Page 1

On the front Online magazine voor en over de showsector

Paul Doop

Over het nieuwe One World System

Jos Lustberg

vertelt hoe Adest een nieuwe show ontwikkelt

Bert van Maaren

Stopt na negen jaar als voorzitter Jubal

Robby Overvliet

‘Vanaf het veld heb je het beste perspectief’ Jaargang 1, nummer 1


On the front Eerste editie

Inhoud 3

Matthijs en Cor bellen

4

Paul Doop over het One World System

8

Bert van Maaren (Jubal Dordrecht) neemt

afscheid als voorzitter

12

Een dag uit het normale leven van

Leo de Vreede (DVS Katwijk)

15

Column: Nux

16

Are the Judges ready met Robby Overvliet,

DCI-Jurylid 19

Het instructieteam van Jong Advendo

22

Een kijkje in de keuken bij Adest Musica

25

Kort nieuws uit de sector

26

Taptoe Groningen is Taptoe van het Jaar

29

CGN werkt toe naar zinderende climax

32

Op naar het WMC met Irene Ede

34

Jan Bakker: Van Marum naar DCI

36

Taptoe Leeuwarden is veel meer

dan een Taptoe

40

Evenementenagenda 2012

41 Colofon 41

Volgende keer in On the Front


Matthijs en Cor bellen... Matthijs: Hey Cor, alles goed? Hij is eindelijk klaar hè? Blij met het eindresultaat? Cor: Hoi Matthijs! Is het niet schitterend? Ik vind het een prachtige eerste editie! Matthijs: Ja, vind ik ook. Volgens mij hebben we iets in handen wat de bonden op dit moment laten liggen. Cor: Het wordt tijd dat de mensen daar eens kleur bekennen: wat willen we, waar moeten we naar toe en dan hup: DOEN!. Daar heeft de sector inmiddels wel recht op. Ben jij overigens ook zo benieuwd naar de uiteindelijke invoering van het One World System? Matthijs: Ik kijk er naar uit! Ik denk oprecht dat het zou kunnen gaan werken, zolang het juryteam blijft bestaan uit kwalitatief goede juryleden. Drumcorps en marchingbands hebben meer gemeen dan je misschien denkt. Laat ze allemaal maar strijden voor één titel! Toch? Cor: Ik weet het zo net nog niet, ben je niet bang dat we toe gaan naar een éénheidsworst en dat verenigingen hun eigen identiteit verliezen op de lange termijn?

Matthijs: Het is aan de juryleden om het jury manual bij elk optreden op juiste wijze te vertalen. Of ze nou naar Crescendo Opende, K&G, Pasveer of de Blue Devils kijken. Iedereen maakt muziek en loopt figuraties. Cor: ‘Wat zie ik’, ‘Wat hoor ik’ en ‘Hoe beleef ik het’ toch? Ik vraag me eigenlijk ook af wie deze nieuwe wijze heeft bedacht. Ik bedoel: iemand heeft ooit gezegd ‘dit gaan we doen’, maar wie is ‘die iemand’? Matthijs: Dit systeem bestaat al een tijdje en is op het vorige WMC al gebruikt door WAMSB. Kunstfactor, nu nog actief, heeft denk ik opdracht gegeven. Maar goed, we kunnen er uren over discussiëren. De ruimte raakt op en we hebben zoveel te melden. Ik denk dat we onze lezers maar met rust moeten laten. Cor: Mee eens, wil nog wel even kwijt dat de informatie naar de sector beter kan en had gemoeten. Nu je het zegt, Kunstfactor, het lijkt wel of alles wat ‘overkoepelend’ moet zijn lijkt te stranden. Matthijs: Tja, gaan we het daar in het tweede nummer over hebben! Ik bel je daar binnenkort over!


Het One World System:

O

ver ongeveer anderhalf jaar barst in Kerkrade het Wereld Muziek Concours weer los. Ja, dan alweer gaan korpsen en bands uit alle windstreken de strijd met elkaar aan in het Parkstad Limburg Stadion. Zeker is dat het concours dan een enorme verandering ondergaat. De deelnemers van de showwedstrijden worden in 2013 namelijk beoordeeld aan de hand van het One World System (OWS). Daarbij is geen onderscheid meer tussen verschillende stijlen. In het wereldje wordt er veel over gesproken. Hoe gaat het systeem precies in zijn werk? Wat betekent het voor ons? Waarom is er uberhaupt een nieuw systeem gekomen? We legden Paul Doop, een van de ontwerpers van het nieuwe reglement, een aantal vragen voor. Ook zetten we in vogelvlucht uiteen hoe het reglement in elkaar zit. Het is aan te raden om dat eerst te lezen. Waarom is het nieuwe reglement ontwikkeld? Dit systeem is op verzoek in 2007 ontwikkeld voor het WMC in 2009. Het was de bedoeling dat er naast de WMC wedstrijden ook een WAMSB-wedstrijd zou plaatsvinden. De beste bands uit beide wedstrijdvormen zouden dan tegen elkaar uit moeten komen in een finale, waarna ook de WMC-kampioen kon worden benoemd. Dit betekende dus dat zowel de WMC-wedstrijd als de WAMSB-wedstrijd als een voorwedstrijd zou dienen; een zogenaamde Prelims. Op het laatste weekend zou dan de finale plaatsvinden. Beide vormen (WAMSB en WMC) hadden andere reglementen dus er moest een finalesysteem komen waardoor alle bands bejureerd konden worden, ongeacht achtergrond en verschijningsvorm. Bedenk daarbij dat de WAMSB een veel meer Corps Style gericht reglement kent en het onderscheid niet kent tussen Corps Style en Showband Style.

Hoe is dit systeem tot stand gekomen? De opdracht is door het WMC aan Henk Smit en mij gegeven. We moesten een reglement ontwikkelen dat in die finale zou worden gehanteerd en waarbij er recht gedaan zou worden gedaan aan beide stijlen. Of liever: waarin het niet uitmaakt wat voor soort band je bent. De basis voor het One World System (OWS) is door Henk en mij gelegd in december 2007 in Kuala Lumpur (MaleisiĂŤ), waar we juryleden waren voor de WAMSB. Wat is zo bijzonder aan het One World System? Het OWS is zo opgezet dat het een framework kent waarbinnen ruimte is voor invulling op maat. Oftewel: ieder land kan het OWS zo inzetten op de manier dat het beste past bij hen. Een aantal grondbeginselen zijn wel heel belangrijk. Het systeem moet met minimaal drie juryleden worden gebruikt, maar is uitbreidbaar met zoveel juryleden als je zelf wilt of dat gewenst is. Hierbij moet je natuurlijk wel bedenken dat als je het met 3 juryleden doet, 1 jurylid een enorme invloed heeft op de score terwijl als je er heel veel inzet, de scores enorm genivelleerd worden. Daarnaast kun je het systeem met en zonder veldjuryleden inzetten.


Wat? Hoe? Huh? Hoe zit het One World System precies in elkaar?

B

ij het ontwerpen van het nieuwe systeem is vooral aandacht geweest voor het benoemen van de overeenkomsten in plaats van de verschillen. In feite zijn drie kernvragen opgesteld die van belang zijn voor de juryleden: Wat hoor ik (music) Wat zie ik (visual) Wat doet het met me (overall effect) Deze drie kernvragen vormen ook de drie onderdelen waarop wordt gejureerd. Elk jurylid kijkt daarbij naar wat het korps (repertoire/vocabulary) uitvoert. Dus in feite het door de instructie geschreven boek. Maar ook de wijze waarop het wordt uitgevoerd, wordt bekeken. Dat is hoe de leden het geschreven boek vertalen. Laten we als voorbeeld muzikale uitvoering nemen. Het jurylid kijkt bij het ‘wat’ naar de kwaliteit van het arrangement, of er voldoende rekening is gehouden met het nivo van de spelers en of er variatie is aangebracht. Bij het ‘hoe’, de excellence, wordt gelet op de kwaliteit van de uitvoering, techniek, intonatie, accuratesse, conditie, expressie, artisticiteit en ga zo maar door. Ditzelfde principe zou je ook kunnen toepassen op de visuele bejurering. Dan blijft nog het onderdeel ‘wat doet het met me’, oftewel overall effect over. Bij het wat (vocabulary) kijkt het jurylid naar welke invalshoeken zijn gekozen, of het muzikale arrangement ruimte biedt voor effect, welke effecten worden gebruikt en wat de relatie is met het visuele ontwerp. Bij excellence, ‘hoe’, kijkt de jury naar wat de uitvoering van de leden toevoegt aan het effect. Laten zij een excellente uitvoering zien, dan is dat al een extra effect. Maar als lid kun je de jury ook overtuigen met professionalisme, showmanship, emotie, flow, spirit en intensiteit. Kun je het publiek pakken? En verkoop je het product professioneel? Het reglement kan worden uitgevoerd met een juryteam van 4 tot 16 personen, die worden verdeeld over de verschillende onderdelen. Uitgangspunt is dat de juryleden beoordelen vanuit een breed perspectief, dat ze goed zijn getraind en dat ze met een brede blik naar een show kunnen kijken, maar ook hun specialisme hebben en daar extra aandacht voor hebben.


In de afgelopen jaren is veel nadruk gelegd op General Effect. Hoe belangrijk is dat in dit reglement? Zie je nu al voldoende General Effect? General Effect is een derde van de totaalscore. Ja, het heeft een even grote invloed op de score als de muziek en choreografie. Er zijn best veel korpsen mee aan de slag gegaan sinds de invoering van General Effect, ook in de Showband Style. Wat voor korpsen belangrijk is om te weten, is dat er niveaus van General Effect zijn. Oftewel het ene soort effect is makkelijker te bedenken en te genereren dan het andere. Juryleden worden getraind om deze verschillende soorten effecten te herkennen en te waarderen. Instructieteams zullen veel bewuster hiermee om gaan, denk ik. Wat betekent de invoering van het reglement voor de showwedstrijden op het WMC? Het betekent simpelweg dat alle bands met elkaar vergeleken worden, niet in hoe ze van elkaar verschillen maar wat ze met elkaar gemeen hebben. Daarnaast betekent het ook dat wellicht de waardering zwaarder wordt voor de bands. De Showband Style was in de laatste edities toch vooral een Nederlandse aangelegenheid en de Corps Style vooral een mengelmoes van Europese, Amerikaanse en Aziatische bands. Daarnaast ligt er ook het voorstel om de grens voor een gouden markering op te trekken naar 85 punten, daar waar die in Nederland op de 80 puntengrens ligt.

Het reglement, en vooral het feit dat er geen onder scheid meer is tussen Showband Style en Corps Style, is niet onomstreden. Begrijp je de kritiek van sommige deelnemers? Ze lijken bang hun positie, kans makend op WMC-titels, kwijt te raken. Ja, ik snap het wel. Enerzijds is er natuurlijk een grotere vijver met deelnemers waardoor de kans minder lijkt te worden op een titel. Anderzijds is er de angst bij vooral de Nederlandse showbands dat ze worden ‘gedwongen’ een Corps Style show te brengen. Dit is echt een misvatting want het systeem zegt hier niets over. Nieuw voor de Nederlandse Showbands is wel dat de muzikale arrangementen nu worden beoordeeld. Hierin wordt ook gekeken wat de inhoud is van muzikale programma. Ik vind juist dat veel Nederlandse showbands zich enorm aan het ontwikkelen zijn en zoeken naar verrijking van hun programma’s. Sommige criticasters noemen die korpsen ‘Corps Style’, maar dat is echt onzin. Die criticasters hebben vaak geen idee wat Corps Style inhoudt en vergeten dat er in het verleden altijd clubs zijn geweest die hun nek hebben uitgestoken en daar heel veel kritiek over hebben moeten incasseren. Vandaag de dag wordt een aantal van die clubs geprezen om hun identiteit en de vernieuwing die zij hebben gebracht binnen de showbandwereld.

Het One World System wordt voor het eerst in Nederland in gebruik genomen tijdens het Open Dutch Showcorps Championship, 9 juni 2012, in Assen. Korpsen kunnen zich nog inschrijven.


