Issuu on Google+

Een uitgave van Windesheim

Urban exploring Illegaal in Wageningen

Alkmaar

Stad van bier en kaas

Utrecht

Stap voor stap

Jett Rebel

Holland in zijn hart

Mummies overleven • Graffiti • Buitenlandse namen in Nederland


Bazen aan het woord

Shinen met Dichtbij 2.0 Bitches, we are back. In deze tweede editie van Dichtbij hebben we weer heel wat bijzondere plekken in petto. Yvo G, wat zijn volgens jou de highlights? Nou, tanga Charley, ik wist nog niet dat er een verborgen stad is in Utrecht. En dat over graffiti lijkt me ook wel heel spang. Toch iets van de streets, dat trekt mij wel. G, effe blijven opletten. Utrecht heeft geen verborgen stad, maar allerlei mooie hofjes en binnentuintjes. Niet alleen maar shoppen dus! En Dushi Elise bezoekt de mummies tijdens haar bezoek aan de expositie in het Drents Museum. Dus ook nog een swag lesje geschiedenis. Ja, sorry G, je hebt gelijk, maar toch is het een soort van verborgen deel van de stad. En ik ben nu al benieuwd waar Elise me mee naar toe gaat nemen, haar verhalen zijn altijd een fissa voor de lezer. No problem facka! Over fissa gesproken, dudes Andor en Chris nemen ons mee naar de vetste cafĂŠs van het land. Zelf ben ik trouwens ook op de artistieke toer geweest, ik bezocht voor het eerst het vernieuwde Zwolse museum, je weet wel, met die gouden bal. En jij hebt ook een column geschreven, is het niet G? Spang nieuws, ik ben altijd wel in voor een fissa. Zeker homie, ik maak een reisje met de trein en aan het eind vind ik nog moneyz ook! Wat wil een jongen uit de hood nog meer? Ehm, misschien wel op urban exploring tocht? Vet stoer man, jouw reportage over het verlaten voetbalveld midden in de stad! Ja, dat was me het avontuur wel, joh. Ik geef het als real G natuurlijk niet graag toe, maar ik was op een gegeven moment zwaar bang swa! Gelukkig heeft de popo me niet kunnen pakken en kon ik ervoor zorgen dat dit blad uitkomt. Peace out! Tha bosses,

Charley 2

DICHTBIJ

Yvo


Inhoud

Inhoud 14

26

9 11 24

4

4 Utrecht Stapje voor stapje door Utrecht

8 Stedentrip

Amsterdam, Zwolle, Groningen, Den Haag

20 Jett Rebel Over zijn bijzondere plekken in Nederland

22 Standbeelden Het verhaal achter het beeld

10 Column Charley

24 Buitenlandse namen

11 Graffiti

26 Alkmaar

Grondleggers van de graffitikunst

14 Mummies Overleven na de dood

18 Tussendoortje Rust in de Brabantse duinen

Een stukje buitenland in Nederland

Stad, bier en kaas

30 Column Yvo 32 Urban exploring Een stadion zonder spel

DICHTBIJ

3


Ontdekken

Schatgraven in het verborgen

Utrecht

Altijd bezoek ik het stadsie met oude grachies en steegies voor de mooie boetieks en gezellige restaurants aan het water. Maar eigenlijk ben ik ook wel benieuwd wat Utereg nog meer te bieden heeft. Vandaag jaag ik niet op een nieuwe ketting of maxirok, maar op andere hidden treasures. Ik ga op zoek naar verstopte stukjes groen in de stenige binnenstad. Door Charley Blomjous

Vandaag ben ik een padvinder. Ik draag een zware rugzak, mijn jas heb ik om mijn middel geknoopt. Al van ver zie ik een grote kerktoren boven de stad uitsteken. De Domtoren. Het blijkt echter minder makkelijk om daar rechtstreeks te komen - of ligt dat aan mijn richtingsgevoel? Slechts een paar keer struikel ik over uitstekende stoeptegels van de Utrechtse straten. Eindelijk bereik ik het kantoor. Daar moet ik me tussen een groep Poolse toeristen wringen die verwonderd beeldjes van klompen en Delfts blauwe paartjes bekijken. “Dat is dan drie euro,” zegt het meisje aan de balie wanneer ik om de wandelkaart van verborgen hofjes vraag . Verbaasd trek ik mijn wenkbrauwen op. Op de site stond dat je hier routekaarten ‘kon op halen’. Bedremmeld druk ik de munten in haar hand en neem ik de kaart in ontvangst die mij zal leiden door het zuidelijke deel van de binnenstad. Bij het verlaten van de zaak passeer ik de Poolse toeristen. “Who of you do not speak English?” vraagt de gids hen. Even overweeg ik me ook voor te doen als Poolse, maar ik besluit om gewoon naar buiten te gaan. Alleen.

Kater

Op het plattegrondje dat bij de routekaart zit, mis ik de ‘u bevindt zich nu hier’-aanduiding. Ik kijk gedesoriënteerd om me heen. Dan zie ik een openstaande toegangspoort naast de Domtoren. Zou dat al een verborgen schat zijn? Ik passeer de terrassen van Lebowski en loop de poort binnen. Ik ben in binnentuin Flora’s Hof beland, leert een tweede blik op de kaart - het eindpunt van de route. De tuin, een ommuurd vierkant, ligt achter boekhandel Libris. Ik plof neer op een schattig, romantisch bankje. Vanaf hier heb ik uitzicht op de Domtoren. Tegenover me geniet een toerist met strandhoedje ook van het uitzicht, terwijl hij slokken neemt van zijn fles whisky. In het midden van de tuin staat een kleine fontein met een leeuwenkop, er zit een rode kater onder. Die rent naar me toe en springt tegen me op. Ik bekijk de plattegrond nog eens goed, bij het begin beginnen lijkt me het handigst. Ik neem afscheid van de kat en loop

4

DICHTBIJ

de richting op van het Museumkwartier. Op naar het eerste routepunt.

Flora’s Tuin - Domplein 22

Dit binnenterrein was tot 1580 deel van het Bisschoppelijk paleis, dat in 2008 werd ontdekt bij de Domtoren door archeologen. In de negentiende eeuw vestigde er de kwekerij van architectenfamilie van Lunteren zich. Na de Tweede Wereldoorlog werd het terrein, met al die planten, heesters en fruitbomen, verwaarloosd. Na een flinke opknapbeurt in 2009 is de tuin toegankelijk voor bezoekers. Hij wordt tegenwoordig onderhouden door vrijwilligers.

Sprookje

Tussen de gebouwen van het Utrechts Conservatorium zijn ook twee hofjes verstopt. In de eerste, het pandhof van de voormalige Mariakerk, hangen vijf muziekstudenten – bebaard, met een sigaret tussen de lippen en een gitaar om de schouder. Een vrouw met grijs haar tot haar middel en een tie dye shirt doolt door de kruidentuin met perkjes kamillebloemen, dragontakken en citroenkruidplantjes terwijl ze cirkels rook uitblaast. Het tweede binnenplaatsje, links van het muziekgebouw, is het Mariahof, een ‘verrassing’ volgens het routeboekje. Via een sprookjesachtig roze deurtje stap


Ontdekken

je binnen. Het eerste waar je tegen aan loopt is een kloosterachtig gebouw met grote, smalle ruiten en spitsboogjes. Wanneer ik het paadje afloop, stuit ik op een rijtje schattige kleine huisjes die zo in het sprookjesbos van de Efteling hadden kunnen staan. Het eerste huisje, een roomwitte met groene luiken, draagt een krullerig opschrift: ’t Klopje. Uit de open ramen van conservatoriumgebouw klinken vioolklanken en sopraanstemmen. Even voel ik me net Assepoester. Dan komen twee bebaarde zestigers met rode sjaaltjes en bergschoenen binnen. “Das ist die Zauberflüte, aber nicht richtig gesungen,” zegt de een en hij trekt zijn flesje kruidenlikeur uit zijn heuptas.

De Twijnstraat

In het oudste winkelstraatje van Utrecht zijn veel bijzondere winkeltjes en restaurants te vinden.

Josephine

Op nummer 7 zit de hemel voor zoetekauwen, Josephine. Verlekker je voor de etalage aan de bakken vol flikken met noten en rozijnen en sugarcoated eieren van chocolade. Of ga naar binnen en trakteer jezelf of iemand anders met karamelbonbons, gedroogde mangoschijven of macarons met yoghurtsmaak. Liever een gezonde lunch? Dat hebben ze hier ook!

Sector 3

De grote broer van Josephine is buurman Sector 3. Hier kan je lunchen met werelds brood, van foccaccia met tomaat en knoflook tot een chorizo crumble. Ook de sweet tooth kan hier zijn hart ophalen, bijvoorbeeld aan de cheesecake met stukken oreokoek. Haast? In de bijbehorende winkel kun je de producten ook gewoon voor mee naar huis nemen.

Mooi en Belle

De Mariahoek

De Mariahoek hoorde ooit bij de Mariakerk, een van de kapittelkerken van Utrecht uit de elfde eeuw, dat gold als een van de mooiste gebouwen van Nederland in romaanse stijl. In de eerste helft van de negentiende eeuw werd het complex echter afgebroken. De kloostergang aan de Mariaplaats achter het conservatoriumgebouw is het enige overblijfsel. Op nummer 16-17 staat de oudkatholieke aalmoezenierskamer, die eind negentiende en begin twintigste eeuw diende als weeshuis en bejaardentehuis. De rij huisjes uit de zestiende eeuw werden bewoond door de ‘klopjes’, vrouwen die zich in dienst stelden van de kerk.

Ouderwets winkelen

De kaart leidt mij verder naar de Springweg, waar ik langs voormalig synagoge ‘het Broodhuis’ en een wellnesscentrum voor senioren kom. Midden tussen een rij woonhuizen zit een mysterieuze donkergroene poortdeur. Hij leidt tot het Andreashof, een groen binnenterrein omringd door oude en nieuwe woningen. Vooral de rij krijtwitte huizen met brandweerrode luiken valt me op. Na wat meer verrassende binnenhofjes ga ik verder naar een ander Utrechts volksbuurtje. Het wijkje in de Lange Rozendaal heeft een heel eigen sfeer. De korte straten bestaan uit een rij kleine huisjes, met in elke voortuin wel een houten bankje en kleurige bloemen – van viooltjes tot klaprozen. Een stel van rond de vijfentwintig zit in hun voortuin in de Boogstraat, languit achterover gezakt op strandstoelen. Hun boxer begroet me kwispelend. “Ben je verdwaald?” vraagt de jongen. Hij geeft een gouden voortand, zie ik. Ik schud mijn hoofd en loop door naar de Twijnstraat, een winkelstraatje dat ik nog niet kende. Eindelijk, shoppen.

Het paleis voor de liefhebber van een romantisch interieur zit op nummer 37. Gebloemde lampenkappen in pasteltinten, barokke spiegels en met goud bezette kannen en vazen. Achterin vind je antieke kasten en tafels in verschoten tinten als groen- en blauwgrijs. De luisterliedjes van Carla Bruni op de achtergrond maken de dromerige Franse sfeer van de winkel compleet.

Kazerij

Deze zaak op het eind van de straat ruik je al op vijf meter afstand. Kaaskoppen halen hier hun Beemsterkaas, Boerenkaas en Remekerkaas – gemaakt door biologische Utrechtse boeren van de melk van Jersey koeien. Toe aan iets gekruids? Van koriander, komijn tot noot, het is hier te vinden. Breid je kaasplank uit met een buitenlandse kaas en een lekkere wijn. De route gaat verder naar het grote St. Nicolaasklooster in de Doelenstraat. Ooit abdij, tuchthuis en bejaardenverblijf, nu de plek voor een kunstuitleen en een ‘zijnsgeoriënteerde begeleidingscoach’. De kloostertuin is toegankelijk voor bezoekers. Vandaag is de poort echter dicht. Ik loop verder richting het universitaire centrum de Uithof en kom langs de achterzijde van de Botanische Tuinen. Daar neem ik de volgende keer zeker een kijkje.

DICHTBIJ

5


Ontdekken De Botanische Tuinen - Budapestlaan 17

Rondom Fort Hoogdijk liggen zeven hectare velden met bessen, dahlia’s en tropische bloemen. Vang vlinders op je hand, bekijk de roze lelies op het water en loop door de rotsentuin. Laat je rondleiden door een van de gidsen of zet een headset op voor een audiotour langs alle plant- en bloemsoorten. Gewoon wat rondslenteren en een boekje op een bankje lezen kan natuurlijk ook. Eten en drinken mag, je trouwe viervoeter is niet welkom. De tuinen behoren tot de Universiteit van Utrecht en zijn van 1 maart tot 1 december voor zes euro toegankelijk voor bezoekers. Studenten mogen op vertoning van hun collegepas naar binnen voor maar twee euro.

