Schooldomein 5 - mei 2019

Page 1

Heeft u er ooit bij stilgestaan dat kinderen meer tijd op school doorbrengen dan waar dan ook, behalve in hun eigen huis? Ze zitten in totaal ongeveer tweehonderd dagen per jaar op school. De vraag is dus hoe we klaslokalen zo kunnen ontwerpen dat ze een gezonder binnenklimaat krijgen en de leerprestaties beter ondersteunen. Lees hier meer over op vms.velux.nl.

Hanzehogeschool Wiebengacomplex, Groningen Lessenaarsdak (96 modules)

SPORTDOMEIN | ZORGDOMEIN | WIJKDOMEIN

Magazine voor de perfecte leer-, werk- en leefomgeving

SCHOOLDOMEIN

Een gezond binnenklimaat voor een betere leeromgeving

5 oog voor

no. jaargang 31 mei 2019

circulair organiseren

VAN SCHAAFBANK naar hotspot CIRCULAIR ORGANISEREN Waar moet ik nu beginnen? HET GEBOUW als grondstoffenbank DUURZAME, PERMANENTE verplaatsbare houten modules


FLEXIBELE ESTHETICA WAAR HET STIL VAN WORDT

DESIGN & AKOESTIEK

GEEN ZORGEN – DE LUCHT IS SCHOON! Werken in een flexibele en rustige omgeving

PA N E E LWA N D E N G L A S WA N D E N S C H U I F WA N D E N V O U W WA N D E N

Met haar mobiele wandsystemen haalt BREEDVELD het beste uit elke ruimte. De focus ligt op Met emissiearme rubber vloerbedekkingen voor gezonde leefomgevingen duurzaamheid, esthetiek, akoestiek, gebruiksvriendelijkheid en klanttevredenheid. Dat geldt voor alle

Goede binnenlucht rustige leeromgeving zijndubbelwandige van bijzonder (smart)glaswand. groot belang producten:en vaneen paneelwanden tot ingenieuze in kinderdagverblijven, scholen en universiteiten. Onze hoogwaardige vloerbeinformatie: www.breedveld.com +31 (0) 487 dekkingenMeer zijn daarom gemaakt van emissiearme– Tmaterialen, die542888 extreem sterk zijn en de geluidproductie minimaliseren. www.nora.com


FLEXIBELE ESTHETICA WAAR HET STIL VAN WORDT

Werken in een flexibele en rustige omgeving Met haar mobiele wandsystemen haalt BREEDVELD het beste uit elke ruimte. De focus ligt op duurzaamheid, esthetiek, akoestiek, gebruiksvriendelijkheid en klanttevredenheid. Dat geldt voor alle producten: van paneelwanden tot ingenieuze dubbelwandige (smart)glaswand. Meer informatie: www.breedveld.com – T +31 (0) 487 542888


Vestiging Amsterdam Zekeringstraat 46 Postbus 59112 1040 KC Amsterdam

ICSadviseurs

Vestiging Eindhoven Klokgebouw 263 6e verdieping 5617 AC Eindhoven Vestiging Zwolle Burg. Drijbersingel 25R Postbus 652 8000 AR Zwolle Vestiging Rotterdam Van Nelleweg 1 Unit 2.3 3044 BC Rotterdam

werkt met passie en creativiteit aan uw ideale leer, werk- en leefomgeving

www.icsadviseurs.nl

info@icsadviseurs.nl

T 088-2350427

KvK 05082583

ruimteregie


VAN DE REDACTIE OOG VOOR CIRCULARITEIT “Het tempo waarin schoolgebouwen energiezuinig worden gemaakt ligt veel te laag”, stelde Bernard Wientjes, voorzitter van de Bouwagenda onlangs. “Scholen moeten vijf keer zo hard verduurzamen als dat ze nu doen; in het huidige tempo zijn alle gebouwen, waaronder scholen, pas in 2350 duurzaam te noemen.” Wientjes suggereert om een overheidsorgaan dat verduurzaming aanjaagt op te richten, waarbij zelfs het uitdelen van boetes genoemd wordt. Bijzonder om dan een Schooldomein­ nummer te maken dat als thema ‘Oog voor circulariteit’ heeft en laat zien dat verduurzaming van gebouwen eerder regel dan uitzondering en steeds meer het vertrekpunt van elke bouwopgave is. Actueel is ook de oplaaiende discussie over de effectiviteit van veel onderwijsvernieuwingen, waarbij de onderwijsinspectie waarschuwt voor een wildgroei aan hippe concepten. “Waarom is onderwijs zo hardleers” kopt het artikel in de Volkskrant, waarbij in een kader wordt aangegeven dat de argumentaties rond ontdekkend leren en ieder kind leert anders wetenschappelijk niet bewezen zijn, terwijl overhoren en samenvatten wetenschappelijk wel tot effectiviteit in de cognitieve ontwikkeling leiden. Eerder stelde hoogleraar Harold Bekkering in Schooldomein al dat diploma’s hopeloos achterhaald zijn en onderwijs veel meer zou moeten gaan over wat een individu kan en wil leren. Laat Schooldomein nu per definitie het begrip duurzaamheid al jaren vertalen naar de combinatie van een visie op onderwijs en de kracht van een goede leeromgeving. In dit nummer bijvoorbeeld het artikel over IKC De Boezemvriend in Oud-Beijerland van RoosRos Architecten dat over circulariteit en de inclusieve samenleving gaat.

ONZE VISIE

Schooldomein is een verrassend magazine voor managers en beleidsmakers die relevante beleidsinformatie, praktijkvoorbeelden en productinformatie vertalen in een optimale leer-, werk- en leefomgeving. Schooldomein biedt informatie rond de infrastructuur, organisatie en huisvesting van instellingen. Schooldomein is bedoeld voor iedereen die op het niveau van overheid,

instellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties betrokken is bij het vinden van oplossingen voor samenhangende vraagstukken in de non profit en profit sector.

HET NETWERK

Schooldomein wordt zes keer per jaar gratis verstrekt aan alle onderwijsinstellingen en gemeenten in Nederland. Het blad wordt gefinancierd uit de exploitatie van advertenties, advertorials, artikelen en de bijdragen

Daarnaast ook drie artikelen over vernieuwingen binnen techniek­ onderwijs, met als topstuk het grote interview met Adri Pijnenburg, landelijk vernieuwer techniek vmbo-mbo. Daar lees en zie je dat de fysieke leeromgeving moet mee veranderen met de vragen om andere expertise voor werknemers van morgen. Verder boeiende artikelen over vernieuwingen binnen Stad&Esch, Melanchthon Mathenesse, het nieuwe Hyperion Lyceum in Amsterdam, de visie op onderwijs voor het nieuwe Hermann Wesselink College in Amstelveen en natuurlijk het grote onderwijsdebat rond het thema ‘the place to be, leer- en werkomgevingen in het Hoger Onderwijs’. Een boeiend debat met experts rond stellingen als ‘beleven is mooi, maar kunnen concentreren is beter’ en ‘digitalisering maakt dat er juist meer meters nodig zijn.’ Over circulariteit gesproken; het artikel over de nieuwbouw van Hogeschool Inholland op het Zeeburgereiland geeft ook een inkijk naar wat een smart building is, binnen de context van een smart city. Ik merkte als hoofdredacteur dat circulair ontwerpen en bouwen een nieuw vak -apart- wordt. Ontwerpen wordt bijna een techniek en bouwen een proces van assembleren en los-vastmaken. Kortom; in elk interview met opdrachtgevers en gebruikers staan de visie op het onderwijs voorop en de wijze waarop dat het beste georganiseerd kan worden. Dat levert ook de beste opdrachtgevers op die actief meedenken in de randvoorwaarden voor goede en duurzame huisvesting en de leeromgeving van morgen. Duurzaamheid is dus meer dan binnenklimaat en 0 op de meter en een goed onderwijsconcept heeft altijd een sterke en stimulerende leeromgeving nodig. Ik denk dat ik Bernard Wientjes maar een gratis abonnement op Schooldomein aanbiedt. Dat helpt altijd! Veel leesplezier gewenst. Sibo Arbeek, Hoofdredacteur

van partners. Schooldomein fungeert als een netwerk, waarbij partijen een meerwaarde genereren door een samenhangend product te bieden. Schooldomein fungeert als een platform voor alle partijen die een bijdrage willen leveren aan de kwaliteit van de onderwijsinfrastructuur.

UW MENING

Wij stellen uw mening zeer op prijs. Voor reacties kunt u mailen naar sibo.arbeek@schooldomein.nl.

U kunt ook reageren via de site www.schooldomein.nl. Praktische informatie vindt u in het colofon.

INTERNET

Voor meer informatie over Schooldomein en dit nummer kunt u kijken op www.schooldomein.nl. Via deze site kunt u onder meer alle artikelen van de afgelopen jaargangen opvragen, winkelen in onze rubrieken en relevante markt­ informatie zoeken.

wordt mede mogelijk gemaakt door:

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

5


INHOUD BESTUUR EN BELEID

8

Van schaafbank naar hotspot Een goed gesprek met Adri Pijnenburg, trendontwikkelaar en expert op het gebied van (v)mbo Techniek.

12

Hoe sexy kan techniek zijn?

14

Leer- en werkomgevingen in het Hoger Onderwijs

Directeur Simon Baars over ‘zijn’ Melanchthon Mathenesse in Rotterdam.

Een boeiend debat in een voormalige kantine voor militairen, omgetoverd tot studielandschap voor studenten.

22

Programma ‘Scholen besparen energie’ Ondersteuning bij energiebesparende maatregelen.

ORGANISATIE EN BEDRIJFSVOERING

28

24

Circulair organiseren, waar moet ik nu beginnen? Drie waardevolle uitgangspunten bij circulair organiseren: leiderschap, samenwerking en experimenteerruimte.

ONTWERP EN INRICHTING

30

Modulaire lichtstraat effectief voor Lifestock Research Functionaliteit uitgangspunt in geslaagd hergebruik op Wageningse Campus.

THEMA

Oog voor circulair organiseren Oog voor circulair organiseren is het thema van deze Schooldomein. Op verschillende manieren besteden we daar aandacht aan. Onder meer in de rubriek Architectuur en verbeelding geven architecten mooie voorbeelden daarvan.

32

Werken op hoog niveau

34

Hoe snel ook goed kan zijn

36

Het gebouw als grondstoffenbank

38

Vernieuwende onderwijsomgeving 100% verplaatsbaar

Uitstekende akoestiek in nieuwe huisvesting voor Frencken Scholl Architecten.

Geslaagde uitbreiding Teylingen College in Noordwijkerhout.

De zoektocht naar circulariteit in het ontwikkelen van MFA De Boezemvriend.

Inrichting en interieur nieuw InnovatieLab Fontys Hogeschool volledig demonteer- en verplaatsbaar.

Foto’s cover MFA De Boezemvriend in Hoeksche Waard (pagina 36) Hyperion Lyceum in Amsterdam-Noord (pagina 43)

40

Fontys Hogeschool ICT in Eindhoven (pagina 38)

6

Schooldomein

mei 2019

Prachtig nieuw gebouw voor een doorlopende leeren ontwikkelplek voor 0-12-jarigen.

Altijd de laatste updates van Schooldomein? facebook.com/schooldomein

Gebouw versterkt visie Kindercampus Joseph

twitter.com/schooldomein

43

Nieuwbouw Hyperion maakt leren leuk Inspirerende nieuwbouw stimuleert dat leerlingen hun eigen leerervaringen gaan maken.


46

Slim bouwen voorwaarde voor circulaire economie

49

Het leasen van gebouwonderdelen in de circulaire economie

Nieuwbouw Inholland verbindt op alle niveaus.

Een nieuw gebouw waarbij de materialen eigendom blijven van de producent.

50

Duurzame, permanente en verplaatsbare houten modules

52

Toekomst tastbaar in Ontdeklabs

54

Een goede motoriek, zo gek nog niet!

56

Ruime lokalen voor beter onderwijs.

59

Edu-Station vernieuwt onderwijs en inrichting

Unieke oplossing voor basisschool Klein Amsterdam.

Stad & Esch Meppel bundelt nieuwe technieken op het gebied van de profielen PIE, BWI en M&T.

Waarom hechten wij in het PO zo weinig belang aan het fysiek van de mens?

Samenwerking centraal bij nieuwbouw Hermann Wesselink College.

Alles in één; meubel, werkplek, didactisch concept en duurzaam vanuit het oogpunt van circulariteit.

BOUW EN ORGANISATIE

62

Kostenbewustzijn borgt kwaliteit en onderwijs IKC De Werf verbindt gebruikers.

FACILITAIR EN BEHEER

64

Minder lockers … maar wél SLIMMER!

66

Onderwijsparticipatie zet door in hboopleidingen facility management

Slim gebruikmaken van een elektronisch slot en de informatie van het lockermanagement.

Theorie en praktijk raken steeds meer verstrengeld.

RUBRIEKEN

19 20 21 68 69 70

Het idee van de gemeente Amsterdam

Kort nieuws Onderwijstrends door Jaap de Kruijf De etalage Column van Peter van der Wel Vooruitblik naar Schooldomein 6

32 38 41 47 54


PASSIE VOOR TECHNIEK

Van schaafbank naar hotspot

8

SCHOOLDOMEIN

mei 2019


BESTUUR EN BELEID

Tekst Sibo Arbeek

Adri Pijnenburg is bekend als trendontwikkelaar & expert op het gebied van (v)mbo Techniek. Hij werkt met zijn team met passie en expertise aan toekomstbestendig innovatief (v)mbo techniekonderwijs gericht op de arbeidsmarkt van morgen. Dat vraagt om krachtige onderwijsteams in hybride leeromgevingen (v)mbo Techniek met nieuwe technologie en hard en soft skills voor de wendbare vakprofessional van morgen.

“M

ijn passie ligt in innovatieve techniek en technologie onderwijs gericht op de toekomst van vandaag. Om onze leerlingen en studenten maximaal te facili­ teren voor de arbeidsmarkt voor morgen ligt er een stevige uitdaging voor het techniekonderwijs. Weet je wat de drie belangrijkste trends zijn? Techno­ logie, technologie en nog eens technologie. Jongeren komen in arbeidsverhoudingen waarbij contracten steeds meer flexibel vorm krijgen, op dit moment zijn er al 3,3 miljoen flexwerkers. De jongeren krijgen in hun toekomstige (leer)loopbanen gemiddeld tussen de acht en tien banen en dat vraagt om wendbaar vakmanschap en ook andere skills. Ik ben bezig om docententeams in een continue ‘energietransitie’ te zetten om hun leerlingen zo optimaal voor te bereiden op de toekomst van morgen. Ook omdat ik me zorgen maak over de ontwikkelingen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Ik zie dat die groep niet de juiste hard en soft skills heeft om zich staande te houden in de dynamische arbeidsmarkt. Als je dat niet goed facili­teert valt een groep uit de arbeidsmarkt en dat wil niemand en dan krijgen we nog meer gele hesjes. In de gemeente Krimpenerwaard met 55.000 inwoners werk ik bijvoorbeeld als projectleider aan een virtueel leerwerkbedrijf dat in een hybride setting ontwikkeld wordt. 300 ondernemers zorgen samen met de overheid en het onderwijs voor een betere in-, door- en uitstroom gericht op de inclusieve arbeidsmarkt. Dan praat je over de instroom vanuit het onderwijs, maar ook uit de participatiewet, de mensen die dus buiten de huidige arbeidsmarkt staan. Daar heb je die drie O’s voor nodig en dat werkt in de Gemeente Krimpenerwaard erg goed.”

FOCUS OP LOOPBAAN “Ik ging vanuit de basisschool naar de mavo, maar wilde eigenlijk naar de lts. Omdat ik veel met crossmotoren en dus met techniek bezig was, ging ik verder op de mts, ook omdat mijn vriendjes dat

deden. Ik liep stage bij Philips en mijn mentor stelde de vraag of het onderwijs niets voor mij was. Ik had vooral de ambitie om carrière te maken en kwam in een intern opleidingstraject op hboniveau. Ook daar kreeg ik weer het advies om iets met onderwijs te gaan doen. Ik oriënteerde me toen binnen het vmbo en begon als leraar techniek. In die tijd ontstonden de landelijke platforms techniek als podia om samen te innoveren en vernieuwen. Dat trok me en nadat ik twee dagen per week voor het platform ging werken, werd ik door SLO benaderd om de nieuwe leer­plannen voor techniek te ontwikkelen en te implementeren. In 2004 werd ik landelijk programma­manager Platform vmbo techniek met 360 scholen en bestuurslid van de Nederlandse vereniging docenten Techniek. Veel vmbo scholen begonnen met de ontwikkeling naar krachtige leeromgevingen met als thema’s gedifferentieerde temponiveaus, loopbaan oriëntatie en doorlopende leerlijnen vmbo – mbo Techniek. Daardoor kwam ik ook meer in aanraking met het mbo. In 2016 begon ik voor mezelf met Pijnenburg Techniek Scouting om mijn passie en missie volledig onafhankelijk te kunnen vormgeven. Ik liep leeg op posities en kwam te veel in het politieke domein terecht; ik ben toch vooral iemand van de inhoud. Vanuit mijn netwerk begon ik verhalen op te halen over hoe techniekonderwijs in Nederland overleeft. Al die verhalen zijn gebundeld en aan de minister van onderwijs aangeboden. Dat resulteerde in een drukbezochte conferentie in 2016, waarna ik in toenemende mate innovatieve projecten voor het techniek­onderwijs en gemeenten ging doen en de lobby voor de 100 miljoen vmbo Techniek werd opgestart. Vandaag hebben we de uitdaging van de energietransitie, waarbij het thema van de toekomst energie is en banen vooral gekoppeld worden aan duurzaamheid. De Internationale Techniekconferentie 2018 met als thema ‘De energietransitie en onderwijstransitie vmbo & mbo Techniek en circu­laire carrières van morgen’ trok

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

9


een volgeboekte conferentie met 400 directeuren en bestuurders uit NL en Vlaanderen. We zitten nu middenin die ontwikkeling naar de hybride leeromgeving en ik ben op tientallen plekken aanwezig met de herontwikkeling van nieuwe krachtige hybride modellen, waarvoor samen­werking tussen de 3 O’s voorwaardelijk is. Po-vo en mbo scholen moeten ook meegenomen worden en ook nieuwe onderwijstechnologie krijgt steeds meer kansen. Daarvoor faciliteer ik samen met mijn kennispartner SkillsTown in Eindhoven de 21e -eeuwse escaperoom. Daar laten wij onderwijsprofessionals de 21e century skills en nieuwe technologie zelf er­varen en beleven. Ik heb nu met het bedrijf SkillsTown een online leeromgeving ‘De SkillsMETER-academie’ voor docenten om ze plaatsen tijdonafhankelijk de nieuwe skills aan te leren. Daarmee heb je het onderwijskundige aspect voor leerlingen en docenten geregeld als voorwaarde om in een nieuwe fysieke leeromgeving te werken, die is gebouwd op een nieuwe visie op onderwijs. Dat is een dynamische leeromgeving, waarbij het tempo­

10

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

“In de wereld van techniek van morgen heb je ook andere skills nodig”

niveau gedifferentieerd is en je groepen leerlingen van vmbo, havo en vwo in learning labs in aan­ raking laat komen met 21e -eeuwse vaardigheden en techniek. Zo ontwikkelde ik ook in samenwerking met mijn kennispartner HEUTINK learning labs voor Melanchthon Mathenesse, Bonaventure, Stad & Esch in Meppel en bij ROC Mondriaan Den Haag, waar we een techniek-innovatiehuis high tech hebben ingericht. Dat resulteerde in meer instroom, ook vooral op het mbo, van studenten en reductie van de uitval. Ik heb het niet meer over praktijklokalen, maar over learning labs, waar we leerlingen skills aanleren in smart technology, smart mobility en smart buildings omgevingen. Vroeger heette dat praktische sectororiëntatie, maar dat bekte niet; de branding moest anders. Nu noemen we het talentlessen, met een breedte aan 21e -eeuwse vaardigheden in de context van nieuwe technologie zoals droning, programmeren, robotica, virtual reality, hololenzen en argumented reality. Daarmee introduceren we de virtuele wereld in een klaslokaal en laten we leerlingen kennis maken


BESTUUR EN BELEID

met de toekomst van vandaag in de wereld van de nieuwe technologie. Daar hoort ook bionic learning van FESTO bij, waarmee we het vak science pakken en de koppeling maken met de bèta wereld. In de wereld van techniek van morgen werk je met schone technieken en nieuwe technologie. HOTSPOT “Krachtig onderwijs is voor mij de verbinding tussen het huidige techniekonderwijs in combinatie met nieuwe technologie en de 21e century skills voor de wendbare vakprofessional van morgen. De fysieke inrichting ziet er dan heel anders uit. We ontwerpen met het docententeam een vlekkenplan waarbij we alle huidige machines ter discussie stellen. Ik wil een high tech learning lab waar leerlingen vanuit methodisch werken een bepaalde opdracht doen in een context die aansluit bij de belevingswereld van jongeren. Dat is opgedeeld in vier fasen: onderzoeken, voorbereiden op de context, uitvoeren en terugkijken. Voor het echte maakwerk richten we een makers space in. Dat is een hotspot - een praktijkruimte waarbij je dingen kunt maken en waar je leert met moderne apparaten te werken, hier staan dan wel de machines en apparatuur zoals boor­machines, 3D printers en 3D lasersnijders enzovoort. Leerlingen maken vanuit het learning lab uitstapjes naar de hotspots. Die kun je vanuit Produceren, Installeren en Energie (PIE) inrichten, of een juist vanuit bouw, wonen en interieur (BWI) of mobiliteit en transport (M&T). Maar die hotspot kan ook op een mbo-school in de buurt zijn, of bij bedrijven in de regio of een andere vmbo-school. Daarmee maak je gebruik van de infrastructuur binnen en buiten de school en maak je contact met de omgeving en kennis met de beroepen en functies van vandaag. Die rolmodellen die je dan overal ontmoet geven kleur en richting aan jouw loopbaanoriëntatie op studie en beroep (krachtige LOB). Als je zo’n hotspot goed inricht kun je die ook gebruiken als nascholing voor docenten, inrichten voor de mensen uit de ‘kaartenbakken’, maar ook de statushouders met schakelprogramma’s en maatwerktrajecten koppelen.” CHAMPIONS LEAGUE “Er speelt nog iets anders mee. Het voortgezet onderwijs krimpt in de volle breedte. Gebouwen komen deels leeg te staan en dat geldt straks ook voor het mbo. De net ingevoerde vmbo structuur, is niet houdbaar, vanwege de krimp en opwaartse druk. ROC’s gaan nu ook de klappen krijgen, vooral niveau 2 staat onder druk. We moeten de opleidingen kantelen en vanuit die stip aan de horizon onze leeromgevingen vmbo en mbo verbinden en verbreden. Wat zijn de kansrijke interventies? Voordat je een transitie gemaakt hebt zijn we twee of drie jaar verder. Dit concept brengt dynamiek in de krimp en

zorgt ervoor dat we het onderwijs slimmer, efficiënter en toekomstbestendiger organiseren. Dat vraagt een andere rol van veel bestuurders, directies en docenten die dit onderwerp nu scherp krijgen. In deze transitie heb je krachtige onderwijsteams nodig die willen samenwerken en het onderwijs in kansrijke modellen samen met ons willen herontwerpen. Ik oriënteer me steeds meer met mijn kennispartner Ambaum BrandMakers in het buitenland, waarbij we over en weer veel van elkaar kunnen leren en hierover ons 3e boek gaan schrijven ‘Kijken over de grenzen van Techniekonderwijs’. Daarbij stellen wij dat we in Nederland op Champions League moeten acteren. Voor minder doen we het niet.” Wilt u ook het Techniekonderwijs binnen en buiten de NL grenzen ervaren, u bent dan welkom op de 4e Internationale Techniekconferentie van 8 november 2019 in het Philips stadion Eindhoven. Voor meer informatie surft u naar pijnenburgpts.nl.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

11


Tekst Sibo Arbeek

HET BESTE ONDERWIJS BIJ MELANCHTHON MATHENESSE

Hoe sexy kan techniek zijn? Aan het einde van het gesprek haalt directeur Simon Baars de socioloog Bowen Paulle aan: “Deze kinderen verdienen het beste onderwijs van de beste docenten in de mooiste gebouwen. Om daar mooi onderwijs voor te kunnen maken vind ik prachtig, zodat ze leren bewuste keuzen te maken.”

