Page 1

kunstkwartet

DOCENTENHANDLEIDING

PUUR NATUUR

3


kunstkwartet

DOCENTENHANDLEIDING

PUUR NATUUR Deze mini-tentoonstelling is een van de acht kleine tentoonstellingen bestemd voor het primair onderwijs

3


INHOUD PUUR NATUUR? 1 Inleiding

5

2 Kunstkwartet in cultuuronderwijs

6

3 Verantwoording

9

4 Gedicht

10

5 Filosofisch startgesprek

11

6 Kunstwerken en opdrachten:

14

Jan Cremer Hans van Lunteren

19

Lily Corver

24

7 Hoe kijk je naar kunst

30

8 Algemene informatie

32

9 Inhoud koffer met lesmateriaal

33

10 Colofon

34

Bijlage 1 grafische technieken

36

kunstkwartet

3

3


KUNSTKWARTETTEN


1 INLEIDING Er bestaan in totaal acht Kunstkwartetten of mini-tentoonstellingen. Iedere mini-tentoonstelling is opgebouwd rondom een thema en bevat drie unieke kunstwerken en een koffertje met lesmateriaal. Samen vormen zij een (Kunst) kwartet. De mini-tentoonstelling kan in de klas of elders in de school neergezet worden. De koffers waarin de kunstwerken verpakt zijn, dienen tevens als sokkel of paneel. Het lesmateriaal bevat een docentenhandleiding, een lesopzet, en aanvullende materialen zoals een cd-rom, boeken en gedichten. De lesopzet biedt een kort en duidelijk overzicht van de inhoud van ieder Kunstkwartet. Het Kunstkwartet is geschikt voor de gehele school; er zijn aparte opdrachten voor onder-, midden- en bovenbouw. Indien wenselijk - bijvoorbeeld omdat het niveau van een groep boven of onder gemiddeld ligt - kan een leerkracht ervoor kiezen een opdracht uit een andere bouw te doen. De docentenhandleiding bevat suggesties voor inleidende activiteiten, en kijk-, doe- en denkopdrachten om de leerlingen meer gericht te laten kijken.

De Kunstkwartetten zijn 1

Eureka!

5

de kunstenaar als uitvinder, bedenker en onderzoeker

2

Wie ben ik?

verhalen en dromen

6

identiteit

3

Puur Natuur

Ik zie, ik zie… kijken en nog eens kijken

Home sweet home thuis en geborgenheid

7

over verbeelde natuur

4

Fantastische verhalen

Nutteloze noodzaak ‘ontregelende’ kunst

8

Veren, vacht en dierenvrienden dieren

kunstkwartet

3

5


2 KUNSTKWARTET IN CULTUURONDERWIJS Deze kleine tentoonstelling maakt deel uit van cultuuronderwijs op uw school. De opzet van de Kunstkwartetten is geïnspireerd door verschillende denk- en werkwijzen: het *Filosoferen met kinderen, **Reggio Piccolo en op de theorieën van ***Cultuur in de Spiegel (CiS). De lessuggesties in deze handleiding zijn vertalingen hiervan en kunnen het kijken naar-, het verbeelden van- en denken over de kunstwerken verrijken.

EEN KLEINE TOELICHTING Wat verstaan we onder cultuur? Cultuur is een voortdurend proces van omgaan met wat je waarneemt: we geven als mens betekenis aan onze omgeving. Dat doen we door onze herinnering in te zetten en zo te begrijpen wat we zien, horen, voelen etc. Deze herkenning door eerdere ervaringen biedt aanknopingspunten om nieuwe ervaringen te begrijpen. Ieder mens ontwikkelt zo zijn eigen innerlijke wereld, zijn eigen cultureel bewustzijn. Het geven van betekenis aan onze omgeving, dat wat mensen denken en doen, noemen we cultuur. Wat verstaan we onder cultuuronderwijs? Onder cultuuronderwijs verstaan we onderwijs dat cultuur centraal stelt en dat het vermogen van leerlingen ontwikkelt om te reflecteren op cultuur. Kunstkwartetten is onderdeel van uw cultuuronderwijs en sluit aan bij de leefwereld, de herinneringen en cultuur van de leerlingen. Iets nieuws kan alleen begrepen worden in het licht van het bekende. Kunst gaat over de verbeelding van het leven en gaat over wie we zijn. Het kijken naar en reflecteren op kunst vergroot het bewustzijn bij leerlingen en leerkrachten. Onze kernvraag was: wat zetten we in om het cultureel geheugen van het kind uit te breiden en te ontwikkelen? In Kunstkwartetten is de ontwikkeling van de vier basisvaardigheden en de beheersing van verschillende media gecombineerd in actieve, receptieve en reflectieve opdrachten. Vier basisvaardigheden: 1 Waarnemen: kijk-opdrachten (kijken, herkennen, horen, zien, voelen) 2 Verbeelden: doe-opdrachten (uiten, bedenken + maken van situaties) 3 Conceptualiseren: denk-opdrachten; waarnemingen worden omgezet in taal/symbolen (praten, schrijven, categoriseren, filosoferen) 4 Analyseren: wat zijn de onderliggende oorzaken, patronen, structuren, relaties? (om er greep op te krijgen) Omdat bij de basisschoolleerling sprake is van een zekere dominantie voor de eerste drie vaardigheden, hebben wij vooral deze als uitgangspunt gebruikt bij de opdrachten. Uiteraard zijn de vier vaardigheden niet strikt te scheiden. Één zal overheersen, maar de overige kunnen ook een rol spelen.

kunstkwartet

3

6


Vier media Zonder medium geen verbeelding. De kijk-, doe- en denkopdrachten - te vinden bij elk kunstwerk - zijn bedoeld om uitdrukking te geven aan de ervaringen van de leerlingen. De media zijn instrumenten om dat te kunnen doen: 1 Lichaam (waarnemen): beweging, dans, klank, stem, gebaar 2 Voorwerpen (verbeelden): drie-dimensionaal, beeldhouwen, installaties maken, 3 Taal (conceptualiseren): poëzie, proza, zang, drama, verhalen 4 Grafische tekens (analyseren): platte vlak, notenschrift, schilderen, tekenen, schrijven (of een combinatie van 1, 2, 3 en 4) Wat leren de kinderen 1C  ultureel (zelf ) bewust te zijn (= bewust zijn van eigen ervaringen en die van anderen) 2 Te verbeelden (= vermogen je in te leven) 3M  ediabeheersing (= wil je een ervaring uitdrukken, moet je een medium beheersen) De leerlijn We spreken van een doorlopende leerlijn als de leerervaringen cumulatief zijn en dus op elkaar voortbouwen. De thema’s van Kunstkwartetten sluiten aan bij de actualiteit en herinnering van leerlingen. In de lessuggesties heeft u de mogelijkheid gebruik te maken van de vragen en opdrachten uit de bouw die voorafgaat aan de bouw waaraan u lesgeeft. We gaan er van uit dat leerlingen en leerkrachten ervaring hebben met technieken uit de beeldende vorming, muziek, dans, drama, literaire en audiovisuele vorming. Het is aan de leerkracht om de suggesties zo toe- of aan te passen dat ze voortbouwen op de mogelijkheden en uitdagingen van hun leerlingen.

*FILOSOFEREN MET KINDEREN Rob Bartels en Marja van Rossum hebben onder de titel: Filosoferen doe je zo (leidraad voor de basisschool) twee boeken. Band 1 voor groep 1 t/m 4 en Band 2 groep 5 t/m 8. Zij stellen dat je, door te filosoferen met kinderen, als school bijdraagt aan burgerschapsvorming. Daarnaast is Marja van Rossum betrokken bij de ontwikkeling van het filosoferen rondom kunstwerken met kinderen, in samenwerking met het KröllerMüller museum. Voor meer informatie ga naar: www.grootdenkraam.nl

**REGGIO PICCOLO Reggio Piccolo wil scholen bekend maken met de werkwijze van Reggio Emilia en Toeval Gezocht en deze op een kleinschalige manier inzetten. De werkgroep ontwikkelt in samenspraak met kunstenaars en leerkrachten een door Reggio geïnspireerd format en ondersteunt leerkrachten bij het integreren van deze werkwijze in hun dagelijkse lespraktijk. Voor meer informatie ga naar: www.reggiopiccolo.nl ***CULTUUR IN DE SPIEGEL Cultuur in de Spiegel is een onderzoeksproject van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) onder leiding van prof. dr. Barend van Heusden. Voor meer informatie, volg de website: www.cultuurindespiegel.nl

kunstkwartet

3

7


AAN DE SLAG!


