Issuu on Google+

Saskia De Laet

De wondere wereld

van Alice Mijn dubbelleven met een gigolo


Š Saskia De Laet / Linkeroever Uitgevers nv 2011 Katwilgweg 2, 2050 Antwerpen www.linkeroeveruitgevers.be info@linkeroeveruitgevers.be Omslag Marij Hereijgers Omslagfoto Luc Daelemans Op de foto Saskia De Laet & Vince Zetwerk Intertext, Antwerpen isbn 978 90 5720 413 5 d 2011 1676 28 nur 340 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission of the publisher.


I

k sluit automatisch mijn ogen wanneer mijn slaperige hoofd het kussen raakt en ik mezelf voel wegzinken in die andere wereld waar tijd en ruimte niet bestaan. Ivoorkleurige Franse kant schuift over mijn billen, langs mijn knieholtes en enkels, tot ik enkel zijn huid nog voel. Bevrijd van de timiditeit en het slipje omhelzen mijn benen het warme, stevige lijf dat voor even van mij is. Tot alles vervaagt en we niet meer weten welke huid de zijne en welke de mijne is. Omdat voelen en gevoeld worden versmelten in dit gestolen uur dat voor niemand bestaat. Tergend langzaam en dan sneller, lippen, tong, vingers, overal. Warm, vochtig, hard, huid tegen huid, en plots dieper. Mijn adem stokt. “Gaat het, lieverd?” “Oh, ja…” Heel dicht bij me, teder en toch krachtig, zijn warme vochtige adem in mijn oor, gevolgd door lieve woorden en het puntje van zijn tong dat al dat liefs naar binnen helpt in mijn hoofd vol geheimen. “Laat je gaan”, fluistert hij. En ik ga…


Proloog

B

este lezer, ken je de avonturen van Alice in Wonderland? Waarschijnlijk wel. Of je hebt er in ieder geval al over gehoord. “Een verhaal voor kinderen”, zeg je? In zekere zin wel, al hebben heel wat wetenschappers die stelling al flink genuanceerd. Wees gerust, deze discussie wil ik hier niet opnieuw voeren. Leg De wondere wereld van Alice niet meteen weg als je een volwassen lezer bent, want dit is geen kinderverhaal. Het is zelfs helemaal niet geschikt voor kinderen. Heb ik nu je aandacht getrokken? Goed zo. Ik wist wel dat we op dezelfde golflengte zaten… Ik ben Alice, en het Onderland waarin ik soms vertoef, is even wonderbaarlijk als het Wonderland dat Lewis Carroll beschreef. Maar voor ik aan mijn verhaal begin, wil ik je waarschuwen. Dit is geen boek voor een doorsnee lezer. Enkel als je in staat bent afstand te nemen van je eventuele vooroordelen en conservatieve opvattingen, zal je met mij kunnen meegenieten. Want niet iedereen is klaar voor deze bijzondere wereld, die niet is wat ze op het eerste gezicht lijkt te zijn.

•7•


Het begint allemaal met een vrij banale verandering in mijn leven. Na tien jaar gedisciplineerd slikken besluit ik op zekere dag te stoppen met de pil. Bijna een volledig jaar heb ik nodig om de ontwenningsverschijnselen van mijn synthetische hormoonverslaving kwijt te raken. Het is een jaar van ups en downs, met de helft van de tijd ver­velende klachten, zoals extreme vermoeidheid en hoofd­pijn. In de periode rond mijn ovulatie ben ik zo moe, dat ik in het station van Antwerpen-Centraal fantaseer over hoe ik me neervlij op het perron om vijf minuten te kunnen slapen vooraleer mijn trein komt. Het is geen normale vermoeidheid, maar zo eentje die je associeert met een ziekte of met het vroege stadium van een zwangerschap. De tweede mogelijkheid is echter compleet uitgesloten en ik moet zeggen dat zelfs de eerste me alarmerend weinig verontrust. Nu ik gestopt ben, begin ik zeker nooit meer opnieuw. Want na ongeveer een jaar begin ik me eindelijk beter te voelen. En niet zomaar beter… Ik begin me bewust te wor­den van gevoelens en indrukken die voorheen geen bijzonder grote rol in mijn leven hebben gespeeld. Ik ga me met meer zorg kleden, besteed meer aandacht aan mijn uiterlijke verschijning en ga zelfs op een zelfbewustere manier lopen. Ik zie de knappe mannen op straat en merk dat ze mij eveneens zien. Natuurlijk heb ik vroeger ook wel gekeken, maar nooit echt gezien. Ik kijk, voel, ver­lang en fantaseer erop los. De kracht van mijn verbeel­ ding houdt me alert, terwijl de realiteit me verveelt.

