Issuu on Google+

Jaargang 14, nr. 3 - 2012

› Toekomst › PNC

MOS verzekerd

zoekt wakkere waarnemers

› Stiltegebieden

krijgen sterren


Woord vooraf De vakantie is achter de rug. De Limburgse natuur- en milieusector kende evenwel geen ‘komkommertijd’ met een brede waaier aan zomerinitiatieven als resultaat. Zo keurde de deputatie het voorstel voor een nieuwe ‘Milieuzorg op School’-overeenkomst goed. Daarmee krijgt MOS, het project dat scholen helpt om een eigen milieuzorgsysteem uit te bouwen, een duurzame toekomst. Leerlingen, leerkrachten en ouders werken samen en bouwen bruggen met de buurt. Wie MOS, en andere projecten rond school- en buurtnabije natuur- en milieueducatie, wil leren kennen, schrijft 13 november 2012 in de agenda. Want dan vindt de zesde LIMNET-contactdag plaats in de Universiteit Hasselt. Heb je scherpe ogen en oren? Hou je van een frisse neus en natuuronderzoek? Dan is er eveneens goed nieuws. Het Provinciaal Natuurcentrum zoekt speurneuzen die zestig soorten typisch voor de Limburgse landschapsparken in kaart willen brengen. Geen ervaring? Geen probleem! De soorten zijn zo gekozen dat ervaren én onervaren waarnemers kunnen participeren. Liever wat rust? Die vind je in de Limburgse stiltegebieden. De stress van het dagelijkse leven verdwijnt in een stiltegebied als sneeuw onder de zon. Om stiltegebieden erkenning en herkenbaarheid te geven, ontwikkelde de Vlaamse overheid een kwaliteitslabel met sterren. Drie sterren staan voor de hoogste kwaliteit. Op 28 oktober krijgt het stiltegebied Zwarteput (Bilzen, Lanaken, Zutendaal) zijn sterren. 28/10 draaien de wijzers van de klok ook een uur terug. Zestig minuten om te spenderen aan de campagne ‘Cultuur van de Stilte’, het jaarlijks feest rond stilte, rust en ruimte. In Zwarteput laat een ingetogen evenement de bezoeker kennismaken met de schoonheid van het gebied. Tot op een van onze activiteiten. Alvast veel leesplezier! Frank Smeets, gedeputeerde van Leefmilieu

2 | Milieu & Natuur 14/3 - 2012

‘Warm Limburg’ loopt warm! De provinciale campagne ‘Warm Limburg’ – rond duurzaam verwarmen van woningen – startte begin dit jaar en loopt tot 2014. De campagne begint stilaan zelf warm te lopen. Samen met de Limburgse gemeenten werden al meer dan dertig vormingsavonden georganiseerd met een goede opkomst en tevreden reacties. Ondanks het wegvallen van flink wat subsidies en fiscale stimuli blijft de Limburger geïnteresseerd in het installeren van duurzame verwarmingstechnieken in de woning. Trekkers van ‘Warm Limburg’ zijn de provincie Limburg, Infrax en Dubolimburg. Daarnaast zitten ook de federaties van de installateurs en architecten, de vormingscentra voor de bouwsector, de hogescholen en het middenveld mee aan tafel. Het overleg tussen deze partners zorgt voor een aangepast vormingsaanbod dat inspeelt op vragen die leven in de sector. Dit najaar is bijvoorbeeld een vormingsreeks voor architecten gepland rond de juiste verwarmingstechniek voor energiezuinige gebouwen. Voor de burgers blijft het aanbod onveranderd: drie verschillende infosessies, een gratis energieadvieslijn en een website boordevol informatie. Ondertussen blijven de partners nieuwe ideeën uitwerken. Deze herfst komt ‘Warm Limburg’ opnieuw verrassend uit de hoek! Hou www.warmlimburg.be nauwlettend in het oog. Je vindt ‘Warm Limburg’ ook op Twitter en Facebook! Meer info: Cathérine Schepers, cschepers@limburg.be, 011 23 83 69 Directie Ruimte, Dienst Milieu en Natuur Provincie Limburg, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt


DOSSIER Dit nummer van Milieu&Natuur staat stil bij enkele belangrijke Limburgse initiatieven en activiteiten op het vlak van natuur­ en milieueducatie (NME) en educatie voor duurzame ontwikkeling (EDO). Zo is er de goedkeuring door de deputatie van het voorstel voor een nieuwe ‘Milieuzorg op School’­overeenkomst. Dit verzekert de toekomst van het waardevolle MOS­project dat de voorbije 10 jaren sterk is geïntegreerd in de werking van de Limburgse scholen. Vandaag hebben niet minder dan 377 scholen uit onze provincie een of meerdere MOS­labels behaald. Op 13 november 2012 wordt ‘educatieminnend’ Limburg in de Universiteit Hasselt verwacht voor een boeiende namiddag rond ‘School­ en buurtnabije NME’. Deze contactdag wordt georganiseerd door het Limburgs Natuur­ en Milieueducatief Netwerk en is al aan de zesde editie toe. Als afsluiter presenteert dit dossier ook de resultaten van een studie die in opdracht van de provincie Limburg mogelijk­ heden en kansen voor educatie in De Wijers moest onderzoeken. Afstemming tussen de verschillende initiatieven en ver­ ruiming van de doelgroepen zijn aandachtspunten. Verder moeten de 1 000 vijvers van De Wijers ‘the place to be’ worden om water te beleven.

© Provincie Limburg

© Provincie Limburg

© E. Daniels

Toekomst MOS verzekerd In mei van dit jaar keurde de deputatie het voorstel voor een nieuwe MOS­overeenkomst (vanaf 2013) tussen de provincie Limburg en de Vlaamse Overheid goed. Een belangrijke stap voor het verderzetten van dit succesvolle project! De voorloper van ‘Milieuzorg op School’ (MOS) was het project ‘Groene School’: een milieuzorgproject dat het Vlaams Gewest in 1997 opstartte in het secundair onderwijs en de hogescholen. Alle Vlaamse provincies en het Brussels hoofdstedelijk gewest stapten van het begin mee in de boot en ondertekenden de overeenkomst. Een team van gedetacheerde leerkrachten (ook in de provincie Limburg) zorgde voor de begeleiding. In het schooljaar 2001­ 2002 werd de samenwerking uitgebreid met de organisatie van ‘Milieuzorg Op School’ in de basisscholen. De overeenkomst is ondertussen al driemaal verlengd (in 2002, 2005 en 2010).

Meer dan lukrake acties Het MOS­project helpt de school om een eigen milieuzorgsysteem uit te bouwen. Een milieuzorgsysteem is een geheel van maatre­ gelen en acties die de school milieuvriendelijker maken. Kinderen en jongeren werken dat op maat van de school uit, samen met hun leerkrachten, directie en schoolpersoneel. MOS­scholen tonen zich op dit vlak bijzonder creatief. Er komt een ecologische schooltuin of diervriendelijk park, er worden vogelkasten getim­ merd voor bedreigde soorten en zo meer. Bovendien wordt van de MOS­werking gebruik gemaakt om het eigen ‘huishouden’ op het

© Provincie Limburg

Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012 | 3


vlak van milieuvriendelijkheid en duurzaamheid af te toetsen en acties te voeren: een beperkt waterverbruik, rationeler omgaan met energie, een stringenter afvalbeleid.

MOS-begeleiders De Limburgse scholen kunnen voor het MOS­verhaal een beroep doen op drie MOS­begeleiders die verbonden zijn aan het Provin­ ciaal Natuurcentrum. Die begeleiders zijn vanaf de opstart betrok­ ken en volgen het proces. Ze geven tips rond het betrekken van leerlingen en ouders, stellen samen met de school een MOS­stap­ penplan op, ondersteunen de aanvraag voor een MOS­logo, hel­ pen bij de aanvraag van provinciale klimaatsubsidies voor MOS­ scholen en zo meer. MOS gaat verder dan lukrake acties: de zorg voor het milieu wordt ingebed in de schoolcultuur.

Drie niveaus, drie logo’s Opmerkelijk is dat de MOS­werking zich niet alleen richt tot de leerlingen en leerkrachten maar ook de ouders bij de activiteiten betrekt. Een goede werking vindt ook steeds op drie niveaus plaats: in de klas, in de hele school, in de buurt. MOS vervult daarom echt wel een belangrijke taak in het groeiende bewustma­ kingsproces om zorgzaam om te gaan met ons milieu. Als de acties aan de MOS­criteria voldoen, kan de school een label krijgen, het zogenaamd ‘MOS­logo’. Afgelopen schooljaar kregen 44 Limburgse scholen zo’n logo toegekend. De MOS­logo’s weerspiegelen het groeiproces dat een school doormaakt. De criteria om een eerste, tweede of derde logo te behalen, zijn verschillend. De school bepaalt zelf het tempo waarop ze de drie logo’s wil verdienen. MOS spoort scholen aan om ook na het behalen van het derde logo de milieu­inspannin­ gen vol te houden en de Groene Vlag van Eco­schools (een inter­ nationale erkenning voor groene voorbeeldscholen) te behalen.

