Page 1

VUMAGAZINE 2011#1 m Vier misverstanden over OVERGEWICHT m 130 jaar VU: De OUDSTE ALUMNI halen herinneringen op m DOMWEG bezuinigen op onderwijs m GENETISCHE MODIFICATIE wint terrein

28 MEI 2011 ALUMNIDAG WELKOM TERUG! m Bijpraten en nieuwe contacten leggen m Lezingen, muziek, debatten, workshops


COLOFON

‘Dankzij de crisis zijn ook blij met de WW’ 20 Achtste jaargang, nr. 1, april 2011. Oplage: 58.000. VU Magazine verschijnt drie keer per jaar. ISSN 1572-445X. Het volgende nummer verschijnt in september. VU Magazine is het magazine voor alumni en andere relaties van de Vrije Universiteit Amsterdam, het VU medisch centrum en de Vereniging VUWindesheim. Gehele of gedeeltelijke overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de hoofdredacteur. Een gratis abonnement regelt u via www. vu.nl/vumagazine. Redactieadres De Boelelaan 1105, kamer 0E-60, 1081 HV Amsterdam. vumagazine@vu.nl www.vu.nl/vumagazine Redactie Marieke Schilp (hoofdredacteur), Rianne Lindhout (eindredacteur), Win Castermans (eindredacteur), Anita Mussche M.m.v: Floor Bal, Petra Bolten, Peter Breedveld, Dirk de Hoog, Welmoed Visser, Hanneke Vonk Redactieraad Femke den Boer, Mariet Bolluijt, Irene Costera Meijer, Tom Doude van Troostwijk, Roeleke Vunderink Uitgever VU connected Correctie Marian van Ham, MetaVision Ontwerp en vormgeving Rob Bömer [rbbmr.nl] Druk Senefelder Misset Verzending Adreswijzigingen of fouten in adressering kunt u doorgeven via www. vu.nl/vumagazine, via vumagazine@vu. nl of via antwoordnummer 2941, 1000 SN Amsterdam. Vragen over de verzending: Charlotte Vroon, vumagazine@vu.nl of 020 5985665.

6 Actueel Rector Lex Bouter over de VU-financiën: ‘Er zit geen vet meer op het bot.’ 12 Mail & win Flirten met God: religiositeit zonder geloof. 26 De alumnus Zijn handicap maakte beleidstrainee Erwin Engelman vindingrijk en volhardend.

4 28 30 32 34

Update campus Update onderzoek In de collegebanken Met de bul op zak Service

m geen

papier meer?

VU Magazine staat ook in handig bladerformaat online. U kunt uw papieren abonnement desgewenst inruilen voor een digitaal abonnement. www.vu.nl/vumagazine onder aan/afmelden

m op

de cover

Godgeleerdheid-alumnus Wim Pouwels kreeg student Matthijs den Otter op bezoek. [Studietijd, pag. 23] Foto: Peter Valckx 2 | VUMAGAZINE


INHOUD

hoogopgeleide jobhoppers

8 Eten maken

BASF

Genetisch gemodificeerd voedsel, is dat nu wel of niet veilig? Zelfs VU-wetenschappers zijn verdeeld.

13 Bloggen anno 1650

NELLEKE MOSER

De schriften waarin 17de-eeuwse lezers gedichten verzamelden, geven een fraai inkijkje in de sociale netwerken.

ROB BÖMER

ALUMNIDAG 2011

17 KEYNOTE SPEAKER Jaap Seidell: al dertig jaar gefascineerd door overgewicht 20 KWESTIE Overleeft de verzorgingsstaat de crisis? 21 BIER OP DE BON Oude alumni in gesprek met studenten van nu 18-25 VAN UUR TOT UUR Lezingen, workshops, borrels, debatten, netwerken en andere facultaire activiteiten op 28 mei. Actuele programma-informatie op www.vu.nl/alumnidag. VUMAGAZINE | 3


Update[campus] 2,5 miljoen voor zoute groente Het onderzoeksproject Zilt Perspectief, waaraan hoogleraar Jelte Rozema en Arjen de Vos van systeemecologie deelnemen, krijgt een subsidie van 2,5 miljoen euro van het Waddenfonds. Dit geld gebruiken ze om onderzoek te doen naar het kweken van zouttolerante gewassen. In Nederland wordt 125.000 hectare grond steeds zilter. Voor traditionele landbouwproducten is dat schadelijk. Met zouttolerante planten kunnen boeren toch op zilte grond verbouwen. Zo is vorig jaar op Texel de eerste zouttolerante aardappel gerooid. (FB)

Rutten naar Inholland VU-bestuurder Kees Rutten is in januari toegetreden tot het bestuur van hogeschool Inholland. Naast Rutten heeft Doekle Terpstra, de nieuwe baas van Inholland, Lietke van Vucht Tijssen als bestuurder aangetrokken. De opvolger (m/v) van Rutten is nog niet bekend. (WC)

‘VU is verder kijken’ Begin 2011 introduceerde de VU het Instellingsplan 2011-2015. Nauw gekoppeld aan het Instellingsplan is de merkpositionering van de VU. Op vu.nl is een film te zien die duidelijk maakt waar de VU voor staat. Meer informatie over het instellingsplan op VU-film online op www. vu.nl > nieuws. (WC)

Kuyper gaat digitaal

De improvisatiemaatschappij Mensen slaan zich in toenemende mate improviserend door het leven. Dat vergt een andere houding, betoogt Hans Boutellier, hoogleraar bestuurskunde, in zijn nieuwe boek De improvisatiemaatschappij, Over de sociale ordening van een onbegrensde wereld. Boutellier probeert inzichten uit verschillende wetenschappen bij elkaar te brengen. Dat noemt hij intellectueel improviseren. Boutellier: “De meeste mensen zeggen tevreden te zijn met hun eigen leven, maar de samenleving complex en gevaarlijk te vinden. En dat verwijten ze vooral de politiek. Die weet de chaos niet te ordenen.” (DdH) Lees het interview met Boutellier in Ad Valvas 20, pag. 11. www.advalvas.vu.nl > archief krant (pdf) Boom Lemma Uitgevers, 191 pagina’s, € 25

Academische vrijheid in andere jas De VU stopt met het project Academic Freedom, waarbij Irakese wetenschappers een tijdje naar de VU werden gehaald om op adem te komen. “Academische vrijheid krijgt een andere vorm”, aldus Kees Kouwenaar van het Centre for International Cooperation (CIS). “We gaan ons richten op wetenschappers die waar ook 4 | VUMAGAZINE

ter wereld worden bedreigd, en daarbij haken we aan bij de internationale organisatie Scholars at Risk, die kandidaten aandraagt.” CIS wil dit financieren met behulp van Academic Freedom-ambassadeurs. (PB) www.vu.nl > about VU Amsterdam > mission and profile > academic freedom

De geschriften van VU-oprichter Abraham Kuyper komen op internet. In de Verenigde Staten bestaat een groeiende belangstelling voor Kuyper en andere Nederlandse theologen als Herman Bavinck. “Wij beschouwen de verzuiling als iets dat achter ons ligt. In de VS wordt het gedachtegoed van Kuyper gezien als mogelijke oplossing voor maatschappelijke problemen”, vertelt Hans Seijlhouwer van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme. Aan Amerikaanse universiteiten als Princeton en Calvin College wordt hard gewerkt aan de Engelse vertaling en digitalisering van Kuypers boeken. Het historisch documentatiecentrum zelf is bezig met het digitaliseren van het archief van Abraham Kuyper: 64.000 documenten moesten van microfiche worden gescand. “Het grootste deel daarvan is klaar”, vertelt Seijlhouwer, “maar wanneer het af is, durf ik nog niet te zeggen.” (WV)

Giph op locatie Renate Dorrestein had nog wel een jaartje schrijver op locatie willen blijven, maar op 1 februari nam Ronald Giphart het over. Als overkoepelend thema voor zijn activiteiten koos Giphart voor ‘omzien in verwondering’. Verwondering is volgens de nieuwe VU-huisschrijver de basis van alle wetenschap. Van de Klaagmuur van Dorrestein wil Giphart een Vraagmuur maken, waarbij vragen over ethische en wetenschappelijke kwesties worden beantwoord door de gemeenschap. Groepen als geheel hebben meer kennis dan individuele leden van die groep. Dat werd bewezen in het spelprogramma Weekend Miljonairs, waarin bleek dat de zaal het meestal beter wist dan de deskundige, aldus Giphart. Giphart (1965) studeerde Nederlands en debuteerde in 1992 met Ik ook van jou. Daarna volgden onder meer Giph, Phileine zegt sorry, Ik omhels je met duizend armen en onlangs verscheen IJsland. Volg de tweets van Ronald Giphart op @schrijvervu. (PB) Maak kans op een van de vijf gratis exemplaren van Gipharts laatste roman IJsland. Mail uw adres naar vumagazine@vu.nl. o.v.v. IJsland. De snelste mailers krijgen een van de twintig gratis dvd’s over het werk van de vorige schrijvers op locatie: Abdelkader Benali (2007), Marcel Möring (2008) en Christine Otten (2009). Mail uw adres naar vumagazine@vu.nl. o.v.v. dvd schrijvers op locatie.


Antropoloog Sandra Evers kreeg zeven ton subsidie van Wotro Science for Global Development om onderzoek te doen naar de gevolgen van internationaal landgebruik in ontwikkelingslanden. Al 45 miljoen hectare grond in die landen wordt door buitenlandse organisaties gebruikt voor voedselproductie en mijnbouw. Met onder anderen vier promovendi gaat Evers in Ethiopië, Madagaskar en Oeganda onderzoeken wat de gevolgen zijn voor de lokale bevolking.

De pilot Summercourse, die eerstegeneratiestudenten klaarstoomt voor het leven op de academische campus, vraagt om meer. Dat is de conclusie van een evaluatie van het Onderwijscentrum VU. Drieëntwintig studenten bij wie studeren niet in de familie zit, volgden de negendaagse cursus. De VU streeft naar 150 deelnemers en wil zich daarbij nadrukkelijk niet alleen richten op allochtonen, maar op álle eerstegeneratiestudenten. Er waren 22 docenten, gastsprekers en trainers. Aan het eind van de cursus presenteerden studenten hun eigen levensverhaal in de vorm van een essay. ‘Zo krijgen studenten meer zicht op wie ze zijn geworden’, schrijft bijzonder hoogleraar management van diversiteit en integratie Halleh Ghorashi in het evaluerende boekje: Studenten zonder grenzen! Impressies van een vliegende start. Er zijn nog enkele exemplaren gratis te bestellen bij Onderwijscentrum VU: 020-5989222. (PB)

Hoogleraar voedingsleer Martijn Katan is met emeritaat. “Wie het mediterrane dieet de hemel in prijst omdat het zo gezond zou zijn, ziet iets belangrijks over het hoofd. Of een voeding gezond is, hangt af van welke stoffen erin zitten. Mediterraan is veel te vaag.” Dit zei Katan vrijdag 28 januari in zijn afscheidsrede waarin hij pleitte voor een terugkeer naar de chemische benadering in het voedingsonderzoek.

JORDI HUISMAN

Erwin Peterman gebruikt de Vici-beurs voor verkeerscontrole in lichaamscellen. Binnen onze cellen is er een druk verkeer van bouwstoffen, celonderdelen en signaalstoffen dat wordt aangedreven door motoreiwitten. Petermans onderzoek gaat nieuwe microscopen ontwikkelen waarmee deze motoreiwitten één voor één gemeten, geteld en gevolgd kunnen worden.

VUMC/GGZ INGEEST

Jurist Sarah van Walsum kreeg deze subsidie voor onderzoek naar familierelaties en migratierecht. Drie promovendi, een postdoc en Van Walsum onderzoeken de invloed van familiebanden op het migratierecht. Ze gaan onder meer bekijken hoe de toewijzing van ouderlijk gezag is geregeld als een van de scheidende ouders van niet-Nederlandse afkomst is. “Spanningen tussen familie- en vreemdelingenrecht hebben mij altijd geboeid”, aldus Van Walsum.

BRAM PREVO

Vier wetenschappers ontvingen een Vici-beurs: anderhalf miljoen euro van onderzoeksfinancier NWO om eigen onderzoek op te zetten en uit te bouwen.

Brenda Penninx van VUmc gaat onderzoeken of depressie gepaard gaat met versnelde biologische veroudering. Tevens probeert ze te achterhalen op welke manier dit verouderingsproces het best gestopt kan worden.

VUmc-onderzoeker Theo Smit kreeg de Vici-subsidie voor zijn onderzoek naar de tussenwervelschijven in de wervelkolom. De complexiteit van de tussenwervelschijf wordt hiervoor gereconstrueerd.

M&C-VU/PETER SMITH

Summercourse geslaagd

M&C-VU/RECHELLE VAN DER VALK

M&C-VU/RIECHELLE VAN DER VALK

}vips

Flexwerken

De medewerkers van de Rechtenfaculteit hebben in het nieuwe gebouw Initium geen vaste werkplek meer. Yvonne Kops, directeur bedrijfsvoering: “Wij hebben kleine een- en tweepersoonskamers waar mensen geconcentreerd kunnen werken. Ook zijn er open werkplekken voor vier mensen en loungeplekken waar je even je mail kunt checken. Aan het begin van de dag haal je je laptop uit een kluisje, aan het eind moet alles weer opgeruimd zijn. Op een gemiddelde dag is veertig procent van het personeel aanwezig. Met deze bezettingsgraad heeft iedereen altijd een mooie plek. Het is alleen geen eigen plek.” (FB) Meer foto’s: www.advalvas.vu.nl > archief krant (pdf) nummer 12, pag 8 en 9.

Glorieuze lezingen Het Oosters-orthodoxe studiecentrum van de VU: Amsterdam Centre for Eastern Orthodox Theology en de Hermitage Amsterdam organiseren een bijzondere reeks academische lezingen (Engelstalig) op zaterdagmiddagen tijdens de tentoonstelling Glans en glorie. In deze reeks staan de kunst en de spiritualiteit van de Russisch-orthodoxe traditie centraal. Op 16 april gaat de lezing over beelden en iconen, op 21 mei over liturgie en spiritualiteit en op 18 juni over het kloosterwezen. (WC) www.aceot.nl > courses > Hermitage Lecture Series VUMAGAZINE | 5


ACTUEEL Rector Lex Bouter protesteerde in Den Haag tegen de bezuinigingen in het hoger onderwijs. ‘Alle lucht is eruit bij de faculteiten. Zo kan het niet langer.’ WIN CASTERMANS FOTO: PHIL NIJHUIS

IJskoud bezuinigen is dom V

oor VU-rector Lex Bouter was het een bijzondere ervaring om te demonstreren. “Een derde van de Nederlandse hoogleraren was binnen een paar weken bereid om rond de Hofvijver te marcheren en hun drukke agenda hiervoor leeg te vegen. Dat betekent dat ze echt heel bezorgd zijn over het hoger onderwijs.” De stoet van 1300 hoogleraren in toga op 21 januari was het grootste cortège uit de Nederlandse academische geschiedenis. Directe aanleiding voor deze protestmars was het bezuinigingsplan van staatssecretaris Halbe Zijlstra om universiteiten en hogescholen te ‘korten’ voor studenten die een jaar te lang 6 | VUMAGAZINE

over hun bachelor of master doen. Bouter: “Als bv Nederland in de wetenschap doen we het hartstikke goed. Maar we weten zeker dat we dit niet volhouden in een wereld waarin alle landen die ertoe doen, méér in de universiteiten investeren dan Nederland. Dat is de reden waarom zo veel hoogleraren, rectoren, voorzitters, studenten en medewerkers protesteerden. Zowel de studenten als de medewerkers apprecieerden het zeer dat we collectief gezegd hebben: Enough is enough. Zo gaat het niet langer.”

