Schooldomein 6 - juli 2017

Page 1

CSG Eekeringe Steenwijk Afdeling verzorging geheel in stijl vormgegeven.

Het inrichten van scholen is echt een vak op zich. Hoe vertaal je het onderwijskundig concept naar de inrichting van een gebouw? Welke meubeloplossing past het best bij de leerling? Wordt er individueel of in groepsverband gewerkt? Welke sfeer wil je als onderwijsinstelling uitstralen, wat is de beleving in de school? Hoe stem je de personeelsruimtes hierop af?

Middelsee College Sint Annaparochie. Thema voor de aula was ‘buiten’ naar binnen halen

Allemaal relevante vragen die je beantwoord wilt zien als je aan de slag gaat met het duurzaam (her-) inrichten van een school. Hierbij helpt STALAD u graag, want samen maken wij de mooiste scholen. Wilt u hier meer over weten? Neem contact op met STALAD. Wij adviseren u graag om samen de mooiste school te maken!

STALAD onderwijsinrichting • 038 720 0610 • verkoop@stalad.nl • www.stalad.nl

jaargang 29, juli 2017

twitter.com/schooldomein facebook.com/schooldomein

6

no.

Altijd de laatste updates van Schooldomein?

Magazine voor de perfecte leer-, werk- en leefomgeving

Lauwers College Buitenpost De personeelsruimte is een oase in een drukke schoolomgeving.

SPORTDOMEIN | ZORGDOMEIN | WIJKDOMEIN

Corlaer College Nijkerk Bijzondere inrichting techlab.

SCHOOLDOMEIN

STALAD werkt vanuit beleving

THEMA: UNIEK EN ONDERSCHEIDEND VOORWAARDEN VOOR een levende en duurzame buitenruimte KANSEN VOOR gepersonaliseerd leren OP WEG NAAR EEN NIEUWE SAMENHANG tussen stad en onderwijs RESULTATEN GREEN DEAL SCHOLEN na één jaar


Onderwijsvastgoed Dag 2017 Strategische keuzes en duurzaamheid

GERFLOR ONDERWIJS

26 september 2017 10.00 uur – 17.00 uur Theater Maitland, Landgoed de Horst, Driebergen

G-POWER FOR BETTER RESULTS

Ontwikkelingen in het onderwijsvastgoed, in de bekostiging en in duurzaamheid staan centraal. Welke keuzes worden gemaakt, visies over de school, over oude en nieuwe schoolgebouwen, interessante casussen van gerealiseerde projecten. Creativiteit betreffende normvergoedingen en financiering komen allebei aan bod in zowel het plenaire als het break-out programma. Duurzaamheid wordt ook voor het onderwijsvastgoed steeds belangrijker en wordt op allerlei wijzen opgepakt. Ook op het programma staan de resultaten van het breedte- en diepte onderzoek frisse scholen in Amsterdam. Op de Onderwijsvastgoed Dag 2017, georganiseerd door IVVD, Ruimte-OK en Schooldomein wordt dieper ingegaan op deze en andere ontwikkelingen in het onderwijs. Een dag vol inspirerende voorbeelden, case studies en best practices. Uw dagvoorzitter is Sibo Arbeek.

Programma 09.00 uur – Registratie en ontvangst 10.00 uur – Strategische keuzes en duurzaamheid – deel 1 • Uitwerking gemeentelijk duurzaamheidambitie in nieuw IHP - Henk Veldhuizen (wethouder Gemeente Utrechtse Heuvelrug) • Duurzame en toekomstbestendige onderwijshuisvesting - Chantal Broekhuis (Hoofd Facility & Huisvesting PCOU Willibrord) • Realisatie nieuwe huisvesting TIAS Utrecht - Professor Menno Maas (TIAS Utrecht Business School) 11.30 uur – Pauze 12.00 uur – Strategische keuzes en duurzaamheid – deel 2 • Het 4e Gymnasium (winnaar publieksprijs Nederlandse Bouwprijs 2017) - Sjaak Huijsman (bouwmanager Gemeente Amsterdam) • Resultaten breedte- en diepte onderzoek naar frisse scholen in Amsterdam - Aga Spuijbroek (Gemeente Amsterdam) en Machiel Karels (Buroloo) 13.00 uur – Lunch 13.45 uur – Break-out sessies 1 - keuze uit 4 onderwerpen 1. Energiesponsoring voor onderwijsvastgoed en scholen - Peter van Dommele (directeur Softs) 2. Doordecentralisatie of zijn er alternatieven - Maarten Groenen (consultant ICSadviseurs) 3. Aanbesteden op duurzaamheidprestaties - Remco Berghuis (vastgoedontwikkelaar Gemeente Rotterdam) en John Mak (directeur W/E adviseurs) 4. ‘Nul op de nota’ - Albert Hulshoff (Stichting Maatschappelijk Vastgoed) 14.15 uur – Zaalwissel 14.30 uur – Break-out sessies 2 - keuze uit 4 onderwerpen 1. Duurzame financiering van onderwijshuisvesting - Menno van Noort (sectormanager Onderwijs Rabobank) 2. Uitvoering erkende maatregelen activiteitenbesluit milieubeheer - Christian de Laat (senior vakspecialist energie DCMR) 3. Rendement op alle niveaus - Andre Wiesman (adviseur huisvesting en innovatie Essentius) 4. Eenvoudig energie besparen met garantie - Albert Hulshoff (Fit our Future) 15.00 uur – Pauze 15.30 uur – Strategische keuzes en duurzaamheid – deel 3 • Stad als school, school als stad - Matthijs de Boer (Matthijs de Boer Stedenbouw) • Van school van toen naar school van morgen - Wilma Kempinga (partner bij Mevrouw Meijer) • School zonder lokalen - Sander Ros (RoosRos Architecten) 16.45 uur – Netwerkborrel

Sprekers

TOTAAL CONCEPT

G-POWER

C

M

VLOERBEDEKKING

Y

CM

SPORTVLOEREN

MY

CY

CMY

WANDBESCHERMING LEUNINGEN

K

ACCESSOIRES

Hoeveel G-POWER wilt u? Gerflor draagt bij aan een goede en fijne onderwijsomgeving. Met voor iedere ruimte – van gangen, leslokalen en collegezalen tot gymzaal en praktijkruimten – een totaalpakket voor optimale bescherming van vloeren en wanden. Fris en eigentijds, veilig, geluiddempend, comfortabel en ook: hygiënisch en onderhoudsvriendelijk. Leerlingen, studenten en docenten zullen het bevestigen. Gerflor biedt u álle power die u zoekt. BEHOEFTE AAN G-POWER? 31 (0) 40 266 1700 AANBEVOLEN DOOR HERRIEMAKERS

Praktische informatie Voor wie: Voor toezichthouders/schoolbesturen, directie en staf van schoolorganisaties, verantwoordelijken bij gemeenten voor scholen en anderen die zich in het dagelijks werk bezighouden met onderwijsvastgoed. Uw investering: € 325,= excl. BTW voor scholen en gemeenten en € 395,= excl. BTW voor overige organisaties. Lunch, koffie, thee en netwerkborrel zijn inbegrepen. Aanmelden: Kijk op www.onderwijsvastgoeddag.nl en klik op Inschrijven.

WWW.GERFLORBENELUX.COM


VAN DE REDACTIE

DENKEN EN DOEN Bij het afscheid van de nu al legendarische huisvestingsambtenaar Hans Huizinga van de gemeente Amsterdam somde hij de hoeveelheid gebouwen op die hij in 20 jaar namens de gemeente Amsterdam en samen met de schoolbesturen heeft gerealiseerd: 21 keer nieuwbouw, 31 ingrijpende verbouwingen en aanpassingen en 23 grote uitbreidingen. Dus in totaal 75 grote en ingrijpende voor­zieningen in het voortgezet onderwijs. Dat zijn heel wat lintjes voor de respectievelijke bestuurders in de stad geweest. Het afscheid vond plaats in één van zijn laatst opgeleverde gebouwen: het IJburg 2 College voor havo/ vwo. Volgens rector Nico Moens een volgende stap op weg naar de school als kathedraal voor de samenleving, waarin denken en doen zijn verbonden; een plek of faciliteit waar wordt geleerd, gewerkt, gelachen en vooral ontmoet. Nico leidde me rond door het gebouw dat vooral uit grote ruimten bestaat, verbonden door een Escher-achtige trap. Grote ruimten als ateliers waarin alles elke dag weer opnieuw mogelijk is. In één van de ruimten waren leerlingen bezig een boot te bouwen die op solarenergie het IJsselmeer rond moet gaan varen. Alles rond die boot in aanbouw is denken en doen; het bouwen, het berekenen, het nadenken over de benodigde energie in relatie tot de wedstrijd, het onderhandelen, het zoeken naar sponsors, de marketing en ga zo maar door. Het is onderwijs en ondernemerschap. Het is een gebouw waarin denken en doen samengaan. Denken en doen is ook het Leidmotief van het gebouw Quintus van het Dr. Nassau College in Assen. Directeur Albert Noord en afdelingsleider onderbouw Connie Vanderveen stellen dat het gebouw een omhulsel is

ONZE VISIE

Schooldomein is een verrassend magazine voor managers en beleidsmakers die relevante beleidsinformatie, praktijkvoorbeelden en productinformatie vertalen in een optimale leer-, werk- en leefomgeving. Schooldomein biedt informatie rond de infrastructuur, organisatie en huisvesting van instellingen. Schooldomein is bedoeld voor iedereen die op het niveau van overheid,

instellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties betrokken is bij het vinden van oplossingen voor samenhangende vraagstukken in de non profit en profit sector.

HET NETWERK

Schooldomein wordt zes keer per jaar gratis verstrekt aan alle onderwijsinstellingen en gemeenten in Nederland. Het blad wordt gefinancierd uit de exploitatie van advertenties, advertorials, artikelen en de bijdragen

voor een perfect uitgewerkte visie die vooraf geformuleerd moet zijn: “Wij weten inmiddels dat je denken en doen moet verbinden. Visies als Kunskapskolan of Dalton zijn een blauwdruk op het onderwijs en dat draaien we om. Je moet het onderwijs niet laten leiden door blauwdrukken, maar het onderwijs in je eigen omgeving vormgeven.” Dat denken over de essentie van het onderwijs komt ook terug in het artikel over de BMV Hoensbroek, waarvan visie en gebouw rond de thema’s Rust en Gedoe zijn ontwikkeld. Het is één van de eerste projecten die past in de visie van IBA Parkstad, met als doel de vermoeide (ex-mijn-) regio te vitaliseren en te innoveren. IBAParkstad koppelt kritiek op de bestaande aanbestedingsstructuren en -rollen aan de overtuiging dat pedagogiek leidend moet zijn in de ontwikkeling van concepten en gebouwen. Kees Willems heeft de BMV ontworpen rond de thema’s rust en gedoe en dat alles in een omarmend gebaar naar de beek en het omliggende historisch groen. Mooie gesprekken, ontmoetingen en vooral goede voorbeelden van leeromgeving en gebouwen die faciliteren en daardoor tijdloos zijn. Ik roep toekomstige opdrachtgevers vooral op niet verstrikt te raken in onderwijskundige visies, maar vooral te ervaren wat ruimtelijke kwaliteit kan doen die denken en doen en rust en gedoe faciliteren. Want onderwijs gaat altijd over denken en daar heb je plekken voor nodig die met rust en gedoe te maken hebben. Dat alles heeft geleid tot een hele mooie Schooldomein vol interessante en beeldende good practises en debatten. Veel leesplezier en we zien u graag terug aan het begin van de 30e jaargang! Sibo Arbeek, Hoofdredacteur

van partners. Schooldomein fungeert als een netwerk, waarbij partijen een meerwaarde genereren door een samenhangend product te bieden. Schooldomein fungeert als een platform voor alle partijen die een bijdrage willen leveren aan de kwaliteit van de onderwijsinfrastructuur.

UW MENING

Wij stellen uw mening zeer op prijs. Voor reacties kunt u mailen naar sibo.arbeek@schooldomein.nl.

U kunt ook reageren via de site www.schooldomein.nl. Praktische informatie vindt u in het colofon.

INTERNET

Voor meer informatie over School­domein en dit nummer kunt u kijken op www.schooldomein.nl. Via deze site kunt u onder meer alle artikelen van de afgelopen jaargangen opvragen, winkelen in onze rubrieken en relevante markt­ informatie zoeken.

wordt mede mogelijk gemaakt door:

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

3


INHOUD BESTUUR EN BELEID

6

oorwaarden voor een levende en V duurzame buitenruimte Lodewijk Hoekstra over de ontwikkeling van NL Greenlabel.

9

Kansen voor gepersonaliseerd leren Gepersonaliseerd leren dringt in alle facetten van het leerdomein door. Wat zijn de grote lijnen?

ONTWERP EN INRICHTING

13

25 leerplekken in beeld

14

O p weg naar een nieuwe samenhang tussen stad en onderwijs

Waar leer jij? Hulpmiddel bij het differentiëren in werkplekken.

FLEX TEST ROC: leeromgevingen waar school en beroepspraktijk in elkaar schuiven.

18

STALAD werkt vanuit beleving

22 24 29 32

16

Van leverancier van meubels naar integraal ontwerper van omgevingen.

Focus op ontmoeting Geslaagde vernieuwbouw Stadhuis Wageningen.

Licht is emotie Een discussie over alle aspecten van daglicht.

Voorsorteren op energieneutraal Scholen nu al klaar voor de Big BENG?

T ransparant concept faciliteert onderwijsvisie Duurzame nieuwbouw Oecumenische Basisschool De Capelle in Amsterdam-Noord.

THEMA

Uniek en onderscheidend Hoe kun je de waarden ‘Uniek en onderscheidend’ vertalen naar het gebouw en de inrichting ervan? Twee architecten pakten de handschoen op.

34

Spectaculaire trappenpartij in IJsselcollege

36

V errassende inpassing brede school binnen stedenbouwkundig kader

Nieuw IJsselcollege biedt alle onderwijsrichtingen onder één dak.

De Groene Draad verbindt de scholen met de wijk en het duurzame karakter ervan.

39

Het gebouw als een grondstoffenbank

42

G oed geslaagde herontwikkeling van oud kantoorgebouw

Flexibel en circulair bouwen is werken aan een duurzame samenleving.

Fraaie inrichting voor nieuw pand TIAS-School for Business and Society in centrum Utrecht.

44

M et LCC lagere huisvestingskosten en meer geld voor onderwijs Goede methode om de exploitatiekosten van onderwijshuisvesting te optimaliseren.

4

SCHOOLDOMEIN

juli 2017


46

Resultaten Green Deal Scholen na één jaar

48

T echnova College (ROC), een innovatie in techniekonderwijs en bouwtechniek

Schoolbesturen en gemeenten op weg naar gezonde, duurzame en betaalbare schoolgebouwen.

Broedplaats voor innovatie in de techniek in samenwerking met het bedrijfsleven.

51

IHP wordt Masterplan in Zutphen

54

O nderscheidend op het gebied van duurzaamheid

Van integrale huisvestingsplannen voor 4 jaar naar Masterplan onderwijshuisvesting voor 15 jaar.

Onderwijsinstellingen hebben een voorbeeldfunctie in het ‘duurzaam’ opvoeden van kinderen.

57

Transparant gebouw voor stilte en gedoe

61

N etwork Academy Program van Cisco biedt kansen voor onderwijs

BMV Hoensbroek-Zuid denkt fundamenteel na over de kernwaarden binnen het onderwijs.

Nieuw programma stimuleert de digitale leeromgeving concreet en laagdrempelig.

65

W aarin Vlaamse onderwijshuisvesting verschilt van een Nederlands schoolgebouw Nieuwbouw kOsh: een unieke eerstegraadscampus in Herentals.

68 71

De architect als bewaker van kwaliteit Bijzondere casus brede school Ibisdreef Utrecht.

Denken en doen gaan altijd samen Geslaagde vertaling visie in gebouw Quintus in Assen.

FACILITAIR EN BEHEER

76

Hollandse Meesters creëren de ideale vloer Nieuwe vloermogelijkheden voor de aansprekende leeromgeving.

RUBRIEKEN

28 28 79 80 80 81 82

Kort nieuws Onderwijstrends door Jaap de Kruijf

Innovatie: partners van Schooldomein inspireren elkaar

Kort nieuws Meester – Gezel op MBO Amersfoort Column van Bas Hasselaar Vooruitblik naar Schooldomein 1

34 36 43 67 71


Tekst Sibo Arbeek

NL GREENLABEL ALS KERNACTIVITEIT

Voorwaarden voor een levende en duurzame buitenruimte Lodewijk Hoekstra is vooral bekend van Eigen Huis en Tuin en Green-Kids, waar hij laat zien hoe je bestaande tuinen tot duurzame plekken kunt transformeren. Inmiddels heeft hij samen met een aantal bekende stakeholders, waaronder Nico Wissing, een visie ontwikkeld op een levende en duurzame buitenruimte, vertaald in het NL Greenlabel.

6

SCHOOLDOMEIN

juli 2017


BESTUUR EN BELEID

heeft kennelijk geen verbinding met de omgeving en dat is raar. Duurzaamheid moet geen hoofdstuk in je ambitie zijn, maar vormt de essentie ervan. Het is het DNA van elk project en verbindt het object met de materialen, de omgeving en het landschap. Onder het mom van groen gaat veel mis; alleen door groen integraal te verweven met de opgave kun je meters maken. Je moet ook kennis van de materialen en grondstoffen hebben zoals de levensduur en impact op biodiversiteit. Dat betekent dus dat je integraal met kennis van zaken naar een opgave moet kijken. Duurzaamheid in relatie tot scholen gaat over meer dan alleen techniek en zonnepanelen. Je moet het in zijn totaliteit beschouwen. Naast energiebesparing kun je nog iets doen met water en bijvoorbeeld groen op het schoolplein en dat dan ook gelijk meenemen in het lesprogramma zodat kinderen veel bewuster worden van duurzaamheid.” ECOLABEL “Vaak is er sprake van een lineair en top down proces. De groenvoorzieningen staan achter in het rijtje van het uitvoeringstraject. Ik noem dat ook wel decoratie­ groen of peterseliegroen in of rond een gebouw of woonwijk. Je kunt ook bedenken dat er in het begin al een landschap met veel groenaanleg was, waar later de gebouwde omgeving in kwam. Maar zo hebben we nooit naar een opgave gekeken. Daarom was een ecolabel nodig; het NL Greenlabel is een ecolabel voor natuur en biedt je informatie over de materialen waar je mee werkt, een beetje vergelijkbaar met het energielabel van een wasmachine. Wij worden bijgestaan door onze Wetenschappelijke Raad van Advies. Jolanda Maas is senior onderzoeker Sociale Geneeskunde aan de VU. Zij stelt ook dat vergroening en ontregeling van de openbare ruimte heilzaam kan werken en dat groen ontstresst.”

L

odewijk: “Het is grappig dat ik nu uiteindelijk met gebiedsontwikkeling te maken heb. Dat had ik een paar jaar geleden niet gedacht, toen ik veel voor TV deed en vooral het imago van de commerciële tuinman had. Vanuit die rol ben ik verder gaan denken over de natuur, het klimaat en onze rol daarin. We vormen onderdeel van het ecosysteem maar gedragen ons er niet naar. Voor het gebouw is er al een Breeam certificaat, is er een Frisse Scholen label en het Bouwbesluit. Het gaat mis buiten het gebouw en op het gebouw. Duurzaamheid vertalen we naar binnenklimaat en installatietechniek maar planten in de klas en groen op het het dak horen daar niet bij. Het gebouw

INTEGRAAL NADENKEN “Steden veranderen en de stedelijke opgave verandert. Gemeenten moeten meer doen met klimaat, natuur, maatschappelijk ondernemerschap en parti­ cipatie, maar ik mis de samenhang in hun aanpak vaak. Veel gemeenten korten juist op groen, terwijl wanneer je visie op groen koppelt aan participatie. Integraal nadenken over de mens in relatie tot zijn omgeving is belangrijk. Welke kwaliteit omgeving bevordert het leren, zorgt ervoor dat je sneller geneest of minder snel vereenzaamt? Wanneer je bij de inrichting van een gebouw de natuur als uitgangspunt neemt ga je daar automatisch eerder over nadenken. We zien een tendens bij vooral mbo-scholen om meer integraal te bouwen, waarbij de bouwer en tuinarchitect mee mogen denken over de inrichting van het onderwijs. Een vriend van mij heeft een binnentuin

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

7


in een kantoor ontworpen, waardoor de klimaat­ installatie niet meer werd gebruikt. Dan praat je over het verschil tussen een investering van anderhalve ton versus anderhalf miljoen. Er verandert veel, maar juist in de crisis zag je bij ontwikkelaars iets veranderen. Ineens was er oog voor de natuurlijke omgeving en de inbedding in het landschap. Partijen werden gestimuleerd na te denken over elementaire dingen en ineens werden woonwijken met aandacht voor vorm en diversiteit gebouwd, met een mooie verbinding met de aanleg van tuinen en omliggend groen. De druk om te produceren was minder. Nu gaat het weer als een raket en krijg ik soms het gevoel dat we terug bij af zijn.” MAXIMALE KWALITEIT “Ik kijk graag naar het hele proces, waarbij we voor de maximale kwaliteit van de leer- en leefomgeving gaan. Dan kun je vanaf het begin meedenken hoe het beheer er over vijf jaar uitziet. Mijn ervaring is dat je alle stakeholders om tafel moet krijgen, dan praat je over de ontwikkelaar, de bouwer, de ambtenaar en architect, maar ook over een ecoloog. Hoe maak je een natuurlijke omgeving waarin mensen en dieren samen kunnen wonen en een gebouw een broednest voor diersoorten wordt. Het is soms jammer dat er vooral naar geld wordt gekeken, terwijl wat meer tijd vooraf om integraal na te denken tot 50% besparingen in het beheer van het openbaar groen kan opleveren. Meer biodiversiteit betekent minder beheerskosten. Zo zijn er tussen de 5 tot 30% minder onderhouds- en beheerkosten te behalen.” Daarom hebben we nu ook een gebiedslabel, waarmee je buitenruimte kunt beoordelen. Dat doen we op de aspecten ontwerp, aanleg en onderhoud, producten en materialen, energie en klimaat, bodem en water, biodiversiteit, relatie mens en omgeving en de borging van die verschillende elementen. Vaak starten we met een nulmeting om de startsituatie in kaart te brengen. Het hoogst haalbare is een NL Greenlabel gebiedslabel A. Het gebiedslabel is een bron waaruit je kunt putten om het gebiedsontwerp te verduurzamen. Zo hebben we met een aantal partners alweer de derde Green Deal gesloten om 1.000 hectare nieuwe stedelijke natuur in drie jaar tijd te ontwikkelen. Dan kan het om een braakliggend terrein gaan of een vervelende plek in de stad of een verouderd bedrijventerrein. In Arnhem hebben we vlak bij het nieuwe stationsgebied, dat overigens wel heel veel beton is, het verpauperde Coehoornpark en er samen met bewoners een mooie natuurlijke plek van gemaakt. Zo ben ik betrokken bij een project van Heijmans. Er lag al een plan om grote hoeveelheden beschoeiden toe te passen, maar het bleek dat natuurvriendelijke oevers veel beter pasten en goedkoper waren. De aansluiting bij het omliggende weidelandschap is zo veel beter en draagt bij aan het duurzame karakter van de wijk.

8

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

“De groen­ voorzieningen staan achter in het rijtje van het uitvoerings­ traject; ik noem dat ook wel decoratie­ groen of peterselie­ groen”

Uiteindelijk wil iedereen in de natuur wonen. Dat levert een hogere waarde van het onroerend goed op. In Capelle aan de IJsel hebben we een nulmeting gedaan en daar kwam een C-label uit en dat resulteerde in concrete stappen die gezet kunnen worden om de binnenstad op een groenere en duurzamere wijze in te richten. Er is blijkbaar teveel verharding en te weinig relatie tussen groen en de bebouwing en daar kan men nu dus wat aan doen. Dan is het NL Greenlabel gebiedslabel een praktische procestool om over de gezamenlijke ambitie te praten” ECOLOGISCHE GESCHIEDENIS “De relatie tussen mens en omgeving hebben we ook vertaald naar een duurzaamheidshandboek. In elke fase van het project kun je het begrip duurzaamheid vertalen, net als bij de ontwikkeling van een gebouw. Elke wijk, dorp of gemeente heeft een ecologische geschiedenis of print. Stel dat een gemeentebestuur besluit om een bedrijfsterrein te ontwikkelen. Daardoor kan de organische ontwikkeling van het landschap verstoord raken. Dan is dus goed overleg nodig, omdat je anders al snel de menselijke maat en de verbinding met de natuur verliest. Elk proces met partners moet daarom ondergeschikt zijn aan het landschap of de mens. Ik zie mijn eigen rol daarbij als een ambassadeur van het groen en daarnaast ben ik ambassadeur van Natuurwijs van prinses Irene. Zij stelt dat ieder kind het recht heeft op een natuurlijke leefomgeving.” Meer informatie over het NL Greenlabel? Neem contact op met office@nlgreenlabel.nl of bel naar 088-1001810.


Tekst Sibo Arbeek

ONTWERP EN INRICHTING

LIJNEN NAAR VOREN

Kansen voor gepersonaliseerd leren Jan Koster en Merel de Boer zijn beiden vanuit hun vakgebied betrokken bij vormen van gepersonaliseerd leren. Jan Koster als adviseur van AMN, Merel de Boer vanuit ICSadviseurs als begeleider van scholen in de visie- en programma van eisen fase. Gepersonaliseerd leren dringt in alle facetten van het leerdomein door. Zijn er grote lijnen te ontdekken?

J

an Koster trapt af: “De essentie van gepersonaliseerd leren is dat de leerling aan zet is en eigenaar van het eigen leerproces is. Daarom is het zo belangrijk dat de op de basisschool geconstateerde talenten verder ontwikkeld worden in het vervolgonderwijs in het tempo en op het niveau dat bij je past. De ontwikkeling die onder meer door Kunskapsskolan is ingezet is daarom niet meer te stuiten. Ik ben betrokken bij het Bonnefantencollege in Maastricht waar we de bovenbouw in het basisonderwijs al betrekken bij de doorgaande ontwikkeling. Het is toch gek dat die lijn bij het voortgezet onderwijs stopt.” Merel de Boer van ICSadviseurs knikt: “Die ontwikkeling zie je ook bij het programma voor scholen van 0-18 jaar waar we zowel in Utrecht als in Amsterdam bij betrokken zijn.” ONTDEKKINGSTOCHT Jan verder: “Het Bonnefanten College in Maastricht heeft een eigen model ontwikkeld. Niet een kanten-klaar model, zoals Kunskapsskolan biedt, maar een eigen ontdekkingstocht, waarbij de leerling gaandeweg leert en ervaart wat bij hem/haar past.

Jan Koster en Merel de Boer

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

9


Eigenlijk is het een vorm van ervaringsleren. De school werkt bijvoorbeeld zonder regulier rooster en leerstofjaarklassensysteem. Een leerling blijft niet zitten, maar werkt gedurende zijn schoolloopbaan aan zijn kerndoelen, waarbij hij de kortste weg naar de eind­termen neemt. Iemand met een talent voor Engels kan aan het einde van klas drie prima examen in dat vak doen. Dat maakt dat de leerling meer tijd

docenten en leerlingen met een rooster van 20-20-20 minuten, waardoor je voor meer afwisseling zorgt.” Jan vult aan: “Als referentie zou je ook scholen als het Vathorstcollege, Niekée Roermond, Stella Maris in Meerssen of UNIC in Utrecht kunnen noemen. Daar tref je mensen aan die vrij durven denken en ook marktpartijen in hun ontdekkingsreis betrekken. Ik zie dat gepersonaliseerd leren versterkt kan wor-

“Gepersonaliseerd leren is bezig mainstream te worden, maar hoe zorg je voor een goede basis?”

De Werkplaats Kindergemeenschap, Bilthoven – Foto Forbo

overhoudt voor andere leerdoelen. Je kunt dat proces zelfs verder doortrekken richting de propedeuse voor het hoger onderwijs. Het is een model dat zichzelf ontwikkelt, waarbij je de leerling onderwijsinhouden en -vormen biedt waarin hij/zij zelf keuzen kan maken. In het rooster van de leerling zitten momenten voor zelf­studie, instructie, en het werken in leerstofgebieden. Het is een soort projectgestuurd onderwijs met mengvormen vanuit individueel- of groepsgericht onderwijs. Zo kan een leerling ook buitenschools opdrachten uitvoeren en de resultaten met de eigen groep of zelfs externe groepen bespreken, zoals de ouders of een winkeliersvereniging. De docent heeft daarbij de rol van mentor of coach.” Merel knikt: “Je ziet in de praktijk allerlei verschijningsvormen van gepersonaliseerd leren ontstaan met elementen uit technasia, onderwijskundige vernieuwingen als Dalton of Kees Boeke en het Kunskapsskolan-model. Daarbij staat steeds de leerling die zijn eigen leerroute bepaalt centraal. Zo heb ik Hyperion en Unic begeleid die al heel sterk met open concepten werken. In het concept van Wellant locatie Westvliet werken

10

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

den met een digitale content. Kijk maar eens wat Summar.io (zie summario.com/nl) doet als een gepersonaliseerde leeromgeving waar zelfsturend leren centraal staat. Samen met VO Content (zie: vo-content.nl) hebben we een volledige collectie leermiddelen voor ons digitale platform aangeschaft.” BRING YOUR OWN DEVICE Merel: “Gepersonaliseerd leren is bezig mainstream te worden, maar hoe zorg je voor een goede basis? Jan: “De potentie van Kunskapsskolan is evident (zie ook kunskapsskolan.nl) maar vertel het niet op de leerlingenopleidingen. Mijn ervaring is dat ze daar ICT vijandig zijn, niet weten niet hoe ze met smartboards om moeten gaan en vooral nog van traditioneel onderwijs uitgaan. In hybride leeromgevingen heb je zowel voor werkers als leerlingen hybride instrumenten nodig. Ik geloof daarom dat er meer te halen is uit publiek-private samenwerkingen. Denk aan startups die als het gaat om big databeweging in cofinanciering en partnership iets voor het onderwijs betekenen. Je moet dus zorgen


ONTWERP EN INRICHTING

dat talentontwikkeling ook voor de medewerkers geldt. In de driehoek school, leerling en bedrijf kun je veel meer betekenen voor de toekomstige generaties dan als school alleen. De modale leerling of de modale student bestaat niet, net zomin als de ideale leeromgeving; leren kan overal en altijd en is plaats- en tijdonafhankelijk. Het gaat erom hoe je mensen coacht en begeleidt in hun ontwikkeling. In

Niekée, Roermond - Thijs Hoeben (Niekée)

elke situatie zal gepersonaliseerd leren een andere expressie krijgen, maar de intentie is hetzelfde.” VERANDERING RUIMTEBEHOEFTE Jan verder: “In eerste instantie dachten we dat gepersonaliseerd leren vooral geschikt zou zijn voor hoogbegaafde kinderen en passend onderwijs. Nu willen steeds meer jongeren dat een school hen faciliteert in hun cognitieve, culturele en artistieke ontwikkeling en hen op maat bedient. Dat betekent dat je als havoleerling in drie of zes jaar kunt doorstromen naar het vervolgonderwijs of een bedrijf als het maar past bij jouw competentiegerichte ontwikkeling. Zo praten we ook met het UMC over gepersonaliseerd leren in relatie tot gezondheidsonderwijs. Vormen van digitalisering zoals e-learning modules en blended learning helpen daarbij. Zo kun je heel goed een bestaand gebouw inrichten met ateliers, studio’s of leerlandschappen, zonder dat dat tot een extra ruimtebehoefte leidt. Je moet er wel voor waken dat je niet weer in een ‘bus’ terecht komt, met afzonderlijke compartimenten.”

