__MAIN_TEXT__

Page 1

Gesprekskompas WERKNEMERS

&

WERKZOEKENDEN

Herkennen, bereiken en activeren van werknemers en werkzoekenden die moeite hebben met taal, rekenen en/of digitale vaardigheden.


Colofon

Gesprekskompas Werknemers & werkzoekenden Herkennen, bereiken en activeren van werknemers en werkzoekenden die moeite hebben met taal, rekenen en/of digitale vaardigheden. Een praktisch instrument voor professionals en beleidsmakers. Deze publicatie is in opdracht van Stichting Lezen & Schrijven ontwikkeld door Lost Lemon en Muzus. Deze publicatie is onderdeel van het samenwerkingsprogramma Taal voor het Leven. Dit programma wordt aangeboden door Stichting Lezen & Schrijven en gefinancierd door de Rijksoverheid. www.taalvoorhetleven.nl April 2019 Š Stichting Lezen & Schrijven


Voorwoord

Meer dan de helft van de mensen met onvoldoende basisvaardigheden heeft een betaalde baan.1 Zij zijn vaak moeilijk te vinden, want zij redden zich redelijk goed in het dagelijks leven. Zij laten anderen formulieren invullen. Of ze krijgen hulp met het aanvragen van vakantiedagen. Ze komen in de problemen zodra ze bijvoorbeeld hun baan verliezen en sollicitatiebrieven moeten schrijven. Dit kan zich ook voordoen als ze zich verder willen ontwikkelen met het oog op promotie of omdat ze ander werk zoeken. Of als hun werk meer digitale handelingen vraagt en ze de systemen niet begrijpen. Moeite hebben met de basisvaardigheden kan mensen ook belemmeren in het dagelijks leven. Door iemand met onvoldoende basisvaardigheden te herkennen en te helpen, kun je je samenwerking versoepelen. Zo kun je ook tijd en geld besparen. Omdat hij nu beter begrijpt wat er is gezegd en afgesproken. Waar in de tekst ‘werkzoekende’ en ‘werknemer’ staat, kun je ook lezen: ‘klant’, ‘cliënt’ of ‘medewerker’. Waar ‘hij/hem’ staat kun je ook ‘zij/haar’ lezen. Hiervoor is gekozen om de leesbaarheid te bevorderen. 1

Ecbo en ROA,

2016

3


Waarom? •

Het kan zijn dat de werknemer of werkzoekende je niet begrijpt. Daardoor komen jullie samen moeilijk verder.

Weten dat je als werkzoekende niet de enige bent of als werknemer samen met collega’s op les gaan is goed voor het teamgevoel. “Bij Aafje is het nu een hele hechte groep geworden. Ze zien elkaar in een andere context. Ze appen nu ook met elkaar buiten werktijd. Niet iedereen kon dat eerst.”

De werknemer of werkzoekende kan beter uitleggen wat zijn situatie is. Dat kan minder frustratie opleveren bij je klant. En dus minder moeizame gesprekken en een vriendelijkere toon.

De organisatie en administratie afdeling krijgen minder telefoontjes doordat werknemers het nieuwe systeem wél snappen.

4


Inhoudsopgave 1

Inleiding 7

2

Waar en hoe vind je de doelgroep? 15

3

Hoe herken je de doelgroep? 19

4

Wanneer spreek je de doelgroep aan? 23

5

Hoe spreek je de doelgroep aan? 35

6

Wat bied je de doelgroep aan? 43

5

Tot slot 50


1 2 3 4 5 6

Inleiding

Hoofdstuk 1

Inleiding

Dit Gesprekskompas helpt je om gesprekken te voeren die echt iets opleveren.


Inleiding In Nederland zijn 2,5 miljoen laaggeletterden.2 Zij hebben moeite met taal en/of rekenen. Vaak hebben zij ook moeite met digitale vaardigheden. Dit noemen we onvoldoende basisvaardigheden. Hierdoor verliezen zij vaker hun baan. Ook komen zij vaker in de schulden terecht en leven zij vaker in armoede. Meer dan de helft van de mensen met onvoldoende basisvaardigheden is autochtoon. Zij zijn in Nederland naar de basisschool geweest. Ze schamen zich vaak voor hun onvoldoende basisvaardigheden. Ze doen er van alles aan om die verborgen te houden. Hierdoor is deze doelgroep moeilijk te bereiken en te activeren om hun basisvaardigheden te verbeteren. Moeite hebben met taal, rekenen en/of digitale vaardigheden is niet alleen lastig voor iemand zelf. Het zorgt ook voor minder kwaliteit, productiviteit en veiligheid op de werkvloer. Verbetering van de basisvaardigheden kan ook leiden tot: betere communicatie, meer klanttevredenheid, meer zelfredzaamheid en meer betrokken medewerkers.