Enkele schoolvoorbeelden • Freinetschool De Step uit Beringen De Step verwierf het afgelopen schooljaar het derde MOS­logo en komt nu in aanmerking voor de Groene Vlag. Een heel jaar lang werkten leerlingen, leerkrachten én ouders aan de vergroening rond het nieuwe schoolgebouw. Een milieuraad van leerlingen maakte eerst een ontwerpmaquette. Nadien werden samen met de ouders collectieve werkdagen ingericht om de plannen uit te voe­ ren. De boswachter leverde boomstammen en een ouder leerde de oudste leerlingen wilgen vlechten. Het hoogtepunt vond plaats tijdens het jaarlijkse Stepfeest. Onder het motto ‘Step goes green’ werd het resultaat voorgesteld aan ouders, buurt en sympathisan­

© R. Ketelslagers

4 | Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012

ten. De school organiseerde doorheen het jaar ook verschillende natuurateliers, MOS­kiesklassen en klasprojecten. Zo volgde de kleuterklas van juf Nellie tijdens het project ‘Van boom tot meu­ bel’ de weg die Limburgs hout aflegt van gekapte boom tot afge­ werkt product. De kleuterklassen deden verslag over hun ervaringsgericht natuuronderwijs via knappe klasblogs: op www.destep.be onder ‘klassen’. De leerlingen van De Step ontwier­ pen per klas een eigen MOS­logo. Tijdens de LIMNET­contactdag op 13 november stelt de school de MOS­werking voor. • GVK De Beverburcht uit Wurfeld (Maaseik) GVK De Beverburcht, een autonome kleuterschool, kent een intensieve MOS­werking. Na het behalen van de drie MOS­logo’s ontving de school dit jaar de Groene Vlag van Eco­schools. De Beverburcht heeft de speelplaats in de loop van het MOS­traject verregaand vergroend met een dierenparkje, een zintuigentuin, een insectentuin, een moestuin en een blotevoetenpad. Dat kon dankzij provinciale biodiversiteitssubsidies. Elke woensdag wer­ ken de kleuters mee in de tuin. Verder creëerde de school een rijk aanbod aan avonturentochten. Dat laat de kleuters toe om de natuur te beleven in de onmiddellijke omgeving. De oudste kleu­ ters trekken zelfs wekelijks de natuur in. De Beverburcht betrekt ook andere scholen in het educatieve aanbod. Naast de Groene Vlag heeft De Beverburcht nog een andere


opmerkelijke prijs in de wacht gesleept: de Koningin Paolaprijs voor het Onderwijs 2011­2012. Deze prijs bekroont leerkrachten uit het basisonderwijs die een origineel pedagogisch project uit­ werken dat kwaliteit, creativiteit en innovatie nastreeft. Gertie Bergmans, MOS­verantwoordelijke van de school, vertelt: “In januari dienden we ons project rond de educatieve tuin en de avonturentochten in. We werden genomineerd en mochten het verdedigen voor acht juryleden. Die waren erg positief en wezen op het belang van natuurervaringen voor jonge kinderen. Een tijdje later kwam het positieve nieuws: de school had de Koningin Paolaprijs gewonnen. We waren de enige Limburgse school én de enige kleuterschool. De prijsuitreiking gebeurde in de serres van Laken en door de koningin zelf. Een heel plechtig moment! Tij­ dens de receptie hebben we nog even met haar kunnen spreken. Dat was letterlijk een mooie bekroning voor ons MOS­werk!” • GVK Ubbersel uit Heusden-Zolder Deze kleuterschool behaalde dit jaar met glans een eerste MOS­ logo. Het thema natuur stond centraal. De kleuters timmerden een voederhuisje en nestkastjes en legden een moestuintje aan. Ze leerden veel bij over de natuur aan de hand van boekjes, natuurwandelingen, een boerderijbezoek, theater en liedjes. Erg leuk is het concept van ‘de verteltassen’. Deze zijn samen met enkele mama’s uitgewerkt. Er is de gezonde voedingstas, de groene tas en de ‘Robbe de uil­verteltas’. “Eerst verkennen we de

verteltas met de kleuters”, legt juf Esmeralda uit. “Zo leren ze de tas correct te gebruiken. Daarna krijgt elke kleuter de tas een week mee naar huis. In het heen­en­weerschriftje kunnen de ouders hun belevingen beschrijven.” • Middenschool Heilig Hartinstituut uit Bree De Middenschool Heilig Hartinstituut kreeg het voorbije school­ jaar een derde MOS­logo uitgereikt. Binnen het jaarthema ‘Eco?Logisch!’ werden tal van milieuactiviteiten op het niveau van de school en de klas georganiseerd. Dat gebeurde in samenwer­ king met scholen uit binnen­ en buitenland. De tweedejaars van de A­stroom maakten onder begeleiding van ‘gastdocenten’ ken­ nis met verschillende wetenschapsdomeinen. De voorstelling van het project ‘Energiehuis’ door een stafmedewerker van het Tech­ nisch Instituut Sint­Michiel uit Bree betekende een meerwaarde voor de MOS­werking. Een infraroodcamera bracht de energiever­ liezen van een maquette in kaart. Zo konden de leerlingen ervaren hoe belangrijk het is om bij het bouwen en renoveren van een woning energiezuinige technieken en materialen toe te passen.

Op zoek naar lesmateriaal Een zeer interessante bron van informatie voor MOS­scholen is het documentatiecentrum van het Provinciaal Natuurcentrum. Elke MOS­school kan hier gratis de nieuwste educatieve leermid­ delen ontlenen. Het aanbod bestaat uit boeken, lespakketten,

Actie Diamant ‘Actie Diamant’ is een laagdrempelige actie waarop elke basisschool kan inspelen binnen het MOS­thema afvalpre­ ventie. Door een diamantstickertje op drie schoolspullen te kleven, engageren leerlingen én hun ouders zich om die materialen ook het volgende schooljaar te hergebruiken. Hergebruik is na ‘voorkomen van afval’ de beste manier om met afval om te gaan. In september worden de diamantjes geteld die de schoolvakantie hebben overleefd. Dit school­ jaar namen 27 Limburgse scholen of 257 klassen deel aan de tweede Limburgse editie van ‘Actie Diamant’, goed voor 4 675 leerlingen. Drie deelnemende scholen maken kans op een waardebon in een Kringwinkel.

© N. Dirx

Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012 | 5


spelen en projectkoffers. Binnenkort verhuist het documentatie­ centrum – samen met de andere diensten van het Provinciaal Natuurcentrum – naar de nieuwe locatie in Craenevenne 86, 3600 Genk. Sinds kort kan het documentatiecentrum enkel na een afspraak met een MOS­begeleider bezocht worden. Op die manier werkt het MOS­team nog meer op maat van de school. De begeleiders helpen de bezoeker op weg, zoeken mee, geven raad en verwijzen door. Ondertussen wordt verder gewerkt aan het actualiseren en digitaliseren van het educatieve aanbod. Het ‘MOS­e­zine’ zet nieuwe leermiddelen in de kijker. Ook de LIMNET­nascholingen (voor een overzicht zie: www.limburg.be/mos) besteden de nodige aandacht aan leermiddelen.

Interesse in MOS? Leerkrachten die meer willen weten over MOS of in hun school aan de slag willen gaan, vinden meer informatie op de site www.limburg.be/mos. Voor ondersteuning van de werking rond natuur­ en milieueducatie of educatie voor duurzame ontwikke­ ling kan een school beroep doen op de MOS­begeleiders in het Provinciaal Natuurcentrum.

Zesde LIMNET-contactdag Het Limburgs Natuur­ en Milieueducatief Netwerk (LIMNET) sti­ muleert en organiseert natuur­ en milieueducatie (NME). Het netwerk richt zich onder meer op natuurgidsen, natuurcentra, scholen, gemeenten en regionale landschappen. Om de twee jaar organiseert LIMNET een contactdag. De zesde editie vindt plaats op 13 november 2012 en heeft als thema ‘School­ en buurtnabije NME’. Het onderwerp speelt in op de vraag van het onderwijs om aan NME te doen in de eigen buurt of in de omgeving van de school. Dat biedt verschillende voor­ delen wat duurzaamheid betreft: leerlingen moeten zich bij­ voorbeeld niet verplaatsen. Bovendien vergroot de verbonden­ heid met de natuur en het milieu in de eigen leefomgeving. Op 13 november gaat dan ook veel aandacht naar ‘Verbondenheid’. Sprekende projecten zullen de praktijk illustreren. Verder is vol­ doende tijd voorzien om ideeën uit te wisselen. Het programma start om 12 u.: ­ beurs met materialen en projecten ­ uiteenzetting over ‘verbondenheid’ door Gie Deboutte ­ workshops met voorbeeldprojecten en gedachtewisseling ­ afsluiting door gedeputeerde Frank Smeets, voorzitter van LIMNET ­ receptie De contactdag gaat door in de Universiteit Hasselt, Agoralaan, Gebouw D, 3590 Diepenbeek op dinsdag 13 november 2012 van 12 tot 17 u. Deelname is gratis. Inschrijven kan vanaf 1 okto­ ber via www.limnet.be. Op deze site vind je ook het volledige programma terug.

