Issuu on Google+

BAS

magazine voor de perfecte leer-, werk- en leefomgeving

Het comfort

&

sportdomein zorgdomein wijkdomein

van armleggers

het gemak

van geen armleggers

Met de BAS haalt u een duurzame en tijdloze designstoel in huis die multi inzetbaar is. Door de Markogrip biedt hij het comfort van armleggers en het gemak van handvatten. Deze lichte stoel laat zich makkelijk oppakken en compact stapelen. Voor geschakelde

opstellingen is hij leverbaar met een slimme kop peling. Standaard wordt de BAS uitgevoerd in gelakt beukenhout of met een krasvaste (CPL) zitting en rug - waarbij u kunt kiezen uit 6 kleuren - of met een gestoffeerde zitting en/of rug. Meer informatie: www.marko.nl

Thema:

Nieuwe vormen van aanbesteding, contractvorming en financiering

De conciĂŤrge als verlengstuk Platform onderwijshuisvesting is goed op weg Lyceum Beeldende Vormgeving in voormalige Pepermuntfabriek

Een leven lang Marko Marko BV. Beneden Verlaat 75 9645 BM Veendam Postbus 7 9640 AA Veendam T +31 598 698 798 F + 31 598 69 88 00 Showroom De Meern Rijnzathe 2 3454 PV De Meern (Kantorenpark Oudenrijn) T +31 30 669 69 69 F + 31 30 669 69 00 info@marko.nl www.marko.nl

jaargang 23 maart 2011

4


BAS

magazine voor de perfecte leer-, werk- en leefomgeving

Het comfort

&

sportdomein zorgdomein wijkdomein

van armleggers

het gemak

van geen armleggers

Met de BAS haalt u een duurzame en tijdloze designstoel in huis die multi inzetbaar is. Door de Markogrip biedt hij het comfort van armleggers en het gemak van handvatten. Deze lichte stoel laat zich makkelijk oppakken en compact stapelen. Voor geschakelde

opstellingen is hij leverbaar met een slimme kop peling. Standaard wordt de BAS uitgevoerd in gelakt beukenhout of met een krasvaste (CPL) zitting en rug - waarbij u kunt kiezen uit 6 kleuren - of met een gestoffeerde zitting en/of rug. Meer informatie: www.marko.nl

Thema:

Nieuwe vormen van aanbesteding, contractvorming en financiering

De conciĂŤrge als verlengstuk Platform onderwijshuisvesting is goed op weg Lyceum Beeldende Vormgeving in voormalige Pepermuntfabriek

Een leven lang Marko Marko BV. Beneden Verlaat 75 9645 BM Veendam Postbus 7 9640 AA Veendam T +31 598 698 798 F + 31 598 69 88 00 Showroom De Meern Rijnzathe 2 3454 PV De Meern (Kantorenpark Oudenrijn) T +31 30 669 69 69 F + 31 30 669 69 00 info@marko.nl www.marko.nl

jaargang 23 maart 2011

4


No limits SAMEN UW OPTIMALE OMGEVING ONTWIKKELEN Strategische oplossingen in vastgoed en huisvesting

HEVO voorziet opdrachtgevers met complexe huisvestingsvraagstukken van antwoorden die bijdragen aan een optimale leef- en werkomgeving. We kunnen u ondersteunen bij vrijwel elk facet van vastgoedontwikkeling. Daarbij streven we altijd naar gebouwen die duurzaam presteren en een klantrelatie die minstens zo duurzaam is. Een partnership dat we bouwen op basis van oprechte betrokkenheid, kennisuitwisseling en wederzijds vertrouwen. Een open en resultaatgerichte benadering waarbij we elkaar blijven inspireren. Samen zijn we in staat het schijnbaar onmogelijke toch mogelijk te maken. Wij helpen opdrachtgevers in onderwijs, overheid, zorg en bedrijfsleven hun dromen te vangen in huisvesting en vastgoed. Voor meer informatie: (073) 6 409 409 info@hevo.nl www.hevo.nl

Bolidtop® vloersystemen bouwen mee aan verandering Nieuwe ordening in het onderwijs, nieuwe

architectuur.

Veranderin-

gen in huisvesting, ‘Health Environments’, flexibiliteit en duurzaamheid worden bepalend. Bouwen in het onderwijs zal een sprong maken van bekend naar grensverleggend. De Bolidtop® vloersystemen van Bolidt springen gegarandeerd mee, want Bolidt’s innovatieve geest denkt zonder grenzen. Bolidtop® systemen zijn duurzaam, keer op keer geschikt voor een nieuw leven en al jarenlang

HEVO biedt u: Strategisch vastgoeden huisvestingsadvies Projectmanagement Duurzaamheidsadvies Expertisecentrum

vertrouwd met de strenge kwaliteitseisen en variabele omgevingswensen in het onderwijs. Bolidt, No limits.

www.bolidt.nl


Ruimte voor onderwijs! Heeft u tijdelijk extra lokalen nodig of behoefte aan een compleet nieuw schoolgebouw? De Meeuw biedt veilige en functionele oplossingen voor kinderdagverblijven, scholen en buitenschoolse opvang. De grote kennis van de sector garandeert u kindvriendelijke huisvesting die voldoet aan alle normeringen en actuele wet- en regelgeving. Samen met De Meeuw werkt u aan de toekomst van uw onderwijsinstelling! www.demeeuw.com/onderwijs

De Meeuw Nederland Postbus 18, 5688 ZG Oirschot, T +31 (0)499 57 20 24


Nieuwe vormen van aanbesteding, contract­ vorming en financiering

Steeds vaker discussieer ik met bestuurders en maatschappelijke organisaties over de essentie van de noodzaak om het allemaal anders en beter te doen. Wat is de essentie van de noodzaak? De essentie is dat je betekenisvolle omgevingen wilt creëren, die in de tijd duurzaam te exploiteren zijn en die ertoe doen. De noodzaak is duidelijk en we lezen het elke dag in de media: regio’s die vergrijzen, voorzieningen die verdwijnen, of het nu winkels, scholen of sportvelden betreft. Maar het betreft niet alleen krimpgebieden; ook in bestaande wijken en buurten staan voorzieningen onder druk en is er een noodzaak om te herstructureren. De gemeente is daarbij als orgaan de natuurlijke regisseur. Maar in de bijeenkomsten die wij onlangs voor circa 120 wethouders organiseerden, constateerden we het: de grootste vijand van de gemeente is de gemeente zelf. Heel grof gezegd: in veel gemeenten werken hard en zacht (lees: het vastgoed bedrijf en maatschappelijke ontwikkeling) niet goed genoeg samen vanuit één duidelijk doel. En dat wordt vaak overgenomen door wethouders met eigen portefeuilles die over het algemeen vier jaar op hun post zitten. Maar vier jaar is te weinig om én noodzakelijke ingrepen te doen in een moeilijke tijd én de interne cultuur te hervormen. En dat is het in gezamenlijke afstemming creëren van betekenisvolle omgevingen, waarbij je niet vanuit de investering, maar vanuit de exploitatie redeneert. Gemeentelijke organisaties, en overigens ook veel corporaties en maatschappelijke organisaties, zijn vanuit het denken over die input georganiseerd. Ze bevechten elkaar over de inrichting van de ruimte, het object, het aantal m², het investeringsbedrag per m² en vervolgens over te hoge huurcontracten. Veel gemeenten en wethouders zijn het met me eens, maar zien ook hoe moeilijk het is om 50 jaar cultuur, structuur en regelgeving te doorbreken. Overigens zie je om die reden dat burgers en verenigingen zich ingraven op die inputkant: het in stand houden van het eigen gebouw, de hoogte van de subsidie, verworven rechten, etc. De oplossing ligt naar mijn idee eerst in het bepalen wat nu een natuurlijke en ruimtelijke omgeving is, waarbinnen zeg maar een redelijk sluitend economisch en sociaal systeem van toepassing is. Dat kan een dorp zijn, of een wijk, soms een stadsdeel of een regio. Daar horen beelden bij als ontmoeting, een nieuw hart, combinaties van commerciële functies en maatschappelijke functies. Ik ervaar in mijn werk dat burgers en maatschappelijke organisaties binnen een dorp of wijk heel goed in staat zijn om vanuit die verbinding te denken. Want hun activiteiten staan onder druk, hun kader vergrijst, hun ruimten staan leeg en hun gebouw wordt slecht onderhouden, waardoor de uitgaven voor gas stijgen en de ruimten niet prettig zijn. Dus niet meer praten over een lokaal meer of minder, maar over slimme ruimten die aantrekkelijk blijven en groei en krimp kunnen opvangen. Zo kun je in vergrijzende dorpen en wijken de onderwijsactiviteit behouden door het bestaande gebouw in de toekomst in te richten als woonzorgvoorziening. Er is heel veel mogelijk als je maar niet meer in functies denkt (die onder druk staan), maar in activiteiten die elkaar kunnen versterken. Want activiteiten op de juiste plek bevorderen het economische verkeer en zijn vestigingsmotief nummer 1. En daarnaast in deze Schooldomein veel nieuws over slimme aanbestedingvormen en ervaringen uit de praktijk. Sibo Arbeek Hoofdredacteur

4

schooldomein

maart 2011

Onze visie Schooldomein is een verrassend magazine voor managers en beleidsmakers die relevante beleidsinformatie, praktijkvoorbeelden en productinformatie vertalen in een optimale leer-, werk- en leefomgeving. Schooldomein biedt informatie rond de infrastructuur, organisatie en huisvesting van instellingen. Schooldomein is bedoeld voor iedereen die op het niveau van overheid, instellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties betrokken is bij het vinden van oplossingen voor samenhangende vraagstukken in de non profit en profit sector.

Het netwerk Schooldomein wordt zes keer per jaar en in een oplage van 17.000 exemplaren gratis verstrekt aan alle onderwijsinstellingen en gemeenten in Nederland en een groot aantal onderwijsinstellingen in Vlaanderen. Het blad wordt gefinancierd uit de exploitatie van advertenties, advertorials, artikelen en de bijdragen van partners. Schooldomein fungeert als een netwerk, waarbij partijen een meerwaarde genereren door een samenhangend product te bieden. Schooldomein fungeert als een platform voor alle partijen die een bijdrage willen leveren aan de kwaliteit van de onderwijsinfrastructuur.

Uw mening Wij stellen uw mening zeer op prijs. Voor reacties kunt u mailen naar info@schooldomein.nl. U kunt ook reageren via de site www.schooldomein.nl. Praktische informatie vindt u in het colofon.

Internet Voor meer informatie over School­domein en dit nummer kunt u kijken op www.schooldomein.nl. Via deze site kunt u onder meer alle artikelen van de afgelopen jaargangen opvragen, winkelen in onze rubrieken en relevante marktinformatie zoeken.


20 THEMA Aanbesteding, contractvorming en financiering Nieuwe vormen van aanbesteding, contractvorming en financiering. Daar gaat het over tijdens de expertmeeting voor Schooldomein. Centraal staat de Publiek Private Samenwerking met DBFMO-contracten. Maar een DBMO, zonder de F, kan ook een prima oplossing zijn. Of wat te denken van een PPS Light of het Living Building Concept? De terminologie vliegt over tafel. Wat zijn de trends?

08

Gebouw als spiegel van de organisatie

12

Bewegingsonderwijs in een sporthal? Het kan nu!

14

De vrijblijvendheid voorbij

26

Met de voeten in de Soester klei

28

De conciërge als verlengstuk

32

Reinwardt Academie is klaar voor de toekomst

36

Lyceum voor Beeldende Vormgeving in een Pepermuntfabriek

Schooldomein nam het Insula College onder de loep.

Een sporthal die volledig voldoet aan de normen van de NOC*NSF en de KVLO.

De noodzaak van een toekomstbestendige voorzieningenstructuur.

Wethouder Onderwijs Jannelies van Berkel over een dynamisch accommodatieplan.

Hoe de conciërge een verschil kan maken in pedagogisch toezicht.

Knappe renovatie leid tot fraaie school voor allround erfgoedprofessionals.

Een fabriek uit 1911 respectvol omgevormd tot modern Lyceum.

Rubrieken 7 De verbeelding: Marguerita Singe 17 Kort nieuws 19 Nota bene: Geert ten Dam 30 Architectuur 39 Het idee: Herman Wijffels Innovatieprijs 63 De etalage 64 Het atelier: Jan Prins en Willibrord-school 65 Column: Robbert Coops

42

Waarden engineering voor schoolgebouwen

44

Doordecentralisatie Antoniuscollege Bodegraven

46

Platform Onderwijshuisvesting is goed op weg

48

Juridische structuren in en rond een MFA

52

Sportzone Limburg komt er

54 58

Building Schools for the Future: ervaringen uit Engeland

Hoe standaardisatie een route kan zijn om waarde te creëren.

Schoolbestuur wil sneller kunnen inspelen op ontwikkelingen in het onderwijs.

Brancheorganisatie adviseurs onderwijshuisvesting maakt vliegende start.

MFA Lab werkt aan een praktisch nieuw kennisdocument.

Een geslaagd voorbeeld van Publiek-Private Samenwerking.

Britse overheid evalueert haar plan voor vernieuwing van 3.500 schoolgebouwen.

Pleidooi voor doordecentralisatie De visie van Martin van den Berg op onderwijshuisvesting Eindhoven.

schooldomein

maart 2011

5


Factor Architecten heeft als doelstelling het optimaal adviseren van haar opdrachtgevers om samen te komen tot creatieve en unieke totaaloplossingen. Begrippen als goed luisteren en meedenken spelen daarbij een belangrijke rol.

Factor Architecten is onderdeel van het multidisciplinaire ingenieursbureau IA Groep. Opdrachten kunnen integraal uitgevoerd worden. IA Groep heeft brede kennis op het gebied van duurzaam bouwen, installaties, gebouwexploitatie, klimaatbeheersing en constructies. IA Groep is participant van het Dutch Green Building Council (DGBC) en tevens BREEAM Expert.

De gebruiker staat bij het zoeken naar duurzame ontwerpoplossingen steeds centraal.

Factor Architecten - Geograaf 40 - 6921 EW Duiven - Tel: 026-3844460 info@factorarchitecten.com - www.factorarchitecten.com - www.iagroep.com


In de rubriek de verbeelding vertellen bijzondere mensen over hun inspiratiebronnen. Foto Kees Rutten

Zelfontplooiing. Als meertalige houd ik van mooie, delicieuze woorden. Ik probeer ze inhoudelijk te benaderen. Zo werk ik aan mijn zelfontplooiing. Ook geïnspireerd door mijn orchideeën, blijf ik actief maar geduldig. Ik wacht op het stengeltje dat boven komen zal. Ik gooi ze niet weg noch verstop ik ze. Ze bloeien, maar discontinu. Met vallen en opstaan, met dit levenscontrast kom ik waar ik wezen wil. Zo ga ik vooruit, in verbinding met mijn verleden. Mijn toekomst daar leef ik nu al in.

Marguerita Singe schooldomein

Marguerita Singe is in 1968 geboren in Rwanda. Jarenlang heeft ze daar als verpleegster in een academisch ziekenhuis aan een HIV-project gewerkt. Vervolgens werkte ze bij Artsen Zonder Grenzen in Kigali. Na het bloedbad van april 1994 sloegen miljoenen mensen op de vlucht voor het geweld tussen Hutu’s en Tutsi’s. Marguerita Singe zag kans om samen met haar man en kinderen aan deze hel te ontsnappen. Ze vluchtte eerst naar Kenia en vroeg daarna asiel aan in Nederland. Over haar ervaringen schreef ze het aangrijpende boek ‘Ik zocht de dood, maar vond het leven.’

maart 2011

7


Insula College onder de loep

Gebouw als spiegel van de organisatie Het Insula College in het Leerpark Dordrecht is nu vier jaar in gebruik. Het gebouw ziet er nog als nieuw uit en bij binnenkomst valt de bijna klassieke logistieke structuur weer op. Leerlingen lopen op de brede trap, zitten in de kantine of hangen rond de ruime entree. Hoe werkt het gebouw in de praktijk?

R

Tekst Sibo Arbeek Foto’s Kees Rutten

oel Bosch van DKV Architecten vroeg me een paar maanden geleden om het Insula College eens onder de loep te nemen. In 2008 kreeg deze school de Omgevingprijs van de jury van de Scholenbouwprijs. De jury was lovend, maar gaf ook wat kritische opmerkingen: “Alles in het gebouw is erop gericht de kwetsbare groep vmbo-leerlingen rust, regelmaat en vooral veiligheid te bieden. Het is een duurzaam en compact gebouw en ook duurzaam in zijn neutraliteit. Minder geslaagd vindt de jury de ruimtelijke interactie tussen de algemene ruimten, de gangen en de leeromgevingen.”

Levendig verkeer Ik arriveer wat eerder op de school en tref een levendig verkeer van leerlingen rond de centrale entree, waarin de ruime trap naar de eerste verdieping en aangrenzend de open kantine een mooi beeld geeft. Van de receptioniste krijg ik de sleutel voor het docententoilet: “Ik adviseer u om niet naar het leerlingentoilet te gaan.” Tijdens het wachten lopen twee agenten het gebouw in om kennelijk een probleem te bespreken. Ik krijg koffie in de directiekamer en vraag de secretaressen hoe het gebouw bevalt: “Een mooi gebouw, maar het klimaat is lastig te regelen, de lucht is erg droog en dat is vervelend voor mensen

8

schooldomein

maart 2011

met lenzen. En het is jammer dat er geen raam in het gebouw open kan.” Ik ben klaar voor een mooi gesprek.

Negatief imago Op dat moment loopt Roel Bosch binnen en even later directeur Rien van Helvert. Het eigenlijke gesprek begint met de school in vogelvlucht. Van Helvert: “Het is een vmbo-school voor de gemengde leerweg en beroepsgerichte leerwegen. Het gebouw is neergezet voor 800 leerlingen, maar we zitten nu op zo’n 650 leerlingen. En de prognose landelijk ziet er niet goed uit. In de eerste plaats omdat Dordrecht langzaam vergrijst en in de tweede plaats omdat basisscholen (en ouders) steeds meer opwaarts adviseren. Het vmbo heeft een negatief imago en dat is onterecht. Daar moet ik tegenop knokken vanuit mijn bedrijfsvoering. Ik ben dus bezig de samenwerking met partijen op het Leerpark te intensiveren, omdat ik anders in de knel kom.” Van Helvert onderkent zowel de complimenten als de kritiek van de jury: “Het is in zijn opzet een mooi gebouw en we zijn er tevreden mee. Toch had ik het vanuit de conceptie anders gedaan. Op het moment dat ik aantrad, was het programma van eisen al


opgesteld en lag er bijna al een voorlopig ontwerp. In feite was al bepaald wat de ziel van het gebouw zou zijn.” Roel Bosch als begeleidend architect onderschrijft dat: “Als architect probeer je de wensen van de opdrachtgever zo goed mogelijk te vertalen in het gebouw. De toenmalige opdrachtgever wilde vanuit een centraal beeld van controle en toezicht een gebouw neerzetten dat maximale veiligheid zou bieden aan een kwetsbare doelgroep in een kwetsbare omgeving.” “Exact”, vult Van Helvert aan, “en dat maakt dat het gebouw niet leeft, omdat het geen kloppend hart heeft waar het gebeurt. Het zit logistiek wel slim in elkaar, maar is vanuit de conceptie neergezet dat leerlingen er tijdens de lesuren zijn en vervolgens weer naar huis gaan. Het is mede daardoor geen spannende leef- en leergemeenschap waar overal spannende dingen gebeuren. Daarnaast heb ik onvoldoende financiële armslag om het gebouw nu de facelift te geven die het nodig heeft en ook toelaat vanwege het flexibele concept.”

“In feite was al bepaald wat de ziel van het gebouw zou zijn.” Ervaringen na vier jaar gebruik Van Helvert geeft aan wat hij anders heeft gedaan of zou willen aanpakken: “In de eerste plaats hebben we al snel van twee personeelsruimten één personeelsruimte gemaakt. Het is een school met één organisatie en dus met één team.” De architect legt uit waarom dat vier jaar geleden zo gekozen is: “In de ontwerpfase wilde de opdrachtgever twee deelscholen, een onderbouw en een bovenbouw, fysiek gescheiden hebben met twee aparte organisaties en dus docentenkamers. Dat hebben we op een flexibele wijze vormgegeven, zodat de aanpassing naar één ruimte makkelijk kon plaatsvinden. Andere aandachtspunten zijn de klimaatbeheersing en de

schooldomein

maart 2011

9


Projectinformatie: School: Insula College Dordrecht

Onderwijs: VMBO gemengde leerweg en beroepsgerichte leerweg

Aantal leerlingen: 650

Opening: februari 2008

Architect: DKV Architecten

10

schooldomein

luchtbehandeling. Het blijft een probleem om het gebouw goed in te regelen. Als ze in het lokaal van Zorg en Welzijn aan het koken zijn, ruiken ze dat door de hele school. Verder is er te weinig gevoelde zichtbaarheid: het gebouw is wel transparant opgezet, maar je kunt niet in de lokalen kijken. Dus je weet niet wat er achter de deuren gebeurt. Ik zou veel liever het zien en gezien worden willen bevorderen. Dat geeft rust en creëert verbinding.” Daarnaast zijn de toegangsdeuren hoog en zwaar. Van Helvert: “Onze brugklassers krijgen ze moeilijk open. Ook een probleem is dat we maar één toegang hebben en geen gescheiden verkeersstromen tussen leerlingen en bezoekers. In de pauze sluiten we het schoolplein af, om te voorkomen dat leerlingen in de openbare ruimte verkeren en mogelijk hinder veroorzaken. Dat betekent wel dat bijvoorbeeld ouders met kinderen die eens willen komen kijken, door die leerlingenmassa moeten lopen. Dat kan bedreigend werken. Ook is de beheersbaarheid van de pauzes ruimtelijk niet goed geregeld. We hebben maar één uitgiftepunt en twee aula’s. Het komt dus regelmatig voor dat leerlingen met broodjes heen en weer lopen en voor je het weet zit de ketchup tegen de muur. Dat leidt tot een hogere beheer- en toezichtlast. En de aula is echt vanuit het perspectief van een school ontworpen; namelijk voor een kerstmusical met heel veel stoeltjes ervoor. Het is niet als een centraal hart bedacht en dat vertaalt zich direct logistiek. Wat wel weer heel vervelend is, is dat we al vier jaar in een bouwput leven. Door de crisis is de voortgang van het Leerpark vertraagd, zodat de nieuwbouw nog niet echt tot zijn recht komt. Ik begrijp niet dat de gemeente geen gras aanlegt, om

maart 2011

er tijdelijk toch iets van te maken. Om toch positief te eindigen: “Het is een mooie school en dat krijgen we ook terug van de ouders.”

