Issuu on Google+

Robbert Dijkgraaf: ander perspectief op onderwijs, want:

‘Nederland rest een toekomst als dozenschuiversland’ School of opvang Meer jongeren met Meer problemen

Vmbo-mbo Geen zinloos gevecht om de student

Burgerschap Jongeren weten niets meer van democratie

#6

Op Be i ni e n roe e bl ed ps a d uc o n ov at d e e r ie rw ijs

Ba ck

sta ge

september 2010

g in p g i o ko zuin oets e T be K s en en ud g e o w G

mboraad.nl

:


4 Het onderwijs is nog te redden Negatieve berichtgeving en onderwijs lijken synoniem. Drie experts geven hun visie: hoogleraar Henriëtte Maassen van den Brink, reputatiedeskundige Ron van der Jagt en media- en massapsycholoog Jaap van Ginneken: “Mensen willen zien dat elke euro goed wordt besteed.”

12 Interview: Robbert Dijkgraaf

18 Vijf vragen aan…

Hoogleraar en KNAW-president Robbert Dijkgraaf wil het Nederlandse onderwijs weer in de internationale top 5.

Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch. Back Stage-lezers ­kregen de kans de vragen te stellen die ze altijd al wilden stellen aan de PvdA’er. “Ging het u om elecotoraal gewin?”

Colofon Back Stage is het tweemaandelijks opinieblad van de MBO Raad. De MBO Raad is de brancheorganisatie voor middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. Tweede jaargang, nummer 6, september 2010 Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming van de redactie. Redactie Twan Stemkens (hoofdredacteur), Marije Hulsbosch (adviseur), Marie-José Linders (eindredacteur), Dagmar de Kruif-Pot (redacteur), Tanja Krieger (redacteur). Aan dit nummer werkten mee: Hanneke Arts, Willem Jelle Berg, Somajeh Ghaeminia, Gerry Hurkmans, Seb Jarnot, FMAX, Friso Keuris, Corien Lambregtse, Guus Mater, Luuk Obbink, Jeroen Poortvliet, Dennis Smal, Roel Smit, Tino van Dam, Sander van der Ploeg, Annette van Soest, Henk Veenstra, Elmer Veerhoff. BACK STAGE

Concept en vormgeving Link Design, Amsterdam. Drukwerk: Senefelder Misset, Doetinchem. Coverfoto: Chris Pennarts / HH Abonnementen en adreswijzigingen: backstage@mboraad.nl. Back Stage wordt gericht, kosteloos, toegezonden aan onderwijsorganisaties en particulieren. Betaalde abonnementen kosten 30 euro per jaar inclusief BTW en verzendkosten. Opzeggen abonnement: ­schriftelijk en uiterlijk 1 augustus 2011. Redactie-adres: H  outtuinlaan 6, 3447 GM Woerden tel. 0348 - 75 35 00 backstage@mboraad.nl www.mboraad.nl/backstage


3/3 2

22 Docent én maatschappelijk werker

32 Vmbo wil ook mbo

Meer jongeren met meer problemen. En de docent mag het oplossen. Maar hoe zit het met de verantwoordelijkheid van de ouders en de student zelf? En is het realistisch dat iedereen een startkwalificatie haalt?

Sjoerd Slagter, voorzitter VO-raad, en Jan van Zijl, voorzitter MBO Raad, in ­discussie over het belang van de student.

rubrieken 9 Column

27 Column

31 Column

De troonrede van: Willem Jelle Berg,

De troonrede van: Elmer Veerhoff, docent

De troonrede van: Hanneke Arts, studente

CNV Onderwijs.

ICT Academie.

ROC Friese Poort.

10 Mboóhtjes

28 Wat doet zij zoal?

35 Pittige Taal

Hoeveel gaat er naar personeelskosten in het

De werkweek van Gertrud Visser-van Erp:

Onderzoeker Ralf Maslowski begrijpt wel

mbo?

­secretaris onderwijs VNO-NCW/MKB-Nederland.

waarom Nederlandse jongeren niets weten van democratische principes.

17 Column

30 Als ik Marja was…

De troonrede van: Jan van Zijl, MBO Raad.

Verplichte sportlessen, dat wil ­NOC*NSF-voorzitter André Bolhuis.

20 Bezuinigen… Gevonden op Marktplaats: gouden koets te koop.

16 Uitblinker ‘Eindelijk heb ik mijn droombaan’ Dankzij haar studie kreeg Kanya Kittikonthawin de toekomst waarvoor zij haar ­moederland verliet.

BACK STAGE


Hoge kosten, slechtere resultaten

Verdient het onderwijs een beter imago?

BACK STAGE


5/5 4

Hoge schooluitval, slechte rekenprestaties, fraude met diploma’s. Het onderwijs is vaak negatief in het nieuws. Van primair onderwijs tot hoger onderwijs. Kwestie van een slecht imago? Of is er fundamenteel wat mis met ons onderwijs? Drie ‘buitenstaanders’ geven hun visie: hoogleraar Henriëtte Maassen van den Brink, media- en massapsycholoog Jaap van Ginneken en reputatiedeskundige Ron van der Jagt.

Tekst Dorine van Kesteren en Corien Lambregtse Foto Tanja Luther/HH Beeldbewerking Link Design Het onderwijs is een van de grootste kostenposten op de rijksbegroting, maar toch zijn de resultaten niet om over naar huis te schrijven. Uit allerlei onderzoeken komen signalen naar voren dat het niveau van het Nederlandse onderwijs daalt. Een klein voorbeeld: de Citoscores van leerlingen uit groep 8 zijn even hoog als tien jaar geleden, maar de school­ adviezen zijn over het algemeen hoger. Dan moet het niveau van het vervolgonderwijs wel zijn gedaald. Dat concludeert Henriëtte Maassen van den Brink, hoogleraar Bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam en coördinator van het wetenschappelijk Topinstituut voor ‘evidence based’ onderwijsonderzoek TIER. Het instituut onderzoekt welke methoden om het onderwijs te verbeteren in de praktijk wel werken en welke niet. “Meer geld investeren in onderwijs betekent niet dat de kwaliteit ook vooruit gaat. Generieke investeringen zijn zinloos.”

Afgerekend De kritiek op het onderwijs komt van vele kanten: van ouders, studenten, werkgevers en onderzoekers bijvoorbeeld. In de ogen van media- en massapsycholoog Jaap van Ginneken is dat het gevolg van de discrepantie tussen verwachtingen en de realiteit, en wordt het onderwijs daar net als andere sectoren keihard op afgerekend. “Het onderwijs kan de verwachtingen van de maatschappij en de media – namelijk: dat de jeugd een goed pakket aan

kennis en vaardigheden bijgebracht krijgt – niet waarmaken.” De schuld van de media? Zij zouden alleen maar ongenuanceerde, negatieve berichten doorgeven. Oneliners die een eigen leven gaan leiden, zoals ‘het vmbo deugt niet’ of ‘een hbodiploma is niets meer waard’, en vervolgens kijkt niemand hoe het écht zit. Van Ginneken maakt er korte metten mee: “Het heeft geen enkele zin de media de schuld te geven. Als het niet lukt om belangstelling te genereren voor de door jou gewenste boodschap, dan communiceer je niet effectief.” Ron van der Jagt, partner bij advies­bureau Boer & Croon en reputatiedeskundige, is dezelfde mening toegedaan. “Het is ­gemakkelijk om te klagen over de media als je je eigen problemen niet kunt oplossen. Een slecht imago is vaak een bewijs dat een organisatie of sector het niet goed doet. Over het algemeen gaat dat hand in hand. Er is iets heel bijzonders aan de hand als een sector met een zwak imago het in de praktijk ­fantastisch doet.”

‘Het onderwijs kan de verwachtingen van de ­maatschappij en de media niet ­waarmaken’

Wanhoopssignalen Het slechte imago leeft niet alleen bij buitenstaanders, de onderwijssector geeft zelf ook voortdurend wanhoopssignalen af: te weinig geld, te hoge eisen, te lage salarissen en te grote klassen. Met die geluiden wordt het imago­probleem van het onderwijs versterkt. En dat is iets wat Henriëtte Maassen van den Brink juist van binnenuit wil aanpakken. “In BACK STAGE


Verdient het onderwijs een beter imago? vervolg

‘In vergelijking met bijvoorbeeld de Verenigde Staten, doet Nederland het goed tót jongeren zo’n vijftien jaar zijn’

Jaap van Ginneken ‘Verhalen v ­ ertellen over goede ­voorbeelden is een van de beste ­manieren

Foto Martijn Beekman / HH

om te c­ommuniceren’

BACK STAGE

vergelijking met bijvoorbeeld de Verenigde Staten, doet Nederland het goed tót jongeren zo’n vijftien jaar zijn zo blijkt uit de zogeheten PISA-scores uit OECD-onderzoek. Het gemiddelde kennisniveau van Nederlandse leerlingen ligt op die leeftijd hoger dan van het Amerikaanse kind. Het gaat mis in de vijf jaar daarna. In Amerika zijn ze beter in staat om individuele talenten te ontwikkelen. En dan heb ik het niet over hoogbegaafde kinderen, maar het talent dat elk kind heeft. Ze slagen er ook beter in om de aangeleerde vaardig­heden productief te maken op de arbeidsmarkt, ­waardoor het kennisniveau ook weer sneller stijgt. In Nederland nemen we genoegen met

een ‘zesjescultuur’. Talent wordt nauwelijks herkend of ontwikkeld. Daarom is er écht iets mis met het Nederlandse onderwijs. En de gehele sector zou zelf de eerste moeten zijn om te willen weten waar dat door komt.”

Cultuurverschuiving Over de onderliggende oorzaken valt van alles te zeggen. Van Ginneken wijst op de ‘enorme cultuur- en mentaliteitsverschuiving’ die de laatste jaren heeft plaatsgevonden. Oprukkende audiovisuele media, zoals games en internet, hebben een negatieve invloed op de concentratieboog van kinderen. Daar komt bij dat werkende en drukbezette ouders steeds meer opvoedtaken overlaten aan de school. “Het gevolg is dat scholen kinderen binnen­krijgen die hun aandacht niet bij de les kunnen houden en weinig discipline hebben. En ouders verwachten dan, net als de media en de politiek, dat de school het wel eventjes oplost – maar dat is niet realistisch.” Tegelijk raken docenten gevangen in steeds omvangrijkere managementprocessen. De afgelopen decennia vond de ene na de andere onderwijshervorming plaats, nam de bureaucratisering en regeldruk toe. Van Ginneken: “Er is nauwelijks nog vrije ruimte om goed en inspirerend onderwijs te geven. Dat is demo­ tiverend en leidt tot middelmatigheid.” Vooral het mbo zit in de hoek waar de klappen vallen, stelt Van der Jagt. Volgens hem zijn veel roc’s ‘praktisch onbestuurbaar’ ­geworden. “Veel roc’s zijn weliswaar opgedeeld in kleinere locaties, maar de colleges van bestuur zijn verantwoordelijk voor het geheel: m ­ assale instellingen, met duizenden studenten, vaak ontstaan vanuit een opeenstapeling van fusieprocessen.” Daar komt bij dat roc’s vaak gevestigd zijn in grote steden en alle


7/7 6

­ roblemen van de doelgroep binnenhalen. p “Kortom: bestuurders van roc’s zijn niet te benijden.”

