Issuu on Google+

magazine voor de perfecte leer-, werk- en leefomgeving

sportdomein zorgdomein wijkdomein

Thema: Transformatie en innovatie Openbare bibliotheek Amsterdam: van uitleen- naar verblijfsfunctie Beperkte middelen, goede schoolgebouwen: 8 tips! Nieuw leven in oude boterfabriek

www.EromesMarko.nl

jaargang 26 mei 2014

5

Like de Facebookpagina van Schooldomein


ICSadviseurs De stoel voor alle leef tijden

30 jaar productontw ikkeling Het origineel in aangepast zitmeubilair.

ong eeven aarde zitkwaliteit

De tafel voor eindeloos w erkplezier

Traploos instelbaa r

Maximale on derrijdbaarheid

Altus, de optimale schooltafel.

026 35 12 247 • www.kindermeubilair.nl


Gezonde, frisse scholen met een eigen gezicht

DGMR, advisering in frisse en duurzame scholen met een optimaal binnenmilieu. Voor een prettige leeromgeving, van peuterspeelzaal tot universitaire campus. Adviseurs in bouwfysica, geveltechniek, akoestiek, (brand)veiligheid en klimaatbeheersing Arnhem | Den Haag | Drachten | Sittard

www.dgmr.nl


VAN DE REDACTIE

Van doen naar niet-doen Waarom is er huisvesting? Waarom zijn er scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, dorpshuizen, theaters, sportverenigingen, stadhuizen of kerken? Gebouwen met vaak symboolwaarde die diensten bundelen en plekken markeren. Omdat mensen ooit de functie hebben bedacht. Dat kwam omdat er een gezamenlijke behoefte groeide en er aanbod moest worden gecreëerd, gekoppeld aan fysieke plekken, gebouwen en symbolen. Activiteiten werden ingekapseld in denominaties, clubs en verenigingen en kenden decennialang een gezonde exploitatie. De behoefte creëerde de vraag en dat leidde tot een bevredigend en vervolgens een genormeerd aanbod. De veilige en functionele samenleving, waarin alles duidelijk en geregeld was. Het doen was helder geplekt en de samenleving wist waar ze moest zijn en waar ze aan toe was. Maar die tijd is definitief voorbij. Dat leidt op allerlei niveaus tot onduidelijkheid, onrust en de observatie dat de functionele samenhang niet meer bestaat. Alles wordt onttakeld en wat rest zijn miljoenen individuen met een wisselende behoefte aan zorg, veiligheid, ontmoeting en activiteiten. En hoe die behoefte zich ontwikkelt, is volledig afhankelijk geworden van spontane netwerken, wat mode is, hoe slim er over wordt gecommuniceerd en wat aantrekkelijk genoeg is. En alles wat er vanuit nut en noodzaak voor het volk was kon niet meer door de overheid betaald of centraal geregeld worden. Gevolg: deregulering en opeenvolgende decentralisaties. Van cultuur, onderwijs, welzijn en nu zorg. De decentralisatie van zorgtaken naar de gemeente: 40% van de kiezers had het hoog op de agenda staan. De hamvraag is of je dat proces van onzekerheid en overdracht naar de gemeenten weer moet reguleren of spon-

Onze visie Schooldomein is een verrassend magazine voor managers en beleidsmakers die relevante beleidsinformatie, praktijkvoorbeelden en productinformatie vertalen in een optimale leer-, werk- en leefomgeving. Schooldomein biedt informatie rond de infrastructuur, organisatie en huisvesting van instellingen. Schooldomein is bedoeld voor iedereen die op het niveau van overheid, instellingen, bedrijfsleven en maat-

taan kan laten gaan, omdat veelvormigheid het resultaat zal zijn? De verschillende partijen spraken elkaar tegen. In een brainstorm met adviseurs die in de zorg actief zijn, werd geconstateerd dat in de driehoek overheid, (zorg-) aanbieders en burgers of maatschappelijke organisaties alle verbindingen onder druk staan. De lijn van overheid naar maatschappelijke aanbieders (zorg, welzijn, onderwijs), van aanbieders naar burgers en vertegenwoordigende netwerken en de lijn van overheid naar burgers en hun vertegenwoordigers. Kort gezegd gaat het over een verschuiving van aanbodgericht naar vraaggestuurd, van regie naar faciliteren, van bepalen naar ontdekken, van doen naar niet-doen. En niet-doen is iets anders dan niets doen. Niet-doen is een bewuste actie. De overheid moet actief leren niet te doen, de aanbieders moeten leren niet te doen en de burgers moeten leren zelf te doen, zelf te acteren, zelf te ontwikkelen. Een ontwikkeling van serving the king en serving the system naar serving the community. Een ontwikkeling waarbij controle goed is, maar vertrouwen beter. Waarbij het opnieuw om het delen van waarden en normen gaat. En bij die ontschotting zijn nieuwe verbindingen nodig. Op het gebied van thuiszorg, onderwijs, ontmoeting, sport en spel. Dat leidt tot de behoefte aan nieuwe plekken, om gebouwen die die ontschotting faciliteren. Zijn dat onze brede scholen, Kulturhusen en MFA’s, of zijn dat tijdelijke uitingen in een breder proces van transformatie? Kortom: van doen naar niet-doen. Weer veel leesplezier gewenst. Sibo Arbeek Hoofdredacteur

schappelijke organisaties betrokken is bij het vinden van oplossingen voor samenhangende vraagstukken in de non profit en profit sector.

Het netwerk

Schooldomein wordt zes keer per jaar en in een oplage van 17.000 exemplaren gratis verstrekt aan alle onderwijsinstellingen en gemeenten in Nederland en een groot aantal onderwijsinstellingen in Vlaanderen. Het blad wordt gefinancierd uit de exploitatie van advertenties,

advertorials, artikelen en de bijdragen van partners. Schooldomein fungeert als een netwerk, waarbij partijen een meerwaarde genereren door een samenhangend product te bieden. Schooldomein fungeert als een platform voor alle partijen die een bijdrage willen leveren aan de kwaliteit van de onderwijsinfrastructuur.

Uw mening

Wij stellen uw mening zeer op prijs. Voor reacties kunt u mailen naar sibo.arbeek@schooldomein.nl.

U kunt ook reageren via de site www.schooldomein.nl. Praktische informatie vindt u in het colofon.

Internet Voor meer informatie over School­domein en dit nummer kunt u kijken op www.schooldomein.nl. Via deze site kunt u onder meer alle artikelen van de afgelopen jaargangen opvragen, winkelen in onze rubrieken en relevante marktinformatie zoeken.

Schooldomein wordt mede mogelijk gemaakt door:

schooldomein

mei 2014

5


inhoud

BESTUUR EN BELEID

Boelema kiest voor horizontaal 08 Saskia partnerschap Vertrekkend wethouder getuigt van bestuurskracht.

bibliotheek Amsterdam werkt 12 Openbare als een magneet Directeur Hans van Velzen over ‘zijn’ nieuwe bibliotheek aan de Oosterdokkade.

20 Negen onderwijs projecten in zes jaar tijd Een omvangrijk huisvestingsprogramma voor het onderwijs in Oisterwijk.

middelen, goede 22 Beperkte schoolgebouwen 8 tips om met een klein budget een uitstekend schoolgebouw te ontwikkelen.

ONTWERP EN INRICHTING

nieuwbouw achter 24 Verrassende historische voordeur De eigentijdse onderwijswereld in Educatief Basis Centrum De Regenboog.

15 THEMA

Traditioneel aanbesteden biedt toch de beste garanties voor goede kwaliteit. De professionele opdrachtgever is een kritisch mens dat op tijd de goede vragen stelt. Total cost of ownership is eigenlijk oude wijn in nieuwe zakken. Contractpartijen moeten in een vroeg stadium betrokken worden om kosten en kwaliteit te optimaliseren. Vier stevige stellingen rond het thema Transformatie en innovatie. In het innovatielab laten zes deskundigen hun licht erop schijnen.

schooldomein

Brede School Som biedt alle mogelijkheden om de wijk maximaal te bedienen.

Expertmeeting: Voorwaarden 32 Ecophon voor een goed gebouw Bestuurders en marktpartijen scherpen de geest over het goede gebouw.

Katedralskole 36 Scholengemeenschap ontluikt! Modulaire lichtstraten maken de schooldagen op de

Transformatie en innovatie

6

contract maakt flexibiliteit 27 Integraal mogelijk

mei 2014

Katedralskole in Roskilde lichter.

indoor 38 Toegankelijke sportaccommodaties Richtlijnen verlagen de drempel voor mensen met een beperking die willen sporten.

42 Nijdjip zoekt de verbinding

Eigen identiteit behouden in een gebouw dat in alles samenwerking uitstraalt.

nieuwbouw 46 Vanzelfsprekende Op De Groene Alm Een brede school met een natuurlijke lay-out die het onderwijsproces optimaal faciliteert.


BOUW EN ORGANISATIE

de Cradle to Cradle 48 Volgens methode een Lyceum bouwen? Schiedam deed het! CO2 neutraal gebouw van Lyceum Schravenlant is een eyecatcher voor de buurt.

50 Dromen binnen handbereik

Nieuwbouw Focus Beroepsacademie werkt als een swingend leerwerkbedrijf.

van gemeentehuis 52 Transformatie tot brede school Een nieuw voorbeeld uit de Scholenbouwatlas: Brede school De Vogeltuin in Heteren.

brengt innovatie in de 54 Bolidt praktijk 50-jarig feestje bevestigt de innovatieve kracht van Bolidt.

FINANCIERING EN EXPLOITATIE

financiert deel 58 School meerinvestering

Multifunctionele accommodatie DSK II Haarlem is een energie neutrale 茅n frisse school.

FACILITAIR EN BEHEER

kan het ook: een doelmatige 60 Z贸aanpak voor Marmoleum Een aanzienlijke besparing op het budget voor onderhoud van oude Marmoleumvloeren.

62 Nieuw leven in oude boterfabriek

Sneak preview in de Dutch Innovation Factory in Zoetermeer.

Rubrieken 31 45 57 64 65 66

De kunst in Basisschool Edith Stein in Veghel

Kort nieuws

Het atelier: Station Alkmaar Het idee van Gezonde Schoolpleinen Column van Bas Eenhoorn Vooruitblik naar Schooldomein 6

8 18 60 64 70


Hoofd en Hart in Breda

Saskia Boelema kiest voor horizontaal partnerschap 8

schooldomein

mei 2014


BESTUUR EN BELEID

Saskia Boelema is vertrekkend wethouder met onder meer de portefeuilles onderwijs en financiën in Breda. Inmiddels heeft ze een duidelijk beeld hoe gemeente en burgers beter met elkaar kunnen samenwerken. De boodschap is simpel: je moet elkaar willen vertrouwen, maar wel op basis van goede en zakelijke afspraken. De wethouder vertelt gedreven over haar vakgebied.

Tekst Sibo Arbeek

Hoe ben je in de politiek terecht gekomen? “In Nijmegen was ik naast mijn studie economie aan de Radbout Universiteit al fractiemedewerker van D66. De dynamiek en het onvoorspelbare van de politiek hebben me altijd al aangetrokken. In de politiek moet je telkens weer nieuwe wegen zoeken om je doel te bereiken. Dat positieve geluid vond ik ook bij D66. Ik verhuisde voor de liefde naar Breda en bezocht in 2005 een fractievergadering om te zien of ik hier ook iets voor de partij kon betekenen. Al snel werd ik gevraagd of ik op de lijst wilde en voordat ik het wist stond ik op een verkiesbare derde plaats. Ik ben toen als een gek met een plattegrond rond gaan fietsen om de stad beter te leren kennen. Binnen een jaar werd ik fractievoorzitter en vanaf 2010 ben ik wethouder met jeugd en onderwijs in de portefeuille. Het kan raar lopen in het leven en dat maakt het ook zo leuk. Na een mindere periode gaat het nu geweldig met D66; de afgelopen jaren is de partij van 8.000 naar 24.000 leden gegroeid. De partij trekt vooral veel zzp-ers en ondernemers die zich tot de optimistische toon op onze economische agenda aangetrokken voelen. Breda is een fijne stad om in te werken en vooral ook te wonen. Er zijn voldoende sociaal-maatschappelijke opgaven, maar niet zo heftig als in steden als Amsterdam en Den Haag het geval is. Het niveau aan voorzieningen ligt hoog; met een prachtige historische binnenstad en een groen buitengebied. Economisch zijn er nog voldoende ontwikkelopgaven, zoals de herstructurering van de binnenstad rond het gebied Achter de Lange Stallen, de HSL naar Antwerpen en bedrijven die zich vanuit de Benelux hier vestigen. Breda ligt strategisch goed in het gebied tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen. Als je naar de maatschappelijke activiteiten kijkt is Breda een stad met een rijk verenigings- en

vrijwilligersleven en wordt er veel georganiseerd. Dat heeft zeker ook te maken met de Bourgondische aard van de mensen. Toch heeft de stad de afgelopen jaren flink moeten bezuinigen en een fors bedrag moeten afboeken op onder meer het grondbedrijf. Daardoor is een nieuw realisme in de politiek ontstaan; we moeten het met elkaar doen. Als wethouder moet je moeilijke besluiten niet schuwen en dat maakt de combinatie van een maatschappelijke portefeuille met financiën ook zo mooi. Inhoud doe je met je hart en financiën met je hoofd. Ik mag ertoe bijdragen dat de beschikbare middelen in tijden van bezuinigingen goed en eerlijk verdeeld worden. En daar horen een warm hart en een slim hoofd bij.” Hoe ziet de onderwijsportefeuille eruit? “Breda krimpt zelf niet, maar de regio wel. De komende tien jaar is een teruggang binnen het onderwijs nog niet echt aan de orde. Dat beeld verschilt natuurlijk per wijk. Veel van onze gebouwen in het primair en voortgezet onderwijs waren functioneel en soms technisch verouderd. Zowel de schoolbesturen als de gemeente zagen het gezamenlijk belang om de huisvesting goed te regelen. In het voortgezet onderwijs is Building Breda opgezet, waar op basis van een gezamenlijke visie op het onderwijs de huisvesting en de middelen zijn doorgedecentraliseerd naar de schoolbesturen, die daarvoor het coöperatie model hebben gekozen. Na een aantal jaren ervaring met dit model zijn we nu met de doordecentralisatie naar het primair en speciaal onderwijs bezig. Een complex proces, dat alleen maar werkt wanneer je op basis van vertrouwen samenwerkt en ook zakelijk de afspraken nakomt. De bouwopgave in het primair onderwijs is bovendien lastiger inschatten, omdat wijken bijvoorbeeld vergrijzen.”

schooldomein

mei 2014

9


“Er is een nieuw realisme in de politiek ontstaan; we moeten het met elkaar doen.”

10

schooldomein

Wat is het grote voordeel van dit systeem? De gemeente was financier, bouwheer en plantoetser en dat maakte het altijd lastig. Nu doen de schoolbesturen het zelf en toetsen wij de plannen. Dat maakt het proces zuiver in de verhoudingen én sneller, omdat we geen eigenaar van het probleem meer zijn, maar wel meedenken in de oplossingen. Je ziet dat schoolbesturen ook sneller iets voor elkaar krijgen, omdat zij het belang voelen en ook snel met de achterban en buurt schakelen. De nieuwbouw van het Stedelijk Gymnasium is bijvoorbeeld in een jaar geregeld. Dat had de gemeente in de oude rolverhouding nooit gered. Het voordeel is verder dat de coöperatie zelf geld kan aantrekken op de kapitaalmarkt, waardoor het investeringsvolume ineens groter wordt. De systematiek is dat er een integraal plan voor de komende acht jaar is opgesteld. Alle gebouwen zijn in samenwerking tussen de gemeente en de schoolbesturen in kaart gebracht en daar is de 0-meting voor de overheveling buitenonderhoud in meegenomen. Nieuw is dat we met de besturen een renovatie na 25 jaar in het nieuwe model hebben ingebracht. Jaarlijks gaan de middelen voor het primair onderwijs naar de coöperatie, die daarmee gemiddeld 13 miljoen per jaar gaat beheren en toewijzen voor de in totaal 63 schoolgebouwen. Voor de financiering en

mei 2014

afschrijvingstermijn blijven we de termijn van 40 jaar hanteren. Wanneer een gebouw voor het onderwijs niet meer nodig is, neemt de gemeente het tegen de dan geldende boekwaarde terug, zodat er niet mee gespeculeerd wordt.” Hoe vallen de brede scholen en MFA’s onder deze regeling? “Die hebben we er bewust uit gelaten, omdat ze meerdere maatschappelijke functies herbergen. Bovendien waren onze brede scholen erg gebouw georiënteerd. Nu zie je dat veel brede scholen problemen met de exploitatie hebben, omdat een belangrijke kostendrager eruit is gevallen, zoals de kinderopvang. We hebben de afgelopen jaren veel uitbreidingen voor kinderopvang gerealiseerd en daar hebben we nu last van, omdat ruimten leeg staan. Voor BSO bouwen we in ieder geval geen aparte meters meer, ook omdat dat heel goed binnen de bestaande scholen kan worden opgelost. Ik vertaal het concept brede school nu veel meer als een netwerkconcept. Waarom zou alles onder één dak moeten? We hebben de helft van de buurthuizen gesloten en zien dat veel activiteiten onder meer naar de voetbalkantine verplaatsen. Niet alles hoeft onder hetzelfde dak te worden opgelost.”


BESTUUR EN BELEID

Pakken de besturen hun rol goed op? “Zeker. En dat komt ook omdat de gemeente niet meer de gezamenlijke vijand is. Dat is ook de kracht van het model; dat je een collectieve verantwoordelijkheid op het besturen deelt. Dat werkt op alle niveaus door. Het samenwerkingsverband krijgt minder geld en je ziet nu dat het samen nadenken over passende huisvesting van een aantal typen speciaal onderwijs op gang komt. Waarom zouden we dure voorzieningen niet beter met elkaar kunnen delen? Met het vaststellen van het integraal huisvestingsplan hebben we de verordening afgeschaft. De coöperatie maakt straks de planningen voor (ver-)nieuwbouw, renovatie en onderhoud zelf; in de oude situatie moest je maar afwachten of je aan de beurt kwam, ook omdat het begrip renovatie in de verordening niet bestond. Straks komt iedereen aan de beurt en dan ben je ook bereid om op je beurt te wachten. Het bestuur van de nieuwe coöperatie denkt zelf na over kostenbesparende en duurzame oplossingen. Een voorbeeld: Op dit moment wordt voor een basisschool nieuwbouw gebouwd op de locatie van het oude gebouw. Dat betekent dat tijdelijke huisvesting nodig is. Om zoveel mogelijk geld in de kwaliteit van het nieuwe gebouw te investeren, hebben de besturen in nauw overleg met de ouders geregeld dat gebruik wordt gemaakt van een beschikbaar leegstaand gebouw. Dat betekent dat de kinderen nu tijdelijk met een bus vervoerd worden. Dat kost een jaar meer ongemak maar levert straks 40 jaar meer plezier op. Nog een mooi voorbeeld: ik ben ook verantwoordelijk voor het buitenspeelbeleid. Veel speeltoestellen waren aan vervanging toe. Ik heb dat samen met het lokale bedrijfsleven omgebouwd tot een innovatief dossier. Kinderen denken daarbij zelf mee over hoe ze zouden willen spelen, door tekeningen te maken of filmpjes op te nemen. Dat maakt dat oplossingen gedeeld worden.

Bleek dat de kinderen veel liever ‘natuurlijk’ spelen. En dat betekent weer dat we de standaard speeltoestellen die ook nog eens regelmatig op veiligheid gecontroleerd moeten worden, eigenlijk helemaal niet nodig hebben. Fantasierijker opereren dus. Met minder kosten en uiteindelijk meer plezier, omdat je zelf ook aan de oplossing hebt meegewerkt.” Wat betekent burgerparticipatie voor jou? “Op afstand zetten betekent niet minder betrokkenheid; betrokkenheid blijft één van de kerntaken van het bestuur. Ik leg graag verantwoordelijkheid laag in de organisatie, maar wel onder voorwaarden. Ik juich kleinschalige initiatieven in de wijk toe. In het dorp Princenhage is door organisaties uit de buurt een coöperatie opgericht om het buurthuis van de gemeente te kopen. Ze zijn nu bezig om zelf afspraken met een zorgaanbieder te maken, bijvoorbeeld voor dagbesteding voor ouderen. Dat proces begeleiden we met een deel subsidie, omdat we het ook willen monitoren. We raken een beetje af van de geijkte inspraakstructuur. Het gaat erom waar de energie zit en wat partijen er zelf aan willen en kunnen doen. De cultuur was dat er bij een goed idee subsidie werd aangevraagd, maar die tijd is voorbij. Wij hebben ruim 35 miljoen structureel moeten bezuinigen. Nu is het uitgangspunt: “Een goed plan, maar wat ga je er zelf aan doen?” We willen als gemeente best een stuk bijdragen, maar alleen wanneer de samenleving ook bijdraagt. Ga zelf zoeken naar sponsors en partijen die bij willen dragen om jouw idee te laten slagen. En kom je dan nog een beetje tekort, dan zijn wij er. Zo creëer je samen horizontaal partnerschap.”

“Op afstand zetten betekent niet minder betrokkenheid.”