Hoe zie je een school? Tijdens het gesprek komen de architect en rector er achter dat veel knelpunten te herleiden zijn tot de toenmalige visie van de opdrachtgever. Namelijk hoe een vmbo-school in een kwetsbare omgeving eruit zou moeten zien. Van Helvert: “De paradox is dat het concept van geslotenheid zonder hart niet de bedachte controle en rust oplevert, maar juist de noodzaak om te regelen en te beheersen laat toenemen.” Bosch vult aan: “Wij hebben geprobeerd om het concept van structuur en controle juist open te breken, door de onderbouw en bovenbouw dichter bij elkaar te brengen en de grote entreehal met trap en deuren naar de aula toe te voegen. Je ziet dat Rien vanuit zijn visie nu meer openheid tussen die verschillende ruimtes zou willen dan de opdrachtgever toen voor ogen had.” Van Helvert bevestigt dat zijn visie nu verder gaat: “Ik geloof in een school als leefgemeenschap, waarin leerlingen graag willen komen en blijven, ook en juist na schooltijd. Dat moet leven en bruisen, dat moet een avontuur zijn en het gebouw moet die mogelijkheid ook bieden. Het gebouw is daarmee een spiegel van de organisatie en kan ongelofelijk helpen om zaken als cultuur, lol, beheersbaarheid en toezicht positief te beïnvloeden.” Voor meer informatie kunt u bellen of mailen met Roel Bosch van DKV architecten: (010) 413 82 43 of info@dkv.nl en Rien van Helvert: (078) 890 51 00 of rienvanhelvert@hadrieo.nl.


CREATIEVE ADVISEURS VOOR UW AMBITIES

M3V adviespartners ontwikkelt beleid en huisvesting voor onderwijs, kinderopvang, cultuur, welzijn, sport en combinaties hiervan. In huisvesting creĂŤren we gebouwen met toekomstwaarde, in beleid initiĂŤren we vernieuwingen voor betere oplossingen. We regisseren complexe processen vanuit inhoud, brengen belangen bij elkaar en zorgen voor draagvlak. Voor ons staat het duurzaam realiseren van uw visie en ambities centraal. Onze opdrachtgevers zijn gemeenten, scholen en schoolbesturen, maatschappelijke instellingen voor cultuur en sport, organisaties voor kinderopvang en woningcorporaties. Wilt u aansprekende voorbeelden zien van onze projecten? Ga naar www.m3v.nl, bel ons op 026-4822520 of mail ons via info@m3v.nl.

m3v adviespartners l Postbus 221 l 6860 AE Oosterbeek l 026 - 482 25 20 l info@m3v.nl l www.m3v.nl l Fotografie DigiDaan


Bewegingsonderwijs in een sporthal?

Het kan nu! Er zijn nu geen sporttechnische en onderwijskundige belemmeringen meer voor bewegingsonderwijs in een sporthal. Sportbouwspecialist Vaessen heeft hiervoor een innovatieve oplossing ontwikkeld die voldoet aan zowel de normering van NOC*NSF als de eisen van Koninklijke Vereniging van leraren Lichamelijke Opvoeding (KVLO). Dit met name voor het beruchte ‘middencompartiment’.

E

r is in Nederland nog steeds een groot gebrek aan accommodaties voor bewegingsonderwijs. Daarnaast voldoen de bestaande accommodaties vaak niet aan de hedendaagse normen van NOC*NSF en de KVLO. Steeds vaker wordt het bewegingsonderwijs vanuit exploitatieoverwegingen ondergebracht in bestaande of nieuwe sporthallen. Zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs maken meer en meer gebruik van de grote (overdag vaak leegstaande) ge-

12

schooldomein

maart 2011

meentelijke sporthallen die specifiek zijn geënt op het verenigingsgebruik in de avonduren. Ook kiezen onderwijsinstellingen vanuit investeringsoverwegingen vaak voor het realiseren van een sporthal in plaats van de gescheiden drie gymlokalen. Dit stuit tot op heden op wellicht terechte weerstand bij docenten en gymsecties omdat ze moeten lesgeven in een (te) grote sportruimte waarbij de kritiek zich toespitst op het ‘middencompartiment’. Die kritiek wordt natuurlijk


gevoed door veel slechte praktijkvoorbeelden, waar dit middencompartiment niet goed functioneert. Vaessen heeft dit probleem in overleg met de KVLO onderzocht. Jeroen Geurts van Vaessen: “We hebben inmiddels een innovatieve oplossing ontwikkeld die alle gronden tot weerstand kan wegnemen. Een innovatief concept voor een ‘driecompartimentenhal’ die alle tegenwerpingen vanuit het onderwijs wegneemt en juist extra kansen biedt voor het bewegingsonderwijs, zoals het beschikbaar hebben van meer sportoppervlak voor bijvoorbeeld toernooien.”

Werknemers op de werkvloer Jeroen Geurts: “Voor een optimale oplossing moet je juist de werknemers op de werkvloer nauw betrekken bij de ontwikkeling van hun nieuwe sporthal. Leerkrachten lichamelijke opvoeding kun je al in een vroeg stadium consulteren over de activiteiten binnen hun vakwerkplannen. Die activiteiten kun je dan over alle drie de zaaldelen verdelen.” De benodigdhedenlijst die voortvloeit uit deze vakwerkplannen wordt dan als uitgangspunt voor het ontwerp van de hal gehanteerd. Hierbij is het voor de gymsectie eenvoudiger om een vakwerkplanning te maken wanneer de sporthal overdag alleen door onderwijs wordt gebruikt. Zeker als de gymsectie de enige daggebruiker is. Een onderlinge verdeling van de drie zaaldelen met een roulatieschema is dan een prima oplossing. Los daarvan staat dat het middelste zaaldeel altijd moet voldoen aan de sporttechnische eisen, onder meer met betrekking tot de akoestiek. Lastiger wordt het wanneer de sporthal overdag wordt gebruikt door meerdere afnemers tegelijk, waardoor gebruikers voor lange tijd een vast zaaldeel krijgen toegewezen of wanneer drie zaaldelen tegelijkertijd aan alle eisen vanuit onderwijs moeten voldoen. Juist dan moet het middelste zaaldeel als volwaardige ‘gymnastiekruimte’ gebruikt kunnen worden. Zie hier het probleem.

Drie aandachtspunten Om bewegingsonderwijs op een goede wijze te implementeren in grotere sportaccommodaties zoals sporthallen, zijn er kort samengevat drie belangrijke aandachtspunten: 1. Akoestiek en geluid, waarbij voor onder andere nagalmtijd, achtergrondgeluidniveau en geluidslekken expliciete normen zijn opgesteld. 2. Sporthal/-zaal, kleed-/wasruimten en bergingen van voldoende afmeting (genormeerd). 3. Een zodanige vormgeving dat het jaarprogramma bewegingsonderwijs in al haar facetten kan worden gedoceerd. Geurts: “In nauw overleg met de KVLO hebben we een sporthalconcept ontwikkeld dat hieraan volledig tegemoet komt. Basisuitgangspunt is het realiseren van een hal die volledig voldoet aan de normen van de NOC*NSF en KVLO. Belangrijk detail hierin is de

“Uitgangspunt is het realiseren van een hal die volledig voldoet aan de normen van de NOC*NSF en KVLO normen.” akoestieknorm voor de totale accommodatie maar meer specifiek voor het middencompartiment. Het achtergrondgeluid en de installaties mogen bijvoorbeeld de norm van 45 dB(A) niet overschrijden. Alle zaaldelen van de te realiseren accommodatie moeten voldoen aan de eisen van gymzalen volgens de Arbocatalogus VO. Voor de implementatie van de sporttoestellen, een wezenlijk onderdeel van het lesprogramma, is in samenwerking met een gerenommeerde sportinrichter gekeken naar alle facetten van het bewegingsonderwijs en is een innovatieve inrichting en indeling ontwikkeld die voor alle drie de compartimenten voldoet aan de eisen. Dit inclusief de activiteiten klimmen, klauteren en zwaaien en met voldoende vlakke harde wanden voor kaatsen. Dit alles wordt na oplevering gekeurd door een onafhankelijke en erkende instantie. Hierdoor hebben opdrachtgevers en gebruikers de garantie dat de accommodatie ook daadwerkelijk voldoet aan de normen die vooraf van kracht zijn verklaard.”

Maatwerk gewenst De oplossing voor iedere sporthal vereist natuurlijk maatwerk. Dat heeft te maken met specifieke afmetingen en vormgeving en natuurlijk met de wisselende wensen van docenten en gymsecties. Ook is onderwijs in het algemeen niet de enige gebruiker. Sportverenigingen zijn vaak medegebruiker, waardoor de sporthal multifunctioneel inzetbaar wordt en daarmee beter exploitabel. Dit alles zorgt er nu juist voor dat het ontwerpen, ontwikkelen en bouwen van sportvoorzieningen een specifieke kennis en ervaring vereist. Vaessen is er als eerste in Nederland in geslaagd om sporthallen te laten voldoen aan alle eisen en wensen van zowel sport als onderwijs. Dit specifiek voor de driecompartimentenhal. Dit leidt tot ingrijpende besparingen. En daar geeft de onderneming vooraf een harde garantie voor af. De in dit artikel genoemde aandachtspunten worden volledig en op verifieerbare wijze geïmplementeerd, wat voor opdrachtgevers uit het onderwijs een keiharde zekerheid geeft over de uiteindelijke kwaliteit en bruikbaarheid van de nieuwe sporthal. De eerste voorbeelden, waaronder sporthal ‘de Hoefslag’ in Gorinchem staan open voor een bezichtiging. Voor informatie over dit artikel en/of het maken van een afspraak voor bezichtiging kunt u contact opnemen met onderwijs- en sportspecialist Jeroen Geurts van Vaessen, telefoon (0162) 52 21 20 of j.geurts@vaessenbv.nl.

schooldomein

maart 2011

13


De vrijblijvendheid voorbij De noodzaak van een toekomstbestendige voorzieningenstructuur

Demografische krimp staat flink in de publieke belangstelling. In het journaal en in de krant kunnen we geregeld horen en lezen over het krimpende platteland, wegtrekkende bevolking, verloedering en leegloop. Kortom demografische krimp is een ‘hot item’.

Tekst Rozemarijn Boer en Krijno van Vugt

D

emografische krimp doet zich nu nog niet in elke regio van Nederland voor, maar door een vergrijzende bevolking en een daling van het aantal kinderen zal de bevolking geleidelijk aan overal krimpen, zelfs in de stedelijke gebieden. Deze veranderingen hebben gevolgen voor gemeentelijke en regionale voorzieningen. De vraag naar voorzieningen verandert, waardoor de huidige accommodaties niet meer voldoen. Belangrijke opgave voor gemeenten en maatschappelijke organisaties is dan ook om een toekomstige voorzieningenstructuur te creëren die past bij de maatschappelijke vragen en ambities.

14

schooldomein

maart 2011

Risico voor de kwaliteit Met name het onderwijs merkt veel van de veranderende bevolkingssamenstelling. Als gevolg van ontgroening en krimp daalt het aantal leerlingen waardoor leegstand ontstaat. Dit betekent hoge kosten voor het schoolbestuur omdat de inkomsten sneller dalen dan de kosten van het personeel, de exploitatie en de huisvesting. In sommige regio’s van Nederland, de zogenaamde krimpregio’s, is sprake van een zeer forse daling van het aantal leerlingen van soms wel 50 procent in de komende 10 à 15 jaar. Deze daling vormt een risico voor de kwaliteit, de diversiteit en de spreiding


tige spreiding en bereikbaarheid van voorzieningen, een integrale visie op de omvang van voorzieningen, onderlinge afstemming tussen de schoolbesturen daar waar het gaat om de ‘kleur’ (denominatie) van de voorzieningen, lijken een mindere rol van betekenis te spelen.

Kaalslag in voorzieningen Het gevaar van een voorzieningenstructuur die het resultaat is van een concurrentiestrijd, is een versnippering en verbrokkeling van de huidige voorzieningen en in bepaalde gebieden wellicht kaalslag of wildgroei. Dit moet worden voorkomen! Het afbreken van voorzieningen gaat immers sneller dan het opbouwen. Juist in de situatie van vergrijzing en ontgroening is het van groot belang dat er een toekomstbestendige voorzieningenstructuur wordt gerealiseerd. Vanuit een visie op de toekomst van een gemeente moet worden nagedacht over de stappen van morgen.

De vrijblijvendheid voorbij Het ontwikkelen van een visie op de toekomstige voorzieningenstructuur voor onderwijs en aanvullende functies krijgt nu nog veelal vorm door de opstelling van zogenaamde integrale huisvestingsplannen (IHP’s) en/of het jaarlijkse onderwijshuisvestingsprogramma. In deze plannen wordt op basis van toekomstige leerlingenaantallen en de diverse maatschappelijke en beleidsmatige ontwikkelingen de toekomstige voorzieningenstructuur vorm gegeven.

en bereikbaarheid van het onderwijs. Bij ongewijzigd beleid is sluiting van scholen op diverse plekken op termijn aan de orde.

Het gevecht om de leerling Om ontgroening, vergrijzing en krimp te overleven, lijkt er een toenemende concurrentiestrijd te zijn tussen scholen, schoolbesturen en andere maatschappelijke organisaties die uit dezelfde vijver kinderen vissen. Helaas wordt die vijver steeds leger. Een toekomstige voorzieningenstructuur die het resultaat is van ‘het gevecht om de leerling’ is het gevolg. Een evenwich-

In situaties van vergrijzing, ontgroening en krimp (en ook bezuinigingen voor gemeenten en schoolbesturen) kan niet meer met het opstellen van een jaarlijks onderwijshuisvestingsprogramma en een IHP worden volstaan. Een toekomstbestendige voorzieningenstructuur vraagt een integraal - in de betekenis van samenhangend en op elkaar afgestemd - meerjarenbeleid voor niet alleen scholen, maar voor alle gemeentelijke accommodaties. Integrale accommodatieplannen zijn noodzakelijk in plaats van IHP’s. Dat het hierbij niet moet gaan om sec een capaciteitsplanning spreekt voor zich, het zal in deze plannen vooral moeten gaan om een schets van de toekomstige voorzieningenstructuur met aandacht voor omvang, multifunctionaliteit en spreiding en bereikbaarheid van voorzieningen.

Regie én samenwerking Het ontwikkelen van zo’n integrale en toekomstige voorzieningenstructuur voor onderwijs, kindcentra of brede maatschappelijke voorzieningen is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bestuurlijke en visionaire regie en een vooruitziende blik zijn gevraagd. Niet alleen van gemeenten, maar ook van schoolbesturen en andere maatschappelijke organisaties. Samen moet nagedacht worden over de gewenste spreiding en bereikbaarheid van voorzieningen, de omvang van de voorzieningen

schooldomein

maart 2011

15


Leiderschap is gevraagd om over de belangen van individuele gemeenten, schoolbe­sturen en andere maatschappelijke instellingen heen te kijken. in relatie tot het aantal leerlingen en wellicht het ‘uitruilen’ van voorzieningen ten behoeve van het behoud van voorzieningen. Hierbij is het in sommige gebieden van Nederland ook noodzakelijk op bovengemeentelijk niveau te kijken naar voorzieningen. Zo zijn veel schoolbesturen regionaal aanwezig. Keuzes in de ene gemeente voor het wel of niet handhaven van scholen of investeren in huisvesting hebben gevolgen voor de voorzieningen in de andere gemeenten en vice versa. Het is van belang in die situaties te komen tot een regionale afstemming en samenhang in de voorzieningen voor onderwijs, welzijn, cultuur, sport en zorg. Opschaling van bepaalde voorzieningen lijkt daarin onontkoombaar voor een verantwoorde toekomstige exploitatie. Soms zijn dan ook impopulaire keuzes noodzakelijk om op de lange termijn ‘toekomstproof’ te zijn. Het belang van kwalitatief goede (brede) scholen met een goede spreiding en bereikbaarheid moet prevaleren boven institutionele belangen. Leiderschap is gevraagd om over de belangen van individuele gemeenten, schoolbesturen en andere maatschappelijke instellingen heen te kijken. Samenwerken in plaats van concurreren, geven en nemen van zowel gemeenten en schoolbesturen. Dit biedt de beste kansen om goed in te spelen op ontgroening en krimp. Gemeenten moeten samen met schoolbesturen zorgen voor een goede spreiding en bereikbaarheid van scholen.

Van gelijkheid naar complementariteit Blauwdrukken zijn niet te geven voor een gemeentelijke of regionale voorzieningenstructuur. De lokale of regionale situatie bepaalt uiteindelijk de soorten voorzieningen, de vorm en mate van clustering. Het streven kan zijn om in iedere kern van een gemeente minimaal

16

schooldomein

maart 2011

één multifunctionele voorziening te hebben, die voor iedereen bereikbaar en toegankelijk is. In kleine kernen kan dit bijvoorbeeld de basisschool of het gemeenschapshuis zijn. Door kleine huisvestingsaanpassingen kan de multifunctionaliteit van deze voorzieningen worden bevorderd, waardoor functies kunnen worden toegevoegd. Ook hier is een integrale aanpak belangrijk, die niet meer gedomineerd moet worden door een soort gelijkheidsbeginsel (‘iedere kern dezelfde voorzieningen’), maar zou moeten worden ontwikkeld vanuit een visie gebaseerd op complementariteit. Te denken is aan een profilering van kernen op bepaalde thema’s of beleidsvelden of concentratie van bepaalde type voorzieningen in een kern. Bijvoorbeeld de sportvoorzieningen in kern A en de onderwijsvoorzieningen in kern B. Dit betekent dat er ook een mentale verandering nodig is bij burgers; voor sommige voorzieningen moet in de toekomst gereisd worden omdat de voorziening niet meer om de hoek is.

Accommodatiedevies Van vrijblijvende naar verplichtende planvorming, van sectorale naar intersectorale planvorming en van lokale naar regionale planvorming, is het devies voor de komende jaren. Dit kan alleen met bestuurlijke en visionaire regie, durf en een vooruitziende blik van gemeenten, schoolbesturen en andere maatschappelijke instellingen. Samenwerking en de bereidheid de institutionele belangen terzijde te willen schuiven zijn daarbij noodzakelijk. Drs. Rozemarijn Boer en drs. Krijno van Vugt werken als adviseurs maatschappelijke voorzieningen en vastgoed voor M3V adviespartners. Kijk voor meer informatie op www.m3v.nl.


kort nieuws PvdA: investeer pensioengeld in schoolgebouw De PvdA wil dat pensioenfondsen hun geld in Nederlandse schoolgebouwen gaan investeren. Nu wordt zeker 90 procent van het vermogen van pensioenfondsen geïnvesteerd in het buitenland. Maar als het geld in nieuwe schoolgebouwen en in het onderhoud van bestaande gebouwen wordt gestopt, hebben zowel de leerlingen en leraren als de bouwsector daar profijt van. Dat maakte PvdA-leider Job Cohen kenbaar in de Herman Höftenlezing op 31 januari in Almelo. Volgens Cohen moet er op creatieve manieren worden nagedacht om private rijkdom te laten bijdragen aan de publieke zaak. De PvdA denkt aan

een speciaal fonds waarin pensioenfondsen geld kunnen storten. Dat fonds onderhandelt dan namens hen met de gemeenten over de investeringen in de gebouwen. Volgens PvdATweede Kamerlid Sharon Dijksma hebben de pensioenfondsen al belangstelling getoond voor dit soort investeringen en zien ze er op de lange termijn ook rendement in. Maar er zijn tal van obstakels om dit nu nog niet te doen, zei ze maandag in een toelichting. Zo gaat het vaak om kleinere investeringen van tonnen tot enkele miljoenen euro’s, terwijl de pensioenfondsen grotere investeringen zijn gewend. Daarnaast is het ingewikkeld

voor pensioenfondsen om tot in de haarvaten met gemeenten te moeten onderhandelen over deze kleinere bedragen. Een fonds kan daarom uitkomst bieden, zei Dijksma. De oudstaatssecretaris van Onderwijs sprak over een win-win-win-situatie. De bouwsector krijgt een impuls in deze lastige tijden en de leerlingen presteren beter in een frissere omgeving. Ook de pensioenfondsen krijgen rendement met deze maatschappelijke investeringen. De PvdA-fractie zal het voorstel neerleggen bij onderwijsminister Marja van Bijsterveldt en anders mogelijk zelf met een initiatief komen, aldus Dijksma.

Astma Fonds: Geen nieuwe scholen bij wegen Ruim 60.000 kinderen in Nederland gaan naar een school die binnen 300 meter van een snelweg of 50 meter van een provinciale weg staat. Fijn stof uit uitlaatgassen vormt een groot risico binnen die afstand. Het Astma Fonds pleit er dan ook voor geen nieuwe scholen meer dichtbij een snelweg te bouwen. Dit staat in een petitie die het fonds op 8 februari aanbood aan de Tweede Kamer. Volgens het fonds staan 275 van de 9.000 basisscholen te dicht bij een snelweg en 72 scholen te dicht bij een provinciale weg. RIVM, GGD en

Gezondheidsraad adviseren gemeenten al om ruime afstand te bewaren tussen school en snelweg. “Maar gemeenten kunnen dat advies negeren en zo een loopje nemen met de gezondheid van schoolkinderen”, aldus Michael Rutgers, directeur van het Astma Fonds. “De huidige regels geven daarvoor de ruimte.” Volgens het Astma Fonds moet die achterdeur dicht. In de wet zou een minimale afstand moeten worden opgenomen van 300 meter tussen een school en een snelweg en 50 meter tussen een school en een provinciale weg.

Aantal aanbestedingen architectuuropdrachten neemt toe Het crisisjaar 2011 gaat de boeken in als een dramatisch jaar voor de architectenbranche: opdrogende orderportefeuilles en teruglopende omzetten, gedwongen ontslagen en faillissementen. Toch blijkt uit de cijfers van het Steunpunt Architectuuropdrachten en Ontwerpwedstrijden dat het aantal aanbestedingen blijft toenemen; in het vierde kwartaal van 2010 is er zelfs sprake van een verdubbeling ten opzichte van het vierde kwartaal van 2009. Voor veel architectenbureaus is het verwerven van nieuwe opdrachten van levensbelang. Dit brengt de nodige druk op de procedures met zich mee en stelt incidenteel de collegialiteit van de deelnemende bureaus op de proef. Veel architecten vinden dat de deelnamekosten en gehanteerde eisen en voorwaarden geen rekening houden met de economische situatie van hun branche. Daarnaast vinden zij de motivering van de

beoordeling vaak ondermaats. Ook in het vierde kwartaal wisten veel betrokkenen de weg naar het Steunpunt te vinden. De site www.ontwerpwedstrijden.nl werd in het vierde kwartaal 10.860 maal bezocht. In heel 2010 werd de site 42.232 maal bezocht. Met de toename van het aantal aanbestedingen nam het aantal vragen over het aanbesteden van architectuuropdrachten dat aan het Steunpunt werd voorgelegd flink toe. In het vierde kwartaal waren er 151 gerichte vragen tegenover 125 in het derde kwartaal. In totaal heeft het Steunpunt in 2010 zo’n 630 vragen van aanbestedende diensten, beleidsmakers, adviseurs, architecten, ontwikkelaars en onderzoekers beantwoord. Het Steunpunt registreerde in het vierde kwartaal in totaal 55 nieuwe aanbestedingen voor architectuuropdrachten. Dit aantal ligt

fors hoger dan het aantal (27) in het vierde kwartaal van 2009. Wanneer de architectuuropdrachten uitgesplitst worden in traditionele contracten (architectendiensten) en geïntegreerde contracten (D&B tot en met DBFMO) valt op dat geïntegeerde contracten terrein blijven winnen: in het vierde kwartaal werd nagenoeg de helft van de architectuuropdrachten (27) geïntegreerd aanbesteed. Over het gehele jaar 2010 valt op dat, crisis of geen crisis, het aantal aanbestedingen van architectuuropdrachten blijft groeien: 211 aanbestedingen in 2010 tegenover 188 aanbestedingen in 2009. Het aantal aanbestede architectendiensten daalt enigszins (118 tegenover 140 in 2009), maar deze daling wordt meer dan gecompenseerd door een verdubbeling van het aantal aanbestede geïntegreerde contracten (93 tegenover 48 in 2009).

schooldomein

maart 2011

17


Zit als gegoten op de pasmiddagen van Maatwerk Maatwerk Kindermeubilair heeft een nieuwe service: pasmiddagen. Op de eerste woensdag van elke maand kunnen ouders en kinderen terecht bij het bedrijf in Arnhem. Om een stoel uit te proberen, zelf bekleding uit te zoeken of gewoon eens rond te kijken. Rens Doornbos, ergotherapeut bij een onderwijsinstelling: ‘Ik merk dat het heel belangrijk is om aangepast meubilair goed te introduceren. Ouders zijn toch vaak bang dat hun kind te veel gaat opvallen en een buitenbeentje wordt. Terwijl het kind zelf het juist heel stoer kan vinden, zo’n bijzondere tafel of stoel. Een pasmiddag maakt het allemaal toegankelijk en het is heel vrijblijvend. Vind je een meubel niet mooi of fijn, dan kies je iets anders.’

