Issuu on Google+

MOZAÏEK inhoud

STADSVERNIEUWING LEUVEN

EDITIE OKTOBER JAARGANG 1 NUMMER 2 2004

VLAAMS ARCHITECTUURINSTITUUT & STICHTING STAD EN ARCHITECTUUR OVER LEUVEN VOORSTELLING HUISVESTINGSPROJECTEN Leuven. Eeuwenoud, springlevend.

DOSSIER PHILIPSSITE

1


voorstelling

© Filip Van Loock

Telex

Agenda

Er bestaat een lessenpakket ‘Structuurplan Leuven en stadsvernieuwingsprojecten’ voor leerkrachten aardrijkskunde. Het legt de werking en de functie van de ruimtelijke ordening uit aan de hand van het Leuvense structuurplan en de verschillende concrete stedenbouwprojecten.

Bustour rond stadsvernieuwingsprojecten Zaterdag 30 oktober 2004 om 10.00 uur en 13.30 uur Zaterdag 27 november 2004 om 10.00 uur en 13.30 uur Info en inschrijvingen: infohuis stadsvernieuwing

Meer info: infohuis stadsvernieuwing

Mozaïek is een uitgave van de stad Leuven Concept: infohuis stadsvernieuwing en persdienst van de dienst communicatie Redactie: Geert Antonissen, Wendy Maes, Karlien Stroeykens, Erna Vanesch, Dany Winnen Eindredactie: Wouter Pelgrims Directeur communicatie: Alfons Verdyck Fotografie: Geert Antonissen, Eric Dewaersegger, Rob Stevens, Karlien Stroeykens, Hendrik Timmerman, Filip Van Loock Met dank aan: stad Leuven: projectencel huisvesting, dienst planning, technische dienst wegbeheer, persdienst, dienst communicatie, stedelijk museum Vander Kelen-Mertens, groendienst, milieudienst, sportdienst, verkeersorganisatie en mobiliteit, college van burgemeester en schepenen Nero architecten De Gregorio & Partners, architectenbureau Ontwerpbureau Pauwels NV Projectcel Leuven-Noord Vlaams Architectuurinstituut Stichting Stad en Architectuur Modulo Architects Sociale Bouw- en Kredietmaatschappij voor Leuven vzw Centrum voor religieuze kunst en abdij V.A.C. Sociale huisvestingsmaatschappij Dijledal Allcomm, communicatiebureau En vele anderen Verantwoordelijke uitgever: college van burgemeester en schepenen

Dinsdag 9 november 2004: infoavond over de private koopwoningen op de Centrale Werkplaatsen, 20.00 uur, parochiaal centrum De Kring, Kessel-Lo

Inhoudstafel

2

Leuvens structuurplan goedgekeurd De verschillende stedenbouwkundige projecten die in Mozaiek omschreven worden zijn geen losse flodders. Ze maken allemaal deel uit van één homogene visie op de ontwikkeling van Leuven: het structuurplan. Hierin staat omschreven hoe onze stad zich de komende jaren moet ontwikkelen. Het structuurplan bepaalt hoe we onze steeds schaarser wordende grond het best kunnen inzetten om onze woon- en werkomgevingen zo aangenaam mogelijk te maken.

Pag 2

Colofon, Agenda

Pag 3

Structuurplan Leuven

Geschiedenis

Pag 4

Sociale woningen op Centrale Werkplaatsen

Pag 6

Woningen Vlierbeekveld

Pag 7

Woningen Paul Van Ostaijenlaan en Heidebergstraat

Pag 8

Parkabdij

Pag 10

Dossier Philipssite

Pag 16

Luchtfoto

Pag 17

Hoofdkantoor InBev, Wetenschapspark Arenberg

Eerder kon je je - tijdens een eerste reeks van infovergaderingen naar aanleiding van de startnota en de hele communicatiecampagne rond het openbaar onderzoek van het structuurplan - uitspreken over het plan in zijn verschillende aspecten. Door deze twee publieke campagnes is het oorspronkelijke plan op verschillende plaatsen aangepast. Na de goedkeuring door de gemeenteraad in februari 2004, bezegelde de handtekening van de minister van Ruimtelijke Ordening dit voorjaar de jarenlange opmaak van het structuurplan.

Pag 18

Stationsomgeving deelgemeente Wijgmaal + openbare werken

Pag 19

Aarschotsesteenweg

Pag 20

Interview Katrien Vandermarliere (VAi) en Liesbet Silverans (Stichting Stad en Architectuur)

Contactgegevens: Infohuis stadsvernieuwing, Rijschoolstraat 4/0102, B-3000 Leuven, infohuis@leuven.be, tel. (016) 30 08 75 Volgend nummer: februari 2004

DE GRONDWET VAN DE LEUVENSE RUIMTELIJKE ORDENING

Pag 24

Voor en na : De VEL-site

Toekomst Toch begint het eigenlijke werk pas nu. Het structuurplan is immers een beleidsplan dat enkel de overheid bindt, maar geen verordeningen voor particulieren bevat. Alle acties en maatregelen die in het structuurplan omschreven zijn, moeten nu vertaald worden naar plannen of verordeningen die bindend zijn voor de burger. Daarnaast zal de stad verschillende thema’s verder moeten onderzoeken, strategische projecten

opstarten en opvolgen, samenwerkingsverbanden aangaan met allerlei instanties... De gevolgen hiervan lees je o.a. in dit magazine.

De belangrijkste uitgangspunten: Leuven wil … • groeien zonder een reus te worden; • de open ruimte behouden; • een woonstad zijn; • een regionale centrumstad zijn met internationale uitstraling; • de ruimte voor economische activiteiten zo goed mogelijk benutten; • een bereikbare stad zijn zonder veel verkeershinder; • de kwaliteit van het stadslandschap verder versterken.

