Page 1

B.

2016-2017

Basisschool magazine

In dit nummer:

EEN GOED LIED ZINGT ZICHZELF

OPSTANDIGHEID

& brutaliteit

REGIE VERSTERKEN

IN DE KLAS GAMIFICATION ALS OPLOSSING VOOR ONDERPRESTEREN + LEUKE TIPS

¤ 4,95

LESGEVEN

B. is een uitgave van Uitgeverij SWP www.basisschoolmagazine.nl

Traumasensitief

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- _ ---------

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- _ ---------

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ ---- _ --------

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ ---- _ --------

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 1

21-10-16 00:24


Gratis proefabonnement

Een sociaal sterke groep? Kwink!

www.kwinkopschool.nl/ proefabonnement

Kwink is een online methode voor sociaal-emotioneel leren (SEL). Voor groep 1 t/m 8. Kwink en SEL gaan uit van de kracht van de groep. Dat is een groep waarin ieder kind zich veilig voelt. Kwink leert kinderen belangrijke levensvaardigheden voor nu en later. De aanpak is gericht op preventie. Daarmee wordt verstorend gedrag, waaronder pesten, voorkomen. Meer weten? Kwinkopschool.nl

T: 033 460 60 11 E: info@kwintessens.nl

ZN6195 Adv Basisschool mag 175X117,5 DEF.indd 1

Kwink is een methode van 01-09-16 11:39

Gebarentaal onmisbaar Wist je dat Schooltv 25 afleveringen van de programma’s Het Zandkasteel, HoelaHoep, Sesamstraat en Huisje Boompje Beestje van gebarentolk heeft voorzien? Zo kunnen dove en slechthorende kinderen gezamenlijk met hun broertjes, zusjes, vriendjes en ouders ook genieten van de programma’s van Schooltv. schooltv.nl/gebarentolk

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 2

21-10-16 00:24


_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ ----

VOORWOORD Voor je ligt de tweede editie van Basisschool Magazine B. van Uitgeverij SWP. Hierin vind je artikelen die onder andere ingaan op gedragsvraagstukken, pedagogiek en talentontwikkeling. De verbindende rode draad zou je ‘het welbevinden van leerlingen’ kunnen noemen. De schrijvers zijn geen leerkracht maar hebben binnen hun beroep wel allemaal te maken met de ontwikkeling, of de verstoorde ontwikkeling, van schoolgaande kinderen. Vanuit hun vakgebied proberen zij leerkrachten handvatten aan te reiken die het gemakkelijker maken achter het gedrag van kinderen te kijken, alle kinderen de aandacht te geven die ze nodig hebben, talent te stimuleren binnen de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden en kinderen de ruimte te geven zichzelf te ontdekken. Kortom, handvatten die ervoor kunnen zorgen dat kinderen goed of beter in hun vel zitten en erbij helpen dat ze zich sociaal en emotioneel ontwikkelen omdat ze voelen dat ze serieus genomen worden. Aandacht voor het welbevinden zorgt er ook voor dat kinderen gemotiveerd blijven en uiteindelijk betere leerprestaties leveren. Regelmatig heb je als leerkracht te maken met ‘te snel, te vaak en te heftig reagerende leerlingen’. Juliette Liber (cognitief gedragstherapeut) onderzoekt waar dat gedrag vandaan komt en wat je ermee of eraan kunt doen. Soms komt dat gedrag voort uit trauma’s die kinderen al vroeg in hun leven hebben opgelopen. Met de komst van de talloze vluchtelingkinderen is dit nog actueler geworden. Leony Coppens (orthopedagoog) gaat in op traumasensitief lesgeven dat begint met het herkennen en erkennen van de gevolgen van trauma. Regie versterken in het onderwijs is het onderwerp van Elena Carmona van Loon (orthopedagoog). Zij stelt dat het belangrijk is niet te grote doelen te kiezen wanneer je doelgericht met leerlingen wilt werken aan vaardigheden maar beter stap voor stap toe kunt werken naar die doelen. In Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO) zijn kinderen nooit te jong voor rekenen en wiskunde. Ze leren door deel te nemen aan betekenisvolle activiteiten. Niko Fijma (onderwijsontwikkelaar) en Ester van Oers (intern begeleider) laten zien hoe dat gaat. Saskia van Oenen (docent lectoraat Leiderschap in Onderwijs en Opvoeding) belicht de vraag of lessen in 3D-printen en Digitale techniek de onderzoekende en creatieve geest losmaken. ‘Onderpresteren is niet voorbehouden aan hoogbegaafden’, leer de leerling en zijn (hoog)begaafdheid kennen, zo stellen Mariken Althuizen (onderwijsontwikkelaar en ervaringsdeskundige), Esther de Boer (docente en specialist hoogbegaafdheid) en Nathalie van Kordelaar (orthopedagoog). Aandacht voor kinderen en tijd voor betekenisvolle interactie is waar het om gaat in het kleuteronderwijs, vindt Annerieke Boland (Lector Jonge Kind, Hogeschool iPabo, Amsterdam/Alkmaar) Muziekonderwijs staat momenteel in de spotlights. Jeroen Schipper (muziekdocent, schrijver/componist) sluit af en legt uit dat een goed lied zichzelf zingt. Laat je weer informeren en inspireren door deze boeiende verzameling onderwijsartikelen. Trude van Waarden Uitgever tvwaarden@mailswp.com

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 3

Paul Roosenstein Directeur-uitgever proosenstein@mailswp.com

Gedrags

VRAAGSTUKKEN

> Kort lontje > Lesgeven & trauma > Onderpresteren

p. 05

Pedagogiek

&

DIDACTIEK

> Gezien worden > Spelend leren > Positieve psychologie > Ontwikkelingsgericht onderwijs

p. 29

Talent

ONTWIKKELING > Sporen zoeken in de stad > 3-D printer > Hoe blijf je regisseur over je boodschap?

p. 51

&

VERDER

> Column Muziek > Facebook Tips > Puzzel

p. 70 B.I2016 JRMGZN I 03

21-10-16 00:24


kenniscongres stoornissen

In 1 dag een kennis-update over stoornissen! Het woord stoornissen wordt door veel mensen als negatief ervaren. Het wordt geassocieerd met etiketteren van bijvoorbeeld kinderen en jongeren om hen in een DSMhokje te kunnen plaatsen. Handig voor behandelaars, maar stigmatiserend en hinderend voor de betrokkenen zelf. Kinderen en jongeren met een stoornis zijn niet minder goed of minder normaal, maar zij hebben wel meer of andere ruggensteunen nodig dan ‘gemiddeld’.

Logacom BV

0

Reehorst, Ede

` kenniscongres.nl

Het Kenniscongres Stoornissen gaat over hoe professionals in zorg en onderwijs deze kinderen en jongeren kunnen ondersteunen en begeleiden in groei en ontwikkeling. Ga voor meer informatie en het actuele programma naar www.kenniscongres.nl

! 020-3203364 ï www.logacom.nl Spaklerweg 79, 1114 AE Amsterdam-Duivendrecht

Kenniscongres-stoornissen.indd 1

18-10-2016 16:18:36

Vraag nu gratis de catalogus gedragsVraagstukken aan!

gedragsvraagstukken

interventies en concrete hulp voor kinderen, jongeren en hun begeleiders

Heeft u in de klas te maken met problematiek rondom ADHD of ASS? Zijn uw leerlingen onhandelbaar of boos? Wilt u graag meer weten over het lesgeven aan getraumatiseerde vluchtelingen, hoogbegaafde kinderen of kinderen die in beelden denken? Vraag dan nu gratis de sWP gedragsVraagstukken catalogus aan! Deze 24-pagina’s tellende catalogus biedt een overzicht van boeken op het gebied van gedrag, emotie en stoornissen bij kinderen en jongeren. aanVragen kan Via: WWW.basisschoolmagazine.nl/sWPcatalogus

Uitgaven van Uitgeverij SWP zijn verkrijgbaar bij (online) boekhandels in Nederland en België Postbus 12010 | 1100 aa amsterdam-zuidoost | tel. 020-3307200 | contact@mailswp.com | www.swpbook.com | twitter @sWP01 Gedragsvraagstukken.indd 1

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 4

19-10-2016 15:17:13

21-10-16 00:24


_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- __ -------- _ -------

B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

Wat zit er achter extreem boos, heftig of teruggetrokken gedrag van kinderen? Zijn het traumatische ervaringen die al vroeg in een kinderleven zijn opgedaan? Is er sprake van een verstoorde thuissituatie? Speelt pestgedrag een rol? Dikwijls gaat het om een combinatie van factoren. De volgende artikelen gaan in op de vraag hoe je kinderen kunt herkennen en helpen hun gedrag om te buigen.



Gedrags

VRAAGSTUKKEN Boze leerlingen:

Te vaak te snel, te heftige reacties

06

Als leerkracht heb je wel eens met leerlingen te maken die te vaak, te snel en te heftig boos reageren. Waar komt dit gedrag vandaan en hoe ga je ermee om? Julliette Liber

& verder... SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 5

Lesgeven

Getraumatiseerde kinderen in de klas

12

Door traumasensitief les te geven kun je een wezenlijk verschil maken in het leven van getraumatiseerde kinderen. Leony Coppens

Lesgeven

20

een andere kijk op (onder)presteerders

Onderpresteerders stagneren in hun ontwikkeling Hoe ga je als leerkracht met onderpresteerders om? Mariken Althuizen

Column Zo hou je beelddenkers bij je les 29

B.I2016 JRMGZN I 05

21-10-16 00:24


Als een leerling te vaak, te snel en te heftig

BOOS reageert Als leerkracht heb je wel eens met leerlingen te maken die te vaak, te snel en te heftig boos reageren. Niet alleen leerkrachten, maar ook klasgenoten kunnen zwaar worden belast door de aanwezigheid van leerlingen die dergelijk gedrag vertonen. Ook voor de kinderen zelf is dit vaak een zware last. Waar komt dit gedrag vandaan en hoe ga je ermee om? 06 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 6

21-10-16 00:24


B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

Juliette Liber

L

eerlingen die te vaak, te snel en te heftig boos reageren laten op kleuterleeftijd vaak al voortekenen daarvan zien (Broidy et al., 2003). In de tweede helft van de basisschooltijd gaat dergelijk gedrag soms gepaard met opstandigheid, brutaliteit en andere vormen van antisociaal gedrag. Deze problemen worden samengevat met de term gedragsproblemen. Leerlingen met gedragsproblemen hebben vaker conflicten met klasgenoten, laten vaker een verstoorde leerling-leerkracht relatie zien en ervaren vaker thuis problemen. In dit artikel vind je diverse handvatten die je helpen hiermee om te gaan. De rol van risicofactoren De afgelopen decennia is veel onderzoek gedaan naar waar gedragsproblemen door veroorzaakt worden en hoe het komt dat ze niet zomaar vanzelf overgaan. Zelden is er één factor aan te wijzen die alles veroorzaakt, meestal zien we een combinatie van risicofactoren die gezamenlijk leiden tot gedragsproblemen. Ook kunnen gedragsproblemen en risicofactoren onderling elkaar versterken of de problemen in stand houden. Er zijn verschillende gebieden van risicofactoren te onderscheiden, namelijk factoren die te maken hebben met het kind, gezin, school en bredere omgeving. Eigenschappen van het kind, zoals problemen met planning, verminderde zelfcontrole, moeite om sterke gevoelens te reguleren, moeite om sociale informatie juist te verwerken en moeite om sociale problemen op passende wijze op te lossen, kunnen een risicofactor zijn. Met andere woorden, kinderen hebben moeite om wat ze zien goed in te schatten, de daarbij oplopende gevoelens te reguleren en het gedrag af te stemmen op wat sociaal passend voor de situatie is. Samenhang met sociale informatieverwerking Uit decennia van onderzoek blijkt dat wanneer kinderen gedragsproblemen vertonen, dit consistent samenhangt met problemen binnen de sociale informatieverwerking. Een mooi overzicht wordt gegeven door Arsenio (2010). De term ‘sociale informatieverwerking’ is een parapluterm die meerdere oorzakelijke factoren vertegenwoordigt. Bij elk van de stappen uit het sociale informatieverwerkingsproces kan iets mis gaan wat kan leiden tot probleemgedrag. Kinderen kunnen bijvoorbeeld sociale signalen onvoldoende herkennen (problemen met encoderen), foutief interpreteren (vijandig in plaats van neutraal), inadequate of onhandige doelen nastreven (‘ik kan beter pesten dan gepest worden’), onbekend zijn met gedragsalternatieven, of passend gedrag op een onhandige manier uitvoeren. Invloed van het gezin en school Traditioneel heeft het gezin veel aandacht gekregen bij het ontstaan en voortbestaan van gedragsproblemen. Daardoor werd verwacht dat wanneer kinderen op school gedragsproblemen vertonen, er thuis ook problemen moeten spelen. Risicofactoren in het gezin zijn bijvoorbeeld hechtingsproblematiek, psychiatrische problemen bij ouders, verslavings-

problematiek, mishandeling, relatieproblemen tussen ouders en een afwijzende of dwingende opvoedingsstijl. Andres de los Reyes (2011) liet zien dat kinderen soms alleen thuis gedragsproblemen vertonen, vaak zowel op school als thuis, maar soms ook alleen op school en verder niet. De vraag is dan welke kenmerken van ‘school’ hier aan bijdragen. Zowel schoolmanagement als klassenmanagement kunnen bijdragen aan het ontstaan of voortbestaan van gedragsproblemen bij kinderen. Eigenschappen van de leerkracht blijken eveneens een relevante risicofactor. Wanneer kinderen en leerkrachten een minder gunstige leerling-leerkrachtrelatie hebben, vertonen de kinderen vaker gedragsproblemen in de klas en laten de kinderen vaker een minder goede aanpassing aan de klassensituatie zien. Dimensies in de leerkracht-leerlingrelatie De relatie tussen leerkracht en leerling kan beschreven worden door de combinatie van twee dimensies: een dimensie conflict (veel versus weinig conflictueuze relatie) en een dimensie nabijheid (wordt er nabijheid of juist afstand in de relatie ervaren?). Een derde dimensie die de relatie beschrijft betreft de mate waarin een leerling zich afhankelijk opstelt ten opzichte van de leerkracht, bijvoorbeeld door de leerkracht verantwoordelijk te maken voor het oplossen van onderlinge ruzietjes. Een positieve leerling-leerkrachtrelatie kan compenseren voor eerdere negatieve ervaringen. Belangrijker nog is dat uit onderzoek waarbij leerlingen meerdere jaren gevolgd werden bleek dat gedragsproblemen en een meer of minder gunstige leerling-leerkracht relatie elkaar beïnvloeden. Wanneer je als leerkracht een negatief beeld hebt van de leerling kan dit zelfs een trigger zijn bij de leerling om negatief gedrag te gaan vertonen. Als leerkracht dien je dus goed na te denken over het beeld dat je van je leerlingen hebt en hoe je daar je handelen door laat beïnvloeden. Je kunt het ontstaan van gedragsproblemen daarmee soms kan voorkomen. Wanneer leerlingen eenmaal gedragsproblemen vertonen, dan ervaren leerkrachten vaak handelingsverlegenheid in het omgaan met deze gedragsproblemen op school, vooral wanneer ze drukke en overvolle klassen onder hun hoede hebben. Het is dan ook niet raar dat uit onderzoek naar voren kwam dat gedragsproblemen van leerlingen in combinatie met een hoge werkdruk een belangrijke reden is voor leerkrachten om voor een ander beroep te kiezen (Barmby, 2006). Gedragsproblemen op school: wat kun je eraan doen? Het aanpakken van gedragsproblemen die op school spelen kan op verschillende manieren en in samenwerking met verschillende belanghebbenden. Bij het maken van keuzes voor de aanpak is het in overweging nemen van de oorzaak essentieel. Omdat gedragsproblemen vaak ook thuis spelen, is het betrekken van ouders bij de aanpak altijd de eerste stap. Soms is het betrekken van ouders niet haalbaar of spelen de problemen die zich op school voordoen thuis niet. Komen de gedragsproblemen schoolbreed voor, en bij meerB.I2016 JRMGZN I 07

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 7

21-10-16 00:24


------ __ -------- _

Het betrekken van ouders bij de aanpak van gedragsproblemen is altijd de eerste stap

--

dere leerlingen, dan kan gedacht worden aan een schoolbreed programma zoals De Vreedzame School of aan klassikale interventies zoals Taakspel. Taakspel is een interventie die goed is onderbouwd en waar in Nederland veel (positieve) ervaring mee op is gedaan. De interventie scoort hoog op de effectladder van het NJi (zie http://www.nji.nl/nl/Databank/ Databank-Effectieve-Jeugdinterventies). Wanneer individuele kinderen gedragsproblemen laten zien en er reeds schoolbreed en klassikaal is ingezet, dan kan individuele (bijvoorbeeld Alles Kidzz) of groepsgewijze (bijvoorbeeld Ik kies voor zelfcontrole) geïndiceerde preventie overwogen worden. Recent worden er ook nieuwe methodieken ontwikkeld, juist om je als leerkracht te ondersteunen. Een voorbeeld daarvan is Key2Teach, ‘coaching met een oortje’. Als leerkracht ga je een coachingtraject in waarbij je aan individuele doelen werkt en samen met de coach onder meer video-opnames van jezelf analyseert. In een vervolgfase kijkt de coach mee in de klas en souffleert de coach met sleutelwoorden om je te helpen op effectieve wijze met probleemgedrag om te gaan.

het gedrag een probleem is voor leerkrachten en medeleerlingen en waarin positieve veranderingen direct lonend zijn. Door te werken in een eigen werkboek met opdrachten, oefeningen en handige weetjes krijgen kinderen meer inzicht in, en controle over, eigen emoties en gedrag. De grote variatie in opdrachten en de uitnodigende illustraties en vormgeving zorgen voor een optimale toegankelijkheid voor de doelgroep. Als leerkracht word je op de hoogte gehouden van de vorderingen van zijn of haar leerlingen en krijg je handvatten voor het motiveren, steunen en begeleiden bij het ontwikkelen van nieuw gedrag. Ook de ouders worden gedurende de training op de hoogte gesteld van de vorderingen en mogelijke ondersteuning van hun kind. De training kan gegeven worden door daarvoor opgeleide trainers (minimaal HBO-niveau). Ben je geïnteresseerd om deze training te volgen en zelf te geven, of zoek je getrainde trainers, neem dan contact op met …

.

Praktische tips om direct mee aan de slag te gaan Alhoewel er veel complete interventies voor het aanpakken van gedragsproblemen in de context van de basisschool zijn, voelen individuele leerkrachten zich daar niet per se voldoende mee geholpen (met uitzondering van Multimethodcoaching). Daarom volgen hieronder een aantal praktische tips, een top drie voor in de klas, voor op school en voor de communicatie met ouders. Deze lijst pretendeert niet volledig te zijn! >>

Juliette Liber

is universitair docent en cognitief gedragstherapeut aan het Ambulatorium van de Universiteit Utrecht. De auteur van dit artikel ontwikkelde met Gerly de Boo Ik kies voor zelfcontrole, een training voor kleine groepen kinderen die specifieke gedragsproblemen hebben zoals agressief gedrag, ongehoorzaamheid, brutaliteit en opstandigheid. Het zijn kinderen die vaak in conflict komen met anderen. In deze trainershandleiding worden de 10 zittingen gedetailleerd beschreven. De training is bedoeld voor kinderen in de leeftijd van 8 tot 12 jaar en vindt plaats op school tijdens de reguliere schooltijd. School is voor kinderen een vertrouwde omgeving waarin zij veel tijd doorbrengen. Het is een omgeving waarin

Tips voor op school Zorg dat op school afspraken zijn die schoolbreed gelden over wat gewenst gedrag is. Kinderen worden vaak aangesproken op wat niet mag, maar daarmee is voor kinderen niet altijd duidelijk wat dan wel van ze verwacht wordt. Hanteer een beperkt aantal regels die voor iedereen helder zijn en door iedereen gedragen worden (dus zowel door de leerkrachten als de leerlingen). Bijvoorbeeld: in de gang wordt gelopen (en niet gerend), het schoolplein mag je niet af (vliegt de voetbal van het plein af, dan ga je aan de pleinwacht vragen of je die mag ophalen). Structureer situaties die vaak tot problemen leiden en maak de kinderen medeverantwoordelijk voor het verloop. Op sommige scholen wordt gebruik gemaakt van een mediator, een leerling die door klasgenoten is aangewezen om te bemiddelen. Laat de mediator samen met de klassen nadenken over een structurele oplossing, en laat hen nadenken over hoe ze ervoor zorg gaan dragen dat deze door iedereen gehandhaafd wordt.

08 I2015 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 8

21-10-16 00:24


-- _ ------------------ _ ------- __ -------- _ -- _ ------- __ -------- _

B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

Tips voor in de klas

Geef concrete aanwijzingen over wat gewenst gedrag is (maar niet te veel). Kinderen met gedragsproblemen weten vaak niet wat ze wel moeten doen, ze horen alleen wat ze niet moeten doen. Door enkele duidelijke verwachtingen uit te spreken, geef je hen handvatten. Wees echter zuinig met je wensen (of regels); beter drie goede regels/verwachtingen die helder en consequent nageleefd kunnen worden, dan vijftien vage regels die niet allemaal onthouden en nageleefd kunnen worden.

--- _ ------- __ -------- _

Denk na over wat de oorzaak is van het gedrag. Hoe komt het dat de emoties van het kind zo hoog oplopen en het deze onvoldoende kan reguleren? Kennis over de oorzaak van het gedrag helpt om de juiste oplossing voor het problemen te selecteren. Met een juiste strategie, die gericht is op het wegnemen van de oorzaak, kunnen problemen in de toekomst voorkomen worden. Vaak wordt pas gereageerd op gedragsproblemen wanneer deze niet meer hanteerbaar zijn en er drastische maaregelen nodig zijn.

Tips voor op Ik kies voor zelfcontrole

school

Dit is een training voor kleine groepen kinderen die vaak in conflict komen met anderen en specifieke gedragsproblemen hebben. Denk hierbij aan agressief gedrag, ongehoorzaamheid, brutaliteit en opstandigheid.

Geef kinderen de kans hun zegje te doen. Gerly de Boo & Juliette Liber Kinderen met gedragsproblemen krijgen vaak op hun kop, ISBN 9789088504884 | ¤ 24,90 waardoor het idee kan ontstaan dat ‘zij het altijd gedaan www.zelfcontrole.swpbook.com hebben’, en dat ‘er toch niet naar hun geluisterd wordt’. Door samen af te spreken dat ze altijd hun verhaal mogen doen, maar wel op een door de leerkracht bepaald tijdstip, kun je (extra) weerstand voorkomen. Maak afspraken over wanneer ze hun verhaal mogen doen, en wat de leerling daarbij kan en mag verwachten van jou als leerkracht. Wanneer een leerling met gedragsproblemen geen vertrouwen Bespreek zorgen tijdig met ouders, concretiseer maatregelen meer heeft in de onpartijdigheid specifiek voor school en evalueer met ouders. en rechtvaardigheid van de leerOuders horen het liever van je wanneer de zorgen om hun kind kracht, dan zal de leerling minder nog behapbaar zijn. Vertel ook wat er op school aan gedaan geneigd zijn correcties en consewordt, op die wijze kunnen ouders meedenken. Door met quenties te accepteren. ouders af te spreken wanneer en op welke wijze geëvalueerd wordt, open je het gesprek.

--- _ ------- __ -------- _

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 9

Tips voor communicatie met ouders

Laat het vooral ook weten wanneer iets goed gaat. Maak bijvoorbeeld gebruik van een heen-en-weerschriftje, iedere dag of ieder dagdeel dat het goed gaat noteer je dit. Ook wanneer er iets niet goed gaat, noteer je wat er wel goed ging bij die situatie of gedurende dat dagdeel. Ouders kunnen in de ‘beschermende’ rol springen, wanneer zij het gevoel hebben dat de leerkracht niets positiefs meer in of aan hun kind ziet. Ouders willen graag dat hun kind onpartijdig en rechtvaardig benaderd wordt. Beschouw ouders als een samenwerkingspartner; probeer het gemeenschappelijke belang te vinden. Het gebeurt vaak dat ouders en leerkrachten van mening verschillen over waar de kinderen het meest mee geholpen zijn. Door ervan uit te gaan dat ouders hetzelfde belang nastreven als jij als leerkracht, namelijk het welzijn van het kind, creëer je een sfeer waarin veel bespreekbaar is en gezamenlijk naar een passende oplossing gezocht kan worden.

B.I2016 JRMGZN I 09

21-10-16 00:24


Column

Tineke Verdoes

De denkwolk houdt beelddenkers bij je les

J

olijn kijkt Suzanne, de remedial teacher, verbouwereerd aan. Had ze de dingen die Suzanne haar nu vertelt maar eerder geweten. Jolijn is leerkracht van groep 4 en heeft vandaag bezoek van een externe remedial teacher. Deze wordt door de ouders van Rick bekostigd, maar is erg voor de drie-eenheid; kind-thuis-school. Vandaag is Suzanne te gast bij Jolijn om haar rekenles te observeren in de omgang met Rick. Jolijn moet eerlijk toegeven dat ze er niet zo van gediend was, maar na een overleg met Suzanne stond de deur een beetje open.

De dagen van de week Met deze kaarten leren jonge kinderen spelenderwijs de dagen van de week onderscheiden. Iedere kaart associeert een getekend beeld met een bepaalde dag. De dagen van de week hebben een kleur, een plaatje en een gebaar. Je kunt ze lineair ophangen. Ook kun je gebruik maken van een lied. Dit totaalpakket zorgt voor het succes.