Voor meer informatie over Breda en de doordecentralisatie kijkt u op www.breda.nl of www.buildingbreda.nl

schooldomein

mei 2014

11


Van uitleen- naar verblijfsfunctie

Openbare bibliotheek Amsterdam werkt als een magneet

12

schooldomein

mei 2014


BESTUUR EN BELEID

Hans van Velzen wijst vanuit zijn kantoor op de achtste verdieping naar het weidse uitzicht op de stad. Boven het Rijksmuseum vliegen formaties helikopters aan. In één ervan zit president Obama, om de Nachtwacht en twee historische documenten te bekijken: het Plakkaat van Verlatinghe uit 1581 en het eerste Amerikaans-Nederlandse handels- en vriendschapsverdrag uit 1782. “Een historisch moment voor ons land”, zegt Hans. Het is maandagochtend 24 maart en net elf uur geweest. De nieuwe openbare bibliotheek van Amsterdam aan de Oosterdokkade stroomt al behoorlijk vol. Tekst Sibo Arbeek

“D

e oude bibliotheek zat aan de Prinsengracht en was met 12.000 m² veel te klein. Bovendien was het eigenlijk een kantoorgebouw met gesloten verdiepingen die alleen met de lift bereikbaar waren. De oriëntatie was erg slecht en er was geen visuele relatie tussen de etages. Gevolg was dat je er alleen maar kwam om iets specifieks te lenen. Kortom; de kenmerken van een echte uitleenbibliotheek. Het werd nog erger met de komst van internet; we moesten overal kabels trekken. Er waren geen ruimten voor culturele activiteiten en er was een kleine coffeeshop. We begonnen nationaal en internationaal achter te lopen. Gelukkig kwamen er nieuwe bibliotheken in Den Haag en Rotterdam, waardoor Amsterdam wakker werd.” Directeur Hans van Velzen spreekt met passie over zijn vak: “Al vanaf mijn komst in 1988 zijn we met nieuwbouwplannen bezig. We hebben met de gemeente eerst naar een locatie in het centrum gezocht, waar bijvoorbeeld het voormalige gebouw van de ABN aan het Rembrandtplein leeg kwam te staan. Maar dat was ook weer een kantoorgebouw met zijn beperkingen. Toen kwam het Oosterdokeiland vrij en besloot de gemeente hier een ambitieus stedenbouwkundig plan uit te rollen. Na de bouw van het Muziekgebouw aan ’t IJ werd het een levendig gebied met een conservatorium, een hotel en veel goede horecavoorzieningen. Het bezoekersaantal op deze plek is verdubbeld van gemiddeld 900.000 naar bijna twee miljoen mensen per jaar. De gemeente heeft dat in

Noord met de bouw van Eye ook goed aangepakt. En zo blijft een stad zich door de eeuwen heen ontwikkelen. Het Rijksmuseum stond ook eerst in het weiland. Nu staat het in het centrum.”

Andere inrichting “Het inrichtingsconcept is sterk veranderd. We zijn zeven dagen van 10 uur tot 10 uur open. Dat vraagt om een uitgekiende facilitaire organisatie. Er komen hier veel HBO-studenten, omdat ze zich hier goed kunnen concentreren, met vrienden afspreken en van de horecafaciliteiten gebruik maken. Kortom; we zijn helemaal gericht op het gemak en verkopen nooit nee. De bibliotheek is een soort studiehuis geworden. De gemiddelde verblijfstijd is toegenomen van een half uur tot anderhalf à twee uur. Studenten blijven hier gemiddeld drie uur. Door de week trekken we gemiddeld 500 bezoekers per dag en in het weekend nog meer. In totaal werken hier 120 mensen, verdeeld over drie shifts. Er gebeuren hier opvallend weinig incidenten, vooral omdat er veel sociale controle is. Op elke verdieping kijk je naar twee andere verdiepingen, waardoor mensen de totale ruimte meer beleven en dus ook gebruiken.”

Van uitleen naar verblijf “In dit gebouw zie je heel mooi het verschil tussen een uitleen- en een verblijfsbibliotheek. We zijn van 300 naar 1.000 zitplaatsen gegaan, waarvan 500 met

schooldomein

mei 2014

13


Hans van Velzen: “Mensen werken overal en doen dat vooral met elkaar.”

een PC-aansluiting. Daar hebben we een eerste aanpassing gedaan; een stopcontact is belangrijker dan een pc-aansluiting en je ziet bezoekers minder op vaste plekken zitten. Mensen werken overal en doen dat vooral met elkaar. We hebben overal internet, organiseren tentoonstellingen, activiteiten en hebben op de 7e verdieping La Place met 250 plaatsen en een prachtig theater met ruim 200 zitplaatsen. Elke verdieping heeft iets herkenbaars. Op de vierde vind je kunst en muziek en daar vinden ook radio-uitzendingen van Amsterdam FM en OBA Live plaats. Op de zesde kun je vergaderzalen huren, in combinatie met de horeca. We doen veel meer dan boeken alleen. We hebben een voorleesfinale georganiseerd, er zijn hier verkiezingsdebatten geweest. Daardoor trek je ook andere mensen. Ik zie het fysieke boek ook niet verdwijnen. Het aandeel van de e-reader was in 2013 nog maar 4% van de totale omzet. Zelfs in de USA is het aandeel maar 20%. Natuurlijk zie je ontwikkelingen. Het segment reisgidsen zie je verdwijnen. Ik koop vaak een boek, maar neem wel een e-reader mee op vakantie. De productie in Nederland is nog steeds overweldigend. Per jaar komen er 20.000 titels bij.”

Meubilair versterkt beleving projectinformatie Project Nieuwe Openbare Bibliotheek Amsterdam

Locatie Oosterdokkade Amsterdam

Architect Jo Coenen

Inrichting (kasten en deel meubilair) Bomefa

14

schooldomein

Architect Jo Coenen heeft een open en uitnodigend gebouw op een prachtige locatie ontworpen en coördineerde ook de inrichting. Hans daarover: “Een gemiddelde vloer is 40 bij 70 meter, waarbij de roltrappen in het midden lopen en de verdiepingen extra accenturen. Zoals in de Bijenkorf, waar je juist wordt aangetrokken door datgene waar je niet naar op zoek was. We wilden kasten met de mogelijkheid om ons te presenteren, zodat we op actuele ontwikkelingen konden inspelen. Coenen wilde geen verlichting aan het plafond, maar led-licht aan de buiten- en bovenkant, zodat de kast zijn eigen lichtdrager wordt. We hebben bewust voor witte kasten gekozen; elk boek heeft een kleurtje en alle mensen die hier komen ook. Het interieur moet rust brengen. In het midden zijn de kasten

mei 2014

1.50 meter, zodat je er over heen kunt kijken. Op de Prinsengracht hadden we hoge kasten, waar mensen achter weg konden duiken. Dat kostte veel extra toezicht. Door die lage kasten in het midden hebben we per verdieping maar één baliemedewerker nodig. De stoelen hebben wel kleuren, de vloerbedekking is zwart en de wandafwerking is van hout. We hebben per ruimte minutieus uitgewerkt hoeveel stoelen er zouden staan. De afhandeling en betaling van boeken gebeurt volledig geautomatiseerd. Daar komt geen mens meer aan te pas. Het inrichtings- en facilitaire concept zijn volledig op elkaar afgestemd.”

Bijdrage samenleving “De bijdrage van de gemeente ligt tussen de 80 en 85%. Tegelijkertijd hebben we 1 miljoen moeten bezuinigen. Subsidie is eigenlijk niet een goed woord, omdat we een belangrijke taak in de samenleving vervullen en daar horen keuzen bij. Het gebruik voor jongeren tot 18 jaar is gratis en dan praat je over de helft van onze gebruikers. Deze voorziening is er voor iedereen en hier komen alle Amsterdammers, in tegenstelling tot het concertgebouw of de musea die zich op een specifieke groep richten. Allochtone jongeren maken net zoveel gebruik van de bibliotheek dan autochtone jongeren doen. In hun cultuur is de bibliotheek belangrijk. Kinderen blijven vaak in de wijk en we werken overal intensief samen met scholen. Dat is belangrijk voor de gemeente, want dat betekent dat wij bijdragen aan de integratie, aan het leren samenwerken, ontmoeten en het voorkomen van eenzaamheid onder ouderen. Buitenveldert telt relatief veel ouderen en daar komen bezoekers om een krantje te lezen en een kop koffie te drinken. Wij openen deze week nog een filiaal op IJburg. Die wijk telt 20.000 inwoners waarvan de helft nog kind is. Eigenlijk is iedereen trots op de bibliotheek. Die hoort er gewoon bij.” Voor meer informatie mailt u naar m.vandervelde@oba.nl of kijkt u op www.oba.nl.


THEMA: TRANSFORMATIE EN INNOVATIE

Innovatielab:

Transformatie en innovatie DE STELLINGEN

Deelnemers

• Traditioneel aanbesteden biedt toch de beste garanties voor goede kwaliteit.

Maxime Verhagen – Voorzitter Bouwend Nederland

• De professionele opdrachtgever is een kritisch mens dat op tijd de goede vragen stelt.

Harry Vedder – M3V

• Total cost of ownership is eigenlijk oude wijn in nieuwe zakken.

Stijn de Wolf – SMT Bouw & Vastgoed

• Contractpartijen moeten in een vroeg stadium betrokken worden om kosten en kwaliteit

Mr. Dennis Santbulte en Mr. Elzo Hilgenga, ICSadviseurs Hans Voorberg – partner ICSadviseurs

te optimaliseren.

Foto: Anke Bot

Maxime Verhagen – Voorzitter Bouwend Nederland

Traditioneel aanbesteden biedt toch de beste garanties voor goede kwaliteit Als traditioneel aanbesteden betekent: een bestek op de markt zetten voor de laagste prijs, dan zeg ik duidelijk nee. Deze stelling gaat ervan uit dat je de kwaliteit volledig

in het bestek kunt regelen. Dat is niet juist. Stel je twee partijen voor, die hetzelfde, traditionele bestek aannemen. Het werk met de ene partij kan een groot succes worden, terwijl het met de andere partij een dramatisch project kan worden. Dat laat zien dat er veel meer factoren meespelen om een project tot een succes te maken. De uitdaging is om inschrijvers zich op die factoren te laten onderscheiden. En dus moet hun kwaliteit meewegen bij de aanbesteding.

het is een rationele wijze om investeringen te waarderen. In de scholenbouw komen we TCO evenwel nog niet veel tegen. Stichtingskosten en onderhoud zijn vaak volledig gescheiden. Daarmee blijven optimalisaties in gecombineerd ontwerp, uitvoering en onderhoud liggen. En dat is jammer. Mocht TCO daarom doorbreken binnen de scholenbouw, dan is dat wat mij betreft wel degelijk nieuwe wijn, die snel op dronk komt.

De professionele opdrachtgever is een kritisch mens dat op tijd de goede vragen stelt

Contractpartijen moeten in een vroeg stadium betrokken worden om kosten en kwaliteit te optimaliseren

Helemaal mee eens, want als je goede vragen stelt, weet je waarover je het hebt. Deze stelling geldt wat mij betreft evengoed voor opdrachtnemers. Als dergelijke opdrachtgevers en opdrachtnemers elkaar tegenkomen in een project, dan zal je zien dat de communicatie direct goed loopt. En dat betekent weer dat samenwerking op gang komt. Met respect voor de wederzijdse belangen. Total cost of ownership is eigenlijk oude wijn in nieuwe zakken TCO is inderdaad niet nieuw. In de zakelijke markt wordt het veel gebruikt, want

Dit had een stelling van mijzelf kunnen zijn. Juist als contractpartijen vroegtijdig hun input kunnen leveren, wordt er ruimte gecreëerd voor vernieuwing en optimalisatie. Belangrijk is om daarbij ook de gespecialiseerde aannemers te betrekken, ook als die door de hoofdaannemer worden ingeschakeld. Deze ketenbenadering leidt inmiddels op veel plaatsen al tot grotere verbeteringen: kosten gaan omlaag, de kwaliteit gaat omhoog én het is voor alle partijen veel leuker om op deze wijze samen te werken. ‘Wij en zij’ wordt ‘ons’, met alle voordelen van dien.

schooldomein

mei 2014

15


• Goed besef van de eigen kennis en deskundigheid, de eigen grenzen aan die kennis en kunde en goed verbinding te leggen met de ontbrekende kennis en kunde. • Het stellen van realistische vragen aan de opdrachtnemende markt (adviseurs, aannemers, etc.). • Het stellen van heldere vragen aan die markt en diezelfde markt gedegen in de gelegenheid stellen om met de opdrachtgever in interactie te gaan om de vraag zelf en de vraag achter de vraag goed te begrijpen, • Een wijze van interactie met de opdrachtnemende partijen creëren waarin de laatste maximaal wordt uitgedaagd het beste te leveren c.q. te presteren en daartoe een op vertrouwen gebaseerde samenwerking tot stand te brengen. Total Cost of Ownership (TCO) is eigenlijk oude wijn in nieuwe zakken

Harry Vedder – M3V

Traditioneel aanbesteden biedt de beste garanties voor goede kwaliteit Ik zou stellen dat dit juist andersom werkt. De opdrachtgever is bij traditioneel aanbesteden tot en met bestek verantwoordelijk voor het ontwerp. Dat bestek besteedt hij dan aan. Leidend voor het ontwerp is het Programma van Eisen. Hierin beschrijft de opdrachtgever wat hij minimaal wil bereiken aan functionele en technische kwaliteit. Voor de ontwerpers (architect, installateur, etc.) is dit PvE tot en met bestek de leidraad waarop ze hun ontwerpen gaan baseren. Het minimaal gewenste wordt tijdens dat proces de vermeende standaard. Bij aanbesteding van het bestek ligt kwaliteit e.d. volledig vast en kan de aannemer eigenlijk alleen nog maar winnen op laagste prijs. De aannemer heeft dus geen enkel belang om een aanbieding te doen met méér te leveren kwaliteit (duurder). Ofwel: de in het PvE vastgelegde minimaal gewenste kwaliteit wordt in deze traditionele aanbesteding vanzelf de maximaal haalbare kwaliteit. Of dat goede kwaliteit is, hangt volledig af van het onder verantwoordelijkheid van de opdrachtgever opgestelde bestek.

16

Wie TCO als een volledig nieuw begrip neerzet, slaat inderdaad de plank mis. Haalbaarheidsstudies zijn gebaseerd op o.a. TCO (kan de opdrachtgever het bedrijfsmiddel huisvesting niet alleen realiseren maar ook binnen budget in stand houden en gebruiken?). Het aan de bouwopgave ten grondslag liggende (technisch) PvE wordt mede opgesteld op basis van die aspecten die de levensduurkosten van het gebouw beïnvloeden: energiezuinigheid, materialisatie, onderhoud, duurzaamheid, etc. Wat nieuw is, en dan vallen we terug op de stellingen 1 en 2, is de TCO-aanbesteding. In die TCO-aanbesteding: • Geeft de opdrachtgever opdracht en ruimte aan de opdrachtnemer om het ontwerp en de uitwerking volledig op basis van TCO vorm te geven. •S  luit de opdrachtgever met de opdrachtnemer een langjarig TCO-prestatiecontract af waarin deze laatste de Total Cost of Ownership niet alleen aanbiedt maar ook garandeert. Ofwel ook de onderhoudsconditie, het uitvoeren van het onderhoud en bijvoorbeeld het energiegebruik binnen afgesproken exploitatiebudget garandeert.

De professionele opdrachtgever is een kritisch mens dat op tijd de juiste vragen stelt

Contractpartijen moeten in een vroeg stadium betrokken worden om kosten en kwaliteit te optimaliseren

Deze stelling beschrijft alleen een vaardigheid, maar nog niet het gedrag. Professioneel opdrachtgeverschap heeft ook te maken met:

Dat klopt volledig en past ook bij wat ik slim aanbesteden heb genoemd en geldt als randvoorwaarde om een goed op (gega-

schooldomein

mei 2014

randeerde) prestaties gebaseerd aanbod te krijgen. Het in een vroeg stadium betrekken dwingt de opdrachtgever om zich te beperken tot het specificeren van gewenste en vereiste prestaties en niet te denken in oplossingen. Het geeft vervolgens de contractpartijen de maximale ruimte om op basis van die prestaties hun eigen oplossingen te ontwikkelen, aan te reiken en eventueel die prestaties daarvan te garanderen. Dit betekent ook dat bij aanbestedingen het gevraagde aanbod slechts in beperkte mate uitgewerkt moet zijn en men vooral moet aangeven hoe men welke prestaties en (TCO-)budget garandeert. Dat geeft eenvoudige en kort durende (slimme) aanbestedingen en levert de contractkaders waarbinnen de aanbieder na gunning zijn aanbod moet uitwerken. De aanbesteding zelf gaat gepaard met een relatief geringe inspanning waardoor de aanbestedingskosten voor opdrachtgever en contractpartijen klein blijft (en dus maximale interesse van de markt bewerkstelligt).


THEMA: TRANSFORMATIE EN INNOVATIE

Aanbesteden en goede prestatiecontracten gaan per definitie samen

Stijn de Wolf – SMT Bouw & Vastgoed

Deze gaan inderdaad goed samen, maar vragen om een aanbesteding waarin innovatie en creativiteit worden beloond. Prestatiecontracten stellen schoolbesturen en gemeenten beter in staat om aan hun ambities invulling te geven en objectief te evalueren. Belangrijk aandachtspunt is het vastleggen van verantwoordelijkheden tussen de gemeente en het schoolbestuur. Omdat prestatiecontracten zowel betrekking hebben op bouwkundig als installatietechnisch onderhoud is het van belang dat het schoolbestuur en de gemeente daarin samenwerking zoeken. Controle van de geleverde prestaties geschiedt via KPI’s. Eenduidigheid van de definitie en de meting van de KPI’s zijn daarbij van essentieel belang. Belangrijk is dat schoolbestuur en gemeente de aannemende partijen de ruimte bieden hier inhoudelijk invulling aan te geven. Om een goed prestatiecon-

tract in de markt te zetten dient de aanbestedende dienst te gunnen op waarde creatie gedurende het gehele proces. Dus zowel realisatie- als exploitatiefase. Dit betekent dat het criterium van laagste prijs in principe los gelaten zou moeten worden. De professionele opdrachtgever is een kritisch mens dat op tijd de goede vragen stelt Dit is deels waar. Een constructief, positief, kritische houding kenmerkt echter niet alleen de professionele opdrachtgever, maar ook de gespecialiseerde opdrachtnemer, adviseur en overige betrokkenen. In deze tijd waarin meer en meer gedacht wordt in ketensamenwerking, concurrent engineering en Lean, kan niemand het zich permitteren passief af te wachten op wat komen gaat. Enkel gezamenlijke inspanningen met begrip voor elkaars standpunten, principes en belangen, draagt bij aan een hoogwaardig kwalitatief product. De professionele opdrachtgever stelt daarom zeker niet alleen vragen, maar geeft ook antwoorden en draagt constructief bij aan het eindresultaat. Naar de mening van SMT draagt de professionele opdrachtgever zijn visie en ambitie duidelijk en bij voortduring uit naar het team. Contractpartijen moeten in een vroeg stadium betrokken worden om kosten en kwaliteit te optimaliseren

Voormalig mosterd laboratorium van Unilever in Dijon getransformeerd tot callcentre.

Deze stelling is absoluut waar. Onze ervaring is dat een volledig uitgewerkt plan, met daaronder liggende stukken, vaak het resultaat is van een groot aantal compromissen. De mogelijkheden tot wijziging en optimalisatie zijn dan vaak zeer beperkt als gevolg van het vaak complexe voortraject. Het inbrengen van de juiste expertise op het juiste moment maakt dat keuzes goed onderbouwd genomen kunnen worden. Dit geldt op alle gebieden zoals ontwerp, installaties, bouwkosten en duurzaamheid. Het integraal benaderen van huisvestingsvraagstukken zorgt ervoor dat alle kanten worden bekeken en belicht. Daarnaast worden discussies daar gevoerd waar ze gevoerd moeten worden, namelijk in het voortraject. De realisatie dient feitelijk alleen een logisch uitvloeisel te zijn van een gedegen voortraject. En draagt daarmee bij aan lagere kosten, betere kwaliteit en vaak lagere exploitatiekosten.

schooldomein

mei 2014

17


Mr. Dennis Santbulte en Mr. Elzo Hilgenga, ICSadviseurs

Traditioneel aanbesteden biedt toch de beste garanties voor goede kwaliteit Dat ligt eraan hoe je ‘goede kwaliteit’ definieert. Indien een opdrachtgever dit definieert in prestatieafspraken of resultaatsverplichtingen dan kan juist niet traditioneel, maar geïntegreerd en/of innovatief aanbesteden leiden tot - de beste garanties voor - goede kwaliteit. Een goede marktpartij zal als inhoudsdeskundige bij uitstek immers ook passende ideeën hebben om die prestaties te behalen of zelfs te overtreffen. De professionele opdrachtgever is een kritisch mens dat op tijd de goede vragen stelt De professionele opdrachtgever is een kritisch mens dat op tijd de juiste opdrachtnemer herkent, vooraf weet te specificeren hoe deze te selecteren en de kaders kan bepalen waarbinnen deze opdrachtnemer tot de beste invulling van zijn wensen kan komen. Bij de juiste opdrachtnemer zijn kritische vragen niet nodig. Een professionele opdrachtgever erkent en gebruikt de expertise van een goede opdrachtnemer. Meerwaarde ontstaat wanneer beide op basis van respect voor elkaars belangen en een mate van gelijkwaardigheid samenwerken om het gestelde doel te bereiken.

18

schooldomein

mei 2014

Total cost of ownership is eigenlijk oude wijn in nieuwe zakken Integendeel. Waar in het verleden vaak slechts op bepaalde kostenaspecten werd gelet, bijvoorbeeld aanschafwaarde, wordt nu meer dan voorheen gekozen voor een integrale benadering van kosten. Dus niet alleen de kosten van aanschaf maar ook de kosten van gebruik. Wat heeft een opdrachtgever eraan wanneer hij weliswaar een lage of de laagste aanschafprijs voor de gewenste kwaliteit betaalt, maar vervolgens gedurende de levensduur een veel hogere prijs betaalt dan mogelijk bij dezelfde of betere kwaliteit. Innovatiever wordt het als ook de sociale kosten worden meegewogen: welke kosten/ effecten worden bij anderen veroorzaakt, bijvoorbeeld CO2 uitstoot. Door te letten op de total cost of ownership en verschillende bijbehorende parameters ontstaan vaak nieuwe mogelijkheden die voorheen niet altijd in ogenschouw werden genomen.