Merel vult aan: “De behoefte aan type en soort ruimten verandert dus. Ik vertaal dat naar de behoefte aan een thuisbasis als thuishonk en ontmoetingsplek. Daarnaast moet je ruimtes hebben voor pitches, presentaties, instructiemomenten, collegezalen, en Starbucks achtige ruimten, waar je met je eigen laptop kunt werken of in kleine groepen. Leerplekken kunnen ook ontmoetingsplekken voor de wijk zijn of onderdeel vormen in een publiek-private samen­ werking. Een groep die je als stamgroep gebruikt kan ook leerjaar- of niveau doorkruisend zijn. Zo’n stamgroep kan goed een eigen plek in het gebouw hebben, die je zelf inricht en je huiskamer blijft tot het moment dat je een diploma haalt. Dat betekent ook dat de discussie over ruimte aan de voorkant gevoerd moet worden, om te voorkomen dat je halverwege vastloopt. Dat is een uitdagende, omdat daar geen vaste vormen voor bestaan, dus met elkaar ervaren en ervaringen delen is heel belangrijk. Wij hebben de publicatie ‘Waar leer jij?’ ontwikkeld, waarbij we 25 leerplekken hebben benoemd: een inspirerende basis om na te denken wat je op school doet of gaat doen en welke leerplekkenmix het beste past voor jouw situatie. Dat helpt opdrachtgever en gebruikers om op ruimtelijk en interieurniveau breed te denken.” Jan knikt: “Het verhaal begint aan de voorkant met een heldere en goed doordachte visie, omdat gepersonaliseerd leren over alle aspecten van de bedrijfsvoering gaat. Het gaat over onderwijs, ruimtebeheer en de organisatie ervan en vooral ook bedrijfsvoering.” Merel knikt: “Scholen beginnen met een casco, van waaruit we een ontwerp op maat assembleren. Het resultaat is een vorm die (tijdelijk) bij je past en betekenisvol is. Daarbij kunnen de functionaliteit en verschijningsvorm, de ruimtelijke afmetingen, vormen en kleuren en geuren variëren. Het blijft een combinatie van inspireren, letterlijk de wereld in te gaan en vervolgens te kijken hoe het op die plek met die context tot de beste mix leidt.“ Voor meer informatie belt of mailt u met Merel de Boer: 06-22267907 of merel.de.boer@icsadviseurs.nl of met Jan Koster: 06-23852064 of jan@amn.nl.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

11


2017

POF

Platform onderwijs & facilitair

s ij w er d n o et h in t en em g a n a Vakdagen voor facilitair m and’ - De Loods ll

van Ho 4 - 5 oktober 2017 - Nijkerk ‘Hart

Het Platform Onderwijs & Facilitair (POF 2017) is bij uitstek de beurs met alle thema’s in het facilitair management van onderwijsinstellingen. •

Voor directies, besturen, management en overheden.

PO, VO, MBO, HBO en WO

Exposanten en actueel en relevant programma van workshops en presentaties. Schoolomgeving Inrichting

Huisvesting

Schoonmaak

Catering

Dienstverlening ICT & multimedia

Noteer alvast in uw agenda: 4-5 oktober 2017 POF 2017 in De Loods Hart van Holland in Nijkerk!

Veiligheid & beveiliging

Partners

www.pof-online.nl


ONTWERP EN INRICHTING

Tekst Ieke Koning en Bahar Akbarian

HULPMIDDEL BIJ HET DIFFERENTIËREN IN LEERPLEKKEN

25 leerplekken in beeld Onderwijs is deels een afspiegeling van ontwikkelingen in de wereld om ons heen en heeft effect op het inrichten van de leeromgeving. Ontwikkelingen als blended learning, leren vanuit leerstijlen, gedifferentieerd of gepersonaliseerd leren maken ook dat de rol van de docent en de inrichting van onderwijsgebouwen verandert. Dit heeft ICSadviseurs geïnspireerd om de publicatie ‘Waar leer jij?’ te maken, met een beeldend overzicht van 25 categorieën leerplekken.

A

fgelopen jaren is het gebouw van de Haagse Hogeschool (HHS), waar 20.000 studenten onderwijs genieten, door middel van deelverbouwingen flink aangepast. Een groot deel van de verbouwing bestond uit het transformeren van werkcollegezalen voor 30 studenten naar andere soorten leerplekken. Vanuit het onderwijs is er steeds meer behoefte aan een diverser aanbod van leerplekken, bijvoorbeeld plekken waar je met een grote groep studenten instructie krijgt waarna kleine groepjes zelfstandig verder werken, vergaderkamers speciaal ingericht voor Skype-vergaderingen en concentratieplekken. Door een deel van de leerplekken te concentreren in ankerpunten ontstaat er tegelijkertijd een thuisbasis voor de studenten van een cluster van opleidingen, waar ze elkaar en hun docenten ontmoeten. Hierdoor wordt de verbondenheid onderling en met de HHS versterkt.

uit kunnen kiezen: het projectgroeplandschap, het ankerpunt of bijvoorbeeld the Innovation Playground. ICSadviseurs organiseerde samen met de HHS een thema-middag rond het beleven van leerplekken voor haar relaties. Tijdens de middag stonden leerplekken, en vooral een diversiteit aan leerplekken, centraal. Via een rondleiding, een lego-workshop en skypemeeting met een Google medewerker uit Dublin ervaarden de deelnemers de verschillende leerplekken van de HHS. ICSadviseurs heeft uit een scala aan gerealiseerde scholen 25 categorieën leerplekken geselecteerd, die model staan voor verschillende visies op onderwijs en de leeromgeving. Vraagt u zich ook af hoe de toekomst van het leren eruit ziet in uw onderwijsgebouw? Of kunt u inspiratie gebruiken, bijvoorbeeld aan de hand van de publicatie ‘Waar leer jij?’?

25 LEERPLEKKEN Studenten en docenten van de HHS hebben na de verbouwing een scala aan leerplekken waar ze

Neem contact op met Bahar Akbarian (06 82 68 88 08) of Ieke Koning (06 22 60 04 94) voor meer informatie. En kijk op www.icsadviseurs.nl.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

13


Tekst Sibo Arbeek

FLEX TEST ROC VOOR NIEUWE LEEROMGEVINGEN

Op weg naar een nieuwe samenhang tussen stad en onderwijs Dingeman Deijs is architect en samen met stedenbouwkundige Marco Broekman schreef hij in op Open Oproep Onderwijsomgeving van het stimuleringsfonds creatieve industrie. Dat fonds deed twee jaar geleden een open oproep met als doel het mbo-onderwijs te stimuleren. Dat leverde FLEX TEST ROC op: nieuwe kleinschalige hybride leeromgevingen waarbij school en beroepspraktijk in elkaar schuiven en zijn opgenomen in één onderwijsontwerp.

D

ingeman: “Het beroepsonderwijs heeft nog steeds een negatief imago, terwijl de economie zich snel en innovatief ontwikkelt; dat moet toch in de gebouwde opgave nieuwe energie opleveren. Wij vonden het interessant om met de brillen van architect en stedenbouwer naar die opgave te kijken. Als casus namen we de stad Amsterdam en onderzochten wat in de geschiedenis het mbo-onderwijs op huisvestinggebied heeft opgeleverd. Oorspronkelijk lagen alle scholen voor beroepsonderwijs in en rond het centrum. In de jaren ‘90 vond er door de schaalvergroting concentratie plaats bij infrastructurele knooppunten. De kleinere aanbodspunten werden vervangen door grote gebouwen. Nu zie je weer een ontwikkeling naar wat kleinere leeromgevingen binnen het stedelijk weefsel. We kwamen er al snel achter dat de sleutel voor de oplossing van een gegroeid huisvestingknelpunt in flexibiliteit lag. De economie ontwikkelt zich snel en is dynamisch, maar het onder­wijs blijft achter en dat geldt zeker ook voor de huisves-

14

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

ting. In gesprekken met architecten hoorden we dat veel gebouwen al achterhaald zijn op het moment dat ze worden opgeleverd. We hebben veel voorbeelden gezien, bijvoorbeeld in Westpoort waar een school staat met koelinstallaties die nooit gebruikt zijn. Huismeesters en gebouwbeheerders vertelden dat ze elke vakantie weer aan het verbouwen zijn. Lokalen moeten groter, er komen nieuwe opleidingen; er is een constante behoefte aan flexibiliteit en aanpassingen. We merkten vooral ook dat veel scholen naar binnen gericht zijn en weinig verbonden zijn met wat buiten gebeurt.” HYBRIDE LEERWERKPLEKKEN “Door hybride leerwerkplekken rond de bestaande scholen vorm te geven denken we dat de nieuwe economie dichter bij het leren kan komen. De stad heeft al inspirerende voorbeelden zoals de Jeanschool in de Hallen, die ook wel Denim City wordt genoemd. Dat is een hele specifieke, bijna internationale opleiding op niveau 4; een geslaagde leerwerkplek om met spijker­


BESTUUR EN BELEID

broeken te werken en zo het merk Denim te leren kennen. Zo zijn er meer in ontwikkeling en geslaagde voorbeelden in het land; de Openbare Bibliotheek Amsterdam is plannen aan het ontwikkelen om in de 22 vestigingen in Amsterdam leerwerkplekken te genereren. In Rotterdam heb je de Scholingswinkel van het Albeda College aan de Nieuwe Binnenweg. Het gebied was verpauperd, waardoor er weinig onderlinge samenhang was. De scholingswinkel is een helpdesk waar alle winkeliers in de wijk gebruik van kunnen maken. De mbo-studenten die er leren en werken kunnen vanuit de winkel de hele wijk bedienen. De trend naar kleinere leeromgevingen vonden we interessant en we hebben een soort herhuisvestingsstrategie bedacht die verder gaat op die trend. Onze strategie is een combi van grote ‘moeder’scholen in combinatie met hybride onderwijsaanbod in de wijk of buurt. In Amsterdam-West kun je bijvoorbeeld zorg- en welzijnsopleidingen goed verbinden met andere activiteiten, zoals onderwijs en sport. We hebben prototypen bedacht, die als satellieten of parasieten verbonden zijn met een centraal punt. Toen hebben we twee testsites verder ingevuld om de thema’s leren, ontmoeten en verbinden verder vorm te geven. Dat hebben we gedaan in West en in de Indische buurt, waar geen mbo-onderwijs zit. Daar ligt een prachtige leegstaande seintoren die mooi als MBO-landmark kan dienen. Zo hebben we een hybride plek bij OBA Javastraat ontworpen, waar geleerd en gewerkt kan worden.” STEM STUDENT “We misten de stem van de student nog in het onderzoek; hoe willen zij leren en werken? We zochten contact met het Hout- en Meubileringscollege (HMC) en dat leidde tot een project met 60 studenten waar-

mee we de FLEX TEST ROC hebben uitgevoerd. De studenten hebben allemaal interessante plekken in de stad geïnventariseerd en hebben nagedacht over hoe hun toekomstige ideale leeromgeving eruit zou zien. Dat zijn 25 plekken geworden die we hebben verbeeld in een grote maquette. De vormen die dat opleverde hebben de studenten zelf ontworpen en in 3D geprint. Zo’n plek is bijvoorbeeld het dak op de Shell toren. Ons ontwerpend onderzoek was een eyecatcher tijdens de Internationale architectuur biënnale (IABR) in Rotterdam. De volgende stap is natuurlijk om zo’n flex plek echt te maken als een hybride leeromgeving. Dat betekent dat je ook echt iets doet met onze scenario’s. Tijdens het onderzoek merkten we dat de focus in Amsterdam heel erg ligt op het hbo en de Universiteiten; Amsterdam profileert zich als kennisstad. Maar er liggen zoveel kansen voor het mbo op het gebied van vakmanschap. Het probleem is vaak de regelgeving, zoals de bestemmingsplannen die alles hebben dichtgetimmerd. Daar zou je anders naar moeten kijken. De mbo’s willen wel, maar uit interviews horen we wel dat je er specifieke docenten voor nodig hebt. Docenten die het leuk vinden om in stedelijke netwerken te opereren, waarbij je op meerdere locaties in de stad bezig bent. Volgens ons ligt de toekomst in interessante en vooral aantrekkelijke plekken waar leren en werken verweven zijn. Je hebt ook in die situatie zeker een gebouw nodig als vertrekpunt en ontmoetingsplaats, maar daaromheen reageer je op energie in de buurt of wijk. En daar helpen hybride leeromgevingen bij.”

“De economie ontwikkelt zich snel en is dynamisch, maar het onderwijs blijft achter en dat geldt zeker ook voor de huis­ vesting”

Mail of bel voor meer informatie over het onderzoek met Dingeman Deijs Architects: info@dingemandeijs.nl, 06-18117246 of Marco Broekman Urbanism Research Architecture: info@marcobroekman.com, 06-6 24802493.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

15


Uniek en onder­scheidend Hoe kun je de waarden ‘Uniek en onderscheidend’ vertalen naar het gebouw en de inrichting ervan? Twee architecten pakten de handschoen op. Tekst Jaap van Es en Winfried van Zeeland Foto’s René de wit

Maris College Kijkduin:

Een stoere school voor stoere leerlingen

VAN DEN BERG ARCHITECTEN

Zes gestapelde volumes vormen de basis voor het ontwerp van het Maris College in Kijkduin. Deze creëren een alzijdig gebouw op een scharnierpunt in de stedebouwkundige verkaveling. Door verschillende vides en daklichten ontstaat een ruimtelijk interieur. De VMBO/LWOO school biedt een combinatie van theorie- en praktijkonderwijs. “De theorie- en praktijklokalen zijn als de belangrijke bouwstenen van de school letterlijk op elkaar gelegd, zodat een Jenga-achtige structuur ontstaat die alle programmaonderdelen en alle ruimten met elkaar verbindt,” zo laten de architecten Jaap van Es en Winfried van Zeeland van den Berg Architecten weten. UITNODIGEND Doordat de school aan de noordzijde van de locatie is geplaatst, vangen het schoolplein en het sportveld grote delen van de dag zon. Vanaf dit plein leidt een grote tribunetrap naar de eerste verdieping. Hier ligt de entree die leidt naar het sociale hart van het gebouw. Alle gemeenschappelijke ruimten zijn hier gesitueerd. OPEN De samenhang die zo wordt bereikt, wordt versterkt door verschillende vides en transparantie rond de verbindingsruimten. Deze bieden overzicht en doorzichten. Opvallend in het interieur zijn drie pilaren met tegelwerk door M.C. Escher. Deze zijn uit de voormalige Johanna Westermanschool gehaald en hergebruikt. GOED BINNENKLIMAAT Het Maris College heeft een compacte opzet en robuuste materialisatie. Samen met de CO2 gestuurde balansventilatie met hoogrendement warmteterugwinning, de buitenzonwering en akoestische plafond-, wand- en vloerafwerking, draagt dit bij aan een prettig binnenklimaat en een gunstige exploitatie. De school voldoet zo ruim aan de eisen van ‘Frisse Scholen, klasse B.

16

SCHOOLDOMEIN

juli 2017


ARCHITECTUUR EN VERBEELDING

Helicon VMBO Den Bosch:

Uniek, onderscheidend en groener dan ooit

Tekst David Vos Foto’s Hennie Raaymakers/DAPh

SP ARCHITECTEN / ARCHITECTEN AAN DE MAAS

Uit de schoolgids van Helicon VMBO Den Bosch: “Helicon VMBO Den Bosch is de enige categorale school voor vmbo groen in de regio. Op onze school zitten daarom leerlingen uit Den Bosch en verre om­ geving. Dat we een groene vmbo-school zijn, betekent dat we onderwerpen als dier, bloem, voeding, recreatie en groen in ons onderwijs integreren.” Het uit begin jaren 80 stammende schoolgebouw voldeed niet meer aan de eisen en wensen die aan het onderscheidende onderwijs van Helicon VMBO Den Bosch worden gesteld. Een buitengevel van verdiepingshoge houten puien met enkel glas en volkernbeplating, ventileren met klepraampjes en veel betonsteen. Dit was ons startpunt voor de renovatie van Helicon VMBO in Den Bosch; het realiseren van een vernieuwde en duurzame leer- en werkomgeving voor leerlingen en medewerkers. Het gebouw is tot op het casco gestript en van daaruit opnieuw opgebouwd met het oog op de wereld van morgen. Een moderne gevel van levende planten en aluminium beplating die in vormgeving refereert aan bamboescheuten met frisse groentinten maken het gebouw herkenbaar en eigentijds. Een duidelijke aanwijzing

dat het gaat om een school voor groen onderwijs. Dankzij de renovatie past het schoolgebouw weer in de moderne tijdsgeest. Gesloten gangen en lokalen met een klein venster naast de deur zijn vervangen door transparante lesruimten rondom leerpleinen. Het hart van de school wordt gevormd door de ruime en lichte pauzeruimte als ruimte voor ontmoeting en bijeenkomsten. De nieuwe hoofdentree is gekoppeld aan ‘de onderneming’ een etalage waar de school zich aan de buitenwereld presenteert. Uiteindelijk dragen de energiebesparende maat­ regelen, de architectuur met veel aandacht voor (dag)licht, lucht, klimaat, comfort en beleving en het feit dat het herbestemming is bij aan het unieke en onderscheidende karakter van Helicon VMBO Den Bosch. Het duurzame karakter van de renovatie komt mede tot uiting in een gemiddelde GPR score van 8,24 en een verbetering van energielabel van G naar A+. Om duurzaamheid ook structureel in te bedden in de school heeft Helicon VMBO Den Bosch zich voorgenomen het internationale keurmerk Eco-schools voor duurzame scholen te behalen. Inmiddels zijn deze inspanningen bekroond met de groene vlag.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

17


Tekst Linda Smolders

VAN LEVERANCIER VAN MEUBELS NAAR INTEGRAAL ONTWERPER VAN OMGEVINGEN

STALAD werkt vanuit beleving

STALAD, opgericht in 1959 in Aduard is van schoolmeubelenfabrikant uitgegroeid tot inrichter van werk-, leer- en leefomgevingen. Inmiddels is STALAD ingelijfd bij bibliotheekinrichter Bomefa en gevestigd in Kampen. Hier werken vier jonge ontwerpers met toewijding en enthousiasme aan interieurconcepten voor onder andere, leer- en praktijklokalen, lerarenruimtes, aula’s en leerpleinen. In de ontwerpstudio praten we met drie van de vier creatieven: Rianka Nijboer, Woutine Boes en Willemien Messelink. 18

SCHOOLDOMEIN

juli 2017


ONTWERP EN INRICHTING

ontwerpers te zitten. We hebben allemaal onze eigen projecten, maar we kunnen uiteraard wel van elkaars expertise gebruik maken.” Rianka: “Ja, Willemien is bijvoorbeeld weer wat technischer dan ik, dus als ik een bouwtechnische kwestie heb, leg ik die aan haar voor. Hier leer ik enorm veel van. Zo sparren en discussiëren we ook regel­ matig over verschillende zaken. Ook op die manier versterk je elkaar. We ontwerpen ook bibliotheken voor Bomefa en door deze afwisseling blijven we scherp en leren we steeds meer bij.”

“Onze toegevoegde waarde zit ‘m in de overtuiging van de beelden die we creëren”

W

illemien: “Sinds 2014 hebben we hier een eigen studio waar we inrichtingsvraagstukken en verzoeken oplossen en creëren. Voor die tijd was er maar één ontwerper verbonden aan STALAD en werkten we met externen, maar sinds 2014 doen we alles in house. Het is ontzettend fijn om hier met meer­dere

WERKWIJZE Het eerste contact tussen de klant en STALAD wordt gelegd door de accountmanagers, zij vertalen de wensen van de klant door naar de ontwerpstudio. Willemien: “De accountmanagers starten het project, zij inventariseren de wensen van de school, vervolgens maken zij een programma van eisen. Deze mailen ze naar de algemene inbox van de studio en dan gaan wij de opdracht inplannen. Wie heeft er tijd en ruimte in de agenda? Het initiële voorstel gaat dan vervolgens weer naar de accountmanager die deze presenteert aan de klant. We gaan regelmatig mee naar de klant, maar als het maar een klein project is, dan kan onze collega het ook heel goed alleen af.” Rianka vult aan: “Laatst was ik mee naar een school die in eerste instantie de aula wilde veranderen, maar de kans was aanwezig dat we nog meer ruimtes mochten ontwerpen. Dan is het handig dat de ontwerpers er ook bij zijn, zodat we direct op de vraag in kunnen spelen.” MEEDENKEN Op de vraag of er in de loop der jaren veel veranderd is in het werk wordt eenstemmig gereageerd. Woutine: “STALAD stond bekend als leverancier van tafels en stoelen, dat is nu een klein deel van ons werk. We ontwerpen nu het totale concept en we richten de complete ruimte in, van vloer tot plafond.” Rianka: “Bovendien zijn die ruimtes ook heel verschillend. We zijn nu bijvoorbeeld bezig met de inrichting van een kappersschool. Een praktijkruimte in deze school is weer heel anders dan een scheikunde­ lokaal, een theaterzaal of een leerplein. Dus het inrichten van een school is naar mijn idee meer dan het plaatsen van tafels en stoelen.” CONCURRENTIE VOORBLIJVEN De concurrentie in de wereld van de schoolinrichting is groot. Hoe denken de designdames de concurrentie voor te blijven? Willemien: “Ik denk dat we onderscheidend zijn in de service die we bieden. Bovendien zijn we flexibel, kunnen snel schakelen en zijn we er alle vier echt op uit om scholen mooier te maken

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

19


Rianka

Willemien

zonder de identiteit van de school uit het oog te verliezen. Zo hebben we laatst nog een heel groot zitmeubel gemaakt in de vorm van het school­ logo, zo gaaf om te maken. Waar ik persoonlijk van overtuigd ben is dat we heel goed in staat zijn om – en dat is nodig in de huidige markt – een hele goede voorstelling van het ontwerp weer te geven. Onze kracht zit ‘m in de overtuiging van de beelden die we aanleveren. En die beelden moeten steeds realistischer zijn.”

Woutine

Rianka: “In onze ontwerpen kunnen we creatiever zijn omdat we gebruik kunnen maken van onze staalfabriek. We ontwerpen producten als garderobe­ kasten, onderstellen van tafels en tribunebankjes. Ontzettend leuk en handig om zo dicht bij dat productieproces te zitten, vanaf kantoor lopen we regelmatig de fabriek in om mee te denken over de uitvoering van onze producten.” Willemien: “Ik heb laatst voor een school, als dank voor de samenwerking, de twee huisnummers van de school ontworpen in staal. Dan loop je naar beneden en zie je direct wat je zelf ontworpen hebt. Gaaf toch?” WAPENFEITEN Wat vinden de ontwerpers hun mooiste wapenfeit tot nu toe? Woutine: “Ik heb een ontmoetingsplek ontworpen voor de Johannes Calvijn basisschool in Hoogeveen, waarin ook een grote keuken is geplaatst. Dit was mijn afstudeerproject, die bij STALAD via mij in opdracht is gegeven toen ik hier ging werken. Een mooi project waar ik trots op ben.”

20

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

Willemien: “Ik ben heel trots op het Marianum college in Groenlo. Dit was een lang traject. Uiteindelijk hebben we daar drie aula’s en een aantal kantoren ingericht. Voor elke aula wilde men een eigen iden­ titeit maar het meubilair moest wel uitwisselbaar zijn. Dit is goed gelukt en de school is heel enthousiast. Net als de lerarenruimte van het Lauwers College in Buitenpost. Het leuke van dit ontwerp is dat de leraren precies op die manier gebruik maken van de ruimte zoals ik hoopte. Het is een ontmoetingsplek waar het goed toeven is en waar je ook prettig kunt werken. Een oase in een drukke schoolomgeving. Dit is precies hoe mensen die ruimte ervaren. Dit bereik je door goed te luisteren naar de wensen van de klant en deze op de juiste manier te vertalen naar het ontwerp.” Rianka: “Campus Middelsee in Sint Annaparochie. Tijdens mijn stage bij STALAD, inmiddels al weer twee jaar terug, was ik betrokken bij het ontwerp van de aula en de personeelskamer. Ik was uiteindelijk nauw betrokken bij de realisatie. Toen realiseerde ik mij dat ik het ontwerpen van scholen fantastisch vind.” Tot slot: wat maakt jullie vak zo mooi? Willemien: “Dat je mensen helpt doordat je een mooiere omgeving creëert voor de klant. Een ruimte ontwerpen waar mensen zich goed voelen is echt mijn passie.” Woutine: “Ik vind het een mooie uitdaging om leerlingen en personeel een betere plek te geven. Door te kijken hoe we een ruimte functioneler kunnen maken, met als doel een mooie en comfortabele omgeving te creëren.” Rianka: “Helemaal mee eens. Het bijzondere van ons vak is dat je ruimtes altijd mooier maakt en mensen blijer. Het is ontzettend leuk om het eindresultaat te zien. Om te horen dat leerlingen en docenten enthou­ siast zijn, en dan te zien hoe men gebruik maakt van die vernieuwde ruimte die bij ons is ontstaan in de ontwerpstudio.” Kijk voor meer informatie op stalad.nl.


Identificatie- & cashless betaalplatform voor het onderwijs

Catering

POS

Printen

Kopiëren

Cloud Services

Vending

Repro

Cloudprint

Tijdregistratie

Toegang

Wassen

Kluisjes

www.inepro.com/educatie - info@inepro.com - +31 (0)252-744044

S P E C I A L I S T I N ONDERWIJSHUISVESTING

Bel of mail nu voor meer informatie!

Scannen

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

REVIUS LYCEUM DOORN - OPLEVERING SEPTEMBER 2017

Eén identificatie- en betaalmiddel voor uw studenten en medewerkers voor alle hiernaast beschreven services.

21


Tekst Sibo Arbeek

GESLAAGDE VERNIEUWBOUW STADHUIS WAGENINGEN

Focus op ontmoeting De afgelopen twee jaar is het gemeentehuis van Wageningen deels gerenoveerd en vernieuwbouwd, waarbij twee panden werden samengevoegd. Het resultaat is een duurzaam huis voor de stad dat het hart vormt van het historisch centrum. Burgemeester Geert van Rumund over de aanleiding, het proces en het resultaat.

“Het is geen paleis met gouden kranen voor het bestuur geworden, maar een fraai en uit­ nodigend huis voor de gemeen­ schap”

22

Burgemeester Geert van Rumund bij de heropening van het gemeentehuis - foto Cees Beumer.

B

SCHOOLDOMEIN

urgemeester Geert van Rumund: “Wageningen is een stad met 38.000 inwoners, waar ik inmiddels met veel passie bijna twaalf jaar burgemeester ben. We zijn een atypische stad, omdat we met onze schaal ook een universiteit hebben, enigszins vergelijkbaar met steden als Delft en Davis in Californië. Deze stad telt 25% jongeren en 130 nationaliteiten; dus dat is deels een vluchtige groep. Het begrip verbinden krijgt daarmee een extra dimensie. Onze burgers komen graag op en rond het plein, waar ook de horeca zit. Daarom zijn we in het denken over onze rol als overheid van deze plek uitgegaan, waar het historische deel van het gemeentehuis ook staat. Vaak zie je dat gemeentehuizen aan de rand van een wijk of stad worden neergezet, omdat je daar goed kunt parkeren. Mijn opvatting van een stadhuis is dat het vooral ook een gemeenschapshuis moet zijn, daarom is de plek op het marktplein naast de

juli 2017

kerk ook zo bijzonder. Wij willen een bestuur zijn dat veel meer vanuit de samenleving zelf gefaciliteerd wordt. Ik ben ervoor dat mensen zelf naar de afdeling burgerzaken gaan om een document te halen en dat niet alleen maar thuis op de bank via de laptop regelen. Dat beeld van een herkenbare en uitnodigende overheid wordt bestuurlijk gesteund. Het maken van afspraken wordt bevorderd met een vrije en uitnodigende inloop. Het ouderwetse handwerk waarbij onze ambtenaren samen met burgers vragen oplossen vind ik belangrijk. Het elkaar ontmoeten is meer dan alleen maar het krijgen van een papiertje. Onderdeel van de transitie was ook de overgang naar meer flexibel werken. Elke ambtenaar heeft 0,7 werkplek en dat betekent dat bijna iedereen een flexplek heeft. We hebben in het hart van elke verdieping ruimte voor informele ontmoeting gecreëerd, met een leestafel, een coffee­corner en verschillende typen werk- en over-


ONTWERP EN INRICHTING

legruimten. Naarmate je verder van het hart raakt zijn er meer stilteplekken. Digitaal faciliteren betekent dat je ook thuis kunt werken. Dat betekent dat we niet meer klokken, maar vooral op output willen sturen. We doen een appèl op betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid.” BUDGETTAIR NEUTRAAL “De aanleiding voor de vernieuwbouw lag ook in het feit dat de bestaande gebouwen ernstig aangepast moesten worden en de arbeidsinspectie erg kritisch werd; het binnenklimaat was niet goed en de gebouwen niet duurzaam. Ook nam de noodzaak om meer samen te werken toe en daar droeg het heen en weer gereis tussen twee locaties niet aan bij. De toenmalige gemeentesecretaris heeft het aangedurfd het lastige vraagstuk van vernieuwbouw op te pakken, waarbij eerdere pogingen waren gestrand. De gemeenteraad steunde het plan onder de voorwaarde dat het niet meer zou kosten dan werd uitgegeven voor de bestaande gebouwen. Een budgettair neutraal proces was ook het vertrekpunt voor het ontwerp- en bouwproces, dat goed door ICSadviseurs is begeleid. Het beschikbare budget moest voldoende zijn om de renovatie en vernieuwbouw te financieren, de aanpassingen van de ICT te doen en een duurzame exploitatie te regelen. Er konden middelen worden vrijgespeeld omdat er minder functies nodig waren, zoals kantines, onderhoud en de exploitatie. Duurzaamheid was een randvoorwaarde, vertaald in een circulaire aanpak. Voorwaarde voor de architect Thomas Rau was ook dat het aanzicht vanuit de markt verbeterd moest worden.”