Tineke Verdoes | ISBN 9789088505881 | ¤ 9,90 | www.swpbook.com/1821

10 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 10

_ ------------------------------- _ ----- _ ---------------------

Wanneer Suzanne de klas binnenkomt, stijgt de stress bij Jolijn. Gelukkig lacht Suzanne haar bemoedigend toe. Ze is hier om te kijken naar de kracht van Jolijn en zal proberen haar adviezen hieraan vast te koppelen. Jolijn en Rick lijken namelijk maar niet de zelfde taal te kunnen spreken, waardoor het leerproces bij Rick stagneert. Net als de ouders baalt Jolijn hier eigenlijk heel erg van. Als ervaren leerkracht zou ze dit toch zelf moeten kunnen. Jolijn start haar les met de groep. In een rap spreektempo neemt ze de les door. Suzanne ziet dat Rick afhaakt. Hij gaat naar buiten staren en lijkt weg te dromen. Als Jolijn klaar is met haar uitleg, loopt ze bij Rick langs. Ze heeft zichzelf aangewend om even te checken of hij weet wat hij moet doen. Ze raakt een beetje geïrriteerd als dit niet zo blijkt te zijn. Ze kijkt even over haar schouder naar Suzanne en zucht. In het nagesprek geeft Suzanne verschillende tips die Jolijn kan gaan uitproberen. Suzanne werkt al een tijdje met Rick in haar praktijk en spreekt het vermoeden uit dat we hier met een beelddenker te maken hebben. Ze legt Jolijn uit dat dit geen diagnose is, maar wel iets om tijdens je uitleg rekening mee te houden. Bij sommige kinderen werkt het auditief-volgordelijke (werk)geheugen heel goed en bij anderen juist het visueel-ruimtelijke. In de jaren dertig heeft Maria Krabbe hier de Nederlandse namen taaldenken versus beelddenken aangegeven. De komende periode gaat Jolijn gebruik maken van een denkwolk. Deze wolk print ze uit en lamineert ze, zodat ze hierop haar denkstappen kan neerzetten. De volgende les zoal Jolijn met een whiteboard stift in de denkwolk noteren hoe ze zelf tot het juiste antwoord op de rekenopgave komt. Suzanne neemt haar mee in het proces. Zo kan Jolijn bijvoorbeeld eerst de getallen uit de verhaaltjessom op een kopie onderstrepen, waarna ze de getallen die ze gaat gebruiken in haar denkwolk noteert. Vandaaruit kan ze de som noteren en de strategie om hem uit te rekenen. Suzanne legt uit dat ze hiermee kan spelen, want elke opgave vraagt een andere invulling van de denkwolk. De uitdaging ligt er in om tijdens de uitleg Rick goed te blijven monitoren. ‘Want,’ legt Suzanne uit, ‘het leukste van werken met beelddenkers is dat jij zelf wordt uitgedaagd weer te gaan spelen!’ Samen bespreken ze momenten waarin Jolijn de denkwolk kan inzetten. Bij taal en rekenen bijvoorbeeld, omdat deze vakken zich goed lenen voor deze techniek. Suzanne legt ook nog uit, dat het toevoegen van een visuele component aan je les, zoals de denkwolk, ervoor zorgt dat Rick met zijn aandacht langer bij de uitleg kan blijven. Daarnaast zorgt het gebruik van een denkwolk ervoor dat je eigen spreektempo omlaag gaat en je taalgebruik concreter wordt. Nadat Suzanne ook nog wat adviezen heeft gegeven als het gaat om visuele stress in het klaslokaal en hoe je dit kunt optimaliseren vertrekt ze weer. Jolijn ademt uit. Ze heeft een lijst vol concrete en direct toepasbare adviezen en staat te popelen om ze morgen uit te proberen. .. Nu eerst maar eens die denkwolk lamineren. Meer weten? Neem vrijblijvend contact op met Tineke@kindertalenten.nl

21-10-16 00:24


Ieder jaar vindt in de Jaarbeurs Utrecht het succesvolle Jaarcongres Leve het jonge kind! plaats. Op dit congres is aandacht voor alles wat bijdraagt aan de ontwikkeling van het jonge kind. Het uitgangspunt is dat vrij spel bijdraagt aan creativiteit en de ontwikkeling van probleemoplossend vermogen in de vroegkinderlijke ontwikkeling. Hierbij is er zowel ruimte voor wetenschappelijk onderzoek en actualiteiten, als voor innovaties en methodieken rondom en voor het jonge kind.

jongekindcongres.indd 1

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 11

18-10-2016 16:20:23

21-10-16 00:24


BOEKEN & cursussen

! NIEUW nt Verschij eind 2016

Weerbaarheid: van theorie naar toepassing Het Handboek weerbaarheid is dé leidraad voor iedereen die weerbaarheidstraining wil geven, ervaren en onervaren. Het boek biedt een theoretische onderbouwing van de methodiek van psychofysieke weerbaarheid. Het beschrijft de aandachtspunten voor praktisch iedere doelgroep en beschrijft hoe je een weerbaarheidstraining opzet en uitvoert. Het sluit af met een groot aantal voorbeeldwerkvormen. Berendineke Steenbergen, Rob Boonman & Arnold de Leeuw | ISBN 9789088506871 | ¤ 38,95 | www.swpbook.com/1918

Marietje Kessels Project Het Marietje Kessels Project is in 1990 in Tilburg van start gegaan als een weerbaarheidsproject voor kinderen van groep 7 en 8 van de basisschool. Het project bestaat uit een reeks van twaalf seksespecifieke lessen. Het doel van het project is het vergroten van de weerbaarheid van kinderen. Om zo de kans te verkleinen dat zij slachtoffer worden van machtsmisbruik en/of zichzelf schuldig (gaan) maken aan grensoverschrijdend gedrag. Vormen van machtsmisbruik die in de training aan de orde komen zijn bijvoorbeeld groepsdruk, pesten, internetveiligheid en kindermishandeling. Het Marietje Kessels Project vindt op andere plekken in heel Nederland navolging. Betty-Ann Blommers & Berendineke Steenbergen | ISBN 9789088505898 | ¤ 24,90 | www.swpbook.com/1822

Zo gaan we met elkaar om op de basisschool! Nathalie van Kordelaar en Marianne Schmidt hebben beiden ervaring in het geven van sociale vaardigheidstrainingen. Zij merkten dat bij de bestaande methoden de geleerde vaardigheden moeilijk integreerden bij kinderen in een situatie buiten de training. Vanuit deze ervaringen besloten ze een nieuwe training op te zetten voor basisscholen waarin de integratie van de vaardigheden thuis en in de klas cen-

traal staat. Dit heeft geresulteerd in de boeken Zo gaan Roos en Tom met elkaar om (onderbouw) en Zo gaan Sarah en Jerom met elkaar om (bovenbouw). Nathalie van Kordelaar & Marianne Schmidt | ISBN 9789088501616 & ISBN 9789088501609 | ¤ 24,90 per stuk | www.roosentom.swpbook.com & www.sarahenjerom.swpbook.com

12 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 12

21-10-16 00:24


B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

De jonge beelddenker In het huidige onderwijs wordt vooral een beroep gedaan op de linkerhersenhelft en dit is over het algemeen de zwakkere kant van een beelddenker. Om beide type kinderen tot hun recht te laten komen is het van belang dat leerkrachten hun onderwijs aan kunnen passen. Tineke Verdoes | ISBN 9789088504648 | 2e druk, 2016 | ¤ 29,90 | www.swpbook.com/1701

----- _ ------- __ -------- _ -------

Denken in beelden

7,4 mm

cursus

Belevend leren

Ideeën om beeldd

enkers bij je les

Belevend leren

leerkrachten en ouders

houd beelddenkers bij de les Tineke Verdoes is leerkracht, remedial teacher, spreekster, deskundige op het maar vooral ervaringsgebied van beelddenke n. In haar onderwijs ontwikkelde ze succesvol op de basisschool nieuwe manieren van lesgeven waar de groep profijt van alle kinderen in hebben. Voor de kinderen met een leerproblee komt uit ADHD, m dat voortautisme, dyslexie, dyscalculie of een wereld opengaan. andere beperking kan een

Hoe doe je dat, je onderwijs aanpassen voor kinderen die in beelden denken? En werkt het alleen voor hen? Aan de hand van talloze voorbeelden deelt Tineke Verdoes manieren van lesgeven waardoor het werken met de beelddenkers in jouw klas een feestje wordt. ISBN 978 90 8850

SWP

523 2 / NUR 840

9 789088 505232 www.swpbook.com

docenten

SWP

“Aanrader voor iedereen! De auteur is er in geslaagd om een boek te maken voor ouders én kinderen én leerkrachten…” - Marion Visser, Tijdschrift voor Remedial Teaching

Tineke Verdoes

Hoe kun je je onderwijs zo inrichten dat alle kinderen mee kunnen Na een theoretisch doen? orientatie die onder andere ingaat op begripsvorm de term beelddenke ing rondom n, de rol van executieve functies bij het leren verschillende leerstijlen, van kinderen, de werking van de linker- en rechter de praktijk. hersenhelft, volgt Heldere casussen, eyeopeners en informatiev e citaten bieden organiseren van klassenman inzicht bij het agement, het gebruik van het digibord, woordherkenning letters leren, en handvatten om bijvoorbeeld de rekenbelevendleerles te of spelles een laten zijn.

Tineke Verdoes

Denk jij in beelden? Dan kun je in dit boek lezen hoe dat werkt in je hersenen, wat er gebeurt, wanneer het gebeurt en waarom het gebeurt.

te houden

Belevend leren

Uitleg, tips en opdrachten voor

Je bent een betrokken leerkracht en zet alles op alles om de lessen zo aantrekkelijk en voor kinderen toegankelijk mogelijk te maken. Maar dat leerlingen voor wie lukt niet altijd bij het leren anders gaat. Ze zijn vinding met het gestructure rijk, hebben moeite erd vertellen van een verhaal, dwalen zijn creatief, voelen weg bij je instructie, dingen goed aan, hebben moeite met rekenen getallen door spelling en halen elkaar. Het zou goed bij kunnen zijn dat je in je groep hebt. een beelddenker

Tineke Verdoes 4 dagen

cursusduur

Tineke Verdoes | ISBN 9789085606536 | 3e druk, 2016 | ¤ 27,50 | www.swpbook.com/1597

----- _ ------- __ -------- _ -------

inbegrepen literatuur

Belevend leren - Ideeën om beelddenkers bij je les te houden Kijk voor meer informatie en actuele cursusdata op www.onderwijs. academy

B.I2016 JRMGZN I 13

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 13

21-10-16 00:24


Lesgeven aan

getraumatiseerde kinderen 14 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 14

21-10-16 00:24


B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

Kindermishandeling is een belangrijke oorzaak van trauma bij kinderen. Onderzoek uit 2011 laat zien dat er in Nederland gemiddeld in elke klas een kind zit dat slachtoffer is van kindermishandeling (Alink, Van IJzendoorn, Bakermans-Kranenburg, e.a. , 2011). Het vermoeden bestaat echter dat het werkelijke aantal aanzienlijk hoger ligt omdat kindermishandeling vooral achter gesloten deuren plaatsvindt. Door traumasensitief les te geven kun je een wezenlijk verschil maken in het leven van getraumatiseerde kinderen. Dit begint met het herkennen en erkennen van de gevolgen van trauma bij kinderen. Hoe doe je dat? Leony Coppens

I

zijn ouders. Op een avond zijn de kinderen met hulp van de politie door de jeugdbescherming uit huis gehaald. Niels woonde een jaar in een kindertehuis en werd daarna in een pleeggezin geplaatst. Weer een jaar later verhuisde hij naar het huidige pleeggezin. In de jaren dat Niels nog bij zijn ouders woonde, werd hij emotioneel en fysiek verwaarloosd en was hij regelmatig getuige van huiselijk geweld. Naast deze vormen van kindermishandeling bestaan er nog andere varianten zoals seksueel misbruik en emotionele en fysieke mishandeling. Ook een Niels zit in groep 5. Zijn pleegouders hebben een gesprek met de vechtscheiding wordt leerkracht. Het gaat niet goed met Niels op school. Hij maakt vaak gezien als een vorm van kindermishandeling. In ruzie, gaat dan flink te keer en is bijna niet te stoppen. Het gesprek de helft van de gevallen met de leerkracht loopt positiever dan de pleegouders verwachtten. komen verschillende De leerkracht zegt dat ze het gedrag van Niels door een traumabril vormen tegelijkertijd voor, zoals bij Niels. wil bekijken. Ze wil met hen praten over wat Niels kan triggeren en Anders dan vaak wordt hoe ze hem kan helpen zich veiliger te voelen. gedacht komt verwaarlozing, zowel emotioneel als fysiek, het vaakst voor. Toch wordt verwaarloVORMEN EN GEVOLGEN VAN TRAUMA zing vaak nog onvoldoende herkend, terwijl de negaTrauma is een actueel onderwerp. ‘School wil curtieve gevolgen ervan zeer ernstig kunnen zijn. In sus en speltherapeut’ kopt het NRC in oktober 2015. wijken waar veel gezinnen kampen met financiële Reden: ‘Veel schoolleiders maken zich zorgen om de zorgen, is het risico op kindermishandeling groter. trauma’s van vluchtelingenkinderen’. In mei 2016 Als kindermishandeling stopt duren de gevolgen schrijft dezelfde krant ‘Niet elke vluchteling heeft ervan vaak nog lang voort. Niels woont bijvoorbeeld een trauma’. Gelukkig maar. al enkele jaren op een veilige plek maar de gedragsAndersom is het ook zo dat trauma niet alleen voorproblemen die hij nog dagelijks laat zien, hebben komt bij vluchtelingen. Ook voordat de vele vluchtedirect te maken met de traumatische ervaringen die lingenkinderen het onderwijs binnenstroomden, hij al vroeg in zijn leven heeft opgedaan. Ook al zaten er al getraumatiseerde kinderen op school. wordt Niels niet meer geslagen en zorgen zijn pleegKinderen zoals Niels. Tot zijn vierde woonde Niels samen met zijn oudere broer en zijn jongere zusje bij ouders goed voor hem, zijn hersenen hebben geleerd >> n wijken waar veel gezinnen kampen met sociaal-economische problemen is het risico op kindermishandeling extra groot. Als kindermishandeling stopt duren de traumatische gevolgen vaak nog lang voort. Het gedrag van getraumatiseerde kinderen zorgt vaak voor onrust in de klas en een gevoel van frustratie en machteloosheid bij de leerkracht. In dit artikel vind je handvatten om op een juiste manier les te geven aan getraumatiseerde kinderen.

B.I2016 JRMGZN I 15

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 15

21-10-16 00:24


Ook voordat de vluchtelingenki stroomden, zaten er al getraum

--------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------

om alert te zijn op gevaar en anderen niet te vertrouwen. Ook de vele kinderen die thuis blijven wonen nadat de kindermishandeling stopt, kunnen zich nog jaren onveilig blijven voelen. Dit illustreert het verschil tussen fysieke veiligheid en psychische veiligheid. HERSENEN ONTWIKKELEN ZICH OP BASIS VAN ERVARINGEN

Als je Niels rustig in de klas ziet zitten kun je je zijn agressieve gedrag bijna niet voorstellen. Hij is klein voor zijn leeftijd en speelt nog graag met kleuter-

L esgeven aan getraumatiseerde kinderen Mede door de de invoering van Passend Onderwijs en de vele vluchtelingenkinderen krijgen leerkrachten, intern begeleiders en schoolmaatschappelijk werkers steeds meer te maken met getraumatiseerde kinderen. Dit boek biedt hen onmisbare praktische kennis en vaardigheden om goed om te kunnen gaan met het vaak moeilijk te begrijpen gedrag van de getraumatiseerde leerlingen. Leony Coppens, Carina van Kregten & Marthe Schneijderberg | ISBN 9789088505621 | ¤ 37,50 | www.lag.swpbook.com

speelgoed. Zijn heftige gedrag komt voor zijn leerkrachten vaak volledig onverwacht. Inmiddels weten ze al iets beter wat het gedrag kan veroorzaken en hoe ze Niels kunnen helpen om weer rustig te worden. Zijn juf legt uit: “Niels heeft als jong kind veel onverwachte en stressvolle situaties meegemaakt. Hierdoor heeft hij geleerd dat er elk moment iets vervelends kan gebeuren. Sinds we dat weten zien we ook dat hij eigenlijk voortdurend alert is op mogelijk gevaar. We begrijpen nu ook beter waar zijn gedrag vandaan komt en kunnen er daardoor ook adequater mee omgaan.” Ervaringen zijn de vormgevers van onze hersenen. Wanneer een baby geboren wordt, zijn er al miljarden hersencellen aangemaakt. De verdere ontwikkeling hangt af van de neurale verbindingen die tussen de hersencellen worden aangelegd. De verbindingen ontwikkelen zich op basis van de ervaringen die een kind gedurende zijn eerste levensjaren opdoet, in het bijzonder de ervaringen in de interactie met de ouders of verzorgers (National Scientific Council on the Developing Child, 2004). Hoe vaker een ervaring wordt herhaald, des te sterker wordt de verbinding. Vanuit evolutionair standpunt bezien is dit goed te begrijpen. De ervaringen die het kind opdoet zijn representatief voor de omstandigheden waarin het kind opgroeit. Op die manier wordt een kind optimaal voorbereid op het leven dat hem te wachten staat (National Scientific Council on the Developing Child, 2004). Zo hebben Niels’ vroege ervaringen hem voorbereid op overleven in een onvoorspelbare en onveilige omgeving. Nu zijn leerkrachten dit weten, be-

16 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 16

21-10-16 00:24


B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

nkinderen het onderwijs binnenumatiseerde kinderen op school

------- __ -------- _ -------- _ ------- _ --- _ ---------- _ ------- _ --- _ -------grijpen ze zijn gedrag beter en kunnen ze er effectiever op anticiperen en reageren. DE ONZICHTBARE KOFFER VAN NIELS

De leerkracht van Niels bespreekt met zijn pleegouders dat alle kinderen met een onzichtbare koffer de klas binnenkomen. Die koffer zit vol met overtuigingen en verwachtingen die de kinderen in de loop van hun leven hebben ontwikkeld. Zelfs als kinderen nog geen taal hebben ontwikkeld, vormen zich al wel overtuigingen over zichzelf, over anderen en over de wereld (Coppens, & Van Kregten, 2012). Op basis van wat de leerkracht weet over Niels denkt ze dat hij de overtuiging heeft dat anderen niet te vertrouwen zijn. Niels zijn pleegouders herkennen direct wat de leerkracht bedoelt. Thuis merken ze ook dat Niels heel veel moeite heeft om hen te vertrouwen. De pleegvader vertelt dat hij soms denkt dat Niels vooral bang is van mannen. Hij reageert thuis heel anders op hem dan op zijn vrouw. ‘In het begin dook hij soms onder de tafel als ik iets aan hem vroeg’, vertelt de pleegvader. De leerkracht herkent dit gedrag ook. ‘Als ik iets tegen Niels zeg vraag ik me soms af of hij me wel hoort. Maar als mijn collega Stijn voor de klas staat dan kan hij daar heel fel, soms zelfs agressief op reageren. Of hij loopt zomaar opeens de klas uit.’ Gezamenlijk bedenken ze dat Niels misschien de overtuiging heeft dat mannen gevaarlijk zijn en brainstormen ze verder over mogelijke andere overtuigingen en verwachtingen die hij in zijn onzichtbare koffer met zich meedraagt. Zowel de leerkrachten als de pleegouders kunnen het gedrag van Niels beter begrijpen door stil te staan bij de inhoud van de onzichtbare koffer. Door zo onder het gedrag van Niels te kijken geeft niet alleen meer begrip, het helpt hen ook om het zich minder persoonlijk aan te trekken. OVERACTIEF ALARMSYSTEEM

Alle mensen hebben een intern alarmsysteem dat ons helpt om snel op te merken dat er gevaar dreigt. Als je door een park loopt en opeens een slang ziet, gaat er een alarmbel in je hersenen af waarna je lichaam reageert met een stressreactie: vechten, vluchten of verstijven. Je interne alarmsysteem slaat deze ervaring op zodat je de gevaarlijke situatie een volgende keer heel snel herkent. Een volgende keer dat je door een park loopt ben je hierdoor

Niet elke ingrijpende gebeurtenis leidt tot trauma Kenmerkend voor een traumatische ervaring is dat het gepaard gaat met heftige emoties die je overspoelen en waar je geen controle over ervaart. Het kan gaan om gevoelens van angst, hulpeloosheid en/of onmacht. De stress die dit met zich meebrengt gaat samen met intense lichamelijke effecten zoals hartkloppingen en een versnelde ademhaling. Niet elke ingrijpende gebeurtenis leidt tot een trauma. Of iemand na het meemaken van een schokkende gebeurtenis of stressvolle omstandigheden traumaklachten ontwikkelt is afhankelijk van verschillende factoren. Een belangrijke factor is de leeftijd. Kinderen, vooral jonge kinderen, zijn nog beperkt in hun mogelijkheden om stress te reguleren waardoor het hen sneller overspoelt. Een tweede factor is de betekenis die iemand aan een gebeurtenis verleent. Ook dit vergroot het risico op trauma bij kinderen. Kinderen denken immers sneller dan volwassenen dat ingrijpende gebeurtenissen zoals ruzies tussen hun ouders, mishandeling of misbruik hun eigen schuld zijn. Ze kunnen simpelweg geen andere reden bedenken. Bovendien is het idee dat je er zelf iets aan kunt doen voor een kind beter te verdragen dan de gedachte dat de volwassenen van wie je afhankelijk bent voor de onveiligheid zorgen. Tot slot is ook de aard van een gebeurtenis van invloed op het al dan niet ontwikkelen van traumaklachten. Gebeurtenissen waarbij sprake is van geweld tussen mensen (ook als je er alleen getuige van bent) en gebeurtenissen die gepaard gaan met het verlies van of verraad door een hechtingsfiguur leiden sneller tot trauma. Dit alles opgeteld maakt dat kindermishandeling een groot risico op trauma met zich meebrengt.

waarschijnlijk veel meer op je hoede. Als je vervolgens een stok op de grond ziet liggen die op een slang lijkt, heeft je lichaam al een stressreactie in gang gezet voordat je je realiseert dat het maar een stok is. De stok die je aan de slang doet denken is een trigger geworden. Stel dat Niels door zijn ouders naar de gang werd gestuurd als ze boos op hem waren en Niels daar heel angstig was omdat hij niet wist wat er verder zou gaan gebeuren. Dan kan het zo zijn dat Niels als hij op school naar de gang wordt gestuurd zich weer net zo angstig voelt als hij zich vroeger thuis voelde. Zijn alarmsysteem heeft naar de gang gestuurd worden dan gekoppeld aan een gevaarlijke situatie. Dit kan ertoe leiden

>> B.I2016 JRMGZN I 17

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 17

21-10-16 00:24


Voor een kind dat op jonge leeftijd v steeds meer zintuigelijke prikkels_ ----t

--------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ -----Het gevoel van veiligheid van een kind in de klas vergroten > Geef een kind zoveel mogelijk controle. Dat betekent niet dat je de regie uit handen geeft! Als je wilt dat een kind iets gaat doen kun je hem controle geven door te vragen in welke volgorde hij iets wil doen, op welke manier, op welke plek en/of met welk materiaal. > Maak een veilige plek in de klas waar een kind naar toe kan gaan als het gestrest is. Vaak helpt het als het kind zich even op een beschutte plek kan terugtrekken. Een (schommel)stoel of een hangmat waar een kind in weg kan kruipen, (verzwaarde) dekens, sensopathische materialen om aan te voelen (bijvoorbeeld een knuffelpoes die met rijst verzwaard is en zo even zwaar voelt als een echte kat) kunnen helpen het stressniveau weer te laten zakken. Je kunt ook een speciale EHBO-doos maken voor een kind met daarin voorwerpen die specifiek voor dat kind helpend zijn. Bijvoorbeeld een doekje met de geur van een vertrouwde en veilige volwassene, iets om op te bijten of te zuigen, een foto of een kaartje met activiteiten die bijdragen aan het verlagen van de stress.

> Zorg voor vaste routines en rituelen om de voorspelbaarheid en daarmee het gevoel van veiligheid te vergroten. Je kunt bijvoorbeeld ook steeds dezelfde rustgevende muziek laten horen tijdens overgangsmomenten. > Bereid een kind goed voor op een verandering. Voor veel getraumatiseerde kinderen is verandering een trigger, daarom is het belangrijk ze hier goed op voor te bereiden. > Let wanneer een kind gestrest is vooral op je toon, houding en mimiek. Bij oplopende stress pikt een kind steeds minder op van de inhoud en is het steeds meer gericht op non-verbale signalen die hem aangeven dat de situatie veilig of onveilig is. > Maak een steunplan voor getraumatiseerde kinderen in je klas met daarin informatie over wat de stress bij een kind kan verhogen (welke onderwerpen, situaties en zintuigelijke prikkels kunnen triggers zijn?) en wat helpt de stress te verlagen (wat moet je als leerkracht juist

wel/niet doen of zeggen). Een voorbeeld van een steunplan is te downloaden bij de aanschaf van het boek Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen (zie http://www. swpbook.com/1794#.V6zTdpMrKYU). > Richt je op het verminderen van de stress bij een kind in plaats van op het beheersen of veranderen van het gedrag. Getraumatiseerde kinderen hebben vaak geen controle over hun gedrag omdat hun interne alarmsysteem overactief is. Reageren op het gedrag verhoogt dit stressniveau vaak alleen maar. Aansluiten bij de gevoelens en gedachten die onder het gedrag liggen helpt vaak beter om de stress te laten zakken (en daarmee weer controle over het gedrag te krijgen). > Laat een kind met jouw hulp ontdekken onder welke omstandigheden zijn stress oploopt en andersom wanneer de stress zakt. Je kunt hiervoor gebruikmaken van een eenvoudige hartslagmeter. Als een kind ziet waar hij rustig van wordt is hij eerder gemotiveerd om dat te gaan doen.

-- _ --------------- _ ----- _ --------------- _ ----dat Niels heel heftig reageert als hij de klas uit wordt gestuurd, zonder dat Niels of iemand anders begrijpt wat de reden van zijn gedrag is. Voor een kind dat op jonge leeftijd veel stress ervaart, worden steeds meer zintuigelijke prikkels triggers. Hierdoor gaat zijn alarmbel steeds vaker rinkelen. Met voldoende steun van de volwassenen die voor hem zorgen, kan een kind deze stress misschien nog wel verdragen. Maar wanneer deze volwassenen door hun eigen problemen het kind onvoldoende kunnen helpen zijn stress te reguleren – en/of wanneer ze de stress mede veroorzaken – dan raakt het interne alarmsysteem overactief. Het is dan alsof er in de hersenen van dat kind voortdurend alarmbellen afgaan die aangeven dat

er gevaar dreigt. Bij mensen met een gezond functionerend alarmsysteem zakt de stress al snel wanneer ze zich realiseren dat ze schrokken van een stok in plaats van een slang. Als Niels ergens van schrikt houdt de stress echter veel langer aan. Zijn alarmsysteem is overactief. Het is alsof zijn alarmbellen maar blijven rinkelen en zijn lichaam voortdurend bezig is te reageren op gevaar. Dat verklaart ook waarom zijn leerkrachten hem in vergelijking met zijn klasgenoten veel minder gemakkelijk kunnen kalmeren. Vanwege de sterk negatieve invloed die een overactief stresssysteem heeft op de in ontwikkeling zijnde hersenen noemen wetenschappers de stress die hiermee gepaard gaat toxische stress. Toxische

18 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 18

21-10-16 00:24


B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

d veel stress ervaart, worden _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ---s_ --------triggers

------- __ -------- _ -------- _ ------- _ --- _ ---------- _ ------- _ --- _ -------stress verstoort de hersenontwikkeling. Het belemmert onder andere de ontwikkeling van de bovenste hersendelen waar op school juist veel beroep op wordt gedaan bijvoorbeeld bij het luisteren naar en opslaan van informatie, samenwerken met andere kinderen, plannen, reflecteren en het onder controle houden van emoties en gedrag (National Scientific Council on the Developing Child, 2005/2014). TRAUMASENSITIEF LESGEVEN

Traumasensitief lesgeven begint met het herkennen en erkennen van de gevolgen van trauma bij kinderen. Het gedrag van een kind is slechts het topje van de ijsberg. Onder het wateroppervlakte gaan de gedachten, gevoelens en de stress schuil die veroorzaakt zijn door de traumatische ervaringen. In plaats van te focussen en reageren op het gedrag, help je een kind en jezelf meer door je te richten op het helpen reguleren van de stress van een kind en het vergroten van zijn gevoel van veiligheid (Coppens, Schneijderberg, & Van Kregten, 2016). De pleegouders van Niels vertellen dat hij in de dagen voorafgaand aan een bezoek van zijn moeder altijd extra gespannen is. De leerkracht vraagt hen of zij haar een e-mail willen sturen als er een bezoek op komst is. Nadat de pleegouders dit thuis met Niels hebben besproken maakt de juf samen met Niels een plannetje wat hem in die dagen rondom het bezoek helpt om zich minder onrustig te voelen. Ze spreekt met hem af dat hij een paar taakjes voor haar mag doen, zodat hij tussendoor even kan bewegen. Niels voelt zich begrepen en vertelt aan de juf dat hij het heel spannend vindt om zijn moeder te zien. De leerkracht ziet dat haar aanpak een positief effect heeft en merkt dat haar relatie met Niels verbetert. Traumasensitief lesgeven is geen standaardprogramma maar een proces waarbij alle medewerkers van een school tegemoetkomen aan wat getraumatiseerde kinderen nodig hebben. Als één leerkracht op een school gedrag van getraumatiseerde kinderen door een traumabril bekijkt, kan dat voor een kind al een groot verschil maken. Maar een geïntegreerde aanpak heeft een grotere positieve impact, zowel op de veerkracht van

getraumatiseerde kinderen als op die van hun leerkrachten (Coppens, Schneijderberg & Van Kregten, 2016).

