Issuu on Google+

H C S I M O N T O R C E R APPO 2010.1

ING L E K K I NT W NOMIE O S D I E BEL ECO EID E K J I L E RUIMT DSMARK TBEL ARBEI

EEN UITGAVE VAN POM-ERSV LIMBURG


INHOUD Voorwoord....................................................................................................................... 3

H C S I M D O R O N O W T O R O R C O E R AVPPO

Het afgelopen jaar werd de Limburgse economie, net zoals de rest van de wereld, hard getroffen door de zwaarste recessie van de laatste zestig jaar. Nieuwsuitzendingen en kranten werden overspoeld met onheilspellende berichten over faillissementen, herstructureringen in bedrijven en een sterk stijgende werkloosheid. Bovendien verminderde het investeringsvolume in de reguliere economische sectoren en omdat alle landen in hetzelfde bedje ziek waren, ging onze export in vrije val. Ook de consumptie bij gezinnen kreeg een flinke knauw.

Beleidsontwikkeling ...................................................................................................... 4 Limburg in crisistijd .....................................................................................................................5 Focus op een innovatieve en duurzame ontwikkeling van Limburg ..................................19

Ruimtelijke economie .................................................................................................. 26 Ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen .......................................................................27

Nu, bij de start van het nieuwe jaar, zijn de tekenen van herstel toegenomen. De conjunctuurbarometers van de Nationale Bank van België en van de Limburgse werkgeversorganisaties vertoonden de afgelopen maanden een duidelijk opwaartse beweging. Bovendien is er een opvallende stijging van het consumentenvertrouwen. Ook de export lijkt stilaan uit een diep dal te kruipen. Niettemin blijven er nog twijfels over de duurzaamheid van de opleving. Volgens de Nationale Bank van België zou de werkloosheid ook in 2010 blijven stijgen en de investeringen van bedrijven zouden laag blijven, wat de groei in 2010 zou beknotten. De recessie lijkt ten einde, maar het economisch herstel belooft moeizaam te worden.

Herinschakelen van onbenutte bedrijfspercelen...................................................................37

Arbeidsmarktbeleid .....................................................................................................44 10 jaar beleid ‘Evenredige Arbeidsdeelname en Diversiteit’ in Limburg............................45 Sociale economie: iedereen win(s)t! ........................................................................................57

ON imbu rg -ERSV L COLOF M O P n a v u itgave

n or t is ee c h R a pp is m elt o n Eco 0 0 Ha s s a r i 2010 n 18, 35 u a n la t ja s n ie Ed it u r g , Ku SV L imb 00 101 u rg.be POM-ER 100 - Fa x: 011 3 rsvlimb e @ fo in e30 0 mbu rg.b Tel. : 011 bu rg.be @pom li fo .ersvlim in w : il w w e E-ma .b rg m limbu w w w.po g L imbu r rs Rey nde M-ERSV O P ocus.eu : .n ie t w c g, Robin w r u w , b S Re d a im U C cie L v ing: NO , prov in Vor mge imbu rg L M O P fie : Fotog ra e pu t rc Va nd a M V.U.:

Meer dan ooit dienen de economische krachten in onze provincie gebundeld te worden om de economie weer op het spoor te zetten en nieuwe doorbraken te realiseren om van onze provincie een Europese voorsprongregio te maken. Die economische krachtenbundeling is het uitgangspunt van de provinciale beleidsnota economie. Centraal in die beleidsnota is verder de verhoogde aandacht voor innovatie en duurzame ontwikkeling die Limburg moeten toelaten om zich verder te ontwikkelen tot een sterk economisch merk. De geïntegreerde basiswerking van POM-ERSV Limburg, die in 2010 nog wordt versterkt door de verdere uitbouw van een gespecialiseerd middenkader, is een belangrijke stap in die socio-economische krachtenbundeling. Ook de talrijke partnerschappen met andere socio-economische actoren in Limburg en buiten de provinciegrenzen passen in dit kader. POM-ERSV Limburg brengt overleg, voorbereiding, ondersteuning en uitvoering van het sociaal-economisch beleid in Limburg samen onder één dak. De taakstelling van POM-ERSV Limburg situeert zich op drie grote domeinen die ook de basis vormen voor dit economisch rapport: beleidsontwikkeling, ruimtelijke economie en arbeidsmarktbeleid. Binnen elk domein zijn er tal van acties die in eigen beheer of samen met partnerorganisaties worden uitgevoerd.

Binnen het ruime domein ‘Beleidsontwikkeling’ staat de ondersteuning en ontwikkeling van de speerpuntsectoren, waaronder Logistiek, Life Sciences/ Zorgeconomie, Clean Tech en Innovatie centraal. Een tweede belangrijke pijler op het vlak van beleidsontwikkeling ligt in beleidsoverleg en -advisering, dat plaatsvindt binnen RESOC en SERR Limburg onder de koepel van POM-ERSV. Vanuit dit overleg werd o.m. het Streekpact 20082013 opgesteld, waarin strategische krachtlijnen worden gekoppeld aan concrete acties ter bevordering van de socio-economische ontwikkeling van Limburg. Ook beleidsvoorbereiding aan de hand van studiewerk over de socio-economische trends en ontwikkelingen behoort tot het takenpakket van POM-ERSV Limburg. Beleidsontwikkeling stopt niet aan de provinciegrenzen en daarom besteedt POM-ERSV Limburg bijzondere aandacht aan internationale samenwerking en aan het promoten van Limburg als een sterk economisch merk. De recent ontwikkelde promotiemiddelen en de werking van de China Desk zijn daar het beste bewijs van. Meer bedrijvigheid creëren in onze provincie is onlosmakelijk verbonden met het voorzien van ruimte om te ondernemen. Op dat vlak onderneemt POM-ERSV Limburg diverse acties zoals de ruimtelijke planning en ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen (veelal in samenwerking met LRM en met de gemeenten), de revitalisering en herstructurering van verouderde of vervuilde bedrijventerreinen, de herinschakeling van onbenutte bedrijfspercelen, de talrijke participaties in vennootschappen en bedrijfsinfrastructuren,… De zorg voor kwaliteit en duurzaamheid van bedrijventerreinen en –gebouwen is daarbij een cruciaal aandachtspunt, zowel bij nieuwe als bij bestaande terreinen.

De activiteiten van POM-ERSV Limburg in het domein ‘Arbeidsmarktbeleid’ zijn erg uitgebreid en divers, maar hebben één gemeenschappelijk doel: zoveel mogelijk mensen aan het werk krijgen om op die manier de sociale en economische welvaart van de provincie Limburg te verzekeren. Hierbij gaat de aandacht zowel uit naar de reguliere economie als naar de sociale economie. Twee activiteiten krijgen een speciale vermelding. Met de steun van de Vlaamse overheid werd recent gestart met de projectontwikkeling lokale werkgelegenheid waarbij lokale besturen kunnen rekenen op ondersteuning bij de uitbouw van hun regierol inzake werkgelegenheid en bij het stimuleren van de groei van lokale diensteneconomie. POM-ERSV Limburg is ook zeer actief op het vlak van evenredige arbeidsdeelname en diversiteit. Het afsluiten van diversiteitsplannen en het initiëren van talrijke projecten bevorderen de instroom en doorstroom van personen uit kansengroepen op de arbeidsmarkt. Ondanks de economische onzekerheid, stapt POM-ERSV Limburg vol ambitie en vertrouwen het nieuwe jaar in. Namens het bestuur en de personeelsleden van POM-ERSV Limburg wens ik u, naast creativiteit, samenwerking en ondernemingszin, bovenal een goede gezondheid en veel vertrouwen in 2010!

Marc Vandeput Voorzitter POM-ERSV Limburg

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 3


INHOUD Voorwoord....................................................................................................................... 3

H C S I M D O R O N O W T O R O R C O E R AVPPO

Het afgelopen jaar werd de Limburgse economie, net zoals de rest van de wereld, hard getroffen door de zwaarste recessie van de laatste zestig jaar. Nieuwsuitzendingen en kranten werden overspoeld met onheilspellende berichten over faillissementen, herstructureringen in bedrijven en een sterk stijgende werkloosheid. Bovendien verminderde het investeringsvolume in de reguliere economische sectoren en omdat alle landen in hetzelfde bedje ziek waren, ging onze export in vrije val. Ook de consumptie bij gezinnen kreeg een flinke knauw.

Beleidsontwikkeling ...................................................................................................... 4 Limburg in crisistijd .....................................................................................................................5 Focus op een innovatieve en duurzame ontwikkeling van Limburg ..................................19

Ruimtelijke economie .................................................................................................. 26 Ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen .......................................................................27

Nu, bij de start van het nieuwe jaar, zijn de tekenen van herstel toegenomen. De conjunctuurbarometers van de Nationale Bank van België en van de Limburgse werkgeversorganisaties vertoonden de afgelopen maanden een duidelijk opwaartse beweging. Bovendien is er een opvallende stijging van het consumentenvertrouwen. Ook de export lijkt stilaan uit een diep dal te kruipen. Niettemin blijven er nog twijfels over de duurzaamheid van de opleving. Volgens de Nationale Bank van België zou de werkloosheid ook in 2010 blijven stijgen en de investeringen van bedrijven zouden laag blijven, wat de groei in 2010 zou beknotten. De recessie lijkt ten einde, maar het economisch herstel belooft moeizaam te worden.

Herinschakelen van onbenutte bedrijfspercelen...................................................................37

Arbeidsmarktbeleid .....................................................................................................44 10 jaar beleid ‘Evenredige Arbeidsdeelname en Diversiteit’ in Limburg............................45 Sociale economie: iedereen win(s)t! ........................................................................................57

ON imbu rg -ERSV L COLOF M O P n a v u itgave

n or t is ee c h R a pp is m elt o n Eco 0 0 Ha s s a r i 2010 n 18, 35 u a n la t ja s n ie Ed it u r g , Ku SV L imb 00 101 u rg.be POM-ER 100 - Fa x: 011 3 rsvlimb e @ fo in e30 0 mbu rg.b Tel. : 011 bu rg.be @pom li fo .ersvlim in w : il w w e E-ma .b rg m limbu w w w.po g L imbu r rs Rey nde M-ERSV O P ocus.eu : .n ie t w c g, Robin w r u w , b S Re d a im U C cie L v ing: NO , prov in Vor mge imbu rg L M O P fie : Fotog ra e pu t rc Va nd a M V.U.:

Meer dan ooit dienen de economische krachten in onze provincie gebundeld te worden om de economie weer op het spoor te zetten en nieuwe doorbraken te realiseren om van onze provincie een Europese voorsprongregio te maken. Die economische krachtenbundeling is het uitgangspunt van de provinciale beleidsnota economie. Centraal in die beleidsnota is verder de verhoogde aandacht voor innovatie en duurzame ontwikkeling die Limburg moeten toelaten om zich verder te ontwikkelen tot een sterk economisch merk. De geïntegreerde basiswerking van POM-ERSV Limburg, die in 2010 nog wordt versterkt door de verdere uitbouw van een gespecialiseerd middenkader, is een belangrijke stap in die socio-economische krachtenbundeling. Ook de talrijke partnerschappen met andere socio-economische actoren in Limburg en buiten de provinciegrenzen passen in dit kader. POM-ERSV Limburg brengt overleg, voorbereiding, ondersteuning en uitvoering van het sociaal-economisch beleid in Limburg samen onder één dak. De taakstelling van POM-ERSV Limburg situeert zich op drie grote domeinen die ook de basis vormen voor dit economisch rapport: beleidsontwikkeling, ruimtelijke economie en arbeidsmarktbeleid. Binnen elk domein zijn er tal van acties die in eigen beheer of samen met partnerorganisaties worden uitgevoerd.

Binnen het ruime domein ‘Beleidsontwikkeling’ staat de ondersteuning en ontwikkeling van de speerpuntsectoren, waaronder Logistiek, Life Sciences/ Zorgeconomie, Clean Tech en Innovatie centraal. Een tweede belangrijke pijler op het vlak van beleidsontwikkeling ligt in beleidsoverleg en -advisering, dat plaatsvindt binnen RESOC en SERR Limburg onder de koepel van POM-ERSV. Vanuit dit overleg werd o.m. het Streekpact 20082013 opgesteld, waarin strategische krachtlijnen worden gekoppeld aan concrete acties ter bevordering van de socio-economische ontwikkeling van Limburg. Ook beleidsvoorbereiding aan de hand van studiewerk over de socio-economische trends en ontwikkelingen behoort tot het takenpakket van POM-ERSV Limburg. Beleidsontwikkeling stopt niet aan de provinciegrenzen en daarom besteedt POM-ERSV Limburg bijzondere aandacht aan internationale samenwerking en aan het promoten van Limburg als een sterk economisch merk. De recent ontwikkelde promotiemiddelen en de werking van de China Desk zijn daar het beste bewijs van. Meer bedrijvigheid creëren in onze provincie is onlosmakelijk verbonden met het voorzien van ruimte om te ondernemen. Op dat vlak onderneemt POM-ERSV Limburg diverse acties zoals de ruimtelijke planning en ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen (veelal in samenwerking met LRM en met de gemeenten), de revitalisering en herstructurering van verouderde of vervuilde bedrijventerreinen, de herinschakeling van onbenutte bedrijfspercelen, de talrijke participaties in vennootschappen en bedrijfsinfrastructuren,… De zorg voor kwaliteit en duurzaamheid van bedrijventerreinen en –gebouwen is daarbij een cruciaal aandachtspunt, zowel bij nieuwe als bij bestaande terreinen.

De activiteiten van POM-ERSV Limburg in het domein ‘Arbeidsmarktbeleid’ zijn erg uitgebreid en divers, maar hebben één gemeenschappelijk doel: zoveel mogelijk mensen aan het werk krijgen om op die manier de sociale en economische welvaart van de provincie Limburg te verzekeren. Hierbij gaat de aandacht zowel uit naar de reguliere economie als naar de sociale economie. Twee activiteiten krijgen een speciale vermelding. Met de steun van de Vlaamse overheid werd recent gestart met de projectontwikkeling lokale werkgelegenheid waarbij lokale besturen kunnen rekenen op ondersteuning bij de uitbouw van hun regierol inzake werkgelegenheid en bij het stimuleren van de groei van lokale diensteneconomie. POM-ERSV Limburg is ook zeer actief op het vlak van evenredige arbeidsdeelname en diversiteit. Het afsluiten van diversiteitsplannen en het initiëren van talrijke projecten bevorderen de instroom en doorstroom van personen uit kansengroepen op de arbeidsmarkt. Ondanks de economische onzekerheid, stapt POM-ERSV Limburg vol ambitie en vertrouwen het nieuwe jaar in. Namens het bestuur en de personeelsleden van POM-ERSV Limburg wens ik u, naast creativiteit, samenwerking en ondernemingszin, bovenal een goede gezondheid en veel vertrouwen in 2010!

Marc Vandeput Voorzitter POM-ERSV Limburg

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 3


S D S I G E D N I I L G E L E L N E BBE W IIK I L K E K K T W N T ON O

Situering De geïntegreerde werking van POM-ERSV Limburg brengt overleg, voorbereiding, ondersteuning en uitvoering van het sociaaleconomisch beleid in Limburg samen. Eén van de opdrachten die hierbinnen kadert is het leveren van studiewerk over economische trends en ontwikkelingen. Het afgelopen jaar werd de economie wereldwijd getroffen door de crisis die voortvloeide uit de fi nanciële crisis. In dit rapport bekijken we welke impact de economische crisis van het afgelopen jaar heeft in Limburg.

In 2010 dient de economie zich te herstellen en ook het provinciale beleid zal acties ondernemen om daartoe bij te dragen. Dat blijkt uit de beleidsnota van Gedeputeerde voor Economie Marc Vandeput, tevens voorzitter van POM-ERSV Limburg. Verderop in dit rapport leest u wat de belangrijkste klemtonen zijn uit de provinciale beleidsnota 2010 voor economie, Europese en internationale samenwerking, landbouw en plattelandsontwikkeling.

LIMBURG IN CRISISTIJD De economische crisis, voortvloeiend uit het debacle van de fi nanciële wereld, die de mondiale economie sinds het najaar van 2008 in haar greep houdt, laat zich uiteraard ook voelen in Limburg. Vijf indicatoren die de economische activiteit van een regio vrijwel op de voet volgen, zijn o.a. de conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België (NBB), de tijdelijk werklozen, de loontrekkenden, de faillissementen en de werkzoekenden. Aan de hand van deze indicatoren schetsen we een beeld van de impact van de crisis in Limburg.

Conjunctuurbarometer De conjunctuurindicator van de NBB weerspiegelt sinds meerdere decennia, op een betrouwbare wijze, maandelijks het verloop van de economische activiteit van het land. Het gaat om een maandelijkse indicator die het saldo weergeeft van ondernemingen die een conjunctuurverbetering dan wel een conjunctuurverslechtering verwachten. De resultaten worden uitgedrukt in saldi en zijn gecorrigeerd voor seizoensinvloeden. De algemeen samengestelde curve (of conjunctuurbarometer van de NBB) betreft een gewogen gemiddelde van de synthetische curven van de verwerkende nijverheid, de ruwbouw, de handel en de dienstverlening aan bedrijven. Omwille van statistische redenen wordt op provinciaal vlak geen enkele weging toegepast.

Duiding: afvlakking conjunctuurcurve De bruto-curve is erg onderhevig aan schommelingen. Door eliminatie van de extreme punten met behulp van gewogen gemiddelden van 3 glijdende medianen bekomt men een afgevlakte curve die het meer fundamentele verloop van de conjunctuur weergeeft. Doordat de volatiliteit van de bruto reeks op het sectorale en het provinciale niveau hoger ligt dan op het niveau van de gehele economie van het land, wordt voor de afgevlakte sectorale en provinciale curven een sterkere afvlakkingsfilter (gewogen gemiddelden van 5 glijdende medianen) gebruikt, waardoor de afgevlakte indicatoren hiervan 2 maanden achter lopen op de globale nationale afgevlakte curve. De landelijke formule zou immers het aantal keerpunten en cycli doen toenemen en erratische bewegingen in hun afgevlakte curven introduceren.

4 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 5


GG S INN L D E I K E K I EL I T WK NK BBEELLEIDW SOI ONT bruto afgevlakt

5 0 -5 -10 -15 -20 -25 -30

sep07 okt07 nov07 dec07 jan08 feb08 mrt08 apr08 mei08 jun08 jul-0 8 aug08 sep08 okt08 nov08 dec08 jan09 feb09 mrt09 apr09 mei09 jun09 jul-0 9 aug09 sep09 okt09 nov09 dec09

-35

Bron : NBB — Verwerking : ERSV-Limburg

Figuur 2 : Sectorale conjunctuurcurve Limburg — Verwerkende nijverheid 5

bruto afgevlakt

0 -5 -10 -15 -20 -25 -30

sep07 okt07 nov07 dec07 jan08 feb08 mrt08 apr08 mei08 jun08 jul-0 8 aug08 sep08 okt08 nov08 dec08 jan09 feb09 mrt09 apr09 mei09 jun09 jul-0 9 aug09 sep09 okt09 nov09 dec09

-35

Bron : NBB — Verwerking : ERSV-Limburg

Figuur 3 : Sectorale conjunctuurcurve Limburg — Bouwnijverheid 5 bruto afgevlakt

0

-5

Uit de maandelijkse conjunctuuronderzoeken van de NBB blijkt dat de globale Limburgse conjunctuurcurve (figuur 1), die het algemeen Limburgs conjunctuurklimaat weerspiegelt, voor het eerst sinds medio 2007 in april 2009 verbeterde. In vergelijking met maart 2009 steeg de barometer in april 2009 van -30,7 punten tot -27,8 punten. Sindsdien is het ondernemersvertrouwen in Limburg, zij het niet zonder enige aarzelingen, toch verder gestegen tot het peil van -16,6 in december 2009. De afgevlakte synthetische curve, die door eliminatie van de extreme waarden met een vertraging van enkele maanden de fundamentele tendens van de conjunctuurbeweging weergeeft, is dan ook onder invloed van deze overwegend betere brutoresultaten van de laatste tijd gunstig aan het evolueren. Men kan stellen dat het aanhoudende sombere conjunctuurbeeld door de fi nanciële en economische crisis doorbroken wordt, wat de hoop wettigt dat de bodem van de recessie bereikt is. Deze hoop op een herstel blijft echter voorlopig nog broos. Uit de sectorale conjunctuurcurven (figuren 2 t.e.m. 5) blijkt dat in december 2009 in Limburg enkel de indicator in de handel (-23,3 tot -9,1 punten) vooruitging, terwijl het economisch klimaat in de dienstverlening aan bedrijven (-4,2 tot -4,8), de bouwnijverheid (-22,7 tot -24,7) en de verwerkende nijverheid (-14,0 tot -18,1) verslechterde. De duidelijke progressie in de handel was in december echter niet voldoende om de terugval van het gevoelen in de verwerkende nijverheid, de bouwnijverheid en de dienstverlening aan bedrijven te compenseren. De onderliggende trend (afgevlakte synthetische curve) in de bouwnijverheid blijft voorlopig nog dalend, terwijl in de verwerkende nijverheid, de handel en de dienstverlening aan bedrijven het dieptepunt reeds voorbij lijkt te zijn.

10

bruto

5

afgevlakt

0 -5 -10 -15 -20 -25 -30 -35 -40

sep07 okt07 nov07 dec07 jan08 feb08 mrt08 apr08 mei08 jun08 jul-0 8 aug08 sep08 okt08 nov08 dec08 jan09 feb09 mrt09 apr09 mei09 jun09 jul-0 9 aug09 sep09 okt09 nov09 dec09

10

Figuur 4 : Sectorale conjunctuurcurve Limburg — Handel

Bron : NBB — Verwerking : ERSV-Limburg

Figuur 5 : Sectorale conjunctuurcurve Limburg — Dienstverlening aan bedrijven 25

bruto

20

afgevlakt

15 10 5 0 -5 -10 -15 -20 -25 -30 -35 -40 -45

sep07 okt07 nov07 dec07 jan08 feb08 mrt08 apr08 mei08 jun08 jul-0 8 aug08 sep08 okt08 nov08 dec08 jan09 feb09 mrt09 apr09 mei09 jun09 jul-0 9 aug09 sep09 okt09 nov09 dec09

Figuur 1 : Globale conjunctuurcurve Limburg

Bron : NBB — Verwerking : ERSV-Limburg

Figuur 6 : Globale conjunctuurcurve België 10

bruto afgevlakt

5 0 -5 -10 -15

-15

-20

sep07 okt07 nov07 dec07 jan08 feb08 mrt08 apr08 mei08 jun08 jul-0 8 aug08 sep08 okt08 nov08 dec08 jan09 feb09 mrt09 apr09 mei09 jun09 jul-0 9 aug09 sep09 okt09 nov09 dec09

-25

Bron : NBB — Verwerking : ERSV-Limburg

6 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

De globale bruto synthetische conjunctuurindicator van België (figuur 6) is voor de negende maand op rij gestegen tot -7,9 punten in december jongstleden. De afgevlakte synthetische curve, een barometer voor de basistrend van de economie, heeft een duidelijke opwaartse beweging ingezet. Alles wijst er op dat maart 2009 nationaal als een trendkeerpunt mag beschouwd worden.

-20 -25 -30 -35

sep07 okt07 nov07 dec07 jan08 feb08 mrt08 apr08 mei08 jun08 jul-0 8 aug08 sep08 okt08 nov08 dec08 jan09 feb09 mrt09 apr09 mei09 jun09 jul-0 9 aug09 sep09 okt09 nov09 dec09

-10

Bron : NBB — Verwerking : ERSV-Limburg

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 7


GG S INN L D E I K E K I EL I T WK NK BBEELLEIDW SOI ONT

Figuur 7 : Evolutie tijdelijk werklozen in Limburg, Vlaanderen en België oktober 2008-oktober 2009 (bruto en afgevlakte indices, oktober 2008 = 100) BELGIË-bruto

375

VLAANDEREN-bruto

Tijdelijke werkloosheid

LIMBURG-bruto

350

BELGIË-afgevlakt

325

Het verleden heeft aangetoond dat de tijdelijke werkloosheid een goede voorspeller is wat betreft de toekomstige evolutie van de werkgelegenheid. Er bestaat een negatief verband tussen de twee. Wanneer de tijdelijke werkloosheid daalt, stijgt de werkgelegenheid, en vice versa. Verder heeft men ook opgemerkt dat de evolutie van de conjunctuur quasi omgekeerd evenredig verloopt met de evolutie van de tijdelijke werkloosheid. Een tijdelijk werkloze is een werkloze die door een arbeidsovereenkomst is verbonden waarvan de uitvoering tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, geschorst is. Een werknemer kan tijdelijk werkloos gesteld worden wegens economische oorzaken, technische stoornis, slecht weer, overmacht, collectieve jaarlijkse vakantie, staking of lock-out.

