Stadswerk magazine 9

Page 1

Stadswerk MAGAZINE VOOR PROFESSIONALS OP HET GEBIED VAN DE LEEFOMGEVING

09| 2016

Big data Een nieuwe dimensie in de openbare ruimte

E XTRA SPECIAL

T ASSETMANAGEMEN

Big data en 08 smart cities

5 tips voor de 28 omgevingsvisie

‘Datingsite’ voor 31 Europese steden

Aanraders voor 32 Future Green City


STICHTING OPENBARE VERLICHTING NEDERLAND BUNDELT KRACHTEN. OVLNL geeft impulsen, denkt mee en deelt. Om de sector openbare verlichting verder te laten ontwikkelen en in de spotlights te houden.

OVERHEDEN

COMMUNICATIE

MARKTPARTIJEN

NETWERK

NETWERK

‘EVENEMENTEN’

‘MAATSCHAPPIJ’

NETWERK

NETWERK

‘LICHT EN OMGEVING’

‘KENNIS’

Een organisatie van en voor de openbare verlichting. Die midden in de samenleving staat, gevoel heeft voor ontwikkelingen en veranderingen, daarop anticipeert en ontwikkelingen initieert. Brengt overheid, ondernemers, onderwijs, onderzoek en omgeving samen.

Meedoen? Schijf in op www.ovlnl.nl

Alle vragen beantwoord


INHOUD

t

19 SPECIAL ADVIES

THEMA: BIG DATA

• Assetmanagement • Focus op de financiering van beheer

06 08 12 14

• Sturen op effecten en risico’s: een bewuste keuze

Datarevolutie

• Wordt een Digital Asset Management superheld

Van de bestuurstafel - Jos Penninx

• ‘Where everything comes together’ Dynamisch

Big data en smart cities

• “Zó trek je de aandacht van bestuurders voor

Assetmanagement in 5D voor Fresh Park Venlo vervangingsopgave grote steden”

Johan van Zoest en Michiel G.J. Smit

Big data met één vinger Marinus van de Ruitenbeek

Praktisch aan de slag met big data Arjan Ooms

ARTIKELEN

15

30

27

Van staten naar steden

28

‘Integrale’ en ‘breed

5 tips voor het ‘hoe’ - Anne-Mette van Lieshout-Andersen

31

’Datingsite’ voor Europese steden

32

Aanraders voor Future Green City

34

Het O-team

37

Call for Papers? Is dat wat voor mij?

Column - Gert-Jan Hospers

omgevingsvisie?

gedragen’

Stadswerk internationaal - Sanne Hieltjes

VVM schuift aan als inhoudelijk partner - Rachel Heijne

Complexe vraagstukken opnieuw onder de loep - Gert Jan Kleefman

Maarten Loeffen

EN VERDER 04 Nieuws et cetera

38

38 Stadswerk.nieuws

09/2016  Stadswerk magazine 3


NIEUWS

Ontwikkelstrategie Schiekwartier vastgesteld De gemeenteraad van Schiedam heeft inge-

tot een vitale en authentieke entree voor de

stemd met de ontwikkelstrategie voor het

binnenstad. De ontwikkelingsstrategie stelt

Schiekwartier, een uitwerking van de winnen-

een gefaseerde transformatie voor waarin

de inzendingen uit de Europan-12-competitie

het gehele plangebied is verdeeld in deelop-

in 2013. Het gebied rondom de Koemarkt zal

gaven die zich met een eigen snelheid en

de komende jaren een transformatie onder-

prioriteit kunnen ontwikkelen. Het is een

gaan en een ontmoetingsplek worden met

flexibel plan dat de ruimtelijke, sociale en

wonen, werken en ontspannen aan de Schie.

economische ontwikkelmogelijkheden op

Schiedam heeft een bijzondere stedelijke

hoofdlijnen richting geeft. Er is gekozen

configuratie, waarbij de historische kern en

voor een open planproces: integrale samen-

de havenindustrie vlak naast elkaar liggen.

werking tussen gemeente, adviseurs en

Doelstelling is de transformatie naar een

publiek.

levendig stadsdeel rondom het Schiekanaal

Bron: www.felixx.nl

F3O Congres bestaande funderingen plaats. Het is het twaalfde congres van branchevereniging F30, een

Gemeente Almere stelt bomenkader op

organisatie voor onderzoekers aan bestaande (houten) funderingen

Het behouden van het groene karakter van Almere en

en partijen die het belangrijk vinden dat er goed onderzoek wordt

het belang van individuele bewoners lijken soms met

gedaan aan dergelijke funderingen. Het doel van F30 is de kwaliteit

elkaar in strijd, bijvoorbeeld wanneer bomen overlast

van het in Nederland uitgevoerde funderingsonderzoek te bewaken en

geven. Daarom stelt de gemeente een bomenkader

te verbeteren. Via diverse presentaties krijgt de deelnemer informatie

op dat antwoord moet geven op de vraag hoe hiermee

over ontwikkelingen op het gebied van funderingsonderzoek en nieu-

om te gaan. Kernvraag is welke afspraken Almere wil

we inzichten rondom bedreigingen van houten paalfunderingen.

maken over het beschermen van bomen ten opzichte

Voorts is het congres ieder jaar weer een netwerkmoment voor de

van bewonerswensen. Dat zou met een kapverordening

branche van funderingsonderzoeksbureaus met probleemeigenaren,

kunnen, maar ook andere afspraken of afwegingskaders

overheden en andere betrokkenen. Het congres vindt plaats op de

zijn mogelijk. Om met inwoners, experts, en bosbeheer-

locatie Fort Vechten nabij Utrecht en is gratis toegankelijk.

ders hierover in gesprek te gaan, vonden in oktober zes

Informatie over het programma is te vinden op www.f3o.nl.

themawandelingen plaats aangaande verschillende

Aanmelden kan bij M. Profittlich (m.profittlich@f3o.nl).

thema’s rond bomen: mensen maken de stad, overlast,

Op 18 januari 2017 vindt het jaarlijkse congres bestaande funderingen

kwaliteit of kwantiteit, bomen versus de energieneutrale stad, biodiversiteit, en gezondheid en allergieën. Alle bevindingen zijn op het online forum almere.nl/ bomenkader geplaatst. De conclusies worden verwerkt in het bomenkader, waar de gemeenteraad een besluit over neemt. Bron: www.almere.nl

4  Stadswerk magazine 09/2016


Nieuw onderzoek naar sporten op kunstgras

Wikken en Wegen

Dagelijks sporten wereld-

adviesbureaus mobiliteitsproblemen snel tot een oplossing wil

wijd miljoenen kinderen en

brengen, lijkt te hebben gewerkt in Culemborg. Verouderde ro-

volwassenen op kunst-

tondes zorgden voor veel oponthoud vanwege de grote aantallen

grasvelden met rubbergra-

fietsende scholieren. In plaats van een fiets-fly-over bleek na de

nulaatkorrels. Ook in

Wikken-en-Wegen-aanpak de aanleg van een extra fietspad de

Nederland liggen bijna

oplossing. Kernpunt is dat niet de oplossing of de maatregelen

2.000 van die velden. De

voorop staan, maar het probleem. In een aantal stappen worden

De aanpak Wikken en Wegen waarmee CROW samen met zes

korrels zorgen ervoor dat

de belangen van stakeholders afgewogen en onderzocht waar

het veld dezelfde eigen-

kansen liggen. Ook worden de gevolgen in kaart gebracht bij

schappen heeft als een

niet-ingrijpen. Pas daarna worden oplossingen voorgesteld met

natuurgrasveld, met als bijkomend voordeel dat het bijna altijd

de financiële consequenties. In de tweede fase staan de uitkom-

bespeelbaar is. Maar de rubberkorrels bevatten zink, lood en

sten van het Wikken-proces en de verschillende effecten van de

benzeen en verschillende polycyclische aromatische koolwater-

verschillende alternatieven centraal. Dit gebeurt in twee groeps-

stoffen (PAK’s), stoffen die bewezen kankerverwekkend zijn.

sessies waarbij de verschillende relevante disciplines vertegen-

Toch stelt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

woordigd zijn. De inzet van Wikken en Wegen loont het meest bij

(RIVM) in 2006 dat sporten op deze kunstgrasvelden veilig is.

mobiliteitsvraagstukken vanaf circa 250.000 euro.

In het programma Zembla van 5 oktober jongstleden werden

Bron: www.verkeersnet.nl

voorbeelden getoond dat er wel degelijk een verband lijkt te bestaan tussen de rubberen korrels en kanker. Daarnaast was er veel kritiek op eerder onderzoek dat gebaseerd was op slechts zeven proefpersonen en een paar urinemonsters. De uitzending leidde tot veel maatschappelijk ophef. Minister Schippers heeft inmiddels het RIVM opdracht gegeven voor

Water als energiebron

een aanvullend onderzoek naar sporten op kunstgras.

Onderzoek laat zien dat het watersysteem een enorme potentiële energie-

Bron: zembla.vara.nl

bron is naast wind en zon. Met de Energiecoalitie willen Rijkswaterstaat en de waterschappen de realisatie van hun klimaat- en energieambities ver-

G32 wil versterking regio’s

snellen en de potentie van het waterbeheer binnen de duurzame energie-

De G32 steunt de oproep van de gezamenlijke ondernemersor-

potentie van warmte- en koude-onttrekking uit oppervlaktewater. Grofweg

ganisaties om krachtig in te zetten op bruisende, vitale steden

kan vanuit het watersysteem in 54 procent van de nationale koudevraag

en dorpen. Er moeten vooral sterkere regio’s komen. Het net-

(bijvoorbeeld koeling van gebouwen) worden voorzien, en in 12 procent van

werk vindt het pleidooi van VNO-NCW, MKB-Nederland en

de warmtevraag (bijvoorbeeld verwarming van gebouwen). Energie winnen

LTO-Nederland voor een betere samenwerking tussen Rijk,

uit oppervlaktewater kan ook door het gebruik van waterkracht en

gemeenten en provincies via bestuurlijke afspraken ‘verheu-

zoet-zoutverschillen. Daarnaast wordt

gend en hoopgevend’. Voorzitter van de pijler Economie en

gedacht aan het beschikbaar stellen

Werk van de G32, Willemien Vreugdenhil, ziet de Citydeals die

van terreinen en oppervlaktewater

momenteel worden gesloten als goed voorbeeld. ‘Brede stede-

aan derden voor duurzame energie-

lijke coalities maken plannen die passen bij het DNA van stad

opwekking zoals drijvende zonnepa-

en regio. Van de landelijke overheid verwachten we een regierol

nelen. De Energiecoalitie stimuleert

die het beste uit de regio’s boven laat komen. Belangrijk daar-

innovatieve (pilot)projecten en ver-

in: meedenken van het Rijk, aanspreekpunten bij het Rijk, door-

kent met andere overheden, bedrijven

transitie in Nederland meer zichtbaar maken. Een voorbeeld is de energie-

breken van verkokering en experimenteerruimte. De steun

en stakeholders de energiepotentie

voor versterking van de regio’s wordt steeds groter. In onze

van water als derde grote energie-

ogen kan de nieuwe regeringscoalitie daar niet omheen.’

bron, naast wind en zon.

Bron: Binnenlands Bestuur

Bron: www.uvw.nl

09/2016  Stadswerk magazine 5


t

VAN DE BESTUURSTAFEL

COLOFON TEKST JOS PENNINX / Voorzitter Vereniging Stadswerk Nederland Stadwerk magazine wordt tien keer per jaar uitgegeven door de Vereniging Stadswerk Nederland, de beroepsvereniging voor professionals die werkzaam zijn in de fysieke leefomgeving, in samenwerking met Virtùmedia. Stadswerk is aangesloten bij IFME (International Federation Municipal Engineers) CEBC (Consortium of European Building Control) IFPRA ( International Federation of Park and Recreation Administration) Secretariaat Vereniging Stadswerk Nederland Bezoekadres Kantorencomplex Bouwstede Galvanistraat 1 6716 AE Ede (Gelderland) Postadres Postbus 416 6710 BK Ede T 0318 69 27 21 F 0318 43 76 53 E info@stadswerk.nl www.stadswerk.nl Leden ontvangen het tijdschrift gratis. Aanmeldingen, wijzigingen en opzeggingen van het lidmaatschap dienen schriftelijk te geschieden bij het secretariaat van de vereniging. Redactie Stadswerk magazine Michiel Smit, hoofdredacteur (michiel.smit@stadswerk.nl) Inge Dekker (Nieuws et cetera) Philip Fokker (Product & Materiaal) Marc de Jong (Antea Group) Marika Kerstens (gemeente Waddinxveen) Louise Kok (Stadswerk) Nico op de Laak Ingrid Nauta (Schoemaker advocaten) Pim Quist (gemeente Den Haag) Uitgever Virtùmedia Pepijn Dobbelaer Postbus 595 3700 AN Zeist T 030 692 06 77 E pdobbelaer@virtumedia.nl Losse abonnementen Deze kunnen schriftelijk tot uiterlijk 30 november van het lopende abonnementsjaar worden opgezegd. Bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch een jaar velengd. Abonnementsprijs €92,50 ex. btw. Losse nummers € 9,25 Basisontwerp en vormgeving Twin Media bv Druk Veldhuis Media, Raalte Advertenties Virtùmedia Ewout van Haaften, Albert Van Kuik en Robert Verheij Postbus 595 3700 AN Zeist T 030 692 0677 F 030 691 3312 E evanhaaften@virtumedia.nl avankuijk@virtumedia.nl rverheij@virtumedia.nl www.virtumedia.nl Coverfoto fronesys.com