Meer info:

• www.leuven.be/stadsvernieuwing of www.leuven.be/structuurplan • folder structuurplan (in alle Leuvense brievenbussen en in het infohuis stadsvernieuwing) • brochure structuurplan (o.a. verkrijgbaar in het infohuis stadsvernieuwing en het stadhuis) • boek structuurplan (€15, verkrijgbaar in het infohuis stadsvernieuwing) • CD-ROM structuurplan (€5, verkrijgbaar in het infohuis stadsvernieuwing)

3


De Sociale Bouw- en Krediet-

citaat

Een parkwoning telt vier

maatschappij SBK zal vanaf 2006,

woongelegenheden:

74 sociale koopwoningen bouwen

twee volledig gelijkvloerse

op de Centrale Werkplaatsen.

Sociale koopwoningen op de Centrale Werkplaatsen

bungalows (ook geschikt voor

Ze komen aan de kant van de

minder mobiele mensen) en

Karel Schurmansstraat tussen

twee woningen op de verdiepingen.

hal 9 en de Smidsestraat.

De gelijkvloerse woningen

Er zijn drie woonvormen: wonen

beschikken over een kleine tuin,

in het park, wonen in een

Magda Gielens, directeur SBK, stelt voor...

de woningen op de verdiepingen

rijwoning en gestapeld wonen

over een ruim terras.

boven een parkeergarage.

Voor het gestapeld wonen bouwt men tien gezinswoningen met

Het Gentse architectenbureau

Voor de rijwoningen

NERO is na een wedstrijd

ontwierpen de architecten

één verdieping boven op een

geselecteerd als ontwerper

drie types: eentje met een

parking met een ondergrondse en

voor de sociale woningen. Integratie van de woningen in een park en een verscheidenheid

“De Schuiteniersbrug herenigt de wijken Wilsele-dorp en Wilsele-Putkapel.”

autostaanplaats in de woning,

een gelijkvloerse laag. De woningen

een smalle woning met

zijn toegankelijk via een promenade

twee verdiepingen en

op het dak van de parking. Boven

een splitlevelwoning die

deze woningen, op de derde

verschillende gezinsgroottes

komt op een half-

verdieping, liggen er nog zeven

zijn de troeven van het ontwerp.

ondergrondse parkeergarage.

appartementen met een

aan woningtypes voor

maximaal uitzicht over het park.

Info over de aankoop van Alle woningen beschikken

een sociale koopwoning:

over een parkeerplaats, ofwel aan

SBK, tel. (016) 30 98 01 of

de woning zelf, ofwel in een

e-mail: info@sbk.be.

gemeenschappelijke garage. Er zijn

Meer info over het globale

meer parkeerplaatsen voorzien dan woningen. De stad zal de extra parkeerplaatsen verkopen/ verhuren aan buurtbewoners.

4

project Centrale Werkplaatsen: infohuis stadsvernieuwing, www.leuven.be/centralewerkplaatsen (tekeningen © architectenvennootschap Nero)

5


voorstelling

EEN TUINWIJK IN KESSEL-LO

Vlierbeekveld Situering Vlierbeekveld is het gebied tussen de Molenstraat, de Kortrijksestraat en de Meugenslaan in de deelgemeente Kessel-Lo. Hier zijn er twee grote bouwheren aan het werk: de intercommunale Interleuven en de Sociale Bouw- en Kredietmaatschappij voor Leuven (SBK). Interleuven verkavelde zijn eigendom reeds en plant nog een nieuw project tussen deze verkavelingen. De grond waarop SBK bouwt, is deels van haarzelf en deels van de stad. SBK en de stad plannen samen een tuinwijk op het gemeenschappelijk terrein van 6 hectare.

Tuinwijk rond een centraal park De tuinwijk realiseert een dichtheid van 25 woningen per ha. in een groene woonomgeving. De bedoeling is betaalbare woningen aan te bieden voor gezinnen uit alle inkomenscategorieën. Een stedenbouwkundige studie, opgesteld door architectenbureau Nero, stelt 150 woningen met voldoende privé-buitenruimte voor waarvan 25 sociale huurwoningen, 25 woningen voor middengroepen en 100 sociale koopwoningen. Twaalf woningen zijn aangepast voor rolstoelgebruikers. In het plan valt meteen het grote, centrale park op. Langs één zijde van het park komen ‘gestapelde’ woningen. Langs de groene toegangswegen tot het park bouwt men woningen met een tuin.

Verkeer De toegangsweg tot deze nieuwe wijk loopt langs het warenhuis naar de Diestsesteenweg. De ontwerpers werken oplos-

6

singen uit om sluipverkeer door de bestaande woonwijken te verhinderen. Fietsers en voetgangers kunnen gebruik maken van een uitgebreider wegennetwerk met talrijke verbindingen met de omgeving. Op het terrein voorziet men meer parkeerplaatsen dan strikt nodig is voor de nieuwe bewoners.

Paul Van Ostaijenlaan

Heidebergstraat

In deze straat worden op dit moment 15 woningen voor middengroepen gerealiseerd. In een latere fase bouwt SBK nog 8 sociale koopwoningen.

In de Heidebergstraat bouwt Dijledal 17 nieuwe appartementen. De door de stad uitgeschreven architectuurwedstrijd werd gewonnen door BOB.361 uit Brussel. Kenmerkend voor het ontwerp van BOB.361 zijn het strakke ontwerp en het gebruik van verschillende woonvolumes die in elkaar overgaan. Hierdoor garanderen de architecten een grote dichtheid zonder in te boeten aan woonkwaliteit. Achter de appartementen bevindt zich een speelplein en de begraafplaats ‘Diestseveld’.

Planning

De architecten ontwierpen een woningtype dat het midden houdt tussen een appartement en een rijhuis. Elke woongelegenheid is opgevat als een duplex of triplex en heeft een eigen ingang op de begane grond. Verder beschikken alle bewoners over een tuin of een ruim dakterras. Op de dakterrassen komen echte daktuinen.

