Issuu on Google+

Tijdschrift over monumentenzorg, restauratie, beheer en behoud van cultureel erfgoed

Monumentenzorg en architectuur hand in hand in Gent

Nummer 6

I

december - januari I 2011

Sporen en opsporingen

Taverne Greenwich de meridiaan van Brussel

I

in Antwerpen-Centraal


RESTAURATIE RENOVATIE & VERBOUWING RENOVATIE TERASSEN INTERIEURRESTAURATIE GLAS-IN-LOODRESTAURATIE DAK-, KOPER- & ZINKWERKEN

www.renotec.be Acaciastraat 14c B-2440 Geel info@renotec.be T. 014 86 60 21 F. 014 86 60 16

Koor Onze-Lieve-Vrouw Laken


Vooronderzoeken Historisch onderzoek: archivalisch en in situ Kleuronderzoek Proefrestauraties Meetstaten en ramingen Conservatie - restauratie van kunstvoorwerpen plaatsbeschrijvingen

Sint Stefanus Gent

HBSC &

Historical Building Survey & Consulting

info@hbsc.be GSM: 0474/69.15.37

Sint Lambertus ‘s Gravenvoeren

Winkelomseheide 223a B-2440 Geel


         !   


Renovatie bibliotheek Elsegem / Wortegem-Petegem

Restauratie en algemene bouwwerken Steenhouwerij en marmerbewerking Schrijnwerkerij, glas-in-lood, smeedwerk Decoratief stuc- en staffwerk en restauratieschildertechnieken Speciale restauratietechnieken Steigers, stut- en schoringwerken Archeologisch onderzoek

Group Monument Oostrozebekestraat 54 8770 Ingelmunster T. 051/31 60 80 F. 051/30 22 37 info@monument.be www.monument.be

dasmedia.be

Projectontwikkeling en herbestemmingen


(Fotografie: Stefan Dewickere)

Restauratie Kasteel d’Ursel Hingene PIT ANTWERPEN NV Starrenhoflaan 27- 2950 Kapellen Telefoon (03)605 14 33 Fax (03)605 14 76 E-mail: info@pit.eiffage.be www.pitantwerpen.be


Voorwoord Beste Lezer, We hebben eindelijk wel een nieuwe federale regering, maar 2012 dient zich aan als weer een verkiezingsjaar. De zesjaarlijkse gemeenteraadsverkiezingen kunnen het opstarten van sommige erfgoedprojecten een boost geven, maar de aannemers van projecten die net niet af zijn zullen de hete adem van de politici in de nek voelen. Toch ziet het ernaar uit dat de kiezers hen in tijden van broeksriem aanhalen meer en meer zullen beoordelen op nuttige nieuwe bestemmingen voor het gerestaureerde patrimonium dan wel op de naakte restauratie. In dit nummer van Bouwen aan Monumenten laten we Rik Vanwalleghem aan het woord, directeur van het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde. Het centrum huist in een nieuwbouw en de Ronde zelf is geen fysiek monument, maar Vanwalleghem reikt wel heel wat nuttige overwegingen aan over de interactie tussen historische en recente monumenten, tussen historische centra en winkelcentra, tussen kijkmuseums en belevingscentra. En niet te vergeten de monumenten die je moet beleven, zoals de gekasseide hellingen van de Vlaamse Ardennen. Verderop in het blad gaan we weer de klassieke monumententoer op. Met veel aandacht voor Gent, eeuwenlang na Parijs en Londen de grootste Europese stad ten noorden van de Alpen. De Oude Vismijn, het Reylof, de Sint-Stefanuskerk en vooral het bekroonde Stadsmuseum Gent op de Bijlokesite staan hier centraal. Gent bezit overigens ruim voldoende erfgoed om ook in een volgend nummer van Bouwen aan Monumenten een centrale plaats in te nemen. In Antwerpen zetten we deze keer het Centraal-Station centraal. Een ensemble uit het begin van de twintigste eeuw, net als café Greenwich in Brussel. De provincie Antwerpen wordt in dit nummer vooral vertegenwoordigd door meer recente gebouwen, zoals de Braembibliotheek in Schoten en de OLV-Middelareskerk in Turnhout. Turnhout zal in 2012 weer regelmatig in de kijker staan en niet omdat in het Warandekasteel, nu gerechtshof, weer een spectaculair proces plaatsvindt. Turnhout en Lier verkregen in 1212 allebei stadsrechten van de toenmalige hertog van Brabant en gaan dit feestelijk herdenken. Turnhout is in 2012 bovendien Cultuurstad van Vlaanderen, in opvolging van Oostende (2010). Dergelijke eenmalige manifestaties kunnen een aanzet vormen om te evolueren tot een meer permanente toeristische bestemming, zowel voor binnenlandse als voor buitenlandse bezoekers. Veel buitenlanders kennen slechts twee plaatsnamen in heel België, ‘Brussels’ en ‘Bruges’. Maar zelfs binnen Vlaanderen gelden heel wat monumentenrijke plaatsen niet bepaald als toeristische bestemming. Het recentste succesrijke initiatief om zich wel zo te profileren was Hasselt, in de jaren negentig. Het huidige toeristische profiel van Lier is trouwens nog altijd het resultaat van een bewuste politiek uit de jaren dertig. Zowat iedereen associeert de stad nog altijd met Felix Timmermans en Louis Zimmer. Beide kunstenaars waren in 1930 op het hoogtepunt van hun kunnen en werkten actief mee aan de toeristische uitbouw van hun stad. Misschien zijn het zulke dragende figuren waaraan het sommige regionale kernsteden nu ontbreekt. Veel leesgenot,