Algemene Rekenkamer, 2016 2

8


1 2 3 4 5 6

Inleiding

Stel je eens voor dat een werknemer: • de routeplanner in de auto niet kan bedienen; • het veiligheidsvoorschrift niet goed kan lezen; • zijn vakantiedagen niet kan aanvragen. Voor wie is dit Gesprekskompas? Werkgevers, P&O-adviseurs, teamleiders, afdelingshoofden, managers, beleidsmakers, directeuren, consulenten, vrijwilligers en andere geïnteresseerden. Hoe gebruik je dit Gesprekskompas? Na de training ‘Aanpak laaggeletterdheid’ gebruik je dit boekje als naslagwerk voor jezelf. Neem de losse kaarten mee naar een gesprek als geheugensteun. Hoe kijk je tegen laaggeletterdheid aan? Binnen sommige organisaties is niet iedereen zich ervan bewust dat werknemers en werkzoekenden onvoldoende basisvaardigheden kunnen hebben. Je kunt een negatief beeld hebben van een werknemer of werkzoekende, omdat je niet begrijpt waarom hij bepaalde keuzes maakt of afspraken niet nakomt. Om hen te kunnen helpen moet je goed weten hoe je omgaat met mensen die moeite hebben met taal, rekenen en/of digitale vaardigheden. Hiervoor hebben we een inleiding en vijf hoofdstukken beschreven: vinden, herkennen, moment kiezen, aanspreken en aanbieden. Per hoofdstuk zijn er enkele tips om je op weg te helpen. Door deze manier van denken kun je voor jouw werknemers en werkzoekenden het verschil maken.

9


Denk in kansen

In de tekstballonnen geven we jou als professional tips!

Denk in kansen. Niet in belemmeringen.

Tips: • Buig negatieve ervaringen van mensen met onvoldoende basisvaardigheden om in positieve leerdoelen. Stel: de werkzoekende is net ontslagen. “Zie het als een kans om te ontdekken wat je graag zou willen doen. Dit is een mogelijkheid om ander werk te vinden dat je zal helpen om te groeien.” • •

Vraag een werkzoekende wat hem in het verleden gemotiveerd heeft om iets te leren of te doen. Gebruik levensverhalen van anderen als inspiratie binnen je bedrijf. Zo kun je meer werknemers motiveren om zich te blijven ontwikkelen.

10


1 2 3 4 5 6

Inleiding

Een laaggeletterde is gelijkwaardig

Druk geen stempel op mensen. Behandel iedereen gelijkwaardig.

Tips: • Let op je taalgebruik, want het klinkt al snel neerbuigend. Zeg niet: “Heb je moeite met lezen? Daar hoef je je helemaal niet voor te schamen.” Zeg wel: “Er zijn veel mensen die hier moeite mee hebben.” •

Maak er een gewoonte van om aan jezelf te blijven werken. Iemand kan onzeker worden als hij nieuwe ontwikkelingen niet begrijpt. Mobiel bankieren bijvoorbeeld. Maak duidelijk dat iedereen nieuwe dingen leert. ‘Opfrissen’ is een goede term.

11


Van taal als doel naar taal als middel

Het gaat niet om de vaardigheden. Het gaat om wat je daardoor zelfstandig kunt. Wie beter kan deelnemen aan de samenleving krijgt meer zelfvertrouwen.

Tips: • Vraag wat de werkzoekende wil leren. Zo kun je hem motiveren. Bijvoorbeeld om te reizen met het ov, te leren whatsappen of een DigiD te gebruiken. • Zorg voor een contactpersoon die inzicht heeft in het taalaanbod in de regio. Dan kun je de werknemer of werkzoekende sneller helpen. • Een succesvolle leerervaring motiveert om een volgende stap te zetten. Iemand leert bijvoorbeeld om de navigatie te gebruiken. Dan kan hij zelf op bezoek gaan bij iemand die hij eerst niet kon bereiken.

12


1 2 3 4 5 6

Inleiding

13


1 2 3 4 5 6

Waar en hoe vind je de doelgroep?

Hoofdstuk 2

Waar en hoe vind je de doelgroep?

Telkens dezelfde klanten terugzien.


Je wilt mensen die moeite hebben met de basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) helpen. Maar zij schamen zich vaak voor hun onvoldoende basisvaardigheden. In dit hoofdstuk lees je waar je hen in je werk kunt tegenkomen en hoe je ze kunt herkennen of vinden.

Waar vind je de doelgroep? Er is een grote kans dat je mensen met onvoldoende basisvaardigheden onder je werknemers vindt als je werkt met: • Werknemers met praktische beroepen. Bijvoorbeeld in de schoonmaak, bouw, beveiliging, verzorging, afvalbeheer en industrie. • Werknemers die niet verder groeien. • Werknemers die geen startkwalificatie hebben gehaald. • Werknemers onder mbo 3-niveau of die meerdere keren stoppen met een opleiding. Of die zakken voor een (verplichte) opleiding. Er is daarnaast een grote kans dat je mensen met onvoldoende basisvaardigheden onder werkzoekenden vindt als je werkt met: • Werkzoekenden die lange tijd niet aan het werk komen. • Werkzoekenden die steeds weer in de bijstand komen. • Werkzoekenden in een traject voor re-integratie- of participatie. • Werkzoekenden met een opleidingsniveau lager dan mbo-3.