ONTMOETING FACILITEREN “Het oorspronkelijke gebouw was natuurlijk ingericht op een traditionele manier van werken. Bovendien waren de mogelijkheden van de digitale overheid er ook nog niet. Dat zijn twee zaken die meespeelden bij het nadenken over ons nieuwe gemeentehuis. Het bouwdeel uit de jaren tachtig is mooi gerenoveerd en aan de achterkant is een nieuwe raadzaal gebouwd. Vooral de entreepartij en fysieke en lichte verbinding tussen de gebouwdelen is zeer geslaagd. Het ontwerp kenmerkt zich door licht en een gemeenteraadszaal die vernieuwend is. De trap is breed opgezet en biedt op verschillende niveaus prachtige zichtlijnen. De relatie tussen speelse elementen en het monumentale karakter van het oorspronkelijke gebouw is prachtig uitgewerkt. Bij de opening van het gebouw merkte ik hoe trots en blij de mensen waren. En de ondernemers rond het plein waren blij dat we terug waren, omdat er zonder het stadhuis veel minder reuring was. Dit stadhuis heeft als doel om niet alleen bestuurders en ambtenaren te huisvesten, maar vooral om ontmoeten en het organiseren van activiteiten te faciliteren. We hebben hier al het WK dammen met vrije inloop gehad en een muziekfestival met acht podia en 5.000 bezoekers. Op politieke avonden is het hier altijd druk. Dat is mijn beeld van een gemeenschapshuis; er moet altijd wat te doen zijn. Mensen combineren een bezoek aan de markt met een bezoek aan het gemeentehuis en de plaatselijke horeca. Dat maakt ons ook onderscheidend.” Het spanningsveld tussen een budgettair neutraal proces en tegelijkertijd een modern en duurzaam gebouw heeft veel van onze adviseurs gevergd, maar dat hebben ze goed gedaan. Mede daardoor is het ook geen luxe gebouw geworden. De burgers waarderen dat enorm; het is geen paleis met gouden kranen voor het bestuur geworden, maar een fraai en uitnodigend huis voor de gemeenschap. Precies zoals het hoort.” Het proces is door ICSadviseurs begeleid. Voor meer informatie belt of mailt u met Jan Remijnse: 06 2256 9913, jan.remijnse@icsadviseurs.nl.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

23


Tekst Sibo Arbeek Foto’s Martine Sprangers Fotografie

VELUX NEDERLAND GASTHEER DEBAT IN DUURZAAM SPOORWEGGEBOUW NS

Licht is emotie

UCo is een werkcommunity in een voormalig NS-gebouw in Utrecht waar ondernemers bouwen aan een duurzame samenleving. VELUX Nederland leverde hiervoor de modulaire lichtstraten in de sheddaken. Een prachtig decor voor een discussie over alle aspecten van daglicht.

D

e boeiende rondleiding in het ecologische pand door procesbegeleider van UCo Michiel van der Vight is achter de rug; de aanwezigen zitten aan tafel en we gaan gelijk van start met de eerste stelling. Goede architectuur houdt per definitie rekening met de werking van daglicht Marjon begint als eerste: “Daar ben ik het heel erg mee eens. Goede architectuur is gebaseerd op emoties van mensen en daglicht is daar een belangrijk onderdeel van; tegelijkertijd is daglicht een noodzaak,

24

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

want zonder daglicht kun je niet leven. Veel scholen weten er nog te weinig over, terwijl toch bewezen is, dat de leerprestatie vooruit gaat bij voldoende daglicht. Ontwerpen met daglicht betekent altijd een uitdaging op de begane grond; op de bovenste verdieping is het makkelijker.” Tony reageert: “Hoe komt het dat scholen vaak zo donker zijn, terwijl daglicht als bouwsteen altijd voorhanden is geweest?” Renz: “Oorspronkelijk werden gebouwen, de wat grotere woningen en de scholen op daglicht ontworpen, met vensters aan beide kanten. Er was toen ook nog geen kunstlicht. Met sheddaken haalde je bijvoorbeeld


EXPERTMEETING

DEELNEMERS: • Renz Pijnenborgh - Archi3o architecten • Marjon Mors - directeur en architect SVP architectuur en stedenbouw • Gertjan Verbaan - adviseur bouwfysica & duurzaamheid DGMR • Marthijn Reekers - architect VELUX Nederland

met BSO ontworpen en gebouwd. Mijn stelling is dat wanneer je het beste gebouw integraal ontwerpt je altijd binnen het kader blijft. Stijntje Stoer in Hazerswoude is het meest ecologische kinderdagverblijf van Nederland met natuurlijke ventilatie, veel daglicht en een stofzuiginstallatie. Dat laatste zou verplicht moeten zijn in elke school.”

• Marcel Vreeken - manager VELUX Nederland • Tony van Zon - manager VELUX Nederland

heel mooi licht van boven naar binnen.” Gertjan knikt: “Dat zag je wel bij het oude lts-gebouw van RSG Thamen in Uithoorn; door die sheddaken viel mooi licht in het skills lab.” Renz gaat verder: “In de periode na de Tweede Wereldoorlog zijn bouwers en architecten de aandacht voor daglicht kwijtgeraakt. Dat kwam door de technische mogelijkheden van het kunstlicht. Ineens zag je lagere ruimten, met veel dichte wanden en kunstlicht. Energie speelde toen nog geen rol, want we hadden eindeloos veel gas. Inmiddels weten we ook dat te veel kunstlicht ongezond is. Later ontstond de aandacht voor energie en werd dat verbreed naar het binnenmilieu. De afgelopen tijd zie je dat het ontwerpen met daglicht weer terugkomt. Nu zie je ook dat energetisch goed presteren goed samen kan gaan met hoger en lichter bouwen.” Tony: “Toch merken we dat de lichtstraat vaak wordt wegbezuinigd om kosten te besparen; men is zich niet bewust van het belang van daglicht, terwijl je door daglicht van boven veel beter het licht kunt spreiden. Hier ligt een rol voor schoolbesturen, die helaas vaak te weinig tijd hebben om zich met de kwaliteit van het gebouw bezig te houden.” Marjon geeft een verklaring: “Het beeld van lichtstraten is dat het gebouw daardoor snel te warm wordt, waardoor je extra installaties nodig hebt. En men is ook bang voor lekkages.” Tony reageert: “Dat zijn achterhaalde argumenten, maar dat betekent wel dat er nog werk voor ons te doen is.” Gertjan voegt toe: “Er was een tendens dat ramen kleiner werden door de scherpere energie-eisen, maar juist met daglicht kun je nu niet alleen een gezond en prettig binnenklimaat realise­ ren, maar ook energie besparen. Het levert gratis warmte in de winter en vermindert het gebruik van kunstlicht.” Marjon: “De budgettering zorgt ervoor dat opdrachtgevers vaak voor een gemiddelde kwaliteit moeten kiezen. Scholen worden voor low budgetbedragen gebouwd, in tegenstelling tot kantoren. Renz reageert: “Veel dingen zijn ook simpel oplosbaar. Ik heb voor het normbudget een ecologische kinderopvang

Daglicht moet het startpunt van het ontwerpproces zijn Marjon: “Daglicht komt overal om de hoek kijken. Bij elke ruimte die je ontwerpt denk je aan de kansen voor daglicht, de relatie tussen binnen en buiten, de beleving en het uitzicht. In de leukste gebouwen gaat binnen en buiten naadloos in elkaar over. Met kleur kun je het effect van daglicht beïnvloeden en dat maakt het spannend. Ik vind een gebouw interessant door de afwisseling van donkere en lichte plekken, waardoor kinderen een gevoel van licht en donker ontwikkelen passend bij het moment. Met kerst vind je donker gezellig en in de lente heb je behoefte aan licht. Licht is emotie en architectuur is ook emotie.” Tony knikt: “En we hebben licht ook nodig voor ons bioritme. Oriëntatie verdwijnt zonder licht en kinderen die aan de raamkant zitten presteren 15% beter.” Marjon: “Zelfs gymzalen ontwerp ik ook vaak met daglicht.” Gertjan: “Frisse scholen heeft schoolbesturen wel bewuster gemaakt en klasse B is nu wel de norm. Iedereen is nu wel overtuigd van een goede ventilatie en een gezond binnenklimaat. De aandacht is nog wat minder gericht op geluid en daglicht, terwijl die van dezelfde orde zijn. In de zorg en het speciaal onderwijs is geluid (en met name rust) bijvoorbeeld enorm belangrijk. Energie kun je smart maken in euro’s en bij gezondheid en prestaties is dat minder makkelijk, maar het levert wel degelijk iets op. Uit een afstudeeronderzoek dat wij bij DGMR hebben uitgevoerd blijkt dat klasse A voor daglicht ook goed haalbaar is. Maar dan moet je dat al wel vroeg in het ontwerp meenemen. Daarom hebben we een eenvoudige tool ontworpen waarmee je de daglichtfactor snel kunt berekenen. Met licht van twee kanten of via het dak krijg je een veel gelijkmatiger verdeling.” Marthijn geeft een voorbeeld: “Ik bezocht laatst in Oslo een state of the art school die passief gebouwd was met een daglichtfactor van 3,9, terwijl de minimale eis daar 2 is. De lokalen hadden glas van vloer tot plafond, maar in de gangen was het donker. Dat werkte niet goed.” Gertjan knikt: “Met het Rijks vastgoedbedrijf zaten we aan tafel over de daglichtfactor. Eigenlijk zegt die niets over gelijkmatigheid of oriëntatie; terwijl er natuurlijk een verschil is tussen de noord- en zuidkant. Daglicht volgens de norm is iets anders dan nuttig daglicht. Een gelijkmatige

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

25


verdeling van licht is belangrijk en vergeet vooral de component uitzicht niet. Je kunt licht diffuus toepassen, zoals in musea, maar in scholen is de relatie met buiten ook van belang.” Marjon: “Elke situatie is weer anders en voor elke persoon werkt licht weer anders. Als architect kun je de condities bepalen om goed daglicht binnen te halen en daarnaast moet je het ook kunnen temperen, bijvoorbeeld in verband met wifiborden in lokalen. Daar moet je een balans tussen kunnen vinden.” Renz nuanceert: “Koop dan maar een daglicht digibord, want dan hoef je niet te verduisteren.”

Opdrachtgevers hebben zich te lang blind gestaard op de werking van installaties Marjon gaat verder: “Licht en installatietechniek gaan samen en de gevelopbouw is daarbij bepalend. Als de gevel goed ontworpen is, zijn er minder installaties nodig. Dus de gevel moet het licht binnen laten en tege­lijkertijd de warmte buiten houden. Diepe neggen, daglichtplanken en luifels zijn enkele voorbeelden. Door een goede gevel hoeft de installatie minder hard te werken.” Gertjan: “Daarbij is de oriëntatie van het gebouw ook belangrijk en denken wij graag al mee bij

vlnr: Sibo Arbeek, Renz Pijnenborgh, Marthijn Reekers, Marcel Vreeken, Renz Pijnenborgh (l) en Marthijn Reekers

26

SCHOOLDOMEIN

Marjon Mors, Gertjan Verbaan en Tony van Zon

juli 2017


EXPERTMEETING de eerste schetsen en bekijken de kansen voor natuurlijke ventilatie.” Renz reageert: “Bij de installaties gaat het vaak mis; we maken ingewikkelde machines die uiteindelijk niet goed werken, omdat de installaties te complex zijn. Ik kom vaak op scholen waar de filters zwart en nat zijn. Mensen weten niet hoe ze ermee om moeten gaan. Daarom is installatiearm ontwerpen veel beter. Vroeger moest de architect alles beheersen. Toen zijn er allemaal aparte disci­plines ontstaan, waarbij er niet goed wordt samengewerkt.” Gertjan vertelt: “Het is daarom zo

“Goede architectuur is daglicht en tegelijkertijd emotie; zonder daglicht kun je niet leven”

zonde dat de geldstromen nog steeds gescheiden zijn; vanuit de besparingen op energie kun je hele mooie en duur­zame gebouwen maken. Daar gaat veel kwaliteit en geld verloren.” Renz vult aan: “Ik merk ook dat de juiste expertise in het bouwproces vaak ontbreekt. Vakmanschap begint bij de opleidingen en daar schort het vaak aan, terwijl er hele mooie simulatieprogramma’s zijn, zoals de de Daylight Visualizer van VELUX, waarmee we precies kunnen meten welke ruimte welk licht nodig heeft. Daar doen we te weinig mee. Wie schakelt nu een lichtadviseur in; dat gebeurt alleen bij hele dure gebouwen.” Renz: “De dansacademie in Arnhem ligt geheel onder de grond en heeft heel goed daglicht door het glazen dak, met natuurlijke ventilatie. Daar is ongetwijfeld een goede bouwfysicus bijgehaald. Je moet daarom altijd beginnen met een bouwfysicus en niet met een installatieadviseur. Die wordt betaald naar rato van het aantal installaties dat hij plaatst.” We weten nog niet half wat de effecten van goed daglicht zijn Marthijn knikt: “In de openluchtschool kregen de kinderen grotendeels buiten les. Begin vorige eeuw wisten we al dat dat gezond was, maar niemand wist precies wat de effecten waren. Pas twaalf jaar geleden is ontdekt hoe dat biologisch werkt. Heel langzaam zie je nu een betere samenwerking ontstaan tussen de wetenschap en de architect en bouwer. De vraag is namelijk: Hoe bereik ik een bepaalde daglichtfactor op een plek zodanig dat ik de gezondheid positief beïnvloed?” Gertjan: “Wij maken als bouwfysisch bureau steeds meer gebruik van kennis uit de wetenschap. Samen met de architect en het team kom je dan tot betere prestaties. Het is bekend dat de retail winkels meer verkopen bij goed daglicht. In ziekenhuizen worden mensen eerder beter wanneer ze fysiek en visueel contact hebben met buiten. Door die wetenschap kun je scholen en andere gebouwen goedkoper en beter neerzetten, omdat je én de exploitatie én de beleving beter kunt sturen. Dan weet je ook veel beter waarom je het doet en wordt je niet ingekaderd door oplossingen of de regelgeving.” Renz: “Uit een onderzoek blijkt dat de hartslag van kinderen in een houten lokaal 10% lager is dan in een regulier lokaal. Dat geeft te denken. Wanneer je bedenkt dat een schoolgebouw een educatief middel is, moet je op alle niveaus integraal ontwerpen en daar de gebruikers bij betrekken.” Gertjan: “Wanneer een school de beste wil zijn, dan is de betrokkenheid in het ontwerpproces groter en is er meer aandacht voor comfort. Toekomstige opdrachtgevers zouden zich nog meer bewust moeten zijn van het belang van een goede, gezonde en natuurlijk lichte leeromgeving.” Kijk voor speciale daglicht ontwerptools op velux.nl/ visualisatietools.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

27


Kort nieuws

Column Rectificaties

B

ij het artikel ‘Uitgaven MI ruim hoger dan vergoeding’ in Schooldomein 5 van deze jaargang zijn de tipgevers niet vermeld. Dat zetten we — met excuus aan de tipgevers — graag recht.

TRENDS IN ONDERWIJSLAND: KLEP-DICHTTIJD

De tipgevers waren: • Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs • Dyade Huisvesting & Vastgoed B.V. • Anculus BV • Vitruvius Bouwkostenadvies

Elk jaar kijk ik met, zowel een lichte nieuwsgierigheid, als met enige verbazing naar de examenperiode in het voortgezet onderwijs. U kent het wel van de tv-beelden: (gym-) zalen gevuld met tafels waar diepdenkende examenkandidaten examenopgaven te lijf gaan. Inmiddels zijn de examens 2017 verleden tijd, op een enkele kandidaat na die zich voorbereidt op het derde tijdvak. Mijn professionele nieuwsgierigheid betreft de inhoud van de examens en de wijze waarop theorie en praktijk aan bod komen. Daarnaast betreft de nieuwsgierigheid ook de toetsing van de digitale vaardigheden. Dit jaar heb ik, als ‘voorlezer’ bij een dyslectische leerling, mijn praktijkkennis weer kunnen toetsen. De snelheid en handigheid waarmee een leerling uit de basisberoepsgerichte leerweg digitale opdrachten combineerde met praktijkgerichte vragen, gaf vertrouwen in het perspectief van deze leerling. Mijn lichte verbazing betreft de organisatiegraad die examens in het algemeen oproepen en die van de beroepsgerichte praktijkexamens in het bijzonder. Met name het omvang­ rijk aantal benodigde docenten om een cspe* volgens de voorschriften te laten verlopen, doet vragen rijzen over de regelgeving die deze inzet vereist. Meer dan een lichte ver­ bazing betreft de klachtenscore bij LAKS over het examen Nederlands VWO. Als ongeveer 40.000 examenkandidaten ruim 26.000 klachten weten te produceren, zegt dat wellicht iets over de opgaven, maar wekt het ook de indruk dat bij elke examen­ opgave een klachtenformulier is meegeleverd. Slaan we niet door, als zelfs een aangepast correctiemodel ook weer klachten oplevert? Geen nieuwsgierigheid, maar interesse betreft het recente rapport’ Doordacht Digitaal’ van de Onderwijsraad. De raad vraagt aandacht voor de digitaliserende samenleving en de consequenties daarvan voor het onderwijs. Het rapport verwijst naar de taak van scholen en samenwerking in de privaat publieke sfeer om tot afspraken te komen over connectiviteit en infrastructuur. Van de overheid wordt stimulering en facilitering verwacht. De overheid kan zich ook inzetten voor cybersecurity en privacy. In goed Nederlands spreekt het rapport zelfs over ‘security officers’ en ‘e-managers’ voor elke onderwijsinstelling. Dit interessante rapport nodigt uit om meer te lezen dan alleen de bijgevoegde samenvatting of de beknopte reacties in de media. Het rapport beschrijft zowel kansen als risico’s die samenhangen met digitalisering in (en van) het onderwijs. In positieve zin wordt onder meer gesproken over verrijking van onderwijsdoelen, vernieuwing van pedagogiek en didactiek en nieuwe docent-kwaliteiten. Daarnaast vraagt de raad ook aandacht voor het bewaken van de persoonsvormende functie van het onderwijs. De raad benadrukt dan ook zogenaamde klep-dicht-tijd. Schermloze tijd om de fysieke en mentale gezondheid te bewaken. Kortom. Een Onderwijsraad-rapport, dat niet mag verdwijnen in een bureaulade, maar een plaats behoort te krijgen bij gesprekken over de ontwikkeling van 21-eeuws onderwijs. Jaap de Kruijf * cspe = centraal schriftelijk en praktisch examen in vmbo

28

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

De foto hierboven was één van de foto’s bij het artikel van RoosRos Architecten over de Pieter van der Plasschool in Schooldomein 5. Helaas is daarbij de fotograaf niet genoemd. En ook dat zetten we graag recht. De foto’s zijn gemaakt door Christian Fielden. Bekijk meer van zijn werk op fieldenfotografie.com.

Omgaan met polarisatie en extreem gedrag in de klas

W

anneer extreme uitspraken en vooroordelen bespreekbaar zijn op school, ontstaat er meer begrip en veiligheid. Stichting School & Veiligheid en Augeo hebben daarom gezamenlijk een korte digitale module ‘Omgaan met extreem gedrag en polarisatie’ ontwikkeld die de kennis van leraren in het vo en mbo vergroot en hen helpt het gesprek hierover op school aan te gaan. De digitale module ‘Omgaan met extreem gedrag en polarisatie’ laat herkenbare klassensituaties zien. Door middel van drie casussen helpt de module leraren met praktische tips en laat zien waar ze meer training kunnen vinden. De module is online beschikbaar via de website van Stichting School & Veiligheid: schoolenveiligheid.nl/actueel/module-omgaan-extreem-gedrag-polarisatie.


ONTWERP EN INRICHTING

Tekst Gertjan Verbaan en Sven Korpershoek

SCHOLEN NU AL KLAAR VOOR DE BIG BENG?

Voorsorteren op energieneutraal

Ashram College in Nieuwkoop (impressie Broekbakema) is een van die plannen waarbij ze vooruitdenken. De gemeente Nieuwkoop verstrekt extra bouwbudget om de nieuwe school bijna energieneutraal (BENG) te maken. Hiervoor worden triple glas, led-verlichting, daklichten, aanvullende regelinstallaties en een groot aantal PV-panelen opgenomen. In de komende 7 jaar wil de school fasegewijs nog extra PV-panelen aankopen en plaatsen zodat na die periode het gebouw ook echt energieneutraal (EPC=0) zal zijn.

Eind 2020 wordt de regelgeving op gebied van energieprestatie (EPC) aangescherpt. Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) zijn vanaf dat moment de standaard. Voor overheidsgebouwen geldt die eis al vanaf eind 2018, al vallen scholen daar formeel niet onder. Waarom niet nu al voorsorteren? Natuurlijk, het blijft een nieuwe uitdaging en een stap met financiĂŤle impact, maar we zien bij DGMR steeds vaker dat schoolbesturen nu al vragen om BENG.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

29


ANTICIPEREN OP DE TOEKOMST Interessant is te weten waarom schoolbesturen nu al voor BENG willen gaan. Dit was het antwoord van één van onze opdrachtgevers: “Duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt voor onze school. Goed presteren op energie is hierbij essentieel. De huidige regelgeving stelt eisen aan de energieprestatie van elk bouwwerk, maar onze ambitie ligt hier duidelijk hoger. Daarom kijken we vooruit. Kijkend naar de nabije toekomst vragen wij onszelf af: Waarom zouden we BENG laten wachten tot 2020, als het nu al beter kan?” MAAR WAT IS BENG DAN PRECIES? Om deze BENG-ambitie waar te kunnen maken, moet een school aan drie harde eisen voldoen. Als opvolger van de energieprestatiecoëfficiënt (EFC) is vanuit Europa een nieuwe methodiek gelanceerd die begint bij een goede gebouwschil, maar ook eisen stelt aan hernieuwbare energie in de geest van de aloude lessen van trias energetica, de strategie om energiebesparende maatregelen te nemen.

De eisen richten zich op: 1. energiebehoefte (met name gebouwschil, max. 50 kWh/m2/jaar) 2. primaire energiegebruik (totaal energiegebruik, ala EPC, totaal max 60 kWh/m2/jaar) 3. benodigde aandeel hernieuwbare energie (minimaal 50%). Deze eisen zorgen voor een uitdagende ontwerpfase, waarbij een goede samenwerking tussen de architect en de bouwfysisch adviseur noodzakelijk is. Al vroeg in de ontwerpfase voert DGMR een variantenstudie uit om te onderzoeken welke bouwkundige maatregelen en installatietechnische voorzieningen nodig zijn aan BENG te kunnen voldoen. De uitkomsten hiervan zijn interessant om een beeld te krijgen van wat er nodig is om een toekomstgericht onderwijsgebouw te creëren dat aan de nieuwe BENG-regelgeving voldoet. WINSTPUNTEN VOOR BENG Zo voerden we in de afgelopen periode inmiddels voor drie scholen met dezelfde duurzaamheidsambities praktische haalbaarheidsstudies uit. Er kwamen interessante oplossingen naar voren uit de variantenstudie van DGMR, waar we zo dieper op ingaan. Waar is voor een school de meeste winst te behalen? De uitdaging ligt met name bij de gebouwschil. Hogere isolatiewaarden voor gevel, dak en vloer hebben niet zo veel zin, belangrijk is de keuze voor het glas en de kozijnen. Met name driedubbel glas levert een flinke positieve bijdrage aan het terugbrengen van de energierekening. Voordeel van dit type glas is ook dat het gevoel van tocht wordt teruggedrongen. Verder levert daglicht een positieve bijdrage aan zowel de beleving voor de leerlingen en docenten als het energiegebruik, omdat minder kunstlicht nodig is. Daarnaast komt het ook aan op goede details. Hoe beter delen van de gevel op elkaar aansluiten, hoe minder kans op warmtelekken. Oftewel, niet stoken voor buiten. De Energy Academy Europe in Groningen bewijst dat het, met de nodige controles tijdens de bouw, zelfs kan in een school met een groot atrium. Het benutten van de massa van het gebouw (door toepassing van open plafonds) levert ook bouwkundig een plus op die zowel effect heeft op energiebehoefte als primair energieverbruik (BENG-eis 1 en 2). SLIM ONTWERPEN Feitelijk begint het ontwerpen met BENG al eerder. Ook de plaatsing ten opzichte van de zon en compactheid van het schoolgebouw spelen een belangrijke rol. Door slim te ontwerpen kan de warmte en het licht in de winter naar binnen worden gehaald en met een slimme zonwering of overstek in de zomer worden geweerd. Ook voor het inzetten van zonne-

infographic Bron: RVO

30

SCHOOLDOMEIN

juli 2017


ONTWERP EN INRICHTING

slimme keuzes te maken, kunnen schoolbesturen de investering beperken. Daarbij is vanwege de levensduur juist het investeren in de gebouwschil te prefereren boven de installaties. Tegelijk zien we dat door de energiewinst de energierekening een heel stuk lager wordt. Uit een haalbaarheidsonderzoek dat DGMR voor BZK deed, blijkt dat terugverdientijden van 5 tot 10 jaar mogelijk zijn. Ook de ervaringen in het consortium dat samen met Platform 31 werkt aan ‘School vol Energie’ tonen aan dat de investering in een goede nieuwe gevel ook bij bestaande bouw opweegt tegen de energiewinst die wordt gehaald bij Nul op de Meter. Er zijn nu nog diverse subsidies beschikbaar om dit te onderzoeken en te realiseren. Bij de genoemde kers op de taart is alternatieve financiering ook interessant. Zonnecellen bieden vanwege de zichtbaarheid zowel kansen voor sponsoring van lokale bedrijven als participatie van de ouders. Daarbij komt dat deze kers ook prima wat later in de tijd geplaatst kan worden zonder effect te hebben op het installatieontwerp.

energie is voorsorteren op een gunstige oriëntatie het advies. Dat vraagt om een vroege samenwerking tussen architect en bouwfysisch adviseur. Naast eerdergenoemde bouwkundige aspecten is voor een duurzaam schoolgebouw aandacht nodig voor de wijze van energieopwekking. Met gasketels wordt het lastig, omdat zonnepanelen (PV-cellen) dan een te groot deel moeten compenseren om aan BENG-eis 3, het aandeel hernieuwbare energie, te kunnen voldoen. Kijk eerst rond wat er in de omgeving al is. Misschien is aansluiting op een bestaand warmte-koudeopslagsysteem (WKO-systeem) mogelijk? Maar het kan ook simpeler door bijvoorbeeld de toepassing van een warmtepomp op lucht en extra aandacht voor met name ventileren en verlichten. Voor Frisse Scholen geldt de eis dat er genoeg verse lucht is om lekker te kunnen leren. Voor BENG is het van belang daarbij te kiezen voor een duurzaam ventilatiesysteem met efficiënte ventilatoren. Door te ventileren naar behoefte (op basis van CO2) en warmte terug te winnen uit de afvoerlucht wordt een goed binnenklimaat gerealiseerd én energie bespaard. Ook ledverlichting met afwezigheidsdetectie en een regeling voor daglicht helpt voor BENG, zodat het kunstlicht uit kan op een heldere dag. Aandacht voor ventilatie en verlichting zorgt ervoor dat er minder elektriciteit nodig is voor het gebouw. Zonnepanelen zorgen er samen met de duurzame opwekking voor dat 50% van de benodigde energie duurzaam wordt opgewekt. Met onze zelfontwikkelde PV-tool kunnen we al vroeg in het ontwerp bepalen hoe we de beschikbare m2 dak nuttig kunnen inzetten voor zonnecellen. MAAR WAT KOST DAT ALLEMAAL? BENG vraagt meer maatregelen dan bij de huidige nieuwbouweisen en dat betekent vooraf dus een extra investering. Door samen met het ontwerpteam

“Om deze BENGambitie waar te kunnen maken, moet een school aan drie harde eisen voldoen”

HOE REALISTISCH IS HET? Op dit moment is BENG nog niet de standaard. BENG is gebaseerd op een norm en rekenmethode die niet letterlijk het energiegebruik bepaalt, maar wel op een gestandaardiseerde manier kan zorgen voor de juiste uitgangspunten voor een energiezuinig ontwerp. De norm gaat uit van een standaard gebruikersgedrag. Uiteindelijk is het de gebruiker, de school zelf, die grote invloed heeft op het daadwerkelijke energiegebruik. Maar met aandacht voor gebruikersgemak en goede voorlichting kan ook die laatste stap gezet worden. Door dit te combineren met monitoring kan er nog makkelijk worden bijgestuurd. Dan zal het nieuwe schoolgebouw dat met BENG is ontworpen ook in de praktijk bijna energieneutraal zijn. EEN STAP VOORUIT De nieuwe BENG-regelgeving is voor scholen een uitstekende tussenstap om uiteindelijk tot een energieneutraal gebouw te komen. Dat levert ook wat op: een lagere energierekening, een betere uitgangs­ positie voor straks en een aantrekkelijke en duurzame school waar leerlingen en ouders graag voor kiezen. Opdrachtgevers en ontwerpers worden gestimuleerd om er nog een flinke schep bovenop te doen. Voor onszelf, voor het schoolbestuur en de leraren, maar vooral voor de kinderen. Een schoolgebouw dat nu al duurzaam is en comfortabel, en berekend is op een energieneutrale toekomst. Neem voor meer informatie contact op met Gertjan Verbaan, senior adviseur onderwijs, DGMR Adviseurs Den Haag, 088-3467500, vb@dgmr.nl.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

31


Tekst Sibo Arbeek

DUURZAME NIEUWBOUW BASISSCHOOL DE CAPELLE

Transparant concept faciliteert onderwijsvisie De Oecumenische Basisschool De Capelle aan de Rode Kruisstraat in Amsterdam-Noord is gesloopt en na een tijdelijke huisvesting op de oorspronkelijke plek als brede en vooral herkenbare buurtschool herrezen. Het transparante gebouw is zeer duurzaam en op een bijzondere manier tot stand gekomen.