Gehalveerd

Hoe krap de VU zit, vertelt Bouter in termen van het bruto

nationaal product (bnp). “De universiteiten beschikten in 1980 nog over 1,1 procent van het bnp, en we zitten nu op 0,6. Dus het budget is bijna gehalveerd. Per student krijg je steeds minder geld. En je krijgt het laat. Dat is lastig voor de snel groeiende VU. Vorig jaar anticipeerden we al daarop in ons instellingsplan 2011-2015. Daarin kozen we om voor alles de kwaliteit van onderwijs en onderzoek te handhaven. Dat betekent onder meer dat sommige opleidingen zullen worden opgeheven of samen met andere instellingen aangeboden gaan worden.” Meer studenten, minder personeelsleden. Te weinig geld voor veldwerk, practica, onderzoek

Masterfinanciering Studenten ontvangen – als de plannen doorgaan - straks maximaal drie jaar studiefinanciering. Wat betekent het voor de VU als studenten hun master zelf moeten financieren? Bouter: “Op dit moment wordt de eerste master normaal bekostigd door de overheid. Een tweede master wordt aanzienlijk duurder. Als studenten meer dan een jaar uitlopen, dan moeten ze 3000 euro extra collegegeld betalen. En er komt een sociaal leenstelsel. Geen gift meer, alleen een lening. Door dit alles zullen studenten hogere eisen stellen en mogelijk besluiten om niet aan een masteropleiding te beginnen of ermee te stoppen. Met name voor de deeltijdmasters verwachten we een forse daling van het aantal studenten.”


De stoet van 1300 hoogleraren in toga op 21 januari was het grootste cortège uit de Nederlandse academische geschiedenis.

Rector Lex Bouter: ‘We gaan dit niet volhouden’

en stages. De klaagzang bij faculteiten is herkenbaar voor Bouter. “Er zit geen vet meer op het bot, de lucht is uit het systeem bij álle faculteiten. Er wordt steeds efficiënter gewerkt. Mensen voelen dat de grenzen bereikt

zijn. Te weinig middelen worden zo fair mogelijk verdeeld. En dan geef je iedereen te weinig. Daar komt het op neer.” Het prijsverschil om het onderwijs beter te maken, vindt Bouter niet vreselijk groot. “Kijk naar het Amsterdam University College, waar een student 1600 euro meer collegegeld per jaar betaalt. Dat maakt al een wereld van verschil: kleinere groepen, intensievere aandacht.”

Tempo maken

De VU doet er alles aan om het studietempo te verhogen en studie-uitval te verminderen. De invoering van het bindend studieadvies in het eerste studiejaar wordt gekoppeld aan inten-

sieve begeleiding. Studenten moeten er in een vroeg stadium op worden gewezen als hun studie niet goed gaat of niks voor hen is. En degenen die wel op hun plek zitten, moeten stevig gemotiveerd worden om in tempo te studeren. Het bestuur zet in op brede bacheloropleidingen. Bij een brede bachelor heeft een student drie jaar de tijd om naar een bepaald uitstroomprofiel te gaan en daarin een master te volgen. Dan kunnen studenten nog wat zoeken zonder tijdverlies. De overheid financiert geen premasters. Studenten zullen moeten betalen voor summer courses of contractonderwijs om bijvoorbeeld statistiek of metho-

dologie bij te spijkeren. “Alle onderwijs moet kostendekkend zijn, ook de niet door de overheid gefinancierde vormen.” Het minimale aantal contacturen blijft veertien. “Daarin streven we naar een goede mix van hoor- en responsiecolleges, werkgroepen, individuele begeleiding en tutorgroepen.” Verder gaat de VU de bedrijfsvoering zo slank mogelijk maken. “Alles wat je niet aan onderwijs en onderzoek uitgeeft, gaat ten koste van onderwijs en onderzoek. Zo worden bijvoorbeeld alle verschillende opleidings- en examenreglementen van de honderd master- en vijftig bacheloropleidingen gestroomlijnd.” « VUMAGAZINE | 7


DE MAAKBAARHEID

8 | VUMAGAZINE


VAN GEWASSEN GENTECH Genetische modificatie wint terrein, moeten we daar nu blij mee zijn of juist niet? Ook VU-wetenschappers blijken verdeeld. RIANNE LINDHOUT moeilijk. Wellicht terecht, gezien de kwaliteit van ons voedsel.” Kooter en Van Straalen zitten in de Commissie Genetische Modificatie (Cogem), die de overheid adviseert over gm-gewassen. Deze commissie buigt zich tot nu toe vooral over aanvragen van producenten die gmgewassen alleen invoeren en verwerken in ons land. Dat gebeurt hier wel op grote schaal. Soja bijvoorbeeld, dat aan vee wordt gevoerd. Voordat zo’n product wordt toegelaten, heeft de Europese voedsel- en veiligheidsauthoriteit EFSA onderzocht of het veilig is voor mens en milieu. Bijvoorbeeld: wat doet het met je als je het eet, kan het schade in het ecosysteem veroorzaken als er zaadjes uit een vrachtwagen vallen? Dat onderzoek gebeurt in samenspraak met de lidstaten, waarbij in Nederland dus de Cogem een leidende rol speelt.

Waarschuwingsschot

“De Amflora is een waarschuwingsschot van de EU voor een nieuwe start”, vermoedt »

FOTO: M&C-VU/YVONNE COMPIER

D

it voorjaar gaat er voor het eerst op commerciële schaal een genetisch gemodificeerd (gm-)gewas de Nederlandse grond in. De Europese Unie (EU) gaf toestemming om de Amflora-aardappel te gaan telen. Hij komt niet op ons bord terecht: het is een zetmeelaardappel voor de lijmindustrie die door de aanpassing één in plaats van twee soorten zetmeel bevat. Een milieuonvriendelijke scheiding van zetmeelsoorten is daardoor niet nodig. Tot nu toe is de Amflora een uitzondering, en samen met Bt-maïs het enige gm-gewas dat in de EU verbouwd mag worden. Die maïs, die niet in Nederland maar wel veel in bijvoorbeeld Spanje wordt verbouwd, bevat een gen uit een bodembacterie dat hem in staat stelt zijn eigen insecticide te maken. De boer hoeft zo veel minder gif te gebruiken. Wel wordt hij afhankelijk van de zaaigoedleverancier die het gewas ontwikkelde. Buiten de EU zijn gentechgewassen veel gangbaarder. Soja-, maïs- en katoenvariëteiten bijvoorbeeld. “Een onhoudbare situatie, sommige dingen moeten in de EU ook gewoon kunnen”, zegt VU-ecologiehoogleraar Nico van Straalen. “Innovatieve methoden om voedselveiligheid en -productie te verbeteren, komen al jaren niet van de grond. Daarmee doen we onszelf tekort.” Collega Jan Kooter van de afdeling Genetica is het hartgrondig met Van Straalen eens. “Je wilt niet weten hoeveel bestrijdingsmiddelen er gebruikt worden bij de aardappelteelt. Het zou voordelig zijn voor boeren en het milieu als dat flink minder kon. Al eeuwen worden er nieuwe gewassen gekweekt door veredeling. Tegenwoordig worden daarbij technieken gebruikt die, net als bij genetische modificatie, gewassen opleveren die in de natuur nooit zouden kunnen ontstaan of overleven. Maar daarover doet niemand

Bioloog Nico van Straalen: ‘Met een boycot op genetische modificatie doen we onszelf tekort’

We eten het allemaal In de Europese supermarkten ligt ‘officieel’ nog maar weinig voedsel in de schappen met gemodificeerde gewassen als ingrediënt. Een paar margarines en oliën. Maar eigenlijk alle koekjes en chocolade bevatten sojalecithine, en die is voor 95 procent uit genetisch gemodificeerd soja gemaakt. De kans is heel klein dat u nog nooit gemodificeerd voedsel hebt gegeten. Omdat lecithine niet meer dan een zogeheten additief is in die producten, hoeft het niet op het etiket te staan. Verder is het meeste vlees en zuivel afkomstig van dieren die gm-soja of maïs aten. Ook veel kaas en brood is gemaakt met enzymen uit gemodificeerde schimmels.

Europa drukt gentech door De Europese Commissie (EC) beslist of een gemodificeerd gewas geteeld mag worden. Ze kan zo veel gewassen toelaten als ze wil. Weliswaar mogen de lidstaten erover stemmen, maar omdat dat nooit voldoende meerderheid voor of tegen oplevert, moet de EC alsnog beslissen. Bij de Bt-maïs en de Amflora-aardappel is het zo gegaan. Tot nu toe waren dit de enige gewassen die de ‘besluitmolen’ in gingen: genetische modificatie op Europese akkers was verder eigenlijk taboe. De nieuwe commissaris voor biotechnologie, John Dalli, is voorstander van genetische modificatie. Hij heeft volgens VU-jurist Thijs Etty iets heel slims gedaan. In een ogenschijnlijke handreiking aan VUMAGAZINE | 9


FOTO: M&C-VU/YVONNE COMPIER

Bioloog Jan Kooter: ‘Met genetische modificatie heb je veel minder gif nodig’ gm-kritische landen als Oostenrijk, Italië en Griekenland stelde hij voor om lidstaten meer speelruimte te bieden om de teelt van gm-gewassen op hun grondgebied te verbieden. In ruil voor die ruimere beleidsvrijheid worden lidstaten geacht niet langer ‘dwars te liggen’ bij de Europese toelatingsprocedures, waardoor er in de rest van Europa juist meer gemodificeerde gewassen verbouwd zou worden. “Maar in werkelijkheid vallen de verbodsmogelijkheden tegen”, zegt Etty. “Landen mogen een gewas niet weigeren vanwege milieu- of gezondheidsargumenten, maar alleen op grond van bijvoorbeeld ethische argumenten of publieke opinie. Die zijn moeilijk hard te maken. De ontwikkelaars van het gewas of handelspartners kunnen vervolgens bij de rechter de verboden aanvechten en hoge schadevergoedingen eisen, wegens discriminatie of het belemmeren van het vrije verkeer van goederen binnen de EU.”

Machtsverschuiving Etty, die ook is aangesteld als expert adviseur bij het EU-adviesorgaan Europees Economisch en Sociaal Comité, vond gehoor bij juristen van de EU-Raad en het Europarlement, waar nu over het voorstel onderhandeld wordt. Maar al zou het wetsvoorstel worden afgewezen, dan krijgt commissaris Dalli toch zijn zin, is Etty’s voorspelling. Dan kan de EC dus op eigen houtje veel meer gewassen toelaten dan nu gebeurt. Bovendien kan de EU de handen daarbij wassen in onschuld: landen hebben toch zélf nee gezegd tegen de mogelijkheid meer inspraak te krijgen? Etty: “Er zijn EU-stukken uitgelekt waaruit duidelijk blijkt dat de achterliggende gedachte van het wetsvoorstel is om de lidstaten onder druk te zetten om sneller ja te zeggen tegen een gm-gewas, waarbij ze dan zogenaamd later alsnog nee zouden kunnen zeggen. Hoewel het voorstel lijkt op een mooi pragmatisch compromis, gaat er in feite juist een inperking van nationale autonomie achter schuil, en een verdere machtsverschuiving richting Brussel.” 10 | V U M A G A Z I N E

» Thijs Etty, jurist bij het Instituut voor Milieuvraagstukken en de rechtenfaculteit van de VU. Sinds afgelopen zomer krijgt hij veel internationale media-aandacht voor zijn kritiek op een EU-wetsvoorstel dat het taboe op gm-gewassen moet opheffen. Hij signaleerde dat de EU-commissie via een slimme juridische truc genetische modificatie wil opdringen aan de lidstaten. Toelating van zo’n tien gewassen, de meeste maïs en één soja, staat voor de deur. Naast juridische bezwaren heeft Etty ook andere bedenkingen tegen gm-gewassen. “Het verhaal was dat ze het hongerprobleem zouden oplossen, en nu klimaatverandering. Maar dat is met geen van die producten gelukt in de twintig jaar dat ze bestaan.” Hij ziet tot nu toe geen consumentenvoordelen van genetische modificatie binnen de

‘Uitgebreide screening is vooralsnog geen overbodige luxe’ landbouw, zoals hij die wel ziet van deze technologie in de medische sector. Ook vindt Etty het geen prettig idee dat slechts een handjevol grote veredelingsbedrijven gmgewassen lanceert. “Zij beheersen de zaadmarkt, zelfs ook steeds meer de biologische. Ze laten boeren contracten tekenen dat ze elk jaar nieuw zaad kopen, dus niet doortelen met de vorige oogst, of ze zorgen zelfs dat het zaad uit de gewassen steriel is. Dat geldt bijvoorbeeld voor katoen die in India wordt verbouwd. De bedrijven doen het dus duidelijk niet om de mensen daar te helpen. Ook produceren ze zelf de bestrijdingsmiddelen die boeren nodig hebben, en controleren ze steeds vaker ook de verwerkingsbedrijven en de rest van de productieketen. Die marktconcentratie is niet goed, of het nu om genetische modificatie gaat of iets anders.” Soja is van dat laatste bezwaar het bekendste voorbeeld. In de jaren negentig introduceerde het bedrijf Monsanto sojaplanten die resistent waren tegen de onkruidverdelger Roundup,

een middel dat Monsanto zelf produceert. Dat middel doodt alle planten, maar die veranderde soja dus niet. Zo konden boeren dus onkruid gaan verdelgen terwijl de soja al was opgekomen. Over de schadelijkheid van het middel Roundup is veel discussie geweest. Bioloog Kooter zegt erover: “Vóór deze soja gebruikten de boeren veel schadelijkere middelen, en er waren ook meer machines nodig.” Etty onderzoekt de problematiek van coëxistentie van biologische landbouw naast genetisch gemodificeerde gewassen. Er bestaat altijd een kans dat gm-gewassen vermengd raken met biologische of andere gewassen, of dat nu op de akker is of tijdens de keten van transport en verwerking, in vrachtwagens en silo’s. Etty: “In de landbouw mag maximaal 0,9 procent vermenging met gmdeeltjes plaatsvinden, mits onbedoeld en technisch onvermijdbaar; daarboven moet ‘GM’ op het etiket worden vermeld. Voor biologische producten is dat niet realistisch: je mag zo’n product dan niet meer biologisch noemen, want daarvoor geldt een zuiverheidsgrens van 0-0,1 procent. Bovendien verliest een boer hierdoor zijn kostbare biologische certificering. Zo’n tien procent van alle landbouw is nu biologisch. Zelf eet ik veel biologisch, de wetgever beschermt die keuze niet. In 2003 is besloten dat alle lidstaten de coëxistentie zelf mogen uitzoeken; ze hóéven er niets voor te regelen. Ketenscheiding zou kunnen, waarbij biologische producten dus niet in dezelfde vrachtwagens en silo’s komen als gm-producten, maar wie gaat dat betalen?”

