Issuu on Google+

DEN HAAG INTERNATIONALE MUZIEKSTAD IN DE 18e EEUW

– EEN MUZIKALE WANDELING –


Den Haag is in de geschiedenis niet alom bekend als belangrijke muziekstad. Waar in andere Europese landen vorstenhoven meestal de toon zetten met eigen hoforkesten en bekende componisten als leiders daarvan, denk aan vorst Esterhazy met Haydn, was de Republiek der Verenigde Nederlanden eerder op handel gericht en waren er geen vorsten maar Stadhouders, in dienst van de Staten Generaal. Maar in de 18e eeuw ontwikkelde zich in Den Haag toch een echt stadhouderlijk hof, waar op Europees niveau muziek werd gemaakt en waar beroemde musici langskwamen en voor kortere of langere tijd verbleven. Dat was voornamelijk te danken aan de stadhouderlijke familie, met name vanaf het aantreden van Willem IV, die in 1747 vanuit Leeuwarden naar Den Haag kwam, en nog meer ten tijde van Willem V. Zij waren geen politieke zwaargewichten, maar voor de cultuur hebben ze veel betekend en in het bijzonder voor de muziek. Vooral de vrouwelijke leden van de familie waren op dit terrein invloedrijk: bijvoorbeeld de Engelse prinses Anna van Hannover, prinses Caroline en prinses Wilhelmina van Pruisen. De familie maakte zelf muziek, had een hoforkest, sponsorde openbare theaters en bezocht zeer regelmatig publieke concerten en toneeluitvoeringen. Het Stadhouderlijke Hof en de Staten Generaal hadden vanzelfsprekend hoge Nederlandse functionarissen en trokken buitenlandse ambassadeurs en bezoekers aan. Die waren ge誰nteresseerd in entertainment, sociale en culturele activiteiten. En dat gold ook voor de enigszins gegoede burgerij. Zodoende was er een goede ontvangststructuur en heeft Den Haag een eigen, belangrijke rol kunnen spelen in het Nederlandse muziekleven. In de tweede helft van de 18e eeuw kwam dat tot grote bloei en deed Den Haag niet onder voor andere Europese cultuur- en muziekcentra.


De New Dutch Academy´s research heeft veel van het Haags symfonisch erfgoed herontdekt, tot uitvoering gebracht en op CD gezet (Symphonies from the 18th Century Court of Orange in The Hague, Pentatone Classics PTC 5186 365). Vervolgens is historisch onderzoek gedaan in Haagse archieven. Op grond daarvan is deze wandeltocht samengesteld. De muzikale wandeltocht neemt u mee langs stadhouderlijke en openbare concertzalen en operahuizen, langs straten waar componisten, musici en uitgevers hebben gewoond en gewerkt. De betekenis van de diverse muzieklocaties en korte verhalen over de Haagse activiteiten van een aantal belangrijke musici passeren de revue op deze wandeling. De route aangegeven op de 18e eeuwse kaart van Langeweg (1747, Haags Gemeentearchief) begint bij het huis van Kapelmeester Graaf op de Prinsegracht. Hij eindigt in het Haags Historisch Museum, waar in de museumwinkel nadere documentatie én de CD van de New Dutch Academy met Haagse hofsymfonieën beschikbaar zijn. Simon Murphy en Cornelia Klugkist, Den Haag, 2013


1. Het huis van Kapelmeester Graaf Tegenover het Hofje van Nieuwkoop woonde aan de Prinsegracht Zuidzijde nummer 132 Christian Ernst Graaf (1723 – 1804). Hij was ´Capelmeester van Sijn Hoogheid´ oftewel hofkapelmeester. Hij was afkomstig uit Rudolstadt, Thüringen waar zijn vader ook hofkapelmeester was. Als hofkapelmeester was Graaf de hoofdverantwoordelijke voor de muziek aan het hof. Zijn taken bestonden uit componeren, leiding geven aan orkestrepetities en uitvoeringen, en het programmeren van concerten en gastsolisten. Hij speelde zelf eerste viool. Hij was een internationaal gevierde componist en zijn composities van symfonische, vocale en kamermuziek werden uitgegeven door o.a. de internationaal bekende Haagse muziekuitgever Hummel en in heel Europa gespeeld. Hij zette ook fabels van La Fontaine op muziek en kindergedichtjes van Hieronymus van Alphen. Hij was volledig in Den Haag geïntegreerd maar zelfs zijn positie aan het hof betekende niet dat hij rijk was. Een beroep op het hof was echter altijd mogelijk. Zo zit Graaf omstreeks 1765 krap bij kas en stuurt hij een roerend bedelgedicht aan de toenmalige regent, de hertog van Brunswijk, in het Duits, hun beider moedertaal, waarin hij onder meer aangeeft dat zijn jaarwedde van 250 gulden al aan huishuur opgaat en dus geheel ontoereikend is. “...Lass mein Demuts-Schrift ein milder Auge finden; Wirf einen Gnadeblick auf dies mein Klage-Lied;... Mich liess ein Fürstlich Wort hierher aus Inland kommen; Mein Glück ist hier nicht mehr; dort ist mein Wohl entnommen; ...Zweyhundert fünfzig Gulden, die nimmt mein Haus Herr weg; wo bleiben Kost und Schulden? Ach. Lege jährlich doch nur noch ein weinig beij....” Toen Willem V in 1766 meerderjarig werd en aantrad als stadhouder kreeg Graaf een vastere positie als “compositeur et directeur d'orchestre” met een jaarwedde