3 VERANTWOORDING PUUR NATUUR Een educatieve tentoonstelling over kunstenaars en hun verbeelding van de natuur. In de natuur zijn is voor iedereen vooral een zintuiglijke ervaring: het zien van bomen, heide, een meertje. Het ruiken van bloemen, gras, de zilte zee. Het voelen van de bast van een boom, het koude water, het beluisteren van vogelgeluiden, een krekel, het ruisen van de takken. Het proeven van wilde bramen en beukennootjes. Kortom, momenten van ontspanning waarbij genieten en een intense beleving van al dat moois voorop staat. Maar hoe kijken kunstenaars tegen de natuur aan en hoe verbeelden zij hun natuurbeleving? In de Romantiek was vooral de nietigheid van de mens ten opzichte van de natuur onderwerp van schilderijen. Voor het eerst geeft de kunstenaar uiting aan zijn eigen gevoelens, hij gaat zoveel mogelijk zijn eigen weg, wordt een rebel, een opstandeling. De Romantiek is de periode van de (her)ontdekking van de natuur en de idee dat de natuur een zelfstandig wezen is (een organisme met een eigen leven). Met de drie kunstwerken in dit Kunstkwartet maken de drie kunstenaars een eigen vertaling van de verbeelding van de natuur. Schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer toont ons in felle kleuren een gestileerde uitvoering van de Hollandse tulp in veelvoud. De strakke, ritmische compositie doet denken aan de bekende tulpenvelden, maar ben je verliefd, dan zou je daar zo maar harten in kunnen zien.

Ten slotte verbeeldt Lily Corver de natuur als of ze die in een laboratorium onder een microscoop heeft bestudeerd en kijken we naar de mogelijke uitvergroting van een detail. Of is er een sfeervolle onderwaterwereld te zien?

Voor het eerst geeft de kunstenaar uiting aan zijn eigen gevoelens. Juist kinderen zijn in staat om buiten de kaders te denken en met onverwachte, creatieve combinaties te komen. Zij zitten nog niet zo vast aan de regels en routines die ons als volwassenen zo vaak blokkeren. Kunst ontwikkelt creativiteit; spreek het kind aan op z’n fantasie, z’n verbeelding en hij wordt uitgedaagd z’n hersenen op een andere manier te gebruiken In de opdrachten zitten vooral suggesties om die creatieve kraan bij de kinderen wijd open te zetten. Het creatieve proces is het proces van bedenken, sorteren en verbinden van ideeën in allerlei categorieën zonder oordeel te vellen.

Hans van Lunteren laat de fantasie en het associatievermogen van de kijker volop werken. De eenvoud van de vorm, de kleur en de structuur doen - ondanks het materiaal - denken aan iets dat met de natuur te maken heeft.

kunstkwartet

3

9


4 GEDICHT Als introductie van de tentoonstelling kun je dit gedicht voordragen. Het gedicht brengt het thema van de tentoonstelling op een andere manier onder de aandacht. Aansluitend kan een gesprek volgen over de relatie van de tekst met de kunstwerken. Hiervoor kan het filosofisch startgesprek (zie hoofdstuk 5) een handvat bieden.

Herinnering aan Holland Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan, rijen ondenkbaar ijle populieren als hoge pluimen aan den einder staan; en in de geweldige ruimte verzonken de boerderijen verspreid door het land, boomgroepen, dorpen, geknotte torens, kerken en olmen in een grootsch verband. de lucht hangt er laag en de zon wordt er langzaam in grijze veelkleurige dampen gesmoord, en in alle gewesten wordt de stem van het water met zijn eeuwige rampen gevreesd en gehoord. Hendrik Marsman

kunstkwartet

3

10


5 FILOSOFISCH STARTGESPREK Concept: Hoe nodig je de leerlingen uit om na te denken over het thema van de tentoonstelling. Het onderzoeken van het thema is structuur aanbrengen. Hieronder een werkwijze voor een filosofisch startgesprek rond het thema van de tentoonstelling.

Lesopzet in 1 Ga om het

kunstwerk zitten liefst dicht bij elkaar

4 Vraag regelmatig

of iemand uit de groep het antwoord van de ander herhaalt

7

Met de (gedestilleerde) startvraag beginnen

9 stappen

2 Stel de startvraag

3 Noteer de reacties die

moet het onderzoek dragen

5 Iedereen

honoreren

8 In groepjes

n.a.v. de startvraag gesteld worden (1e inventarisatie)

6 Goed luisteren,

van twee de vraag

samenvatten en doorvragen

9 Weer

inventariseren

laten bespreken

kunstkwartet

3

11


TIPS Het gespreksonderwerp is het thema van de tentoonstelling. Zoek raakvlakken met de eigen ervaringen

Bekijk de verschillende werken van de tentoonstelling vanuit de volgende vragen • Wat zie je, wat valt je op? • Wat vind je bijzonder, grappig, vreemd?

Functie • Maakt duidelijk dat het kijken naar de tentoonstelling serieus genomen wordt. • De lln. weten dat er iets van hen verwacht wordt • Het gesprek kan beginnen vanuit de interesse van de groep

Inventariseer de eerste reacties • Schrijf alle (verschillende) reacties op. • Stel verhelderende vragen. • Bepaal het onderwerp waar je verder mee gaat.

Voorbeelden van verhelderende vragen • Wat bedoel je met…? • Wat vond je mooi, saai etc.?

START-VRAAG

Een vraag die direct uitnodigt tot reactie Als er een startvraag is kan het gesprek beginnen. (kan in 2-tallen besproken worden of plenair) • Schrijf antwoorden op groot vel/bord • Vraag om verheldering (wat bedoelt de ander) • Als meningen worden gegeven, denk dan na wat achterliggende redenen kunnen zijn; doorvragen dus!

Kenmerken goede startvraag • Herkenbaar (voor de groep) • Nodigt uit tot onderzoek (heeft meerdere invalshoeken) • Meerdere antwoorden zijn mogelijk • Creëert betrokkenheid • Zet lln. aan tot denken (gooit vanzelfsprekendheden door elkaar)

VERVOLG

Ga dieper in op een of twee punten die op het bord geschreven zijn • Probeer zoveel mogelijk ideeën boven tafel te krijgen. • Probeer hier een stelling uit te destilleren. Deze moet voldoen aan kenmerken startvraag.

VERDIEPING

Bekijk samen met de leerlingen op welk punt je nog iets dieper in wil gaan. In deze fase ga je verder dan een persoonlijke mening: – We onderzoeken wat we er nu van begrijpen – Wat de betekenis is in meer algemene zin – Veel meningen zijn vanzelfsprekend vanuit het eigen perspectief: bevraag die vanzelfsprekendheid maar eens Ieder gesprek behoeft afronding. Soms gaat dat vanzelf, soms dirigeert de gespreksleider het gesprek daar naar toe, bv. door: – te kijken wat we besproken hebben – te kijken of de startvraag/stelling beantwoord is

3 typen stellingen TYPE 1: het gedachte experiment Wat zou er kunnen gebeuren als er nooit meer iets uitgevonden zou worden? Hoe zou het zijn als je niet zou kunnen denken? (bv: kun je langzaam gelukkig zijn of kun je een worm iets leren?) TYPE 2: twee posities naast of tegenover elkaar bv. is een uitvinder een creatievere denker dan een tandarts? of Breng een rangorde aan: wat is de mooiste, beste uitvinding die ooit is gedaan. TYPE 3: vraag naar voorbeeld uit eigen ervaring bv. wie heeft wel eens meegemaakt dat een goed idee van jou, ook door iemand anders was bedacht? wie heeft zelf wel eens wat uitgevonden? Hierna volgt de vervolgvraag bv; is het altijd zo dat ….. (zoek een probleem in het antwoord en ga er op verder bv: waarom is er maar ….) Hoe Door beweringen te onderzoeken op hun geldigheid door: – Een ander perspectief te kiezen – Te zoeken naar wat tegengesteld is – Verbanden te leggen tussen uitspraken

AFRONDING

VOORAF

OPENING

SCENARIO Het gesprek start vanuit een collectieve ervaring de tentoonstelling die we nu bekijken, het gedicht dat is voorgedragen.