Tweeduizend pagina’s

“Tja, daar moet dan een oplossing voor worden gevonden”, vindt Nico van Straalen, “Maar die oplossing moet niet zijn dat we gm-gewassen buiten de deur houden.” Hij vindt wel dat we voorzichtig moeten blijven. De producent van de Amflora-aardappel moest voor toelating wel tweeduizend pagina’s aan rapporten overleggen die precies laten zien wat er is gebeurd met de genen van de plant en wat de effecten op het milieu kunnen zijn. Onderzoeksbureaus hebben eventuele nadelen voor mens en milieu uitvoerig onderzocht en er ligt een plan om


PETER VALCKX

Het oppervlak van een blad van de aardappelplant © BASF [Vergroting 120:1]

Jurist Thijs Etty: ‘Het honger- en klimaatprobleem is nog altijd niet opgelost’

het gewas de eerste jaren goed te volgen. Van Straalen en Kooter vinden die uitgebreide screening vooralsnog geen overbodige luxe. Nadeel is wel dat alleen grote bedrijven zich zo’n miljoenen kostende procedure kunnen veroorloven. Van Straalen: “Er wordt gefluisterd dat die bedrijven gebaat zijn bij de restricties: het bespaart hen de concurrentie van kleinere veredelingsbedrijven. Daarom lobbyen ze er niet tegen.” Gewassen waarbij genen uit totaal andere organismen zijn ingebracht, zoals schimmels, bacteriën of andere plantensoorten, moet je goed onderzoeken, vinden de biologen. Dan doe je immers een drastische ingreep in de natuur. Maar wie een gen uit het ene appelras in het andere zet, om zo een commercieel interessante appel resistent te maken tegen schurft, moet met veel dunnere rapporten toe kunnen, vinden ze. Kooter vindt het krom dat uitgerekend de biologische landbouw last zou hebben van gm-gewassen. “Het idee van biologische landbouw is onder meer dat je geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Vermindering van het gebruik van die middelen is juist wat je met genetische modificatie kunt bereiken. En de bacterie waaruit het gen komt dat in Bt-maïs zit, is uitgerekend de bacterie die de biologische boer wél mag gebruiken om rupsen te doden.” De biologen beseffen dat je nooit alle effecten kunt voorspellen, zeker niet op de lange termijn. “Dat kon met het internet ook niet”, zegt Kooter, “maar moet je daarom dit soort nieuw ontwikkelingen tegenhouden? Elk nieuw gewas, ook als het niet-genetisch gemodificeerd is, verandert de ecologie. Natuurlijk is het gebruik van gm-gewassen niet de enige oplossing voor bijvoorbeeld het hongerprobleem. Maar onze genetische en biochemische kennis van planten is de laatste dertig jaar zo enorm toegenomen dat het dom zou zijn deze niet toe te passen in de vorm van genetische modificatie.”

Winstgevende gewassen

Tja, internet, mooie vergelijking. Jurist Etty oppert dat je ook vergelijkingen kunt trekken met producten als asbest en DDT, waarvan de gevaren aanvankelijk zwaar onderschat werden. Dat roept een heel andere associatie

op. Wie zal er gelijk krijgen? Socioloog Guido Ruivenkamp werkt bij de onderzoeksgroep Critical Technology Construction van de Wageningen Universiteit en tot voor kort ook aan de VU. Hij is lid van de Cogem-subcommissie ethiek en maatschappelijke aspecten. “We moeten voorbij dat welles-nietes komen en bedenken hóé we de technologie kunnen inzetten om maatschappelijke doelen te bereiken.” Bijvoorbeeld duurzaamheid. Net als jurist Etty valt het Ruivenkamp op dat genetische modificatie en biotechnologie in het algemeen het hongerprobleem nog niet hebben opgelost, maar hij zweert het niet af. “Wij kunnen op dat gebied iets leren van ontwikkelingslanden”, ontdekte Ruivenkamp. Bij ons zijn alle ontwikkelingen tot nu toe ingegeven door commercie en politiek: het beschreven proces van grote veredelaars

‘We moeten voorbij dat welles-nietes komen’ die met veel geld winstgevende gewassen ontwikkelen. Ruivenkamp zag in India, Cuba, Ghana en Equador hoe maatschappelijke organisaties samen met wetenschappers en boeren verschillende vormen van biotechnologie ontwikkelden die aansluiten bij lokale behoeften en wensen. Zo verbeterden Indiase boeren hun oogst door zelf compost te leren maken en nuttige bacteriën te kweken. Dat hielp tegen armoede en honger. Ruivenkamp: “Als wij technologie willen inzetten om bijvoorbeeld biologische landbouw te versterken, dan moeten we nagaan hoe we die technologie kunnen aanpassen aan de productieve, culturele en ideologische kenmerken van de biologische landbouw.” « m meer

lezen

www.cogem.net Guido Ruivenkamp, Biotechnology in development (boek en dvd), Wageningen Academic Publishers, 2008. V U M A G A Z I N E | 11


MAIL&WIN

Religiositeit zonder geloof zit in de lucht

Voor een religieuze ervaring heb je niet per se God of Allah nodig. Het kan op allerlei manieren. Koert van der Velde schreef er een diepgravend, uitputtend boek over. WIN CASTERMANS

Interieur van de Maria Magdalena-basiliek in Vézelay

Een gezellig, dun en wat oppervlakkiger boekje had wellicht meer lezers getrokken. Maar deze onconventionele pil van 448 bladzijden biedt kwaliteit. Het is namelijk de handelseditie van het proefschrift van godsdienstwetenschapper en journalist Koert van der Velde, waarop hij dit voorjaar promoveert aan de VU. Van der Velde gooit gelijk al zijn kaarten op tafel. Hij gelooft niets – niet in God en niet in niet-God – maar onderkent wel een zeker religieus verlangen bij hemzelf. En daarin is hij niet de enige, stelt de auteur. Religiositeit op agelovige basis zou volgens hem toegejuicht en bevorderd mogen worden, want het verrijkt de samenleving. Net zoals kunst verrijkend kan werken. Het is vooral zijn persoonlijke zoektocht naar religieuze beleving die de lezer bijblijft. Van der Veldes ervaring op de berg Sinaï markeerde het begin ervan. Hij beklom de 2300 meter hoge berg. ‘Ik staarde enige tijd de diepte in en toen gebeurde het. Mijn blik op het rotsgedeelte een kilometer lager vertroebelde en ik werd overvallen door een boodschap die paradoxaal woord- en geluidloos was. Het was alsof iemand me erop wees dat het hoogmoedig is ervan uit te gaan dat de diepten van religie te doorgronden zijn. Wat was dit, vroeg ik me ontsteld af. Een donderslag bij heldere hemel.’ Of was deze ervaring een constructie van zijn eigen geest om zijn leven te ordenen en zin te geven, vraagt hij zich even later af. Uitwijdingen over prangende zinvragen, reflexieve twijfel, authenticiteit, transcendentiebesef, intentionaliteit, secularisatie van het bewustzijn en non-reflectief levensbeschouwelijk analfabetisme volgen.

Majesteitelijk en mysterieus

Wanneer de auteur zich in de duizend jaar oude Maria Magdalena-basiliek van Vézelay bevindt, grijpt hij de lezer weer bij de lurven. Hij ontdekte daar het mysterie van de kerk en ‘de geometrische symbolen en getallen12 | V U M A G A Z I N E

symboliek die de werkelijkheid en grootheid van God uitbeelden’ en toont zich daarin een scherp observator en analist. ‘Al minstens achthonderd jaar maken mensen deze gang naar het hart van het ‘huis van God’. Ze moeten daar iets religieus aan hebben beleefd. Wat? Terwijl ik het me afvraag, ontdek ik hoe als je nadert de hemel zich als het ware opent. Wanneer je dichterbij komt, lijkt het koor namelijk hoogte te winnen, op te stijgen zelfs, majesteitelijk en mysterieus. En al is dit niet meer dan een optisch effect, toch bekruipt me het gevoel van een superieure aanwezigheid en geeft het iets van een halleluja-gevoel.’ Iets verderop schrijft hij dat je niet veel hersens nodig hebt voor een religieuze beleving. Door je lijfelijk in een historische, religieuze omgeving in te leven, breng je deze vanzelf tot leven. Hij beperkt zich niet tot de Franse kloosterkerk met kathedraal-allure, maar schrijft met eenzelfde gemak ook uitgebreid over religieuze ervaringen in sport, muziek, literatuur en gezondheidszorg. Flirten met God moet je niet in één keer uit willen lezen. De gedegen wetenswaardigheden over bijvoorbeeld ‘ietsisten’ en agnosten zouden dan zomaar verloren kunnen gaan. Van der Velde wil - ondanks zijn radicale agelovigheid - zijn religieuze beleving rijker maken. ‘Want als wij het zelf zijn die ons een god scheppen, laten we er dan werk van maken en aan het scheppen slaan. Religies bieden volop inspiratie en mogelijkheden. Het zijn enorme reservoirs.’ « Koert van der Velde, Flirten met God, religiositeit zonder geloof, Uitgeverij Ten Have, april 2011, 448 pagina’s, € 24,90.

m win

het boek

Onder de snelste lezers verloot de redactie tien exemplaren van Flirten met God. Mail uw naam en adres naar vumagazine.nl, met de titel in de onderwerpregel.


Bloggen avant la lettre LETTERKUNDE In de zeventiende eeuw gingen lezers aan de haal met gedichten. Ze schreven ze over, en maakten ze desnoods nog net even mooier, zo ontdekte Nelleke Moser. ANITA MUSSCHE FOTO’S: M&C-VU/RIECHELLE VAN DER VALK

D

e Amsterdamse zakenman David de Moor (1598-1643) schreef in een boek gedichten over van bekende en onbekende auteurs uit zijn tijd. Zulke verzamelingen kwamen in de betere kringen veel voor en neerlandicus Nelleke Moser kent ze bijna allemaal. Ook de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek VU heeft er een aantal. Maar de verzameling van Jacob de Moor die ze bladerend door de kaartenbakken van de handschriftenafdeling van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag ontdekte, riep nieuwe vragen op. Was deze Jacob (1539-1599) verwant aan Âť David? Via een dagboek van de Haagse

V U M A G A Z I N E | 13


schoolmeester David Beck kon Moser bewijzen dat Jacob de vader van David was. Verder had David bijvoorbeeld het motto van zijn vader hergebruikt. “En ik vond toen ook biografische bewijzen. Het is echt een wonder dat al die persoonlijke documenten bewaard zijn gebleven. Niet alleen teksten, maar ook schilderijen en portretpenningen van Jacob de Moor.” Historisch letterkundige Moser onderzoekt de functie van zeventiende-eeuwse handschriften. Uit de persoonlijke verzamelingen distilleert zij ook de sociale netwerken van de maatschappelijke bovenlaag. Zij kijkt daarvoor eerst naar de vorm en de inhoud van de geschriften en legt daar waar mogelijk biografische feiten naast.

Om in je zak te steken

Hoe een boek eruitziet, vertelt veel over de eigenaar. “Kijk, dit is de verzamelbundel van vader De Moor”, wijst Moser aan op haar beeldscherm. Het is een klein, wit, eenvoudig schriftje, dichtgebonden met een lintje. Daarnaast ligt een kolossaal ingebonden boek, goud op snee, van de zoon. “Het boekje van vader is echt iets om in je zak te steken. De Moor moest tijdens de Tachtigjarige Oorlog voortdurend vluchten. Het boekje past bij zijn leven, maar ook bij zijn tijd. Dat geldt ook voor de inhoud. De hervormingsgezinde religieuze gedichten in zijn bundel waren explosief bezit in het door Spanjaarden bezette Antwerpen. Zo’n schriftje kon je snel wegmoffelen.” Het goud op snee van de zoon daarentegen weerspiegelt helemaal zijn economische positie. “Hij was een succesvol koopman geworden in het Amsterdam van de Gouden Eeuw, woonde op de grachtengordel en had daar ook zijn vrienden.” Maakt ze een rondedansje als ze zo’n puzzel als over Jacob en David de Moor oplost? “Nou, ik voel me dan wel heel tevreden. Maar ik heb het voordeel dat ik nu leef. Pas in 1993 werd het dagboek van David Beck toegankelijk in een moderne uitgave. Ik maakte in dit geval een doelpunt dat door anderen was voorgezet. Dit soort onderzoek kun je niet goed plannen. Je kunt geen opstelling klaarzetten om een proef te doen, je kunt het niet kwantificeren. Elke bron 14 | V U M A G A Z I N E

is uniek. Soms ontstaat er een sneeuwbaleffect en vind je veel meer dan je ooit had gedacht.” De broer van David, Bernard de Moor, bleek overigens ook een goudmijntje voor Moser. Hij hield ook een boek bij, maar met een wat wereldser inhoud. Hij noteerde wat hij aan cadeaus weggaf en zelf kreeg, zoals bijbels, schilderijen of boeken. Daaruit kan Moser zijn hele sociale netwerk op de grachtengordel afleiden. Ze gaat ervan uit dat de literaire teksten in de verzamelbundels net zo werkten: volgens een soort voor-wat-hoort-watprincipe. “Mogelijk ging het zo: ik heb hier een unieke tekst, die mag jij van mij overschrijven, om de contacten te onderhouden of te verstevigen.” David registreert dan ook niet alleen wie het gedicht heeft geschreven, maar ook van wie hij het heeft gekregen. Overigens schreef David zijn gedichten niet alleen over van papier. Eén gedicht vond hij gegraveerd op een glas, bij een ander citaat schrijft hij: ‘Dit stond op een balk in het huis van Abraham Alewijn.’ “Dat is een van de rijkste kooplieden in het Amsterdam van

‘Je kopieert het omdat je het met vrienden wilt delen’ die tijd”, verklaart Moser. “Ik zou dolgraag weten of dat gedicht nog op die balk staat!”

Sporen nalaten

Het liefst zit ze in de rust van de handschriftenzaal van een bibliotheek. “Je hebt toegang tot eeuwen, kunt alles zomaar zien. Voor mij is dat luilekkerland. Je ziet elk spatje inkt dat iemand heeft aangebracht, tekentjes in de marge. Latere lezers voerden bijvoorbeeld spellingsveranderingen door in rederijkershandschriften. Dat soort momenten vind ik heel leuk, dat er iets gebeurt met de tekst doordat mensen er hun sporen in nalaten.” Moser is nu bezig met een andere verzamel-

bundel, van Margaretha Mels, een zeventiende-eeuwse dichteres. Mels heeft soms notitieblaadjes ter grootte van een postzegel vastgespeld aan haar handschrift, met correcties van de tekst eronder. “Zo’n speld, en dat Mels per se wilde dat het er goed stond. Zoiets tastbaars vind ik echt geweldig.” Onderzoekers hadden nooit veel belangstelling voor de verzamelbundels, tenzij er ongepubliceerde gedichten van bekende auteurs in stonden. Het ging tenslotte ‘alleen maar’ om overgeschreven gedichten. De waarde van zo’n bundel wordt echter heel anders als je een andere onderzoeksvraag stelt, vindt Moser. Zij doet lezersonderzoek. Ze wil


weten wat deze handgeschreven verzamelbundels vertellen over het leesgedrag van mensen. “In Engeland en Frankrijk wordt zulk onderzoek al langer gedaan. In Nederland moet het belang ervan nog een beetje doordringen, daar richt men zich vooral op het gedrukte woord. Deze handschriften kunnen ons meer inzicht bieden in het leven van teksten en in toenmalige ideeën over auteurschap en creativiteit.” Tot en met de zeventiende eeuw was de grens tussen auteurs en lezers niet zo scherp, vertelt Moser. Sommige lezers werden ook ‘auteur’: ze veranderden dingen aan de gedichten die ze in hun verzamelbundels opnamen, of combineerden ze. Margaretha Mels vertelde een anekdote (die zij in dichtvorm kende) na in proza. “Het is een glijdende schaal. Van de achttiende tot in de twintigste eeuw dacht men heel auteursgericht: het ging om het onveranderlijke gedrukte boek.”

