Het eigen gezicht

Page 1

1

HET EIGEN GEZICHT


2

Mijn portretten zeggen meer over mij dan over de mensen die ik fotografeer (Richard Avedon 1923-2004)

foto omslag opvanghuis, Amsterdam 2011


HET EIGEN GEZICHT



H E T

E I G E N

G E Z I C H T

P O R T R E T T E N PETER VAN TUIJL

2011



Een eigen gezicht, zo simpel als wat en iedereen heeft er een. Iedereen heeft een eigen gezicht en dankzij de kenmerken daarvan weten we wie Pietje, Jantje, Marietje of Iris is. Toch slaat de twijfel toe als ik in het gezelschap van Japanners of Chinezen verkeer. Er zijn zelfs mensen die er zelfs niet in slagen die twee nationaliteiten uit elkaar te houden. Mensen die lijden aan de ziekte prosopagnosie herkennen het gezicht van hun partner of ouders niet en als ze voor de spiegel staan denken ze ‘wie is die figuur’. Soms passeer ik iemand op straat en denk haar of hem te herkennen, van vroeger of misschien wel van de televisie. Een andere keer kijk ik in de ogen van een mooie vrouw. Het moment is te kort om te ontdekken wat er achter de ogen schuil gaat. Ogen als spiegel van de ziel. Uit onderzoek blijkt dat het voor veel mensen eng is om iemand in de ogen te kijken. Recht in de ogen wel te verstaan, niet met geloken blik. Wanneer gaan de luiken van mensen open. Hele volkstammen en niet alleen uitheemse vinden het eng om op de foto te gaan. Alsof de fotograaf in staat is iets van de ander af te pakken. Of zou gewoon de ijdelheid bepalend zijn voor een weigerachtige houding, bang om door de mand te vallen. Of is het de schaamte, de gêne voor de ander. Als ik in de spiegel kijk, vind ik me niet aantrekkelijk of knap. Vroeger zag ik er een stuk beter uit, denk ik nu. Zijn mensen bang om hun schoonheid te verliezen. Wat is de schoonheid van een gezicht. Zijn mensen misschien bang voor de fotograaf; wie weet waar de foto allemaal terecht komt, met de ‘social media‘ is tegenwoordig alles mogelijk. Niets is eigener, individueler of persoonlijker dan het gezicht. Aan de arm, been of billen herken je niet zo snel iemand of je moet er wel heel close mee zijn. Maar een gezicht herken je uit duizenden. We kijken naar elkaar, face to face, en hebben contact. In een gesprek ontmoeten we elkaar, we kijken elkaar aan en we zien wie wat zegt. Als je een wat vervelende mededeling hebt, zorg je dat je iemand rechtstreeks spreekt, niet via de telefoon. De mimiek kan de bedoeling van de woorden ondersteunen en als het nodig is misschien ook wel enigszins verzachten. Woorden kunnen ook met kracht bijgezet worden, de kwaadheid druipt van het gezicht. Het gezicht bevat belangrijke zintuigen. Met je gezicht communiceer je. Daar moet je zuinig op zijn. Als je geen gezicht meer heb, ben je er niet meer. Het is de zichtbare werkelijkheid van iemands persoonlijkheid. De uitdrukking op je gezicht geeft een stemming weer of laat zien wat je van iets of iemand vindt. Als je gezichtsverlies lijdt is dat aan je gelaat af te lezen net zo goed als ik zie als iemand zich euforisch of onoverwinnelijk waant.

Gezichten schrijven historie en we kennen mensen uit de verre oudheid. De Mona Lisa, Napoleon of Luns hebben bestaansrecht, ook nu, door de beeltenis van het gezicht. Mensen blijven in herinnering dankzij de afbeelding, het portret. Onze naasten, die we verloren hebben, blijven ons bij door de foto’s die van hen gemaakt zijn. In de loop van de tijd veranderen gezichten. Het gezicht is modieus. Het gezicht is een document. Portretfoto’s van vroeger laten de bourgeoisie zien naast de loontrekkers of de boeren. Zo geven portretten een beeld van sociaal maatschappelijke verschijnselen of bewegingen. De nozems en de rockers van de jaren zestig hebben plaats gemaakt voor gothics, hiphoppers of rappers in het begin van de 21e eeuw. Het portret is een uiting of afspiegeling van een zeker universeel gedrag, uiterlijk vertoon, uitgaanspatroon of muziekvoorkeuren en stijlen. Met portretfoto’s blijft het kennelijk niet bij de individualiteit maar zij verbeelden ook het sociale leven in een bepaald tijdsgewricht. De verwarring over het eigen gezicht neemt toe als de fotografie er in slaagt om verschillende functies of betekenissen aan het gezicht te geven. Het is duidelijk dat het karakterportret het meest beantwoordt aan de identiteit van de geportretteerde. Het cultuurportret laat de typering van een groep zien of vertegenwoordigt een tijdsbeeld terwijl het geconstrueerde of geënsceneerde portret tracht een beeld te geven vanuit de idee van de fotograaf. Veel portretten, niet in de laatste plaats binnen de vrijetijdsfotografie, worden gemaakt om te esthetiseren, de schoonheid in beeld te brengen. De portretten in dit boek zijn ontstaan bij de gratie van de mensen die geportretteerd zijn. Ze hebben hun eigen gezicht in de plooi gezet om mij te behagen. Met hun gezicht geven ze betekenis aan iets eigens, aan iets wat van henzelf is. Je ziet iets van een kenmerk of karaktertrek. Met de foto’s zie je iets wat met hier en nu te maken heeft, de plek waar we leven en de tijd waarin we leven. Foto’s van mensen van pakweg 30 jaar geleden laten een ander tijdsbeeld zien. De portretten hebben hun bestaansrecht ook bij gratie van het moment. Op mijn vraag ‘mag ik een foto maken’ tonen ze zich in een fractie van een tel. Ik knip een enkele keer, soms als het nodig is vraag ik hen niet te lachen en fotografeer ik hen nog een keer. De kracht van het portret is de kracht van de persoon; het eigen gezicht als een spiegel van een persoonlijkheid. Als fotograaf kies ik het moment. Later wik en weeg ik bij het selecteren van de portretten. Ik beschouw het als een soort van cadeautjes. Cadeautjes van mensen die mijn foto’s, mijn fotografie een gezicht geven. Daarmee zeggen de foto’s ook iets over mij, hoe ik kijk naar de mensen om me heen. De foto’s in dit boek zijn dan ook een beetje mijn gezicht. Peter van Tuijl, december 2011

