Issuu on Google+

#69 NOVEMBER 2013

COLUMN: TOPMANNEN? 2 NA HET CONFLICT 3 INVLOED MET STIJL 4–5 STEUN VOOR HULP: NEDERLAND VS. VERENIGD KONINKRIJK 6–8 BEELDVORMING OVER ONTWIKKELINGSHULP 9 ENERGIEKE SAMENLEVING AAN HET ROER 10–11 BELASTINGEN IN DE BESTUURDERSKAMER 12–15 ESSAY ‘HET VERNIETIGENDE WERK VAN DE ELITE’ 16–19 DUURZAME JONGE 100 20–21 MOREEL LEIDERSCHAP 22 WEET WAT JE KOOPT 23


COLUMN

TOPMANNEN? Als het gaat over de best betaalde krachten in het bedrijfsleven is het heel gewoon om te spreken over ‘topmannen’. Dit is in mijn ogen een anachronistische term die doet denken aan het alfamannetje uit de biologieles. Toch gaat er geen dag voorbij zonder dat de media rept over ‘topmannen’. Kenmerkend voor de meeste topmannen is dat ze aantreden, saneren of overnemen, en vervolgens aftreden om ergens anders weer aan te treden. Topmannen zijn onderling inwisselbare boegbeelden die ‘een klus’ klaren. Hun belangrijkste verantwoordelijkheid is ‘de continuïteit’ te waarborgen. Een prototype topman is volgens mij Jan Hommen. Onlangs werd hij bevorderd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, vanwege zijn ‘uitzonderlijke bijdrage aan de continuïteit van ING als internationaal bedrijf’. Jan trad aan in 2009, verkocht tientallen bedrijfsonderdelen, ging van 130.000 naar 84.000 medewerkers, trad af en is nu voorzitter van de raad van commissarissen bij Ahold. “Ik ga weg met een goed gevoel. De bank is sterker en kleiner geworden.” Zijn taak zat erop. Zijn topmannen zoals Jan Hommen per definitie ook leiders? Ik vind van niet. Afgaand op wat ik via de media verneem, zie ik in Hommen eerder een manager dan een leider. Kenmerkend voor managers is hun primaire focus op de hoe-vraag. “Hoe krijgen we de bank in rustiger vaarwater? Hoe houden we de zaak in de hand?”. Managen komt etymologisch van het Italiaanse werkwoord voor ‘mennen’ (maneggiare). Al veronderstelt goed management zeker leiderschapskwaliteiten, het verschilt wel degelijk van goed leiderschap. Leiderschap vergt immers ook aandacht voor de fundamentele vraag die vooraf gaat aan het ‘mennen’, namelijk waartoe? Wat is de zin van onze organisatie? Wat willen wij betekenen voor deze wereld. Helaas stellen weinig topmannen zich dergelijke fundamentele vragen. Dit is niet verbazingwekkend, want fundamentele waartoe-vragen kunnen ontregelen, en eerlijk is eerlijk, daarvoor worden topmannen niet aangesteld. Om de waartoe-vraag echt te kunnen beantwoorden moeten leiders, in de termen van het Tweede Vaticaans Concilie, ‘de tekenen des tijds verstaan’.

Loslaten van bestaande patronen en reflexen en zoeken naar nieuwe, oorspronkelijke antwoorden is daarvoor noodzakelijk. Dit vraagt om schaarse ingrediënten als rust en tijd. Maar meer nog, wie antwoorden vindt, dient hier voor te gaan staan. En dat vraagt om moed, soms veel moed. De geschiedenis van de Quakers, een gemeenschap van ondogmatische gelovigen geworteld in de christelijke traditie, biedt hiervan mooie voorbeelden. Zij koppelen verinnerlijking door stilte aan concreet maatschappelijk handelen. Tijdens de Stille Samenkomst, de basis van deze gemeenschap, zijn Quakers in zwijgen samen. De stilte wordt alleen doorbroken wanneer iemand opstaat en uitspreekt wat hem of haar werkelijk ter harte gaat. Heel alleen, figuurlijk naakt voor de ander. De anderen reageren hier op geen enkele wijze op. Quakers noemen deze methode ook wel centring down, een manier om hart, gevoel en wil op één lijn te krijgen. Het is volgens mij geen toeval dat de Quakers vanaf het begin rond 1650, ‘de tekenen des tijds’ vaak eerder dan anderen verstonden. Als eerste richtte ze een organisatie voor afschaffing van de slavernij op. Maar ook verantwoord beleggen vindt zijn oorsprong bij de Quakers die weigerden hun geld te steken in bedrijven die gebruik maakte van slavenarbeid. Ook waren ze bij de eersten die streden voor humanisering van gevangenissen en psychiatrische inrichtingen. In 1947 werd hun werk op het gebied van emancipatie en slachtofferhulp beloond met de Nobelprijs voor de Vrede. De Quakers kennen geen voorgangers, priesters, laat staan topmannen. Hun rijke geschiedenis illustreert voor mij dat echt leiderschap los staat van de hiërarchische positie. Iedereen kan in zijn eigen werk, school, geloofsgemeenschap of vriendenkring een leider zijn. Deze uitgave van Oikos Nieuws gaat over deze grote variatie aan leiders en leiderschap. Ik wens al deze leiders en topmannen van de wereld toe dat ze net als de Quakers het vermogen ontwikkelen om te luisteren naar dat wat in de stilte tot je spreekt. GERHARD SCHUIL, DIRECTEUR OIKOS

WORD VRIEND VAN OIKOS EN ONTVANG EEN WELKOMSTGESCHENK Gelooft u ook dat het anders kan? Steun ons en wordt Vriend van Oikos! Als u nu besluit Oikos jaarlijks te steunen, ontvangt u een welkomstgeschenk. Kies uit een van de hier afgebeelde boeken. Geef uw keuze door op 030-2361500 of oikos@stichtingoikos.nl.

Voor al deze boeken geldt, zolang de voorraad strekt. Als het boek niet langer beschikbaar is, krijgt u een ander boek naar keuze toegestuurd.

2

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

CEDER EN SAXOFOON

TEGENPOLEN

CHRISTIAAN HOGENHUIS

BERNICE NOTENBOOM

Improviseren op een volwassen economie en een duurzame welvaart

Een bijzonder persoonlijk verslag over klimaatexpedities naar de koudste gebieden ter aarde.

MINDER HYPES, MEER HIPPOCRATES MARC BROERE EN ELLEN MANGNUS Een positieve injectie voor de ontwikkelingssector


VREDESDAGENSYMPOSIUM

ZES WEGEN NAAR VREDE Een conflict ontstaat niet zomaar, het kent vaak een lange aanloop. Ook vrede ontstaat niet vanzelf, of het nu is na een burenruzie of een burgeroorlog. Als een (gewapend) conflict beëindigd is, is nog een lange weg af te leggen voordat vrede en vertrouwen weer terug zijn tussen de betrokken partijen. Het jaarlijkse Vredesdagensymposium dat Oikos organiseert met Studium Generale en SIB Utrecht, had dit jaar als thema ‘Na het conflict’. Schuld, boete en verzoening en de rol die wetenschap en kunst hierbij kunnen spelen stonden bij het symposium op 1 oktober centraal. Post-conflict samenlevingen staan voor de grote vraag: hoe nu verder? TEKST ROOS LOMBO

I

n haar openingslezing ging prof. dr. Beatrice de Graaf, hoogleraar Conflict en veiligheid in historisch perspectief, in op de rol van waarheidsvinding. Ze richtte zich specifiek op het belang van het achterhalen van de namen van de mensen die in een conflict omgekomen zijn. Het vereeuwigen van namen is het eerst noodzakelijke ritueel na een aanslag of na het beëindigen van een gewapend conflict. Het belang hiervan wordt meestal onderschat, behalve door de nabestaanden. Bij de verwerking van conflicten gaat het om de kleine levens van mensen, het teruggeven van menselijke waardigheid aan overledenen. De Graaf ziet dit niet zozeer als een juridische, maar als een morele plicht. Het gaat vooraf aan verschillende wegen naar vrede: verbeelden, verbinden, vergoeden, verzoenen, vooruitkijken en vergelden. Aan de hand van dit verhaal en deze zes ‘V’s’ gingen tien gespreksleiders aan tafels in gesprek met het publiek. Welke weg kiezen zij? Hieronder lichten we er enkele uit. De groep van prof. dr. Georg Frerks (Conflictstudies, UU) koos voor Vooruitkijken. Met als belangrijk vraagstuk hoe je vanuit de internationale gemeenschap vrede en veiligheid kunt bevorderen. Lia van Broekhoven (directrice Human Security Collective) vindt dat je als

westerling een rol in post-conflict samenlevingsopbouw kunt spelen, mits je met lokale mensen samenwerkt. Ook zij positioneerde zich bij Vooruitkijken. Prof. dr. Micha de Winter (Pedagogiek) koos voor dezelfde weg van Vooruitkijken, vanuit het perspectief van vredeseducatie. Als je kinderen leert hoe je op een vreedzame manier conflicten kunt oplossen, kun je werken aan conflictpreventie. Dr. Antoine Buyse (Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten, UU) koos voor Vergoeden, al kan niet alles wat verloren gegaan is, vergoed worden of in geld uitgedrukt worden. Buyse ziet waarheidsvinding als de grootste prioriteit voor slachtoffers. Dr. Lucien van Liere (Religies in conflictsituaties) benadrukte ook het belang van erkenning. Slachtoffers en nabestaanden zijn vaak op zoek naar erkenning. Als zij die immateriële erkenning krijgen, blijken ze vaak van materiële schadeclaims af te zien. De groep van Ir. Ingeberte Uitslag (Oikos, DPC) koos voor Verbinden. Dat gaat verder dan alleen dialoog en elkaar willen begrijpen. Kijk samen vooruit, probeer er samen achter te komen welke toekomstvisies er bestaan en wat er voor nodig is om daar met elkaar te komen. Ze sloot af met de vraag: ‘Wat heb je vandaag aan conflictpreventie in je eigen omgeving gedaan?’ Een mooie reminder om de wegen naar vrede juist ook in het leven van alledag te (be)oefenen.

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

3


DE MASSA ALS NICHE VOOR DUURZAME LIFESTYLE

INVLOED MET STIJL, ZO DOE JE DAT! Benieuwd naar de groene influencers van de toekomst? Bij MyStyle hebben we er zo’n veertig lopen. MyStyle is een groep van jonge bloggers die met hun reviews van duurzame producten de mainstream wil verduurzamen. Ze laten hun leeftijdsgenoten zien dat duurzaamheid cool is. MyStyle bereikt er inmiddels ruim 800.000 jongeren per maand mee. ‘Onze bloggers weten wat de trends zijn’. TEKST JESSICA SCHEPER

O

pgericht in 2011 door Campagnebureau EEN en Oikos, begon MyStyle als een clubje jongeren die als doel hadden om zoveel mogelijk mensen bewust te maken van het belang van een duurzame lifestyle. Ondertussen is MyStyle uitgegroeid tot een mediaservice waarvan de reviews zijn ingebed in populaire lifestyle magazines als Girlscene.nl en Viva. Hoewel in twee jaar tijd een klein deel van de reviewers door nieuw bloed is vervangen, is een grote groep ‘van de eerste lichting’ nog steeds actief. Ze voelen zich verbonden met het doel, met de levensstijl en met de producten. Sommige reviewers integreren MyStyle in hun studie via studie of stages. MyStyle blijkt een aantrekkelijke toevoeging te zijn voor je CV en die kans grijpen jongeren graag aan. Maxime, een van de MyStylers; “Toen ik bij een meeting van MyStyle kwam, leek het me wel ‘iets leuks’ omdat het me meer zou motiveren om te schrijven en daar mee bezig te zijn. Ik wist toen niet dat het ook mijn eigen bewustzijn van het milieu zo zou bevorderen en dat het nu wekelijks een rol in mijn leven speelt”. Ze vervolgt: “MyStyle houdt zich namelijk bezig met duurzaamheid op een moderne manier. We willen mensen, en met name jongeren of degenen die niet bij het milieu stilstaan, motiveren duurzamer te leven door dagelijkse producten te vervangen door een duurzame variant. Als MyStyler schrijf ik elke week een artikel over een duurzaam product. Dit zijn producten die voor iedereen toegankelijk zijn en soms echt een uitkomst zijn!”