16


1 2 3 4 5 6

Waar en hoe vind je de doelgroep?

Laat nieuwe medewerkers de taal- of rekenmeter invullen

Hoe vind je de doelgroep? Er is grote kans dat je werkende mensen met onvoldoende basisvaardigheden vindt op de volgende manieren: • Laat nieuwe werknemers met maximaal mbo-niveau standaard de Taal- en/of Rekenmeter invullen. Door meteen te screenen op laaggeletterdheid kun je als werkgever voorzien in passend aanbod. • Houd rekening met het opleidings- en taalniveau van de werknemer bij zijn persoonlijke ontwikkeling. • Bied betaalde en begeleide leer-werktrajecten aan. Ook aan werknemers zonder startkwalificatie. Er is een grote kans dat je werkzoekende mensen met onvoldoende basisvaardigheden vindt op de volgende manieren: • Heb je vaak terugkerende werkzoekenden? Stel een vraag gericht op de situatie. Zoals: “Hoe goed lukt het jou om zelf een sollicitatiebrief te schrijven?” Daarnaast kun je hen cursussen aanbieden die helpen om hun basisvaardigheden te verbeteren. • Geef werkzoekenden in een re-integratie-, participatie- of UWV-traject ook de keuze om hun basisvaardigheden te verbeteren.

17


1 2 3 4 5 6

Hoe herken je de doelgroep?

Hoofdstuk 3

Hoe herken je de doelgroep?

Manieren om lezen of schrijven te omzeilen


In het vorige hoofdstuk is besproken waar je mensen met onvoldoende basisvaardigheden kunt vinden in situaties die te maken hebben met werk of werk zoeken. In dit hoofdstuk lees je aan welke signalen je de doelgroep kunt herkennen. Wanneer je bij iemand één of meer signalen ziet, is de kans op onvoldoende basisvaardigheden groot.

Checklist algemene signalen laaggeletterdheid • Onrustig zijn bij ingewikkelde informatie. • Een slecht leesbaar handschrift hebben. • Gespannen zijn als hij iets moet invullen of lezen. • Een twijfelachtige reden noemen waarom hij nu niet in staat is om te lezen. Zoals hoofdpijn. • Zeggen dat hij dyslexie heeft. Of dat het in de familie zit. • Doen alsof hij zijn (lees)bril is vergeten. • Aangeven niet te lezen, televisie kijken geeft genoeg informatie. • Zeggen ‘het’ niet te kunnen bijhouden. Waarbij ‘het’ een gesprek kan zijn, maar ook de maatschappij. • Voortdurend uitleg vragen over zaken die gemakkelijk na te lezen zijn. • Negatief praten over zijn schoolervaring. • Een uur te vroeg of te laat komen op een afspraak. • Geen e-mailadres hebben. • Informatiebrochures snel wegstoppen. • Afspraken niet nakomen.

20

TIP: Je vindt deze checklist achterin ook als losse kaart terug!


1 2 3 4 5 6

Hoe herken je de doelgroep?

Checklist signalen binnen het thema 'Werknemers en werkzoekenden' • • • • • • • • • •

Vaak of een lange periode werkloos zijn. Laagopgeleid zijn of geen startkwalificatie hebben. Geen administratieve of kantoorfuncties willen aannemen. Geen belangstelling hebben voor opleidingen binnen het bedrijf. Meerdere keren zakken voor een (verplichte) cursus. Moeite hebben om instructies, mededelingen en roosters te begrijpen. Moeite hebben om e-mails of datumprikkers te beantwoorden (of niet reageren). Moeite hebben met het aanvragen van vakantiedagen in een systeem. Op de achtergrond blijven in vergaderingen. Of juist lang aan het woord blijven zonder rode draad. Formulieren mee naar huis willen nemen in plaats van ze ter plekke in te vullen.

21


1 2 3 4 5 6

Wanneer spreek je de doelgroep aan?

Hoofdstuk 4

Wanneer spreek je de doelgroep aan?

Soms is het nodig om het even te laten ‘Sudderen’.