Hitit drums & percussion Ceintuurbaan Noord 112 9301 NZ Roden

Tel: 050-5015810 Email: info@hititdrums.nl Internet: www.hititdrums.nl

Hit it is leverancier van

Pearl en Adams in Noord Nederland


Bert van Maaren

Jubal Drum & Bugle Corps Dordrecht

‘Ik ben heel trots op hoe we bij Jubal het jubileumjaar hebben gevierd’

B

ert van Maaren heeft er als ex-voorzitter van Jubal Drum & Bugle Corps uit Dordrecht een bijzonder jaar op zitten. De vereniging vierde in 2011 het 100-jarige jubileum. En dat jaar ging gepaard met een groot aantal hoogtepunten. Zo organiseerde de club veel evenementen, activiteiten, goede doelen-acties, feesten en trok Jubal naar de Verenigde Staten voor een tour van meer dan drie weken. Voor Bert van Maaren betekende het niet alleen een mooi, maar ook druk jaar. Ook een jaar waar hij naar toe heeft gewerkt, want met het jubileum in het achterhoofd als meest verse herinnering heeft hij afscheid genomen als voorzitter. En dat willen we niet onopgemerkt laten! Tien jaar als bestuurslid, waarvan negen jaar als voorzitter: wat is het hoogtepunt geweest? Ik kan niet zomaar een hoogtepunt opnoemen. Uiteraard is het hele 100-jarig jubileum één groot hoogtepunt. Speciale aandacht verdient het optreden van Jubal bij de DrumCorps International Championships. De clubs mocht na de semifinals in de World Class in Indianapolis direct na de uiteindelijk Wereldkampioen The Cadets het veld op. Ook in de jaren hiervoor is van alles gebeurd. Zoals in Italië, toen we voor Jubal een boot hebben afgehuurd en de club naar het San Marco plein in Venetië werd gevaren. De aanschaf van het clubgebouw was een mijlpaal: na 98 jaar eindelijk een eigen home! En zo kan ik nog wel even verder gaan. Het geeft wel aan hoe levendig de vereniging is.


Even terug naar het begin. Hoe ben je in het bestuur van Jubal terecht gekomen? In 2000 waren de Blue Devils uit de VS in Breda en daar zijn we naartoe gegaan. Ik was toen al 3 jaar actief gestopt. Toen zei mijn dochter dat ze ook lid wilde worden van Jubal. En zo gebeurde. Toen duurde het niet lang voordat de toenmalige voorzitter zei dat als ik toch elke vrijdag in het clubgebouw kwam, ik dan toch ook wel bestuurslid worden. Toen is het begonnen. Kun je uitleggen hoe Jubal zich in al die jaren onder jouw leiding organisatorisch heeft ontwikkeld? Jubal bestond in het verleden altijd uit een ‘standaard’ bestuur waarbij je buiten de reguliere dagelijks bestuursleden functies had als Jong Jubal leider of algemeen adjunct. Van de dagelijkse bestuursleden was overal een tweede. In de loop der jaren, ingezet in de jaren ‘80, is de bestuursstructuur aangepast. De veranderde stijl van Jubal richting drumcorps maakte het noodzakelijk om zaken helder te splitsen. Zo kwam er een technische staf, met als gevolg dat er in het bestuur ook zaken dienden te wijzigen.

als vice-voorzitter, bestuurslid PR, bestuurslid Jong Jubal en een bestuurslid die algemene zaken tot zich neemt. In 2012 is het de bedoeling dat er wat aanpassingen gaan plaatsvinden om de structuur aan te passen aan de huidige tijd. Zo is nu bijvoorbeeld de penningmeester beleidsmatig bezig en is de administratie elders belegd. Dit om een zo effectief mogelijke slagkracht te hebben.

Dat is een flink bestuur! Nooit gedacht aan een kleinere en slagvaardigere club? We werken inderdaad met zeven be Op dit moment staan we weer stuursleden. Er is wel eens gekeken voor een structuurwijziging: naar een afroming naar vijf bestuursde aankoop van het clubgeleden maar daar zijn we nog niet uit. bouw en de exploitatie ervan Een vereniging als Jubal heeft op dit vergt forse aandacht en dit moment zoveel terreinen te bedienen leidt er toe dat het waardat ik denk dat een afroming nog schijnlijk een aparte bestuurstaak wordt. Daarom is het goed eens in de zoveel niet aan de orde is. Wel is het prachtig om te zien dat er tijd in de spiegel te kijken en je af te vragen of je huidige mensen zijn die trots zijn als men benaderd wordt om deel uit te gaan maken van een bestuur. Als ik om me heen structuur nog houdbaar is. Veel wordt bereikt door jaarlijks een beleidsnotitie te schrijven, maar ook een meer- kijk bij andere verenigingen, dan mogen wij niet klagen en vind ik het persoonlijk bijzonder leuk dat leden willen jarenplan – en dan praat ik over 5 jaar - waar je uiteinbijdragen aan de toekomst van Jubal. En ik moet zeggen, delijk naar toe zou willen gaan. het is ook heel erg leuk om te doen. Kun je dat verder uitleggen? Het Jubal bestuur functioneert beleidsmatig. De uitgestippelde lijn, verwoord in de beleidsnotitie die uiteindelijk wordt vastgesteld in de ledenvergadering, wordt in de gaten gehouden en bewaakt. Daarnaast is er met regelmaat afstemming met de staf voor de uitvoering van het product en de noodzakelijke benodigdheden. Want de beleidsnotitie is een product samengesteld door het bestuur en de staf waar we dus allen achter staan. Uiteindelijk is het toch het bestuur dat het product Jubal moet kunnen verkopen in de markt. Een goede onderlinge afstemming daarin is pure noodzaak. We zijn kritisch naar elkaar met het oog op één doel: Een goed en sterk Jubal. Heb je dan een uitgebreide taakverdeling nodig? We hebben een dagelijks bestuur met een voorzitter, penningmeester en secretaris en daarnaast zijn er taken

Daarnaast hebben we in het Jubileumjaar ook veel met werkgroepen gewerkt, evenals bij de verbouwing van het clubhuis. Dit is voor een bestuur anders niet te behappen. Ik denk wel dat je in de toekomst meer naar dit soort structuren zult gaan. En wat ik belangrijk vind, is dat je kennis blijft benutten. Ik bedoel als er mensen stoppen wil het niet zeggen dat ze weg zijn. Ze zijn zeker inzetbaar voor bepaalde projecten waar juist zij goed in zijn. Dat maakt ook de intensiteit van het besturen goed behapbaar. Zijn er nog andere voordelen aan werkgroepen? Het voordeel is dat er ook meer ‘out of the box’ wordt gedacht wat weer verfrissend kan werken naar het bestuur. Persoonlijk vind ik dat er zich ook door die ontwikkeling mogelijk nieuwe bestuurders kunnen aandienen. En last but not least, een bestuur heeft niet overal verstand van.


Weten verenigingen wel welke kennis ze allemaal in huis hebben, van leden, ouders, aanhang of een ieder die de club een warm hart toedraagt? Ik durf te wedden van niet. Jubal draait relatief weinig taptoes maar doet veel mee aan dure wedstrijden. En ook instrumentarium, techniek, clubgebouw en een vrachtwagen kosten geld. Hoe houden jullie de vereniging financieel draaiende? Wij kijken zeer kritisch naar deelname aan wedstrijden die geen cent opleveren. Ik ben er voor dat de organiserende instanties ook beleidsplannen gaan maken. Wedstrijden worden in de toekomst een succes als er – in eerste aanleg – onkostenvergoedingen tegenover gaan staan. Er zijn vele manieren om dat te bereiken, maar dan zullen bepaalde structuren open gegooid moeten worden. De begroting van Jubal bestaat maar voor vijf procent aan subsidies en de rest is zelfvoorzienend. Daar mag je best trots op zijn. Daarnaast hebben we intensief gebouwd aan nauwe banden met leveranciers en gemeente. En wat heel belangrijk is: zorg dat je een betrouwbare partner bent. We zijn zuinig op de centen en door de te realiseren doelen vast te leggen in de eerder genoemde beleidsnotities en die ook nauwlettend in de gaten te houden, kom je ergens en kan je uiteindelijk je doel realiseren. Dus puur je vastgesteld beleid volgen en je niet af laten leiden door de waan van de dag. Het klinkt allemaal heel bedrijfsmatig. Ondanks dat ben je ‘maar’ een vereniging die zich beweegt in de showsector. Heb je daar als voorzitter ook andere kwaliteiten voor nodig? Wat ik zeer belangrijk vind is dat een voorzitter zich zichtbaar maakt in de showsector en men je kent. Ik heb altijd getracht mij kenbaar te maken bij andere bestuurders, zoals bij het Showkorpsenoverleg en bij het

Nationaal Showcongres. Als je mee wilt draaien in deze wereld moet je ook je steentje bijdragen ten aanzien van vernieuwing en kennisoverdracht. Dit laatste gebeurt nog veel te weinig. Velen proberen het wiel opnieuw uit te vinden en dat is absoluut niet nodig. Ik kan mij een Showkorpsenoverleg herinneren waar werd gesproken over een centrale databank waaruit geput kan worden. Dat lijkt mij een absolute noodzaak. Besturen is in je vrije tijd en dan is het wel zo makkelijk als dat soort zaken voorhanden zijn. Jubal heeft een heel bijzonder, maar vooral ook intensief, jubileumjaar achter de rug. Blij dat het straks achter de rug is? Uiteraard ben ik heel trots op de wijze waarop het Jubileum gevierd is. Het is veel geweest, maar 100 jaar is iets anders dan 50 of 75 jaar. Er zal wel een bepaalde rust neerdalen als het achter de rug is, en het bestuur en alle vrijwilligers die betrokken zijn geweest bij de organisatie verdienen een dikke pluim. Het is per slot van rekening allemaal vrijwilligerswerk hè! Dat doen we er naast bij ons dagelijks baantje.

De leden verdienen ook een forse pluim, want het was een zeer druk jaar. En dan doen we er ook nog even verbouwactiviteiten bij van het clubhuis en een USA-tour. Kortom eigenlijk verdiend heel Jubal een bijzondere waardering. Persoonlijk heb ik het iets anders beleefd


dan vooraf gedacht, doordat mijn gezondheid me wat langere tijd in de steek liet, maar dat is gelukkig allemaal weer goed gekomen. Zo zie je dat je veel kunt plannen, maar het loopt altijd anders dan je denkt. Maar ik heb toch alles mee kunnen maken. Is het, na het jubileum, een logisch moment om het stokje door te geven? Lag ‘t al lang in de planning? Ja dat lag al in de planning toen ik aantrad als voorzitter en bij de laatste herverkiezing in 2009 heb ik mijn afscheid ook al aangekondigd. Negen jaar is lang genoeg, eigenlijk zou ik willen opteren voor zes jaar. Er staan weer goede mensen klaar met nieuwe frisse ideeën en die moet je ook gewoon de ruimte geven. Jubal gaat door en Jubal is het belangrijkste. En we barsten van het talent op zowel muziekgebied; staf en bestuursgebied. Men is trots deel uit te mogen maken van de organisatie. Dat merk ik wel eens als ik de interesse peil voor een bepaalde functie. Nogmaals ik zie wel om me heen dat dit bij veel verenigingen toch een probleem is.

Komt Bert van Maaren straks ook nog in het clubgebouw van Jubal? Het zou wel heel vreemd zijn, na 46 jaar lidmaatschap, dat het opeens over is. Ja, uiteraard blijf ik komen. Maar de frequentie zal wellicht iets anders zijn. Tot op heden week alles voor Jubal, maar dat zal wel iets anders worden. Mijn vrouw heeft zich altijd voor mij weggecijferd. De drie USA-tours bijvoorbeeld waren mijn vakantie en mijn vrouw was daar niet bij. Dat mag nu wel eens wat anders zijn. Daarnaast willen we meer gebruik gaan maken van onze boot die we ook al jaren hebben. En nu? Elke week rustig op de bank? Nou elke week op de bank zat ik toch wel. Alleen ik ga eerst eens even rustig aan doen. Het is ook alweer bijna zomer. Dus ik denk dat we – behoudens het weer - toch wat meer het ruime sop kiezen met de boot. En zeg nooit nooit. Wellicht komt er wel een keer een uitdaging die wat minder tijd gaat vergen en leuk is om te doen.

We zien wel. Ik heb in die negen jaar zoveel om mij heen zien gebeuren dat je blij mag zijn dat je gezond bent en kunt genieten van elke dag. Voordat ik aantrad als voorzitter gebeurde er uiteraard ook voldoende maar door je functie wordt je wel heel nadrukkelijk op bepaalde feiten gedrukt. En dan sta je soms weer met beide benen op de grond. Ik zal de contacten met collega’s wel gaan missen, maar ik ga ervan uit dat ik ze toch altijd weer ergens tegenkom. Het was een zeer mooie maar ook leerzame periode. En, het wereldje is wel heel erg leuk!