4

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

Een andere MyStyler, Nadia, vult aan: “Ik leer er zelf ook van en vind het leuk om de kijkers van mijn blog ook iets bij te brengen. Bijvoorbeeld dat je bij duurzame producten niet alleen aan brandnetelsokken hoeft te denken, maar dat er ongelooflijk veel producten duurzaam zijn!” MyStyler Lilian heeft “zeker het gevoel iets bij te dragen aan een duurzame maatschappij”. Lilian: “Media kunnen mensen op een idee brengen en dat is ook wat MyStyle doet: lezers helpen bij hun ‘zoektocht’ naar een duurzamer leven. Zo probeer ik vooral alledaagse producten te vervangen voor duurzame varianten, omdat dit iets is waar veel mensen - waaronder ikzelf - naar zoeken”. Maar wat verstaan ze precies onder duurzame producten? Producten die MyStyle reviewt, zijn producten die op minimaal een van deze drie punten duurzamer zijn dan het gangbare alternatief: • people: sociale duurzaamheid – geen kinderarbeid, goede  werkomstandigheden • planet: ecologische duurzaamheid - milieu- en diervriendelijk • profit: economische duurzaamheid – eerlijke handel/ eerlijke prijs, gelijke  onderhandelposities voor alle partijen, eerlijke contracten MyStyle is dus een formule die reviews over groene én fair trade producten en diensten produceert. Producten in fashion, beauty en lifestyle producten worden door vrijwillige bloggers en redacteuren op een eerlijke en onafhankelijke manier gerecenseerd en gepubliceerd op persoonlijke titel.


My Style

Who is MyStyle? MyStyle

Volgen

MyStyle is een formule die reviews over duurzame en fairtradeproducten en diensten produceert. Maandelijks worden diverse producten in de categorieën fashion, beauty en lifestyle door vrijwillig bloggers en redacteuren op een eerlijke en onafhankelijke manier gerecenseerd en gepubliceerd op persoonlijke titel.

Reviews worden in eerste instantie gepubliceerd op de persoonlijke blog van een reviewer. Sommige jongeren hebben speciaal een webblog aangemaakt voor MyStyle reviews. Anderen gebruiken een bestaand blog, waar ze de reviews op plaatsen. De meeste reviewers hebben een blog die vooral door hun eigen netwerk wordt bekeken. Een paar reviewers hebben blogs met een eigen bereik van honderden of zelfs duizenden lezers. Op de MyStyle Pinterest en Facebook pagina’s komen alle reviews samen. Maar daar blijft het niet bij! De reviews worden vervolgens gepubliceerd in grote on- en offline media in Nederland. Lifestylemedia als Girlscene.nl en Viva, hebben namelijk veel rubrieken waarin producten worden besproken. De media omarmen daarmee MyStyle’s duurzame content als iets eigens, omdat het hip en toegankelijk is voor hun doelgroep. De strategie van MyStyle is om jongeren te bereiken die zich nog niet met duurzaamheid bezighouden. Dit doen ze door MyStyle content te publiceren op plekken waar die jongeren vanuit zichzelf al komen. Het team van MyStyle heeft gemerkt dat het doorplaatsen van blogcontent over duurzame producten een ‘interessant model’ is, waarbij de duurzame markt op de kaart gezet kan worden. Wat begon als jongerenproject, lijkt ook potentie te hebben als marketingtool. Ilse Chang, campagneleider van EEN: “Als je duurzaamheid ziet als een product dat in de markt moet worden gezet om een betere wereld te bereiken, dan is het duidelijk dat echte verandering pas komt als we uit de niche weten te komen. EEN kiest daarom om te communiceren met de massa, de mainstream. Onze bloggers weten wat werkt bij die doelgroep. Dat maakt ze misschien wel een nieuw soort marketeer”.

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

5


DRAAGVLAK

DRAAGVLAK OP DE HELLING Ontwikkelingssamenwerking is in Nederland niet langer zo onomstreden als het jarenlang was. In het Verenigd Koninkrijk vindt daarentegen juist een tegenovergestelde beweging plaats. Wat is hier aan de hand? Coendert Slendebroek, workshopfacilitator bij oikosXplore, deed voor een Masterstudie Internationale Betrekkingen in Historisch Perspectief onderzoek naar de ontwikkeling van het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. TEKST COENDERT SLENDEBROEK

H

et was één van de belangrijkste momenten van de Engelse Make Poverty History campagne in 2005. Nelson Mandela, volledig in het zwart met een wit bandje om zijn arm, sprak een publiek van 22.000 man toe op Trafalgar Square in Londen. Hij sprak over de onnatuurlijkheid van armoede en hoe ieder van ons de taak heeft niet te rusten voordat armoede tot het verleden behoort. Want, zo zei hij, het uit de wereld helpen van armoede is niet een gebaar van liefdadigheid. Het is een daad van rechtvaardigheid. De campagne Make Poverty History was onderdeel van een wereldwijde campagne tegen armoede die politici wilde stimuleren tot daadwerkelijke actie over te gaan. Ondanks het succes van de campagne om mensen te betrekken bij ontwikkelingssamenwerking, is er sinds-

dien veel gebeurd wat er voor gezorgd heeft dat het draagvlak voor internationale samenwerking juist minder is geworden. De economische crisis heeft in Nederland veel invloed gehad op de discussie over ontwikkelingssamenwerking. Het is hierbij belangrijk het begrip ‘draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking’ wat beter te bekijken. Aan de ene kant gaat het om het goedkeuren dat ontwikkelingssamenwerking plaatsvindt. Aan de andere kant gaat het om de eigen toewijding aan duurzame ontwikkeling en de wil om zich in te zetten voor een betere wereld. De economische crisis bleek eigenlijk vooral invloed te hebben op dat laatste, persoonlijke, aspect van draagvlak. Een economische crisis heeft als logisch gevolg dat men in de samenleving gaat bezuinigen op wat men beschouwt als ‘luxe’. Gek genoeg werd ook ontwikkelingssamenwerking weggezet als ’luxe waarop bezuinigd kan worden. De oorzaak hiervoor zouden we kunnen aanwijzen in de toon van het debat over ontwikkelingssamenwerking nog vóór dat de economische crisis insloeg. Dit debat heeft als het ware de bodem gelegd voor het uitblijven van protest uit de samenleving nu er wordt bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking. De negatieve beeldvorming dat ontwikkelingsgeld weggegooid geld zou zijn, heeft er voor gezorgd dat toen de economische crisis in volle hevigheid uitbrak het als logisch werd gezien dat in Den Haag werd besloten te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Ook in het Verenigd Koninkrijk richtten samenleving en politiek zich sinds het uitbreken van de crisis vooral op interne problemen. Toch was het debat over ontwikkelingssamenwerking in de Britse media sterker en meer in evenwicht dan in Nederland. In Nederland werd het debat aanvankelijk gedomineerd door Arend Jan Boekestijn (toenmalig VVD-woordvoerder OS), fel tegenstander van de (huidige) vorm van ontwikkelings-

6

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013


samenwerking. Omdat in de publieke discussie het positieve verhaal over ontwikkelingssamenwerking ontbrak, ontstond een eenzijdige discussie. Vanwege een gebrek aan kennis over de context en verschillende aspecten van ontwikkeling, is de media niet in staat geweest om het meer diepgaande verhaal van ontwikkelingssamenwerking te vertellen en gaf daarom vooral ruimte aan criticasters van ontwikkelingshulp die goed wisten in te spelen op de gevoelens in de samenleving. En er speelde nog iets anders: Veel mensen die het draagvlak bepaalden, waren eigenlijk maar matig of niet geïnteresseerd in ontwikkelingssamenwerking. In meerdere opzichten was dit vaak ver van hun bed. Daarnaast wilden steeds meer mensen in de samenleving resultaten op de korte termijn zien, terwijl ontwikkelingssamenwerking iets is van de lange termijn. Ook belangrijk is de rol die nietgouvernementele organisaties (ngo’s) hebben gespeeld. Na aanvang van het publieke debat is de ontwikkelingssector te lang aan de zijlijn blijven staan. Velen hoopten dat de discussie vanzelf over zou gaan. Toen de sector alsnog besloot deel te nemen aan de discussie, werd gekozen voor een defensieve houding. Ook ging de sector mee in het meetbaar maken van ontwikkelingssamenwerking, deels onder druk van de politiek. De Nederlandse manier van checken en meten, begrijpelijk vanuit het perspectief dat het geld verantwoord moet worden, veronderstelde een soort maakbaarheid die er slechts in zeer beperkte mate is. De sector ging mee in een discours waar gelet op de aard van ontwikkelingssamenwerking weinig te winnen viel. Het debat in de Britse media kende meer diepgang en inhoud, waardoor een meer gelijkwaardig debat tussen voor- en tegenstanders ontstond. Een belangrijke rol was weggelegd voor de ngo’s, die actief deelnamen aan de discussie en daarmee probeerden een verhaal neer te zetten over de positieve kant van ontwikkelingssamenwerking. Toch ondervonden ook de Britse ngo’s dat het lastig bleef om het volledige en complexere verhaal van internationale samenwerking over te brengen op de samenleving. De toenemende globalisering heeft er voor gezorgd dat in Nederland ontwikkelingssamenwerking onder druk staat. Er is een soort angst ontstaan voor deze globalisering en het steeds kleiner worden van de wereld, zowel onder de oudere als de jongere organisatie. Wat betreft de oudere generatie heeft dit vooral te maken met het willen beschermen van de eigen verworvenheden en de angst dat deze verloren gaan. Aangezien Nederland steeds meer vergrijst, neemt dit alleen maar toe. Toch beperkt de angst voor globalisering zich niet tot ouderen. Deze angst heeft te maken met de vele feiten,

‘Het debat over ontwikkelingssamenwerking in de Britse media is sterker en meer in evenwicht dan in Nederland.’

kansen, mogelijkheden, ideeën en kansen waarmee de samenleving werd overladen. Deze angst zorgde voor minder interesse in het buitenland en daarmee ook in ontwikkelingssamenwerking. Het besef dat wat er in het buitenland gebeurde invloed had op Nederland, was door deze ontwikkelingen minder aanwezig. Nederland leek zich steeds meer terug te trekken van internationale zaken en steeds meer in zichzelf gekeerd te leven. Een groot contrast met hoe men in het Verenigd Koninkrijk dacht over globalisering en internationaal betrokken zijn. In het Verenigd Koninkrijk leek juist veel meer het besef aanwezig dat het belangrijk is deel te nemen aan een steeds meer op elkaar ingespeelde wereld. Een belangrijke rol was daarin weggelegd voor de politiek. Politici gebruikten ontwikkelingssamenwerking om de samenleving te overtuigen dat het goed was deel te nemen aan wat er internationaal gebeurde. Het besef dat er wederzijdse afhankelijkheid bestond tussen wat er in de wereld gebeurd en welke invloed dat heeft op het Verenigd Koninkrijk, werd sterk benadrukt door de politiek. De Britse regering beschouwde ontwikkelingssamenwerking als een kans de rol van wereldleider op zich te nemen, door een voorbeeld te worden voor andere landen. Daarom werd er in het Verenigd Koninkrijk niet bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking, maar ging het budget juist omhoog. Juist in tijden van crisis wilden de Britten ervoor zorgen dat er toegang was tot de groeiende markten van ontwikkelingslanden. Het grote verschil met de Nederlandse politiek is, dat aan de overkant van de Noordzee het draagvlak in de politiek toenam en de wil is gegroeid om verantwoordelijkheid te nemen en leiderschap te tonen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Het nemen van verantwoordelijkheid als wereldmacht werd daarin belangrijk gevonden, zowel in de politiek als in de samenleving. In beide landen dreigt het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking af te brokkelen , vooral onder invloed van de economische crisis. Het is voor ngo’s lastig gebleken om de samenleving voldoende te informeren over de complexiteit en achtergrond van ontwikkelingssamenwerking. In Nederland is de dreiging dat het draagvlak afbrokkelt echter groter en dit heeft te maken met de rol die media en politiek spelen. De Nederlandse politiek is zich steeds kritischer gaan uiten over ontwikkelingssamenwerking en legt in de relatie met ontwikkelingslanden steeds meer de nadruk op economische handelsbelangen. In het Verenigd Koninkrijk is de overheid overtuigd van de noodzaak tot internationale samenwerking en is in staat om de politiek daarvan te overtuigen, mede doordat een sterke populistische

