Issuu on Google+

www.lvsvgent.be 2007-2008 nr. 4


Bestuursleden en leden van LVSV krijgen regelmatig deze vraag: ‗Waarom is het Vrijheidsbeeld het symbool van het LVSV?‘. Sommige vraagstellers zien in het Vrijheidsbeeld dan ook vaak het icoon van de huidige Verenigde Staten. Ze stellen het beeld gelijk met het beleid van een oorlogszuchtige president die denkt dat democratie gewapenderhand verspreidt moet worden (of dit argument misbruikt om olievoorraden te veroveren). Een president die bovendien zijn overheidsfinanciën op een reusachtig tekort liet stranden en dit laat financieren met een lage dollarpolitiek, vooral nadelig voor de laagste in middelgrote verdieners. Niet bepaald liberaal te noemen. Het LVSV draagt dit symbool al van kort na zijn ontstaan (77 jaar geleden). Ook voor de V.S.A. is dit reeds lang een symbool, het werd in 1884 aan de VSA geschonken door Frankrijk voor de viering van 100 jaar Amerikaanse onafhankelijkheid. Een gedicht van Emma Lazarus werd op de sokkel vereeuwigd. Jammer genoeg kent bijna niemand dit gedicht, en wordt het beeld dus zelden beoordeeld op de boodschap die het meekreeg. Het LVSV kan mensen doorheen de dagdagelijkse perceptie laten kijken. Laat ik het gedicht voor zichzelf spreken: The New Colossus Not like the brazen giant of Greek fame, With conquering limbs astride from land to land; Here at our sea-washed, sunset gates shall stand A mighty woman with a torch, whose flame Is the imprisoned lightning, and her name Mother of Exiles. From her beacon-hand Glows world-wide welcome; her mild eyes command The air-bridged harbor that twin cities frame. "Keep, ancient lands, your storied pomp!" cries she With silent lips. "Give me your tired, your poor, Your huddled masses yearning to breathe free, The wretched refuse of your teeming shore. Send these, the homeless, tempest-tost to me, I lift my lamp beside the golden door!" Emma Lazarus, 1883 Wietse Verwimp Bestuurslid LVSV Gent Secretaris LVSV Nationaal

April-Mei 2008, afgiftekantoor Gent 1 V.U.: Patrice Viaene, Notarisstraat 3, 9000 Gent


Inhoudstafel Voorwoord Patrice Viaene

4

Redactie Bert Schelfhout en Gregory Wauters

6

Liberalisme versus Nationalisme Tim Decleer

8

Gelijkheid een mythe? De racist Anhony Baert

10

Tagged for life: Facebook en privacyrechten Thibault Viaene

12 Rubriek: Visies op de staat

Verzorgingstaat is een controle staat Pieter Coene

14

De rule of law als pass-partout Patrice Viaene

16

Geen belasting ten behoeve van de staat kan worden ingevoerd dan door een wet‌ Leendert Lachaert ___________________________________________________ 18 Biobrandstoffen zijn asociaal Steven Heyse

21

Waarom als student naar LVSV Gent? Een kroniek Bert Schelfhout _________________________________________________________ 23 Rubriek: Internationaal Turkije en de EU Anthony Baert ____________________________________________________ 26 De Oost-Afrikaanse gemeenschap: een liberaal antwoord op Afrika? Leendert Lachaert

30

Olympische spelen en de gevolgen voor China Michiel Rogiers ____________________________________________________ 33 De vakbonden: van helden naar hypocrieten? Antoon Reynvoet

35

Rubriek: Wederwoord De neutrale staat is een illusie Pieter Coene __________________________________________________________ 38 Kernwapens ter discussie Bruno Teirlinck ________________________________________________________ 40 Reactie op de open brief van Michiel Rogiers aan Geert Wilders Anthony Baert _________________________________________________________ 42 Activiteitenverslagen: Straatsburg, Cantus en Nationaal LVSV Voetbaltornooi Bram Couvreur en Thibault Viaene

43

Zij die ons gaan verlaten The Conscience of a Liberal: Krugmans visie op wat de USA had moeten zijn. Bruno Teirlinck

48

Het bestuur: contactgegevens Benelux

49 50

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

46

Pagina 3


Voorwoord

T

erwijl een van de grootste monumenten van de Nederlandse literatuur zijn legitiem zelfbeschikkingsrecht finaal benutte, vond onze Belgische kardinaal er niet beter op om de volgende woorden met de wereldlijke realiteit te delen: 'de dood omzeilen is geen heldendaad'. Het recht om zelf keuzes te maken in het leven, en daaruit afgeleid over hoe je deze wereld wil verlaten, raakt echter het wezen van het mens-zijn en het liberalisme. Net daarom is het ongelofelijk storend dat de kardinaal, genietend van zijn copieus vloeiende overheidssubsidies, dit intrinsiek humanistisch beginsel in zijn verduivelde homilie onverkort neersabelt. Vrijheid betekent afdoende kunnen kiezen uit verscheiden modaliteiten, voorwaarden en mogelijkheden. Mensen willen het recht en de verantwoordelijkheid kunnen dragen om de politieke leiders aan te duiden die ze wensen, de films te bekijken die hen begeren, de kleren te dragen die ze willen en natuurlijk hun levenseinde zelf te bepalen. Deze problematiek gaat nimmer over de strijd tussen palliatieve zorgen of euthanasie. Integendeel het betreft de keuze van het individu voor een van beiden of beiden samen. Het is dan ook des te verachtelijk en opmerkelijk dat een delegatie van de Belgische katholieke kerk wijselijk vergat te preken op de recentelijk ondernomen Chinareis. Dat de zwanenzang der tsjeven nog niet is beÍindigd bewezen de laatste censuurincidenten in Vlaamse gemeenten veelvuldig. Maar ook de socialisten laten zich niet onbetuigd. Bepaalde Kamerleden uit links-conservatieve pleiten onomwonden voor maximumprijzen om de stijgende voedselprijzen te counteren. Hierbij wordt helaas vergeten dat zonder de – echter nog steeds onvolkomen - markt, waar vragers en aanbieders vrijelijk voor elkaar kiezen, de prijs reeds veel meer uit de pan was gerezen. De oorzaken liggen op demografisch en macro-economisch vlak. Kortzichtige en provincialistische overheidsmaatregelen kunnen dit niet voorkomen. Dit alles toont aan dat het werk voor liberalen nooit af is. Het einde van de geschiedenis, de overwinning van het kapitalisme, de mensenrechten en de democratie, zal nooit perfect bereikt worden. Dit neemt weliswaar niet weg dat we dit ideaal moeten blijven nastreven op alle fronten. Ik dank dan ook oprecht alle bestuursleden, leden en sympathisanten voor de tomeloze inzet die alom werd tentoon gespreid om dit ideaal stap voor stap te verwezenlijken dit jaar.

Patrice Viaene Voorzitter LVSV

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 4


In Memoriam:

Dank aan de Open Vld Gent afdeling voor al die jaren belangeloos gebruik!

Notarisstraat 3 (1972-2008) Neohumaisme 2007-2008 Neohumanisme 2007-2008nrnr145

Pagina 5


Redactioneel

G

eachte, Lees dit...

Het is een grote eer om jullie dit vierde en laatste neootje van het jaar te kunnen aanbieden. In de LVSV-geschiedenis gebeurde het maar heel zelden dat er vier edities op een jaar verschijnen. Dit dankzij jullie ontegensprekelijk engagement om één voor één sterke bijdragen te leveren. Wij spannen ons dan ook stevig en met plezier editoraal in. Graag had ik jullie nog een gezondheidstip meegegeven. Als u ’s avonds voor het slapen gaan nog even voor je computer post hebt gevat, hebben studies uitgewezen dat je heel moeilijk steven kan inslapen. Voor je gezondheid is het daarom aangewezen om een half uurtje voor het slapengaan nog wat te lezen. Leg het Neootje naast je bed, lees elke avond een tekst en merk zelf, je slaapt als een roosje. Er zijn heel wat teksten in dit neootje opgenomen. Lees ze

allemaal, per tekst stijgt je levensverwachting

aanzienlijk. De eerste bijdrage komt van het molleke uit ons gezelschap, Wietse Verwimp. Hij zet de puntjes op de symbolische toorts van het vrijheidsbeeld. Gevolgd door een krachtige blik op de hedendaagse politieke actualiteit van onze fantastische voorzitter. De teksten liegen er niet om, onze nieuwste aanwinst, Tim Decleer steekt van wal met Liberalisme vs Nationalisme. Bordurend op dat nationalisme schreef onze weldenkende Turkfetisjist Anthony Baert een satirisch meesterwerk. Alle facebookaddicten leren dan weer van Thibault Viaene waar de privacyklepel hangt. Kent ge die mop ook nog van jantje op ‗t WC? Dat was tenminste nog es privacy. Onze themarubriek ‗visies op de

staat’ kende ontegensprekelijk succes. Onze

afscheidnemende politiek secretaris Pieter Coene, schreef voor de eer en glorie en zoals hij dat elke editie jaar en dag heeft gedaan –check de voorgaande neootjes er maar op na– een tekst op het scherpst van de snee. De snee van de verzorgingstaat nog wel. Immer met inhoud begeesterd vertelt el presidente Patrice over de ‗Rule of Law‘. Leendert Lachaert—een notabel lid—sluit deze rubrief af met een leerrijke bijdrage over fiscale wetgeving. Onze ‗Notarisstraat‘-handlangerlid Steven Heyse poneert dat biobrandstoffen asociaal zijn. Waar is den tijd dat we op frituurolie reden verdorie! Als hoofdredacteur gooide ik (Bert) het eens over een andere boeg. Met name, waarom u, Genste Student, zich kan aansluiten bij het LVSV Gent. Reacties –bij wijze van inschrijving– zijn welkom. In onze rubriek ‗internationaal’ behandelt Anthony Baert het vraagstuk Turkije en EU. Leendert Lachaert volgt met een toelichting over de Oost-Afrikaanse unie. Deze veelschrijvers worden gevolgd door Michiel Rogiers uiteenzetting over de komende Spelen te China.

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 16

Pagina 6


Bestuurslid Antoon Reynvoet maakt van het hedendaagse functioneren van vakbonden sprokkelhout. En dan beste studenten, kwam onze derde nieuwe rubriek, « het wederwoord ». Tromgeroffel. Dé nieuwe rubriek waar je jou bedenkingen over eerder geziene teksten kwijt kan. Een essentieel liberaal verhaal. Pieter Coene « Neutrale staat is een illusie », Bruno « Kernwapens ter discussie » en Anthony Baert « Open brief van Michiel Rogiers aan Geert Wilders » maakten hier dankbaar gebruik van. Dankzij bijdragen van onze geliefde activiteitenverantwoordelijke Bram Couvreur en bestuurslid Thibault Viaene lezen we over glorierijke momenten in Straatsburg, Voetbal en Cantus. Tot slot een welgemeende dankjewel aan de vijf LVSV-iconen die ons op het einde van dit werkjaar verlaten. Dit met het aangename afscheidsidee dat de liberale LVSVvlam nog vele jaren vurig zal branden. Bruno Teirlinck bezorgde ons een boekentip over Krugman‘s boek ‗The conscience of a liberal‘. En op pagina vijftig vinden jullie allen een uitnodiging voor een leerrijke 2daagse in het Europees parlement. Er rest me nog een redactioneel dankwoordje aan Thibault Viaene en Tim Decleer. Hun inspanningen waren me een groot plezier! Vanuit het ganse bestuur en leden wensen wij ook onze voorzitter Patrice nog eens stevig te bedanken. Zijn oneindige inzet waren zonder twijfel van groot belang voor het succes van ons nauw aan het hart liggende LVSV Gent. Merci Copain! Ook voor jullie beste lezer komt het afscheid. Bij deze wensen we jullie een succesvolle examenperiode en memorabele vakantie toe. In september staat een kersvers en ongetwijfeld sterk gemotiveerd bestuur klaar om jullie met vele nieuwe inzichten te bestoken.

Op jullie gezondheid!

Bert Schelfhout i.s.m. Gregory Wauters Redactie Neohumanisme

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 17

Pagina 7


Liberalisme versus Nationalisme

N

ationalisme. Eén van de kankers van onze tijd. Of toch niet? Dit vat ongeveer samen hoe men in België tegenwoordig denkt over nationalisme. Studenten, intellectuelen, politici, filosofen en andere aangesprokenen polariseren het debat steeds meer en meer. Ofwel is men voor, ofwel tegen. Nationalisten van allerlei pluimage worden allen over dezelfde kam geschoren. Separatisme is inmiddels een mediageniek woord geworden. Maar is het wel zo zwart-wit voor te stellen? Natuurlijk niet. Nationalisme bestaat, net zoals het liberalisme, in vele vormen. Basiskenmerk van alle nationalisten is evenwel dat ze allemaal een voorliefde hebben voor een zeker ―eigen volk‖. Radicale nationalisten eisen op basis hiervan de verabsolutisering van het ―eigen volk‖ op. Zij beroepen zich op het nationaliteitsbeginsel. Dit wil zeggen dat iedere nationaliteit het recht heeft een eigen staat te vormen. De volgende vraagstelling werpt zich op. Namelijk, hoe definieert men ―eigen volk‖? Wanneer behoort men al dan niet tot een bepaald soort volk? Voor de meeste mensen ligt de evidentie van een volk in het verleden. Een volk wordt volgens hen gevormd door een gemeenschappelijke geschiedenis. Zo zou bijvoorbeeld het Belgische volk een historische band hebben. Werden onze voorouders niet uitgeroepen tot de ―dappersten van alle Galliërs‖? Hebben zij zich niet steeds verenigd – ―l‘union fait la force‖ – tegen de dictatuur en veroveringsdrang van grotere en machtigere landen? Het is uiteraard niet zo dat onze voorouders allemaal Belgen avant la lettre waren. Julius Caesar, bijvoorbeeld, had met zijn in België wereldberoemde zinnetje maar één iets voor ogen, namelijk het opwaarderen en verheerlijken van zijn eigen krijgskunsten en politieke macht. Zo deelde hij Gallië eigenhandig op in drie delen: Aquitania, Gallia, en het gebied van de Belgen. Er waren echter geen grote aanwijzingen dat er noemenswaardige verschillen tussen deze drie delen waren. Sterker nog, Caesar schiep verwarring door de verschillende benamingen. Het gebied van de Belgen kwam immers niet overeen met ―Belgica‖. Dit heeft er onder meer toe geleid dat de naam ―België‖ eigenlijk op een verkeerd gebied slaat! Dit is maar een voorbeeldje ter illustratie, maar het toont natuurlijk wel aan dat het ontstaansprincipe van een volk niet louter en alleen in het verleden kan liggen, aangezien geschiedenis constant verkracht en misbruikt wordt. En dan nog het meest van al door diegenen die het meest geschiedenis schrijven. De stelling van Niccolo Machiavelli dat het doel de middelen heiligt, was al lang voor zijn tijd uitgevonden. Anders geformuleerd, dergelijke principes zullen hoe dan ook nooit uitsterven. Hoogmoed en profileringdrang zijn namelijk eigen aan de mens. Vraag maar aan de paus. Men kan blijven verder discussiëren over wat de betekenis van ―eigen volk‖ is. Feit is en blijft dat het om een abstract begrip gaat. De discussie op zich is dus absurd. Vandaag de dag staat ze echter wel elke dag op de politieke, of bestuurlijke, agenda van ons

