Issuu on Google+

Johan van Rhijn Johan van Rhijn (1943) was als gedragsbioloog tot 1986 verbonden aan de Groningse universiteit. Toen maakte hij een ommezwaai naar het onderwijs. Hij ontwikkelde en begeleidde cursussen voor het onderwijs in de milieu- en natuurwetenschappen aan de Open Universiteit, waar hij in 2007 de eerste ‘docent van het jaar’ werd. Hij schreef o.a. The Ruff – Individuality in a gregarious wading bird (1991) en Hoe rekbaar is onze planeet (2010).

Uit de inhoud: Het idee Partners veroveren Kemphanen Vechtende hanen | Mannen op keur | Helper of klaploper? | Succes | Genen | Sperma | Travestieten Meeuwen Communicatie | Het bevolkingsregister | Vrouwen en mannen | Hoeksteen Zorg Meeuwen en strandlopers | Evolutie en zorg | De fuik | Grote loopvogels | Mensen, apen en andere zoogdieren Date Vrouw kiest heer | Kwaliteit | En hoe zit dat bij mensen?

Waarom verschilt de haan van de hen, de bok van de geit en de man van de vrouw? Dominante en opvallende dierenmannen krijgen meer vrouwen en dus meer kroost. Voor vrouwen ligt dat anders. Als die bazig of sexy zijn, schieten ze te kort in de zorg voor de kleintjes. Bij veel diersoorten krijgen de vrouwen ongeveer hetzelfde aantal jongen. Bij mannen ligt dat anders. Enkele krijgen veel meer afstammelingen dan de meeste andere. Mannen gedragen zich anders en zien er anders uit dan vrouwen door ‘seksuele selectie’. Dat was het meest geniale en originele idee van Darwin. Dat idee loopt ook als een rode draad door het leven en werk van de auteur, en in dit boek doemen geleidelijk de contouren op van een plausibele nieuwe theorie over seksuele selectie die steeds meer steun krijgt. Het resultaat van een levenslange wetenschappelijke speurtocht.

Wie kies je als partner en wie zorgt er voor het kroost?

Darwins Dating Show

Een speurtocht naar partnerkeus en zorg bij kemphanen, kokmeeuwen, struisvogels, apen en nog veel meer dieren, ook mensen, inclusief Charles Darwin.

9 789085 713494

ISBN 9789085713494 NUR 942

WB Darwingsdating omslag.indd 1

DARWINS DATING SHOW

Wie kies je als partner en wie zorgt er voor het kroost?

VAN RHIJN

Darwins Dating Show

www.veenmedia.nl Veen Media, Diemen

Johan van Rhijn

03-04-13 12:32


Johan van Rhijn Johan van Rhijn (1943) was als gedragsbioloog tot 1986 verbonden aan de Groningse universiteit. Toen maakte hij een ommezwaai naar het onderwijs. Hij ontwikkelde en begeleidde cursussen voor het onderwijs in de milieu- en natuurwetenschappen aan de Open Universiteit, waar hij in 2007 de eerste ‘docent van het jaar’ werd. Hij schreef o.a. The Ruff – Individuality in a gregarious wading bird (1991) en Hoe rekbaar is onze planeet (2010).

Uit de inhoud: Het idee Partners veroveren Kemphanen Vechtende hanen | Mannen op keur | Helper of klaploper? | Succes | Genen | Sperma | Travestieten Meeuwen Communicatie | Het bevolkingsregister | Vrouwen en mannen | Hoeksteen Zorg Meeuwen en strandlopers | Evolutie en zorg | De fuik | Grote loopvogels | Mensen, apen en andere zoogdieren Date Vrouw kiest heer | Kwaliteit | En hoe zit dat bij mensen?

Waarom verschilt de haan van de hen, de bok van de geit en de man van de vrouw? Dominante en opvallende dierenmannen krijgen meer vrouwen en dus meer kroost. Voor vrouwen ligt dat anders. Als die bazig of sexy zijn, schieten ze te kort in de zorg voor de kleintjes. Bij veel diersoorten krijgen de vrouwen ongeveer hetzelfde aantal jongen. Bij mannen ligt dat anders. Enkele krijgen veel meer afstammelingen dan de meeste andere. Mannen gedragen zich anders en zien er anders uit dan vrouwen door ‘seksuele selectie’. Dat was het meest geniale en originele idee van Darwin. Dat idee loopt ook als een rode draad door het leven en werk van de auteur, en in dit boek doemen geleidelijk de contouren op van een plausibele nieuwe theorie over seksuele selectie die steeds meer steun krijgt. Het resultaat van een levenslange wetenschappelijke speurtocht.

Wie kies je als partner en wie zorgt er voor het kroost?