7


een klein jaartje later ging ik terug

Het was niet voor het eerst dat ik in Terhagen was. In de begin jaren tachtig trok ik gedurende een paar jaar met regelmaat naar de Rupelstreek, nabij Antwerpen. Thans is de Rupelstreek een oord voor fietser en wandelaars, toen echter maakte de streek een povere en sjofele indruk. De baksteenindustrie, eens de glorie van de streek, was door de automatisering steeds verder afgekalfd. Nog slechts enkele baksteenfabrieken waren over en de droogschuren waren overwoekerd door onkruid en stonden er vervallen bij. De schoorstenen, zo kenmerkend voor deze tak van industrie, stonden er allerminst fier bij en maakten net als vele mensen in de streek een ‘geknakte’ indruk. Terhagen, een gehucht van niks, lag wat hoog op een berg en het veld van de plaatselijke voetbalclub in het dal, leek al in geen jaren meer in gebruik. 8 In 2005 was ik opnieuw in de straat aan de rand van het dorp, nu samen met fotograaf en vriend Gijs van Gent. De straat met aan de ene kant rijtjeshuizen en aan de andere kant keek je 25 meter naar beneden op het voetbalveld van Terhagen. En nog steeds wordt er niet gevoetbald. De straat was op een enkele auto na verlaten. Er waren wat stratenmakers bezig met de riolering. In de deuropening van wat leek op een vervallen schuurtje stond de oude man met in zijn linkerhand een verzilverde asbak en in zijn rechter het laatste stukje van een sigaret. Af en toe overviel hem een hoestbui en zijn kleren flodderden om zijn lijf. Broodmager, zijn handen waren vel over been, bijna als van perkament. “Hij was ook al dik over de negentig”, zo liet hij ons weten en leefde sinds zijn trouwen hier in Terhagen. “Nee, kinderen hadden ze nooit gehad maar samen waren ze nog steeds gelukkig. Zijn vrouw was bedlegerig en kon niet meer zo goed. Een paar keer kwam ze uit bed, voor eventjes maar. Kom er maar in.” Naast de pillen op het nachtkastje prijkten de wc-rol en het glaasje sinaasappelsap. De TV stond aan en de afstandsbediening lag binnen handbereik op het bed. De oude vrouw kneep haar ogen enigszins dicht om ons beter te kunnen zien. “Ja, ze waren al eens eerder gefotografeerd. Kijk daar hangt die foto. De fotograaf was nog eens teruggeweest om de foto’s te brengen”. De oude man ging naast zijn vrouw op bed zitten. Het was nog ochtend maar toch maakte hij een erg vermoeide indruk. Het fragiele lichaam zeeg neer en hij sloot zijn ogen. Alsof hij voor eeuwig in slaap viel.

Een klein jaartje later ging ik terug naar de Rupelstreek en ook naar Terhagen. Ik had een van de foto’s van het oude echtpaar bij me. Het straatbeeld leek nog niets veranderd, nog steeds stil en verlaten. Ik keek door het raam aan de voorkant van het huisje waarvan ik wist dat het de slaapkamer was. We, de oude vrouw en ik, zagen elkaar op hetzelfde moment en de vrouw schrok zichtbaar. Ik probeerde contact met haar te krijgen en haar te vragen naar de deur te komen. Door mijn gebaren en roepende woorden door het glas, ze moeten als kreten bij haar overgekomen zijn, zag ik dat ze nog meer van slag raakte. Ik ging weg bij het raam en belde aan bij de buren. Een vrouw van een jaar of vijftig met een schort over haar jurk deed open. Ik vertelde dat ik een tijd terug foto’s van het echtpaar had gemaakt en hen een foto daarvan wilde geven. De struise buurvrouw stond er nors bij te kijken en vertelde me dat ze niks met de buren te maken had. “De man is dood en zij is gek”, zo zei ze me op een welhaast agressieve toon. Ondanks dat ik haar vertelde dat de oude vrouw op mij een erg bange indruk maakte, veranderde niets aan de houding van de buurvrouw. “Als je iets wilt moet je maar gaan naar de man op 108, die heeft er nog wel contact mee” en dicht ging de deur. Naoberschap en Belgische vriendelijkheid waren bij haar ver te zoeken. Ik had anders verwacht in zo’n klein gehucht. Pakweg tien huizen verderop, op nummer 108, belde ik aan. De man die opendeed was al wat op leeftijd, begin tachtig denk ik. Ik liet de foto zien en vertelde dat ik het oude echtpaar ongeveer een jaar geleden had gefotografeerd. De oude man was ongeveer een half jaar geleden gestorven. “In een keer dood in bed.” Ja, hij was al een hele poos flink ziek maar zo, dat had hij niet gedacht. De oude vrouw was nu alleen en hij ging elke dag eventjes bij haar langs. Een boterhammetje of een kopje soep, meer had ze niet zo nodig. Ze miste haar man en was steeds erg in de war. Ja hij zou de foto wel afgeven aan haar. Misschien zou ze hem wel ophangen, bij die andere foto’s die ze had.


9


10


11


ik hou van alle vrouwen

Hans de Booij zong eens “ik hou van alle vrouwen”. Of je echt van alle vrouwen zou willen houden is de vraag nog afgezien van de fysieke onmogelijkheid. Ik ken vrouwen waar ik absoluut niet van zou willen houden. Ik las vandaag een column van Ronald Giphart in de Volkskrant. In de column werd, toevallig of niet, ingegaan op een recentelijk Frans onderzoek naar de aantrekkelijkheid van vrouwen. De Franse onderzoekers, vrouwelijke wetenschappers en studenten gingen naar verschillende uitgaansgelegenheden om daar zogenaamd even te verpozen. De ene keer droegen zij geen lippenstift, de andere keer wel. De uitkomsten spraken voor zich: als de vrouwen hun lippen hadden beschilderd in rode oorlogskleuren werden ze veel sneller benaderd dan dat er geen glossy opgedaan was en de lippen zich naturel toonden. Giphart niet vies van rode lippen noch van vrouwelijk schoon, was geïntegreerd door het onderzoek en gaf in zijn column tal van quasi wetenschappelijke verklaringen. Weliswaar is hij geen wetenschapper maar dat telt in het Stapeliaans tijdperk nauwelijks meer. Tenslotte belazeren wetenschappers de kluit met evenveel gemak als gras groen is.

