Issuu on Google+

NUMMER 1 • JANUARI 2009

What is the CASE? De Universiteit van Amsterdam, de Hogeschool van Amsterdam, de Vrije Universiteit en Hogeschool Inholland bundelen de krachten op het gebied van ondernemerschapsonderwijs.

Met dank aan Sportsworld Amsterdam

1 In het Centrum van Amsterdamse Scholen voor Entrepreneurship (CASE) werken de hogeronderwijsinstellingen samen met de Gemeente Amsterdam, de Kamer van Koophandel Amsterdam, de Kenniskring Amsterdam, Jong MKBNederland en vele ondernemende bedrijven. CASE gaat voor ten minste vier jaar van start met een totaalbudget van meer dan 6 miljoen euro. Dit geld is, onder andere afkomstig uit de Subsidieregeling Ondernemerschap en Onderwijs 2007 van het Ministerie van Economische Zaken en van Topstad Amsterdam. Het penvoerderschap is in handen van het Amsterdam Center for Entrepreneurship (ACE) van de Universiteit van Amsterdam.

CASE: studeren én ondernemen in Amsterdam

Eigenzinnig, creatief en praktijkgericht CASE biedt studenten onderwijs en faciliteiten die hen wegwijs maken in ondernemerschap en hun zakelijke talenten stimuleren. Amsterdam wil het beroepsperspectief van ondernemende studenten graag verbreden. De stad kent al talloze vernieuwende bedrijven en ziet dat aantal graag groeien. De CASE-missie is om vanuit het hoger onderwijs, in nauwe samenwerking met externe partijen, het ondernemingsklimaat in de regio Amsterdam te versterken. Om dat

P2

Wie zitten er achter CASE? Korte Berichten

te bereiken richt CASE zich op vier werkgebieden, die nauw met elkaar samenhangen: • de vernieuwing in het onderwijsaanbod in brede zin;

P3

De drijvende krachten achter CASE bij UvA, HvA, VU en INholland

• de opbouw van netwerken van studenten, ondernemers, docenten en wetenschappers; • een kwaliteitsimpuls geven aan onderwijs en onderzoek;

P4/5

Docenten zien bedrijven van studenten groeien en bloeien

Eigen plekje

• het vergroten van de toegankelijkheid en transparantie van onderwijs en onderzoek. Binnen vier jaar zal CASE zelfstandig functioneren. Het streven is dat CASE binnen tien jaar ook internationaal toonaangevend zal zijn. Het centrum gaat zich profileren als creatief, eigenzinnig en praktijkgericht: voor vorm en inhoud van het onderwijs zullen - samen met ondernemers - nieuwe concepten en ideeën worden ingezet. Zie www.case-amsterdam.nl

P6/7

Studenten ontwikkelen bedrijven met brains, hart en passie

Mark de Kruijk, directeur van Topstad Amsterdam, opende eind 2008 de eerste zelfstandige werkplek voor startende studentondernemers in Amsterdam: locatie Duintjer CS aan de Vijzelstraat. In januari komt er een tweede CASE-ruimte in de Parooltoren aan de Wibautstraat. Hier wordt onderwijs gegeven in

het kader van de minoren Ondernemen en er is ook volop bedrijvigheid van studentondernemers.

P8

Thuis in de wereld van ondernemen: Jan Post Vijf vragen aan wethouder Lodewijk Asscher


2

NUMMER 1 • JANUARI 2009

Wie zit er achter CASE? Erik Boer Functie Directeur CASE Achtergrond Politieke Wetenschappen aan de UvA. Werkte in het hoger onderwijs als beleidsadviseur, projectleider en manager. “In CASE worden studenten geschoold in het opzetten van nieuwe bedrijvigheid. Het samenwerkingsverband van hogescholen en universiteiten is uniek in Amsterdam. Te meer daar we ons niet alleen richten op studenten Economie maar op alle disciplines. Ondernemingskansen liggen immers overal. Geen eenvoudige opdracht, maar juist daarom spreekt het project mij

zo aan. De afgelopen vijftien jaar werkte ik in verschillende functies op een aantal hogescholen en universiteiten. Het viel mij steeds op hoeveel moeite het hoger onderwijs heeft om echt werk te maken van het vormgeven van haar maatschappelijke functie, zonder de academische of didactische integriteit te verliezen. CASE is een prachtproject waarin we met docenten, onderzoekers , studenten, ondernemers en bedrijven nieuwe vormen van onderwijs opzetten waar die twee functies wél gecombineerd worden. Over vier jaar hebben we bereikt dat ondernemerschap voor veel meer studenten een mogelijke loopbaan is. Nu loopt Nederland daarin internationaal gezien achter. Een economische crisis is juist een goed moment om nieuwe bedrijvigheid te stimuleren. Startende ondernemers leggen de basis voor nieuwe economische bedrijvigheid en innovatie.”

Arianne Zuiderveld Functie Programmamanager Onderwijs en Ondernemen Achtergrond Algemene Economie aan de UvA, adviseur startende ondernemers, manager zakelijke dienstverlening, projectmanagement en docentschap Ondernemerschap bij verschillende hbo-opleidingen.

In CASE zijn alumni-ondernemers een belangrijk voorbeeld voor de huidige studenten. Het initiatief van CASE om ook buiten het onderwijs inspirerende netwerkbijeenkomsten en korte workshops te houden vult het onderwijs goed aan. De samenwerking tussen de opleidingen is natuurlijk bijzonder aan CASE. Er is nu een platform om van elkaar te leren en gezamenlijke activiteiten te ontplooien. Ook bij de docenten is er genoeg ondernemersambitie. CASE maakt meer en beter ondernemersonderwijs mogelijk!”

“Méér en beter ondernemersonderwijs voor alle Amsterdamse studenten is een speerpunt van CASE. Wij merken dat het aan interesse en ambitie bij studenten niet ontbreekt. Zij kunnen bijvoorbeeld tijdens hun opleiding kiezen voor een twintig weken durende minor Ondernemerschap. Dat zijn pittige minoren waar veel van studenten wordt gevraagd, maar waar ook veel geleerd wordt. Niet alleen een businessplan schrijven maar er ook naar handelen, blijkt bijzonder leerzaam. Welke innovatie is kansrijk en wat is ons unique selling point, wie zijn mijn klanten en vooral hoe haal ik een opdracht binnen? Uitdagende opdrachten waarvoor je in teamverband alles uit de kast moet trekken om succes te boeken!