van 1.000 gulden, die hij tot zijn pensionering in 1790 behield. In 1790 wordt Graaf opgevolgd door de bekende violist en muziekmeester, Jean Malherbe, die ook actief was aan de Franse Comedie in Den Haag. Graaf sterft in 1804 en is begraven in de Grote Kerk. Het huis nummer 132 is niet meer uit Graaf´s tijd, maar het huis rechts ernaast wèl. 2. De Nederduitse Opera en Theater De Nederduitse Opera en Theater in de Assendelftstraat nabij het Westeinde, was één van Den Haag´s operalocaties in de 18e eeuw. Een ondernemende theatermaker Martin Corver richtte dit theater op in 1766. Vanaf 1773 verhuurde hij het ook aan rondreizende gezelschappen, waaronder een aantal Duitse. Er werd muziektheater en toneel aangeboden in het Nederlands en af en toe in het Duits, o.a. vertaalde Franse en Italiaanse comedies en Duitse Singspiele. Ook dit theater werd door de stadhouder ondersteund, maar in aanzienlijk mindere mate dan het Franse theater oftewel Franse comedie (zie nummer 10). De stadhouderlijke familie woonde hier sporadisch voorstellingen bij. Het gebouw werd helaas afgebroken in het begin van de 19e eeuw. 3. Grote Kerk Kapelmeester Graaf ontving, evenals andere oudere hofmusici, pensioen uit de stadhouderlijke domeinen, tot aan zijn dood, ook in de Franse tijd. Graaf is begraven in de Grote Kerk. Er is geen grafsteen. De oudste sporen van de Grote of Sint-Jacobskerk dateren uit de 13e eeuw. Een relatief grote toren werd gebouwd tussen 1420 en 1424. Zoals zovele gotische kerken werd ook deze kerk in stadia gebouwd. Belangrijk was de verbreding tot ´hallenkerk´ tussen 1434 en 1455.


Een bekende organist en beiaardier van de Grote Kerk was Johannes Albertus Groneman (ca. 1710 – 1778) die ook artistiek directeur was van Het Nieuw Vauxhall, de Haagse variant van de Londense “Pleasure Gardens”, gelegen aan de “Zeestraat, op de weg naar Scheveningen aan deze zijde van 't Tolhek”. Hier werd het publiek zomers getrakteerd op concerten, opera's, pantomime, toneel, spektakel, vuurwerk en meer. 4. Grote Markt Op de eerste etage van het stadsgebouw de Boterwaag heeft de Confrèrie Ste Cécilia – een van Den Haag's belangrijkste 18e-eeuwse burgermuziekgezelschappen – muziek uitgevoerd. De Haagse magistraat heeft deze vereniging hier een ruimte om niet in gebruik gegeven voor het uitoefenen van hun muzikale activiteiten. Het gebouw is later ook conservatorium geweest en het wordt nu nog ´muzikaal´ ingezet als huisvesting voor conservatoriumstudenten. 5. Het huis van hofcellist Francesco Zappa In de kleine straatjes zoals Vlamingstraat, Spuistraat, Achterom was veel bedrijvigheid. De internationaal bekende muziekuitgever Hummel had er een winkel en vele musici woonden in de buurt. Hofcellist Francesco Zappa (1717 – 1803) woonde in de ook nu nog pittoreske Papestraat. Zappa was een virtuoos cellist van de generatie Boccherini, Filtz, Schetsky en Klein. Hij werd gevierd in heel Europa voor zijn prachtige spel en, volgens een Duitse recensie, “erweckte durch seinen sanften und schönen Ton die Bewunderung der Zuhörer.” In zijn composities – ook symfonisch – geeft hij vaak op innovatieve wijze de cello een solo rol. Zijn muzikale stijl is kosmopolitisch, elegant en verfijnd, en zijn oeuvre omvat symfonieën, kamermuziek en Lieder, waarvan vele in Den Haag door Hummel zijn uitgegeven.