De realisatie van de nieuwe woonwijk gebeurt in fasen. Drie architectenbureaus worden tegen eind 2004 aangesteld om de woningen in en rond het park te ontwerpen.

Het bouwblok zweeft boven een halfondergrondse parkeerruimte, die ook een aantal staanplaatsen voor buurtbewoners voorziet.

Meer info: www.leuven.be/vlierbeekveld

Telex RUP Hertogendal en RUP Sint-Barbara Om de ziekenhuissite Sint-Pieter/ Sint-Rafaël en het aansluitende gebied rond de Sint-Barbarastraat (aan vestiging KBC en Boerenbond) te herontwikkelen, maakt de stad Leuven een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) op voor de benedenstad. Dit RUP wordt opgesplitst in drie delen: RUP benedenstad I – Sint-Barbara, RUP benedenstad II – Hertogendal-Zuid en RUP benedenstad III – Hertogendal-Noord. De stad hoopt eind 2004 – begin 2005 het openbaar onderzoek te starten. De timing kan in het gedrang komen indien de toezichthoudende overheden bijkomend onderzoek vragen. www.leuven.be/benedenstad

De gevel aan de kant van het Paul Van Ostaijenpark is bijzonder. Het park krijgt er een aantrekkelijk front bij. Door de insnijdingen zie je de inkompartijen en terrassen, terwijl de hagen op het dak het groen van het park voortzetten. Op dezelfde manier is de straatgevel opengewerkt. De inrit naar de parkeerruimte laat een glimp van de achterliggende tuinen zien.

Initiatief: Stad Leuven en Vlaanderen Bouwt vzw Architect: Modulo-Architects Aannemer: Welti Construct

Er komen zes woonblokken. De appartementen zelf beschikken over 1, 2, 3 of 5 slaapkamers. De woonblokken hebben maximaal drie verdiepingen. De appartementen op de verdiepingen hebben zowel aan de voor- als aan de achterzijde een aparte ingang. Langs de achterkant werkt men met buitentrappen. Er zijn gemeenschappelijke overdekte autostaanplaatsen met een plaats voor elk appartement. Daarnaast koopt de stad zeven extra parkeerplaatsen voor buurtbewoners. De eerste gezinnen kunnen hier wonen vanaf de lente van 2005.

Private koopwoningen Centrale Werkplaatsen De stad heeft een eerste private ontwikkelaar aangesteld om 160 nieuwe woningen te bouwen op de Centrale Werkplaatsen. De geselecteerde partner is het team dat bestaat uit NV Matexi, tel. (02) 270 07 45, BVBA VBM Architecten (Leuven) en Architectenvennootschap BVBA WIT (Outgaarden). www.leuven.be/centralewerkplaatsen

7 © Modulo-Architects


citaat

Het abdijcomplex is het hart

De Norbertijnenabdij van Park

van de site en lokt vele

is één van de best bewaarde

geïnteresseerden. Op termijn komt

abdijsites van de Lage Landen.

er in grote delen van het klooster

Het 42 ha. groot domein is

Parkabdij

een museum voor religieuze kunst

een groene long met een

Stefan Van Lani, vzw Centrum voor religieuze kunst en abdij, stelt voor...

en cultuur. Nu reeds is er het

waardevolle erfgoedsite,

‘Centrum voor religieuze kunst

die een lange en boeiende

en cultuur’ dat diverse culturele

geschiedenis kende.

De tand des tijds heeft zijn werk gedaan. Een grote restauratie dringt zich dan ook op. Daarom werken de stad Leuven, de Abdij zelf, de Vrienden van de Abdij van ’t Park en enkele andere partners samen om het gebied weer zijn oude luister te geven.

initiatieven neemt.

De historische hoofdtoegang tot de site ligt aan

De omliggende weiden en vijvers worden beter toegankelijk

de Geldenaaksebaan.

voor wandelaars, zodat iedereen

Via de herstelde Leeuwenpoort,

van het zicht en de natuur

bereikt de bezoeker de nieuwe

kan genieten. Tegelijk gaat ook

Abdijdreef. Daar komen er

veel aandacht naar de ecologische

nieuwe inlandse bomen en

en landschappelijke kwaliteit

ondergrondse nutsleidingen.

van het gebied.

Een beperkte bezoekersparking is voorzien.

Natuur en cultuur vormen

Meer info over groenaanleg:

op de site van de Parkabdij

milieudienst stad Leuven,

één geheel. Gebouwen en

tel. (016) 21 18 13

landschap gaan in perfecte harmonie samen.

Meer info over project op zich: infohuis stadsvernieuwing, www.leuven.be/parkabdij

8

9


dossier

Philipssite anno 2004

OUD INDUSTRIEGEBIED WEER DEEL VAN DE STAD

Philipssite Stedenbouw is – per definitie - een werk van lange adem. Toch nadert de Philipssite zijn voltooiing, amper acht jaar na de principiële beslissing over de invulling ervan. Begin 2005 opent het sportcomplex. Deze bakstenen sporttempel moet de komende jaren uitgroeien tot een plek waar zowel olympische atleten, als vrijetijdssporters en kinderen hun hart kunnen ophalen. Rond het sportcomplex en de eerder afgewerkte kantoorgebouwen, ontluikt vanaf volgend jaar een idyllisch park. Dit groengebied is de kroon op het werk en een rust- en speelplek voor de bewoners uit de brede omgeving. Door de ingebruikname van het sportcomplex en het park, zal het voormalige fabrieksterrein opnieuw integraal deel

uitmaken van de stad. De structuur van de site doet denken aan een Amerikaanse universiteitscampus: grote gebouwen in een groots, groen kader met voet- en fietspaden die de verschillende omliggende wijken met elkaar verbinden. Het basisconcept komt van de vermaarde en ondertussen overleden Italiaanse architect Aldo Rossi, die door De Gregorio & Partners (Hasselt) was aangezocht om het project mee te ontwerpen.