Imitatie of creatie

Nelleke Moser Nelleke Moser (Zwolle, 1970) vulde als kind onderweg naar Engeland voor vakantie voor de grap een douaneformulier in. Bij beroep schreef ze ‘lezeres’. Ze studeerde Nederlands in Utrecht. Haar specialisme werd historische letterkunde, met als zwaartepunt de zeventiende eeuw. Na haar promotie aan de VU in 2001 werkte ze als docent en onderzoeker in Utrecht, Nijmegen en Parijs, maar kwam terug naar Nederland voor een baan als postdoc aan de VU. Ze is universitair docent en werkt aan een grote onderzoeksaanvraag over leesgewoonten in oude en nieuwe media. Het aanvragen van fondsen kost veel tijd, vindt Moser, maar is ook een denkproces: “Hoewel er voor de financiering van mijn voorstel in de vorige ronde helaas niet genoeg geld was, ben ik daardoor wel verder gekomen. Het bedenken van onderzoek is het leukste, die eerste vonken, als je gedachten heel snel heen en weer schieten. Als de aanvraag nu ook nog gehonoreerd wordt, ben ik helemaal gelukkig!”

Nu vervagen die grenzen weer door internet. Een tekst kan door lezers onbeperkt worden gebruikt en veranderd. Mensen kunnen samen werken aan een tekst, die dan ook van niemand meer is. Denk aan Wikipedia. “Daar wil ik onderzoek naar gaan doen. Ik ben bezig met een projectvoorstel waarin ik dat - met een onderzoeksteam - vanuit de creatieve, de juridische en de sociologische kant wil bekijken. Als je een tekst of beeld van een ander hergebruikt, is dat dan imitatie of creatie? Wat betekent copyright - een begrip dat in de zeventiende eeuw nog niet bestond - tegenwoordig nog? En welke sociale functie heeft een tekst nu? Een gedicht dat op een weblog wordt gezet heeft hetzelfde doel als de gedichten van Jacob en David de Moor. Je kopieert het omdat je het met vrienden wilt delen. Bloggen heeft eigenlijk dezelfde functie als die zeventiende-eeuwse verzamelbundels.” « V U M A G A Z I N E | 15


A LU M N I DAG 2011 SPECIAL Amsterdams burgemeester Eberhard van der Laan zal u welkom heten, en hoogleraar voeding en gezondheid Jaap Seidell doet de aftrap: de VU-campus staat op 28 mei helemaal ter beschikking van de alumni. Op de volgende pagina’s alvast een voorproefje.

16 | V U M A G A Z I N E


KEYNOTE SPEAKER JAAP SEIDELL Hoogleraar voeding en gezondheid Jaap Seidell is na dertig jaar onderzoek nog even bevlogen over zijn onderzoek als in zijn studententijd. Een portret. Plus vier misverstanden over obesitas. PETRA BOLTEN FOTO’S: PETER VALCKX

Zwaargewicht in overgewicht

4 MISVERSTANDEN OVER OVERGEWICHT

1 EIGEN SCHULD, DIKKE BULT

Vorige maand was ik even op het Jeugdjournaal. De kinderen die ik daar sprak, zeiden heel zinnige dingen over honger en overconsumptie. Dingen die veel volwassenen niet meer zien, omdat overvloed ook heel aangenaam en comfortabel is. Vanuit die positie bestaat er veel onwil om iets aan de wereldvoedselproblematiek en de honger te doen.” Jaap Seidell (1957), hoogleraar voeding en gezondheid, lijkt na dertig jaar onderzoek nog even bevlogen als in zijn studententijd. Seidell is een veelgevraagd adviseur van de Wereldgezondheidsorganisatie, de Gezondheidsraad, overheden, consumentenorganisaties en organisaties van patiënten en zorgverleners. Als iemand zijn wetenschappelijk onderzoek toegankelijk weet te maken voor een breed publiek, is hij het wel. Niet voor niets won hij in 2005 de Mediamagneet, een prijs die de VU uitlooft aan de wetenschapper die zijn

vakgebied het beste over het voetlicht brengt. Daarbij maakt Seidell geen onderscheid tussen elitaire en populaire media. Bij de uitreiking zei hij: “Als ik in Nova kom, krijg ik complimenten, maar als ik in de Libelle sta, hoor ik weleens: ‘Goh, heb je daar nou ook al tijd voor?’ Terwijl ik merk dat de impact via dat soort media vaak vele malen groter is.”

Honger en misstanden

Al vanaf zijn studententijd, hij studeerde voedingswetenschappen in Wageningen, is Jaap Seidell gefascineerd door het voedselvraagstuk en overgewicht. In die tijd – de jaren zeventig – was het bewustzijn over milieu, landbouwvraagstukken in relatie tot de derde wereld juist in Wageningen heel groot, vertelt de hoogleraar. “De tijdgeest was ernaar dat je je bezighield met honger en misstanden in de wereld. Als jong studentje dacht ik, heel naïef, dat we het voedselvraagstuk wel even konden oplossen. Maar gaandeweg merkte ik hoe ingewikkeld het was en dat er sociale, economische, psychische, landbouwkundige, biologische en andere aspecten aan vastzitten. Uiteindelijk besefte ik dat je alleen multidisciplinair naar dit probleem kunt kijken.” Hij lacht: “En dat doe ik nu al dertig jaar.” Na zijn promotie in 1987 op ‘Overgewicht en vetverdeling in relatie tot sterfte’, »

“Misverstanden zijn in de kern niet altijd onjuist”, zegt Jaap Seidell. Een groot misverstand is dat de problematiek simpel zou zijn. Volgens Seidell simplificeert de overheid dat door te stellen dat overgewicht de eigen verantwoordelijkheid is van de burger: het eigen-schuld-dikke-bultprincipe. Dat is maar een deel van het verhaal, betoogt hij, en leidt daarom tot veel misverstanden. Simplificatie treedt ook op als niet de burger, maar zijn brein of zijn genen verantwoordelijk worden gesteld. Seidell: “De mens is zijn brein, is een populaire visie tegenwoordig. Iemand met overgewicht is dan slachtoffer van zijn genenpakket. Dat is niet helemaal onwaar, alleen wordt in die redenering de invloed van de omgeving er niet bij betrokken. Het gaat altijd om een interactie tussen biologie en omgeving. Aan beide kan het individu overigens niets veranderen.” Volgens Seidell is de huidige discussie over overgewicht paradoxaal: obesitas is je eigen schuld versus obesitas is niet je eigen schuld, maar de schuld van een voorgeprogrammeerd brein. “Feit en mythe over vetzucht lopen door elkaar heen.” Vindt de hoogleraar dan dat een persoon met overgewicht alleen maar slachtoffer is van krachten buiten hemzelf? » V U M A G A Z I N E | 17


OBESITAS VOEDING ENve lezing Interactie .30 uur 12.30 tot 13gebouw Aula, hoofd eding aag over vo Heb je een vr wicht? Mail en overge @vu.nl naar alumni

» “Daar raken we aan de discussie over de vrije wil”, zegt Seidell. “We hebben natuurlijk een neocortex waarmee we afwegingen en keuzes maken en langetermijnbeslissingen nemen, maar die worden ondermijnd door de omgeving die we zelf creëren. Was het exploiteren van de omgeving evolutionair een overlevingsstrategie, nu leidt ze uiteindelijk tot zelfdestructie. Daarom moeten we nú een rationele beslissing nemen om te stoppen met overconsumptie. We moeten matigen.”

2 QUICK FIX

MIRANDE PHERNAMBUCQ

Een ander groot misverstand is dat er snelle oplossingen bestaan voor overgewicht. “Snel afvallen is niets anders dan een wensdroom”, zegt de hoogleraar onverbiddelijk. Volgens hem kun je best wat afvallen van diëten, maar is er veel meer nodig om het nieuwe gewicht vast te houden. De uiteindelijke winst bij het slikken van afslankpillen is gemiddeld hoogstens drie kilo. Er zijn daarbij vaak ernstige bijwerkingen. Seidell: “Je valt niet zozeer door de pillen af, maar doordat je er ziek van wordt. Er zit altijd een straf bij.” De pillen, die vaak via internet worden besteld, vallen onder voedingssupplementen. Voedingssupplementen worden, anders dan levensmiddelen of geneesmiddelen, niet gecontroleerd op onbewezen teksten op bijsluiters. “Ze vallen niet onder enige regelgeving. Je kunt dus van alles over de heilzame werking en effectiviteit beweren, zonder dat het wetenschappelijk is aangetoond. Het is een ongrijpbaar gebeuren”, zegt Seidell. Ook de chirurgische ingrepen, zoals een maagverkleining, beschouwt hij zeker niet als een quick fix. “Het betekent voor de rest van je leven op dieet. Als je een keer iets te veel eet, word je onmiddellijk gestraft met misselijkheid of maagdarmklachten.”

» werkte Seidell als voedingsdeskundige onder meer in Zweden, de Verenigde Staten en Canada. In 1999 kwam hij naar de VU, eerst naar VU medisch centrum en daarna ook als hoogleraar naar de faculteit Aard- en Levenswetenschappen. In 2002 richtte hij de, uiteraard interfacultaire, opleiding gezondheidswetenschappen op. “Hiermee werd mijn droom werkelijkheid: een opleiding die over de muren van de eigen discipline heen kijkt en waar je thema’s kunt bestuderen als leefstijl en gezondheid, of de vergrijzing en de consequenties daarvan voor de zorg.”

Verkeerde betutteling

Een van de belangrijkste thema’s waarmee Seidell zich bezighoudt, is obesitas ofwel overgewicht. Dertig jaar onderzoek, wat heeft dat uiteindelijk opgeleverd? Volgens Seidell is vooral de beeldvorming veranderd. “Overgewicht werd gezien als een abnormale reactie op een normale omgeving. Te dikke mensen waren abnormaal: elk pondje gaat door het mondje, was het credo. In dertig jaar is dat beeld veranderd. Nu zien we het meer als een normale reactie op een abnormale omgeving. Een abnormale omgeving die we zelf hebben gecreëerd en waarvoor we doelbewust hebben gekozen. Neem China: dertig jaar geleden bestond daar geen overgewicht. In Beijing werd altijd massaal gefietst. In de laatste decennia zijn tijdsbesteding en leefpatroon er grondig veranderd. Er zijn geen fietsen meer, wel computers, fastfood, sigaretten en bewegingsarmoede.” Inmiddels hebben 500 miljoen mensen wereldwijd ernstig overgewicht en dat getal groeit nog steeds. Seidell pleit voor een politiek van matiging. Volgens hem hebben burgers daarbij een betuttelende overheid nodig. Hij vindt betutteling helemaal geen negatief woord. “Het probleem is alleen dat de overheid de verkeerde kant op betuttelt”, zegt hij, “om het bedrijfsleven niet in de wielen te rijden, worden we verleid tot de verkeerde keuzen. Verantwoord voedsel is duur, terwijl patat en frisdranken spotgoedkoop zijn. Mensen aan de onderkant van de samenleving hebben minder privileges en dus minder

keuzevrijheid. Zij komen in een neerwaartse spiraal: als je dik bent, heb je minder kansen. Vervolgens zoeken ze hun toevlucht bij allerlei diëten en afslankpillen. De Nederlandse overheid zou de keuzevrijheid niet hoeven aantasten als de gezonde keuze de betaalbare keuze zou worden. ” Jaap Seidell voelt zich op de VU erg thuis. “De thema’s die ik bestudeer, passen hier heel goed. Aard- en Levenswetenschappen lijken op het eerste gezicht misschien een vreemde faculteit voor mijn thema’s. Maar ze komen er goed terecht en spreken veel mensen aan. Misschien pas ik hier zo goed vanwege de drijfveer maatschappelijke betrokkenheid. Dat is de kern. We doen hier niets zomaar, niets puur voor de lol of voor gewin. Het gaat veel mensen hier echt om essentie.” «

WELKOM@ALUMNIDAG De burgemeester van Amsterdam (VUalumnus) Eberhard van der Laan opent de alumnidag en feliciteert de VU met haar 130-jarig bestaan. Aansluitend houdt hoogleraar Jaap Seidell een lezing over voeding en obesitas. Om in de stemming te komen, lees bovenstaand artikel over keynote speaker Seidell. ¶ 12.30-13.30 uur BOZE BURGERS@FGG

BREINKIJKEN@FEW Hoogleraar Marloes Groot vertelt wat we met lasers kunnen zien in het brein. Lasers kunnen structuren in

Vroeger leidden boze burgers een enigszins verborgen bestaan. Maar tegenwoordig hoor je ze overal. Hun woede richt zich niet alleen op de politiek, maar ook op de linkse kerk. Predikant Abeltje Hoogenkamp, docent godsdienstpsychologie Joke van Saane en hoogleraar praktische theologie Ruard Ganzevoort en nog veel meer VU-theologen geven hun mening over boze burgers in gesproken columns. Een discussie ter afronding. ¶ 13.45-15 uur en 15.30 tot 16.30 uur 18 | V U M A G A Z I N E


3 HOGE VERWACHTINGEN Het misverstand van de hoge verwachtingen betekent dat mensen meer kilo’s willen afvallen dan reëel is. Volgens Seidell hopen veel mensen dat ze met een beetje dieet en sportschool wel een kwart van hun lichaamsgewicht kunnen kwijtraken. “Als dat dan niet lukt, zijn ze ernstig teleurgesteld. Daarbij vergeten ze dat vijf à tien kilo al heel veel gezondheidswinst oplevert. Het is zelfs al winst als het gewicht niet meer toeneemt.”

4 LUIHEID

‘Het gaat niet om sporten, het gaat erom dat je niet stilzit’

Tegenwicht “Overgewicht is een complex vraagstuk dat vráágt om misverstanden”, zegt psycholoog Jutka Halberstadt, met Jaap Seidell auteur van Tegenwicht, Feiten en fabels over overgewicht. Halberstadt is sinds 2007 projectleider van het Partnerschap Overgewicht Nederland (PON) en doet daarnaast aan de VU onderzoek naar psychologische aspecten van de extreme obesitas bij kinderen en adolescenten. Volgens Halberstadt gaat de problematiek veel mensen aan. “Half Nederland is beetje te zwaar. Voor de industrie valt er potentieel veel geld aan te verdienen. Elk wondermiddel is welkom, hoe weinig het uiteindelijk ook werkt.” Volgens hoogleraar voedingsleer Martijn Katan, die het voorwoord schreef, weet Halberstadt, als voormalig journalist, hoe je moeilijke wetenschap begrijpelijk kunt opschrijven. In de inleiding zegt Jaap Seidell dat zijn antwoorden op haar vragen om opheldering en onderbouwing, steevast het karakter hadden van een “omgevallen boekenkast”. Volgens hem is het haar gestructureerde manier van denken waardoor het boek ordening en samenhang heeft gekregen. Het boek, dat op 1 april verschijnt, behandelt het probleem van overgewicht vanuit wetenschappelijk en maatschappelijk perspectief. Naast het analyseren van de oorzaken willen de auteurs de vele mythen en misverstanden over overgewicht ontkrachten en oplossingen bieden. Jaap Seidell en Jutka Halberstadt: Tegenwicht, Feiten en fabels over overgewicht, Bert Bakker/Prometheus, 2011, 17,95 euro.

hersenen afbeelden. De nieuwste ontwikkelingen over het ontrafelen van interacties en reacties tussen atomen, moleculen en eiwitten komen aan bod in deze lezing bij natuurkunde. Er zijn ook lezingen bij de afdelingen wiskunde, informatica en scheikunde. ¶ 14.15-15.45 uur

Het misverstand dat dikke mensen lui zijn, ligt in het verlengde van het misverstand waarbij dikke mensen de schuld in de schoenen krijgen geschoven. Vroeger was vetzucht een statussymbool en daarmee waren de gezondheidseffecten van overgewicht een probleem van de elite, zegt Seidell. Nu is het precies andersom: overgewicht is vooral een probleem dat zich afspeelt aan de onderkant van de samenleving. Daarbij hoort een beeld van luie dikkerds met een gezinspak chips voor de buis. Seidell raakt bevlogen als hij de culturen en sferen schetst, waarin een kind geboren kan worden, met en zonder aandacht voor een gezonde levensstijl, met en zonder inkomen voor privileges en keuzevrijheden. Hij tovert visioenen tevoorschijn van dunne meisjes die in een opwaartse spiraal steeds hoger op de maatschappelijke ladder klimmen en boetseert beelden van dikke kinderen die in een neerwaartse spiraal omlaag vallen en steeds minder kansen krijgen. “Onze cultuur is die van dun, mooi en jong.” «

Snelle mailers maken kans op een van de vier gratis exemplaren van Tegenwicht. Mail uw adres naar vumagazine@vu.nl o.v.v. de boektitel.