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

7


DRAAGVLAK

stroming – waar in de Nederlandse politiek wel sprake van is – ontbreekt. De media in het Verenigd Koninkrijk is beter in staat een genuanceerd beeld van ontwikkelingssamenwerking te schetsen, waardoor er een diepgaander en sterker debat op gang is gekomen dan in de Nederlandse media. Het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking in de samenleving van beide landen kende eenzelfde ontwikkeling en deze werd sterk beïnvloed de economische crisis. In de samenleving van het Verenigd Koninkrijk is men zich er echter meer van bewust dat de globalisering dwingt tot internationale samenwerking en de rol die het Verenigd Koninkrijk als leider daarin moet en kan spelen. Het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking staat op de helling. De tijden en gedachten zijn veranderd. De economische crisis heeft een negatieve invloed gehad op het nemen van verantwoordelijkheid voor een eerlijkere wereld, maar biedt tegelijkertijd een kans. Een kans om de samenleving en de politiek te laten merken dat er meer is dan economische onbegrensdheid. Want het is wel gebleken dat de wereld als geheel niet vooruit komt, als mensen het leven alleen voor zichzelf of hun eigen groep zo aangenaam mogelijk maken. De economische crisis is daarmee ook een morele crisis. Een crisis

8

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

die ons de kans biedt om te laten zien dat de wereld groter is dan Nederland zelf. Een wereld waarin iedereen met elkaar verbonden is en waarin alles op elkaar van invloed is. De toekomst is een wereld waarin het niet meer gaat over wat mag en wat niet mag, maar het erom gaat of we het goede nastreven. De politiek moet – zoals oud-premier Balkenende recent stelde – het weer gaan hebben over de morele kanten van politieke besluitvorming, gedreven vanuit een maatschappij die steeds meer vanuit het ethische perspectief tegen een globaliserende wereld aan gaat kijken. De samenleving zal namelijk gaan beseffen dat er een grotere wereld is, waarin empathie voor de ander (wederom) belangrijk wordt. Het is mijn hoop dat de politiek het goede voorbeeld zal geven, niet langer alleen in woorden, maar ook in daden. Nelson Mandela sprak de politici aan, maar het geldt natuurlijk voor ons allemaal. Daar op het plein midden in Londen sprak hij:

Do not look the other way; do not hesitate. Recognise that the world is hungry for action, not words. Act with courage and vision.


VOSSEN AM RJ

COLUMN M I

OVER DE BEELDVORMING VAN ONTWIKKELINGSHULP

De noodzaak van lef In oktober las ik een artikel in de Volkskrant met de kop ‘Goed doen pakt vaak fout uit’. Een pagina lang ging ontwikkelingseconoom Angus Deaton daarin te keer tegen ontwikkelingshulp. Hulp, aldus Daeton, helpt foute leiders in het zadel en maakt regeringen lui. Landen die het meeste hulpgeld ontvingen, lieten de minste economische groei zien. En na een halve eeuw hulp heeft nog steeds een kwart van de wereldbevolking geen toegang tot schoon water. Nadat ik klaar was met lezen vroeg ik me af met welk gevoel de doorsnee Volkskrant-lezer zijn krant zou hebben dichtgeslagen. Een aantal zal gesterkt zijn in de overtuiging dat ‘het allemaal niet helpt’. Anderen zijn door Deatons betoog wellicht aan het twijfelen gebracht: moeten we nog wel donateur blijven van Unicef? Mij intrigeerde het artikel om nog een andere reden: waarom koos Deaton ervoor om dít verhaal over het voetlicht te brengen? Hij had ook kunnen vertellen, bijvoorbeeld, dat Afrikaanse landen steeds meer ‘eigen’ belastinggeld ophalen. Dat ze daardoor steeds minder afhankelijk worden van ontwikkelingshulp. Dat sinds 2000 de kindersterfte met 2,65 miljoen per jaar is gedaald. Of dat de afgelopen twintig jaar twee miljard mensen toegang kregen tot schoon drinkwater. Deze tegenvoorbeelden geef ik niet om mijn gelijk halen. Het punt is dat Deaton en ik allebei ons gelijk kunnen halen. Ik wil ermee laten zien hoe berichten in de media ons relatief gemakkelijk in een bepaald denkraam kunnen lokken. Feiten alléén zeggen niets. Het gaat om het verhaal dat je ermee vertelt.

Trieste mensen Wanneer het over ontwikkelingshulp gaat, lijken een aantal verhalen, of ‘frames’, echter hardnekkig het beeld te bepalen. Een eerste is het frame van ontwikkelingslanden, vooral in Afrika, als oorden van honger, droogte, oorlog en aids, met trieste mensen die lijdzaam wachten tot het beter wordt. Een tweede frame is dat van verspilde ontwikkelingshulp, met corrupte leiders die er hun zakken mee vullen en hulporganisaties die het aan de strijkstok laten hangen.

Woorden als ‘corrupt, zakkenvullers en strijkstok’ roepen sterke emoties op. Daarin zit ook de kracht van framing. Frames gedijen bovendien goed bij herhaling: wie vaak genoeg een bepaalde boodschap hoort, gaat vanzelf geloven dat het waar is. Dat heeft zijn sporen nagelaten. Een groot deel van de Nederlanders is inmiddels overtuigd dat ontwik-kelingsorganisaties hun geld vooral besteden aan organisatiekosten. Het aantal Nederlanders dat twijfelt aan het effect van ontwikkelingshulp, is het afgelopen decennium sterk gestegen. En Nederlandse ondernemers missen kansen in Afrika, omdat ze afgeschrikt worden door verhalen over corruptie en ellende.

Lef Dat tij moeten we keren. En dat kunnen we onder meer doen door krachtige ‘tegenframes’ in de discussie te brengen. Daar is lef voor nodig. Dat lef tonen politici en ontwikkelingsorganisaties in Denemarken met de campagne ‘Het beste nieuws van de Wereld’. Dit grootschalige media-offensief breekt met de journalistieke mores van ‘goed nieuws is geen nieuws’ en bericht uitsluitend over vooruitgang in ontwikkelingslanden. Lef toonde ook Oxfam Novib met de campagne ´ontwikkelingshulp is toch gewoon een zak geld geven?’ Daarin bespeelde acteur Stef Biemans het frame van de hulpcynici. En lef toonde Oikos met de campagne Yeah!! We gaan belasting betalen (zie pagina 10 e.v.), dat met humor het cliché van de graaiende multinational-directeur op de hak neemt. Maar niet alleen maatschappelijke organisaties zijn aan zet. Ook burgers kunnen tegenwicht bieden in hun rol als media-consument. Zij hoeven berichten over ontwikkelingshulp niet meteen te slikken. Zij kunnen ook eerst stilstaan bij de frames die de journalist of programmamaker heeft gebruikt, voordat ze een oordeel vellen en dit aan de borreltafel herhalen. Het is immers niet alleen de werkelijkheid, maar vooral het beeld van de werkelijkheid dat ertoe doet. MIRJAM VOSSEN IS ONTWIKKELINGSGEOGRAAF EN JOURNALIST. ZIJ DOET ONDERZOEK NAAR FRAMING VAN MONDIALE ARMOEDE AAN DE UNIVERSITEITEN VAN NIJMEGEN EN LEUVEN.

VOORBIJ DE BORRELPRAAT MIRJAM VOSSEN Iedereen ventileert zijn mening in het huidige debat over ontwikkelingshulp. Helaas voeren onwaarheden, drogredenen en valse sentimenten vaak de boventoon. Hoog tijd voor een weerwoord. In Voorbij de borrelpraat fileert Mirjam Vossen dertig veelgehoorde vragen over ontwikkelingssamenwerking: remt hulp economische groei? Waarom is er nog armoede na 60 jaar hulp? En hoe zit het met de strijkstok van de hulp-industrie? Elke vraag worden kort en krachtig beantwoord, ontmaskerd of genuanceerd.

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013




TOEKOMSTATELIER IN UTRECHT: VOORBIJ DE BOUWPUT Dit najaar vond in Utrecht het eerste in een reeks van toekomstateliers plaats. Het toekomstatelier van Oikos brengt mensen van maatschappelijk organisaties, bedrijven en lokale overheden bij elkaar met hun duurzame ideeën, wensen en concrete stappen. Speciaal voor Oikos Nieuws geeft Erik-Jan Hertogs, projectleider VNG International/Lokale Duurzaamheidsmeter, een impressie van deze dag. TEKST ERIK-JAN HERTOGS

H

et is al donker als ik na het eerste Toekomstatelier met een aantal medeorganisatoren naar het station loop. We komen in een jungle van beton en hekwerken terecht bij de bouwputten rond Hoog Catharijne. We raken volledig gedesoriënteerd. Wat een contrast met de visioenen die diezelfde middag voorbijkwamen van een groen en vredig Utrecht! We praten over hoe het idee van de Toekomstateliers is ontstaan. In het boek ‘De Ceder en de saxofoon’ beschrijft Oikos-onderzoeker Christiaan Hogenhuis hoe we de versplintering binnen de duurzaamheidsbeweging kunnen opheffen. Zijn oplossing: ga voorbij de deskundologie en creëer een gezamenlijke droom. De deskundige was die middag gepersonifieerd door Peter Steijn, themadirecteur duurzaamheid van de gemeente Utrecht, die om vier uur de aftrap gaf. Een zachte, intelligente blik van onder zijn borstelige wenkbrauwen. Aanwezig, maar niet dominant. “’Vier kinderen, geen auto, 13 zonnepanelen’”, dat is mijn ecologische voetafdruk”, begint Steijn zijn betoog. Utrecht staat volgens hem voor een kruispunt, want er komen nieuwe verkiezingen én een nieuwe burgemeester. Steijn: “Utrecht wil in 2030 klimaatneutraal worden: dit Toekomstatelier kan daarvoor input geven.” Bij Peter Steijn geen tegenstelling tussen deskundigheid en het vermogen om te dromen. Dan mogen de deelnemers los gaan. Mensen van gemeente, universiteit, huurdersverenigingen, Kamer van Koophandel, kerken, burgerinitiatieven mengen gemakkelijk en

produceren het ene na het andere idee. De ingehuurde tekenaar heeft geen enkel probleem om inspiratie op te doen en produceert tientallen tekeningen waarop we zien hoe het anders zou kunnen. Om half acht vat Peter Steijn het Toekomstatelier samen. Hij is blij dat er haast net zo veel groene (‘ik ben trots op...’) stickers aan de muur hangen als rode (verbeter) stickers. Hij vindt de uitkomst een rijke oogst. Als gemeenschappelijk punt haalt hij eruit dat het individu nu veelal voor gemak kiest, terwijl (een beetje) inspanning zoveel kan opleveren voor ons allemaal. We zullen het individu moeten zien te overtuigen dat de lange-termijnbelangen zwaarder wegen dan korte-termijnbelangen. Wat de opbrengst van het toekomstatelier tegelijk heel duidelijk laat zien is dat we het samen moeten doen. Samen als mensen en samen met de natuur. Dat komt naar voren uit de toekomstbeelden die de deelnemers creëerden: het beeld van de circulaire deel-economie, het beeld van de groene, ruime, eerlijke stad en het beeld van het ontmoeten, ruilen en delen. Na zijn samenvatting praten we door over vervolgstappen. Er blijken veel ideeën te zijn, dus zeggen wij, als organisatoren, toe om op basis daarvan met een voorstel te komen. Als ik uitstap in Amsterdam besef ik ineens dat ook dit stationsplein een bouwput is en dat, wel-beschouwd, de meeste stationspleinen in Nederland een bouwput zijn. Aan de andere kant van het plein staan de Amsterdamse grachtenpanden. Al eeuwenlang, mooi, duurzaam.