Politiekantoor: 15.000m² Dit gebouw is de nieuwe heimat van de eengemaakte politie in Leuven. Het is in een H-vorm ontworpen, zodat de centrale diensten (in het ‘korte been’) direct bereikbaar zijn voor alle andere eenheden. Aan de boulevardzijde bestaat het gebouw uit vier verdiepingen. De parkzijde telt slechts drie verdiepingen zodat de gevel niet te dominant wordt.

Daarmee is de Philipssite – ondanks zijn tijdloze vormgeving een perfect voorbeeld van onze postindustriële samenleving waarin diensten en vrije tijd de rol van de industrie hebben overgenomen.

De typologie van het gebouw is net als de andere gebouwen op de site streng, klassiek en ritmisch. Deze strengheid wordt wel bewust ‘opgevrolijkt’ door het gebruik van lichtblauw pleisterwerk.

Postkantoor: 3.900m² © De Gregorio en partners

De stad Leuven is eigenaar van de gronden en regisseerde de ontwikkeling ervan. Het masterplan van de site en alle gebouwontwerpen zijn van De Gregorio en Partners (Hasselt) en Studio Aldo Rossi Associati (Milaan). Voor het park hebben beide architectenbureaus samengewerkt met Landschapsarchitect Pauwels (Leuven), in permanente samenspraak met de groendienst van de stad Leuven.

10

© De Gregorio en partners

Op de Philipssite sorteert De Post dagelijks 185.000 poststukken. Naast het sorteercentrum zijn er ook bureaus, externe brievenbussen en drie loketten. De laad- en loskade werd op vraag van de buurtbewoners aan de ‘achterkant’ van het gebouw ingeplant. Rond de kade staat een drieënhalve hoge muur die de gevel van het achterliggende kerkhof doortrekt. Ook de natuurstenen sokkel van het gebouw zelf is even hoog.

De Philipstoren: 28.000m² Dit stadhuis van de Philipssite – het enige restant van de originele Philipsgebouwen na de renovatie van de site – herbergt een reeks federale overheidsdiensten, zoals de belastingen, de douane, enz. Door zijn impressionante hoogte - 49 meter - domineert het gebouw de buurt en zorgt het voor de zichtbaarheid en herkenbaarheid van de site in de rest van Leuven. Aan de voorzijde bouwde men een gelijkvloerse uitbreiding, een ‘galleria’ die uitziet op de toegang tot het Ubicenter. Ook een deel van

11


de voorgevel is bekleed met natuursteen zodat de link met de andere gebouwen duidelijk is. De blauwe kleur op beide torens werden behouden als een soort gedenksteen van het Philips-tijdperk.

Ubicenter: 30.980m² (fase1) + 12.631 m² (fase2), inclusief het ondergrondse gedeelte

© De Gregorio en partners

Dit tweelinggebouw van de Philipstoren herbergt naast Ubizen ook KBC, Axa, Acunia en andere bedrijven. Het is geconstrueerd volgens dezelfde zuivere structuur als het Philipsgebouw en staat aan hetzelfde plein. Deze robuuste constructie - de buitengevel is helemaal van natuursteen en heeft een dikte van 85 cm - snijdt als het ware een deel uit het talud en speelt zo handig in op het grote hoogteverschil tussen de site en de achterliggende Geldenaaksebaan. Na de afwerking bestaat het gebouw uit twee delen. Het tweede deel zal een stuk lager liggen, zodat het omliggende park als het ware tot in het gebouw zelf kan doordringen.

Tunnel: 350 meter lang en 8 meter breed Het groene karakter van de site is enkel mogelijk dankzij een uitgebreid ondergronds complex. De tunnel verbindt ondergronds de verschillende gebouwen en de parking. Regelmatige openingen in het dak zorgen voor daglicht en een natuurlijke ventilatie. Boven het tunnelplafond is er nog anderhalve meter ruimte. Zo kunnen de bovengrondse bomen zonder problemen wortel schieten.

Parking: 1.250 plaatsen op drie niveaus

EEN SPORTARENA VOOR LEUVEN

Sportplaza De huidige sportaccommodatie van de stad Leuven is ontoereikend om aan de sportbehoeften van iedereen te voldoen. Met de bouw van het nieuwe sportcomplex op de Philipssite wil het stadsbestuur de noden lenigen. Het gebouw krijgt de naam Sportplaza. Voor het ontwerp, de bouw en de exploitatie van het complex koos men voor een publiekprivate samenwerking (PPS). Sportavan, een tijdelijke vereniging van drie partners, realiseert het sportcomplex. Na een pachtperiode van 34 jaar, verwerft de stad de eigendomsrechten. Tijdens deze periode betaalt de stad voor het gebruik van sportruimten die aan scholen en clubs worden verhuurd. Sportavan bepaalt de overige gebruikstarieven. Het nieuwe sportcomplex ligt op het kruispunt van de twee hoofdassen van de Philipssite. Een hoofdas loopt door het complex en maakt een verbinding met het achtergelegen park. Het niveauverschil wordt opgevangen door een muur rond het gebouw. Tussen deze muur en het gebouw komt een wandelpad met bomen. De architecten kozen voor een ellips als basisvorm van het complex. Daarmee verwijzen ze naar het concept van het Colloseum. In de Leuvense sportarena ligt echter de sportvloer niet centraal, maar wel een café als ontmoetingsplaats van de hele site.