VLAANDEREN-afgevlakt LIMBURG-afgevlakt

300 275 250 225 200 175 150 125 100

okt-08 nov-08 dec-08 jan-09 feb-09 mrt-09 apr-09 mei-09 jun-09 jul-09 aug-09 sep-09 okt-09 Bron : RVA — Verwerking : ERSV-Limburg

Tabel 1 : Evolutie tijdelijk werklozen oktober 2008-oktober 2009 LIMBURG

VLAANDEREN T

M

V

BELGIË

M

V

T

M

V

T

okt-08

8.759

2.352

11.111

57.525

18.719

76.244

94.644

23.674

118.318

nov-08

17.362

3.818

21.180

88.837

26.350

115.187

143.501

32.722

176.223

dec-08

15.554

2.783

18.337

80.432

18.864

99.296

129.905

24.042

153.947

jan-09

26.888

5.077

31.965

125.417

30.858

156.275

196.490

39.857

236.347

feb-09

31.888

5.834

37.722

158.109

35.185

193.294

244.423

44.958

289.381

mrt-09

32.367

6.955

39.322

167.988

42.556

210.544

259.830

53.370

313.200

apr-09

21.701

4.762

26.463

116.667

29.775

146.442

177.177

37.240

214.417

mei-09

29.507

6.099

35.606

132.467

37.260

169.727

204.176

46.316

250.492

jun-09

24.773

5.267

30.040

111.491

31.991

143.482

181.327

40.558

221.885

jul-09

12.655

3.218

15.873

64.195

18.782

82.977

102.954

24.263

127.217

aug-09

19.379

4.989

24.368

92.784

30.205

122.989

146.196

38.812

185.008

sep-09

16.332

4.331

20.663

76.534

26.670

103.204

124.362

34.614

158.976

okt-09

16.159

4.158

20.317

77.875

26.462

104.337

128.544

34.413

162.957

%-evol. okt/08-okt/09

84,5

76,8

82,9

35,4

41,4

36,8

35,8

45,4

37,7

%-evol. okt/08-mrt/09

269,5

195,7

253,9

192,0

127,3

176,1

174,5

125,4

164,7

%-evol. mrt/09-okt/09

-50,1

-40,2

-48,3

-53,6

-37,8

-50,4

-50,5

-35,5

-48,0

Bron : RVA — Verwerking : ERSV-Limburg

Provincie Figuur 7 en tabel 1 laten de evolutie van de tijdelijke werkloosheid zien tijdens de economische crisis in België, Vlaanderen en Limburg in de periode oktober 2008-oktober 2009. Ook inzake de tijdelijke werkloosheid lijkt zich een trendkeerpunt gevormd te hebben in maart 2009, zoals eveneens in de conjunctuurbarometer van de NBB hierboven.

Duiding: afvlakking tijdelijke werkloosheid Om de onderliggende trend zichtbaar te maken wordt voor de tijdelijke werkloosheid ook een statistische afvlakkingsmethode gebruikt met behulp van het gewogen gemiddelde van 3 glijdende medianen, om de uiterste waarden te verwijderen. Eind maart 2009 was het aantal tijdelijk werklozen sinds oktober 2008 opgelopen in Limburg van 11.111 tot 39.322 of +253,9% (Vlaanderen: van 76.244 tot 210.544 of

+176,1% en België: van 118.318 tot 313.200 of +164,7%). Sedertdien vertoont deze indicator een weliswaar niet rimpelloze maar toch een steeds meer zichtbaar wordende dalende trend met als resultaat dat in Limburg eind oktober 2009 het aantal tijdelijk werklozen afgenomen was tot 20.317 of -48,3% t.o.v. eind maart 2009 (Vlaanderen: 104.337 of -50,4% en België: 162.957 of -48,0%). Hierdoor zitten Vlaanderen (+36,8%) en België (+37,7%) in oktober 2009 nog ruim een derde boven hun peil van oktober 2008, waar Limburg met +82,9% of bijna het dubbele voorlopig duidelijk boven blijft.

Aangezien er veel meer mannen dan vrouwen aan de slag zijn in conjunctuur- en crisisgevoelige sectoren, zoals de industrie en de bouw, reflecteert zich dit niet alleen door een permanent veel groter aandeel van de mannen (ruim 75%) in de tijdelijke werkloosheid maar ook door een forsere stijging bij de mannen in tijden van economische crisis, waardoor hun aandeel (ruim 80%; met een “hoogtepunt” van 32.367 tijdelijk werkloze mannen op een totaal van 39.322 in maart 2009) dan nog omvangrijker wordt.

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 9


kerken

Binnen Limburg (figuur 8 en tabel 2) kenden tussen oktober 2008 en maart 2009 alle streken een duidelijk grotere aangroei van tijdelijk werklozen dan Vlaanderen (+176,1%) en België (+164,7%), gaande van +288,4% in het Maasland tot +209,0% in West-Limburg. Vanaf maart 2009 tot oktober 2009 verminderde de tijdelijke werkloosheid in bijna alle regio’s vrijwel aan hetzelfde tempo van ca. -50%. In Noord-Limburg (-51,4%) en Zuid-Limburg (-51,3%) lag de dalingssnelheid het hoogst. Midden-Limburg (-46,0%) evolueerde dan weer het minst gunstig. Eind oktober 2009 blijven het Maasland en Midden-Limburg met respectievelijk +107,2% en +97,0% het verst verwijderd van hun niveau van oktober 2008, wat NoordLimburg met +61,3% het “best” weet te benaderen.

Gemeenten Op het dieptepunt van de economische recessie, in maart 2009, kenden volgende gemeenten sinds oktober 2008 (tabel 2 en figuur 9) procentueel de grootste toename van tijdelijk werklozen : Hamont-Achel (+425,0%), Heers (+369,0%), Gingelom (+354,9%), Bilzen (+344,0%), Wellen (+334,5%), Borgloon (+332,6%), Lanaken (+332,5%), Lommel (+317,0%), Sint-Truiden (+305,5%), Maasmechelen (+303,6%), Genk (+303,5%) en Dilsen-Stokkem (+302,3%). In absolute cijfers noteerde men de grootste groei van de tijdelijke werkloosheid in deze periode in Genk (+2.917), Maasmechelen (+1.706), Sint-Truiden (+1.387), Beringen (+1.361), Bilzen (+1.328), Hasselt (+1.279) en Houthalen-Helchteren (+1.198). De gemeenten die eind oktober 2009 (tabel 2 en figuur 10) nog het meest markant boven hun tijdelijk werkloosheidsniveau van oktober 2008 zitten, zijn Bilzen (+145,1%), Heers (+134,5%), Houthalen-Helchteren (+131,5%), Maasmechelen (+130,1%), Zutendaal (+117,2%), Genk (+116,8%), Hamont-Achel (+107,7%), Dilsen-Stokkem (+106,6%), As (+103,3%) en Lanaken (+100,8%).

St. Truiden

253,9

>= +300%

>= +100% >= +80% en < +100%

%-evol. okt/08-okt/09

>= +200% en < +250%

164,7

107,2 64,6

61,3

36,8

Hechtel Eksel

37,7

Bree

Beringen

Tessenderlo

-51,3

-48,3

-50,4

-48,0

EN ER ND AA L V

IË LG BE

HouthalenHelchteren

and asl Ma

rg bu Lim idu Z

RG BU LIM

Hasselt

St. Truiden

okt 09

1.883 258 228 104 133 311 240 192 172 245 2.974 120 300 961 654 409 185 246 99 2.159 684 110 143 175 382 192 221 252 1.630 305 162 255 346 562 2.465 151 386 132 82 84 0 164 124 92 210 454 442 28 116 11.111 76.244 118.318

6.249 584 656 546 458 1.297 693 657 646 712 10.851 392 1.156 3.878 1.933 1.607 634 878 373 6.671 2.045 365 458 509 1.259 660 603 772 6.331 1.227 437 1.103 1.296 2.268 9.220 425 1.714 571 373 394 0 566 402 355 627 1.841 1.356 92 504 39.322 210.544 313.200

3.037 376 423 216 208 538 371 288 264 353 5.859 244 576 2.083 1.071 947 304 419 215 3.554 1.021 180 277 267 702 318 360 429 3.377 630 260 512 682 1.293 4.490 192 946 256 145 197 0 301 216 178 366 757 730 42 164 20.317 104.337 162.957

okt 08 - maart 09 maart 09 - okt 09 231,9 126,4 187,7 425,0 244,4 317,0 188,8 242,2 275,6 190,6 264,9 226,7 285,3 303,5 195,6 292,9 242,7 256,9 276,8 209,0 199,0 231,8 220,3 190,9 229,6 243,8 172,9 206,3 288,4 302,3 169,8 332,5 274,6 303,6 274,0 181,5 344,0 332,6 354,9 369,0 NVT 245,1 224,2 285,9 198,6 305,5 206,8 228,6 334,5 253,9 176,1 164,7

Halen

Hasselt

-51,4 -35,6 -35,5 -60,4 -54,6 -58,5 -46,5 -56,2 -59,1 -50,4 -46,0 -37,8 -50,2 -46,3 -44,6 -41,1 -52,1 -52,3 -42,4 -46,7 -50,1 -50,7 -39,5 -47,5 -44,2 -51,8 -40,3 -44,4 -46,7 -48,7 -40,5 -53,6 -47,4 -43,0 -51,3 -54,8 -44,8 -55,2 -61,1 -50,0 NVT -46,8 -46,3 -49,9 -41,6 -58,9 -46,2 -54,3 -67,5 -48,3 -50,4 -48,0

61,3 45,7 85,5 107,7 56,4 73,0 54,6 50,0 53,5 44,1 97,0 103,3 92,0 116,8 63,8 131,5 64,3 70,3 117,2 64,6 49,3 63,6 93,7 52,6 83,8 65,6 62,9 70,2 107,2 106,6 60,5 100,8 97,1 130,1 82,2 27,2 145,1 93,9 76,8 134,5 NVT 83,5 74,2 93,5 74,3 66,7 65,2 50,0 41,4 82,9 36,8 37,7

Nieuwerkerken Alken

Bron : RVA — Verwerking : ERSV-Limburg

Kortessem Hoeselt

Wellen St. Truiden

Riemst

Hoeselt Riemst

Borgloon Tongeren

Heers

Heers

Voeren

Gingelom

Voeren

Gingelom

Herstappe

Herstappe

>= +300%

>= +100%

Bron : RVA — Verwerking : ERSV-Limburg>= +250% en < +300%

Bron : RVA — Verwerking : ERSV-Limburg>= +80% en < +100%

>= +200% en < +250%

>= +60% en < +80%

< +200%

< +60%

Figuur 11 : Evolutie loontrekkenden naar woonplaats in Limburg, Vlaanderen en België juni 2007-juni 2009 (indices, juni 2007 = 100)

Loontrekkenden

LIMBURG VLAANDEREN

103,5

Lanaken Bilzen

Tongeren

104,0

Zutendaal

Diepenbeek

Lanaken

Borgloon

okt 08 - okt 09

Maasmechelen

Genk

Bilzen

Wellen

%-evolutie maart 09

Zonhoven

Maasmechelen Herkde-Stad

Dilsen Stokkem

As

Kortessem

Tabel 2 : Evolutie tijdelijk werklozen oktober 2008-maart 2009-oktober 2009

Opglabbeek

HeusdenZolder

Zutendaal

Nieuwerkerken Alken

okt 08

HouthalenHelchteren

Lummen

Diepenbeek

Bron : RVA — Verwerking : ERSV-Limburg

Tessenderlo Dilsen Stokkem

As Genk

Halen

Beringen

Kinrooi

Maaseik

Meeuwen Gruitrode

Ham

Zonhoven

Herkde-Stad

Bree Peer

Leopoldsburg

Maaseik

Opglabbeek

HeusdenZolder Lummen

rg bu im st-L e W

Bocholt

Hechtel Eksel

Kinrooi

Meeuwen Gruitrode

Ham

-46,7

Overpelt

Peer

Leopoldsburg

0

-46,7

Neerpelt

Lommel Bocholt

82,9

50

-46,0

< +60%

HamontAchel

Neerpelt

Overpelt

82,2

>= +60% en < +80%

< +200%

HamontAchel Lommel

97,0

Herstappe

Figuur 10 : %-evolutie tijdelijk werklozen oktober 2008-oktober 2009

>= +250% en < +300%

150

10 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

Tongeren Heers

%-evol. mrt/09-okt/09

176,1

NOORD-LIMBURG Bocholt Bree Hamont-Achel Hechtel-Eksel Lommel Meeuwen-Gruitrode Neerpelt Overpelt Peer MIDDEN-LIMBURG As Diepenbeek Genk Hasselt Houthalen-Helchteren Opglabbeek Zonhoven Zutendaal WEST-LIMBURG Beringen Halen Ham Herk-de-Stad Heusden-Zolder Leopoldsburg Lummen Tessenderlo MAASLAND Dilsen-Stokkem Kinrooi Lanaken Maaseik Maasmechelen ZUID-LIMBURG Alken Bilzen Borgloon Gingelom Heers Herstappe Hoeselt Kortessem Nieuwerkerken Riemst Sint-Truiden Tongeren Voeren Wellen LIMBURG VLAANDEREN BELGIE

Riemst

%-evol. okt/08-mrt/09

209,0

rg bu im n-L e d d Mi

Hoeselt

Borgloon

Voeren Gingelom Herstappe

231,9

rg bu im d-L r o No

St. Truiden

Riemst

Borgloon

Figuur 9 : %-evolutie tijdelijk werklozen oktober 2008-maart 2009

274,0

200

-100

Wellen

Gingelom

288,4

-51,4

Bilzen

Tongeren

264,9

-50

Hoeselt

Heers

300

100

Alken Kortessem

Wellen

Figuur 8 : %-evolutie tijdelijk werklozen

250

kerken

Bilzen Kortessem

GG S INN L D E I K E K I EL I T WK NK BBEELLEIDW SOI ONT Streken

Alken

BELGIË

Algemeen

103,0

Duiding: snelle ramingen loontrekkenden

102,5 102,0 101,5 101,0 100,5 100,0

jun-07

sep-07

dec-07

mrt-08

jun-08

sep-08

dec-08

mrt-09

jun-09

Bron : RSZ - Gewone Tellingen — Verwerking : ERSV-Limburg

Tabel 3 : Evolutie loontrekkenden naar woonplaats

jun-07 sep-07 dec-07 mrt-08 jun-08 sep-08 dec-08 mrt-09 jun-09

LIMBURG

VLAANDEREN

BELGIË

261.027 264.713 263.493 265.581 267.099 270.488 264.107 263.164 262.731

2.045.049 2.065.919 2.063.206 2.079.216 2.083.523 2.101.936 2.075.739 2.072.983 2.065.889

3.292.209 3.319.872 3.321.583 3.351.520 3.367.228 3.390.135 3.350.272 3.348.121 3.342.100

%-evol. jun/07-jun/09

0,7

1,0

1,5

%-evol. jun/07-sep/08

3,6

2,8

3,0

%-evol. sep/08-jun/09

-2,9

-1,7

-1,4

De “Gewone Tellingen van de tewerkgestelde werknemers naar woonplaats” van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) beperken zich tot de werknemers die moeten aangegeven worden aan de RSZ. Dit betekent dat werknemers tewerkgesteld door de lokale overheden (RSZPPO) niet opgenomen zijn in deze indicator. Ondanks deze beperking wordt toch een representatieve indicatie verkregen over de evolutie van de bezoldigde tewerkstelling naar woonplaats. De economische crisis laat zich gevoelen bij de werkgelegenheid in dienstverband vanaf het laatste kwartaal van 2008 (figuur 11 en tabel 3). Eind september 2008 was het aantal tewerkgestelde Limburgse werknemers sinds juni 2007 opgelopen van 261.027 tot 270.488 of +3,6% (Vlaanderen: van 2.045.049 tot 2.101.936 of +2,8% en België: van 3.292.209 tot 3.390.135 of +3,0%).

Bron : RSZ - Snelle Ramingen — Verwerking : ERSV-Limburg ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 11


GG S INN L D E I K E K I EL I T WK NK BBEELLEIDW SOI ONT Nadien daalde het aantal loontrekkenden uit Limburg tot 262.731 in juni 2009, of met -2,9% t.o.v. september 2008 (Vlaanderen: 2.065.889 of -1,7% en België: 3.342.100 of -1,4%), waardoor voor Limburg het werknemersniveau in het 2de kwartaal van 2009 toch nog +0,7% boven dat van 2 jaar geleden bleef (Vlaanderen: +1,0% en België: +1,5%).

Sectoraal Uit de provinciale sectorale gegevens van de tewerkgestelde werknemers naar woonplaats blijkt (tabel 4) dat eind juni 2009 het aantal Limburgse loontrekkenden sinds het uitbreken van de economische recessie eind september 2008, gedaald is met 7.757 of met -2,9% (Vlaanderen: -36.047 of -1,7% en België: -48.035 of -1,4%). De afname van het Limburgse werknemersbestand situeerde zich in alle hoofdsectoren, met name de landbouw (-898 tewerkgestelden of -30,3%), de industrie (-4.386 of -7,1%), de tertiaire sector (-2.442 of -1,3%) en de bouwnijverheid (-31 of -0,2%). De forse tewerkstellingsafname in de landbouw is grotendeels te verklaren door de seizoensarbeid in de fruitsector die in mindere mate voorkomt in de RSZ-telling op 30/06/2009 in vergelijking met 30/09/2008.. Frappant is dat in de beschouwde laagconjunctuurperiode bijna niemand in de bouw zijn job verloren heeft. Volgens een enquête van VOKA KvK Limburg blijft de crisisimpact in deze sector voorlopig zeer beperkt door nog goed gevulde orderportefeuilles in 2009. Voor 2010 zouden de vooruitzichten echter minder rooskleurig zijn. Binnen de industrie daarentegen komt de crisis wel al tot uiting. Vooral de subsectoren “metaalverwerking” (-1.974 werknemers of -10,0%), “transportmiddelen” (-1.435 of -12,0%) en “textiel-, kleding- en leernijverheid” (-438 of -25,9%) hebben het meest te lijden onder deze periode van economische teruggang. Het zwaarst getroffen in de tertiaire sector is voornamelijk de subsector “exploitatie van en handel in onroerend goed, diensten aan bedrijven” (-3.334 of -10,5%).

Tabel 4 : Evolutie loontrekkenden naar woonplaats en sector in Limburg 30/09/2008-30/06/2009 Evolutie Sectoren

30/09/2008

30/06/2009

Absoluut

%

Landbouw

2.966

2.068

-898

-30,3

Industrie -Delfstoffen -Electriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht, cokesovens -Water-, afval en afvalwaterbeheer -Voedingsmiddelen, dranken en tabaksproducten -Textiel-, kleding- en leernijverheid -Hout- en papierindustrie, drukkerijen -Chemische producten -Farmaceutische grondstoffen en producten -Rubber, kunststof en overige niet-metaalhoudende minerale producten -Metaalverwerking -Transportmiddelen -Overige industrie en reparatie

61.845 203 778 1.539 6.867 1.691 3.583 3.385 644 8.303 19.744 11.957 3.151

57.459 193 753 1.514 6.997 1.253 3.375 3.172 646 7.992 17.770 10.522 3.272

-4.386 -10 -25 -25 130 -438 -208 -213 2 -311 -1.974 -1.435 121

-7,1 -4,9 -3,2 -1,6 1,9 -25,9 -5,8 -6,3 0,3 -3,7 -10,0 -12,0 3,8

Bouwnijverheid

19.443

19.412

-31

-0,2

Tertiaire sector -Groot- en detailhandel -Verschaffen van accommodatie en maaltijden -Vervoer, opslag -Uitgeverijen en audiovisuele bedrijven, telecommunicatie, informatica -Financiële activiteiten en verzekeringen -Exploitatie van en handel in onroerend goed, diensten aan bedrijven -Openbaar bestuur en defensie, verplichte sociale verzekeringen, onderwijs -Menselijke gezondheidszorg -Maatschappelijke dienstverlening -Overige diensten

186.234 35.292 7.766 16.921 4.984 6.615 31.837 44.113 10.008 22.628 6.070

183.792 35.126 7.848 16.508 4.844 6.584 28.503 44.557 10.113 23.590 6.119

-2.442 -166 82 -413 -140 -31 -3.334 444 105 962 49

-1,3 -0,5 1,1 -2,4 -2,8 -0,5 -10,5 1,0 1,0 4,3 0,8

TOTAAL LIMBURG

270.488

262.731

-7.757

-2,9

2.101.936 3.390.135

2.065.889 3.342.100

-36.047 -48.035

-1,7 -1,4

VLAANDEREN BELGIE

Faillissementen In onze provincie gingen in 2009 (tabel 5 en figuur 12) 574 ondernemingen failliet (in Vlaanderen: 4.590 en in België: 9.515). Dit is 14,3% meer dan het jaar voordien (Vlaanderen: +17,5% en België: +11,6%). Binnen Limburg was de toename van het aantal faillissementen met +15,1% het sterkst in het gerechtelijk arrondissement Hasselt,

140

Tabel 5 : Evolutie faillissementen 2008-2009

130

LIMBURG VLAANDEREN

120

2008

2009

Abs.

%

ger. arr. Hasselt

272

313

41

15,1

ger. arr. Tongeren

230

261

31

13,5

LIMBURG

502

574

72

14,3

VLAANDEREN

3.906

4.590

684

17,5

BELGIË

8.525

9.515

990

11,6

110

100

90

Bron : Graydon — Verwerking : ERSV-Limburg

Werkzoekenden Een andere indicator die met enige vertraging de crisis opvolgt, is het aantal niet-werkende werkzoekenden (nwwz) en de daarmee gepaard gaande werkloosheidsgraad.

Niet-werkende werkzoekenden Provincie In de periode 31/12/2008-31/12/2009 (figuur 13 en tabel 6) steeg het aantal niet-werkende werkzoekenden in Limburg van 26.264 tot 33.253 of met 26,6%, dat hiermee slechter presteert dan Vlaanderen (van 178.037 tot 220.375 of +23,8%).

Figuur 13 : Evolutie nwwz in Limburg en Vlaanderen december 2008-december 2009 (indices, december 2008 = 100)

Bron : RSZ - Gewone tellingen — Verwerking : ERSV-Limburg

Evolutie 2008-2009

tegenover +13,5% in het gerechtelijk arrondissement Tongeren. Het aantal falingen is tijdens het uitbreken van de economische crisis duidelijk de hoogte in geschoten. Deze stijging staat ogenschijnlijk in schril contrast met de signalen van een voorzichtig economisch herstel. Inherent aan deze indicator is echter dat de crisis zich hierin met enige vertraging manifesteert.

dec-08 jan-09 feb-09 mrt-09 apr-09 mei-09 jun-09 jul-09 aug-09 sep-09 okt-09 nov-09 dec-09

Doordat de mannen relatief vaker werken in de secundaire sector, die het eerst en het zwaarst te lijden heeft onder een economische recessie, is de impact van de crisis ook het grootst bij hen. De mannelijke nwwz in Limburg en Vlaanderen stegen met respectievelijk +37,3% en +31,0% veel sterker dan de vrouwen (in Limburg: +17,1% en in Vlaanderen: +16,5%). Ook het succes van de dienstencheques is een bijkomende verklaring voor de gunstigere evolutie van

Bron : VDAB — Verwerking : ERSV-Limburg

Tabel 6 : Evolutie nwwz december 2008-december 2009

Figuur 12 : %-evolutie faillissementen 2008-2009

LIMBURG 20 dec-08

17,5

15

15,1

14,3 13,5 11,6

10

5

0 ger. arr. Hasselt

ger. arr. Tongeren

Bron : Graydon — Verwerking : ERSV-Limburg

12 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

LIMBURG

VLAANDEREN

BELGIË

VLAANDEREN

M

V

T

M

V

T

12.376

13.888

26.264

89.406

88.631

178.037

jan-09

13.725

14.191

27.916

95.378

91.035

186.413

feb-09

14.088

14.235

28.323

97.657

91.569

189.226

mrt-09

14.530

14.271

28.801

100.247

91.316

191.563

apr-09

14.368

14.090

28.458

99.180

89.726

188.906

mei-09

14.015

13.795

27.810

97.493

88.512

186.005

jun-09

14.749

14.735

29.484

101.628

93.681

195.309

jul-09

16.976

17.133

34.109

114.585

108.947

223.532

aug-09

16.865

17.305

34.170

115.669

111.230

226.899

sep-09

15.969

16.020

31.989

111.311

102.815

214.126

okt-09

15.456

15.135

30.591

108.745

98.158

206.903

nov-09

15.080

14.919

29.999

107.597

96.845

204.442

dec-09

16.991

16.262

33.253

117.125

103.250

220.375

%-evol. dec/08-dec/09

37,3

17,1

26,6

31,0

16,5

23,8

Bron : VDAB — Verwerking : ERSV-Limburg

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 13


GG S INN L D E I K E K I EL I T WK NK BBEELLEIDW SOI ONT de vrouwelijke nwwz. Tabel 7 laat zien dat in Limburg naast de mannen ook vooral de allochtonen (+44,4%) en de jongeren (+36,8%) het hardst getroffen worden door de economische crisis. In Vlaanderen is quasi hetzelfde beeld te zien, zij het minder uitgesproken. Streken Zuid-Limburg (+23,1%) en Midden-Limburg (+24,1%) kenden tussen december 2008 en december 2009 (figuur 14 en tabel 8) een lager procentueel stijgingsritme van het aantal nwwz als de provincie (+26,6%), waar het Maasland (+32,2%), West-Limburg (+30,1%) en Noord-Limburg (+27,2%) dan weer boven bleven.