W

e kennen allemaal zoveel mensen van gezicht. Misschien zelfs wel van naam. Maar wie gaat er nou eigenlijk schuil achter die trompet, bassdrum of mace. Of beter gezegd: wat doet diegene in het dagelijkse leven. Het lijkt ons leuk om in elke uitgave eens te kijken wat de mensen in onze sector eigenlijk doen als ze niet met hun hobby bezig zijn. Leo de Vreede, tambour-maitre van DVS Katwijk mag aftrappen.


Het gezicht achter... Leo de Vreede Tambour-Maitre bij DVS

Leo de Vreede begon op 8-jarige leeftijd als tamboer bij het juniorenorkest van Drumfanfare Drumguards uit Delft. ‘Ik heb daar vele leuke jaren meegemaakt’, zegt Leo. ‘Maar op mijn zeventiende besloot ik dat het toch tijd was voor iets anders. Ik ben eens gaan kijken bij een repetitie van DVS en ik was gelijk verkocht. Dit wilde ik ook.’ Leo werd in november 1995 lid als tamboer en maakte na 6 a 7 jaar de overstap naar tambour-maitre. ‘Dat doe ik nog steeds met veel plezier’, zegt hij.

binnensleepte en derde werd op de show was voor hem een prachtige gebeurtenis. ‘Maar dat geldt ook voor andere optredens’, vindt hij. ‘Taptoe Halifax in Canada bijvoorbeeld. Dat is de grootste indoortaptoe ter wereld. Het is iets heel moois als je een zo’n arena in marcheert. Maar het laatste officiële Defilé in Wageningen was ook prachtig. En dat geldt ook voor heel veel andere taptoes. Ik kan denk ik een heel kantje vullen met mooie momenten en hoogtepunten. Ik hoop in ieder geval dat ik er nog een aantal mag meemaken.’

Leo, geboren in 1978 en dus alweer 33 jaar, woont nog steeds in Delft. Hij doet dat samen met zijn vriendin Yvonne en haar zoon Nick. In het dagelijkse leven werkt hij bij TNO in Delft. ‘Ik stap om half 8 ’s ochtends op mijn fiets richting mijn werkgever’, legt hij uit. ‘Ik werk bij TNO als Projectcontroller. Dat houdt in dat ik projectleiders begeleid op financieel gebied. Deze projectleiders moeten zorgen voor het inhoudelijke werk en ik zorg er samen met mijn collega’s voor dat het financiele stukje ook klopt. Het is leuk werk, ik doe het al jaren met veel plezier.

Daarmee suggereert hij in ieder geval dat hij nog niet van plan is om te stoppen. ‘Voorlopig blijf ik nog eventjes als tambour-maître actief, totdat mijn eventuele opvolger er klaar voor is’, verduidelijkt Leo. ‘Het wereldje blijft trekken: Wat onze hobby zo leuk maakt, is in mijn ogen de waardering die je ontvangt van het publiek. Het applaus tijdens de taptoes, dat is uiteindelijk toch waar we het allemaal voor doen. Daarnaast is het gewoon heerlijk om met het orkest op pad te zijn. Wij maken er bij DVS altijd een gezellige dag van.’

Bedreven is Leo ook in zijn hobby. Sinds hij DVS leidt, is hij ook een van de bekendere gezichten in de sector. Maar had hij ooit gedacht dat hij voor het korps terecht zou komen? ‘Ik had er, voordat de vraag kwam, inderdaad nooit over nagedacht’, legt hij uit. Ik had het naar mijn zin als tamboer en dat was eigenlijk ook al prima voor mij. Echter, de gelegenheid deed zich voor en ik ben de uitdaging aangegaan. Op deze manier kom je er vanzelf wel achter of iets je ligt of niet, ik kan zeggen dat het mij prima bevalt en ik nooit spijt heb gehad van mijn keuze.’ Hij staat er dan ook al zo’n tien jaar voor en in die tijd maakte Leo heel wat hoogtepunten mee. Het WMC van 2009, waarbij DVS de titel op de Mars

Is het dan ook het enige dat Leo naast zijn werk en gezin bezig houdt? ‘Nee, naast DVS speel ik ook bij Boerenkapel de Drumgabbers uit Delft. Hier speel ik trombone. We treden voornamelijk op in de ‘carnavalsperiode’, van november tot en met februari, dus dat is over het algemeen prima te combineren met DVS. Verder ga ik ook graag naar de sportschool. Ik vind het wel belangrijk om een goede conditie te hebben dus daar doe ik mijn best voor. Als ik dan eens lekker een avondje thuis ben dan is het vaak gewoon lekker op de bank TV kijken.’ En de nachtrust is Leo heilig. Want we vroegen hem ook waar we hem eventueel voor wakker konden maken. Zijn antwoord? ‘Ze kunnen mij ’s nachts beter laten slapen.’


out n e nk e d j 'Wi

x' o b e of th

Denkt u zelf ook 'out of the box'? Wilt u vernieuwen? Zoekt u andere manieren om uw publiek te vermaken? Dan bent u bij aan het juiste adres. Wij kunnen uw evenement een beleving meegeven, die niet snel vergeten wordt. Onze specialiteit ligt op het gebied van het combineren van korpsmuziek, dans, theater en acrobatiek. U kunt ons onder de naam Event Inspirience inschakelen voor de meest uiteenlopende zaken. We ontwikkelen dĂŠ juiste act voor uw (bedrijfs)evenement en we zijn in staat een spectaculair evenement neer te zetten. Event Inspirience verzorgt maatwerk en we proberen aan al uw wensen te voldoen.

Hullenweg 9 9301 ZD RODEN Tel: 050-5010243 Mob: 06 55 166 236 Mail: info@2escape.nl Web: www.2escape.nl


NUX

schrijft...

De ultieme testcase? Wel eentje met een kanttekening!

H

et One World System. Er is al zoveel over gesproken en geschreven. Hoewel, de informatie over het nieuwe jurysysteem kon wel wat beter. Maar er was tot nu toe natuurlijk ook niet zo’n mooi blad als On the Front. Feit blijft dat de hele showsector uitkijkt naar de eerste testcase met het nieuwe jurysysteem: begin juni tijdens het Open Dutch Showcorps Championship in Assen. Er is alleen één kanttekening. Eerste testcase? Toegegeven, het systeem is gebaseerd op reglementen die zijn gebruikt bij bijvoorbeeld de wedstrijden in het WAMSB-circuit. Maar er zijn nog maar weinig Nederlandse korpsen die zich met dit systeem hebben laten beoordelen. Laat staan korpsen uit verschillende stijlen tijdens één en hetzelfde concours. En dat is de reden waarom ik, en velen met mij, uitkijken naar Assen. Want daar gaan bijvoorbeeld Adest Musica, Beatrix Hilversum, Showband Marum, het North Frisian Percussion Corps en Con Spirito de strijd met elkaar aan. Stuk voor stuk moedige korpsen die maar wat graag willen spelen in deze proeftuin. Het ODSC wordt met dit deelnemersveld, waarbij te hopen valt dat er nog meer toppers durven mee te doen, een ultieme testcase. Maar, ik wil graag een kanttekening plaatsen. De showsector in Nederland is maar een klein wereldje. Een té klein wereldje. En daardoor is het lastig om nieuwe juryleden en kaderleden te vinden. Het gevolg daarvan is dat er sleutelpersonen worden opgescheept met een dubbel- of soms zelfs triplerol. Zonder te twijfelen aan de integriteit van die personen: het zou mooi zijn als iedereen zich volledig kan richten op één activiteit. Ben je actief arrangeur of drillschrijver? Dan is het lastig om dat te combineren met een functie als jurylid. Hou je je bezig met reglementering? Dan zou het mooi zijn als er een flinke groep juryleden klaar stond om met dat reglement aan de slag te gaan. Het ODSC zou er goed aan doen om met de introductie van dit nieuwe systeem een compleet onafhankelijke jury aan te stellen. Niet omdat in het verleden misbruik is gemaakt van een dubbelrol, want ik durf m’n hand in het vuur te steken voor hun goede bedoelingen, maar wel om alle schijn te vermijden. Bovendien is het goed om te kijken hoe deze onafhankelijke jury aan de slag gaat met het systeem en de vergelijking tussen de appels en peren kan maken. Ik denk dat dit essentieel is voor het doen slagen van deze testcase. Het is ook nog eens de laatste kans voor het WMC om alle potentiële deelnemers van dat concours te overtuigen van het nut van het nieuwe systeem. Ik geloof er wel in en vind het leuk dat een Beatrix de strijd aan kan gaan met Adest. Nu alle andere sceptici nog.


Are the jud V

oor je gevoel staan ze altijd in de weg en ze leiden je op z’n minst af. Maar veldjuryleden zijn er niet voor niets. Ze voelen de energie en zien perfect of de juiste technieken worden toegepast. Een ver-van-mijn-bed-show, want we zijn geen drumcorps. We horen het u zeggen, maar niets is minder waar. Want de kans is heel groot dat op het komende Wereld Muziek Concours ook veldjuryleden worden ingezet voor het nieuwe One World Systeem. En dus stellen we een aantal vragen aan Robby Overvliet, die afgelopen zomer als ‘field visual judge’ actief was bij de Finals van de Drum Corps International World Championships in Indianapolis. Kun je uitleggen wat de functie van een veld-jurylid is en waarom hij of zij op het veld staat? Het veldjurylid heeft een uniek perspectief op de show. Doordat hij op het veld staat kan hij goed horen hoe individuen binnen de show bijdragen aan het geheel. Je kunt vanaf het veld goed zien en horen of leden de juiste techniek toepassen. Het legt voor korpsen een extra belang bij het goed trainen van de fundamenten en basis om de vaardigheden in de show uit te voeren. Kun je je voorstellen dat prestaties van leden kunnen worden beinvloed zodra er een jurylid heel dichtbij staat te jureren? Je kunt de leden heel goed trainen om goed om te gaan met de aanwezigheid van een jurylid op het veld. Sterker nog, ook op dat gebied zou het kaf zich van het koren kunnen scheiden. Immers volwassen en doorgewinterde leden zullen zich niet van de wijs laten brengen wanneer ze goed voorbereid zijn. Welke afstand moet een jurylid houden? Daar zijn nogal wat verschillende meningen over. Ook binnen DCI, waar veldjuryleden al sinds de jaren ‘70 worden toegepast, verandert de aanpak hierin nogal eens. Ruim tien jaar geleden, toen ik begon met jureren, werd van visual veldjuryleden gevraagd om niet te veel ‘in’ de vorm te gaan maar er voornamelijk omheen te lopen. Zes jaar geleden

Drum Corps Inte Robby O ‘Vanaf het veld heb je veranderde dat en moesten we juist wel de vorm in. En in de afgeplozen jaren is het weer terug naar er omheen. Voor percussion veld juryleden is het anders, die hebben altijd dicht op de drums moeten lopen om het goed te kunnen beoordelen. Is het verstandig dat ze zo dichtbij de leden staan? Wanneer een percussion jurylid de drill niet kent van een groep kun hij inderdaad voor situaties komen te staan waarbij alleen


dges ready? Is je dat zelf ook wel eens overkomen? Nee, de ongelukken gebeuren eigenlijk alleen maar met percussion-juryleden. Brass- en visualjuryleden kunnen veel meer afstand van de groep houden, zonder dat dit een probleem vormt voor een goede beoordeling van de vaardigheden en de uitvoering daarvan.

ernational Jurylid Overvliet het beste perspectief’ een kattensprong problemen zal voorkomen. Dat kan storend zijn voor zowel het jurylid, het spelend lid, maar het kan ook een afleiding zijn voor publiek en jury in de tribune. Ik kan mij een incident van acht jaar gelden herinneren in Amerika waarbij ik een upstairs jurylid was en volkomen van de wijs werd gebracht toen een collega jurylid bloedend aan zijn hoofd van het veld gedragen moest worden omdat hij hard door een nietsvermoedende bassdrum geraakt was.

