedeeld in verschillende stappen en deze komen overeen met de stappen op het werkblad. Bij de filosofische kernvraag staan hulpvragen, om het gesprek te kunnen uitdiepen. Er is een extra kernvraag, voor als de kinderen snel klaar zijn met de eerste vraag. Na het geheel is er een verwerkingsopdracht, om de kinderen hun ervaringen en gedachten van het onderzoek op een eigen manier vorm te geven.

>>

- _ -----------------–-----------------------Filosoferen op het bord

Filosoferen op het bord is een methode om speels en stapsgewijs vragen te onderzoeken met een groep kinderen tussen 10 en 12 jaar. Dit boek biedt achttien inspirerende thema’s als natuur, vrienden en planeet aarde. De duidelijke structuur, sprankelende opdrachten en de handreikingen in dit boek maken van filosoferen een avontuur dat ondersteund wordt door de overzichtelijke werkwijze op het (digi)bord.

44 I2015 I B. JRMGZN

Nanda van Bodegraven ISBN 9789088504303 • 144 pagina's ¤ 22,50 www.filosoferen.swpbook.com


B.I TALENTONTWIKKELING

Boek & cursus

F

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _

Een andere kijk op hoogbegaafdheid W NIEU

Er is geen eenduidige definitie van hoogbegaafdheid en ‘dé hoogbegaafde’ bestaat niet. De auteurs schrijven uit eigen ervaring en gaan in op thema’s als intelligentie, gedrag, prikkelverwerking, onderwijs en een andere kijk op onderzoek en tests. Ook komt de stand van zaken vanuit de wetenschap aan bod en zijn na elk hoofdstuk tips en adviezen aan ouders, leerkrachten en kinderen te vinden om beter om te leren gaan met hoogbegaafdheid. Mariken Althuizen, Esther de Boer & Nathalie van Kordelaar ISBN 9789088505591 • 128 pagina’s • ¤ 19,90 www.swpbook.com/1791

_ ------------------------------- _ -----

En wie ben jij? Op school komen regelmatig vragen langs over de afkomst en familie­geschiedenis van kinderen. Met de vragen en opdrachten bij dit verhaal van Sabri kunnen kinderen hun identiteit onderzoeken en ontwikkelen. Het is een ontdekkingstocht langs opa’s en oma’s, vriendjes en vriendinnetjes, school en gezin. De reis gaat naar verre landen, maar ook langs stad en platteland en de verschillende culturen binnen Nederland. Yvonne Droogh ISBN 9789085606659 • 72 pagina’s • ¤ 14,90 www.identiteit.swpbook.com

_ ------- __ ------– cursus Onze Klas Mijn Wereld, ­Sociale competentie, taal en ICT in groep 1 tot 4 Leerkrachten ervaren nieuwe thema’s zoals burgerschapsvorming soms als een verzwaring van het curriculum. Daarom is het belangrijk deze thema’s te verbinden met wat al op het programma staat. Doelen voor de sociale en talige ontwikkeling van kinderen en ICT-onderwijs kunnen hierbij in elkaars verlengde liggen. ICT heeft weliswaar op alle scholen zijn intrede gedaan, maar het gebruik ervan is vaak nog erg eenzijdig. Doel van de cursus is om een goede basis te kunnen leggen om leerlingen te helpen ICT op een zinvolle en kritische wijze te gebruiken. De training biedt suggesties voor kindgericht onderwijs waarin identiteitsvorming, sociale vaardigheden en groepsontwikkeling centraal staan. In de uitgebreide variant van de cursus kunnen de deelnemers zelf oefenen in de eigen groep met het toepassen van betekenisvolle werkvormen. docenten Dorian de Haan en Els Schellekens cursusduur 1 of 2 dagdelen inbegrepen literatuur

Onze klas, mijn wereld. Kijk voor meer informatie en actuele cursusdata op www.onderwijs.academy

_ ------- __ -----B.I2015 JRMGZN I

45


46 I2015 I B. JRMGZN


B.I TALENTONTWIKKELING

Onderwijs,

INTERNET HEEFT JE NODIG!

door Martine Delfos

_ ------- -- _ ------- _ --- _ ------- ------- _ ------- _ --- _ ------- ----

Het onderwijs kan niet meer om internet heen. Het zit zelfs in de broekzak van hun leerlingen. Onder het vierde of virtuele milieu (verder: vm) wordt de fictieve wereld verstaan, gecreëerd door media met een beeldscherm, waarin men zich passief (met name televisie, video en cd/dvd) of actief en interactief (met name internet, computer, mobieltjes, iPads, Wii, gaming enzovoorts) beweegt.

_ ------- -- _ ------- _ --- _ ------- ------- _ ------- _ --- _ ------- ----

J

eugdigen, de screenagers, zijn er vaardiger in dan volwassenen, maar wel oppervlakkiger. Ook hun Engels is vaak goed, maar heeft weinig diepgang. Volwassenen hebben vaak niet door hoeveel kinderen weten, en als ze dat begrijpen hebben ze weer niet door hoe weinig kinderen weten en hoe hard ze volwassenen nodig hebben. Zodra een volwassene iets doorheeft, is de jeugdige alweer met iets nieuws bezig. Een generatiekloof ontstaat waarbij mensen ouder dan twintig nauwelijks weten wat kinderen jonger dan zestien aan het doen zijn. De hypnotiserende werking die uitgaat van een beeldscherm is concentratiebevorderend, aan de andere kant worden in die trance de zintuigen op stand-by gezet en missen ze veel van wat er om hen heen gebeurt.