“Wanneer het kind centraal staat in de samenwer­ king werken partners beter samen en wordt het makkelijker om ruimten te delen”

D

irecteur van De Capelle Sylvia Rietveld wacht me samen met Ap de Haan van haar bestuur AMOS en Bert van der Heijden van BUKO op. Sylvia trapt af: “We zijn supertrots op dit mooie gebouw, dat in april is opgeleverd en net in gebruik is genomen. Als basisschool met 240 leerlingen bieden we met onze partners voor BSO en VVE een doorlopende ontwikkellijn voor kinderen van twee tot twaalf jaar, waarbij we graag willen dat kinderen en hun ouders zich bij ons thuis voelen. De school is een bekend begrip in deze buurt en vaak zaten de oma’s en opa’s hier ook op school. We zijn feitelijk geen brede school, maar bieden wel een flexplek voor onze oudercontactfunctionaris en we hebben een ouderkamer in dit gebouw.” Ap vult aan: “Het concept brede scholen met veel partners heeft in Amsterdam niet echt gewerkt. Het idee is wel goed, maar als het programmatisch niet werkt vallen partners weg en houd je een kwetsbaar concept over. Dan gaat het gebouw wurgen en gaat het niet werken. Bij een smal programma vanuit het onderwijs werkt het wel.” Sylvia knikt: “Wanneer het kind centraal staat in de samenwerking werken partners beter samen en wordt het makkelijker om ruimten te delen.” BOUWTEAM Ap: “De aanleiding voor de vernieuwbouw ontstond toen het oude gebouw aan de vooravond van een gevelrenovatie stond. Op de funderingsbalken vonden we spuitasbest en dat betekende dat het hele

32

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

gebouw total loss werd verklaard en moest worden gesloopt. BUKO had binnen zes weken de tijdelijke huisvesting voor veertien lokalen iets verderop staan, waar een trapveldje ligt. Het proces van de nieuwbouw liep niet altijd makkelijk. Oorspronkelijk lag het bouwheerschap bij het Stadsdeel Noord, maar na de centralisatie is het weer bij ons komen te liggen. We waren erg tevreden over BUKO en zij zijn als partij uit de onderhandse aanbesteding gekomen.” Bert van der Heijden: “We zijn in het bouwteam verdergegaan met de leidraad als uitgangspunt. In zo’n constructie kun je beter een gebouw op maat ontwikkelen, waarbij partners hetzelfde doel hebben en elkaar versterken.” Sylvia: “Ons eerste gebouw was een legodoos waar iedere keer een blokje aan werd gebouwd en het plein kleiner werd. De tijdelijke huisvesting beviel goed met twee leerpleinen voor onder- en bovenbouw. Daarom wilde ik graag een school in twee lagen met op elke laag leerpleinen. Dat brengt rust en zorgt ervoor dat we goed integreren met de BSO. Het leuke van die leerpleinen is dat kinderen uitgedaagd worden om zelfstandig te werken. Je ziet ook dat kinderen van groep drie op een natuurlijke manier integreren met de onderbouwkinderen.” CULTUURSCHOOL Het is een licht en rustig gebouw in zijn kleurstelling. De school heeft vier units, waarbij elke unit uit vier lokalen met een eigen leerplein bestaat. Daarnaast zijn er twee grote hallen. De gekleurde vloer loopt als een rode draad door het gebouw en elke unit heeft


Vlnr. Bert van der Heijden, Ap de Haan en Sylvia Rietveld

PROJECTINFORMATIE Project Vervangende nieuwbouw basisschool De Capelle Opdrachtgever AMOS, in afstemming met de gemeente Amsterdam Aannemer BUKO Architect

een eigen primaire kleur. Sylvia: “We zijn een kunsten cultuurschool, omdat we vinden dat cultuur het leven kleurt. In de hal beneden is er ruimte voor presentaties en wordt er als naschoolse activiteit muziek gemaakt. Boven vind je de bibliotheek en kunnen kinderen zelf leren en lezen. Het gebouw heeft ook verschillende flexruimten, die door verschillende partijen gebruikt worden. Het speellokaal voor de peuters en kleuters kunnen we tot een grote gymzaal of twee gymruimten omvormen en door de wanden weg te schuiven ontstaat samen met de hal een grote aula.” Ap vult aan: “Een deel van de winst van de m² zit erin dat de verkeersruimten ook onderwijsruimten zijn.”

Klaas Huisjes BVO 2.400 m² Stichtingskosten E 3,8 miljoen (inclusief bijkomende kosten en exclusief btw)

CIRCULAIR GEBOUW Bert: “Binnen het bouwteam hebben we goed samengewerkt met de architect en onze installateurs. Dat heeft tot een krachtig concept geleid; de ligging van het gebouw is perfect, met aan twee zijden pv-cellen. Het heeft geen gasgestookte installatie, maar werkt

Foto: Erik Boschman

Foto: Erik Boschman

ONTWERP EN INRICHTING

wel met warmteopslag en vloerverwarming. Het probleem is niet hoe je het gebouw verwarmt, maar juist koelt. Bijzonder is ook dat de muren uit een granulaatstrip bestaan; dat is een geperste steenstrip die zeer duurzaam en circulair is. Daardoor is het constructief ook een ander type gebouw dan veel scholen gewend zijn. Het is voor eigen gebruik een energieneutraal gebouw en daarom past het ook bij de ambitie van de stad Amsterdam. We gaan de prestatie de komende tijd monitoren, omdat het om een innovatief gebouw gaat.” Sylvia vult aan: “Doordat we geen radiatoren hebben is het veel efficiënter schoon te maken. Bovendien komen de grote ramen veel beter uit; de bordessen zijn de grootste eyeopener, waarbij je van voor naar achter door de hele school kunt kijken. Daarnaast kijk je de wijk in, waardoor je in een stedelijke omgeving toch een dorps gevoel hebt. Kortom; we zijn een vertrouwde school.” Voor meer informatie kijkt u op buko.nl.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

33


Tekst Sibo Arbeek

ALLE ONDERWIJSRICHTINGEN ONDER ÉÉN DAK

Spectaculaire trappenpartij in IJsselcollege Het nieuwe IJsselcollege in Capelle aan den IJssel biedt de onderwijsrichtingen vmbo, mavo, havo en vwo onder één dak. RoosRos Architecten ontwierp het veelkleurige gebouw, bedoeld als stimulans voor de onderwijsvisie en een thuis voor de leerlingen.

H

enk de Gelder is projectarchitect van RoosRos: “Wij werden uitgenodigd om mee te doen aan een prijsvraag. Het oorspronkelijke programma van eisen ging uit van twee afzonderlijke scholen, waarbij het bestuur in eerste instantie twee aparte gebouwen in gedachten had. Maar toen is om efficiencyredenen gekozen om de beide scholen voor vmbo en havo/vwo te combineren in één gebouw. Het uitgangspunt was om de beide scholen met de ruggen tegen elkaar aan te zetten, met een aula die door middel van een flexibele wand voor speciale gelegenheden geopend zou kunnen worden. Wij hebben in de eerste gesprekken met bestuur kritische vragen gesteld: ‘Is dit echt wat je wilt, in een wereld waarin iedereen met elkaar omgaat en techniek steeds belangrijker wordt.’ Dat proces heeft uiteindelijk geleid tot een volledig nieuw programma, waarbij de aula het

34

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

verbindende element is geworden tussen de beide richtingen. De huisvesting van vmbo, mavo, havo en vwo in één schoolgebouw creëert kansen voor unieke samenwerkingen. Dat resulteerde in het ontwerp waarbij de leerrichtingen face-to-face verbonden zijn. In het hart is ruimte voor gezamenlijk eten, studeren, chillen en ontmoeten.” PLACE TO BE “De aula heeft echt een wauw-effect op de leerlingen”, vertelt Jos Jacobs, inmiddels gepensioneerd. Namens de Raad van Bestuur begeleidde hij het ontwerp- en bouwproces. “Tijdens de ontwerpsessie met gebruikers werden onze ideeën direct uitgewerkt in een 3D model. Zo werd het plan gevisualiseerd en konden we beslissingen snel nemen.” Henk knikt: “We hebben van binnen naar buiten ontworpen, waarbij de aula vertrekpunt was en van


ONTWERP EN INRICHTING

“Het ontwerp heeft invloed op de kwaliteit van onderwijs; samen in één gebouw werkt!”

PROJECTINFORMATIE Project Nieuwbouw IJsselcollege voor mavo, havo en vwo Opdrachtgever IJsselcollege / Blick, Capelle a.d. IJssel Ontwerpbureau RoosRos Architecten, Oud-Beijerland

daaruit verbindingen zijn gelegd met de verschillende onderwijsprogramma’s. Je komt de aula in en daar moet het sprankelen; dat is de place to be en vormt het hart van het gebouw. Vanuit dat hart zijn er vertakkingen naar de hoofd- en achter-entree, het bordes en de bovenste laag waar een groot overstek is aangebracht. Dat leidt tot het idee van een arena, waarbij vanaf elke verdieping leerlingen zicht hebben op de centrale ruimte. Dat is ruimtelijk vertaald door een spectaculaire trappenpartij.” Voor de start waren met name de vwo-leerlingen en hun ouders kritisch over het samengaan. Tijdens de opening vertelden twee leerlingen van het vwo en het vmbo hoe leuk en functioneel het is om met elkaar in een gebouw samen te leven en te werken. Leerlingen van het vwo lopen mee met praktijklessen van het vmbo en doen daarmee nieuwe vaardigheden op. Het ontwerp heeft zeker invloed op de kwaliteit van het onderwijs en het is geweldig om te zien dat het bestuur die visie heeft ontworpen met de slogan: “samen in één gebouw werkt.”

Projectarchitect(en) Henk de Gelder, Sander Ros, Bertold van Burg Aannemer Bouwbedrijf De Vries en Verburg, Stolwijk Bouwmanager Hevo, ‘s-Hertogenbosch Adviseurs DWA, Rijssen | Deerns, Rijswijk | SWINN, Gouda Bruto vloeroppervlakte ca. 9.700 m2 Oplevering januari 2017

RUWE BOLSTER, BLANKE PIT Henk verder: “Het IJsselcollege is kostenefficiënt ontworpen voor minder dan € 900 per m² en relatief makkelijk bouwbaar door een slimme en compacte hoofdstructuur. De onderwijsvleugels zijn sober en doelmatig ingericht, maar we hebben extra kwaliteit in het hart gebracht dat opvalt door de materialen en detaillering. De antraciet, robuuste schil met haar eenvoudige contouren maakt een statement in de omgeving. De variatie in raampartijen en de verschillende gevelopeningen creëren dynamiek. De binnenwereld ‘springt’ op deze plekken naar buiten.

De uitsparingen en erkers zijn, in contrast tot de gevel, licht vormgegeven. Het atrium vormt het centrum van de school. In het ontwerp is het onderwijs verdeeld in diverse zones. Vanuit het hart, via de lockerruimtes en de leerpleinen, bereiken leerlingen de onderwijsvleugels waar rust en concentratie heerst. De praktijklokalen bevinden zich op de begane grond, daar is bijvoorbeeld het lokaal voor motorvoertuigentechniek via overheaddeuren ook vanaf de buitenkant toegankelijk. De begane grond heeft veel glas, prettig daglicht en etaleert bovendien het onderwijs naar de buitenwereld. Ook in het interieur is veel glas verwerkt. Vanaf de leerpleinen maar ook vanuit de lokalen en de personeelsruimte is door de raampartijen zicht op het atrium.” INNOVATIEVE INSTALLATIES Luchtbehandeling en ventilatie spelen een belangrijke rol bij het creëren van een goed werk- en leer­ klimaat. Henk daarover: “In het IJsselcollege is het innovatieve BaOpt-systeem toegepast. Dit werkt op basis van luchtdruk. Nieuw toegevoerde lucht mengt met de lucht die al in de ruimte aanwezig is. Door een lichte overdruk te creëren ontstaat er een rustig inblaaspatroon. De zeer lage luchtsnelheid verhoogt het comfort. Goede luchtbehandeling speelt naast comfort bovendien een belangrijke rol in de energieprestaties van een gebouw. Doordat er niet continu ventilatielucht in geblazen wordt, wordt bespaard op de capaciteit en het elektriciteitsverbruik van installaties. Kortom; het is een slim gebouw geworden.” Voor meer informatie kunt u contact opnemen met RoosRos Architecten: info@roosros.nl, 0186-691580.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

35


Tekst Sibo Arbeek Foto’s Dion Huiberts

DE GROENE DRAAD IN VLAARDINGEN BIEDT KINDEREN VAN 0 TOT 12 ONDERDAK

Verrassende inpassing brede school binnen stedenbouwkundig kader Een brede school als onderdeel van een omvangrijke stedenbouwkundige vernieuwing, waarbij de inpassing, contouren en materialisering voor een belangrijk deel vaststonden. Dan wordt het een bijzondere opgave om een gebouw voor drie scholen, kinderopvang en een sportzaal neer te zetten. De Groene Draad verbindt de scholen met de wijk en het duurzame karakter ervan.

A

rchitect Huub Frencken verwelkomt me in de grote multifunctionele ruimte van de brede school in Vlaardingen, waar huisvestingsadviseur Martijn den Boer van Wijzer in Opvang en Onderwijs aanschuift. Wijzer is verantwoordelijk voor de kinderopvang en de openbare basisschool Jan Ligthart. Verder biedt het gebouw onderdak aan de interconfessionele basisschool Avonturijn en de neutraal bijzondere basisschool Jenaplan Vlaardingen. Martijn over het beheer: “De gemeente is eigenaar en heeft aan Wijzer gevraagd om samen met de gebruikers zorg te dragen voor het beheer van het gebouw.” STEDENBOUWKUNDIGE VERNIEUWING Als architect zijn we vanaf dag één betrokken bij alle onderdelen van het bouwproces. De brede wijk­ gerichte school telt in totaal 700 gebruikers en is in september 2016 in gebruik genomen en vormt onderdeel van een stedenbouwkundige vernieuwing. De wijk heeft een licht gebogen vorm met vier woningblokken die langs de Van Hogendorplaan liggen. Door die ronding ontstonden wiggen tussen de blokken, waarin de voorzieningen werden gebouwd, zoals de muziekschool, de kerk en de scholen. Die zijn deels afgebroken, waarbij de wiggen groene ruimten zijn geworden, met als centraal thema ontmoeting. De voorzieningen zijn in het nieuwe plan in de nieuwe woonblokken opgenomen. In dit blok zitten de brede school en het kantoorgebouw van Waterweg Wonen en iets verderop is een groot winkelcentrum ge-

36

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

“De grote centrale ruimte is echt een toegevoegde waarde”

bouwd. Ze vormen een stedenbouwkundige eenheid met dezelfde steensoort en type kozijnen.” GROEN EN DUURZAAM “Het is een groot gebouw, waarbij ook de sportzaal Babberspolder onderdeel van het volume is. De hoofd­ingang is gemarkeerd aan de Van Hogendorplaan. Die kant heeft een stedelijke uitstraling met een strak gevelbeeld, terwijl het gebouw aan de achterzijde op de woonwijk aansluit. Daar hebben de individuele gebruikers hun eigen sub entree, die op de patio’s uitkomen. Gezien de locatie zijn we op


ONTWERP EN INRICHTING

PROJECTINFORMATIE Project Nieuwbouw brede school De Groene Draad, drie scholen, kinderopvang en sportzaal Opdrachtgever Gemeente Vlaardingen Architect Frencken Scholl Architecten Programma van Eisen ICSadviseurs Akoestiek Ecophon Ingebruikname September 2016

zoek gegaan naar inventieve oplossingen waarbij spelen op het dak een mooie plek heeft gekregen. De binnengebieden aan de achterzijde sluiten aan op de inkepingen van de woningbouw. De buitenwand van de gymzaal is bekleed met een groene gevel. Verder nodigen de groene wiggen de kinderen uit om de wijk in te trekken. We hebben een glazen hek als een fries langs de lange gevel gelegd. Daarop komt het groene logo van de brede school. Natuurlijk is een het duurzaam gebouw Frisse Scholen categorie A met CO2 gestuurde ventilatie en veel aandacht voor het binnenklimaat. Alle gebruikers raken aan het centrale hart dat de centrale ontmoetingsplek vol activiteiten moet worden. Deze ruimte is gerealiseerd met beperkte normatieve m². De verschillende scholen hebben meters aan het centrale hart afgestaan, maar dat ervaar je nergens als een gemis. Het moet uiteindelijk een bruisend hart worden en is ook geschikt om bijvoorbeeld ouderen uit de buurt te betrekken, die bijvoorbeeld de jongsten zouden kunnen voorlezen. De school staat naast een strip met seniorenwoningen. Het daarom ook echt als een voorziening voor de wijk bedoeld. De hoofdingang grenst daarom aan de keuken en de centrale ruimten en is apart toegankelijk en afsluitbaar.”

GROEIPROCES Huub verder: “De wijk was verouderd, inclusief de schoolgebouwen. Concentratie was geen wens, maar ingegeven door het stedenbouwkundig ontwerp. Naar elkaar toegroeien kost tijd. Daarnaast moesten we de identiteit van elke gebruiker borgen. De inrichting van de scholen moest natuurlijk bij de visie van de gebruikers aansluiten. Elke gebruiker heeft zijn eigen accenten en onderwijsvisies. De verschillende karakters zijn vertaald in eigen kleuren, eigen kapstokken en ophang­ systemen. De Avonturijn heeft voor grote lokalen en minder verkeersruimte gekozen terwijl Jan Lighart juist weer kiest voor kleinere ruimten en een natte hoek als verbindingsruimte voor de jongste groepen.” Martijn: “De grote centrale ruimte in het hart van het gebouw is echt de toegevoegde waarde die het complex biedt aan elk van de gebruikers. Als de verschillende gebruikers elk in afzonderlijke gebouwen waren gehuisvest zou het niet mogelijk zijn geweest een dergelijke voorziening voor de kinderen en voor de wijk te realiseren. De kwaliteit en meerwaarde van een dergelijke voorziening zal alleen nog maar groter worden als de gebruikers de kansen gaan ontdekken en benutten die dit biedt.” Kijk voor meer informatie op frenckenscholl.nl.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

37


DEMEEUW MAAKT RUIMTE VO O R D E T O E KO M S T

DEMEEUW biedt ruimte. Jezelf kunnen ontplooien is essentieel om gelukkig te zijn. Daar heb je ruimte voor nodig. Ruimte die DEMEEUW je biedt. Letterlijk en figuurlijk. Met inspirerende concepten. Waarbij volledige herinzetbaarheid de grondslag is. Wij kijken verder. Vinden gebruik belangrijker dan bezit. Wij maken ruimte voor inspiratie. Maken ruimte voor ontwikkeling. Maken ruimte voor de toekomst. Wij zijn DEMEEUW. TOEKOMSTBOUWERS.

WWW.DEMEEUW.COM


Tekst Sibo Arbeek

ONTWERP EN INRICHTING

FLEXIBEL EN CIRCULAIR BOUWEN

Het gebouw als een grondstoffenbank

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

39


Werken aan een duurzame samenleving begint nu. Dat raakt alle aspecten van het bouwproces, inclusief de opslag en het transport. De Meeuw speelt daar met een eigen ontwikkeling op in.

I

k spreek Dennis Bol en Freek de Kort op de vestiging van De Meeuw in Oirschot. Freek: “Het is traditiegetrouw druk in deze maanden waarin we snel moeten acteren. Scholen weten wat op hen afkomt en hebben tijdelijke huisvesting nodig. Die moet er natuurlijk na de schoolvakantie staan.” Maar het gesprek gaat niet over het betere handwerk van De Meeuw, maar over de wijze waarop De Meeuw inspeelt op toekomstige ontwikkelingen met als insteek: “Flexibel en circulair bouwen als nieuw perspectief.” PLANET B Dennis: “Onze thema’s zijn flexibel en circulair, omdat er geen ‘Planet B’ is. We moeten meer beseffen dat de planeet ons domein is. Je ziet dat de impact van de bouw op het milieu enorm is. Het gebruik van materialen zorgt voor 50% vervuiling, de transport van goederen 20% en het energieverbruik nog eens 20%. Dus willen we minder materialen en energie verbruiken en vooral minder milieuonvriendelijk materiaal toepassen. En je ziet dat de bouw al stappen aan het maken is: we maken BENG gebouwen, zijn bezig met upcycling en recycling en ziet steeds meer alternatieve (biobased) materialen. Dat doen we omdat we terecht zuinig met onze grondstoffen om moeten gaan. Maar tegelijkertijd zien we een enorme versnelling aan de vraagkant en dat blijft ook zo. Mensen kijken anders naar zichzelf en hun omgeving en zijn constant in verandering. We willen meer, persoonlijker, sneller. Dat heeft zijn weerslag op de (sociale-) infrastructuur en de gebouwde omgeving. Dus kun je niet meer voorzien hoe een gebouw over veertig jaar nog presteert en of het dan nog voldoende presteert. Veel (school-)gebouwen uit 1980 waren bijvoorbeeld na 25 jaar al hopeloos gedateerd.” PLACE TO BE “Die ontwikkelingen zie je ook binnen de leeromgeving; de behoefte aan vormen van passend en persoonsgericht onderwijs, de ontwikkeling naar vernieuwende werkvormen, het inrichten van communities, connectiviteit en de digitalisering van het onderwijs. Heb je in de toekomst nog een specifiek gebouw nodig? Leren kan via een learning app, maar je wilt wel ontmoeting faciliteren en dat is in de tijd uitgezet een variabele. Vandaag is deze plek de place to be en morgen misschien een andere. Misschien wil je elk jaar wel een ander gebouw en een andere leer-of woonomgeving. Alles verandert, dus waarom zouden we nog willen bouwen voor de eeuwigheid? Die snelheid waarbij we telkens willen vernieuwen staat in contrast met het minder gebruiken en minder

40

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

weggooien. Het gebouw moet je zien als een inte­ grator van functionaliteiten, of het nu om ontmoeting, techniek, of verschillende functies bij elkaar gaat. Uiteindelijk gaat het om de prestatie die het gebouw moet faciliteren. Dat kan door de vorming van een community, goede zorg of een leerprestatie. De klant bepaalt telkens weer aan welke prestatie een omgeving moet voldoen. Veel traditionele gebouwen dicteerden het aanbod, in de toekomst zal de vraag steeds meer leidend zijn. In deze transitieperiode

“Wij zien dat we als bouwbedrijf veel meer als een transformatiebedrijf gaan werken. Alles wat terug­komt wordt efficiënt ingericht, gaat opnieuw door de keten en wordt opnieuw bestemd” naar een nieuwe tijd bieden we een nieuw perspectief. Met een bouwmethode waarin we er juist vanuit gaan dat voortdurend zaken veranderen. Dat niets vaststaat. Je weet niet hoe morgen eruitziet en je wilt ook niet dat je een gebouw tegen hoge kosten elke keer moet wijzigen. Dan zie je dat de ambitie wordt verlaagd omdat je toch de business case rond moet rekenen.” FLEXIBELE SCHIL “De Meeuw is traditioneel sterk in tijdelijke huisvesting en het creëren van een flexibele schil om de behoefte aan capaciteit snel op te kunnen vangen. Daarachter ligt een visie op het continue veranderen en versnellen, omdat blijkt dat niet alleen de leerlingen­aantallen, maar ook het klimaat, de technische vooruitgang en visies op het onderwijs blijvend bewegen. Dan moet je je gebouw veelvuldig aanpassen om het optimale te bereiken. De woningmarkt is daar al wat verder mee. Zo hebben we het merk Nezzt ontwikkeld, dat inspeelt op de behoefte van de consument aan flexibele oplossingen. Het eerste project is in Almere gerealiseerd. Een groot voordeel van modulair bouwen is dat je de techniek in de fabriek toepast. Dat betekent dat je met weinig rest­ afval bouwprocessen kun optimaliseren, omdat je met vooraf geproduceerde elementen verschillende systemen beter kunt integreren. Bovendien heb je minder transportbewegingen, minder CO2 en heeft het een enorme impact op het grondstoffenvervoer. Op de locatie zelf kan de flexibele school, of het wooncomplex op elk moment aangepast worden. Het


ONTWERP EN INRICHTING

adaptief vermogen is oneindig, omdat je naar behoefte kunt groeien en krimpen. Wat niet meer nodig is wordt teruggenomen, hergebruikt of gerecycled. Een goed voorbeeld is de tijdelijke huisvesting van Hyperion, die in fasen is meegegroeid met het aantal leerlingen en uiteindelijk naar een nieuwe locatie is verplaatst en geüpdatet. TERUGGEVEN “Wij zien dat we als bouwbedrijf veel meer als een transformatiebedrijf gaan werken. Gebouwen of gebouwdelen die terugkomen worden via een efficiënt industrieel productieproces opnieuw gereed gemaakt voor een nieuwe bestemming. Op die manier richten we ook steeds meer onze afspraken met onze leveranciers in. Zo werken we nu heel intensief en innovatief samen met Dus Architecten uit Amsterdam. Met Actual, het 3D label van het Amsterdamse architectenbureau, ontwikkelen we samen een digitaal ontworpen en 3D geprinte gevel die 100% bestaat uit recyclaat. Die ontwikkeling zet een cruciale stap richting de optimalisatie van het bouwproces én onze ambitie om 100% circulair te worden. Het basisproduct is al recyclaat. Dan denk je vanuit een spaarbank van materialen en gebruik je zonder te vernietigen. Alles moet niet alleen demontabel zijn, maar remontabel, zonder waardeverlies. Bovendien kun je door het gebruik van 3D printtechnologie op het gebied van design en inrichting optimaal inspelen op de wensen en eisen van klanten ten aanzien van vormgeving. Als het niet meer nodig is kan het worden versnipperd en gebruikt worden om een nieuwe gevel te printen. Zo ontwikkelen we met partners onze visie in vernieuwende bouwmethodieken, door de stappen in het bouwproces te reduceren en te transformeren naar circulaire en vernieuwende toepassingen. In die ontwikkeling zijn materialen aanpasbaar, verplaatsbaar, opnieuw inzetbaar en daardoor ook beter betaalbaar. Dan kun je dat luxe gebouw met die permanente uitstraling toch betalen, ondanks een vaak kortere gebruiksperiode. Wij vinden ook dat alle partijen in de keten moeten samenwerken om het beste uit de markt te halen. Stel je een 3D geprinte gevel van gebruikte shampooflesjes voor, waarbij het regenwater in de gevel wordt opgevangen, pv-cellen bevat en bijvoorbeeld elektra en infrastructuur zijn geïntegreerd. Het is geen fantasie; de eerste stappen zijn we al aan het maken! Kijk voor meer informatie op schooldomein.nl/demeeuw-dus en op demeeuw.com.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

41


Tekst Sibo Arbeek Foto’s Chris van Koeverden

GISPEN VERSTERKT INRICHTING TIAS UTRECHT

Goed geslaagde herontwikkeling van oud kantoorgebouw Het nieuwe pand van de TIAS-School for Business and Society aan de Kroonstraat in Utrecht hartje centrum was oorspronkelijk een bankgebouw en huisvestte vervolgens de Kamer van Koophandel. Adjunct professor en tijdelijk projectmanager Menno Maas zag direct de potenties van het leegstaande vastgoed. De combinatie van de betonstructuur en de hoogte en het licht in de ruimten vormden de dragers voor een geslaagde inrichting.