Contractpartijen moeten in een vroeg stadium betrokken worden om kosten en kwaliteit te optimaliseren Het op tijd gebruiken van aanwezige kennis bij marktpartijen kan zeker kostenbesparend en kwaliteitverhogend werken. Contractpartijen hoeven hiervoor niet per se in een vroeg stadium werkzaamheden te verrichten. Dat kan ook anders. Een marktconsultatie kan bijvoorbeeld al leiden tot hernieuwde inzichten bij de opdrachtgever. Vervolgwerkzaamheden (zoals het opstellen van inhoudelijke documenten voor een uitvraag, al dan niet via functionele omschrijvingen) kunnen naar aanleiding van de hernieuwde inzichten vaak prima door een opdrachtgever worden gedaan. Bijkomend voordeel is dat dit vaak ook goedkoper dan marktpartijen kan worden gedaan, waardoor verdere betrokkenheid van marktpartijen (nog) niet benodigd is.


THEMA: TRANSFORMATIE EN INNOVATIE

De professionele opdrachtgever is een kritisch mens dat op tijd de goede vragen stelt Goed aanbesteden bij maatschappelijk vastgoed is: het bij-elkaar brengen van een unieke vraag bij een uniek antwoord. Een goede vraag is meer dan de helft van het antwoord. Maar wat is goed? En hoe bewaak je kritisch de implementatie van het antwoord? En hoe doe je dat op tijd? De meeste opdrachtgevers in het maatschappelijk vastgoed zitten dicht bij de (eind)gebruiker. Als die tevreden zijn wordt het antwoord meestal als ‘goed’ ervaren. Maar er is op dit moment veel meer. Gebruikers gaan en komen, raken gepensioneerd en verlaten de organisatie. Een duurzame exploitatie krijgt in toenemende mate de aandacht. Als bij een school teveel geld naar de stenen gaat en er mensen moeten worden ontslagen is er onvoldoende professioneel gewerkt. Dus: de exploitatie moet al tijdens het PvE en de ontwerpfase kritisch worden bevraagd door de opdrachtgever. De professionele opdrachtgever formuleert dus constant zijn (vele!) vragen en is en blijft continu kritisch. Adviseurs, architecten en bouwers hebben recht op controle… daar wordt iedereen scherper en creatiever van! En: er bestaan geen domme vragen! Voormalige boterfabriek in Zoetermeer getransformeerd tot innovatiefabriek (zie ook pagina 62 en 63)

Hans Voorberg – partner ICSadviseurs

Traditioneel aanbesteden biedt toch de beste garanties voor goede kwaliteit Bijna eens! Ik zoek al jaren naar een nieuw woord voor traditioneel…omdat het lijkt op achteruitkijken en niet vernieuwend genoeg is. Wellicht iets van: fundamenteel, gefaseerd of zelfs ‘agile’ (= lenig, flexibel?) aanbesteden? En nog een aanvulling: voor huisvesting waarin de gebruikers een belangrijke plek hebben, naar hen geluisterd (moet) worden, en er wordt gewerkt met draagvlak/ eigenaarschap voor de oplossing. En het liefst de gebruikers/ end-users ook nog in een verandertraject zitten. Ideaal als er veel ruimte is voor goede ideeën vanuit deze groep die blijft als de engineers en aannemers allang weer weg zijn…Heel vernieuwend dus!

Total cost of ownership is eigenlijk oude wijn in nieuwe zakken Onwaar! Het verbinden van de exploitatie met de investeringen is voor maatschappelijk vastgoed beslist NIET gebruikelijk. Er zijn veelal diverse schotten tussen financiering (gemeente) en exploitatie (schoolbestuur). Het bij elkaar brengen van deze 2 levert enorm veel op; de taart wordt enorm verruimd. Zeker als je nog kunt gaan ‘spelen’ met afschrijftermijnen. Waar bijvoorbeeld in Duitsland de gevels op 60 – 70 jaar staan is er dus ook veel meer degelijkheid mogelijk. Er kan heel veel meer in duurzaamheid worden geïnvesteerd als beide zaken worden verbonden. Feitelijk redeneer je dan van achteren naar voren: de jaarcijfers, % beschikbaar voor materiële instandhouding, goede afschrijftermijn… en er is veel ruimte voor fantastisch exploiteerbare gebouwen. Alles in 1 hand; beter kan het niet. Hier liggen ook de kansen voor investeringen in duurzaamheid voor het maatschappelijk vastgoed. Lang leve TCO!

schooldomein

mei 2014

19


Buitengewoon resultaat in Oisterwijk

Negen onderwijs projecten in zes jaar tijd Wethouder Pieters is trots: in zes jaar tijd een omvangrijk huisvestingsprogramma voor het onderwijsveld uitvoeren voor een gemeente van 26.000 inwoners. Het geheim: “Je moet durven kiezen en dat betekent dat je voor iets anders niet kiest.” Tekst Sibo Arbeek Foto’s Fotostudio Image&Motion

W

“Je moet je niet laten tegenhouden door de financiële opgave die er zeker op volgt.”

ethouder Maarten Pieters heeft naast onderwijs ook sociale zaken, cultuur en sport in zijn portefeuille: “De onderwijshuisvesting was niet op orde en veel (nood)gebouwen deden aan Oost-Europa denken. Tijdens de coalitievorming in 2006 stond het thema huisvesting hoog op de politieke agenda. In 2007 werden de uitgangspunten bepaald, in 2008 was er een plan en vervolgens werd het krediet jaarlijks toegekend. We hadden een gezonde reservepositie, een aantal boekwaarden viel vrij en we hielden voorzichtig rekening met opbrengstpotenties van de vrijvallende locaties binnen onze contouren. Belangrijk; als je ergens voor kiest kies je niet voor iets anders. We hebben moeten besluiten een zwembad te sluiten en we hebben 30% op alle subsidies gekort. Je moet je niet laten tegenhouden door de financiële opgave die er zeker op volgt. Uitgangspunt is wel dat het financieel meerjarig perspectief gezond blijft.”

Burgerparticipatie “De gemeente heeft middelen beschikbaar gesteld om aan draagvlak te werken”, stelt projectmanager Frans van Dongen van Laride. “Dat werkte goed naar de buurt en ook naar de politiek.” Wethouder Pieters: “Ik noem het synergie, de eensgezindheid om gezamenlijk iets te bereiken. Dan krijgt zo’n gemeenteraad er ook vertrouwen in. Transparantie en informatievoorziening zijn enorm belangrijk in zo’n

20

schooldomein

mei 2014

omvangrijk proces. De ene buurt is de andere niet. We hebben een keer een informatieavond voor een brede school in een andere wijk gepland. Daar kwam geen kip op af. Je moet het doen op de plek waar het komt en je moet weten wat er speelt.”

Omvangrijk project Henk van den Meijdenberg is adviseur van de stichting Bijzonder Onderwijs Oisterwijk Moergestel (B.O.O.M.) en vertegenwoordigt de onderwijspartners in het gesprek: “Het beheer en de exploitatie van de vier nieuwe brede scholen is in een stichting op afstand gezet. Daar ben ik bestuurlijk mede verantwoordelijk voor.” “Maar de gebouwen blijven eigendom van de gemeente”, voegt Miranda Groot als projectleider van de gemeente toe. “We praten over vier brede scholen, vier solitaire basisscholen, een gebouw voor het voortgezet onderwijs en drie gymzalen, dus dat is nogal wat in zes jaar tijd. Elke brede school heeft een aantal kernpartners. Naast onderwijs zijn dat peuterwerk, kinderopvang, BSO, wijkcentra en het sportbedrijf. Enkele partijen zijn profit partijen maar iedereen is gelijkwaardig in de beheerstichting vertegenwoordigd.” Henk: “Het proces was voor elk project bottum up; iedereen mocht belangen en behoeften inbrengen. Dat heeft vanuit een stevig ambitieniveau tot verschillende gebouwen geleid, waarbij versterking van de wijkfunctie ook


BESTUUR EN BELEID

belangrijk was. Henk: “Het was een ingrijpende operatie. In Moergestel bijvoorbeeld zijn twee scholen samengegaan op één plek. Veel oude schoolleiders zijn verdwenen. Daar zijn nieuwe krachten voor in de plaats gekomen. Gelukkig met resultaat, want de brede scholen draaien boven verwachting goed.”

Beheer en exploitatie “Het stichtingsbestuur heeft de onderhoudstaken van de gebouweigenaar overgenomen en wordt ondersteund door een externe beheerorganisatie. De gemeente is partner in de stichting en ook het sportbedrijf. Voor 4 brede scholen gaat er e 600.000,- op jaarbasis om. Het eerste half jaar is als een overbruggingsperiode ingericht. De scholen zijn gefaseerd ingevoerd binnen de stichting. Elke (brede) school werkt met een sluitende exploitatie voor de kernpartners. Daarmee weet elke betrokken partner precies wat ze wel en niet mogen besteden. Tot 2015 heeft de gebouweigenaar het groot onderhoud, waarbij nu al de toekomstige demarcatielijnen zijn bepaald. Daarna gaat het schilonderhoud over naar de stichting. De conciërges zijn in dienst van de sociale werkplaats (WSD) en stichting Boom. Ze werken binnen de facilitaire dienstverlening 20 uur per week aan technische, administratieve en facilitaire taken, zoals dagelijks en preventief onderhoud, controles en rondgangen. Zo verdienen ze zichzelf terug en

ontlasten ze kernpartners die zich dan beter op hun kerntaak kunnen richten. “

Flexibel bouwen De gemeente vergrijst meer dan gemiddeld. Henk daarover: “Op een school die gesloopt is, wordt nu een zorgcomplex gebouwd. We hebben de gebouwen flexibel opgezet. Moergestel ligt naast een bejaardenhuis, verbonden door een openbare tuin. De school heeft geen eigen aula, maar kan de aula in het verzorgingstehuis gebruiken. Er zijn ook andere vormen van samenwerking en daardoor ontstaat interactie tussen oud en jong. Miranda vult aan: “De provincie is betrokken geweest bij het tweede project Waterhoef in het project Frisse Scholen. We hebben subsidie gekregen voor groen en duurzaamheid. Elk project zie je dingen weer beter gaan. In de eerste school hadden alle partners eigen ruimten. In het laatste project De Bunders zie je veel meer synergie en dubbel gebruik van ruimten. Deze Brede School heeft net als twee andere scholen ook een moestuin die de wijk gebruikt. De scholen zijn ontworpen in samenhang met het buitenterrein, met open pleinen. De grootste uitdaging ligt in de menselijke kant; we moeten de buurt activeren. Daar ligt de grote uitdaging. “ Voor meer informatie kunt u mailen met Miranda Groot: miranda.groot@oisterwijk.nl.

schooldomein

mei 2014

21


Beperkte middelen, goede schoolgebouwen, 8 tips! Voor de bouw van scholen voor primair, voortgezet en speciaal onderwijs worden conform de modelverordening ‘Voorzieningen huisvesting onderwijs’ door gemeenten normkostenvergoedingen beschikbaar gesteld. Deze vergoedingen zijn de afgelopen jaren sterk gedaald. Tegelijkertijd wordt de lat voor schoolgebouwen steeds hoger gelegd. Op basis van onze ervaringen hebben wij deze 8 tips voor u om met beperkte middelen een goed schoolgebouw te kunnen ontwikkelen. Tekst Dennis Coenraad, Paulien Konijnendijk en Janet van Oort

Ontwikkeling normkostenvergoeding

Kwaliteit onderwijshuisvesting onder druk

De norm en de bijbehorende vergoeding zijn gebaseerd op een ‘sober doch doelmatig’ schoolgebouw. Doorgaans is de normvergoeding taakstellend bij de ontwikkeling van nieuwbouw van onderwijshuisvesting, al kiezen sommige gemeenten ervoor om aanvullend budget beschikbaar te stellen. Met de normkostenvergoeding bekostigt de bouwheer, in eerste instantie het schoolbestuur, de volledige ontwikkelkosten voor nieuwbouw van een schoolgebouw. De normvergoeding wordt jaarlijks bijgesteld op basis van de MEV-index (Macro Economische Verkenning) die gepubliceerd wordt door het Centraal Plan Bureau. De formule om de index te berekenen, is opgebouwd uit een aantal variabelen gebaseerd op werkelijke ontwikkelkosten. De normvergoeding reageert hierdoor vertraagd op conjuncturele ontwikkelingen in de markt.

In de eerste jaren na het begin van de economische crisis in 2008 steeg de normkostenvergoeding nog, terwijl in de markt de prijzen daalden. Aan schoolbesturen die op dat moment hun project aanbesteden of waarvan het budget in die periode is vastgesteld, gaf dit extra financiële mogelijkheden. In de jaren daarna was de MEV-index negatief tot bijna 7% van 2013 naar 2014. Hierdoor is de normkostenvergoeding in de afgelopen vijf jaar met ruim 15% gedaald. In een markt die herstellende is van de crisis, is dat voor opdrachtgevers geen prettige ontwikkeling. Daar komt nog bij dat de prestatie-eisen van onderwijshuisvesting de afgelopen jaren strenger zijn geworden zonder dat hier extra normbudget tegenover staat. Hogere prestatie-eisen zijn het gevolg van wetgeving (Bouwbesluit 2012), maar ook van maatschappelijke ambities van gemeenten en schoolbesturen onder

Inpassing van brede school in voormalig gemeentehuis, Brede School De Oude Boomgaard in Nieuwe Niedorp/Winkel, 2013; foto’s BRTArchitecten

22

schooldomein

mei 2014


BESTUUR EN BELEID

Multifunctionele groepsruimten voor onderwijs

Uitbreiding bestaand schoolgebouw voor Technasium-

Nieuwbouw VO-school op basis van een Design & Build

en opvang, Dr. Bosschool in Utrecht, 2014.

werkplaats, Kaj Munk College in Hoofddorp, 2013

contract, RSG Wiringherlant in Wieringerwerf, 2013.

Architect: STOOM architectuur

andere op het gebied van duurzaamheid (Frisse Scholen), exploitatie en esthetiek. De eisen worden strenger en de vergoeding daalt. In dit spanningsveld is het nog meer dan voorheen van belang om per project de juiste route naar succes te bepalen.

Bouwen voor beperkte middelen: 8 tips ICSadviseurs houdt zich dagelijks bezig met de realisatie van kwalitatief goede onderwijsgebouwen. Op basis van onze ervaringen hebben wij acht tips op een rij gezet waarmee u uw voordeel kunt doen en de haalbaarheid van uw project kunt vergroten. 1. Herbestemmen en/of renoveren van bestaand vastgoed Hergebruik en renovatie van bestaand vastgoed is een zichtbare trend. In bepaalde gevallen is dit een duurzaam en financieel aantrekkelijk alternatief voor nieuwbouw. 2. Tijdig vaststellen kaders De ontwikkeling van onderwijshuisvesting neemt in veel gevallen meerdere jaren in beslag. Stel tijdig de ruimtelijke en financiële kaders van een project vast. Negatieve prijsbijstellingen of grote programmawijzigingen gedurende bijvoorbeeld de ontwerpfase kunnen leiden tot teleurstelling en meerkosten door planaanpassingen. 3. Investeringen terugverdienen in de exploitatie Denk vroegtijdig na over de exploitatie van het schoolgebouw. Investeringen kunnen worden terugverdiend in de exploitatie. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen gemeente en schoolbestuur. 4. Compact ontwerpen Probeer door flexibel en efficiënt gebruik van ruimten het aantal vierkante meters te reduceren en bekijk de mogelijkheden om verkeersruimten zoveel mogelijk functioneel in te zetten.

Bouwcombinatie Friso-Koopmans

5. K  iezen voor bouwen in hoogwaardige systeembouw De afgelopen jaren is de kwaliteit van systeembouw sterk verbeterd en biedt dit een prima en kwalitatief goed antwoord op huisvestingsvraagstukken. 6. D  urf innovatief aan te besteden De behoefte aan een kort ontwikkeltraject en zekerheid spelen vaak een belangrijke rol bij de keuze voor een integrale aanbestedingsvorm. Door uitvoerende partijen te vragen om mee te denken in het ontwerp worden kostenefficiënte oplossingen gevonden.

“De eisen worden strenger en de vergoeding daalt.”

7. O  nderzoek mogelijke fiscale voordelen Op diverse aan onderwijs gerelateerde activiteiten zijn btw-voordelen te behalen, denk hierbij aan sportruimten en ruimten voor consumptieve opleidingen. 8. K  ies voor een functioneel gebouw met een hoge belevingswaarde De kwaliteitsbeleving van gebruikers is hoger in een functioneel en goed afgewerkt gebouw. Zorg ervoor dat de afwerking geen sluitpost is, maar in een vroeg stadium wordt meegenomen in zowel ontwerp als kostenraming. Met deze tips reiken we mogelijkheden aan om een kwalitatief goed onderwijsgebouw te ontwikkelen met de normkostenvergoeding, maar het mag duidelijk zijn dat het spanningsveld tussen beschikbare middelen en eisen groot is en groeit. Wij verwachten niet dat de normvergoeding de komende periode zal stijgen. De markt zal zich naar verwachting wel herstellen. Dé succesvolle aanpak bestaat niet. Iedere opgave vraagt om maatwerk voor het beste resultaat. Voor meer informatie over het realiseren van kwalitatief goede onderwijsgebouwen met de normkostenvergoeding kunt u contact opnemen met Dennis Coenraad, telefoon 06-22604964.

schooldomein

mei 2014

23


Educatief Basis Centrum De Regenboog

Verrassende nieuwbouw achter historische voordeur Een school met een visie, een architect die daar heel goed naar luisterde en een wethouder die zich er sterk voor maakte. Dat waren de belangrijkste ingrediĂŤnten voor het succesverhaal van Educatief Basis Centrum De Regenboog in Schijndel. Achter een fraai gerenoveerde oude gevel gaat daar een prachtig nieuw centrum schuil met een peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang en hoofdhuurder basisschool De Regenboog. Schooldomein kreeg een rondleiding van directeur Adrie Hellings en adjunct-directeur Marja Schippers.

24

schooldomein

mei 2014


ONTWERP EN INRICHTING

“Het intensieve gebruik van het leerplein biedt ons de mogelijkheid anders met de formatie om te gaan.” Tekst Paul Voogsgerd Foto’s Martin Goetheer

H

et is op z’n minst bijzonder te noemen: een nieuw gebouw voor een school die twaalf jaar daarvoor nog een nieuw onderkomen had gekregen. “Het gebouw dat we destijds betrokken, was van meet af aan te klein”, legt Marja uit. “Bovendien stond dat gebouw in een nieuwe wijk met veel jonge gezinnen waardoor we ook nog eens snel groeiden. Al gauw moesten we gebruik gaan maken van andere locaties en noodlokalen om alle leerlingen te kunnen huisvesten.” En ondertussen stond elders in Schijndel een gebouw waarvoor de gemeente een nieuwe bestemming zocht. “Het had al allerlei bestemmingen gehad”, vertelt Adrie. “Oorspronkelijk was het een jongensschool geweest maar het heeft ook dienst gedaan als cultureel centrum en de laatste jaren als

atelierruimte voor kunstenaars. Het was behoorlijk uitgeleefd maar de gemeente wilde het niet slopen omdat het pand zo beeldbepalend is voor de wijk.”

Karakteristieke voorgevel De gemeente zag De Regenboog dan ook graag naar de oude jongensschool verhuizen maar de school kon niet goed bedenken hoe de heel eigen visie op onderwijs, die in de voorgaande jaren was ontwikkeld, goed kon worden vertaald naar de voorgestelde locatie. Adrie: “Heel eerlijk: onze eerste gedachte was: gooi de oudbouw maar plat zodat we helemaal opnieuw kunnen bouwen. Maar de gemeenteraad had een motie aangenomen die bepaalde dat in ieder geval de karakteristieke voorgevel behouden moest blijven.

schooldomein

mei 2014

25


kinderen werken het grootste deel van de dag in een basisgroep met een vaste leerkracht, soms in de klas en vaak ook op een leerplein”, vertelt Marja. “Dat betekent dat de lokalen niet zo heel groot hoeven te zijn en dat we de vierkante meters die we daarmee winnen aan het leerplein kunnen aan het leerplein kunnen geven. Dat intensieve gebruik van het leerplein biedt ons bovendien de mogelijkheid anders met de formatie om te gaan. We kiezen voor grotere groepen van vaak meer dan 30 leerlingen waardoor we handen vrijhouden om de leerpleinen te bemensen. Leerlingen hebben dus wel een vaste leerkracht – die ook het aanspreekpunt is voor de ouders - maar ze worden op het leerplein ook door andere leerkrachten en onderwijsassistenten begeleid. En iedere bouw heeft een eigen zelfsturend team dat zelf bepaalt hoe de formatie wordt ingezet.”

Onderscheidende inrichting

projectinformatie Project Vernieuwbouw EBC De Regenboog

Opdrachtgever Gemeente Schijndel

Architect KDV Architectuur

Aannemer Wijnen Bouw Schijndel

Inrichter EromesMarko BV (www.eromesmarko.nl)

Bruto vloeroppervlak 3.429 m² (inclusief gymzaal, BSO en PSZ)

Investeringssom

Zelfsturende teams

6 miljoen euro

26

We zijn toen heel erg gaan puzzelen en hebben ook diverse andere scholen bezocht om inspiratie op te doen. En uiteindelijk kwamen er twee doorbraken: één van de architect en één van onszelf. De architect bedacht dat we de peuterspeelzaal, de buitenschoolse opvang en de staffuncties in de oudbouw achter de voorgevel konden onderbrengen. De bouwdelen erachter konden dan worden vervangen door nieuwbouw waarvoor hij een helder concept had ontwikkeld. De gymzaal zou verdiept worden aangelegd zodat de onderste helft onder het maaiveld verdween en de bovenste helft er bovenuit stak. Daarnaast zou de onderbouw van de school komen. En bovenop de gymzaal en de onderbouw was dan ruimte voor onze midden- en bovenbouw.”