CHT, I PRESUME UTRE ? IK HAD JE BIJNA

NIET HERKEND...

10

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013


DE LOKALE DUURZAAMHEIDSMETER

Het is 2 juli 2022. Twee berichten over Utrecht beheersen het nieuws deze dag: ‘Utrecht bestaat 900 jaar’ en: ‘Utrecht is de duurzaamste stad van Nederland’. De krantensites staan vol met terugblikken op hoe Utrecht een duurzame stad is geworden.

De Toekomstateliers die Oikos organiseert, zijn opge-

Utrechts ‘tipping point’ voor de omslag naar duurzaamheid, was het

bouwd rond de Lokale Duurzaamheidsmeter. Dit is een

najaar van 2013. Toen, temidden van wijdverspreid pessimisme over de

online vragenlijst rond de thema’s people, planet en profit.

staat van de economie en ecologie, verscheen het vijfde IPCC rapport .

Sinds het eind van de jaren negentig vult ruim de helft van

Een rapport dat aantoonde dat, als er niets gedaan werd aan een duur-

alle gemeenten, vaak samen met burgerinitiatieven, de

zamer leven, de opwarming van de aarde 4,8 graden Celsius zou zijn.

lijst in. Het is de bedoeling dat de Duurzaamheids-meter in

In de VPRO-documentaireserie Klimaatjagers, liet avonturierster en

de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in zo veel

journalist  Bernice Notenboom  wetenschappers aan het woord over zes

mogelijk gemeenten wordt ingevuld. Het Toekomstatelier

kwetsbare gebieden op de aarde, zogenaamde ‘tipping points’, omslag-

in Utrecht had o.a. het doel om een bodem te leggen voor

punten in het klimaat. De wetenschappers waren ongerust. Het was

het invullen van de Duurzaamheidsmeter.

twee voor twaalf in Groenland, het tropische regenwoud, de Pacifische

Geef jouw gemeente een ‘por’ om ook de Duurzaamheidsmeter in te vullen: www.duurzaamheidsmeter.nl.

eilanden, in Alaska, op de savannes van Afrika , en in India. En nóg verschenen er artikelen in de pers waarin zogenaamde ‘klimaatsceptici’ verwarring zaaiden, alsof het allemaal wel mee zou vallen. Maar er was ook een andere omslag gaande, een kentering. Overal borrelde het namelijk van de initiatieven van mensen die wel aan duurzaam-

OOK EEN TOEKOMSTATELIER IN UW WOONPLAATS?

heid werkten. Op 3 oktober 2013 kwam in Utrecht een flinke club men-

Voor het toekomstatelier ‘Duurzaam Utrecht’, dat 40 deel-

startpunt van een nieuw élan: grenzen werden overschreden, tegen-

nemers telde, werkte Oikos samen met de VNG Inter-

stellingen werden overbrugd, concurrentie vooral gezien als prikkel

national, de internationale organisatie van de Vereniging

om elkaar te overtreffen in duurzaam denken en doen. Mensen zijn

van Nederlandse Gemeenten en de Gemeente Utrecht.

vanzelfsprekend mee gaan doen. De daken in Utrecht werden met

De komende tijd worden toekomstateliers georganiseerd

zonnepanelen en sedum bedekt. Afvalstromen werden tot een

in Wageningen, Culemborg en opnieuw Utrecht. Wilt u ook

minimum beperkt. Fruitbomen groeiden en bloeiden in steeds meer

een toekomstatelier in uw woonplaats?

straten. Thuislozen kregen een veilige haven. Steeds meer huizen

sen uit diverse hoeken en lagen van de stad bij elkaar om die duurzame toekomst te schetsen en vaart te geven. Achteraf gezien was dat het

werden duurzaam gebouwd of verbouwd. Over het woord duurzaamheid was geen eindeloos gebakkelei meer en er ontstond een sterk gemeenschappelijk beeld van een duurzame toekomst. En zo komt het dat nu, anno 2022, Utrecht aan de top staat van de Lokale Duurzaamheidsmeter. Meer dan 80% van de bewoners van Utrecht werkt actief mee aan Duurzaam Utrecht. Ook elders tekent die omslag zich af. Een serie als klimaatjagers is niet meer nodig. Het laatste IPCC rapport toont de verbetering van het klimaat aan. Kinderen spelen nog steeds op het strand bij Zandvoort aan Zee. Hoe ziet jouw droom voor een Duurzaam Nederland eruit? Laat het ons weten op oikos@stichtingoikos.nl.

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

11


Yeah!!

we gaan belasting betalen!

12

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013


Hij heeft de raad van commissarissen overtuigd: Zijn bedrijf gaat vanaf morgen eerlijk belasting betalen. Eigenlijk heel normaal. Maar het is vaak een taboe bij grote internationale bedrijven. Hoogste tijd om dat te doorbreken. Het kan anders. Een bedrijf moet belasting betalen waar het actief is. Want dan is er meer geld voor onderwijs, zorg en infrastuctuur. In Europa, maar ook in Afrika. Eerlijk belasting betalen hoort bij maatschappelijk verantwoord ondernemen. Vind jij ook dat het anders kan? Zet eerlijke belasting op de agenda van jouw favoriete merk. Ga naar www.stichtingoikos.nl/taxjustice

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

13


TAX JUSTICE

BELASTING BETALEN IS ZO GEK NOG NIET! Met de titel ‘Yeah we gaan belasting betalen’ zette Oikos afgelopen zomer een gedurfde campagne neer. Oikos riep multinationals op niet langer oneigenlijk gebruik te maken van belastingconstructies om belastingen te ontwijken, maar hun fair share te betalen in het land waarin ze actief zijn. Oikos gaat samen met de Vereniging van Beleggers voor Duurzaam Ondernemen (VBDO), ICCO en PwC met het bedrijfsleven het gesprek aan over hoe eerlijk belasting betalen onderdeel kan worden van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Op deze wijze wil Oikos het onderwerp eerlijke belastingen op de agenda in de bestuurskamers van Nederlandse multinationals krijgen. TEKST MAAIKE VAN DIEPEN

S

teeds meer grote en kleine bedrijven onderstrepen het belang van MVO en nemen hun eigen beleid onder de loep, met als doel de bedrijfsprocessen in te richten volgens MVO-principes. Vreemd genoeg speelt het betalen van eerlijke belastingen hierbij (nog) nauwelijks een rol. Zo blijkt uit aandeelhoudersvergaderingen, bijgewoond door VBDO, dat maar enkele bedrijven een verband zien tussen het belastingbeleid en het MVO beleid van het bedrijf. In vele gevallen opereren deze twee afdelingen van een bedrijf afzonderlijk van elkaar. Dat zou niet zo moeten zijn. Waarom betalen we eigenlijk belasting? We willen allemaal veilige wegen, goed onderwijs voor onze kinderen en goede ziekenhuizen wanneer we ziek zijn. Als sommige groepen in de samenleving hier niet aan meebetalen, heeft dat consequenties voor de rest van de burgers en bedrijven. Eerlijke verdeling van de belastingdruk is een belangrijke voorwaarde voor de samenhang in de samenleving en daarmee dus een moreel fenomeen. ‘Belasting betaal je dan ook niet aan de overheid, maar aan je medeburgers’, aldus hoogleraar belastingrecht Hans Gribnau. Maar als een morele verantwoordelijkheid naar de medeburgers wordt het betalen van belasting al lang niet meer gezien. Want de vraag die bij belasting veel vaker wordt gesteld is: Hoe kan ik zo min mogelijk belasting betalen? De overheid stimuleert ook actief dit gedrag, bijvoorbeeld door burgers belastingvoordelen aan te bieden bij het kopen van een energiezuinige auto, maar dus ook aan bedrijven als zij zich vestigen in Nederland. Belasting betalen wordt hierbij niet meer gebruikt om publieke voorzieningen te bekostigen, maar als omkoopmiddel voor burgers en bedrijven. Als de overheid belastingen instrumenteel gebruikt, is het logisch dat ook burgers ten aanzien van belastingen

14

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

zich calculerend gaan gedragen. De berichten over bedrijven die nauwelijks tot geen belasting betalen over de winsten die ze behalen, heeft de publieke verontwaardiging doen toe nemen. Logisch, want het is onvoorstelbaar dat Apple 100 miljard dollar wegsluist naar belastingparadijzen en Google via internationale constructies slechts 1% belasting betaalt, terwijl een burger of lokale ondernemer 25-40% betaalt. En het wordt nog wranger, als de overheid tegelijkertijd forse bezuinigingen doorvoert op publieke voorzieningen als gevolg van de economische crisis.

‘Belasting betaal je niet aan de overheid, maar aan je medeburgers’ Prof. Hans Gribnau

De afgelopen jaren is de belastingdruk op burgers alleen maar toegenomen terwijl de vennootschapsbelasting voor bedrijven wereldwijd teruggebracht is. ‘Dit komt doordat landen met elkaar wedijveren, een ware race to the bottom’, aldus Giuseppe van der Helm, voorzitter van Tax Justice NL. Zijn er dan helemaal geen lichtpuntjes? Jawel. Eén bedrijf dat al wel erkent dat belastingafdracht onderdeel is van maatschappelijk verantwoord ondernemen, is Unilever. Topman Paul Polman: “Waar geen concrete activiteiten plaatsvinden, daar gaan we ook geen bedrijven in stand houden”. Het bedrijf liquideerde afgelopen jaar tien zogenaamde brievenbusfirma’s.