Hier kunnen ondernemers en instellingen deskundige hulp krijgen bij het oplossen van onderzoeksvraagstukken. Maar ook stagiairs of opleidingen op maat kunnen geregeld worden in Kennispoort. Allerlei vragen die opdoemen bij het starten of runnen van een onderneming worden hier beantwoord. Kennispoort Amsterdam helpt zo snel, correct en volledig mogelijk met vragen aan de kennisof onderwijsinstellingen in Amsterdam. Bij Kennispoort kunnen vragen direct gesteld worden, zonder dat men zich hoeft te bekommeren om de juiste afdeling of contactpersoon. Zie verder www.kennispoortamsterdam.nl

Regionale ondernemerscentra

Marie-Claire van Hessen, student en officemanager CASE

Universiteit Amsterdam | Hogeschool van Amsterdam | Vrije Universiteit | Hogeschool INHolland Amsterdam/Diemen | Kamer van Koophandel Amsterdam | Amsterdam Topstad, namens de Gemeente Amsterdam | Stichting Kenniskring Amsterdam | Jong MKB Nederland

Partners van CASE Fortis Bank Nederland NV | KPMG | Jong Ondernemen | New Venture | Amsterdam Partners | ABN AMRO Bank NV | Boer & Croon Groep | XSML | Stichting Suikeroom | EIM BV Studentondernemers Amsterdam | SIFE UvA | SIFE VU | Top Talent Consultancy | Spring Associates | Nieuwe Helden

Scholen voor Entrepreneurship (CASE). Hoofdredacteur Erik Boer Productie, tekst, eindredactie Chris Bos, Mario Verhoeven (Movement, Amsterdam) Fotografie Katrien Mulder Vormgeving Dvada/Henk Droog Druk Dijkman, Diemen

Om ondernemingen of instellingen te ondersteunen in hun ontwikkeling, hebben de vier hogeronderwijsinstellingen van Amsterdam Kennispoort Amsterdam geopend: de interactieve poort naar kennis.

Thomas Deijen, student en officemanager CASE

Deelnemers in CASE

Colofon. Dit is een uitgave van Centrum van Amsterdamse

Kennispoort Amsterdam

Meer weten? Centrum van Amsterdamse Scholen voor Entrepreneurship (CASE) Roetersstraat 11 – gebouw E, 10e verdieping, 1018 WB Amsterdam (020) 525 6303 e-mail: case@uva.nl of op www.case-amsterdam.nl

Ondernemerszin stimuleren en ondernemersvaardigheden en – kennis verankeren in de onderwijsprogramma’s van hogeronderwijsinstellingen. Dat is het devies van zes regionale Centers of Entrepreneurship. De Centers zijn samenwerkingsverbanden van universiteiten en hogescholen met het bedrijfsleven. De centra zijn aangewezen door de overheid. Naast CASE zijn dat: GO! Gelderland Onderneemt! Samenwerking van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen, de hogeschool ArtEZ en de Radboud Universiteit. Holland Program on Entrepreneurship (HOPE). Samenwerking van Erasmus Universiteit, TU Delft en de Universiteit Leiden en de Kennisalliantie ZuidHolland. Maastricht Centre for Entrepreneurship (Universiteit van Maastricht). Dutch agro-food Network of Entrepreneurship (DAFNE). Het consortium DAFNE is een samenwerking van de Wageningen Universiteit, hogeschool Van Hall Larensteijn, HAS Den Bosch en CAH Dronten. Het consortium zal aandacht besteden aan het vermarkten van kennis en octrooien. Centre for Entrepreneurship in the Creative Industrie (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht). Studenten van de HKU opgeleid tot ondernemende professionals. Zie: www.lerenondernemen.nl


NUMMER 1 • JANUARI 2009

3

Martin Haring (Hogeschool van Amsterdam)

‘Slim netwerken’ “Bijna iedereen heeft wel iets van een ondernemer in zich. Wie wil, kan dat verder ontwikkelen, zijn vaardigheden uitbreiden. CASE biedt daarvoor mogelijkheden, bijvoorbeeld via de inbreng van ervaren ondernemers, die het klappen van de zweep kennen. Zij gaan gastcolleges geven en groepen studenten begeleiden die een eigen onderneming starten. Mede dankzij CASE hebben we nu ook een fysieke plek van waaruit ze dat kunnen doen, niet op school, maar in een bedrijfsverzamelgebouw.” “De economische ontwikkeling in de regio Amsterdam biedt mogelijkheden voor kleine bedrijfjes die nichemarkten bedienen, vooral in de creatieve sector en telefonieapplicaties. De belangstelling voor ondernemen

‘Het is gedragswetenschap’ “In september zijn we op de VU begonnen met een minor ondernemerschap. Rond de thema’s innovatie, maatschappelijk ondernemen en diversiteit. Daarin bekijken we op een academische manier alle facetten van ondernemen als maatschappelijk fenomeen. Het blijft natuurlijk een vreselijk boeiende vraag: waarom slaagt de ene ondernemer wél en de andere niet? In feite is het toch een gedragswetenschap. Ondertussen moedigen we studenten ook aan om voor zichzelf te beginnen, zeker tijdens de Summerschool Ondernemerschap, die we organiseren in samenwerking met ABN AMRO Bank.” “De kracht van de combinatie hogescholen en universiteiten? De uitwisseling van kennis en meer onderlinge doorstroming van studenten. We zijn complementair:

neemt toe. Jaarlijks studeren op de HvA al zo’n vijftien studenten af op hun eigen onderneming. Bijvoorbeeld een bedrijf dat de ‘after garlic pil’ gaat vermarkten, een product dat de hinderlijke gevolgen van knoflook al in de maag bestrijdt.” “Sommige studenten hebben een te rooskleurig beeld van ondernemen. Het is niet snel rijk worden, maar meestal een zaak van keihard werken en van een lange adem. Eén van de moeilijkste dingen voor studenten blijkt het contact leggen met marktpartijen en zorgen dat je serieus wordt genomen. Juist in de voorbereiding kan CASE helpen: hoe kun je slim netwerken, hoe zorg je voor financiële onderbouwing en een passende onderhandelingsmarge.”

