Page 1

Een kleine stad in DE groote oorlog Tekst: Paul van De Woestijne - V.U. Cultuurdienst, P. DE NEVESTRAAT 10, EEklo

VVV EEKLO


AT

E AR EK

TR A

PH SE

EP

LE

IN

11

ZIL VE

E VE

RM A

S TS

JO

R EN

KO N

ING A

LB E R TS TR

TR

AA T

CA

14

AAT

AAT

EI N

EI N

LIJ N

1 2

EST

GS T R

PL

COC

S TE

M IN

KPL

DA

RR

V LA

NA

KT

RA

AT

AAT

AR

S TR

RS

KER

10M

QUY T

TR FS

EB

O

R

H

O

N

O

AT

H

SE

VA N

AA T

IN

R

PR

IR N

ST

GE

N

EL

LE

AE

RT

ST

M O

BO

RA

AT

PA S

TO O

R

DE

NE

VE

ST

RA

12

EG

R ST

R AA T

RA

MOE

BURGG RAV ENS

ZANDSTRAAT

wandelroute ong. 0,9 km wandelroute ong.1,9 km relicten onroerend erfgoed beschermd monument Schipdonkkanaal spoorweg

0

PA TE

TRAAT

9

RS

ST

ZUID

AT

SC

CO LL

HU

MO E IE

ES

TTE

TR

RS

AA T

HO

F

3

meter 200

8


TRAAT

KO

NG NI

IN

AS

TR

AAT

OO S TV E

LDST R

6

PL

EI

N

AA LST HOS PIT

ID

VISSTRAA T

S GA REN

AAT

AT

IS TR

RAAT

ad

S TR A

KAA AA T

S

R

GHEVER

AT

IST U S N ER

RA WIEST

P S PHILIP

Me lk erijp d rijpa Me lk e

H.D. L O

ZUSTER

IJ MEL KER

R AAM

RAAT

7

AT RA ST NS ST AT IO

TRAAT NENDRAAIERS

AA T TR KS IN C IR L

R ST RK KE TE

A AT ERSSTR ZAKM E

T AA

13

Wandelroutes Centrum ZE RO

4

5


Kleine stad in DE GROOTE OORLOG

1

O

Hoek Markt COLLEGESTRAAT

p 31 juli 1914 werd de algemene mobilisatie afgekondigd. In Eeklo moesten daarom alle paarden ingeleverd worden op 1 augustus. In de zeer vroege morgen van 1 augustus was er al een drukte van jewelste op de markt, omdat alle paarden ten laatste om 06:00 uur ter plaatse moesten zijn. Er werden palen in de grond geslagen om de dieren aan vast te binden en voor ieder paard moest voeder worden geleverd voor een dag. Voor het stadhuis zat de bevelhebber van de Eeklose rijkswacht die nota nam van de ingeleverde paarden. De dag ging voorbij in een koortsachtige spanning, en om middernacht vloog het eerste oorlogsvliegtuig over Eeklo.

4


Kleine stad in DE GROOTE OORLOG

O

p de kerktoren van de St.-Vincentiuskerk hadden de Duitsers een waarnemingspost ingericht met een telefoonverbinding. Om storingen te vermijden, werd het op 30 januari 1916 verboden de klokken te luiden.

was getimmerd. Van bij de aanvang van de bezetting werden een aantal grotere lokalen bezet door de Duitse troepen. Vanaf april 1916 werden nietmilitairen de toegang ontzegd tot de herbergen. Ze kregen allen een uitgangbordje ‘Für Heeresangehörigen verboten’.

Op 30 maart 1916 bracht men Op paaszondag 1916 werd café de waarnemingspost over naar ‘De Gouden Leeuw’ door de het huis van de heer Edmond Duitsers in gebruik genomen Goethals in de Stationsstraat, als ‘Soldatenheim’. waar op het dak een platform

2

Markt paterskerk

5


Kleine stad in DE GROOTE OORLOG

3

Hoek stationsstraat paterstraat

R

egelmatig zag men Duitse soldaten door de Eeklose straten marcheren. Een waar schouwspel voor de Eeklose jeugd. Op de hoek van het Markplein met de Stationsstraat bemerkt men het ‘Groot Magazijn De Oude Post’ van Arthur Jocqué-Buyck. In november 1917 werd het door de Duitsers in beslag genomen om er de ‘plaatselijke bevoorradingscommissie’ in onder te brengen. Deze commissie had tot doel het weinige, dat de Duitsers ons overlieten, onder toezicht te houden en te verdelen.

Hoek stationsstraat KAAISTRAAT

4

M

eldeambt’ en ‘Passbüro’. Beide bureaus waren gevestigd in het Vredege-

recht. In het ’Meldeambt’ moesten de weerbare mannen maandelijks hun kaart komen voorleggen; deze werd afgestempeld en er bleef ook een duplicaat ter plaatse. Op die manier kon men controleren wie zich niet had aangeboden. Op het Meldeambt moesten ook goederen aangegeven worden die bij aanplakbrief werden bekend gemaakt.