H

et gesprek vindt plaats met Adjunct Professor Real Estate Development van TIAS Menno Maas en Jeroen Verweij van Gispen. Menno heeft het renovatie en herinrichtingstraject begeleid: “Omdat ik vanuit mijn eerdere interimfuncties en mijn vastgoedachtergrond de benodigde ervaring had. TIAS is één van de drie belangrijke business schools naast Nyenrode en de Rotterdam School of Management van de Erasmus universiteit. Wij zijn de grootste in het aantal studenten met onze hoofdvestiging in Tilburg en de universiteiten van Eindhoven en Tilburg zijn onze aandeelhouder. We krijgen hier niet alleen studenten van 20+ die voor hun master bedrijfskunde bij ons komen, maar ook een grote groep studenten van midden 30 die in hun tweede of derde baan zitten en een executive master of MBA naast hun werk willen

Adjunct Professor Real Estate Development Menno Maas

42

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

volgen. Daarnaast bieden we kort­lopende business opleidingen aan voor een brede doelgroep. Het gaat altijd om de combinatie van management, leiderschap en strategie. Dat zegt iets over het type school en de uitstraling die we willen. We zijn zakelijk en internationaal georiënteerd, met veel Engelstalige studenten. Ze komen hier om heel gericht een programma te volgen en werken dan lange dagen in een soort pressure cooker. Mensen moeten zich hier thuis voelen en elkaar op een prettige manier kunnen ontmoeten. Het gebouw moet dus samenwerken en ontmoeten stimuleren.” LOT UIT DE LOTERIJ Menno verder: “Dit gebouw is begin jaren 80 neergezet voor de Nederlandse Bank en is de afgelopen tien jaar door de Kamer van Koophandel gebruikt. De KvK verhuisde en TIAS was al vanaf 2014 op zoek naar een meer functioneel gebouw in de binnenstad. We zaten aan de Kromme Nieuwe Gracht in een monumentaal herenhuis, dat te klein was en waarvan het huurcontract ten einde liep. We hebben ook gekeken naar panden in de wijken Rijnsweerd en De Uithof, maar voor internationale studenten is de relatie met de gezellige binnenstad belangrijk. Dit gebouw is een lot uit de loterij omdat de Kamer van Koophandel op de begane grond haar publieksruimten had. Het zijn ruimten met overspanningen van twaalf meter en vier meter hoog, dus we konden hier goed onze collegezalen bouwen. Daarnaast staat duurzaamheid hoog in ons vaandel en leveren we een bijdrage door een bestaand kantoorgebouw te hergebruiken. Belangrijk is ook dat we eventueel op de tweede verdieping


ONTWERP EN INRICHTING kunnen uitbreiden. Voor congressen en onze graduation day kunnen we gebruik maken van de Jacobikerk aan de overkant. In ons oude pand konden we 120 studenten in twee collegezalen bedienen; nu zitten we al op 220 studenten en beschikken we over vijf collegezalen. De locatie ligt bovendien op acht minuten loopafstand van het station en Hoog Catharijne; kun je vlakbij goed parkeren en liggen alle voorzieningen om de hoek.” BETONSTRUCTUUR Menno: “Het gebouw hebben we samen met de eigenaar herontwikkeld. Een deel waar nu onze collegezalen liggen was parkeergarage. Wij vonden dat het gebouw een mooie betonstructuur had en die wilden we graag laten zien. De KvK had die mooie cassetten structuur met goedkope tempexplaten bekleed, waarboven de ook goedkope installaties lagen. We hebben het hele gebouw gestript en de oorspronke­lijke betonstructuur weer blootgelegd. Gecombineerd met een hoogwaardige inrichting zorgt dat voor een klassieke en tegelijkertijd warme uitstraling.” FLEXIBELE EN INFORMELE RUIMTEN Jeroen Verweij van Gispen: “We kregen een eerste uitvraag waarin elementen als duurzaamheid, ervaring, een sfeerimpressie, kennis en expertise zaten. Nadat wij geselecteerd waren, hebben we nauw samengewerkt met architect Christiaan Coepijn van DTZ en Cushman & Wakefield om van ontwerp naar product oplossingen te komen. De opdrachtgever had een heldere visie op het interieurbeeld, waarbij de balans tussen de betonuitstraling, de kleur van de vloer en de inrichting belangrijk was. Het leuke was dat er steeds meer enthousiasme ontstond door de ideeën die we aandroegen.“ Menno vult aan: “Belangrijke beelden waren dat het licht, open en transparant moest worden, met een internationale en zakelijke uitstraling. En zo zijn we met Gispen combinaties voor de inrichting en het meubilair gaan maken. De tijd dat je urenlang naar een hoogleraar zit te luisteren is voorbij. Colleges volgen vormt maar een klein onderdeel. We willen dynamisch groepsprocessen faciliteren, dus hebben we veel zogenaamde break-outrooms, ondersteund door de modernste screens aan de muur.” Jeroen knikt: “Het is primair een onderwijsgebouw, maar we hebben het aangevlogen als een mix tussen een school en een professionele kantooromgeving. In de collegezalen staan voor de studenten ook draaibare bureaustoelen in plaats van een vaste college opstelling. Dat maakt dat je snel andere soorten van overleg kunt organiseren, waardoor je in de ruimte kunt blijven zitten. Daarnaast wil je een scrum-achtige ruimte waar je met elkaar brainstormt en snel ideeën uitwisselt. Dat zie je ook in de wereld van de banken en de ICT-bedrijven.” Menno ten slotte: “We hebben het geluk gehad dat alles perfect bij elkaar past: het gebouw, de ruimten en de inrichting ervan.”

“De beton­ structuur gecombineerd met een hoogwaardige inrichting zorgt voor een klassieke en tegelijkertijd warme uitstraling”

Kijk voor meer informatie op gispen.com of tias.edu.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

43


Tekst Jaco de Wildt, Platform Onderwijshuisvesting

Met LCC lagere huisvestingskosten en meer geld voor onderwijs U kunt de exploitatiekosten van uw onderwijshuisvesting optimaliseren, waardoor u meer geld kunt besteden aan het onderwijs. Wist u, dat u al tijdens de initiatieffase van uw nieuwbouw project hierop kunt sturen? Ook voor bestaande gebouwen kunt u de exploitatiekosten omlaag brengen. Life Cycle Costing (LCC) is een methode om u daarbij te ondersteunen.

“Tijdens het gebruik van het gebouw is continu monitoring en bijsturing van exploitatie­ kosten nood­ zakelijk”

LIFE CYCLE COSTING Met LCC worden de totale levensduurkosten van onderwijshuisvesting in kaart gebracht. Wij onderscheiden hierin gebouwgebonden en bedrijfsgebonden kosten. Voor wat betreft de onderwijshuisvesting is qua huisvesting zelf vooral inzicht gewenst in de gebouwgebonden kosten. Gebouwgebonden kosten zijn de investerings- en exploitatiekosten, zoals onderhouds- en energiekosten. Een optimaal resultaat wordt behaald, als we in staat zijn tijdens alle fasen van de gebouwontwikkeling de kosten inzichtelijk te hebben. Met toepassing van LCC verkrijgen we dat inzicht al in een vroeg stadium. Van oudsher is ontwikkeling van huisvesting gericht op de eerste drie fasen van de vastgoed cyclus; Initiatief & Definitie, Ontwerp en Realisatie. De exploitatie van het gebouw wordt veelal buiten beschouwing gelaten. De opkomst van geïntegreerde contractvormen, de stijging van energieprijzen en de noodzaak tot het verantwoord omgaan met materiaal en energie dwingt de onderwijssector verder te kijken dan alleen de initiële investering. Gebouwinvesteringen dienen integraal te worden afgewogen ten opzichte van de prestaties op de lange termijn. Aspecten als onderhoud, energie, bewaking, schoonmaak en personeelskosten zorgen voor een substantieel aandeel van de kosten gedurende de gehele levensduur van het gebouw.

meegerekend. Hier verkrijgt zowel de gemeente als de schoolorganisatie - de gebruiker - inzicht in de Total Cost of Ownership. Vroegtijdige ontwerpoptimalisaties en aanpassingen tijdens de gebruiksfase geven kostenvoordelen op de langere termijn. De LCC-methodiek maakt deze voordelen inzichtelijk en geeft de betrokken partijen inzicht en overzicht, waardoor de discussie over de verdeling van de gecreëerde meerwaarde inhoudelijk kan worden gevoerd.

Figuur 1: vastgoedcyclus met adviesdiensten

Het opstellen van een berekening van de levensduurkosten met LCC geeft een juiste prognose van de kosten (en eventueel opbrengsten) in de toekomst. Mutaties in gebruik en organisatie, afstoting of uitbreiding en verbetering van de productiviteit en verlaging van het ziekteverzuim kunnen worden

44

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

LCC IN DE VASTGOEDCYCLUS Voor een kostentechnisch optimaal gebouw is het noodzakelijk om gedurende alle fasen van het ontwikkelingsproces inzicht te hebben in de investerings- en in de exploitatiekosten. Daarom dienen de


ONTWERP EN INRICHTING

Ontwerpproces LCC geeft de kaders weer voor het ontwerpproces. Door deze kaders, kan een nieuwe school binnen het budget gerealiseerd worden. Binnen het investeringsbudget en binnen het exploitatiebudget. maakt het mogelijk om een weloverwogen keuze te maken tussen varianten. Gedurende het ontwerptraject wordt er toe gewerkt naar een integraal bouwkundig, constructief en installatietechnisch ontwerp, waarbij naast investeringskosten ook onderhoudskosten en energiekosten geraamd worden. Aanbesteding & Contract De opdrachtgever bepaalt zelf op welk moment hij aanbesteedt. Dat kan op basis van een gedetailleerd Programma van Eisen, op basis van een Bestek of een tussenvorm hiervan. De levensduurbenadering kan ondersteunen bij het beantwoorden van deze vragen. Een geïntegreerde contractvorm maakt het mogelijk om bijvoorbeeld energie en gebouwonderhoud mee aan te besteden. LCC maakt het mogelijk hiervoor realistische prestatie-eisen op te stellen en de aanbiedingen te toetsen.

Wellant College Utrecht

levensduurkosten en de bijbehorende gebouwkwaliteit in elke fase berekend en gemonitord te worden. Initiatief- en definitiefase De onderwijssector is continu in beweging. De onderwijsinstelling moet voortdurend zijn onderwijshuisvesting hierop aanpassen. LCC ondersteunt de instelling bij de keuze tussen renovatie, uitbreiding of nieuwbouw. Op basis van ervaring worden in deze fase de technische, ruimtelijke en functionele aspecten van het gebouw doorgerekend naar realistische levensduurkosten. Hierbij wordt ook de invloed van toe te passen duurzaamheidsmaatregelen mee genomen. Duurzaamheidsmaatregelen vragen om een meer-investering aan de voorkant, maar kunnen in veel gevallen een positief effect hebben op de energie­kosten én de onderhoudskosten. Met LCC ontstaat er, bij afronding van deze fase, een betrouwbaar instrument voor de verdere sturing van het gebouwontwikkelingsproces.

Realisatie Tijdens de realisatie van een project is kwaliteitstoezicht noodzakelijk om vastgelegde prestatie-eisen uit het ontwerptraject te kunnen waarborgen in de exploitatiefase. Het omschrijven van de toetsingsmogelijkheden en toetsingsmomenten, de mogelijke risico’s en de aandachtspunten vindt op basis van de LCC-resultaten plaats. Gebruik Tijdens het gebruik van het gebouw is continu monitoring en bijsturing van exploitatiekosten noodzakelijk. Ook op langere termijn wordt immers aansluiting gewenst bij de prognoses. Het onderhoud op lange termijn wordt inzichtelijk gemaakt met een meerjaren-onderhoudsplanning en met LCC kan het energieverbruik gemonitord worden met de verwachting en kunnen tijdig maatregelen genomen worden bij afwijkingen van de prognoses. Presentatie van de LCC-resultaten De resultaten van een LCC-berekening kan op diverse manieren worden gepresenteerd. Het meest gebruikt zijn de Terugverdientijd- en Netto Contante Waardemethode. Kijk voor meer informatie over het Platform Onderwijshuis­ vesting op platformonderwijshuisvesting.nl.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

45


José van Santen, Green Deal Scholen

Resultaten Green Deal De Green Deal Scholen, een van de acties uit het Nationaal Energieakkoord, is inmiddels meer dan een jaar vol aan de slag. Doel is schoolbesturen en gemeenten op weg te helpen naar gezonde, duurzame en betaalbare schoolgebouwen. Wat heeft dit initiatief in het eerste jaar opgeleverd? Een drieluik. DE SCHOOLBESTUREN

DE GEMEENTEN

Wim Lengkeek, beleidsadviseur onderwijshuisvesting bij de PO-Raad:

Annemie Loozen, programma-adviseur energie bij VNG:

“Met onze helpdesk en kennissessies over Renovatie van Schoolgebouwen hebben we honderden schoolbesturen en gemeenten op weg kunnen helpen. Door het hele land hebben we presentaties gehouden. We zien dat veel schoolbesturen best aan de slag willen met een gezond en duurzaam schoolgebouw, maar dat ze niet goed weten hoe ze met name de financiering kunnen aanpakken. Juist over dit onderwerp hebben we veel kennis en business cases kunnen delen. Een belangrijk punt waaraan we hebben gewerkt, is het veranderen van de mindset. We hebben schoolbesturen en gemeenten gestimuleerd om buiten de bestaande kaders te denken. Als je het welzijn van kinderen – die aantoonbaar beter presteren in een gezond schoolgebouw – voorop stelt, dan ga je anders denken. Dan ga je zoeken naar de mogelijkheden en blijkt ineens veel meer mogelijk dan je van tevoren dacht. Belangrijk gegeven hierbij is dat schoolbesturen elkaar inspireren. Daarom hebben we binnen de Green Deal Scholen zoveel mogelijk verschillende praktijkvoorbeelden en de bijbehorende financieringsoplossingen beschikbaar gemaakt op onze kennisportal. De intensievere samenwerking tussen vertegenwoordigers van schoolbesturen en gemeenten heeft er bovendien voor gezorgd dat er nu een gezamenlijke aanpak voor onderwijshuisvesting is geformuleerd. Dit voorstel ligt nu bij de staatssecretaris. Ook wij merken dagelijks dat we door samen op te trekken veel meer bereiken. Het is onze taak om die doorvertaling ook op lokaal niveau te stimuleren.”

“Op dit moment zijn we bij de VNG flink aan de slag om intern een koppeling te maken tussen onderwijshuisvesting, verduurzaming en financiering. Dit zijn bij gemeenten van oudsher gescheiden werelden, maar als je duurzame en betaalbare onderwijsgebouwen wilt, is die koppeling onontbeerlijk. Voor gemeenten is het daarnaast belangrijk dat we huisvestingsopgaven op wat grotere, regionale schaal bekijken. Zo kun je een integrale afweging maken tussen de diverse schoolgebouwen en daarmee een gefundeerde beslissing nemen om in het ene schoolgebouw meer te investeren dan in het andere. Met Integrale Huisvestingsplannen (IHP) bekijk je de gemeentelijke en regionale vraag op een overstijgend niveau. Daarmee creëer je vaak al direct meer mogelijkheden, ook voor financiers. Wat de Green Deal Scholen ons als gemeenten heeft opgeleverd, is het op diverse plekken ontstaan van lokale Green Deals. Dit geldt voor zowel grote als kleine gemeenten. Ook is veel meer duidelijk geworden dat gemeenten en schoolbesturen veel winst kunnen behalen door samen op te trekken bij onderwijshuisvesting. Zij weten elkaar dan ook steeds beter te vinden.”

DE GREEN DEAL SCHOLEN Ellen Leussink, adviseur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en secretaris van de Green Deal Scholen “Het mooie van de Green Deal Scholen is dat we het vraagstuk van gezonde en duurzame schoolgebouwen vanuit diverse invalshoeken bekijken. Zo zijn naast vertegenwoordigers van schoolbesturen en gemeenten, ook partijen als Klimaatverbond Nederland en Platform31 aan ons verbonden. Zij zetten in op duurzaamheid en energiebesparing. Tegelijkertijd hebben we Ruimte-OK binnen onze gelederen als specialist in onderwijshuisvesting en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland die gerichte instrumenten heeft ontwikkeld en waar mogelijk marktpartijen betrekt. Tot slot brengt GGD-GHOR Nederland kennis in op het gebied van een gezond binnenklimaat. Deze samenwerking heeft geleid tot de bundeling van onze gezamenlijke kennis. Eerst was de informatie wel vindbaar, maar versnipperd. Op de kennisportal zijn onderwerpen te vinden als het maken van beleid en afspraken, het regelen van de financiering, het verbeteren van het binnenklimaat en energiebesparing. Daarnaast hebben we ook lesprogramma’s over duurzaamheid kunnen bundelen, zodat scholen ook richting leerlingen hieraan aandacht kunnen besteden.”

46

SCHOOLDOMEIN

juli 2017


ONTWERP EN INRICHTING

Scholen na één jaar

“Als je het welzijn van kinderen voorop stelt, dan ga je anders denken”

Onafhankelijke en kosteloze ondersteuning De Green Deal Scholen helpt schoolbesturen op weg naar gezonde, duurzame en betaalbare schoolgebouwen. De ondersteuning van de Green Deal Scholen is onafhankelijk en kosteloos. Kijk op www.greendealscholen.nl of neem direct contact op via 085 - 303 26 02 (ma t/m do).

Handig voor schoolbesturen Afgelopen jaar heeft de Green Deal Scholen de volgende zaken beschikbaar gemaakt om schoolbesturen op weg te helpen: • Kennisportal met praktijkvoorbeelden, financieringsopties en instrumenten • Business cases uit de praktijk en financieringsopties • Helpdesk, zowel telefonisch als digitaal • Subsidieregeling waarmee schoolbesturen extern advies kunnen inhuren • Overzicht van lespakketten over duurzaamheid en energiebesparing • Bezoeken van ambassadeurs (schoolbestuurders met praktijkervaring) • Gratis kennissessies door het gehele land.

Subsidie De overheid stelt een subsidie beschikbaar waarmee schoolbesturen extern advies kunnen inhuren voor verduurzaming van hun schoolgebouwen. De subsidie bedraagt 50% van de advieskosten tot een maximum van e 3.500,-. Hiervan kunnen 150 schoolbesturen gebruik maken. De regeling loopt tot 1 oktober. Zie www.greendealscholen.nl/vraag-subsidie-voor-advies-aan. Direct aanvragen: www.rvo.nl/gds. Scholen kunnen ook gebruik maken van de Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE), www.rvo.nl/isde.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

47


Tekst Harry Vedder Beelden Architectenbureau Cepezed, Delft

Technova College (ROC), een innovatie in techniekonderwijs en bouwtechniek

COG realiseert in Ede nieuwbouw voor het Technova College van ROC A12, dat bestaat uit de vak­ domeinen Mechatronica, Motorvoertuigentechniek, Bouwkunde, Media & ICT en Beeld & Geluid. In dit nieuwe gebouw krijgt creatief en modern techniekonderwijs een plek. Het gebouw wordt een broedplaats voor innovatie in de techniek in samenwerking met het bedrijfsleven.

E

r wordt geïnvesteerd in onderwijs, de ruggengraat van de economie. De nieuwe school voldoet aan alle eisen om geweldig onderwijs te bieden. Het gebouw wordt een ‘etalage’ waarin techniek, het techniekonderwijs, innovatie, de onderlinge samenwerking en samenwerking met het bedrijfsleven zichtbaar is en beleefd zal worden. Het nieuwe gebouw voor het Technova College geeft antwoord op de visie die uit vier speerpunten bestaat: 1. De vakopleidingen van het Technova College in de etalage De vakopleidingen Bouwkunde, Motorvoertuigentechniek en Mechatronica op niveau 2/3 zijn goed zichtbaar, zowel in het gebouw als naar buiten toe.

48

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

2. Beeld & Geluid krijgt een passend creatief domein Beeld & Geluid is een opleiding met een landelijke dekking en kent vier stromingen: Podium– & evenemententechnicus, Video, Fotografie en Junior Producer. De opleiding krijgt een identificeerbare eigen positie in het gebouw. 3. Niveau 4 opleidingen wordt sterk gepositioneerd De ‘voormalige MTS’, waarin de harde techniek en ICT naar voren komen, krijgt een duidelijk karakter. Er is sprake van integratie tussen de opleidingen en er is ruimte voor innovatie. 4. Het Technova College biedt ruimte voor innovatie Naast ruimte voor het techniekonderwijs wordt aan het Technova College een Innovatieve Werk-


ONTWERP EN INRICHTING

zijn werk aan zijn medestudenten, de docenten, het bedrijfsleven en de omgeving. Verder staan Samenhang en samenwerking op de voorgrond. Niet alleen tussen opleidingen, maar ook tussen opleidingen en het bedrijfsleven. LEERWERKBEDRIJVEN & HET BEDRIJFSLEVEN Om studenten goed voor te bereiden op de toekomst en op de arbeidsmarkt wordt er samengewerkt met verschillende partners. Vooral het bedrijfsleven speelt hierin een grote rol. Door de steeds veranderende samenleving moeten studenten worden voorbereid op banen die nog niet bestaan en ook nog niet voorspeld kunnen worden. In samenwerking met het bedrijfsleven wordt gekeken naar de vraag hoe hier samen op ingespeeld kan worden en wat dat vraagt van het aanbod aan opleidingen. Om ruimte te geven aan die samenwerking met het bedrijfsleven wordt in het Technova College 1.000 m2 FNO beschikbaar gesteld voor een ’innovatieve werkplaats’: een broedplaats van innovatie en samenwerking met het bedrijfsleven. Daarnaast zijn er samenwerkingsverbanden tussen opleidingen en bedrijfs­ leven/opleidings­instanties op het gebied van bij– en omscholing. Naast externe bedrijven die gebruik maken van de ruimten van het Technova College is er ook ruimte voor interne leerwerkbedrijven zoals het Young Media Team van Beeld & Geluid en ICT.

plaats toegevoegd: een broedplaats voor innovatie en productontwikkeling samen met het bedrijfs­ leven. UITSTRALING GEBOUW Dit leidt tot gezamenlijke eisen en wensen met betrekking tot de uitstraling van het gebouw: Techniek & innovatie is overal in het gebouw zichtbaar. Elk vakgebied heeft zijn eigen domein waarin de identiteit van de opleidingen zichtbaar en voelbaar is en met name ontleend wordt aan de praktijkgerichte ruimten die samen met het bedrijfsleven worden opgezet en ingericht. Daarnaast zijn Studenten, medewerkers en het bedrijfsleven trots op het Technova College. Deze trots daagt de student uit een stap verder te maken en leidt tot het tonen van

EEN INTELLIGENT GEBOUW Het gebouw wordt geheel voorzien van een dekkende infrastructuur voor het doorgeven van signalen van het communicatieprotocol KNX. Met dit protocol wordt de aansturing van alle (delen van) installaties, apparaten en schoolpassen geautomatiseerd en met elkaar gekoppeld. Het gaat daarbij om alle elektrotechnische, installatietechnische en werktuigbouwkundige installaties; van verlichting tot verwarming, van beveiliging tot ventilatie, maar ook audio en video, slimme energiemeters en zonwering. Extra bedienmogelijkheden zijn de bediening van de beamer / smartboard, individuele bediening van de zonwering, dimstand van de verlichting en het blokkeren van de beweging/aanwezigheid sensor. Doelstelling van deze intelligentie is om een maximaal flexibel aanpasbaar gebouw inclusief een slimme technische infrastructuur te krijgen. Dat leidt tot een gebouw waarbij er constant inzicht is in de technische prestaties van het gebouw, waaronder energiegebruik en binnenklimaat. Ook kan er straks snel en integraal geschakeld worden bij de diverse leer- en werkvormen; zo komt er bijvoorbeeld een ‘1 knop’ bediening van daglichtverduistering, kunstverlichting en het inschakelen van de pc en smartboard bij de overgang naar centrale presentaties.

SCHOOLDOMEIN

Ad Kuivenhoven, Hoofd Huisvesting & Facilitair COG: “Deze aanbesteding heeft plaatsgevonden in een voor onze organisatie bijzondere vorm. DBME (Design, Build, Maintain en Energie). Dit houdt onder andere in dat er buiten een ingediend ontwerp ook gekozen is om voor een periode van 25 jaar de levering van energie en onderhoud bij de uitvoerende partij neer te leggen. Het idee achter deze aanbesteding is dat partijen aan de voorkant op een andere manier over het gebouw nadenken waardoor kwalitatief andere keuzes gemaakt worden in installaties en materialen die de kwaliteit van het gebouw ten goede komen. Bij de bouw van het Technova College streven we naar functionele en technische duurzaamheid; een gebouw dat toekomstbestendig is en flexibel kan inspelen op ontwikkelingen in het onderwijs en waar onze studenten optimaal van kunnen profiteren.”

juli 2017

49


“Om studen­ ten goed voor te bereiden op de toekomst en op de arbeidsmarkt wordt er samenge­ werkt met verschillende partners”

EEN INNOVATIEVE GEBOUWONTWIKKELING Het ging COG niet om de realisatie van deze huis­ vesting tegen de laagst mogelijke prijs, maar om het verkrijgen van een voor COG en haar studenten en partners maximaal waardevol gebouw. COG heeft daartoe een aanbestedingswijze gehanteerd die de markt zoveel mogelijk uitdaagt om met eigen – creatieve en innovatieve – oplossingen te komen: de inmiddels bij meerdere projecten beproefde TCO-aanbesteding met toepassing van het principe van Gunnen op Waarde van M3V Advies & Management (zie ook kader van Ad Kuivenhoven, Hoofd Huisvesting & Facilitair van COG). De gevraagde prestatie van de aanbieder hierbij is: • het binnen het beschikbare investeringsbudget leveren van het gebouw; • het door de aanbieder gegarandeerd in stand houden, onderhouden en exploiteren van het gebouw binnen het daarvoor beschikbare exploitatiebudget; • indien nodig het door de aanbieder leveren van de benodigde financiering voor zichzelf terug verdienende duurzame maatregelen (zonnepanelen, etc.); • maximale toevoeging van voor COG extra van waarde zijnde aspecten. Gezien de omvang van het project is deze door middel van een Europese Aanbesteding in de markt gezet, waarbij vijf geschikte partijen zijn geselecteerd

50

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

die in staat zijn om het DBME-contract uit te voeren. Om onnodige kosten bij de aanbieders te vermijden, is het aantal aanbieders via een tussen­selectie (speeddates) terug gebracht tot drie. Deze drie hebben elk een ontwerp gemaakt met een prestatie­ onderbouwing met betrekking tot het Technisch Programma van Eisen, alsmede een risicodossier en kansendossier ingeleverd. LOKAAL CONSORTIUM WINNAAR AANBESTEDING Verrassend winnaar van de Europese Aanbesteding is een consortium van lokale realiserende bedrijven, te weten Bouwbedrijf Kreeft, Bruil bouw en ITN Installatietechniek, gevestigd in Ede. Bijkomend voordeel voor COG: beide bedrijven waren reeds belangrijke partners in het Techniekonderwijs. Deze partijen hebben voor het ontwerp samengewerkt met het op het gebied van o.a. onderwijsgebouwen gerenommeerde architectenbureau Cepezed te Delft (zie beelden). Het project zelf betreft deels nieuwbouw en deels renovatie van een bestaand gebouw, waarbij beide gebouwen geïntegreerd worden tot één geheel: het nieuwe Technova College. Op donderdag 11 mei werd de start bouw met een spectaculair en door de eigen opleiding Beeld & Geluid verzorgd feest gevierd. Oplevering van het gebouw is medio 2018. Harry Vedder is directeur van M3V Advies&Management. Kijk voor meer informatie op m3v.nl.


Tekst Sibo Arbeek

ONTWERP EN INRICHTING

VERBINDING MAKEN BELANGRIJKSTE CRITERIUM

IHP wordt Masterplan in Zutphen SCHOOLDOMEIN

juli 2017

51


Onlangs stelde de gemeenteraad van Zutphen het masterplan onderwijshuisvesting vast, met als subtitel onderwijs sterk in verbinding. Het gaat om een plan dat vijftien jaar vooruit durft te kijken, waarbij de raad voor de eerste jaarschijf ruim twaalf miljoen euro heeft vastgesteld. Het toekennen gaat niet op basis van richtlijnen uit de verordening maar vraagt om een gerichte visie van de schoolbesturen, waarbij de verbinding onderling en met de samenleving centraal staat.