S

imon is sinds februari 2018 directeur van het Melanchthon Mathenesse aan de Spaanseweg in Rotterdam, dat als veelkleurige vmboschool met 350 kleurrijke leerlingen vooral een wijkfunctie heeft: “Onze doelgroep zijn kinderen uit Delfshaven en Spangen; veel leerlingen lopen vanuit hun wijk zo de school in. Het zijn kinderen die in een kleine wereld leven, die niet weten wat de wereld te bieden heeft en hoe ze zelf daarin de goede keuzen kunnen maken. Onze taak is om de luiken voor onze kinderen te openen zodat ze leren zien wat voor moois er te doen is vanuit onze profielen. In 2011 is dit gebouw gepimpt met leerpleinen voor onze drie profielen produceren, installeren en energie (PIE), horeca, bakkerij en recreatie (HBR) en Zorg en Welzijn. We zitten

12

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

middenin een fusie­proces, waardoor onze school vanaf 2020 groter wordt en we dan ook het profiel Media, Vormgeving & ICT kunnen aanbieden. Nu blijkt dat vooral techniek alweer aan modernisering toe is, omdat ontwikkelingen snel gaan en we nu het nieuwe profiel PIE hebben.” DEKKEND EN DUURZAAM “OCW heeft 100 miljoen beschikbaar gesteld om een dekkend en duurzaam aanbod van techniek­ onderwijs te stimuleren, waardoor meer leerlingen voor techniekonderwijs kiezen. Daarbij is het de bedoeling dat vmbo, mbo en bedrijfsleven meer in regio’s gaan samenwerken. Rijnmond telt zeven regio’s, waarbij wij in de regio Rotterdam-Noord met verschillende scholen en bedrijven samenwerken.


BESTUUR EN BELEID

“De transitie naar modern innovatief techniekonderwijs met toekomstperspectief” kiezen. Dat is een misvatting; veel werk is schoon en biedt prachtige kansen voor gegarandeerde banen. Bedrijven uit de regio kloppen hier dagelijks aan omdat ze mensen nodig hebben. Daar moeten we onze leerlingen wel in meenemen en daarom wil ik ook graag dat kinderen vanaf basisscholen al leren dat techniek iets is dat normaal in hun wereld is en waar ze elke dag mee te maken hebben: de mobiele telefoon, domotica in een woning, zonnepanelen op het dak.”

De vmbo scholen met een hard technisch profiel zijn leidend binnen zo’n regio en krijgen een potje geld waar ze mooie dingen mee doen, die weer gedeeld worden met partners binnen de eigen regio. Er is zo’n € 7,7 miljoen beschikbaar gesteld voor onze regio, waarbij van het bedrijfsleven 10% cofinanciering wordt verwacht. Het gezamenlijk streven is dat we straks in onze regio met zogenaamde hotspots gaan werken, voor PIE, MVI en MaT (maritieme techniek). Leerlingen die op de harde techniek aanslaan willen we vakken gedeeltelijk laten volgen in het mbo, op bedrijfsscholen en in het bedrijfsleven. In onze regio vind je maritieme techniek vanuit het Scheepvaart en Transport College (STC), het Grafisch Lyceum en de Van Hogendorpschool die het profiel MVI aanbieden. Wij bieden als enige school in Noord het profiel PIE aan. Op die verschillende plekken worden dus zogenaamde hotspots ontwikkeld en dat zijn state of the art voorzieningen voor dat specifieke profiel. Het beeld rond techniek is nog vaak dat het vies en zwaar werk is dat bovendien slecht betaald wordt. Als je verder wilt komen moet je vooral niet voor techniek

DICHTBIJ EN SEXY “Techniek is dichtbij en is ook nog eens sexy. Maar dan moet je niet meer een techniekhal hebben die de oude connotaties nog heeft. En dan moet je ook aan meiden laten zien dat het er leuk uitziet. Adri Pijnenburg hebben we ingehuurd om onze techniekhal te transformeren naar een place to be voor modern techniekonderwijs. Op basis van het voorbeeld van Stad & Esch in Meppel hebben we een vlekkenplan gemaakt, waarbij je van schone en meer creatieve techniek naar de meer harde techniek gaat. Zo hadden we tien jaar geleden een domoticahuisje op het plein gebouwd; dat was toen supermodern, maar nu alweer verouderd. Nu gaat het onderwijs veel meer digitaal, met als basis programmeren. Op ons nieuwe plein start een leerling straks met wereldlessen, en maakt in een cyclisch programma kennis met de zes werelden van Mathenesse, zoals robotica, mode en design, ondernemen en EHBO. Daarna leert een leerling via simulaties werken met een plotter, VR-lassen of een lasercutter machine. Uiteindelijk ga je echt maken en daar heb je natuurlijk een paar draai- en frasebanken en een lascabine voor nodig. Willen kinderen echt door in lassen dan kan dat in een bedrijfshal verderop in Schiedam waar ze een aantal dagen gaan lassen en in de praktijk leren wat het is om lasser te zijn. Dezelfde ontwikkeling zie je ook bij bouwen, wonen en interieur; daar leerde je vroeger vooral kozijnen timmeren en muurtjes bouwen. Nu al worden kant en klare gevels met robots in de fabriek samengesteld, waarbij ik overigens wel hoop dat het oude ambacht blijft bestaan, al gaat het maar om het restaureren van kerken en mooie gebouwen. Op het techniekplein gebeuren straks mooie en interessante dingen die voor prachtige beroepen opleiden. We gaan onze leerlingen daarmee duidelijk maken dat de wereld van Rotterdam op ze zit te wachten.” Kijk voor meer informatie op melanchthon.nl.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

13


Tekst Sibo Arbeek Foto’s Femke van den Heuvel

THE PLACE TO BE

Leer- en werkomgevingen in het Hoger Onderwijs Op 17 april vond het debat rond het thema ‘Beleving en leer- en werkplekken in het hoger onderwijs’ plaats in de Dining Hall van University College Utrecht; de voormalige kantine voor militairen, nu omgetoverd tot studielandschap voor studenten. Het debat werd gefaciliteerd door Forbo Flooring in samenwerking met Schooldomein.

14

SCHOOLDOMEIN

mei 2019


DEBAT

Sprekers · Marieke Meulman, segmentmanager onderwijs, Forbo Flooring · Titia Luiten, directeur en architect JHK Architecten · Marij Veugelers, consultant Future Learning UvA Amsterdam · Wim Pullen, directeur Center for People and Buildings · Teun van Wijk, partner en senior adviseur ICSadviseurs · Sibo Arbeek, hoofdredacteur Schooldomein

Sibo Arbeek

RECEIVE, MOVE, EDUCATE, CONNECT, CONCENTRATE & RESEARCH Marieke Meulman van Forbo Flooring trapt dat er meer omgevingen worden ingericht af: “We zien dat campussen op grote schaal waar studenten, medewerkers en bezoekers vernieuwd worden. In de beleving van kunnen werken, studeren en ontspannen. ruimten in onderwijsgebouwen onderscheiDe geheel vernieuwde Refter op de campus den we zes thema’s: Receive, Move, Educate, van de Radboud Universiteit is hier een Connect, Concentrate en Research. Met onze mooi voorbeeld van. Ook de Dining Hall op de Internationale Campus van de Universiteit van Utrecht is een mooi voorbeeld van een geslaagde transformatie. We zijn er trots op dat in deze vernieuwende concepten gekozen is voor onze vloeren. Een andere beweging is dat studielandschappen meer flexibel en modulair worden ingericht. Een mooi voorbeeld hiervan is het Atlasgebouw, het nieuwe hoofdgebouw van de TU Eindhoven. De keuze van Marmoleum in combina-

“Bij bouwen gaat het altijd om geld en meters; maar wat is het onderwijsconcept in relatie tot de beoogde didactiek?”

tie met flexibele PVC tegels van Forbo sluit mooi aan op de bijzondere architectuur en faciliteert de complexe computervloeren. Ook duurzaamheid wordt steeds meer een argument bij de keuze van materialen. Voor huisvestingsmanagers geeft dit nieuwe uitdagingen. Want wanneer voldoet een materiaal aan de duurzaamheidscriteria? Forbo is trots op haar paradepaardje Marmoleum, nog altijd de meest duurzame keuze als het om vloeren gaat. De nieuwe website InsideInside.nl geeft huisvestingsmanagers inzicht bij de keuze van de meest duurzame interieur­producten. Dit is een initiatief van de Dutch Green Building Council en Forbo is één van de participanten.

Marieke Meulman

Foto: Michael van Oosten

veelzijdige producten en collecties kunnen we volop inspiratie bieden voor al deze toe­passingen. Eén van de ontwikkelingen is

“Een nieuw foodconcept van zes foodcounters in de vernieuwde Refter van de Radboud Universiteit Nijmegen. De vloeren van Forbo faciliteren dit concept door de combinatie van verschillende dessins en structuren.”

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

15


Foto: Monique Kooijmans

16

“Ik vind het geweldig om door gebouwen te lopen waar overal studenten zitten met een variatie in kleur en inrichting.”

HOMEY METERS “We komen uit een generatie met traditionele werkgroepzaaltjes versus grote collegezalen, maar alles verandert met de intrede van de digitale leeromgeving rond 2000,”stelt Marij Veugelers. “Het gevolg was dat onderwijsvisies ook aangepast werden rond begrippen als active learning en blended learning. De student kwam met zijn 21e -eeuwse vaardigheden centraal te staan en de docent wordt meer coach en begeleider van het onderwijs. Het concept van de active learning classroom werd in 2006 in de USA breed uitgerold. In 2014 gaf het NMC Horizon Report aan dat redesigning the learning space tot 2019 op de agenda staat voor brede implementatie. Wij lopen internationaal achter; in Engeland zag ik veel voorbeelden met groepstafels in een collegezaalopstelling. In het nieuwe TU

Delft Pulse gebouw zie je ruimten waar je even een frontale opstelling hebt, maar vervolgens in groepen kunt werken. In the classroom of the future zie je verschillende typen meubilair en inrichting, en veel white boarden of digitale schermen voor het groepswerk, naast tafels die je kunt opvouwen en inklappen zodat een ruimte continue kan veranderen, afhankelijk van de gekozen werkvorm. Dat zie je ook al in het Living Lab van de Universiteit Leiden waar 1 grote vloer heel flexibel is ingericht met verplaatsbare stoelen en beschrijf­bare tafels. Ook de studielandschappen zijn verder doorontwikkeld; ik vind het geweldig om door gebouwen te lopen waar overal studenten zitten met een variatie in kleur en inrichting. Ondanks dat er research based literatuur is blijft het management huive-

PLEKKEN VOOR DE TOEKOMST “Scholen bestaan uit mensen met verschillende ideeën. Voor het maken van plannen is dit een voordeel, het zorgt voor een brede blik,” stelt Teun van Wijk. “In de vraagstelling van onze workshops spreek ik bewust alle drijfveren aan. Samen dragen ze bij aan een compleet en breedgedragen resultaat.” Teun vat deze drijfveren samen in zes uitroep­ tekens: Inspire! (gerichtheid op toekomst); Together! (mensgerichtheid en verbindingen); Create! (ondernemerschap en experiment); Think! (organiseerbaarheid en structuur); Ac­ tion! (besluitvaardigheid en kaders) en Care! (waarden en thuisvoelen). In zijn workshops brengen deelnemers twee onder­werpen steevast naar voren: inspirerend en toekomstgericht zijn door de verbinding met stad en omgeving, plus de mogelijkheid om flexibel

op vragen en veranderingen in te kunnen spelen. Een toekomstgerichte omgeving is vooral een omgeving waar de toekomst zich nu al aandient, bijvoorbeeld waar de samenwerking tussen kennisinstellingen, onderzoek, samenleving en bedrijven plaatsvindt. Een hogeschool heeft als haast geen ander de mogelijkheid om daarin een verbindende schakel te zijn. In zijn presentatie beschrijft Teun drie geslaagde voorbeelden uit Groningen: European Research Institute for the Biology of Ageing, Energy Academy Europe (EAE) en het Energy Transition Centre (EnTranCe). Deze omgevingen zijn achtereenvolgens geïnitieerd door UMCG, RuG en de Hanze­hogeschool, maar dragen niet hun naam. Voor elke omgeving is bewust gekozen voor een nieuwe naam, die uitdrukking geeft aan het gemeenschappelijke thema waar­binnen een verschei-

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

Marij Veugelers

rig om echt te innoveren. Sinds een jaar of acht zie ik bij hogescholen een tendens om meters en ruimten effectiever te gebruiken, maar verder teruggaan in meters vind ik geen goede ontwikkeling; studenten hebben veel homey meters nodig. Docenten moeten beter ondersteund worden door onderwijsen IT-deskundigen om het onderwijs te laten kantelen. Studenten moeten ook leren dat een innovatieve leeromgeving een andere attitude dan in een traditionele setting vraagt. Bij bouwen gaat het altijd om geld en meters; maar wat is het onderwijsconcept in relatie tot de beoogde didactiek? Aan de top van de tien randvoorwaarden voor een succesvolle innovatieve leer- en werkomgeving staan altijd nog leiderschap en voldoende draagvlak. Ik zie vaak een onderwijsvisie in woorden, maar nog niet in daden.”

Bijvoorbeeld op aantrekkelijke plekken waar kennis­ instellingen en bedrijven met elkaar samenwerken. De omgeving werkt als een ‘biotoop’ waarbinnen deelnemers gedijen.

denheid aan organisaties met elkaar samenwerkt. Een samenwerkende partij is daardoor binnen het gebouw niet onder­geschikt aan een veel grotere (onderwijs)organisatie. Een andere overeenkomst is dat alle drie samenwerkprojecten over voldoende kritische


DEBAT BETEKENISVOLLE GEBOUWEN “Vroeger was het duidelijk: aan het oude gebouw van de Faculteit Bouwkunde in Delft kon je aflezen wat er binnen gebeurde. Tegenwoordig is er veel aandacht voor het ontwikkelen van flexibele onderwijsomgevingen, met het accent op inrichting en meubilair, maar er is minder aandacht voor de betekenis van gebouwen zelf”, opent Titia Luiten. “Komt dat mede doordat we in een samenleving leven, waarbij de tweedeling toeneemt en alles digitaal kan? Waarom heb je dan nog een specifiek onderwijsgebouw nodig? De brand in de Notre-Dame laat zien dat een gebouw voor veel meer kan staan dan alleen de functie, net zoals een school een vormende periode in je le-

ven markeert. Toch zag je na het afbranden van het faculteitsgebouw Bouwkunde in Delft dat het onderwijs ook goed rond een geïmproviseerd tentenkamp georganiseerd kon worden. Doordat je overal digitaal bent verbonden, kan leren en werken overal; zo ontwerpt de NS al treinen met flexibele werkplekken. De nieuwe bibliotheek Stadkamer in Zwolle is de nieuwe hotspot in de stad waar je van alles kunt beleven en een coffeebar in Haarlem adverteert met ‘de beste plek om te studeren’. Het antwoord vertaalt zich ook in een veranderende ontwerpopgave; in de nieuwe Faculteit Wis- en Natuurkunde in Leiden zijn voorzieningen waar mogelijk verbonden met het grote geheel en zijn ruimten zo generiek mogelijk

“Optimale voorzieningen, aantrekkelijke werk- en ontmoetingsplekken en bovenal de ‘sense of belonging’

Foto: Marcel van der Burg

worden belangrijker dan ooit.”

massa beschikken om daarmee impact te hebben en aantrekkingskracht uit te kunnen oefenen. Het zijn bekende plekken waar je graag bij wilt horen. Binnen de gebouwen is maximaal gedacht aan ontmoetingsplekken, zichtlijnen, variatie aan ruimten en openheid naar de directe omgeving. Een extra aan-

Teun van Wijk

dachtspunt is het leggen van relaties tussen verschillende verdiepingen, met als doel om te voorkomen dat verdiepingen een eilandencultuur veroorzaken. Eriba beschikt over een gebouw, met per bouwlaag een mix van algemene laboratoriumplekken, specifieke (aanpasbare) laboratoriumruimten, werkplekken voor onderzoekers, ontmoetingsplekken, een conferentieruimte en op de begane grond een expositieruimte over Healthy Ageing. Bijzonder aan de opzet is de wijze waarop de werkplekken een verbindende schakel vormen tussen de laboratoria, die over de verdiepingen verspreid zijn. Het gebouw maakt veel verschillende vormen van gebruik mogelijk, dit was nodig omdat bij de planning nog niet bekend was wie de toekomstige onderzoeksgroepen zullen worden. EnTranCe is ontworpen als proeftuin voor

Titia Luiten

ontworpen. Centrale voorzieningen in recente gebouwen lopen als een trein, omdat je er kunt ontmoeten, loungen, werken en eten. Een gebouw moet je het gevoel geven dat je ergens bij hoort. ‘Het publieke domein erodeert’, stelt de Rijksbouwmeester; wat zijn dan nog de plekken in de steden waar je de maatschappij nog voelt, in plaats van dat we alleen nog op individuele prikkels reageren? Een van de weinige plekken waar je nog de volle breedte van de maatschappij ervaart is op het plein van de basisschool. Ik pleit voor gebouwen die meer zijn dan het verzamelen van je eigen typen wensen. De nieuwe bibliotheek Stadkamer in Zwolle vervult die functie, als huiskamer voor de stad, met veel activiteiten en een mengeling van jong en oud. Dat maakt dat het een fijne en betekenisvolle plek wordt. De leeromgeving voor morgen is wat mij betreft onderdeel van een bredere maatschappelijke invulling met fysieke en sociale aantakkingen waardoor alle facetten van het echte leven zichtbaar worden.”

de Energy Community. Als metafoor is bij de planvorming ‘De Camping’ gebruikt, met een gezamenlijke ontmoetingsplek, prima gezamenlijke voorzieningen en water en stroom voor de caravans. Bij EnTranCe is de ontmoetingsplek de ‘Energy Barn’, er zijn prima onderwijs- en conferentievoorzieningen plus een gezamenlijke overdekte werkplaats. Het belangrijkste onderdeel is het buitenterrein met een ring van leidingen voor verschillende energiedragers, waar onderzoeksprojecten uit de hele wereld letterlijk aan kunnen haken. Zo is de omgeving ontworpen als een biotoop voor energiepioniers, waarvan bij het maken van de plannen deels nog onbekend was wie dat in de toekomst zullen zijn. Het is een voorbeeld van een inspirerende omgeving waar de toekomst zich steeds opnieuw aandient.” SCHOOLDOMEIN

mei 2019

17


“Een gebouw moet je het gevoel geven dat je ergens bij hoort” “Het uiteindelijke doel is ‘to create emotional space: it sticks in your memory and feelings’ (citaat Zwitserse architect Peter Zumthor).”

THINGIFICATION “Scheiden en verbinden; dat doen we voortdurend in het zoeken van de relatie tussen mensen, werk en werkomgeving”, begint Wim Pullen; “daarbij zien we dat we met woorden onechte feiten maken, die we als de werkelijkheid gaan zien. Dat noemen we reïficatie. Zoals het toekennen van menselijke eigenschappen aan gebouwen: het slimme gebouw, het adaptieve gebouw of het gezonde gebouw. Tegelijkertijd verdingen de gebruikers: bent u al een IP adres? Dat noemen we de thingification. De omgekeerde wereld; het is de bedoeling dat wij smart zijn en het gebouw niet. Die relatie tussen betekenis, beleving en gedrag herken je ook in de discussie over kantoortuinen en werkplekken. Daar doen wij veel evidence based onderzoek naar. Het uiteindelijke doel is ‘to create emotional space: it sticks in your memory and feelings’ stelt de Zwitserse architect Peter Zumthor. De kern van onderwijs is Bildung en kennelijk zijn wij niet slim genoeg om ruimten te maken waar mensen een bepaalde beleving bij hebben, zoals met die rommelige kantoorruimte waar we vroeger op vrijdagmiddag een fles opentrokken om de week door te nemen. In de faculteit Geo­wetenschappen in Utrecht is het organiserend principe docent volgt student doorgevoerd, waardoor rust én interactie tussen medewerkers in het gebouw ontstaat, omdat docentenwerkplekken en studentenplekken uit elkaar zijn gehaald. Een werkomgeving moet mensen productief maken. Daarvoor heb je een aantal principes. Dat zijn er vier: de moge-

18

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

lijkheid je te concentreren, de functionaliteit en het comfort van de werkplek, hoeveelheid en diversiteit van plekken, de mogelijkheid tot privacy. Die bepalen de mate waarin je doelen voor individuele medewerkers wilt halen. Onze les is dat flex kantoren werken, maar niet ten koste van alles. En bovenaan de lijst van voorwaarden voor productiviteit staat niet de fysieke werkomgeving, maar aspecten als sociale structuur, leiderschap en vertrouwen geven. Dan heb je het over het gedrag van mensen.”

Wim Pullen


Het idee In de rubriek het idee belicht iedere editie van Schooldomein een initiatief dat een positieve bijdrage levert aan de samenleving. In dit nummer het idee van de gemeente Amsterdam.

JONGEREN IN ACTIE VOOR HET KLIMAAT

O

p 15 februari vond op het Comeniuslyceum in Amsterdam Nieuw-West de kick-off plaats van het ‘Gesprek met de Stad’. Het Comeniuslyceum is de eerste middelbare school in Nederland met een duurzaamheidstraject in het onderwijs die het startsein mag geven voor een reeks aan gesprekken in de stad.

Amsterdam wil klimaatneutraal zijn in 2050. Dat betekent dat er in 2050 geen sprake meer is van CO2 uitstoot. Maar hoe komen we zover? Dat wil Amsterdam ontdekken tijdens het Gesprek met de Stad. Wethouder Duurzaamheid Marieke van Doorninck sprak bij de kick-off de aanwezige jongeren toe: “Volwassenen en ouderen zijn meestal bezig met het kijken naar verlies, terwijl jongeren kijken naar kansen voor de toekomst.”

De leerlingen van het Econasium (Comeniuslyceum) hebben duurzaamheid in hun DNA zitten. Zij waren dan ook volop bij de kick-off betrokken. Daarnaast waren er jonge ambitieuze trainees die hun intelligentie en creativiteit dagelijks inzetten voor verschillende thema’s, jonge raadsleden die willen horen en voelen wat jongeren te zeggen hebben en jonge ambtenaren. Een van de deelnemers was Maarten Labots van de Jonge Klimaatbeweging: “We gaan met z’n allen naar een duurzamere toekomst. Ik vind het belangrijk om jongeren te vragen hoe zij hun stad zien in 2050. We moeten onderzoeken hoe verschillende ideeën van mensen met verschillende leeftijden samen komen. En hoe we de stem van jongeren gaan vastleggen.” De Jonge Klimaatbeweging stelt met zo’n 70

verschillende jongerenorganisaties een Jonge Klimaatagenda op. Het doel van de beweging is om het klimaatbeleid te beïnvloeden. De kick-off werd georganiseerd door de gemeente Amsterdam, het Econasium, Joris Kramer van And the People en de Jonge Klimaatbeweging. Joris is een positieve, enthousiaste vader van 2 kids met een eigen bureau dat met design-denken, ontwerpprocessen met groepen begeleidt om gezamenlijk tot ideeën te komen. De Jonge Klimaatbeweging maakt zich hard voor een toekomst waar jongeren invloed op hebben gehad. Tijdens de kick-off hebben de jongeren gewerkt aan 7 challenges gewerkt. Kijk voor de resultaten op schooldomein.nl/jongerenklimaat.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

19


Kort nieuws Dag van Gezonde Schoolkantine

O

p 16 april is de jaarlijkse Dag van de Gezonde Schoolkantine gevierd. Het Voedingscentrum vraagt met deze dag extra aandacht voor gezonde voeding op scholen. Staatssecretaris Blokhuis (VWS) opende de dag met het uitreiken van een gouden Schoolkantine Schaal aan het FlexCollege in Den Haag. En door het hele land werd een recordaantal van 168 Schoolkantine Schalen uitgereikt aan scholen met een gezondere schoolkantine. Sinds 2016 reikt het Voedingscentrum Schoolkantine Schalen uit, aan scholen die voldoen aan de Richtlijnen Gezondere Kantines. Scholen kiezen zelf of ze gaan voor een ‘zilveren’, ‘gouden’ of ‘ideale’ kantine. Een zilveren kantine bestaat voor minimaal 60 procent uit ‘betere’ keuzes en de gouden kantine voor minimaal 80 procent. Een ideale kantine voldoet voor 100 procent aan de Schijf van Vijf. Er wordt ook gekeken naar de uitstraling van de kantine. Scholen worden daarbij ondersteund door de Schoolkantine Brigade van het Voedingscentrum. In 2016 zijn 78 Schoolkantine Schalen uitgereikt. In 2017 waren dat er 267 en in 2018 werden maar liefst 475 Schoolkantine Schalen uitgereikt. Voor het einde van dit jaar hoopt het Voedingscentrum een nieuw recorddoel van 650 Schalen te bereiken. Staatssecretaris Blokhuis: “Ik vind het geweldig dat steeds meer scholen aan de slag zijn met een gezonde schoolkantine. Daarmee maken

’Een school met een thuisgevoel’

20

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

we het voor kinderen en jongeren makkelijker om op school gezond te eten. Het is een van de afspraken in het Nationaal Preventieakkoord: vanaf 2020 bieden minimaal 950 scholen gezonde voeding aan in hun kantines. Ook buiten school zijn we volop bezig om gezond leven makkelijker te maken. Dat sluit dus heel mooi aan.”


Kort nieuws

Column

RECTIFICATIE

Bijzondere leerplekken in beeld

I

n de vorige editie van Schooldomein plaatsten we bij een artikel over ‘de ‘ideale’ schoolomgeving volgens studenten’ twee foto’s die we eerder in publicaties van Schooldomein hebben gebruikt. Bij dit nieuwe artikel waren het sfeerbeelden, maar de directeur van één van de betrokken scholen vond het jammer dat we hier niet de naam en locatie van de scholen hebben vermeld. Dat zetten we graag recht.

