Issuu on Google+

MET 3 gratis reisspecials

Graubünden

Beleef een échte ZWITSERSE bergzomer!

Deze uitgave is een co-productie van:


INHOUD

Graubünden Beleef een échte bergzomer!

Coverfoto: Arthur Wieffering, Arosa

Het Zwitserse kanton Graubünden is een regio van superlatieven. Ga maar na. Graubünden is het grootste kanton van Zwitserland, heeft de minste inwoners en de meeste natuur. Sterker, het enige natuurpark van Zwitserland, het Schweizer Nationalpark, ligt in Graubünden. Al met al is Graubünden een perfecte bestemming voor wandelaars, fietsers en mountainbikers. Korte dagtochten, meerdaagse trektochten, het is allemaal mogelijk. En makkelijker dan ooit. Bij veel wandel- en biketochten wordt voor het vervoer van de bagage gezorgd, zodat je maximaal kunt genieten van de bergbeleving. Maar dagtocht of long distance, in alle gevallen is het met de richtingaanwijzingen helemaal tiptop geregeld. De heldere en consequente markeringen die in heel Zwitserland zijn doorgevoerd zijn wellicht al een bekend gegeven, maar ook het kaartmateriaal laat meestal niets te wensen over. En wie zich ook digitaal wil voorbereiden vindt op de Nederlandstalige website van Graubünden een groot aanbod van wandel- en mountainbikeroutes, met beschrijving, routekaart en hoogteprofiel. Wie Graubünden alléén bezoekt om zich in het zweet te lopen of te fietsen doet dit kanton tekort! De regio is rijk aan historie. Zo is kantonhoofdstad Chur waarschijnlijk de oudste nederzetting in Zwitserland. Maar ook op kleinere schaal valt er voor historisch geïnteresseerden veel te genieten, zoals in de oude boerendorpen Guarda en Ardez in het Unterengadin, die sinds de 17e eeuw nauwelijks meer veranderd zijn. En dan is er natuurlijk de meertaligheid van Graubünden, met Duits in het westen van het kanton, Reto-Romaans in het centrale en oostelijke deel, een heel klein puntje Italiaans in het uiterste zuiden en ook nog Tirools in de uiterste noordoosthoek. Die verdeling van talen maakt de roerige geschiedenis die Graubünden heeft doorgemaakt óók voor de oppervlakkig geïnteresseerde toerist heel zichtbaar. Of beter: hoorbaar. En voor wie geen Reto-Romaans spreekt: no worries, met Duits of Engels kom je er overal wel uit. Enjoy.

Info

www.graubuenden.com (Nederlandstalig!)

© Graubünden Toerisme / createamchur.ch, Norbert Riedi

2 Graubünden special


DISENTIS SEDRUN

04

FLIMS

06

SCUOL

08

Inhoud 04 WANDELEN IN DISENTIS SEDRUN Naar de bron van de Rijn 06 VIA FERRATA IN FLIMS Over de oudste klettersteig van Zwitserland AROSA

10

SAMNAUN

12

08 FAMILIEVAKANTIE IN SCUOL Cultuur én sportiviteit voor het hele gezin 10 BIKEN IN AROSA Spannende trails én ontspannen genieten 12 FAMILIEVAKANTIE IN SAMNAUN Belastingvrij wild kijken 14 FIETSEN IN LENZERHEIDE Met e-bikes ontspannen over berg en dal 15 RHÄTISCHE BAHN Over het spoor door heel Graubünden

LENZERHEIDE

14

RHÄTISCHE BAHN

15

Colofon De Graubünden Special is een productie van: Maruba b.v. Sports & Travel Publishers Winthontlaan 200 3526 KV Utrecht +31 (0)30-2891073

www.outdoormagazine.nl www.bikeandtrekking.nl Tekst en fotografie: Elmar van Drunen, Arjan Kruik, Arthur Wieffering en Ellen van der Zwan Vormgeving: Studio Rabarber

Graubünden special 3


WANDELEN

Disentis Sedrun Naar de bron van de Rijn

Ergens in Zwitserland ontspringt de Rijn, dat weet iedereen. Maar waar precies? Fotografe Ellen van der Zwan ging deze zomer op zoek naar de officiële bron op de grens van Graubünden en Uri. En dat ging haar niet zo gemakkelijk af. Want - en dat weet ook iedereen - water stroomt van boven naar beneden. En boven betekent in dit geval dik tweeduizend meter. Boven in het Surselva-dal, niet ver van het populaire vakantie- en skigebied Disentis/Sedrun, ligt midden in een natuurreservaat de Tomasee. En dat hooggelegen bergmeer, dat dicht tegen de grens met het buurkanton Uri ligt, is de officiële bron van de Rijn. Vanaf de Oberalppass op zo’n tweeduizend meter wandel je er in ongeveer drie uur naartoe, eerst licht glooiend en daarna sterk stijgend. Trek er dus een dag voor uit, want je moet ook nog terug! Het laatste deel van de route slingert zich steil over rotsige hellingen omhoog, tot 2.345 meter, de hoogte waarop het stiekem weggestopt lijkt tussen de bergen. Het wandelpad is verdwenen onder de sneeuw. Het is al juli, maar de winter wil hier nog niet van wijken weten. Ik volg het spoor van onze gids Massimo om niet onderuit te gaan en van de helling af te glijden. Voorzichtig laat het stenen pad zich weer zien, om in een bocht steil omhoog te schieten. Langzaam lopen de mannen in mijn gezelschap, naast Massimo zijn dat Elmar en Marco,

4 Graubünden special

Tekst en foto’s: Ellen van der Zwan

bij me weg. Woorden van Massimo schieten door mijn hoofd: “Voorbij Trutg Nurschalas wordt het pas écht gemeen, zorg dat je energie over hebt.” Energie over? Voor wie zo uit Nederland komt, vanaf zeeniveau, is vals plat al steil. “Er ligt nog maar een beetje sneeuw, het valt allemaal wel mee”, vindt Massimo. Een beetje sneeuw? Ik ploeter meer door de sneeuw dan dat ik vaste grond onder mijn voeten voel. Sneeuwschoenen zouden beslist van pas komen! “En”, zegt onze begeleider, “afdalen is vele malen lastiger dan klimmen.” Voor wie? Mijn hart bonkt in mijn keel van de inspanning, bloed met naar mijn gevoel té weinig zuurstof wordt piepend naar mijn hersenen gepompt. Dat heb ik niet hoor, dat gevoel, als ik afdaal! Nee, die Massimo, die is lekker bezig met z’n bergfilosofietjes. En om me nog meer op te monteren komt een Zwitserse wandelaar voorbij gehuppeld. “Grüzzi!”, klinkt het vrolijk. Mmm, ik heb even geen behoefte aan vrolijkheid, de beklimming valt mij nu nét even te zwaar...