Darwins Dating Show

Een speurtocht naar partnerkeus en zorg bij kemphanen, kokmeeuwen, struisvogels, apen en nog veel meer dieren, ook mensen, inclusief Charles Darwin.

9 789085 713494

ISBN 9789085713494 NUR 942

WB Darwingsdating omslag.indd 1

DARWINS DATING SHOW

Wie kies je als partner en wie zorgt er voor het kroost?

VAN RHIJN

Darwins Dating Show

www.veenmedia.nl Veen Media, Diemen

Johan van Rhijn

03-04-13 12:32


WB120 Darwinsdating H1.indd 1000

03-04-13 11:01


Het idee

Waarom de haan anders is dan de hennen en waarom sommige hanen veel hennen krijgen en andere geen. Schilderij van Albertus Verhoesen (1806–1881).

WB120 Darwinsdating H1.indd 1

03-04-13 11:01


Partners veroveren Charles Robert Darwin (1809-1882), grondlegger van de moderne evolutietheorie. Gefotografeerd omstreeks 1854 door Henry Maull en John Fox.

2

WB120 Darwinsdating H1.indd 2

1

Bij sommige diersoorten neemt iedere man of vrouw één partner van de andere sekse. Die soorten zijn monogaam. Daarmee lijkt het leven ongecompliceerd en overzichtelijk, maar vreemd genoeg is zuivere monogamie nogal schaars. Zo probeert bij veel diersoorten iedere man – of iedere vrouw, of ieder individu – méér dan een partner te veroveren. Die soorten zijn polygaam. Het viel Charles Darwin (1809-1882) op dat de mannen en vrouwen van de monogame soorten dikwijls nogal op elkaar lijken. Daarentegen bespeurde hij forse verschillen tussen de mannen en vrouwen van veel polygame soorten. Hij beschreef dat verschijnsel al in zijn belangrijkste boek Over het ontstaan van soorten uit 1859. Hij werkte zijn ideeën over de verschillen tussen monogamie en polygamie verder uit in het boek De afstamming van de mens en selectie in relatie tot sekse, waarvan de eerste druk in 1871 verscheen. Darwin beschreef nogal

DARWINS DATING SHOW • HET IDEE

03-04-13 11:01


wat polygame soorten waarvan de mannen meer dan één vrouw konden hebben en constateerde dat die mannen meestal het opvallendst zijn. Soms zijn ze aanzienlijk groter dan de vrouwen, soms hebben ze extra wapens, zoals sporen aan de poten, slagtanden, horens en geweien, en soms ornamenten, zoals de felle kleuren van kolibries en paradijsvogels, of de versieringen op de staart van een pauwenhaan. Een groot lichaam en wapens verhogen de kans om de ‘baas’ te worden onder de mannen. Ornamenten geven een man sexappeal. Darwin begreep dat deze kenmerken bepalend kunnen zijn voor het aantal nakomelingen dat mannen kunnen verwekken. Immers, de bazen eisen de vrouSeksuele selectie wen voor zich op en de mannen met veel sexappeal krijgen de vrouwen vanzelf achter zich aan. Veel kinderen dus. De ondergeschikte mannen en de mannen met weinig sexappeal missen de (huwelijks)boot. Vrijwel geen kinderen dus. Onder de vrouwen zie je niet van die extreme verschillen in kindertal. De verschillen tussen de mannen onderling in aantal afstammelingen hebben consequenties voor de volgende generaties, tenminste als grote mannen erfelijk verschillen van kleine mannen, mannen met een gebrekkige bewapening erfelijk verschillen van mannen die doelmatig bewapend zijn en mannen met de juiste versiering erfelijk verschillen van de mannen die er niet uitzien. Inderdaad, die erfelijke verschillen blijken meestal te been staan. Vaak gaat het daarbij niet om een enkele erfelijke eigenschap, maar om een heleboel. Dat betekent dat de mannen van generatie op generatie steeds groter, steeds beter bewapend, of steeds meer versierd worden. Darwin noemde dat proces seksuele selectie. Seksuele selectie gaat verder en verder tot het door andere krachten tot stilstand wordt gebracht. Dieren moeten im- Evolutie door seksuele selectie. mers wel in staat blijven om aan hun dagelijkse kost te komen. De paringsmogelijkheden voor Hun sexappeal mag er natuurlijk niet toe leiden dat ze een te ge- een man worden bepaald door zijn genen en door de manier waarop makkelijke prooi voor rovers worden. Het zijn niet altijd de mannen die opvallen. Darwin beschreef de omgeving de werking van die ook soorten waarvan de vrouwen groter zijn of beter bewapend genen stuurt. De erfelijke variatie of feller gekleurd. Hij merkte op dat bij die soorten de man bij mannen en vrouwen is hetzelfde. meestal de belangrijkste rol vervult in de zorg voor de kinderen. Bij vrouwen wordt de werking van Hij wist niet, maar vermoedde wel dat de vrouwen van deze soor- de genen voor dominantie en/of ten polygaam zijn en onderling wedijveren om mannen aan de aantrekkelijkheid onderdrukt (grijze schaduw over de vrouw-symboolhaak te slaan. Seksuele selectie was eigenlijk Darwins meest originele idee. tjes). Door de erfelijke invloed worNiettemin werd Charles Darwin vooral bekend door de reis met den de mannen in de volgende de Beagle1 en de theorie van evolutie door natuurlijke selectie.2 generatie dominanter en/of aantrekDie theorie verklaart dat soorten van generatie op generatie heel kelijker. Door de omgevingsinvloed geleidelijk veranderen. Gescheiden groepen van dezelfde soort – zit er een vertraging in dat proces.