Van oorsprong uit de buurt van Milaan kwam Zappa naar Nederland in 1764. Hij komt al voor op de betalingslijsten van 1766 – 68 van het Haagse hoforkest als musicien particulier, en heeft in de allerlaatste hofconcerten meegespeeld in 1794. In de jaren daartussen is hij zeer actief als internationaal solist en is vaak op reis door heel Europa, maar Den Haag blijft zijn basis. Op 1 augustus 1791 krijgt Zappa een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Dan woont hij in de Papestraat. In zijn latere woning aan de Turfmarkt (op de plaats van het huidige stadhuis) is hij gestorven, op 17 januari 1803, 85 jaar oud, zonder nabestaanden. De gemeente Den Haag heeft toen voor zijn begrafenis gezorgd. Door NDA research zijn enige belangwekkende werken van Zappa teruggevonden en tot uitvoering gebracht, de eerste (moderne) edities en wereldpremière opnames van o.a. zijn Cellosymfonie. Tot nu toe onbekende biografische informatie is gevonden in o.a. het Haags gemeentearchief. 6. Paleis Noordeinde Stadhouder Frederik Hendrik (1584 – 1647) liet het ´Oude Hof´ verbouwen en uitbreiden en de paleistuin aanleggen. In het (tweede) stadhouderloos tijdperk (1702 – 1747) werd het gebouw verwaarloosd én voorwerp van allerlei erfrechtkwesties. Prinses Anna van Hannover (1709 – 1759), de vrouw van stadhouder Willem IV (1711 – 1751), kreeg het terug en het gebouw werd opgeknapt en als logeer-, feest- en concertlocatie gebruikt ten tijde van Willem IV en Willem V (1748 – 1806), speciaal voor grotere gezelschappen. Hier werden de grotere concerten, diners, feesten en bals gehouden, doorgaans met vele genodigden, ambassadeurs en buitenlandse gasten. Het Hoforkest gaf hier ´s winters regelmatig de Zondagsconcerten, die een van de highlights vormden van het Haagse cultuurseizoen. Buitenlandse beroemdheden waren graag geziene gasten/solisten in de programmering, bijvoorbeeld Carl Friedrich Abel (1723 – 1787) en Johann Christian Bach (1735 – 1782). Zo


ontstond een inspirerende, kosmopolitische sfeer van muzikale interactie tussen de internationale gasten en de musici, die of in dienst waren of vaker optraden aan het hof, zoals hofkapelmeester Graaf, Ricci, C. Stamitz, Zappa en concertmeester Schwindl. Friedrich Schwindl (1737 – 1786) componeerde in de stijl van de Mannheimer Schule. Hij heeft symfonieën, kamermuziek, oratoria en opera geschreven en zijn muzikale activiteiten brachten hem naar belangrijke centra in Duitsland en Zwitserland. Hij verbleef geruime tijd in Den Haag waar hij o.a. zijn symfonieën liet uitgeven door Hummel omstreeks 1765. De grote buitenlandse solisten zijn voor korte of lange tijd aanwezig. Soms voor een paar concerten of veel meer zoals Mannheim stercomponist Franz Xaver Richter (1709 – 1789) die 18 concerten (!) heeft gegeven aan het hof over een periode van drie maanden in 1758 als een soort 'artist in residence'. De programmering van de symfonische concerten van het hof was vol variëteit. De programma's presenteerden (vaak vers gecomponeerde) werken van de musici die actief of regelmatig te gast waren aan het hof – Graaf, Zappa, Schwindl, Zingoni, Spangenberg, C. Stamitz, Ricci, Colizzi, Spandau, enz. – plus werken van kortverblijvende solisten/componisten zoals Abel, J.C.Bach, Wendling, Mozart en Dussek. Daarnaast zijn werken geprogrammeerd van andere bekende tijdgenoten. Zappa heeft bijvoorbeeld een aantal Haydn symfonieën geleverd.


7. Paleis Kneuterdijk In opdracht van Johan Hendrik, graaf van Wassenaer – Obdam, werd in 1716 met de bouw begonnen op basis van schetsen van de architect Daniël Marot (1661 – 1752), een Franse hugenoot. Johan Hendrik´s broer, diplomaat, staatsman èn componist graaf Unico Wilhelm van Wassenaer, wiens Concerti Armonici voor een lange tijd aan Pergolesi waren toegeschreven, heeft het paleis van hem geërfd in 1745. Later, in de 19e eeuw, kocht Koning Willem I het paleis van een nazaat en liet het verbouwen in neo-klassieke stijl. Uit die tijd dateert de Balzaal. Koning Willem II woonde er graag en liet de (neo)Gotische Zaal bouwen, als galerij voor zijn kunstwerken én voor officiële plechtigheden en ontvangsten. Tegenwoordig is de Raad van State er gevestigd. De New Dutch Academy geeft er regelmatig concerten, in zowel de Balzaal als de Gotische zaal. Op het Lange Voorhout zijn nog meer, ook in muzikaal opzicht, belangwekkende locaties. Rechts op nummer 7 woonde graaf Willem Bentinck, een muziekmecenas. Hij was een vriend van de componist Unico van Wassenaer en zorgde ervoor dat diens 6 Concerti Armonici werden uitgegeven. Die werden in 1740 gepubliceerd, met opdracht aan hem. Hij stelde in 1747 zijn huis ter beschikking aan Stadhouder Willem IV, totdat het Binnenhof voor bewoning was opgeknapt. Het huis dateert van medio 16e eeuw, maar van het oude pand bestaat alleen nog de, in de 18e eeuw aangepaste, voorgevel en het trappenhuis. Links verderop, op nummer 28 was tussen 1719 – 1732 nog een operahuis gevestigd, een opera comique. Een 18e-eeuwse opvolger van dit gebouw is nu de residentie van de Zweedse ambassadeur.