Zonde als het niet wordt gebruikt

Rens Doornbos werkt met kinderen die een fysieke beperking hebben. Hij komt zowel in het speciaal onderwijs, als op reguliere scholen. Zijn doel is ervoor te zorgen dat kinderen ondanks hun beperking mee kunnen doen in het onderwijs. Door wat extra aandacht voor de fijne motoriek, adviezen richting de leerkracht en soms door een aangepast meubel. Doornbos: ‘Ik ben bij de eerste pasmiddag van Maatwerk geweest en ik dacht direct ‘dit moeten ze vaker doen. Je voorkomt mogelijke problemen, zoals kinderen die het meubilair niet willen gebruiken. Een aangepast meubel is een flinke investering, dus dat is heel erg zonde van het geld. Tijdens zo’n middag kunnen ze de meubels bekijken – want het is ook nog een kwestie van smaak – en proberen. De mensen van Maatwerk passen de maten ter plekke aan en soms hebben ze diverse varianten van een meubel. Dat is echt een toegevoegde waarde.’

Passen en meten voor Maatwerk

De pasmiddagen zijn niet alleen voor uitproberen of het uitzoeken van een leuk bekledingsstofje. Ook het verstellen van meubilair komt aan de orde. Hoe gaat een zitting hoger of lager? Is de hoogte van het ladeblok prettig? De Maatwerk meubels zijn modulair, dus als een onderdeel verslijt of te klein wordt, kan dat eenvoudig worden vervangen. Doornbos: ‘In de anderhalf jaar dat ik met Maatwerk werk, zie ik ze groeien in hun service. Deze middagen zijn daar een goed voorbeeld van. En als de meubels niet bevallen, dan zitten de kinderen en hun ouders nog nergens aan vast!’ Wilt u een pasmiddag bezoeken? Elke eerste woensdag van elke maand kunt u terecht. Bel ons als u interesse heeft op 026-351 22 47 en maak een afspraak met Dolf of Roland.

Maatwerk maakt modulaire systemen voor nu en straks met veel vakmanschap en door productie in huis sterk servicegericht

Nieuwe Havenweg 5, NL-6827 BA Arnhem, t. 026-3512247, f. 026-4437950, info@kindermeubilair.nl, www.kindermeubilair.nl


nota bene

In elke Schooldomein maakt u op een bijzondere manier kennis met een bijzonder mens in een bijzondere functie. In deze editie: Geert ten Dam, sinds 1 januari 2011 de eerste vrouwelijke voorzitter van de Onderwijsraad. Prof. dr. Geert ten Dam (Eindhoven, 6 november 1958) is sinds 1999 hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1998 tot 2010 was ze rector van het Instituut voor de Lerarenopleiding van de UvA. Ze is vanaf 2005 lid van de Onderwijsraad. Daarnaast was ze onder meer voorzitter van het bestuur van een basisschool in Amsterdam en voorzitter van de adviesraad van de PO-Raad. Ze is lid van de Raad van Toezicht van het Regio College voor Beroepsonderwijs en Educatie en van het Nationaal Onderwijsmuseum.

Geert ten Dam Auto Toyota Avensis. Een auto moet gewoon altijd rijden.

Eten en drinken Salades, en een goed glas rode of witte wijn.

Avond uit Film met de kinderen (van actiefilm tot cult) of een opera met mijn man.

Restaurant

Leukste opleiding

Film

Turnopleiding. Genoten heb ik van twee jaar lang iedere zondagochtend in de gymzaal.

Meglio Gioventu van Giordana.

Kan van alles zijn. Het leukste is dwalen door een stad en dan ergens uitkomen. De herinnering aan een restaurant is meestal die aan de wijn.

Boek

Opmerkelijk

Eerste baan

Er zijn er vele. Wat ik nog eens wil herlezen is A Short History of Nearly Everything van Bill Bryson.

Het onderwijs versterken. Net het verschil kunnen maken voor leerlingen en scholen.

Website www.onderwijsraad.nl.

Samen met mijn dochter van veertien maak ik grote fietstochten. Toen ze tien jaar was zijn we het IJsselmeer rondgefietst en twee jaar later van Nijmegen naar Praag. Die fietstochten koester ik.

Werkweek

Televisieprogramma

Ergernis

Geen idee. Vast veel, maar als ik uren ga tellen wordt werk ‘werk’.

Laksheid, dingen half doen. Doe iets goed of niet. En onverschilligheid voor wat mensen beweegt.

Ongeduldig.

Ik kijk nauwelijks TV. Mooie TV-series koop ik op DVD. Een groot genoegen zijn de vijf seizoenen van The Wire, over illegale drugshandel, corruptie, het onderwijs, en de media in Baltimore. Een ‘verslavende’ verkenning van sociaal-politieke thema’s.

Muziek

Krant

Ambitie

Klassiek, en dan vooral aria’s (Bartoli, Kozena, Mingardo). En ik zal nooit de Matthäus-Passion van Bach missen.

NRC, Volkskrant.

Werk en privé in balans houden. Van de dag genieten in plaats van bij de komende week leven.

Aardbeien plukken in Schaijk.

Doelstelling in nieuwe baan

Beste eigenschap Mensen verbinden, analytisch denken.

Slechtste eigenschap

Tijdschrift Didaktief en vaktijdschriften.

Inspirerende persoonlijkheid Mijn kinderen Bas en Chris; de nieuwe generatie.

schooldomein

maart 2011

19


20

schooldomein

maart 2011


THEMA Nieuwe vormen

Van DBFMO naar slimme toepassingen Vier jaar geleden is de eerste DBFMO-school in Nederland gebouwd. Het Montaigne Lyceum in Den Haag, een school in het voortgezet onderwijs, kende de primeur van deze aanbestedingsvorm waarbij de ontwikkeling, de financiering en de exploitatie bij één opdrachtnemer in opdracht werd gegeven. In de kantorenmarkt is inmiddels door de Rijksgebouwendienst al veel ervaring opgedaan en her en der zie je bij gemeenten en onderwijsorganisaties voorzichtig initiatieven ontstaan. Er zijn vele varianten denkbaar; het wel of niet overdragen van het eigendom, het wel of niet in opdracht geven van de exploitatie of een deel daarvan.

B

ij de aanbesteding van de bouw van het Montaigne Lyceum is de gemeente Den Haag eigenaar gebleven en is een langjarig contract aangegaan met een consortium. Partijen binnen het consortium geven aan dat echt vertrouwen pas groeit en bloeit binnen een lange contractperiode. Opdrachtgever en opdrachtnemer hebben elkaar nodig.

Aannemer op de hoek In een gesprek onlangs met de algemeen directeur Martin van den Berg van het Christiaan Huygens College Eindhoven, was deze stellig: “Over alles wat met het operate-deel (de O) te maken heeft, wil ik zelf kunnen besluiten. In de eerste plaats regelen besturen waarvan scholen onderdeel uitmaken al veel met contracten die ook Europees aanbesteed zijn. Of ze doen dat met collega-schoolbesturen, bijvoorbeeld in een regio. Daarop wordt scherp gestuurd. Te denken valt aan schoonmaakcontracten. Daarnaast kan de betreffende school of het bestuur heel veel zaken snel en op basis van een goede relatie en goede prijsafspraken regelen met de bekende aannemer op de hoek.”

Verschillende variabelen Gedurende de levensduur van een gebouw liggen er veel verschillende variabelen op de weg; onderwijskundige inzichten, ontwikkeling van het aantal leerlingen, maatschappelijke input, stuk voor stuk zaken die flexibiliteit vragen. En hierover worden dus vragen gesteld bij het wel of niet kiezen voor een DBFMO-aanbesteding. Daarbij moet altijd een ver-

gelijk worden gemaakt met de traditionele aanbestedingsvorm.

Invloed hebben op het ontwerp Financieringsmogelijkheden, risico van ontwikkeling en exploitatie, bij elkaar brengen van investering en exploitatie zijn hierbij voor een opdrachtgever zaken die moeten worden afgewogen. Een opdrachtgever wil vaak invloed hebben op het ontwerp, dat is de reden waarom er nog vaak een DBFMO-contract wordt aangegaan op basis van minimaal een Voorlopig Ontwerp. Het wordt nog als te ongewis ervaren om te vertrouwen op de outputspecificaties en het belang van alle partijen een aantrekkelijk gebouw te realiseren.

Prestatieafspraken De combinatie van ontwikkeling en onderhoud wordt al regelmatig toegepast en waar het gaat om installatietechniek is het steeds logischer om prestatieafspraken te maken, ook over terugverdientijden van duurzaamheidsmaatregelen. Met andere woorden: de DBFMO-discussie heeft geleerd om het eigenlijke doel te halen: per project kijken welke aanbestedingsvorm het beste aansluit op de opgave. En inmiddels is ook wel duidelijk geworden dat kleinere projecten niet echt te klein zijn voor een DBFMOaanbesteding. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Alfred Bakker 06-22267847, abakker@icsadviseurs.nl.

schooldomein

maart 2011

21


PPS, DBFMO, Living Building Concept … “De beste oplossing is het eenvoudiger maken van de contractvormen.” Nieuwe vormen van aanbesteding, contractvorming en financiering. Daar gaat het over tijdens deze expertmeeting voor Schooldomein. Centraal staat de Publiek Private Samenwerking met DBFMO-contracten: design, build, finance, maintain en operate. Maar een DBMO, zonder de F, kan ook een prima oplossing zijn. Of wat te denken van een PPS Light of het Living Building Concept? De terminologie vliegt over tafel. Wat zijn de trends? In een PPS werken overheid en bedrijfsleven samen aan een project met behoud van eigen identiteit en verantwoordelijkheid. Taak- en risicoverdeling worden helder in contracten vastgelegd. Binnen het onderwijsveld komt de PPS moeizaam tot stand. Wat weerhoudt opdrachtgevers om hiervoor te kiezen? Tom Haagmans: “Het grootste probleem is de vraag wie eigenaar wil worden en het exploitatierisico wil dragen. Dat wordt toch snel bij de school en de gemeente neergelegd. Beleggers zijn huiverig om het eigendom van scholen over te nemen. Er zijn wel gegarandeerde huurinkomsten, maar wat als het misloopt met de exploitatie? Niet de financieringsvraag, maar de eigendomsvraag zie ik als grootste probleem.” Stefan van Offenbeek relativeert het risico. Hij was contractmanager bij de nieuwbouw van het Montaigne Lyceum in Den Haag,

22

schooldomein

maart 2011

een bekend voorbeeld van een DBFMOproject. “De exploitatie beperkt zich tot deelgebieden. De school is verantwoordelijk en draagt het risico. Wij zijn niet afhankelijk van wisselende leerlingenaantallen en krijgen een beschikbaarheidsvergoeding. De school heeft ook een sporthal; de opbrengst uit de huur daarvan delen we met de school. Het is niet heel risicovol voor ons.” Maar voor de school wél, stelt Sibo Arbeek vast. Ronald Pereboom vindt die risico’s ook een belangrijk punt. “Voorafgaand aan een PPS moet je de risicoverdeling goed overwegen. Maar alleen al het feit dát je goed nadenkt over risico’s betekent dat je lagere kosten maakt. Je wijst de partijen aan die de risico’s het beste kunnen managen.”

Schutting Het klinkt als een paradox. Terwijl de overheid de risico’s van het managen van

Tekst Anje Romein Foto’s Kees Rutten

vastgoed juist wil uitbesteden, keren ze ook in een PPS bij de gemeente en de school terug. Terwijl er andere mogelijkheden zijn. “Het is steeds weer dezelfde discussie”, verzucht Harry Vedder. “Men kent de voordelen van PPS met risicospreiding en toch zien we zo weinig scholen die hiervoor kiezen.” Volgens Vedder heeft het ook te maken met de manier waarop de constructies in de markt worden gezet. “Ik stel het even heel zwart-wit: publieke partijen gooien de vraag over de schutting bij private partijen. Terwijl ze juist samenwerking moeten zoeken. Bijna geen enkele aanbesteding is echt gericht op het vinden van de juiste partner. Dat zou wel zo moeten zijn.” Ervaring opbouwen, en een beetje snel graag. Dat is wat er volgens Jeroen in ’t Veld moet gebeuren. “Er is bij scholenbouw nog weinig ervaring met PPS. Bij wegenbouw loopt het bijvoorbeeld veel soepeler, omdat Rijkswaterstaat al veel langer op deze manier werkt. Gun gemeenten en scholen gewoon wat meer projecten.”


THEMA Nieuwe vormen Vlnr: Ronald Peereboom, Stefan van Offenbeek, Jan Schraven

Deelnemers expertmeeting

Toch blijft de vraag hangen waarom scholen huiverig zijn om voor een PPSaanbesteding te kiezen. “De interesse neemt wel toe”, zegt Jan Schraven. “Maar opdrachtgevers zoomen te snel in op een DBFMO, zonder over alternatieven na te denken. Een traditionele aanbesteding kan ook prima zijn.” En waarom denken ze hier niet over na? “Vanwege de ongedisciplineerde en daarmee onprofessionele besluitvorming door gemeenten en scholen”, stelt Schraven vast. “Politieke besluitvorming verloopt wispelturig vanwege de invloed van verschillende partijen met deelbelangen. Bovendien kan de voorbereiding jarenlang duren, waardoor men vaak onbewust vervalt in een traditionele aanbesteding.” Niet professioneel? Haagmans en Vedder trekken dit in twijfel. Haagmans: “Ik ken voldoende wethouders die het lef hebben zo’n constructie aan te gaan. De bottleneck zit vaak op ambtelijk niveau, daar houdt men vast aan bekende wegen.” Het is geen kwestie van onkunde, denkt

Sibo Arbeek | hoofredacteur Schooldomein (gespreksleider) Tom Haagmans | algemeen directeur Vaessen Johan van der Mand | commercieel directeur Schreuder Groep Stefan van Offenbeek | contractmanager Strukton Integrale Projecten Ronald Pereboom | directeur OPPS Jan Remijnse | ICSadviseurs Jan Schraven | kennismanager Servicecentrum Scholenbouw Jeroen in ’t Veld | directeur RebelGroup Advisory Harry Vedder | m3v adviespartners Michiel Wijnen | directeur Matrix Onderwijshuisvesting

Vedder. “Het is vooral angst die de overheid ervan weerhoudt. Een terechte angst want het zijn complexe constructies. Daarom is de beste oplossing het eenvoudiger maken van deze contractvormen.”

PPS Light Eenvoud is ook wat Pereboom aanspreekt. Voor kleinere projecten is een PPS Light geschikter. Bijvoorbeeld kortere contractperiodes, waarbij niet vanzelfsprekend alle onderdelen worden overgelaten aan de markt. “Opdrachtgevers moeten niet op voorhand uitgaan van een zware DBFMO.

Het kan best eenvoudiger, bijvoorbeeld alleen een DBM voor ontwerp, bouw en onderhoud.” Volgens Pereboom gaat het om de juiste afweging die begint met een projectanalyse. “Wie zijn de beslissers? Is er draagvlak? Wat past bij onze organisatie? Daarna kies je een samenwerkingsvorm en de financiering. De Toolkit PPS Light zorgt voor een efficiënt afwegingsproces om te komen tot de beste oplossing voor het project. De varianten die daar uitrollen bespreek je met de opdrachtgever, inclusief de ambtenaren en de facilitair manager.” Het is inderdaad veel te complex, zo’n

schooldomein

maart 2011

23


Vlnr: Jeroen in ’t Veld en Sibo Arbeek

Vlnr. Jan Remijnse, Tom Haagmans en Michiel Wijnen

“Bijna geen enkele aanbesteding is echt gericht op het vinden van de juiste partner. Dat zou wel zo moeten zijn.”

Tips van experts Zorg voor eenvoud van de aanbesteding en werk samen op basis van vertrouwen. (Harry Vedder) Een constructie als een DBFMO is niet geschikt voor kleinere projecten. (Stefan van Offenbeek) Nieuwe bouwtechnische eisen vragen om geïntegreerde contracten. Dit dwingt tot een lange relatie tussen ontwikkelaar en scholen. (Jan Schraven) Selecteer niet alleen op prijs, maar durf te sturen op kwaliteit. (Tom Haagmans) Zorg voor een directe relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Nu is er vaak te veel ruis. (Michiel Wijnen) Kom niet direct met oplossingen, zorg voor een efficiënte en gestandaardiseerde voorbereiding met als uitkomst de beste (PPS)-oplossing voor het project. (Ronald Pereboom) Maak een convenant waarin staat dat aanbestedingen niet langer dan 7 maanden mogen duren. Nu duren ze te lang, terwijl tijd de belangrijkste kostenveroorzaker is. (Jeroen in ’t Veld)

24

schooldomein

maart 2011

DBFMO vindt ook Michiel Wijnen. “De voorinvestering en het risico is zo groot, dat heeft een afschrikwekkend effect. Door allianties te maken krijg je het wel rond.” En door kortere contracten af te sluiten. Want zie maar eens een marktpartij te vinden die 25 jaar lang een school wil financieren. Investeerders willen dat risico niet. Wijnen: “Je moet ook helemaal geen star dertigjarig exploitatiecontract willen. Daarvoor zijn onderwijsorganisaties te dynamisch en te veel aan verandering onderhevig. Dat heeft effect op het gebouw. Tien jaar is voldoende, waarna je het contract kunt herijken. Dat heeft ook een stimulerend effect. Als marktpartij moet je het goed doen voor een nieuw contract.” Een langdurig contract heeft juist wel voordelen, vindt Van Offenbeek: “Wie flexibiliteit wil heeft een contract nodig voor dertig jaar. Dan gaan partijen tenminste echt nadenken over toekomstige ontwikkelingen en de levenscyclus en duurzaamheid van een gebouw. Dat merk ik bij het Montaigne Lyceum. Een lange relatie werkt in het voordeel.” Volgens Van Offenbeek kunnen de F (financiering) en de M (onderhoud) juist voor prikkels zorgen. “De M-component zorgt voor een duurzaam gebouw. Al tijdens de bouw wordt nagedacht over kwaliteit, om te kunnen besparen in de onderhoudsfase. Er moet ook een financiële prikkel zijn bij bouwers. Zij kunnen niet zomaar vertrekken, maar blijven verantwoordelijk voor eventuele bouw- of installatiefouten.”


THEMA Nieuwe vormen Vertrouwen Vedder noemt nog een andere belangrijke voorwaarde voor een succesvolle PPS: vertrouwen. “Je hoeft ondernemers niet te prikkelen om geld te verdienen, dat zit wel goed. Je hebt prikkels nodig om te bewaken en te controleren. Het vertrouwen ontbreekt vaak. We moeten een mechanisme zoeken dat leidt tot samenwerking op basis van vertrouwen.” Dit is een moeilijk thema, vindt Van Offenbeek. “Ook hierbij biedt een langdurig contract voordelen. Het voorkomt dat je elkaars vertrouwen beschaamt, omdat je weet dat je nog voor langere tijd met elkaar moet samenwerken. Kortdurende allianties functioneren tot een bepaalde laag. Ergens kom je weer tegenover elkaar en beschermt ieder z’n eigen toko. Dan krijg je reacties als: ‘ik betaal niet mee als jij die heipaal verkeerd slaat’.” Volgens Schraven is dit best te ondervangen door meetbare resultaten vast te leggen. “De tijd is rijp voor de introductie van prestatiecontracten in onderwijsland. Schoolbesturen moeten kunnen sanctioneren als iemand zich niet aan een contract houdt.” Jan Remijnse wil in de discussie graag even wat nuancering aanbrengen. De diversiteit en verschillen in schaalgrootte zijn zo groot, dat de discussie van deze expertmeeting niet opgaat voor alle projecten. “Voor een multifunctionele accommodatie in de wijk is een PPS niet te betalen, dat brengt veel te veel transactiekosten met zich mee. Het punt van vertrouwen vind ik ook belangrijk, maar vraagt heel veel van alle partijen.”

Ontzorgen Tot slot legt gespreksleider Arbeek nog een stelling op tafel. ‘Het wordt tijd om opdrachtgeverschap weer te professionaliseren, maar wie is de opdrachtgever van vandaag?’ Jeroen in ’t Veld: “Ik denk inderdaad dat de kwaliteit van de opdrachtgever niet groot is. Gemeenten slaan nogal eens de plank mis en moeten dus geholpen worden.” Daar ligt een rol voor ons deskundigen, denkt Wijnen. “De opdrachtgever heeft moeite met procesbegeleiding, hij wil daarbij geholpen worden. Daar ligt een kans voor marktpartijen. Bedenk iets waardoor vertrouwen ontstaat.” Ontzorgen, dat is wat de markt voor scholen kan doen. Volgens Vedder moet het scholen makkelijk worden gemaakt. “De school-

Harry Vedder, Ronald Peereboom, Johan van der Mand.

directeur moet al in een vroege fase over van alles beslissingen nemen waar hij geen verstand van heeft. Hij heeft daar feitelijk een batterij adviseurs voor nodig. Terwijl het veel eenvoudiger kan.” Eenvoudige prestatiecontracten op maat, waar mogelijk gestandaardiseerd. Dat zou voor veel scholen beter zijn. Maar het eigendom uitbesteden aan een marktpartij? Dat is een brug te ver. Johan van der Mand: “Veel gemeenten willen geen private eigenaar. Ze willen op elk moment zelf beslissingen kunnen nemen. Tegelijk weten opdrachtgevers ook vaak niet wat ze eruit willen halen.” Hij zou het graag om willen draaien met een proactieve houding van de aanbieders. “Als aanbieder zeg je: dit is het concept, dit zijn de prestaties, wil je het hebben of niet. Dan moet je er wel voor zorgen dat er een grote variatie in concepten ligt.” Dit sluit aan bij de leerervaringen die Vedder opdeed bij het Living Building Concept. Het LBC draait de huidige keten in de bouw om. Aanbieders (opdrachtnemers, aannemers, leveranciers) wachten niet op de vraag van opdrachtgevers, maar maken hun eigen, innovatieve aanbod. Creativiteit en innovatie liggen niet bij een opdrachtgever, maar bij marktpartijen. Vedder: “Het vraagt een andere manier van kijken naar de markt. Hoe ontwikkel je een andere vraagaanbod strategie die het simpeler maakt om tot prestaties te komen die je als opdrachtgever wilt. Dat is de belangrijkste vraag.”