Het nieuwe sportcomplex meet 140 op 102 meter. Het gebouw telt drie bouwlagen waarvan één ondergronds. De werken aan het complex zijn gestart in september 2003. In januari 2005 wordt het in gebruik genomen. In Sportplaza is er ruimte voor het beoefenen van verschillende sporten. De stad is de hoofdgebruiker van het zwembad, de grote sportzaal met 3.000 zitplaatsen, de vechtsportzaal en de danssportzaal. Het sportbad (25 m lang met 8 banen) is geschikt voor competitiezwemmen, waterpolo, schoonspringen en synchroon zwemmen. Het doelgroepenbad heeft een beweegbare bodem om het bad eenvoudig op maat van de gebruiker te brengen. De privé-partner is hoofdgebruiker van het recreatiezwembad en het peuterbad, en beschikt over een polyvalente sportzaal, een grote fitnesszaal, een saunaruimte, twee squashbanen, een klimmuur en een horecagedeelte met vergaderzalen. Ook sporters met kleine kinderen krijgen de kans zich onbezorgd uit te leven, want Sportavan organiseert kinderopvang in het complex. Wie een natje of een droogje wenst, kan terecht in het centraal gelegen café met zicht op de sporthal en het recreatiebad of in één van de andere cafés in de rest van het gebouw. Meer info: www.leuven.be/philipssite of www.leuven.be/sport.

Een tweede essentieel onderdeel van het ondergrondse complex is de parking. Die herbergt zowel de auto’s van de werknemers van de omliggende bedrijven en diensten, als van de bezoekers van o.a. de sportarena. De voetgangerstoegang ligt aan een houten paviljoen midden in het park. De toegang voor de auto’s verloopt in een latere fase ondergronds via de heraangelegde Parkpoort.

12

13 © De Gregorio en partners


HET ROMANTISCHE GEDEELTE VAN DE PHILIPSSITE

Het park Het park (86.000m²) is minstens even belangrijk als de gebouwen. De planten, bomen, paden en pleinen brengen niet alleen rust en sfeer. Ze zorgen ook voor de nodige structuur op het immense terrein dat de hedendaagse binnenstad verbindt met de historische Parkabdij van Heverlee. De verschillende gebruikers – kinderen in de speeltuin, zakenlui, sportmensen, wandelaars op zondagnamiddag, … - vinden er allemaal hun gading. Het park is voor hen ‘ontworpen’. Niet als een designproduct waarnaar je enkel mag kijken, maar wel als een groene long waarin geleefd kan worden. Een hele reeks paden en wegen verbindt de verschillende delen met elkaar. Een groenscherm geeft duidelijk de contouren van het park aan. Enkel op de grens met de Geldenaaksevest en het bovengedeelte van de Geldenaaksebaan behouden de bewoners een inkijk op het park.

1. stadsboomgaard Het grootste stuk park - tussen het sportcomplex en de ring - is een immense stadsboomgaard vol fruitbomen. Dwars doorheen dit gebied loopt een verhard fiets- en voetpad dat de verbinding maakt tussen de Frederik Lintsstraat aan de overzijde van de ring en de Parkabdij. Midden in de boomgaard komt er een open plek met een petanquebaan, zitbanken, … De ontwerpers van de nieuwe Parkpoort en het Philipspark zoeken samen naar een logische overgang tussen

dit kruispunt en het park. Ter hoogte van de Nieuwe Kerkhofdreef, opent op termijn een kinderkribbe. Het nieuwe ontwerp hiervoor is wonderbaarlijk geïntegreerd in het park. Het gebouw zal helemaal opgaan in het landschap. Het groen zal zowel in het gebouw dringen, als over het dak doorlopen.

2. stedelijk plein Het gebied tussen de grootste drie gebouwen van de site vormt het ‘stedelijk plein’. Centraal op dit plein, tussen het Ubicenter en de Philipstoren, bevindt zich een groot langwerpig waterbassin. De lengteas van het plein ligt pal in het verlengde van de centrale inkom van het sportcomplex.

3. verbinding met de Parkabdij Het gebied tussen het stedelijk plein en de spoorlijn naar de deelgemeente Heverlee, maakt de link met de Parkabdij. Ter hoogte van de sporen aan de Tivolistraat zal de verbinding met de Parkabdij verduidelijkt worden en komt er een panoramisch terras met een uniek uitzicht op de lagergelegen Parkabdij. Anderzijds zal een groenscherm de historische site afschermen van de Philipstoren en het Ubicenter.

4. wijkpark met de speeltuin Tussen de Kerkhofdreef en de Nieuwe Kerkhofdreef ligt nu reeds een parkje met een gedateerd speeltuintje. Dit glooiende stukje natuur zal integraal deel uitmaken van het nieuwe

Philipspark. Er komt o.a. een opvallende speeltuin, gebaseerd op de wereldberoemde mikadostokjes. Houten balken - bekroond met blauw, geel en rood zullen de basis vormen voor schommels, netten en ander speeltuig. Het speeltuintje is mee tot stand gekomen dankzij de voorstellen van de kinderen uit de omgeving.

5. pleintjes Over het hele terrein verspreid, komen er verschillende pleintjes: • vóór de ingang van het kerkhof een pleintje voor fietsen en auto’s, omgeven met bomen • tussen het sportcomplex en het politiegebouw een verhard plein met bankjes en de nodige bomen • tussen het sportcomplex en de groene buffer langsheen de Geldenaaksebaan een skatepiste • tussen de Philipstoren en De Post een fietsenparking in de vorm van een omzoomde binnentuin

6. dreven Zowel de Nieuwe Kerkhofdreef, als de centrale boulevard waarlangs alle gebouwen staan, zijn al beplant. Na de werken zullen ze makkelijker kunnen beheerd worden. tekening en plan © De Gregorio en partners

14

Tenslotte nog dit: op dit moment werken Philips en De Gregorio samen om de site ook ’s nachts subtiel te belichten. Want de nacht is toch, mits de juiste verlichting, hét ogenblik voor romantiek.

15


luchtfoto Provinciedomein Kessel-Lo

privé-projecten

© Rob Stevens

InBev: hoofdzetel

Wetenschapspark Arenberg

Dit najaar opent InBev – het voormalige Interbrew - zijn nieuwe hoofdkantoor. Dit 15.000 m² tellende complex vormt de spil tussen twee grote stedenbouwkundige stadsvernieuwingsprojecten: de stationsomgeving en de vaartkom.

