Page 1

magazine voor de perfecte leer-, werk- en leefomgeving

sportdomein zorgdomein wijkdomein Thema: Optimalisatie hergebruik maatschappelijk vastgoed

www.marko.nl

Gerdi Verbeet: “Onderwijs heeft mijn passie� Vijf West-Brabantse gemeenten onder de loep Vakcollege zorgt voor aansluiting

Een leven lang Marko jaargang 25 juni 2013

5/6

Like de Facebookpagina van Schooldomein


VELUX lichtkoepels slim toegepast in integraal kindcentrum

No limits Marjolein ter Haar, directeur Prins Clausschool Zoetermeer:

Als ik ouders rondleid in de school, “krijgen we zonder uitzondering altijd wel een compliment over de hoeveelheid daglicht. Hiermee heeft de verbouwing niet alleen voordelen voor leerkrachten en leerlingen, maar ook voor het imago van onze school.

�

Vloeren voor het onderwijs Door onze vrije manier van Wilt u meer weten over dit project? Vraag dan de projectfolder aan bij Jeroen Janssen Account Manager VELUX lichtkoepels via 06-30356913 of jeroen.janssen@velux.nl Meer informatie vindt u ook op www.velux.nl/lichtkoepel

denken zijn wij freerunners in hart en nieren; als het nuttig of nodig is, kijken wij over de grenzen van ons vakgebied heen. Want uiteindelijk telt alleen het resultaat: Bolidt vloeren voor scholen. Ze voldoen aan de hoogste eisen op het gebied van functionaliteit en duurzaamheid. Om over de vrolijke designmogelijkheden nog maar te zwijgen. Bolidt, no limits. http://og.bolidt.nl


Ahrend. Humanising_Spaces

S I T A GR N A G I KA

_KLAAR VOOR DE ZOMERVAKANTIE? U RUST UIT, AHREND RICHT IN! Met inspirerende oplossingen geeft Ahrend vorm en inhoud aan uw visie op de inrichting van lokalen, gemeenschappelijke ruimtes, docentenkamers en vergaderruimtes. Dat onderstrepen we met een zomerse actie: een Ahrend Kaigan in de kleur van uw school cadeau bij besteding van 50.000,- euro aan meubilair. Laat u alvast inspireren en bel of mail de onderwijsspecialisten van Ahrend voor meer informatie of een vrijblijvende offerte. Kom snel in actie!

Bel ons op 088 - 006 1111 of mail naar onderwijs@ahrend.com EĂŠn Kaigan per opdracht in stofgroep 1 Betreft de netto orderwaarde van uw bestelling Niet geldig in combinatie met andere aanbiedingen Actie loopt tot 26 juli 2013

www.ahrend.com


CSG het Streek, locatie Zandlaan Ede

CREATIEVEADVISEURS VOOR UW AMBITIES M3V adviespartners: - thuis in onderwijs, kinderopvang, cultuur, welzijn en sport - voor al uw beleids- en huisvestingsvragen - vernieuwend beleid en verrassende huisvestingsconcepten - grip op complexe processen Altijd vanuit de inhoud samen met u. Creatief en vernieuwend, maar bovenal realistisch en haalbaar. Meer weten? Kijk op www.m3v.nl, bel 026-4822520 of mail naar info@m3v.nl

Wateringsveld College, Den Haag

MFA De Zonneboom, Doetinchem

adviseurs en managers voor een duurzame omgeving

Naast CSG Het Streek treft u onze projectmanagers aan bij: Stichting Carmel College CVO Rotterdam Achterhoek VO

van onderwijsvisie tot exploitatie

Stichting BOOR Vereniging van Vrije Scholen Stichting Consent De Onderwijsspecialisten Stichting H3O CS Vincent van Gogh Johan de Witt-Gymnasium Universiteit van Amsterdam Radbout Universiteit Nijmegen Wilt u ook nuchter advies, bent u niet bang voor innovatie, wilt u een duurzaam gebouw en binnen budget? Laat u informeren op www.kleissen.nl Kleissen en Partners heeft vestigingen in Hengelo en Zwolle Deldenerstraat 61 7551 AC Hengelo t (074) 267 01 11 e info@kleissen.nl

KLEISSEN EN PARTNERS


VAN DE REDACTIE

Hergebruik maatschappelijk vastgoed Het nummer 5/6 is een gecombineerd nummer van Schooldomein, omdat we eerder een dubbeldik NOT-nummer hebben uitgebracht. Het thema van dit nummer is hergebruik van maatschappelijk vastgoed. Dat is het actuele thema van dit moment, maar waarom eigenlijk? In het innovatielab hebben we enkele zwaargewichten bij elkaar gebracht die stevige uitspraken doen en het hergebruik ook in een breder perspectief plaatsen. Schooldomein speelt daar op in door elk nummer met goede voorbeelden van gerenoveerde gebouwen te komen, die een waarde voor hun omgeving vertegenwoordigen. Een belangrijke analyse van Rijksbouwmeester Frits van Dongen is dat de productiesamenleving tot een einde is gekomen. We hebben decennialang per sector alleen maar de focus gehad op monofunctionele productie, als een logisch en onvermijdelijk gevolg van sociale, economische en financiële prikkels. Dat heeft ons een redelijk uitgeholde samenleving gebracht, waarbij de gebouwen uit het verleden vanuit hun oorspronkelijke opgave niet meer te exploiteren zijn en daarmee hun functionele betekenis hebben verloren. Ai, dat doet pijn, voor al die gemeenten die met een overschot aan maatschappelijk vastgoed zitten. De samenleving is radicaal van kleur verschoten. Nu moeten we weer leren voor elkaar te zorgen en nieuwe gemeenschappen te vormen. Dat biedt kansen voor het bedenken van de fysieke en sociale randvoorwaarden voor de toekomst. Niet alleen meer door toe te voegen, tenzij dat beter is. Een mooi voorbeeld van

nieuwbouw is de Limburgse Parkschool. De ZMLK-school verving twee oude gebouwen uit de jaren 50 voor een prachtig nieuw gebouw. Alle gebruikers zijn trots en vanuit een grote regio is er belangstelling. Het Marecollege in Leiden is daarentegen een mooi voorbeeld van hergebruik van een bestaand gebouw in combinatie met nieuwbouw. Het oude gebouw had juist kwaliteiten, die in nieuwbouw niet mogelijk waren geweest, zoals mooie hoge lokalen. Een goed gebouw kan in zijn kleinschalige omgeving betekenisvol zijn en blijven. Dat vereist bewustwording van de waarde van bestaand vastgoed in de eigen omgeving. Eerst nadenken en dan pas beslissingen nemen. Een nieuwe opgave voor architecten en stedenbouwkundigen. Dat leidt tot kansen voor kleinschalige gebiedsontwikkelingen, waarbij maatschappelijke arrangementen tot nieuwe identiteiten uitgroeien. De geschiedenis helpt ons de toekomst te ontwikkelen. De essentie van het artikel over het Velux symposium in Kopenhagen over de waarde van daglicht is daarom simpel: urban life gaat voor urban space en urban space gaat voor de gebouwde omgeving. Een mooi citaat tijdens een lezing: “God is light”. Heel interessant ten slotte; het artikel van de BNA over Openluchtscholen. Daar pakt Schooldomein flink mee uit! Veel leesplezier gewenst en tot de 26e jaargang in september! Sibo Arbeek Hoofdredacteur

Onze visie

Het netwerk

Uw mening

Schooldomein is een verrassend magazine voor managers en beleidsmakers die relevante beleidsinformatie, praktijkvoorbeelden en productinformatie vertalen in een optimale leer-, werk- en leefomgeving. Schooldomein biedt informatie rond de infrastructuur, organisatie en huisvesting van instellingen. Schooldomein is bedoeld voor iedereen die op het niveau van overheid, instellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties betrokken is bij het vinden van oplossingen voor samenhangende vraagstukken in de non profit en profit sector.

Schooldomein wordt zes keer per jaar en in een oplage van 17.000 exemplaren gratis verstrekt aan alle onderwijsinstellingen en gemeenten in Nederland en een groot aantal onderwijsinstellingen in Vlaanderen. Het blad wordt gefinancierd uit de exploitatie van advertenties, advertorials, artikelen en de bijdragen van partners. Schooldomein fungeert als een netwerk, waarbij partijen een meerwaarde genereren door een samenhangend product te bieden. Schooldomein fungeert als een platform voor alle partijen die een bijdrage willen leveren aan de kwaliteit van de onderwijsinfrastructuur.

Wij stellen uw mening zeer op prijs. Voor reacties kunt u mailen naar sibo.arbeek@schooldomein.nl. U kunt ook reageren via de site www.schooldomein.nl. Praktische informatie vindt u in het colofon.

Internet Voor meer informatie over School­domein en dit nummer kunt u kijken op www.schooldomein.nl. Via deze site kunt u onder meer alle artikelen van de afgelopen jaargangen opvragen, winkelen in onze rubrieken en relevante marktinformatie zoeken.

schooldomein

juni 2013

5


inhoud BESTUUR EN BELEID

08 Krapte biedt kansen

Gerdi Verbeet over onderwijs als verbinding in de samenleving.

12 Vakcollege zorgt voor aansluiting

Leo Houwen over de succesfactoren van zijn Vakcollege Groep.

West Brabantse gemeenten 14 Vijf onder de loep De Rekenkamer West-Brabant deed onderzoek naar de huisvesting van het onderwijs.

buitenonderhoud: 16 Overheveling wat betekent het voor u? Kennissessie ‘Overheveling buitenonderhoud’ biedt waardevolle inzichten.

beleidsinstrument voor een 18 Een langer leven van schoolgebouwen De derde weg: het tijdperk tussen onderhoud en nieuwbouw.

ONTWERP EN INRICHTING

nieuwe Parkschool is een 20 De prachtplek ZML-kinderen halen het beste uit zichzelf in prachtige nieuwbouw.

50

THEMA

Hergebruik maatschappelijk vastgoed Het is niet meer verantwoord om in deze tijd nieuw te bouwen. Hergebruik leidt tot een nieuwe vorm van maatschappelijk ondernemerschap. De vraag ‘hergebruik of niet’ is vooral een financiële afweging. Het blijkt dat hergebruik in de praktijk duurder is dan vooraf bedacht. Eens of oneens? Vijf deskundigen laten hun licht erover schijnen in Schooldomeins Innovatielab. 6

schooldomein

23 Nieuwe Jenaplanschool in Boxmeer Metameer, een kleurrijke Jenaplanschool in Boxmeer.

bevorderende middelen 26 Prestatie op scholen? Bolidt introduceert een nieuwe generatie vloeren voor onderwijsgebouwen.

28 Kind, klant en koning

Het kind staat centraal bij integraal kind­ centrum De Raagten.

BOUW EN ORGANISATIE

32 Schooltje bouwen in Cambodja

ATOS-foundation bouwt een 6 klassige school in Kampong, Cambodja.

34 Worden wie je bent

Het Marecollege bouwt een prachtige nieuwe Vrije School in Leiden.

onderwijs in oud gebouw: 36 Nieuw basisschool St. Jan in Hengelo Een mooi nieuw voorbeeld van een verbouwprojecten uit de Scholenbouwatlas.

juni 2013


39

STEDENBOUW EN ARCHITECTUUR De openluchtschool revisited Een ontwerpstudie van BNA-architecten laat mogelijke denkrichtingen zien.

FINANCIERING EN EXPLOITATIE

Vuursteen klaar voor de 46 De toekomst

De school als zelfvoorzienend organisme.

essentie binnen 48 Kleinschaligheid CSG Het Streek Het onderwijshart van Ede is uitgebreid met een bijzonder gebouw.

hergebruik 50 Innovatielab: maatschappelijk vastgoed Vier stellingen en vijf deskundigen over de voors en tegens van hergebruik.

belangrijke waarde in 54 Daglicht transformatie gebouwde omgeving Verslag van het Velux-congres New eyes on existing buildings.

Internationale school 56 Lessen Eindhoven Wat kunnen we leren van de tweede DBFMO in Onderwijsland?

Rubrieken 31 59 60 61 62

Reacties uit ‘t veld De etalage Het atelier: Brede School Hazerswoude Rijndijk Column: Rinda den Besten Vooruitblik naar Schooldomein 1

8 20 34 46 57


8

schooldomein

juni 2013


BESTUUR EN BELEID

Krapte biedt kansen Onderwijs als verbinding in de samenleving Gerdi Verbeet wordt als oud-lerares Nederlands van het Berlage Lyceum in Amsterdam ontvangen door rector Leendert-Jan Veldhuyzen. In de lerarenkamer worden ervaringen met oud-collega’s uitgewisseld. Het interview vindt vervolgens plaats in de statige rectorkamer, waar Gerdi koffie inschenkt: “Mijn rol is altijd een dienende geweest, op zoek naar het compromis.”

Tekst Sibo Arbeek Foto’s Kees Rutten

Wat betekent onderwijs voor jou? “Onderwijs heeft mijn passie. Het leraarschap is het mooiste beroep dat er bestaat, omdat je met levend materiaal werkt. Mijn ouders zaten beiden in het onderwijs. Ik kom uit een sociaaldemocratisch rood nest en goed onderwijs is een kernwaarde in de sociaaldemocratie. Het bepaalt de manier waarop je kinderen vooruit helpt hun talenten te ontwikkelen. Daarom koos ik er zelf ook voor. Mijn moeder gaf me ooit een

belangrijke tip: “Kind, je moet als vrouw niet schreeuwen om je zin te krijgen, dat werkt niet.” En een kind de les uit sturen is een brevet van onvermogen. Als de klas niet rustig werd begon ik strak op mijn horloge te kijken. “Wat doet u, juf?” vroegen ze dan. “Jullie ouders hebben betaald voor 50 lesminuten, dus daar doe ik straks dan maar wat tijd bij. Jullie mogen aan het eind van de dag wel een uurtje terug komen.” Je moet een beetje kunnen acteren. Dat geldt voor de klas en dat geldt ook voor de politiek.”

schooldomein

juni 2013

9


Wat is de rode draad in je leven? “Na het lesgeven ben ik verder gegaan als projectmanager bij de vorming van de ROC’s en bij vernieuwingsprojecten in het beroepsonderwijs. En ik was vanaf mijn 40ste actief in de politiek. Dat leidde in 2001 tot het lidmaatschap van de Tweede Kamer en uiteindelijk tot het voorzitterschap. Daarin probeerde ik vooral dienend te zijn, wat betekent dat je de omstandigheden voor anderen zo optimaal mogelijk probeert te scheppen. Ik kies altijd weer voor rollen die me de mogelijkheid geven om iets bij te dragen aan de samenleving. Door groepen te verbinden. Ik ben de personificatie van het compromis en dat is niet negatief of grijs, want al het maatschappelijk goede komt voort uit een compromis. Kijk naar een goed schoolgebouw.

“Al het maatschappelijk goede komt voort uit een compromis.” Daarbij gaat het om het zoeken naar het evenwicht tussen het schoonheidsideaal van de architect en de tevredenheid van de gebruikers.” Wat is een goed gebouw? “Ik zat als middelbare scholier op een school die op het zuiden was gebouwd. Tijdens de lessen in de lokalen aan de zuidgevel zaten we vol in de zon en we smolten zowat! Een matige architect dus, hoe mooi het gebouw ook was. Een gebouw dat goed functioneert, houdt rekening met verschillende aspecten, zoals schoonheid, onderhoud, techniek en exploitatie. En vooral ook met het gemak en comfort van de leerkrachten en leerlingen. Veel nieuw gebouwde scholen in Amsterdam hadden in de jaren vijftig van de vorige eeuw een H-vorm, met van die ruime plattegronden en hoge lokalen. Dat waren robuuste scholen, die nog steeds heel wat veranderingen kunnen accommoderen. Je kunt dit type gebouwen blijvend verbinden en ze zijn ook ingebed in de hele buurt. Kijk naar dit Berlage Lyceum; deze school vormt een organisch geheel met de omgeving. De huizen hiernaast kijken uit op het schoolplein. De conciërge woonde er naast. Een school is geen doel op zich, maar is er om kinderen

10

schooldomein

juni 2013


BESTUUR EN BELEID

een optimale leeromgeving te bieden en te helpen om een goed mens te worden. Daarnaast is een school een werkplek en kan een mooi gebouw je op een natuurlijke manier een gevoel van schoonheid opleveren. Omgekeerd zie je dat de bewoners en de gemeente Amsterdam zorgvuldig met het gebouw omgaan. Daarom vind ik de Scholenbouwprijs ook zo waardevol; je ziet hoe trots inzenders zijn op hun gebouw. Ik had dat trouwens ook met het nieuwe gebouw van de Tweede Kamer, ik was trots dat ik er mocht werken.”

ken zijn, en hopelijk binnenkort ook het voortgezet onderwijs en de kinderopvang. Die standaard helpt opdrachtgevers vooraf goed tegen het licht te houden wat ze willen. Krappe middelen hoeven daarbij niet direct het grootste probleem te zijn. In de publieke sector is krapte een gegeven en dat betekent juist dat een school alle partijen in de wijk of het dorp moet aanspreken.”

Hoe zie je jouw rol als voorzitter van de Stichting Waarborgfonds/Ruimte-OK?

“De overheid is van de mensen zelf. Natuurlijk moet de centrale overheid ervoor zorgen dat de lokale overheden en de schoolbesturen voldoende budgetten hebben. De gemeente moet de school vooral als bindend element in de buurt zien, waarbij de combinatie jong en oud een hele interessante is. Dat biedt kansen voor de inhoudelijke verbinding en fysiek in de infrastructuur. Crèches met een glazen wand verbonden met een zorgcentrum. De ouderen genieten ervan om kinderen te zien spelen. Ik geloof daarom ook dat krapte bevordert dat mensen op zoek gaan naar partners. Verbinding en samenwerking vormen de brandstof voor de samenleving van morgen.”

“In mijn rol als voorzitter van de Stichting Waarborgfonds Kinderopvang/Ruime-OK probeer ik die verbinding ook te maken. Ik erger me al jaren aan die ouderwetse schooltijden, die nog steeds zijn afgestemd op een agrarische samenleving, waarbij de oogsttijden bepaalden wanneer mensen ‘s middags gingen eten en scholen vakantie hadden. Dat maakt dat de schooldag nu nog steeds gebroken is. Ouders zijn vaak beiden maatschappelijk actief dus er ligt privé en qua werk een grotere druk op mensen. Het gevolg is vaak dat kinderen voortdurend verplaatst worden. Ik gun het kinderen en ouders dat er meer rust komt. Wij bieden organisaties in het primair- en voortgezet onderwijs en de kinderopvang de kennis en ondersteuning om te stimuleren dat opvang en onderwijs meer samenhang krijgen en samen optrekken. Het Waarborgfonds en Ruimte-OK willen die belangrijke ontwikkeling bevorderen en faciliteren.” Wat vind je van de kwaliteit van de gebouwen? “Ik zie te vaak dat gebouwen dichtgeslibd zijn. Gebouwen zijn onvoldoende flexibel, zijn te klein of de maatvoering klopt niet. Wanneer we nu bouwen of verbouwen moeten we anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. Het aardige van deze Scholenbouwprijs is dat er veel verbouwprojecten bij zitten. Dan zie je of bestaande gebouwen aanpasbaar zijn. De constructie is bijvoorbeeld bepalend voor veranderbaarheid. Je moet als architect en als opdrachtgever intensief in gesprek gaan met de leerkrachten, leerlingen en met de buurt. De Scholenbouwwaaier van Ruimte-OK is een prima instrument om dat gesprek te voeren. We werken ook aan een Kwaliteitsstandaard, een actualisatie van de prestatie-eisen voor scholen, waarbij Ruimte-OK, de PO-Raad en de VNG betrok-

Hoe zie je de toekomstige rol van de overheid?

“Een gebouw dat goed functioneert, houdt rekening met verschillende aspecten, zoals schoonheid, onderhoud, techniek en exploitatie.”

Welke bijdrage kan de Scholenbouwprijs leveren? “De Scholenbouwprijs is een opdrachtgeverprijs en beloont goed opdrachtgeverschap. Het budget zegt iets over de mogelijkheden. Een school die hele originele verbindingen gemaakt heeft, maakt meer kans dan een school die met heel veel geld weinig presteert. En niet ieder mooi ontwerp is ook duurzaam. Een school is geen museum en een mooi ontwerp is geen doel op zich. Daar kijken kinderen en andere gebruikers niet naar. Samen zoeken naar het beste compromis tussen de onderwijskundige, functionele, technische en architectonische kwaliteit; daar gaat het om. En uiteindelijk ga je voor het scenario dat het beste werkt bij al die verschillende behoeften.” Tot mijn grote genoegen kan ik zeggen dat de inzendingen voor de scholenbouwprijs van zeer hoge kwaliteit zijn!” Ruimte-OK biedt een aantal huisvestingsinstrumenten aan, waarmee scholen en kinderopvangorganisaties samen met de (toekomstige) gebruikers hun gebouwen kunnen vormgeven en de kwaliteit ervan kunnen meten en evalueren. Voor meer informatie surft u naar www.ruimte-ok.nl.

schooldomein

juni 2013

11


Succesvol werken aan een beroep

Vakcollege zorgt voor aansluiting “In 2007 constateerden we een lek tussen het vmbo en het mbo. Elk jaar waren er meer dan 50.000 drop outs. Onderzoek leverde veel praktisch ongestelde mensen op; verspild talent, niet meer getriggerd door het bestaande onderwijs. Dat was de aanleiding tot het Vakcollegeconcept vanuit de taskforce jeugdwerkeloosheid.” Tekst Sibo Arbeek

Leo Houwen is directeur van de Vakcollege Groep en zit al vanaf 1975 in de uitzendwereld. Hij kent het klappen van de zweep: “De instroom in vooral technische beroepen was jaren lang veel te beperkt. Het Vakcollege wil het praktijkleren vanaf leerjaar 1 in het voortgezet onderwijs weer mogelijk maken. Voormalig voorzitter van het MKB Nederland Hans de Boer was de trekker van het initiatief. Vervolgens ondersteunde het Ministerie het idee binnen de wettelijke kaders. Het Vakcollege heeft nu een Raad van Advies, waarin Sjoerd Slagter vanuit de VO-Raad zit en inmiddels ook Jan van Zijl, voorzitter van de MBO raad. Samenwerking met meerdere partijen is een mooie formule om het concept verder en versneld in de markt te zetten.”