Belasting means business Eerlijk belasting is in het belang van grote bedrijven en behoort op de bredere MVO-agenda. Zonder oog voor de impact op je omgeving ondergraaf je als bedrijf de solidariteit met de samenleving waar je als bedrijf zo afhankelijk van bent. Bij het structureel negeren van de zorgen in de samenlevingen waarin ze opereren, zal er een punt worden bereikt, waarop bedrijven het mandaat verliezen van de samenleving om te kunnen blijven opereren (‘license to operate’). Een voorbeeld


van hoe het niet moet, was toen Google, Ikea en Starbucks dit najaar weigerden om met volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer in gesprek te gaan over hun belastingbeleid. Dat is niet alleen een gemiste kans voor henzelf, maar ook een schoffering van de volksvertegenwoordiging. Hans Gribnau: ‘Dat Nederland een stabiele staat is, betekent ook voor multinationals pure winst: weinig sociale onrust en stakingen en een zekere continuïteit in het politieke beleid, zijn van eminent belang naast factoren als een goede logistieke infrastructuur (wegen, spoorwegen, havens, vliegvelden en telecommunicatie) en goed opgeleide werknemers. Zonder een stabiel politiek en sociaal klimaat geen rendabele investeringen. Ondernemers die hun fiscale fair share niet bijdragen, brengen die stabiliteit in gevaar’.

bedrijven. Zo is er geen enkel bedrijf dat momenteel informatie verstrekt aan de belastingdiensten van alle landen waar ze actief zijn (ook wel country-by-country reporting genoemd). Via country-by-country reporting maken bedrijven bekend hoeveel belastingen ze in welk land afdragen. Schadelijke praktijken als het wegsluizen van winsten naar belastingparadijzen worden hierdoor beter zichtbaar. Evenmin is er zicht op welke bedrijven gebruik maken van zogenaamde brievenbusmaatschappijen (bedrijven die slechts op papier bestaan, zonder werknemers in dienst) en waar deze zich bevinden. Het bovenstaande is de reden dat Oikos het gesprek hierover wil aangaan met bedrijven. Belasting betalen gaat niet over het minimaliseren van de afdracht, maar in eerste instantie om het bijdragen aan een sterke samenleving, die uiteindelijk ook voordelen oplevert voor een bedrijfsleven.

Unilever is zoals gezegd een van de bedrijven die deze rol erkent en hier in de komende jaren meer aandacht aan willen besteden. En ook Ahold gaat vanaf volgend jaar belastingbeleid onder een apart kopje in het jaarverslag onderbrengen. Heineken en TNT erkennen dat belastingbeleid onderdeel is van een goed MVO-beleid en Shell onderschrijft dat eerlijk belasting betalen bijdraagt aan de lokale ontwikkeling. Helaas zijn dit de enige vier bedrijven uit een recent VBDO-onderzoek naar 64 beursgenoteerde bedrijven, die erkennen dat verantwoorde belastingafdracht onderdeel is van MVO. Het zijn de eerste stapjes, van slechts een handjevol

Leiderschap is nodig om in de toekomst ook daadwerkelijk concrete stappen te zetten. Dat enkele multinationals zich al uitspreken tegen belastingontwijking, juichen we toe. Ook de samenwerking met de belastingadviseurs van PwC in de publicatie die Oikos binnenkort gaat uitgeven, is een positieve ontwikkeling. Niet alleen bedrijven en belastingadviseurs doen zo stapjes in de goede richting, ook u kunt uw steentje bijdragen. De Oikos-campagne ‘We gaan belasting betalen’ is gestart om mensen die binnen multinationals grote stappen willen nemen, te ondersteunen. Doe de oproep op de website www.stichtingoikos.nl/taxjustice

Tip Recensie advertentie

Lezing/Debat: Belasting ontwijken. Multinationals,

Oikos is momenteel bezig

De eerste keer dat ik deze foto zag, moest ik hard lachen. De campagne zet een moeilijk thema met humor op de kaart, en dat vind ik knap. De foto zelf speelt met het cliché van de nietsontziende en op winst beluste multinational. Dat cliché raakt weer aan een breder verhaal: het zijn ‘onze’ internationale bedrijven die armoede in ontwikkelingslanden veroorzaken. Welbeschouwd zet deze campagne daar geen nieuw frame tegenover, maar geeft een twist aan het bestaande beeld.

belastingparadijzen en boze burgers Datum: woens-

met een publicatie over hoe

dag 27 november 2013 Locatie: Radboud Universiteit,

eerlijk belasting betalen onder

Nijmegen Organisator: Soeterbeeck Programma

deel kan vormen van het MVO

i.s.m. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Sprekers: prof.

beleid van grote bedrijven. Dit

Gerard Meussen (fiscaal recht, RU), prof. Eelke de

doet zij in samenwerking met

Jong(Internationale economie, RU), Francis Weyzig

VBDO, ICCO en PwC. In het voor-

(internationale financiën, UU) en Marcel Becker

jaar van 2014 zal de publicatie

(ethiek, RU).

opgevolgd worden door een

Mirjam Vossen

Hoe gaat dat in z’n werk, belasting ontwijken? Is het

Stoel Foundation, Transnational

verdedigbaar? Kan er iets tegen ondernomen worden?

Institute en Action Aid. Onlangs

bijeenkomst van het bedrijfs-

Multinationals betalen zo weinig mogelijk belasting

0leven, maatschappelijk midden-

dankzij ingewikkelde constructies. Dat kan en dat mag,

veld, academici en politici.

maar het roept steeds meer verontwaardiging op. Nationale overheden lopen miljarden mis. Ontwikkelingslanden gaan financieel het schip in. Belasting-

Tax Justice NL is een

paradijzen floreren. En in alle landen hebben de

netwerk van acht Nederlandse

gewone burgers het nakijken, want zij moeten wél

maatschappelijke organisaties:

het volle pond betalen.

Oxfam Novib, Oikos, SOMO, Cordaid, Both Ends, Max van der

heeft ook ICCO besloten toe te

www.ru.nl/soeterbeeckprogramma/

treden tot dit netwerk.

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

15


ESSAY

HET VERNIETIGENDE WERK VAN DE ELITE Wat mag je van politieke leiders verwachten? Leiding natuurlijk. Maar in Den Haag heeft de politiek niet langer het meeste te vrezen van de populist op de flanken van het politieke spectrum. Volgens Pieter van Os heeft de politiek meer te vrezen van de elite, die even hard is mee gaan schelden op het politieke bestel. Een beschouwing.

16

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013


H

et is al weer meer dan zeven jaar geleden dat de politicus Alexander Pechtold ophef veroorzaakte met een kwalificatie die hij van zijn nieuwe werkplek gaf. Het politieke bedrijf, zei de kersverse minister van Bestuurlijke vernieuwing, is “vuil en vunzig”.

deerde kort voor zijn dood: “We zitten nu met één partij. De halers (politici) versus de betalers (stemvee).” Classicus Ilja Leonard Pfeijffer noemde de democratie zonder aarzelen “een verliezend concept”: te “traag” en “weinig slagvaardig”. Marc Chavannes, commentator van deze krant, noemde de Nederlandse politiek “bewegend behang”, en: “een soap met aantrekkelijke carrièremogelijkheden waar het alleen over bijzaken gaat.” In een artikel met de titel Niemand regeert oordeelde hij: “Het politieke bestel in Nederland kan geen aangrijpender vergezichten schetsen dan de licht belerende accijnsmix die we uit de Ridderzaal gewend zijn.”

De ophef was, bij nader inzien, opmerkelijker dan de uitspraak. Want wat een onschuldige woorden bezigde Pechtold eigenlijk; hij was zijn tijd gewoon iets vooruit. Tegenwoordig zijn veel hardere woorden over politici en het politieke bestel volstrekt normaal. Ik hoor het onder vrienden en ik lees het in columns, analyses en commentaren, zeker ook in deze krant. Wat ooit een a-politieke houding was, ‘Geslaagde politiek komt is omgeslagen in een anti-politieke attitude, met bijbehorende tot stand door hardwerkende anti-democratische reflexen. Ze is bon ton in gevestigde krinmensen die hun principes gen en onder hoog opgeleide opportunistisch inzetten, in een Nederlanders. De teneur: politici zijn opportunistisch en dom, richspel van wendingen, beloften, ten zich op onnozele kwesties, zijn mediageil en weten niet waar compromissen en handige ze over praten. Hitsig, hetzerig en aanwending van procedures.’ hyperig. Toen ik niet lang na de woorden van Pechtold als verslaggever van deze krant zelf op het Binnenhof belandde, vond ik het met die vunzigheid nogal meevallen. Ja, politiek is in de aard een modderig bedrijf, net als journalistiek. Geslaagde politiek komt tot stand door hardwerkende mensen die hun principes opportunistisch inzetten, in een spel van wendingen, beloften, compromissen en handige aanwending van procedures. Daar komt wel eens een vreemd geurtje bij vrij, maar dat rechtvaardigt allerminst de categorische afwijzingen waarop columnisten, essayisten en vrienden op verjaarsfeestjes me regelmatig trakteren. Opvallend is dat de aanvallen niet van de minste schrijvers en denkers komen. De beste schrijver van het land, Arnon Grunberg, noemde de politiek in Nederland in zijn hoekje op de voorpagina van de Volkskrant “een hobby voor kneusjes”. Hij schreef ook: “Het Kamerdebat: kleinkunst. De volksvertegenwoordiger: weet niets en kan niets. De Tweede Kamer: banenproject voor werklozen.” Dichter Gerrit Komrij conclu-

Dit soort teksten zijn retorisch sterke varianten van lompe aanvallen die, zo dacht ik, vooral de kolommen van De Telegraaf vullen. Maar daarmee schatte ik De Telegraaf verkeerd in. Op zoek naar sneren die het hele politieke bedrijf betreffen, belandde ik in het archief van die krant voortdurend in de brievenrubiek. Redactionele artikelen zijn vaak openlijk partijdig – vooral de PvdA krijgt het hard te verduren – maar partijdigheid is ongeveer het tegenovergestelde van de wasknijper op de neus. Mannen als Rob Hoogland en de auteurs van ‘in het kort’ hebben niet het totale politieke bedrijf in het vizier. Ze schrijven niet “circus Rutte” als ze het over het kabinet hebben (Marc Chavannes), ze beweren niet dat in Den Haag “het onvermogen overheerst” (essayist Paul Scheffer) of dat de Tweede Kamer “de deurmat van de democratie” is geworden (Bas Heijne). Ze noemen politiek niet “vies en vunzig”. De ministers die het rekeningrijden willen invoeren, ja, die zijn een gevaar voor het land. Subtekst: politiek doet er toe. In mijn tijd op het Binnenhof kreeg ik in de gaten wat er aan de hand was: het ‘gewone’ populisme, dat met de komst van enkele nieuwe politieke partijen vaste voet had gekregen in het parlement, had een sjieke variant gekregen: het salonpopulisme. Het manifesteerde zich vooral in allerhande commentaren, bij voorkeur ver weg van het Binnenhof geschreven. Maar het kreeg ook een vertaling in het parlement, vooral door, hoe kon het anders: Alexander Pechtold.

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

17


Zijn geklaag over stilstand, over Haagse onmacht, gebrek aan moed, aan ‘nikserigheid’; het kwam in de buurt van het eindeloze, richtingloze gezanik over politiek Den Haag dat je doorgaans in de taxi hoort, of in gesprekken met PVV-stemmers en andere politiek teleurgestelden. Goed, ‘klassiek’ populisme was dit niet: Pechtold pakte niet een elite aan die geen weet heeft van wat de gewone man bezighoudt. Hij sprak niet over zakkenvullerij of de ondergang van een nostalgisch, nationaal zelfbeeld. En hij maakte zich allesbehalve schuldig aan het ‘racisme’ dat ombudsman Alexander Brenninkmeijer in politiek Den Haag om zich heen ziet grijpen. Maar Pechtold mobiliseerde wel een anti-Haags sentiment, maar onder een andere bevolkingsgroep dan Verdonk, Marijnissen, Roemer of Wilders.

zulke onbetwistbare kennis lijkt te zijn. De voorbeelden van ‘verruwd taalgebruik’ uit de afgelopen twintig jaar, in honderden uren debat, zijn op één pagina te tellen. Een collega die acht jaar weg was geweest van het Binnenhof, viel na terugkomst juist op hoe de taal van het parlement volstrekt hetzelfde was gebleven, al waren alle sprekers nieuw. En het idee dat Kamerleden dom zijn, is vakkundig weerlegd door onderzoekers Mark Bovens en Anchrit Wille. Het gemiddelde opleidingsniveau van Kamerleden is sneller gestegen dan het gemiddelde opleidingsniveau in de samenleving. Wie opleiding een indicatie van intelligentie vindt, moet concluderen dat Kamerleden, hoewel zeker niet allemaal intellectueel geïnteresseerd, toch zeker slim zijn.