Vertoont een werknemer of werkzoekende meerdere signalen van de hiervoor genoemde checklist? Of is de uitslag van de Taal- en/of Rekenmeter een indicatie voor laaggeletterdheid? In dat geval is de kans groot dat hij onvoldoende basisvaardigheden heeft. Jij wilt hem helpen om aan de slag te gaan en zijn eigen taal, rekenen of digitale vaardigheden te verbeteren. Dan moet je weten hoe je dit bespreekbaar maakt. En hoe je mensen kan motiveren om hun basisvaardigheden te verhogen. Wanneer je vermoedt dat iemand onvoldoende basisvaardigheden heeft, is het in eerste instantie belangrijk om dit te benoemen en hulp aan te bieden. Het daadwerkelijk aan de slag gaan kun je op een later moment bespreken. Dan gaat het vooral om de timing van het gesprek. Het juiste moment is als hij ervoor openstaat om iets aan zijn basisvaardigheden te gaan doen. Je bepaalt de juiste timing voor een gesprek aan de hand van de situatie waarin jij en de werkzoekende zitten. Dit hoofdstuk omschrijft verschillende situaties die zich kunnen voordoen, op vier punten in de hulpverlening. Het loopt fout, iemand in beweging krijgen, iemand laten opbloeien en aan de slag gaan. Bij ieder punt past een andere benadering, aangegeven met paarse tekst. Voorbeelden uit de praktijk van andere organisaties laten zien wat hun aanpak is geweest. Gebruik deze als inspiratie. Verwacht niet dat een werkzoekende meteen openstaat voor hulp. Geef het gesprek verschillende kansen. Illustratie rechts: vier situaties die zich kunnen voordoen op vier punten in de hulpverlening.

24


1 2 3 4 5 6

Wanneer spreek je de doelgroep aan?

Het loopt fout

Iemand in beweging krijgen

Iemand laten bloeien

Aan de slag gaan

25


Het loopt fout Aanspreekmomenten • • • • •

Wanneer een werknemer werk niet nakomt of wil stoppen door de digitalisering. Wanneer een werknemer zijn werk lichamelijk niet aankan en er geen kantoorfunctie is. Wanneer een werknemer werkloos dreigt te raken. Wanneer een werkzoekende lange tijd geen baan kan vinden. Wanneer een schuldeiser beslag legt op het salaris van een werknemer. Zeg: “We willen graag tijd en geld steken in jou en je ontwikkeling. Dat is goed voor jou en voor ons.” “We kunnen je begeleiden om te groeien naar een nieuwe baan. Dit kan door jezelf verder te ontwikkelen.”

26


1 2 3 4 5 6

Wanneer spreek je de doelgroep aan?

Praktijkvoorbeelden Werken aan taal als investering Werkgevers kunnen investeren in taalles voor alle werknemers. Dit verdient zich snel terug door minder fouten en ongelukken op de werkvloer. Maar ook in meer tevreden klanten en een betere band tussen collega’s en het bedrijf. Dit zorgt voor gelukkigere werknemers. Werken aan taal om door te groeien in een bouwbedrijf Toen een werkgever merkte dat een werknemer van een bouwbedrijf een kantoorfunctie weigerde, riep hij de hulp in van een taalaanbieder. Via de taalaanbieder kon de werknemer op les. Hierdoor kreeg de werknemer meer vertrouwen in zijn eigen kunnen en ontwikkelt hij zich nu verder. Lokale welzijnsorganisaties Lokale welzijnsorganisaties kunnen inwoners steunen die niet in hun bestaan kunnen voorzien. Ze helpen de werkzoekenden bij het vinden van betaald werk. Ook kijken zij naar de ontwikkeling van vaardigheden. Dit doen zij bijvoorbeeld door de Taalmeter 2F in te zetten of taalmaatjes te koppelen.

27


In beweging krijgen Aanspreekmomenten •

• • •

Wanneer een werknemer of werkzoekende zich verzet tegen: kantoorwerk, digitale werkzaamheden, een cursus volgen, nieuwe werkwijzen. Wanneer een werknemer moeite heeft om instructies of roosters te begrijpen, en daar zelf niets aan doet. Wanneer een werkzoekende al lang in de bijstand zit. Of wanneer hij elke keer weer in de WW komt. Wanneer een werknemer of werkzoekende geen startkwalificatie heeft. Zeg: “We kunnen samen iets voor je zoeken dat bij je past. Je hoeft niet direct terug naar school. Er zijn andere manieren om wat te leren.”

28


1 2 3 4 5 6

Wanneer spreek je de doelgroep aan?

Praktijkvoorbeelden Werken aan de basisvaardigheden helpt Hoe vaker iemand hoort dat werken aan vaardigheden helpt, hoe groter de kans dat hij dat gaat doen. Benader werkzoekenden bijvoorbeeld met toegankelijke campagnes via Facebook. Leren in de context Koppel het leren van taal aan het leren van vaardigheden die met de situatie te maken hebben. De thuiszorgorganisatie Aafje heeft veel mensen met onvoldoende basisvaardigheden geholpen via een cursus digitale vaardigheden. Bekijk de potentie van de werknemer Kijk met de afdeling HR en P&O anders naar de werknemers of sollicitanten. Vraag wat iemand wil bereiken. Kijk naar de mogelijkheden die je hem kunt bieden.