© Copyright 2016 Niets uit deze uitgave mag woden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. ISSN 0927-7641

6  Stadswerk magazine 04/2013

Datarevolutie

A

l voordat er computers waren, werden er gegevens verzameld. Tegenwoordig heten die gegevens data, worden ze automatisch gegenereerd en gaat het om zulke overweldigende hoeveelheden dat iedere vergelijking met vroeger per definitie mank gaat. De hoeveelheid is zo groot geworden dat bewerking en ordening vaak niet meer nodig is. Het simpelweg koppelen van twee gegevensbronnen kan al interessante informatie opleveren. Zo zeggen gegevens over het weer iets over de optredende geluidsoverlast en luchtkwaliteit langs wegen. En doordat er steeds meer weerkundige metingen zijn, kunnen deze ook steeds locatiespecifieker gebruikt worden. In de marketing worden al langer gegevensbestanden gebruikt voor gerichte acties. Zo kon het gebeuren dat een vrouw reclamemateriaal ontving over babies terwijl ze niet zwanger was, maar wel in een kansrijke groep zat om dat te worden. Dat is wellicht niet gewenst, en zeker in de openbare ruimte is het zaak om privacy van burgers te eerbiedigen. Maar het laat wel zien hoeveel er mogelijk is, en gemeenten ontdekken dat nu ook in hoog tempo. Er worden ook burgers betrokken bij het verzamelen van data. Zo is er nu een op Pokémon Go gebaseerde app waarmee hondenpoep gemeld en gelokaliseerd kan worden. In andere gevallen heeft de gemeente de data al in huis. WOZ-gegevens lenen zich bijvoorbeeld prima voor effectmeting van ruimtelijke ingrepen. Big data is weliswaar een vrij technisch onderwerp, wat het niet-technische deel van de mensheid kan afschrikken. Maar kijk er ook niet te veel naar op, het is soms eenvoudiger dan u denkt. En niet alles hoeft in één keer ‘gedatificeerd’ te worden. We kunnen gewoon wat uitproberen en ervan leren, waarbij we ook de mogelijk negatieve effecten niet buiten beschouwing moeten laten. Verening Stadswerk Nederland vindt de datarevolutie een relevante trend, reden om er een thema aan te wijden in dit nummer van Stadswerk magazine. Maar daar blijft het niet bij. We hebben ‘Smart City’, dat nauw verweven is met big data, als een hoofdthema voor het komende jaar benoemd. U zult daar nog het nodige van horen van onze kant. Hetzij via onze website, op Twitter, of gewoon ouderwets op papier.


Een mooiere buitenwereld begint bij Falco De publieke ruimte is van ons allemaal. We willen ons er prettig voelen. Samenhang, vormgeving, uitstraling en veiligheid zijn daarom belangrijke elementen in de openbare ruimte. Falco, leidende producent van straatmeubilair, gebruikt die elementen dan ook als leidraad voor haar complete assortiment. Een assortiment dat varieert van fietsparkeersystemen tot overkappingen, van verkeersvoorzieningen tot parkmeubilair en nog veel meer.

FALCOTEL-C

FalcoLevel Premium+; gebruiksvriendelijk etagerek

FalcoSupp; service voor wachtende fietsers bij een

FalcoJona; afvalbak leverbaar

Falco B.V

in verschillende varianten (50,

Falco Straatmeubilair

FalcoTweets FalcoBV

dat voldoet aan eisen

verkeerslicht door middel

70 en 100 liter). Nu verkrijgbaar

Falco Fietsparkeren en Straatmeubilair

FietsParKeur, zowel h.o.h.

van een voetsteun en

met geĂŻntegreerde asbak of als

Falco Fietsparkeren en Straatmeubilair

maat 37,5 cm en 40 cm!

handgreep.

uitvoering voor aan de muur.

MEER WETEN? BEL (0546) 55 44 44 OF BEZOEK ONZE WEBSITE WWW.FALCO.NL OM ONS VOLLEDIGE ASSORTIMENT TE BEKIJKEN


BRON: SRI LANKA FOUNDATION

Big data en smart cities Big data kunnen steden en dorpen efficiënter en wendbaarder maken, maar vragen wel regels. Wat verandert er precies, waar moet je op letten? De eerste verkenningen zijn gedaan en leveren interessante inzichten op.

I

n april dit jaar kondigde Alphabet Inc., het moederbedrijf van Google, aan dat ze in één of meer Amerikaanse steden grond wil kopen om daar voor 40 miljoen dollar aan ‘Smart Cities’ te bouwen. Steden kunnen zich aanbieden om testlaboratorium te worden voor slimme stedelijke technologieën, van autonome auto’s tot e-gezondheidszorg. Voorwaarde: volledige vrijstelling van lokale regelgeving zodat Alphabet/Google vrijuit kan experimenteren.

WEBSITES whatworkscities.bloomberg.org

8  Stadswerk magazine 09/2016

@

Er zijn al heel veel steden die zichzelf als ‘slim’ in de markt zetten, van Kopenhagen tot Masdar, maar als het Google-moederschip zelf met steden aan de slag gaat, worden we toch wel extra nieuwsgierig. Hoe zou zo’n Google City eruit kunnen zien? De website Tech Insider heeft een poging gedaan zich een beeld te vormen. • Het pulserende centrum van een Google City - de infrastructuur waarop alle functies zouden draaien - is een supersnel, gigabit internet, geleverd door Google Fiber. Een netwerk van wifi hotspots biedt iedereen binnen en buiten gratis internet. • Natuurlijk krijgt Google’s Self-Driving Car Project een centrale plaats in een Google City. Met auto’s die met elkaar en met fietsen en voetgangers rekening houden, worden maximum snelheden, stoplichten en zelfs trottoirs overbodig.


TEKST JOHAN VAN ZOEST, Gemeente Amsterdam en TU Eindhoven & MICHIEL SMIT, Redactie Stadswerk magazine

• Het autoverkeer zal opvallend rustig zijn, denkt Tech Insider. Openbaar vervoer en autodeelbedrijven als Uber (een bedrijf waar Google in heeft geïnvesteerd) maken veel autobezit overbodig. Met dus ook minder parkeerplaatsen is er meer ruimte voor fietsers en wandelaars. • Het openbaar vervoer monitort drukte en reistijden en past haar dienstregeling voortdurend aan. Sidewalk Labs, een andere dochter van Alphabet, werkt aan een project (Flow genaamd) dat Google in staat stelt verkeersstromen te voorspellen op basis van actuele reistijden, vertragingen en gedrag van wandelaars, via geanonimiseerde smartphone gegevens. • Uiteraard draait een Google City op hernieuwbare energie. Google heeft honderden miljoenen dollars geïnvesteerd in tientallen bedrijven die technologie voor wind- en zonne-energie ontwikkelen. • Veiligheid is in Google City geregeld met object- en gezichtherkenningstechnologie, zoals toegepast in Google Photos. Een gebouw bewaakt zelf wie naar binnen en naar buiten gaat. Deze technologie kan op heel veel plekken worden toegepast, van luchthavens tot privéwoningen.

• Virtual en augmented reality kunnen de beleving van een Google City personaliseren, zoals Facebook dat doet met advertenties. Een billboard zou - tegelijkertijd - persoon A een advertentie voor schoenen en persoon B een vakantiereclame kunnen tonen. • De scholen in een Google City zijn geen gebouwen of campussen, maar virtuele platforms waarop studenten, ouders, docenten en staf in de cyberspace communiceren, zoals Google for Education dat mogelijk maakt.

De zelfrijdende auto van Google.

BIG DATA, EEN KLEINE GESCHIEDENIS

evolutiebioloog Patrcik Geddes werd vertaald naar

Het gebruik van big data (grote datasets) om steden

stedelijke beleid in ‘survey before plan’. Het Amster-

beter of slimmer te laten functioneren is de laatste

dams Uitbreidingsplan uit 1935, gebaseerd op weten-

jaren sterk in opkomst. Maar hoe valt het te plaatsen

schappelijk onderzoek en demografische gegevens, is

in de geschiedenis van stedelijk beleid, wat kunnen we

hier een vroeg voorbeeld van.

ervan verwachten voor de nabije toekomst en waar moeten we voor oppassen? Een kort overzicht.

Vanaf de jaren zestig maakt het systeemdenken in de wetenschap opgang, met het boek ‘General Systems

Sinds de tweede helft van de negentiende eeuw wor-

Theory’ van bioloog Ludwig von Bertalanffy uit 1968

den er in de Westerse wereld samenhangende pogin-

als baken. Dit had ook invloed op stedelijk beleid: het

gen gedaan om stedelijk beleid te voeren. Dit was

werd als oneindig veel complexer neergezet dan in de

vooral een reactie op erbarmelijke leefomstandighe-

eendimensionale verkenningen uit eerdere plannen. In

den in grote steden die de industriële revolutie met

de jacht op de perfecte systeembeschrijving werd het

zich meebracht. Aanvankelijk was het vooral de stede-

systeemdenken echter dermate abstract, dat het zijn

lijke elite die plannen voor de verbetering van steden

praktische bruikbaarheid voor stedelijk beleid kwijt-

lanceerde, zoals zakenlui in Chicago die architect Da-

raakte. De democratische en politieke component van

niel Burnham inhuurden om de snel groeiende metro-

beleidsbeslissingen - bouwen voor de buurt is een

pool te moderniseren. Deze initiatieven hadden altijd

duidelijk voorbeeld - kwamen meer op de voorgrond te

een ontwerpende insteek. Dat veranderde rond 1930,

staan. Anders gezegd: het proces kwam centraal te

toen het ‘diagnosis before treatment’ door de Schotse

staan.

09/2016  Stadswerk magazine 9


Smart cities en wat er mis kan gaan Zo kunnen we nog een tijdje doorgaan, maar u zult het beeld wel te pakken hebben. Een smart city is een stad waarvan de gebouwen en infrastructuren zintuigen (sensoren) en eenvoudige breinen (artificiële intelligentie) hebben gekregen. Bewoners delen via hun laptops en smartphones voortdurend informatie over hun verplaatsingen en keuzen. Zelfsturende, lerende circuits, zoals smart grids en dynamische straatverlichting, maken de dienstverlening efficiënter. Analyse van al die datastromen onthult onderliggende patronen die grote bedrijven en overheden in staat stellen fijnere voorspellingen te doen, bijvoorbeeld over je koopgedrag of de verspreiding van griep of plaagdieren in je stad, wat een gerichtere inzet van middelen mogelijk maakt. Open data geven burgers meer keuzen en stellen ze in staat meer mee te denken over de inrichting van de stad. De stad wordt een Internet of Things, waarin zelfs je hartslag online wordt gemonitord. Wat is er nu niet leuk aan een slimme stad? Toch wrijven veel mensen over hun kin, nog niet echt en-

We bevinden ons in de big-bang-fase van een spannende nieuwe technologie thousiast over deze nieuwe technologieën. Want als je voorbij de glamour van de techniek kijkt, doemen diepere vraagstukken op. Om te beginnen zijn slimme systemen complex (dat is iets anders dan gecompliceerd) en dus onvermijdelijk ‘buggy’. Er doen zich gegarandeerd fouten, verrassingen en bijeffecten voor, een zekerheid die elk automatiseringsproject opnieuw bevestigt. Een slimme stad ontwerp je niet even, je moet die al experimenterend opbouwen. Ook met de ideale bugvrije code is een slimme stad broos. De onderliggende energienetwerken kunnen crashen en een Internet of Things is een ballenbak voor cybercriminelen. Het feit dat kwaadwillende

Naar een deterministische chaos

Steeds sterkere computers onthullen een determi-

Er werd echter steeds meer geknaagd aan de

nistische chaos. Maar dankzij sterke computers is

maakbaarheid van de (stedelijke) samenleving met

er ook een gigantische hoeveelheid data beschik-

processen en modellen. De genadeklap vormde de

baar gekomen. Deze hoeven niet meer te worden

financiële crisis van 2008, waaruit de onbetrouw-

verwerkt en geordend, maar kunnen rechtstreeks

baarheid van modellen bleek. Inspelen op een on-

aan allerlei analyses worden onderworpen om cor-

voorspelbare werkelijkheid is het nieuwe adagium.

relaties vast te stellen. Dat geeft een scala aan mogelijkheden om stedelijk beleid op te baseren maar

BRON: NESTA.ORG.UK

ook om de schaarse beschikbare middelen optimaal aan te wenden. Enkele voorbeelden: • Verspreiding van griep voorspellen op het niveau van steden met Google Flu • Big data over gebouwen bij gerichte inspecties op blootstelling aan lood voor kinderen in Chicago (loodvergiftiging treft jaarlijks een half miljoen kinderen in de VS) • Het programma CompStat voorspelt waar in de stad verhoogde criminaliteit wordt verwacht • Gegevens over regenbuien in Singapore gekoppeld aan de beschikbaarheid van taxi’s

10  Stadswerk magazine 09/2016


Ten tweede: technologische vernieuwing is geen blinde natuurkracht; er zijn belangen in het spel, er zijn winnaars en verliezers. Voorbeeld: Uber heeft nu 160.000 chauffeurs rondrijden. Als de zelfsturende auto werkelijkheid wordt, zal een groot deel van hen een andere broodwinning moeten zoeken. Ander voorbeeld: big data analytics stellen zorgverzekeraars steeds beter in staat te voorspellen welke klanten hoeveel zullen claimen. Met apps die hartslag en bewegingen realtime monitoren, wordt de verhouding tussen consument en bedrijf wel erg asymmetrisch.