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 18

Pagina 8


Belgenlandje. Dat maakt dat ze niet onschuldig is. Daarom is het belangrijk, denk ik, om zich als liberaal te engageren. Liberalen moeten de intentie hebben om de kern van het debat te verleggen naar het individu. Het communautaire, levensbeschouwelijke of sociaaleconomische debat moet handelen over of ten dienste staan van het individu, en niet over een of ander vaag volk. En heden ten dage is het net anders om. Dit door een falen van het liberalisme in de 20ste eeuw. Het is zo dat de doorbraak van de massacommunicatie zich in de 20ste eeuw afspeelde. Televisie, computer, internet, radio, telefoon, en dergelijke meer, zijn niet meer weg te denken uit ons huidige leven. De wereld wordt meer en meer een ―global village‖. Vele mensen raken in een identiteitscrisis verzeilt. Zij hebben het gevoel dat ze geen eigen mening meer kunnen vormen. Er is een steeds meer uniforme en universele verslaggeving, waardoor steeds meer mensen dezelfde mening hebben. Zo denkt men. Nationalisme biedt een alternatief voor een ―global village‖. Liberalisme veel te weinig. Anders gezegd, het liberalisme heeft de trein gemist. Liberalen zijn dus genoodzaakt om te wachten op de volgende trein. En dan was daar de hogesnelheidstrein in de vorm van Europa. Europa moet door liberalen als een buitenkans worden gezien om het nationalisme aan te pakken. Beter, om het failliet van het nationalisme te bewijzen. Het wordt hoog tijd dat de publieke opinie inziet dat we moeten spreken van groepen van mensen, van individuen, en niet van volkeren. Eens dit ingezien, zal men ook begrijpen dat bepaalde historisch gegroeide entiteiten in feite irrationeel zijn. Liberalen zouden moeten inzien dat de bestaande natiestaten beter zouden (verder) evolueren naar federaties binnen een overkoepelend Europees kader. Wat voor zin heeft het om irrationeel gevormde landen en staten te laten voortbestaan? Emotionele argumenten, zoals vaderlandsliefde, kan men alleszins niet aanhalen, aangezien deze al even onredelijk zijn. De meeste natiestaten zijn overigens over hun toppunt heen: geen enkele Europese staat is nog in staat om vandaag de dag noemenswaardig te concurreren met de VS, China of Rusland. Om nog maar te zwijgen van andere opkomende wereldmogendheden. Bovendien zullen grotere staten binnen Europa zich altijd profileren ten koste van de kleinere. Niet echt rooskleurig voor een land als België. Via regionalisering, en niet nationalisering, zouden verouderde structuren, zoals de monarchie, verdwijnen en zou het dagdagelijkse bestuur efficiënter worden. Politiek, en in het bijzonder democratie, moet weer geapprecieerd worden door de mensen. Vandaag de dag ligt het bestuurlijk niveau voor de meesten veel te ver van hun bed. Ik zou zelfs durven zeggen dat het huidig systeem irrelevante en irrationele verkiezingen in de hand werkt. Een ―Revival of Democracy‖ is dus absoluut noodzakelijk. Men moet evenwel opletten van revolutionaire technieken; federalisering en regionalisering mogen niet enkel en alleen ten dienste staan van afscheidingsbewegingen allerhande. Ten eerste zijn vele van deze bewegingen of organisaties zelf irrationeel. Ten tweede zijn zij bijna altijd minderheden. Het democratische principe stelt dat de meerderheid gelijk heeft. Ten derde, afscheidingsbewegingen, of separatisten, zijn radicalen. En zoals eerder gezegd, men moet zoveel mogelijk vermijden om zaken zwart-wit te benaderen. Er moet te allen tijde gezocht worden naar een gulden middenweg. Perfectie of idealen zijn nooit

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 19

Pagina 9


helemaal te bereiken. Ook niet voor liberalen. Ook niet anderen.

Tim Decleer Bestuurslid LVSV Gent

Mathias Van Vlaenderen & Tim Decleer

07/03: LVSV Cantus

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 10

Pagina 10


Gelijkheid: een mythe? De racist.

D

e racist die opgegroeid is in het diepe Vlaanderen, die zichzelf probeert te onderscheiden door het afscheren van zijn haar en het aanbidden van een mentaal gehandicapte, die zijn vrije tijd afwisselend opvult met dom voor zich uit staren enerzijds en het kort en klein slaan alles wat hij op zijn weg tegenkomt anderzijds, kan getraind worden om de gebruiken van onze samenleving over te nemen, doch deze zal op intellectueel gebied nooit voldoen aan onze standaard daar onder andere zijn herseninhoud nu eenmaal kleiner is. Wat hiermee bedoeld wordt, is dat de meeste verschillen tussen de racist en de normale mens meer genetisch bepaald zijn dan cultureel. Deze verschillen gaan dus dieper dan het uiterlijke; ze dringen door tot het individu en manifesteren zich in elke cel van het lichaam. Zo spruit de onderontwikkelde diersoort van de racist voort uit een zwakbegaafde zijtak der aapachtigen. Zijn intellectueel niveau is vergelijkbaar met dat van de Neanderthaler. De racist laat zich louter drijven door zijn twee instincten, angst en haat, hetgeen zijn volkomen irrationele en onvoorspelbare gedrag verklaart. De racist wordt verteerd door een allesoverheersende frustratie die hij gezien zijn lichamelijke beperkingen nooit kan te boven komen. De racist ziet slechts twee kleuren: zwart en wit. De inferioriteit van de racist is dus het gevolg van de fysieke inadequaatheid van het racistenbrein op het gebied van abstracte concepten. Deze basiskenmerken van de racist bepalen zijn plaats in de samenleving. De verzameling van deze specimen vormt een achterlijke, retrograde kracht in de maatschappij. De cultuur van de racist is niet alleen verschillend van de gangbare cultuur, het is ook een minder geavanceerde, inferieure cultuur. Het is een cultuur die nooit enige vorm van rede heeft ontwikkeld, laat staan een beschaafde maatschappij. Voor de racist, uitgerust met een gebrekkig aanpassingsvermogen, is het bijgevolg onmogelijk om in de samenleving te assimileren. Integendeel, de racist is een beescht, dat onze normen en waarden wil perverteren en onze vrouwen onteren. Hij is als een parasiet, een kwaadaardige kanker die steeds meer opzwelt tot hij zijn gastheer, de al te gastvrije samenleving, van binnenuit vernietigt. De integratie van racisten in onze maatschappij, het vermengen van onze genen met de hunne, zal leiden tot een verval van onze cultuur. In plaats van met een evolutie zullen we met een devolutie geconfronteerd worden. Daarom is het van levensbelang voor iedereen van ons om te weten dat er niet zoiets bestaat als "gelijkheid", ongeacht hoeveel racisten er in onze maatschappij ronddwalen en zich voortplanten. Aan de degradatie en verzieking van de fundamentele uitgangspunten van onze cultuur moet een eind komen. De racist wordt best zoveel mogelijk gemeden en geĂŻsoleerd uit de fatsoenlijke wereld. Alle middelen dienen aangewend te worden om deze soort te bestrijden. We moeten nu handelen, voor het te laat is, vooraleer ons ras zo verzwakt is dat we niet meer kunnen terugslaan! Inspiratie voor deze bijdrage gevonden bij het NSV.* Anthony Baert

Lid LVSV Gent

* NSV, “Gelijkheid: een mythe�. In: Verbondsberichten, dec.-jan. 1996-1997.

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 11

Pagina 11


Tagged for life: Facebook en privacyrechten

W

e spreken maandag 16 april, 14u41. Ene illustere Wietse Verwimp betreedt als allerlaatste der LVSV-bestuursleden de wondere wereld van het interneticoon Facebook. De zogenaamde ―social networking site‖ werd op 18 februari 2004 gelanceerd en is momenteel één van de sterren aan het internetfirmament. Facebook is vooral populair onder Angelsaksische en West-Europese universiteitsstudenten en heeft circa 70 miljoen actieve gebruikers. De site is eigendom van ―Facebook Inc.‖, telt 500 werknemers en heeft een geschatte omzet van 150 miljoen dollar. Via Facebook is in internettermen zowat alles mogelijk: foto‘s uitwisselen, feestjes aankondigen, rouwregisters openen, vrienden van vrienden leren kennen of inpikken, et cetera. Toegegeven, het heeft wat weg van een populariteitsorgie, de bedoeling is immers om zoveel mogelijk virtuele vrienden te maken. Verder heeft Facebook een enorme database waarin alle wapenfeiten worden opgeslagen. Eventjes grasduinen door de activiteitsgeschiedenis en je vindt zo de boeken die Pieter onlangs verslonden heeft, Jocelyne‘s recentste liefde of een foto van Michiel op koffiebezoek bij Geert Wilders.

Daar wringt echter het schoentje, wanneer men zich wil uitschrijven, m.a.w. je profiel wil verwijderen, stelt de ―privacy policy‖ van Facebook dat de gegevens ―for a reasonable period of time‖ worden bewaard. Het bedrijf weigert mee te delen voor hoeveel dagen, maanden of eeuwen desbetreffende vertrouwelijke informatie wordt bewaard. Er zijn genoeg verhalen bekend van situaties waarin ongewild gegevens over gebruikers wordt verspreid. Zo zijn er talrijke jongeren die naast een baan grijpen omdat hun potentieel toekomstige werkgever op hoogte was gekomen van z‘n drank- en drugprobleem. Profielen op Facebook kunnen zelfs argumenten vormen voor een rechtbank. Dat soort informatie is in België reeds toegelaten als bewijslast. Criticasters, die aan een acute vorm van reglementitis leiden, pleiten al voor een verregaande regulering van Facebook en aanverwante sites. Hierbij gaan ze volledig voorbij aan het feit dat een simpele overeenkomst tussen twee partijen, met een uitdrukkelijke wilsovereenstemming, in casu de gebruiker die de privacy policy van Facebook aanvaardt, normaliter geen voorwerp van discussie zou mogen uitmaken. Anders is het echter wanneer Facebook haar eigen privacy policy omzeilt en vertrouwelijke informatie doorspeelt aan externen. Zo was er enkele maanden geleden een enorme rel omtrent de zogenaamde ―Beacon-service‖. Die dienst bracht zonder de toestemming van de gebruiker zijn of haar vrienden op de hoogte van z‘n onlineaankopen.

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

pagina 12


Commerciële overwegingen halen hier duidelijk de overhand, bedrijven willen zoveel mogelijk informatie inwinnen om zo hun producten beter te kunnen afstemmen op de voortdurend wijzigende preferenties van de consument. Indien dit echter gebeurt zonder toestemming van de gebruiker is dit een perverse praktijk en een flagrante schending van de privacy. Particuliere initiatieven genre Facebook hebben omiskenbaar hun nut en zijn een indicatie dat de vrije markt creatieve geesten stimuleert. Toegegeven, internetgebruikers zijn niet altijd even goed op de hoogte wat er met hun persoonlijke gegevens kan gebeuren. Toch moeten we hen niet bij het handje houden door te gaan overreguleren, maar hen echter op hun verantwoordelijkheid te wijzen, als men een overeenkomst aangaat, moet men de consequenties ook ondergaan. Zolang Facebook haar eigen ―privacy policy‖ niet te buiten gaat en vertrouwelijke informatie bij uitschrijving niet bewaart, is er geen probleem.

Thibault Viaene Bestuurslid LVSV Gent

Thibault Viaene, Dominic De Backer & Tim Decleer

11/03 : Trip naar Straatsburg & Europees Parlement

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 13

Pagina 13


Rubriek: Visie op de staat 1. Verzorgingstaat is een controlestaat

W

anneer liberale partijen gevraagd wordt wat voor hen breekpunten zijn krijgen we tegenwoordig vaak antwoorden als ― wij willen dat werklozen strenger gecontroleerd en geactiveerd worden ― of ― wij vinden dat de activiteitsgraad van oudere werknemers drastisch omhoog moet om ons sociaal systeem betaalbaar te houden ― of ― de groei van de uitgaven in de gezondheidszorg moet beperkt blijven ―. Liberalen zouden immers wel voorstanders zijn van een door de overheid georganiseerde sociale zekerheid maar zouden tegelijkertijd de betaalbaarheid van dergelijk systeem niet uit het oog verliezen. Vaak wordt er dan nog een patisseriemetafoor tegenaan gegooid in de trend van ―een taart moet gebakken worden voordat ze kan verdeeld worden ― of wordt verwezen naar de uitspraak van Willy De Clercq die stelde dat men geen sociaal paradijs kon bouwen op een economisch kerkhof. Wat liberale politici echter vergeten wanneer ze dergelijke standpunten verdedigen is dat ze hiermee volledig meegaan in de sociaaldemocratische logica van de verzorgingsstaat en hier vaak zelfs nog enkele perverse elementen aan toevoegen. Laten we enkele van de stellingen die door liberale partijen verdedigd worden eens nader bekijken. De eerste dooddoener die we onder de loep nemen is de volgende: ―werklozen moeten strenger gecontroleerd en meer geactiveerd worden, de sociale zekerheid is immers een vangnet, geen hangmat ―. Dergelijke stelling, die op het eerste zicht misschien wel redelijk lijkt, gaat voorbij aan enkele belangrijke punten. Vooreerst is er het financiële aspect: werklozen controleren en actief helpen in het zoeken naar een nieuwe betrekking is uiteraard geen gratis aangelegenheid, maar vergt belastingsgeld en mensen die niet meer elders kunnen tewerkgesteld worden. Bovendien is dergelijk beleid een aanslag op de individuele vrijheid van de werkloze die verplicht wordt om zich bij te scholen en/of een baan aan te nemen waarvoor hij zelf niet gekozen heeft. Het plaatje wordt er niet mooier op wanneer we beseffen dat het juist de overheid is die door hoge belastingen op arbeid en regulering heel wat werkloosheid veroorzaakt. Een publiek gefinancierde sociale zekerheid heeft negatieve externaliteiten, in casu misbruiken. Wanneer we dergelijk systeem wensen, zullen we de misbruiken erbij moeten nemen. De enige manier om van de misbruiken in de sociale zekerheid verlost te raken, is door de afschaffing van dit systeem. Er zou best ook een mogelijkheid geboden worden aan zij die niet wensen deel te nemen aan dergelijk systeem om er uit te stappen en zich eventueel op een andere wijze te verzekeren. Zij zouden dan vrijgesteld worden van het betalen van sociale bijdragen en uiteraard ook geen enkele aanspraak meer kunnen maken op uitkeringen door dit systeem. Een tweede dooddoener die we regelmatig mogen aanhoren is dat de activiteitsgraad – en dn vooral die van oudere werknemers – drastisch omhoog moet. Nu zegt een activiteitsgraad niets over de toestand van een economie. Landen als Cuba, China of de Sovjet-Unie hebben of hadden een zeer hoge activiteitsgraad, zelfs quasi een situatie van volledige tewerkstelling althans volgens de statistieken. Mensen verplicht langer laten werken is niet alleen een ernstige aanslag op de individuele vrijheid, ook op macroniveau is het positieve effect zeer twijfelachtig. Ook hier speelt de overheid een