FITNESS-SPROOKJES@FBW Peter Hollander, emeritus hoogleraar inspanningsfysiologie en oud-decaan bespreekt de wondermiddelen die regelmatig opduiken in de fitnesspraktijk. Die middelen en methoden zijn allemaal gebaseerd op het principe: veel resultaat met weinig inspanning. Vergeet het maar, zo werkt het niet, aldus Hollander. ¶ 13.45-15 uur

WERELDBLIK@FALW Henk Scholten en Sako Mus- 100% ONLINE@FSW Mens en organisatie maken volop gebruik van de digitalise-

terd staan stil bij de laatste ontwikkelingen in de sociale geografie en planologie en Joop van der Schee en Henk Trimp laten zien wat modern aardrijkskundeonderwijs inhoudt. ¶ 13.45-16.30 uur

ring, denk aan sociale media en online campagnes. Tegelijkertijd stelt een virtuele wereld burgers en staten voor nieuwe uitdagingen, zoals bij Wikileaks. Kansen en bedreigingen van de online wereld. Daarover spreken Karlijn van de Berg, Bernhard Welten, Hans Boutellier en Peter Groenewegen. ¶ 15.30-16.30 uur DAGAGENDA GAAT VERDER OP PAGINA 22


PETER VALCKX

DE KWESTIE Door de crisis staat de verzorgingsstaat steviger dan ooit. Niemand kan zonder, meent Barbara Vis. ANITA MUSSCHE

LD ZORG EN GEet onder m t a eb Lezing en d outer Bos anderen W Polak o.l.v. Clairy 5 uur .1 13.45 tot 15 ebouw, KCO7, hoofdgond begane gr

Crisis redt verzorgingsstaat U stelt dat de financiële crisis de redding is van de verzorgingsstaat. De uitkeringen gaan toch niet bepaald omhoog? “Nee, maar het draagvlak voor de verzorgingsstaat is gestegen. Daardoor zal daarin niet zo snel worden ingegrepen. Deze crisis is anders dan de crises in de jaren tachtig en negentig. Toen waren zowel politiek links, politiek rechts als de burgers het erover eens dat de kosten van de verzorgingsstaat de crisis veroorzaakten en dat het mes erin moest om hem betaalbaar te houden. Nu is vrijwel iedereen het erover eens dat de financiële sector verantwoordelijk is voor de crisis, en dat de verzorgingsstaat de problemen opvangt.” Stijgt het draagvlak dus doordat mensen bang worden voor hun eigen hachje? “Ja. Door deze crisis worden mensen getroffen die normaal gesproken geen gebruik zouden maken van de voorzieningen. Hoogopgeleide dertigers en veertigers, jobhoppers, belandden bijvoorbeeld voor het eerst van hun leven in de WW. Voor hen was dat altijd een probleem dat anderen raakte. Deze groep gaat de verzorgingsstaat hierdoor meer waarderen. Ze zien dat het systeem werkt: met een WW-uitkering kun je het even uitzingen en je hypotheek blijven betalen.” Waar baseert u dat op, dat het draagvlak is gestegen? “Een indicator is de steun voor het gebruik van uitkeringen. Die is tussen 2000 en 2008, toen de crisis begon, gestegen. Onderzoek leert ook dat mensen meer zijn gaan meevoe20 | V U M A G A Z I N E

len met werklozen. Dat is een interessant signaal. Burgers bekommeren zich traditioneel meer om ouderen en zieken, die zelf veel minder aan hun situatie kunnen doen.” Staten met een hoog voorzieningenniveau zouden volgens u minder last hebben van de crisis. Ook dat verhoogt de steun voor de verzorgingsstaat. “Het draagt er zeker toe bij. De VS, met een laag voorzieningenniveau, zijn bijvoorbeeld veel harder getroffen dan Europa. Landen met betere voorzieningen herstellen ook vlugger. De voorzieningen werken als een stabilisator: in Nederland zijn mensen minder snel werkloos geworden, mede door de ingevoerde deeltijd-WW. Daardoor blijft hun inkomen, en daarmee de consumptie, redelijk op peil. Dat is niet de enige verklaring, maar wel een belangrijke factor. Dat het zo werkt geeft mensen vertrouwen in verzorgingsstaat.” Toch houden juist de zwakkeren steeds minder over. Hoe laag moeten de uitkeringen worden voor je niet meer kunt spreken van een verzorgingsstaat? “De verzorgingsstaat is beslist minder genereus geworden. De uitkeringen zijn lager en je belandt sneller in de bijstand. Je moet voldoen aan veel meer eisen. Maar de basis is er nog steeds: de WW, het ziektegeld, de AOW, de WAO. De bezuinigingen treffen de zwakkere groepen. De reactie zal echter niet zijn dat men de verzorgingsstaat wil afschaffen, maar dat de ontevredenheid met de regering mogelijk toeneemt.”

Verandert de vergrijzing de verzorgingsstaat? “Doordat de pensioenen en gezondheidszorg steeds duurder worden, zullen we de huidige regelingen niet kunnen behouden. De leeftijd waarop je met pensioen gaat of AOW krijgt zal waarschijnlijk stijgen, en misschien wordt de AOW inkomensafhankelijker om hem betaalbaar te houden. Maar de ouderdomsvoorziening zal niet volledig worden afgeschaft.” Wat zou een slimme zet zijn voor de verzorgingsstaat? “Veel meer investeren in kinderen. Kinderopvang, ook voor laaggeschoolde ouders, betaalt zich terug in een betere ontwikkeling en opleiding van kinderen. Er zit nu een gat tussen het gewenste aantal kinderen en het aantal kinderen dat men werkelijk krijgt. In een land als Zweden, waar veel geïnvesteerd wordt in kinderopvang, gaat dat veel beter. Babies are our pensions, zeggen ze. Ik ben dus voor een impuls in, niet voor afbraak van, de verzorgingsstaat. Maar met deze regering zie ik dat nog niet gebeuren.” Politicoloog Barbara Vis is een van de vier wetenschappers die tijdens de alumnidag bij Sociale Wetenschappen een minilezing houden ‘Overleeft de verzorgingsstaat de crisis?’, aansluitend debat met Wouter Bos, Elly van Kooten en Friso Teerink, o.l.v. Clairy Polak.

m reageren? Mail naar vumagazine@vu.nl.


STUDIETIJD BIER OP DE BON Bidden op maandag. Tentamen bij de hoogleraar thuis. Drie oude alumni in gesprek met studenten van nu. ANITA MUSSCHE FOTO’S: PETER VALCKX

‘Professor Dooyeweerd opende vergezichten’ MARIANNE STRUIK-VAN SCHELVEN (84) rechten 1946-1952

Mijn beide grootvaders waren betrokken bij de oprichting van de VU en grootvader Van Schelven was bevriend met Abraham Kuyper. Het stond buiten kijf dat ik aan de VU zou studeren. Maar Amsterdam was een verlofstad voor de soldaten in 1945, daar durfde mijn moeder me niet heen te sturen. Daarom deed ik eerst een jaar Schoevers in Utrecht, dat was te bereizen vanuit Driebergen. “Ik wilde rechten studeren en advocaat worden. Ik vond het enig. Rechtsfilosofie van professor Dooyeweerd vond ik het spannendste college. Die man opende vergezichten in de wereld van het recht waar ik geen vermoeden van had. Tentamen deed je bij de hoogleraar thuis. Je schreef hem een briefje dat je dacht dat je er klaar voor was. En dan deed ik een keurige jurk aan. Hulp bij de voorbereiding had je niet, je had je dictaat en een boekenlijst. Stage of pleitoefeningen bestonden ook nog niet. Ik leerde pas pleiten toen ik als junior ging werken bij Grosheide & Schut, een gereformeerd advocatenkantoor. “Ze zeggen wel ‘de strenge, suffe jaren vijftig’, maar wij vonden het geweldig, naar de grote stad en doen wat je wilde! De oorlog

was zo’n angstige tijd geweest, je had zo benauwd en beperkt geleefd. Ik trok het meest op met de meisjes van mijn dispuut, ik zat in Phoinix. Wij zijn nog steeds vriendinnen. We gingen naar de bioscoop of voor een gulden naar de schouwburg. Kijk, ik heb nog een kussentje van mijn dispuut, geknoopt door een vriendin.

Papieren ezelsoren

“Vrijwel iedereen was lid van het Corps. Studenten die geen lid werden, noemden we nihilisten, en dat was niet flatterend bedoeld! Een jaar voor ik begon, in 1945, waren de vrouwelijke studenten uit het Corps gestapt

EVA WITTEVEEN (19) student rechten “Het onderwijs bij rechten is wel erg veranderd. Doordat er veel meer studenten zijn, is het minder persoonlijk dan toen. Maar er zijn nu wel mentoruren en werkgroepen. Ik heb zelf als mentor studenten wetboekoefeningen en tentamentraining gegeven. Ik ben geen corpslid, dat is nu minder vanzelfsprekend dan toen.” V U M A G A Z I N E | 21


‘Wij vonden het geweldig: naar de grote stad en doen wat je wilde’

en hadden de VVSVU opgericht, de Vereniging voor Vrouwelijke Studenten aan de VU. Bij het Corps werd zo veel gedronken en vrouwen kwamen er weinig aan bod. Wij zetten ons daartegen af, maar we hadden natuurlijk wel vriendjes bij het Corps. Ik heb nog een jaar in het bestuur van de VVSVU gezeten. De disputen waren oratorische verenigingen. Je moest lezingen houden of over een stelling discussiëren. De VVSVU was op zichzelf geen emancipatiebeweging, maar dat we studeerden was al heel emanciperend. Er waren een kleine honderd vrouwelijke studenten, zo’n 25 per studiejaar. Maar veel studentes kwamen niet aan werken toe omdat ze trouwden. Ik trouwde pas vijf jaar na mijn afstuderen en stopte toen ook met werken, maar toen de jongste van mijn drie kinderen twaalf was, ben ik weer begonnen. Wij waren de tweede lichting studentes die door vrouwen ontgroend werd. Dat

duurde drie weken. We moesten papieren ezelsoren dragen, koffie zetten voor de ouderejaars, toneelstukjes bedenken, verhalen vertellen en eindeloos je mening geven over allerlei zaken. We moesten op de grond zitten. Bij de jongens was de ontgroening veel lichamelijker. Zij moesten ‘kikkeren’, zich op hun hurken springend voortbewegen, en ze werden kaalgeschoren. Dat gold niet voor de jongens die net uit dienst kwamen, daar had men een zekere eerbied voor. Tegen het einde, in de ‘flirttijd’, nodigden disputen die interesse in je hadden je uit. Het was heel spannend waar je terechtkwam. Disputen met de meeste status vormden ‘de voorkamer’, de andere de ‘achterkamer’. Dat durf je nu nauwelijks hardop te vertellen! “Drank was er niet veel na de oorlog. We kregen bonnen voor drank, tabak en snoep, maar ik denk dat de jongens de jenever hielden.”

VERVOLG DAGAGENDA

BOSWANDELING@FALW

Emeritus hoogleraar biologie Wilfred Ernst vertelt alles over wat bloeit, groeit, rondrent of vliegt in het Amsterdamse Bos. ¶ 14-16.30 uur

VIRTUEEL BOREN@ACTA Op het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam worden driedimensionale boorsimulatoren in het onderwijs gebruikt. Met een 3D-bril op en een boor in de hand zie je via een scherm virtueel weefsel dat weg-

IN DE KLAS@LERARENOPLEIDING Dr. Sui Lin Goei houdt een lezing over onderwijs- en instructiebehoeften van leerlingen. Hoe kan de leraar professioneel omgaan met diversiteit in de klas? Waar liggen de mogelijkheden en wat zijn de grenzen? ¶ 13.45-15.15 uur 22 | V U M A G A Z I N E

geboord moet worden. Voor eerder afgestudeerde tandartsen een leuke kans om kennis te maken met deze nieuwe techniek. Maar ook niet-tandartsen zijn welkom om het eens te proberen. Aansluitend een rondleiding door het nieuwe Acta-gebouw aan

GELUKKIG WORDEN@FPP

Ad Kerkhof van de afdeling klinische psychologie geeft zijn toehoorders adviezen om hun levensgeluk te vergroten. Wat weten we van geluk? Zijn geluksbelevingen te beïnvloeden? Hoe kunnen wij ons iets gelukkiger gaan voelen? Wat moeten we verstaan onder geluk of onder gelukkige momenten? In één uur weet u meer over geluk. ¶ 15.30-16.30 uur


‘Je deed tentamen bij de hoogleraar thuis’ WIM POUWELS (83) godgeleerdheid 1945-1950

hem was veel makkelijker dan met sommige andere hoogleraren. Uiteindelijk studeerde je thuis voor je kandidaatsexamen. Om dominee te worden was een doctoraalexamen nog niet vereist. De kerk vond een kandidaats voldoende.”

Bevoorrecht

In onze tijd werd de wereld nog in zes dagen geschapen. In het gereformeerde leven hadden we vaststaande waarheden, daar kon je niet aan tornen. We waren heel erg op de eigen groep en het eigen gelijk gericht. Pas eind jaren veertig zorgde Berkouwer aan de VU voor de doorbraak van het modernere denken. Het was boeiend om ook andere visies te horen. Er werd een heel nieuwe vorm van bijbellezen geïntroduceerd, niet zo letterlijk meer. Daar keek ik soms wel vreemd tegenaan. De eerste keer dat ik hoorde dat Adam en Eva niet de eerste mensen zouden zijn geweest, dacht ik: hohoho, waar blijven we als dat zo zou zijn? Maar je groeide erin. Later als dominee moest je dat wel heel voorzichtig brengen bij de gemeenteleden, dat lag toch erg gevoelig. “Na een jaar Latijn, Grieks, Hebreeuws en archeologie begon je aan theologie. We hadden alleen hoorcolleges, over ethiek, dogmatiek, hermeneutiek, exegese, kerkgeschiedenis. De stof werd gedicteerd, we zaten ons gewoon kapot te schrijven! Thuis bestudeerde je de literatuur en wat je erbij kon vinden en dan deed je tentamen bij de hoogleraar thuis. Met het tentamen kerkgeschiedenis van professor Nauta was je maanden bezig. Een zeer gewaardeerde docent was J.H. Bavinck. Hij was zendeling geweest en had een geweldig brede en open kijk op de kerk en theologie. Minder star dan wij gewend waren. Dat werd wel ‘Indisch gereformeerd’ genoemd. Het contact met

de Gustav Mahlerlaan 3004: dertien verdiepingen met veel licht en open ruimten. ¶ 13.45-14.30 uur, 14.30-15.15 uur, 15.45-16.30 uur

“Zo lang ik mij kan herinneren, wilde ik dominee worden en als je toen godgeleerdheid studeerde, werd je dat ook bijna altijd. Ik groeide op in Vlaardingen en was zo bevoorrecht dat mijn ouders mijn studie konden betalen. Ik begon in 1945. Dat was een heel groot jaar, omdat mensen in de laatste oorlogsjaren niet hadden kunnen studeren. Er waren maar twee of drie vrouwen. In de gereformeerde kerk konden zij toen nog geen dominee worden. “Onze opleiding was heel gedegen, maar puur theoretisch. We hadden preekclubs waarmee we in een lege kerk in Amsterdam

MATTHIJS DEN OTTER (22) student godgeleerdheid “Theologie is nu minder gekoppeld aan de kerk en veel meer een wetenschappelijke opleiding. Maar de inhoud is verbazingwekkend hetzelfde. De meeste mensen die theologie studeren, willen nog steeds dominee worden, maar daarvoor doen ze de praktisch gerichte master van de PKN. In mijn kerk, de Pinkstergemeente, wordt dat niet gevraagd.”