12

Met veel belangstelling las ik dat hij een getuite gelipstickte mond als een soort verklikker van de vrouwelijke schaamstreek beschouwt. Maar wellicht nog meer aandacht in relatie met de portretten in dit boek is zijn korte inleiding over beelden en woorden. “Bij de woorden ‘de vrouw stift haar lippen’ zullen lezers direct een allerindividueelst beeld voor zich zien van een vrouw die haar lippen stift. Als dit geen column maar een filmpje was zou ik een shot laten zien van een vrouw die haar lippen stift, een beeld dat geen enkele toeschouwer kan vervormen naar zijn eigen voorstelling. Schrijven is een manier om de innerlijke projector van lezers aan te zetten. Mensen gebruiken woorden om hun verbeelding een duw te geven. De lezer is de filmer van de tekst, de verbeelder van het geschreven verhaal.” Beelden worden gemaakt, voorstellingen gecreëerd. Woorden vertellen een nieuw verhaal. Ik hou van alle vrouwen, jong, oud, knap, lelijk. Dat heeft niets met liefde of geiligheid van doen. Ik hou van alle vrouwen die ik fotografeer. De ene keer is het de blik, een andere keer de uitstraling en weer een andere keer gaat het over het vermoedelijke leven dat geleid is of wordt. Mijn portretten zijn meestal niet ‘kaal’. Door de feitelijke en ‘vetrouwde’ omgeving waarin het portret is geplaatst, ontstaat er context. Vaak gaan de foto’s niet over de specifieke vrouw die is vastgelegd maar zeggen ze iets over het gedrag of de verschijningsvorm, die beide tijdgebonden zijn. De portretten die ik nu maak zullen over een flink aantal jaren anders zijn om het doodgewone feit dat de wereld er dan anders uitziet. Eddy Posthuma de Boer vertelt in een interview in het TV-programma Kunststof, dat fotografie zich uitstekend leent voor het vastleggen van een verhaal, een verhaal dat tijd- en plaatsgebonden is. Hij kan het weten, hij portretteerde niet alleen ‘zijn Amsterdam’ maar werkte als freelancer voor talrijke kranten en tijdschriften in meer dan 80 landen in de wereld. De verdienste van een William Klein, Peter Martens, Ed van der Elsken of Stephan Vanfleteren is natuurlijk de eigen beeldtaal die zij hanteerden of hanteren. Maar tegelijkertijd realiseer ik me dat het geen wereldnieuws was dat ze vastgelegd hebben. Ze richtten hun camera op de dagelijkse dingen, op de mooie en lelijke mensen, op de interacties en de relaties tussen mensen onderling en tussen mensen en hun omgeving, op de armoede en de rijkdom en de betrekkelijkheid daarvan. Ze richtten hun camera op de mens. Ondanks hun schitterrende en specifieke, eigen, beeldtaal, vormen de foto’s met name een kroniek van de samenleving in een bepaalde periode. En dat ze daarbij houden van mensen, dat kun je zien aan hun foto’s, dat staat buiten kijf. In alle bescheidenheid, zonder me te wanen in hun voetsporen, wil ik met mijn portretten ook laten zien van mensen te houden. In dit hoofdstukje ‘van alle vrouwen’.


13


14


15


16


17


18


19


20


21


22


23


24


25


26


27


28


29


het gele slipje

Nog niet zo lang geleden schreef ik enkele ideeën/ensceneringen in mijn notitieboekje over een geel slipje. Vraag me niet waarom, enscenering is niet zo mijn ding, maar misschien had ik alleen maar een hitsige bui. Het ging bijna als vanzelf, maar ja meer dan enkele fantasiekrabbels waren het dan ook niet. Nu bij het maken van dit boek moest ik er weer aan denken, ja juist bij deze foto. Alhoewel er van hitsigheid in deze foto natuurlijk geen enkele sprake is. Eerder verwijst de foto naar een stil moment, rustig even een boek erbij, weg van de hectiek. Nou toch maar even het notitieboekje met de geënsceneerde foto’s. Zoals de foto van het gele slipje aan een waslijn. Maar al snel werd dit beeld vervangen door de foto met twee slipjes aan een waslijn, zusterlijk naast elkaar. Althans, als je in zo’n geval over zusterlijk kunt spreken. Later kwam daar nog een forse witte mannenonderbroek bij, hangend tussen de twee gele slipjes. Voor het contrast, zullen we maar zeggen. De volgende kriebel betrof de foto van het pashokje met het gele slipje achteloos op de grond gegooid. Daarnaast het meisje in de zwarte minirok en rode schoenen voor de passpiegel, de benen bevallig enigszins gebogen.

30

Ook het gele slipje, gelegen aan de kant van het bospad. Maar ook liet ik me verleiden tot het denkbeeldige beeld van een gang in een hotel met voor elke deur een geel slipje liggend voor de deur. De meeste deuren van hotelkamers hebben geen klinken meer. Die hebben plaats gemaakt voor de elektronische gleuf. Aan of in elektronische gleuven kun je geen slipje hangen, ongeacht de kleur. Ik fantaseerde ook over een man met een geel slipje, neen niet in een gele mannenonderbroek maar in zo’n nauw zittend geel damesslipje, te klein voor het mannelijk geslacht. Damesslipjes zijn daar niet voor geschapen. En laatst zag ik haar lopen, met uit haar handtas het laatste stukje van het gele slipje. Althans, ik denk dat het een geel slipje was, in ieder geval was het wat geels. Misschien was het toch wel gewoon een zakdoekje en was mijn waarneming vertekend door mijn vieze zonnebril of de op die dag genuttigde hete pepers . Laatst zag ik een hondje likken aan iets geels wat op de grond lag. Ik durfde niet te kijken, bang als ik was dat het toch niet die gele zakdoek zou zijn. En dan die mevrouw met haar Zeemantasje. Ik ontwaardde daarin iets geels maar had niet de moed om verder te kijken. In mijn notitieboekje schrijf ik soms ook over foto’s die ik gemaakt heb. Soms zijn ze als vanzelf ontstaan, zijn ze gemaakt zonder dat ik er erg in had. Heeft de camera de foto al gemaakt nog voordat ik goed en wel kon reageren. De camera is me eigenlijk voor en is een beetje de baas over mij. Dan schrijf ik in mijn boekje om te verklaren wat mijn camera heeft gezien, waarom mijn camera mogelijk de foto genomen heeft. Maar in een enkel geval, soms, lijkt het wel of de camera toch een beetje doet waarvan ik droom, waarover ik fantaseer. Misschien leest mijn camera ook wel mijn notitieboekje. Dat moet haast ook het geval zijn geweest bij deze dame in de gele bikini. Een boek lezend met haar voeten bungelend in het blauwe water dat zo mooi contrasteert met haar gele slipje. En klik, de camera had de foto al gemaakt, nog voordat ik scherpgesteld had.


