Page 1

Bart Lodewijks & Jan Kempenaers Kerselare tekeningen en foto's (deel 3)

Roma



Bart Lodewijks & Jan Kempenaers Kerselare tekeningen en foto's (deel 3) In memoriam Juliaan Lampens (1926-2019)

Roma Publications


2


3



‘Helaas, in de architectuur is het meestal zo dat de uitvoering het stoffelijk overschot is van je droom.’ Juliaan Lampens







Onze vaders Lemberge, 3 april 2020 Dag Dieter, Een beetje vertwijfeld, omdat een bericht van een vader aan zijn zoon toch wel erg persoonlijk is om te delen, stuur ik je een bericht van mijn vader door. Hij laat zijn licht schijnen op krijt, beton en staanders. Mede omdat ik zo dicht bij jouw vader mocht staan, stuur ik onderstaand bericht in vertrouwen naar jou. Hartelijke groeten, Bart Zutphen, 1 april 2020 Beste Bart, Met veel plezier de tekst gelezen en de foto’s bewonderd van jullie project in Kerselare. Het is een mooie combinatie geworden van kijken door de lens en kijken met een meetlat, aangevuld met reflecties in woorden. Mij viel het woord ‘brutalistisch’ op. Ik had dat woord nog nooit ontmoet. Bij napluizen blijkt het te staan voor de bouwstijl waarin ook Lampens zich heeft uitgedrukt. Hard beton en strenge eenvormigheid. Juist dan komt het aan op fijnzinnigheid in het ontwerp. Mijn idee is dat jullie dat aspect goed belicht hebben door de tekeningen, de tekst en de foto’s. Vermakelijk vind ik de verwijdering van de staanders. Dat is welhaast een metafoor voor onze gepolitiseerde samenleving. We verzinnen een gevaar (instorting), behoeden ons daarvoor (een staander) en maken het gevaar kleiner (centimeters ontbreken om te stutten), en ten slotte wordt de mythe doorgeprikt (staanders verwijderen). Uiteindelijk blijkt het een luchtverplaatsing, gelukkig een ongevaarlijke, maar vaak gaat het om luchtverplaatsingen met gevaarlijke kanten. Mooi is de zin: een tekening drukt niet op de aarde zoals beton. Daarmee geef je goed de fijnzinnigheid aan van de tekening tegenover de grofheid van beton. Veel liefs, Pap

11







Semmerzake, 14 mei 2020 Beste Bart en Jan, Een initiatief waarbij op een integere, respect- en kwaliteitsvolle manier symbolische meerwaarde wordt gecreëerd voor historisch belangrijk onroerend erfgoed, is meer dan lovenswaardig. Het verdient de nodige aandacht, steun en realisatiemogelijkheden. Mede omdat het niet alleen zichzelf in de kijker plaatst, maar ook het voorwerp van onderzoek en beschouwing waar het een beroep op doet. Bovendien draagt het met respect bij tot de ontsluiting en toegankelijkheid van dat erfgoed voor een groter publiek. Om het project Kerselare Drawings and Photographs voor te stellen ontmoetten we elkaar samen met mijn ouders op 7 april 2017. De kiem van een langlopend project en dito samenwerking werd er met de goedkeuring van mijn vader – Juliaan Lampens – gelegd. Meteen werd een zekere artistieke verwantschap tussen jou en hem duidelijk, ook al omdat beider handen zich bedienden van krijt. De schetsende hand van mijn vader op de krijtbordwand in zijn atelier, waar hij, vooraleer ze in de periode 1963-1966 werd gerealiseerd, gestalte gaf aan de kapel in Kerselare. Jouw geoefende, krijtende hand die doorheen weer en wind al dan niet publieke plekken verbindt met, voor en door mensen. Het lang gerijpte idee om de kapel op te nemen in je oeuvre kreeg van dan af gestaag vorm. Ik heb de uitvoering van het project met bijzondere belangstelling gevolgd: de tekeningen op de kapel, de foto’s van Jan en later ook jouw teksten vormen een rijk eerbetoon aan mijn vader. (…) Mijn vader heeft altijd veel waarde gehecht aan het ambacht van het tekenen. Jullie project is daar ook de belichaming van. Kunst en architectuur komen in dit project dichter bij elkaar. Dieter Lampens Voorzitter Juliaan Lampens VZW De brief van Dieter Lampens / VZW Lampens maakte deel uit van een verzoek aan de Vlaamse Gemeenschap om deze publicatie financieel te ondersteunen. Een verzoek dat de Vlaamse Gemeenschap inwilligde. 17