8. Buitenhof Links van de (later gebouwde) Passage waren een kaatsbaan en een manege, die werden gebruikt als vroege theaters en als operagebouw. Theater en muziekgroepen gebruikten deze ruimten eind 17e/ begin 18e eeuw vooral tijdens de Haagse mei kermis. De beide gebouwen op het Buitenhof zijn in de 18e eeuw afgebroken, terwijl aan de Casuariestraat een kaatsbaan tot permanent theater, de Franse comedie (zie wandeltocht nummer 10), werd verbouwd. Naast de Gevangenpoort, ligt de Schilderijen Galerij van Willem V. Het was het eerste openbare museum in Nederland. Willem V liet het in 1774 bouwen en de galerij bestaat nog ongeveer in dezelfde vorm, inclusief de ophangstijl van die tijd. Ook de meeste schilderijen hangen er nog/weer: Italianen, Vlamingen en schilderijen uit de Hollandse gouden eeuw. De stier van Potter is in het Mauritshuis gebleven. 9. Binnenhof Reeds in de 13e eeuw zetelden de Graven van Holland het Binnenhof in Den Haag. Maar pas toen vanaf de 16e eeuw meerdere ´Staten´ zich aansloten of toegevoegd werden tot de Verenigde Noordelijke Nederlanden, kreeg het Binnenhof meer betekenis als regeringscentrum. Willem (I) van Oranje kwam er wel eens, maar zijn Hollandse residentie was toch het Prinsenhof in Delft. Pas zijn zoon Prins Maurits vestigde zich na zijn benoeming tot Stadhouder in 1585 permanent in het Binnenhof. Het Binnenhof was en bleef een soort ambtswoning, die niet tot het privébezit van de Oranjes behoorde, maar hun ter beschikking werd gesteld door de ´Staten´.


Het oudste woongedeelte ligt langs de vijver; Maurits liet de hoektoren (Mauritstoren) bouwen en iets later werd de vleugel langs het Buitenhof toegevoegd. Zijn opvolger prins Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia van Solms voerden een hof met meer allure en onder hem en zijn opvolgers Willem II en III vonden verfraaiingen en uitbreidingen plaats. In het stadhouderloos tijdperk van 1702 – 1747 werden de gebouwen verwaarloosd, zodat zij bij het aantreden van Willem IV flink opgeknapt moesten worden. Willem V voerde een groots hofleven, waarvoor meer ruimte nodig was: de Balzaal (voormalige Tweede Kamer) werd toegevoegd. De bouw begon in 1776. De ´Staten´ hadden hun vergaderzaal in het Binnenhof en zij waren en bleven eigenaar van het geheel. De stadhouders hadden privé paleizen elders in Den Haag (Paleis Noordeinde, Huis ten Bosch). Wanneer zij waar verbleven maakten zij in principe zelf uit, maar in praktijk was het Stadhouderlijk Kwartier toch het centrale punt in de tweede helft van de 18e eeuw. De ´Groote Saal`, nu Ridderzaal genoemd, is het oudste gebouw, maar werd in de 18e eeuw gebruikt voor de verkoop van (muziek)boeken en veilingen. Het was toen een soort betere markthal. In de stadhouderlijke appartementen – gelegen tussen de oude tweede kamer (toen Balzaal van Willem V) en wat nu de Eerste Kamer is – werden kleinere, intieme concerten gegeven, waarin de familie vaak zelf een actieve rol speelde. Ook werden kamermuziekconcerten gehouden met genodigden en/of buitenlandse virtuozen. Hier speelde de jonge Beethoven in 1783 een recital op de pianoforte samen met de virtuoze Haagse hof-altviolist Carl Stamitz (1745 – 1801), samen met een selectie van andere Haagse hofmusici. Carl Stamitz was componist, violist en (ster)altviolist. Hij was de zoon van de bekende Mannheimer Johann Stamitz, een van de grondleggers van de symfonie en het symfonieorkest. Samen met zijn vader was hij een belangrijke inspiratiebron


voor componisten zoals Mozart en Beethoven. Carl is opgegroeid in Mannheim tussen de leden van de toen al legendarische Mannheimer Schule en werd al vroeg bekend en gewaardeerd in heel Europa. Zijn composities vonden veel aftrek. Hij reisde door Europa en had vele betrekkingen als solist en concertmeester. Voordat hij naar Den Haag kwam was zijn muziek hier al populair. Vele van zijn symfonieën en kamermuziekwerken zijn hier gekocht, gekopieerd en gepubliceerd. In zijn Haagse periode heeft hij tientallen concerten gegeven in o.a. de ´Oranie Saal´ (Huis ten Bosch), Binnenhof, de Franse comedie en in de Schuttersdoelen. 10. De Schouwburg, een stadspaleis en de Franse comedie Op weg naar het volgende punt van de wandeltocht, komen we langs het Mauritshuis, gebouwd in de 17e eeuw door Johan Maurits van Nassau met in Brazilië verdiend geld. Via de Lange Houtstraat, komen wij op het Korte Voorhout. Rechts staat de Schouwburg, die van 1766 – 1773 werd gebouwd door de architect Pieter de Swart (1709 – 1772) als paleis voor Prinses Caroline (1743 – 1787), de muzikaal begaafde zuster van Willem V. In haar paleis werd veel muziek gemaakt, o.a. door de jonge Mozart, die op haar aandringen naar Den Haag kwam en voor haar componeerde, speelde en haar begeleidde bij haar zang. Mozart heeft voor haar o.a. de aria Conservati Fedele geschreven. De Fransen hadden een ander gebruik voor het gebouw. In 1804 werd het in gebruik genomen als schouwburg en in 1806 werd het predicaat ´koninklijk´ verleend door de Franse koning Lodewijk Napoleon. Tot 1919 werd er zowel Frans (ook opera , ballet) als Nederlands toneel gespeeld. Ook nu treedt af en toe een Frans toneelgezelschap op en heet het nog steeds de Koninklijk Schouwburg. Dit paleis overleefde de bombardementen op het Bezuidenhout op het eind van de tweede wereldoorlog, terwijl belendende panden van formaat en historie helaas verloren gingen.