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 14

Pagina 14


perverse rol, ze verplicht namelijk werknemers eerst van hoge belastingen te betalen en maakt het zo dus onmogelijk dat deze werknemers zelf voor hun pensioen zorgen en dan verplicht ze diezelfde werknemer van langer te werken. Opnieuw is er voor deze werknemer geen exit-optie. Een laatste veelgehoorde bemerking die we onderzoeken is de volgende : ― de groei van de uitgaven in de gezondheidszorg moet beperkt blijven, alleen zo blijft de publiek gefinancierde gezondheidszorg betaalbaar‖ . Deze bemerking letterlijk interpreteren betekent niet meer of minder dan de invoering van de planeconomie. In een markteconomie is het immers de markt – de consumenten – die beslist of dat een sector al dan niet groeit. Gelet op het feit dat de bevolking in België en West-Europa veroudert en dat de vraag naar gezondheidszorg in een rijke samenleving steeds toeneemt is het niet meer dan logisch dat de uitgaven in de gezondheidszorg zullen stijgen. Een opgelegde groei in de uitgaven in de gezondheidszorg is door de staat georganiseerde schaarste. Dergelijke beperking in de groei van de uitgaven zal zorgen voor wachtlijsten en een dalende kwaliteit van de aangeboden zorg. Als we willen dat de middelen in de gezondheidszorg efficiënt gebruikt worden en dat de gezondheidszorg betaalbaar blijft is er maar één oplossing : doorbreek het bestaande monopolie van de ziekenfondsen waarbij – we vallen in herhaling – bovendien elke Belg verplicht is zich bij aan te sluiten en laat ook private spelers toe op deze markt. Het is mogelijk van nog veel andere voorbeelden te vinden van de vrijheidsbeperkende impact die een verzorgingsstaat heeft. Denken we maar aan een voorstel zoals elke leerling verplicht vijf uur sport per week op school te laten volgen. Over de negatieve gevolgen van de hoge belastingen op arbeid , nodig om de verzorgingsstaat te financieren, bestaat geen twijfel. Hoog tijd dus om de verzorgingsstaat in vraag te stellen en te hervormen. Ook bij de politici zijn er die dit begrepen hebben : in 1994 bijvoorbeeld hield de VLD een congres over sociale zekerheid waarin drastische hervormingen werden voorgesteld. Hoewel de resoluties die toen gestemd werden vergeten lijken , zijn ze nooit herroepen. Welke jonge liberaal voelt zich geroepen om ze terug vanonder het stof te halen ?

Pieter Coene Politiek Secretaris LVSV Gent

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 15

Pagina 15


Rubriek: Visie op de staat 2. De rule of law als passe-partout

W

e horen het te pas en te onpas vallen: het begrip „the rule of law‟. Dit principe, bij ons eerder als rechtsstaat bekend, wordt door velen frequent in de mond genomen. De ware betekenis van dit beginsel laat men echter al te vaak achterwege. Ten einde het gewicht van the rule of law in ons politieke en filosofische denken te vrijwaren is een beknopte duiding van dit beginsel noodzakelijk. Ik trap een open deur in als ik stel dat in de embryonale staat Kosovo dit primordiale beginsel onontbeerlijk is, denken we maar aan de afdwingbaarheid van eigendomsrechten. De afwezigheid van dit principe doet zich eveneens gevoelen bij het verkiezingsdebacle in Zimbabwe, de gerechtvaardigde onrusten in Tibet en de politiestatelijke kenmerken van het Putinregime. Dichter bij huis is tevens sprake van een tanend gebrek aan voor dit fundamentele beginsel. De funest corrupte wijze waarop sommige politici omspringen met gemeenschapsgelden is daarvan een treffend voorbeeld, denken we maar aan de verkoop van de logistieke spin-off ABX of meer fatsoenlijk verwoord de grootste treinroof ooit in de lage landen. Een goedmenend burger voelt zich al snel een Don Quichot, schier oneindig vechtend tegen de windmolen (-parken). Deze ludieke en minder ludieke illustraties wijzen ons echter op de stevige erosie van de rule of law als grondbeginsel. Het rechtsstaatbeginsel wordt meest gangbaar en traditioneel omschreven als de beperking en regulering van de macht van de overheid door het recht. Kort samengevat: gelijkheid van ieder individu voor de wet. Zelfs een ‗democratisch‘ gestemde wet, besluit of andere overheidshandeling kan geen afbreuk doen aan enkele fundamentele rechten van de burger. Deze grondrechten vind je praktisch overal, al dan niet neergepend in een constitutie. Niettegenstaande de juridische realiteit geeft een grondwet het individu geen rechten in rechtsfilosofische zin. Omgekeerd ze behoedt een al te actieve overheid die zou interfereren in het leven van een burger, op die manier zogenaamde prepositieve rechten schendend. Daarenboven dient de afdwingbaarheid van deze rechten te worden gegarandeerd door een onafhankelijke rechterlijke macht en behoeven uitvoerende overheidsbeslissingen de goedkeuring van kritische volksvertegenwoordigers. De grondwettelijke waarborgen en ‗the checks and balances‘, cruciaal voor ‗the rule of law‘,worden jammerlijk dikwijls met de voeten getreden. Het promoveren van sociale rechten, met een feitelijk zuiver instrumenteel karakter, holt de grondwettelijke bescherming compleet uit. Deze inflatie aan grondrechten zet de rechtsstaat op losse schroeven en zorgt voor de noodlottige degradatie van echte vrijheidsrechten. Daarenboven mogen we in België gerust spreken van een partijenstaat, waarbij de mond des volks dood wordt gemaakt door de regeringskabinetten. De scheiding der machten, geïdealiseerd door Montesquieu, is, enkele uitzonderingen buiten beschouwing gelaten, in het heden en verleden een illusie gebleken. De opwaardering van het beroep volksvertegenwoordiger is dringend nodig om de controle- en wetgevingsfunctie van

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 16

Pagina 16


het parlement te verstevigen. Ook in de gerechtelijke wereld komt de rechtsstaat op een helling te staan. De expansie aan bevoegdheden, waarover zowel magistratuur als politiemensen beschikken inzake terrorismebestrijding en georganiseerde misdaad bewijst dit. Een inmenging in het privéleven van een burger dient altijd te steunen op een wet. Als liberalen moeten we toezien op de geruisloze inlevering van vrijheid voor veiligheid. Deze traditionele opvatting van the rule of law is zonder meer essentieel. Niettemin zijn we mijns inziens tevens genoodzaakt om de relevantie van dit beginsel ook in bredere zin te onderstrepen. De rechtsstaatgedachte laat zich namelijk ook gevoelen in de economische ontwikkeling van een land. Economen overal ter wereld erkennen de onuitwisbare invloed van dit principe op de groei van een land. Doorgaans hanteert men in economische kring een dunne en dikke definitie. Met de eerste, meer formele, definitie bedoelt men meestal de afdwingbaarheid van eigendomsrechten en de transparantie en efficiëntie van een overheid en zijn ambtenarenkorps. Zo berekenden statistici en economen van de Wereldbank in hun Worlwide Governance Indicators(WGI) -project dat het gemiddeld inkomen per burger met 300% stijgt, indien een land inzake rule of law-score met een standaard eenheid verbetert. In hun onderzoek kwam de standaard eenheid overeen met het verschil in rule of law tussen India en Chili. Blijkens economische rapporten is de koopkracht in Chili inderdaad 300% groter dan in India. De huidige globalisering en de onderontwikkeling van derdewereldlanden mag dus nooit of te nimmer los worden gezien van de ontwikkeling van de rechtsstaat. Ofschoon in de praktijk de eerste omschrijving perfect de vinger op de wonde legt en de noodzaak van ‗the rule of law‘ benadrukt, moeten wij als liberalen mijns inziens resoluut opteren voor een dikkere definitie. Liberalisme is inherent humanistisch en ethisch, en kan dan ook niet beperkt worden tot een louter economische stroming. De rule of law, gegrondvest op de moraal, zorgt dan ook voor een samenleving waar vrijheid en democratie is verzekerd door de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en de bescherming van het zelfbeschikkingsrecht. De betekenis die wij liberalen geven aan dit mooie concept is bijgevolg terdege belangrijk. Burgers in Tibet, Myanmar en Zimbabwe kunnen dit zonder meer beamen. Of zoals John Locke het in 1690 uitdrukte: “wherever law ends, tyranny begins”.

Patrice Viaene Voorzitter LVSV Gent

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 17


Rubriek: Visie op de staat 3. Geen belasting ten behoeve van de staat kan worden ingevoerd dan door een wet...

z

o luidt de eerste paragraaf van artikel 170 van de Belgische Grondwet. In de verdere paragrafen § 2, 3 en 4 wordt dit principe verder uitgebreid naar het niveau van de gewesten en de gemeenschappen alsook naar het echelon van de provincies en de gemeenten. De laatste alinea van artikel 170 G.W. stipuleert de mogelijkheid om hiervan af te wijken met betrekking tot uitzonderingen, waarvan de noodzakelijkheid blijkt…. In de praktijk moet men hierbij aan de zogenaamde volmachtwetgeving denken, waarbij de wetgever zijn fiscale bevoegdheid uithanden geeft aan de uitvoerende macht. Om eventuele legaliteitsbezwaren te voorkomen worden de besluiten van de uitvoerende macht achteraf (nogmaals) bekrachtigd door de wetgever. Verder bepaalt artikel 172 G.W. dat ― … inzake belastingen geen voorrechten kunnen worden ingevoerd. Geen vrijstellingen of verminderingen kunnen worden ingevoerd dan door een wet.‖ Beide artikelen vallen onder het toetsingsgebied van het Grondwettelijk Hof. Het vroegere Arbitragehof kan vervolgens wetten, decreten en ordonnanties toetsen aan de bovengenoemde artikelen en deze vernietigen op basis van het ontkennen van de legaliteitsvereisten of het ontbreken van de gelijkheidsvoorwaarden. Er bestaat dus een volwaardige juridische controle op het vlak van fiscale wetgeving, decreten en ordonnanties. Waar weinigen bij stilstaan is dat ook provincies en gemeenten hun deel van ―de koek‖ opeisen. Ze beschikken daartoe over een bevoegdheid die hun is toegekend door de grondwetgever in artikel 170 §3 en 4. Men moet deze passages deels ook bekijken vanuit het perspectief van grondwetgever in de 19de eeuw. Op dat moment waren er immers nog geen deelstatelijke niveau’s gecreëerd en speelden de gemeenten en provincies een belangrijke rol op diverse publiekrechtelijke gebieden. Ook vandaag heffen deze lokale overheidsorganen nog steeds belastingen. Deze belastingen bestaan bijvoorbeeld uit opcentiemen op de onroerende voorheffing of een percentage op de inkomstenbelasting. De heffing van opcentiemen betekent dat er per euro staatsbelasting één cent bijkomt voor de gemeente of de provincie. In 2003 bedroegen deze gemeentelijke belastingen gemiddeld 1294 opcentiemen en 7, 15 % voor de personenbelasting. Dit betekent dat per euro die wordt geheven met betrekking tot de onroerende voorheffing, er 12, 94 euro aan gemeentelijke belastingen bijkomen. Voorts worden deze gemeentelijke en provinciale belastingen niet altijd opgelegd met een ―algemeen doel‖ in gedachte doch kaderen zij echter in een zeer protectionische, bekrompen en antiliberale context. Men kan hierbij denken aan de tendens om vanuit de gemeentelijke overheid een vorm van vestigingstaksen op te leggen aan nachtwinkels. Dergelijke belastingen zijn niet enkel verwerpelijk om dat ze handelaars beletten om zich vrij te kunnen vestigen en ongeremd hun (lokale) afzetmarkt te bereiken, maar ook omdat het ware doel van deze ―pestbelasting‖ elders ligt. Meestal ligt de oorzaak van het opleggen van dergelijke pecuniaire last bij problemen van

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 18

Pagina 18


openbare orde, nachtlawaai, verkeershinder,… . Deze kunnen echter ook op een non – fiscale wijze worden aangepakt daar gemeenten voor zaken die louter hun respectievelijke grondgebied betreffen beschikken over een ruime gemeentelijke autonomie. Alternatieve ―tools‖ hiervoor kunnen zijn de plaatselijke ruimtelijke wetgeving waarbij criteria kunnen worden gebruikt die nu reeds gelden voor andere handelszaken zoals opgesomd in de IKEA – Wet. Of in uiterste nood een politioneel besluit van de gemeenteraad… . De realiteit is echter dat de meest doorslaggevende reden blijkt te zijn dat de gemiddelde gemeente tot haar grote spijt de bodem van haar schatkist begint op te merken. Dit leidt dan weer tot grote ongerustheid bij lokale politici, die vervolgens geen prestigieuze en electoraal lonende projecten meer kunnen opstarten. Verder dient ook het lobbywerk van de lokale handelaars niet worden ontkend, ook hier speelt het electorale element zijn rol. In rechtseconomische literatuur wordt dit ―logrolling‖ genoemd. Uiteraard bestaat er ook tegen besluiten van de gemeente – en provincieraad een vorm van rechtsbescherming. De besluiten van voornoemde organen worden juridisch gekwalificeerd als zijnde administratieve rechtshandelingen. Onder de noemer administratieve rechtshandelingen vallen ook de KB‘s en de Ministeriele Besluiten. Deze kwalificatie als administratieve rechtshandeling heeft tot gevolg dat de burger die meent geschaad te zijn door een besluit van de gemeente – of provincieraad kan, alvorens naar de rechtbank te stappen, bij de hiërarchisch hogere overheid administratief beroep aantekenen. Daar het hiërarchisch hoger beroep in de regel valt onder het niet – georganiseerd administratief beroep volgens het Belgisch recht, betekent dit dat men niet alle beroepsmogelijkheden moet uitputten vooraleer naar de Raad van State te stappen. Bij een niet – georganiseerd administratief beroep bestaat immers geen verplichting van de hiërarchisch hogere overheid om te antwoorden op het beroep, zij kan het besluit stilzwijgend bevestigen of verwerpen, naargelang het verstrijken van een bepaalde termijn. Bij het administratieve beroep zal de hogere overheid moeten nagaan of zowel op het vlak van de legaliteit als op de vereiste van de opportuniteit aan alle voorwaarden is voldaan. Zoniet zal zij het desbetreffende besluit kunnen schorsen of zelfs vernietigen. Bij een extreme onwilligheid van de lagere overheid, kan de in beroep beslissende overheid overgaan tot een in de plaatsstelling van de door haar gewenste oplossing. In de praktijk stelt men echter vast dat men vaak een al te groot belang hecht aan de autonomie van de verschillende bestuursniveau‘s. Hierbij interpreteert men het begrip algemeen belang naar gelang de voorliggende casus soms heel restrictief om toch maar niet al te drastisch te moeten ingrijpen in een ander en hiërarchisch ondergeschikt bestuursniveau. Hoe breed of hoe restrictief de rechtsbescherming ook moge zijn, er lijken evenwel meer duurzame oplossingen mogelijk. Een oplossing zou kunnen zijn een integrale hertekening van het institutionele niveau op het lokale vlak. Dit omsluit in grote mate de ―afschaffing‖ van het publiek rechtelijke instituut van de provincie, een instelling wiens nut door de decentralisatie van bevoegdheden naar het Vlaamse niveau

eohumanisme 2007-2008 Neohumanisme 2007-2008nrnr1 419

Pagina 19


grotendeels voorbijgestreefd is. Verder zal men dienen over te gaan tot een nieuwe fusie der gemeenten, waarbij men grotere stedelijke gewesten opricht. Dit kan ook relevant zijn met betrekking tot andere aspecten van het economische leven zoals de organisatie van de arbeidsmarkt. De problematiek van de jeugdwerkloosheid verschilt immers sterk van stad tot stad en een dergelijke hervorming kan hierbij van pas komen. Uiteindelijk zal deze hervorming ertoe kunnen leiden dat men voor elk gebied en regio naar een globale aanpak die aanleiding zal kunnen geven naar een liberaler beleid inzake vrijheid van vestiging, handel, ‌ die wel in het EU – Verdrag bevestigd zijn, maar kennelijk door een bekrompen en conservatief beleid op het lokale niveau toch kennelijk nog steeds niet aanvaard zijn in onze dagdagelijkse omgeving. Het is onze taak als liberalen om hiervoor verder te ijveren, daar elke vezel in ons lichaam zich tegen dit onbeholpen conservatisme verzet‌ .