“De tijd is rijp voor de introductie van prestatiecontracten in onderwijsland. Schoolbesturen moeten kunnen sanctioneren als iemand zich niet aan een contract houdt.”

schooldomein

maart 2011

25


Met de voeten in de Soester klei

Dynamisch accommodatieplan leidraad Wethouder Onderwijs Jannelies van Berkel van de gemeente Soest wil het woord bezuinigingen niet in de mond nemen. “Ik ben de hele dag bezig met burgers en maatschappelijke organisaties. Dat de bomen niet meer de hemel in groeien is duidelijk, maar door samen te werken kun je een hoop bereiken.”

et is logisch dat de overheid er niet voor alles en nog wat is. Het is zelfs zo dat mensen de gemeente bellen omdat ze thuis relatieproblemen hebben: “ik heb ruzie met mijn man, kunt u daar als gemeente iets aan doen?” De overheid is een soort afvalbak geworden waar heel veel taken bedoeld en onbedoeld in zijn gestort. En nu kan dat niet meer. Daarom is het heel gezond om nu met een nieuwe bril naar de organisatie en het beheer van die samenleving te kijken. Dat leidt tot nieuwe inzichten en dus nieuwe uitgangspunten en spelregels.”

van het land. Mensen en daaronder ook veel jonge gezinnen, wonen hier graag en kiezen bewust voor de basiskwaliteiten in deze omgeving. Tegelijkertijd verandert die gemeente en hebben we veel maatschappelijk vastgoed dat redelijk verouderd is. En we moeten natuurlijk ook anticiperen op nieuwe ontwikkelingen, in bijvoorbeeld Soesterberg. Wat voor soort voorzieningen horen daarbij, moeten we scholen samenvoegen of niet? In dat traject begeleidt ICSadviseurs ons in het meedenken over een integraal accommodatiebeleid voor ons maatschappelijk vastgoed. Ik weet dat veel gemeenten daar mee worstelen. De crux zit hem erin dat beleid volgens mij altijd leidend moet zijn in het maken van keuzen over het vastgoed. Hoe houd je een omgeving vitaal en betekenisvol? Op basis van die inzichten in een wijk, buurt of dorp maak je je keuzen. Het uitgangspunt dat ICSadviseurs hanteert dat een omgeving zowel sociaal, fysiek en economisch gezond moet zijn, helpt daarbij enorm. Het gaat niet om gebouwen, maar om de leefbaarheid en vitaliteit van mensen. Die moeten een sterk motief hebben om ergens te wonen en gebruik te maken van de voorzieningen.”

Integraal denken

Goede voorbeelden

“Wij hebben onlangs met het College een dag op de hei gezeten, rond de vraag: hoe ziet onze gemeente eruit na 2014 en waarop willen wij sturen? Wij zijn een vitale en groene gemeente in het centrum

“Ik merk dat partijen traditioneel naar het begrip multifunctioneel kijken. Daardoor dreigt er het gevaar dat er een nieuwe monofunctie ontstaat, waarin dan meerdere scholen worden geschoven. Of dat partijen alleen maar geïnteresseerd zijn in de eigen vierkante meters en niet in het samenbindende concept dat een brede school vanuit zichzelf is. Ook binnen de gemeente zelf zie je dat zowel ambtenaren als bestuurders patronen uit het verleden op nieuwe inzichten plakken, waardoor je uiteindelijk toch de verkeerde keuzen maakt.” Ook de school Niekée uit Roermond komt tijdens het gesprek aan de orde. Niekée is helemaal gevormd vanuit de basisgedachte dat een school er is voor de ontwikkeling van jonge mensen. Na vier jaar in gebruik, groeit die school, ontwikkelen zich spontaan nieuwe netwerken rond de school en staat het gebouw er fris bij. Vanuit de

“H

Tekst Sibo Arbeek

26

Kerntaak

Activiteit

Wettelijk

Onderwijs, gym, CJG, WMO

Lokaal

Ontmoeting, peuterspeelzaal, voetbal, korfbal, zwembad, bibliotheek, theater

Geen

Kinderopvang, buitenschoolse opvang, zalenverhuur, biljart

schooldomein

maart 2011


essentie een duurzaam concept. “Daar moet ik met de raad naar toe, dat soort voorbeelden heb ik nodig om als gemeente zelf ook verder te komen.”

Kerntakendiscussie Wat ICSadviseurs goed doet, is ons helpen onze kerntaken scherper te formuleren. Zij hebben ons geconfronteerd met de kerntakenlijst uit het coalitieprogramma en hebben zich afgevraagd wat dat betekent voor onze vastgoedportefeuille en de geldstromen die daarin omgaan. Voor veel activiteiten en accommodaties ligt de verantwoordelijkheid niet bij de gemeente, terwijl daar in de afgelopen decennia allerlei vormen van eigendom, financiering en subsidiëring zijn ontstaan. Dat moet veel objectiever en dan kunnen we beter bepalen of een accommodatie of faciliteit een toegevoegde waarde heeft voor de samenleving. Maar die discussie wil ik wel voeren op basis van een maatschappelijke kosten- en batenanalyse. Voor ons zijn bijvoorbeeld interessante vragen: • Zijn er verschillen tussen de werkelijke kostprijs per sport en tussen clubs? Dat geeft een beeld wat een sportactiviteit voor de burger en de gemeente kost. • Wat is de relatie tussen de inkomsten voor onderwijshuisvesting in het gemeentefonds en de uitgaven, in relatie tot de leeftijd van de huisvestingsportefeuille? • Is er voldoende transparantie in huurprijzen in onze bestaande accommodaties met meerdere functies en zijn er voldoende gegevens over bezetting, benutting en functionaliteit? • Is er een leerlingdaling in het primair onderwijs op komst, terwijl de huisvestingsportefeuille verouderd is? Is er een mogelijke herontwikkelingspotentie voor een aantal onderwijspercelen? Door gegevens te verzamelen en te combineren, krijgen we antwoord op een aantal vragen. Is het onderhouden en exploiteren van een zwembad een kerntaak van de gemeente? Die vraag moeten

we beantwoorden. Ook zoeken we naar effectieve prikkels om verenigingen meer als maatschappelijk ondernemer te laten handelen. Daar hoort het effectiever en efficiënter omgaan met huisvesting ook bij. De tijd dat de overheid al deze zaken oploste en als achtervang fungeerde, is voorbij. Maar we willen wel voorop staan om samen met maatschappelijke organisaties naar nieuwe vormen van samenwerking te zoeken. En daar hoort dynamisch accommodatiebeleid bij! Voor meer informatie surft u naar de gemeentesite: www.soest.nl of mailt u naar j.vanberkel@soest.nl.

schooldomein

“Ik heb ruzie met mijn man, kunt u daar als gemeente iets aan doen?” maart 2011

27


Pedagogisch toezicht nodig

De conciërge als verlengstuk

Vraag eens op een feestje, wie de conciërge van zijn of haar middelbare school nog kent, en je zult versteld staat! Veelal kennen we de persoon nog, al dan niet bij naam. Omdat je er altijd een briefje moest halen als je te laat was. Omdat hij wel compassie had met ‘zijn’ studenten. Of juist niet… Tekst Judith Chin Kwie Joe Foto Kees Rutten

O

p de meeste basis- en middelbare scholen in Nederland is er een conciërge. Zijn of haar belangrijkste taak is het toezicht houden en bewaken van het gebouw. Afhankelijk van de persoon én de opdracht vanuit de organisatie, staat deze persoon dichter of minder dicht bij het onderwijs en de leerlingen in het pand. Dat hiermee een verschil gemaakt kan worden, is het betoog in dit artikel. Centraal staat de vraag of de conciërge vooral een bewakingsfunctie heeft, of dat

28

schooldomein

maart 2011

er juist ook op het meer pedagogische vlak een taak voor hem is weggelegd.

Hij kent zijn pappenheimers De conciërge hoort tot het onderwijs ondersteunend personeel. De algemene ruimten zijn het domein van de conciërge, die veelal zijn plek heeft nabij de (hoofd)entree van het gebouw. Hier heeft de conciërge een prima overzicht van wie er binnen


komt en wat er gebeurt. De conciërge kent vaak veel leerlingen van gezicht en op een kleinere locatie kent hij ‘zijn pappenheimers’ zelfs bij naam; hij weet wie hij in de gaten moet houden.

Onafhankelijk Het voordeel van de conciërgefunctie is dat deze veel onafhankelijker staat ten opzichte van de leerling dan de docent: De conciërge zit niet met de leerlingen in een klas, hoeft geen cijfers te geven en staat ook vanuit het perspectief van de leerling ‘aan de rand van het onderwijsproces’. Dat maakt dat de conciërge anders aangesproken kan worden; dat de leerling een ‘oneerlijke’ ervaring met een docent hier prima kan ventileren en andersom, feedback op zijn of haar gedrag door de conciërge ook veel neutraler kan opvatten (er hangen geen consequenties aan). Een conciërge die een boze of geïrriteerde leerling de figuurlijke ‘arm om de schouders kan slaan’ kan in veelgevallen de-escalerend werken. Dat gaat uiteraard niet zomaar; de conciërge moet die rol verdienen. Dat vraagt aandacht voor de leerlingen, een luisterend oor, niet (te snel) oordelen; maar wél meedenken, je verplaatsen in de leerling, bereid zijn samen oplossingen te vinden die passen binnen de regels en de behoeften.

voor de nieuwe samenwerking. Hoe beter de relatie, hoe minder ruimte voor de leerling (want die weten ze feilloos te vinden en benutten!). Het gaat ook om de discussie over de achterliggende doelen: in gesprek met een leerling moet de conciërge ruimte hebben om mee te voelen met de leerling en tegelijk begrip te kweken voor de reden waarom de regels er zijn. Ja, dat vraagt sociale en gespreksvaardigheden van de conciërge; die daardoor meer en meer een ‘maatschappelijk werker’ is. Er wordt ook daadwerkelijk op een ander type conciërge geworven!

Minder beveiliging is veiliger? De kosten voor beveiliging in het vo- en mbo-onderwijs, zijn de afgelopen jaren soms tot schrikbarende proporties opgelopen. Die tendens moet gekeerd, vooral ook omdat het een schijnveiligheid heeft gecreëerd. Het kost veel geld, maar heeft niet altijd de gewenste situatie gegeven. Een extra bewaker inhuren lijkt een oplossing voor toenemende agressie of wangedrag. Maar is dat ook zo? Of maskeren we het werkelijke probleem; dat de zaken wellicht niet optimaal georganiseerd zijn? Voeden we de maatschappelijke discussie ten aanzien van onveiligheid, zonder echt oplossingen te creëren? En: wil je dat wel, een school met poortjes, bewakers voor de deur en overal camera’s? Wat lost het op?

Grip op leerlingen

Samen sterk!

Bij Zadkine, één van de twee ROC’s in de Rotterdamse regio, is in 2009 bewust gekozen om de conciërge als kernfaciliteit te positioneren. Het besef hiertoe kwam vanuit het goed registreren en analyseren van incidenten. Hieruit bleek dat er een verband was tussen de positie van de conciërge ten opzichte van de onderwijsteams op de locatie en het aantal incidenten: daar waar de conciërge werd beschouwd als onderdeel of verlengstuk van het onderwijsteam en een goede samenwerking werd nageleefd, was er meer grip op de leerlingen. Zadkine Facilitair Bedrijf heeft daarop het concept ‘pedagogisch toezichthouden’ ontwikkeld. Doel was een ‘conciërge nieuwe stijl’, die nog dichter bij het onderwijsproces werd geplaatst dan al het geval was. Deze medewerker kreeg een ‘allround’ profiel, waarbij naast de algemene bewaking- en handyman taken, een zwaar accent op het aanspreken van en omgaan met de leerlingen werd toegevoegd.

Veiligheid is een issue waar onderwijs en ondersteunend personeel nadrukkelijk op moeten samenwerken. Heldere doelen en regels zijn noodzakelijk op het vlak ‘wie heeft waar de touwtjes in handen’. Een conciërge die wordt gebeld door een docent om een leerling uit een klas te halen, moet goed weten wat hij doet. Bij Zadkine werd afgesproken: De docent is in de klas verantwoordelijk; de conciërge ondersteunt daarbuiten. Een leerling uit de klas halen is niet zo moeilijk voor een goed getrainde conciërge. De docent is echter voor de hele groep zijn ‘macht’ verloren. Dat doen we dus niet! Situaties waarin een docent zich onveilig of onmachtig voelt, worden in het team besproken. En daar schuift ook de (hoofd)conciërge bij aan. Overigens leidde dergelijke besprekingen ook tot de wetenschap dat over het algemeen de conciërge beter getraind is in het omgaan met agressie, verbaal geweld en dreiging dan de docent. Op dit vlak konden de conciërges de onderwijscollega’s best wat leren!

Voorbeeldgedrag

Door elkaar te respecteren in je rol en verantwoordelijkheid, samen op te trekken rond een gemeenschappelijk kader, ontstaat een warme, veilige schoolomgeving. En kunnen de kosten voor beveiliging weer in verhouding worden gebracht en blijft het onderwijs gezellig én betaalbaar.

Het concept pedagogisch toezichthouden vraagt ook een andere houding bij het onderwijs. Het is ongemakkelijk voor een conciërge om leerlingen aan te spreken op gedrag, dat docenten zelf ook vertonen (bijvoorbeeld eten op de gang terwijl de huisregels zeggen dat dit niet mag). Het gezamenlijk opstellen van huisregels door onderwijs- en conciërgeteam én commitment van beide kanten om deze regels voor te leven en te handhaven, is een basisvoorwaarde

De kosten voor beveiliging zijn de afgelopen jaren tot schrikbarende proporties opgelopen.

Neem voor informatie over dit artikel contact op met Judith Chin Kwie Joe –Donkers van CKJ Consultancy: 06-44482123 of volg haar op www.twitter.com/CKJudith.

schooldomein

maart 2011

29


architectuur

Schoolpleinen waar wat is te ruiken, te beleven en te vallen De helft van de kinderen in het basisonderwijs vindt het schoolplein saai en te klein. Na school gaan de hekken dicht, extra vervelend omdat buiten het schoolplein toch al zo weinig ruimte is om met elkaar te spelen. Architecten zoeken naar oplossingen.

“H

et gaat niet eens zozeer om de hoeveelheid vierkante meters”, zegt Joost Vonk, projectmanager bij Jantje Beton. “Het is vooral de kwaliteit van de buitenruimte, die zorgen baart.” Vonk is bij Jantje Beton verantwoordelijk voor het onderzoek dat door Qrius werd verricht naar de mening van kinderen en ouders over buitenspelen op schoolpleinen. Jantje Beton zet zich in voor het vrije buitenspelen van kinderen. En die mogelijkheid wordt door kinderen en ouders als zeer beperkt ervaren. Zo geeft 42 procent van de kinderen aan vaker op het schoolplein te willen spelen wanneer het er minder saai zou zijn. Opvallend is dat een ruime meerderheid van de ouders (61 procent) aangeeft bereid te zijn om te helpen het schoolplein beter te maken en te houden. “Van die betrokkenheid”, zegt Joost Vonk, “zou veel meer gebruik moeten worden gemaakt. Net zoals dat kinderen niet of nauwelijks gehoord worden, wanneer het gaat om de ideevorming rond het schoolplein. Kinderen zoeken vooral naar fantasieprikkelende ruimten, plekken die aanleiding vormen tot spelen, die uitdagen om creatief te zijn. Biedt hen geen catalogus aan van kant en klare speeltoestellen, maar vraag hen hoe zij het liefste zouden willen spelen.” Vonk bepleit voorts meer samenhang tussen het besloten schoolplein en de publieke wijk er om heen, wat de speelmogelijkheden kan vergroten.

Van buiten naar binnen

Ook daken zijn goede speelpleinen

30

schooldomein

maart 2011

Die geleidelijke overgang tussen het besloten, en veelal afgesloten schoolplein en de omringende stedelijke ruimte, als middel om het buitenspelen te stimuleren, was één van de inspiratiebronnen voor Michiel Snelder van Snelder Architecten bij de omvorming van een bestaand monumentaal schoolgebouw tot de brede school De Zeeheld in Amsterdam-West. “Wij hebben de opgave van buiten naar binnen benaderd. Vanuit de stad, naar de straat, naar het buurtplein, naar het schoolplein. Steeds een geleidelijke overgang, met uiteindelijk


Tekst Theo van Oeffelt Illustraties Snelder Architecten/Luuk Kramer, Abbink X de Haas Architectures, visualisaties Sanne Plomp

De straat wordt opgevat als de ongecontroleerde buitenruimte van de school, het plein er achter als de gecontroleerde binnenruimte

glazen taatsdeuren, die het af te sluiten schoolplein fysiek verbonden houden met de publieke buitenruimte.” In het Programma van Eisen werden pedagogische uitgangspunten benoemd als “veiligheid, overzichtelijkheid en geborgenheid”. “Wat wij hebben gedaan is een ruimtelijk kader rond het gebouw te scheppen. Het vele glas in de wanden zorgt voor visueel contact en biedt tegelijk geborgenheid zonder de school geheel af te sluiten”. Maar Michiel Snelder creëerde ook meer speelruimte, zorgde voor meer schoolpleinen door deze te stapelen. “Daken kunnen ook goede speelplaatsen zijn”, zegt hij, “en datzelfde geldt voor de trappen er naar toe. Die brede trappen dagen uit, prikkelen om te worden gebruikt als glijbaan, als tribune of als speelelement.”

Verticale tuin Ook architect Micha de Haas van Abbink X de Haas Architectures zocht naar mogelijkheden om het schoolplein te vergroten en daar, waar mogelijk, de openbare ruimte bij te betrekken. “De Elandstraat in de Jordaan is een nauwe straat, met weinig mogelijkheden. Een eerste gedachte, om van de straat een autovrije weg te maken en zo om te toveren tot speelruimte, werd door het stadsdeel afgewezen. Daarna zijn we gaan studeren op de kansen om samenhang te brengen tussen de ongecontroleerde buitenruimte en de gecontroleerde binnenruimte. Dat bereiken we onder meer

door de gevel zo vorm te geven dat deze benadrukt dat het gebouw een schakel vormt tussen de straat en de aangrenzende steeg, die leidt naar de openbare speeltuin achter de school.” Evenals Michiel Snelder studeerde Micha de Haas op mogelijkheden om de speelruimte rondom het gebouw te vergroten. “Het is de taak van de architect om in deze, zo op bescherming gerichte samenleving, de grenzen van wat nog wel kan op te zoeken”. Hij zag kansen om de brandtrap zodanig te verbreden en van een begroeide wand te voorzien, dat deze een geheel nieuwe verblijfsruimte is geworden. “Een verticale tuin, met een natuurlijke zonwering die elk seizoen anders is. ’s Zomers filteren de bladeren het zonlicht en ’s winters kan het licht juist diep het gebouw binnenvallen”. De Haas keek ook naar wat het dak te bieden had, maar de regels binnen het door de UNESCO beschermde stadsgezicht boden daartoe weinig mo-

gelijkheden. Een door hekken omringde speelplaats was uit den boze – maar een plantenkas op het dak, waarin de kinderen zelf groenten verbouwen, bleek wel haalbaar.

WA-verzekering Beide architecten benadrukken de problematiek van de beheersbaarheid van de buitenruimte. Beiden geven aan het essentieel te vinden dat een ontwerp voor een schoolgebouw zich niet mag beperken tot het gebouw zelf. Dat de buitenruimte zeker zo belangrijk is. Maar “tot waar wil een gemeente of een schoolbestuur verantwoordelijk zijn?”, vraagt Micha de Haas. “En welke ouder is bereid om na zes uur ’s middags op het schoolplein te patrouilleren?” In de woorden van Michiel Snelder: “Op welk moment houdt de WA-verzekering op? Dat bepaalt eigenlijk vooral de gebruiksmogelijkheden van het schoolplein”.

BNA Onderzoek BNA Onderzoek, waarin onder andere is opgegaan de Stichting Architecten Research Onderwijsgebouwen (Staro), bundelt de studie- en onderzoeksactiviteiten van de Bond van Nederlandse Architecten. De kennis en expertise van de BNA-leden betreffende onderwijshuisvesting en de activiteiten rondom dit thema komen hierin terug. BNA Onderzoek is een platform voor verdieping en collegiale kennisuitwisseling van alle BNA-leden, waar verschillende expertises worden samengebracht en kruisbestuiving mogelijk wordt gemaakt. Het programma is zeer divers, zowel thematisch als in vorm. De redactieraad, verantwoordelijk voor de Schooldomeinrubriek Architectuur, wordt gevormd door Kees Willems, Marjolein Bosscher, Michaela Stegerwald, Michiel Snelder, Carla Roos, Theo van Oeffelt en Jutta Hinterleitner. Meer informatie: www.bna-onderzoek.nl.

schooldomein

maart 2011

31


Reinwardt Academie is klaar voor de toekomst Na veertig jaar afgeschreven? Integendeel!

Het zijn de toekomstige bewaarders en bewakers van kunst en cultuur, de studenten van de Reinwardt Academie. De hbo-opleiding – een onderdeel van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten – leidt allround erfgoedprofessionals op. Het schoolgebouw aan de Dapperstraat in de Amsterdamse Watergraafsmeer onderging de afgelopen jaren een complete transformatie. Hoofd bedrijfsvoering Tim Lechner gaf Schooldomein een rondleiding.

32

schooldomein

maart 2011


“B

Tekst Paul Voogsgerd Foto’s Marko BV innen de AHK zijn we eigenlijk een vreemde eend in de bijt”, zegt Lechner. “We verzorgen immers geen kunstonderwijs. Wat wij doen, heette vroeger museologie maar tegenwoordig is het sterk verbreed. We bieden twee opleidingen: de bachelor Cultureel erfgoed en de Engelstalige Master of Museology.” Modern onderwijs dus. En dat vraagt om een modern gebouw. En daarover beschikte de Reinwardt Academie niet. “Ons gebouw dateert van eind jaren zestig, begin jaren zeventig”, vertelt Lechner. “Lange, brede gangen en grote, gesloten lokalen. En daarmee allerminst geschikt voor het vraaggestuurde onderwijs dat we enkele jaren geleden wilden invoeren. Waar in het verleden hoorcolleges en frontaal gegeven lessen centraal stonden, beslaat dat nu niet meer dan 20 procent van onze lessen. De overige 80 procent leren

de studenten door zelf te ontdekken, zelfstandig en vaak in werkgroepen. Om ze daarin te faciliteren, hadden we andere ruimten nodig. En daarom hebben we de afgelopen jaren rigoureus verbouwd.”