1 • Partners veroveren

WB120 Darwinsdating H1.indd 3

Generatie 1 Partnerkeus Slechts enkele mannen (de bazen en/of de mooiste jongens) krijgen de vrouwen en worden vader

Generatie 2 – hoger dan generatie 1

Generatie 3 – nog hoger Dominantie en/of aantrekkelijkheid: hoog matig laag

3

03-04-13 11:01


Natuurlijke selectie Generatie 1 Schaarste, gevaar en ziekte Alleen de beste blijven over en krijgen kinderen Generatie 2 hoger dan generatie 1

Generatie 3 – nog hoger Kwaliteit

populaties – kunnen zo in verschillende richtingen veranderen tot verschillende soorten. Dat is allemaal mogelijk door drie kenmerken van soorten.3 Ten eerste verschillen individuen van dezelfde soort op allerlei manieren: grootte, kleur, snelheid, vermogen om voedsel op te sporen of te benutten, afweer tegen ziekten, enzovoort. Er is variatie. Sommige individuen zijn daardoor – beter dan andere – opgewassen tegen de omstandigheden waaronder ze leven. Ten tweede produceren planten en dieren veel meer nakomelingen dan er in leven kunnen blijven. Zo ontstaat er schaarste aan voedsel en andere levensvoorwaarden. Alleen de individuen van de hoogste kwaliteit, die het best zijn opgewassen tegen de omstandigheden, blijven in leven. De ouders voor elke volgende generatie komen uit die groep. Ten derde berust veel variatie op erfelijke verschillen. Daardoor verandert in het proces van natuurlijke selectie van generatie op generatie de samenstelling van de erfelijke eigenschappen in een populatie.

Het evolutie-idee

goed matig slecht

Evolutie door natuurlijke selectie. Individuen verschillen in hun vermogen om (voedsel)schaarste, gevaar en ziekte te weerstaan. Dat vermogen wordt hier kwaliteit genoemd. Die wordt bepaald door hun genen en door de manier waarop de omgeving de werking van die genen stuurt. Door de erfelijke invloed wordt de gemiddelde kwaliteit van de dieren in de volgende generatie hoger. Door de omgevingsinvloed zit er een vertraging in dat proces.

4

WB120 Darwinsdating H1.indd 4

Het evolutie-idee was niet nieuw. Al voordat de kerken in de vroege Middeleeuwen de volmaakte – onveranderlijke – schepping benadrukten, waren er Grieken, Chinezen, Romeinen en religieuze denkers geweest die opperden dat soorten uit andere soorten kunnen ontstaan. Vanaf de achttiende eeuw kwam dat idee bij sommige natuuronderzoekers opnieuw bovendrijven.4 Een onveranderlijke schepping klopte niet met hun waarnemingen. Vooral in Frankrijk begon het te gisten en te borrelen onder leden van de Franse Academie voor Wetenschappen, ook onder de geleerden die verbonden waren aan de tuin van de koning, de Jardin des Plantes, en het museum voor natuurlijke historie. De opvallendste figuren daarbij waren Pierre Louis Maupertuis (1698-1759), Georges-Louis Leclerc, comte de Buffon (1707-1788), JeanBaptiste Lamarck (1744-1829), George Cuvier (1769-1832) en Étienne Geoffroy Saint-Hilaire (1772-1844). Ze waren er alle vijf van overtuigd dat er gedurig veranderingen hebben plaatsgevonden in de samenstelling van het leven op aarde. Lamarck noemde dit proces ‘transmutatie van soorten’. In Engeland sloeg het evolutie-idee aanvankelijk nauwelijks aan. Dat kwam omdat het natuuronderzoek daar vooral beheerst werd door de Anglicaanse geestelijkheid. Er waren tal van dorpsdominees die in hun vrije tijd vogels, planten of kevers bestudeerden en aan de opleiding tot predikant, bijvoorbeeld in Cambridge, waren ook hoogleraren verbonden die de natuur onderzochten, geologen, botanici en zoölogen. De gedachte was dat men door de studie van de natuur meer over God te weten zou komen. De mens zou immers naar Gods evenbeeld zijn geschapen. Het was vooral de filosoof en moraaltheoloog William Paley (1743-1805) die de grondslagen legde voor deze ‘natuurlijke theologie’. Zijn opvattingen weken af van die van de ‘openbaringstheologie’ die bijvoorbeeld onder de calvinisten in Nederland domineerde.