STEIL “Gaat het nog?” Drie mannen, gids Massimo en mijn reisgenoten Marco en Elmar, zitten relaxed op een rots te wachten, terwijl ik zuchtend en steunend het zweet van mijn voorhoofd veeg. Ik krijg een stroopkoek aangereikt. Energie, voor als het steile stuk gaat komen. Terwijl Massimo verhaalt over de mineralen


die je hier kunt vinden en ik de kruimels van mijn bovenlip lik, kijk ik naar het diepe dal beneden ons. Vóór ons torenen hoge bergen boven het dal uit. Witte pieken schitteren in de zomerzon. Geen bomen op de hellingen. Op een steen beneden ons ligt een Murmeltier zich op te warmen in de zon. Argwanend houdt hij ons in de gaten. Als we opstaan begint hij hard te fluiten om snel daarna in zijn hol te duiken. Ik draai me om en voor ik het weet, kijk ik alweer tegen drie mannenruggen aan. Snel stop ik mijn waterfles in mijn rugzak, slinger het geval op mijn natte rug en zet de achtervolging in. Voet voor voet, mijn handen aan de banden van de rugzak en met mijn blik op het pad gericht, kruip ik omhoog. Nog driehonderd meter. Wat is nou driehonderd meter? De Eiffeltoren is ook driehonderd meter hoog. Maar die heeft een lift. “Niet overdrijven”, zeg ik tegen mezelf. “Het valt wel mee. En waar vind je zo’n uitzicht? Zo’n rust?”

DE TOMASEE Ik moet nog tien hoogtemeters overwinnen, schat ik in als ik naar de mannen boven mij kijk, die op een plateau staan en naar het omringende natuurgeweld kijken. “Peanuts”, schiet het door mijn hoofd. Met een grote glimlach om mijn mond, bereik ook ik even later het vlakke deel van deze tocht. “Ben je daar eindelijk?” Drie grinnikende heren. Waar ben ik aan begonnen? Vanaf het uitzichtpunt slaan we rechts af, het dal achter ons latend. De weg daalt hier een beetje en vóór ons ontvouwt zich een schilderachtige aanblik: de Tomasee. Idyllisch gelegen in een kleine kom, omringd door steile, puntige Alpen en prachtig turquoise gekleurd. Ongekend helder water, aan de kant drassige kleine grasvlaktes en ijsblokken die in het meertje drijven. “Rheinquelle”, zegt een plakkaat aan het wandelpad. “Van onderen!” Terwijl Marco een duik neemt in het ijskoude water, doopt Elmar er voorzichtig een teen in. “Wat is dat koud.” “Ze zeggen dat het wel meevalt, als je snel kopje-onder gaat.” “Ja ja, de beste stuurlui...” “Kom op joh, is leuk voor de foto.” En weg is ’ie. Kopje-onder. De bikkels. Massimo zit lachend en hoofdschuddend op een rotsblok toe te kijken. “Dit is heel anders dan de gasten die ik vorige week moest meenemen! Zij kwamen zich op hakken melden voor de wandeling naar de Rheinquelle...” Maar ook bikkels zijn niet onkwetsbaar. Als de heren tandenklapperend en met blauwe lippen en gevoelloze vingers weer vaste grond onder de voeten hebben, weten ze niet hoe snel ze hun kleren weer aan moeten trekken. “Ik ben een beetje duizelig Elmar, en jij?” “Kom op, we gaan Rösti eten. Daar warmen jullie vast van op.” Een afdaling en een korte klim later bereiken we de berghut Camona da Maighels, gelegen op drieëntwintig honderd meter. Vanaf het terras hebben we een prachtig uitzicht op de Piz Ravetsch, een forse berg van drieduizend meter en een beetje. Een vriendelijke dame zet een welverdiend dampend bord Rösti voor ons neer. De heerlijke geur van Zwitserse kaas dringt door in onze neuzen. Nou ja, heerlijk? Het is even wennen, maar de smaak is er niet minder om...

Info

www.disentis-sedrun.ch

Links: Het kost een hoop zweet om er te komen, maar dat is het uitzicht meer dan waard. Rheinquelle Tomasee - in het Reto-Romaans Lai da Tuma - is werkelijk een plaatje om te zien. Rechtsboven: Tja, lekker warm is anders. Maar dan kun je bij thuiskomst wél zeggen dat je in de officiële bron van de Rijn hebt gezwommen. Rechtsonder: Wat een haast! Het zal de dampende Rösti in de Camona da Maighelsberghut wel zijn die aanspoort tot opschieten...