Ondanks de problemen is het imago van het onderwijs geen verloren zaak, maar valt er genoeg te verbeteren. Maassen van den Brink kijkt er vooral vanuit de inhoud naar. “Wij hebben met het Netwerk Onderwijsinnovatie concrete ideeën aangeleverd waarmee scholen aan de slag kunnen en waar ook geld voor is. De professionals klagen dat zij geen ruimte krijgen om naar eigen inzicht en ambitie onderwijs te geven, maar die ruimte wordt onvoldoende gebruikt, omdat scholen het lastig vinden zich te verantwoorden, om transparant te zijn over de resultaten en de kosten. Een van de ideeën van het Netwerk is bijvoorbeeld beter onderwijs beter te belonen. Er liggen in Den Haag miljoenen klaar voor scholen die meedoen aan een onderzoek naar teambeloning. Dit experiment moet resultaten opleveren voor meer evidence-based beleid. Een team dat betere studentenprestaties, minder uitval en een betere doorstroming kan laten zien, krijgt meer beloning.” In het onderwijs zijn volgens haar allerlei taboes. De werkdruk bijvoorbeeld. “Het is waar dat docenten in bepaalde perioden in het jaar een werkpiek hebben. Maar als je het feitelijk gaat onderzoeken, valt het met die werkdruk in de rest van het jaar wel mee. Misschien kun je die pieken voorkomen door het werk in de loop van het jaar anders te organiseren.” Volgens Maassen van den Brink zit daar een deel van het probleem. “In élke sector wordt tegenwoordig over productiviteitsverhoging nagedacht. Oók in de zorg, bij de politie en justitie, maar in het onderwijs wil men dat niet. En als de

Foto Evelyne Jacq / HH

Onderwijsinnovatie

Henriëtte Maassen van den Brink ‘Mensen willen zien dat elke euro goed

moeite zit in het woord ­productiviteit: praat dan over wat je daaronder wilt verstaan.”

wordt besteed’

Tweesporenbeleid Volgens Van Ginneken en Van der Jagt moeten scholen structureel werk maken van reputatie­ management. Een imago is niet binnen een half jaar opgekalefaterd. Van der Jagt: “Reputatiemanagement is het bouwen aan een spaarbankboekje van maatschappelijk krediet. Geen eenmalige kostenpost, maar iets waarin je permanent moet investeren.” Van der Jagt adviseert schoolbestuurders hierbij twee sporen tegelijk te volgen: inhoudelijk en communicatief. “Je kunt je imago alleen verbeteren als je serieus bezig bent om de

‘De ruimte om naar eigen inzicht en ambitie onderwijs te geven, wordt onvoldoende gebruikt’ BACK STAGE


Verdient het onderwijs een beter imago? vervolg

Ron van der Jagt: ‘Reputatie­ Foto Boer & Croon

management is bouwen aan een spaarbankboekje van maatschappelijk krediet’

Experimenteren boel op orde te krijgen.” Een bestuur kan de afzonderlijke opleidingen van een school bijvoorbeeld meer autonomie en zelfstandigheid geven. “Zo komt de gewenste kleinschaligheid dichterbij en krijgen docenten meer eigen verantwoordelijkheid. Dit kan gecombineerd worden met een slimme marketingformule, waarbij de aparte opleidingen een eigen imago krijgen dat geen last heeft van het slechte imago van het roc als geheel. Met onder meer het Johan Cruyff-college en de Frank Sanders Modeacademie heeft het ROC van Amsterdam dit goed gedaan.”

Communicatie Daarna moeten de inhoudelijke verbeteringen worden vertaald in een aantal – eenvoudige – boodschappen, waarbij de school een onder­ scheidende positie kiest ten opzichte van andere onderwijsinstellingen. “Tot mijn ­verbazing denkt men in de onderwijswereld weinig na over positionering”, zegt Van der Jagt. “Met een scherp profiel kun je je onderscheiden: focus en zoek de niches. Neem de Universiteit Wageningen, die zich knap profileert op de actuele thema’s gezondheid, voeding en duurzaamheid.” Het is ook slim om naar buiten te treden met voorbeelden van succesvolle oud-studenten, BACK STAGE

want dat straalt positief af op de opleiding in kwestie en werkt motiverend voor ­studenten, ouders en docenten. Van Ginneken: “Stel dat een oud-student van een mbo-opleiding metaalbewerken een bijzondere prestatie geleverd heeft als lasser bij een inter­nationale ramp met een olietank. Daar moet die ­opleiding gebruik van maken! Verhalen ­vertellen is een van de beste manieren om te communiceren.” Scholen moeten vooral ook professionals inzetten om strategisch na te denken over positionering en profilering. Volgens Van der Jagt zijn universiteiten en hogescholen daar verder mee dan het mbo. “Het mbo staat aan het begin van een verdere professionaliseringsslag. Daar heeft de marketing- en communicatiefunctie nog een tamelijk ambachtelijk karakter – met een zwaar accent op werving en de organisatie van open dagen – in plaats van dat men strategisch stuurt op de beeldvorming bij álle doelgroepen.”

Ook Maassen van den Brink ziet vele kansen om het imago van de gehele onderwijssector te verbeteren. “De scholen moeten zelf aan de slag. Niet afwachten, maar experimenteren met de ruimte die er wel degelijk is. En dat betekent niet dat het geld alleen naar kleinere klassen moet, want dat is lang niet altijd zinvol. Het betekent wél dat de salarissen in het onderwijs omhoog moeten, het onderwijs is nu geen interessante werkgever voor getalenteerde jongeren en komt juist daardoor in een negatieve spiraal terecht. Scholen zouden ook veel meer werk moeten maken van de bij- en nascholing van docenten. Ook daar is geld voor, dat nu nog nauwelijks wordt gebruikt. Terwijl het de enige manier is om bij de tijd te blijven en plezier te houden in het werk. Ik ben het dan ook eens met het Actieplan LeerKracht van toenmalig minister Plasterk, vooral op het punt van academische scholing en prestatiegerichte beloning. Het wordt tijd dat het onderwijs zelf het voortouw neemt en openheid van zaken geeft. Er gaan enorme hoeveelheden geld naartoe. Om daar draagvlak voor te houden, is het belangrijk dat mensen zien dat elke euro goed wordt besteed. Investeren is alleen zinvol als het geld wordt terugverdiend en tot topprestaties leidt. Dat vraagt om deugdelijke evaluaties en hard bewijs.”


Column

9/9 8

De troonrede van… Willem Jelle Berg Foto Friso Keuris

“Ons land staat voor een uitzonderlijke, maar geenszins onmogelijke opgave.” Hiermee eindigde vorig jaar de troonrede. Een rede waar vier keer het woord onderwijs in voorkwam en geen enkele keer beroepsonderwijs. Dat veranderen we dit jaar! De troonrede voor het mbo, als het aan CNV Onderwijs ligt: “Leden van de Staten-Generaal, Het kabinet is voornemens de lumpsumfinanciering van scholen, waaronder het mbo, aan voorwaarden te verbinden. Alle instellingen moeten minimaal 70 procent van hun budget besteden aan het primaire proces. Het kabinet wil op deze wijze een impuls geven aan de kwaliteit van het onderwijs. Ook wordt de overhead hierdoor teruggedrongen. De inzet van bekwame instructeurs levert een positieve bijdrage, maar is te ver doorgeschoten. Goed onderwijs vergt hoog opgeleide en goed betaalde docenten. De huidige budgetverplichting voor het primaire proces stelt scholen in staat de functiemix in de Randstad te verbeteren. Aanvullende budgetten moeten de functiemix ook daarbuiten mogelijk maken. Om daarmee de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep te vergroten én de onderwijskwaliteit te verhogen. Een belangrijk deel van het mbo is gebaseerd op de praktijk. De beroepspraktijkvorming (bpv) speelt daarin een voorname rol. Deze is gekoppeld aan duidelijk omschreven leerdoelen en sluit aan bij de opleiding. Nieuw is dat we dit ook handhaven. Bpv is niet bedoeld als een extensieve manier om de onderwijstijd van 850 uur per jaar te realiseren. Het kabinet neemt een conceptadvies van de SER over om de bpv te maximaliseren op 40 procent. Studenten dienen werkzaamheden te verrichten die passen bij de richting en het niveau van de opleiding. Zo voorkomt het kabinet dat, net als in 2009, uit onderzoek van onder meer CNV Jongeren blijkt dat de begeleiding achterblijft. De inspectie mag het in 2011 rustiger aandoen, maar zal haar toezicht op bpv intensiveren en betrekken bij de beoordeling. Tenslotte… het mbo wordt, net als de rest van het onderwijs, ­uitgesloten van bezuinigingen in 2011. Omdat onderwijs van belang is. Omdat we genoeg en goedgekwalificeerde docenten en instructeurs nodig hebben om goed onderwijs vorm te geven.”

Willem Jelle Berg Dagelijks Bestuur CNV Onderwijs

BACK STAGE


MBOóhtjes wist u dat? Van elke 1.000 euro personeelskosten in het mbo gaat gemiddeld*:

665 147 €

Onderwijzend personeel

Wat gaan afgestudeerde mbo’ers doen:

134

Indirect onderwijs­ Direct onderwijs­ ondersteunend ondersteunend personeel ­personeel

54

Directie & management

In het mbo wordt een euro inkomsten gemiddeld besteed aan*:

2010

Doorstuderen hbo

23,6%

Doorstuderen mbo

36,2%

Leren en werken (mbo-bbl)

11,8%

Werken, heb al een baan

19,7%

€ 0,141 overige kosten

€ 0,692 personeelkosten

€ 0,061 afschrijvingen

Werk zoeken

9,3%

Iets anders doen

2,6%

Weet het nog niet

8,7%

€ 0,064 huisvestings­kosten € 0,042 personele kosten *(bedragen 2008)

Volg al het mbo-nieuws via: www.twitter.com/mbonieuws

Wie wordt de Landelijk Ambassadeur Beroepsonderwijs 2010? U kunt tot 4 oktober stemmen op uw favoriete mbo-student via www.6dbo.nl. Volg de 6-Daagse Beroepsonderwijs ook via Facebook, Hyves en Twitter.