CULTUUROMSLAG

Docenten merken dat ze een cultuuromslag moeten maken. Een juf die eerst bezig was een kind voorzichtig te helpen met de omslag van ‘geloof’ naar ‘realiteit’ wordt plotseling een juf die de waarheid verzwijgt:

‘Juf, bestaat de paashaas?’ ‘Ik heb er vanochtend nog een voorbij zien huppelen,’ zegt de leerkracht aarzelend. De jongen antwoordt: ‘Ik kijk vanavond thuis wel op internet.’ De volgende dag meldt hij: ‘Hij bestaat niet.’ Scholen krijgen dagelijks te maken met de gevolgen van de sociale media. Het snelle tempo creëert problemen: Een meisje wil meedoen met twee vriendinnen. De ene vriendin vraagt aan de andere, Irma, via sms of ze er problemen mee heeft als een derde meisje meedoet. Irma sms’t: ‘Daar heb ik een probleem mee.’ Het is het begin van een hele consternatie waar ouders en school bij betrokken worden. Uiteindelijk wordt duidelijk wat er aan de hand is. Irma had er geen probleem mee, maar typt per ongeluk ‘een’ in plaats van ‘geen’! Het is niet allemaal dyslexie en dysgrafie wat de klok slaat. Kinderen leren blind typen, maar schrijven gaat niet gemakkelijk. Ze ontwikkelen geen grammaticale taal, maar een ‘snelheidstaal’, waar B.I2015 JRMGZN I

47


t ‘Sociaal leren is nie n’ leren sociaal te doe makkelijk fouten worden gemaakt: Joris heeft de diagnose dyslexie. Dat blijkt hij niet te hebben als de psycholoog vraagt iets op de computer te schrijven. Wel vreemd dat hij ‘ik den’ typt met tien vingers in plaats van ‘ik ben’. Joris legt uit dat de d makkelijk bereikbaar is onder zijn vingers, de b zit verder…. Internet heeft het leeftempo versneld, waardoor ‘snelle’ en ‘heftige emoties’ (woede, verliefdheid, agressie, vrolijkheid) het winnen van ‘langzame emoties’ (tederheid, respect, mededogen, liefde en bescheidenheid). Het zijn echter juist de langzame emoties die verbindend zijn, zeker in langdurige relaties. En de mens kan niet zonder te verbinden. Het VM heeft fantastische voordelen, maar kan tegelijk schadelijk zijn. Opvoeders en docenten zijn zich onvoldoende bewust van de taak jeugdigen in het VM te vormen. Aan het vm kleven twee belangrijke problemen. Het eerste is dat kinderen er te weinig in opgevoed worden. Hierdoor krijgen ze informatie die niet leeftijdsadequaat is, porno is hen bijvoorbeeld bekend voordat ze seks hebben ontwikkeld. Hun denkbeelden worden gevormd en vervormd. Het eetritme en slaapritme worden verstoord. Dat merkt de docent aan de kinderen, maar ook aan zichzelf. Op basis van uitgebreide kennis en lang-

durige ervaring beschreef in tien fasen de ontwikkeling van opvoeding het VM. De tien ontwikkelingsfasen worden kort samengevoegd tot vier fasen in overzicht1 . OPVOEDING

Het tweede probleem van het VM is dat het voor het belangrijkste deel een commerciële basis heeft. Dit zorgt ervoor dat er veel seks is op internet, want: sex sells! Als er seks of agressie voorkomt in de beelden, móet de mens er wel naar kijken. Dit zorgt voor hormonale opzweping. Seks gaat over ‘voortplanting’ en agressie gaat over ‘overleven’. Seks en agressie zitten diep in de mens geworteld en zelfs de baby lijkt er radars voor te hebben. Op internet zorgt het voor het hormonaal opgejaagd worden met spannende, agressieve of seksuele beelden en geluiden. Er ontstaat een seksuele ‘vorming’ door de media die merendeels is gericht op consumptie. Omdat kinderen door de media voorgelicht worden – vaak ‘opgelicht’ in plaats van ‘voorgelicht’ – zijn de beelden van jeugdigen met betrekking tot seksualiteit vaak aan de ene kant overontwikkeld en niet leeftijdsadequaat, aan de andere kant is hun kennis onderontwikkeld. Opvoeders en docenten hebben daarin een verantwoordelijkheid te nemen. De hormonale opzweping zien we vooral in het gamen. Om te voorkomen dat er alleen maar over leuk of verslaafd gesproken zou worden, ontwikkelde ik de

term gamefrenzy (spelkolder). Dit om ouders en docenten te helpen wanneer gaming nog leuk is, er nog geen verslaving is, maar opvoedkundig ingrijpen wel noodzakelijk is. De social media hebben een enorme vlucht genomen, maar veilig en adequaat sociaal netwerken vergt enige sociale vaardigheid. Jongeren lijken sociaal vaardig op de sociale media, maar de relatievorming heeft onvoldoende diepgang. Vriendschappen op internet blijken alleen levensvatbaar als ze overgeheveld kunnen worden naar de werkelijke wereld. Einde basisschool zijn kinderen vooral vriendschappen aan het ‘verzamelen’. In het VM zie je dat terug in driehonderd ‘vrienden’. Ze zijn nog te jong voor dat medium, maar wie voedt ze op en maakt ze bewust? Sociaal leren is niet leren sociaal te doen. Sociale vaardigheden leert een kind vooral in de werkelijkheid met alle zintuigen. ONDERWIJS

De nieuwe vormen van onderwijs laten het beeld zien van jeugdigen met een laptop. De computer is verbonden aan vernieuwing. Toch is er nog nauwelijks sprake van een pedagogische visie op digitaal onderwijs die verdergaat dan lof of veroordeling van de techniek. Het onderwijs heeft eeuwenlang de reputatie van ‘kenniscentrum’. Het onderwijs had als kerntaak kennis over te brengen. De leerkracht was een notabele van het

Ontwikkeling Virtuele milieu _Levensfase --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ -----Baby- en kleutertijd

Hechting, zintuiglijke ontwikkeling en exploratie

VM beperkt als een object

Kindertijd

Ontwikkelen cognitieve vaardigheden

Beschermd begeleid in het VM

Jeugd

Omgang met leeftijdgenoten, Begeleid VM – Risico van identiteit avatarisme en verslaving

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ -----_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ -----_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ -----Jongvolwassene Zelfstandig functioneren en relaties

Aandacht voor diepgang en tempo in relatievorming in het VM

Overzicht 1: Levensfase,

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------ Ontwikkeling, Virtuele milieu 48 I2015 I B. JRMGZN


B.I TALENTONTWIKKELING

Het is tekenend voor de snelheid van de ontwikkeling van het vm dat het pedagogisch doordenken nog maar zo weinig

Verzamelde geassocieerde kennis

Kennis- beoordeling

Kennis- verwerking

Kennis

Kennisbron

Kennisselectie

Afbeelding 2:  Cyclus van kennisverwerking.

