Issuu on Google+

jaargang 8 nummer 19 December 2011

december 2011

RUIMTE VOOR BIJZONDERE KINDEREN HET GEHEIME RECEPT voor goed lesgeven Cultuurshock als pedagogische waarde

stichting 3 carmelcollege


In dit nummer

RUIMTE VOOR BIJZONDERE KINDEREN

Onderdompeling in andere talen en culturen Internationalisering biedt leerlingen nieuwe kansen

4

14

HET GEHEIME RECEPT Goed lesgeven begint bij jezelf

iSchool Carmel en de technologische revolutie

10

18

vaste rubrieken

Stichting Carmelcollege omvat 12 instellingen voor

Standpunt van een schoolleider....................... 3

we een breed onderwijs­aanbod in een kleinschalige en veilige

Column Romain Rijk....................................................... 7

bijzonder voortgezet onderwijs. Op ruim 50 locaties verzorgen omgeving. Zo begeleiden we onze leerlingen. Elke dag opnieuw.

Belpanel.................................................................................... 8

Onderstaande - voornamelijk brede - scholengemeenschappen

mijn passie.............................................................................. 9

Almelo, Pius X College, Sg. St.-Canisius ◗ Deventer, Etty Hillesum

Hoe ging het verder met......................................... 12 nieuws. ................................................................................... 13

zijn aan Carmel verbonden: Lyceum ◗ Eindhoven, Sg. Augustinianum ◗ Emmen, Carmelcollege Emmen ◗ Enschede, Bonhoeffer College ◗ Gouda, Carmel­college Gouda ◗ Groenlo, KSG Marianum ◗ Haren, Maartenscollege,

nieuws (vervolg)................................................................. 16

International School Groningen ◗ Hengelo, Sg. De Grundel,

De Buitenwacht.............................................................. 17

Sg. Twickel ◗ Oldenzaal, Twents Carmel College ◗ Oss,

Column Jos Baack.......................................................... 21 quickscan. ........................................................................... 22

2

Het Hooghuis ◗ Raalte, Carmel College Salland


december 2011

(Stand)punt van een schoolleider Leve de vrijheid van onderwijs! De afgelopen tijd is artikel 23* van de Grondwet onderwerp van een dispuut dat binnenkort zal leiden tot een advies van de Raad van State. Het verval van de verzuilde samenleving leidt binnen een groot deel van het politieke spectrum tot de wens om de overheid tot ultieme normerende instantie uit te roepen. Dat legt ook de bijl aan de wortel van de vrijheid van onderwijs: in plaats van binnen juridische kaders ruimte te geven aan diversiteit, lijken verschillen nog slechts te worden getolereerd voor zover de overheid die namens iedereen kan legitimeren. De wijze waarop de discussie over ritueel slachten is gevoerd spreekt in dezen boekdelen. Ik blijf hechten aan het vertrouwen in het individu en de kracht van gemeenschappen: wat mensen zelf of samen kunnen doen dient gerespecteerd te worden. Het aloude subsidiariteitsbeginsel uit de katholieke sociale leer is een krachtige erfenis ter ondersteuning van de vrijheid van

onderwijs, ook anno 2011. Daarvoor is wel nodig dat het begrip “richting”, dat de kern uitmaakt van artikel 23, door herinterpretatie bij de tijd wordt gebracht. Door het te verbinden met “een samenhangend pedagogisch concept gebaseerd op een confessionele of levensbeschouwelijke overtuiging” geeft het de ruimte die nodig is om het onderwijs bijzonder te houden waar dat gewenst is. Zo kan het onderwijs een eigentijdse spiegel worden van onze pluriforme samenhang.

Wat betekent dit voor Stichting Carmelcollege? Onze scholen laten zien dat zij hun identiteit niet kunnen ontlenen aan het enge begrip “richting” uit het verleden. Wel kunnen zij zich laten inspireren door het mensbeeld van de Karmelieten dat een onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van ons erfgoed. Het zijn drie fundamenteel richtinggevende oriëntaties die de Carmelidentiteit schragen: * de principiële aandacht voor heel de mens, vanuit de gedachte dat wij allen één en ondeelbaar zijn; * het bieden van geestelijke ruimte, om jezelf te kunnen vinden, te scherpen aan anderen en vandaaruit voortdurend te kunnen ontwikkelen; en * het voorhouden van de noodzaak steeds kritisch loyaal te zijn ten opzichte van elkaar en de samenleving, om fier te kunnen staan voor eigen keuzes. Deze prachtige nalatenschap dienen we te beschouwen als een permanente bron van inspiratie en vernieuwing, als de boom die met zijn wortels ook altijd op zoek gaat naar het water en nieuwe vertakkingen vormt als het nodig is. Alleen dan breekt er telkens weer een nieuwe lente aan, alleen dan kunnen wij ontsnappen aan een benauwde samenleving die niet kan omgaan met leven en laten leven. ◗

Jan G.M. Put, rector Katholieke Scholengemeenschap Marianum. * Hierin wordt o.a. de vrijheid van onderwijs beschreven.

Leve onze eigen identiteit, leve de vrijheid van onderwijs!

standpunt 3


‘Het is een bijzonder kind, onze Dik, en dat is-ie.’ De uitspraak van de vader van Dik Trom maakt al generaties deel uit van het algemene spraakgebruik. Ook binnen scholen, die steeds vaker meewerken aan oplossingen voor kinderen die iets extra’s vragen. Soms wat meer aandacht, soms wat meer ruimte. Doorgaans kost het niet eens veel moeite. Dit verhaal gaat niet over Passend Onderwijs, rugzakjes of zorgleerlingen. Het laat twee doodgewone dertien­ jarige meisjes aan het woord die aandacht en ruimte krijgen voor hun bijzondere omstandigheden. In onderwijsjargon heet dat ‘talentoptimalisatie.’ Koers 2014, het strategisch beleidskader van Stichting Carmelcollege, schrijft daarover: ‘Het is onze opdracht om het beste uit leerlingen en medewerkers te halen. Daarbij past het ons dat we mensen stimuleren, om hen daardoor beter in staat te stellen op verschillend niveau en in verschillende vormen te excelleren.’ Dat laatste in de breedst denkbare zin. Talent, zo meldt Koers 2014 met nadruk, blijft niet beperkt tot de leer­ lingen die cognitief begaafd zijn. Het woord geldt ook voor andere kwaliteiten en mogelijkheden. Voor al die verschillende soorten talent zetten de scholen van Stichting Carmelcollege zich in. Op eigen wijze, zoals de verhalen van Demi en Vajèn laten zien. Maar met hetzelfde oogmerk: talent stimuleren om zo het beste naar boven te halen en grenzen te verleggen.

Klaslokalen In de lichte, lange gang van de nieuwbouw van Carmel College Salland in Raalte klopt co-mentor Katja Janssen van klas 2K2A op de deur van één van de lokalen. Ze steekt haar hoofd om de hoek, loopt dan naar binnen en keert terug met de dertienjarige Demi de Dahlie. Een tenger meisje met een verlegen oogopslag. Ze loopt wat moeilijk, door een licht spasme ontstaan door zuurstoftekort bij haar geboorte. ‘Daardoor loop ik niet zo vlot als anderen. En je hoort het aan mijn stem, ik praat

4

wat moeilijker.’ Op de basisschool had ze een aangepaste stoel en tafel. Ze werkte met een laptop, omdat schrijven soms eveneens moeilijk kan zijn. Met gym deed ze niet altijd mee. Op het Carmel College Salland gebruikt ze de lift en draagt een andere leerling haar tas. ‘Hoewel ik dat toch liever zelf doe’, zegt ze. Katja knikt: ‘Dat zegt iets over jou. Je wilt gewoon Demi zijn.’ Haar leerling knikt: ‘Ik ben net zo’n leerling zoals iedereen. Hier kan dat.’