Het is al even ter sprake gekomen, maar in hoeverre dien je als jurylid respect te hebben voor de figuraties? Als veld jurylid probeer je voor zowel leden als publiek zo min mogelijk een storende factor te zijn, zonder daarbij concessie’s te doen in de kwaliteit van het jureerproces. Voor percussion juryleden betekent dit dus vaak heel wat anders dan voor brass en visual juryleden. Voor mij als visual jurylid betekent het concreet dat ik bijvoorbeeld probeer zo veel mogelijk stil te staan als het korps ook even stilstaat. Zo voorkom je dat de aandacht naar jezelf toegetrokken wordt. Ook de positie binnen het figuur kan belangrijk zijn. Zodra je wat meer ervaring hebt dan voel je 99 procent van de tijd wel aan waar je vooral niet moet staan. Lijkt een beetje op voetbal. Daar zeggen ze ook dat de beste scheidsrechters juist niet opvallen. Geldt dat ook voor veldjuryleden? Ja, met die stelling kan ik het best eens zijn. Al ga je niet voorkomen dat wanneer op het WMC voor het eerst veld juryleden ingezet zouden worden, dat ze op gaan vallen. Stel je eens voor dat voetbal gespeeld zou worden zonder scheids- en lijnrechters. Ook de beste scheidsrechters zouden dan de eerste wedstrijd die wel mét wordt gespeeld enorm opvallen. Zoals de meeste dingen is het een kwestie van gewenning. Goed, dat wordt even wennen. Maar wat kun je als lid nou het beste doen als een jurylid in de weg staat? Wanneer je denkt dat het jurylid je niet ziet en het tot een botsing zou kunnen komen roep dan als lid even ‘excuse me!’ of ‘watch it!’ richting het jurylid. Als je dat op tijd doet zal het jurylid altijd snel uit de weg gaan.


Stichting

taptoe

delft

De kaart verkoop is gestart

7 & 8 september 2012 Locatie: Markt

www.taptoedelft.nl


HET INSTRUCTIETEAM VAN

JONG ADVENDO

S

uccesjaren? Ja, Jong Advendo uit Sneek heeft een aantal topjaren achter de rug. De club stond op grote en mooie taptoe’s en kreeg daar keer op keer een flink applaus van het publiek. Niet slecht voor een jeugdkorps, die eigenlijk als kweekvijver voor het ‘seniorenkorps’ moet dienen. En dan moet je je ook nog eens beseffen dat op dit moment wordt gewerkt met een groep die als doel heeft om te pieken op het Wereld Muziek Concours. En om naar zo’n piek toe te werken met alleen maar jonge kinderen, dat vraagt om een bijzondere aanpak. Vandaar dat het instructieteam van Jong Advendo deze rubriek aftrapt. Een interview met Wiebo Kooi. Hoe kan het toch dat Jong Advendo het de laatste jaren zo goed heeft gedaan? Jong Advendo probeert kinderen te binden aan de vereniging door ze een uitgekiende opleiding te bieden. Vanaf zeven jaar kun je bij Advendo terecht. Via de Superkids, algemene muzikale vorming (AMV), de Advendo Kids, de Music of Show Kids kom je uiteindelijk bij Jong Advendo. Hierdoor is de basis al gelegd waarmee de kinderen muzikaal gevormd zijn. Uiteraard begint het eerst nog enigszins spelenderwijs, maar wordt het geleidelijk aan serieuzer. Bij Jong Advendo volgen alle muzikanten verplicht de interne muziekopleiding om in ieder geval diploma B te behalen: een vereiste om over te gaan naar de senioren. Ook de showgirls volgens sinds kort een gerichte (interne) dansopleiding. Daarnaast benaderen we Jong Advendo op een volwassen manier. We maken een product dat een seniorenorkest waardig is en

verwachten van de jeugdleden een goede inzet. Tenslotte hebben we een hecht instructieteam die gezamenlijk veel kennis en ervaring met elkaar deelt en een constante factor is voor de leden. Uiteraard zorgen we er als vereniging ook voor dat er, naast presteren, genoeg ruimte is voor plezier. Hoe ziet het instructieteam van Jong Advendo eruit? Het instructieteam van Jong Advendo bestaat uit Rob Hamersma, Richard Kampstra en Laura Kampstra. Rob is verantwoordelijk voor de blazersgroep en de algehele choreografie van de shows van Jong Advendo. Richard heeft de verantwoording over de slagwerkers en Laura is instructrice van de showgirls. Ze wordt vanaf het komende seizoen bijgestaan door René van der Weide. Daarnaast hebben we hulp van een aantal (ex)seniorenleden die ondersteuning bieden aan de instructie en ook sectierepetities geven.


Wanneer repeteren jullie? De showgirls repeteren apart op de woensdagavonden en het korps heeft op donderdag muziekles. Voor de pauze zijn de slagwerk- en kopergroep gescheiden, maar na de pauze spelen ze gezamenlijk. Rob heeft dan de muzikale leiding.

Is het lastig om met kids te werkem? Nee integendeel. Kinderen zijn juist veel spontaner en nemen veel sneller iets van je aan. Bovendien zijn kinderen oprecht en laten ze je nooit in de steek tijdens een optreden. Ze gaan er altijd voor de volle honderd procent voor!

De showrepetities zijn vaak op vrijdagavond. De choreografie wordt bedacht door Rob Hamersma, waar vooraf in gezamenlijkheid ideeĂŤn zijn uitgewerkt. Tijdens de showrepetities pakt ieder instructielid in principe zijn eigen groep maar kunnen ook in het algemeen de leiding nemen. We voelen ons gezamenlijk verantwoordelijk voor het product en geven elkaar dan ook veel ruimte.

Wat zijn de doelen voor Jong Advendo? De komende twee jaar staan in het teken van de opbouw naar het WMC in 2013. We zijn net begonnen met een nieuwe groep die de komende twee jaar bij elkaar zal blijven tot aan het WMC. In deze twee jaar kunnen we werken aan het bereiken van een zo hoog mogelijk muzikaal en showtechnisch niveau.

Wat is de kracht van dit instructieteam? De kracht van het instructieteam is denk ik dat we zelf een enorme inzet hebben om er iets moois van te maken. Daardoor kunnen we de kinderen en elkaar enthousiasmeren. Overigens schromen we niet om zo nu en dan ook duidelijk te zijn tegenover de leden over wat we van ze verwachten.

Voor de lange termijn is het belangrijk dat we als jeugdorkest ons seniorenorkest zo goed mogelijk kunnen be-dienen door goed gemotiveerde en opgeleide showmuzikanten te leveren. Dit is nog altijd het uiteindelijke doel van Jong Advendo. Daarnaast willen we met Jong Advendo zo lang mogelijk op een hoog niveau blijven presteren en leuke optredens verzorgen in binnen- en buitenland.

Daarnaast is er al jarenlang een vast instructieteam. Hoewel Rob het stokje sinds twee jaar geleden heeft overgenomen van Jan de Wreede, die maar liefst 40 jaar heeft lesgegeven aan Jong Advendo, staat Richard al sinds 1995 voor de groep. Ook Laura Kampstra is al sinds 2000 bij Jong Advendo betrokken.

Andere verenigingen zijn jaloers! Ja, dat kunnen wij ons voorstellen. We zijn zelf ook ontzettend trots op onze vereniging. Maar het is bij ons ook niet vanzelf gegaan. De vruchten pluk je vaak pas na een jaar of tien. Zo lang moet je dus geduld hebben en volhouden.


Hebben jullie een tip voor die andere korpsen? Kun je ze nog iets meegeven? Je moet nooit denken dat het allemaal vanzelf gaat. Ieder jaar organiseren we een open dag, waarbij we demonstreren welke mogelijkheden we hebben binnen onze vereniging en hopen we dat er zich weer veel leden inschrijven. Daarnaast is het tegenwoordig niet alleen belangrijk om nieuwe leden te werven, maar is het misschien nog belangrijker om de leden aan je vereniging te binden. In de huidige vluchtige maatschappij is men veel eerder geneigd om te stoppen als het wat tegen zit of als men niet meer zo gemotiveerd is.

Gelukkig hebben we ieder jaar een behoorlijke aanwas aan nieuwe leden, maar ook wij merken als vereniging dat er ook veel leden weer stoppen. Het is dus erg belangrijk om telkens weer bezig te zijn met leden te werven en ze enthousiast te maken voor deze hobby. Hierbij is het zaak dat je aansluiting zoekt met datgene wat de huidige jeugd boeit. Denk hierbij aan de muziekkeuze en uniformering. Dit zijn bepalende factoren om aansluiting te krijgen met de jeugd. Wij zien nog veel vereniging die in het traditionele patroon blijven hangen of ineens een ommezwaai maken naar iets wat anderen hen opleggen. Wees je bewust van de kennis en kwaliteiten binnen je eigen vereniging. De leden weten vaak zelf heel goed wat ze leuk vinden en wat niet. Luister hier goed naar en geef hen het vertrouwen om zelf ideeĂŤn uit werken en muziek en shows te schrijven. Kunnen jullie ook alvast een tipje van de sluier oplichten van het nieuwe showprogramma voor 2012? We zijndruk bezig met het instuderen van de eerste nummers van de nieuwe show en het wordt dit jaar in ieder geval een zomers geheel.


A

dest Musica beleefde met hun show ‘The Musketeer’ ontzettend veel succes. De Sassenheimers kregen niet alleen op het vorige WMC, maar ook op taptoes heel veel waardering. Maar het werd tijd voor een nieuwe show: ‘Windows of the World’. Adest heeft het originele stuk van de Schotse componist Peter Graham in de laatste maanden flink onder handen genomen en inmiddels al gepresenteerd. Maar hoe verloopt dat proces nou precies? Dat is de vraag die we Jos Lustberg, staffcoordinator en slagwerkinstructeur bij Adest, stelden. Hij hield ons in de afgelopen maanden op de hoogte van het proces.

Jos Lustberg: ‘Alles moet eerst goedgekeurd worden, voordat we een nieuwe stap zetten’ Ons ontwikkelingsproces begint al in een vrij vroeg stadium. De eerste aanzet voor een thema ontstaat na een brainstormsessie. In die sessie worden ook de ontwikkeling en resultaten van de vorige show meegenomen. Een speciale projectgroep stelt een aantal doelstellingen en uitgangspunten op. We hebben een muziekraad die aan de hand van dat moodboard een aantal muzikale voorstellen doet aan het projectteam, waar ook de arrangeur (Rob Balfoort) en choreograaf (Frank Ranzijn) bij aanschuiven. Het projectteam filtert daar het muzikale concept uit. Nadat het concept is bepaald, begint het ontwerpproces. We werken met een cyclus van vierwekelijkse bijeenkomsten, waarin telkens een muzikaal deel van de show wordt ontworpen. Pas als er na de presentatie in de projectgroep een goedkeuring is, mag er worden begonnen met het volgende deel. Alles komt tegen de

lat van de eerder gestelde uitgangspunten te liggen. Als het muzikale huis staat, dan gebruiken we dezelfde werkwijze voor het visuele ontwerp. Voor beiden geldt dat er grondig wordt geanalyseerd. En alle delen worden, zodra ze zijn afgerond, ook aan de leden gepresenteerd. De muzikale delen zijn tijdens de muzikale repetities in 2011 al ingestudeerd. Vanaf eind oktober 2011 is Adest ook begonnen met het instuderen van het visuele ontwerp. Zo voor kerst was al ongeveer de helft van de show ingestudeerd. Dat proces is in januari, na het kerstreces voortgezet. Nu zit de hele show erin en die wordt tijdens de lancering van dit magazine voor het eerst gepresenteerd in Duitsland bij de Musikparade. Dat is toch even spannend! In februari hebben we een procesevaluatie gehad om