Langer, rechter, resoluter en trefzekerder Er bestaan geen gebouwen die gemaakt zijn om met krijt te betekenen, beweer ik altijd. Vier jaar geleden wees kunstenaar Mark Manders ons erop dat niet ver van zijn woonplaats Ronse een gebouw staat dat wel degelijk gemaakt lijkt te zijn om met krijt te betekenen. Ik kende de kapel niet, ik wist wel dat Lampens een brutalistisch architect was. Pas later kwam ik erachter dat hij en ik op dezelfde lijn zaten. Mijn lijfspreuk luidt dat mijn lijnen vergelijkbaar zijn met voetstappen. De lijnen lopen recht, ze zijn de kortst mogelijke verbinding tussen twee punten. Maar klopt dat eigenlijk wel? Vertegenwoordigen mijn krijtlijnen niet de langst denkbare verbinding tussen twee punten? Maakt dat de tekeningen tot wat ze zijn? Je ziet het niet aan de tekeningen, maar om zulke rechte lijnen te trekken begeef ik mij op kronkelige paden en neem de grootste omwegen. De lijnen houden zich onverwijld op tussen twee punten, maar de kortste route volgen ze nooit. Welke twee punten worden er hier precies verbonden? Om daar achter te komen tekende ik alle raak-, verdwijn- en gezichtspunten die er mogelijk zijn op de kapel, maar ik kwam niet uit bij dat ene punt dat mij zo logisch leek: Lampens. Ik had hem opgezocht in verzorgingstehuis De Lichtervelde in Eke en maakte een tweede keer kennis met hem via zijn kapel in Kerselare. Ik maakte de droevenis van zijn overlijden mee en hield nauw contact met zijn nabestaanden, onder wie zijn zoon Dieter. Maar ik kwam niet uit bij Lampens. Ik tekende tot drie keer toe op het Mariabeeld dat bij de ingang van het bedevaartsoord staat; mijn gedrevenheid grensde aan heiligschennis. Ik tekende op de kleine kapellen van de ommegang en zette daarna de eerste lijnen op de kapel. De tekeningen werden langer, rechter, resoluter en trefzekerder. Van het gebouw trok ik me steeds minder aan. En Jan? We liepen met elkaar in de pas. Hij ‘trok’ foto’s en keek mee naar mijn lijnen. Dat deden we vanaf het begin, maar nu was het vanzelfsprekender. Ons werk bij de kapel raakte vergroeid, we konden handelen zonder er lang over na te hoeven denken. 25









Geen voorjaarsklassieker Jaarlijks raast de Ronde van Vlaanderen, de voorjaarsklassieker van de wielersport, op een steenworp afstand aan de kapel voorbij, maar de kapel werd daarbij nog nooit in beeld gebracht. Dat de koershelikopter tijdens de wielerwedstrijd luchtopnames van de kapel zou maken, leek mij een prachtige ode aan Juliaan Lampens. Het idee vatte post in mijn hoofd kort na zijn overlijden op 5 november 2019. Luchtopnames van de kapel, live uitgezonden op honderdduizenden televisieschermen in binnen- en buitenland, zouden in één klap korte metten maken met de onzichtbaarheid van het meesterlijke bouwwerk. Maar juist dit voorjaar hield het coronavirus stevig huis in België. De bevolking werd verplicht om zo veel mogelijk binnen te blijven. In Antwerpen, de woonplaats van Jan, werd zelfs een nachtklok ingesteld. Alle wielerklassiekers werden afgeblazen en ook de Ronde van Vlaanderen werd tot nader order uitgesteld. Het land verkeerde in mineur nu ook de ‘Hoogmis’, de katholiek geïnspireerde bijnaam van de Ronde, slachtoffer werd van de corona-epidemie. Op hoop van zegen stak ik een kaars aan in de kapel. De prijs voor een kleine kaars is 50 cent; voor een grote, die langer brandt, tweeëneenhalve euro. Ik koos voor de lang brandende, want het grootste wielermonument van België werd tot nog toe alleen afgelast tijdens de Eerste Wereldoorlog.

33







De ontmoeting blijft onder ons Aan de andere kant was de lange adempauze van dit jaar juist troostrijk en contemplatief, geheel in stijl met het heengaan van Lampens. Het verlies kon in gepaste stilte beleden worden. De ontmoeting van Lampens en mij, van Lampens en Jan en van Jan en mij is van weinig belang voor de tv-kijker. Het publiek wil immers alleen maar gekromde ruggen over betonbanen en kasseienstroken zien fietsen, urenlang naar groeiend gras kijken en vooral niet afgeleid worden door wat voor moois er langs de weg staat. Maar inmiddels zitten we niet meer in het voorjaar, de herfst staat voor de deur.