Graubünden special 5


KLETTERSTEIGEN

Flims

over de oudste via ferrata van Zwitserland

Tekst en foto’s: Ellen van der Zwan

Het is méér dan wandelen, maar het is niet echt klimmen. We hebben het hier over de tussenvorm Klettersteig, waarbij lastige en gevaarlijke routes toegankelijk worden gemaakt door het aanbrengen van kabels en trappen. Soms een beetje érg spannend, zo vond Ellen van der Zwan. Maar ook een belevenis die ze niet had willen missen. Flims wordt gedomineerd door de imposante wand van de Flimserstein. Halverwege die wand ligt een groot, met naaldbomen begroeid terras. Dat dat altijd al zo was is te herleiden uit de naam van dit terras: Pinut, wat is afgeleid van het Romaanse woord pegn, wat zo ongeveer ‘spar’ betekent. Twee jaar geleden werd na een intensieve renovatie de lang gesloten klettersteig die over de Flimserstein naar de Pinut omhoog voert, weer heropend. En dat levert een breed spectaculaire, maar breed toegankelijke tocht op over de oudste nog bestaande via ferrata van Zwitserland. Ook wij gaan natuurlijk omhoog. We hijsen onszelf in een klimtuig, een klettersteigset met twee karabiners hangt aan mijn gordel. Ik doe een grijs, dun helmpje op mijn hoofd; als ik naar beneden kletter, denk ik niet dat dit Bob-de-Bouwer-geval ook maar één hersencel op z’n plaats zal houden. Ik vertrouw er daarom maar op, dat de karabiners sterk genoeg zijn om mij op te vangen. Niet geheel gerustgesteld zoeken we het welbekende gele routebord met het magische woord Pinut erop. Vanaf de Fidaz Milchseilbahn lopen we in ongeveer een halfuur over een zigzaggend bospad naar het tweehonderd meter hoger gelegen begin van de Pinut Klettersteig. Nu gaat het spannend worden! Een stenen wand rijst 700 meter loodrecht de hoogte in. Ik word al duizelig als ik ernaar kijk... Klik-klak, klik-klak. Drie treden omhoog. Klik-klak, klik-klak. Weer drie treden omhoog. We schuifelen langs de wand omhoog. Geen trapleuning hier. Zit mijn gordel wel goed vast? Ik ruk nog eens aan de riempjes. Geen beweging. Klik-klak, klik-klak. Één voor één klik ik de karabiners vast aan de stalen kabel. Hoe lang is die lijn eigenlijk? Zou ik ver naar beneden vallen? Klik-klak, klikklak. De trap houdt even op. Is dit een pad? Er past een voet op! In de lengte welteverstaan. “Je moet naar de zijkant hangen, van de muur af!” Onze gids maakt gebaren die ik niet logisch vind. “Van de wand af! Hang maar aan die karabiners!” Ja ja, je kunt het mooi vertellen, denk ik bij mezelf. Als een gekko klem ik me aan de muur vast en schuifel voetje voor voetje verder. Gelukkig, weer een trap. Klik-klak, klik-klak. Pfff, hoeveel keer moeten we die karabiners eigenlijk omzetten? “Hé Ellen, maak je wel foto’s?” Marco en Elmar staan voor me, op een horizontale trap, op me te wachten, vastgeklikt aan een stalen draadje. Een hachelijke onderneming, hier fotograferen. Ik banjer de trap over, richting de verbaasde gezichten. “Ik val toch ook niet zomaar van een stoep?” De trappen verdwijnen in een smalle grot. Het is er donker en we blijven karabiners losen vastklikken. Bizar idee, dat Meiler en Daloli al dat staal naar boven hebben weten te krijgen met z’n tweetjes.

Boven: Niets voor mensen met hoogtevrees, de Pinut Klettersteig bij Flims. Voor alle andere buitensportliefhebbers een unieke ervaring. Rechtsboven: Stevige schoenen én een goede coördinatie zijn bij het klettersteigen onmisbaar. Rechtsonder: De Pinut Klettersteig stamt uit 1907. Het is een geruststellende gedachte te weten dat de route in 2007 geheel gerenoveerd is.

6 Graubünden special

Zo, het eerste deel van de klettersteig zit erop! Tussen de steile wanden in lopen we over een zigzaggend, smal en steil pad door een dicht bos. “Gelukkig, daar is de wand weer!” Ik begin er lol in te krijgen. Bovendien is het lopen over de trappen en de smalle richels met aan de ene kant een muur van steen en aan je andere zijde niets dan lucht met uitzicht over een enorme diepte vele malen spannender dan door een bos lopen! Klik-klak, klik-klak. De laatste treden. De hoogte van Pardatsch ligt voor ons. Een uitgestrekte vlakte met een boerderij in de verte. We kruipen onder het schrikdraad door en vinden een drassig pad in de richting van de boerderij. Het pad gaat hier nog wel omhoog, maar lang zo steil niet meer. Donkere wolken pakken zich boven ons samen, we gaan het niet droog houden. Het


is benauwd. Heerlijk, een regenbui! Achter de boerderij gaat een breed, stenig pad in een hoek van dertig graden naar beneden richting Bargis, vijfhonderd meter lager. Mijn voeten staan op dit steile weggetje in een onnatuurlijke houding, mijn knieën dreunen bij elke stap die ik zet. “Hé, het bier wordt koud en je alpentaart zakt in elkaar!” Ik loop de laatste meters over het terras van het restaurantje bij Bargis. Eindelijk, horizontaal! Verdomd, ze hebben écht taart en bier hier. Vermoeid plof ik neer op een stoel en zet een koude pils aan mijn mond. Schuim blijft op mijn bovenlip hangen en tevreden schuif ik de taart naar binnen. Goeie jongen, die Meiler.

Info

De Pinut Klettersteig is toegankelijk van juli tot oktober, een beklimming met gids kost 133 Zwitserse Franken per persoon, inclusief klettersteiguitrusting. Info en boekingen via info@flims.com of +41 (0)81 9209200. www.flims.com (algemeen)

DE OUDSTE KLETTERSTEIG VAN ZWITSERLAND Al in in 1739 wordt de weg omhoog naar de Pinut al genoemd, terwijl de route in haar huidige vorm uit 1907 stamt. Daar zit nog een heel verhaal aan vast: iets meer dan honderd jaar geleden nam een zekere Christian Meiler-Brun de Pinut voor een appel en een ei over van boer Martin Feltscher, die het terras gebruikte om te hooien. Leuk detail: om gevaarlijke klauterpartijen te voorkomen werd dat hooi gebundeld en van de wand af naar beneden gegooid! Christian Meiler had een ándere bestemming voor de Pinut: hij stelde zich tot doel iets bijzonders voor Flims te bouwen, een attractie als het ware, die mensen naar het dorp zou trekken. In 1906 begon hij met het realiseren van zijn droomproject. Met ijzeren trappen en kabels creëerde Meiler een route langs de loodrechte wand, zevenhonderd meter recht omhoog. Een immense prestatie als je bedenkt dat Meiler het werk verzette met maar één assistent, de Italiaanse gastarbeider Alberto Daloli. Tot aan het Pinut-terras monteerde het tweetal zeven zware ijzeren ladders en vanaf het terras verder omhoog werden nog eens vijf ladders aangebracht, met bij elkaar 280 treden! En iedere trede woog bijna drie kilo! Het liep overigens slecht af met de Italiaan. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd hij opgeroepen te dienen voor zijn land. Hij keerde nadien nooit meer terug, zodat aangenomen moet worden dat de trappenbouwer de oorlog niet overleefd heeft. Een commercieel succes is de Pinut Steig nooit geweest. De Eerste Wereldoorlog stak een spaak in het wiel; men had wel iets anders aan het hoofd dan een spannende bergtocht maken! Jammer, want Meiler had zich zelfs ingespannen om op de Pinut bomen te planten en wilde dieren als hazen en marmotten uit te zetten. Want ook dat hoorde bij zijn idee van een echte attractie. In de jaren na de opening bleef Meiler de klettersteig onderhouden, maar na zijn dood in 1933 raakte de route langzaam maar zeker in verval. Het is te danken aan het enthousiasme en het doorzettingsvermogen van enkele klimmers, dat de gemeente Flims begin deze eeuw besloot de route in oude glorie te herstellen, zodat in 2007 de eerste toeristen de ‘nieuwe’ Pinut Steig konden beleven.