Leo Houwen

“Het Vakcollege is een succes omdat het zich buiten de cultuur en structuur van het onderwijs heeft ontwikkeld.”

12

schooldomein

Succesvolle start “We zijn in 2008/2009 op 12 vmbo’s gestart, die het aandurfden met deze formule te werken. Daarbij kijken we naar de kansen die de regionale arbeidsmarkt biedt. Het doel is vervolgens jongeren te navigeren naar studierichtingen waar werk in is. Dat organiseren we met de betrokken scholen in een doorlopende leerlijn tot het mbo 2 en 3 en 4 niveau. We winnen één jaar. Die winst gebruiken we om de overstap naar het mbo voor te bereiden. De beroepsgerichte programma’s in het vmbo worden vereenvoudigd

juni 2013

en dat is goed. Het aanbod wordt teruggebracht van ongeveer 30 beroepsgerichte examenprogramma’s tot een beperkt aantal profielen. Op 1 augustus 2013 starten pilots, waarbij 32 scholen voor het eerst gaan experimenteren met de nieuwe programmastructuur. In het schooljaar 2015-2016 worden de vernieuwde programma’s op alle scholen ingevoerd. Dat is ook voor ons een goede ontwikkeling, omdat we dan gelijk snelheid kunnen maken.”


BESTUUR EN BELEID

Baangarantie “Een baangarantie kunnen we in deze conjunctuur niet geven. Het aantal stageplekken en leerwerkbanen loopt sterk terug. Ik vind het bijzonder jammer dat jongeren op niveau 2, 3 en 4 mede van de conjunctuur afhankelijk zijn om hun startkwalificatie te halen. Wij zouden met werkgevers een vangnet moeten spannen om in de laagconjunctuur in die richtingen te gaan werken waarvoor ze zijn opgeleid. Het bedrijfsleven acteert teveel op de korte termijn. Logisch, maar uiteindelijk niet handig. In de grote steden zie je dat veel te weinig jongeren kiezen voor techniek. Dit heeft verschillende oorzaken en de oplossing is niet simpel. Evident is dat er extra inspanningen nodig zijn om ouders en kinderen al in groep 7 enthousiast te maken voor een opleiding in de techniek. De weg terug naar kleinschaligheid en herkenbaarheid naar opleidingsrichting, zoals in Rotterdam door de ROC’s Zadkine en Albeda in Rotterdam wordt afgelegd, is volgens ons een positief streven. Als het om concrete functies gaat weten jongeren al heel snel wat ze willen worden. Ook blijkt dat als je theorievakken slim verbindt met de passie van leerlingen, er betere resultaten worden geboekt. Heb je bijvoorbeeld een praktijkles over een Kawasakimotor, dan gaat de aardrijkskundeles dus over Japan. In leerjaar 7 van de basisschool zou je al moeten gaan werken met praktische vaardigheden om talenten te ontdekken”.

Franchise systeem “Het Vakcollege is een franchise systeem. We zitten op 55 scholen met techniek en 38 scholen voor mens en dienstverlening, waaronder de onderwijsdomei-

nen zorg en welzijn. We trainen nu 350 docenten en ontwikkelen leermiddelen. De resultaten zijn na een aantal jaren goed en we zien het ook aan de trots waarmee de docenten weer hun vak geven. Zij zorgen ervoor dat de leerlingen die in 2008/2009 zijn gestart in leerjaar één met de vakroute techniek, in leerjaar vier nog voor ruim 98% in deze vakroute actief zijn. We gaan nu naar leerjaar 5. Het is ook een succes omdat het Vakcollegeconcept zich buiten de cultuur en structuur van het onderwijs heeft kunnen ontwikkelen; het is geen onderdeel van de bureaucratie geworden. Een soepele aansluiting op het mbo blijft een heel belangrijk aandachtspunt. Hiervoor is een handzame tool, ‘De sterkste schakel’, door ons ontwikkeld in opdracht van het ministerie van OCW. Verbeteren we die aansluiting, dan kunnen we ca. 40.000 vakmensen, die de gezamenlijke Vakcolleges rond 2019/2020 in de pipeline hebben, als prima vakmensen afleveren aan werkgevers in de regio. We zijn op de goede weg.” USG People verleent gespecialiseerde arbeidsmarktdiensten in Europa, gericht op de marktsegmenten algemene uitzending, specialistische uitzending, professionele detachering en projecten, HR-services en customer care. De Vakcollege Groep is een meerderheidsdeelneming van USG People. Voor meer informatie surft u naar www.hetvakcollege.nl.

schooldomein

juni 2013

13


Normen, feiten, conclusies en aanbevelingen

Vijf West Brabantse ge De Rekenkamer West-Brabant heeft in de gemeenten Bergen op Zoom, Etten-Leur, Moerdijk, Oosterhout en Roosendaal onderzoek gedaan naar de huisvesting van onderwijs, in het bijzonder het primair en voortgezet onderwijs. Tekst Sibo Arbeek

V

oorzitter Ronald Clayden: “Het onderzoek is uitgevoerd tegen de achtergrond van de in 1997 doorgevoerde decentralisatie van het Rijk naar de gemeenten. Op landelijk niveau gaven onderwijsbestuurders aan dat de kwaliteit van de huisvesting onvoldoende was. Tegelijkertijd bleek dat de gemeenten gezamenlijk minder uitgaven aan de huisvesting van onderwijs dan de niet geoormerkte middelen die hiervoor aan het Gemeentefonds waren toegevoegd. De centrale vraag in het onderzoek luidt: In hoeverre is de toekenning van huisvestingsvoorzieningen als effectief, doelmatig en transparant aan te merken? De rekenkamerfunctie is er om het democratisch bestuur op gemeentelijk niveau te ondersteunen

vesting van onderwijs en andere maatschappelijke functies. In de loop van de tijd geven de gemeenten daar meer invulling aan, omdat de schoolgebouwen breder worden ingezet.” Secretaris Wim de Schipper vult aan: “We zien dat die ontwikkeling in golven is ingezet. Tussen 2000 en 2005 zie je veel gemeenten met een pilot brede school. Vanaf 2005-2010 volgen er meer. Nu is er sprake van een alomvattende ontwikkeling naar multifunctioneel gebruik. Als je wilt toetsen of het in doelmatigheid tot resultaten heeft geleid dan kijken we dus ook of het is ingebed in het accommodatiebeleid van de gemeenten.” Ronald: “Op basis van vergelijkingen kun je gemeenteraden adviezen geven om kansen te pakken. In veel

Aantal scholen en leerlingen per gemeente Primair onderwijs

Gemeente

Jaar

Scholen

Leerlingen

Scholen

Leerlingen

Bergen op Zoom

2010

23

5.755

5

5.850

Etten-Leur

2011

16

3.995

2

3.235

Moerdijk

2009

22

3.462

1

610

Oosterhout

2011

22

4.783

4

3.239

Roosendaal

2011

32

6.756

4

5.164

bij haar kaderstellende en controlerende functie. Daartoe wordt in het onderzoek en in de rapportages een strikt onderscheid aangehouden tussen normen, feiten, conclusies en aanbevelingen. Het doel is om gemeenteraden hiermee in staat te stellen om tot praktische verbeteringen te komen”.

Doelmatigheid Ronald: “Wat we bij de vijf gemeenten zien is dat er in het begin weinig sprake was van gezamenlijke huis-

14

Voortgezet onderwijs

schooldomein

juni 2013

gemeenten zien we een beperkte planning horizon. Wat we constateerden is dat er vaak maar één variant wordt voorgesteld. In de gemeente Etten-Leur wordt vaak met alternatieve scenario’s gewerkt. De gemeenteraad kan dan keuzen maken en vervolgens zie je dat meer gemotiveerd beleidsprocessen worden ingericht.”

Kwaliteit en inzet van middelen Wim: “Op landelijk niveau verschenen rapportages


BESTUUR EN BELEID

meenten onder de loep over de gebrekkige kwaliteit van de onderwijshuisvesting en de analyse dat gemeenten het beschikbare geld niet opmaakten. Je zag uit raadsverslagen dat de behoefte er was dat te onderzoeken. Uit het onderzoek blijkt dat het met de technische kwaliteit van de gebouwen overwegend goed is. Maar er is spanning rond de functionele kwaliteit van gebouwen. Daar liggen kansen tussen gemeenten en scholen om samen tot verbetering te komen, bijvoorbeeld in combinatie met een binnenklimaatsplan. Een ander punt was de inzet van middelen. Landelijk bleek dat de uitgaven van gemeenten gezamenlijk lager waren dan het bedrag in het Gemeentefonds, het “fictief budget”. Dat is echter niet het beeld bij deze vijf gemeenten. Bij drie gemeenten lagen in de periode 2006-2010 de uitgaven op het niveau van het fictief budget, bij één ca. 10% lager en bij één ca. 10% hoger. Door de ontwikkeling van de brede scholen, vooral in nieuwbouw, nemen de uitgaven echter verder toe. Door deze investeringen zullen al op korte termijn bij drie van de vijf gemeenten de uitgaven ruim hoger zijn dan het fictief budget. Wim: “Dat kan spanning oproepen bij verdere doordecentralisatie. Hoe wordt daarbij omgegaan met situaties waarin gemeenten meer uitgeven dan het fictief budget?”

Leerlingenprognoses De gemeenten laten periodiek leerlingenprognoses opstellen, waarop ook investeringsbeslissingen worden gebaseerd. Bij elk van de vier gemeenten waarvoor cijfers beschikbaar waren bleek dat het totaal aantal leerlingen in 2009/2010 ca. 10% lager was dan vijf jaar daarvoor in de prognoses was voorzien. Dat geeft een aanwijzing dat er mogelijk een structurele misvatting zit in de wijze waarop de prognoses worden vastgesteld. Omdat tot dusver geen analyse wordt gemaakt van de verschillen met eerdere prognoses was het niet mogelijk om dat verder te onderzoeken. De Rekenkamer heeft daarom aanbevolen om in het vervolg een analyse te maken van de ontwikkelingen in de afgelopen periode voordat je een nieuwe prognose vaststelt.”

Verdere procedure De aanbevelingen uit de rapportages van de Rekenkamer zijn bijna allemaal door de raden overgeno-

Ronald Clayden (l) en Wim de Schipper

men. Ronald: “De Rekenkamer gaat niet controleren of het college er ook iets mee doet. Dat zou wel een verzoek van de raad kunnen zijn. Als een check-up.” Is er nog iets dat in het bijzonder opvalt? Ronald: “De vrijheid van keuze van scholen voor ouders en hun kinderen is een groot goed. Maar dat staat wel op gespannen voet met de doelmatigheidsvraag. Binnen vier of vijf jaar kan de totale populatie van een school af- of toenemen. Sommige gemeenten maken daar met hun besturen afspraken over. Op zich zou het interessant zijn om de discussie te voeren in hoeverre deze grootheden tegenover elkaar staan.”

“We willen niet met het vingertje wijzen.”

Het Rekenkameronderzoek is uitgevoerd in samenwerking tussen ICSadviseurs en de Rekenkamer West-Brabant. U kunt het totale onderzoek vinden op www.rekenkamerwestbrabant.nl. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Maarten Groenen, maarten.groenen@icsadviseurs.nl of telefoon 06-22578557.

schooldomein

juni 2013

15


Kennissessie ‘Overheveling buitenonderhoud’

Overheveling buiten­onderhoud: wat betekent het voor u?

Dat was de belangrijkste vraag tijdens de door ICSadviseurs georganiseerde kennissessie ‘Overheveling buitenonderhoud’. Een vraag waar veel schoolbesturen en gemeenten mee zaten en zitten. Hoewel de exacte regeling nog niet bekend is, gaat er het nodige veranderen voor zowel schoolbesturen als gemeenten. Ongeveer 40 vertegenwoordigers van schoolbesturen en gemeenten uit het hele land discussieerden tijdens de kennissessie uitgebreid over de verwachte impact van de aanstaande regeling. Over één ding was iedereen het eens: de voorbereiding op de overheveling start nu! Tekst Maarten Groenen

A

anleiding voor de kennissessie is de aanstaande overheveling van het buitenonderhoud in het primair onderwijs per 1 januari 2015. Vanaf dat moment hebben scholen de verantwoordelijkheid voor het totale onderhoud van schoolgebouwen, dus ook voor de (functionele) aanpassingen ervan. Het is nog niet duidelijk hoe de nieuwe regels er precies uit komen te zien en waarschijnlijk is er sprake van een ‘koude overdracht’. Ongeacht de wetgeving gaat er voor zowel schoolbesturen als gemeenten veel veranderen en is maatwerk noodzakelijk.

Impact op de portefeuille De overdracht van de verantwoordelijkheid van het buitenonderhoud van gemeente naar schoolbesturen vindt plaats in een lastige context. In het regeerakkoord is opgenomen dat de uitkering in het gemeentefonds ten behoeve van onderwijshuisvesting met € 256 miljoen zal worden verlaagd. Verder heeft de minister eind 2011 aangegeven dat meer dan de helft van de schoolgebouwen dan 30 jaar oud is. Nederland staat daarmee

16

schooldomein

juni 2013

voor een grote vervangings- en of renovatievraag. Daar komt ook nog eens de landelijke daling van het aantal leerlingen bij, in sommige regio’s meer dan 20%. Omdat schoolbesturen straks extra middelen krijgen voor het buitenonderhoud, dat gebaseerd is op het aantal leerlingen, kunnen er voor schoolbesturen grote financiële risico’s ontstaan. “Je zult maar een gebouwenbestand hebben waarvan het merendeel richting de 40 jaar gaat”, zegt één van de deelnemers. “Iedereen weet dat dergelijke gebouwen op een gegeven moment aan de beurt zijn en flinke financiële lasten met zich mee brengen. Schoolbesturen hebben straks niet de tijd om te sparen voor grote onderhoudsactiviteiten of renovaties.”

Fikse gevolgen Een belangrijk aspect hierbij is dat schoolbesturen straks verantwoordelijk worden voor alle ingrepen aan een gebouw. De ‘algehele renovatie’ van weleer is geen voorziening, maar wordt in het kader van Integrale Huisvestingsplannen nog regelmatig uitgevoerd. Na de overheveling zal deze ‘algehele renovatie’ op het bord


BESTUUR EN BELEID

van de schoolbesturen komen, terwijl zij daar geen extra middelen voor gaan krijgen. Deze ontwikkeling zal leiden tot een nieuwe dynamiek tussen gemeenten en schoolbesturen. Vanuit de zaal wordt dat bevestigd: “Ik verwacht dat gemeente en schoolbesturen steeds vaker afspraken gaan maken over nieuwbouw, waarbij het moment van nieuwbouw naar voren wordt gehaald in ruil voor een bijdrage van het schoolbestuur vanuit haar onderhoudsgelden”. Naast de risico’s van hoge onderhoudslasten is er voor de schoolbesturen ook het risico van leegstand dat na de overheveling groter wordt. De normatief leegstaande lokalen worden niet bekostigd vanuit de lumpsum en dus ook het ‘buitenonderhoud’ ervan niet. Het buitenonderhoud van een leegstand lokaal bedraagt jaarlijks toch gemiddeld € 1.000,-. Vooral voor schoolbesturen in krimpregio’s kan dit fikse gevolgen hebben.

Gezamenlijke visie op onderwijshuisvesting De risico’s en daarmee het initiatief liggen bij de schoolbesturen aangezien zij belang hebben bij goede afspraken en plannen. Zaken als achterstallig onderhoud, meerjarenonderhoud en leegstand moeten goed in beeld zijn om de dialoog met de gemeente aan te gaan. Alle deelnemers van de kennissessie waren het erover eens dat het formuleren van een gezamenlijke visie en plan het middel is voor een soepele en redelijke

overgang van de verantwoordelijkheid van het buitenonderhoud. Wanneer in een IHP bijvoorbeeld is opgenomen dat in 2018 de school vervangende nieuwbouw krijgt, zal een discussie over achterstallig onderhoud en eventuele bruidsschatten achterwege kunnen blijven. In deze gezamenlijke visie kunnen tevens afspraken worden gemaakt over de uitvoering van onderhoud in brede scholen, waarvan de gemeente bijvoorbeeld eigenaar is. Ook voor medegebruik en verhuur en de gymzalen heeft de regeling consequenties en moeten er afspraken worden gemaakt. In veel gevallen vraagt dit om maatwerk.

Impact op de organisatie

“Schoolbesturen hebben straks niet de tijd om te sparen voor grote onderhouds­ activiteiten of renovaties.”

Een verschuiving van taken en verantwoordelijkheden heeft ook impact op de organisatie ervan. Zo houden binnen veel gemeenten mensen zich bezig met het beoordelen van onderhoudsaanvragen en het projectmanagement van onderhoudsactiviteiten. Welke rol krijgt of neemt de gemeente straks? Behoudt ze haar rol als het gaat om brede scholen waar ze eigenaar van is of nemen de schoolbesturen dit over? Misschien zijn er wel kleine schoolbesturen die gemeenten verzoeken of zij het onderhoud voor hen willen (blijven) uitvoeren? Diverse ontwikkelingen die allen impact hebben op de organisatie en inzet van FTE’s van gemeenten. En voor schoolbesturen geldt hetzelfde, want die krijgen nu onder andere te maken met meer strategische keuzes en meer en grotere projecten. Het is goed denkbaar dat de overheveling leidt tot andere contractvormen waarvan ook het onderhoud deel uitmaakt. De overheveling zal aanzienlijke impact hebben op zowel de portefeuille als op de organisatie. Bent u hier klaar voor? Voor vragen of informatie over de ‘regeling overheveling buiten­ onderhoud’ kunt u contact opnemen met Maarten Groenen: 06 22578557 of maarten.groenen@icsadviseurs.nl.

schooldomein

juni 2013

17


De derde weg: het tijdperk tussen onderhoud en nieuwbouw

Een beleidsinstrument van schoolgebouwen

Grote verbouwing De Kans, Amsterdam (Rowin Petersma, Inbo). Verbouwing van een naoorlogse H-school waar het nieuwe deel, rechts op de foto, goed aansluit bij het oude deel.

Wie de geschiedenis van de Nederlandse scholenbouw bestudeert, ziet dat er altijd veel aandacht is geweest voor goede onderwijsgebouwen. Bij oplevering voldoen ze aan de nieuwste eisen, maar als het gebouw niet mee ontwikkelt met het gebruik groeit de discrepantie tussen gebouw en onderwijs. Gezien de lange levensduur van de meeste schoolgebouwen is er behoefte aan een derde weg, toegespitst op het tijdperk tussen onderhoud en nieuwbouw. Tekst Frido van Nieuwamerongen

N

adat een schoolgebouw naar ieders tevredenheid is opgeleverd gaat het de eerste twee decennia goed. Maar na verloop van tijd begint het gebouw om structurelere maatregelen te vragen. De veranderingen gaan sluipend en worden ad-hoc opgelost zonder regie of een heldere visie over de toekomst van het schoolgebouw. De oorspronkelijke kwaliteiten van het gebouw verwateren zonder dat er nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. Het idee dat een gebouw met aandacht en creativiteit actueel gehouden moet worden leeft niet echt. Onderhoud

18

schooldomein

juni 2013

wordt puur technisch ingevuld, een structurele aanpak ontbreekt, een aanpak waarin gewerkt wordt aan een blijvend aantrekkelijke school met een goede uitstraling. De vicieuze cirkel van weinig aandacht en weinig waardering moet doorbroken worden.

Enthousiasmerende voorbeelden De eerste stap om deze vicieuze cirkel te doorbreken is het tonen van goede en inspirerende voorbeelden. Organisaties als het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie (voorheen Stimuleringsfonds Architectuur) en


BESTUUR EN BELEID

voor een langer leven Atelier Rijksbouwmeester hebben de afgelopen jaren veel energie gestoken in onderzoek naar goede voorbeelden. Voor de kansen van naoorlogse scholen heeft het onderzoeksbureau Mevrouw Meijer een uitgebreid onderzoek verricht, aangevuld met interessante voorbeelden in Nederland, waaronder ook Utrecht. De bijeenkomst in Utrecht toont dat deze voorbeelden niet terechtkomen bij de beleidsmakers en beslissers. Enthousiasmerende voorbeelden zijn de eerste stap naar een beleidswijziging. Ze moeten de betrokkenen laten inzien dat een schoolgebouw gedurende zijn levensloop maar een enkele keer ingrijpend aangepast hoeft te worden. Als dit besef er is kan de volgende stap gemaakt worden: het maken van beleid voor deze derde weg. Dit staat nu nog in de kinderschoenen. Er zijn nauwelijks voorbeelden hoe beleidsmatig een tweede leven voor gebouwen wordt geaccommodeerd. In de meeste gevallen drijven dergelijke projecten op het enthousiasme van een directeur of een bestuurder.