Enno Masurel (VU)

Wo-studenten zijn doorgaans innovatiever, die komen vaak met hele wilde ideeën. Hbo’ers hebben hun zaakjes beter voor elkaar en weten bijvoorbeeld beter hoe je de financiën moet regelen.” “Ons ultieme doel is dat Amsterdam het centrum wordt van onderwijs en onderzoek rond entrepreneurship, zowel in Nederland als in Europa. CASE is daarbij de bundelende factor, samen met partijen als de gemeente en de Kamer van Koophandel, waardoor we betere faciliteiten kunnen bewerkstelligen. Alle studenten kunnen straks in contact komen met ondernemen, niet alleen de bedrijfskundestudenten. Dat sluit aan bij de groeiende maatschappelijke waardering voor ondernemen. Toen ik studeerde was dat bijna een vies woord aan de universiteit. Maar die tijd is echt voorbij.”

‘Het worden vaak snelle, innovatieve groeiers’ “We besteden al langer aandacht aan entrepreneurship. Eén van de oprichters van Hyves is bijvoorbeeld bij mij afgestudeerd, dat was nog voor we de minor Ondernemen hadden. We doen onderzoek naar de ins en outs van ondernemen. Daaruit blijkt steeds weer het gunstige effect van onderwijs voor ondernemers. Een ondernemer heeft veel meer profijt van een extra jaar scholing dan een werknemer. Hoe dat komt, en wat nu precies goed ondernemerschaponderwijs is, gaan we binnen CASE nader onderzoeken. Met hulp van externe professionals uit het bedrijfsleven. ”

Mirjam van Praag (UvA):

‘Het is een wereld van verschil’ “Door CASE staan we allemaal sterker. Neem bijvoorbeeld de gemeenschappelijke faciliteiten voor studentondernemers. Voor studenten is het een wereld van verschil of zij in een schoolsfeer of in een bedrijfsmatige omgeving werken. Bovendien is het waardevol om kennis en ervaring te delen.” “De belangstelling van studenten voor ondernemerschap groeit. Dat zien we ook bij de opleidingen Leis-

“Het is belangrijk dat hogeropgeleiden vaker kiezen voor ondernemen. Een academische, analytische manier van denken garandeert geen succes, maar het helpt

wel. Zij worden vaak de innovatieve, snelle groeiers die zorgen voor extra arbeidsproductiviteit. Daar kan de hele Amsterdamse regio van profiteren.” “Via CASE willen we studententeams ook inzetten om binnen het midden- en kleinbedrijf strategische problemen te helpen oplossen. En ze kunnen ook leerlingen van het vmbo ondersteunen bij het opzetten van ondernemingsplannen. We nemen de maatschappelijke kant van ondernemen dus nadrukkelijk mee. Die sociale signatuur maakt CASE bijzonder, zowel voor de regio als in vergelijking met andere Centers for Entrepreneurship. Het bijzondere van ondernemen? Het is zo belangrijk voor de economie, maar vaak ook zo ongrijpbaar! Heel fascinerend.”

John van Latum (Hogeschool INHolland Amsterdam/Diemen) ure en Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs. Voor ons is CASE geslaagd als we jaarlijks acht ondernemers afleveren. Een voorbeeld? Twee studenten maakten van hun hobby hun beroep: karpervissen. Ze leveren nu alle mogelijke dobbers en hengels en organiseren reizen naar de beste vislocaties, door heel Europa!” “Universiteiten kijken wel iets anders aan tegen het ondernemerschap. Zij hechten aan onderzoek en beschouwingen, wij houden van tempo en van doen. Dat vult elkaar aan. Neem de vraag wat je kunt doen voor jonge ondernemers die het groeitempo van hun bedrijf niet helemaal kunnen bijbenen. Via CASE kunnen we dan onderzoek doen naar de belemmerende voorwaarden en hen vervolgens een op maat ontwikkeld programma aanbieden. Prachtig toch?”


4

NUMMER 1 • JANUARI 2009

‘Liever risico’s dan louter vastigheid’ Frontpage, google, e-bay en ‘Nantucket Nectars’, dat zijn vier van de zeven spraakmakende businesscases die aandacht krijgen in de minor entrepreneurship. “Met een goed idee je geld verdienen, dat geeft heel veel energie.” “De minor staat open voor alle studenten van de UvA,” zegt Roel van der Voort. Hij coördineert de minor en verzorgt ook de collegeserie ‘cases in entrepreneurship’. “Maar er komen ook studenten van andere universiteiten. We krijgen veel studenten van Sociale Wetenschappen, maar ook van Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Rechten en Geesteswetenschappen.” En terecht, want het is een bijzondere minor. Van der Voort: “Het idee van de cases als leermethode hebben we overgenomen van Harvard Business School. Daar ben ik een paar keer geweest om met deze methode vertrouwd te raken. Er zitten steeds allerlei dilemma’s in, waarover de studenten ook een beslissing moeten nemen.”

Lifestyledrankje Met name het verhaal van Nantucket Nectars spreekt tot de verbeelding. “Twee studenten die een

ook in geneeskunde en de geesteswetenschappen, bijvoorbeeld rond zingeving.” Dat vraagt om kennis en de juiste instelling. Van der Voort: “Die leer je deels tijdens de minor. Een aantal studenten kiest vervolgens ook voor het ondernemerschap. Anderen houden het in hun achterhoofd

tot na hun master, en voor weer anderen is het een nuttige ervaring op grond waarvan ze besluiten om geen ondernemer te worden.” Wat maakt iemand tot een goede entrepreneur? “Je moet risico’s durven nemen, niet altijd vastigheid zoeken. Daarnaast moet je kunnen delen en anderen ook hun credits

gunnen. En je moet anderen kunnen inspireren.”