Koen Mortelmans


Tijdschrift over monumentenzorg, restauratie, beheer en behoud van cultureel erfgoed www.bouwenaanmonumenten.be Nummer 6 2011 Verschijnt 6 x per jaar

Verantwoordelijke Uitgever

H.B.J.M. Louwers Wildlaan 7, 3910 Neerpelt Postbus 85 ,3900 Overpelt T +32 (0)11 605540 F +32 (0)11 605541 E info@louwersmediagroep.be W louwersmediagroep.be

Redactie

Erika Claessens Dave Cuypers Henri Gielen Tim Janssens Koen Mortelmans Bram Souffreau Senne Starckx Michel Vanden Heede Bert Verbeke Philip Willaert

Redactieadres

Koen Mortelmans Kempenlaan 5 2160 Wommelgem T +32 (0)3 3536066 E koen@mortelmans.com

Bladmanagement

Pascal Op de Beeck E p.opdebeeck@louwersmediagroep.be

Secretariaat

Manuela Depenbrock

Advertenties

FTP-server van Louwers Mediagroep: http://ftp2.louwersuitgevers.nl Username: monumenten be Wachtwoord: gast Adresgegevens: Postbus 85, 3900 Overpelt T +32 (0)11 605540

Abonnementsprijs

â‚Ź 45,00 per jaar excl. BTW ABN Amro: 723-5404718-21 t.n.v. Louwers Mediagroep BVBA o.v.v. Bouwen aan Monumenten BelgiĂŤ Informatie over abonnementen: T +32 (0)11 605540

Adreswijzigingen

Schriftelijk ten minste drie weken voor verhuizing naar: Postbus 85, 3900 Overpelt

Vormgeving / Art-direction

Logo Reclame- Ontwerpbureau BV T +32 (0)11 605540 E info@louwersmediagroep.be Barry Hoogkamer, Tessa van Gameren

Opzeggingen

Indien twee maanden voor het verstrijken van de abonnements-periode geen schriftelijk bericht van opzegging is ontvangen, wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd.

Doelgroep

Abonnees, betrokken ministeries en rijksdiensten, provinciale, gemeentelijke en andere betrokken overheden, monumentenwachten, landelijke, regionale en lokale organisaties, stichtingen en instellingen m.b.t. cultureel erfgoed. Aannemers, adviesbureaus, architecten en andere betrokken marktpartijen. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen of vermenigvuldigd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever en zonder bronvermelding. Hoewel dit blad op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld kunnen uitgever en auteurs op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Zij aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/ of beslissingen die gebaseerd zijn op deze informatie.