Bestemming bereikt

Mijn tocht eindigt in het pandhof van de Domkerk, de door de kloostergang omsloten binnentuin. Ik loop rond tussen de verschillende perkjes en bekijk de fontein. In het midden prijkt een bronzen beeld van een lezende man in monnikskap. Het is Hugo Wstinc, een ‘domskannunik’. Ik typ zijn naam in op mijn smartphone. Hij was

Angels with dirty faces

Mijn voeten doen zeer, ik struikel over kinderkopjes en ik wijk drie keer van de route af - de zijstraatjes van de Bruntenhof lijken allemaal op elkaar. Op een bankje prop ik Sultana’s in mijn mond en check ik de plattegrond nog eens. Het eindpunt van de route is inmiddels in zicht. Ik kom nog langs de Bruntskameren, een rij witte huizen uit de Middeleeuwen. Boven de vijfde deur staren engeltjes met doodskoppen me aan, ze doen me denken aan een paar oorbellen dat ik als puber had. Volgens het boekje staan de engeltjes symbool voor de eindigheid van het leven.

De Bruntskameren - aan de Brigittenstraat

Advocaat Frederik Brunt liet de eenkamerwoningen in de Utrechtse binnenstad bouwen op het erf van zijn huis Klein Lepelenburg. Het complex, dat uit vijftien kamers bestaat, werd in 1621 speciaal gebouwd voor arme weduwen. De bedstedes in de ruimtes zijn nog steeds intact. Het hoofdgebouw diende als ontvangstruimte voor Brunts erfgenamen en heeft een zachtgele barokke poort – ook bezet met engeltjes met een doodshoofd. In de gemeenschappelijke tuin van het complex, de Bruntenhof, staat een beeldje van de in Utrecht geboren schrijver C.C.S. Crone.

6

DICHTBIJ


Ontdekken

een erelid van de Dom in de twaalfde eeuw, lees ik, en auteur van het Camerboeck van de Dom, waarin hij de gewoonten en rechten van het Domkapittel beschrijft. Daarna bekijk ik de kloostergang, waar ik even later neerplof op het beton tussen twee pilaren. Ik hoor het tjilpen van koolmezen en het geroezemoes van andere bezoekers. Drie backpackers uit Engeland, een studente lezend uit Nietzsches Ecce Homo. Bij de fontein probeert een bejaarde vrouw met haar mond water op te vangen. Volgens mij hoor ik ook wat Poolse toeristen bij de ingang.

Eindoordeel

Ik heb beslist geen spijt van deze middag, ook al heb ik twee blaren. De routekaart is een handige en leuke manier om de stad beter te leren kennen. Ik ben op allerlei plekken geweest waar ik normaal niet kom en ik heb allerlei verborgen hofjes, gebouwen en tuintjes ontdekt. De route begint in hartje centrum, neemt je mee naar het zuidelijke deel en brengt je weer netjes terug midden in de stad. En daar kun je weer verder met schatten ontdekken, zoals de Zara. Twee tips: trek schoenen aan waar je lekker op kunt lopen en kijk uit waar je loopt, de stoepen zijn onregelmatig.

Weer terug in het centrum De treasurehunt vervolg je in het centrum van Utrecht. Fashionvictims slagen bij Monki, Massimo Dutti en Maison Scotch. Op zoek naar een wat intellectueler gadget? ‘De Literaire Boekenhandel’ op de Lijnmarkt heeft

de

nieuwste binnenlandse en buitenlandse literatuur. Achterin vindt je de poëziebundels, literaire magazines en gedichtenposters van Plint. Het shoppen zat? Plof neer op de terrassen van Lebowski voor een biertje. Of ga binnen zitten en laat je verwonderen door het bonte interieur van het grande café – giraffen en hertenkoppen aan de rode muren, poppenhoofden in vitrages en tal van kroonluchters aan het plafond. Bij Yoghurt Barn aan de Vinkenburg straat haal je je bakje fro yo, ijskoude yoghurt met verschillende toppings. Wat dacht je bijvoorbeeld van de Brownie Bango of de Choco Caramba?

DICHTBIJ

7


Een dagje Amsterdam, maar dan anders Als student heb je ongetwijfeld al heel wat Nederlandse steden gezien. We vinden een dagje weg immers altijd wel leuk. Nu is Nederland maar een klein landje, dus als je een stad wil bezoeken heb je weinig keuze. En ja, dan is een citytrip soms weinig verrassend, omdat je al een keer in de betreffende stad geweest bent. Laten we eerlijk zijn: een dagje Amsterdam is leuk, maar niet speciaal. De grachten van Utrecht? Al zo vaak gezien. Strand, Pier, Scheveningen? Been there, done that. Maar… geen paniek! Je hoeft heus nog niet je paspoort te pakken en een ticket te boeken om nieuwe ervaringen op te doen. Er is namelijk nog veel meer te zien in Nederlandse steden dan je denkt! Ik presenteer u: De hipste wijken van Nederland, die je echt moet zien. Door Cathalijne Runia 1. Jordaan, Amsterdam Met stipt op nummer 1 staat de voormalige volksbuurt Jordaan in Amsterdam. De 17e eeuwse wijk ligt dichtbij de binnenstad en is dus de voor toeristen perfect om te bezoeken. Een eeuw geleden stond deze buurt nog echt bekend om het enorme plepsgehalte. ‘Bij ons in de jordaan’, zoals Johnny Jordaan de buurt destijds zo treffend omschreef. Een volksbuurt pur sang. Maar de Jordaan anno 2014 is een wijk vol gezelligheid: kroegjes, winkeltjes en terrasjes. De wijk is inmiddels ontdekt door de toeristen, en dat is maar goed ook, want er is veel te doen. Maak er eens een wandeling en laat je verrassen door de boeiende geschiedenisverhalen die de buurt te vertellen heeft. Schilder Rembrandt heeft hier bijvoorbeeld ook gewoond. Of stap een van de vele cafeetjes binnen. Een aanrader is café Werck, een trendy hotspot gevestigd in het voormalige koetshuis van de Westerkerk. Echt voor ieder wat wils, in de Jordaan. 2. Schilderswijk, Den Haag Bij de Schilderswijk komt het woord ‘leuk’ misschien niet direct bij je op, maar niets is minder waar. De buurt staat dan wel bekend als slecht, maar is eigenlijk verrassend

8

DICHTBIJ

inspirerend om eens doorheen te wandelen. Naast de grote verscheidenheid in culturen die in deze wijk naast elkaar leeft, is er veel te zien voor toeristen. De buurt heet niet voor niets Schilderswijk: elke straat is vernoemd naar een Nederlandse schilder. Van al die schilders is -in elke straat dus- een kunstwerk te zien. Vooral in het zuiderlijke deel van de wijk tref je een paar pareltjes. Dit maakt de Schilderswijk in Den Haag tot het grootste openluchtmuseum van Hollandse Meesters. En dit alles natuurlijk helemaal gratis! 3. Assendorp, Zwolle Midden in de stad Zwolle ligt het volledig verstedelijkte dorp Assendorp. De kleine straatjes en huisjes verraden de oorspronkelijke staat van deze wijk: een op zichzelf staand dorpje dat oorspronkelijk niet bij Zwolle hoorde. Het is er gezellig, druk en Assendorp ligt bovendien op loopafstand van het centrum. Een kleine, veelbezochte winkelstraat vormt het hart van de wijk. Daaromheen zijn vooral woonhuizen te vinden. Je zult je geen uren vermaken in deze buurt, maar een wandeling is het zeker waard. Al was het alleen maar om je even een toerist te kunnen voelen in de hoofdstad van het Oosten.

4. Oude Noorden, Rotterdam In het Oude Noorden van Rotterdam is meer te doen dan je denkt! De buurt is geen toeristentrekpleister, maar biedt een heleboel leuke activiteiten voor dagjesmensen. Dat komt goed uit! In het Oude Noorden zijn veel winkels. Leuk voor mensen die Rotterdam al vaak hebben gezien is dat het dit keer geen grote winkelketens zijn, maar meer alternatieve kleine zaken. Ook kroegen zijn hier meer dan genoeg. Voor de liefhebbers zijn er zelfs speciale kroegentochten in het Oude Noorden. In bepaalde delen van de buurt is op elke straathoek wel een gezellig café te vinden. Als je wil overnachten in Rotterdam kun je goedkoop een bed en breakfast in het Oude Noorden proberen. De wijk kent veel B&B’s: stuk voor stuk hippe, trendy slaapplaatsen voor een prikkie. Naar een leuk restaurant hoef je bovendien niet lang te zoeken, want de meeste winkels, cafés en hotels liggen op loopafstand van elkaar. 5. Negen Straatjes, Amsterdam Misschien niet helemaal officieel een wijk, maar toch kan dit deel van de Amsterdamse grachtengordel niet onbenoemd blijven: de negen straatjes. De schilderachtige Am-


sterdamse huisjes in deze straten horen uiteraard bij het centrum van de stad, maar zijn minder voor de hand liggend om te bezoeken dan de Kalverstraat of het Leidseplein. In de Negen Straatjes vind je authentieke winkels, restaurants en cafés. Allemaal nét even anders dan je gewend bent. Bovendien is het er erg mooi: de gracht, de monumentale panden, de bruggetjes… Dit moet je minimaal een keer in je leven gezien hebben. 6. Noorderplantsoenwijk, Groningen Dichtbij de grote markt en dus het centrum van Groningen ligt de Noorderplantsoenbuurt. Deze mooie wijk ligt rondom het – verrassing- Noorderplantsoen. De wijk kent veel parkjes, perkjes en hofjes. Een rustgevende wandelplek voor de groenliefhebbende student. De Noorderplantsoenbuurt is geen wijk waar veel te doen valt. Winkels en cafés zijn er weinig, en bovendien loopt het er niet storm. Wel kun je hier een ontspannende wandeling maken door de oude straten. Vooral het Noorderplantsoen zelf is een prachtige plek om eens doorheen te lopen. En als het je begint te vervelen is er geen reden voor paniek, want voor je het weet ben je weer in het centrum. 7. De Wallen, Amsterdam De straatjes rondom de Oudezijds Voorburgwal – ook wel bekend als het Redlight District - zijn ongetwijfeld het bekendste onderdeel van deze wijk, maar voor een kijkje op de Wallen hoef je heus geen prostituees tegen te komen. Eigenlijk is de Wallen een hele gezellig buurt vol uitgaansgelegenheden, winkeltjes en bovenal toeristen- heel veel toeristen. De populairste wijk van Amsterdam heeft echter zoveel meer te bieden dan waar het zijn goede (dan wel slechte) naam vandaan heeft. Op de Wallen kun je je uren vermaken in de gezellige cafés en winkels. Wie het liefst opgaat in de toeristenmenigte kan een boottochtje maken of een coffeeshop bezoeken. Beide activiteiten worden overmatig vaak aangeboden in deze buurt. De Wallen geven je het echte toeristische Amsterdam-gevoel.