Beleidsmodellen voor een tweede leven Andere werkterreinen kunnen mogelijke modellen aanreiken voor een goed beleid. In de luchtvaart worden vliegtuigen na twee decennia rigoureus omgebouwd. Dit grootonderhoud is een volledige make-over waarna het vliegtuig weer aan alle nieuwe

eisen en wensen voldoet en nog twintig jaar mee kan. Dit Luchtvaartmodel gaat uit van een scherpe demarcatie op ongeveer de helft van de levensduur waarin het schoolgebouw grootscheeps wordt aangepakt. Een ander model, het Regisseurmodel, verloopt gelijkmatiger. In dit model heeft een school een regisseur die regelmatig bekijkt wat de school nodig heeft, welke veranderingen er op komst zijn en hoe het gebouw deze veranderingen in samenhang kan opnemen. Een integrale aanpak is hier het kernbegrip, sterk afwijkend van de ad-hoc oplossingen die nu gebruikelijk zijn. De regisseur dient breed onderlegd te zijn en samenhang te kunnen creëren tussen ruimtelijke, technische, pedagogische, emotionele en wettelijke vernieuwingen. Er zullen veel meer modellen te bedenken zijn die wellicht nog beter passen bij de noden van het onderwijs, maar een model functioneert pas goed als het verankerd is in het gemeentelijk beleid, en straks na de doordecentralisatie in het bestuursbeleid, inclusief de bijbehorende budgetten.

“Het idee dat een gebouw met aandacht en creativiteit actueel gehouden moet worden leeft niet echt.”

Beleidsurgentie Er is wel haast geboden. In de jaren tachtig is een groot aantal scholen gebouwd dat binnenkort vijfendertig jaar oud wordt en hiermee de helft van de gemiddelde leeftijd bereikt. Te jong om af te stoten, maar wel toe aan een serieuze make-over. In Almere behoort de gehele eerste generatie schoolgebouwen hiertoe. In Rotterdam zijn in de jaren tachtig in het kader van een onderwijs inhaalslag veel schoolgebouwen gebouwd; scholen met weinig uitstraling en een matig bouwkundige kwaliteit die echter niet allemaal vervangen kunnen worden. Met een goed doordachte aanpak kunnen zij aan hun tweede leven beginnen. Frido van Nieuwamerongen is architect, publicist en onderzoeker bij Arconiko architecten. Samen met Roswitha Abraham heeft hij voor het Stimuleringsfonds Architectuur het onderzoek ‘De Grote Schoolverbouwing’ verricht. Momenteel werkt hij mee aan

Herinrichting naoorlogse school Utrecht door bureau SLA in het

de Scholenbouwatlas van Dolf Broekhuizen (TU Delft). Arconiko

kader van het onderzoek naar de kwaliteit van naoorlogse scholen

heeft meerdere scholen verbouwd. Van deze scholen won de MFA

van het onderzoeksbureau Mevrouw Meijer.

Nieuwstraat in 2010 de Rotterdamse Architectuurprijs.

schooldomein

juni 2013

19


ZML-kinderen halen het beste uit zichzelf

De nieuwe Parkschool is Een prachtig nieuw schoolgebouw, een groot complex midden in het groen, fraai verweven in het landschap aan de rand van het schilderachtige kerkdorp Limbricht. Het is sinds vorig schooljaar de nieuwe thuisbasis van Parkschool Sittard. Een mooie en veilige plek waar zo’n 200 zeer moeilijk lerende kinderen hun kwaliteiten en kansen kunnen ontwikkelen. Tekst Paul Voogsgerd Foto’s Kees Rutten

Ze hebben er lang op moeten wachten maar achteraf blijkt dat alleszins de moeite waard te zijn geweest. In 1994 fuseerden de ZMLK-scholen De Tomel en de Paulusschool tot de Parkschool Sittard. Het samengaan moest op termijn ook leiden tot een gezamenlijk nieuw schoolgebouw. “Eind 2000 heeft de ge-

20

schooldomein

juni 2013

meenteraad daar al krediet voor beschikbaar gesteld”, vertelt Jacques Prinsen, directeur van de Parkschool. “Maar een geschikte plek voor de nieuwbouw was moeilijk te vinden. We zaten in het park en duidelijk werd dat we daar niet konden bouwen. Uiteindelijk werd een goede nieuwbouwlocatie gevonden maar


ontwerp en inrichting

een prachtplek toen moest eerst de grond nog worden verworven en dat heeft lang geduurd. In 2009 ging het ineens heel snel: aan het eind van dat jaar is begonnen met het grondwerk. In juli 2011 is de nieuwbouw opgeleverd, na de zomervakantie hebben we het gebouw in gebruik genomen en in april 2012 hebben we de officiële opening gevierd.”

Grote aantrekkingskracht De Parkschool is een school voor Speciaal en Voortgezet Speciaal Onderwijs in Zuid-Limburg. De school heeft een regionale functie en bedient de Westelijke Mijnstreek met de gemeenten Beek, Schinnen, Stein en Sittard-Geleen. Maar het fraaie nieuwe gebouw heeft een grote aantrekkingskracht die soms nog verder reikt. “We merken dat bij de intakegesprekken die we voeren”, vertelt adjunct-directeur Mery Ruber. “We moeten ouders nu soms zelfs meegeven dat hun kind hier eigenlijk niet thuis hoort. De meeste kinderen hier hebben een IQ tot 55 en maximaal mag het 70 zijn. Kinderen met een IQ dat daar boven ligt hoeven hier eigenlijk niet te zijn dus die verwijzen we door.” En daarmee houdt de Parkschool de ruimte vrij voor kinderen voor wie dit echt de enig mogelijke vorm van onderwijs is. Kinderen die, dankzij hun verblijf op de Parkschool, het maximale uit zichzelf kunnen halen.

Ontwikkelingsperspectief “Wat dat betreft is er in het speciaal onderwijs de afgelopen jaren veel veranderd”, vertelt Ruber. “Met name de uitstroom van leerlingen is heel anders dan pakweg tien jaar geleden het geval was. Tegenwoordig wordt veel meer uitgegaan van de competenties van een leerling. Natuurlijk zullen sommigen altijd aangewezen zijn op beschermde dagopvang. Maar anderen vinden een plek binnen een arbeidsmatig ingericht dagactiviteitencentrum en er zijn ook leerlingen die uiteindelijk een contract bij een bedrijf aangeboden krijgen. We werken dan ook aan certificering: onze leerlingen kunnen hier voor een aantal vakgebieden deelcertificaten behalen.” “We bieden onze leerlingen onderwijs op maat”, vult Prinsen aan. “Als een leerling hier begint, stellen we in overleg met de ouders en de begeleidende instanties een ontwikkelingsperspectief vast waarbij meteen ook al het eindperspectief in beeld komt. Via een uitgebreid leerlingvolgsysteem houden we de ontwikkeling van het kind in de gaten en leerlingen worden

ook structureel besproken om op hun ontwikkeling te kunnen blijven anticiperen en waar nodig andere doelen te stellen.”

Licht en transparant Rondlopend door het gebouw wordt heel goed zichtbaar hoe dat moderne (voortgezet) speciaal onderwijs eruit ziet. Het gebouw is groot maar heeft een heldere structuur. De architect heeft het op een bijzondere manier verwerkt in het glooiende terrein waardoor de entree van het bovengelegen SO net zozeer begane grond lijkt als die van het ondergelegen VSO. Mede door het gebruik van veel glas en daglichtkoepels is het gebouw licht en transparant. En overal is er een prachtig uitzicht op de groene omgeving. Het diepst ‘verstopt’ in het glooiende landschap is de grote gymzaal. “Een goed idee van de architect om te voorkomen dat we te hoog zouden gaan bouwen”, zegt Prinsen. “Hoogbouw ten behoeve van een gymzaal was voor omwonenden niet prettig geweest natuurlijk.” Bijzonder zijn ook de kantine en het speellokaal, die door het openen van een schuifwand met elkaar verbonden kunnen worden, waardoor een mooie theaterzaal met podium ontstaat.

“We bieden onze leerlingen onderwijs op maat.”

Fraaie inrichting De lokalen ogen stuk voor stuk prettig, licht en rustig. “De meeste lokalen zijn weliswaar iets kleiner dan we in de oude gebouwen gewend waren, maar ze

schooldomein

juni 2013

21


Judith Smedts, interieurarchitecte bij Ahrend. “De Parkschool-werkgroep was erg betrokken, alle pedagogische en vakkundige inbreng van de werkgroep heb ik in de inrichting kunnen verwerken, rekening houdend met budget en praktische zaken. In de autismegroepen hebben we maatwerk kasten gemaakt, geheel volgens het TEACCH principe.” TEACCH staat voor ‘Treatment and Education of Autistic and related Communication Handicapped Children’. Het is een programma voor de behandeling en begeleiding van personen met autisme. De kinderen kunnen met de verrijdbare vakkenkasten gestructureerd en afgeschermd individueel werken. De inrichting van de autismelokalen heeft Ahrend in nauw overleg met de gespecialiseerde leerkrachten en schoolpedagogen gerealiseerd. Doordat op De Parkschool leerlingen van gelijk niveau in één groep zitten, zijn er in iedere groep leerlingen van verschillende leeftijden. Geen probleem voor Ahrend. “Onze A452 eenhoogte oplossing past uitstekend in zulke groepen”, zegt Smedts. “Alle leerlingen hebben een tafeltje van 75 cm hoog, met een verstelbare stoel. Prettig voor de leerkracht tijdens instructie en het zorgt voor gelijkheid en rust in de groep. Bovendien is het meubilair in een rustige, tijdloze kleurstelling gekozen, weinig prikkels voor de leerlingen. Alleen voor de kleinsten in de aanvangsgroep is bewust voor Ahrend 452 in kleutermaten gekozen. Dit zorgt voor geborgenheid en past bij het speelse karakter van de jongste kinderen.”

Professionele apparatuur projectinformatie Project: nieuwbouw Parkschool Sittard

Opdrachtgever Stichting Kindante, leren leren, leren leven.

Architect HKL Architecten, Sittard

Aannemer Maessen Bouw/Vlasco, Budel

Inrichting en advies Ahrend inrichten BV Amsterdam

Bruto vloeroppervlak 3000 m²

Stichtingskosten 4.900.000,00 incl. BTW

Ingebruikname:

voldoen allemaal aan de norm”, zegt Prinsen. “De ‘auti-lokalen’ zijn zelfs groter. Ieder lokaal heeft een eigen smartboard en er zijn overal individuele werkruimten.” In de lokalen valt het fraaie meubilair op. Prinsen: “De werkgroep die zich met de inrichting bezighield, heeft eerst geïnventariseerd wat er nodig was en vervolgens een aantal leveranciers om een voorstel gevraagd. Ahrend sprong daar direct al uit. Daarna hebben ze voorbeeldsetjes laten plaatsen en natuurlijk de offertes goed bekeken en op alle punten scoorde Ahrend gewoon het beste. De keus was dus makkelijk gemaakt.” En dat is te zien, onder meer in de klaslokalen, maar ook in de gang waar we de ruimten voor de ambulant begeleiders, IB’ers, psychologen en andere professionals vinden. Stuk voor stuk zijn ze even fraai als functioneel ingericht.

Gelijkheid en rust in de groep

september 2012

“Ik heb diverse plezierige sessies gedaan met de werkgroep inrichting van de Parkschool”, vertelt

22

schooldomein

juni 2013

Aansprekend en uitdagend zijn de praktijkruimten waar leerlingen praktische én professionele vaardigheden kunnen opdoen. Zo is er een indrukwekkende keuken met apparatuur waar menig restaurant jaloers op zou zijn. “Leerlingen leren hier koken op verschillende systemen: gas en inductie”, vertelt Ruber. Ook heeft de school een prachtig technieklokaal vol met professionele apparatuur. En even verderop zien we nog de al even professionele ‘wasserette’. Ruber: “Wassen, strijken, rondbrengen: de leerlingen doen het allemaal zelf.” Uniek is de feeërieke snoezelruimte waar allerlei zintuigen van de leerlingen op een bijzondere manier kunnen worden geprikkeld. “Voor deze ruimte was eigenlijk geen geld”, vertelt Prinsen. “Maar dankzij een aantal sponsoren hebben we hem en enkele ander projecten zoals de tuinkas, toch kunnen realiseren. En dat is bijzonder in projecten als deze: soms lijkt iets onmogelijk, maar samen als team en vooral ook met de medewerkers van ons schoolbestuur, de Stichting Kindante, vind je uiteindelijk de weg wel.”


ontwerp en inrichting

Op het juiste spoor

Nieuwe Jenaplanschool in Boxmeer Op 5 april jl. is een bijzonder schoolgebouw in Boxmeer geopend. Het is de nieuwbouw van Metameer, die pal naast het spoor ligt. Opvallend is de vorm van het gebouw, dat sterk doet denken aan een treincoupĂŠ in beweging. In de school zelf zijn die vormen en de beweging van een trein tot in allerlei details uitgewerkt. Resultaat: een kleurrijke school voor de leerlingen van het Jenaplan voortgezet onderwijs in Boxmeer. schooldomein

juni 2013

23


Tekst Sibo Arbeek Foto’s Inge Hondebrink Nijmegen, TPM Cuijk en Robin Daalhuizen AGS Arnhem

B

projectinformatie Project: Nieuwbouw Jenaplan vo Metameer in Boxmeer

Opdrachtgever en bouwheer Bestuur Stichting Metameer

Aantal leerlingen 720 leerlingen

Bouwdirectie en directievoering Rob Honings, TPM TRATAD Project Management, Cuijk

Projectarchitect Sandra de Leij, AGS Architects, Heerlen

Aannemer HKM Realisatie bv, Grave

W-installaties Gebr. Janssen, Beugen

E-installaties Megens Electrotechniek, Milsbeek

Bruto vloeroppervlakte 5.275 m2, (excl. technische kelder 875 m2)

Bouwsom e 6.8 miljoen

Start bouw zomer 2011

Oplevering

ert Lunshof, directielid van Metameer, belde de redactie van Schooldomein: “We hebben een prachtige nieuwe school in Boxmeer staan. Komen jullie een keer kijken?” Een paar weken later vertellen Bert, architecte Sandra de Leij van AGS, projectdirecteur Rob Honings van TPM en sectordirecteur Berita Cornelissen van de Jenaplanschool het verhaal van het nieuwe gebouw. Bert trapt af: “15 jaar geleden begon een gedreven groep docenten van Metameer Jenaplanonderwijs aan te bieden; toen nog met een kleine klas. Onze onderwijskundige formule bleek aan te slaan en de school begon snel te groeien. Inmiddels is de school van 18 naar 728 leerlingen gegroeid en is de verwachting dat we doorgroeien komend schooljaar naar 870 leerlingen. Voor het nieuwe jaar hebben we maar liefst 290 aanmeldingen. Even terug; het onderwijskundig concept van Jenaplanonderwijs paste niet bij het bestaande lts-gebouw, dat bovendien een minder positief imago had. De plannen voor de nieuwbouw van de school van Metameer dateren al van acht jaar geleden toen Emiel Roemer hier nog wethouder was. Na jaren van praten stemde de gemeente in met vervangende nieuwbouw voor het volledige vmbo en de onderbouw havo/vwo. We bieden hier een volledig breed onderbouwprogramma aan met een afsluiting in basis, kader en gemengd in de bovenbouw van het vmbo, waarin we intersectoraal werken.” De vraag is natuurlijk hoe dat succes verklaard kan worden. Berita: “We gaan voor kwaliteit, stellen het welbevinden van de leerling centraal en durven te innoveren.”

december 2012

Ingebruikname

Grote groei

januari 2013

Projectdirecteur Rob Honings van TPM: “Tijdens de bouw hebben we vier lokalen toegevoegd omdat

24

schooldomein

juni 2013

de school snel groeide. Gelukkig hadden we daar in onze visie en het ontwerp van het gebouw al rekening mee gehouden. Als je gaat groeien, moet je dat vooral in theorielokalen vertalen en die zijn op de verdieping gelegen. Aan praktijklokalen kun je niet zoveel veranderen, dus die moeten gelijk goed zijn.” Bert Lunshof vult aan: “Wij hebben die grote groei voorzien. Het betekende wel dat we een deel van het gebouw hebben moeten voorfinancieren, met een garantstelling vanuit de gemeente dat wanneer de beoogde leerlingen ook daadwerkelijk zouden komen, de uitbreiding wordt gefinancierd door de gemeente Boxmeer. Alles wat we nu nog verder groeien, vertalen we naar semipermanente bouw, omdat de krimp op een gegeven moment natuurlijk wel gaat inzetten.”

Goede vertaling “Twee elementen speelden een belangrijke rol”, stelt Sandra van AGS. “Dit is een bijzondere locatie met veel bedrijfsgebouwen aan het spoor. Je ziet continu treinen langs rijden. Die beweging, gecombineerd met de vormgeving van de treinen heb ik vertaald naar het gebouw en dat blijkt heel goed bij de school te passen. Je treft ronde vormen aan die doen denken aan treincoupés en als je voor het gebouw staat lijkt het alsof je naar een beweging kijkt. De grote vormgeving en het interieur zijn een totaalontwerp dat tot het laatste detail is doorgevoerd. Bij het beeld van de trein, waarbij de verschillende coupés aan elkaar haken.” Bert vult Sandra aan: “We waren direct enthousiast over het ontwerp. Er zijn zoveel connotaties met onze onderwijsvisie: “Het loopt als een trein, het past bij onze wens om te innoveren en de dynamiek en snelheid passen bij ons. Aspecten


ontwerp en inrichting als transparantie en openheid, gekoppeld aan een heldere structuur met ritme en regelmaat zijn in het gebouw goed gecombineerd”. Sandra vult aan: “Het is eigenlijk een heel eenvoudig gebouw, met grote klaslokalen. De routing vindt plaats via een lange gang, die ook als verblijfsruimte dient. Het is een ruimtelijk gebouw, waarbij je overal begrijpt waar je bent.” En de bouwdirectie durfde het ontwerp aan voor verdere realisatie binnen het gegeven normbudget. Een echte uitdaging.

Rol van docenten Berita verder: “We hebben het veel over de ziel van het nieuwe gebouw gehad. De sfeer die we voor de voorbijganger en de gebruiker wilden neerzetten hebben we beschreven. In ons oude gebouw hebben we veel kunnen experimenteren met het onderwijsconcept, docenten hadden uiteindelijk een helder beeld van de ideale leeromgeving voor hun leergebied. Deze beelden zijn uitgewerkt in het Programma van Eisen. Het gebouw is van de leerlingen en de docenten, tevredenheid en trots overheersen.” Sandra vult aan: “Een architect moet niet meer willen dan

een school wil. Ze moet volgend zijn. Het is niet mijn gebouw. Maar ik kan wel slim en functioneel vertalen wat de gebruiker wil. En het gebouw is de directe vertaling van het Programma van Eisen, dat goed in elkaar stak.”

Duurzaam gebouw Rob somt verdere kwaliteiten op: “Het is een duurzaam gebouw dat binnen het beschikbare normbudget is opgeleverd. De EPC is 0,7 en dat is erg goed. Daarnaast heeft Metameer ook een visie over DUBO en heeft daar ook in geïnvesteerd. En dat zie je ook terug; we hebben een sedum dak en een warmte-koude opslag met 18 bronnen van elk 200 meter diep. En zonnecellen op het dak, ook vanwege het educatief karakter. Doceren betekent ook in de praktijk laten zien.” Bert vult aan: “Om tot een zo optimaal mogelijke balans tussen architectuur, functionaliteit en exploitatie te komen hebben we zelf ook een bijdrage aan eigen middelen ingezet. En het is het allemaal waard geweest.”

“De dynamiek en snelheid passen bij ons.”

Voor meer informatie surft u naar www.metameer.nl.

advertenties

MFA Nieuwstraat, Rotterdam

Scholen blijvend beter maken, voor leerlingen én team. Dáár gaat het het ons om. Arconiko architecten 010 4123181 info@arconiko.com, www.arconiko.com

AAI

AGS Architects International Oliemolenstraat 60 6416 CB Heerlen Tel: 0031 (0)45 763 07 07 info@agsarchitects.net

schooldomein

juni 2013

25


Advertorial

Prestatie bevorderende middelen op scholen? Bolidt Kunststoftoepassing B.V. heeft onlangs de Bolidtop® 700 College geïntroduceerd. Een nieuwe generatie vloeren voor onderwijsgebouwen. Uiterst voordelig en onderhoudsvrij. Tekst Bolidt

B

olidt maakt al sinds jaar en dag vloeren voor toepassingen in onderwijsgebouwen, van basisscholen en middelbare onderwijsgebouwen tot ROC’s, hogescholen en universiteiten. Vloeren die door hun naadloos en glad, strak oppervlak een goede hygiëne waarborgen. Die door hun moderne, frisse en naar keuze decoratieve uiterlijk architecten, ontwerpers èn gebruikers aanspreken. Nu is daar een dimensie aan toegevoegd: een uiterst voordelige exploitatie die de eerste tien jaar gegarandeerd onderhoudsvrij is!