Muisstil In het begin van het schooljaar heeft Demi haar klas verteld over haar ziekte. Dat was nodig omdat ze na de brugklas vrijwel allemaal nieuwe klasgenoten trof. ‘Haar eerste klas werd na de zomer gesplitst’, legt Katja uit. ‘Daarom heeft ze deze voor haar nog onbekende groep meteen geïnformeerd. Helemaal alleen. Ik vond het heel knap.’ Demi haalt haar schouders op, als om de lof te laten afglijden. Katja vervolgt: ‘Het was muisstil, dat viel me op. Ga daar maar eens staan voor een volle klas waarin je de meeste leerlingen nog niet kent. En vertel dan maar eens over je spierziekte en de gevolgen daarvan. Dat durft echt niet iedereen.’ Demi doet gewoon mee. Behalve, soms, in de gymlessen. Maar haar fysiotherapeut geeft tips aan haar docent LO, zodat die rekening kan houden met wat Demi kan en niet kan. Buiten school is ze vanwege haar ziekte veel tijd kwijt aan fysiotherapie en aangepast paard­rijden. ‘Ik ben daardoor soms ’s avonds nog laat bezig met mijn huiswerk, maar dat vind ik niet erg. Zo gemotiveerd ben ik.’

talentoptimalisatie

Ruimte voor bijzondere kinderen


december 2011

Dansen Dan komt ter sprake dat ze graag zou dansen, maar het niet durft vanwege haar handicap. Katja heeft het van Demi’s moeder gehoord. ‘We bieden hier wel mogelijkheden in dat opzicht, maar ik kan me voorstellen dat Demi daarvan liever geen gebruik maakt. Dat is te onveilig. Maar ik ben blij dat je ouders me dit hebben verteld, dan kan ik eens zien wat kan. Ik geef ook nog les in streetdance. Niet ‘We werken hier op school, maar we zullen kijken wat handelings­ mogelijk is. Het is wel belangrijk, dat blijkt ook nu, dat jij zelf zegt wat je wilt. gericht, we kijken Als dat kan, regelen we dat voor jou.’ ‘We werken handelingsgericht, we kijken wat de leerling wat de leerling nodig heeft. Zo wil ik het nodig heeft’ mentoraat invullen’, zegt Katja later. ‘Ik probeer een band op te bouwen met de kinderen. Bij Carmel­College Salland spreken we uit dat we talenten willen ontwikkelen. Daar hoort dit bij. Toen ik overwoog om hier te komen werken, heb ik eerst een week meegedraaid om te zien of het iets voor me was. Ja dus; hier wordt zóveel gekeken naar de leerling, naar iedere leerling, dat ik hier graag werk.’

Demi de Dahlie en co-mentor Katja Janssen

5


Droomvlucht Ruim 100 km zuidelijker, in het landelijke Oijen nabij Oss, zit de eveneens dertienjarige Vajèn van den Bosch (2havo/vwo, locatie Titus Brandsmalyceum van Het Hooghuis) al te wachten. Net als Demi mag ook zij een bijzonder kind heten. Ze is één van de hoofd­rolspeelsters in de musical “Droomvlucht” van De Efteling en werkte daarvoor al mee aan grote producties als “The Sound of Music”, “Mary Poppins” en “Joseph.” Ze legt uit: ‘Ik vond zingen en dansen

‘Mijn schoolprestaties lijden er niet onder. Dat wil ik zelf niet.’ 6

altijd al leuk. Toen ik 9 was, zag ik een oproep voor audities voor “The Sound of Music”. Ik heb mijn moeder gevraagd of ik mocht meedoen.’ Het mocht. En daarna volgde de ene musical op de andere. Nu dus “Droomvlucht”, over het meisje Lila dat zich door haar ouders vergeten voelt en op school wordt gepest. Haar vader en moeder droppen haar bij oma en daar ontmoet ze een vuurvlieg die haar meeneemt naar de elfen- en trollenwereld. ‘De kinderregisseur,

PASSIE


de zangcoach en degene die namens Van Den Ende de casting deed, vroegen me het script door te lezen. Ik zou eigenlijk naar de tweede ronde van de audities, maar dat was toen niet meer nodig’, vertelt Vajèn met gepaste trots. In de recensies van “Droomvlucht” heet ze ‘een onwaarschijnlijk talent’ (Metro) in een ‘schitter­rol’ (Brabants Dagblad), terwijl NRC Handelsblad haar zelfs in de kop vermeldde: ‘13-jarige schittert in Eftelingmusical.’ Ze is nu één van de vier hoofdrolspeelsters die elkaar afwisselen – en de enige die een reguliere school bezoekt.

Welkom gevoel Dat musicalgebeuren moet allemaal wel samengaan met school, Vajèn is immers leerplichtig. ‘Al in de periode dat we scholen voor voortgezet onderwijs bezochten, heb ik via e-mail om informatie gevraagd. Vajèn zat nog in groep 8, het was nog niet zeker of ze in “Mary Poppins” zou meedoen, maar ik wilde het tijdig aankaarten. Eén school wilde niet meewerken, een andere school verwees naar een speciale school in Tilburg. Het Hooghuis reageerde daarentegen meteen positief: ‘Daar staan we voor open’. Het gaf ons een heel welkom gevoel’, vult Vajèns moeder Monique aan. Ook toen bekend werd dat Vajèn Lila zou spelen. ‘Ze heeft meteen in het begin van dit schooljaar heel wat dagen gemist, voor repetities en een persreis naar IJsland. De school heeft alle medewerking gegeven.’ Uiteraard niet onbeperkt. De afspraak is dat Vajèn voor haar musicalverplichtingen mag wegblijven. Daar staat tegenover dat ze zelf bijhoudt wat het huiswerk is en de discipline opbrengt om het te maken. Ze moet ook zelf afspraken maken om eventuele gemiste toetsen in te halen. ‘Dat heeft nooit een probleem opgeleverd’, weet Monique. ‘Zelfs niet na de première van “Droomvlucht”. Een prachtig feest, het werd laat. Maar Vajèn zat evengoed de volgende ochtend om 7.15 uur op de fiets om naar school te gaan. Die geeft haar vertrouwen en daarvan maakt ze geen misbruik.’ Vajèn knikt. ‘Mijn schoolprestaties lijden er niet onder. Dat wil ik zelf niet. Dit inspireert me om geen onvoldoendes te halen. En misschien geeft het me wel gewoon zelfvertrouwen. Ik heb een doel, ik wil dit ontzettend graag blijven doen en dan helpt het als je een passie hebt die je wilt waarmaken. Bovendien weet ik het zelf: als de school niet meewerkt, houdt echt alles op. De mentor heeft me daarop gewezen. Maar ze ziet ook dat het goed gaat.’ ◗

COLUMN

december 2011

Koehandel of kwaliteit Het is opmerkelijk, maar eigenlijk weinig verrassend, hoe de politiek er weer in slaagt om velen in onderwijsland weer op de kast te jagen. Na jaren van discussie, uitleggen, rekenen en onderzoeken slaagde de Commissie Cornielje er in 2008 in de impasse rond het thema onderwijstijd te doorbreken en een werkbaar compromis voor de sector en Tweede Kamer neer te leggen. Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer schaarde zich achter de voorstellen en scholen gingen zich beter gedragen. De maatschappelijke winst in termen van concreet gerealiseerde onderwijstijd is nu reeds enorm groot. Politiek, tel je zegeningen, zou je toch zeggen. Bij het formaliseren van wet- en regelgeving vond echter in november weer een geweldige koehandel plaats en moesten individuele partijen weer een punt scoren in de gunst om de kiezer. En de minister draaide vrolijk mee, helaas. Terwijl scholen steeds meer aan de slag gaan met de verbetering van de opbrengsten van het onderwijs en talentoptimalisatie van leerlingen en de inspectie steeds beter snapt wat wel of niet productief werkt in de toezichtsrelatie, is de politiek bezig met uren tellen achter de komma. Uniforme regels, met een kleine marge, voor alle leerlingen, terwijl we allemaal weten dat verschil maken tussen leerlingen, inspelen op leerstijlen en behoeftes van leerlingen en hun achtergronden de echte sleutel tot kwaliteitsverbetering is. We nemen graag een voorbeeld aan landen die hoog scoren in de PISA-onderzoeken, maar als blijkt dat de correlatie tussen onderwijstijd en die scores ontbreekt, kijken we de andere kant op. Draagvlak is voor elke soort regelgeving een eerste voorwaarde voor succesvolle implementatie. Politiek geneuzel op de vierkante centimeter leidt af van de kern van het onderwijs en het vak van de leraar. Gewoon jammer. ◗ ROMAIN RIJK Voorzitter College van Bestuur Stichting Carmelcollege

