Page 1

Gerard Lohuis en Alice Beuker

De sociale psychiatrie houdt zich bezig met de wisselwerking tussen mensen en probeert deze op positieve wijze te beïnvloeden. Zij wil mensen met psychiatrische problemen ondersteunen in de wijk waar ze wonen om met gebruik van eigen mogelijkheden een zo volwaardig mogelijk bestaan te leiden. Daarbij is er ook oog voor de buurt, het maatschappelijk belang en de wisselwerking tussen cliënten en hun omgeving. Zonder sociaal geen psychiatrie bevat waardevolle bijdragen van auteurs die vanuit een sociale, contextuele visie proberen cliënten zo optimaal mogelijk te ondersteunen bij hun functioneren. De sociale psychiatrie is het antwoord vanuit de psychiatrie die niet wil medicaliseren, maar mensen wil ondersteunen in hun leven, in hun eigen omgeving. Met zowel oog voor het individuele als het maatschappelijke belang, omdat die nu eenmaal niet zonder elkaar kunnen.

Zonder sociaal geen psychiatrie Gerard Lohuis en Alice Beuker

Mensen leven met elkaar in onderlinge samenhang in een samenleving waarin allerlei codes bestaan over hoe we ons dienen te gedragen. Wanneer er spanning ontstaat tussen mensen kan dat psychische problemen veroorzaken. Vanuit de medische optiek kan dat leiden tot een psychiatrische ziekte.

Alice Beuker en Gerard Lohuis zijn beiden als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige werkzaam bij Lentis Groningen.

NUR 875/895

ISBN 978 90 8850 442 6

9 789088 504426 www.swpbook.com

swpzondersociaal.indd 1

13-09-13 10:46


Voorwoord

I’m standing at the crossroads. One path leads to paradise, one path leads to pain, one path leads to nothin’, but they all look the same. And I stand here so silently, for fear of a mistake. Calvin Russell Crossroads

Was het het boek A Mind that found itself uit 1908 van de ervaringsdeskundige Clifford W. Beers, was het de benoeming van F.S. Meijers in 1916 bij de GGD te Amsterdam om de ambulante psychiatrie vorm te geven of was het gewoon de tijdgeest die verandering noodzakelijk maakte? Zoals de landelijke overheid nu oproept tot maatschappelijke participatie en een terugtredende overheid, zo zal in het begin van de twintigste eeuw het oog voor het sociale een flinke prikkel zijn geweest om de psychiatrie van binnenuit te veranderen. De Nederlandse psychiater K. Bouman was na zijn bezoek aan Amerika onder de indruk geraakt van de mental hygiene movement aldaar, waardoor hier buitendiensten van psychiatrische ziekenhuizen werden opgericht met nazorgprogramma’s voor patiënten, na opname. Pameijer benadrukte enkele jaren later het belang van huisbezoeken. Querido, die bij de Amsterdamse GGD moest zorgen voor kostenbesparing was grondlegger, pleitbezorger en pionier op het gebied van de sociale psychiatrie. Daarbij werd de verantwoordelijkheid voor de zorgverlening verlegd van kliniek naar samenleving en aan mensen met psychiatrische problemen werd in en vanuit hun eigen omgeving zorg gegeven. De toename van vraag naar opnames en de oplopende kosten waren aanleiding om het stelsel om te gooien. Hier werd de sociale psychiatrie geboren, mede uit onvrede over de gestichtspsychiatrie. Een kleine honderd jaar later kunnen we ons bijna niet meer indenken dat indertijd mensen met psychiatrische problemen niet vanuit hun context bekeken werden. Als we nog even verder teruggaan, naar het jaar 1844 waarin niet meer dan 1000 mensen in 11 instituten waren opgenomen, wordt duidelijk hoe jong de geestelijke gezondheidszorg eigenlijk is en hoe de klinische psychiatrie is gegroeid. In die tijd werden mensen met afwijkend gedrag nog opgenomen, het zogeheten ‘insluiten van dollen en dwazen’. Met de redevoering van Schroeder van der Kolk in 1841 over een menswaardige behandeling van psychisch zieken, was de eerste Krankzinnigenwet een feit. Hiermee werd opname alleen mogelijk op verzoek van de patiënt zelf of de familie en als een onafhankelijk arts dit verzoek ondersteunde met een verklaring van krankzinnigheid.