31


32


33


34


35


36


37


38


39


40


41


42


43


44


45


46


47


48


49


50


51


52


53


54


55


56


57


58


59


60


61


62


63


64


65


66


67


68


69


70


71


72

‘s morgens op het witte laken doet er een gelaat ontwaken dat ligt daar als een waterlelie op een golf water, op een peluw

[een meisje van Herman Gorter, expositie Beeld & Poëzie 2009, Bredevoort]


73


74


75


76


77


78


79


80


81


82


83


84


85


86


87


88


89


90


91


92


93


94


95


96


97


Liesbeth List

Liesbeth List wordt volgend jaar (2012) zeventig. Het is haar niet aan te zien, ja misschien wel op deze foto’s waar ze in de musical Edith Piaf speelt. Edith Piaf aan het eind van haar leven, getekend door drank en drugs. In jaren zestig, het tijdstip waarop ik tot enig muziekbesef kwam, zong List al de chansons met Ramses Shaffy. We zullen doorgaan, Sammy kijk omhoog Sammy en natuurlijk Laat me. Rauwe stem, te grote mond, een soort van avant-gardistische en eigenzinnige indruk achterlatend, dat was Shaffy. Met daarnaast de frêle Liesbeth List, de dochter van de vuurtorenwachter, een prachtvrouw voor pubers die maar enkele jaren jonger waren. Ondanks haar kleine gestalte toen al een grootheid qua stem en voorkomen.

98

In 2009/2010 maakt ik nogal wat theaterfoto’s in de Doetinchemse schouwburg Amphion. Er werd een nieuwe schouwburg gebouwd en ik maakte foto’s van de voortgang van de nieuwbouw. De foto’s zijn opgenomen in het boek dat bij gelegenheid van de opening van de nieuwe schouwburg is gepresenteerd. Maar ook het oude theater en de voorstellingen in het laatste jaar kregen een plek in dat boek. Ik heb een groot aantal voorstellingen gefotografeerd. Ik was backstage tijdens het toneel, de concerten en musicals, het wintercircus, de opera’s en nog veel meer, dicht op de huid van de artiesten. Ik rook bij het zwanenmeer de bezwete lijven van de dansers en danseressen en zag ik hoe een pauze van minder dan een minuut moest worden benut om te recupereren en letterlijk op adem te komen. Liesbeth List gaf haar voorlaatste voorstelling van Edith Piaf in de schouwburg Amphion. De laatste was twee dagen later in de la Mar, het officiële afscheid van de musical die al zoveel jaren zeer succesvol was. Edith Piaf, de mus, tenger van stuk was ook een fenomeen toen ik jong was. Milord, La vie en rose en Je ne regrette rien, allemaal nummers die toen naast de Beatles en Rolling Stones in de danstenten en disco’s te horen waren. De vertolking door Liesbeth List van de oudere Edith Piaf was fabuleus. Het tengere van List leek nog versterkt te worden door de gekromde rug en het krampachtige in de handen accentueerde de reuma van Piaf. De wat omfloerste en rauwe, hese stem gaf de indruk of ‘de mus’ uit de as herrezen was. In de pauze sprak ik Liesbeth List even en het gekke was dat ze meteen opmerkingen maakte over Ramses Shaffy. Zijn gezondheid was op dat moment al sterk tanende, misschien wist zij wel dat hij niet meer lang te leven had. Kennelijk zat zij, zelfs tijdens haar optreden, er enorm vol van. Zomaar even in de pauze vertellen over hun hechte vriendschap, tegen een vreemde fotograaf. Laat me, ..........


99


100


101


Ja hoor, maak maar een foto

Begin 2000 was ik per toeval voor de eerste keer bij een Tattoo Conventie. In een kroeg in Meddo, een dorpje van niks in de Achterhoek, waren tattoeëerders uit het gehele land en een aantal uit Duitsland en veel mensen die al een aantal tattoos op hun lijf hadden. De sfeer was heel plezierig en gemoedelijk en iedereen wilde hun kunstwerken met alle plezier aan de fotograaf laten zien. “Ja hoor, maak maar een foto”, klonk het steeds. Nogal wiedes, ze zijn er trots op en als iemand interesse toont is dat alleen maar mooi. Vanaf dat moment was ook mijn nieuwsgierigheid gewekt. Ondanks dat het een kleine bijeenkomst was met veel mensen uit de directe omgeving waren er toch al fraaie ‘platen’ te zien. In 2005 bij Tattoo Sunday, een conventie met landelijke uitstraling in Nijmegen, begon ik serieus werk te maken van het fotograferen van de tattoo scène. Vanaf dat moment bezocht ik meerdere malen conventies, onder andere in Assen, Amsterdam, Breda en Nijmegen, met nationale en zeker ook internationale allure. De conventies in Amsterdam bracht tattoeëerders uit de hele wereld naar de RAI en ook het publiek kwam van ver, uit Duitsland, België en Engeland. Steeds was er een gemoedelijke sfeer en iedereen vond het prima om gefotografeerd te worden. Vaak ging ik op zo’n dag naar de verschillende jureringen en zorgde ik dat ik op het podium was bij het tonen van de ‘prijswinnende’ tattoos aan het grote publiek. Dat waren ook de momenten dat ik ze even apart nam om een foto te maken. Meestal in een of ander lullig hoekje of een halletje met een enkel peertje of TL-buis als verlichting. Door de vaak neutrale achtergrond doen een aantal foto’s misschien wel studio-achtig aan maar het zijn steeds momenten en plekken van niks waar ik hen ‘portretteerde’. Op verschillende conventies zag ik vaak dezelfde mensen. Vaak nam ik ook wat foto’s mee en als ik een bekende zag gaf ik ze enkele foto’s. Ook aan de organisatoren stuurde ik een aantal foto’s die ze konden gebruiken voor publicitaire doeleinden. 102