Tabel 7 : %-evolutie nwwz december 2008-december 2009

Geslacht

Leeftijd

Origine

LIMBURG

VLAANDEREN

TOTAAL

26,6

23,8

Mannen

37,3

31,0 Achel

Vrouwen

17,1

<25 jaar

36,8

25-50 jaar

29,5

>=50 jaar

11,6

Autochtonen

22,4

Allochtonen

44,4

Overpelt

26,3

22,1

Hechtel Eksel

Kinrooi

Peer

HouthalenHelchteren

Maaseik

Opglabbeek

HeusdenZolder

32,2 30,1

Dilsen Stokkem

As

Tabel 8 : Evolutie nwwz december 2008-december 2009

Zonhoven

Lummen

26,6

24,1

25

Bree

30,1

Meeuwen Gruitrode

35

27,2

Bocholt

11,9

Beringen Figuur 14 : %-evolutie nwwz december 2008-december 2009 Tessenderlo

Maasmechelen

23,8 Genk

30/09/2008 31/12/2008 Mannen Vrouwen Totaal

23,1

Herkde-Stad

Halen

20

Hasselt

Zutendaal

Diepenbeek

15

Nieuwerkerken Alken

10

Lanaken Bilzen

Kortessem Wellen

5

St. Truiden

0 Noord-Limburg Midden-Limburg West-Limburg

Maasland

Hoeselt Riemst

Borgloon

Zuid-Limburg

LIMBURG

VLAANDEREN

Tongeren

Bron : VDAB — Verwerking : ERSV-Limburg

Heers

Werkloosheidsgraad Provincie De werkloosheidsgraad (aantal nwwz t.o.v. de beroepsbevolking) vermeerderde in Limburg met +1,8%, van 6,8% eind december 2008 tot 8,6% eind december 2009 (figuur 16 en tabel 9), tegenover +1,5% in Vlaanderen (van 6,2% tot 7,7%). Deze indicator laat ook andermaal bij de mannen de grotere kwetsbaarheid zien bij een economische malaise.

Neerpelt

32,2

Ham

30

Gemeenten Volgende gemeenten lieten in de periode 31/12/2008-31/12/2009 (tabel 8 en figuur 15) de grootste procentuele toename van de nwwz optekenen: Herstappe (+100,0%), Neerpelt (+41,6%), Tessenderlo (+38,0%), Maasmechelen (+36,9%), Ham (+34,9%) en Zutendaal (+34,3%). Absoluut gezien waren de koplopers Genk (+834 nwwz) en Maasmechelen (+658 nwwz), waar tesamen zich ruim een vijfde van de provinciale stijging van 6.989 nwwz situeerde.

16,5

Lommel

Leopoldsburg

Bron : VDAB — Verwerking : ERSV-Limburg

Hamont-

Gingelom Herstappe

Figuur 15 : %-evolutie nwwz december 2008-december 2009

>= +34% >= +27% en < +34% >= +20% en < +27%

HamontAchel

< +20%

Neerpelt

Lommel Overpelt

Bocholt

Hechtel Eksel

Bree

Tessenderlo

HouthalenHelchteren

Opglabbeek

HeusdenZolder

Maasmechelen

Genk Herkde-Stad

Dilsen Stokkem

As Zonhoven

Lummen

Halen

Maaseik

Meeuwen Gruitrode

Ham Beringen

Kinrooi

Peer

Leopoldsburg

Hasselt

Zutendaal

Diepenbeek Nieuwerkerken Alken

Lanaken Bilzen

Kortessem Wellen St. Truiden

Hoeselt Riemst

Borgloon Tongeren Heers

Voeren

Gingelom Herstappe

>= +34% >= +27% en < +34% >= +20% en < +27%

Bron : VDAB - Verwerking: ERSV-Limburg

VLAANDEREN 83.469 89.406 LIMBURG 12.376 10.749 NOORD-LIMBURG 1.348 1.554 Bocholt 156 105 Bree 127 153 Hamont-Achel 121 147 Hechtel-Eksel 122 129 Lommel 340 321 Meeuwen-Gruitrode 125 110 Neerpelt 189 177 Overpelt 124 139 Peer 141 176 MIDDEN-LIMBURG 3.601 4.186 As 118 85 Voeren Diepenbeek 206 178 Genk 1.545 1.226 Hasselt 1.232 1.292 Houthalen-Helchteren 462 539 Opglabbeek 127 103 Zonhoven 271 231 Zutendaal 84 88 WEST-LIMBURG 1.965 1.726 Bron : VDAB — Verwerking : ERSV-Limburg Beringen 549 623 Halen 109 94 Ham 86 90 Herk-de-Stad 129 112 Heusden-Zolder 407 456 Leopoldsburg 206 226 Lummen 115 131 Tessenderlo 157 201 MAASLAND 2.092 1.742 Dilsen-Stokkem 248 336 Kinrooi 122 107 Lanaken 328 367 Maaseik 286 345 Maasmechelen 773 922 ZUID-LIMBURG 2.332 2.579 Alken 104 97 Bilzen 430 398 Borgloon 134 146 Gingelom 96 97 Heers 89 85 Herstappe 1 Hoeselt 94 83 Kortessem 103 113 Nieuwerkerken 64 78 Riemst 198 181 Sint-Truiden 590 532 Tongeren 497 419 Voeren 53 50 Wellen 86 92

30/09/2009 31/12/2009 Mannen Vrouwen Totaal

Evol. Evol.30/09/2008-30/09/2009 31/12/2008-31/12/2009 Mannen Vrouwen Totaal Abs. %

90.861 88.631 178.037 174.330 111.311 117.125 103.250 102.815 220.375 214.126 27.842 27.719 13.888 14.187 26.264 24.936 15.969 16.991 16.262 16.020 33.253 31.989 5.220 4.615 2.066 2.058 3.406 3.620 2.050 2.173 2.395 2.430 4.603 4.445 702 619 190 193 346 298 190 182 224 214 404 406 34 77 203 330 356 203 226 242 237 463 445 99 50 199 192 346 313 223 187 235 227 458 414 66 76 186 176 298 315 156 162 208 218 370 374 34 33 488 502 823 828 496 527 556 581 1.052 1.108 187 175 155 172 280 282 155 160 184 188 344 343 35 45 230 220 409 407 258 285 294 277 535 579 96 81 190 180 304 329 208 195 204 217 425 399 69 71 235 210 351 411 195 215 264 255 459 470 54 39 4.435 4.512 8.621 8.113 5.333 5.693 5.007 5.002 10.340 10.695 1.507 1.732 133 141 259 218 163 151 168 169 332 319 66 45 285 272 463 478 289 270 280 306 569 576 83 92 1.585 1.522 3.130 2.748 1.986 2.158 1.806 1.773 3.964 3.759 760 613 1.234 1.347 2.526 2.579 1.625 1.692 1.342 1.294 2.986 2.967 400 393 598 578 1.040 1.137 709 751 712 745 1.496 1.421 247 212 172 181 284 299 160 149 202 216 376 351 46 33 335 311 566 582 340 304 358 350 690 662 69 73 122 131 215 210 139 140 146 142 285 282 55 52 2.595 2.477 4.442 4.321 2.573 2.799 2.848 2.980 5.421 5.779 834 847 794 747 1.343 1.370 777 862 829 893 1.606 1.755 228 239 117 226 211 128 139 137 147 265 286 34 30 169 165 255 152 131 183 192 344 314 45 62 156 170 285 282 184 180 169 181 353 361 68 55 523 541 948 979 652 612 637 655 1.307 1.249 205 196 306 317 523 532 325 312 348 358 660 683 106 99 223 217 348 338 190 182 244 248 434 430 67 59 264 246 447 421 295 251 285 322 536 617 94 2.107 2.110 3.849 4.202 2.909 2.768 2.644 2.578 5.346 5.553 1.026 817 338 336 586 672 465 421 412 414 833 879 129 173 179 181 288 301 177 170 190 195 365 367 63 55 387 378 715 745 450 473 463 936 913 122 106 356 341 627 701 483 455 430 447 885 930 138 169 860 861 1.633 1.783 1.272 1.311 1.078 1.130 2.350 2.441 389 499 2.800 2.915 5.379 5.247 3.245 3.417 3.206 3.192 6.623 6.437 838 913 149 145 253 242 143 151 159 161 302 312 54 39 490 472 888 902 559 601 546 562 1.121 1.147 171 161 137 144 283 278 163 172 159 149 322 321 26 29 115 118 212 214 129 133 120 126 259 249 32 37 96 98 183 185 126 112 125 119 237 245 27 37 0 1 2 01 23 1 144 131 225 227 125 130 154 158 284 283 47 31 138 141 244 251 129 132 154 149 286 278 26 19 96 93 160 171 88 86 118 111 206 197 22 10 201 191 389 382 234 275 221 218 455 493 53 77 632 641 1.222 1.173 789 753 751 731 1.540 1.484 199 221 483 522 980 941 662 618 540 518 1.202 1.136 199 165 46 67 120 96 64 63 50 62 125 114 10 14 108 117 209 194 109 112 124 112 233 224 26 17

11.954 14.619 1.833 2.374 364 337 24 31 34 39 35 36 42 22 54 93 29 16 47 74 24 27 54 20 567 495 28 35 21 8 221 251 60 -5 134 147 44 21 23 39 20 15 253 503 146 35 20 30 27 14 13 11 132 96 52 31 25 27 76 21 534 471 78 74 11 14 85 76 89 91 269 218 406 277 10 16 72 74 12 15 58 23 27 01 27 10 16 8 25 15 20 27 119 90 57 -4 -5 4 47

42.338 39.796 6.989 7.053 1.039 983 108 58 133 89 112 101 55 76 280 229 64 61 128 170 96 95 108 59 2.227 2.074 101 73 113 91 1.011 834 460 388 359 381 77 67 108 96 72 70 1.337 1.100 263 385 54 60 89 59 68 79 328 301 137 151 86 92 115 170 1.497 1.351 207 247 66 77 198 191 258 229 658 717 1.244 1.190 49 70 233 245 44 38 45 37 60 54 12 58 57 34 35 35 37 104 73 318 311 222 195 18 5 30 24

23,8 22,8 28,3 26,6 30,5 27,2 36,2 16,8 40,3 25,0 32,3 32,4 25,5 17,5 33,8 27,8 22,9 21,6 41,6 31,4 29,2 31,3 30,8 14,4 24,1 27,4 46,3 28,2 24,4 19,0 36,8 26,6 18,2 15,0 36,6 31,6 25,8 23,6 18,6 17,0 34,3 32,6 25,5 30,1 28,1 19,6 26,5 25,6 34,9 23,1 23,9 28,0 33,5 31,8 26,2 28,4 24,7 27,2 38,0 27,3 38,9 32,2 42,2 30,8 26,7 21,9 25,6 27,7 32,7 41,1 36,9 43,9 23,1 22,7 28,9 19,4 26,2 27,2 15,8 13,4 21,0 17,5 29,5 32,4 200,0 100,0 25,8 25,1 13,9 20,5 23,1 26,7 19,1 26,5 26,0 22,7 20,7 18,8 4,2 15,5 11,5

Bron : VDAB — Verwerking : ERSV-Limburg

< +20%

14 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 15


Kortessem Wellen

GG S INN L D E I K E K I EL I T WK NK BBEELLEIDW SOI ONT Streken De toename van de werkloosheidsdruk in deze periode (figuur 16 en tabel 9) binnen Limburg varieerde van +1,2% in West-Limburg tot +3,0% in het Maasland. Noord-Limburg (7,3%) en Zuid-Limburg (7,8%) wisten zich te handhaven rond het Vlaamse niveau. Midden-Limburg en het Maasland zagen hun werkloosheidsgraad stijgen tot boven de 10%.

St. Truiden

Tongeren

8,3

8,2

7,3

31/12/2009

7,7

Overpelt

6,2

Hechtel Eksel

Bree

Beringen

2

HouthalenHelchteren

Opglabbeek

HeusdenZolder

Maasmechelen

Genk

urg imb st-L We

and asl Ma

urg imb d-L Zui

RG BU LIM

REN DE AN VLA

Halen

Herkde-Stad

Hasselt

Zutendaal

Diepenbeek

Lanaken

Nieuwerkerken Alken

Bron : VDAB — Verwerking : ERSV-Limburg

Bilzen Kortessem

Wellen

Tabel 9 : Evolutie werkloosheidsgraad december 2008-december 2009 St. Truiden

31/12/2008 VLAANDEREN LIMBURG NOORD-LIMBURG Bocholt Bree Hamont-Achel Hechtel-Eksel Lommel Meeuwen-Gruitrode Neerpelt Overpelt Peer MIDDEN-LIMBURG As Diepenbeek Genk Hasselt Houthalen-Helchteren Opglabbeek Zonhoven Zutendaal WEST-LIMBURG Beringen Halen Ham Herk-de-Stad Heusden-Zolder Leopoldsburg Lummen Tessenderlo MAASLAND Dilsen-Stokkem Kinrooi Lanaken Maaseik Maasmechelen ZUID-LIMBURG Alken Bilzen Borgloon Gingelom Heers Herstappe Hoeselt Kortessem Nieuwerkerken Riemst Sint-Truiden Tongeren Voeren Wellen

5,7 5,7 3,9 4,6 3,9 4,1 4,2 4,1 3,4 4,3 3,8 3,8 6,5 5,9 4,2 10,0 6,8 6,9 4,8 5,1 4,7 4,8 5,9 4,7 3,5 4,0 5,8 6,0 3,5 4,3 5,9 6,6 3,7 5,9 5,5 10,1 5,2 3,4 5,4 5,3 4,8 4,8 4,4 3,8 5,0 4,2 4,8 5,8 6,5 4,7 4,6

6,9 8,2 8,2 7,3 6,5 7,3 8,0 7,5 5,9 6,6 6,9 6,6 10,5 8,9 7,0 13,3 7,9 9,7 8,2 7,0 8,2 9,9 9,3 6,5 8,4 6,1 8,6 10,6 7,3 6,6 10,0 8,5 7,2 7,7 7,2 12,3 8,1 6,2 7,3 6,3 7,2 6,8 0,0 6,6 7,6 6,4 5,7 7,8 7,8 5,6 7,3

31/12/2009 Totaal 6,2 6,8 5,8 5,8 5,1 5,5 5,8 5,6 4,5 5,3 5,2 5,0 8,3 7,2 5,4 11,4 7,3 8,1 6,3 5,9 6,3 7,0 7,4 5,5 5,6 4,9 7,1 8,0 5,2 5,3 7,7 7,4 5,2 6,7 6,2 11,1 6,5 4,7 6,3 5,7 5,9 5,7 2,4 5,0 6,2 5,2 5,2 6,7 7,1 5,1 5,8

Mannen Vrouwen 7,4 7,9 6,0 5,7 5,3 6,3 5,3 6,5 4,6 6,6 5,8 4,7 9,4 8,3 5,9 13,8 9,0 9,7 5,9 6,4 7,8 6,8 8,1 6,1 5,9 5,7 8,4 8,4 5,1 6,3 9,9 9,2 5,2 7,7 7,6 14,4 7,0 4,6 7,6 6,3 6,3 6,9 8,3 4,9 5,6 4,7 6,6 7,8 8,6 6,0 5,3

8,0 9,6 9,1 8,3 7,9 9,2 9,0 9,1 7,0 8,9 7,9 7,2 11,4 10,4 7,1 15,2 8,2 12,4 10,1 7,9 9,4 10,1 10,9 8,0 9,7 6,5 10,9 12,4 8,0 8,7 11,8 10,4 8,0 9,5 9,1 16,4 8,8 6,5 8,4 6,8 7,1 8,3 0,0 7,8 8,5 8,0 6,5 9,2 8,8 6,2 7,8

7,7 8,6 7,3 6,8 6,4 7,6 6,9 7,6 5,6 7,6 6,7 5,8 10,3 9,3 6,5 14,4 8,6 10,9 7,8 7,1 8,5 8,2 9,3 6,9 7,5 6,0 9,5 10,1 6,4 7,4 10,7 9,7 6,4 8,5 8,3 15,3 7,8 5,4 7,9 6,5 6,7 7,5 4,5 6,2 6,9 6,2 6,6 8,4 8,6 6,1 6,4

Mannen Vrouwen 1,8 2,2 2,1 1,0 1,4 2,3 1,2 2,3 1,2 2,3 2,0 0,9 3,0 2,5 1,7 3,9 2,1 2,8 1,1 1,3 3,0 2,0 2,2 1,4 2,4 1,7 2,6 2,4 1,6 2,1 4,0 2,6 1,5 1,8 2,1 4,3 1,8 1,2 2,2 1,1 1,5 2,1 3,9 1,2 0,6 0,6 1,8 2,0 2,1 1,3 0,7

1,1 1,4 0,9 1,0 1,3 1,9 1,0 1,6 1,1 2,3 1,0 0,7 0,9 1,5 0,2 1,9 0,3 2,7 2,0 0,9 1,2 0,2 1,6 1,5 1,3 0,5 2,3 1,8 0,8 2,0 1,8 2,0 0,8 1,8 2,0 4,1 0,7 0,3 1,1 0,5 -0,1 1,4 0,0 1,3 0,9 1,6 0,7 1,4 1,0 0,6 0,5

Hoeselt

Totaal 1,5 1,8 1,6 1,0 1,3 2,1 1,1 2,0 1,1 2,3 1,6 0,8 2,0 2,0 1,0 3,0 1,3 2,7 1,5 1,1 2,2 1,2 2,0 1,4 1,9 1,1 2,4 2,1 1,2 2,1 3,0 2,3 1,2 1,8 2,0 4,2 1,3 0,8 1,7 0,8 0,8 1,8 2,1 1,2 0,7 1,0 1,4 1,7 1,6 1,0 0,6

Riemst

Borgloon

Evol. 31/12/2008-31/12/2009 Totaal

Tongeren Heers

Voeren

Gingelom Herstappe

>= +2,3%

Bron : VDAB — Verwerking : ERSV-Limburg

>= +1,9% en < +2,3%

Naast de mannen, die betrekkelijk vaker in de industrie werken, zijn het ook vooral de allochtonen en de jongeren die het meest te lijden hebben onder de huidige economische malaise.

>= +1,2% en < +1,9%

Figuur 18 : Evolutie werkloosheid en<industriële aanwezigheid in de Vlaamse provincies +1,2% 2,0

NIVEAU VLAANDEREN

1,9

Antwerpen Limburg

1,8 1,7 1,6 1,5 NIVEAU VLAANDEREN

1,4 1,3

Oost-Vlaanderen

1,2

West-Vlaanderen

1,1

Vlaams-Brabant

1,0 12

13

14

15

Door de relatief hogere aanwezigheid in onze provincie van de industrie, die een veel grotere exportgerichtheid heeft dan andere sectoren, is Limburg een van de Vlaamse provincies die het hardst getroffen wordt door de in het najaar van 2008 uitgebroken mondiale economische crisis. Het grootste jobverlies (ca. 92% van de totale Limburgse tewerkstellingsafname) wordt opgetekend in de industriële subsectoren “metaalverwerking”, “transportmiddelen” en “textiel-, kleding- en leernijverheid” en in de aan de industrie nauw verbonden tertiaire subsector “exploitatie van en handel in onroerend goed, diensten aan bedrijven”. Opmerkelijk is dat de crisisimpact in de bouw, traditioneel toch ook een heel conjunctuurgevoelige sector, in de onderzochte periode voorlopig zeer beperkt is gebleven.

Zonhoven

Lummen

g bur -Lim den d i M

Dilsen Stokkem

As

0

g bur -Lim ord o N

Maaseik

Meeuwen Gruitrode

Ham

4

Kinrooi

Peer

Leopoldsburg

Evolutie werkloosheidsgraad dec/2008-dec/2009

In Limburg is de stijging van de werkloosheid in deze crisistijd niet alleen groter dan in Vlaanderen, maar zelfs, na Antwerpen, het tweede grootst van alle Vlaamse provincies. Er is duidelijk een verband (figuur 18) tussen de toename van de werkloosheid en het belang van de industrie in elke provincie (volgens aandeel in de bruto toegevoegde waarde). Limburg en Antwerpen zijn provincies waar de industrie naar verhouding het belangrijkst is. Het zijn ook deze provincies waar de toename van de werkloosheidsdruk het grootst is. Dit verband valt te verklaren doordat de industrie doorgaans conjunctuurgevoeliger is dan de andere hoofdsectoren. Dit komt doordat de industrie een grotere exportgerichtheid heeft en zo meer onderhevig is aan internationale concurrentie en de conjuncturele situatie elders in de wereld. Op arrondissementeel vlak is voormelde relatie vrijwel afwezig. Vermoedelijk is het geografische niveau te beperkt waardoor verschillen tussen statistieken opgemaakt volgens woonplaats (werkloosheid) en volgens werkplaats (toegevoegde waarde) te groot worden.

< +1,2%

Bocholt

6,8

6,5

5,8

Mannen Vrouwen

Werkloosheidsgraad en industriële aanwezigheid

>= +1,2% en < +1,9%

Neerpelt

Lommel

7,8

7,7

>= +1,9% en < +2,3%

HamontAchel

8,6

7,0

Conclusie

>= +2,3%

31/12/2008

10,7

Tessenderlo

Gemeenten Op gemeentelijk vlak (tabel 9 en figuur 17) incasseerden volgende gemeenten in de beschouwde periode de sterkste toename van de werkloosheidsdruk: Maasmechelen (+4,2%), Genk (+3,0%), Houthalen-Helchteren (+2,7%), Heusden-Zolder (+2,4%), Neerpelt (+2,3%) en Dilsen-Stokkem (+2,3%).

Herstappe

Figuur 17 : Evolutie werkloosheidsgraad december 2008-december 2009

10,3

6

Voeren

Gingelom

12

8

Riemst

Borgloon

Heers

Figuur 16 : Evolutie werkloosheidsgraad

10

Hoeselt

16

17

18

19

20

21

22

23

%-aandeel industrie in de bruto toegevoegde waarde in 2007

Bron: INR, VDAB - Verwerking: ERSV-Limburg

24

25

26

27

Op streekniveau binnen Limburg laat de crisis zich voornamelijk in het Maasland en in Midden-Limburg het ergst gevoelen. De conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België laat evenwel de laatste maanden zien dat de bodem van de recessie blijkbaar bereikt is. Het prille economisch herstel is echter voorlopig nog broos en de gevolgen van de crisis zullen ongetwijfeld een tijdje blijven nazinderen, te meer door het momenteel nog toenemend aantal faillissementen.