Jordaan, Amsterdam

Schilderswijk, Den Haag

Assendorp, Zwolle

DICHTBIJ

9


Column

KUNSTIG Door Charley Blomjous Eigenlijk had ik een jongen die zichzelf Superman noemt willen meevragen. Dat durfde ik niet. Nu ga ik in mijn eentje kijken hoe twee bejaarden de liefde vinden. De film begint over drie minuten. Ik ruk aan de deur van het filmhuis. Hij gaat niet open. Naast het filmhuis hier op de Blijmarkt zit een restaurant. Vanachter de ramen staart een clubje mannen in pak me aan. Ze trekken hun wenkbrauwen op en zetten hun tanden weer in hun clubsandwich. Ik ruk nog een keer aan de deur. Door de zware tas aan mijn rug verlies ik mijn evenwicht, waardoor ik een rare draai maak. Ik kijk nu recht uit op het museum met een gouden dak. Dan hoor ik de kerkklok vier uur slaan. De film is inmiddels begonnen. Zonder mij. Ik besluit het museum in te lopen. Ik koop een kaartje en ga de eerste zaal binnen. De bewaakster roept me terug. “Wil je even je jas en tas in een kluisje doen?” Ze wijst naar een rij witte hokjes verderop. Ik sjok terug. Mijn rugzak past maar net in zo’n hokje. Het kluissleuteltje houd ik onhandig vast in mijn handen, net zoals mijn notitieboek. Eén keer ben ik hier eerder geweest, bedenk ik me. Verplicht klassenuitje met 5 Havo. Mijn vriendin en ik waren op een bankje gaan zitten en hadden vooral de outfits van klasgenoten geobserveerd. Onze leraar had ons hoofdschuddend aangekeken. Nu zit ik op zo’n zelfde witte houten bankje, dat nét niet in het midden van de zaal staat. Zeker om artistieke redenen. Om dezelfde artistieke redenen is het hier vast een doolhof. Ik sta weer op en de sleutel valt uit mijn handen. Hoewel er overal staat aangegeven welke richting ik op moet, blijf ik steeds dezelfde rondjes lopen. De smalle gangen leiden tot grotere ruimtes met kunstwerken. Er zijn doorzichtige schuifdeuren en overal witte deuren. Aan weerzijdes van het gebouw zijn trappen die leiden tot de torenkamer. Daar blijkt een tentoonstelling te zijn met foto’s van Lady Gaga en pornosterren. Die lijkt me wel interessant. Maar eerst ga ik langs de andere werken – van zeventiendeeeuwse kunstkastjes tot houten monsters en zwartwitprenten van oude filmsterren. Een doek vol rode, gele en blauwe spetters moet een monarch voorstellen, maar ik kan niets koninklijks herkennen in dit hysterische werk van Appel. Ik vraag me af hoe lang je eigenlijk naar een schilderij moet kijken. En in welke termen je moet denken als je een mening vormt. Is ‘mooi’ of ‘deprimerend’ genoeg? Of is ‘wonderlijke ordening van kleur en contour binnen een piramidale compositie’ meer op zijn plek? Ik krabbel wat in mijn notebook. Misschien denken mensen dan wel dat ik een student Kunstwetenschappen ben, die heel serieus kunstwerken aan het ontleden is. Ik vraag me af of ik moet lachen naar andere museumbe-

10

DICHTBIJ

zoekers die mijn weg kruisen, of dat ik ze zelfs moet groeten. Maar niemand zegt me gedag. Ik stap een zaal binnen waar ik volgens mij al drie keer geweest ben. Een prent van een luit op een rood tafelkleed doet mij denken aan de tekenfilm Doornroosje. Ik knijp met mijn ogen, houd mijn hoofd schuin en laat de afbeelding op me inwerken. Een aantrekkelijke mannelijke bezoeker komt naast me staan. “Fascinerend hè, dit eigentijdse stilleven van Severini.” “Ja, vooral de weergaloze abstractie en de ragfijne penselenstreken.” We raken aan de praat en gaan wijn drinken in het café er tegenover.

“Mijn vriendin en ik waren op een bankje gaan zitten en hadden vooral de outfits van klasgenoten geobserveerd” Dat heb ik gezien in de serie Gossip Girl en het lijkt mij ontzettend romantisch als mij dat ook zou overkomen vandaag. Daarbij maakt het idee dat het stijlvolle personage Blair ook in haar eentje kunst kijkt me iets minder ongemakkelijk. Mijn sleuteltje valt weer op de grond. Ik loop de trappen op en blijf in het midden van een zaal staan. Oude filmsterren kijken me aan. In de vloer ligt een open luik. Daar doorheen zie ik de vrouw zitten bij wie ik mijn toegangskaartje heb betaald. Dan laat ik voor de zoveelste keer het kluissleuteltje uit mijn handen vallen. Ik hoor het ding op de vloer kletteren. Hij ligt naast de kassa, helemaal beneden. Ik ren de trappen af. Het sleuteltje ligt er niet meer. Buiten adem kom ik aan bij de baliemedewerkster. “Mijn sleutel is gevallen!” “Gea, hij is van haar. Kluis 272!” roept die. Bewaakster Gea geeft me mijn sleutel. Ze trekt haar mondhoeken op. Gelukkig zijn er niet veel mensen getuige van mijn gênante actie. Er zijn alleen wat oudere echtparen en een groep bebaarde Slavische toeristen. Geen wijn voor mij vandaag. Ik loop weer een zaal binnen. Een prent van paarden met grote zwarte ogen en vlinders die dwars door ze heen fladderen, trekt mijn aandacht. ‘Hallucinerend’ is de juiste term volgens het kaartje. Ik knijp met mijn ogen, houd mijn hoofd schuin. Laat het onthutsende samenspel van fauvistische en kubistische stijlen op me inwerken. Naast me is een man gaan staan. Hij is kaal en zijn bierbuik is verpakt in een knalroze blouse. Hij vraagt: “Wat schrijf je op over een man met een roze blouse?”


Graffiti

Achtergrond

de kunst van

Op het huis op de hoek, langs het spoor of op een kraakpand. Overal zie je graffiti. Hier een snelle krabbel, daar een zorgvuldig aangebrachte tekening. Er is zelfs een spreekwoord aan gewijd: ‘gekken en dwazen schrijven hun namen op muren en glazen’. Overal ter wereld wordt druk met verf op gebouwen ge-spoten. Maar wie zijn de grondleggers van de Nederlandse graffiti? Zijn het stennis schoppende vandalen of inspirerende kunstenaars? Door Jos Baas

DICHTBIJ

11


Achtergrond

Door rattenstreken een icoon Dr. Rat, ofwel Ivar Vics (1960-1981), is grondlegger van de Nederlandse graffiti. Hij was half Lets, half Nederlands en was de eerste bekende graffitikunstenaar van Nederland. Vóór Vics was graffiti een uiting van protest, onder leiding van de arbeidsbeweging en de provo’s. Ná Vics vormden graffitispuiters een artistieke straatbeweging. Een beweging die nog altijd bestaat. Vics was een belangrijk figuur in de Amsterdamse punkscene. Hij richtte verschillende punkbandjes op, zoals DDT666, en maakte magazines voor punkliefhebbers. Ondertussen drukte hij overal waar hij kwam zijn stempel op de muren. Of beter gezegd spoot. Hierbij had hij veel aandacht voor lettergebruik en slogans, die hij baseerde op de punkwereld. Zo spoot Vics voor Koninginnedag in 1980 de tekst ‘Put the crown, upside down’ op het Paleis op de Dam. Zijn originaliteit gaf hem veel fans. Deze fans volgden hun voorbeeldfiguur met hun eigen graffiti. De fangroep groeit nog steeds. Het meeste van Vics werk is verloren gegaan, maar zijn aanhangers blijven bestaan. Vics behoorde tot de naoorlogse generatie. Een generatie die wilde losbreken, hun autonomie opeisen. De punkbeweging kwam hieruit voort. Een subcultuur waar Vics symbool voor stond. Journalist Martijn Haas schreef in 2011 een boek over

12

DICHTBIJ

Vics: Dr. Rat, Godfather van de Nederlandse graffiti. “Hij is door de jaren heen steeds meer een mythische figuur geworden”, vertelt Haas. “Vics is boven de punktijd gaan uitstijgen. Het merk Dr. Rat was sterker dan hijzelf. Als hij binnenkwam, was het tjsak, tsjak en dan stond er wat op de muur. Dat klopte gewoon.” Hoewel veel mensen graffitispuiten zien als een rattenstreek - Dr. Rat koos zijn naam goed - maakte het Vics populair. Tenminste, deels. “Hij werd zowel gehaat als geliefd”, zegt Haas. “Een antiheld. Net zoals graffiti anti is.” Martijn Haas schreef dus een boek over de graffitikoning, regisseur Fedor Sendak is bezig met het maken van een biografische film en aanhangers van Vics zijn dankbaar voor de beweging die hij heeft gevormd. Helaas heeft hij zijn grote succes zelf niet mogen meemaken. In 1981 overleed hij aan een overdosis. Toch nog iets zien van Dr. Rat? In de zomer van 2013 kwam bij het snoeien van een boom ineens een muurschildering van Dr. Rat tevoorschijn op de hoek van de Hondecoeterstraat en de Nicolaas Maesstraat in Amsterdam. Daarnaast resteert een inkerving die hij maakte in de deur van de telefooncel in Café Scheltema in Amsterdam. In privécollecties is wel meer werk van hem overgebleven op papier.


Achtergrond

De grenzen van muren overtreffen Boris Tellegen (1968), aka Delta, is de bekendste Nederlandse graffitikunstenaar ter wereld. Hij is de eerste graffiti-artiest die begon met 3D tekeningen en is nu een succesvolle kunstenaar. In de jaren tachtig gaf hij zijn schilderingen driedimensionaliteit waardoor ze loskwamen van de muur. Hij schilderde heel Amsterdam vol. “De straten waren mijn doek”, vertelt Tellegen. “Ik was gefascineerd door hetgeen dat verborgen ligt, de spanning die kan worden opgebouwd.” Daarnaast studeerde Tellegen Industrieel Ontwerpen aan de TU in Delft. De kennis over architectuur en design is hij gaan combineren met zijn graffitiwerk. Het maken van graffitikunst heeft hem geleerd diepte aan te brengen, om ruimtelijkheid te creëren en vooral ook om vernieuwend te zijn. Deze vaardigheden gebruikt hij nu bij het maken van ruimtelijk sculpturen, collages, video’s en schilderijen. Maar ook bij het ontwerpen van gebouwen, zoals een gebouw aan de Berlagelaan in Haarlem. Hoewel Tellegen nu verschillende kunstvormen uitoefent, blijft zijn focus op muren. “Muren zijn het thema van mijn werk”, vertelt Tellegen. “Ik wil hun grenzen overtreffen. In muren zit een soort verborgen spanning die je eruit kunt halen. Dat fascineerde mij tijdens het maken van graffitikunst en die spanning gebruik ik nog steeds in mijn

werk.” De scherpe lijnen en vormen uit zijn graffititijd gebruikt hij nu in zijn sculpturen. Tellegen is een groot voorbeeld geweest voor ander graffiti-artiesten. Hij liet zien hoe je een schildering kan laten leven. Hoewel hij zichzelf inmiddels niet meer ziet als een graffitikunstenaar, heeft hij wel een wereld geopend voor nieuwe graffitikunstenaars. De meeste muren waar graffitiwerk van Tellegen op stond, zijn al lang schoongemaakt. Maar met zijn nieuwe werk heeft hij exposities in steden over de hele wereld, van Tokyo tot Los Angeles tot Parijs. Zo zie je maar dat vandalisme niet altijd zinloos is.

DICHTBIJ

13


14

DICHTBIJ


Overleven na de dood Mummies. Nee, niet die met wc-papier ingewikkelde farao’s. Maar mensen die leefden in zo’n ver verleden waar wij ons niet eens een voorstelling van kunnen maken. Door omstandigheden zijn niet alleen hun botten bewaard gebleven, maar ook hun huid, haar en spieren. Ze stierven, maar leven nu voort in het Drents Museum. Hier kun je tot en met 31 augustus maar liefst 60 mensen- en dierenmummies uit alle delen van de wereld bewonderen. Ben je al bang? Door Elise de Jong

‘De ijzeren mannen, ze komen eraan’, vertelde een reiziger van verre. ‘Mannen van staal, angstaanjagend sterk. Ze schitteren in de zon, met blinkende wapens en bliksemsnelle paarden.’ sputterde de reiziger. ‘Iedere stam die op hun pad moorden ze uit. En ze komen deze kant op!’ Stamoudste Hildebrant schudde zijn hoofd en tuurde over het land. De witte wieven dansten over het veen en neurieden zachte liederen. Enkele vrouwen verzamelden zich rond het flakkerende kampvuur, waar een everzwijn boven hing en de boeren ploegden de laatste stukken akker om. Ganzen scharrelden over het erf en het stro op de daken ritselde zacht. ‘Maar wat kunnen we nog doen?’ Vroeg stamoudste Hildebrant aan de reiziger. ‘We hebben de goden al zoveel geboden.’ De reiziger haalde zijn schouders op. ‘U bent vele malen ouder en wijzer dan ik, beste man. U zult het antwoord vast vinden.’ Hij petste met een tak op de kont van zijn paard en galoppeerde voorbij. ‘U zult het antwoord vast vinden.’ Stamoudste Hildebrant herhaalde de woorden van de reiziger zacht en wandelde naar de rand van het veen. Door de mistbanken zag hij een boer twee hoorns in het veen leggen. De boer prevelde bekoorlijke woorden naar de goden en smeekte hen om meer kalfjes. ‘Dag meneer Hildebrant’, knikte de boer toen hun blikken elkaar kruisten. Wat hadden ze Wodan, Donar en Frya al veel

geschonken. Naast hoorns lag er eten, mantels, spelden en aardewerk in het veen. Maar was dat dan niet genoeg?