Nieuwe toepassing Hiertoe heeft Bolidt een nieuwe toepassing voor vloeren in onderwijsgebouwen ontwikkeld: het Bolidtop® 700 College systeem. Anders dan de tot dusverre gebruikelijke vloeren heeft deze afwerking een laagdikte van maar liefst 5 mm en betreft het geen gegoten maar een getroffeld systeem: de ter plaatse gemengde compound wordt met speciale verdeelsle-

26

schooldomein

juni 2013

des en vlindermachines optimaal verdeeld en verdicht, zodat een extreem slijtvaste afwerking ontstaat. Door de combinatie van speciale vulstoffen en hoogwaardige kunsthars is de vloer buitengewoon stoot- en krasvast, wat de grootste verbetering ten opzichte van gegoten systemen inhoudt. Bolidt maakt al meer dan 45 jaar vloeren van het type Bolidtop® 700 voor toepassingen in de industrie: hoge slag- en slijtvastheid, goede reinigbaarheid (hygiëne) en lange, probleemloze levensduur zijn daar van het grootste belang. Door de afwerking met behulp van nieuwe technieken esthetisch aantrekkelijker te maken, met behoud van de robuuste eigenschappen, is een nieuwe generatie vloeren geboren. Degelijkheid en esthetica gaan voortaan hand in hand in de Bolidtop® 700 College.

Hygiëne Het harde, gesloten oppervlak van de vloer zorgt ervoor dat vuil, stof, etensresten, enz. niet kunnen


ontwerp en inrichting

“Ziekteverzuim in het onderwijs kan met 20 tot 30% worden teruggedrongen door betere hygiëne.”

indringen, maar óp de vloer blijven (dus gesignaleerd worden), zodanig dat deze optimaal gereinigd kan worden en schoon blijft. Een goede hygiëne is van groot belang om infectieziektes als griep, kinkhoest en roodvonk te voorkomen. Een schone vloer draagt ook bij aan een beter leefcomfort voor mensen met aandoeningen aan de luchtwegen, zoals astma en bronchitis. Op de Bolidtop® 700 College worden geen was- of beschermlagen aangebracht, welke vaak een bron van vuilaanhechting blijken te zijn. Ook dit belangrijke aspect draagt bij aan een gezondere leef-, leer- en werkomgeving. Uit onderzoek is gebleken, dat ziekteverzuim in het onderwijs met maar liefst 20 tot 30% teruggedrongen kan worden door verbetering van de hygiënische omstandigheden.

Milieu Bolidtop® 700 College is gebaseerd op reukloze en oplosmiddelvrije kunstharsen. Eenmaal aangebracht is er geen uitdamping van gezondheidsschadelijke stoffen, zoals dat bij vele andere vloerbekledingen (zoals PVC) wel nog steeds het geval is. Het systeem voldoet aan de emissienormen voor vluchtige stoffen, aldehyde en carcinogene stoffen, gemeten volgens de AgBB/DIBt methode. Bijzonder van de Bolidtop® 700 College is daarnaast dat er, naast de normale periodieke reiniging, geen extra onderhoud in de vorm van waslagen of polymeren nodig is om het systeem optimaal te houden; deze milieubelastende maatregelen zijn overbodig.

Duurzaamheid Behalve de positieve milieuaspecten is Bolidtop® 700 College ook duurzaam als het gaat om levensduur: de vloer kan gemakkelijk 30 jaar mee. Feitelijk hoeft de vloer nooit vervangen, dus gesloopt, te worden: de

vaste verbondenheid met de ondergrond maakt, dat deze altijd een prima basis is voor andere afwerkingen, mocht hieraan behoefte bestaan. Zo kan uiteraard ook eenvoudig een nieuwe kunststof vloerafwerking over de bestaande worden aangebracht. De vloer wordt pas gesloopt wanneer het gehele gebouw eraan moet geloven!

Uiterlijk

referenties Bolidtop® 700 College is inmiddels recentelijk in

De Bolidtop 700 College is er in een aantal nieuwe aantrekkelijke kleurstellingen die wij in samenwerking met architecten op het gebied van scholenbouw hebben ontwikkeld. Er is een tendens naar warme, aardse kleuren, maar ook zijn er fellere, kleurrijke opties. Bolidtop® 700 College heeft door de speciale samenstelling en vulstofopbouw, alsook door de mechanische manier van aanbrengen en verdichten, een terrazzoachtig uiterlijk. ®

de volgende onderwijsgebouwen toegepast: • Sint Nicolaas Lyceum te Amsterdam, 8.000 m2 • S cheepvaart Transport College te Rotterdam, 6.000 m2 • AOC Oost te Twello en Almelo, 4.000 m2 • ROC Leiden, 2.700 m2.

Onderhoud en Garantie Omdat de vloer geen was- of verzegellagen ten behoeve van regelmatig terugkerend onderhoud nodig heeft, verstrekt Bolidt op deze vloerafwerking, toegepast in onderwijsgebouwen, een 10-jarige garantie, zonder dat daaraan onderhoudskosten verbonden zijn. Dit maakt op de totale kosten van het systeem gerekend over 10 jaren erg veel uit ten opzichte van andere vloerafwerkingen, waar de post periodiek onderhoud veel kosten met zich meebrengt. De garantie die Bolidt verstrekt wordt gegeven in combinatie met een kosteloze jaarlijkse inspectie/monitoring van de vloeren (waarvan de gebruiker een rapportage ontvangt). Daarnaast verstrekt Bolidt een gebruikershandleiding met reinigingsvoorschriften, die bijdragen aan een optimaal gebruik van de vloer. Voor meer informatie kijkt u op www.bolidt.nl.

schooldomein

juni 2013

27


Kind, klant en koning Een kindcentrum moest het worden. Niet zomaar een nieuw schoolgebouw, niet een brede school en zeker geen bedrijfsverzamelgebouw, maar een integraal kindcentrum. En dat is het geworden. Een prachtig nieuw gebouw in het Brabantse Beek en Donk waar het kind centraal staat én volop de ruimte krijgt.

Tekst Paul Voogsgerd Foto’s Kees Rutten

Er zijn soms van die plekken waar je je prettig voelt, zonder dat je precies kunt definiëren waarom. Het nieuwe onderkomen van basisschool De Raagten, het kinderderdagverblijf, de peuterspeelzaal en de BSO van Spring Kinderopvang en de tussenschoolse opvang van Fides is zo’n plek. Zijn het de ruimte en het licht die de architect het gebouw heeft gegeven? Zijn het de vrolijke kleuren? Is het de prettige akoestiek of de frisse lucht? Vermoedelijk is het een combinatie van al die – soms niet eens zichtbare - factoren die het nieuwe gebouw tot een aangename plek om te verblijven maken. Geja Raaijmakers, directeur van

28

schooldomein

juni 2013

basisschool De Raagten, leidt ons met gepaste trots rond door het gebouw.

Synergie “Ik ben hier drie jaar geleden gekomen”, vertelt ze. “En ik kon eigenlijk direct aanschuiven aan de tekentafel. Samen met de mensen van de kinderopvang, want die zaten er ook vanaf het begin bij.” De toekomstige bewoners van het nieuwe gebouw waren het er snel over eens dat ze meer wilden dan alleen samenwonen. “We wilden synergie: van elkaar leren en elkaar versterken”, vertelt Raaijmakers. “We


ontwerp en inrichting

hebben daarom niet gewacht met samengaan tot de nieuwbouw er was. Wij waren ooit een heel grote school met zo’n 600 leerlingen. In de loop van de tijd waren dat er minder geworden dus er stonden lokalen leeg. Ik heb toen de peuterspeelzaal gevraagd bij ons in te trekken. Dat idee stuitte aanvankelijk wel op weerstand maar ik zag absoluut kansen en uiteindelijk ging het als vanzelf. Het ging zelfs zo goed dat we vorig jaar ook alvast de buitenschoolse opvang in huis hebben gehaald.”

Pioniers Naast een huisvestingstraject had Raaijmakers dus ook te maken met een synergietraject. “We zijn eerst met een paar pioniers aan de slag gegaan”, vertelt ze. “De onderbouwcoördinator, een LB-leerkracht, kreeg de taak een brug te slaan tussen de kleuters en de peuters. Dat gaat heel goed, ook vakinhoudelijk. We werken nu allemaal met dezelfde methodes en dezelfde aanpak. In groep twee hebben we een taalspecialist aangesteld die zich vooral richt op het vergroten van de woordenschat van de kinderen. En ook daar boeken we mooie resultaten.”

Ontmoeten Resultaten waarin het fraaie nieuwe gebouw onmiskenbaar een belangrijke rol speelt. De lokalen zijn groot, licht en opvallend hoog. Dat geeft het gevoel dat je er echt alle ruimte hebt. Fraaie touchscreens onderstrepen de eigentijdsheid van het gebouw. Tussen iedere twee lokalen is een gezamenlijke verwerkingsruimte. “Daarmee geven we de samenwerking tussen de verschillende groepen heel praktisch vorm”, legt Raaijmakers uit. “Kinderen van verschillende leeftijden werken hier als vanzelf samen.” Dat doen ze ook op het grote leerplein op de etage vanwaar je door grote ramen mooi zicht hebt naar bijna het hele gebouw. “Het oorspronkelijke idee was het hier

“In de personeelskamer wordt niet gewerkt en zeker niet vergaderd. Het is vooral de bedoeling elkaar daar te ontmoeten.” open te laten en een balustrade te maken maar we vonden dat dat toch te veel lawaai door het gebouw zou geven. De architect heeft nu met veel glas heel creatief een prachtige oplossing geboden.” De docentenkamer ademt met kleine zitjes en een gezellige aankleding de sfeer van een moderne lunchroom. “Hier wordt niet gewerkt en zeker niet vergaderd”, zegt Raaijmakers. “Het is vooral de bedoeling elkaar hier te ontmoeten.”

Bewegen op je stoel In de openbare ruimte wordt de kleur grotendeels bepaald door wanden en vloeren. De lokalen zijn veel rustiger maar het meubilair is kleurrijk. Raaijmakers: “We hebben uiteindelijk gekozen voor inrichter Marko. Zij hebben eerst goed geluisterd en vervolgens een passend advies uitgebracht, onder andere over de kleurstelling. Zeven leveranciers hadden we gevraagd leerlingsetjes neer te zetten en de beoordeling hebben we helemaal overgalaten aan een testpanel van leerlingen. De tafels en vooral de stoelen van Marko scoorden daarbij het beste. Het ziet er mooi uit maar ook het feit dat de stoelen iets meegeven - en de leerlingen dus met de stoel kunnen bewegen - blijkt een pré. Als je beweegt, is je doorbloeding beter en kun je je beter concentreren. Niet alle docenten vonden dat bewegen een goed idee maar de leerlingen wel. En zij moeten er op zitten!” En daarmee doet De Raagten haar naam van integraal kindcentrum eer aan: het kind is er klant én koning.

schooldomein

projectinformatie Project: nieuwbouw integraal kindcentrum De Raagten

Opdrachtgever: gemeente Beek en Donk

Architect: Frencken Scholl Architecten, Maastricht

Aannemer: Bouwbedrijf Hendriks Gemert b.v.

Inrichter: Marko bv (www.marko.nl)

Bruto vloeroppervlakte: 2.047 m²

Ingebruikname: 13 mei 2013

juni 2013

29


De stoel voor alle leef tijden

30 jaar productontw ikkeling Het origineel in aangepast zitmeubilair.

ong eeven aarde zitkwaliteit

De tafel voor eindeloos w erkplezier

Traploos instelbaa r

Maximale on derrijdbaarheid

Altus, de optimale schooltafel.

026 35 12 247 • www.kindermeubilair.nl


reacties uit ‘t veld In de rubriek ‘Reacties uit ’t veld’ luchten lezers hun hart. In dit nummer de reactie van Hidde Benedictus, senior adviseur onderwijshuisvesting bij ICSadviseurs op de bijdrage van Joyce Lauret, Derryl Carbin, Germaine Zielstra en Ruud van Wezel in Schooldomein 4.

Beste redactie van Schooldomein,

Reactie op case uit de vorige Schooldomein: Van functie-transformatie naar constantetransformatie

I

k reageer graag op de case uit de vorige Schooldomein die op pagina 11 staat beschreven. De transformatie van een kantoorpand naar – in de beschreven case – een hogeschool, is een mooi voorbeeld van hergebruik van bestaand vastgoed. Terecht zijn de vragen benoemd wat het verhogen van de benuttingsgraad van het gebouw betekent. 6.000 Bewoners in een pand dat ontworpen is voor 1.500 bewoners is bepaald geen sinecure. Inderdaad heeft dat effect op de luchtbehandeling, maar ook bijvoorbeeld op de breedte van vluchtwegen en trappenhuizen en de bestendigheid van de gebruikte materialen. Wanneer het lukt, dan krijgt een gebouw een tweede leven. De geschetste case is hier een mooi voorbeeld van. Het gegeven van een constante-transformatie is zeer herkenbaar. Het onderwijs is voortdurend in beweging. Nieuwe vragen uit het werkveld, soms leidend tot nieuwe opleidingen, nieuwe verbanden tussen disciplines, nieuwe onderzoeksvragen, nieuwe regelgeving en nieuwe technologieën zijn aan de orde van de dag en voorbeelden van aanleidingen voor aanpassingen. Ook in de toepassing van didactische werkvormen zijn continue veranderingen te zien. Onderwijsgebouwen moeten daarom gebouwen zijn die de vele benodigde veranderingen over de tijd kunnen overleven en faciliteren. Constante-transformatie is daarmee een mooi uitgangspunt. De gebruikers van een pand, in eerste instantie de studenten en medewerkers, veranderen mee met deze ontwikkelingen. De komst van nieuwe technologieën en toepassingen gaat hand in hand met de verwachtingen die zij hebben. De zwakste scha-

kel in de leeromgeving (in de brede zin van de betekenis) bepaalt in hoge mate de beleving van die omgeving. Als ICT faciliteiten niet meer passen bij de verwachtingen die de gebruikers hebben, wanneer materialen beginnen te verslijten of wanneer de ruimten niet meer passen bij de behoeften, is het logisch dat de gebruikers hieraan refereren. Het is dus niet vreemd dat onderwijsin-

stellingen, zoals deze hogeschool, na verloop van circa 10 jaar (deels preventief) aanpassingen aan het gebouw doorvoert. Stilstaan is hier letterlijk achteruitgang en is voor veel onderwijsinstellingen, zeker daar waar sprake is van een zekere mate van concurrentie en sturing op imago, geen optie. Ook hier ligt dus argumentatie voor de constante-transformatie.

schooldomein

juni 2013

31


Schooltje bouwen in Cambodja Sinds 10 jaar wordt door ATOS-Foundation jaarlijks een bouwreis georganiseerd naar een ontwikkelingsland. Er wordt altijd samengewerkt met een organisatie die kleinschalige projecten in het betreffende land faciliteert. ATOS-foundation heeft dit jaar gekozen om in Cambodja, in de provincie hoofdstad Kampong Cham, een 6 klassige school te bouwen. Hierbij werd samengewerkt met stichting de Brug. Tekst Erik van Duivenbode

S

tichting De Brug werkt in Cambodja al meer dan 20 jaar samen met de Cambodjaanse partnerorganisatie, genaamd Spie-en (Cambodjaans voor Brug). Het werk wordt uitgevoerd door deze organisatie. Cambodja is een zeer arm land als gevolg van jarenlange oorlogen en conflicten, de laatste jaren kwam daar de aidsepidemie bij. De Brug richt zich op kleinschalige projecten met veel participatie van de doelgroep en heeft aandacht voor arme en vergeten groepen. Op deze wijze beschouwt het dorp de school

32

schooldomein

juni 2013

ook als eigen en zorgt dan ook voor goed onderhoud en gebruik van de school.

Verzoek indienen De lokale bevolking doet de verzoeken en daarom zijn de projecten die worden ondersteund van velerlei aard, waaronder de bouw van scholen en de ontwikkeling van de gezondheidszorg. Meer informatie is op hun website te vinden. Tot nu toe werden er meer dan 115 scholen gebouwd en ingericht. Als er aangetoond kan worden


bouw en organisatie

dat er voldoende leerlingen en leerkrachten beschikbaar zullen zijn, komt een dorp in aanmerking om de bouwmaterialen voor de school geschonken te krijgen door De Brug. Door al deze projecten kunnen ruim 35.000 kinderen weer naar school. De lesboeken worden verstrekt door de regering, samen met UNICEF.

Basisonderwijs aan lokale kinderen De school wordt gebouwd op een ingedijkt gebied (voormalig meer) langs de Mekong rivier. Dit nieuwe stuk land wordt door de overheid beschikbaar gesteld aan arme gezinnen die geen land kunnen betalen. Op dit stuk land kan een gezin een eigen huisje bouwen. Veel kinderen die er wonen of komen wonen, kunnen nu niet naar school. De school is bedoeld voor het basisonderwijs aan de lokale kinderen. Een schooldag is verdeeld in een ochtend- en een middagsessie. Er kunnen 300 kinderen per dagdeel worden onderwezen, dus totaal ongeveer 600 kinderen per dag. De bouwplaats voor de nieuwe school ligt aan de rand van Kampong Cham. Kampong Cham is een vrij grote stad met 70.000 inwoners en ligt aan de Mekong rivier en 120 km van Phnom Penh en kan worden bereikt via een verharde weg.

Vrijwilligers In totaal bestond de groep dit jaar uit 19 vrijwilligers, waarvan enkele al ervaring hadden met eerdere bouwreizen. Ook was een deel een ervaren doe-het-zelver. Opvallend was dat tijdens de twee bouwweken iedereen zijn of haar bijdrage vrij snel wist vorm te geven. De samenstelling van de groep was zeer divers, de teamspirit, samenwerking en de sfeer was opperbest, hetgeen een positief effect heeft gehad op het bereikte resultaat. Bij onze aankomst op de bouwplaats was alleen de

fundering klaar. De werkzaamheden werden onder uiterst primitieve omstandigheden uitgevoerd. Opvallend was dat al het materiaal, tot spijkers aan toe, wordt hergebruikt. De aanleg van de vloeren, het maken van de bewapening voor de constructiepalen en de lateien, het samenstellen van het cement, het vervaardigen van de ventilatieroosters gebeurt allemaal met de hand. Ook het laden en lossen van de vrachtwagentjes met de bakstenen gebeurde handmatig. De bouwsteigers, die werden opgebouwd nadat de muren op hoogte kwamen, zijn, naar onze maatstaven, uiterst fragiel.

“Het dorp beschouwt de school als eigen en zorgt dan ook voor goed onderhoud en gebruik.�

Lokale aannemer Na de eerste week was de gehele achtergevel op hoogte, met openingen voor de kozijnen en waren ook de zijwanden al ver gevorderd. Na een vrij weekend hebben wij ons in de tweede week beziggehouden met het afmaken van zijgevels, het optrekken van de voorgevel en het aanbrengen van de cementvloeren. Deze laatste klus bestond uit het met de hand aanleveren en aanbrengen van een ondergrond van keien, die werden aangestampt en vervolgens aangevuld met een mengsel van cement, zand en water. Het resultaat was een ruwe betonvloer waarop later alleen nog een dunne afwerklaag aangebracht hoeft te worden. Na twee weken bouwen is de gehele begane grond vrijwel gereed gekomen. Na ons vertrek is de lokale aannemer met zijn arbeiders het gebouw aan het voorzien van een dakconstructie en wordt het gebouw aan de binnen- en buitenkant afgepleisterd. De stichting de Brug verwacht dat de school nog dit schooljaar in gebruik kan worden genomen. Meer informatie over de stichting de Brug of ATOS-Foundation is te vinden op www.stichtingdebrug.nl en www.atosfoundation.nl.

schooldomein

juni 2013

33


Nieuwe Vrije School in Leiden

Worden wie je bent Het Marecollege bouwt een prachtige nieuwe Vrije School in de Sumatrastraat in Leiden. Rector Bart van Dam en architect Boris Zeisser van 24 H Architecture vertellen over het ontstaan van het vernieuwde concept. Het bijzondere is dat het gebouw heel goed de visie van de Vrije School laat zien.

Tekst Sibo Arbeek

B

art van Dam is druk. De school wordt in september opgeleverd en er moet nog veel gebeuren. Overal lopen werklui rond. In de school ruikt het naar verf en olie. Hij zoekt een leeg lokaal en brengt even later koffie binnen, ‘echte bouwkeetkoffie’. Even later legt hij uit waarom Schooldomein hier zit. “Ja, ik heb jullie gebeld. De school is nog niet klaar, maar je kunt juist nu zien hoe mooi hij wordt, nu alles nog leeg is.” Bart is al 25 jaar verbonden aan de school, “Ik ben begonnen als docent dans en euritmie. Vrije scholen hadden brede overlegstructuren, waar je als docent snel door kunt groeien. Nu ben ik al weer negen jaar rector. Het Marecollege is één van de veertien Vrije Scholen in Nederland. We hebben nu 550 leerlingen en bieden de VMBO tl, havo en vwo aan. We bouwen voor 600 leerlingen, maar dat is wel het maximum, denken we.”