32

10

72 10

Rik Vanwalleghem: Ronde van Vlaanderen is erfgoed

14

Stad Gent

14

Monumentenzorg en architectuur hand in hand

18

Bijloke en Stam Gent terecht bekroond met Vlaamse Monumentenprijs

31

Bedrijfsportret Remeha Mampaey

32

Kloosterkerk Gentse Augustijnen ook binnen opgeknapt

36

Sandton luxehotel in historisch Reylof

50

Bedrijfsportret Nordex

52

Oude Vismijn in oude glorie hersteld

56

Bedrijfsportret ASVD Darcis

58

Sint-Annakerk in Aldeneik

62

Journaal

64

Notelaer, neoclasscistisch pareltje langs de Schelde


36

58

64

84 86 66

Tijdschrift over monumentenzorg, restauratie, beheer en behoud van cultureel erfgoed

MONUMENTENZORG EN ARCHITECTUUR HAND IN HAND IN GENT

I

Nummer 6

I

december - januari I 2011

SPOREN EN OPSPORINGEN

TAVERNE GREENWICH

in Antwerpen-Centraal

DE MERIDIAAN VAN BRUSSEL

2011048 BAM VLAANDEREN 6.indd 1

20-12-2011 11:05:47

Op de cover: De voormalige Bijlokeabdij huisvest nu het Gentse Stadsmuseum. (foto Phile Deprez)

Hoevegebouw de Ghellinck stijlvolle culturele ontmoetingsplaats

70

Bedrijfsportret Façabelle

72

Belle Epoque herleeft in taverne Greenwich

76

OLV waakt over Turnhout… en omgekeerd

78

Patrimonium K.U.Leuven in goede handen

84

Einde collectieve stedenbouwkundige vergunning in zicht?

86

Antwerpen-Centraal overleefde vele oorlogen

90

VCB: Vlaams erfgoedbeleid op kantelpunt

92

Wie doet wat?


Rik Vanwalleghem

10

Bouwen aan Monumenten

Rik Vanwallegehem, directeur van het Centrum Ronde van Vlaanderen. (KM)


Rik Vanwalleghem

Tekst : Koen Mortelmans Foto’s: Koen Mortelmans (KM), Daniël de Kievith (DDK), stad Geraardsbergen (G) en Centrum Ronde van Vlaanderen (CRVV).

Rik Vanwalleghem

Ronde van Vlaanderen is erfgoed De vroeggotische Sint-Walburgakerk en het laatgotische stadhuis domineren met hun stenen kantwerk het stadsbeeld van Oudenaarde. Maar vlakbij bevindt zich ook een nieuwbouw met veel glas en weinig kantwerk: het Centrum Ronde van Vlaanderen (CRVV). De oude monumenten doen terugdenken aan de zestiende eeuw, toen Keizer Karel V hier tussen twee veldslagen door de lokale schoonheid Johanna Van der Geynst kwam bezwangeren, die negen maanden later de moeder werd van Margaretha van Parma.

D

e huidige veldslagen zijn beklimmingen van de nijdige hellingen van de Vlaamse Ardennen en de huidige Johanna’s kunnen zich veilig voelen. Want na hun veldslagen gaan de huidige pedaalkeizers zich niet ontspannen bij de plaatselijke schonen, maar in het Centrum Ronde van Vlaanderen. Dat Centrum zelf is geen monument, maar het is wel gewijd aan een monument.

Steroïdenvrije consumpties Brasserie De Flandrien heeft ook wat museumachtigs. Je kunt er te midden honderden oude wielertruien, drinkbussen, affiches, foto’s en memorabilia een huiseigen Flandrienbier drinken, een Spaghetti Boononaise verorberen of een Coupe Koppenberg nuttigen. En van een gegarandeerd steroïdenvrije pastis proeven. Maar Parmaham staat (nog)

niet op de kaart. Het CRVV fungeert als uitvalsbasis en eindpunt voor fietstochten in de Vlaamse Ardennen. Er is zelfs douchegelegenheid. Trekpleister “Ik ben heel blij dat het centrum in een nieuwbouw is ondergebracht en niet in een historisch pand,” klikt directeur Rik Vanwalleghem zich in de pedalen. ▼