Bron : VDAB — Verwerking : ERSV-Limburg 16 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 17


S D I G S E N D I L I G L E E ELIN BBEL W IK K K E K TWI ON NT O

FOCUS OP EEN INNOVATIEVE EN DUURZAME ONTWIKKELING VAN LIMBURG Begin november 2009 hebben de gedeputeerden hun beleidsnota’s voor 2010 aan de provincieraad voorgesteld. In dit rapport gaan we dieper in op de beleidsnota van Marc Vandeput, gedeputeerde van economie, Europese en internationale samenwerking, landbouw en plattelandsontwikkeling. Marc Vandeput is tevens voorzitter van POM-ERSV Limburg. Gedeputeerde Marc Vandeput kaderde de voorstelling van zijn beleidsnota in de turbulente economische omstandigheden. Uit het voorgaande artikel blijkt dat Limburg binnen Vlaanderen bijzonder hard getroffen wordt door de fi nancieel-economische crisis van het afgelopen jaar. Het voorzichtige herstel van de economie, dat zich de laatste maanden aftekent, doet menig economisch analist besluiten dat de recessie voorbij is. “Doch ondanks de gunstige parameters zullen wij nog maanden geconfronteerd worden met de gevolgen van de zwaarste crisis sinds de tweede wereldoorlog. De directe weerslag, hetzij vertraagd, op het Limburgs ondernemerschap en de Limburgse arbeidsmarkt, is immens. Het aantal faillissementen en de gestegen werkloosheid zijn hierbij tekenend. De deputatie is er zich voldoende van bewust dat het provinciebestuur de economische wind niet kan veranderen, maar wel de stand van de zeilen kan bijzetten. Het is niet het moment van spektakel maar wel het moment, om dag in dag uit, met vastberadenheid stappen in de goede richting te zetten en de koers van de goedgekeurde legislatuurnota aan te houden, ” stelde de gedeputeerde. De provinciale beleidsambitie is duidelijk: Limburg verder ontwikkelen tot een ondernemende en innovatiegedreven voorsprongregio met Euregionale en zelfs Europese uitstraling.

Planning Langetermijnplanning voor de Limburgse bedrijventerreinontwikkeling, gebaseerd op actuele behoefteberekeningen en op de inventarisatie van de bestaande subregionale schaarste. De ruimtelijke realisatie van de watergebonden bedrijventerreinen langs het Albertkanaal (ENA) wordt ook in 2010 permanent en prioritair opgevolgd.

Bedrijventerreinontwikkeling In 2010 participeert POM Limburg in de ontwikkeling van vier terreinen: Genebos (Ham-Tessenderlo), Zwartenhoek (Ham), Ravenshout-Noord (Beringen), Alken (Brouwerij en Kolmen). POM Limburg treedt daarbij op als onteigenende instantie. In het hoofdstuk Ruimtelijke Economie van dit Economisch Rapport gaan we dieper in op de ontwikkeling van deze nieuwe bedrijventerreinen.

Revitalisering en herstructurering van verouderde of vervuilde bedrijventerreinen: naast de ontwikkeling van nieuwe zones is de kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinen essentieel in het realiseren van een aantrekkelijk infrastructureel omgevingskader. De taakstelling inzake revitalisering en herstructurering van verouderde of vervuilde bedrijventerreinen krijgt in 2010 uitwerking door de herstructurering van het terrein Ravenshout-Genebos en door de voortrajectstudies voor Jagersborg Maaseik, Oude Bunders Maasmechelen en Nolimpark Overpelt-Neerpelt. Voor de herinschakeling van de onbenutte bedrijventerreinen blijven de ‘onderhandelingsteams’ actief. In het hoofdstuk Ruimtelijke Economie van dit Economisch Rapport gaan we dieper in op het herinschakelen van onbenutte bedrijfspercelen.

Economie De provinciale economische beleidsstrategie is gericht op de versterking van het Limburgs ondernemerschap en de geleidelijke transformatie naar een creatieve en innovatieve kenniseconomie. Het bestaand provinciaal infrastructureel en dienstverlenend omgevingskader, verworven via de inzet van de beschikbare Europese subsidies en via de succesvolle uitvoering van het Limburgplan, zal met nieuwe investeringen en acties verder worden ontwikkeld. Een optimaal omgevingskader verhoogt immers de aantrekkelijkheid van onze provincie voor het aantrekken van nieuwe bedrijfsinvesteringen. Gedeputeerde Marc Vandeput voorziet dan ook strategische acties op diverse domeinen in het Limburgs economisch beleid.

Ruimte om te ondernemen Verderop in dit economisch rapport komt u meer te weten over de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en over het inschakelen van onbenutte bedrijfsgronden. De beleidsnota van de gedeputeerde refereert ook naar de andere taken die POM Limburg opneemt inzake de zorg voor kwantiteit en kwaliteit van vestigingsruimte voor bedrijven.

18 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 19


GG S INN L D E I K E K I EL I T WK NK BBEELLEIDW SOI ONT Duurzaamheid Duurzame ontwikkeling voor de realisatie en het beheer van bedrijventerreinen met als doel de realisatie van een hoogwaardige omgeving van economische activiteitenzones voor ondernemers en werknemers, in harmonie met de omgeving. POM Limburg participeert ook in het Interreg-project ‘Sustainable Industrial Sites’ waarbij in samenwerking met het Centrum Duurzaam Bouwen een objectief waardebepalingsinstrument wordt ontwikkeld om Limburgse bedrijventerreinen te toetsen op duurzaamheid. Ook de energie-efficiëntie op bedrijventerreinen krijgt verhoogde aandacht. POM Limburg is actief betrokken bij het project ‘CO2-reductie en het collectief cleantech realisatieplan’ (EFRO) op Genk-Zuid.

Innovatie Innovatie is de beste strategie voor het behoud van de competitiviteit in de industriële sector en voor de verdere ontwikkeling van kennisintensieve sectoren. Limburg heeft daarom de voorbije jaren sterk ingezet op de verdere uitbouw van een innovatiegedreven economie. Denk maar aan het Limburgs Innovatiecentrum, de TechTransfer van de Universiteit Hasselt en de uitbouw van diverse onderzoeksinstituten. Voor de vestiging van hoogtechnologische en kennisgeoriënteerde bedrijven zijn diverse bedrijventerreinen gerealiseerd (Wetenschapspark Diepenbeek-Hasselt, Research Campus Hasselt, Life Sciences incubator Diepenbeek) of gepland (Wetenschapspark Genk-Waterschei, Centrum voor Creatieve Economie (o.a. gaming) Genk en CleanTechincubator Houthalen-Helchteren). In 2010 zal nog meer dan voorheen het eigen innovatiepotentieel gekoppeld worden aan het innovatiepotentieel van de omliggende regio’s. Verschillende projecten in het kader van Interreg, de Euregio Maas-Rijn en de Grensregio Vlaanderen-Nederland focussen op de versterking van het onderzoekspotentieel. Via de vorming van de Technologische Topregio wordt dan weer structureel ingezet op de versterking van het Euregionaal innovatief en creatief ondernemerschap.

Nieuwe economische speerpunten Reeds jaren zet Limburg in op een aantal economische speerpunten zoals automotive, bouw, ICT en multimedia, voeding en fruit. Deze sectoren kunnen een beroep doen op gespecialiseerde bedrijfs- en innovatiebegeleiding en op sectoriële opleidingsinfrastructuur en -programma’s. De gespecialiseerde werking van Flanders’ Drive, Betonic@ en pcfruit geven permanente impulsen voor innovatief ondernemerschap in de respectievelijke sectoren. Ook in 2010 wordt de provinciale beleidsaandacht voor deze sectoren vertaald in nieuwe acties en initiatieven. De voorbije jaren is ook de basis gelegd voor een toekomstgerichte versterking van het economisch weefsel. Hierbij wordt ingezet op kennisintensieve sectoren en op sectoren met een sterk groeipotentieel in Limburg, zoals slimme logistiek, Life Sciences en Clean Technology.

Logistiek De beleidsdoelstelling blijft de realisatie van het doorbraakscenario uit de studie “Extended Gateway” van het VIL. POM Limburg ondersteunt het Logistiek Platform Limburg in alle aspecten van haar werking: inhoudelijke begeleiding van 5 werkgroepen (bedrijventerreinen, optimaliseren hinterlandverbindingen, marketing en promotie, opleiding-kennis-arbeidsmarkt, innovatie en ICT), organisatie van een jaarlijkse Logistieke Dag, onderhouden van Euregionale contacten,… Daarnaast zijn er ook concrete acties gepland: de uitwerking van het EFRO interPOM-project Logistiek waarbij vier Vlaamse POM’s werken aan de realisatie van de provinciale Extended Gateway-strategie om zo van Vlaanderen een logistieke draaischijf te maken; de voorbereiding van een interPOM-dossier m.b.t. efficiënt ruimte- en infrastructuurgebruik in het kader van de Grensregio Vlaanderen-Nederland (Interreg); de ondersteuning van de logistieke beurs Move It Expo met verschillende seminaries (maart 2010); de ondersteuning (analyse en concept) voor de realisatie van de logistieke vervoersas Spoorlijn 18 - IJzeren Rijn.

Life Sciences / zorgeconomie POM-ERSV Limburg participeert aan de realisatie van het actieplan Life Sciences van de Universiteit Hasselt. De taakstelling van POM-ERSV focust zich op de arbeidsmarkt. In 2010 wordt een breed gedragen Zorgactieplan Limburg opgemaakt dat zich toespitst op 4 sporen: instroom verhogen (o.a. door promotie van tewerkstellingsmogelijkheden binnen rust- en ziekenhuizen), retentie verhogen, een betere afstemming tussen het aanbod aan opleidingen en de vraag van de arbeidsmarkt, innovatie en detectie van noden in de sector.

Clean Tech Clean Technology en innovatieve technieken voor energieefficiëntie vormen een uitstekende mogelijkheid voor duurzame economische groei. Het masterplan van UHasselt en LRM bevat een duidelijk ontwikkelingstraject voor Clean Technology in Limburg. POM Limburg werkt mee aan de ontwikkeling van deze sector door haar expertise in te brengen bij de ontwikkeling van de bedrijventerreinen, parken en gebouwen en bij het uitwerken van een duurzaam bedrijventerreinbeheer.

Lokale economie Het zelfstandig ondernemerschap is de motor voor innovatie, tewerkstelling en welvaart in de provincie Limburg. Daarom is het essentieel dat ondernemingszin en het starten van een eigen zaak wordt ondersteund en gestimuleerd. Het onderwijs heeft hierin een belangrijke rol. Het partnerschap met de werkgeversorganisaties voor het realiseren van diverse onderwijsacties is een succesformule die ook in 2010 wordt verder gezet. De provincie blijft met de sectororganisaties samenwerken om een voldoende instroom van jongeren in de bouwsector te realiseren. Uit cijfers blijkt echter dat het aantal falingen van pas gestarte ondernemingen twee tot drie keer hoger ligt dan bij andere ondernemingen. De oorzaken zijn vaak een gebrekkige voorbereiding en een gebrek aan intensieve en gespecialiseerde begeleiding bij de start van een eigen zaak. Gedeputeerde Marc Vandeput plant een initiatief inzake startersbegeleiding waarbij starters een aantal adviesuren gratis ter beschikking krijgen. Deze adviesuren kunnen naar eigen behoefte worden opgenomen en betreffen diverse adviesdomeinen zoals fi nancieel en algemeen management, HR-problematieken, communicatie en marketing, logistiek, … Limburg streeft niet alleen naar meer ondernemerschap maar vooral naar kwalitatief ondernemerschap. Dit betekent dat ook zelfstandige ondernemers en bedrijfsleiders van KMO’s, in hun streven naar meer competitiviteit, voluit moeten gaan voor innovatie en de toepassing van de principes van duurzaamheid. Om innovatie in KMO’s en éénmanszaken te stimuleren heeft de Provincie Limburg

de provinciale innovatiepremie gelanceerd. De aangekondigde campagne ter promotie van innovatie in KMO’s en de éénmanszaken is met de innovatiekrant en de promofolder voor de innovatiepremie reeds gedeeltelijk uitgevoerd. Op zondag 3 oktober 2010 krijgt de campagne een vervolg met de deelname aan de Openbedrijvendag. In onze provincie worden drie parcours van innovatieve bedrijven uitgestippeld. Drie clusters liggen momenteel op tafel: het Wetenschapspark Diepenbeek, een cluster in Genk en een cluster in Beringen-Tesssenderlo-Ham. Samen met Unizo Limburg en het Limburgs Innovatiecentrum wordt, in uitvoering van de beleidsnota 2010, onderzocht om een specifieke ondersteuning aan de detailhandel aan te bieden. Ook de zelfstandige detailhandelaar kan immers innoveren. Door nieuwe marketingtechnieken, e-business, samenwerking met andere handelaars en assortisementverbreding kan een groter klantenbereik worden gerealiseerd. Bedoeling is om een groot aantal zelfstandige handelaars individueel te begeleiden in deze commerciële innovatie. Indien uit deze individuele begeleiding blijkt dat er beleidsmatige acties dienen te worden ondernomen, dan kunnen deze vragen worden toegeleid naar het provinciaal subsidiereglement kernversterking. Via dit reglement spoort de provincie alle Limburgse gemeenten aan om hun centraal handelsgebied te versterken door subsidies toe te kennen voor een beleidsadvies, voor een project ter verbetering van de lokale kleinhandelsstructuur of ter verbetering van de veiligheid van zelfstandige ondernemers. In het kader van de Leaderwerking (Haspengouw en Kempen & Maasland) zal de provincie ook hulp aanbieden voor een beleidsmatige onderbouw van het lokaal beleid inzake detailhandel. In het pas goedgekeurde project ‘gebiedsmanagement voor de detailhandel’ is de indiensttreding van een medewerker voorzien, die de lokale besturen in Haspengouw en in Kempen & Maasland ondersteunt in de uitwerking van een detailhandelsvisie. De doelstelling is om de koopbinding te vergroten door prioritair in te zetten op de versterking van de centrale handelscentra, zowel stedelijk als gemeentelijk. Ook gemeentebesturen spelen een belangrijke rol bij het bevorderen van het zelfstandig ondernemerschap. De provincie ondersteunt de gemeenten door subsidies te verlenen voor de digitalisering van gemeentelijke informatie, documenten en procedures, zodat de lokale zelfstandige ondernemers vlotter toegang krijgen tot de gemeentelijke basisinformatie en zodat bepaalde administratieve procedures worden versneld. Bovendien levert het digitaal ondernemingsloket een bijdrage aan de versterking van de interactie tussen het lokaal bestuur en de zelfstandige ondernemers en wordt de lokale economie gepromoot. In het serviceloket wordt externe kennis en expertise van de Limburgse werkgeversorganisaties betrokken.

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 21


GG S INN L D E I K E K I EL I T WK NK BBEELLEIDW SOI ONT Internationaal ondernemerschap Naast innovatie is internationalisering van het ondernemerschap een cruciale factor voor de versterking van het Limburgs economisch weefsel. Internationaal ondernemerschap is een essentiële component in de vorming van Limburg tot een Europese topregio. De provincie moet daarom volgende taken kunnen uitvoeren: - Wervingskracht uitoefenen in verschillende marktgebieden en ten aanzien van verschillende doelgroepen, in het bijzonder deze van de snelst groeiende economieën met bijzondere aandacht voor de BRIC-landen. - Ondernemers en investeerders aantrekken, vooral in de toekomstgerichte en innovatieve speerpuntsectoren. - Eigen “brains” in de regio houden en externe “brains” overtuigen om zich in de regio te vestigen. De economische meerwaarde van Limburg dient, in samenspraak met diverse actoren, te worden vertaald in een sterk brandingconcept waarbij Limburg wordt voorgesteld als een excellente investeringslocatie die zich weet te onderscheiden van andere regio’s. POM Limburg heeft in dat opzicht de afgelopen twee jaren al diverse promotiemiddelen gerealiseerd: de promotiefi lm ‘Limburg, a perfect brand’, de website www.locateinlimburg. com en de brochure “Limburg, een sterk merk voor bedrijven met ambitie”. De organisatie van de Limburgweek van 17 tot 21 mei 2010 op de wereldtentoonstelling in Shanghai past tevens binnen de economische marketing van de provincie.

Arbeidsmarktbeleid Zoals uit het voorgaande artikel blijkt, is de werkloosheid in Limburg het afgelopen jaar explosief gestegen bij onder meer jongeren en allochtonen. Dit is duidelijk een gevolg van de fi nancieel-economische crisis van het afgelopen jaar. Om deze conjuncturele werkloosheid het hoofd te bieden wordt vanaf 2010

een maatgericht Limburgs jeugdwerkloosheidsplan uitgewerkt, waarbij de focus wordt gelegd op trajectbegeleiding, opleiding, competentieontwikkeling en attitudevorming. De fi naliteit van het provinciale jeugdwerkloosheidsplan is de realisatie van een integraal en intensief traject, gebaseerd op jobcoaching en jobhunting. De trajectmatige benadering moet bovendien leiden tot een betere activering en competentieverhoging om bij het verwachte economische herstel de reguliere jobs sneller te kunnen invullen. Deze aanpak gebeurt in breed partnerschap (in het bijzonder met VDAB) en de acties worden afgestemd op bestaande instrumenten (Startcentrale, de diversiteitswerking van ERSV Limburg, Jobkanaal, bijblijfconsulenten,…). Met het oog op de verduurzaming van deze maatgerichte aanpak in de lokale werkwinkels, is de betrokkenheid van de Limburgse gemeenten cruciaal. Deze provinciale aanpak is complementair aan de onderwijsprojecten die de onderwijskansen van kinderen in achtergestelde situaties vergroten. Dit plan wordt momenteel intern voorbereid door de provinciale Dienst Economie en ERSV Limburg. Om de maatgerichte aanpak af te stemmen op de reguliere werking is het overleg met de VDAB en andere actoren reeds gepland. Gelijktijdig wordt het traject met de gemeentebesturen opgestart. Gedeputeerde Marc Vandeput verwacht dat het plan in april in uitvoering kan gaan. De provinciale inspanningen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) verbeteren ook de tewerkstellingskansen van de Limburgse kansengroepen en leveren een bijdrage aan de toepassing van de principes van duurzame ontwikkeling in het Limburgs ondernemerschap. Op initiatief van gedeputeerde Marc Vandeput heeft de deputatie de opmaak van een provinciaal beleidsprogramma MVO reeds uitbesteed. Op basis van een analytisch onderzoek van de Limburgse situatie wordt een actieprogramma voor de sensibilisering inzake MVO, het versterken van het imago en verbreden van het draagvlak en de wijze van stimu-

leren en ondersteunen van bedrijven ontwikkeld. Het verhogen van het aantal bedrijven dat de MVO-principes toepast in de strategische bedrijfsvoering is de beleidsdoelstelling.

Sociale economie In de verdere ontwikkeling van de Limburgse sociale economie wordt in het provinciaal beleid meer dan ooit de brug gelegd tussen de reguliere en de sociale economie, die perfect aanvullend zijn. De economische meerwaarde van sociale economie schuilt in de volwaardige activering via duurzame jobs voor mensen uit de kansengroepen op de arbeidsmarkt. De maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd door de nieuwe dienstverlening voor de Limburger en door de sociale erkenning van de Limburgse kansengroepen. Vanuit deze meerwaarde wordt verder werk gemaakt van een dynamische competentieontwikkeling, een betere doorstroom van werknemers naar het reguliere arbeidscircuit en een sterkere doorgroei van werknemers in de sociale economie. Hierbij spelen de Limburgse gemeentebesturen een belangrijke rol. RESOC Limburg heeft recent met de steun van de Vlaamse overheid twee projectontwikkelaars in dienst genomen die op maat van de Limburgse gemeenten ondersteuning bieden bij de uitbouw van plaatselijke tewerkstellingsinitiatieven. Daarnaast is met het Limburgs Innovatiecentrum een sociale innovatiecel opgestart en wordt een intensief innovatieprogramma uitgevoerd in de sector van de sociale economie. Bedoeling is om nieuwe niches af te bakenen, waarop in 2010 nieuwe hefboomprojecten worden geënt. In het hoofdstuk Arbeidsmarktbeleid verderop in dit Economisch Rapport gaan we dieper in op de sector van de sociale economie.

Europese en internationale samenwerking In de besteding van de beschikbare Europese subsidies, m.n. EFROVlaanderen 2007-2013 en de Interreg-programma’s van de Euregio Maas-Rijn en de Grensregio Vlaanderen-Nederland, zoekt de provincie Limburg maximaal aansluiting bij de Lissabonstrategie en de gestelde prioriteiten van de Europese structuurfondsen. De verdere uitbouw van innovatieve speerpuntsectoren en de continue ontwikkeling van een infrastructureel en dienstverlenend kader voor de “klassieke” maakindustrie en de Limburgse kenniseconomie, zijn dan ook de logische beleidsmatige klemtonen in het beleid ‘Europese en internationale samenwerking’. De ontwikkeling van de Limburgse innovatiegedreven economie dient vooral in Vlaams en in internationaal, en in het bijzonder in Euregionaal perspectief, te worden benaderd. Limburg bevindt zich in het midden van de kennisdriehoek Leuven-Aken-Eindhoven, die over een bijzondere sterke technologieportfolio beschikt. De uitdaging voor Limburg is zich te integreren in deze Technologische Topregio en deze expertise te betrekken op de economische ontwikkeling van onze provincie. De opportuniteiten van bestaande en nieuwe grensoverschrijdende allianties en internationale samenwerking worden door de provincie Limburg dan ook ten volle benut.

Het provinciaal beleid heeft de ambitie om Limburg op de Euregionale, Europese en internationale kaart te zetten. Die ambitie wordt vertaald in concrete actiepunten, vervat in twee strategische doelstellingen.

Maximaal inspelen op de opportuniteiten voor Limburg binnen de Europese programma’s De intense en gespecialiseerde begeleiding van de Limburgse promotoren door het provinciaal contactpunt voor EFRO-Vlaanderen 2007-2013 en door de Interreg-projectmanagers levert, gecombineerd met de inzet van provinciale cofi nanciering, een belangrijke return voor onze provincie door een veelvoud aan gegenereerde Europese en Vlaamse subsidies. Om deze return te waarborgen heeft de deputatie tengevolge van het verhoogd Interreg-budget een groter cofi nancieringkrediet ingeschreven op de provinciale begroting, nl. 7,5 miljoen €.

EFRO-Vlaanderen 2007-2013 Inmiddels zijn in de vier prioriteiten 31 Limburgse projecten en 54 Vlaamse projecten met een uitwerking in onze provincie goedgekeurd. In het totale subsidievolume van 23 miljoen € nemen de investeringen in het omgevingskader een belangrijke plaats in. Gelet op de economische omstandigheden dienen de nog beschikbare Europese subsidies versneld te worden ingezet. De provinciale Dienst Europese en Internationale Samenwerking zal daarom actiever optreden inzake projectinitiatie en –voorbereiding.

Euregio Maas-Rijn De 5 partners in de Euregio Maas-Rijn zetten verder in op de verdieping van de grensoverschrijdende samenwerking in de Euregio. Onze provincie is actief betrokken bij de voorbereiding van diverse projecten die passen in de economische beleidsdoelstellingen. Met de reeds goedgekeurde projecten wordt 5,2 miljoen € in Limburg geïnvesteerd.

Grensregio Vlaanderen-Nederland De EFRO-investering binnen dit programma bedraagt in onze provincie meer dan 6,5 miljoen €. Algemeen wordt verwacht dat in 2010 diverse voorstellen worden geformaliseerd en goedgekeurd, waardoor een bijkomende steun van 3,5 miljoen € in onze provincie kan worden ingezet. Hiermee komt het totale Europese investeringsvolume op 10 miljoen €.

Verhogen van het sociaal-economisch potentieel van Limburg door het versterken van strategische partnerschappen Grensoverschrijdende problemen en uitdagingen kunnen sneller en efficiënter in een grensoverschrijdend verband worden aangepakt. Grensoverschrijdende samenwerking biedt bovendien de mogelijkheid om economische opportuniteiten binnen de provincie sneller tot ontwikkeling te brengen. De opgestarte trajecten inzake het Limburgcharter en de Technologische Topregio (TTR) worden daarom onverminderd verdergezet. De EU heeft in dat opzicht nog een kansrijke mogelijkheid gecreëerd om te komen tot een Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS).

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 23


GG S INN L D E I K E K I EL I T WK NK BBEELLEIDW SOI ONT Landbouw en plattelandsontwikkeling Ook in de voorstelling van zijn beleidsacties en – initiatieven in de sector ‘landbouw en plattelandsontwikkeling’ had gedeputeerde Marc Vandeput aandacht voor de economische crisis. De Vlaamse en ook de Limburgse land- en tuinbouwbedrijven hebben het momenteel immers hard te verduren. Een dalende export, een ondermaatse prijsvorming voor bepaalde producten en de gestegen productiekosten zorgen ervoor dat veel bedrijven hun winstmarge zien verdwijnen. Voor de begeleiding van en hulpverlening aan de Limburgse land- en tuinbouwers die door de verslechterde economische situatie worden getroffen is de provincie partner van de vzw Boeren op een Kruispunt. De centrale boodschap van gedeputeerde van landbouw Marc Vandeput in het provinciaal beleid inzake landbouw en plattelandsontwikkeling is duidelijk, m.n. samen met Vlaanderen en Europa de sector ondersteunen en een optimaal omgevingskader creëren zodat de Limburgse land- en tuinbouwers in een “polepositie” zitten wanneer de economie zich terug herstelt.