Roel van der Voort, coördinator minor en docent ‘cases in entrepeneurship’ op de UvA

nieuw lifestyledrankje bedenken en die hun bedrijfje uiteindelijk voor zestig miljoen dollar verkopen.” De collegereeks rond de cases is één van de twee verplichte modules van de minor. Tijdens de andere gaan de studenten in groepjes van vijf zelf een eigen bedrijf opzetten. “Behalve van mij krijgen ze daarbij hulp van een accountant van KPMG en een businesscoach van Fortis, die gewend zijn om starters te begeleiden.” Dat leidt soms tot opzienbare successen. “Neem de mensen van Støff, die met hun hippe hoofddoeken in alle kranten hebben gestaan.”

Risico’s Steeds meer studenten zien wel brood in een eigen bedrijf, aldus Van der Voort. “Die hebben niet zo’n zin om zich te voegen in een ‘corporate culture’, maar willen hun eigen werk en werkomgeving scheppen. Niet alleen in de ICT,

“Er liggen gigantisch veel kansen voor ondernemers. Mede dankzij CASE kunnen ook studenten die kansen grijpen. In het hbo en op de universiteit zou het vak ondernemen eigenlijk even vanzelfsprekend moeten zijn als Engels op de middelbare school.”

‘Ondernemen even vanzelfsprekend als Engels’

Alex van Heeswijk, docent Ondernemen en coach bij de HvA

Dat vindt Alex van Heeswijk, die aan de HvA studentbedrijfjes coacht. Verder is hij docent in de minor Ondernemen. Die ontwikkeling is al in gang gezet . “Sinds we er in 2002 voorzichtig mee zijn begonnen is ondernemen als studieonderdeel al een stuk breder getrokken, zodat je nu eigenlijk binnen alle opleidingen kunt afstuderen op je eigen bedrijf.”

Heel wat studenten trekt uiteindelijk zelf ook de stoute schoenen aan. “Van de 180 studenten die we tot vorig jaar hebben gehad, houden er 110 een eigen bedrijf in de lucht.” Succesvolle voorbeelden? “Iemand die een website runt voor het vergelijken van contactlenzen, iemand die ICT levert die is toegesneden op hockeyvereniging. En niet te vergeten PCSNEL, inmiddels een grote jongen op ICT-gebied.”

gemerkt tijdens de Summerschool van ABN AMRO en CASE.” En verder is het vooral een kwestie van je techniek aanscherpen. Van Heeswijk zelf geldt als een pitchspecialist. Wat is zijn geheim? “Wees jezelf. En dat lukt beter als je weet wie je tegenover je hebt. Verdiep je in je gehoor en zorg dat je van te voren weet wat je te wachten staat.”

Sales in inkoop Cursus onderhandelen In CASE-verband is Alex van Heeswijk ook betrokken bij een landelijk project. “Het heeft nog geen naam, maar het wordt een platform voor docenten die met ondernemen bezig zijn.” Over de samenwerking tussen universiteiten en hogescholen is hij heel positief. “Ondernemen is weliswaar een werkwoord, maar zeker in de voorbereiding kan een wetenschappelijke benadering wonderen doen: systematisch marktonderzoek, doelgroeponderzoek, inventarisatie van subsidiekanalen. Dat helpt allemaal voor het onderbouwen van je plannen, zoals ik afgelopen zomer ook weer heb

Ook onderhandelen is een vak apart. “Veel starters focussen op de saleskant en vergeten de inkoop, terwijl dat vaak de grootste kostenpost is. Maar als je 5% van je inkoopprijzen af weet te krijgen, levert dat soms wel 50% extra bruto winst op! Onderhandelen moet echt meer aandacht krijgen in de opleiding.” En het mooie van ondernemer zijn? “Dat je zelf verantwoordelijk bent voor je inkomen. Dat je niet hoeft te wachten tot de 23-ste van de maand, maar dat je met een mooi contract terugkomt van een klant en jezelf trakteert op een lekker biertje.”


NUMMER 1 • JANUARI 2009

5

‘Hij belde me na z’n eerste Amerikaanse deal’ “Veel studentondernemers zijn een beetje eigenwijs, in de goede zin van het woord: gedreven. Vergelijk het met een zonvakantie. Blijf je twee weken bakken op het strand, of ga je er ook op uit om contacten te leggen? Die laatste houding kun je stimuleren, onder andere door bepaalde vaardigheden te trainen. Dat doen we dus.” Ook de Hogeschool INHolland biedt een minor ondernemerschap. “Twintig weken kennismaken met ondernemerschap voor met name de niet-economische studenten,”vertelt Erik Hendriks, docent small business en retailmanagement. “Met als thema ‘Amsterdams Ondernemen’. Dat thema is de trigger, want wat is nou Amsterdams.” Desgewenst kunnen studenten afstuderen op hun eigen onderneming. Erik Hendriks: “Die mogelijkheid bieden we in het Ondernemerslaboratorium. Voorwaarde is

wel dat ze een bepaalde omzet hebben gedraaid.” Dat haalt niet iedereen. “Sommigen merken dat hun idee toch niet zo briljant is, of dat ze zelf toch niet gemotiveerd genoeg zijn.”

Plan B Maar te leren valt er genoeg in het lab. “Een planmatige aanpak, marktonderzoek, het in kaart brengen van mogelijke hobbels en het opstellen van een plan B voor noodgevallen.” Dat alles liefst aan de hand van een praktijkgeval. “Een

voorbeeld? Vorig jaar hebben vijf studenten een paar duizend boxershorts gekocht, die bedrukt met teksten en ze vervolgens weer verkocht. Dan kom je alles tegen.” Succes is niet gegarandeerd, maar zeker niet uitgesloten. “Een student die vijf jaar geleden afzwaaide, belde me een jaar later bij z’n eerste Amerikaanse deal, na twee jaar met z’n eerste miljoenenorder en weer een jaar later over z’n eerste miljard. Hij doet in waterzuiveringproducten. Een hele goede netwerker.” Sowieso komen oud-studenten regelmatig terug om hun ervaringen

te delen met docenten en studenten. “En die studenten doen dan soms weer een marktonderzoek voor een nieuw initiatief. Leerzaam voor iedereen.”