De doorbraak waar de school zelf mee kwam, had alles te maken met het nieuwe onderwijsconcept. “De

schooldomein

mei 2014

Tijdens de rondleiding zien we in de praktijk hoe goed de visie en ambities zijn vertaald in het gebouw. De verdiepte gymzaal is een mooie vondst. De grote leerpleinen met kleine lokalen eromheen evenzeer. Het gebouw oogt licht, fris, rustig, vriendelijk. Van veel lokalen staan de grote glazen schuifdeuren open en op de leerpleinen zijn volop leerlingen aan het werk. En toch is het nergens lawaaiig. Heel bijzonder is het kraaiennest op de begane grond met daarboven een glazen plafond. Het geeft een mooie verbinding met de middenbouw op de etage. En heel handig: met zulke leerpleinen heb je niet meer in ieder lokaal in de onderbouw een bouwhoek en ontdektafels nodig. “Het meubilair is deels vernieuwd”, vertelt Adrie. “We hadden in de vorige nieuwbouw al nieuwe meubels gekregen en die hebben we meegenomen. De nieuwe inrichting komt van EromesMarko. We hebben goed gekeken naar de prijs-kwaliteitverhouding van verschillende leveranciers en EromesMarko scoorde wat dat betreft het beste.” “Bovendien wilden we een onderscheidende inrichting, om onze onderscheidende visie te onderstrepen”, vult Marja aan. “En dat vonden we ook bij EromesMarko. We hebben bewust gekozen voor dunne tafelbladen en neutrale kleuren om het gebouw zo transparant mogelijk te houden.” En dat is goed gelukt. Grote raampartijen en glazen wanden en schuifdeuren geven een gevoel van licht, lucht en ruimte. “Iedereen is hartstikke trots op dit gebouw”, zegt Adrie. “En we zijn ook trots op elkaar”, zegt Marja. “Iedereen heeft echt een heel dikke bijdrage geleverd aan de totstandkoming hiervan.” Als ik de deur uitloop en nog even achterom kijk, zie ik weer die fraai gerenoveerde historische gevel. Een mooi oud gebouw, zou je zeggen. En dat is het ook. Dat daarachter ook nog een prachtige eigentijdse onderwijswereld schuilgaat, merk je direct als je binnenkomt.


ONTWERP EN INRICHTING

Brede School Som biedt meer

Integraal contract maakt flexibiliteit mogelijk De brede school Som in Coevorden is in aanbouw, maar de contouren vertellen al een mooi verhaal. De directeuren van de drie betrokken scholen zijn dan ook enthousiast over het concept van samenwerking en de mogelijkheden die het gebouw straks gaat bieden. Alles komt er in om de wijk maximaal te bedienen. Daarom is het geheel ook meer dan de Som van de delen. Tekst Sibo Arbeek Foto’s BDG Architecten Ingenieurs Zwolle

“Coevorden is een gemeente van ongeveer 36.000 inwoners in Zuidoost Drenthe. De gemeente bestaat uit een stad en 28 authentieke brinkdorpen en uitgestrekte veendorpen. De gemeente biedt rust, ruimte, een prachtige natuur, een rijke historie, een diversiteit aan voorzieningen en uitstekende wandel-, fiets- en vaarmogelijkheden”. Dat valt te lezen op de gemeentepagina, maar het regent hard wanneer Schooldomein op bezoek komt en op locatie van de openbare Wilhelminaschool aan de Van Ewijcklaan vraagt waar de directeur is. “Ze zitten iets verderop in de bouwkeet”, legt een leerkracht

uit. “Dan heb je meteen gezien waarom we een nieuw gebouw nodig hebben”, reageert directeur Jan Batelaan even later. Zijn collega’s Madelon Essenburg van RK Panta Rhei en Jolien Thiele van de CBS De Mijndert van der Thijnenschool knikken. Ook zij zijn blij met de nieuwe brede school, die met ingang van het nieuwe schooljaar in gebruik wordt genomen. Naast de directeuren zit Barrel Ripper. Hij is commercieel manager integrale contracten van SMT, het bouwbedrijf dat in combinatie met Schutte voor het ontwerp, de realisatie en het onderhoud van Som verantwoordelijk is.

schooldomein

mei 2014

27


Spil in de wijk

“Ik vind het een gemiste kans wanneer je niet samen werkt; het gaat immers om goed onderwijs voor de kinderen.”

Jolien vertelt iets meer over de context: “De wijk waarin onze scholen staan veroudert, veel woningen zijn gesloopt of staan leeg. Er is sprake van een concentratie van sociaal-kwetsbare bewoners met relatief veel problemen, waardoor de leefbaarheid onder druk staat. Tevens is er zorg om het opvoeden en opgroeien van de kinderen. Als scholen afzonderlijk kun je niet alle problemen oplossen. Dan moet je samen willen werken, met elkaar en met andere organisaties op het gebied van zorg, welzijn en sport. De gemeente is gelukkig vooruitstrevend en dat zijn wij ook. Zo ontstond het idee voor een brede school voor de omliggende wijken”. Madelon vult aan: “Natuurlijk waren onze scholen functioneel verouderd, maar het was vooral het gevoel dat je meer wilt betekenen dat ons bij elkaar bracht. Daarbij behoudt elke school de eigen identiteit en het eigen profiel, maar willen we problemen goed met elkaar doorspreken en samen aanpakken. Ik vind het een gemiste kans wanneer je niet samen werkt; het gaat immers om goed onderwijs voor de kinderen.”

Elke school eenzelfde opbouw Jan: “Het idee om samen te gaan dateert al uit 2001. Nu in 2014 komt het er dan eindelijk van. Onze drie scholen zijn klein en tellen samen ongeveer 200 leerlingen. Naast de scholen komen er meer partners in het gebouw: een CJG, een consultatiebureau, welzijn, kinderopvang, peuterspeelzaal en een sportzaal,

28

schooldomein

mei 2014

waar onder meer een actieve turnvereniging gebruik van gaat maken. “Het doel is om de spil van de wijk te vormen”, stelt Madelon, “En de Som van al die activiteiten worden in dit gebouw gehuisvest”. Jan legt het concept uit: “Er komt hier één doorlopende ontwikkellijn. Kinderen en ouders kunnen kiezen wat het beste bij hen past.” Barrel van SMT vult aan: “Zo is het gebouw ook ontworpen; in het centrale hart komen de gebruikers samen en in de schil zitten de drie scholen. Elke school kent eenzelfde opbouw, waarbij lokalen rond een leerplein liggen. De scholen maken op korte termijn de keuze voor dezelfde inrichter en stemmen het kleurgebruik op elkaar af, we hebben een eigen docentenkamer, maar delen het speellokaal, de sportzaal en het schoolplein. En verder hebben we natuurlijk alle drie iets anders te bieden en dat is meer dan denominatie alleen.”

Integraal contract De gemeente was opdrachtgever en heeft vervolgens het eigendom overgedragen aan corporatie Domesta. Het leegstandsrisico ligt bij de gemeente. “Wij zijn blij met het integraal contract, omdat we zo actief kunnen sturen op wat de klant vraagt en de ambities van de gebruikers”, legt Barrel uit. “Deze vorm heet Design, Build en Maintain (DBM) en door deze constructie hebben wij samen met onze co-makers een direct belang om het gebouw in een goede conditie te houden. Het idee achter een integraal contract met onderhoud is dat je zo bouwt dat het gebouw duurzaam is en blijft en dat functies en het ruimtelijk programma aanpasbaar zijn aan de wensen van de gebruiker, voor nu en in de toekomst. We werken met demontabele binnenwanden, zodat de verschillende gebruikers maximaal kunnen moduleren. Daarnaast zijn we voor


ONTWERP EN INRICHTING

30 jaar verantwoordelijk voor het bouwkundig- en installatietechnisch onderhoud en dat maakt dat we ook de verantwoordelijkheid nemen om een flexibele en duurzame huisvesting te realiseren. Dat beginsel is leidend geweest in het ontwerp. In het programma leg je al je visie voor de toekomst neer. Wij hebben een contract met de gemeente over de bouw en met Domesta over het 30-jarig onderhoud. Wij moeten voor de installatie de gevraagde prestatienorm halen. Dat is minimaal Frisse Scholen categorie B en de GPR-score van ons ontwerp is 10% gunstiger dan vereist. We hebben gekozen voor een WKO-installatie, waardoor de gebouwgebonden kosten lager uitvallen. Die combinatie van bouwen en onderhouden bepaalt nu al het materiaalgebruik en het afwerkingsniveau. We hebben met de corporatie een contract voor 30 jaar. We evalueren elk halfjaar met na elke 5 jaar een opzegmogelijkheid. Zo houd je elkaar scherp.”

Beheer en exploitatie Directeur Jan leunt achterover: “Wij zijn straks consumenten in een prachtig gebouw. Ik heb net de meterstand in mijn huidige gebouw opgenomen; in drie maanden 7000 kubieke meter. Dat gaat in de nieuwbouw zeker omlaag.” “En toch is het een gebouw van en met de gebruikers”, vult Barrel aan. “We zijn meteen, nadat we de aanbesteding hadden gewonnen, met alle gebruikers aan tafel gegaan. Op basis van een visiedocument hebben we een voorlopig ontwerp gemaakt, waar iedereen op kon reageren. Dat heeft tot een aantal verbeteringen geleid.” Jolien knikt: “Voordat dit gebouw kwam hadden we al een visie op de brede school. SMT/Schutte heeft de uitvraag goed beoordeeld en onze gezamenlijke drijfveren in het gebouw vertaald. De samenwerking tussen de partijen moet natuurlijk verder gaan groeien, maar in dit gebouw kunnen we ons onderwijsproces moduleren. En wij kunnen ons vooral op de inhoud concentreren. De schoolbesturen maken met Domesta prestatieafspraken. Wij zorgen dat we de beheerafspraken goed nakomen. Domesta werft een coördinator brede school en een beheerder voor het gebouw”. Barrel vult aan: “Goed beheer begint bij het ontwerp. Daarom hebben we de verkeersstromen

in en om het gebouw logistiek goed uitgewerkt, zodat de beheerorganisatie daarop kan inspelen. We hebben een ringstructuur gemaakt, waarbij afhankelijk van de activiteiten overdag of ‘s avonds het gebouw in meer of mindere mate toegankelijk is.” Maar het gaat allemaal om onze doelgroep, besluit Jolien: “Elke maand mogen kinderen naar de bouw en schrijven iets voor het bouwjournaal. Dat wordt op de site gezet. Met onze teamleden hebben we binnenkort een rondleiding; daar wordt echt naar uit gekeken. Iedereen ziet het nieuwe gebouw als een cadeau.”

projectinformatie Project Nieuwbouw Brede School SOM in Coevorden

Deelnemers Drie basisscholen, kinderopvang, peuterwerk, consultatiebureau, welzijn, sportzaal

Bouwer SMT-Schutte VOF

Architect BDG Architecten Ingenieurs Zwolle

Oplevering Voor meer informatie surft u naar www.smt.nl of naar

30 juni 2014

www.bredeschoolsom.nl.

schooldomein

mei 2014

29


VELUX lichtkoepels slim toegepast in integraal kindcentrum

Marjolein ter Haar, directeur Prins Clausschool Zoetermeer:

Als ik ouders rondleid in de school, “krijgen we altijd wel een compliment over de hoeveelheid daglicht. De verbouwing heeft dus niet alleen voordelen voor leerkrachten en leerlingen, maar ook voor het imago van onze school.

�

Wilt u meer weten over dit project? Vraag dan de projectfolder aan bij Jeroen Janssen Account Manager VELUX lichtkoepels via 06-30356913 of jeroen.janssen@velux.nl Meer informatie vindt u ook op www.velux.nl/lichtkoepel

30

schooldomein

mei 2014


de kunst “Het geheim van de kunst is daar in gelegen, dat men niet zoekt maar vindt”, zei Pablo Picasso. School­ domein vindt kunst op Scholen. In deze editie de kunst bij basisschool Edith Stein in Veghel, een van de acht genomineerden bij de Scholenbouwprijs 2013. Het kunstwerk heet “Ik zag Cecilia komen” en is gemaakt door kunstenaar Margriet Kemper (1951, Bandung).

In 2010 koos de gemeente Veghel ervoor een kunstwerk te maken voor Huize Cecilia te Zijtaart. Dit voormalige klooster heeft een nieuwe bestemming gekregen als school en gemeenschapshuis. Het beeldje is een replica van het originele beeld dat de gevel van Huize Cecilia siert, maar de helft kleiner en met een nieuw gezicht. De magnolia bij dit beeldje op de binnenplaats is een onaangetast element dat herinnert aan het klooster­ leven van Huize Cecilia. Rond deze magnolia is een cirkelvormige ring van Belgisch hardsteen geplaatst, waarin een tekst gegraveerd staat:

“Ik zag Cecilia komen op een lentenacht De magnolia en ik hebben op haar gewacht Bloesem en klanken vervlogen Tot een nieuwe lente wacht.”


Expertmeeting Schooldomein / Ecophon scherpt de geesten

Voorwaarden voor een goed gebouw

vlnr Ruud Schook, Ger Simjouw, Margriet Noordhuizen

32

schooldomein

mei 2014


ONTWERP EN INRICHTING

In de vernieuwende industriële omgeving van het Lloydkwartier in Rotterdam zaten onderwijsbestuurders en professionals uit de scholenbouw aan tafel om op een aantal stellingen te reageren. Gaandeweg de discussie werd duidelijk dat er een nieuw paradigma ontstond rond de voorwaarden voor een goed gebouw! Tekst Sibo Arbeek Foto’s Kees Rutten

Wat is een goed gebouw? Architect Huub Frencken bijt het spits af: “Tsja, wat is goed? Alle variabelen binnen het proces moeten matchen, zodat het eindresultaat goed is.” Collega architect Robert Winkel vult aan: “Goed is een containerbegrip. Uiteindelijk moet de gebruiker er een goed gevoel bij hebben, want daar doe je het voor.” Ruud Schook reageert vanuit het schoolbestuur OMO: “Wij zijn met een vernieuwingsslag bezig, waarbij we gebouwen renoveren en ook afstoten. Een portefeuille van 35 gebouwen is voortdurend in beweging. De definitie van wat goed is verandert in de tijd. Je moet reëel zijn; een school is vooral een bedrijfsmiddel en geen doel op zich.” Ger Simjouw van Boor reageert direct: “We hebben een overschot in Rotterdam en te lang de discussie over m² gevoerd in plaats van over kwaliteit. Dat begrip moeten we nu opnieuw definiëren. Daarbij merk ik dat directies en docenten veelal traditioneel redeneren. Kinderen kunnen veel frisser ‘out of the box’ denken. Betrek ze dus ook vooral. Dat levert een beter gebouw op.” Collega Margriet Noordhuizen van CVO vult aan: “Ik heb de verantwoording voor 45 panden. Wat niet heeft gewerkt is de landelijke hausse om binnenwanden weg te slopen en grote leerpleinen te creëren. Je moet je onderwijsproces eerst uitproberen om te kijken of het werkt, ook al doe je dat in een gymzaal. We denken te snel in gebouwen, maar we moeten eerst in faciliteiten denken die het onderwijsproces versterken. Nu zie je weer dat we muren aan het terug bouwen zijn en blijken oude gebouwen ineens heel efficiënt te zijn. De emoties van docenten werden destijds afgedaan als gezeur, want iedereen moest in een open leeromgeving kunnen werken.”

totale verhaal zo belangrijk. En vaak is het ambitieniveau van teams erg laag”. “Dat vind ik te kort door de bocht”, reageert Ruud. “Je begint met een visie van de school en dat doen directie en docenten samen. Het ontwerp is vervolgens een samenspel van wensen, eisen, beperkingen en de plek. In het leven van een schoolorganisatie komt bouwen niet zo

Deelnemers: • Henk de Gelder van Roosros Architecten •H  uub Frencken van Frencken Scholl Architecten •R  obert Winkel van Mei Architecten • Ger Simjouw van Boor • Margriet  Noordhuizen van CVO •A  rnoud van Spijk van EromesMarko • Gertjan Verbaan van DGMR • Ruud Schook van OMO • Guus Klamerek van Ecophon •S  ibo Arbeek van ICSadviseurs en hoofdredacteur Schooldomein

Huub Frencken: “We merken vaak dat er een standaard PvE ligt, maar het team eigenlijk iets anders wil. Het programma gaat over facilitaire ruimten, meer flexibiliteit, of vernieuwende pedagogische concepten, maar de docent klaagt over te kleine lokalen of een slecht binnenklimaat. Daarom is het Guus Klamerek en Sibo Arbeek

schooldomein

mei 2014

33


vaak voor. De architect heeft de rol dat te prikkelen.” Ger knikt: “En de wereld wordt steeds persoonlijker, en daarmee ook het leren. Dat persoonlijke leren gaat zich uiteraard vertalen naar het gebouw. Dat betekent dat je als bestuur een heldere strate­gische visie moet hebben. Die gaat over de wijk en de buurt waarin de school staat, de onderwijskundige visie maar ook op de digitalisering en de consequenties voor het gebouw. Een kind leeft 24/7 in het digitale tijdperk. Scholen sluiten nog niet altijd naadloos aan, omdat ze het eigen referentiekader als uitgangspunt nemen. Je moet naar voren willen kijken.”

Wat verwachten gebruikers van een gebouw? Het gebouw wordt steeds meer een optelsom van gebruikers met individuele wensen. Robert: “De industriële revolutie na 1800 vond de massaproductie uit. Dat is toen ook op de scholenbouw geprojecteerd. Daarna is de tijd stil blijven staan. Scholenbouw wordt nog steeds gezien als een m² oefening, om docenten en kinderen passend te huisvesten. Maar heel veel leerlingen zijn tegelijkertijd met verschillende informatiebronnen bezig. Leren en ontspannen gaan hand in hand. Je bent constant bezig en daar moet het concept school op inspelen.” Margriet knikt: “Kinderen komen niet voor instructie, maar komen om te zien en gezien te worden. Ze staan ze in een groep naar hun mobiel te kijken, maar zijn tegelijkertijd aan het bonden.” Arnoud van Spijk van EromesMarko herkent dat: “Je kunt het vergelijken met het Nieuwe Werken; daar moet je ook eerst over de digitale infrastructuur nadenken, voordat je de werkomgeving gaat inrichten. Die dynamiek mis ik in de inrichting van onderwijsgebouwen. Je zou eigenlijk elk jaar opnieuw je leeromgeving moeten testen en waar

nodig aanpassen. Dat vraagt om een heel flexibel concept.” Guus Klamerek van Ecophon vult aan: “In Scandinavië werken scholen met het dubbele budget en wordt veel meer wetenschappelijk onderzoek gedaan. Wij doen onderzoek in twaalf landen en willen onze expertise graag vroeg inbrengen. Nederland is een land waar de minimale eis de heersende norm wordt, denk aan de afmeting van de lokalen of akoestiek. Een nagalmtijd van 0,8 seconden is achterhaald, maar het gros van de markt gebruikt dit nog steeds als uitgangspunt. Dit terwijl het groepsonderwijs frontaal lesgeven grotendeels verdrongen heeft en er andere eisen gelden. Daar zit geen beweging in.”

Wat is het voordeel van Integraal ontwerpen? Henk: “Het ambitieniveau van een team wordt vertaald in het gebouw, maar eigenlijk zou je het totale concept aan de voorkant moeten vertalen, dus inclusief meubels, ICT, klimaatbeheersing en noem maar op. Wil je Wi-Fi of meer stopcontacten?” Gertjan Verbaan knikt: “We zien in technische PvE’s losse ideeën, maar je mist het doel. Als bouwfysisch adviseur kijk je eerst goed naar de bestaande situatie. Wat werkt goed en wat werkt minder? Vanuit bestaande comfortaspecten kun je vervolgens doordenken. Dat proces moet je uit de technische hoek halen.” Guus: “In het PvE wordt de kwaliteit van het gebouw bepaald, maar ik zie dat veel zaken waaronder de eisen rond akoestiek te vaak simpelweg gekopieerd worden. Als er al iets in staat. Dat kan veel beter.” Margriet: “We werken met een standaard PvE en daar variëren we op. Dat gaat prima. Er moeten keuzes gemaakt worden en de gebruikers van een bepaalde locatie kunnen aangeven wat belangrijk is. We leggen een basiskwaliteit op, maar we laten ook veel ruimte aan de scholen.” Huub reageert: “Toch is het gek dat we heel veel weten, maar bij ieder gebouw opnieuw aan het ontwikkelen zijn. Een auto koop je toch ook als compleet product? Waarom dan een school niet?” Ruud schudt zijn hoofd: “Zo werkt het niet met gebouwen. Een school is een

• De wereld is de school en de school is een plek om te zien en gezien te worden. •D  enk in prestaties in plaats van afzonderlijke specialismen. • Het bestuur moet een strategische visie hebben. • Denk vooraf conceptueel en facilitair en maak samenhangende keuzen voor alle aspecten in het gebouw. • Maak een simpel gebouw dat logisch in gebruik is. • Bestaande gebouwen zijn vaak goedkoper in gebruik. • Het ideale gebouw heeft geen installaties. • Het schoolgebouw is een bedrijfsmiddel, maar een aansprekend gebouw zet je beter op de kaart. vlnr Robert Winkel, Henk de Gelder, Ruud Schook

34

schooldomein

mei 2014


ONTWERP EN INRICHTING

vlnr Arnoud van Spijk, Gertjan Verbaan, Huub Frencken

ambachtelijk product. Het blijft een maatpak. Wil je blauwe of rode knoppen. Dat heeft met identiteit te maken.” Margriet reageert: “Maar de adviseurs zijn vertrokken en geven niet meer thuis, terwijl de opdrachtgever met klagende gebruikers en financiële problemen blijft zitten.” Huub knikt: “Juist daarom kom ik na oplevering nog regelmatig terug. Ik blijf me verantwoordelijk voelen en wil weten hoe het gebouw gebruikt wordt. Die dialoog in de gebruiksfase is heel belangrijk.” Gertjan: “Ik pleit ook voor een langere betrokkenheid van het hele ontwerpteam, juist in de praktijk moet het gebouw zich bewijzen.”