Het teken

Plots trok een harde wind aan. De takken van de loofbomen zwiepten onstuimig heen en weer en er rolde een pot over het erf. De vrouwen slaakten een gil en renden hun huisjes in. ‘Wie is dat?’ Riep Hildebrant naar de lucht. Hij strekte zijn armen uit en plofte neer op zijn knieën. ‘Kunt u me helpen? Help me alstublieft. Wat moeten we doen om te ontsnappen aan de ijzeren mannen.’ Een twijgentak brak af en werd meegevoerd door de wind. Tot die voor Lioba’s voeten rolde. Zo plotseling als de wind kwam, ging die ook weer liggen en het was ijzingwekkend stil. De kleine Lioba leunde puffend en kreunend voorover om de twijgentak te pakken. Ze testte even hoe sterk deze was en strompelde toen verder. De tak ondersteunde haar. ‘Het is Lioba’, wist stamoudste Hildebrant ineens. ‘Onze kleine Lioba met haar weelderige, rosse krullen en haar lieflijke gezicht. Onze manke schoonheid, met de bochel in haar rug. Zij is de uitverkorene, haar willen ze hebben.’ En zo ging het. Liobi’s moeder schrobde de kleine Lioba totdat haar huid rood gloeide, ze knipte haar nagels zo kort dat het zeer deed en samen stopten ze de gaten in haar kleren. ‘Je

moet er piekfijn uitzien voor de goden’, mompelde Lioba’s moeder. ‘Maar waarom ik?’ fluisterde Lioba. Haar moeder antwoorde niet maar roerde stug door de graanpap met bosvruchten. Lioba’s

‘Zij is de uitverkorene, haar willen de Goden hebben.’ favoriete eten, haar laatste maaltijd. ‘Is het omdat ik anders ben dan de rest? Heb ik misschien iets niet goed gedaan? Vertel het me mam.’ Lioba’s moeder zuchtte en veegde een paar strengen haar uit haar gezicht. ‘Nu moet je goed luisteren’, sprak haar moeder haar streng toe. ‘Jij bent de uitverkorene. Je bent een geschenk voor de goden, zodat zij ons blijven be-

schermen.’ Lioba draaide een haarlok rond haar vinger en luisterde naar haar moeder. ‘Maar waarom ik?’ vroeg ze toen. ‘Vraag dat toch niet, mijn lieve. De goden hebben het zo gewild.’

Het offer

Aan het eind van de middag liep het hele dorp mee naar Lioba’s laatste rustplaats. De witte wieven

Dit is hoe Lioba er hoogstwaarschijnlijk uitzag

DICHTBIJ

15


Het meisje van Yde.

verstopten zich in de bossen en de laagstaande zon viel als een waaier over het veen. Lioba’s donkerrode mantel, waar ze samen met haar moeder de hele winter aan had gewerkt, bolde op in de wind en haar krullen wapperden. Ze liep voorop samen met

Ze viel en bleef maar vallen. Totdat ze in het moerasland verdween stamoudste Hildebrant en ze klemde het twijgentakje stevig vast. Het liefst wilde ze wegrennen. Maar ze kon het niet. Ze wist dat de goden haar zouden verfoeien en zachtjes huilde ze. ‘Hier is het dan’, zei stamoudste Hildebrant en hij hield halt. ‘We zijn hier bijeen om bescherming aan de goden te vragen.’ De stem van stamoudste Hildebrant schalde over het veen en Lioba krop ineen. ‘En de Goden wezen naar onze, kleine Lioba.’ Een edelhert burlde en Lioba keek naar de hemel waar de wolken voorbij dreven. ‘Drink dit’, zei stamoudste Hildebrant. ‘Het maakt je rustig.’ Ze pakte het aardewerk kruikje uit zijn handen en nam twee grote slokken. Het goedje brandde in haar mond en haar lijf begon te tintelen. Stamoudste Hildebrant knoopte het koord om haar middel los en wikkelde die om haar hals. Langzaam trok hij

16

DICHTBIJ

de knoop strak en Lioba sperde haar ogen wijd open. ‘Wacht!’ riep moeder plots. Haar ogen waren rood geschreid en ze greep Lioba’s gezicht vast. ‘Het komt allemaal goed’, stamelde ze en ze aaide over Lioba’s haar. Met een scherp mes sneed ze een stuk van de krullen af en hield het tegen haar borst. ‘De goden zullen over je waken, net zoals ze over ons waken.’ Stamoudste Hildebrant duwde Lioba’s moeder met een ferme beweging aan de kant. ‘Verstoor dit moment toch niet. Wat zal Wodan wel niet denken’, riep hij haar toe. Met een ruk trok hij het koord om Lioba’s nek strak en ze greep naar haar keel. De tranen stroomden over haar wangen en ze piepte. ‘Moeder’, fluisterde ze hees. Maar moeder sloeg haar ogen neer en drukte haar vingers in haar oren. Toen voelde ze een harde steek in haar borst, waarna een warme straal naar beneden liep. Ze probeerde te kijken wat er gebeurde, maar alles was zo wazig geworden. Ze viel en bleef maar vallen totdat ze in het drassige moerasland verdween. De ijzeren mannen, de Romeinen, hebben de stam nooit bereikt.

2000 jaar later

‘Ik weet niet of we hier goed aan doen, hoor’, mompelde Willem Emmens. ‘Ach, wat ben je ook een schijterd’, beet Hendrik Barkhof hem toe. ‘Wat kan er nou gebeuren?’ Het was 12 mei 1897, één van de

heetste voorjaarsdagen in tijden en de bloemen en planten tierden welig om zich heen. In het Stijfveen, vlakbij het Drentse dorpje Yde, waren Willem en Hendrik aan het werk. ‘Nou ik weet het niet hoor’, zei Willem weer en hij leunde op zijn baggerbeugel. ‘We mogen hier helemaal geen veen steken.’ Met zijn zakdoek veegde hij de zweetpareltjes uit zijn gezicht en hij knoopte zijn roodbaaien hemd los. ‘Maar je wilt toch ook wat verdienen, riep Hendrik verontwaardigd. ‘Niemand die ons ziet. En wat zal het vrouwtje zeggen als je thuis komt met niets?’ Willem zuchtte en stak de beugel weer in het veen. ‘Wat is dit nou’, riep Willem toen zijn beugel bleef steken. Hij trok en sjorde en hing eraan, maar de baggerbeugel gaf niet mee. ‘De duvel haal’den vent die dat gat heeft gegraven’, foeterde Willem. Plots schoot de beugel los en dreef er in het veenwater een donkerbruin gezicht boven. ‘Help’, riep Willem. ‘Het is de duvel, Hendrik. Help!’ Zo hard als ze konden renden Hendrik en Willem naar Yde. ‘En nu?’ hijgend en puffend stonden de twee arbeiders tegen de muur geleund. ‘We kunnen ze niet vertellen dat we op die plek gewerkt hebben’, mompelde Hendrik. ‘Maar we kunnen dat mens daar toch ook niet laten liggen?’ riep Willem. De mannen luisterden naar het monotone geluid van de zeis die met een stevige gelijkmatige slag heen en weer ging. Keurig kwam het gemaaide gras in een rij op het zwad te liggen. Het was een vertrouwd tafereel. ‘Ja, misschien moeten we iets doen’, gaf ook Hendrik toe. Ze haalden het lijk uit de blubber omhoog en legden het onder heideplaggen. Een paar dagen later verscheen er een berichtje in de krant: (…) Werd tusschen Vries en IJde een volledig menschengeraamte gevonden. ’t Haar, ter lengte van wel anderhalven voet, bedekte nog den schedel. Overblijfselen van kleeren waren nog aanwezig. Daar voorwerpen in veen niet dan hoogst langzaam vergaan, kan genoemd lichaam wel al menig dozijn jaren in ’t veen hebben gezeten.

Het meisje van Yde

‘Is hier een kind vermist?’ vroeg

de politie aan de oudste mensen in het dorp. Maar elke keer keerden ze teleurgesteld terug. ‘Wat moet het dan zijn geweest?’ vroeg de burgemeester van Yde, meneer Aalfs, zich af. ‘Misschien is het lijk dan wel veel ouder dan we denken.’ Hij schreef een brief aan het Drents Museum en vertelde over de bijzondere ontdekking. Meneer


Joosting, van het Drents Museum was wel benieuwd naar dit mysterieuze lijk en samen met de burgemeester nam hij een kijkje bij het lichaam. Maar al snel bleek dat de Drentse bevolking wel héél nieuwsgierig was geweest. Ze hadden namelijk, op één na, alle tanden en kiezen meegenomen, het haar zat niet meer aan het hoofd vast en ook misten er enkele botten. Meneer Joosting verzamelde toch alles wat er nog te vinden was en stopte dat in een kistje. Thuis lag hij het veenlijk op de etenstafel om het te laten drogen. Met een klein borsteltje verwijderde hij de viezigheid en bekeek het eens goed. Hij dacht dat dit lijk een meisje was. Wat een ontdekking! Een maand later bracht hij het veenlijk naar het Drents Museum, onder de naam ‘Het meisje van Yde’.

Mummietentoonstelling

Wat er precies is gebeurd met het meisje van Yde zullen we nooit weten. Toch kreeg ze in het Drents Museum een tweede leven. Net zoals alle mummies die je hier tot 31 augustus kunt bewonderen. Nog nooit eerder is in Nederland zo’n grote verzameling mummies bij elkaar gebracht. Er zijn absoluut ‘balls’ voor nodig om een bezoekje te wagen. Want hoe je het ook went of keert, sommige mummies zien er angstaanjagend uit. Maar, no worries. Hoe levend ze soms ook lijken, ze zijn écht dood. Ontmoet een Hongaarse cryptemum-

Hoe levend ze soms ook lijken, ze zijn écht dood mie, een Peruaanse Nasca-indiaan, een brulaap uit Argentinië, een gemummificeerde kat uit het oude Egypte en nog veel meer. Net zoals bij het meisje van Yde schuilt achter elke mummie wel een verhaal. Je vindt de antwoorden in de reis door de wereld van de mummies. Wil je een nog beter beeld krijgen van de tijd waarin de mummies leefden? Maak dan ook een rondje door de rest van het museum. Van de tijd van de jagers en verzamelaars tot de hedendaagse, abstracte kunst, alles komt voorbij. Zo’n leerzaam, maar bovenal fascinerend dagje Drenthe doet je ongetwijfeld goed!

DICHTBIJ

17


Tussendoortje

Avondzand Het vallen van de avond. De zon door de optrekkende duisternis het land uitgejaagd. Een scherende wind over het zand. Ideale plek voor een kampvuurtje, paar biertjes en een gitaar? Ontdek het zelf. De foto is niet genomen in Noord-Afrika, maar dichtbij. Gewoon een avond in het Nationale Park De Loonse en Drunense Duinen in Noord-Brabant.

18

DICHTBIJ


Tussendoortje

DICHTBIJ

19


DE SPECIALE PLEKJES VAN

JETT REBEL

20

DICHTBIJ


Jett Rebel is hot. De 23-jarige muzikant, ook wel bekend als Jelte Tuinstra, is niet weg te slaan uit de media. De geboren Hagenaar sleept prijzen als een Edison in de wacht en treedt op bij populaire televisieprogramma’s als De Wereld Draait Door. Ondanks alle faam is Tuinstra een doodgewone, Hollandse jongen gebleven. Jett Rebel houdt van Nederland en iedere plaats heeft een andere betekenis voor hem. Door Sebastiaan van den Bovenkamp

Baarn “Baarn is op het eerste gezicht eigenlijk heel saai. Er is niet zo veel te doen voor jongeren. Een groep jongens, waar ik nog steeds mee omga, heeft me ontzetten gepusht en geïnspireerd om er wat van te maken. De verveling heeft daar een verschrikkelijk sterke rol in gespeeld. Er is niet echt een club, je kunt er niet echt op meisjesjacht, dat leeft daar gewoon niet. Je hebt er twee middelbare scholen en dat was het. Voor het kroegenleven hoef je er niet te komen, want je hebt er maar één kroeg. Baarn is gewoon niet going on. Dus wij zaten of in het bos of in de studio. In dat opzicht is Baarn eigenlijk ook weer prachtig. In een mooie, groene omgeving maken we hier muziek met een vriendengroep uit omliggende plaatsen als Hilversum, Soest etc. Een beetje tussen de bomen muziek maken. Prachtig.”

Den Haag “Ik ben op vrij jonge leeftijd vertrokken uit Den Haag. Ik ben geboren in Laakkwartier en dat geldt als een kindonvriendelijke buurt. Als kind heb ik gehoord dat het alleen maar ellende was, een heftige buurt. Met terugwerkende kracht, in mijn studententijd, heb ik me pas gerealiseerd hoe te gek die stad eigenlijk is. Je hebt er een heel fijne muziekscene. De natuur van de Hagenees is ook gewoon heel prettig. Iedereen kent elkaar en steunt elkaar. De mensen klikken echt met elkaar en dat vind ik iets heel moois. Het is er heel gezellig ook. Je hebt er veel leuke en vooral mooie plekken. Dat is ook iets wat ik in Baarn heb.”

Amsterdam “Het is de stad waar ik vijf jaar gewoond. Het heeft absoluut een plek in mijn hart, het is de stad waar ik gevormd ben. Ik ben hier naar het conservatorium gegaan en heb me ontwikkeld als muzikant. Net als Baarn kun je hier heel lekkere muziek maken. Iedereen hier staat open voor een samenwerking. Ik denk dat de Amsterdammer heel open is. Veel van mijn huidige vrienden heb ik hier ook ontmoet. Maar dat zijn natuurlijk niet de enige redenen waarom Amsterdam speciaal voor mij is. Ik heb hier gewoon een Edison gewonnen.