Maar wijst het verlangen om over onnozele onderwerpen Een van de basisingrediënten van het salonpopulisme is de te praten dan niet op domheid? Nee, niet echt. Zelf draai ik gedachte dat Den Haag er niet meer toe doet. De werkelijke ook niet warm voor debatten over de invallende vorst, een beslissingen worden elders genomen. Maar vertel maar eens lokale lampionnenoptocht of een Kangaroo langs de A27, aan ouders wier kind speciaal maar niet ik, of een andere hoog onderwijs geniet dat Den Haag er opgeleide analist van de politiek niet toe doet, noch de bezuiniginmaakt uit wat ‘slim’ is om over gen. Vertel het aan de medewerte praten. Politici doen dat, tijker van de publieke omroep, nu ‘Het zal de salonpopulist delijke vertegenwoordigers van nog met drie netten. En bepaalt de vermeende belangen van hun worst wezen, net als de gewone Den Haag niet of plastische chikiezers die telkens weer verkierurgie in het basispakket zit, hoezingen moeten zien te winnen. populist. Met feiten moet je veel rijkssubsidie er naar orkesten zal blijven gaan, of de zorgpremie ze niet lastigvallen.’ In de afgelopen jaren deden de inkomensafhankelijk zal worden toneelspelers dat beter dan de gemaakt? beleidsmakers. Relatief nieuwe partijen, als PVV, SP en De Partij De salonpopulist wil zich verre voor de Dieren, blijken het van politiek houden, maar helaas, belang van het parlement als in een democratie gaat de politiek ook over hem. Wie niets podium beter te begrijpen dan de traditionele middenparmet het bestuur van de eigen gemeenschap te maken wil hebtijen. PVV-Kamerlid Martin Bosma beschreef eens de solliciben, kan niet voorkomen dat dit bestuur beslissingen neemt tatieprocedure die hij en Wilders in 2006 hadden uitgedacht die zijn leven ingrijpend beïnvloeden. In haar tijd als Kamerlid voor kandidaten op hun lijst. In een hotel op de Veluwe moest voor GroenLinks hoorde Femke Halsema eens van een bekend een sollicitant optreden achter een nagebouwd spreekgeacteur, die streed tegen bezuinigingen op de podiumkunstoelte, klok op vijf minuten. Hij en Wilders zaten als een sten: “Wij bemoeien ons niet met jullie. Dan kunnen jullie Idols-jury achter een tafel te luisteren. Tijdens de optredens toch tenminste het fatsoen opbrengen om je niet met ons te interrumpeerde Wilders af en toe fel. Misschien was dat wel bemoeien?” meer tegenstand dan de PVV’ers later in de Kamer ooit zouden krijgen van politici van het oude beleidsmodel. Want het En dan is er de gedachte dat het parlement machteloos is. slechtste theater kwam de laatste jaren van de middenparAanwijzingen hiervoor zijn het verruwde taalgebruik, het tijen. Het beeld naar buiten was wel eens anders. De YouTube gebrekkige niveau van Kamerleden, kinderachtige toneelacts filmpjes van schutterende PVV’ers haalden duizenden hits. in het parlement, het misbruik van parlementaire wapens als Maar wie op het Binnenhof de debatten werkelijk volgde, Kamervraag en spoeddebat, en de onnozele onderwerpen zag hoe juist PvdA’ers, VVD’ers, CDA’ers en ook D66’ers het die Kamerleden agenderen. In het bestek van dit artikel voert theatrale aspect van de politiek en de vereiste redenaarshet te ver te laten zien hoe onzinnig het is deze aanwijzingen kunst niet verstonden. CDA’ers en PvdA’ers konden achter als tekenen van een diepe gezagscrisis van het landsbestuur de schermen nog zo handig opereren, voor het voetlicht van te duiden, daarvoor is het boek waaruit dit artikel is gedeshet openbare debat in de plenaire zaal van de Tweede Kamer tilleerd. Maar toch even, omdat het voor de salonpopulist leken ze regelmatig de tegenwerpingen van hun collega’s niet

18

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013


eens te horen, zo slecht reageerden ze. De stekker van Sap kent iedereen.

velen ze met elkaar, het liefst voor een camera. Wie CDA’er Henk Bleker twaalf keer voor zijn tv-programma uitnodigt, heeft de kans gemaximeerd dat de man eens uitglijdt, precies zoals hij deed op ‘de avond van het briefje’. Een heerlijk fragment, door tv-kijkers uitgeroepen tot ‘politieke moment van het jaar’. Het bevestigde de gedachte die ze toch al hadden: stumperds.

De ergernis over toneelspel en ogenschijnlijk onbenullige Kamervragen laat (vooral) zien hoe salonpopulisten hun politieke partijdigheid verhullen in een mantel van koele, superieure analyse. Politici dansen naar de pijpen van de kiezer, is het verwijt. Ze moeten zich meer gedragen als bestuurders, verantwoordelijke mensen die na rijp beraad iets voor elkaar Die gedachte leeft bij alle populisten, van de salon of van de krijgen, liefst achter gesloten deuren. Maar dat is niet toevalstraat. Verschil zit ’m in de macht. Die van de salonpopulist is lig ook precies wat politici van de traditionele middenpartijen groter, omdat hij zijn anti-politieke houding combineert met zeggen. Die klagen ook steen en been over de onderwerpen een maatschappelijk belangrijke positie. En dat is ook het die de partijen op de flanken agenderen, en over de massa’s kwalijke aan zijn vorm van populisme. Door afstand te nemen ogenschijnlijk futiele Kamervragen. Boris van der Ham (D66) van de hele politiek, dreigt hij een selffulfilling prophecy te verliet eens demonstratief de vergaderzaal toen Marianne creëren. Wie Nederlanders overtuigt dat politici onbetrouwThieme (Partij voor de Dieren) de zoveelste door haar ingebare domoren zijn en het bestel slechts leidt tot visieloze diende Kamermotie voorlas. Wie het niet eens is met onder‘accijnsmixen’, vergroot de aantrekkelijkheid van deze werkwerpen en politieke stijl die volksvertegenwoordigers kiezen, plek niet. Op zijn zachtst gezegd. Het effect moge duidelijk moet op andere volksvertegenzijn: de schreeuwlelijken en de woordigers stemmen. En wie op machtsmanipulatoren zijn de dit punt met teleurstelling kennis enigen die zich aangesproken neemt van de verkiezingsuitslavoelen de belangen van kiezers ‘De schreeuwlelijken en de gen, kan beter eerlijk zijn over die te behartigen. Dat is precies wat teleurstelling dan jeremiëren over de salonpopulist zegt te verafmachtsmanipulatoren zijn de “een uitholling van het gezag van schuwen. Bovendien is het juist het parlement”. voor de gematigde krachten in enigen die zich aangesproken een samenleving onverstandig voelen de belangen van kiezers Want dat is een andere sleutelde politiek over te laten aan hen overtuiging van de salonpopulist: die het ongebreidelde klagen te behartigen.’ de macht van het parlement kalft van de straat, met racistische af. NRC Handelsblad drukte een trekken, goed weet te vertolken stevig artikel van Marcia Luyten in het kabinet. Het is dan slechts af (kop: ‘Stop het rotten van onze een kwestie van wachten voor democratie’) waarin ‘de neergang van het parlement’ diep de ombudsman zich aanstluit bij de Raad van Europa, en de werd beklaagd. De timing was geweldig: juist in die week xenofobie onder politici laakt. bleek een handjevol Kamerleden, zonder ambtelijke ondersteuning, het Lenteakkoord in elkaar te hebben getimmerd, Wat te doen? Om dicht bij huis te blijven: het zou al heel wat met verregaande gevolgen voor land en samenleving. Het zal zijn als wij journalisten, analisten, commentatoren en columde salonpopulist worst wezen, net als de gewone populist. nisten onszelf de regel opleggen eerst enige echte interesse Met feiten moet je ze niet lastigvallen. te tonen in een kwestie, en in de verschillende belangen die politici dienen af te wegen, alvorens we onze mooi geformuHet getuigt sowieso van weinig historisch besef om het parleerde afkeer uitspreken. Eerst even goed kijken in die poel lement machtsverlies toe te dichten. De jaren zeventig waren van ijdelheid en vermeende talentloosheid, voor we de donpolitieke tijden, zeker, maar parlementaire debatten speelden der laten neerdalen. nauwelijks een rol. Nu wel. Bovendien halen tv-omroepen er PIETER VAN OS IS REDACTEUR VAN NRC HANDELSBLAD, POLITICOLOOG goede kijkcijfers mee; een totaal nieuwe ontwikkeling. Het EN AUTEUR VAN HET BOEK ‘WE BEGRIJPEN ELKAAR UITSTEKEND’ gevolg daarvan is ook, en het verklaart een deel van de salon(UITGEVERIJ PROMETHEUS), OVER ZIJN ERVARINGEN ALS PARLEMENTAIR populistische klachten, dat de middelmatigheid, de blunders VERSLAGGEVER.  en het opportunisme die politici natuurlijk niet vreemd zijn, uitgebreider dan ooit in beeld komen. Omdat Nederlanders DIT ESSAY IS EEN GEACTUALISEERDE VERSIE VAN HET EERDER DIT wel zin hebben in hun portie politieke soap, echtscheidingen NAJAAR IN NRC HANDELSBLAD VERSCHENEN ESSAY ONDER DE TITEL niet uitgesloten, hebben politici en journalisten elkaar nog ‘HET VERNIETIGENDE WERK VAN DE SALONPOPULIST’. nooit zo makkelijk en frequent gevonden; over van alles keu-

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

19


DUURZAME JONGE 100 Het initiatief De Duurzame Jonge 100 is de zoektocht en verkiezing van de honderd meest inspirerende jonge mensen die actief zijn op het thema duurzaamheid. De verkiezing is een initiatief van Anne Walraven (27), Talitha Muusse (22), Marjan Klooster (24) en Eva Gies (28).

V

olgens hen worden de ideeën en innovaties van jonge mensen met betrekking tot duurzaamheid nog te weinig gehoord in het publiek debat en onvoldoende gebruikt bij het oplossen van duurzaamheidsvraagstukken. De DJ100 wil hier een einde aan maken. In de lijst kan je zien waar jong Nederland allemaal mee bezig als het op duurzaamheid aan komt. Het vormt daarmee ook gelijk een fris alternatief op de Trouw Duurzame 100. De lijst is bewust niet hiërarchisch, daarom ontbreekt ook een nummering. Oikos ondersteunt de Duurzame Jonge 100 van harte en is daarom communicatiepartner van de DJ100. Hiernaast drukken we niet alleen de volledige lijst af, maar stellen we ook een paar jonge leiders aan u voor. Kijk voor meer informatie over alle duurzame ‘jonge honden’ op www.DJ100.nl.