We bevinden ons in de big-bang-fase van een spannende, nieuwe technologie die steden veel voordelen kunnen opleveren. Datatechnologie kan een uitkomst zijn om complexiteit te beheersen, beter geïnformeerd te plannen, en de burger beter te bedienen. De grootte van een stad maakt niet uit. Sterker, in kleine steden is het vaak gemakkelijker om nieuwe systemen toe te passen, doordat dingen net even minder ingewikkeld in elkaar zitten. Het belangrijkste is dat dataficatie van de stad gedragen wordt door de burgers en in dienst staat van de samenleving.

BRON: MICROSOFT LATIN AMERICA

hackers de besturing van een stad kunnen overnemen, baart veiligheidsdiensten zorgen.

Ten slotte, het outsourcen van denken naar machines wordt riskant wanneer beslissingen overweging en creativiteit vragen. De kracht van democratische besluitvorming zit in het debat, en algoritmen debatteren niet. De kracht van menselijke creativiteit zit in het onverwachte, het gekke. Algoritmen zetten je juist vast in je patronen.

Daarnaast zijn big data goed in te zetten in

Een nieuw spelniveau

het verkeer, zoals het afstemmen van stoplicht­

Voor al deze mogelijke problemen zijn oplossingen,

frequenties op realtime verkeersgegevens. Big data

zolang we maar blijven zien wat de impact van big

kunnen het leven van de mens kortom veraangena-

data werkelijk is. Dat gaat veel verder dan de bui-

men en de inzet van publieke middelen optimalise-

tenkant - de fysieke omgeving waar scherm of

ren. Maar er zijn ook potentieel negatieve kanten

toetsenbord nooit ver weg is. Het gaat over de

aan de opkomst van big data. Zo zijn er tal van

stortvloed aan informatie die het mogelijk maakt

complicaties rond aansprakelijkheid en privacy van

om de stad te benaderen als zelfsturend systeem.

burgers. Big data kunnen ook sociale ongelijkheid

De stadsbestuurder of -beheerder zit als het ware

versterken: een elite met snelle toegang tot gege-

een abstractieniveau hoger: het besturen van de

vens die daar voordeel uit kan halen en een groep

zelfsturende systemen. We zijn hiermee aangeland

achterblijvers die dat niet kan. Verder is techniek

op een nieuw spelniveau met nieuwe mogelijkhe-

kwetsbaar voor storingen, hackers en cyberterro-

den en ongetwijfeld ook mislukkingen.

risme. Daarnaast kan er een existentiële en psychologische crisis optreden door het leven in een ‘echte’ een ‘virtuele’ wereld. We ervaren dat

Dit is een vrije samenvatting van het essay ‘Big data: het

dagelijks op een bijna fysieke manier wanneer voet-

nieuwe hoofdstuk in de planning van steden’ van Johan van

gangers en fietsers bijna botsingen veroorzaken

Zoest. Dit verscheen in het boek ‘Stadsperspectieven;

doordat ze verdiept zijn in hun virtuele wereld.

Europese tradities in stedenbouw’ van Anne Schram, Bernard Colenbrander, Kees Doevendans en Bruno de Meulder (red.); Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2015.

09/2016  Stadswerk magazine 11


Big data met één vinger Gemeenten en bedrijven hebben data als water. Terwijl Hans Brinker dapper met zijn vinger in de firewall een datalek tegenhoudt, dendert er een tsunami van petabytes over hem heen. Waar zijn de deltawerken om deze onverwachte vloedgolf aan data te temmen, en waar zijn de skills om er energie uit te halen?

Z

oekmachines en slimme sociale netwerken, zo worden de moderne dijken en Watermeesters genoemd. Ze beheersen exorbitant veel. Zoveel, dat je waarschijnlijk inside-information - zoals de cv van een collega of achtergrondinformatie over een project - makkelijker via deze kanalen vindt dan via het eigen ondergelopen intranet. Uit een studie van PwC en Iron Mountain blijkt dat 75 procent van de MKB-bedrijven in Europa en de VS denkt effectief data in te zetten, terwijl slechts 4 procent dat ook daadwerkelijk doet. Zandzakken zoals verbeterde websites, aanwezigheid op sociale media, verbeterplannen en enquêtes, zijn slechts beperkt houdbaar. De grotere spelers in de markt zoals Google, Facebook, Microsoft, Netfilix, Uber en Amazon hebben de beschikking over de juiste kennis, een voldoende grote stroom aan data en de benodigde technologie om data effectief in te zetten. Deze ‘Datameesters’ verpompen dagelijks vele miljoenen kuubs aan foto’s, teksten en geluiden, en verleiden mensen continu om tags en andere nuttige metadata hieraan toe te voegen (Feature Engineering) zodat het nog beter geclassificeerd kan worden.

WEBSITES www.volkerinfradesign.nl

12  Stadswerk magazine 09/2016

@

DLA’s Om deze steeds groter wordende kolkende datastroom zinvol te kunnen blijven verwerken, zijn Deep Learning Algorithms (DLA) ontwikkeld. Dit is een bijzondere vorm van Machine Learning die geïnspireerd is op de gelaagde werking van het menselijk brein om informatie automatisch te classificeren. Een DLA kan zonder menselijke interventie leren van nieuwe informatie (unsupervised learning). Het is alsof de deltawerken zich automatisch zouden aanpassen aan de klimaatverandering. Met DLA’s is het mogelijk om bijzonder complexe problemen op te lossen. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt in zelfrijdende voertuigen, het heeft de Go wereldkampioen verslagen (AlphaGo van Google Deepmind), het kan monochrome videos (zoals in bijvoorbeeld nachtkijkers) inkleuren, geluid toevoegen aan stomme films (MIT CSAIL), etc. Het is zelfs mogelijk om een skill aan te leren, bijvoorbeeld hoe je onder uiteenlopende situaties tijdens een voetbalwedstrijd een bal effectief moet schoppen.

Inzet bij gemeenten Het is voor gemeenten, ongeacht de omvang, eenvoudig geworden om al dit moois van de Datameesters in te vliegen. De complexe software en/of de goed getrainde DLA’s van deze grote spelers zijn laagdrempelig in te zetten om de eigen data zoals rapporten, foto- en videomateriaal in korte tijd en tegen lage kosten te classificeren. Dat kan door gebruik te maken


TEKST MARINUS VAN DE RUITENBEEK, Volker InfraDesign bv

Op een soortgelijke manier kunnen tekstdocumenten ontleed worden zodat entiteiten (bijvoorbeeld personen en objecten) plus de relaties daartussen ontdekt worden. Daarnaast kan het sentiment van de tekst bepaald worden (vriendelijk, agrressief, etc). Samen met andere bronnen van openbare data zoals social media, verkeersinformatie, gemeentelijke data en luchtverontreiniging kan het verrassende relaties opleveren. Denk aan het optimaliseren van verkeersstromen door een stad als weerscondities veranderen of sociale evenementen plaatsvinden, het in kaart brengen van irritaties onder de inwoners, het monitoren van beleid, het visualiseren van winkelend publiek door middel van smartphone-locaties zodat voldoende surveillance ingezet kan worden, via social media berichten bepalen of het sentiment van een evenement op bepaalde locaties uit de hand dreigt te lopen, etc.

Je kunt met beleid gaan spelen als in een schaakspel Een gemeente kan naast het simpelweg gebruiken van beschikbare data ook actief data laten genereren door zijn inwoners. Een goed middel is een doelgericht spelletje als de hondenpoep app of een chatbot met de gemeente.

BRON: CHECKDATA.NL

van clouddiensten (bijvoorbeeld dr. Watson) en/of open source software (bijvoorbeeld TensorFlow). Bij beeldmateriaal kan bijvoorbeeld vastgesteld worden wat er op een foto staat, welke emotie zichtbaar is, of er gezichten op staan, welke teksten te zien zijn op borden, wat iemand vertelt in een filmpje, etc. Vaak is beeldmateriaal ook voorzien van locatie en tijd, waaruit het weerbeeld op te maken is. Dat kan bijvoorbeeld nuttig zijn om relaties tussen schadebeelden en weersinvloeden te vinden.

Beheersen van de datastroom Door een beetje van de Datameesters en een beetje van jezelf zijn data goed doorzoekbaar te maken en kan kennis digitaal opgebouwd en opgeslagen worden. De data­stroom wordt dan goed beheerst. Dat opent de deuren voor het opwekken van energie. Opeens komt het binnen bereik om een gespecialiseerde digitale assistent te bouwen. Deze gebruikt alle opgebouwde kennis om continu mee te kijken en te adviseren waar nodig. Een ontwerper kan daardoor ontdekken dat de getalswaarden in zijn ontwerp sterk afwijken van het gemiddelde of een ambtenaar kan erop gewezen worden dat een bepaalde maatregel bij andere gemeentes recentelijk veel ophef veroorzaakt heeft. Je kunt met beleid gaan spelen als in een schaakspel. Met de komst van Internet of Things (IoT) zal een bijzonder grote hoeveelheid sensoren/actuatoren in assets verwerkt worden die een continue stroom aan data verzenden en ontvangen. Deze IoT-apparaten zullen communiceren met andere assets en met mensen. Straatverlichting praat dus met autonome voertuigen en een pakje kaas twittert met de koelkast. Er zullen enorm complexe IoT-netwerken met extreme hoeveelheden data en slimme digitale breinen ontstaan. Alleen de bedrijven en organisaties die Big Data in al zijn facetten serieus nemen - van ruwe data tot en met Kunstmatige Intelligentie - zullen hieraan mee kunnen doen. Staat u met één vinger in de dijk of met één vinger op de knop? 09/2016  Stadswerk magazine 13


Praktisch aan de slag met big data Wie nog niet veel ervaring heeft met big data, kan allicht denken dat er heel veel kennis voor nodig is en heel veel specifieke ervaring. Dat valt reuze mee, laat Arjan Ooms zien. Met beperkte middelen en inzet is veel te bereiken.

I

k heb als verzamelaar en gebruiker van geo-informatie de neiging om me een beetje klein te voelen bij een begrip als big data. Dus toen de Haagse Hogeschool mij vroeg om een aantal lessen over Smart Cities en big data te verzorgen, voelde ik een zekere nervositeit. Uiteraard heb ik meteen ja gezegd, maar vervolgens drong zich de vraag op wat ik over Smart Cities te vertellen heb. In de voorbereiding op de lessen heb ik wat speurwerk gedaan naar praktijkvoorbeelden. Voorbeelden die aansprekend zijn voor studenten die alle dagen werken met moderne techniek en die het normaal vinden allerlei data te delen via social media, maar vooral voorbeelden die iets te maken hebben met mijn dagelijkse praktijk. Al snel werd mij duidelijk dat je geen uitgebreid meeten analysesysteem op hoeft te zetten om met ‘big’ data aan de slag te gaan. Je kunt met bestaande datasets al heel interessante relaties leggen waarmee je

Je kunt met bestaande datasets al heel interessante relaties leggen 14  Stadswerk magazine 09/2016

beleidsbeslissingen kunt nemen. In die dagelijkse praktijk bleken dus genoeg voorbeelden te vinden.

Open data Veel big data zijn door de inwinner ervan al tot een behapbaar formaat teruggebracht en gepubliceerd op open-data-portalen zoals pdok.nl. De data zijn voor iedereen toegankelijk en te downloaden in gangbare bestandsformaten. Voor gemeenten vormen gegevens die door andere overheidsinstellingen zijn verzameld een laagdrempelige bron voor eigen analyses. Met name Rijkswaterstaat, KNMI en het CBS publiceren datasets die snel tot nieuwe inzichten leiden. De gegevens van het KNMI over het weer zijn zeer bruikbaar om analyses van geluidsoverlast en luchtkwaliteit mee te verrijken: onder welke weersomstandigheid is er wel of niet sprake van overlast. De ongevallenregistratie van Rijkswaterstaat is zeer bruikbaar om knelpunten in het wegennet mee te bepalen.

Gegevens in de eigen organisatie Beheerders van de openbare ruimte zitten zelf op een schat aan gegevens. De gemeente Tynaarlo realiseerde zich dit terdege en heeft in samenwerking met Antea Group en Hexogon een slimme kaart laten bouwen om inzicht te krijgen in investeringen in infrastructuur. Door gegevens over onder wegtype, kwaliteit van de weg uit inspecties en omvang van


TEKST ARJAN OOMS, Antea Group

Studenten van de Haagse Hogeschool aan de slag met big data.

Laadpalen Den Haag (open data gecombineerd met eigen belastinggegevens).

de investeringen per wegdeel samen te brengen in een interactieve kaart, kan worden onderzocht hoe rendabel investeringen in de infrastructuur zijn. Op basis daarvan kunnen weer nieuwe plannen worden gemaakt. Dit is een vraag waarop iedere bestuurder dolgraag eenvoudig antwoord zou willen krijgen.

De WOZ-waarde vormt een waardevolle bron Ook de waarde van onroerende zaken (WOZ-waarde) vormt een waardevolle bron. Als bronhouder voor dit gegeven kunnen gemeenten gebruik maken van deze gegevens voor analyses mits de privacy is gewaarborgd. Er bestaat een verband tussen WOZ-waarde, inkomensverdeling en de behoefte aan elektrische laadpalen in een bepaalde wijk. Als daarbij de verwachte hoeveelheid forensen die in de wijk parkeert in aanmerking wordt genomen, is een uitspraak mogelijk over de behoefte aan laadpalen per wijk en kan plaatsing gerichter gebeuren (zie afbeelding).