•8•


Ook de Alice van Lewis Carroll verveelt zich wanneer ze samen met haar zus aan de waterkant zit. Maar dan ziet ze plots een gekleed wit konijn met rode oogjes voorbijlopen. Het dier heeft een zakhorloge in de hand en roept: “O wee, ik kom vast te laat!”, om daarna te verdwijnen in een konij­nen­pijp die leidt naar een andere, wonderlijke wereld. Nee, ik ga je niet vertellen dat ik nu ook een sprekend konijn met rode ogen heb ontmoet. Maar het gevoel dat er nog een andere wereld bestaat en dat ik geen tijd te verlie­zen heb om die te ontdekken, dat heb ik wel. En daar blijft het niet bij. Oordeel nu niet te snel over het verhaal dat voor je ligt. Want wat ik te vertellen heb, overstijgt het niveau van opper­vlakkigheid of perverse vulgariteit. Geloof je me niet? Had ik je dan niet gevraagd om je vooroordelen naast je neer te leggen bij het lezen van dit boek? Wees gerust, je kan ze straks weer meenemen wanneer je dit boek dichtslaat. Als je daar dan tenminste nog zin in hebt, want je zal merken dat het leven zonder vooroordelen veel boeiender is… Uit respect voor de privacy van de personen die in dit boek worden vermeld, zijn alle details die tot hun identificatie zouden kunnen leiden, gewijzigd.

•9•


Je mag me lenen in lentelingerie

(

De bloemetjes op het transparante slipje zijn van bor­deauxkleurig fluweel. Ik plooi de delicate stof tot een keurig pakketje en leg mijn nieuwe sensuele schat naast de bijpassende beha in de lingerielade. Daar heb ik de andere setjes enkele centimeters van hun oorspronkelijke plaats laten wijken. “Hier zal u zeker succes mee hebben!”, had de energie­ ke verkoopster uit het boetiekje me glimlachend gezegd. Ik lachte terug, mijn portemonnee al in de aanslag, terwijl ik er stilletjes het mijne van dacht. Zonde, denk ik nu een beetje ondeugend, misschien had de verkoopster wel gelijk. Ik kleed me uit en maak me klaar voor de nacht in mijn grote bed. Wanneer ik tijdens dit avondritueel mijn hoofd draai, zie ik hoe in de spiegel achter me een jonge, naakte vrouw voorzichtig uit haar satijnen muiltjes stapt. Haar handen zijn even slank als de mijne. Met perfect gemanicuurde nagels drukt ze een moment lang speels in het malse vlees van haar billen. De nagels laten korte, don• 11 •


kerroze streepjes achter op haar en mijn huid. Haar handen glijden naar boven, over haar onderrug, en dan naar voren, over haar platte buik en de roomwitte huid van haar stevige borsten. Haar vingers beschrijven een cir­ keltje rond de fijne, trotse tepels die zich deze aanraking laten welgevallen. Het ziet er prikkelend uit en zo voelt het ook. Dan glijden haar handen door haar wilde haardos, die ze omhoog duwt en zo haar ranke hals toont, terwijl haar mond naar me glimlacht en haar ogen me uitdagen alsof ik haar prooi ben, die ze met veel zorg heeft uitgekozen. “Je wordt gek”, zeg ik lachend tegen mijn spiegelbeeld, vóór ik naar mijn bed stap, dat mijn verhitte lichaam met katoenen koelte omhelst. De slaap komt snel op het kussen dat mijn gedachten in slaap fluistert en mijn fantasie laat ontwaken. Ik was er een halfjaar geleden, tijdens het congres dat ik moest bijwonen voor de multinational die mijn werkgever is. Nu ben ik weer in datzelfde hotel. Maar ik ben veranderd. Ik heb genoeg van de yuppies met hun peptalk die ze van hun rijke vaders hebben gestolen en dwaal af naar de ruimten die niet voor gasten zijn bestemd. “Kan ik u helpen, mevrouw?” De woorden komen uit een mond met fijne, sterk geprononceerde lippen die nooit tegenspraak hoeven te ver­dragen, denk ik wanneer ik deze piekfijn uitgedoste casanova zie. “Nee, euh… laat maar”, antwoord ik in een poging mijn verkenningstocht te kunnen voortzetten. Maar hij is vasthoudend en reikt me zijn rechterarm, • 12 •