Ik heb de meest prachtige tattoos gefotografeerd, maar ook de meest afschuwelijke verminkingen. Onder de tattoeëerders zijn er nogal wat die de ethiek hoog in het vaandel hebben staan bijvoorbeeld als het gaat om het tatoeëren van minderjarigen. Tijdens mijn tattootocht langs de vele conventies heb ik regelmatig de vraag gesteld waarom iemand het lijf nagenoeg vol zet met tattoos. De meeste antwoorden waren in de trant van mooi, opvallen, mijn lijf versieren. Sommige anderen konden dat niet zo goed uitleggen maar bij doorvragen leverde dat minstens het idee op dat men aan het getatoeëerde lijf een bepaalde eigenwaarde ontleende. Zo observeerde ik tijdens een conventie iemand die zijn hele lijf onder ‘de inkt’ verborg, met niemand contact had. Als een einzelgänger begaf hij zich van de ene tattookraam naar de andere. Als ik de foto’s van de tattoo laat zien, komt vaak de vraag waarom ik ze fotografeer. Het is niet zo gemakkelijk om daar het precieze antwoord op te geven. Misschien is het mijn kleinburgelijkheid en dat ik toch een soort van bewondering heb voor het lef van die mensen. Want lef heb je er wel voor nodig, een weg terug is er niet. Misschien heeft het ook iets te maken met oervormen van leven, oervormen van krijgslust of juist verfraaiing die bij verchillende inheemse stammen voorkomt. Wellicht heeft het ook iets te maken met de dubbele moraal. Een tattoo is schoonheid, soms lijkt het zelfs wel kunst en tegelijkertijd heeft het te maken met het mankeren van het lichaam, een blijvende ‘beschadiging’ aanbrengen aan het lijf. Ook de cult die om de scène hangt boeit me als fotograaf. Ik ben zeker geen antropoloog maar het gedrag van mensen en de groepsdynamische processen boeien me, als waarnemer en als fotograaf. Soms vergelijk ik het ‘dubbele’ in de tattoo scène weleens met het ‘dubbele’ in de katholieke kerk. Een kerk waar religie, sereenheid en het mystieke in de heilige misviering of bij processies een uur later met gemak plaats maken voor een feest dat aardser dan aards is, waar drank en spijzen rijkelijk voorhanden zijn en de vrouwen en mannen heupwiegend en werelds ‘de zonden van het vlees’ in alle openheid vieren. De twee kanten van de processies of pardons zijn ook een geliefd onderwerp voor een fotograaf die graag kijkt naar het gedrag en interactie van ‘gewone’ mensen.


103


104


105


106


107


108


109


110


111


112


113


114


115


116


117


118


119


alias

In november 2011 maakte ik het boekje Gijs van Gent, alias. Ter gelegenheid van zijn expositie, een retrospectief van meer dan 40 jaar fotografie. Gijs is een geweldige natuurfotograaf, maakte prachtige ‘liquid lites’ en is bovendien een straatfotograaf die door velen bewonderd wordt. Het is juist in de hoedanigheid van het beoefenen van de straatfotografie dat we frequent samen optrekken en verschillende steden, dorpen, gehuchten en andere plekken bezoeken. Om het dagelijks leven, the daily life, vast te leggen. 120

Op onbewaakte en ‘bewaakte’ momenten maak ik ook foto’s van Gijs. Niet zozeer vanwege zijn uiterlijk of het fotogenieke van zijn persoon. Nee, meer omdat hij naast fotograaf ook een zeer verdienstelijk acteur is en hij maar al te graag in die hoedanigheid voor de camera wil verschijnen. Met veel plezier wordt ‘het spel’ gespeeld. In de luim van elke dag, zie je soms de ernst die gedeeld wordt, net als in de straatfotografie.


121


122


123


124


125


ik kom ze gewoon tegen

126

Ik ga op pad, documenteer wat ik tegenkom. Soms ga ik naar plekken waar ik zeker weet dat er iets speciaals gebeurt. De meeste foto’s hebben een direct lijntje met de werkelijkheid van alledag. Gewoon en toch bijzonder, althans dat wordt het voor mij. De werkelijkheid, het gewone wordt bijzonder omdat je het moment bevriest, de gebeurtenis in een kader plaatst, letterlijk en figuurlijk. De wat mijmerende in zichzelf gekeerde blik van de man en het beeld van de vrouw, verwijzend naar een engel, harmoniëren en maken dat de foto een dieper beschouwend karakter krijgt. In de werkelijkheid was het een moment dat velen niet eens opviel, misschien was het ook nauwelijks waarneembaar omdat het nog minder dan een luttele tel was waarop de blik was zoals die was. Door de foto ontstaat er een nieuwe gesublimeerde werkelijkheid, wordt de tijd ook uitgerekt tot de tijd die je wilt kijken. In de echte wereld kan een angst- of vreugdekreet een uiting zijn van een specifieke beleefde emotie, heel kort, nauwelijks waarneembaar wellicht. Vang je die kreet in een foto dan wordt het een symbool van een bepaalde emotie, van iets wat groter en algemener is en mogelijk een universeel karakter krijgt. Woorden schieten dan soms te kort en is de betekenis van het beeld wellicht alleen maar voelbaar. De Franse filosoof Barthes heeft bij het beschouwen van een foto van zijn overleden moeder gesproken over het voelen van een steek die het hart raakt, een geestelijke, -zen-, ervaring. Je kunt in een foto veel beredeneren, beschouwen met je verstand. Dat moet je ook doen om een foto te snappen, om de betekenis enigszins te kunnen doorgronden. Beschrijven van wat er werkelijk te zien is en de fotografische aspecten of beeldelementen in de foto te duiden om betekenis aan het beeld te geven. Barthes spreekt van het studium, het beredeneerbare, de door het verstand bepaalde inhoud van de foto. Het punctum, de steek, het voelbare zal niet in elke foto aanwezig zijn en zeker niet door elke bechouwer ervaren worden. Of het voelbare, het punctum, ontstaat bij de opname weet ik niet. Wel ervaar ik vaak bij het maken van de foto een onbeschrijflijk moment. Een moment dat je weet zonder te zien dat de foto er een is die er toe doet. De ‘zen-ervaring’ van de fotograaf op het moment dat de foto gemaakt wordt. En dan te realiseren dat ik de mensen die ik portretteer gewoon tegenkom, alsof het toeval op heeft gehouden te bestaan. Ik ben een bewonderaar van onder andere de fotografe Diana Arbus (1923-1971). Patrick Roegiers (vermaard kunstkenner en biograaf in België) beschrijft in zijn boek ‘Diana Arbus, de droom van een schipbreuk’ (Sirene 2007) uitsluitend in woorden het oeuvre van Arbus. Op pagina 103 lees ik de volgende passage. “Marvin Israel vermeldt dat Arbus er verschrikkelijk trots op was dat ze met de eerste oogopslag kon doordringen tot het geheim van mensen die ze op straat tegenkwam. Ze vond het leuk te bedenken welk mysterieus gedrag ze thuis konden vertonen en was in staat te raden dat een vrouw travestiet was zonder dat er ook maar een aanwijzing voor in haar gedrag doorschemerde. Ze was geboeid door het verschil tussen mensen, bij wie nooit iets identiek was. En die verschillen ontroerden haar. Ze zocht tot het uiterste naar wat uniek is in iedereen. Net zo duidelijk als bij de reus of de dwerg. In dit boek staan geen reuzen of dwergen, alhoewel de jongeman op bladzijde 145 aardig uit de kluiten gewassen is. Wel allemaal mensen waarvan ik vind dat ze gewoon iets bijzonders hebben. Toevallig tegengekomen.