6

Het ‘Passbüro’ leverde, zoals de naam het zegt, de reispassen af, waarmee men zich mocht verplaatsen van of naar de grensgemeenten of buiten het Etappegebied.


Kleine stad in DE GROOTE OORLOG

5

stationsstraat Krügercomplex

V

oor het vervaardigen van obussen had de Duitse oorlogsindustrie enorm veel koper nodig. Om aan de toenemende vraag te kunnen voldoen, werd vanaf 1916 het koper bij burgers, in stilgevallen fabrieken en zelf kerkklokken opgeëist. Ook de koperen brouwketels in de 76 kleine Meetjeslandse brouwerijen werden uitgebroken en gingen richting Duitsland. Omdat de productie van bier van belang was voor de plaatselijke

bevolking en voor de Duitse soldaten, werd in iedere streek de grootste en best uitgeruste brouwerij gespaard. Voor het Meetjesland was dit de brouwerij van George Euerard in de Stationsstraat, die toen al brouwde onder de naam ‘Krüger’.

7


Kleine stad in DE GROOTE OORLOG

6

stationsstraat Visstraat

O

p het ‘Meldeamt’ moesten de weerbare mannen zich maandelijks aanmelden. De Duitsers wilden voorkomen dat deze jonge mannen via het neutrale Nederland naar Engeland zouden vluchten en zo achter de IJzer in het Belgische leger zouden gaan vechten tegen het Duitse leger. De leeftijd van de weerbare mannen werd in 1915 verlaagd tot 16 jaar en in februari 1917 verhoogd tot 45 jaar. De opeisingen van werklieden waren talloos. In de eerste plaats werden arbeiders opgeëist die gedeporteerd werden naar Duitsland of naar de West-Vlaamse

7

frontstreek. Maar ook plaatselijk werden er opgeëisten tewerkgesteld zoals de ‘Moedige Hongerlijders van Eecloo’ in 1917. De mannen op de foto woonden allemaal de buurt van de Hospitaalstraat en de Leke en werden door de bezettende Duitse overheid opgeëist om te werken op het Eeklose station.

Gebr. Van De Woestijneplein

D

e werkloze spoorwegbediende Edgard Van De Woestijne en zijn broer Edmond waren tijdens de Eerste Wereldoorlog actief in

8

het verzet tegen de Duitse bezetter. Edgard, getrouwd en vader van 2 kinderen, werd op 5 januari 1916 opgepakt en op 1 maart ter dood veroordeeld wegens spionage. Op 7 april om 6 uur ’s morgens werd hij in de Gentse gevangenis gefusilleerd. De affiche, waarop zijn vonnis en terechtstelling werden meegedeeld, werd in Eeklo niet uitgehangen uit vrees voor rellen. Edmond, de oudere ongehuwde broer van Edgard, was een verzekeringsbeamte. Hij werd op 8 oktober 1918 eveneens in het Gravensteen terechtgesteld en gefusilleerd. Een smeekbede van vader Van De Woestijne tot de Duitse keizer mocht niet baten.


Kleine stad in DE GROOTE OORLOG

8

ZUIDMOERstraat ZUIDKAAI

O

m te verkomen om als jonge knaap van 14 jaar opgeëist te worden, lieten verscheidene jongelingen, na het voltooien van hun lagere studies, zich inschrijven bij de Broeders van Liefde. Na het voltooien van het achtste studiejaar, kon men Engelse lessen volgen bij broeder Medard. Als ‘scholier’ bleven zij uit de handen van de Duitse bezetter. Veel stadsgenoten hebben daar hun kennis van de Engelse taal opgedaan.

ORIGINELE FOTO?

9

ZUIDMOERstraat WAAI

D

e bestaande toneelbonden hadden tijdens de oorlog hun opvoeringen stopgezet. De voornaamste reden hiervoor was het ontbreken van zalen. Alle bestaande lokalen waren immers door de Duitsers ingenomen. Toch vallen er twee toneelopvoeringen te vermelden, namelijk door de studenten van het college. Op 1 april 1918 voerden zij in de collegezaal ‘De twee broeders’ en ‘De twee detectieven’ op ten voordele van de Eeklose krijgsgevangen. Tijdens Eeklo-kermis van hetzelfde jaar brachten ze de opvoering van ‘Brancomir’ en ‘Smedje smee’, deze keer ten voordele van de behoeftigen. Op iedere uitvoering waren Duitse geheime agenten aanwezig die natuurlijk door iedereen gekend waren.

9


Kleine stad in DE GROOTE OORLOG

10

VENTWEG MARKT hier in Eeklo een gezapig leventje. Hij maakte de mensen van onze stad het leven zuur (door o.a. vaak te brullen) en maakte om de veertien dagen een reisje naar huis.