TRENDS IN ONDERWIJSLAND

De bovenstaande foto ontvingen we van BDG Architecten en is gemaakt bij Aeres Hogeschool Wageningen. We hebben de foto eerder gebruikt in de uitgave Waar leer jij? van ICSadviseurs in samenwerking met Schooldomein. Aeres Hogeschool is onderdeel van Aeres Groep, een groene kennisinstelling die zich toelegt op onderwijs, onderzoek en diverse commerciële activiteiten. Meer informatie: aereshogeschool.nl.

Het verzuilde onderwijs zoals we het kennen uit de 20-ste eeuw had het intrinsieke voordeel dat ontwikkelingen binnen de eigen zuil geïnitieerd konden worden. De ‘eigen’ pedagogische centra waren daar voorbeelden van. Het nadeel van beperkte centrale sturing door een overheid en het neveneffect van gerichtheid op eigen kring werd voor lief genomen. Waar deze verzuiling geleidelijk is vervaagd, is een andere verzuiling opgekomen, die ogenschijnlijk dezelfde voor- en nadelen kent. Deze verzuiling is te definiëren als onderwijs georganiseerd in maatschappelijke lagen van sociaal en cultureel gelijkgezinden. De gelaagdheid van de maatschappij zien we terug in het onderwijs. Voeg hierbij het reeds lang bestaande onderscheid tussen onderwijs gericht op ‘hoofd’ of ‘handen’ en deze nieuwe vorm van verzuiling lijkt in beton gegoten. Ondanks pogingen om onderwijsaanbod te ontwikkelen dat meer ruimte schept zoals brede brugklassen, ‘10-14 jaar scholen’ en toevoegen van beroepsgerichte componenten aan het algemeen vormend onderwijs, handhaaft zich de bestaande structuur. Overigens – maar dit terzijde – vertrouwdheid met de bestaande structuur maakt dat ouders – door keuzes voor hun kinderen – de bestaande structuur versterken. De overheid is hierin ambivalent. Enerzijds onderkent zij de noodzaak om dit gelaagd onderwijsaanbod te doorbreken, maar anderzijds zijn veel beleidsmaatregelen gericht op perfectionering en verdere differentiatie van die structuur. De Onderwijsraad geeft in het recente rapport ‘Doorgeschoten differentiatie in het onderwijsstelsel’ zowel een heldere analyse, als waardevolle aanbevelingen om deze ‘horizontale’ verzuiling te doorbreken. Tevens adviseert de raad vijf vertrekpunten voor een discussie over de structuur. Wellicht nogmaals een aanzet om tot een aanpassing van het onderwijsstelsel te komen.

De foto hierboven, gemaakt door Wim Hanenberg, ontvingen we van VELUX bij een artikel over Post Oost, een participatiecentrum in Amsterdam Oost, waar veel verschillende organisaties bewoners ondersteunen op het gebied van: activiteiten, vrijwilligerswerk en opstap naar werk. Bekijk/download het artikel hier: schooldomein. nl/postoost. Kijk voor meer informatie over het participatiecentrum op postoost.nl.

Een instrument bij uitstek om in onderwijsland te sturen, is de bekostiging. Ondanks een aanvullend initiatiefwetsvoorstel van één van de coalitiepartners (financiering op schoolniveau in plaats van op bestuursniveau) zijn de contouren van de herziening in het funderend onderwijs inmiddels helder. Het mag duidelijk zijn dat ook deze herziening het bestaande stelsel niet zal doorbreken. Naast deze bekostigingsvereenvoudiging is het boeiend om ook eens de oplossingsrichting van een bekostigingsknelpunt in het wetenschappelijk onderwijs te volgen. Als voorbeeld: Het gesignaleerde knelpunt bekostiging bèta en technisch onderwijs kan, volgens adviezen aan de commissie Van Rijn, op een verbazingwekkend simplistische manier opgelost worden: Haal maar geld weg – 150 miljoen – bij geesteswetenschappelijke faculteiten en voeg dit toe aan budgetten voor de technische universiteiten en het probleem is opgelost. Budgetneutraal en toch meer ruimte voor techniek. Kan het eenvoudiger? Veel kleinschaliger en meer ideëel, maar ook gebonden aan budgetten, zijn projecten voor nieuwkomers die vanuit ISK (Internationale Schakelklassen) doorstromen naar voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Volgens de landelijke organisatie LOWAN betreft het jaarlijks ongeveer 4.000 leerlingen. Dankzij de inzet van diverse organisaties, scholen en fondsenverstrekkers zijn er al diverse programma’s voor immigrantenleerlingen ontwikkeld en wordt nu de pilot ‘Zachte landing’ voorbereid. Zonder commissies, rapporten en adviezen wordt hier praktisch gewerkt aan het invoegen van nieuwkomers in ons –gelaagd – onderwijs. Jaap de Kruijf

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

21


ONDERSTEUNING BIJ ENERGIEBESPARENDE MAATREGELEN

Programma ‘Scholen besparen energie’ Met relatief kleine maatregelen energie besparen. Voor veel schoolbesturen liggen op dat gebied nog volop kansen, en het kan hen veel geld besparen. Het ministerie van BZK wil schoolbesturen hiervan bewust maken en hen helpen bij het nemen van laagdrempelige energiebesparingsmaatregelen.

D

aarom is op 16 april het tweejarige programma ‘Scholen besparen energie’ gestart. Het ministerie van BZK lanceert het programma in samenwerking met het ministerie van OCW, PO-Raad, VO-raad, Ruimte-OK, Bouwstenen voor Sociaal en RVO. Het programma ondersteunt basisscholen en middelbare scholen actief en onafhan-

22

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

kelijk bij het nemen van eenvoudige maatregelen om energie te besparen. Daarbij ligt de focus op kleine energiebesparende ingrepen die weinig kosten, en waarmee schoolbesturen relatief veel geld kunnen besparen. Denk bijvoorbeeld aan het inzichtelijk maken van het energieverbruik, het minimaliseren van sluimerverbruik en het energie-


BESTUUR EN BELEID

zuinig inregelen van de verwarming. Ook aan de slag gaan met energiebesparend gedrag samen met leerlingen en leerkrachten hoort daarbij. Met al dat laaghangend fruit kan al snel zo’n 10% energiebesparing worden bereikt, blijkt uit de praktijk. DIRECT AAN DE SLAG Schoolbesturen worden actief ondersteund in het nemen van de eerste stappen. Een Energiebespaarder helpt schoolbesturen praktisch op weg en maakt samen met hen inzichtelijk welke mogelijkheden er zijn om energie te besparen. Via een online en telefonische helpdesk kunnen schoolbesturen vragen stellen. Ook praktische informatie, tools en praktijkvoorbeel-

WAT KUNT U VERWACHTEN VAN SCHOLEN BESPAREN ENERGIE? Om schoolbesturen te ondersteunen zijn de onderstaande diensten beschikbaar vanuit het ondersteuningsprogramma: HELPDESK Heeft u vragen? Neem dan contact op met de helpdesk. Onze helpdeskmedewerkers helpen u bij het vinden van uw antwoord. Als uw vraag niet direct beantwoord kan worden zetten wij de vraag voor u door naar een van onze experts. Telefoon en mail: 085 – 303 26 02 en info@scholenbesparenenergie.nl

DIRECT ZELF AAN DE SLAG | DOWNLOAD HET STARTPAKKET Met het startpakket boordevol tips, informatie en processtappen kunt u direct zelf aan de slag om direct energie te besparen. Het startpakket bevat onder andere een lijst met tips voor energiebesparing en verdere uitleg om met deze maatregelen aan de slag te gaan. Vraag het aan via scholenbesparenenergie.nl

ENERGIEBESPAARDER OP LOCATIE

“Daarbij ligt de focus op kleine energiebesparende ingrepen die weinig kosten en waarmee schoolbesturen relatief veel geld kunnen besparen” den zijn te vinden op de website www.scholenbesparenenergie.nl. Schoolbesturen die direct aan de slag willen, vragen op de website een startpakket aan met daarin processtappen, tips en informatie voor het nemen van energiebesparende maatregelen. INFORMATIEPLICHT Schoolbesturen kunnen dus eenvoudig zelf aan de slag met energiebesparende maatregelen. Scholen met een jaarlijks elektriciteitsverbruik van minstens 50.000 kWh of een jaarlijks verbruik van minstens 25.000 m3 gas (per aansluiting) moeten ook voldoen aan de Informatieplicht Energiebesparing die op 1 juli 2019 ingaat. Een lijst met erkende (energiebesparende) maatregelen geeft snel inzicht in energiebesparingsmaatregelen, die scholen binnen 5 jaar kunnen terugverdienen. Dat maakt de lijst ook een goed startpunt voor scholen die minder energie verbruiken en dus niet onder de verplichting vallen.

U kunt als schoolbestuur kosteloos een onafhankelijke Energiebespaarder uitnodigen. Energiebespaarders kijken samen met u wat u nodig heeft om snel aan de slag te gaan. Wij nemen niet het werk van energieadviseurs en marktpartijen over, maar zorgen dat u praktisch op weg geholpen wordt om keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Is een gedetailleerder en uitgebreider advies nodig? Dan helpen wij u bijvoorbeeld bij het selecteren van het juiste type onderzoek: van eenvoudige scan tot volledig energieprestatieof binnenmilieuadvies. Soms ondersteunt een Energiebespaarder door het geven van uitleg of het beantwoorden van vragen. Én soms door mee te kijken en inzichten en ervaringen te delen. Vraag een Energiebespaarder op bezoek via scholenbesparenenergie.nl

LEREN VAN ANDERE SCHOLEN Door te leren van elkaar kunt u de juiste maatregelen nemen. Wat zijn ervaringen van collega’s bij schoolbesturen en gemeenten met laagdrempelige vormen van energiebesparing? Hoe hebben zij het aangepakt, wat zijn hun tips en tops en wat kunnen we van uw voorgangers leren? Scholenbesparenenergie.nl/praktijkervaringen Voor meer praktijkervaring met energiebesparing op scholen en diverse kennisuitwisselingsen ontwikkelactiviteiten kunnen scholen terecht op bouwstenen.nl/scholenbesparenenergie.

ONDERSTEUNING BIJ INFORMATIEPLICHT Het treffen van energiebesparende maatregelen kent voor een deel van de schoolgebouwen een wettelijke verplichting. Dit is het geval zodra een aansluiting vanaf 25.000 m3 aardgas of 50.000 kWh elektra verbruikt. Schoolbesturen die een gebouw hebben dat onder de informatieplicht valt kunnen de Energiebespaarder ook benaderen voor ondersteuning & vragen. Voor vragen met betrekking tot de informatieplicht verwijzen wij u naar de helpdesk van RVO: 088 – 042 42 42 of via rvo.nl/informatieplicht.

VAN WEERSTAND NAAR RESULTAAT Het kan zijn dat u in uw organisatie weerstand ondervindt bij het daadwerkelijk nemen van energiebesparende maatregelen. Bijvoorbeeld omdat deze ‘aanlopen tegen een hoge prijs bij opgevraagde offertes’ of omdat het niet duidelijk is hoe u het beste kunt beginnen. Onze Energiebespaarder kan u tips geven hoe u deze weerstand kan vertalen naar een breed draagvlak en gezamenlijk resultaat.

www.scholenbesparenenergie.nl

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

23


Oog voor circulair organiseren is het thema van deze Schooldomein. In de rubriek Architectuur en verbeelding geven architecten mooie voorbeelden daarvan.

Nieuwe bieb geopend in imposante LocHal: ‘Wereldklasse voor Tilburg’ ‘Een bibliotheek van wereldklasse’, ‘wat een ge-wel-dig gebouw’, ‘hier mag de stad mee pronken’ en ‘de LocHal overtreft alle verwachtingen’. Zomaar een aantal eerste reacties die te lezen zijn op Twitter na de opening van de nieuwe bibliotheek in de compleet gerenoveerde LocHal. Begin januari opende ook de bibliotheek nadat Seats2Meet al eerder haar deuren opende in het gebouw. Op de eerste dag kwamen er ruim 5.000 mensen een kijkje nemen in het gebouw wat de nieuwe huiskamer van Tilburg moet worden. Je vindt er horeca, een gigantische bieb, ruimtes om te studeren, zaaltjes om af te huren voor vergaderingen en grote congreszalen. Het gebouw is gigantisch en een ware ontdek-

Foto’s: Arjen Veldt Fotografie

24

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

kingstocht. De nieuwe LocHal is ontworpen door Civic Architects, Braaksma & Roos en Inside-Outside. De inrichting is vervolgens verzorgd door Mecanoo; een bureau dat ook de bibliotheek in New York en andere imposante gebouwen in onder andere Taiwan & Zuid Korea ontwierp. Buiten de strakke industriële look van het gebouw vallen een aantal andere zaken op. Zo hangen er gordijnen van 15 meter hoog en 45 meter

breed, die daarmee tot de hoogste gordijnen ter wereld behoren. Je kunt de LocHal het beste met eigen ogen gaan aanschouwen. Als je de eerste reacties op social media leest en de reacties van de mensen ter plaatse, kun je wel concluderen dat Tilburg er een trekpleister bij heeft. Kijk voor meer informatie op braaksmaroos.nl, bibliotheekmb.nl, seats2meet.com.

Foto’s: Arjen Veldt Fotografie

CIVIC ARCHITECTS, BRAAKSMA & ROOS EN INSIDE-OUTSIDE


ARCHITECTUUR EN VERBEELDING

DE UNIE ARCHITECTEN EN FELIXX LANDSCAPE ARCHITECTS & PLANNERS Een scholencampus als educatief landschap Op de Campus Eemsdelta in Appingedam worden drie middelbare scholen en diverse sportfuncties en culturele functies ondergebracht in één voorziening, bestaande uit meerdere gebouwen van in totaal 16.600 m2. Het ontwerp richt zich op een optimale synergie tussen programma, gebouw en landschap. Met als resultaat een vernieuwende onderwijstypologie, geïnspireerd op de vorm en organisatie van Groninger wierdedorpen. Het nieuwe Eemsdeltacollege biedt ruimte aan 1500 leerlingen, wordt energieleverend en aardbevingsbestendig. De ambitie is om het project 100% circulair te realiseren. Het ontwerp is van de hand van De Unie Architecten en Felixx Landscape Architects & Planners. Om een optimale synergie tussen programma, gebouw en landschap te realiseren, is gekozen voor een organisatie geïnspireerd op de radiale structuur van historische Groninger wierdedorpen. Deze structuur gaat een symbiotische relatie aan met de omgeving en biedt alle ruimte voor eigen identiteiten. De zes gebouwen (drie schoolgebouwen en drie clustergebouwen) zijn georganiseerd rondom een centraal hart als spelverdeler en hoofdentree: hier komt alles samen en vinden gezamenlijke activiteiten plaats. Het centrale hart is een transparante, overdekte ruimte tussen de verschillende gebouwen. Op de begane grond is het een dynamisch schoolplein dat aansluit op de entrees en publieke functies van de scholen. Op het dak ontstaat een stiltetuin als les- en studieruimte, met uitzicht over de omgeving. Een patio verbindt beide niveaus. Het gevarieerde, groene landschap loopt tussen de gebouwen door tot in het centrale hart. De sporten cultuurfuncties zijn zo georganiseerd dat zowel de scholen als de omgeving er onafhankelijk van elkaar gebruik van kunnen maken. Binnen het totaalconcept heeft elke school ruimte voor eigen identiteit, uitstraling en programmatische behoefte. Het concept wordt gedurende het ontwerptraject in nauwe samenwerking met alle scholen en gebruikers nader uitgewerkt. Dit geldt ook voor het duurzaamheidsconcept en de circulariteit: elke school heeft de ruimte en de verantwoordelijkheid om hier invulling aan te geven in relatie tot gezamenlijk gedragen ambities en budget. De start van de bouw is gepland medio 2020; de oplevering eind 2021. Kijk voor meer informatie op deuniearchitecten.nl

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

25


CLI studio, EUR Foto: Hielke Grootendorst.nl

NICO BROUWER – 01-10 ARCHITECTEN Een state-of-the-art studio voor online onderwijs De Erasmus Universiteit beschikt sinds kort over een state-of-the-art studio voor online onderwijs en een plek voor ontmoeting en workshops. Dit Education Lab is het nieuwe kloppende hart van de Community for Learning & Innovation.

De CLI is een netwerk om kennis te delen over en samen te werken aan onderwijsvernieuwing door professionele ontwikkeling en digitalisering. Een sculpturaal interieurlandschap verbindt de studiovolumes visueel met de publieke trap van het hoofdatrium en biedt de overige functies een podium, warmte en geborgenheid in de verder open en

26

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

transparante ruimte. Dit publieke deel bevat projectruimtes en open debat- en studioruimte. De studio’s zijn uitwendig afgewerkt met een eiken lamellenstructuur die in organische uitwaaierende patronen overgaan in een verlaagde plafondzone. Achter deze plafondzone zijn de technische installaties gebundeld. Het houtmotief van lamellenplafond wordt gespiegeld op de

vloer door middel van een eiken parket. De vloer rond deze centrale ruimte is in een gietvloer afgewerkt. Het Education Lab & Studio beschikt over een grote centrale opnamestudio en twee kleinere studio’s, naast een grote techniekruimte en montageruimte. www.eentien.nl in samenwerking met www.kred-architects.com.


YOU’RE INVITED In het Bolidt Innovation Center

Met het Innovation Center zet Bolidt in op een toekomst waarin co-creatie, innovatie en beleving centraal staan. Nationale en internationale bezoekers worden ondergedompeld in de wereld van kunststofvloeren, -scheepsdekken, -slijtlagen en andere toepassingen. Start-ups, kennisinstellingen en co-makers van Bolidt werken er samen aan nieuwe kunststoftoepassingen. Het Bolidt Innovation Center gaat open in mei 2019. Graag tot ziens.

www.bolidt.nl

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

27


Tekst Yael Aartsma en Rob de Jeu

Circulair organiseren, waar moet ik nu beginnen? Als gedreven en maatschappelijk betrokken adviseurs komen wij regelmatig in aanraking met ­organisaties die de circulaire transitie (willen) maken. Hoewel Nederland koploper is als het gaat om ambitiedocumenten en doelen stellen rond een circulaire economie1, heeft de transitie in de praktijk meer voeten in de aarde. Dit is dus een belangrijk aandachtspunt.

INNOVATIEVE CIRCULAIRE INITIATIEVEN, 2018

“Het tonen van leiderschap in ­transitie naar een circulaire economie vraagt om een nieuwe manier van denken”

‘Planbureau voor de Leefomgeving (2019), Circulaire economie in kaart, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving

H

et aantal hoogwaardige, innovatieve circulaire initiatieven is namelijk nog erg laag2 (zie afbeelding). Duidelijk is dat organisaties moeten veranderen, alleen is vaak niet duidelijk hoe. De transitie naar circulariteit is extra ingewikkeld omdat elke organisatie haar eigen unieke uitdagingen kent: het hoe van de ene organisatie is niet gelijk aan het hoe van de andere organisatie. Toch zien wij dat er parallellen getrokken kunnen worden tussen veel organisaties. Er zijn namelijk drie uitgangspunten die

28

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

in samenhang sterk bijdragen om echt aan de slag te kunnen met circulair organiseren: leiderschap, samenwerking en experimenteerruimte. TOON LEIDERSCHAP! De transitie naar circulariteit valt of staat bij het definiëren van een duidelijk doel. Dit kan een overkoepelend doel zijn, zoals: “Als organisatie willen wij in 2030 voor 50% circulair zijn”. Of het kan meer gefocust zijn, zoals: “In 2025 willen wij dat 80% van al onze reststromen (geen afval!) een nieuwe be-


ORGANISATIE EN BEDRIJFSVOERING stemming hebben gekregen”. Pas wanneer dit doel vastgesteld is kunnen mensen ermee aan de slag. Want zonder doel is het inzicht verkrijgen over de huidige situatie erg lastig: er kan geen inventarisatie gedaan worden van de huidige situatie, noch kan er vastgesteld worden waar verandering vereist is. Goede circulaire doelstellingen worden voor de gehele organisatie vastgesteld, en daarvoor is leiderschap vereist. Het soort leiderschap waarbij gekeken wordt naar de gevolgen voor de lange termijn, zodat ambitieuze doch realistische circulaire doelen gesteld kunnen worden. Maar ook leiderschap met aandacht voor het verbindende vermogen van een organisatie en organisatieprocessen, zodat iedereen op zijn of haar eigen manier bij kan dragen aan de transitie. En, tenslotte, leiderschap met oog voor innovatie. Dit zorgt ervoor dat men binnen de organisatie gemakkelijker kijkt naar nieuwe mogelijk­heden waarmee de transitie naar circulariteit versneld kan worden. TEAM UP! ‘Ketensamenwerking’ en ‘partnerschap’ zijn twee veel gehoorde termen wanneer het gaat over de transitie naar de circulaire economie. Enerzijds komt dat voort uit het besef dat je samen meer weet dan alleen. Waarom zou je het wiel opnieuw uitvinden, als iemand anders al een vergelijkbare ervaring heeft opgedaan? Anderzijds gaat het ook om het gezamenlijk managen van de keten. Wat voor jou een reststroom is, is namelijk voor iemand anders weer een grondstof. Een nog altijd sterk voorbeeld vinden wij het Net-Works-initiatief van tapijtfabrikant Interface. Binnen dit initiatief is een samenwerking met milieuorganisaties en lokale gemeenschappen in Kameroen en Filipijnen opgezet, waardoor afgedankte visnetten ingezameld worden als grondstof voor tapijttegels. Door samen te werken en partnerschappen aan te gaan komen de materiaalstromen bij de juiste partijen terecht, die ze voor de meest hoogwaardige toepassing kunnen gebruiken. DURF TE EXPERIMENTEREN! De circulaire economie is nieuw voor ons allemaal. Daarnaast is er niet één antwoord: iedere organisatie is uniek, waarmee de weg naar circulariteit er voor iedere organisatie anders uitziet. Om toch tot de juiste antwoorden te komen moet er ruimte zijn om te experimenteren. Hier is moed voor nodig, omdat er bij experimenteren dingen fout (kunnen) gaan. Om het experimenteren goed te laten verlopen is het belangrijk om iteratief te werk te gaan. Het maken van het plan is daarmee even belangrijk als het inplannen van het eerste (en tweede, en derde) evaluatiemoment. Stel daarbij voorafgaand aan de start van het experiment een aantal doelen vast. Dit kan aan de hand van vragen zoals: “wanneer is dit

plan voor mij geslaagd?” of nog concreter: “welke resultaten moeten er op moment X behaald zijn?” Dit maakt het makkelijker om te besluiten een experiment na een bepaalde tijd stop te zetten, of juist door te laten gaan. LEERGANG NO (SOCIAL) WASTE Het tonen van leiderschap, het aangaan van partnerschappen en het experimenteren in de transitie naar een circulaire economie vraagt om een nieuwe manier van denken. Dit gaat natuurlijk niet zomaar. Dit vereist een tal van vaardigheden die in de lineaire economie niet altijd worden gestimuleerd. Daarom hebben wij een leergang ontwikkeld: No (Social) Waste. In deze leergang gaan deelnemers naar huis met een concreet plan van aanpak om circulariteit in hun organisatie vorm te geven. De leergang is bedoeld voor een brede doelgroep: van medewerkers tot managers. Het belangrijkste uitgangspunt voor deelname is namelijk de drive om een duurzame verandering teweeg te brengen binnen een organisatie en in de waardeketen waarbij de nodige leiderschap skills nodig zijn. Maar we gaan nog een stap verder: tijdens onze training gaan we naast circulariteit ook dieper in op inclusiviteit. Want voor ons zijn die twee thema’s onlosmakelijk met elkaar verbonden: het zo hoogwaardig inzetten van natuurlijk kapitaal kan niet zonder de hoogwaardige en diverse inzet van menselijk kapitaal.

Yael Aartsma (links) en Rob de Jeu (rechts) zijn consultant circulaire economie bij adviesbureau Berenschot. Voor contact en meer informatie over gaat u naar https://www.berenschot.nl/expertise/diensten/mvo-en-duurzaamheid/circulaire-economie/. 1 https://www.circulaireeconomienederland.nl/rijksbreed+ programma+circulaire+economie/default.aspx 2 https://www.pbl.nl/infographic/innovatieve-circulaire-initiatieven

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

29


Tekst Sibo Arbeek

FUNCTIONALITEIT UITGANGSPUNT IN GESLAAGD HERGEBRUIK

Modulaire lichtstraat effectief voor Lifestock Research Wat opvalt op de Wageningen Campus is de enorme verscheidenheid aan typen gebouwen, waar onderwijs en vooral ook onderzoek plaatsvinden. Achteraan de Droevendaalsesteeg vindt een nieuwe ontwikkeling plaats, waardoor bestaande, maar verouderde gebouwen plaats moeten maken voor nieuwe ontwikkelingen. De afdeling Lifestock Research moest wijken en vindt onderdak in een bestaand gebouw dat flink aangepakt moest worden en weinig natuurlijk daglicht had.