29


Laten opbloeien Aanspreekmomenten • Wanneer een werknemer of werkzoekende taalfouten maakt. • Wanneer een werknemer veel op de achtergrond blijft. • Wanneer een nieuwe werknemer start bij een bedrijf. Of tijdens een voortgangsgesprek. • Wanneer een werknemer met mogelijkheden al een tijd hetzelfde werk doet. • Wanneer een werknemer of werkzoekende begint aan een traject voor re-integratie of participatie. Zeg: “Iedereen kan zich zijn hele leven blijven ontwikkelen. Wat wil jij bereiken in je werk en daarbuiten? Wat wil jij zelf leren en wat vind je belangrijk? Je kunt meer dan je denkt!”

30


1 2 3 4 5 6

Wanneer spreek je de doelgroep aan?

Praktijkvoorbeelden Bewustwording Zorg ervoor dat iedereen binnen het bedrijf weet wat het hebben van onvoldoende basisvaardigheden betekent. Organiseer bijvoorbeeld een training over dat onderwerp. Zo worden werknemers zich ervan bewust wat het is en verdwijnt het taboe. Werken aan basisvaardigheden als opleiding Maak het als werkgever normaal dat iedereen aan zijn taal kan werken. Maak van werken aan taal, rekenen en digitale vaardigheden een vaste opleidingsmogelijkheid. Meet standaard het taalniveau Laat als werkgever bij iedere nieuwe werknemer met maximaal mbo-niveau een Taal- en/of Rekenmeter afnemen. Benadruk dat dit geen invloed heeft op het werkverband of de functie. Op basis van de score kan iemand direct gekoppeld worden aan passende lessen. Onderzoek of de werknemer de lessen (deels) onder werktijd kan volgen. Dit verhoogt zijn motivatie.

31


Aan de slag gaan Aanspreekmomenten • • • •

Wanneer Wanneer Wanneer Wanneer

de werkgever een leer-werktraject aanbiedt. andere werknemers al samen op les gaan. werknemers hun voortgang bespreken. iemand een leertraject start.

Zeg: “We willen je graag begeleiden met leren om je vaardigheden te ontwikkelen. Zodat je beter kunt lezen, schrijven, rekenen of betere digitale vaardigheden hebt. Dan kun je stappen maken in je carrière. En je groeit ook persoonlijk.”

32


1 2 3 4 5 6

Wanneer spreek je de doelgroep aan?

Praktijkvoorbeelden CreĂŤer een groeicultuur Zorg voor een cultuur waarin ontwikkeling voorop staat. Dit kun je doen door een veilige leeromgeving aan te bieden en opleiding op ieder niveau aan te bieden. Standaard screening met directe opvolging Vraag bij leer-werkloketten mensen met maximaal mboniveau direct om een Taal- en/of Rekenmeter in te vullen. Zorg ervoor dat als een werkzoekende een lage score heeft hij direct kan praten met een docent of coĂśrdinator van lokaal aanbod. Zorg er dan ook voor dat je klant daadwerkelijk aangemeld wordt. Ondersteun startende ondernemers Verschillende organisaties hebben trajecten ontwikkeld voor mensen die graag een eigen bedrijf willen. Voorbeelden zijn EVA-cursussen van Stichting Lezen & Schrijven en Qredits3. Via deze trajecten krijgen deelnemers inzicht in wat het inhoudt om een eigen bedrijf te hebben, welke basisvaardigheden ze ervoor nodig hebben en leren ze bijvoorbeeld een offerte te schrijven.

3

Meer info over

EVA? Zie www.eva.nl

33


1 2 3 4 5 6

Hoe spreek je de doelgroep aan?

Hoofdstuk 5

Hoe spreek je de doelgroep aan?


Hoe spreek je een werknemer of werkzoekende aan die moeite heeft met taal, rekenen of digitale vaardigheden? Dat bespreken we in dit hoofdstuk. Voorwaarde voor een succesvol gesprek is het begrijpen van de werknemer of werkzoekende die je tegenover je hebt zitten. Wie heb je voor je en hoe kun je hem motiveren? Werkzoekenden verschillen in hun houding rondom hun vaardigheden en ten opzichte van hulp. Op de volgende pagina’s staan telkens twee tegenovergestelde eigenschappen waarin zij van elkaar verschillen. Ga na welke kenmerken je herkent in degene met wie je een gesprek gaat voeren. Lees de bijpassende tips. Wat kun je doen om het gesprek beter te laten verlopen? Stem je toon en boodschap af op basis van de tips. Houd in je achterhoofd dat dit suggesties voor typen zijn en dat mensen soms ook verschillende soorten gedrag laten zien. Voordat je het gesprek aangaat: wees je ervan bewust dat negatieve (school)ervaring een rol kan spelen. Werken aan de eigen ontwikkeling en basisvaardigheden gaat hand in hand met hulpverlening. Ook het type (werk-)omgeving speelt mee. Bij schuldhulpverlening kun je makkelijk de vraag stellen: “Hoe vaak heb je hulp nodig bij het lezen van de post?” In een sorteercentrum van Albert Heijn stel je zo’n ongerelateerde vraag lastiger. Voorbeeldzinnen om het gesprek te starten “Vind je het lastig om ... te notuleren of te internetbankieren?” “Is er iets waarbij ik je kan helpen?” “Iedereen blijft zijn hele leven lang leren, waar zou jij aan willen werken?”