7


Belpanel De minister wil “excellente scholen” belonen. Als ze goed presteren, mogen ze straks misschien één of meer sterren aan de gevel plakken. Net als een restaurant. Haar gedachte maakt veel reacties los. Sommigen vragen zich af hoe de minister prestaties wil meten. Anderen wijzen op het risico dat scholen zullen proberen zo veel mogelijk bollebozen binnen te halen, om nog meer sterren te scoren. En dan rijst de vraag of het onderwijs daarvan nou echt beter wordt. Dus, waar moeten de sterren stralen? Het belpanel zet zijn tanden in de volgende stelling:

Liever sterren in de klas dan aan de gevel van de school! Ilse Vink, leerling 4 vmbo-t (Het Hooghuis, locatie Oss-Stadion):

Jelle Bakker, leerling 6 vwo (Carmelcollege Gouda, locatie Antoniuscollege):

‘Een school die het goed doet, mag je best belonen. Maar niet scholen die leerlingen selecteren en alleen de allerbesten toelaten. Dat is te gemakkelijk. Ik heb het over gewone scholen, met gewone leerlingen en leraren. Je beloont dan het onderwijs, niet de examenresultaten. Bij mij in de klas zitten leerlingen met dyslexie. Als we een toets hebben, krijgen die meer tijd. Dat vind ik terecht, zo moet het. Stel dat die leerlingen de examens minder goed zouden maken, dan zou zo’n school dus niet in de prijzen kunnen vallen. Terwijl ze zich wel helemaal voor die leerlingen heeft ingezet. Dat vind ik dus niet goed.’ ◗

‘Het idee om excellente scholen te belonen, vind ik op zich goed. Dan moeten het wel de scholen zijn die zich voor hun leerlingen inzetten. Met onderwijs van kwaliteit, goede lessen en een daadkrachtig beleid. Zodat zo’n school zelfs van kleine sterren nog grote zonnen maakt. En dan betreft de beloning het geheel van de school, niet de resultaten van een paar studiebollen. Zo doe je recht aan verschillen tussen scholen: ook een school in een zwakke wijk van Amsterdam moet excellent kunnen zijn, terwijl die het moeilijker heeft dan collega’s in Bloemendaal of een buitenwijk van Oldenzaal. Ik ben het eens met de stelling én ik ben voor beloning van excellente scholen.’ ◗

Freek van Oenen, docent economie/leerling­ coördinator vmbo (sg. De Grundel Hengelo):

Ilse Aalbers, ouder (Maartenscollege, haren):

‘Ik heb liever een ster in het kabinet die voor het onderwijs opkomt. Want ik maak me grote zorgen over de bezuinigingen. In het vmbo gaan de eisen omhoog, maar de budgetten voor zorgleerlingen worden fors beperkt. Je krijgt daardoor steeds meer zorgleerlingen bij leraren die niet zijn opgeleid om die kinderen passende begeleiding te bieden. Dat gaat ten koste van de kwaliteit van het onderwijs, terwijl de normen worden opgeschroefd. Zo kunnen we niet de voorzieningen bieden om optimaal te presteren. Er worden Champions League-prestaties verwacht van amateurspelers uit de hoofdklasse. Zo worden we nog een sterretje aan de hemel. Als het zover is, valt op aarde weinig “onderwijseer” te behalen.’ ◗

‘Op zich vind ik het een prima idee om goed presterende scholen te belonen. Hoewel je dat van elke school mag verwachten, zijn we er in Nederland vooral sterk in te laten zien waar het niet goed gaat. Enig tegenwicht is zinvol. Ik ben er alleen niet uit wat de criteria voor zo’n beloning zouden moeten zijn. Alleen eindexamenresultaten vind ik te mager en te gemakkelijk. Ook scholen met zwakke leerlingen moeten in aanmerking kunnen komen, want die doen vaak fantastisch werk. Hier zie ik echt een dilemma, want welke maatstaf hanteer je? Ik betwijfel of de minister dat zelf weet. Maar het idee is goed, zo’n ster kan inspireren.’ ◗

8


MIJN PASSIE

december 2011

Roy Oude Ophuis (36), medewerker facilitair (terreinendienst, stichting carmelcollege): ‘‘De trekker is echt onmisbaar voor ons. Hartje winter daargelaten, staat hij geen dag binnen. De spitfrees gaat erachter, de versnipperaar, we gebruiken hem voor grondverzet, bankjes plaatsen… Het is een mooi ding. Maar je hebt ook wel een gigantisch goed machinepark nodig als je met vier man voor dertig scholen tuinaanleg en onderhoud moet doen. Dat is aanpoten hoor. Toch is het meer ontspannen dan toen ik nog bij een hovenier werkte. Hier hoef je niet naar de volgende klus voordat je goed en wel klaar bent; wij zijn zelf verantwoordelijk en hebben de vrijheid om ons werk goed te doen. We staan er alle vier voor 200 procent achter. En niet om op te scheppen, maar in het tevredenheidsonderzoek naar de ondersteunende diensten zijn we hoog geëindigd. Buiten zijn past bij mij. Liefst was ik boer geworden, maar dat zat er niet in. Dit is ook een mooi vak. Elk seizoen is anders. In het maaiseizoen zitten we vier dagen per week op de sportvelden. In de herfst heb je al het blad. Is het echt winter, dan doen we machineonderhoud. Maar dat is na een week wel klaar, dus toch maar naar buiten. Beetje snoeien, zagen. Vorst is geen probleem; alleen bij een dik pak sneeuw kun je geen kant uit. Een architect wil nog wel eens alleen voor het mooi gaan. Maar voor een tuin bij een school is functioneel het allerbelangrijkste. Het scheelt dat wij zelf de aanplant doen. Wij kiezen beplanting waarmee je dertig jaar verder kan. Vroeger had je overal coniferen, nu gebruiken we veel bodembedekkers: de bestrijdingsmiddelen gaan eruit en we kunnen niet overal onkruid wieden. Met een paar blikvangers – mooie boom, grote tegels – wordt het evengoed mooi. We hebben net bij de centrale directie van het Etty Hillesum Lyceum de entree vernieuwd en nu zijn we in Denekamp aan het aanplanten. Aanleg vind ik het leukst; als de botten later versleten zijn, kruip ik misschien wel achter de tekentafel. Maar nu zou ik het buiten zijn nog te veel missen.’ ◗

‘Buiten zijn past bij mij. Liefst was ik boer geworden’

9


Goed lesgeven begint bij jezelf

Het geheime recept “Boodschappenlijstjes” met kwaliteiten en competenties van een goede leraar zeggen haar weinig. Wat dan wel? Hart voor leerlingen hebben, iets van je vak máken en de moeite nemen om elke les voor te bereiden. Docentschap volgens Evelien Hoekman, economiedocent aan het Etty Hillesum Lyceum in Deventer en educatief ondernemer.

Ze komt energiek het café binnenlopen, papieren en mobiel in de hand. Vandaag is het maandag en dat betekent: haar eigen vaksite Citroengeel.nl en de beeldbank Lemontube.nl bijwerken. Een interview voor Carmel Magazine kan er nog net even tussendoor. Evelien Hoekman (31) is geen doorsnee docent. Afgestudeerd in de technische bedrijfskunde, haalde ze haar onderwijs­

bevoegdheid in 2005. Na drie jaar lesgeven kreeg ze de Henk Peer-prijs voor innovatief economieonderwijs. En nog maar een paar weken geleden stond ze als hoofdspreker in de grote zaal van het FACTA-congres. Onderwerp: hoe motiveer ik mijn havo-leerlingen?

‘Goede docent, alleskunner?’