Aangename akoestiek De Reinwardt Academie koos voor een meerjarenplan dat gefaseerd werd uitgevoerd, want, zegt Lechner: “We konden vanzelfsprekend alleen in de negen weken van de zomervakantie aan de slag.” En die tijd was hard nodig want de ambities waren niet gering. Alleen al qua constructie want zomaar al die muren wegbreken, om mooie open ruimten te maken, was er vanzelfsprekend niet bij. “Door een constructeur is daar natuurlijk heel goed naar gekeken”, weet Lechner. “Daarnaast gooide de aanwezigheid van

schooldomein

maart 2011

33


asbest roet in het eten. We wisten dat het er was maar uiteindelijk bleek het nog veel meer. In het veilig verwijderen daarvan heeft heel veel tijd gezeten.” En dan was er nog de akoestiek. De wens om meer ruimte en openheid te creëren, stelde daaraan de nodige eisen. “De architect had daarover een eigen theorie”, vertelt Lechner. “In grote open ruimten waar veel mensen rustig praten, ontstaat een soort

basisniveau van geroezemoes dat niet storend is en bovendien pieken in het geluid elimineert. Daardoor heb je er geen last van als iemand even verderop zijn stem verheft.” De theorie bewees zich in de praktijk maar daarnaast werden ook andere maatregelen genomen. Lechner: “Met name de vloerbedekking en geluidsabsorberende plafonds zorgen voor een aangename akoestiek.”

Comfortabele bureaustoelen De rondleiding bewijst Lechner’s gelijk. Overal in het gebouw zijn studenten en medewerkers aan het werk. Er wordt gepraat, gedoceerd, gelachen en gediscussieerd. Maar nergens is het lawaaiig. Integendeel, het gebouw straalt een prettige rust uit. De rondleiding begint op de 5e etage. Vanuit de lift betreden we het leerdomein van de vierdejaars studenten. “Ieder studiejaar hebben we ondergebracht op een eigen etage”, vertelt Lechner. “Daarmee waarborgen we onder meer de kleinschaligheid.” Grote raampartijen aan twee zijden van de ruimte geven een fantastisch uitzicht over de stad, onder meer op de vermaarde Dappermarkt. Al pratend, dalen we af. Iedere etage – en dus ieder studiejaar – heeft zijn eigen kleur. Opvallend is het fraaie interieur dat in

34

schooldomein

maart 2011


Projectinformatie: menig professioneel kantoor niet zou misstaan. “Juist omdat studenten hier zoveel tijd zittend doorbrengen, hebben we gekozen voor goede en comfortabele bureaustoelen”, vertelt Lechner. “Voor elke leerling is er altijd een werkplek beschikbaar die voldoet aan de gestelde normeringen.” Overal zijn studenten actief achter laptops wat het beeld van de ‘kantoortuin’ nog verder versterkt. Lechner: “We hebben flink geïnvesteerd in onder meer een goed draadloos netwerk, zodat iedereen overal met zijn laptop uit de voeten kan.”

Paradepaardje Voor de inrichting koos de Reinwardt Academie voor de diensten van inrichter Marko. Zij leverden niet alleen het meubilair voor de verschillende etages maar richtten bovendien de even fraaie als bijzondere mediatheek in. “Je had eigenlijk de oude bibliotheek eerst moeten zien”, zegt Lechner. “Donker, bedompt, vol met boeken in donkerbruine kasten. Wat dat betreft had het verschil niet groter kunnen zijn.” Als we de nieuwe mediatheek betreden, is het oude beeld nog moeilijk op te roepen. We zien een frisse, creatief ingerichte ruimte. Fraaie kleuren en speelse elementen. Licht en overzichtelijk. Sfeervol en eigentijds. “De

binnenhuisarchitect van Marko heeft het ontwerp hiervoor gemaakt”, vertelt Lechner. Zij verdiepte zich in het idee achter het plan en keek goed naar de doelgroep. Met de juiste vormgeving en visuele prikkels, gecombineerd met design, gaf Marko perfect inhoud aan de vraag. Lechner wijst op het gedurfde maar fraaie tapijt en twee bijzondere zitjes. Één, bestemd voor het gezamenlijk bekijken van presentaties of televisiebeelden. Een ander bij de grote ramen, iets verhoogd en met een prachtig uitzicht op de omgeving buiten. Mooie meubels, artistieke raamdecoratie, fraaie verlichting, het klopt allemaal. “Het is echt een paradepaardje”, zegt Lechner. “Niet alleen van de Reinwardt Academie maar van de hele hogeschool.” Verder afdalend zien we nog de fraaie kantine die vooral doet denken aan een sfeervol grand café. En, halverwege begane grond en kelder, een compacte collegezaal met professionele techniekruimte. Het maakt het beeld compleet van een hogeschool die volledig is toegerust voor het moderne onderwijs in het tweede decennium van de 21e eeuw. Gehuisvest in een gebouw van zo’n veertig jaar oud. Maar afgeschreven is het allerminst. Integendeel. De Reinwardt Academie is klaar voor de toekomst.

schooldomein

Project: Renovatie Reinwardt Academie Amsterdam

Opdrachtgever: Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

Aannemer: Altim Aannemers

Inrichter: Marko BV (www.marko.nl)

Bruto vloeroppervlak: 3.600 m²

Bouwkosten: ca. 2 miljoen euro (inclusief asbestsanering)

Oplevering: in 4 fases, mediatheek in sepember 2010

maart 2011

35


Voormalige Rotterdamse Pepermuntfabriek Kort voor de start van de verbouwing hing in het pand nog de zoete lucht van pepermuntolie, nu zwermen door het fraai gerestaureerde monument tientallen leerlingen die in een diversiteit aan ruimtes nog de oorspronkelijke functie van het gebouw kunnen herkennen. De in 1911 aan de Rotterdamse Westzeedijk gebouwde Pepermuntfabriek Ten Hope is met veel respect voor het verleden omgevormd tot het Lyceum voor Beeldende Vormgeving. Drost + van Veen Architecten tekende de intensieve herbestemmingsplannen, voor het interieur bijgestaan door MARS Interieurarchitecten.

36

schooldomein

maart 2011


huisvest Lyceum Beeldende Vormgeving Tekst Simone Drost en Eveline van Veen

H

et Lyceum voor Beeldende Vormgeving is een onderdeel van een inspirerende jonge omgeving die als ‘onderwijscampus’ in de Rotterdamse wijk Coolhaven momenteel gestalte krijgt. In de naaste omgeving van het lyceum liggen de Theaterschool, verbonden aan het Jeugdtheater Hofplein, de SKVR muziek- en dansschool en het World Music Centre. Niet alleen het gebouw is (ver)nieuw(d), het onder­ wijs­concept is ook nieuw. In september 2009 is het LMC Voortgezet Onderwijs, een samenwerkingsverband van diverse Rotterdamse scholen, in samenwerking met de Willem de Kooning Academie het Lyceum voor Beeldende Vormgeving gestart. Door de verbondenheid met de Willem de Kooning Academie kan kwaliteit worden geboden op het gebied van docenten en faciliteiten. De leerlingen krijgen op deze wijze een goede voorbereiding op deze kunstacademie en kunnen tevens het reguliere verplichte voortgezet onderwijs op havo en vwo-niveau volgen. Een combinatie die uniek is voor Nederland.

Creatief bedrijf Het voormalige fabrieksgebouw is eigendom van Stadsherstel Historisch Rotterdam en staat op de gemeentelijke monumentenlijst. Na jaren van leegstand is in 2007 gestart met de renovatie en herbestemming van het gebouw. Het gebouw van in totaal 3.000 m2 is verdeeld over een kelder, begane grond en twee etages. Het Lyceum heeft uiteindelijk de beschikking gekregen over de eerste en tweede verdieping. Daar zijn teken- en schilderlokalen, ateliers, digitale studio’s met computers, een mediatheek, kantine en kantoorruimten aanwezig. De kelder en begane grond zijn in gebruik genomen door een gespecialiseerd creatief bedrijf met een ontwerp- en handelsafdeling in feestartikelen.

Versterken kwaliteiten De architecten hebben zich bij de verbouwing geconcentreerd op de versterking van de bestaande kwaliteiten van de verschillende verdiepingen en tevens gezorgd voor een zorgvuldige inpassing van de noodzakelijke installaties. Elke verdieping van het gebouw heeft zijn eigen identiteit en sfeer gekregen, die te herleiden is uit het voormalige gebruik als pepermuntfabriek. De kelder en de begane grond zijn industrieel en functioneel, met grote houten schuifdeuren en zeer hoge plafonds, die werden gebruikt voor opslag en voor distributie door paard en

Wat wil je als creatieve leerling meer dan een schoolgebouw waaraan je inspiratie kunt ontlenen. wagen. De eerste verdieping werd gebruikt als kantoor en toonzaal en is rijk gedecoreerd met glas-inlood, houten scheidingswanden met glasvullingen en ornamentenplafonds. Op de tweede verdieping, voorzien van houten balkenplafonds, bevindt zich nog steeds de originele pepermuntstokerij die de geschiedenis van de fabriek vertelt. De originele staalconstructie van het gebouw is zichtbaar gebleven dankzij een speciale brandwerende verf en het toepassen van inventieve constructieve berekeningen.

Originele details Het oorspronkelijke gebouw is van bewezen duurzame kwaliteit en de nieuwe hedendaagse ingrepen vormen een subtiel contrast met de historie. De isolatie, de nieuwe binnenwanden, het monumentale dubbele glas en de nieuwe moderne installaties zijn toevoegingen, daar waar de gerestaureerde wit geschilderde patio zijn originele functie heeft behouden. De pepermuntfabriek is weliswaar

schooldomein

maart 2011

37


gebouwd voor één gebruiker, maar bij de renovatie lag de focus op flexibiliteit ten behoeve van toekomstige huurders en het behouden van de originele details van het interieur. Een belangrijk deel van de opdracht was het gebouw geschikt te maken voor enkele grote huurders, meerdere kleine huurders of een mix van deze opties. De verschillende eisen wat betreft de hoeveelheid daglicht, een kantoor met een open plattegrond of kleine kantoorruimtes zijn allemaal in overweging genomen. Door zijn detaillering en positie in het gebouw bleek de originele hoofdingang onvoldoende geschikt voor zijn functie, deze ontsloot slechts de begane grond en eerste verdieping. Met de introductie van een tweede ingang voorzien van een nieuwe lift en een toegang tot het originele secundaire trappenhuis, is het mogelijk geworden om een verscheidenheid aan units te verhuren, afhankelijk van de vraag naar ruimte.

38

schooldomein

maart 2011

Pepermuntlucht Het interieurontwerp voor zowel het ontwerpbureau voor feestartikelen als het lyceum, maakten deel uit van de ontwerpopdracht. De originele kwaliteiten van het interieur vroegen om een bescheiden benadering door zowel architect als huurder. Het interieur­ontwerp beoogt het gevoel van het originele pakhuis te behouden, zonder zijn nieuwe functie als school- of kantoorruimte uit het oog te verliezen. Wat wil je als creatieve leerling meer dan een schoolgebouw waaraan je inspiratie kunt ontlenen, al is de pepermuntlucht langzaam uit de ruimtes verdreven. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Drost + Van Veen Architecten, telefoon 010-4774964 of per email architecten@drostvanveen.nl.


het idee In de rubriek het idee belicht iedere editie van Schooldomein een initiatief dat een positieve bijdrage levert aan de samenleving. In dit nummer het idee van Herman Wijffels.

In 1999 nam Herman Wijffels afscheid als voorzitter van de hoofddirectie van Rabobank Nederland. Als afscheidscadeau kreeg hij een fonds aangeboden waarvan hij het doel mocht bepalen. Hij koos voor het stimuleren van innovatie en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Sinds 2002 wordt daarom jaarlijks de Herman Wijffels Innovatieprijs uitgereikt.

Duurzame toekomst Rabobank roept voor de 10e keer ondernemers, starters of studenten op zich in te schrijven voor de Herman Wijffels Innovatieprijs. Zij die een idee of concept hebben voor innovatieve producten en/of diensten die bijdragen aan een duurzame toekomst kunnen meedingen naar deze prijs. De aanmelding is gestart op 1 februari, sluit op 1 april 2011 en staat open voor iedereen. In totaal bedraagt het prijzengeld € 122.500,-.

Lokaal ondernemerschap Bestuursvoorzitter Rabobank Nederland Piet

Moerland: “Duurzame innovaties zijn niet alleen belangrijk voor het milieu, maar ook voor de business, voor onze economie. Met de Herman Wijffels Innovatieprijs stimuleert de Rabobank lokaal ondernemerschap. Voormalige winnaars en genomineerden zijn het bewijs van het feit dat duurzaam innoveren business is: velen zijn succesvol ondernemer of hard op weg dat te worden.” 

Vier geldprijzen De Herman Wijffels Innovatieprijs telt vier geldprijzen waarmee de winnaars hun innovaties (verder) kunnen verwezenlijken. De winnaar van de Wijffelsprijs ontvangt € 50.000,-. Naast deze hoofdprijs bedraagt de tweede prijs € 37.500,- en de derde prijs € 25.000,-. Ook is er een aanmoedigingsprijs van € 10.000,-. De Herman Wijffels Innovatieprijs zorgt er ook voor dat ondernemers meer bekendheid krijgen voor hun product of dienst in Nederland én daarbuiten. Naast de geldprijzen is dit minstens zo belangrijk. 

Vier criteria In de tien jaar dat de prijs bestaat is niet alleen het aantal inzendingen fors toegenomen, maar ook de kwaliteit steeds hoger geworden. De deelnemers vertegenwoordigen alle branches en sectoren in Nederland. Voor de genomineerde vindingen geldt dat mens, milieu en de Nederlandse economie er veel baat bij kan hebben. De inzendingen worden beoordeeld op vier criteria: innovatief vermogen, duurzaamheid, sociaal-maatschappelijke relevantie, klantfocus en rentabiliteitsverwachting. De nominaties worden in de loop van september 2011 bekend gemaakt.  Meer informatie over de Herman Wijffels Innovatieprijs, de criteria, het wedstrijdreglement, de beoordelingsprocedure en de inschrijving is te raadplegen op  www. rabobank.nl/innovatieprijs. Daar zijn ook webvideo’s te bekijken van eerdere prijswinnaars en het Jaarboekje 2010.

schooldomein

maart 2011

39


Advertorial

Nieuwbouw VMBO Mondial College

Factor Architecten ontwerpt duurzaam schoolgebouw volgens BREEAM-certificering Het VMBO Mondial College in Nijmegen gaat voor duurzaamheid. De school wordt één van de eerste scholen met een BREEAM-certificaat. Maar wat houdt dit certificaat in? En wat maakt een school duurzaam? Een gesprek met Henk Peters, projectleider namens de school, Paul Zonneveld, duurzaamheidscoach en Eelco Basten, architect Factor Architecten over de ervaringen. Beelden Factor Architecten

V

oor het bestuur en de directie van de school was het vanzelfsprekend dat er met een nieuw schoolgebouw ook geïnvesteerd zou worden in duurzaamheid. Dat was een maatschappelijke opdracht die zij zichzelf gesteld hadden. Henk Peters: “Wij als school vinden dat we een voorbeeldfunctie hebben naar de jeugd die bij ons les krijgt. We zijn een schakel in hun opvoeding naar volmondige burgers, en daarbij hoort volgens ons ook een sterk bewustzijn over onze samenleving.”

Wat is wenselijk en haalbaar? In het hele voorbereidingstraject van de nieuwbouw zijn alle mogelijke maatregelen onderzocht en tegen elkaar afgewogen. Want, met een beperkt budget een duurzaam schoolgebouw neerzetten, is een grote uitdaging. Niet alleen wordt er bij het bouwproces rekening gehouden met het milieu, ook in het gebruik van

40

schooldomein

maart 2011

het gebouw moet de belasting op het milieu zo laag mogelijk zijn. Denk aan de keuze voor bouwmaterialen en zuinige installaties met efficiënt onderhoud voor een laag energieverbruik. En, zeker niet in de laatste plaats: het gedrag van de gebruikers. “Je kunt een pracht van een duurzaam gebouw neerzetten, maar als de gebruikers er niet goed mee omgaan, dan zal er geen besparing zijn,” benadrukt Basten.

Integraal ontwerpen Voor de nieuwbouw van het Mondial College heeft Eelco Basten als coördinerend architect van Factor Architecten het ontwerp vormgegeven. Factor Architecten is onderdeel van het multidisciplinaire ingenieursbureau IA Groep. Binnen IA Groep is alle kennis aanwezig op het gebied van duurzaam bouwen, klimaatbeheersing, gebouwexploitatie, installaties en constructies. De integrale aanpak van IA Groep


heeft in dit project geresulteerd in korte communicatielijnen, minder faalkosten en een optimale samenwerking tussen de disciplines. Basten: “Een open en integrale ontwerphouding van alle betrokkenen is van groot belang om uiteindelijk een vernieuwend en duurzaam schoolgebouw mogelijk te maken.” Het doel is mede om de bewustwording rondom het maken van duurzame keuzes zo te vergroten. De certificering volgens BREEAM is hierbij een hulpmiddel. Als BREEAM-Expert, probeert IA Groep ook mee te denken om deze methode verder te ontwikkelen.

Meetmethode BREEAM Alvorens de uitgangspunten op het gebied van duurzaamheid te bepalen, heeft Paul Zonneveld van Duurzaamheidscoach.nl op basis van BREEAM-NL een pre-assessment uitgevoerd. Zo’n pre-assessment geeft in de opstartfase al snel meer inzicht in de haalbaarheid van een certificaat en de inspanningen die nodig zijn om dit te halen. Gedurende de ontwerpfase en tijdens de uitvoering/nazorg vindt er een beoordeling plaats ten aanzien van management, gezondheid, energie, transport, water, materiaalgebruik, afval, landgebruik en ecologie en vervuiling. Er wordt hierbij niet alleen gekeken naar de ontwerpfase maar juist ook naar de gehele cyclus van ontwerp, gebruik en uiteindelijk ook sloop. Zonneveld legt uit: “Elk van de categorieën wordt gecrediteerd. Maar daar geldt wel een zware bewijslast voor. De opdrachtgever en de architect moeten het wel hard kunnen maken. Een onafhankelijke assessor van het DGBC, de certificeerder, beoordeelt na oplevering de mate van duur­zaamheid van het gebouw.”

Zichtbare duurzame keuzes Een gunstige vormfactor van het ontwerp zorgt er voor dat de hoeveelheid toe te passen materialen als ook de exploitatiekosten laag kunnen blijven. Bij het kiezen van duurzame materialen is er bewust gekeken naar de milieubelasting om deze materialen te maken en naar de mogelijkheid voor hergebruik in de toekomst. Basten: “Niet alle maatregelen die we treffen zijn direct zichtbaar. Wel goed te zien, is de glazen overkapping boven het atrium. Daarmee halen we niet alleen veel daglicht naar binnen, maar door de zonnecellen in het glas wordt er ook energie opgewekt. Voor de bewustwording is dit vervolgens op een speciale meter in de aula zichtbaar gemaakt. Verder wordt de benodigde hoeveelheid kunstlicht via daglichtregulerende armaturen verminderd door slim gebruik te maken van veel natuurlijk daglicht. Daarnaast worden de daken voorzien van sedumplantjes. Deze daken zijn goed zichtbaar en houden het regenwater langer vast.

Niet zichtbare duurzame keuzes Minder opvallend is de warmte- en koudeopslag in het gebouw. Er worden twee bronnen in de grond

“Een open en integrale ontwerphouding van alle betrokkenen is van groot belang om uiteindelijk een vernieuwend en duurzaam schoolgebouw mogelijk te maken.” geboord om vanaf 100 meter onder de grond grondwater van 12 graden op te kunnen pompen. Met een warmtewisselaar wordt de watertemperatuur opgevoerd naar een graad of 35. Dat is genoeg om het gebouw door middel van vloerverwarming te kunnen verwarmen. Het systeem is in de zomer ook voor koeling te gebruiken. Verder wordt er bij het gebouw uitgegaan van een zeer hoge isolatiewaarde van de bouwschil, vindt er warmteterugwinning uit de ventilatielucht plaats en wordt een luchtklimaat met een zeer laag CO² gehalte gerealiseerd.

Informeren Het goed informeren over duurzaamheid en het goed gebruiken van de maatregelen zal in de toekomst belangrijke aandacht vragen. Zo worden er leesbare en gebruiksvriendelijke handleidingen geschreven om er voor te zorgen dat ook het duurzame gebruik van het gebouw in de toekomst is gewaarborgd. Peters: “We zullen voor duurzaamheid in de toekomst steeds weer aandacht blijven vragen, zowel van onze leerlingen als van onze bezoekers. Want bewust omgaan met ons milieu, met energie en de spaarzame grondstoffen, is een veranderingsproces en vergt een andere houding van ons allemaal. En wat is er mooier dan dat in een schoolgebouw tot uiting te laten komen?”

Projectinformatie: Opdrachtgever: Alliantie V.O.

Architect: Factor Architecten (IA Groep)

Constructeur: IA Bouwkunde (IA Groep)

Installatie-adviseur: IA Werktuigbouw en IA Elektrotechniek (IA Groep)

Kijk voor meer informatie op www.factorarchitecten.com en www.iagroep.com of bel of mail met Factor Architecten: (026) 384 44 60 of info@factorarchitecten.com. Delen uit dit ar-

BREEAM-Expert: Duurzaamheidscoach.nl

tikel zijn afkomstig van: Lyon Romijnders www.burobrandstof.nl.

schooldomein

maart 2011

41


Waarden engineering voor schoolgebouwen Ontwerpers maken gebouwen onder condities waarin architectuur niet langer kan voldoen aan haar eigen regels. Gebouwen moeten een zowel letterlijk als symbolisch hoog niveau van duurzaamheid bereiken. Strategische analyses

Tekst Burton Hamfelt

D

e vele zaken die we bewonderen in de gebouwen uit het verleden, worden ongedaan gemaakt door de pragmatiek van het heden. In antwoord hierop begint design als massa-industrie architectuur de specifieke industrie te verdringen. Ze begint steeds meer de agenda van architectuur over te nemen. Maar misschien is dit niet een bedreiging maar betekent het een verandering van de manier waarop we als architecten werken. Want terwijl architectuur vooral over zichzelf gaat, wil design de wereld tot een betere plek maken. Design is bovendien flexibeler, meer energieefficiënt, eerlijker, interactiever en vooral goedkoper. Buiten de uitzonderlijke bouwwerken die altijd zullen worden gemaakt, heeft architectuur in de huidige economie grote moeite om te overleven.