Stadspaleis van Lopes de Liz Ongeveer naast de Schouwburg, waar nu het Ministerie van Financiën staat, lag een mooi groot huis van een liefhebber en mecenas van de opera comique, de Portugese gezant Jacob Lopes de Liz. Hij steunde diverse initiatieven voor een aparte opera comique, maar toen dat te moeizaam bleek o.a. door het uitblijven van de nodige vergunningen, maakte hij in zijn ruime huis een eigen concertzaal. Het huis had een grote tuin, die zomers soms bij de voorstellingen werd betrokken. Hij pakte het groots aan en hield er een eigen orkest op na met bekende musici en vanaf 1740 Jean Marie LeClair l'ainé (1697 – 1764) als violist en concertmeester. Voor de concerten werd Toute La Haye uitgenodigd. Het feest duurde van 1734 – 1742 en eindigde in bankroet en vertrek van Lopes de Liz. Het huis en de inboedel (kunst-, boeken- en bladmuziekcollectie) werd geveild. Begin 20e eeuw was het pand in gebruik bij de Commissaris der Koningin, maar het sneuvelde in het bombardement op het eind van de tweede wereldoorlog. Verreweg het belangrijkste opera theater van Den Haag, de Franse comedie lag verder naar achteren op de hoek van de Casuariestraat. (nu parkeergarage van het Ministerie van Financiën). Zoals vele theaters in Den Haag was ook de ´Casuariestraat´ oorspronkelijk gebouwd als kaatsbaan. Dit bakstenen gebouw dateerde uit 1628. De Franse Comedie speelde eerst in de Manege op het Buitenhof (wandeltocht nummer 8), maar kon in 1702 verhuizen naar de Casuariestraat, die in 1709 definitief werd omgebouwd en ingericht als theater. Waarschijnlijk heeft architect Daniel Marot een hand gehad in de inrichting. Het was een theater met 450 à 500 plaatsen, verdeeld in zo'n 10 rangen. Tot 1804 bleef het theater in bedrijf, waarna het gezelschap van de Franse comedie naar de Koninklijke Schouwburg verhuisde.


Een grappig aspect is, dat de Casuariestraat toen ook al zó smal was, dat er eenrichtingsverkeer moest worden ingevoerd en een parkeerverbod voor koetsen. Dat was een initiatief van Prinses Anna in 1755. Het kunstleven in Den Haag was in de 18e eeuw voornamelijk Franstalig. De Franse comedie aan de Casuariestraat heeft er een eeuw actief gefunctioneerd (1702 – 1804) en nam zonder twijfel de belangrijkste positie in als publieke opera, schouwburg en muziektheater. Bovendien was de Franse comedie vanaf 1749 ´hoftheater´, d.w.z. het kon rekenen op subsidie van het hof d.m.v. jaarlijkse bijdragen. Bovendien nam het hof een soort groepsabonnement af. Leden van de stadhouderlijke familie kwamen doorgaans één of twee keer per week naar een voorstelling, vaak muziektheater. Het theater kon zich ook verzekerd weten van grote belangstelling bij de Haagse elite (en bij buitenlandse bezoekers, o.a. Casanova), maar er waren ook goedkopere rangen. Het publiek was breed samengesteld. Muziek en toneel waren in de 18e eeuw niet sterk gescheiden en naast het eigen toneelgezelschap had de comedie ook een eigen orkest. Jean Malherbe, speelde er lange tijd een leidende rol als eerste violist en concertmeester. Later volgde hij Graaf op als hofkapelmeester. 11. De Oude Doelen De Oude Doelen of de St Jorisdoelen, Toernooiveld 5, was een van de belangrijke publieke concertlocaties in Den Haag in de 18e eeuw. Het werd gebruikt door het in 1397 opgerichte St Jorisgilde. Het gebouw bestaat nu nog, als bankkantoor. Het torentje dateert van 1600 en maakte deel uit van het oudere gebouw. Er is een gevelsteen van 1625 en de voorgevel uit 1774 is authentiek. Tijdens hun verblijf in Den Haag hebben de Mozarts hier – voor eigen rekening, om inkomsten te vergaren – concerten gegeven (1765/66).