Levensstijl Ondernemen is niet alleen een keuze voor het soort broodwinning, maar ook voor een levensstijl, stelt Hendriks. “Vergelijk het met sporters. Het begint met talent, maar als je er je beroep van wilt maken, komen er ook heel andere dingen bij kijken. De bereidheid om dagelijks te trainen, om je so-

Erik Hendriks, docent small business en retailmanagement op Hogeschool INHolland

ciale leven erop in te richten, zeker vlak voor belangrijke wedstrijden. Voor ondernemers geldt iets vergelijkbaars. Het is geen negen-tot-vijfbaan, je bent altijd op zoek naar kansen en mogelijkheden.” CASE kan bijvoorbeeld helpen door het netwerk van studentondernemers te vergroten. “In de bedrijfsruimten kunnen universitaire studenten en hbo’ers hun inzichten en ervaringen delen. De toenadering is op gang gekomen.”

‘Kansen benutten en exploiteren’ Ingrid Wakkee, VU-docent minor Ondernemerschap: “Het is onderdeel van een academische opleiding”

“Je hoeft geen eigen bedrijf te hebben om ondernemer te zijn. Het gaat om het zien en benutten van kansen. Soms lukt dat juist beter binnen bestaande bedrijven of instellingen. Ik voel me zelf ook wel ondernemer, bijvoorbeeld vanwege het opzetten van onze minor Ondernemerschap.” Op de VU bestonden al plannen voor een minor over ondernemen, maar door CASE kwamen die in een stroomversnelling, vertelt docent Ingrid Wakkee. “Zodoende

konden we in september 2008 met ruim vijftig studenten aan een pilot beginnen.” Vanwege voornamelijk roostertechnische redenen moest een gedeelte

afhaken, maar de resterende groep van 35 werd gaandeweg steeds enthousiaster. “Dat komt onder andere door de voortdurende combinatie van theorie en praktijkverha-

len. Neem bijvoorbeeld het onderdeel Ondernemerschap en netwerken. De sociaalnetwerktheorie is momenteel een zeer dominante benadering van ondernemerschap. We hebben eerst die theorie behandeld, daarna kwam er een gastspreker met een eigen adviesbureau op dat gebied. Vervolgens heb ik een college gegeven rond de vraag: hoe méét je nou zo’n netwerk. En inmiddels zijn de studenten eropuit gegaan om voor een ondernemer een netwerkanalyse te maken. Hun bevindingen rapporteren ze straks weer aan diezelfde ondernemers. Zoiets maakt het spannend.”

Exploiteren De minor aan de VU is geen spoedcursus ‘van bachelor tot miljonair’. Ingrid Wakkee: “Het is een onderdeel van een academische opleiding. Ons gaat het om het herkennen en exploiteren van kansen, ongeacht de organisatievorm. Daarin verschilt onze aanpak van de minor aan de UvA, waar het opzetten van een eigen bedrijf veel meer aandacht krijgt. Via CASE hebben we

onze programma’s trouwens ook onderling afgestemd.” Vanwege dat brede profiel is de VUminor ook interessant voor studenten die later in de ondernemerschapsindustrie willen werken. Ingrid Wakkee: “Bijvoorbeeld als adviseur voor het MKB, beleidsmaker, wetenschapper, of fondsenwerver. En mensen die via de minor toch een idee krijgen voor een eigen bedrijf kunnen terecht in onze Summerschool.”

Essay Via de minor krijgen ze wel vast mee welke vaardigheden dan van belang zijn. “Creativiteit, alertheid voor nieuwe kansen, doorzettingsvermogen, risico’s nemen. En dat illustreren we ook weer met passende opdrachten: probeer geld te verdienen met pannenkoeken bakken of snoepjes verkopen. Of interview een burgemeester over ondernemerschap.” Een overkoepelend thema is dan nog ‘ondernemerschap binnen je eigen discipline’. Ingrid Wakkee: “Daarin dagen we studenten uit om ondernemerschap te stimuleren binnen hun vakgebied. Daarover schrijven ze een essay, waarvoor ze experts interviewen. En het beste essay wordt bij voldoende kwaliteit gepubliceerd in het Financieel Dagblad.”


6

NUMMER 1 • JANUARI 2009

‘Je moet gewoon beginnen’ “Ik had het niet verwacht, maar ik merk dat ik me erg thuis voel bij ondernemers. De durf, het avontuurlijke, daar word ik zelf ook enthousiast van,”aldus danseres en VU-student Sentini Grunberg. “Ik heb eigenlijk altijd gedanst,” zegt Sentini, “en sinds m’n zestiende geef ik er ook les in.” Dat combineerde ze eerst met een vwoopleiding, daarna met een bachelor biomedische wetenschappen en nu met een master management, policy analysis & entrepreneurship aan de VU. “Ondertussen werd ik steeds vaker gevraagd om voor scholen en bedrijven workshops te verzorgen. Daarom heb ik begin vorig jaar InMovement opgericht en sindsdien huur ik gediplomeerde freelancers in.” Vervolgens ontdekte ze de Sum-

merschool Ondernemerschap. “Ik heb me meteen ingeschreven. Van de praktijkverhalen van ondernemers heb ik veel opgestoken. Bijvoorbeeld dat je je moet concentreren op de dingen waarmee je bent begonnen. Je moet je niet laten afleiden door alle nieuwe ideeën die je gaandeweg krijgt, dan neem je te veel hooi op je vork.” Bovendien schreef ze voor de Summerschool alsnog een bedrijfsplan, dat haar de tweede prijs opleverde. “Een businessplan helpt je om je planning te structureren en geeft houvast bij de evaluatie van je acti-

viteiten. Anderzijds moet je niet alles dichttimmeren, op een gegeven moment moet je gewoon beginnen.”

Promoveren op dans InMovement richt zich onder andere op het vmbo. Grunberg: “Uit onderzoek blijkt dat veel meisjes in het vmbo te weinig bewegen. Dans is een prima manier om daar iets aan te doen, bijvoorbeeld als alternatief voor andere vormen van sport.” Inmiddels werkt ze met pakweg tien freelancers. Die hebben ver-

schillende nationaliteiten en beheersen ook verschillende dansstijlen. “Zelf sta ik alleen nog voor de groep als ik niemand anders kan vinden.” De bedoeling is om van InMovement een landelijk opererend dansinstituut te maken. “Ik wil graag een eigen lesstijl ontwikkelen, onder andere gebaseerd op wetenschappelijke kennis over dansen. Zodat alle freelancers dezelfde aanpak hanteren.” Op die manier wil InMovement graag nog meer professionele dansers aan werk helpen. “Voor dans-

Sentini Grunbergs onderneming InMovement is ook haar passie: dans

docenten is het namelijk best lastig om voldoende werk te vinden.” Maar zo ver is het nog niet, voorlopig krijgt de studie voorrang. “Daaraan besteed ik de meeste tijd, want over anderhalf jaar wil ik afgestudeerd zijn. Misschien ga ik dan eerst nog promoveren, op een onderwerp rond dansen of beweging. Maar ook in dat geval blijf ik ondernemen. Liefst nog wat efficiënter dan nu, hopelijk kan ik er tegen die tijd van leven.”