In het belevingsmuseum, op de benedenverdieping kan je de Ronde van Vlaanderen iedere dag opnieuw beleven en zelfs winnen. Je wordt er ondergedompeld in de typische Rondesfeer, je kruipt er in de huid van Ronderenners, op interactieve attracties voel je de nijdigheid van de hellingen en het bonken van de kasseien. Het historische aspect is nog heel herkenbaar, want de periode na pakweg 1960 weegt zwaarder door dan de beginjaren. De details zijn weloverwogen aan elkaar geregen: iemand die nooit eerder wielrennen zag zou hier nooit kunnen vermoeden dat er buiten de Ronde van Vlaanderen veel andere wielerwedstrijden bestaan. Eenzaam, maar niet alleen op de Muur van Geraardsbergen. (G)

Bouwen aan Monumenten

11


Rik Vanwalleghem

Op de kasseien van de Koppenberg. (CRVV)

“Een nieuwbouw biedt veel meer nieuwe belevingsmogelijkheden. De inrichting legt ook minstens zoveel nadruk op de huidige Ronde van Vlaanderen als op de geschiedenis ervan. Er mag wat sepia hangen, maar we moeten ons er niet in koesteren. De algemene sfeer moet die van levende kleuren zijn. We moeten hier niet nog eens het verhaal van het achtergestelde Vlaanderen brengen of ons onderdompelen in nostalgie. “ Het CRVV is goed voor zowat 100.000 bezoekers per jaar en dus een belangrijke trekpleister voor Oudenaarde. “ De vestiging in de levendige stadskern en niet op een meer landelijke plek in de Vlaamse Ardennen zoals Velzeke was een bewuste keuze. Maar de band tussen de wielersport en de historische stadskern is niet lineair. Ongewone symbiose “We hebben ooit een combiticket uitgegeven voor het CRVV en het stadhuis, met zijn unieke wandtapijten. Ik denk dat we er op een heel jaar een half dozijn verkocht hebben. Beide bestem-

12

Bouwen aan Monumenten

mingen spreken een ander publiek aan. Maar dat betekent niet dat ze elkaars aantrekkingskracht niet vergroten. Oudenaarde is een prima bestemming voor culturele verenigingen type Davidsfonds of serviceclubs. De mannen komen naar

handelaars inbegrepen, is goed voor 14 miljoen euro. Dat maakt de Ronde van Vlaanderen een sterk merk. Sinds drie, vier jaar merken we ook een sterke internationalisering. De Fransen voelen al spijt, omdat ze zoiets niet hebben rond

Levend monument centraal in historische stadskern het CRVV, de vrouwen bezoeken het stadhuis. Daarna gaan ze samen eten. Winkelen kan zowel met als zonder echtgenoot.” Die duidelijke scheidingslijn betreft het stadsbezoek. Het fietsen in de Vlaamse Ardennen zelf of het bijwonen van de wedstrijd windt meer en meer terrein bij de vrouwelijke helft van de bevolking. “Een onderzoek van hogeschool Howest wees uit dat vrouwen 31% van het Rondepubliek vormen. De toegevoegde waarde van de Ronde, de consumptie in de horeca en aankopen bij lokale

hun Tour of Parijs-Roubaix. De Nederlanders tonen almaar meer belangstelling, maar de grote toename komt toch uit de Angelsaksische wereld, parallel met de groeiende interesse voor de wielersport daar.” Vanwalleghem wijst tevens op de groeiende actieve deelname van vrouwen aan wielertoerisme. “En de toegenomen interesse in diverse sociale middens. Jan met de pet komt nog altijd naar de koers, maar hij niet alleen. 45% van de huidige wielerliefhebbers heeft hogere studies achter de rug. Toen ik nog op de krant werkte keek behalve de wielerjournalisten niemand naar de