© R. Ketelslagers

© RLLK

6 | Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012

Meer info: MOS Limburg . Karel Coenen, kcoenen@limburg.be, 011 26 54 91, 0477 77 27 40, basisonderwijs . Philippe Plessers, pplessers@limburg.be, 011 26 54 66, 0478 88 04 05, basisonderwijs . Hilde Boiten, hboiten@limburg.be, 011 26 54 67, secundair onderwijs Provinciaal Natuurcentrum, Domein Bokrijk, 3600 Genk


De Wijers, waar je water kan beleven Het natuurgebied De Wijers leent zich uitstekend voor natuureducatie en ­beleving. Omdat het gebied uit meer dan 1 000 vijvers bestaat, vormt water een uitgelezen educatief thema. Dat blijkt uit het eindrapport over NME in De Wijers dat deze zomer in Bokrijk werd voorgesteld. De Wijers strekt zich uit over de gemeenten Hasselt, Zonhoven, Houthalen­Helchteren, Genk, Diepenbeek, Heusden­Zolder en Lummen. Buiten de vele vijvers is het gebied ook rijk aan bos en heide. Het is verder een drukbezochte streek met grote toeristi­ sche attractiepolen als het domein Bokrijk, de abdij van Herken­ rode en Hengelhoef.

Educatie in kaart Om alle mogelijkheden en kansen voor educatie in De Wijers in kaart te brengen, deed het Regionaal Landschap Lage Kempen in opdracht van de provincie Limburg het nodige studiewerk. De resultaten tonen dat in het gebied een uitgebreid NME­aanbod bestaat, gedragen door een sterke deskundigheid. Alleen al in 2010 boden 15 organisaties ruim 150 activiteiten aan. Het aan­ bod richt zich vooral op scholen. Voor specifieke groepen zoals mindervaliden en kansarmen zijn er weinig initiatieven uitge­ werkt. Verder blijkt uit de verzamelde gegevens dat De Wijers als landschappelijke entiteit nauwelijks bekend is.

Nieuwe projecten, nieuwe groepen Het is de bedoeling om de natuur­ en milieueducatieve initiatie­ ven te bundelen en te versterken. Daartoe werd een Werkgroep Educatie opgericht met vertegenwoordigers van natuurverenigin­ gen, gemeenten, de provincie Limburg en het Regionaal Land­ schap Lage Kempen. De werkgroep zal toezien op een goede afstemming tussen de NME­initiatieven. Nieuwe projecten moe­ ten het verhaal van De Wijers brengen en zich richten op diverse leeftijden. Daarbij ligt de nadruk op waterbeleving. Voor begelei­ ders van NME­activiteiten zijn bijscholingen voorzien. Tot slot zal het bestaande en nieuwe educatieve aanbod op een uniforme manier gepromoot worden. Meer info: Johan Geusens jgeusens@limburg.be 011 26 54 63 Provinciaal Natuurcentrum Domein Bokrijk 3600 Genk

Dag van De Wijers Zondag 30 september 2012 vindt in de zeven Wijergemeenten de eerste ‘Dag van De Wijers’ plaats. Tijdens dit evenement kan je de prachtige vijverstreek op verschillende locaties beleven en proeven. Er staan meer dan 50 activiteiten op het pro­ gramma: ballonvaarten, wandelingen met natuurgids, proeve­ rijen, kinderanimatie en zo meer. Het volledige programma vind je terug op www.dewijers.be.

Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012 | 7


Rio+20 kiest voor intenties, Limburg gaat voor actie In juni van dit jaar vond in Rio de Janeiro de klimaattop van de Verenigde Naties (VN) plaats. Het werd spijtig genoeg een weinig opbeurende illustratie van het onvermogen van regeringen om het eigenbelang los te laten en te komen tot een gezamenlijke en effectieve aanpak. Dat zal de inspanningen om in onze provincie een echt klimaatbeleid uit te werken echter niet verlammen. ‘Limburg gaat klimaatneutraal’ speelt in op de internationale oproep tot dringende actie en bewijst dat een lokale aanpak van de klimaatproblematiek mogelijk is. Nochtans werden in Rio wel goede intenties tentoongespreid. Zo moet een (vrijwillig) actieplan onze productie­ en consumptiewij­ zen herzien, zijn groene investeringen noodzakelijk en wordt aan­ gedrongen op het creëren van meer kwaliteitsvolle groene jobs. Helaas ging het niet verder dan dat. Sabien Leemans, beleidscoördinator van WWF, was in Rio als lid van de Belgische delegatie. Zij vindt Rio+20 een gemiste kans. “De finale tekst getuigt van een bedroevend lage ambitie. Uitda­

gingen worden ‘erkend’ en acties ‘aangemoedigd’, maar echte engagementen zijn er weinig. Die hadden we nochtans nodig om iedereen toegang te geven tot duurzame energie. Of om te stop­ pen met de absurd hoge jaarlijkse subsidies voor fossiele brand­ stoffen. Toch is er hoop. Wie in Rio goed rondkeek, zag waar de acties gebeuren: bij lokale en regionale overheden, sommige bedrijven, NGO’s en vakbonden. Het is de samenleving die zelf verantwoordelijkheid opneemt, iets wat de wereldleiders niet durfden.”

© WWF, Rio+20

8 | Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012


Club van Rome Nochtans had de Club van Rome ­ nauwelijks een maand voor de top ­ de klimaattop opnieuw aangemaand tot dringende actie met een rapport van professor Jorgen Randers vol met wetenschap­ pelijke bewijzen en voorspellingen. Zo zou de wereldbevolking in 2042 pieken en de huidige dominante economieën stagneren (o.a. die van de Verenigde Staten), terwijl de opkomende econo­ mieën van bijvoorbeeld Brazilië, Rusland en India blijven groeien. Die groei leidt niet per definitie tot welvaart want in 2052 zullen wellicht zo’n 3 miljard mensen in armoede leven. Het rapport stelt wel vast dat de mens zich meer bewust is van de beperkte voor­ raden van onze planeet en daarop inspeelt. De reactie komt even­ wel te traag op gang. De Club van Rome wijt de belangrijkste oorzaak van de problemen aan het politieke en economische model dat op te korte termijn gericht is.

Geen optie Moeten we dan maar bij de pakken blijven zitten? Ian Johnson, secretaris­generaal van de Club van Rome, countert het pessi­ misme: “De analyse van professor Randers geeft een beeld van hoe de wereld er binnen 40 jaar kan uitzien als we niet méér doen dan ‘business as usual’. En dat is gewoonweg geen optie! Het heeft 40 jaar gekost om de boodschap van ‘Grenzen aan de groei’ (beroemd rapport van de Club van Rome uit 1972) te laten door­ dringen. We kunnen ons nu niet nog eens 40 jaar veroorloven om er niets aan te doen.”

kunnen langdurige droogte, piekneerslag en andere grillige weer­ patronen zijn. De veerkracht van Limburg moet in die zin zeker verhoogd worden. Dat kan door nog meer in te zetten op maatre­ gelen als waterbuffering, aanleg van natuurlijke overstromings­ gebieden en natuurverbindingen, meer landelijk en stedelijk groen, een aangepaste landbouw en minder bebouwing in water­ gevoelige gebieden. Dat (be)sturen naar een beter voorbereide en aangepaste samenleving krijgt de naam ‘adaptatie’.

Plannen op verschillende niveaus België heeft al een nationale adaptatiestrategie (NAS) uitgestip­ peld, zij het in vrij vage en weinig dwingende bewoordingen. Naast een beschrijving van de mogelijke bedreigingen en kansen van de klimaatwijziging en een opsomming van de genomen maatregelen bevat NAS grote lijnen en principes voor een natio­ naal adaptatieplan (NAP). Een groot deel van de concrete verta­ ling wordt doorgeschoven naar de regio’s: Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Vlaanderen startte enige tijd geleden met het voorbereiden van een Vlaams adaptatieplan. Eerst wordt de kwetsbaarheid van het gewest in kaart gebracht. Dan volgt een plan met concrete maat­ regelen. Dat de samenwerking tussen overheidsdiensten en tus­ sen de diverse beleidsverantwoordelijken in de toekomst beter moet, staat ook ... als een paal boven water.

Klimaatbestendig Limburg Doen Dat ‘doen’ krijgt dan ook een hoge prioriteit binnen ‘Limburg gaat klimaatneutraal’. De initiatiefnemers willen concrete zaken realise­ ren die passen in een langetermijnstrategie. Het proces dat samen met talrijke partnerorganisaties in gang gestoken is, wordt meer en meer concreet gemaakt met nieuwe initiatieven. Verder is er de dynamiek rond de gemeentelijke klimaatplannen en het recent opgemaakte windplan voor de provincie Limburg (pag. 10).

Adaptatie Daarnaast moet binnen onze provincie ook rekening gehouden worden met de mogelijke gevolgen van de klimaatwijziging. Dat

De provincie Limburg wil ook in het klimaatadaptatieverhaal een rol spelen. In een eerste fase wordt gedacht aan de opmaak van klimaatimpactkaarten. In de volgende beleidsperiode kan beke­ ken worden welke maatregelen noodzakelijk zijn. Naast een kli­ maatneutraal Limburg gaan we met andere woorden ook voor een klimaatbestendig Limburg! Meer info: David Michiels, dmichiels@limburg.be, 011 23 83 32 Directie Ruimte, Dienst Milieu en Natuur Provincie Limburg, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt

Het Vlaamse adaptatieplan maakt volgende voorspellingen voor 2100: ­ een stijging van de temperatuur in de winter van 1,5°C tot 4,4°C en de zomer van 2,4°C tot 7,2°C ­ meer neerslag in de winter; min­ der in de zomer ­ meer extreme zomeronweders ­ een stijging van de zeespiegel met 60 tot 90 cm (in het slecht­ ste geval tot 200 cm)

© WWF, Rio+20

Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012 | 9


Voorkeur voor clusters van grootschalige windmolens In Limburg staan al 25 windmolens (april 2012), 90 windturbines werden milieutechnisch vergund en voor 40 extra turbines loopt de milieuvergunningsprocedure nog. Om deze groei beter te kunnen sturen, liet de provincie Limburg een ‘windplan’ opmaken. De voorkeur ­ zo stipuleert het plan ­ gaat naar een clustering van windmolens langs grote lijninfrastructuren. Dit zijn bijvoorbeeld hoofdwegen en kanalen die aansluiten bij verstedelijkte gebieden of regionale bedrijventerreinen. Het windplan van de provincie Limburg past perfect in de ambiti­ © R. Reynders euze doelstelling: ‘Limburg gaat klimaatneutraal’. Windenergie vermijdt CO2­uitstoot. Een doorsnee nieuwe windmolen op het vasteland levert zo’n 5 miljoen kW/h of het verbruik van ongeveer 1 200 gezinnen. Hiermee wordt een uitstoot van 1 600 tot 3 750 ton CO2 vermeden.