Verhogen van de slagkracht en het innovatief vermogen van de land- en tuinbouw in Limburg Ruimtelijk kader. In de ruimtebalans van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is de afbakening van 750.000 ha agrarisch gebied voorzien. In Haspengouw en in Kempen-Maasland zijn respectievelijk 42.967 en 16.595 hectare landbouwgrond herbevestigd. In Haspengouw zijn de eerste ruimtelijke uitvoeringsplannen goedgekeurd. In Kempen-Maasland zijn de uitvoeringsplannen in voorbereiding. Omdat grond één van de belangrijkste productiefactoren voor de agrarische sector is, wordt de afbakening van de agrarische afbakening permanent opgevolgd.

Voor het behoud van de beeldkwaliteit van de open ruimte, is landschapsintegratie meer en meer een essentiële voorwaarde in het verlenen van stedenbouwkundige vergunningen. De traditionele gratis adviesverlening inzake erfbeplanting verschuift geleidelijk naar de bescherming van de landschappelijke beeldkwaliteit. Via sensibiliseringsacties zullen in 2010 promotionele inspanningen worden geleverd om een architectuurreflex te realiseren bij bouwheren en landbouwers. Tevens zullen grotere erfbeplantingsprojecten worden begeleid die later als pilootprojecten kunnen fungeren. Kennisontwikkeling en innovatie. Meer dan vroeger worden zeer hoge eisen gesteld aan het innovatief vermogen van de land- en tuinbouwbedrijven. In alle sectoren is technische innovatie en de verbetering van bestaande producten en processen onmisbaar om vooruitgang te boeken. Technische innovatie biedt bovendien kansen op kostenreductie en op opbrengstverhoging. In het provinciaal landbouwbeleid wordt daarom resoluut de kaart van innovatie getrokken. Op drie grote sporen worden provinciale middelen geïnvesteerd teneinde het innovatief vermogen van alle landbouwsectoren te versterken. Via een grote fi nanciële ondersteuning van pcfruit, PVL en PIBO-Campus wordt het praktijkgericht onderzoek inzake technologische en teelttechnische ontwikkelingen en inzake product- en procesinnovatie ondersteund. Agrivisie, het Limburgs kenniscentrum in de land- en tuinbouw, zorgt voor de coördinatie en afstemming van de Limburgse praktijkcentra PIBO-campus en PVL, die de opmaak en praktische uitvoering van de onderzoeksprojecten in de akkerbouw en veehouderij op zich nemen. Verder is pcfruit, hét Vlaams kenniscentrum voor de fruitteelt, verantwoordelijk voor het vooruitstrevend en innovatief onderzoek in de fruitteelt. Dankzij een provinciale aanpak kunnen de Limburgse onderzoeksinstituten ook meespelen in de uitvoering van Europese projecten.

Het tweede spoor in het provinciaal innovatiebeleid in de land- en tuinbouw wordt ingenomen door het agrarisch onderzoeksfonds. Via dit fonds worden demonstratieve projecten met een duidelijke economische en landbouwtechnische meerwaarde ondersteund. In 2010 start ook een innovatief project in de Limburgse imkerij, met name kunstmatige inseminatie van koninginnenbijen om de kwaliteit van de bijenvolken te versterken. Tot slot worden via de innovatieawards in de land- en tuinbouw de Limburgse land- en tuinbouwers gestimuleerd om innovatieve concepten uit te werken die de bedrijfsrentabiliteit verhogen of de werkomstandigheden verlichten. De drie beste voorstellen ontvangen een provinciale subsidie om hun projectidee uit te werken. De thema’s voor de derde editie van de innovatie-awards zijn: integratie in de omgeving, technische vernieuwing en bodem. Inmiddels is de deadline voor indiening van projectvoorstellen verstreken. De ingediende voorstellen worden momenteel gescreend. Naast een landbouwtechnische ondersteuning via de praktijkcentra is een sectorgerichte economische benadering van de volledige landbouwketen belangrijk. Vanaf 2010 wordt een traject opgestart waarbij alle schakels, voorafgaand aan en volgend op de primaire productie, in kaart worden gebracht en geanalyseerd (SWOT-analyse). Dit project is eind december reeds goedgekeurd zodat andermaal Europese subsidies voor de Limburgse landbouwsector worden ingezet.

Versterken van de sociale en economische leefbaarheid op het Limburgse platteland Het Limburgse platteland ontwikkelt zich onder impuls van de inzet van Europese, Vlaamse en provinciale middelen tot een dynamisch buitengebied. Het provinciaal Plattelandsbeleidsplan 2007-2013 fungeert als richtlijn voor deze projectontwikkeling en stelt de sociale en economische leefbaarheid van het platteland als doelstelling voorop. Ook het verhogen van de belevingswaarde met aandacht voor de streekeigen rijkdommen en voor de landschappelijke omgeving is een belangrijke prioriteit van het plattelandsbeleid. Tot op heden zijn 26 plattelandsprojecten voor een totaal investeringsbedrag van 5,2 miljoen € goedgekeurd. Bij de ontwikkeling van het Limburgse platteland spelen ook de lokale plattelandsactoren een belangrijke rol. Zo werkt het provinciebestuur in de Plaatselijke Groepen Leader Kempen & Maasland en Leader Haspengouw samen met de lokale gemeentebesturen en plattelandsactoren aan de versterking van de plattelandsontwikkeling in de desbetreffende regio. In beide Leadergebieden zit de projectontwikkeling op kruissnelheid: in Kempen & Maasland en Haspengouw zijn tot op heden respectievelijk 15 en 12 projecten goedgekeurd, telkens voor een totaal investeringsbedrag van 2,2 miljoen €. In 2010 zal door beide Plaatselijke Groepen actief worden gezocht naar partners in andere plattelandsgebieden met het oog op mogelijke samenwerkingsprojecten.

In het streven naar een meer duurzame landbouw en een optimalisering van de productiekwaliteit wordt ook in 2010 ingezet op een duurzaam bodembeheer, voornamelijk in de akkerbouw, en op het behalen van het kwaliteitscertificaat in de melkveehouderij. Agrivisie is, na een intensief traject, erin geslaagd om de Limburgse praktijkcentra te integreren in twee Interreg-projecten die inzetten op duurzame landbouw. De Limburgse land- en tuinbouwers worden ook blijvend gestimuleerd om de klassieke landbouwactiviteiten te verbreden en te diversifiëren.

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 25


E K J E I K L J I E L T E M T M MIIE RRUUIIN E O M O EECCOON Situering Een belangrijke taakstelling van POM-ERSV Limburg situeert zich in het domein van de “Ruimtelijke Economie”: de zorg voor kwantiteit en kwaliteit van vestigingsruimte voor bedrijven. POM Limburg is hierin actief op 5 gebieden die nauw met elkaar samenhangen: - Planning van bedrijventerreinen; - Ontwikkeling van nieuwe terreinen; - Revitalisering en herstructurering van verouderde of vervuilde bedrijventerreinen; - Herinschakeling van onbenutte bedrijfspercelen; - Zorg voor kwaliteitsvolle en duurzame bedrijventerreinen. In dit Economisch Rapport worden twee van deze activiteiten kaders van naderbij toegelicht, met name de ontwikkeling van nieuwe terreinen en het herinschakelen van onbenutte bedrijfspercelen.

ONTWIKKELING VAN NIEUWE BEDRIJVENTERREINEN “POM Limburg moet bijdragen tot de bevordering van de sociaaleconomische ontwikkeling van de provincie, o.m. door het uitvoeren van projecten ter versterking van de infrastructuur tot vestiging van het bedrijfsleven en ontwikkeling van de ruimtelijk-economische infrastructuur”, zo is decretaal bepaald. POM Limburg is overigens niet aan zijn proefstuk toe in deze materie. Het kan terugvallen op de ervaring die door haar voorganger GOM-Limburg is opgebouwd met de ontwikkeling van de Research Campus Hasselt, het Bedrijvenpark Brustem en in ruimere zin ook het Wetenschapspark Limburg en de Limburgse bedrijvencentra. In 2007 hebben de bestuursorganen van de POM de taken in het domein “Ruimte om te ondernemen” afgelijnd. Daarbij werd aangegeven dat POM Limburg zich bij haar initiatieven laat leiden door minimaal 3 van de volgende 7 criteria: - Complexiteit - Omvang (kostprijs) - Samenwerking met andere partners - Strategisch belang - Thematisering van het terrein - Initiatief vanuit private partner - Kadering binnen het Economisch Netwerk Albertkanaal Partners waarmee POM Limburg samenwerkt om nieuwe bedrijventerreinen te realiseren zijn de betrokken gemeentebesturen, LRM, NV De Scheepvaart en desgevallend ook private actoren. Een belangrijk recht dat de wetgever aan POM Limburg (en andere Vlaamse POM’s) heeft toegekend is de onteigeningsbevoegdheid. In de hierna beschreven projecten zal blijken dat POM Limburg daar ook gebruik van maakt. Hetzelfde basisschema voor de taakverdeling komt overigens telkens terug in de vier beschreven projecten: POM Limburg treedt op voor de onteigening, LRM brengt kapitaal aan (het geheel of een belangrijk deel) en is dus de risicodragende ontwikkelingspartner, soms samen met het betrokken gemeentebestuur of met NV De Scheepvaart. Alle partners hebben zeggingsmacht bij de ontwikkeling en over het uitgiftebeleid. De eigenlijke prijszetting blijft een voorrecht voor de risicodragende partner.

Drie nieuwe terreinen in het kader van het Economisch Netwerk Albertkanaal (ENA) Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) wijst op het grote belang van het Albertkanaal voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Vlaanderen. Er is nu al veel bedrijvigheid rond het Albertkanaal, maar er is nog voldoende ruimte voor de groei van zowel watergebonden als niet-watergebonden economische activiteiten. Bepaalde verouderde of niet goed ontwikkelde terreinen kunnen door herstructurering of inbreiding opnieuw aantrekkelijk gemaakt worden. Daarnaast is er ook nog ruimte beschikbaar om nieuwe en goed gelegen bedrijventerreinen aan te leggen. Het RSV wijst op het belang om het Albertkanaal als een ruimtelijk samen-

26 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 27


E K J I L E M IE O T N O M C I TELIJKM E EIE RRU M NO UIO EC hangend netwerk te beschouwen en om de inspanningen over de hele lengte van het Albertkanaal te coördineren vanop gewestelijk niveau. Zo kunnen de economische sterkten van het gebied elkaar aanvullen en kan de economische groei gestructureerd opgevangen worden. De kernbeslissing (d.d. 23 april 2004) van de Vlaamse Regering over het ENA voorzag o.m. in het opmaken van Gewestelijke Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (GRUP’s) voor een aantal prioritair te bestemmen terreinen. Eén ervan betreft een gebied in Lanaken, waar het GRUP in het kader van de bestemming van leemwinningsgebieden voor de steenbakkerijen is vastgesteld en waar na de voltooiing van de ontginning een uitbreiding van het bedrijventerrein zal mogelijk zijn. Drie andere GRUP’s bevinden zich in West-Limburg, waar de voorbije jaren een absolute schaarste aan bedrijventerreinen was. Hier is geopteerd voor een uitdrukkelijke koppeling van bijkomende ruimte voor industriële en logistieke bedrijven aan de dragende infrastructuren: het Albertkanaal en de E313-autosnelweg. Aan de uitwerking van de GRUP’s heeft POM Limburg, samen met partners, in een zo vroeg mogelijke fase actie gekoppeld. Het betreft de bijkomende terreinen Beringen Ravenshout Noord, Genebos in Ham en Tessenderlo, en Ham Zwartenhoek. Twee van de drie nieuwe terreinen in West-Limburg (Beringen Ravenshout Noord en Genebos) zijn uitbreidingen aan het terrein Ravenshout, het tweede grootste bedrijventerrein in de provincie (na Genk-Zuid) met een bruto-oppervlakte van ca. 900 ha. Het derde terrein waarvoor een GRUP is geïnitieerd (Ham Zwartenhoek) sluit in de ene richting aan bij het bedrijventerrein van Meerhout waar het distributiecentrum van Nike en de terminal WTC zijn gevestigd, en in de andere richting is het slechts enkele kilometers verwijderd van het terrein Ravenshout. Ter verbetering van de wegontsluiting voor het lint van bedrijventerreinen in deze ruimere zone, plant het Vlaams Gewest de doortrekking van een parallelweg (‘Kanaalweg’) ten noorden van de autosnelweg E313, zowel op Limburgse bodem als aansluitend in de provincie Antwerpen. Reeds eerder werden Milieu-EffectenRapporten (MER’s) uitgevoerd die de plannen voor de drie projectzones beoordelen.

28 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

Ravenshout Noord in Beringen Het GRUP ‘Ravenshout Noord’ vormt een uitbreiding met bruto 23 ha van het reeds bestemde industriegebied Ravenshout ten noorden van het Albertkanaal. Het nieuwe gedeelte heeft de bestemming ‘gemengd regionaal bedrijventerrein’ gekregen. Voor het reeds bestemde deel wordt voorzien dat de nadruk gelegd wordt op de watergebonden potentie. De bestemming van het nieuwe gebied betekende tevens het aanbrengen van een oplossing voor de ontsluitingsproblematiek van de omliggende terreinen, waarvan 19 ha in eigendom is van de stad Beringen na een terugkoop in 2002 uit handen van Electrabel. Het is de bedoeling een geïntegreerde ontwikkeling van beide delen te realiseren. De geïntegreerde benadering kan ook uitgebreid worden naar samenwerking met private bezitters van de aanpalende terreinen (terreinen aan de Kolenhaven in handen van Groep Machiels die hier het industrieel project ‘City Lofts’ wil realiseren, terreinen van EON, terreinen van Colas Belgium). Voor de ontwikkeling van het terrein zijn volgende stappen al gezet: - Een haalbaarheidsstudie werd uitgevoerd en geactualiseerd in juni 2007; - Het GRUP werd defi nitief vastgesteld op 28 februari 2008; - Op 13 maart 2008 tekenden de ontwikkelingspartners POM Limburg, LRM en Stad Beringen een samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling van het terrein; - Onteigening door POM Limburg: het onteigeningsplan werd voorlopig vastgesteld op 16 maart 2009, en defi nitief vastgesteld door het Directiecomité van POM Limburg op 3 september 2009 met machtigingsvraag aan de bevoegde Vlaamse Minister. Onder meer wegens betwisting over het toenmalige decreet Ruimtelijke Ordening als rechtsgrond voor onteigeningsbevoegdheid van POM Limburg dient dit deel van de onteigeningsprocedure opnieuw gevoerd te worden; - Detailstudies over het ontwerp, de infrastructuur,… werden door LRM gegund in maart 2009 en zijn in uitvoering; - Op basis van de gemaakte afspraken in de investerings- en aandeelhoudersovereenkomst tussen de projectpartners, zal binnenkort een projectvennootschap worden opgericht; - De verdere planning laat de uitvoering van de infrastructuurwerken verhopen in 2011 waarna de uitgifte kan aanvangen.

Figuur 1 : Structuurschets Ravenshout Noord

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 29


E K J I L E M IE O T N O M C I TELIJKM E EIE RRU M NO UIO EC Genebos in Tessenderlo en Ham In het kader van het ENA werden twee opties genomen die samenkomen in dit project: - De herstructurering van een noordelijke zone van ca. 80 ha in het bestaande bedrijventerrein Ravenshout; - De bestemming van een uitbreiding met ca. 36 ha (Genebos). Op uitnodiging van het Agentschap Economie treedt POM Limburg op als trekker van een integrale ontwikkeling die de herstructurering koppelt aan de ontwikkeling van de inmiddels nieuw bestemde zone (uitbreiding). Met behulp van Vlaamse subsidies heeft POM Limburg samen met de gemeentebesturen van Ham en Tessenderlo in 2007-2008 een haalbaarheidsstudie laten uitvoeren. Dankzij deze studie werd het project nauwer gedefi nieerd en begroot. Op basis hiervan is een partnerschap ontstaan tussen POM Limburg, beide gemeentebesturen en LRM. De uitbreiding (36 ha) is in het GRUP gedefi nieerd als een “Specifiek regionaal bedrijventerrein voor transport, distributie en logistiek”. De zone is gelegen aan weerszijden van de N73 die Figuur 2 : Conceptvoorstel inrichting uitbreidingszone Genebos

Figuur 3 : Mogelijke scenario’s invulling uitbreidingszone Genebos

dienst doet als toegang van de autosnelweg E313 naar het bedrijventerrein Ravenshout. De haalbaarheidsstudie leidde tot de conclusie dat voor het noordelijk deel geen nieuwe wegen nodig zijn. Voor het zuidelijk deel is een scenario uitgetekend dat rekening houdt met de nabijheid van de woonenclave Terlaak, doorkruisende hoogspanningsleidingen en pijpleidingen, en de nood aan buffering van hemelwater in het gebied. Het uitgetekende scenario voorziet een ruime bufferzone t.o.v. de woonomgeving en waterbufferbekkens in de randzones van het gebied. Er werd gekozen voor een terreinindeling met een eenduidige en overzichtelijke structuur, met minimale lengte van wegenis waarbij het verkeer weggehouden wordt van de woonomgeving, en met beperkt terreinverlies door de hoogspanningsleidingen. Een optie wordt opengehouden om langs de weg een parkeer- en faciliteitenzone in te richten. De technische uitwerking voor de externe ontsluiting werd eveneens verkend.

Figuur 4 : Zonevreemde woningen in te herstructureren zone Ravenshout

Het te herstructureren gebied bevat problemen van versnipperd ruimtegebruik, vele onbenutte en te kleine percelen, zonevreemde woningen in het gebied, infrastructuurknelpunten, verloedering van het openbaar domein, leegstand en verkrotting en mogelijk ook saneringsbehoeften. Deze te herstructureren zone werd volledig geïnventariseerd. De aanbeveling uit de studie luidt om beperkte ingrepen te doen in het verbeteren van de infrastructuur (wegen) die een optimalisatie van het ruimtegebruik met zinvolle kavelstructuur mogelijk maken. De studie bevat verder een technisch voorstel voor de riolering en geeft een kijk op de mogelijke prioriteiten voor het verwerven van zonevreemde woningen. Een ontwerp van businessplan is opgemaakt dat, onder een voor LRM aanvaardbaar rendement, een veronderstelling maakt over de geldsommen die benut kunnen worden voor de herstructureringswerken en de verwerving van zonevreemde woningen. Het plan voorziet een uitvoering in fases, o.m. rekening houdend met de uitgifte van gronden in de nieuwe zone.

30 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

Figuur 5 : Conceptvoorstel infrastructuuringrepen en mogelijke kavelstructuur in te herstructureren zone Ravenshout

Voor de ontwikkeling van het terrein zijn volgende stappen reeds gezet: - Voltooiing van de haalbaarheidsstudie; - Ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst in januari 2009; - Onteigening door POM Limburg: het onteigeningsplan werd voorlopig vastgesteld op 16 maart 2009, en defi nitief vastgesteld door het Directiecomité van POM Limburg op 3 september 2009 met machtigingsvraag aan de bevoegde Vlaamse Minister. Onder meer wegens betwisting over het toenmalige decreet Ruimtelijke Ordening als rechtsgrond voor onteigeningsbevoegdheid van POM Limburg dient dit deel van de onteigeningsprocedure opnieuw gevoerd te worden; - Gunning van detailstudies voor o.m. ontwerp infrastructuur is in voorbereiding.

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 31


E K J I L E M IE O T N O M C I TELIJKM E EIE RRU M NO UIO EC Ham Zwartenhoek

Figuur 6 : Overzichtskaart Ham Zwartenhoek

Voor het gebied Ham Zwartenhoek gaf de Vlaamse Regering in 2004 de opdracht voor een verkennende studie die de haalbaarheid en ontwikkelingsscenario’s onderzocht voor de ontwikkeling van een zone van ca. 90 ha gelegen tussen de autosnelweg E313 en het Albertkanaal (77 ha als uitbreidingsgebied en 12 ha reeds bestemde zone). Deze studie werd in 2007 opgeleverd, samen met een PlanMER dat in mei 2008 door de bevoegde dienst werd goedgekeurd. Op basis van deze studies en op voorstel van het Coördinatieplatform ENA heeft de Vlaamse Regering in juli 2007 beslist om een GRUP op te stellen voor dit gebied. Het GRUP staat in functie van de volledige ontwikkeling van deze zone en voorziet een scenario waarbij op termijn alle woningen in het gebied verdwijnen. In totaal bevinden zich 40 woningen in het gebied. Figuur 7 : Luchtfoto projectgebied Ham Zwartenhoek

Figuur 8 : Conceptscenario inrichtingsvoorstel Ham Zwartenhoek

Vanaf medio 2007 verkenden POM Limburg, LRM, NV De Scheepvaart en de gemeente Ham de mogelijkheid om dit project samen te ontwikkelen. Dit leidde in maart 2009 tot de ondertekening van een samenwerkingsovereenkomst. De partners schreven tevens een opdracht uit voor de sociale begeleiding van bewoners en eigenaars. Dit sociaal begeleidingsplan bevat de communicatie met bestaande eigenaars, gebruikers en huurders binnen het plangebied alsook de acties om hen te begeleiden in het vinden van een alternatieve locatie, zowel voor residentiële gronden als voor landbouwgronden. Het openbaar onderzoek over het ontwerp GRUP werd op 23 juli 2009 afgesloten. Bij het GRUP is eveneens een onteigeningsplan toegevoegd. Na de defi nitieve vaststelling van het GRUP zal POM Limburg de onteigening uitvoeren in het gedeelte dat is aangemerkt als niet-watergebonden. NV De Scheepvaart zal onteigenen in het watergebonden gedeelte. De gedetailleerde technische studie met het ontwerp voor de infrastructuurwerken kan eventueel eerder starten.

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 33


E K J I L E M IE O T N O M C I TELIJKM E EIE RRU M NO UIO EC

Figuur 10 : Projectzone uitbreidingsgebied Alken Kolmen

Figuur 9 : Projectzone uitbreiding brouwerij te Alken

Alken Kolmen en uitbreidingszone aan brouwerij Alken

Valleigebied

Bufferzone

Bufferzone Zone voor historisch gegroeide bedrijvigheid - Brouwerij

Een ontwikkelingsproject van POM Limburg dat niet kadert binnen het ENA wordt uitgevoerd in Alken. Reeds lang werd het in Alken als een probleem ervaren dat een gebied in de omgeving van de brouwerij van Alken met als bestemming industrie niet kon worden aangesneden omwille van de situering in het overstromingsgebied van de Herk (twee waterlopen: Grote Herk en Kleine Herk). In het kader van haar planningsbevoegdheid voor regionale bedrijventerreinen zocht het Provinciebestuur een oplossing voor dit probleem. Via overleg met o.m. het gemeentebestuur van Alken, de Afdeling ‘Water’ van de Vlaamse Administratie (VMM - Vlaamse Milieu Maatschappij) en POM Limburg, kwam men tot een oplossingsvoorstel. Het voorstel bestaat erin om een gedeelte van dit gebied een andere bestemming te geven en ter compensatie van het verlies aan oppervlakte voor bedrijven een uitbreiding aan het bestaande bedrijventerrein Kolmen te voorzien.

Industriezone met nabestemming ‘Valleigebied met afwerking groene woonrand’

Deze oplossing werd bekrachtigd middels de defi nitieve vaststelling van een Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan (PRUP) op 20 juni 2007. Samen met het PRUP is een onteigeningsplan vastgesteld dat POM Limburg als mogelijk onteigenende instantie aanduidt. Uit deze planvorming vloeit een dubbel ontwikkelingsproject voort: 18 ha aan het bestaande terrein Kolmen en 11 ha in de uitbreidingszone ‘omgeving brouwerij’. Vanaf 2008 werden gesprekken gevoerd tussen POM Limburg, het gemeentebestuur van Alken en LRM. In de lente van 2009 leidden deze gesprekken tot de ondertekening van een samenwerkingsovereenkomst. In uitvoering van deze overeenkomst werd een opdracht voor een haalbaarheidsstudie en een technisch ontwerp gegund en opgestart. POM Limburg volgt deze studie mee

Zone voor regionale bedrijvigheid

Zone voor regionale bedrijvigheid

Figuur 11 : Indicatief tijdspad Project

2007

planning (RUP)

op en bereidt zich momenteel voor op het voeren van de onteigeningsprocedure. De onteigeningen en de subsidieaanvraag zouden kunnen geschieden in 2010. De infrastructuurwerken zouden kunnen uitgevoerd worden in 2011, met aansluitend een eerste uitgifte van gronden.