gebeurt. Men laat veel aan de jeugdigen zelf over, omdat die in het algemeen bedrevener zijn in de nieuwe media dan de volwassenen. Er is nog veel onderzoek nodig, en de resultaten zijn niet altijd simpel. Er werd aangetoond bij kinderen in het basisonderwijs, dat het leren met ondersteuning van computerpresentaties beter verloopt, maar dat het toch geen effect heeft op het duurzaam onthouden van wat geleerd is. Ook de aard van leren verandert. Er lijkt een verschuiving plaats te vinden van een tekstcultuur naar een beeldcultuur. Zolang mensen blijven praten, zal tekst echter belangrijk blijven. Beelden zijn krachtig, zeker om emoties mee op te slaan, maar voor bewustwording is het nodig dingen onder woorden te brengen. Kennis op zichzelf kan niet beklijven, het heeft ervaring nodig en emotie. Het geheugen functioneert het beste wanneer er sprake is van emoties, zeker wanneer deze positief gekleurd is. Erva-

ring doet men op met alle zintuigen en dus is het VM daarin beperkt. Emoties in het werkelijke leven zijn nodig voordat die van het VM ervaren worden. Het onderwijs heeft een kans en een verantwoordelijkheid in het VM. 1 Onderzoek naar bewegen en sportblessu-

res bij kinderen van negen tot twaalf jaar, april 2013, www.veiligheid.nl

Martine Delfos

is is biopsycholoog en was lector aan de Hogeschool Edith Stein en ontwikkelde daar een programma om kinderen in het onderwijs virtueel bewust te maken. Zij schreef verscheidene boeken op dit gebied. Dit artikel is gebaseerd op een drietal boeken van haar boeken (Virtuele ontwikkeling van de jeugd; Let’s game en In 80 dagen de virtuele wereld rond) en in voorbereiding een boek waarin opvoeden in het VM centraal zal staan. Vanuit de Delfos Academy geeft ze onderwijs op dit gebied.

--

--

-_ --

--

-

Ervaring

--

Kinderen, maar ook volwassenen, kunnen het informatiebombardement dat ze via internet ondergaan niet op waarde schatten. Jeugdigen hebben nog onvoldoende kaders waarbinnen ze informatie kunnen plaatsen. Iedereen kan zonder censuur informatie op internet zetten. Niemand die de informatie ordent op belang, relevantie of waarheidsgehalte. Op die manier komt zelfs non-kennis als kennis binnen. Tijd speelt geen rol meer in informatieverstrekking, alles is razendsnel beschikbaar. Het typen van het zoekwoord duurt langer dan het krijgen van het antwoord. Tijd speelt wel een rol in de verwerking van de informatie. Omdat internet meestal eerst het nieuwste aanbiedt, verdwijnt oude informatie naar de achtergrond. Dat betekent dat we makkelijk nieuwe kennis vergaren, maar nauwelijks een bodem ontwikkelen om die nieuwe kennis in te kunnen plaatsen. Daarvoor heeft men kennis nodig van de bronnen die tot nieuwe kennis leiden, zodat men kan inschatten wat de nieuwe informatie betekent. Met name voor jeugdigen die nog onvoldoende over denkkaders beschikken, is dat een probleem. Het onderwijs zal een cultuuromslag moeten maken en met als belangrijke taak dat jeugdigen kennis leren verwerken, informatie leren plaatsen in een groter geheel en niet simpelweg een brokje kennis op face-value aannemen: onderwijs tot ‘kennisverwerking’ (zie afbeelding 2).

Kennisbron

_ --

dorp vanwege zijn kennis. Nu gaat het niet meer over kennis zelf, maar over het verwerken van kennis. Het gaat om ‘content’ en hoe die content te vinden, te beoordelen en te downloaden. Het vm heeft kennis gekanteld van ‘overgebracht krijgen’ naar ‘zelf opzoeken’. Kinderen vinden het inmiddels vanzelfsprekend om iets op te zoeken op internet. Docenten moeten hen veilig leren hoe!

Kennis

_ --

Afbeelding 3:  De trits kennis-ervaring-emotie (Delfos, 2011).

--

--

--

-_ --

--

_ --------- _ ------- _ ---

Emotie B.I2015 JRMGZN I

49


B.I TALENTONTWIKKELING

Boek & cursus

F

----------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- __ -------- _ -------

Van Kerndoel tot leerlijn Concretisering van de ­kerndoelen voor het speciaal onderwijs De kerndoelen die vanuit het Ministerie van Onderwijs gesteld zijn voor het speciaal onderwijs, zijn streefdoelen die aangeven waarop de scholen zich moeten

richten. Van kerndoel tot leerlijn biedt de concrete uitwerking van deze kerndoelen. Het geeft richtlijnen aan het formuleren van didactische doelen conform de kern-

doelen voor het speciaal onderwijs. Ook in het reguliere onderwijs kan dit boek een prettig handvat zijn.

Marielle van der Stap • ISBN 9789088503245 • 104 pagina’s • 8 e geactualiseerde druk ¤ 24,90 www.swpbook.com/1164

_ ---------------------------------------------------- _ ----cursus

Internet en onderwijs Het virtuele milieu is niet meer weg te denken. De mogelijkheden zijn overweldigend en schade is makkelijk toegebracht. Het is daarom noodzakelijk om jeugdigen op te voeden in het virtuele milieu en hen bewust te maken van hun ervaringen en wat dat betekent. De verantwoordelijkheid van docenten is dus groot, maar hoe moeten zij de razendsnelle ontwikkeling in hun onderwijs plaatsen? En hoe kunnen bijvoorbeeld computers en mobieltjes op een positieve manier in het onderwijs ingezet worden? Deze module geeft u hiervoor handvatten en besteedt tevens aandacht aan het communiceren met jeugdigen over het virtuele milieu.

50 I2015 I B. JRMGZN

docent

Martine Delfos cursusduur 2 dagen inbegrepen literatuur : In 80 dagen de virtuele wereld rond Kijk voor meer informatie en actuele cursusdata op www.onderwijs. academy

Van kerndoel tot referentieniveau In Van kerndoel tot referentieniveau geeft Marielle van der Stap een uitputtend overzicht van de leerdoelen voor taal, rekenen, natuur en techniek, aardrijkskunde en geschiedenis voor de groepen 1 tot en met 8 van het speciaal- en basisonderwijs. Met daarnaast een verdiepings- en verbredingsaanbod voor de kinderen die meer kunnen. Een duidelijk instrument om opbrengstgericht werken te realiseren. Marielle van der Stap ISBN: 9789088504310 104 pagina’s • 2e druk ¤ 24,90 www.kerndoel.swpbook.com


DRAMA ACTIVITEIT & BEWEGEN

H

Muziek, drama,

activiteit & BEWEGEN

Kunstzinnige oriĂŤntatie is een ontdekkingsreis die tal van kerndoelen aandoet. -- _ --------------- _ ------- __ -------- _ Het wondermiddel

Bewegen

52 & verder...