BACK STAGE


10 / 11

Personalia Ben Geerdink treedt in oktober toe tot het bestuur van mbo-instelling Rijn IJssel. Geerdink is tot die tijd bestuurslid bij het Haagse ROC Mondriaan. Jeroen van den Berg volgt in oktober Els Brendel op als bestuursvoorzitter van ROC Rivor. Van den Berg is momen­teel al bestuurslid van de mbo-instelling. Brendel gaat met pensioen. Coby Zandbergen-de Zeeuw is in september gestart als bestuursvoorzitter van Cibap, vakschool voor verbeelding. Zij volgt Evert de Jager op, die met pensioen gaat. Hiervoor werkte Zandbergen-de Zeeuw bij mbo-instelling Landstede, als bestuurslid. Naast haar reguliere baan is de nieuwe bestuursvoorzitter lid van de

raad van toezicht van de Isala Klinieken (vereniging Zwolse ziekenhuizen) en Vivente (vereniging christelijke basisscholen Zwolle). Bij AOC De Groene Welle is Frida Hengeveld in augustus gestart als directievoorzitter. Daarvoor was zij bestuurslid bij ROC Eindhoven en sinds 2008 is Hengeveld bestuurslid van de MBO Raad. Hoogleraar Neurocognitieve ontwikkelingspsychologie en auteur van ‘Het Puberende brein’, professor Eveline Crone, is lid geworden van de Programmaraad voor het onderwijsonderzoek. De raad financiert wetenschappelijk onderzoek op onder andere het gebied van mbo en lerarenopleidingen. Crone is ook voorzitter van De Jonge

Akademie, onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). ROC West-Brabant heeft sinds augustus een nieuw lid in zijn raad van bestuur: Arjan Kastelein. Kastelein is af­komstig van de Stichting Gooise Scholen Federatie waar hij bestuursvoorzitter was, hij is ook bestuurslid van de VO-raad. Bij ROC Leiden is Jeroen Knigge gestart als bestuursvoorzitter. Hij volgt Jacques van Gaal op, die tot zijn pensioengerechtigde leeftijd lid van het bestuur blijft. In Memoriam Oud bestuursvoorzitter van ROC Nova College, Bart Bongers (61), is op 4 augustus

Nieuws? Berichten voor de rubriek personalia kunt u sturen naar: backstage@mboraad.nl

overleden. Het mbo verliest in hem een bestuurder die zich vanaf het begin constructief heeft ingezet voor het mbo. Als oud-topambtenaar van onderwijs heeft hij de stap gezet zelf leiding te geven aan het beroepsonderwijs in Haarlem. Bart liet zich niet alleen kennen als een goed bestuurder, maar ook als mens die vele contacten aanging en onderhield. Een aimabel mens, bewogen door mensen.

Els Brendel bestuursvoorzitter ROC Rivor, neemt na 44 jaar afscheid Nooit iets anders gewild? “Nee. Onderwijs is het leukste én ­belangrijkste bedrijf dat er is. Het heeft twee kanten: het leren én het vormende. Ik ben van de generatie die beide belangrijk vindt.”

Wat gaat u niet missen? “Bureaucratie. We leven in een soort angstmaatschappij. Alles moeten we vijf keer verantwoorden. Logisch; ­scholen besteden gemeenschapsgeld, maar zoals het nu is, is het buiten p ­ roportie.”

Ziet de huidige generatie dat anders? “De laatste jaren ligt het accent op ­vakkennis, hoe je een goed wereldburger wordt lijkt verwaarloosd. Dat zie je terug in de samenleving: korte lontjes, on­­ genuanceerde uitingen. Cgo biedt kansen om ook aspecten van wereldburgerschap te behandelen.”

En nu? Rusten op uw lauweren? “Zeker niet. Ik ga jonge docenten ­coachen en bemoei me graag met ­ cultuur en politiek in Den Bosch, waar ik woon. Mezelf blijven ontwikkelen vind ik belangrijk. Ik begon als sport­ leraar en in mijn tijd kon je nog studies stapelen en doorgroeien.

Dan is er in het onderwijs een scala aan mogelijkheden.” Wat wil je anderen meegeven? “Blijf jezelf verwonderen en zoek ­inspi­r atie. Dat geldt ook voor de ­managers van nu. Daar is het onderwijs bij gebaat, het is meer dan zakelijkheid.”

BACK STAGE


‘Scholing moet ­integraal onderdeel zijn van ­ieders loopbaan’

BACK STAGE


13 / 13 12

Robbert Dijkgraaf waarschuwt:

‘Kennis en onderwijs sterven een langzame dood’ Nederland is innovatievolger, heeft behoefte aan meer en beter gekwalificeerde docenten en kampt met een afbrokkelende kennisinfrastructuur. Een neerwaartse spiraal, stelt KNAW-president, universiteitshoogleraar en KIA-lid Robbert Dijkgraaf. Tijd voor een fundamenteel ander perspectief op onderwijs, betoogt hij.

Tekst Marie-José Linders Illustratie Seb Jarnot - Unit CMA

Waar is het misgegaan? “We hebben een structuurprobleem in het onderwijs. Overal staan schotten en dat in een tijd waarin grenzen transparant worden, zowel in de maatschappij als in het persoonlijke leven van mensen. Je leert niet in een gesloten systeem. Dat is niet meer van deze tijd. Scholen moeten de buitenwereld naar binnen halen. De tijdgeest bevatten, jongeren motiveren en voorbereiden op banen die we nu nog niet kennen. Stond ons land in de jaren ’80 met onderwijs en wetenschap in de mondiale top 3, dat halen we niet meer. Het is alsof de zwaartekracht aangrijpt. Wij zakken weg en tegelijkertijd gaan andere landen sneller. Soms omdat ze hebben gekeken naar onze successen en die weten te kopiëren. Het ontbreekt Nederland aan een langetermijnvisie. Politici moeten beseffen dat je niet binnen een half jaar resultaat ziet van investeringen. De waan van de dag domineert: de portemonnee van de mensen van nu.”

Wat zijn die Nederlandse successen dan? We horen vooral wat er mis is. “We hebben – nou ja, hadden – een innovatief onderwijssysteem en een open systeem: iedereen is welkom. Dat biedt

potentie voor het kapitaliseren van talent. Iedereen leren leren en laten excelleren. Dat vraagt een leergierige cultuur, maar juist die wordt te weinig gestimuleerd. De successen van nu hebben we vooral te danken aan investeringen in het verleden. Terwijl ons land een jaloersmakende uitgangspositie heeft, mede dankzij de goede strategische ligging. We hebben door de eeuwen heen geprofiteerd van een wereld waarin mensen en goederen vrij bewegen. Overal ter wereld ontstaan broedplaatsen waar mensen en bedrijven zich verzamelen. De Nederlandse delta was zo’n gebied en moet het weer worden; we moeten alles op alles zetten om in de competitie te blijven. Een duidelijke strategie kiezen en onze sterktes uitbouwen. Daarbij zie ik scholen als een belangrijke motor. Voor het mbo is een cruciale rol weggelegd als hoeder van innovatief vakmanschap.”

En de oorzaak van deze neerwaartse spiraal? “Uiteindelijk maakt de politiek het beleid. Nederlands is het enige land in Europa waar de afgelopen tien jaar geen cent extra is geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Ook voor het onderwijs

geldt dat investeringen achterblijven. Kijk naar de universiteiten: het aantal studenten neemt snel toe, maar de budgetten groeien niet mee. Dat we kampen met een tekort aan gekwalificeerde docenten heeft zowel te maken met de geringe ­aantrekkelijkheid van het beroep, waardoor gekwalificeerde mensen andere loop­banen kiezen, als met de kwaliteit van de lerarenopleiding die is verwaterd.”

Als we alles laten zoals het is, waar staan we over 10 jaar? “Kennis krijgt geen hartaanval, maar sterft de dood van de duizend budget cuts. Banken mogen zomaar op een dag omvallen; scholen, laboratoria en universiteiten verkruimelen, steen voor steen. Talent dat verloren gaat laat zich niet horen. Niemand kent de naam van een onderneming die nooit is gestart. Nederland rest dan een toekomst als ­dozenschuiversland – Nederland distributieland, maar dan zonder de kennis die onze welvaart rechtvaardigt.”

Wat moet er gebeuren willen we het tij keren? “De opgave voor het nieuwe ­kabinet is, kort en bondig: de Kennis- en Innovatie BACK STAGE


‘Kennis en onderwijs sterven een langzame dood’ vervolg

onderwijs. Het gaat om hoogwaardig onderwijs over de gehele breedte, dat opleidt voor hoogwaardige banen. Alle sectoren moeten verbonden worden, één van de sleutels is in handen van het mbo. Juist mbo-scholen vormen de schakel tussen onderwijs en bedrijfsleven. Op dat raakvlak is een wereld te winnen. Scholen zeggen dat de buitenwereld niet snapt wat ze doen, bedrijven zeggen dat het onderwijs niet begrijpt wat ze nodig hebben. Je ziet dat mensen niet vanzelf openstaan zijn voor vernieuwingen. Het is goed dat het mbo zijn rug recht houdt en zijn ideeën over modernisering serieus neemt. Voor docenten is dat lastig, ze moeten tegelijkertijd vastigheid bieden aan studenten, meer professionele last dragen en meebuigen met vernieuwing. Maar laten we niet in de reflex schieten dat iedere onderwijsinnovatie slecht is. Onderwijs en bedrijfsleven hebben verbindingen nodig, bruggen. Daar ligt een voortrekkersrol voor het mbo.”

‘Laten we niet in de reflex schieten dat iedere onderwijsinnovatie slecht is’

Agenda uitvoeren. Allereerst de samenhang in onderwijs en onderzoek bevorderen door een langetermijn­ agenda voor wetenschappelijk onderzoek en innovatie op te stellen, samenwerking afdwingen tussen universiteiten, onderling, en met publieke en private onderzoekinstellingen. Ten tweede: meer aardgasbaten in de kennisinfrastructuur investeren. Daarnaast moet het scholingsniveau omhoog. Leren moet een levenslange instelling zijn. Scholen moeten zich ook niet zo smal opstellen. Niet de student lanceren op de arbeidsmarkt en daarna loslaten. Contact houden met je student en zorgen dat hij weer terugkomt.”

Eén maar: bezuinigingen... “Onderwijs is de belangrijkste sector van de maatschappij. De mensen die nu in de klas zitten bepalen over twintig jaar BACK STAGE

Uw advies aan het mbo?

hoe onze samenleving eruit ziet. Het is gemakkelijk bezuinigen op onderwijs. Onderwijs is geen monoliet met één stem. De sector bestaat uit veel verschillende partijen die vooral bezig zijn met het eigen belang. Een eindeloos overleg met clubjes, die tegen elkaar uit te spelen zijn. Wat dat betreft heeft de KIA-coalitie van een kleine dertig belangrijke maatschappelijke partijen echt iets gerealiseerd. De kennisinvesteringsagenda wordt gedragen door alle spelers: van de peuterschool tot en met volwassenen­educatie. Dat is de enige manier om alle puzzelstukjes te verbinden.”

U bent president van de KNAW, ­hoog­leraar. Redt het wo onze kennis­ economie? “Het is naïef te denken dat we er komen met alleen goed wetenschappelijk

“Kom uit de schuttersputjes. Dat geldt trouwens voor alle sectoren. Onderwijs is één geheel. Zo ziet de buitenwereld het ook. Die denkt alleen: ‘Los mijn ­probleem op. Ik wil jonge mensen die ik kan inzetten en die de wereld begrijpen’. Dat betekent dat scholen een goed radarsysteem moeten hebben, weten waar behoefte aan is en mensen een optimale toekomst geven. Die bal kaats ik meteen terug naar het bedrijfsleven. Als zij willen versterken, dan moeten ze scholen meenemen. Ontwikkelingen in het bedrijfsleven kunnen het onderwijs op sleeptouw nemen, en zeker, scholen moeten meer aansluiten op de structuur van het bedrijfsleven, maar de inhoud staat centraal.”