2008

2009

structureren samenwerking

2010

2011

onteigening

2012

werken

Beringen Ravenshout haalbaarheidsstudie

planning (RUP)

ontwerp infrastructuur

structureren samenwerking

onteigening

werken

Genebos haalbaarheidsstudie

Conclusie

ontwerp infrastructuur

planMER

In de komende 2 jaar zullen ca. 200 ha bijkomende bedrijventerreinen worden gerealiseerd dankzij de essentiële rol van POM Limburg in samenwerkingsverbanden voor vier projecten. Het zwaartepunt ligt in West-Limburg waar een absolute schaarste aan bedrijfsgrond heerst en waar een belangrijke taakstelling ligt in het kader van het Economisch Netwerk van het Albertkanaal.

34 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

planning (RUP)

onteigening

werken

Ham Zwartenhoek voorstudie

planning (RUP)

structureren samenwerking

structureren samenwerking

ontwerp infrastructuur

onteigening

Alken haalbaarheidsstudie + ontwerp infrastructuur

werken


E K J E I K L J I E L T E M T M MIIE RRUUIIN E O M O EECCOON

HERINSCHAKELEN VAN ONBENUTTE BEDRIJFSPERCELEN Naast het ontwikkelen van nieuwe terreinen heeft POM Limburg ook aandacht voor het herstructureren en opwaarderen van bestaande terreinen. De betere benutting van bedrijfsgronden is van groot belang in het integrale beleid van de provincie dat permanent wil voorzien in een voldoende en gedifferentieerd aanbod aan bedrijventerreinen. In opdracht van de Vlaamse Overheid, die het ruimtegebruik op bedrijventerreinen wil optimaliseren, voerde POM Limburg van medio 2005 tot begin 2007 een ‘Detailonderzoek Onbenutte Bedrijfsgronden’ uit. In dit onderzoek werden de onbenutte bedrijfsgronden van 1 hectare en groter geïnventariseerd en werd bij de eigenaars gevraagd naar de reden van de on(der)benutting van deze gronden. Uit deze inventarisatie bleek duidelijk dat een groot aantal onbenutte gronden in handen is van bedrijven. Vooral grote en multinationale bedrijven bestempelen hun onbenutte bedrijfsgronden als ‘strategische reserve’ en wensen doorgaans geen vermarktingsinitiatieven te nemen. Op die manier worden heel wat gronden met een economische bestemming niet spontaan op de markt gebracht.

Onderhandelingsteams Begin 2008 startte POM Limburg, in opdracht van het Agentschap Ondernemen van de Vlaamse Overheid, het project ‘Onderhandelingsteams Onbenutte Bedrijfsgronden’. Het project bestaat uit het voeren van onderhandelingen met eigenaars van onbenutte bedrijfspercelen en loopt tot eind 2010. Met dit initiatief komt POM Limburg tegemoet aan de vraag van de Vlaamse Overheid om zoveel mogelijk uitgeruste bedrijventerreinen beschikbaar te maken voor nieuwe investeringen. Met eigenaars van onbenutte bedrijfsgronden wordt onderhandeld door een team met vertegenwoordiging van POM Limburg, het betrokken gemeentebestuur en minstens één partner die kan optreden als kandidaat voor de verwerving van de gronden. De betrokkenheid van de gemeentebesturen is van belang omdat zij beschikken over veel terreinkennis en de nodige contacten hebben met de eigenaars. De gemeentebesturen worden ook meer geconfronteerd met gevoeligheden en opportuniteiten. De Limburgse investeringsmaatschappij LRM is de geprivilegieerde partner die als kandidaat-koper (en -ontwikkelaar) kan optreden voor grotere oppervlakten. Ter ondersteuning van het project kan ook beroep worden gedaan op externe expertise, vooral op gebied van juridische bijstand, technische en fi nanciële haalbaarheidsstudies, waardebepalingen,…

900 ha onbenutte bedrijfsgrond Om het te creëren aanbod te vergroten werd, in overleg met het Agentschap Ondernemen, beslist om ook percelen kleiner dan 1 ha en groter dan of gelijk aan 0,5 ha op te nemen. Een gedetailleerde inventarisatie van deze percelen leverde een verhoging op van 13% van de totaal te behandelen perceelsoppervlakte. Na de zoekverruiming steeg de totale oppervlakte aan onbenutte bedrijfsgronden van 780 ha naar 900 ha. In totaal werden 373 on(der)benutte percelen gelijk aan of groter dan 0,5 ha weerhouden ter opvolging en waar mogelijk ter activering.

36 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 37


E K J I L E M IE O T N O M C I TELIJKM E EIE RRU M NO UIO EC Figuur 1 geeft de verdeling weer van de onbenutte bedrijfsgrond per Limburgse streek. Hieruit blijkt de grote concentratie in West-Limburg (33%). 70% van de totale oppervlakte in West-Limburg behoort toe aan 10 grote bedrijven. Zuid-Limburg bevat het minste bedrijfsgrond die onbenut is. Meer dan de helft van de gronden bevindt zich overigens in 5 gemeenten, die zich overwegend bevinden binnen het Economisch Netwerk Albertkanaal: Tessenderlo (16%), Genk (14%), Beringen (10%), Dilsen-Stokkem (7%) en Lanaken (7%).

Tabel 1 : Onbenutte bedrijfsgrond per gemeente (in ha) Beringen

88

Hamont-Achel

9

Maaseik

24

Bilzen

5

Bocholt

5

Hasselt

19

Maasmechelen

42

Heusden-Zolder

24

Opglabbeek

Bree

19

15

Houthalen-Helchteren

34

Overpelt

55

Dilsen-Stokkem

66

Lanaken

63

Sint-Truiden

22

Genk

129

Leopoldsburg

4

Tessenderlo

147

Halen

4

Lommel

37

Tongeren

27

Ham

16

Lummen

19

Zutendaal

25

Figuur 1 : Verdeling onbenutte bedrijfsgrond per streek

De grote oppervlakten (4 tot 20 ha) zijn samen goed voor ca. 420 ha, ruim de helft van de totale oppervlakte aan onbenutte bedrijfsgronden. Figuren 2 en 3 geven een overzicht van de onbenutte gronden (groen ingekleurd) op de twee grootste industrieterreinen in de provincie Limburg: Genk-Zuid (1.500 ha) en Ravenshout (930 ha).

Wisselend succes in 2008 Via herhaalde gesprekken met de eigenaars van de gronden werd intensief getracht om aanbod los te maken, met wisselend succes. Vooral de antwoorden van multinationale bedrijven lieten op zich wachten wegens het inplannen van besprekingen hierover in de strategische vergaderingen van de hoofdzakelijk in het buitenland gevestigde hoofdkwartieren. Bij onderzoek van de originele verkoopsakten werd ook zichtbaar dat er voor de meerderheid van de gronden geen terugkooprecht kan uitgeoefend worden wegens weinig duidelijke stipulaties in de oudere verkoopsakten.

6%

Figuur 2 : Onbenutte grond (groen) Genk-Zuid

22%

33%

14% 25%

West-Limburg

Midden-Limburg

Noord-Limburg

Maasland

Zuid-Limburg

nota te nemen van een mogelijke activering in de toekomst, maar om hier nog geen communicatie rond te voeren. Positief evoluerende onderhandelingen verliepen in tijdnemende fasen. Nadat er een principieel akkoord werd bereikt, werd aan de hand van gedetailleerde structuurschetsen verder gebouwd aan een concrete overeenstemming. Clustervorming van terreinen werd hierbij eveneens als optie behandeld. In 2008 werd er voor ca. 69 ha aan benutting gerealiseerd of werd er een aanzet gegeven tot vermarkting. Van ongeveer 40 ha kon gesteld worden dat de benutting reeds effectief was in de zin dat er al gebouwen of installaties werden opgericht. Figuur 4 toont aan dat West-Limburg in 2008 het grootste aandeel had in het vermarktingsproces. Midden-Limburg kende het grootste aantal bedrijfsuitbreidingen op haar onbenutte gronden.

Op regelmatige basis werd het Agentschap Ondernemen op de hoogte gebracht van het vrijgekomen aanbod met het oog op het aanbrengen van geïnteresseerde kandidaatkopers. Bij wijze van test werd een perceel simultaan aangeboden via diverse websites (o.a. www.locateinlimburg.com). Soms was er het verzoek van de eigenaar om discreet

38 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 39


E K J I L E M IE O T N O M C I TELIJKM E EIE RRU M NO UIO EC Figuur 3 : Onbenutte grond (groen) Ravenshout en Schoonhees Tessenderlo

Enkele voorbeelden van benutting van voorheen onbenutte bedrijfsgronden in de diverse streken:

Noord-Limburg - Hamont-Achel: Hegge nv bouwt een hal op 1,7 ha onbenutte grond - Lommel: Schippers Transport breidt uit op 1,2 ha - Overpelt: Derimmoco verwerft 1,8 ha onbenutte grond en bouwt er een KMOpark met moderne infrastructuur - Overpelt: Van Merksteijn Quality Wire Belgium verwerft 1,2 ha en bouwt een hal

West-Limburg - Beringen: Neste Oil verkoopt 23 ha aan Katoennatie, die hier activiteiten wil starten - Beringen: Group VCR sluit een partnership met nv Cordeel om op een onbenut perceel van 11 ha aan het Albertkanaal een energieconcept uit te bouwen - Beringen: Creafood verkoopt (na brand) 1,2 ha aan Gijbels Glas die er een nieuw bedrijfsgebouw opricht - Heusden-Zolder: ETTS en Nida Express vestigen zich in de nieuw gebouwde hallen langs de autosnelweg E314 op 1,5 ha

Midden-Limburg

Figuur 4 : Vermarkting en bedrijfsuitbreiding van onbenutte bedrijfsgrond (in ha) per Limburgse streek in 2008 Noord-Limburg

45

West-Limburg

40,4

40

Midden-Limburg Maasland

35

Zuid-Limburg

30

20

10

Tabel 2 : Vermarkting, bedrijfsuitbreiding en totaal geactiveerd (in ha) per streek en per gemeente in 2008

Maasland - Dilsen-Stokkem: Mecam nv bouwt een nieuwe hal op 1 ha te Lanklaar - Maaseik: Mefi l Spinning nv benut bijkomend 1 ha van de bedrijfsgronden door de bouw van een bedrijfshal - Maasmechelen: Gralex nv verkoopt 2,2 ha aan de gemeente Maasmechelen die hier de gemeentelijke werkplaatsen en opslagruimte zal oprichten

Zuid-Limburg

25

15

- Genk: Norbord nv verkoopt 3,5 ha onbenutte grond aan Essent Belgium die op deze locatie een CCGT-centrale zal bouwen - Opglabbeek: Scania bouwt een nieuwe bedrijfshal op 3,8 ha - Opglabbeek: DHL breidt uit op 1,6 ha - Opglabbeek: nv Ancher koopt 0,8 ha onbenutte grond van Ellipro en bouwt een complex dat verhuurd wordt aan Scania CB AB in samenwerking met Bewel

12,0

12,1

9,8 5,9

5

2,9

5,8

5,9

3,5

0 Vermarkting

Bedrijfsuitbreiding

4,4

- Sint-Truiden: Impermo nv bebouwt 1 ha reservegrond met een nieuw bedrijfsgebouw - Tongeren: Teleflex Medical Edc nv koopt 3,5 ha van transportbedrijf Jacobs en bouwt een logistiek centrum

NOORD-LIMBURG Bree

Vermarkting

Bedrijfsuitbreiding

Totaal geactiveerd

12

5,9

17,9

2,9

0,6

3,5

Hamont-Achel

1,7

1,7

Lommel

2,7

2,7

Overpelt WEST-LIMBURG

9,1

0,9

10

40,4

5,8

46,2

Beringen

39,8

0,9

40,7

Heusden-Zolder

0,6

4,9

5,5

MIDDEN-LIMBURG

9,8

12,1

21,9

7,5

1,9

9,4

Genk Houthalen-Helchteren Opglabbeek MAASLAND

3,1

3,1

2,3

7,1

9,4

2,9

5,9

8,8

1,6

1,6

Dilsen-Stokkem Lanaken Maaseik

0,6

1,7 2,7

Maasmechelen

2,3

0,5

2,8

ZUID-LIMBURG

3,5

4,4

7,9

Sint-Truiden Tongeren

40 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG â&#x20AC;&#x201D; JANUARI 2010

1,7 2,1

3,5

1

1

3,4

6,9

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG â&#x20AC;&#x201D; JANUARI 2010 - 41


E K J I L E M IE O T N O M C I TELIJKM E EIE RRU M NO UIO EC Verdubbeling geactiveerde gronden in 2009 Ook in 2009 werden door POM Limburg diverse gesprekken gevoerd met eigenaars van onbenutte bedrijfsgronden, meestal in nauwe samenwerking met de respectievelijke gemeenten. Ondanks diverse obstakels werd in 2009 een verdubbeling bereikt van het aantal geactiveerde oppervlakten t.o.v. 2008 (144 ha in 2009 t.o.v. 69 ha in 2008). Vele vermarktingen of benuttingen gebeuren spontaan door en tussen private partijen. Enkele voorbeelden van positieve ontwikkelingen in 2009 zijn: - Bvba Tikaruto Geel koopt het door de Stad Beringen teruggekochte ex-Vandenbrand perceel van 1,4 ha (met gebouw) gelegen aan de Tervantstraat in Beringen en verleent aan Dexia Lease Service recht van opstal. Dexia staat onroerende leasing toe aan de nv Hyundai Machines Belgium. Momenteel wacht het bedrijf op een afbraakvergunning voor het bestaande gebouw alvorens de werkzaamheden aan de nieuwbouw te kunnen aanvatten. - De Eerste Hof activeert haar onbenutte gronden (5 ha) aan de Westlaan te Heusden-Zolder. Het Recyclagecentrum (GRC&DEC) coördineert hier sinds het voorjaar van 2009 haar grondverwerkingsactiviteiten. - Van Den Boer Invest verkoopt en verhuurt hallen op de door haar verworven, voorheen onbenutte, gronden (ca. 0,7 ha) aan de Siberiestraat te Overpelt.

- Fairview nv Developers koopt ca. 1,2 ha onbenutte grond aan de Pannenhuisstraat te Dilsen-Stokkem. Dit perceel wordt verdeeld in twee loten, waarbij het noordelijke lot reeds werd verkocht aan Seegers Natuursteen nv. - Op hun onbenutte grond (1 ha) aan de Industrieweg te HeusdenZolder hebben de gebroeders Kerfs de bvba TruckStop 26 bis opgericht, een bewaakte parking en faciliteiten voor vrachtwagenbestuurders e.a. - ADC Groep koopt 3 ha onbenutte grond van Press & Plat op het industrieterrein Tongeren-Oost. Het bedrijf wil hier een nieuw gebouw van ca. 5.000 m² inplanten. De bouwaanvraag hiervoor is ingediend. - Begin augustus 2009 werd een bouwvergunning verleend aan nv Immo Prinsen. Aan de Prinsenweg te Tongeren-Overhaem zullen op Lot 1 (2,2 ha) van het onbenutte perceel (totaal 3,2 ha) vier industriehallen met kantoren en 1 conciërgewoning worden gebouwd. Belangrijk voor de verdere inschakeling van onbenutte gronden is de opstelling van de eigenaars. Ca. 40% van de eigenaars weigert verdere initiatieven tot activering. Hieruit blijkt dat het aanvoeren van een doordacht juridisch instrumentarium zich opdringt, indien men vanuit de Vlaamse Overheid de benutting verder wil opdrijven.

213 ha onbenutte bedrijfsgrond is geactiveerd Bij het categoriseren van de gronden werd tot heden vastgesteld dat 24% van de onderzochte percelen (213 van 900 ha) reeds werd ‘geactiveerd’. Hieronder vallen terreinen waarop reeds werd gebouwd, die werden aangekocht met de intentie tot bouwen, beschikbaar worden op korte termijn, verhuurd en benut worden, waarvoor een bouwaanvraag in behandeling is, waarvoor een concessie is verleend, waar flankerende constructies worden opgericht, die bouwrijp worden gemaakt en terreinen die zich bevinden in een of andere fase van activering. 37% van de onbenutte gronden bevindt zich onder de noemer ‘geblokkeerd’. De eigenaars wensen geen verdere vermarktingsinitiatieven te nemen. Van 23% van de percelen kan gezegd worden dat de situatie ‘activeerbaar’ is. De aandacht of de intentie tot het activeren kan sterk variëren. Er kunnen heel wat factoren spelen en diverse situaties zijn mogelijk: het verlenen van een optie, het onderhandelen in functie van verkoop of aankoop, het onderzoeken van symbiosemogelijkheden, het crisisbeleid van ondernemingen, lopende bodemonderzoeken bij significante vervuiling, juridische betwistingen,… Deze groep van activeerbare onbenutte gronden betekent een belangrijk potentieel waaruit in 2010, bij een aantrekkende economie, opnieuw een reëel vestigingsaanbod kan gepuurd worden. Figuur 5 : Categorisering onbenutte gronden

2% 5%

9% 24%

Conclusie Met de voorliggende resultaten kan worden geconcludeerd dat het initiatief “onderhandelingsteams onbenutte bedrijfsgronden” zeer zinvol is. De verhoogde aandacht voor het thema bij lokale besturen maar ook bij private marktpartijen is een gezonde ontwikkeling. Het is van belang dat deze aandacht scherp wordt gehouden. POM Limburg zal in 2010 samen met de partners dit initiatief dan ook intensief verder uitvoeren. Naar de toekomst is het ook belangrijk dat gemeentebesturen en andere terreinbeheerders die industriegrond uitgeven de nieuwe modellen van verkoopakten gebruiken die in 2008 door POM Limburg werden geactualiseerd en geoptimaliseerd. Deze modellen bevatten bepalingen over de terugkoopmogelijkheid die toekomstige onderbenutting van bedrijfsgrond tegengaan. De modellen van verkoopakten kan u terugvinden op de website www.pomlimburg.be (rubriek “Publicaties”) of kan u opvragen via info@pomlimburg.be of tel. 011 300 100.

23% 37%

geactiveerd geblokkeerd

activeerbaar verantwoorde reserve

gedwongen reserve niet activeerbaar owv beleid

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 43


T K T R A K R M A S M D S I E D I AARRBBEID BEELLEEID B

Situering De activiteiten van POM-ERSV Limburg in het domein ‘Arbeidsmarktbeleid’ zijn erg uitgebreid en divers, maar hebben één gemeenschappelijk doel: zoveel mogelijk mensen aan het werk krijgen om op die manier de sociale en economische welvaart van de provincie Limburg te verzekeren. POM-ERSV Limburg organiseert overleg en ondersteunt projecten in een aantal subdomeinen binnen het arbeidsmarktbeleid:

Reguliere economie: coördinatie van de advies- en overlegorganen RESOC en SERR Limburg, arbeidsmarktactieplan, overleg met arbeidsmarktcoördinatoren, werkgroep arbeidsmarkt, advisering tewerkstellingsprojecten, …

10 JAAR BELEID ‘EVENREDIGE ARBEIDSDEELNAME EN DIVERSITEIT’ IN LIMBURG Om een hogere deelname van de kansengroepen aan de arbeidsmarkt te stimuleren voert Vlaanderen sinds 10 jaar een impulsbeleid van Evenredige Arbeidsdeelname en Diversiteit (EAD). Dit beleid omvat een aantal stimuleringsmaatregelen voor het voeren van een diversiteitsgericht personeelsbeleid in bedrijven, organisaties, onderwijsinstellingen en lokale besturen. Op die manier wil Vlaanderen bijdragen tot een meer evenredige participatie van kansengroepen op de arbeidsmarkt. Zowel de sociale partners als diverse andere organisaties, waaronder de Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden (ERSV’s), engageren zich om dit beleid uit te dragen en een concrete bijdrage te leveren aan de realisatie ervan. Binnen ERSV Limburg functioneert een team van 6 projectontwikkelaars EAD met als opdracht het afsluiten en begeleiden van diversiteitsplannen en het ontwikkelen van diversiteitsacties en –projecten. Een diversiteitsplan is voor de bedrijven een instrument om op een actieve, planmatige en structurele manier te werken aan een HR-beleid dat verschillen tussen mensen bewust hanteert en inzet ten voordele van mens en onderneming.

Sociale economie (i.s.m. provincie Limburg): projectontwikkeling en –uitvoering, sensibilisering, organisatie van het platform dienstencheques, advisering sociale economieprojecten, …

Dit artikel biedt een overzicht van de realisaties van de Limburgse projectontwikkelaars EAD in de voorbije 10 jaar. Hierbij wordt de focus gelegd op het opmaken, begeleiden en afsluiten van diversiteitsplannen in Limburgse bedrijven en organisaties.

Projectontwikkeling Lokale Werkgelegenheid: ondersteuning lokale besturen bij de uitbouw van hun regierol inzake werkgelegenheid en het stimuleren van de groei van lokale diensteneconomie.

Evenredige arbeidsdeelname en diversiteit: diversiteitsplannen, diversiteitsacties en –projecten, overleg, communicatie, sensibilisering, … In dit Economisch Rapport geven we een terugblik op het 10-jarig beleid van ‘Evenredige arbeidsdeelname en diversiteit’ in Limburg. Verderop in dit rapport krijgt u een inzicht in de boeiende sector van de sociale economie.

Historiek Blijvende achterstelling van allochtonen op de Vlaamse arbeidsmarkt Naast de hoge werkloosheidscijfers en de ondervertegenwoordiging van allochtonen in opleidingsprogramma’s, bracht gericht onderzoek eind jaren ’90 aan het licht dat er nog steeds vormen van discriminatie bestaan ten opzichte van allochtonen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Een studie van het Internationaal Arbeidsbureau uit 1997 toonde aan dat de vaak geminimaliseerde of ontkende discriminatie van allochtonen al bij het solliciteren optreedt. Het onderzoek bevestigde de hypothese dat bij gelijke kwalificaties, zijnde diploma en beroepservaring, de kandidaturen van autochtonen en van allochtone Belgen van Marokkaanse afkomst tijdens de aanwervingsprocedure verschillend behandeld worden. De problematische situatie van allochtonen op de arbeidsmarkt, was aanleiding voor de Vlaamse regering en de sociale partners om het roer om te gooien. Binnen het Vlaams Economisch en Sociaal Overlegcomité (VESOC) kwamen werkgevers- en werknemersorganisaties en de Vlaamse regering tot een akkoord om de achterstand en achterstelling van allochtonen in de Vlaamse bedrijven systematisch weg te werken. In september 1998 volgde hieruit het VESOC-actieplan voor de bevordering van de werkgelegenheid van allochtonen.

44 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 45


T K R A M S ID D E I L E E B T BEIDSMARK AAR RBLEID BE Een vernieuwende visie Onder impuls van dit VESOC akkoord koos de Vlaamse Regering resoluut de diversiteitskaart. Er werd komaf gemaakt met het gevoerde beleid van positieve discriminatie waarin fi nanciële stimuli en opgelegde aanwervingsquota de rode draad vormden. Het beleidsaccent kwam, naast de kansengroepen zelf, mee te liggen op de bedrijven. De uitbouw van een diversiteitsgericht personeelsbeleid als integraal deel van het HR- management kreeg de volle aandacht. Vanuit deze visie worden verschillen tussen mensen een voordeel voor het bedrijf. Kansengroepen werden niet meer gezien als “probleemgroepen”, wel als medewerkers met een bruikbaar potentieel voor het bedrijf. “Competenties en talenten zijn belangrijk, niet de uiterlijke kenmerken van mensen”, werd de boodschap.

Nieuwe instrumenten Om gericht dit nieuwe beleid uit te dragen en te verwezenlijken creëerde de Vlaamse overheid nieuwe instrumenten. Zo werden bedrijven aangespoord om stapsgewijs en planmatig te werken met behulp van (positieve) actieplannen. De toenmalige Subregionale Tewerkstellingscomité’s (STC) (later overgegaan in de ERSV’s) kregen projectontwikkelaars ter beschikking om de bedrijven hierin kosteloos te begeleiden. Tegenover het opgenomen engagement en de uitgevoerde acties in de positieve actieplannen stelde Vlaanderen een uitvoeringssubsidie ter beschikking. Naast de positieve actieplannen werden ook de interface-projecten geïntroduceerd. In samenspraak met het bedrijf werden tijdens deze projecten kansengroepen intensief en op maat opgeleid en begeleid naar openstaande vacatures. Tot slot maakte Vlaanderen middelen vrij voor het ontwikkelen van methodieken en instrumenten om haar EAD beleid concreet gestalte te geven (diversiteitsprojecten).