SURVIVAL KIT@FEWEB Hoogleraar regionale economie en economische geografie Peter Nijkamp: ‘Een maatschap-

pij zonder culturele diversiteit kent geen economische perspectief.’ VU-alumnus Han Dieperink, directeur van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf: ‘Ondernemers gaan meestal niet voor het geld, maar voor vrijheid en status. En dat laatste wordt veel ondernemers fataal!’ De citaten komen uit de lezingen die aansluiten bij het thema van de faculteit Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde: Survival kit voor de samenleving. ¶ Nijkamp: 13.45-14.45 uur, Dieperink: 15.15-16.15 uur

BRIGHT THINKING@WIJSBEGEERTE Voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Universiteiten Sybolt Noorda, hoogleraar filosofie van wetenschap en technologie Hans Radder en filosoof Gerben Meynen spreken over Socrates op de universiteit en in de samenleving. Hoe staat het met het ideaal van de academische vorming? ¶ Noorda: 13.45-15 uur, Radder en Meynen: 15.30-17 uur, Amsterdam Bright City, Debussylaan 3-8.

WONDERE WERELD@LETTEREN Schrijver op

locatie Ronald Giphart spreekt over de wondere wereld achter de wetenschap en literatuur als middel om naar het dagelijkse leven te kijken. Decaan Douwe Yntema vertelt over de grote veranderingen die de faculteit heeft ondergaan. Diane Schöller, V U M A G A Z I N E | 23


een preek hielden, maar we leerden niet hoe je met mensen moest omgaan. Mijn vrouw en ik begonnen in Wommels in Friesland. Wij kenden elkaar uit het kerkelijk jeugdwerk, zo ging dat in die tijd. Veel dominees begonnen in kleine gemeenten in Friesland of Zeeland. Daar heb ik het vak geleerd. Als ik op huisbezoek ging, wist ik niet of ik meteen uit de Bijbel moest lezen en bidden of niet, of hoe ik met zieken om moest gaan. De kerkeraad gaf me daarbij wijze raad. “Ik heb mijn beroep vijftig jaar lang met veel plezier uitgeoefend. Ik heb weleens gehoord dat van de huidige generatie theologen sommigen nauwelijks weten hoe een

‘De stof werd gedicteerd, we zaten ons gewoon kapot te schrijven!’

kerkdienst of een preek in elkaar zit. Wij kenden dat van huis uit. De binding met de kerk zal nu vaak minder zijn dan vijfitg jaar geleden.”

‘Elke maandag werd geopend met gebed’ COR VAN DER STELT (90) scheikunde 1938-1948

‘Wij konden via een open raam uit het lab ontsnappen’

Eigenlijk wilde ik onderwijzer worden net als mijn vader, die schoolhoofd was van een gereformeerde school in Rotterdam. Maar vanwege de slechte tijden deed ik na de mulo ook nog de hbs. Daarna wilde ik ook wel studeren. Met een ‘renteloos voorschot’ kon ik als eerste in de familie naar de universiteit. Via een advertentie in het kerkblad in Amsterdam kwam ik in een kosthuis terecht met een stuk of acht studenten. We aten samen. Als ik thuiskwam uit het lab, speelde meneer, een pianoleraar, voor me op de piano. “Op de VU werd elke maandag met gebed geopend. We hadden ’s morgens college en ’s middags practicum. De professoren zag je eigenlijk alleen tijdens colleges, al liet professor Coops weleens zijn neus zien bij een prac-

ticum. Coops was altijd in het zwart gekleed, als een ouderling op zondag. We zeiden tegen elkaar: ‘Het is zomer, want professor Coops heeft zijn lichtzwarte pak aan!’ “Toen brak de oorlog uit. In mijn kosthuis schoolden alle mensen rond de radio. Later moet je erom lachen, maar toen hebben we de ramen opengezet en onder pianobegeleiding Wij willen Holland houden gezongen. Tot aan mijn kandidaats verliep mijn studie vrij normaal. Tot de overval van de Sicherheitspolizei in het hoofdgebouw van de VU op de De Lairessestraat. Studenten moesten zich eigenlijk melden voor tewerkstelling in Duitsland. Wij konden via een open raam uit het lab ontsnappen. Er waren zeventig

VERVOLG DAGAGENDA

directeur van de onderneming Gryps, over het vermarkten van geesteswetenschappelijke kennis en kunde. ¶ 13.45 -15.15 uur

DUNGLISH@RECHTEN

Pete Radman, docent Engels & Legal English, geeft een spoedcursus Engels en laat op komische wijze de typisch Nederlandse fouten zien. Ziet u geen fout in mouth to mouth advertising, I like to sleep out at the weekend of I have to solicit for a new job? Dan is deze workshop verplichte kost. ¶ 14.30-15.15 uur

BRIGHTSITES@VUMC

Kanker is een van de speerpunten van VUmc: basaal onderzoek, behandelingen en de gevolgen voor de patiënt. VUmc vindt dat de fysieke omgeving een belangrijke rol speelt bij de

1935@CINEAC In 1935 maakte Dick Laan, EIGEN IJSJE@KINDERUNIVERSITEIT SPEURTOCHT@MP3 Voor tieners vanaf 13 de geestelijk vader van Pinkeltje, een film over het reilen en zeilen van de Vrije Universiteit. De gehele dag De VU Film 1935 en ander historisch beeldmateriaal. ¶ 11-17 uur

24 | V U M A G A Z I N E

Kinderen van 8 tot 13 jaar kunnen zelf ijs gaan maken. Scheikunde in het dagelijkse leven is en blijft fascinerend.

jaar een speurtocht langs grote en kleine beelden op de campus en in de VU-gebouwen. Op je eigen houtje kun je met een mp3-speler langs álle kunstwerken lopen.


studenten opgepakt, maar gelukkig kwamen de meesten een maand later weer vrij. “Daarna was het een aflopende zaak. We moesten een loyaliteitsverklaring tekenen en dat deden we natuurlijk niet. De VU ging dicht. Ik dook onder vlak bij Den Briel. Daar heb ik nog schriftelijk examen gedaan, dr. Nauta stuurde de vragen op. Ik moest beloven dat het leerboek dicht bleef. Pas na de oorlog hoorde ik dat ik was geslaagd.

Kuren

“Weer op de VU maakte iedereen zich zorgen om professor Coops, die was gepakt door de Duitsers toen hij naar Engeland probeerde te vluchten. Opeens verscheen hij op het lab. Dat was een groots moment. Iedereen stroomde naar de bibliotheek, waar hij vertelde wat hij allemaal had meegemaakt. “Ik probeerde mijn studie weer op te pakken, maar na twee maanden bleek ik tbc te hebben. Ik heb twee jaar thuis gekuurd,

behandeling. In zogeheten Brightsites VUmc integreren ze de principes van healing environment. ¶ Lezingen van 14.30-16.30 uur

veel gelezen. Uiteindelijk studeerde ik af in ANGELA VAN DE 1948. Ik had veel belangstelling voor natuurWERF (21) student stoffen: vitaminen, hormonen. Voor mijn afstuderen hield ik een lezing; na afloop liep scheikunde dr. Nauta achter me aan. Hij werkte ook “Het is jammer voor meneer Van voor het chemisch researchteam van Brocader Stelt dat er in zijn tijd zo’n des, dat aanvankelijk in het VU-laboratostrikte scheiding was tussen de rium was gehuisvest. ‘Ik heb gehoord dat exacte wetenschappen. Zelf houd para-aminosalicylzuur tuberculosebacillen ik wel van ‘hardcore’ scheikunde, remt. Wil je meewerken aan het opzetten maar tegenwoordig zijn er zo van een fabricageproces daarvoor?’ Ik zei veel mogelijkheden om die meteen ja. Ik maakte mijn eigen medicijnen. wetenschappen te combineren. Aanvankelijk was het een successtory. Toen Farmaceutische wetenschappen bleek dat de tuberculosebacil eraan wende. was misschien iets voor hem Vervolgzoek leverde geen vervanger op, geweest.” maar ik ben er wel op gepromoveerd. Ik ben altijd bij Brocades blijven werken. Achteraf gezien had ik liever chemie gedaan met het accent op plant- en dierkunde. Maar bij studeren gaat het toch niet om kennis, het gaat om het kennen van de BORREL EN wegen om kennis te verwerven.” « MU

ZELDZAAM@HORTUS

ZIEK Bijpraten studiegenote met oude n nieuwe conta en natuurlijk cten Vanaf 16.30 leggen! Op uw eigen uur faculteit

Over acht jaar is de hortus botanicus van de VU waarschijnlijk geschiedenis. Voorlopig hoeft de hortus niet te wijken voor nieuwbouw van VUmc. Dus u kunt nog genieten van deze unieke plantencollectie. Twee rondleidingen voor maximaal twintig groenliefhebbers. ¶ 14-15.15 uur en van 15.15-16.30 uur

FOTO’S@CAMPUS Bekijk de fototentoonstelling ‘Bouwstenen voor kennis’. Fotopanelen buiten op het campusterrein vertellen het verhaal van 130 jaar VU-huisvesting: van de eerste colleges in de Kleine Komedie (toen nog Schotse Zendingskerk genaamd) in 1880 en het eerste echte VU-gebouw aan de Keizersgracht (geopend in 1884) tot en met de opening van de nieuwste VU-gebouw Initium (2011). Plus toekomstbeelden van de geheel vernieuwde campus in 2025. V U M A G A Z I N E | 25


DE ALUMNUS

Beleidstrainee Erwin Engelman

‘Weinig dingen gaan bij mij vanzelf’ ROOS VAN RIJSWIJK FOTO: PETER VALCKX

D

e VU was eigenlijk niet Erwin Engelmans eerste keuze toen hij nog op het vwo zat, en Amsterdam leek hem als Tilburger niet echt gemoedelijk. “Toen ik me op een andere universiteit wilde aanmelden, kreeg ik een beledigende brief met voorwaarden waaraan ik moest voldoen als student met een functiebeperking. Die bejegening heb ik voorgelegd aan de commissie gelijke behandeling; op de meeste punten ben ik in het gelijk gesteld. Dit zijn trouwens ouwe koeien hoor! Ik ging vervolgens naar de VU, die heeft een goede reputatie op het gebied van studeren met een beperking en maakt die zeker waar.” In maart 2010 studeerde Engelman (26) af bij Culture, Organization & Management, nu is hij beleidstrainee in de ambtelijke organisatie van de Provincie Noord-Holland. Hij werd als een van de tien gekozen uit meer dan honderd gegadigden. Voor hem was dat nog specialer dan voor anderen: door een hersenbloeding bij zijn geboorte heeft hij weinig tot geen controle over zijn fijne motoriek. Hierdoor is hij rolstoelgebonden en zijn alledaagse handelingen lastiger of onmogelijk om zelfstandig te verrichten. Ook zijn spraak is niet helemaal vloeiend. Engelman is de VU dankbaar, dat benadrukt hij een paar keer. De studentendecaan, studieadviseurs en docenten hielpen hem waar nodig. Tentamens maakte hij op een aangepaste laptop. “En wat je echt niet overal vindt: als ik naar het toilet moest, hoefde ik me alleen maar te laten zien bij de studentenbalie, en iemand kwam me helpen. Heel bijzonder.” Zijn studietijd noemt hij toch ‘een 26 | V U M A G A Z I N E

individuele periode’. Mensen stappen niet snel op hem af. “In de supermarkt of in het openbaar vervoer denken mensen vaak dat ik cognitief niet in orde ben, dat was op de VU logischerwijs niet zo. Maar de drempel om met mij te praten, ligt kennelijk hoog. Misschien zijn mensen bang dat ze me niet verstaan en gaan ze me daarom uit de weg. Veel mensen kijken nog steeds niet verder dan die handicap.”

Brandweerkorpsen

Engelmans masterscriptie ging over de grensoverschrijdende samenwerking door brandweerkorpsen van Limburg-noord en de Duitse aangrenzende districten. Hij onderzocht hoe deze samenwerking tot stand komt, en tegen welke problemen de korpsen aanlopen. Hij deed een paar maanden veldwerk in Venlo: “Ik heb bijvoorbeeld met veel plezier mensen geïnterviewd. Brandweerlieden, meldkamermedewerkers en burgemeesters. Een aantal respondenten uit Duitsland kwam speciaal naar mijn werkkamer in Venlo. In het Duits kan ik me aardig redden ja, maar het is voor beide partijen altijd even wennen aan het begin.” Als extra schreef hij een rapport met aanbevelingen voor de brandweer in Venlo. “Ik heb daar een geweldige tijd gehad en wilde graag iets terugdoen. Het was ook een leuke oefening voor mezelf: ik ben nogal lang van stof, en in het rapport moest ik wel kort en bondig zijn.”