127


128


129


130


131


132


133


134


135


136


137


138


139


140


141


142


143


144


145


146


147


148


149


150


151


152


153


154


155


156


157


158


159


160


161


162


163


164


165


166


167


168


169


170


171


172


173


174


175


176


177


178


179


180


181


182


183


184


185


186


187


188


189


190


191


192


193


194


195


196


197


198


199


200


201


202


203


204


205


206


207


208


209


210


211


212


213


214


215


216


217


218


219


220


artiesten in de kunsten

De telefoon gaat. Ik voel een groot gebrek aan goede wil om hem op te nemen. In ben bezig niets te doen en dat wil ik nog een poosje zo houden. Voor de telefoon ging was het stil in huis, zo stil als het tegen half vier in de middag kan zijn. Als ik heel voorzichtig ademde, maakte de stilte geluid in mijn oren. Ze bracht een licht suizen voort. Zo wees ze erop dat ze aanwezig was. Ik wilde de stilte niet storen en bewoog me niet. Roerloos hield ik haar in de gaten. Ik trachtte even stil te zijn als de stilte. Misschien zou het de stilte op de duur niet meer opvallen dat ze een beluisteraar had. Wat zou ze dan doen? Zou ze zich verdikken en tastbaar worden? Zou ze zich in me opnemen zodat er tussen stilte en mij geen verschil meer was. Of zou de stilte, zich onbehoord wanende, in wild zingen uitbarsten? Ook het huis hield zich onberispelijk rustig. Meestal laat het huis wel van zich horen. Het wil zo af en toe laten weten dat het er is. Het huis is er ook nog, denkt het. Een vloer kraakt. Een gespannen trapleuning tikt. De kraan begint plotseling te druppelen en houdt er even plotseling mee op. Een niet goed gesloten deur piept open. Aandachttrekkerij op een bescheiden, maar toch dwingende manier. Bijna was ik een geworden met de stilte en had mijn nietsdoen een hoger plan bereikt, toen dus die telefoon ging. Dat deed pijn. Toen ik van de schok bekomen was nam ik de telefoon op en kon nog juist horen hoe iemand aan de andere kant van de lijn ophing. Was het wel iemand? Daar was geen bewijs van. Misschien was het de stilte zelf die me had opgebeld. Remco Campert, column in deVolkskrant december 2002

221


222


223


224


225


226


227


228


229


230


231


232


233


234


235


236


237


bijschriften

7,8,9 oud echtpaar in Terhagen 2005 11 beate schmidt, Berlin 2010 12 danseres, Berlin 2008 13 rimpelkers, Amsterdam 2005 14 hermafrodiet, Keulen 2005 15 german gothic girl, Amsterdam 2005 16 travestiet, Tilburg 2007 17 norwegian girl band furia, huntenpop, 2004 18 pruikenmaakster, Amsterdam 2006 19 beate schmidt en haar tweelingzuster, Berlin 2006 20 in de trein naar utrecht, 2006 21 van keulen naar emmerich, 2007 22 vrouw in bar, Luik 2008 23 marlène, Berlin 2008 24 vrouw op tattooconventie, Amsterdam 2008 25 dame met blauwe ogen en voile op straat, Amsterdam 2009 26 ambition, Amsterdam 2009 27 ekstase, Keulen 2009 28,29 het gele slipje, escala 2009 30 zonaanbidster, sanary sur mer 2011 31 moslima voor vliegtuigje van kuifje, Amsterdam 2011 32 hermafrodiet met hondje, Amsterdam 2009 238 33 gothic, Avignon 2011 34 pokerkampioen, Arnhem 2008 35 lezende dame achter hekwerk, Toulon 2011 36 moe en verveeld na wereldjongerendag, Keulen 2005 37 vrouw in cafe, Antwerpen 2005 38 deftige dame en jongen bij cathedraal, Keulen 2009 39 jongeren, Keulen 2009 40 publieke danseres, Keulen 2009 41 wachtend meisje, Lille 2008 42 de trein, 2006 43 van keulen naar emmerich, 2007 44 meisje in metro, Lille 2007 45 jonge vrouw in S-bahn, Berlin 2007 46 dame, kust Aldeburgh 2007 47 american lady, Rome 2007 48 fossil, 2007 49 museum, Rome 2007 50 dame met ooglap, Dordrecht 2008 51 dame in auto, Keulen 2007 52 meisje, Berlin 2008 53 kunsthistorica op kerkhof, Berlin 2008 54 natasha, Arles 2008 55 eyes, Arles 2008 56 laten zien, Luik 2011 57 barcode en hondjespootjes, Toulon 2011 58,59 verzameling vrouwen, Sanary sur Mer 2011 60 jonge moeder met kind, Toulon 2011 61 kind en moeder, Toulon 2011