De propedeuse als bakermat “Dit is het ideale moment om een eigen bedrijf te beginnen. Ik hoef nog niemand te onderhouden, dus als het mis gaat is er geen man overboord. Voorlopig groeien we alleen maar, afgelopen jaar hebben we onze omzet verdubbeld!” HvA-studenten Maurits en Elias startten hun bedrijf al tijdens de propedeuse. Maurits Meester studeert af op zijn eigen bedrijf e-mmer

“Al tijdens een project in de propedeuse Interactieve Media van de HvA merkten we dat we goed met elkaar overweg konden.” Daarmee was in feite e-mmer geboren, waarbij ‘mm’ staat voor Maurits Meester, ‘er’ voor zijn compagnon Elias Reinheimer en de ‘e’ voor e-marketing. Momenteel houdt e-mmer zich nog vooral bezig met het ontwikkelen van websites voor het middenen kleinbedrijf, maar na hun afstuderen willen ze zich ook aan campagnes wagen. Maurits Meester: “Dan kun je langdurigere contacten opbouwen met klanten. En het sluit ook aan bij de richting die we volgen: business & organisatie. Dat gaat over marketing en projectmanagement.”

Vertraging Het werken en studeren is redelijk te combineren. Meester: “We kunnen afstuderen op ons eigen bedrijf, maar we kunnen er helaas geen stage doen.” Dat betekent dat zijn mede-eigenaar momenteel 38 uur per week elders stage loopt en alleen in de avonduren beschikbaar is voor e-mmer. “Zelf heb ik een halfjaar vertraging opgelopen, want soms moet je klanten voorrang geven boven de studiepunten. Die vertraging heeft wel als voordeel dat we nu niet allebei tegelijk stage hoe-

ven te lopen.” Een van de leukste klussen was voor de HvA zelf. “Er bestaat een e-magazine over de combinatie studeren en ondernemen. We hebben een betere manier bedacht om dat te versturen, zodat de inbox van de abonnees niet verstopt raakt met pdf ’jes.”

Eigen levensonderhoud Altijd al ondernemer willen worden? “Nee, eigenlijk kwam het ons aanwaaien. We kregen steeds meer klussen, totdat we voor de vraag kwamen: gaan we er voor of niet? Dat werd dus het eerste.” Het ondernemerschap is hem overigens niet vreemd. “Mijn vader heeft ook een eigen bedrijf. Omdat ik nog thuis woon, is het makkelijk om hem bepaalde dingen even te vragen. Over de belastingen bijvoorbeeld.” Wat ook helpt zijn de extra inkomsten. “Inmiddels kunnen we ervan leven. Inclusief de aanschaf van luxere spullen als een extra beeldscherm, een digitale camera en een auto.” En nog wel tijd voor een sociaal leven? “Gelukkig wel. Ik ben aanvoerder van een hockeyteam en organiseer ook feesten op de club. Dat wil ik absoluut niet missen: ik ben pas 21, dus ik wil ook gewoon lol kunnen hebben.”


NUMMER 1 • JANUARI 2009

7

‘Dit bedrijf is een buitenkans’ “Ondernemen leek me tamelijk ingewikkeld, maar dat valt dus best mee. Het is gewoon beginnen, hard werken en vooral de juiste mensen tegenkomen. Want in m’n eentje had ik het nooit gedaan.” “Eigenlijk is het best gek dat ik Jos en Joram Jacob pas een jaar ken,” aldus Kiki Tienstra (24), student Rechten aan de UvA. Ze ontmoetten elkaar tijdens de minor Entrepreneurship. “Met z’n vijven kwamen we tot het concept van een website voor hogeropgeleiden, als springplank naar de arbeidsmarkt. Dat vonden we zo leuk en het klikte zo goed dat we verder wilden.” Twee van hen moesten fulltime aan de slag met hun studie, de overige drie runnen inmiddels Studenttrace, independent career office. En dat is hard werken. Kiki Tienstra: “Zo’n vijftig uur per week. Maar de avonden in het weekend zijn heilig, daar houden we elkaar aan.” Kiki’s afstuderen is een beetje in het slop geraakt. “Maar dat gaat wel echt gebeuren, want over een paar jaar wil ik advocaat worden.” Is dat niet een ongebruikelijke volg-

orde? “Voor mij niet. Studenttrace is een buitenkans. Ik hoef nu alleen voor mezelf te zorgen, dus het risico is klein. De komende vijf jaar wil ik Studenttrace tot een succes maken. Als ik eerst advocaat zou worden, moet je maar afwachten of zich weer zo’n kans voordoet. En misschien ben je dan gewend aan een dik salaris en stort je je niet meer in zo’n avontuur.”

Dol enthousiast of zwaar negatief De minor was dus de katalysator? “Absoluut. Niet alleen vanwege de leerstof, maar zeker ook door het contact met gelijkgestemden. Ik had nooit gedacht dat ik al tijdens m’n studie zou gaan ondernemen, maar het past goed bij me. Ik neem graag het initiatief.” Studenttrace heeft geen kantoor. “Dat hoeft niet, we zijn een totaal online-bedrijf. Meestal werkt ieder

Kiki Tienstra ontwikkelde met medestudenten het concept van Studenttrace

van ons gewoon thuis, al hebben we wel voortdurend contact. En we zien elkaar een keer of vier per week.” Medestudenten reageren verrassend tegengesteld. “Sommigen zijn superpositief, die vinden het stoer en

volgen ons op de voet. Anderen vinden het juist helemaal niks, al die moeite voor iets dat nog niks oplevert.” Want het verdiende geld gaat voorlopig terug in het bedrijf. “We willen nog een heleboel extra dingen

aan de website hangen. In juli 2009 bekijken we hoe we verder gaan. We hebben onszelf een paar targets gesteld, bijvoorbeeld qua omzet. Maar sowieso is het hartstikke waardevol. Je wordt steeds uitgedaagd om nieuwe dingen te leren.”