De Jury Ga er maar aan staan: In korte tijd uit 325 genomineerden de honderd meest inspirerende jongeren kiezen. Het was een pittige klus, vooral door de enorme variatie van de inzendingen. Maar wat was het inspirer end om te zien waar al die duurzame jongeren zich voor inzetten. Er zijn in Nederland zo veel jongeren GOED bezig! Af en toe leek het alsof ik appels met peren aan het vergelijken was. Zoveel verschillende mensen die zich op hún manier inzetten voor een duurzamere wereld. En daar zit tegelijkertijd de kracht van de lijst: het gaat niet om de nummer één of de top tien van de lijst, maar het gaat om (meer dan) honderd super gemotiveerde, gedreven jongeren met een hart voor onze aarde! Mensen die niet afwachten tot iemand een regel stelt, maar mensen die zélf opstaan en het verschil maken! Als juryleden hebben we op verschillende criteria gelet: wat is de impact van iemands acties en in hoeverre is iemand innovatief bezig? Wat ik zelf erg belangrijk vind, is de verbinding die er gelegd wordt met anderen: een duurzame wereld is immers niet gestoeld op een groepje van honderd duurzame jongeren, maar op een veel grotere groep mensen, jong en oud, in Nederland en daarbuiten, die onze wereld een stukje mooier willen maken. Marijke Boessenkool MARIJKE IS PROJECTASSISTENT BIJ OIKOSXPLORE. ZE NAM PLAATS IN DE JURY VAN DE DJ100 NAMENS DE NJR (VOORHEEN DE NATIONALE JEUGDRAAD). DE JURY BESTOND NAAST MARIJKE UIT ONDERMEER MARJAN MINNESMA (URGENDA), JEROEN JANSEN (ASN BANK), WILLEM LAGEWEG (MVO NEDERLAND) EN NIKO FEENSTRA (ENECO).

20

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

De lijst Ralien Bekkers (VN Jongerenvertegenwoordiger

Duurzame Ontwikkeling)

Joost Notenboom (Cycle for Water) Marjan van Aubel (Designer) Maayke Aimée Damen (Exítax Project) Sid Vollebregt (Elemental Water Makers) Stern Hutjes (scholier) Kirsten Steinbusch (Co-founder Waste2Chemicals) Bart de Vries (Eco-logisch) Lotte Wouters (The Food Line-Up) Arthur Nijhuis (Rechtstreex) Adrian de Groot Ruiz (True Price Foundation) Cas van Kleer (WakaWaka foundation) Pepijn Van kesteren (Management consulant bij

McKinsey & Company)

Bibi Bleekmolen (FairPhone) David Klingen (Ondernemer/adviseur) Maarten Groot Wassink (Roetz Bikes) Eva Gladec (Metabolic) Ruud Zandvliet (Taxi Electric Amsterdam) Pepijn Duijvestijn (Zelfstandig ondernemer) Daan Weddepohl (Peerby) Vera Anna Bachrach (Tostifabriek/Zonnefabriek_lab) Tom van den Nieuwenhuijzen (Docent MVO) Michael van Loenen (YouBeDo.com) Paulette van Ommen (Dutch Sustainable Growth Coalition) Jesse Klaver (Tweede Kamerlid GroenLinks) Chantal Inen (The Punchy Pack/De Partnership Verkiezing) Thijs Lindhout (Duurzaam ondernemer) Irina Tan (Missing Chapter Foundation/Changing Lives) Samuel Levie (Food Cabinet) Lisanne van Zwol (Kromkommer) Helen Kranstauber (Food Film Festival/Food Cabinet) Loes Mertens (Plantenveredelaarster) Alynda Kok (Vega Verleider) Kees Aarts (Protix Biosystems) Florian Wolff (Green Machine) Irene Rompa (Dopper) Nora Gouma (Duurzaam model) Joris Putman (Green Dream Productions) Sander van ’t Foort (Partijcommissie

Duurzaamheid, ChristenUnie)

Bart van Roekel (Duurzaamheidsmedewerker) Liset Meddens (Changemaker, Urgenda) Kimo van Dijk (Onderzoeker Wageningen University) Daan de Leeuw (De Dakdokters & De Dakdichters) Paul Smeulders (Natuurmonumenten) Roeland Lelieveld (Technicus groen) Erik Ravenstijn (Bergbeklimmer) Jurrian Knijtijzer (Architect) Boyan Slat (The Ocean Cleanup) Jurian Rademaker (Q concepts engineering) Maikel Bouricius (Green IT) Devin Malone (Straw Dog/ONE NIGHTS TENT)


Uitgelicht Nora Gouma

Thijl Klerkx (Thijl.nl) Maarten de Jong (Oneplanetcrowd.nl) Sven Pluut (#1miljoenwatt) Marjolein Helder (Plant-e) Suze Gehem en Jelle Rademaker (De Groene Grachten) Faiza Oulahsen (Greenpeace Nederland) Jim Wiese (LENS & energie/Herman de Zonnestroomverdeler) Jorg Rijkschroeff (Sit & Heat) Stijn Otten (Young Club of Rome) Alexander Nijdam (DeVention) Gijs Stevers (ZONline) Robbert van Willegen (GreenCHAINge) Joni Uhlenbeck (Sociaal odernemer) Faranak Mirjalili (I Love Vintage/BANNOU) Rachelle Eerhart (IVN/Eetbaarpark) Marieke den Nijs (Outside Inc.) Tom Vroemen (CrowdAboutNow) Martijn van Hese (Partij voor Cultuur) Lianne Osterman (Stichting Internationale Vrijwilligersprojecten)

Michel Scholte (True Price/NewSilkRoads/ Global Shaper)

Rahel Boon (Partners4Change) Don Gerritsen (Duurzaamheid in financiële sector,

voormalig VN-jongerenvertegenwoordiger)

Monique Broere (Grensverleggers) Mark Beumer (DuurzaamBedrijfsleven.nl en FD/BNR

The Green Quest)

Joris Lohman (Youth Food Movement) Joep van de Bool (Argrariër) Laura Estevez (DopHert Vegan Food & Goods) Sascha Landshoff (Kok en kunstenaar) Merel Wildschut (Groene Meisjes) Wil Stutterheim (In Ovo/Winnaar MVO Pluimveeaward) Wouter Bruins (In Ovo/bioloog) Rob Haenen (FLOOW2) Lisanne Addink-Dölle (VerdraaidGoed) Matthijs Kettelerij (Urgenda) Maartje Maas (Little Green Dress) Caroline Verduin (Jongeren Milieu Actief) Melvin Loggies (Seepje) Michiel Roodenburg (cycle for water) Arthur Steiner (NewSilkRoads) Linda Vermaat (Professional Rebel) Maurits Bong (KICI) Cees Dekker (SustainableMotion) Matthijs Lievaart (GreenArtSocial) Miguel Heilbron (VC4Africa/Worldwide Perspectives) Ewout Urbach (Wegenwacht voor fietsers) Zita Schellekens (mvo-beleid Heineken) Jelle Meidema (makkelijkemoestuin.nl Dries van de Krispijn (Biologische boer) Philip Verschuer (Dutch Angus)

‘Model on a Mission’, zo zou je haar kunnen noemen. En dat is ook de naam van het door haar opgerichte bureau dat fotoshoots, campagnes en projecten doet die ten goede komen aan de maatschappij. Zo heeft ze zich met Model on a Mission ingezet voor diversiteit, mensenrechten, duurzaamheid en eerlijke handel. Zelf staat Nouma ook model bij diverse eigen projecten van het bureau. Ze gebruikt dus haar ‘looks’ om de wereld te verbeteren. Nouma was ook een van de eerste reviewers van MyStyle (zie pagina 4/5).

Miguel Heilbron Een duurzame duizendpoot: In 2012 werd hij als twintigjarige uitgezonden naar de VN-conferentie over duurzame ontwikkeling in Johannesburg, Zuid-Afrika (Rio+10). In Nederland werkte hij ondermeer aan projecten voor Urgenda, NCDO en andere duurzaamheidsorganisaties. Hij was actief bij het Platform Duurzame en Solidaire Economie, Economy Transformers en de Young Club of Rome. Momenteel is Miguel betrokken bij VC4Africa, een omvangrijk online platform voor de verbinding van Afrikaanse ondernemers met investeerders.

Matthijs Lievaart De initiatiefnemer van Doe mee, verlos de zee! werkt vanuit de gedachte: “Als je het zelf niet wil gaan doen, wie doet het dan wel?” Op het strand van Goeree jutte Matthijs een berg zeeafval bij elkaar en plaatste daarbij een juthouten bordje met de uit-nodiging: Doe mee, verlos de zee! De berg begon te groeien door strandgangers, waarna Natuurmonumenten het plan oppikte en een jutbak plaatste met het originele bordje erbij. Inmiddels staan langs de Nederlandse kust ruim 40 bakken waar vrijwilligersgroepen zich over ontfermen. Matthijs is inmiddels bezig met een nieuw opruiminitatief, “want wat kan op het strand, kan ook op het land”.

Michel Scholte Sociaal ondernemer en pionier pur sang. Zijn expertise ligt bij de sociale kant van duurzaamheid, transitie en ondernemerschap. Hij stond aan de wieg van NewSilkRoads, een bedrijf dat een van de eerste en meest succesvolle co-working spaces in Egypte runt. Bij het Oikos-project Our Common Food leidde hij de pitch van Eerlijke Prijs. Hij is mede-oprichter van de gelijknamige sociale onderneming (True Price), die bedrijven helpt hun echte prijzen te berekenen en te verbeteren.

Liset Meddens Als VN jongerenvertegenwoordiger bereikte Liset zowel een breed jongerenpubliek als de hoogste beslissers binen de VN. In haar huidige werk bij Urgenda zet ze deze lijn voort. Liset werkte in 2009 als stagiair bij Oikos aan de ontwikkeling van lesmateriaal over adaptatie aan klimaatverandering in Nederland.

Bibi Bleekemolen Studeerde af op de effecten van de handel in zogenoemde ‘conflictmineralen’ op de Democratische Republiek Congo. Datzelfde jaar kwam ze in aanraking met Fairphone, een initiatief dat de problemen in de handelsketen voor mobiele telefoons aan het licht wil brengen en samen met partners binnen en buiten de industrie op zoek gaat naar alternatieven. Fairphone is van een bewustwordingscampagne inmiddels uitgegroeid tot een zelfstandige maatschappelijke onderneming, die in december 2013 zelf de eerste eerlijke smartphone op de markt brengt.

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

21


MOREEL LEIDERSCHAP: DURF JIJ TE LEIDEN? Maatschappelijke uitdagingen zijn er velerlei: populisme, vaccinatie, verduurzaming en armoedebestrijding. Steeds vaker wordt bij deze onderwerpen van professionals moreel leiderschap gevraagd. Professionals werkzaam bij scholen, bedrijven en maatschappelijke organisaties, maar ook in de kerken. Oikos werkt sinds 2009 met de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) samen om kerkelijk werkers te ondersteunen bij het invulling geven aan hun moreel leiderschap. TEKST CHRISTIAAN HOGENHUIS

D

e aanleiding om met dit thema aan de slag te gaan, lag in de vraag die zo’n vier jaar geleden in PKN-gemeentes ontstond hoe te reageren op populisme en op de maatschappelijke onvrede en onzekerheid die daarachter schuilgaan. In 2010 werd daarover de drukbezochte conferentie ‘De vrees verstaan’ georganiseerd en in 2011 verscheen de predikantenbrief ‘Voorbij de hitte, kilte en lauwheid’. Maatschappelijke issues die de kerken bereiken, beperken zich echter niet tot maatschappelijke onvrede. Kerkelijk werkers krijgen ook te maken met vragen over de participatie-samenleving van Premier Rutte, de verduurzaming van kerk en samen-leving, de ondersteuning van illegalen, interreligieuze contacten met de lokale moslimgemeenschap en de vraag hoe de lokale kerk zich moet opstellen als in de wijk een pedofiel ‘geplaatst’ wordt. In al dit soort situaties wordt vaak gevraagd om ‘leiderschap’ door de predikant of een pastoraal werker. Niet omdat deze een formele of hiërarchische leiderspositie heeft, maar omdat hij of zij wel als de geestelijk leider van een gemeente of gemeenschap wordt gezien. Vaak denkt men dan in de eerste plaats aan de interpretatie van geloofsuitspraken en geloofservaringen (theologisch en spiritueel leiderschap), het ‘onderwijzen’ van de gemeente daarin (agogisch leiderschap), hulp aan mensen in geestelijke nood (pastoraal leiderschap) en de vormgeving van rituelen (liturgisch of ritueel leiderschap). Bovenstaande vormen van leiderschap komen bovenop