10


december 2011

Het geheime recept, heet dit artikel. Wat is het jouwe? ‘Dat is geen succesformule die ik op een middag heb zitten bedenken. Het is wie ik ben, hoe ik mijn werk doe, en wat ik in negen jaar lesgeven heb geleerd. De kern is dat je hart hebt voor je leerlingen. Ze zijn dan wel vijftien of zestien, maar vinden persoonlijke aandacht nog steeds fijn. Vóór de herfstvakantie ken ik alle namen, dan mogen ze me overhoren. Ik vraag hoe het met ze gaat, juist aan leerlingen die nooit een vraag stellen. En ik luister. Als docent ben je een voorbeeld voor ze - wat doe je ze aan als je die eerste verliefdheid niet serieus neemt? Belonen is ook ontzettend belangrijk. Als je niet beloont, mag je ook niet straffen. Weet je dat de meeste van de 86 leerlingen die ik voor mijn FACTA-lezing een vragenlijstje liet invullen, zeiden dat ze niet vaak complimentjes van hun docenten krijgen? En dat waren leerlingen van diverse scholen. Schokkend vind ik dat. Ik deel stickers uit als leerlingen het goed hebben gedaan. Ze mogen grabbelen uit een ton met kleine cadeautjes, vinden ze leuk. Hebben ze een voldoende gehaald, dan gebruik ik hun naam soms in de volgende toets. De opgave over mijnheer Jansen en zijn fiets wordt er dan een over Pim de Weerd en zijn dure BMW. Vindt-ie fantastisch! En dat straffen? Met humor alsjeblieft. Wie zijn spullen vergeet, moet zich opdrukken; pas als je dat niet wilt, ga je eruit. Maar dat waren er hooguit vijf, het laatste jaar.’

Hoe leuk moet een les zijn? ‘Leuk, leuk… Afwisselend, dat is wat ik wil. Ik volg altijd de studieplanner – leerlingen weten precies welk onderwerp er komt. Maar hoe de les eruitziet? De ene keer kijken we een filmpje op YouTube, de andere keer doen we een spel en weer een andere keer geef ik gewoon een saaie les. Ruimte voor actualiteit is er altijd. Je kunt in de derde week van september toch wel 5 minuten uittrekken voor een filmpje over Prinsjesdag, al gaat de les over iets anders? Ik bereid elke les voor.’ (Nadrukkelijk:) ‘El-ke les. Gemiddeld tien minuten, niet langer. Daar heb je het als docent echt niet te druk voor. Ja, als je net begint en je werkt fulltime, dan wel. Maar in de loop der tijd bouw je materialen op. Inmiddels maak ik per klas per blok één nieuwe les. Actueel materiaal is er genoeg, je moet alleen zorgen dat je het snel vindt. Lukt dat niet, dan twitter ik: #durftevragen. Heel veel economiedocenten gebruiken Twitter, fantastisch. Ook heb ik Lemontube opgezet, een online beeldbank met filmpjes, tv-uitzendingen en actuele berichten. Nu nog alleen voor economie, maar op termijn ook voor andere vakken. Je levert zelf materiaal of betaalt een klein bedrag per jaar en in ruil daarvoor mag je alles gebruiken. Overigens, die tijdsinvestering is betrekkelijk: als leerlingen actief en gemotiveerd in de les zitten, leren ze meer en dat scheelt ook tijd.’

Dit twitteren leerlingen van het Etty Hillesum Lyceum, locatie Het Vlier over goede docenten: @ManoukVisser: Een goede docent moet leer­ lingen kunnen inspireren. Bij vakken als maatschappijwetenschappen, economie en geschiedenis is het ontzettend belangrijk dat leraren enthousiast zijn! En dat hij/zij buiten patronen denkt en niet van elke leerling precies hetzelfde verwacht, behalve op toets. Maatwerk dus! @JardBiko: Docenten die echt voor de inhoud gaan en niet te veel de show eromheen. @felixgovers: Een goede docent weet wat hij/zij doet. Toont interesse in zijn/haar leerlingen en helpt ze wanneer nodig. Er moet interactie zijn. @diessalim (Daniël Salimian): Een goede docent is iemand die iedereen gelijk behandelt en altijd de antwoorden van de opgaves weet mét een beetje extra. @keppie 3 (Kevin van der Veer): Iemand met hart voor zijn/haar vak, die betrokken is bij leerlingen en niet te veel binnen de lijntjes werkt (lesboek). Dus het lesboek moet niet altijd de overhand hebben. Interactief te werk gaan is ook mooi (Social Media)

Nog meer tips? ‘Meer dan ik hier kwijt kan. Maak bijvoorbeeld van elke les opnames van je digibord voor op de ELO. Kunnen leerlingen de les terugkijken als ze iets niet snappen of hebben gemist. Laat leerlingen in groepjes werken, dat motiveert. Zorg voor een vakgerelateerde aankleding van je lokaal, met een actueel prikbord - geen vergeelde posters. Geef ze keuzevrijheid: welk examenonderwerp wil je vandaag oefenen. Ook dat motiveert. En denk eens aan een chatsessie op de avond vóór een toets. Groot succes. Leerlingen die dat willen, beantwoorden op MSN elkaars vragen en ik bevestig of ze goed zitten. Een halfuurtje kost het, meer niet.’ ◗

Meer tips op: www.citroengeel.nl www.lemontube.nl http://tinyurl.com/evelienhoekman (FACTA-presentatie) ◗

11


Hoe ging het verder met…

Carmelproject “Goed Werknemerschap verdient Goed Werkgeverschap”

“Goed Werknemerschap verdient Goed Werkgeverschap” is in zijn tweede uitvoeringsjaar. Het is een baan­ brekend project waarin Carmelwerknemers samen met hun werkgever onderzoeken hoe werken in het onderwijs aantrekkelijker kan worden. Met nog een jaar te gaan, maakt projectleider Hetty Minnes een tussenbalans op.

Zeven deelprojecten kwamen voort uit het verkennende jaar van “GWGW”. Ze gingen begin vorig schooljaar van start en inmiddels is het tweede uitvoeringsjaar in volle gang. De tussenstand verschilt per deelproject, meldt Hetty Minnes. Zo worden de ontmoetingsprojecten voor beginners en 50+’ers (“Carmel Ontmoet”) voor de tweede keer uitgevoerd, nu met 35 nieuwe deelnemers uit heel Carmel. Minnes: ‘Aan de hand van de ervaringen van de eerste deelnemersgroep hebben we het programma verbeterd. Dit jaar gaan we meten of de sessies opleveren wat we hopen: blijvende collegiale netwerken voor jongere docenten en inspiratie voor oudere docenten.’

Deelnemers aan het deelproject “Dynamisch Carmel” zijn tweemaal bij elkaar geweest om na te denken over carrièremogelijkheden binnen en buiten school. Een samenvattend adviesrapport is inmiddels uitgebracht aan de stuurgroep. Docenten en ondersteuners wíllen wel ontwikkelen en innoveren, maar lopen aan tegen de grenzen van het lesrooster en het functiebouwwerk. Omdat verbreding ook zou kunnen komen van de combinatie docentschap en ondernemerschap, wordt momenteel onderzocht of dit in een experiment kan worden vertaald. Verder wordt bekeken welke lessen over levensfase­bewust personeelsbeleid uit het project te trekken zijn.

Ook het deelproject rond veranderend leiderschap, “Leiderschap verandert” door prof. dr. Dolf van den Berg, Stafmedewerkers wordt nogmaals aangeboden. De deelnemende teamleiders van vorig jaar hebben dit jaar samen met hun In de dialoogsessies van het deelproject “Volwassen arleidinggevenden een terugkombijeenkomst bijgewoond. beidsverhoudingen” was een andere groep werknemers Directies bleken hun teamleiders meer ruimte voor aan het woord. Zowel op het bestuursbureau als op het persoonsgeoriënteerd leiderschap te willen geven dan Carmel College Salland gaven stafmedewerkers hun visie gedacht. Dat was goed nieuws voor veel van de teamleiop de toekomst van hun eigen functies en die van doders. Van den Berg verzorgde bij deze gelegenheid een centen en ondersteuners in het algemeen. Hetty Minnes: tweedaagse workshop. Voor het begeleidende “Wij zoeken voor dit schooljaar nog een derde onderzoek door de Universiteit Twente groep stafmedewerkers voor zo’n dialoog.” zijn de laatste vragenlijsten in november verspreid. Het wachten is op de Het deelproject “Wat betekent profesSamen uitkomsten. sionaliteit voor mij?” is afgesloten. In ontmoetingen tussen docenten, onderzoeken hoe ondersteuners, stafmedewerkers werken in het onderen wetenschappers bleek dat de Dialoogsessies beelden van professionaliteit onder wijs aantrekkelijker docenten nogal verschillen. De Het tweelingzusje van “Leideruitkomsten zijn vastgelegd in een schap verandert” heet “Verandert kan worden onderzoekspublicatie; verder bevatte leiderschap?” Dit zijn dialoogsessies het vorige Carmel Magazine een interview waarin docenten van gedachten wisover professionalisering met prof. dr. Karin selen over leiderschap in onderwijsteams. Sanders en medewerkers. Moet een leidinggevende veranderingen initiëren of is er ook ruimte voor initiatieven van werknemers? ‘Voor deze sessies kunnen teams zich het hele schooljaar De deelprojecten lopen nog tot juni 2012. Kijk voor deel­ nog aanmelden!’, aldus Minnes. name aan nog lopende projecten op www.carmel.nl. ◗