En docenten? U vindt dat zij moeten ­professionaliseren. “Alles begint met de kwaliteit van docenten. Veranderingen gaan sneller en sneller. De leraar wordt poortwachter: volgt ontwikkelingen en vertaalt deze in lessen. Hij heeft de taak jongeren voor te bereiden op een toekomst die we nog niet


14 / 15

kennen, op banen die nog niet bedacht zijn. Dat vraagt topdocenten die topprestaties leveren. Zet de beste leerlingen van Nederland bij elkaar en je weet wat ze presteren. Dan kun je zeggen dat de opleiding goed is, maar wat is de toegevoegde waarde van scholing? Docenten moeten toegerust zijn om studenten te inspireren, verborgen krachten in zichzelf te leren kennen, dan voegt onderwijs wat toe. De laatste tien, twintig jaar hebben we niet ingezien dat die ingewikkelde wereld, waarin het scholings- en kennis­niveau omhoog moet en jongeren mondiger worden, extra acceleratie­ vermogen van docenten vraagt. Je hebt een overschot aan kennis nodig om een kind te begeleiden. Docenten verdienen de status die recht doet aan hun rol: zij zijn degenen die écht een nieuwe generatie lanceren. Die gedachte is afgesleten. De kracht van het onderwijs is maatwerk, daarom hebben we meer diversiteit, aandacht en kwaliteit nodig. Geen dikke eenheidsworst.”

Mooie ideeën, maar hoe doen docenten dat in de praktijk? “Iedereen die in het onderwijs werkt is voor mij per definitie fantastisch; zij zijn onze helden. Helden in een spagaat, want als docent moet je zelf ook leerling blijven. Onderwijs moet ademen, in verbinding staan met die ingewikkelde wereld. Als het idee van een leven lang

leren al niet bij de docent zelf beklijft, treedt er verkramping op. Het gaat mij om permanent onderwijs: scholing als integraal onderdeel van ieders loopbaan. Ik zit veel in de klas, luister naar wat anderen vertellen en bedenken. Ik probeer continu nieuwsgierig te blijven. Leraren moeten zorgen dat ze up-to-date blijven. Dat geldt voor iedereen die een beroep heeft: onderwijs moet de draad zijn die door ons leven loopt. Een docent die zijn vak en zijn verantwoordelijkheid serieus neemt, zal zich nooit verschuilen achter ‘geen tijd’– het is een kwestie van prioriteiten. Misschien minder vergaderingen en vaker op bijscholingscursus.”

Is het niveau van onze huidige docenten onvoldoende? “Scholen in het voortgezet onderwijs ­klagen steen en been over het niveau van de leerlingen die bij hen worden afgeleverd en hetzelfde doen de hogescholen en universiteiten over het voortgezet onderwijs. Maar ook uit internationaal onderzoek blijkt dat Nederland het ­relatief steeds slechter doet.”

En? Wat zijn de elementaire deeltjes van het onderwijs? “De elementaire deeltjes van het onderwijs zijn niet de bakstenen van het schoolgebouw, niet de lesstof en zelfs niet de docent. Het is de leerling. En om weer in de internationale top vijf te komen

Curriculum vitae Geboren: 1960 in Ridderkerk.

‘We moeten ­jongeren niet in vooraf ­geboorde gaatjes proppen’

hebben we een soort nieuwe relativiteitstheorie nodig: je kunt een school zien als een gebouw waar studenten in en uit gaan, of juist de student zien die verschillende scholen bezoekt. Dan kijken we met een fundamenteel ander perspectief naar scholing. Het perspectief van de mens met de verschillende stadia in zijn leven. We hebben zo veel afslagen in ons onderwijs – er is een corrigerend mechanisme nodig zodat je op ieder moment je leven vorm kunt geven via scholing. Daar moeten we onderwijs op aanpassen. De mens is leidend, niet de structuren van de onderwijsorganisatie. Het doel is helder: een samenleving waarin ieder kind zijn eigen, ideale onderwijs krijgt. Nu wordt op je 11e de trekker van het pistool overgehaald en dan maar hopen dat je goed terechtkomt. Een ouderwets model, waarmee veel talent verloren gaat. Talent dat we hard nodig hebben in de inter­ nationale competitie, daar speelt de race om kennis en innovatie zich af.”

Studie: gymnasium, kandidaatsexamen natuurkunde Universiteit Utrecht, Gerrit Rietveld Academie, promotie UU. Werk: Princeton University, Institute for Advanced Study (USA), ­hoog­leraar mathematische fysica UvA (1992) universiteitshoogleraar UvA (2005), president KNAW (2008), lid tweede Innovatieplatform (2007-2010). En verder: kreeg in 2003 de NWO Spinozapremie, was gasthoogleraar bij o.a. Harvard, MIT, Berkeley en Kyoto, wetenschappelijk adviseur van Cambridge, Stanford, Dublin, Parijs en Bonn. Columnist NRC Handelsblad, Folia en vaste tafelgast De Wereld Draait Door.

Hadden we dat ideale onderwijs niet a­llang moeten hebben? “Ook dat is naïef. Honderd jaar terug kon je nog met droge ogen zeggen dat vijf procent van de bevolking een middelbare opleiding nodig had. Nu realiseren we ons dat iedereen talent heeft. Terwijl we jongeren in gaatjes proberen te stoppen die we vooraf geboord hebben. Dat is toch idioot?”


Uitblinker

Kanya Kittikonthawin verliet haar moederland:

‘Ik wil iets doen, niet alleen kijken’ Geld verdienen, dat wilde Kanya Kittikonthawin (30). De Thaise vertrok naar Nederland, maar de werkelijkheid bleek weerbarstig. Ze zette alles op alles om haar droomvak te leren. Een topper vindt haar school, ROC Mondriaan en nomineerde Kanya tot mbo-uitblinker van het jaar. Tekst Somajeh Ghaeminia Foto Tino van Dam “Mijn moeder zorgde in Thailand voor zeven kinderen. Dat was zwaar. Ik wilde haar helpen, door geld te verdienen in Nederland. De eerste drie jaar plukte ik paprika’s. Ondertussen volgde ik een inburgeringcursus, maar daar leerde ik weinig. Eén keer per week les is onvoldoende. Later leerde ik mijn man Richard kennen. Hij bood me aan bij hem en zijn ouders te komen wonen zodat ik elke dag naar school kon.” “’s Ochtends had ik Nederlandse les en ’s middags werkte ik als postbezorger. Door een taalstage in een verzorgingstehuis ontdekte ik dat ik graag met oudere mensen wilde werken. Ik vind het fijn voor hen te zorgen, want sommigen durven geen hulp te vragen. Na mijn inburgering ben ik begonnen met een tweejarige opleiding Zorg en Welzijn bij ROC Mondriaan. Een speciale opleiding op niveau 2 voor mensen die de Nederlandse taal niet goed spreken. Dat was fijn, iedereen hielp elkaar en niemand werd uitgelachen. Mijn eerste stage volgde ik in een peuterspeelzaal. Dat bleek toch te moeilijk voor me. Die Nederlandse kinderliedjes en verhaaltjes: ik kende ze niet,

en schaamde me voor de kinderen die mij vaak moesten verbeteren.” “Ik wilde weer met oudere mensen werken tijdens mijn tweede stage. Zij hebben geduld, snap je iets niet, dan leggen ze het nog drie keer uit. Maar nergens was er plek en dus zat ik thuis. Ik heb de school gesmeekt om een stageplek. Uiteindelijk ben ik naar de onderwijsmanager gestapt. Zij zag dat ik écht graag wilde. Een week later kon ik terecht bij zorginstelling de Sonneruyter in Voorburg. De eerste dagen mocht ik alleen meekijken. Toen heb ik ingegrepen en laten weten dat ik niet alleen wilde kijken, maar iets wilde doén!” “Uiteindelijk ging mijn tweede stage zo goed, dat ik een baan aangeboden kreeg. Nu werk ik 32 uur en ga ik één dag in de week naar school voor mijn opleiding Verzorgende IG op niveau 3. Een moeilijke opleiding, maar ik leer veel: over anatomie, verpleeg­ technieken en veiligheid. De taal vind ik nog steeds lastig. Ik neem een recorder mee naar school en luister alles thuis terug. Ook ga ik naar een logopedist om de klanken beter te leren en zing ik in een koor.” “Mijn moeder overleed twee jaar geleden. Ik kon haar niet bezoeken omdat ik examens had. Slechts negen dagen heb ik haar in haar ziekbed gezien, zonder iets te kunnen doen. Nu weet ik precies hoe ik haar had kunnen verzorgen. Maar ze is niet meer. Dat doet me veel verdriet.”


16 8 //17 17

Column

De troonrede van… Jan van Zijl Foto Friso Keuris

Leden van de Staten-Generaal, Het zijn barre tijden in onderwijsland, de economische crisis trekt diepe sporen. Het vraagt grote inspanningen van allen in het mbo om samen aan te pakken en, in het belang van duurzame deelname aan arbeidsmarkt en economie van onze jongeren, garant te staan voor een sterk beroepsonderwijs. Dat vraagt ook een en ander van de overheid. Het mbo dient van, inmiddels hardnekkige, knelpunten te worden bevrijd zodat het de handen vrij heeft voor zijn onderwijs- en ­maatschappelijke taken. De discussie over de complexiteit van het mbo maakt het belang groot dat het nieuwe kabinet de onderwijsinstellingen ‘ontzorgt’. Vermindering van bureaucratie door beperking van de regeldruk is voor docenten en onderwijsinstellingen een zegen. Evenals beëindiging van tegenstrijdigheden in regelgeving die het onderwijs beperken in het behouden en aantrekken van professionele docenten; het kapitaal voor goed onderwijs. Bestuurlijke consistentie is het baken waarop het mbo vaart. Het besluit over invoering van cgo is genomen, daarmee is de brood­ nodige modernisering van het mbo een feit. De tijd en energie die we winnen door de loze discussie over wel of niet invoeren te staken, is zoveel beter te besteden. Belangrijk is ook het wegblijven bij weer nieuwe veranderingen, zoals stelselwijziging. Voortdurend schoffelen knakt groei, ­ontwikkeling en verbetering in de dop. Het begrotingstekort is enorm en verdwijnt niet vanzelf. Een beroep van de overheid op het onderwijs om bij te dragen aan de bezuinigingen zou op gespannen voet staan met de investeringen die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de eisen van diezelfde overheid: verdere modernisering, kwaliteitsverbetering in nationaal en internationaal belang, in combinatie met de steeds dringender wordende maatschappelijke taken. Uitkomst biedt de motie Hamer die mogelijk maakt bezuinigingen in de vorm van investeringen­terug te laten vloeien in het onderwijs. De tijd zal leren of de partijen hun beloftes om het onderwijs te sparen gestand zullen doen. Het is aan u, leden van de Staten-Generaal, om verantwoordelijkheid te nemen en het onderwijs de ruimte en voorwaarden te gunnen die het mogelijk maken de nodige stappen te zetten.

Jan van Zijl Voorzitter MBO Raad BACK STAGE


vijf vragen aan…

Aan:

Onderwerp:

ahmed Marcouch, Tweede Kamerlid PvdA 

M  bo’ers willen dolgraag leren, maar struikelen over roosters waarin ze het zelf moeten uitzoeken, lesuitval en het ontbreken van stageplaatsen. Dat was ­begin dit jaar de kritiek van Ahmed Marcouch, stadsdeelvoorzitter Slotervaart. ­Inmiddels zit hij voor de PvdA in de Tweede Kamer. Alle reden hem vijf vragen van lezers voor te leggen.

BACK STAGE

Tekst Luuk Obbink Foto’s Gerry Hurkmans


19 / 19 18

Aan:

Ahmed Marcouch

de norm van 850 lesuren te halen. En op het mbo voor hotelmanagers werd de diploma-uitreiking verzorgd door eerstejaars, een prachtvoorbeeld van cgo. Heel wat anders dan studenten, bij wijze van zelfstudie, twee dagen per week zelf laten ploeteren, zoals elders gebeurt. Overigens: je kunt je druk maken over je imago, maar houd je bezig met de werkelijkheid en werk aan de zwakke schakels. Met alleen pr kom je er niet.”