STC Limburg kreeg in 1999 de beschikking over 3 projectonwikkelaars, namelijk 1 projectontwikkelaar voor de opmaak van positieve actieplannen en 2 voor de uitvoering van de interface-projecten. In het werkjaar 2000 breidde dit team uit met een extra projectontwikkelaar positieve actieplannen.

Pact van Vilvoorde in 2001 In 2000 formuleerde de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen (SERV) in de platformtekst “Een uitgestoken hand” een langetermijnvisie op de verdere ontwikkeling van Vlaanderen. Dit initiatief van de SERV leidde tot het “Pact van Vilvoorde” dat in november 2001 werd ondertekend door de toenmalige Vlaamse regering en de sociale partners. De wensen voor een verhoging van de werkzaamheidsgraad en een evenredige arbeidsparticipatie van kansengroepen tegen 2010, vonden hun vertaling in het Pact. De verdere concretisering van deze doelstellingen, de opmaak van duidelijke groeiscenario’s en de beloofde engagementen hiertoe, werden op basis van enkele rondetafelgesprekken neergeschreven in gemeenschappelijke platformteksten (in 2002 voor allochtonen op de arbeidsmarkt, in 2003 voor arbeidsgehandicapten).

Samenwerking als boodschap Eigen aan het Vlaams EAD beleid is de betrokkenheid en samenwerking met diverse partners. In 2001 sloot de Vlaamse regering meerdere samenwerkingsprotocols af, waaronder het protocol over “management van diversiteit” met VKW, VEV en UNIZO; een protocol met de vakbonden; een protocol met Upedi inzake non-discriminatie in de uitzendsector en tot slot een protocol met vier federaties van allochtone verenigingen inzake de toeleiding naar de actie “startbanen”. Datzelfde jaar verscheen de oproep aan de sectororganisaties om sectorale actieplannen op te maken met flankerende maatregelen. In ruil kregen de sectoren de beschikking over sectorconsulenten diversiteit.

Decreet houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt Het decreet houdende de evenredige participatie op de arbeidsmarkt van 8 mei 2002 gaf het impulsbeleid EAD een stevige juridische basis en vormde de start voor de verdere structurele en inclusieve benadering van het beleid. Het decreet verbiedt ondermeer elke vorm van discriminatie op de arbeidsmarkt en stelt duidelijke sancties voorop bij niet naleving ervan.

VESOC akkoord 2003-2004 Het VESOC akkoord 2003-2004 vormde een nieuwe mijlpaal in het Vlaamse EAD beleid. De sociale partners (voorheen betrokken op beleidsniveau) kregen ook een uitvoerende opdracht en werden als structurele projectpartners erkend. Ter ondersteuning van de actie-

plannen (intussen diversiteitsplannen genoemd) kreeg elke sociale partner medewerkers ter beschikking met een specifieke opdracht: diversiteitconsulenten bij de vakbonden ter voorbereiding van de werkvloer via de ondernemingskernen en de syndicale afgevaardigden; medewerkers jobkanaal binnen VOKA, Unizo en Verso als extra werfkanaal voor de bedrijven om kansengroepen te bereiken; jobcoaches binnen de VDAB en medewerkers binnen de allochtone organisaties om kansengroepen te motiveren en aan het werk te krijgen.

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 47


T K RID A M S D I LE E E B T B K AAR MAR S D I E RBLEID BE Om de (georganiseerde) kansengroepen bij het beleid te betrekken ontstond binnen de SERV in 2003 de commissie diversiteit. Deze paritair samengestelde commissie, aangevuld met vertegenwoordigers van de kansengroep allochtonen en personen met een arbeidshandicap, adviseert het beleid over de evenredige arbeidsdeelname van kansengroepen en over het te voeren diversiteitsbeleid.

Van STC naar ERSV In 2005 zijn op basis van de beleidsdialogen “beter bestuurlijk beleid” en “het kerntakendebat” de STC’s en de Streekplatformen samengevoegd tot de nieuwe ERSV’s. De garantie dat ook in deze nieuwe organisaties aandacht blijft voor de uitvoering van het Vlaamse EADbeleid wordt vastgelegd in tweejaarlijkse convenanten tussen het ERSV en de Vlaamse Regering.

Regionale Commissie diversiteit In 2006 zijn binnen de ERSV’s commissies diversiteit opgericht. De Sociaal Economische Raad van de Regio (SERR) is voortaan het draagplatform voor deze nieuwe commissie. Naar analogie met het Vlaamse niveau, ligt ook hier de wens naar een nauwere betrokkenheid van de kansengroepen bij het beleidsadviserend werk van de SERR aan de basis. Eind 2006 vergaderde de commissie diversiteit in Limburg voor het eerst.

Expertisecentrum Leeftijd en Werk Het beleid speelde in 2006 in op de vergrijzing en ontgroening van de Vlaamse arbeidsmarkt door de oprichting van het Expertisecen-

48 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

trum Leeftijd en Werk. De ERSV’s kregen een aantal bijkomende projectontwikkelaars met als opdracht binnen de diversiteitsplannen specifieke aandacht te besteden aan een leeftijdsbewust personeelsbeleid. Voor Limburg betekende dit een uitbreiding met 2 extra projectontwikkelaars Leeftijd en Werk. Dit bracht het totale aantal projectontwikkelaars EAD in Limburg op 6.

Tabel 1 : Overzicht aantal plannen in Limburg per jaartal (1999-2009) Jaartal

Positieve actieplannen

In 2000 ontstonden de “beste praktijk” plannen. Bedrijven die een actieplan doorliepen kunnen een aantal goede voorbeeldacties via deze formule verdiepen. In 2001 werden specifieke VESOC-actieplannen mogelijk voor de bevordering van de werkgelegenheid van personen met een arbeidshandicap en ouderen. In 2002 ontstond een meer geïntegreerde en inclusieve benadering met aandacht voor de kansengroepen allochtonen, ouderen en personen met een arbeidshandicap. Daarnaast werd aandacht gevraagd voor de gelijke kansen van mannen en vrouwen in het bedrijf. Positieve actieplannen werden in dat jaar diversiteitsplannen.

Totaal aantal plannen 12

12

20

20

43

43

1999

12

2000

14

6

2001

40

3

Totaal aantal bedrijven

Beste praktijken

Diversiteitsplannen

2002

15

60

75

75

2003

15

53

68

68

2004

11

41

52

52

Aanpassing van de instrumenten en doelgroepen Op basis van de opgedane praktijkervaringen werden in het gehele diversiteitsverhaal de instrumenten regelmatig aangepast en werden de doelgroepen verbreed. Enkele voorbeelden:

Beste praktijken

Diversiteitsplannen

Instapplannen

Groeiplannen

Clusterplannen

Clusterplan aantal eenheden

2005

48

4

19

1

16

72

87

2006

38

35

28

2

13

103

114

2007

29

61

22

4

21

116

133

2008

34

58

16

4

32

112

140

2009

38

42

19

12

107

111

206

341

200

104

23

189

784

950

Totaal

66

50

In 2005 ontstonden vier nieuwe vormen van diversiteitsplannen namelijk een instapplan, een (klassiek) diversiteitsplan, een groeiplan en een clusterplan. Aan de basis lag ondermeer de vaststelling dat niet alle bedrijven direct klaar zijn voor een uitgebreid diversiteitsplan. Instapplannen richten zich naar die bedrijven die met een beperkt aantal gerichte acties willen werken aan diversiteit ter voorbereiding van een groter diversiteitsplan. De groeiplannen zijn bedoeld voor bedrijven die na een diversiteitsplan een aantal acties verder willen verdiepen en verankeren. Het clusterplan, tot slot, werd in het leven geroepen voor een groep van bedrijven of voor grote bedrijven met verschillende vestigingen die gezamenlijk één plan willen afwerken.

10 jaar Limburgs EAD beleid in cijfers In de voorbije 10 jaar hebben de Limburgse projectontwikkelaars heel wat plannen afgesloten in Limburgse bedrijven, organisaties, lokale besturen en onderwijsinstellingen. In het verdere verloop van de tekst wordt gemakshalve over “bedrijven” gesproken.

Aantal diversiteitsplannen Tabel 1 geeft een overzicht van het aantal plannen in de voorbije 10 jaar. De Limburgse projectontwikkelaars slaagden erin om in totaal 784 plannen af te sluiten in 950 bedrijven. Verschillende bedrijven kunnen samen één plan afsluiten, de zogenaamde clusterdiversiteitsplannen. Vandaar het verschil in aantal plannen en aantal bedrijven.


T K RID A M S D I LE E E B T B K AAR MAR S D I E RBLEID BE Diversiteit aan bedrijven Omdat er vanaf 2005 een meer gerichte registratie van de plannen (met meerdere indicatoren) gebeurt, wordt voor de analyse van het type bedrijven dat een plan heeft afgesloten enkel de periode 20052009 beschouwd. Om dubbeltellingen te vermijden worden alleen de diversiteitsplannen, de clusterdiversiteitsplannen en de instapplannen van 2009 opgenomen in de analyse. De plannen werden afgesloten in een diverse groep van bedrijven, zoals de figuren 1 en 2 aantonen. Het merendeel van de bedrijven (36,5%) kent in de periode 2005-2009 een personeelsbezetting tussen de 11 en 50 werknemers. Ook de grotere bedrijven (101 tot 500 werknemers) zijn goed vertegenwoordigd met 25 %. Verder volgen de groep bedrijven met 51 tot 100 werknemers (20,6%) en de kleine bedrijven met minder dan 10 werknemers (14,7%). De verhouding tussen het aantal kmo’s (minder dan 50 werknemers) en de grotere bedrijven (meer dan 50 werknemers) is respectievelijk 51,2% t.o.v. 48,8%.

Figuur 1 : Aantal plannen naar bedrijfsgrootte in Limburg (2005-2009) %

40 36,5 35 30 25,0

25 20,6 20 15

14,7

10 3,2

5 0 1-10

11-50

51-100

101-500

> 500

aantal personeelsleden

Figuur 3 : Aantal plannen naar streek in Limburg (1999-2009) %

Figuur 2 : Aantal plannen naar sector in Limburg (2005-2009) %

70

65,9

10,4

60

3,0 41,9

12,7

50

Het oorspronkelijk instrument van de diversiteitsplannen was vooral gericht naar de profit-sector. Gedurende de verdere ontwikkeling wordt ook ruimte gecreëerd voor plannen in de non-profitsector, de lokale besturen en de onderwijsinstellingen. Dit vertaalt zich in een duidelijk overwicht van plannen in de profit-sector namelijk 65,9%. De non-profit sector is goed voor 24,2%, de onderwijsinstellingen voor 6,3% en de lokale besturen voor 3,6% van het totaal aantal plannen. Figuur 3 toont de verdeling van de plannen per Limburgse streek. Het merendeel van de plannen werd afgesloten in MiddenLimburg (41,9%), en dan vooral in Genk (75 plannen) en Hasselt (73 plannen). Samen zijn de bedrijven in deze twee steden goed voor 31,4% van het totaal aantal plannen. Uit tabel 2 blijkt dat er in elke Limburgse gemeente (uitgezonderd Herstappe) één of meer bedrijven met een plan zijn gevestigd. In deze tabel zijn de positieve actieplannen, de diversiteitsplannen, de instapplannen van 2009 en de clusterplannen opgenomen.

14,8 40

17,2

30 24,2 20 10

6,3

MiddenLimburg

3,6

0 profit

non-profit

onderwijs

NoordLimburg

WestLimburg

Zuid-Limburg

Maasland

Andere

lokale besturen

Tabel 2 : Aantal plannen per gemeente (1999-2009) Alken

11

Hechtel Eksel

4

Meeuwen-Gruitrode

4

As

1

Heers

1

Neerpelt

5

Beringen

15

Herk-de-Stad

6

Nieuwerkerken

1

Bilzen

8

Herstappe

0

Opglabbeek

12

Bocholt

7

Heusden-Zolder

26

Overpelt

22

Borgloon

7

Hoeselt

4

Peer

11

Bree

5

Houthalen-Helchteren

18

Riemst

1

Diepenbeek

8

Kinrooi

6

Sint-Truiden

14

Dilsen-Stokkem

10

Kortessem

3

Tessenderlo

5

Genk

75

Lanaken

8

Tongeren

7

Gingelom

1

Leopoldsburg

1

Voeren

1

Halen

4

Lommel

15

Wellen

1

Ham

3

Lummen

10

Zonhoven

10

Hamont-Achel

8

Maaseik

7

Zutendaal

1

Hasselt

73

Maasmechelen

18

Andere

14

TOTAAL

472

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 51


T K RID A M S D I LE E E B T B K AAR MAR S D I E RBLEID BE Limburg overschrijdt de Vlaamse objectieven

Tabel 3 : Bereik objectief in Limburg (2005-2009)

Vanaf 2005 wordt op basis van de beschikbare middelen jaarlijks door Vlaanderen een objectief per projectontwikkelaar bepaald. Dit objectief van het aantal te halen plannen wordt neergeschreven in de tweejaarlijkse convenant tussen het ERSV en de Vlaamse Regering. In de periode 2005-2009 wordt elk jaar het objectief ruimschoots gehaald. Het gecumuleerde objectief voor de periode wordt zelfs met 33,9% overschreden. Dit hoge aantal plannen zorgt ervoor dat het Limburgse team instaat voor 19,8% van het totaal aantal plannen in Vlaanderen in de periode 20052009. In Limburg werden in die periode 514 plannen afgesloten, in Vlaanderen 2.589.

Subsidies als tegenprestatie Als tegenprestatie voor het engagement van de bedrijven subsidieert de Vlaamse overheid de werkelijk gemaakte kosten bij de uitvoering van de acties (met een voorafbepaald maximumbedrag en een co-fi nanciering vanuit het bedrijf). In de periode 1999 tot 2005 bedraagt de subsidie 12.350 € voor een positief actieplan (of diversiteitsplan) en 6.175 € voor een beste praktijkplan. Na deze periode vermindert het bedrag voor een diversiteitsplan tot 10.000 €. Voor het instapplan en het groeiplan wordt een subsidie van 2.500 € voorzien. De clusterplannen kunnen rekenen op 3.000 € per deelnemend bedrijf in de cluster. Naast de subsidiëring van de plannen, krijgen de ERSV’s jaarlijks middelen voor de uitvoering van diversiteitsacties of –projecten. Indien de 950 bedrijven de volledig voorziene subsidie opnamen, betekent dit dat Vlaanderen de voorbije 10 jaar in totaal 6.222.750 € in de Limburgse bedrijven investeerde voor de introductie en uitbouw van een diversiteitsgericht personeelsbeleid. Wordt hierbij de 87.078 € geteld, die Vlaanderen voor Limburg voorzag voor de uitbouw en de ontwikkeling van methodieken en instrumenten om deze diversiteitsgedachte te verspreiden, dan betekent dit een input van in totaal 6.309.828 €.

Aantal plannen

Vooropgesteld objectief

Bereik objectief (%)

2005

72

55

130,9

2006

103

65

158,5

2007

116

78

112

78

143,6

2009

111

108

101,8

514

384

133,9

Tabel 4 : Berekening uitgekeerde subsidie aan Limburg (1999-2009) (bij de berekening wordt uitgegaan van een maximale opname van de voorziene subsidies per soort plan) Diversiteitsplannen

Jaartal

Totaal aantal bedrijven

1999

12

Diversiteitsacties/projecten

Financiering vanuit Vlaanderen in ¤ 148.200

24.789

2000

20

209.950

24.789

2001

43

512.525

5.000

2002

75

833.625

5.000

2003

68

747.175

5.000

2004

52

574.275

5.000

2005

87

Tabel 5 : Aantal werknemers in Limburgse bedrijven met een diversiteitsplan (2005-2009) Aantal werknemers 2005

148,7

2008

Totaal

10 jaar Limburgs EAD beleid: de resultaten

585.500

2.500

2006

114

576.500

2.500

2007

133

560.500

2.500 5.000

2008

140

621.000

2009

206

853.500

5.000

Totaal

950

6.222.750

87.078

Of de geleverde inspanningen en het geïnvesteerde bedrag ook resultaat hebben opgeleverd, is een moeilijk te beantwoorden vraag. Het uiteindelijke doel van het Vlaamse EAD beleid is de verhoging van de werkzaamheidsgraad en de evenredige arbeidsdeelname van kansengroepen op de arbeidsmarkt. De resultaten van de diversiteitsplannen zijn echter moeilijk af te lezen uit de veranderingen in deze arbeidsmarktindicatoren omdat het een beperkt instrumentarium betreft aan maatregelen en acties op micro niveau. Diversiteitsplannen vormen slechts één schakel in het geheel van factoren die de werkzaamheidsgraad en de evenredige arbeidsdeelname beïnvloeden. Een aantal indicaties dat plannen bijdragen aan de doelstellingen van het EAD beleid zijn af te lezen uit de informatie in de plannen zelf en de saldodossiers.

Bereik van werknemers Wat zeker kan gesteld worden, is dat in de periode 2005 tot en met 2009 in Limburg rechtstreeks of onrechtstreeks maar liefst 43.663 werknemers in contact kwamen met het diversiteits-gedachtegoed. Het betreft hier het totaal aantal werknemers die op het moment van het afsluiten van de diversiteitsplannen in de bedrijven actief waren.

22.372

2006

4.643

2007

2.273

2008

4.243

2009

10.132

Totaal

43.663

Tabel 6 : Streefcijfers (S) en resultaten (R) opgenomen in de diversiteitsplannen (2003-2006) Instroom Allochtonen

2003

Ervaren wernemers

Doorstroom Gehandicapten

Allochtonen

Ervaren wernemers

Opleiding Gehandicapten

Allochtonen

Ervaren wernemers

Gehandicapten

S

R

S

R

S

R

S

R

S

R

S

R

S

R

S

R

S

R

85

229

56

190

40

67

43

87

62

62

21

5

120

194

201

384

52

78 15

2004

166

169

55

110

38

19

86

56

79

75

3

2

224

223

307

205

11

2005

134

444

61

184

27

74

138

85

250

336

11

5

304

388

619

425

49

47

2006

382

604

408

598

133

169

75

112

82

62

8

21

382

604

408

598

133

169

TOT.

767 1446

580

1082

238

329

342

340

473

535

43

33

1030 1409 1535 1612

245

309

%

189

187

138

99

113

77

137

105

126

Een tweede indicator zijn de behaalde resultaten in de plannen m.b.t. de instroom, doorstroom en opleiding van de kansengroepen zoals die door de bedrijven in het saldodossier worden vermeld. De bedrijven dienen in het aanvraagplan streefcijfers voor de instroom, doorstroom en opleiding van kansengroepen aan te geven. Bij de opmaak van het saldodossier wordt het uiteindelijke resultaat in kaart gebracht. Omdat een plan 2 jaar kan lopen, worden de streefcijfers en resultaten voor de werkjaren 2007, 2008 en 2009 niet weergegeven in tabel 6. Deze kunnen ten vroegste in 2010 en 2011 correct worden opgemaakt. Uit de tabel blijkt dat het streefcijfer op de verschillende categorieën meestal wordt voorbijgestoken door het resultaat. Enkel bij de doorstroom van allochtonen (99%) en gehandicapten (77%) wordt (algemeen gezien) het vooropgestelde streefcijfer niet gehaald. De telling leert dat in de periode 2003-2006 in totaal uit de drie kansengroepen 2.857 personen instroomden en 908 doorstroomden in de bedrijven en dat 3.330 allochtonen, ervaren werknemers en/of gehandicapten een opleiding kregen.


T K RID A M S D I LE E E B T B K AAR MAR S D I E RBLEID BE Evaluatie op Vlaams niveau In 2008 werd een grootschalige evaluatie gemaakt van het EAD beleid op Vlaams niveau. Aan alle structurele partners werd gevraagd om een evaluatie te maken van de voorbije twee convenantperiodes (2005-2006 / 2007-2008). Dit leverde volgende vier kwalitatieve vaststellingen op: Een belangrijk deel van de zichtbare operationele resultaten van het EAD-beleid situeert zich op het concrete niveau van de inzet van het beleidsinstrumentarium: de diversiteitsplannen, de diversiteitsprojecten en de structurele projecten. Zo werden bijvoorbeeld door de verschillende medewerkers doorheen de voorbije periode heel wat bruikbare methodieken en instrumenten ontwikkeld en uitgetest in projectvorm. Het resultaat van deze projecten wordt momenteel in Vlaanderen gebundeld in een toolbox (raadpleegbaar via www.werk.be). Er is op Vlaams niveau een duidelijke visie en een stevige structuur (juridische decretale basis) uitgebouwd voor het benaderen van het probleem van onevenredige arbeidsdeelname en ondergewaar-

deerd divers potentieel op de arbeidsmarkt. Een voorbeeld hiervan is de systematische uitbouw en verankering van een groep medewerkers specifiek voor het uitdragen van de diversiteitsgedachte. In Limburg gaat het bijvoorbeeld om de 6 ERSV-projectontwikkelaars, de 3 diversiteitsconsulenten bij de vakbonden, de 4 jobkanaal-consulenten bij de werkgeversorganisaties en Verso, 1 medewerker verantwoordelijk voor Limburg binnen het “steunpunt handicap en arbeid” en 2 medewerkers binnen de allochtone federaties in Limburg. Hierbij kunnen ook nog de diverse medewerkers binnen de sectororganisaties en de VDAB worden geteld. Er is een directe, maatgerichte impact ontstaan op de omstandigheden op de bedrijfsvloer en in het beleid van bedrijven, organisaties en lokale besturen. Deze impact wordt door de diverse structurele partners als positief ingeschat. Er is een duidelijke invloed vanuit het diversiteitsgericht werken op het maatschappelijk debat en denken in Vlaanderen over kansengroepen en hun situatie op de arbeidsmarkt.

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 55


T K T R A K R M A S M D S I E D I AARRBBEID BEELLEEID B

SOCIALE ECONOMIE: IEDEREEN WIN(S)T! De optimale benutting van het menselijk potentieel in onze provincie is een belangrijke ambitie van het Streekpact van RESOC Limburg. De competenties van mensen vormen een fundamentele bouwsteen voor economische groei, sociale cohesie en maatschappelijke dynamiek. Sociale economie vormt een belangrijke schakel in het realiseren van deze doelstelling. Eén van de hefbomen in het Streekpact is ‘een innovatief sociaal economiebeleid gericht op het inschakelen van risicogroepen op de arbeidsmarkt enerzijds en op het beantwoorden van maatschappelijke behoeften anderzijds’. En meer dan ooit vindt de uitbouw van de Limburgse sociale economie plaats op het kruispunt van economische en maatschappelijke meerwaarde. Het is een maatschappelijke en economische noodzaak om ook de kansengroepen mogelijkheden te bieden in de Limburgse economie.