12


december 2011

Nieuws Carmel Award voor het beste profielwerkstuk In Koers 2014, het strategisch beleidskader van Stichting Carmelcollege, wordt gesproken over “talentoptimalisatie”: ‘Het is onze opdracht om het beste uit leerlingen en medewerkers te halen. Daarbij past het ons dat we mensen stimuleren, om hen daardoor beter in staat te stellen op verschillend niveau en in verschillende vormen te excelleren. (...) We willen stimuleren dat Carmelscholen in zowel vmbo als havo/vwo bijzondere (examen)prestaties van leerlingen meer expliciet waarderen, bijvoorbeeld door er prijzen aan toe te kennen.’

De Carmel Award

‘Het is onze opdracht om het beste uit leerlingen en medewerkers te halen’

Er worden 8 categorieën onderscheiden die worden gevormd door de 4 profielen op zowel havo als vwo. Er zijn enkele criteria waaraan de inzendingen moeten voldoen: de inzending moet voldoen aan de algemene criteria die gelden voor profielwerkstukken, het onderwerp moet origineel zijn en het moet een excellent profielwerkstuk zijn naar oordeel van de begeleidend docent. Er is een belangrijke rol weggelegd voor deze begeleidend docenten: zij worden gevraagd profielwerkstukken in te zenden. Er is geen limiet gesteld aan het aantal inzendingen per school of categorie.

Nominatiecommissie en jury De nominatiecommissie zal bestaan uit twee wetenschappers (met een M- en N-achtergrond) en drie Carmeldocenten en staat onder leiding van een onafhankelijk voorzitter die de procedure bewaakt (en geen stemrecht heeft). De nominatiecommissie selecteert 8 genomineerde profielwerkstukken: per categorie één profielwerkstuk. De jury bestaat uit één wetenschapper, één leerling, één docent, één ouder en de voorzitter van het College van Bestuur van Stichting Carmelcollege. De jury bepaalt welk van de 8 excellente profielwerk­ stukken de Carmel Award krijgt toegekend.

Doel Met het instellen van de Carmel Award voor profielwerkstukken is de eerste stap gezet. Met deze Carmel Award wil Carmel de leerlingen en hun begeleiders uitdagen en de kwaliteit van de profielwerkstukken verhogen. Ook hoopt ze hiermee het gesprek over de betekenis en waarde van het profielwerkstuk op gang te brengen. Er is gekozen om dit schooljaar al te starten en wel met een award voor het beste profielwerkstuk van havo/vwo. De aanpak –in pilotvorm– is bescheiden; zo zijn in eerste instantie bij de bepaling van de criteria voor de nominatie de KNAW-criteria als uitgangspunt genomen. Er is bewust gekozen voor de toevoeging van het criterium ‘maatschappelijke relevantie van het onderwerp’ omdat Carmelscholen dit als een belangrijke meerwaarde beschouwen.

Tijdpad Profielwerkstukken die volgens de begeleidend docenten in aanmerking komen voor de Carmel Award kunnen tot 2 april 2012 worden ingezonden. De 8 genomineerde profielwerkstukken die uiteindelijk gaan meedingen naar de Carmel Award worden begin mei 2012 bekendgemaakt. De leerlingen en begeleiders van de geselecteerde werkstukken worden vervolgens uitgenodigd voor de uitreiking van de Carmel Award op vrijdag 8 juni 2012. ◗

Meer informatie Op het intranet van Carmel is meer informatie te vinden. Log in op www.carmel.nl en ga vervolgens naar ‘kennis­uitwisseling’ en ‘Carmel Award’.

13


Internationalisering biedt leerlingen nieuwe kansen

Onderdompeling in andere talen en culturen Stel eens de vraag naar het belang van internationalisering van het onderwijs. Tien tegen één dat de Europese Unie wordt genoemd, in één adem met begrippen als globalisering en respect. Daarachter gaat een wereld van mogelijk­ heden en creatieve ideeën schuil, weten Marijke Verbree en Leo Kemper. Ze zijn allebei coördinator internationalisering, van respectievelijk het Carmelcollege Gouda (locatie Antoniuscollege) en scholengemeenschap St.-Canisius in Almelo.

Kemper heeft de meeste ervaring. Bij zijn overstap van het basisonderwijs naar Canisius, ruim twaalf jaar geleden, maakte hij zijn grote belangstelling voor internationalisering kenbaar. Persoonlijke betrokkenheid is hierbij belangrijk, heeft hij ervaren. ‘Als je de collega’s in het buitenland kent, loopt de communicatie gemakkelijker en komen initiatieven sneller tot stand. Ook binnen de eigen school. We hebben een kerngroep automatisering, met ICT-coördinator Marc Vreeswijk, TTO-coördinator Maurits Kamman en Brenda Haselbekke, de project­ coördinator. Daarnaast zijn er vele werkgroepen.’ Marijke Verbree, nu voor het tweede jaar docente Duits aan het Carmelcollege Gouda, werd bij haar aanstelling ook coördinator internationalisering. Ze volgt er een opleiding voor bij het Europees Platform, wat onder meer betekent dat ze nu een beleidsplan maakt. Ook zij benadrukt het persoonlijke element: ‘Het staat of valt met wat je er zelf in investeert. Je moet zelf uitvinden waar en hoe je contacten legt. Dat past bij mij, ik heb echt het gevoel dat ik hierin mijn ei kwijt kan.’ Dat laatste hangt in belangrijke mate samen met de pedagogische waarde van de internationaliserings­projecten. ‘Als onze leerlingen optrekken met leeftijdgenoten uit andere landen, geeft dat soms een echte cultuurshock. Ze ervaren dat dingen die hier gewoon zijn, elders totaal anders kunnen zijn. Of dat nu de meer formele omgangsvormen in Duitsland zijn of de waarneming dat Poolse leerlingen opstaan als de docent het lokaal binnenloopt. Ze krijgen zo respect voor die andere culturen’, benadrukt Verbree. Kemper beaamt het: ‘Als wij leerlingen van buitenlandse scholen ontvangen, werken ze met onze leerlingen aan een gezamenlijk

14

project. Dat besluiten we met een presentatieavond voor ouders en belangstellenden. Die valt enorm in de smaak, iedereen hoort van elkaar hoe de uitwisseling leeft. Leerlingen, ouders en docenten leren breder kijken.’

Projecten Beide coördinatoren benadrukken dat internationalisering veel meer inhoudt dan alleen excursies en uitwisse­ lingen. ‘Projecten die schoolbreed in de lessen worden uitgevoerd, zijn de basis’, zegt Kemper. Hij verwijst naar het World Wide Professional partnership (WWP), een op initiatief van Canisius opgericht internationaal samenwerkingsverband van scholen voor voortgezet onderwijs. Dankzij de digitale snelweg en social media kunnen leerlingen wereldwijd gemakkelijk met elkaar samen­werken. ‘Dat loopt uiteen van het versturen van elektronische kaartjes tot en met projecten over de bomen in je omgeving of voor jouw land kenmerkende architectuur. De resultaten zijn voor iedereen in te zien via wiki’s. Wij streven ernaar dat álle leerlingen, van klas 1 tot en met 6, en van vmbo tot en met vwo, meedoen.’ Zover is Carmelcollege Gouda nog niet. Maar tijdens haar inventarisatie voor het beleidsplan heeft Verbree al diverse mogelijkheden en raakvlakken gezien om internationalisering te integreren in het curriculum. ‘Wij hebben als kernwaarden “Werelds en grensverleggend.” We willen dat leerlingen hun wereld vergroten en grenzen verleggen. Internationalisering is één van onze speerpunten, dat we integreren in ons curriculum. Het is geen apart vak en heeft in het grootste deel van de lessen al een plaats gekregen. Bij de moderne vreemde


december 2011

talen en bij andere vakken die daaraan weer activiteiten koppelen. We hebben bovendien net als Canisius een TTO-afdeling. En ik noem het Technasium, waarmee we in 2013 beginnen. Daar heeft internationalisering eveneens grote betekenis, zeker als we in en rond Gouda het bedrijfsleven met zijn contacten kunnen betrekken. Er zijn heel veel mogelijkheden, maar alles heeft tijd nodig en vooral een goede voorbereiding.’