Belangrijk De afronding komt altijd uit de groep (de gespreksleider komt niet met eigen conclusies ter afronding).

BRON: ‘GROOT DENKRAAM’ / M. VAN ROSSUM, WWW.GROOTDENKRAAM.NL

kunstkwartet

3

12


KUNSTWERKEN EN OPDRACHTEN


6 KUNSTWERKEN EN OPDRACHTEN 1 Jan Cremer 1940 ‘Tulips’, 1979 Zeefdruk, 73-56 cm

Jan Cremer (1940) houdt van Holland. Ondanks, of misschien wel dankzij zijn regelmatig en langdurig verblijf in het buitenland, is het Hollandse landschap het meest overheersende thema in zijn schilderijen en zijn grafiek. Hijzelf zegt hierover: “Het Hollandse landschap is het mooiste ter wereld. Ik probeer het te redden in mijn werk voor het helemaal verdwenen is. Ik voel me ermee verwant. Holland is één groot schilderij. “ Jan Cremer is in brede lagen van de bevolking vooral bekend als schrijver van het provocerende boek Ik Jan Cremer uit de 60er jaren. Toch is Jan Cremer altijd actief geweest als beeldend kunstenaar. Zijn hele leven al wisselt hij het schrijven en schilderen af. Daarnaast is reizen een noodzaak voor zijn rusteloze natuur. Als Jan Cremer, na het succes van zijn roman, Nederland verlaat en in New York gaat wonen, begint hij daar, ver van Holland, met het schilderen van Hollandse landschappen, tulpenvelden onder andere. Ze laten aspecten zien van het Hollandse landschap zoals dat in reisfolders aan de buitenlandse toerist wordt voorgespiegeld. De tulp is het centrale, steeds terugkerende thema. Freddy de Vree zegt hierover: “Puur cliché, maar een cliché waaruit Cremer snel de essentie weet te distilleren: hij isoleert de tulpen en schildert ze als harten of klaprozen, trillend en lillend in lichte en diepe varianten van zijn geliefkoosd rood!” (uit de monografie: Jan Cremer schilder 55-88) De zeefdruk in deze tentoonstelling is hiervan een mooi voorbeeld. De tulpen zijn in enkele snelle verfstreken neergezet in fluorescerende tinten oranje, rood en magenta. Boven in de tulp zijn gele details te zien die doen denken aan stamper of meeldraden, er omheen in dunnere krassen het donkergroene bed. De groene achtergrond laat de tulpen extra stralen. Groen en rood zijn immers elkaars complementaire kleur en versterken elkaars stralingskracht. Met eenvoudige middelen verkrijgt Jan Cremer in deze zeefdruk een grote zeggingskracht.

kunstkwartet

3

14


1 Jan Cremer

kunstkwartet

3

15


1 Jan Cremer

OPDRACHTEN ONDERBOUW

1 Kijken Jan Cremer woont al heel lang in Amerika. Het lijkt wel of hij heimwee heeft naar Nederland. Op veel van zijn kunstwerken kun je typisch Nederlandse dingen zien: tulpenvelden, klompen, boeren en boerinnen. – Hoeveel tulpen zijn er te zien? – Welke 2 kleuren zie je het meest? – Zijn alle vormen precies het zelfde? (puntig, rond) – Waar doet de vorm van de tulp je nog meer aan denken? – Zegt dat iets over wat de kunstenaar van tulpen vindt? Wat? – Hoeveel tinten rood zie je in de tulpen?

3

Denken

– Welke bloemen vind jij mooi? – Waar heeft dat mee te maken? 0 met de kleur 0 met hoe groot de bloem is 0 met wel of een stekels 0 met de vorm 0 met de geur 0 hoe de bloem aanvoelt – Wat voor bloemen geen je aan iemand op wie je verliefd bent? – Geef je ook bloemen aan iemand op wie je boos bent? Ja: Welke bloemen geef je dan? Nee: Waarom niet?

2

Doen

Opdracht (individueel): beeldend ONDERZOEK NAAR EEN KLEUR Voor kinderen zijn kleuren een gegeven. Door deze oefening worden ze zich meer bewust van de kleuren om hen heen en worden kleur- gevoeliger. Laat ze tijdens een wandeling op zoek gaan naar een kleur die ze van te voren hebben bepaald. STAP 1 Kringgesprek over kleur: alles heeft kleur, welke kleur hebben jouw kleren, je lievelingskleuren, zijn er kleuren waar je blij/verdrietig van wordt, zijn er kleuren die bij een geluid horen? STAP 2 Buiten kleuren verzamelen: kinderen kiezen kleur die ze gaan zoeken. Elk kind gaat met een doosje met zoekkleur velletje op pad in de buurt van de school. Alles wat ze vinden met die kleur, gaat in het doosje. STAP 3 Terug in de klas worden de kleuren geordend op grote vellen papier, opgeplakt en gepresenteerd. NB: Het gaat vooral om het ontdekken van de diversiteit in kleur. Neem foto’s van dit proces en noteer uitspraken van leerlingen. NODIG  – gekleurde velletjes – kartonnen doosjes – lijm/plakband – vellen papier/behangrollen

kunstkwartet

3

16


1 Jan Cremer

OPDRACHTEN MIDDENBOUW 1 Kijken

2

Jan Cremer woont al heel lang in Amerika. Het lijkt wel of hij heimwee heeft naar Nederland. Op veel van zijn kunstwerken kun je typisch Nederlandse dingen zien: tulpenvelden, klompen, boeren en boerinnen. – Hoeveel tulpen zijn er te zien? – Welke 2 kleuren zie je het meest? – Wat vind je van de kleuren: 0 onopvallend 0 koude kleuren 0 warme kleuren 0 schreeuwerige kleuren 0 echte tulpenkleuren 0 schutkleuren – Zijn alle vormen precies het zelfde? (puntig, rond) – Waar doet de vorm van de tulp je nog meer aan denken? – Zegt dat iets over wat de kunstenaar van tulpen vindt? Wat? – Hoeveel tinten rood zie je in de tulpen? – Ik zou dit kunstwerk ophangen in: 0 mijn slaapkamer 0 boven onze bank 0 in de keuken 0 in een bloemenwinkel 0 in de klas 0 …………

3

Doen

Opdracht (individueel): literair DRIE WOORDENDUIK Deze eenvoudige en de fantasieprikkelende schrijfopdracht levert snel een verrassend resultaat op: een tekst met inhoud en vaak poëtisch klinkend. Bij deze driewoordenduik kiezen de kinderen de woorden zelf waardoor deze beter aansluiten bij hun leef- en denkwereld. Stappen: associatievragen: STAP 1 – Geef de opdracht: – Schrijf een woord op dat met natuur te maken heeft. – Schrijf een (lievelings-)kleur op. – Schrijf een woord op van iets dat je vandaag hebt aangeraakt. STAP 2 Schrijf met deze drie woorden een tekst van 4 of 5 zinnen. (de woorden in een andere volgorde; we letten niet op spellingsfouten; het mag onzin zijn). STAP 3 Nodig leerlingen uit om voor te lezen (beginnen met het voorlezen van de drie woorden). STAP 4 Nabespreking: was het leuk, spannend etc. NODIG – pen en papier

Denken

– Welke bloemen vind jij mooi? – Waar heeft dat mee te maken? 0 met de kleur 0 met hoe groot de bloem is 0 met wel of geen stekels 0 met de vorm 0 met de geur 0 hoe de bloem aanvoelt – Wat voor bloemen geen je aan iemand op wie je verliefd bent? – Geef je ook bloemen aan iemand op wie je boos bent? JA: welke bloemen geef je dan? Nee: Waarom niet?

kunstkwartet

3

17


1 Jan Cremer

OPDRACHTEN BOVENBOUW 2 Doen 1

Kijken

Jan Cremer woont al heel lang in Amerika. Het lijkt wel of hij heimwee heeft naar Nederland. Op veel van zijn kunstwerken kun je typisch Nederlandse dingen zien: tulpenvelden, klompen, boeren en boerinnen. – Hoeveel tulpen zijn er te zien? – Welke 2 kleuren zie je het meest? – Wat vind je van de kleuren? 0 signaalkleuren 0 koude kleuren 0 warme kleuren 0 primaire kleuren 0 complementaire kleuren 0 schutkleuren 0 opdringerige kleuren – Dit kunstwerk is gedrukt: het is een zeefdruk (zie grafische technieken in de bijlage) – Hoe komt het dat de tulpen zo opvallen? 0 oranje is een felle kleur 0 lichte tulpen, donkere achtergrond 0 tulpen groeien nou eenmaal boven het gras 0 ze staan op een rij 0 mensen houden van bloemen 0 ………… – Wat vind je van het kunstwerk? Waarom?