Over de reizen van de familie Mozart door Europa is veel geschreven, in de eerste plaats door Leopold Mozart zelf. Een Europese reis was een fantastische manier om de wonderkinderen Wolfgang en Nannerl nog bekender te maken en geld te verdienen. Dat lukte goed. Vader Leopold had goed zakelijk inzicht en aan de Europese hoven was grote belangstelling voor beroemde musici. Tijdens hun verblijf in Londen heeft de Nederlandse Ambassadeur aldaar zich veel moeite gegeven om de Mozarts naar Den Haag te halen. Zij werden nadrukkelijk uitgenodigd door prinses Caroline, de zuster van de aanstaande stadhouder Willem V. Een goede betaling werd in het vooruitzicht gesteld en toen vond vader Leopold dat je een zwangere vrouw (Prinses Caroline) niets kan weigeren. In september 1765 kwamen zij in Den Haag aan met de trekschuit uit Rotterdam. Het bevalt wel: proper en een vorstelijke beloning. Ze werden meteen aan het hof uitgenodigd, bij Willem V en in het paleis van prinses Caroline. Ze speelden daar herhaaldelijk, en privé en met publiek. Wolfgang heeft een aantal werken gecomponeerd in Den Haag, o.a. sopraan aria´s voor Prinses Caroline en zijn 5e symfonie, KV 22 “De Haagse”. De Mozarts maakten de 18e verjaardag van prins Willem V en diens aantreden als stadhouder mee (8 maart 1766) en droegen met muziek bij aan de feestelijkheden. Wolfgang componeerde een potpourri op diverse liedjes geheten “Galimathias Musicum” en hij maakte een aantal klaviervariaties, die de Haagse muziekuitgever Hummel meteen publiceerde, samen met feest-variaties op patriottische liedjes van hofkapelmeester Graaf. 12. De Schuttersdoelen De Schuttersdoelen of Nieuwe Doelen of St Sebastiaansdoelen, hoek Toernooiveld / Korte Vijverberg, nu Haags Historisch Museum, was misschien de meest toegankelijke openbare concertlocatie van die tijd.


Zoals op de gevel is aangegeven werd de eerste steen gelegd in 1636 door Willem II, de zoon van Frederik Hendrik. Het St Sebastiaansgilde, dat al sinds 1443 bestond, hield hier zijn bijeenkomsten. Ook werd het gebouw gebruikt voor openbare concerten, andere voorstellingen en verkopingen. Hier gaven musici even als in de St Jorisdoelen op eigen initiatief openbare concerten, zoals hofkapelmeester Graaf, die ook vaak voor de organisatie en muzikale begeleiding van voorbijtrekkende solisten zorgde. De muziek directeur en concertmeester van de Franse comedie, Jean Malherbe, speelde hier ook een belangrijke rol. Het hof kocht vaak een hoeveelheid kaarten en bezocht de concerten, en de Haagse elite kwam er natuurlijk ook. Het was kennelijk een goed lopende business en een belangrijke (bij)verdienste voor musici, vooral de gerenommeerden. Naast de bekende Graaf, Zappa, Schwindl, Zingoni enz. hebben ook hier gespeeld: de belangrijke componist en de beroemdste viola da gamba speler van zijn tijd, Carl Friedrich Abel (1723 – 1787), leraar van Mozart en zelf leerling van Johann Sebastian Bach, Johann Christian Bach (1735 – 1782), die in zijn tijd een veel grotere beroemdheid was dan zijn vader Johann Sebastian, en Carl Stamitz (1746 – 1801), beroemde symfonische componist uit Mannheim, viool en altviool virtuoos, zoon van de grote Johann Stamitz – de grondlegger van de symfonie. Jammer genoeg zijn er nauwelijks concertprogramma's bewaard gebleven. Uit advertenties blijkt, dat men meestal diverse soorten muziek bracht. Kennelijk was afwisseling belangrijk om publiek te trekken: dus beroemde uitvoerders, een paar symfonieën, enige aria's, spectaculaire instrumenten, enz.


Nabeschouwing Over de positie van de 18e-eeuwse musici in Den Haag Wanneer men diverse bronnen en beschrijvingen doorneemt, vallen een paar interessante zaken op: Even als nu hebben musici op actief ondernemende wijze hun inkomen verdiend uit verschillende bronnen: door zoveel mogelijk op te treden, les te geven, en ook hun eigen composities te verkopen. Een vaste aanstelling bij een van Den Haag's twee grootste muzikale werkgevers – hofkapel en Franse comedie – leverde een bescheiden jaarwedde op, maar die was niet genoeg om van te leven. Daarnaast kregen de musici regelmatig gratificaties voor speciale optredens, bijvoorbeeld ter begeleiding van bezoekende solisten en ter gelegenheid van privéconcerten, bals en feesten. Iedere hofmusicus werd voor ieder optreden (extra) betaald: die met een vaste aanstelling het minst, de zeer gewaardeerde incidentele solisten (virtuozen) het meest. Over het algemeen zorgde het hof vrij goed voor zijn musici. De meesten bleven dan ook vele jaren op hun post, waarbij sommigen tevens kopiist of (muziek)bibliotheekbeheerder waren. Er werden aan hen ook pensioenen betaald (én doorbetaald in de Franse tijd). Zoals al aangegeven, gaven musici regelmatig op eigen initiatief openbare concerten meestal met losse kaartverkoop. Die concerten werden bekendgemaakt door advertenties in kranten en aanplakbiljetten. De initiatief nemende musici verkochten de toegangskaarten aan huis en aan de zaal, zoals kapelmeester Graaf en Leopold Mozart. Vele musici hielden er ook een bloeiende lespraktijk op na, want niet alleen de stadhouderlijke familie, maar ook de adel en gegoede burgerij in Den Haag gaven hun kinderen graag muziekles. Het hoorde bij een goede opvoeding. Instrumentbouwers waren er ook. Johannes Theodorus Cuypers (1724 – 1808) of te wel “de Nederlandse Stradivarius” woonde en werkte in het Lang Achterom en