Leendert Lachaert Lid LVSV Gent

Michiel Rogiers & Leendert Lachaert

21/04 : LVSV Nationaal voetbaltornooi

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 20

Pagina 20


Biobrandstoffen zijn asociaal

D

at de voedselprijzen recent de pan uitrijzen is een gegeven dat al weken de actualiteit beheerst. Dit heeft geleid tot een sterk maatschappelijk debat over de invloed van de verschuiving van conventionele brandstoffen naar biobrandstoffen op de prijzen van voedingsgrondstoffen. Onder andere de Wereldbank, het IMF en het Wereldvoedselprogramma van de VN lieten de problematiek niet aan zich voorbijgaan. De prijzen van voedingsgrondstoffen zijn de afgelopen tijd dan ook enorm gestegen, sterker nog, ze zijn voor sommige producten, zoals tarwe en rijst, zelfs verdubbeld. Twee grondstoffen die voor heel wat mensen hét basisvoedingsmiddel zijn. Vooral de bevolking van armere landen hebben hier sterk onder te lijden. In landen van Afrika, Zuid-Amerika en Azië, waar een groot deel van het inkomen opgaat aan voedsel, zijn de prijsstijgingen zelfs ronduit pijnlijk voor de bevolking. Aangezien het gebruik van biobrandstoffen zich nog maar in een beginstadium bevindt, is dit zeker niet de enige oorzaak van de huidige stijging van de voedselprijzen. Ook de toenemende vraag, met name in landen als China, India en Brazilië, en lagere landbouwrendementen zorgen voor prijsstijgingen op de internationale markt. China heeft een grote invloed op de stijging van de voedselprijzen. Door de sterke economische groei in China en de daaruit volgende toename van de koopkracht van de consument gaat men steeds meer vlees consumeren. Door de groeiende veeteelt in China is er dan ook een sterke stijging van de vraag naar graan. China heeft heel lange tijd de prijzen gedrukt door met z‘n 1,2 miljard mensen goedkope arbeid te leveren en zo goedkope producten te maken. Denk maar aan het Chinese speelgoed, textiel, ... Maar die tijd is voorbij. Door de economische groei en toenemende koopkracht jaagt men de prijzen voor heel wat grondstoffen, waaronder ook olie en gas, de hoogte in. Daarenboven ligt het binnen de verwachtingen dat een verdere verschuiving van conventionele brandstoffen naar biobrandstoffen zal leiden tot nog hogere prijzen voor de voedings-grondstoffen die worden gebruikt bij de productie van biobrandstoffen en lagere prijzen voor fossiele grondstoffen. Men kan biobrandstof aanzien als een alternatief om de toenemende vraag naar olie en gas te doen afnemen, ware het niet dat voor de productie van biobrandstof heel wat landbouwgronden én voedingsgrondstoffen nodig zijn die dan weer de voedselprijzen de hoogte zullen injagen. Voedingsgrondstoffen zijn niet zomaar een handelsproduct, kwaliteitsvol voedsel is zowat het meest basale recht van de mens. Het zou dan ook bijzonder asociaal zijn om kwaliteitsvolle voedingsgrondstoffen als grondstof voor brandstof te gebruiken en zo te proberen de hoge vraag naar, al maar schaarsere, fossiele olie op te vangen. Vandaag is het aandeel aan biobrandstof nog verwaarloosbaar, maar laat ons niet

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 21

Pagina 21


vergeten dat de EU-lidstaten zich tot op de dag van vandaag nog steeds tot doel stellen om in 2020, 10% van het totale brandstofverbruik uit biobrandstoffen te laten bestaan. Wat het probleem alleen maar zal vergroten. Het klinkt als een negatieve vicieuze cirkel. We moeten dan ook uiterst voorzichtig zijn, en blijven, ten aanzien van het toenemend gebruik van biobrandstoffen en de gevolgen ervan. Het doorbreken van de vicieuze cirkel ligt in verdere innovatie. Investeren in nieuwere, alternatieve energievormen betekent niet alleen nieuwe producten, een nieuwe economische impuls en bijkomende werkgelegenheid, maar ook kans op schonere en meer sociale alternatieve energievormen.

Steven Heyse Lid LVSV Gent

Patrice Viaene en Steven Heyse

05/12 : Beke vs Verhofstadt

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 3 22

Pagina 22


Waarom als student naar LVSV Gent? Een kroniek

E

r was eens…

Ik herinner me het nog heel goed, het prille begin van het kotleven. De eerste weken, maanden, ontvoogd van het ouderlijke nest en de vrijheid proevend. Aanvankelijk had het iets eenzaams. Als een hertenkalfje dat liggend in de wei, de pootjes trachtte te spreiden. Ietwat later huppelend, zelfstandig dravend door een drukke studentenstad. Nog iets later, ontwaken met twee in bed. De wereld lag aan onze voeten. Hallelujah. Niets was minder waar. Dat zou ik pas enkele jaren later ten volle gaan beseffen. Het moment dat ik op een heuvel, met groots gewei en gerust gemoed, over de bossen heen keek. Ik had immers het niet-evidente pad ontdekt waarmee elk wezen in dit bos z‘n geluk zelf kan bepalen. Drie jaar geleden, al twee jaar van het Gentse studentenleven genietend, zocht ik met vertwijfelende stapjes toegang tot het LVSV Gent. Ik dacht liberaal-minded te zijn, maar kon - achterna beschouwd - helemaal niet inschatten hoe in essentie de liberale ideologie zich kon verhouden tot onze maatschappij. Ik was als het ware ‗gewoon‘ lid en kwam, gezien het drukke studentenleven, af en toe naar een activiteit. Een jaar en een half later, iets meer gerijpt, groeide de betrokkenheid door verrijkende gesprekken en heel wat nieuwe inzichten. Enkele maanden later zette ik dan ook de stap om bestuurslid te worden. Dit engagement samen met een liberale overtuiging waren drijfveren om er stevig in te vliegen. Een maand later werd ik dan ook redacteur van één van de belangrijkste pijlers van onze vereniging, ons tijdschrift Neohumanisme. Met heel veel plezier mocht ik dan ook meemaken hoe LVSV Gent dit jaar groeide en bloeide als nooit tevoren, met 100 leden tot gevolg. Als veruit de grootste ideologische studentenvereniging te Gent konden wij dit jaar minstens tweewekelijks studenten van interessante invalshoeken voorzien. Inhoud als meerwaarde. Back to the basics. Graag kies ik twee inzichten –naast de vele andere- die het LVSV en dat befaamde liberalisme, uniek en voor mij o zo geliefd maken. Angst leidt tot eng groepsdenken. Liberalisme als uniek alternatief. Het eerste eenzame hertenkalf-moment als nieuwe student in Gent omvat het onbekende en vandaar vaak ook angstige. Datgene dat vele mensen in een maatschappij aanvankelijk doet teruggrijpen naar een conservatieve en vaak ook collectieve reflex. Dat overheden en mensen in het gras blijven liggen en van daaruit de wereld rondom hen bepalen heeft vaak minder gekende nadelen. Als dan het gras even te lang is, de uitdaging te groot en het overzicht weg, tast men compleet in het groene duister. Elke andere ideologie dan de liberale heeft an sich de eigenschap de maatschappij in groepen op te delen. Men gaat per definitie mensen benadelen en raakt aan de integriteit van het individu.

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 23

Pagina 23


Het alternatief, met name de liberale aanpak, komt als oplossing naar voren. De mens, elk individu, weet telkens beter z‘n eigen noden aan te voelen dan welke staat dan ook. Eens de pootjes dan toch gerecht, de vrijheid geproefd, komt de werkelijke meerwaarde bovendrijven. Praktijkvoorbeelden genoeg. Dat onze overheid in de voorgaande twee decennia massaal overheidsbedrijven en grote multinationals subsidieerde, bang om de jobs/kiezers te verliezen, kostte de staat, en dito bewoners ervan, massaal veel (zinloos) geld. Luttele jaren later bleek deze kortzichtige aanpak dan toch niet de juiste. Een tweede praktijkvoorbeeld gaat om de de afschaffing van heel wat regels. Bij hun ontstaan waren deze aanvankelijk bedoeld om zogenaamde ‗domme‘ en onwetende ondernemers tegen zichzelf te beschermen. De afschaffing ervan leidt echter heden ten dage tot enorme stijgingen van succesvol privaat initiatief met vele jobs tot gevolg. Liberalisme voor armen, rijken en mensen. Een tweede niet mis te verstane boodschap omvat de jammerlijke reflex van eenzame tegenstanders om te claimen dat liberalisme iets voor ‗de rijken‘ is. Deze mocht ik onlangs horen bij een gesprek met een lid van het ‗anarchistisch collectief‘ – contradictio in terminis? -. Al gauw bleek dat hij in het duister tastte over vrijheid en de verhouding ten aanzien van collectieven. Belangrijker echter is de reden van z‘n angstige reflex om in collectieve tegenstellingen (rijk vs arm) te denken. Als liberaal acht ik elk individu gelijkwaardig. Persoonlijke integriteit wordt niet bepaald door rijkdom, looks, job of de keuze van godsdienst. Het gaat hem om de persoon zelf. Verrassend of niet, binnen het LVSV zijn er uiteraard ook studenten die financieel zelf hun boontjes doppen. Menig humaan liberaal zijn oprecht gelukkig, beseffend dat liberalisme t.o.v. andere ideologieën de armsten het meest van nut is. Denken we maar aan de praktijk waar stigmatisering, reglementitis en torenhoge belastingen aan het welzijn en de welvaart van de armsten snoept, terwijl subsidies de ‗middenklasse‘ en ‗rijken‘ bereiken. Ontplooiing gaat niet op de manier zoals collectieven deze wensen te sturen onder het mom van klassentegenstellingen, nationalisme of godsdienst. De implicaties voor overheidsbeleid gaan heel ver. Zo konden we met het LVSV aan den lijve ondervinden dat politici denken dat de vrije wil een mythe is, en dat de overheid –ook mensen, gelijkwaardig- in hun plaats kunnen beslissen wat goed of kwaad is. Lees het boekje van Wouter Beke(Cd&v) er maar eens over na. Het pad in het bos wordt slechts gehinderd door dieren die niet verder wensen te kijken dan hun zitplaats geliefd is. De fenomenale ervaring van de ideologische liberale studentenvereniging. De stap om mijzelf ernstig te verdiepen in het LVSV en diens liberalisme was de meest verrijkende keuze die ik als student tot nog toe gemaakt heb. Andere betekenisvolle engagementen zoals groepsleider van de Chiro, praeses van een studentenclub of organisator van een avontuurlijke studentenreis beleefde ik met volle overgave. Maar terwijl deze een veruiterlijking zijn van het vrije initiatief belichaamt het LVSV de zuurstof ervoor. En eens student af, zal liberalisme ook in m‘n verdere levenswandel de nodige adem verschaffen om Geluk in zijn volle smaak te proeven.

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 24

Pagina 24


Een andere reden waarom het LVSV Gent zo‘n fenomenale ervaring betekent, is dat je in een groep zeer openminded mensen terecht komt. Met een open, vaak ietwat verschillend, en doch gerespecteerde kijk op de wereld wordt omgaan met elkaar intens en verrijkend. Je blijft op geen enkel moment tussen het groene gras steken. Deze diepgang en inhoud beleef je als de dauw bij het ochtendgloren. En toen vroeg het konijntje bij het priemen van die dag: Wat houdt jullie herten tegen om andere hertjes, everzwijntjes, haasjes en vogeltjes de weg door het studentenbos te wijzen?

Bert Schelfhout Hoofdredacteur LVSV Gent

Patrice Viaene, voetballend met kapiteinsband.

Voor het schitterende jaar, Dankjewel Patrice!