DARWINS DATING SHOW • HET IDEE

03-04-13 11:01


De openbaringstheologen accepteerden alleen de Bijbel als leidraad en hadden weinig op met natuurwetenschappelijk onderzoek. Niet iedere Brit was even streng in de leer. Charles Darwins grootvader, Erasmus Darwin (1731-1802), arts, dichter, botanicus, vetzuchtig Bourgondiër met een nogal losse huwelijksmoraal, maar vooral ook vrijdenker, publiceerde ideeën over veranderlijkheid van soorten, waarmee hij vooruitliep op Lamarck in Frankrijk. Die ideeën werden opgepikt door Robert Edmond Grant (1793-1874), aanvankelijk arts, maar vooral onbezoldigd zeebioloog in Edinburgh en later hoogleraar in de vergelijkende anatomie in Londen. Grant maakte enkele reizen naar het continent, bezocht universiteiten in verschillende landen, en knoopte vriendschapsbanden aan met Étienne Geoffroy Saint-Hilaire in Frankrijk. Hij werd een mentor en goede vriend van Charles Darwin in de periode dat die door zijn vader naar Edinburgh was gestuurd om geneeskunde te studeren. Vrij kort na zijn reis met de Beagle (1831-1836) besefte Charles Darwin zelf dat soorten veranderen in de loop van vele generaties.5 Transmutatie van soorten bleek dus werkelijk plaats te vinden. Darwin begreep ook hoe dat gebeurde. Probleem echter was dat het publiceren van die conclusie een aardbeving zou veroorzaken binnen de kringen waarin Darwin zich bewoog. Vooral vanuit de kerkelijke wereld vreesde hij verzet. Aanvankelijk noteerde hij daarom de belangrijkste principes in een van zijn geheime dagboeken. Charles zag ook op tegen het bekend maken van zijn opvattingen vanwege zijn vrouw Emma (1808-1896). Zij zou deze opvattingen niet kunnen rijmen met haar religieuze gevoelens. Het evolutie-idee bleef daarom sudderen, meer dan twintig jaar lang.

Erasmus Darwin (1731-1802), de grootvader van Charles Darwin, dacht al dat soorten kunnen veranderen. Hij werd in 1792 geportretteerd door Joseph Wright of Derby.

‘Uit de kast’ Toen de tijd daarvoor rijp leek, begon Charles Darwin te schrijven. Hij had na z’n geheime dagboek een eerste ‘schets’ van zijn evolutietheorie op papier gezet, een verhaal van 35 bladzijden. Dat was in 1842, minder dan zes jaar na zijn terugkeer met de Beagle. Die eerste ‘schets’ verdween in een bureaula, zonder dat een ander er iets van gezien had. Pas in 1844 overwoog Darwin het verhaal te laten lezen door iemand die hij vertrouwde, namelijk Joseph Hooker (18171911), een aanstormend talent. Deze was jong, arts, en botanicus. (Hij zou later directeur van de Koninklijke Botanische Tuinen worden, de Kew Gardens bij Londen.) Maar bij nader inzien vond Darwin zijn ‘schets’ toch niet bevredigend en werkte hem uit tot een essay van bijna tweehonderd bladzijden. Aanvankelijk liet hij dat verhaal aan niemand lezen. Pas ruim een jaar later mocht Hooker het inzien. Tijd om erover te praten ontbrak echter, want kort daarop vertrok Hooker voor een ruim drie jaar durende expeditie naar India. Het essay verdween weer in een la. Pas na Hookers terugkeer in 1851 durfde Darwin het aan om zijn ideeën aan anderen voor te leggen. De eerste was de geoloog Charles Lyell (1797-1875) die een opzienbarend boek over de geologie van de aarde schreef.6 Het eerste deel daarvan verscheen kort voor Darwins reis met de Beagle. Lyell betoogde dat de geologische veranderingen in de geschiedenis van de aarde geleidelijk zijn verlopen en dat geen van de processen daarbij anders is geweest dan de processen die nu nog steeds werkzaam zijn. Dat actualiteitsprincipe is voor de meeste geologen een belangrijk

1 • Partners veroveren

WB120 Darwinsdating H1.indd 5

Joseph Dalton Hooker (1817-1911), omstreeks 1855 geportretteerd, de eerste onderzoeker waarmee Darwin zijn ideeën over evolutie deelde.