Graubünden special 7


FAMILIEVAKANTIE

Scuol-Ardez-Guarda Cultuur en sportiviteit voor het hele gezin

Of actieve vakanties over zijn zodra er kinderen zijn? Nee hoor. Alleen moet je je vakantieprogramma aanpassen op de kleintjes. In Graubünden weet men dat als geen ander, zo ondervond onze redacteur Arjan Kruik, die met zijn gezin een paar dagen doorbracht in de Unterengadin.

Trottinett in Scuol Veel hotels in Graubünden hebben in de zomer speciale familiearrangementen. Zo ook kinderhotel Muntanella in Ardez, waar wij neerstrijken. Muntanella is volledig gericht op families. Kinderen kunnen zich overdag vermaken in de kinderclub en ’s avonds films kijken in de speciale kinderbioscoop. Als speciale activiteit mogen de kids op zondag koken met de chef van het hotel! De berghellingen rondom Scuol - waartoe Ardez behoort - lenen zich perfect

8 Graubünden special

Tekst en foto’s: Arjan Kruik

voor het maken van lange wandelingen. Dat gaan wij niet doen. Onze dochter van vier is daar nog niet aan toe. Wat we wél gaan doen is steppen. Steppen, dat doen meisjes van vier thuis ook. Alleen is steppen in Scuol - Trottinett heet dat daar - wel wat anders dan thuis. Een trottinett heeft meer weg van een mountainbike zonder aandrijving dan van een klassieke Hollandse step. Moet ook wel, want we gaan een bergpad afrijden en dan komen de mountainbikeachtige profielbanden en solide remmen goed van pas. Wie wil afdalen moet eerst omhoog en daartoe nemen we een skilift in Ftan, een buurdorp van Scuol. Dat blijft altijd gek, in zo’n lift zitten zonder sneeuw eronder. Bij het bergstation, op zo’n tweeduizend meter hoogte, staan tientallen trottinetts in het gelid. We krijgen er allemaal één, plus een mountainbikehelm. Alleen onze dochter krijgt geen step, die mag meerijden met pa of ma. We gaan maar gelijk van start. De steps voelen direct vertrouwd. Vertrouwder


dan een mountainbike zelfs. Het zwaartepunt ligt lekker laag, de wielen rollen moeiteloos over het keienpad en de remmen vertragen perfect. Al na honderd meter schreeuwt mijn dochter - die vóór mij op de treeplank staat - het uit: “Dit is de leukste vakantie ooit!” En eerlijk is eerlijk; het gaat erg lekker! We verslinden de ene hoogtemeter na de andere over een mooi pad dat sierlijk de berghelling afslingert. Spannend genoeg om een lekker gevoel te geven, maar niet té spannend. Zouden we niet willen, met een zoon die stoer de leiding heeft genomen en een dochter op de treeplank. Sensatie is okay, gevaar niet. Veel sneller dan we eigenlijk willen rijden we het liftstation van Scuol binnen, waar we de trottinetts weer moeten afgeven. Jammer, want we willen allemaal eigenlijk nog wel een rondje doen. Maar daarvoor is helaas geen tijd meer. We moeten door, naar Guarda, waar een andere activiteit gepland staat.

De Schellen-Ursli weg in Guarda Het dorp Guarda, dat even ten westen van Scuol ligt, is immens oud. Al sinds het begin van de 17e eeuw is het dorp nauwelijks meer veranderd! Althans, zo vertelt Theresa Gray ons. Theresa is een bevlogen gids die gepassioneerd vertelt over ‘haar’ dorp. Zelf is ze import, want afkomstig uit Bern, wat in de ogen van sommige Unterengadiners eigenlijk ook buitenland is. Maar inmiddels woont ze er al zó lang dat ze Unterengadiner onder de Unterengadiners is, inclusief de daarbij behorende taal Reto-Romaans, die ze perfect beheerst. De rondleiding door Guarda is fascinerend en doet ons met héél andere ogen kijken naar de grote huizen waaruit het dorp bestaat. Wie beseft dat die huizen niet alleen woonruimte, maar tegelijkertijd ook stal, opslagplaats en hooischuur zijn, beseft dat deze onderkomens minder royaal zijn dan de omvangrijke buitendimensies doen vermoeden. De toer wordt voor een belangrijk deel gedaan aan de hand van een beroemd Zwitsers kinderboek: Schellen-Ursli, over een klein jongetje dat vanuit Guarda alleen de bergen in trekt op zoek naar een grote koeienbel. De auteur en de illustrator van dat boek maakten het boek in Guarda en de tekeningen uit het boek zijn duidelijk geïnspireerd op de gebouwen die er nu nog staan. Leuk dus voor kinderen om mét het boek in de hand die inspiratiebronnen te vinden.

Na de rondleiding en een werkelijk perfecte lunch op het zonovergoten terras van het prachtige oude Hotel Meisser staat er een wandeling op het programma. Niet zomaar een route omhoog en weer omlaag, maar een pad met een thema: we gaan de Schellen-Ursli weg lopen. Deze wandelroute is ongeveer zes kilometer lang, met een hoogteverschil van 450 meter. En langs de gehele route staan op gezette afstanden borden met daarop denk- en doeopdrachten die losjes gebaseerd zijn op het Schellen-Ursli verhaal. Erg leuk, want kinderen lopen nou eenmaal makkelijker als ze een concreet doel voor ogen hebben. En bovendien pikken ze dankzij de opdrachten spelenderwijs véél meer van de omgeving op dan tijdens een normale wandeling. Overigens, onze dochter van vier moesten we zo nu en dan wel even op de schouders nemen. Dat is niet zo’n loper. Terwijl onze zoon - inmiddels tien - op vierjarige leeftijd moeiteloos úren kon lopen. Of je dus met kleine kinderen bergwandelingen kunt maken verschilt sterk per kind. Het is natuurlijk wel fijn, als je voordat je een vakantie in de bergen boekt, weet of jouw kleine wandelgenen heeft of niet.

Info

www.scuol.ch (algemeen) www.engadin-adventure.ch (trottinett) www.hotelmuntanella.ch (kinderhotel)

Links: De Unterengadin pur sang: grazige weides, dichte bossen en ruige bergen. Midden boven: “Da’s dikke pret, steppen op zo’n trottinett.” Zonder dollen: op een bergstep heeft écht het hele hele gezin het naar z’n zin. Midden onder: De Schellen-Ursli weg is speciaal voor kinderen. En als die even geen zin meer hebben om verder te lopen, kan mamma zich ook even ontspannen. Rechtsboven: In Guarda is sinds de zeventiende eeuw nauwelijks meer iets veranderd. En daarom staan alle huizen nog steeds gegroepeerd rondom de vele bronnen die het dorp telt. Nu vooral pittoresk, vroeger van levensbelang voor mensen en vee.