Opdracht (tweetallen): beeldend GESTILEERDE BLOEMEN Zet verschillende soorten bloemen op tafels (liefst echte, desnoods kunstbloemen). Laat leerlingen goed kijken, voelen, ruiken en natekenen met potlood/kleurpotlood. STAP 1 Zet alle zintuigen open en teken de bloemen in al z’n details na: blaadjes, stampers, stelen, knoppen etc. (TIP: laat de leerlingen goed kijken en tekenen wat ze zien, niet wat ze denken te weten). STAP 2 Kies een bloem uit en stileer/vereenvoudig de vorm zodat deze uitgesneden kan worden en als sjabloon getamponneerd (doordruktechniek). STAP 3 Maak een compositie met de sjablonen en de tamponneertechniek; voor een rijkere kleur kunnen verschillende lagen kleuren over elkaar gezet worden. Denk ook aan een achtergrondkleur. (TIP: houd rekening met de droogtijd) STAP 4 Zet er een passe-partout omheen. Bekijk ook de interactieve powerpoint: Weeginstrumenten Zie cd in leskoffer NODIG – bloemen – tekenpapier (A4) – potlood/kleurpotlood – stevig papier voor de sjablonen – mesjes – plakkaatverf – tamponneerkwastens

3 Denken Voor Jan Cremer waren tulpen de herinnering aan Nederland als hij in het buitenland was. Tulpen als symbool van Nederland, als verwijzing naar zijn vaderland. Voor veel buitenlanders is de tulp ook een kenmerkend beeld voor Nederland. 1 Kun jij bedenken/opzoeken welke bloem symbool staat voor wat? 0 TULP: Nederland 0 KLAVERTJE VIER: geluk 0 ROOS: 0 LELIE: 0 MADELIEFJE: 0… 2 Heb jij wel eens bloemen gehad? Bij welke gelegenheid was dat? 3 Bij welke gelegenheden geven mensen elkaar bloemen? 4 Zijn het alleen feestelijke gelegenheden?

kunstkwartet

3

18


6 KUNSTWERKEN EN OPDRACHTEN 2 Hans van Lunteren Zonder titel, 1992 IJzer, 25x10X10 cm

Dit ijzeren beeld is opgebouwd uit allemaal vierkante ijzeren staafjes van dezelfde dikte. Als kijker heb je de behoefte om er aan te zitten: wat is de temperatuur? Hoe voelt het aan? Maar het lijkt wel of het ding dat niet wil hebben en zijn stekels uitzet. Net als een egel. Het beeld is abstract. Het is geen afbeelding van een deel van de werkelijkheid om je heen. Het heeft geen titel. De vorm is eenvoudig. Maar hoe moet je die noemen? Cilinder? Koker? Het lijkt een beetje op een capsule waar een medicijn in zit. Of op een rechte augurk. Op het eerste gezicht is het een sober en eenvoudig beeld. Maar bij nader inzien blijkt het toch erg ingewikkeld in elkaar te zitten. Er zitten een heleboel tegenstellingen in. De grote vorm lijkt net een cilinder met twee halve bollen maar is het toch ook weer niet. Het beeld lijkt ĂŠĂŠn ding maar blijkt opgebouwd uit een heleboel vierkante staafjes. Die vierkantjes vormen met elkaar een ronde vorm. Maar het voelt ruw en stekelig aan. Dit beeld past bij het werk dat Hans tot nu toe heeft gemaakt. Hij gebruikt bijna altijd staal. Hij gaat uit van de basisvormen uit de wiskunde, zoals bol, kubus, piramide en kegel. Daarmee vormt hij telkens weer nieuwe combinaties. Van twee gespiegelde piramides maakt hij een vorm die lijkt op een zandloper, van twee kegels een diabolo. Kenmerkend voor al zijn beelden is de tegenstelling tussen ruimte en massa, open en dicht, zwaar en licht. Dat is ook goed te zien in egeltje, zoals Hans dit beeld zelf liefkozend noemt. Het lijkt dicht, massief en gesloten en maar het is ook doorzichtig, open en licht. Daardoor is het spannend om naar te kijken.

kunstkwartet

3

19


2 Hans van Lunteren

kunstkwartet

3

20


2 Hans van Lunteren

OPDRACHTEN ONDERBOUW 1

Kijken

1 Welke kleur heeft het kunstwerk? 2 Waar doet het kunstwerk je aan denken? 3 Aai het ‘egeltje’ (zo noemt de kunstenaar het kunstwerk) met je ogen dicht. 4 Wat voel je? 0 iets zachts 0 iets dat pijn doet 0 dat mijn vingers blijven haken 0 iets kriebelen aan mijn hand 0 …….

3

Denken

Als je naar het kunstwerk kijkt, zie je aan de bovenkant van de bruine staafjes allemaal dezelfde vormpjes: een vierkant.. 1 Kun jij in de klas nog meer vierkantjes vinden? 2 Zoek nu iets dat de vorm van een cirkel heeft. 3 Zoek daarna iets met een driehoekige vorm.

2

Doen

Opdracht (groep): OP ZOEK NAAR RELIËF Als je over een munt een kopieerblaadje legt en je wrijft er met een potlood over, verschijnt de afbeelding. Deze techniek (rubbing of frottage) gebruiken we om allerlei structuren/reliëfs op te zoeken in en om de school: De muren, boomschors, houten planken, stoeptegels, ribbelkarton etc. STAP 1 Geef elk kind een A4 velletje en laat hen op zoek gaan naar oneffen oppervlaktes. STAP 2 Met verschillende kleuren kleurpotlood maken ze een heel vel vol: door elkaar, over elkaar. STAP 3 Laat hen bij de nabespreking vertellen waar ze wat gevonden hebben of laat de kinderen raden. NODIG – A4 kopieerpapier – kleurpotloden – verschillende materialen met reliëf

kunstkwartet

3

21


2 Hans van Lunteren

OPDRACHTEN MIDDENBOUW 1

Kijken

1 Aai het ‘egeltje’ (zo noemt de kunstenaar het kunstwerk) met je ogen dicht: Hoe voelt het aan? 0 zacht 0 pijnlijk 0 het blijft aan mijn vingers haken 0 het kriebelt aan mijn hand 0 warm 0 ……. 2 Waar moet je aan denken als je dit beeld ziet? 0 een egel 0 een augurk 0 een afwasborstel 0 een dennenappel 3Ik vind dit beeld ……….. Omdat …………….