Terwijl architectuur vooral over zichzelf gaat, wil design de wereld tot een betere plek maken. 42

schooldomein

maart 2011

Al deze ontwikkelingen vinden plaats in een productiecontext waarin voortdurend wordt bezuinigd op gebouwen en waarin het investeringsniveau tot een minimum is teruggeschroefd. Dit zien we ook terug bij de schoolgebouwen die in ons land worden gebouwd. Verder wordt het werk van de architect steeds vaker overgenomen door projectmanagers, aannemers en adviseurs. De gebruiker of het schoolbestuur is al lang niet meer de opdrachtgever van het gebouw. Veel hiervan vindt een verklaring in de nieuwe context van productie die integrale contract­ vorming (IC) wordt genoemd. De nadruk is komen te liggen op het onderhoud en op de performance van het gebouw. Dankzij de zogenoemde DBFM (Design Build Finance Management) contracten krijgt de aannemer steeds meer het initiatief. In deze situatie verliest de architect zijn onafhankelijkheid en controle. In deze context is de architectuur van schoolgebouwen verschoven naar de design professie, de architect als de D uit DBFMO. Maar in deze constructie gaat design niet uitsluitend over architectuur, maar ook en steeds meer over duurzaamheid die moet worden bereikt binnen een scherp budget. Identiteit en architectonische expressie zijn hier in toenemende mate het slachtoffer van. Het beheer en de performance van gebouwen worden de ultieme maatstaf voor de kwaliteit van het ontwerp. Alleen door afstand te nemen van deze schijnbaar hopeloze toestand, kunnen architecten analyseren wat de potentiële winst zou kunnen zijn. Architecten kunnen zich door middel van strategische analyses positioneren door met alle partijen heldere overeenkomsten af te sluiten over de vraag waar een gebouw over moet gaan en wat het moet presteren. Identiteit en expressie die de architectuur definiëren, kunnen overleven door middel van de inhoud van het gebouw.

Standaardisatie als route Waarden engineering is een vorm van bouwproductie waarin materialen, details en zelfs assemblages en proporties zo standaard mogelijk zijn, zodat alles


van design tot constructie en onderhoud kan worden geminimaliseerd. Door dit om te draaien, is het mogelijk te ontsnappen aan het keurslijf van kwantitatieve en efficiency modellen die de in een goed ontwerp besloten, extra waarde uitsluiten. Waarden engineering komt niet neer op de kale toepassing van standaardisatie, maar stelt de vraag aan de orde hoe standaardisatie een route kan zijn om waarde te creëren. De adoptie van waarden engineering voor schoolgebouwen als een middel om de bouwproductie te standaardiseren is niet nieuw. Wat echter anders is, is de manier waarop architecten nu de ‘toegevoegde waarde’ engineering incorporeren als een architectonische strategie en niet als de hardvochtige werkelijkheid van de bouwproductie waar met woede en schaamte naar wordt gekeken. Zuinigheid is geen waarde, maar betaalbaarheid wel. Het is mogelijk waarden en geen kosten toe te voegen en design kan hierbij helpen. Het basisprincipe van waarden engineering is dat basisfuncties worden behouden en niet worden gereduceerd als een gevolg van het najagen van verbeteringen van waarden. Waarden engineering volgt een gestructureerd denkproces dat exclusief is gebaseerd op ‘functie’, dat wil zeggen op wat iets ‘doet’ en niet op wat het is of waar het op lijkt. Het schoolgebouw kan dan ten behoeve van intensief gebruik worden gepositioneerd op een locatie, door de bundeling van sociale voorzieningen voor de lokale context en gemeenschap.

tiewijze dienen we een nieuwe vorm van eenvoud te ontdekken. Het is verbazingwekkend te noemen dat architecten niet agressiever bezig zijn nieuwe vormen van eenvoud na te jagen die alleen worden teruggevonden in standaardisatie. Ontwerpen kunnen zuiverder, meer basic en directer zijn, als een middel om duurzame gebouwen te maken. Eenvoud in performance, eenvoud in standaardisatie die eerlijk en rechtvaardig is voor alle betrokken partijen. Verder dienen we de nadruk te leggen op de waarde van de context en op de bestaande elementen die daarin een rol spelen. Het kan zelfs betekenen dat we bestaande gebouwen en structuren renoveren en transformeren en niet meer nieuwe gebouwen maken. We kunnen nooit meer beginnen te doen alsof op de locatie niets aanwezig is. Vertaling Harm Tilman. Voor meer informatie: bel of mail Burton Hamfelt: 06-52421401 of b.hamfelt@burtonhamfelt.nl.

Opnieuw nadenken Om gelijke tred te houden met de makers van DBFMO, dienen architecten opnieuw na te denken over de manier waarop ze architectuur maken. Er is geen geld om ieder schoolgebouw uit te rusten met unieke architectuur. Wat we kunnen leren van waarden engineering is hoe we het ontwerpdenken kunnen inzetten als middel om functioneler te ontwerpen voor een maatschappelijk doel. In deze produc-

schooldomein

maart 2011

43


Doordecentralisatie Antoniuscollege, Bodegraven

Het Antoniuscollege is in Bodegraven de enige school voor voortgezet onderwijs. De school is een nevenvestiging van de locatie in Gouda en biedt een brede instroom aan met daarnaast een volledig vmbo-programma. Momenteel is de school gehuisvest in het centrum van Bodegraven in een functioneel en technisch gedateerd en verouderd gebouw dat niet meer voldoet aan de hedendaagse eisen voor onderwijsgebouwen. Het bestuur van het Antoniuscollege, Stichting Carmelcollege, wil daarom graag nieuw bouwen in Bodegraven.

D

Tekst Dennis Coenraad

e locatie van de nieuwe school is bepaald nabij een industrieterrein. Het bestuur denkt dat met nieuwbouw - en dus een duidelijke keuze voor voortgezet onderwijs in Bodegraven - het aantal leerlingen zal stijgen, omdat de school aantrekkelijker wordt. Carmel wil het moment van nieuwbouw ook aangrijpen om met de gemeente over te gaan tot doordecentralisatie van de huisvestingsverantwoordelijkheid van het Antoniuscollege in Bodegraven. De gemeente staat hiervoor open en vanaf medio 2009 zijn de partijen, onder begeleiding van ICSadviseurs, hierover in gesprek.

44

schooldomein

maart 2011

Belangrijk instroompunt Een reden voor Carmel om over te gaan tot doordecentralisatie is dat zij graag, sneller dan nu mogelijk is, wil kunnen inspelen op ontwikkelingen in het onderwijs. In de bestaande situatie is het Antoniuscollege volledig afhankelijk van de gemeente voor wat betreft haar huisvestingsaanvragen. Hierdoor kan een discrepantie ontstaan tussen het moment waarop de gemeente de aanvraag wil honoreren en de behoefte van Carmel om deze ontwikkeling in adequate huisvesting te willen realiseren. Daarnaast krijgt Carmel bij doordecentralisatie de verantwoordelijkheid over investering


én exploitatie, waardoor zij maximaal kan sturen op optimalisatie van de life cycle costs. De gemeente ziet in de doordecentralisatie de mogelijkheid om haar rol in onderwijshuisvesting op een andere wijze in te vullen. Daarnaast komen de risico’s van fluctuerende leerlingaantallen bij het schoolbestuur te liggen en zijn de jaarlijkse lasten voor de gemeente constant. In de eerste fase van het proces hebben beide partijen de randvoorwaarden, waaronder zij tot doordecentralisatie over willen gaan, besproken, en zijn de kansen, risico’s, haken en ogen van deze verschuiving van verantwoordelijkheden in kaart gebracht. De belangrijkste voorwaarde van de gemeente Bodegraven was dat er voortgezet onderwijs binnen de gemeente blijft en dat Carmel de garantie afgeeft alles in het werk te stellen om een aanbodspunt van voortgezet onderwijs in Bodegraven te handhaven. Carmel wil de school in Bodegraven ook graag openhouden, omdat de locatie in Bodegraven een belangrijk instroompunt is vanuit het voedingsgebied Bodegraven en omgeving.

Financiële afspraken Begin 2010 is de eerste fase afgerond met de ondertekening van de voorovereenkomst doordecentralisatie. In de voorovereenkomst zijn de volgende zaken vastgelegd: • De huisvestingsverantwoordelijkheid wordt volledig doorgedecentraliseerd, dus inclusief overdracht van de grondpositie van de nieuwe locatie. Dit geeft Carmel de mogelijkheid om maximaal te sturen op de huisvesting. Carmel betaalt een maatschappelijke grondprijs voor de grond;

“Een frisse school in een nieuw gebouw” “Het behoud van voortgezet onderwijs in Bodegraven is altijd ons doel geweest, maar voor een maatschappelijk aanvaardbare prijs. Door als gemeente met de school en het Carmel-bestuur een maatkostuum te ontwerpen, zijn we eruit gekomen. Uiteindelijk gaat het erom wat de school je waard is, hoe je met elkaar zo goed mogelijk de risico’s in kaart kunt brengen en hoe je deze kunt onderbrengen in een set aan goede afspraken. Dat is gelukt en daar zijn we trots op. Het resultaat: een frisse school in een nieuw gebouw met een onderscheidend onderwijsconcept. Met de verantwoordelijkheden daar waar ze het beste beïnvloed kunnen worden.” Wethouder Hans Vroomen, Gemeente Bodegraven-Reeuwijk

• De gemeente Bodegraven draagt jaarlijks de inkomsten, die zij in het gemeentefonds ontvangt voor het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs, over aan Carmel; • De gemeente draagt een deel van de herontwikkelingsopbrengst van de huidige, vrijvallende locatie van het Antoniuscollege over aan Carmel; • Carmel zet haar gereserveerde middelen voor onderhoud van de huidige locatie in voor de investering in de nieuwbouw.

“In de eerste fase van het proces hebben de partijen de randvoorwaarden vastgelegd.” Met deze vastgelegde uitgangspunten zijn de onderhandelingen vervolgd en is de verdiepingsslag naar de definitieve overeenkomst gemaakt. Tijdens deze tweede fase bleek dat met name de voorwaarden en consequenties van een eventuele ontbinding onderwerp van discussie waren. Uiteraard is beide partijen veel gelegen aan het succesvol continueren van het aanbod voor voortgezet onderwijs in Bodegraven. Maar bij het opstellen van contracten moeten juist de zaken waarover je het liever niet hebt goed worden vastgelegd, omdat dit nu nog in een goede verstandhouding gaat.

Transparant overleg Een ander onderdeel, waar nog nadere uitwerking en aanpassing noodzakelijk was, vormden de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de beschikbare locatie. Een aantal randvoorwaarden bleek dermate kostenverhogend, dat dit voor Carmel een business case opleverde met teveel financiële risico’s. Dit heeft geleid tot aanpassing van een aantal randvoorwaarden. Uiteindelijk zijn beide partijen naar tevredenheid uit het onderhandelingsproces gekomen en kon op 17 december 2010 onder het toeziend oog van alle leerlingen van de school de handtekening gezet worden onder de doordecentralisatieovereenkomst. Terugkijkend kan worden gesteld dat het succes van het proces tot doordecentralisatie in belangrijke mate is gerealiseerd doordat beide partijen met elkaar een transparant overleg hebben gevoerd op basis van een wederzijds belang en goed vertrouwen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dennis Coenraad van ICSadviseurs: dcoenraad@icsadviseurs.nl of 06-22604964.

schooldomein

maart 2011

45


Platform Onderwijshuisvesting is goed op weg Brancheorganisatie adviseurs onderwijshuisvesting Adviseurs lopen in hun werkveld van onderwijshuisvesting en maatschappelijk vastgoed dagelijks aan tegen een veelheid aan problematiek. Ook zien we veel initiatieven vanuit Rijksoverheid, VNG en diverse onderwijsorganisaties die gericht zijn op het creĂŤren van randvoorwaarden, bekostigingsafspraken en procedures waarbinnen gemeenten en schoolbesturen moeten komen tot praktische invulling. Gezamenlijk beschikt de adviesbranche over een enorme hoeveelheid kennis, denkkracht en goede wil om een bijdrage te leveren aan deze initiatieven. Bijvoorbeeld als gesprekspartner ten aanzien van de uitvoerbaarheid van de randvoorwaarden en regelingen en in de ondersteuning bij de voorlichting daarover. Hoog tijd die gezamenlijke krachten te mobiliseren. Tekst Harry Vedder Foto Kees Rutten

46

schooldomein

maart 2011


D

at vonden althans adviseurs Rob in ’t Zand en Harry Vedder. Zij stelden vast dat het enkele adviesbureau vanwege zijn mogelijk commerciële belang niet als de geijkte gesprekspartner wordt gezien. En daarom hebben zij, na een jaar van verkennende gesprekken met potentiële leden, het Platform Onderwijshuisvesting opgericht. Inmiddels is het platform goed op weg.

Drie ambities 1. Tot stand brengen één gezamenlijk en landelijk kenniscentrum onderwijshuisvesting; 2. Opzetten basisopleiding adviseur maatschappelijk vastgoed (masteropleiding); 3. Een kwaliteitskeurmerk voor huisvesting- en organisatieadvies.

Doel en activiteiten Het platform bevordert samenwerking, kennisuitwisseling en krachtenbundeling tussen zowel de aangesloten bureaus onderling als tussen het platform en andere relevante organisaties. Het werkt aan de ontwikkeling van nieuwe kennis, gezamenlijke producten en diensten en initieert en faciliteert wetenschappelijk onderzoek op haar vakgebied. Twee belangrijke doelen van het platform zijn: - H  et inhoudelijk en qua positie versterken van het vakgebied Onderwijshuisvesting en Maatschappelijk Vastgoed. - B  eïnvloeding van beleid gericht op het tot stand brengen van kwalitatief zo goed mogelijke onderwijshuisvesting in Nederland.

Eisen lidmaatschap De aangesloten bureaus moeten als huisvestingsadviseur op het vakgebied werkzaam zijn (dus niet alleen projectmanagement). Zij moeten minimaal drie adviseurs met ruime ervaring op dit terrein in dienst hebben. Ook moet het bureau minimaal drie klanttevredenheidsverklaringen kunnen overleggen (opdrachtgevers krijgen overigens ook de mogelijkheid hun ontevredenheid over aangesloten leden te uiten). En het bureau moet een actieve bijdrage leveren aan de doelstellingen van het platform. Deze en overige eisen aan het lidmaatschap zijn voor iedereen vanzelfsprekend op aanvraag verkrijgbaar.

Het platform bevordert samenwerking, kennisuitwisseling en krachten­bundeling. Stand van zaken Het bestuur van het Platform heeft zich eerst vooral gericht op de profilering en contacten met belangen- en koepelorganisaties. Het Platform is – namens de eigen branche - nu vanzelfsprekend gesprekspartner voor SCS, VNG, Rijksbouwmeester en de bekende sectororganisaties in het onderwijs (waaronder de PO-raad). Daarnaast is het platform inhoudelijk betrokken bij de totstandkoming van de scholenbouwwaaier, de gesprekken over het bekostigingsstelsel, de eventuele nieuwe op kwaliteit gebaseerde normering in de verordening, etc. In samenwerking met SCS is het platform een onderzoeksprogramma gestart met het Stan Ackermans Instituut in Eindhoven (een samenwerking tussen de 3 Nederlandse Technische Universiteiten in Eindhoven, Delft en Twente). Dit moet onder andere leiden tot een methodiek voor Post Occupancy Evaluation (POE). Het gaat hierbij om het systematisch opzetten van een databank met per schoolgebouw gegevens met betrekking tot de kenmerken en (technische) prestaties van het schoolgebouw en de waardering van de gebruiker. Het doel is een correlatie te vinden zodat leereffecten ontstaan die terugvertaald kunnen worden in toekomstige aanpassingen en vernieuwingen van schoolgebouwen (en de kwalitatieve normeringen). Met de VNG en de sectororganisaties is het platform nog in overleg om te bezien in hoeverre dit instrument ook binnen de bekostigingsprocedures kan worden ingepast.

Goed op weg Het Platform bestaat nog maar kort maar lijkt goed op weg om een stevige gesprekspartner te worden in de wereld van de onderwijshuisvesting. Uiteindelijk is het doel om bij te dragen aan zo goed mogelijke huisvesting voor de scholen van onze kinderen en dat van ander maatschappelijk vastgoed. De eerste schreden op die weg zijn gezet. Via het magazine en de website van Schooldomein houdt het platform u van haar activiteiten op de hoogte. Dit artikel is geschreven door Harry Vedder, voorzitter van het Platform Onderwijshuisvesting. Het platform is bereikbaar via www.platformonderwijshuisvesting.nl. U kunt ook via Linkedin een verzoek doen om u aan te sluiten bij de groep Platform Onderwijshuisvesting.

schooldomein

Organisatie Platform Onderwijshuisvesting Bestuur • Harry Vedder (voorzitter) • Rob in ’t Zand (vicevoorzitter) • Fred de Gier (penningmeester) • Eva Hermans (secretaris) Leden • BOA • BOAG advies en management • Brink Groep • DHV • OSG • HEVO • ICSadviseurs • M3V adviespartners • Nul25 • PRC • Twijstra Gudde • Van Aerle de Laat • Vitri

maart 2011

47


Juridische structuren in en rond een MFA Tijdens het eerste jaar van het MFA-Lab in 2010 zijn archetypes vastgesteld voor MFA’s. Daarmee is een handvat ontstaan om MFA’s met sterk uiteenlopende karakteristieken te analyseren op de vraag wat het succes van het beheer en de exploitatie bepaalt.

Tekst Tom de Haas, Tanneke Willems en Elzo Hilgenga

O

ok is geconstateerd dat de aard en de kwaliteit van de rolverdeling tussen partijen rond en in de MFA van invloed is op succesvolle exploitatie en beheer. Uit de deelnemersgroep van het MFA-Lab komt naar voren dat veel gemeenten en woningcorporaties behoefte hebben aan meer duidelijkheid en ‘best practices’ over de rolverdeling en de werkrelaties tussen partijen die bij een MFA betrokken zijn. Er is ook behoefte aan concrete(re) handvatten als het gaat om de manier waarop de rolverdeling en de bijbehorende resultaatverantwoordelijkheid worden vertaald in juridische structuren. Om die reden is in het tweede jaar van het MFA-Lab prioriteit gegeven aan het ontwikkelen van een kennisdocument over dit onderwerp. In dit artikel doen we verslag van de eerste stappen die inmiddels zijn gezet.

De onderscheiden typen MFA’s De drie typen MFA’s die binnen het MFA-Lab worden onderscheiden zijn als volgt samengevat:

In buurtcentra, type huiskamer, komen vooral vormen van zelfbeheer voor. Dat heeft specifieke consequenties voor de rolverdeling tussen betrokken partijen. En de vraag is wie het risico van exploitatie en beheer draagt. Bij geclusterde wijkcentra, type dorpsplein, is sprake van een groot aantal vaste en incidentele partners/gebruikers binnen de MFA. Veel van deze partijen hebben een subsidierelatie met de gemeente. Hoe wordt dan omgegaan met exploitatie en beheer? Vragen die dan direct opkomen zijn bijvoorbeeld: ‘Wat is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van die partners?’ en ‘Hoe verhoudt die verantwoordelijkheid zich tot het exploitatierisico?’. Bij de uitwerking van deze vragen is het van belang om alle partijen die bij de MFA een rol spelen goed te kennen. Evenals de rol die deze partijen kunnen, willen of zelfs moeten vervullen.

Dorpsplein

Hotspot

Huiskamer

Buurtcentra

Straat

Geclusterde wijkcentra

Thematische centra

(brede scholen e.a.)

(sport, cultuur, retail, e.a.)

Stad (of regio)

48

schooldomein

maart 2011


Bij thematische centra, type hotspot, zien we een grotere nadruk op ondernemerschap. Programmering en exploitatie liggen dicht bij elkaar en vaker in één hand. Er is tegelijkertijd – ook hier – nog steeds een relatie met de lokale overheid. En vaak ook met een corporatie als ontwikkelaar en eigenaar van maatschappelijk vastgoed.

Onderscheiden partijen en rollen Eerder is in het MFA-Lab geprobeerd succesfactoren in kaart te brengen bij het beheren en exploiteren van MFA’s. De eerste vier die we hebben ontdekt zijn: • Ondernemerschap van de MFA manager • Een passend hospitality concept • Een goede aansluiting op de omgeving • Een goede samenwerking en rolverdeling met de gemeente Kijkend naar juridische structuren en hoe hierin de rolverdeling tussen partijen kan worden gevat, zijn twee aanvullende factoren van succes ontdekt,

namelijk de professionele samenwerking tussen de partners en bewuste keuzes tijdens ontwikkeling. De eerste factor gaat over: Wie gaat wat doen; wie is waarvoor verantwoordelijk? En wat doen we samen? De tweede factor onderstreept dat keuzes over de rol en taakverdeling al vanaf de start van het ontwikkelingsproces aan de orde zijn. Deze twee factoren worden als leidraad gebruikt bij de verdere uitwerking.

Er is behoefte aan handvatten en juridische structuren. Voornaamste partijen Bij het ontwikkelen van een nieuwe MFA zijn in ieder geval de onderstaande partijen in beeld. De lijst van potentiële gebruikers kan lang en divers van samenstelling zijn. Met name in geclusterde voorzieningen.

schooldomein

maart 2011

49


Betrokken ondernemend! Zoeken naar fysieke oplossingen voor maatschappelijke vragen. Met oog voor een duurzaam rendement. ICSadviseurs vertaalt samen met u een brede visie in samenhangende plannen, integrale ontwerpen en een innovatief architecten- en aanbestedingtraject. Waarbij we op zoek gaan naar partijen die kansrijke plannen helpen realiseren. Onafhankelijk, kritisch en slim. Maar altijd samen met u! ICSadviseurs: uw partner van visie tot beheer, van planvorming tot en met bouw en realisatie!

Amsterdam, Orlyplein 10, 1043 DP | Zwolle, Grote Voort 207, 8041 BK | (088) 235 04 27 | www.icsadviseurs.nl

ICS schooldomein 201x271mm 8.indd 1

17-12-2009 11:26:25


Over het MFA Lab Het MFA Lab is een platform voor het ontwikkelen en uittesten van exploitatieformules voor maatschappelijke centra. Kernwaarden zijn gastvrijheid, ondernemerschap en verbinding met de wijk. Het lab is in 2009 gestart door Tom de Haas en Marc van Leent. Zie voor meer informatie: www.mfa-lab.nl. In Schooldomein wordt periodiek van de ontwikkelingen in het lab verslag gedaan.

Vrijwel altijd behoren scholen tot de potentiële gebruikers van een MFA. • De gemeente: raad, bestuur en ambtelijke organisatie • De provincie • De woningcorporatie • De potentiële gebruikers van de MFA Voornaamste rollen De rollen die kunnen worden onderscheiden bij het realiseren van een MFA zijn samengevat in onderstaand overzicht: • Beleidsmaker en subsidieverstrekker • Eigenaar en verhuurder van het vastgoed • Exploitant en beheerverantwoordelijke • Vaste partners • Incidentele partners • Gebruikers/bezoekers Om tot een goede inzet te komen is het noodzakelijk om langs drie lijnen tot keuzes te komen: • Wat is het archetypische karakter van de MFA die ontwikkeld wordt? • Welke partijen zijn hierbij betrokken? • Welke rolverdeling is noodzakelijk op basis van resultaatverantwoordelijkheid en risicomanagement? Samengevat levert dat het volgende beeld op:

Redeneerschema rolverdeling tussen partijen in de MFA Type MFA

exploitatie

Partij

Rol

Op het moment dat langs deze lijnen is geredeneerd, komt de vierde uitwerklijn in beeld. Dan gaat het om de vraag: welke juridische structuur past het best bij de gemaakte keuzes?