Graubünden special 9


MOUNTAINBIKEN

Arosa

Spannende trails én ontspannen genieten

Na het rijden van de Nationalpark Marathon vorig jaar in Scuol dacht onze redacteur Arjan Kruik dat hij het mooiste wat Graubünden op mountainbikegebied te bieden heeft wel gezien had. Toch niet. Tijdens een bezoek aan Arosa werd hij wederom verrast door de trails en panorama’s die dit deel van Graubünden voor bikers van álle niveaus in petto heeft. De reis met de Rhätische Bahn naar Arosa is adembenemend. Door groenbeboste valleien rijdt de trein rustig naar boven. De bochten worden steiler, de afgronden dieper en het groen maakt langzaam plaats voor grauwe kleuren van bergen en rotsen. En op het eindpunt van de reis, op ruim zeventienhonderd meter hoogte en omgeven door een een dikke laag laaghangende bewolking, ligt het dorp Arosa. De eerste indruk is dat Arosa toch vooral een skidorp is dat ’s zomers een beetje de weg kwijt is. Hoe een mens zich kan vergissen blijkt de volgende morgen, als we er al vroeg met gids Felix Brandt op uit trekken. De ’s nachts opgetrokken mist geeft onverwacht een imponerend landschap vrij. Waar je ook kijkt torenen steenmassieven hoog boven Arosa uit. Dit dorp ligt niet alleen voor skiërs, maar ook voor bikers en wandelaars érg gunstig, dat is duidelijk.

10 Graubünden special

Tekst: Arjan Kruik. Foto’s: Arthur Wieffering

We hadden de avond tevoren al kort een biertje aan de hotelbar gedronken met Felix om het programma te bespreken. We kwamen overeen de eerste dag een technisch eenvoudige toer - de Grünsee Tour - te maken naar de Furanna bergpas richting Klosters, op dik 2.100 meter. Op maandag doen we het zonder gids; Felix zit dan in het vliegtuig richting Zweden om daar met zijn vrouw drie weken over de Zweedse meren te kanoën. Kaart- en route-info hebben we genoeg gekregen, dus dat komt met die maandag ook wel in orde... Maar goed, we zijn dus onderweg met Felix naar de Furanna pas richting Klosters. En alhoewel het nog augustus is, is de temperatuur in de heldere nacht tot onder het vriespunt gedaald. Toch fijn dat ik er nog aan gedacht heb die warme kniestukken in te pakken! Snel dalen we van het op 1.700 meter hoogte gelegen Arosa naar 1.370 meter, de hoogte waarop het met Arosa verbonden dorp Langwies ligt. Dat blijft gek, een tocht die begint met een afdaling. Maar verkeerd is het niet; het niet al te brede pad is aardig technisch en dus ideaal om een beetje in shape te komen. Bij Langwies gaat het weer omhoog. Lekker, de beklimming ligt in de zon. Die kunnen we wel gebruiken om weer op te warmen na de steenkoude downhill. Zo lang het duurt dan, want hoe langer we klimmen op de smalle, deels erg steile asfaltweg, hoe meer kledinglagen er weer afgepeld worden. Onder het


motto “Rustig, dan breekt het lijntje niet”, verteren we langzaam maar zeker de ene na de andere hoogtemeter. En omdat mijn hart zich niet maximaal hoeft in te spannen om zuurstofrijk bloed rond te pompen, geniet ik des te meer van het weidse landschap dat zich voor me ontvouwt als we de boomgrens passeren. En het fietsen kost gids Felix al hélemaal geen moeite. Dat hij al 56 is, is hem niet aan te zien. Net als veel andere alpenbewoners ziet hij er veel jonger uit dan hij is. Zijn gladgeschoren kuiten en carbon Giant XTC zijn duidelijke aanwijzingen dat hij dit traject normaal gesproken in een véél hoger tempo aflegt. We zijn overigens niet de enigen die de route fietsen. Logisch, volgens Felix, want het is weekend. Dan trekken de Zwitsers de bergen in. De kans is groot, zegt hij, dat de bikers die we tegenkomen de beroemde Grischa Trail fietsen, een vierdaagse mtb-route van Arosa via Davos en Lenzerheide weer terug naar Arosa. Een toegankelijke tocht, want voor bagagevervoer tussen de hotels zorgt de organisatie!

RÖMERWEG In het oeroude berggehucht Strassberg - sommige huizen zijn werkelijk honderden jaren oud - merk ik een bergrestaurant op, maar Felix is onverbiddelijk en wil éérst door naar de pas. Prima. In het dorpje gaat de asfaltweg over in een steenslagpad. Een oude ‘Römerweg’, claimt Felix, een Romeinse weg die in oude tijden Chur met Klosters verbond. Knappe prestatie van die Romeinen om hier met karren met houten wielen overheen te gaan; ik ben blij met m’n dikke luchtbanden en voor- en achtervering! Vanaf Strassberg slingert de weg zich gematigd steil omhoog door een groen alpenweidenlandschap. Echt zwaar is het zelden. Pas op het eind, vlakbij de Grünsee , wordt het even pittig. Het pad is nagenoeg helemaal met gras begroeid en de hoge rolweerstand die dat oplevert trekt de energie bijna letterlijk uit mijn benen. Even voorbij de Grünsee gaat het pad weer naar beneden, naar Klosters. Wij draaien de fietsen echter om en dalen af in dezelfde richting als waar we vandaan zijn gekomen, over de Römerweg. Niet helemaal ideaal, afdalen over dezelfde weg als dat je gekomen bent, maar nu passeren we in ieder geval het bergrestaurant dat ik eerder zag. Berggasthaus Tranquilo. In het zonnetje genieten we op het terras van een heerlijke kom soep, gevolgd door een kaasplateau met brood. Om je vingers bij af te likken, zéker die iets overrijpe, rauwmelkse bergkaas met versgebakken brood. Heerlijk!