Inwinning in het veld Als we ons tenslotte realiseren dat inwinning van aanvullende gegevens in het veld door een scala aan mobiele apps en WebGIS-toepassingen steeds eenvoudiger is geworden en dat datasets met deze gegevens slim kunnen worden verrijkt, dan opent zich een scala aan mogelijkheden om onze gebouwde omgeving te analyseren en te verbeteren. De middelen zijn voorhanden. Verder volstaat de nodige creativiteit. Ook de studenten van de Haagse Hogeschool hadden snel de smaak te pakken toen we ze wat ingangen hadden gegeven om op internet naar data te speuren. Met de opdracht om een analyse te bedenken om de leefbaarheid in een wijk in Den Haag in beeld te brengen, kwamen ze binnen een uur tot een aantal interessante vragen en een aanpak om die te beantwoorden. Zo gaat één groep onderzoeken of er een verband bestaat tussen misdrijven die ze uit de open data van de politie halen en locaties van bewakingscamera’s die ze met een app van ESRI zelf gaan verzamelen in het veld. Een andere groep onderzoek op vergelijkbare wijze of er een verband bestaat tussen zwerfaval en prullenbakken in de openbare ruimte. Het geeft eens te meer aan dat de mogelijkheden om snel met big data aan de slag te gaan legio zijn. Laat mijn bijdrage een aansporing zijn om daar snel mee te beginnen! 09/2016  Stadswerk magazine 15




organisatie beleid & beheer geld & kwaliteit

Planuitwerking, beheer en beleid, informatisering en automatisering

Cyber Adviseurs voor buitenruimte maakt zichtbaar hoe uw organisatie ervoor staat en ondersteunt met glasheldere instrumenten. Benieuwd hoe? Bel (0172) 63 17 20 of mail naar info@cyber-adviseurs.nl

www.dggroep.nl

www.cyber-adviseurs.nl adv_cyber_stadswerk_100x143.indd 1

14-03-12 12:01

VERKEERSVEILIGE SITUATIES

Prefab middengeleiders Snel geplaatst, minder onderhoud Geprefabriceerde betonproducten bieden een aantal belangrijke voordelen. Ze zijn snel plaatsbaar, vergen minder onderhoud en zijn makkelijk opneembaar. Struyk Verwo Infra levert nu een compleet assortiment prefab middengeleiders in de breedtes 200, 250 en 300 cm. De lengte van het verkeerseiland kan worden uitgebouwd met tussen- en eindelementen. Hierdoor is dit systeem geschikt voor oversteekplaatsen binnen ĂŠn buiten de bebouwde kom. Bekijk de specificaties in de product-selector op onze website. KOP

TUSSEN

EIND

www.struykverwoinfra.nl

â–

T 0800 - 555 55 54


FOTO: DAVID WOO

SPECIAL

Assetmanagement In de openbare ruimte zijn onnoemlijk veel zaken van waarde voor de bevolking van stad, dorp, gemeente en provincie. En met het overhevelen van belangrijke taken vanuit Den Haag naar de gemeenten is de vraag naar adequaat assetmanagement op dit niveau flink toegenomen. In deze special treft u dan ook een breed scala aan artikelen waarin de complexiteit en diversiteit van het onderwerp de revue passeert. Bij Andess is men overtuigd dat de keuze voor assetmanagement bewust moet worden genomen en niet enkel om mee te kunnen surfen op de golven van een trend. Volgens de mensen van Arcadis is er de mogelijkheid om met goed management wel

25 procent te besparen op de kosten van 30 miljard euro die wij in ons land aan de instandhouding van assets uitgeven. In een twee pagina tellend artikel gaan de specialisten van E&M Consultants, Bureau Het Loo en Interra op het ingewikkelde financieringsvraagstuk in dat bij assetmanagement komt kijken. Bij de mensen van Comrads kunt u, zoals u verderop kunt lezen, terecht voor orde in uw digitale bestanden- en mappenchaos. Natuurlijk denken wij vaak in 3D aangezien dat de wereld is waarin wij ons begeven. Bij Kragten voegt men daar echter nóg twee dimensies aan toe. Assetmanagement in 5D inderdaad, in Venlo werkt men er al een tijdje mee. TEKST PHILIP FOKKER

09/2016  Stadswerk magazine 19


SPECIAL

Focus op de financiering van beheer

A

ssetmanagement gaat over alle activiteiten en werkwijzen die nodig zijn voor een optimaal en duurzaam beheer van kapitaalgoederen (assets). Daarbij is het de zoektocht om gedurende de gehele levenscyclus van een asset de optimale balans te vinden tussen kosten, (technische) prestaties en risico’s.

Financieringsvraagstuk Om hier concreet vorm aan te geven is vooral de programmering van onderhoudsmaatregelen en het bijbehorende keuzeproces cruciaal. Dit wordt in veel gevallen uitgewerkt in een beleidsdocument voor de openbare ruimte, een beheerplan per asset of een meerjarenplanning. In den lande zijn er veel mooie en goede voorbeelden van dergelijke plannen te vinden. Ons valt op dat veel van deze plannen technisch inhoudelijk gedegen in elkaar zitten. Echter, het is daarmee geen vanzelfsprekendheid dat de plannen ook tot uitvoering worden gebracht. Een belangrijke oorzaak daarvoor is dat vergeten

20  Stadswerk magazine 09/2016

wordt om het financieringsvraagstuk op te lossen in deze plannen. In dit artikel gaan we daar nader op in.

Nieuwe richtlijnen Kortweg gaat het over de vraag: waar komt het geld vandaan? Hoe wordt het voorgestelde klein onderhoud, groot onderhoud, vervanging of herinrichting bekostigd? En daarmee verbonden de vervolgvraag of deze financiering nog slimmer of optimaler kan. Deze vragen zijn extra urgent, omdat er in het Besluit Begrotingsverantwoording (BBV) 2017 nieuwe richtlijnen zijn opgesteld hoe met deze financiering moet worden omgegaan. Zoals het verplicht activeren van investeringen voor maatschappelijk nut (wegen en groen) en regulering van het rentepercentage als onderdeel van de kapitaallasten. De kaders voor investeringen, groot onderhoud en klein onderhoud zijn in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) als volgt weergegeven:


TEKST GERT MEULEMAN, E&M Consultants, HAN SCHREUDER, Bureau Het Loo & GERRIT VLOEDGRAVEN, Interra

Ruis in de organisatie Wat daarbij opvalt is dat vanuit het technische vakgebied veel onder groot onderhoud wordt geschaard, wat vanuit het financiële vakgebied vaak geen groot onderhoud is maar een levensduur verlengende investering. Met hele andere financiële gevolgen. Dit geeft soms ‘ruis’ in een organisatie tussen de technische beheerfunctie en de financiële functie. Als professionals op het gebied van asset- en risicomanagement, beheer openbare ruimte en financiën hebben wij daarom de handen ineen geslagen. Door het financieringsvraagstuk nadrukkelijk te betrekken bij de meerjarenplannen, blijken er veel meer mogelijkheden te zijn om het beheer en onderhoud vorm te geven. Het resultaat hiervan is dat we daarmee uiteindelijk buiten meer kwaliteit of waarde kunnen leveren. En dat is extra goed nieuws omdat veel beheerbudgetten de afgelopen jaren zijn gekrompen.

optimaal gefinancierd kan worden. Dit hebben we gedaan door een risicoanalyse op de meerjarenplanning en begroting uit te voeren en door daarna verschillende financieringsvarianten uit te werken. Vervolgens hebben we per variant voor- en nadelen op een rij gezet, zodat de gemeente een optimale keuze kan maken hoe om te gaan met de financiering van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte.

Risicoanalyse Recent hebben wij bij een gemeente met ons 3Vconcept (zie kader) in beeld gebracht hoe het onderhoud van de verhardingen binnen de nieuwe regels

Uiteindelijke winst ‘LEVENSCYCLUS BEHEER VANUIT DRIE VAKGEBIEDEN; 3V CONCEPT’ Nog niet zo lang geleden kon de beheerder van de openbare ruimte volstaan met een technisch meerjarenplan als onderlegger voor de programmabegroting; ‘1V’. Al enige jaren wenst menig bestuur daarbij ook de bandbreedte van de risico’s op te zoeken; ‘2V’. En sinds kort vereist de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) daar overheen ook nog een passende financiële strategie voor de budgetfinanciering; ‘3V’. Drie werelden, drie vakgebieden, komen samen. Die van risicomanagement, financiën en beheertechniek. Bureau Het Loo, E&M Consultants en Interra brachten deze drie werelden bij elkaar

De winst van het traject zat op verschillende vlakken. Er is voor de lange termijn inzicht ontstaan wat de juiste beslissingen zijn. De gemeente weet hoe kan worden voldaan aan de nieuwe regelgeving vanuit de BBV. Binnen de gemeente is een gesprek ontstaan over de financiering van het beheer tussen de financiële afdeling, de risicomanager en de beheerafdeling. Doordat de gemeente nu al terdege heeft nagedacht over uitgekiende kostendekkingsplannen zullen zij in de toekomst in staat zijn om het gewenste beheer en onderhoud inclusief de verwachte grootschalige vervangingsopgave uit te voeren.

en ontwikkelden een 3V-concept voor een risicobewuste en financieel uitgebalanceerde dekking voor onderhoudskosten in de fysieke leefomgeving.

Relevante links: www.commissiebbv.nl / www.bureauhetloo.nl / www.emconsultants.nl / www.interra.nl 09/2016 Stadswerk magazine 21


SPECIAL TEKST MR. CHRISTIAN A. HAMERS, Andess BV

Sturen op effecten en risico’s: een bewuste keuze

A

ssetmanagement biedt kansen om tegemoet te komen aan de eisen die aan de huidige inrichting, beheer en onderhoud van de openbare ruimte worden gesteld. Voor de beheerders, of die nu bestuurder, leidinggevende of objectbeheerder heten, brengt de toepassing van assetmanagement een andere manier van werken en denken met zich mee.

Bewuste keuze Een ontwikkeling die een goede begeleiding van het beheerdersteam vergt. Met andere woorden: de toepassing van assetmanagement is een keuze die bewust gemaakt moet worden en niet genomen omdat het een trend is. Binnen assetmanagement staat het denken vanuit effecten voor de gebruikers van de openbare ruimte (stakeholders), redeneren vanuit risico’s en het expliciet stellen van de waarom-vraag centraal. Het vertrekpunt van goed assetmanagement zijn de belangen van de verschillende stakeholders (burgers, bedrijven, bestuur, leidinggevende, beheerder) en de

prioritering van problemen en oplossingen op basis van die belangen.

Strategische keuze Assetmanagement leent zich in die zin dus voor het maken van strategische keuzes. Dit betekent dat niet alleen technische belangen een rol spelen binnen het beheer, maar dat het technisch functioneren van een object moet leiden tot een functioneren waar stakeholders maximale meerwaarde voor hun geld krijgen. Doelmatigheid is het motto binnen veel beheerorganisaties. Het Bestuursakkoord Water verwoordt die doelmatigheidsdoelstelling heel concreet. Asset­ management kan daarin ondersteunend zijn. Voor doelmatig beheer is kennis nodig van de wensen van belanghebbenden en van het huidige functioneren van het areaal in een specifieke context. De lokale context bepaalt wat een probleem is en wat de meest effectieve oplossing.

Sturingsinstrument

FOTO: JON ROSS

Voor veel techneuten vergt dit een compleet andere manier van denken, buiten de functionele kaders. Burgerparticipatie moet operationeel worden. Daarbij is het versterken van het lerend vermogen van groot belang. Binnen assetmanagement worden immers geleverde prestaties getoetst, krijgen de stakeholders inzicht in het doel van bepaalde projecten, de bestemming van middelen en het bereikte resultaat. De leidinggevende die assetmanagement wil gebruiken als sturingsinstrument binnen beheer en onderhoud dient zich te realiseren dat het gaat om een cultuur en organisatiewijziging, meer nog dan het implementeren van een systeem. Alleen dan geeft assetmanagement effect! Meer info: www.andess.nl

22  Stadswerk magazine 09/2016


Wordt een Digital Asset Management superheld

H

et beheer, de veilige toegang en de distributie van digitale media en bestanden wordt ook in de publieke sector op alle niveaus steeds belangrijker. Desondanks kampen veel organisaties nog dagelijks met de problemen van de digitale bestanden- en mappenchaos.

Tijdverslindend Zo kost het veel tijd om een specifiek bestand te vinden, nemen dubbele bestanden en mappen veel kostbare ruimte in en worden werknemers vaak veelvuldig gedwongen tot het handmatig converteren en bewerken van beeldmateriaal. Voor gemeenten en overheidsinstellingen is dit veelal niet anders. Zij dienen dan ook het nut in te zien van een mediamanagementstrategie en het hebben van een ‘singlesource-of-truth’ voor alle content, bestanden en media. Een Digital Asset Management (DAM)-applicatie biedt uitkomst. Het is namelijk niet alleen een digitale opslagruimte voor het opslaan, organiseren en delen van bestanden, maar biedt innovatieve functionaliteiten zoals: • Conversies en varianten voor multimediaal (her)gebruik • Metadata toevoegen en controleren • Goedkeuring en toestemming van gebruik en toegang • Koppelen van media aan kanalen en systemen • Gecontroleerd delen van media • Mechanismen voor rechtenverloop en archivering

Actief versiebeheer Juist marketingteams van gemeenten en overheden worden vaak uitgedaagd om grote taken en campagnes met bureaus uit te voeren met vaak een minimaal budget en met minimale IT-ondersteuning. Deze ta-

ken en campagnes leveren daarentegen een grote hoeveelheid creatieve output op zoals afbeeldingen, documenten, video’s en andere bestanden die allemaal efficiënt opgeslagen, gecontroleerd, gedistribueerd en gearchiveerd moeten worden. Een effectieve DAM-oplossing speelt in op al deze behoeften en kan veel werk uit handen nemen.