Kan een gebouw zonder installaties? Margriet reageert spontaan: “Een gebouw zonder installaties, wat zou dat geweldig zijn. Ik heb het helemaal gehad met al die aandacht voor frisse scholen. Het percentage van het budget dat naar installaties gaat is vervijfvoudigd, terwijl de gebruiker alleen maar last heeft van de luchtbehandelingsinstallaties. Mensen worden vaak ziek van installaties en dan hoor je dat je de filters had moeten vervangen. Uit ons eigen onderzoek blijkt dat oude gebouwen niet meer energie kosten en als veel prettiger worden ervaren.” Gertjan vult aan: “Ik ben voor het bouwkundig oplossen met zo weinig mogelijk installaties, maar je ziet juist een tendens naar meer installaties die moeilijk zijn voor de gebruiker. Veel installatie adviseurs denken in kanalen

en systemen, terwijl het comfort voor de leerlingen en leraren centraal zou moeten staan.” Huub haakt aan: “Hoezo verwarming? Vroeger hadden we de open lucht scholen. Waarom niet gewoon alles eruit gooien en weer warme truien aan voor die ene keer dat het echt koud is. Heel veel zaken kun je al in een goed ontwerp met een duurzame schil oplossen”. Gertjan: “De vraag naar warmte kun je anders oplossen. Ventilatie is een ander verhaal. Een open raam werkt niet naast een drukke weg.” Margriet lacht: “Dat hebben we als opdrachtgever veroorzaakt door al die adviesdiensten op te knippen, waardoor het specialismen zijn geworden. Niemand is meer integraal verantwoordelijk. Je ziet bijvoorbeeld maar in weinig gebouwen een plafond dat er goed uitziet. Er wordt teveel gefocust op techniek en te weinig op beleving en esthetiek. 0.4% van het budget gaat naar het meubilair en misschien 0,3% naar de akoestiek, terwijl 40% naar de installaties gaat. Dat is toch scheefgroei? Schoonheid is ook functioneel en draagt bij aan het welbehagen van alle gebruikers. Het gebouw is een bedrijfsmiddel, maar draagt ook de identiteit van de gebruiker uit.” Guus vat de bijeenkomst kort samen: “Een goed schoolgebouw is een gebouw dat optimaal faciliteert wat in het gebouw gebeurt. Het binnenklimaat is heel bepalend voor de subjectieve beleving van de gebruiker. De optimale school is een tussenvorm van open en gesloten, van ontspanning en concentratie en van zien en gezien worden.”

schooldomein

“Het persoonlijke leren gaat zich vertalen naar het gebouw.”

mei 2014

35


VELUX modulaire lichtstraten maken schooldagen lichter

Scholengemeenschap Katedralskole ontluikt! De grootste middelbare school van Roskilde (Denemarken) kon haar 1.340 leerlingen en medewerkers niet langer een inspirerende en aantrekkelijke onderwijs- en studieomgeving bieden. De gebouwen waren te klein en sterk verouderd. Na een aantal jaren met ruimteproblemen heeft de Katedralskole eindelijk genoeg ruimte én daglicht!

Foto’s Stamers Kontor

I

“Ze zijn geïnstalleerd in openbare ruimten, waar ze een fantastische sfeer creëren.”

36

schooldomein

n 2011 stemden het schoolmanagement en de raad van bestuur in met een ingrijpend renovatieproject dat de constructie van de school zou veranderen en de vloeroppervlakte met maximaal 2.500 m2 zou uitbreiden. Het project omvatte de bouw van een aantal nieuwe gebouwen, waaronder een uitbreiding van de kantine en een nieuwe onderwijssectie. Er werd besloten om in beide gebieden VELUX modulaire lichtstraten te plaatsen in de vorm van een zadeldak. Door deze ingreep veranderde de oorspronkelijke opzet van het donkere en gesloten gebouw in een lichte en uitnodigende leeromgeving.

Een school in verandering Met een geschiedenis die enkele eeuwen teruggaat, heeft de Katedralskole in Roskilde het door de eeuwen heen allemaal al meegemaakt. In 1969 verhuisde de school van haar gebouwen in het centrum van de stad naar grotere gebouwen ten zuiden van de stad, tot in 2011 werd besloten dat de school ook deze panden was ontgroeid. Het onderwijs was sterk veranderd en dat vroeg om een ingrijpende verbouwing. Christian Blands is de conrector van de school en vanuit de school verantwoordelijk voor de huisvesting. Hij is laaiend enthousiast over de verbouwing: “We wilden meer daglicht binnenkrijgen, vooral in de openbare ruimtes en een deel van de onderwijsruimten. De VELUX modulaire lichtstraten

mei 2014

creëren een fantastische sfeer en het licht vrolijkt je op terwijl je van je ene naar je andere bestemming loopt”. De conrector refereert vooral aan de 800 m2 grote kantine, die verder is uitgebreid. Een grote VELUX modulaire lichtstraat in zadeldakopstelling strekt zich over de ruimte uit waardoor het onderscheid tussen de nieuwe en oude ruimten duidelijk zichtbaar wordt. “Onlangs hebben we voor het eerst een podium direct onder de nieuwe lichtstraat geplaatst. Het daglicht genereerde een fantastisch effect. Om het meeste licht binnen te krijgen, hebben we gekozen voor een geheel glazen gevel aan de noordzijde en ramen aan de westkant. Wanneer het licht van boven komt, creëert het een heel ander effect. De kantine is een centraal punt geworden en een ontmoetingsplaats voor alle leerlingen. Het is de plek waar ze graag samenkomen om hun huiswerk te maken of gewoon te chillen. Licht trekt aan. Dat blijkt wel.”

Ideale leer- en werkomgeving In de nieuwe onderwijssectie zijn de VELUX modulaire lichtstraten in het voorste deel van de ruimte geplaatst. Daaronder is een plek gecreëerd voor presentaties en lezingen. Leerlingen kunnen de ruimte ook gebruiken voor projectwerkzaamheden. “Dat is tenminste het idee”, legt docente Birgitte Thestrup uit, die de ruimte inmiddels intensief gebruikt. “Door


ONTWERP EN INRICHTING

de natuurlijke lichtinval willen we de ruimte anders gaan inrichten. Er komen nog nieuwe meubels voor onder de nieuwe lichtstraten, maar voorlopig schuiven wij er zelf stoelen uit de onderwijsruimten in. Langzamerhand begint onze ideale leer- en werkomgeving vorm te krijgen.” De natuurlijke daglichttoetreding is op de korte en op de lange termijn erg belangrijk voor de school. “Ik merk al dat leerlingen graag op lichte plekken zitten, waar het natuurlijke licht mooi binnenvalt. Daglicht is niet alleen comfortabeler; er zijn studies die aantonen dat mensen de neiging hebben om natuurlijk licht en schaduw op te zoeken in plaats van kunstlicht. Het licht van de lichtstraten heeft een natuurlijk effect en het verandert als de zon zich langs de hemel beweegt. Het ene moment schijnt de zon, het andere moment passeert een wolk. Het is de variatie van licht en schaduw die aantrekkelijk is.”

Daglicht en modulariteit De nieuwe gebouwen van de Katedralskole zijn uitgedacht op de tekentafels in de studio van Sweco Architecten. Partner Mads Stenbæk Jakobsen is verantwoordelijk geweest voor de toepassing van de nieuwe VELUX modulaire lichtstraten. In zijn ogen waren de lichtstraten precies wat nodig was. “We waren op zoek naar een product met een zeer vlakke dakhelling en een goed, open zicht op de hemel om de zonnestralen binnen te laten. Er waren nog niet veel module gebaseerde systemen, dus je zou kunnen zeggen dat het VELUX systeem een leemte vult. En wij houden van het ontwerp”, zegt Mads Stenbæk Jakobsen. Hij benadrukt dat het modulaire ontwerp geen eis van de architecten was maar het maakte de afstemming gemakkelijker. Het betekende dat de mensen op de bouwplaats eerder konden gaan werken: “De VELUX Groep heeft een stap gemaakt in de bouwprojectenmarkt. Werden VELUX producten eerder veelal geassocieerd met de private woningbouw, de nieuwe modulaire lichtstraten biedt mogelijkheden voor nieuwe en grotere bouwprojecten. In de woorden van de architect, plaatst het VELUX ‘in een andere klasse’: “Dit is belangrijke innovatie.” En de architect lijkt niet bezorgd over het vermogen van de relatieve nieuweling om te concurreren met de bestaande leveranciers. “Ik waardeer het ontwerp zeer. Het product is zeer volmaakt in termen van de afwerking, de geïntegreerde zonwering en het feit dat het systeem geopend en gesloten kan worden doordat er ventilerende raamvlakken geïntegreerd kunnen worden. Het is een heel fijn product dat er indrukwekkend uitziet in het gebouw”, zegt hij. Voor meer informatie: VELUX Nederland B.V, telefoon:

Feiten over het project: • Opgave: renovatie en uitbreiding Katedralskole in Roskilde • Bouwteam: Sweco Architecten, Elindco Bouwbedrijf, vertegenwoordigers van opdrachtgever Katedralskole in Roskilde en vertegenwoordigers van de VELUX Groep • Projectleiding: Sweco Architects, geleid door partner en architect Mads Stenbæk Jacobsen • Aannemer: Elindco Bouwbedrijf • Planning VELUX modulaire lichtstraten: start augustus 2011, montage april/mei 2012

Toepassing: • Twee zadeldaken met 5°hellingshoek. • Respectievelijk 36 en 14 lichtstraatelementen, waarvan er 16 en 8 elektrisch kunnen worden geopend. • Alle lichtstraatelementen hebben een afmeting van 1000 x 1800 mm. • De zadeldaken in de onderwijssectie zijn voorzien van grijze binnenzonwering. • Aansturing door middel van een WindowMaster systeem.

030 – 6 629 629, internet: www.modulairelichtstraten.velux.nl, e-mail: modulairelichtstraten@velux.com.

schooldomein

mei 2014

37


Het is van belang dat in de gangen twee rolstoelen langs elkaar kunnen. Foto: Rachel Richardson

Toegankelijke Indoor Sportaccommodaties Sport en bewegen dragen bij tot een hogere kwaliteit van leven, ook voor kinderen en jongeren met een beperking: sporten en bewegen maakt je gezonder, fitter en sterker, geeft je plezier en leert je spelenderwijs tal van vaardigheden. Genoeg redenen waarom sport en bewegen ook binnen het onderwijs aandacht verdient.

Tekst Rachel Richardson Foto’s Rachel Richardson, Femke van den Heuvel en Hein Koops

D

e mogelijkheden voor kinderen en jongeren met een beperking om te sporten en te bewegen lopen echter per situatie sterk uiteen. Daarom zijn er sportstimuleringsprogramma’s, zoals Special Heroes. Special Heroes (een samenwerking van NOC*NSF, Stichting Onbeperkt Sportief en de PO-Raad) is erop gericht om leerlingen in het speciaal onderwijs zelf te laten ervaren hoe leuk sporten en bewegen is. Daarbij wordt nauw samengewerkt met sportverenigingen en andere lokale sportaanbieders. Deze sportaccommodaties moeten echter wel toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Mede daarom is de publicatie Richtlijnen Toegankelijkheid Indoor Sportaccommodaties onlangs verschenen, die letterlijk de drempel wil verlagen voor mensen met een beperking om te kunnen sporten.

Sportspecifieke infrastructuur De afgelopen jaren is veel vooruitgang geboekt in het realiseren van een infrastructuur voor het sporten en bewegen van mensen met een beperking. Ook is voor een aantal doelgroepen een voorzichtige toename

38

schooldomein

mei 2014

zichtbaar in het aantal mensen dat deelneemt aan sport en bewegen. De integratie van de gehandicaptensport bij de ‘reguliere’ sportbonden heeft daarin veel betekend: een al ontwikkelde sportspecifieke infrastructuur is een goede basis voor doorontwikkeling voor sporters met een beperking. Normaal wat normaal kan, speciaal wat speciaal moet, is niet voor niets de spreuk die al heel wat jaren kenmerkend is voor de Nederlandse gehandicaptensport. Desondanks zijn er nog wat drempels te nemen in het ontwikkelen van een toegankelijke infrastructuur waarin iedereen, met of zonder beperking, kan sporten en bewegen.

Mensen met een beperking in Nederland In totaal heeft 12 procent van de Nederlandse bevolking tussen de 12 en 79 jaar (1,6 miljoen mensen) een matige of ernstige lichamelijke beperking. Hun sportdeelname blijft helaas sterk achter bij die van mensen zonder beperking. 58 procent van de totale Nederlandse bevolking sport wekelijks, voor mensen met een lichte motorische beperking is dat 40


ONTWERP EN INRICHTING

Afwerking van de muur in een sporthal, waarbij het bedieningspaneel verzonken ligt in de muur. Foto: Rachel Richardson

Sportende leerlingen tijdens een Special Heroes Day Foto: Femke van den Heuvel

procent en van de mensen met een matige of ernstige motorische beperking sport maar 29 procent wekelijks. De sportinfrastructuur en toegankelijkheid is voor mensen met een beperking in Nederland echter nog altijd onvoldoende, terwijl het een belangrijke randvoorwaarde is om sport en bewegen voor deze doelgroep mogelijk te maken. Dit werd begin vorig jaar ook nog eens benadrukt in het rapport van de Taskforce Belemmeringen Sport en Bewegen in de Buurt, ingesteld door Minister Edith Schippers van het Ministerie van VWS. Ook uit de Monitor (On)beperkt sportief 2013 die Onbeperkt Sportief vorig jaar door het Mulier Instituut hebben laten samenstellen, blijkt dat drie vijfde van de matig of ernstig lichamelijk gehandicapte sporters knelpunten ervaart bij het sporten.

De vernieuwde Richtlijnen De vernieuwde Richtlijnen Toegankelijkheid Indoor Sportaccommodaties geeft voor de opdrachtgever, architect en bouwer een duidelijke basis voor het ontwerp, de bouw en renovatie van sportaccommodaties. Daarbij geven heldere criteria ook een

antwoord op de vraag wat nu eigenlijk de norm voor ‘toegankelijkheid’ van sportaccommodaties is. Het biedt een concreet kader om beleid op te baseren, bouwopdrachten te verstrekken, gerichte aanpassingen te doen, sportaccommodaties te beoordelen op toegankelijkheid en te certificeren. Het opstellen van criteria en aanbevelingen is belangrijk maar het is misschien nog belangrijker dat ze ook daadwerkelijk toegepast worden in het ontwerp en de bouw van sportvoorzieningen. Daarom zijn we blij dat bijvoorbeeld de Gemeente Rotterdam de Richtlijnen meteen in praktijk heeft gebracht en 3,2 miljoen euro beschikbaar stelt om sportaccommodaties toegankelijk te maken. Hierdoor kan een aanzienlijke inhaalslag op bestaande sportaccommodaties worden gemaakt maar is het ook een impuls voor het toegankelijk ontwerpen en bouwen van nieuwe sportaccommodaties. Het initiatief van Rotterdam verdient natuurlijk structurele navolging, ook door andere gemeenten. Gemeenten hebben daar ondanks de privatisering van sportvoorzieningen een belangrijke rol in. Private partijen zijn echter ook in beeld: een toegankelijke sportaccommodatie kan immers door een bredere groep consumenten gebruikt worden. Het kan dus ook omzet verhogend werken in de exploitatie van een sportvoorziening.

“12 procent van de Nederlandse bevolking tussen de 12 en 79 jaar heeft een lichamelijke beperking.”

Over Onbeperkt Sportief Stichting Onbeperkt Sportief wil er samen met haar partners voor zorgen dat meer mensen met een beperking sporten en bewegen en dat er een passend en toegankelijk sport- en beweegaanbod wordt ontwikkeld. Onbeperkt Sportief zorgt voor agendasetting, het verspreiden van kennis en expertise, platformbijeenkomsten, adviesgesprekken en brengt organisaties met elkaar in contact. Meer weten over de Richtlijnen Toegankelijkheid Indoor Sportaccommodaties? Neem dan contact op met Henk van Aller via hvanaller@onbeperktsportief.nl of 06-4483 0820. Op de website van Onbeperkt Sportief is gratis een digitale versie van de Richtlijnen te vinden. Een gedrukte versie is te bestellen voor e 25,- via info@onbeperktsportief.nl o.v.v. Bestelling Richtlijnen Toegankelijkheid.

schooldomein

mei 2014

39


Kleine samenleving onder één dak

Nijdjip zoekt de verbinding Nijdjip is het water dat achter de oude school in Grou liep als trekvaart tussen de dorpen. Maar het gebouw raakte verouderd en de christelijke en de openbare school besloten in een nieuw gebouw samen te gaan. De christelijke school heet nog steeds Nijdjip. De eigen identiteit staat voorop, maar alles in het gebouw straalt samenwerking uit.

Tekst Sibo Arbeek Foto’s Henk Eertink

H

“Er zit beweging in de stoelen en dat is beter voor de concentratie.”

et nieuwe gebouw is goed zichtbaar vanaf de doorgaande weg van Heerenveen naar Leeuwarden. Het is een blokvormig volume dat open en transparant oogt, met grote ramen. Binnengekomen valt de hoge centrale ruimte op, waarbij de lokalen op de begane grond en de eerste verdieping door twee loopbruggen worden verbonden. Einte Jongeling is als hoofd van de centrale dienst van PCBO Leeuwarden verantwoordelijk voor 19 locaties. CBS Nijdjip is de laatste school die nieuw gebouwd is en hij is er trots op, samen met directeur Johan Meesters. Adviseur Hans Stienstra van STALAD Onderwijsinrichting B.V. schuift aan om over de bijzondere inrichting te praten.

Eigen identiteit Johan: “Ons oude gebouw midden in Grou was echt op. Er zaten gaten in de goten en het onderwijs paste niet meer. Deze nieuwe school ziet er prachtig uit en is ook nog volgens de norm gebouwd. De gemeente was bouwheer en de architect Kristinsson heeft er echt iets moois van gemaakt.” Einte vult aan: “Dat

42

schooldomein

mei 2014

mocht ook wel, na ruim twaalf jaar van gesteggel en mislukte plannen. Oorspronkelijk was het idee om een sportcentrum en een zwembad aan de brede school te koppelen, samen met een kindcentrum en een fysiotherapeut. Dat is allemaal niet doorgegaan, ook omdat de gemeente scherp moest bezuinigen. Nu zitten we met de openbare school De Twa Fisken in dit gebouw, samen met kinderopvang en een mooie gymzaal. Het is in feite een brede school zonder eigen naam, omdat we aan onze eigen identiteit hechten. Wij hebben 120 leerlingen en de openbare school 400, maar we gaan op voet van gelijkwaardigheid met elkaar om, gelijk al vanaf het ontwerp. Zo delen we ruimtes en dezelfde kinderopvangorganisaties SKF en SISA.


ONTWERP EN INRICHTING

Van kleur verschieten Johan over het programma: “Het gebouw is zo ingericht dat het uitnodigt om samen te werken. In de schil van het gebouw liggen de lokalen, in het midden bevinden zich de algemene ruimten, zoals de geschakelde speellokalen, het kooklokaal en het plein dat samen met de ruimte van de gymzaal als podium kan dienen. We zitten in een krimpgebied, maar daar hebben we in het ontwerp al rekening mee gehouden. De lokalen kunnen van kleur verschieten en multifunctioneel worden ingezet. Elkaar ontmoeten vinden we heel belangrijk. Daarom hebben we ook maar één schoolplein. Door deze manier van samenwerken kan echt alle ruimte optimaal benut worden, gedurende de hele dag. We zijn geen dorpshuis, maar het dorp

maakt steeds meer gebruik van ons gebouw. Het koor maakt gebruik van ons gebouw, er wordt een cursus voor sociaal emotionele vaardigheden gegeven en we hebben een prachtig podium voor uitvoeringen. Met de ouders hebben we inzamelingacties georganiseerd en met de opbrengst hebben we theaterstoelen, een goede geluidsinstallatie en theaterlampen, een betonnen tafeltennistafel en picknickbank en twee mobiele kookunits aangeschaft.” De vereniging heeft onze lokalen voorzien van lampen van Schoolvision van Philips.

Tevreden Johan: “De ouders zijn vooral tevreden over het licht en de ruimtelijke werking. In het begin waren er

schooldomein

mei 2014

43


projectinformatie Project Nieuwbouw brede school in Grou, waaronder de christelijke basisschool Nijdjip

Architect Architecten- en Ingenieursbureau Kristinsson, Daan Josée

Inrichting Nijdjip STALAD onderwijsinrichting B.V.