Landgraaf “Ik ben al een paar keer naar Pinkpop geweest, dus ik weet hoe het eruit ziet. Het is een hele eer, echt een jongensdroom. Ik had echt niet verwacht dat ik ooit in Landgraaf zou mogen optreden voor duizenden mensen. Het kwartje is nog niet gevallen, dat valt waarschijnlijk pas op het moment zelf, zonder het te realiseren. Het is echt teringvet.”

Eindhoven “Groupies zijn altijd wel aanwezig. Als muzikant krijg je altijd wel interesse van groupies, maar ik heb daar weinig behoefte aan. Ik houd van meisjes plezieren. “Hey, je bent helemaal geweldig, we gaan een partijtje knallen.” Daar ben ik niet zo van. Da’s veel te makkelijk. In het zuiden heb ik lwe iets bijzonders meegemaakt toen ik met Valerius op tournee was . Het is dan sowieso anders dan gemiddeld, omdat band heel populair is. Je hebt dan van die heel typi-

sche taferelen. De meisjes die je gesproken hebt lopen met je mee naar het hotel om vervolgens naakt in het zwembad te springen. Echt te typisch voor woorden. Ja, dan word je het hotel uitgezet, haha. Dan kun je nog zo’n grote bek hebben, als jongen ben je dan “dude, what the f*ck. Whoa whoa, tietuh”. Dat bezoekje aan die plaats zal ik niet snel vergeten.”

Soest “Uiteindelijk ben ik teruggekeerd naar mijn oude, vertrouwde omgeving. In de omgeving van Baarn woon ik nu in een bos in Soest. Een plek waar ik echt herrie kan maken. Of ja, herrie... Inmiddels schrijf ik liedjes over de liefde in plaats van neuken. Dat mag ook wel een keer. Ik ben namelijk verliefd, dat gebeurt. Ik heb de liefde gevonden, thuis op de bank. In de bossen van Soest, haha.

De doorbraak van Jett Rebel De 23-jarige Jelte Tuinstra gaat als muzikant door het leven als Jett Rebel. De in Den Haag geboren Tuinstra studeerde aan het conservatorium in Amsterdam en specialiseerde zich in zowel gitaar als pianospel. Na kortstondige avonturen in bands als Valerius en The Souldiers besluit Tuinstra om op eigen benen te gaan staan: Jett Rebel is geboren. In 2013 beleeft Jett Rebel zijn eerste successen met een uitverkiezing tot 3FM Serious Talent en optredens op onder andere Zwarte Cross, Songbird Festival en 3FM Serious Request in Leeuwarden. 2014 is echter het jaar van Jett Rebel. Tot op heden heeft Tuinstra prijzen als een Edison en een 3FM-award in de wacht weten te slepen.

DICHTBIJ

21


KARAKTER Je komt het iedere dag wel tegen, maar je hebt het nauwelijks door. Je hebt het misschien meer dan tien keer gezien, maar nooit echt op gelet. Ze zijn overal en ze hebben allemaal een betekenis. Eigenlijk zijn ze er om niet vergeten te worden, maar kijken we er niet te vaak langsheen? Bij de onthulling geven we ze genoeg aandacht en schrijven de media er soms zelfs over. Daarna kijkt er bijna niemand meer naar ze om. Een wandelaar, een bejaarde man, een historicus of een kunstenaar werpt misschien zo nu en dan een blik naar ze toe. Maanden werk, hoge verwachtingen en een enorme precisie waar we dagelijks aan voorbij lopen. De levende variant zonder betekenis die we vaak in grotere steden tegenkomen vinden we veel interessanter. We geven hen zelfs wat kleingeld om met ze op de foto te mogen. Maar de ‘echte’ variant vinden we al gauw saai, terwijl dat de echte helden zijn. Door Dilan Kutlubay Ze hebben oorlogen meegemaakt en hielden stand terwijl hun omgeving continu aan verandering onderhevig was. Ze hebben een kleuter een bejaarde zien worden. Hetzelfde geldt voor de generatie daarna en de generatie daar na. Ze hebben meer mensen gezien dan jij en ik ons ooit kunnen voorstellen. En toch vinden we ze saai of zo vanzelfsprekend dat het niet meer bijzonder is. Ik beloof dat je de volgende keer stilstaat en nadenkt over hetgeen wat je ziet. Ik heb het natuurlijk over standbeelden. ‘Standbeeld’, wat klinkt dat

ongelofelijk saai. Een woord zonder karakter met een enorme vermogen droogheid. Het klinkt bijna robotachtig. Je kunt er niks van maken. Zielloos, leeg, kil en nietszeggend. Logisch dat je niet meteen op springen staat bij het zien van een ‘standbeeld’. Zeg het eens een paar keer hardop en probeer je voor te stellen wat er in je opkomt. Precies, niets! Dit woord vervang ik daarom vanaf nu in het woord: ‘karakter’. Karakter is een persoon, een figuur met bepaalde kenmerkende eigenschappen. Karakter hebben betekent charisma hebben. Iemand met karakter is moedig, onderscheidend,

heldhaftig en goed voor anderen. Daarom wordt een karakter vaak herinnerd, bemind en letterlijk op voetstuk gezet. Denk aan Martin Luther King, Mahatma Ghandi of onze eigen Hugo de Groot en Erasmus. Je hoeft niet de hele geschiedenis bestudeerd te hebben om bij een karakter stil te staan. Deze namen kennen wij allemaal en voor een Rotterdammer is de Erasmusbrug net zo vanzelfsprekend als de Appie Heijn om de hoek. Daarom is het helemaal niet zo gek om even je geheugen op te frissen en jezelf af te vragen:

Sta jij weleens stil bij standbeelden? Niaz Akreyi (23) uit Almere: ‘’Ik heb het idee dat ik niet zo heel vaak standbeelden zie. Ik weet het niet eigenlijk. Ik heb er nooit over nagedacht.’’ Sonja Allachi (24) uit Amsterdam: ‘’Ik sta eigenlijk nooit stil bij standbeelden. Ik kan me niet eens herinneren wanneer ik er ooit bij heb stilgestaan. Misschien zou ik het toch vaker moeten doen.’’ Yusuf Ocak (26) uit Kampen:

22

DICHTBIJ

‘’Ik vind standbeelden wel interessant. Niet allemaal, maar ik sta er weleens bij stil. Ik ben dan gewoon benieuwd wie diegene is en waarom er een standbeeld van die persoon is gemaakt. Vooral de manier waarop het gemaakt is vind ik indrukwekkend.’’ Anissa Oustou (22) uit Meppel: ‘’Ik sta echt nooit stil bij standbeelden. Heel af en toe kijk ik weleens hoe het gemaakt is. Of heel soms als het mooi staat bij een park

met veel bloemen dan vind ik het wel mooi. Maar puur omdat het erbij hoort, niet per se omdat het standbeeld zo mooi is. Het maakt het geheel af.’’ Ditmer Bus (19) uit Den Haag: ‘’Af en toe. Ik studeer geschiedenis. Eigenlijk zou ik veel vaker moeten stilstaan bij een standbeeld. Maar misschien is dat ook iets voor ouderen omdat die de tijd ervoor nemen. Wanneer wandelen jongeren nou echt in het park om de omgeving te verkennen?’’


wie was Erasmus en waarom is de brug naar hem vernoemd? Je hebt natuurlijk ontzettend veel karakters, maar de alleroudste van Nederland is die van Desiderius Erasmus in Rotterdam, geplaatst in 1622. Waarschijnlijk hebben de ouders van je ouders, en daar de grootouders van en daar weer de grootouders en dan weer de grootouders van de plaatsing meegemaakt. Precies, zo lang geleden dus! Bizar dat het er nog steeds staat! In de 17e en 18e eeuw was dit karakter een bezienswaardigheid in Europa. Hendrick Keyser heeft het karakter ontworpen. Nadat hij stierf nam zijn zoon het over om het beeld af te maken. Het karakter overleefde het bombardement van 14 mei 1940. Hij werd voor de veiligheid begraven in een museum in Beuningen. Na de bevrijding werd het beeld opgegraven en geplaatst op zijn huidige plaats Grotekerkplein in Rotterdam. Erasmus werd geboren in 1469 als bastaardzoon van een priester. Zijn gave voor het Latijn zorgde ervoor dat hij het klooster kon verlaten en een reis door Europa kon maken. Zijn geld verdiende hij door het schrijven van Latijnse boeken. Erasmus was een humanist die sterk in God geloofde. Een overtuigd Christen die niet bang was om kritisch de teksten van de Bijbel te analyseren. Hij had een ongelofelijke drive voor talen en schreef boeken over hoe mensen zich moesten gedragen. Zowel voor de elite als de boeren. Hij wilde de mens opvoeden tot nadenkende Christenen en verafschuwde zelfingenomen mensen. Hij richtte zich ook op vrouwen, wat heel bijzonder was in die tijd. Zeg nou zelf, verdient iemand zoals Erasmus of Ghandi of welke spraakmakende figuur dan ook uit de Geschiedenis geen minuut van je tijd? Het verhaal erachter is interessanter dan je denkt. En ook al ga je niet meteen googelen wie de persoon van de standbeeld is, I’m sure you’ll look twice the next time! En wat mij betreft kan het woord standbeeld per direct geschrapt worden. Karakter zegt zo veel meer!

DICHTBIJ

23


Op de fiets naar

Siberië. Een gebied ver weg, koud en onveilig. Met vreemde volkeren die te paard door de donkere naaldbossen rijden. Met eeuwig ijs waar verdorde dwergstruiken overheen kruipen. Een wereld zo ver van hier. Of toch niet? Raak niet in paniek als je na een fietstochtje verdwaald en terecht komt in Denemarken, Frankrijk of Egypte. Want geloof het of niet, je bent zomaar weer thuis. En hé, als je er dan toch bent, neem eens een kijkje in deze buitenlandse streken naast de deur. Door Elise de Jong

Het land van de Viking Denemarken is een klein gehucht in de gemeente Slochteren te Groningen. Er staan zeven boerderijen, wat arbeidershuisjes en een villa. Waar de naam vandaan komt is niet helemaal duidelijk. Wel is het zo dat dit Groningse plattelandsdorpje hoogstwaarschijnlijk niet vernoemd is naar onze overzeese buren. Sommigen suggereren dat het woord ‘Deen’ ruig betekent en ‘marken’ vlakke velden. Dan zou Denemarken in het Nederlands dus Ruigevelden heten – wat overigens goed mogelijk is, want ruig is het hier zeker. Anderen zeggen dat ‘dan’ naar dal, hol of leger (van wilde dieren) verwijst. ‘Mark’ zou gebied betekenen. Beide namen passen wel bij dit ruige gebied, waar wilde dieren zo nu en dan aanwippen. Denemarken ligt vlakbij Slochteren, dat we misschien allemaal wel kennen van de aardgaswinning. Maar naast de deprimerende bevolking die wanhopig naar de scheuren in hun muren kijken, vind je hier ook

De stad van de vrijdenkers

Zurich is een klein dorpje in de gemeente Súdwest-Fryslân. Het dorp ligt net iets ten noorden van de plek waar de Afsluitdijk de Friese kust bereikt. Eigenlijk stelde het dorp niets voor. Totdat de Afsluitdijk aangelegd werd, waarna het inwoneraantal snel toenam. Nu loopt de Afsluitdijk echter niet meer door het dorp, en krimpt de bevolking weer. De naam Zurich is waarschijnlijk afgeleid van Zuderinghe. Dit betekent Zuidhoek, wat niet vreemd is, aangezien dat ook de plek is waar het dorp zich bevindt. Juist omdat de naam van het dorp zoveel lijkt op de hoofdstad van Zwitserland, bezoeken veel Zwitsers het dorp. Toen de gemeente de naam wilde verfriesen

24

DICHTBIJ

nog enkele pareltjes. Het landgoed de Fraeylemaborg is zo’n pareltje. Deze hoeve is in de Middeleeuwen ontstaan als een versterkt stenen bijgebouw, bij een houten boerderij. Stap over de drempel en waan je voor even weer in die tijd. De verlatenheid van de omgeving zal je hier ongetwijfeld bij helpen. Daarnaast staat hier nog een 18e-eeuwse herenboerderij, de Geertsemaheerd, met fraaie stijlkamers en een expositieruimte in de voormalige stallen. Maar wat misschien nog wel leuker is, is dat je kunt overnachten in de kapschuur, waarbij je uitkijkt over de oudste slingertuin van de provincie Groningen. ‘Klinkt leuk. Voor mijn ouwelui dan,’ zullen de meeste van jullie wel denken. Daar moet ik jullie enigszins gelijk in geven. Slochteren en Denemarken zijn nou niet bepaald ‘the places to be’. Toch zijn hier natuurgebieden waar je prachtig kunt fietsen – vooral als je de wind mee hebt. Voor de stappers onder ons: fiets door naar Groningen. Dan hoef je niet eens een slaapplek te regelen, want het feest gaat de hele nacht door.

naar Surch, ontstond er dan ook veel verzet. Hoewel Zurich zelf niet veel meer is dan een vergrijsd dorp, waar het altijd koud is en hard waait, liggen verderop de prachtigste kustplaatsjes. Denk daarbij aan Pingjum, waar het oude schuilkerkje van de Mennonieten staat, Witmarsum, Bolsward, Franeker en de oude havenstad Harlingen. En als je de afsluitdijk oversteekt, ben je zomaar weer in het oude, vertrouwde Westen. Maar doe dat niet te snel, want ook in het Noorden is genoeg te beleven.