62 vriendinnen, Toulon 2011 63 wachten, Luik 2011 64 sigaret, Toulon 2011 65 wachten, Avignon 2011 66 wachten, Amsterdam 2011 67 Luik 2011 68 maria, Keulen 2005 69 vrouw voor station, Luik 2008 71 chen, Silvolde 2007 72,73 ontmoeting, Charleroi 2009 74 vrouw en man, Lissabon 2010 75 afrikaans meisje, Doetinchem 2010 76 tasje, Seraing 2008 77 straatmadelief, Arles 2008 78 joya nelissen kunstenares, Engbergen 2010 79 irma, Tilburg 2010 80 vrouw in Marzhan, Berlin 2010 81 jonge vrouw, Berlin 2010 82 jonge moeder, Berlin 2010 83 moeder met kind in Marzhan, Berlin 2010 84 looking, Sanary sur Mer, 2011 85 I love it, Toulon 2011 86,87 aukje, Arnhem 2010 88 Tilburg 2005 89 travestiet, Tilburg 2005 90 pinokkio transgender, Bergen op Zoom 2007 91 lekker kontje hè, Tilburg 2005 92 dream, sanary sur Mer 2011 93 anoek kruithof kunstenares, Kleve 2007 94 amber mode biënnale, Arnhem 2011 95 moeder van miss rio, Arnhem 2009 96 t/m99 liesbeth list, Doetinchem 2009 100 t/m 117 verschillende tattooconventies, 2004-2010 118 t/m 123 gijs, alias, verschillende plaatsen 125 kunstenaar, Doetinchem 2006 126,127 Doel, 2005 Vanaf het moment dat men net ten Zuiden van Doel een nieuw containerdok wilde gaan aanleggen (1995) ontstond er een bittere strijd om het voortbestaan van het dorp. Er werd een actiecomité opgericht voor het behoud van Doel. Er heerste hoop en vrees met name door de onduidelijke plannen van de overheid en de blunders die daarbij gemaakt werden. In 1999 werd besloten dat Doel als woongebied moest verdwijnen. De plaatselijke bevolking onder aanvoering van Pastoor Christiaan Verstraete van de Onze-Lieve-Vrouwparochie kon uiteindelijk niet voorkomen dat Doel verpauperde en steeds meer bewoners wegtrokken uit het dorp. In 2005 was de Pastoor al ernstig ziek en ondanks dat was hij nog steeds een voorvechter van het behoud van het dorp waar hij vanaf 1981 Pastoor was. Pastoor Verstraete heeft het ‘gevecht’ met de overheid niet kunnen winnen, hij overleed in december 2006 op 76 jarige leeftijd. 128 familie, Zwolle 2006 129 hartendief, Zwolle 2006


130 homodag, Amsterdam 2006 131 wereld jongeren dagen rooms katholieke kerk, Keulen 2005 132 Berlin 2007 133 nvu demonstrant, Doetinchem 2007 134 oud ijzergieter, Ulft 2007 135 oor, Bourg-en-Bresse 2007 136 liftboy, Berlin 2007 137 man met sigaar, Lille 2007 138 student mode academie, Arnhem 2007 139 sailor, Aldeburgh 2007 140 swimmer, Aldeburgh 2007 141 Aldeburgh 2007 142 openlucht kunstenaar, Rome 2007 143 kunstenaar, Avignon 2008 144 american people, Rome 2007 145 lovers, Avignon 2008 146 vrienden, Antwerpen 2008 147 Toulon 2011 148 ster, Toulon 2011 149 jongen met batman masker, Sanary sur Mer 2011 150 modestudent, Arnhem 2007 151 buda-artist, Amsterdam 2007 152 vrouw met sproeten, Amsterdam 2011 153 jongen in de miss rio happening, Arnhem 2007 154 Keulen 2007 155 Luik 2008 156, 157 mannen Gava 2010 158 mode, Arnhem 2011 159 directeur DDR museum, Berlin 2010 160,161 kermisgangers, Tilburg 2011 162 Tilburg 2011 163 willie gräf, Berlin 2010 164, 165 avondontmoeting Berlin 2010 166 ben bloemendaal, kunstenaar Ulft 2010 167 latin dance teacher, Utrecht 2009 168 Antwerpen 2010 169 Charleroi 2009 170 hiphopper, Den Bosch 2009 171 hartjesdag, Amsterdam 2009 172, 173 dark art in museum, Narbonne 2009 174 Doetinchem 2009 175 first, Metz 2009 176 Metz 2009 177 puber met ballon, Seraing 2008 178 boer in trein, Veluwe 2008 179 Arles 2008 180 Barcelona 2009 181 Tilburg 2011 182 Seraing 2011 183 t/ 185 arnold, Varsselder 2011

186,187 rockcafé, Doetinchem 2011 188 harrie, Amsterdam 2011 189 Berlin 2010 190,191 herdenkingsbijeenkomst, Den Bosch 2009 192 t/m 195 Charleroi, 2009 196 kunstenaar, Avignon 2008 197 le brusc, 2011 198 michiel, Ulft 2011 199 dienstmaagd des heren, Beaune 2010 200 krijn van noordwijk, Rotterdam 2010 201 Carcassonne 2010 202 rocker, Doetinchem 2011 203 Tilburg 2010 204 Antwerpen 2008 205 mijn vriend, Carcassonne 2011 206 Gava, 2010 207 waarzegger, Tilburg 2010 208 vrouw in voetbalcafé, Antwerpen 2010 209 Antwerpen 2007 210,211 de hand, Lille 2008, Utrecht 2008 212 oude spoorweg beambte, Sclessin 2009 213 Barcelona 2009 214,215 Amsterdam 2008 216 jan, Varsselder 2011 217 Keulen 2007 218 remco campert 80 jaar, Amsterdam 2009 220 jan wolkers, Middelburg 1991 221 simon vinkenoog, Bredevoort 2008 223 jozef kemperman, Gendringen 2010 224, 225 jozef kemperman, Doetinchem 2009, 2011 226 youp van ’t hek, Doetichem 2010 227 portugees schrijver, Lissabon 2010 228 henk welling, Ulft 2010 229 gerard velthuis, Westendorp 2010 230 t/m 232 huntenpop, Varsselder 2009 233 Arnhem 2009 234 chicago, Doetinchem 2009 235 my dying bride, Ulft 2011 239 zelfportret, Charleroi 2009

