__MAIN_TEXT__

Page 58

Utrechtse professor waakt over sneeuw en ijs

Een halve eeuw in de

onderweg

Bernina

Het Berninamassief in het uiterste puntje van Zuidoost-Zwitserland is rijkelijk met ijs bedekt. De vraag is alleen: hoe lang nog? Marnix Viëtor wandelt en klimt er al ruim vijftig jaar. Op de vergletsjerde flanken van Il Chapütschin ziet hij de ijscondities veranderen. ‘Gletsjerprofessor’ Hans Oerlemans, die er zijn eigen meetstation neerzette, heeft misschien een oplossing. Tekst Marnix Viëtor Beeld Dominick Viëtor

H

ans Oerlemans weet het nog precies. Tijdens de afdaling op de Giétrozgletsjer, in de buurt van de Cabane des Dix in het Wallis, ging het mis. “De sneeuwbrug waarop ik liep, stortte in en ik kwam terecht in een duistere wereld waar je alleen water hoort druppelen.” Hij vertelt het verhaal op de laconieke toon van een geroutineerde bergsporter, maar Oerlemans is vooral bekend als meteoroloog en glacioloog. Meer dan twintig jaar geleden plantte hij, na een pittige discussie met de toenmalige burgemeester van Pontresina, zijn eerste weerstation op de Morteratschgletsjer, de langste gletsjer van kanton Graubünden. Voor ik de ‘gletsjerprofessor’ ontmoet in zijn werkkamer in de Utrechtse Uithof en met hem in gesprek ga over gletsjers, klimaatverandering en de toekomst van de bergsport, bezoek ik eerst zelf de ‘Festsaal der Alpen’. Dat is de troetelnaam die klimgidsjesauteur Walther Flaig gaf aan het gebied rond de Piz Bernina, de enige vierduizender van de Oost-Alpen.

Plakboek als extern geheugen Eind juli heb ik onverwacht een paar dagen vrij voor een echte Hochtour, mijn zonen Silvan en Dominick zijn mijn gidsen. De Corvatschbaan brengt ons vanaf Surlej boven het dorp Silvaplana naar Murtèl. Dat bespaart ons heel wat hoogtemeters. De Chamanna Coaz is onze uitvalsbasis voor de beklimming van Il Chapütschin. Op zijn vergletsjerde flanken wil ik met eigen

ogen zien hoe de gletsjers erbij liggen sinds mijn allereerste bezoek aan dit gebied in 1964, ruim vijftig jaar geleden. In mijn studietijd klom ik er ook met vrienden. Het plakboek van mijn vader uit 1964 fungeert als extern geheugen. Het bevat foto’s en ansichtkaarten die goed in beeld brengen hoe de bergen er in die tijd uitzagen.

Klimonderkomen met matrassen Zomer 1964. Als jochie van nog geen 10 jaar ga ik met mijn ouders en jongere broer en zus mee naar het piepkleine Sils Maria in het Zwitserse Oberengadin. In het plakboek van mijn vader lees ik over een wandeling in het Fextal en de tocht naar de Coazhut in het Rosegtal. Op dinsdag 7 juli 1964 schrijft mijn vader: “De Coazhut ligt dicht tegen de rotswand aangedrukt met een onvergetelijk uitzicht op de Sellagroep in het bijzonder. De hut is een klimonderkomen waar op matrassen wordt geslapen.” In het plakboek zie ik een ansichtkaart van de hut. Daarop kun je goed zien dat de Sellagletsjer nog een middenmorene heeft en dat de gletsjertong tot diep in het Rosegtal reikt.

Da hat sich einiges geändert Juli 2017. Van kabelbaanstation Murtèl ga ik met Silvan en Dominick op weg naar de Coazhut. We schouderen de rugzakken,

58 | HOOGTELIJN 1-2018

72_HL0118_R41_Gletsjeronderzoek.indd 58

29-01-18 13:29

Profile for Koninklijke NKBV

Hoogtelijn 1/2018  

Voor ons sneeuwrijke thema gingen we niet alleen naar Oostenrijk (toerskiën), Noorwegen (langlaufen) en Frankrijk (toeren, winterwandelen en...

Hoogtelijn 1/2018  

Voor ons sneeuwrijke thema gingen we niet alleen naar Oostenrijk (toerskiën), Noorwegen (langlaufen) en Frankrijk (toeren, winterwandelen en...

Profile for nkbv
Advertisement