3

Denken

1 Het kunstwerk is heel erg zwaar omdat er veel ijzer voor gebruikt is en ijzer is nu eenmaal zwaar. Had je van tevoren bedacht dat het zoveel gewicht zou hebben? 2 Hoeveel kilo kun jij tillen? 3 Hoe heten de maten om gewicht te meten? A kilo B ….. C ….. 4 Kun jij schatten hoe zwaar iets weegt? 0 een luciferdoosje 0 een dik boek 0 stoel 0 een liter water 5 Wat weeg je met: 0 een personenweegschaal 0 een weegschaal in de supermarkt 0 een keukenweegschaal

2

Doen

Opdracht (individueel): OP ZOEK NAAR RELIËF Als je over een munt een kopieerblaadje legt en je wrijft er met een potlood over, verschijnt de afbeelding. Deze techniek (rubbing of frottage) gebruiken we om allerlei structuren/reliëfs op te zoeken in en om de school: De muren, boomschors, houten planken, stoeptegels, ribbelkarton etc.. STAP 1 Geef elk kind een A4 velletje en laat hen op zoek gaan naar oneffen oppervlakten. STAP 2 Met verschillende kleuren kleurpotlood maken ze een heel vel vol: door elkaar, over elkaar. STAP 3 Na dit experiment maken ze een rubbing met als onderwerp: natuur. Kun je bv. een boom of een landschap stukje voor stukje ‘opbouwen’ met deze techniek? Maak hierbij gebruik van een doosje met allerlei soorten reliëf materiaal dat je vooraf verzameltd hebt (bv.: stukjes boomschors, schuurpapier, jute, bubbeltjesplastic, boombladeren, karton, hout, gaas, touw) NODIG – A4 kopieerpapier – kleurpotloden – verschillende materialen met reliëf

kunstkwartet

3

22


2 Hans van Lunteren

OPDRACHTEN BOVENBOUW 1

Kijken

1 Van welk materiaal is de vorm gemaakt? 2 Waar doet het kunstwerk je aan denken? 3Welke tegenstellingen zie je? 0 rond - hoekig 0 open - gesloten 0 licht - donker 0 groot – klein 0 zacht – hard 0 vrolijk verdrietig 4 Welk vorm heeft dit kunstwerk? 0 driehoek 0 balvorm 0 cocon 0 vierkant 5 Waar zou je dit beeld neerzetten; waar komt dit beeld het best tot z’n recht? En waarom?

3

Denken

1 Het kunstwerk is heel erg zwaar omdat er veel ijzer voor gebruikt is en ijzer is nu eenmaal zwaar. Had je van tevoren bedacht dat het zoveel gewicht zou hebben? 2 Hoeveel kilo kun jij tillen? 3 Hoe heten de maten om gewicht te meten? A kilo B ….. C ….. 4 Met welke weeginstrumenten kun je het gewicht van de dingen bepalen? 0 je gewicht- personenweegschaal 0 groenten in supermarkt - elektrische weegschaal 0 bakmeel - keukenweegschaal 0 brievenweegschaal 0 zak met vodden - unste 0 appels (vroeger) – gewichten weegschaal Zoek een plaatje van een unster. 5 In veel steden is er een Waaggebouw of een Waagplein of straat te vinden. In een Waaggebouw werden goederen gewogen. Weet jij wat er in Alkmaar werd gewogen? En in Haarlem? Hoorn? 6 Vrouwe Justitia (symbool van de rechtspraak) heeft ook twee weegschaaltjes in haar hand. Wat is de betekenis daarvan? Bekijk ook de powerpoint: Weeginstrumenten, zie cd in leskoffer

2

Doen

Opdracht (individueel): fotografie STRUCTUURFOTO’S.. Het beeld van Hans van Lunteren heeft met al die vierkante staafjes een duidelijke structuur gekregen. Als je goed kijkt in je omgeving, zie je een heleboel structuren: een stenen muur, bubbeltjesplastic, de latjes van een zonnestoel, een veld met paardenbloemen etc STAP 1 Ga in groepjes van twee op zoek naar die structuren en fotografeer ze. STAP 2 Maak een keuze van de beste foto’s (20 stuks). STAP 3 Zet ze daarna in een powerpoint. Op www.youtube.nl kan je een afspeellijst maken met de liedjes die jij bij elke dia vind passen. Bij het bubbeltjesplastic hoort bijvoorbeeld een liedje met veel knallen, bij een paardenbloem een liedje met een viool erin en een stenen muur heeft iets grauws en koels. STAP 4 Presenteer het aan de klas. Bekijk ook de interactieve powerpoint: Structuren, zie cd in leskoffer. TIPS: – Maak van je onderwerp een close-up foto (van dichtbij). – Youtube: Je kunt zoeken op trefwoorden: viool, spannende muziek, stuiterbal. Of je kunt liedjes van je lievelingsband opzoeken en categoriseren op sfeer of structuur. Ook kun je reclames zoeken die je kent met de juiste muziek. NODIG – fototoestel – computer met ppt – smartboard

kunstkwartet

3

23


6 KUNSTWERKEN EN OPDRACHTEN 3 Lily Corver 1995, Rotterdam Zonder titel, 1996 Etsplaat/ aquatint, 15x15cm

Lily Corver, maakt tekeningen, waterverfschilderijen (gouaches) en objecten van papier. Het liefst maakt zij echter etsen. Zij vindt dat “een simpele, archaïsche druktechniek”. Ze ontwerpt op de computer en tekent met de muis op het beeldscherm. Ze knipt, plakt en schuift - digitaal - tot een ontwerp haar bevalt. Dan zet zij het over op een etsplaat. Ze maakt geen gebruik van in was getekende dunne lijnen. Ze werkt andersom: Ze dekt haar etsplaten af met zuurbestendige lak en laat alleen brede lijnen open, zodat het zuur daar breed en diep op kan inbijten. ‘Zonder titel’ is een kleurenets. Zij heeft in dit geval drie etsplaten in de kleuren geel, turkoois en blauw over elkaar afgedrukt. Zware, zwarte omtreklijnen begrenzen de losse, amoebe-achtige, decoratieve vormen. Er ontstaat enige ruimtewerking doordat de vormen elkaar overlappen en soms worden afgesneden door de randen van de prent. Kleur en vorm roepen een sfeer op van een onderwaterwereld of een microscoopopname. Het lijkt een kleiner stukje van een groter geheel, een momentopname. Terwijl er juist lang over nagedacht is.

kunstkwartet

3

24


3 Lily Corver

kunstkwartet

3

25


3 Lily Corver

OPDRACHTEN ONDERBOUW 1 Kijken 1W  elke vormen zie je? 2 Kun je er een dier in herkennen? Waar en welk? 3 Welke kleur vind je mooi? 4 Linksonder in de hoek zie je groene rondjes met een blauw lijntje er omheen, met een blauw steeltje. Waar lijken deze vormpjes op? 5 Zie je nog meer dingen die je aan eten doen denken?

3 Denken 1 Welke soorten natuur ken je? 2 In welke natuur ben je het liefst? 3 Waarom daar? 4 Waar is natuur van gemaakt? 0 zand 0 rotsen 0 dropjes 0 bomen en bladeren 0 plastic 0 water 0 tuinhekjes 0 …. 5 Is er altijd natuur geweest? 6 Zal er altijd natuur zijn?

2 Doen Opdracht (individueel): beeldend ONDERWATERWERELD Het werk van Lily Corver doet denken aan een onderwaterwereld en de wereld onder de lens van een microscoop. STAP 1 Geef alle leerlingen een wit vierkant tekenvel (30x30 cm). STAP 2 Laat ze een fantasiebeest met lijm ‘schilderen’ op het vel. Dit moet even drogen. STAP 2 Laat ze op de achtergrond een onderwaterwereld tekenen met viltstiften. Rotsen, plantjes, bubbels, golfjes. Vervolgens moeten ze met kwastjes en water alle viltstifteninkt laten uitlopen. Het mag helemaal nat, of er kunnen spetters en druppels water op zodat de inkt mooi uitloopt. NODIG – witte (of pastelkleurige) vierkante teken vellen – viltstiften – bakjes water – lijm – kwasten voor water – kwasten voor lijm

kunstkwartet

3

26


3 Lily Corver

OPDRACHTEN MIDDENBOUW 1 Kijken 1H  oe noem je de vormen die je in dit kunstwerk ziet? 0 hoekige vormen 0 plantvormen 0 machinevormen 0 zachte vormen 0 scherpe vormen 2 Waar moet je aan denken als je naar het kunstwerk kijkt? 0 onderwaterwereld 0 dingen onder een microscoop 0 kleine insecten tussen planten 0 landkaart 0 onbekende vormen uit de natuur 3 Sommige vormen zie je niet helemaal omdat er een andere overheen ligt. Welke vorm lijkt bovenop te liggen? Je mag hem ook tekenen. 4 Welke vorm vind jij leuk? Probeer deze na te tekenen.