Verhuizing Helaas hebben veel organisaties in de afgelopen jaren de chaos alleen maar verhuisd van de ene plaats naar de andere. Een schoenendoos vol met dia’s werd een kast vol met dvd’s en die werden weer omgezet naar (netwerk)schijven vol met onduidelijke of persoonlijke (sub)mappenstructuren. Er zijn dus een aantal belangrijke uitdagingen uit het verleden bij de implementatie van een succesvolle DAM-applicatie en het vereist doordachte analyse van de behoeften en workflows om de juiste strategie te bepalen. Maar het wordt als organisatie tijd om nu actie te ondernemen, want het aantal bestanden groeit ondertussen exponentieel verder. Word dus niet het volgende digitalechaos-slachtoffer, maar groei uit tot een Digital Asset Management superheld! Meer info: www.comrads.nl 09/2016 Stadswerk magazine 23


is ot ob er ati ov ren jetater De W

kr ac ht ig

en

ex ac t. V erw ct. ijder inta ool t álle i r t e obstakels en laat h

Een beter riool begint bij vandervalk+degroot Vandervalk+degroot maakt riolen weer helemaal als nieuw met de Waterjet-renovatierobot. Deze troubleshooter van formaat ‘schiet’ álle afzetting en obstakels weg die hij tegenkomt. Dus ook cementbrokken en boomwortels. De Waterjet pakt met een ultra-krachtige waterstraal en operatieve precisie alléén de probleemplekken aan. Dat maakt ‘m rioolvriendelijker dan wélke techniek dan ook. Het verrassend lage brandstof- én waterverbruik maken ‘m bovendien ook vriendelijk voor het milieu. Een beter riool begint bij vandervalk+degroot. Wilt u meer weten over de Waterjet-renovatierobot? Of over onze

innovatief ondergronds

andere innovatieve renovatiemogelijkheden? Kijk dan eens op onze website. Even bellen voor meer informatie of het maken van een vrijblijvende afspraak kan natuurlijk ook.

abc westland 231, 2685 dc poeldijk • postbus 62, 2685 zh poeldijk • tel. 0174 24 74 74 • www.valkdegroot.nl • info@valkdegroot.nl


‘Where everything comes together’ Dynamisch assetmanagement in 5D voor Fresh Park Venlo

O

ok assetmanagement is te beschouwen in meerdere dimensies. Niet alleen de ruimtelijke 3D-dimensies, waarin bouw en infra zich afspelen. Maar ook in de vierde dimensie Tijd en de, vaak minder beschouwde, vijfde dimensie Context, waarin de externe invloeden, zoals wet- en regelgeving, maar ook belangen en vragen van organisaties een bepalende rol spelen. Samen met Fresh Park Venlo werkt Kragten aan het definiëren, beheersen en invullen van deze dimensies.

Wat is Fresh Park Venlo? Fresh Park Venlo is een 130 hectare groot business­ park met een ongekende clustering van versbedrijven, -producten en -kennis. Fresh Park Venlo is de thuisbasis van zo’n 130 versbedrijven en toeleveranciers. Of het nu vlees, vis, zuivel, sierteelt of groenten en fruit is, alles komt samen op deze bijzonder productieve plek. Per dag zijn er zo’n 1.600 vrachtwagens en gemiddeld 3.000 medewerkers op het park aanwezig. Dynamiek gegarandeerd!

Wat is het belang van Fresh Park Venlo? Fresh Park Venlo is 24 uur per dag en zeven dagen per week in bedrijf. Het doel van Kragten is dan ook de betrouwbaarheid naar de klanten (huurders en terreingebruikers) naar het hoogst mogelijke niveau te brengen: in één keer goed, op tijd en tegen een correcte prijs. Dat is waar Operational Excellence voor Fresh Park Venlo B.V. naar toe is gegroeid.

Dynamisch Deze Operational Excellence is echter extreem dynamisch. De agrifood-markt is voortdurend in beweging en bepaalt samen met de maatschappelijke trends hoe de bedrijven op het Park reageren. Dit betekent

Fresh Park Venlo vanuit de lucht.

dat alle werkzaamheden die op het terrein worden voorbereid en uitgevoerd ‘agile’ genoeg moeten zijn om deze dynamiek te volgen. Er moet sprake zijn van ‘No regret’-keuzes en deze keuzes maakt men niet alleen, maar samen met gebruikers en huurders, partners en leveranciers.

Project-óngebonden Kragten en Fresh Park Venlo B.V. kijken dan ook bewust naar langdurige project-ongebonden samenwerkingen met partners en leveranciers, open contractvormen met ruimte voor innovatie en meerwaarde en realiseren op deze wijze de gewenste oplossingsvrijheid in projecten en producten. Bovendien leidt deze samenwerking tot zichtbare kostenbesparingen en efficiëntieverbeteringen. Alleen door een eenduidige, open en eerlijke samenwerking is het mogelijk om elke dag weer opnieuw op de juiste manier invulling te geven aan het assetmanagement op Fresh Park Venlo en daarmee de Operational Excellence van dit uitzonderlijke bedrijventerrein te waarborgen en te continueren. Meer info: www.kragten.nl 09/2016 Stadswerk magazine 25


SPECIAL TEKST CAROLIEN GEHRELS & MARC HARTSEMA, Arcadis

‘Zó trek je de aandacht van bestuurders voor vervangingsopgave grote steden’

C

arolien Gehrels, Europees Directeur Grote Steden bij Arcadis, spreekt uit ervaring: ‘Veel bestuurders schuiven investeringen in de systemen van hun stad - riolering, energie, riolering, afval, mobiliteit - liefst voor zich uit. Experts in assetmanagement kunnen voor bestuurders ongelofelijk veel betekenen, door transparant te maken wat de risico’s, kosten en prestaties zijn van die systemen zijn en te laten zien hoe het effectiever en efficiënter kan. Reken maar dat bestuurders daar oren naar hebben, want dat is goed voor hun inwoners én stad.’

Experts Gehrels: ‘Water, afval, energie, mobiliteit… bestuurders moeten er écht iets mee. Vaak hebben ze de oplossingen niet zelf en zijn ze geholpen met input van experts. Scenario denken is een goede manier om op bestuurlijk niveau wezenlijke discussies over de toekomst van de stad te voeren. Zo hebben contacten met Alliander het debat aangezwengeld, hoe Amsterdam wil omgaan met energie. En Waternet kwam met spannende, nieuwe initiatieven voor de vervangingsgolf van de riolering.’ MARTIEN VAN GAALEN SHUTTERSTOCK.COM

26  Stadswerk magazine 09/2016

Goed moment Haar collega Marc Hartsema, Europees leider assetmanagement vult aan: ‘Dit is een goed moment om met assetmanagement aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld om - als in 2018 het nieuwe college aantreedt - te kunnen laten zien, hoe je de vervanging van verouderde infra efficiënt kunt aangrijpen om deze direct ook toekomstbestendig te maken. Volgens onze Global Built Wealth Index geven we in Nederland jaarlijks 30 miljard euro uit aan instandhouding van assets. Met assetmanagement blijken besparingen tot 25 procent haalbaar. Als je dat kunt vertalen naar het besparingspotentieel voor je stad, heb je meteen een interessant gesprek met je nieuwe bestuurder.’

Duurzaam Gehrels: ‘Als je besluit te vervangen respecteer dan wel de historie van je stad en ga vooral duurzaam te werk. Denk daarbij in ‘waarden’, niet alleen in termen van geld, maar ook identificerende waarden voor de stad, haar bewoners en de leef kwaliteit. De transformatie van de Westergasfabriek, vind ik persoonlijk een geslaagd voorbeeld van stedelijke vernieuwing.’ Gehrels was acht jaar wethouder in Amsterdam en stond eerder aan de wieg van de Iamsterdam-campagne. Sinds 2014 is ze Europees Directeur Grote Steden bij ontwerpen consultancyorganisatie Arcadis. Hartsema heeft ruim twintig jaar ervaring in assetmanagement consultancy en leidt sinds eind 2014 het Europese assetmanagement team. Meer info: Sustainable Cities Index 2016 www.arcadis.com/sci2016NL Global Built Wealth index 2015 https://www.arcadis.com/en/global/ourperspectives/global-built-asset-wealth-index/


COLUMN TEKST GERT-JAN HOSPERS, Universiteit Twente & Radboud Universiteit

Van staten naar steden Een tijdje geleden vond er in Den Haag een bijzondere top plaats: de oprichtingsbijeenkomst van het wereldwijde burgemeestersparlement, het Global Parliament of Mayors. Van heinde en verre reisden lokale leiders naar de hofstad om met elkaar te praten over wereldproblemen. Ik hoor u denken: daar wordt toch al genoeg over gepraat? Dat was nu net de aanleiding voor de conferentie. De burgermeesters hebben namelijk moeite met het huidige bestuurlijke systeem en vinden dat steden veel meer zeggenschap moeten krijgen. Hun frustratie: landelijke politici komen niet verder dan oneliners als ’Samen sterker’ of ‘Wir schaffen das’. Ze blijven abstract en realiseren zich onvoldoende wat hun beslissingen op lokaal niveau betekenen. Want in de steden, dáár gebeurt het, of het nu gaat om de opvang van vluchtelingen, de zorg voor ouderen of het terugdringen van CO2. Initiatiefnemer van de burgemeesterstop was de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber. In 2013 schreef hij een bestseller die in vertaling is verschenen als Als burgemeesters zouden regeren: haperende staten, opkomende steden. Barber vindt dat het tijd is voor een Verenigde Steden in plaats van Verenigde Naties, want op lokaal niveau worden de échte problemen aangepakt. Niet alleen woont inmiddels meer dan de helft van de wereldbevolking in steden, de stad ontwikkelt zich ook steeds meer tot een plek waar innovatieve oplossingen voor actuele vraagstukken worden bedacht. Hoe gaan we om met vergrijzing? Hoe zorgen we ervoor dat het verkeer niet vastloopt? Hoe garanderen we de veiligheid van burgers? Anders dan regeringsleiders hebben stadsbestuurders helemaal geen tijd om hierover ideologische debatten te voeren - ze gaan gewoon aan de slag. Of zoals La Guardia, oud-burgervader van New York, het eens zei: ‘Er is geen democratische of republikeinse manier om het huisvuil op te halen’. En ook al concurreren steden met elkaar, ze komen niet snel met elkaar in con-

flict. Voorbeeld: als Parijs zijn grondgebied uitbreidt, gaat dat niet ten koste van Berlijn, wat anders ligt voor Frankrijk en Duitsland als staten. Verder kunnen steden eenvoudig van elkaar leren. Illustratief was de klimaatconferentie in Kopenhagen in 2009: de wereldleiders slaagden er niet in om het eens te worden, maar de burgemeesters die er ook waren wisselden tips uit die ze thuis direct in de praktijk konden brengen. Zo hebben diverse Europese steden zich destijds laten inspireren door het fietsbeleid van de gemeente Amsterdam.

Op lokaal niveau worden de échte problemen aangepakt Het doel van het burgemeestersparlement is dat stadsbestuurders een grotere stem krijgen in de internationale politiek. Barber hoopt zelfs dat steden het roer van staten overnemen. Maar of dat ooit gebeurt? Daarvoor zijn nog te veel vragen onbeantwoord. Is het parlement een feestje van metropolen of zijn ook provinciesteden welkom? En wie vertegenwoordigt het platteland? Hoe organiseer je zo’n bestuursvorm en hoe voorkom je machtspelletjes? Kun je alle mondiale problemen op lokaal niveau aanpakken? En ook niet onbelangrijk: voor een bestuurlijke systeemwijziging ben je uiteindelijk afhankelijk van de medewerking van natiestaten - en we weten allemaal dat de kalkoen niet graag meepraat als het kerstdiner ter sprake komt. Desalniettemin is de oprichting van het wereldwijde burgemeestersparlement een interessante ontwikkeling, zeker in een tijd waarin menig burger zich niet vertegenwoordigd voelt door de landelijke politiek.

09/2016  Stadswerk magazine  27


5 tips voor het ‘hoe’

‘Integrale’ en ‘breed gedragen’ omgevingsvisie? Eén ding is duidelijk: ambtenaren zien de omgevingsvisie als een kans. Het uitwerken van dit instrument van de Omgevingswet kan gebruikt worden om de ambitie om écht samen te werken - binnen en buiten de organisatie - waar te maken. De vraag is hoe. In dit artikel vijf tips, gebaseerd op praktijkvoorbeelden.

D

e laatste tijd heb ik veel gemeenten gesproken over hun omgevingsvisie. Grote of kleine gemeenten, met een stedelijke- of plattelandsproblematiek en met veel of weinig contact met hun gemeenteraadsleden. Dat zijn leuke en hoopvolle gesprekken, want ze hebben allemaal de ambitie om hun aanstaande omgevingsvisie ‘integraal en samen’ te maken. Eind juni nam ik deel aan de workshop ‘Veranderopgave van overheden’ en daar werd die ambitie bevestigd. De VNG heeft 300 ambtenaren gevraagd om een keuze te maken voor hun invoeringsstrategie. Wat blijkt? De absolute meerderheid gaat voor ‘vernieuwend’. Maar zoals ook één van mijn geïnterviewden, Ton Snellerberg, programmamanager Omgevingswet, gemeente Enschede, zegt: ‘Het moet geen afzonderlijk opleidingstraject worden maar direct gekoppeld aan het bestaande werk. De vraag is dan: hoe doe je dat?’

kunnen alle domeinen van de gemeentelijke organisatie en alle politieke portefeuilles raken. Jullie omgevingsvisie gaat hiermee de complexiteit van de Omgevingswet weerspiegelen en je hebt meteen een aanzet gegeven tot een integrale aanpak. TIP 1: Begin met het bepalen van jullie kernwaarden. Laat deze landen in een omgevingsvisie.