Adest Musica Sassenheim brengt ‘Windows of the World’ Adest Musica gaat met ‘Windows of the World’ de wereld rond. De muzikale tijdrijd wordt ingeleid door de opener ‘Earth Ride’. Na de presentatie van de wereldbol klappen kort na elkaar vensters open en worden de verschillende werelddelen hoorbaar en zichbaar. De muzikale wereldreis begint in het Amazonio Rainforest, dat zich uitstrekt over een deel van ZuidAmerika. Via Carnavals- en Latinklanken uit Brazilie komt Adest uit in Egypte. De reis neemt het publiek mee naar Egypte met muziek van ‘The Mummy Returns’ en de ‘Egyptische Mars’ van Johan Straus. De Griekse volksdans Sirtaki zorgt voor de oversteek naar Europa. Met de ‘Korean Folk Song’ wordt de reis vervolgd naar het land van The Rising Sun en andere

te kijken wat allemaal goed en fout ging in de voorbereiding. Eventuele verbeterpunten nemen we mee in een aantal cleansessies, waarin ook de eerste publieksreacties worden meegenomen. Op het veld werken we dan met een team van instructeurs dat wordt gevormd door Robert van Kesteren, Koos Hoogervorst, Marcel Opstal en Alexander van Delft. Al met al moet het er toe leiden dat we op Koninginnedag in Zoetermeer een prachtige Nederlandse première laten plaatsvinden van ‘Windows of the World.’ We zijn van plan om met deze show naar het ODSC in Assen te gaan. We gaan daar kennis maken met het nieuwe jurysysteem. Die ervaring gebruiken we in de aanloop naar het WMC, waar met hetzelfde systeem wordt gejureerd. Over wat we precies op het WMC gaan doen, zeg ik nog helemaal niks. Dat is nu nog helemaal niet aan de orde voor ons.

muzikale trefpunten aan de andere kant van de wereld. Na Azië komen we met een drumset bij de typische Engelse tradities van de Royal Marines en Royal Guards in Groot Brittannië. Toscane is de volgende stop. Het werk ‘Tarantella’ bevat de herkenbare klanken van de bekendste Italiaanse volksdans uit de Laars van Europa. Vanzelfsprekend mag het land waar groot nog niet groot genoeg is niet ontbreken, de USA. De kustlijn van Noord-Amerika wordt in de Closer bereikt met ‘To The Shore’. Via Broadway wordt, de oostkust volgend, de zuidelijke watergrens aangedaan met de bekende Amerikaanse ‘Jazz Sing, Sing, Sing, With a Swing’. De aankomst is ons eigen kikkerlandje betekent het einde van de reis: ‘De Bestemming’ in zicht, doel bereikt!


! s e c c u s l e e v ” t n o r f e On th

“ n e s n e w Wij

Ontwerp Drukwerk Textieldruk Spandoeken Reclameborden

Walda Design werkt o.a. voor: stichting Taptoe Leeuwarden, Korpsmuziek.nl,Showband Marum, CMH Menaldum,T-Brass e.v.a

D e Sk r i es 6 9 2 5 4 CX

HARDEGARIJP

(tel.) 0511-471917

(mob.) 06-233 055 76

info@walda- design.nl

Zaterdag 2 juni Open NK Jeugd en Taptoe Zeeland Sportpark Irislaan in Vlissingen

Kaarten vanaf één april te koop voor 7,50 euro per evenement Kijk voor groepskorting op

www.nationaaljeugdfestival.nl


Kort nieuws uit de showsector Taptoe Delft terug op tv Na bijna een halve eeuw van de beeldbuis te zijn verdwenen, komt Taptoe Delft weer terug op televisie. In het jaar 1966 was de toenmalige militaire Taptoe Delft voor het laatst op TV te zien. Vanaf dit najaar gaat Omroep MAX het typisch Delftse evenement in een tweedelige uitzending uitgebreid in beeld brengen. Na een bezoek van het taptoebestuur aan de omroep, werd de overeenkomst meteen beklonken.

Nieuw Algemeen Bestuur ad interim KNFM Henk Spaan is door de Federatieraad benoemd tot interim-voorzitter van de KNFM. Samen met Erik Kobes en Frank van Enkhuizen vormt hij het ad-inteim-bestuur van de KNFM. Henk Spaan: ‘Ik wil samen met de andere bestuursleden de KNFM binnen een half jaar weer goed op de kaart zetten.’ Op 28 januari werd duidelijk dat alle provinciale afdelingen achter de nieuwe doelgroepenstructuur staan.

KM ‘struggled’ met nieuw product Vernieuwen en bij de tijd blijven. Dat is wat de bedoeling is van de nieuwswebsite Korpsmuziek.nl. Om verder te denken in aan te bieden materiaal is de redactie een onderzoek gestart bij de bezoekers om een goede inschatting te kunnen maken van wat het publiek wil. Aan Lars Walta de opdracht dit uit te zoeken en uit te werken. Hij heeft het KM-project als afstudeerproject aangenomen en vraagt iedereen om de vragen te beantwoorden.

Jeugdfestival voor Mars- & Showkorpsen in Stiens Voor het eerst in haar bestaan organiseert Showband Takostu Stiens op 23 juni een jeugdfestival voor Marching- & Showbands. Omdat er in het Noorden zeer weinig voor jeugdbands georganiseerd wordt en Takostu een florerende jeugdafdeling geniet, wil de vereniging op het jeugdfestival meerdere jeugdbands bij elkaar krijgen om van elkaar te leren en ook om te laten zien hoe leuk muziek maken met een groep is. Een geselecteerde jury zal de optredens beoordelen op het nivo waar de band op dat moment staat. Het beste korps mag ‘s avonds optreden bij Taptoe Stiens.

Eerste deelnemers ODSC Assen bekend Onlangs heeft de organisatie van de Open Dutch Showcorps Championships de eerste deelnemende korpsen bekend gemaakt. Onder andere D.I.N.D.U.A. Oldekerk, Jong Advendo Sneek, U.D.I. Assen, Oranje Dokkum (NFPC), Adest Musica uit Sassenheim, Beatrix’ Drum & Bugle Corps uit Hilversum en Showband Marum uit Marum doen mee. Inschrijven kan tot 30 april. Fluitisten in finale Open Nationaal Fluitconcours Dat een vereniging trots mag zijn op de jeugd is een open deur. Dat een jeugdlid zich inschrijft voor een Nationaal concours is toch wel bijzonder. Als jong VLS’er Erica en Jong K&G’er Daniël Tibben zich dan ook nog eens naar de finale weten te fluiten is dat fantastisch nieuws. Daarmee bevinden deze twee zich in het selecte gezelschap van de vijf beste fluitisten van Nederland, België en Luxemburg in hun leeftijdscategorie. Zodoende mogen ze zich op zaterdag 14 april 2012 presenteren tijdens de nationale finale in Adams Muziekcentrale in Ittervoort. MVB dreigt dakloos te worden ‘De Maastrichtse Verkennersband heeft absoluut recht van spreken om de noodklok te luiden’, dat liet een woordvoerdster van de gemeente Maastricht weten. De gemeente is voor de band op zoek naar een repetitieruimte, maar de kans is aanwezig dat de verkenners op straat komen te staan.

Programma Open NK Jeugd en NJF bekend Het Nationaal Jeugd Festival heeft het deelnemersveld bekend gemaakt. In Vlissingen gaan de jeugdgroepen van de Deltaband, Excelsior, Music&Showkids, Floraband, Adest Musica, DVS, Jubal Dordrecht, Sternse Slotlanders, D.A.P., Johan Friso en Irene Ede de strijd om het Open NK Jeugd aan. Miljoenen voor opleiding Limburgse muzikanten De provincie Limburg trekt de komende vier jaar 3 miljoen euro uit voor het opleiden van musici en muzikaal talent. De provincie voert zo een PVV-motie uit om 5 miljoen euro uit te delen aan organisaties die de Limburgse volkscultuur ondersteunen. De rest gaat onder meer naar nieuwe uniformen en evenementen. DCN: De line up voor 2012 Met contests in Middelburg, Huizen en Dordrecht zet DCN ook dit jaar weer drie evenementen op de agenda. Op de lijst van deelnemers staan maar liefst vijf Duitse corps. Ook D.I.N.D.U.A. en Harpe Davids zullen deelnemen naast de vaste Nederlandse deelnemers: Jubal, Beatrix, Juliana en Con Spirito. Jeugdcorps zijn goed vertegenwoordigd. Showband Marum slaat dit jaar het DCN-circuit over. Ook nieuws? Mail naar info@onthefront.nl


Taptoe Groningen is Taptoe van het Jaar 2011

T

aptoe Groningen is in 2011 door de bezoekers van de toonaangevende site Korpsmuziek.nl verkozen tot ‘de Taptoe van het Jaar’. De Groningers sleepten bij de verkiezing de meeste stemmen binnen. De organisatie lijkt de juiste snaar te hebben geraakt bij het hondstrouwe publiek dat jaarlijks met duizenden tegelijk naar Martiniplaza komt. Die houden vooral van traditionele marskorpsen en dus werden ze in 2011 op hun wenken bediend. De uitverkiezing werd in Groningen goed ontvangen. Op vrijdag 16 maart overhandigde de Groningse burgemeester Rehwinkel op de 16e etage van het Gasunie-gebouw de bijbehorende bokaal aan het bestuur van Taptoe Groningen.

De organisatie was blij dat Rehwinkel tijd vrij kon maken om de bokaal uit te reiken. Voorafgaand aan zijn toespraak, sprak Matthijs van Houten namens Korpsmuziek, nog een aantal woorden. Ook hij gaf aan blij te zijn met de betrokkenheid van Rehwinkel. Betrokkenheid die taptoe-organisaties, vaak gerund door vrijwilligers, nodig hebben om hun evenement rond te krijgen. Want taptoes zijn nou eenmaal afhankelijk van subsidies en sponsoring. En het zijn wel die vrijwilligersorganisaties die het voor amateurorkesten mogelijk maken om hun show te laten zien op een groots en professioneel podium. Rehwinkel ging in op die woorden en gaf aan dat hij zijn betrokkenheid ook wilde tonen met zijn aanwezigheid. ‘Maar alles wordt lastiger. En we hebben nou eenmaal niet een paar miljoen te besteden, zoals in Limburg. Toch vind ik het goed om hier te zijn en moeten we als stad trots zijn op deze titel. We moeten er alles aan doen

om de titel in 2012 te prolongeren’, waarmee hij zijn steun liet blijken. Met de bokaal in Groningen, is het goed om nog eens terug te kijken op de 21e editie van Taptoe Groningen. Hieronder volgt een korte samenvatting van de Taptoe. Met meer dan 2500 bezoekers zat Martiniplaza op zaterdag 12 november weer lekker vol voor de alweer 21e Taptoe Groningen. Met een over het algemeen traditioneel programma, kwamen liefhebbers van marsmuziek goed aan hun trekken. Maar met de ‘musicalshow’ van DVS Katwijk en de nieuwe show ‘Chess, the game of Strategy’ van de Rijnmondband, zorgde de programmering wel voor een behoorlijke variatie. De Taptoe werd vakkundig en op een warme manier aan elkaar gepraat door Grietina Nowee, die al jaren het avondprogramma van het Open Dutch in Assen voor


haar rekening neemt. Grietina levert altijd positieve feedback op een show en laat zo zien dat ook zij geniet van wat er op de vloer gebeurt. Na het voorprogramma van de Ölietappers en het inmiddels traditionele klokkenspel van Groningens ‘d’Olle Grieze’, de Martinitoren, werd het programma met een traditioneel intrada geopend door een regio-orkest bestaande uit de verenigingen Boreas, Triton en Euphonia uit respectievelijk Usquert, Winssum en Warffum. Het was vervolgens aan Oranje IJsselmuiden om als eerste een show te laten zien. Hun ‘Simon & Garfunkel’-programma werd niet vlekkeloos uitgevoerd, maar kreeg flink applaus. Na Oranje betraden de Dutch Pipes and Drums uit Tilburg de strakke vloer. De muziek? Alle bekende Pipe-hits kwamen voorbij en – zoals we van pipebands gewend zijn – veel daarvan werden stilstaand gespeeld. Toch, doordat er een flinke club staat, is het indrukwekkend. M.E.T.R.O. Scheveningen bracht een vooral muzikaal een heel leuk programma. ‘De Zee’ is ze op het lijf geschreven. Mooi zijn de solo’s! Visueel is het niet altijd het schoolvoorbeeld van ‘zie ik wat ik hoor’. Maar de muziek maakt veel goed! Indrukwekkend was de show ‘Air’ van DVS Katwijk: een topprogramma dat in Groningen goed werd uitgevoerd. Met als leidraad Air van Johan Sebastian Bach, kregen de Groene Jagers het publiek in Groningen stil. En als er dan zelfs een handjevol bezoekers een staande ovatie geven, dan doe je het in het nuchtere Noorden gewoon heel erg goed! Een prachtige afsluiter van het eerste deel van het programma.