de Spuistraat, heeft een huis/werkplaats gekocht in de Gortstraat, en woonde later in De Laan. Een ander soort onderneming was de muziekuitgeverij. Succesvol waren de Haagse muzikale families Hummel en Spangenberg. Hierin kwamen mooie Nederlandse/Haagse elementen samen: vrijheid van boekdrukkerij en de beschikbaarheid van hoogwaardige composities en druktechnieken. De gebroeders Hummel – Johann Julius Hummel (1728 – 1798) en zijn jongere broer Burchard (1731 – 1797) – zijn toonaangevend geworden in heel Europa met vestigingen in Den Haag, Amsterdam en Berlijn. Die zijn verantwoordelijk voor prachtig gepresenteerde eerste publicaties van vele beroemd geworden muziekstukken. Toch krijgt men de indruk dat de 18e-eeuwse musikanten niet echt rijk werden. Maar, de blijvers moeten het in Den Haag redelijk naar hun zin hebben gehad. Velen van hen kwamen uit Duitsland en Bohemen en bleven in Den Haag, trouwden met Haagse vrouwen, leerden naast Frans (toen de internationale taal) ook Nederlands. De meeste musici kwamen er niet aan toe een huis te kopen, ze huurden of onderhuurden, meestal in de smalle straatjes van het centrum of in de buurt van de Franse comedie.


Eindpunt: Haags Historisch Museum Er waren in de 18e eeuw nog meer locaties van muzikaal belang in Den Haag, maar die liggen óf te ver uit de gekozen wandelroute, zoals Huis ten Bosch en de zomervermaakstuin Het Nieuw Vauxhall, óf ze zijn hoewel centraal gelegen niet meer te zien, zoals de 2 hotels van de Mozarts, of het laatste woonhuis van Zappa. In de Museumwinkel van het Haags Historisch Museum kunt u de volgende artikelen aanschaffen: − de CD ´Zappa Symphonies´, Haagse Hofmuziek uit de 18e eeuw van de New Dutch Academy − de historische kaart en tekst van deze wandeltocht ´Den Haag internationale muziekstad in de 18e eeuw´ in boekvorm − kaarten en reproducties van schilderijen van Haagse historische stadsgezichten Meer Informatie U kunt de wandeltocht ´Den Haag Internationale Muziekstad in de 18e Eeuw´ als App downloaden via de website van de New Dutch Academy (NDA) www.newdutchacademy.nl Downloaden kan ook op de website van het Haags Historisch Museum (HHM) www.haagshistorischmuseum.nl, zie onder activiteiten. Daar vindt u ook de mogelijkheid tot het aanvragen van een groepsrondleiding met gids. En met het boekje met de historische kaart en de gedrukte tekst kunt u ook ongedigitaliseerd uw eigen, individuele weg volgen.


Op de NDA website (zie onder articles) vindt u nog veel meer achtergrondinformatie over het Haagse muziekleven in de tweede helft van de 18e eeuw in het artikel over Francesco Zappa: Simon Murphy and Cornelia Klugkist – ZAPPA IN THE NETHERLANDS, New Discoveries on the life of Francesco Zappa (1717 – 1803), Cellist and Composer at the 18th Century Court of Orange in The Hague, 2013.

Muziek Onderzoek naar muziek uit deze periode is gedaan door o.a. Simon Murphy. Het resulteerde eerst in het uitbrengen van 2 CD's met muziek van de Mannheimer Schule (Stamitz, Richter) en van één CD met muziek van Joseph Schmitt, de “Nederlandse Haydn” en de eerste directeur/dirigent van “Felix Meritis” in Amsterdam. Voor Den Haag is Murphy´s New Dutch Academy´s “Zappa CD” van groot belang met in Den Haag gecomponeerde en/of uitgegeven muziek van hofkapelmeester Graaf, van de cellovirtuoos Francesco Zappa, en van de ter plaatse actieve componisten Friedrich Schwindl, Carl Stamitz en Wolfgang Mozart. De genoemde Cd´s zijn uitgebracht door Pentatone (www.pentatonemusic.com). Simon Murphy en de New Dutch Academy's wereldpremière CD-opname van Haagse hofsymfonieën “Symphonies from the 18th Century Court of Orange in The Hague” Pentatone Classics PTC 5186 365 Andere 18e-eeuwse Nederlandse symfonieën van Joseph Schmitt “De Hollandse Haydn” PentaTone Classics PTC 5186 039