J

eroen Soer werkt vanuit GAJ|VBW Architecten voor veel gebouwen op de campus: “Op de WUR vind je gebouwen voor individuele opleidingen en onderzoeksprogramma’s en je hebt telkens met een specifieke doelgroep gebruikers te maken. Dat maakt het leuk en uitdagend; opleidingen veranderen, de campus groeit en breidt uit en zo ben je met verschillende schuifoperaties bezig. Daarbij probeer je creatief mee te denken en ook de voorraad te helpen verduurzamen. In dit geval komt er een groot nieuw onderwijsgebouw, waarbij de voorziening van Lifestock Research (LSR) op de gewenste locatie lag. LSR was toe aan vernieuwing, dus dat kwam goed uit. De nieuwe locatie was er al; een bestaand gebouw vlakbij, dat deels als opslagruimte werd gebruikt. Voordelig, omdat de

30

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

urgentie hoog was en het een kort verbouwtraject betrof. Bovendien geef je een bestaand gebouw een tweede leven. Het is een gebouw met de uitstraling van een groot, houten magazijn; eenlaags met een mooie hoogte zodat we er een verdieping in konden maken. Er werken acht medewerkers, naast de (buitenlandse) studenten die hier stage lopen. Vanuit het programma van eisen hebben we precies omschreven wat ze daar hadden; omdat het om een hele specifieke opstelling en logistiek proces gaat. Ook nog eens geheim, omdat de universiteit vaak nieuwe prototypen uittest en mondiaal voor ligt op het gebied van onderzoek naar en het modificeren van gewassen en voer en de effecten op het milieu. Er was behoefte aan kantoren en opslag en beneden laboratoria die we extra hoog kunnen maken, waardoor grote opstellingen mogelijk zijn.”


ONTWERP EN INRICHTING

“Het is een gebouw met de uitstraling van een groot, houten magazijn; eenlaags met een mooie hoogte zodat we er een verdieping in konden maken”

PROJECTINFORMATIE Project Renovatie/vernieuwbouw gebouw voor Lifestock Research Opdrachtgever Wageningen University and Research Lichtadviseur VELUX Modulaire Lichtstraten Architect GAJ|VBW Architecten Oplevering april 2019

Jeroen Soer (l) en Tony van Zon

KWALITEIT LEEFOMGEVING Jeroen verder: “Lifestock doet onderzoek in veehouderijbedrijven en stallen naar de luchtkwaliteit, zodat de leefomgeving voor buren en beesten beter wordt. De luchtkwaliteit wordt mede bepaald door de kwali­ teit van het voedsel. Is het voedsel beter, dan heeft dat ook effect op de dieren en neemt het gevaar van virussen af. Daar zijn boeren als de dood voor, want dat gaat ten koste van de veestapel en de boerderij wordt dan meestal een tijd gesloten, met als gevolg minder inkomsten. Lifestock werkt met proefopstellingen die de luchtkwaliteit in veehouderijen meten en zomaar een maand of twee op een boerderij draaien. Wanneer die proefopstellingen terugkomen moet er een heel precies proces doorlopen worden. De busjes komen overdag, maar soms ook ’s nachts terug en moeten dan schoongespoten worden en de opstellingen moeten worden ontsmet. De medewerkers zelf moeten zich douchen en nieuwe kleren aantrekken. Dat hele proces is functioneel en logistiek strak in­ geregeld. De opstellingen die terugkomen komen via een vuilafdeling in de zogenaamde vuilkeuken, dan in een semischone ruimte waar de apparaten verder gesteriliseerd worden en vervolgens weer naar het lab voor een nieuwe opstelling. Het is dus een puur functioneel programma voor een gesloten systeem en dat heeft te maken met de hygiëne rond de proeven en de opstellingen. Het sleutelbeheer moet dus ook goed geregeld worden.”

Stichtingskosten ca. € 1,1 mln incl. btw Bvo 466 m2

WERKEN MET DAGLICHT Tony van Zon van VELUX Modulaire Lichtstraten: “Wij werken vaker samen met GAJ|VBW en in dit geval is een salespartner benaderd door bouwbedrijf

Van Swaay, die het verder heeft begeleid en afgerond. Het is geen spannend maar wel een leuk project, waarbij in een donker gebouw met beperkt zijlicht onze modulaire lichtstraten het verschil hebben gemaakt. Deze lichtstraten zijn voorzien van zonwering, waardoor je het licht desgewenst kunt temperen. Door de gebogen kapconstructie zijn de gevels vrij laag, maar naar het midden ontstaat er ruimte. Het gebouw komt vol te staan met proefopstellingen. Je werkt het beste met daglicht, want een functionele ruimte is vooral een goed verlichte ruimte.” Jeroen knikt: “We hebben in afstemming met de opdrachtgever elke meter functioneel ingericht, waarbij we te maken hadden met dragende wanden. Daarbij hebben we in een tussenruimte een compressor gemaakt, omdat de machines in het lab trillingvrij moeten zijn. Het is dus geen grote open ruimte geworden, maar een aaneenschakeling van typen ruimten, met op de verdieping werkplekken. Het is een functioneel ingerichte werken onderzoekruimte geworden, waarbij de installaties zichtbaar blijven. Het modulaire karakter van de lichtstraat past daar goed bij.” Tony knikt: “Circulair is de toekomst; je kunt de lichtstraat losschroeven en op een andere plek weer plaatsen, zonder verlies van kwaliteit. Dat wordt de toekomst in de bouw; alles wordt in de fabriek gemaakt, los-vast gemaakt en opnieuw te gebruiken. Daar lopen we als VELUX Modulaire Lichtstraten op vooruit.” Kijk voor meer informatie op veluxcommercial.nl.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

31


Tekst Guus Klamerek en Jeanine Antens - Ecophon Foto’s Hugo de Jong

NIEUWE HUISVESTING VOOR FRENCKEN SCHOLL

Werken op hoog niveau

Architectenbureau Frencken Scholl verhuisde eind 2018 naar een ruimte in het monumentale ­Eiffelgebouw, het icoon van het roerige, industriële verleden van Maastricht. Het gebouw is g­ rondig opgeknapt en krijgt nu een tweede leven als huisvesting voor The Student Hotel, een aantal ­bedrijven in de creatieve sector en loftwoningen. De slechte akoestiek was een uitdaging, maar werd op de juiste wijze aangepakt. NIEUWE MANIER VAN WERKEN De nieuwe werkplek, een grote open ruimte in een betonnen industriële setting, bleek de aanjager tot een andere verfrissende manier van werken. Voorheen werkte het team vanuit een pand in de binnenstad dat eigenlijk bestond uit een samensmelting van twee woonhuizen met daarin verschillende kleinere werkruimtes. Rosanne Jansen, partner bij Frencken Scholl: “We merkten dat ons team onderling niet vanzelfsprekend contact had met elkaar, terwijl het voor onze projecten steeds belangrijker werd om kennis en expertise met elkaar te delen. Toen deze mogelijkheid zich voordeed, waren we meteen enthousiast”, aldus Rosanne. “Met het oog op de komende veranderingen met de overdracht van Peter Scholl en Huub Frencken aan Monique Vroomen en mij en het

32

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

gegeven dat we anders wilden werken, zagen we dit als een mooie kans.” UITDAGINGEN MONUMENTAAL GEBOUW De ruimte werd casco opgeleverd en moest nog helemaal worden afgewerkt. Vanwege de monumentale status mocht er niet zoveel; de ruwe betonnen wanden bijvoorbeeld moesten in oorspronkelijke staat blijven. Het gebouw kent een hele sterke repetitie en ritmiek wat uiteindelijk bepalend was voor de keuzes. Geïnspireerd op de indeling van de grote raamvlakken zijn de werkplekken gesitueerd. Een stellage verbindt telkens drie werkplekken tot een eiland. Aan de bovenzijde van de stalen frames is de verlichting gemonteerd die het plafond van onder aanlicht. De bekabeling kon via de frames boven het plafond worden weggewerkt.


ONTWERP EN INRICHTING

“Er moest een oplossing komen die het geluid dempt en het bijzondere karakter van de ruimte in stand houdt”

Achter elkaar geplaatst vormen de werkeilanden een prachtige werkvloer waarbij de bijzondere details zichtbaar blijven. Het zwevende plafondsysteem boven de werkplekken versterkt de strakke belijning.

Het flexibele systeem past qua afmeting en schaal perfect in de setting en door de zwevende uitstraling en strakke belijning onderstreept het de ruimtelijkheid en hoogte van de ruimte.

ENORME GALM De casco ruimte met de harde betonnen oppervlakken galmde enorm. De akoestiek was een van de belangrijkste aandachtspunten. Er moest een oplossing komen die het geluid dempt en het bijzondere karakter van de ruimte in stand houdt. “We kennen Ecophon al lang en hebben goede ervaringen met hun akoestische oplossingen”, zegt Rosanne. “In onze onderwijsprojecten passen we de toepassingen van Ecophon vaak toe.” In het nieuwe kantoor bleek het Ecophon Master Matrix systeem de ideale oplossing.

RESULTAAT BOVEN VERWACHTING Het team is erg positief over de nieuwe locatie. “Het resultaat overtreft onze verwachtingen, de akoestiek is meer dan goed en hier hebben we de mogelijkheid om met zijn allen in één grote inspirerende ruimte samen te werken aan uitdagende projecten”, aldus Rosanne. “Werken in zo’n mooie ruimte is een verademing en het vele daglicht en het schitterende uitzicht op de stad zijn een bonus.” Kijk voor meer informatie op ecophon.nl.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

33


Tekst Sibo Arbeek Foto’s Erik Boschman

GESLAAGDE UITBREIDING TEYLINGEN COLLEGE

Hoe snel ook goed kan zijn Na een periode van onstuimige groei moest het Teylingen College in Noordwijkerhout opnieuw uitbreiden. Voorwaarden waren dat het onderwijsproces door moest gaan, de bouwtijd kort zou zijn en de nieuwbouw qua materiaalgebruik en uitstraling bij het hoofdgebouw past en naadloos verbonden zou zijn. Het resultaat mag er zijn.

O

p de bouwplaats word ik opgewacht door projectleider Kees Thielen van de Stichting Fioretti Teylingen. We lopen door de nieuwbouw naar de kamer van rector Cees Slats, waar bedrijfsleider Toine van Beijsterveldt van BUKO en adviseur Jeffrey Dirks van BOAG Advies en Manage­ ment al zijn aangeschoven. BOAG is adviseur van de Stichting Fioretti Teylingen bij het project­ management van de aanbesteding tot uitvoering en oplevering. Cees: “We groeien sneller dan de prognoses. Vandaar dat we nu weer moesten uitbreiden, na een eerste uitbreiding in 2012. Dat leidde wel tot stevige gesprekken met de gemeente, omdat die groei niet echt voorzien was en de beschikbare middelen beperkt. We waren bereid om zelf ook mee te investeren en hebben de opgave breder opgepakt: we hebben het parkeerprobleem rond dit gebied met het naastgelegen congrescentrum opgelost, een tweelaagse fietsenstalling neergezet en ons sportveld verschoven. Mede daardoor konden we op deze beperkte locatie uitbreiden en is het gebied logistiek beter ingevuld. Verder hebben we onze entree op een betere plek gelegd. Belangrijk; we hebben er een prachtig onderwijsdeel bij

PROJECTINFORMATIE Project Uitbreiding Fioretti College Teylingen Opdrachtgever Gemeente Noordwijkerhout/Stichting Fioretti Teylingen Aannemer BUKO Architect Lakerfeld Adviseur BOAG Advies en Management BVO 1.717 m² Investeringskosten € 3.8 mio (incl. btw en verbetering terrein) Ingebruikname mei 2019

34

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

gekregen.” Kees lacht: “Ik heb vanuit de stichting al veel scholen ‘gedaan’, maar heb nog geen kloppende prognose meegemaakt. Het beeld was dat het hier zou krimpen, maar nu trekt het in de dorpen ook weer aan.” Cees: “Leerlingen kiezen ook voor ons vanwege de sfeer, het sterke cultuurprofiel en het brede aanbod, waarbij we vanaf vmbo tl tot en met gymnasium aanbieden.” POSITIEVE PUNTEN TERUGZIEN Kees Thielen: “Puur praktisch moesten er lokalen bij en wilden we een akoestisch goede sportzaal. Ook wilden we de positieve punten van het hoofdgebouw terugzien in de uitbreiding; het moet in de beleving één gebouw zijn.” Cees vult aan: “Daarnaast willen we ook onderwijs anders faciliteren en doorborduren op de kwaliteiten van het hoofdgebouw, waar je variaties in didactiek kunt toepassen. Dat betekent dat de nieuwbouw uit drie panden of thuisbasissen bestaat met een vide, waarlangs geschakeld ruime lokalen met een leerplein liggen. De vide kent een doorlopende glazen gevel, omdat onze ervaring is dat de ruimte voor verschillende werkvormen anders te rumoerig wordt. Het wordt het nieuwe huis voor


ONTWERP EN INRICHTING

onze mavo, waarbij vakinhoudelijk nieuw is dat er een informatie- en designlab komt, waarin leerlingen kunnen programmeren en met design en vormgeven bezig zijn. Leerlingen vanuit havo en vwo kunnen er natuurlijk ook gebruik van maken.” GOEDE AANSLUITING Kees: “We wilden graag snelheid in het bouwproces. Het betrof een meervoudig onderhandse aanbesteding voor Design & Build, waarbij de aannemer het ontwerp op basis van het Programma van Eisen tot een uitvoering gereed ontwerp (UO) uit moest werken. BUKO heeft goed op die vraag ingespeeld, waarbij het ook de verantwoordelijkheid kreeg om het Technisch Programma van Eisen te verifiëren en valideren.” Kees: “Omdat wij de technische specificaties goed hadden aangegeven, inclusief bijvoorbeeld de aansluiting van kozijnen en wanden, durfden wij een open contractvorm in te stappen. Modulair bouwen lag voor de hand, maar was geen noodzaak. Wel belangrijk was dat de aannemer aansluiting bij het bestaande hoofdgebouw moest zoeken, zonder dat het een kopie zou worden.” Toine knikt: “Dit gebouw is modulair opgebouwd, maar heeft eerder een permanente uitstraling en kan zeker veertig jaar mee. Door de systeembouw met standaardafmetingen konden we snelheid maken, ook omdat we vanuit een vast stramien ruimten gemaakt en ingericht hebben. De totale bouwtijd was zeven maanden. Daarnaast hebben we veel zelf gemaakt en werken we met vaste ketenpartners, zoals de staalbouwer. De hele opbouw en buitengevels stond er binnen drie weken wind- en waterdicht. Daarna kun je al met de afbouw beginnen.” Kees: “Kenmerk van ons hoofdgebouw zijn de blauwe vlakken, afgewisseld met oranje banden. Het

“De hele opbouw inclusief buitengevels stond er binnen drie weken, wind- en waterdicht”

Vlnr: Toine van Beijsterveldt, Cees Slats, Kees Thielen, Jeffrey Dirks

nieuwe deel oogt hetzelfde, maar de vlakken zijn toch net iets anders toegepast; het is een hele goede aanvulling op wat er stond.” OPEN CONTRACTVORM Kees ten slotte: “Er is goed samengewerkt en BUKO heeft steeds goed meegedacht, ook in het vergunningentraject. Het is een duurzaam en toekomstbestendig gebouw, dat makkelijk aanpasbaar is. Er is gekozen voor all electric met luchtwarmteopstelling en een warmtepomp op het dak. Het nieuwe deel wordt dus niet met fossiele brandstoffen gekoeld en verwarmd. Daarnaast liggen er zonnepanelen op het dak.” Toine knikt: “Je probeert er samen uit te komen. Dat kan alleen als je elkaar vertrouwt en regelmatig overlegt. We hebben per fase vanuit de vraagspecificatie een verificatie ingebouwd. Daar waar we het niet konden halen zijn eventuele afwijkingen vanaf de ontwerp­ fase vastgelegd. Hierdoor zijn we tijdens de uitvoering geen verrassingen tegengekomen.” Voor meer informatie: https:\\huisvesting.buko.nl/onderwijs/

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

35


Tekst Sibo Arbeek

MFA DE BOEZEMVRIEND ALS CIRCULAIRE PILOT

Het gebouw als grondstoffenbank Toen Sander Ros van RoosRos Architecten over een dijk van de Hoeksche Waard fietste en overal ­gekapte iepen zag liggen, bedacht hij dat deze uitstekend te hergebruiken waren. Collega en ­projectarchitect Mark Boschman vertelt over de zoektocht naar circulariteit in het ontwikkelen van MFA De Boezemvriend: “Het begint in essentie met rethinking.”

“De gebouwen die we nu maken zijn de grondstoffenbanken voor de nieuwe gebouwen over 40 jaar”

36

M

SCHOOLDOMEIN

ark: “We zijn door de toenmalige gemeente Oud-Beijerland in een onderhandse aanbesteding geselecteerd om paviljoen de Boezemsingel te ontwerpen, dat in de zogenaamde groene long tussen de kinderboerderij en de speeltuinvereniging komt te liggen. Een bestaand gebouwtje op die locatie is verouderd en bevat asbest; de gemeente wil een duurzaam paviljoen als voorbeeldproject, met installaties in zicht, zoals zonnepanelen en een warmtepomp. ‘Leuk’, zeiden we, maar die techniek veroudert snel. Beter is een helemaal circulair gebouw te maken. Dit paviljoen komt in onze ‘achtertuin’ in Oud-Beijerland, de gemeente heeft ambitie; dan kun je meters maken. Bouwen met afval hadden wij in de tenderfase als statement neergezet. Dat sluit goed aan bij onze

mei 2019

bureauvisie, waar respectvol rentmeesterschap, toekomstgericht bouwen en gezondheid centraal staan en onze ontwerpprincipes sturen. Het programma van de gemeente sluit ook goed aan op dat circulaire en inclusieve denken; het wordt een voorziening van 0-100 jaar, met buitenschoolse opvang, een dagopvang voor dementerenden en hun mantelzorgers, die er ook voor raad kunnen komen, een sociaal café, voor mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt. Je kunt er onder andere ook cursussen schilderen en fotografie volgen.” INCLUSIEVE SAMENLEVING “Vanuit de transitieagenda bekeken zitten we nog in het basiskamp. Daarom hebben we ons aangesloten bij Cirkelstad Drechtsteden; een groep van regionale


ONTWERP EN INRICHTING

PROJECTINFORMATIE Project Nieuwbouw MFA Boezemsingel Opdrachtgever Gemeente Hoeksche Waard Architect RoosRos Architecten Start bouw 2e kwartaal 2019, oplevering 2020 Bouwbudget € 1.1 mio exclusief terrein Bvo 490 m²

koplopers, waarbij de partners afkomstig zijn uit uiteenlopende geledingen van de bouw. Cirkelstad heeft als motto: geen afval geen uitval. Zesmaal per jaar komen we bij elkaar om te werken aan indivi­ duele casussen en gezamenlijke belangen, zoals circulair innovatief aanbesteden. Circulair bouwen staat landelijk nog in de kinderschoenen en dat geldt voor alle partijen binnen de keten. We hebben een ambitiedocument opgesteld om ook de aannemer en overige partijen te ontzorgen en te leren wat circulair bouwen is. Daar hoort ook lokaal materiaal oogsten bij. De corporatie HW Wonen sloopt een aantal huizen in Puttershoek; het betreft eenlaagse woningen, met materialen die we kunnen hergebruiken. In het sloopbestek staat dat de materialen op een nette manier worden gedemonteerd en opgeslagen. Daarmee kwam hout vrij, dakpannen, trottoirtegels, houtspanten en oude binnendeuren die we als kastdeuren hergebruiken. Het is gesloopt door een bedrijf uit Strijen en de aannemer komt uit de Hoeksche Waard; dus partijen uit de regio. Vervolgens moeten de materialen worden schoongemaakt, zodat wij ze kunnen gebruiken. Daar is Werk en Inkomen Hoeksche Waard voor ingezet, waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de materialen bewerken. Daar wordt geschaafd, ontspijkerd en hout in de olie gezet. We hebben berekend wat die extra inspanning mag kosten en dat paste binnen de bandbreedte. De constructeur IMD heeft meegedacht in het innovatief funderen; het wordt een eenlaags gebouw zonder palen. We hebben de grondbelasting van het gebouw be­ rekend; door net iets meer uit te graven kunnen we het gebouw op tweedehandse, stempelplaten en vijzels zetten. Op de vijzels komt een stalen raster, waarop kanaalplaatvloeren komen te liggen. Ook weer tweedehands. Met die methode kunnen we het gebouw stellen, maar ook weer weghalen, waardoor het landschap zich op termijn weer kan herstellen.

Zo ontstaat er een lokale keten van betrokkenheid en daarmee belangrijke voorwaarden voor een circulaire economie.” CIRCULAIR INZICHT “Ook de inwoners van Oud-Beijerland zijn betrokken en hebben 1.200 spijkerbroeken ingezameld, waar we isolatiemateriaal van maken. De kringloopwinkel Opnieuw & Co levert ook honderden kilo’s spijkerstof. Opnieuw & Co kijkt of spijkerbroeken weer verkocht kunnen worden. Is dat niet zo dan checkt de leverancier of de stof bruikbaar is voor isolatiemateriaal. Er ging een wereld voor me open en je realiseert je hoe slecht we nu de keten hebben georganiseerd en hoe weinig bewustzijn we hebben over materialen en de herkomst ervan. Je kunt heel goedkoop kleren kopen bij bepaalde ketens, maar synthetische materialen zijn niet meer te scheiden.” MATERIAALSTROMEN “Een structuur kan 100 jaar staan, of ga je hem zo engineren dat je hem na 20 jaar uit elkaar kunt halen? Installaties gaan gemiddeld twintig jaar mee, maar hoe zit het met leidingen en binnenwanden? Dat zijn belangrijke vragen, want in de circulaire economie gaat het vooral over materiaalstromen. Dat vraagt een ontwerpmethodiek waarbij je op verschillende niveaus het gebouw kunt aanpassen en onderdelen los te maken zijn, waardoor ze weer herbruikbaar zijn. Voorop staat dat MFA De Boezemvriend straks niet alleen een verzamelplaats van restmaterialen is, maar ook een mooie uitstraling heeft. Daar horen weer biobased verfsystemen bij. De gebouwen die we nu maken zijn de grondstoffenbanken voor de nieuwe gebouwen over 40 jaar. Dat is een belangrijk inzicht.” Oud-Beijerland is inmiddels opgegaan in de nieuwe gemeente Hoeksche Waard. Kijk voor meer informatie op roosros.nl.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

37


Tekst: Cindy Schrijft Foto’s: Gispen | Fotografie: Claartje ten Have

FONTYS ICT INNOVATIELAB IN GEBOUW TQ

Vernieuwende onderwijs­ omgeving 100% verplaatsbaar

Beroepsonderwijs midden tussen de maakindustrie op Strijp-T in Eindhoven. De Fontys Hogeschool ICT opende hier een nieuw InnovatieLab. Twee verdiepingen, bij elkaar maar liefst 2.000 vierkante meter, waar studenten, docenten en bedrijfsleven samenwerken aan innovaties en kennis delen. Voor het interieurontwerp en de inrichting lag er een grote uitdaging: álles moest te demonteren en verplaatsen zijn. Die uitdaging gingen Fontys, Gispen en Bossche Studio’s samen aan.