Na de pauze, wederom met een optreden van de Ölietappers uit Schoonebeek, trad het Musikcorps der Freiwilligen Feuerwehr uit het Duitse Grossen-Linden op. Opvallend was dat ze hun show zonder tambour-maitre draaiden en dat in Groningen deden richting de zij-tribune. De muziek klonk goed, maar visueel was het niet al te inspirerend. Inspirerend was wel de show van de Rijnmondband: ‘Chess, the game of Strategy’. De Schiedammers draaien de show nu een heel seizoen en dat is te zien in de afwerking. Muzikaal en marstechnisch staat het als een huis. Je kunt je wel afvragen wat bepaalde aspecten in de show te maken hebben met het thema Chess, maar daar maalden de Groningers niet om, getuige het grootse applaus. En dat applaus gold ook weer voor DVS Katwijk dat ook hun tweede show ‘Musical Fantasy’ mocht laten zien. Met veel overtuiging regen zij vele musicalhits achter elkaar. Met de prachtige euphoniumsolo in ‘Don’t cry for me Argentina’ als een van de hoogtepunten. Jammer dat het tafereel zich zo ver op het veld afspeelt. Maar de show stond als een huis! Tijd voor de voorfinale, wederom met het regio-orkest die samen met de Dutch Pipes het nummer ‘Highland Cathedral’ ten gehore bracht. Na een mooi koraal, het Nederlandse en Duitse volkslied en een bijna perfect Taptoesignaal, zat de avond erop. Maar niet voordat alle korpsen uitgebreid de tijd namen om tijdens de afmars afscheid te nemen van het publiek. En laat dat het enige aandachtspuntje zijn: de volgende keer gewoon lekker snel afmarcheren!


CHAMPIONSHIPS 31 maart 2012 | Indoor Sportcentrum Eindhoven 55 deelnemende groepen in competitie van 9.00 tot 22.00 uur

De hele dag de beste Indoor Percussion & Color Guard groepen uit Nederland, Duitsland en Frankrijk

www.colorguard.org

INDIVIDUALS & ENSEMBLES 21 april 2012 | Eemnes Nederlands leukste solisten & ensemble concours voor: Brass | Percussion | Color Guard Overdag clinics met oa. Rob Balfoort & staffteam Sensation Performance Ensemble

www.individualsensembles.org


Color Guard Nederland werkt toe naar zinderende climax bij NK

O

p 31 maart barst in het Indoor Sportcentrum in Eindhoven de zinderende strijd rond de Nederlands Kampioenschap Winterguard en Indoor Percussion los. Tientallen groepen gaan in verschillende klassen de strijd aan. ‘Vlaggen zwaaien op een muziekje in een sporthal’, dat is echt spannender en vooral ook veel mooier dan je op voorhand zou denken! Het leuke is dat er een groot aantal guardgroepen van drumcorps en showbands meedoen en zich melden aan de top van de verschillende klassementen. Met het NK in zicht neemt de spanning toe!

Er zijn in Nederland een flink aantal drumcorps en showbands met een zogenaamde colorguard. Deze dansgroep ondersteunt het visuele programma met dans en beweging. Ze maken daarbij gebruik van vlaggen en andere attributen zoals rifles (houten geweren) en sabels. In de winter kunnen deze colorguards meedoen aan het winterguardcircuit van Color Guard Nederland (CGN). Ze voeren dan een artistieke show uit op mechanische muziek. In de afgelopen jaren hebben een aantal van die guardgroepen, die we in de zomer op het grasveld zien, zich nadrukkelijk laten zien binnen het CGN-circuit. Zo drong de guard van Beatrix Hilversum vorig jaar zelfs door in de finale van de hoogste klasse op het WK in de het Amerikaanse Dayton. Een ongekende prestaties. In Nederland strijdt Beatrix vooral tegen The Pride uit Huizen en Sensation uit Amersfoort: twee groepen die in principe alleen in de winter actief zijn, maar wel veel leden hebben die bij een ander korps lopen. Deze drie groepen vormen de World Class. Na de laatste voorronde in Drachten, twee weken voor ‘Finals’, leidt Beatrix met een voorsprong van ongeveer vier punten in deze klasse. De Hilversummers promomoveerden vorig jaar met hun indrukwekkende Anne

Frank-show en kregen dit jaar gezelschap van The Pride en Sensation. Beatrix domineert de klasse eigenlijk al het hele jaar met hun complexe show ‘Mirror’, waarbij alle bewegingen synchroon en in spiegelbeeld worden uitgevoerd. The Pride staat tweede. Zij vertegenwoordigen Nederland dit jaar bij het WK in Dayton. Hun ‘Van Gogh’ show wordt uitgevoerd op een prachtige vloer en zal het daar zeker goed gaan doen. Sensation heeft een mooie show, maar heeft zich dit jaar nog niet kunnen mengen in de strijd om de koppositie. Met de vroege promoties van The Pride en Sensation was de Open Class leeg. Maar gedurende het seizoen maakten Intension (onderdeel van Showband Marum), The Pride A (in elke klasse vertegenwoordigd) en Passie (Harpe Davids uit Zoetermeer) de overstap. Intension leidt op dit moment met hun indrukwekkende show An Unexpected Day, die het verhaal verteld van hoe de gebeurtenissen op 9/11 het leven van de gewone Amerikaan heeft veranderd. Hun voorsprong van vier punten lijkt comfortabel, maar Passie zal met hun ‘Black Swan’-show nog een poging wagen om het gat te dichten. The Pride heeft een ontzettend jonge groep en alleen daarom is het al fantastisch dat ze zich in de strijd kunnen mengen.


In de A-Class valt de sterke inbreng van noordelijke groepen op. Dynamix (Concordia Zevenhuizen) leidt het klassement en verder zien we bovenin, CMH Menaldum, 2Xtreme (DINDUA Oldekerk), Euphonia Wommels en N-Motion (Noordenveld Roden). De eerste niet noordelijke deelnemer is het Franse Xpression. Ook hier is het nog spannend. Dynamix maakt een goed seizoen door en zal de titel willen winnen, maar van Menaldum (regerend kampioen) en 2Xtreme is bekend dat ze hun tanden in een spannend eind kunnen zetten. Zij waren niet aanwezig in Drachten en dus is het lastig om te kijken waar iedereen staat. Wel kun je zeggen dat deze klasse het meeste spanning gaat opleveren, want in de top is alles mogelijk! In de AA-class lijkt Silky de beste papieren te hebben en The Switch is vooralsnog de enige kampioenskandidaat in de Prep Class. Wat dat betreft kunnen we het beter hebben over de Junior Class. Want hoe jong deze kinderen soms ook maar zijn, sommige groepen brengen een volwassen show. The Pride Junior en Avant Courir Junior gaan uitmaken wie wint Zij scoren ontzettend hoog en zouden de strijd ook aan kunnen met volwassen guards. Daar achter zijn het de juniors van Advendo Sneek, Passie, CMH Menaldum en Intension Marum die strijden om de laatste ereplaats. Bij de nog jongere deelnemers in de Cadet Class leidt wederom een groep van The Pride. Spannend wordt het ook zeker bij de wedstrijden rond de Indoor Percussion titel. Jubal Dordrecht heeft daarin verreweg de beste papieren. Hun Metal-show is ronduit spectaculair en zit goed in elkaar. De show wordt vooral ook overtuigend gebracht en dat maakt indruk. Gedurende het contestseizoen moesten Percussion Unlimited en European X het tegen Jubal afleggen, maar ze hebben nog twee weken de tijd om hun programma naar grotere hoogte te stuwen. En op 10 maart kwam ineens Pasveer als een duveltje uit een doosje. Op een Europese wedstrijd pakten ze heel verrassend de tweede plaats. Het gat met Jubal is flink, maar de Leeuwarders maakten een droomdebuut. Zeker is dat de vier deelnemers elkaar het vuur aan de schenen leggen en dat er van tevoren op geen enkele wijze valt te gokken op de uitslag. De finale om het NK belooft geweldig spannend te worden. En ook voor muzikanten die uit de traditionele hoek komen, is het interessant om een middag of avond Winterguard mee te pakken. Dat wat er op de vloer gebeurt, is van hoog niveau. Ook al zit je een paar uur op de tribune: je verveelt je niet. Ook rond het veld ook goed toeven met veel bekenden uit ‘het wereldje’.

Beatrix Hilversum

Intension (Showband Marum)

Jubal Indoor Percussion Dordrecht

FOTOGRAFIE: WINTERGUARDMEDIA.COM


ADDING VALUE TO THE CORE Dieselstraat 8 8263 AE Kampen

E info@qoore.nl W www.qoore.nl

T 038 33 105 40 F 038 33 184 28


Op naar het WMC...

H

et duurt niet zo lang meer. Het Wereld Muziek Concours (WMC) van 2013 komt er al best snel weer aan. En zo, twee jaar voor het concours der concoursen, de Olympische Spelen voor de showsector, beginnen de showkorpsen al met de voorbereidingen op het WMC. In deze rubriek lichten we elke keer een club uit die zich nu al bezig houdt met de ontwikkelingen richting het concours. Irene Ede trapt af en we spraken met Fred Kerkkamp. Wat betekent het WMC voor jullie? Zoals de voorgaande keren, staat ook het WMC van 2013 weer als speerpunt op onze agenda. We vinden eigenlijk dat we daar niet mogen ontbreken. We werken er hard voor en het evenement vormt een duidelijk doel waar we ons met de showband op gaan richten. Voor de komende twee jaar staan de neuzen zeker ook op Kerkrade gericht. Kijken de leden er ook al naar uit? Voor de leden ligt 2013 nog ver weg. Logisch ook. Ze hebben eerst nog een heel seizoen te draaien. In het middellange termijnplan, dat onlangs is gepresenteerd, heeft de instructie de eerste plannen ontvouwd. Ambitieus en zeker vernieuwend voor Irene-begrippen. Maar daar doen we nog even geheimzinnig over naar de buitenwacht.

Op welke onderdelen willen jullie gaan meedoen? Vanzelfsprekend willen we met de Showwedstrijd meedoen. Maar ook voor de Marsparade staan de eerste ideeĂŤn al op papier. Vooral als de regels voor Marsparade beter gaan aansluiten op de behoefte van de deelnemers en het publiek, hopen we juist daar op een leuke competitie. Twee onderdelen, maar wat is dan het doel? We doen alleen mee als onze producten voldoen aan de eisen van ons eigen instructieteam. We hebben geleerd dat alleen als je echt kritisch bent, je kans maakt op een goed resultaat. Zijn jullie al met de show begonnen? Het instructieteam is al een half jaar bezig met idee- en planvorming. Begin november zijn de plannen aan de leden van de showband gepresenteerd. Nog niet alle details zijn uitgewerkt, maar repertoire en thema zijn vrijwel klaar. Deze winter wordt de basis voor de WMC show al gelegd. In het seizoen 2012 gaan we onze nieuwe show dus al voor het publiek brengen. Dat geeft ons voldoende gelegenheid om de show fijn te slijpen voor het Parkstad Limburg Stadion. De ervaring leert dat die aanpak bij Irene het beste werkt. Er is wel een nieuw jurysysteem, wat vinden jullie daarvan? Het One World System mag van ons een serieuze kans krijgen. Vooral de positieve benadering vinden we goed.


Irene Ede

We hebben begrepen dat muziek en show elk even zwaar wegen. Een benadering die we als Irene al jaren geleden voorgesteld hebben. Hoe het in de praktijk uitpakt, gaan we zien. Wij staan er voor open. Merk je ook dat leden hun lidmaatschap (stoppen) aanpassen op de WMC-cyclus? We hebben wel eens sterk leden geworven met het oog op het WMC. We wisten dan dat deze na het evenement weer uitstroomden. We werden toen onaangenaam verrast door de zuigwerking ervan. Andere leden volgden onverwacht waardoor we ons weer voor nieuwe uitdagingen geplaatst zagen. We besloten toen om het in het vervolg te doen met onze eigen gemotiveerde leden. In 2009 vertoonde het verloop geen ander beeld dan in een ‘normaal’ jaar. Moet de Nederlandse top vaker dan eens in de vier jaar bij elkaar komen op een concours? Irene heeft elk jaar wel een competitie op de agenda staan. Zowel de Jeugdshowband als de Showband. Juryrapporten helpen ons te verbeteren. We willen ons graag meten met onze concurrentie. Maar hier zijn het de kosten die ons hierin wat beperken. Een Nationaal Showconcours tussen de edities van het WMC in, juichen wij binnen Irene toe. Hier is al vaker tijdens overlegmomenten met bonden en verenigingen over gesproken, maar helaas is dat nog niet van de grond gekomen. Zou een plaatsingswedstrijd voor het WMC dan een goed idee zijn? We zien niet in waarom er een plaatsingswedstrijd voor het WMC moet komen.