Bewegen en spelen zijn een onuitputtelijke inspiratiebron voor kinderen. Ook de mogelijkheden voor het onderwijs zijn groot. Wim van Gelder

60 Daar komt de Boegieman... 62 Muziekkriebels

B.I2015 JRMGZN I

51

--------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- __ -------- _ -------

B.I MUZIEK,


Het wondermiddel

52 I2015 I B. JRMGZN

be


J.I MUZIEK,

DRAMA, ACTIVITEIT EN BEWEGEN

Bewegen en spelen zijn een onuitputtelijke inspiratiebron voor kinderen. Ook de mogelijkheden voor het onderwijs zijn groot. Voor sommige leerkrachten zijn de gymles en het buiten spelen een feest, andere leerkrachten ervaren veel ‘gedoe’. Een artikel over de rijke mogelijkheden en het verminderen van ‘gedoe’ rondom bewegen en spelen op school.

ewegen KASPLANTJES

Kinderen hebben steeds meer moeite met balanceren; het lopen over een randje, rennen en springen. Tegenwoordig vallen kinderen niet vaker, maar wel veel harder en met een grotere kans op blessures. Naast het toenemend aantal ongelukken en blessures heeft spelen en bewegen een duidelijke relatie met de ontwikkeling van het zelfbeeld en het zelfvertrouwen en daarmee ook met de plaats in de

groep. Deze relatie is het duidelijkst zichtbaar bij kwetsbare kinderen. De wereld ziet er voor een onhandig kind met overgewicht anders uit dan voor een handig kind met een gezond gewicht. Waar de laatste in het algemeen uitdagingen ziet in de directe (speel)omgeving, komt het minder vaardige zware kind problemen tegen. Een partijtje voetbal, een tikspelletje en het klimmen in een toestel of boom. Ook op een sportvereniging zal een vaardig kind eenvoudiger zijn weg vinB.I2015 JRMGZN I

53


J.I MUZIEK,

DRAMA, ACTIVITEIT EN BEWEGEN

Consternatie na onderzoek over blessures bij kinderen

Onderzoek: weinig bewegen is niet alleen fysiek ongezond, maar ook psychisch Het onderzoek van veiligheid.nl geeft evenals de onderzoeksresultaten van TNO2 over bewegingsarmoede en overgewicht aan dat er een alarmerende situatie is ontstaan voor kinderen in Nederland. En niet alleen de fysieke gezondheid van kinderen (blessures en aan overgewicht gerelateerde ziekten) staat op het spel maar ook de psychische gezondheid (ontwikkeling zelfbeeld, zelfvertrouwen, ontwikkeling van en in een sociaal netwerk).

den en geaccepteerd worden dan een minder vaardig of zwaar kind. Het zou anders moeten zijn, maar de praktijk is weerbarstig. BEWEGEN ALS PEPMIDDEL VOOR SCHOOLPRESTATIES

Het feit dat kinderen motorisch vaardiger worden van (veel) bewegen is een open deur. Ook de link tussen spelen en bewegen en de sociaal-emotionele ontwikkeling is algemeen aanvaard. Dat meer bewegen ook betere schoolprestaties oplevert is minder bekend en zeker minder gepraktiseerd. Regelmatig bestaan verbeterprogramma’s op cognitief gebied voor een groot deel uit meer uren maken. Meer lezen, meer rekenen. Kinderen leren makkelijker, plezieriger en meer als inspanning en ontspanning elkaar op een prettige wijze afwisselen. Een goede afwisseling van fysieke en cognitieve inspanning levert naast een groter welbevinden (school is leuk/ik voel mij prettig op school) ook betere schoolresultaten op. Daarnaast wordt duidelijk dat kinderen meer leren en langer aandachtig kunnen 54 I2015 I B. JRMGZN

zijn, indien meerdere zintuigen bij het leerproces worden betrokken. Bewegend, voelend, zingend, ruikend leren levert meer op dan zittend kijken naar letters of getallen. Momenteel wordt er veel onderzoek gedaan naar deze veelbelovende potenties van leren (RUG C. Visscher). SCHOT VOOR OPEN DOEL!

Meer onderzoek zal nodig zijn om na te gaan wat een optimale verhouding is tussen in- en ontspanning. Hetzelfde geldt voor het betrekken van zintuigen bij het leerproces. Echter het staat elke school vrij dit schot voor open doel te benutten: Beweeg en speel vaker en betrek meer zintuigen bij het leerproces! TRAUMA’S EN KWETSBARE ­KINDEREN

De meest kwetsbare groep – motorisch minst vaardige kinderen – heeft met het aanbod destijds vooral geleerd dat bewegen geen succes oplevert, ‘niets voor hen is’. De hoon van de groep (en soms docent!) weerklinkt nog als de ‘dag van gisteren’. Ook veel bekende Nederlanders hebben in verschillende media

Kinderen bewegen steeds minder en lopen daarbij meer blessures op! Het onderzoek van veiligheid.nl1 werd breed opgepikt door de media, landelijke kranten, KRO’s Brandpunt, diverse radio­programma’s en de Tweede Kamer. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de motorische vaardigheid bij negen- tot twaalfjarigen zo laag is dat het leidt tot een grotere kans op (sport)blessures. Het onderzoek laat een stijging van sportblessures zien van maar liefst 50 procent over de afgelopen vijf jaar. Belangrijke oorzaak is de steeds slechter wordende motorische vaardigheid van kinderen.

aangegeven een hekel te hebben gehad aan hun gymlessen; onder andere Hennie Huisman, Jamai, Giel Beelen, Maarten ’t Hart, Midas Dekkers en Cisca Dresselhuis. ‘OLD SCHOOL’ VERSUS ‘NEW SCHOOL’

Wat was er mis met deze ‘old school’-lessen gymnastiek? En wat is er (als het goed is) veranderd; ‘new school’. Verandering 1 De hoeveelheid beweging in een les is enorm­toegenomen

‘Oefening baart kunst’ is een aloud adagium dat in de gymnastiek en sportwereld door trainers en docenten wordt nagestreefd. Het aantal sprongen of balcontacten in één les of training bepaalt uiteraard voor een groot deel het uiteindelijke leerresultaat. Hieronder is deze ontwikkeling in vogelvlucht in beeld gebracht. Het aantal sprongen van vaardige kinderen neemt dus toe van 7 naar meer dan 500. Voor minder vaardige kinderen van 0 naar meer dan 100 sprongen. Etalage; iedereen kijkt naar jou … In de old school-lessen keek de hele klas


Het spel of de knikkers?