Vraag 1: Uw kritiek was pittig. Wat moet er in het mbo veranderen en wat wilt u als Kamerlid doen?

D

e politiek kan toezicht houden op onderwijs en het financieel faciliteren, meer niet. De scholen moeten het onderwijs zelf inrichten. Het belangrijkste is dat bestuurders en directeuren weer naar docenten en studenten luisteren. Je kunt jongeren en ouders in probleemwijken aanspreken over de leerplicht, maar als een school vervolgens door lesuitval niet kan leveren, houdt het op. Dat is wat ik in Slotervaart zag. Docenten en studenten worden in de steek gelaten door directeuren en bestuurders die in een werkelijkheid van nota’s leven. Door de schaalvergroting van de laatste jaren, weten ze niet meer wat er op de werkvloer leeft. Aan de docenten ligt het niet. Die hebben nog dezelfde bevlogenheid die ik heb ervaren toen ik zo’n tien jaar geleden in het mbo werkte.”

Aan:

Aan:

Vraag 4: Veel mensen maken zich zorgen over afname van verdraagzaamheid. Kan het mbo bijdragen aan een goed maatschappelijk klimaat?

H

et is makkelijk mee te jammeren over de opkomst van Wilders, we moeten beseffen dat veel stemmers misdragingen en balorigheid spuugzat zijn. Natuurlijk is opvoeding een taak van ouders, maar het mbo kan hier een rol in spelen. Simpele dingen, hoe ga je met elkaar om? Hoffelijkheid. Een AH-manager vertelde me laatst dat hij al blij is als jongens begrijpen dat ze zonder baseballpet moeten solliciteren. Een moslima snauwde onlangs tegen me dat ze me geen hand wilde geven. Als dat je overtuiging is: goed, dan moet dat maar, maar je kunt het ook gewóón zeggen. Studenten helpen zich te ontwikkelen tot burgers die volwaardig aan de samenleving deelnemen, daar gaat het ook om.”

Ahmed Marcouch

Vraag 2: U zocht de publiciteit in aanloop naar de­ ­verkiezingen. Was dat uit electorale motieven?

I

k kan me voorstellen dat die gedachte leeft, maar neem van mij aan dat het niet zo is. De lijst van zeer zwakke opleidingen was voor mij de druppel om zaken aan te kaarten, ruim voor de val van het kabinet. Kennelijk was het nodig die steen in de vijver te gooien. Sindsdien wordt wél erkend dat er een probleem is. En het gaat ergens over: studenten hebben soms geen taalonderwijs. Dat wordt minder belangrijk geacht. Wat een misverstand: een vakman die niet met een klant kan communiceren, komt niet ver. Voor studenten met een taalachterstand is Nederlands dé sleutel tot deelname aan de samenleving. En de stapelaars, die naar het hbo willen, kunnen niet zonder Nederlands en Engels.”

Aan:

Ahmed Marcouch

Vraag 3: U schetst een dramatisch beeld, maar op veel scholen gaat het goed. Bent u daar ook geweest?

J

Ahmed Marcouch

Aan:

Ahmed Marcouch

Vraag 5: Wat was uw eigen onderwijsmoment?

T

oen ik als 10-jarige in Nederland kwam, had ik nog nooit een pen vastgehouden. Ik ben religieus, bid vijf keer per dag, ook voor de vele docenten die in mij geloofden en mij de kans gaven mijn gastarbeiders­ achtergrond te ontstijgen. Ook ik ben stapelaar: van vmbo naar hbo, via mbo. Maar mijn echte leermoment was niet op school. Mijn eerste baan in een zorg­ centrum mislukte, dat heeft me diep geraakt. Ik was te timide, niet in staat me te presenteren, zoals zoveel Marokkaanse jongens. Alleen in de groep lijken ze heel wat, maar in werkelijkheid moeten ze leren assertiever te zijn. Ik leerde het uit een boekje, voor twee gulden vijftig in de uitverkoop bij V&D. Over hoe je moet solliciteren, heel praktisch. Dat was mijn leermoment.”

a, en ik heb journalisten uitgenodigd mee te gaan. Maar dat trekt minder aandacht. Ik was bij de diploma-uitreiking op het Hout- en Meubileringscollege. Een geweldige opleiding, waar je het onderwijs ruikt als je door de school loopt en men geen moeite heeft

Kijk op www.mboraad.nl/­backstage om uw ­vragen voor de volgende ­aflevering in te sturen. BACK STAGE


Concept & vormgeving www.2ndsky.nl - Dennis Smal is zelfstandig grafisch ontwerper en voormalig mbo- en hbo-student


21 / 21 20


De docent

Tekst Annette van Soest Beeld Iris Loonen/HH

BACK STAGE


23 / 23 22

Meer jongeren met meer problemen

als brandjesblusser Mbo-docenten zijn het zat. Instromers hebben een bedroevend laag taal- en rekenniveau. Docenten geven aan dat het aantal studenten met leer- en gedragsproblemen toeneemt, zo blijkt uit een recente NOS-enquête. De docent lijkt intussen steeds meer op een maatschappelijk werker. Waar eindigt de verantwoordelijkheid van de school en begint die van de student en ouder?

Tekst Annette van Soest Foto Jacqueline de Haas/HH Beeldbewerking Link Design “Bij ons zijn er weinig jongeren die niets mankeren”, zegt docente Cootje van Kilsdonk van ROC de Leijgraaf in het Brabantse Veghel. “Ze hebben een taalachterstand of het gaat thuis niet goed, komen uit een internaat, lopen bij de reclassering vanwege een klein vergrijp of schoolverzuim. Of ze hebben een ­leerstoornis, gedragsstoornis of lichamelijke handicap, geld­problemen...” Van Kilsdonk denkt even na voordat ze haar opsomming voortzet. “We hebben ook kinderen uit asielzoekerscentra, kinderen van ouders die nog niet goed geïntegreerd zijn, geradicaliseerde jongeren. Afgelopen jaar hebben we toch ook wel wat kinderen gezien uit buitenlandse gezinnen waar de vader van overleed en de moeder hen niet in de hand kon houden. En we komen natuurlijk ook gevallen tegen van mishandeling.” Uit een recent onderzoek van de NOS in samenwerking met CNV Onderwijs en de MBO Raad, blijkt dat mbo-docenten onder steeds grotere druk staan. In een enquête werd docenten onder andere gevraagd wat volgens hen het grootste probleem in het middelbaar beroeps­onderwijs is. Zo’n vierhonderd docenten reageerden. Belangrijkste uitkomst? Het instroomniveau van studenten is te laag. Nieuwe studenten

beheersen de Nederlandse taal niet goed en halen een dikke onvoldoende voor rekenen. Die achterstand moet op het mbo worden bijgespijkerd met extra lessen. Daarnaast worden docenten vaker geconfronteerd met een waslijst aan sociaal-emotionele problemen en met de culturele diversiteit onder studenten. Het mbo is al jarenlang bezig deze problematiek aan te pakken, ook in het kader van het programma Aanval op de Schooluitval. Maar het probleem lijkt alleen maar groter te worden. Dat levert extra werklast op, vraagt om andere vaardigheden en gaat soms zelfs ten koste van de kerntaak van de docent: lesgeven. “Het komt absoluut voor dat de school zo veel tijd stopt in begeleiding van individuele studenten, dat het onderwijs in het gedrang komt”, zegt Remko Keizerwaard, docent en als teamleider verantwoordelijk voor de koks­opleidingen van het Albeda College in Rotterdam. “Ik heb soms het idee dat men denkt dat de school alles kan oplossen. Maar dat is niet zo. Er moet een balans in worden gevonden.”

Bert Brinkman, NJi: ‘Ouders geven onvoldoende steun’

Onderwijs als kerntaak ROC de Leijgraaf toont aan dat niet alleen leerkrachten in de grote steden die druk e ­ rvaren. De school is een van de kleinere roc’s van BACK STAGE


De docent als brandjesblusser vervolg Nederland. “Wij proberen studenten goed te begeleiden, maar het is voor docenten een hele klus”, beaamt Van Kilsdonk, die voor de klas staat en daarnaast werkt als coach en loopbaanbegeleider. Alleen al met de administratie rond de opvang van ‘probleemgevallen’ is ze de helft van de werkweek zoet. “Dan praat ik dus nog helemaal niet over de schoolresultaten, dat komt er nog eens bij.”

Docent Cootje van Kilsdonk: ‘Drie meisjes ­verdwenen plotseling naar het buitenland’

Ben Brinkman van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) herkent de verhalen. “Uit onderzoek dat we twee jaar geleden hebben gedaan, zien we inderdaad een groeiende persoonlijke en maatschappelijke problematiek bij jongeren in het mbo. Dat kun je niet allemaal op het bordje van de scholen leggen, daar hebben ze hulp bij nodig.” Die hulp krijgen ze ook. In opdracht van de overheid heeft Brinkman als projectleider van het programma Onderwijs & Jeugdzorg de afgelopen tien jaar gewerkt aan ondersteuning van het middelbaar beroepsonderwijs bij de onderwijstaken. Een betere samenwerking tussen de school en partners daarbuiten – GGD, verslavingszorg, schuldhulpverlening, et cetera – moet ervoor zorgen dat de jongeren adequate hulp krijgen en dat de school zijn kerntaak kan uitvoeren.

Foto Marcel van den Bergh / HH

“Onderwijs moet geen hulpverlening worden. Mentortaken hebben grenzen”, benadrukt Brinkman. “Wij zijn ervoor om die samen­ werking tussen de school en de externe partners zo soepel mogelijk te laten lopen.”

De belangrijkste bijdrage daaraan leveren de Zorg Advies Teams (ZAT’s), interdisciplinaire teams waarin onderwijs, leerplicht, maatschappelijk werk, jeugdzorg, (geestelijke) gezondheidszorg en politie samenwerken. Vrijwel alle mbo-scholen hebben al één of meer ZAT’s en er wordt gestreefd naar een landelijke dekking van ­honderd procent. Een ander middel om zogeheten ‘overbelaste jongeren’ binnenboord te houden, zijn de plusscholen. Alle inspanningen moeten leiden tot het ­uiteindelijke doel: een daling van het ­aantal voor­tijdig schoolverlaters. Studenten met problemen lopen het risico eerder uit te ­vallen en hun opleiding te staken. Tim Blom, hoofd loopbaancentrum bij ROC Mondriaan in Den Haag, ziet dat de afgelopen jaren veel vooruitgang is geboekt. Zijn afdeling onderhoudt contacten met gemeenten, ministerie en hulpverlening op het gebied van verzuim en voortijdig school­verlaten. “Ieder overstapmoment brengt een risico met zich mee. Daarom is er nu een betere overdracht van leerlinggegevens tussen vmbo en mbo. Dat is het voortraject. En binnen het roc focussen we ons steeds meer op begeleiding van jongeren voordat ze dreigen uit te vallen. Het aantal ­voortijdig schoolverlaters daalt.”

Geen drempelloze instroom Volgens Ingrado, de landelijke brancheorganisatie voor leerplicht en voortijdig schoolverlaten, valt er echter nog veel te verbeteren. Oók in de informatieverstrekking van vmbo richting mbo, aldus voorzitter Carry Roozemond. “Je mag best aan je hofleverancier vragen met welke jongeren je iets moet bereiken en wat hun gebruiksaanwijzing is. Als je weet met welke materialen je een huis gaat timmeren, weet je toch ook of je een villa kunt bouwen of dat je slechts de materialen in huis hebt voor sociale woningbouw? Je weet dan ook dat je aan zo’n woning meer gestructureerd onderhoud moet plegen dan aan die grote villa.” Zeker in deze tijd, met de drempelloze instroom, laat het mbo zich soms toch nog wat al te veel ‘beurse appels’ in de mand leggen, vindt ze. Precies om die reden – het terugdringen van schooluitval – pleiten VNO-NCW, MKB-Nederland en MBO Raad voor afschaffing van de drempelloze instroom op niveau 2. In aanloop naar de formatie van de nieuwe regering schreef Ingrado afgelopen juli een manifest waarin het extra aandacht vraagt


voor verzuim en uitval. Eén van de maat­ regelen waarop de koepel hamert, is dat jongeren zich meer gekend en verbonden voelen op school. Volgens Roozemond betekent dat dat álle medewerkers binnen een roc – van de docent tot en met de secretaresse van de bestuursvoorzitter – verantwoordelijk zijn voor een bepaald aantal studenten. “Laat zien dat je ze kent en dat je ze mist als ze er niet zijn. Check dagelijks even: hoe gaat het, ben je er? Het gebeurt nog steeds dat een jongere zich uit kan schrijven voor een opleiding zonder zich voor een nieuwe in te schrijven. Dan ben je hem dus kwijt.”

Foto Arie Kievit / HH

25 / 25 24

Thuisfront moet meedoen

Voortijdig schoolverlaten is een ‘veelkoppig monster’, er zijn veel verschillende redenen waarom een student kan uitvallen. Ook Blom van het Mondriaan-loopbaancentrum worstelt met de vraag wat er van een school en docent verwacht mag worden. “Het blijft lastig. Aan de ene kant krijgen we steeds meer jongeren met problemen in huis, maar waar ligt de grens? Als een jongere niet meer hanteerbaar is en gevaarlijk wordt voor het personeel houdt onze verantwoordelijkheid op. Dat maken we regelmatig mee.” Iedere student binnenboord houden is een illusie, vindt hij. “Sommige ­jongeren zijn niet doceerbaar. De ­landelijke ­politiek wil dat honderd procent van de ­jongeren een startkwalificatie haalt, dat is niet haalbaar. Uit de contacten die ik heb met de lokale overheid, blijkt dat dat langzamerhand gelukkig wel wordt erkend.” Ook volgens Van Kilsdonk is het een onhaalbaar streven iedere student met een papiertje de poort uit te zwaaien. “Je kunt niet de hele wereld redden, ook al zou je het willen.

Foto Mark Kuipers / HH

Dat is mooi, maar waar houdt de verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling op en wanneer komen de ouders in beeld? De school kan het inderdaad niet alleen, beaamt Brinkman van het Nederlands Jeugdinstituut. Betrokkenheid van de ouders is minstens zo belangrijk. “Er moet een thuisfront zijn dat meedoet. We komen nog vaak genoeg ouders tegen die er niet zijn of onvoldoende steun en structuur verlenen aan het leerproces. Dat zijn voornamelijk allochtone ouders die onvoldoende toegerust zijn om het Nederlandse onderwijs­ systeem te doorzien en in te zien hoe belangrijk het is om hun kind daarin te ondersteunen.”

Afgelopen december zijn drie meisjes plotseling naar het buitenland verdwenen. Dat vind je verschrikkelijk als docent. Een van hen – ouders uit Irak, vader uit beeld en moeder psychiatrische problemen – hoefde nog maar één opdracht in te leveren voor haar diploma. Ze had een turbulent verleden en kreeg bij ons de kans om tot rust te komen. Maar toen haar familie ontdekte dat ze een tatoeage had, is ze binnen een week verdwenen. Alle ­instanties hebben erachteraan gezeten. Niets heeft ­geholpen. Later hoorden we van een ­k las­genootje dat ze in Zweden zit.” Zelfs Ingrado erkent dat er altijd een groep overblijft die geen startkwalificatie zal halen. Roozemond: “‘Er kan altijd een keer een jongere zijn dat het niet gaat, dan kun je blijven ­trekken, maar breekt het gewoon. Als dat gebeurt is het BACK STAGE


Foto Imagesource / HH

De docent als brandjesblusser vervolg

Docent Remko Keizerwaard: ‘Je wil toch een schouder bieden’

helemaal niet erg dat de leerplicht het oppakt. Maar ik ben ervan overtuigd dat er nu niet altijd alles aan wordt gedaan om jongeren binnenboord te houden.” Wat moet er dan veranderen? “We moeten vooral niet alles op de schop gooien. Ik heb het idee dat er al heel veel goed gaat. Maar er moet worden nagedacht over de ­organisatie van de structuur. Wat doen we goed, weten we van elkaar wat we doen, zit iedereen het niet nog eens los van elkaar over te doen? Als je alleen maar steentjes aan het stapelen bent en iedereen vergeet het cement te mengen, lukt het nooit. Wat ik hoor van ­jongeren is dat nu nog vaak wordt vergeten het cement te mengen.”

Menselijke maat Het kan dus beter. Maar er is absoluut geen reden tot somberen, vindt Brinkman van het NJi. “Ik zie kansen genoeg. Als je ziet hoeveel mogelijkheden er nu zijn om studenten in ­speciale programma’s te laten draaien...” Ook hij ziet, net als Ingrado, heil in een betere organisatie en in samenwerking. “Het belangrijkste is een goede organisatie en een goede zorgstructuur. In samenwerking liggen mogelijkheden die nu nog onvoldoende benut worden. En samenwerking betekent ook dat docenten met minder druk in de klas te maken hebben. Scholen zijn van oudsher naar binnen BACK STAGE

gericht. Er is veel winst te behalen door over de eigen grenzen heen te kijken, de deuren open te zetten en samen te werken met partners in de gemeente.” Toch blijft het lastig. Want zelfs als de school zijn taak heeft vervuld; door te signaleren dat een student hulp nodig heeft en hem of haar heeft doorverwezen naar een zorginstantie, is de kous daarmee nog niet af. “De verantwoordelijkheid eindigt daar niet”, zegt Remko Keizerwaard van het Albeda College. “Het is niet zo zwart wit. Als een meisje net een ­abortus heeft laten plegen, kun je haar wel naar maatschappelijk werk sturen voor geestelijke ondersteuning, maar zo’n meisje zit nog steeds in de klas voor zich uit te staren. Dan wil je toch een schouder bieden. Ik denk dat je de menselijke maat in de gaten moet houden.” Uiteindelijk wil iedereen hetzelfde. Studenten moeten zich op het mbo kunnen ­concentreren op het leren van een vak. En degenen die daar extra ondersteuning bij nodig hebben, moeten die kunnen krijgen. Docente Cootje van Kildonk: “Het is af en toe hartstikke zwaar en soms zie ik het niet meer zitten. Maar het is ook heel leuk. Wij kunnen echt het verschil maken en met studenten op zoek gaan naar een mooie toekomst.”


26 8 //27 27

Column

De troonrede van… Elmer Veerhoff Foto Friso Keuris

Leden van de Staten-Generaal, Niet weer minder. Met angst en beven kijk ik naar de aankomende bezuinigingsronde die het nieuwe kabinet moet uitvoeren. 18 miljard op onder andere de zorg en het onderwijs. Wanneer dringt het tot u door dat het met minder niet kan? U bent zich ervan bewust dat het beroep docent sterk aan imago heeft ingeboet. Oplossingen dit te verbeteren hebben zich tot nu toe niet aangediend. Directe actiepunten ook niet. We moeten, zoals het er nu naar uitziet, meer gaan doen in minder (betaalde) tijd. Het beroepsimago lijdt daaronder. Taal en rekenen erbij, beroepsgerelateerde lesuren eruit. Er is ruis over kleinere roc’s. De grote roc’s zijn ontstaan doordat er kostenbesparend en efficiënter gewerkt moest worden. Immers, in één grote locatie zijn docenten multi-inzetbaar, is de inkoop grootschaliger, dus: goedkoper. Het ROC Leiden laat op het ogenblik twee grote moderne, mooie gebouwen neerzetten in Leiden. September 2011 hopen wij ernaartoe te verhuizen. Dertig kleine locaties verdwijnen. Met de inrichting van die gebouwen wordt volledig rekening gehouden met de uitvoering van cgo, nog een zeer

betwistbaar punt. Ik, als ICT Academie docent, ben heel gelukkig met cgo. De student wordt, in samenspraak met de bedrijven, veel meer to the point opgeleid tot een goed beroepsbeoefenaar en perfect voorbereid voor het hbo. Geen veranderingen voor het cgo, wél verbeteringen, betere faciliteiten en groter draagvlak creëren door de docenten op te leiden. Geachte leden der Staten-Generaal: ik vraag u oog te hebben voor de ondergewaardeerde rol van de docent. Ik hoop dat u niet fel bezuinigt op de salarissen (beroepsimago). Stel meer geld ter beschikking voor de professionalisering van docenten; zij zijn onmisbaar voor de kwaliteit van het onderwijs. Meer docenten in het mbo om onze studenten klaar te stomen voor het beroepenveld. Ach, zullen wij die nieuwe, prachtige, grote gebouwen maar laten staan?

Elmer Veerhoff Docent ICT Academie ROC Leiden en schreef als songwriter vele Nederlandstalige hits

BACK STAGE


en wat doet zij zoal?

De week van Gertrud Visser-van Erp, VNO-NCW/MKB-Nederland

‘Bedrijven en mbo-scholen zijn partners’ Met onderwijs, kenniscentra en bedrijfsleven werken aan goed middelbaar beroepsonderwijs. Dat ziet Gertrud Visser-van Erp (52 jaar), secretaris onderwijs bij VNO-NCW/MKB-Nederland, als één van haar belangrijkste taken.

Ma

Di

Tekst Tanja Krieger Foto’s Jeroen Poortvliet

Samen verbeteren “In de werkgroep

School eindverantwoordelijk “Op verzoek

Beroepsonderwijs-­­Bedrijfsleven praten we over een model voor de verhouding tussen Colo en de nieuwe Stichting Beroepsonderwijs-Bedrijfsleven. Ons voorstel hiervoor, één Vereniging, gaat nu naar de Stuurgroep Beroepsonderwijs-Bedrijfsleven die de partijen van de gemeenschappelijke intentie­verklaring hebben ingesteld om hun plannen te realiseren. Werkgroepen werken al aan bpv en examineren. De overige onderwerpen, zoals de afbakening landelijk en regionaal tussen onderwijs, ­georganiseerd bedrijfsleven en kenniscentra, komen later aan bod. De Stuurgroep beslist uiteindelijk over deze thema’s.”

van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie bespreek ik werkplekleren in het hbo. De NVAO wil weten hoe je de kwaliteit van een opleiding garandeert als een student veel onderwijstijd in de praktijk heeft. Ik heb verteld hoe dat in het mbo gaat en welke eisen wij stellen. In het mbo is werkplekleren zeer aanwezig. De school is eind­verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit en om die te garanderen moet een school de rand­voorwaarden goed voor elkaar hebben. Voorbereiding en begeleiding van studenten en afstemming met bedrijven kan nog beter, dus daar werken we met het onderwijs hard aan.”