Grensoverschrijdend

“Na mijn afstuderen heb ik vijf maanden naar een baan gezocht, maar je hoort mij niet klagen. Een handicap werkt niet altijd in je voordeel, maar ik denk dat ik juist daardoor een andere kijk heb


Erwin Engelman: ‘Mensen zien toch eerst die rolstoel en dan pas mij’

CV 1984 geboren in Breda | mavo, havo en atheneum in Tilburg | 2009 onderzoek Regionale Brandweer Limburg-Noord, onderwerp ‘grensoverschrijdende samenwerking’ | 2010 masterdiploma Culture, Organization & Management VU, Specialisatie Transnational Entrepreneurship | 2010 Trainee bij de Directie Beleid in de ambtelijke organisatie van de Provincie Noord-Holland

en veel situaties als een uitdaging ervaar. Weinig dingen gaan bij mij vanzelf. Ik heb vindingrijkheid en doorzettingsvermogen nodig. Die eigenschappen kwamen van pas tijdens de selectieprocedure.” Engelmans traineeship tot strategisch beleidsmedewerker duurt twee jaar. Hij schrijft mee aan evaluaties over bijvoorbeeld subsidieregelingen. Ook volgt hij losse modules als presenteren en timemanagement. “Communicatie heb ik al gevolgd. Ik ben nu ook veel beter verstaanbaar, haha!” Engelman voelt zich op zijn plek bij de overheid. “Het werk is leuk, en het is fijn dat ik deze kans krijg.” “Ik zou op den duur wel hogerop willen. Expert worden op het gebied van grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden lijkt me leuk. Ruim-

telijke inrichting bijvoorbeeld, of de brandweer. De brandweer is er na mijn master niet meer uit te slaan! Privé zou ik het echt fijn vinden om niet alleen te blijven. Maar of dat gebeurt, durf ik niet te zeggen.” Hoewel hij zichtbaar een functiebeperking heeft, vergeet je dat als je een tijd met hem spreekt. In het dagelijks leven loopt Engelman echter tegen zaken op waar anderen niet stil bij hoeven te staan. Engelman: “Ik ben geen doorsnee jongen van 26. Mensen zien toch eerst die rolstoel en dan pas mij. Maar ik ben geen doemdenker hoor! Een van de belangrijkste dingen die je nodig hebt, is een positieve blik. Het was voor mij een lange weg vanaf de mavo tot waar ik nu ben, en ik ben benieuwd waar ik terechtkom in de toekomst.” « V U M A G A Z I N E | 27


Update[onderzoek] Jesaja ontrafeld

Reinoud Oosting doorgrondde in zijn dissertatie enkele poëtische hoofdstukken uit het Bijbelboek Jesaja 40-55. Veel gedeelten uit

het Oude Testament zijn nauwelijks leesbaar, omdat ze zijn geschreven in Bijbels Hebreeuws, een taal die niet meer wordt gesproken. De theoloog paste een nieuwe methode toe: na minutieus taalkundig onderzoek maakte hij gebruik van een elektronische database van het Oude Testament die het mogelijk maakte om in de Hebreeuwse Bijbel grammaticale constructies te vergelijken. Door zijn onderzoek kwam Oosting tot de conclusie dat niet – zoals eerder werd aangenomen – de herbouw van de tempel, maar de herbouw van de stad Jeruzalem een belangrijke rol speelt in Jesaja 40-55. (PB) http://dare.ubvu.vu.nl/ handle/1871/18747

Gen voor pubergeluk Of jongeren gelukkig zijn in de puberteit, hangt voor bijna de helft af van genetische factoren. Dat was al langer bekend. Niels van der Aa toont met zijn promotieonderzoek aan dat diezelfde genetische factoren ook een rol spelen bij onder meer de manier waarop jongeren hun gezin ervaren, de mate waarin ze sportief zijn en bij emotionele gedragsproblemen. In het verleden is vaak aangenomen dat sporten

mensen gelukkiger maakt, maar onderzoeken zoals die van Van der Aa laten zien dat jongeren bij wie de neiging tot sporten in de genen zit, ook genetisch meer aanleg hebben om zich gelukkig te voelen. Hoe jongeren hun gezin ervaren, is altijd als een sociaal gegeven beschouwd. Van der Aa toont aan dat genen ook hierbij een belangrijke factor zijn. (WV) http://dare.ubvu.vu.nl/ handle/1871/18574

Gendefect geïdentificeerd Theorie tegen troostshoppen Een eiwitafwijking bij een zeldzame erfelijke ziekte biedt mogelijk uitzicht op nieuwe methoden voor kankerbestrijding. Dat schrijven onderzoekers van de afdeling klinische genetica van VUmc in Nature Genetics. De groep identificeerde het vijftiende gendefect dat bijdraagt aan de erfelijke ziekte Fanconi Anemie. Het gendefect maakt mensen met Fanconi Anemie zeer gevoelig voor bepaalde vormen van chemotherapie. “Toediening van een normale dosering zou voor hen dodelijk zijn”, zegt onderzoeker Johan de Winter. Nu blijkt dat deze afwijking ook voorkomt in tumoren van kankerpatiënten die de ziekte niet hebben. Door het defect bij Fanconi Anemie te bestuderen, begrijpen de onderzoekers beter hoe een cel bij een gewone kankerpatiënt op die kankerbestrijdende stof reageert. (FB)

Communicatiewetenschappers ontdekten dat mensen die prettige, levendige gedachten oproepen, kritischer denken over geld uitgeven dan mensen die verdrietige, met de dood samenhangende, gedachten oproepen. Dat blijkt uit een serie experimenten die werden uitgevoerd onder leiding van Enny Das. De onderzoekers vonden hiermee voor het eerst een positieve variant van de zogenoemde terror

We waren Romeinen Germaanse stammen in Oost-Nederland voerden niet alleen maar strijd met de Romeinen. In de Laat-Romeinse tijd maakten ze in sociaal en economisch opzicht deel uit van het Romeinse Rijk. Dit in tegenstelling tot wat de meeste geschiedenisboeken schrijven. Dat blijkt uit onderzoek waarop archeoloog Henk van der Velde promoveerde. Doordat bewoners zich aansloten bij het Romeinse leger en het culturele en economische netwerk, ontwikkelden de Germaanse nederzettingen zich. De planmatige inrichting van de nederzettingen en de aard van de metaal- en aardewerkvondsten duiden op de aanwezigheid van kennis en vaardigheden die door intensieve contacten met de Romeinen werden verkregen. Van der Velde stelt dat zonder de komst van Karel de Grote het huidige landschap van Oost-Nederland er anders zou hebben uitgezien. (FB) http://dare.ubvu.vu.nl/handle/1871/18780 28 | V U M A G A Z I N E

Productieveld met ijzerovens

management-theorie, die stelt dat denken aan de dood leidt tot meer geld uitgeven. De onderzoeksbevindingen kunnen consumenten helpen tegen troostshoppen en de zoveelste aanschaf van alweer te dure schoenen. Maar de onderzoekers zelf willen meer: ze hopen een psychologisch mechanisme op het spoor te zijn dat ook ander (ongezond) gedrag kan verklaren, zoals overmatig eten en drinken. (PB)


Bas

Inbreker kiest Amsterdam-Noord zijn een plaag in Noord. Met name huizen in de Vogelbuurt, de Van der Pekbuurt en de Plan van Goolbuurt zijn vaak de klos. Tussen 2008 en medio 2010 werden ruim tweeduizend aangiften gedaan in Noord. Het lijkt erop dat inbrekers een werkgebied uitkiezen om daar op meerdere adressen hun slag te slaan. Het is niet duidelijk waarom inbrekers vaker in genoemde buurten te werk gaan dan in andere. (PB)

LODEWIJK VAN DOOREN

Inbraken zijn besmettelijk. Dat blijkt uit een VU-onderzoek dat op verzoek van de politie in Amsterdam-Noord werd verricht: Besmettelijkheid van woninginbraak, analyse van woninginbraken Amsterdam-Noord door Jasper van der Kemp, Henk Elffers en Marlijn Peeters. De onderzoekers stellen vast dat de kans op inbraak verdubbelt in een straal van honderd meter vanaf de plek waar is ingebroken. Inbrekers

Bouwvakker moet praten Leefstijlbegeleiding verlaagt het risico op hart- en vaatziekten bij werknemers in de bouw. Dit blijkt uit het onderzoek waar Iris Groeneveld op promoveerde. Aan het onderzoek deden achthonderd bouwvakkers mee met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Groeneveld onderzocht het effect van een serie persoonlijke gesprekken over hun leefstijl en verbetering daarvan, zoals gezonder eten, meer bewegen en stoppen met roken. Na de gesprekken aten werknemers die de leefstijlbegeleiding hadden gekregen, significant minder snacks. Een jaar later waren de bouwvakkers gemiddeld twee kilo afgevallen en was hun cholesterolgehalte duidelijk verlaagd in vergelijking met werknemers uit de controlegroep. (FB) http://dare.ubvu.vu.nl/handle/1871/18742

Eenzaamheid is erfelijk

Immigrant over beleving kanker Negentig Turkse en tachtig Marokkaanse kankerpatiënten die de Nederlandse taal slecht spreken, vulden vragenlijsten in over hun kwaliteit van leven. Rianne Hoopman liet voor haar promotieonderzoek aan VUmc de vragenlijsten in het Turks, Rifberbers of Marokkaans-Arabisch vertalen en onderzocht ze vervolgens. Ook ondervroeg ze Nederlandssprekende naasten, die de patiënt normaliter helpen bij het vertalen. Met de vertaling van deze vragenlijsten is een representatief beeld ontstaan van de kwaliteit van leven van deze patiëntengroepen. Opvallend was dat veel patiënten vragen met getallen, zoals het geven van een cijfer aan hun gezondheid, lastig vinden. Een ander opvallend punt was dat naasten pijn bij patiënten systematisch onderschatten. (PB) Het onderzoek is uitgevoerd door het Nederlands Kanker Instituut / KWF Kankerbestrijding / Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis in samenwerking met het Emgo+ Instituut van VUmc; http://dare.ubvu.vu.nl/handle/1871/18585

Eenzaamheid is bij 37 procent van de mensen die er last van hebben, genetisch bepaald. Dat blijkt uit onderzoek onder tweelingen uit het Nederlands Tweelingen Register van Dorret Boomsma, hoogleraar psychologie en John Cacioppo van de Universiteit van Chicago. De erfelijkheid van eenzaamheid is daarmee te ver-

Ambtelijk dwalen Uit een recente studie van de VU onder 4000 ambtenaren blijkt dat 12,8 procent van de ambtenaren de afgelopen twee jaar een ernstige misstand vermoedde of daadwerkelijk signaleerde. Sacha Spoor van Nyenrode Business Universiteit plaatst het melden

gelijken met die van depressie. Uit eerder onderzoek van Cacioppo bleek dat langdurige eenzaamheid slecht voor de gezondheid is. Eenzaamheid heeft een negatieve invloed op hart- en bloedvaten, het immuunsysteem en het zenuwstelsel. Wie weinig vrienden heeft, leeft daardoor korter. (FB) Zie ook www.tweelingenregister.org

van misstanden in de context van integriteitsbeleid. Volgens Spoor is goed integriteitsbeleid meer dan het verwerken van meldingen van incidenten, maar draagt het ook bij aan de creatie van een transparante cultuur, met gedeelde waarden en normen en betrokken ambtenaren. Sinds 2010 is er een nieuwe meldingsregeling voor ambtenaren met betere rechtsbescherming en een financiële tegemoetkoming voor melders. (PB) V U M A G A Z I N E | 29


IN DE COLLEGEBANKEN

Wat: laatste stagedag voor de educatieve minor biologie Want: er moeten méér leraren komen ANITA MUSSCHE FOTO’S: PETER VALCKX

‘Ik moet vaak lachen als ik eigenlijk boos moet worden’ V

U-stagiair Rinske Roos (22) heeft een dilemma. Bij een stoeipartij op de gang heeft een van haar leerlingen zijn arm bezeerd. Ze moet de situatie oplossen, maar haar klas zit al te wachten op haar les Science. Vanmiddag staat een debat over de film An Inconvenient Truth van Al Gore op het programma. Stagedocent Feronica Post laat de klas alvast de tafeltjes in de juiste opstelling zetten. De twee vwo-klas schuift wild met het meubilair; hoe meer herrie, hoe beter. Terwijl haar stagedocent de crisis op de gang overneemt, begint Roos aan haar les, een beetje uit het lood geslagen door de commotie. Maar al snel schiet ze in haar rol. “Jongens, stil, ik kan Duco niet verstaan.” Leerlingen die doorpraten, krijgen een strenge blik. Dit is alweer haar laatste stageles op het Petrus Canisius College in Alkmaar. In haar 30 | V U M A G A Z I N E

tas heeft ze twintig Kit-Kats om straks uit te delen. Roos, student biomedische wetenschappen, doet de educatieve minor biologie, een lerarenopleiding voor derdejaars bachelorstudenten, met een studielast van slechts een halfjaar. Ronden zij het programma succesvol af, dan krijgen de studenten bij het behalen van hun bachelor ook hun lesbevoegdheid voor vmbo-t en de onderbouw van havo en vwo. De hoop is dat ze dan de smaak te pakken hebben en ook – verkort – de eerstegraads lerarenopleiding gaan doen. Ondertussen kunnen ze al in het onderwijs aan de slag. Het ministerie van Onderwijs wil met het nieuwe programma het lerarentekort in Nederland verminderen. In september startten er zeventien studenten aan de VU. Nog niet voor alle schoolvakken, maar dat is wel de bedoeling.

Vóórblijven

Het eind van de vrijdagmiddag lijkt een onmogelijke tijd om les te geven aan dertienjarigen, maar deze vwo-extra klas heeft er duidelijk zin in. Ze krijgen de lesstof op een bijzondere manier aangeboden, zoals nu in de vorm van het debat. Ze vragen Roos de oren van het hoofd. Mogen ze tussendoor overleggen? Mogen er vragen uit het publiek komen? Moet je staan als je praat? Het ordeprobleem is in deze klas het probleem niet, Roos moet haar leerlingen vooral zien voor te blijven: “Laatst gaf ik ze een opdracht mee waar we de volgende les aan zouden besteden. Aan het begin van die les bleken ze die al af te hebben. Daar ging de les die ik had voorbereid! Ik werk lessenlang vooruit om altijd iets achter de hand te hebben.” Roos verdeelt haar drie stagedagen over twee filialen van haar stageschool. Eerst keek ze alleen mee, maar al gauw nam ze lessen over. Na de herfstvakantie liet haar stagedocent haar een hele periode plannen. Met collega-stagiaires op het Petrus Canisius volgde ze extra cursussen, bijvoorbeeld over het onderwijs dat je een vwo-extra klas aanbiedt. De andere twee dagen volgt ze op de VU colleges algemene didactiek en vakdidaktiek en wisselt in peergroupmeetings stage-ervaringen uit met andere minorstudenten.

Enorme beugel

De debattanten hebben hun stoelen opgezocht. Er zijn voor- en tegenstanders aange-


wezen. Juryleden beoordelen de teams, scheidsrechters grijpen in als de regels worden overtreden. De voorstanders verdedigen de film met verve, grafieken en kaarten komen op tafel. De tegenpartij valt aan. Al Gore heeft de feiten overdreven, vinden ze, of niet goed onderbouwd. “Hij zegt dat die ijsbeer is verdronken omdat er geen ijsschotsen meer zijn waar hij op kan klimmen, maar misschien was hij wel gewoon de weg kwijt”, argumenteert iemand. Als een andere debattant zijn betoog begint, is hij onverstaanbaar. De jongen tegenover hem gebaart naar zijn mond. “O ja”, zegt hij en vist een enorme beugel uit zijn mond. Roos geniet zichtbaar. “De band die ik met de leerlingen heb, vind ik het leukst”, zegt ze later. “In de klas, maar ook als ze voor de les naar me toekomen met iets van thuis: Mevrouw, moet u kijken.” “Rinske is heel

sterk”, prijst stagedocent Post. “Als je net begint met lesgeven, staat daar een klas, een meute. Rinske had ontzettend snel in de gaten wat er op individueel niveau gebeurde, waar het rommelde, wie er stil was.” Met

‘Ze bedoelen het echt niet kwaad’ het afronden van haar bachelor inclusief de educatieve minor krijgt Roos haar onderwijsbevoegdheid. Kan dat wel, in je eentje voor de klas na een halfjaar? “Als je je rijbewijs hebt, kun je ook nog niet rijden”, antwoordt Post. “Het is een kwestie van doen. Het belangrijkste zijn de sociale vaardigheden.