L eony Coppens

>>

is klinisch psycholoog, supervisor VGCt, EMDR-practitioner.

LITERATUUR Alink, L., Van IJzendoorn, R., Bakermans-Kranenburg, M., e.a. (2011). Kindermishandeling in Nederland anno 2010: De tweede nationale prevalentiestudie mishandeling van kinderen en jeugdigen (NPM2010). Leiden: Universiteit Leiden (Leiden Attachment Research Program). ◆ Coppens, L., Schneijderberg, M. & Van Kregten, C. (2016). Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen. Een praktisch handboek voor het basisonderwijs. Amsterdam: Uitgeverij SWP. Coppens, L. & Van Kregten, C. (2012). ◆ Zorgen voor getraumatiseerde kinderen: een training voor opvoeders. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. (Caring for children who have experienced trauma: A workhop for resource parents, 2010). ◆ National Scientific Council on the Developing Child (2005/2014). Excessive Stress Disrupts the Architecture of the Developing Brain: Working Paper 3. Updated Edition. http://www.developingchild.harvard.edu ◆ National Scientific Council on the Developing Child (2004). Young Children Develop in an Environment of Relationships: Working Paper 1. www.developingchild.harvard.edu

B.I2016 JRMGZN I 19

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 19

21-10-16 00:24

-


DĂŠ vakbeurs voor professionals in het KO, PO, VO en MBO

Wil jij weten wat de laatste trends zijn op het gebied van bewegend leren? Zoek jij slimme oplossingen voor bouw & beheer? Wil jij weten wat Onderwijs 2032 nou precies voor jou betekent? Of ben je nieuwsgierig naar andere actuele thema’s in het onderwijs? Breng dan een bezoek aan de NOT!

Schrijf je nu in voor gratis toegang via not-online.nl

Onafhankelijke informatie over spelen en speelgoed Voor ouders en begeleiders van kinderen van 0 tot 12 jaar.

W W W. S P E E L G O E D A D V I E S . N L Landjonker 23, 3834 CL Leusden, telefoon 033-4946824 e-mail: info@speelgoedadvies.nl

24-28 januari 2017 Jaarbeurs | Utrecht www.not-online.nl

20 I2016 I B. JRMGZN

advertentiepagina.indd 1 SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 20

14-10-2016 12:32:18 21-10-16 00:24


32:18

BOEKEN

B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

& cursussen

----- _ ------- __ -------- _ -------

'Ik wil niet gepest worden!' Elk kind moet kunnen zeggen: ‘Ik wil niet gepest worden.’ Dat is het uitgangspunt van voormalig basisschooldirecteur Onno van Ulzen. De aanpak die hij toepaste op verschillende scholen bleek keer op keer te werken. In dit boek beschrijft hij zijn ervaringen en het antipesttraject dat hij ontwikkelde. Het is een training voor basisscholen die ervoor zorgt dat iedereen zich ervan bewust wordt dat pesten geen optie is en dat het pesten stopt.

Wat kun je doen… De ‘Wat kun je doen’ serie is een reeks help- en oefenboeken voor kinderen, ouders en leerkrachten op de basisschool. De reeks behandelt onder meer boosheid, angst, stress, piekeren en slaapproblemen. Kijk op voor meer informatie op www.watkunjedoen.swpbook.com

Onno van Ulzen | ISBN 9789088506529 ¤ 13,50 | www.swpbook.com/1886

----- _ ------- __ -----cursus Trauma in ontwikkelings perspectief Kinderen raken niet altijd getraumatiseerd van dezelfde gebeurtenissen als volwassenen en andersom geldt dat kinderen diep getraumatiseerd kunnen raken door ervaringen die volwassenen als niet traumatiserend beschouwen. In deze leergang wordt een (wereldwijd) geheel nieuw inzicht in trauma gepresenteerd. Het model verklaart de verschillen in reactie op trauma bij verschillende leeftijden. docenten

dr. Martine F. Delfos 4 dagen

cursusduur

inbegrepen literatuur

Trauma vanuit een ontwikkelingsperspectief

----- _ ------- __ -------- _ -------

Kijk voor meer informatie en actuele cursusdata op www.onderwijs.academy

B.I2016 JRMGZN I 21

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 21

21-10-16 00:24


Een andere kijk op

(onder) presteren

22 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 22

21-10-16 00:24


B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

RELATIEVE EN ABSOLUTE ONDERPRESTEERDERS

Kinderen die op school niet laten zien wat ze kunnen, die onderpresteren, stagneren in hun ontwikkeling. Soms is dat makkelijk te herkennen: kinderen geven aan dat ze zich vervelen. Maar er is ook een groep die het opgegeven heeft om er iets van te zeggen. Hoe ga je als leerkracht met onderpresteerders om?

E

r is een groep onderpresteerders die aangeven dat ze zich vervelen, dat ze meer willen leren en vooral ook moeilijkere, complexere stof aankunnen. Zij laten (nog) steeds een grote leerhonger zien. Daarnaast is er een groep leerlingen die zich verveelt, maar het opgegeven heeft om er iets van te zeggen. Ze leggen zich erbij neer en passen zich aan (passief) of vertonen opstandig gedrag (actief). Sommige leerlingen worden zelfs letterlijk ziek van school. Buikpijn of hoofdpijn hebben, lusteloos zijn of juist enorm druk, prikkelbaar, depressief; zelfs al bij heel jonge kinderen zie je deze verschijnselen optreden. Onderpresteren op school is dan een logisch gevolg van het niet lekker in je vel zitten. Maar het zijn symptomen van een groter onderliggend probleem: niet de ruimte krijgen om jezelf te zijn. In dit artikel schetsen we dit onderliggende probleem en geven we handvatten die je kunt inzetten deze leerlingen te helpen. >>

We spreken over onderpresteren wanneer iemand structureel minder presteert dan hij op grond van zijn (intellectuele) capaciteiten zou kunnen. Dit onderpresteren kan relatief of absoluut zijn. Relatieve onderpresteerders vallen niet zo erg op omdat hun prestatie nog normaal is, vergeleken met andere mensen in dezelfde situatie. Maar als je kijkt naar wat ze eigenlijk zouden kunnen presteren op grond van hun individuele mogelijkheden, dan zitten ze daar (ver) onder. Absolute onderpresteerders presteren onder het gemiddelde, slechter dan (de meeste) anderen. Dit zie je vaak bij leerlingen die niet meer gemotiveerd zijn om te presteren; ze hebben het opgegeven. Onderpresteren is niet voorbehouden aan hoogbegaafden. Ook niet-hoogbegaafden kunnen onderpresteren. De kans op onderpresteren wordt groter naarmate iemands intelligentie toeneemt. George Betts en Maureen Neihart ontwikkelden een typering van hoogbegaafde leerlingen: maar liefst vijf van de zes types die door hen gekarakteriseerd zijn, zijn relatieve of absolute onderpresteerders.

Voordat Bram naar de basisschool ging las hij zelfstandig in de dierenencyclopedie. In groep 1 schreef hij ‘pteranodon’ bij de tekening die hij van een dinosaurus maakte. Op school stelde de juf vast dat hij moeite had met simpele woordjes als ‘de’ en ‘als’. Dat is op zich niet raar; dat zijn immers simpele woorden als je naar het aantal letters kijkt, maar onmogelijke woorden om jezelf iets bij voor te stellen. In groep 4 wilde Bram niet meer lezen en schrijven. B.I2016 JRMGZN I 23

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 23

21-10-16 00:24


%

➸ Houd voor ogen dat het onderpresterende kind

opnieuw moet leren slagen. Het zit hem meestal echt niet in de wíl. Ook voor het kind is dit een spannende en moeilijke, lange weg.

➸ Preken, straffen en belonen werkt niet (hooguit averechts). Dieper begrip en oprecht contact duren misschien langer om te bereiken, maar zijn wel duurzamer.

➸ Gun het kind zijn eigen keuzes, laat het meedenken over wat nodig is. Het kind is de deskundige van zichzelf. Luister in het gesprek als een onwetende. Vul niet in, maar luister, luister, luister! Hoor wat het kind zegt, maar zeker ook wat het weglaat.

➸ Maak je lessen uitdagender. Vooral bij hogere orde denkvragen vallen onderpresteerders op. Verwerk existentiële onderdelen in je lessen en geef meer wereldgericht onderwijs. Denk bijvoorbeeld aan teksten die gaan over ethische en filosofische vraagstukken, debatteren, oplossen van reële problemen.

➸ Focus op het proces van leren en op de overtuiging dat het kind kan groeien ten opzichte van zichzelf. Je kunt met het ontwikkelen van een groei-mindset en het geven van feedback veel bereiken wat betreft leerhouding, motivatie, doorzettingsvermogen en inzet van een kind. En dit leidt mogelijk tot betere prestaties.

➸ Wees bereid om kritisch naar jezelf te kijken. Een kind spiegelt, ook jou. Wat zit er nog in jouzelf dat je mogelijk niet verwerkt hebt en dat nu via het kind ‘eruit komt’? Als het nodig is, mag je ook hulp voor jezelf zoeken. Daarmee help je het kind enorm.

24 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 24

------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- __ -------- _ -------- _ ------- _ --- _

TIPS voor de leerkracht

De juiste uitdaging

Onderpresteren van een kind leidt vaak tot hevige frustraties bij ouders en leraren. Er wordt van alles geprobeerd om tot de onderpresteerder door te dringen: preken, argumenteren waarom goede prestaties belangrijk zijn, extra hulp (soms zelfs in de vorm van remedial teaching), cursussen om studievaardigheden te versterken. Straffen en belonen zijn daarnaast ook veelgehoorde interventies. Verwijten en verkeerd gekozen interventies leiden echter bij veel hoogbegaafde onderpresteerders tot onbegrip, frustraties en boosheid. Bovendien kan het een laag zelfbeeld en faalangst tot gevolg hebben en dat kan juist weer leiden tot méér onderpresteren. In essentie beperken we met al dit soort interventies de ruimte van een hoogbegaafd kind, terwijl het eigenlijk juist meer ruimte nodig heeft. In onze maatschappij ligt de nadruk erg op preste-

21-10-16 00:24


B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

Accepteren dat dit kind daadwerkelijk op een andere manier denkt, leert en leeft

ren. Een uitspraak als ‘eruit halen wat erin zit’ focust op het bereiken van prestaties, soms zelfs excellente prestaties. Presteren suggereert een (ver gelegen) doel, terwijl de term ontwikkeling veel meer aansluit bij groeien en leren, bij de fase waarin iemand zich bevindt, bij uitgaan van eigen mogelijkheden. Het is de kunst om een kind juist die uitdaging te bieden die haalbaar is ten opzichte van het huidige beheersingsniveau, waardoor het kind zich gaat inzetten en zich gaat ontwikkelen. Dus uitdagen en prikkelen teneinde de intrinsieke motivatie te bevorderen. Kinderen de ruimte geven om zichzelf te ontdekken.

Onderpresteerders en ruimte

Doordat hoogbegaafden alerter reageren op prikkels, zowel van binnenuit (hun eigen denken) als van buitenaf (zintuigen), kan het zijn dat ze sneller afgeleid zijn, zeker bij taken die niet al hun

aandacht opeisen. Op school zijn veel taken voor hoogbegaafde kinderen zo weinig uitdagend of slecht passend bij hun manier van denken, dat zij hun toevlucht zoeken in hun eigen denk- en fantasiewereld. Dit kan leiden tot een laag werktempo en het niet afkrijgen van taken: onderpresteren in de dop. De ruimte die zij zelf opzoeken, werkt zo in hun nadeel. Door het om te draaien en juist ruimte te bieden, kan dezelfde alertheid in een voordeel worden omgebogen en mogelijk helpen bij het ombuigen van het onderpresteren. Als het kind ruimte krijgt om werkelijk op zijn eigen manier, op zijn eigen niveau en in zijn eigen tempo bezig te zijn, zal het de alertheid inzetten om de taak op een zo creatief mogelijke manier tot een goed einde te brengen: originele invalshoeken, onvoorziene dwarsverbanden…verwacht het onverwachte! Ruimte is ook nodig wanneer het voor het hoogbegaafde kind iets te veel wordt. Al die (over)prikkeling van de zintuigen en de hersenen kost een heleboel energie. Het kind moet op tijd even opladen. Het ene kind doet dat in een rustig hoekje met een boek of zelfs een tukje tussendoor, het andere doet dat al gamend en een derde móét naar buiten om te rennen of trampoline te springen.

Contact

Er is geen kant-en-klare interventiemethodiek om onderpresteren om te buigen. Het is geen kwestie van een paar lessen volgen en het kind aanreiken wat het zou kunnen of moeten doen. Een paar uurtjes interventie gaat het pervasieve karakter van onderpresteren niet oplossen. Als je een interventie wilt laten slagen, start dan met oprecht de tijd en de moeite nemen om het onderpresteren van het kind van binnenuit te leren begrijpen. Het gedrag is slechts een symptoom van een onderliggend probleem. Bedenk vooraf dat dit een lange adem vraagt. Alleen een dieper begrip van het waarom van het onderpresteren leidt tot een duurzame oplossing. Vanuit een meer holistische kijk en focus op positieve energie kun je voorbij de symptomen (gedrag) tot de kern (het onderliggende probleem) komen. Je zoekt contact, wat betekent: praten met het kind en samen met het kind beslissingen nemen. Het kind voelt zich dan gehoord en serieus genomen. Het kan het begin zijn van het herstellen van contact en vertrouwen. B.I2016 JRMGZN I 25

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 25

21-10-16 00:24


Een andere kijk op (onder)presteren Als presteren gekoppeld wordt aan ieders individuele ontwikkeling en succes gedefinieerd wordt ten opzichte van door jezelf gestelde doelen, dan bestaat onderpresteren niet. De auteurs willen met dit boek een bijdrage leveren aan een cultuuromslag in ons onderwijs en onze opvoeding. Aan het eind van ieder hoofdstuk staan praktische tips onder het kopje ‘Hoe speel je het spel?’. Gamification als oplossing voor onderpresteren… Lukt het jou om je leven en jouw rol daarin te zien als een spel? Game on! Esther de Boer, Nathalie van Kordelaar & Mariken Althuizen | ISBN 9789088507014 | ¤ 19,90 www.swpbook.com/1932

Van dezelfde auteurs verscheen eerder al het boek Een andere kijk op hoogbegaafdheid. In dit boek bespreken de auteurs thema’s als intelligentie, gedrag, prikkelverwerking, onderwijs en onderzoek en tests. Ook geven ze na elk hoofdstuk tips en adviezen aan ouders, leerkrachten en kinderen om beter om te leren gaan met hoogbegaafdheid. Esther de Boer, Nathalie van Kordelaar & Mariken Althuizen ISBN 9789088505591 | ¤ 19,90 | www.swpbook.com/1791

Ontwikkelingsgerichte feedback

Slecht presterende hoogbegaafde leerlingen hebben problemen met vertrouwen. Het vertrouwen van de buitenwereld in hun kunnen kan zijn geschaad, maar belangrijker is dat zij het vertrouwen in zichzelf mogelijk zijn kwijtgeraakt. Hoogbegaafde kinderen zijn vaak perfectionistisch ingesteld. Vaak zie je dat wanneer iemand gewend is om altijd te slagen, perfectionisme kan omslaan in faalangst. Een leerling die altijd hoort hoe goed hij het doet, of hoe intelligent hij is, wil graag blijven voldoen aan de verwachtingen van de omgeving. Falen is dan geen optie, onderpresteren soms wel. Een kind met een lagere intelligentie dan gemiddeld krijgt veelal opbouwende feedback. Zij krijgen net zo lang hulp tot ze een vaardigheid onder de knie hebben. We zien maar al te vaak dat hoogbegaafde leerlingen niet die opbouwende feedback en extra begeleiding krijgen, maar juist het tegenovergestelde. “Misschien was dit toch iets te hoog gegrepen?” Of: “Misschien is die versnelling/verrijkingsstof toch niet zo’n goed idee.” Hoogbegaafde kinderen hebben het ook nodig om fouten te mogen maken. Hoogbegaafde kinderen mogen ook eerst tien keer worstelen en struikelen voordat ze een vaardigheid goed onder de knie hebben. Door juist ontwikkelingsgerichte feedback te geven, kun je leerlingen helpen om de uitdagingen toch weer aan te durven. Het woordje ‘nog’ is daarbij heel belangrijk (“Je kunt dit nog niet, maar als je oefent kun je het leren”).

26 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 26

21-10-16 00:24


Het kind moet erop gaan vertrouwen dat het kan leren om met spannende nieuwe taken om te gaan. De omgeving moet erop vertrouwen dat het kind het zelf kan en niet alles weghouden bij het kind of het oplossen voor het kind. Net zoals leren praten, lopen of fietsen, leer je ook alleen maar omgaan met spanningen en angst, door je in spannende en angstige situaties te begeven en te zien dat je daar sterker uit kunt komen. Hier komt het denkvermogen van de hoogbegaafde leerling goed van pas: het kind is (met hulp) in staat naar zichzelf te kijken en de dingen die hij tegenkomt te analyseren. Het kind kan zichzelf een spiegel voorhouden. Dit proces van ‘onbewust onbekwaam’ naar ‘bewust bekwaam’ kost tijd en vraagt inspanning en ontspanning van alle betrokken partijen. Inspanning omdat je opnieuw moet leren kijken naar situaties en hoe ze ontstaan. Ontspanning omdat je jezelf de tijd mag geven om dit te leren.

Onderwijs met open vizier

Elke school is verplicht om passend onderwijs aan te bieden, ook aan (hoog)begaafde leerlingen. Bij passend onderwijs hoort een goede analyse van de mogelijkheden van het kind, een passend leerstofaanbod en een passende begeleiding. De school mag zich dus verplicht voelen om de leerling te ‘zien’ en te begeleiden naar meer verantwoordelijkheid. Bespreek regels, afspraken, gedrag, keuzes en consequenties met een open mind en een leergierige houding. Pas aan wat nodig is om voor alle betrokkenen een betere situatie te creëren, nu en voor de toekomst. En dat kan soms gedrag zijn, maar soms ook de regels. Goed contact, een goede relatie tussen leraar en leerling staat aan de basis van het kúnnen komen tot goede resultaten. Een onderpresterend kind heeft ruimte, vertrouwen en begeleiding nodig, geen schuld en straf. Daarvoor is het nodig dat je als leraar de leerling kent en erkent in zijn (hoog)begaafd zijn. Dat begint met het accepteren dat dit kind daadwerkelijk op een andere manier denkt, leert en leeft.

Start vanuit het hart

Wil je onderpresteren te lijf gaan, dan helpt het niet om precies die activiteiten te ondernemen die de frustratie aanwakkeren. Volwassenen proberen kinderen veelal te motiveren door ze met rationele argumenten te overtuigen ander gedrag te laten zien. Gedrag dat de volwassenen willen dat ze laten zien. Gedrag dat die volwassenen waarderen. Maar willen we niet liever dat kinderen uit zichzelf in beweging komen? Dat ze zich geprikkeld voelen om te leren? Dat ze nieuwsgierig zijn en zichzelf op allerlei vlakken gaan ontwikkelen? Leidt externe motivatie niet in veel gevallen tot demotivatie? Vaak komt er bij onderpresteerders bijna automatisch een negatieve associatie of een negatieve emotie opzetten bij het starten van een taak. Deze negatieve emoties overstemmen het rationele handelen op dat moment. Uiteraard moeten onderpresteerders uiteindelijk ook leren om gewoon taken uit te voeren die misschien niet heel leuk of interessant zijn. Dat is ook gewoon het leven. Maar wanneer we het onderpresteren achter ons willen laten, is het belangrijk om te starten vanuit het hart. Waar loopt het kind warm voor? Wat is zijn of haar passie? In welke situaties zie je nog wel gemotiveerd gedrag? Van daaruit kan het kind groeien. Start vanuit het hart, het hoofd volgt. >>

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 27

-- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- __ -------- _ -------- _ ------- _ --- _ ---------- _ ------- _ --- _

Inspanning en ontspanning

B.I GEDRAGSVRAAGSTUKKEN

Het gedrag is slechts een symptoom van een onderliggend probleem Ir. Mariken Althuizen

is opgeleid als scheikundig ingenieur, eerstegraads docent scheikunde, communicatiemedewerker en specialist hoogbegaafdheid. Vanuit haar eigen bedrijf 2Wicked zet zij zich nu in voor onderwijsvernieuwing. Haar uitgangspunten hierbij zijn vertrouwen in kinderen en het geven van ruimte aan ieders manier van leren. Met name brengt zij deze visie in praktijk als lerares/ coach op DOE040 (Democratisch Onderwijs Eindhoven) en als onderwijsontwikkelaar voor EXOVA.

Drs. Esther de Boer

is opgeleid tot sociaal geograaf, eerstegraads docent aardrijkskunde, specialist hoogbegaafdheid en bachelor Psychologie. Momenteel volgt zij de master psychologie aan de Open Universiteit Nederland. Als adviseur werkt zij sinds 2000 voor KPC Groep in het primair en voortgezet onderwijs, waar zij docenten, teams en directies adviseert en begeleidt bij het ontwikkelen, implementeren en uitvoeren van (passend) onderwijs.

Drs. Nathalie van Kordelaar is opgeleid tot orthopedagoge en tot specialist hoogbegaafdheid. Voor de start van haar eigen praktijk, Incontexto, heeft zij zes jaar gewerkt in het speciaal (basis) onderwijs als lerares en remedial teacher en drie jaar in het REC-4 onderwijs als orthopedagoog en ambulant begeleider. Nu is zij met name gespecialiseerd in diagnostiek en begeleiding van kinderen en jongeren met (het vermoeden van) hoogbegaafdheid en begeleiding van kinderen met een autisme spectrum stoornis.

B.I2016 JRMGZN I 27

21-10-16 00:24


Leespluim De beste voorleesboeken voor kinderen! De KIDDO Leespluim is een bekroning van kwalitatief goede en veelzijdige boeken voor jonge kinderen tot 6 jaar. Wilt u elke maand weten welk boek door de leespluimjury is verkozen tot het voorleesboek van de maand? Schrijf u dan in voor de KIDDO Leespluim nieuwsbrief. Bovendien geeft vakblad KIDDO iedere maand 5 exemplaren van het winnende boek weg aan haar (nieuwsbrief)abonnees. Voor meer informatie zie www.kiddo.net of www.kiddoleespluim.nl.

KIDDOleespluim.indd 1

19-10-2016 14:55:53

Mis de SWP Onderwijssymposia niet! In januari organiseert Uitgeverij SWP jaarlijks een aantal onderwijsdagen. Iedere ochtend en middag komt er op deze dagen een ander thema aan bod. Ieder ochtenden middagsymposia kan apart gevolgd worden, maar u kunt ook gebruik maken van aantrekkelijke kortingen als u meerdere symposia wilt volgen. Op 17, 18, 19 en 20 januari 2017 hebben we een divers en spannend programma voor u samengesteld met concrete casuĂŻstiek, muzikale tools, praktische en inspirerende informatie!

De sprekers zijn onder andere: Elena Carmona van Loon en Rinka van Zundert over veerkracht en plezier in je werk. Jeroen Schipper met muziek in de klas. Tamar Kopmels en Danielle van der Heijden over vertrouwen als basis voor de ontwikkeling van kinderen. Tineke Verdoes over beelddenken. Nathalie van Kordelaar, Esther de Boer en Mariken Althuizen over hoogbegaafd en onderpresteren. Suzanne Wardenaar en Harry Ozinga over wetenschap en technologie in het onderwijsprogramma.

W W W W W W

VOOr uitgebreide infOrMatie zie WWW.OnderWijSSyMPOSia.nl Onderwijssymposia.indd 1

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 28

19-10-2016 15:22:04

21-10-16 00:24


B.I PEDAGOGIEK

& DIDACTIEK

Door deel te nemen aan betekenisvolle activiteiten maken jonge kinderen op een vanzelfsprekende manier kennis met rekenen en wiskunde, zo stellen Niko Fijma en Esther van Oers. Elena Carmona van Loon gaat in op de rol die je als leerkracht speelt. Maak helder wat je verwacht van de leerlingen en handel hier zelf naar. Hoe ga je om met verschillende eisen, verwachtingen en protocollen? Het komt vooral aan op een voortdurende afstemming op het kind vindt Annerieke Boland.

ď ľ

Pedagogiek

& DIDACTIEK

Gezien worden

is waar het om draait!

30

Als leerkracht heb je wel eens met leerlingen te maken die te vaak, te snel en te heftig boos reageren. Waar komt dit gedrag vandaan en hoe ga je ermee om? Elena Carmona van Loon

& verder... SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 29

Spelend.

En zonder spoorboekje

36

Of kleuterleerkrachten nu vers van de opleiding komen of al jaren voor de groep staan, menigeen vraagt zich weleens af: Hoe kan ik kinderen laten spelen maar toch alle doelen behalen? Annerieke Boland

Positieve psychologie

40

Hoe stimuleer je het welbevinden van kinderen? Kinderen zullen optimaal leren en zich ontwikkelen in een stimulerende, persoonlijke en positieve schoolcontext. Ernst Bohlmeijer

Ontwikkelingsgericht Onderwijs 46 21-10-16 00:24


---------_---_-------_--------------_---_-------_---------_

Gezien worden

is waar het om draait! 30I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 30

21-10-16 00:24


B.I PEDAGOGIEK

& DIDACTIEK

Als leerkracht wil je er graag voor alle leerlingen zijn. Maar in een volle klas is dat ternauwernood mogelijk. Door samen te werken met je leerlingen en hen te leren dat het nodig is dat iedereen meedoet en verantwoordelijk is, maak je het mogelijk om elke leerling te zien en er zo ook voor elke leerling te zijn. Als leerkracht speel je een grote rol door een goed voorbeeld te zijn en helder te maken wat je verwacht van de leerlingen in de klas en hier zelf naar te handelen.

----_---_-------_--------------_---_-------_---------_ CASUS: Siam wordt bij mij aangemeld omdat ze in de klas niet praat. Ze durft geen contact te maken met de leerlingen in haar groep en vraagt niet om hulp. Siam woont sinds acht maanden in Nederland en komt uit Curaçao. De leerkracht geeft aan dat zij denkt dat Siam het Nederlands niet goed beheerst,

maar het valt haar wel op dat ze de opdrachten best goed maakt. Siam is elf jaar oud. De eerste keer dat ik haar spreek kijkt ze voornamelijk naar de grond en haalt ze haar schouders op wanneer ik haar iets vraag, maar nu we elkaar vaker zien kijkt ze me langer aan. Aanvankelijk antwoordt ze mij in het

Papiaments maar steeds vaker antwoordt ze in het Nederlands. Ze vertelt dat ze zich schaamt om Nederlands te spreken. Ze vertelt ook dat ze goed kan zingen. Siam en ik praten over wat we zoal meemaken waar we goed in zijn en waar we van houden. Op een dag gaat Siam met haar rug naar me toe

zitten. Ze vraagt me te gaan zitten. Dan begint ze te zingen. Ze zingt. Ze laat zichzelf zien. Ze draait zich om en schrikt omdat ze ziet dat ik ontroerd ben. ‘Wat is er?’, vraagt ze. ‘Je zingt zo mooi’, zeg ik haar.