BACK STAGE


29 / 29 28

Do Model praktijkovereenkomst “We willen de bpv in bedrijven verbeteren. Samen met de MBO Raad, OCW en Colo hebben we ­afspraken gemaakt via het bpv-protocol. Vandaag bespreken we hoe we verder gaan. We stellen een model praktijkovereenkomst op om de afspraken op de werkvloer uit te werken, ook willen we meer uniformiteit. Bedrijven hebben studenten van verschillende scholen, met hun eigen werkwijze. Daar hebben ze last van. Gemiddeld bestaat 50 procent van het mboonderwijs uit praktijk. Met betrokken partijen moet je dit zo efficiënt en effectief mogelijk organiseren. Dat is soms ingewikkeld, maar het biedt ook kansen.”

Vr

Wo

Win-winsituatie “Bij Teach Second ­ illen we dat mensen uit het bedrijfsleven w ­structureel zo’n één tot twee dagen per week in het onderwijs werken. Het onderwijs is geen afvalput: het moeten goede mensen zijn die in het bedrijfsleven en onderwijs willen werken. We willen een win-winsituatie: scholen krijgen mensen met actuele kennis, de werknemers dragen hun passie over en de culturen van onderwijs en bedrijfsleven vermengen zich. Ik denk dat we volgend studiejaar kunnen starten; het moet niet bij praten blijven!”

Ervaringen delen “De Onderwijsraad heeft mij en andere experts gevraagd onze ervaringen en suggesties over praktijkleren te delen. Dit gebruikt de raad voor een advies over praktijkleren in het beroepsonderwijs. Ik heb gesproken over het bpv-protocol, de financiering van de bpv en andere taken en wensen die het bedrijfsleven bij het mbo heeft. Organisaties nodigen mij regelmatig uit om over onze ervaringen en ons beleid te vertellen. Dat vind ik belangrijk, ik heb vanuit werkgevers behoorlijk kijk op het beroepsonderwijs. Het is fijn om gehoord te worden. Ik hoop dat de Onderwijsraad er wat goeds mee doet.”

BACK STAGE


Staatssecretaris voor 1 dag

André Bolhuis, voorzitter NOC*NSF

‘Als ik Marja ben, krijgt elke basisscholier elke dag sport’ Tekst Guus Mater Foto’s Nout Steenkamp (FMAX) “De invoering van sport en bewegen als verplicht vak in het basisonderwijs, is het eerste wat ik als staatssecretaris doe.” Als voorzitter van sportkoepel NOC*NSF is André Bolhuis sinds mei Nederlands’ hoogste sportbobo. Daarnaast is de vroegere hockeyer drie dagen per week werkzaam als tandarts. “De lessen moeten worden gegeven door een vakleerkracht, een uur per dag. Het is een ernstige omissie dat sport niet een vast en verplicht onderdeel van het lespakket vormt. Kinderen op die leeftijd leren door sport hun lijf kennen en leggen de basis voor een goede gezondheid. Het is goed, dat er door de combinatiefunctionarissen die een paar jaar geleden aan het werk zijn gezet, een link wordt gelegd tussen school en sportclub. Het heeft me altijd verbaasd dat de accommodaties van clubs overdag weinig worden gebruikt en dat gymnastieklokalen in de avonduren leeg staan. De betekenis van sport kan moeilijk ­worden overschat. Wie meedoet, leert zich aan spel­ regels te houden en ambitie en talent te ontwikkelen. Teamsporters worden gedwongen samen te werken en je leert dat je kunt verliezen. Je kunt goed zijn in rekenen en taal, maar als je te dik en te ziek bent, hebt je daar weinig aan. Dat sport en bewegen in alle vormen van vervolgonderwijs meer aandacht verdient, is vanzelfsprekend. Het mbo is wat dat betreft op de goede weg, zij willen bewegen en sport weer invoeren. Maar de jongste scholieren vormen letterlijk de basis. Als leerlingen eenmaal door sport zijn gegrepen, maakt het me weinig uit welke tak van sport ze beoefenen. Het is zinloos een kind een bepaalde kant op te duwen. Als voorzitter van NOC*NSF zijn alle 74 aan­ gesloten sportbonden me even lief. BACK STAGE

Wie in de Verenigde Staten bij een fabriek van Volkswagen of Porsche wil werken, moet aan sport doen, las ik laatst. Een basisvoorwaarde bij de sollicitatie, omdat ze beseffen dat sporters gewoon minder vaak ziek zijn. Een sporter functioneert beter in een bedrijf. Al weet ik ook wel dat de wachtkamer van de huisarts op maandagochtend vol zit met sporters die in het weekeinde een blessure hebben opgelopen. NOC*NSF wil dat Nederland in 2016 zo geïmpregneerd is van sport dat het land gereed is om in 2028 de Olympische Spelen te organiseren. Dat project wordt gedragen door jonge mensen tussen de twintig en veertig. Het is onvoorstelbaar wat een push de Spelen het land en de werkgelegenheid kunnen geven, met name voor mbo’ers. Kijk naar het ­toerisme en het organiseren van congressen. Ik noem graag het voorbeeld van Barcelona, dat ­v roeger jaarlijks 2 miljoen bezoekers trok. Na de ­succesvolle Spelen van 1992 en de geheel ­vernieuwde infrastructuur van de stad zijn dat er nu ­jaarlijks 35 miljoen. Het kabinet heeft verklaard achter de ­Olym­­pische ambitie van NOC*NSF te staan. Dat hoeft er niet toe te leiden dat Nederland een minister van Sport moet hebben, zoals in Frankrijk het geval is. Wel moet sport dan op ministersniveau worden behandeld. Of dat gebeurt in een departement van Onderwijs of Volksgezondheid, is mij om het even. Als sport maar de aandacht krijgt die zij verdient.”

‘Het is een omissie dat sport niet verplicht is’


Column

30 8 //31 31

De troonrede van… Hanneke Arts Foto Friso Keuris

Geachte Leden van de Staten-Generaal, De belangrijkste taak die ons dit jaar wacht, is het afschudden van het negatieve imago van het mbo. Laten zien dat mbo’ers geen luie donders zijn. Ze zijn misschien jong en onbezonnen, maar vol passie! Passie is als vuur: brandt het goed, dan blijft het branden. Met te ­weinig voeding dooft het. Gooi je er water op, gaat het nog sneller uit. Zo ook met passie. Word je niet aangemoedigd of geprikkeld? Je passie sijpelt langzaam weg. De eerste domper krijg je als 16-jarige. Vol passie en goede moed wil je naar het mbo. Dit kan soms niet in je eigen regio, terwijl je tot je 18e niet in aanmerking komt voor studiefinanciering en een ov-jaarkaart. Je bent afhankelijk van de financiële draagkracht van je ouders. Dankzij mijn geweldige ouders studeer ik in Friesland ­Journalistiek en Fotografie. Inmiddels heb ik mijn ov en ga ik zo vaak mogelijk terug naar mijn thuis in Brabant. Vol goede moed en passie ga je verder. Je merkt snel dat je aardige docenten hebt, maar dat zij het soms ook niet weten. Vaak beschikken ze over veel kennis, alleen hebben ze niet altijd geleerd hoe ze die moeten overbrengen. De passie wordt minder, het gevoel van ‘het heeft allemaal toch geen zin’, groter. Dan mag je op zoek naar een stage, je passie neemt toe: nu mag je écht aan de bak. Het vlammetje piekt. Tijdelijk. Bij mijn eerste telefoontje kreeg ik te horen: “Sorry, we nemen geen mbo’ers aan.” Het blijkt een moeilijke zoektocht. Uiteindelijk heb ik een fantastisch stageadres gevonden, maar de woorden “we nemen geen mbo’ers aan” maken me nog steeds boos. Ik vind het onterecht; er zit zoveel talent in het mbo. Denk aan de toppers en uitblinkers die elk jaar gekozen worden. Studenten die afhaken door negatieve ervaringen bevestigen het imago. Zo zitten we in een vicieuze cirkel die iedereen in stand houdt: regering, docenten en werkgevers. Zeker ook de studenten zelf; want met de houding van ‘het heeft allemaal toch geen zin’ schiet het niet op. Natuurlijk zijn er mbo’ers die je liever niet in de klas hebt, maar die jongeren heb je ook in het hbo en bij de universiteit. En dat het er meer zijn mag duidelijk zijn; want er zijn meer mbo’ers. Het wordt tijd om te kijken naar talent. Tijd om de passie aan te ­ akkeren voor iedereen die te maken heeft met het mbo! w

Hanneke Arts Vierdejaars studente Journalistiek & Fotografie ROC Friese Poort BACK STAGE


discussie

Sjoerd Slagter in discussie met …jan van zijl Het vmbo moet de ruimte krijgen om leerlingen op te leiden voor een startkwalificatie.

S

“Ik vind inderdaad dat vmbo-scholen het recht moeten krijgen om in ieder geval kwetsbare leerlingen op te leiden tot een startkwalificatie, dus tot niveau 2 van het mbo. Waarom? Daarmee kunnen we scholen méér mogelijkheden bieden iets te doen aan het vroegtijdig schoolverlaten. Het probleem is de overstap van het betrekkelijk veilige, vaak kleinschalige vmbo naar het vaak grootschaliger mbo. De meeste leerlingen hebben daar weliswaar geen problemen mee, maar sommigen raken de weg kwijt. Vier jaar lang hebben ze een relatie opgebouwd met een docent, vier jaar lang hebben ze veel aandacht en begeleiding gehad. Dan doen ze in april of in mei examen en vervolgens raken ze zoek voordat het mbo in september weer begint. Voor deze groep kan het goed zijn dat ze hun BACK STAGE

beroepsopleiding kunnen volgen op het vmbo.”

vZ

“Het probleem bestaat; er zijn inderdaad leerlingen die extra aandacht nodig hebben. Maar Sjoerd, de oplossing die je voorstelt, is verkeerd en gevaarlijk. Ten eerste moeten we ons realiseren dat het ook voor kwetsbare jongeren verstandig kan zijn over te stappen naar een andere leeromgeving. Misschien met extra begeleiding, maar toch. Uiteindelijk zetten ze straks ook de stap naar de grote arbeidsmarkt. Bovendien hangt er een prijskaartje aan beroeps­ onderwijs. Een opleiding voor bijvoorbeeld de horeca of voor de zorg vraagt forse investeringen in outillage en in goede docenten. Er zijn nu 70 mbo-scholen die kostbare opleidingsfaciliteiten hebben. Het lijkt me niet doelmatig zulk soort opleidingen ook


33 / 33 32

Tekst Roel Smit Foto’s Jeroen Poortvliet

Vmbo-scholen moeten leerlingen een volwaardige beroepsopleiding kunnen bieden. Dat vindt Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad, de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs. Jan van Zijl van de MBO Raad is het niet met hem eens. Welk belang is in het geding? Dat van de leerlingen? Dat van de scholen? Of is er meer aan de hand?

op vmbo-scholen te starten. Waarom zou je de faciliteiten die een roc voor een hele regio aanbiedt ook nog eens op alle vmbo-scholen aanbieden? Het wordt gewoon onbetaalbaar. Het bedrijfsleven zit er ook niet op te wachten. Het is voor het mbo al een hell of a job stages goed te regelen en te begeleiden. Dat is een vak apart. Laten we dat ook niet nog eens doen vanuit het vmbo.”