Clusters Het mag vanzelfsprekend niet de bedoeling zijn om het landschap te versnipperen of visueel ‘te vervuilen’ met windturbines in aller­ lei vormen en maten. Een doordachte plaatsing en afspraken over uniformiteit en aanpak zijn daarom noodzakelijk. In het landelijk gebied (en zeker in landschappelijk waardevolle gebieden) wordt een terughoudend beleid gevoerd met betrekking tot kleine wind­ turbines. Die hebben een grote impact op het landschap, de open ruimte en de fauna. Daarom opteert de provincie voor clusters van grootschalige windmolens op een beperkt aantal plaatsen.

Locaties Buiten een uitspraak over ‘de grootte van nieuwe windmolens’, is het ook nodig om een goed zicht te hebben op mogelijke locaties voor clusters van windmolens. Eind 2010 startte een locatieon­ derzoek dat rekening hield met het Ruimtelijk Structuurplan Pro­ vincie Limburg en de criteria uit de Vlaamse omzendbrieven rond windenergie. Het was de bedoeling om zones te bepalen die min­ stens vijf grote windmolens kunnen herbergen. Vier regio’s zijn

10 | Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012

onderzocht: het stedelijke netwerk Kempische as en de zandgroe­ ven van Noord­Limburg, het stedelijke netwerk Midden­Limburg, het verlinte landschap in Vochtig Haspengouw en de zone rond Lanaken in het zuidelijke Maasland. Daarbuiten werden ook de regionale bedrijventerreinen van de kleinstedelijke gebieden bestudeerd. De andere gebieden werden omwille van hun land­ schappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden uitgeslo­ ten.

Zeefmethode Het locatieonderzoek geeft een antwoord op de vraag ‘waar en hoeveel ruimte is er beschikbaar?’ De aanpak gebeurde volgens de zogenaamde zeefmethode: gebieden die niet in aanmerking komen, krijgen een aanduiding op kaart; de resterende gebieden worden gedetailleerd onderzocht. De onderzoekers hielden reke­ ning met beperkingen als: zijn er al windturbines aanwezig, zone­ vreemde woningen, waardevolle landschappen of landschapsele­ menten … De ‘zeefmethode’ leverde dan ook doordacht aangeduide locaties op. Omwille van hun omvang worden nieuwe windmolens bij voorkeur geïntegreerd in sterk dynamische omgevingen. Langs bedrijventerreinen en belangrijke infrastructuurassen accentue­ ren zij de economische ontwikkeling van Limburg.


Randvoorwaarden Bijkomend onderzoek moest ook duidelijkheid brengen over de restricties opgelegd door de militaire luchtvaart (Defensie), de burgerluchtvaart (Belgocontrol) en de ‘risicoatlas vogels­windtur­ bines’ van het Instituut voor Natuur­ en Bosonderzoek (INBO). Na deze screening kregen 44 gebieden een groene, oranje of rode kleur. De gebieden die groen zijn aangeduid, komen in aanmer­ king voor de inplanting van bijkomende windturbines. Oranje betekent dat een inplanting mogelijk is, maar er beperkingen opgelegd kunnen worden op planniveau. De beperkingen hebben vooral betrekking op de hoogte van de turbines. ‘Rode gebieden’ komen in aanmerking voor de plaatsing van windturbines, maar de randvoorwaarden van Defensie zijn erg strak. Het potentieel aantal windmolens binnen de groene zones wordt op 146 geraamd. In de oranje en rode zones wordt dat respectievelijk 134 en 20 windmolens.

Voorkeurzones De 44 groene, oranje of rode gebieden, zijn ‘de voorkeurzones voor inplanting van grootschalige windturbines’. De provincie zal deze locaties gebruiken bij de behandeling van de milieuvergunnings­ aanvragen. De gegevens werden ook bezorgd aan het Departement Ruimtelijke Ordening en Woonbeleid, die de bouw­ aanvragen behandelt, en aan adviserende instan­ ties zoals Belgocontrol en Defensie. Het is de bedoe­ ling dat de windproducenten hun bouwprojecten in eerste instantie binnen deze voorkeurzones verwezenlijken.

milieuambtenaren mee zijn in dit proces. Gemeenten zijn belang­ rijke partners wat ruimtelijke ordening betreft. Zij kunnen proces­ sen positief sturen door verschillende partners rond een tafel samen te brengen.

Communicatieplan windturbines De realisatie van het Limburgs windplan staat of valt met maat­ schappelijke betrokkenheid. Daarom werd de studie vanaf de opstart gevolgd door een stuur­ groep met vertegenwoordigers van het Departement RWO, de Dien­ sten Milieu en Natuur, Ruimtelijke Planning en Beleid en Milieu­ vergunningen van de provincie Limburg, het Agentschap Natuur en Bos, Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling en het Steun­ punt Duurzaam Bouwen Limburg. Er kwamen bilaterale gesprekken met Defensie, Belgocontrol en het INBO. Verder is overlegd met de windturbineproducenten en ­ontwikkelaars, de Provinciale Com­ missie Ruimtelijke Ordening, de MINA­raad, een aantal Limburgse vogeltrekexperten en de Interdepartementale Windwerkgroep. Ook de bevolking, de gemeenten en andere betrokken partijen komen in het verdere verloop van het proces nog aan bod. Meer info: Kristien Lefeber, klefeber@limburg.be, 011 23 83 72 Sigrid Janssen, sjanssen@limburg.be, 011 23 83 75 Directie Ruimte, Dienst Ruimtelijke Planning en Beleid Provincie Limburg, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt

’De voorkeurlocaties voor inplanting van grootschalige windturbi­ nes’ werden ook aan de gemeenten gecommuniceerd. Het is immers belangrijk dat de gemeentelijke stedenbouwkundige en

© Provincie Limburg

Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012 | 11


Gemeentelijke klimaatplannen bijna afgerond Op 30 november 2011 ondertekenden alle Limburgse gemeenten een dubbel engagement: het Euro­ pese burgemeesterconvenant (of Convenant of Majors) en het engagement om mee te werken aan ‘Limburg gaat klimaatneutraal’. De provincie Limburg, Infrax, Dubolimburg en BBL ondersteunen de 44 gemeenten hierbij actief. Het gemeentelijke engagement houdt een aantal punten in: een bespa­ ring van meer dan 20% CO2, de opmaak van een nulmeting en een actieplan dat naar de inwoners wordt gecommuniceerd. Ondertussen is hard aan de nulmetingen en de actieplannen gewerkt. 15 gemeentelijke klimaatplannen zijn goedgekeurd. In het najaar staan nog heel wat plannen op de agenda van de gemeenteraden. Dan volgt de stap naar echte actie! Het zal de taak van de nieuwe gemeentebesturen zijn om al de ambities op te nemen, vorm te geven en te realiseren.

burg ga at Lim

Om de steden en gemeenten met een goedgekeurd actieplan een duw in de rug te geven, werd een eerste projectoproep gelanceerd. Vernieuwende voorbeeldprojecten komen in aanmerking. Verder zijn samenwerken en uitwisselen een vereiste. De begeleiding gebeurt door de provincie en haar partners. Wordt vervolgd … Meer info: Nele Vandenreyt, nvandenreyt@limburg.be, 011 23 83 53 Directie Ruimte, Dienst Milieu en Natuur Provincie Limburg, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt

204 706 kg CO2 bespaard De campagne ‘Afkicken! Autoluw naar het werk’ maakt Limburgse werkgevers en werknemers elk jaar warm voor een duurzaam en efficiënt woon­werkverkeer. Omdat minder wegverkeer zorgt voor minder CO2­uitstoot past deze actie perfect binnen de doelstelling ‘Limburg gaat klimaatneutraal’. ‘Afkicken!’ ijvert voor een doordacht gebruik van de auto. De editie 2012 kon rekenen op 167 deelnemende Limburgse ondernemingen. Een mooie respons die bewijst dat ondernemingen heil zien in een duurzame(r) woon­werkverkeer. Ondanks het wisselvallige weer en de vele onweersbuien werden toch heel wat duurzame kilometers gepresteerd. Zo’n 4 700 deelnemers realiseerden in totaal 1 023 482,24 duurzame kilometers, wat een besparing van 204 706 kg CO2 betekent. De fietsers blijven met 448 449,54 kilometers de grootste groep duurzame ‘kilometervreters’, gevolgd door de carpoolers (353 126,5 km), de treingebruikers (116 521,5 km), de busgebruikers (92 179,38 km) en de wandelaars (13 205,32 km). Meer info: Johny Vanhove, mobidesk@limburg.be, 011 23 83 83 Directie Ruimte, Dienst Mobiliteit Provincie Limburg, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt

12 | Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012


Jouw natuuropname in dit tijdschrift? Ben jij iemand met een speciaal oog voor natuur? Bezorg dan jouw foto en wie weet verschijnt die in een volgende editie van dit tijdschrift. De foto’s moeten de Limburgse natuur of het milieu als thema hebben en digitaal aangeleverd worden (> 3 miljoen pixels of > 3 MB). Geef een korte beschrijving mee. Door foto’s in te sturen, geef je de provincie Limburg de toe­ stemming om deze zonder voorafgaand overleg ook te gebruiken

in andere provinciale publicaties, vrij van vergoeding maar uiter­ aard steeds met naamsvermelding. Dit nummer presenteert een beeld van groot rimpelmos, gefoto­ grafeerd door Guido Franssens uit Neeroeteren. Meer info: Nadine Moens Directie Ruimte, Dienst Milieu en Natuur tel. 011 23 83 18, nmoens@limburg.be

Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012 | 13


Provinciaal Natuurcentrum zoekt waarnemers Om de eigenheid van de zes Limburgse landschapsparken – De Wijers, Bosland, Kempen~Broek, RivierPark Maasvallei, Haspengouw en Voerstreek – in kaart te brengen en op te volgen doet het Provinciaal Natuurcentrum (PNC) een beroep op vrijwilligers. Hun opdracht? Tijdens wandelingen, fietstochten of specifieke projecten uitkijken naar soorten die typisch zijn voor de zes Limburgse landschapsparken. Om deel te nemen heb je enkel een goed paar oren of ogen nodig. Het PNC selecteerde voor elk park tien soor­ ten: een vlaggenschipsoort – zeg maar het paradepaardje – en negen andere soorten verbonden aan typische biotopen. De vlag­ genschepen zijn de ambassadeurs. De infor­ matie over die tien soorten vertelt ons of de genomen beheersmaatregelen een effect hebben. Meer nog, we komen te weten hoe het gesteld is met de natuur in het park! Om iedereen de kans te geven om mee te werken, selecteerde het PNC maar liefst 60 soorten: enkele moeilijk waarneembare maar ook heel wat eenvoudige. Minder erva­ ren waarnemers beschikken zo over enkele ‘instapklare’ soorten om te monitoren. Ver­ volgens kunnen zij, samen met de meer ervaren waarnemers, de uitdaging aangaan om moeilijkere soorten te ontdekken!

De vlaggenschipsoorten Vlaggenschipsoorten zijn dieren en planten die symbool staan voor de natuurwaarden in het landschapspark. Milieu&Natuur zet ze even op een rij. ­ In Bosland komt de mysterieuze nachtzwaluw van oudsher voor. Zijn krachtige geratel neemt je op een zwoele zomer­ avond mee naar een verborgen wereld. ­ De Wijers vertelt het verhaal van de ‘oem­ pende’ roerdomp. De grote rietvelden en duizenden vijvers vormen het gelief­ koosde decor voor deze held in camoufla­ getechnieken. ­ In het Kempen~Broek raak je onder de indruk van de snelle opmars van de kleine boomkikker. Ondanks zijn kleine gestalte kan dit diertje enorme afstanden overbruggen. ­ In het RivierPark Maasvallei wordt geke­ ken naar de kruisdistel, een typische plant voor kalkgraslanden. ­ Haspengouw pakt uit met de rinkelende grauwe gors. De geliefkoosde biotoop van deze bedreigde vogel zijn de akker­ randen. ­ De Voerstreek ten slotte herbergt de schattige hazelmuis. Bosranden vormen een belangrijk deel van zijn leefwereld maar deze soort houdt nog veel geheimen voor zich. 14 | Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012

Wil je meewerken? Hoe meer waarnemers, hoe beter! De 60 geselecteerde soorten bieden voor elk wat wils. Meer waarnemingen leveren boven­ dien nauwkeurigere verspreidingskaarten op. Wie weet ontdek jij zelfs een nieuwe vindplaats van de gekozen soorten. Het zijn immers vaak oplettende wandelaars of fietsers die nieuwe soorten ontdekken. Soorten inventariseren is een leuke top­ sport, waar iedereen aan kan deelnemen. En vele handen maken het werk lichter. Het uitwerken van trendgrafieken vraagt dan weer meer inzet en kunde. Daarom verzamelt en verwerkt het PNC al de waar­ nemingen. Meewerken kan op verschillende manieren. Wie een soort heeft gezien, kan die steeds ingeven op www.waarnemingen.be. Je kan je ook aansluiten bij een werkgroep of platform. In elk landschapspark wordt een platform opgericht waarin ervaren waarne­ mers jouw passie delen. Ben je een stu­ dent middelbaar, bachelor of master en wil je een eindwerk maken rond een van 60 soorten, neem dan zeker contact op met het PNC. De medewerkers brengen je in contact met specialisten die je haarfijn uitleggen hoe je jouw favoriete soort telt of bestudeert!

De praktijk Drie praktijkvoorbeelden illustreren het grote belang van de waarnemingen door natuurliefhebbers voor het natuurbehoud in de provincie. De boomkikker ­ De Limburgse boomkik­ kerpopulatie kende de afgelopen jaren een sterke groei door gerichte beheerswerken. Deze explosieve groei kon in kaart gebracht worden dankzij opmerkzame bur­ gers. Zij maakten de amfibiekenners attent op de aanwezigheid van luid kwakende kikkers in nieuw aangelegde poelen of vij­ vers. Jaarlijks inventariseren de vrijwilli­ gers alle gekende gebieden door roepende mannetjes te tellen. Dankzij de goede kennis van de verspreiding was het moge­

lijk nieuwe poelen aan te leggen op plaat­ sen die snel konden worden gekoloniseerd. De nachtzwaluw ­ De nachtzwaluw leidt een verborgen bestaan. Je moet dus flink zoeken om er een te vinden. De vrijwilli­ gers van het ‘Platform Fauna en Flora’ schatten in Bosland elk jaar het aantal zangposten. Verder volgen vrijwilligers en studenten dieren die voorzien zijn van een zendertje. Hun waarnemingen leveren een schat aan informatie op over de plaatsen waar de nachtzwaluw broedt, slaapt en eten zoekt. Ook de afgelegde afstanden worden nauwkeurig bepaald. Al deze gege­ vens maken het mogelijk om het leefge­ bied van de nachtzwaluw te verbeteren. Soms brengen de observaties ook nieuwe zaken aan het licht. Zo bleken loslopende honden de kuikens van de nachtzwaluw lastig te vallen. De vogel broedt immers op de grond! De hazelmuis ­ Hazelmuizen vind je in Vlaanderen enkel nog in Voeren. Je kan ze observeren in bosranden met veel braam­ struiken of andere besdragende struiken. Jaarlijkse tellingen tonen aan dat een goed beheer van bosranden een positieve invloed heeft op de populatie hazelmuizen. Inten­ sieve zoekacties van Natuurpunt leverden een goede schatting van het aantal hazel­ muizen in Voeren. Hoewel de aantallen van jaar tot jaar enorm schommelen (wat te maken heeft met het voedselaanbod), lijkt de soort in Voeren voorlopig stand te hou­ den. Wil de hazelmuis een zekere toekomst hebben, dan moeten de overgebleven bos­ kanten, hagen en houtkanten evenwel nog beter beheerd worden. Om de waarnemin­ gen te vereenvoudigen krijgt de hazelmuis in Voeren ‘luxeflatjes’ aangeboden, nest­ kastjes waarin ze hun jongen kunnen grootbrengen. Meer info: Ruben Evens, ruben.evens@limburg.be, 011 26 54 87 Provinciaal Natuurcentrum, Domein Bokrijk, 3600 Genk


© T. Geuens

Bosland

nachtzwaluw

bandheidelibel, bonte krokus, gladde slang, groene zandloopkever, groentje, laatvlieger, nachtzwaluw, rode bosmier, veldparelmoervlinder, zwarte specht

© Vilda, L. Soerink

roerdomp

blauwvleugelsprinkhaan, boomkikker, drijvende waterweeg­ bree, gewone hanekam, ijsvogel, Kempense heidelibel, kleine ijsvogelvlinder, roerdomp, rugstreeppad, wekkertje

© Vilda, Y. Adams

Haspengouw

boomkikker

beekschaatsenrijder, boomkikker, dotterbloem, Europese bever, geelgors, grauwe klauwier, grote weerschijnvlinder, moerassprinkhaan, phegeavlinder, weidebeekjuffer

grauwe gors

Bechstein’s vleermuis, Europese hamster, grauwe gors, gulden sleutelbloem, kamsalamander, klein vliegend hert, maretak, steenuil, veldleeuwerik, zeggekorfslak

© Vilda, Y. Adams

Kempen~ ~ Broek

barbeel, gewone oliekever, grindwolfspin, kleine tanglibel, kruisdistel, nachtegaal, oeverzwaluw, roodborsttapuit, veldsalie, zwarte populier

© Vilda, Y. Adams

De Wijers

kruisdistel

RivierPark Maasvallei

© Vilda, Y. Adams

Voerstreek

hazelmuis

dambordje, das, gele wasplaat, grote gele kwikstaart, hazelmuis, ingekorven vleermuis, kleine pimpernel, rivierdonderpad, vroedmeesterpad, wijngaardslak

Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012 | 15


Boeren en natuurplanners trekken aan hetzelfde zeel De provincie Limburg wil nauw samenwerken met de landbouwers om haar ambities voor een duurzame en klimaatvriendelijke toekomst waar te maken. Boeren werken dag in dag uit in de natuur en spelen een cruciale rol in een duurzaam natuur­ en landschapsbeheer. Om de Limburgse boeren te bereiken, werden samenwerkingsverbanden gesloten tussen landbouworganisaties en natuurbeheerders. De samenwerking kreeg de naam ECO². Binnen ECO² slaan de Boerenbond, de Vlaamse Landmaatschappij, het Agentschap voor Natuur en Bos en agro|bedrijfshulp de han­ den in elkaar. Het initiatief krijgt steun van het Limburgs Steun­ punt Rurale Ontwikkeling vzw en Rurant vzw.