Elena Carmona van Loon

O

m te kunnen worden wie je bent is het nodig dat je gezien wordt en dat je jezelf leert kennen en vaardigheden ontwikkelt die het mogelijk maken je gedrag en je emoties te reguleren. Dan kan je laten zien wat je wilt laten zien en zijn wie je wilt zijn. Iedereen wil graag gezien worden en erkenning krijgen voor wat je kan en doet. Een van de eerste dingen die ik zelf tegen mijn leerlingen zeg is dat ik ze graag wil zien en dat ik goed zal opletten maar dat het mij niet altijd lukt om te weten wat er aan de hand is, of je de lesstof wel begrijpt of hoe het met je gaat omdat ik niet door ze heen kan kijken. Regie geven aan leerlingen begint hiermee. Maak hen ervan bewust dat je als je gezien wilt worden, je dan jezelf kenbaar moet maken. Laat ze weten dat zij zelf medeverantwoordelijk zijn voor wat er gebeurt in de klas. . STAP VOOR STAP Angstige en teruggetrokken leerlingen gedragen zich vaak alsof ze onzichtbaar zouden willen zijn. Dat is niet omdat ze dat echt willen, maar omdat ze

bang zijn voor kritiek of om uitgelachen te worden. In gesprekken met leerlingen kun je hen daarvan bewustmaken: ‘Je loopt zo stilletjes en met neergeslagen ogen door de klas, weet je zeker dat je dat wilt? Of zou je willen leren rechtop en met vertrouwen in jezelf door de klas te lopen?’ Siam en ik hadden als doel gesteld dat ze wilde leren om tegen volwassenen te praten en dan ook nog in het Nederlands. Wanneer je doelgericht met leerlingen wilt werken aan vaardigheden dan is het belangrijk niet te grote doelen te stellen en stap voor stap aan die doelen te werken. Elke stap die ze nemen kun je zichtbaar maken door meteen gerichte feedback te geven. In het geval van Siam benoemde de leerkracht het meteen op een positieve manier wanneer Siam tegen haar sprak of zelfs maar probeerde haar te benaderen. BETEKENIS VAN GEDRAG Gedrag betekent op zich niets. Het teruggetrokken gedrag van Siam had van alles kunnen betekenen. Dat ze niet wist wat ze moest zeggen bijvoorbeeld, of dat ze teleurgesteld was in de leerkracht of dat ze veel verdriet had over iets. Om te weten wat het gedrag betekent is het belangrijk contact te maken >> B.I2016 JRMGZN I 31

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 31

21-10-16 00:24


Regiefuncties heb je nodig om je te

kunnen redden in de maatschappij en gezonde relaties met anderen aan te kunnen gaan

_ --

-----_---_-------_--------------_---_-------_---------_

REGIE FUNCTIES

Regiefuncties heb je nodig om je te kunnen redden in de maatschappij en gezonde relaties met anderen aan te kunnen gaan. Ze zijn nodig om meerdere dingen tegelijk te kunnen doen (zoals klimmen en vooruitkijken), duidelijk te maken wat je wilt en invloed uit te oefenen op je gedrag, je in te leven, samen te werken en beslissingen te nemen en emoties en gedrag te reguleren. School is de plek bij uitstek waar leerlingen oefenen met deze functies. 1. Taal (communicatie en verbeelding) 2. Geheugen (ik kan gebruikmaken van mijn geheugen) 3. Perceptie (denken over jezelf en de wereld om je heen) 4. Motoriek (mijn lichaam doet wat ik wil) 5. Zelfcontrole (ik doe wat ik wil doen) 6. Geweten (ik houd rekening met mezelf en anderen) 7. OriĂŤntatie in tijd en ruimte (ik weet tijd en ruimte in te schatten) Tip: In het boek Regie versterken in het onderwijs staan per regiefunctie doelen in de Mindmap Regiefuncties geformuleerd. Per regiefunctie wordt hierin op voor kinderen begrijpelijke taal beschreven wat ze eigenlijk zouden moeten leren zodat ze ander gedrag zouden kunnen laten zien.

Carmona van Loon, E.I. (2016). Regie versterken in het onderwijs. Worden wie je bent. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

HOE SPREEK JE LEERLINGEN AAN OP EEN MANIER DIE REGIE VERSTERKT? 1. Benoem wat je ziet gebeuren 2. Vraag of ze het zelf doorhebben 3. Vraag of ze dit echt willen 4. Benoem de waarden (en daarmee grenzen/regels) in de klas en de consequentie die volgt als ze zich hier niet aan houden

HOE ZIET EEN ONDERWIJSKUNDIG ZINVOLLE RELATIE ERUIT? Een onderwijskundig zinvolle relatie heeft vijf bouwstenen: 1.Basisveiligheid: zien en acceptatie (je doet er toe en wordt opgemerkt) 2.Doelgericht zijn; afstemmen en begrenzen (wat heb jij nodig?; waar werken we aan?; ik begrens jou als dat nodig is, als waarden of veiligheid in de klas in het geding zijn) 3.Zelfvertrouwen bevorderen (ik vertrouw er op dat jij het kan leren) 4.Onafhankelijkheid bevorderen (je krijgt gerichte feedback op wat je leert en de inspanning die je verricht, en ik stel vragen om je bewust te maken) 5.Eigenheid, creativiteit en uniciteit bevorderen (jouw mening en talent doen ertoe)

32 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 32

21-10-16 00:24


B.I PEDAGOGIEK

& DIDACTIEK

REGIE VERSTERKEN IN HET ONDERWIJS In dit boek worden praktische handvatten gegeven om doelgericht met zogenaamde Regiefuncties van leerlingen aan de slag te gaan. Regiefuncties zorgen ervoor dat leerlingen zelf invloed kunnen uitoefenen op hun gedrag en leerproces. Hierdoor leren leerlingen zichzelf kennen, ervaren ze dat ze keuzes hebben en krijgen ze meer zelfvertrouwen.

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ -Elena Carmona van Loon | ISBN 9789088506512 | ¤ 28,50 | www.swpbook.com/1885

-----_---_-------_--------------_---_-------_---------_ met de leerling en te achterhalen welke te leren vaardigheid hierachter zit. Als hulpmiddel hierbij heb ik de Mindmap Regiefuncties ontwikkeld. In het kader Regiefuncties vind je een toelichting op welke functies er zijn en wat deze betekenen. Omdat het spannend is om nieuw gedrag te laten zien en te experimenteren met een andere rol in de klas is het nodig dat leerlingen kunnen bouwen op volwassenen in hun omgeving die weten wat zij aan het leren zijn, erop vertrouwen dat ze dat kunnen en hen laten zien hoe goed ze bezig zijn. Een goede en zinvolle relatie met de leerkracht helpt hierbij. Alle leerlingen hebben dat nodig. De leerkracht zelf trouwens ook. Jij hebt het vertrouwen van je collega’s en schoolbestuur even hard nodig. REGIE VERSTERKEN IN DE KLAS Omdat alle leerlingen in de klas verschillend zijn en zij zich in sociaal-emotioneel opzicht anders ontwikkelen is het belangrijk dat je als leerkracht goed in de gaten houdt wat er in de klas speelt. In de groep vinden allerlei processen plaats omdat leerlingen oefenen met vaardigheden en rollen. Deze processen zichtbaar maken en bespreken wat je ziet in de klas helpt leerlingen om na te denken over hun eigen gedrag en bedoeling. Praat op een open manier met je leerlingen over wat je ziet en bespreek welk gedrag je verwacht aan de hand van waarden die je samen met hen opstelt. Dit helpt om het klimaat in de klas veilig en te houden zorgt ervoor dat oefenen met vaardigheden en kennis mag en kan. WAARDEN VASTSTELLEN Afhankelijk van de leeftijd van de leerlingen zijn verschillende waarden voor kinderen belangrijk. In groep 1, 2 of 3 zullen leerlingen aangeven dat ze het belangrijk vinden dat je elkaar niet zomaar aanraakt of dat er van hun spulletjes afgebleven moet worden. Dat heeft te maken met hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Op die leeftijd is je eigen lichaam en eigen spulletjes belangrijk om te beschermen. In groep 8 zullen leerlingen eerder aangeven dat ze het belangrijk vinden dat ze hun eigen mening te mogen geven, niet uitgelachen te worden>en > dat er niet buitengesloten mag worden. Ook dat heeft met

Siam begint in de klas steeds meer van zichzelf te laten zien. Ze praat voorzichtig met de leerkracht en de andere kinderen in de klas. Ze gaat bijna naar het voortgezet onderwijs. Ze denkt erover zich aan te melden bij

de schoolband. Bij haar oma, die in een verzorgingstehuis woont, heeft ze al een keer voor een groep bewoners gezongen. Die vonden dat fantastisch. En ook haar oma was ontroerd.

hun sociaal-emotionele ontwikkeling te maken. Op die leeftijd telt de groep en de manier waarop je gezien wordt door anderen. Samen met de klas kun je als leerkracht bespreken welke waarden de leerlingen belangrijk vinden en aan de hand daarvan kunnen bepaalde gedragsregels worden opgesteld. Een klas laat zich beter sturen wanneer waarden die voor een ieder in de klas belangrijk zijn leidend zijn bij welk gedrag er wordt verwacht. Leerlingen begrijpen dan dat de regels er niet zijn om de leerkracht te plezieren maar om de leerlingen te leren goed met elkaar om te gaan en om veiligheid te bieden. >>

Elena Carmona van Loon

is orthopedagoog-generalist

B.I2016 JRMGZN I 33

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 33

21-10-16 00:24


adv-Basisschoolmagine.qxp_Opmaak 1 26-09-16 14:41 Pagina 1

-Wilt u de rekenontwikkeling van kleuters stimuleren? Maak dan kennis met het Rekenhuis; een leuk en handig hulpmiddel! Rekenhuis in ’t kort: • • • •

Speels en doelgericht werken aan de rekendoelen van SLO In te zetten naast ieder kleuterprogramma Doelenkaarten met foto en doel in kindtaal Leuke en speelse activiteiten voor in de kring en in de hoeken

Meer informatie? Kijk in onze webwinkel voor een deel van de handleiding www.cedgroep.nl/webwinkel

Wil je op de hoogte blijven van de ontwikkelingen rondom het jonge kind?

Neem nu een abonnement op HJK Ontvang 10 x HJK

HJK lezen op tablet en pc via Schooltas

Krijg toegang tot het digitaal archief

Studenten ontvangen

40% korting

Wil je niets missen, neem dan een abonnement op HJK én JSW en betaal slechts €119,50 per jaar

Samen voor €78,- per jaar

Meer weten? Ga naar www.hjk-online.nl of bel 088-2266691 TM16_HJK aanbieding_175x117,5mm_FC.indd 1

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 34

20-09-16 15:23

21-10-16 00:24


BOEKEN

B.I PEDAGOGIEK

& DIDACTIEK

& cursussen

Werken de hersenen van jongens en meisjes anders? Na drie eerdere breinboeken over het jonge kind onderzoekt Betsy van de Grift in Jongensbrein/ Meisjesbrein wat de verschillen zijn tussen jonge jongens en meisjes tot ongeveer acht jaar. Vragen als Zitten hun hersenen anders in elkaar? Functioneren onderdelen van hun hersenen anders? Leren ze anders? Is de invloed van thuis en de sociale omgeving groot? worden in het eerste deel onderzocht. In het tweede deel van het boek geeft Betsy van de Grift concrete aanwijzingen hoe je als professionals in kinderopvangvoorzieningen en het onderwijs rekening kunt houden met de breinverschillen.

----- _ ------- __ ---cursus GOEDE COMMUNICATIE IS DE BASIS VOOR ONTWIKKELING! INTRODUCTIECURSUS VIDEO-HOMETRAINING/VIDEO-INTERACTIEBEGELEIDING

U

Deze methodes bieden krachtige begeleidingsinstrumenten om de kwaliteit van het contact te verbeteren tussen opvoeders en kinderen en tussen professionele begeleiders onderling. Goed afgestemd contact is de basis voor ontwikkeling.

Betsy van de Grift | ISBN 9789088506765 | ¤21,50 | www.swpbook.com/1910 docenten

Margaret van Ruitenbeek 2 dagen

cursusduur

Passend onderwijs De veldgids Iedereen aan boord! In 2014 schreven Jos van der Horst en Bart van Kessel het boek ‘Iedereen aan boord!’, voor alle professionals die in klas, school, of samenwerkingsverband passend onderwijs proberen te realiseren voor kinderen voor wie dat niet vanzelfsprekend is. Over de uitdagingen die dit met zich meebrengt en de ideeën van de auteurs over een effectieve aanpak. In deze veldgids zetten de auteurs

inbegrepen literatuur

de volgende stap en laten zij je zien hoe je samen met de mensen in je omgeving, oplossingen vindt in de situaties dat passend onderwijs je voor een grote uitdaging plaatst en je niet meteen weet welke weg te bewandelen. De meer dan twintig ruggensteunen voor rondom de klas geven stapsgewijs antwoord op de vraag, ‘Hoe ga ik te werk om passend onderwijs te realiseren voor die kinderen in mijn klas, voor wie dat niet vanzelf spreekt?’. Iedere ruggensteun gaat vergezeld van praktijkgerichte opdrachten en oefeningen, die je kunt uitvoeren in en rond je klas. Alleen, of samen met collega’s en ouders. Je kunt meteen aan de slag!

Reader met artikelen Kijk voor meer informatie en actuele cursusdata op www.onderwijs.academy

----- _ ------- __ ----

Jos van der Horst & Bart van Kessel ISBN 9789088506321 | ¤ 29,90 www.veldgids.swpbook.com

B.I2016 JRMGZN I 35

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 35

21-10-16 00:24


-------------------------------------------- _ -- _ --------------- _ ------- __ -------- _

Of kleuterleerkrachten nu vers van de opleiding komen of al jaren voor de groep staan, of ze de KLOS hebben gevolgd, de PA of de pabo, menigeen vraagt zich weleens af: Hoe kan ik kinderen laten spelen maar toch alle doelen behalen? Uitgevers spelen handig in op die twijfels. Er zijn kleutermethodes op de markt die beloven dat ‘echt alles erin zit’ en dat u ‘eigenlijk niets anders meer nodig heeft’. Via een leerpakket met zogenaamd ‘kleutereigen materiaal’ en 160 leerkaarten zou u aan alle doelen toekomen. Een kind kan de was doen, zo lijkt het. door Dr. Annerieke Boland

-- _ --------------- _ ------- __ -------- _

36 36 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 36

21-10-16 00:24


B.I PEDAGOGIEK

& DIDACTIEK

-- _ --------------- _ ------------- __ ---------

SPE Ln E N D . zonder E . e j k e o b r o o sp

M

aar het dagelijks uitvoeren van de voorbedachte activiteiten uit een methode is niet waar kleuteronderwijs begint en met echt spelen heeft het niets te maken. Gelukkig durven steeds meer leerkrachten dat onder ogen te zien en hardop te zeggen. Maar hoe moet het dan wel met het jonge kind? Want de kennis en vaardigheid om spel als uitgangspunt te nemen van onderwijs is niet vanzelfsprekend aanwezig. ONTWIKKELINGSDOELEN Een eerste belangrijke vraag voor elke school is: wat zijn belangrijke ontwikkelingsdoelen voor onze kleuters? De SLO heeft doelen opgesteld voor de sociaal-emotionele ontwikkeling, taal en rekenen aan het eind van groep 2. Maar de ontwikkeling van een kind omvat natuurlijk meer. Denk aan de zintuigelijke ontwikkeling, motoriek, kennis van de wereld, natuurbeleving, muziek, expressie, creativiteit. Kinderen willen groeien in alle opzichten. Ze worden geboren met de drang daartoe, kunnen niet anders. Voor jonge kinderen is de wereld om hen heen een nog onontgonnen terrein. Ze zijn daar uit zichzelf nieuwsgierig naar en willen er aan meedoen, maar hebben de volwassene nodig als brug naar wat nog onbekend voor hen is. De volwassene zorgt voor ruggensteun als het kind op ontdekking gaat en introduceert wat nog nieuw is voor het kind. Tegelijkertijd zijn kinderen ook volop in ontwikkeling als persoon, als uniek mens in een wereld vol andere unieke mensen, een wereld van pluraliteit. Ook in die ontwikkeldrang heeft het kind behoefte aan de volwassene: om gezien en gehoord te worden zoals het in wezen is, om welkom te worden geheten zonder voorbehoud. Een school die wil aansluiten bij de behoeften van het jonge kind, stelt de brede ontwikkeling dus centraal. Dat zijn de doelen waarover we praten.

STIMULEREN BREDE ONTWIKKELING Een tweede vraag voor scholen is hoe die brede ontwikkeling het best gestimuleerd kan worden. Het feit dat we verschillende doelen kunnen onderscheiden, betekent niet dat die doelen ook onderscheiden aan bod moeten komen. In het onderwijs wordt sinds eeuwen gedacht vanuit vakgebieden en deelvaardigheden, B.I2016 JRMGZN I 37

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 37

21-10-16 00:24


-------------------------------------------- _ ‘Het dagelijks uitvoeren van de voorbedachte activiteiten uit een methode is niet waar kleuteronderwijs begint en met echt spelen heeft het niets te maken’ maar kleuters zitten zo niet in elkaar. Ze leren holistisch. Op allerlei ontwikkelingsgebieden tegelijk. Naast een sterke oriëntatie op zichzelf, hebben ze belangstelling voor boeiende materialen, voor andere kinderen en de wereld van de volwassenen. Kleuters leren door concreet te handelen, actief te zijn, te exploreren en experimenteren. Ze willen doen. En meedoen. Geen tijd voor leren en tijd voor spelen: spelen en leren zijn bij hen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Om de brede ontwikkeling te stimuleren, zal er dus ruimte gemaakt moeten worden voor spel. Dat gaat om letterlijke ruimte, maar vooral om ruimte in de attitude van de leerkracht. RUIMTE, TIJD EN AANDACHT VOOR SPEL Letterlijke ruimte voor spel betekent ten eerste een rijke speelleeromgeving. Kinderen moeten geïnspireerd raken om te gaan spelen en verschillende spelervaringen op te doen. Er zijn materialen aanwezig die uitlokken tot sensopathisch spel, manipulerend spel, constructiespel en rollenspel, en mogelijkheden tot rekenen en schrijven zijn onderdeel van dat spel. Om hoeken te maken, moeten tafels vaak het veld ruimen. Hoewel leerkrachten er soms tegenop zien, vooral vanwege eten en drinken, blijken er in de praktijk zelden problemen te ontstaan. De ruimte wordt passender bij het doen en laten van de kleuters. Maar een geslaagd ingerichte ruimte leidt nog niet vanzelf tot geslaagd spel. Er is tijd en aandacht nodig voor het spel. De leerkracht kan dat ervaren als een onneembare hobbel: meer tijd voor de speelwerktijd en voor het observeren en begeleiden van spel, betekent minder tijd voor kleine en grote kringen met letters, rekenen en woordenschat. Dat levert bezorgdheid op wanneer een team ervanuit gaat dat deze

vaardigheden het best in isolatie kunnen worden aangeleerd en dat ze het belangrijkst zijn voor de verdere schoolprestaties. De lat wordt daarbij vaak hoog gelegd: waar het SLO stelt dat het kind aan het eind van groep 2 (enkele) letters herkent en benoemt, bijvoorbeeld de eigen naam en tekens schrijft die op letters (beginnen te) lijken, hanteert menig school de norm dat kinderen eind groep 2 twintig letters moeten kunnen lezen en schrijven. Door daar los mee te oefenen, ervaren kinderen niet hoe lezen en schrijven onderdeel uitmaken van het werkelijke leven. Kunnen lezen en schrijven wordt geen kindeigen wens, maar iets wat blijkbaar moet. TAALONTWIKKELING EN –STIMULERING Vooral over taalontwikkeling leven veel misverstanden. Kinderen ontwikkelen vooral taal door taal te gebruiken. Wanneer kinderen in gesprek zijn over iets wat ze bezighoudt, en daarbij voldoende uitgedaagd worden om hun eigen gedachten te formuleren, leren ze niet alleen communiceren, maar ook nieuwe woorden en nieuwe constructies. Door complex denken verwerven ze nieuwe kennis en inzichten. Zelfs wanneer kinderen een lage taalvaardigheid in het Nederlands hebben, zijn gesprekken over wat kinderen op dat moment belangwekkend vinden de meest geëigende manier voor taalstimulering, net zoals ouders dat bij hun eigen kinderen doen. Een overzicht van taaldoelen is wel behulpzaam om te herkennen wat er gebeurt bij het jonge kind, maar het is zinloos om per doel losse oefeningen te bedenken. Ook hier weer: kinderen leren holistisch, door te spelen en onderzoeken. Kinderen leren door interactie met anderen. BETEKENISVOLLE CONTEXT Ook voor rekenen geldt dat het interessant voor kinderen is wanneer ze met levensechte situaties te maken krijgen. In het dagelijkse leven in de klas doen zich ontzettend veel momenten voor waarop gerekend moet worden. En dan is meel afwegen omdat je samen (doen-alsof) koekjes gaat bakken veel betekenisvoller dan een weegschaal zonder context in een rekenhoek. En een eigen constructieprobleem oplossen in de bouwhoek is boeiender dan een probleem van Raai de Kraai of Pompom in de grote kring. Hoe

38 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 38

21-10-16 00:24


B.I PEDAGOGIEK

& DIDACTIEK

-- _ --------------- _ ------------- __ --------meer kinderen werkelijk betrokken zijn bij wat ze doen, hoe fundamenteler ze leren door wat ze waarnemen en begrijpen. De betrokkenheid van kinderen neemt toe wanneer ze zelf zeggenschap hebben over wat ze doen en zelf betekenis kunnen geven aan hun ervaringen. Dan is er gelegenheid voor ervaren van eigenheid, voor persoonlijke groei. Een leerkracht die met jonge kinderen werkt, zal dus veel ruimte moeten creĂŤren voor eigen initiatief van het kind. INSPIRATIE, ONDERSTEUNING EN STRUCTUUR Het grootste deel van de dag wordt daarom gereserveerd voor spel naar eigen keuze, binnen en buiten. Daarin hebben kinderen inspiratie en ondersteuning nodig aangezien de vrijheid van het spel vraagt om structuur. De vrije context van spelen maakt dat kinderen sturing moeten geven aan wat ze willen, aan hoe ze dat gaan aanpakken en volhouden als er problemen ontstaan. In spel doen kinderen ervaringen op met zelfsturing, wat een belangrijke voorwaarde is voor latere schoolprestaties, sociale relaties en maatschappelijke betrokkenheid. De voorbereiding op de speelwerktijd is dus niet alleen het kiezen op een kiesbord. Het gaat om echt vooruitblikken op wat gaat komen: wat wil je gaan spelen? Wat heb je daarvoor nodig? En wie wil er mee doen? En tijdens het spelen heeft het kind behoefte aan nabijheid van de leerkracht, en aan contact. Een belangrijke voorwaarde voor geslaagd contact is dat de leerkracht aansluit bij datgene waar de aandacht van de kinderen op dat moment naar uitgaat. De leerkracht is niet alleen volgend. In het dagritme van groep 1 en 2 is er ook tijd voor activiteiten waarin de leerkracht initiatief neemt om kinderen te inspireren, om ze kennis te laten maken met nieuwe materialen, nieuwe inhouden, nieuwe spelmogelijkheden of om te verdiepen op wat kinderen al graag doen. Een leerkracht die de kinderen goed observeert kan inschatten wat de kinderen interessant zullen vinden en uitdagend. Niet te moeilijk en niet te makkelijk. Hoewel de leerkracht bepaalde ervaringsdoelen voor ogen heeft met de activiteit, staat niet vast wat de uitkomst zal zijn. De kinderen hebben invloed op het verloop van de activiteit en de leerkracht beweegt mee met de ontdekkingen van de kinderen.

PASSENDE INPUT OP HET JUISTE MOMENT Om kinderen te ondersteunen in hun ontwikkeling, om brede doelstellingen te bereiken, is er steeds verbinding nodig met het kind, afstemming op datgene wat voor het kind betekenisvol is. De leerkracht heeft altijd de openheid nodig om werkelijk te kunnen kijken en luisteren naar het kind en mee te wandelen op de weg die het kind gaat, ook als die anders is dan gedacht. Dat is alleen zichtbaar en voelbaar op het moment zelf en vanuit de bestaande relatie met het kind. Het spel dat elk kind wil spelen, is niet te vinden in kleutermethodes. Passende input op het juiste moment is niet te plannen vanuit een handleiding. Alleen de dagelijkse aandacht voor kinderen tijdens hun spel en tijd voor betekenisvolle interactie, geeft zicht op wie de kinderen werkelijk zijn en wat ze allemaal al kunnen. Dat vormt de basis voor vertrouwen in het vermogen van kinderen om op hun eigen manier de wereld in te groeien. Spelend. En zonder spoorboekje.

Dr. Annerieke Boland is Lector Jonge Kind,

Hogeschool iPabo, Amsterdam/Alkmaar

--- _ ---- ---- ---- --- _ ---- --GERAADPLEEGDE BRONNEN: Arendt, H. (1954) The crisis in education. Heruitgave in: H. Arendt (2006). Between past and future. New York: Penguin Books, 170-193. Biesta, G. (2012) Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Ethiek, politiek en democratie. Den Haag: Boom Lemma uitgevers. Boland, A. (2015). Onderwijs aan jonge kinderen. Intersubjectiviteit als onderlegger voor ontwikkeling. Lectorale rede, Hogeschool iPabo, Amsterdam/Alkmaar. Oers, B. van (2011) Doelgericht en betekenisvol leren: over de waarde van spel in de strijd tegen de verschoolsing. In: Klarus & Wardekker. (red) Wat is goed onderwijs? Bijdragen uit de pedagogiek. Den Haag: Boom Lemma Uitgevers, 55-72. Schweinhart, L.J. e.a. (2005) Lifetime effects: the High/ Scope Perry Preschool study through age 40. Monographs of the HighScope educational research foundati-

B.I2016 JRMGZN I 39

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 39

21-10-16 00:24


-------------------------------------------- _

POSITIEVE PSYCHOLOGIE -- _ --------------- _ ------- __ -------- _ Kinderen zullen optimaal leren en zich ontwikkelen in een stimulerende, persoonlijke en positieve schoolcontext. Hoe kun je als leerkracht en als school het welbevinden van leerlingen nog verder stimuleren? Ernst Bohlmeijer schreef deze tekst als inleiding bij de uitgave Aan de slag met positieve psychologie, meer veerkracht en zelfvertrouwen voor leerlingen van 10 tot 15 jaar.

-- _ --------------- _ ------- __ -------- _ 40I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 40

door Ernst Bohlmeijer

21-10-16 00:24


B.I PEDAGOGIEK

& DIDACTIEK

-- _ --------------- _ ------------- __ ---------

e j r e e l u m i t s e o H n e d n i v e b l e w t he van kinderen?