Rik Vanwalleghem

Ronde van Vlaanderen of een andere wielerwedstrijd. Fietsen is intussen sexy en trendy geworden, kijk alleen maar naar de zonnebrillen.” Wegen De Ronde van Vlaanderen vindt niet in het CRVV plaats, maar op de Vlaamse wegen, vooral dan de hellingen en holle wegen van het Oost-Vlaamse deel van de Vlaamse Ardennen. Die wegen en de omliggende landschappen danken daaraan een deel van een status, soms zelfs bescherming als monument. “De wettelijke bescherming van die wegen kwam al ruim twintig jaar geleden op gang, toen Johan Sauwens de bevoegde minster was. Het was de eerste keer dan een wielerwedstrijd een argument vormde voor een wettelijke bescherming. Maar nog belangrijker is de algemene aanvaarding van het erfgoedkarakter ervan. Geen enkele burgemeester zal het aandurven om zonder meer een van die kasseistroken te asfalteren. Daartegen zou teveel protest oprijzen.”

Maar wat wanneer een onbeschermde of zelfs beschermde helling uit het traject van de Ronde van Vlaanderen verdwijnt. “Voor de bekendste stroken, zoals de Muur van Geraardsbergen, is er weinig gevaar. Daarvoor zijn ze te bekend. Maar een minder bekende

strook kan na verloop van jaren onder het asfalt verdwijnen. Als is ook dat risico klein: de meeste hellingen zijn nu geen belangrijke verbindingswegen, het asfalteren ervan zou meer kosten dan opbrengen. Bovendien duiken er meer en meer argumenten op vanuit andere dan cultuurhistorische hoek om de typische wegen en landschappen te behouden. Zoals de grote biodiversiteit en de verschillen daarin tussen bijvoorbeeld het noordelijke en het zuidelijke talud van de Koppenberg?” Het erfgoedkarakter hoeft zich niet te beperken tot het gebouw, een landschap of een weg. “Het kan ook een meer levendige vorm hebben, zoals een café. Wielercafé’s groeien meestal rond een bepaalde renner, soms slagen ze erin om die te overleven.” In zijn eigen CRVV geeft Vanwalleghem het belevingsaspect van (onder meer) de brasserie en het hapje en drankje na het bezoek een groter gewicht dan de wetenschappelijke achtergrond. “Heel wat historisch fotomateriaal over wielrennen vindt zijn weg naar ons. Het is goed dat dit materiaal niet verloren gaat, maar wij zijn geen wetenschappelijke instelling. Ik zie het niet als onze taak die documenten te inventariseren en toegankelijk te maken. Daarvoor is een instelling zoals Sportmuseum Vlaanderen in Hofstade

beter geschikt. Misschien gebeurt het best in een centraal gelegen, universitaire omgeving, zoals Gent.”

Rik Vanwalleghem: “We mogen ons niet koesteren in sepia.” (KM)

Geen hokjesdenken De viering van 100 jaar Ronde van Vlaanderen in 2013 wordt geen al te historische bedoening. “Dat interesseert de pure wielerfreaks misschien het meest, maar die mensen komen hoe dan ook naar het CRVV. We willen een breder publiek aanspreken en een veelzijdiger imago ontwikkelen. Dan mag je niet louter fietsen, foto’s en truien tentoonstellen. Daarom willen we tien vrij bekende hedendaagse Vlaamse kunstenaars vragen om hun visie op de Ronde van Vlaanderen op hun manier artistiek uit te beelden.” z

Over Rik Vanwalleghem

Niet alleen historisch, maar ook levendig recent materiaal. (KM)

In een vorig leven was Rik Vanwalleghem (1952) sportjournalist en hoofdredacteur bij Het Nieuwsblad. Als directeur van het Centrum Ronde van Vlaanderen (CRVV) in Oudenaarde pleegt hij nog altijd bijdragen over wielrennen in diverse media. In 2012 wil hij een huldeboek publiceren over Freddy Maertens, die dan zijn zestigste verjaardag viert. Ver moest hij niet fietsen om die te interviewen, want de oud-wielerkampioen werkt eveneens voor het CRVV. Als bioloog van opleiding is Vanwalleghem zelf een buitenbeentje in de benensport wielrennen en in de journalistiek. Maar ‘bio’logie past dan weer wel naadloos bij een belevingsmuseum.