Fatma en Fleur knikkeren met elkaar. Fatma knikkert door met haar hele hand een ongecontroleerde ‘roei’ tegen de knikker te geven. Zij mikt nauwelijks en het lukt haar niet, zoals de meeste kinderen, de knikker met een gebogen wijsvingertje in het potje te krijgen. De winnaar van deze ongelijke strijd staat vooraf vast: Fleur. Als Fleur voor de derde keer achter elkaar heeft gewonnen, pakt Fatma de knikkers uit het potje en rent hard weg. Uit het voorbeeld blijkt dat Fatma door haar motorische onhandigheid in de problemen komt. Ten eerste is het verliezen van je geliefde knikkers niet leuk. Ten tweede is het geen spannend spel, immers het zijn ongelijkwaardige partijen. Ten derde is het moeilijk je als (veelvuldig) verliezer waardig te blijven gedragen.

--

-

-

_ -

Kwetsbaar kind

-

Valt hard

_ ---------

Motorisch vaardig kind

_ -

Verkent zijn grenzen

--

-

De wijze waarop een leerkracht of trainer feedback geeft is belangrijk in het

--

Verandering 3 De wijze van het geven van feedback (door de leerkracht) is veranderd

-

-

_ --

Drillen is uit! Wie varieert leert! Uit recent onderzoek (onder andere ­Schöllhorn 2009, Frank 2008) blijkt dat beginnende en gemiddelde bewegers (schoolgaande jeugd) meer leren als de herhalingen van bewegingen niet identiek zijn, maar (sterk) varieren. Het herhaald nabootsen van de ideale beweging (drillen) leidt tot een veel geringer leerresultaat dan het voortdurend varieren van de beweging. In de wetenschap wordt deze vorm van leren ‘differentieel leren’ genoemd.

_ ---------

--

Verandering 2 De variatie in het aanbod en de wijze van herhalen is toegenomen

Wordt voorzichtiger

_ --

toe. Dit zogenaamde etalage-effect in lessen bewegings­onderwijs heeft geleid tot heftige negatieve soms traumatiserende ervaringen bij minder vaardige en zware kinderen. Iedereen kijkt naar jouw falen.

Durt goed te vallen

B.I2015 JRMGZN I

55


leerproces van het kind. Een groot deel van deze feedback richtte zich op de ­manier waarop een lichaam(sdeel) zich zou moeten bewegen. ‘Als je rechts werpt, zet je je linker been voor’ of ‘raak de bal met de binnenkant van de voet’. De ‘focus’ waarbij de beweger gericht is op het eigen lichaam wordt ‘interne focus’ benoemd. De focus waarbij een beweger gericht is op een doel of het resultaat wordt ‘externe focus’ genoemd. In bovenstaande voorbeelden wordt een externe focus gerealiseerd door het richten op doelen als: gooi de bal tegen de krant (mikken) of gooi de krant kapot (hard/ver werpen). Er is het laatste decennium veel onderzoek (Wulf 2003 & 2007) gedaan naar ‘focus’ zowel bij topsporters als bij kinderen. Uit vrijwel alle resultaten blijkt externe focus superieur boven interne focus. Verandering 4 Kinderen bewegen meer zelfstandig en minder mid-

dels directe instructie van een docent

Om de veranderingen 1, 2 en 3 te effectueren moest de rol van de docent en van de kinderen veranderen. De zelfstandigheid van de kinderen werd sterk vergroot en de docent werd meer begeleider dan instructeur. In veel lessen wordt gewerkt met meerdere activiteiten die tegelijkertijd worden gespeeld. Het aantal kinderen per groep varieert tussen vijf en negen kinderen. Binnen deze groepsgrootte is het mogelijk om alle kinderen (permanent) te laten bewegen en is de kans groot dat kinderen een spel zelfstandig op gang kunnen houden. Bijvoorbeeld de volgende drie activiteiten: touwzwaaien, steunspringen, tikspel. MINDER GEDOE!

Door de groepsleerkracht wordt vaak aangeven: ‘Gym is ­gedoe!’ Om ‘het gedoe’ rondom de gymles te verminderen worden in dit hoofdstukje een aantal tips en aanbevelingen gedaan.

Kinderen concentreren zich beter na een ‘beweegsessie’, en scholen die beweegprogramma’s hanteren, scoren beter in benchmarks (zoals bijvoorbeeld cito). Tevens staat vast dat lichaamsbeweging een positieve invloed heeft op de fysieke ontwikkeling (en daarmee op gezondheid) en de zelfontplooiing (zelfvertrouwen). In de praktijk blijkt bovendien dat sport en spel een substantiële bijdrage leveren aan het aanleren van vaardigheden. Regelmatige lichaamsbeweging is een ‘pepmiddel’ voor de leerprestatie en een instrument om kinderen fit en gezond te houden en zich sociaal-maatschappelijk te laten ontwikkelen.

Old school

New school 1

New school 2

Veel wachten …

Voortdurend in beweging!

Ook transfer naar het schoolplein

- één centrale activiteit; - één oefenplaats; - voorgeschreven wijze van springen (spreidsprong); - lange wachttijden; - 95 procent van de tijd geen beweging.

- groter aanbod; - meer oefen- (lees speel) plaatsen; - meer variatie in de uitvoering; - bijna 100 procent van de tijd zijn kinderen in beweging.

De activiteiten die in de lessen bewegingsonderwijs worden aangeboden, komen ook op het schoolplein terug.

Bokspringen (spreidsprong)

Freerunning met mogelijkheden tot steunspringen

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ ------

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ -----Kinderen maakten tussen de nul en zeven sprongen in één les. De les bestond uit een afvalrace die begon op het laagste niveau van de bok. Als een kind niet over de bok kwam, moest het aan de kant zitten. De vaardigste (1-4) kinderen haalde het hoogste niveau (bok op zevende gaatje).

Kinderen bewegen zich over een hindernisbaan en leren op hun eigen wijze over een hindernisbaan te gaan. Daarbij geïnspireerd door klasgenoten en de complimenten van de docent. De activiteit duurt ongeveer tien minuten, omdat in deze les nog drie andere activiteiten zijn uitgezet.

Freerunning op het plein!