Dan komen die vakinhoud en dat lesgeven ook wel.” Roos denkt zelf dat het overwicht op de klas er nog niet helemaal is. “Als het opeens stil wordt achter mijn rug, weet ik dat Feronica is binnengekomen… Ik moet vaak lachen als ik eigenlijk boos moet worden. Ze bedoelen het echt niet kwaad, het is gewoon baldadigheid.” Het is tijd voor het afscheid en de traktatie. Roos laat iedereen op een blaadje opschrijven wat ze van haar lessen vonden. “Het mag best negatief zijn hoor!” Achteraf laat ze de blaadjes zien. “Het was heel gezellig in de klas als u lesgaf”, komt telkens terug. Er staan zonnetjes bijgetekend. Iemand schreef: “In het begin kwam u een beetje onzeker over, maar nu niet meer.” « www.vu.nl > opleidingen > wo bachelorfase > educatieve minoren V U M A G A Z I N E | 31


MET DE BUL OP ZAK > Culturele antropologie. Op de VU kun je veel opleidingen volgen. Inmiddels staan er meer dan 45.000 alumni in het adressenbestand. Waar komen ze terecht na hun studie? ANITA MUSSCHE FOTO’S: CAROLINE COEHORST

Gerda Klapper-Dane

66, afgestudeerd in 1994 Wat voor werk doet u? “Ik ben gepensioneerd, maar ga regelmatig voor het ministerie van Buitenlandse Zaken als waarnemer naar verkiezingen, zoals onlangs in Wit-Rusland. Na mijn afstuderen werd ik coördinator van community services en vrouwen in het Hutu-vluchtelingenkamp te Tanzania. Daarna werkte ik onder meer in Sri Lanka en Tanzania en was ik adjunctdirecteur Vluchtelingenwerk Amsterdam.” Wat trok u in culturele antropologie? “Ik werkte met asielzoekers, mijn man zat in ontwikkelingswerk en als het kon, reisde ik met hem mee. Daardoor ontmoette ik veel mensen uit de derde wereld. Zo raakte ik geïnteresseerd. Ik volgde eerst de hbospecialisatie leerspoor etnische minderheden en daarna culturele antropologie aan de VU en medische antropologie aan de UvA.” 32 | V U M A G A Z I N E

Wat is een mooie herinnering? “Voor mijn scriptieonderzoek was ik vier maanden in India. Ik leefde zoals de dorpsbewoners: droeg sari’s, at ’s morgens, ’s middags en ’s avonds linzen met rijst en werd opgenomen in de gemeenschap. Als er post voor me was, wilde iedereen weten wat mijn man, moeder of kinderen geschreven hadden.” En een slechte? “Bij het vak methode & techniek werd moderne wiskunde gebruikt. Maar omdat ik al wat ouder was, had ik dat op school niet gehad. Mijn schoonzoon heeft mij daarbij geholpen. Later heb ik veel profijt van die statistische kennis gehad.” Wat vond u van het studentenleven? “Ik was 43 toen ik ging studeren, dus veel ouder dan de rest, maar ik ging ook naar de mensa waar we met z’n allen aten en werkten en achterop op de fiets mee naar de stad. Ik heb kroegen en restaurants leren kennen, waar ik anders nooit gekomen was.”

Hermen Ormel

47, afgestudeerd in 1991 Waar werkt u? “Ik werk nu tien jaar bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen, waarvan zes jaar in Namibië als adviseur van het ministerie van Gezondheid. Ik adviseer onder meer over seksuele gezondheid, aids-programma’s en moeder-en-kindzorg. Daarover doceer ik ook aan onze internationale masteropleiding over gezondheid in ontwikkelingslanden en ik doe onderzoek. Ik vind het mooi dat ik met mijn werk een bijdrage daaraan kan leveren, al is het vaak op kleine schaal.” Waarom culturele antropologie? “Ik dacht aan verre landen en nobele doelen, maar de antropologiekant bleek vooral te gaan over waarom groepen mensen doen wat ze doen. Ik was meer geïnteresseerd in verandering: wat kan er beter en hoe? Daarom ben ik de specialisatie ontwikkelingsbeleid gaan volgen, met relevante bijvakken als agrarische economie en ik


m waar

zijn onze alumni culturele antropologie?

De VU heeft een aantal alumni uit het oog verloren. Kent u een van de onderstaande alumni, wilt u hen dan vragen hun juiste gegevens door te geven? Dat kan via het aanmeldingsformulier op www.vu.nl/alumni of via een e-mail naar alumni@vu.nl. Tussen haken het jaar van afstuderen: G. Diemer [1974], J.A. Boer [1975], mw. B. Bergink [1976], mw. G.J.J.M. Brugemann [1977], mw. H.C.M. Dienske [1977], A.G. Luiks [1978], G. Hekma [1978], H.J. ter Borg [1979], mw. R.J. Osinga [1979], L.A. Buitendyk [1980], mw. D.L. Nauta [1981], T. Zuidema [1981], mw. N.M. van der Kooi [1981], H.J. Tieleman [1982], mw. J.C.M. van Santen [1983], F. Papma [1983], P.A.J.S. Berbee [1984], W.G.M. de Wit [1984], mw. Y. Kok [1985], D. Teljeur [1985], C.L.N. Schilder [1985]. M.H. Hoogland [1986], mw. C.A.W.M. Ligtvoet [1987], R.J.H.M. Richartz [1988], mw. I.C.E. Held [1989], K. Isaacs [1989], mw. D.J. Burck [1989], mw. T.H.J.J. Claessen [1990], C.A. Linden [1992], mw. C. Siefken [1993], P.L. de Silva [1993], mw. H. Wolters [1993], mw. M.C.M. Bluijssen [1994], S.H. Witteveen [1995], W.S. Hofmeester [1996].

deed drie stages, waarvan twee in het buitenland.” Hoe was uw studentenleven? “Mijn jaar was berucht om de hoeveelheid tijd die we aan de vertegenwoordiging in raden en commissies besteedden. We behaalden leuke succesjes, zoals met onze nota Dombo over de onderwijskwaliteit. Het was een beetje ruiken aan de macht, heel leerzaam.” Wie is u bijgebleven? “Dick Moesbergen in het eerste jaar, met zijn wetenschappelijk devies: vraag je altijd af: zou het wel wáár wezen? Hij had mooie verhalen over hoe grootheden uit het vak soms diep vielen, zoals de ooit populaire Margaret Mead.” Hebt u ook slechte herinneringen? “We hebben meer dan eens de VU bezet. Soms werden we een beetje hardhandig ontruimd door de ME. Dat vonden wij als strijders voor de kwaliteit van het onderwijs niet leuk.”

Catrien van Dorp,

28, afgestudeerd in 2006 Waar werkt u? “Ik ben consultant bij Kirkman Company. Wij adviseren bedrijven over welke bedrijfsactiviteiten zelf te doen en welke uit te besteden of in samenwerkingsverbanden te beleggen. Het leukste vind ik dat het doel zo concreet is en dat je echt iets kunt toevoegen aan een bedrijf. Het is ook heel afwisselend omdat je steeds nieuwe opdrachtgevers hebt.” Hoe kwam u bij antropologie? “Ik was erg geïnteresseerd in hoe mensen in groepen functioneren en in het samenspel tussen groepen, ook binnen bedrijven. Daarom heb ik de bachelor cultuur, organisatie & management gedaan, zoals de opleiding toen heette, en daarna de master business administration. Ik heb veel aan mijn bachelor, vooral omdat ik als consultant vaak te maken heb met organisatieveranderingen.”

Wie is u bijgebleven? “Ida Sabelis, haar manier van lesgeven, de hele sfeer. In ons eerste halfjaar gaf zij een vak waarbij we artikelen lazen en papers schreven. Die hebben we zelfs gebundeld in een boekje. Heel grappig als je dat nu terugleest, nog niet erg wetenschappelijk, maar toen waren we er heel trots op. Het was een heel leuke aftrap van de studie.” Hoe was uw studentenleven? “We hadden best een hechte groep van zo’n dertig studenten. Met een stuk of tien van hen bracht ik vele uren door in het Bruin Café.” Wat is uw leukste herinnering? “Voor een vak over organisatiecultuur moesten wij een presentatie verzorgen over seks op de werkvloer. Ter illustratie draaiden we een geweldig filmpje, met onder anderen een vervelende directeur en hitsige secretaresse. We hebben ontzettend gelachen. Alle stereotypen en vooroordelen zaten erin.” « V U M A G A Z I N E | 33


SERVICE

‘We hielden onze relatie geheim’ m FOTO’S IN DE OPEN LUCHT

Van 26 mei t/m 30 september kunt u op de VU-campus de ‘Bouwstenen voor Kennis, Verleden, heden & toekomst VU-campus’ bekijken. Fotopanelen buiten op het campusterrein vertellen het verhaal van 130 jaar VU-huisvesting, met een doorkijkje naar de vernieuwde VU-campus in 2025. Meer info: www.130jaar.vu.nl.

m HEBT U NOG FOTO’S?

Beschikt u nog over oude foto’s van de VUcampus en VU-gebouwen? De VU is daar nog naar op zoek voor de lustrumfototentoonstelling ‘Bouwstenen voor Kennis’. Foto’s en kopieën van foto’s kunt u per post sturen naar VU/FCO, Too van Velzen, De Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam. Gescande foto’s kunt u mailen naar fcocommunicatie@dienst. vu.nl. Of neem contact met ons op: 0205985065.

m SOCIALE WETENSCHAPPEN

Kom in contact met oud-studiegenoten en docenten, doe handige contacten op en neem deel aan discussies in het alumninetwerk van de faculteit Sociale Wetenschappen op de netwerksites LinkedIn (‘VU alumni Sociale Wetenschappen’) en Facebook (‘VU alumni Social Sciences’).

m LITERATUUR EN GENEESKUNDE

Bij de faculteit Bewegingswetenschappen zijn ze zo close dat ze in januari een speciale Stellendag organiseerden. VEERLE VRINDTS FOTO: BIANCA HAMER

H

et Olympisch Stadion in Amsterdam: een romantische locatie voor de multidate van dertig stellen die elkaar lang of kort geleden bij de faculteit Bewegingswetenschappen (FBW) leerden kennen. In het receptiezaaltje verstoppen kleine kinderen zich achter gordijnen en spelen tikkertje tussen babbelende groepjes alumni. Het nageslacht van de FBW-stellen lijkt in ieder geval in topconditie. “De selectie voor deze eerste Stellendag was streng”, vertelt Teatske Altenburg lachend. “Als je je partner niet tijdens de studie had leren kennen en niet allebei een diploma bewegingswetenschappen op zak had, dan kwam je er niet in.” Altenburg en haar partner Menno Benard leerden elkaar drie jaar geleden kennen tijdens het promoveren. “We zaten in kamers naast elkaar, maar het was een uit de hand gelopen kerstreceptie die ons samen bracht.

We hielden het geheim voor de rest van de faculteit. Ik denk dat mijn begeleider Jo de Ruiter ons dat stiekem nog steeds kwalijk neemt.”

Interrailen

Wat oudere koppels staan verderop in de zaal. Bianca Coenen-de Kort is helemaal enthousiast over de rondleiding die de groep net achter de rug heeft. “Een gids liet ons alle hoeken van het Olympisch Stadion zien. De kinderen leefden zich uit bij de Olympic Experience tentoonstelling en achteraf poseerden we met zijn allen voor de foto. Het voelt weer even zoals onze studententijd.” Het groepje voormalige studiegenoten om haar heen bevestigt dat. “Eigenlijk is er niet zo veel veranderd”, vertelt Janna Phaff, “met een vast vriendengroepje van vijf meiden ben ik altijd in contact gebleven. Sinds we als eerstejaars gingen interrailen zien we elkaar minstens één keer per maand.” Het was tijdens die introductiedagen, zeilweekenden, commissiefeestjes en uitjes dat relaties ontstonden, vertellen de bewegingswetenschappers. Veel van die passionele stelletjes hebben de Stellendag 2011 niet gehaald. “Maar goed ook”, grijnzen Mark de Niet en Dieuwke Schiphof, “want voor al die koppeltjes van toen had de VU niet alleen dit zaaltje, maar het hele stadion moeten afhuren.”

Woensdag 21 september is er weer een editie van Literatuur en Geneeskunde. Vanaf 14 uur in de Amstelzaal van VUmc zijn er lezingen en voordrachten. Ook zal het nieuwe boek in de reeks Literatuur en Geneeskunde Vumc worden gepresenteerd. Het thema is kanker. Het definitieve programma volgt op www.vumc.nl/alumni. U kunt zich nu al aanmelden.

m GRIEKS EN LATIJN

Bent u alumnus van de opleiding Griekse en Latijnse Taal- en Letterkunde/ GLTC of hebt u oudheidkunde met Latijn en/ of Grieks gestudeerd en wilt u betrokken blijven bij de opleiding? Meld u dan aan voor de binnenkort te verschijnen alumninieuwsbrief met nieuws over de opleiding en studievereniging Koinon (voorheen Orpheus). Mail naar alumni.oudheid@let.vu.nl. 34 | V U M A G A Z I N E

Als alle stelletjes 2011 hadden gehaald, hadden ze het hele stadion moeten afhuren


Laat je inspireren VUconnected is een netwerk voor iedereen die zich betrokken voelt met en bij de maatschappij. Een netwerk dat wetenschap, kennis en ervaring verbindt met actuele vraagstukken. Zo brengt VUconnected uiteenlopende thema’s op het gebied van Economie, Gezondheid, Duurzaamheid en Samen leven verder. Economie: Darwin voor leiders VUconnected presenteert binnen het domein Economie het themaproject Sociaal Ondernemen. Met inspirerende symposia, lezingen, denk- en doetanks en exclusieve meet & greets wil VUconnected het sociaal ondernemen in het midden- en kleinbedrijf bevorderen. Zo vond op 18 februari ‘Darwin voor leiders’ plaats. Een symposium over natuurlijk en dienend leiderschap. Met o.a. Marry de Gaay Fortman (VNO-NCW), Elmer Mulder (VUmc) en Lex Bouter (VU). Voor een terugblik zie vuconnected.nl.

Gezondheid: Peper & Zout Technologie krijgt een steeds grotere rol in de ouderenzorg. Bovendien kopen rijke ouderen straks meer zorg in dan minder welvarende ouderen. Twee conclusies uit Peper & Zout van 18 januari in Zwolle. Ruim 100 mensen bezochten het open gesprek over ouderenzorg in de toekomst. ‘Vergeet de waardigheid van de zorg en ouderen niet!’

Duurzaamheid: 25 jaar Tsjernobyl

Samen Leven: Groot Gelijk De lijsttrekkers van de Eerste Kamer, Loek Hermans (VVD), Marleen Barth (PvdA), Elco Brinkman (CDA), Tiny Kox (SP), Roger van Boxtel (D66), Tof Thissen (GroenLinks), en Hero Brinkman (PVV) waren allemaal aanwezig tijdens het Groot Gelijk Verkiezingsdebat. Tijdens dit eerste grote debat in de aanloop van de Provinciale Statenverkiezingen kwamen diverse studentenissues aan bod, waaronder de mogelijkheden voor langstudeerders en onderwijsbezuinigingen. Gespreksleider was Philippe Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant.

Het is 25 jaar geleden dat zich in Tsjernobyl de grootste nucleaire ramp in de geschiedenis afspeelde. Het ongeluk veranderde de levens van tienduizenden. Inmiddels gaat Nederland weer een kerncentrale bouwen en wordt kernenergie gezien als oplossing voor milieuproblemen. Voor VUconnected het moment om met specialisten, betrokkenen en publiek terug en vooruit te kijken. Dit doen we o.a. op 23 april 2011 in Zwolle. Meer info op vuconnected.nl.

Vooruitblik m 4 april | Jan Peter Balkenende in de Martin

Luther King Lezing | Den Haag m 28 april | Twan Huys in Literatuur op de

Zuidas | Amsterdam m 10 mei | Groot Gelijk Debat – Hoe word ik

snel rijk? | Amsterdam m 17 mei | Peper & Zout: Smaakmakende

gesprekken | Zwolle m 19 mei | Antoine Bodar in Filosofie op de

Zuidas | Amsterdam m 16 juni | Eberhard van der Laan in Filosofie

op de Zuidas | Amsterdam V U M A G A Z I N E | 35


ADVERTENTIE

��������������������������

����������������

VUMAGAZINE 2011#1  

Alumniblad Vrije Universiteit Amsterdam