Dat de psychiatrie hierna flink is ontwikkeld en gegroeid en er meer ziekenhuizen bij kwamen, zal duidelijk zijn. Het is de realiteit dat heden ten dage binnen Europa nergens zo veel klinische opnames (procentueel) plaatsvinden als in Nederland. Het blijkt een simpel gegeven dat het aantal bedden de hoeveelheid opnames bepaalt. In een samenleving waarin meer en meer de nadruk kwam te liggen op het sociale ontwikkelde zich rond 1920 een eerste aanzet tot wat later de sociale psychiatrie zou worden. Hierbij werd preventie, het zo mogelijk voorkomen van klinische opnames, een belangrijk speerpunt. Nazorg werd ingezet om opnames niet langer te laten duren dan nodig en ter voorkoming van terugval en heropnames. Hierdoor kreeg de ambulante psychiatrie begin jaren zeventig van de vorige eeuw een stevige impuls en werd de sociale psychiatrie vooral de psychiatrie die zich bezighield met mensen die niet opgenomen waren. Het was voornamelijk op de praktijk en minder op de theorie gericht. Schnabel spreekt in 1991 nog over een psychiatrie die meer gebaseerd is op ervaring dan op systematiek. In tegenstelling tot de klinische psychiatrie kan de sociale psychiatrie in Nederland minder bogen op een wetenschappelijk fundament. In Amerika is de sociale psychiatrie veel meer een gebied waarop wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt. Vanaf 1990 hebben Henselmans, Polstra en Wolf en van recentere datum Koekkoek en Schout ook in Nederland een meer wetenschappelijke beweging binnen de sociale psychiatrie in gang gezet. De praktische inslag van de sociale psychiatrie maakt haar tevens kwetsbaar. Gefun­deerd onderzoek staat nog in de kinderschoenen en de wetenschappelijke basis is (nog) smal. Dat neemt niet weg dat de sociale psychiatrie, in een tijd waarin mensen meer in hun eigen omgeving geholpen moeten worden en er minder een beroep kan worden gedaan op de klinische psychiatrie, in toenemende mate belangstelling geniet. Een groot nadeel van de klinische psychiatrie, hoe noodzakelijk een opname soms ook moge zijn, is het, onbedoelde, invaliderende en stigmatiserende karakter dat ermee gepaard gaat. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw hebben zes uitgangspunten de sociale psychiatrie richting gegeven: De cliÍnt in zijn sociaal-culturele en maatschappelijke context (1) waarbij mensen ziek kunnen worden door invloeden vanuit de omgeving en er voortdurend wisselwerking is tussen het individu en de omgeving. Om die reden is, naast het medicaliserende en probleemgerichte van de klinische psychiatrie, aandacht voor praktische steun (2) gewenst, zodat mensen zich staande kunnen houden. Mensen dienen veel meer vanuit de eigen leefomgeving beoordeeld te worden met aandacht voor ervaring en herstel (3). Hierbij wordt gekeken naar de epidemiologische context waarbinnen psychiatrische problemen zich kunnen ontwikkelen (4), waarna de focus kan komen te liggen op het voorkomen van marginalisering van cliÍnten (5). Dit alles moet leiden tot