L

aat ik beginnen met een denkbeeldige vraag. Sta eens stil bij drie of vijf willekeurige leerlingen die nu bij jou in de klas zitten. Je kunt de namen noteren van de eerste de beste jongeren die bij je opkomen. En stel je dan eens voor dat het vijftien of twintig jaar later is. Je leerlingen zijn al lang en breed van school af en waarschijnlijk zijn de meesten aan het werk. Je krijgt de magische kans om een dag ongemerkt een kijkje te nemen in het leven van deze mensen die ooit bij jou in de klas zaten. Wat hoop je dan waar te nemen? Wat zou jou blij maken? Neem even de tijd om de antwoorden te laten opkomen. Misschien zie je zelfs wel concrete beelden voor je. Laat de ervaring op je inwerken. WAAR HOOP JE OP ALS LEERKRACHT? Ik kan me een groot aantal antwoorden voorstellen. Maar bij veel leerkrachten zal waarschijnlijk een (deel van het) antwoord zijn dat je hoopt dat je leerlingen later gelukkig zijn en dat juist dat het belangrijkste is. Dat betekent waarschijnlijk dat je waarneemt dat ze plezier hebben, dat ze in staat zijn om te gaan met de wisselvalligheden in het leven, en dat ze werk of activiteiten hebben gevonden waarin ze hun talenten kunnen gebruiken en ontwikkelen. Waarschijnlijk hoop je dat ze zichzelf accepteren zoals ze zijn en dat ze (redelijk) ontspannen zijn. En misschien hoop je dat het sociale en positieve mensen zijn geworden: een leuke vader of moeder; een mens die iets over heeft voor een ander bijvoorbeeld. Waarschijnlijk projecteer je iets van je eigen waarden en normen in het leven van je leerling in de toekomst. Mijn verwachting is ook dat maar weinig lezers hun leerlingen in een grote auto of in een groot huis projecteren.

Herken je iets van het bovenstaande? Ik denk dat de kans groot is dat dit het geval is. Wat is er mooier dan mensen, met wie je dagelijks samen bent en voor wie je je inzet, gelukkig te zien? Daarbij past het overdragen van kennis en passie voor een vak. Maar even belangrijk is het bijbrengen van levensvaardigheden en competenties waarvan is aangetoond dat ze bijdragen aan geluk en aan een positieve ontwikkeling van kinderen. Daarover gaat het boek Aan de slag met positieve psychologie. En ik denk dat juist in deze complexe wereld aandacht voor welbevinden en persoonlijke ontwikkeling binnen scholen ongelofelijk belangrijk is. WELBEVINDEN EN 21E EEUWSE VAARDIGHEDEN Al langere tijd wordt nagedacht over evenwichtige doelen voor het onderwijs. Zo onderscheidt een rapport voor UNESCO in 1996 vier kerntaken voor het onderwijs in de 21e eeuw: leren te weten, leren te doen, leren te zijn en leren samen te leven. De laatste twee gaan expliciet over welbevinden. In een recent rapport onderscheidt de Stichting Leerplan Ontwikkeling acht 21e eeuwse B.I2016 JRMGZN I 41

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 41

21-10-16 00:24


B.I PEDAGOGIEK

& DIDACTIEK

-------------------------------------------- _ ‘Jongeren helpen om richting te bepalen en vertrouwen te ontwikkelen in eigen mogelijkheden’ vaardigheden: creativiteit, kritisch denken, probleemoplossende vaardigheden, communiceren, samenwerken, digitale geletterdheid, sociale en culturele vaardigheden en zelfregulering. Aandacht voor persoonlijk welbevinden – waarover het boek Aan de slag met positieve psychologie gaat – versterkt direct een aantal van deze vaardigden. In de volgende paragraaf kom ik hier nog op terug. Het idee achter de rapporten van instellingen als UNESCO en SLO is dat 21e eeuwse vaardigheden op dit moment onvoldoende aan bod komen in het onderwijs. Hoewel het met de meeste leerlingen best goed gaat op de Nederlandse scholen, is er tegelijkertijd ook vaak sprake van een gebrekkige motivatie en betrokkenheid. Een mogelijke oorzaak is de steeds grotere nadruk op de leerprestaties. Uitslagen op Cito-toetsen zijn bij wijze van spreken heilig geworden. Dit vergroot de druk. Wanneer de focus te eenzijdig komt te liggen op cognitief leren en leerprestaties, is er te weinig aandacht voor het hele kind en voor het proces. Juist in bijvoorbeeld talenten, positieve emoties, creativiteit, samenwerken en positieve relaties zitten veel energie en motivatie opgesloten. Een betere balans in aandacht voor het leren en het geluk van kinderen brengt de motivatie naar buiten en draagt bij aan de persoonlijke ontwikkeling van kinderen. Dit kan niet anders dan uitmonden in goede leerprestaties. Voor het bovenstaande is ook steeds meer wetenschappelijk bewijs. Welbevinden en betrokkenheid hebben een positieve invloed op schoolprestaties en een nega-

tieve invloed op schooluitval en -verzuim. Op basis van een overzicht en analyse van honderden wetenschappelijke onderzoeken concluderen Durlak en collega’s (2011) dat kinderen op scholen waar gebruik wordt gemaakt van programma’s (gericht op sociale en emotionele vaardigheden) gemiddeld 11 procent beter presteren op standaardtesten dan kinderen op scholen zonder deze programma’s. Dit is een gemiddelde. Naarmate scholen duurzamer en meer integraal aandacht hebben voor geluk, welbevinden en betrokkenheid wordt het effect groter (Weare & Nind, 2011). POSITIEVE PSYCHOLOGIE: ONDERZOEK NAAR VITAMINES VAN MENTALE GEZONDHEID De lessen in Aan de slag met positieve psychologie zijn gebaseerd op de positieve psychologie. De positieve psychologie is een snelgroeiende wetenschap. De psychologie ontwikkelt wetenschappelijke kennis over determinanten van welbevinden en floreren van kinderen en volwassenen (Bohlmeijer, Bolier, Westerhof & Walburg, 2013). Zo is er inmiddels veel onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld het belang van positieve emoties, aandacht voor sterke kanten en talenten, optimisme, zelfacceptatie en positieve relaties. Ik noem dit ook wel eens de vitamines van de mentale gezondheid. We hebben deze vitamines regelmatig en in voldoende dosis nodig om mentaal goed te functioneren. Laten we positieve emoties als voorbeeld nemen. Er zijn inmiddels talloze experimenten verricht naar de werking van positieve emoties (Fredrickson, 2011). Daarbij kunnen korte- en langetermijneffecten worden onderscheiden. Op korte termijn hebben positieve emoties een positief effect op het cognitief en sociaal functioneren. Ze verbreden bijvoorbeeld onze aandacht, maken ons creatiever, versterken ons vermogen problemen op te lossen, vergroten ons saamhorigheidsgevoel en onderscheidingsvermogen. Op de lange termijn vergroten positieve emoties onze weerbaarheid en adaptatievermogen. We ontwikkelen namelijk meer hulpbronnen zoals zelfvertrouwen, cognitieve flexibiliteit en sociale relaties. Aandacht in de klas en de school voor positieve emoties kan dus een reeks van heilzame effecten teweegbrengen. Welbevinden is meer is dan alleen een goed gevoel ervaren. Het gaat ook om de ervaring van een goed leven. Het gaat om het ontwikkelen van wetenschappelijk onderbouwde competenties die kinderen in staat stellen om een plezierig, betrokken en betekenisvol leven te leiden. SPECIFIEK VOOR TIEN- TOT VIJFTIENJARIGEN Het bijzondere van de lesprogramma’s in dit boek is dat deze zich richten op tien- tot vijftienjarigen. Hoewel er al veel lesprogramma’s in Nederland zijn ontwikkeld en worden toegepast rond het sociaal en emotioneel welbevinden, is er nog weinig voor deze specifieke leeftijdsgroep. De lessen lenen zich voor toepassing in de laatste jaren van het basisonderwijs en de eerste jaren van het voortgezet onderwijs. Dit is relevant. Vanuit een ontwikkelingsperspectief zijn het jaren waarin kinderen hun autonomie en eigenheid willen benadrukken. Vanuit een educatief perspectief zijn het jaren

42 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 42

21-10-16 00:24


B.I PEDAGOGIEK B.I TALENTONTWIKKELING & DIDACTIEK

-- _ --------------- _ ------------- __ --------waarin kinderen steeds zelfstandiger leren werken en zicht krijgen op hun beperkingen en vermogens en van daaruit keuzes voor onderwijs en vakken moeten maken. De rol van leeftijdsgenoten en de groep wordt ook steeds belangrijker in deze periode. Aandacht voor welbevinden in de school voor deze leeftijdsgroepen draagt bij aan een goede overgang van het kind zijn naar de adolescentie. Het kan bijdragen aan de motivatie voor en het plezier in leren en het maken van keuzes die aansluiten bij persoonlijke talenten. En het kan bijdragen aan positieve relaties en verbondenheid met andere jongeren en met leerkrachten. Kortom, de lessen in Aan de slag met positieve psychologie kunnen jongeren helpen om richting te bepalen en vertrouwen te ontwikkelen in de eigen mogelijkheden in een leefomgeving die steeds turbulenter en

ongewisser wordt en waarin zij steeds zelfstandiger hun weg moeten vinden. GEBASEERD OP WERKZAME EDUCATIEVE PRINCIPES De laatste decennia is er veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van lesprogramma’s. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat lesprogramma’s gericht op het vergroten van welbevinden het meest effectief zijn wanneer aan een aantal voorwaarden of principes wordt voldaan (Noble & McGrath, 2014).

--- _ --------------- _ ------- __ -------- _ Aan de slag met positieve psychologie Westerse landen hebben te maken met stijgende aantallen kinderen en jongeren met depressieve gevoelens. Hoe ontwikkel je vaardigheden bij pubers en prepubers die kunnen zorgen voor een gevoel van welbevinden? De 36 lessen in welbevinden uit dit boek bieden leerkrachten een stevig en flexibel instrument om leerlingen te inspireren. Het boek is opgedeeld in zes hoofdstukken van

ieder zes lessen rond een thema waaruit de leerkracht naar keuze een programma kan samenstellen. ✿ een opbouw van zestig minuten ✿ aanwijzingen voor de uitvoering ✿ handouts voor studenten die gedownload kunnen worden ✿ refenties en gerelateerde bronnen Ilona Boniwell & Lucy Ryan ISBN 9789088506659 | ¤ 39,90 www.swpbook.com/1899

B.I2016 JRMGZN I

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 43

43

21-10-16 00:25


BOEKEN

tips!

Ars Scribendi MEER INFORMATIE? ZIE WWW.BASISSCHOOLMAGAZINE.NL/BOEKENPLANK

Nino MEER INFORMATIE? ZIE WWW.BASISSCHOOLMAGAZINE.NL/BOEKENPLANK

Zorg en Onderwijs 44 I2016 I B. MEER INFORMATIE? ZIE WWW.BASISSCHOOLMAGAZINE.NL/BOEKENPLANK JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 44

21-10-16 00:25


B.I PEDAGOGIEK

Lesprogramma’s zijn effectiever wanneer… ✿ …deze worden uitgevoerd door de leerkracht zelf in plaats van door externe professionals. ✿ …de leerkracht enthousiast is over deze lesprogramma’s en zich competent acht om de lessen uit te voeren. ✿ …deze aan alle leerlingen worden aangeboden en niet slechts aan een selectieve (risico)groep. ✿ …meer lessen worden aangeboden en deze lessen over meerdere jaren worden gespreid. ✿ …deze meerdere componenten of strategieën omvatten dan dat ze zich op een enkel component richten. ✿ …deze zich ook richten op het aanleren van vaardigheden die zijn gebaseerd op gedragswetenschappelijk onderzoek. ✿ …deze bewezen effectieve didactische methodieken bevatten zoals interactieve en activerende werkvormen. Het boek Aan de slag met positieve psychologie heeft deze principes als uitgangspunt genomen. OP WEG NAAR EEN HELESCHOOLBENADERING? Laat me tot slot een wens en een verwachting uitspreken. Het leren van vaardigheden op het gebied van bijvoorbeeld taal, rekenen, geschiedenis, natuurkunde et cetera blijft natuurlijk het hoofddoel van een school. Maar hoe mooi en effectief zou het zijn wanneer dit plaatsvindt in een context van welbevinden: een positief schoolklimaat. Zoals bepaalde gewassen optimaal gedijen bij een bepaalde temperatuur en luchtvochtigheid, zo zullen kinderen optimaal leren en zich ontwikkelen in een stimulerende, persoonlijke en positieve schoolcontext. Ik kan me daarom goed voorstellen dat, wanneer je de positieve effecten van deze lessen op het functioneren van kinderen eenmaal hebt ervaren, positieve educatie naar meer smaakt. Hoe kun je als leerkracht en als school het welbevinden van kinderen nog verder stimuleren? Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de zogenaamde heleschoolbenadering de effecten van lessen in welbevinden versterkt. Binnen een heleschoolbenadering worden de principes van positieve educatie in alle facetten van de school doorgevoerd. Een van de eerste stappen kan zijn om als leerkracht zelf kennis te maken met de positieve psychologie en zelf de effecten op welbevinden te ervaren. Met dit doel is het werkboek Dit is jouw leven (Bohlmeijer & Hulsbergen, 2013) geschreven. Een grootschalig onderzoek onder volwassenen in de Nederlandse bevolking met verminderd welbevinden of stressklachten liet een grote toename van welbevinden en een sterke afname van stressklachten zien bij de deelnemers die het boek doorwerkten in vergelijking met mensen die op een wachtlijst stonden. Maar de principes van de positieve psychologie kunnen ook worden toegepast in bijvoorbeeld de samenwerking en communicatie tussen leerkrachten, binnen leiderschap, in de begeleiding van kinderen met problemen, in leerlingvolgsystemen, in de communicatie en betrokkenheid van ouders. Vanuit een goed doordachte en gedeelde missie en waarden, werk je gezamenlijk aan een schoolklimaat waarin leerlingen, leraren en schoolleiders gedijen en tot hun recht komen. De Universiteit Twente doet in dit

& DIDACTIEK

‘Optimaal leren en ontwikkelen in een stimulerende, persoonlijke en positieve schoolcontext’ kader onderzoek naar het Positief Educatief Programma. TOT SLOT Ik vind dat Ilona Boniwell en Lucy Ryan voor Aan de slag met positieve psychologie een prachtig en evenwichtig programma hebben samengesteld. Alle belangrijke componenten van welbevinden komen aan de orde. Een groot voordeel is dat de lessen op een flexibele manier, die past bij de specifieke school, ingezet kunnen worden. Ik kan me goed voorstellen dat het voor leerkrachten een groot plezier is om zich te verdiepen in de verschillende thema’s en ermee te gaan experimenteren. Het zal zeker bijdragen aan het ontwikkelen van de 21e eeuwse vaardigheden van de leerlingen. En daarmee aan gelukkig leven van diezelfde leerlingen in de verdere loop van die 21e eeuw!

Ernst Bohlmeijer is hoog­

leraar geestelijke gezondheidsbevordering Universiteit Twente en auteur van verschillende boeken, zoals Voluit Leven, mindfulness of de kunst van het aanvaarden; Dit is jouw leven, ervaar de effecten van de positieve psychologie en Handboek Positieve Psycho­ logie, theorie, onderbouwing en praktijk.

-- _ --------------- _ L iteratuur

Bohlmeijer, E.T., Hulsbergen, M.L. (2013). Dit is jouw leven, ervaar de effecten van de positieve psychologie. Amsterdam: Uitgeverij Boom. Bohlmeijer, E.T., Bolier, L., Westerhof, G.J., Walburg, J.A. (2014). Handboek Positieve Psychologie, theorie, onderzoek en toepassing. Amsterdam: Uitgeverij Boom. Durlak, J.A., Weissberg, R.P., Dymnicki, A.B., Taylor, R.D., Schellinger, B. (2011). The impact of enhancing students’ social and emotional learning: a meta-analysis of school-based universal interventions. Child Development, 82: 405-432. Fredrickson, B.L. (2009). Positivity. New York: Three Rivers Press. Noble, T., McGrath, H. (2014). Well-being and resilience in education. In: S. David and I. Boniwell (eds). Oxford Handbook of Happiness. Oxford: University Press. Weare, K., Nind, M.(2011). Mental health promotion and problem prevention in schools: what does the evidence say? Health Promotion International, 26: 29-69. B.I2016 JRMGZN I 45

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 45

21-10-16 00:25


-------------------------------------------- _ Rekenen en wiskunde in pedagogisch perspectief

E en geï nt e g re erde a anp ak door Niko Fijma en Esther van Oers

VAN REKENEN EN WISKUNDE IN ONTWIKKELINGSGERICHT ONDERWIJS

46 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 46

21-10-16 00:25


B.I PEDAGOGIEK

& DIDACTIEK

-- _ --------------- _ ------------- __ --------Passen rekenen en wiskunde wel bij jonge kinderen? Kun je daarmee niet beter wachten tot groep 3? In Ontwikkelings­ gericht Onderwijs (OGO) zijn leerlingen er nooit te jong voor! Ze zijn er namelijk al mee bezig. Niet als een vak dat ze zich louter via lesjes en rekenspelletjes eigen maken, maar ze komen er in alledaagse (spel-)activiteiten mee in aanraking.

H

andelend en daarbij taal gebruikend lossen zij ‘rekenwiskundeproblemen’ op. Ze willen bijvoorbeeld weten of ze genoeg snoepjes hebben om uit te delen. Of ze zetten de schoenen in het schoenenwinkeltje van klein naar groot in de schappen. Jonge kinderen spelen zich ‘de wereld in’ en daar horen rekenen en wiskunde op een vanzelfsprekende wijze bij.

In Basisontwikkeling (Ontwikkelingsgericht Onderwijs in de onderbouw) leren jonge kinderen rekenen en wiskunde door deel te nemen aan betekenisvolle activiteiten. Voor henzelf betekenisvol, omdat de activiteiten aansluiten bij hun interesses, vragen en motieven. Dit is voor de leerkracht betekenisvol, omdat zij weet dat zij aan de activiteiten haar doelen, haar ‘agenda’, kan verbinden. De leerkracht isoleert rekenen en wiskunde niet, maar verbindt het aan interessante inhouden, die op hun beurt weer verbonden zijn aan spel. Spel is immers de leidende activiteit voor de ontwikkeling van jonge kinderen (Janssen-Vos, 2008). Aansluitend bij de betekenisverlening van de leerlingen ontwerpt de leerkracht een activiteitenaanbod van betekenisvolle activiteiten waarin spel de spil is. In de groep gaan kinderen met elkaar in gesprek, ze spelen, onderzoeken, bouwen, lezen, schrijven én rekenen. Voor de kinderen zijn de reken- en wiskundeactiviteiten dan beleefde en begrepen activiteiten, van belang om vakinhoudelijke kennis en vaardigheden zich écht eigen te maken. De activiteiten raken het zich ontwikkelende kind in brede zin, inclusief rekenen en wiskunde, waarmee deze in een pedagogisch perspectief komen te staan. En omdat jonge kinderen graag ‘groot willen zijn’ en al spelend de wereld ontdekken, is de sociaal-culturele werkelijk-

heid een onmisbare en onuitputtelijke bron met volop kansen om hun reken-wiskundeontwikkeling te stimuleren. De werkplaats Aan het begin van het nieuwe schooljaar constateren juf Kimberly en haar leerlingen van groep 1-2 van De Archipel in Amsterdam dat de huishoek nogal leeg is. Samen kijken ze wat er nodig is: sommige spullen kunnen ze aan de ouders vragen, zoals wat extra servies en een mooie theepot. Maar er zijn ook spullen, zoals een bijzettafel of een extra kastje, die thuis niet zomaar ‘over’ zijn. De kinderen besluiten deze meubels zelf te gaan maken. De werkplaats is een feit en de timmermannen en -vrouwen kunnen aan de slag met plannen maken en klussen. Maar ja, hoe pak je dat aan? In de grote kring leest juf Kimberly een tekst voor. Het gaat over Kasper die iets gaat maken wat niet helemaal wordt wat hij van tevoren heeft bedacht. In het kringgesprek dat daarop volgt komen de kinderen erachter dat het handig is om eerst te tekenen en schrijven wat je gaat maken zodat je weet wat je nodig hebt en wat je moet gaan doen. Anders klopt het niet of past het niet. Joep komt met een mooi voorbeeld waarbij zijn opa een kast had gemaakt die zo groot was dat hij niet door de deur paste en toen doormidden gezaagd moest worden. Deniz en Mare gaan samen in de werkplaats aan de slag om een tafel te maken. Ze zijn een goed team. Naar aanleiding van het verhaal checkt de juf of ze begrijpen wat een plan is. Dit hebben ze goed door. Ze gaan in gesprek over hoe ze de tafel willen maken. Om en om vertellen ze welke stap nu aan de beurt is en ze tekenen dit op een groot vel. B.I2016 JRMGZN I

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 47

47

21-10-16 00:25


B.I PEDAGOGIEK

& DIDACTIEK

-------------------------------------------- _ ‘Vanuit het spel wordt volop gerekend vanuit betekenisvolle vraagstukken’

Met kleine aanwijzingen van de juf ontstaat een plan van zes stappen: 1. Planken pakken 2. Meten en aftekenen 3. Zagen op maat 4. In elkaar timmeren 5. Schuren 6. Schilderen Na het maken van het plan gaan ze aan de slag en tijdens het klussen is steeds even de controle door middel van het plan. Klopt het nog? Welke stap komt nu?

Vierveldenmodel Vlot en goed leren rekenen en wiskundig (denk-)handelen vraagt veel van de leerlingen. Om ervoor te zorgen dat niemand afhaakt, ook de onzekere en/of meertalige jonge leerlingen niet, blijft het van belang in te zetten op zinvol en gemotiveerd leren, juist ook bij rekenen en wiskunde. Leerkrachten plannen daarom hun activiteiten met behulp van het vierveldenmodel (Pompert & De Wever, 2012). Het idee is dat het verbinden van de vier velden (motivatie – begrip – woordenschat – techniek) een eenzijdige benadering van beginnend rekenen en wiskunde voorkomt. Instructies voor de technische deelvaardigheden komen expliciet aan bod, ingebed in de verschillende betekenisvolle reken-wiskundeactiviteiten. Juf Kimberly heeft voor deze groep het vierveldenmodel als volgt ingevuld: Motivatie Motief van de leerlingen: Deniz en Mare willen graag een tafel maken voor hun poppenhuis.

Beredeneerd aanbod De activiteiten rond de werkplaats zijn ook voor de leerkracht van betekenis. Zij verbindt namelijk haar doelen hieraan. De leerkracht plant haar aanbod beredeneerd en gebruikt hierbij het 3D-model (Fijma, 2003): 3D-model bij de activiteit ‘bouwen van een tafel Doel: objecten construeren via een bouwplan Domein: meetkunde Didactiek: eerst laten verwoorden wat de stappen zijn en dit samen tekenen in afzonderlijke stappen

Na het tekenen van het bouwplan maken Deniz en Mare de tafel. Ze houden zich goed aan het plan. Wanneer Deniz gaat aftekenen, benoemt de juf de nieuwe woorden expliciet. ‘Wat ga je precies doen? Eerst afmeten en daarna aftekenen met het potlood?’ Mare kent veel woorden en pakt een smalle plank. ‘Anders ziet het er zo gek uit, een kleine tafel met hele dikke poten.’ Met de rolmaat meten ze vier gelijke stukken van 10 cm. Deniz meet dit heel precies af en zet steeds een streepje met zijn potlood. Mare houdt alles nauwlettend in de gaten. Dan pakt Deniz de zaag. Dit is best spannend, maar de kinderen kennen de ‘zaagafspraken’. Mare helpt met vasthouden, zodat Deniz de eerste twee poten mag zagen. Daarna wisselen ze om. Wanneer de poten klaar zijn, pakt Mare de verf. ‘Nee, eerst nog schuren!’ zegt Deniz, wijzend naar het bouwplan. Ze pakken allebei een stuk schuurpapier en schuren de poten mooi glad. De juf legt uit dat op die manier de tafel nog mooier wordt en ze geen splinters in hun vingers krijgen. ’s Middags schilderen ze de tafel en om half 3 laten ze heel trots aan hun ouders de tafel zien!

Begrip Gericht op begrijpen/ zeker weten: De tafel moet precies gebouwd worden. Het nauwkeurig maken en volgen van het bouwplan is hierbij belangrijk.

Woordenschat  Welke bekende

Techniek Technische deelvaardigheden:  Verwoorden van de stappen en deze samen tekenen P  recies afmeten van de rolmaat

woorden inzetten  Welke nieuwe woorden leren gebruiken: maken/repareren/afmeten/ aftekenen/schuren/bedenken/van plan zijn/de zaag/ de hamer/de spijker/de plank/het hout/lang/kort/ breed/smal

Na afloop van de activiteit noteert juf Kimberly in het logboek: ‘Deniz en Mare waren een goed team. Deniz zette bij het maken van het plan de nieuwe woorden nog niet actief in. Wel zette hij zijn gedachten goed op papier en hij had geen drempel om dit zelf te tekenen. Tijdens het uitvoeren hield hij zich nauwkeurig aan de stappen van het plan en nam hierin ook initiatief om zeker te weten dat het resultaat echt klopte met zijn idee. Mare gebruikt al veel vaktaal tijdens het bespreken van het plan. Ze luistert goed naar de plannen van Deniz en vult hierin aan. Tijdens het uitvoeren wil ze soms te snel waardoor ze stappen overslaat, maar ze laat zich corrigeren door Deniz.’ Spel óók in groep 3 De leerlingen in groep 3 werken hard rond het thema ‘De dierentuin’. Natuurlijk hoort daarbij een bezoek aan Artis. In

48 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 48

21-10-16 00:25


-- _ --------------- _ ------------- __ --------de klas ontstaan verschillende hokken en de dierenverzorgers hebben het druk met het voeden van de dieren en het schoonhouden van de hokken. Daarnaast is het druk bij de kaartverkoop en worden er verschillende rondleidingen gegeven. Vanuit het spel wordt volop gerekend vanuit betekenisvolle vraagstukken, zoals:  Hoeveel moet ik betalen voor mijn kaartjes?  Hoeveel scheppen voer geven we de tijgers?  Hoe groot maken we het slangenhok?  Hoe zorgen we ervoor dat de mensen niet door elkaar lopen in de dierentuin?  Hoe vind ik als bezoeker zo snel mogelijk de apen? Juf Eva heeft in de kring besproken dat we rekenen met echt geld bij de kassa. Tijdens de rekenles is geoefend met het afrekenen en teruggeven van wisselgeld met behulp van de fiches en daarna met 1- en 2-euromunten. Steeds gaat een klein groepje naar de kassa en mag een kassamedewerker afrekenen en wisselgeld teruggeven. Hierna oefenen de kinderen dit ook nog in hun rekenboek. De fiches liggen ook bij de kassa van de dierentuin ter ondersteuning. De juf merkt dat het teruggeven van het juiste aantal lastig is voor Merel en besluit dit in de spelcontext te oefenen. Tijdens het werkuur spelen Sem, Liza en Merel in de dierentuin. Merel zit achter de kassa, Liza is de dierenverzorger en Sem is een bezoeker. Op de prijslijst leest Sem hoeveel een toegangskaartje kost: 6 euro. Hij koopt ook nog een plattegrond van 2 euro. Hij geeft een briefje van 20 euro. Met behulp van haar vingers rekent Merel uit hoeveel geld ze dan teruggeeft. De stap voorbij de 10 vindt ze lastig. De leerkracht gaat Merel helpen. Eerst vraagt ze om hardop de som te maken: 6 + 2 = 8. Merel: ‘Het kaartje en de plattegrond samen kosten 8 euro, Sem.’ Vervolgens vult Merel samen met de juf aan tot 10: 9-10 en daarna nog 10 erbij. Merel is blij en schrijft 12 euro op de kassabon. Ze geeft Sem het wisselgeld: een briefje van 10 en nog een 2-euromunt. Wanneer Sem naar de eerste dieren loopt, controleert Merel met een vrolijk gezicht haar bonnetje nogmaals en telt het geld in de kassa.