Renovatie en nieuwbouw In dezelfde straat staat het huidige gebouw van het Marecollege. Waarom was er behoefte aan een nieuw gebouw? Bart legt uit: “De gemeente wilde ons van de huidige locatie weg hebben. Er komt een verdere ontwikkeling van de wijk en het winkelcentrum wordt uitgebreid. Vanuit wijkontwikkeling kwamen we in gesprek. Op deze locatie stond een bestaande school en zo kwamen we uit op een combinatie van renovatie

34

schooldomein

juni 2013


bouw en organisatie

en nieuwbouw. Als Vrije School vroegen we om een duidelijke visie van onze partners. Er was veel belangstelling bij de aanbesteding. Uiteindelijk hebben we gekozen voor het architectenbureau 24 H. Niet toevallig, want Boris Zeisser heeft zelf op een Vrije School gezeten. Het is dus een renovatie van een bestaande Mavo geworden, gecombineerd met een deel nieuwbouw. Boris legt uit hoe het project is ontstaan: “De gemeente zette in op het behoud van dit gebouw. Het budget was e 4,2 miljoen bouwkosten. We moesten dus het grootste deel oudbouw handhaven om een goed budget voor het nieuwbouwdeel te hebben. Daarnaast wilden we het totale gebouw opkrikken tot het niveau van frisse scholen niveau B. Dat was dus een uitdaging. Met docenten zijn we door dit gebouw gaan lopen en hebben we de kwaliteiten ontdekt, zoals ruime en lichte lokalen, hoge plafonds en fraaie glaspuien aan de buitenkant. Een gebouw kan net zo organisch groeien als een stad en daardoor verschillende levens krijgen. Die verschillende levens mag je zien in de ontwikkeling van het gebouw. Het bestaande gebouw had een klein deurtje, na de renovatie heeft het gebouw een echte kop met een monumentale entreepartij.”

Eigen vormgeving Bart vult aan: “We hebben hard gestreden om in de uitvoering een eigen vormgeving te krijgen. Dus niet een standaard plafondplaat, maar natuurlijke materialen. De plafondplaten in de gangen hebben een eigen natuurlijk motief meegekregen. Vervolgens hebben we fors ingezet op het nieuwbouwdeel, waarbij het hart van de school als belangrijkste prioriteit werd gezien. Daar liggen de grote aula, de kantine, de keukenvoorzieningen en de kunstlokalen op de eerste verdieping. Het is het dynamisch knooppunt van de school geworden in de vorm van een lemniscaat, die de eeuwige beweging symboliseert. Dat is in de antroposofische leer een oneindigheidsteken en heeft de vorm van een acht. We lopen door het gebouw en Boris laat zien hoe het rond het centrum werkt, waar ook de twee trappen liggen, die als geschubde draken naar boven golven: “Het gaat over de beweging en de plekken die daardoor worden gemaakt. De beide hoofdentrees sluiten daarbij aan en ook de toegang naar het plein. Zo worden de ontwikkeling en de dynamiek van het alsmaar ontdekken aangegeven. En dan heb je het over het Vrije Schoolonderwijs; we willen dat onze leerlingen zich naar buiten richten en op onderzoek uitgaan. Dat was ook de visie van onze leermeester Rudolf Steiner. Het gaat erom dat je wordt wie je bent.”

Materiaalkeuze Boris verder: “We hebben ingezet op veel natuurlijk materiaal gebruik. De hoofddraagstructuur is van houtspanten en baant zich in een vrije vorm een weg door het gebouw. Constructief gezien krijg je daardoor spannende knooppunten. Soms wint het nieuwe en soms wint het oude gebouw. Het oude deel heeft veel beton, het nieuwe deel is opgebouwd uit allerlei varianten met hout en leisteen aan de buitenkant. Dat loopt voor een deel mee in die vorm naar binnen. Een aantal lokalen heeft een leisteengevel.” Bart tenslotte: “Belangrijk is dat leerlingen de constructie zien en ervaren. We zijn niet zo van verstoppen.” Voor meer informatie kunt u bellen of mailen met Bart van Dam: telefoon 071-5227333 en email directie@marecollege.nl of u kunt contact opnemen met Boris Zeisser van 24 H Architecture: telefoon 010-4111000 en email boriszeisser@24h.eu.

schooldomein

projectinformatie Opdrachtgever Gemeente Leiden

Schoolbestuur Marecollege voor mavo-havo en vwo

Project Vernieuwbouw voor TL, mavo en vwo,

Bouwkosten € 4,2 miljoen exclusief btw

Architect 24 H Architecture, Boris Zeisser en Maartje Lammers

Bouwer Driesten Bouw, Ede

Oplevering September 2013

juni 2013

35


Nieuw onderwijs in oud gebouw

Basisschool St. Jan in Hengelo Dat basisscholen zich aanpassen aan steeds andere eisen is een gegeven waar we niet omheen kunnen. Scholen krimpen en groeien. Nieuwe organisaties sluiten zich aan. Ook wisselende opvattingen over de wijze waarop het onderwijs wordt vormgegeven drukken hun stempel op de omgang met de bestaande gebouwen. Als tweede in een reeks voorbeelden van verbouwprojecten uit de Scholenbouwatlas: de nieuwe werkeilanden in Basisschool St. Jan in Hengelo.

Tekst Dolf Broekhuizen Foto’s LKSVDD architecten, Ben Vulkers

T “Vóór de ver­ bouwing gebruikte elke leerkracht de nissen anders.”

oen Theo Krabbe, directeur van de Basisschool St. Jan in 2005 met een architect om de tafel ging zitten over de aanpassing van het oude gebouw, had de school al een hele geschiedenis achter zich. Een deel van het gebouw, dat in 1929 was gebouwd als Rooms Katholieke jongens- en meisjesschool, was niet meer als basisschool in gebruik. Omdat in het verleden het leerlingenaantal was afgenomen gebruikte de St. Janschool slechts één vleugel. De andere vleugel was sinds de jaren zeventig in gebruik als kantoor en in het middendeel zat een speelotheek. Maar de school groeide weer en er was behoefte aan lokaaluitbreiding. Ook wenste Theo Krabbe wel een ander type onderwijsruimte als alternatief voor de traditionele klaslokalen langs een gang: “We wilden het liefst werkplekken op

de gang, maar dat was waarschijnlijk lastig. Heb je dan wel voldoende toezicht op de leerlingen?” Als oplossing stelde architectenbureau LKSVDD voor verhoogde werkplekken op de gangen te creëren en de kantoren weer bij de school te betrekken. Voor de huurders is elders huisvesting gezocht.

Herschikken Theo Krabbe wilde herschikken: “Vóór de verbouwing gebruikte elke leerkracht de nissen anders. Er stonden kasten en soms tafels, kortom het was een rommeltje. Nu kunnen we in de groepsruimtes en de werkeilanden het onderwijs geven dat voldoet aan de eisen van deze tijd. Het is een stuk in de klas, maar dan buiten de klas.” De ruime nissen waren groot genoeg om te transformeren tot werkeilanden. Elk lokaal heeft een eigen uitwijkmogelijkheid. Op de begane grond beschikken de onderbouwleerlingen over nissen met speelplekken. Op de verdieping zijn individuele plekken waar leerlingen van de midden- en bovenbouw achter een computer gegevens kunnen opzoeken. Deze worden afgewisseld door nissen met groepsplekken. In het middendeel liggen twee meer besloten plekken met een loungekarakter, om rustig te lezen of te overleggen.

Bestaande structuur Het krachtige van deze verbouwingsingreep is het herstel en de versterking van de bestaande structuur, met doorvoering van nieuwe ideeën en functionele

36

schooldomein

juni 2013


bouw en organisatie

behoeftes. Het gehele gebouw krijgt weer de onderwijsfunctie terug. De voormalige gymzaal op de begane grond in het hart van het gebouw, krijgt een centrale aulafunctie, met ruimte voor de overblijf (lunch). Elke dag eten hier kinderen van groep 3 tot en met 8. Rond de aula liggen ook de personeels- en nevenruimtes waar meer behoefte aan is dan in 1929. Bovendien waren in de loop der tijd veranderingen doorgevoerd die de structuur verrommelden. Die zijn weer teniet gedaan. En de tegelvloer, vaste kasten en paneeldeuren die in de loop der tijd grotendeels waren verdwenen, zijn weer hersteld. Deze restauratieve ingrepen in het Rijksmonument waren mogelijk binnen een standaard budget voor scholenbouw. Enkele veranderingen zijn ook duidelijk eigentijds, zoals de nieuwe verdikte lambrisering in de gang met garderobenissen voor de

berging van jassen. Hierin zijn bovendien de verwarming en brandslanghaspels weggewerkt. Door aan de achterzijde van het gebouw het materiaal van de lambrisering (cementvezelplaat) ook als buitenschil te gebruiken voor het vernieuwde trappenhuis met toiletten, ontstaan een eenheid en tijdlagen. Theo Krabbe is tevreden over het functioneren van de verwerkingsplekken: “De toevoeging van een verhoogde vloer van de werkeilanden zorgt ervoor dat voldoende licht in de werkeilanden valt. Desnoods kan de leerkracht vanuit het lokaal toezicht houden op de leerlingen via een bestaand binnenraam in de gangwand. En we benutten de ruimte onder de vloer van het werkeiland als bergruimte, waar vaak tekort aan is op scholen.” Het zijn bovendien erg karaktervolle plekken met veel ruimtelijke kwaliteit door de rijke architectuur met bijzonder gevormde bogen, tegelvloer en hoge plafonds en de moderne werktafels. Het architectenbureau maakte met een vooruitziende blik de werkplekken als meubels. Architect Ronald Olthof ontwierp ze als reversibele inpassing: “Onder de meubels is gewoon doorgetegeld. Als over enkele jaren al het onderwijs weer geconcentreerd wordt in de groepsruimtes, kan het eenvoudig veranderd worden. We hebben een ontwerp gemaakt dat nu voldoet, en voldoende flexibel is.” Scholenbouwatlas in wording In deze serie besteedt Schooldomein aandacht aan verbouwprojecten in het kader van De Scholenbouwatlas. Zie voor het eerste artikel Schooldomein april 2013. De gebouwen zijn leerzame voorbeelden die uitgebreider in de Scholenbouwatlas gepresenteerd zullen worden. De atlas gaat uit van het idee: we kunnen leren van elkaar. Gebruikers doen met de atlas ideeën op. Naar verwachting is eind 2013 de website www.scholenbouwatlas.nl operationeel die gekoppeld is aan de scholenbouwwaaier. Met nai010 uitgevers wordt gewerkt aan een publicatie. Het project wordt breed gedragen en financieel mede mogelijk gemaakt door het Atelier Rijksbouwmeester en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

schooldomein

juni 2013

37


STEDENBOUW EN ARCHITECTUUR

Er is meer tussen buiten en binnen

De openluchtschool revisited Honderd jaar geleden opende de eerste ‘buitenschool’ in de duinen bij Scheveningen. De uitgangspunten van toen blijken, in een moderner jasje gestoken, goed aan te sluiten bij de huidige onderwijspraktijk. Wat destijds werd ingezet tegen tbc, kan nu bijdragen aan een beter binnenklimaat en bovendien helpen in de strijd tegen hoge energierekeningen en overgewicht. Een ontwerpstudie van BNA-architecten laat mogelijke denkrichtingen zien. Tekst: Anka van Voorthuijsen

De Nederlandse openluchtscholen stonden aanvankelijk bij sanatoria voor tbc-patiënten. De heilzame omgeving vol frisse zee- of boslucht, droeg bij aan genezing van de longen, was het idee. De scholen kenmerkten zich door een grote ruimtelijkheid, de plattegronden verzekerden leerkrachten en leerlingen van veel ‘licht en lucht’. Ramen en puien konden makkelijk open, en een deel van de lessen vond in de buitenlucht plaats zodat zonlicht kon zorgen voor de aanmaak van vitamine D, belangrijk voor de botgroei. Er was veel aandacht voor hygiëne, gezonde voeding en voldoende beweging.

Ultieme frisse school

Geef de gevels zo vorm dat zij het naar buiten gaan stimuleren, zoals met een ‘actieve gevel’ of nog extremer: met een luchtgordijn. Ontwerp: Erik Workel (IAA architecten), Joep Windhausen (Windhausen architecten) en Pietjan Versluis (Studiovk)

Toen hij op een tekst over de openluchtscholen stuitte, schoot het direct door zijn hoofd, zegt architect Micha de Haas van Architectenbureau Micha de Haas: was die klassieke openluchtschool eigenlijk niet de ultieme ‘frisse school’? Veel scholen hebben een slecht binnenklimaat, terwijl de energierekeningen hoog zijn. Directies hebben te maken met allerlei maatschappelijke verwachtingen op -bijvoorbeeld- het gebied van gezondheid en bewust leven. De bestaande gebouwen hebben hun beperkingen: de klassen worden voller en het onderwijs steeds individueler. Zitten er elementen in het vroegere openluchtonderwijs die anno 2013 nog relevant zijn?

En zo ja: combineren die principes met hedendaagse onderwijsconcepten als de brede school, een elektronische leeromgeving en de individualisering van het onderwijs? Samen met BNA Onderzoek, de onderzoekstak van de Bond van Nederlandse Architecten, werd in het najaar van 2012 een studie opgezet waar achttien collega-architecten op intekenden. In een reeks workshops werd samen met externe experts (schoolbestuurders, bouwfysici, onderwijsdeskundigen) gezocht naar de mogelijkheden om componenten van de openluchtschool, in geüpdate vorm, te gebruiken bij de bouw en verbouw van scholen. Micha de Haas: “Ik was geneigd om te denken dat het fenomeen openluchtschool verouderd is. De oorspronkelijke scholen functioneren ook niet meer zoals destijds de bedoeling was. Bovendien betwijfelde ik of de buitenluchtkwaliteit, als je denkt aan fijnstof en uitlaatgassen, nog wel goed genoeg zou zijn.” Het antwoord op die laatste vraag was eenvoudig. Uit onderzoek blijkt dat in Nederland de luchtkwaliteit buiten altijd beter is dan binnen in een klaslokaal. Oók in de stad. De Haas: “Alleen dat al, maakt het wel degelijk relevant om te kijken of je elementen uit die openluchtscholen ook nu nog toe zou kunnen passen.” De insteek van de studie was niet om een compleet nieuw gebouwtype, zeg maar ‘de openluchtschool anno 2013’ te ontwerpen. Bedoeling was om op verschillende schaalniveaus te zoeken naar ‘open lucht-oplossingen’, die nu kunnen bijdragen aan een prettiger en gezonder verblijfsklimaat op scholen.

Onderwijs in buitenlucht Aan de Cliostraat in Amsterdam-Zuid staat sinds 1931 de Eerste Openluchtschool voor het gezonde kind. Want wat goed was voor bleekneusjes, zou ook voor andere kinderen beslist geen kwaad kunnen, was al snel de gedachte. De school – een

schooldomein

juni 2013

39


Besneeuwde duinpan Op een foto uit 1922 is te zien hoe leerlingen van de buitenschool in Katwijk met gebreide mutsen op en onder dikke dekens, les krijgen in een besneeuwde duinpan. Op zomerfoto’s dragen de kinderen juist zonnehoeden, en staat het lichtgewicht meubilair opgesteld in een beschutte ‘leskuil’ of achter windschermen in de duinen. Eenvoudige oplossingen die voor een aangenaam, maar vooral ook gedifferentieerd klimaat zorgden.

Architecten tijdens de workshop in de schoolbanken op de Eerste Openluchtschool in Amsterdam

ontwerp van architect Jan Duiker – werd een paar jaar geleden fraai gerenoveerd en voerde onlangs het onderwijs in de buitenlucht weer enthousiast in. Twee van de workshops tijdens de BNA-studie vonden dáár plaats, zodat de ontwerpoplossingen van Duiker als inspiratiebron konden dienen voor de ontwerpteams. De school, die beschut tussen hogere bouwblokken staat, heeft lokalen met veel ramen. Er kan altijd worden gelucht, zonder dat de schriften van tafel waaien. Op elke verdieping delen twee lokalen een groot overdekt buitenterras, dat goed wordt benut. “Er wordt niet meer frontaal klassikaal lesgegeven zoals in de jaren dertig”, zegt directeur Onno van Ulzen. “Kinderen zitten er graag, alleen of in groepjes, met een boek of een laptop. Het geeft letterlijk meer lucht en meer vierkante meters in de klas.” Ouders, leerkrachten én kinderen zijn enthousiast over de mogelijkheid om ook buiten te werken. De ouders zamelden zelf geld in om speciaal buitenmeubilair aan te kunnen schaffen.

Dat laatste is juist nu relevant, vindt Yvette Vervoort, adviseur bij het Landelijk Steunpunt Brede Scholen en deelnemer aan de serie workshops. “De huidige onderwijsrealiteit vraagt om veel flexibiliteit. Een school in deze tijd is geen verzameling klaslokalen meer die uitsluitend tussen half negen en half vier wordt gebruikt. Brede scholen zitten vaak in multifunctionele accomodaties, met daarin behalve een school ook kinderopvang, een peuterspeelzaal en voorschoolse en buitenschoolse opvang.” De gebouwen zijn in het weekend en ‘s avonds in gebruik bij verenigingen en sportclubs, worden extern verhuurd. Dat maakt het extra belangrijk dat het binnenklimaat individueel regelbaar is, merkt Vervoort in de praktijk. Binnen een gebouw moet een variatie aan ‘klimaatzones’ beschikbaar zijn: verschillende activiteiten en groepen van verschillende omvang en leeftijd vragen om variabele temperaturen, en snelle individuele regelbaarheid van het klimaat. De meeste schoolgebouwen kennen nu een erg vlak klimaat, zegt De Haas: “Iedereen loopt ‘s zomers en ‘s winters in een shirtje door school, omdat het

De bijeenkomsten hebben geleid tot ‘Het buitenschoolmanifest’: de 10 geboden voor meer buiten(lucht) op school. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Ontwerp gebouw en omgeving als integrale opgave. Introduceer meerdere microklimaten binnen en buiten het schoolgebouw. Maak de overgang tussen buiten en binnen geleidelijk (klimatologisch en ruimtelijk). (Individuele) regelbaarheid van klimaat is beter dan gelijkmatigheid. Varieer activiteiten per ruimte en seizoen. De gevel is meer dan een afsluiting: maak het ‘naar buiten gaan’ makkelijk en verleidelijk. 7. Gebruik tijdelijke, seizoensgebonden, bouwwerken. 8. Haal het groen naar binnen! 9. Doe af en toe wat warms aan! 10. Schoolbesturen: meer buiten(lucht) begint bij het schrijven van een PVE.

Les in een besneeuwde duinpan. Leidse Buitenschool, Katwijk aan Zee. Bron: Openluchtscholen in Nederland, Dolf Broekhuizen, uitgeverij 010, 2005

40

schooldomein

juni 2013


STEDENBOUW EN ARCHITECTUUR altijd overal 21 graden is. Dat hoeft niet. Er zijn wel normen voor CO2-waarden in lokalen, maar niet voor de binnentemperatuur. Er staat nérgens dat het in elk klaslokaal het hele jaar door 21 graden moet zijn. Daar kun je dus mee variëren.” Dat leerlingen anno 2013 met temperaturen rond het vriespunt buiten gaan werken is natuurlijk onzin, vindt Onno van Ulzen van de Eerste Openluchtschool. Maar de manier waarop zijn ‘buitenlokalen’ zijn gebouwd, zorgen wel voor een soort microklimaat waar het snel aangenaam is, merkt hij.

Gedifferentieerd klimaat Veel ontwerpgroepen gingen dan ook op zoek naar zachtere en eigentijdse varianten van de buitenlokalen op de openluchtscholen en dat leverde een variatie op aan divers geklimatiseerde lesruimtes. Een loggia, dakterras, patio of erker zijn allemaal voorbeelden van verschillende klimaatzones of bufferruimtes: bouwkundige ingrepen die zorgen voor een gedifferentieerd binnen- en buitenklimaat. Die bovendien gebruikers meer keuze laten. Vervoort ziet de noodzaak daarvan in, zegt ze. Ze komt veel in scholen en ziet te vaak dat het op klimaatgebied mis gaat. “Juist in moderne gebouwen zie je dat er enorm veel geld in technische installaties is geïnvesteerd, aan betonkernactivering, luchtbehandelingssystemen en weet ik allemaal niet wat. En dan blijkt dat ze het aan de éne kant van het gebouw altijd steenkoud hebben, en aan de andere kant stikken van de hitte. Niemand is tevreden. Dan denk ik weleens: als je gewoon een raampje open kon zetten zoals vroeger, was dat misschien wel beter. Op z’n minst in de beleving van mensen.”