Kernwaarden als vertrekpunt Als eerste stap adviseer ik de kernwaarden van je gemeente te bepalen - jullie belangrijkste waarden, waar je voor staat en waar je naartoe wil - en die vervolgens vast te laten leggen in een omgevingsvisie. Je begint dus níet met puur de ruimtelijke kwaliteiten en mogelijkheden in beeld te brengen. De kernwaarden

28  Stadswerk magazine 09/2016

Kanaleneiland, Utrecht - aansluiten op event met niet-westerse Nederlanders.


TEKST ANNE-METTE VAN LIESHOUT-ANDERSEN, AM Landskab

Parallelle werkzaamheden Kernwaarden bepaal je natuurlijk niet als ambtenaar alleen. Evenmin bepalen de gemeenteraadsleden dat, of dat ‘altijd actieve bewonersclubje’ van twintig mensen. Dat bepaal je met elkaar en met nog veel meer partijen en inwoners. De cruciale vragen zijn: hoe organiseer je dat intern en hoe bereik je al die mensen en partijen daarbuiten?

gemeente heel graag in samenwerking met zijn inwoners visies wil maken. Dat is hartstikke lastig. Als je dat op de “ouderwetse” manier doet, mensen uitnodigen voor een bewonersavond om het gesprek hierover te voeren, dan spreek je eigenlijk altijd dezelfde personen aan. Er zijn andere strategieën nodig om in gesprek te komen met je inwoners.’

Een veelbeproefde manier binnen AM Landskab om een veelomvattende dialoog op gang te krijgen, is om met kleine groepjes te beginnen, op meerdere plekken tegelijk. Een vernieuwende aanpak zou kunnen zijn dat je als verantwoordelijke ambtenaar zonder veel voorwerk - dus niet eerst een heel intern traject in de eigen afdeling - tegelijkertijd in dialoog gaat met andere domeinen, met bewoners, organisaties en gemeenteraad over de kernwaarden van de gemeente. Er kunnen bijvoorbeeld ‘Out-of-the-box’ werksessies georganiseerd worden waarin duidelijk wordt wat het oplevert en wat de aandachtspunten zijn wanneer er vanuit een bredere invalshoek, en wanneer vanuit het eigen kennisterrein wordt gekeken. Het meest efficiënte lijkt het om alle groepen te mixen. Maar als de cultuur in jullie gemeente er niet naar is, adviseer ik om de werksessies in eerste instantie per functie, afdeling of domein te organiseren. Bedenk dat raadsleden ook baat hebben bij een Out-of-the-box werksessie, zij zijn gewend om te denken vanuit hun eigen portefeuille. Parallel hieraan ga je in dialoog met bewoners en organisaties van ‘buiten’, om die input op dezelfde voet mee te laten wegen als de eigen werksessies. Uiteindelijk heb je met elkaar dan de kernwaarden bepaald en staat jullie omgevingsvisie als een huis. TIP 2: Organiseer tegelijkertijd verschillende werksessies intern en de goede dialoog extern.

Breed en efficiënt een dwarsdoorsnede bereiken ‘De goede dialoog’ extern organiseren, een dwarsdoorsnede van je gemeente bereiken hoe doe je dat dan? Vaak word je geacht om daarnaast ook je ‘gewone’, dagelijkse werkzaamheden uit te voeren. Liesbeth van de Weerdhof, manager ontwikkeling, gemeente Zevenaar, zegt hierover: ‘Je ziet in deze tijd dat de

VIP-tent voor de boeren, tijdens de eerste triatlon in Rijnenburg bij Utrecht.

De kunst is om vooral de lokale kracht op te sporen en te benutten. Denk eraan dat lokale netwerken, ondernemers en verenigingen ook kunnen bijdragen in de communicatie voor jullie omgevingsvisie. Lokale netwerken en sleutelpersonen kunnen vaak heel snel op tafel krijgen wat bewoners waardevol vinden, wat de knelpunten kunnen zijn, welke ideeën er leven en wie de potentiële stakeholders zijn. Er zijn in elke wijk of gebied talrijke activiteiten waarop je aan kan sluiten. Voorbeelden waar AM Landskab de lokale kracht heeft opgespoord zijn winkeliersvergaderingen, de lokale jaarmarkt, moskeeën, opleidingsinstituten, sportwedstrijden voor jongeren, zelfbeheerprojecten of gewoon voor de supermarkt. Ook in de gemeente Zevenaar is daarmee geëxperimenteerd. Liesbeth van de Weerdhof vervolgt: ‘Wij hebben het “Krachtlokaal” ontwikkeld, juist om initiatieven die leven in de wijk te faciliteren en op die manier veel meer aansluiting te zoeken op wat er gebeurt in de samenleving. Wij gaan bijvoorbeeld op de markt staan en mensen kunnen in een ‘koffiehoek’ op het Raadhuisplein eens in de week hun ideeën inbrengen.’ Naar de mensen toe - en daar begint het werk al. Je bent ter plekke bezig om tegelijk aan het project, het proces en de participatie te werken. Efficiënter kan niet! TIP 3: Benut lokale kracht om een dwarsdoorsnede van je gemeente te bereiken. 09/2016  Stadswerk magazine 29


Mixed media is een must Wil je een dwarsdoorsnede van de bevolking bereiken, dan moet je verschillende communicatiekanalen benutten omdat verschillende groepen mensen verschillend communiceren. Hoeveel netwerken hebben wel niet hun eigen Facebook-pagina of Twitter-account? Gebruik dat. Zelf digitaal uitzetten van enquêtes, oproep voor ideeën, maken van interactieve sites en dergelijke kan heel goed werken. Maar let wel, het begint ermee dat je scherp hebt hoe je een grote groep hierop attent maakt, anders is het weggegooid geld. Daarnaast moet je je niet laten verleiden om uitsluitend sociale media te benutten voor je communicatie. Nog steeds maakt bijna een derde van de Nederlandse bevolking er geen gebruik van. De ‘ouderwetse’ poster bij de bakker, een opvallend bericht in de lokale krant of een item bij de lokale televisie moet dus niet onderschat worden. TIP 4: Gebruik mixed media in jullie communicatie.

Vleuten-De Meern - digitale participatie met jongeren.

Al doende leren Door de brede dialoog met ‘buiten’ en een vernieuwende manier van samenwerken ‘binnen’ is het vanzelfsprekend dat er niet te strakke kaders voor het eindproduct moet zijn. Het is niet erg, sterker nog, het is een voordeel, dat jullie niet helemaal scherp hebben wat het eindproduct, de omgevingsvisie, nou precies wordt. Dat biedt namelijk de flexibiliteit om

30  Stadswerk magazine 09/2016

gaandeweg met alle partijen te bepalen welk product het beste past bij júllie gemeente. Wordt het een boekwerk, een digitale kaart waarvan de lagen én de sociale én de fysieke aspecten van de leefomgeving weergeven? Of wordt het een interactief product, waarin mensen kunnen blijven meedenken voor de volgende revisie? Bijvoorbeeld zoals de provincie Overijssel dat doet. Willemijn Moes, programmaleider, vertelt: ‘In lijn met de Omgevingswet wordt de vernieuwde omgevingsvisie een dynamisch digitaal document dat we jaarlijks kunnen actualiseren. Daarmee spelen we flexibel in op gewijzigde omstandigheden en beleid.’ Welk product jullie maken, dat bepalen jullie zelf als gemeente. Maar flexibiliteit en met je tijd kunnen meegaan is wel een vereiste vanuit de Omgevingswet gezien. Laatst zei een IT-specialist tegen mij: ‘Jij werkt AGILE, echt leuk, dat is wat wij ook doen in de IT-branche.’ Ik moet bekennen dat ik de werkmethode van AM Landskab nooit met de IT-branche had geassocieerd, maar ja, inderdaad, wij werken ‘agile’. Dat wil zeggen het product al doende testen en bijstellen, al doende leren, zodat het resultaat niet een product wordt, dat bij afloop al achterhaald is. Dat is in ieder geval één ding dat ik heb geleerd van de langlopende, integrale processen rondom een Deens gemeenteplan (equivalent van de omgevingsvisie). Dat is ook wat ik gemeenten zou willen adviseren bij het maken van een omgevingsvisie. Spring in het diepe, ga gewoon beginnen en gun elkaar om al doende te leren. Wacht er niet te lang mee en wacht al helemaal niet een ‘handleiding’ van het Rijk af, want die komt er niet. De opzet is juist dat iedere gemeente voor zich zijn eigen kleur aan de omgevingsvisie geeft. Een uitdaging maar ook een grote kans! TIP 5: Spring in het diepe, ga al doende leren.

Meer tips over onorthodoxe werkmomenten, de kracht van beelden en de noodzaak van dilemma’s aangaan? Zie hiervoor mijn gratis e-book: ‘Samenwerking en participatie - breed, efficiënt en leuk met hét AM Landskab Zandlopermodel’. Je kunt het e-book downloaden via mijn site www.amlandskab.nl


TEKST SANNE HIELTJES, Gemeente Rotterdam en Bestuurslid Vereniging Stadswerk Nederland

Stadswerk internationaal

‘Datingsite’ voor Europese steden Stadswerk maakt werk van internationale contacten. Voor kennisuitwisseling, maar ook door bijvoorbeeld Europese mogelijkheden onder de aandacht te brengen. Hoe zorg je in tijden van krappere budgetten voor een extra externe financiële bijdrage voor je innovatieve project? Want Europa biedt vaak mooie kansen.

H

orizon 2020 is één van de Europese subsidieregelingen om Europees onderzoek en innovatie te stimuleren. Er is een totaalbudget beschikbaar van ongeveer 80 miljard euro voor de periode 2014-2020. Albert Engels en Dion Cools van de gemeente Rotterdam leiden een internationaal consortium dat een subsidiebedrag van bijna 18 miljoen euro toegekend kreeg voor innovatieve smart city-toepassingen op het gebied van energie, mobiliteit en ICT. Rotterdam werkt hierin samen met steden in Schotland, Tsjechië, Italië, Zweden en Polen. Zo kan nu bijvoorbeeld op het gebied van verlichting het telemanagementprotocol ALIS getest worden. Met telemanagement kan de beheerder op afstand zien welke lichtmasten het niet doen en bijvoorbeeld ook op afstand het licht dimmen. Met het ALIS-protocol kun je alle verlichting, ongeacht van welke leverancier, vanaf dezelfde pc bedienen. Een ander voorbeeld is het project vulgraadmeting in containers waarbij met een sensor, die meet hoe vol de container is, automatisch een route wordt bepaald om de containers te legen.

WEBSITES www.eurocities.eu www.rotterdam.nl

@

Datingsite De samenwerking in zo’n Europees project levert naast ruimere financiën en mogelijkheden tot (internationale) kennisuitwisseling ook naamsbekendheid op. Daardoor word je ook door anderen vaker gevraagd voor andere aanvragen en projecten. Om zelf partnersteden te vinden, hebben Dion en Albert de netwerkorganisatie Eurocities gebruikt. Eurocities is eigenlijk een soort datingsite voor Europese steden waar je via een profiel aangeeft waarnaar je op wzoek bent. Albert Engels: ‘Het is belangrijk de essentie overeind te houden om een zo sterk mogelijke aanvraag neer te kunnen leggen in Brussel. Dat betekent ook dat je soms nee moet zeggen tegen potentiële partnersteden.’

Meeliften Ook met de juiste partners is zo’n aanvraag nog geen sinecure. Het is uiteindelijk wel een internationale competitie en alleen de allerbesten winnen. Dion Cools: ‘Betrek de juiste expertise bij je aanvraag. Investeer dus, naast de in dit geval technisch-inhoudelijke kennis, ook in ervaren subsidieconsultants die de taal van Brussel spreken. Ook kun je meeliften met ervaren coördinatoren en hoef je niet altijd zelf een aanvraag te trekken.’ Door gebruik te maken van de subsidiekansen die er liggen, kan Europa bijdragen aan het nog mooier en slimmer maken van je eigen stad. 09/2016  Stadswerk magazine 31


VVM schuift aan als inhoudelijk partner

Aanraders voor Future Green City VVM netwerk van milieuprofessionals is dit jaar aangeschoven bij Vereniging Stadswerk en VHG als inhoudelijk partner van Future Green City, het event voor een groene, duurzame en leefbare stad. VVM-directeur Rachel Heijne geeft alvast enkele ‘must see’ tips voor het veelzijdige programma.

Smart Sustainable Districts, casus Utrecht Smart Sustainable Districts (SSD) is een ‘flagship’ programma van Climate-KIC waarin een aantal vooraanstaande districten met een ambitieuze (her)ontwikkeling in Europees verband samenwerken om grondstoffenefficiëntie te verhogen, energieverbruik te reduceren en uitdagingen rondom klimaatverandering te adresseren.

duurzame herontwikkelingsambities van de gemeente Utrecht en Jaarbeurs verder uitwerken en input geven voor de herontwikkelingsplannen in 20152016. Frans van de Ven, expert advisor Urban Land & Water Management van Deltares zal meer vertellen over het SSD-programma en Lot van Hooijdonk, wethouder in Utrecht, zal ingaan op het Utrechtse voorbeeld (ontwikkeling stationsgebied).