H

et is de droom van een groot aantal Nederlandse musici en guards: lopen bij een top DCI-corps. Jan Bakker, 19 jaar en lid van Showband Marum, wil dat ook. En het allerliefste bij Carolina Crown, één van de absolute toppers binnen het DCI-circuit. Na het opsturen van filmpjes en het bezoeken van twee camps kreeg hij het verlossende woord. On the Front vroeg Jan of hij zijn belevenissen op papier wilde zetten. En dat deed hij!

Van Marum naar DCI:

Een verhaal over perfectie, discipline en een beetje gek zijn Mijn naam is Jan Bakker. Ik ben 19 jaar en ben sinds tien jaar lid van Showband Marum. Ik ben begonnen op trompet en heb later ook op euphonium en trombone gespeeld. Via Showband Marum ben ik in contact gekomen met de drumcorpswereld in de Verenigde Staten. Drumcorps zijn een soort showbands, maar dan 150 man sterk. Deze zomer hoop ik bij Carolina Crown te lopen, een drumcorps uit South Carolina Op dit moment lijkt het erop dat het doorgaat, vandaar dit stukje waarin ik mijn ervaringen tot nu toe vertel. In 2010 ben ik tijdens mijn vakantie naar een wedstrijd van DCI (Drum Corps International, de organisatie waarin de korpsen verenigd zijn) geweest. Die wedstrijd maakte een gigantische indruk op mij: de shows waren zo mooi en zo goed uitgevoerd! Daarop besloot ik dat ik ooit DCI wilde lopen en het liefst bij Carolina Crown, omdat hun muziek mij het meest aansprak. Om zoiets te kunnen, zo dicht bij perfectie te komen, leek me fantastisch. De discipline die ik daar zou opdoen, daar zal ik de rest van mijn leven baat bij hebben. Eind 2010 maakte ik een open auditiefilmpje wat ik naar ongeveer alle DCI korpsen stuurde, om erachter te komen waar ik stond: wat waren mij sterke punten, wat waren mijn zwakke punten en bij wie kon ik het jaar daarop misschien wel lopen? Ik kreeg van bijna alle korpsen daar een reactie op. Niet allemaal positief, maar wel allemaal enthousiast.

De maanden daarop gebruikte ik om te onderzoeken hoe ik een eventuele DCI reis het beste kon indelen. Een jaar bij een korps bestaat ongeveer uit de volgende onderdelen: - Eén of twee auditiecamps (weekenden) in november/december - Ongeveer vier gewone camps, ongeveer één per maand van januari tot april - Spring Training, van half mei tot half juni ongeveer non-stop repeteren - De Tour, van half juni tot half augustus on geveer elke dag overdag repeteren en ‘s avonds een optreden. Vooral de camps zouden bij mij problemen opleveren, omdat ik tussen de camps door toch iets moest doen. Het bleek uiteindelijk dat het het goedkoopst was om heen en weer te vliegen, en niet daar tussendoor te blijven. In de herfst van 2011 sprak ik met Carolina Crown af dat ik niet naar de auditiecamps zou komen, om geld te besparen, en in plaats daarvan filmpjes zou opsturen. Ze waren redelijk positief over mijn filmpjes, en we spraken daarop af dat ik naar het januari camp zou komen en dan uitsluitsel zou krijgen. Daarom vertrok ik eind januari naar de VS. Ik was hartstikke zenuwachtig maar de mensen daar deden allemaal heel open en geruststellend. Ze stonden allemaal open voor een praatje en ze waren erg aardig


tegen me. Zo’n camp bleek vooral te bestaan uit repeteren: in totaal zo’n 23 uur. Repeteren bestaat uit verschillende onderdelen: er wordt gerepeteerd per subsectie (bij mij euphoniums), sectie (bij mij euphoniums, tweede en eerste baritons), met low brass (daarnaast ook nog de tuba’s), de hele brass (ook de trompetten en mellofoons) en met het hele corps inclusief slagwerk. Bij het repeteren worden specifieke oefeningen gedaan voor onder andere ademhaling, articulatie en dynamiek. Ook worden muziekstukken uitgeplozen tot in de kleinste details en worden er visuele technieken geoefend: hoe plaats je je voet, hoe hou je je instrument vast, enzovoorts.

Dat repeteren was gewoon fantastisch. Het is zo heerlijk om te repeteren met een groep mensen die zo talentvol is, zo gedisciplineerd is en de neuzen zo precies dezelfde kant op heeft. De staff weet ook precies hoever ze kunnen gaan, waardoor je aan het eind van de dag moe en kapot bent, maar de volgende dag weer precies genoeg uitgerust bent om verder te gaan.

En het geluid... er waren ongeveer 150 muzikanten die allemaal goed en zuiver hun stukje speelden. Als die allemaal ook nog eens voluit gaan... dat volume is gigantisch. Ik kreeg die zondag te horen dat ik nog niet goed genoeg was om een plekje te krijgen, maar dat ik wel terug mocht komen. Na dat weekend hoorde ik dat er nog zeven euphoniums terug mochten komen en dat er nog maar één plek was.

De maand daarop heb ik heel hard geoefend. Daarbij heeft Frank Wienen, die me ook in de maanden daarvoor al een aantal keren ondersteund had, enorm geholpen. Hij heeft in 2006 DCI gelopen en dus de ervaring om goede feedback te geven. Na nog een aantal video’s te hebben opgestuurd, kreeg ik te horen dat ik nog steeds niet een spot kreeg, maar dat ik op het camp in februari wel uitsluitsel zou krijgen. Na even overwogen te hebben of die één op zeven kans groot genoeg was om een ticket te kopen, besloot ik toch te gaan. Ik zou er sowieso weer heel veel van leren. En ook als ik niet werd aangenomen bij Crown, zou ik die ervaring heel goed kunnen gebruiken bij een ander korps. Daarom vertrok ik woensdag 22 februari weer. Van de zeven callbacks waren er maar drie teruggekomen en van de zeven spots die al bezet waren was er ook weer eentje vrijgekomen, wat mijn hoop deed groeien. Toen ik ‘s middags een individuele auditie moest doen, een stukje lopen en spelen voor een aantal staffleden, was ik echter toch weer ontzettend zenwachtig. Ik maakte gelukkig geen grote fouten, maar perfect was het lang niet. Ik was er dan ook lang niet gerust op, totdat ik ‘s avonds apart werd geroepen en te horen kreeg dat ik een spot aangeboden kreeg, met de voorwaarde dat ik visueel nog wel veel beter word. Daar was ik natuurlijk heel erg blij mee, en de rest van het camp is dan ook in een soort roes aan me voorbij getrokken.

Maandag 27 februari kwam ik weer terug en het voelde heerlijk om dit te hebben bereikt. Maar nu besef ik: dit is eigenlijk pas het begin. Ik moet op visueel gebied nog ontzettend veel leren voordat ik Crown-waardig ben. Ook moet ik mijn instrument nog beter leren beheersen om het detailniveau te kunnen halen wat zij hebben. Daarnaast moet mijn conditie veel beter voordat ik dit een zomer lang kan volhouden. Toch heb ik al ontzettend veel geleerd en er een ontzettend leuke ervaring bij. Dus als jij de kans krijgt: twijfel niet en ga er voor!


Taptoe Leeuwarden is veel meer dan een Taptoe

E

r zijn veel taptoes verdwenen van het muzikale landschap in Nederland. Om diverse redenen, maar vooral ook door politieke beslissingen van de laatste jaren. Een aantal zijn gebleven en hebben de slimme keuze gemaakt om hun sterke punten te zoeken en die te verbeteren. Waar de ene taptoe de traditionele inslag trouw blijft zijn andere gaan zoeken naar hoe zij een andere invulling kunnen geven aan het label Taptoe. Taptoe Leeuwarden is zo’n evenement. Door Edwin Gravekamp Op 8 oktober 2011 werd alweer de 38ste editie van Taptoe Leeuwarden georganiseerd en die avond wilde de organisatie laten zien dat zij de afgelopen jaren is uitgegroeid tot een muziekshow die verder gaat dan een traditionele taptoe. De programmering van de juiste orkesten, de lichteffecten, geluid en de entourage dragen bij aan het succes van Taptoe Leeuwarden. Ook is sinds een aantal jaren de thematische aanpak van groot belang voor de artistieke ontwikkeling. In de middag vond vanaf drie uur de traditionele rondgang door het centrum van Leeuwarden met alle korpsen. ‘s Avonds gingen de deuren van het WTC Expo Center open om half zes en stroomde het publiek binnen voor een nieuwe editie van Taptoe Leeuwarden. De Menaemer Feitsjes bliezen de sfeer de hal in, het publiek deed voorzichtig mee en had er duidelijk zin in. De editie van dit jaar had het thema ‘In the Air’ en Taptoe Leeuwarden ging letterlijk en figuurlijk dit jaar de lucht in. De opening is indrukwekkend: Brassband De Bazuin uit Oenkerk speelt een prachtig klassiek stuk, gevolgd door een beetje een stotterende overgang naar de

elektronische klanken van DJ Kay Wilder, die al eens eerder zijn bijdrage aan Taptoe Leeuwarden leverde in 2007. Vervolgens kwam er een violiste en een deel slagwerk van het Pasveerkorps bij. De opening is geweest en gastheer Johan van der Wal, inderdaad, de zoon van, heet een ieder welkom. De Van Limburg Stirum Band uit Wezep is al een tijd niet op Taptoe Leeuwarden te zien geweest. Er is veel gebeurd bij VLS: in 2009 en afgelopen juni wonnen ze het Open Dutch Showcorps Championship in Assen. Vanavond laten ze hun show ook in Leeuwarden zien. Dat VLS oplet wat de orkesten om zich heen doen in de Nederlandse showsector is goed te merken met wat er op het veld gebeurt. Nu speelt men een mooie tango en er verschijnt een danspaar op het veld dat zich door de muzikanten heen danst. VLS wordt mooi in het licht gezet en wanneer het donkerder wordt, zijn de knipperende LED-jes op de schoenen te zien. Een erg gaaf effect maar hierdoor valt direct op dan niet iedereen in hetzelfde tempo of het goede been loopt. Men zet een lekkere vette bigband neer die heel netjes overgaat in een slow stuk en de show ontvouwt zich nu meer over het gehele veld en ook de zijtrib-


unes worden nu bediend. Dan is de show ineens over en marcheert VLS af met een fijn stukje marsmuziek. Dan een groep die niet snel op een traditionele taptoe te zien is. Sensation Performance Ensemble is in september 1971 als majorettegroep opgericht door Ria Glaasker, die tot op de dag van vandaag nog verbonden is aan de vereniging. Zij laten hun succesvolle winterguardshow ‘Laat me’ zien en ik moet zeggen dat het er indrukwekkend uitzag. Alleen al de unieke mix van muziek uit de film ‘Amelie’ en het prachtige ‘Laat me’ uitgevoerd door Wende Snijders is een verademing. Vervolgens is het de jeugd van muziekvereniging Advendo, Jong Advendo, dat de vloer vult. Na een rondje over het veld staan de jonge Sneker muzikanten klaar voor hun nieuwste showproductie ‘Heatbeat’. De opening ‘Elements of Life’ van DJ Tiesto symboliseert de oorsprong van het leven en de jeugd bruist van het leven want het klinkt strak en het ziet er verzorgt uit. Het knalt van energie! De ruim 60 jonge muzikanten maken goed gebruik van de ruimte die Leeuwarden hun biedt: een goede veldverdeling en hiermee brengen ze hun sterke show mooi tot een einde.
 Nadat de eerste pauze voorbij is, komt DVS het taptoeterrein op. De Christelijke Show- & Drumfanfare Door Vriendschap Sterk (DVS) uit het Zuid-Hollandse Katwijk is een gerenommeerd orkest dat al jaren aan de top bivakkeert. Ze sleepten bij het laatste WMC de titel op het onderdeel Mars binnen en werden ze derde op de showwedstrijden met hun show ‘Air’. Het is dan ook niet voor niets dat ze met deze show, die naadloos in het thema past, ook de vloer in Leeuwarden op mogen. Tambour-maître Leo de Vreede staat met zijn glimmende baslertrom in het midden van het veld en zet zijn mannen in beweging. Onheilspelende klanken vul-