Uitgangspunten We zien dat in Ontwikkelingsgericht Onderwijs de leerkracht de volgende uitgangspunten hanteert:  Rekenen en wiskunde leren is verbonden aan interessante inhouden en sociaal-culturele activiteiten. Je wilt bijvoorbeeld graag een tafel maken en leert dan ook heel precies te meten.  Rekenen en wiskunde vinden plaats in een spelgeoriënteerd curriculum. Je wilt bijvoorbeeld graag de kassamevrouw in de dierentuin zijn en leert afrekenen.  Rekenen en wiskunde leren door communicatie en samenwerking met anderen. Bijvoorbeeld je ‘maatje’ kijkt goed mee of je de poten van de tafel op de goede lengte aftekent.  Rekenen en wiskunde leren met een meerwetende partner. Bijvoorbeeld je juf die helpt bij het uitrekenen van het terug te geven wisselgeld. Het leren van rekenen en wiskunde ervaar je dan, óók als jong kind, als zinvol!

Niko Fijma

is werkzaam als nascholer en onderwijsontwikkelaar bij De Activiteit, landelijk centrum voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs. is werkzaam als intern begeleider op KBS De Archipel in Amsterdam.

Ester van Oers

-- _ -------------L iteratuur

Fijma, N. (2003). Vele rijsjes maken een bezem. Indicatoren van Ontwikkelingsgericht rekenwiskundeonderwijs. Zone, maart 2003. Janssen-Vos, J. (2008). Basisontwikkeling voor peuters en de onderbouw. Assen: Van Gorcum. Pompert, B. & Wever, M. de (2012). Zin in lezen. Alkmaar: De Activiteit.

B.I2016 JRMGZN I 49

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 49

21-10-16 00:25


Nascholingsagenda Het onderwijs is altijd in beweging. Om te zorgen dat u voorop blijft, organiseren wij weer inspirerende nascholing. Al onze dagen hebben een theoretische onderbouwing en een praktische insteek zodat u de opgedane kennis de volgende dag direct kunt toepassen. Bekijk onze volledige agenda op www.medilexonderwijs.nl/po

Nieuw congres

Woensdag 7 december

PROBLEEMGEDRAG

100% raadt aan!

Omgaan met storend gedrag in uw klas

Woensdag 14 december

REKENEN IN GROEP 6

www.medilexonderwijs.nl/rouw

Nieuw congres

Voor het verbeteren van uw didactische vaardigheden

Vijfdaagse cursus Start dinsdag 10 januari

Nieuw congres

DOWN IN DE KLAS

Nieuwe cursus

www.medilexonderwijs.nl/down Medilex Onderwijs - Congressen en cursussen voor het onderwijs MEDICORP_Basisschoolmagazine_agenda_081116_205x280.indd 1

DE HOEK IN!

www.medilexonderwijs.nl/hoekenwerk

Lesgeven aan leerlingen met downsyndroom in het reguliere onderwijs

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 50

Dinsdag 17 januari Doelgericht hoekenspel in groep 1 en 2

Sensomotorische, sociaalemotionele en cognitieve ontwikkeling van kleuters www.medilexonderwijs.nl/kleuterontwikkeling

Donderdag 19 januari

ZINVOL TOETSEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS

www.medilexonderwijs.nl/zinvoltoetsen

ONTWIKKELING VAN KLEUTERS

90% raadt aan!

Woensdag 14 december

Een andere kijk op toetsen in groep 3 t/m 8

www.medilexonderwijs.nl/groep6rekenen

100% raadt aan!

ROUW OP JE DAK Omgaan met verlies bij kinderen

www.medilexonderwijs.nl/probleemgedrag

Nieuw congres

Dinsdag 13 december

Driedaagse cursus Start vrijdag 20 januari

SPELEND LEREN WERKT! Begeleiden van kleuterspel met effectieve interventies www.medilexonderwijs.nl/spelendleren T. (030) - 700 12 20 E. info@medilexonderwijs.nl 5-10-2016 16:44:29 21-10-16 00:25


B.I TALENTONTWIKKELING

Elke leerling heeft een talent, soms zit het nog verstopt. Een kind heeft misschien nog niet voldoende zelfvertrouwen om zijn of haar talent te laten zien. Presenteren van jezelf is daarbij belangrijk, daar gaat het artikel van Pauline van Aken over. Om talent te kunnen laten opbloeien op wetenschap- en techniekgebied is voor sommige leerkrachten nog wat onwennig. Zelfvertrouwen ontwikkelen door te doen helpt daarbij.

ď‚‘

TALENT

ontwikkeling

Aan de slag

52

Hoe overleef je een onbewoond eiland? Leerlingen uit onder- en bovenbouw en de BSO leren hoe je sporen zoekt in de stad en in de natuur. Suzanne Wardenaar

& verder... SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 51

Hype?

3D-printer op de basisschool?

60

3D-printen op de basisschool: is dat een uitdagende introductie in moderne technologie die kinderen op hun toekomst voorbereidt – of een willekeurige hype? Saskia van Oenen

Presentatie

Hoe blijf je regisseur van je boodschap?

66

Hoe zorg je ervoor dat wat je wilt zeggen, overeenkomt met wat je laat zien en horen? Pauline van Aken

Column Een goed lied zingt zichzelf 70

B.I2016 JRMGZN I

51

21-10-16 00:25


OP EEN ONBEWO

52 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 52

21-10-16 00:25


B.I TALENTONTWIKKELING

-- _ --------------- _ ------- __ -------- _ Hoe overleef je als je bent aangespoeld op een onbewoond eiland zoals Robinson Crusoe? Alles wat je weet over natuur en techniek komt dan natuurlijk van pas. Met de overlevingsopdrachten bij een van de verhalen uit het boek Op een onbewoond eiland ontdekken leerlingen uit onder- en bovenbouw en de BSO leren hoe je sporen zoekt in de stad en in de natuur, leren ze gipsen fossielen maken en te communiceren door blikjes en komen ze te weten dat voor een kilo rundvlees 15.000 liter water nodig is. Ga aan de slag en overleef! door Suzanne Wardenaar

-- _ --------------- _ ------- __ -------- _

WOOND EILAND M

idden in de nacht brak er een enorm onweer los dat gepaard ging met een hevige storm, die ook ‘s nachts bleef razen. Tegen de morgen hoorde ik een daverende knal – dat moest een kanonschot zijn! Prompt stond ik naast m’n bed. Ik liep de berg op en was net op de top toen ik in het oosten boven zee een lichtflits zag, die na een paar tellen werd gevolgd door weer een kanonschot. Een schip in nood! Misschien kon ik worden gered! Ik sprokkelde heel veel droog hout, haalde een brandende tak en stak de stapel aan. In de harde wind laaiden de vlammen binnen de kortste keren hoog op. De mensen op het schip moesten ze wel zien. Weer klonk een schot en er volgden er nog veel meer. Eindelijk, toen het helemaal dag was, zag ik in de verte iets donkers. Ik tuurde en tuurde en jawel hoor, het was een schip! Nu was het afgelopen met m’n eenzaamheid! Opgewonden liep ik verder. En wat zag ik? Een hond, die me trouwhartig aankeek. Ik had brood in m’n zak en gaf hem een stukje. Haastig schrokte hij het naar binnen; hij moest wel heel hongerig zijn. Hij liet zich ook aaien. ‘Een schip, een heus zeilschip! Nu kunnen we naar huis terugvaren!’ Ik schreeuwde en hoopte dat iemand mij zou horen: ‘Ik ben hier, ik ben hier, help!’ De hond en ik renden zo hard we konden. Wat uit de verte een statig schip leek, bleek van dichtbij een gehavende romp met afgeknapte masten te zijn. Een wrak. Ik kon m’n ogen niet geloven. Ik kon wel gillen en schreeuwen van ellende, het liefst had ik me jankend op de grond gestort. Het schip bleek verlaten en kapot te zijn. Wat een teleurstelling! Gelukkig had ik wel een makkertje gekregen, mijn hond die ik Ami noemde. En wat lag daar te glinsteren in het zand? Een paar grote gouden muntstukken waren aangespoeld. Normaal was ik daar heel blij mee geweest, maar wat moest ik ermee op een onbewoond eiland! Ik nam de munten toch maar mee. Maar Ami was mij veel meer waard. Nu kon ik samen met hem op pad! Op een dag trok ik samen met Ami naar een deel van het eiland dat ik nog niet kende. Ik zag allerlei vogels en prachtige bonte vlinders, en ik hoorde het geklop van een specht. Beneden me zag ik groene weiden, met hier en daar een bosje. Daar moesten toch mensen wonen. M’n opwinding werd steeds groter. Ik ging steeds sneller lopen. Was dat daar in de

B.I2016 JRMGZN I 53

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 53

21-10-16 00:25


-------------------------------------------- _ trots over m’n schouder en ging naar huis. Daar spande ik de huid van de haas mooi strak op om te drogen. En ik sneed een stuk vlees af om te roosteren. Mmmm!

tegenkomen op zijn eiland. Denk goed aan alle dieren die hij tot dusver gezien heeft. Kies een route en teken de voetafdrukken van een dier na op jouw eiland.

Activiteit: sporen zoeken

verte niet de punt van een tentdak? Ik holde vooruit, alsof ik vleugels aan m’n voeten had. Maar ach! Wat ik had aangezien voor een tent ... was een enorme mierenheuvel, zo groot als een mens. Wat een teleurstelling! Zo nu en dan zag ik voetsporen van dieren die ik probeerde te volgen. Soms hoorde ik iets en ontdekte dat het grote eekhoorns of reusachtige salamanders waren. Al snel vond ik dat allemaal doodgewoon. ‘s Nachts schrok ik vaak wakker door schrille kreten en nu ontdekte ik dat het brulapen waren die zo’n lawaai maakten. Ik keek een tijdje naar hun grappige geravot en ging toen weer verder. Ik bedacht wel dat ik mezelf moest kunnen verdedigen. Een speer moest ik hebben! Daar kon ik ook mee op jacht. Ik speurde om me heen en m’n oog viel op een recht, dun boompje. Het kostte veel moeite om het af te breken. Wat was dat hout taai en sterk! Met een scherpe steen krabde ik de schors weg. Er kwam rood mahoniehout tevoorschijn. Ik spleet de punt van het boompje, duwde een scherp steentje in de spleet en klaar was m’n speer. Ik mikte een paar keer op een boom. Er kwam telkens een lelijk gat in de bast. Het was alweer middag en heel erg heet geworden. Ik zocht de schaduw van een grote katoenboom op en begon aan m’n lunch. Ik gaf Ami ook een lekker hapje. Terwijl ik aan het eten was, hoorde ik iets ritselen. Zachtjes stond ik op en kijk, daar zat een goudhaas vlak bij me aan een wortel te knabbelen. Ik spande m’n boog en schoot raak. Ik legde m’n jachtbuit

SPOREN In de natuur kun je op zoek gaan naar sporen om te zien wat er om je heen leeft. Je wilt natuurlijk weten of er wilde dieren leven of misschien wel mensen. Sporen zijn niet alleen voetafdrukken! Zie je kapotte eieren? Dan heeft een dier ze geroofd. Ligt er een kale dennenappel? Dan heeft er een eekhoorn aan geknaagd. Soms vind je holen of haren. Of er liggen overal keutels. En soms zie je waar dieren gelopen hebben. Dat zie je aan hun pootafdruk. Dan weet je meteen welke kant ze op gingen. Zo kun je hun spoor volgen. Je mag in ons land niet zomaar op dieren jagen. Maar je mag ze wel stiekem besluipen. Mensen laten trouwens ook sporen achter. Denk maar aan graffiti, afval of bandensporen van auto’s.

DUUR: 20 tot 30 minuten NODIG: eventueel een verrekijker, zoekkaart dierensporen en een fototoestel DIT DOE JE: gezamenlijk of in groepjes

TIP: Je kunt deze activiteit ook in de stad uitvoeren. Het zou leuk zijn om de activiteit een keer in de stad en een keer in de natuur te doen en dan het verschil te bekijken. Ga op zoek naar sporen zoals nesten, poep, veren, voetsporen of andere aanwijzingen van dieren. Zoek voetsporen op de zoekkaart en maak ook van alle andere sporen foto’s. Probeer te achterhalen van welk dier de sporen zouden kunnen zijn.

TIPS voor bij het speuren  Neem een verrekijker, zoekkaart en fototoestel mee. Draag groene of bruine kleren, dat valt minder op in het bos. Sta vroeg op, dan zijn de meeste dieren wakker. Kijk eens bij het water, want daar drinken veel dieren. Zie je een dier staan? Sluip dan voorzichtig dichterbij. Loop tegen de wind in. Dan kan het dier je niet ruiken omdat je geur de andere kant op waait. Beweeg heel langzaam. Stop af en toe. Ziet een dier jou? Blijf dan stokstijf staan. Zoek op internet naar de voetafdrukken die Robinson zou kunnen

Activiteit: Gipsen fossielen maken DUUR: 30 minuten NODIG: melkpak, schaar, gips, water en voorwerpen zoals schelpen, plastic insecten, kippenbotje, een mooi stevig boomblad DIT DOE JE: individueel of in tweetallen Fossielen zijn sporen van miljoenen jaren geleden. Het zijn afdrukken van prehistorische planten en dieren die bewaard zijn gebleven in gesteente. Knip een melkpak horizontaal in tweeën, gebruik alleen de onderkant, dus het deel met de bodem. Meng het gipspoeder met water volgens de aanwijzingen op de verpakking.

54 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 54

21-10-16 00:25


B.I TALENTONTWIKKELING

-- _ --------------- _ ------------- __ -------- iet in het halve melkpak ongeG veer (afhankelijk van hoe dik je voorwerp is) een laagje van het gipsmengsel, zo’n 3 à 4 centimeter. Druk het fossiel in het mengsel en laat een deel van je voorwerp boven het mengsel uitsteken zodat je het er straks gemakkelijker uit kunt wrikken. Laat het mengsel drogen. Als het goed droog is wrik je het voorwerp eruit. Nu heb je een hard geworden ‘mal’ over met daarin een afdruk van het voorwerp, een fossiel.

‘Mensen laten trouwens ook sporen achter. Denk maar aan graffiti, afval of bandensporen van auto’s’ beker. Daardoor hoort de persoon aan de andere kant wat jij zegt. Je kunt elkaar goed horen, terwijl je ver uit elkaar staat.

gaat trillen. De bodem geeft de trillingen weer door via het touw naar het andere blikje. Je stem komt terecht in het blikje van diegene met wie je praat.

Activiteit: praten door blikjes Voeg een klein fossiel toe aan jouw eiland. Wat lijkt jou een goede plek om fossielen te vinden? Plak het op die plek op het eiland. Lukt dit niet, teken ze dan.

VERDIEPING Robinson probeert naar het schip te schreeuwen. Een belangrijke manier om met elkaar te communiceren is met geluid. We gebruiken onze stem om boodschappen over te brengen naar andere mensen. Dat doen we als we bij elkaar in de buurt zijn of via de telefoon. Gezellig even bellen is er tijdens overleven natuurlijk niet bij. Als je fluistert of praat, brengt je stem lucht in beweging. Er ontstaan geluidsgolven. Deze geluidsgolven verspreiden zich naar alle kanten. Als je verder weg staat, zijn de geluidsgolven zwakker en hoor je uiteindelijk niets meer. Geluid horen we met onze oren. Onze oren vangen trillingen uit de lucht op en vertalen dit in geluid. Geluid is dus een trilling. Maar als je in de beker praat (zie de activiteit hierna), gaan alle geluidsgolven door het strak gespannen touw naar de andere

DUUR: 20 minuten NODIG: twee blikjes, een stuk touw van ongeveer 6,5 meter, spijker, hamer DIT DOE JE: in tweetallen

Tip: Maak voor jongere kinderen vooraf gaatjes in de bodem.  et de blikjes op zijn kop met de Z bodem naar boven. Laat iemand het blikje stevig vasthouden en sla met de hamer een spijker in de bodem. Haal de spijker er weer uit. Er blijft nu een gaatje over. Haal het touw door het gaatje en leg er een flinke knoop in. Doe hetzelfde aan het uiteinde van het andere blikje. Zorg ervoor dat de knopen stevig vastzitten, zodat de blikjes niet meer van het touw los kunnen. Neem nu allebei een blikje en loop zo ver mogelijk bij elkaar vandaan zodat het touw strak staat. Dit is belangrijk, want de proef werkt niet als het touw slap hangt. Praat nu in het blikje terwijl de ander het blikje tegen zijn oor houdt. Hoor je elkaar?

Vandaag mag je een brief verzenden vanaf je eiland! Die ga je natuurlijk versturen met de flessenpost. Schrijf een klein briefje aan iemand, bijvoorbeeld een geheime boodschap of een update van jouw tijd op het eiland. Rol het briefje op en bind er een touwtje omheen. Als je een klein flesje hebt, stop je hem erin. Plak hem in de zee naast je eiland. Hopelijk wordt je flessenpost gevonden!

EEN ROOKSIGNAAL Robinson maakte een groot vuur op het strand om aandacht van het schip te trekken. Als je aan het overleven bent, zou je ook kunnen proberen om rooksignalen uit te zenden. In de twaalfde eeuw waren de indianen de eersten die gebruik maakten van rooksignalen als communicatiemiddel. De rook wordt gemaakt door een vuur te bedekken met een deken en die vervolgens snel te verwijderen, zodat er met tussenpozen een korte of lange rookpluim kan ontsnappen. Met nat gras wordt veel rook geproduceerd. Ook door te zwaaien met rokende takken kun je een rooksignaal maken. Proefje: rooksignalen uitzenden

De geluidsgolven in je stem zorgen ervoor dat de bodem in het blikje

DUUR: 20 minuten NODIG: leeg blik limonadesiroop, B.I2016 JRMGZN I 55

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 55

21-10-16 00:25


B.I TALENTONTWIKKELING

wierookstokje, ballon, drinkglas, blikopener, aansteker, schaar, lepel DIT DOE JE: in tweetallen  Draai de dop van het limonadeblik. Snijd met de blikopener de bodem uit het blik. Knip het mondje (ronde ringetje) van de ballon af. Span de ballon met het plastic mondje vast over de onderkant van het blik en zorg dat het rondom goed vastzit. Zet het wierookstokje in het glas en steek het aan. Blaas het wierookstokje weer uit, zodat het gaat roken. Zet het limonadeblik met het schenktuitje over het wierookstokje heen om de rook op te vangen. Geef een tikje met je hand tegen de ballon.

Voorbeeldvragen nabespreken  at is er gebeurd? W Hoe denk je dat dit komt?

Activiteit: een schat begraven Geen kluisje bij de hand? Om je bezittingen in de wildernis te beschermen, kun je ze begraven zoals piraten dat deden. Natuurlijk moet je dan wel goed onthouden waar je ze begraven hebt. Daarom maakten piraten een schatkaart. Hierop kun je met een rood kruis aangeven waar je de schat verstopt hebt. Omdat hij er nu niets aan heeft, heeft Robinson besloten zijn gouden munten te begraven. Teken een schatkaart van het eiland. Teken ook het hol, de akker, de zee en andere oriëntatiepunten op de kaart. Geef met een rood kruisje aan waar de schat begraven ligt.

VERDIEPING  eef de windstreken aan op de G kaart. Teken met potlood een raster op je kaart met vierkantjes van 1 bij 1 cm. Bedenk een schaal.

 oe lang duurt het lopen van het H hol van Robinson naar de schat? Robinson heeft vlees gevangen! Vlees valt in vak 3 van de Schijf van Vijf. In dit vak horen vlees, vleeswaren, vis, melk, melkproducten, kaas, ei en vleesvervangers. Hier zitten eiwitten, ijzer, calcium en B- vitamines in. Eiwitten zijn bijvoorbeeld nodig als bouwstof in de cellen en voor de aanmaak van bijvoorbeeld spierweefsel in je lichaam.

NODIG: witte bloemen bijvoorbeeld tulpen of anjers, schaar, meerdere glazen, verschillende kleuren voedingskleurstof (vloeibaar), water, liniaal DIT DOE JE: In groepjes

VOORBEELDVRAGEN  ijkt het jou leuk om te jagen op je L eiland? Vind je dat zielig voor de dieren? In vlees zitten veel eiwitten. Als je niet wilt jagen, kun je eiwitten ook via andere voedingsmiddelen binnen krijgen. Waar moet Robinson dan naar op zoek? (eieren, noten, paddenstoelen)

Activiteit: drinken Voor een kilo rundvlees is 15.000 liter water nodig! Een kilo vlees vraagt ongeveer 10 kilo granen. Dat zouden mensen ook kunnen eten. Wil je eens zien dat planten water drinken? Doe dan onderstaand proefje! DUUR: 10 minuten en na 2 uur nog 5 minuten

 nip de stengel van de bloem K ongeveer 12 cm in, van de onderkant naar de bovenkant. Schenk een klein laagje van elke soort kleurstof in een eigen glas. Vul de glazen verder aan met water. Zet elke bloem nu in een andere kleur water. Na een tijdje zie je dat de bloemen de kleur krijgen van het water waar ze in staan. Als je heel dichtbij kijkt zie je kleine ‘adertjes’ in de bloemblaadjes waar het gekeurde water doorheen stroomt. Uit: Op een onbewoond eiland, overleven als Robinson met natuur- en techniekactiviteiten, Suzanne Wardenaar; Uitgeverij SWP. Met illustraties van Inge Nouws.

Suzanne Wardenaar | ISBN 9789088506079 | ¤ 22,50 | swpbook.com/1838 Eerder verscheen van Suzanne Wardenaar het boek In het sprookjesbos. Voor dit boek verzamelde Suzanne Wardenaar sprookjes zoals Assepoester, Drie kleine biggetjes, Duimelijntje, Holle bolle Gijs en bedacht er natuuractiviteiten bij voor kinderen van 4 tot 7 jaar. Met illustraties van Inge Nouws. Suzanne Wardenaar | ISBN 9789088503474 | ¤ 26,50 | www.sprookjesbos.swpbook.com

56 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 56

21-10-16 00:25


Onderwijs Academy `

Werken met de meldcode basisonderwijs Deze eendaagse training helpt leerkrachten met het juist handelen bij vermoedens van kindermishandeling. Ook is er aandacht voor scheidingen en pesten in relatie tot kindermishandeling.

`

Aandachtsfunctionaris Kindermishandeling en Huiselijk Geweld Deze training leidt leraren op tot aandachtsfunctionaris. Dit betekent dat deze leraar na afronden van de opleiding binnen de school het aanspreekpunt is op het gebied van kindermishandeling en huiselijk geweld.

`

Workshops School en scheiding Ruim één op de drie huwelijken eindigt in een echtscheiding. Een groot deel van deze scheidingen vindt plaats wanneer kinderen op de basisschool zitten. Deze interactieve workshops zijn ontwikkeld om werknemers in diverse functies binnen het onderwijs meer inzicht te geven in de manier waarop zij met de problematiek rondom kinderen van gescheiden ouders om kunnen gaan.

`

Beter omgaan met lastig gedrag Door de wet op passend onderwijs valt te verwachten dat docenten geconfronteerd worden met grotere uitdagingen op het terrein van leerlinggedrag. Deze cursus geeft antwoorden op de vraag waar dit gedrag vandaan komt, maar wil vooral alternatieven bieden om hiermee om te gaan.

`

Creatief communiceren met kinderen Dr. Ben Baarda geeft voorbeelden van creatieve communicatietechnieken. Die technieken kun je niet alleen gebruiken om kinderen en hun gezin te leren kennen, maar ook om moeilijke situaties met kinderen bespreekbaar te maken. Onderwijs.academy biedt cursussen en bijscholing aan gericht op leerkrachten, IB’ers, RT’ers en directies werkzaam in het Primair en Voortgezet Onderwijs. Voor meer informatie, het complete aanbod en actuele cursusdata kunt u terecht op www.onderwijs.academy VrAA G VrijB lijVen d een i Bekijk het complete aanbod op www.onderwijs.academy nCOm pAny Offe rte A An!

www.onderwijs.academy

1_1 Onderwijs.academy BS_mag.indd 1

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 57

18-10-2016 13:00:22

21-10-16 00:25


B.I ADVERTORIAL

Kinderen kunnen op een natuurlijke manier Engels leren. De lesmethode ‘My name is Tom’ biedt een doorlopende leerlijn voor groep 1 tot en met 8. Het uitstroomniveau voldoet aan de landelijke standaard vroeg vreemdetalenonderwijs (VVTO).

Spelenderwijs Engels leren A

ls je in groep 1 al begint met Engels, heb je meer tijd om de taal te leren. Je benut de taalgevoelige periode van kinderen, die tussen 0 en 7 jaar ligt. Kinderen zijn in deze fase gevoelig voor klank. Jonge kinderen zijn bovendien spontaan en hebben geen spreekangst. Ze genieten van rollenspel waardoor Engels leren spelenderwijs gaat. Uit idealisme ontwikkelde Klaas Hoorn, docent Engels aan de Pabo van de Marnix Academie, ‘My name is Tom’. Een methode die voldoet aan de eisen van de 21e eeuw. Klaas werkte samen met collega’s uit het basisonderwijs, waaronder een aantal native speakers. ENGELS IN HET ENGELS Essentieel voor het succes van de methode is dat

Engels daadwerkelijk in het Engels gegeven wordt. Dat moet consequent gebeuren en is een uitdaging voor de leerkracht. De methode ‘My name is Tom’ biedt veel ondersteuning door de ‘teacher talk’ in de handleiding. Een basisniveau B2 voor de leerkracht is gewenst. ‘Spreken is de belangrijkste vaardigheid’, aldus Klaas. ‘Dat leer je alleen in een context waar Engels wordt gecommuniceerd. Het is dus niet: jongens, we gaan nu een les Engels op de computer doen. Maar: Boys and girls, it’s computer time! Het is leren door doen.’ WIE IS TOM? Voor kinderen in de onderbouw is er handpop Tom, die alleen Engels spreekt. Klaas: ‘De leerkracht kruipt in de huid van Tom en laat hem het gesprek doen. Aan het

58 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 58

21-10-16 00:25


B.I ADVERTORIAL

begin kan de leerkracht nog even als intermediair fungeren door in de moedertaal te vragen of de kinderen het hebben begrepen. Maar langzamerhand ga je toe naar een situatie waarin de leerkracht ook alleen Engels spreekt.’ De thema’s in de onderbouw liggen dicht bij de beleving van kinderen: mijn familie, huis, school en verjaardag. In de bovenbouw krijgt Tom een stoerdere uitvoering. Hij maakt een reis door Europa en bezoekt diverse landen. VAKINHOUD EN ENGELS VERBINDEN Uitgangspunt in de methode is CLIL (Content and Language Integrated Learning). Kinderen leren tegelijkertijd Engels en vakinhoudelijke zaken. Aan de reis van Tom zitten geografische, historische, politieke en culturele aspecten. Hij komt bijvoorbeeld in aanraking met Mozart, Anne Frank of het ontstaan van polders. Klaas: ‘We praten ook wel over de vier C’s die we met elkaar verbinden: content, cognition, culture en communication. You learn to use a language, and you use a language to learn. Dat lukt door zelfontdekkend en samenwerkend leren te stimuleren.’ OPBOUW VAN HET PROGRAMMA Het programma is een mix van online en offline elementen. Kringgesprek-ken, spelletjes en opdrachten op de computer wisselen elkaar af. Elke les heeft een vaste opbouw. In de heldere leerlijn staat per week vermeld welke activiteiten de groep kan uitvoeren. Met leuke extra materialen zoals ‘Tom’s suitcase’ en prentenboeken kan school ook ouders betrekken.