E

eklo was de hoofdplaats van een ‘Kommandantur’, die achttien gemeenten omvatte. Aan het hoofd ervan stond de ‘Kommandant’, die zijn ambtswoning had in de Koning Albertstraat 15. Van in het begin van de bezetting tot 9 mei 1917 troonde hier in die functie de opvliegende meneer Aegidi. Hij was afkomstig uit Aken en leidde

Aan dit mooie leven kwam een einde toen hij overgeplaatst werd naar Dobroescho (in Roemenië). Hij werd opgevolgd in mei 1917 door Von Grävenitz, een man die zo weinig zei als zijn voorganger bulderde, en die daardoor des te gevaarlijker was. Vier maanden later kreeg Eeklo kolonel Von Ugro als kommandant en dit tot het einde van de bezetting.

O

m de smokkel met Nederland (vooral de brievensmokkel) te voorkomen, reisde een Duitse soldaat telkens mee met de stoomtram naar Watervliet. Op de foto van 14 maart 1916 zien we achteraan op de locomotief de Duitse begeleider en vooraan machinist Leon De Kneef. Samen met nog zeven andere trambedienden werd Leon door de Duitsers aangehouden in januari 1916, maar op 1 maart gelukkig vrijgesproken. Drie werden er veroordeeld waarvan één tot de doodstraf.

10

HOEK BOELARE 12 TEIRLIN CKSTRAAT


Kleine stad in DE GROOTE OORLOG

HOEK BOELARE 11 ZILVER STRAAT

E

eklonaar Richard Geirnaert was een groot deel van de Eerste Wereldoorlog chauffeur-mecanicien van de koninklijke wagen van koning Albert I. Tijdens de ‘groote oorlog’ kreeg Eeklo tweemaal bezoek van onze vorst. Vrijdagmorgen 9 oktober was heel Eeklo op de been. Koning Elisabeth kwam als eerste in Eeklo aan en installeerde zich in het huis van bestendig afgevaardigde Lionel Pussemier in de Boelare 50. Tegen de middag voegde de koning zich bij de koningin en nuttigden zij samen het middagmaal.

’s Anderendaags, zaterdag 10 oktober om

Koning-soldaat Albert I Leopold Clemens Marie Meinrad

7 uur vertrok koning Albert te paard met zijn legerstaf via de Raverschootstraat naar Oostende. De koningin vertrok iets later per auto naar Balgerhoeke. Eind september 1918 kreeg Koning Albert de leiding over het geallieerde leger. Op 1 november kon het Belgische leger het Schipdonkkanaal oversteken en ’s middags werd Eeklo bevrijd. Op zondag 3 november omstreeks 16 uur kwam Koning Albert met Prins Leopold zonder geleide in Eeklo aan. Zij werden op het stadhuis ontvangen door de waarnemend schepen Desiré Goethals en in de schepenzaal verwelkomd door wnd. Burgemeester Victor Roegiers.

11


Kleine stad in DE GROOTE OORLOG

13

I GEVANGEN TE EECLOO 11 OCTOBER 19 15

TEIRLINCKSTRAAT Prinsen hofstraat

n oktober 1915 werden 37 Eeklose metselaars en timmerlui opgepakt om in de frontstreek te gaan werken. Dit leidde tot opstootjes en straatgeweld. Vrouwen sloegen met klompen en rukten Duitse soldaten het geweer uit hun hand. Daarvoor werd de Eeklose bevolking door Kommandant Aegidi gestraft met drie dagen uitgaansverbod. De inwoners van de Teirlinckstraat lieten het niet aan hun hart komen en klauterden over de muren van de binnenkoeren en vulden de tijd met allerlei spelen (o.a. krulbol, kaarten,…). Zij lieten zichzelf vereeuwigen op de gevoelige plaat met als titel: ‘gevangen te Eecloo’.

14 Prinsenhofstraat (Canadaplein)

E

en hele reeks opeisingen hadden betrekking op voedingswaren en grondstoffen. De volgende goederen werden in beslag genomen: )) Schaapswol - nov. 1915 )) Landbouwers met 8 stuks vee, moesten er twee afstaan - feb.1916 )) Alle varkens - juli 1916 )) Huiden van schapen, lammeren, geiten, konijnen , hazen, katten en honden - aug. 1916 )) De drukkers moesten 1/6de van het

12

)) )) ))

totale gewicht van hun letters inleveren - dec. 1916 3 eieren per aangegeven kip - feb. 1917 25 paar klompen (kloeven) - juni 1917 Melkgeiten - oktober 1917

In de Prinsenhofstraat ging dit laatste met een ludieke plechtigheid gepaard. In de tuin van het café van Oscar Delagaye kwamen ‘De lustige geburen’ samen om een laatste ere-saluut te brengen aan hun lievelingsgeit.

Eeklo, een kleine stad in een Groote oorlog  

Een historische wandeling door Eeklo met locaties en interesante verhalen over de Eerste Wereldoorlog in Eeklo.

Advertisement