Win-win Op initiatief van ECO² werden agrobeheergroepen – afgekort ‘ABG’s’ – opgericht. Binnen een ABG werken boeren uit eenzelfde regio in groep samen rond specifieke thema’s van agrarisch land­ schapsbeheer. Op die manier kan dit beheer efficiënter en effec­ tiever gebeuren. De boeren bepalen ‘wie wat wáár’ uitvoert. Bij de uitvoering wordt samengewerkt met verschillende partners, zoals regionale landschappen, gemeenten, wateringen en natuurin­ stanties. De landbouwers die de beheersmaatregelen uitvoeren, krijgen een gepaste vergoeding.

Samen sterk In drie jaar tijd werden in Limburg al twee ABG’s opgericht die actief zijn op het vlak van agrarisch landschaps­ en natuurbeheer. Zo onderhoudt één ABG holle wegen in Tongeren en Bilzen. In de Voerstreek bekommert de andere ABG zich verder ook over het netwerk van wandelwegen van de gemeente en de hagen van het Agentschap voor Natuur en Bos. Dankzij de Limburgse steun kan een medewerker van ECO² deze ABG’s professioneel opvolgen en begeleiden.

Vernieuwende projecten De inbreng van de provincie Limburg zorgt bovendien voor de uitwerking van innoverende thema’s. Zo werden er samen met het RLLK en de provincie Limburg een aantal projectvoorstellen inge­ diend die perfect binnen de doelstelling ‘Limburg gaat klimaat­ neutraal’ passen. De projecten zijn vernieuwend voor Limburg en inspireren regio’s buiten de provincie. Het project ‘Energieke houtkanten’ vormt hiervan een mooie illus­ tratie. Houtkanten hebben een belangrijke ecologische, land­

© G. Husson

16 | Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012

© Agroaanneming

schappelijke en recreatieve waarde. Het behoud van de lijnvor­ mige elementen vraagt evenwel om een regelmatig beheer, wat kostelijk is. ECO² wil het hout dat tijdens het onderhoud vrijkomt en nu niet gebruikt wordt, duurzaam valoriseren voor warmte­ en energieproductie. Hiervoor wordt een testcase opgezet in Noord­ Limburg. Een tweede vernieuwend ECO²­initiatief is ‘Duurzaam waterbeheer in Noord­Limburg’. Door de klimaatverandering valt er minder fre­ quent neerslag. Valt er neerslag dan zijn de buien hevig. Hierdoor nemen verdroging en wateroverlast toe. Het is daarom cruciaal dat het water voldoende kansen krijgt om in de bodem door te dringen. Voor Noord­Limburg is in die zin een project ingediend. Stuwtjes en drainage moeten er voor zorgen dat het hemelwater lokaal wordt vastgehouden en de tijd krijgt om te infiltreren. Noord­Limburg wordt zo een proeftuin die landbouwers van ver buiten de provincie inspireert. Meer info: Elise Vandermaesen, elise.vandermaesen@agrodiensten.be 016 28 64 64, ECO²-projectmedewerker Limburg Agrobeheercentrum - ECO², Diestsevest 40, 3000 Leuven www.ecokwadraat.be


Sterren voor Limburgse stiltegebieden De provincie Limburg besliste in 2008 om – samen met de betrokken gemeenten – voor vier gebieden een stiltelabel aan te vragen. Ondertussen hebben Gerhagen in 2010 en Kempen~Broek in 2011 al een stiltelabel ontvangen. Ook Zwarteput en Hoogbos­Snouwenberg staan een stap dichter bij ‘hun sterren’. Omdat de rustige plekken steeds meer onder druk staan en de vraag naar rust en stilte stijgt, ontwikkelde de Vlaamse over­ heid een beleid rond stiltegebieden. Er werd ‘een kwaliteitslabel met sterren’ ingevoerd waarbij drie sterren voor de hoogste kwaliteit aan stilte staat. Stilte betekent niet ‘geen geluid’, maar ‘een aan­ genaam geheel van geluiden’. In een stil­ tegebied kan je ontsnappen aan de stress van het dagelijkse leven.

werd gestart met de meetcampagne. Via een aantal projecten is al flink wat voor­ bereidend werk geleverd. Een van de resul­ taten is een eindrapport met adviezen voor behoud, herstel en ontwikkeling van trage wegen, erfgoed en … stilte. Ook op het terrein zijn er al getuigen van de stil­ tewerking: enkele ‘verdwenen’ wegen zijn opnieuw toegankelijk voor wandelaars en twee ligstoelen laten toe om te genieten van het landschap.

Het begon 20 jaar geleden

Zwarteput

De provincie Limburg is al van het begin van de jaren negentig actief rond het thema stilte. Verschillende wetenschappe­ lijke onderzoeken leverden een indrukwek­ kende lijst op van 40 potentiële stiltege­ bieden. Uiteindelijk werd beslist om voor Gerhagen (Tessenderlo), Kempen~Broek (Bree, Bocholt, Kinrooi), Hoogbos­Snou­ wenberg (Voeren) en Zwarteput (Bilzen, Lanaken, Zutendaal) een stiltelabel aan te vragen. Hiervoor wordt nauw samenge­ werkt met het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, de gemeenten en de Limburgse regionale landschappen.

Het stiltegebied Zwarteput strekt zich uit over de gemeenten Bilzen, Lanaken en Zutendaal. Het gebied, dat zijn naam dankt aan een oud bronnengebied, is gele­ gen op de overgang tussen de Kempen en Haspengouw. Dat zorgt voor typische ken­ merken uit beide geografische streken. De gemeente Zutendaal trekt al jaren aan de ‘stiltekar’ en wil zoveel mogelijk inwoners en bezoekers laten genieten van de stilte. Deze positieve benadering schenkt veel aandacht aan een artistieke invulling. Stiltestenen zijn daar een mooi voorbeeld van: het zijn zwerfstenen met poëtische

© RLLK

teksten. De kern van Zwarteput komt in aanmerking voor een label met drie ster­ ren, de rand voor twee sterren.

Cultuur van de stilte Zwarteput krijgt z’n ‘sterren’ officieel op 28 oktober uitgereikt. Dit past binnen de campagne ‘Cultuur van de stilte’, de jaar­ lijkse sensibiliseringscampagne rond de waarde van stilte in het leven van alledag (www.portaalvandestilte.be). Een ingeto­ gen evenement laat de bezoeker kennis­ maken met de rust en schoonheid van het gebied. Het volledige programma vind je op: www.rlkm.be en www.limburg.be. De tweede editie van ‘Cultuur van de stilte’ krijgt ook in de Merode aandacht met zes leuke activiteiten. Tessenderlo trakteert de bezoeker op een stiltewandeling in Ger­ hagen. Meer info: www.demerodeonline.be.

Meer dan papier Een stiltegebied uitbouwen houdt natuur­ lijk meer in dan het verkrijgen van een label. De geluidskwaliteit in het gebied moet behouden blijven. Vandaar dat de betrokken partners een engagement onder­ schrijven. Verder heeft elk stiltegebied een eigenheid en een typische geschiedenis die leidt tot een grote verscheidenheid aan initiatieven zoals de aanleg van een stilte­ pad, de opleiding van stiltegidsen, de uit­ bouw van een stilteplatform, het herstel van trage wegen en zo meer.

Meer info: • Nadine Moens, nmoens@limburg.be, 011 23 83 18 Directie Ruimte, Dienst Milieu en Natuur Provincie Limburg, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt • Sabine Delhaise, info@rlkm.be, 089 65 56 65 Regionaal Landschap Kempen en Maasland, Winterslagstraat 87, 3600 Genk © Provincie Limburg

© Z. Vangeel

Meetcampagne gestart Het stiltegebied Hoogbos­Snouwenberg ligt in Voeren en beslaat meer dan 8 km². Het gebied is heuvelachtig, kent weinig visuele verstoring en herbergt veel beschermde planten en dieren. Deze zomer Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012 | 17


Documentatiecentrum Het Groene Huis Recente aanwinsten Vogelzang van Nederland / Dick de Vos, Luc De Meersman - Zeist: KNNV, 2012 - 176 p. (+ CD) Deze uitgave biedt een reeks praktische sleutels om vogels op basis van hun geluid op naam te brengen. Centraal staan honderd vogels die zich vooral laten kennen door hun geluid. De gids is geor­ dend naarmate van overeenkomst in zang. Hij biedt naast een zangbeschrijving ook aanvullende informatie over de versprei­ ding van de soorten, gedrag, biotoop en de zangactiviteit per dag en jaar.