5

03-04-13 11:01


Thomas Henry Huxley (links), Charles Lyell (midden) en Asa Gray (rechts), de drie vertrouwelingen van Darwin die, na Hooker, deelgenoot werden in zijn evolutietheorie. Gravure door G.J. Stodart, foto uit 1857 van Maull en Polyblanc en foto uit 1867.

6

WB120 Darwinsdating H1.indd 6

uitgangspunt gebleven. Het boek had een enorme invloed op de inzichten in de geologie, maar ook op Darwin, die daardoor tijdens zijn wereldreis met bijzondere aandacht keek naar de geologie van de gebieden die hij bezocht. Lyell werd een oudere vriend en vertrouwensman. Darwin legde Lyell zijn ideeën over evolutie voor tijdens een weekend waarin hij hem samen met Hooker en hun echtgenotes bij hem thuis in Down House had uitgenodigd. Lyell bleek nogal wat moeite te hebben met Darwins ideeën vanwege zijn religieuze opvattingen, maar wilde geen wetenschappelijke discussie blokkeren. Hooker balanceerde op dat moment nog tussen het aannemen en verwerpen van Darwins theorie, maar besloot al spoedig dat hij er volledig achter stond. Lyell bleef, ondanks zijn oprechte steun aan Darwin, zijn leven lang twijfels houden over diens theorie. De tweede was, net als Hooker, alweer een jonge hond. Het was Thomas Huxley (18251895), arts, reizend natuuronderzoeker, anatoom, expert op het gebied van ongewervelde zeedieren. Darwin had hem in 1853 voor het eerst ontmoet toen Huxley zich nog uiterst sceptisch toonde over elke vorm van transmutatie van soorten. Zijn verzet was niet gebaseerd op religieuze opvattingen, die had hij niet, maar op de rammelende argumenten die tot dusverre waren aangedragen. Darwin dacht hem wel met zijn argumenten te kunnen overtuigen. Ook Huxley werd daarom – samen met Hooker – en enkele anderen in 1856 uitgenodigd om naar Darwins huis in Downe te komen. Die bijeenkomst markeert het begin van Huxley’s ommezwaai naar een onvoorwaardelijke steun voor Darwins theorie. Hij kreeg daarbij de bijnaam ‘Darwins bulldog’. Die steun was niet onbelangrijk, want kort na de bijeenkomst in Downe werd Huxley hoogleraar in Londen, en na verloop van tijd een erg invloedrijke. De derde was een Amerikaan, Asa Gray (1810-1888), aanvankelijk arts, later vooral botanicus en hoogleraar aan Harvard University. Gray was een goede vriend van Hooker en via die weg werd Gray een van Darwins belangrijkste correspondenten, niet alleen over Amerikaanse planten, maar ook over natuurlijke selectie. Gray kreeg weliswaar niet de ‘schets’ of het ‘essay’ toegestuurd, maar in 1857 – op zijn eigen verzoek – wel een heldere samenvatting. Die overtuigde Gray van de juistheid van Darwins ideeën. Dat is opmerkelijk omdat Gray, anders dan Huxley en meer dan Hooker, een gelovig christen was en bleef. Later maakte Gray duidelijk dat voor hem Darwins evolutie door natuurlijke selectie volledig te rijmen is met de ‘natuurlijke theologie’ zoals verwoord door William Paley.

DARWINS DATING SHOW • HET IDEE

03-04-13 11:01


Een kaper op de kust Terwijl Hooker, Lyell, Huxley en Gray hun inzichten in evolutie en natuurlijke selectie volledig ontleenden aan Darwin, ontwikkelde een andere Engelse natuuronderzoeker, Alfred Russell Wallace (1823-1913) onafhankelijk van Darwin bijna dezelfde theorie. Hij deed dat ver weg in Zuidoost-Azië. Wallace voorzag in zijn levensonderhoud door dieren – kevers, vlinders, vogels en zelfs orang-oetans – te verzamelen, te prepareren en aan musea en particulieren in Europa te verkopen. Ook Darwin behoorde tot zijn klantenkring. Wallace kende Darwins eerste boek, het verslag van de reis met de Beagle, maar besefte aanvankelijk nauwelijks dat Darwin een theorie opstelde over het ontstaan der soorten. Tussen 1848 en 1852 had Wallace rondgezworven in het Amazonegebied, en na een kort verblijf in Engeland, maakte hij van 1854 tot 1862 een lange reis door het Maleise eilandenrijk, door en rond het toenmalige Nederlands Indië.7 Op Borneo schreef hij in 1855 een artikel over het verschijnen van nieuwe soorten. Het werd gepubliceerd in een obscuur tijdschrift maar werd opgemerkt door Charles Lyell, die het weer onder de aandacht van Darwin bracht. Die was niet onder de indruk en voelde ook nog geen hete adem in zijn nek. Bij deze gelegenheid kreeg Darwin het advies van Lyell om zijn theorie zo snel mogelijk te publiceren. Darwin zette zich aan het werk maar dat wilde nog niet echt vlotten. Intussen ontstond er ook een briefwisseling tussen Darwin en Wallace, maar Darwin liet daarbij niet het achterste van zijn tong zien. In het begin van 1858 voltooide Wallace een nieuw manuscript dat hij direct voor commentaar naar Darwin zond, met de vraag om het ook aan Lyell voor te leggen. Darwin ontving het op 18 juni van datzelfde jaar. In dat manuscript herkende Darwin, tot zijn afgrijzen, eigenlijk de complete theorie van evolutie door natuurlijke selectie. Dat was een enorme schok voor hem. Wallace had hem ingehaald, zelfs met een