Steeds breder Intussen wordt de horizon steeds breder. Kemper meldt e-mailprojecten met bijvoorbeeld scholen in Kenia en Taiwan, Verbree met scholen in Turkije en Tsjechië. Komend voorjaar gaan er leerlingen van Canisius naar een school in Zuid-Afrika. Dat roept de vraag op naar de bekostiging. Al bestaan er diverse subsidiemogelijkheden, uitwisselingen van deze reikwijdte (Canisius heeft

er ook met een school in Canada) vragen een forse eigen bijdrage van de deelnemers. ‘Maar de animo is groot. Er geldt een maximum van 22 leerlingen per uitwisseling en ze zijn altijd overtekend. Bovendien kosten projecten in de klas en deelname aan Comeniusprojecten hen niets. We bieden elke leerlingen kansen.’ Verbree herkent de grote belangstelling voor de uitwisselingen. ‘Voor TTO is het een verplicht onderdeel, maar leerlingen uit de reguliere 4H/V-klassen gaan ook graag mee, naar Polen, Tsjechië, Hongarije, Duitsland en Italië’, weet ze. Daaraan voorafgaand, koppelt Carmelcollege Gouda leerlingen aan leerlingen van de uitwisselingsschool. ‘Ze e-mailen al vóór ze elkaar ontmoeten, zodat ze gerichter aan hun projecten kunnen werken. Want het is natuurlijk allemaal wel heel gezellig, maar het gaat om de inhoud: de onderdompeling in een andere taal en cultuur.’ ◗

Wie meer wil weten, kan contact opnemen met Leo Kemper (kel@canisius.nl) of Marijke Verbree (mverbree@carmelcollegegouda.nl). De WWP-projecten zijn onder meer te zien op http://wwp3.pbworks.com.

‘Je moet zelf uitvinden waar en hoe je contacten legt’

horizon 15


Nieuws vervolg Datateams opbrengstgericht werken Het verzamelen, analyseren, interpreteren en gebruiken van verschillende gegevens om zo het onderwijs te verbeteren: dát is opbrengstgericht werken. Ondanks het feit dat is aangetoond dat opbrengstgericht werken leidt tot een verbetering van het onderwijs werkt volgens de Onderwijsinspectie momenteel slechts twintig procent van alle VO-scholen opbrengstgericht. In samenwerking met de Universiteit Twente start Stichting Carmelcollege nu een groot project waarbij we het onderwijs van onze scholen structureel verder proberen te verbeteren met behulp van zogenaamde datateams. Een datateam bestaat uit 6-8 personen en kan op locatieniveau worden gevormd, maar heeft ook de mogelijkheid om locatie-overstijgende problemen aan te pakken. Het datateam krijgt gedurende twee jaar intensieve begeleiding vanuit de UT. Facilitering en tijdsbesteding kan middels professionaliseringbeleid lopen. LC- of LD-docenten kunnen daarnaast extra getraind worden om in de toekomst het eigen datateam te begeleiden. Meer informatie over de datateams is te vinden via het intranet van Carmel, onder de knop ‘kennisuitwisseling’, ‘datateams’. ◗

Hans Boers nieuwe rector Carmelcollege Emmen

Nieuwe rector Carmelcollege Emmen Het College van Bestuur van Stichting Carmelcollege heeft de heer drs. J.A. (Hans) Boers benoemd tot rector van het Carmelcollege Emmen. De benoeming gaat in per 1 januari 2012. De 55-jarige Boers neemt de plaats in van de huidige rector, de heer Kees Torreman, die onlangs besloot om per 1 januari 2012 terug te treden en het onderwijs te verlaten. De heer Boers (Meppel, 1956) was tot 2002 conrector en vervolgens tot op heden rector van het Gymnasium Celeanum in Zwolle. ◗

16

Carmel start LinkedIn-groep ‘Inspiratie in ontwikkeling’ Werken in het onderwijs is voor velen een zeer bewuste keuze. Het is veelbetekenend: inspirerend, verbazingwekkend, soms vermoeiend of frustrerend, maar vaker nog geeft het energie. Werken in het onderwijs is ook een veelzijdige job. Je levert een bijdrage aan de onderwijskundige kant, de ontwikkeling van een leerling op het gebied van kennis en vaardigheden of competenties. Maar het draait ook om zingeving en inspiratie. Werken in het onderwijs -en extra belangrijk bij het werken op een Carmelschool- betekent bijdragen aan de ontwikkeling van jong volwassenen tot autonome mensen in hun leefwereld. Vanaf nu kunnen Carmelcollega’s via LinkedIn inspiratie en kennis delen, van elkaar leren, elkaar scherp houden en met elkaar discussiëren over zingeving. Om lid te worden van de LinkedIn-groep moet men eerst lid worden van de LinkedIn-groep “Stichting Carmelcollege” om vervolgens een lidmaatschapsverzoek voor “Inspiratie in ontwikkeling” in te kunnen dienen. ◗

Carmelscholen dragen bij aan leerstoel Talentontwikkeling UT Verschillende partijen, waaronder een aantal Carmel­ scholen (Twents Carmel College, Sg. Twickel, De Grundel, KSG Marianum, Bonhoeffer College) hebben bijgedragen aan de instelling van een bijzondere leerstoel Talentontwikkeling Wetenschap en Techniek aan de Universiteit Twente. De leerstoel richt zich op wetenschappelijk onderzoek op het terrein van talentontwikkeling, attitude bij leerling en docent t.a.v. wetenschap en techniek en op professionalisering van/voor personeel en activiteiten. De leerstoel verbindt zich nadrukkelijk met 3 zaken: de onderwijspraktijk van professionaliseringsactiviteiten voor docenten (het Masterplan PO (OCW) en KWTO). Verder de ontwikkeling van materialen die gebruikt kunnen worden in lessituaties voor binnen- en buitenschools leren, en tenslotte op de lectoraten van Saxion en Edith Stein. De betekenis is dat opbrengsten van de leerstoel naast wetenschappelijke productie (tijdschriftartikelen) ook te vinden is in verbetering van de onderwijspraktijk op het terrein van professionalisering en materiaalontwikkeling, publicaties in vaktijdschriften, symposia e.d. De leerstoel wil vanwege de nadruk op talentontwikkeling, wetenschap en techniek een verbinding leggen met de regio die zich op economisch vlak wil profileren op techniek. ◗


december 2011

De buitenwacht

‘Carmel hoort in de voorhoede’

‘De innovatieve houding van Carmel is minder zichtbaar’

Met 31.000 leerlingen, 3.700 medewerkers en 78 locaties benadert Lucas Onderwijs in Den Haag en omstreken cijfermatig gezien de omvang van Stichting Carmelcollege. De verschillen zijn groot: Lucas beheert ook basisscholen en gaat niet over de grenzen van de regio Haaglanden. Hein van Asseldonk, lid van het College van Bestuur, ziet niettemin overeenkomsten: ‘Ik herken de sfeer en de ambitie.’ Ooit was Van Asseldonk rector van een school voor voortgezet onderwijs in Rotterdam. Bijna had die zich aangesloten bij Stichting Carmelcollege. ‘We zagen veel voordelen. Voor Carmel was een tweede school in de Randstad aantrekkelijk.’ Het kwam er echter niet van. Uit die tijd zijn wel nauwe banden overgebleven. Ook door de overeenkomsten in ontwikkeling: Lucas heeft in de jaren negentig eveneens de vorming van grotere scholen meegemaakt. ‘Met Henk Laan en anderen heb ik toen nog het idee van de instellingen uitgewerkt: scholen met plek voor élke leerling.’ Overige contacten verliepen onder meer via de VO-raad, waar Van Asseldonk bestuurslid is geweest. ‘We blijven overigens onderscheiden organisaties, omdat wij ook veel scholen voor primair onderwijs hebben.’