OVER KLAAS HOORN Klaas Hoorn is docent Engels aan de Marnix Academie in Utrecht. Hij is ook counselor, relatiebeheerder partnerschap en trainer Engels voor basisschoolteams. Na de Pabo studeerde hij MO-A en MO-B Engels. Aan de Radboud Universiteit in Nijmegen studeerde Klaas af in de Engelse en Amerikaanse letterkunde.

SUBSIDIE VOOR SCHOLEN Scholen kunnen via de website van EP Nuffic subsidie aanvragen voor internationaliseringsactiviteiten in het primair onderwijs. Hiermee kunnen scholen (een deel) van de de methode bekostigen. www.epnuffic.nl/primair-onderwijs/ beurzen-en-subsidies

Bezoek de website www.baseducatie.nl/my-name-is-tom voor meer informatie. U kunt een gratis proefpakket aanvragen.

AMBITIEUS PROGRAMMA Klaas Hoorn: ‘Ik adviseer scholen die op een serieuze manier met Engels aan de slag willen om een methode te kiezen op grond van inhoudelijke kwaliteits-iveau. Waar wil je over tien jaar staan met je vreemdetalen-onderwijs? Zijn de leerkrachten bereid om consequent Engels te spreken en dit minstens één uur per week te doen? Dan garandeert ‘My name is Tom’ dat kinderen het uitstroomniveau VVTO Engels kunnen bereiken.‘

B.I2016 JRMGZN I

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 59

59

21-10-16 00:25


3D-printen op de basisschool: is dat een uitdagende introductie in moderne technologie die kinderen op hun toekomst voorbereidt – of een willekeurige hype? Wie wat rondsurft op internet, leest dat allerlei basisscholen er al mee experimenteren, maar er zijn ook kritische geluiden. Saskia van Oenen belicht beide kanten van de medaille vanuit een onderzoek op twee basisscholen in Almere. Een belangrijke vraag was hierbij of lessen in ‘3D-printen / digitale techniek’ de onderzoekende en creatieve geest losmaken – zoals goed onderwijs in Wetenschap en Technologie beoogt.

door Saskia van Oenen

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 60

21-10-16 00:25


B.I TALENTONTWIKKELING

Hoe begeerlijk is een 3D-printer op de basisschool? OVERWEGINGEN BIJ EEN ONDERZOEK IN ALMERE

O

nze wereld hangt sinds jaar en dag aan elkaar van techniek en moderne technologie doordringt ons dagelijks leven meer dan ooit. Daarom is het zo wonderlijk dat techniek – of technologie – nog steeds geen prominente plaats in ons onderwijs heeft. Diverse overheidscampagnes trachten hierin verbetering te brengen. De voorlaatste, ‘Verbreding Techniek Basisonderwijs’, zette in het vorige decennium echter weinig zoden aan de dijk. Nu is er een ‘Techniekpact’, met weer een flink aantal subsidiestromen en platforms. Het te stimuleren onderwijs heet intussen ‘Wetenschap en Technologie’ (W&T) waardoor er extra nadruk ligt op onderzoekend en ontwerpend leren. Ook de laatste Kinderboekenweek stond in dit teken, met de slagzin ‘Raar maar waar’ ter aanduiding dat verwondering en uitvindingen bij elkaar horen. Sinds Socrates geldt verwondering over de wereld als eminente basis voor een onderzoekende houding; voor technologie is dat verwondering over de materie die ons omringt, en wat we daarmee kunnen als mens. Bij de vaardigheden die mensen hiervoor nodig hebben, noemen de beginselprogramma’s voor W&T steevast ook de zogeheten ‘21st century skills’: zelfsturing, samenwerken, creativiteit, ICT-vaardigheden en programmeren (overigens is al vaak gezegd dat dit soort skills, behalve de nieuwste digitale varianten dan, ook voorheen al in zwang waren). Op de vleugels van deze jongste impuls experimenteren nu allerlei scholen met ‘3D-printen’. Waarom juist 3D-printen? Is dat inderdaad een stimulans voor het bedoelde W&T-onderwijs: roept het de verwondering en belangstelling van kinderen op, biedt het ingangen voor onderzoekend en ontwerpend leren en die 21st century skills? Met die vragen in het hoofd onderzochten wij (Hanno van Keulen en ik) een pilot met lessenseries rond digitale techniek en 3D-printen in Almere.

FASCINATIE

Het is niet verbazend dat een school bij de tijd wil blijven door ‘iets met 3D-printen’ te doen. In het nieuws is immers om de haverklap te lezen welk wonder de 3D-printkop nu weer uitspuugt: van 3D-selfies of andere hebbedingetjes, bonbons en pastagerechten, tot hele huizen en ledematen voor mens of dier. Bovendien bieden allerlei bedrijven aan scholen hun diensten aan voor het bouwen en inzetten van 3D-printers. Het lijkt een fijne praktische ingang om iets te doen met de moderne digitale technologie. Terwijl die voor de meeste mensen abstracte abracadabra is, schijn je met een 3D-printer in eigen klas zelf tastbare producten te kunnen maken!

Bij de Almeerse kinderen zagen we onverbloemde fascinatie voor de 3D-printer. Zowel onder- als bovenbouwleerlingen somden ons enthousiast op wat de printer ons zoal brengen kan, tot aan ‘een schildpad die zo een nieuw schild kreeg!’ Ze hadden daarover gehoord van hun leraren, maar bovenbouwers vonden er zelf ook van alles over op internet. Vol trots dat hun school zo’n ding had, keken ze gebiologeerd toe als het laagje-voor-laagje iets opbouwde. Het enthousiasme van de bovenbouwers was opmerkelijk, omdat de meesten het grootste deel van de tijd verschrikkelijk moesten ploeteren om de benodigde digitale-ontwerpvaardigheden onder de knie te krijgen. En de onderbouwers, bij wie 3D-printen slechts een onderdeel van bredere techniekoriëntatie was, kregen als printproduct meestal alleen een opgedikt draadje dat hun eigen naam vormde (als output van hun Doodle3D-tekening). Maar evengoed mijmerde een kleuter helemaal weg bij een onooglijk printseltje dat zijn juf bij de introductie van de 3D-printer had laten zien – een piepklein grijs plastic golfje. Maar hij zag er van alles in: ‘Zo is het een letter W, zo een M, of een roltrap! Of een kikker of een kangoeroe want kijk, het kan springen!’ Hij smachtte ernaar dit frutsel te bemachtigen ‘als aandenken aan mijn schooltijd…’ Zulke blijken van fascinatie en verbeelding borrelden op in onze interviews met kinderen. En in de lessen zelf?

ZWOEGEN EN TROTS

Er moest enorm veel gezwoegd worden voor deze lessen; in de beide bouwen door de leerkrachten, en in de bovenbouw des te meer door de leerlingen. De leerkrachten hadden veel te stellen met haperende elektronische apparatuur, die vaak niet goed werkB.I2016 JRMGZN I 61

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 61

21-10-16 00:25


De pilot ‘Digitale Techniek / 3D-printen’ is uitgevoerd op de basisscholen Het Palet en Digitalis in Almere (beide zijn L4NT-scholen: ‘Leren voor de nieuwe tijd’), in samenwerking met het bedrijf FabLab Flevoland.

_ --------_ leerkrachten _ _ -------------_ ------_ --- _ --------------- _ ----Er deden zes------mee: drie juffen uit de onderbouw, twee juffen en een meester uit de bovenbouw. Tussen januari en juli 2015 gaven zij een serie van wekelijkse lessen (één tot anderhalf uur) in beide bouwen. Deze lessenseries ontwierpen de leerkrachten samen met het Fablab, waarna zij er tijdens de uitvoering ook weer aanpassingen in aanbrachten. Voorafgaand leerden de leerkrachten van de Fablabdeskundigen om zelf een 3D-printer te bouwen, en om te gaan met de bijbehorende software en elektronica. De bovenbouwlessen waren gericht op het leren werken met het programma SketchUp: om een serie digitale teken(ontwerp) opdrachten te kunnen uitvoeren, resulterend in printproducten die in een eindproduct werden verwerkt. Dat was een dorp, zelfgemaakt van kartonnen dozen, waar in elk geval geprinte deuren en ramen in moesten. Daarnaast konden kinderen er naar eigen idee balkons aan toevoegen, glijbanen, of wat ze ook maar als printbaar ontwerp wisten aan te leveren.

FOTO’S: CARLA SIJMONS EN KEES BAKKER FOTOGRAFIE

De onderbouwlessen waren opgezet als brede kennismaking met techniek, met 3D-printen als aspect. Vaak rouleerden de kinderen tussen allerhande materialen en opdrachten, met instructie en begeleiding van de leerkracht. Denk aan het bouwen van een blokkenhuis, het vouwen van een piramide, het maken van een stroomkring met lego, en ook experimenteren met de stroomgeleidende ‘Makey Makey’ die piept als je er bepaalde materialen aan vastclipt. Zo lieten ze ook het speelgoedrobotje ‘Bee-bot’ (gelijkend op een bij) op commando over de vloer scharrelen, of maakten op hun iPad animatiefilmpjes, of printbare ontwerpjes met eenvoudige programma’s als Doodle-3D. Het onderzoek (Van Keulen & Van Oenen, 2015) is gebaseerd op lesobservaties, interviews met de leerlingen en leerkrachten en FabLabmedewerkers, betrokken schooldirecties en schoolbestuur ASG (Almeerse Scholen Groep). De pilot, inclusief het onderzoek door het lectoraat ‘Leiderschap in Onderwijs en Opvoeding’ van Hogeschool Windesheim Flevoland, werd gefaciliteerd door het Expertisecentrum Wetenschap & Technologie Noord-Holland/Flevoland, TechYourFuture (samenwerkingsverband van Saxion, Windesheim en Universiteit Twente), schoolbestuur ASG en de gemeente Almere.

te op de ICT-voorzieningen van de school, of omdat hun goedkope type 3D-printer zelf nogal eens stukliep. Ze wezen de kinderen er dan op wat je hiervan kan leren: als iets fout gaat, ligt dat niet altijd aan jezelf, het kan ook aan het apparaat liggen, en dat kan je repareren in plaats van het op te geven – geen geringe leerervaring. Maar intussen bracht het de voorgeprogrammeerde lesopbouw wel steeds in de war. Kinderen moesten dan lang of vergeefs wachten om ergens mee verder te kunnen, en leerkrachten moesten al hun improvisatievermogen inzetten om er toch wat van te maken. We zagen bovenbouwleerlingen eerst totaal niet wijs worden uit de vele computermenu’s, en daarna weer worstelen met de ingewikkeldheden van het 3D-tekenprogramma SketchUp. Toen ze dat ten lange leste onder de knie kregen, waren zowel leerlingen als leraren daar apetrots op. Zoals een meester als loftuiting zei: dit programma wordt anders op zijn vroegst in de bovenbouw van het vwo gebruikt (overigens bood hij hen ook een alternatief met een eenvoudiger

tekenprogramma, maar daar kon weer minder mee). In de laatste paar weken zaten velen fanatiek, én met inzicht, in groepjes te confereren over mogelijke ontwerpen en voorbeelden die ze daarvoor op internet hadden gevonden. In de onderbouw draaide de bredere introductie in techniek aanvankelijk vooral om elektronica en basisbeginselen van programmeren. Dat vergde vaak uitgebreide instructie voor je als kind zelf aan de slag kon en de tijd daarvoor bleek vaak kort – mede vanwege het ook hier geregeld haperende materieel. Zodoende gooiden de juffen de lesopzetten ingrijpend om en kregen de kinderen ook allerlei ‘ouderwetsere’ materialen (papier, lego,

62 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 62

21-10-16 00:25


B.I TALENTONTWIKKELING

“We zagen onverbloemde _ -- _ -----fascinatie ------- _ ------- _ --- _ --------bij de kinderen” blokken, K’nex, enzovoort) waar ze wel zelf mee aan de gang konden. De juffen stimuleerden hen voortdurend om de opdrachten ook samen te doen en elkaar te helpen. De leerlingen vonden het allemaal ‘heel erg leuk’, en de juffen waren trots op wat de kinderen in hun lessen allemaal gedaan hadden.

FOTO’S: CARLA SIJMONS EN KEES BAKKER FOTOGRAFIE

MAAR CREATIEF ONDERZOEKEN EN ONTWERPEN?

Er is in deze pilot kortom veel gezwoegd en er zijn mooie dingen bereikt. Bovenbouwers kregen niet alleen meer ICT-vaardigheid, maar merkten zelf ook spontaan op hoeveel beter ze nu leerden rekenen, bij het ontwerpen van deuren en ramen die ‘op de goede schaal’ in een huis moesten passen. Taalontwikkeling was in beide bouwen volop aan de orde: kinderen leerden over en met technische termen te spreken (woordenschatontwikkeling), elkaar dingen uit te leggen en handleidingen te interpreteren. Alle kinderen hebben zelfstandig en samen kunnen werken. Een essentiële tegenvaller was echter dat de lessen erg weinig aanleiding en tijd gaven voor onderzoekend en creatief-ontwerpend werken. Toen bovenbouwers eenmaal de tekentechniek beheersten, kozen ze meestal voor ontwerpen die de leraren aanreikten of die ze kant-en-klaar van internet plukten: die konden op tijd afkomen, en als je buurvrouw een balkon heeft, wil je er zelf ook een. Wie iets anders probeerde, merkte vaak dat dat niet printbaar was. Bij een les ‘huis ontwerpen’ (dit was alleen een ontwerpoefening, niet gericht op printproducten) brainstormden sommige groepjes eerst wel grootse fantasieën bij elkaar. Maar bij de tekentechnische uitwerking sneuvelden die als te complex – waarna iedereen bij ongeveer hetzelfde doorsneehuis uitkwam. De kinderen waren intussen zo ingewerkt dat ze dit, blijmoedig, ook heel leerzaam vonden. Maar de lering was dus dat ze hun creatieve hoogmoed beter maar kunnen beperken. Iets dergelijks zagen we in de onderbouw. Al hadden de kinderen daar ook materialen waarmee ze met eigen hoofd en hand aan de slag konden, toch waren de lessen vooral gevuld met oefenopdrachten die ze van de juf of van een handleiding kregen. Dat liet weinig ruimte voor de onderzoekende geest. Zo experimenteerde een jongetje met eigenzinnige stroomkringconstructies, hardop expliciterend wat er gebeurde als hij deze draadjes zus of zo met deze blokjes verbond; waarbij hij mislukkingen, zoals een onderzoeker betaamt, benoemde als belangwekkende informatie. Maar andere kinderen stonden slechts toe te kijken en die moesten toch ook aan de beurt komen, zei de juf. De onderzoeker beaamde dat hij dan maar gauw de oplossing volgens het deksel van de doos moest doen en ging over naar een volgend materiaal. Aan het eind van de les prees de juf hem wel enthousiast om zijn uitvindersattitude.

VAN PILOT TOT BUITENSCHOOLS PERSPECTIEF

Als observatoren leefden we mee met het pilotproces van gezwoeg tot plezier, glorie en zinnige leereffecten. De leerkrachten die verder gaan met de lessen, willen daar zelf nu ook meer onderzoekende en creatieve ruimte in aanbrengen. Dat leidt in ons onderzoeksrapport echter niet tot een onomwonden aanbeveling aan scholen om 3D-printers te nemen en met de digitale techniek daaromheen aan de gang te gaan. De enthousiaste inzet van alle betrokkenen is een ‘pilot-effect’, dat eigenlijk alleen is te verwachten in de typische omstandigheden van zo’n pilot. Dat zijn niet alleen extra faciliteiten (aanzienlijke subsidie waaruit de steun van 3D-printdeskundigen is betaald), het is ook het besef dat je iets bijzonders doet dat anderen nieuwsgierig maakt. Ook de kinderen die mee ‘mochten’ doen, merkten hoe jaloers leerlingen uit andere groepen toekeken.

Onze terughoudendheid wordt bevestigd door een oproep van het Platform Maker Education: ‘Koop geen 3D-printer!’ (http://makered.nl/basisscholen-koop-geen-3d-printer/). Enthousiastelingen uit de ‘makers movement’ melden uit eigen ervaring met 3D-printers op school, dat hier te veel nadelen aan zitten; ongeveer dezelfde nadelen als hierboven zijn beschreven. Deze groep, die ook door OCW wordt gesubsidieerd, stelt dat goed W&T-onderwijs veel dichterbij komt als je je op andere vormen van knutselen toelegt; daarbij geven ze een lange lijst van materialen die je kunt aanschaffen met het geld dat een 3D-printer kost. Toch is 3D-printen iets fascinerends, ook voor kinderen, zoals we zagen. Maar die fascinatie zou weleens meer kunnen opleveren als kinderen (en hun leraren) daarvoor terechtkunnen bij een Fablab zelf; eventueel in de vorm van een ‘bibliolab’, waar deskundigen workshops moderne technologie geven (met de bibliotheek als locatie), zoals dat ook in Flevoland al gebeurt. Dat bevrijdt scholen van de technische rompslomp, terwijl leerkrachten zich kunnen toeleggen op pedagogisch-didactische begeleiding. De verbinding van school met buitenschoolse leeromgevingen werd in de nationale onderwijsweek van afgelopen oktober weer ruimschoots aangeprezen, voor techniekeducatie en anderszins. Al is ook dit beslist geen nieuw 21e-eeuws inzicht, het doorbreken van schotten tussen school en de wereld daarbuiten blijft van >> harte aan te bevelen.

Saskia van Oenen is orthopedagoog-

generalist is (redactielid van PiP en) onderzoeker bij het lectoraat ‘Leiderschap in onderwijs en opvoeding’ van Hogeschool Windesheim-Flevoland.

LITERATUUR Keulen, H. van & Oenen, S. van (2015). “Wat je kunt verzinnen, kun je ook maken”. 3Dprinten op basisscholen in Almere. Almere: Hogeschool Windesheim Flevoland. ◆ Nationaal Techniekpact 2020 (2012). Den Haag: Ministerie van Economische Zaken. ◆ Wessel, T. van, Kleinhans, M.G., Keulen, H. van & Baar, A. (2014). Wetenschappelijk onderzoek en technologie vertalen naar onderzoekend en ontwerpend leren in het basisonderwijs. Utrecht: Universiteit Utrecht.

B.I2016 JRMGZN I

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 63

63

21-10-16 00:25


B.I TALENTONTWIKKELING

BOEKEN & cursussen

Emowijzer Kinderen kunnen niet altijd onder woorden brengen wat ze voelen. Vaak laten kinderen zonder woorden aan opvoeders zien wat er van binnen bij ze speelt. Door hun gedrag, met huilen of boos schreeuwen. Of door stil te zijn. De Emowijzer ® is een makkelijk hulpmiddel voor (professionele) opvoeders om samen met het kind te praten over wat het voelt. Yvonne Franssen ontwikkelde deze tool vanuit haar ervaringen uit de praktijk. Ze is emotiedeskundige, Empowermentcoach, kindercoach, trainer social skills voor kinderen en logopedist. Yvonne C. Franssen | ISBN 9789088506789 | ¤ 14,90 www.swpbook.com/1912

_ -- _ ---------- __ -----

HELP,

Aandacht, graag! _ _

-- ---------- _ -----

Executieve functies besturen de gedrag- en aandachtsgebieden in de hersenen. Paula Moraine laat zien dat het mogelijk is bij iedere leerling de executieve functies te versterken en verder te ontwikkelen. Geïllustreerd met talloze duidelijke casus­sen en biedt handvatten om zelf mee aan de slag te kunnen.

Paula Moraine | ISBN 9789088503856 | ¤ 24,90 executievefuncties.swpbook.com

mijn juf is een paard! Sinds 2004 werkt Paulien Rutgers met het ondersteunend inzetten van paarden bij interventies die tot doel hebben om kinderen met specifieke hulpvragen tussen de 4 en 18 jaar te stimuleren zich verder te ontwikkelen. Meer dan de helft van deze kinderen kampt met schooluitval en/of risicovolgedrag. Ze hebben op één of meerdere executieve functies ondersteuning nodig met daarbij een terugkoppeling naar het gezin en de school. De paarden hebben een positief effect op het leervermogen, de zelfreflectie en de bewustwording van deze kinderen. Met een wetenschappelijk onderbouwde theorie en veel praktijkvoorbeelden wordt in dit boek de rol die het paard kan spelen bij het trainen van executieve functies helder uiteengezet.

Help, mijn juf is een paard! functies door Het versterken van executieve ervaringsleren met paarden.

Paulien Rutgers | ISBN 9789088507243 | Verschijnt voorjaar 2017 www.swpbook.com/1957

Paulien Rutgers

64 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 64

21-10-16 00:25


UW VAKKENNIS VERBREDEN OF VERDIEPEN? Wilt u een nog betere leraar, begeleider of schoolleider worden? Volg een cursus, module of opleiding bij Hogeschool Utrecht. Master Educational Needs Met de master EN (voorheen Master SEN) specialiseert u zich op het gebied van passend onderwijzen, leren en gedrag. De opleiding wordt op verschillende locaties in het land aangeboden, zowel overdag als ‘s avonds. Modules en post-hbo aanbod Heeft u de voorkeur voor een korter traject? Volg een van de vele modules van de master EN, een post-hbo opleiding of een workshop. Bijvoorbeeld op het gebied van sociale veiligheid, gedifferentieerde vaardigheden, hoogbegaafdheid of klassenmanagement. Kijk voor het totaalaanbod op www.onderwijsenopvoeding.hu.nl of meld u aan voor onze open avond op 22 november 2016 via www.hu.nl/openavond. U bent van harte welkom.

MAAK WERK VAN UW CARRIÈRE

Positive Action is een (bewezen) effectief programma voor talentontwikkeling en een positief speel-, leer- en leefklimaat. Er wordt gewerkt met een interactief activiteiten-/ lesprogramma. Kinderen leren op een speelse en interactieve manier hoe wat je denkt en wat je doet invloed heeft op je zelfbeeld en op de (relaties met) mensen om je heen. Daarnaast is Positive Action gericht op het ontwikkelen en in standhouden van positieve relaties tussen alle betrokkenen, zoals leerlingen, professionals en ouders. Positive Action biedt een doorgaande pedagogische lijn, die zowel verbindt als ruimte biedt voor de eigenheid van de verschillende functies in bijvoorbeeld een integraal kindcentrum.

lerenenleven.indd 1

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 65

Meer weten? wwww.lerenenleven.nl www.positiveaction.nl Tel. (0592) 367 925 info@lerenenleven.nl

14-10-2016 14:17:56

21-10-16 00:25


Presentatie- en communicatie­vaardigheden voor leerkracht en leerling

HOE BLIJF JE R van je boodschap? Jezelf goed weten te presenteren en jezelf zichtbaar durven maken is een belangrijke vaardigheid in onze hoog­ontwikkelde maatschappij. Communiceren is zelfs een van de belangrijkste vaardig­heden van de 21e eeuw. Hoe zorg je ervoor dat wat je wilt zeggen, overeenkomt met wat je laat zien en horen? Met andere woorden: hoe blijf je de regisseur van je boodschap en communiceer je effectief en efficiënt? En hoe help je je leerlingen dit ook te beheersen? door Pauline van Aken

D

oelgericht informatie met elkaar kunnen uitwisselen, kunnen omgaan met verschillende communicatiemiddelen – zowel mondeling als schriftelijk – via radio, televisie, internet en sociale media: het valt allemaal onder de vaardigheid communiceren. Al deze communicatieve situaties vereisen inzicht in en kennis van verschillende strategieën. Effectief communiceren en jezelf ontspannen en met plezier presenteren, is van groot belang in allerlei situaties. Belangrijke elementen bij

66 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 66

21-10-16 00:25


B.I TALENTONTWIKKELING

E REGISSEUR

?

presenteren en communiceren zijn: lichaamstaal, het gebruik van handen, adem, spraak en het stemgeluid. Breng je de boodschap gestructureerd en duidelijk over? Begrijp je de inhoud waarover je spreekt goed en voel je je zelfverzekerd? Is er sprake van synergie, oftewel, komt wat je bedoelt overeen met wat je laat zien en horen? Lees meer over de tools die je in kunt zetten voor jezelf en voor je leerlingen. VEEL OEFENEN = LEREN Bij het houden van een spreekbeurt of het geven van een presentatie komen de diverse elementen van communiceren en presenteren samen. Door te oefenen kunnen kinderen al op jonge leeftijd leren hoe ze duidelijk kunnen maken waarom ze iets zeggen, of dingen op een bepaalde manier doen. Wanneer je je waarom van je boodschap helder hebt en duidelijk weet over te brengen, zal een ander je boodschap beter begrijpen, accepteren en binnenlaten. Zelfregulering, nog een 21e eeuwse vaardigheid, is een belangrijk aandachtspunt bij presenteren. Daarbij gaat het om het kunnen realiseren van doelgericht en passend gedrag bij onder andere: - Het stellen van realistische doelen en prioriteiten - Doelgericht handelen en monitoren van het proces - Inzicht hebben in de ontwikkeling van de eigen competenties PERSOONLIJKE ONTWIKKELING EN ZELFVERTROUWEN Het is belangrijk dat zowel leerkrachten als kinderen een waarnemer worden van zichzelf en van hun boodschap. Wanneer je leert om je bewust te worden van je eigen presentatie- en communicatievaardigheden, dan kun je ook gemakke-

lijker aan de slag met het vergroten van je presentatiekwaliteiten en het werken aan je aandachtspunten. Werken aan je presentatie- en communicatievaardigheden brengt je verder en geeft je zelfvertrouwen. Kortom het is goed voor je persoonlijke ontwikkeling. Door op vroege leeftijd hieraan te werken, word je de regisseur van jezelf en je boodschap. Wanneer een kind zich bij dat soort processen geholpen voelt, het liefst door zowel de ouder als leerkracht, zal het de persoonlijke ontwikkeling in positieve zin beïnvloeden. WERKEN AAN ONZEKERHEDEN ‘Wanneer ik nerveus ben, ga ik hoog in mijn borst ademen. Dan adem ik sneller dan normaal en lijkt het alsof ik niet zoveel lucht meer heb. Dat voelt niet fijn.’ MARLIES, 12 jaar (Uit: Presenteren = leuk!)