Langsheen de Koning Boudewijnlaan, in het verlengde van de campus exacte wetenschappen van de universiteit, bouwt Interleuven een nieuw wetenschapspark. Het nieuwe park is voornamelijk bestemd voor biotechnologische en ICT-bedrijven.

Het opvallend rode gebouw is een zoveelste landmark van de brouwerijgigant die daarmee zijn link met de stad bevestigt en de omgeving rond het Joanna-Maria Artoisplein (what’s in a name?) definitief kleurt. Het gebouw zelf is modulair (flexibel) ontworpen, zodat het zich kan aanpassen aan een snel veranderend bedrijf. Opvallend is ook dat het gebouw in twee gesneden wordt door terrassen en een opvallende gelijkvloerse colonnade. Na afwerking kunnen er ongeveer 650 mensen werken. De constructie met de in ‘t oog springende verticale ramen vormt daarmee de eerste aanzet tot de realisatie van de achterliggende enclave ‘Twee Waters’. Opdrachtgever: InBev Realisatie: Fortis Lease - Van Roey Architecten: Poponcini & Lootens (Antwerpen)

Het ‘wetenschapspark Arenberg’ maakt – samen met het ‘researchpark Haasrode’ en het toekomstige ‘wetenschapspark Termunckveld’ – deel uit van het netwerk van hoogwaardige bedrijvenzones in Leuven. Aangezien het de laatst beschikbare locatie is voor dit soort bedrijven, springt men spaarzaam om met de ruimte. Volgend jaar gaan de eerste bedrijven van start en tegen het einde van het decennium zullen er vermoedelijk bijna drieduizend mensen werken. Om hen vlot van en naar hun werkplaats te krijgen, zal De Lijn extra inspanningen doen en zal de Koning Boudewijnlaan worden heraangelegd. Beheerscomité Arenberg: K.U.Leuven, Interleuven, GOM en stad Leuven Masterplan: Poponcini & Lootens (Antwerpen) Architecten: Poponcini & Lootens (Antwerpen), KCAP (Rotterdam)

16

17


openbare werken

Openbare werken Maria-Theresiastraat

Wijgmaal station

De werken in de Maria-Theresiastraat wijzigen het uitzicht van de straat niet. De voetpaden en de rijweg worden heraangelegd en er komen parkeervakken, aangelegd met kasseien. Eind december 2004 moeten de werken beëindigd zijn.

Nu de Remysite in de deelgemeente Wijgmaal helemaal opgeknapt is, wil de stad de volledige stationsomgeving in een nieuw kleedje steken. De werken verlopen in verschillende fasen.

Leeuwerikenstraat De Leeuwerikenstraat krijgt een nieuwe look met vernieuwde stoepen, nieuwe parkeerstroken, een verkeersplateau en boomvakken langs de rijweg. In één beweging wordt een deel van de Hertogstraat en de volledige Parkbosstraat mee onder handen genomen. Daarnaast komt er in deze straten een nieuwe regenwaterriolering. De werken zijn gestart in augustus en duren tot juli 2005. Om de hinder zoveel mogelijk te beperken, werkt men in fasen.

Eerst legt de stad een goede pendelparking aan met ongeveer 130 parkeerplaatsen en een ruime fietsenstalling. Een groene zone doet dienst als buffer tussen de parking en de omgeving. De werken starten in de loop van 2005. Een exacte timing volgt na de aanbesteding. In een tweede fase is de Stationsstraat aan de beurt: de rijrichting wordt bekeken, er komen bredere voetpaden en langsparkeerplaatsen voor bewoners. Het plein zelf wordt onder handen genomen in een derde fase, ten vroegste binnen drie jaar. Op termijn zal de NMBS ook de toegangen tot de perrons vernieuwen. Meer info: infohuis stadsvernieuwing, www.leuven.be/openbarewerken

Telex Museumsite Het definitieve ontwerp van de nieuwe museumsite in de binnenstad, zal in de zomer van 2005 gekend zijn. Vijf architectenbureaus (Stéphane Beel; Neutelings Riedijk; De Smet Vermeulen architecten; Robbrecht & Daem en Driesen-Meersman-Thomaes) maken op dit moment een voorontwerp. www.leuven.be/stadsvernieuwing of www.leuven.be/museumsite

18

Aarschotsesteenweg Aarschotsesteenweg langs de vaart De herinrichting van de Aarschotsesteenweg langs de vaart is begonnen: op 16 augustus startte het Vlaams Gewest, afdeling wegen en verkeer Vlaams-Brabant met de heraanleg. Na de grondige opknapbeurt krijgt de steenweg een volledig nieuwe aanblik. Langs beide zijden van de weg worden – waar mogelijk – bomen geplant zodat een groene laan ontstaat. De bomen scheiden de voetgangerszone (naast de gebouwen) en het fietspad (naast de vaart) van de rijweg. Het bundelen van in- en uitritten van de bedrijven moet een vlotte doorstroming van het verkeer bevorderen. Dit alles, samen met een uniforme verlichting, zal de omgeving sterk opwaarderen. Het einde van deze werken is voorzien eind oktober 2005. Tijdens de duur van de werken wordt er éénrichtingsverkeer ingevoerd op de Aarschotsesteenweg: verkeer dat Leuven verlaat, blijft mogelijk; verkeer richting Leuven wordt omgeleid via de E314 of langs de nieuwe Schuiteniersbrug en de Kolonel Begaultlaan.

plaatsen van nieuwe leidingen. Na deze werken begint in het voorjaar 2005 de eigenlijke heraanleg. Er komt een gescheiden rioleringsstelsel om afvalwater en hemelwater afzonderlijk af te voeren. De nieuwe Aarschotsesteenweg krijgt een mooier uitzicht. De aandacht gaat speciaal uit naar een verbeterde verkeersveiligheid. Om je op de hoogte te houden, verstuurt het infohuis stadsvernieuwing een nieuwsbrief via e-mail. Inschrijven op deze ‘flashnieuwsbrief’ kan nog steeds: het volstaat een e-mail met de vermelding ‘aanvraag nieuwsbrief Aarschotsesteenweg’ te sturen naar infohuis@leuven.be. Meer info: www.leuven.be/leuven-noord, www.leuven.be/openbarewerken © projectteam Leuven-Noord

Aarschotsesteenweg Wilsele-Putkapel Langs de Aarschotsesteenweg in de deelgemeente WilselePutkapel zijn de nutsmaatschappijen volop bezig met het

19


interview

‘Steden moeten elkaar niet nadoen. Ze moeten vertrekken vanuit hun eigenheid.’