Utrecht Het Nieuwe Centrum is een van de eerste districten die zijn geselecteerd voor het SSD-programma. Utrecht Het Nieuwe Centrum wordt een toonbeeld van duurzame en gezonde verstedelijking. Met de herontwikkeling van de westkant van het Utrechtse stadshart wil de gemeente samen met Jaarbeurs en andere partners een flinke sprong voorwaarts maken. Minder en langzaam verkeer, klimaat- en energieneutrale bouw, kundig waterbeheer en vergroening zorgen straks voor een prettige verblijfsplek en bieden ruimte voor nieuwe vormen van werken, wonen, winkelen en uitgaan.

Louise Vet

Het gebied is geselecteerd als ‘icoon voor duurzame herontwikkeling’ door het Europese Climate-KIC programma ‘Smart Sustainable Districts’. Onder leiding van het Utrecht Sustainability Institute (USI) zullen verschillende kennisinstellingen uit Europa de

Martijn Aslander

32  Stadswerk magazine 09/2016

Louise Vet is hoogleraar Ecologie aan de Wageningen Universiteit en directeur van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO). Zij verzorgt een lezing getiteld: Groene, duurzame en leefbare stad? Ecologie is de basis! Louise Vet is een voorvechter van de circulaire economie en de cradle-to-cradle-gedachte. Door ecologische principes te gebruiken kan de steeds maar groeiende lineaire ‘take-make-waste economie’ veranderen in een circulaire economie. Steden worden zo groener, leefbaarder en toekomstbestendig.

Martijn Aslander verzorgt een lezing getiteld: De toekomst die we nu nog niet kunnen bedenken. Aslander verdiept zich in de mogelijkheden die de verbinding van kunst, technologie en wetenschap biedt.


En hoe we daarbij gebruik kunnen maken van de ‘open-source-mentaliteit’ die gericht is op delen in plaats van bezitten. Martijn Aslander is professioneel ‘lifehacker’ en verbinder van mensen, informatie en ideeën en neemt ons mee naar een toekomst die we nu nog niet kunnen bedenken.

Oogstfeest op de Dakakker. (foto: Milieucentrum Rotterdam)

Investeringselftal Jurgen van der Heijden van AT Osborne: Samen groen investeren met het investeringselftal. Voor je het weet, is investering in groen ook een investering in gezondheid, of klimaatadaptatie. Zo’n elf groene beleidsterreinen hangen op deze manier samen: gezondheid, natuur, recreatie, landbouw, water, wonen, landschap, bodemkwaliteit, hernieuwbare energie, luchtkwaliteit en klimaatadaptatie. Hoe speel je elkaar de bal toe in dit groene investeringselftal, en zorg je dat investering in bijvoorbeeld wonen gunstig effect heeft op water of energie? Aan de orde komt een methode van co-investering en de maatschappelijke en financiële kosten en baten daarvan.

City Blueprint Nationaal en internationaal schieten initiatieven rondom de leefbare stad als paddenstoelen uit de grond, in het belang van de transitie naar de leefbare stad van de toekomst. De uitdagingen op het gebied van water zijn daarbij groot. KWR startte zes jaar geleden al met de ontwikkeling van de City Blueprint, een nulmeting (en benchmark) als start in de ontwikkeling naar een klimaatbestendige stad. Momenteel zijn ruim vijftig steden in dertig verschillende landen beoordeeld en staat water centraal.

Rachel Heijne: ‘Op Future Green City is een combinatie van kennis en praktijk met de focus op innovatie en bundeling van uiteenlopende disciplines. Dat spreekt de VVM zeer aan!’

EVA Lanxmeer, Culemborg Gerwin Verschuur van EVA-Lanxmeer. EVA-Lanxmeer is een wijk in Culemborg waarin de functies, wonen, werken, recreëren, onderwijs en de productie van drinkwater en voedsel worden gecombineerd. De wijk is onderscheidend door de integratie van verschillende thema’s zoals duurzaam bouwen, mobiliteit, energie, water, landschap, stadslandbouw, educatie en bewonersparticipatie. Door de actieve bewonersparticipatie in ontwerp, bouw en beheer van de wijk is een grote mate van eigenaarschap ontstaan, dat ook is geborgd in de governance-structuur. Kijk op www.futuregreencity.nl voor het complete programma en gratis deelname.

OVER DE VVM De VVM, netwerk van milieuprofessionals is hét kennis- en relatienetwerk voor milieuprofessionals, variërend van ervaren krachten tot

DakAkker

aanstormend talent. Via onder meer Tijdschrift Milieu, themabijeen-

Emile van Rinsum, directeur van het Milieucentrum Rotterdam vertelt over de DakAkker. Het grootste landbouwdak in Europa (1.000 vierkante meter) bovenop Het Schieblock in Rotterdam. Op deze dakboerderij wordt groente en fruit verbouwd en honing geoogst die verkocht wordt aan omliggende restaurants en er is een educatieprogramma. Het dak is tevens een schoolvoorbeeld van wateropvang en kan zo’n 60 liter per vierkante meter bufferen. Nieuw is het plan voor een ‘Slimdak’. Een sensor en weerbericht gestuurd dak dat vijf keer zoveel water kan bufferen.

komsten, congressen en cursussen stimuleert de VVM kennisontwikkeling, debat en het aangaan van intercollegiale contacten. De leden hebben een zeer uiteenlopende achtergrond van ingenieurs, chemici en natuurkundigen tot milieukundigen en van RO’ers, planologen en verkeerskundigen tot juristen, psychologen en communicatiedeskundigen. Zij zijn werkzaam in bedrijfsleven, overheid, wetenschap en maatschappelijke organisaties. Juist die variatie aan disciplines maakt de VVM tot een wervend en inspirerend platform. www.vvm.info

09/2016  Stadswerk magazine 33


Complexe vraagstukken opnieuw onder de loep

Het O-team

Dijkversterking en ontwikkeling van een woonwijk bij de Waalsprong in Nijmegen.

Hebben we onze ruimtelijke opgave wel echt scherp in beeld? Is bij het verkennen van oplossingsrichtingen wel het onderste uit de kan gehaald? Het O-team ondersteunt lokale en regionale overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties bij dergelijke vragen. Het project Waalsprong in Nijmegen was een van de eerste projecten dat een beroep deed op het O-team.

H

et O-team helpt opdrachtgevers bij complexe ruimtelijke vraagstukken. Ontwerpend onderzoek is een van de instrumenten die het team inzet om de opgave samen met de betrokken partijen aan te scherpen en mogelijke oplossingsrichtingen te schetsen. Resultaat is een eindadvies waarmee de opdrachtgever vanuit een hernieuwde vraagstelling verder kan met het planproces.

spoorzone. Het gaat ons erom dat alle betrokken partijen zich eerst een heel helder beeld vormen van wat nu eigenlijk het probleem is. Of anders gezegd: wat is de vraag achter de vraag? Als onafhankelijk adviesteam helpen wij hen bij het zoeken naar een antwoord. Daarvoor heeft minister Schultz het O-team in december 2015 in het leven geroepen.’

Nijmegen Waalsprong Joost Schrijnen, voorzitter van het O-team: ‘Initiatiefnemers en plannenmakers kunnen bij ons terecht voor ondersteuning bij het verhelderen van hun opgave. Daar kunnen zeer uiteenlopende redenen voor zijn. Zo heeft Doetinchem ons benaderd in verband met de aanpak van de leegstandproblematiek en Zwolle in verband met de verdere aanpak van hun

34  Stadswerk magazine 09/2016

Bij Nijmegen was de vraag aan de orde hoe twee opgaven - een dijkversterking én de ontwikkeling van een woonwijk als deel van de Waalsprong in Nijmegen - met elkaar geïntegreerd konden worden. Schrijnen: ‘Hoewel met de oplevering van het Nijmeegse “Ruimte voor de Rivier”-project - Ruimte voor de Waal - een belangrijke stap is gezet naar een veiliger


TEKST GERT JAN KLEEFMAN, Leene Communicatie

rivierengebied, is aan de westkant van het project dijkversterking nodig in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Dat is een opgave waarvoor het waterschap Rivierenland verantwoordelijk is. Tegelijkertijd wil de gemeente Nijmegen hard aan de slag met de ontwikkeling van een woonwijk in het kader van het project de Waalsprong.’ Door gemeente en waterschap was al een ambitiedocument opgesteld voor de ontwikkeling van de wijk in combinatie met de realisatie van een zogenoemde klimaatdijk. ‘Met het document hadden ze in feite al afspraken met elkaar gemaakt: zo gaan we het doen. Toch wilden ze het - zowel waterschap als gemeente - nog een keer tegen het licht houden om te kijken of ze er het beste uit gehaald hadden. Zijn er wellicht nog andere oplossingsrichtingen mogelijk? Met die vraag zijn ze naar ons toegestapt.’

Ontwerpen als zoekinstrument Bij dat verkennen maakt het O-team gebruik van de kracht van ‘ontwerpend onderzoek’. ‘Dat is iets heel anders dan ontwerpen in de klassieke zin van het woord’, licht Schrijnen toe. ‘Bij klassiek ontwerpen ga je aan de slag met het uitwerken van een programma van eisen en maak je een plan. Er is met andere woorden dan al voor een bepaalde oplossingsrichting gekozen. Wij zetten ontwerpen juist in als onderzoeksinstrument: het gaat ons om het ontdekken van mogelijkheden. Ontwerpen is daarmee eigenlijk het opzetten van een andere bril waardoor je naar de opgave kijkt. Dat creëert ruimte om het “probleem” in al zijn dimensies en raakvlakken echt goed scherp te krijgen. De zoektocht naar mogelijkheden staat centraal. Ook in Nijmegen hebben we daarvoor ontwerpkracht ingezet.’ Gemeente, waterschap en O-team hebben gezamenlijk drie ontwerpbureaus gezocht om concreet met het verkennen van mogelijke oplossingsrichtingen aan de slag te gaan. In dit geval Rens Akkermans en Dingemans Deijs van Delva, Florian Boer van De Urbanisten en Gerwin de Vries van Lint. Schrijnen: ‘We hebben hen vrij gelaten in de interpretatie van de locatie en de opgave, en de op basis daarvan te schetsen mogelijke oplossingsrichting. Soms echter geven we bureaus ook een opdracht mee in de vorm van een uit te

werken scenario om het speelveld aan mogelijkheden in beeld te brengen. Hier hebben we gezegd: er ligt een voorstel. Is dat nou het goede voorstel, of zijn er nog andere oplossingsrichtingen mogelijk? Tot onze verrassing kwamen de bureaus met voorstellen die afweken van de klimaatdijk waarin het ambitiedocument van gemeente en waterschap voorzag. Het idee was juist om uit te gaan van een dijk die meer herkenbaar is als dijk in het landschap in combinatie met een “nat” parkachtig landschap achter de dijk.’

Time-out voor alternatieven Op basis van de resultaten van de verschillende ontwerpateliers en adviesgesprekken met het O-team hebben gemeente en waterschap besloten om naast het eerdere voorstel een alternatieve oplossingsrichting te verkennen. Schrijnen: ‘Ze hebben gezegd: “We nemen een time-out en we trekken drie maanden uit om te onderzoeken of het alternatief echt slimmer, beter en goedkoper is”.’

Joost Schrijnen: ‘Het gaat ons primair om het creëren van ruimte.’

Overigens is het definiëren van een alternatieve oplossingsrichting niet het primaire doel van het O-team, maakt Schrijnen duidelijk. ‘Daar hoeft helemaal geen sprake van te zijn. Het gaat ons primair om het creëren van ruimte waardoor de betrokken partijen in staat zijn om opnieuw naar de opgave te kijken en van daaruit verder te werken. Soms wordt al duidelijk in welke richting de oplossing gezocht moet worden. Maar soms ook niet. Het resultaat is dan vaak wel dat de betrokken partijen mogelijkheden zien om verder te zoeken. In Nijmegen bleek er binnen die ontstane ruimte direct een voor beide partijen interessante alternatieve oplossingsrichting te kunnen ontstaan. Dat is een prachtig toeval.’

@

WEBSITES www.oteam.nl

09/2016  Stadswerk magazine 35


ADVERTORIAL

Werken in regie 2.0

Van zorgeloos uitvoeren tot volledige ontzorging

I

n de rioolbranche is een verschuiving bezig. Van zorgeloos uitvoeren tot volledige ontzorging. Nederland kent veel verschillende contractvormen, zoals de traditionele RAW bestekken, EMVI, BVP en UAVGc. Kern van al deze contracten is dat de opdrachtgever het beleid bepaalt en de regisseur blijft. De opdrachtgever zet de lijnen uit en geeftaan wat hij belangrijk vindt. Was dat bij een RAW bestek aan de hand van productie KPI’s, is dat bij een Assetmanagement bestek aan de hand van kwaliteits- en/of prestatie-eisen aan het rioleringsstelsel. Het is de keus van de opdrachtgever of hij zich in detail wil bemoeien met de uitvoering van de werkzaamheden. Of dat hij zich alleen bezig wil houden met de controle of het stelsel voldoet aan de eisen die op strategische beleidsniveau in de politieke omgeving besloten zijn.

plannen en combineren. Voordelen worden bereikt door efficiënter te werken, werkzaamheden te combineren en tijdig voor te bereiden. In Hellevoetsluis bijvoorbeeld heeft de gemeente ons richtlijnen en kaders gegeven waaraan het project moet voldoen. Wij voeren de werkzaamheden risico-gestuurd uit. Valt ons bijvoorbeeld op dat er minder vervuiling is dan geven wij het advies om alleen te doen wat nodig is. Hiermee wordt de stap naar effectiviteit gezet”, aldus Antoine Steentjes, technisch directeur vandervalk+degroot.