innovatie. Ik heb me daar heel betrokken bij gevoeld. Eigenlijk vind ik het nog steeds jammer dat Slash 21 is gestopt, al kan ik het wel begrijpen.’ Hier ziet hij ook een verandering. ‘De innovatieve houding van Carmel is de laatste jaren minder zichtbaar. Ik weet dat die er nog is, maar we horen er minder van. Begrijp me goed, dit is geen oordeel; ik stel alleen maar vast. Met spijt, want de echte innovatie moet komen van grote spelers als Carmel. Daar zou ik graag weer iets meer van merken. Carmel heeft er de scholen voor, de mensen, de omvang en de middelen. Dus als ik iets mag meegeven, dan is het wel dat ik Carmel graag weer in de voorhoede van de onderwijsinnovatie zie staan. Noblesse oblige.’ ◗

Dat betekent niet per definitie dat primair en voortgezet onderwijs nauwer op elkaar aansluiten. ‘Die ambitie hebben we, maar we zijn terughoudender geworden. Basisonderwijs en voortgezet onderwijs hebben eigen wettelijke regimes, dat maakt afstemming moeilijk. En de scholen liggen ook niet altijd in dezelfde gemeente. We stimuleren de uitwisseling van kennis en ervaringen, maar de beleidsontwikkeling is ingewikkeld.’

Lange traditie Als product van vooral jongere fusies kent Lucas niet de lange traditie van samenwerking van de Carmel­ scholen. ‘Ik ben daar wel eens jaloers op geweest’, bekent Van Asseldonk. ‘Uit die samenwerking zijn prachtige initiatieven voortgekomen, zoals Slash 21. Carmel had toen een voortrekkersrol in onderwijs­

17


Carmel en de technologische revolutie

iSchool Smartphones, tablets, Facebook, Twitter: voor leerlingen van nu hoort technologie gewoon bij het leven. Voor scholen geldt dat nog allerminst. Wat te doen? Meesurfen op de voorste toppen van de vernieuwingsgolf of kalmpjes meepeddelen in het rustige water daarachter? De mening van stafcoördinator ICT Eric Sommer (bestuursbureau), directievoorzitter Arie van Ommeren (Bonhoeffer College) en locatiedirecteur Bart de Grunt

‘Eén ding is zeker’, zegt Eric Sommer: ‘als de maatschappij verandert, zullen scholen daarmee moeten “dealen”. Je móet je organisatie erop aanpassen.’ Sommer (59) is stafcoördinator ICT van Stichting Carmel­college. Kijkend naar de technologische ontwikkelingen, signaleren hij en zijn medewerkers heel wat trends die ook voor scholen relevant zijn of worden. De dag dat alle leerlingen hun eigen mobiele apparaten meenemen naar school (bring your own device) is misschien helemaal niet ver weg meer. Leerlingen met smartphones, tablets, note- en netbooks zijn er al genoeg op school. Steeds gebruikelijker wordt ook de inzet van online informatie als lesmateriaal naast het traditionele boek (blended learning). Dan is er nog de snelle groei van het aantal e-books en apps en niet te vergeten: cloud computing. Het gebruik van software, gegevensopslag, servers en andere diensten op afstand, waardoor aanschaf en onderhoud van eigen servers veel goedkoper wordt. In Koers 2014, het meerjarenbeleidskader van Carmel, staat dat alle Carmelscholen op technologisch gebied een gezamenlijke ambitie hebben. Maar ook dat de ontwikkelingen op de scholen naar aard, inhoud en tempo zullen verschillen. Dat kan niet anders, legt Sommer uit: ‘Onze scholen zijn op onderwijskundig gebied autonoom en ICT is nu eenmaal ondersteunend aan het onderwijs, niet andersom. Stichtingsbreed willen we actief inspelen op technologische ontwikkelingen, maar afzonderlijke schoolleiders geven daar hun eigen invulling aan.’

Wiel uitvinden Neem Arie van Ommeren (54), voorzitter van de centrale directie van het Bonhoeffer College in Enschede. Samen met collega’s houdt hij op Kennisnet een weblog bij

18

over de ervaringen met de iPads die de school voor de leer­lingen van vijf klassen en 35 docenten heeft aan­ geschaft. ‘Als je alleen technologieën gebruikt die al helemaal zijn uitgekristalliseerd, loop je nooit voorop’, antwoordt hij op de vraag of zo’n experiment ook niet riskant is. ‘Het is niet zo dat we ineens alle boeken de deur uit hebben gedaan: buiten de iPadklassen gaat het onderwijs als gebruikelijk door. We lopen hooguit een beperkt financieel risico. En dat is elke keer een afweging. Er was bijvoorbeeld ook een roep om digiborden voor de hele school. Eén van onze locaties heeft dat al in elk lokaal en daar draait het goed. De overige locaties hebben een aantal digiborden, maar niet overal. Toch ben ik bij de schoolbrede invoering wat terughoudend, omdat ik twijfel of de borden over de hele linie wel interactief genoeg gebruikt zullen worden.’ Een andere overweging bij het adopteren van technologische vernieuwingen is de wet van de remmende voorsprong. Als je koploper bent, moet je zelf het wiel uitvinden en ondervind je alle kinderziektes van een nieuwe toepassing aan den lijve. Wie later begint, kan meeliften op de ervaringen van de eerste lichting en sneller grote stappen zetten. Maar Van Ommeren is helemaal niet bang dat zijn school bij het iPad-experiment straks met dergelijke gevolgen wordt geconfronteerd. ‘De ontwikkeling naar tablets is volgens mij onontkoombaar. Dat leerlingen er bij ons mee oefenen, is alleen maar goed. En wij leren er ook van. Een experiment als dit is ontzettend belangrijk voor het elan in de school. Je moet niet alleen de leerlingen, maar vooral ook de docenten “meenemen”. Daarom kun je niet zeggen: ik wacht tot alles is uitgekristalliseerd en dan pas maken we een grote stap. Het gaat zo snel, over vijf jaar loop je hopeloos achter. Je kunt beter een aantal kleinere stappen zetten.’

iPad

(Carmelcollege Emmen).


december 2011

Effectief Locatiedirecteur Bart de Grunt (37) van het Carmel­ college Emmen denkt daar iets anders over. Persoonlijk is ook hij een enthousiast gebruiker van moderne technologieën: iPad en smartphone liggen binnen handbereik en hij Twittert dagelijks. Maar voor toepassingen op school zit hij de “hype” liever even uit. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de echte revolutie nog moet komen. Eerst moet duidelijk zijn hoe een technologie werkt en dan pas zie je hoe je die in het onderwijs effectief kunt gebruiken. Tegen die tijd moet onze school er natuurlijk wel klaar voor zijn. Daarom hebben we de infrastructuur alvast gerevitaliseerd: overal een draadloos netwerk,

overal digiborden; iedereen kan met zijn eigen devices in de school aan de gang. Want dát het die kant op gaat, daar twijfel ik niet aan. Het leven van de meeste leerlingen is echt al met ICT verweven. Mensen van mijn generatie zien nog de dingen, de devices, het systeem. Leerlingen zien dat anders. Voor hen zijn de apparaten inwisselbaar, een verlengstuk van hun leven. Zij kijken naar het gebruik. Om een voorbeeld te geven: wij doen heel moeilijk over mobiele telefoons in de les. Die apparaten leiden af, zeggen we, leerlingen letten niet meer op... Leerlingen snappen daar niets van. Ze gaan

‘Het is niet zo dat we ineens alle boeken de deur uit hebben gedaan’ 19


zich echt niet anders gedragen omdat er een mobiele telefoon ligt. Opletten heeft niets met een apparaat te maken. Alsof bij een klassikale les zonder mobieltjes ineens alle leerlingen met de les bezig zijn! Het is die valkuil – het verabsoluteren van nieuwe technologieën – waar ik niet in wil trappen. Nieuwe technologie kan en mag als het werkt, maar het is nooit een doel.’