36


1 2 3 4 5 6

Hoe spreek je de doelgroep aan?

Gedraagt zich opvolgend

Gedraagt zich wantrouwend

• Zeg dingen zoals:

• Bouw eerst vertrouwen op. Laat de werknemer of werkzoekende een vertrouwenspersoon meenemen.

”Je hebt al heel veel in huis, dat zien we. Wat zou je beter willen kunnen in je werk?” • Laat de ander in zijn waarde. Stel vragen als: “Wat wil jij zelf? Wat vind jij belangrijk?” • Stimuleer de persoon om eigen gedachten te formuleren.

• Geef ruimte voor de problemen waar de werknemer of werkzoekende mee kampt: ”Kun je vertellen waar je moeite mee hebt?” • Bied aanbod aan waarbij een ervaringsdeskundige lesgeeft. Zo laat je zien dat je de werknemer of werkzoekende serieus neemt. • Vraag toestemming voor het vervolg: “Vind je het goed als we …?”

TIP: Je vindt deze gespreksstarters achterin ook als losse kaart terug!

37


Kan het zelf wel

Leunt op anderen

• Geef zelfvertrouwen:

• Zeg dingen zoals:

“Ik vind het knap dat jij zo veel dingen zelfstandig doet.” • Wederkerig: “Ik zou graag willen weten wat jouw verwachtingen en wensen zijn. Daarna zal ik die van mij ook vertellen.” • Zeg dingen zoals: “Ik wil jou helpen niet te veel tegelijk te doen.” • Ga na of er onzekerheid achter iemands houding zit: “Vind je het lastig om open te staan voor iets wat je niet kent?”

38

“Je hebt al zo veel in huis!” “Ik vertel je graag wat er precies allemaal gaat gebeuren als je je verder wilt ontwikkelen.” “Hoe voelt het voor jou om iets nieuws te leren?” “Wat zou jij willen leren?” • Mond-tot-mond reclame werkt goed. Ken je dus iemand die al op les is gegaan? Laat ze met elkaar kennismaken. • Laat iemand kleine succeservaringen opdoen door hem iets praktisch te leren. Zoals een e-mail versturen of whatsappen.


1 2 3 4 5 6

Hoe spreek je de doelgroep aan?

Pakt kritiek goed op

Is snel geïrriteerd

• Benoem hoe goed het is dat hij openstaat om te leren:

• Benoem de situatie:

“Wat goed dat je ervoor openstaat om jezelf verder te blijven ontwikkelen!”

“Ik zag dat je het moeilijk vond om …” “Heb je wel door dat er ook al een heleboel dingen goed gaan?”

• Spreek verwachtingen uit: “Ik zou graag willen weten wat jouw verwachtingen en wensen zijn. Daarna zal ik die van mij ook vertellen.” • Wees open, eerlijk en direct.

• Zorg voor een informele setting bij het gesprek. • Leef je in en neem kleine stappen richting bewustwording. • Wordt iemand boos? Wees geduldig en vertrouw erop dat hij bij je terug zal komen.

39


Is toekomstgericht

Is bezig met het hier en nu

• Wees doelgericht en bepaal samen waar iemand naartoe werkt:

• Je kunt inspireren met verhalen van Taalambassadeurs of ervaringsdeskundigen en anderen met vergelijkbare ervaringen.

“Laten we het hebben over waar je naartoe wilt werken.” • Denk vooruit, bied uitzicht op vervolgopleidingen of eventueel werk (een leerwerkplek). • Benadruk wat de werknemer of werkzoekende er tegen die tijd aan heeft: “Zie je het al voor je dat je straks ...” • Maak een tijdsplanning met kleine stappen.

40

”Wist je dat [iemand uit de buurt] veel aan de cursus heeft gehad?” • Geef duidelijke stappen aan over tijd: “Morgen heb je een gesprek, volgende week start je.” • Als je de werkzoekende goed genoeg kent, leg dan vast wat hij aankan wat leren betreft.


1 2 3 4 5 6

Hoe spreek je de doelgroep aan?

Pakt problemen aan

Wuift problemen weg

• Complimenteer de open houding:

• Geef persoonlijke aandacht: “Hoe gaat het met je?”

“Wat goed dat je hiervoor openstaat!” • Wees doelgericht en bepaal samen waar iemand naartoe werkt. • Vraag waarbij je hem kan helpen: “Waarbij heb je hulp nodig? Dat kan van alles zijn.” • Wees direct en open. • Vraag of de werknemer of werkzoekende inderdaad weleens moeite heeft met taal, rekenen en/of digitale vaardigheden. Je vindt meer tips om dit gesprek te starten in de inleiding.