Toch mag je -en ik besef dat dit een heikel punt is – de deskundigheid van professionelen in een vakjury niet relativeren. Het is een beetje dezelfde discussie als bij de rechtspraak (noot van de redactie: de volksjury versus de professionele rechters). Architecten en critici hebben nu eenmaal een ander zicht op architectuur omdat het hun vak is. Ze hebben er jaren voor gestudeerd, zitten er dagelijks middenin en kunnen beter oordelen over de kwaliteit van een gebouw, de constructiemethodes, het functioneren, de relatie met de omgeving. de financiële aspecten... Het gaat over veel meer dan over smaak of mooi en lelijk.

INTERVIEW MET KATRIEN VANDERMARLIERE (VAI) EN LIESBET SILVERANS (STICHTING STAD EN ARCHITECTUUR, SSA)

Het publiek valt ook makkelijk te misleiden. Voor de wedstrijd van het Braunplein in Gent bijvoorbeeld, hadden sommige architecten enkele bomen in het plan opgenomen en duidelijk op hun maquette gezet. Zo kwamen ze makkelijk in de gratie bij het publiek dat per definitie meer groen in de stad wil. Of die bomen daar levensvatbaar zijn en hoe die overleven op het dak van een overdekte parking vraagt het publiek zich niet af. Een ambtelijke of professionele jury doorziet zulke zaken makkelijker.

dag maken ook niet-architecten en stedenbouwkundigen (99.9% van de bevolking) kennis met de verhalen en ideeën achter de meest recente gebouwen. Liesbet Silverans (SSA): Het publiek apprecieert zelden meteen nieuwe gebouwen. Daarom is het belangrijk dat ze op evenementen als ‘de dag van de architectuur’ meer info krijgen over de achtergrond van gebouwen, pleinen e.d. Naar onze lezingen komen nog te dikwijls enkel architecten.

‘Geld is er genoeg. We bouwen en verbouwen dat het een lust is. We richten zelfs onze tuinen in met meubels en ingebouwde spots. En toch is hedendaagse architectuur voor bijna iedere Vlaming een vreemd iets.’ Aan het woord is Katrien Vandermarliere. ‘Haar’ Vlaams Architectuurinstituut (VAi) en de Leuvense lokale variant ‘Stichting stad en architectuur’ (SSA), trachten sinds enkele jaren de kennis, discussies en passie voor hedendaagse architectuur en stedenbouw te prikkelen. Zo organiseren beide, o.a. in samenwerking met het infohuis stadsvernieuwing, de Leuvense tak van ‘de dag van de architectuur’. Op die

20

In het voorjaar organiseerde Stichting stad en architectuur een populariteitstest n.a.v. de tentoonstelling over enkele van de meest recente bouwprojecten in de stad. Koos het publiek ook daar opvallend anders dan de professionelen of ambtenaren?

VAi: Architectuur is vaak enkel een onderwerp voor kranten en caféconversaties, wanneer er controverse is over een voorstel. De discussie gaat op dat moment meestal niet over de kwaliteit van de architectuur. Het is enkel een weerspiegeling van politieke of ideologische voorkeuren. Politici misbruiken en manipuleren frequent de mening van de burgers. Ik denk bijvoorbeeld aan petities tegen projecten of publieksreferenda naast een officiële wedstrijd. Het is absoluut noodzakelijk dat de burger zich een mening vormt over architectuur en beseft dat de leefomgeving door mensen gemaakt wordt. Vandaar dat objectief informeren en sensibiliseren noodzakelijk is.

SSA: Best wel. Terwijl de ambtenaren de ‘Parkbegraafplaats’ kozen en de professionelen het ‘STUK’ als beste bouwwerk beoordeelden, kozen de bezoekers voor het appartement van Coussée-Goris in de Frederik Lintsstraat. VAi: Waarschijnlijk heeft dat ook te maken met de manier waarop de meeste bezoekers naar architectuur kijken. Zij zijn niet zozeer op zoek naar het beste architectuurproject, maar vooral naar de leefomgeving waar ze het liefst willen wonen.

Architectuurprijs 2004 van het publiek: appartementsgebouw Coussée-Goris in de Frederik Lintsstraat.

21


© Filip Van Loock

Uit jullie programma blijkt dat er in Vlaanderen heel wat grote bouwprojecten gerealiseerd zijn de voorbije jaren? Hoe komt dat?

Architectuurprijs 2004 van de ambtelijke jury: Parkbegraafplaats Diestseveld Welk recent gebouw zou hoog scoren bij een Vlaamse populariteitstest? VAi: Geen idee. In het ‘jaarboek architectuur Vlaanderen 2002-2003’ hebben we wel heel wat aandacht besteed aan het concertgebouw in Brugge. Maar als je aan de mensen vraagt hoe ze het gebouw beoordelen, blijkt dat de helft er absoluut voor is en de andere helft absoluut tegen. Jongeren vinden het meestal in het begin wat raar, maar na verloop van tijd appreciëren ze het wel. Oudere mensen hebben meer dwangvoorstellingen. Ze blijven zeggen dat ze niet van beton houden. Zelfs als ze de sfeer rond een concert aangenaam vonden, of een schitterende voorstelling meegemaakt hebben, leggen ze niet de link met de architectuur.