“Lokalen of college­ zalen zijn er niet; werken in project­ groepen staat centraal”

38

O

SCHOOLDOMEIN

p de campus in Eindhoven groeide de ICT-opleiding van Fontys uit haar jasje. Toen er extra ruimte nodig was voor 300 studenten, besloot Fontys twee verdiepingen te huren in gebouw TQ op Strijp-T. Dit oude Philips-terrein wordt net als Strijp-S compleet herontwikkeld. Maarten Sars, Projectleider Huisvesting en Facilitaire Zaken bij Fontys: “Voor ons was het een geweldige kans om op deze plek, in het oude industriële erfgoed, een nieuw onderwijsconcept neer te zetten. Zeker een opleiding als ICT met alle innovaties van dien, wil ín het werkveld zitten. Onze derde- en vierdejaars ICT-studenten zitten nu tussen de bedrijvigheid in de rest van het pand. In onze nieuwe leeromgeving hebben we ruimte gemaakt voor zogenaamde ‘Partners in Innovatie’; zij kunnen bij ons een werkplek huren.”

mei 2019

VAN A TOT Z De eigenaar van het pand gaf Fontys een belangrijke voorwaarde mee: na een jaar moesten zij in een ander gebouwdeel verdergaan. Het pand is nog in ontwikkeling. Vloeren, plafonds, binnenwanden, kozijnen, het meubilair – alles moet dus eenvoudig te demonteren of los te draaien zijn en op een andere plek te herplaatsen. Interieurontwerper Claartje ten Have, die dit project samen met collega Misha Breuer van Bossche Studio’s oppakte: “Het industriële pand zelf is prachtig, daarvan wilden we zoveel mogelijk in het zicht laten. Met losliggende tapijttegels, plafondeilanden aan kabels, losse boxen als overlegruimten en dergelijke hebben we ervoor gezorgd dat alles te verplaatsen is.” Maarten Houdijk, accountmanager bij Gispen: “Ook het meubilair is modulair opgebouwd, eenvoudig uit elkaar te halen


ONTWERP EN INRICHTING

“Een duurzaam, herbruikbaar én 100% verplaatsbaar interieur. In no time te realiseren. Dat was de ontwerp- en inrichtingsopgave die wij Bossche Studio’s en Gispen meegaven voor onze nieuwe onderwijsomgeving. Dan komt het aan op het volste vertrouwen in elkaar en daarin hebben beide partners zich bewezen. Net als bij andere projecten heeft Gispen slim meegedacht over hergebruik van meubilair – ook een belangrijk aspect voor ons.” Maarten Sars, Projectleider Huisvesting en Facilitaire Zaken bij Fontys.

en opnieuw op te bouwen. Zoals bureaulijn CIMO, de maatwerk balies die interieurbouwer Sant verzorgde, de lockers, en de whiteboards die we plaatsten als tussenschermen tussen overlegplekken.” Bijzonder detail: de steigerbuizen waaraan deze borden bevestigd zijn, zitten niet vast maar zijn tussen de vloeren en plafonds geklemd. GEEN SCHOOLUITSTRALING Wie rondloopt op de twee verdiepingen, waant zich niet in een school. Lokalen of collegezalen zijn er niet; werken in projectgroepen staat centraal. De nieuwe onderwijsomgeving is open en biedt verschillende mogelijkheden om samen te werken en te overleggen. Elke verdieping start met een open ontvangst­ ruimte, waar grotere groepen instructies kunnen krijgen of een presentatie van het werkveld kunnen bijwonen. Daarna volgt, in dezelfde open ruimte, in het midden een Labruimte voor samenwerking en kleinere instructies. Daarachter bevinden zich meerdere ‘boxen’, afgesloten maar wel transparante ruimtes voor overleg of stilte- en archiefruimte. Aan de buitenzijdes zijn er op beide langgerekte verdiepingen diverse open overlegplekken gecreëerd met treinzitjes. Interieurontwerper Claartje ten Have: “De buitenzijdes hebben we bewust wat rustiger gehouden. Daar ploffen de studenten neer met hun spullen, jassen en tassen. In de middenzones hebben we meer kleur aangebracht. Bijvoorbeeld door de boxen te bekleden met aquablauw vilt.” Ook de achterzijde van de whiteboards is bekleed met vilt. Samen met de plafondeilanden en vloertegels geeft dit akoestische rust. Belangrijk in een open en industrieel gebouw als dit. HERGEBRUIK Meubilair dat nog goed is maar tijdelijk niet gebruikt wordt, heeft Fontys in opslag staan. Maarten Sars: “Ik zie het als een gezamenlijke doelstelling om elkaar te triggeren in hergebruik, vanwege de duurzaamheidsgedachte. Gispen kwam met het voorstel om, naast het toepassen van nieuw meubilair en bestaand meubilair, ook binnen de opslag te kijken naar mogelijkheden voor revitalisering.” Maarten Houdijk: “We hebben uiteindelijk zestig bestaande bureaustoelen van Fontys geherstoffeerd en volledig gecontroleerd op hun werking. Ook hebben we meubilair van andere locaties hergebruikt. Het nieuwe meubilair dat we leverden voldoet voor 80% aan het Design Framework dat Gispen in samenwerking met TNO ontwikkelde met het oog op circulair ontwerpen.” Voorbeelden hiervan zijn de circulaire en modulaire CIMO-bureaus die eenvoudig van enkele werkplek naar duoplek kunnen worden omgebouwd – of andersom. De verrijdbare en in hoogte verstelbare Nomi en Triennial stoelen. En verrijdbare Scrum­ tafels, voor zowel zittend als staand overleg.

NIEUWE WERELD “Het idee van een OIL – een open ICT Lab – had Fontys ook al op andere plekken uitgeprobeerd. De elementen lagen vast. Het feit dat alles verplaatsbaar moest zijn, was een extra uitdaging voor ons. Samen met Gispen hebben we een basic sfeer gecreëerd, passend bij de ICT-studenten. Met blauwe en groene accenten en hout voor de warmte. We werken voor Fontys vaker samen met Gispen en weten elkaar blindelings te vinden.” Claartje ten Have, interieur­ ontwerper bij Bossche Studio’s. Maarten Sars: “Het grootste compliment kwam vanuit mijn eigen opdrachtgever, het ICT-instituut. Zij zeiden: ‘Voor de vakantie lag hier alleen nog een kale vloer. Nu komen we terug en is er een compleet nieuwe wereld ontstaan. We kunnen onze laptop openklappen en meteen aan de slag.’ Kijk voor meer informatie op gispen.com.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

39


Tekst Sibo Arbeek

Gebouw versterkt visie Kindercampus Joseph

Foto: Eddy Boerakker

Het gebouw van de bestaande St. Joseph in Lisse was met ruim 40 jaar technisch en onderwijskundig verouderd. Vandaar dat op de locatie ernaast de nieuwe Kindercampus Joseph is geopend, die in verschijningsvorm aansluit bij villa’s in de omgeving en in de invulling 100% functioneert als een doorlopende leer- en ontwikkelplek voor 0-12-jarigen.

L

ocatiemanager Marlous de Waard van Kindercampus Joseph en directeur van de St. Josephschool Monique van Steijn ontvangen architect Rosanne Jansen van Frencken Scholl Architecten en Schooldomein met open armen: ze zijn trots op het gebouw en dat mag uitgedragen worden. Monique: “De St. Joseph zat in een gebouw dat meer dan 40 jaar oud was. Wij wilden met de gemeente een toekomstbestendig gebouw met vernieuwend onderwijs en opvang;

40

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

dat was in dat gebouw niet mogelijk.” Marlous: “Wel hebben we daar al een begin gemaakt met een brede school, waarbij we onze visie wilden uitbouwen naar een doorlopende leer- en ontwikkellijn voor 0-12-jarigen. Die ontwikkeling vormde ook het uitgangspunt voor de nieuwe kindercampus, waarmee wij het eerste kindcentrum vanuit de samenwerking van SKOL en de Sophia Stichting zijn in deze vorm.” Marlous: “Daarbij is gelijkwaardigheid tussen onderwijs en kinderopvang de


PROJECTINFORMATIE Project Nieuwbouw Kindercampus Joseph Opdrachtgever Gemeente Lisse / Stichting Sophia Scholen Architect Frencken Scholl Architecten Projectmanagement en bouwfysica ZRi Constructie Pieters Bouwtechniek E&W techniek Fore Installatie Adviseurs Bouwkundig Aannemer SMT Bouw & Vastgoed Aannemer Technieken Schulte & Lestraden / Verstappen van Amelsvoort BVO 3.120 m2 Stichtingskosten € 4,2 miljoen (excl. terrein, excl. btw) Ingebruikname Januari 2019

basis. Wij werken vanuit één visie en organisatie.” Monique knikt: “We delen het speellokaal, de aula, de kantine en de algemene ruimten. Sterker nog; de klassenassistenten van de BSO helpen ook bij ziekte van leerkrachten, waardoor het onderwijs door kan gaan. Zo verlicht je ook de werkdruk en kun je ook iets in de arbeidsvoorwaarden betekenen. Dat helpt ook om er één team van te maken, waarbij we samen kinderopvang, onderwijs en voor-, tussenen naschoolse opvang aanbieden. Je kunt iets op directie- en managementniveau bedenken, maar je moet het met het hele team ook echt willen. Zo zijn we nu aan het oefenen met een doorlopende leerlijn voor 0 tot 4 jaar, waarbij kleuters en peuters elkaar onder begeleiding op hun leerplein ont­ moeten en samen kunnen spelen en ontdekken.” PAKKET VAN WENSEN Marlous: “Frencken Scholl Architecten sloot het beste op onze visie aan en kon die ook praktisch vertalen.” Rosanne: “Hoe organiseer je een groepsruimte aan een leerplein, hoe visualiseer je de overgang tussen units? Met al die bouwsteentjes samen faciliteer je de onderwijsvisie. Door samen voorbeelden in het land te bezoeken hoor je nog meer wat er echt speelt.” Monique: “We hebben mooie dingen gezien en vooral gekeken wie welke ruimten heeft en welke ruimten wij samen willen gebruiken.” Rosanne: “Dit gebouw is als één geheel ontworpen, waarbij we natuurlijk voor het deel kinderopvang de wet- en regelgeving volgen. Het principe is dat het een compact en open gebouw is met een centraal hart en korte looplijnen. Je komt binnen en kunt overal naar buiten kijken. De koffiecorner symboliseert het hart van het gebouw en daar vind je ook een kookstudio.” Marlous: “We hebben geen verdeling in het deel onderwijs en opvang, maar hebben drie units; de unit 0-4, de unit 5-8 en de unit 9-12 jaar. Elke unit heeft een eigen kleur.” Rosanne: “Het gebouw is twee laags met boven de units voor de hogere groepen en op de begane grond de unit voor kinderopvang en de kleutergroepen. Een unit wordt

Foto: Rosanne Jansen

Foto: Eddy Boerakker

ONTWERP EN INRICHTING

“Je kunt iets op directie- en managementniveau bedenken, maar je moet het met het hele team ook echt willen” gevormd door vier lokalen rond een speelplein, waarbij de lokalen met grote schuifdeuren open kunnen worden gezet.” Monique vult aan: “Een dag is meer dan alleen maar schooltijd; de leerpleinen kun je ook voor workshops gebruiken en de BSO heeft een eigen thuisbasis, maar kan van het hele gebouw gebruik maken.” ITALIAANSE VILLA Rosanne: “We hebben het gebouw in zijn context geplaatst, waarbij het vanuit de stedenbouwkundige randvoorwaarden wat verder van de weg moest liggen, met vóór een aantrekkelijke speelplek en ruimte voor parkeren. In de omgeving vind je mooie herenhuizen, en die verwijzing vind je ook in handgevormde metselwerk terug. We hebben lang nagedacht over de roodbruine kleur van de stenen, waarbij het credo van de kindercampus is om natuurlijk te passen met behoud van de eigen identiteit. Het is logistiek gesplitst in een onder- en bovendeel, waar boven via een buitentrap bereikbaar is, waardoor je ook de verkeersstromen goed regelt. Die opbouw vertaalt zich ook in het programma, met beneden de units voor de jongste kinderen. Het is geen overdreven kleurig, maar wel een warm en uitnodigend gebouw geworden, waarbij we bewust niet gekozen hebben voor een grote glazen gevel, maar juist voor stevigheid. In het gebouw zelf vind je grote raampartijen, die van vloer tot plafond doorlopen, zodat alles zichtbaar is. En uiteraard is het een duurzaam gebouw, met een gemiddelde GPR van 8,0, zonnepanelen, warmte koude opslag in de bodem en een fijn binnenklimaat.” “En vergeet de akoestiek niet”, vult Marlous aan, “er is hier altijd reuring; maar daar heb je geen last van. Het is een heerlijk gebouw.” Kijk voor meer informatie op frenckenscholl.nl.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

41


Niemand is immuun voor een slecht binnenklimaat.

www.nedair.nl

Goede schoolventilatie is van levensbelang.

Schoolventilatie voor een gezonde leeromgeving

Aanbesteden & Contracteren Bouwfysica & Bouwtechniek Bouwmanagement Balistraat 1, 2585 XK Den Haag – www.zri.nl

42

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

Een gezonde leer- en werkomgeving met uitstekende licht-, geluid- en luchtcondities zorgt voor betere leerprestaties. Samen met u komen wij tot een duurzame en frisse school!


ONTWERP EN INRICHTING

Tekst Sibo Arbeek Foto’s Kees Rutten

EEN GEBOUW OM IN TE BEWEGEN

Nieuwbouw Hyperion maakt leren leuk Op een triple A locatie achter Eye in Amsterdam staat het nieuwe Hyperion Lyceum in AmsterdamNoord. Straks ingeklemd tussen twee hoge torens heeft het gebouw een eigenwijze en herkenbare vormgeving. De kern van het programma van eisen was simpel: maak leerplekken en stimuleer dat leerlingen hun eigen leerervaringen gaan maken. Het resultaat is een gebouw als een avontuur. Met natuurlijk die enorme glijbaan.

R

ector Elly Loman nodigt Schooldomein aan tafel, samen met adviseurs Merel de Boer en Jan Remijnse van ICSadviseurs en project­ leider Ralph van Gastel vanuit ROC van Amsterdam, waaronder het VOvA valt en daarmee ook Hyperion. Elly over de aanleiding: “VOvA had jaren geleden al het plan om in Amsterdam Noord een nieuwe school voor vwo en gymnasium te begin-

nen. In Noord was die voorziening niet en kinderen vonden het soms een barrière om het IJ over te steken voor onderwijs op een gymnasiumopleiding. We zijn eerst in een tijdelijk gebouw gestart, waar we alvast vernieuwend onderwijs konden oefenen met een studieopstelling. De toenmalige rector Ilja Klink begon heel enthousiast met een groep leerlingen en docenten. Het moest een ver-

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

43


PROJECTINFORMATIE Opdracht Nieuwbouw Hyperion Lyceum Amsterdam-Noord Opdrachtgever VOvA/ROC van Amsterdam/gemeente Amsterdam Adviseur Merel de Boer en Jan Remijnse van

nieuwende school worden, met nieuwe vakken in de onderbouw zoals grote denkers (GD), lifestyle informatics (LI) en logica & argumen­tatieleer (L&A). Deze vakken verbinden alle andere vakken met elkaar en vormen zo een brug tussen de alfa-, bèta- en gammavakken. In 2015 werd ik gevraagd te solliciteren. Ik kwam van het Vathorst College en kreeg hier de kans om mee te denken aan een nieuw concept voor 860 leerlingen. Een unieke kans, omdat ik geloof dat architectuur een onderwijsvisie kan versterken, waardoor het onderwijs nog beter kan aansluiten bij de jeugd van tegenwoordig. Teamleider Hans Schoonheim heeft vanuit Hyperion een stimulerende rol gespeeld in het onderwijskundig programma.” Merel knikt: “Samen met Hans heb ik het programma van eisen vanuit ICSadviseurs begeleid. Daarbij heeft iedereen actief meegedacht. Zo hebben we verschillende metaforen voor het gebouw bedacht, zoals het slakkenhuis, een innovatieve speeltuin zoals de Ceuvel, maar ook de uitstraling van markante Italiaanse gebouwen.” Elly: “De school wilde een gebouw waarin je aan het onderwijs kunt blijven werken, zonder dat het gebouw dat belemmert. We weten niet waar we over drie jaar staan, dus wilden we ruimte om te bewegen”.

ICSadviseurs (programma van eisen tot en met aanbesteding en realisatie) Architect Ector Hoogstad Aannemer Bouwgroep Dijkstra Draisma Omvang BVO 9.000 m² (inclusief gymzalen en fietsenstalling) Stichtingskosten e 15.5mio exclusief btw Oplevering September 2018

44

SCHOOLDOMEIN

ACTIEF MEEDENKEN Merel verder: “We hebben mooie andere voorbeelden bezocht, maar duidelijk was dat deze school vooral lef wilde uitstralen. Het moest een gebouw worden dat recht doet aan alle leerstijlen, waar kinderen een plek kunnen vinden waar ze kunnen leren. We begonnen net als in een ballenbak met een berg met meters en zijn letterlijk met poker fiches aan de gang gegaan. Elke fiche stond voor plekken die weer voor leerlingen stonden. Vervolgens zijn we gaan nadenken hoe we die plekken gingen verdelen, welke vakken samen konden en hoe we vervolgens studielabs konden ontwikkelen. Samen met het team, ouders en leer-

mei 2019

lingen hebben we een basis gemaakt die later door de architect is verfijnd en uitgewerkt. Die plekken hebben we over het curriculum gelegd, zodat we een idee kregen hoe we het onderwijs konden organiseren. We hebben Hyperion veel meer vanuit de functie dan vanuit de ruimte ontworpen.” Elly knikt: “Je hebt geen blauwdruk aan de voorkant, dat is een illusie.

“We hebben Hyperion veel meer vanuit de functie dan vanuit de ruimte ontworpen” Als je het gebruikt wil je het toch anders. Je gaat uit van het leerjarensysteem, waarbij we 30 leerlingen als klassedeler gebruiken. Van daaruit hebben we werkplekken gemaakt, waar weer docenten bij hoorden. Een studielab of atelier heeft de grootte van twee of drie traditionele lokalen en binnen een studielab vindt een leerling alles wat hij of zij nodig heeft om te leren en te ontdekken. Traditionele gangen hebben we niet; in het concept hebben we ervoor gekozen een aantal gangen in de lesruimten op te nemen, waardoor er een zekere overmaat ontstaat. Dat betekent wel dat leerlingen zomaar door een ruimte lopen, waar ook instructie kan worden gegeven. Daar gaan ze zelf heel relaxed mee om, dus wij inmiddels ook. We hebben een onderwijswerkgroep die actief meedenkt, maar die ook aangeeft dat er te weinig tijd is om onze visie verder te ontwikkelen. Reflecteren en vooruit denken horen bij het vak van docent, maar ik merk dagelijks hoe lastig het is om dat met het lesgeven te combineren. Met gemiddeld 28 contact­ uren vind ik dat docenten te veel voor de klas moeten staan; waardoor er verder te weinig ruimte en energie


ONTWERP EN INRICHTING

Vlnr: Elly Loman, Jan Remijnse, Merel de Boer

is om de onderwijsvisie handen en voeten te geven. Uit onderzoek blijkt bovendien dat meer contacttijd niet automatisch hogere cijfers oplevert.” COMPLEX PROJECT Ralph: “Er lagen nogal wat stedenbouwkundige uitgangspunten op deze postzegel, waardoor er bijvoorbeeld twee hoofdingangen moesten komen en een deels ronde gevel op de begane grond. Ook moest de fietsenstalling intern opgelost worden. Het is een speels gebouw, met verschillende looproutes, ook buitenom via de verspringende dakterrassen, die onderling met trappen verbonden zijn. De locatie is hoog stedelijk, met twee enorme gebouwen die aan weerszijden de komende jaren gaan verrijzen.” “Daarom hebben we ook voor een okergele accentkleur gekozen”, licht Elly toe, “zodat duidelijk is dat we er mogen zijn.” Jan Remijnse heeft het hele traject van de realisatie begeleid: “En dat was pittig. We begonnen in de goede tijd met ontwikkelen en in die fase is de architect geselecteerd, waarbij we voor een

total engineering hebben gekozen. Maar toen was de crisis voorbij en viel de aanbesteding aanmerkelijk hoger uit. Door fors te bezuinigen en een extra bijdrage van de gemeente konden we toch een goed gebouw maken, maar moesten we keuzen maken in de afwerking. De constructie bepaalt sterk de kwaliteit van het gebouw. Daarin hebben we stevig met de aannemer gestoeid. Door de afwijkende vormen ligt er een Bubbledeck vloer in; omdat geen verdieping hetzelfde is. Iedereen kent de verhalen over deze vloer, maar deze is in de praktijk door en door getest met belastingen en vijzels. Het is ook een duurzaam gebouw, met een wijk-WKO; daarnaast is er betonkernactivering, ledverlichting, een groen dak en heeft het gebouw een lage EPC waarde.” “Duurzaam is ook dat het gebouw ruimte biedt voor verandering”, vult Merel aan, “als je alles eruit sloopt blijven de vloeren en kolommen staan en kan het heringedeeld worden.” Jan knikt: “Samenvattend was het een complex project, maar de samenwerking is altijd constructief geweest. Iedereen had hetzelfde doel; op deze bijzondere plek een hele bijzondere school maken.” Elly: “En we zijn genomineerd voor de Amsterdamse architectuurprijs. Dat is een compliment voor de leerlingen en leraren en iedereen die aan deze school heeft meegewerkt.” DE GLIJBAAN En dan nog even over de glijbaan van ruim twaalf meter hoogte. “Die staat symbool voor het spelen”, stelt Elly, “omdat leren leuk mag zijn. De basisschool leert je zelfstandig te werken en dat leer je in het voortgezet onderwijs snel weer af, zodat de motivatie om naar school te gaan afneemt. We wilden met Hyperion juist een gebouw maken, waar je elkaar niet alleen ontmoet, maar waar leren ook weer leuk is. Je komt binnen in een enorme festivalruimte met een industriële uitstraling en veel glas en beton. Door de glijbaan gaat die ruimte leven en gebeurt er iets persoonlijks en intiems. Zonder die glijbaan zou het gebouw niet af zijn.” Kijk voor meer informatie op icsadviseurs.nl.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

45


Tekst Sibo Arbeek

NIEUWBOUW INHOLLAND VERBINDT OP ALLE NIVEAUS

Slim bouwen voorwaarde voor circulaire economie

De Sluisbuurt wordt een nieuwe place to be op de westpunt van het A ­ msterdamse Zeeburgereiland. Als voorloper van kantoren en 5.500 woningen verrijst op de kop de ­nieuwbouw van hogeschool Inholland. Architect Ronald Schleurholts van ­cepezed: “Ik wil een gebouw maken dat mensen p­ rikkelt te ontdekken en elkaar te ontmoeten.” Over ruimtelijke kwaliteit, aanpasbare structuren en een gebouw als een Italiaans bergdorp.

46

SCHOOLDOMEIN

mei 2019


ONTWERP EN INRICHTING

H

et nieuwe gebouw van zo’n 30.000 m2 komt op een prachtige plek met in de toekomst een fietsbrugverbinding naar de centrumkant. Het krijgt een campusachtige opzet en gaat onderdak bieden aan opleidingen in de domeinen Gezondheid, Sport & Welzijn, Techniek, Ontwerpen & Informatica, Creative Business, Agri, Food & Life Sciences en Business, Finance & Law. Ook de life science opleidingen van ROC-Amsterdam krijgen een plek in het gebouw. Daarmee vormt Inholland samen de Amsterdam School of Life Sciences. “Inholland heeft hoge ambities met het project,” vertelt Ronald Schleurholts, die naast architect ook partner en directielid bij cepezed is. “Inholland wil in Amsterdam naar een unilocatie en af van de combinatie van huur- en verouderde panden waar ze nu nog in zitten. Dat gegeven is aangegrepen om op een mooie, goed bereikbare plek in Amsterdam nieuwbouw te realiseren. Die keuze biedt natuurlijk direct een hoop kansen: je kunt de nieuwbouw immers helemaal laten aansluiten op alle actuele wensen, inzichten en ontwikkelingen en de nieuwe vestiging echt een toonbeeld laten zijn voor wat de hogeschool te bieden heeft en wil uitstralen.” DOELEN “Samenwerking is een belangrijk hoofdthema voor het nieuwe gebouw,” gaat Schleurholts verder. “Zowel intern als extern. Het streven is onder meer zo veel mogelijk synergie tussen de verschillende opleidingen en dus maximaal voordeel van de unilocatie. Daarnaast wil Inholland nog veel meer dan nu samenwerken met het bedrijfsleven en instellingen in de regio. Die wensen vertalen wij natuurlijk naar de opzet en de ruimtelijkheid van het gebouw; er is veel plek voor ontmoeting, interactie en creativiteit en het gebouw heeft een open, uitnodigende uitstraling met sterke relaties tussen binnen en buiten.” Duurzaamheid en toekomstbestendigheid zijn andere belangrijke projectdoelen. “Die hangen uiteraard nauw samen,” zegt architect en projectleider Martin van Toorn. “Dan gaat het over zaken als het energieverbruik, duurzame energie en natuurinclusiviteit, maar vooral over een werk- en leeromgeving die aangenaam, licht en gezond is. Omdat de ontwikkelingen op veel terreinen momenteel sneller gaan dan ooit tevoren en ook de visies en behoeften in het onderwijs voortdurend fluctueren, is het bovendien belangrijk dat het gebouw steeds op andere manieren te gebruiken blijft en dus heel flexibel is.”

INTEGRALE VISIE Cepezed geeft voor het project leiding aan een total engineering team met constructeur IMd, installatie-

“Een slim uitgewerkt bouwpakket maakt dat je de toegepaste materialen in de toekomst altijd weer goed bruikbaar terug de keten in kunt brengen”

adviseur Galjema, bouwfysisch adviseur LBP|Sight, landschapsarchitect Delva en het eigen cepezed­ interieur als interieurontwerper. Schleurholts: “Je bent als architect steeds meer bezig een optimale balans te vinden tussen een veelheid van wensen, eisen, ontwerpaspecten en specialistische adviezen. Total engineering is dan prettig, omdat we onze ontwerppartners daarvoor zelf kunnen kiezen op basis van hun ambitie tot interdisciplinair ontwerpen. Met veel samen puzzelen, overwegen en steeds weer andere invalshoeken bedenken kom je dan tot echt integrale oplossingen.” Inholland koos het cepezed-team echter niet op een ontwerp, maar juist op de visie en aanpak. Martin van Toorn: “Inholland was vooral op zoek naar een partner om samen het ontwerptraject mee in te gaan. De uitgangspunten die de hogeschool had geformuleerd voor zaken als het huisvestings­ concept en de onderwijsorganisatie in het nieuwe gebouw waren helder, maar natuurlijk op verschillende manieren te concretiseren. Daarnaast staan bijvoorbeeld de stedenbouwkundige randvoorwaarden nog niet helemaal vast, terwijl het project toch vooruit moest. Dat dwingt dan allemaal om het niet gelijk over zaken als vorm en gevelbeeld te hebben, maar te vertrekken vanuit een denk- en werkwijze die zowel een sterk fundament biedt als onderweg voldoende ruimte laat voor aanpassing en voortschrijdend inzicht.” Een belangrijk aspect van cepezeds aanpak is dat het bureau ontwerpt ‘van binnenuit’. Uitgaand van het programma, de functies en het gebruik ontwerpen de architecten een krachtige, heldere basisstructuur met veel aandacht voor ruimtelijke verhoudingen en relaties, goede oriëntatiemogelijkheden, inzichtelijke routings en een fijne verblijfsatmosfeer. De indeling en technische uitvoering van die structuur zijn geheel modulair en daarmee adaptief en duurzaam, want in staat veranderend gebruik op te vangen.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

47


routing. Die loopt ook langs een royaal groen dakterras en eindigt helemaal bovenin in dubbelhoge vides met fraai zicht op Amsterdam. “Om die routing heen, direct langs de gevels, liggen zowel de dedicated praktijklokalen van de verschillende domeinen als zestien generieke onderwijsunits van ieder zo’n 600 m2,” vervolgt Schleurholts. “De praktijklokalen vormen echt het adres en visitekaartje van een domein, maar verder zijn alle ruimten binnen die generieke units gewoon door ieder domein bruikbaar. Zo ontstaat zowel maximale flexibiliteit als maximale interactie. Omdat de units binnen een generiek framewerk volledig vrij indeelbaar zijn, zijn ze bovendien gemakkelijk aanpasbaar.”