Historiek De ‘sociale economie’ is veel ruimer en ouder dan het actuele gebruik van de term in Vlaanderen doet vermoeden. Het idee van een “sociale economie” ontstond reeds begin 19de eeuw. In 1830 was sociale economie zelfs een leervak aan de universiteit te Leuven. Voorstanders van een sociale economie bekritiseerden tijdens de industriële revolutie de voorrang die werd gegeven aan de economische dimensie t.o.v. de sociale dimensie. De sociale economie kwam geleidelijk aan tot stand door een vermenging van de grote ideologieën van de 19de eeuw. Zowel socialistische, christelijke als liberale denkers legden de basis voor de sociale economie van vandaag. Geen van die ideologieën kan echter het exclusief geestelijk vaderschap opeisen. Tot het midden van de 20ste eeuw ontwikkelde de sociale economie zich in golfbewegingen. Ze uitte zich als productiecoöperatieven, landbouw-, krediet- en consumptiecoöperatieven, mutualiteiten en verenigingen die initiatieven namen voor de armere bevolking. Tussen 1950 en 1970 trad er een zekere stagnatie op, door de uitbouw van de verzorgingsstaat en de ontwikkeling van de publieke sector. De sociale economie waar wij vandaag over spreken vindt haar oorsprong begin jaren ’70. De oprichting van de beschutte werkplaatsen vormt evenwel een uitzondering en vond plaats begin jaren ’60 toen de wet werd gestemd op de ‘sociale reclassering voor mindervaliden’. Het ontstaan van nieuwe sociale economie-initiatieven was duidelijk ingegeven door de maatschappelijke context. Toen men in 1970 geconfronteerd werd met een structurele werkloosheid van een groot deel van de beroepsactieve bevolking, die vooral laaggeschoolden trof, hadden noch de overheid, noch de markt hierop een antwoord. Diverse actoren organiseerden zich om het probleem aan te pakken. Naast initiatieven die de strijd tegen de werkloosheid wilden aangaan, ontstonden organisaties die ook andere ’ziektes van de tijd’ wensten aan te pakken: de sociale desintegratie, onvervulde collectieve en individuele behoeften, de milieuproblematiek, …

56 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 57


T K RID A M S D I LE E E B T B K AAR MAR S D I E RBLEID BE De eerste sociale werkplaatsen ontstonden in het begin van de jaren ‘80 in de fi losofie van herintegratie door middel van werk van zeer moeilijk bemiddelbare werkzoekenden. In die periode begon de langdurige werkloosheid spectaculair te stijgen en werd duidelijk dat vooral bepaalde groepen mensen hierdoor getroffen werden.

vorming, maatschappelijke inbedding, transparantie, kwaliteit en duurzaamheid. Bijzondere aandacht gaat ook naar de interne en de externe relaties. Zij brengen goederen en diensten op de markt en zetten daarbij hun middelen economisch efficiënt in met de bedoeling continuïteit en rendabiliteit te verzekeren.”

De sociale economie ontstond vanuit een bottom-up dynamiek in het ‘werkveld’. Er ontsproten diverse ‘experimentele’ werkvormen die begin jaren ’90 stilaan door de overheid ondersteund en gestructureerd werden. Een voorbeeld zijn de sociale werkplaatsen die in ’94 een experimentele erkenning kregen.

Wat begon als een aantal kleinschalige experimenten is intussen uitgegroeid tot een rijk arsenaal aan volwassen organisaties. De sociale economie bestaat vandaag uit een verscheidenheid aan bedrijven en initiatieven, waaronder invoegbedrijven, beschutte werkplaatsen, sociale werkplaatsen, arbeidszorgcentra, startcentra, kringloopcentra, activiteitencoöperaties, initiatieven in de lokale diensteneconomie, fi nanciers en coöperatieve bedrijven en organisaties.

Draagwijdte Het huidige beleid heeft in de sociale economie een verscherpte aandacht voor de tewerkstelling van personen die de meeste ondersteuning nodig hebben op de arbeidsmarkt (kansengroepen): laaggeschoolden, allochtonen, personen met een handicap, oudere werklozen, mensen met een problematisch verleden. De sociale economie biedt werk op maat, voorziet in begeleiding en geeft kansen tot ontwikkeling en participatie aan de samenleving. De kern van de Vlaamse sociale economie is de inschakeling van gemarginaliseerde personen via economische activiteiten. VOSEC (Vlaams Overleg Sociale Economie) heeft echter via haar conceptuele werk de draagwijdte van de benaming ‘sociale economie’ verruimd en erkent dat er ook plaats is voor organisaties met een andere fi naliteit. VOSEC vertegenwoordigt 800 ondernemingen en meer dan 30.000 werknemers, waarvan 22.000 uit kansengroepen. VOSEC geeft volgende defi nitie aan de sociale economie: “de sociale economie bestaat uit een verscheidenheid van bedrijven en initiatieven die in hun doelstellingen de realisatie van bepaalde maatschappelijke meerwaarden voorop stellen en hierbij de volgende principes respecteren: voorrang van arbeid op kapitaal, democratische besluit-

Beleid Eind jaren ‘90 groeide het belang van de sociale economie op verschillende beleidsniveaus: lokaal, regionaal en zelfs Europees. Vanaf dan bepalen de impulsen van de overheid ook in belangrijke mate de dynamiek van het aantal organisaties en banen in de sociale economie. Op federaal vlak werd in 1999 voor het eerst een minister bevoegd voor sociale economie. Vanuit de Programmatorische Federale Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie worden initiatieven in de sociale economie ondersteund. De SINE maatregel (Sociale Inschakelingseconomie), de activapremie, artikel 60 en de maatregelen in het kader van de OCMW-wetgeving zijn vandaag belangrijke fi nanciële ondersteuningsmaatregelen in de sociale economie. Thans is staatssecretaris Philippe Courard bevoegd voor sociale economie. Op Vlaams bestuursniveau is er sinds 2000 een minister verantwoordelijk voor sociale economie. In 2009 trad Vlaams minister van sociale economie Freya Van den Bossche in de sporen van voormalig Vlaams minister Kathleen Van Brempt.

De Limburgse deputatie nam in 2000 sociale economie op in haar bevoegdheden. De huidige gedeputeerde van sociale economie is Marc Vandeput. Sociale economie is sinds 2006 geïntegreerd in het beleidsdomein ‘economie’. De steden en gemeenten hebben een regierol toebedeeld gekregen in de uitbouw van lokale diensteneconomie. Net omdat de lokale context zo belangrijk is om tegemoet te komen aan de specifieke behoeften van bepaalde doelgroepen én om in te kunnen spelen op lokale maatschappelijke noden, nam de beleidsverantwoordelijkheid van lokale overheden inzake werkgelegenheid en sociale economie toe. Meerdere gemeenten hebben een actieve rol in de sociale economie. Europa erkent sociale economie als instrument: het Europese parlement keurde in februari 2009 een resolutie goed over het belang en de rol van de sociale economie in het verwezenlijken van de Lissabondoelstellingen. Een belangrijk actueel thema is het afstemmen van de bestaande nationale regelgeving met de Europese. De sociale partners zijn ook actief betrokken in het beleid. Zowel in Vlaamse als in regionale overlegorganen hebben zij een rol in de sociale economie. Binnen SERV en VESOC worden acties geëvalueerd en nieuwe krachtlijnen van de sociale economie besproken. Ook in RESOC en SERR Limburg hebben de Limburgse sociale partners een belangrijke adviesrol over nieuwe sociale economieprojecten.

De sector sociale economie in Limburg Limburg telt meer dan 150 ondernemingen en bedrijfsvestigingen erkend in de sociale economie. Zij zorgen samen voor meer dan 3.000 voltijdse betrekkingen enkel voor doelgroepwerknemers. In de praktijk hebben nog meer mensen een job, want velen werken deeltijds. Bovendien is in ieder bedrijf ook omkaderings- en begeleidingspersoneel actief. Limburg telt: - 38 invoegbedrijven, goed voor 557 voltijdse betrekkingen - 1 beschutte werkplaats met 10 vestigingen, goed voor de tewerkstelling van 1.500 personen met een arbeidshandicap en 250 validen

- 21 sociale werkplaatsen met meerdere vestigingen, goed voor 640 voltijdse doelgroepmedewerkers en minimaal 140 voltijdse personeelsleden in omkadering en begeleiding - 55 initiatieven in de lokale diensteneconomie, goed voor 293 voltijdse doelgroepmedewerkers en minimaal 64 voltijdse personeelsleden in omkadering en begeleiding - 1 activiteitencoöperatieve - 1 startcentrum sociale economie - 2 leerwerkbedrijven - 68 werkervaringspromotoren, samen met de leerwerkbedrijven goed voor 400 voltijdse medewerkers (contracten voor 1 tot 1,5 jaar, daarna doorstroming) - 28 arbeidszorginitiatieven, waar een 700-tal personen worden begeleid binnen zinvolle dagtaken Voor een handig overzicht van de sector in Limburg verwijzen we naar de recente brochure “Sociale Economie — Iedereen Win(s)t”, uitgebracht door de provincie Limburg i.s.m. POM-ERSV Limburg. U kan de brochure opvragen bij POM-ERSV Limburg via info@ersvlimburg.be of tel. 011 300 230.

Provinciaal beleid De creatie van duurzame jobs op maat van de Limburgse kansengroepen, in de reguliere economie of in de diverse werkvormen van de sociale economie, is dé doelstelling van het provinciale beleid. Om dit te realiseren werken het provinciebestuur en POM-ERSV Limburg intensief samen. Tijdens de vorige legislatuur werden via de Droomjobfabriek 825 werkzoekenden in het reguliere arbeidscircuit duurzaam tewerkgesteld. Een model en extra omkadering voor de arbeidszorginitiatieven zijn uitgevoerd en een investeringsfonds voor sociale werkplaatsen heeft geresulteerd in de creatie van 109 bijkomende arbeidsplaatsen. In 2006 nam de provincie het initiatief om ook in Limburg een startcentrum voor sociale economie op te richten. Sindsdien neemt het aantal ondernemingen met een erkenning als invoegbedrijf via de Startcentrale een hoge vlucht.

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 59


T K RID A M S D I LE E E B T B K AAR MAR S D I E RBLEID BE De deputatie zet duidelijk in op sociale economie en wijst de richting aan voor een vernieuwend beleid inzake sociale economie. Deze beleidsaandacht vertaalde zich de voorbije periode in een concrete ondersteuning van de sector op meerdere beleidsdomeinen. Dankzij de fi nanciering via de Europese steunprogramma’s en de extra impulsen van het Limburgfonds en de Limburgovereenkomst werd fors geïnvesteerd in de sociale economie. De provincie legt de volgende klemtonen in haar beleid: Sociale economie creëert op de eerste plaats extra duurzame jobs op maat van kansengroepen, zowel in de reguliere als in de sociale economiesector. De sociale economie is een sector waar arbeid en ondernemerschap in een uniek economisch concept worden verenigd. De economische meerwaarde schuilt in de volwaardige activering van de kansengroepen op de arbeidsmarkt. Sociale economie vertaalt de markteconomie niet alleen naar duurzame jobs maar ook naar beter welzijn en maatschappelijke winst. De maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd door de nieuwe dienstverlening voor de Limburger. Sociale economie koppelt meer leefkwaliteit aan extra tewerkstelling en draagt zo bij aan een meer zorgzame samenleving. Belangrijk is vooral die activiteiten te ontwikkelen die ook inspelen op nieuwe noden in de samenleving. Spanningsvelden tussen de sociale en reguliere economie dienen zoveel mogelijk overbrugd te worden. Het streven naar economische levensvatbaarheid, de marktconforme prijszetting en de doorstroming van een sociale naar een reguliere tewerkstelling zijn belangrijke pijlers. De jobcreatie gebeurt via specifieke taken binnen een aantal nieuwe terreinen zoals energie, mobiliteit, bouw en zorg, waar de reguliere economie minder aandacht voor heeft. Aldus vormt de sociale economie een perfecte aanvulling op het regulier zelfstandig ondernemerschap en wordt hierdoor een nieuwe marktspeler. Groei, ook in de sociale economie, kan enkel worden gerealiseerd door vernieuwend en creatief te denken en te ondernemen. Het is dan ook noodzakelijk om instrumenten van de reguliere economie in de sociale economie nog meer in te passen: innovatie in de bedrijfsvoering en in de productontwikkeling, professionalisering, goed management en een goede profi lering zijn noodzakelijk.

De gehanteerde methodiek om concrete projecten te realiseren getuigt van een vernieuwende provinciale aanpak. Belangrijke principes zijn dat nieuwe projecten een hefboomkarakter hebben, innovatieve pilootprojecten zijn in nieuwe niches en dat de projecten een duurzaam perspectief hebben.

Projecten via de Limburgovereenkomst Deze visie en aanpak vertaalde zich in extra tewerkstelling in een aantal maatschappelijke domeinen waarbij de sociale economie organisaties in de praktijk de promotor zijn van tal van concrete projecten. Via de Limburgovereenkomst realiseerden 12 hefboomprojecten samen 159 nieuwe voltijdse banen, waarvan 122 enkel voor mensen uit de kansengroepen. Volgende initiatieven werden opgestart in het kader van de Limburgovereenkomst:

Enclavewerking in de rusthuissector In dit experimenteel project test men de mogelijkheid om sociale economie een antwoord te laten bieden op de noden in de rusthuizen. Twee sociale werkplaatsen zijn via kleine ploegen onder begeleiding aan het werk in meerdere rusthuizen, de werknemers vervullen de rol van leefmoeder/leefvader. Doel is bij te dragen aan een betere aandacht en leefkwaliteit voor rusthuisbewoners. Labor Ter Engelen vzw en De ploeg sociale werkplaats vzw bouwen dit experiment uit.

Assembli: project voor personen met autisme Normaal begaafde personen met een stoornis uit het autismespectrum (ASS) vinden moeilijk werk. Zij kunnen aan de slag in het tewerkstellingsproject Assembli waar zij worden voorbereid op een job in een autivriendelijke context. Een expertisecel zoekt uit hoe personen met ASS het best geïntegreerd kunnen worden in de arbeidsmarkt en hoe bedrijven hierbij ondersteund kunnen worden. De promotor van dit project is BEWEL i.s.m. Labor ter Engelen vzw.

Woonzorgteams en energiesnoeiers De woonzorgteams worden ingezet om de veiligheid en het comfort van de woning van de Limburgse senioren te bevorderen. Het gaat om kleine aanpassingen in en rond de woning, waarvoor de reguliere bouwondernemer geen rendabele offerte kan maken. Tegelijkertijd kunnen energiebesparende maatregelen worden uitgevoerd. De zes Woonzorgteams bedienen alle senioren in heel Limburg. De promotoren uit de sociale economie zijn: AKSI vzw, TEAM vzw, Goed Wonen vzw, Landelijke Thuiszorg, Alternatief vzw en de Winning-Werkkans vzw.

Isolatieteams voor dakisolatiewerken De isolatieteams voeren eenvoudige dakisolatiewerken uit bij kansarme gezinnen. Dit uniek en innovatief hefboomproject werkt binnen de provinciale isolatiecampage ‘Limburg isoleert’. De promotoren uit de sociale economie die deze taken uitvoeren via inschakeling van

60 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

kansengroepen zijn: Werkpunt vzw, AKSI vzw, TEAM vzw, Goed Wonen vzw, Landelijke Thuiszorg, en De Winning-Werkkans vzw.

Fietspunten aan de belangrijkste mobiliteitsknooppunten De fietspunten promoten het gebruik van de fiets in combinatie met het openbaar vervoer. De Limburgse deputatie keurde een provinciaal fietspuntenplan goed dat gefaseerd wordt uitgevoerd. Momenteel zijn er drie fietspunten, nl. aan het station in Hasselt, Genk en Sint-Truiden. De Limburgse fietspunten zijn ook partner van de Limburgse ondernemingen in het bevorderen van een duurzaam woon-werkverkeer. De promotor van deze drie fietspunten is Basis vzw, die tevens een fietsatelier ‘Fietsbasis’ uitbaat.

Onderhoud van het Limburgse fietsroutenetwerk Het fietsroutenetwerk is dit jaar 15 jaar operationeel en is een kwaliteitsproduct dat economische meerwaarde voor de regio biedt. Om het succes van het fietsroutenetwerk te kunnen handhaven is het belangrijk dat er ondersteuning is bij de signalisatie, het opruimen van zwerfvuil, maaien van de bermen, borstelen van de wegen en het onderhoud van het fietswegdek. De promotoren die deze opdrachten uitvoeren, zijn Arbeidscentrum De Wroeter vzw en De Biehal Sociaal Tewerkstellingscentrum vzw.

Parkrangers in het Nationaal Park Hoge Kempen (NPHK) De parkrangers zorgen voor het onderhoud van de recreatieve infrastructuur en het groen in en rond het NPHK en de omgeving van de toegangspoorten. Tot hun opdrachten behoren opruimen van zwerfvuil, snoeien van storende takken, dringend bermbeheer, … . De coördinatie gebeurt door het projectbureau van het NPHK. Deze opdrachten worden uitgevoerd door 2 ploegen van de sociale werkplaatsen De Winning-Groenwerk.

Versterking van de Startcentrale bij de opstart van nieuwe invoegbedrijven

gegeven aan een betere invulling van de jobs door te zorgen voor een betere afstemming tussen de bedrijven en het netwerk van arbeidsbebegeleiders en -bemiddelaars.

Ervaringsdeskundigen in de armoede Het Team voor Advies en Ondersteuning (TAO) stelt opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede te werk. Het zijn mensen die vanuit hun eigen ervaring met armoede een actieve rol spelen in het overbruggen van de kloof in de leefwereld en beleving tussen mensen in kansarmoede en de verschillende diensten.

Opvoedingsondersteuning bij kansarme gezinnen Het project “Instapje” is een voorschools stimuleringsproject waarbij ‘contactmedewerksters’ van voornamelijk allochtone afkomst wekelijks op bezoek gaan bij allochtone ouders van jonge kinderen. Doel is de kleuterparticipatie in het onderwijs te verhogen. Promotor van dit project is de stad Genk i.s.m. de Opvoedingswinkel.

Extra buitenschoolse kinderopvang De buitenschoolse opvanginitiatieven krijgen meer vragen naar “occasionele en flexibele” opvang. Daarom werd een project opgezet om dit aanbod uit te bouwen. Dit project betreft een kwalitatief dienstenaanbod kinderopvang op maat van de ouder(s). Het project werd uitgevoerd door de Provinciale Commissie Buitenschoolse Opvang vzw (PCBO).

Thuishulp en oppashulp voor ouderen De thuishulp in Limburg kampt met tekorten. De seniorenassistentie op atypische momenten en voor kleinere periodes (bv. 2 uur) en de aanvullende thuishulp (zoals oppashulp) vormen nog steeds een lacune in het totaalaanbod van de dienstverlening aan ouderen. ISIS vzw voerde een project uit dat later verder werd gezet binnen de lokale diensteneconomie.

De Startcentrale cvba begeleidt groeiende reguliere bedrijven bij de erkenning als invoegbedrijven. Via het project ‘Match’ wordt aandacht

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 61


T K RID A M S D I LE E E B T B K AAR MAR S D I E RBLEID BE De provincie ondersteunt de dynamiek van de sector. De ‘Sectie Sociale Economie’ van de provinciale directie Economische zaken en Internationale Samenwerking focust op een kenniscentrum sociale economie, de opzet van hefboomprojecten, een innovatietraject voor de uitbouw sociale economie, sensibiliseringsacties, het beheer van provinciale subsidiedossiers en een impulsbeleid Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

Rol van POM-ERSV Limburg POM-ERSV Limburg werkt actief mee aan de uitbouw van de sociale economie in Limburg. Bovendien zijn de overleg- en adviesraden RESOC en SERR Limburg, verbonden aan POM-ERSV, o.a. actief binnen het provinciale en Vlaamse beleidskader sociale economie. POM-ERSV Limburg heeft de volgende taakstellingen m.b.t. sociale economie: POM-ERSV Limburg is het centrale aanspreekpunt voor het werkveld, bewaart een overzicht van de ontwikkelingen en kanaliseert tal van vragen naar de juiste instanties. POM-ERSV Limburg biedt ondersteuning bij het initiëren van projecten binnen het provinciale, Vlaamse en federale beleidskader. In opdracht van de provincie worden concepten uitgewerkt en experimentele of hefboomprojecten mee in goede banen geleid. POM-ERSV Limburg ondersteunt de Limburgse gemeenten bij de uitbouw van hun regierol inzake lokale werkgelegenheid. Meerdere gemeentes tonen interesse voor het realiseren van lokale werkgelegenheidsinitiatieven voor kansengroepen maar missen in een aantal gevallen de ervaring, de kennis en de schaalgrootte om ofwel nieuwe initiatieven te starten of om bestaande projecten te laten groeien. Met het nieuwe aanbod van POM-ERSV (sinds juli 2009) kunnen lokale besturen vlot beschikken over begeleiding op maat alsook over de juiste informatie van meerdere deelthema’s: de subsidiemogelijkheden, de rol van de werkwinkels en de fora voor lokale werkgelegenheid, samenwerken met promotoren uit de sociale economie, de timing van de projectoproepen, de opbouw van een aanvraagdossier vertrekkend vanuit plaatselijke noden en beleidsplannen, … POM-ERSV Limburg organiseert het overleg voor alle betrokken partners in de sociale economie via de formele overlegtafels en via de werkgroepen Arbeidsmarkt en het Limburgs Platform Lokale Werkgelegenheid. RESOC en SERR Limburg hebben een decretale adviesrol aan de Vlaamse overheid m.b.t. de individuele aanvraagdossiers sociale economie, zoals de invoegbedrijven, de sociale werkplaatsen, de initiatieven in de lokale diensteneconomie, de leerwerkbedrijven en werkervaringsprojecten.

62 - ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010

POM-ERSV Limburg heeft deskundigheid in de ondersteuning van werkgevers bij de uitbouw van een diversiteitsgericht personeelsbeleid. Ook in sociale economie bedrijven zijn diversiteitsplannen mogelijk. POM-ERSV Limburg voerde in 2009 onder de campagne ‘Peper en Zout doen uw werkvloer smaken’ een sensibiliseringsactie naar bedrijven. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht gevraagd voor de inschakeling van personen met een arbeidshandicap, allochtonen, personen in armoede en ouderen. Met als motto “Met sociale economie maakt u maatschappelijk winst” kwam ook de creativiteit en de innovativiteit in de sociale economie sector aan bod.

Brug tussen reguliere en sociale economie De sociale economie functioneert binnen de context van de globale economie en kan er niet los van worden gezien. Sociale economie is als een derde sector ontstaan naast de private marktsector en de overheidssector. De pioniersfase is voorbij, sociale economie is ook business geworden. Deze tussenpositie als derde sector creëert soms een spanningsveld maar betekent niet dat er geen kruisbestuiving mogelijk of wenselijk is, integendeel. Er lopen zelfs tal van goede samenwerkingsprojecten tussen de reguliere en de sociale economie waar beide versterkt uitkomen. In het discours over sociale economie worden regelmatig kanttekeningen geformuleerd. De sociale economie wordt op zich niet in vraag gesteld maar men waarschuwt vanuit de reguliere sector regelmatig voor het gevaar van deloyale concurrentie en het gebrek aan doorstroming van de doelgroep. Het is dan ook belangrijk om de dialoog open te houden want onbekend is vaak onbemind. Toch hebben reguliere en sociale economie soms dezelfde bekommernissen. De sector van de sociale economie staat onder toenemende economische druk. Ook zij ervaren de gevolgen van de economische crisis. Meer en meer worden opdrachten die traditioneel naar deze sector gingen, uitbesteed aan lage loonlanden. De sector moet zich dus ook wapenen voor de toekomst. Innovatie is ook in de sociale economie een passende strategie voor het behoud en de groei van de tewerkstelling. De provincie biedt daadwerkelijk ondersteuning voor de uitwerking van een innovatiestrategie. Innovatie-audits en deskundige begeleiding door experten van het Innovatiecentrum Limburg worden ingezet bij het uitwerken van een innovatietraject in de sociale economie.

Toekomst Een dynamische en innovatieve sociale economie sector is een troef voor Limburg. Een goede mix van innovatief ondernemerschap met sociale bewogenheid is daarvoor het ingrediënt. Om het groeipotentieel van de sociale economie aan te wakkeren zijn bijkomende engagementen wenselijk. Maar het is ook nodig om nu reeds te denken aan wat gaat komen. De toekomstige arbeidsmarkt heeft er alle belang bij om alle menselijke competenties optimaal te ontwikkelen. Het is dus belangrijk om ook aandacht te hebben voor de zwakkere doelgroep. Ook voor hen is competentieontwikkeling en inschakeling in een actief arbeidsproces van belang. Het is noodzakelijk om jobkansen van diverse aard te

creëren in het reguliere circuit én in het sociale economiecircuit. De sociale economie heeft een bijzondere opdracht om opportuniteiten te zoeken waardoor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt duurzaam en zinvol ingezet kunnen worden. Naast procesinnovatie en de ontwikkeling van nieuwe begeleidingsmethodieken, brengen maatschappelijke tendensen heel wat nieuwe noden aan de oppervlakte die potentiële markten betekenen voor sociale ondernemers. Hiervoor is creativiteit, openheid én samenspraak nodig. Belangrijk is om bedrijven, lokale besturen, werkgeversorganisaties, vakbonden, partners uit het middenveld, studenten en lectoren uit het onderwijs, kunstenaars,… warm te maken en te betrekken bij de economische en maatschappelijke kruisverbanden van de sociale economie. Waarom? Omdat iedereen wint bij sociale economie!

ECONOMISCH RAPPORT POM-ERSV LIMBURG — JANUARI 2010 - 63


EEN UITGAVE VAN POM-ERSV LIMBURG


ER januari 2010