Bouwen aan Monumenten

13


Schepen Lieven Decaluwe (links) en DM&A-directeur Dirk Boncquet voor het Gentse stadhuis. (foto Henri Gielen)

14

Bouwen aan Monumenten


Tekst: Henri Gielen Foto’s: stadsdienst monumentenzorg en architectuur en Henri Gielen

Monumentenzorg en architectuur gaan in Gent

hand in hand Monumentenzorg betekent voor mij ijveren voor een stad die zich voortdurend ontwikkelt, maar met respect voor het waardevol erfgoed en met oog voor kwaliteit bij nieuwbouw.” Schepen Lieven Decaluwe (Pro Gent) van cultuur, toerisme en feesten, tevens bevoegd voor monumentenzorg, heeft dan ook geen schrik om hedendaagse architectuur te integreren in de historische stadskern. “Op voorwaarde wel dat het kwalitatieve architectuur is met een meerwaarde voor de stad.”

D

e nauwe band tussen monumentenzorg en architectuur in de Arteveldestad blijkt ook uit het feit dat ze samengebracht zijn in de dienst Monumentenzorg en Architectuur (DM&A). De eerste taak van deze dienst is het begeleiden van de restauratiewerken aan de beschermde monumenten in stadseigendom. Dat zijn er een honderdvijftigtal op een totaal van zowat zeshonderd, de meeste in de stadskern. Het gaat vaak om grote monumenten, waarvan de restauratiekosten hoog oplopen. Dat is het geval voor de lopende restauraties van het Gravensteen, het belfort, het stadhuis en de Sint-Niklaaskerk. Decaluwe: “Omdat ons restauratiebudget niet volstaat om al onze grote monumenten te restaureren, geven we sommige gebouwen in erfpacht, zoals het Huis van de Abdis op de Bijlokesite aan de Arteveldehogeschool, of verkopen ze zelfs, zoals de Emile Braunschool aan de Universiteit. Voorwaarde is altijd dat de erfpachtnemer of koper de kennis en de financiële mogelijkheden heeft voor een goede restauratie en herbestemming.”

Privéwoningen Daarnaast zijn er de vele monumenten in privébezit, beschermde en niet beschermde. De dienst Monumenten en Architectuur begeleidt de restauraties, van het samenstellen van de dossiers tot de technische ondersteuning en opvolging van de werken. Gent heeft sinds 1980 een subsidieregeling voor de restauratie van niet-beschermde waardevolle panden. De premie bedraagt 50% voor alle van op straat zichtbare delen (gevels en daken) en 30% voor achtergevel en interieur, met een maximum van 20.000 euro. “Dankzij deze stedelijke subsidies zijn al tientallen merkwaardige privéwoningen gerestaureerd,” weet directeur Dirk Boncquet van de DM&A. “Jaarlijks ontvangen we veertig tot vijftig premieaanvragen, waarvan een kleine helft wordt toegekend.”

“Het moet niet gaan om eeuwenoude woningen,” voegt Lieven Decaluwe eraan toe. “Ook woningen uit het interbellum of zelfs van na de tweede wereldoorlog komen in aanmerking. Voorwaarde is enkel dat ze waardevol zijn en beeldbepalend voor de stad, ▼ Een winkelpand waarvan de gevel opgewaardeerd werd met de stedelijke premie voor verfraaiing van voorgevels. (foto DM&A)

Bouwen aan Monumenten

15


zoals bijvoorbeeld een woning van architect-urbanist Gaston Eysselinck uit 1939 langs de Oscar De Reusestraat. Het resultaat van deze subsidieregeling is goed zichtbaar in de stad.“ Winkelpanden Bijzondere aandacht gaat naar de winkelpanden, waarvan de benedenverdieping vaak verknoeid werd in de jaren vijftig en zestig, met in vele gevallen leegstand op de verdiepingen als bijkomend probleem. Om die situatie te verbeteren heeft Gent een premie voor verfraaiing van voorgevels ingevoerd. “Die behoort wel tot de bevoegdheid van mijn collega van economie,” zegt Lieven Decaluwe, “maar de dienst DM&A adviseert en begeleidt de werken.”