PROJECTINFORMATIE Project Nieuwbouw Hogeschool Inholland op ­Zeeburgereiland Opdrachtgever Inholland Architect cepezed met daaronder een total engineering team van Imd, LBP-Sight, Galjema, Delva, cepezedinterieur Adviseur ICSadviseurs (programma van eisen/ ­gedelegeerd opdrachtgever) BVO 25.500 m2 onderwijs en 4.600 m2 installaties, opslag en parkeren Oplevering 2022

ITALIAANS BERGDORP Die benadering is ook toegepast voor het nieuwe Inholland-gebouw. Van Toorn: “Uitdaging daarbij was de kavel, die vierkant is en van behoorlijke afmetingen. Dat noopt enerzijds tot compactheid en vraagt anderzijds om creativiteit qua daglichttoetreding en dus organisatie. Uiteindelijk hebben we voor de opzet de metafoor van een Italiaans bergdorp gebruikt. Centraal in het gebouw ligt een transparant overkapt atrium. Dit sluit direct aan op het stadsplein met waterbassin voor het gebouw, is ingericht met veel groen en fungeert echt als publiek en dynamisch campushart. Het is vormgegeven als een glooiend berglandschap van straten en pleinen op verschillende niveaus en bevat gedeelde functies als onderwijsruimten, werkruimten, een expositieplein, restaurant en zogenaamde living spaces, een soort huiskamers.” Zelfs van buitenaf goed leesbaar meandert door alle lagen van het gebouw een heldere, eenduidige

DUURZAAM EN SLIM Op alle terreinen is voor het nieuwe gebouw nagedacht over duurzaamheid. Zo wordt het Bijna Energie Neutraal (BENG) volgens de meest actuele normen. Onderdeel daarvan is onder meer een gevelbekleding met geïntegreerde pv-cellen. Ook het dak bevat pv-cellen. Het fungeert bovendien nadrukkelijk als vijfde gevel en bestaat voor een groot deel uit waterbufferend groen. Het gebouw krijgt een WKO en als backup een aansluiting op de stadsverwarming. Daarnaast gaat het bijvoorbeeld een grote hoeveelheid sensoren bevatten die onder meer het CO2-gehalte meten, de ventilatie aansturen, de daglichttoetreding regelen en de bezetting van ruimten registreren. Een unieke innovatie is een ondergronds systeem voor afvalverzameling- en verwerking. “Maar essentieel voor de duurzaamheid zijn bovenal twee dingen,” benadrukt Schleurholts: “Ten eerste wordt het een gebouw waarin het echt fijn is om te zijn en dat op steeds weer op andere manieren heel prettig bruikbaar blijft. Daarnaast ontwerpen we het helemaal als een modulaire kit of parts, een bouwpakket waarvan de onderdelen op de bouwplaats alleen nog maar droog geassembleerd hoeven te worden. Dat vergemakkelijkt de bouw en leidt tot hogere kwaliteit omdat alle bouwcomponenten en hun verbindingen al van tevoren helemaal op elkaar zijn afgestemd. Maar vooral ook belangrijk is dat een bouwpakket ook weer demontabel is. Dat maakt niet alleen dat het heel adaptief is en je voortdurend makkelijk dingen kunt wijzigen en aanpassen, het is bovendien een belangrijke randvoorwaarde voor circulariteit. Een slim uitgewerkt bouwpakket maakt dat je de toegepaste materialen in de toekomst altijd weer goed bruikbaar terug de keten in kunt brengen.” Kijk voor meer informatie op cepezed.nl.

48

SCHOOLDOMEIN

mei 2019


Tekst Judith Hartog Foto Arjen Schmitz

ONTWERP EN INRICHTING

Het leasen van ­gebouwonderdelen in de circulaire economie We zien steeds meer een verschuiving van bezit naar gebruik. In de circulaire economie leidt dit ertoe dat materialen eigendom van de producent blijven. Bij gebouwen zien we dat bijvoorbeeld bij het onderhoud en terugnemen van gevelelementen. Hoe kun je dat juridisch vormgeven?

D

e wet stelt dat de eigenaar van een gebouw, eigenaar is van al haar ‘bestanddelen’. Net zoals bij een fiets: het kan niet zo zijn dat iemand anders eigenaar is van het wiel van de fiets. De wet geeft daarvoor twee criteria: ■ Het kan niet zonder beschadiging worden ­verwijderd of ■ Het is volgens verkeersopvatting onderdeel van het gebouw (en is het gebouw niet meer compleet na verwijdering). Voorbeelden daarvan zijn gevelelementen, geïntegreerde zonnepanelen of gebouwinstallaties. Wel moet dit altijd per afzonderlijk geval worden beoordeeld. Als gevelelementen als bestanddelen worden beschouwd, zijn deze dus automatisch eigendom van de eigenaar van het gebouw. Zijn er dan wel mogelijkheden om dit principe te doorbreken? GEVELPRODUCENT ALS EIGENAAR De enige mogelijkheid om eigendom af te splitsen is door vestiging van een opstalrecht. De wet bepaalt echter dat dit alleen kan met betrekking tot een ‘werk’. Dat begrip is niet voldoende bepaald; wel is duidelijk dat het voldoende geïndividualiseerd moet zijn. Dus niet: een muur, een dakpan of een baksteen, maar wel: een vlaggenmast of een installatie. Het lijkt er op dat gevelelementen niet beschouwd worden als een werk. Door de circulaire economie lijkt hier verandering in te komen. In de praktijk wordt gebruik gemaakt van het opstalrecht. Tijd dus, dat de wet hierop wordt aangepast. ERFPACHTRECHT We zien dat in de praktijk het erfpachtrecht wordt benut. Dat houdt in dat de producent de bevoegdheid krijgt een deel van het gebouw te gebruiken. Het is dus geen eigendomsrecht maar een soort gebruiks-

recht. Ook hierbij de vraag of het toepasbaar is op een onderdeel van een gebouw. Daarnaast bestaat er geen ‘wegneemrecht’ binnen het erfpachtrecht. Dan zou de gevelproducent haar gevel dus niet mogen wegnemen bij het einde van de looptijd. Ook hier zou de wet moeten worden aangepast. Blijkt uit de rechtspraak dat deze constructies niet werken, is wellicht het kettingbeding een uitkomst: een afspraak tussen eigenaar en gevelproducent dat de gevel na een bepaalde termijn weer terug gaat naar de producent. De eigenaar is verplicht om deze afspraak door te leggen aan de opvolgende eigenaar. Een nadeel is dat deze afspraak vervalt bij faillissement. CONCLUSIE De wet biedt (nog) geen goede mogelijkheden voor het leasen van gebouwonderdelen. Het recht van opstal en erfpacht wordt hier nu voor ingezet. Met de steeds verder gaande ontwikkelingen binnen de circulaire economie is het zaak dat de wetgeving hierop aangepast wordt.

“Met de ontwikkelingen binnen de circulaire economie is het zaak dat de wetgeving hierop wordt aangepast”

Heeft u vragen over leaseconstructies van gebouwonderdelen, neem dan contact op met een van de juristen van ICSadviseurs: +31 (0)6 10 65 04 74 of judith.hartog@icsadviseurs.nl.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

49


Tekst De Groot Vroomshoop

UNIEKE OPLOSSING VOOR BASISSCHOOL KLEIN AMSTERDAM

Duurzame, permanente en verplaatsbare houten modules Wij staan waar de markt ons nodig heeft. De Groot Vroomshoop bouwt voor toekomstige generaties en maakt de wereld, die we met elkaar in bruikleen hebben, elke dag een beetje mooier. Zo ontwikkelden we recent met SeARCH Architecten en basisschool Klein Amsterdam een unieke huisvestingsoplossing. We zijn samen trots op het prachtige schoolgebouw dat is opgebouwd uit duurzame modules van hout. PERMANENTE KWALITEIT De nieuwe huisvestingsoplossing is het antwoord op de vraag die basisschool Klein Amsterdam ons voorlegde. De locatie die in februari werd betrokken is slechts een tijdelijke vestigingsplaats. Omdat de definitieve kavel pas over een paar jaar beschikbaar is, moet het schoolgebouw in de tussentijd verplaatst worden. De Groot Vroomshoop ontwikkelde daarom in samenwerking met SeARCH Architecten en basisschool Klein Amsterdam een bouwconcept van duurzame, verplaatsbare houten modules van permanente kwaliteit. INSPELEN OP GROEI, KRIMP EN LOCATIE Deze houten modules zijn niet alleen 100% circulair geproduceerd in onze eigen productiehallen, ze zijn ook van permanente kwaliteit, flexibel inzetbaar, eenvoudig te (ver)plaatsen, met elkaar te combineren en

Rick Amado, bestuurder Stichting Leren in de Tussenruimte: “Klein Amsterdam is bijzonder omdat we een verbinding creëren tussen de school, de wijk, de stad en de maatschappij. We kunnen de klaslokalen eenvoudig samenvoegen en de ruimte in het atrium openstellen voor projecten of evenementen. De mensen van De Groot Vroomshoop kennen de grondstof hout. Ze weten hoe ze duurzaam en circulair met dit materiaal moeten bouwen. Ze werken snel. Communiceren transparant. En ze waren bereid om samen met ons de uitdaging aan te gaan. We zijn enorm blij met dit resultaat, waarbij het tijdelijke gebouw echt een duurzaam leermiddel is geworden.”

50

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

egbertdeboer.com

uit te breiden. Hierdoor kan de gebruiker een­voudig inspelen op groei, krimp of een andere huisvestingsbestemming. Na de gebruiksperiode kan het hout worden hergebruikt voor andere doeleinden. Dit sluit perfect aan op onze continue ontwikkeling van toekomstgerichte huisvestingsoplossingen. GEZONDE WERK- EN LEERPLEK De Groot Vroomshoop onderneemt maatschappelijk verantwoord. Wij bouwen bewust met hout, de hernieuwbare grondstof die wij enkel uit duurzaam beheerde bossen importeren (FSC® en PEFCTM). Bovendien worden al onze producten onder optimale omstandigheden geprefabriceerd op veilige en Arbo-verantwoorde wijze. De minimale hoeveelheid afval wordt goed gescheiden. Een leuk weetje: in het hout waarmee het schoolgebouw van Klein Amsterdam is gemaakt zit meer CO2 opgeslagen dan


ONTWERP EN INRICHTING

“Het bouwconcept achter dit school­ gebouw kan het best worden omschreven als een slim doordachte puzzel”

egbertdeboer.com

wij hebben uitgestoten tijdens de productie van de school. Hout zorgt voor een gezonde leer- en werkomgeving en geeft ook een fantastische uitstraling. Het wordt leuk om naar school te gaan! FOCUS OP VEILIGHEID Op logistiek gebied werkten we in de productie, het transport en de montage van de houten modules tot de volledige school zo efficiënt mogelijk. Hierdoor zijn onnodige reisbewegingen, oponthoud door files en onveilige situaties voorkomen en werd een strakke planning haalbaar. Op degrootvroomshoop.nl hebben wij het hele proces van productie tot en met oplevering voor u in beeld gebracht. LEREN DOOR ZELF TE BOUWEN Het bouwconcept achter dit schoolgebouw kan het best worden omschreven als een slim doordachte puzzel. En puzzels hebben hun kracht als leermiddel voor kinderen wel bewezen. Ontwikkelmanager Adam Duivenvoorden: “We zagen al snel in dat ons unieke bouwconcept perfect kan worden ingezet als leermiddel. Daarom hebben we een maquette van de school ontwikkeld, die leerlingen zelf in elkaar kunnen zetten. Op die manier ervaren de kinderen hoe eenvoudig het eigenlijk is om dit houten school-

gebouw te maken, uit elkaar te halen en weer ergens anders op te bouwen.” DUURZAME OPLOSSING VOOR TIJDELIJKE HUISVESTINGSVRAAGSTUKKEN Met dit nieuwe bouwconcept bewijzen we dat architectuur, verplaatsbaarheid en een permanente kwaliteit prima samengaan. Onze houten modules vormen dan ook een unieke oplossing voor menig huisvestingsvraagstuk in het onderwijs, maar ook in de zorg en het bedrijfsleven. Kijk voor meer informatie op degrootvroomshoop.nl.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

51


Tekst Sibo Arbeek

NIEUWE TECHNIEKEN IN STAD & ESCH

Toekomst tastbaar in Ontdeklabs Stad & Esch Meppel heeft de ontwikkeling van nieuwe technieken op het gebied van onder andere de profielen PIE, BWI en M&T gebundeld in 2 Ontdeklabs. In samenwerking met Pijnenburg Techniek Scouting maakte Heutink een plan voor de didactische implementatie en de inrichting.

R

alph Gomersbach is commercieel directeur projectinrichting van de Heutink Groep: “Het mooie van ons concept is dat we integraal meedenken in de vertaling van een onderwijsvisie naar de inrichting van ruimten. Voor techniek werken we veel samen met Adri Pijnenburg als trendontwikkelaar techniek pur sang.” Adri reageert: “Ik heb regelmatig strategiesessies met Ralph en zijn collega’s en werk met verschillende kennispartners samen. Doel is ontwikkelingen en trends te delen en na te denken hoe je daar in de inrichting op kunt inspelen. Alles begint met conceptueel denken vanuit het onderwijs. Heutink is goed in het inrichten van krachtige leeromgevingen die high Tech zijn en een dynamiek in de didactiek kennen. Zo moet meubilair verplaatsbaar en op verschillende manieren te gebruiken zijn. We hebben samengewerkt bij Stad & Esch. Directeurbestuurder Peter de Visser belde mij op: ‘Ik wil de beste school van Nederland zijn en uniek onderwijs aanbieden. Wil jij mij helpen door ruimten voor techniek onderwijskundig en qua inrichting te begeleiden?’ Ik antwoordde dat ik het wilde doen onder één voorwaarde: maximale vrijheid, met als resultaat dat je van alle kanten een podium krijgt. Inmiddels draait het nieuwe techniekonderwijs binnen Stad & Esch op volle toeren en trekt jaarlijks veel geïnteresseerde scholen, vaak onder begeleiding van Adri.”

Peter de Visser

52

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

“Transformeer twee traditio­ nele, algemene technieklokalen naar een ontdek­ omgeving waar leer­ lingen kennismaken met de technologie van morgen”

UITGANGSPUNTEN INRICHTING Ralph over het proces: “Heutink Projectinrichting, Pijnenburg Techniek Scouting en Atelier PRO architecten startte met het definiëren van een concrete opdracht, ondersteund door Arijan Boonstra van Heutink Techniek Inrichting: transformeer twee traditionele, algemene technieklokalen naar een ontdekomgeving waar leerlingen kennismaken met de technologie van morgen. Daar zijn we mee aan de slag gegaan. Zo hebben we de didactische vertaling van de 21st century skills ingevuld aan de hand van vier werelden: • • • •

De wereld van programmeren De wereld van VR en AR De wereld van ontwerpen en maken De wereld van besturen en automatiseren.

Deze 4 werelden zijn vervolgens vertaald naar inrichting en een duidelijke didactische routing binnen de verschillende ruimtes. De inrichting is in te zetten als LEIS (Lego Education Innovation Studio) waar de 4 basisprincipes van LEGO® Education terug­komen: overleggen, bouwen, programmeren en testen. Daarnaast zijn de ruimtes inzetbaar voor VR en AR experimenten, ontwerpen van werkstukken, gaming, 3D-printen, lasersnijden, lpal-robot programmeren en meer.” GEBRUIKERS BETROKKEN Ralph verder: “De docenten hebben samen met ons en Adri een visie ontwikkeld en deze vertaald naar een uitdagende leeromgeving: het Ontdeklab. Ze hebben actief meegedacht over de inrichting en vonden duidelijke zichtlijnen door het hele Ontdek lab belangrijk, naast een centrale plaats voor klassi­ kale uitleg en meerdere plekken voor individuele en groepsinstructie. Ook moest het mogelijk zijn de beide Ontdeklabs te verbinden en ze als één grote ruimte in te zetten. Flexibel meubilair was belangrijk om de opstelling snel te kunnen aanpassen qua routing voor projecten, lessen en activiteiten.


ONTWERP EN INRICHTING

Dat betekende ook dat er voldoende vrije vloerruimte moest zijn om ook dáár te kunnen bouwen en rijden met robots. Verder was opslagmogelijkheid in én buiten de Ontdeklabs een voorwaarde, evenals bereikbaarheid en zichtbaarheid van het 3D-projectlab vanuit de Ontdeklabs. Ten slotte was een krachtige uitstraling door aansprekende visualisatie in en buiten de Ontdeklabs zeer gewenst.” OPTIMAAL VOORBEREIDEN Ralph: “Het aanzicht van de Ontdeklabs maakt dankzij een enorme visual direct indruk. Zo vind je er ook grote wandvullende maatwerk vitrinekasten met ledverlichting voor de presentatie van gebouwde objecten en transporttafels met geleiders voor opslag en transport vanuit de magazijnen. Verder zijn er officiële LEGO® wedstrijdtafels met (afsluitbare) opslag geplaatst, waarvan een aantal met een rand voor de bevestiging van accessoires voor First LEGO League oefeningen. Je vindt er een programmeertafel met afsluitbare opbergruimte, een verrijdbare bouwtafel in vrije vorm, een gamingtafel waaraan staand en zittend gewerkt kan worden en natuurlijk verrijdbare docentenwerkplekken. De chameleon wanden zijn zowel sfeermakers en communicatie­dragers die je kunt gebruiken voor projectie, beschrijven en magneten. Er staan verrijdbare LCD touchscreens en 3D-printers en een lasercutter. Kortom; alles ademt modern techniek onderwijs. Via virtual reality, robotica, LEGO® Mindstorms®, First LEGO League, programmeren, 3D-printen, lasersnijden en drones werken leerlingen aan hun 21e -eeuwse vaardigheden. In het 3D-lab kunnen de leerlingen aan de slag met 3D-printers en een BRM lasercutter. Voor het groepsgewijs in tweetallen of individuele project­ matige werken kunnen ze terecht aan de verrijdbare, vrije vorm tafels gecombineerd met flexibele en stevige PantoMove Lupo stoelen. Maar ze kunnen ook op Treinbanken met Silverquard stoffering en kolomtafel actief zitten en overleggen.” Opdrachtgever Peter de Visser ten slotte: “We willen leerlingen optimaal voorbereiden op de uitdagingen die de 21e eeuw hen biedt. Het zal een toekomst zijn waarin technologische, maatschappelijke en demografische ontwikkelingen en de manieren van samenwerken en samenleven in een hoog tempo veranderen. In de ontdeklabs leren ze de competenties die nodig zijn. De ontdeklabs worden tevens ingezet voor het geven van gastlessen aan basisscholen en andere onderwijsinstellingen uit de regio om als promotor voor Sterk Techniek Onderwijs toekomstige VMBO leerlingen kennis te laten maken met de mogelijkheden binnen Stad en Esch.” Kijk voor meer informatie op heutink.nl.

Foto Studio Smith

Foto Studio Smith

Foto Studio Smith

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

53


Tekst Ziggy Tabacznik, initiatiefnemer van de MQ scan

Een goede motoriek, zo gek nog niet! Nieuwsgierig blader ik door Schooldomein No. 3, januari 2019. Verrast word ik door het thema omgeving en meer specifiek het belang van de fysieke omgeving. Ik begrijp het belang en geloof dat een omgeving zeer bepalend en stimulerend kan werken. Het enige wat ik niet goed begrijp; wanneer wij een fysieke omgeving binnen het basisonderwijs zo belangrijk vinden, waarom hechten wij in het PO dan zo weinig belang aan het fysiek van de mens?

D

e mens is gemaakt is om te bewegen, om te overleven. Een actief wezen. Maar we bewegen steeds minder, het is niet meer vanzelfsprekend. Auto’s, elektrische fietsen, zittend werk, liften, roltrappen en bezorgdiensten; alles is gericht op gemak, met minder bewegen als gevolg. Inmiddels is ruimschoots bewezen dat bewegen van cruciaal belang is voor ons mensen. Voor ons brein, onze vitaliteit en ons psychisch welbevinden. Niet alleen minder beweging, maar ook de sterke a ­ fname van de motorische vaardigheden is zorgwekkend. Uit recentelijk onderzoek blijkt namelijk dat de motoriek een cruciaal voorspellende waarde is met betrekking tot de gezondheid!

54

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

BEWEGINGSONDERWIJS De discussie over meer bewegingsonderwijs loopt nu al wat jaartjes in het Haagse. Een belangrijke en tegelijkertijd wat beperkte discussie. Want volgens mij draait het erom dat we een generatie afleveren die een goede basis heeft op het gebied van gezondheid. Dat gaat veel verder dan het vak Lichamelijke Opvoeding. Als vader van een dochter in groep 2, zet ik mij graag in om bij te dragen aan een gezonde, vitale toekomstige generatie. In de aankomende jaren wil ik 25% van de motorisch onvaardige jeugd terugbrengen naar slechts 5%. Ik hoop daar veel ­gemeenten, schoolbesturen, directies en LOdocent­en in mee te krijgen.


ONTWERP EN INRICHTING

Ziggy met zijn dochter Leah

SPEERPUNTEN Ik vind het goed om te zien dat steeds meer scholen gezondheid als een van hun speerpunten in hun schoolbeleid verankeren. Maar wordt daar ook de motorische ontwikkeling in meegenomen? Als de motoriek een cruciale voorspellende waarde is voor de gezondheid, dienen we niet alleen aandacht te hebben voor het IQ en EQ, maar ook voor het MQ (Motorische Quotiënt) van een kind! Stel dat we het MQ van kinderen eenvoudig in kaart kunnen brengen. Kunnen we dan gericht sturen op verbetering en daarmee bijdragen aan een toekomstige vitale generatie? MQ SCAN Vanuit deze gedachten startten wij, ruim vijf jaar geleden, in samenwerking met de Haagse Hoge School (HHS) en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) een onderzoekstraject. Dit heeft geresulteerd in de MQ Scan. Nederlands eerste wetenschappelijk onderbouwde scan, welke professionals in staat stelt binnen één gymles de motoriek van een hele klas inzichtelijk te maken. De HHS en de VU ontwikkelden in nauwe samenwerking met vele LO-docenten verschillende tracks; een soort korte hindernisbanen. Deze tracks zijn wetenschappelijk onderbouwd en gevalideerd voor de onder-, midden- en bovenbouw. Ze worden opgebouwd vanuit een standaarduitrusting in een gymlokaal en kunnen onderdeel uitmaken van een normale gymles. Door middel van een app worden (LO-) docenten in staat gesteld om snel, eenvoudig en geheel gedigitaliseerd de scans af te nemen. Na het scannen en synchronisatie zijn de resultaten terug te vinden in een persoonlijke digitale omgeving. In deze omgeving zijn de resultaten en rapportages in te zien op school-, klas- en kindniveau. Dit zorgt voor een goed beeld van hoe de school en de leerlingen ervoor staan en hoe zich dat door de jaren heen ontwikkelt.