Berggasthaus Tranquilo in Strassberg blijkt overigens méér dan een restaurant. Je kan er ook slapen. Dat maakt dit gasthaus tot een veelbezocht tussenstation bij bikers die een meerdaagse tocht door Graubünden maken. En eerlijk is eerlijk; als de waard ons de kamers laat zien met uitzicht op het dal krijg ik ook sterk het gevoel dat dit beslist niet de laatste keer is dat ik hier ben. Wat een topplek! En dan is het tijd om weer te gaan dalen. Ik zou liever nog wat uitbuiken, maar Felix wordt onrustig; hij moet nog wat dingen regelen voor zijn reis naar Zweden. Ook goed. In een sneltreintempo dalen we af naar Langwies, om van daar weer omhoog te gaan naar Arosa. Halverwege nemen we afscheid van Felix - zijn huis staat tussen Langwies en Arosa - en fietsen we het laatste stuk omhoog. Het was een fijne dag, bedenk ik. En dan hebben we morgen ook nog een mooie tocht voor de boeg.

Info

www.graubunden.com (ook voor routes) www.biketourenarosa.ch (routes en gidsenservice) www.brandt-arosa.ch (gidsenservice) www.tranquilo.li (berggasthaus Strassberg) www.grischatrail.ch (Grischa Trail)

Links: Wie van spannende singletrails houdt wordt in de bergen rondom Arosa op z’n wenken bediend. Midden boven: De weg omhoog verloopt in het algemeen langs relatief brede paden met een gematigd stijgingspercentage. Rechtsboven: Geen land waar de bike- en wandelroutes zó goed staan aangegeven als Zwitserland. Alleen; in dichte mist helpen ook de beste borden maar weinig... Rechtsonder: What comes up, must come down. Dit geldt voor water én bikers in gelijke mate. Beide komen ze uiteindelijk onderin het dal uit.

Graubünden special 11


FAMILIEVAKANTIE

Samnaun Belastingvrij wild kijken

Dat Samnaun bij Graubünden hoort is niet zo bekend. Immers, de meeste Nederlanders zullen Samnaun kennen als dat skigebied dat achter het mondaine Oostenrijkse skidorp Ischgl ligt, daar waar je belastingvrij kan shoppen. Maar Samnaun is méér dan belastingvrij winkelen en eindeloos skiën. ’s Zomers is het een wandelbestemming waar wandelaars met veel plezier gebruik maken van het uitgestrekte skiliftennetwerk. De reis naar Samnaun verloopt sneller vanuit Oostenrijk dan vanuit Graubünden. Gek maar waar. Die lastige bereikbaarheid is ook de reden dat Samnaun een belastingvrije zone is. Tot 1912 was Samnaun alleen vanuit Tirol bereikbaar en om de economie in het dal te stimuleren werd het Samnauntal in 1892 een belastingvrij gebied.Toen uiteindelijk in 1912 een weg vanuit Zwitserland geopend werd, bleef de belastingvrije status tóch gehandhaafd. Wij reden overigens het dal in over die Zwitserse weg. Dat is een heus avontuur! De vele bochtige tunnels die deze weg telt, zijn maar één auto breed. En dus is iedere tegenligger een uitdaging van formaat. Onze dag in Samnaun begint vroeg. Moet ook wel, want we gaan wild kijken. Geen activiteit voor uitslapers; klokslag zeven uur verzamelt een groepje

12 Graubünden special

Tekst en foto’s: Arjan Kruik


vakantiegangers - onder wie mijn tienjarige zoon en ik - zich voor het VVVkantoor van Samnaun. Daar treffen we onze gids Ludwig Jenal. Een echte Samnauner, zo verraadt zijn Reto-Romaanse achternaam. We gaan wild spotten in Val Maisas, een klein zijdal van het Samnauntal, zo vertelt Jenal. Door z’n enorm uitgebreide skilifteninfrastructuur lijkt het Samnauntal allesbehalve een natuurgebied. Dat is maar ten dele waar. De zuidelijke hellingen en zijdalen zijn skiliftvrij. Dat is overigens ook pure noodzaak, vertelt onze begeleider. Zonder rust kan het bergwild de koude winter niet overleven. Overigens is er geen garantie dat we überhaupt wild zien, waarschuwt Jenal. Daarom is het wild; je moet ook wat geluk hebben. Een beetje sceptisch beginnen we aan de wandeling omhoog over een smal karrenspoor, “geen garantie” interpreterend als “waarschijnlijk niets zien”. Maar als we na een kwartier of drie lopen halt houden op een rustplek, is het gelijk raak. Ludwig heeft met zijn handkijkertje bovenop een graat op een tegenoverliggende berg wild gespot. Hoe ’ie ’t doet, doet ’ie het, maar als we wat later één voor één door zijn Swarowski-telescoop met vergrotingsfactor 400 naar een hoge bergrichel mogen kijken zien we het heus: een grote steenbok met sierlijk gebogen horens. En zo scherp, dat je z’n haren bij wijze van spreken kunt tellen! Lang blijft het symbool van Graubünden niet op de fotogenieke plaats staan, na een paar minuten verdwijnt de steenbok achter de graat. Jenal maakt van de gelegenheid gebruik om met de groep te verkassen naar een hoger gelegen punt in de vallei. Ook daar heeft hij al binnen een paar minuten ‘beet’. Naast Wanderleiter is Ludwig Jenal ook Jäger en dus geroutineerd in het opsporen van wild. Eerst spotten we een paar steenbokken, dan een eenzaam grazende gems en vervolgens weer een steenbok, die schijnbaar moeiteloos op een angstaanjagend steile helling z’n weg zoekt. Dan is het schluss met het grotere wild. De zon staat inmiddels te hoog en de dieren hebben zich voor de rest van de dag teruggetrokken onder rotsen en in spleten. Dan vraagt Ludwig mijn zoon: “Heb je al Murmeltiere gezien?” Die schudt natuurlijk z’n hoofd. Een wat? Onverwacht tovert Ludwig een harde, schelle fluittoon uit z’n mond. Echt zo’n jagersding, om dat te kunnen. Vervolgens scant hij met z’n handkijker de achterliggende helling af, stelt z’n supersized Swarovski op en nodigt Sebastiaan uit daardoor een blik te werpen. Zijn verheugde gelaatsuitdrukking geeft aan dat Ludwig Jenal ook deze keer weer ‘raakgeschoten’ heeft. Als ik zelf een blik door de Swarovski werp, blijkt het gehele beeld gevuld met een murmeldier dat zich zichtbaar comfortabel door de eerste zonnestralen laat verwennen.