Liever buiten dan binnen Bij het nadenken over een gezonde werk- en leeromgeving en het feit dat buitenlucht toch meestal gezonder is dan de lucht binnen, kwam één groep met het

In plaats van een ‘scherm’ van bebouwing zoals bij de openluchtschool van Duiker kan ook een bomenscherm of een glazen scherm beschutting tegen wind bieden en voor een aangenaam microklimaat zorgen. Ontwerp: Erik Workel, Joep Windhausen en Piet Versluis

dientengevolge logische concept Liever Buiten dan Binnen. “We willen docenten en leerlingen verleiden om meer dagen per jaar naar buiten te gaan”, verduidelijkt architect Erik Workel van IAA architecten. “Bij openluchtscholen draait het aan de ene kant om de buitenwereld en lucht en licht naar binnen te halen, maar je kunt natuurlijk ook proberen om de buitenwereld zo aantrekkelijk te maken, dat iedereen graag naar buiten wil.” De Haas: “Een plein wordt nu vaak alleen in de pauze of tijdens gymles gebruikt. Terwijl je letterlijk en figuurlijk veel meer ruimte en lucht voor onderwijs krijgt, als je die vierkante meters buiten beter benut. De school is niet alleen het gebouw. De directe buitenruimte en omgeving maken er structureel deel van uit. Die kun je bij je lessen betrekken.” Erik Workel: “Je zou buiten het schoolgebouw een mild microklimaat kunnen realiseren door op een deel van het plein ‘schermen’ neer te zetten, denk

schooldomein

Verschillende ruimtes met verschillende klimaatcondities en functies worden geschakeld, zodat het gebouw door het jaar heen op verschillende manieren gebruikt kan worden. Ontwerp: Micha de Haas (Architectenbureau Micha de Haas) en Peter Elemans (Elemans Postma van den Hork architecten)

juni 2013

41


aan de glazen schuttingen van een strandtent. Dan kun je meer dagen per jaar lekker in het zonnetje zitten zonder dat je last hebt van een koude wind. Zo’n scherm kan hard zijn, maar het kunnen natuurlijk ook bomen zijn. Een buitenlokaal kan in een kuil liggen, zoals een duinpan, maar ook een hele school kan binnen een dijk liggen, zodat je wel profiteert van de zon, maar de wind buitensluit.” De tweede verleidingspoging zit in de gevel: “Die kun je aantrekkelijk en actief maken, een gevel hoeft niet statisch te zijn. De prachtige taatsramen in de sportzaal op de Clioschool zijn zo elegant, dat iedereen ze alleen al om die reden open wil zetten.” Op één van hun schetsen verscheen een glijbaan in de buitengevel zodat kinderen gráág naar buiten willen. Maar je kunt ook denken aan warmeluchtgordijnen zoals winkels die hebben, de overgang tussen buiten en binnen moet minder hard.

BuitensteBinnen Bij het concept BuitensteBinnen van Micha de Haas en Peter Elemans (Elemans Postma van den Hork architecten) is ook sprake van grote verschillen tussen ruimtes op het gebied van daglichttoetreding, verwarming en openheid. Kernruimtes bevinden zich

Temperatuur en CO2 concentratie lopen op terwijl de vitaliteit afneemt. Door op gezette tijden een ‘Energy boost’ in te lassen krijgen leerlingen weer energie.

De gevel op gepaste momenten openzetten zorgt voor de energy boost. Ontwerp: Bart van den Hork (Elemans Postma van den Hork architecten)

42

schooldomein

juni 2013

in hun ontwerp in het centrum van het schoolgebouw: daar is het relatief warm, er is minder daglicht en weinig rumoer van buiten. Een ideale plek om geconcentreerd of met digischermen te werken, aldus de architecten. Daarnaast zijn er ook werkplekken die grenzen aan de buitenruimte en dus veel daglicht binnenkrijgen en wanden hebben die helemaal of gedeeltelijk (en makkelijk!) weggeschoven kunnen worden. Daartussen bevinden zich ruimtes die dienst doen als bufferzones. Verschillende activiteiten vragen om verschillende ruimtes, vinden de architecten. Een handenarbeidlokaal waar wordt getimmerd en geschilderd hoeft niet zo warm te zijn als een studiezaal. Afhankelijk van het seizoen kan het koud of juist warm zijn in een bepaalde ruimte. Er zijn plekken waar het ’s winters misschien permanent rond de 21 graden is, in een andere maar 15. ’s Zomers kan dat andersom zijn. De Haas: “Het brengt ook een andere manier van roosteren met zich mee. Je moet kijken wat je op welk moment, waar het beste kan doen.”

Energy boost Bart van den Hork (Elemans Postma van den Hork architecten) opperde het instellen van ‘spui-momenten’ in een gevel, die samenvallen met het bio-ritme


STEDENBOUW EN ARCHITECTUUR

Simpele landbouwkassen creëren multifunctionele bufferruimte, hier verwerkt in een ‘k(l)assenberg’. Ontwerp: Mariëtte Adriaanssen (Atelier Mariëtte Adriaanssen)

van mensen. Na ongeveer anderhalf uur zit er een duidelijke dip in de concentratie. “Als je leerlingen dan naar buiten laat gaan zodat ze in het licht, de zon, de wind of de kou zijn, kunnen ze even opladen en nieuwe energie krijgen. Datzelfde zou je met de ruimte kunnen doen. Zo’n lokaal wordt in anderhalf, twee uur muf en warm en de CO2-waarde loopt op. Door de gevel open te zetten geef je het lokaal een energy boost.” In de praktijk hebben scholen – doordat het binnenklimaat met technische installaties wordt geregeld – nu een heel ‘vlak’ klimaat. Door een spui-cyclus in te stellen blijven docenten en leerlingen helder en actief, verwacht Van den Hork. “Een koud lokaal is ook in no time weer opgestookt door de lichaamswarmte van een groep kinderen.” Kost het niet teveel (kostbare) lestijd? “Je moet logische momenten kiezen. En bijvoorbeeld nadenken over de plek van de garderobes. En het ligt voor de hand om de buitenruimte ook meteen te gebruiken voor je lesprogramma.’

Gereedschapskist Op een ander schaalniveau dachten de architecten na over elementen die at random ingezet zouden

schooldomein

juni 2013

43


zijn daarvoor opgeleid, die kunnen een waardevolle bijdrage leveren in dat proces.”

Batterij installaties op het dak

Verwarmde polsband of handschoenen. Ontwerp: Lidwine Spoormans (Studio LS), Harvey Otten (Harvey Otten architectuur breed advies) en Yvette Vervoort (Buro8020)

kunnen worden. De Haas: “We hebben een gereedschapskist ontworpen met bouwkundige elementen die je zou kunnen toevoegen aan een bestaand gebouw of kan gebruiken bij nieuwbouw.” Het leverde een grote variëteit aan oplossingen op voor gevels, luifels, en uit- en aanbouwen. De glazen kas is natuurlijk een hele vanzelfsprekende bufferruimte die je makkelijk kunt toevoegen aan klaslokalen. “Goedkoop, al moet er natuurlijk wel gelaagd glas worden gebruikt.” Eén van de groepen opperde een paviljoenachtige constructie van tentdoek, die buiten als lesruimte dienst zou kunnen doen. “Deels als zonwering, deels om rust en toch een soort beslotenheid op zo’n groot plein te creeëren.” Een andere groep opperde de invoering van een verwarmde polsband als high-tech variant op de bivakmuts. Verwarmde handschoenen zijn voor motorrijders al heel normaal: ‘persoonlijke klimatisering’ kan verder gaan dan het aantrekken van een warme trui, aldus de bedenkers. Architecten worden nu vaak relatief laat betrokken bij bouw en verbouw van scholen, merken de deelnemers in de praktijk. Jammer, vinden ze. “Als je op een andere manier na wilt denken over schoolgebouwen en hoe je die aan kunt passen aan de nieuwe onderwijswerkelijkheid en wat er maatschappelijk van je wordt gevraagd als school, dan moet dat in een vroeg stadium gebeuren, bij het opstellen van een Programma van Eisen. Op dat moment moet je al bekijken of je al die installaties wel nodig hebt, of dat je een gezond binnenklimaat ook op een andere, meer bouwkundige manier kunt realiseren. Architecten

44

schooldomein

juni 2013

De bouwkosten liggen bij de keuze voor bouwkundige oplossingen in aanvang wellicht wat hoger, maar dat verdient zich snel terug, weten alle betrokkenen uit de praktijk. Yvette Vervoort: “Een goed binnenklimaat hangt niet van een batterij installaties op het dak af. Al die techniek is erg duur in onderhoud en aan energiekosten. En de praktijk bewijst dat het er per saldo lang niet altijd beter van wordt, mensen geven ook de voorkeur aan individuele regelbaarheid. Ik ken een multifunctionele accommodatie waar in het hele gebouw vloerverwarming zit. Was lekker voor de creche, was de gedachte. Nu blijkt dat de boel na het weekend zo wordt opgestookt dat de baby’s niet kunnen kruipen omdat de vloer veel te heet wordt.” De keuze voor installaties is wel begrijpelijk, maar valt onder het kopje ‘risicomijdend gedrag’, denken de deelnemers. “Aan techniek kun je van tevoren rekenwaardes en prestatienormen koppelen. Aan een raam open zetten niet. Het succes daarvan meet je pas achteraf.” Micha de Haas: “Het gaat om het creëren van flexibiliteit binnen een gebouw. Maatregelen moeten elkaar aanvullen en zo zorgen voor een gebouw dat prettig is, zuinig qua energieverbruik, en veel ruimtelijke kwaliteit heeft. Die maatregelen samen moet een goed verblijfsklimaat opleveren. Binnen, maar ook buiten.” Het Belgische Brasschaat heeft een openluchtschool van de Spartaanse soort. In de winter zitten de leerlingen in skipakken buiten. Dat gaat aan de Cliostraat niet gebeuren, zegt directeur Onno van Ulzen. “Als het echt koud is wordt het natuurlijk niks. Maar er zijn zoveel momenten waarop het wél kan. Buiten zijn is leuk en fijn, dat wil ik ze meegeven. Door ook buiten te kunnen werken denk ik dat ze een nog mooiere schooltijd beleven.” Voetnoot: De oplossingen en ideeën die tijdens deze studie ontstonden, zijn door BNA Onderzoek gebundeld, als handreiking voor zowel architecten als schoolbesturen. Het eindverslag van de studie is te vinden op www.bna-onderzoek.nl/kennisbibliotheek.php.

BNA Onderzoek BNA Onderzoek bundelt de studie- en onderzoeksactiviteiten van de Bond van Nederlandse Architecten. BNA Onderzoek is een platform voor verdieping en collegiale kennisuitwisseling van alle BNA-leden, waar verschillende expertises worden samengebracht en kruisbestuiving mogelijk wordt gemaakt. Meer informatie: www.bna-onderzoek.nl.


Een goede mix tussen

De duurzame oplossing voor al uw akoesssche problemen

comfort gezondheid

en innovatie

Betaalbaar, duurzaam en op maat gemaakt voor uw situaae.

www.vrkisolaae.nl 013 - 570 23 14 info@vrkisolaae.nl

Van lucht... ...ga je leven! morgen zijn we er nog dichterbij

www.airtechsystems.nl

luchtbehandelingskasten en -kanaalsystemen

Air Tech Systems | Specialisten in luchtbehandeling

KWF Kankerbestrijding zorgt voor minder kanker, meer genezing en een betere kwaliteit van leven voor patiënten. Kijk vandaag nog op kwfkankerbestrijding.nl om te zien wat ú kunt doen. iedereen verdient een morgen

In opdracht van Linthorst Installatietechniek heeft Air Tech Systems het kanaalwerk verzorgd in de nieuwbouw Kernhem College te Ede. Air Tech Systems levert een totaalpakket van producten – van luchtbehandelingskast van het gerenommeerde Zweedse bedrijf IV Produkt tot en met het toevoerrooster – en diensten voor installerend Nederland. De afgelopen jaren heeft Air Tech Systems voor diverse installateurs een groot aantal scholen volgens het Frisse Scholenprincipe mogen realiseren. Air Tech Systems is dan ook graag úw partner voor al uw nieuwbouw of renovatie van scholen.

schooldomein

juni 2013

45


De school als zelfvoorzienend organisme

De Vuursteen klaar voor de toekomst Dolf Mansens is directeur van basisschool De Vuursteen in Ede. De Vuursteen ligt schouder aan schouder aan de Kleine Prins in de nieuwe wijk Kernhem. De school kijkt uit op een kale vlakte tot aan de snelweg, waar de komende jaren 1.900 woningen moeten komen. Vandaar dat hier twee aparte basisscholen zijn neergezet. Dolf legt samen met Gijs Linthorst uit waarom de Vuursteen zo duurzaam is.

46

schooldomein

juni 2013


financiering en exploitatie Tekst Sibo Arbeek Foto’s Henk Leijen, Van den Berg Groep

Gijs Linthorst is technisch directeur van Linthorst Installatietechniek en was intensief bij de nieuwbouw betrokken. Hij legt uit waar zijn bedrijf goed in wil zijn: “Wij zijn een installatietechnisch bedrijf dat zich richt op nieuwe concepten binnen duurzaamheid. Per markt hebben we een concept, waarbij we ons richten op de lange termijn. Binnen scholen gaat het niet alleen om energieverbruik, maar ook om een prettig binnenklimaat. Wij zoeken samen met de opdrachtgever naar een goede mix tussen comfort, gezondheid en innovatie.” De markt wordt gedwongen te blijven innoveren, want de concepten voor utiliteitsbouw verbeteren snel. We stellen ons als bedrijf niet vragend op, maar willen vooruit lopen.” Ik vraag hem hoe de duurzame school van de toekomst eruit ziet. “De Vuursteen komt aardig in de buurt, omdat het een school is die in potentie volledig zelf in zijn energiebehoefte kan voorzien. Deze straat waarin de Vuursteen ligt heeft geen gasleidingen. Warmte wordt volledig via elektriciteit opgewekt. Dat is uniek en bijzonder energievriendelijk.

Comfort en exploitatie Directeur Dolf Mansen knikt: “We zijn dit schooljaar begonnen met 50 leerlingen, maar dit gebouw is neergezet voor 250 leerlingen. We gaan dus nog flink groeien de komende jaren. Wij zitten hier vanaf september en betalen omgerekend ongeveer e 2000,- per jaar aan verwarming en verlichting. Een gemiddelde school betaalt alleen al voor gas e 5000,- per jaar. Kwalitatief goed onderwijs is meer dan fysiek en mentaal de ruimte geven. Daar valt ook een goed binnenklimaat onder. Uit onderzoek blijkt dat een lichte en frisse ruimte zonder CO2 uitstoot de leerprestaties van leerlingen vergroot. Investeren in binnenklimaat is investeren in betere leerprestaties van leerlingen. Het is prettig dat de temperatuur zowel in de zomer als in de winter op 20 graden gehouden kan worden. Dat geeft constant een fijn gevoel.” Gijs legt uit hoe het in de school werkt: “Elektra wordt dus gebruikt om te verwarmen. We hebben een warmte- en koudeopslag in combinatie met een warmtepompsysteem. Daarmee onttrekken we energie aan de aarde. Het warmtepompsysteem werkt volledig op elektriciteit. De ventilatie is vraag gestuurd geregeld en reageert op het CO2 percentage in het lokaal. De mate van CO2 concentratie is zichtbaar in de lokalen op de centrale bedienunit. Hierop kan ook de temperatuur worden versteld. Uitgangspunt hierbij is dat er individueel verwarmd of gekoeld kan worden.”

Visie en missie Wat voor school is de Vuursteen eigenlijk verder. Dolf: “Duurzaamheid staat hoog in ons vaandel en dat betekent dat je vanuit de ander leert denken en handelen. De gedachte achter ons onderwijsconcept is dat samenwerken heel belangrijk is. Alles ontwikkelt zich voortdurend. Dat is een gedachte die aanhaakt bij

het IPC-onderwijs oftewel het International Primary Curriculum. Dat vind je terug op veel Shell scholen, die internationaal georiënteerd onderwijs aanbieden, met een geïntegreerd programma. Die ken ik goed, omdat ik jaren in Qatar heb gewoond. Duurzaam leiderschap dwingt je na te blijven denken. Ik voorzie dat in de toekomst samenwerking steeds belangrijker zal worden, omdat onze natuurlijke hulpbronnen anders opdrogen. De problemen die op ons afkomen, kun je alleen maar duurzaam oplossen door samen te werken.”

Breder gedachtegoed Gijs haakt in: “Duurzaamheid blijft een issue, omdat het om een breder gedachtegoed gaat. Nu heb je de Frisse scholen, maar dertig jaar geleden had je ook het thema duurzaamheid, omdat de energieprijzen omhoog gingen. Nu stelt de overheid een norm en daar moet je als school aan voldoen. Samen met de opdrachtgever kijk je nu verder hoe je de totale Life cycle costs in beeld kunt krijgen. Het gaat erom dat je die exploitatie nog verder gunstig kunt beïnvloeden, want dat is geld dat er elke maand weer uit gaat. De nieuwe technieken maken veel mogelijk, bijvoorbeeld door pv-panelen op het dak te plaatsen, zoals ook hier is gebeurd. Van de 12000 KW die nodig is, wordt 3000 al opgewekt door PV-cellen. De terugverdientijd is nu nog 10 tot 15 jaar, maar zal verder teruglopen. Op hele zonnige dagen werken we hier al energieneutraal. Ik voorzie dat in de nabije toekomst het hele dak uit pv-panelen bestaat. Dan heb je dus geen uitstoot meer op locatie en wek je dat wat je nodig hebt zelf op. De ontwikkelingen gaan steeds meer naar autonome wijken, met bijvoorbeeld een eigen bio-energiecentrale en eigen riolering- en waterzuivering systemen. De Vuursteen is al bijna zelfvoorzienend.” Dolf knikt: “De school als micro-kosmos. Met een bio-installatie erbij kunnen we ook ons afval verwerken en daar gas op terugwinnen. Dat past goed bij onze duurzame visie.”

“Duurzaamheid staat hoog in ons vaandel en dat betekent dat je vanuit de ander leert denken en handelen.”

projectinformatie Project: Nieuwbouw duurzame basisschool De Vuursteen

Opdrachtgever Gemeente Ede/ Stichting CNS

Architect Maarten Lahou van Van den Berg architecten

Installatieadvies en –implementatie Linthorst Installatietechniek

Oplevering Juli 2012

Ingebruikname 2 september 2012

Bestemd voor Voor verdere informatie kunt u contact opnemen met directeur

250 leerlingen

Dolf Mansens directie@devuursteen-ede.nl, tel. 06-46140820 of

BVO

met Gijs Linthorst van Linthorst Installatietechniek

2.800 m2 (ca. 1.400 m2 voor iedere school)

g.linthorst@linthorst-installatietechniek.nl, tel. 055-3128275.

schooldomein

juni 2013

47


Lentegroen stimuleert het leerproces

Kleinschaligheid essentie binnen CSG Het Streek Het nieuwe gebouw van CSG Het Streek is verbonden met de studentencampus en in de nabije toekomst met een groot sportcomplex. Naast de school ligt de eigen sporthal, het kleine broertje, dat ook een groene uitstraling heeft. Kortom; het onderwijshart van Ede is uitgebreid met een bijzonder gebouw.

48

schooldomein

juni 2013


financiering en exploitatie

Tekst Sibo Arbeek

J

an Haasjes is directeur van CSG Het Streek, een school in een nieuw gebouw voor vmbo en praktijkonderwijs, met basis, kader en de mavo in het aanbod: “Op dit moment hebben we 800 leerlingen, maar er is ruimte voor 1000. We zien nu al dat we door de nieuwbouw meer aanmeldingen krijgen. We hebben veel geluk gehad dat we van de gemeente nog toestemming hebben gekregen om nieuw te bouwen. We zijn in onze contacten met de gemeente altijd positief bezig gebleven en dat is beloond. Hergebruik van bestaande panden is prima, maar wij waren blij dat we de oude, donkere gebouwen konden verlaten. We hadden een negatief imago op één van onze locaties, maar die is in dit nieuwe gebouw opgelost. Bij de opening mochten al onze medewerkers familieleden uitnodigen. Het was enorm druk want iedereen is trots.”

Kleinschaligheid centraal “Toen ik hier kwam ben ik als een haas aan de slag gegaan met het aanpassen van het onderwijskundige concept. Ik wilde kleinschaligheid en veiligheid in combinatie met modern onderwijs. Er was geen draagvlak voor een eerder plan, waarbij alles door elkaar liep. Een docent die alleen maar in een lokaal les heeft gegeven, moet je niet opeens in een open setting plaatsen. ” Erik Schotte van LIAG architecten en bouwadviseurs: “De vorm past bij het type leerlingen; het is een ruimtelijk gebouw, met kleinschaligheid en aandacht voor persoonlijke werkvormen als het centrale thema. De kleinschaligheid is gecombineerd met een breed scala aan voorzieningen. Er zijn leerateliers in combinatie met hier rondom gelegen lokalen die brede schuifdeuren hebben. Als je ze opent vormen ze onderdeel van het atelier. De zichtlijnen zijn bedacht vanuit de lokalen en de administratie en de roostermaker zitten op plekken waar ze ook zicht hebben op de leerlingen. Zien en gezien worden, letterlijk en figuurlijk! Het gebouw heeft in de centrale ruimte een echte ziel. Daar ervaar je de ruimtewerking en transparantie van het gebouw.” Jan vult aan: “Zo werkt het ook in de praktijk. Het werkt als vier scholen in een school. De kinderen hebben een eigen thuisbasis en dat wordt door ouders en basisscholen gewaardeerd. De afdeling met de meeste theoretische vakken zit het verst van de praktijklokalen. Het praktijkonderwijs zit op de eerste afdeling. Op de begane grond vind je de praktijkruimten. Het gebouw nodigt mensen van verschillende afdelingen uit om van de praktijklokalen gebruik te maken. Het praktijkonderwijs heeft een aparte entree, maar het gros van de leerlingen gaat door de centrale deur en maakt steeds meer gebruik van de praktijklokalen. Dat vind ik een goed teken.”