• Als dat mogelijk is, geef dan een voorbeeld van een Taalambassadeur of ervaringsdeskundige die hetzelfde heeft meegemaakt en breng hen met elkaar in contact. • Betrek een collega, hulpverleners of instanties erbij die al een band met de werknemer of werkzoekende hebben. • Bespreek of hij bang is om te falen: “Vind je iets spannend omdat je het nog nooit gedaan hebt?” • Laat de werknemer of werkzoekende zelf ervaren wat hij kan. • Complimenteer bij de successen.

41


42


1 2 3 4 5 6

Wat bied je de doelgroep aan?

Hoofdstuk 6

Wat bied je de doelgroep aan?

betrek iemand van het taalhuis erbij. zo zet je meteen het vervolgtraject voor deelnemers in gang.


In het vorige hoofdstuk zijn verschillende typen personen toegelicht. Hoe kun je deze werknemers of werkzoekenden een beter aanbod doen? In dit hoofdstuk geven we tips om het aanbod af te stemmen op de wensen die passen bij het type. Er zijn tips voor jezelf en tips voor de persoon die het aanbod begeleidt. Bijvoorbeeld als je de werkzoekende doorverwijst naar iemand van het Taalhuis. Gebruik de tips voor de begeleiding en overdracht, aangegeven met een sterretje *, dan om je klant warm te maken om aan de slag te gaan. Zorg er daarnaast ook voor dat je klant daadwerkelijk aangemeld wordt. Belangrijk bij aanbod Aanbod hoeft niet altijd direct een taalles te zijn. Aanbod kan ook gecamou leerd aanbod zijn. Bijvoorbeeld een cursus solliciteren of verkopen op Marktplaats. Het gesprek aangaan is het begin. Vervolgens moet het taalaanbod bij de klant passen. Het is goed als de werknemer of werkzoekende vrijwel direct kan beginnen nadat hij heeft aangegeven zich te willen ontwikkelen.

44


1 2 3 4 5 6

Wat bied je de doelgroep aan?

Gedraagt zich opvolgend

Gedraagt zich wantrouwend

Bouw eerst vertrouwen op.

Denk aan aanbod door een vaste docent op een vaste, vertrouwde plek. Dat kan ook bij de deelnemer thuis, in de bibiliotheek of op het werk zijn.*

Denk verder dan de basisvaardigheden. Bijvoorbeeld aan aanbod dat aansluit bij persoonlijke interesses. Denk aan sport, klussen, familie, tuinieren, buurt en wonen of andere hobby’s.

Neem de werknemer of werkzoekende serieus en kies voor woorden op gelijk niveau.

Vraag toestemming voor het vervolg.

Laat de werknemer of werkzoekende leren door zelf dingen te doen. Neem niet alles uit handen, behalve in een urgente situatie.

Geef iemand complimenten bij de stappen die hij zet.

Zorg voor een duidelijk vervolg.*

Regel dat hij thuis verder kan leren.

TIP: Je vindt deze gesprekstarters achterin ook als losse kaart terug!

45


Kan het zelf wel

Leunt op anderen

• Bespreek welk aanbod past: wat ziet de werknemer of werkzoekende zichzelf wél doen?

• Wees inlevend. Werk eerst aan zelfstandigheid en zelfvertrouwen.

• Stel leerdoelen op met de werknemer of werkzoekende. • Zorg dat het materiaal over functionele, dagelijkse dingen gaat. Dingen die de werknemer of werkzoekende zelf kan oppakken. Zoals leren whatsappen of koken met een recept.*

• Zorg dat de werknemer of werkzoekende praktische dingen leert die direct impact hebben op zijn dagelijks leven. Zoals leren navigeren of een menukaart leren lezen. • Koppel de werknemer of werkzoekende aan een vrijwilliger of collega, die hem ondersteunt. Steun is belangrijk voor de motivatie. • Plaats de werknemer of werkzoekende in een groep. Zo weet hij dat hij niet de enige is. Houd in de gaten of de hij kan meekomen met de groep.*

46


1 2 3 4 5 6

Wat bied je de doelgroep aan?

Pakt kritiek goed op

Is snel geïrriteerd

• Betrek de werknemer of werkzoekende bij het bedenken van een oplossing. Wat kan hem verder helpen?

• Bied camouflage-aanbod aan. Dat aanbod koppelt werken aan vaardigheden aan een dagelijks onderwerp. Of aan persoonlijke interesse.

• Formuleer samen een nieuwe uitdaging. Bijvoorbeeld het schrijven van een sollicitatiebrief. • Bied voldoende begeleiding vanuit een docent of een buddy. Net als een gelijk niveau van de groep. De werknemer of werkzoekende staat ervoor open om van anderen te leren. Denk aan een rollenspel.*

• Begin over nieuw aanbod als het camouflage-aanbod succes heeft gehad. • Forceer niets. Wijs niets af. Stel geen deadlines. Stimuleer het leren in eigen tempo. • Kies een docent met een open en invoelende houding.*

47


Is toekomstgericht

Is bezig met het hier en nu

• Geef aandacht aan persoonlijke ontwikkeling. Bied ruimte om te groeien.