“We willen de gezamenlijke verantwoor­ delijkheid van scholen onderling en in relatie tot de gemeente versterken”

52

W

SCHOOLDOMEIN

ethouder onderwijs Patricia Withagen over haar beleid: “Tot 2011 werkten we met integrale huisvestingsplannen (IHP’s) die telkens vier jaar vooruit keken. Dat ging vooral over prognoses, capaciteit, de staat van het gebouw en de vraag welke school dat jaar weer aan de beurt was. Dus een sturing op afzonderlijke aanvragen, gedreven door de kwaliteit van de gebouwen. In 2011 moesten we in het kader van de bezuinigingen in de breedte op alle fronten ingrijpen. We zijn toen even gestopt met de IHP’s en het investeren in onderwijshuisvesting, tenzij het echt urgent was. In de tussentijd is de reserve onderwijshuisvesting wel gevoed uit de algemene middelen. 2016 was het vijfde 0-jaar en toen werd het weer tijd om met de scholen samen te gaan kijken wat er nodig is. Bijzonder aan Zutphen is dat we een breed palet aan onderwijsvoorzieningen hebben, met ook wat krimp in de komende 15 jaar. We willen graag dat diverse palet behouden en de uitdaging ligt erin om toekomstgericht onderwijs aan te bieden in gebouwen die verbinden. IHP vind ik een niet passend begrip meer; het gaat erom samen een visie op onderwijs en de samenleving te ontwikkelen. Daar past het woord masterplan beter bij. Zutphen is een stad met bijna 50.000 inwoners en vier reguliere scholen voor voortgezet onderwijs, praktijk-

juli 2017

onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. Dat is veel. Schoolbesturen leken er voorheen niet van doordrongen dat het niet vanzelfsprekend is dat dit brede en diverse aanbod van basis-, voortgezet en speciaal onderwijs in de toekomst behouden blijft. Er is door scholen gesproken over fusie. De uitkomst is dat niemand een fusie ziet zitten en dat een school laten afvallen ook geen optie is. Dat accepteren we en van daaruit denken we verder. De scholen zijn inmiddels gestart met de oriëntatie op een gezamenlijke brugperiode en het organiseren van een internationale schakelklas, als eerste proeve van samenwerken.” GEZAMENLIJKE VISIE “We willen de gezamenlijke verantwoordelijkheid van scholen onderling en in relatie tot de gemeente versterken. Daarom kijkt ons masterplan niet vier jaar vooruit, maar vijftien jaar. Met een set aan randvoorwaarden als afwegingskader. De kern is de verbinding van de school in de samenleving en de samenleving in de school.” Het proces is begeleid door ICSadviseurs. Erwin Veneklaas Slots van ICSadviseurs: “In het begin zaten de scholen terughoudend aan tafel. Dit is gaandeweg het proces veranderd in een constructieve en op samenwerking gerichte houding, met een gedeelde toekomstvisie als resultaat. Ze wisten ook niet


ONTWERP EN INRICHTING

wat ze aan de gemeente hadden en het vertrouwen is gaandeweg ontstaan. De bijeenkomsten met het bedrijfsleven, sport en vrijwilligersorganisaties sloegen enorm aan; dat vonden de scholen zinvol en maakte dat ze nog bewuster werden van hun eigen profiel.” Patricia: “Het begint ook al wat op te leveren. Zutphen heeft een duurzaamheidscentrum, de Kaardebol, waar het Baudartius College al een natuurlokaal had. Samen met onder andere het Isendoorn College verkennen zij nu de mogelijkheden om dit verder uit te bouwen. Ook is Het Stedelijk met ’t Beeckland uit Vorden in gesprek over het versterken van het vmbo-onderwijs. Onder andere door een veel intensievere verbinding met het bedrijfsleven en daarmee aansluiting op de arbeidsmarkt vorm te geven. In de nieuwe visie van het vmbo wordt de stad zelf steeds meer een school, waarin je op zoek gaat naar onderwijsplekken en leert en werkt in de praktijk. Ik heb er vertrouwen in dat naarmate de urgentie groter wordt er een basis ligt om verdere vormen van samenwerking te onderzoeken die helpen om goed onderwijs te kunnen bieden. Als wethouder moet je een visie hebben; ik vind het voor de geloofwaardigheid van de politiek belangrijk dat je richting durft te geven; daar zit je voor. Ik ben een paar keer flink scherp geweest; jullie zeggen dat je een visie hebt dat de samenhang meer is dan de losse delen; laat dat dan zien. Je moet als gemeente ook vooruit willen kijken. We zijn met de scholen naar Dordrecht gegaan, waarbij wij onder andere gesproken hebben over doordecentralisatie. Dat gaan we komend jaar verder verkennen. Naar mijn mening blijft onze visie overeind, ook wanneer je doordecentraliseert. Ik denk dat scholen sneller en creatiever gaan acteren, wanneer ze meer verantwoordelijkheid krijgen.” SPELREGELS MASTERPLAN Erwin: “De scholen zijn geprioriteerd op basis van de staat van de gebouwen, de functionaliteit en de leerlingenaantallen. De projecten in de eerste fase zijn per jaar bepaald. De reserve onderwijshuisvesting wordt door de gemeenteraad met € 350.000,- extra per jaar gevoed en het normbedrag is verhoogd naar € 1.750,- per m2. Voor 2017 zijn de kredieten vastgesteld en nu zijn de scholen aan zet om hun plannen te maken. Die moeten voldoen aan de criteria in het masterplan die te maken hebben met verbinden, samenwerken, leegstand benutten, bestaande gebouwen gebruiken en relaties met de samenleving aangaan. Voldoen de plannen, dan wordt het gereserveerde krediet gevoteerd. Een belangrijk verschil met vroegere IHP’s is dat je meer ruimte biedt voor ontwikkeling. Daarbij zijn afwegingen rond nieuwbouw, renovatie of de meest geschikte locatie volgend. De eerste projecten binnen de uitvoeringsagenda 2017 zullen uitwijzen of de criteria ook echt werken.” Patricia voegt toe: “De randvoorwaarden in het mas-

FACTS & FIGURES Leerlingen 2017

PO

VO

SO

4.387

6.353

112

Leerlingen 2030

3.260

4.884

103

Scholen/locaties

21

11

1

Oppervlakte (m² bvo)

27.791

47.272

1.963

terplan zijn geen nieuwe verordening, maar nodigen de scholen uit om hun eigen visie te ontwikkelen en ondernemend te zijn. Het zou best zo kunnen zijn dat schoolbesturen met maatschappelijke organisaties en bedrijven samen de plannen gaan toetsen en vaststellen. Daarnaast hebben we een innovatiebudget van € 30.000,- per jaar om innovaties te stimuleren. Er ontstaat bijvoorbeeld al een idee waarbij scholen samen een winkel in de binnenstad opzetten.” VERKIEZINGEN “Ik ben blij dat we nog een jaar tot de verkiezingen hebben om verder te bouwen. De rol tussen gemeente en scholen moet zich verder ontwikkelen, waarbij je een wederzijdse afhankelijkheid creëert. De rijksbouwmeester geeft in zijn agenda aan dat het publieke domein dreigt te eroderen. Daarom is het juist belangrijk dat school en samenleving verbinden. Je kunt andere plekken laagdrempeliger maken door er onderwijs aan te bieden. Door onderwijs toe te voegen creëer je automatisch meer beleving. Zo gaan de SO Anne Flokstra, SBO Het Mozaïek en de cluster 4 samen bouwen op de plek van een voormalig zwembad. Daar zien we al dat scholen zelf de kansen zien van clustering, samen nadenken over zorg en naschoolse opvang. De nieuwe scholen grenzen aan een sportpark en dat ligt weer nabij het duurzaamheidscentrum. De naast gelegen korfbalvereniging is voornemens een hal te bouwen en de scholen hebben een gymzaal nodig. De scholen en de korfbalvereniging onderzoeken nu of een gecombineerde voorziening mogelijk is. Die samenwerking maakt dat het een sterker concept wordt. Dat proces moet je vanuit de gemeente een beetje ondersteunen en stimuleren. Het vraagt van partijen een actieve rol en het lef om eens wat anders te proberen. Tegen de gemeenteraad zeg ik: “Zoiets moois heb je nog nooit gehad; het onderwijs is aan zet en wij toetsen de plannen aan de inhoudelijke visie.” Tegen de scholen zeg ik: “Nu heb je een mooi plan, zorg ervoor dat het gaat werken.” Alles draait om vertrouwen. Als je dat niet hebt werkt het niet. Het is mooi dat ik als verantwoordelijk wethouder de ruimte van de raad krijg om, samen met de scholen, in te kleuren.” Kijk voor meer informatie op raad.zutphen.nl/vergaderstukken/ raadsstuk/masterplan-onderwijshuisvesting-zutphen-2017-2032.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

53


Tekst Jaco de Wildt

Onderscheidend op het gebied van duurzaamheid Duurzaamheid: iedereen kent het en iedereen vindt het belangrijk. En als het even kan, willen we met onze gebouwen en met het gebruik ervan op het gebied van duurzaamheid ook onderscheidend zijn. Beter scoren dan de minimum eisen van het Bouwbesluit, een lage epc, zichtbare maatregelen als pv cellen – noem maar op. Het Hoger Onderwijs heeft zichzelf al enkele jaren gecommitteerd aan het de komende jaren duurzamer maken van haar gebouwen. 20-20-20 DOELSTELLINGEN Internationaal werd met het Energieakkoord in september 2013 een klimaat- en energiepakket van kracht. De regeringsleiders van de EU-lidstaten hebben verschillende afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot tot 2050 steeds verder te verlagen. Een van de initiatieven is de 20-20-20 doelstelling, een klimaat- en energiepakket met regelgeving die ervoor moet zorgen dat de CO2-uitstoot in het jaar 2020 met 20% is afgenomen, de energie 20% duurzamer wordt opgewekt en de energie-efficiëntie 20% is verhoogd. Meer dan 40 organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging en natuur- en milieu­

54

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

organisaties, sloten het Energieakkoord. In het akkoord staan afspraken over energiebesparing, schone technologie en klimaatbeleid. ENERGIEAKKOORD De ondertekenaars zetten zich met het Energie­ akkoord de komende jaren in voor: • een besparing van het energieverbruik met gemiddeld 1,5% per jaar; • een toename van het aandeel van hernieuwbare energieopwekking van 4,5% in 2013 naar 14% in 2020; • een verdere stijging van hiervan naar 16% in 2023; • ten minste 15.000 voltijdbanen extra.


ONTWERP EN INRICHTING

moeten ook voldoen aan het Activiteitenbesluit, maar hebben in het MJA-convenant hierover afspraken gemaakt. Ieder jaar leggen ze verantwoording af via de monitoring rondom het energieverbruik en de genomen maatregelen. Eén keer in de 4 jaar maken zij een Energy Efficiency Plan (EEP). De deelnemers van het MJA3-convenant, waaronder dus ook Universiteiten en Hogescholen, worden tot de duurzamere koplopers in Nederland gerekend. METEN VAN DUURZAAMHEID Duurzaamheid kan je meten. Er zijn verschillende maatlatten c.q. keurmerken voor. De bekendste zijn het Energielabel, de GPR-score en de Breeam methode. Deze laatste wordt toegepast bij de MJA3 deelnemers van het Hoger Onderwijs en wordt ook gebruikt om een benchmark te creëren, waarbij de instelling kan zien waar hij staat ten opzichte van andere instellingen. De aanpak van het Energieakkoord draagt bij aan een versnelling in de uitvoering van het Nederlandse beleid op het gebied van energiebesparing en hernieuwbare energie. Partijen zijn gecommitteerd aan het bereiken van de doelen uit het akkoord, werken afspraken in samenwerking uit tot maatregelen en sturen bij als de voortgang onvoldoende is. BETEKENIS VOOR DE SECTOR ONDERWIJS In Nederland komt ongeveer 40% van de CO2-emissie voor rekening van de gebouwde omgeving. Om de reductie-doelstellingen te behalen, moet ook het potentieel in de utiliteitsbouw worden aangesproken. Dit betreft dus ook onderwijsgebouwen. Met het convenant Meerjarenafspraken energieefficiency (MJA)3 is een vrijwillige – maar niet vrijblijvende – afspraak tussen overheid, bedrijfsleven en instellingen om de energie-efficiency van producten, diensten en processen te verbeteren en daarbij het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen. In totaal zijn ruim 40 sectoren en ruim 1.100 bedrijven toegetreden tot MJA3. In Nederland doen 4 dienstensectoren aan het convenant mee: banken en verzekeraars, hoger beroepsonderwijs, wetenschappelijk onderwijs en universitaire medische centra. Universiteiten en Hogescholen die het MJA3-convenant hebben ondertekend, verplichten zich tot het verbeteren van de energie-efficiency met 2% per jaar. De vastgoedportefeuille is groot en divers met veel bestaande bouw en nieuwbouw van instellingen. Universiteiten en Hogescholen kunnen een gebiedsgerichte aanpak op de eigen campus hanteren. Duurzame energie-installaties zorgen voor een flinke sprong in de energiebesparing. MJA-deel­nemers

“In Neder­ land komt on­geveer 40% van de CO2-emissie voor rekening van de gebouwde omgeving”

DE ANDERE ONDERWIJSSECTOREN De andere onderwijssectoren MBO, VO en PO kunnen hierop mooi aanhaken. De voordelen van duurzaam omgaan met huisvesting en exploitatie zijn immers algemeen bekend. Daarnaast is de voorbeeldfunctie, die de instellingen hebben voor de kinderen belangrijk in het ‘duurzaam’ opvoeden. De hoeveelheid onderwijsgebouwen is enorm en het besparingspotentieel is dat ook. Voor wat betreft de financiering van duurzaamheidsmaatregelen is er echter nog wel wat te regelen. De budgetten zijn immers vastgelegd in vanuit het Rijk vastgestelde, niet erg ruime, onderwijsbudgetten voor nieuwbouw en over bekostiging van renovatie zijn de discussies volop gaande. Gelukkig zijn er verschillende gemeenten die het belang van verduurzaming zien en die voor dergelijke maatregelen extra budget beschikbaar stellen. Daarnaast zijn er ook mogelijkheden om te verduurzamen door externe (markt)partijen de investering te laten doen en door af te rekenen met een jaarlijkse energievergoeding die lager ligt dan de oorspronkelijke energie­last. Esco’s, daken verhuren voor pv panelen en leasen van led verlichting zijn daar voorbeelden van. Nu de bakens van een nieuw kabinet groener worden gezet, worden de mogelijkheden voor verduurzaming hopelijk verruimd. In de jaren 60 gingen we van steenkool naar gas en waren de voordelen voor een ieder evident. Nu zijn we onderweg naar duurzame energie opwekking en duurzaam materiaal gebruik. Stimuleren ervan zou eigenlijk niet nodig hoeven zijn. Neem voor meer informatie contact op met Jaco de Wildt, telefoon 088-2267400 en email info@bbn.nl.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

55


Deze vloerbeDekkingen zijn De beste van De klas. rubber vloerbeDekkingen voor onDerwijsinstellingen.

In elk kinderdagverblijf, school of universiteit: veiligheid, ontwerp en kleuren zijn de belangrijkste aspecten voor een positief gevoel. Bekijk hier de meest creatieve rubber vloeroplossingen voor het onderwijs: www.nora.com/nl


ONTWERP EN INRICHTING

Tekst Sibo Arbeek Beelden TenW architecten

ONDERWIJSVISIE DRAAGT BMV HOENSBROEK-ZUID

Transparant gebouw voor stilte en gedoe De BMV Hoensbroek-Zuid is het verhaal van een directeur en zijn schoolteam, die een dubbele fusie in een lastige regio aangrijpt om fundamenteel na te denken over de kernwaarden binnen het onderwijs. Die ambitie sluit aan bij de visie van IBA Parkstad, die op vernieuwende wijze met partners werkt aan het vitaliseren van de regio Parkstad. Daar zijn behalve ambitie en economische bedrijvigheid ook goede scholen voor nodig.

W

outer Wetzelaer is directeur van de basisscholen Hoensbroek-Zuid en de VoeĂŤgelsjtang, die samen opgaan in de nieuwe brede school Wonderwijs voor ongeveer 400 leerlingen als onderdeel van de te ontwikkelen BMV Hoensbroek-Zuid. Samen met zijn schoolteams, architect Kees Willems van TenW architecten en Jules Beckers van IBA-Parkstad ontwikkelt hij het concept voor de nieuwbouw: “Voordat we met concrete plannen bezig waren dachten we al na over onze visie op het onderwijs. De hele regio

is vooral naar binnen gericht; er is sprake van ontevredenheid en een gebrek aan trotse gevoelens. Het lijkt wel of mensen niet verder durven te kijken. Dat gaat ten koste van de talentontwikkeling van onze kinderen. Door een dubbele fusie van voormalige concurrenten in een nieuwe school kregen we de mogelijkheid om alles opnieuw te bekijken. We hebben verschillende typen scholen bezocht, zoals Steve Jobsscholen, de Werkplaats en ook traditionele scholen. We hebben een aantal richtinggevende uitspraken gedaan, waaronder dat

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

57


“Wij vinden dat de pedago­ gische visie leidend moet zijn in het programma van eisen”

we van het jaarklassensysteem af willen. We hebben een leerlingpopulatie van laagopgeleide ouders en hoger opgeleide ouders. De zogenaamde gemiddelde leerling hebben wij dus niet. We werken nu in units voor de onder-, midden- en bovenbouw, maar ook dat zou zomaar onderwerp van discussie kunnen zijn, omdat je daarmee alleen maar de muren verlegt. We willen ook geen standaard iPad-school worden, omdat we meer tijd steken in het bijbrengen van vaardigheden, het ontdekken van talenten en vooral de relatie met buiten benadrukken. In onze zoektocht naar een ruimtelijke vertaling van onze visie hielp architect Kees Willems ons verder, door te stellen dat er ruimten zijn voor gedoe en rust. Het kwartje viel en rond die twee begrippen hebben we ons eigen onderwijscurriculum ontworpen. Het was heel duidelijk wat gedoe- en rustzones zouden moeten zijn. Dat hebben we weer vertaald naar de vier leeractiviteiten: volgen van colleges en excursies, beleven van workshops en expedities, zelfstandig onderzoeken en verwerken en zelfstandig bedenken en maken (Design Thinking). We krijgen geen aparte teamruimte, maar een ruimte die we delen met andere gebruikers. Zo gaan wij ook de repetitieruimte van de fanfare gebruiken. Er komt ook weinig traditioneel schoolmeubilair in; alleen in bepaalde ruimten en ook daar laten we ons graag inspireren door ontwerpers. We denken aan een carré vorm om de dag te beginnen. De essentie is dat we grote ruimten willen waar je avontuurlijk doorheen kunt lopen.” IMPULS AAN DE REGIO Jules over IBA Parkstad: “IBA is een in Duitsland gebruikt instrument in de planologie, stedenbouw

58

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

en architectuur. Het doel is om met nieuwe ideeën en projecten in sociale, culturele en ecologische velden een impuls te geven aan regio’s die op een bepaalde manier met stagnatie of krimp te maken hebben. Die aanpak past bij deze regio die te maken heeft met krimp, verlies aan werkgelegenheid die dramatisch is ingezet met de sluiting van de mijnen in de vorige eeuw en de sterke ontgroening. De jeugd trekt weg. Door middel van een IBA-transitie willen we de regio weer interessant maken, zodat de economische bedrijvigheid weer toeneemt, mensen hier een toekomst vinden en de jeugd uitgedaagd wordt. Voormalig rijksbouwmeester Jo Coenen is als curator aangesteld. Hij heeft de streek geïnventariseerd op zijn noden en essenties en ruimtelijke constellaties. Belangrijke thema’s waar aan gewerkt wordt zijn benoemd, waaronder het Onderwijs. De onderwijsbesturen van lager onderwijs tot en met het wetenschappelijk onderwijs zijn onder begeleiding van IBA Parkstad gaan kijken waar samen in de regio aan gewerkt kan worden in vereende krachten. Een belangrijke lijn is de kwaliteit van het onderwijs en dat is vertaald in een visie voor toekomstgericht funderend onderwijs, die door alle onderwijspartners wordt gedragen. De BMV Hoensbroek-Zuid is de eerste voorziening die als concreet project wordt gerealiseerd vanuit die visie. Als IBA proberen we, door middel van het Partizipatives Verfahren zoals dit in de Duitse IBA’s wordt toegepast, processen te versnellen en met betrokkenen een plus te geven. Samen met collega Manon van der Linden richten we ons bij de uit te voeren projecten vooral op het proces rond de aanbestedingen, dat volgens ons de verkeerde kant opgaat. Alles is gericht op prijs en de kwaliteits­criteria zijn niet onderbouwd in het programma van eisen.


ONTWERP EN INRICHTING

Wij merken dat alle partijen in het bouwproces, inclusief de opdrachtgevers, vanuit de verkeerde rol acteren. Zo was het onderwijskundig programma van Wouter niet vertaald in de uitgangspunten van de gemeente. De selectiecriteria zijn dusdanig gede­formeerd dat steeds dezelfde bureaus uit de selectie komen, die vaak werken op basis van routine. Wanneer je wilt vernieuwen moet je de aanbesteding anders invullen zodat vernieuwers die in de huidige opgave gewenst zijn een kans krijgen.” PEDAGOGIEK LEIDEND Jules verder: “BMV Hoensbroek-Zuid is door de school zelf geïnitieerd. Wij vinden dat de pedagogische visie leidend moet zijn in het programma van eisen, dat vervolgens leidraad is in het verdere ontwerp- en bouwproces. We werken hier samen met de Montagstiftung in Bonn, die het begrip Pädagogische Architektur vertaalt naar Lebens- und Lernraum Schule. Die werkwijze willen wij ook introduceren bij andere scholen in de regio. Het is daarbij van belang dat docenten meegaan in de ontwikkeling en de provincie heeft daarvoor middelen vrijgemaakt. Voor het ontwerp hebben we drie vernieuwende architecten geselecteerd. Zij kregen een bedrag om de opgave te vertalen naar een visie op het ontwerp. Tussentijds en aan het einde waren er presentaties, waarbij de architecten aanwezig waren en ook zagen wat hun concullega’s hadden bedacht. TenW architecten is uiteindelijk de opdracht gegund en het ontwerp ligt nu bij de aannemer om te worden doorgerekend.” GEDOE EN RUST Kees Willems: “De BMV Hoensbroek-Zuid is een school, wijkcentrum annex gemeenschapshuis,

waarin de fanfare, de toneelvereniging, Bond KBO en de Buurtstichting hun huis vinden. Daarnaast zijn er ook ruimten voor de peuterspeelzaal en logo­ pedie. De grote zaal kent een podium met daaronder een berging en een personeelsruimte, die voor alle gebruikers is. De aula is bestemd als een ruimte voor de BMV, waar de toneelvereniging Plankenkoorts gebruik van kan maken. Hoensbroek heeft een oude kern met een kasteel, waar de Caumerbeek als groene ader langs loopt. Het hele gebied wordt in het kader van IBA als een landschappelijk gebroken park heringericht. In het groengebied komt de BMV, met uitzicht op het park en de Caumerbeek. De hoofd­ opzet van de BMV is een blok dat zich vanbinnen opent in een gebogen transparante gevel, waarachter de ruimten zich bevinden. De school heeft geen klaslokalen maar plekken voor activiteiten die met rust of gedoe te maken hebben. De binnen gevelwand wordt helemaal transparant en kan deels open worden gezet. De onderbouw heeft een groot overstek waardoor het lesgeven binnen en buiten plaats kan vinden. Qua oriëntatie is het een openluchtschool. De buitengevel wordt wat meer gesloten met een ritme van hout en open delen die met vaste zonweringen een scherpe rand vormen naar de omliggende gebouwen. Die wand gaat ook als een geluidscherm werken. Het nieuwe gebouw is toekomstbestendig en flexibel en duurzaam in het ontwerp. De ambitie is energieneutraal, waarbij warmte, koude en energie door het mijnwater wordt opgewekt. Daarnaast komen er zonnepanelen op het dak. Door het transparante karakter en de scheiding in ruimten voor gedoe en rust is het ook een installatietechnisch complex gebouw. Zo komen er houten kanaalplaten in, die alles leveren rond akoestiek, ventilatie en data en werken we veel met glazen gevels en wanden. We hopen snel met de bouw te kunnen beginnen en dan staat de nieuwe BMV Hoensbroek er rond de zomer 2018.” Kijk voor meer informatie op tenw.eu, iba-parkstad.nl en bswonderwijs.nl.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

59


U heeft de onderwijsvisie... wij realiseren het!

DUURZAAM ONDERHOUDEN IS EEN VAK APART!

AlphaConsultancy is hèt bureau voor bouwmanagement & advies op gebied van beheer en onderhoud van vastgoed. Wij leveren kennis en capaciteit om bouwkundige, technische en energetische (onderhouds)vraagstukken op te lossen, in samenwerking met de opdrachtgever. Het deskundige team van AlphaConsultancy ondersteunt en ontzorgt de opdrachtgever waar nodig en zorgt voor vakkundige afhandeling van uw vraag en project. Laat ons kosteloos uw energienota’s checken (“no cure, no pay”). De eerste besparingen zijn vaak al hiermee te realiseren! Tip 2: Meerjarenonderhoudsplanningen (MJOP’s) die wél kloppen en de juiste sturingsinformatie bevatten. Dat wilt u toch ook! Tip 3: Uitvoerende partijen benaderen voor uw onderhoudsvraagstukken? Wij kunnen het beter, kijken breder en benaderen het altijd onafhankelijk! Tip 1:

Wij komen graag bij u langs. Vestiging Zwolle: Burg. Drijbersingel 25, Zwolle Vestiging Ridderkerk: Houtzaagmolen 104, Ridderkerk T: (038) 453 25 35 E: contact@alphaconsultancy.nl I: www.alphaconsultancy.nl

60

SCHOOLDOMEIN

juli 2017


Tekst Sibo Arbeek

ONTWERP EN INRICHTING

Network Academy Program van Cisco biedt kansen voor onderwijs De essentie van het boeiende gesprek met CSR Country Engagement Manager Rik Bleeker van Cisco en Gerk van der Wal van het Netherlands Academy Support Center (NASC) was een actuele: een voor alle scholen toegankelijk Networking Academy programma waarmee de digitale leeromgeving concreet en laagdrempelig verder kan worden gestimuleerd. Dat klinkt wel heel erg goed.

R

ik legt uit: “De ontwikkeling van het Net­ working Academy Program begon in 1997 in Amerika. Inmiddels loopt het in 170 landen, hebben meer dan zes miljoen studenten er gebruik van gemaakt en starten elk jaar weer ruim een miljoen studenten wereldwijd hun digitale opleiding. Bedrijven als Cisco hebben enorm veel kennis, dus kan een publiek private samenwerking echt iets toevoegen. Daar zijn we als Cisco bijzonder trots op, omdat het een belangrijk onderdeel van onze corporate social responsibility is. Niet alleen om de wereld iets beter te maken, maar vooral om een directe bijdrage te leveren aan de carrières van scholieren en studenten. En niet alleen deze groep kan er belangeloos gebruik van maken, ook volwassenen/werkenden die zich verder willen ontwikkelen. Het programma biedt niet alleen cursussen op het niveau mbo, hbo en wo, maar ook beginnerscursussen voor scholieren in het voortgezet onderwijs. Het programma maakt een leven lang leren mogelijk. Het opleidingsprogramma bestaat uit ca. 30 cursussen, die online op een platform aangeboden worden (www.netacad.com). Doel is de digitale vaardigheden naar een hoger niveau te brengen. Er zijn o.a. carreer ready courses; dat betekent dat je met een certificaat direct toegang hebt tot een IT-functie op de arbeidsmarkt. Alle cursussen zijn kwalitatief hoogstaand: 95% van

de deelnemers zijn doorgestroomd naar succesvolle banen in de IT of daarbuiten. Het bijzondere van het programma is dat we ons niet specifiek op IT-loopbanen richten, maar ook programma’s bieden om de IT-skills en daarmee de e-readiness te vergroten van studenten in de gezondheidszorg, economie of psychologie. Uiteindelijk kan eenieder door meer digitale vaardigheden op elk gebied een beter toegeruste burger worden. Wist je dat 70% van de IT-ers buiten de ICT-sector werkt?” DE TOEKOMST VAN HET KLASLOKAAL Het Nederlandse Networking Academy Program maakt onderdeel uit van Cisco’s recent gestarte programma ‘Digitale Versnelling Nederland’. Met dit digitaal investeringsplan haakt Cisco in op de Digitale Agenda van de overheid. Daarin staan de ambities vermeld over de gewenste digitale versnelling van de Nederlandse economie en samenleving. Cisco’s digitale versnellingsprogramma vertaalt zich in het verhogen van het bruto nationaal inkomen (BNI), nieuwe banen, innovaties in de infrastructuur, security en gezondheidszorg en verbetering van onderwijs. Economische groei is afhankelijk van digitaliseringsgraden. Rik legt uit: “Premier Rutte concludeerde samen met bestuursvoorzitter van Cisco John Chambers tijdens het World Economic Forum in Davos dat een goede digitale infrastructuur en de

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

61


versterking daarvan noodzaak is en alle aandacht moet krijgen. De digitale geletterdheid van een land is een belangrijk thema binnen het vestigingsklimaat van bedrijven. In de Global Competitiveness Index staat Nederland op de 4e plaats. Voor behoud en versterking van onze positie start Cisco proefprojecten met Nederlandse instellingen en ondernemingen op het gebied van slimmer vervoer, (digitale) zorgverlening, energievoorziening en cybersecurity

“De muren om ons heen worden geslecht, dus moet je samenwerken”

en is ze bijvoorbeeld een alliantie aangegaan met The Hague Security Delta, een netwerk van bedrijven, overheden en kennisinstellingen in Den Haag dat veiligheids­oplossingen stimuleert. Digitalisering heeft natuurlijk ook effect op de fysieke omgeving. Je krijgt een andere inrichting van de infrastruc-

62

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

tuur waaronder ook de inrichting van gebouwen. Digitalisering vraagt meer van partnerships en dat betekent bijvoorbeeld dat je niet meer uitgaat van standaard onderwijsruimten, maar veel meer denkt in labs of het faciliteren van (digitale) communities. Dat hoeft niet specifiek in een bepaalde ruimte. Wij zien dat studenten steeds meer in multidisciplinaire teams (uit ook verschillende gebouwen) tot creatieve creaties komen om een maatschappelijk probleem op te lossen of een prototype te bouwen. Dat kunnen wij als Cisco goed ondersteunen en stimuleren. Daardoor kun je doorlopend in verschillende samenkomsten voortdurend leren en interacteren, in een beveiligde omgeving. Je kunt on- en offline ontmoetingen maximaal faciliteren met alle tools die beschikbaar zijn zoals Spark (boards), Telepresence en WebEx. IT helpt om de wereld efficiënter in te richten en te beschermen.” IT-SKILLS VOOR GENERALISTEN EN SPECIALISTEN De hele uitvoering van het Networking Academy Program wordt door NASC ondersteund. Directeur Gerk van der Wal: “Zo benaderen we actief onderwijsinstellingen en dat heeft in Groningen tot een verbinding met de O2G2-scholengroep geleid. Groningen wil zich als een smart city onderscheiden en het onderwijs ook. Dat betekent dat we hun vmboen vwo-leerlingen met het College van Bestuur, de


ONTWERP EN INRICHTING

IT-medewerkers en de docenten op het netwerk van het academy programma gaan aansluiten. We gaan ze helpen sneller en meer actueel kennis te delen en helpen docenten bij het inrichten van hun lesprogramma’s. Het doel is om kinderen IT-skills bij te brengen, zonder dat ze hardcore techneuten hoeven te zijn. Zo kun je bij meer projectgestuurd onderwijs goed met hackatons werken. Dat is een werkvorm waarbij software- en websiteontwikkelaars aan gezamenlijke projecten werken, Dat kan een docent inbouwen in het eigen lesprogramma. Een ander aspect waarmee we de school helpen zijn programma’s rond cybersecurity of cyberpesten. Een belangrijk spoor ligt bij de docenten, omdat ze leerlingen vaardigheden rond daylong learning within the life bijbrengen. Leren stopt niet na je schoolcarrière en daarom kun je ook altijd onderdeel van de academy blijven door nieuwe cursussen te volgen of binnen jouw community te netwerken. Veel bedrijven pitchen al binnen digitale leeromgevingen om de beste vakmensen te werven. En een belangrijke arbeidsvoorwaarde voor studenten is het permanent opdoen van kennis en ervaring in combinatie met leuke projecten.” ENERGIEBALANS Rik knikt: “Wij bieden iedere onderwijsinstelling, ongeacht het niveau, een naadloze ingang om met het programma aan de slag te kunnen gaan. Belan-

geloos. Doordat docenten en leerlingen meer 21 century digital skills krijgen kunnen we bijdragen aan een sterkere en duurzame toekomst. Vroeger voldeed een specialisatie, waar je goed in was, maar nu niet meer. De muren om ons heen worden geslecht, dus moet je samenwerken.” Gerk: “Alles gaat straks om kennis delen: Brengen is het nieuwe halen. Zo zijn er al technische oplossingen voor zonne-energie, maar de internet of things (IOT) laat zien hoe je 0% afval produceert, of beter nog, samen met je buren werkt aan een energie neutrale omgeving. Dat leidt tot een energiebalans in de wijk, waarbij je via internet kunt volgen wat je zelf verbruikt, maar ook wat je buren verbruiken. Zo kun je helpen om digitaal te versnellen, durf je met elkaar te delen en elkaar op gedrag aan te spreken. Maatschappelijke digitalisering is niet vrijblijvend, net als verduurzaming. Je moet niet afhankelijk zijn van ‘die ene nerd’ in de wijk die het wel snapt.” Rik sluit af: “Als private organisatie helpen we het publieke domein. Pak het op; het is een belangeloze uitnodiging aan alle schoolbesturen in het vo, mbo, hbo en wo”. Neem contact met ons op en Cisco en NASC zorgen voor de aansluiting. Het opleidings­ programma wordt er sterk mee verrijkt.” Voor meer informatie over de Networking Academy (www.netacad.com) mailt u naar ribleeke@cisco.com of naar gerk@nasc.nl.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

63


PPS light project, MFC Atria te Leusden

PPS light project, brede school te Joure

PPS light project, SO/VSO De Zonnewijzer te Heerlen

D&B project, Hilfertsheem-Beatrix en Da Costa te Hilversum

Samen met Pellikaan creëert u een perfecte omgeving voor recreëren, werken en leren

Voor meer inspiratie bezoek www.pellikaan.com of bel ons op 013 465 76 00

Professionele cultuur

15%

korting

in onderwijsorganisaties De veranderende omgeving brengt de school uit haar evenwicht en acties van de schoolleiding zijn er meestal op gericht het evenwicht te herstellen. Dat wil nog wel eens botsen met een professionele organisatie die zich daadkrachtig en pro-actief wil ontwikkelen.