“De MQ Scan is voor alle scholen en gemeenten die gezondheid hoog in het vaandel hebben staan een geschikte tool”

LABEL Het nut en de noodzaak van het verkrijgen van motorische inzichten zit hem niet in het feit om kinderen nog een ‘labeltje’ te geven. Het is niet het doel om kinderen af te rekenen op een minder of een goede motoriek. Inzicht zorgt ervoor dat LO-lessen maar ook overige activiteiten gericht ingezet kunnen worden op specifieke achterstanden en behoeften. Om zo de motoriek te verbeteren en hierdoor meer plezier in bewegen te bewerkstelligen. Wat veelal gepaard gaat met een actiever leven, minder zitgedrag en uiteindelijk een betere gezondheid. De MQ Scan is, voor alle scholen en gemeenten die gezondheid hoog in het vaandel hebben staan, een geschikte tool om de effectiviteit van het beleid te toetsen en te sturen. Om de MQ Scan zo toegankelijk mogelijk te maken voor scholen is deze: • Snel -> binnen één gymles wordt een hele klas gescand • Simpel -> de MQ scan is geheel gedigitaliseerd wat zorgt voor directe toegang tot inzichten (geen administratieve rompslomp) • Betrouwbaar -> 100% AVG-proof en wetenschappelijk onderbouwd. Wat mij betreft verlaat mijn dochter die nu in groep 2 zit, over zo’n 6 jaar de basisschool met een goede dosis kennis en ervaring op het thema gezondheid. Aan iedereen die zich ook wil inzetten voor een toekomstige vitale generatie doe ik een oproep om in beweging te komen en jouw school of gemeente aan te sluiten bij de MQ Scan. Want objectief inzicht is volgens mij de sleutel om een negatieve trend te doen kantelen! Kijk voor meer informatie op mqscan.nl.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

55


Tekst Sibo Arbeek

SAMENWERKING CENTRAAL BIJ NIEUWBOUW HERMANN WESSELINK COLLEGE

Ruime lokalen voor beter onderwijs

Het decor voor het nieuwe Hermann Wesselink College in Amstelveen wordt gevormd door het kleurrijke bestaande gebouw, dat blijft staan tijdens de nieuwbouw. En die nieuwbouw vouwt zich als een schil om het oude gebouw, dat vervolgens wordt gesloopt. Ruimte voor onderwijs is de kern van de nieuwe leeromgeving.

R

ector Bert Kozijn heeft een prachtige directie­ kamer die de kleurrijkheid van de school symboliseert; een warm, maar gedateerd gebouw, dat in zijn uitbundigheid weer verrassend actueel aandoet. Ton Kodde is de enthousiaste intern projectleider en ook praktiserend docent economie. Aan de ronde tafel verder directeur Geron Verdellen van SMT Bouw & Vastgoed en zijn collega Rik Cornelissen, projectleider van de nieuwbouw. Ton: “Dit is een slecht geïsoleerd gebouw met enkel glas, waarbij de ramen boven­ dien niet open kunnen. Dat mocht veertig jaar geleden niet in verband met overvliegende vliegtuigen. We waren dus aan de beurt en de gemeente gunde het ons ook. ICSadviseurs heeft met ons gekeken naar verschillende opties en locaties; dit gebouw renoveren was niet aan de orde, mede vanwege de onvoordelige stramienmaat. Deze plek is wel goed, centraal in Amstelveen en vlakbij het openbaar vervoer.

56

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

Die keuze spaarde al kosten uit, want we hoefden niet te verhuizen. Er lag wel een uitdaging voor de bouwer; een nieuwe school bouwen rond de locatie waar de oude school nog in gebruik blijft, met daarnaast een fietsenstalling, de nieuwe gymlokalen en het inrichten van het nieuwe gebied. De waterpartij is bijvoorbeeld verlegd, zodat de nieuwe school op de randen rond het bestaande gebouw past. Het wordt een school die uit het water oprijst.” Bert knikt: “We zijn er blij mee en samen met partijen als SMT, bbn als adviseur en architect RoosRos kunnen we dezelfde, maar veel efficiëntere meters terugbouwen.” VERKEERSBEWEGINGEN BEPERKT Bert verder: “Wij zijn een scholengemeenschap voor 1.750 leerlingen en dat betekent niet dat mavo leerlingen naar links gaan en de havo en vwo naar rechts. We clusteren lokalen vanuit secties en daarbij maken we docentenwerkruimtes rondom de vakken die het


ONTWERP EN INRICHTING

Vlnr: Bert Kozijn, Rik Cornelissen, Ton Kodde, Geron Verdellen

PROJECTINFORMATIE Project Nieuwbouw Hermann Wesselink College Amstelveen (onderdeel Stichting Cedergroep) Opdrachtgever

Bouwheer school: Stichting Cedergroep Bouwheer sportdeel: gemeente Amstelveen Aannemer SMT Bouw & Vastgoed Architect

meeste met elkaar te maken hebben. In het bestaande gebouw vind je veel leerpleinen en lokalen; het nieuwe gebouw wordt een gangenschool met hoge en vooral grote lokalen; 63 m² in plaats van nu 49 m². Onze visie is dat de docent coach en regisseur van het onderwijs is en een vergroot lokaal daar ruimte voor biedt. Daardoor kunnen we beter differentiëren en dichter bij de ontwikkeling van leerlingen blijven. Toetsen is belangrijk, maar onderschat de invloed van digitalisering niet. Die smaken in ontwikkeling en borging kun je faciliteren door in een lokaal meerdere werkvormen mogelijk te maken. Dat betekent dat de keuze voor inrichting en meubilair erg belangrijk wordt, inclusief aspecten als sfeer, binnenklimaat en daglichttoetreding. De gang is reisplek, waarbij lokalen worden onderbroken door spreek- en overlegruimtes en open werkplekken. Daarnaast hebben we straks een grote kantine van 650 m², een grote aula, een prachtige mediatheek en een bèta lab. We werken niet met een groot atrium en een tribunetrap, maar zoeken juist de menselijke maat. Belangrijk is verder dat we met 80 minutenlessen werken, waardoor een leerling maximaal vijf lessen per dag heeft en de verkeersbewegingen beperkt blijven. Dat wordt via de zes trappenhuizen straks goed geregeld. En we hebben de bel afgeschaft; het onderwijs organiseert zichzelf bij ons.”

RoosRos Architecten Adviseur bbn adviseurs Omvang 11.000 m² BVO (exclusief sport) Stichtingskosten € 26,7 mio (exclusief btw) Oplevering September 2020

INNOVATIEVE OPGAVE SMT reageerde op onze uitvraag voor een Design & Build aanbesteding, waar oorspronkelijk het onderhoud ook bij hoorde. Geron: “Zo’n innovatieve opgave past bij ons, waarbij we een ontwerp integraal kunnen uitwerken en mee bedenken. Juist aan de voorkant kunnen we toegevoegde waarde leveren. Dat vraagt kennis, je moet willen ophalen en die informatie ook goed vertalen. Dat doen we samen

“Leerlingen en docenten verdienen de best denkbare ruimte die je je kunt voorstellen” met de architect. Alles wegen we integraal vanuit een TCO-benadering en dat betekent dat het qua materialen en onderhoud sowieso goed moet zijn; er komen aluminium kozijnen in, er komt een waterkerende voorziening waarvan de plint de komende tien jaar onderhoudsvrij is.” Ton over het circulaire aspect: “We voelen ons een beetje schuldig dat we niet renoveren, maar we onderzoeken wel of we materialen uit het bestaande gebouw mee kunnen nemen naar het nieuwe gebouw, zoals de houten leuningen of het hout van de lambrisering.” Bert: “We vragen iets van leerlingen, omdat er naast de school gebouwd wordt. Daar heeft SMT goed in meegedacht, zodat we de bouwstroom zo organiseren dat er geen bouwactiviteiten of transporten zijn waar op dat moment leerlingen zijn. Dat hebben we zo ook tijdens ons open huis gecommuniceerd en dat voelde goed bij ouders en leerlingen. Onze aanmelding voor volgend jaar ziet er ook weer goed uit.” Rik: “We gaan voor BENG en dat betekent hier gasloos, met luchtverwarming en koeling en een warmtepomp om de BENG eis te halen. Daarnaast komen er pv-panelen op het dak van de school en de gymzaal en ontwerpen we een heel duurzame gevel. Sowieso wordt het een circulaire gevel; bij de sloop van deze school klik je de stenen er zo uit en kun je ze hergebruiken.” Geron knikt: “We werken perfect met elkaar samen met hetzelfde doel; een mooie en duurzame school. Investeren in teambuilding bepaalt ook het succes van een project.” Kijk voor meer informatie op smt-benv.nl.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

57


“Het gebouw is prach�g, maar hee� ook echt iets veranderd bij de leerlingen. Ze gaan nu uit zichzelf werken aan de tafels…” Oud rector Ilse van Eekelen

experts in scholenbouw www.spring-architecten.nl

58

SCHOOLDOMEIN

mei 2019


Tekst Sibo Arbeek

ONTWERP EN INRICHTING

LEREN ZICHTBAAR MAKEN

Edu-Station vernieuwt onderwijs en inrichting Het gesprek over de slimme Edu-Stations ging vooral ook over onderwijsontwikkelingen en trends, de organisatie van het onderwijs en de noodzaak tot veranderen en de wijze waarop de inrichting daarin een belangrijke rol kan spelen. Een mooi gesprek met nieuwe inzichten.

O

p uitnodiging van Tom Versteeg, directeur Van der Capellen Campus, spreken we met directeur Wim de Goei en inrichtings­ specialist Rocco Hoogland van Presikhaaf Schoolmeubelen over de werking van twee zogenaamde Edu-Stations, die in het bestaande gebouw geplaatst zijn. Tom: “We hebben op deze campus drie scholen en ook drie onderwijsconcepten. De Van der Capellen Scholengemeenschap bestaat al 150 jaar en biedt tweetalig havo en vwo en sinds twee

jaar ook tweetalig mavo aan. Daarnaast vind je hier het Michael College voor vrijeschoolonderwijs, geënt op het Waldorfconcept, dat uitgaat van periode onderwijs, waarbij in zo’n periode bijvoorbeeld het sterrenstelsel centraal staat. Onze jongste loot is Onderwijsroute 10-14 die volledig gepersonaliseerd onderwijs voor de oudste PO-groepen en de eerste VO-groepen aanbiedt. Qua individuele onderwijsroute durf ik te zeggen dat we tot de top van Neder­ land behoren en we zitten ook in de lande­lijke

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

59


kwartiermakers groep 10-14 onderwijs. Wanneer een leerling zich aanmeldt kijken we samen wat het beste bij hem of haar past. In totaal bedienen we ruim 1.300 leerlingen en we groeien komend jaar naar ongeveer 1.500 leerlingen. Door ons brede aanbod trekken we leerlingen uit de wijde regio en ik zie dat ze bereid zijn om te reizen. Dit gebouw is ruim 50 jaar oud en we zitten in een proces van nieuwbouw. Ik investeer dus niet meer zoveel in bestaande stenen, maar wel in het onderwijs, want dat blijft nodig. Ik belde Wim met de vraag of Presikhaaf Schoolmeubelen mee kon denken en het resultaat overtreft onze verwachtingen.” LEERDOELEN CENTRAAL “Ons beleid steunt dus op twee pijlers: leerlingen meer eigenaar van hun leerproces maken, door te kijken wat ze echt nodig hebben. Daar is ander gedrag door docenten voor nodig en daarom willen we dat docenten echt eigenaar van het onderwijsproces worden en zeggenschap hebben over hoe ze het onderwijs vormgeven. Belangrijke trend is dat we niet meer sec vanuit de methode werken, maar veel meer aanbieden op basis van leerdoelen. En als je al die leerdoelen onder elkaar zet krijg je vanzelf de modulen, die leerlingen afwerken. Dat betekent ook dat het jaarklassen­systeem eigenlijk niet meer nodig is en ik verwacht dan ook dat over een paar jaar bijna geen leerlingen meer blijven zitten. Een belangrijke factor daarbij is de digitalisering, waarbij we ICT vooral inzetten waar het meerwaarde heeft. Je ziet dus dat leerjaren ver­vagen, maar de wetgeving nog niet zover is. Leerlingen maken steeds actiever zelf keuzen over de verwerking van de lesstof. Iedereen doet dat op zijn eigen manier, op zijn eigen niveau en in zijn

Vlnr: Tom Versteeg, Wim de Goei en Rocco Hoogland

60

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

eigen tempo. Dat gaat zelfs al zover dat een leerling bepaalt of hij de les volgt, of met een ander vak aan de slag gaat, omdat hij de stof al beheerst. Een mooie bijvangst is dat we steeds meer zien dat leerlingen op een hoger niveau examen doen of vakken volgen. Mavo leerlingen volgen bijvoorbeeld vakken op de havo of op het Deltion College.”

“Het is alles in één; meubel, werkplek, didactisch concept en duurzaam vanuit het oogpunt van circulariteit”

ANDERS SAMENWERKEN Tom verder: “We ontwikkelen ons dus naar een netwerkorganisatie en daar horen andere samenwerkingsmodellen bij. Voor de nieuwbouw werken we aan de voorkant met Presikhaaf Schoolmeubelen samen, om over de inrichting na te denken. Hoe komen we tot een moderne en adaptieve inrichting? We willen in de nieuwbouw kunnen variëren in de grootte van de groep. Dus minder lokalen, maar veel meer andere ruimten. Zoals de talen bij elkaar met leerpleinen tussen de lokalen, waar leerlingen individueel of in groepen van vier en acht kunnen werken. Die behoefte geven leerlingen zelf ook aan. We hebben in dit gebouw in de gang andere leerlingsetjes gezet, die de hele dag intensief gebruikt worden. Dat vraagt om een integrale inrichting van de ruimte, waarbij de grens tussen gebouw en omgeving ook vervaagt. Het nieuwe schoolplein willen we bijvoorbeeld ook als leerplein kunnen inzetten. Als je glashelder hebt wat het leerdoel is, kun je op verschillende manieren dat doel halen. De generatie leerlingen nu werkt ook veel op zaterdagavond; dan gaan de sociale media los. Ze delen dan ook dat er dinsdag een biologieproefwerk is en de leraar een filmpje online heeft staan dat ze dan samen bekijken. De scheiding in tijd en ruimte wordt steeds minder; voordat de eerste op de fiets zit hebben ze al van alles met elkaar gedeeld. De leerling moet dus invloed hebben op zijn leerproces, want iedereen doet het op zijn eigen manier. Die omslag kun je alleen realiseren via verandermanagement, waarbij docenten zich als ondernemer eigenaar van het onderwijsproces voelen, maar dat niet meer zelf directief vertalen, maar de samenwerking zoeken. Ik heb docenten die afhankelijk van de eigen competentie bij elkaar les geven. Onderwijs wordt veel meer een fluïde proces.” FLEXBOX EDU-STATIONS Tom: “Presikhaaf Schoolmeubelen haalt daar binnen een eigen netwerk weer bedrijven bij. Zo ontstaat een keten van inrichters, architect, bouwers en overige adviseurs die samenwerken. Je gaat af van de traditionele klant-leverancier relatie houding. We gaan samen die school inrichten en daar betrekken we ook ouders en leerlingen bij. Het ideale gebouw is adaptief, waarbij docenten en leerlingen meer samenwerken. In dit gebouw wilde ik al aan de slag met als aanleiding de functionele staat en de noodzaak om


ONTWERP EN INRICHTING

onderwijskundig te ontwikkelen. Ik zocht een tijdelijke oplossing voor wat vrije ruimten in de school. We kennen de containers van verschillende aanbieders en dat wilden we zeker niet. Presikhaaf stelde voor hier twee Flexbox Edu-Stations neer te zetten, die de hele dag door docenten en leerlingen gebruikt kunnen worden.” Wim: “Deze Edu-Stations van 3.20 bij 3.20 meter bieden oplossingen voor een specifieke aanleiding. Dat kan de behoefte aan een tijdelijke leer- of overlegruimte zijn, een ruimte om te scrummen of een flexibel kantoor. We hebben de Flexbox van Ahrend zodanig aangepast dat hij onder­ wijsproof is, met glas, akoestiek, vloerbedekking, mooi ingericht en met panelen aan de buitenzijde, die te beschrijven zijn.” Tom knikt: “Het is het grootste whiteboard dat we in huis hebben en we gaan er komend jaar ook onderwijs op geven.” Rocco Hoogland vult aan: “Het is alles in één; meubel, werkplek, didactisch concept en duurzaam vanuit het oogpunt van circulariteit. Je haalt de onderdelen uit elkaar en je kunt ze weer hergebruiken, waardoor de restwaarde hoog is en de huur aantrekkelijk. Zeker als je het afzet tegen renovatie of nieuwbouw. We werken met full operational lease voor een periode van een,

twee, drie jaar of desgewenst langer. Het staat in een halve dag en we noemen het Furniture as a Service (FaaS).” ADAPTIEF Tom knikt: “Ik zocht een ruimte in een ruimte als samenwerkingsplek voor docenten, waarbij er ook toezicht is op het leerplein. Vanuit het onderwijs moet het transparant zijn, want ik wil niet meer dat docenten met een leerling achteraf in een kamertje overleg hebben. Transparantie is belangrijk voor het onderwijsproces. De Flexbox Edu-Stations bieden ook een professionele uitstraling als je het vergelijkt met de rest van het gebouw. Als we naar de techniek kijken is iedereen verbluft over de uitstraling en vooral de akoestiek. En je kunt hem makkelijk aanpassen, hij is helemaal adaptief. Sinds we vanuit die cocreatie denken is de kwaliteit van de sectorwerkstukken bijvoorbeeld veel hoger geworden. Leerlingen kiezen zelf hoe ze met elkaar samenwerken en daar worden de ‘Edu-Huizen’ ook voor gebruikt. Het gaat erom leren zichtbaar te maken.” Kijk voor meer informatie op schoolmeubelen.com.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

61


Tekst Sibo Arbeek

IKC DE WERF VERBINDT GEBRUIKERS

Kostenbewustzijn borgt kwaliteit en onderwijs In Zaandijk verrijst IKC De Werf. Vanuit een helder pedagogisch concept ontwikkeld en ontworpen in de uitloop van de crisistijd, die in de aanbesteding voorbij was. Vervolgens moest er bezuinigd worden. In een open dialoog met opdrachtgever en uitvoerende partijen werd gezocht naar verantwoorde ingrepen, met behoud van onderwijskundige kwaliteit en architectonische uitstraling.

D

irecteur Peter de Hart van De Werf: “We hadden een klassieke lintschool met een lineaire opbouw, waar in de tijd steeds stukjes aan zijn gebouwd. Ooit begonnen als een kleuterschool werd het een basisschool, toen met een speelzaal en een ruimte voor creatieve activiteiten. De fietsen­ hokken zijn zelfs dichtgemaakt om de administratie en remedial teaching te huisvesten. De school bleef maar groeien en opgeteld met ouders en leerkrachten werd het gebouw te klein en gingen we dik over de gebruikersvergunning heen; we hebben nu al meer dan 300 kinderen. Bovendien was het gebouw onderwijskundig niet meer geschikt en toe aan vernieuwing. Het had wel nog de sfeer van een

Vlnr: Yuit Yin Samuel, Peter de Hart, Erwin Fraikin

62

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

dorpsschool, ooit opgericht door een arbeiders­ beweging met een sterke pedagogische visie, waarbij de kern is dat ouders en leerkrachten kinderen ondersteunen in hun ontwikkelingen en een veilige omgeving bieden. Dat zit nog steeds in ons logo. Passend onderwijs was hier niet iets nieuws; kinderen kwamen binnen en bleven ook binnen, wat we aan begeleiding nodig hadden kochten we zelf in. In 2011 kwamen de gesprekken over ver­vangende nieuwbouw in een versnelling toen de toenmalige wethouder ons prikkelde om over een IKC na te denken. De gemeente gaf ons toestemming om 600 m² extra te bouwen, maar daar moesten wel huurpenningen tegenover staan. Dat betekende dat we een partner voor de kinder­ opvang moesten zoeken en dat is uiteindelijk Freekids geworden.” CRISIS VOORBIJ BOAadvies heeft het hele traject vanaf de visiefase begeleid. Peter: “Daan Josee van Kristinsson Architecten had zich heel goed in onze geschiedenis en pedagogische visie verdiept. Zijn presentatie begon met de zin ‘De veerkracht van de aarde vraagt om een nieuw menselijk bewustzijn’; we waren gelijk verkocht.” Erwin Fraikin van BOA: “De insteek was een total engineering, waarbij de architect verantwoordelijk is voor het ontwerp en de adviseurs onder hem vallen. We zijn met de economisch meest voordelige aannemer in zee gegaan onder de voorwaarde dat er wel op onderdelen bezuinigd moest worden. Vanuit de opdrachtgever heeft kostendeskundige Yuit Yin Samuel van BOA dat proces begeleid. Yuit Yin: “Dat is in goed overleg met Peter, de aannemer en de gemeente gedaan, waarbij de gemeente ook een eigen kosten­deskundige had. Je hebt technische


BOUW EN ORGANISATIE

uitgangspunten waar je niet aan kunt tornen; op de EPC en frisse scholen B was bijvoorbeeld de vergunning afgegeven. We zijn als eerste gaan kijken naar de inschrijving versus het budget. Waar zouden we wat kunnen optimaliseren, zonder te veel aan kwaliteit in te boeten?”

PROJECTINFORMATIE Project Nieuwbouw IKC De Werf in Zaandijk Opdrachtgever Gemeente Zaanstad Adviseur BOAadvies (programma van eisen, bouwbegeleiding, kostendeskundigheid) Architect Kristinsson Architecten Aannemer Hillen & Roosen Ingebruikname Nieuwe schooljaar 2019

GASLOOS GEBOUW Peter knikt: “Wat ik belangrijk vond was dat de bezuinigingsvoorstellen steeds besproken werden, zodat ik kon meedenken. Zo heb ik bijvoorbeeld een ronding bij de balie behouden, omdat dat architectonisch fraaier was. Ook werken we met glas tot aan de grond vanuit de lokalen, zodat je zicht hebt op de leerpleinen. Een voorstel om daar borstweringen te plaatsen heb ik tegengehouden, want dat gaat ten koste van onze onderwijskundige visie.” Erwin verder: “Het is een gasloos gebouw en we hebben een warmtepomp met bodembronnen. Om die te vervangen door een goedkopere lucht-water-warmtepomp zou negatief uitpakken voor de exploitatie van de school. De school heeft daarin een deel zelf betaald.” Yuit Yin: “Je kijkt naar de vormfactoren en dan zie je dat het een open gebouw is met een lichtstraat van boven. Daar is ook geoptimaliseerd, met behoud van het open karakter. Verder is een beoogde stalen trap een betonnen trap geworden, is het gebouw iets lager geworden, in plaats van aluminium is hardhout gebruikt en er is een andere gevelsteen gebruikt. De kunst is het om vanuit kostenbewustzijn onderwijskundige en architectonische kwaliteit te handhaven en de juiste optimalisaties door te voeren. Wat hielp was dat de aannemer transparant was in het inzichtelijk maken hoe een bezuiniging was opgebouwd, zodat ik

mijn werk beter kon doen, ook in de uitvoeringsfase, bijvoorbeeld waar het om meer- of minderwerk gaat. De gemeente heeft zich ingezet om het restant van de overschrijding met aanvullend budget te compenseren. Daar zijn we blij mee.” MEERDERE DOELEINDEN Peter ten slotte: “Het wordt een IKC dat voor meerdere doeleinden inzetbaar is. Onze pedagogische visie

“De kunst is het om vanuit kostenbewustzijn de kwaliteit te handhaven en de juiste optimalisaties door te voeren” wordt vertaald naar mooie leerpleinen en in samenwerking met Freekids een doorlopende leerlijn van 0-13 jaar. We gaan samen het gebouw beheren en een mooie organisatie bouwen. Freekids werkt met assistenten die alleen op de voorschoolse, tussenschoolse en naschoolse momenten werken. Ik kan ook van die expertise gebruik maken en deze mensen een aanvullende baan aanbieden. Ik kon als school nooit een full time conciërge nemen en moest elke maand wel een onderhoudsbedrijf inhuren. Straks hebben we een full time beheerder die dat voor ons kan doen.” Kijk voor meer informatie op boa-advies.nl.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

63


Tekst: Alex Vogelzang

Minder lockers. . . maar wél SLIMMER! Stellingwerf College in Oosterwolde

SONESTO in Drachten bepaalt al sinds 1984 dé standaard in lockers. Ook in het onderwijs doet zij dit door steeds maar weer de grenzen op te zoeken van het mogelijke, het mooie en het duurzame. Directeur Alex Vogelzang: “Minder lockers kan door slim gebruik te maken van ons elektronische slot en de informatie die het lockermanagement genereert.”