39











Evenveel waard Jan en ik zijn allebei van mening dat er een gedrukt boek moet komen. Op tafel liggen afdrukken van de foto’s die Jan de afgelopen tweeëneenhalf jaar maakte van de kapel, haar omgeving en mijn tekeningen. De afdrukken meten slechts 10 bij 10 cm en toch is de tafel te klein. We selecteren grofweg: foto’s van tekeningen en omgevingsfoto’s. De beste foto’s krijgen een rode stip in de linkerbovenhoek, de iets mindere foto’s krijgen een oranje stip, de twijfelgevallen, veruit de meeste, belanden op een aparte stapel. De foto’s van de tekeningen en de omgeving van de kapel zijn ons allemaal evenveel waard, al ligt de serie rechte lijnen die ik tijdens de lockdown op het dak van de kapel maakte, mij het meest na aan het hart.

49

















Op het dak Van boven op het dak keek ik neer op een verstild, vrijwel mensenloos landschap. Ik zag alleen Jan rondlopen of hoorde ‘klik-klak’ en wist dan waar hij zich bevond. Het was doodstil, zelfs de wind was gaan liggen. Mijn oog viel op de kleine kapel die bij de ingang van het bedevaartsoord staat, onder de schaduw van acht oeroude, in herfstkleur getooide lindebomen. Als de oorspronkelijke kapel in 1960 niet was afgebrand, had ik hier nu niet gestaan. Op de krijtdoos, die schuin tegen de hellingsgraad van het dak stond, lag mijn lichtblauwe mondmasker, alsof er een of andere alien naast mij was neergestreken. De staalblauwe hemel had iets grotesks en beangstigends, hoeveel kilometer ver kon ik kijken? De concurrerende strepentrekkers van het luchtruim ontbraken, alsof het woord aan ons was. Ik trok een lange, kaarsrechte lijn op het dak, een fundamentele, rigide en essentiële lijn die niets of niemand genegen was. Ik zocht geen toenadering meer tot het gedachtegoed van Lampens. Ik was vergroeid met zijn ethiek, kende de esthetiek van de kapel. Jan en ik hadden ons ingeschreven in de geschiedenis van de plek. We wachtten een tweetal weken totdat de regen de lijn van het dak had gespoeld. Vervolgens trok ik een lijn diagonaal over de lengte van het dak. Deze was langer en medogenlozer dan de vorige, alsof ik de kapel in een greep wilde houden en overmeesteren. We wachtten totdat ook deze lijn was weggeregend en toen zette ik het slotakkoord in.

65







Laatste foto ‘Over Lampens gesproken’, zeg ik tijdens het selecteren van de foto’s, ‘hij heeft nooit geschreeuwd om aandacht, misschien heeft hij wel eens gebeden om meer aandacht.’ Jan mompelt: ‘Daar weten we weinig over. Gedroomd over roem heeft hij zeker, dat hoort er gewoon bij.’ ‘Ethiek, esthetiek en geschiedenis, dat is het enige dat we nodig hebben om een goed boek te bouwen’, zeg ik en zet een dikke rode bol in de linkerbovenhoek van een fotoprint van het dak waarop je nog net een lijn kan ontwaren. ‘Waarom kies je die foto?’ vraagt Jan. ‘Het is de laatste die je maakte.’ ‘Maar hij is niet zo best, het contrast is te groot, de tekening is onzichtbaar geworden.’ ‘Misschien is het wel de belangrijkste foto die je gemaakt hebt.’ ‘Zou je dan niet beter een krijtstreep op de foto zetten in plaats van een bol?’, grapt hij. Ik kijk net zo lang naar de overbelichte foto totdat ik mezelf erin kan projecteren. Ik zie een nietig mensje op het dak van de kapel die druk in de weer is met het trekken van de laatste krijtlijn.