22

het aansturen van gemeenteleden en ambtsdragers en het praktische reilen en zeilen van de gemeente (organisatorisch en faciliterend leiderschap). Maar een kerkelijk werker moet soms ook als leider optreden bij spannende situaties die in de gemeente aandacht krijgen, zoals die hierboven genoemd zijn. Deze laatste vorm van leiderschap is wat vaak wordt bedoeld met moreel leiderschap; moreel niet in de zin van ‘hoogstaand’ of ‘de waarheid in pacht hebben’, maar eerder in de zin van ‘leiderschap met het oog op het welzijn van (groepen) mensen en de kwaliteit van het samenleven’. In de workshop die Oikos heeft ontwikkeld rond dit thema (zie hieronder), ontdekken de deelnemers dat kerkelijk werkers heel verschillende rollen moeten zien te bekleden in hun functie. Soms zijn ze letterlijk voor-ganger, richtingwijzer, vertegenwoordiger, spreekbuis of zelfs de aanklager die onacceptabele situaties aan de kaak stelt. Soms is hij of zij eerder organisator, vormgever of facilitator, hoeder van het proces. Andere keren vervullen ze de rol van therapeut, of juist een leraar. In deze rollen kunnen de Bijbelse figuren van de profeet, de priester, de herder en de rabbi herkend worden, en misschien zelfs de richter, die richting aangeeft of zelfs als ‘legerleider’ voor de troepen uitgaat. De genoemde rollen sluiten min of meer aan bij wat ook wel de ‘stijlen’ van leiderschap worden genoemd. Zo wordt in vakliteratuur onderscheid gemaakt tussen visionair, coachend, verbindend, democratisch, sturend en faciliterend leiderschap. Er is niet één ‘beste’ stijl, het gaat er vooral om te herkennen wannéér er om leiderschap wordt gevraagd en welke vorm in welke situatie het meest passend is. De vorm van leiderschap die je kiest, moet ook bij jou als persoon passen. Elke leiderschapsvorm vergt bepaalde competenties en persoonlijke kwaliteiten. Maar misschien is de kern van goed leiderschap wel, het tijdig te herkennen als je in een bepaalde situatie niet de ‘gedroomde’ leider bent. En te herkennen wie in jouw situatie daarvoor dan wel een geschikte persoon zou zijn.

WORKSHOP ‘MOREEL LEIDERSCHAP’

KERKEN VOOR DE TOEKOMST

SAMENWERKEN EN CONFLICT

In deze workshop kunnen predikanten en

Veel kerken willen aan de slag met het thema

Oikos heeft in samenwerking met buiten-

pastoraal werkers zich verdiepen in het thema

duurzaamheid, maar weten niet goed waar

landse partners een training ontwikkeld

moreel leiderschap. Aan de orde komen de

te beginnen. Of het lukt niet het een stevige

waarin samenwerking en conflict centraal

verschillende rollen die een kerkelijk leider

plek in het kerkelijk werk te geven. Oikos

staan: Dialogue for Peaceful Change (DPC).

op zich kan nemen. Ook wordt aan de hand

biedt voor dit soort processen op haar

Deze training is in vele landen gegeven, van

van fragmenten uit de film Twelve Angry Men

website een gestructureerd hulpmiddel,

Pakistan tot Amerika en van Zimbabwe tot

gekeken naar hoe je leiderschap toont. In

voorzien van allerlei praktische suggesties

Nederland. De training is zeer geschikt voor

oktober is een eerste pilotversie van deze

en voorbeelden. Oikos biedt ook begeleiding

kerkelijk werkers, omdat de DPC-methode

workshop georganiseerd in Nijmegen voor

op maat aan, op basis van onze ervaring en

helpt conflicten hanteerbaar te houden en

een tiental predikanten en pastoraal werkers.

kennis van het veld en de thema’s.

om te zetten naar een productieve samen-

Wilt u meer weten, neem contact op met

Kijk op www.kerkenvoordetoekomst.nl

werking. Meer weten? Informeer bij Oikos

Oikos.

voor meer informatie.

naar de mogelijkheden.

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013


SHOP ’N STYLE ON TOUR We kennen ze: de beelden van ingestorte of afgebrande kledingfabrieken in Bangladesh. De berichten over kledingarbeidsters die massaal flauwvallen tijdens het werk, doordat ze niet genoeg verdienen om fatsoenlijk eten te kopen. En we vinden dat hier iets aan moet gebeuren. Maar wat we er zelf aan kunnen doen, weten we niet altijd. Met dat gegeven in het achterhoofd organiseerde oikosXplore in augustus een festivaltour over kleding: Shop ’n Style on tour. TEKST ROOS LOMBO

I

n 2012 lanceerde oikosXplore de workshop Shop ’n Style. Daarin maken (jonge) vrouwen kennis met het verhaal achter kleding, en met manieren om je eigen kledingstijl te verduurzamen. In 2013 is dit concept vertaald naar de setting van festivals. Beide projecten zijn mogelijk gemaakt door steun van Hivos. In augustus was Shop ’n Style on tour te vinden op de introductieweken van vijf universiteiten en hogescholen: Leiden, Utrecht, Nijmegen, Wageningen en Amsterdam. Door de hippe en uitnodigende uitstraling trok de Shop ’n Style tent veel (vooral vrouwelijke) studenten. In de tent konden bezoekers T-shirts customizen. Dat bleek een doorslaand succes: soms stonden er rijen studentes te wachten om zelf een T-shirt aan te passen naar hun eigen wensen. In de tussentijd gingen de medewerkers met hen in gesprek over arbeidsomstandigheden van vrouwen in de kledingindustrie. Op witte T-shirts aan de zijwand was het verhaal van de modeindustrie te lezen, over de verschillende stappen in het productieproces en hoeveel mensen er werkzaam zijn. Het gegeven dat zoveel mensen in zoveel landen betrokken zijn bij de totstandkoming van een kledingstuk, maakte indruk. Dit bleek ook uit de opmerkingen op evaluatieformulieren:

‘Het was nieuw voor mij dat er zoveel mensen bezig zijn met het maken van een kledingstuk!’ ‘Ongelooflijk dat vrouwen 7.000 T-shirts per dag moeten maken.’ Maar er was nog veel meer te doen en te zien in de tent. Op een witte paspop konden bezoekers hun naam schrijven als ze het belangrijk vonden dat de arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie verbeterd worden. Een kledingrek illustreerde dat er al veel keuze is op het gebied van eerlijke kleding, en dat deze kleding hip en modieus is. Aan ieder kledingstuk hing een label met daarop het positieve verhaal erachter. Voor bezoekers die ter plekke de Facebook van Shop ’n Style of Twitter gingen volgen, was er een leuke en toepasselijke attentie: een handig klein naaisetje dat overal mee naartoe kan. Deze social media zorgen voor herhaalde attentie. Volgers ontvangen zo regelmatig handige tips en nieuwtjes omtrent eerlijke kleding. Wat het effect van Shop ’n Style on tour op de bezoekers is geweest, is uitgebreid geëvalueerd door nul-, een- en tweemetingen. Het gemiddelde cijfer dat de bezoekers gaven (een 8,3) toont aan dat het concept erg goed aansloot bij de doelgroep. In de eenmeting bleek dat niet alleen dat de bezoekers zich voornamen om een product met een positief verhaal te gaan kopen. In de meting na drie weken bleek dat 21% van de respondenten dit ook daadwerkelijk gedaan had. Daarnaast zegt 64% nog van plan zijn dit in de nabije toekomst te doen. De keuze om door de activiteiten in de tent te laten zien hoe je met je kleding rekening kunt houden met mens en milieu, bleek een juiste. Want juist hierover hadden veel jongeren vragen. ‘Hoe kan je bijdragen, maakt het uit of je hier wat doet?’ Ja, dat maakt wat uit. Om met de slogan van Shop ’n Style te spreken: Look good, do good!

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

23


NEDERLANDSE SPORTLEIDERS IN OOST-AFRIKA Het lijkt de ideale baan: een balletje trappen, een sporttoernooi organiseren, een nieuw trapveldje regelen. Zo’n baan wil iedereen wel. Maar er komt heel wat meer kijken bij het werk van een buurtsportcoach. Zij zetten sport gericht in bij wijkopbouw en leveren daarmee een waardevolle bijdrage aan maatschappelijke ontwikkeling. Bij hun werk lopen ze tegen de nodige uitdagingen aan: omgaan met conflicten en veranderingen in de buurt en de juiste doelgroepen in de wijk bereiken. Buurtsportorganisaties proberen hun coaches en stagiaires hierin goed te begeleiden. Daarbij merken ze dat er een hiaat is ontstaan tussen de opleiding en de sterk veranderende praktijk van het werk. Daarom namen enkele buurtsportorganisaties en een aantal opleidingen hun verantwoordelijkheid en besloten het traject Sport Leaders International in te gaan. Dit traject startte in oktober 2013 met een bezoek aan Oost-Afrika. De deelnemers zijn te gast bij Seeds of Peace Africa (SOPA) en leren over de methode die daar is toegepast bij de aanpak van geweld onder krijgers van een aantal stammen in de regio. Het is de droom van SOPA-oprichter Ambrose Ongwen om de leerpunten die daar zijn opgedaan in de afgelopen tien jaar, te delen met andere delen van de wereld.

Het was voor de deelnemers een indrukwekkende ervaring. De problemen en uitdagingen in Nederland zijn niet te vergelijken met die in Kenia. De gevoeligheden in Kenia zijn anders, net als de dreiging van geweld. Tijdens hun reis heeft de Nederlandse delegatie workshops gevolgd en via veldbezoeken aan nomadenstammen gezien hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Tijdens de reis is er al nagedacht over toepassing in de Nederlandse context, eind november zullen deze bevindingen concreter worden uitgewerkt. In het voorjaar van 2014 volgt een training van SOPA in Nederland. De Afrikaanse coaches zullen vervolgens ook in de praktijk van alledag meelopen en daarbij gericht coachen op toepassing van de methode en leiderschapsvaardigheden. Sport Leaders International is het vervolg op de International Sport Leaders Exchange, waarbij in 2012 Keniase sportleiders naar Nederland kwamen om hun kennis en ervaringen te delen met de Nederlandse praktijk. Het traject wordt uitgevoerd door NSA International in samenwerking met Oikos en de deelnemende organisaties en wordt mede mogelijk gemaakt door E-motive (Oxfam Novib).

COLOFON Oikos Nieuws is het Magazine van Stichting Oikos. Vrienden van Oikos ontvangen het blad gratis. Nog geen Vriend van Oikos? Meld u nu aan en ontvang een welkomstgeschenk (zie pagina 2). Wilt u graag vrijblijvend op de hoogte blijven? Meld u dan aan als abonnee op stichtingoikos.nl/on. U wordt dan één maal per jaar gevraagd een vrijwillige bijdrage te geven.

24

Ontwerp & layout In Ontwerp, Assen Productie Nilsson, Goes Eindredactie Rogier van der Weijden

OIKOS NIEUWS #69 NOVEMBER 2013

Fotografie Maarten van der Wal (p.1 en 19), Patrick van der Sande (p.2), ONE (p.6), Mark van Luyk (p.10-11,12), NRC (p.14 en 16), Rogier van der Weijden (p.18), FairPhone (p.19), Ronald van der Heide (p.20 en 21), Carlijn Savelkouls (p.23), Vera Lenssinck (p.23), Cynthia Boom (p.23) en Martijn Harlaar (p.24).

Stichting Oikos Postbus 19170 3501 DD Utrecht T (030) 236 15 00 oikos@stichtingoikos.nl www.stichtingoikos.nl


Oikos Nieuws 69