From Russia (Siberië ) with love

Siberië is een buurtschapje in Drenthe. Het ligt in de gemeente Hoogeveen, vlakbij Beilen en Ruinen. In de Franse tijd marcheerden de soldaten van Napoleon dagen lang naar Rusland. Sommige bezweken onderweg, anderen verbeten de pijn en angst en liepen stug door. Het moet een helse tocht geweest zijn, met erbarmelijke omstandigheden die Napoleon hoogstwaarschijnlijk tot waanzin hebben gedreven. Het verhaal gaat dat het Drentse Siberië zo verlaten en afgelegen lag, dat het de soldaten in de Franse Tijd deed denken aan het Russisch-Aziatische gebied waar zij waren geweest.

Broodje kebab op de hoek

In Zeeland ligt het schilderachtige gehuchtje Turkeye. Dit plaatsje, dat valt onder de gemeente Sluis, heeft negentien inwoners. Er wonen in het gehucht voor zover bekend geen Turken, maar het is ook niet echt Nederlands. Meer dan de helft van de inwoners is van Duitse of Belgische afkomst. Ooit had Nederland, net zoals Turkije een grote afkeer tegen de Spaanse Koning. Voor de Turkse koning was iedereen gelijk. De Spaanse koning dulde daarentegen alleen maar katholieken in zijn rijk. Prins Maurits was het hier niet mee eens en ging, met zijn geuzen, de strijd aan tegen de Spanjaarden. ‘Liever Turks dan Paaps’, was zijn credo. Om de band tussen de geuzen en de Turken nog meer te versterken, zorgde prins Maurits ervoor dat na de verovering van Sluis, Turkse slaven weer veilig thuisgebracht werden. Daarnaast werden Turkse schipbreukelingen op het

Ook nu nog zitten de meeste mensen niet te springen om een dagje Siberië. Het is dan ook niet de moeite waard om vroeg uit de veren te komen om naar dit Drentse landschap af te reizen. Maar toch, als je hier door – hoogstwaarschijnlijk ongeplande – gekke redenen belandt, maak dan een fietstocht door de Boerenveensche Plassen, het Kremboongbos en Landgoed Vossenberg. Daarnaast is Hoogeveen en prachtige historische stad – stel je daar niet meteen teveel bij voor – waar genoeg monumenten te bezichtigen zijn. Verder kun je bij verschillende boerderijen een hapje, drankje en zelfs eslaapplek krijgen. Dus no worries, zelfs in de middle of nowhere van Siberië valt te overleven.

land liefdevol opgevangen. De Turkse sultan was geroerd door die onbaatzuchtigheid en met de hulp van Turkije stonden de geuzen nog sterker in de strijd tegen de Spanjaarden Prins Maurits noemde de streek Turkeye, als eerbetoon aan de steun van de Turken. En zo groeide er een band tussen het gehuchtje Turkeye en het Turkse Rijk. Nog steeds wordt het dorpje regelmatig bezocht door belangrijke Turken. Het klinkt allemaal mooi, die geschiedenisverhalen. Maar wat is er nou eigenlijk te doen? Zeeland is zee. Dus: zonnebaden, zwemmen, vliegeren, surfen, snorkelen, zandkastelen bouwen en ga zo maar door. Daarnaast kun je prachtig fietsen van dorp naar dorp, langs smokkelpaden van weleer. Of je wandelt naar pittoreske dorpjes en historische stadjes. Alles is altijd dichtbij.

We’re all living in America

America is een plaats in het noorden van Limburg. Het dorpje valt onder de gemeente Horst aan de Maas. Ooit stond in dit dorpje aan de Peel een kerkje, omringd door enkele boerderijen. Het landschap was ruig en kaal, maar de arbeiders deden hun best om de heide te ontginnen. In de Peel vonden veenarbeiders turf. ‘Wat een mooi spul, hier kan ik wat mee!’ riepen de paardenhouders van het leger ongetwijfeld. ‘Dit is vele malen beter dan stro.’ De cavalerieafdeling gebruikte de turf voor turfstrooisel. Dit was de vervanger van stro, omdat de urine van de paarden er veel beter doorheen sijpelde. En zo groeide America langzaam uit tot een veenarbeiders- en heideontginningsdop. Het kreeg zijn eigen Station America om de turf makkelijker te vervoeren. Waarom dit dorp de naam America heeft, is onduidelijk. Hoewel we het ons nu niet meer voor kunnen stellen, bestond ook America vroeger uit grote lege, kale vlaktes.

Misschien dacht men hieraan bij dit dorp en vernoemden ze het plaatsje naar het grote continent duizenden kilometers verderop. Maar misschien is de naam America ook een herleiding van het Duitse Am Erica dat ‘aan het heideveld’ betekent. Hoe dan ook, America is nog steeds een bijzonder dorp met een rijkelijke geschiedenis. Aan de Zwarte Plakweg woonden in de oorlogstijd drie families: Poels, Smedts en Geurts. Tijdens de Tweede Wereldoorlog doken veel Limburgse Joden en geallieerde piloten – vaak zwaargewond – onder bij de drie gezinnen. Ook richtten enkele boeren aan deze straat in America een verzetsgroep op: ‘De zwarte plak’. Twee verzetsmannen blokkeerden ooit de spoorlijn, waarlangs de bezetter oorlogsmateriaal vervoerde. De verzetsmannen werden echter op heterdaad betrapt en terplekke doodgeslagen. Nog altijd hangt er een mysterieuze sfeer rondom de Zwarte Plakweg in America. Zin om te shoppen, lekker te eten of een filmpje te kijken? Stap dan over de Americaanse grenzen en bezoek Venlo of Venray. Bovendien zijn Limburgers beregezellig!

DICHTBIJ

25


Beemster bier en heel ve Alkmaar i Een Beemster Biertje in Café Jong Belegen, swingen in The Dancing Cheeese en een rondleiding door het Kaasmuseum. Dat Alkmaar iets met kaas heeft is duidelijk. De stad onder de rook van Amsterdam is tevens de plek waar de wieg stond van Marco Borsato en Gerard Joling. Ook is het de stad van tweevoudig landskampioen AZ. Daarnaast telt Alkmaar meer dan duizend rijks- en gemeentemonumenten, vele historische bezienswaardigheden, een heus biermuseum en heeft het legio kroegen, restaurants en zelfs een rosse buurt. Dat klinkt interessant en dus trok Dichtbij de oude binnenstad in. We stelden een stadswandeling samen met een verzameling van de mooiste en beste pleinen, kroegen, restaurants en hier en daar een monument dat zeker de moeite waard is om te bezoeken. Door Chris Bil en Andor Faber Een felle ochtendzon schijnt zijn licht over station Alkmaar. Op het terras van de HEMA zijn nog maar een paar vrije stoelen. Aan de overkant van de straat openen de eerste kroegjes hun deuren. Het lijkt een drukke dag te worden voor de uitbaters die hun tentjes runnen nabij het station. De Burger King draait ondanks het vroege tijdstip al op volle toeren. De geur van hamburgers en friet komt voorbij het handjevol mensen zweven dat op de bus staat te wachten. De route richting de binnenstad voert langs vele boetiekjes, tabakszaakjes en eettentjes. Na nog geen tien minuten lopen doemt de brug over de stadsgracht op. Hier betreden we het centrum van de eeuwenoude stad. Moeilijk is dat niet te vinden. Op bijna elke straathoek staat een bord met richtingaanwijzers.

Kerk

Niet te missen is de uit 1470 stammende Grote Kerk van Alkmaar, die officieel de Sint-Laurenskerk heet. Direct na het oversteken van de

26

DICHTBIJ

brug vind je het enorme bouwwerk. De kerk is gratis te bezichtigen. Van binnen is hij fabelachtig mooi. We lopen over de oude stenen vloer, die tegelijk dienst doet als deksel van de grafkelder. Dat is weer eens wat anders dan een vloerkleed. De oudste grafsteen stamt uit 1613. Gedichten over het geloof sieren de muren. Het enorme orgel voorin de kerk is zeker een fotomoment waard. Het is zelfs het oudst bespeelbare orgel van Nederland. Achterin de kerk is opmerkelijk genoeg een koffiebar gevestigd. Het is een aparte ervaring om op een terras binnen de kerk te zitten. Wie liever buiten geniet, kan terecht bij Café de Bonte Bengel en Café Granada. Beide kroegjes hebben een terras tegenover de kerk. Rechts van de kerk lopen we via het kaaswinkeltje op de hoek richting de Stadswal. Onderweg komen we veel monumentale pandjes tegen. We lopen tot de Molen van Piet bij de stadsgracht. De familie Piet is al tientallen jaren beheerder en bewoner van de molen en runt bin-

Dit is Alkmaar •Alkmaar had een inwonertal van 94.906 op 1 januari 2014 •De stad heeft een oppervlakte van ruim 30 vierkante kilometer •De inwoners worden kaaskoppen genoemd •In de stad vindt tussen april en september wekelijks een traditionele kaasmarkt plaats •Voetbalclub AZ heeft Alkmaar als thuisbasis •De stad telt 700 gemeentelijke en 399 rijksmonumenten •De stad stad bekend om zijn vele hofjes •Alkmaar beschikt sinds 1254 over stadsrechten


e el kaas; is niets te dwaas Openbaar vervoer Alkmaar is vanuit alle richtingen prima te bereiken. De belangrijkste verbinding is die met Amsterdam. Er is een rechtstreekse verbinding tussen Amsterdam Centraal en Alkmaar Centraal. In de spits rijdt die trein vijf keer per uur. Je bent ongeveer 40 minuten onderweg vanaf Amsterdam. Niet alleen vanuit het westen gaan er treinen naar de kaasstad. Ook vanuit het noorden reis je vrij gemakkelijk naar Alkmaar. Vanaf station Leeuwarden vertrekt er ieder uur de buslijn 350 die je binnen twee uur aflevert in het centrum van Alkmaar. Onderweg zie je een groot deel van het IJsselmeer en de Waddenzee tegelijk. In deze bus is de ov-studentenkaart gewoon geldig! Vanuit andere richtingen wordt aangeraden via Amsterdam te reizen. Als je besluit met de auto te reizen, volg je simpel vanuit de Randstad de A9. Vanuit het noorden kom je over de Afsluitdijk. Vanaf daar volg je de borden Amsterdam tot de afslag Middenmeer.

In de Langestraat vind je links het Stadhuis en op de achtergrond de Grote Kerk.

nen een souvenirwinkeltje. Het is de enige molen in het stadscentrum die bewaard is gebleven. Nabij de molen is er de mogelijkheid een wandeling te maken door het stadspark. We lopen terug richting de Grote Kerk. Daar slaan we rechtsaf de Langestraat op. Een draaiorgel speelt vrolijke melodietjes en het is druk in deze winkelstraat. Al na een paar meter zien we aan onze rechterzijde het stadhuis van Alkmaar. Twee stenen leeuwen hebben het stadswapen tussen hun tanden geklemd. Op de gebrandschilderde ramen zijn oude teksten zichtbaar. Boven de ingang bewaakt Vrouwe Justitia met de weegschaal het recht. Het stadhuis

is absoluut de moeite waard even een blik op te werpen.

Shoppen

Voor de meer in mode geïnteresseerde bezoeker is de Langestraat ook een aanrader. Tegenover het Stadhuis vinden we de Coolcat en de H&M. Voor een versnapering is het terras van Café de Nachtegaal aan te raden. De vroege bezoeker vindt enkele tientallen meters verder de HEMA, waar voor een euro een prima ontbijtje kan worden genuttigd. Tegenover de HEMA vinden we op een rij de Sting, Jack and Jones, WE en Ici Paris XL. Een walhalla voor de shoppers.