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 25

Pagina 25


Rubriek: Internationaal 1. Turkije en de EU

T

egenwoordig slaat iedereen z’n hoofd op hol zodra er wordt gesproken over islam en alles wat ermee geassocieerd wordt: terrorisme, autoritarisme, achterlijkheid en incompatibiliteit met de democratie. Hierbij wordt maar al te graag geciteerd uit verzen van de Koran – alsof elke moslim Arabisch kan lezen en leeft volgens de letter van dit boek – maakt men abstractie van de grote interne verschillen binnen de islam en ―vergeet‖ men dat religie vaak meer het gevolg is dan de oorzaak van politieke systemen. Dit gezegd zijnde, moeten we ook eens naar onszelf kijken. Enige mate van zelfreflectie is niet misplaatst wanneer we praten over het Europese project. Waar willen we zelf eigenlijk heen? Wat is Europa, is dat iets cultureels, politieks of louter economisch? Let hierbij op de grote contradictie tussen enerzijds het discours van Europa als de wieg van de mensenrechten, de democratie, de vrijheid en het multiculturalisme waarbij ―diversiteit een troef is‖ en anderzijds het populistische discours als zou Turkije geen plaats hebben in Europa op basis van religieuze en culturele gronden. Niet alleen is er op cultureel vlak weinig reden om Bulgarije, Roemenië en andere OostEuropese landen wél toe te laten tot de Unie, maar Turkije niet. Zo vergeet men dat het Ottomaanse rijk, de voorganger van de Turkse republiek, de Balkan eeuwen heeft bezet en in 1683 Wenen bijna veroverd had. Cultureel gezien leunen de met Turkse moskeeën en Ottomaanse huizen volgebouwde Balkanlanden zoals bijvoorbeeld Bulgarije trouwens véél dichter aan bij Turkije dan bij pakweg Finland. Ook wordt maar al te graag vergeten dat Turkije altijd kapitalistisch is geweest (toch één van de drie Kopenhagencriteria), in tegenstelling tot veel van de nieuwe lidstaten. Tenslotte, op vlak van politiek kijkt men vaak over het feit dat landen als Spanje, Portugal en Griekenland ook nog maar zo‘n goede 30 jaar democratisch zijn, en de Oost-Europese landen half zo lang, terwijl Turkije al min of meer democratisch is sinds het einde WOII – natuurlijk vergezeld van de gekende rist militaire coups. Kortom, hoewel de modale WestEuropeaan even veel (of even weinig, beter gezegd) weet over Turkije als over OostEuropese landen, wordt de eerste toch door een kunstmatig gecreëerd verschil gebaseerd op wij-zij-denken beschouwd als geen deel van ―Europa‖, en de tweede wél. Het maakt helemaal niet uit hoeveel morzel grondgebied van een bepaald land zich op het Europees continent bevindt, of hoe ―christelijk‖ de bevolking ervan is. In een zgn. ―multiculturele‖ Unie is het van marginaal belang (of het zou dat moeten zijn) of in het ene land 4% moslims dan wel 99% wonen. Bovendien was het Europees project altijd een politiek en economisch project, zonder religieuze inslag zoals ditt in het Middeleeuwse Europa wel voor een stuk was. Het mag dus duidelijk zijn dat naar mijn mening, Turkije niet al bij voorbaat kan worden uitgesloten op basis van twijfelachtige culturele argumenten of ―identiteit‖. Welke argumenten spelen dan wel een rol? Eerst en vooral het proces van toetreding op zich. Turkije wordt vandaag de dag al uitgenodigd op soupers van de Europese Raad en

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 26

Pagina 26


was ook aanwezig in de Conventie ter aanloop van de Europese Grondwet. De AKP is tegenwoordig al aanwezig bij vergaderingen van de Europese Volkspartij. Toch slaagt Europa er steeds in nieuwe voorwaarden te verzinnen wanneer de Turkse regering met nieuwe verwezenlijkingen afkomt. Bijvoorbeeld, het openen van haar havens voor Grieks-Cypriotische schepen. Het conflict in Cyprus vormde blijkbaar géén bezwaar om Grieks-Cyprus op te nemen in de Unie, net zoals de verwerping van het VN-referendum door het Griekse deel van het eiland achteraf. Of neem nu de nieuwe regel die speciaal voor Turkije werd ingevoerd en die stelt dat naast het afsluiten van de toetredingshoofdstukken met unanimiteit de hoofdstukken vanaf nu ook met unanimiteit geopend moeten worden. Wat wil Europa dan eigenlijk? Me dunkt laat alleen al de druk van voorgaande beslissingen – of in duidelijker termen, het goede fatsoen van zich houden aan voorgaande beloften – nog maar een zeer kleine bewegingsruimte over aan Europa. Precies daarom is het stellen van de vraag waar de grenzen van Europa dan ophouden, en hoever we Europa dan nog wel kunnen uitbreiden, problematisch wanneer het over Turkije gaat. Deze vraag had immers al lang geleden beantwoord moeten zijn, toen Turkije een kandidaat-lidstaat werd bijvoorbeeld (1999). Het probleem is eigenlijk dat de EU-lidstaten zelf niet goed weten wat ze willen. Geen wonder dat de Turkse bevolking zich de laatste tijd steeds meer aan het afkeren is van Europa: ―Als wij tot op het Europese niveau moeten opklimmen alvorens we erbij mogen horen, waarom zullen we de EU dan nog nodig hebben?‖ Wat natuurlijk een eenzijdig economische analyse van toetreding is, alsof de Unie alleen maar goed is om de Turkse economie op te krikken, maar daar kom ik later nog op terug. Toch geeft deze opmerking enigszins het gevoel tegenover en het beeld van Europa weer, een Europa dat altijd maar meer eist zonder zich aan haar beloften te houden. De AKPregering heeft haar verwachtingen dus bijgesteld: ze blijft de noodzakelijke hervormingen naar Europees model doorvoeren, maar er wordt niet meer zo hardnekkig gestreefd naar het lidmaatschap. Turkije is sowieso al gebaat als ze haar regelgeving gewoon aanpast aan de Europese, luidt het. Een ander relevant argument is dat een Europa met Turkije erbij zal verwateren. 70 miljoen mensen erbij in één klap is niet niks. Als Turkije toetreedt, zal ze meteen de lidstaat met het meeste stemgewicht zijn. Het is zeer begrijpelijk dat er hierop aan Europese zijde schoorvoetend gereageerd wordt. Langs de andere kant mag men ook de voordelen niet vergeten die Turkije de EU kan bieden: een grote markt, een jonge bevolking, strategische locatie aan de aan belang winnende energiebronnen uit Iran en Centraal-Azië, vooral nu Rusland steeds assertiever wordt, een positief signaal aan de islamitische wereld, om er maar enkele te noemen. De politieke argumenten zijn wellicht de duidelijkste en vanuit liberaal perspectief de meest relevante argumenten tegen een mogelijke toetreding van Turkije. Er is nog immers heel wat werk aan de winkel. Om te beginnen het beruchte artikel 301 uit het strafwetboek, die beledigingen van ―Turksheid‖ strafbaar maakt. Zo werd romanschrijver en Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk meerdere malen veroordeeld sinds het artikel in werking trad in 2005. De man had gewoon de Armeense genocide vermeld. Zulke artikels hebben géén plaats in de Europese Unie. Elk land heeft zijn

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 27

Pagina 27


eigen demonen en zal na verloop van tijd ook wel met zijn geschiedenis in het reine komen, maar het debat erover moet vrij zijn. Een vrij debat is de beste garantie voor een genuanceerd beeld van de realiteit. Men kan Turkije echter niet dwingen om de genocide te erkennen; een erkenning teweeggebracht door externe druk is weinig zinvol. Of Turkije erkent of niet kan geen hinderpaal zijn voor toetreding. Gebrek aan vrijheid van meningsuiting is dit echter wél, en dit geldt zowel voor zij die genociden niet erkennen als voor zij die het ontkennen ervan strafbaar maken. Andere aspecten van het recht die nog grondig hervormd dienen te worden is de wetgeving m.b.t. de afschaffing van partijen. In maart werd de AKP (47% van de stemmen) bijv. voor de rechtbank gesleept omdat ze van Turkije een islamitische staat zou willen maken. En dan hebben we het nog niet gehad over het Koerdisch probleem. In feite moet dit opgesplitst worden in twee deelaspecten: de aanpak van het PKK-terrorisme en het omgaan met een culturele minderheid. Met het eerste probleem wordt op een geweldig brute manier komaf gemaakt, hoe assertiever hoe liever. Soevereiniteit van andere landen (in casu Irak) en internationale rechtsregels worden afgewimpeld met het argument van zelfverdediging. Hoewel het in Turkije een geweldig hot topic is, vind ik het vreemd dat de internationale gemeenschap zo ongeïnteresseerd blijft bij het hele gebeuren. De nationale soevereiniteit van Irak wordt immers geschonden. Of zou iedereen stiekem blij zijn dat de terroristen van de PKK worden opgeruimd? Het tweede probleem is veel diepgaander en een oplossing ervan impliceert een aanpassing van de nationale identiteit. Het lijkt me logisch dat de Unie uiterst streng is wat minderheidsrechten (individuele rechten dus!) betreft: recht op eigen taal, cultuur, religie en dit niet alleen voor de Koerden maar ook voor de Alevi‘s, de Grieken, de joden, de Armenen, de islam als religie zelf trouwens en alle andere categorieën van de Turkse samenleving die nog steeds niet volledig aanvaard worden. De vraag stelt zich trouwens ook in welke mate de EU nog een land in zijn gelederen wil opnemen dat sterk gehecht is aan zijn nationale soevereiniteit. Het Turks nationalisme is diepgeworteld en onuitroeibaar. De Unie wordt door zo‘n staat vaak gezien als enkel nuttig om de eigen economische situatie te verbeteren, terwijl men de plichten die gepaard gaan met lidmaatschap zo veel mogelijk ontloopt. De consequenties van dit gebrek aan een supranationale ideologie voor de werking van de EU zijn duidelijk, zoals voorgangers VK en Polen aantonen. Dit is een zeer reële en belangrijke overweging die de EU moet maken. Sommigen waarschuwen ook voor de nauwe relaties tussen Turkije en de VS, en zien deze eerste als een paard van Troje dat de EU van binnenuit kan saboteren ten dienste van de VS. Dit lijkt me echter weinig waarschijnlijk omdat Turkije en diens voorganger het Ottomaanse Rijk al decennia- zoniet eeuwenlang proberen bij Europa te horen (het proces van europeanisering werd in het midden van de 19 e eeuw opgestart). Mocht dit eindelijk lukken, zal Turkije haar prille positie binnen de Unie zeker niet willen hypothekeren. Bovendien zijn de relaties met de VS bekoeld sinds de oorlog in Irak en recent na het erkennen van de Armeense volkerenmoord door het Amerikaanse Congres, en zijn de VS bij de Turkse bevolking geweldig impopulair. De toetredingsonderhandelingen zijn nu eindelijk begonnen (2005) en Turkije harmoniseert hoofdstuk per hoofdstuk haar wetgeving met het acquis communautaire. Dit is echter een proces dat nog jaren kan aanslepen. De Europese lidstaten moeten

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 28

Pagina 28


langzaamaan de argumenten pro en contra beginnen afwegen en eindelijk eens de knoop definitief doorhakken. Het dubbelzinnige gedrag tegenover een hoopvol land is begrijpelijk doch niet langer aanvaardbaar. Ondertussen doet Turkije haar best om zichzelf verder ingrijpend te hervormen: recent werd zelfs een stap dichter naar godsdienstvrijheid gezet door het verbod op hoofddoeken in universiteiten en andere openbare gebouwen op te heffen. Een geweldige tegenvaller voor die Turken die menen dat secularisme het onderdrukken van godsdienst door de staat betekent – in plaats van louter de scheiding tussen godsdienst en staat. Anderzijds waarschuwen diezelfde Turken voor de zgn. ―islamistische‖ AKP die binnenkort fundamentalistische trekjes zou beginnen vertonen. Hoewel een groot deel van deze aanklacht voortvloeit uit pure angst voor de ―andere‖, is het toch opletten geblazen dat de AKP haar democratisch verkregen vrijheid niet misbruikt om andere vrijheden te beknotten. Het is niet alleen in het Westen dat men kampt met de problemen van een multiculturele samenleving, zelfs integendeel. Als Turkije een deel zou uitmaken van de Unie, zouden een groot deel van deze problemen onder controle gehouden kunnen worden, zoals men bij de eerdere ―nieuwe‖ lidstaten gezien heeft.

Anthony Baert Lid LVSV Gent

Lees de teksten van vorige neohumanisme‘s op www.lvsvgent.be

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 29


Rubriek: Internationaal 2. De Oost-afrikaanse gemeenschap: een liberaal antwoord op afrika?

A

frika staat voor velen onder ons nog steeds synoniem voor het continent van hongersnood, burgeroorlogen, schendingen van mensenrechten door dictatoriale regimes en andere (plunderende) groeperingen. Het lijkt een onomkeerbare kringloop van ellende waarbij een gebrek aan elementaire levensnoodzakelijke behoeften zoals voedsel (zowel op kwalitatief als kwantitatief vlak), behuizing, onderwijs en geneeskundige voorzieningen aan de basis liggen. De regeringen en andere instanties van de (zogenaamde) meer ontwikkelde en rijkere landen trachten hun geweten in deze schrijnende toestand te zuiveren met allerhande ―ontwikkelingshulp‖. Hierbij zwijgen zij echter zedig over andere, meer structurele, beleidskeuzes die de lokale economieën van de Afrikaanse landen zwaar en ongunstig beïnvloeden. Als (traditionele) voorbeeld kunnen wij hierbij het landbeleid van de EU aanhalen. Door de zwaar gesubsidieerde landbouwproductie in de Europese landen ontstaat er een overschot aan landbouwproducten op de Europese markt. Dit overschot wordt dan tegen dumpingprijzen, waartegen de Afrikaanse boer niet kan concurreren, in de Afrikaanse voedselindustrie gebracht. Deze voornoemde Afrikaanse boer kan vervolgens zijn geiten, schapen, kippen en andere dieren niet meer verkopen en verwerft dusdanig geen (of toch nauwelijks) inkomsten. Dit leidt tot armoede die hongersnood, een gebrek aan onderwijs en gezondheidszorg onder de lokale bevolking met zich meebrengt. De toestand in Afrika is van dergelijke aard dat de voornoemde ontwikkelingshulp niet meer is dan een druppel op een gloeiend hete plaat. Het moet overigens niet worden gezegd, maar vaak blijft deze steun hangen aan meerdere (corrupte) handen. Vandaar dat men toch eens zal moeten nadenken over het nut van de doelstelling tot het verhogen van het budget van de ontwikkelingssamenwerking van de Belgische overheid tot 0, 7% van het BNP tegen 2010, zoals gesteld in de regeringsverklaring van 2003. Meer aangewezen lijken projecten die uitgaan van een zelfvoorzienend Afrika, hetgeen in het verleden slechts al te sporadisch uitgeprobeerd is . Dit omsluit de vrijwaring van politieke, sociale en economische rechten in een stabiele Afrikaanse rechtsorde. Een dergelijk project werd opgestart in Oost – Afrika waarbij Kenia, Tanzania, Burundi, Uganda, Rwanda een verdrag sloten om zich binnen een afzienbare tijdspanne te verenigen in een Federatie van Oost – Afrika. Op het economische vlak werd reeds in 2005 een douane – unie tussen de lidstaten gerealiseerd. In 2010 zouden de grenzen van de deelnemende landen opengaan, en zou een er vrijhandel los van alle protectionistische belemmeringen worden geïnstalleerd. Nog later, in 2012, zou dan een gemeenschappelijke Monetaire Unie worden opgericht. Hierbij dient te worden vermeld dat de tijdspannes met betrekking tot de realisatie van de vrije markt en de gemeenschappelijke Monetaire Unie volgens sommige bronnen niet

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 30


meer haalbaar zijn. De lidstaten hebben echter recent nogmaals hun intentie hieromtrent uitdrukkelijk bevestigd. Na deze fase van economische integratie zou men willen overgaan tot de vorming van een politieke federatie met aan het hoofd een president. Verder zou er een parlement worden opgericht en een Hof van Justitie. Op dit moment bestaat reeds een East African Legislative Assembly, dat parlementaire rol bekleed vergelijkbaar met ons Europees parlement. Verder is er ook een East African Court of Justice dat waakt over de interpretatie en toepassing van het verdrag betreffende de Oost – Afrikaanse Gemeenschap. Minstens éénmaal per jaar wordt ook Oost – Afrikaanse Raad van Staats – en regeringsleiders georganiseerd. Daarnaast bestaat er ook een Raad van Ministers die minstens tweemaal per jaar samenkomt. Het is duidelijk dat men zich in deze overgangsfase heeft gebaseerd op de institutionele constellatie van de Europese Unie. Verder stelt het verdrag nog als doelstellingen het duurzaam gebruik van de grondstoffen bij versterking van de economische positie van de Federatie. Een voorbeeld hiervan is het Lake Victoria Development Program waarbij de verschillende projecten in en rond het meer opgevolgd worden. De Oost – Afrikaanse Gemeenschap wil een sociaal beleid gericht naar de bevolking (ondermeer) op het vlak van gezondheidszorg gaan voeren. Een ander aspect van dit sociaal beleid legt de nadruk op de gelijkheid tussen man en vrouw en bij de actieve rol van de vrouw bij de ontwikkeling van de samenleving. Voorts wordt het stimuleren van publiek – private samenwerking aangemoedigd. Er wordt in het East African Community Treaty uit 1999 uitdrukkelijk verwezen naar de beginselen van behoorlijk bestuur die de Federatie wil nastreven. Deze bestaan volgens het verdrag uit een democratisch opererende rechtstaat waarbij men de volksvertegenwoordiging tot verantwoording kan roepen, er een transparantie bestaat bij de werking van overheidsinstantie en een sociaal justitiesysteem heeft. Verder dient men in een zover mogelijke mate de gelijkheid tussen de burgers (en geslachten) te garanderen. Het allerlaatste punt uit art. 5 van het verdrag luidt als volgt: […] ― Promotion of peace and stability within the region, and good neighbourliness among the partner states.‖ Vrede – en stabiliteit lijken momenteel nog steeds de grootste bedreiging voor een ambitieus project als het bovengenoemde in Afrika. Hierbij denken we maar aan de rellen in Kenia begin dit jaar na de turbulent verlopen presidentsverkiezingen, die uitdraaiden op een etnisch conflict. Ook in het noorden van Tanzania zijn er etnische twisten en vreest de overheid dat bij de definitieve openstelling van de grenzen, er aantasting van haar grondgebied kan plaatsvinden door de inname ervan door stammen uit Kenia. Misschien kan de vorming van de definitieve federatie met één geheel grondgebied een oplossing bieden voor de gelijkgezinde stammen die door de kunstmatig getrokken grenzen (door de toenmalige Westerse kolonisatoren) gescheiden geraakt zijn, en zo dergelijke conflicten in de toekomst doen verdwijnen. Verder denken we maar aan de burgeroorlog tussen de Tutsi‘s en Hutu‘s in Rwanda tijdens de jaren ‘90.