1 • Partners veroveren

WB120 Darwinsdating H1.indd 7

Alfred Russell Wallace (1823-1913) die vrijwel dezelfde theorie bedacht als Darwin (in 1862 gefotografeerd in Singapore).

Burlington House, Picadilly, Londen, zoals het er 1854 uitzag, enkele jaren voordat hier bij de Linnean Society de theorie van Darwin en Wallace werd voorgelezen.

7

03-04-13 11:01


Een opvallend gekleurde man van de paradijsvogel Craspedophora intercedens met daarvoor een minder in het oog springende vrouw. Tekening van Richard Bowdler Sharpe.

publicabel manuscript. Darwin had alleen een ‘schets’ en een ‘essay’ en allerlei losse fragmenten, maar geen compleet verhaal. Dat leidde tot crisisoverleg met Lyell en Hooker. Zij vonden dat zowel het manuscript van Wallace als de theorie van Darwin zo snel mogelijk gepubliceerd moesten worden. Tijd om de goedkeuring van Wallace te vragen was er niet. Besloten werd om het werk van beide auteurs voor te lezen op een vergadering van een van de Londense wetenschappelijke genootschappen, de Linnean Society. Dat gebeurde al op 1 juli, minder dan twee weken nadat Darwin het manuscript ontving. Het manuscript van Wallace werd volledig voorgelezen. Van Darwin kwamen delen uit het essay van 1844 aan de orde, plus de samenvatting uit de brief naar Asa Gray van het jaar daarvoor. Daarmee werd ook duidelijk gemaakt dat Darwin geen ideeën van Wallace had gepikt. De auteurs waren beiden afwezig. Wallace zat in Nieuw-Guinea. Darwin was thuis en rouwde om zijn jongste zoon die enkele dagen daarvoor gestorven was. De ‘Fellows’ van de Society zaten kennelijk te slapen tijdens de lange zitting, waarop nog zes andere bijdragen werden voorgelezen. De belangrijkste theorie in de biologie werd zo bijna onopgemerkt wereldkundig gemaakt. Twee maanden later verscheen het verhaal van Darwin en Wallace in druk, als een geheel, in de Proceedings van de Linnean Society. Dat trok geleidelijk wel aandacht. Er kwam ook commentaar, lovend, maar ook afkeurend. Wallace ontving pas begin oktober bericht dat zijn manuscript samen met de theorie van Darwin gepubliceerd was. Hij reageerde opgetogen en dankbaar, waarschijnlijk ook omdat hij vermoedde dat zijn verhaal meer in de belangstelling kwam nu zijn naam verbonden was aan die van Darwin. In de tussentijd werkte Darwin door aan de complete weergave van zijn theorie. Die voltooide hij aan het begin van 1859 en in het eind van dat jaar verscheen het in boekvorm: On the Origin of Species. Het werd een hit in Engeland. De eerste druk was onmiddellijk uitverkocht.

Seksuele selectie Bij nader inzien zaten er toch wel wat verschillen tussen de opvattingen van Charles Darwin en Alfred Russell Wallace. Over de invloed van ‘natuurlijke selectie’ waren ze het helemaal eens. Wallace hechtte echter geen waarde aan het begrip ‘seksuele selectie’. Darwin vond dat wel belangrijk. De opvatting van Wallace is opmerkelijk, want hij had tal van duidelijk polygame soorten bestudeerd en verzameld, met forse verschillen tussen de mannen en de vrouwen. Zo waren de mannelijke orang-oetans die hij schoot veel groter dan de volwassen vrouwen, en de paradijsvogelmannen die hij zag hadden veel en veel meer kleurenpracht dan de vrouwen. Wallace worstelde ook nogal met de mens als product van de evolutie. Hij kon zich nauwelijks voorstellen