‘Dat leerlingen er bij ons mee oefenen, is alleen maar goed’

20

Te voorzichtig De snelheid van de ontwikkelingen maakt het wel lastig: hoe speel je in op nieuwe ontwikkelingen zonder overhaast op een verkeerd paard te wedden? Eric Sommer heeft begrip voor de schoolleiders die hiermee worstelen. ‘Er hangt een flink prijskaartje aan ICT,

EXPERIMENT


december 2011

dus je moet goed weten wat je wilt. Tegelijkertijd kun je in deze sector niet te ver vooruitkijken. Wat je nu besluit, kan over een maand achterhaald zijn. Maar je moet ook niet te voorzichtig zijn, dan kom je tot niks en loop je wellicht achter de feiten aan.’ De hamvraag is of docénten straks met de nieuwe technologieën uit de voeten kunnen en willen, vindt zowel Arie van Ommeren als Bart de Grunt. Schoolleiders moeten vooral niet in een ivoren toren hoogdravende ICT-visies gaan ontwikkelen. Arie van Ommeren ontwikkelt de ICT-visie van het Bonhoeffer College samen met mensen uit de school en op het Carmelcollege Emmen maken de kennisteams hun eigen ICT-beleid, uiteraard binnen kaders en budgetten. ‘Als het wiskundeteam vindt dat voor dat vak speciale tafels nodig zijn waarin een computer is verzonken, dan kijken we of dat kan’, zegt De Grunt. ‘Wij bieden de mogelijkheden aan, de teams bepalen. Goed onderwijs wordt niet gemaakt door ICT, maar door goede docenten.’ ◗

Ich bin ein Achterhoeker Mijn leraar geschiedenis op de middelbare school heette Branten. Hij zat in de gemeenteraad en in mijn herinnering kregen we alleen maar staatsinrichting. Wat een verschrikkelijk vak, geschiedenis. Onlangs ben ik door een programma op tv besmet geraakt met het stamboomvirus. Een beetje googelen en daar verscheen mijn hele stamboom, tot 1811, gemaakt door een onbekende achternicht uit Brabant. Ik kom erachter dat mijn opa vijf oudere broers heeft gehad, allemaal jong gestorven. Toen hij geboren werd waren zijn ouders 46 en 49 jaar oud. Nooit geweten. Ik stort me daarna op de doop-, trouw- en begraafboeken, allemaal gedigitaliseerd. In verband met godsdiensttwisten zijn veel van mijn voorouders in het katholieke Zwillbrock gedoopt, net over de grens. Ik ontmoet Jan Baak - onze takken komen in 1752 bij elkaar - een allervriendelijkste boer uit het buurtschap Olden Eibergen die mij vertelt dat zijn familie al meer dan 400 jaar van vader op zoon op erve Baak woont. Dit jaar heeft zijn zoon de boel moeten verkopen vanwege een rondweg. Meer dan vierhonderd jaar, ik val achterover. Ik lees dat Jan ter Baak samen met vijf andere boeren in 1786 een brief heeft geschreven aan stadhouder Willem V met het verzoek om een kerkhuis op een boerenhof te meugen setten tot verrigtinge van haerlieder godsdienst. Op de site van de Heerlijkheid Borculo vind ik een testament uit 1631 van Reiner ten Baack, met die peste van Godt almachtich gebandet sijndet, getroffen door de pest. Inmiddels ben ik met Werner schulte auf Afftingh in de 16e eeuw beland. Het rolt zomaar uit je computer. Het valt me op dat het allemaal boeren en Achterhoek is wat de klok slaat. Ich bin ein Achterhoeker. Ik kom erachter dat het virus heel besmettelijk is. Ook ontdek ik dat praten over je stamboom hetzelfde is als praten over je vakantie of vakantiefoto’s laten zien. Je moet het met mate doen. Maar wat een geweldig vak, geschiedenis. ◗

Discussie op de Facebookpagina van Bonhoeffer College.

JOS BAACK Docent Frans en CKV Twents Carmel College, locatie De Thij

21


22

quickscan


december 2011

Michel Karsten (31), teamleider vmbo Pius X College, Rijssen

1. Net de dertig gepasseerd

en al teamleider… ‘Ja, en dat ben ik zelfs al zeven jaar! Maar ik begon ook al in het derde jaar van de lerarenopleiding met lesgeven. Extra taken erbij, coördinatorschap, teamleiderschap: van het één kwam het ander. Het klopt dat veel van mijn teamleden ouder zijn dan ik. Toen ik een jaar geleden hier begon, zag je mensen even aftasten: kan hij het allemaal wel? Vooral omdat je hier als teamleider verantwoordelijk bent voor het totale pakket, inclusief personeelszorg. Maar dat vind ik juist leuk. En ik werd heel snel geaccepteerd.’

2. Was je vroeger ook zo’n

snelle leerling? ‘Absoluut niet. Ik kan me goed verplaatsen in luie leerlingen: zo was ik zelf ook. Natuur- en scheikunde vond ik wel leuk, dus ben ik via mavo en havo onderweg gegaan naar het wo. In de lerarenopleiding bleef ik hangen. Dat onderwijs zó goed bij me paste, dat was een eye opener.’

3. Wat zouden mensen nog meer

‘Dat onderwijs zó goed bij me paste was een eye opener’

niet achter je zoeken? ‘Dat ik aan motorcross doe. Gevaarlijk?’ (Lacht:) ‘In het winterseizoen valt het mee, dan zijn er geen wedstrijden. Natuurlijk neem ik risico’s, maar dat doe ik in mijn werk ook. Het is voor mij vooral een goede lichamelijke inspanning. Daarnaast doe ik veel vrijwilligerswerk in de sport. Organiseren en regelen: nog een overeenkomst met mijn werk.’

4. Leuk aan je baan? ‘De afwisseling. Zo veel dat ik aan het eind van de dag soms denk: wat heb ik vandaag nou allemaal gedaan? Ook voer ik graag gesprekken met ouders en leerlingen. Komen ze bij mij terecht, dan is er echt wel iets aan de hand. Maar ik ervaar dat niet als lastig, ik vind die gesprekken juist leuk.’ 5. Nooit last van een winterdip?

‘Niet als het een mooie winter is, met genoeg sneeuw. Daar heb ik de extra reistijd wel voor over. Met de auto, hoor. Ik heb geen straatmotor.’

6. Leerlingen anno nu?

‘Multitaskers. Energiek, maar ook ongeconcentreerd. Ondernemend, maar lang niet altijd met school als eerste prioriteit. Ach, het zijn schatjes.’ ◗

Colofon Carmel Magazine wordt gemaakt voor medewerkers en relaties van Stichting Carmelcollege en verschijnt drie keer per jaar. Redactie Fijke Hoogendijk (Stichting Carmelcollege) Hans Morssinkhof (Hans Morssinkhof Publicity, Arnhem) Suzanne Visser (Perspect, Baarn) Fotografie Marty van Dijken (nieuwewind, Enschede) Grafisch ontwerp nieuwewind, Enschede Druk Gildeprint, Enschede Oplage 4800

23


WONDER VAN WAARDE Het blijft een wonder. Zelfs in een tijd van communicatie rond de klok, keert de wereld zich vanaf half december naar binnen. Niemand geeft het startsein, maar de ervaring is collectief. Straten raken leeg, de natuur is dood, het leven trekt zich terug achter baksteen en glas. Kaarsen voeren strijd tegen haast eindeloze duisternis. De sensatie is van alle eeuwen. In deze donkerste periode van het jaar vierden de Germanen het midwinterfeest. Later werd het gekerstend tot geboortedag van een kind dat het licht der wereld werd genoemd. En of we dat nu geloven of niet (of niet meer), de essentie van het feest spreekt onverminderd aan. Ze raakt aan hoop en licht, aan compassie en mededogen - de waarden die we in ons onderwijs willen doorgeven. Aan heel de mens, aan alle mensen. Wij wensen u prettige feestdagen en alle goeds voor 2012.

Stichting Carmelcollege Drienerparkweg 16 Postbus 864 7550 AW Hengelo (074) 245 55 55 info@carmel.nl www.carmel.nl 2 @stgcarmel

stichting carmelcollege


Carmel Magazine december 2011