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 31


Toch lijken andere vereisten nog niet nagekomen. De meeste van de lidstaten beschikken niet over een overheidsorgaan die erin slaagt een democratisch verkozen volksvergadering op been te brengen. Zolang dit niet gebeurt, zal er ook geen vrije handel mogelijk zijn, daar steeds de belangen van bepaalde machtsfiguren zullen worden gediend in plaats van het algemeen belang. Verder dient de overheid te beschikken over bepaalde ―tools‖ waarmee zij de marktimperfecties kan corrigeren. Ook zal de overheid bepaalde basisdiensten moeten kunnen aanbieden aan haar burgers. Hierbij komen vooral zaken als onderwijs, geneeskundige verzorging, infrastructuurwerken, etc. … naar voor. Momenteel beschikken de staten niet over dergelijke middelen. Wellicht kan de hier bovenvernoemde publiek – private samenwerking een rol spelen. Ten slotte is het één van de essentiële basistaken van de overheid om te zorgen voor goed werkend en sociaal geïnspireerd justitieel apparaat te zorgen. Dit wordt ook bevestigd in het Verdrag betreffende de Oost – Afrikaanse Gemeenschap. Het project met betrekking tot de vorming van vrije markt, een gemeenschappelijke Monetaire Unie en de uiteindelijke oprichting van politieke Oost – Afrikaanse Gemeenschap getuigt van een meer duurzame visie dan het louter storten van een som geld. De contouren van de Oost – Afrikaanse Gemeenschap werden mee uitgetekend door de Verenigde Naties. Wellicht kan hierbij voor de internationale instellingen een nuttigere rol worden gevonden, namelijk deze van ―hulpverlener‖ bij het uitbouwen van een moderne liberale – democratische Afrikaanse staat. Op deze wijze kunnen Noord, Zuid, Oost en West (misschien) vrij, gelijk en broederlijk samenleven op deze planeet…. . Leendert Lachaert en Mouctar Bah Leendert Lachaert Lid LVSV Gent

23/04: Kemphanendebat

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 32


Rubriek: Internationaal 3. Olympische spelen en de gevolgen voor China

Z

oals menig sportliefhebber weet is de estafetteloop met de Olympische toorts een ware traditie in de geschiedenis van de sport. Ze staat symbool voor een universele broederschap.In de zomer van 2008 worden de Spelen in Peking, hoofdstad van China georganiseerd. Sinds het ontsteken van de vlam is die al verscheidene malen belaagd. Op maandag 7 april 2008, tijdens de doortocht in Parijs werd de toorts zelfs even gedoofd. Volgens sommigen zou een boycot van de Olympische Spelen op komst zijn. Waarom deze heisa? Wat is de bron van deze chaotische gebeurtenissen? Waarom wordt er een boycot gepland? Berlijn, Tokyo, Mexico, Moskou, Los Angeles, Seoel: de Olympische Spelen zijn soms ook politieke evenementen, momenten om de ‗glorietijden‘ van het organiserende land in verve te zetten of een uitgelezen kans voor de actievoerders om van de mondiale publiciteit te genieten. Toen China zich kandidaat stelde om de Olympische Spelen te organiseren, gebruikten ze een politiek argument: het zou China‘s hervorming en verdere globalisering helpen. Tevens zijn de Spelen nu overschaduwd door een nationalistische onrust in Tibet en China‘s gruwelijk antwoord hierop. Vanzelfsprekend zullen deze spelen dus niet gespaard blijven van verdere politieke onrust. De Chinese overheid heeft de laatste maanden op Orwelliaanse wijze steevast geprobeerd buitenlandse pers te weren. Het is een gevolg van hun obsessie de spelen zo perfect mogelijk te laten verlopen en dus een imago van China als supermacht en moderne welvaartstaat te propageren. Onze hedendaagse communicatiemaatschappij is dan ook een doorn in het oog voor China. Dankzij de mobiele telefoon, internet en fotografische bewijzen kan de Partij beelden zoals het openen van vuur op een groep argeloze Tibetaanse burgers en andere inhumane acties niet meer geheim houden. Mede dankzij deze informatisering kunnen situaties als de culturele revolutie in de toekomst vermeden worden. China dacht hun blazoen te kunnen oppoetsen met het organiseren van de Olympische Spelen, niets is minder waar. De Olympische Spelen zijn als vergif voor de Chinese staat en als een deus ex machina voor de Chinese burger. De Partij zal moeten inzien dat het succes van de Olympische Spelen zal afhangen van hun eigen gedrag en dat het gedrag van andere overheden of regeringsleiders niets te maken kan hebben met een eventueel falen van deze spelen. Indien China met een schone lei de spelen wil inzetten, dan zal er dringend moeten gesproken worden met de Dalai Lama. Hij is dé drempel voor de Partij. Omdat de Dalai Lama een enorme steun heeft van de Tibetaanse bevolking, hij goede contacten heeft met wereldleiders en tevens een belangrijke religieuze positie bekleedt, blijft het ‗onderwerp Tibet‘ in leven. Serieuze gesprekken met de Dalai Lama en de mogelijkheid voor hem om de eerste keer sinds het begin van zijn ballingschap in India na rellen in 1959 terug te keren, zou de Tibetaanse furie kunnen stillen. Daarenboven zou het een goed argument zijn voor degenen die poneerden dat China tijdens de spelen minder repressief zou optreden. China zou de kans krijgen om de belofte van een Tibetaanse autonomie die aan de jonge Dalai Lama in 1951 gedaan werd na te komen. Deze daad zou het imago van China in een positiever daglicht plaatsen en de argwaan

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 33


vanuit Taiwan j egen s een Chinese soevereiniteit doen slinken. Desondanks doen deze argumenten de Chinese overheid niets. Het gebruikt de spelen om eerder zijn controle over Tibet ten toon te spreiden in plaats van te streven naar een positiever aanzien. Als er geen radicale maatregelen genomen worden om universele mensenrechten te garanderen dreigt het verhaal zoals in George Orwell zijn dystopische roman 1984: if you want a vision of the future, imagine a boot stamping on a human face, forever.

Michiel Rogiers Lid LVSV Gent

Tassim Zerquane, Bram Couvreur & Michiel Rogiers

11/03 : Trip naar Straatsburg & Europees Parlement

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 30

Pagina 34


De vakbonden: van helden naar hypocrieten? “ Vakbonden hebben iets schizofreens; ze bestaan en ze bestaan ook niet; ze zijn een deel van het systeem en ze verzetten er zich tegen.” Prof. dr. Patrick Humblet

I

k wens geen pleidooi te voeren tegen het concept vakbond. In de 19 e eeuw vervulden ze een heldenrol in de sociale strijd en hebben ze zonder twijfel bijgedragen aan betere arbeidsomstandigheden. Maar tot wat zijn de vakbonden de dag van vandaag verworden? De vakbonden: The untouchables? De twee machtigste organisaties van ons land zijn mijns inziens de politieke partijen en de vakbonden. In België zijn het eveneens deze organisaties die de facto ongrijpbaar zijn voor justitie. Doordat ze beiden de vorm aannemen van feitelijke verenigingen hebben ze geen rechtspersoonlijkheid en zijn ze voor het gerecht aldus onbestaande. Politieke partijen rechtspersoonlijkheid doen aannemen zou hen onderwerpen aan de controle van het gerecht en zou dus onrechtreeks een justitiedictatuur teweeg brengen. Maar wat voor de vakbonden? Vakbonden zijn een geval apart als feitelijke verenigingen kunnen ze niet aansprakelijk worden gesteld tenzij door alle leden daarbij te betrekken. Maar wie is er lid van welke vakbond? De ledenlijsten van de vakbonden worden niet openbaar gemaakt. Bij de militanten van een vakbondsorganisatie heerst er dus een gevoel van gerechtelijke ongrijpbaarheid door het ontbreken van rechtspersoonlijkheid en de wetenschap dat de vakbond toch niet vervolgd zal worden. Ze zijn untouchable. Ik ben voor vrijheid van vereniging en voor de vrijheid van meningsuiting en dus voor het concept vakbond dat tot doel heeft de werknemers als een groep naar voren te brengen om op gelijke voet te kunnen discussiëren met de werkgever. Maar wanneer die vakbond z‘n positie gaat usurperen door te raken aan de vrijheid van beweging en de eigendom van anderen en daar nog mee wegkomt dan is er iets mis. Een staking moet kunnen als laatste redmiddel, maar dan moeten hun leden erachter staan, mag de staking niet louter een statement van de vakbondstop zijn en moeten hun acties door de beugel kunnen. Een voorbeeld: De drie grote vakbonden ( ACV,ABVV en ACLVB) roepen zoveel mogelijk van hun aanhangers op om naar Brussel te komen voor een pro-Belgische betoging. Net op dezelfde dag legt de onafhankelijke spoorwegbond het hele treinverkeer om en rond Brussel lam. Toeval? Of de gijzeling van de directie van de atoomcentrale in Tihange door vakbondsleden.De vakbonden moeten verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor hun foutieve gedragingen. Daarom pleit ik voor rechtspersoonlijkheid voor de vakbonden.

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 31

Pagina 35


v

De vakbonden: What about the money? De iure is niemand verplicht om zich bij een vakbond aan te sluiten, maar in de praktijk is het een ander paar mouwen. België is het enige land ter wereld waar de vakbonden de werkloosheidsuitkeringen uitbetalen. Peter Van Velthovens kabinetschef stelde: “ Het is juist dat de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen de reden is waarom zoveel mensen in ons land bij een vakbond zijn aangesloten. Als we ze dat zouden afnemen dan zouden we de bonden erg verzwakken.” Wanneer een organisatie belastingsgeld als aas kan gebruiken om leden binnen te rijven dan lijkt dat toch verdacht veel op cliëntelisme. Wanneer een organisatie haar leden warm weet te maken door hen een werkloosheidsuitkering aan te bieden, wanneer zij dit nodig hebben, heeft deze organisatie dan geen baat bij werklozen? De vakbond biedt dus een service aan haar leden. Maar deze dienstverlening heeft uiteraard een kostenplaatje. Doordat nog steeds niet bekend is hoeveel leden iedere vakbond telt kunnen zij naar eigen goeddunken aan de betrokken instanties melden hoeveel leden zij hebben. En aangezien ieder vakbondslid (belastings)geld in het laadje brengt kan ik mij inbeelden dat er al eens misrekend wordt. Hoewel de vakbonden de eersten zijn om op de barricade te gaan staan om te eisen dat de lonen van topambtenaren bekend worden gemaakt en er inspraak moet zijn in het bestuur van ondernemingen, leggen zij zelf weinig transparantie aan de dag. De vakbonden: Luc Cortebeeck for president? Vakbonden zijn in België ook verweven met politieke partijen. Er zijn veel parlementsleden van de SP.A en de CD&V die verweven zitten in het syndicale kluwen. In ruil voor manschappen en materiaal in verkiezingstijd vragen de vakbonden enkel en alleen hun steun als ze verkozen zijn. Het schoolvoorbeeld van de politieke macht van de vakbonden was de excommunicatie van Jean-Marie Dedecker uit de N-VA in opdracht van het ACV. Dit onder andere omdat Dedecker de mening was toegedaan dat het wetgevend kader rond het syndicalisme moest veranderen. Leterme mocht nog zoveel op zijn strepen staan als hij wou, uiteindelijk bleek het Cortebeeck te zijn die in het kartel de broek draagt. Waarom moet een vakbond een politieke kleur hebben? Aangezien de vakbonden baat hebben bij werkloosheid, hoe kunnen zij dan in godsnaam constructief bijdragen tot een betere politiek? De rechtspersoonlijkheid voor vakbonden zal er nooit doorkomen indien de vakbonden gebonden blijven aan de politieke partijen. En stel nu even dat ieder lid zich aansloot bij een vakbond die de politieke kleur heeft die hij verkiest, dan zouden de socialisten hoogstwaarschijnlijk niet in de oppositie gezeten hebben dit jaar. De mensen die bij een vakbond aansluiten doen dit niet voor hun kleur maar voor hun dienstverlening. Daarom zou ik willen pleiten voor een depolitisering van het vakbondsgebeuren.

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 32

Pagina 36


In het Verenigd Koninkrijk hadden de vakbonden vroeger ook de Labourpartij in hun macht. Het was ex-premier Tony Blair die de partij uit de syndicale wurggreep haalde. Het beleid werd gunstiger voor ondernemers en de gevolgen waren duidelijk; de hoogste economische groei van West-Europa. Voerde Blair hier een asociale politiek? Neen, hij was een lid van een socialistische partij die het lef had om in te gaan tegen de syndicalisten. Van die man kunnen de Belgische socialisten op syndicaal vlak nog een pak leren Aan de hand van het voorgaande ben ik dan ook een voorstander voor politiekonafhankelijke transparante vakbonden met rechtspersoonlijkheid.