Om jezelf te ontwikkelen is het nodig om de confrontatie aan te gaan met je eigen onzekerheden en angsten. Angst kan namelijk verlammend werken en daarom is het heel belangrijk dat aan te pakken op jonge leeftijd. Daarnaast zal het kinderen (en natuurlijk ook volwassenen) helpen wanneer ze leren dat ze kwetsbaar mogen zijn, om hulp kunnen vragen en de ruimte krijgen om fouten te mogen maken. Dat kan in een omge-

ADEMOEFENING OM MET JE LEERLINGEN TE DOEN

--_-----------Ga rechtop op een stoel zitten, zet beide voeten plat op de grond en laat je schouders ontspannen hangen. Leg je beide handen op je onderbuik.
Adem nu rustig twee seconden in via je neus en maak je buik bol. Adem dan twee seconden uit via je neus en laat daarbij je buik weer plat worden. Wees vervolgens twee seconden stil en doe even niets. Dit is de zogenoemde adempauze. Doe de oefening nogmaals en gebruik nu drie seconden per stap. Je leert dat een ontspannen adem uit drie stappen bestaat. Je leert ook dat je door je neus ademt wanneer je je mond dicht hebt, zoals bij tv-kijken, naar je juf of meester luisteren, tijdens het lezen of met slapen.

ving waarin kinderen zich voldoende veilig voelen. Pas dan zullen ze de moed voelen en niet bang zijn om zich bijvoorbeeld kwetsbaar op te stellen. De confrontatie aangaan met onzekerheden en angsten, betekent ook dat kinderen (en volwassenen) moeten leren hoe ze hun negatieve en remmende gedachten kunnen loslaten. Vragen die door je hoofd rondspoken als: ‘Kan ik het wel?’,

--_---------------_---------Presenteren = leuk

Inspiratie, tips en handvatten voor kinderen, ouders en leerkrachten. Leer om je zenuwen de baas te blijven, te ontspannen en die negatieve gedachten opzij te zetten! Ook is er serieuze aandacht voor de inhoud. Wat ga je vertellen en aan wie? Hoe bouw je je spreekbeurt op? Pauline van Aken | ISBN 9789085606727 | ¤ 16,50 | www.presenteren.swpbook.com

B.I2016 JRMGZN I

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 67

67

21-10-16 00:25


‘Ben ik wel interessant genoeg?’, ‘Ga ik het straks wel goed zeggen en vergeet ik dan niets?’, helpen niemand. Ze creëren alleen maar nog meer onzekere gedachten zoals: ‘Je zal zien dat ik dichtklap’, ‘De vorige keer zat niemand op te letten, dat gaat nu vast weer gebeuren’, of ‘Ik heb vast geen antwoord op al die vragen die ze me straks gaan stellen’. Al deze type gedachten houden onzekerheid in stand en je komt er niet verder mee, het is dus van belang om te leren loslaten. LEREN ONTSPANNEN Naast oefenen en een goede voorbereiding is leren ontspannen bijna een voorwaarde om plezier te krijgen in presenteren. En niet alleen in presenteren. Een ontspannen houding zorgt op alle terreinen voor een prettig gevoel en zelfvertrouwen. ‘Als ik in mijn agenda zie staan wanneer ik een spreekbeurt of boekbespreking heb, word ik al zenuwachtig. Dan denk ik vaak: “O jee, ik weet niet waar ik het over wil hebben en ik weet niks.” Dan word ik meestal nog zenuwachtiger.’ BENTE, 12 jaar (Uit: Presenteren = leuk!)

Negatieve gedachten roepen stress en spanning op in je lijf. Het is belangrijk dat kinderen negatieve gedachten leren omzetten in positieve gedachten en dat ze leren ontspannen. Je kunt kinderen heel gemakkelijk een lage ontspannen buikadem aanleren. Een hoge gespannen adem heeft een negatief effect op je lichaamstaal, je manier van spreken en je stem. Een lage buikademhaling brengt rust in je presentatie en geeft meer kracht en zelfvertrouwen.

MEER OVER DE AUTEUR

Een ontspannen houding zorgt op alle terreinen voor een prettig gevoel en zelfvertrouwen

TIPS VOOR DE LEERKRACHT Binden en boeien van je leerlingen, jouw toehoorders Omdat het belangrijk is dat je boodschap bij jouw leerlingen binnenkomt en jij het verschil kan maken, zorg dat je bewust wordt van hoe je spreekt en overkomt en werk eraan. Effectief en duidelijk communiceren Wie de vorm geweld aandoet, beschadigt ook de inhoud! Dus wordt de regisseur van jezelf en je boodschap, spreek

PAULINE VAN AKEN gebruikte voor deze bijdrage elementen uit haar boek Presenteren = leuk! (Uitgeverij SWP, 2016). Ga voor meer informatie naar www.presenteren.swpbook.com Meer over de auteur vind je op haar eigen site: www.boeiendpresenteren.nl 

vanuit je hart en durf te stralen: daar zijn kinderen heel gevoelig voor. Bovendien gunnen leerlingen jou op die manier meer. Doelgericht voorbereiden Einstein zei: ‘If you can’t explain it simply, you don’t understand it well enough.’ Het gaat om de kern van jouw boodschap en jouw authenticiteit. Begin altijd met het waarom van je boodschap, de kern, en leg daarna pas stap voor stap uit wat je leerlingen wilt meegeven.

68 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 68

21-10-16 00:25


Jaarcongres Brede School Het zijn niet alleen de kernvakken die er toe doen bij de ontwikkeling van kinderen, het gaat vooral om de brede ontwikkeling. Dit weten IKC’s en brede scholen al langer; zij bieden een pedagogisch rijke omgeving met aandacht voor allerlei vaardigheden die kinderen nodig hebben voor de toekomst! Naast de 21ste eeuwse vaardigheden kijken we natuurlijk ook naar de actuele beleidsontwikkelingen die de brede school en de IKC ontwikkeling raken. Deelnemers worden tijdens dit congres bijgepraat over de actuele ontwikkelingen en kunnen leren van praktijkvoorbeelden in het land. Congreslocatie: Jaarbeurs, Utrecht Een co-productie van:

Mediapartners:

www.bredeschoolcongres.nl Bredeschool.indd 1

19-10-2016 16:21:18

Pedagogiek in Praktijk

Het vakblad PiP is opiniërend en stelt pedagogische vragen. Het blad staat boordevol toegankelijke artikelen van de meest gerespecteerde deskundigen uit binnen- en buitenland. Of het nu gaat over ontwikkelingsstoornissen, vroeg- en voorschoolse educatie of ordehandhaving in de klas, PiP is er voor lezers die willen blijven meepraten – zonder overbodig jargon – over de meest prangende opvoedings- en onderwijskwesties. PiP – meer opvoeden. VERSLAG:BEROEPSREGISTRATIE DE ONDERWIJSRAAD SLAAT STELLING: STELLING: OPVOEDEN KAN PIJNIS DOEN GEENTERUG EINDPUNT

NUMMER 90 APRIL 2016

** WWW.PEDAGOGIEK.NU

PIP 90 pedagogiek in praktijk

VERSLAG:VERHALEN DE ONDERWIJSRAAD SLAAT TERUG STELLING: STELLING: OPVOEDEN BIEDEN KAN PIJN NIEUWE DOEN INZICHTEN

pedagogiek in praktijk

WAT WERKT in vroeg- en voorschoolse educatie?

VERTROUWEN

Rekenen en

DOLPH PROFINESSIONALS wiskunde INTERVIEW

KOHNSTAMM

in pedagogisch perspectief

** WWW.PEDAGOGIEK.NU

JANUARI 2010 91 NUMMER 53 NUMMER JUNI 2016

PIP 91

VERSLAG:GELUK DE ONDERWIJSRAAD STELLING: STELLING: OPVOEDEN IS NIET KAN MAAKBAAR PIJNSLAAT DOENTERUG

** WWW.PEDAGOGIEK.NU

JANUARI932010 NUMMER 53 NUMMER NOVEMBER 2016

PIP 93 pedagogiek in praktijk

Kinderen

en zelfbeschikking

over hun leven

INTERVIEW

HANS BOUTELLIER

BIOGRAFIE

Met verhalen stevig

Jean in de superdiverse Piaget wereld komen staan

Le��n �e�

een tiener met autisme INTERVIEW

Douwe Draaisma

En ze leefden Lesgeven aan

nog lang en getraumatiseerde gelUkkiG? kinderen

KijK voor meer informatie op www.pedagogieK.nu uitgaven van uitgeverij Swp zijn verkrijgbaar bij (online) boekhandels in nederland en België Postbus 12010 | 1100 AA Amsterdam-Zuidoost | Tel. 020-3307200 | contact@mailswp.com | www.swpbook.com | twitter @SWP01 PIP.indd 1

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 69

19-10-2016 14:39:13

21-10-16 00:25


Door Jeroen Schipper

_ --------------------------------------------- _ --------------- _ ----

Een goed lied zingt zichzelf W

at is eigenlijk een goed kinderlied? Wereldwijd zongen en dansten miljoenen kinderen enkele jaren geleden op Gangnam Style van Psy. Hier in Nederland zijn generaties (onder andere de mijne) opgegroeid met Deze vuist op deze vuist van Ome Willem. Als populariteit de maatstaf is zou je heel veel – en zeer uiteenlopende – kinderliedjes ‘goed’ kunnen noemen, zelfs al is het Zuid-Koreaanse popmuziek of bestaat het, zoals bij Deze vuist op deze vuist maar uit twee regels tekst (die niet eens rijmen). Is er dan geen antwoord op de vraag wat een goed lied is? Wat mij betreft toch wel: een goed lied zingt zichzelf! MEER MUZIEK Mijn vakgebied, muziekonderwijs op de basischool, staat momenteel in de spotlights. Via onder andere de Impulsregeling Muziekonderwijs en www.meermuziekindeklas.nl worden scholen aangespoord om muziekles terug te brengen in de klaslokalen. Als freelance muziekdocent en liedjesschrijver kom ik daardoor steeds vaker op scholen voor advies, trainingen en workshops. Leerkrachten zijn meestal erg enthousiast, maar het ontbreekt ze vaak aan de muziekdidactische vaardigheden en het bijbehorende zelfvertrouwen om het vak muziek structureel aan te

kunnen bieden. Mijn advies is dan altijd: begin bij datgene wat jou persoonlijk aanspreekt in muziek. Muziek is namenlijk bij uitstek een vak waarbij persoonlijke motivatie onmisbaar is. ECHOPUT Dat geldt net zozeer voor mij. Ik schrijf nu al zo’n vijftien jaar kinderliedjes en dat is ooit begonnen doordat ik zelf niet enthousiast genoeg werd van veel van de liedjes die ik in muziekonderwijsland tegenkwam. En mijn leerlingen (dus) ook niet. Zo begon ik aan mijn missie: goede kinderliedjes schrijven die prikkelen, bijdragen aan de muzikale ontwikkeling van kinderen én die gewoon te leuk zijn om niet te zingen. Een van mijn eerste liedjes, Echoput (uit: Rood Rood Mannetje), is daar een goed voorbeeld van. Het onderwerp, in combinatie met een walsritme, het metrum, het rijmschema en de uitnodigende ‘lege plekken’ in de tekst, laten de luisteraar bijna vanzelf steeds het laatste woord van een regel echoën:

Diep in het bos staat een echoput (echoput) Die moet je horen kom vlug (kom vlug) Als je iets roept in die echoput (echoput) Hoor je hetzelfde terug (terug) RESONEREN In het voorbeeld van Echoput is te zien dat verschillende elementen van een lied (onderwerp, maatsoort, metrum, rijmschema en stijl) samen het eindresultaat bepalen. Naast de zojuist genoemde factoren doen onder andere structuur, metrum, doelstellingen en cognitieve uitdaging mee als kwaliteitsbepalers. Die kwaliteit van een kinderlied is wat mij betreft niet alleen een optelsom van deze aspecten; bij een goed lied worden al die elementen zo ingezet dat ze elkaar ondersteunen en versterken. Als dat gebeurt ‘resoneren’ die elementen met elkaar. Zoals de partijen van verschillende orkestleden in een goed orkest elkaar dragen en aanvullen en het geheel meer wordt dan de som der delen. Met als resultaat een organische muzikale eenheid die zich bijna vanzelf zingt.

70 70 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 70

21-10-16 00:25


“Muziek is bij uitstek een vak waarbij persoonlijke motivatie onmisbaar is"

B.I COLUMN

-- _ --------------- _ ------------- __ --------TEKST OF MELODIE? Maar waar begin je dan? Liedjes ontstaan toch vaak als een tekst die later op muziek gezet wordt. Of als een melodie waar later woorden bij gezocht woorden. Ik beschouw voor mijn liedjes tekst en muziek eigenlijk als één geheel. Muziek kan iets communiceren en taal heeft muzikale eigenschappen. Sterker nog, taal ís eigenlijk muziek. Een gangbare defintie voor het begrip muziek luidt namenlijk: ‘muziek is in vorm gezette klank waaraan betekenis gegeven of ontleend kan worden.’ Natuurlijk begin ik bij het schrijven toch ook vaak met óf een tekst óf een muzikaal idee. Maar ze raken bijna altijd in een vroeg stadium met elkaar verweven. En ook met de stijl, de akkoorden, de liedstructuur, het rijmschema, et cetera. Wat ook wel gebeurt is dat ik schrijf met een specifiek muzikaal concept in mijn hoofd, zoals bijvoorbeeld een Arabische toonladder (zo ontstond Ratelslang) of een specifieke liedstructuur (zoals bij het stapel-lied Eland op een eiland). Ook de praktische context van een lied kan sterk bepalend zijn. Is het een schoollied? Dan heb je natuurlijk inhoudelijke gegevens die min of meer vaststaan en moet er voor elke basisschoolleeftijdsgroep iets uitdagends in zitten. Ook moet zo’n lied lekker massaal mee te blèren zijn op het schoolfeest of met de avondvierdaagse. Maar liedjes voor in het theater bijvoorbeeld hebben weer andere criteria. EEN GOED BOEK SCHRIJFT ZICHZELF NIET Ik ben me steeds meer bewust aan het worden van alle aspecten die van invloed zijn op mijn eigen liedsmederij. Dit probeer ik samen te vatten in een boek. Dat valt nog niet mee, juist omdat er zoveel elementen zijn die allemaal met elkaar samenhangen. En ook omdat grote delen van het creatieve schrijfproces onbewust verlopen. Het is voor mij een leuke uitdaging om dat helder te krijgen én om het overzichtelijk op papier te krijgen. En dat

gaat ook gebeuren. De titel van dat boek ligt al vast: Een goed lied zingt zichzelf.

Referenties

>m  eermuziekindeklas.nl >c  ultuurparticipatie.nl/subsidies/im-

puls-muziekonderwijs.html >L  iedbundel Rood Rood Mannetje (2007),

Uitgeverij SWP, roodroodmannetje.nl >L  iedbundel Daar komt de boegieman!

(2011), Uitgeverij SWP, daarkomtdeboegieman.nl >L  iedbundel Top Dog, Engelse vertalingen van liedjes uit Rood rood mannetje en Daar komt de boegieman! (2015), Uitgeverij Austin Macauley (Londen). >L  iedbundel Swingen als een kangoeroe (verschijnt najaar 2016), Uitgeverij SWP, swingenalseenkangoeroe.nl >E  en goed lied zingt zichzelf, Uitgeverij SWP, eengoedliedzingtzichzelf.nl

Jeroen Schipper is zelfstandig muzikant, muziekdocent en liedjesmaker. Hij is vooral werkzaam in het regulier en speciaal (basis) onderwijs via zijn bedrijf Jeroen Schipper Muzikale Zaken. Daarnaast treedt hij op met zijn theaterconcerten voor kinderen en schrijft hij liedjes in opdracht. jeroenschipper.info

SWINGEN ALS EEN KANGOEROE

Zingen, bewegen, dansen op en luisteren naar muziek! De teksten en muzikale omlijsting zijn afgestemd op ouder- en middenbouw van het basisonderwijs: speels, afwisselend en met humor. Inclusief een training om plezier in muziek over te kunnen brengen op jonge kinderen. Jeroen Schipper | ISBN 9789088506413 | ¤ 49,90 | www.swpbook.com/1872 MUZIEK, ZINGEN EN BEWEGEN MET KLEUTERS

In deze cursus maak je op een actieve manier kennis met verschillende mogelijkheden om het vak muziek in de onderbouw vorm te geven. Er is voor de cursus geen muzikale achtergrond nodig. Alle onderbouwleerkrachten die meer met muziek aan de slag willen zijn welkom. Er wordt gewerkt vanuit een algemene muzikaliteit die bijna iedereen in zich heeft en we zoeken naar vormen en activiteiten die bij de individuele vaardigheden, wensen en ervaring passen. Er is dus ruimte voor differentiatie. Docent: Jeroen Schipper Cursusduur: 2 dagdelen Inbegrepen literatuur: Rood, Rood Mannetje (boek én CD) en Swingen als een kangoeroe (boek én CD) Kijk voor meer informatie en actuele cursusdata op www.onderwijs.academy

B.I2016 JRMGZN I 67 71

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 71

21-10-16 00:25


Topwijs

/topwijs www.facebook.com ijs.nl vind je Op de website Topw onderwijsposartikelen, filmpjes en ak met een va s, ters. Soms serieu pirerend! ins ijd alt ar knipoog, ma

KIDDO Leespluim www.facebook.com/kiddoleespluim

Onderwijsenzo www.facebook.com/onderwijsenzo

Er zijn zo veel onderwijswebsites met tips, ideeën en praktische raadgevingen dat Bertus Meijer door de bomen het bos niet meer zag. Daarom besloot hij ruim twee jaar geleden voor zichzelf een naslagwerk te maken. Inmiddels volgen al zo’n 30.000 mensen zijn pagina. Nieuwe sites en inspiratiebronnen krijgt hij tegenwoordig zelfs toegestuurd, waardoor het een actuele bron blijft van tips voor het basisonderwijs!t

POSITIEF LEREN www.facebook.com/positiefleren.nl In 2011 is Ralph Siebers begonnen met zijn website positiefLeren.nl. Hiermee wil hij het basisonderwijs (nóg) positiever maken. Hij post dagelijks nieuwe tips, persoonlijke podcasts, (praktijk)video’s en inspirerende quotes voor basisschoolleerkrachten.

JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 72

Klas

van Juf Linda

Leesp im van delum aand

De KIDDO Leespluim is een bekroning van kwalitatieve boeken voor het jonge kind (0-6 jaar). Iedere maand wordt op Facebook de winnaar van de maand met juryrapport gepost! Zie ook www.kiddoleespluim.nl.

72 I2016 I B.

_ ----------------------------------------------------------------

TIPS

www.facebook.com/klasvanjuflinda Klasvanjuflinda.nl is een website voor leerkrachten en ouders die geïnteresseerd zijn in het spelenderwijs stimuleren van de ontwikkeling van hun kinderen. Op de Facebookpagina en website vind je allerlei leuke en interessante artikels en lesmateriaal rondom leren, spelen en gedrag. w w w.fa Doe inspiratie op en ce b o o k .com/ basissc hoolma laat de kinderen ontgazine wikkelen in een rijke Like

Like! 

ons op Facebo en blijf ok op de h oogte v ontwik an de kelinge n rondo m h et m a gazine!

Juf Maike www.facebook.com/jufmaike JufMaike.nl is een website voor leerkrachten en ouders vol herkenbare blogs, humor, recensies en leuke (les)tips om het spelenderwijs leren te stimuleren. Elke dag komt een blog online van Juf Maike of geschreven door een van de gastbloggers in allerlei onderwerpen. Zoals ouderschap, breinontwikkeling, herkenbare gebeurtenissen op school of thuis en tips voor speciale gelegenheden.

21-10-16 00:25


eye q

omega 3 en 6

“geef ze goede bagage mee!“ r!

oo h Slim

eye Q bevat hoogwaardige, zuivere visolie met epa & dHa en teunisbloemolie met gLa in de bijzondere verhouding epa 9 : dHa 3 : gLa 1

i

puBLn de iCite it Verkrijgbaar in verpakking met 60 en 210 capsules. Eye Q Chew: 180 kauwcapsules met aardbeiensmaak. Eye Q liquid: 200 ml vloeibaar met citrussmaak.

Volg ons ook op Facebook.com/eyeqomega3en6

epa 9

dHa 3

gLa1

Er zijn vele studies met Eye Q bij kinderen verschenen. Neem voor meer (wetenschappelijke) informatie en/of een probeerverpakking* contact met ons op via: E info@springfieldnutra.com • T 0186 - 626 173 Probeerverpakking bevat enkele capsules om te zien of een kind ze lust.

*

Eye Q is o.a. verkrijgbaar bij gezondheidswinkels, zoals Gezond & Wel, De Tuinen, Vitaminstore, D.I.O. Drogist en via apothekers.

B.I2016 JRMGZN I

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 73

73

21-10-16 00:25


PUZZEL

_ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- __ -------- _ ------Basisschoolmagazine kruiswoordpuzzel 1

2 6

3

4

7

8

9 12

10

11

13

14

15

16

17 19

HORIZONTAAL 5

18

20 21

22

23 24

25 26

30

31

27

28

32

33

35 38

29

34

36

39

37

40

41

42

44

43

45 46

47

48

49

50 51 52

53

54 55 56

57

58

59

Horizontaal

2. KinderenVERTICAAL zijn vanaf hun vijfde verjaardag… 6. Welk onderwijs is ontwikkeld 1. Praktijkonderwijs (afk.) door Helen Parkhurst? 2. Lichamelijke opvoeding (afk.) Taal die in het basisonderwijs ingevoerd wordt 8. Berend ...3. (liedje) 4. Toets aan het einde van de basisschool 9. Wet op het Onderwijs Toezicht (afk.) 5. Ouder die kinderen opvangt 11. Autisme Spectrum Stoornis (afk.) 6. Staatssecretaris van onderwijs 12. Welke drank wordt gepromoot op 7. Wat voor gevolgen kan kindermishandeling basisscholen? hebben bij kinderen 9. Waarover gaat de positieve psychologie? 10. Ontwikkelingsgericht Onderwijs (afk.) 18. Waar lijkt het gedrag van een kind op dat onvoldoende wordt uitgedaagd? 20. Wat doen kinderen die op school niet laten zien wat ze kunnen?

2. Kinderen zijn vanaf hun vijfde verjaardag… 6. Welk onderwijs is ontwikkeld door Helen Parkhurst? 8. Berend ... (liedje) 9. Wet op het Onderwijs Toezicht (afk.) 11. Autisme Spectrum Stoornis (afk.) 12. Welke drank wordt gepromoot op basisscholen? 14. Een … leeromgeving 15. Elektronische leeromgeving (afk.) 16. Leraar in Opleiding (afk.) 17. Special Educational Needs (afk.) 19. Jaarlijkse sportieve activiteit. 21. Medezeggenschapsraad (afk.) 24. Altijd is kortjakje ... (liedje) 25. Beter Onderwijs Nederland (afk.) 26. Interne Begeleider (afk.) 28. Nationale Onderwijs Tentoonstelling (afk.) 30. Remedial teacher (afk.) 31. Primair onderwijs (afk.) 32. Speciaal Onderwijs (afk.) 33. Kinderen die uitvallen binnen het basisonderwijs stappen over naar het … onderwijs 35. Welk onderwijs is bedacht door Peter Petersen? 38. Kind uit groep 1 of 2 40. Daar was laatst een meisje … (liedje) 41. Leerling Volg Systeem (afk.) 42. Ambulante begeleiding (afk.) 44. Welk gedrag probeert de Kanjertraining om te buigen? 46. Aardrijkskunde (afk.) 48. Controlerende instantie voor het onderwijs 50. Hoe leren jonge kinderen? 51. Algemeen Vormend Onderwijs (afk.) 52. Kleuters beginnen de dag in de 57. Ik zag twee ... broodjes smeren (liedje) 58. Kinderen spelen in de pauze op het… 59. Welk dier zit in de titel van het nieuwste boek van Jeroen Schipper?

Verticaal

1.Wat Praktijkonderwijs (afk.)niet laten zien 20. doen kinderen die op school 43. Kinderen die niet in taal denken, denken in… 2.zeLichamelijke opvoeding (afk.) wat kunnen? 45. Eerste woord leesplankje 21. groep Mees … 3.Eindproject Taal diein in het8 basisonderwijs ingevoerd47.wordt 22. gebruik je inhet spel?einde van de basisschool48. Ouderwets schrijfmiddel 4.Wat Toets aan 23. komt eendie ... aangelopen 49. Wat heb je nodig om te communiceren? 5.ErOuder kinderen(liedje) opvangt 24. Zorg- en Adviesteam (afk.) 50. Welke hogeschool houdt zich bezig met 6. Staatssecretaris van onderwijs 27. De ... had maar enen schoen (liedje) onderzoek naar het Daltononderwijs? 7. Wat voor gevolgen kan kindermishandeling 29. Onderwijs assistent (afk.) 53. Waar hebben getraumatiseerde kinderen vaak hebben bij kinderen? 33. Stichting Leerplanontwikkeling (afk.) geen controle over? 34. Welk onderwijs werd per 1 augustus 2014 54. Vader... (liedje) ingevoerd? 55. Elders Verworven Competenties (afk.) 36. Persoonlijk Ontwikkelings Plan (afk.) 56. Naam vroegere kleuteropleiding (afk.) 37. Pedagogische instelling die kinderen opvangt 38. Jongste leerlingen basisschool 39. Leerlingvolgsysteem (afk.)

74 I2016 I B. JRMGZN

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 74

21-10-16 00:25

_-


_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ ------- __ -------- _ -------

_ --- _ --------------- _ COLOFON ---- _ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ -------

Los de puzzel op en win! Vul het juiste antwoord in op www.basisschoolmagazine.nl/puzzel en maak kans op mooie prijzen! Meedoen kan tot 1 februari 2017. 10

25

28

28

13

26

6

33

55

3

7

14

45

1

51

30

13

17

49

15

14

55

28

7

49

De prijzen

q w e

Deelname voor één persoon aan een congres of middagsymposium naar keuze bij Logacom BV Congresorganisatie (kijk voor het aanbod op www.logacom.nl)

Boekentegoed t.w.v. ¤ 100,- te besteden in de webshop van Uitgeverij SWP (kijk voor het aanbod op www.swpbook.com)

Een jaarabonnement op het pedagogisch vakblad Pedagogiek in Praktijk (PiP) t.w.v. ¤ 49,50 (voor meer informatie zie www.pedagogiek.nu)

B.

Basisschoolmagazine 2016 -2017 Prijs ¤ 4,95

Aan dit nummer werkten mee Juliette Liber, Tineke Verdoes, Leony Coppens Mariken Althuizen, Elena Carmona van Loon Annerieke Boland, Ernst Bohlmeijer, Niko Fijma Esther van Oers, Suzanne Wardenaar, Saskia van Oenen, Pauline van Aken, Jeroen Schipper Uitgevers Paul Roosenstein, proosenstein@mailswp.com Trude van Waarden, tvwaarden@mailswp.com Coördinatie & marketing Coby Faber, cfaber@mailswp.com Vormgeving Martijn Blokland, martijn@blokland.eu Saskia Franken, s.franken @hetzomerpaleis.nl Adverteren Advertentietarieven en -voorwaarden zijn te raadplegen via www.basisschoolmagazine.nl/adverteren Partners

Alle boeken die zijn opgenomen in het Basisschoolmagazine (met uitzondering van de boekenplank op pagina 44) zijn te bestellen via www.swpbook.com. In België gaat de distributie van boeken via www. epo.be. Meer informatie over de cursussen kunt u vinden op www.onderwijs.academy. © 2016 Uitgeverij SWP, Amsterdam, www.swpbook.com Alle rechten voorbehouden. Algemene voorwaarden van Uitgeverij SWP zijn van toepassing.

_ --------- _ ------- _ --- _ -------------- _ ------- _ --- _ --------------- _ -

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 75

B.I2016 JRMGZN I

75

21-10-16 00:25


Maak jouw school KidsProef!

KidsProef is een gratis educatief lesprogramma over verantwoorde voeding voor basisschoolleerlingen van groep 7 en 8. Wat is voeding? Wat is nu precies biologisch? En wat is suiker? Tijdens de 3 Kidsproeflessen, bestaande uit theorie en praktijk, wordt op interactieve wijze antwoord gegeven op al deze vragen. KidsProef komt graag een gastles op jouw school verzorgen! Bekijk het complete programma en de mogelijkheden op: www.desmaakspecialist.nl/kidsproef. KidsProef is een initiatief van Kidsproef @jouwschoolkidsproef

SWP JAARMAGAZINE 2016_6.indd 76

21-10-16 00:24

Basisschool magazine 2016-2017  

Het Basisschool magazine voor leerkrachten in het primair onderwijs. www.basisschoolmagazine.nl

Basisschool magazine 2016-2017  

Het Basisschool magazine voor leerkrachten in het primair onderwijs. www.basisschoolmagazine.nl