Ook op het schoolplein kunnen kinderen (bijvoorbeeld) steunsprongen maken. Kinderen krijgen een les bewegingsonderwijs op het schoolplein om het plein met deze ogen te ontdekken. Een groep kinderen zal deze ervaring meenemen naar hun buurt.

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ -----0-7 sprongen in 45 minuten.

Tussen de 25 en 120 sprongen in tien minuten. Dat zijn 112-550 sprongen in 45 minuten!

Dagelijks spel (herhalingen).

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ -----56 I2015 I B. JRMGZN


J.I MUZIEK,

DRAMA, ACTIVITEIT EN BEWEGEN

Methodes

Werk met een methode bewegingsonderwijs. Voor rekenen en taal is een methode vanzelfsprekend, maar voor een kwetsbaar vak als bewegingsonderwijs niet. Uiteraard kan de gekozen methode worden aangepast aan de wensen en mogelijkheden van de school. De afgelopen jaren is een aantal goede methodes ontwikkeld. Op ‘Het leermiddelenplein’ van de Stichting Leerplan Ontwikkeling (S.L.O.) worden methodes beschreven en met elkaar vergeleken.

digitaal!

Werkbladen of kijkwijzers met foto’s en korte teksten met uitleg van de bewegings­activiteit kunnen een hulpmiddel zijn bij het zelfstandig(er) werken: - Hoe zet je het klaar? - Wat kun je hier doen? - Op welke manier (niveaus) kun je deelnemen?

Klaarzetten 1 Door gebruik te maken van een Basisopstelling wordt het klaarzetten en opruimen van de materialen een stuk eenvoudiger. Aan het begin van de schooldag wordt de zaal opgebouwd. Alle groepen werken die dag met deze opstelling. Ideeën met betrekking tot het neerzetten van het materiaal: • groep 7/8 en enthousiaste (deskundige) leerkracht; • extra tijd; • klaarzetgroep; groep van vier tot acht kinderen die de leerkracht helpt bij klaarzetten; • klaarzetgroep van leerkrachten; • klaarzetgroep van ouders (met name als kleuters of groep 3 starten met de eerste les); • samenwerking met beheerders van zalen.

Tegenwoordig kan ook gebruikgemaakt worden van inspiratieof instructiefilmpjes op een laptop of een tablet.

Praktische ideeën voor meer beweging op school: - bewegingstussendoortjes (met verschillende accenten beweging, samenspel, drama dans/ muziek, fun, rust/concentratie); - dynamische zitten (zitbal); - vaker bewegend/wandelend overleggen; - vaker en/of langere pauzes met een thema (bewegingsonderwijs, drama, muziek, natuur).

Alle groepen hebben profijt van de inspanning van degene die hebben klaargezet. Net als bij een leesles, waarin alle kinderen een boek krijgen. En niet de helft van de kinderen en de rest kijkt toe.

Onderzoek: weinig bewegen is niet alleen fysiek ongezond, maar ook psychisch Het onderzoek van veiligheid.nl geeft evenals de onderzoeksresultaten van TNO2 over bewegings­ armoede en overgewicht aan dat er een alarmerende situatie is ontstaan voor

kinderen in Nederland. En niet alleen de fysieke gezondheid van kinderen (blessures en aan overgewicht gerelateerde ziekten) staat op het spel maar ook de psychische gezondheid (ontwikkeling

zelfbeeld, zelfvertrouwen, ontwikkeling van en in een sociaal netwerk).

B.I2015 JRMGZN I

57


Door gebruik te maken van een Basisopstelling wordt het klaarzetten en opruimen van de materialen een stuk eenvoudiger. Klaarzetten 2 Door het lesrooster optimaal af te ­stemmen op de wensen wordt veel tijd gewonnen en gedoe weggehaald. Door zoveel mogelijk groepen achterelkaar op een dag/dagdeel in te plannen, wordt veel klaarzettijd gewonnen. Het rooster kan ook met andere gebruikers (­ scholen) worden afgestemd. Bijvoorbeeld indien dezelfde methode wordt gebruikt. Er wordt een gezamenlijk rooster afgesproken. Voorbereiden met videobeelden Bekijk in de klas kort instructiefilmpjes

van de komende les. Bij een aantal methodes zijn korte instructiefilmpjes beschikbaar voor leerkracht en leerlingen. Als de leerkracht en leerlingen ter ­voorbereiding op de les deze filmpjes laat zien, zal de instructietijd sterk verkort worden. Ook de voorbereidingstijd van de leerkracht verkort ­a anzienlijk. HERHALEN VAN ACTIVITEITEN

Herhaal gehele lessen of herhaal verschillende activiteit uit de vorige les! Voordelen: • Activiteit/les is bekend bij de

Basislessen bewegingsonderwijs

Gymmen in de grote gymzaal

Al 25 jaar de meest gebruikte methode in het basisonderwijs

Methode bewegingsonderwijs groep één en twee

Basislessen bewegingsonderwijs deel 1 bevat 14 basisopstellingen en 6 buitenlessen. De lessen worden bewaard als losse katernen. Per les kan een katern uit de map worden genomen. Zie ook www.basislessen.nl voor meer info en videofragmenten van alle lessen. Ideaal voor instructie via het digi-bord. Advies en scholing op gebied van bewegingsonderwijs – schoolplein – MRT www.allesinbeweging.net W. van Gelder, H. Stroes & Bastiaan Goedhart 2009, 380 blz., ISBN 9789035232242

58 I2015 I B. JRMGZN

kinderen; minder uitleggen. • Kinderen leren door herhaling. Vereiste: • De activiteit moet zo aantrekkelijk zijn dat kinderen deze graag willen herhalen. Denk aan het aantal keer dat kinderen buiten willen voetballen.