Meest voorkomende juridische structuren binnen MFA’s Bij de verdere uitwerking van het kennisdocument wordt een set van veel voorkomende juridische structuren gescreend op hun geschiktheid voor het gebruik binnen een MFA. Daarbij zullen per juridische structuur ook telkens de voor- en nadelen in kaart worden gebracht. Als we innovatieve juridische structuren tegenkomen, zullen we die meenemen in het kennisdocument. Een en ander wordt voor de gebruiker samengevat in een beslismatrix, als hulpmiddel bij het kiezen van de best passende juridische structuur. In ieder geval worden uitgewerkt: • Beheerstichting • Beheervereniging/coöperatie • Beheer BV • Contractuele samenwerking Rond de zomer van 2011 verschijnt het kennis­ document Rollen, relaties en juridische structuren binnen MFA’s bij het MFA Lab.

schooldomein

maart 2011

51


Sportzone Limburg komt er

Geslaagd voorbeeld Publiek-Private Samenwerking

Naast het voetbalstadion van Fortuna Sittard ligt een aantrekkelijk gebied waarin allerlei maatschappelijke en commerciële functies worden gecombineerd tot de Sportzone Limburg. Onderwijs is daarbij een dragende partij, maar wordt vanuit een bedrijfsmatig perspectief ingebed. Het gevolg? Een swingend leerbedrijf waarin leren, sporten, winkelen en ontmoeten naadloos in elkaar overgaan.

I

52

schooldomein

Tekst Sibo Arbeek

n Sittard-Geleen verrijst de Sportzone Limburg op een centrale locatie tussen het voetbalstadion en Orbisch Medisch Centrum en de TechnoCampus van DSM. Vanaf zomer 2012 kunnen talenten zich daar ontwikkelen als sporter, professional en student. Paul Vincken begeleidt het proces namens ROgroep: “Uniek is de versmelting van (top-)sport, onderwijs, leisure en commerciële functies. Er komen diverse nationale en regionale trainingscentra, een nieuw CIOS en aanpalende opleidingen, hoogwaardige sportvoorzieningen en een hotel. Toonaangevende Limburgse bedrijven nemen deel aan het project. Deze samenwerking tussen publieke en private functies resulteert

maart 2011

in gebouwen die qua gebruik en exploitatie maximale efficiency in zich hebben.” Green Real Estate wordt

• Participanten: Fitland BV, DaCapo College, Leeuwenborgh Opleidingen, Arcus College, Gemeente Sittard-Geleen, Provincie Limburg • Eigenaar (onderwijs- en sportvoorziening, retail en parkeren): Green Real Estate B.V. • Ontwikkelaar: Bouwontwikkeling Jongen, Meulen Projectontwikkeling • Procesbegeleiding: RO groep


eigenaar van de sport- en onderwijsfunctie, alsmede van een deel van de commerciële ruimten en de totale parkeervoorzieningen in het gebied. Directeur Aart Jan Verdoold: “In totaal realiseren we in de eerste fase van de Sportzone circa 23.160 m² bvo (exclusief buitenruimten), waarbij we 15.860 m² binnensport en facilitair en 7.300 m² onderwijs invullen. Het onderwijsdeel wordt daarbij turn-key opgeleverd en het sportdeel casco.”

Leerwerkbedrijf Vincken: “Onderwijs betekent hier drie partijen; het Dacapo College, Leeuwenborgh Opleidingen (waaronder het CIOS) en het Arcus College. Deze instellingen bieden straks Horeca, Welzijn en Zorg, Sport & Bewegen, Toerisme, Orde en Veiligheid, Management en Evenementenorganisatie aan. De idee is om met alle partijen een groot leerwerkbedrijf te ontwikkelen, met een regionale en zelfs Europese potentie. Leerlingen en studenten leren en werken op de onderdelen onderwijs, sport, evenementen, veiligheid en leisure. Bijzonder is ook de beheerconstructie: Fitland BV is de exploitant voor het sport- en onderwijsdeel.”

Afspraken Verdoold: “Wij zijn eigenaar en hebben het sport- en onderwijsgebouw aan Fitland BV verhuurd; deze partij zal de exploitatie regelen. Opvallend onderdeel is dat Fitland BV, een commerciële exploitant, met de onderwijsinstellingen afspraken maakt op basis van het aantal gewogen leerlingen en dus niet op basis van het aantal af te nemen m². Een afspraak die op vertrouwen en een gezonde marktwerking is gebaseerd! Fitland heeft belang bij een exploitabel bedrijf, dus heeft op die exploitatie gestuurd. Dat heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat we in plaats van twee sporthallen, met anderhalf ook voldoende hebben. Effectief dubbelgebruik is dus uitgangspunt en noodzaak. Je kunt wel roepen dat je een leerwerkbedrijf wilt zijn, maar dat kan alleen wanneer je ook bedrijven als een hotel, een sportcentrum en een Albert Heijn XL of een Decathlon toevoegt, waarin studenten aan de slag kunnen. Onderwijs is hier dus helemaal verweven met sport-, leisure en commerciële functies. Als je straks het gebouw binnenkomt, lopen al deze activiteiten en dus ook gebruikers dwars door elkaar heen.”

gaan bezoeken. Dus wordt ook de relatie gelegd met de aangrenzende herstructureringswijk Sanderbout. Ook kijken we naar het bedrijfsleven in de regio, zoals DSM, waarvan we het afvalwater weer gebruiken om warmte in het gebied te genereren. Belangrijk is ook dat de onderwijsinstellingen anders naar hun vastgoed kijken en risico’s daarin beheersbaar maken. In de Sportzone worden onderwijsruimtes daarom gehuurd. Kern van het succes is ook een hechte groep mensen op bestuurlijk niveau. De gedeputeerde Noël Lebens is van meet af aan enthousiast geweest en dat gold ook voor de betrokken wethouder Ruud Guyt. Zij hebben een kernteam samengesteld dat verantwoordelijk voor het project was. Belangrijk is dat de verleiding aan de voorkant moet liggen. Dus rekenen, tekenen, programmeren en visie en ambitie horen bij elkaar.”

Statutaire marktpartij BNG Verdoold: “Green Real Estate heeft maatschappelijk ondernemerschap hoog in het vaandel staan. Daarom zoeken we ook de combinatie van private met publieke partijen. Onze ervaring deden we op met ROC Leiden en ROC Amsterdam, nu hebben we ook het voortgezet onderwijs in onze portefeuille. Wij investeren niet alleen, maar houden het vastgoed ook graag in eigen beheer, waarbij we met partners afspraken op maat maken. Inmiddels zijn we ook als enige private vastgoedbelegger statutaire marktpartij van de Bank Nederlandse Gemeente. En dat zegt natuurlijk wel iets.”

“Onderwijs betaalt huur op basis van het aantal gewogen leerlingen en dus niet op basis van het aantal af te nemen m².”

Dit artikel is in opdracht van het SCS geschreven. Voor meer informatie: Aart Jan Verdoold: (0172) 44 83 83, ajw.verdoold@green.nl, www.green.nl en Paul Vincken: 06-50293094 of p.vincken@rogroep.nl.

Gebiedsontwikkeling Paul Vincken vult aan: ”Het is in feite een gebiedsontwikkeling, waarbij je zoekt naar maatschappelijk en commercieel rendement. Limburg is een krimpregio, dus is het van belang ambities in de regio naar de toekomst sterker te maken. We hebben in de regio alle typen landschappen en faciliteiten om te sporten. Dus gaan we een topsporthandbalhal bouwen. En dat betekent dat we ook behoefte hebben aan huisvesting voor sporters en voor mensen die onze evenementen

schooldomein

maart 2011

53


Building Schools for the Future: ervaringen uit Engeland


Vijf jaar na de start van het ambitieuze plan ‘Building Schools for the Future’, waarin de vernieuwing van 3.500 schoolgebouwen in Engeland was voorzien, heeft de Britse overheid recent een intensieve evaluatie gehouden van de resultaten en ervaringen met onder meer Publiek Private Samenwerking (PPS). Dit artikel gaat in op de lessen die de Britse overheid heeft geleerd.

I

Tekst en foto’s Hidde Benedictus

n Nederland zijn de afgelopen jaren enkele ervaringen opgedaan met PPS en DBFMO (Design, Build, Finance, Maintain, Operate). Ook ICSadviseurs neemt deze vormen mee in de overwegingen binnen een breed spectrum aan mogelijkheden voor contract- en financieringsvormen. Voor de advisering, ontwikkeling en innovatie is input nodig vanuit ervaringen met deze vormen. In dat kader heeft ICSadviseurs deelgenomen aan kennisuitwisseling met Engeland, waar afgelopen jaar een intensieve evaluatie heeft plaatsgevonden. In Engeland is in 2005 het ambitieuze programma ‘Building Schools for the Future’ gestart. Doel van dit programma was om in vijftien jaar tijd 3.500 schoolgebouwen (vrijwel elk schoolgebouw in het voortgezet onderwijs) te vernieuwen of te voorzien van vervangende huisvesting. Elk onderwijsgebouw moest kwalitatief op orde worden gebracht, maar ook moest het programma een impuls geven aan de kwaliteit en innovatie in het onderwijs. Het gehele programma zou een tijdsbestek van 15 jaar beslaan, waarbij per jaar (de zogenaamde ´waves´) een aantal gemeenten aangewezen zouden worden om voor hun regio een programma te ontwikkelen.

Toegepaste vorm In plaats van grote investeringen door overheden, is gekozen voor het betrekken van private partijen om in samenwerkingsverbanden (consortia) de plannen te ontwikkelen. Elke gemeente bracht al haar projecten samen in één PPS (Publiek Private Samenwerking). Dit was nodig om voldoende schaalgrootte en daarmee de beste schaalvoordelen te bereiken. De meest toegepaste vorm van PPS in Engeland betrof de zogeTy Goddard, directeur van de Britisch Council naamde PFI (Public Finance of School Environments (BCSE): “Veel geld is Initiative) constructie, waarbij verkeerd terecht gekomen. Aannemers hebben een contract werd afgesloten flink verdiend, architecten bleven achter en de voor investering door een conscholen hebben dezelfde gebouwen gekregen sortium met afname gedurende als ze altijd al hadden.” Het nieuwe Britse kaeen bepaalde periode (veelal 25 binet heeft inmiddels aangekondigd het beleid jaar) door de lokale overheid. aan te willen passen en zoveel mogelijk geld De ontwikkelaar werd daarbij zo dicht mogelijk bij de ‘front-line’ te brengen: naast de investering ook veranthet onderwijs zelf. woordelijk voor het onderhoud en de exploitatie (vergelijkbaar

met een DBFMO constructie). Voorstanders voor PPS in Engeland geven aan dat het private kapitaal meer mogelijk gemaakt heeft dan zonder de PPS constructies mogelijk zou zijn geweest. Tegenstanders doen de PPS constructies af als kostbaar en inflexibel, een aftappen van belastinggeld en ontwijken van strenge investeringsregels.

Praktijkervaringen In een aantal regio’s is het programma tot uitvoering gekomen en zijn de resultaten inmiddels zichtbaar. Dit betreft onder meer de regio’s West Sussex en Manchester. In deze twee regio’s heeft ICSadviseurs projecten bezocht en met de betrokkenen gesproken. Enkele in het oog springende uitspraken: Architect: “Voor de betrokken aannemers waren er weinig incentives om van elk project iets bijzonders te maken. Voor de PR van een aannemer is het genoeg om van één school een vlaggenschip te maken, aan de andere gebouwen uit de PPS werd veelal duidelijk minder aandacht besteed. Het gevolg hiervan is dat er een groot aantal weinig zeggende en weinig inspirerende gebouwen ontwikkeld zijn.” Lokale overheid: “De bundeling van verschillende projecten had tot doel een interessante massa te creëren. In werkelijkheid sloten we daarmee veel concurrentie uit. Slechts enkele grote aannemers kwamen nog in aanmerking. We zijn er niet van overtuigd dat we uiteindelijk de beste prijs hebben gekregen.” Schoolleider: “Het gebouw kent enkele aangewezen plekken waar we iets aan de muur mogen hangen. Als we elders bijvoorbeeld een schilderij ophangen, dan is de volgende dag het schilderij weg, het gat gedicht en de muur overgeschilderd. Op de mat vinden we de factuur van de aannemer voor het herstel van de muur. Dat is het belangrijkste nadeel van de PFI: de aannemer is verantwoordelijk voor het onderhoud van het gebouw en is contractueel gebonden het gebouw na 25 jaar zo goed als nieuw over te dragen aan de gemeente.” Schoolleider: “We zijn zeer te spreken over het nieuwe gebouw. Zonder private middelen hadden wij nog jaren in een oude en afgeschreven voorzien-

schooldomein

maart 2011

55


OPTI +

www.vanerum.nl/optiplus

De productlijn is geïnspireerd op de “balanced seating” theorie, die staat voor een ergonomisch verantwoorde zithouding. De hoogte van de stoel, de licht afglijdende vorm van de kuip en de gepatenteerde - aan de tafel bevestigde - verstelbare voetensteun bieden meer bewegingsvrijheid. In alle zithoudingen is er sprake van een “open” houding. Leerlingen blijven langer bij de les en dankzij de hogere tafels hoeven leerkrachten niet langer te bukken om mee te kijken of instructie te geven.

#optiplus #i3le

Opti+ stimuleert leerlingen actief te zitten, comfortabel te zitten en samen te werken. Blijf op de hoogte van onze innovaties op vlak van onderwijs en word fan van VANERUM op Facebook. vanerum.nl/facebook vanerum.nl/twitter

VANERUM Nederland BV │ Duwboot 89 NL-3991 CG Houten │ E info@vanerum.nl │ T +31 30 212 20 10 │ F +31 30 212 20 11


ing gezeten. Bovendien kan ik mij als schoolleider door de PFI constructie helemaal aan het onderwijs wijden: naar het gebouw heb ik in het geheel geen omkijken, dat is de verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar.”

Kernpunten evaluatie De Britse Overheid heeft het programma inmiddels stopgezet. Aanleidingen waren ingrijpende bezuinigingsmaatregelen en tegenvallende resultaten die diverse evaluaties (waaronder een algemene evaluatie over PPS constructies in maart 2010) lieten zien: Het BSF programma ging vanaf de start gepaard met forse overschrijdingen. Per saldo bleek het programma financieel ongunstig te zijn. Er zijn twijfels ontstaan of de PPS constructies daadwerkelijk meer waarde voor het zelfde geld opleveren dan bijvoorbeeld investeren tegen de geldende financieringslasten door de overheid zelf. Het programma ging gepaard met veel bureaucratie als gevolg van de grote complexiteit van de procedures. Dit kostte veel geld, waardoor uiteindelijk minder geld daadwerkelijk aan de schoolgebouwen zelf besteed werd. De kosten die in de initiatief- en definitiefase werden besteed lagen bij de PFI contracten gemiddeld 20% tot soms zelfs 220% boven de kosten van de initiatief- en definitiefase van de traditionele aanbestedingen. Ook duurde het tot stand komen van PFI contracten langer doordat het niet alleen de realisatie, maar ook de financiering, het onderhoud en de exploitatie van de gebouwen betreft. Gemiddeld duurde het drie jaar voordat een aannemer gecontracteerd was. Van de 200 scholen die in 2008 gerealiseerd hadden moeten zijn, waren er slechts 35 daadwerkelijk in 2008 opgeleverd. De kwaliteit van de huisvesting viel tegen. Bovendien kwam er zeer weinig terecht van de beoogde modernisering en innovatie van de onderwijsomgeving. De verklaring is dat er in de voorfase veel aandacht uit gaat naar het inkaderen van het project gericht op het afbakenen van aansprakelijkheden en voorkomen van risico’s. Dit creëerde een barrière voor innovatie: aan innovatie werd te weinig tijd besteed en innovatie werd te vaak als grote onzekerheid – en daarmee als risico - gezien in het traject. Positief nieuws is er ook: In PFI constructies is de ontwikkelaar gedurende een lange periode – veelal 25 jaar – verantwoordelijk voor het onderhoud. Hierdoor is deze aangemoedigd veel aandacht te besteden aan duurzame en onderhoudsvrije materialen.

“Het programma ging gepaard met veel bureaucratie als gevolg van de grote complexiteit van de procedures.” van de Engelse overheid, bevestigde de tegenvallende resultaten maar benadrukte de goede resultaten die er wel degelijk zijn. Veel van de kritiekpunten geven aanleiding tot aanpassing en bijstelling van de procedures waardoor deze tot betere resultaten leiden. De situatie in Engeland is een andere dan in Nederland. Waar in Engeland PPS en DBFMO bijna als vanzelfsprekend werden toegepast, nemen wij hier deze constructie mee als één van de vele mogelijkheden. Lang niet elk project is geschikt voor een PPS, bij ieder project wordt gekozen voor de optie die duidelijk de meeste toegevoegde waarde oplevert (‘best value for money’). Hier nemen we niet het gebouw, maar de opdrachtgever en gebruiker als vertrekpunt. De contracten in Nederland zijn inmiddels geëvolueerd. Meer helderheid en transparantie in de besteding van de gelden en de aansprakelijkheden en risico’s in de contracten is een belangrijke aanpassing. Hierdoor zijn contracten eenvoudiger, beter door de markt herkenbaar en kan eenvoudiger en tegen lagere tarieven worden ingeschreven. Vanuit Nederland is onder meer ICSadviseurs betrokken geweest

De evaluatie vormde een belangrijk thema op ‘the Building Better Schools Conference’ in november 2010. Lord Knight, tot voor kort minister van onderwijs

bij deze uitwisselingen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Hidde Benedictus: 06 22573604 of hbenedictus@icsadviseurs.nl.

schooldomein

maart 2011

57


Visie op onderwijshuisvesting Eindhoven

Pleidooi voor doordecentralisatie Onderwijs is een vitale speler geworden in een samenleving die sterk in beweging is. Juist daardoor moet onderwijs een herkenbare ontmoetingplek zijn in die samenleving.

Tekst Martin van den Berg

M

ede om die reden bouwen wij geen genormeerde objecten meer, die moeten voldoen aan bepaalde standaarden en voorzien in een vastgestelde behoefte, gebaseerd op specifieke waarden en normen. De bestaande wet- en regelgeving, de scheiding van geldstromen binnen het primair en voortgezet onderwijs en de normatief vastgestelde bekostiging zijn nog gebaseerd op parameters uit een ver verleden. Die tijd is voorbij, maar tot nog toe is het systeem intact gebleven.

Huidige systeem Het feit dat in de decentralisatie van huisvestingtaken en -middelen in 1997 voor het primair en voortgezet onderwijs voor een algemene uitkering in het gemeentefonds is gekozen, is vanuit de algemene regierol van de gemeente te begrijpen, maar heeft feitelijk voor een hoop vertraging en onduidelijkheid in de bouwopgave van scholen gezorgd. Het onderwijs kon niet snel reageren op noodzakelijke veranderingen. De instandhoudingsplicht lag bij de gemeente. De gemeente kon een noodzakelijk besluit om nieuw te bouwen of te renoveren lang vertragen, omdat andere prioriteiten zwaarder wogen. Organisatorisch en bestuurlijk was dat toen logisch: veel kleine scholen en kleine besturen, zeker in het primair onderwijs. Maar die tijd is voorbij, met als gevolg dat er sprake is van een verregaande bestuurlijke schaalvergroting. Dat in combinatie met de ontwikkeling van een integrale visie door schoolbesturen en 窶電irecties op hun rol in de samenleving, de profilering van het onderwijs en de keuze voor aanbodsplekken en de inrichting daarvan, maakt mede

58

schooldomein

maart 2011


dat het huidige systeem niet meer functioneert. Dat leidt er toe dat noodzakelijke ontwikkelingen stagneren, dat goed geprofileerde scholen met aandacht voor de meer kansarme kinderen achter in de rij moeten aansluiten en in feite alleen een permanente groei van leerlingen wordt gehonoreerd.

Motief doordecentralisatie Mede om die reden moet de afweging voor het realiseren van goed geprofileerde schoolgebouwen in hun onderlinge samenhang een zaak zijn van schoolbesturen onderling. Het is logisch dat de gemeente daar vanuit haar maatschappelijke en ruimtelijke verantwoordelijkheid een belangrijke rol in speelt, maar de daadwerkelijke keuzen en besluitvorming rond projecten kunnen niet anders dan vanuit het onderwijsveld zelf worden ingestoken. In die zin is het een goede zaak dat de gemeente Eindhoven de intentie heeft om middelen en taken door te decentraliseren naar – in ieder geval- het voortgezet onderwijs in Eindhoven, inclusief het Economisch Claimrecht en het eigendom van de grond. Dat maakt het schoolbesturen mogelijk om vanuit een realistische bedrijfsvoering keuzen te maken, waarbij de waardering van het aanbod in de beste omgeving

“Scholen moeten over top-docenten kunnen beschikken en ook medewerkers van hogescholen, universiteiten en bedrijfsleven ‘in huis’ kunnen ontvangen.” leidt tot het sturen op de exploitatie van het gebouw gedurende haar levensduur. Het voorkomt bovendien dat nodeloos geld wordt verspild in het in stand houden van slechte huisvesting, noodvoorzieningen of het inadequaat inzetten op capaciteit, zonder naar de exploitatie en een duurzaam gebruik te kijken.

Onderwijs en maatschappelijke doeleinden In de visie van (de schoolbesturen in) de gemeente Eindhoven kunnen scholen voor voortgezet onderwijs niet los gezien worden van de totale ontwikkeling van kinderen tot jongvolwassenen. Scholen zijn in de kern onderwijsinstellingen waar kennis en vaardigheden overgedragen worden. Daarnaast moet het schoolgebouw ook de plaats zijn om anderen te ontmoeten en om fysiek samen te werken. In school-

schooldomein

maart 2011

59


gebouwen moet naast de plaats voor onderwijs ook een plaats zijn voor ontmoeting en ontspanning. Niet alleen zijn die ruimtes beschikbaar overdag, maar ook buiten de onderwijstijd. Schoolgebouwen worden gebouwd op, en zijn open voor, onderwijs en maatschappelijke doeleinden.

State of the Art technieken De ambitie van (de regio) Eindhoven om zich te

onderscheiden als kennisregio Brainport betekent voor de scholenbouw dat scholen voor voortgezet onderwijs ruim zijn toegerust om die ambitie te kunnen waarmaken. In het vmbo beschikken de scholen over goede onderwijsruimten voor de beroepsgerichte vakken. Leerlingen gaan niet naar het bedrijfsleven, dat is niet mogelijk door wetgeving en beperkte mobiliteit van kinderen. De scholen zijn geschikt om het bedrijfsleven te ontvangen of door State of the Art technieken uit het bedrijfsleven toe te passen in het onderwijs. Dat geldt ook voor de meer kennisgerichte onderwijstypen als havo en vwo. Een ambitie als Brainport kan alleen waargemaakt worden als leerlingen in het wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs kunnen instromen met een hoger kennisniveau, betere voorbereiding, meer ambitie en motivatie dan leerlingen uit de rest van Nederland. Het realiseren van de Brainport ambitie begint niet in het bedrijfsleven of het hoger en wetenschappelijk onderwijs, maar in het hoger

“Schoolgebouwen behoren de menselijke maat te respecteren.” algemeen vormend onderwijs en in het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Scholen moeten daarom over top-docenten kunnen beschikken en ook medewerkers van hogescholen, universiteiten en bedrijfsleven ‘in huis’ kunnen ontvangen. Het is niet wenselijk of mogelijk vanwege organisatorische en wettelijke omstandigheden om onderwijs aan minderjarige leerlingen buiten de school te laten plaatsvinden.