2 Doen Opdracht (individueel): beeldend ONDERWATERWERELD Het werk van Lily Corver doet denken aan een onderwaterwereld en de wereld onder de lens van een microscoop. STAP 1 Geef de leerlingen een pagina uit de krant. Ze vouwen hem dubbel. Met acrylverf maken ze aan de bovenkant in 2 kleuren een beest, net als die van Lily. Ze mogen 2 cirkels maken, allebei in een andere kleur. STAP 2 Dan vouwen ze de krant dicht. Nu heeft het beestje een schaduw omdat het zichzelf heeft afgedrukt. Laat het drogen. STAP 3 Maak op een vierkant tekenvel een tekening met een blauwe of zwarte viltstift. Maak de tekening als hij af is helemaal vochtig (dus niet supernat) met een sponsje. De viltstiftinkt loopt nu mooi uit. STAP 4 Als alles goed droog is, knippen ze het beestje met zijn schaduw uit één stuk. Dan plakken ze het op het vierkante vel met uitgelopen inkt. STAP 5 Nu mogen ze de tekening nog details geven (ogen, stipjes, streepjes, plantjes) in twee andere kleuren. NODIG – krant – vierkant papier – acrylverf – viltstiften – sponsjes

3 Denken Deze tentoonstelling gaat over natuur. Op dit kunstwerk zie je de fantasie van de kunstenaar over de natuur onder water. 1 Welke soorten natuur ken je? (zeeën, bos, duingebied, berglandschap, woestijn, heide, toendra, …) 2 In welke natuur ben je het liefst? 3 Waarom daar? 4 Is er altijd natuur geweest? 5 Stel dat een van volgende stukken natuur zou moeten verdwijnen, zodat er huizen voor mensen opgebouwd zouden kunnen worden. Welke zou je dan weghalen? 0 de zee 0 het bos 0 de bergen 0 de duinen/het strand 0 andere oplossing 6 Kun jij de natuur helpen mooi te blijven?

kunstkwartet

3

27


3 Lily Corver

OPDRACHTEN BOVENBOUW 1 Kijken 1 Hoe noem je de vormen die je in dit kunstwerk ziet?: 0 hoekige vormen 0 plantvormen 0 machinevormen 0 zachte vormen 0 scherpe vormen 2 Waar moet je aan denken als je naar het kunstwerk kijkt? 0 onderwaterwereld 0 dingen onder een microscoop 0 kleine insecten tussen planten 0 landkaart 0 onbekende vormen uit de natuur 3 Welke vorm doet je het meest aan een dier denken? Waarom? 4 Teken deze na en maak het dier verder af.

3 Denken Deze tentoonstelling gaat over natuur. Op dit kunstwerk zie je de fantasie van de kunstenaar over de natuur onder water. Maar er zijn meer soorten natuur en wat betekent het voor de mens om in een bepaalde natuurlijke omgeving te leven? 1 Welke soorten natuur ken je? (zeeën, bos, duingebied, berglandschap, woestijn, heide, toendra, …) 2 In welke natuur ben je het liefst? 3 Waarom daar? 4 Is er altijd natuur geweest? 5 Maakt het uit of je in de bergen bent geboren of in de woestijn? Bedenk drie verschillen. (denk bv. aan: manier van leven; producten die kunt verbouwen; wat eet je; hoe ben je gekleed; hoe verplaats je je, waar ga je naar school). 6 Stel dat een van volgende stukken natuur zou moeten verdwijnen, zodat er huizen voor mensen opgebouwd zouden kunnen worden. Welke zou je dan weghalen? 0 de zee 0 het bos 0 de bergen 0 de duinen/het strand 0 andere oplossing 7 Kun jij de natuur helpen mooi te blijven?

2 Doen Opdracht (individueel): beeldend ONDERWATERWERELD Het werk van Lily Corver doet denken aan een onderwaterwereld en de wereld onder de lens van een microscoop. STAP 1 Geef de leerlingen een pagina uit de krant. Ze vouwen hem dubbel. Met acrylverf maken ze aan de bovenkant in 2 kleuren een beest, net als die van Lily. Ze mogen 2 cirkels maken, allebei in een andere kleur. STAP 2 Dan vouwen ze de krant dicht. Nu heeft het beestje een schaduw omdat het zichzelf heeft afgedrukt. Laat het drogen. STAP 3 Maak op een vierkant tekenvel een tekening met een blauwe of zwarte viltstift. Maak de tekening als hij af is helemaal vochtig (dus niet supernat) met een sponsje. De viltstift inkt loopt nu mooi uit. STAP 4 Als alles goed droog is, knippen ze het beestje met zijn schaduw uit één stuk. Dan plakken ze het op het vierkante vel met uitgelopen inkt. STAP 5 Nu mogen ze de tekening nog details geven (ogen, stipjes, streepjes, plantjes) in twee andere kleuren. NODIG – krant – vierkant papier – acrylverf – viltstiften – sponsjes

kunstkwartet

3

28


MEER WETEN?


7 KIJKEN NAAR KUNST ‘KORTE CURSUS’ KIJKEN NAAR KUNST De hier onderstaande informatie is bedoeld voor de leerkracht die iets meer wil weten over hoe naar kunst te kijken. Het pretendeert niet volledig te zijn, maar geeft de nodige structuur bij het kijken. Er wordt verondersteld dat kunst mooi moet zijn. Dit is een misverstand, omdat ‘mooi’ een eigenschap kan zijn van veel dingen (een auto, een boeket, een theorie etc.). Maar mensen houden van mooie dingen; we kijken liever naar iets moois dan naar iets lelijks. Ook van kunst willen we graag dat die mooi is. Maar mooi hoeft niet per sé kunst te zijn, en omgekeerd, kunst kan ook lelijk zijn. De vraag is welk verhaal kunst ons te vertellen heeft. Normaal kijk je in het dagelijks leven vrij oppervlakkig om je heen: probeer maar eens uit je hoofd de weg naar school voor te stellen! Deze manier van kijken is vaak niet geschikt om kunst te ervaren. Je kunt het beste met een bepaalde bedoeling en wat gedetailleerder kijken. Bijvoorbeeld naar het materiaal, de structuur, het gebruik van kleuren en de werking ervan, de vormen en hun ordening of de werking van licht. Het leren kijken naar kunst is als het leren van een andere taal, in dit geval de taal van het waarnemen. We zien in eerste instantie de dingen die we kennen en baseren daarop ons oordeel. Wanneer je bij het kijken naar kunst het oordeel zo lang mogelijk uitstelt en op zoek gaat naar wat er nog meer te zien is, valt er veel te ontdekken. Door jezelf vragen te stellen (wat zie ik, wat wil de kunstenaar vertellen en hoe heeft hij dat gedaan?) en daardoor intensiever te kijken, helpt kunst je inzicht te krijgen in onszelf. Door die inzichten te delen, ontstaat er een rijke interpretatie van dat ene kunstwerk.

kunstkwartet

3

30


DE ‘GRAMMATICA’ VAN DE KIJK-TAAL IS IN DRIEËN TE DELEN: DE VOORSTELLING Wat zie ik? (het beschrijven van het kunstwerk, het verhaal, de idee, de functie) DE VORMGEVING Welke beeldende middelen zijn gebruikt om het kunstwerk vorm te geven : vorm, kleur, licht, ruimte, compositie; Zie schema hieronder. DE INTERPRETATIE Wat is voor jou het verhaal van het kunstwerk? Waar zou je het kunstwerk willen ophangen? Wat zou je er aan willen toevoegen? Vind je het mooi? Etc.