terwijl hij vervolgt: “Laat me u naar uw tafel begeleiden. Voor een bevallige dame als u is enkel het beste plekje in mijn hotel goed genoeg.” “Uw hotel?”, wil ik zeggen, maar ik krijg de kans niet, want de pracht en praal van de hoger gelegen ruimte met het barokke interieur doet me naar adem snakken. “Laat me uw jas weghangen”, zegt hij vooraleer ik plaatsneem op de stoel die hij me aanbiedt. Overweldigd door de hout- en citroenachtige toetsen van een mannen­ parfum trek ik gewillig mijn mantel uit. Pas wanneer ik op de met wilde zijde gestoffeerde stoel ga zitten, merk ik dat ik onder mijn mantel enkel een doorzichtig gebloemd slipje draag. Ik wil opstaan en zeg­gen dat dit een vergissing is en dat ik mijn jas terug wil, maar de man heeft me alleen gelaten in deze bizarre kamer. “Wat wenst u voor het diner?”, hoor ik zijn stem vragen vanuit een aanpalende ruimte. “Ik ben uw chef-kok vanavond.” “Nee, ik eet niet, mijn jas… Waar is mijn jas?” “U mag de mijne lenen”, zegt hij voordat hij zijn zwarte smokingjasje uittrekt. “Wie ben je eigenlijk? Zwart haar, zwarte ogen, een zwarte smoking, je bent de duivel, is het niet?” Hij staat nu heel dicht bij me en hoewel hij me niet aanraakt, voel ik zijn fysieke aanwezigheid in iedere vezel van mijn lichaam. “Ik ben wie u maar wil, mevrouw”, antwoordt hij met schalkse blik. Een suggestief lachje speelt om zijn mond. Ik wil zeggen dat ik wegga, maar mijn benen zijn zo zwaar dat ik me geen millimeter kan verroeren. Ik wil het niet, maar mijn tepels worden hard wanneer ze de • 13 •


ogen van deze man een fractie van een seconde op zich gericht voelen. “Stop met me ‘u’ en ‘mevrouw’ te noemen. Het klinkt belachelijk nu ik hier halfnaakt voor je sta.” Plots ben ik bang dat de andere congresgangers me zullen betrappen in mijn slipje en ik kijk schichtig om me heen. “Kom mee, daar ben je veilig”, zegt hij in de richting van een deur die naar een andere kamer leidt. Ik voel niet hoe mijn blote voeten zich over het hoogpolige tapijt verplaatsen. Ik zie alleen het brede bed met de sneeuwwitte satijnen sprei. “Deze suite is prachtig”, zeg ik. “Ik heb er geen.” “Je mag de mijne lenen”, antwoordt hij met een niet mis te verstane blik. “Ik werk vandaag toch de halve nacht op het congres waarvan jij deel uitmaakt.” Hij slaat een hoek van de satijnen sprei terug en tilt me vervolgens zonder enige moeite op. Zodra hij me kuis en teder heeft neergelegd, trekt hij zijn handen terug, alsof hij zich heeft gebrand. “Wat is er?” “Ik moet hier weg, en wel meteen, want anders lukt het me niet meer.” Zijn gelaatsuitdrukking ademt een ongeëvenaarde zelf­ beheersing. Hij staat op het punt om me resoluut de rug toe te keren wanneer ik mijn hand op zijn schouder leg en hem tegenhoud. “Misschien wil ik wel niet dat het je lukt”, zeg ik on­ deugend, terwijl ik voor het eerst in mijn leven mijn blik niet afwend tijdens een overduidelijke blootstelling aan seksuele provocatie. Ik ga zelfs verder, leg mijn handen in zijn hals en maak onder zijn kraag de sluiting van zijn zwar­te strikje los. • 14 •