Vroeger bevatte het GRP de reinigings- en inspectie­ frequentie, bijvoorbeeld één keer in de 7 jaar reinigen en één keer in de 14 jaar reinigen en inspecteren. De rioolbeheerder van de gemeente bepaalde aan de hand van het GRP welke wijken wanneer onderhouden moesten worden. Dit werd een rigide plan waarbij ieder jaar of iedere 2 jaar een deel van het werk op de markt werd gebracht. De aannemer werkt op operationeel niveau en verantwoordt hierbij wat hij gedaan heeft. De werkzaamheden van de aannemer zijn in deze contracten primair gericht op het uitvoeren van werk en het oplossen van problemen tijdens de uitvoering.

Assetmanagement in Haarlem

BVP leidt tot meer efficiency “We gaan steeds meer toe naar tactisch beheer en strategisch beheer. Bij een aantal contracten, aanbesteed middels Best Value Procurement wordt er beheerd op operationeel niveau en geven wij, de aannemer tactische adviezen. Focus ligt hierbij op slim

App voor vastleggen reinigingsdata tbv assetmanagement.

Bij de gemeente Haarlem gaat het nog een stap verder. Daar is het rioleringsbeheer middels een domein dienstverleningsovereenkomst en een taakstellend budget geheel uitbesteed. Bij deze aanbesteding is de gunning verleend aan de hand van het plan van aanpak, dat is gebaseerd op assetmanagement. De gemeente behoudt hierbij te allen tijde de regierol en neemt de beleidsbeslissingen naar aanleiding van de gegeven strategische adviezen en rapportages. In die rapportages moet aangetoond worden dat aan de gestelde KPI’s van productie en aantal storingen wordt voldaan. Kortom een stelsel moet functioneren. Kennis van het stelsel onontbeerlijk. Met deze kennis en de kwaliteitseisen van de gemeente wordt een flexibel plan gemaakt, dat aangepast kan worden indien op basis van politieke keuzes aanpassingen in het budget worden doorgevoerd. www.valkdegroot.nl


TEKST MAARTEN LOEFFEN, Vereniging Stadswerk Nederland

Call for Papers? Is dat wat voor mij? Dag in dag uit bent u druk in de weer met de fysieke leefomgeving. U organiseert het dagelijks onderhoud, houdt rekening met milieueisen. Voor u dagelijkse kost. Maar weet u dat wij hier in Nederland vaak topprestaties leveren? Dat u een good practice heeft die aandacht verdient tot over de landsgrenzen?

S

tadswerk bevordert internationale kennisuitwisseling door onze Nederlandse kennis in het buitenland voor het voetlicht brengen. Daarom brengen we de komende tijd calls for papers van zusterorganisaties onder de aandacht. Reageren op zo’n oproep (die vaak lang van te voren wordt gedaan) is de eerste stap om een plaats te krijgen in een conferentieprogramma. Op basis van de reacties beslist de conferentie-organisatie wie er een plaats krijgt in het programma. Op onze site vindt u informatie over openstaande oproepen.

Spreekuur op Future Green City Wat kan Stadswerk daarbij voor u betekenen? Op onze website hebben we een aantal pagina’s ingericht voor Internationale contacten. Daar vindt u

onder andere namen van Nederlandse contactpersonen bij verschillende internationale koepelorganisaties waar u terecht kunt voor vragen. Tijdens Future Green City is er elke middag tussen 14.30 en 15.00 iemand in onze stand aanwezig om bij een kop koffie vragen over internationale samenwerking te beantwoorden. Ook wil Stadswerk presentaties in het buitenland bevorderen met een stimuleringsbijdrage, een tegemoetkoming in de kosten. Louise Kok, accountmanager van ons bureau kan u daar meer over vertellen. Op onze beurt publiceren wij dan weer graag een bijdrage over uw ervaringen in ons blad en op onze site. Zo profiteren uw Nederlandse collega’s van uw ervaringen.

Chris Champion ( IPWEA de IFME) ziet graag Neder-

Jeroen Verhagen, hoofd afde-

landse respons op zijn call for papers voor de IFMEcon-

ling beheer en realisatie van de

ferentie in Perth, Australie. ‘Internationale kennisuitwis-

gemeente Etten-Leur, presen-

seling is een essentieel ingredient om elke dag weer bij

teerde in 2015 in Rotorua,

te leren. En dat is noodzakelijk om het beste werk te

Nieuw Zeeland het Etten-Leur-

kunnen leveren voor onze gemeenschappen. Tijdens het

se beleid Beheren op niveau.

recente werkbezoek aan Nederland hebben we gezien

‘Het is bijzonder inspirerend

hoe fietspaden enorm bijdragen aan de leefbaarheid in jullie steden. Ook

om met collega’s vanuit verschillende culturen te

zagen we innovaties, zoals de brug die nu 3d wordt geprint in Amsterdam.’

praten over elkaars vraagstukken. Je ervaart hoe

Hij ziet graag Nederlandse bijdragen in Perth op het programma verschij-

vanuit andere culturen zaken worden aangepakt.

nen. Waar denkt hij aan? ‘Bijdragen over circulaire economie en een duur-

Dit zet je eigen vraagstukken in een nieuw perspec-

zame samenleving, bijvoorbeeld openbaar vervoer, inclusief fietspaden. En

tief. Maar het is ook fijn om anderen nieuwe ideeën

verder waterbescherming en maatregelen rond klimaatverandering.’

mee te kunnen geven.’

09/2016  Stadswerk magazine 37


STADSWERK.NIEUWS

De Stadswerkthema’s

Future Green City:

Future Green City pakt net als de

voor 2017

aansluiten bij de nationale

Nationale Klimaattop de uitdaging op

klimaatdoelstellingen Tijdens de Algemene Leden

om de afspraken die gemaakt zijn in Parijs om te zetten in concrete acties. Er gebeurt al heel veel in Nederland

Vergadering van 30 november

Vanaf de officiële opening, 29

op klimaatgebied, maar er is nog meer

aanstaande legt het bestuur het

november 11:00 uur door Diederik

nodig en het moet sneller. Dat vraagt

werkplan en de begroting 2017 voor

Samson, tot en met de sluiting op 1

om intersectorale samenwerking en

aan de leden. Vijf thema’s wil het

december bieden niet minder dan

verbinding van netwerken.

bestuur centraal stellen in 2017:

56 sprekers een breed scala aan

• Groen werkt

nieuwe visies op en mogelijkheden en

Innovatie

• Burger- en overheidsparticipatie

technieken voor vernieuwing van onze

Woensdag 30 november heeft Future

• Circulaire economie

fysieke leefomgeving.

Green City een extra Stadswerk-

• Klimaatadaptatie

accent. De dag heeft als thema

• Smart cities

Future Green City gaat niet alleen

innovatie: de interactie tussen mens

De keuze voor deze thema’s is

over de stad, in Nederland zijn stad en

en technologie. Op het programma

mede het resultaat van diverse

ommeland onlosmakelijk met elkaar

staan voordrachten van Frans van de

brainstormsessies met de

verbonden. Wie ons land door de

Ven (expert advisor Urban Land &

regiobesturen en het algemeen

ogen van een buitenstaander bekijkt,

Water Management, Deltares) over

bestuur. Binnen alle thema’s

ziet één stedelijk gebied, een groene

smart sustainable districts, Hugo

zal specifiek aandacht worden

metropool. Future Green City 2016

Gastkemper (directeur Stichting

gegeven aan de Omgevingswet,

richt zich op iedereen die vakmatig

RIONED) over de aanpak van extreme

assetmanagement en de daarbij

actief is bij de ontwikkeling en

buien, Michel Lintermans over de

behorende organisatieontwikkeling.

inrichting van dit gebied.

Gebiedscoöperatie Stationsgebied Deurne en Sjors de Vries (directeur Ruimtevolk) over het geheim van de slimme stad. Key-note spreker Martijn Aslander (stand-up filosoof, ideeënbedenker, boardroom sparring

partner en organizonderdeskundige) brengt met hartstocht en humor de complexe impact van technologie op de samenleving in kaart. De keynote sprekers op 29 november en 1 december zijn Hugo Backx, directeur van GGD en GHOR Nederland en Louise Vet van het Nederlands Instituut voor Ecologie. Zij spreken respectievelijk over gezondheid en openbare ruimte en circulaire economie. Stadswerkavond en ALV Op woensdag staan ook de Algemene Leden Vergadering (10:00 uur) en de Stadswerk netwerkavond gepland. Tijdens deze avond geniet u van een Walking Dinner en flitsende bijdragen

38  Stadswerk magazine 09/2016


STADSWERK.NIEUWS

van gastsprekers. Met plezier melden

conferentie. Eveline gaf een eerste

we nog dat de provincie Noord Brabant

reactie: ‘Lezingen, paneldiscussies,

en de bestuurders van de 62 Brabantse

een conferentie van regeringsleiders,

gemeenten deelnemen aan het

workshops, netwerkbijeenkomsten en

eerste deel van deze netwerkavond.

een beursvloer brachten ruim 30.000

Aansluitend heeft dit gezelschap een

deelnemers van 17 t/m 20 oktober

eigen bijeenkomst over de realisatie

naar Quito, Ecuador, voor de derde

van 1.250 hectare nieuwe stadsnatuur

Verenigde Naties Habitat Conferentie.

in Brabant.

Het onderwerp: de toekomst van de stad. Stadswerk was er bij met een

Redenen te over om naar de

workshop over beheer en kwaliteit

Brabanthallen’s-Hertogenbosch af te

van openbare ruimte samen met

reizen! Alle Stadswerk-leden hebben

bewoners. Ter plekke heeft Stadswerk

inmiddels een uitnodiging ontvangen.

bijgedragen aan de herinrichting van

Het volledige programma en alle

een straat, waardoor de kinderen nu

praktische informatie vindt u op

een veilige speelplek hebben.’ In het

www.futuregreencity.nl.

volgende Stadswerk magazine leest

Nummer 1 - Management

u een volledig verslag.hebben.” In het

Nummer 2 - Ruimtelijke adaptatie

volgende Stadswerk magazine leest u

Nummer 3 - Robuust groen

een volledig verslag.

Nummer 4 - Riolering

Think Global – Act Local!

Nummer 5 - Omgevingswet Nummer 6 - Smart cities

‘Think global – act local’ is geen loze kreet voor een vereniging die haar leden van relevante, inspirerende

Thema’s 2017

Nummer 7 - Dag van de

Stadswerk magazine

Nummer 8 - Mobiliteit

informatie wil voorzien. Actief

Openbare Ruimte Nummer 9 - Future Green City

kennis uitwisselen, om van elkaar te

De redactie van Stadswerk magazine

leren, dat is de ambitie! Stadswerk

heeft de themanummers voor 2017

directeur Maarten Loeffen vertelt er

gereed. Bij het bepalen daarvan is

Neemt u gerust contact op met de

meer over op pagina 41 van dit

goed gekeken naar wat er leeft in de

redactie (michiel.smit@stadswerk.nl)

tijdschrift. Daarom komt Jeppe

vakwereld in het algemeen en bij de

als u overweegt een bijdrage te leveren

Tolstrup op Future Green City vertellen

Stadswerk-leden in het bijzonder.

aan een van deze thema’s.

Nummer 10 - Herstructurering

waarom en hoe Kopenhagen 520 miljoen euro investeerde om de stad ‘rainproof’ te maken. Klimaatadaptatie is een wereldwijd thema. Afwachten is geen optie en van het Deense verhaal kunnen we hier leren. 30.000 deelnemers Stadswerk gaat ook nadrukkelijk kennis naar het buitenland brengen. Bijvoorbeeld door inhoudelijke

AGENDA November/december 29|11 Future Green City, ’s-Hertogenbosch 30|11 Future Green City, ’s-Hertogenbosch 01|12 Future Green City, ’s-Hertogenbosch 07|12 Bijeenkomst Regie in de openbare ruimte, Krimpen aan den IJssel

deelname aan buitenlandse conferenties vanuit Nederland te

Bekijk de meest actuele agenda op www.stadswerk.nl/agenda

ondersteunen. Zo gingen Eveline

of volg ons op Twitter en/of LinkedIn voor het laatste nieuws.

Kokx en Jeroen Rodenburg naar Quito in Ecuador voor de Habitat III-

09/2016  Stadswerk magazine 39


Minder wateroverlast zonder concessies aan het straatbeeld?

Drainflow maakt het mogelijk.

®

Waterpasserende straatbaksteen In samenwerking met gemeente Apeldoorn hebben wij Drainflow® ontwikkeld. Langs deze gebakken steen passeert maar liefst 40% meer water dan bij het normale Keiformaat. Het straatbeeld blijft daarentegen net zo fraai. Drainflow® is een uitstekende oplossing voor het infiltreren en ter plekke afkoppelen van regenwater, ook op de lange termijn. De waterpasserende steen is ideaal bij gebrek aan ruimte in de ondergrond of in de bebouwde omgeving. Bovendien bepaalt u zelf de fundering, straatlaag en partners zodat u maximale ontwerpvrijheid heeft. De duurzame Drainflow® wordt op dit moment al toegepast in Rotterdam, Urk, Zevenbergen, Egmond aan Zee, Amersfoort en Zeist.

Meer weten? Ga naar bylandt.com/drainflow


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.