de praktische aanpak die de sociale psychiatrie voorstaat en waarbij rehabilitatie, kortdurende behandeling, crisisinterventie, flexibele hulp en langdurige zorgverlening ingezet kunnen worden (6). Het is tijd voor een kleine tweede revolutie binnen de psychiatrie. Wanneer we mensen met psychiatrische problemen meer Ă­n de samenleving willen helpen, moeten we leren beter te kijken naar wat iemand nodig heeft binnen de context waarin hij leeft. Steeds grondiger leren kijken, zodat we de ander zien, verstaan en begrijpen. Levinas stelde al dat we de ander waarnemen door een innerlijke afbeelding van hem te maken. V.S. de Naipaul voegde daaraan toe dat we onszelf waarnemen door wat we, door de ogen van de ander, van onszelf zien. Wie de werkelijkheid wil begrijpen, dient zich te realiseren hoe complex deze is en door geen enkele theorie te omvatten. Sociale psychiatrie is psychiatrie binnen de context waarin iemand leeft en vanuit verschillende invalshoeken, die iemand ondersteunen zijn eigen weg te vinden on the crossroads. Alice Beuker Gerard Lohuis


Inhoud 1 Inleiding

11

2

In gesprek met psychose Verbindende Gesprekstechniek, praktische handleiding om in contact te komen en te blijven met mensen met een psychose Jules Tielens

16

3

Remedie voor de kwetsbare burger: OGGZ of sociaal-medische zorg? Igor van Laere

35

4

Agressie in perspectief TĂŠo Visser, Carey Woortman en Jeroen Terpstra

48

5

High en intensive care in de psychiatrie De nieuwe standaard voor afdelingen voor gesloten opname Frits Bovenberg, Yolande Voskes, Tom van Mierlo en Niels Mulder

61

6

Integrale geneeskunde: een brug tussen reguliere en alternatieve geneeswijzen passend bij de tijdgeest Rogier Hoenders, Martin Appelo en Joop de Jong

78

7

Compassietraining in de ggz Erik van den Brink en Frits Koster

8

Onderzoek naar het sociale in de psychiatrie: te sociaal voor de praktijk? 124 Bauke Koekkoek

9

Sociale psychiatrie in Nederland anno 2013 Achtergrond en wetenschappelijk onderzoek Rikus Knegtering, Stynke Castelein en Andrea van der Moolen

136

10

De hulprelatie als co-creatie Marlieke de Jonge

157

97


11

Psychosevatbaarheid: hoe gek is Gek? Marlieke de Jonge

12

Solutions for patients depend on whether we can bridge the divide between social and natural science research approaches in the area of mental health Jim Van Os

160

165

13

Een reis naar herstel, of: Doe maar gewoon Rokus Loopik en Harry Gras

175

14

Blokkades voor Eigen Kracht-conferenties bij Bopz Roumbasa Mane, Marinka Niculescu, Ellen Meijer, Elleke Landeweer, Marjolein van Dijk, Gideon de Jong en Gert Schout

192

15

Resultaat Meet Systeem Fedde Bergsma en Harrie van Haaster

218


1

Inleiding  

Het samenstellen van dit boek komt voort uit een innerlijk ervaren noodzaak bij een aantal verpleegkundigen, die ongeveer twee jaar geleden binnen de eigen instelling de sociale psychiatrie weer onder de aandacht wilden brengen. De afgelopen jaren hebben allerlei nieuwe methoden en onderzoeken het niveau van de (medische) psychiatrische behandeling in positieve zin verbeterd. Tegelijk dient zich de vraag aan hoe en op welke wijze mensen met psychiatrische problemen hiervan het best kunnen profiteren. De een profiteert bij een depressie van de inzet van medicatie en gesprekken, maar een ander, met een vergelijkbaar beeld, blijkt er weinig aan te hebben. Het gaat uiteindelijk om de effectiviteit van de behandeling en dan blijkt dat de context waarbinnen iemand leeft en de behandeling plaatsvindt van grote invloed te zijn. De context en de manier waarop mensen betekenis geven aan hun problemen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en van grote invloed op het slagen van de hulpverlening. Is de kliniek nog wel zo relevant, of is opname een fase in een groter plan van hulpverlenen waarbij we mensen begeleiden en ondersteunen om binnen hun eigen netwerk te leven. Dan komen andere zaken in beeld, zoals de wijk waar iemand leeft, de familie die ondersteuning verdient, de arbeidsvoorzieningen die een zinvolle dagbesteding kunnen bieden, de sportverenigingen waar cliĂŤnten anderen kunnen ontmoeten en ga zo maar door. Is het wel juist om het accent van de hulp zo sterk op de behandeling van de problemen te leggen, of moeten we mensen meer stimuleren om van hun eigen mogelijkheden gebruik te maken? Anders gezegd, ligt de focus niet te zeer op de problemen en te weinig op de krachten en mogelijkheden van mensen? De overheid wil dat we mensen meer in hun eigen leefomgeving helpen, sneller signaleren waar het misgaat en bovenal de buren, familie en andere betrokkenen bij de zorgverlening betrekken. Hiermee zijn we terug bij het proces van extramuraliseren waar Querido en de zijnen al eerder mee bezig zijn geweest. Het vraagt om reflectie van hulpverleners op hoe ze de hulp het best kunnen aanbieden, hoe ze iemand zo weinig mogelijk patiĂŤnt laten worden en hoe directbetrokkenen in de eigen leefomgeving het best kunnen worden betrokken.