Bewegen is voor kleuters een feest. Met de 22 zorgvuldig beschreven lessen, de observatieformulieren en het theoretische deel van de methode is het mogelijk om op een professionele manier bewegingsonderwijs aan kleuters te geven. Door de bondige beschrijvingen, ruim 700 kleurenfoto’s en video’s van alle bewegingsactiviteiten is de lesopstelling goed uitvoerbaar voor de leerkracht. Zie ook www.grotegymzaal.nl

Joost Brandt & Harry van der Meer • ISBN 9789088502729 • 328 pagina’s • ¤ 69,00• www.gymmen.swpbook.com

>>


Communicatie Communicatie Conflictmanagement Conflictmanagement Familie Mediation Familie Mediation Intervisie Intervisie

Leiderschap Leiderschap Mediation Mediation Wijkbemiddeling Wijkbemiddeling Zakelijke conflicten Zakelijke conflicten

Een greep uit het cursusaanbod voor professionals in het onderwijs: Een greep uit het cursusaanbod voor professionals in het onderwijs: Kind, school en scheiding Kind, school en scheiding Een op de drie huwelijken eindigt door middel van een (echt)scheiding. Kinderen scheiden gedwongen mee. Veel Een op de drie huwelijken eindigt door middel van een (echt)scheiding. Kinderen scheiden gedwongen mee. Veel zekerheden die zij in het gezinsverband hadden vallen daardoor weg. Het lijkt dan ook logisch dat de kinderen zekerheden die zij in het gezinsverband hadden vallen daardoor weg. Het lijkt dan ook logisch dat de kinderen hun zorgen en problemen rondom de scheiding mee naar school nemen. Regelmatig worden leerkrachten door hun zorgen en problemen rondom de scheiding mee naar school nemen. Regelmatig worden leerkrachten door de ouders en/of kinderen ge誰nformeerd over de scheiding. Kinderen zenden daarnaast altijd signalen uit waaruit de ouders en/of kinderen ge誰nformeerd over de scheiding. Kinderen zenden daarnaast altijd signalen uit waaruit kan blijken dat zij problemen ervaren. Het is voor de leerkracht van belang om deze signalen te herkennen en om kan blijken dat zij problemen ervaren. Het is voor de leerkracht van belang om deze signalen te herkennen en om daar adequaat op in te kunnen spelen binnen het kader van beroep. daar adequaat op in te kunnen spelen binnen het kader van beroep. Wijzer bij scheiden Wijzer bij scheiden Uit de praktijk blijkt dat problemen van kinderen met ((v)echt)scheidende ouders te laat worden gesignaleerd. Uit de praktijk blijkt dat problemen van kinderen met ((v)echt)scheidende ouders te laat worden gesignaleerd. Terwijl vroege signalering met een adequaat vervolg juist zo belangrijk is om verdere schade voor deze kinderen Terwijl vroege signalering met een adequaat vervolg juist zo belangrijk is om verdere schade voor deze kinderen te voorkomen. Deze cursus biedt handvatten die helpen om snel, eenduidig en adequaat te kunnen signaleren en te voorkomen. Deze cursus biedt handvatten die helpen om snel, eenduidig en adequaat te kunnen signaleren en handelen bij scheidingsproblematiek. Deze training sluit naadloos aan bij het adviesrapport van de kinderomhandelen bij scheidingsproblematiek. Deze training sluit naadloos aan bij het adviesrapport van de kinderombudsman inzake vechtscheidingen. budsman inzake vechtscheidingen.

Voor Voor meer meer informatie, informatie, cursussen cursussen en en actuele actuele cursusdata cursusdata zie zie www.medling.academy www.medling.academy

De KIDDO Leespluim is een bekroning van kwalitatieve boeken De KIDDO Leespluim is een bekroning van kwalitatieve boeken voor jonge kinderen tot 6 jaar om hen te stimuleren tot lezen en hun voor jonge kinderen tot 6 jaar om hen te stimuleren tot lezen en hun leesplezier en taalvaardigheid te bevorderen. leesplezier en taalvaardigheid te bevorderen. Iedere maand kiest de jury een nieuwe winnaar uit tal van inzendingen. Iedere maand kiest de jury een nieuwe winnaar uit tal van inzendingen. Wilt u op de hoogte blijven van de winnende titels, schrijf u dan in voor de Wilt u op de hoogte blijven van de winnende titels, schrijf u dan in voor de nieuwsbrief of like onze pagina op Facebook. Meer informatie en juryrapporten nieuwsbrief of like onze pagina op Facebook. Meer informatie en juryrapporten vindt u op www.kiddoleespluim.nl vindt u op www.kiddoleespluim.nl

Like Like ons ons op op www.facebook.com/leespluim www.facebook.com/leespluim


Boek & cursus

H

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ ---------------------------------

Wentelteefjes toneel Drie nieuwe toneelstukken op basis van oude ­klassiekers voor groep 8, middelbare scholen en jeugd­theatergroepen

Wentelteefjestoneel biedt alle ingrediënten voor een geslaagde toneeluitvoering. De drie toneelstukken hebben een verrassende plot, humoris­tische dialogen en zijn gemakkelijk uit te voeren. Het aantal spelers kan met simpele ingrepen vergroot of verkleind worden, de regieaanwijzingen bieden ruimte voor eigen interpretatie, de decoren kledingsuggesties zijn uit te voeren met overzichtelijke materialen. Ideaal om met groep 8, de jeugdtheatergroep of op de BSO uit te voeren.

Marieke Nijmanting • ISBN 9789085606062 • 144 pagina’s • ¤ 17,50 www.wentelteefjestoneel.swpbook.com

_ ------------------------------ _ ---

Rood Rood Mannetje

JRMGZN

Daar komt de

Boegie-

man! Zevenentwintig nieuwe basisschoolliedjes uitgewerkt in zeven muzikale projecten

Nieuwe, tijdloze liedjes voor de onderbouw, midden- en bovenbouw. Een stevig gebonden boek met muzieknotatie, incl. akkoordsymbolen, lessuggesties, illustraties in kleur en een los verkrijgbare cd met meezingversie.

Boek, cd en website verbinden het vak muziek op een toegankelijke, direct toepasbare manier met een groot aantal kerndoelen. Een compleet kunstzinnig programma. Muzikale lessen met muzieknotatie en akkoordsymbolen reiken samen met werkbladen, tips, buitenmuzikale thema’s en opdrachten ideeën aan voor ambitieuze en kleinschaliger creatieve uitwerkingen.

Jeroen Schipper • ISBN 9789085605171 • 96 pagina’s gebonden • ¤ 22,50 • www.roodmannetje.swpbook.com

Jeroen Schipper • ISBN 9789088501227 190 pagina’s 2e druk • ¤ 39,90 www.boegieman.swpbook.com

Kleurrijke, nieuwe liedjes voor kinderen

60 I2015 I B.

en Inclusief cd e nd ne ondersteu te si eb w


H

J.I MUZIEK,

DRAMA, ACTIVITEIT EN BEWEGEN

--------------------------------------------- _ ------- __ -------- _ ----

Ga de uitdaging aan!