8

WB120 Darwinsdating H1.indd 8

DARWINS DATING SHOW • HET IDEE

03-04-13 11:01


dat de ‘geest’ ofwel de menselijke hersenen door natuurlijke selectie waren gevormd. Dat kwam niet omdat Wallace religieuze bezwaren had, maar vooral omdat hij zich aangetrokken voelde tot het spiritisme. Hij bezocht bijeenkomsten – seances – waar niet alleen tafels de wetten van de zwaartekracht trotseerden maar waar ook contact kon worden gezocht met de geesten van overledenen. Zo meende Wallace contact te hebben gehad met de geest van zijn broer, die tijdens zijn expeditie naar het Amazonegebied was overleden. Spiritisme was nogal populair in die tijd. Darwin woonde ook enkele seances bij maar bleef met beide benen op de grond. Hij beschouwde de mens als een van de uitkomsten van het evolutieproces, net als alle soorten dieren en planten. Niet meer en niet minder. De theorie van Wallace rammelde dus wat, zeker als je er met de huidige inzichten nog eens naar kijkt. In het boek De afstamming van de mens en selectie in relatie tot sekse, twaalf jaar na het verschijnen van Over het ontstaan van soorten, wordt nog eens benadrukt hoe Darwins theorie zich van die van Wallace onderscheidt. Toch heeft Wallace zijn leven lang een grote bewondering voor Darwin gekoesterd en bewerkstelligde Darwin een verbetering van de positie van Wallace, maar echte vrienden zijn ze nooit geworden – ook al vanwege het standsverschil dat toen erg belangrijk was. Het was voor Darwin duidelijk dat kenmerken van planten en dieren die met voortplanting te maken hebben, enorm beïnvloed kunnen worden door selectie. De verschillen tussen monogame en polygame soorten brachten Darwin op het idee van de seksuele selectie, maar er zijn meer effecten van selectie op geslachtskenmerken. Hij had er al kennis mee gemaakt in de periode dat hij de Cirripedia of rankpootkreeften bestudeerde. Bij die groep horen bijvoorbeeld de zeepokken, dieren in kalkhuisjes van kersenpitformaat die op schelpen en basaltblokken vastzitten. Bij de niet hermafrodiete rankpootkreeften is het onderscheid tussen de mannen en de vrouwen zo groot dat ze door sommigen als verschillende soorten waren beschouwd. Parasitaire mannen, die letterlijk in enkele hermafrodiete soorten voorkomen, wijken nog sterker af. Ongetwijfeld zijn die verschillen ontstaan doordat sommige typen mannen of vrouwen een veel

1 • Partners veroveren

WB120 Darwinsdating H1.indd 9

De zeepok Semibalanus balanoides, één van de soorten van de rankpootkreeften waar Darwin zich vele jaren in verdiepte.

9

03-04-13 11:01


De wespenorchis (Epipactis helleborine), een orchidee die door kleur en geur speciaal wespen aantrekt als bestuivers.

10

WB120 Darwinsdating H1.indd 10

hoger voortplantingssucces hadden dan hun seksegenoten. Dat kan heel goed komen omdat ze de anderen de baas zijn. Toch heeft Darwin zijn idee van seksuele selectie niet duidelijk in verband gebracht met de sekseverschillen bij de Cirripedia. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de rankpootkreeften hun partners op een nogal afstandelijke wijze bedienen. Ze zitten vast op stenen, palen en schelpen, wel dikwijls in groepjes bij elkaar, en ontwikkelen in de paartijd enorm lange piemels waarmee ze hun sperma bij zoveel mogelijk buren binnen kunnen brengen. Dat verband met seksuele selectie heeft Darwin ook niet gelegd voor seks bij planten. Dat is nog afstandelijker en speelt zich meestal af bij de gratie van wind, water of insecten. Darwin had uitvoerig onderzocht hoe orchideeën het klaarspelen om insecten zo ver te krijgen dat die hun stuifmeel ophalen en naar een bloem van een andere plant van dezelfde soort brengen.8 Hij vond dat de bloem van een plant allerlei eigenschappen heeft die erg aantrekkelijk zijn voor insecten, soms voor allerlei soorten maar vaak slechts voor één of enkele specifieke insectensoorten. Voor een plant is het niet zo handig als het stuifmeel wordt verspreid door insecten die de bloemen van veel verschillende plantensoorten bezoeken. Er komt dan nogal wat op de verkeerde plek terecht. Een plant moet dan extra veel stuifmeel produceren om een gerede kans te hebben op nakomelingen. Er is veel minder stuifmeel nodig als het wordt verspreid door specialisten, die alleen of vooral bloemen van dezelfde soort bezoeken. Er moet ook een beloning zijn voor het insect dat de moeite neemt om zo’n bloem te bezoeken. Die kan bestaan uit energierijke nectar of eiwitrijk stuifmeel, maar soms ook uit fopseks. De bloemen lijken dan op een sekspartner voor de belangrijkste bestuivende soort. Zo zijn er allerlei een-op-een-relaties ont-