Handboek voor beheerders. Europese natuurdoelstellingen op het terrein. Deel I. Habitas / Jan Van Uytvanck, Geert De Blust (reds.) - Leuven: LannooCampus, 2012 - 302 p. Dit handboek legt uit hoe gebieden in het Europese Natura 2000­netwerk beheerd kunnen worden. Deze publicatie richt zich voornamelijk op niet­professionele natuurbeheerders zoals waterbeheerders, jagers, landbouwers, land­ en boseige­ naars enzovoort. Het is een handig doe­ boek met heel wat achtergrondinformatie en rijkelijk geïllustreerd met schema’s en foto’s.

Landschapsdoeboek. Ontdek de Greenspots van het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren / Michaël Cassaert - Kortessem: Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren, 2012 -156 p. Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren stuurde Michaël Cassaert op pad om de ‘greenspots’ van Haspengouw, het wandelnetwerk van de Voerstreek en Sint­ Pietersberg te beschrijven: samen goed voor ruim 400 kilometer wandelplezier. Met leuke tips om echt te genieten, gezel­ lig te picknicken of het landschap spelen­ derwijs te ontdekken. Bij dit boek hoort de wandelbox ‘Landschapswandelingen’, een verzameling van tien wandelkaarten.

Planten tellen. Over demografisch onderzoek / Piet Bremer, Eelke Jongejans, Gerard Oostermeijer, Jo Willems - Zeist: Uitgeverij KNNV 160 p. Ook biologen doen aan demografie en onderzoeken hoe plantenpopulaties ont­ wikkelen in de tijd. Daaruit kan afgeleid worden of en hoe soorten reageren op milieuomstandigheden of veranderend beheer. ‘Planten tellen’ moedigt vrijwilli­ gers, beheerders en studenten aan om dieper in te gaan op de fascinerende wereld van de geboorte, groei en sterfte in plantenpopulaties.

De grauwe klauwier. Ambassadeur voor natuurherstel / Arnold van den Burg, Marijn Nijssen, Marten Geertsma, Stef Waasdorp en Dries Van Nieuwenhuyse - Zeist: Uitgeverij KNNV - 112 p. Deze uitgave portretteert de boeiende relatie tussen mens en dier en laat ook zien dat bescherming effect heeft. De auteurs beschrijven de landschapsbehoef­ ten van de grauwe klauwier, het voort­ plantingssucces en de bedreigingen. Het boek biedt praktische handvatten voor het beheer, het herstel en de ontwikke­ ling van natuur en is voorzien van talrijke indrukwekkende foto’s en prachtige teke­ ningen.

Beknopte veldgids nachtvlinders: alle soorten van Nederland en België / Martin Townsend, Paul Waring, Mathilde Groenendijk (Nederlandse versie) - Baarn: Tirion Uitgevers BV, 2009 - 160 p. De veldgids biedt een praktisch en beknopt overzicht van vrijwel alle macro­ nachtvlinders in Nederland en België. De soorten worden getoond in hun natuur­ lijke rusthouding, met informatie over determinatie, gelijkende soorten, vlieg­ tijd en voorkomen. Zo vormt deze gids een voortreffelijk instrument om soorten te determineren.

Meer info: Documentatiecentrum (enkel via afspraak), pnc@limburg.be, www.documentatiecentrum.be Provinciaal Natuurcentrum, Het Groene Huis, Domein Bokrijk, 3600 Genk limburg.be/likona

18 | Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012

Een initiatief van de provincie Limburg

Provinciaal Natuurcentrum Het Groene Huis, Domein Bokrijk B–3600 Genk


LIKONA-nieuws Internationaal Hamstercongres Het jaarlijkse internationale ‘Hamstercongres’ vindt na 10 jaar opnieuw plaats in Limburg. Van 20 tot 22 november 2012 zullen in Herkenrode (Hasselt) deelnemers verzamelen uit onder meer België, Nederland, Frankrijk, Duitsland en Hongarije. Het interna­ tionale gezelschap zal zich buigen over de toestand van de ham­ sterpopulatie in de verschillende landen. Daarnaast worden zenderonderzoek, herintroductieprogramma’s en doelgerichte beheerswerken geëvalueerd. Op het programma staat ook een bezoek aan het hamsterleefgebied in de omgeving van Tongeren en Heers. Iedereen is welkom. Meer info: www.likona.be.

Start platform Kempen-Broek Op 8 december 2012 vindt in de IJzeren man (Weert, NL) de start­ dag plaats van het ‘Platform Fauna & Flora, Kempen~Broek’. Het Kempen~Broek bestaat uit uitgestrekte moerassen, beekvalleien, bossen en landbouwgebieden. Het platform brengt beheerders, inventariseerders en geïnteresseerden uit Vlaanderen en Neder­ land samen. Op de startdag worden afgelopen projecten, lopende initiatieven en nieuwe plannen besproken. Terreinbeheerders, vrijwilligers en inventariseerders vertellen over hun realisaties en dromen. Deelnemers kunnen aansluiten bij hun geliefkoosde ken­ nisgroep. De startdag voorziet verder voldoende tijd voor brain­ storming, ontspanning en kennismaking. Meer info: www.likona.be.

© Veerle Cielen

Kennismaken met duivelstenen

Likona Jaarboek 2011

Likona Jaarboek 2011 nr. 21

Nabij het Heempark van Genk liggen een vijftiental megalieten of duivelstenen, soms verscholen tussen de natuurlijke begroeiing van kruiden en bomen. Je kan ze op 3 november 2012 ontdekken tijdens een wandeling georganiseerd door de Geologische Werk­ groep en onder leiding van Roland Dreesen en Dany Van Uytven. Afspraak: Heempark, Neerzijstraat, Genk om 10u. Vooraf inschrijven is noodzakelijk via geolim.likona@gmail.com.

Vrijhouden

nr.21

De volgende LIKONA­contactdag vindt plaats op zaterdag 19 janu­ ari 2013 in de UHasselt, Agoralaan, gebouw D in 3590 Diepenbeek. Hou deze dag zeker vrij. Meer info: www.likona.be. Meer info: Luc Crèvecoeur, likona@limburg.be, tel. 011 26 54 62 Provinciaal Natuurcentrum, Domein Bokrijk, 3600 Genk www.likona.be

Bestel het LIKONA-jaarboek De publicatie waar elke Limburgse natuurliefhebber naar uit­ kijkt, het LIKONA­jaarboek, is verkrijgbaar. De editie 2011 is zoals altijd deskundig samengesteld met talrijke boeiende arti­ kels, een literatuuroverzicht en verslagen van de werkgroepen. LIMBURGSE KOEPEL VOOR NATUURSTUDIE

Bestellen: Provinciaal Natuurcentrum, Domein Bokrijk, 3600 Genk, tel. 011 26 54 50, likona@limburg.be. Kostprijs is 10 euro. Milieu & Natuur 14/3 ­ 2012 | 19


Agenda September 30 DAG VAN DE WIJERS, op diverse locaties in De Wijers; van 10 tot 18 u. Organisatie van RLLK, VLM en partners. Info: 011 78 52 59, www.dewijers.be 30 WATERDOEDAG, op diverse locaties in de Voerstreek. Organisatie van RLH. Info: 011 31 38 98, www.rlh.be

Oktober 4

WARM LIMBURG, infoavond: oude verwarmingsinstallatie vervangen; samenkomst: 19.30 u.; De Steen (Jeugd- en Cultuurcentrum), Pastoorsdreef 3, Bocholt. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be

4

WARM LIMBURG, infoavond: energiezuinig verwarmen met huidige installatie; samenkomst: 19.30 u.; G.C.O.C. Oosterhof, Dr. Vanderhoeydonckstraat 56, Lummen. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be

4

WARM LIMBURG, infoavond: energiezuinig verwarmen met huidige installatie; samenkomst: 19.30 u.; Gemeentehuis (raadzaal), Sint-Pieterstraat 1, Gingelom. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be

22 WARM LIMBURG, infoavond: energiezuinig verwarmen met huidige installatie; samenkomst: 19.30 u.; Brandweerkazerne, Sint-Maternuswal 10, Tongeren. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be 23 WARM LIMBURG, infoavond: oude verwarmingsinstallatie vervangen; samenkomst: 19.30 u.; Stadhuis van Lommel (Trouwzaal), Hertog Janplein 1, Lommel. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be 23 WARM LIMBURG, infoavond: energiezuinig verwarmen met huidige installatie; samenkomst: 19.30 u.; Gemeenschapscentrum Troempeelke, Kapelstraat 10, Opglabbeek. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be 24 DE WATERSNIP, paddenstoelenwandeling; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Grauwe Steenstraat 7/2, Beringen (Koersel). Info: 011 45 01 91, watersnip.anb@vlaanderen.be, www.dewatersnip.be 25 WARM LIMBURG, infoavond: oude verwarmingsinstallatie vervangen; samenkomst: 19.30 u.; G.C.O.C. Oosterhof, Dr. Vanderhoeydonckstraat 56, Lummen. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be 27 NIEUWENHOVEN, Halloweenwandeling; samenkomst: 18 u.; Bezoekerscentrum, Hasseltsesteenweg z/n, Sint-Truiden. Inschrijven noodzakelijk! Stevige wandelschoenen en aangepaste kledij. Info: 011 68 79 81, Erwin Vandermeeren