Als we de Langestraat uitlopen komen we op een pleit, wat het Mient wordt genoemd. Dit plein ligt middenin het stadscentrum en kent meerdere terrasjes en winkels. Dwars door het plein loopt de oude stadsgracht. Veel Duitsers en Chinezen met grote fotocamera’s kwebbelen er opgewonden over. Te midden van cirkelende meeuwen drinken we koffie bij koffie- en sandwichcafé Anne Max aan de Kraanstraat. Deze straat ligt in het verlengde van het Mient. Anne Max is niet het goedkoopste adres, maar het is lekker uitrusten op het terras aan het water. Er is zelfs de mogelijkheid in een oude woonboot te zitten die ook daadwerkelijk schommelt. Voor de zwakke maag is dat geen aanrader. >>

DICHTBIJ

27


>> Het Mient is ideaal om even bij te komen en heeft voor ieder wat wils. Links van de gracht zitten ijsco- en chocobar Australian en ijssalon Het Mient. Aan de overzijde zien we Pizzeria Portofino. We gaan vanaf het Mient rechtsaf verder de D’oude stad in. Via de oude visbankjes, waar vroeger de vis werd verhandeld, komen we uit bij het Verdronkenoord. Dit pleintje kent een groot aantal kroegen aan weerszijden van de stadsgracht, waaronder de Tapperij, Tante Sannie, De Amstel en Irish Pub Gunnery’s. Dit is een aanrader voor een avondje uit. Wij besluiten links af te gaan richting het Fnidsen. Dit smalle straatje kenmerkt zich door kleine boetiekjes, restaurantjes en kroegjes. Het doet

een beetje Zuid-Europees aan. Voor de pure levensgenieter is hier de mogelijkheid een Thaise massage te ondergaan. Als we vanaf het Fnidsen rechtdoor het ophaalbrugje overgaan, komen we op de Achterdam, de enige straat van Alkmaar waar raamprostitutie is toegestaan. We besluiten echter links af te buigen en dan zijn we het rondje rond geweest en staan we weer op het Mient.

Kaasmarkt

Ons volgende doel is het Waagplein, zoals de Kaasmarkt wordt genoemd. We lopen rechtdoor langs de gracht en binnen no-time staan we op de beroemde Kaasmarkt. We hadden er al veel over gehoord en gelezen en het blijkt allemaal waar.

Op het Waagplein vindt op vrijdag de Kaasmarkt plaats.

Het is de enige markt in Nederland waar nog op traditionele wijze kaas wordt verhandeld. Elke vrijdagochtend tussen april en september is de markt geopend. Het is een must see voor bezoekers van de stad. Een bizar schouwspel speelt zich wekelijks af op het scheve Waagplein. Dat plein dankt de naam aan de Waag, een groot monumentaal gebouw. Momenteel vind je in de Waag het Kaasmuseum. In het statige, hoge gebouw met de hoge toren zit ook de VVV van Alkmaar. Het Kaasmuseum is niet het enige museum, want aan het Waagplein vind je ook het Biermuseum. In dat museum zit Café De Boon waar tientallen soorten bier worden geschonken. Het café staat in de top honderd van de beste cafés van Nederland. Verder is er een breed scala aan kroegen en restaurants met uiteenlopende menukaarten, met daarop gerechten van Tapas tot Grieks. De Kaasmarkt herbergt aan de lange bovenzijde een lange rij kroegen met toepasselijke namen als The Dancing Cheeese, ’t Hartje, Heertje van Alekmear en Kleine Johannes. Als we de Kaasmarkt rechts van de Waag verlaten, belanden we op de Houttil. In dit smalle straatje ligt Café Jong Belegen. Het oogt als een kaaswinkeltje, maar Jong Belegen is toch echt een kroeg. La Place is in hetzelfde straatje te vinden. Als we rechts de Magdalenenstraat opgaan, vinden we veel kaaswinkels en heuse kaashuizen. De sterke kaaslucht hangt in dit hele straatje. Aan het einde vinden we twee snackbars die enorme

Spektakel op de Kaasmarkt Het hele gebeuren begint ‘s ochtends in alle vroegte. Vrachtwagens rijden af en aan om zo’n 30.000 kilo kaas naar het Waagplein te slepen. Daarna beginnen de keurmeesters met het keuren van de kazen, meestal zo’n 2.400 stuks. Heel precies worden de kazen gekeurd. Een kwartier voor het openen van de markt houdt de kaasvader een praatje voor de kaasdragers. Daarin wordt verteld hoeveel kaas er die dag aanwezig is en of er nog speciale mensen present zijn. Om 10.00 uur wordt de bel geluid door een persoon, die door de gemeente Alkmaar is uitgenodigd. Dat kan een bekende Nederlander zijn, maar ook een sporter of een zakelijke partner van de gemeente. Zodra de bel geluid is, gaan de keurmeesters en de handelaren de kaasmarkt op. Samen kijken ze naar de kazen en op een ouderwetse ‘handjeklap’-manier worden de kazen verhandeld. Als de overeenkomst beklonken wordt, brengen de kaasdragers de kazen naar het Waaggebouw. Daar wordt de kaas gewogen door de tasman. Als de waagmeester zijn goedkeuring heeft uitgesproken over de deal, is het definitief rond. De kaasdragers brengen de kazen naar de vrachtwagens van de kopers. Dat gaat door tot 12.00 uur, daarna wordt alles opgeruimd. Binnen een halfuur verandert de kaasmarkt in een toeristisch plein, vol met terrasjes. Vooral voor de kaasdragers is het afzien. Per tweetal dragen ze acht kazen op een zogenoemde houten berrie. Het totale gewicht is zo’n 150 kilo, wat ze met zijn tweeën moeten versjouwen. Om ervoor te zorgen dat de berrie zo stil mogelijk blijft hangen, lopen ze in de ‘kaasdragersdribbel’. Dat is een apart loopritme. Op die manier hangt de berrie het stilst en blijft het te behappen voor de kaasdragers.

28 | DICHTBIJ


Vlaamse friet verkopen. Sowieso lijkt Alkmaar behalve met kaas iets met Vlaamse frieten te hebben. We komen onderweg talloze verkooppunten tegen van deze dikke knapen. Het laatste wat we in het centrum van Alkmaar aandoen is het hofje van Sonoy. Vroeger deed het hofje dienst als opvang voor dakloze stedelingen. Het heeft nog steeds een klein binnenplaatsje en het oude torentje is bewaard gebleven. Tegenwoordig herbergt het hofje eetcafé de Heeren van Sonoy. Tegenover het café ligt casino van Haarlem, een mooie onderbreking voor de gokker. Wij weerstaan onze goklust, slaan linksaf en komen weer uit bij de HEMA. In amper drie uur tijd hebben we het centrum van Alkmaar grotendeels gezien. Dat viel zeker niet tegen. Wie de drukte van Amsterdam wil mijden, betaalbaar een dagje uit op het programma heeft staan en mooie dingen wil zien, moet deze stad zeker eens aandoen! De kaaskoppen, zoals de Alkmaarders genoemd worden, verwelkomen je met open armen. • Meer informatie over Alkmaar vind je op www.journalistiekzwolle.nl/ tijdschriften

Dancing Cheeese

Een uitgaansgelegenheid met zo’n typerende naam voor de stad, daar moet je zijn geweest! Aan het Waagplein, de officiële benaming voor de kaasmarkt, vind je Dancing Cheeese. Tot in de late uurtjes kun je de voetjes van de vloer laten gaan in deze discotheek. Of kroeg. Het is maar waar je zin in hebt. Dancing Cheeese heeft namelijk voor ieder wat wils. Het pand heeft meerdere verdiepingen. Op de bovenste etage kun je mee lallen op de feestnummers in het cafégedeelte. Op de onderste verdieping vind je een discotheek, waar dj’s de beste beats ten gehore brengen.

Café Jong Belegen

In veel steden vind je kroegen met namen als ‘Het Hoekje’, ‘Shooters’ of ‘De Steeg’. In de kaashoofdstad van Nederland zijn ze wat creatiever met naamgeving. Daar vind je namelijk Café Jong Belegen, ook wel het Beemsterkaascafé genoemd. Hier kun je genieten van dé specialiteit van Alkmaar: de kaas. Uiteraard blijft het een café, dus er zijn allemaal combinaties mogelijk tussen kaas en een alcoholische versnapering. Daarnaast heeft Café Jong Belegen zoveel verschillende biersoorten en wijnsoorten, dat je er bijna duizelig van wordt. De perfecte mix tussen een lekker drankje en hét exportproduct van Alkmaar vind je in Café Jong Belegen. Hier niet geweest is een gemiste kans.

Café De Muizenvreugd

Aan de rand van de binnenstad vind je Café De Muizenvreugd. Ook hier is de link met de kaas niet moeilijk. Een muis is gek op kaas. In dit café hangt een heel gemoedelijke sfeer. Het feit dat er regelmatig leuke dingen worden georganiseerd, helpt daar zeker aan mee. Zo kun je in Café De Muizenvreugd iedere maand je eigen stembanden op de proef stellen op de karaoke-avond of zelf het podium op springen met je gitaartje bij de jamsessie. Hier wordt iedereen in zijn of haar waarde gelaten, ook al zit er geregeld een valse noot tussen.

Het Hofje van Sonoy waar je tegenwoordig kunt dineren.

DICHTBIJ | 29


Column

Een treinreis Door Yvo Osterloh De treinreis tussen Zwolle en Arnhem (omgekeerd natuurlijk ook) herbergt nog maar weinig geheimen voor mij. Nog geen tweeënhalf jaar geleden was dat compleet anders. Toen bracht het spoor mij in een goed jaar misschien twee keer op een andere plek. Maar die tijd ligt achter mij. Veel mensen zijn een beetje verbaasd als ik vertel dat ik in Zwolle studeer, maar daar niet op kamers woon. Ik neem het ze niet kwalijk. Een stad als Zwolle lijkt heel ver weg van Huissen, maar met de trein vanaf Arnhem ben je er zo. En ze praten er gewoon Nederlands. Zo zijn er natuurlijk nog wel meer van dat soort steden in Nederland. Ik kan er eigenlijk wel om lachen. Waar een Amerikaan denkt dat Amsterdam en Parijs zo goed als naast elkaar liggen, zien wij in een halfuurtje rijden al een equivalent voor de andere kant van de wereld. We nemen ons landje soms ook zo serieus. Het uurtje reizen met de trein is in die tweeënhalf jaar trouwens een kwartiertje geworden. Puur voor mijn gevoel dan. De treinen zijn naar mijn weten niet sneller gaan rijden. Gelukkig is dat niet het geval, zou ik bijna willen zeggen. Sommigen zullen uit het raampje van de intercity tussen deze twee provinciale hoofdsteden slechts wéér een voorbeeld van het vlakke en saaie Nederlandse landschap langs zien razen. Ik zie in de treinreis het bewijs dat je niet perse een exotischetravel van Gulliver nodig hebt om een mooie reis te maken. Liever niet zelfs. En liever ook niet één reis. Na tweeënhalf jaar dagelijkse herhaling kan ik mij nog altijd verbazen over de prachtige dingen langs het spoor die velen niet eens op zullen vallen. Zo ook op een druilerige donderdagmiddag een paar weken terug.

30

DICHTBIJ

Net als veel andere donderdagmiddagen stap ik in Zwolle in de trein. Moderne kantoorcomplexen met Franse namen op de gevel rechts van mij vormen een schril contrast met de statige, negentiende-eeuwse studentenhuizen links van mij. We gaan rijden. De trein rijdt de stad minder snel uit dan vroeger, omdat vinexwijken de grenzen van Zwolle steeds verder hebben verlegd. Ik zie hoe het spoor eenmaal buiten de stad de IJssel volgt en de trein langs slaperige dorpjes aan de dijk langs de rivier leidt, tot het de buitenwijken van Deventer bereikt. Voorbij de watertoren en de Koekstad toont zich aan beide zijden van het spoor. Na het historische station uit het begin van de twintigste eeuw volgen al snel de krappe arbeidershuisjes met de herkenbare rode daken. Ergens in het midden van de aaneengeschakelde wijkjes staan vier lichtmasten fier overeind. Daar voetbalt de lokale trots. Een paar flats later wordt Deventer verlaten. De rivier wordt losgelaten en het landschap verandert in rap tempo. Het kale, vlakke land wordt ingeruild voor donker bos. Midden in het bos staat een klein, witgeverfd houten hutje met een puntig rieten dakje naast het spoor. Het is misschien net groot genoeg om een klein persoon een slaapplek te bieden. Het had net zo goed een huisje kunnen zijn waar Gulliver (daar is ‘ie weer) op was gestuit toen hij het mythische eiland Lilliput bezocht. Maar veel tijd om daarbij stil te staan is er niet; het bos verdwijnt namelijk niet veel later even snel als het opdook en in de verte doemen de imposante torens van Zutphen op, die in de wijde omgeving te zien zijn. De rijk beklede torens stralen nog altijd de vergane glorie van vroegere eeuwen uit. Ondertussen veranderen de accenten bij elk station waar mensen haastig in- en uitstappen. Ingeslikte

woorddelen maken langzamerhand plaats voor zachtere tonen. Het wordt zuidelijker. Het land wordt hoger. Stuwwallen, stukken land die in een ver verleden omhoog werden geschraapt door de ijskappen, vertonen een reliëf dat tot minstens Zuid-Limburg geen waardig opvolger ontmoet. Op enkele van deze wallen staan sierlijke landhuizen. Maar naarmate we zuidelijker komen zie ik ook de verandering die, hoe cliché het ook klinkt, de tand des tijds met zich mee heeft gebracht. Boomstammen waar ooit bomen stonden. Een appartementencomplex dat uit een verlaten loods is gegroeid. As en puin waar ooit een fabriekshal was. Een tunnel waar ooit een weiland lag. Een brakke lap grond waar ooit een grauwe twee-onder-een-kap stond. Graffiti op een muur die ooit wit was. Maar ach, dat gebeurt. Ik ben toch al bijna in Arnhem. Bijna thuis, want ver is het niet meer tot Huissen. Maar niet voordat ik de villa’s zie rond Dieren, het machtige kasteel Biljoen tussen de grote eiken en de witgekalkte façades van de chique herenhuizen in Velp. Pas als ik bij Park Sonsbeek de Veluwe de stad in zie stromen ben ik in Arnhem. Ik stap uit op het station waar ooit met de beste bedoelingen aan werd begonnen, maar dat nog altijd meer weg heeft van een bouwput. Ik loop richting de uitgang en een koperkleurig muntje op de grond trekt mijn aandacht. ‘Yes, vijf cent’, denk ik. Dan pas zie ik dat het vijfgroszy is. Het muntje is een paar centen waard, mits je  ‘m in Polen uitgeeft. Ik zie dat de munt in 2001 is geslagen en besef dat mijn reis van zojuist, vergeleken met de reis die het muntje moet hebben gemaakt, op het allerlaatste moment toch nog een beetje in het niet valt.