S

“Waarom zo’n krampachtige reactie? Als leerlingen en ouders zelf kiezen voor zo’n oplossing? Als ze het zelf willen, en de school kan het aan, waarom dan niet? Mooie initiatieven die in de praktijk ontstaan, moeten we een kans geven en we moeten ons niet teveel laten leiden door systemen en structuren.”

vZ

“Het gaat mij niet om bestaande structuren,

maar om de argumenten. Als we jouw redenering volgen, dan kan een vwo of een havo morgen ook met een bacheloropleiding beginnen. En we hebben goede redenen dat niet te doen.”

S

“Ik snap het punt niet. Natuurlijk vind ik dat

er voorwaarden gesteld moeten worden. Op de eerste plaats moet aan de kwaliteits­eisen worden voldaan. Een vmbo-school die dit pad op wil, moet daaraan voldoen. Laat daarover geen misverstand bestaan. De kosten moeten binnen de perken blijven en natuurlijk moet zo’n school de relatie met het bedrijfsleven op orde ­hebben. Ik zou een school pas aanmoedigen om een leerling zo’n aanbod te doen als dit allemaal op orde is. En ik ben er zeker van dat lang niet elke vmbo-school dit zal doen.” BACK STAGE


discussie jan van zijl in discussie met sjoerd slagter vervolg

S

“Ik verwacht dat het om een relatief kleine, maar niet onbelangrijke, groep leerlingen gaat. Leerlingen hebben er niet altijd behoefte aan en veel scholen hebben de expertise niet. Dus zal het gaan om kleinschalige initiatieven; ik moet de bedrijfsdirecteur nog tegenkomen die daartegen bezwaar maakt.”

vZ

‘Ik ben tegen een zinloos gevecht om de beschikbare leerlingen’

vZ

“Ik sluit niet uit dat de teruglopende leerlingenaantallen ook een rol spelen in deze discussie. En dan heb je het dus niet over het belang van de leerlingen, maar over dat van de instellingen. Voor je het weet, gaan minder zuivere motieven meespelen als je deze kant op gaat.”

S

“Die indruk heb ik niet. Ik denk dat vmbo-docenten die met dit soort dingen bezig zijn, uitsluitend redeneren in het belang van de leerlingen. Zij vragen zich sowieso niet voortdurend af of de school wel voldoende leerlingen kan binnenhalen. En bovendien: wat is er mis met een beetje concurrentie?”

vZ

“Niks mis met concurrentie om kwaliteit, maar wel ben ik tegen een zinloos gevecht om de beschikbare leerlingen. Ik vind dat we ook moeten kijken naar een verstandige BACK STAGE

besteding van overheidsgelden. Het kost echt bakken met geld om beroepsopleidingen op niveau 2 binnen het vmbo te organiseren. Dat is dus niet verstandig. Net zo min als ik ervoor ben dat mbo-scholen die dicht bij elkaar gevestigd zijn, hetzelfde aanbod hebben. Ook die discussie moeten we de komende jaren voeren. Zeker nu er bezuinigingen op ons afkomen.”

“We moeten een grens trekken en het niet aan de vmbo-scholen zelf overlaten. De volgende stap is dat beroepsopleidingen op niveau 2 niet op zeventig, maar op honderden locaties in het hele land worden aangeboden. Dat lijkt me niet doelmatig. Ik onderken het probleem dat je aansnijdt, het probleem van jongeren die tussen wal en schip vallen. De stelselwijziging die je voorstelt, is echter schieten met een kanon op een mug. Laat de wetgever er liever iets aan doen dat het vmbo al in mei diploma’s uitreikt en

dat de mbo-opleiding pas in september start. Dat gat kan worden gedicht door het faciliteren van zomercursussen. Het kan ook door het vmbo mogelijkheden te geven om later examens af te nemen. Als daarvoor geld nodig is, vind je mij aan je zijde. Ik ben ook voor veel meer samenwerking tussen vmbo en mbo, desnoods opgelegd van bovenaf. Maar laat iedereen vooral doen waar hij goed in is. Ik zie echt het voordeel van jouw voorstel niet in.”

S

“En ik snap niet waarom je hierover zo moeilijk doet. Laten we experimenteren en vervolgens evalueren. Als dit leidt tot minder kwaliteit, oneigenlijke concurrentie of tot kapitaalvernietiging, ben ik de eerste om ervan af te stappen.”

vZ

“Omdat ik ervan overtuigd ben dat het daartoe zal leiden, ­moeten we er gewoon niet aan beginnen.”

S

“Niet overdrijven. Ik hoor van steeds meer scholen dat ze de apparatuur niet zélf kopen, maar slimme afspraken maken met bedrijven om op locatie praktijklessen te geven.”

vZ

“Zeker, maar het bedrijfsleven kan deze euro’s ook maar één keer uitgeven. Als dit op grote schaal mogelijk wordt, dan vrees ik dat Loek Hermans (voorzitter MKB-Nederland, red.) en ik samen op het Malieveld staan om te protesteren.”

‘Het probleem is vaak de overstap van het vmbo naar mbo’


35 / 35 34

Pittige taal

Pittige taal van… Ralf Maslowski Tekst Sander van der Ploeg Foto Henk Veenstra

Het is geen wonder dat Nederlandse scholieren weinig kennis hebben van democratie; maatschappijleer is in het voortgezet onderwijs een vak in de marge. Pittige taal van onderzoeker Ralf Maslowski, betrokken bij de International Civic and Citizenship Education Study. Heeft hij een punt? Hoe ernstig is de situatie eigenlijk? “Eind 2005 besloot de regering om burgerschap en sociale integratie in het voortgezet onderwijs te bevorderen. Onderwijs moest tegenwicht bieden aan de sociale spanningen in de maatschappij en het vertrouwen in de overheid herstellen. Scholen moesten zelf uitzoeken hoe ze dat het beste vorm konden geven. De inspectie constateert al enkele jaren dat dat eigenlijk niet goed van de grond komt. Er is geen duidelijke leerlijn; het blijft vaak steken in min of meer toevallige projecten. De internationale studie bevestigt dat beeld: scholieren weten minder over ­politiek en democratie en staan bovendien negatiever tegenover ­immigranten dan scholieren in andere Europese landen.”

Welke onderdelen van burgerschap moeten dan wel centraal staan? “Ik vind dat burgerschap in het mbo beroepsgerelateerd moet zijn. Dat kan bijvoorbeeld doordat studenten tijdens hun stage leren hoe contractonderhandelingen en cao’s tot stand komen, wat de rol van

‘Burgerschapsles is in het onderwijs gedumpt’

Er zijn toch kerndoelen? “Zeker, maar zaken als hoe een democratie werkt komen vooral in het vak maatschappijleer aan de orde. Dat start in havo en vwo pas in het vierde jaar, en in het vmbo in het derde jaar. Bovendien is het ook daar een vak in de marge. Veel leerlingen gaan van school zonder dat ze weten hoe ons politieke systeem werkt, en hoe zij daar zelf invloed op uit kunnen oefenen. Vooral in het vmbo is de situatie bedenkelijk.” De MBO Raad bracht dit jaar een advies uit aan de staatssecretaris van Onderwijs om lessen burgerschap in het mbo te bevorderen. Helpt dit? “Geadviseerd wordt aandacht te besteden aan kennis over de democratische rechtstaat, aansluitend bij wat al in het vmbo aan de orde is gekomen. Het gevolg is dat het mbo het gebrek aan kennis gaat repareren, terwijl het voortgezet onderwijs hiervoor verantwoordelijk is. In plaats van het dan maar zelf te doen zou de mbo-sector het voortgezet onderwijs hierop aan moeten spreken. Daardoor komt voor het mbo meer ruimte om aandacht te geven aan sociale en economische aspecten van burgerschap. Gelukkig ligt daarop in het advies van de MBO Raad ook de nadruk.”

vak- en brancheorganisaties is en wat zij daarin als werknemer zelf kunnen betekenen. Belangrijk is ook hoe zij zich tegenover anderen opstellen. Burgerschap heeft ook betrekking op hoe je omgaat met sociale en etnische spanningen en met verbaal en lichamelijk geweld. Daar ligt eveneens een belangrijke taak voor het mbo.” Uit het onderzoek blijkt dat Nederlandse jongeren steeds vijandiger tegenover immigranten staan. Resultaat van het falend burger­schapsonderwijs? “Scholen hebben nauwelijks invloed op de politieke houding van jongeren. Omliggende factoren als leeftijdsgenoten, ouders en vooral de media zijn veel belangrijker. Geert Wilders is onder jongeren vrij populair, dit komt vooral omdat hij veel media-aandacht krijgt en duidelijke taal spreekt. Ik denk daarom niet dat onder jongeren sprake is van een sterke ruk naar rechts.” BACK STAGE


‘Rutte is van 1967, Halsema van 1966, ik van 1965. We zijn ­volwassen geworden in de jaren tachtig. Dat schept een band.’

‘Ik zeg altijd: probeer ‘m lekker uit bij de concurrent en bestel hem daarna bij ons. Dan krijg je 15% korting.’

Alexander Pechtold klapt in VN uit de school: hij weet al met wie hij een popquizteam vormt.

Oud-mbo’er en nu fietswinkelbaas Nourdin El Faraji legt in nrc.next zijn businessplan uit.

‘Een hbo’er lost graag problemen op, een wo’er máákt problemen, met als doel om processen beter te laten verlopen.’

‘We hebben sollicitatiegesprekken en hebben van u geleerd dat we er dan goed uit moeten zien.’

Studentendecaan Stello legt studiekiezers in de Volkskrant op een inzichtelijke manier het verschil uit tussen hogeschool en universiteit.

Meisjes lakken hun nagels in de les. Hun docent bekent in De Gelderlander soms met zijn mond vol tanden te staan.

‘In sombere buien denk ik wel eens, dat we liever straks weer buitenlanders gaan ronselen voor de zorg en voor de bouw, dan dat we nu eens echt werk gaan maken van inspirerende vakopleidingen. Willen we eigenlijk wel vooruit kijken?’ Trude Maas, oud-Eerste Kamerlid, deelt in het FD haar gedachtegangen over Neêrlands toekomst.

‘Alsof je met een auto uit de jaren ‘40 moet rijden terwijl je ook met de hogesnelheidstrein kunt.’

‘Geen leuk nieuws.’ Hoogleraar Goffe Jensma (RUG) reageert in Trouw laconiek op het feit dat één student zich heeft ingeschreven voor de studie Fries.

David Nieborg, docent mediastudies aan de UvA, uit zich in Metro kritisch over universiteiten die achterhaalde systemen gebruiken.

‘De laatste deed zich voor als ­roc-leraar. Ik vertrouwde het niet. Hij zag er niet uit als een docent en z’n taalgebruik klopte niet. ­Bovendien reed hij in een ­gammel busje.’

‘Heb je een paar antwoorden goed onthouden, dan ben je geslaagd en welkom in Nederland. Wij hebben graag mensen die niet zelf nadenken, maar voorgekauwde informatie uit het hoofd leren en opdreunen.’

Accudief valt door de mand bij Suzuki-dealer door ontbreken bordkrijtje, geruit bloesje, baard en bril.

Ondernemer en investeerder Annemarie van Gaal schrijft haar FD.nl column in elk geval ­zonder ­taalfouten.


Backstage06