Rebecca Rijnders ISBN 9789085606666 72 pagina’s • ¤ 15,90 www.swpbook.com/ 1752

Ontdek waarom gezond leven belangrijk is

Over gezond leven bestaan veel fabels. Met ‘Ga de uitdaging aan’ ontdekken kinderen

waarom gezond leven belangrijk is en worden ze uitgedaagd om samen met vrienden, familie of de hele klas in actie te komen. Leuke opdrachten, tips, weetjes en

humor maken er een avontuur van waarmee spelen­ derwijs ongezonde patronen door­broken kunnen worden. Goed inzetbaar op school en thuis.

_ ------------------ - _ ------------------ ------------------ -

quiz in de klas

De kinderen gaan staan en geven antwoord door een groen of rood blaadje omhoog te houden. Degenen die het fout hebben, gaan zitten. Wie het langst blijft staan, heeft gewonnen.

7

ja

Het vetgedrukte antwoord is het juiste antwoord.

Je moet altijd ontbijten ja

nee

8

2

ja

nee

Je moet sporten om fit te worden

9

ja

nee

Van veel slapen word je dik

4

In een blikje cola zitten zeven suikerklontjes ja

nee

Appelsap is gezond

1

nee

5

ja

nee

Slanke mensen zijn gezond

Om een Mars te verbranden, moet je een uur ja lang hardlopen nee

3

Suiker is altijd slecht voor je nee ja

6

Je moet per dag anderhalve liter drinken nee

10

ja

Van Red Bull krijg je energie! nee ja

_ ------------------ - _ ------------------ ------------------ B.I2015 JRMGZN I

61

Quizvoorbeeld uit het boek Ga de uitdaging aan!

Doe een


J.I MUZIEK,

H

DRAMA, ACTIVITEIT EN BEWEGEN

Boek & cursus

--- _ ------- _ --- _ ----------------------------------------------------Inclusief cd met muziek van Erik van der Wurff

Muziek kriebels 250 muziekactiviteiten voor kinderen van 0 tot 10 jaar Muzikale aspecten zoals stemexpressie, dansen en instrumentengebruik komen op een overzichtelijke, heldere manier aan de orde en thema’s

zoals de muziekhoek, jaargetijden en vieringen hebben een plek gekregen. In ieder hoofdstuk is een doorkijkje naar de praktijk en zijn er

handige tips en leuke weetjes te vinden. Een onmisbaar handboek voor iedereen die werkt met kinderen van 0 tot 10!

Hermien Wiechers • ISBN 9789066659827 • 248 pagina’s • 2e druk • ¤36,90 www.muziekkriebels.swpbook.com

_ ---------------------------------------------------- _ -----

Leuk voor de Engelse les!

In het sprookjesbos

TOP DOG

Sprookjes met ­activiteiten gericht op natuurbeleving voor

32 new children’s songs for home and school

Suzanne Wardenaar verzamelde bekende sprookjes zoals Assepoester, Drie kleine biggetjes, Duimelijntje, Holle bolle Gijs en bedacht er natuuractiviteiten bij voor kinderen van 4 tot 7 jaar. De activiteiten zijn gericht op zintuiglijke beleving, het stimuleren van sociale vaardigheden

De liedjes in TOP DOG zijn goed in te zetten in de lessen Engels op de basisschool. Het zijn vertalingen van liedjes uit Rood Rood Mannetje en Daar komt de boegieman. Op www.topdogsongs.nl zijn voorbeelden te beluisteren en met het wachtwoord uit het boek zijn alle songs te downloaden. Jeroen Schipper • (met illustraties van Tjerk Sixma) ISBN 9781849639507 • 84 pagina’s • ¤ 18,99 www.swpbook.com/1814

62 I2015 I B. JRMGZN

jonge kinderen

en het ontwikkelen van creativiteit. Natuurbeleving en milieubewustzijn vormen de groene draden in het sprookjesbos. Ook in een stedelijke omgeving is het sprookjesbos een middel om kinderen in contact te brengen met de natuur. Suzanne Wardenaar • ISBN 9789088503474 • 204 pagina’s • ¤ 26,50 www.inhetsprookjesbos. swpbook.com


B.

Basisschoolmagazine 2015 Prijs ¤ 4,95

Aan dit nummer werkten mee Angelique van der Pluijm Channah Zwiep Tineke Verdoes Leo Pauw Margo Henderson Els Schellekens Dorian de Haan Nanda van Bodegraven Martine Delfos Wim van Gelder Adverteren Advertentietarieven en -voorwaarden zijn te raadplegen via www.basisschoolmagazine.nl?/adverteren Uitgever Paul Roosenstein, proosenstein@mailswp.com

Delfos Academy biedt modules, cursussen en leergangen aan, gestoeld op de brede kennisbasis van haar naamgever, dr. Martine F. Delfos. Onderwerpen die beschreven en besproken worden, zijn onder andere: • Autisme • Communiceren met kinderen, pubers en adolescenten • Gespreksvoering bij echtscheiding • Ontwikkelingspsychologie • Hechtingsproblematiek • Angst en psychosomatiek • Eetstoornissen • Seksualiteit en gender, seksuele mishandeling • Grafische dossieranalyse • Internet en onderwijs, met aandacht voor social media en games

Vormgeving Martijn Blokland, martijn@blokland.eu Saskia Franken, s.franken @hetzomerpaleis.nl Marketing Coby Faber en Floor Wesseling, marketing@mailswp.com Partners

Alle boeken die zijn opgenomen in het Basisschoolmagazine zijn te bestellen via www.swpbook.com. In België gaat de distributie van boeken via www.epo.be. Meer informatie over de cursussen kunt u vinden op www.onderwijs.academy. © 2015 Uitgeverij SWP, Amsterdam, www.swpbook.com Alle rechten voorbehouden. Algemene voorwaarden van Uitgeverij SWP zijn van toepassing.

De activiteiten van Delfos Academy worden beheerd en verzorgd door de Logavak Opleidingsgroep B.V. Logavak is aangesloten bij de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO) en ingeschreven in het register van het CRKBO.

B.I2015 JRMGZN I

63

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- __ -------- _ ----

H

-------- _ ------- __ -------- _ ----

Colofon

Basisschool Magazine 2015  

In dit nummer: Passend onderwijs,gedragsvraagstukken, talentontwikkeling, muziek, drama & bewegen

Basisschool Magazine 2015  

In dit nummer: Passend onderwijs,gedragsvraagstukken, talentontwikkeling, muziek, drama & bewegen