11


Zonder sociaal geen psychiatrie

De auteurs die benaderd zijn om een bijdrage aan dit boek te leveren staan bekend om hun reflecterend en innoverend vermogen van waaruit ze hun vak bedrijven. Ze geven hun visie, delen hun nieuwste behandelinzichten met ons en vertellen wat er volgens hen moet gebeuren om de sociale psychiatrie verder vorm te geven. Jules Tielens schrijft op zijn eigen, aanstekelijke manier hoe de verbinding gelegd kan worden met iemand die psychotisch is en hoe we de communicatie met psychotische mensen kunnen verbeteren. Igor van Laere beschrijft vanuit de van hem bekende gedrevenheid als arts het belang van integrale hulp aan de meest kwetsbaren. Frits Bovenberg, Tom van Mierlo, Yolande Voskes en Niels Mulder beschrijven in een gezamenlijke productie hoe de meest intensieve zorg binnen de kliniek eruit zou moeten zien. Ze schetsen een totaalplaatje van de manier waarop er gehandeld zou moeten worden tot en met de inrichting van een afdeling voor high intensive care. Téo Visser en Carey Woortman beschrijven vanuit systeemperspectief op verfrissende wijze hoe ze tegen agressie aankijken en hoe dat gebruikt kan worden in de behandeling. Rogier Hoenders, Martin Appelo en Joop de Jong laten zien hoe alternatieve en complementaire behandelwijzen binnen de integrale geneeskunde een waardevolle aanvulling kunnen zijn. Erik van de Brink en Frits Koster laten zien welk belang compassie(behandeling) heeft bij herstel of hoe compassie ingezet kan worden om het welzijn van mensen te vergroten. Bauke Koekkoek laat op optimistische wijze zien, als onderzoeker en als verpleegkundige, dat er steeds meer aandacht komt voor de sociale oorzaken en gevolgen van psychiatrische ziekte en dat er allerlei mooie ontwikkelingen zijn die dat aantonen. Rikus Knegtering, Stynke Castelein en Andrea van der Moolen borduren voort op de rol van wetenschappelijk onderzoek binnen de sociale psychiatrie en laten eveneens hoopvolle ontwikkelingen zien. Marlieke de Jonge opent in het boek het deel waarin ervaringen en ideeën vanuit het cliënten- en eigenkrachtperspectief aan bod komen. Ze doet dat in een tweetal prikkelende verhalen. Jim van Os laat in zijn bijdrage, als bruggenbouwer, zien hoe de verbinding gelegd kan worden tussen de medische en sociaalpsychiatrische benadering en hoe deze elkaar kunnen versterken. Rokus Loopik en Harry Gras laten hun pionierende reiservaringen met cliënten zien en dat leidt tot verrassende inzichten en resultaten. Over eigen kracht gesproken!