DARWINS DATING SHOW • HET IDEE

03-04-13 11:01


De orchidee Angraecum sesquipedale uit Madagascar met een spore van ongeveer 30 cm die wel heel speciale eisen stelt aan het bestuivende insect. Uit Curtis's Botanical Magazine 1859.

staan tussen plantensoorten en bestuivende insecten. Naast het bieden van een beloning, moet een bloem ook opvallen met kleurtjes en geurtjes om aan mogelijke bestuivers kenbaar te maken om welke plantensoort het gaat en om ze attent te maken op de beloning. Je zou dat allemaal onder de noemer sexappeal kunnen brengen, met het bestuivende insect als intermediair. Later verdiepte Darwin zich in de effecten van zelfbestuiving en kruisbestuiving bij planten.9 Bij zelfbestuiving gaat het stuifmeel van een bloem naar de stamper van dezelfde bloem of van een andere bloem van dezelfde plant. Bij kruisbestuiving gaat het stuifmeel naar een bloem van een andere plant van dezelfde soort. Kruisbestuiving levert doorgaans een grotere en gezondere volgende generatie dan zelfbestuiving, al zijn er soorten met alleen zelfbestuiving. De meeste plantensoorten hebben trucjes om zelfbestuiving tegen te gaan en kruisbestuiving te bevorderen. Die trucjes zijn ongetwijfeld ontstaan door selectie. Het is echter de vraag of je deze processen bij planten wel seksuele selectie kunt noemen. De meeste planten zijn immers hermafrodiet. De meeldraden vervullen de mannelijke rol en de stampers de vrouwelijke. Seksuele selectie vindt vooral plaats als de variatie in het aantal nakomelingen veel groter is tussen de leden van de ene sekse (meestal de mannen) dan tussen die van de andere (meestal de vrouwen). Dat ligt nogal ingewikkeld als elk individu man en vrouw tegelijk is. Darwins boek De afstamming van de mens en selectie in relatie tot sekse sloeg in als een bom, maar vooral vanwege de afstamming van de mens. De ideeën over seksuele selectie werden aanvankelijk nauwelijks opgepikt. Ja, dat de mannen soms om de vrouwen vochten, wilde er nog wel in maar bijna niemand hechtte belang aan uitzonderlijke voortplantingsprestaties van mannen met veel sexappeal. In 1930, bijna zestig jaar nadat Darwin zijn gedachten daarover publiceerde, toonde een wiskundige aan dat sexappeal gewoon door evolutie kan ontstaan.10 Deze Ronald Fisher verbreedde daarbij zijn belangstelling naar de evolutionaire biologie, inclusief erfelijkheid. Maar ook Fisher werd door slechts weinigen gehoord. Pas rond 1970 ontstond eindelijk een bredere wetenschappelijke belangstelling voor het proces van seksuele selectie.11 Sommigen zagen in dat dit selectieproces nogal fundamenteel verschilt van natuurlijke selectie.12 Bij seksuele selectie gaat het immers om de voortplantingskansen, bij natuurlijke selectie om de overlevingskansen. Toch bleef het voor velen moeilijk om een scherp onderscheid te maken tussen beide processen. Sommigen beschouwden seksuele selectie daarom vooral als een speciale vorm van natuurlijke selectie.13 Anderen smokkelden natuurlijke selectie binnen om het belang van sexappeal te verklaren. Zij dachten te kunnen aantonen dat de mannen met de meeste sexappeal ook de beste genen hebben om te overleven.14 In dat geval zou seksuele selectie inderdaad niet zoveel verschillen van natuurlijke selectie. Hoogstwaarschijnlijk zag Darwin dat verschil wel degelijk.

1 • Partners veroveren

WB120 Darwinsdating H1.indd 11

1

Darwin 1839

2

Darwin 1859

3

Zie ook Haring 2001; Zimmer 2002

4

Zie ook Reeuwijk 2011

5

Zie bijvoorbeeld Barlow 1958; Desmond & Moore 1991; Dennett 1995; Quammen 2007

6

Lyell 1830-33

7

Zie Wallace 1896

8

Darwin 1862

9

Darwin 1876

10

Fisher 1930

11

Zie bijvoorbeeld Campbell 1972

12

Trivers 1972; Ghiselin 1974; Emlen & Oring 1977; O’Donald 1980; Andersen 1994; Birkhead & Møller 1998; Shuster & Wade 2003

13

Zie bijvoorbeeld Wilson 1975

14

Zie bijvoorbeeld Zahavi 1975; Hamilton & Zuk 1982; Petrie 1994; Møller & Alatalo 1999

11

03-04-13 11:01


Darwins dating show