“Een van de voorwaarden om de premie te krijgen, is dat niet alleen de commercieel interessante benedenver-

makkelijker op te lossen. We proberen de eigenaars warm te maken voor de opwaardering van hun handelsgevels,

De komende jaren wil de schepen blijven inzetten op restauraties en verfraaiingen door particulieren,

dieping wordt aangepakt, maar heel de gevel, precies om verkrotting van de bovenverdiepingen tegen te gaan. Het grote probleem is meestal de noodzaak van een afzonderlijke ingang voor die bovenverdiepingen, zeker als het om één pand gaat. Als de eigenaar meer panden naast elkaar in zijn bezit heeft, is dat ge-

onder meer met het (bewust goedkoop gehouden) boek ‘Inkijk’ dat de DM&A vorig jaar publiceerde. Daarin staan heel wat voorbeelden van geslaagde gevelverfraaiingen. Momenteel zijn trouwens drie van dergelijke projecten in uitvoering in de Veldstraat, de belangrijkste winkelstraat van Gent.”

Deze woning uit 1939 van architect-urbanist Gaston Eysselinck werd in 2006 gerestaureerd met de stedelijke restauratiepremie voor niet-beschermde gebouwen.

16

Bouwen aan Monumenten


Opera De komende jaren wil de schepen blijven inzetten op restauraties en verfraaiingen door particulieren, wat de betrokkenheid van de inwoners bij monumentenzorg verhoogt. Maar zijn absolute prioriteit is de restauratie van de opera. Decaluwe: “Dit gebouw uit 1840 van de Gentse stadsarchitect Louis Roelandt is het mooiste operagebouw van ons land en ver erbuiten. De gevels en de grote zaal zijn in de jaren negentig gerestaureerd, maar de andere zalen en lokalen verkeren in een lamentabele toestand. Vooral dan de merkwaardige suite van salons met hun unieke oorspronkelijke decoratie. Met het oog op de restauratie is al uitgebreid onderzoek uitgevoerd, maar onder meer het kleuronderzoek van de schitterende spiegelzalen moet nog plaatsvinden. Eerst moeten we echter een oplossing vinden voor het feit dat de stad wel eigenaar is van het gebouw, maar dat het tot 2024 in erfpacht gegeven is aan de Vlaamse overheid.” Wat met religieus erfgoed? Een andere prioriteit, naast het afwerken van de restauratiewerken aan de al vernoemde grote monumenten, is een nieuwe bestemming zoeken voor belangrijke gebouwen, zoals het Geraard de Duivelsteen en De Redoutezaal van de opera, een van de drie salons die nog gerestaureerd moeten worden. (foto DM&A)

Een conventiegevel (Burgstraat), die enkele jaren geleden opnieuw werd gerestaureerd en aan de eigenaar overgedragen. (foto DM&A)

de Raadskelder. Maar het grootste probleem vormt het religieus patrimonium van de stad. “De reconversie van de talrijke leegstaande kerken, kapellen en kloosters wordt dé grote uitdaging voor de komende jaren,” beseft Lieven Decaluwe. “We hebben daarom twee werkgroepen opgestart. De eerste bekijkt de organisatorische aspecten: hoeveel en welke gebouwen zijn nog nodig voor de eredienst en welke kunnen een andere bestemming krijgen. De tweede maakt de inventaris op van de bouwkundige en stedenbouwkundige kwaliteiten van de religieuze gebouwen. Enkele kerken en kapellen hebben de laatste jaren trouwens al een nieuwe bestem-

ming gekregen en zijn onder andere een hotel, een sociaal centrum en een verkoopzaal geworden.” En dan zijn er nog de zogenaamde ‘conventiegevels’. Dat zijn een vijftigtal beeldbepalende gevels die de stad destijds kocht (niet de gebouwen) om de stad te verfraaien voor de Wereldtentoonstelling van 1913. Die gevels zijn nog altijd eigendom van de stad, die ze dus ook moet onderhouden. Lieven Decaluwe: “We willen deze gevels nog één keer opknappen of restaureren en ze dan overdragen aan de eigenaar van het gebouw. We zijn daar al een zevental jaar mee bezig, a rato van enkele woningen per jaar.” z

Bouwen aan Monumenten

17


Bouwen aan Monumenten 6 2011