“Weet je ’t zeker?”, vraagt hij met speelse blik. “Heel zeker”, zeg ik bloedernstig. “Het is te warm voor strikjes.” Ik maak het eerste knoopje van zijn smetteloze witte hemd los met een traagheid die hem doet slikken van op­winding. “Moet je niet naar huis, naar je man of je vriend?”, vraagt hij haastig. “Nee, er is geen man”, antwoord ik met schalkse blik. “Echt? Zonde…” “Zonder berouw”, reageer ik zonder verpinken. “Je mag mij lenen”, zegt hij dan kalm en beheerst, terwijl hij het hemd uit zijn broek trekt, zijn warme borst tegen me aanduwt en mijn antwoord smoort met een kus. Zijn handen hebben mijn borsten gevonden en ik zou zijn verdronken in zijn geile blik als hij me niet zachtjes had omgedraaid, mijn slipje tussen mijn billen had geschoven en me was beginnen strelen op dat vochtig geworden plekje tussen mijn lichtjes gespreide benen. Hij hoort aan mijn ademhaling dat ik opgewonden ben. Zijn handen zijn deskundig en teder in wat ze doen, en toch verrast zijn vastberaden vinger me wanneer hij plots in me komt. Heel even houd ik mijn adem in, om dan mijn armen onder het kussen te schuiven en mijn lichaam te plooien naar zijn aanrakingen. “Het is een prachtig slipje”, fluistert hij in mijn oor, terwijl ik zijn gladgeschoren kin in mijn hals voel. “Ik weet het.” “Mag het uit?” “De mooiste slipjes willen niets liever dan te worden uitgetrokken.” • 15 •


“Ik hoopte al dat je zoiets zou zeggen.” Zachtjes trekt hij het slipje naar beneden over mijn ronde billen, waarna ik me op mijn rug draai en mijn bek­ken even optil. Nu, helemaal naakt, ga ik rechtop zit­ten, betast met mijn handen zijn stevige borst en maak vervolgens zijn broek los. Met mijn frêle meisjeshanden voel ik dat hij opgewonden is, nog vóór zijn dwingende lippen op mijn mond iedere twijfel daaromtrent hebben weggekust. Ik had gelijk over zijn lippen, want de gedachte aan tegenspraak komt niet bij me op. “Je doet dit wel vaker, is het niet?”, vraag ik terwijl ik zijn strakke boxershort met mijn hielen over zijn gespierde dijen tot bij zijn enkels duw. “Nooit zoals nu met jou.” Ik grinnik om zijn antwoord, maar laat mijn plezier niet bederven. Mijn hard geworden tepels doen bijna pijn door de wrijving van zijn borst wanneer hij mijn hals kust en ik de minuscule baardstoppeltjes op zijn kin over de huid van mijn schouder voel schuren. Ik voel hem tussen mijn benen, slechts millimeters van me verwijderd, maar iedere afstand is nu te groot voor mijn afnemende geduld. Mijn handen knijpen in zijn billen en ik trek hem naar me toe, of dat probeer ik toch, want zonder verbazing stel ik vast dat hij me ruimschoots overtreft in fysieke en mentale kracht. Hij laat me wachten, terwijl hij me warmer en warmer maakt, om me dan in een omhelzing tegen zich aan te drukken, waarna hij op zijn rug tot in het midden van het bed rolt. Ik leun op zijn krachtige lijf wanneer ik, nat en verhit, rechtop ga zit­ten, mijn knieën steunend op de maagdelijk witte lakens die zijn bekken omlijsten met schijnbare onschuld. • 16 •


Zijn handen kneden mijn borsten en zijn vingers strelen mijn tepels, terwijl ik mijn bekken oplicht en hem eindelijk diep en hard in me voel. “Je hebt mooie borsten.” “Je mag ze lenen”, fluister ik zwetend onder het genot dat hij me schenkt. Het volgende ogenblik schrik ik wakker door de wekker. Zeven uur. Dromen zijn bedrog, roep ik mezelf tot de orde zodra ik heb begrepen dat de witte satijnen sprei niet op mijn bed ligt. Maar toch beklijft het gevoel dat de slaap me schonk, want de warme wellust kleeft nog steeds aan mijn ontwakende lichaam wanneer de waterstraal in de douche mijn gevoelige huid beroert. Kon het maar zo zijn, bedenk ik glimlachend terwijl ik me afdroog, de perfec­ te lust zonder de imperfectie van implicaties…

De konijnenpijp

(

De konijnenpijp die me in de lente van mijn vijfendertigste levensjaar naar een wonderbaarlijke Onderwereld heeft geleid, heb ik leren kennen door mijn eigen roze konijn dat ik Mister Pink heb genoemd. Maar omdat ik liever meteen ter zake kom, laat ik hem nog even achter de coulissen. • 17 •


De wondere wereld van Alice