Learning companies Erik: “We hebben voor een kleurig gebouw gekozen dat alle seizoenen goed zichtbaar is, met een sterke associ-

atie met bomen en bladertooi. Jonge kinderen worden met de lente geassocieerd en dat komt terug door een lentegroene beplating aan de gevel.” Jan vult aan: “We waren gelijk enthousiast, maar wat kritisch door het vouwen van de gevel. De gevel heeft een schorsmotief en lijkt daardoor kwetsbaar. Maar door er donkergroene streepjes op te trekken zie je geen oneffenheid. De afwatering vindt via de vouwnaden plaats, zodat je minder vervuiling op de gevel hebt. Door deze oplossing wordt de architectonische kwaliteit versterkt. Het binnenplein is licht en wit, maar kent ook veel kleur in de afscheidingen. Als de zon schijnt hangt overal rijp fruit, want de zonwerking op de bovenste verdieping heeft een kleurmotief. En natuurlijk is het ook een duurzaam gebouw, door de hoge ruimten, de lichttoetreding en alle technische en energetische maatregelen die in het gebouw zijn verwerkt.” Jan vult aan: “En dat natuurlijke gevoel wordt verder versterkt doordat in het atrium twee boommotieven op de wand zichtbaar zijn; de boom van kennis van goed en kwaad en de boom des levens die wat zonniger van kleur is. Die eerste is boven de automaten bevestigd, want humor hoort bij een positief christelijke school. En we willen maximaal gebruik maken van de mogelijkheden op deze kenniscampus. Zo werken we met het vervolgonderwijs en het bedrijfsleven aan doorlopende leerlijnen rond een achttal learning companies. Dat zijn onderwijsmodules, bijvoorbeeld een company techniek of food. Dat hebben we afgeleid van de domeinen van het ROC A 12. Essentieel is het koppelen van de theorie aan de praktijk. Rond elke company ben ik bedrijven aan het clusteren. We hebben ook een stagebureau opgericht, om leerlingen snel op de juiste plekken te brengen. Het mooiste vind ik dat dit een hele mooie school is voor het type leerling dat we hebben. Op de basisschool waren het niet de beste leerlingen en zijn ze wat teleurgesteld geraakt. Hier komen ze in een gebouw waar ze trots op kunnen zijn.” Voor meer informatie surft u naar www.hetstreek.nl, www.liag.nl, www.trebbe.nl of www.kleissen.nl.

schooldomein

“Kleinschaligheid stimuleert meer zorg voor de omgeving.”

projectinformatie Opdrachtgever Gemeente Ede

Project Nieuwbouw CSG De Streek

Architect Erik Schotte van Liag architecten en bouwadviseurs

Aannemer Trebbe Bouw

Stichtingskosten € 19.744.000,- incl. btw

Ingebruikname Juli 2012

juni 2013

49


Innovatielab:

Hergebruik maatschappelijk vastgoed De stellingen 1. Het is niet meer verantwoord om in deze tijd nieuw te bouwen. 2. Hergebruik leidt tot een nieuwe vorm van maatschappelijk ondernemerschap. 3. De vraag ‘hergebruik of niet’ is vooral een financiële afweging 4. Het blijkt dat hergebruik in de praktijk duurder is dan vooraf bedacht

ren door de opbrengstlocaties en lagere exploitatielasten.

Govert van Bezooijen:

1. H  et is niet meer verantwoord om in deze tijd nieuw te bouwen In onze situatie hebben we te maken met kleine kernen, waarbij de school een basisvoorziening is. Fysieke integratie van openbaar en bijzonder onderwijs en kinderopvang en naschoolse opvang kan de consequentie zijn van krimp en derhalve een belangrijk besliscriterium voor handelen. Soms kan nieuwbouw dus ook daadwerkelijk efficiëntievoordeel opleve-

50

schooldomein

juni 2013

4. H  et blijkt dat hergebruik in de praktijk duurder is dan vooraf bedacht Bij hergebruik zullen gemeenten primair uit moeten gaan van afstoten en terugbrengen van de bestaande capaciteit. De visie van Lingewaal is dat we niet in vastgoed of gronden doen, maar dat we de basisvoorzieningen willen handhaven voor de kernen. Dus de bestaande situatie zal uitgefaseerd moeten worden en

Govert van Bezooijen


FINANCIERING EN EXPLOITATIE

Deelnemers

omgevormd naar alleen het noodzakelijk vastgoed voor de basisvoorzieningen en mogelijk in samenwerking met maatschappelijke partners. Soms kan hergebruik hier de oplossing voor zijn, soms juist (ver)nieuwbouw. De stelling hergebruik is in de praktijk duurder is te kort door de bocht.

Govert van Bezooijen: wethouder gemeente Lingewaal

Dolf Broekhuizen: architectuurhistoricus

Dorte Kristensen: architectdirecteur bij atelier PRO architekten BV

Frits van Dongen: Rijksbouwmeester

Dolf Broekhuizen:

Hidde Benedictus: ICSadviseurs

1. H  et is niet meer verantwoord om in deze tijd nieuw te bouwen Nieuwbouw zal altijd een van de opties blijven, maar nu is de tijd er niet naar. Een gebouw dat meegroeit met de gebruikers en samenleving bezit een rijke gelaagdheid die nieuwbouw niet heeft. Terwijl bij nieuwbouw alles van de grond af opgebouwd moet worden, krijg je bij

Dolf Broekhuizen

schooldomein

juni 2013

51


bestaande bouw kwaliteiten cadeau. Dat zijn overtuigende redenen om meer dan voorheen te onderzoeken welke potenties het bestaande gebouw biedt en hoe die versterkt en aangepast kunnen worden.

2. H  ergebruik leidt tot een nieuwe vorm van maatschappelijk ondernemerschap Voor een succesvol herbestemmingstraject is de samenwerking van een club mensen die zich langdurig in gaat zetten wel een belangrijke voorwaarde. In sommige gevallen blijkt dat zo’n proces leidt tot andere samenwerkingsvormen. Bij de planvorming voor de transformatie van de St. Jozeflocatie van het Deventer ziekenhuis wordt het bestaande netwerk van het ziekenhuis benut. De deelnemende partijen in het gezondheidscentrum worden gevonden in het netwerk van het ziekenhuis, dat optrad als opdrachtgever. Het ziekenhuis nam bewust geen ontwikkelende partij in de arm. Het stuurde ook niet op maximale winst. Het ziekenhuisbestuur was zich bewust van de maatschappelijke rol die het heeft en was bereid op deze wijze in de wijk te investeren.

3. D  e vraag ‘hergebruik of niet’ is vooral een financiële afweging De financiële afweging is natuurlijk belangrijk. Maar in de praktijk blijkt dat bij het afwegingsproces ook factoren meespelen die zich niet in geld laten

uitdrukken. Draagvlak voor hergebruik ontstaat vanuit uiteenlopende motieven. Zo kunnen omwonenden en gebruikers van het maatschappelijk vastgoed herinneringen bezitten aan de plek. Een verrassend ontwerp kan perspectieven zichtbaar maken. Of de zeggingskracht van het gebouw geeft de doorslag. Want gebouwkenmerken kunnen in de beleving van gebruikers sterke emoties oproepen zodat uiteindelijk een visie, wil en overtuiging ontstaan waarin hergebruik als beste optie naar voren komt. De mogelijkheden die het gebouw biedt kunnen doorslaggevend zijn om een traject voor hergebruik te willen starten. Onderschat de kracht van inventiviteit en het gevoel niet.

Dorte Kristensen:

1. H  et is niet meer verantwoord om in deze tijd nieuw te bouwen Of het niet meer van deze tijd is om nieuw te bouwen moeten anderen maar beoordelen. Ik als architect vind dat het afwegingskader nu te smal is. Naast de financiële afweging zijn er drie belangrijke parameters of een gebouw eventueel moet worden hergebruikt of herbestemd: cultureel-maatschappelijk, duurzaamheid en functionaliteit. Daarbij moet altijd zorgvuldig vooronderzoek worden verricht.

2. H  ergebruik leidt tot een nieuwe vorm van maatschappelijk ondernemerschap Nieuwbouw is om verschillende redenen een kostbare aangelegenheid. Daarnaast staan gemeenten voor flinke bezuinigingen en verkeren corporaties in deplorabele staat doordat ze door het rijk worden afgeroomd. Noodgedwongen gaat het maatschappelijk ondernemerschap zich meer richten op herbestemming, renovatie en herstel. De focus komt te liggen op de bestaande bebouwing en de al aanwezige stedelijke ruimten. Maatschappelijk vastgoed zal voornamelijk nog door gemeenten, besturen of corporaties moeten worden opgepakt, ondanks het geldgebrek. Het is niet het hergebruik zelf dat tot een ander soort ondernemerschap leidt, maar eerder zijn het de omstandigheden

Dorte Kristensen

52

schooldomein

juni 2013

die veel ondernemers tot een nieuwe strategie brengt. Een trieste ontwikkeling maar wellicht ook het begin van nieuwe kansen en mogelijkheden.

3. D  e vraag ‘hergebruik of niet’ is vooral een financiële afweging De keuze ‘hergebruik of niet’ wordt vaak door een opdrachtgever in een voorstadium gemaakt en hangt vaak samen met een gewenst image voor opdrachtgevers. Over een oud gebouw dat men een beetje opknapt, spreekt men vaak nogal denigrerend. Dat is geheel ten onrechte. Met onze scholen hebben wij aangetoond dat men met hergebruik en uitbreiding tot een fris en karakteristiek gebouw kan komen binnen het budget. Hergebruik en herbestemming vragen om een ander afwegingskader met meer parameters, en niet alleen de financiën en ‘de gloed van het nieuwe.’

Frits van Dongen:

1. H  et is niet meer verantwoord om in deze tijd nieuw te bouwen We hebben in de twintigste eeuw de gebouwde omgeving in Nederland sterk uitgebreid; misschien zelfs te sterk, zoals nu blijkt. Vooral van veel kantoren, zelfs van recente datum, wordt verwacht dat ze nooit meer gebruikt zullen worden. Op de woningmarkt uit dat probleem zich in stagnatie en in een mismatch tussen voorraad en behoefte. Gebouwen moeten worden gesloopt of worden verbouwd voor een bestemming waar vraag naar is. Transformatie is daarmee een majeure opgave. Naast transformatie verschuift de opgave naar beheer en onderhoud van de huidige grote voorraad, ofwel ‘bouwen aan het bestaande’.

2. H  ergebruik leidt tot een nieuwe vorm van maatschappelijk ondernemerschap Ik verwacht een differentiatie in aard en omvang van het opdrachtgeverschap, in nieuwe samenwerkingsvormen, in andere processen, met een andere fasering. Er ontstaat een meer dynamische mix van ontwerp- en bouwopgaven. Daarom spreek ik in dit verband ook wel van een nieuw type bouwcultuur. Daarbij is de vraag aan de


FINANCIERING EN EXPLOITATIE

Hidde Benedictus:

1. H  et is niet meer verantwoord om in deze tijd nieuw te bouwen

Frits van Dongen

orde hoe ik – als rijksbouwmeester betrokken bij het vastgoed van het rijk – actief en toekomstgericht aan deze veranderende bouwcultuur kan bijdragen. Samen met het nationale Herbestemmingsteam (H-team) lanceren wij de ‘week van de leegstand’, waarin wij met studenten gaan rekenen en tekenen. Herbestemmen is de nieuwe opdracht. Een combinatie van creativiteit en diversiteit, meer oog voor de wensen van de gebruikers en maatwerk zie ik als leidende uitgangspunten voor nieuwe vormen van maatschappelijk ondernemerschap.

3. D  e vraag ‘hergebruik of niet’ is vooral een financiële afweging De Nederlandse bouwcultuur was tot voor enkele jaren gericht op expansie door middel van nieuwbouw, grootschaligheid en standaardisatie. Wij moeten los komen van dat oude denken. De crisis in al haar facetten geeft aan dat oude verdienmodellen en leven op de pof niet langer werken. Over de afweging ‘hergebruik of niet’ wordt veelal nog in klassieke termen gedacht. We beperken ons nog te veel tot verouderde denkpatronen en daarbij passende ‘oplossingen’. Die doen geen recht aan een brede maatschappelijke financiële afweging. Nadenken over lonende investeringen moet op een nieuwe leest worden geschoeid. Dat gaat verder dan de vraag: hoe om te gaan met krimp, energiebesparing, CO2 uitstoot en verduurzaming van de gebouwenvoorraad. Duurzaamheid hoeft geen sleets begrip te zijn als we er in de letterlijke betekenis van het woord daadwerkelijk invulling aan gaan geven. Zo’n paradigmawisseling vraagt een andere benadering van de levenscyclus van grondstoffen. Die komt er op neer dat wanneer grondstoffen eigendom blijven van de producent er een duurzame, circulaire economie kan ontstaan.

De leegstand in met name kantoren is aanzienlijk: meer dan 7 miljoen m² kantoorruimte staat leeg. Maar ook in winkelpanden is – met een actuele leegstand van bijna 2 miljoen m² - een groeiende leegstand te zien. De leegstand en de groei van de leegstand nemen een structureel karakter aan. De crisis speelt in de leegstand slechts een beperkte rol, al sinds 2002 – ruim voor de crisis – is een groei hierin zichtbaar. Nieuwe vormen van werken en een krimpende beroepsbevolking maken dat de leegstand in de toekomst in stand blijft en waarschijnlijk toe zal nemen. Gevolgen zijn derving van overheidsinkomsten, beleggers die in de problemen komen en verpaupering van gebieden met veel leegstand. Dat bepaalt voldoende het perspectief voor nieuw bouwen.

2. H  ergebruik leidt tot een nieuwe vorm van maatschappelijk ondernemerschap Als maatschappelijk ondernemerschap kan worden gezien als ondernemerschap waar naast het functioneren van de organisatie ook maatschappelijke en ecologische/duurzame doelen worden nagestreefd, dan draagt hergebruik hier zeker aan bij. Immers: de meest duurzame vierkante meter is de niet gebouwde vierkante meter. Hergebruik van ruimte en bouwmateriaal is duurzamer dan sloop van materiaal en ruimte in combinatie met nieuwbouw. Als hergebruik een optie is in de mogelijke alternatieven, dan draagt dit zeker bij aan maatschappelijk ondernemerschap.

3. D  e vraag ‘hergebruik of niet’ is vooral een financiële afweging In veel gevallen zal dat zo zijn. Daarbij is het belangrijk niet alleen te kijken naar de initiële investeringskosten, maar naar de life cycle kosten. Niet voor niets zijn er steeds meer voorbeelden te vinden van hergebruik van bijvoorbeeld industrieel erfgoed. Imago, duurzaamheid of mooie samenwerkingsverbanden zijn hier veelal argumenten om er voor te kiezen.

Planning kan ook de doorslag geven in de afweging: hergebruik van een bestaand pand en deze geschikt maken voor de nieuwe functie is in veel gevallen sneller te organiseren dan het realiseren van nieuwbouw. Maar ook op inhoudelijke gronden is een afweging te maken: zo is De Haagse Hogeschool bezig met plannen voor realisatie van de Academie ICT & Media binnen de Innovatiefabriek in Zoetermeer. Een hergebruik van een oude boterfabriek

Hidde Benedictus

waarin diverse kleinere innovatieve en creatieve ICT bedrijfjes in de toekomst samenwerken met onderwijs en overheid.

4. H  et blijkt dat hergebruik in de praktijk duurder is dan vooraf bedacht Er zijn talloze voorbeelden waarbij hergebruik van een bestaand pand duurder uit blijkt te vallen dan nieuwbouw. Zeker wanneer een gebouw wordt getransformeerd met de gedachte deze op de kwaliteit van nieuwbouw te brengen. Een belangrijk element hierin is de overeenkomst tussen de functie waarvoor de constructie van het gebouw oorspronkelijk ontworpen is met de beoogde functie. Zo kan bijvoorbeeld een verschil in bezettingsgraad leiden tot de noodzaak van verbreding van trappenhuizen en vergroten van de installaties. Andersom komt dit echter ook voor: gebouwen die op een gelijksoortig of intensiever gebruik gericht zijn, vragen veelal minder kostbare aanpassingen. Zo kan de aanpassing van een kantoorpand met een hoogwaardig voorzieningenniveau kostbaarder uitvallen dan de aanpassing van een oud fabriekspand en kunnen tijdens aanpassingen van een bestaand gebouw verborgen gebreken aan het licht komen.

schooldomein

juni 2013

53


New eyes on existing buildings

Daglicht belangrijke waarde in transformatie gebouwde omgeving Op 14, 15 en 16 mei vond in Kopenhagen een internationaal symposium plaats over het belang van daglicht in het publieke domein. Velux organiseerde het symposium samen met the Royal Danish Academy of Fine Arts. Tekst Sibo Arbeek

“God is licht”, was een quote tijdens één van de vele lezingen op het gerenommeerde symposium van Velux. Dat gaat misschien wat ver, maar licht is een enorme belangrijke parameter in de kwaliteit van nieuwe en bestaande gebouwen. Architect daglicht en binnenklimaat Marthijn Reekers daarover: “Het leidende principe van Velux is om in gebouwen daglicht, zon en natuurlijke lucht zo goed mogelijk binnen te laten komen, om op die manier het comfort en de energetische condities te verbeteren. Daardoor ontstaan de voorwaarden om beter te leven, met een toegevoegde waarde voor de sociale en fysieke omgeving en het welbevinden van mensen”. Sales Manager Projecten Joris van Leeuwen vult aan: “Iedereen kent natuurlijk de Velux dakramen, maar onze productinnovatie gaat steeds verder. Voor de utiliteitsmarkt introduceren we nu modulaire lichtstraten en daar hebben we vooral voor de onderwijsmarkt hoge verwachtingen van. Met de Velux Daylight Visualizer kan bijvoorbeeld een daglicht ontwerp worden gemaakt en kunnen de bestaande condities in gebouwen geanalyseerd worden. Daarmee hebben we een tool in handen om de sociale en economische condities van een omgeving te verbeteren. Voor scholen betekent dat een gerichte bijdrage aan een gezonder en beter leerklimaat. Velux wil een bijdrage leveren aan het verbeteren van de

54

schooldomein

juni 2013

kwaliteit van leven in de toekomst. En waarom; omdat daglicht een positieve invloed heeft op de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van mensen. Licht maakt gezonder en gelukkiger. Daarvoor is onderzoek nodig en daarom organiseren we regelmatig symposia.”

Kwaliteit van leven Spreker Seth Schulz uit de USA benoemt het kenmerk van de slimme stad als volgt: “People can make smart decisions about their future”. Spreekster Tina Saaby kleurt dat verder in: “Urban life komt voor urban space en urban space komt voor buildings. Gebouwen staan niet centraal, maar de kwaliteit van het leven. Denk dus eerst na over hoe het leven van mensen transformeert en ga vervolgens pas nadenken over ingrepen”. Signe Kongebro formuleert dat als volgt: “De kwaliteit van leven neemt toe wanneer je in het ontwerp rekening houdt met zon en daglicht. Technische innovaties en nieuw onderzoek helpen daarbij en steeds meer blijkt dat daglicht een onderschatte factor in het ontwerp- en bouwproces is. De output van het slim betrekken van daglicht in de gebouwde omgeving levert een succesvolle verbetering in het niveau van energie, water en voedsel en daarmee betere garanties rond de kwaliteit van leven. De kwaliteit van


financiering en exploitatie

Foto: Jakob Boserup

daglicht in combinatie met het ontwikkelen van nieuwe economische en culturele modellen draagt bij aan de transformatie die nodig en gaande is, waarin mensen meer verantwoordelijkheid nemen om de kwaliteit van hun eigen leven te bepalen. De toekomst is een transformatie naar een andere inzet van natuurlijke bronnen, omdat de bestaande letterlijk opdrogen”.

Onderzoek en onderwijs Phil Alsopp uit de USA spreekt over de Human Habitat en de noodzaak om bestaande patronen te doorbreken: “Het onderwijs is van belang om die duurzame transformatie te begeleiden. Alle wetenschap die we nu hanteren is gebaseerd op hulpbronnen die uitputtend zijn, dus in feite de oude economie. Dat betekent dat we een totaal nieuw wetenschappelijk model aan het opzetten zijn. We moeten het begrip waste-management veel beter definiëren en aanpakken; er wordt enorm veel op huishoudniveau verspild. Maar ook op het niveau van de stad en de wijk staan we nog maar aan het begin van een revolutionaire verandering. Het begrip daglicht speelt in die transformatie een belangrijke rol. Onze uitdaging is om ontwerp en sociale dynamiek te koppelen aan de economie van het huis, de wijk en de stad: “A building should be designed to make people better”.

The Royal Danish Academy of Fine Arts, School of Architecture

Door 30% meer daglicht kun je 25% minder energie uitgeven. Michael Powlyn vult hem aan: “Mensen zijn gelukkiger wanneer ze meer in contact met de natuur staan en dat leidt weer tot een nieuw metabolisme voor stedelijke omgevingen.” In de discussie met de Nederlandse groep architecten en adviseurs werd de observatie gedaan dat op het niveau van de ruimte en de werkplek het vooral om de vierkante meters gaat. Uit onderzoek blijkt steeds meer dat juist de overige parameters belangrijk worden. Zo is de kwaliteit van het daglicht op de verschillende momenten op de dag een belangrijke variabele in zowel de gezondheid van mensen, hun welbevinden en het rendement dat ze opleveren. Je zou eigenlijk vooraf op verschillende variabelen die vierkante meter moeten ontwerpen en op basis daarvan een integrale afweging maken. Dat vraagt om een nieuwe manier van kijken naar de gebouwde omgeving. Daarom het symposium in Kopenhagen: new eyes on existing buildings!