12


1窶オnleiding

Roumbasa Mane, Marinka Niculescu, Ellen Meijer, Elleke Landeweer, Marjolein van Dijk, Gideon de Jong en Gert Schout zijn bezig met een onderzoek naar het inzetten van Eigen Kracht-conferenties om dwang en drang te voorkomen, waarbij mensen hun eigen regie kunnen houden met behulp van het eigen netwerk. Sociale psychiatrie pur sang! Fedde Bergsma en Harrie van Haaster hebben een bijzonder meetsysteem ontwikkeld waarmee cliテォnten met behulp van informatietechnologie regie kunnen voeren over hun eigen hulpverleningsproces. En daarmee is de verbinding met de opening van Jim van Os gelegd: de cliテォnt kan op eigen wijze gebruikmaken van de geboden hulp binnen de context waarin hij leeft. Van Gerard Lohuis kunt u na ieder hoofdstuk een kort verhaal lezen waarin hij reflecteert op het proces van hulpverlenen. Alice Beuker Gerard Lohuis

13


Ze wil niet veel van het leven, maar van zichzelf Gerard Lohuis Harma vraagt niet veel van het leven, ze vraagt vooral veel van zichzelf. Vele hulpverleners hebben zich bij haar gemeld omdat men zorgen heeft om haar. Meestal gaat het een tijdje goed tussen Harma en de hulpverlener, totdat de hulpverlener aan de slag wil gaan. Nu is dat op zich heel goed voor te stellen gezien de grote hoeveelheid problemen die Harma heeft. Zo kan ze haar eigen woning niet schoonhouden, loopt het financieel regelmatig uit de hand en is ze niet goed in staat om haar medicijnen op tijd in te nemen. Ze klaagt niet over de bijwerkingen van de medicijnen, die moeten voorkomen dat ze in de war raakt. Ze stopt ermee ze in te nemen en langzamerhand komen haar ideeën dat men haar niet ziet zitten naar boven drijven. Het is begrijpelijk dat hulpverleners dit willen voorkomen door haar regelmatig op te zoeken en een plannetje met haar te maken hoe ze haar kunnen helpen. Maar Harma heeft twee principes die sterker zijn dan welk behandelplan dan ook. Het eerste principe is dat ze zelf niet vindt dat ze recht heeft op hulp en dat ze die ook niet mag aannemen. Ze vindt dat ze het niet verdiend heeft en dat ze zichzelf moet ‘straffen’ voor het feit dat ze niet net als haar broer succesvol is in het leven. Haar broer bekleedt een vooraanstaande maatschappelijke positie en is voor haar het grote voorbeeld hoe het moet in het leven. Nu zou Harma intellectueel gezien ook tot veel in staat zijn, ware het niet dat de verwardheid haar parten speelt. Het is boeiend wanneer ze vanuit haar filosofische achtergrond vertelt over haar inzichten over een deugdzaam bestaan. Helaas lukt het haar onvoldoende om ze zelf toe te passen. Dat is voor hulpverleners een valkuil: iemand met zulke grote inzichten kan toch goed op inzicht behandeld worden. Helaas is het hebben van inzicht in je bestaan niet hetzelfde als het weten toe te passen. Het tweede principe dat ze koestert is dat ze vindt dat anderen zich niet te veel met haar moeten bemoeien. Ze vindt het contact met mensen leuk en stelt het zeker op prijs wanneer een hulpverlener haar opzoekt. Maar deze moet haar niet te veel de regie uit handen willen nemen. Daar is ze allergisch voor, hoewel ze weet dat het dan beter met haar zou gaan. De hulpverlener wil hetzelfde, dus wat is dan het probleem? Het probleem is iets wat alle mensen in het leven nodig hebben om het gevoel te krijgen dat ze ertoe doen, namelijk het gevoel dat je zelf bepaalt wat er in het leven met je gebeurt. Dit gevoel van autonomie is voor Harma heilig. Ze glijdt liever weg in ellende dan dat ze haar autonomie moet opgeven. Helaas is hulpverlenen een proces waarin je met de hulpverlener werkt aan een verbetering waarbij je op z’n minst je kwetsbare kant kunt bespreken. En dat is nu het dilemma voor Harma. Ze kan het niet bespreken terwijl ze weet dat het moet om tot verbetering te komen. De kunst van