Belangrijkste literatuur en bronnen Er is in feite niet bijzonder veel geschreven over het Haagse muziekleven in de tweede helft van de 18e eeuw. Dat is tamelijk verbazingwekkend, omdat men bij nadere bestudering slechts kan constateren, dat deze stad muzikaal actief was op een internationaal vooraanstaand niveau. Drie onderzoekers hebben baanbrekend werk verricht: Scheurleer (1909), De Smet (1973) en Lieffering (1999). Zij hebben alle drie belangrijk archiefwerk verricht. Scheurleer heeft er een mooi verhaal van gemaakt. De Smet heeft zeer verdienstelijk het koninklijk huisarchief uitvoerig doorgenomen en alle relevante gegevens, die zij ook nog elders vond, consciëntieus opgesomd. Lieffering heeft iets met de, door hem nog sterk aangevulde, gevonden informatie gedaan en een heel interessant en volledig beeld geschetst van het Haagse culturele leven in de genoemde tijd. Hij heeft zich daarbij geconcentreerd op het theater, maar aangezien muziek en theater (toneel) toen nauwelijks werden gescheiden, is zijn werk ook voor de muziekgeschiedenis van groot belang. D.J. Balfoort – Het muziekleven in Nederland in de 17de en 18de eeuw. Den Haag, 1981. D.J. Balfoort – De Hollandsche vioolmakers. Amsterdam, 1931. C. Burney – The present State of Music in Germany, the Netherlands and United Provinces, 1773. (Er bestaan diverse vertalingen, o.a. Muzikale reizen. Kroniek van het Europese muziekleven in de 18e eeuw.) B.J. Donker – Haagse theaters toen en nu. Den Haag, 1999. J. Doove – De Haagse periode van Johan Colizzi. In: Mens en Melodie, Utrecht, 1975, 30e jaargang, p.151 – 154.


A.J. Koogje – Le Théâtre français de La Haye, 1789-1795, proefschrift, Utrecht, 1987. E.F. Kossmann – De boekhandel te 's-Gravenhage tot het eind van de 18de eeuw: biographisch woordenboek van boekverkopers, uitgevers ,... 's-Gravenhage, 1937. A. Lieffering – De Franse Comedie in Den Haag: 1749 – 1793: opera, toneel en het stadhouderlijk hof in de Haagse stedelijke cultuur. Proefschrift Universiteit Utrecht, 1999. Vertaling in het Engels: The French Comedy in The Hague 1749 – 1793: opera, drama and the stadholder court in The Hague urban culture. Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis. Muziekhistorische Monografieën, 19. Utrecht, 2007. Aldo Lieffering, Elke Ebbers – Database ´Eighteenth-Century Music and theatre advertisements from the ´s-Gravenhaagsche Courant and Gazette de La Haye..´ (1999) Data Archiving and Networked Services (2010) (www.dans.knaw.nl) W. Lievense – Beroemde musici aan het hof van de stadhouders Willem IV en Willem V. Buren, 1985. H. Metzelaar – ´Mon Cher Ami´ A New Source on Francesco Pasquale Ricci (1732 – 1817), His Music Career and His Dutch Pupils, in: Tijdschrift van de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis, LX – 1 / 2, 2010, p. 91-124. R. Rasch – The Italian Presence in the Musical Life of the Dutch Republic, in: The eighteenth-century diaspora of Italian music and musicians, ed. R. Strohm, Turnhout, 2001, p.177-210. D.F. Scheurleer – Het muziekleven in Nederland in de tweede helft der 18e eeuw in verband met Mozarts verblijf aldaar. 's Gravenhage, 1909.


D.F. Scheurleer – Haagsche zomerconcerten in de achttiende eeuw. In: Tijdschrift der Vereeniging voor Noord-Nederland's Muziekgeschiedenis, Band VII, 1904, p. 280 – 289. M. de Smet – La musique à la cour de Guillaume V, Prince d'Orange (1748 – 1806), d'après les archives de la Maison Royale des Pays-Bas. Utrecht, 1973. M. de Smet – La vie du Violoniste Jean Malherbe, Maître de Chapelle de S.A.S. Le Prince d'Orange et de Nassau, d'après ses letters inédites. Bruxelles, 1962. P. Wander – Haagse Huizen van Oranje, Catalogus van de expositie in Pulchri Studio 1981, Den Haag, Gemeente Archief. J. van der Zanden – Mozart in de Lage Landen. Leeuwarden, 2002. Gemeente archief Den Haag – Buurtboeken, Rechterlijk Archief, Notarieel Archief en verwijzingen uit ongepubliceerd onderzoek naar Francesco Zappa. Toonkunst Collectie Amsterdam, Rijksarchief Utrecht (Collectie Evangelische Breodergemeente Zeist), NMI – Nederlands Muziek Instituut (Collecties Gemeente Museum, D.F. Scheurleer, W. Noske, enz.).

Den Haag, 2013 Simon Murphy, Cornelia Klugkist


Š Simon Murphy, Cornelia Klugkist 2013


Den Haag - Een Muzikale Wandeling - Boekje