Toch zijn er ook recente gebouwen die niet moeten wachten op algemene appreciatie van zowel de bevolking als de professionelen. Neem nu het nieuwe stadhuis in Kortrijk. VAi: Inderdaad. Maar het stadhuis is niet enkel populair wegens zijn architectuur, maar door de hele filosofie erachter. De stad heeft duidelijk de ambitie om een vlotte administratie te creëren die ten dienste staat van de burger. Daar heb je niet enkel goed opgeleide ambtenaren voor nodig, maar ook een overzichtelijk gebouw. SSA: Het nieuwe provinciehuis in Leuven is ook zeer aantrekkelijk. In tegenstelling tot een stadhuis hoef je er niet vaak te komen. De meeste kennen enkel de toren die je opmerkt vanop de ring en hebben geen vermoeden van het open en aangenaam karakter van het gebouw. Daarom is het belangrijk dat het op de ‘dag van de architectuur’ kan ontdekt worden.

22

Vai: De federalisering van Vlaanderen is hieraan niet vreemd. We hebben dankzij onze autonomie en welvaart een ‘creatieve’ cultuur kunnen ontwikkelen: in het theater, de dans, de mode, maar ook in de architectuur. Daarnaast is een aantal beleidsmakers het belang van hedendaagse architectuur gaan inzien. Ik denk aan verschillende burgemeesters in Vlaanderen. Zij kennen buitenlandse voorbeelden als Barcelona en Lyon. Daarnaast heb je de ‘jaarboeken architectuur Vlaanderen’ die een hele kentering teweeg hebben gebracht. Tenslotte zijn er natuurlijk enkele geslaagde binnenlandse projecten, zoals de Leuvense stationsomgeving, die opdrachtgevers in andere steden hebben gemotiveerd.

Hoe komt het trouwens dat er zoveel verschillende steden en zelfs dorpen hun stationsomgeving op dit moment verbeteren? VAi: Dat is een logische evolutie na de jarenlange teloorgang van deze buurten. Door de fixatie op de auto de voorbije decennia, waren deze buurten - net als de binnensteden - ernstig gedegradeerd. Eigenlijk kon het gewoon niet erger. Ik denk trouwens dat mobiliteit - de gebouwen en infrastructuur die ervoor nodig zijn - de uitdaging vormen voor de komende decennia. Tegelijk moeten we proberen de verdere verkaveling van de open ruimte tegen te gaan. Wegen en wegeninfrastructuur zijn ook daarin zeer bepalend.

nieuw leven inblazen enz. Je moet steeds de juiste strategie kiezen. Daarnaast moet je vooral creatief denken en vertrekken vanuit je eigenheid. Het heeft geen zin om elkaar zomaar na te apen. Blijkbaar zijn er verschillende steden die dit doorhebben. De provinciesteden die midden in de Vlaamse Ruit liggen bijvoorbeeld – Mechelen en Sint-Niklaas – zoeken aansluiting bij de dynamiek van het levende, economische hart van Vlaanderen. De diensten die zij aantrekken, opereren zelfs op Europees niveau. Kortrijk daarentegen oriënteert zich dan weer ten opzichte van Rijsel. Je moet de zaken dus op een hoger niveau bekijken, niet enkel je eigen stad is belangrijk. SSA: De museumsite heeft dan ook enkel zin als Leuven niet hetzelfde doet als Brussel. Het concept moet anders zijn dan dat van pakweg het museum voor Schone Kunsten. Het moet origineel genoeg zijn om ook Brusselaars te lokken. VAi: Het is een kwestie van schaal. Leuven is nu eenmaal een fantastische historische stad, net als bijvoorbeeld Bologna. De mensen moeten zich daarvan bewust zijn. De museumsite komt niet uit de lucht gevallen. Dat eeuwenoude materiaal is daar verzameld en moet nu verwerkt worden tot een museum dat de Leuvense geschiedenis verbeeldt op de maat van de stad. Geen megalomaan project, maar wel een hedendaags gebouw voor mensen die anno 2004 in deze middelgrote stad wonen en werken.

Is de architectuur afhankelijk van het soort stad waar je bouwt? VAi : Het komt er vooral op aan de meest geschikte architect te zoeken voor een specifiek project. Of je nu in Brussel of Zevenkote bouwt, je moet altijd zo ambitieus mogelijk zijn in het zoeken naar de beste oplossing voor een bouwproject.

Hebben jullie al een thema voor de ‘dag van de architectuur’ in 2006? VAi : Hoogbouw misschien, dat ligt gevoelig in Vlaanderen? SSA : Zoveel hebben we er niet: het Provinciehuis natuurlijk en het latere Vlaams Huis, de kerktorens en Sint-Maartensdal. Vai: Leuven is nochtans een stad die zeer goed torens verdraagt. Door de ligging in het golvend open landschap, passen torens perfect in de skyline van de stad. Maar neen, een thema voor de volgende editie is er nog niet. We houden bij de keuze rekening met wat er leeft bij professionelen en het grote publiek. Meer info: www.vai.be en www.stadenarchitectuur.be

In Gent is er het Forumproject (een grote cultuurzaal onder leiding van Gerard Mortier), Brugge heeft zijn concertgebouw, Mechelen gaat zijn historische vrouwen evoceren, elk dorp heeft intussen zijn cultuurcentrum en in Leuven komt er een nieuwe museumsite. Vallen al deze investeringen te verantwoorden in steden en dorpen die vaak amper 20 km van elkaar liggen? VAi: Veel hangt af van het project. Je moet je afvragen wat je wil bereiken met de recreatieve en culturele infrastructuur. Heeft elke stad een concertzaal nodig? Kan de stad als opdrachtgever zo’n project managen? Wil je aan toerisme en citymarketing doen of wil je als stad een verkommerde buurt

Architectuurprijs 2004 van de professionele jury: kunstencentrum STUK

23


Vel-site 1985

Vel-site 2004

A L L C OM M

voor en na


Mozaïek - oktober 2004