Dat vraagt van schoolleiding en docenten een cultuuromslag van beheersmatig sturen naar onderwijskundig en persoonlijk leiderschap dat stuurt op inhoud en gedrag.

10,99

De meest ‘ingeslapen’ school kan omgevormd worden tot een professionele organisatie.

Bestelnummer 16621301

Ontvang 15% korting op dit boek. Vul kortingscode TBU1741 in bij uw bestelling.

Agenda voor docenten

MEER BESTELLEN

=

MEER KORTING

Functioneel en overzichtelijk School en privé gecombineerd in één agenda

Ruimte voor mentorinformatie

Overzichtelijke indeling

BESTEL ‘M NU!

Specifieke bindwijze voorkomt dichtklappen

DOCENTENLOGICA Als docent wil je een agenda met een gebruiksvriendelijke indeling, ruimte voor roosters en handige cijfer- en omrekentabellen. Logisch. De Agenda voor Docenten is dan ook ontwikkeld op basis van docenteninput en tips met als uitkomst een uitgekiende agenda die vooral nuttig en handig is. SUCCESFORMULE Ieder jaar gebruiken 15.000 docenten uit het voortgezet onderwijs en secundair beroepsonderwijs de Agenda voor Docenten.

www.agendavoordocenten.nl • www.tenbrinkuitgevers.nl/agenda

Vakliteratuur voor professionals in het onderwijs www.tenbrinkuitgevers.nl

64

SCHOOLDOMEIN

juli 2017


Tekst Martijn van Winkelen Foto’s ®CONIX RDBM Architects

ONTWERP EN INRICHTING

NIEUWBOUW KOSH: EEN UNIEKE EERSTEGRAADSCAMPUS IN HERENTALS

Waarin Vlaamse onderwijshuisvesting verschilt van een Nederlands schoolgebouw In januari 2017 is in Herentals de eerstegraadscampus van kOsh (Katholiek Onderwijs Stad Herentals) in gebruik genomen. Het gebouw is bestemd voor 1.000 leerlingen en telt twee bouwlagen. Wilt u weten wat dit gebouw uniek maakt, en waarin de eigenheid van een Vlaams schoolgebouw bestaat? Leest u dan verder om met deze unieke campus kennis te maken.

D

e eerstegraadsschool ligt aan de Ieperstraat in Herentals. Het ontwerp is een open campus met een centraal dorpsplein. De school streeft naar geborgenheid op een modern ogende campus, met licht en lucht, een open karakter en een goede mobiliteit. Kortom, een vernieuwende en energiezuinige school. Een eerstegraads opleiding betreft in Vlaanderen de eerste twee jaar van het secundair onderwijs. Dit onderwijs is bedoeld voor een brede vorming van de leerlingen, waar relatief weinig specialisatie plaatsvindt. Na de eerste­graads opleiding stromen leerlingen door naar een tweede- en derdegraads opleiding. EIGENTIJDSE UITSTRALING Er is gezocht naar een architectuur met een eigentijdse uitstraling die past binnen de omgeving. Daarnaast is een krachtige volumewerking nagestreefd die de hoogte van het ontwerp reduceert tot twee bouw­ lagen. De twee vleugels worden met elkaar verbonden door twee ‘bruggen’, waarvan er één overdekt is. Door de aanwezigheid van de twee ‘bruggen’ zijn er

overdekte speelplaatsen gecreëerd en ontstaan er verschillende buitenruimten met elk een eigen karakter. De refter (aula) ligt centraal binnen de campus en kan ook als multifunctionele ruimte worden gebruikt. Er werd veel aandacht besteed aan de verblijfskwaliteit voor de leerlingen. Het interieur is open en speels gehouden met bijzondere aandacht voor transparantie in het gebouw. Zo worden er veel mogelijkheden gecreëerd voor contact tussen leerlingen op verschillende plaatsen. Door te werken met veel glas en ruime gangen ontstaat er dus visuele interactie. De verdieping is voorzien van een aantal open leerpleinen. De gangen worden onderbroken door groepen lockers waarbij elke leerling in de nabijheid van het klaslokaal over zijn eigen locker kan beschikken. HET BOUWPROCES Het ontwerptraject is gestart in 2012. Eind 2016 is het gebouw door de aannemer opgeleverd. Het gebouw is gerealiseerd door middel van een DBFM-strategie (Design, Build, Finance, Maintain). De aannemer

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

65


heeft een prijsstelling gedaan op grond van een prestatiegericht ontwerp dat door het ontwerpteam (het zogenaamde basisteam) is ontwikkeld. De aannemer heeft het ontwerp uitgewerkt en geoptimaliseerd tot een uitvoeringsgereed ontwerp, waarna hij tot realisatie is overgaan. Hiernaast is het de taak van de aannemer om het gebouw voor een periode van 30 jaar te onderhouden.

“Als we het gebouw van kOsh vergelijken met een Nederlands schoolgebouw zijn er de nodige verschillen te constateren”

HET EIGENE VAN DE KOSH CAMPUS In een Vlaams schoolgebouw komen functioneel gezien vrijwel dezelfde ruimten voor als in een Nederlands schoolgebouw, alleen zijn ze regelmatig voorzien van een andere naam. Een aula heet bijvoorbeeld een refter. Een kantoorruimte heet een bureel. Een schoonmaakberging heet een kuishok. Er zijn echter meer verschillen dan enkel terminologie. Op het gebied van waterafvoer stelt de Vlaamse regelgeving bijvoorbeeld aanzienlijk meer eisen dan de Nederlandse regelgeving. De school is als gevolg hiervan voorzien van meerdere ondergrondse hemelwatertanks met een capaciteit van totaal 240.000 liter. Dit regenwater wordt na filtering en opslag onder meer gebruikt voor toiletspoeling en voor wasmachines. Hiernaast zijn er op het buitenterrein ook nog infiltratievoorzieningen en aanzienlijke ondergrondse buffertanks opgenomen die regenwater vertraagd afvoeren. Doel van deze voorzieningen is om de piekbelasting op het gemeentelijk riool te beperken. Ten aanzien van watergebruik is het schoolgebouw dus zeer duurzaam te noemen. Ook op het gebied van energieprestatie zijn er verschillen. In Nederland wordt de energiezuinigheid van een schoolgebouw gemeten met een EPC-score, welke aan minimale eisen moet voldoen. In Vlaanderen wordt de energiezuinigheid beoordeeld met een E-peil en een K-peil. Dit is een lokale vertaling van dezelfde Europese regelgeving waarop ook de Nederlandse EPC-systematiek is gebaseerd. Het K- peil is een maat voor de isolatiegraad van een gebouw. Het E-peil is onder meer een maat voor de energieprestatie van de werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties. Voor de nieuwbouwcampus is een K-peil behaald van 31 en een E-peil van 54. De maximaal toegestane waarde voor het K-peil was 40, voor het E-peil was dat 60. Daar wordt

66

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

dus in beide gevallen ruim aan voldaan. De scores zijn bepaald door een zogenaamde EPB-verslaggever. Als in Vlaanderen bij oplevering blijkt dat niet aan de wettelijke vereisten is voldaan, wordt er een boete opgelegd. Voor de nieuwbouw van kOsh was dit niet aan de orde. Het energieconcept van de kOsh campus is te duiden als eigentijds en modern. Het gebouw is niet alleen voorzien van een hoogwaardige thermische schil, maar ook van energiezuinige LED-verlichting, auto­ matische zonwering en CO2-gestuurde ventilatie met warmteterugwinning. Hiernaast is het school­ gebouw voorzien van een installatie voor warmte- en koudeopslag in de bodem (WKO). Hierdoor is er niet


ONTWERP EN INRICHTING

penhuizen hebben bijvoorbeeld een breedte van 1,8m per trap om leerlingen tijdig in veiligheid te brengen. Hiernaast zijn er boven in de trappenhuizen automatisch gestuurde rook­luiken opgenomen om eventuele rookvorming in het trappenhuis af te kunnen voeren. Ook voor brandcompartimentering zijn er in Vlaanderen hogere eisen dan in Nederland. Alle brandkleppen in luchtkanalen moeten aangestuurd worden door de brandmeldcentrale, enkel een lokale schakeling op temperatuur voldoet hier bijvoorbeeld niet. De zones boven het verlaagd plafond (in Vlaamse termen het ‘vals plafond’) moeten binnen een brandcompartiment zijn gesegmenteerd in rookcompartimenten om ongewenste verspreiding van rook tegen te gaan. Ten slotte zijn er ook wat betreft brandbestrijding in een Vlaamse school meer voorzieningen aanwezig. In de nieuwbouw van kOsh is er bijvoorbeeld bij elke brandslanghaspel een aansluiting voor een brandhydrant voorzien. Dit is een zogenaamde natte blusleiding die door de brandweer bij repressief optreden kan worden ingezet. Al met al kan worden gesteld dat er voor een Vlaams schoolgebouw hogere brandveiligheidseisen gelden dan voor een Nederlands schoolgebouw. PROJECTINFORMATIE Project Nieuwbouw campus eerste graad, locatie Herentals Opdrachtgever Scholen van Morgen DBFM nv Programma School voor 1.000 leerlingen eerste graad Oplevering November 2016 BVO 9.910 m2 Bouwkosten ca. e 17.120.000 (excl. btw) Algemeen aannemer MBG

alleen duurzaam opgewekte warmte voor het gebouw beschikbaar, maar ook duurzame en energie-efficiënte koeling (zogenaamde vrije koeling). In Nederland heeft het toepassen van een WKO-installatie in een schoolgebouw inmiddels brede ingang gevonden. Voor Vlaanderen is dit echter uniek, de campus van kOsh is de eerste secundaire school die is voorzien van een WKO-installatie.

Architect CONIX RDBM Architects Constructeur (stabiliteit) Bureau Van Ransbeeck Bouwfysica en installaties (technieken) ZRi (Van Zanten Raadgevende ingenieurs)

BRANDVEILIGHEID Op het gebied van brandveiligheid zijn er verschillen tussen een Vlaams en een Nederlands schoolgebouw. De Vlaamse bouwregelgeving stelt bijvoorbeeld hoge eisen aan de capaciteit van de vluchtwegen (ofwel de opvang- en doorstroomcapaciteit). De hoofdtrap-

OVEREENKOMSTEN Als we het gebouw van kOsh vergelijken met een Nederlands schoolgebouw zijn er de nodige verschillen te constateren. Ten aanzien van waterverbruik, energieprestatie en brandveiligheid zagen we een aantal voorbeelden hiervan. Dit volgt uit de lokale regelgeving en bouwpraktijk. Toch kunnen we zeggen dat er ook in een belangrijk opzicht overeenstemming is. Een schoolgebouw dient ertoe om het primaire proces dat er in een gebouw plaatsvindt maximaal te ondersteunen. Dat geldt zowel in Vlaanderen als in Nederland. Een schoolgebouw moet functioneel, gezond, comfortabel en veilig zijn; en behalve dit voor jongere generaties ook fungeren als een schoolvoorbeeld van duurzaamheid. Net als veel nieuw gerealiseerde Nederlandse scholen voldoet de kOsh campus zondermeer aan deze doelstelling. Het gebouw mag in Nederlandse termen zeker gekwalificeerd worden als een frisse school. Voor meer informatie neemt u contact op met Martijn van Winkelen van ZRi: vanwinkelen@zri.nl of u kijkt op www.zri.nl.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

67


Tekst Sibo Arbeek Foto’s Sjaak Henselmans

BIJZONDERE CASUS BREDE SCHOOL IBISDREEF UTRECHT

De architect als bewaker van kwaliteit

De brede school aan de Ibisdreef maakt een fraai gebaar naar de omliggende straten en het park. Aan drie zijden rijzen hoge flats op en kijken bewoners van hun balkon op het speelplein. De brede school verbindt de culturele diversiteit van de wijk Overvecht. Het ontwerp kwam op een bijzondere manier tot stand.

M

arjon Mors van SVP architectuur en steden­bouw heeft gemeentelijk proces­ begeleider Gé van Dam uitgenodigd om op het resultaat en vooral ook op het proces te reflecteren. Gé: “Overvecht is een wijk uit de jaren 60/70; de bestaande schoolgebouwen waren verouderd en moesten worden vervangen. Binnen het Masterplan Onderwijs Utrecht hadden de schoolbesturen goede afspraken gemaakt over het gebundeld aanpakken van de opgaven. Er was een sterke behoefte om functies in de gebouwen te

68

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

combineren voor een betere wijkvoorziening. Oorspronkelijk was het de bedoeling om ook een Centrum voor Jeugd en Gezin in het kindercluster te plaatsen, maar dat paste uiteindelijk stedenbouwkundig niet op de plek. Omdat het programma breder is dan de openbare en de katholieke school, en de inpassing aandacht vroeg, heeft de gemeente het bouwheerschap overgedragen gekregen van de beide schoolbesturen. Het kindercluster herbergt veel nationaliteiten in een wijk die de nodige aandacht vraagt. Naast de beide scholen


ONTWERP EN INRICHTING

zit er een sportzaal en een extra multifunctionele ruimte in het gebouw. Het is dus geen multifunctionele accommodatie maar een kindercluster. Het kind staat centraal en krijgt alles wat het op een dag nodig heeft. Leren, spelen, sporten en ontmoeten.” COMPLEXE OPGAVE Marjon Mors: “We wonnen de Europese aanbesteding omdat ons ontwerp aansprak, maar dat hadden we gemaakt zonder dat we iemand van de scholen of de gebruikers zelf gesproken hadden. Na de aanbesteding bleek dat het anders en veel beter

nen in te zien van de samenwerking is een plus die tijdens het proces is ontstaan. Daarnaast moesten er ook compromissen gemaakt worden. De ene school wilde bijvoorbeeld geen hek en de andere school wilde juist een hoog hek om het schoolplein. De oplossing is een hek met schuifpoorten geworden, die in de regel open staan, waardoor er ook een directe relatie is met het aangrenzende park. In het gebruik laten de scholen elkaar toe, maar als het nodig is kun je deze hele school in compartimenten verdelen. Bij het vastleggen van de kadastrale splitsing is hier al in voorzien. Bijna op tegelniveau is de exploitatie gedefinieerd. Het kunstwerk op het schoolplein

PROJECTINFORMATIE Project Nieuwbouw Brede School Ibisdreef, twee scholen met een sportzaal en een multifunctionele ruimte Opdrachtgever Gemeente Utrecht in samenwerking met KSU en OBO Architect SVP architectuur en stedenbouw Aannemer Bouwgroep Dijkstra Draisma Ingebruikname Januari 2017 Stichtingskosten e 8.100.000,BVO School 4.476 m², gymzaal 4.55 m², totaal 4.931 m²

kon en moesten we opnieuw beginnen. De opgave was complex omdat beide scholen op dezelfde plek wilden zitten. Het is namelijk een locatie met één centraal zichtpunt. We hebben voor de vorm van de plattegrond bij wijze van spreken het hele alfabet uitgewerkt, totdat we vanaf het centrale zichtpunt een diagonale scheidslijn over de locatie hebben gelegd en zo de scholen in een L-vorm hebben geplaatst. Nu hebben beide scholen de helft van de beste plek. Op de zichtas bevindt zich de formele hoofdentree die ook voor het avondgebruik bedoeld is. De entrees voor de kinderen bevinden zich aan de andere kant van het gebouw waar het schoolplein gelegen is. De diagonaal was in het begin een harde scheidslijn tussen de beide scholen. We hadden zelfs twee deuren met gescheiden gangen getekend bij de hoofdentree. Het feit dat er nu één centrale ingang is en dat de scholen de ruimtelijke voordelen begon-

symboliseert de samenwerking door twee bomen die in elkaar groeien. Het is een gebouw dat geënt is op samenwerking en medegebruik, met een duidelijke onderlegger en heldere afspraken. Er was veel groen op de locatie aanwezig en in vergelijking met de oorspronkelijke situatie is het totale bouwvolume op de plek toegenomen, terwijl er ook meer functionele buitenruimte is. Het ontwerp is zo gemaakt dat het park in de school is geschoven en de school in het park.” TOEGEVOEGDE WAARDE Marjon over het proces: “Het feit dat je een ontwerp maakt zonder met de gebruikers te praten zou echt niet mogen en is verspilde energie. De benodigde informatie haal je overigens ook niet uit een dialoogronde.” Gé knikt: “Je zou meer op procesvaardig­ heden kunnen selecteren. Vooraf een dialoog met de

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

69


gebruikers is een optie voor de verbetering van de uitkomsten van de aanbesteding, maar kost ook weer meer werk voor alle gegadigden.” Marjon vervolgt: “Het is nu voor architecten een schot in het duister en je hoopt dat je raak schiet. Eigenlijk zou de uitvraag niet een ontwerp moeten zijn, maar een presentatie waarin je aangeeft wat je vaardigheden en ervaring zijn en hoe je de opgave ziet. Het was in dit geval ook nog een engineering & construct aanbesteding waarbij wij alleen een ontwerp moesten maken dat een aannemer verder technisch moest uitwerken. Gelukkig hebben we gedurende het hele proces een toegevoegde waarde kunnen leveren. We hadden als basis een goed uitgewerkt voorlopig ontwerp gemaakt met een goed doordacht prestatiebestek. Onze rol in de uitwerkings- en uitvoeringsfase was een adviserende, zodat we mee konden blijven denken en alle stappen konden volgen. Hierbij hielden we de esthetische zaken in het oog, maar ook de belangen van de gebruikers. Ik merk in het algemeen dat opdrachtgevers te makke­lijk denken dat de aan­ nemer alles wel even oplost. In dit geval hadden we een aannemer die echt goed meedacht, maar ook aangaf dat hij onze inbreng nodig had en zeer waardeerde. Als architect ben je hier tenslotte ook voor opgeleid! De samenwerking tussen opdrachtgever, gebruiker, architect en bouwer moet gedurende alle fases van het proces in balans zijn en bij dit project is dit echt heel goed gegaan. Gelukkig was het opdrachtgeverschap bij de gemeente Utrecht goed belegd, dus hebben wij na de aanbesteding de ruimte gekregen om de opdracht goed uit te werken en te begeleiden.”

70

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

“Het feit dat je een ontwerp maakt zonder met de gebruikers te praten zou echt niet mogen en is verspilde energie”

PAREL IN DE WIJK Marjon over het gebouw: “Het is een metselwerk sculptuur die zich als een parel toont ten opzichte van de jaren 60 architectuur eromheen. Het gebouw zet zich niet af, maar voegt juist kwaliteit toe aan de omgeving. We hebben de strenge structuur van de omliggende flatgebouwen naar de gevel vertaald in rijk gedetailleerd metselwerk, waarvan het vakmanschap vanaf spat. De kleuren in de wijk zie je terug in de zandkleurige steen in een 2.0 versie. Het is daarnaast een duurzaam gebouw, het hele dak ligt vol met zonnepanelen. Voor de binnenkant hebben we met de schoolteams kleuren en materialen gekozen. KSU heeft de natuur als thema gekozen en dat komt terug in de groene kleuren en bosachtige graphics op de muur. De openbare school koos voor diversiteit en de verschillende nationaliteiten als thema. In dit deel van het gebouw zie je uitvergrote kruiden op de wanden wereldkaarten. De verschillen in onderwijskundige visie komen terug in de indeling; het openbaar onderwijs heeft telkens een combinatie van twee lokalen en een leerplein; de katholieke school wilde juist lokalen met een grote centrale ruimte op de verdieping, waar kinderen onder begeleiding zelfstandig kunnen werken. Het bijzondere is dat je door de hoekverdraaiing in het middendeel een speelsheid aan ruimten hebt met een doorzicht door het hele gebouw. Er zijn weinig gangen en alles is functioneel. Dat was een geluk bij een ongeluk.” Kijk voor meer informatie op svp-svp.nl.


Tekst Sibo Arbeek

ONTWERP EN INRICHTING

GESLAAGDE VERTALING VISIE IN GEBOUW QUINTUS IN ASSEN

Denken en doen gaan altijd samen Onderwijs gaat in essentie over de verbinding tussen denken en doen. Dat uitgangspunt vertaalde ICSadviseurs samen met de gebruikers in een Programma van Eisen. Dat vormde de basis voor een onderscheidend onderwijs concept in een even onderscheidend gebouw. Volgens directeur Albert Noord en afdelingsleider havo eerste fase en portefeuillehouder locatie/PR Connie vanderveen werd het daarom nu tijd voor een artikel in Schooldomein. veel mooie praktijkvoorbeelden gezien, bezochten veel scholen, maar wilden het natuurlijk nog beter doen.” Hidde Benedictus van ICSadviseurs hielp ons in het vertalen van onze visie naar een huisvestingsconcept. Voor ons was essentieel dat we het eigenaarschap en de betrokkenheid zichtbaar wilden maken. Hij heeft bij alle schoolteams en vakgroepen geïnventariseerd wat de wensen zijn. “Onze vijf afdelingen hadden we al en die zijn in de nieuwbouw fysiek vormgegeven als deelscholen.

Streamer

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

Foto R. Daalmeijer

A

lbert Noord over de aanleiding: “We zijn een grote school met 1630 leerlingen en de organisatie van het onderwijs is enorm belangrijk. Het vorige havo/vwo-gebouw voldeed niet meer aan de eisen en was volledig afgeschreven. Het was ruim veertig jaar oud en ook niet meer duurzaam te maken. We kwamen in een traject met de gemeente en mochten nieuwbouw plegen. Dan ga je nadenken over de visie en de kansen die een nieuwe leeromgeving biedt. Wij hebben

71


Elke deelschool heeft een eigen identiteit met lokalen, een aangrenzend leerplein, docentenwerkplekken, een onderwijsassistent, een afdelingsleider en gezamenlijke afdelingsdoelen. De afdelingen noemen we thuisbasissen, omdat de leerlingen er een groot deel van de dag verblijven. Zo zijn er afdelingen voor havo 1e fase, havo 2e fase, gymnasium, atheneum 1e fase, atheneum 2e fase en vier kenniscentra.” BINNEN EN BUITEN Connie: “We hebben vier talentrichtingen: Technasium, cultuur, sport & ondernemen waar de kenniscentra aan gekoppeld zijn; het bèta kenniscentrum, het kenniscentrum cultuur met twee theaters en een sportcentrum met twee supermoderne sporthallen waar we een ondernemerscafé voor de talentrichting ondernemen hebben georganiseerd. Bijzonder is dat

Connie Vanderveen en Albert Noord

72

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

“Je moet het onderwijs niet laten leiden door blauwdruk­ ken, maar het onderwijs in je eigen omgeving vormgeven”

het sportcentrum eigendom is van de gemeente Assen. Overdag maken scholen gebruik van de sporthallen en ’s avonds volleybalvereniging Sudosa-Desto. Bepalend in onze visie is dat we binnen en buiten willen combineren; zo zijn externe opdrachtgevers bij de talentrichtingen betrokken. Zij geven opdrachten waar de leerlingen acht weken of langer in zowel de 1e als 2e fase mee aan de gang gaan. Aan het eind geven ze een presentatie aan de opdrachtgevers. Op basis van hun intrinsieke motivatie kunnen leerlingen keuzes maken en hun 21e eeuwse vaardigheden ontwikkelen. De kenniscentra zijn ook weer aan HBO’s en aan de Rijksuniversiteit Groningen gekoppeld, die hier vervolgens ook weer onderzoek doen, bijvoorbeeld vanwege ons sensorennetwerk. In onze optiek gaan onderzoek en ontwikkeling samen. Ook voor externe partijen bieden we faciliteiten aan; het bedrijfsnetwerk uit Assen vergadert hier regelmatig. Dat kan goed in ons traptheater, dat plaats biedt aan meer dan 100 gebruikers.” HOOGWAARDIGE ONTMOETINGEN Connie verder: “Leerlingen hebben een veilige thuisbasis en komen elkaar tegen in de kenniscentra, waar ze denken en doen combineren. De school is zo ingericht dat we kleinschaligheid, ontmoeting en eigenaarschap stimuleren, situeren en mogelijk maken. Dat kon niet in het oude gebouw, dat met zijn lange gangen en wisselingen in de pauzes altijd onrustig was. Dit nieuwe gebouw geeft juist een gevoel van rust. Vanuit die rust ga je bewegen. Wij faciliteren hoogwaardige ontmoetingen waar leerlingen, docenten en externen elkaar positief beïnvloeden. Het gaat om eigenaarschap in combinatie met eigen verantwoordelijkheid. Eens in de twee maanden ko-


ONTWERP EN INRICHTING

PROJECTINFORMATIE Project Nieuwbouw gebouw Quintus van Dr. Nassau College Assen, voortgezet onderwijs

men we in het traptheater bij elkaar om met externen, docenten en de schoolleiding ideeën verder uit te werken. De internationaal bekende onderwijsonderzoeker John Hatty uit Nieuw-Zeeland stelt dat elke docent graag wil onderzoeken en ontwikkelen, als je maar de juiste handvatten geeft. Daarmee creëer je eigenaarschap. Wij zijn in transitie naar minder lessen en meer coaching. Met de afdelingen vorm je een eenheid, maar je moet ook betrokken zijn bij de doorlopende leerlijnen. Zowel naar het PO als naar het HBO/WO. Hoe meer verbindingen je hebt, hoe beter het gaat. Daarom ook dat docenten en leerlingen zichtbaar van elkaar leren en werken in de afdelingen op de leerpleinen en in de lokalen. Nu zijn we zo ver dat vakken zich gaan verbinden. Na volgend jaar gaan we het rooster aanpassen op verdere vakoverstijgende samenwerking. Zowel het gebouw als onze organisatie zijn er klaar voor. Paul Rosenmöller stelde onlangs op het VO-congres de opmerking dat iedereen weet waarom we het onderwijs moeten veranderen, maar iedereen zoekt naar het hoe. Wij weten inmiddels dat het lukt door denken en doen te verbinden. Veel scholen leggen een blauwdruk op hun onderwijs en dat draaien wij om. Je moet het onderwijs niet laten leiden door blauwdrukken, maar het onderwijs in je eigen omgeving vormgeven.”

Architect DMV architecten Programma van Eisen ICSadviseurs Aannemer Dijkstra Draaisma Oplevering Oktober 2016

MAATSCHAPPELIJK ONDERNEMERSCHAP Albert: “En als je niks doet gebeurt er ook niks. We zijn als maatschappelijk ondernemers creatief met de gemeente gaan nadenken over de dubbele sporthal en de potentie van de kantine in relatie tot ons onderwijs. Daarom zitten we ook allebei in belangrijke netwerken in de stad; Connie zit in het bestuur van het Asser cultuurcentrum en ik in het netwerk van

ondernemend Assen. Daarnaast zit ik in het bestuur van NLT en de CultuurProfielScholen en in de adviesraad van het Technasium. Ik kom van de ALO en heb zestien jaar in de commerciële ICT gewerkt. Dat helpt om bedrijfsmatig naar de school te kijken. Het concept Technasium vond ik een mooi initiatief, waarbij de binnen- en buitenwereld met elkaar verbonden wordt. Je moet altijd proactief zijn en de landelijke trends voor zijn. Een goede onderwijsvisie past altijd in het gebouw en zo hebben we het programma van eisen ook opgesteld. Ik zie het gebouw als een flexibel skelet dat vooral faciliteert. De vijf afdelingen en de goed geoutilleerde kenniscentra vormen de basis van onze inrichting. Met de docenten hebben we de kwaliteitseisen van de afdelingen bepaald en dat hebben de vakgroepen voor de kenniscentra gedaan. Van daaruit is het programma van eisen opgebouwd, waarbij we alle wensen hebben kunnen honoreren. ICSadviseurs kon de bouwstenen op één blad samen­ vatten en dat vormde de basis voor het ontwerp van de architect. Connie vervolgt: “ Het is een heel ruim en rustig gebouw geworden, waarbij het licht, de kleuren en de inrichting mooi samenvallen. De afdelingen hebben een uniforme uitstraling; maar er zijn accenten in de inrichting. Uniformiteit creëert rust en vervolgens proberen we zoveel mogelijk verhalen in de school te krijgen. Het kunstwerk uit het oude gebouw vormde de inspiratie voor de folies die we nu gaandeweg op onze wanden aanbrengen. Het gebouw faciliteert, alles is onderwijs; er zijn hier geen gangen, alles is leerplein of kan dubbel gebruikt worden. Eén van de twee theaters is ook aula; ruimtes kunnen met flexibele wanden voor 15 of 90 leerlingen gebruikt worden, waardoor weer makkelijk verbindingen ontstaan.” 3.0 Connie ten slotte: “In het bezoeken van andere scholen zagen we mooie voorbeelden. Maar vaak zie je alleen maar veel grote ruimten en dat willen we niet. Instructie en de docenten zijn ook belangrijk, dus moet je omgevingen maken die dat faciliteren. Daarnaast is het grote verschil met ons ontwerp dat wij niet bij het gebouw, maar bij de omgeving begonnen zijn en van daaruit de verbindingen hebben uitgewerkt. Die verbinding met buiten is de voorwaarde om Denken en Doen op alle niveaus in je organisatie en dus ook het gebouw te vertalen. Quintus is eigenlijk daarom een leergemeenschap 3.0 geworden.” Kijk voor meer informatie op quintus.nassaucollege.nl of bel of mail met Hidde Benedictus van ICSadviseurs: hidde.benedictus@ icsadviseurs.nl of 06-22573604.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

73




Hollandse Meesters creëren de ideale vloer “Aan het werk kent men de meester”, is de slogan die Forbo Flooring Systems hanteert bij het Hollandse Meesters concept. Forbo legt hier een verband tussen het kiene oog voor compositie, detail en kleurgebruik wat zo kenmerkend was voor de oude Hollandse Meesters. De analogie is duidelijk zichtbaar: Forbo ontwerpt en maakt haar vloeren in Nederland.