Antoon Reynvoet Bestuurslid LVSV

Matthias, Bram, Marine, J. Van Hecke, Bruno & Antoon

11/03 : Trip naar Straatsburg & Europees Parlement

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 33

Pagina 37


Rubriek: Wederwoord Ieder lid van het LVSV heeft de kans om zijn persoonlijke mening over een bepaald onderwerp toe te lichten in ons aller Neo‘tje. Vaak echter worden deze teksten, na publicatie, toegevoegd aan een rijk doch stoffig archief om vervolgens door iedereen vergeten te worden (en soms is dat maar net goed ook). Toch is het spijtig om te zien hoe gemakkelijk we het werk van al deze auteurs en redacteurs naast ons neer leggen. Over relevante teksten, en bewogen onderwerpen, kan er toch een interne, zeer interessante polemiek ontstaan? Niet iedereen gaat steeds akkoord met een tekst van een mede-lvsv‘er. Daarom is er nu de rubriek WederWoord, waarin je reacties kunt geven op een tekst uit voorgaande nummers en je aldus de puntjes op de i gezet kan zetten.

1. De neutrale staat is een illusie

P

atrice Viaene pleit in zijn tekst ( 07-08/nr.3, Neohumanisme) voor een neutrale staat, die elke subsidie aan een godsdienst schrapt. Hoewel ik geen enkele reden heb om te twijfelen aan zijn oprechte bedoelingen en ik mij grotendeels in zijn standpunt kan terugvinden, denk ik dat hij enkele essentiële punten over het hoofd ziet. Een pleidooi voor een neutrale staat lijkt mij een contradictio in terminis: geen enkele staat is neutraal. De voornaamste relatie tussen een burger en zijn overheid is immers de fiscale relatie: de overheid verplicht de burger immers een deel van zijn inkomen af te staan en financiert hiermee bepaalde collectieve voorzieningen. De discussie of dat dit al dan niet gerechtvaardigd is en waar de overheid dan juist voor moet zorgen valt buiten het bestek van deze tekst. Gewoon het feit dat de overheid mensen verplicht van te betalen voor de door haar aangeboden diensten zorgt ervoor dat ze per definitie niet neutraal is. Immers als een overheid beslist om bijvoorbeeld wel onderwijs en gezondheidszorg te financieren maar cultuur en godsdienst niet, stelt ze dat eerstgenoemde zaken belangrijker zijn dan de laatstgenoemde en dit is allerminst een neutrale aanname. Ikzelf denk niet dat financiering van welke religie dan ook tot de kerntaak van een overheid behoort, gesteld dat er al een overheid moet zijn. Geloof is inderdaad een privézaak en financiering van een bepaalde religie zorgt inderdaad voor nichevorming. De bestaande subsidies aan verschillende religies in België moeten volgens mij dan ook zo snel mogelijk worden afgeschaft. De vrijheid van godsdienst wordt inderdaad het best gewaarborgd door de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging. Dit neemt niet weg dat wanneer een groep mensen beslist – conform het liberale recht op secessie – hun eigen staat op te richten, zij het recht hebben van hun wetgeving te baseren op een of ander heilig boek en zij ook het recht hebben om met de door hen betaalde belastingen een bepaalde religie te financieren. Vaticaanstad is een bestaand voorbeeld van dergelijke staat. Een belangrijke voorwaarde is echter dat de burgers in deze staat – net zoals in elke andere staat – het recht en de mogelijkheid hebben deze staat te verlaten. Zolang aan deze voorwaarde voldaan is, lijkt het mij niet dat dergelijke staat fundamentele liberale waarden van haar onderdanen schendt. Vanuit liberaal standpunt lijkt het mij dus niet noodzakelijk dat elke staat per definitie losstaat van een religie of dat een staat geen enkele religie zou kunnen financieren.

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 34

Pagina 38


Dergelijke bemerkingen nemen niet weg dat we als liberalen niet kritisch zouden moeten staan tegenover religie. Religie is immers maar al te vaak – uitzonderingen niet te na gesproken – een bron van collectivisme en een tegenstander van de individuele vrijheid. Ook probeerden en proberen bepaalde gelovigen hun overtuiging aan iedereen op te dringen. Dit is uiteraard niet toelaatbaar net zoals overheden, politici, belangengroepen of simpelweg de meerderheid van de bevolking niet het recht hebben om hun visie aan iedereen op te dringen. We moeten er op letten dat we in Europa de dalende macht van de kerk niet laten vervangen door een stijgende macht van de overheid waar de leiders nu niet paus, bisschop of pastoor maar minister, parlementslid of ambtenaar heten. Als liberalen moeten we ervoor zorgen dat de fundamentele grondrechten van ieder mens, leven, vrijheid en eigendom of korter gesteld het zelfbeschikkingsrecht van ieder mens steeds gewaarborgd worden en nooit onderworpen worden aan welke collectiviteit, wat deze collectiviteit dan ook mag zijn.

Pieter Coene Politiek Secretaris LVSV Gent

Michiel Rogiers, Wietse Verwimp en Pieter Coene

10/03 : Trip naar Straatsburg & Europees Parlement

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 35

Pagina 39


Rubriek: Wederwoord 2. Kernwapens ter discussie

I

k maak graag een aantal bedenkingen bij de tekst Liberalisme en internationale relaties van Pieter Coene (07-08/nr.3, Neohumanisme). Vooral de opinie over de verspreiding van kernwapens vind ik niet opgaan. Ok, een kernwapen is tot nog toe voornamelijk als verdedigingswapen ―ingezet‖. Maar niets zegt dat dit in de toekomst ook zo zal blijven. Toch hangt Pieter hieraan de conclusie vast dat, wanneer een land zich bedreigd voelt, het maar beter kernwapens kan bezitten, ter afschrikking, en dat daarom kernwapens zo breed mogelijk verspreid zouden moeten worden. Nu vraag ik mij af: in welk café ben je het veiligst? In het café waar 1 gast een mes meeheeft of in een café waar 30 gasten messen dragen? Je hoeft echt geen kei in kansrekenen te zijn om in te zien dat de strategie van het verspreiden van kernwapens geclasseerd kan worden als risico-analyse à la BearStearns. Maar ook de eigenlijke stelling dat de dreiging van een aanval met atoomwapens tussen twee naties de beste verzekering is dat de aanval nooit ingezet zal worden, staat niet recht op zijn poten. Ze geldt eigenlijk alleen maar in het geval dat de agressor beducht is voor een vergelding die de integriteit van de eigen staat (en het welzijn van haar burgers) zou kunnen schaden. Wanneer bv een terroristische organisatie, gesteund door een kernmogendheid, enkel baat heeft bij de destabilisatie van een derde land, zie ik geen reden waarom ze zich zou inhouden een kernwapen te gebruiken. En nog iets: stel dat een land inderdaad een kernbom gebruikt, dan is dat geen zerosum game, maar een nucleaire Holocaust! Met zo‘n terminologie het menselijk lijden proberen te rationaliseren, is werkelijk te cynisch voor woorden. Een ander punt waar ik echt niet over kan is de stelling dat het bestrijden van het terrorisme vooral aan de private sector moet overgelaten worden. Dit terwijl het garanderen van de veiligheid van burgers juist een kerntaak is van de overheid! Daartoe hebben wij, de burgers van dit land, het monopolie van geweld aan de staat toevertrouwd. Want zo gaat dat in een samenleving: we geven collectief een aantal van onze ―rechten‖, zoals bv het recht van de sterkste en het recht op vergelding (oog om oog, tand om tand), op met de bedoeling als collectief betere kansen voor iedereen te verkrijgen. Wie is vrij als hij in de voortdurende angst moet leven dat hij op elk moment, ieder uur, van zijn vrijheid, zijn leven, zijn hebben en houden beroofd kan worden door een ―sterker‖ individu en er niemand iets aan kan doen? Keer op keer echter stelt de auteur dit systeem in vraag. Dit is een gezonde reflex, ik maak ook liever zelf mijn eigen regels dan dat ik van buitenaf gedwongen wordt. Maar wat ik niet begrijp is: Waarom vertrouwt Pieter meer in de ordehandhaving van privébedrijven dan in die van de staat, wetende dat we met de staat een contract hebben, onder de vorm van de Grondwet, waarin duidelijk beschreven is wat acceptabel is ter behoud van de gemeenschap en welke onvervreemdbare, individuele rechten de

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 40


burgers van dit land ten allen tijde behouden? Als de auteur stelt: ‖het is aan de private sector om te bepalen hoeveel zij in veiligheid investeren en welke vorm deze veiligheidsmaatregelen aannemen‖; bedoelt hij dan dat we de kernwapens uit Kleine Brogel naar een loods van SN Brussels Airlines moeten verhuizen?! Stellen we nu dat het monopolie van geweld toch wordt opgeheven en dat vliegtuigmaatschappijen zelf voor hun veiligheid moeten instaan en ze dit naar eigen goeddunken kunnen invullen. We hebben als burgers, of beter: consumenten, geen enkele binding met die bedrijven en geen enkele stok achter de deur om die bedrijven te verplichten onze rechten te respecteren. De staat, en daarin geef ik Pieter volkomen gelijk, heeft niet het recht onze individuele rechten op te offeren in de strijd tegen het ―terrorisme‖ en andere diffuse dreigingen. Gevaren en dreigingen zullen immers altijd bestaan, onze vrijheden, daarentegen, zijn we voorgoed kwijt. Maar om zomaar te stellen dat iedereen zich dan maar zelf moet bewapenen en dat veiligheid geprivatiseerd moet worden, is ook niet echt constructief meewerken aan de liberale droom. Noch in een politiestaat, noch in een jungle, kan een mens vrij zijn en zijn volledige potentieel realiseren. Bruno Teirlinck Lid LVSV Gent

De LVSV delegatie op het binnenplein van het EP

11/03 : Trip naar Straatsburg & Europees Parlement

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 41


Rubriek: Wederwoord 3. Reactie op de open brief van Michiel Rogiers aan Geert Wilders

I

k zou willen reageren op de open brief van Michiel Rogiers aan Geert Wilders (07-08/ nr.3, Neohumanisme). Eerst en vooral duidt de auteur correct aan dat de term ―vrijheid‖ door Wilders geperverteerd wordt door het bepleiten van een verbod op de Koran. Godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting staan blijkbaar niet in Wilders‘ woordenboek, of enkel wanneer het hem goed uitkomt. De berisping van de auteur was dan ook volledig terecht. Bedenkingen had ik echter bij het lezen van het zijsprongetje in verband met de islam. Ik vind dat de betreffende alinea getuigt van een verregaand etnocentrisme. De islam wordt bekeken als een monoliet die bovendien enkel maar kan fungeren als dictator. Dit is niet alleen onjuist, het is ook een grove belediging tegenover het merendeel van de moslims. Islam wordt in de brief automatisch gelijkgeschakeld aan islamisme, shariawetgeving en in strijd met mensenrechten en zelfs tout court met lijden en onderdrukking. In de brief wordt de islam als religie zélf gezien als onderdrukker, in plaats van de individuen of groepen die onderdrukken in naam ervan. Men moet weten, elke mens wordt geboren en opgevoed in een bepaald waardepatroon. Iederéén is m.a.w. vanaf de geboorte in feite ―geïndoctrineerd‖, niet enkel moslims. Als het over onze eigen waarden gaat, vormt dit echter blijkbaar geen probleem. Onze waarden blijken immers universeel en absoluut. Daarom zouden anderen die nog niet tot onze standaard zijn opgeklommen, geholpen moeten worden om zoals ons te denken, om verlicht te worden. Dit vind ik een fundamenteel fout en denigrerend uitgangspunt. Als je mensen vanuit zo‘n perspectief benadert, is het niet verwonderlijk dat ze zich in hun eigen schelp terugtrekken of weigeren zich aan te passen. De strategie die men moet hanteren is dialoog en overtuiging, niet dwang of ―hulp‖. Uitgaan van een universele rechtvaardigheid vind ik bovendien net niet liberaal en democratisch. Een liberaal gelooft net in het bestaan van verschillende individuele rechtvaardigheden naast elkaar. Door universaliteit als axioma te hanteren schakelt men zichzelf immers gelijk met het uiteenlopende essentialistische gedachtegoed (zoals totalitarisme, religieus of ideologisch fundamentalisme) dat uitgaat van onvervreemdbare waarden die voor iedereen zouden moeten gelden. Een clash of civilizations ontstaat net als ieder zijn eigen gedachten wil opleggen aan de rest. Betekent mijn geloof in de totale waarderelativiteit automatisch onverschilligheid? Natuurlijk niet. Het wil in de eerste plaats zeggen dat behoedzaamheid geboden is wanneer men als mens een uitspraak doet over de waarden van iemand anders. Zo‘n oordeel is immers per definitie niet neutraal. Behalve een excuus aan liberalen zou dus ook een excuus tegenover moslims gepast zijn.

Anthony Baert Lid LVSV Gent

Neohumanisme 2007-2008 nr 2 4 1 38

Pagina 42 38


Over Straatsburg, Cantus en Voetbal LVSV GENT GOES STRAATSBURG Na een sfeervol en motiverend weekendje in de Ardennen in het begin van het academiejaar, achtte het LVSV Gent het aangeraden om de batterijen ook in het tweede semester op te laden door middel van een onvergetelijke tweedaagse. Bestemming van het gebeuren was Straatsburg, alwaar leden en bestuursleden de Europese instellingen zouden bezoeken. Met de uiterst sympathieke Lena als buschauffeur spraken we op maandag 10 maart af aan de parking van het S.M.A.K. Rond de klok van twaalf vertrokken we richting Frankrijk om rond zeven uur aan te komen aan Hotel Première Classe. Onderweg kregen we een tweetal films te zien en tussendoor had Thibault onze kennis van Europa getest in een dolle quiz. Winnende ploeg ‗Verliezen; quid?‘ ging met de eeuwige roem naar huis. Eens aangekomen trokken we richting Straatsburg-centrum voor een gezellig etentje met z‘n allen. In een pittoresk restaurant snoven we voor het eerst de gezellige sfeer op die de stad ons te bieden had. Met een copieuze maaltijd achter de rug werd iedereen nog op een frisse pint getrakteerd alvorens onder de wol te kruipen. Na een korte nacht begaven we ons richting ontbijtbuffet, waarna we op de bus stapten met het oog op een toeristisch blitzbezoek aan het oude stadsgedeelte. De kathedraal werd bezocht, de winkelstraten geplunderd en een aantal historische monumenten onveilig gemaakt. Vervolgens trok het LVSV Gent rond de middag richting Europees Parlement, een architecturaal meesterwerk, alwaar een orgelpunt zou gezet worden aan onze tweedaagse uitstap. Na een uitgebreide veiligheidscontrole werden we geëscorteerd richting restaurant om, voorafgaand aan het bezoek, nog snel de maag te vullen. Eens voldaan en na een korte interne discussie hadden we de eer om de aimabele parlementariër Dirk Sterckx te mogen ontvangen. Na een informatievergadering en een korte vragenronde nam hij ook nog eens de tijd om in discussie de treden met de liberale Gentse studenten. Ook Annemie Neyts en Johan Van Hecke kwamen nog even langs en ook hen werden tal van kritische vragen voorgelegd. Als toemaatje mochten we, na deze uiterst interessante uiteenzetting en het nemen van een groepsfoto, nog even de plenaire vergadering volgen, waarna we op de bus stapten en Lena ons met een voldaan gevoel veilig terug voerde naar de Arteveldestad. Strasbourg, à la prochaine!