14


het hulpverlener zijn bestaat er bij haar uit om het er niet over te hebben en toch te doen wat nodig is. Ik zit in de stationsrestauratie tegenover haar. Ik ben ‘toevallig’ langsgekomen en loop met een kop koffie in de hand naar haar toe. Ze knikt me vriendelijk toe en ik begin maar eens over het druilerige herfstweer. Al snel wordt duidelijk dat ze er beroerd aan toe is. Ik klets nog wat over haar broer, de duiven die ze regelmatig voert en over enkele politici die ze op de voet volgt. Ze kan feilloos de zwakheden in de redeneringen van de politici aan me voorleggen en ik krijg een lesje politicologie van haar. Ze stelt me enkele vragen hoe ik over de toestand in het leven denk en vervolgens gaat ze weer verder met het lesgeven. Ik hoor haar verhaal zo’n vijftien minuten aan en meld tussen neus en lippen door dat ik dadelijk de medicijnen voor haar ga regelen. Ze knikt en vindt het goed. Drie dagen later is te merken dat ze opgeknapt is. Ik vraag wie er gebeld moet worden om de financiële zaken op orde te krijgen. Ze kijkt me even verbaasd aan en zegt dat ze me, voordat ‘we dat gaan aanpakken’ eerst nog iets moet vertellen. Na tien minuten lesgegeven te hebben, vertelt ze dat de woningbouwvereniging en de zorgverzekering gebeld moeten worden. Ik regel ter plaatse een aantal zaken en spreek af dat ik haar binnenkort weer eens opzoek. Het leven is voor Harma voor een tijdje weer op orde en toch is er niets veranderd. Ze wil niet veel van het leven, ze wil vooral veel van zichzelf. En het vooral niet veranderen.

15


Gerard Lohuis en Alice Beuker

De sociale psychiatrie houdt zich bezig met de wisselwerking tussen mensen en probeert deze op positieve wijze te beïnvloeden. Zij wil mensen met psychiatrische problemen ondersteunen in de wijk waar ze wonen om met gebruik van eigen mogelijkheden een zo volwaardig mogelijk bestaan te leiden. Daarbij is er ook oog voor de buurt, het maatschappelijk belang en de wisselwerking tussen cliënten en hun omgeving. Zonder sociaal geen psychiatrie bevat waardevolle bijdragen van auteurs die vanuit een sociale, contextuele visie proberen cliënten zo optimaal mogelijk te ondersteunen bij hun functioneren. De sociale psychiatrie is het antwoord vanuit de psychiatrie die niet wil medicaliseren, maar mensen wil ondersteunen in hun leven, in hun eigen omgeving. Met zowel oog voor het individuele als het maatschappelijke belang, omdat die nu eenmaal niet zonder elkaar kunnen.

Zonder sociaal geen psychiatrie Gerard Lohuis en Alice Beuker

Mensen leven met elkaar in onderlinge samenhang in een samenleving waarin allerlei codes bestaan over hoe we ons dienen te gedragen. Wanneer er spanning ontstaat tussen mensen kan dat psychische problemen veroorzaken. Vanuit de medische optiek kan dat leiden tot een psychiatrische ziekte.

Alice Beuker en Gerard Lohuis zijn beiden als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige werkzaam bij Lentis Groningen.

NUR 875/895

ISBN 978 90 8850 442 6

9 789088 504426 www.swpbook.com

swpzondersociaal.indd 1

13-09-13 10:46

Zonder sociaal geen psychiatrie  

De sociale psychiatrie is het antwoord vanuit de psychiatrie die niet wil medicaliseren en daarmee mensen wil ondersteunen in hun leven, in...