VORMGEVINGSBEGRIPPEN BEELDENDE ASPECTEN MIDDELEN VORM Vorm Vormsoort

KLEUR

Kleursoort Kleurverzadiging Kleurintensiteit Kleurcontrast

AANVULLINGEN Hoekig

rond

vierkant kegel

symmetrisch asymmetrisch

tweedimensionaal geometrisch grillig (plat) driedimensionaal organisch strak (ruimtelijk) Primair: rood – geel – blauw (de hoofdkleuren) Secundair: oranje – groen – paars (de mengkleuren) Zuiver (primaire kleuren mengen zonder zwart of wit) Onzuiver (vermenging kleuren met zwart of wit) Licht / donker Licht-donker Koude kleuren: blauw, paars, groen Warm kleuren: rood, geel, oranje Complementair contrasten: rood < - > groen, oranje < - > blauw, geel < - > paars

LICHT

Lichtrichting Lichtcontrast Schaduw

dynamiek

Meelicht / tegenlicht / zijlicht Klein-groot / zacht-hard / licht-donker (clair obscure) Eigen schaduw (schaduw op het object) Slagschaduw (schaduw van het object op haar omgeving) Hoogte / breedte / diepte Groot-klein / overlapping / afsnijding / perspectief / atmosferisch perspectief / verkorting / standpunt horizontaal / verticaal / diagonaal / driehoek / overall statisch – dynamisch

RUIMTE

Dimensie Ruimtesuggestie

COMPOSITIE

grondvorm

symmetrie

symmetrisch / asymmetrisch

ritme

herhaling

SYMMETRISCH

CENTRAAL

DRIEHOEK

OVER-ALL

GEOMETRISCH

kunstkwartet

3

31


8 ALGEMENE INFORMATIE KUNSTENAARS OP SCHOOL Wanneer u rond het thema van deze mini-tentoonstelling de hulp in wilt roepen van een kunstenaar, vindt u op www.kunstenaarsindeklas.nl een keur aan bik-kunstenaars. Dit zijn professionele kunstenaars die samen met groepsleerkrachten projecten uitvoeren op basisscholen.

LITERATUURLIJST FIANNE E.M. KONINGS Culturele instellingen en een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs 2011 BAREND VAN HEUSDEN Cultuur in de spiegel; naar een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs 2010 MARIËT LEMS Weten waar de woorden zijn 2010 TINEKE HAANDRIKMAN Nulmeting cultuuronderwijs V.O. i.h.k.v. Cultuur in de Spiegel 2011 ROB BARTELS, MARJA VAN ROSSUM Filosoferen doe je zo 2009 CAROLIEN EUSER, MADELINDE HAGEMAN Hoor de zon 2011 PIET MEEUSE Ex Nihilo – De kunstenaar 2009 FOLKERT HAANSTRA Leren zien als doel en effect van kunsteducatie 1995

kunstkwartet

3

32


9 INHOUD KOFFER MET LESMATERIAAL CD met interactieve powerpoint

BOEKEN Het Allesboek over Overleven in de Natuur, Martijn Min Actie! Natuur voor koele kikkers, Michael Cox Kijk je ogen uit!, Jan Paul Schutten Het land van Holland, Jan Cremer 1 gelamineerd gedicht: Kei, Frank Eerhart 9 werkbladen

kunstkwartet

3

33


10 COLOFON Idee – Ellie van den Bomen Samenstelling docentenhandleiding: – Kees Admiraal Samenstelling lesmateriaal: – Kees Admiraal, Marjorie van Beekum, Evelien Andree Wiltens (stagiaire) Redactie en coördinatie – Marjorie van Beekum, Vormgeving lesmateriaal – Curve Fotografie – Ton Voermans Vormgeving koffers – Willem Bakkum Met dank aan – Marjo Berendsen – Rein Ory - Maartje van Ewijk

Dit Kunstkwartet is tot stand gekomen met steun van de Provincie Noord-Holland. Alkmaar, augustus 2012 Cultuurcompagnie Noord-Holland Bergerweg 1 1815 AC Alkmaar 072 850 28 00

kunstkwartet

3

34


BIJLAGE


BIJLAGE 1 GRAFISCHE TECHNIEKEN Algemeen Grafiek, het maken van prenten, is een zelfstandige tak binnen de beeldende kunst. Bijzonder vanwege de indirecte werkwijze. De kunstenaar werkt eerst aan een drukvorm om daar vervolgens een afdruk van te maken. De afdruk – meestal op papier - is het eigenlijke kunstwerk. Het kenmerkende van grafiek is dat het niet bij één afdruk blijft. De kunstenaar kan grote aantallen identieke prenten afdrukken. Het aantal afdrukken, de oplage, wordt onderaan de prent vermeld. Daar staat ook aangegeven om de hoeveelste afdruk het gaat. De oplage maakt grafiek – in verhouding tot een schilderij - relatief goedkoop. Het materiaal waarvan de drukvorm gemaakt is en de techniek die de kunstenaar toepast, zijn bepalend voor het uiteindelijke resultaat. Iedere kunstenaar zal de techniek kiezen waarin hij het beste zijn bedoelingen tot uitdrukking kan brengen. Er zijn 4 grafische technieken: – hoogdruk (linosnede, houtsnede) – diepdruk (ets) – vlakdruk (litho) – zeefdruk (of doordruk)

kunstkwartet

3

36


HOOGDRUK (LINOSNEDE, HOUTSNEDE) Hoogdruk, een vorm van stempelen, is de oudste en de eenvoudigste grafische techniek. Als je één kant van een blokje hout insmeert met inkt en je drukt het op een stuk papier krijg je een vlek op het papier in de vorm van het houtblok. Als je uit het ingesmeerde vlak stukjes wegsteekt met een beiteltje en je drukt wéér af, dan blijft papier wit op plaatsen waar het hout is weggestoken. De afdruk heeft de vorm van wat je hebt laten zitten. Het resultaat is een houtsnede. Het wordt hoogdruk genoemd omdat de vorm die je wilt afdrukken hoger ligt dan het weggestoken deel. Als de kunstenaar meer dan één kleur wil gebruiken maakt hij een apart houtblok voor elke kleur. Eén voor één drukt hij ze over elkaar op het papier af. In plaats van hout kunnen ook andere materialen gebruikt worden, zoals gips, piepschuim, karton of linoleum. Soms is te zien van welk materiaal de stempel gemaakt is, want dan vertoont de afdruk een duidelijke houtnerfstructuur of de stippels van polystyreen (piepschuim). In hout snijden is een zware klus en de kans op uitschieten is groot. Gips is zacht maar brokkelig en heeft geen structuur. Linoleum is gemakkelijk te snijden, want het is zacht. Het resultaat is een linosnede. Je kunt een afdruk maken van hetgeen niet is weggesneden maar je kunt het hoger deel ook opbouwen. Dat doe je door materiaal op een onderplaat te plakken. Alle opgelijmde stukken moeten wel even dik zijn. De simpelste vorm van deze werkwijze is de materiaaldruk: allerlei kant en klare elementen die een bijzondere structuur hebben - zoals bladeren, gaas en structuurbehang - kunnen worden gebruikt. Maar je kunt ook vormen knippen uit papier, dun rubber, karton of triplex. Hoogdruk is bij uitstek geschikt om grote vlakken te drukken. Er is niet veel drukkracht nodig om een prent te maken. De afdruk bij hoogdruk is altijd in spiegelbeeld.

1e manier GUTSEN

De drukvorm

Gutsen in de drukvorm Het beeld blijft staan in spiegelbeeld

2e manier OPLIJMEN Afdrukken op papier

De drukvorm oplijmen

Moet aan achterkant

Ininkten m.b.v. inktrol (roller)

kunstkwartet

3

37


DIEPDRUK (ETS) Bij de diepdruk ligt wat je wilt afdrukken, tekening of ander beeld, verzonken in de drukplaat. Dat gaat als volgt: je kerft groeven in een metalen plaat van koper, of zink. Daarna smeer je de plaat helemaal in met inkt. Maak je het oppervlak van de plaat weer voorzichtig schoon dan blijft er alleen inkt in de groeven achter. Als je vervolgens een vel papier op de etsplaat legt en dan goed aandrukt zal het papier de inkt uit de groeven opzuigen. Hiervoor is veel druk nodig en speciaal zuigend papier dat eerst een beetje vochtig gemaakt wordt.