‘Ik raad het iedereen aan’ “Ondernemen kost veel tijd, maar het is één van de mooiste dingen die je kunt doen,” zegt de NederlandsSengelase Nyaki Serne, alhoewel ze “geen privéleven meer heeft.” een nauwe samenwerking tussen onze stichting en de hogeschool, zodat studenten daar hun stage of afstudeeropdracht doen. Het gaat daarbij om het ondersteunen van initiatieven van Senegalese jongeren, zodat ze bijvoorbeeld een restaurantje opzetten en niet meer in een gammel bootje naar Spanje proberen te komen…”

Educatief centrum

Nyaki Serne’s betrokkenheid bij Senegal bracht ook haar ouders weer bij elkaar

Kennisoverdracht in plaats van spullen sturen: dat is de visie op ontwikkelingssamenwerking die It’s your turn propageert. En zelf in praktijk brengt. De ontstaansgeschiedenis van de stichting is te bijzonder om onvermeld te laten. Oprichtster Nyaki Serné: “In 2007 ben ik naar Senegal gegaan, om daar voor het eerst in 23 jaar mijn biolo-

gische vader te ontmoeten. De armoede daar greep me zo aan, dat ik eenmaal terug in Nederland niet gewoon mijn leven kon oppakken. Ook omdat mijn vader er woont.” Als student Toerisme was haar eerste idee om het lokale toerisme op poten te zetten. “Maar dat was te simpel. Na veel gepuzzel kwamen we op de huidige formule. Dat is

De harde kern van It’s your turn bestaat nu uit vier studenten: Nyaki, haar broer Laurean, Marilva Mettendaf en Nathalie Koen. “Mijn vader heeft bovendien een rol als intermediair. Mijn moeder is docent geweest maar heeft ook ondernemerservaring. Zij superviseert nu enkele maanden per jaar het lesprogramma in Senegal. ” Momenteel is de stichting druk bezig om extra geld te regelen voor een educatief centrum. “Een derde deel daarvan staat er al. In september moet het helemaal af zijn, want

dan komen de eerste studenten van INHolland.” Ter voorbereiding volgen nu al ruim zestig Senegalese jongeren lessen in computervaardigheden, Frans en Engels. De combinatie studeren en ondernemen is overigens niet altijd makkelijk. Nyaki Serné: “Ik voel me vooral ondernemer. En omdat INHolland zo’n belangrijke partner is, praat ik vaak in die hoedanigheid met docenten. Maar soms moet ik ze ook gewoon vragen om iets te herkansen, dan is het lastig schakelen.” Een groot voordeel was dat ze stage kon lopen in haar eigen bedrijf, en er ook haar afstudeerproject aan kan wijden. Fulltime. “Je leert zo veel meer dan van alleen maar theorie. En je hebt de expertise van alle docenten tot je beschikking. Ik raad het iedereen aan.” Helemaal geen minpuntjes? “Nou ja, hebt eigenlijk geen privéleven meer.”


8

NUMMER 1 • JANUARI 2009

Kickoff inspiratienetwerken

22 januari in De Zwijger

Idealistische quotes prijken op de sites van SIFE UvA, SIFE VU en StudentOndernemers Amsterdam: Be the change you want to see in the world en Whatever you can do, or dream you can, begin it. Het stimuleren, inspireren en ondersteunen van succesvol studentondernemerschap is het doel. Samenwerken het middel. 22 januari is het eerste evenement in Pakhuis de Zwijger.

Students In Free Enterprise (SIFE) CASE gaat met studentenorganisaties SIFE VU, SIFE UvA en StudentOndernemers Amsterdam hét inspiratienetwerk voor ondernemende studenten tot leven wekken.

Dat gebeurt via maandelijkse evenementen en een interactieve webportal, waar studenten, studentenorganisaties en -verenigingen, ondernemers, instituten en docenten elkaar structureel ontmoeten. SIFE VU en SIFE UvA maken deel uit van het wereldwijde Students In Free Enterprise (SIFE) netwerk, dat actief is in meer dan 45 landen. SIFE-teams organiseren projecten gericht op sociaal ondernemerschap, zowel lokaal als internationaal. De teams worden ondersteund door faculty advisors van de universiteit, een Business Advisory Board en de moederorganisatie SIFE Nederland. Die organiseert sinds haar oprichting in 2003 door Heineken, KPMG en Unilever – ook trainingsdagen voor alle teams en een jaarlijkse Nationale Competitie.

StudentOndernemers Amsterdam StudentOndernemers Amsterdam is gelieerd aan het landelijke platform StudentOndernemers. “In 2007 stonden er 11.000 studentondernemers ingeschreven bij de KvK. Een duur bureau inhuren om hun problemen op te lossen, is voor beginnende ondernemers meestal onmogelijk,”zegt voorzitter Jeroen Akkerman. “De vereniging helpt met het zoeken naar oplossingen. Een nieuwe manier van netwerken dus eigenlijk. Ook het afronden van de studie staat bij de vereniging hoog in het vaandel. Leden zijn binnen de vereniging geen leden, maar deelnemers, want alleen door een actieve participatie van haar leden kan een optimale kennisaccumulatie en ondernemersklimaat ontstaan.”

Agenda Ondernemerscafé Een initiatief van SIFE VU, SIFE UvA, St. Studentondernemers en CASE. • 2 februari: Netwerken door Arko van Brakel ‘Serial entrepeneur’ Van Brakel is een van de oprichters van Euronet Internet, de eerste commerciële internetprovider van Nederland • 2 maart: Out of the box denken • 6 april: Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen • 11 mei: Communities & Marketing door Bob Stumpel Stumpel is partner in Result, dat bedrijven helpt snel en solide te groeien. Voor meer informatie en aanmelden zie: www.sifevu.nl | www.sife-uva.nl | www.studentondernemers.nl www.cas-amsterdam.nl

Jan Post Jan Post is voorzitter van het CASE-bestuur en UvA/HvAkennisambassadeur. Inzet: de banden tussen universiteit, hogeschool en bedrijfsleven aanhalen. Carrière: o.a. voorzitter van de hoofddirectie van Philips Electronics Nederland, algemeen directeur van het Nederlandse Rode Kruis en voorzitter van de Kamer van Koophandel in Amsterdam. Momenteel is hij onder andere voorzitter van een groep van twaalf Amsterdamse topondernemers, onder wie Marcel Wanders, Viktor & Rolf en Raymond Spanjar. Zij willen Amsterdam inspireren om een (nog) creatievere stad te worden. Post is kortom een uitgelezen kandidaat voor het antwoord op de vraag: Kun je ondernemen leren? “Mijn generatie denkt dat het in je genen moet zitten. Maar ik denk dat als je intelligent genoeg bent, je het vak van ondernemen gewoon kunt leren. Werkervaring opdoen, een businessplan schrijven, financiën regelen, een team samenstellen: daar hoef je echt geen genie voor te zijn. “De laatste jaren heeft een generatie twintigers zich gretig op het ondernemen gestort. Alleen of met studievrienden. Dat is nieuw en dat verdient brede ondersteuning, zoals via CASE. De economie staat te springen om hoog opgeleide mensen, de wereld vraagt om innovatieve, duurzame diensten en producten. “Als je theologie of Frans studeert, dan denk je niet meteen aan een cursus ondernemerschap. En toch willen we graag dat ook die studenten ondernemender leren denken. Want ook als je bijvoorbeeld religie doceert is daar geld mee gemoeid. Het is goed als mensen meer verantwoordelijkheid nemen voor het dekken van hun kosten.” “Een goede ondernemer? Die moet de wil hebben om iets nieuws op poten te zetten. Dat kan trouwens ook in een bestaand bedrijf. Aan die mindset, die focus op kansen, besteden we binnen CASE zeker aandacht. We nodigen bijvoorbeeld topkunstenaars uit. Zij hebben eenzelfde passie voor vernieuwing en kwaliteit als ondernemers. Kunst en bedrijfsleven kunnen nog veel meer aan elkaar hebben, juist hier in Amsterdam.”

5 vragen aan Lodewijk Asscher, wethouder Economische Zaken Foto: Edwin van Eis

1

In welke sectoren liggen de kansen voor nieuw ondernemerschap in Amsterdam?

3

Het programma Amsterdam Topstad zet in op talentontwikkeling in enkele groeisectoren: de creatieve en mediasector, en op bètaen life sciences-gebied. Ook in de dienstverlening is nieuw ondernemerschap essentieel.

2

Hoe gaat u dat stimuleren?

1) Door advisering aan (startende) ondernemers. Professionele bedrijfsadviseurs geven op allerlei plekken in de wijken zowel individueel advies als workshops en organiseren netwerkbijeenkomsten. Nieuwe Bedrijvigheid Amsterdam en Groeilink een specifiek netwerk voor snelle groeiers zijn projecten voor ondernemers met een specifieke problematiek, waarmee ze niet terechtkunnen bij de Kamer van Koophandel of Ondernemershuizen en die nog geen commerciële adviestarieven kunnen betalen. 2) Microfinanciering voor kleinere ondernemers. Banken zijn terughoudend met kredietverlening aan (startende) ondernemers. De gemeente verstrekt garantievouchers tot € 35.000 via het Startersfonds Amsterdam

Via Amsterdam Topstad ondersteunt de gemeente natuurlijk ook CASE.

(2004-2008) en vanaf 2009 met het Garantiefonds Microkredieten Amsterdam. 3) Bouw van kleinschalige bedrijfsruimte stimuleren. Commerciële marktpartijen hebben meestal liever één grote huurder in plaats van tien kleintjes. De gemeente heeft daarom twee bedrijven opgericht die kleinschalige bedrijfsruimtes tussen 20 en 150 m2 met een flexibel huurcontract in Amsterdam van de grond moeten krijgen. Met een objectsubsidieregeling wordt de onrendabele top van dit soort projecten weggenomen. Hiermee probeert de gemeente ontwikkelaars over de streep te trekken.

Wat kunnen Amsterdamse hogescholen en universiteiten bijdragen?

Door een onderwijsaanbod te doen waarin studenten met ondernemers en docenten ondernemingen opzetten en zo leren wat ondernemen is. Niet alleen vanuit de ivoren toren de theorie overbrengen, maar studenten zelf laten ervaren hoe leuk ondernemen kan zijn en waar ze van hun fouten kunnen leren. Dat is ook de kracht van CASE. Door netwerken van studenten en ondernemers op te zetten, waarin ze van ondernemers kunnen leren in bijvoorbeeld workshops en worden gecoacht. En door speciale summerschools. Belangrijk is dat onderwijsinstellingen niet allemaal zelf het wiel uit gaan vinden. Door samenwerking is er meer mogelijk en kan Amsterdam zich nog beter profileren als kennisstad. Daar gaat een grote aantrekkingskracht vanuit op jonge ondernemende mensen, ook van buiten de stad.

4

Waarmee bijvoorbeeld?

Door het aanbieden van een breed pakket van minoren Ondernemen met praktijkmodules. De workshops en coachingstrajecten die door CASE worden georganiseerd zijn goede voorbeelden van hoe ondernemers hun kennis en ervaring kunnen overbrengen op studentondernemers. Ook CASE zelf en de ‘ondernemende gebouwen’ zoals Duintjer CS en de Parooltoren voor studentondernemers zijn goede voorbeelden.

5

Kun je ondernemen leren?

Ja en nee. Je moet wel een sterke wil en motivatie hebben om te ondernemen. Het is vallen en opstaan, durven, doorzetten en doen. Maar door tijdens je studie al actief te ervaren wat ondernemerschap betekent, kun je wel veel leren. Hierdoor zal de slaagkans van startende ondernemers toenemen. Uit onderzoek blijkt ook dat hoogopgeleide ondernemers vaker succesvol zijn en dat ze als ondernemer meer bijdragen aan innovatie en groei van de stad dan als werknemer.


Casekrant 109 def2