• Bied praktijkgericht leren. Bijvoorbeeld hoe je omgaat met post of financiën. Of betrek de werknemer of werkzoekende bij een initiatief in de buurt.

• Houd de werknemer of werkzoekende enthousiast met certificaten en duidelijke vervolgmogelijkheden.* • Bied professioneel aanbod gericht op het ontwikkelen van vaardigheden. Bijvoorbeeld een cv opstellen, mailen of brieven schrijven.

48

• Wees voorzichtig met het te snel nemen van grote stappen. Houd in de gaten of de werknemer of werkzoekende kan meekomen met de groep.* • Handel passend in de situatie van de werknemer of werkzoekende. Heeft hij bijvoorbeeld kinderen, huisdieren of hobby’s? Haak hierop aan!


1 2 3 4 5 6

Wat bied je de doelgroep aan?

Pakt problemen aan

Wuift problemen weg

Bied camouflage-aanbod aan. Dat aanbod koppelt werken aan vaardigheden aan een dagelijks onderwerp. Of aan persoonlijke interesse.

Betrek iemand uit het eigen netwerk in het aanbod. Zo is er meer steun.*

Houd het aanbod ongedwongen en toegankelijk. Denk aan zogeheten try-outlessen.*

Pakt het nog niet goed uit? Maak een afspraak om er later op terug te komen. Zo heeft de werknemer of werkzoekende tijd om het te laten bezinken.

Bied handvatten aan om zelf aan de slag te gaan. Denk aan een cursus die direct start, of iets kleins wat jij de werknemer of werkzoekende kunt leren. Vooral wanneer je het gesprek aangaat en hem gemotiveerd hebt. Leg uit welk type aanbod er is. Loop dit samen door.* Zoek uit (bijvoorbeeld door een indicatie met een Taalmeter 2F) welk niveau de werknemer of werkzoekende ongeveer heeft. Zo kan hij bij aanbod van het juiste niveau terechtkomen.

49


Tot slot Moeite met de basisvaardigheden bij je werknemers of klanten beïnvloedt jouw werkzaamheden en successen. Veel mensen met onvoldoende basisvaardigheden willen hulp van en bij jouw organisatie. Ook al zullen zij dat niet altijd direct zelf aangeven. De houding die nodig is om de doelgroep te herkennen, te bereiken en te activeren is: open maar gefocust. Kies voor een benadering en aanbod afgestemd op degene met onvoldoende basisvaardigheden. Neem kleine stapjes. •

Neem de tijd om de werknemer of werkzoekende zich bewust te laten worden van zijn niveau van basisvaardigheden. Verwacht niet dat hij meteen openstaat voor hulp. Soms is een lange adem nodig. Geef het gesprek dus meerdere kansen. Voel aan of de werknemer of werkzoekende liever één cursus basisvaardigheden volgt of meerdere trajecten: bijvoorbeeld ook over empowerment. Stem dit af met de overige trainingen die lopen. Aanbod kan alleen succes hebben als de werknemer of werkzoekende tijd en ruimte heeft om eraan te werken. Laat de persoon die doorverwijst naar aanbod ook bekijken wie het werkrooster maakt. Bepaal het aanbod samen met de werknemer of werkzoekende. Aanbod dat past bij zijn dagelijkse bezigheden en motivaties. Zorg ervoor dat de klant zich daadwerkelijk aanmeld bij volgend traject. Zo zet je meteen het vervolgtraject voor deelnemers in gang.

Dit Gesprekskompas geeft je houvast om het gesprek aan te gaan met de werkzoekende of je werknemer én binnen jouw organisatie. Durf te vragen en maak het verschil!

50


€

51


2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder hebben moeite met taal en/of rekenen. Vaak hebben zij ook moeite met digitale vaardigheden Dit heeft een grote invloed op hun persoonlijke leven. Niet alleen privĂŠ, maar ook op werk. Dit Gesprekskompas geeft praktische tips voor het herkennen, bereiken en activeren van mensen die moeite hebben met de basisvaardigheden.

Door als professional iemand met onvoldoende basisvaardigheden te herkennen en te helpen, kun je de samenwerking met je werknemer of werkzoekende versoepelen. Je bespaart tijd en geld. En degene begrijpt beter wat er gezegd en afgesproken is. Bij dit kompas horen ook andere producten gemaakt voor het herkennen, bereiken en activeren van mensen die moeite hebben met de basisvaardigheden. Een Gesprekskompas Schulden & armoede, praatplaten en flyers om professionals te helpen om iedereen te laten meedoen.

Profile for Stichting Lezen en Schrijven

Werk en werkzoekenden  

Werk en werkzoekenden