Info Alles inclusief Om het zomervakantiegangers extra naar de zin te maken, zijn veel activiteiten en diensten in Samnaun gedurende de zomer geheel gratis! - Gratis gebruik van de Bergbahnen - Gratis gebruik maken van het Alpenquel Erlebnisbad - Gratis met de bus - Wandelingen met gids - Wild kijken - Botanische wandelingen - En nog veel meer... www.samnaun.ch

Waarom in Samnaun Tirools gesproken wordt, maar de plaats- en familienamen Romaans zijn Het Samnauntal is de énige plek in Zwitserland waar Tirools gesproken wordt. Dat zit zo: in de vroege middeleeuwen - nog voor het jaar 1000 trokken boeren uit de Unterengadin de bergen over op zoek naar weidegrond voor hun vee. En aan de andere kant van de bergen vonden ze een nog onbewoond dal. Na verloop van tijd bleek het praktischer in het Samnauntal niet alleen het vee te weiden, maar ook nederzettingen te bouwen. De families die het Samnauntal bewoonden spraken net als hun familieleden aan de andere kant van de berg Reto-Romaans. Echter, omdat de passen met de Unterengadin ’s winters nauwelijks begaanbaar waren, knoopten de Samnauners ook contacten aan met de bewoners van het Oostenrijkse Inntal, dat via een smal karrenpad bereikbaar was. Zo sijpelden via de Tirol-connectie goederen, huwelijkskandidaten, immigranten, priesters én de Tiroolse taal - feitelijk een Beiers dialect - het dal in. En zo vertiroliseerde het Samnauntal langzaam maar zeker. De laatste RetoRomaans sprekende Samnauner overleed in 1935.

Linksboven: Ook de Steenbok, het symbool van Graubünden, is live te aanschouwen in Samnaun. Linksonder: Geen dier dat ontsnapt aan de scherpe ogen van Wanderleiter Ludwig Jenal. En dankzij een loepzuivere Swarovski telescoop zijn de dieren in al hun pracht te bewonderen. Midden: Naast ‘groot’ wild als steenbokken en gemsen is er ook flink wat klein grut gespot. Rechtsboven: Wie wil wandelen in Samnaun heeft niet per sé dikke ‘bergbenen’ nodig: de vele liften brengen de minder getrainde wandelaar snel en efficiënt naar de mooiste plekken. Ideaal voor een picknick op hoogte.

Graubünden special 13


FIETSEN

Lenzerheide

Met e-bikes ontspannen over berg en dal

Tekst: Elmar van Drunen. Foto’s: Ellen van der Zwan

voor onze Zwitserse e-bike. Je voelt hoe de trapondersteuning zijn werk doet en je vliegt daadwerkelijk de berg op! In deze regio zijn drie e-bike fietsroutes samengesteld, zodat je altijd langs de verschillende oplaadpunten geleid wordt en dus nooit ‘droog’ kan komen te staan. Het netwerk van oplaadstations strekt zich overigens al uit over het gehele kanton. Het handige van een wisselnetwerk is dat je niet hoeft te wachten tot de fiets weer is opgeladen. Gewoon accu wisselen en gaan. Houd hier rekening mee als je in de bergen gaat fietsen met een e-bike met vaste accu. Eenmaal leeg is een e-bike een zware fiets die je vooruit moet zien te krijgen. En in de bergen zul je meer een beroep doen op de trapondersteuning van de elektromotor accu, waardoor deze minder lang meegaat dan in ons vlakke landje.

E-biken, dat is toch iets voor ouden van dagen met grijze permanentjes en dito jassen? Niet in Graubünden. Daar is samen met de Zwitserse e-bike fabrikant Flyer een heus e-bike netwerk opgezet. Geen stroom meer? Bij één van de vele wisselpunten krijg je voor je huur-Flyer zó een volle accu mee, zonder kosten! Ellen van der Zwan en Elmar van Drunen lieten zich elektrisch voortrollen door het landschap rondom Lenzerheide. Lenzerheide. Een wereld op twee wielen. Ruim driehonderd kilometer gemarkeerde routes en meer dan duizend kilometer gps-fietsroutes voeren fietsers en bikers naar de mooiste uithoeken van de fietsregio Lenzerheide. Voor iedereen is er een route, van makkelijk tot extreem zwaar, van relaxed tot sportief, van een familietochtje tot een marathonrit van honderd kilometer. Elk jaar in augustus is Lenzerheide afgeladen met tweewielers en fietsfanaten. De Alpen-Challenge en Bike Attack trekken fietsers uit heel Europa en verder. Maar ook buiten die maand is er genoeg te beleven in het fietsmekka van Zwitserland. Zo biedt Lenzerheide minder sportief ingestelde fietsers de mogelijkheid om tochten met e-bikes te maken. Trap op de pedalen en dankzij de efficiënte en stille elektrische motor verdubbelt je kracht! De Flyer e-bikes zijn tamelijk sportieve fietsen, die geschikt zijn voor heuvelachtig terrein. We horen je ’t al zeggen: “En de actieradius dan? Die accu’s zijn zo leeg.” Helemaal waar, maar ook daaraan is gedacht. Je wisselt je lege accu eenvoudig bij de vele Flyer-accuwisselpunten voor een volle, zonder extra kosten! Zo zijn de honderdvijftig valleien van Graubünden makkelijk elektrisch te verkennen. Bovendien worden de batterijen bij de wisselpunten eco-vriendelijk opgeladen met stroom gewonnen uit water, wind of biobrandstof. Wij huren de Flyers bij Activ Sport Baselgia in Lenzerheide. De e-bikes staan al klaar en na een korte uitleg over de werking van de batterij onderwerpen we de fietsen aan een eerste test: heuvel op Lenzerheide uit. Geen probleem

14 Graubünden special

meetrappen We fietsen over een geasfalteerd fietspad door het dal van Lenzerheide. Wolken blijven hangen in de bomen, de zon prikt er af en toe haar stralen doorheen. Beneden ons ligt de Heidsee. We passeren kleine boerderijtjes en luxe villa’s. Eén daarvan is eigendom van Wimbledon winnaar Roger Federer, weten we. Maar heer Federer is niet thuis. Jammer, we hadden hem graag willen uitdagen voor een potje tennis! De e-bike doet het goed en met een vlotte gang duiken we de helling af en passeren we de hoofdweg naar Lenzerheide. Aan de andere kant van het dal klimmen we de berg weer op. Appeltje eitje, alsof het totaal geen energie kost! Uiteraard moet je wel meetrappen, anders werkt de trapondersteuning niet meer. Totaal ontspannen bereiken we na enkele tientallen kilometers het centrum van Lenzerheide. We genieten uitgebreid van een royale lunch om de niet-verbrande calorieën aan te vullen en ruilen daarna - om het qua inspanningsniveau van vandaag weer goed te maken - de Flyers in voor mountainbikes. Daarmee weten we zeker dat het met die calorieverbranding toch nog goed komt. Want, wie zich in het zweet wil werken is in Lenzerheide óók aan het goede adres.