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 43


LVSV GOES CANTUS Omdat de boog niet altijd gespannen kan staan en omdat het LVSV Gent een vereniging door en voor de studenten blijft, werd op maandag 7 april een cantus georganiseerd in de Twieoo in de beruchte Overpoortstraat. Na het leggen van een ‗fond‘, zoals men dat pleegt te noemen, werd de corona gevuld door een veertigtal liberale commilitones. Schacht Germeaux was ober van dienst. Onder leiding van cantor Misha en zedenmeester Dominic namen we vervolgens de codex in de ene hand, de goudgele pretcilinders in de andere. In het begin van de avond was de situatie schijnbaar nog sereen en onder controle. Echter, na een estafette, een Liesbeth die zich bloot gaf, een aantal verplichte ad fundums en een aantal ad fundums ‗uit sympathie‘ bleek de vlam al gauw in de pan te zitten. De cantor, om persoonlijke redenen, en de voorzitter, om financiële redenen, waren dan ook erg tevreden toen de vrije verzen achter de rug waren en het plechtig en laatste gedeelte werd aangevangen. De kelk en het derde vat waren immers tot op de bodem geledigd. Echter, de avond was nog jong en al sprankelend en wankelend trokken we met z‘n allen naar de Coulissen alwaar tot in de vroege uurtjes werd nagekaart, tenminste zij die daar nog toe in staat waren, over wederom een spetterende en onvergetelijke activiteit. LVSV NATIONAAL : VOETBALTORNOOI Maandag 21 april waren de velden van het sportkot te Leuven het decor van de langverwachte titanenstrijd tussen de vier LVSV afdelingen Brussel, Antwerpen, Gent en Leuven. Een voetbaltornooi zou voor eens en voor altijd uitmaken wie er de eeuwige sportieve glorie verdiende. Acht jonge, knappe en vooral sportieve Gentse liberalen vormden ons team. Menig weddenschap werden er met de andere afdelingen afgesloten, verliezen was dus geen optie. Bij aanvang van het tornooi bleek dat vooralsnog geen enkel probleem: zonder probleem plaatste LVSV Gent zich na drie voorrondes voor de finale, de andere teams werden, nog vrij licht uitgedrukt, verpletterd. De conditie van onze keeper Bram werd meermaals op de proef gesteld telkens hij de bal van de tegenstander uit het struikgewas moest plukken, na wederom een schot die ruimschoots het doel miste.

Het LVSV team: Boven: Bram Couvreur, Thibault Viaene, Brecht Kerckhof en Wouter Lambrecht. Onder: Leendert Lachaert, Michiel Rogiers, Patrice Viaene en Pieter-Jan Germeaux.

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 44


Onze voorzitter Patrice en sterspeler Wouter solden niet zelden met de verdediging van de tegenstander, de snelheid van Pieter-Jan en Brecht zorgden voor een wervelwind aan kansen en de voetbalintelligentie van Leendert en Michiel verbaasden menig toeschouwer. Vol vertrouwen begonnen we aan de finale tegen de collega‘s uit Brussel, die met verrassend sterk voetbal de eindstrijd haalden ten koste van de zelfverklaarde stervoetballers uit Antwerpen en gaststad Leuven. De match begon vrij nerveus, wat resulteerde in een pijnlijke 0-1 achterstand halverwege de eerste helft. Onze jongens bleven echter koel in het hoofd en na een prachtige combinatie scoorde wie anders dan voorzitter Patrice de gelijkmaker bij aanvang van de tweede helft. Toen waren we gelanceerd en niet veel later kwam Gent op voorsprong: 2-1. Die konden we echter niet consolideren: Brussel zette diep in de tweede helft de 2-2 op het scorebord. Penalty‘s moesten de winnaar aanwijzen… . Onze eerste twee vrijwilligers misten na een zeer verdienstelijke poging hun strafschop. Wouter slaagde er als derde en laatste echter wel in de bal tussen de palen te krijgen: de Brusselse keeper zag op vrij klungelige wijze de bal door z‘n benen rollen. Beide afdelingen hadden elk één penalty gescoord, Thibault werd aangeduid om de vierde Gentse penalty te nemen. Met een maximum aan kracht en efficiëntie trapte hij de bal keihard tegen de netten en legde zo de druk bij Brussel. Na een bloedstollende penaltyreeks slaagde gelegenheidskeeper Brecht erin de laatste Brusselse strafschop uit de linkerbovenhoek te plukken. Vreugde alom: Gent maakte z‘n favorietenrol ruimschoots waar en kwam als winnaar uit de bus. Keerzijde van de medaille is echter dat zowat gans onze ploeg aanbiedingen gekregen heeft van Italiaanse, Spaanse en Engelse topclubs om in de respectievelijke topcompetities hun talenten ten toon te spreiden. Vooralsnog is nog geen enkel contract getekend, een braindrain in het Gentse LVSV bestuur is echter niet uit te sluiten. Eindstand: 1. 2. 3. 4.

LVSV Gent (4W, 0V) LVSV Brussel (2W, 2V) LVSV Leuven (1W, 3V) LVSV Antwerpen (0W, 4V)

Bram Couvreur & Thibault Viaene Activiteiten & Bestuurslid LVSV Gent

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 45


Zij die ons gaan verlaten ... Matthias Laevens 2004-2005 2005-2006 2006-2007 2007-2008

: : : :

Bestuurslid Penningmeester Penningmeester Bestuurslid

Dries Holvoet 2003-2004 2004-2005 2005-2006 2006-2007 2007-2008

: : : : :

Bestuurslid Public Relations Politiek Secretaris Voorzitter Bestuurslid

Pieter Coene 2005-2006 : Bestuurslid 2006-2007 : Politiek Secretaris 2007-2008 : Politiek Secretaris

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 46


Zij die ons gaan verlaten ... Laura Harth 2005-2006 : Bestuurslid 2006-2007 : Bestuurslid 2007-2008 : Politiek Secretaris

Gregory Wauters 2002-2003 2003-2004 2004-2005 2005-2006 2006-2007 2007-2008

: : : : : :

Bestuurslid Penningmeester Penningmeester Politiek Secretaris Politiek Secretaris Hoofdredacteur

Wij danken jullie voor de onvoorwaardelijke inzet en steun doorheen de jaren

Neohumanisme 2007-2008 nr 4

Pagina 47


Boeken: The Conscience of a Liberal: Krugmans visie op wat de USA had moeten zijn. door Bruno Teirlynck Naar analogie met Bozell/Goldwater's "the conscience of a republican", gepubliceerd in 1960, is the conscience of a liberal geschreven als reactie tegen de maatschappelijke mainstream, het eigenlijke gedachtengoed geassocieerd met het politieke centrum, dat volgens Krugman te radicaal rechts is. Goldwater wou terug naar het tijdperk van voor the new deal, waarin de Amerikaanse overheid nog weinig controle uitoefende over het socio-economische leven van haar burgers. Krugman wil terug naar de dagen voor Goldwater, waarin dankzij the new deal, de meerderheid van de - blanke - burgers in relatieve voorspoed en "economische gelijkheid". Krugman bestrijdt ook de idee dat Amerikanen de scherpe economische tegenstellingen, moeten aanvaarden als een kost voor de sterke economische groei in een geglobaliseerde wereld. Zijn punt is dat het de politieke keuzes , niet enkele economische wetmatigheden, zijn die van de USA een economische supermacht gemaakt hebben. Het eerste deel van het boek geeft een inleiding in de hedendaagse Amerikaanse politiek aan de hand van een korte politieke geschiedenis, de pijlers waarop de macht van de democratische partij gebaseerd is, hoe die macht afbrokkelde en hoe het nieuwe radicale conservatisme zo'n enorme opgang kon maken. Krugman vat samen, probeert een overzicht te geven, maar door het grote aantal vereenvoudigingen, gaat heel wat belangrijke informatie verloren of wordt ze slecht geschetst. Vooral het stuk over het New Conservatism heeft hier erg onder te lijden. Iemand met de intellectuele capaciteiten als Krugman zou toch wat genuanceerder moeten zijn. Krugman is een economist (geeft les aan Princeton) en voelt zich als schrijver het best wanneer hij het heeft over puur economische thema's. Hij schrijft een column voor de invloedrijke New York times, waarin hij erg scherpzinnig allerlei economische vraagstukken voorlegt. Het beste stuk in het boek is volgens mij dan ook wanneer hij het heeft over universele gezondheidszorg voor elke Amerikaan. Maar laten we vooral niet vergeten dat de economische situatie in de V.S. totaal verschillend is met die van de Europese "actieve welvaartstaat" en dat liberalism eigenlijk gelezen moet worden als "progressivism", een verhullende term om toch maar het woord socialisme niet te hoeven gebruiken. Het is niet altijd even makkelijk om je als, Europese,liberale lezer in dat kader te plaatsen. Voor hen die een goed boek zoeken over de geschiedenis van de Amerikaanse sociale politiek van de afgelopen 50 jaar: dit boek is het echt niet. Het is wel interessante lectuur als je je wilt verdiepen in de stellingen en redeneringen van ―Amerikaans Links‖ in het huidige sociale debat. Met de presidentsverkiezingen in het vooruitzicht zal dit debat nog in alle hevigheid gevoerd moeten worden, na de oeverloze discussies over discriminatie, rassenhaat, Iraq, Iran,olie, kernenergie, kredietcrisis‌volgend jaar.

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 40

Pagina 48


Het Bestuur: contactgegevens VOORZITTER

Patrice Viaene

patrice@lvsv.be

POLITIEK SECRETARIAAT

Pieter Coene

pietercoene@lvsv.be

Laura Harth

lauraharth@lvsv.be

SECRETARIAAT

Jocelyne Persyn

jocelyne@lvsv.be

PENNINGMEESTER

Ludovic Vilain

ludovic@lvsv.be

HOOFDREDACTEURS

Bert Schelfhout

bert@lvsv.be

Gregory Wauters

gregory@lvsv.be

ACTIVITEITENVERANTWOORDELIJKE

Bram Couvreur

bramcouvreur@lvsv.be

BESTUURSLEDEN

Tiemen Darras

tiemen@lvsv.be

Dominic De Backer

dominic@lvsv.be

Tim Decleer

timdecleer@hotmail.com

Pieter-Jan Germeaux

pieter-jan@lvsv.be

Dries Holvoet

dries@lvsv.be

Brecht Kerckhof

brecht@lvsv.be

Matthias Laevens

matthias@lvsv.be

Jeroen Meulewaeter

jeroen@lvsv.be

Antoon Reynvoet

antoon@lvsv.be

Wietse Verwimp

wietse@lvsv.be

Thibault Viaene

thibault_viaene@hotmail.com

Let op: De emailadressen ‘@lvsv.be’ kunnen tijdelijk niet bereikbaar zijn.

Algemene vragen stuur je naar secretariaat.lvsvgent@gmail.com Redactie Neohumanisme bereik je op redactielvsvgent@gmail.com

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 41

Pagina 49


Europa en de Benelux Beste leden, Op donderdag 15 en vrijdag 16 mei organiseert het LVSV, samen met al onze collega‘s uit de Benelux een conferentie in het Europees parlement. Er zal een wijd spectrum van onderwerpen aan bod komen met betrekking tot de Europese Unie. U bent ook voor dat debat uitgenodigd. Je kan gratis op hotel in Brussel, je ontbijt en avondeten wordt ook voor je betaalt. Je staat enkel in voor je lunch en je vervoer. Het belangrijkste is echter dat je in contact zal komen met gelijkgezinden van de Benelux. In het totaal zullen naar schatting 80 jongeren aanwezig zijn. Stuur zeker een mail als je interesse hebt naar Dries Holvoet. driesholvoet@gmail.com Voorlopig ontwerpprogramma: WOENSDAG Je wordt tegen de avond verwacht in het hotel voor een eerste kennismaking tijdens een lunch. Didier Reynders (Tbc) DONDERDAG 10: registratie in het Parlement 11h: Inleiding door A. Neyts (MEP, voorzitter van ELDR) 11h30: Secretaris Generaal van de Benelux (de rol van de Benelux in de 21ste eeuw) 12h15: Graham Watson (leader ALDE over de rol van de liberalen in het Europees Parlement) 12h30: lunch 14h – 15h30: workshops Manders (NL MEP) over Energie, Bill Newton Dunn (UK, MEP) over de noodzaak van een Europese politiedienst& Csizibi (RO, MEP) over milieu 16h15: Reflectie workshops 17h: programma nog niet vastgelegd 18 – 20h: vrije tijd 20h Dinner met Bart Somers VRIJDAG Aan het programma wordt nog druk gewerkt, einde rond 15h30.

U bent van harte uitgenodigd. Dries Holvoet en het bestuur van LVSV Gent

Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 42

Pagina 50


Sponsors...

Overige Sponsors - Frituur Overpoort - Snack Tosi Neohumanisme 2007-2008 nr 4 1 43

Pagina 51


Wenst u lid te worden? Om lid te worden van het LVSV Gent, hoeft u enkel een mail te verzenden naar het adres bestuurgent@lvsv.be . Het dient volgende gegevens te bevatten: *Naam *Adres *Betaalwijze (overschrijving op rekeningnummer 001-3484308-47, of betaling aan een bestuurslid bij de eerstvolgende activiteit) Het inschrijvingsgeld bedraagt €5,00. Naast de steunende factor levert het lidmaatschap ook talrijke voordelen op. Zo ontvangt u bij de inschrijving een exclusieve lidkaart en krijgt u gedurende het hele academiejaar gratis toegang tot al onze activiteiten. Wenst u erelid en/of sponsor te worden? Het Liberaal Vlaams Studentenverbond staat al 77 jaar garant voor de onafhankelijke ideologisch en filosofisch geïnspireerde verdediging van het liberalisme aan de Gentse Universiteit en ver daarbuiten. Via talrijke debatten, discussieavonden en kritische publicaties trachten wij studenten warm te maken voor de politieke en maatschappelijke dialoog en de liberale waarden. Een humanistische visie op de vrijheid van het individu, in al zijn facetten, is daarbij een leidraad. Om onze werking voort te zetten en in de toekomst te garanderen kunnen we uiteraard niet zonder de nodige financiële middelen. Die noodzakelijke input is vooral afkomstig van gulle ereleden en sponsors. Als erelid heeft u de mogelijkheid om ons te steunen voor de minimale som van 35 euro. In het geval u wil sponsoren, en op deze manier wil genieten van de publiciteit in ons tijdschrift en op onze vernieuwde website, vragen wij een minimale bijdrage van 50 euro. Zowel de ereleden als de sponsors ontvangen ‗Neohumanisme‘, worden uitgenodigd voor elke activiteit en worden hiervoor, middels de nieuwsbrief of persoonlijk op de hoogte gehouden. Uw vrijwillige steun geeft ons de mogelijkheid het voor ons allen dierbare liberale gedachtegoed te verdedigen en te verspreiden. Indien u dit wenst, kan u uw bijdrage overschrijven op het rekeningnummer 001-3484308-47. U vermeldt in uw mededeling in welke gedaante u op de website wil verschijnen (naam, oud-LVSVbestuurslid, kamerlid, gemeenteraadslid, ...). Wenst u ons te steunen via sponsoring, gelieve uw logo naar bestuurgent@lvsv.be te mailen. Wij danken u oprecht voor uw mogelijke steun. Voor verdere vragen kan u steeds contact op nemen met het secretariaat of de voorzitter.


Neohumanisme 4