“The sun is not only a painter but a sculptor” (Florence Night­ingale)

Voor meer informatie kijkt u op www.velux.nl en www.thedaylightsite.com. Via deze site zijn ook de presentaties te bezichtigen.

schooldomein

juni 2013

55


Leerpunten Internationale School Eindhoven

De tweede onderwijs PPS/DBFMO in Nederland De Campus Internationale School Eindhoven (hierna: ISE) wordt in augustus 2013 opgeleverd. Een complex, maar kansrijk project met inzet van vijf bestaande monumentale panden en vier nieuwe panden. Wat zijn de lessen van deze tweede DBFMO in Onderwijsland? Projectleider René Bartels: De essentie van elke PPS is dat de betrokken organisatie zich volledig op het kernproces kan richten en zich zo weinig mogelijk met het facilitaire proces hoeft bezig te houden. Het klinkt logisch, maar in de Nederlandse scholenbouw is dat niet zo. Dat heeft te maken met het feit dat het beheer per definitie dicht tegen het dagelijks onderwijsproces ligt. Toch zijn er aanzienlijke voordelen te behalen, waarbij twee belangrijke uitgangspunten in de praktijk worden gebracht: 1. De opdrachtgever moet vooraf vanuit de totale levenscyclus van het gebouw durven denken. Dat heeft tot gevolg dat je veel efficiënter kunt ontwerpen, inrichten en beheren,

2. D  e opdrachtgever moet de jaarlijkse investeringen, maar ook de exploitatiekosten bepalen over die totale levensduur. De meeste scholen focussen zich nog steeds eenzijdig op de investering. Wat vervolgens de kosten van beheer, onderhoud, dienstverlening en op termijn renovaties of functionele aanpassingen zijn, blijft in die fase volledig buiten beschouwing. René Bartels: “En dat is zonde, want over de hele looptijd bezien kun je aanzienlijk besparen, bij de ISE loopt dat op tot 10% op de totale kosten.” Waar steeds meer markpartijen nu goed op inspelen, is dat steeds meer vanuit een verwachte prestatie wordt gedacht en dat levert innovatieve kracht op. Investeringen doen zonder dat over


financiering en exploitatie

de exploitatie wordt nagedacht is niet meer verantwoord. In ons geval is gekozen voor een contract met een looptijd van dertig jaar.

Lessen uit dit voorbeeld René Bartels: “Toch zijn er uit dit tweede onderwijsvoorbeeld ook weer lessen te trekken. En die hebben vooral te maken met de manier waarop de verschillende partijen er inhoudelijk, financieel en juridisch in staan. Overheden en maatschappelijke organisaties spreken nu eenmaal een andere taal dan marktpartijen. Daar moeten ze zich vooraf van bewust zijn. Om een paar leerpunten te benoemen: • A  llereerst gebruiken gemeenten een andere rekenrente dan marktpartijen. Daar zitten procenten verschil tussen. Dat komt omdat marktpartijen alle risico’s van het project beprijzen. Wij moesten vanuit de gemeente stevig met het consortium aan de slag om een realistische vergoeding te kunnen bieden. Gevolg was wel dat het oorspronkelijke budget opgehoogd moest worden. • Doordat het consortium binnen een DBFMOproject integraal verantwoordelijk is, hangt aan alle risico’s die van te voren worden bepaald, een prijskaartje. Dat illustreert het belang van een heldere visie over het gebruik van de school over de hele levensduur. • Ook risico’s die bij een traditionele aanbesteding nog niet worden geprijsd, worden in een DBFMO meegenomen. Dit kan de prijs behoorlijk opdrijven. Wanneer je als lagere overheid een aantal risico’s terugneemt, kun je een lagere prijs bedingen. Dat vraagt ook om een professionele visie bij de opdrachtgever. • Een belangrijk aandachtspunt vormde de BTW kwestie; wanneer een school een conciërge in dienst heeft, is ze daar geen BTW over verschuldigd. Maar worden deze diensten door een consortium ingekocht, dan moet er ineens wel BTW voor worden betaald. Dat levert een forse kostenpost op, die niet altijd wordt meegenomen en daar moet op worden geanticipeerd.

Maatschappelijke invulling Uiteraard staat of valt elke aanbesteding in het onderwijs met het maatschappelijk rendement van het project. De nieuwe locatie gaat niet alleen het internationale basis- en voortgezet onderwijs bundelen. Het is de bedoeling dat ISE een ontmoetingsplaats wordt voor internationale ouders en hun kinderen. Er komt op de campus onder meer kinderopvang, buitenschoolse opvang, een mediacenter, twee speelzalen, een auditorium en een kantine. Het moet ook een plek worden om te sporten, dus komt er ook een sporthal, die voldoet aan NOC*NSF eisen. Verder zijn er een voetbalveld en een atletiekbaan gepland. Naar

verluidt gaat mogelijk de jeugdopleiding van PSV van deze voorzieningen gebruik maken. Tenslotte komen er 300 parkeerplaatsen. Volgens René Bartels is het grote voordeel van deze werkvorm toch wel de concurrentiegerichte dialoog: “Die hebben we met drie geselecteerde consortia gevoerd. Als gemeente biedt je een kader aan in de vorm van een DBFMO-contract en een outputspecificatie. De marktpartijen kunnen daardoor maximaal eigen ideeën inbrengen, mits ze maar aan de specificaties voldoen. Daardoor benut je de expertise en creativiteit die ruimschoots in de markt aanwezig is. De consortia kwamen met drie totaal verschillende ontwerpen. De uitgangspunten lagen vast en op onderdelen kon de gemeente nog wijzigingen aanbrengen. Uiteindelijk is een heldere keuze voor een consortium gemaakt. Kortom; voor de gemeente Eindhoven een kansrijk project.”

“Overheden en maatschappelijke organisaties spreken een andere taal dan marktpartijen.” Concurrentiegerichte dialoog

Doordat vanuit een toekomstige prestatie wordt gedacht zijn alle niveaus van exploitatie vooraf goed doordacht. Een voorbeeld zijn de vloeren en de kleurstelling daarbij. Interieurarchitect Bert Staal van bureau Staal/Christensen heeft voor Nora gekozen: “Door een goede samenwerking met Nora flooring systems BV hebben wij een goed ontwerp en kleurencodering als eindresultaat bereikt. Binnen elk gebouw van de monumentale kazerne is daardoor een frisse schoolomgeving gecreëerd.

schooldomein

juni 2013

57


Deze vloerbeDekkingen zijn De beste van De klas. rubber vloerbeDekkingen voor onDerwijsinstellingen.

In elk kinderdagverblijf, school of universiteit: veiligheid, ontwerp en kleuren zijn de belangrijkste aspecten voor een positief gevoel. Bekijk hier de meest creatieve rubber vloeroplossingen voor het onderwijs: www.nora.com/nl

Anz_Education_201x271_NL.indd 1

22.05.13 13:40


de etalage Stalad Projectinrichting officieel dealer VS Stalad Projectinrichting is sinds 1959 een gevestigde naam binnen de onderwijssector. Begin dit jaar is Stalad overgenomen door Bomefa Holding BV. Belangrijk onderdeel voor de marktpositie van Stalad is het leveren van VS meubilair (Vereinigte Spezialmöbelfabriken GmbH). Als officieel VS dealer voor de Nederlandse markt levert Stalad het vertrouwde VS meubilair, inclusief de daarbij behorende •

kennis, advies en service, met volledige ondersteuning van VS. Stalad Projectinrichting richt zich op het realiseren van complete schoolinrichtingen en interieurprojecten. Hiervoor werkt Stalad, naast het VS meubilair en diverse toonaangevende merken, met een eigen productlijn, geproduceerd in eigen beheer. Hierdoor is het mogelijk maatwerk te ontwikkelen en produceren, waarmee wordt •

beantwoord aan de specifieke vraag van haar relaties. Bomefa BV, tevens onderdeel van Bomefa Holding BV, ontwikkelt en produceert al ruim 50 jaar hoogwaardig designmeubilair. Met de expertise van beide bedrijven, in combinatie met vertrouwde producten en leveranciers, kan het verkoopteam nog beter inspelen op de wensen van haar relaties. Meer informatie: www.stalad.nl. •

Netwerken op uitnodiging van Velux Op uitnodiging van Velux ging een aantal vertegenwoordigers van Nederlandse organisaties naar het symposium in Kopenhagen New Eyes on Existing Buildings. Los van de inhoudelijke waarde van het symposium (zie het artikel verder in dit nummer), blijkt dat contacten tussen architecten, adviseurs en vertegenwoordigers van corporaties en ontwikkelaars tot kansrijke contacten en netwerken kan leiden. De leden van de groep ‘Kopenhagen” staan op de foto. Van links naar rechts: Achterste rij: Thomas Bedaux (Bedaux de Brouwer architecten), Jarrik Ouburg (Hoofd architectuur Academie van Bouwkunst Amsterdam / Office Jarrik Ouburg), Marius Heijn (Era Contour), Jasper Reekers (ASR vastgoedontwikkeling NV), Harm Valk (Niemann Raadgevende Ingenieurs), Yushi Uehara (Zerodegree architecture), Marc van Arem (Ymere), HenkJan Hoekjen (Inside Information Verlichting), Koen Klijn (Ector Hoogstad Architecten), Joris •

van Leeuwen (VELUX Nederland BV). Middenrij: Sander Mirck (Mirck Architectuur), Remco Mulder (DiederenDirrix), Nivard Hol (Vestia, Ceres projecten), Harry Hupperts (DP6 archi•

tectuurstudio BV), Sibo Arbeek (ICSadviseurs/ Schooldomein), Ivo Verboon (CHNL architecten). Onder: Marthijn Reekers (VELUX Nederland BV). Meer informatie: www.velux.nl. •

Eduapp.nl wint IPON - innovatie van het leren Award Tijdens het jaarlijkse onderwijs- en ICT-evenement IPON heeft Eduapp de innovatieprijs ‘IPON Award’ gewonnen. Deze award wordt toegekend aan ICT-bedrijven, die zich richten op het onderwijs, en zich door innovatie, kwaliteit en originaliteit onderscheiden. Eduapp.nl is een onafhankelijk, objectief en betrouwbaar kennisplatform over educatieve apps. Alles wat

je wil weten over de inzet van educatieve apps vind je hier overzichtelijk op één plek, gerangschikt op sector, inhoud, vak- en leergebied, inclusief inspirerende lesideeën voor in de klas en tips voor thuis. De IPON Awards hebben een prominente plek verworven in de huidige onderwijswereld. Met het toekennen van de IPON Awards bepaalt

een kritische jury uit het onderwijs welk product of dienst echt vernieuwend is. Bij het toekennen van de Awards speelt de i van innovatie altijd een prominente rol. Alle inzendingen zijn beoordeeld op de componenten; innovatie, gebruik, originaliteit, ontwerp, toegankelijkheid en prijs. Meer informatie: Eduapp.nl.

schooldomein

juni 2013

59


het atelier

Brede School | Hazerswoude Rijndijk Basisschool “De Tweeklank” ligt centraal in Hazerswoude Rijndijk op de kruising van de Potgieterlaan en de Da Costasingel. De Da Costasingel is een groene zone in het midden van het dorp met sport-, winkel-, en onderwijsvoorzieningen. De Potgieterslaan is een buurtontsluitingsweg, waar gewoond wordt. Ter plaatse van De Tweeklank komen deze straten samen en hier omarmt de nieuwe school een nieuw plein: een zonnig nieuw speelplein voor de school, en een nieuw buurtplein voor de buurt.

Opdrachtgever Gemeente Hazerswoude

Architect: Cita : architecten - Utrecht

Bruto oppervlak: In de nieuwe brede school vinden we een reeks van ruimten van groot naar klein. De kleinste onderdelen hierin, zijn de kleine rustige werkruimten tussen twee lokalen in. Een aantal lokalen samen vormt een onderwijscluster met eigen entree. En deze clusters liggen samen, rond een centraal binnenplein in de school, gevormd door de aula en het speellokaal. Dit is het hart van de nieuwe school, waar alles samenkomt.

2020 m2

Fotografie: Paul Gerlings Photography Rotterdam

Dit centrale binnenplein loopt door in het buitenplein dat weer een nieuw centraal plein in de buurt vormt. Hierdoor wordt de school bij de omliggende buurt betrokken en ontstaat er een ruimtelijke reeks van klein naar groot: van klaslokaal naar buurt, via het binnenplein naar 60

schooldomein

juni 2013

buurtplein. Hierdoor kan er een wisselwerking ontstaan tussen buurt en school, en tussen groep en individu, tussen groot en klein en tussen rustig en druk. Elke ruimte en elke ontmoeting heeft z’n specifieke leermomenten. De BSO is in een eigen deel ondergebracht met een eigen entree en trap en maakt gebruik van de voorzieningen van de school, zoals handarbeidruimte en speellokaal. De school kan tijdens schooluren gebruik maken van deze ruimten, die door hun huiselijke sfeer iets toevoegen aan de ruimten van de school. De materialen en kleuren zijn warm, sfeervol en helder, en in de naschoolse opvang zelfs huiselijk. Elke ruimte heeft z’n eigen herkenbare kleuraccenten en inrichting, waardoor er ook binnen het gebouw herkenbaarheid en identiteit ontstaat. Hierdoor wordt het een vriendelijk gebouw, waar zowel kinderen als volwassenen zich thuis voelen. Het is ook een zeer duurzaam project met onder meer een GPR van ruim 8, verwarming en koeling door middel van klimaatplafonds (voor het eerst toegepast in de scholenbouw) en een sedumdak.


column

Een dak boven je hoofd past in het rijtje naast eten en drinken, kleding en medische hulp. Het is een primaire levensbehoefte. We kunnen gewoonweg niet zonder. Zo’n dak boven het hoofd is ook in het onderwijs van groot belang. Een schoolgebouw is zoveel meer dan een paar stenen. We weten uit onderzoek dat leerlingen en leraren op school beter presteren wanneer het gebouw van goede kwaliteit is en de schoolomgeving gezond is. Sterker nog, investeringen in de kwaliteit van het onderwijs worden voor een deel teniet gedaan wanneer de huisvesting ondermaats is. Het is dan ook niet meer dan logisch dat we eisen stellen aan de scholen waarin onze leerlingen les krijgen.

Rinda den Besten, voorzitter PO-Raad

Primaire levensbehoefte

Maar dat stuit meteen ook op een probleem. Regels zijn meer dan eens tegenstrijdig. Een school die bijvoorbeeld kiest voor stroeve vloeren omdat zijn leerlingen dan niet zo snel uitglijden (eis van de brandweer), kan niet tegelijkertijd gladde vloeren hebben die makkelijker zijn schoon te maken (eis van de GGD). Meer nog dan de traditionele schoolgebouwen lopen Brede scholen en Integrale Kindcentra hier tegenaan. Dat zijn centra waarin onder meer onderwijs, opvang en sport zijn geïntegreerd. De PO-Raad is er groot voorstander van meer van deze multifunctionele accommodaties op te zetten. Ze komen de kwaliteit van het onderwijs ten goede omdat een kind zich constant beweegt in een leerrijke omgeving. Deze onderwijs- en opvangcentra kunnen bovendien goed van pas komen in regio’s waar het aantal leerlingen daalt. (Lege) ruimten kunnen immers worden benut voor andere doeleinden. Daarmee blijven voorzieningen in een dorp langer behouden. Hoe meer voorzieningen in één gebouw huizen, hoe vaker tegenstrijdige regels opduiken. Naast eisen van brandweer en GGD gaat het dan ook om formele procedures die elkaar tegenspreken en inspecties die op een verschillende manier toezicht houden. Wat moet je dan als je als schoolbestuurder plannen hebt voor een school, kinderopvang, peuterspeelzaal en bibliotheek in één? Dan moet je kiezen. Kiezen voor wat jij denkt dat het beste is voor de kinderen. De PO-Raad maakt zich er hard voor de eisen aan onderwijsgebouwen beter te stroomlijnen zodat ze onder meer de vorming van deze Kindcentra niet langer hinderen. Dat is nodig als we willen dat het onderwijs behalve veilig en gezond ook van nog betere kwaliteit wordt. En een goede onderwijskwaliteit is ook een primaire levensbehoefte. schooldomein

juni 2013

61


volgende nummer

colofon Schooldomein Magazine voor de perfecte leef-, leer- en werkomgeving sinds 1988. Schooldomein verschijnt zes keer per jaar. Op internet: www.schooldomein.nl. Uitgever Schooldomein is een uitgave van Uitgeverij School BV Redactie Sibo Arbeek, Paul Voogsgerd, Brenda Breems Vaste medewerkers Kees Rutten (fotografie), Anje Romein, René de Werker, Team BNA Onderzoek, Jan Schraven, Elly Zee, Marc van Leent Redactieraad Henrico ten Brink, Peter Reijers, Ronald Schilt, Jan Schraven, Harry Vedder, Tom Haagmans, Edward van der Zwaag, Wik Jansen, Judith Chin Kwie Joe, Theo Fledderus, Peter Overgaauw, Marc van Leent Redactieadres Postbus 59112, 1040 KC Amsterdam, tel 06 22 26 77 95 E-mail: info@schooldomein.nl Abonnementen Betaling, opgave, abonnement, opzegging en adreswijziging kunt u doorgeven aan drukkerij Ten Brink, Administratie Schooldomein, Postbus 41, 7940 AA Meppel, tel (0522) 85 51 75. Schooldomein verschijnt zes keer per jaar, in een oplage van 17.000 exemplaren en in controlled circulation voor alle instellingen in het primair-, voortgezet-, middelbaar(ROC’s) en hoger onderwijs (hbo en wo). Elke instelling

1

krijgt op instellingsnaam een exemplaar toegestuurd. Daarnaast krijgen alle gemeenten Schooldomein toegestuurd, alsmede de architecten aangesloten bij de BNA en

Focus op onderhoud en exploitatie

Nummer 1 van de 26e jaargang ligt eind september weer in uw bus. Een greep uit de artikelen:

alle woning­corporaties. Voor meerdere exemplaren alsmede voor abonnementen voor particulieren, instellingen en bedrijven geldt een abonnementsprijs van e 59,50. Abonnementen kunnen schriftelijk tot uiterlijk 1 juli van het lopende abonnementsjaar worden opgezegd bij de administratie van drukkerij Ten Brink.

• Internationaal onderwijs in Eerde; een prachtig voorbeeld van nieuwe architectuur in de historische kasteelomgeving • De Statie in Sas van Gent; een bijzonder integraal kindcentrum als vitaal onderdeel van het dorp • Een nieuw AOC in Twello; natuurlijk onderwijs in het hart van Twente • Schijndel heeft een glazen boerderij; daar hoort een vloer bij die de architectuur versterkt • Het nieuwe Reeshof College in Tilburg naast het station: een bijzondere intersectorale vmbo die bovendien goed bereikbaar is • Strategisch onderhoudsbeheer in Lingewaal; door heldere keuzen ontstaan nieuwe kansen voor onderhoud en inrichting

Bij niet tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Advertenties Voor het plaatsen van advertenties of advertorials in het magazine Schooldomein, kunt u contact opnemen met André van Beveren van Recent BV, Postbus 17229, 1001 JE Amsterdam. tel. 020-3308998, fax 020-4204005. Email: andre@recent.nl of info@recent.nl; website: www.recent. nl. Ook voor plaatsing van banners, buttons en overige informatie kunt u bellen met Recent BV. Of stuur een email naar één van de genoemde adressen. De advertentietarieven van Schooldomein zowel als voor de website vindt u op www.recent.nl en www.schooldomein.nl. Productie Grafische productie: Drukkerij Ten Brink, Meppel Projectbegeleiding: Communicabel, Veenendaal Vormgeving en website: FIZZ ondernemers in marketing en communicatie, Meppel Schooldomein wordt mede mogelijk gemaakt door Marko BV, BNA en de adverteerders in Schooldomein

62

schooldomein

juni 2013


VELUX lichtkoepels slim toegepast in integraal kindcentrum

No limits Marjolein ter Haar, directeur Prins Clausschool Zoetermeer:

Als ik ouders rondleid in de school, “krijgen we zonder uitzondering altijd wel een compliment over de hoeveelheid daglicht. Hiermee heeft de verbouwing niet alleen voordelen voor leerkrachten en leerlingen, maar ook voor het imago van onze school.

�

Vloeren voor het onderwijs Door onze vrije manier van Wilt u meer weten over dit project? Vraag dan de projectfolder aan bij Jeroen Janssen Account Manager VELUX lichtkoepels via 06-30356913 of jeroen.janssen@velux.nl Meer informatie vindt u ook op www.velux.nl/lichtkoepel

denken zijn wij freerunners in hart en nieren; als het nuttig of nodig is, kijken wij over de grenzen van ons vakgebied heen. Want uiteindelijk telt alleen het resultaat: Bolidt vloeren voor scholen. Ze voldoen aan de hoogste eisen op het gebied van functionaliteit en duurzaamheid. Om over de vrolijke designmogelijkheden nog maar te zwijgen. Bolidt, no limits. http://og.bolidt.nl


magazine voor de perfecte leer-, werk- en leefomgeving

sportdomein zorgdomein wijkdomein Thema: Optimalisatie hergebruik maatschappelijk vastgoed

www.marko.nl

Gerdi Verbeet: “Onderwijs heeft mijn passie� Vijf West-Brabantse gemeenten onder de loep Vakcollege zorgt voor aansluiting

Een leven lang Marko jaargang 25 juni 2013

5/6

Like de Facebookpagina van Schooldomein

Profile for Schooldomein

Schooldomein 2013 nr5  

Schooldomein 2013 nr 5

Schooldomein 2013 nr5  

Schooldomein 2013 nr 5

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded