Issuu on Google+

Van remedial teaching naar

Rekensprint Start past goed in nieuwe Na het automatiseringsprogramma Rekensprint (2011) is onlangs ook Rekensprint Start voor jonge kinderen met rekenpro­ blemen op de markt gebracht. Dit programma behandelt het rekenen tot 10 en tot 20 binnen het tiental. Volgens ontwik­ kelaar Marijke Theunissen passen Rekensprint en Rekensprint Start in de nieuwe benadering van remedial teaching die beter bekend staat als remedial coaching. • Marijke Theunissen Remedial teachers werken vaak met individuele leerlin­ gen of met kleine groepjes leerlingen. De problemen van deze leerlingen zijn vaak zo hardnekkig, dat de rt-tijd onvoldoende blijkt te zijn om de leerling efficiënt te hel­ pen. Ook is het vaak de vraag of de remedial teaching en het klassenprogramma voldoende op elkaar afgestemd zijn. Daarnaast heeft de remedial teacher te maken met om hulp roepende leerkrachten, die nog meer leerlingen willen aanmelden voor extra begeleiding. Het blijkt dweilen te zijn met de kraan open. Rt wegbezuinigd Op veel scholen is deze individuele vorm van remedial teaching wegbezuinigd: de rt is te weinig efficiënt en te duur. Extra begeleiding dient in de groepen zelf plaats te vinden, waarbij de leerkracht zorgt voor een passend onderwijsaanbod. Kortom: welke rol is nog weggelegd voor de remedial teacher? Scholen moeten steeds meer leerlingen opvan­ gen met hulpvragen die het reguliere groepsprogramma overstijgen. Dit vraagt veel van het klassenmanagement en de didactische differentiatie binnen de groepen. Tot nu toe kan een remedial teacher vaak heel wat opvangen, soms ook in het kader van de LGF-financie­ ring. In de toekomst zal de zorg voor leerlingen op een andere, minder individuele manier, vorm gaan krijgen. Als een school nog de luxe heeft van een goede remedial teacher, dan zal de rol van deze remedial teacher waar­ schijnlijk behoorlijk veranderen om binnen school zoveel (commutatieve eigenschap). Rekensprint START Erbij 2 en omkeersommen

© Schoolsupport – www.schoolsupport.nl

8 RT

Erbij 2 en omkee rsommen (comm utatieve eigens chap).

pport.nl

SERIE 13

2+6=

© Schoolsuppor

t – www.schoolsu

Tutor uit groep 8 Maar hoe zorgt de school er voor dat mensen met min­ der didactische kennis toch goede hulp kunnen bieden? Hoe regel je dat er op de juiste manier training plaats­ vindt? Wanneer doet de ouder dat, wanneer een klas­ senassistent en wanneer springt de tutor uit groep 8 in? Hoe stem je dit alles op elkaar af zonder dat het teveel aan voorbereiding kost? Hoe weet je of iedereen op dezelfde manier ‘remediale hulp’ geeft? Daar komt de remedial coach om de hoek kijken! De remedial coach heeft voor het goed uitoefenen van zijn rol goede remediërende programma’s nodig, waarbij duidelijk staat omschreven wat er wanneer en hoe moet gebeuren. De remedial coach deelt zijn kennis en vaardigheden met deze andere begeleiders van leerlingen binnen school. Bovendien zorgt hij voor een efficiënte aanpak van veel voorkomende leerproblemen zoals problemen met auto­ matiseren bij rekenen, spelling en problemen met lezen. Op deze manier wordt de remedial teacher als coach een integraal onderdeel van de zorgstructuur van een school.

t/m 10 . antwoorden 15

6+2=8

Rekensprint STA

mogelijk zorgleerlingen op een efficiënte manier hulp te kunnen bieden. Om voldoende extra begeleiding te kunnen bieden aan leerlingen met forse leerproblemen, wordt de remedial teacher naar mijn mening steeds meer een remedial coach. Klassenassistenten en hulpouders, stagiaires en ook leerlingen kunnen een rol spelen bij het voldoen aan de vraag van ‘meer handen in de klas’.

SERIE 13

Tijdschrift voor Remedial Teaching 2012/4

t/m 10

?

Rekenproblemen als voorbeeld Neem rekenproblemen als voorbeeld bij remedial coa­ ching. Deze problemen komen namelijk veel voor. Niet zelden liggen automatiseringsproblemen daaraan ten grondslag. De kinderen rekenen met een wankele basis. Ze houden krampachtig vast aan het één voor één tellen en komen niet los van het rekenmateriaal. Omdat de voorbereidende rekenvaardigheden voor het maken van sommen niet geautomatiseerd zijn, komen ze niet tot het verkort uitrekenen van de opgaven tot 10 en tot 20. Leerlingen die geen goed fundament hebben van reken­ kennis en rekenprocedures, begrijpen complexe procedu­ res niet. De noodzakelijke rekenkennis is niet oproepbaar en ze rekenen onvoldoende vlot. Flexibel toepassen van rekenkennis lukt al helemaal niet. Voor alle kinderen die veel extra training nodig hebben als gevolg van automatiseringsproblemen of specifieke leerproblemen én voor kinderen die te weinig aanbod hebben gehad, is het in groep 3, 4 en 5 noodzakelijk om

12


remedial coaching

benadering

specifieke oefening aan te bieden. Rekensprint en het nieuwe programma Rekensprint Start, de voorloper van Rekensprint, bieden op een eenvoudige en heldere manier de juiste automatiseringsoefeningen voor kinderen met rekenproblemen vanaf groep 3. En hier gaat remedial coaching een rol spelen. Intensieve remedial teaching kan met behulp van deze program­ ma’s op een verantwoorde manier veranderen in effi­ ciënte remedial coaching. De oefeningen worden bege­ leid door ouders, tutoren, klassenassistenten of stagiaires. De remedial teacher heeft zo de mogelijkheid om intensieve trainingen didactisch verantwoord uit te laten voeren door anderen. Dit vraagt natuurlijk toch de nodige coaching en organisatie, maar het kan heel effec­ tief zijn om extra begeleiding op deze manier vorm te geven. De school kan dit onderstaande organisatiemodel aanhouden en overnemen. Organisatiemodel: • De remedial teacher (of intern begeleider / leerkracht) bepaalt de beginsituatie. Bij Rekensprint (Start) kan dat gebeuren door middel van het Cito LVS of om een dui­ delijk beeld te krijgen door middel van het diagnostisch rekenonderzoek uit Rekensprint (Start). Daarna bepaalt

Tijdschrift voor Remedial Teaching 2012/4

de remedial teacher aan de hand van het instapschema in de handleiding het startniveau en het weekkaart­ nummer. Hij / zij legt voor de individuele leerling of voor het groepje leerlingen 4 wekelijkse oefenmomen­ ten vast van maximaal 15 minuten per keer. De namen van de trainers staan vermeld. • De remedial teacher houdt een coachend gesprek met de leerling(-en) om het doel en de werkwijze van de training uit te leggen en om de leerling(-en) actief bij het plan te betrekken. • De remedial teacher geeft uitleg aan de trainers over de training en de werkwijze. Vaak werkt het goed om dit een keer voor te doen. Er worden afspraken gemaakt over het per oefening kort registreren en aftekenen. Dit geeft een helder overzicht en vraagt weinig administratie. • Tussentijds observeert de remedial teacher bij een trai­ ning en kunnen er adviezen gegeven worden. De reme­ dial teacher houdt regelmatig een kort gesprekje met de leerlingen. • De remedial teacher toetst de leerlingen volgens afspraak, bijvoorbeeld na twee maanden. De leerlingen en de trainers zijn van de toetsmomenten op de hoogte en de vorderingen worden zichtbaar gemaakt en besproken met hen.

13


Weekkaart

Week 13 Dag 2

Dag 3

Dag 4

Getallen 4 Roze kaartjes t/m 20 Vraag telkens het volgende: Je ziet er 11, dat is 10 en 1 20, dat is 20 en 0 19, dat is 10 en .. 16, dat is 10 en .. 13, dat is .. en .. 18, dat is .. en ..

Hoeveelheid Zet de volgende hoeveelheden snel op het rekenrek of laat deze met MAB / andere staafjes leggen: 8 5 19 11 12 9 10 16 15 18

Hoeveelheid Laat telkens 2 5 Lichtgele kaartjes t/m10 zien met hoeveelheid 1 of 2 verschil of gelijk aantal Hoeveel zie je er? Waar zijn er minder / hoeveel minder / evenveel?

Hoeveelheid 3 Grijze kaartjes t/m 10 Vraag telkens het volgende: Hoeveel zie je er? 2 méér is? Dus: 2, 2 méér is? 3, 2 méér is? Etc.

8, 2 erbij is .. 5, 2 erbij is .. 3, 2 erbij is ..

Splitsen 9 Groene kaartjes van 8,9,10 Vouw 2e deel om!

▼ ▼ ▼ ▼ ▼

25 blauw

24 roos

23 paars

22 groen

21 rood

20 geel

18 19 20 21 22 23 24 25 10 11 12 13 14 15 16 17

19 paars

9

18 blauw

8

17 roos

7

16 geel

15 groen

6

14 blauw

5

13 oranje

4

12paars

3

11 rood

▼ ▼ ▼

10geel

2

blauw

START

1

1 oranje

Rekensprint

Splitsen 10 Gele kaartjes van 3,4 Moeilijk? Dan eerst 9 Groene kaartjes van 3,4

Splitsen 10 Gele kaartjes van 3,4 Moeilijk? Dan eerst 9 Groene kaartjes van 3,4

Splitsen 9 Groene kaartjes van 8,9,10 Vouw 2e deel om!

6 oranje

5 min

Het programma omvat: • een handleiding, met ook een diagnostische reken­ toets in de handleiding, instapschema en toetsover­ zicht, registratieformulier en ‘aftekenschema’ • 40 weekkaarten met telkens 4 oefenmomenten per week en exact beschreven automatiseringsoefenin­ gen: hoeveelheden, getallen, tellen, sommen, split­ singen • 25 doosjes met sprintkaartjes met daarop een hoe­ veelheid, getallenlijn, splitsing of een som en op de achterkant de uitkomst én (indien mogelijk) de gewenste strategie en/of de deelstappen.

Erbijsommen Erbijsommen Erbijsommen Erbijsommen het Noem de som en laat het som en laat het Noem de som en laat Noem de som en laat het Noem de kaartje zien. kaartje zien. kaartje zien. kaartje zien. Hoeveel is het samen? Hoeveel is het samen? Hoeveel is het samen? Hoeveel is het samen? Zeg de sommen met 1+.. met 1+.. Tel verder met een sommen de Zeg een met Tel verder eerst omgekeerd! Denk sprong van 2! Zeg de Denk ! omgekeerd eerst de sprong van 2! Zeg eraan: 0 is niks! sommen met 2+.. eerst niks! is 0 eraan: sommen met 2+.. eerst 11 Rode kaartjes met ! omgekeerd met kaartjes Rode 11 omgekeerd! 13 Alle oranje kaartjes +1 en 1+ 13 Alle oranje kaartjes +1 en 1+ 12 Paarse kaartjes met 2+ en +2 met met 12 Paarse kaartjes met +2 en 2+ +0 en 0+ +0 en 0+

5 geel

5 min

Rekensprint start oefent mondeling met leerlingen hoeveelheidsbegrip, getalbegrip, tellen en de bewer­ kingen tot 10 en tot 20 binnen het tiental. Hierbij wor­ den de sommen tot 10 en tot 20 per categorie syste­ matisch ‘ingeslepen’. Daarnaast oefent Rekensprint Start het tellen en getalbegrip tot 20 en tot 100.

Tellen Tel met sprongen van 2: 1-3 … 19 7 Lichtpaarse kaartjes met even getallen t/m 20 laten zien Tel met sprongen van 2: 2-4 … 20, probeer het uit je hoofd!

Tellen Tellen Tel terug: Tel met sprongen van 2: 20 … 11 2-4 … 20 9…0 7 Lichtpaarse kaartjes met even getallen t/m 20 Tel verder: 6 … 17 laten zien 14 … 20 Tel met sprongen van 2: 2-4 … 20 Na 9 komt .. 7 Lichtpaarse kaartjes .. met oneven getallen t/m 20 Na 12 komt Na 19 komt .. laten zien Vóór 9 komt .. Vóór 19 komt ..

Tellen Tel verder: 3 … 13 9 … 12 Tel terug: 11 … 5 18 … 10

9 groen

3 min

8 blauw

2 min

© Schoolsupport • www.schoolsupport.nl

Hoe zit Rekensprint Start in elkaar?

Dag 1

7 paars

tijd

roos

grijs

• De trainingen vinden op de volgende manier plaats: - ’s morgens tijdens de inloop door tutoren uit boven­ bouwgroepen - aan het begin van de rekenles door een geschikte klasgenoot die versneld door de rekenstof gaat - door leerkracht, klassenassistent, banenpooler of stagiair - door hulpouders - thuis, door de ouders - door een combinatie van trainers - eens per week in de particuliere rt, daarnaast thuis door de ouders. • Het organiseren van de materialen vraagt extra aan­ dacht indien er thuis geoefend wordt. Enkele voorbeel­ den: - aanschaf van extra sets doosjes met sprintkaartjes voor thuis (eventueel bekostigd door de ouders) in combinatie met kopieën van weektrainingen - een uitleensysteem voor uitgeleende doosjes sprint­ kaartjes voor thuis - aanschaf van enkele dozen extra sprintkaartjes door school, die ouders voor de aanschafprijs gedurende de training in bruikleen krijgen. Bij het inleveren in goede staat krijgen de ouders een aanzienlijk deel van het bedrag terug en kan de set naar de volgende leerling. Effectieve aanpak Er ontstaat een behoefte aan effectieve remediërende hulpprogramma’s die door een remedial coach worden begeleid en georganiseerd, maar niet uitgevoerd. Reken­ sprint en Rekensprint Start zijn good practic e voorbeel­ den van een zeer effectieve aanpak die werkt in de school. De vaak intensieve oefeningen die nodig zijn, kunnen door de heldere opzet van deze hulpprogramma’s gro­ tendeels worden uitgevoerd door anderen dan de reme­ dial teacher. De vakkennis en vaardigheden van de reme­ dial teacher worden efficiënt ingezet in het coachen van de begeleiders van de leerlingen en het monitoren en aansturen van het begeleidingstraject. Het is tijd voor remedial coaching!

Tijdschrift voor Remedial Teaching 2012/4

Literatuur • Bosch, H. (2007). De Rekenlijn. Amstelveen: Stichting Scope.

• Groenestein, M. v., Borghouts, C., Janssen, C. (2011). Protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie. BAO SBO SO. Assen: Koninklijke van Gorcum BV.

• Inspectie van het Onderwijs (2011). Automatiseren bij rekenen –

wiskunde. Utrecht: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Weten­ schap.

• Kamp, L. van de (2012). Zwaar weer op komst. De remedial teacher, een uitstervend ras? Tijdschrift voor Remedial Teaching 2012/1.

• Ruijssenaars, A. J. J. M., Luit, J. E. H. van, & Lieshout, E. C. D. M.

van (2004). Rekenproblemen en dyscalculie. Rotterdam: Lemnis­ caat.

• Erich, L., Galen, v. F., Huitema, S., Man, P., (1985) Maatwerk rekenen groen. ’s Hertogenbosch: Malmberg.

• TAL-team (1999). Jonge kinderen leren rekenen. Groningen: Wol­ ters Noordhoff.

• Theunissen, M. (2011). Rekenkilometers maken met Rekensprint. Tijdschrift voor Remedial Teaching 2011/3.

Correspondentieadres: m.theunissen@deonderwijsspecialisten.nl

Marijke Theunissen geeft als ambulant begeleider vanuit De Onderwijsspecialis­ ten Arnhem begeleiding aan kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking en langdurig zieke kin­ deren in het reguliere basisonderwijs. Marijke heeft daarnaast ervaring als leerkracht en rt’ er in het spe­ ciaal basisonderwijs en als ambulant begeleider vanuit een samenwerkingsverband.

14


Artikel Rekensprint Start LBRT