F

orbo’s eigen designstudio werkt normbepalend. Om nieuwe ontwerpen te maken, laten de Nederlandse designers zich inspireren door in diverse landen te gaan kijken naar de oorsprong van de mooiste vloeren. De ontwerpen die uiteindelijk in productie gaan, worden in één van onze productie faciliteiten geproduceerd; Marmoleum

“De designs van de Marmoleum Solid collectie spreken enorm aan en komen heel natuurlijk over” wordt in Assendelft gemaakt, Allura & vinyl in Coevorden en de schoonloopmatten van Coral in Krommenie. Aan de basis van de Forbo collecties ligt het eigen trendrapport, verzorgd door de Forbo designstudio.

76

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

Het boekwerk verschijnt elke twee jaar en komt tot stand door onderzoek en samenwerking met internationale designers, denktanks met kunstenaars, architecten, wetenschappers en onafhankelijke ontwerpers. NIEUWE VLOERMOGELIJKHEDEN VOOR DE AANSPREKENDE LEEROMGEVING Forbo introduceert dit jaar een aantal nieuwe collecties die uitstekend binnen scholen kunnen worden toegepast. De prachtige nieuwe Allura collectie, bestaande uit luxe vinyltegels en –stroken. De aantrekkelijke Sphera collecties, vloerbedekkingen van homogeen vinyl, zijn ook een feit. In april is gestart met de grootschalige introductie van Marmoleum Solid. Bij de nieuwe Marmoleum collectie springt de nieuwe Marmoleum Cocoa direct in het oog. Aan de duurzame vloerbedekking is nog een natuurlijk


FACILITAIR EN BEHEER

“Flotex combineert de voordelen van een harde vloerbedekking met die van tapijt” materiaal toegevoegd namelijk: de schillen van de cacao boon. Dit geeft een totaal nieuw visueel effect en onderstreept nogmaals het duurzame karakter van Marmoleum. Scholen in Nederland kiezen Marmo-

ALLURA FLEX MAAKT SNEL EN NETJES WERKEN MOGELIJK De nieuwe Allura Flex collectie is eindeloos te combineren met op elkaar aansluitende dessins. De los te leggen tegels en stroken maken snel en secuur leggen mogelijk. De vinyltegels zijn zeer sterk, stabiel en maatvast, los te leggen (in een fixeer), kennen een uniek, Nederlands design en worden conform REACH geproduceerd. Elke kleur en elk dessin wordt groen geproduceerd Voor Forbo is het belangrijk om niet alleen de mooi-

“Aan de duurzame vloerbedekking is nog een natuurlijk materiaal toegevoegd namelijk: de schillen van de cacao boon” leum vanwege het uiterlijk, het duurzame karakter en omdat het een vertrouwd en eerlijk product is. De functionaliteit wordt daarbij niet uit het oog verloren. Kleur en dessin spelen een belangrijke rol. Forbo ondersteunt graag bij het maken van de juiste keuze voor product, kleur en dessin. De gratis ontwerp­ service presenteert vloerplannen voor de nieuwbouw en renovatie van scholen en kantoren en combineert esthetiek en functionaliteit. Zo zal de altijd noodzakelijke schoonloopzone niet worden vergeten. BIJZONDER: FLOTEX DUTCH DESIGN Forbo introduceerde onlangs de Flotex Dutch Design collectie. Zes bekende Nederlandse ontwerpers hebben prachtige ontwerpen gemaakt voor deze unieke vloerbedekking. Flotex combineert de voordelen van een harde vloerbedekking met die van tapijt. Goede akoestiek, eenvoudige schoonmaak en een lange levensduur. Flotex is verkrijgbaar in banenmateriaal maar ook in tegelvorm.

“Alle Forbo vloeren worden in Nederland geproduceerd op basis van groene ontwerpprincipes en met 100% groene stroom” ste vloer te adverteren, maar ook een stuk bewustwording te communiceren. Alle Forbo vloeren worden in Nederland geproduceerd op basis van groene ontwerpprincipes en met 100% groene stroom. Daarmee geeft het bedrijf aan dat de zorg waarmee men de vloeren omringt, niet stopt bij het produceren in de beste kwaliteit. De verantwoordelijkheid die men op het vlak van duurzaamheid neemt, is net zo goed onderdeel van de Forbo werkwijze waarbij mens en ruimte centraal staan. Kijk voor meer informatie op forbo.com/flooring/nl-nl.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

77


Ruimte voor Leren en Ontmoeten

Bij de realisatie van scholen en andere maatschappelijk vastgoed gaat het om zekerheid. U wilt als opdrachtgever zeker weten dat het te realiseren bouwwerk aan alle eisen met betrekking tot functionaliteit, energieprestatie en veiligheid voldoet. Dat het binnen de afgesproken tijd wordt opgeleverd, strikt binnen budget. Maar u wilt óók exact weten waar u de komende decennia qua exploitatie en beheer aan toe bent. Dat vraagt een ervaren partner met specifieke expertise. Een innovatieve, conceptuele bouwer. SMT Bouw & Vastgoed realiseert voor u ruimte om te leren en te ontmoeten.

Meer weten? Op onze website treft u uitgebreide projectinformatie aan.

www.smt-benv.nl 17790109_SMT.indd 1

30-03-17 10:03


INNOVATIE

Tekst Sibo Arbeek Foto Martine Sprangers Fotografie

INNOVATIES UIT DE MARKT

Partners van Schooldomein inspireren elkaar De essentie van Schooldomein is dat de markt een belangrijke bijdrage levert aan innovaties in het onderwijs. Uit de rondgang langs vele schoolgebouwen blijkt steeds weer dat beleving een belangrijke waarde wordt. Beleving heeft te maken met alle aspecten rond de inrichting van het gebouw, of het nu om veiligheid of een goede akoestiek gaat. Met meer dan 30 partners groeit de mogelijkheid om niet alleen te innoveren, maar ook te verbinden. Het experiment Skills Lab in RSG Thamen in Oudhoorn demonstreerde al dat marktpartijen een toegevoegde waarde hebben wanneer ze al vroeg in het proces worden betrokken. In het nadenken over het programma van eisen spelen waarden als kleur, binnenklimaat, bereikbaarheid en toegankelijkheid en bewegen een belangrijke rol. Bedenk dan dat waarden als geluid, vloer, kleur of klimaat elkaar beïnvloeden en versterken en het bewijs is geleverd dat samenwerking aan de voorkant tussen partijen die traditioneel pas aan het eind van een huisvestingsproces worden betrokken bewezen meer oplevert. INNOVATIE EN GOOD PRACTISES Schooldomein communiceert via het magazine en de verschillende media good practises en innovaties uit de markt. Om de kansen voor opdrachtgevers en marktpartijen te vergroten vond onlangs de eerste kennissessie plaats in de prachtige ruimte van JHK Architecten in Utrecht. Na inleidingen van voorzitter Edward van der Zwaag en hoofdredacteur Sibo Arbeek werd onder leiding van ICSadviseur Merel de Boer gewerkt aan thema’s waarop geïnnoveerd en samengewerkt kan worden. Daarbij waren de hoofdthema’s Open, Persoonlijk, Talent ontdekken, Gezondheid, Trots en Duurzaam. In de eerste ronde reageerden de partners vanuit de inhoud op deze thema’s. In de tweede ronde werd ingezet op de fysieke en huisvestingsaspecten van de thema’s. Ten slotte mochten de partners op twee uitwerkingen inzetten, waarop ze graag de komende tijd willen innoveren en samenwerken. Deze zijn in het kader hiernaast uitgewerkt.

INHOUD

FYSIEK

leerdomeinen en kenniscentra

van – betekenisvolle - omgeving naar gebouw werken

thuisgevoel

design

flexibiliteit en multifunctionaliteit

energie

balans tussen ruimtelijkheid en geborgenheid

circulair

leren op maat

bewegen en frisse scholen

innovation playground

uitstraling

De komende tijd ontwikkelt Schooldomein een aantal publicaties waar bovenstaande thema’s een rol spelen. Bovendien wordt weer ingezet op nieuwe experimenten, waar partners van Schooldomein samenwerken in de ontwikkeling van specifieke leeromgevingen. Kijk voor meer informatie op www.schooldomein.nl.

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

79


Kort nieuws

Meester - Gezel In de rubriek Meester – Gezel vertellen docenten en

Inzicht en controle voor medewerkers of studenten met de nieuwe MyInepro app

studenten, leraren en leerlingen, kortom leermeesters en gezellen hoe en wanneer zij samenwerken en op welke plek het liefst.

I

nepro heeft onlangs een applicatie gelanceerd voor iOS, Android en Windows die te vergelijken is met een mobiel bankieren app. Organisaties die diverse operationele processen met elkaar ver­ binden zoals betalen, printen, scannen, accounting en toegangs­ registratie kunnen nu met MyInepro gemak, transparantie en inzicht bieden aan hun medewerkers en/of studenten.

Veel organisaties bieden diverse diensten aan hun medewerkers, gasten en/of studenten. Om hiervan gebruik te kunnen maken heeft men helaas nog te vaak meerdere middelen nodig. Denk aan een code om toegang te krijgen tot gebouwen, contant geld om frisdrank uit de automaat te halen, een bankpas om de lunch te betalen en een pasje om te kopiëren en te printen. Daarnaast wordt er in veel organisaties met kostenplaatsen gewerkt. Inepro ondersteunt organisaties met het implementeren van één ‘identifier’ (bijv. een pasje, een smartphone, een vingerafdruk of een code) waarmee men kan betalen, diensten kunnen worden doorberekend, toegang verkregen kan worden en meer. Daarnaast kunnen, met behulp van managementrapporten, processen efficiënter worden ingericht waarmee bespaard kan worden op operationele kosten. Ook de gebruiker van uw diensten kunt u inzicht bieden met de nieuwe MyInepro app. Hiermee kunnen uitgaven en het printgedrag bekeken worden, is te zien hoeveel printdocumenten er in de wachtrij staan en wat de geschatte kosten zijn. Daarnaast kan het saldo eenvoudig worden verhoogd met bijvoorbeeld iDeal. MyInepro geeft door inzichtelijkheid meer controle waardoor uw werknemer en/of student nooit meer voor verrassingen komt te staan. Meer informatie: inepro.com/myinepro.

80

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

Barbara Maijer-Grevers, docent/verpleegkundige MBO Amersfoort “Buiten dat ik docent ben op MBO Amersfoort voor het vak gezondheidszorg ben ik ook actief als verpleegkundige in het ziekenhuis. Ik zie in mijn studenten aankomende collega’s, waar ik straks mee ga samenwerken. In de skill lessen leid ik de studenten op om in de praktijk te kunnen functioneren als professionals. Belangrijk onderdeel is dat de studenten ‘zichzelf’ leren kennen in hun rol als toekomstig verpleegkundige.” Janneke van den Bosch, leerling verpleegkundige niveau 4 MBO Amersfoort “Ik ben blij dat ik voor deze opleiding heb gekozen. Hier op school combineren we theorie en vooral werken in de praktijk om straks een echte verpleegkundige te worden. Deze opleiding laat mij doen wat ik het liefste doe: zorgen voor mijn medemens.”


Column

VERGEET HET GEBOUW NIET Wist u dat een schoolgebouw en zijn omgeving grote invloed hebben op de (leer) prestaties van de leerlingen? Een invloed die misschien wel net zo groot kan zijn als die van een docent? Het lijkt moeilijk te geloven, maar recent onderzoek wijst uit dat een gezonde en stimulerende leeromgeving de prestaties van leerlingen met gemiddeld 16% verhoogt. Dat is het verschil tussen een 7,5 en een 9. Of, om het even in het extreme te trekken, het VWO niet in zes, maar in vijf jaar afronden. En daarom is het belangrijk dat er aandacht wordt geschonken aan gezonde leergebouwen.

Helaas is nog lang niet iedereen daarvan doordrongen. Duurzaam bouwen is gelukkig inmiddels een bekend begrip, maar nog veel te vaak wordt dit geassocieerd met energiezuinig bouwen. En dat is niet noodzakelijk hetzelfde als gezond bouwen. In de woningbouw zijn voldoende voorbeelden te vinden van woningen die hartstikke kier­ dicht zijn, dik geïsoleerd, met balansventilatie, relatief kleine ramen en zonne­panelen op het dak. In feite net een thermosfles. Maar in een thermosfles ga je dood. Dus worden er installaties aan toegevoegd om het binnen leefbaar te maken.

ƵŝĚĞůŝũŬŚĞŝĚ ŽǀĞƌ ŬǁĂůŝƚĞŝƚ͕ ŝŶǀĞƐƚĞƌŝŶŐ ĞŶ ĞdžƉůŽŝƚĂƚŝĞ

Verkeerde benadering als je het mij vraagt. De bewoner of gebruiker moet het uitgangs­ punt zijn. Dus veel licht, lucht, ruimte, groen. Het is bijna niet te overschatten hoe belangrijk een aspect als daglicht is. Een visie die hier veel aandacht aan besteed is Active House. Een active house is een gebouw dat meer geeft dan dat het neemt en waarbij de aspecten comfort, energie en milieu met elkaar in balans zijn. Met als resul­ taat een gebouw dat gezond en comfortabel is. Maar ook energieneutraal en milieu­ bewust. Een gebouw dat de gebruiker niet belemmert zich te ontwikkelen zoals hij of zij dat zou willen. Ik ben dusdanig overtuigd van de kwaliteiten die de Active House visie in zich heeft, dat ik mijn eigen woning ermee heb ontworpen. Integraal heb ik de woning ontworpen rond een gezond en comfortabel binnenklimaat. Het resultaat mag er zijn. Niet eerder ben ik in een woning (of ander gebouw) geweest waar ik me zo prettig en op mijn gemak voel. En het interessante is dat de kosten vergelijkbaar zijn met een reguliere Bouwbesluit woning, met oplossingen die ook voor renovaties toepasbaar zijn.

'ŽĞĚĞ ŐĞďŽƵǁĞŶ njŝũŶ ĞĞŶ ďĂƐŝƐǀŽŽƌǁĂĂƌĚĞ Žŵ Ƶǁ ŽŶĚĞƌǁŝũƐǀŝƐŝĞ ƚĞ ŬƵŶŶĞŶ ƌĞĂůŝƐĞƌĞŶ͘ sĞƌďŽƵǁĞŶ ŽĨ ŶŝĞƵǁ ďŽƵǁĞŶ͗ ĞůŬ ƉƌŽĐĞƐ ŚĞĞĨƚ njŝũŶ ĞŝŐĞŶ ĂĂŶƉĂŬ ŶŽĚŝŐ͘ ĂĂƌďŝũ ŝƐ ĚƵŝĚĞůŝũŬŚĞŝĚ ŽǀĞƌ ŬǁĂůŝƚĞŝƚ͕ ŝŶǀĞƐƚĞƌŝŶŐ ĞŶ ĞdžƉůŽŝƚĂƚŝĞ ŶŽŽĚnjĂŬĞůŝũŬ͘ ďďŶ ĂĚǀŝƐĞƵƌƐ ŬĂŶ Ƶ ŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶŝŶŐ ďŝĞĚĞŶ ŝŶ ĂůůĞ ĨĂƐĞŶ ǀĂŶ ŚĞƚ ƉƌŽĐĞƐ͘ tŝũ njŝũŶ ŝŶ ŚĞƚ WK͕ sK͕ D K ĞŶ ,K ĂĐƚŝĞĨ ŵĞƚ ĂĚǀŝƐĞƌŝŶŐ ŽǀĞƌ ŚƵŝƐǀĞƐƚŝŶŐ͕ ĚƵƵƌnjĂĂŵŚĞŝĚ͕ ŬŽƐƚĞŶ ĞŶ ĞdžƉůŽŝƚĂƚŝĞ ĞŶ ďŽƵǁŵĂŶĂŐĞŵĞŶƚ͘

DĞĞƌ ǁĞƚĞŶ͍ ĞnjŽĞŬ ŽŶnjĞ ǁĞďƐŝƚĞ ǁǁǁ͘ďďŶ͘Ŷů ŽĨ ďĞů ŵĞƚ In de onlangs gepresenteerde Bouwagenda komt het besef dat er meer aandacht voor ϬϴϴͲϮϮϲ ϳϰ ϬϬ͘ binnenklimaat moet komen gelukkig al wat meer naar voren. In dit plan wordt (onder andere) een Plan van Aanpak gepresenteerd om in 2030 het binnenklimaat van alle ďďŶ ĂĚǀŝƐĞƵƌƐ ͮ WŽƐƚďƵƐ ϵϰ ͮ ϯϵϵϬ ,ŽƵƚĞŶ ͮ ŝŶĨŽΛďďŶ͘Ŷů scholen gezond te krijgen en de meest urgente scholen met label G in 2021 gerenoveerd en duurzaam te krijgen. De woorden zijn er nu, ik hoop dat de daden spoedig volgen.

Bas Hasselaar | SBRCURnet | www.sbrcurnet.nl

SCHOOLDOMEIN

juli 2017

81


colofon Schooldomein

Magazine voor de perfecte leef-, leer- en werkomgeving sinds 1988. Schooldomein verschijnt zes keer per jaar. Op internet: www.schooldomein.nl. Uitgever Schooldomein is een uitgave van Schooldomein Relaties en Ten Brink Uitgevers Redactie Sibo Arbeek, Paul Voogsgerd, Brenda Breems Vaste medewerkers Martijn Buskermolen (fotografie), Jaap de Kruijf, Anje

1

no.

Durf

Romein en Kees Rutten (fotografie). Redactieraad De redactie en de partners van Schooldomein onder voorzitterschap van Edward van der Zwaag. Redactieadres Postbus 59112, 1040 KC Amsterdam, tel 06 22 26 77 95 E-mail: info@schooldomein.nl Arrangementen partners Schooldomein. Voor het plaatsen van artikelen, advertenties of advertorials in het magazine Schooldomein, kunt u contact opnemen met Brenda Breems van Schooldomein Relaties, Postbus 59112, 2014 BT Amsterdam, telefoon 06-82548370 brenda.breems@schooldomein.nl. Voor de online activiteiten van Schooldomein (website en sociale media) kunt u contact opnemen met Paul Voogsgerd, Zuiderkruis 588, 3902 XS Veenendaal, paul.voogsgerd@schooldomein.nl, 06-46337000. De advertentietarieven en arrangementen van Schooldomein vindt u op www.schooldomein.nl. Abonnementen

Begin oktober ligt het eerste nummer van jaargang 30 bij u in de bus. We hebben korte en krachtige thema’s bedacht, die een raakvlak hebben met visionaire opdrachtgevers, gebouwen die het verschil maken en leeromgevingen die er toe doen. Het eerste thema is Durf. Daarbij hebben we weer een aantal mooie artikelen in petto. Alvast een voorproefje:

Betaling, opgave, abonnement, opzegging en adres­ wijziging kunt u doorgeven aan Administratie Schooldomein, Postbus 1064, 7940 KB Meppel, tel (085) 27 36 36 7, e-mail: sdo@tenbrinkuitgevers.nl. Schooldomein verschijnt zes keer per jaar in controlled circulation voor alle instellingen in het primair-, voortgezet-, middelbaar- (ROC’s) en hoger onderwijs (hbo en wo). Elke instelling krijgt op instellingsnaam een exemplaar

• IBA Parkstad blaast nieuw leven in vermoeide regio: Jo Coenen over het belang van een vernieuwende aanpak. • Frits Philips Mavo Eindhoven voor licht en kleur: een gebouw dat mee kleurt en vooral het gebied op een hoger niveau tilt. • Verzorgingshuis De Westerkim in Hoogeveen: verzorgen als onderdeel van een duurzame samenleving. • Eigentijds Kindcentrum Mechelen: samenwerking partners in slim en duurzaam gebouw. • Philips Horne College in Weert en Stella Maris College in Meerssen: Duurzame renovatie biedt ruimte voor onderwijsvernieuwing. • Geslaagd hergebruik voor Wereld voor Techniek: bestaand bedrijfspand getransformeerd naar ideale leerwerkomgeving. • Nieuwe kindcentra in Loppersum en Middelstum: Verbinding tussen de partners in aardbevingsbestendige en energieneutrale gebouwen.

toegestuurd. Daarnaast krijgen alle gemeenten Schooldomein toegestuurd. Voor meerdere exemplaren alsmede voor abonnementen voor particulieren, instellingen en bedrijven geldt een abonnementsprijs van e 45,- voor losse nummers e 8,- incl. verzendkosten. Abonnementen kunnen schriftelijk tot uiterlijk 1 juli van het lopende abonnementsjaar worden opgezegd bij de administratie van drukkerij Ten Brink. Bij niet tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Productie Grafische productie: Drukkerij Ten Brink, Meppel Projectbegeleiding: Communicabel, Veenendaal Vormgeving en website: FIZZ | Digital Agency – fizz.nl Schooldomein wordt mede mogelijk gemaakt door: Ahrend, Alpha Consultancy, BBN, BOA, Bolidt, BUKO, Cisco, DGMR, DP6, Ecophon, Frencken Scholl Architecten, Forbo, Gerflor, Gispen, Hevo, ICSadviseurs, Inepro, LIAG, M3V, De Meeuw, Nederlands Forum voor Onderwijsmanagement, Nora Flooring, NOT, OIII architecten, Peer2Peer, Platform Onderwijs & Facilitair, Platform Onderwijshuisvesting, Pellikaan, README, RoosRos Architecten, RVO, Sika, SMT Bouw & Vastgoed, Spring Architecten, STALAD Onderwijsinrichting, TenW architecten adviseurs, Topos architecten, Vanerum, VELUX.

82

SCHOOLDOMEIN

juli 2017


Onderwijsvastgoed Dag 2017 Strategische keuzes en duurzaamheid

GERFLOR ONDERWIJS

26 september 2017 10.00 uur – 17.00 uur Theater Maitland, Landgoed de Horst, Driebergen

G-POWER FOR BETTER RESULTS

Ontwikkelingen in het onderwijsvastgoed, in de bekostiging en in duurzaamheid staan centraal. Welke keuzes worden gemaakt, visies over de school, over oude en nieuwe schoolgebouwen, interessante casussen van gerealiseerde projecten. Creativiteit betreffende normvergoedingen en financiering komen allebei aan bod in zowel het plenaire als het break-out programma. Duurzaamheid wordt ook voor het onderwijsvastgoed steeds belangrijker en wordt op allerlei wijzen opgepakt. Ook op het programma staan de resultaten van het breedte- en diepte onderzoek frisse scholen in Amsterdam. Op de Onderwijsvastgoed Dag 2017, georganiseerd door IVVD, Ruimte-OK en Schooldomein wordt dieper ingegaan op deze en andere ontwikkelingen in het onderwijs. Een dag vol inspirerende voorbeelden, case studies en best practices. Uw dagvoorzitter is Sibo Arbeek.

Programma 09.00 uur – Registratie en ontvangst 10.00 uur – Strategische keuzes en duurzaamheid – deel 1 • Uitwerking gemeentelijk duurzaamheidambitie in nieuw IHP - Henk Veldhuizen (wethouder Gemeente Utrechtse Heuvelrug) • Duurzame en toekomstbestendige onderwijshuisvesting - Chantal Broekhuis (Hoofd Facility & Huisvesting PCOU Willibrord) • Realisatie nieuwe huisvesting TIAS Utrecht - Professor Menno Maas (TIAS Utrecht Business School) 11.30 uur – Pauze 12.00 uur – Strategische keuzes en duurzaamheid – deel 2 • Het 4e Gymnasium (winnaar publieksprijs Nederlandse Bouwprijs 2017) - Sjaak Huijsman (bouwmanager Gemeente Amsterdam) • Resultaten breedte- en diepte onderzoek naar frisse scholen in Amsterdam - Aga Spuijbroek (Gemeente Amsterdam) en Machiel Karels (Buroloo) 13.00 uur – Lunch 13.45 uur – Break-out sessies 1 - keuze uit 4 onderwerpen 1. Energiesponsoring voor onderwijsvastgoed en scholen - Peter van Dommele (directeur Softs) 2. Doordecentralisatie of zijn er alternatieven - Maarten Groenen (consultant ICSadviseurs) 3. Aanbesteden op duurzaamheidprestaties - Remco Berghuis (vastgoedontwikkelaar Gemeente Rotterdam) en John Mak (directeur W/E adviseurs) 4. ‘Nul op de nota’ - Albert Hulshoff (Stichting Maatschappelijk Vastgoed) 14.15 uur – Zaalwissel 14.30 uur – Break-out sessies 2 - keuze uit 4 onderwerpen 1. Duurzame financiering van onderwijshuisvesting - Menno van Noort (sectormanager Onderwijs Rabobank) 2. Uitvoering erkende maatregelen activiteitenbesluit milieubeheer - Christian de Laat (senior vakspecialist energie DCMR) 3. Rendement op alle niveaus - Andre Wiesman (adviseur huisvesting en innovatie Essentius) 4. Eenvoudig energie besparen met garantie - Albert Hulshoff (Fit our Future) 15.00 uur – Pauze 15.30 uur – Strategische keuzes en duurzaamheid – deel 3 • Stad als school, school als stad - Matthijs de Boer (Matthijs de Boer Stedenbouw) • Van school van toen naar school van morgen - Wilma Kempinga (partner bij Mevrouw Meijer) • School zonder lokalen - Sander Ros (RoosRos Architecten) 16.45 uur – Netwerkborrel

Sprekers

TOTAAL CONCEPT

G-POWER

C

M

VLOERBEDEKKING

Y

CM

SPORTVLOEREN

MY

CY

CMY

WANDBESCHERMING LEUNINGEN

K

ACCESSOIRES

Hoeveel G-POWER wilt u? Gerflor draagt bij aan een goede en fijne onderwijsomgeving. Met voor iedere ruimte – van gangen, leslokalen en collegezalen tot gymzaal en praktijkruimten – een totaalpakket voor optimale bescherming van vloeren en wanden. Fris en eigentijds, veilig, geluiddempend, comfortabel en ook: hygiënisch en onderhoudsvriendelijk. Leerlingen, studenten en docenten zullen het bevestigen. Gerflor biedt u álle power die u zoekt. BEHOEFTE AAN G-POWER? 31 (0) 40 266 1700 AANBEVOLEN DOOR HERRIEMAKERS

Praktische informatie Voor wie: Voor toezichthouders/schoolbesturen, directie en staf van schoolorganisaties, verantwoordelijken bij gemeenten voor scholen en anderen die zich in het dagelijks werk bezighouden met onderwijsvastgoed. Uw investering: € 325,= excl. BTW voor scholen en gemeenten en € 395,= excl. BTW voor overige organisaties. Lunch, koffie, thee en netwerkborrel zijn inbegrepen. Aanmelden: Kijk op www.onderwijsvastgoeddag.nl en klik op Inschrijven.

WWW.GERFLORBENELUX.COM


CSG Eekeringe Steenwijk Afdeling verzorging geheel in stijl vormgegeven.

Het inrichten van scholen is echt een vak op zich. Hoe vertaal je het onderwijskundig concept naar de inrichting van een gebouw? Welke meubeloplossing past het best bij de leerling? Wordt er individueel of in groepsverband gewerkt? Welke sfeer wil je als onderwijsinstelling uitstralen, wat is de beleving in de school? Hoe stem je de personeelsruimtes hierop af?

Middelsee College Sint Annaparochie. Thema voor de aula was ‘buiten’ naar binnen halen

Allemaal relevante vragen die je beantwoord wilt zien als je aan de slag gaat met het duurzaam (her-) inrichten van een school. Hierbij helpt STALAD u graag, want samen maken wij de mooiste scholen. Wilt u hier meer over weten? Neem contact op met STALAD. Wij adviseren u graag om samen de mooiste school te maken!

STALAD onderwijsinrichting • 038 720 0610 • verkoop@stalad.nl • www.stalad.nl

jaargang 29, juli 2017

twitter.com/schooldomein facebook.com/schooldomein

6

no.

Altijd de laatste updates van Schooldomein?

Magazine voor de perfecte leer-, werk- en leefomgeving

Lauwers College Buitenpost De personeelsruimte is een oase in een drukke schoolomgeving.

SPORTDOMEIN | ZORGDOMEIN | WIJKDOMEIN

Corlaer College Nijkerk Bijzondere inrichting techlab.

SCHOOLDOMEIN

STALAD werkt vanuit beleving

THEMA: UNIEK EN ONDERSCHEIDEND VOORWAARDEN VOOR een levende en duurzame buitenruimte KANSEN VOOR gepersonaliseerd leren OP WEG NAAR EEN NIEUWE SAMENHANG tussen stad en onderwijs RESULTATEN GREEN DEAL SCHOLEN na één jaar