Aannemer

Gebruikerservaring

Bouwgroep Dijkstra Draisma

Einte: “De beide scholen beheren samen hun eigen deel. Sommige zaken kunnen beter, zoals de installaties. Het gebouw is begin 2013 geopend, maar we lopen nog steeds tegen kinderziekten aan. We

Ingebruikname maart 2013

44

klachten over de verkeersafwikkeling. Dat hebben we gedeeltelijk opgelost door een kwartier eerder open te gaan en een kwartier eerder uit te gaan. In hoofdlijn hanteren we hetzelfde continurooster. Iedereen is enthousiast over onze inrichting. We hebben vijf offerten aangevraagd en STALAD heeft de aanbesteding gewonnen. De vijf offerten lagen zo dicht bij elkaar, dat de school op kwaliteit mocht kiezen. STALAD heeft over de totale inrichting meegedacht. Hans: “Wij kregen de sleutel en richtten voor de verhuizing de school in. Bij de openbare school werd een grote pallet in de hal gezet en die moesten het zelf inrichten. Wij hebben van elke ruimte een voorbeeldtekening gemaakt en zo is het ook uitgevoerd.” Hans wijst tijdens het rondgaan op de verschillende typen meubels. De stoelen in de klassen zien er goed en vrolijk uit. “Er zit beweging in de stoelen en dat is beter voor de concentratie”, legt Johan uit. “We hebben een ergotherapeut laten adviseren en die wilde geen halfhoog meubilair, omdat een statische houding voor kinderen slecht zou zijn.” Einte kent STALAD al 25 jaar: “We zoeken meubilair dat onze scholen graag willen hebben en dan komen we vaak bij STALAD uit. Na zoveel jaar hebben we een vertrouwensrelatie opgebouwd. De lijnen zijn kort en STALAD denkt mee. Is er een tekort, dan kan Hans snel schakelen. Hij denkt mee over krimp, groei en een stukje onderhoud op het niveau van de scholen, want daar worden de budgetten beheerd. Dat zorgt ervoor dat ik op bovenschools niveau beter mijn werk kan doen.”

schooldomein

mei 2014

hebben een warmtepomp onder het plein en die had in het begin vaak storing. De maand maart kent qua temperaturen enorme verschillen en dat pakt de installatie langzaam op. Er staat een grote fabriek op het dak waar ik geen verstand van heb. Er hoeft maar iets fout te gaan en het valt tegen. We liepen meteen tegen een kapotte klep aan, waardoor de installatie automatisch van elektriciteit op gas overschakelde. We merkten het pas toen de rekening veel te hoog was.” Johan vult aan: “Als er iets fout gaat moet er bij iemand een bel gaan rinkelen. Als schooldirecteur heb ik daar geen kaas van gegeten. Na een jaar monitoren krijgen we daar nu langzaam zicht op. Bijvoorbeeld; het alarmsysteem werkte niet, waardoor de lichten niet uit konden. Daar zijn we ook een tijd mee bezig geweest. We hebben de installateur, die het systeem ook heeft aangelegd de opdracht gegeven om het ook voor ons te monitoren en te regelen. Dat gebeurt nu op afstand. Nu alles beter is geregeld en is afgestemd zien we dit dan ook echt in de verbruikstabellen terug.” Einte verder: “Wij voeren samen in een VVE de regie over het onderwijsdeel. Kinderopvang en sport regelen hun beheer en exploitatie apart. Via tussenmeters verrekenen we de kosten. Johan: “Er lopen hier drie schoonmaakbedrijven rond en dat is jammer. Het sportdeel is uitbesteed aan BV Sport Leeuwarden. Ze hanteren commerciële tarieven en daar heb ik geen geld voor. De school moet dan de gymzaal huren, dus dat doen we nauwelijks. “Het mooiste zou zijn wanneer we alles zouden delen en beheren, maar door de gescheiden compartimentering is dat eigenlijk niet meer te regelen. Dat is eigenlijk een gemiste kans.” Voor meer informatie kijkt u op www.stalad.nl of www.nijdjip.nl.


kort nieuws Nijha introduceert de Schoolpleinscan© Bewegen is belangrijk. Omdat het belangrijk is kinderen te stimuleren goed te bewegen, introduceert Nijha de Schoolpleinscan©. Een online tool, speciaal ontworpen voor scholen in het basis- en speciaal onderwijs. Door op de website www.schoolpleinscan.nl diverse stellingen te doorlopen wordt het bestaande schoolplein direct gescand. Hierna volgt een advies met een overzicht waar kansen liggen om het schoolplein te optimaliseren als ruimte voor sport en spelen. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de inrichting van het plein maar ook naar thema’s zoals het gebruik van het plein tijdens en na schooltijd, begeleiding en beleid. Een uitdagend en veelzijdig schoolplein is belangrijk voor de ontwikkeling van motoriek en sociale vaardigheden van kinderen. Een goed ingericht schoolplein prikkelt de fantasie en stimuleert bewegen. De Schoolpleinscan© geeft een goed beeld van de huidige situatie op het plein. De Schoolpleinscan© is gratis en eenvoudig te doorlopen. Dit kan via een laptop of PC, maar

ook direct op het schoolplein via bijvoorbeeld een tablet. Na het beantwoorden van een serie stellingen met ja of nee, ontvangt de gebruiker direct een kosteloos advies op

maat en ideeën om sporten en spelen op het schoolplein te stimuleren. De school kan daarna direct aan de slag met het optimaliseren van het schoolplein.

advertentie

Europese tieners lossen samen technisch probleem op

Fotografie Luuk Kramer

Op de Groene Alm, Utrecht

Bureau voor Architectuur en Restauratie Bureau voor Consultancy www.vanhoogevest.nl volg ons op

Bureau voor Architectuurhistorie Kariatiden

Een team van vijf leerlingen waaronder een van het Ichthus College Veenendaal, is derde geworden tijdens de Europese Sci-Tech Challenge van dit jaar. Zij hadden de opdracht om in 24 uur de veiligste, snelste en meest energie-efficiënte Formule 1 racewagen voor het 2040 F1-seizoen te ontwerpen. De deelnemers moesten taal- en culturele verschillen overbruggen en effectief samenwerken om de meest veelbelovende oplossing te bedenken. Het winnende team bestond uit leerlingen uit Frankrijk, Italië, Noorwegen en Polen. De Nederlandse deelnemer Daniël Willemsen won met zijn team de derde prijs. Zijn school, het Ichthus College Veenendaal, won de Nationale finale van de Sci Tech Challenge die in maart plaatsvond bij ExxonMobil in Rotterdam. De Europese finale vond plaats in het Engelse Woking. De Challenge is een initiatief ontwikkeld door Junior Achievement - Young Enterprise Europe (JA-YE) – de moederorganisatie van Jong Ondernemen - in samenwerking met ExxonMobil. HAVO/VWO-leerlingen uit negen verschillende landen werkten samen in multilandenteams om een lastig technisch probleem op te lossen.

Rectificatie In de rubriek ‘De kunst’ in de vorige editie van School­ domein belichtten we een fraai kunstwerk in het St. Ignatiusgymnasium in Amsterdam. We vergaten daarbij de naam van de kunstenaar en de bemiddelaar te vermelden: Ni Haifeng (Courtesy Kunst en Bedrijf – Gabi Prechtl). Bij deze rechtgezet!

schooldomein

mei 2014

45


Structuur biedt ruimte

Vanzelfsprekende nieuwbouw

Op De Groene Alm

46

schooldomein

mei 2014


ONTWERP EN INRICHTING

Judith van der Lee is schoolleider van de basisschool Op de Groene Alm in het Utrechtse Leidsche Rijn. Samen met architect Herman Bakker van Van Hoogevest Architecten en Jon van Zoelen van de Katholieke Scholenstichting Utrecht wordt de vanzelfsprekende nieuwbouw van de brede school belicht. Vanzelfsprekend omdat het gebouw een natuurlijke lay-out heeft, die het onderwijsproces maximaal faciliteert. Tekst Sibo Arbeek Foto’s Luuk Kramer en Van Hoogevest Architecten

J

udith legt uit: “Op de Groene Alm is een brede school met zestien groepen, een peutercentrum, naschoolse opvang, een ouderlokaal en een gymzaal. Het wordt multifunctioneel gebruikt; het peutercentrum deelt een lokaal met de BSO; we delen de speellokalen, de ruimte voor natuur en techniek en de BSO deelt vijf ruimten met de school die zich vooral op de nieuwe wijk Hoge Weide richt.” Jon van Zoelen werkt als clusterdirecteur bij de Katholieke Scholenstichting Utrecht, waar Op de Groene Alm onder valt: “We hebben 24 scholen in de stad, die in vier groepen zijn onderverdeeld. Elke groep heeft een clusterdirecteur, met een eigen portefeuille. Mijn portefeuille is huisvesting en ik voer het overleg met de gemeente voor de 24 scholen met in totaal 5.800 leerlingen. In Leidsche Rijn hebben we vijf scholen en aan de zesde wordt gewerkt. Met Utrecht en de toenmalige gemeente Vleuten - De Meern hebben we al in 1995 bepaald dat in het nieuwe stadsdeel schoolgebouwen met een grotere schaal komen. Dus een school van 17 klassen of twee scholen in één gebouw met 32 of 34 klassen. Daarbij bieden de grote scholen ook extra’s aan, zoals sport, kinderopvang of een bibliotheek. Omdat Hoge Weide een kleine wijk wordt, paste een brede school met maar 17 groepen hier het beste. BSO Saartje en het peutercentrum zijn vanaf het begin betrokken geweest. Ze hebben mee geïnvesteerd in bijvoorbeeld het technieklokaal, zodat we en samen ruimten delen en net iets meer konden bouwen dan volgens de norm mogelijk was.”

Opvallende locatie Opvallend aan de nieuwe school is het oplopende dak en het feit dat het gebouw deels in het talud van de overkapte A2 ligt. Herman Bakker: “De plek op de kavel was stedenbouwkundig strikt bepaald. Doordat alles nog ingevuld moet worden was er 0 oriëntatie. De school ligt op een helling, vanaf de acht meter hoge tunnelbak naar het straatniveau. Een deel van het gebouw ligt aan de straatkant en een deel is als het ware ingebouwd in de helling. Het hoogtever-

schil is onderdeel van de architectuur en in een soort prismavorm vertaald waarbij de gymzaal op de lange zijde van de school staat. De entree met het schoolplein richt zich naar de groene vallei en de bomenrij aan de straat de Hoge Weide, waaraan ook een prachtige boerderij ligt. Het gebouw is aan de ene kant heel formeel en ritmisch, maar door de hoogteverschillen en de schuinten wordt hij natuurlijk en verzacht. De natuurlijke materialisatie aan de buitenzijde is in verschillende variaties toegepast.

“Kinderen hebben structuur nodig om keuzen te kunnen maken.”

Het onderwijskundig concept Judith legt haar visie op het onderwijs uit: “In ons concept zitten elementen van Jenaplan, Dalton en traditioneel onderwijs. Centraal staan het bieden van structuur gekoppeld aan individuele aandacht, zelfstandigheid en de nadruk op het leren samenwerken. Om dat klas doorbrekend te doen moet je gaan kijken hoe je creatief om kunt gaan met de ruimte. Het gebouw is dynamisch door de verschillende plekken. Wij zorgen ervoor dat bepalende dingen op vaste plekken staan. Daarom zijn de gangen vrij van kapstokken, zodat rust ontstaat. We hebben voor lockers gekozen, die in nissen zijn ondergebracht. De gangen fungeren als een natuurlijke uitbreiding van de lokalen, zodat leerpleinen ontstaan. De vaste kasten in de lokalen hebben een bepaalde structuur, net als de plek van het bureau bijvoorbeeld, dat achter in de klas staat. Programmatisch zit er een scheiding tussen de onder-, midden en bovenbouw, die met kleuren duidelijk gemarkeerd is. Je functioneert in je eigen bouwdeel, maar de drempel is visueel laag, omdat je allemaal in hetzelfde gebied bent. Je ervaart kleinschaligheid binnen de grote maat. Op veel scholen met grote groepen kinderen zie je leerlingen met koptelefoons op of in geïsoleerde boxen, om geconcentreerd te kunnen werken. Dat vind ik een verschrikkelijk beeld. Kinderen hebben structuur nodig om keuzen te kunnen maken.” Voor meer informatie kunt u mailen of bellen met Judith van der Lee: judith.vd.lee@ksu-utrecht.nl en telefoon 030-6701996.

schooldomein

projectinformatie Project Nieuwbouw Op de Groene Alm

Invulling Brede school met onderwijs, BSO, een peutercentrum, een ouderlokaal en een gymzaal

Opdrachtgever KSU Utrecht

Architect Van Hoogevest Architecten BV

Aannemer BM Bouw Geldermalsen

Meubilair EromesMarko

Vloer Forbo

BVO 3.200 m², inclusief gymlokaal

Stichtingskosten 4,7 mln inclusief btw

Ingebruikname december 2013

mei 2014

47


Volgens de Cradle to Cradle methode een Lyceum bouwen?

Schiedam deed het! Het gebouw is een eyecatcher voor de buurt: door de grote glazen voorgevel is de tribunetrap in het atrium goed zichtbaar. Vanaf deze multifunctionele trap is er goed zicht richting de stad. Sinds jaren houdt de school weer schoolfeesten in haar eigen pand, omdat ze er zo trots op zijn en het overzicht zo prettig is. En dat in een CO2 neutraal gebouw. 48

schooldomein

mei 2014


BOUW EN ORGANISATIE

Tekst Merel de Boer Foto’s Moni van Bruggen en Sebastiaan Knot

D

e buurt klopt regelmatig aan om buiten schooltijd het atrium te mogen gebruiken voor bijeenkomsten en presentaties. Een nieuwe ervaring voor het Lyceum Schravenlant waar zij en de gemeente blij mee zijn. Het Lyceum in Schiedam opende dit schooljaar haar deuren. Bijzonder is verder dat het volledig volgens de Cradle to Cradle methode is gebouwd en CO2 neutraal is. Hoe lukte het om deze ambitie ook daadwerkelijk te realiseren? Thomas Bögl, architect van bureau LIAG en ontwerper van de school: “Het was een gezamenlijke verdienste van de gemeente en het schoolbestuur. Zij spraken deze ambitie uit en hielden zich eraan met als resultaat een zeer duurzaam schoolgebouw dat demontabel is en waarvan de materialen hergebruikt kunnen worden. Het resultaat is een school met een GPR score van 8,53 gemiddeld, één van de hoogste in de scholenbouw in Nederland op dit moment. En het ontwerp mag er ook zijn.”

Ambassadeurs Bij het bouwen van een volgende school is er een aantal materialen dat Thomas graag weer zou toepassen in zijn ontwerp: “Hout als constructie bijvoorbeeld, maar ook het 3 dubbel glas, het groen in de school en het – niet zichtbare, maar zo belangrijke – PVC vrije ontwerp. Leidingen niet van PVC maken maar vervangen door andere oplossingen bleek niet eenvoudig, maar het is ons gelukt. PVC is namelijk niet afbreekbaar zonder dioxine vrij te laten komen. Het werd een soort statement om dit materiaal uit het gebouw te weren. Dat zijn toepassingen die je niet direct ziet, maar juist moet vertellen”. De school heeft een groep leerlingen tot ambassadeurs opgeleid - met een speciaal diploma - die alles haarfijn kunnen uitleggen over hun nieuwe duurzame school en die tevens rondleidingen kunnen geven aan bezoekers. De leerlingen zijn op diverse manieren betrokken geweest bij het ontwerp. Zo mocht er zelfs een leerling op het architectenbureau van LIAG in Den Haag onder begeleiding de ontvangstbalie ontwerpen volgens de kaders van de opgave. Ook hierin is de school een geslaagd praktijkvoorbeeld voor anderen.

Helft kleiner Het was mogelijk duurzamer geweest om het bestaande gebouw te hergebruiken en de constructie te laten staan. De oude school stond immers al op de huidige locatie. Thomas: “Dat was ook de eerste gedachte, maar al snel bleek dat er te weinig gegevens over de constructie bekend waren. Het risico was te groot om op de oude constructie te vertrouwen. Bovendien zou handhaven tot veel extra maatregelen leiden, die het beschikbare budget teveel onder druk zouden zetten. Sloop van het gebouw gaf direct meer vrijheid aan de ontwerpers om de ideale beukmaat te kiezen en extra hoogte te creëren. De zeer compacte nieuwbouw is qua footprint de helft kleiner dan het oorspronkelijke gebouw, dat veel te groot was en tot hoge exploitatie­ lasten leidde. Het gebouw is nu flexibel van opzet om zowel groei als krimp op te vangen. Er is een gedeelte van het gebouw dat als een apart bouwdeel gebruikt kan worden. Door een eigen entree toe te voegen met de mogelijkheid deze af te sluiten, kan dit gedeelte met sportfaciliteiten en een aantal groepsruimten als zelfstandige eenheid bij krimp gebruikt worden. Groeit de school, dan is er in het ontwerp en de constructie rekening gehouden met een uitbreiding op het dak.

“Leerlingen waren op diverse manieren betrokken bij het ontwerp.”

Keuzes en afwegingen Het ontwerp leidde soms tot keuzes en afwegingen op het spanningsveld van duurzaamheid, functionaliteit en budget: waar het liefst voor volledig houten kozijnen was gekozen bleek de vliesgevel in aluminium een betere oplossing. Wel aluminium uit IJsland, want daar wordt het volledig met duurzame energie geproduceerd. Een groot voordeel is de onderhoudsvrijheid van dit materiaal: dit scheelt enorm in de exploitatielasten voor de school. Deze voordelen werden in de investeringssom teruggebracht om zo het gebouw te kunnen realiseren. De keuzes werden telkens op onderzoek gebaseerd en kunnen nu door alle betrokkenen goed worden uitgelegd. Schiedam heeft met het Lyceum Schravenlant een zeer duurzame school opgeleverd. Welke school wordt de volgende CO2 neutrale school?

projectinformatie Project Nieuwbouw Lyceum Schravenlant, Locatie: Schiedam

Functie Onderwijsgebouw havo/ vwo met 2 gymnastieklokalen

Opdrachtgever Stichting Openbaar Scholengroep Vlaardingen Schiedam

Architect LIAG architecten en bouwadviseurs.

Voor meer informatie kijkt u op www.liag.nl.

schooldomein

mei 2014

49


Dromen binnen handbereik

Nieuwbouw Focus Beroepsacademie In de nieuwe Focus Beroepsacademie helpen mbo-leerlingen vmbo leerlingen in dezelfde contextrijke leerwerkomgeving. Het nieuwe gebouw heeft componenten van een school, maar gaat werken als een swingend leerwerkbedrijf. Kortom; de droom is in Barendrecht binnen handbereik. Tekst Sibo Arbeek Foto’s Royal Haskoning

J “De vernieuwing van het VMBO past straks naadloos in onze nieuwe leeromgeving.”

50

schooldomein

anuari 2008 ondertekenden CSG Calvijn en het Dalton Lyceum in Barendrecht samen met de ROC’s in Dordrecht en Rotterdam een intentieverklaring. Het ging over de ontwikkeling van een uniek opleidingsconcept in Barendrecht waarbij vmbo en mbo samen worden aangeboden. Marjo Klaassen was vestigingsdirecteur van Calvijn Buitenoord en werd de nieuwe directeur van de Focus Beroepsacademie. Een simpele naam met een heldere doelstelling: een beroepsgerichte opleiding bieden die bij de belevingswereld van de leerlingen aansluit en daardoor de mogelijkheden vergroot om tot goede startkwalificatie te leiden. CSG Calvijn en het Dalton Lyceum verzorgen samen het onderwijsaanbod. Beide scholen schrijven eigen leerlingen in, maar de Focus Beroepsacademie is voor de leerling één ongescheiden locatie. Medio 2015 is de nieuwbouw opgeleverd en staat de Focus Beroepsacademie op het Veld 10 bij sportpark ‘De Bongerd’. Marjo en onderwijsteamleider Joni Heijboer van het Dalton Lyceum vertellen Schooldomein over het unieke concept.

mei 2014

Waarom nieuwbouw? De Focus Beroepsacademie huist nu nog in het oude gebouw van Calvijn Buitenoord. Joni: “Kijk om je heen. Dit gebouw uit de jaren zeventig is gedateerd en is ooit als mavo neergezet. De omgeving werkt belemmerend op de school en de school werkt belemmerend op de woonwijk. Het is als gangenschool ook niet praktisch, is twee keer uitgebreid en creëert daarmee aparte plekken, waardoor we moeilijk groepen kunnen mengen. We hebben hier nu 700 leerlingen kader- en beroepsgericht, die onderwijs binnen acht opleidingen volgen. Daarom willen we ook een gebouw waarin zichtbaar is dat leerlingen voor het echte werk opgeleid worden en waar vmbo-leerlingen met mbo-leerlingen niveau 1 en 2 samen leren en werken. Straks staan we op een plek met veel bedrijvigheid. Makkelijk bereikbaar met auto, fiets en bus, aan de rand van sportvelden en vlak bij bedrijven.”

Samenwerking bedrijfsleven Marjo verder: “We zijn lid van de Vereniging Barendrechtse Ondernemers en van de duurzaamheids-


BOUW EN ORGANISATIE

kring. We gaan uit van groei, omdat we in een ondernemende regio liggen met veel logistiek, handel en zorgaanbieders. Het gebouw biedt straks ruimte voor 1.200 leerlingen. Centraal in ons verhaal staat de vakmanschapsroute, waarbij leerlingen binnen economie, handel en administratie, zorg en welzijn en intrasectoraal hun leerloopbaan vormgeven. De mbo-leerlingen komen van buitenaf en maken gebruik maken van de ruimtes. Vanaf leerjaar drie gaan onze eigen leerlingen mbo-modules volgen. In deze regio wordt een bepaald type mensen gevraagd en we hebben met grote bedrijven goede afspraken gemaakt, zoals met Van der Valk, Ikea en Albert Heijn. Van der Valk gaat praktijkruimten inrichten, IKEA denkt mee in het meubilair. Een baangarantie kunnen we niet bieden, maar het moet wel die kant op gaan.”