Info

www.lenzerheide.com (algemeen, wisselpunten accu’s en routes)

Foto: Wie geen topconditie heeft, niet overmatig wil zweten of gewoonweg méér wil genieten van het landschap moet zéker eens overwegen met een e-bike door te toeren. Met overal accuwisselpunten is de beperkte actieradius van een e-bike in Graubünden geen enkel probleem.


OPENBAAR VERVOER Foto: Arthur Wieffering

Rhätische Bahn

Over het spoor door heel Graubünden Als het gaat om groen toerisme is Graubünden binnen Europa beslist een voorloper. Eén van de zaken die daaraan bijdraagt is de Rhätische Bahn, zeg maar de NS van Graubünden. En in tegenstelling tot onze NS, rijden de treinen van de Rhätische Bahn altijd op tijd, bieden ze probleemloos ruimte aan fietsen en komen ze dankzij het fijnmazige spoornet tot in de kleinste dorpjes. vervoeren. En dat doen ze goed, zéker ook omdat het geen probleem is een fiets of mountainbike mee te nemen in de trein. Wie in verschillende delen van Graubünden wil biken, fietsen of wandelen of een bepaalde tocht wil verkorten, kan de Swiss Pass overwegen. Die ov-kaart biedt onbeperkt reizen op het hele trein-, postbus- en bootnet van het Swiss Travel System. Inclusief trams en bussen en korting op veel bergbanen en musea.

De naam Rhätische Bahn komt van de Romeinse provincie Rhaetia, die behalve Graubünden ook de huidige regio’s Vorarlberg, het grootste deel van Tirol en delen van het Lombardije omvatte. De Rhätische Bahn - kortweg RhB - vindt zijn oorsprong in het toerisme. Eind negentiende eeuw kwam ook in het toentertijd afgelegen Graubünden het toerisme langzaam op gang, met name vanwege de vermeende heilzame werking van berglucht. Grappig detail is dat een Nederlander heeft bijgedragen aan het ontwikkelen van treinverbindingen naar Graubünden. Het betreft de Zutphense ondernemer Willem-Jan Holsboer, die een aantal hotels in Davos exploiteerde en die - om Davos in het algemeen en zijn hotels in het bijzonder beter bereikbaar te krijgen - in 1888 de Schmalspurbahn Landquart – Davos oprichtte. In 1895 veranderde de naam in Rhätische Bahn en in de daaropvolgende decennia kwamen door fusies ook andere Graubündner spoorwegmaatschappijen onder de vlag van de RhB. De RhB is niet alleen vervoermiddel, maar zélf ook een toeristenattractie. En dat geldt niet alleen voor de fameuze Bernina Bahn, die vorig jaar op de Werelderfgoedlijst van UNESCO werd geplaatst. Ook minder beroemde tracés leiden de passagiers door de mooiste landschappen van Graubünden. Maar goed, primair is de taak van RhB natuurlijk wel mensen van A naar B te

Info

ww.rhb.ch (website Rhätische Bahn) www.swisstravelsystem.com (over de Swiss Pass en andere ovmogelijkheden)

Foto: Eigenlijk een vakantie ín een vakantie, zo’n reis naar de vakantiebestemming met de Rhätische Bahn. Fiets of bike mee in de trein, om bijvoorbeeld vanuit hotel of camping een verafgelegen tocht te ondernemen of om een (te) lange tocht in te korten? Geen probleem, in de treinen zijn speciale ruimtes aanwezig om fietsen te stallen.

Neem nu een abonnement op Outdoor Magazine of BIKE & trekking ❍ Ja, ik neem een abonnement op Outdoor Magazine en betaal € 29.-. Ik ontvang 8 nummers en gratis het Techtrail VIAWrist horloge*. ❍ Ja, ik neem een abonnement op BIKE & trekking. Ik betaal € 19.95 en ontvang 5 x BIKE & trekking én een Crank Brothers Multi-17 Tool*. Hierbij machtig ik Abonnementenland om het verschuldigde abonnementsgeld tot wederopzegging van mijn rekening af te schrijven. Naam:

I

E

S

T

-

E

TEST

E

I

REISFIETSEN

S

M

A

A

G

Z

I

N

E

AAF

MET ROHLOFF-N

E MTB-VAKANTI Graubünden, • Nationalpark Zwitserland a, Tirol • Zillertal Aren

Win

E FIETSVAKANTIeis eistroken Over de kass nd nderen van Oost-Vlaa TEST MTB y’s uit • Marathon-fullen de Lage Land zadelpennen • Verstelbare

RD UITGEPROBEE , onderdelen, Accessoires kleding schoenen en

S WERKPLAAT afstellen Derailleurs

VORKENTEST één in Twee bikes voorvork met verstelbare 05-05-2009

18:25:01

TREKKING XX BIKE &

cover kleurvariant

maas-bt3

1

Uitgeprob

Adres:

Kleding, eerd schoenen en

18

Horloge met Winkelwaarde stappenteller Telt je stappen en meet de gelopen afstand

Postcode en plaats: Land: Bank- of gironummer: (Belgische abonnees ontvangen een acceptgiro)

accessoir es

Wandelro

Landsche Ute KUdelstaa rt idingspad

landen

Het recorverzamelen d staat op 180

Zomerse bestemm wandelin Euro ingen pa

“dit is Kindersp el.”

Braziliaan op een ske rijdt door Afr lter ika

# 5 2009

E-mail:

Klimaatv erander eist eer ste dode ing op moUnt everest

• € 3.95

Trekto

cover-OM

5-09.indd

Telefoonnummer: Datum:

Crankbros Multi-17 Tool Levenslange garantie!

arde kelwa

NEDERLAND FIETSEN IN n in het • Mountainbike Wold Drents-Friese s lang • Toerfietsen de Waterlinie

M/V

Leeftijd:

R

N

#3 2009 €3.95

F

Handtekening:

*Zolang de voorraad strekt. Het cadeau wordt binnen 4 weken na betaling van het abonnementsgeld verzonden.

1

cht door de blaU We Wild er van sard nis inië

Stuur de bon of een kopie naar: Maruba Sports Publishers Antwoordnummer 9215, 3500 ZB Utrecht Een postzegel is niet nodig. Of mail naar outdoormagazine@maruba.com of bikeandtrekking@maruba.com

15-06-20

09 16:42:27

Broncode: 321-0809 / 333-0409

Graubünden special 15



Graubunden, beleef een echte Zwitserse bergzomer