Column

DICHTBIJ

31


De andere kant van het hek Verlaten, vervallen, verpauperd, prachtig

Razend populair op het internet. In een aflevering van de serie Unforgettable speelt het een belangrijke rol. Soms illegaal en gevaarlijk. Ik waag mijzelf er ook aan. Urban exploration. Ik spreek met een expert en ga vervolgens zelf op pad. Ik kom terecht in Wageningen, waar ik ga exploren in een verlaten en vervallen voetbalstadion. Door Yvo Osterloh De bus stopt – op enkele honderden meters van het stadion. Ik ben nerveus. Het is warm, mijn handen trillen en het zweet prikt op mijn rug. Nu de lichtmasten boven de boomtoppen opdoemen en het stadion voor me ligt, komen er vragen in mij op. Wat moet ik doen als ik het terrein betreed en er een politieauto langsrijdt? En als er meer mensen in het stadion zijn, wat dan? Het ontdekken van het vervallen Urban exploration. Vertaald naar het Nederlands staat hier ‘het ontdekken van het stedelijke’, maar die definitie dekt de lading niet volledig. Bij het ontdekken van een stad denk je aan het wandelen door een oude straat, het bezoeken van een musea of het uitwaaien op een terras. Maar dat is niet besteed aan een explorer. Hij ontdekt de kant van de stad die gemeenten liever niet laten zien aan een toerist: het vervallen, verpauperde gezicht van de stad. Voor een urban explorer valt juist daar veel te ontdekken. Maar een explorer trekt er niet alleen op uit in stedelijke gebieden. Het ontdekken kan evengoed in

32

DICHTBIJ

een dorp of een natuurgebied. De enige voorwaarde is dat er in het gebied mensen hebben gewerkt, gewoond of geleefd. De personen met deze hobby bezoeken daarnaast niet alleen een verlaten plek, ze maken er ook foto’s en verslagen van. Andre Joosse is een Nederlandse urban explorer. Op zijn website urbex.nl staan indrukwekkende

In veel gevallen is het illegaal en gevaarlijk voorbeelden van zijn tochten. Van een kazerne in Roosendaal tot een aardappelmeelfabriek bij Ter Apel, hij heeft heel het land doorkruist om het vervallen Nederland te ontdekken. Daarnaast is Joosse ook op veel buitenlandse plekken, zoals in een oude mijn in Zuid-Duitsland of een verlaten tuberculoseziekenhuis in Madrid.

‘’Ik ga liever naar het buitenland. In Nederland is op een paar bijzondere plekken na niet veel te zien. Veel leegstaande gebouwen zijn pas recent verlaten of worden al snel gesloopt of verbouwd.’’ Maar hoe komt iemand erbij om urban explorer te worden? Joosse: ‘’Ik ben als tiener begonnen met fotograferen. Ik begon met straatfotografie en daardoor kreeg ik interesse in architectuur. Daarna ging ik mijn grenzen verleggen en de andere kant van het hek eens proberen. Van het een kwam het ander.’’ Joosse ziet dat de tijden zijn veranderd sinds hij het ging doen. ’’Toen ik begon waren er


Uitzicht op het veld vanuit de vroegere spelerstunnel.

in Nederland nog maar een handjevol explorers, maar tegenwoordig noemt iedereen met een camera die een roestig object op de ge-

‘’Veel Nederlandse gebouwen die leeg staan, worden snel gesloopt of verbouwd’’ voelige plaat vastlegt zichzelf een urban explorer. Verder merk ik dat er nu groepen van tien man een gebouw betreden en het hele interieur verbouwen voor een foto. Het idee is juist dat alles na elk bezoek hetzelfde blijft. En diefstal of graffiti toebrengen zijn ook doodzonden, maar dat gebeurt steeds vaker.’’ Roestige trappen Eerder in dit verhaal gaf ik het al aan: het beoefenen van urban exploring is in veel gevallen illegaal. Vaak begeven mensen zich name-

lijk op privéterrein. Juist dat zorgt paard gaat met de verlaten plekmisschien wel voor de thrill. Joosse: ken tegen te gaan. Sloop is vaak ‘’Soms geeft het een kick, maar dit de enige oplossing, soms ook een is niet mijn doel. Je bent natuurlijk ingrijpende verbouwing. Urban exwel vaak de rand van de wet aan plorers documenteren de – soms het opzoeken en een boze buurvergeten – historische waarde van man, eigenaar of voorbijganger kan een plek, voordat het te laat is. zomaar voor problemen zorgen. Zij Joosse vindt het vaak wel jammer zijn vaak gevaarlijker dan de plek dat de plekken die hij bezoekt die je bezoekt, want op hen heb je aan het wegrotten zijn. ‘’Vooral als geen invloed.’’ het onvervangbare geschiedkunEen toevallige voorbijganger of boze dige waarde heeft, zoals een kerk buurman behoort echter niet tot met schilderingen en beelden, dan de enige gevaren. Joosse: ‘’Putten, is het zonde. En het blijft jammer kuilen, roestige trappen. Verlaten dat na de sloop vaak een lelijke gebouwen en terreinen zitten er vol stalen hal wordt neergezet. Het mee. Het blijft opletten, maar als is belachelijk dat mensen zo lang je je eenmaal bewust bent van de wachten met ingrijpen, zodat een gevaren dan nemen de risico’s af.’’ leegstaand pand dan al dermate Op zijn website staat een indrukverpauperd is waardoor sloop de wekkende lijst van de plekken die enige optie is. Alles is beter dan Joosse heeft bezocht en vast heeft sloop. Ook al verliest bij hergegelegd. Inmiddels zijn veel van deze plekken in Nederland verdweMeer zien? Ga snel naar journalistiekzwolle.nl/tijdschriften/ nen. Hoge gronden bekijk de complete fotoreportage op de prijzen en mogelijks Wageningse Berg. Je nog meer zien? Dat ik mij gezichtsverlies dwinvoorstellen. bezoek urbex.nl voor het uitvoerige gen gemeenten de werk van urban explorerer Andre Joosse. verloedering die ge-

DICHTBIJ

33


gebruik een gebouw wel zijn ziel.’’

Angst in Wageningen

Na het gesprek met Andre ben ik enorm nieuwsgierig geworden naar de beleving die hij moet hebben als hij een plek bezoekt. Er zit maar één ding op: zelf op pad gaan. Ik stap op de bus naar de Gelderse universiteitsstad Wageningen. Aan de rand van de stad, midden in het bos, ligt het voetbalstadion ‘De Wageningse Berg’. In dit stadion is tot 1992 professioneel voetbal gespeeld. In dat jaar ging FC Wageningen, de club die in het stadion speelde, failliet. Sindsdien is het

Het staat al twintig jaar gelijk in Wageningen

stadion verlaten en is het vervallen geraakt. Mijn vader - supporter van de oude aartsrivaal van Wageningen: Vitesse - heeft me nog verteld over wedstrijden die daar zijn gespeeld, maar ik heb de club en het stadion niet meer meegemaakt. Het stadion ligt in een natuurgebied, waardoor nieuwbouw of verbouw een lastige opgave is. Dat is precies de reden dat het stadion er nog altijd staat. Achter het reserveveld, naast de hoofdtribune, staat een hoge watertoren met een stevig hekwerk eromheen. Ik ben benieuwd hoe het stadion is afgegrendeld. Ik loop richting de oude hoofdtribune en zie de vele gaten in het dak. Het hek, dat naar het reserveveld leidt, staat op een kiertje. Nergens een bordje met de bekende woorden ‘geen toegang voor onbevoegden’ staat. Ik wurm mezelf door het kiertje en sta recht voor de ingang van kantine ‘De Berg’, waar helaas geen kroketten meer worden gefrituurd. Ik loop een met planten en struiken overgroeid paadje op, richting het hoofdveld. Schuin boven mij staat het verpauperde scorebord nog fier overeind. ‘Thuis 0 – Gasten -0’. In Wageningen staat het al meer dan twintig jaar gelijk. Voor mij ligt het grasveld. Aan het hoge gras en de vele paardenbloemen is te zien dat er allang niet meer is gevoetbald. Ik

34

DICHTBIJ

loop over het oude veld en denk aan alle grootheden die op dit veld gevoetbald moeten hebben, zoals Willem van Hanegem en Jan van Halst. Ik neem een kijkje in de oude spelerstunnel. Onkruid groeit door de tegels. Het trapje naar de hoofdtribune kent nog maar weinig treden, waardoor het een eng klimmetje is geworden. Sommige van de houten bankjes op de hoofdtribune zijn al doorgezakt. Het is een bizar besef: hier juichten nog niet zo lang geleden hele families hun helden toe. Tegelijkertijd is het prachtig om te zien hoe de natuur het stadion overneemt. Achter één van de goals staan nog twee kassa’s overeind. Door de betonnen staantribunes groeien struiken en zelfs een boomstronk. Het beton is soms niet meer eens te herkennen door de begroeiing. De tribune aan de andere lange zijde van het veld is nog compleet overdekt en ik krijg het idee dat de betonnen staantribunes recent zijn gerenoveerd. Alleen aan de rand van het veld heeft onkruid toegeslagen. Op de palen en op de wand van de tribune staat graffiti. Ik ga onderin één van de hoeken van de tribune zitten. De zon schijnt nog altijd vol op mijn gezicht. Ik open een blikje cola (geen zorgen, ik zoek straks een prullenbak op) en ik geniet van de bijzondere omgeving. Net als ik me steeds meer op mijn gemak begin te voelen, zie ik een zwarte auto in de verte aankomen. De auto stopt. Mijn hart

De oude hoofdtribune van FC Wageningen

bonst. Ik ben een half uurtje op het terrein geweest en ik vind het wel mooi geweest. Vlug pak ik mijn spullen, neem ik een laatste slok van de cola en loop ik weer richting de kantine aan de zijkant van de hoofdtribune. Door het vervallen en overwoekerde hek zie ik de auto staan. Gelukkig, geen politie of boze buurman, slechts iemand die even een belletje moest plegen vanachter het stuur.

De drie beste Nederlandse plekken om te urban exploren (volgens Andre Joosse)

1. Het oude Schelde-terrein in Vlissingen. Op drie hallen na is alles gesloopt, maar het complex heeft een rijke geschiedenis en is op een prachtige wijze in verval geraakt. 2. Ziekenhuis Santepoort in Bloemendaal. Vooral de kapel springt in het oog, hoewel die nu, helaas, vol met graffiti staat. 3. AVIS in De Zaan. Een oude, vervallen blauwselfabriek. Een prachtige locatie voor urban explorers.


COLOFON

Yvo Osherloh

Hoofdredacteur

Charley Blomjous

Hoofdredacteur

Andor Faber

Beeldredacteur

Cathalijne Runia

Elise De Jong

Sebastiaan Van den Bovenkamp

Dilan Kutlubay

Jos Baas

Chris Bil

Eindredacteur

Eindredacteur

Vormgever

Vormgever

Vormgever

Webredacteur

DICHTBIJ

35



Dichtbij 2