I

n 1984 introduceerde SONESTO als eerste in de lockermarkt het zogenaamde driedimensionale deurtje. Een ijzersterk concept dat resulteerde in een ongekende robuustheid. Hufterproof werd een begrip. Pas 15 jaar later is het 3D-concept door de concurrentie gekopieerd. Veel onderwijsinstellingen zullen zich de SONESTO-locker met bekende facet-deur herinneren. Sterker nog, 35 jaar na de introductie doet de locker in veel scholen nog dienst naar alle tevredenheid. In 2003 kwam SONESTO met de revolutionaire composiet locker­ deur. Nóg sterker, nóg onderhoudsvriendelijker (sticker- en krasbestendig, stil, door-en-door gekleurd) en nóg duurzamer door zijn levens­lange garantie (techniek) en ongevoeligheid voor vuil, inkt en stickers, wat ten goede kwam aan de uit-

64

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

straling. Tot op heden is SONESTO uniek in de lockermarkt met de composiet deur. De nieuwe directeur Alex Vogelzang: “Soms heeft dit ook nadelen, bijvoorbeeld bij aanbestedingen. Als een aanbestedende partij composiet deuren wenst vanwege de extreem goede eigenschappen, moet zij de kenmerken van de gewenste deur omschrijven en niét het materiaal. Anders kan SONESTO niet in concurrentie aanbieden. Ten aanzien van het materiaal zijn er immers geen concurrenten, ten aanzien van de gewenste eigenschappen wél.” SONESTO-DNA Dit SONESTO-DNA heeft er voor gezorgd dat de onderneming al jaren vooroploopt ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen. Tegelijkertijd kiest


FACILITAIR EN BEHEER

het bedrijf met zijn noordelijke nuchterheid en bescheidenheid ervoor om de klant zélf te laten ontdekken hoe goed de producten zijn; van lockers tot en met de service er omheen. Met de woorden van de directeur, Alex Vogelzang: “Als je product goed is en opvalt door zijn techniek en/of design, dan vinden aanbieder en afnemer elkaar vanzelf en ontstaat een langdurige en ongeforceerde relatie.” Naast technische en esthetische superioriteit staat ook duurzaamheid hoog in het vaandel bij SONESTO; niet als product maar als bedrijfsfilosofie. In 2014 ontwikkelde SONESTO haar eigen elektronische slot en bracht dit op de markt onder de merknaam LoQit. Weer een innovatie die voorsprong oplevert voor de klant. Het LoQit-slot is het enige elektronische slot dat ontwikkeld is vanuit jarenlange ervaring met lockers en lockergebruik. Dát en levering van het complete lockersysteem door één partij merkt de klant. Het slot is met zijn slimme techniek en gebruiksvriendelijkheid zeer flexibel in te zetten in eenvoudige tot zeer veelzijdige Cloud-oplossingen. Duurzaamheid is in bovenstaande innovatieve producten vanzelfsprekend meegenomen, omdat duurzaam denken in het DNA van SONESTO zit. DUURZAAMHEID De ‘Ladder van Lansink - De Afvalhiërarchie’ onderscheidt drie categorieën van omgaan met afvalproducten. Preventie en hergebruik hebben de hoogste prioriteit. SONESTO streeft ernaar om met haar producten en diensten op deze hoogste trede te staan; kwantitatieve en kwalitatieve preventie en nuttige toepassing door producthergebruik. Alex: “Op het gebied van preventie adviseert SONESTO relaties soms om minder lockers te nemen of juist eenvoudige. Minder lockers kan door slim gebruik te maken van ons elektronische slot en de informatie die het lockermanagement genereert. Hier kan men denken aan timesharing of aan Lockers as a Service (LaaS). Eenvoudige lockers adviseren we als de specifieke toepassing ook met een eenvoudig mechanisch slotje kan. Deze sloten veroorzaken bijvoorbeeld in hun voortbrengingsproces veel minder milieubelasting door de toepassing van minder materialen en onderdelen. Daardoor is er minder transport nodig en, niet onbelangrijk, zijn de lockers beter te recyclen.” Alex noemt een voorbeeld van een onderwijsinstelling waar men heel slim gebruik maakt van weinig lockers voor een gecontroleerde, onbemande uitgave en inname van lesstof- en onderwijsmiddelen zoals leermateriaal, taken, dure instrumenten, gereedschappen. En een ander voorbeeld van een ziekenhuis waar hij de directie veel minder lockers kon adviseren door juist gebruik te maken van het slimme elektronische slot van LoQit. Terugdringen van materiaalgebruik is ook een belangrijke trede op de ladder!

Voorbeeld van materiaal hergebruik

“Het LoQit-slot is het enige elektronische slot dat ontwikkeld is vanuit jarenlange ervaring met lockers en lockergebruik”

Alex Vogelzang, algemeen directeur SONESTO B.V.

HERGEBRUIK Producthergebruik is als trede op de ladder minstens zo belangrijk: Geheel passend in het concept van ‘Urban Mining’ is SONESTO er klaar voor om de eerste composiet deuren uit de markt terug te nemen, te sorteren en te inspecteren en de zelfde deur weer geschikt te maken voor een tweede leven als lockerdeur. Kleine series worden intern gerefurbished, grote extern in samenwerking met een SW. Composiet ‘revived’! Met betrekking tot materiaalhergebruik leent de composiet deur zich uitstekend om compleet als product weer te hergebruiken. In tegenstelling tot vele andere producten lukt het SONESTO om tot 50% recycle-materiaal in een nieuwe lockerdeur te brengen. Alex: “Dit is uniek omdat de meeste circulaire producten slechts tot 20% recycle materiaal gaan naast 80% virgin”. Het zal duidelijk zijn dat bij SONESTO product-hergebruik de voorkeur verdient boven materiaal-hergebruik vanwege veel minder verbruik van virgin-materiaal en energie. CIRCULAIR Omdat SONESTO zelf nauwelijks uitval en terugname van composiet deuren kent, heeft zij een overeenkomst met de producent van de composiet lockerdeuren gesloten om uitval van andere producten uit hun productie te gebruiken voor SONESTO-recycle deuren. Deze deuren zijn alleen in een gemarmerd effect van zwart-wit tinten te verkrijgen. Hiermee draagt SONESTO bij aan de verkleining van de afvalstroom in de industrie. De eerste duurzame circulaire deuren kunnen worden geleverd. Kijk voor meer informatie op sonesto.nl.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

65


Tekst: Gom Onderwijs

Onderwijsparticipatie zet door in hboopleidingen facility management Het onderwijs van studenten Facilitair Management speelt zich steeds vaker buiten de schoolmuren af. Onderwijs, bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen trekken meer en meer samen op. Beperkte die intensievere samenwerking zich eerst vooral tot het mbo, ook in het hoger beroepsonderwijs raken theorie en praktijk steeds meer verstrengeld.

Z

o trokken studenten Facility Management van de Hanzehogeschool Groningen eropuit voor een onderzoek naar hospitality. Hogeschool Rotterdam liet studenten, in opdracht van Gom, de aantrekkingskracht van campussen in kaart brengen. “Als die student straks ergens gaat solliciteren heeft hij of zij niet alleen maar theoretische kennis opgedaan, maar ook al relevante praktijkervaring”, zegt Johan Hoekstra, senior beleidsadviseur Facilitair Bedrijf van de Hanzehogeschool. Samenwerken met onderwijsinstellingen is voor Gom niet nieuw. Op mbo-niveau 1 zijn er bij Zadkine Startcollege in Rotterdam twee Gom entree-klassen, op niveau 2 is er een samenwerking met het Albeda voor de praktijk­leerroute dienstverlening en op niveau 4 bestaat Youngflex al een aantal jaren, waarbij vierdejaars mbo’ers hun eigen bedrijf runnen. Maar onderwijsparticipatie is ook in het hbo waardevol. Zo kwam er in het voorjaar van 2018 een innovatie­ werkplaats Campus Design op de Hanzehogeschool Groningen, bedoeld om praktijkvragen te integreren in het onderwijs. Met Gom en de Hanzehogeschool Groningen hebben ook de gemeente Groningen, bedrijvenvereniging WEST en Triade hiervoor de handen ineen geslagen. TIENTALLEN INNOVATIEWERKPLAATSEN De Hanzehogeschool heeft inmiddels zo’n vijftig van die werkplaatsen, verdeeld over alle opleidingen. “Het aantal groeit nog steeds”, zegt Johan Hoekstra. “Zo’n innovatiewerkplaats kan een fysieke omgeving zijn, maar ook een virtuele. Waar het om gaat is dat het een samenwerking is tussen onderwijs, onderzoek en

66

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

“Zo’n innovatiewerkplaats kan een fysieke omgeving zijn, maar ook een virtuele”

beroepspraktijk en er reële opdrachten worden uit­ gezet. Dat kan een eenmalige opdracht zijn, maar het is bij voorkeur een langer lopende samenwerking. In ieder geval zit er een samenwerkingsconvenant achter.” Het snuffelen aan de praktijk is inmiddels vast verankerd in het onderwijsprogramma in Groningen via stages en innovatiewerkplaatsen.

Mieke Sprinkhuizen


FACILITAIR EN BEHEER “Dat studenten ervaring opdoen in de praktijk is een ambitie die we ook hebben gezet in ons strategisch plan 2015-2020. Het is van grote toegevoegde waarde dat studenten tijdens hun opleiding vaak in aan­ raking komen met de beroepspraktijk, in een setting waarin actuele vraagstukken worden behandeld.” ONDERZOEK NAAR HOSPITALITY OPLEIDINGEN Zo’n actueel vraagstuk was er. Gom wilde in kaart brengen in hoeverre opleidingen voor hun medewerkers op het gebied van hospitality aan hun doel beantwoorden. Daarvoor gingen 120 studenten van de Hanzehogeschool acht weken lang op onderzoek op drie locaties: de eigen hogeschool, de gemeente Groningen, beiden opdrachtgever van Gom en het UWV in de stad. Mieke Sprinkhuizen, senior accountmanager bij Gom Onderwijs: “De achtergrond van die onderwijspartici­patie is dat we het vak facility management breed willen professionaliseren. Daarvoor hebben we een paar jaar terug al een platform opgericht, samen met andere onderwijs­instellingen. Resultaten van onderzoeken willen we met elkaar delen en overdragen, zodat onderzoek steeds groter en diepgaander wordt. Er zijn actuele thema’s genoeg in facility management en er zijn voldoende studenten die inzetbaar zijn voor onderzoek. Voor zowel facilitaire bedrijven, het onderwijs en voor ons als facilitair dienstverlener is die samenwerking daarom interessant.” VOORSPRONG BIJ SOLLICITATIE De innovatiewerkplaats leert de hbo-studenten ook vaardigheden aan die minder eenvoudig uit de theorie te halen zijn, constateert Johan Hoekstra. “Wij laten onze studenten ervaring opdoen met bijvoorbeeld leidinggeven of met afspraken maken. Als die student straks gaat solliciteren heeft hij of zij niet alleen maar theoretische kennis opgedaan, maar ook echte managementervaring. Zo’n student heeft op de arbeidsmarkt meteen al een voorsprong.” ‘VOOR HET ECHIE’ Mieke Sprinkhuizen: “Je creëert voor die student een real life leeromgeving. Voor het andere onderzoek, naar de aantrekkelijkheid van campussen, hebben studenten van de Hogeschool Rotterdam eveneens te maken met échte opdrachtgevers. Ze hebben van elk facilitair bedrijf een volledig inzicht gekregen in hoe het facilitair bedrijf is ingericht en wat zij doen om hun campus zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Je krijgt dan echt een diep inkijkje in de facilitaire wereld van, in dit geval, de VU, de UVA, de TU Delft en de Hanzehogeschool Groningen. En als het ‘voor het echie’ is, merk je direct een verandering van attitude bij de studenten.” Johan Hoekstra beaamt: “Ik was bij de presentatie van de onderzoeksresultaten van de studenten van de Hanzehogeschool. Wat mij opviel was dat studenten

het niet alleen prettig vonden dat er een actuele opdracht was uitgezet, maar ook dat de opdracht­ gever er nauw bij betrokken was. Gom was met een delegatie van zeven personen aanwezig. Bij de studenten gaf dat toch de indruk dat dit een belangrijk onderzoek is. Alles straalde uit dat de studenten serieus werden genomen. Zoiets geeft energie. Niet alleen bij ons op de Hanzehogeschool, maar ook bij Gom heb ik gemerkt.” LOCATIE LATEN RUNNEN DOOR STUDENTEN Voor de Hanzehogeschool Groningen gaan de ambities op het gebied van onderwijsparticipatie zelfs nog verder. “In hogere hotelscholen kun je gewoon gaan eten. Al het werk wordt door studenten gedaan: de ontvangst, het bereiden van het eten. Naar dit voorbeeld onderzoeken we óf en hoe we één van onze locaties zouden kunnen laten runnen door studenten van Facility Management, in dit geval in samen­werking met Gom. Wat betekent het bijvoorbeeld voor de aansturing van het schoonmaakteam? Wat doe je met verantwoordelijkheden? Hoe regel je het budgettair? Hoe we het exact gaan doen, is nog in onderzoek. Maar het is wel een stip die we alvast op de horizon hebben gezet.” Kijk voor meer informatie op gom.nl/onderwijs.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

67


De etalage BNG Bank onderwijsdagen In 2019 organiseert BNG Bank in samenwerking met Schooldomein een reeks bijeenkomsten over actuele ontwikkelingen in het onderwijsvastgoed. BNG Bank stelt als betrokken partner voor een duurzamer Nederland de publieke sector in staat maatschappelijke doelstellingen te realiseren. Doel van deze onderwijsdagen is om scholen (PO/VO) als belangrijk onderdeel van de publieke sector te informeren over de diverse mogelijkheden om investeringen in onderwijsvastgoed te financieren. PROGRAMMA 12.30 uur ​Lunch 13.00 uur ​​Plenair programma ​14.30 uur ​Thematafels ​15.30 uur ​Einde Sibo Arbeek, hoofdredacteur van Schooldomein en partner van ICSadviseurs opent plenair met een overzicht van de huidige sector­ ontwikkelingen en de uitdagingen waar de sector voor staat.

LOCATIES EN DATA BNG Bank organiseert 3 onderwijsdagen dit jaar:

Vervolgens worden in de vorm van pitches drie verschillende mogelijkheden voor het realiseren van nieuw onderwijsvastgoed toegelicht. Daarna kunt u bij de verschillende initiatieven aan tafel aanschuiven voor nadere informatie en discussie: • Ontzorgingsconcept Bewust Investeren, Bart Hoevers • Ontzorgingsconcept Huren als Eigenaar, Donald van der Veen - SVn • Financiering van een school onder borgstelling door de gemeente, Mark Braaksma - Sweco

Agenda voor Docenten 2019-2020 Als docent wil je een agenda met een gebruiksvriendelijke indeling, ruimte voor roosters en handige cijfer- omrekentabellen. Logisch. De agenda voor Docenten is dan ook ontwikkeld op basis van docenten­input en tips met als uitkomst een uitgekiende agenda die vooral nuttig en handig is.

DOELGROEP De doelgroep betreft schoolbesturen PO/VO en ambtenaren/bestuurders van gemeenten (verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting). AANMELDEN Aanmelden voor een van de onderwijsdagen doet u online via: bngbank.nl.

Nationale Trendradar Onderwijsvastgoed erg actueel

De voordelen: • Overzichtelijke indeling • Specifieke bindwijze voorkomt dichtklappen • School en privé in één agenda • Ruimte voor mentorinformatie

In de media is er volop aandacht rond twee thema’s: de snelheid van verduurzaming van schoolgebouwen en de discussie over de vernieuwing van het onderwijs. Maar wat is echt goed voor de leerling? Dit maakt de trends in de trendradar onderwijsvastgoed weer extra actueel. Wat is de visie van stakeholders binnen het onderwijs en de gemeenten? U leest het in de Trendradar Onderwijsvastgoed.

Kijk voor meer informatie op tenbrinkuitgevers.nl/agenda-voor-docenten-2019-2020.

Bekijk/download de Nationale Trendradar Onderwijsvastgoed op schooldomein.nl/trendradar-onderwijsvastgoed.

Ieder jaar gebruiken meer dan 10.000 docenten uit het voortgezet onderwijs en secundair beroepsonderwijs de Agenda voor Docenten.

68

• Dinsdag 25 juni 2019 ​Ons Middelbaar Onderwijs (OMO), Waalwijk • Donderdag 17 oktober 2019 Noorderpoortcollege, Groningen • Donderdag 14 of 21 november 2019 Midden in het land (locatie volgt)

SCHOOLDOMEIN

mei 2019


Column Duidelijkheid over kwaliteit, investering en exploitatie Herman Wesselink College, Amstelveen

Goede gebouwen zijn een basisvoorwaarde om uw onderwijsvisie te kunnen realiseren. Verbouwen of nieuw bouwen: elk proces heeft zijn eigen aanpak nodig. Daarbij is duidelijkheid over kwaliteit, investering en exploitatie noodzakelijk. bbn adviseurs biedt ondersteuning in alle fasen van het proces. Wij zijn in het PO, VO, MBO en HO actief met advisering over huisvesting, duurzaamheid, kosten en exploitatie en bouwmanagement.

bbn adviseurs, De Molen 100 Houten T +31 (0)88 226 74 00

E info@bbn.nl

W www.bbn.nl

IS ER NOG TOEKOMST VOOR DE ARCHITECT? Architecten hebben iets voor op ons futurologen. Zij creëren zelf de toekomst. Wat zij ontwerpen en bouwen, blijft meestal heel lang bestaan. Zo geven ze vorm aan, faciliteren of frustreren ze het gedrag van mensen tot ver in de toekomst. Dat levert verplichtingen op naar allen die in de toekomst gebruik zullen maken van de objecten die zij als ontwerper hebben vormgegeven. De manier waarop wij tegenwoordig gebouwen verlichten, ventileren, beschermen, verwarmen, koelen en waarop wij ons verplaatsen, slapen, ontmoeten en recreëren, ja bijna alles dus, is tegenwoordig anders dan vroeger. Zelfs de fysieke omgeving waarin wij tegenwoordig bouwen is veranderd. Onze winters worden steeds natter en warmer, onze zomers heter en droger. Waren airco’s vroeger een overbodige luxe, langzamerhand worden ze een noodzakelijkheid. Hoe zal die toekomst eruit gaan zien? Gaan we naar nog meer groei toe of krijgen we juist een enorme terugval? Krijgen we een toekomst met straks misschien extreem goedkope energie? Alles recyclebaar, alles extreem duurzaam? Met zeer langlevende mensen, die een leven lang blijven leren? Met een ‘homepitaal’ in plaats van een hospitaal? Geregeerd door kunst­ matige intelligentie. Wat kan een menselijke architect nog aan meerwaarde bieden tegenover de AI als ontwerper, (de ‘arti-tect’, of ‘archi-bot’) die straks als collega, concurrent, medewerker of assistent ook steeds beter, goedkoper, sneller, creatiever, veiliger of zelfs meer ‘toekomstproof’ kan ontwerpen? Architecten hebben macht over en invloed op de toekomst. Met de plicht om gebouwen en een gebouwde omgeving te ontwerpen en te bouwen die bij­ dragen aan een toekomst. Een duurzame toekomst, met vergroening, herstel van biodiversiteit en sociale rechtvaardigheid. Geen Utopia, maar een Eutopia. Gebouwen die leefbaar, duurzaam, flexibel en betaalbaar zijn. Die bijdragen aan sociale cohesie en aan de noodzakelijke maatschappelijke transities. Dat is een opdracht die je niet kunt delegeren aan een algoritme. Dit vraagt om morele en ethische oordelen die je niet kunt overlaten aan een machine. Dit vraagt om visie en durf. Daarmee komen we toch weer bij de futurologen terug. Samenwerking tussen architecten en futurologen lijkt mij daarom een win-win. Met de inbreng van futurologen kunnen architecten meer ‘toekomstproof’ ontwerpen en door bij te dragen aan het werk van architecten creëren futurologen toch ook zelf (mede) een beetje de toekomst. Peter van der Wel is futuroloog. Meer informatie: www.vanderwel.net.

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

69


colofon Schooldomein

Magazine voor de perfecte leef-, leer- en werkomgeving sinds 1988. Schooldomein verschijnt zes keer per jaar. Op internet: www.schooldomein.nl. Uitgever Schooldomein is een uitgave van Schooldomein Relaties en Ten Brink Uitgevers Redactie Sibo Arbeek, Paul Voogsgerd, Brenda Breems Vaste medewerkers Martijn Buskermolen (fotografie), Jaap de Kruijf, Anje Romein, Kees Rutten (fotografie), en Martine Sprangers

6

(fotografie).

no.

Redactieraad De redactie en de partners van Schooldomein onder voorzitterschap van Edward van der Zwaag. Redactieadres Postbus 59112, 1040 KC Amsterdam, tel 06 82548370 E-mail: info@schooldomein.nl Arrangementen partners Schooldomein.

Foto: Lucas van der Wee

Voor het plaatsen van artikelen, advertenties of advertorials in het magazine Schooldomein, kunt u contact opnemen met Brenda Breems van Schooldomein Relaties, Postbus 59112, 2014 BT Amsterdam, telefoon 06-82548370, brenda.breems@schooldomein.nl. Voor de

OOG voor Ontwerpen voor de toekomst

online activiteiten van Schooldomein (website en sociale media) kunt u contact opnemen met Paul Voogsgerd, Zuiderkruis 588, 3902 XS Veenendaal, paul.voogsgerd@ schooldomein.nl, 06-46337000. De advertentietarieven en arrangementen van Schooldomein vindt u op www. schooldomein.nl. Abonnementen Betaling, opgave, abonnement, opzegging en adres­

Het volgende nummer van Schooldomein ligt eind juni in de bus en kent als thema ‘OOG voor Ontwerpen voor de toekomst’. Een bijzonder thema; ontwerpen voor de toekomst. Niemand kent hem nog, maar de contouren zijn al langer zichtbaar. Wat betekent het voor de gebouwde omgeving en het publieke domein? We gaan er weer een mooi nummer van maken. Een greep uit de artikelen:

wijziging kunt u doorgeven aan Administratie Schooldomein, Postbus 1064, 7940 KB Meppel, tel (085) 27 36 36 7, e-mail: sdo@tenbrinkuitgevers.nl. Schooldomein verschijnt zes keer per jaar in controlled circulation voor alle instellingen in het primair-, voortgezet-, middelbaar- (ROC’s) en hoger onderwijs (hbo en wo). Elke instelling krijgt op instellingsnaam een exemplaar toegestuurd. Daarnaast krijgen alle gemeen-

• Groot interview met bijzonder hoogleraar Frank de Jong: Over responsief leren, het construeren van kennis, kenniscreatie en ecologisch intelligent handelen. • Bewegen in MFA Noorderhuis in Noordeloos: met een unieke vloer voor Sporthal de Smidse Berg. • Het luistert nauw op De Henricus Amsterdam: prachtige akoestiek in deze geslaagde renovatie. • Eerste verjaardag C.T. Stork College: steeds meer venster op nieuwe beroepen en leefwerelden. • De toekomst en het Technova College: hoe ontwerp je een gebouw dat blijvend verbinding maakt met zijn omgeving? • Praktische adviezen voor 20 Haagse scholen: welke lessen zijn er te trekken uit uitgevoerde energiescans? • IHP’s worden duurzamer en beter: een debat over de ontwikkeling van het sturen van capaciteit naar een gezamenlijke visie op vitaliteit en duurzaamheid.

70

SCHOOLDOMEIN

mei 2019

ten Schooldomein toegestuurd. Voor meerdere exemplaren alsmede voor abonnementen voor particulieren, instellingen en bedrijven geldt een abonnementsprijs van e 45,- voor losse nummers e 8,- incl. verzendkosten. Abonnementen kunnen schriftelijk tot uiterlijk 1 juli van het lopende abonnementsjaar worden opgezegd bij de administratie van drukkerij Ten Brink. Bij niet tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Productie Grafische productie: Drukkerij Ten Brink, Meppel Projectbegeleiding: Communicabel, Veenendaal Vormgeving en website: FIZZ | Digital Agency – fizz.nl Schooldomein wordt mede mogelijk gemaakt door een groot aantal partners. Een overzicht daarvan vindt u op pagina 5.


FLEXIBELE ESTHETICA WAAR HET STIL VAN WORDT

DESIGN & AKOESTIEK

GEEN ZORGEN – DE LUCHT IS SCHOON! Werken in een flexibele en rustige omgeving

PA N E E LWA N D E N G L A S WA N D E N S C H U I F WA N D E N V O U W WA N D E N

Met haar mobiele wandsystemen haalt BREEDVELD het beste uit elke ruimte. De focus ligt op Met emissiearme rubber vloerbedekkingen voor gezonde leefomgevingen duurzaamheid, esthetiek, akoestiek, gebruiksvriendelijkheid en klanttevredenheid. Dat geldt voor alle

Goede binnenlucht rustige leeromgeving zijndubbelwandige van bijzonder (smart)glaswand. groot belang producten:en vaneen paneelwanden tot ingenieuze in kinderdagverblijven, scholen en universiteiten. Onze hoogwaardige vloerbeinformatie: www.breedveld.com +31 (0) 487 dekkingenMeer zijn daarom gemaakt van emissiearme– Tmaterialen, die542888 extreem sterk zijn en de geluidproductie minimaliseren. www.nora.com


Heeft u er ooit bij stilgestaan dat kinderen meer tijd op school doorbrengen dan waar dan ook, behalve in hun eigen huis? Ze zitten in totaal ongeveer tweehonderd dagen per jaar op school. De vraag is dus hoe we klaslokalen zo kunnen ontwerpen dat ze een gezonder binnenklimaat krijgen en de leerprestaties beter ondersteunen. Lees hier meer over op vms.velux.nl.

Hanzehogeschool Wiebengacomplex, Groningen Lessenaarsdak (96 modules)

SPORTDOMEIN | ZORGDOMEIN | WIJKDOMEIN

Magazine voor de perfecte leer-, werk- en leefomgeving

SCHOOLDOMEIN

Een gezond binnenklimaat voor een betere leeromgeving

5 oog voor

no. jaargang 31 mei 2019

circulair organiseren

VAN SCHAAFBANK naar hotspot CIRCULAIR ORGANISEREN Waar moet ik nu beginnen? HET GEBOUW als grondstoffenbank DUURZAME, PERMANENTE verplaatsbare houten modules


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.