Goed programma van eisen Marjo: “De eerste paal gaat er deze maand in. We hebben een goed traject met Merel de Boer en Janet van Oort van ICSadviseurs achter de rug. Dat heeft

een duurzaam en innovatief programma van eisen opgeleverd, waarmee architect Royal Haskoning aan de slag is gegaan. In het ontwerp zijn ronde vormen, de natuur en natuurlijke materialen prachtig verwerkt. Het gebouw kent een centraal atrium. Via een tunnel verspreiden de leerlingen zich naar hun afdelingen. Door de afwisseling van grotere werkpleinen met instructieruimten kunnen we onze afdelingen en het intrasectorale programma goed vormgeven. Bepalend in ons programma is dat we de onderbouwleerlingen niet in een aparte vleugel zetten. Dat betekent dat vmbo onderbouw en bovenbouw, samen met mbo-leerlingen in dezelfde ruimte zitten. Ik heb ervaren dat aparte vleugels met onder- en bovenbouw gescheiden hetzelfde effect hebben als gescheiden gebouwen. Het principe van doorlopende leerlijnen is dan erg lastig te realiseren. De vernieuwing van het vmbo met profielen en kerndelen past straks naadloos in onze nieuwe leeromgeving.”

projectinformatie Project

Samenwerking beide scholen

Nieuwbouw Focus Beroepsacademie voor VMBO

Joni vult aan: “De uitgangspunten van beide scholen blijven bestaan, maar we werken intensief samen. Ons bestuur stelt zich simpel op: haal meer leerlingen binnen en wanneer de verdeling 50/50 is, dan is het prima. Omdat we straks naast het nieuwe gebouw van onze concollega Edudelta staan, kunnen we ons profileren als onderdeel van een onderwijscampus. En ons gebouw is echt anders. We willen laten zien wat er gebeurt met zo min mogelijk eilandjes. Dat heeft met de visie van de school te maken, maar vooral ook met de visie van ons team en onze adviseurs.”

en MBO

Voor meer informatie kunt u bellen of mailen met

Bvo

Marjo Klaassen: telefoon 0180-613900 en

10.000 m² (inclusief sportzalen)

Opdrachtgever CSG Calvijn en het Dalton Lyceum

Architect Royal Haskoning

Aannemer Heerkens van Bavel Bouw

Adviseurs ICSadviseurs

Oplevering Tweede kwartaal 2015

email m.klaassen@focusberoepsacademie.nl.

schooldomein

mei 2014

51


Brede school De Vogeltuin in Heteren

Transformatie van gemeente­ huis tot brede school Dat basisscholen en kindcentra zich aanpassen aan steeds andere eisen is een gegeven waar we niet omheen kunnen. Wijken veranderen en de manier waarop buurtvoorzieningen functioneren is aan nieuwe inzichten onderhevig. Als vijfde in een reeks voorbeelden van verbouwprojecten uit de Scholenbouwatlas: de transformatie van een gemeentehuis tot brede school in Heteren. Tekst Dolf Broekhuizen Fotografie Stijn Poelstra

V

an een gebouw waar besloten wordt over de bewoners, is het veranderd in een gebouw waarin kinderen en bewoners elke dag bijeenkomen. Brede school De Vogeltuin heeft een cruciale plaats in het centrumplan van Heteren. De brede school is gerealiseerd in het voormalige gemeentehuis dat door een fusie in 2001 (gemeente Overbetuwe) overbodig was geworden. Nadat het gebouw enige tijd in gebruik was als bank, startte in 2008 het overleg over de brede school. Het gebouw is opnieuw ingedeeld en een deel is bijgebouwd. Omdat twee basisscholen, een kinderdagverblijf en de bibliotheek naar het complex verhuisden, kwamen ontwikkellocaties elders in de gemeente vrij. De brede school is de kern van de clustering van de maatschappelijke voorzieningen in het dorp.

Sterke identiteit Het architectenbureau, Van Aken Architecten, vulde het bestaande L-vormige gebouw aan met een derde

vleugel, om een markant hof te creëren. Aan dat centrale plein liggen alle entrees. Euranne van Gorkum, directeur van De Julianaschool in de brede school, vindt dat van grote waarde: “Bij grote evenementen of gebeurtenissen zoals de opening van de Koningsspelen en de Kinderboekenweek functioneert het plein als een centrale plek die het gemeenschapsgevoel op onze brede school versterkt.” Het is de bedoeling dat het entreeplein vrij blijft van speeltoestellen. Aan de andere zijde van het gebouw, verder van de doorgaande weg liggen de speelpleinen. Het gehele gebouw heeft een sterke identiteit, maar de afzonderlijke voorzieningen zijn goed herkenbaar doordat ze in een eigen vleugel zijn ondergebracht. Bibliotheek en kinderopvang in de middenvleugel delen de hoofdentree, geaccentueerd door de toren van het voormalige gemeentehuis. Ze functioneren zelfstandig net als de twee basisscholen die aan weerszijden van het plein via aparte entrees in de zijvleugels toegankelijk zijn.

Inspraak in ontwerpproces Terwijl de bestaande gevels grotendeels zijn gehandhaafd, is de indeling van het interieur bij de herbestemming volledig veranderd. Er staat vrijwel geen binnenmuur op dezelfde plek. Over de nieuwe indeling hebben de scholen wel inspraak gehad gedurende het ontwerpproces, maar niet alle wensen zijn volledig gehonoreerd, stelt de directeur van RK basisschool De Haafakkers, Frans Pieters, die bij de verbouw betrokken was: “Wij hebben aangegeven meer contact tussen de groepsruimtes en de werkplekken op de gang te willen, bijvoorbeeld door middel van schuifwanden. Daarmee creëer je een leerplein-idee. Maar helaas, vanwege strenge geluidseisen en kosten, en de plaats van de bergingen, kapstokken kon dat niet gerealiseerd worden. Wel zijn er binnenramen die zicht geven op de

52

schooldomein

mei 2014


BOUW EN ORGANISATIE

werkplekken.” De participanten van de brede school hadden ook inspraak in het binnenklimaat zegt Frans: “De Vogeltuin heeft een volledig CO2 gestuurd systeem, met in elke ruimte sensoren. Het licht gaat overal automatisch aan en uit. Tevens hebben we erop aangedrongen om ramen handmatig open te kunnen zetten, zodat je natuurlijk kunt ventileren.’

Buurtactiviteiten De gemeente heeft bewust gestuurd op buurtfuncties in het complex waar buurtgebonden activiteiten worden georganiseerd. De bibliotheek is vanzelfsprekend openbaar toegankelijk, en wordt door de scholen gebruikt. Op de verdieping bij de bibliotheek is een buurtkamer die voor extern gebruik kan worden gehuurd. Euranne: “Door externe begeleiding is een visie geformuleerd en een samenwerkingsovereenkomst opgesteld met te bereiken doelen. Er zijn al veel gezamenlijke activiteiten ontplooid en overstijgende overlegorganen opgezet. De buitenschoolse opvang wordt nu al heel goed verdeeld, tussen de deelnemende basisscholen over meerdere locaties.” Op andere lo-

caties in het dorp zijn een derde basisschool, een peuterspeelzaal en een kinderopvangorganisatie waarmee wordt samen­gewerkt binnen het brede schoolverband. De multifunctionele ruimtes van beide scholen zijn zo gebouwd dat ze niet alleen als aula of speellokaal kunnen functioneren maar na schooltijd zelfstandig door verenigingen kunnen worden gebruikt. Deze zijn bovendien door een schuifwand flexibel indeelbaar. Euranne: “Het koor maakt daar gebruik van. De muziekvereniging gebruikt een lokaal dat op dit moment niet voor onderwijs nodig is. Dat is in de praktijk handiger, omdat ze dan materiaal kunnen laten staan.” De multifunctionele ruimtes liggen op de koppen van het complex, als twee bakens in de buurt.

“De gemeente heeft bewust gestuurd op buurtfuncties.”

Vanaf 30 maart 2014 is de Scholenbouwatlas online. Op de website www.scholenbouwatlas.nl kunt u verbouwingen van basisscholen en kindcentra opzoeken, met informatie over het proces, voorbeeldgebouwen en verbouwmodellen. Met steun van het Atelier Rijksbouwmeester en Stimuleringsfonds Creatieve Industrie werkt NAi010 uitgevers aan een gedrukte publicatie.

schooldomein

mei 2014

53


50 jaar Kunststofvloeren

Bolidt brengt innovatie in de praktijk Op 7 februari transformeerden adviseurs, media, schoolbestuurders en architecten in actieve deelnemers aan een creatief laboratorium van het Bolidt Center. Beschermd door brillen, witte pakken en sloffen werden ze ingevoerd in de geheimen van het procedé van Bolidt. Tekst Sibo Arbeek

D

e huisvesting van Bolidt in Hendrik Ido Ambacht is prachtig uitgevoerd en vormt het passend decor van het 50 jarig bestaan van het familiebedrijf. In het enorme pand zijn de fabriek en het laboratorium gecombineerd met de algemene en kantoorruimten. Op de locatie zelf wordt daadwerkelijk ontwikkeld en gefabriceerd voor de wereldwijde markten als de scheepsbouw, de retail, (voedsel)industrie en openbare gebouwen, waaronder steeds meer scholen. De algemene en werkruimten in het pand laten het rijke palet aan mogelijkheden en toepassingen zien. Het bestaande, traditionele kantoordeel, is door Roosros Architecten getransformeerd tot een praktische, maar vooral prachtige werkomgeving, die

54

schooldomein

mei 2014

vele vormen van zelfstandig, groepswerken en ontmoeten mogelijk maakt. Het uitgangspunt vormt het nieuwe werken en daar hoort een clean desk policy bij. Iedereen kan overal werken en het kantoor stimuleert de spontane, niet geplande ontmoetingen.

No limits Alles ademt marketing en het leidende credo: ‘no limits’. Via een prachtige glazen catwalk worden de beide delen verbonden. “Een goede inrichting is meer dan alleen het kiezen van een goede vloer. Wanneer je top producten wilt maken, moet je eigen bedrijf dat ook uitstralen. Daarbij kijken we altijd naar de mogelijkheden die de kunststof vloer voor de specifieke


BOUW EN ORGANISATIE

omgeving biedt. De keuze voor een vloer heeft ook gevolgen voor aspecten als licht, klimaat, akoestiek, kleur en beleving. Kies je voor een Bolidt vloer, dan heb je ook een beeld bij de kwaliteit van de totale leer- en werkomgeving”, stelt commercieel directeur Ruud van der Sloot. De deelnemers werden uitgenodigd om aan een wel heel praktische workshop deel te nemen. De beloning: eigen kunstwerken of voorwerpen van thuis die met de materialen van Bolidt tot leven kwamen. Doordat het gietsel in de basis vloeiend is en uiteindelijk gegoten wordt, is het maximaal mogelijk om een eigen patroon te maken. Press & Media Relations Manager Margriet Lommers vertelt hoe in de praktijk met de architect en opdrachtgever wordt gewerkt: “In overleg met de architect en de opdrachtgever wordt een uniek patroon ontworpen, dat ter plekke wordt gegoten. Het is daardoor veel meer dan een gewone standaard.”

Kwaliteiten van de Bolidt vloer Wat is nu zo bijzonder aan de Bolidt vloer, waardoor steeds meer scholen voor deze toepassing kiezen, zoals recent nog de brede school Hoograven in Utrecht, Scheepvaart & Transport College in Rotterdam, ROC Leiden en Onderwijscentrum Erasmus MC? “Het is een combinatie van duurzaamheid, kwaliteit en de eigen beleving”, legt Margriet verder uit. “Bij het aanbrengen zijn de thermohardende kunststoffen vloeibaar, zodat er geen naden in de vloer ontstaan. De vloer sluit daardoor perfect en egaal aan op de omgeving, waarin hij gegoten wordt. De kunststoffen van Bolidt zijn slijtvast en onderhoudsvriendelijk en door hun elasticiteit scheurbestendig. Speciaal voor het onderwijs is er een hele nieuwe vloertoepassing ontwikkeld: Bolidtop® 700 College. Dit vloersysteem is extreem stoot- en slijtvast, een eigenschap die zeer welkom is in ruimten met intensief loopverkeer,

vallende tassen en schuivende stoelen. Ook hygiëne speelt een belangrijke rol. Het harde, gesloten oppervlak van de vloer zorgt ervoor dat vuil, stof en etensresten niet kunnen indringen, maar boven op de vloer blijven liggen. Deze kan daardoor optimaal gereinigd worden. Naast de reiniging van Bolidtop® 700 College vraagt deze vloer geen extra periodiek onderhoud. Het vloersysteem is gedurende 10 jaar vrij van onderhoudskosten. Maar deze vloer heeft niet alleen functionele eigenschappen. Ook aan de esthetica is gedacht; de vloer is in veel verschillende kleuren leverbaar. Kortom; voor iedere specifieke situatie is er een pasklare oplossing. De keuze voor kleuren, effecten en patronen is enorm groot en dat maakt ook dat je de verbeelding van gebruikers prikkelt. In de brede school Hoograven in Utrecht is Bolidt bijvoorbeeld op een bijzondere manier toegepast. Elk gebouwdeel en eigen ruimte hebben een eigen kleur met Bolidtop® 525. Een grijze streep loopt dwars door de gezamenlijke entreeruimte en markeert de Romeinse grens die dwars door Utrecht en de wijk Hoograven liep. Doordat de streep in het ontwerp is meegegoten wordt de geschiedenis naadloos vertaald. Een toepasselijk voorbeeld van een gegoten Bolidt vloer. Daarom willen we ook graag vooraan in het proces met de architect samen aan het ontwerp werken.”

“Het uitgangs­ punt vormt het nieuwe werken.”

De Bolidt Experience En dat was precies wat Bolidt de bezoekers aan het feestje wilde meegeven; ingewijd raken in de oneindige kansen en mogelijkheden van het materiaal, waarbij bij voorkeur innovatiekracht en creatief denken worden gestimuleerd. Aan het eind van de middag waren er oesters en champagne. Want 50 jaar innovatief marktleider mag gevierd worden. Kijk voor meer informatie op www.bolidt.nl.

schooldomein

mei 2014

55


Deze vloerbeDekkingen zijn De beste van De klas. rubber vloerbeDekkingen voor onDerwijsinstellingen.

In elk kinderdagverblijf, school of universiteit: veiligheid, ontwerp en kleuren zijn de belangrijkste aspecten voor een positief gevoel. Bekijk hier de meest creatieve rubber vloeroplossingen voor het onderwijs: www.nora.com/nl

56

schooldomein

mei 2014


het atelier

Station | Alkmaar ProRail heeft de opdracht voor het ontwerp en de bouw van het nieuwe station van Alkmaar gegund aan Strukton en VenhoevenCS architecture+urbanism. Zij gaven in een zogenaamde Design & Build aanbieding het beste antwoord op de opgave voor het nieuwe station. ProRail waardeert onder meer de stedenbouwkundige inpassing van het plan, die bijdraagt aan de maximale opwaardering van de stationsomgeving en openbare ruimte rondom het station. De gemeente Alkmaar werkt samen met NS en ProRail aan de ontwikkeling van het stationsgebied tot een goed toegankelijke ontvangstruimte van de stad. Het gehele stationsgebied wordt herontwikkeld tot een nieuwe aantrekkelijke, comfortabele publieke ruimte. De visie van het winnende team op de herinrichting van het stationsgebied sluit hierop aan: het nieuwe station is compact en overzichtelijk en biedt met de stationspleinen als ontvangstdomeinen een logische en natuurlijke verbinding van de stad met het station.

De traverse is het hoogste punt van het stationsgebied en wordt vanuit de omliggende omgeving een duidelijk herkenbaar baken. Het is een overkoepelend verbindend element dat de verschillende onderdelen van het station samenbindt. De traverse is zorgvuldig gepositioneerd boven de historische perronkap, zodat deze bijzondere identiteit behouden blijft en vanaf het perron gezien de uitstraling bepaalt. De luifel nodigt de reizigers uit om naar boven te gaan en beschermt de bezoekers tegen de weersomstandigheden. Het voorplein wordt beschouwd als een nieuw stedelijk interieur: een combinatie tussen een openlucht stationshal en stadsplein.

Opdrachtgever ProRail

Architect VenhoevenCS architecture+urbanism

De materialisatie van het geheel is gebaseerd op een huid die afhankelijk van het moment van de dag, het licht en het weer verandert van uitstraling. De traverse wordt bekleed met geperforeerde aluminium cassettes. De strakke aluminium platen accenturen het volume, de perforaties geven extra gelaagdheid en zorgen voor detail en een verrassend effect bij het benaderen van het gebouw. Het hout in de luifel en traverse creĂŤert contrast met het aluminium en geeft een menselijke en intieme sfeer.

schooldomein

Bouwer Strukton Civiel

Oppervlak 6,750 m²

Beeld 3d Studio Prins

mei 2014

57


Multifunctionele accommodatie DSK II Haarlem

School financiert deel meerinvestering Met de oplevering van een fraai scholencomplex van circa 3.100 m² op het DSK-terrein in Haarlem heeft de gemeente er een energie neutrale en frisse school bij. Doelstelling van de gemeente is om alle gemeentelijke gebouwen binnen Haarlem vanaf 2015 klimaatneutraal te bouwen. Stichting Spaarnesant, die het complex gaat exploiteren, wil bovendien voorkomen dat de stijgende energieprijzen ten koste gaan van de (toch al) beperkte onderwijsbudgetten. Tekst Ronald Schilt Foto’s Architecten- en Ingenieursbureau Kristinsson

58

schooldomein

mei 2014


FINANCIERING EN EXPLOITATIE

H

et scholencomplex bestaat uit de Martin Luther King school (PO, 8 groepen), Hildebrandschool (SBO, 4 groepen), buitenschoolse opvang (BSO), peuterspeelzaal (PSZ, 15 kindplaatsen) en een gymzaal. Doel is dat de samenvoeging van de ML King school en Hildebrand leidt tot één uniforme school waarin geen onderscheid is tussen wat uiteindelijk Hildebrand en ML King groepen zullen worden. Dit uitgangspunt zorgde er voor dat ontwerpende partijen, en met name de architect, de gebruikers intensief bij het ontwerp betrokken hebben om tot een optimale vertaling te komen van de onderwijsvisie en onderwijskundige activiteiten in een ruimtelijk en functioneel ontwerp. Extra aandachtspunt hierbij was dat de Hildebrandschool een school is voor speciaal basisonderwijs. Dit vraagt naast een warm pedagogisch klimaat om een duidelijke structuur, waardoor de kinderen zich veilig voelen. De kinderen van dezelfde leeftijdsgroepen zijn apart gehuisvest: onderbouw, middenbouw en bovenbouw. Elke leeftijdsgroep heeft haar eigen sfeer. De school bestaat uit verschillende onderwijsunits die in verbinding staan met het creativiteitscentrum en de hoofdentree.

Betrokkenheid en draagvlak

Dit stond echter op gespannen voet met enerzijds de architectuur en anderzijds het gewenste binnencomfort in de zomer. Immers grote ramen betekent ook veel zonwarmte in de zomer. Uiteindelijk zijn integraal vele varianten naast elkaar gelegd en doorgerekend en is tot een optimale afstemming gekomen tussen raamoppervlak en zonwering waarbij daglicht en binnencomfort voldoen aan de verwachtingen.

Financiën

De gemeente Haarlem en Stichting Spaarnesant hebben in een vroegtijdig stadium aangegeven sterk te hechten aan een goed binnenklimaat en lage energiekosten. Dit laatste met het oog op het betaalbaar houden van het onderwijs. Om deze reden is reeds in 2009 een conceptstudie uitgevoerd door Merosch om zodoende de technische en financiële consequenties in beeld te brengen van de gestelde ambities ten aanzien van binnencomfort en energie. Het proces rondom de totstandkoming van de studie is cruciaal gebleken voor het organiseren van betrokkenheid en draagvlak bij de betrokken partijen. De studie heeft ook als basis gediend voor Spaarnesant om aanvullend budget toe te kennen voor de huisvesting.

De werkelijke bouwkosten voor dit frisse (niveau B Frisse Scholen Programma van Eisen) en energie neutrale (EPC=0) scholencomplex zijn minder dan e 1.275,- per m2 bvo (excl. BTW). De meerkosten die toegerekend kunnen worden aan de ambitie om energieneutraal te bouwen bedragen circa 20 procent. Deze meerinvestering laat zich binnen de technische levensduur van het gebouw terugverdienen. Door technologische innovaties, standaardisatie en marktwerking dalen de meerinvesteringen steeds verder, waardoor subsidies zoals bij DSK II in de toekomst niet meer nodig zijn om een project financieel haalbaar te krijgen.

Haarlemmerolie

Prestaties aantoonbaar maken

Op basis van deze studie is ook subsidie aangevraagd in het kader van de regeling ‘Unieke Kansen Programma – Naar Energieneutrale Scholen en Kantoren’ (UKP-NESK) van AgentschapNL. Uiteindelijk heeft het programma een half miljoen euro toegekend. Deze subsidie bleek de noodzakelijke “Haarlemmerolie” om tot definitieve besluitvorming te komen.

Om te borgen dat de gestelde ambities van een gezond binnenklimaat en energieneutraliteit ook daadwerkelijk worden gerealiseerd, is Merosch als DUBOauditor ingezet. De DUBO-auditor ziet erop toe dat de ambities in het gehele traject, van ontwerp tot en met ingebruikname, geborgd en bewaakt blijven. In elke fase is het bouwkundige en installatietechnische ontwerp getoetst aan het Programma van Eisen en is toegezien op de juiste omschrijving en contractuele inbedding van de prestatie-eisen. Na de oplevering medio 2014 zal gestart worden met een meet- en monitoringsperiode van twee jaar om zodoende na te gaan of voldaan wordt aan de contractueel met de aannemer overeengekomen prestatie-eisen.

Daglicht, architectuur en comfort in zomer Er is voor een pakket van maatregelen gekozen dat bestaat uit dikke isolatie, drievoudig glas, gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning, vloerverwarming/koeling, warmtepompen met warmte/ koude-opslag in de bodem en een dak vol met PV-panelen. Wat nog wel een grote worsteling was, was om aan de hoge ambities ten aanzien van daglichttoetreding te voldoen. Dit betekende relatief grote ramen.

“Uiteindelijk zijn vele varianten naast elkaar gelegd om tot een optimale afstemming te komen.”

projectinformatie Opdrachtgever Stichting Spaarnesant

Projectmanagement SRO Regio Kennemerland

Architect Architecten- en ingenieursbureau Kristinsson

Conceptontwerp en duurzaamheid Merosch

Installatieadviseur Royal Haskoning DHV

Bouwfysica LBP Sight

Constructeur Kooij & Dekker

Aannemer Voor meer informatie mailt u met Ronald Schilt van Merosch:

Huib Bakker Bouw

schilt@merosch.nl.

schooldomein

mei 2014

59


Zó kan het ook

Een doelmatige aanpak voor Marmoleum Vlindertuin in Wolvega

SKL Kinderopvang vangt wekelijks op 26 locaties voor dag- en buitenschoolse opvang zo’n 4000 kinderen op. De organisatie heeft een aanzienlijke besparing gerealiseerd op het budget voor onderhoud van de soms tientallen jaren oude Marmoleumvloeren. Sinds 2011 onderhouden eigen mensen de vloeren volgens de spraymethode – en komt er niet langer een extern schoonmaakbedrijf dat het Marmoleum jaarlijks conserveert. “Het resultaat”, zegt Hoofd Facilitaire Zaken Geeske Faber, “is meer betrokkenheid, schonere én mooiere vloeren’.

“W

e werkten voorheen met een extern schoonmaakbedrijf voor alle locaties”, vertelt Geeske Faber. “Dat bedrijf was ook verantwoordelijk voor het jaarlijks conserveren van onze Marmoleumvloeren. Omdat de hygiëne-eisen in de kinderopvangsector zijn aangescherpt en we regelmatig klachten ontvingen over het schoonmaakwerk, hebben we onderzocht of we het in eigen beheer konden doen. Op het terrein van bedrijfsvoering, kosten, milieubelasting en duurzaamheid bleek dat mogelijk en ook financieel ‘kon het uit’. We hebben in 2011 28 huismeesters aangesteld – op grote locaties twee mensen – die we terdege hebben getraind op hygiëne.”

60

schooldomein

mei 2014

Aha-moment “Als het gaat om de vloeren, hebben we de manier van reinigen en onderhoud compleet veranderd”, vervolgt Faber. “Dat was echt een aha-moment voor veel collega’s. Want hoe maak je schoon? Met veel water en schoonmaakmiddel? Met de stofzuiger? In een emmer waarin je zo’n sopje aanmaakt, zitten in de helft van de gevallen al te veel schadelijke bacteriën. En het sop zelf is na het schoonmaken van één ruimte al ernstig microbiologisch vervuild. Schoonmaakmiddelen laten allerlei sporen achter. Een stofzuiger neemt weliswaar stof op, maar blaast een flinke hoeveelheid daarvan gewoon weer uit. We hebben er daarom voor gekozen om de vloeren


FACILITAIR EN BEHEER

Cygnus Gymnasium in Amsterdam

Cygnus Gymnasium in Amsterdam

MARMOLEUM

SCHOOL VLOERWIJZER

Marmoleum komt van Nederlandse bodem. Ontwerp en productie vinden plaats in Assendelft, waar de oudste en grootste linoleumfabriek ter wereld te vinden is. De grondstoffen zijn duurzaam en worden zorgvuldig gecontroleerd en geteeld. Er worden bijvoorbeeld geen insecticiden gebruikt. Het voornaamste bestanddeel is lijnzaadolie. Daarnaast bestaat Marmoleum uit tallolie, hars, houtmeel, kalksteen, pigmenten, jute en lak. Maar liefst 97% van deze grondstoffen is natuurlijk, waarvan 72% hernieuwbaar en 43% gerecycled. Marmoleum is daarnaast biologisch afbreekbaar. Volgens diverse Life Cycle Assessments, waaronder die van de Universiteit van Leiden, is het één van de duurzaamste vloerbedekkingen ter wereld. Marmoleum beschikt onder meer over het Cradle to Cradle Zilver certificaat en het Milieukeur.

Speciaal voor huisvestingsmanagers en schoolleiders die betrokken zijn bij nieuwbouw- of renovatietrajecten heeft Forbo de Vloerwijzer voor Scholen ontwikkeld. De keuze van een nieuwe vloer brengt vaak veel discussie met zich mee. Logisch, een vloer is bepalend voor de uitstraling van een school en vergt een behoorlijke investering. In de Vloerwijzer deelt Forbo haar kennis en jarenlange ervaring in producten voor onderwijsgebouwen.  Aan de hand van een aantal thema’s als bijvoorbeeld kleurkeuze, levensduurkosten, akoestiek en schoonmaakonderhoud wordt het eenvoudiger een weloverwogen keuze te maken. Wilt u de Vloerwijzer kosteloos ontvangen, stuur dan een mail naar contact@forbo.com o.v.v. Vloerwijzer.

dagelijks te wissen met een microvezelsysteem, zo min mogelijk water en zo min mogelijk schoonmaakmiddel. Daarnaast blokken we elke vloer elke drie maanden op met een boenmachine en waar nodig met spray. Via het aantal bestellingen voor vloermiddelen houden we bij of het daadwerkelijk gebeurt.”

Proefperiode Na een proefperiode op vier locaties bleek dat de Marmoleumvloeren er beter bij lagen dan toen ze in het ‘oude’ regime jaarlijks in de was werden gezet. “We hebben heel bewust ook de oudste Marmoleumvloer in de proef betrokken”, aldus Faber. “De huismeester op die vestiging schiep er een eer in om die vloer er als nieuw uit te laten zien. Ik ben niet geheel onafhankelijk, maar ik denk dat hem dat is gelukt. Inmiddels hebben de vier bij de proef betrokken huismeesters hun collega’s getraind in de nieuwe reinigingsmethode. In de drie jaar dat we nu deze nieuwe aanpak volgen, hebben we nog geen vloer in de was hoeven zetten en toch is het resultaat beter dan voorheen. Natuurlijk moet je ervoor zorgen dat

de vloer in de basis in orde is, maar los daarvan kost deze nieuwe aanpak minder tijd, minder inspanning – bijvoorbeeld bij het leeghalen en weer inrichten van ruimten – en minder geld.”

Organisatie meekrijgen Het veranderde reinigingsregime vraagt initiële investeringen in bijvoorbeeld boenmachines en vloerwissystemen. SKL investeert daarnaast in verrijdbaar meubilair om het schoonmaken voor huismeesters verder te vereenvoudigen. “Die eenmalige kosten wegen zeker op tegen de conserveringskosten die we voorheen jaarlijks maakten”, stelt Geeske Faber. “Binnen twee jaar speelden we quitte. Tegelijk is het van belang de organisatie als geheel mee te krijgen: we hebben onze huismeesters weliswaar verantwoordelijk gemaakt voor het schoonmaken van de vloeren, maar al onze pedagogische medewerkers zijn zelf verantwoordelijk voor een nette, opgeruimde ruimte. We zien dat die aanpak werkt: collega’s zijn meer betrokken en, zoals ik al aangaf, het resultaat is beter en mooier. Niet alleen voor ons, maar met name voor de kinderen.”

schooldomein

“Als het gaat om de vloeren, hebben we de manier van reinigen en onderhoud compleet veranderd.”

mei 2014

61


ICSadviseurs nodigt u uit!

Nieuw leven in oude boterfabriek Sneak previews ICSadviseurs laat u via Sneak Previews kennis maken met recent opgeleverde gebouwen rondom actuele thema’s.

De voormalige boterfabriek in Zoetermeer is herbestemd tot een inspirerende broedplaats voor hoger onderwijs, onderzoek ĂŠn ondernemerschap: Dutch Innovation Factory. Met gepaste trots nodigen wij u uit om deze unieke herbestemming van bestaand vastgoed naar een bruisende leer- en werkomgeving te bezoeken tijdens de Sneak Preview op 4 juni.

62

schooldomein

mei 2014


FACILITAIR EN BEHEER

oude boter opslagtanken zijn in deze ruimte behouden. De voormalige laboratoria zijn vervangen door onderwijsruimten en werkplekken. Kenmerkend is de contrasterende materiaalkeuze tussen de bestaande ‘harde’ industriële materialen, zoals staal en warme ‘zachte’ natuurlijke materialen, zoals hout.

Haagse Hogeschool samen met bedrijfsleven onder één dak De academie ICT & Media van De Haagse Hogeschool is sinds 1 november 2013 gehuisvest in de Dutch Innovation Factory. Naast de academie ICT & Media zijn tal van ICT-gerelateerde bedrijven gehuisvest in de Innovation Factory. Deze combinatie geeft studenten een springplank om nog beter aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt. Voor jonge (student) ondernemers zijn er volop kansen om een onderneming op te starten, zowel fysiek als inhoudelijk.

Inhoud bijeenkomst Graag verwelkomen wij u donderdag 4 juni 2014. Deze middag geven we u trots een kijkje in het proces, de achtergronden en de (leer-)ervaringen van dit unieke project. Sprekers zijn: • Rien de Vries, manager programma en beheer; • Gert de Ruiter, directeur academie ICT & Media; • Hidde Benedictus, namens ICSadviseurs.

Herbestemmen bestaand vastgoed: oud ontmoet nieuw Met de huidige leegstand van bestaand vastgoed en de vervangingsvraag in het onderwijs, lijkt herbestemmen van bestaande panden voor de hand te liggen. Toch blijkt het in de praktijk geen sinecure: de locatie, mogelijkheden tot herindelen, organiseren van voldoende capaciteit in de vluchtwegen, inbrengen van benodigde installaties zijn voorbeelden van mogelijke obstakels. Een oude fabriek, waar tot in de jaren ’90 nog een industriële productielijn van onder meer pakjes boter aanwezig was, is in die zin een bijzondere opgave. Maar het resultaat mag er zijn! In de oude productiehal is een schitterende Community Space gerealiseerd. De karakteristieke

“In de oude productiehal is een schitterende Community Space gerealiseerd.”

Vervolgens heeft u tijdens de rondleiding gelegenheid om het gebouw te bewonderen. De bijeenkomst sluiten we af met een informele borrel, waar u met vakgenoten en experts ervaringen kunt uitwisselen.

Informatie en aanmelden Wanneer: Donderdag 4 juni 2014 Tijdstip: 14.00 – 17.00 uur Plaats: Bleiswijkseweg 37, Zoetermeer Aanmelden: yvonne.de.lange@icsadviseurs.nl, 088-2350414. Meer informatie: www.icsadviseurs.nl.

schooldomein

mei 2014

63


het idee In de rubriek het idee belicht iedere editie van School­ domein een initiatief dat een positieve bijdrage levert aan de samenleving. In dit nummer het idee van Gezonde Schoolpleinen.

Staatssecretaris Martin van Rijn ondertekent de afspraak. Foto Tamara Reijers.

Gezonde Schoolpleinen: goed voor een gezondere ontwikkeling van kinderen Op 12 maart zette staatssecretaris Martin van Rijn van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn handtekening onder de afspraak dat er zeventig Gezonde Schoolpleinen in Nederland komen. “Zorgen dat kinderen lekker en gezond buiten kunnen spelen op een plek met veel groen. Daar doen we het voor,” aldus staatssecretaris Martin van Rijn. Basisschool de Piramide in Utrecht nam namens alle scholen in Nederland de afspraak in ontvangst tijdens de feestelijke, actieve en groene start van de open inschrijving. De leerlingen dansten met Juvat (bekend van So You Think You Can Dance en ambassadeur van ‘Alles is Gezondheid’), gingen touwtjespringen met Nederlands Kampioen Sebastien Hoek en kneedden heuse zaadbommen. In het kader van Nationale Boomfeestdag plantten de kinderen samen met de staatssecretaris tevens een appelboom.

centraal. Zij weten immers als geen ander wat buitenspelen leuk maakt. Cihan uit groep 7 zegt: “Wij gingen vorig jaar met de klas naar een moestuin. Dat vond ik superleuk en ik hoop dat ik dat straks op school vaker kan gaan doen.” En N’Katia uit groep 8 vult aan: “Ik wil vooral een plek waar ik kan klimmen, klauteren, touwtjespringen en tikkertje spelen. Daarna wil ik op een chillplek rustig met mijn vriendinnen kunnen kletsen.” Op een Gezond Schoolplein krijgen jongeren de ruimte om te bewegen en te spelen in een uitdagende, groene en rookvrije omgeving. Dat is belangrijk voor een gezonde ontwikkeling. Een Gezond Schoolplein prikkelt de fantasie, stimuleert beweging en leert over het belang van de natuur. Tijdens én na schooltijd. Dit heeft een positief effect op het concentratievermogen en de leerprestaties.

In opdracht van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bundelen Jantje Beton, IVN, het RIVM Centrum Gezond Leven, de PO-Raad, VO-raad en MBO Raad de krachten. Zij helpen scholen bij de realisatie van een Gezond Schoolplein met een financiële bijdrage voor inrichting en aanleg en begeleiding op verschillende gebieden. Meer infor-

Bij de inrichting en aanleg van een Gezond Schoolplein staan de ideeën van jongeren

64

schooldomein

mei 2014

matie: Gezondeschool.nl/schoolpleinen.


column Waar drinkt u koffie uit?

Met dit gevoel hebben Alzheimerpatiënten dagelijks te kampen.

Help Alzheimer overwinnen. Dan hoeft niemand zichzelf te verliezen. www.alzheimer-nederland.nl

Ik sta op voor mijn vader Jean Jean-Paul Schreurs (42), loopt de New York City Marathon

En wat doe jij? Kijk wat jij kunt doen op staoptegenkanker.nl/inactie

De laatste verkiezingen van de gemeenteraden gingen in veel steden over de vraag hoeveel zeggenschap de buurt en wijk zouden mogen hebben. En dat is niet voor niets. We weten dat maatschappelijke processen in belangrijke mate worden gestuurd vanuit het microniveau in de buurt, soms zelfs vanuit de straat. De studies over de zogeheten bloemkoolwijken tonen aan dat de wijze waarop de fysieke omgeving en het “social design” op elkaar inspelen vaak bepalend zijn voor de veiligheid en veiligheidsgevoelens in de wijk. Deze wisselwerking kan dus een positief effect hebben op de samenhang in de maatschappij. De eigen verantwoordelijkheid en het zelfvertrouwen van mensen kan worden aangewakkerd. Als we uitgaan van het motto, dat de buurt de baas is, bedoelen we niet dat we de boel de boel laten. Er zullen van overheidswege omstandigheden moeten worden gecreëerd, die een uitgangspunt voor een vitaal samenleven in de buurt of wijk kunnen bewerkstelligen. Het gemeentebestuur heeft hier in de eerste plaats een belangrijke taak. Maar.......het geld is in veel gemeenten op. In plaats van meer te investeren in de wijken worden wijk- en buurthuizen juist gesloten. En ook al gaat het weliswaar niet alleen om fysiek ruimtelijke elementen, deze vormen wel een stevige basis om allerlei aspecten rond ontmoeting en zorg te faciliteren. Onderwijshuisvesting kan en zal een fantastisch alternatief bieden. ‘De school als verbindend element in de wijk’ was ook bij de laatste Scholenbouwprijs een belangrijk onderwerp. De schoolbesturen en gemeenten moeten dus samen met maatschappelijke organisaties de handen ineen slaan en elkaar verbinden tot netwerkscholen, die zo zijn ingericht en gebouwd, dat de buurt er kan werken aan het cement van de samenleving. En omdat het onderwerp jeugd en jeugdcriminaliteit hoog op de agenda staan in het verbeteren en veiliger maken van wijken en buurten, is het eerste gezamenlijke belang al geformuleerd. Immers de school signaleert al vroeg hoe het gaat met de jongeren. Samen met de positieve krachten in de buurt zelf kunnen die jongeren worden begeleid om te voorkomen dat ze afglijden. Laat de school een plek zijn waar men kan samenkomen om te werken aan een veiliger samenleving. Met een aantrekkelijke toekomst voor de jeugd.

schooldomein

mei 2014

Bas eenhoorn is burgemeester van Vlaardingen en (onder andere) honorair docent ‘Geografie, bestuur en beleid’ aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De buurt is de baas

65


volgende nummer

colofon Schooldomein Magazine voor de perfecte leef-, leer- en werkomgeving sinds 1988. Schooldomein verschijnt zes keer per jaar. Op internet: www.schooldomein.nl. Uitgever Schooldomein is een uitgave van Uitgeverij School BV Redactie Sibo Arbeek, Paul Voogsgerd, Brenda Breems Vaste medewerkers Kees Rutten (fotografie), Anje Romein, René de Werker, Team BNA Onderzoek, Jan Schraven, Elly Zee, Marc van Leent Redactieraad Henrico ten Brink, Peter Reijers, Ronald Schilt, Jan Schraven, Harry Vedder, Tom Haagmans, Edward van der Zwaag, Wik Jansen, Judith Chin Kwie Joe, Theo Fledderus, Peter Overgaauw, Marc van Leent Redactieadres Postbus 59112, 1040 KC Amsterdam, tel 06 22 26 77 95 E-mail: info@schooldomein.nl Abonnementen Betaling, opgave, abonnement, opzegging en adreswijziging kunt u doorgeven aan drukkerij Ten Brink, Administratie Schooldomein, Postbus 41, 7940 AA Meppel, tel (0522) 85 51 75. Schooldomein verschijnt zes keer per jaar, in een oplage

6

van 17.000 exemplaren en in controlled circulation voor alle instellingen in het primair-, voortgezet-, middelbaar-

Vitaal hergebruik

Het laatste nummer van deze jaargang kent als thema Vitaal hergebruik en verschijnt de laatste week van juni. We hebben weer mooie artikelen in de aanbieding: • Een groot interview met Paul Rosenmöller, de nieuwe voorzitter van de VO-raad: voor welke opgaven staat het voortgezet onderwijs? • De bibliotheek is dood, lang leve de bibliotheek: verslag van een slimme inpassing. • Energy Academy Groningen duurzamer dan duurzaam: en wat betekent dat eigenlijk? • Verslag VMBO congres 10 april: voor welke uitdagingen staan de directies en teamleiders? • Oplevering Carolus Borromeus College in Helmond: een leeromgeving die echt werkt! • Trends binnen multifunctionaliteit: verslag van een beeldend BNA-onderzoek. • IKC Leeuwarden onder de loep: een onderzoek naar IKC’s in bestaande gebouwen. • Innovatie in Hogeschool Arnhem-Nijmegen: marktpartijen brengen aan de voorkant hun expertise in. • Expertmeeting duurzame sportaccommodaties: Bonden, gemeenten en verenigingen kruisen de degens op Papendal. • De actieve leeromgeving: verslag van een vernieuwende proefinrichting die werkt!

(ROC’s) en hoger onderwijs (hbo en wo). Elke instelling krijgt op instellingsnaam een exemplaar toegestuurd. Daarnaast krijgen alle gemeenten Schooldomein toegestuurd, alsmede de architecten aangesloten bij de BNA en alle woning­corporaties. Voor meerdere exemplaren alsmede voor abonnementen voor particulieren, instellingen en bedrijven geldt een abonnementsprijs van e 59,50. Abonnementen kunnen schriftelijk tot uiterlijk 1 juli van het lopende abonnementsjaar worden opgezegd bij de administratie van drukkerij Ten Brink. Bij niet tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Advertenties Voor het plaatsen van advertenties of advertorials in het magazine Schooldomein, kunt u contact opnemen met André van Beveren van Recent BV, Postbus 17229, 1001 JE Amsterdam. tel. 020-3308998, fax 020-4204005. Email: andre@recent.nl of info@recent.nl; website: www.recent. nl. Ook voor plaatsing van banners, buttons en overige informatie kunt u bellen met Recent BV. Of stuur een email naar één van de genoemde adressen. De advertentietarieven van Schooldomein zowel als voor de website vindt u op www.recent.nl en www.schooldomein.nl. Productie Grafische productie: Drukkerij Ten Brink, Meppel Projectbegeleiding: Communicabel, Veenendaal Vormgeving en website: FIZZ reclame + communicatie, Meppel Schooldomein wordt mede mogelijk gemaakt door: STALAD Projectinrichting, EromesMarko, SMT Bouw & Vastgoed, Ecophon, Hevo, DGMR, VELUX, Nora Flooring, BNA, Forbo, Bolidt en ICSadviseurs.

66

schooldomein

mei 2014


ICSadviseurs De stoel voor alle leef tijden

30 jaar productontw ikkeling Het origineel in aangepast zitmeubilair.

ong eeven aarde zitkwaliteit

De tafel voor eindeloos w erkplezier

Traploos instelbaa r

Maximale on derrijdbaarheid

Altus, de optimale schooltafel.

026 35 12 247 • www.kindermeubilair.nl


magazine voor de perfecte leer-, werk- en leefomgeving

sportdomein zorgdomein wijkdomein

Thema: Transformatie en innovatie Openbare bibliotheek Amsterdam: van uitleen- naar verblijfsfunctie Beperkte middelen, goede schoolgebouwen: 8 tips! Nieuw leven in oude boterfabriek

www.EromesMarko.nl

jaargang 26 mei 2014

5

Like de Facebookpagina van Schooldomein


Schooldomein nr. 5