239


voor An

Vanaf mijn veertiende heb ik al iets met fotografie. Ik kreeg een afdrukkastje van een van mijn broers waarin een negatief van 6x9 cm paste. De huiskamer was de enige ruimte die gordijnen had en enigszins verduisterd kon worden. Dus iedereen moest wijken voor de fotografie en de huiskamer werd omgebouwd tot donkere kamer. Overigens in het begin kon ik slechts tien velletjes fotopapier kopen. De plaatselijke fotograaf Ton van Nie was zo vriendelijk voor die jonge amateur de tien velletjes uit het pakje van honderd in zijn doka af te tellen en weer degelijk lichtdicht te verpakken. Na een eigen maaksel vergroter en de twee-ogige 6x6 Lubitel van Russische makelij kwam er door tussenkomst van An een Yasica 635 (6x6 én kleinbeeld) en een vergroter die het hele analoge tijdperk overleefd heeft. Tijdens de verkering en ook later, in de periode dat de kinderen klein waren, heb ik veel familiefoto’s gemaakt. De foto’s worden regelmatig nog eens bekeken. Door de kinderen maar ook door de kleinkinderen die dan weer zo’n dertig jaar in de tijd terugkeren.

240

Tijdens mijn studie en in de beginperiode van mijn werk op de Technische Universiteit en de technische school ‘De Brug’ vormde een aantal collega’s een soort van fotogroepje. In 1978 sloot ik me aan bij Ericamera, een groep met veel jonge fotografen die, zoals gebleken is, in fotografisch opzicht furore maakte in de jaren tachtig. Ook educatie stond hoog in het vaandel en het in professioneel opzicht aanstormend talent van toen kwam graag naar Ericamera om werk te tonen en daarover te vertellen. We hingen aan de lippen van onder andere Erwin Olaf, Paul de Nooijer, Aart Klein en Rommert Boonstra en de workshops van bijvoorbeeld Marie Bot en Carl Uytterhaegen waren fotografische feestpartijen. In 1983 behaalde ik het predicaat BMK met een serie van 20 foto’s die een surrealistische inslag hadden. Het is ook die periode dat mijn fotografie gevormd werd. Mijn aandacht kwam te liggen op de meer sociaal documentaire gebeurtenissen en ik ging steeds meer seriematig werken. Ik maakte in de periode 1983-1985 series in de Rupelstreek en in het mijnengebied rondom Genk. Achteraf is dat een beslissende fase in mijn fotografie. Sociaal documentair werk dat tot uitdrukking komt in reportages, straatbeelden en ‘tegenkomfotografie’. Aandachtsaspecten zijn het specifieke van een situatie, de interactie tussen mensen of tussen mens en zijn omgeving, het gedrag van mensen, alledaagsheid die uitstijgt boven het gewone, kort gezegd daily life met een accentje. Daar passen ook de portretten in die in dit boek zijn opgenomen. Het zijn geen studioportretten maar betreffen vaak een klein moment, een ontmoeting, ongedwongen, wel of niet geposeerd en soms zelfs zonder dat de ander zich bewust is van het portret. Noem het voor mijn part het ‘stiekeme portret’, maar wel alleen om het specifieke, het oorspronkelijke van dat moment niet te verstoren en vast te leggen. Fotografie is een belangrijk gegeven in mijn leven. Dat kon alleen maar omdat An mij de ruimte heeft gegeven en nog steeds geeft en mij stimuleert om me fotografisch uit te drukken. Ik zeg dat soort dingen waarschijnlijk te weinig, dus nu maar eens heel nadrukkelijk. An bedankt, ik draag dit boek met liefde aan jou op.


241 241


242

HET EIGEN GEZICHT

fotografie, teksten en vormgeving Peter van Tuijl gedrukt en gebonden BLURB.COM www.fotopetervantuijl.nl info@fotopetervantuijl.nl

Alle rechten zijn voorbehouden aan de auteur. Materiaal uit dit boek mag niet worden gekopieerd of anderszins openbaar gemaakt worden, zonder schriftelijke toestemming van de auteur. ©PETER VAN TUIJL, 2011 ULFT


243


Mijn eigen gezicht staat hiernaast. Twee keer nog

fotografie voor mij een wereld om te fantaseren,

wel. In het fotomuseum in Charleroi (2009) was een

te interpeteren, zonder dat ik op mijn vingers

kamer zonder foto’s, alleen een raam waar het licht

word getikt, door wie dan ook. Bovendien

door heen viel. Aan de andere zijde was een glazen

ontbreekt ook nog eens de voortgang in de tijd

tafel. Daardoor ontsond er een tweede kamer en ook zoals bijvoorbeeld in de film. Een foto is tijdloos,

244

een tweede raam en ook een tweede ik. Niet echt,

er is geen vooraf of daarna, hooguit kunnen we

alleen denkbeeldig en uitsluitend ‘vormgegeven’

ernaar gissen. Als beschouwer kunnen we er zelf

door het glazen tafelblad. Ondanks dat we het

een draai aan geven. Het meisje dat ik op de

waarnemen, is het er niet echt. Toveren met een

foto heel vedrietig vind, kan wel bibberen van de

imaginaire wereld die net zo echt is als de echte

kou waardoor de traan over haar gezichtje rolt

wereld. Maar alleen bestaat dankzij een glazen

en niet door mijn verbeeld verdriet. Iconen zijn

plaat.

dat in de fotografie geworden doordat mensen een bepaalde betekenis eraan hebben gegeven.

Zo ben ik ook verwonderd, nog steeds, door het

Zover hoeft het wat mij betreft niet te gaan

fenomeen fotografie. Slechts door glas en chemie

met de foto’s in dit boek. Ik ben al lang blij als

en thans door glas en electronica, ontstaat er een

mensen hun eigen verhaal erbij maken. Er een

nieuwe wereld die verdraaid veel lijkt op de echte.

eigen gezicht aan geven. Net zoals ik mijn kijk

Maar er zijn belangrijke verschillen zodat het

op de gezichten van anderen heb willen geven.

nooit hetzelfde kan zijn. Bijvoorbeeld ontbreekt de

Ik kon ze alleen zo fotograferen omdat ze met

tijdsdimensie, maar het driedimensionale. In de echte mij verbonden waren, soms zonder het zelf te wereld kunnen we interpreteren binnen de kaders waar we ons bevinden. Maar in de surrogaatwereld -de foto- kunnen we interpreteren zoveel als we willen. Er is geen wereld die corrigeert. Zo wordt

weten.