Voorbeeldfunctie Schoolgebouwen behoren de menselijke maat te respecteren. Toch zijn het relatief grote gebouwen die veel jaren zullen meegaan. Scholen hebben een voorbeeldfunctie voor hun leerlingen en andere bezoekers. De ambitie van de gemeente Eindhoven om een klimaatneutrale of CO2 neutrale stad te worden in 2035 betekent dat juist in scholen wordt geïnvesteerd om deze ambitie te halen. Vanwege de voorbeeldfunctie, maar ook vanwege de feitelijke negatieve bijdrage die de – meeste - huidige scholen leveren aan deze ambitie. De vergoeding van de gemeente aan de schoolbesturen maakt dat van schoolbesturen verlangd kan worden dat zij bij nieuwbouw wezenlijk bijdragen aan de milieuambitie. Voor meer informatie kunt u mailen met Martin van den Berg, algemeen directeur van het Christiaan Huygens College: vbe@huygenscollege.nl.

60

schooldomein

maart 2011


Ruimteregie Christiaan Huygens College, locatie VMBO

Leren en ontmoeten, relatie met buurt en bedrijfsleven en bieden van een plek voor iedereen. Met die kernbegrippen startte het Christiaan Huygens College in 2005 haar plannen voor nieuwbouw van het vmbo. Resultaat is het meest duurzame schoolgebouw van Nederland, dat vraaggestuurd onderwijs faciliteert en een positieve bijdrage levert aan de directe omgeving.

Het Christiaan Huygens College biedt modern vmbo-onderwijs aan 850 leerlingen, waarvan relatief veel leerlingen met een behoefte aan extra ondersteuning.ICSadviseurs heeft het Christiaan Huygens College gedurende het gehele traject ondersteund bij de realisatie van deze ambitie. Hierbij was ICSadviseurs verantwoordelijk voor programma-, proces- en projectmanagement.

Meest duurzame school van Nederland Transparantie, toegankelijkheid, veiligheid en overzichtelijkheid zijn kernbegrippen in het concept, dat is opgebouwd uit kleinschalige clusters. In het ontwerp komt dit tot uiting in een heldere organisatie rondom drie kernen, veel daglichttoetreding met een lichte en open sfeer. Speerpunt was toepassen van zoveel mogelijk duurzame energiemaatregelen. Mede door een specifiek voor dit proces ontwikkelde aanbestedingsmethodiek (Engineer & Build) is het resultaat dat binnen de taakstellende projectkaders de meest duurzame school van Nederland is gerealiseerd. Deze school ontvangt als één van de eerste drie scholen in Nederland het BREEAM certificaat. Het Christiaan

Huygens College produceert meer energie dan het zelf nodig heeft, en levert deze energie aan de omliggende sportaccommodaties en in de nabije toekomst ook aan omliggende nog te realiseren woningen. Resultaat zijn forse energiebesparingen.

Uniek in Nederland Kern van de duurzame maatregelen vormt de integrale combinatie van een innovatief energiedak dat de energie opwekt met Warmte Koude Opslag (WKO). Het tegelijkertijd benutten van de zon voor de winning van warmte en de productie van elektriciteit is uniek in Nederland. Het dak levert op piekmomenten meer energie op dan de school, de sportaccommodaties en de toekomstige woningen gezamenlijk nodig hebben. De overtollige energie wordt in de vorm van warmte in de grond opgeslagen, om in perioden met meer vraag naar energie weer omhoog te halen. Ook is in dit gebouw het SchoolVision lichtsysteem toegepast. Een nieuwe lichtoplossing die helpt de leeromstandigheden te verbeteren en de prestaties te verhogen. Wetenschappelijke onderzoeken hebben tot meer dan 10% hogere leerprestaties aangetoond.

schooldomein

Projectinformatie: Adviseur: ICSadviseurs

Architect: architectenbureau RAU

Bruto vloeroppervlakte: 7.800 m²

Investering: circa € 14,3 miljoen, incl. btw

Doorlooptijd: 2005 - 2010

maart 2011

61


Advertorial

Forbo zet leerlingen creatief aan de slag met nieuwe linoleumvloer als inzet

F

orbo daagt basisschoolleerlingen uit voor de For Schools ontwerpwedstrijd. Een unieke actie waarmee scholen kans maken op een gratis linoleumvloer van Forbo. Daarnaast worden de drie beste ontwerpen beloond met een unieke linoleumsnede van een kunstenaar. Scholen mogen zelf bepalen voor welke ruimte zij een ontwerp willen maken. Wel is het de bedoeling dat het ontwerp voor de duurzame vloer – Marmoleum® is gemaakt van natuurlijke materialen

E

en gebouw is meer dan een optelsom van functies. De kunst is om verschillende gebruikerswensen op de juiste manier te combineren, de diverse functies van een gebouw versterken elkaar. Samenwerking met toekomstig gebruikers leidt tot een goed ontwerp: ideeën, wensen en oplossingen vloeien samen. KdV vindt de balans tussen maatwerk en toekomstwaarde, gebouwen kunnen meegroeien met de eisen en wensen van de tijd. Meer weten? Surf naar www.kdvarchitectuur.nl.

62

schooldomein

maart 2011

en volledig klimaatneutraal – past binnen het thema ‘omarm de natuur’. Hoe dit thema verder wordt ingevuld, is helemaal aan de fantasie en creativiteit van de leerlingen. Scholen uit het basisonderwijs kunnen zich inschrijven via www.forschools.nl. Vervolgens ontvangen zij een deelnamepakket inclusief een poster van de kunstwerken. De ontwerpen kunnen tot 3 juni 2011 worden ingezonden. Forbo Flooring levert sinds jaar en dag kleurrijke en inspirerende vloeren aan het onderwijs. De esthetische, duurzame en functionele kwaliteiten van Marmoleum® zorgen voor een optimaal leerklimaat in ruim tachtig procent van de Nederlandse scholen.


de etalage Marko laat de gevolgen van een vurige schoolliefde verdwijnen Schoolmeubilair heeft het soms te verduren. Naast het dagelijkse normale intensieve gebruik wordt het meubilair soms zelfs gebruikt door leerlingen om hun liefdesverklaringen in te krassen. Tijdens de Marko Make Over Maand kan men Marko schoolmeubilair snel en voordelig laten renoveren. Alle houten en kunststof onderdelen worden volledig vervangen. Terwijl de frames na een epoxy-behandeling bijna niet van nieuw zijn te onderscheiden. Donderdag na 16.00 uur halen we het meubilair op en maandag voor 08.00 uur staat alles weer als nieuw in de klas. Kijk voor de details op www.marko.nl. Of bel 0598 69 87 98 of 030 669 69 69 voor meer informatie.

Duurzame sport- en onderwijsprojecten met een gunstige CO2-voetprint Essent Local Energy Solutions, onderdeel van Essent, en Vaessen Algemeen Bouwbedrijf hebben een samenwerkingsovereenkomst gesloten in het kader van de ontwikkeling

van duurzame maatschappelijke projecten. zo gunstig mogelijke CO2-voetprint. Doelstelling van beide ondernemingen is het Hiertoe zullen beide partners hun specifieke ontwikkelen van de meest duurzame sport- en kennis en know-how inbrengen, waarbij naast Na een lang weekend is uw Marko schoolmeubilair weer als nieuw onderwijsprojecten van Nederland, met een de CO2-voetprint van het gebouw zelf, ook de voetprint van de stedelijke omgeving van de accommodatie zal worden betrokken. Zo wordt gezocht naar synergie tussen sport- en onderwijsvoorzieningen, industrie, bedrijven en woningbouw. Essent zal naar wens ook als financier optreden van die duurzame maatregelen, die buiten het financiële bereik van de opdrachtgevers van Vaessen liggen. Deze samenwerking stelt opdrachtgevers in staat hun doelstellingen op het gebied van duurzaamheid te realiseren of zelfs te verhogen, en dit met gesloten portemonnee. Vaessen is hiermee in staat om voor Nederland unieke en uiterst duurzame accommodaties te realiseren. Het is de eerste overeenkomst in zijn soort in Nederland en opent ongekende deuren voor opdrachtgevers in de publieke sector, zowel voor nieuwbouwprojecten alsook voor de opwaardering van bestaande accommodaties. Bent u op voorhand al geïnteresseerd? Mail dan naar info@vaessenbv.nl of bel op (0162) 52 21 20.

schooldomein

maart 2011

63


Jan Prins en Willibrord-school | Rotterdam Winnaar Rotterdamse Architectuurprijs 2010

Opdrachtgevers: Jan Prins en Willibrordschool, BSO het Steigertje en gemeente Rotterdam

Architect: Arconiko architecten, Rotterdam

Aannemer: Van Eesteren, Rotterdam

Bruto vloeroppervlak: 9.470 m2 incl. dakplein

Oplevering: 2009

64

schooldomein

Het gebouw aan de Nieuwstraat in het centrum van Rotterdam was in de jaren zeventig gebouwd voor de Sociale Academie. Voor de nieuwe gebruikers moest het gebouw geschikt gemaakt worden voor een Brede School met twee basisscholen, twee peuterspeelzalen, twee gymzalen  en een buitenschoolse opvang. Bovendien moest er voldoende buitenruimte gecreëerd worden voor de diverse gebruikers; een lastige opgave, zo midden in de stad. Het oorspronkelijke gebouw was gebouwd rondom een inpandige buitenruimte. Arconiko heeft in deze buitenruimte een inzetstuk geschoven met extra ruimten rondom een overdekt atrium met op het dak een groot speelplein. Het atrium zorgt voor voldoende daglicht tot diep in de school en verbindt alle ruimten met elkaar zodat iedereen zicht heeft op de rest van de school en het gevoel heeft tot één familie te behoren. Veel van de oorspronkelijke bouwdelen - zoals de betonnen constructie, de gevels en de gevelkozijnen - zijn behouden. Ook zijn de oorspronkelijk rondom de binnenpatio geplaatste kozijnen hergebruikt als binnenwanden. Het comfort in het gebouw is wel sterk verbeterd. Zo is overal het enkelglas vervangen door dubbelglas en is er een volledig nieuwe luchtbehandelinginstallatie geïnstalleerd. De luchtkwaliteit binnen is dan ook van een hoog niveau. Tussen de twee scholen, Jan Prins en Willibrord, zijn geen fysieke scheidingen aangebracht. Ze lijken wil-

maart 2011

lekeurig over het gebouw verdeeld. Kleuren helpen hier de herkenbaarheid: blauw voor Willibrord, oranje voor de Jan Prins en groen voor de gezamenlijke ruimten. Het geeft de school een frisse uitstraling. En mochten de verhoudingen in de toekomst veranderen, een kleur overschilderen is weinig moeite.

Uit het juryrapport: In het aanzicht van het gebouw verandert de ingreep van Arconiko weinig. De grootste verrassing zit in het interieur, waar de binnentuin van het gebouw in een atrium is getransformeerd. Gekoppeld aan dit atrium is op het dak een spectaculair nieuw speelplein gerealiseerd. Omringd door hoogbouw, speelt hier een nieuwe generatie Rotterdammers. Hoewel het project in detaillering en materiaalbeheersing bij de jury de nodige vragen oproept, is het in ruimtelijk en programmatisch opzicht een overtuigende ingreep. Het is cruciaal dat met deze brede school een kwetsbaar element behouden blijft bij de transformatie van deze plek naar een leefbare stad. Arconiko toont in dit project de waarde van een gebouw dat maar bij weinigen als behoudenswaardig te boek stond. Of zoals op de hekwerken van de naastgelegen bouwput voor de markthal te lezen valt: ‘Hier bonkt het hart van Rotterdam.’ Een zin die naadloos op het project van Arconiko van toepassing is, met recht de winnaar van de Rotterdamse Architectuurprijs 2010.


schooldomein outplacement

24-08-2010

11:28

Pagina 1

CareerHandling Outplacement

U kunt ons vertrouwelijk bereiken op 0251 259 124 of via; info@careerhandling.nl

0251 259 124

Welkom bij

info@careerhandling.nl www.careerhandling.nl

Gratis advertentie

LOOPBAANMANAGEMENT EN COACHING

aat

ja) werkt elke dag op str

Khanja (8 jaar, Cambod

Help haar naar school: mst.nl www.schenkeentoeko

Gi ro 65955

Johanna Westerman versus Eurojust De discussies over de mogelijke – en omstreden – komst van Eurojust in de Haagse Zorgvlietwijk laten velen niet onberoerd. En gelukkig maar, want het gaat om een prachtig gebied, centraal gelegen met fraaie rijksmonumenten – zoals het Vredespaleis en het Catshuis – het park Zorgvliet waar de Haagse Beek instroomt, villa’s en groen in een setting die Berlage en later Dudok ooit hebben ontworpen. Dat alles wordt nu bedreigd door nieuwbouw ten behoeve van de komst van een internationale organisatie die de grensoverschrijdende en georganiseerde misdaad aanpakt en waar zo’n vijfhonderd mensen komen te werken. Hoogbouw (tot vijftig meter), een kleine 20.000 vierkante meter vloeroppervlak, deels bovengrondse parkeervoorzieningen en een scala aan externe veiligheidsmaatregelen moeten in een compact gebied worden gerealiseerd. En dat terwijl er alternatieven genoeg zijn – er is in Den Haag sprake van grootschalige leegstand van kantoren -, het vigerende bestemmingsplan uitgaat van bescherming van het vanuit de Monumentenwet aangewezen stadsgezicht Zorgvliet en twee stadsvilla’s en een school moeten worden gesloopt. Een school? Ja, de Johanna Westermanschool, die daar sinds 1968 aan de Jan Willem Frisolaan staat en sinds kort Maris College heet. Een weinig opvallend gebouw met een groot speelterrein. “Bent u wel eens in de school geweest?” vraagt een vriendelijke stem mij onverwacht door de telefoon. De stem – die afkomstig blijkt van een oude dame die op de Johanna Westermanschool heeft gezeten – klinkt bezorgd. “Het is een schande dat de gemeente mijn school wil slopen. Ik heb er mooie herinneringen aan. En ik ben zeker niet de enige”. Ik laat mij door haar graag overtuigen, maar of de gemeenteraad dat ook doet lijkt mij wat al te optimistisch. “Het was voor die tijd een moderne opleiding, alleen voor meisjes. “Voor haar is slopen moeilijk te verteren. “Misschien ben ik te oud voor de barricades, maar als ik u ergens mee kan helpen laat het mij dan weten”, zo klinkt het strijdvaardig. Ik beloof min of meer plichtmatig haar op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Maar ik realiseer me na het telefoongesprek dat zij mij eigenlijk al geweldig geholpen heeft. Natuurlijk, de vooruitgang houd je niet tegen. Maar waarom zou je maatschappelijk kapitaal vernietigen? Waarom is het kennelijk te ingewikkeld om na te gaan of er ook alternatieven zijn. Voor de vestiging van Eurojust – er zijn betere locaties in de buurt voorradig – maar ook voor een nieuwe bestemming van het schoolgebouw waar nu het Maris College is gevestigd. Ik voel mij in ieder geval gesterkt om in overleg met de buurt en stakeholders nieuwe varianten vanuit een zeker historisch besef te ontwikkelen die beter inpasbaar, realistisch en (beter) betaalbaar zijn. Zo’n benadering is niet zozeer defensief – not-in-my-backyard – want dat verlies je uiteindelijk altijd, maar vooral constructief. Ik hoop dat die omslag nog op tijd komt. Voor Zorgvliet, de Johanna Westermanschool en vooral ook voor die bevlogen dame uit Den Haag.

schooldomein

maart 2011

Drs Robbert Coops, voorzitter bestuur van de stichting Wijkoverleg Zorgvliet en strategisch adviseur bij Schuttelaar & partners (rcoops@schuttelaar.nl)

CareerHandling begeleidt u naar een nieuwe baan binnen of buiten het onderwijs. Wij beschikken over gespecialiseerde outplacementconsulenten voor het Onderwijs op het gebied van Facilitair- en Logistiek management, ICT en de Financiële administratie. Wij coachen, trainen en bemiddelen naar passend werk en werken in geheel Nederland.

65


5 Smaak Nummer vijf van Schooldomein ligt eind april weer op uw mat. Uiteraard gaan we weer op de zintuigen in, want zonder gevoel en smaak is geen enkel gebouw bestand tegen de tijd. We pakken het thema smaak op en kijken vooral naar de gezonde cateraar op de school. Daarnaast nu eindelijk een pakkend verhaal over de exploitatie van sportverenigingen. En ook een prachtig nieuwbouwproject in Brazilië. • Een ondernemer aan het roer: Marin van Schaik runt ROC Aventus als een bedrijf • De bedreiging voor elke sportclub: de verantwoordelijkheid neemt toe en het kader vergrijst. Hoe borg je een duurzame exploitatie? • Renovatie bestaande gebouwen loont: Een paar mooie praktijkvoorbeelden waarbij bestaande gebouwen een facelift kregen. • Het Leidse Rijn College onder de loep: Een aantal jaren geleden genomineerd voor de Scholenbouwprijs. Hoe staat het gebouw er nu voor? • Nieuwbouw Sterrencollege duurzaam en spraakmakend: Mecanoo-architecten maakten een ontwerp dat staat als een huis. Een trotse directeur van Zon vertelt. • Arte Lyceum Almere: Een brede cultuurcampus voor voortgezet onderwijs.

66

schooldomein

maart 2011

Schooldomein Magazine voor de perfecte leef-, leer- en werkomgeving sinds 1985. Schooldomein verschijnt zes keer per jaar. Op internet: www.schooldomein.nl. Uitgever ICSadviseurs. Ruim 50 jaar werkt ICSadviseurs aan stimulerende leer-, leef- en werkomgevingen. Ruimte en draagvlak voor verandering, integratie van activiteiten, multifunctionaliteit en een professionele exploitatie zijn daarbij belangrijke thema’s. ICSadviseurs heeft twee vestigingen. Amsterdam: Orlyplein 10, Postbus 59112, 1040 KC. Zwolle: Grote Voort 207, Postbus 652, 8000 AR. Tel. 088 235 04 27. Schooldomein wordt uitgegeven in nauwe samenwerking met drukkerij Ten Brink, Meppel. Redactie Sibo Arbeek, Paul Voogsgerd, Brenda Breems Vaste medewerkers Kees Rutten (fotografie), Anje Romein, René de Werker, Jos Martens, Team BNA Onderzoek, Jan Schraven, Elly Zee, Marc van Leent Redactieraad Henrico ten Brink, Peter Reijers, Ronalt Schilt, Jan Schraven, Harry Vedder, Tom Haagmans, Edward van der Zwaag, Wik Jansen, Judith Chin Kwie Joe, Theo Fledderus, Peter Overgaauw, Frank van Esch Redactieadres Postbus 59112, 1040 KC Amsterdam, tel 06 22 26 77 95 E-mail: info@schooldomein.nl Abonnementen Betaling, opgave, abonnement, opzegging en adreswijziging kunt u doorgeven aan drukkerij Ten Brink, Administratie Schooldomein, Postbus 41, 7940 AA Meppel, tel (0522) 85 51 75. Schooldomein verschijnt zes keer per jaar, in een oplage van 17.000 exemplaren en in controlled circulation voor alle instellingen in het primair-, voortgezet-, middelbaar(ROC’s) en hoger onderwijs (hbo en wo). Elke instelling krijgt op instellingsnaam een exemplaar toegestuurd. Daarnaast krijgen alle gemeenten Schooldomein toegestuurd, alsmede de architecten aangesloten bij de BNA en alle woning­corporaties. Voor meerdere exemplaren alsmede voor abonnementen voor particulieren, instellingen en bedrijven geldt een abonnementsprijs van e 59,50. Abonnementen kunnen schriftelijk tot uiterlijk 1 juli van het lopende abonnementsjaar worden opgezegd bij de administratie van drukkerij Ten Brink. Bij niet tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Advertenties Voor plaatsing van advertenties of advertorials in het magazine kunt u contact opnemen met Recent, Postbus 17229, 1001 JE Amsterdam, tel. (020) 330 89 98, fax (020) 420 40 05, e-mail info@recent.nl, website www.recent.nl. Voor plaatsing van banners en overige informatie op de website kunt u bellen met FIZZ reclame + communicatie, tel (0522) 24 61 62. De advertentietarieven van Schooldomein staan ook op www.schooldomein.nl. Productie Grafische productie: Drukkerij Ten Brink, Meppel Projectbegeleiding: Communicabel, Veenendaal Vormgeving en website: FIZZ reclame + communicatie, Meppel Schooldomein wordt mede mogelijk gemaakt door Marko BV, BNA, Servicecentrum Scholenbouw en de adverteerders in Schooldomein


No limits SAMEN UW OPTIMALE OMGEVING ONTWIKKELEN Strategische oplossingen in vastgoed en huisvesting

HEVO voorziet opdrachtgevers met complexe huisvestingsvraagstukken van antwoorden die bijdragen aan een optimale leef- en werkomgeving. We kunnen u ondersteunen bij vrijwel elk facet van vastgoedontwikkeling. Daarbij streven we altijd naar gebouwen die duurzaam presteren en een klantrelatie die minstens zo duurzaam is. Een partnership dat we bouwen op basis van oprechte betrokkenheid, kennisuitwisseling en wederzijds vertrouwen. Een open en resultaatgerichte benadering waarbij we elkaar blijven inspireren. Samen zijn we in staat het schijnbaar onmogelijke toch mogelijk te maken. Wij helpen opdrachtgevers in onderwijs, overheid, zorg en bedrijfsleven hun dromen te vangen in huisvesting en vastgoed. Voor meer informatie: (073) 6 409 409 info@hevo.nl www.hevo.nl

Bolidtop® vloersystemen bouwen mee aan verandering Nieuwe ordening in het onderwijs, nieuwe

architectuur.

Veranderin-

gen in huisvesting, ‘Health Environments’, flexibiliteit en duurzaamheid worden bepalend. Bouwen in het onderwijs zal een sprong maken van bekend naar grensverleggend. De Bolidtop® vloersystemen van Bolidt springen gegarandeerd mee, want Bolidt’s innovatieve geest denkt zonder grenzen. Bolidtop® systemen zijn duurzaam, keer op keer geschikt voor een nieuw leven en al jarenlang

HEVO biedt u: Strategisch vastgoeden huisvestingsadvies Projectmanagement Duurzaamheidsadvies Expertisecentrum

vertrouwd met de strenge kwaliteitseisen en variabele omgevingswensen in het onderwijs. Bolidt, No limits.

www.bolidt.nl


schooldomein no.4