71





Laatste lijn Moederziel alleen stond ik op het dak, de zon scheen gemeen fel. De krijtlijn was zo intens wit dat het pijn deed aan mijn ogen. De omgeving viel weg in donkere schaduwranden. Jan probeerde de lijn vast te leggen vanuit het voetpad dat rondom het bedevaartsoord loopt, maar zijn inspanning was tevergeefs. Bij zoveel tegenlicht was op de foto alleen een lichtvlek zichtbaar die alles overstraalde. Ik herinner mij Godelieve, die als klein kind met haar moeder vanaf de heuvels de oude kapel in vlammen had zien opgaan, een lichtvlek die de omgeving overstraalde. Ook ik had iets oogverblindends gezien: de krijtlijn op het dak. Er was geen vuur, geen rook, geen as en geen drama. Op den duur zou er zelfs geen spoor van krijt op het gebouw achterblijven. Er zouden alleen foto’s van de tekeningen overblijven en herinneringen in mijn hoofd. Dit keer hoeft er geen nieuwe kapel gebouwd te worden, maar wel een boek dat staat als een huis. Ik herinnerde me een uitspraak van Lampens: ‘Helaas, in de architectuur is het meestal zo dat de uitvoering het stoffelijk overschot is van je droom.’ De eerste regendruppels vielen. De roofing, de zwarte dakbedekking waarop ik getekend had, het equivalent van de krijtwand in de studio in Eke waar het allemaal mee begonnen was, zou weer een schone lei worden. Ik klom van het dak en klopte het krijt van mijn handen. Het gebouw was veranderd zonder dat er een steen verplaatst was. Ik stond weer met beide voeten op de grond, liep het betonbaantje af dat Lampens een halve eeuw geleden had aangelegd, en prijsde me gelukkig.

75





De najaarsklassieker De voorjaarsklassieker van Vlaanderen werd uiteindelijk verreden in het najaar van 2020, op 18 oktober om precies te zijn. Het was spannend of de wedstrijdcamera’s de kapel in beeld zouden brengen. Toen de renners Edelare doorkruisten, ving ik een glimp op van het parkeerterrein waar het Mariabeeld staat. De cameraman had alleen maar oog voor de twee koplopers, die tegen elkaar opgewassen leken. Twee punten die door het landschap fietsten, verbonden door één lijn. Er werd met enorme krachtinspanning lucht verplaatst. ‘Wordt het grinta* of wordt het gramschap?’ vroeg de sportcommentator zich af. Daarmee reikte hij meer dan genoeg stof aan om over na te denken. De renners waren onderweg naar de eindstreep, of beter, ‘de meet’. Ze waren dertig kilometer verwijderd van hun eindpunt. De kapel was al achter de kam van de Edelareberg verdwenen. Komend voorjaar zou ze weer opduiken in de Hoogmis, die traditioneel gepland staat op de eerste zondag van april. Het aftellen kon begonnen.

* Grinta is een term die door de Vlaamse wielercommentatoren veelvuldig wordt gebruikt; hij betekent vastberadenheid, de wil om te winnen. Het woord is ontleend aan het Gotisch, waar het ‘grimmig’ en ‘nijdig’ betekent. Dat grinta ‘strijdbaarheid’ is gaan uitdrukken, is niet zo’n gekke stap: wie zich flink kwaad maakt, oogt tenslotte ook strijdbaar en vastberaden. 79





Epiloog Kort na het overlijden van Lampens werden de gele staanders verwijderd, alsof er gehoor gegeven werd aan zijn laatste wens. Het was een eer om bij het aftuigen aanwezig te zijn. Maar niet alleen de staanders waren hem een doorn in het oog, er dienden ook nog een paar andere zaken ‘rechtgezet’ te worden. In plaats van de houten kerkstoelen waren er oorspronkelijk betonblokken en die moesten in ere hersteld worden. Het grote vloerkleed dat het betonnen altaarpodium bedekte, was een vloek in de kerk en moest en zou verwijderd worden. De roofing was een verzinsel van een dwaze dakdekker en moest weggehaald worden, zodat de mossen vrij spel kregen op het betonnen dak. Het betonrot zou afgedekt worden met een coating die het gebouw geen geweld mocht aandoen. Een specialist had met geel vetkrijt alvast de rotte plekken omcirkeld. Ergens in de toekomst ligt een punt waarop de kapel helemaal af zal zijn.

83




Bart Lodewijks & Jan Kempenaers Kerselare tekeningen en foto's (deel 3) Tekeningen en tekst Bart Lodewijks Foto’s Jan Kempenaers Redactie Danielle van Zuijlen Eindredactie Lucy Klaassen Ontwerp Roger Willems & Dongyoung Lee Uitgever Roma Publications, Amsterdam Dit project is een initiatief van Bart Lodewijks en Jan Kempenaers en is mede mogelijk gemaakt met steun van de stad Oudenaarde, de Kerkfabriek van de O.L.V. Geboortekerk Pamele en de familie Lampens. Speciale dank aan Juliaan Lampens en Dieter Lampens. ROMA 378c © Bart Lodewijk, Jan Kempenaers, Roma Publications, 2020

86



Roma 378b


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.