len de taptoehal, een mooie opbouw en dan de wereldberoemde melodie die de rode draad vormt van de show, ‘Air’ van J.S. Bach! Nette overgangen, men komt zelfverzekerd naar voren en de zaal is muisstil door het sterke spel van de Katwijkers. Ze werken snel toe naar het einde en met een gezamenlijk ‘AIR’ sluiten de heren af. Een hele sterke show van DVS Katwijk en ze krijgen van het Leeuwarder publiek een warm en meer dan verdiend applaus.
 Dan een beetje een vreemde eend in de bijt, Hanka Venselaar is uitgenodigd om een bijzondere act vanavond te brengen hier op Taptoe Leeuwarden. Hanka is niet zo maar de eerste de beste: we hebben een heuse Europees kampioene in haar disciplines in huis. Ze wordt bij haar show begeleid door Brassband De Bazuin uit Oenkerk. De 27 jarige Nijmeegse is PhD studente bioinformatica bij het CMBI in Nijmegen en heeft altijd turnen als tweede leven gehad. Na 14 jaar uitgekomen te zijn in turnwedstrijden besluit ze naar een ander acrobatische discipline over te stappen. Paaldansen! En dan niet de variant waarbij erotiek en nachtclubs in het hoofd schieten. Hanka gebruikt de paal als een turntoestel en beweegt als een acrobaat met zware kracht en lenigheidoefeningen hier dan ook omheen. De taptoebezoekers die nog even blijven naborrelen, gaan haar nog in actie zien op de afterparty maar eerst laat zij een soort luchtacrobatiek zien, ook wel bekend als aerial tissu: een act in, op en rond extra lange ‘gordijnen’. Vanavond heeft zij Jelger Postma meegenomen en zij vormen samen het duo ‘Ad Astra’.
Het is stil in de zaal, De Bazuin zet in en een verhaal ontvouwt zich. Prachtige luchtacrobatiek, adembenemende krachttoeren: heel speciaal! Het publiek houdt de adem in en alleen de wow’s en oehs klinken door de zaal. Prachtig… echt heel bijzonder!



Taptoe Leeuwarden: bijna veertig jaar aan historie Het is al weer ruim 39 jaar geleden, we schrijven 1972 en vanuit de Culturele Raad van de Gemeente Leeuwarden kwam het voorstel een aantal zomeractiviteiten in Leeuwarden te laten plaatsvinden. Een verzameling activiteiten voor Leeuwarders zelf, maar ook om de toeristen die naar de hoofdstad van Friesland kwamen er van mee te laten genieten. Er werd besloten een Stichting op te richten en de naam van de stichting werd Stichting Leeuwarden Leeft. Onder de vleugels van deze stichting werden diverse activiteiten bedacht en uitgewerkt met als slotactiviteit een Taptoe. De allereerste Taptoe was bescheiden van opzet, maar Taptoe Leeuwarden, in aanzet, was geboren. Een muzikale show op een plein, het Oldehoofsterkerkhof, in het centrum van Leeuwarden. Alleen maar staanplaatsen, nauwelijks verlichting, gratis toegang voor het publiek en een beperkt aantal deelnemers. Van 1973 tot 1977 groeide de show uit tot een echte Taptoe.
Ondertussen was de Stichting Leeuwarden Leeft opgeheven en werden de genoemde zomeractiviteiten gestopt maar de Stichting Taptoe Leeuwarden werd opgericht en zorgde dat de Taptoe in Leeuwarden uitgroeide tot een van de grootste taptoes van Nederland.


De enige buitenlandse deelnemer van vanavond komt nu de vloer op: Showband RSF uit Saint Fulgent, Frankrijk. De achtvoudig Franse showkampioen start vlot met erg dominante bells en negen bevallige dames die voor aan het veld hun ding staan te doen. De muzikanten bewegen goed over het veld en doen dan weer een onbegrijpelijk maar vermakelijk dansje, gevolgd door een knallend slagwerkstuk afgewisseld met bijdrages van de koperblazers. Na deze show volgt de tweede pauze en hierin hebben de Menaemer Feintsjes de mensen van hun schroom verlost. Men zingt en beweegt enthousiast mee en de pauze is bijna een onderdeel op zich geworden. Deze mannen weten een feestje te bouwen en daarom gaan de mensen enthousiast de tribune weer op als het derde en laatste deel van de avond zijn aanvang neemt. Wanneer het donker wordt in de zaal komt Jubal dan ook al snel op met de hit van ‘Earth, Wind & Fire: ‘Let’s Groove’. Jubal Drum & Bugle Corps uit Dordrecht past prima in het thema. Zij gaan dit jaar namelijk letterlijk en figuurlijk de lucht in. Want 2011 is hun jaar, ze bestaan 100 jaar en hierom is er een erg drukke agenda om dit niet ongemerkt voorbij te laten gaan. Leeuwarden is het slotstuk van hun succesjaar

en ze doen dat met hun show ‘Back to the future’. Een sterke start die duidelijk laat zien dat de reis naar de USA hun goed heeft gedaan. Ogen en oren te kort. Er gebeurt zoveel op het veld. cresendo’s, de-cresendo’s en mooie dynamische verschillen. Het slagwerk is soms wat hard maar dit is wel op-en-top D&BC van Nederlandse bodem. Niet alles is even strak en gericht maar dit is wel indrukwekkend stukje show.
 Het is een groot contrast met wat er net nog op het veld stond en nu het veld op komt met een heel ingetogen stuk: Pasveerkorps uit Leeuwarden. De thuisclub mag de avond afsluiten na al het muzikale geweld van onder andere DVS en Jubal Dordrecht. Het is een beetje een woeste zee: de show van Pasveer. Hoge golven van strakke exercitie die afgewisseld worden door diepe dalen van nonchalante muzikale momenten. Muzikaal zit er niet echt een opbouw in en dan ben je ineens aan het einde van de show en verdwijnen ze van het veld onder het applaus dat elke thuisclub ontvangt. Mis-schien dat ze beter uit de verf gekomen als ze een plek in het midden van het programma hadden gekregen. Het was gewoon niet de knallende afsluiter. Maar misschien is dat wel de finale met alle deelnemers van vanavond!


Alle deelnemers komen het veld op onder begeleiding van VLS. Taptoe Leeuwarden wil elk jaar iets bijzonders doen met het Taptoesignaal en zo ook dit jaar. Ze deden het al eens met meerdere blazers tegelijk en vorig jaar deed een vleugje Fries Volkslied veel stof opwaaien. En dit jaar, geheel in stijl, hangt de trompettist ontspannen in een harnas boven de korpsen het taptoesignaal in de lucht te spelen. 
Dan gezamenlijk ‘The European Hymne’ en de taptoe is klaar. Het publiek applaudisseert nog eenmaal voor een prima verzorgde avond en dan is het toch echt over. De 38e editie van

Taptoe Leeuwarden is over en de ideeën voor volgend jaar zijn vast al gemaakt voordat deze avond voorbij is. Die ene Taptoe in het Hoge Noorden heeft voor zichzelf een stevige basis gecreëerd binnen taptoeminnend Nederland. Wanneer de traditionele inslag van de taptoe je genoeg is, heeft die organisatie steeds een leuke verassing en een gevarieerd programma. Een afwisselend programma met daarin verweven Nederlandse showorkesten en creatieve hoogstandjes uit heel Nederland.


Evenementen 2012 31 maart CGN Finals Eindhoven Eindhoven 14 april Voorjaarsconcert Floraband Rijnsburg 14 april Open Repetitie Percussion Unlimited Sliedrecht 20 april Showavond Advendo Sneek Sneek 21 april Showavond Advendo Sneek Sneek 21 april CGN Individuals & Ensembles Eemnes 28 april Taptoe Roden Roden 30 april Taptoe Drunen Drunen 30 april Taptoe Hoogkerk Hoogkerk 30 april Taptoe Veenendaal Veenendaal 30 april Oranjetaptoe Ede Ede 30 april Taptoe Kampen Kampen 30 april Taptoe Ommen Ommen 5 mei Taptoe Buren Buren 5 mei Taptoe Dronten Dronten 5 mei Taptoe Vlaardingen Vlaardingen 5 mei Taptoe Heerenveen Heerenveen 12 mei Efteling Taptoe Kaatsheuvel Kaatsheuvel 12 mei Taptoe Grootegast Grootegast 12 mei Taptoe Mierlo Mierlo 19 mei Taptoe Hoogeloon Hoogeloon 26 mei DCN Contest Middelburg Middelburg 26 mei Taptoe Lienden Lienden 2 juni Open NK voor jeugdkorpsen Vlissingen 2 juni Taptoe Flora Band Rijnsburg Rijnsburg 2 juni Taptoe Midden Limburg Roermond 2 juni Taptoe Tiel Tiel 2 juni Taptoe Zeeland Vlissingen 6 juni Taptoe Empel Empel 9 juni Glasstad Taptoe Leerdam Leerdam 9 juni Open Dutch Showcorps Championships Assen 23 juni DCN Contest Huizen Huizen 23 juni Jeugdfestival Stiens Stiens 23 juni Taptoe Stiens Stiens 23 juni Taptoe Borculo Borculo 30 juni DefilĂŠ Veteranendag Den Haag 30 juni Contest Rastede Rastede (D) 8 september DCN Contest NK Dordrecht Dordrecht 15 september Taptoe Hilversum Hilversum 29 september DCE European Championships Kerkrade 13 oktober Taptoe Leeuwarden Leeuwarden

Ook een leuk evenement op de agenda? Mail naar info@onthefront.nl


Colofon Hoofdredactie Matthijs van Houten Sales en Advertenties Cor Vosseberg Aan dit nummer werkten mee Edwin Gravekamp, Paul Doop, Bert van Maaren, Leo de Vreede, Robby Overvliet, Wiebo Kooi, Jos Lustberg, Jan Bakker en Fred Kerkkamp. Speciale dank aan Edwin, Miranda, Andrea en Daphne Piet, Berend, Jeanette Website / Mail www.onthefront.nl / info@onthefront.nl Twitter @OTFMagazine ADVERTEREN? Neem contact op met Cor Vosseberg voor onze voordelige advertentie-tarieven. On the Front wordt 4 tot 6 keer per jaar uitgegeven en via internet GRATIS verspreid.

Over ons

C

or Vosseberg is 41 jaar en vooral bekend als de bedenker en beheerder van de website Korpsmuziek.nl. Als kleine jongen begon hij op snare en werd tambour-maĂŽtre van Jeugddrumfanfare Prinses Irene (Huizen) Hij verhuisde naar Leeuwarden en speelde in de Drumfanfare Vliegbasis Leeuwarden en bij CMV Oranje uit Minnertsga. In die tijd startte hij zijn idee, het huidige Korpsmuziek.nl. Zijn vrije tijd gaat op aan Andrea en Daphne, zijn vrouw en dochter. Naast Korpsmuziek.nl is Cor onder andere actief voor Takostu Stiens (jeugdfestival) en zit hij in de PR-commissie van Taptoe Leeuwarden.

M

atthijs van Houten is 26 jaar en werkt als journalist en tekstschrijver bij het Groningse Persbureau Tammeling. Na vijf jaar lang bij Jeugdkorps Pasveer te hebben gespeeld, is hij in 2001 bij Showband Marum gaan trommelen. Na tien jaar snare te hebben gespeeld, heeft hij afgelopen zomer de overstap naar bariton gemaakt. Matthijs is actief bij Showband Marum als visueel instructeur, lid van de PR-commissie en doet datzelfde werk ook voor Taptoe Leeuwarden. De vrije tijd die over-blijft spendeert hij aan zijn vriendin Miranda en het bezoeken van wedstrijden van de basketballclub GasTerra Flames.

In het volgende nummer: Het bestuur van Takostu Stiens over de realisatie van een nieuw clubgebouw, een interview met Harry Reumkens, een verslag van de CGN Finals in Eindhoven, een verhaal over de 007-show van Floraband, een nieuw instructieteam, een nieuwe invalshoek vanuit een jurylid en nog veel meer!

On the Front eerder lezen? Kijk snel op de site: www.onthefront.nl

On the Front Magazine, editie 1  

On the Front is een online magazine voor en over de showsector in Nederland

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you