7

NIEUWENHOVEN, paddenstoelenwandeling; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Hasseltsesteenweg z/n, Sint-Truiden. Info: 011 67 45 60, Christoph Leys en Johan Van Meerbeek

7

DE WATERSNIP, paddenstoelenwandeling; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Grauwe Steenstraat 7/2, Beringen (Koersel). Info: 011 45 01 91, watersnip.anb@vlaanderen.be, www.dewatersnip.be

28 CULTUUR VAN DE STILTE; Talrijke activiteiten rond rust en stilte in heel Vlaanderen. Info: www.portaalvandestilte.be, www.rlkm.be, www.limburg.be, www.demerodeonline.be

8

WARM LIMBURG, infoavond: energiezuinig verwarmen nieuwe woning; samenkomst: 19.30 u.; Bibliotheek (exporuimte), Paenhuisstraat 13, Riemst. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be

29 WARM LIMBURG, infoavond: oude verwarmingsinstallatie vervangen; samenkomst: 19.30 u.; Cultuurcentrum De Kimpel (kleine zaal), Eikenlaan 25, Bilzen. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be

9

WARM LIMBURG, infoavond: energiezuinig verwarmen nieuwe woning; samenkomst: 19.30 u.; MNC Heempark, Hoogzij 7, Genk. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be

November

14 BOSMUSEUM GERHAGEN, paddenstoelenwandeling; samenkomst: 14 u.; Bosmuseum, Zavelberg 10, Tessenderlo. Info: 011 42 31 51, WET 14 BEZOEKERSCENTRUM HAGEVEN, paddenstoelenwandeling; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Tussenstraat 10, Neerpelt. Info: 0473 80 18 30, bc.hageven@natuurpunt.be, www.natuurpuntneerpelt.be 16 WARM LIMBURG, infoavond: oude verwarmingsinstallatie vervangen; samenkomst: 19.30 u.; Zaal Buurthuis Scherpenheuvel, Steenweg 189, As. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be 17 WARM LIMBURG, infoavond: energiezuinig verwarmen met huidige installatie; samenkomst: 19.30 u.; Gemeentehuis Kinrooi, Breeërsteenweg 146, Kinrooi. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be 18 WARM LIMBURG, infoavond: oude verwarmingsinstallatie vervangen; samenkomst: 19.30 u.; Cultureel Centrum, Rijksweg 460, Dilsen-Stokkem. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be 20 NACHT VAN DE DUISTERNIS, avondwandeling; samenkomst: 19 u.; Kapel van de Weerstand, Brugstraat, Dilsen-Stokkem (Rotem). Info: 011 53 02 50, info@limburgs-landschap.be 20 NACHT VAN DE DUISTERNIS, avondwandeling met infostanden; samenkomst: 19.30 u.; Informeer naar afspraakplaats, route loopt doorheen Riemst. Info: 012 44 03 40, francine.thewissen@riemst.be 20 NACHT VAN DE DUISTERNIS, avondwandeling met infostanden; samenkomst: 19.30 u.; Informeer naar afspraakplaats, route loopt doorheen Bilzen. Info: 089 51 92 00, anja.milik@bilzen.be

6

WARM LIMBURG, infoavond: energiezuinig verwarmen met huidige installatie; samenkomst: 19.30 u.; Gemeentehuis (Raadszaal), Don Boscostraat 5, Hechtel-Eksel. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be

8

WARM LIMBURG, infoavond: energiezuinig verwarmen nieuwe woning; samenkomst: 19.30 u.; Cultureel Centrum De Markthallen, Markt 1, Herk-de-Stad. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be

11 BEZOEKERSCENTRUM HAGEVEN, historische wandeling; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Tussenstraat 10, Neerpelt. Info: 0473 80 18 30, bc.hageven@natuurpunt.be, www.natuurpuntneerpelt.be 11 BOSMUSEUM GERHAGEN, herfstwandeling; samenkomst: 14 u.; Bosmuseum, Zavelberg 10, Tessenderlo. Info: 011 42 31 51, WET 11 BEZOEKERSCENTRUM HAGEVEN, historische wandeling; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Tussenstraat 10, Neerpelt. Info: 0473 80 18 30, bc.hageven@natuurpunt.be, www.natuurpuntneerpelt.be 11 NIEUWENHOVEN, bos in de herfst; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Hasseltsesteenweg z/n, Sint-Truiden. Stevige wandelschoenen en aangepaste kledij. Info: 011 68 79 81, Erwin Vandermeeren 13 CONTACTDAG LIMNET, workshops; samenkomst: 12 u.; Universiteit Hasselt, Agoralaan, gebouw D, Diepenbeek. Inschrijven noodzakelijk! Info: www.limburg.be/limnet 15 DE WATERSNIP, naar de mijnterril; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Grauwe Steenstraat 7/2, Beringen (Koersel). Info: 011 45 01 91, watersnip.anb@vlaanderen.be, www.dewatersnip.be

20 NACHT VAN DE DUISTERNIS, legende en druppelkeswandeling; samenkomst: 20 u.; Parking duizendjarige eik, Dikke Eikstraat, Lummen. Info: 0473 75 15 84, dirk.dhondt@base.be

18 DE WATERSNIP, natuurspeurdertjes op herfsttocht; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Grauwe Steenstraat 7/2, Beringen (Koersel). Voor kinderen van 5 tot 7 jaar, deelname € 1,00 per kind. Info: 011 45 01 91, watersnip.anb@vlaanderen.be, www.dewatersnip.be

21 DE WATERSNIP, natuurspeurdertjes: kabouters en paddenstoelen; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Grauwe Steenstraat 7/2, Beringen (Koersel). Voor kinderen van 5 tot 7 jaar, deelname € 1,00 per kind. Info: 011 45 01 91, watersnip.anb@vlaanderen.be, www.dewatersnip.be

22 WARM LIMBURG, infoavond: energiezuinig verwarmen nieuwe woning; samenkomst: 19.30 u.; Cultuurcentrum ’t Poorthuis (kleine zaal), Zuidervest 2A, 3990 Peer. Inschrijven noodzakelijk! Info en inschrijving: Energieadvieslijn: 078 15 01 86, www.warmlimburg.be

provincie Limburg Universiteitslaan 1 B-3500 HASSELT

December 2

DE WATERSNIP, wintertocht; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Grauwe Steenstraat 7/2, Beringen (Koersel). Info: 011 45 01 91, watersnip.anb@vlaanderen.be, www.dewatersnip.be

9

BEZOEKERSCENTRUM HAGEVEN, winterwandeling; samenkomst: 9 u.; Bezoekerscentrum, Tussenstraat 10, Neerpelt. Info: 0473 80 18 30, bc.hageven@natuurpunt.be, www. natuurpuntneerpelt.be

11 DE WATERSNIP, door bos en heide; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Grauwe Steenstraat 7/2, Beringen (Koersel). Info: 011 45 01 91, watersnip.anb@vlaanderen.be, www.dewatersnip.be 16 DE WATERSNIP, natuurspeurdertjes op kersttocht; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Grauwe Steenstraat 7/2, Beringen (Koersel). Voor kinderen van 5 tot 7 jaar, deelname € 1,00 per kind. Info: 011 45 01 91, watersnip.anb@vlaanderen.be, www.dewatersnip.be 22 NIEUWENHOVEN, kerstverhalen; samenkomst: 14 u.; Bezoekerscentrum, Hasseltsesteenweg z/n, Sint-Truiden. Stevige wandelschoenen en aangepaste kledij. Info: 011 68 79 81, Erwin Vandermeeren; Vooraf inschrijven. 23 BOSMUSEUM GERHAGEN, kerstwandeling; samenkomst: 14 u.; Bosmuseum, Zavelberg 10, Tessenderlo. Info: 011 42 31 51, WET 25 NIEUWENHOVEN, winterwandeling; samenkomst: 8.30 u.; Bezoekerscentrum, Hasseltsesteenweg z/n, Sint-Truiden. Verrekijker, wandelschoenen en regenkleding niet vergeten. Info: 0478 27 30 65, Peter Bellen

Colofon Uitgave van: De deputatie van de provincieraad van Limburg, Herman Reynders, gouverneur-voorzitter; Marc Vandeput, Walter Cremers, Gilbert Van Baelen, Frank Smeets, Jean-Paul Peuskens, Mieke Ramaekers, gedeputeerden; Renata Camps, provinciegriffier. Hoofdredactie: Johan Van den Broek Tekst: Stijn Janssen – Bonsai Publicatiebureau Coördinatie en eindredactie: Nadine Moens, nmoens@limburg.be Redactieraad: Patrick Boucneau, Luc Driesen, Nadine Moens, Niki Saenen, Jan Stevens, Johan Van den Broek, Inge Verheyen, Katrien Wittemans Coverfoto: MOS Verantwoordelijke uitgever: Johan Van den Broek Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt Vormgeving: designpartner.be Drukwerk: Drukkerij Paesen – Opglabbeek Postbus: Provincie Limburg, Directie Ruimte, dienst Milieu en Natuur Nadine Moens Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt Tel. 011 23 83 18, nmoens@limburg.be www.limburg.be Oplage: 10 500 exemplaren Deze publicatie werd gedrukt op Kringloop Cyclus Offset 120 g. D/1999/5857/17


Jg.14/3 Milieu & Natuur