De plaat Randen schuin gevijld: hoeken afgerond

Beeld aangebracht In spiegelbeeld

Ininkten m.b.v. een tampon

De plaat wordt schoongeveegd: de groeven zitten vol inkt

Papier erop: drukken met enorme druk

Papier zuigt de inkt uit de groeven De inkt ligt in ‘dijkjes’ op het papier

De afdruk

De meest kenmerkende eigenschap van de diepdruk is de moet (randafdruk) in het papier die zo goot is als de etsplaat. Er zijn verschillende manieren om groeven te maken. Een oude techniek is de gravure. Daarbij steek je voorzichtig met een speciaal beiteltje in een koperplaat. Geen methode voor spontaan werk. Reden waarom gravures haast niet meer worden gemaakt. Verwant aan de gravure is de zogenaamde droge-naald techniek. Deze wordt nog vaak toegepast. De kunstenaar krast direct uit de hand met kracht in de metalen plaat. Daardoor ontstaan naast elke groef ‘bramen’, ruwe opstaande randjes die bij het afdrukken de lijn een zacht, fluwelig aanzien geven. Hieraan is de drogenaald techniek te herkennen. Het is met deze methode niet mogelijk fijn en gedetailleerd te tekenen. Dat kan wel met de meest gebruikte diepdruktechniek: De lijnets. De zink- of koperplaat wordt ingesmeerd met een dunne wasachtige laag, de etsgrond. In deze zachte laag kan de kunstenaar zijn tekening aanbrengen, bijna even gemakkelijk als met potlood en papier. Waar hij met zijn etsnaald tekent, haalt hij de etsgrond weg. Hier komt het metaal weer bloot. Als hij klaar is, gaat de hele plaat in een bak met een bijtende vloeistof. Meestal verdund salpeterzuur (dit wordt tegenwoordig op alle academies en scholen vervangen door minder giftige zuren (zoutsulfaat ets) omdat salpeterzuur erg schadelijk is voor de gezondheid en slecht is voor het milieu) Het zuur vreet het metaal aan. De etsgrond is echter zuurbestendig. Zo ontstaan er groeven op de plaats van de tekening. Waar de etsgrond de plaat afdekt kan het zuur niet inwerken. De tekening ligt nu verdiept in de plaat. Dat inwerken van het zuur op het metaal heet etsen. Hoe langer de plaat in het zuur blijft liggen, hoe meer metaal er oplost en hoe dieper de tekening dus in de plaat wordt geëtst. In een diepere groef blijft meer inkt zitten. Een diepere groef drukt dus zwarter en breder af. Op deze manier kunnen er alleen lijnen en punten gemaakt worden. Voor het aanbrengen van vlakken op een ets is een speciale techniek ontwikkeld: de aquatint. De aquatint is herkenbaar aan de egale toon, soms duidelijk gespikkeld. Lijnets, aquatint en droge-naald (zo genoemd omdat er geen bijtende vloeistof aan te pas komt) kunnen op één plaat worden gebruikt. Diepdruk levert, net als hoogdruk, een spiegelbeeldige afdruk.

kunstkwartet

3

38


VLAKDRUK (LITHO) Bij vlakdruk maak je gebruik van de eigenschap dat water en vet elkaar afstoten. Je tekent of schildert met vette verf of vetkrijt op een gladgeschuurd stuk kalksteen. Deze steen is een beetje poreus, zodat het vet in het oppervlak dringt. Daarna wordt de steen uitgebreid behandeld met harspoeder en krijt en met een mengsel van Arabische gom en sterk verdund salpeterzuur. Na die behandeling ligt de tekening als een aantal vette vlekken op het oppervlak van de steen. Voordat de inkt kan worden aangebracht maak je de steen nat. Het poreuze oppervlak zuigt het water op als een spons, behalve op de vette plekken. Dan wordt met een roller de vette drukinkt op de steen gerold. De natte plekken nemen de inkt niet op. Alleen op de vette plekken blijft de inkt achter. Er wordt nu een stuk papier overheen gelegd en het geheel gaat onder een pers door. Het papier neemt de inkt van de steen over. Deze techniek heet lithografie (lithos is steen in het Oudgrieks). Bij een meerkleurendruk wordt voor elke druk een aparte steen bewerkt en net als bij de kleurenhoutsnede worden de kleuren één voor één over elkaar heen gedrukt. De litho is in de vorige eeuw ontwikkeld als reproductietechniek voor muziekbladen. Het materiaal dat je gebruikt, verf of krijt, en de techniek die je hanteert schilderen of tekenen, bepalen hoe het er uiteindelijk uit komt te zien. Zo zal een met lithografisch krijt getekende steen lijken op een pasteltekening en een met touche geschilderde steen op een waterverf- schilderij. De persdruk bij litho is gering want anders breekt de steen. Een moet (randafdruk) in het papier, zoals bij de diepdruk is niet te zien. Litho is ook spiegelbeeldig.

De kalksteen wordt met lithografisch (vet) krijt betekend

Met water en spons wordt de steen bevochtigd De vette tekening stoot water af

Met roller wordt inkt opgebracht: de natte steen stoot inkt af

Het drukken

De afdruk

kunstkwartet

3

39


ZEEFDRUK (OF DOORDRUK) De zeefdruk is de enige grafische techniek waarbij geen drukpers wordt gebruikt en de enige die geen spiegelbeeldige afdruk oplevert. Het principe is eenvoudig: een stuk zéér fijn weefsel (vroeger zijde, tegenwoordig meestal kunststof ) wordt strak over een raamwerk gespannen. Dit raamwerk noemen we ‘de zeef ’. De mazen van de stof worden gedeeltelijk dichtgestreken met lak en de zeef wordt op het drukpapier gelegd. Nu giet de kunstenaar dikke verf aan de bovenkant van de zeef en strijkt die met een rubberen strip, de rakel, over de zeef naar beneden. Op de plekken waar de mazen niet zijn dichtgelakt, wordt de verf door de zeef heen op het papier gedrukt. Het dichtlakken van de zeef is niet de enige manier om de gewenste vormen aan te brengen. Ze kunnen ook uit papier op speciaal plakplastic worden gesneden en op de zeef geplakt. Een veel toegepaste methode is beelden fotografisch op de zeef overbrengen. De hele zeef wordt met een lichtgevoelige laag ingesmeerd en dan vervolgens belicht. De lichtgevoelige stof verhardt op plekken waar licht op valt. De rest kan daarna worden weggewassen met water. Op deze manier kan elke foto op de zeef worden overgebracht. Natuurlijk zijn er allerlei combinaties van fotografische en andere methoden mogelijk. Het principe is altijd: wat je afgedrukt wilt zien, mag op de zeef niet afgedekt zijn. Het bijzondere van de zeefdruk is dat de verf dik op het papier komt te liggen en dat kleuren dekkend over elkaar heen gedrukt kunnen worden. Zeefdrukken kan bijna met elke soort verf.

Zeefdruk: met gom of lak op de zeef schilderen De drukvorm De afdruk De drukvorm wordt op het papier gelegd en getamponeerd Uit papier of snijfilm wordt een beeld weggesnede

Sjabloon op zeef lijmen

kunstkwartet

3

40


DIGITALE PRINT Met de intrede van de personal computer is opnieuw een techniek toegevoegd aan het toch al imposante arsenaal aan afdrukmogelijkheden. Het is geen druktechniek in klassieke zin. Er wordt niet meer gestempeld met een plaat waarop of waarin het beeld is opgenomen. Het beeld dat via de computer wordt afgedrukt, is digitaal opgeslagen in het geheugen. Het bewerken gebeurt eveneens digitaal. Kunstenaars gebruiken de computer om fotoâ&#x20AC;&#x2122;s, prenten en platen te scannen en te bewerken via een bepaald computerprogramma.

kunstkwartet

3

41

Profile for Plein C

Kunstkwartet 3. Puur natuur  

Deze handleiding hoort bij Kunstkwartet 3.Puur natuur: over natuur Met een Kunstkwartet haal je vier weken lang een mini-tentoonstelling va...

Kunstkwartet 3. Puur natuur  

Deze handleiding hoort bij Kunstkwartet 3.Puur natuur: over natuur Met een Kunstkwartet haal je vier weken lang een mini-tentoonstelling va...

Profile for pleinc
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded