Page 1

JU • nr. 4 • 0 2 g n jaarga

8 NI 201

o w v 5 , ar a j 5 1 , s r e o j S ik r E : t e r rt o P B H

’ ! k u l e g n e g i e e j r a a n k ‘Zoe Prikkels als last of juist als

motor?

Hoe overleef ik mijn hoogbegaafdheid? © 2018 Koninklijke Van Gorcum

Uitdagend taalonderwijs


Thema’s en taal

VO L L E D I G HERZIENE EDITIE

Ontwikkelingsgerichte activiteiten in de midden- en bovenbouw In dit boek staat het verbinden van wereldoriënterende thema’s en taalonderwijs in de groepen 5 t/m 8 centraal. Thema’s en Taal geeft hiervoor niet alleen de theoretische onderbouwing, maar ook praktische handvatten. In deze herziene uitgave staan recente praktijksituaties beschreven waarbij de verbindingen tussen thema’s in de klas, vakinhoud en taalonderwijs goed uit de verf komen. Bea Pompert, Gerri Koster Jaar 2017 Druk 3e herziene Aantal pagina’s 168 ISBN 978 90 232 4770 8 Onze prijs: €26,50 Auteurs

Bestel via webwinkel.vangorcum.nl of klantenservice@vangorcum.nl Stopper_A5_ThemasenTaal.indd 1

07-03-17 14:21

COLOFON

Onafhankelijk tijdschrift over (hoog)begaafdheid. Verschijnt zes keer per jaar. www.tijdschrift-talent.nl HOOFDREDACTEUR Frank Stienissen FOTOGRAFIE Shutterstock, aangeleverde foto’s. Fotograaf cover: Daphne Vis VASTE MEDEWERKERS Marrigje de Bok, Maryan Camps, Ben Daeter, Carla Desain, Bruno Emans, Katja Keuchenius, Jan te Nijenhuis, Annette Bolder-Oorthuysen, Els Schrover, Ellen Sinot, Inge Slaats, Anne van Kessel, Maddy Hageman, Annemieke van Manen, Priscilla Keeman, Martin van Rooij, Mariska van Sprundel REDACTIEADRES Dennenlaan 11, 5553 CV, Valkenswaard, info@stienissenmedia.nl, 06 - 51 10 64 34 Voor nieuwe abonnementen, verhuizingen of opzeggingen: klantenservice@vangorcum.nl UITGEVER Koninklijke Van Gorcum BV Postbus 43, 9400 AA Assen Tel. 0592-379555 Fax 0592-379552 E-mail: klantenservice@vangorcum.nl www.vangorcum.nl

2

ABONNEMENTEN Een abonnement (inclusief inzage online archief en website) kost € 57,50 per jaar (incl. 6% btw en porto). Instellingen betalen € 71,50. Studenten betalen € 49,95 (kopie collegekaart meesturen). Losse nummers kosten € 12,95 (+ porto). Nieuwe abonne­menten kunnen op elk gewenst tijdstip ingaan.

Zoekt u een boek over hoogbegaafdheid? www.hoogbegaafd.nl

Een abonnement wordt automatisch verlengd, tenzij een schriftelijke opzegging is ingediend bij afdeling Klantenservice van Koninklijke Van Gorcum: klantenservice@vangorcum.nl. ADVERTENTIES Neem contact op met Ray Aronds van Recent BV: ray@recent.nl Telefoon 020-3308998 Postbus 17229 1001 JE Amsterdam © COPYRIGHT 2018 Koninklijke Van Gorcum, Assen. Alle auteursrechten ten aanzien van de inhoud van deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. ISSN 1388-1809

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum


SAMEN OP WEG

TALENT JAARGANG 20 NR. 4 JUNI 2018

We rijden met z’n drieën naar Maastricht. Een vriend vertelt over de schoolcarrière van zijn negenjarige zoon. Hij maakt zich grote zorgen. Zijn zoon op de achterbank kijkt hem verwonderd aan en zegt dat hij het op school

4

eigenlijk best leuk vindt. Soms een beetje saai,

Daarover gaat de Stelling in dit nummer. Volgens het SLO is het huidige taalcurriculum nog erg monolinguaal. Een van de reacties komt van Dionique van Haren, klas 3 Stedelijk Gymnasium Nijmegen. Zij zegt: ‘Russisch en Chinees leer ik nu graag omdat ik er geen proefwerken over krijg en mijn eigen tempo en leermomenten kan bepalen. Voor mij vormt het een mooie afwisseling op het soms saaie stampen voor andere vakken.’

maar verder heeft hij een goede vriend en een leuke juf. Zijn vader: ‘Maar mama zegt dat je het af en toe helemaal niet naar je zin hebt!’ De jongen: ‘Ja, maar dat heeft eigenlijk niet zoveel met school te maken. Mama heeft een nieuwe vriend en daar besteedt ze best veel aandacht aan. Ik wil ook wel eens leuke dingen doen met haar.’ Als ik vraag wat hij de leukste vakken op

B IED (HOOGBEGAAFDE) KINDEREN MINSTENS DRIE TALEN AAN

school vindt, zegt hij in een prachtige volzin (negen jaar!): ‘Nou, als ik alle vakken op een

6 PRIKKELS ALS LAST OF JUIST ALS MOTOR?

rijtje zet, dan denk ik dat ik voor rekenen kies.’

Er is volgens Esther de Boer altijd veel aandacht voor de cognitieve aspecten van hoogbegaafdheid, waarbij dan het snelwerkende brein en de grote leerhonger centraal staan. ‘Maar hoogbegaafdheid is meer dan alleen cognitief.’ Voor Talent schreef ze een artikel waarin ze dieper ingaat op het opvangen en verwerken van prikkels bij hoogbegaafden, met name bij hoogbegaafde kinderen.

‘Rekenen?’, zegt zijn vader, ‘Ik dacht dat je daar een hekel aan had?’ ‘Nee hoor’, zegt de jongen, ‘helemaal niet’. Daarop besloot ik hem aan een paar ‘pittige’ rekenopgaven te onderwerpen. Kijk eens naar de kilometerbordjes langs de weg? Waar zitten we nu? De weg van Eindhoven naar Maastricht is 90 kilometer lang. Deze auto rijdt op 1 liter benzine 10 kilometer. Een liter benzine kost 1 euro 50. Hoeveel moeten

19 MAUREEN NEIHART OVER IMPACT OP ONDERWIJS

we voor deze reis betalen? Toen hij niet veel

‘Kleine interacties hebben groot effect’, zegt Maureen Neihart, oud-lerares, klinisch psycholoog en begaafdheidsexpert. Ze kijkt met een open blik naar de wereld om te zien wat ze kan bijdragen. Met haar intelligentie, empathisch vermogen, creatieve kijk en - niet te vergeten – meer dan 30-jarige ervaring in het werkveld, blijkt dat heel wat te zijn.

later daarna het juiste antwoord gaf, keek ik zijn vader verbaasd aan. Hoezo zorgenkind? Gelukkig had hij de afschrijving van de auto niet meegerekend! Verbaal was er niets mis met hem en rekenen kon hij als de beste. Was de moeizame relatie die zijn ouders hadden misschien de oorzaak van zijn stemmingswisselingen? Slimme kinderen zijn vaak ook uitermate gevoelig. Het verbaasde mij overigens hoe leuk het is om

22 HOE OVERLEEF IK MIJN HOOGBEGAAFDHEID?

Omgaan met blokkades en overlevingsgedrag van hoogbegaafde kinderen. Dat is de insteek van het boek ‘Paul, ons hoogbegaafde wonderkind’ van Laura Groebbé. Het is een kinderboek, een theoretisch boek én een praktisch boek ineen. ‘De crux van de problematiek omtrent hoogbegaafdheid is dikwijls terug te voeren naar miscommunicatie en daardoor ontstaand onbegrip.’

op socratesachtige wijze met rekenen bezig te zijn. Gewoon om je heen kijken en de grappig-

26 UITDAGEND TAALONDERWIJS

ste opdrachten komen voorbij. Daarna nog wel

Taal hoeft niet saai te zijn. Uitdagend taalonderwijs is volgens onderwijsadviseur Dolf Janson zeer wel mogelijk. ‘Dit geldt zeker voor leerlingen met veel taalgevoel en/of een rijke woordenschat.’ Hoe maak je het taalonderwijs voor hen weer interessant?

even de tafels oefenen, want die blijken dan weer wat minder goed geautomatiseerd te zijn. Wat wij in de auto deden met rekenen, doet Dolf Janson verder op in dit magazine met taal. Ook hij kiest ervoor om de gebaande, methodische paden te verlaten en een eigen, creatieve weg in te slaan. Dat vergt lef en creativiteit van zowel leraar als leerling, maar levert wel heel verrassende resultaten op. Probeer het eens. Frank Stienissen

EN VERDER: 9 Column Annemieke van Manen  10 Kort nieuws  11 Challenge  12 Fantaseren in de cloud  15 Column Annette Bolder-Oorthuysen  16 HB-portret  18 Carla’s Corner  29 Vooruit  30 Column Maddy Hageman  31 Meten en Weten

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

3


De stelling

Achtergrond

De SLO heeft onlangs een ontwikkelgroep meertaligheid in de klas geïnitieerd en daarnaast nog de klankbordgroep meertaligheid in het onderwijs opgericht. Volgens het SLO is het huidige taalcurriculum nog erg monolinguaal: het richt zich vooral op leerlingen met het Nederlands als moedertaal. Om de kansengelijkheid te bevorderen wordt gekeken of er ruimte is voor een tweede taal. Maar is het aanbieden van meer talen niet sowieso een goed plan? En zeker voor hoogbegaafden die er tijd voor hebben en er veel voldoening uit kunnen halen! De Nederlandse wet staat leerlingen toe om eindexamen te doen in tien moderne talen, waaronder Russisch, Spaans en Arabisch. Ook de Europese Raad benoemt het verwerven van een derde taal (naar keuze), náást de moedertaal en het Engels, als taalvaardigheid die hoort bij Europees burgerschap. Leerlingen en ouders zijn echter niet altijd bekend met de mogelijkheid, en het onderwijs faciliteert nog nauwelijks (eindexamen in) bijzondere talen. Voor het hoogbegaafdenonderwijs en plusklassen een uitgelezen mogelijkheid om trendsetter te worden.

Antoinette Gerichhausen, bedenke r van de leermethode Juan y Rosa, Spaans voor de basisschool

Irma Smit, specialist begaafdheid, bovenschoolse plusgroep Vostok bij SWV Waterland en Bestuur OPSPOOR Hoogbegaafde leerlingen in het basisonderwijs worden

Samenstelling: Carla Desain en Frank Stienissen n Frank Stienissen

onvoldoende uitgedaagd om de vaardigheden te ontwikKinderen zijn dol op leren en

kelen om meer te kunnen, willen en durven leren. Uitbrei-

zijn zeker op jonge leeftijd

ding van het aanbod is goed. Maar waarom alleen talen? Ik

heel gevoelig voor het opne-

pleit voor een breder aanbod, ook richting bèta-, gamma-

men van taal. Meer vreemde

en kunstzinnige vakken. Hierdoor krijgen leerlingen meer

talen op speelse wijze aanbie-

kans hun interesses en talenten te ontdekken en zichzelf

den aan alle leerlingen van de

beter te leren kennen. Zo kunnen zij later beter een pas-

basisschool vind ik daarom een

sende studierichting en/of werkterrein kiezen.

goed plan. Belangrijk is wel dat

In onze bovenschoolse plusgroep Vostok, die ik samen

gewerkt wordt met een leermethode

met Ans Zondervan heb opgezet, bieden wij Spaans aan

waarmee ze op eigen snelheid en op eigen niveau de taal kun-

via de methode Juan y Rosa, die goed past bij onze werk-

nen leren, liefst samen met een leermaatje. Iets nieuws leren is

wijze. Deze spreekt leerlingen aan op hun analytisch en

gewoon een superleuke bezigheid, zeker wanneer de leerling

creatief denkvermogen en zet aan tot zelfverantwoorde-

zelf enige regie houdt.

lijk leren. Hierdoor leveren leerlingen een leerinspanning

Vanuit dat uitgangspunt heb ik de leermethode Spaans Juan

op hun niveau en regelmatig roept een leerling bij ons

y Rosa ontworpen. Die wordt aangeboden aan leerlingen die

uit dat hij voor het eerst trots is op een voldoende. Een

meer uitgedaagd moeten worden om hun eigen leervaardig-

bewuste stap richting leren leren is dan gezet.

heden te ontwikkelen. In kleine groepjes van twee tot vier

Spaans is voor ons doel én middel. Hiernaast bieden wij

leerlingen leren ze met deze methode daarvoor zelf verant-

filosofie en onderzoek aan. Bij onder-

woordelijkheid te nemen. Spaans heeft als voordeel dat het

zoek kiezen wij bewust onder-

een wereldtaal is en uit een andere taalfamilie komt dan het

werpen uit bèta-, gamma- en

Nederlands en Engels. Daarnaast is het Spaans aanwezig in

kunstzinnige vakken. Alle

het dagelijks leven van de jonge leerlingen door muziek, films,

leerlingen zijn verschillend

eetcultuur en de voetbalwereld.

met verschillende interes-

‘Aanbieden’ betekent overigens niet ‘verplichten’, want som-

ses. Een breder aanbod op

mige leerlingen zullen enthousiaster gaan leren met lesstof

meer terreinen dan alleen

uit de technische of de culturele hoek. Het belangrijkste is dat

talen speelt hier mooi op in.

ze het zelf leuk en uitdagend blijven vinden om hun aanwezige kennis te vergroten. Daarvoor ga ik!

4

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum


Joana Duarte, universitair docent meertaligheid RUG & ass ociate lector meertaligheid Stenden Hogeschool Een extra taal leren is voor elk kind een levensgroot cadeau! Kinderen die vaak twee of meer talen gebruiken, blijken meer neuronale activiteit te hebben, in beide hersenhelften. En elke taal die je leert, maakt het leren van een volgende taal makkelijker. Je leert namelijk niet alleen de taal zelf, maar ook woordenschat, taalleerstrategieën en taalinzicht. Dit geldt al vanaf de geboorte. Voorwaarde is wel dat de extra taal wordt aangeboden in alledaagse interactie, bijvoorbeeld tijdens het kleuren, spelen of voorlezen. Meertalige kinderen husselen soms woorden uit verschillende talen door elkaar. Dat is een normale fase waar een kind doorheen groeit als de volwassen gesprekspartner ontspannen en versterkend omgaat met dat gehussel. Bijvoorbeeld door de zin correct te herhalen in vragende vorm. Als je met een extra taal begint voor een kind een jaar of 4 is, kan een paar uur per week al genoeg zijn. Voor hoogbegaafde kinderen is dat zelfs slechts één uur. Als een kind de schoolgaande leeftijd heeft, kost het meer tijd en moeten ook meer taalregels aangeboden worden. Voor hoogbegaafde kinderen kan het leren van een taal met een grote taalafstand tot de eigen taal – zoals Vietnamees of Chinees – extra uitdagend zijn en daarmee extra goed voor de taalontwikkeling.

shutterstock_Pathdoc

‘HET IS GOED OM (HOOGBEGAAFDE) KINDEREN MINSTENS DRIE TALEN AAN TE BIEDEN’ Dionique van Haren, klas 3 Stedelijk Gym Nijmegen Talen leren vind ik leuk! In de talen die ik in de basis krijg, ben ik best goed. Ik scoor achten en negens op rapporten voor Frans, Duits, Grieks en Latijn. Voor Nederlands en Engels iets minder: zevens. In klas 1 leerde ik Russisch als extra verbredingsvak, omdat ik nog wel wat uitdaging kon gebruiken. Het viel me op dat Russisch veel leek op het Grieks wat betreft het alfabet en de grammatica-uitgangen. Het was daardoor makkelijker om het te leren. In de tweede begon ik in mijn eigen tijd Chinees te leren – omdat ik me verveelde. Hoe meer talen ik ken, hoe meer overeenkomsten ik zie en hoe interessanter het wordt. Ja, misschien ziet een hoogbegaafde die overeenkomsten iets sneller dan anderen. In een bijzondere taal als Russisch of Chinees zou ik best examen willen doen. Omdat ik veel interesse heb in science; en China en Rusland werken veel samen op het gebied van ruimtevaart. Maar helaas biedt mijn school dat niet aan. Russisch en Chinees leer ik nu graag omdat ik er geen proefwerken over krijg en mijn eigen tempo en leermomenten kan bepalen. Voor mij vormt het een mooie afwisseling op het soms saaie stampen voor andere vakken.

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

5


Voorlichting

   Prikkels als last Prikkelverwerking door hoogbegaafden

“We moesten van de juf een beestje maken, mam. Gewoon een beestje. Maar zie je wat ik gemaakt heb? Een échte kralenvlinder vol dromen. De juf zag het niet, maar in zijn sprieten heb ik de vlaggen van landen verstopt. Zie jij ze? Dan vlieg ik in mijn dromen met mijn kralenvlinder mee…en maak ik zo de les en het leven leuk, fijn, gezellig en ook nog interessant.” (Jop, 6 jaar)

Tekst: Esther de Boer

(met dank aan Mariken Althuizen en Nathalie van Kordelaar)

D

6

rs shutte

to c k _ G

lebS S t

e cognitieve aspecten van hoogbegaafdheid worden altijd sterk belicht: onder andere een snel werkend brein en leerhonger. Met als gevolg dat scholen vooral insteken op het cognitief uitdagen van leerlingen. En natuurlijk, dat is belangrijk, want veel hoogbegaafde kinderen kunnen meer aan dan in de gewone lessen aan bod komt. Ze zoeken de verdieping, willen het naadje van de kous weten. Maar hoogbegaafdheid is meer dan alleen cognitief, daar is de laatste tijd meer aandacht voor. Tessa Kieboom bijvoorbeeld, beschrijft – in wat zij het ‘zijnsluik’ noemt – andere typerende kenmerken van hoogbegaafden, zoals perfectionisme, gevoeligheid, kritisch ingesteld zijn en een groot rechtvaardigheidsgevoel. Ook het Delphi-model, opgesteld door ervaringsdeskundigen en deskundigen uit het veld, noemt gevoeligheid en daarnaast het ‘rijkgeschakeerd voelen’. Alertheid voor de omgeving is bij hoogbegaafden sterk aanwezig; zij beschikken als het ware over een soort antennes waarmee ze prikkels op verschillende gebieden kunnen opvangen. Het derde belangrijke aspect is dat hoogbegaafden alles met grote intensiteit beleven. Een kleine tegenvaller kan een ramp zijn. En naar een uitje kan intens toegeleefd worden. Dat maakt dat ze in de put kunnen raken als iets tegen zit, maar ook enorm kunnen genieten van kleine dingen en fijne momenten. In dit artikel ga ik dieper in op het opvangen en verwerken van prikkels bij hoogbegaafde kinderen.

ock

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum


of juist als motor? PRIKKELBEHOEFTE EN OVERPRIKKELING

Er is nog veel onduidelijk over de werking van de (hoogbegaafde) hersenen. David Sousa en Roy Kessels concluderen dat het erop lijkt dat bij hoogbegaafden de ‘bekabeling’ in de hersenen goed en efficiënt werkt. Het is daarom mogelijk om op een effectieve manier prikkels te verwerken zonder dat er veel energie voor nodig is. Je zou de conclusie kunnen trekken dat hoogbegaafden in staat zijn om grote hoeveelheden informatie te verwerken zonder dat het veel moeite kost. Dat zou de enorme leerhonger van hoogbegaafde kinderen kunnen verklaren. Een leerhonger die zich uit in het stellen van heel veel vragen. Prikkels zijn als het ware de motor, de ‘voeding’ van de hoogbegaafde. En dit verwerken van de prikkels gaat continu door. Maar toch, het kan ook teveel worden... Er zijn er situaties waarin een hoogbegaafd kind overprikkeld kan raken. Het aanpassen op school om niet op te vallen kost bijvoorbeeld veel energie. Maar ook de intensiteit die de kinderen ervaren bij situaties van onrechtvaardigheid kunnen leiden tot heftige reacties. Als iemand bijvoorbeeld afwijkt van de afspraken die er zijn gemaakt. “Na een dag op school te zijn geweest is mijn begaafde dochter moe van de prikkels. We weten nu dat een flinke huilbui de lucht klaart. Zowel voor moeder als dochter niet de meest ideale manier om de middag te beginnen, maar het helpt wel. Daarna kan ze ook prima onder woorden brengen wat er aan de hand was. Vaak is dat een situatie in de klas waarbij het de hele dag onrustig is en vooral ook onduidelijk. Ze wil graag alles meekrijgen, ze wil alles zien en ze wil zo graag... Op school laat ze perfect gedrag zien en valt de juf niets op. (Sarah, 8 jaar) HOOGALERT ZIJN IN DE KLAS EN THUIS

De ideeën van de Poolse psychiater Dabrowski over hypergevoeligheden (overexcitabilities) helpen om de gevoeligheid van hoogbegaafde kinderen beter te begrijpen. Volgens de theorie van Dabrowski ervaren hoogbegaafden prikkels sterker. Dit komt omdat zij kanalen hebben die wijd open staan om prikkels te ontvangen. Ze vormen als het ware een lens waardoor ervaringen (uit)vergroot worden. Hierdoor voelen ze ook meer intens. Dabrowski beschrijft vijf belevingskanalen. Het gaat om hypergevoeligheden op vijf verschillende gebieden: psychomotorisch, zintuiglijk, intellectueel, verbeeldings- en emotioneel gebied. Kinderen waarbij je veel energie ziet, die niet houden van stilzitten, die snel praten en graag bezig willen zijn, laten kenmerken zien van de psychomotorische

De citaten in dit artikel zijn afkomstig uit het boek “Een andere kijk op hoogbegaafdheid” (2015) geschreven door Mariken Althuizen, Nathalie van Kordelaar en Esther de Boer.

hypergevoeligheid. Er is lichamelijke onrust en ze zijn erg actief. Het zijn kinderen die in hun gedrag impulsief kunnen zijn. Rustig stilzitten is lastig en leidt tot meer onrust. Zo ook het aanhoren van bekende stof en maken van bekende opdrachten. Bij veel enthousiasme en als kinderen gespannen zijn, neemt deze gevoeligheid vaak toe. Kinderen met een verhoogde zintuiglijke hypergevoeligheid kunnen intens genieten van zintuiglijke prikkels. Genieten van dingen die zij zien (een vlinder), voelen, ruiken (een bloem), proeven (lekker eten) en horen (mooie muziek). Intens ervaren van zintuigelijke prikkels kan ook onprettig zijn, zoals een geur waar je misselijk van wordt, of een naadje in kleding dat blijft irriteren. In de klas merk je dat deze kinderen last kunnen hebben van geluiden, licht of geuren, maar ook intens kunnen genieten van een mooie wandeling. De intellectuele hypergevoeligheid zie je bij bijna alle hoogbegaafde kinderen. Het gaat hier om een niet te stillen leerhonger, dus niet per definitie om schoolse prestaties. Maar juist om het wíllen leren, dat soms vooral buiten school goed te zien is. Deze kinderen willen graag alles weten en stellen heel veel vragen. Ze willen graag de diepte in en houden van filosoferen. Het kan als betweterig overkomen als ze steeds de discussie met de leerkracht aangaan. Daarnaast leggen deze kinderen vaak de lat hoog en stellen dus hoge eisen aan zichzelf en ook aan de mensen in hun omgeving. Mooi aan deze hypergevoeligheid is dat het zich kan uiten in vernieuwende ideeën, creatief en kritisch denken. Hoor je bij kinderen beeldend taalgebruik of zie je dat ze veel fantasie hebben, dan zijn dit wellicht kenmerken van de verbeeldingsrijke hypergevoeligheid. Ze kunnen zich situaties en dingen makkelijk voorstellen en bedenken eenvoudig nieuwe dingen en verhalen. Het creatief en fantasievol denken kan heel handig en mooi zijn. Veel hoogbegaafden hebben hun schooltijd al dromend doorgebracht. Maar tegelijkertijd leidt dit natuurlijk ook af. Daarnaast kunnen kinderen met een groot voorstellingsvermogen soms ook angstig worden van bijvoorbeeld grote wereldproblemen. Het is dan

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

7


Bron: Handreiking hoogbegaafdheid (2011), LPC

belangrijk om samen met het kind de werkelijkheid en hun fantasie van elkaar te scheiden. Ten slotte zijn er hoogbegaafde kinderen met een emotionele hypergevoeligheid. Zij hechten sterk aan mensen, plaatsen en situaties en vinden het daarom wel eens lastig om met nieuwe situaties om te gaan. Heimwee zie je dan ook vaak bij kinderen met een emotionele hypergevoeligheid. Al heel jong kunnen ze aanvoelen hoe mensen zich voelen en kunnen ze daarop inspelen. Een nadeel daarvan is dat ze soms zelf niet zo goed weten wat ze met alle opgepikte gevoelens van anderen aanmoeten. Emotioneel hypergevoelige kinderen kunnen heftig reageren op situaties, bijvoorbeeld als ze het ergens niet mee eens zijn of als ze ergens last van hebben. Dat kan overdreven overkomen op omstanders, maar laat eigenlijk intense betrokkenheid zien. De mooie kant van emotionele hypergevoeligheid kan zijn dat het mogelijk maakt om te genieten van allerlei nieuwe ervaringen. Niet alle hypergevoeligheden zijn binnen één persoon even sterk aanwezig. Je ziet dan ook dat hypergevoeligheden per hoogbegaafd kind verschillen. WAT BETEKENT DIT IN DE KLAS? TIPS VOOR LERAREN

In de klas is het de uitdaging voor leraren om niet alleen in te gaan op de cognitieve ontwikkelingsbehoefte van een hoogbegaafde leerling, maar om ook (en

vooral) rekening te houden met de zijnskenmerken en hypergevoeligheden van hoogbegaafde kinderen. Kijk uit voor alleen symptoombestrijding en werk aan het voorkomen van problemen. De beste tip? Ga in gesprek met de leerling zelf zodat het kind zich gezien en gehoord voelt. Vaak weet het kind zelf heel goed wat het nodig heeft. Luister en vraag door. Probeer te onderzoeken wat de oorzaak is van het gedrag: onderprikkeling (verveling) of juist overprikkeling. Beide kunnen zich door de intensiteit van de kinderen uiten in wegdromen of juist heftige reacties. Bij onderprikkeling zie je kinderen die van verveling wegdromen (verbeeldingsrijk) of juist compenseren door zelf te gaan bewegen (psychomotorisch) of willen friemelen en om zich heen gaan kijken (zintuiglijk). Overprikkeling ontstaat bij een teveel aan prikkels. Kinderen die zich de hele dag aanpassen of continu prikkels zoeken kunnen overprikkeld raken. Met heftige reacties als gevolg. Een momentje rust of letterlijk ruimte inbouwen (naar buiten!) kan al een oplossing zijn. Daarnaast is het goed om je te realiseren dat veel problemen van hoogbegaafde kinderen als sneeuw voor de zon verdwijnen als je zorgt voor een stimulerende omgeving. Mocht je toch tegen vervelende situaties aanlopen, start met te erkennen dat dit hoogbegaafde kind op deze manier reageert. ALLEDAAGSE COACHING

OVER ESTHER DE BOER Drs. Esther de Boer is opgeleid tot Sociaal Geografe (Radboud Universiteit), eerstegraads aardrijkskunde docente (Radboud Universiteit) en tot specialist hoogbegaafdheid (ECHA, Radboud Universiteit). Vanuit haar interesse om kinderen en volwassenen te begeleiden studeerde zij psychologie bij de OU. Samen met Mariken Althuizen en Nathalie van Kordelaar schreef zij “Een andere kijk op hoogbegaafdheid (2015)”, “Een andere kijk op onderpresteren (2016) en “Ik en hoogbegaafd (3e herziene druk 2017)”. Als adviseur werkt zij sinds 2000 voor KPC Groep in zowel het primair onderwijs als voortgezet onderwijs, waar zij docenten, teams en directies adviseert en begeleidt bij het ontwikkelen, implementeren en uitvoeren van (passend) onderwijs, waarbij het uitdagen van kinderen én volwassenen voorop staat.

8

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum

Het is zaak om – naast het uitdagen op cognitief niveau en het erkennen van de reacties – te zorgen voor een goede begeleiding van de leerling. Een coaching waarbij het kind zelf ook om leert gaan met de eigen hypergevoeligheden. De cognitieve sterkte van het kind kun je hier goed bij gebruiken: samen kun je uitzoeken waardoor iets kan zijn ontstaan en hoe het zou kunnen worden opgelost. Een emotioneel gevoelig kind is geholpen bij het leren omgaan met zijn emoties. Dat kun je doen door een kind een emotie te leren herkennen en af te spreken wat hij dan doet. Bijvoorbeeld even een rondje lopen of een muziekje luisteren. Je kunt met een thermometer werken om aan te laten geven hoe sterk de emotie is. En in kaart brengen wanneer een kind heftige emoties laat zien. Dan herkent een kind de situatie, bedenkt het zelf hoe sterk de emotie is en kan het vervolgens aangeven dat het even tot rust gaat komen.


OP KAMERS Madelief zit in een soort reptielenperiode. Haar leven speelt zich voornamelijk af in haar hoofd, ze doodt de tijd met spelletjes en haar Tumblr-bubble

Het kind een spiegel voorhouden hoe de emotie overkomt op anderen is eveneens belangrijk. De emotie mag er zijn, maar kan door de omgeving anders geïnterpreteerd worden. Het herkennen van een heftige emotie helpt bij het uiten ervan en het zelf in goede banen leiden. Dat geldt ook voor een intellectueel hypergevoelig kind; de opmerkingen die een kind uit over anderen kunnen anders overkomen dan dat de bedoeling is. Leer het kind welk effect een opmerking kan hebben door het te laten benoemen wat het ziet bij de ander. En vraag het andere kind welk effect de opmerkingen of heftige emoties op hem hebben. Kies hiervoor een moment dat beide partijen rustig zijn; in het moment van een conflict kunnen de emoties zorgen voor een vertroebeling van het denken. Erkenning speelt ook een rol bij zintuiglijke hypergevoeligheid. Hoewel een kind aanstellerig kan overkomen, bijvoorbeeld als het last heeft van eetgeluiden, is het van belang om voorbij de reactie te kijken. Bespreek samen met het kind mogelijke oplossingen. Helpt een prikkelarme omgeving of juist een meer stimulerende omgeving? Een kind met een verbeeldingsrijke hypergevoeligheid help je door het te leren wat fantasie is en wat werkelijkheid. Soms lopen deze door elkaar en raakt het kind in paniek omdat het niet meer weet wat nu echt is. Een oorlog in Syrië kan door de levendige fantasie van het kind heel dichtbij komen, terwijl dat niet realistisch hoeft te zijn. Bespreek wat reëel is en wat niet. Dat geldt ook voor geesten en spoken onder het bed of in de kast. Een veelgehoord probleem bij hoogbegaafde kinderen zijn inslaapproblemen. Door lichamelijke onrust en een hoofd ‘dat nooit stil staat’ vallen kinderen moeilijk in slaap of slapen slecht door. Zorg dat het kind lichamelijk én cognitief moe is door het voldoende te laten bewegen en uit te dagen. Én zorg dat (je samen met) het kind overdag rustmomenten inbouwt. Daarnaast kan het helpen om voor het slapen samen een piekerdoosje te vullen met piekergedachten. Waarbij eigenlijk jouw gesprek met het kind over de piekergedachten natuurlijk het meest waardevol is... Op school en thuis kan een vragenschrift ook helpen om het hoofd tijdelijk leeg te maken. Kijk af en toe samen welke vragen nog beantwoord moeten worden en welke daarbij prioriteit hebben. En ga dan samen op zoek naar antwoorden. Zo help je het kind om ordening aan te brengen in de brij van gedachten die dag en nacht doorgaat.

op internet. Voor een aantal vakken die ze voor de tweede keer doet, scoort ze lager dan vorig jaar. Een vaardigheden-rubric van school laat zien dat ze haar zwakke kanten goed kent en een vrij negatief zelfbeeld heeft. Waar het vandaan komt weten we, hoe ze eraf komt, daar is haar eigen wil en doorzettingsvermogen voor nodig. De moeder van een vergelijkbaar kind wijst me op de site startyourworknow.com. Een cursus die je helpt uit je lamlendige bestaan van het eeuwige uitstellen te stappen en aan het werk te gaan. Madelief kijkt ernaar op Youtube, zodat ze het beeld kan versnellen. Een paar minuten later is ze weer met een spelletje bezig. Jazeker, ze herkent zich erin. En ze zou het best anders willen, maar dat duurt zo lang en die jongen vertelt zo traag. ’s Avonds opent ze Netflix. Een nieuwe aflevering van haar serie staat klaar. Pianospelen? Morgen. Het uitstellen is al weer begonnen. Er komt ruzie van. ‘Wat wil je nu echt, Madelief?’ roept haar vader uit. ‘Ik wou dat ik kon tijdreizen naar vier jaar verder en op kamers kon gaan. Dan ben ik van alle kleine ergernissen hier in huis af!’. Ik trek mijn schoenen aan en ga lopen. Waar ergert ze zich zo vreselijk aan dat ze zo snel mogelijk op kamers wil? Het lukt me mijn verdriet in het bos achter te laten en mijn optimisme te hervinden. Als Madelief dit wil, dan gaan we haar helpen daar te komen, binnen drie jaar zelfs. We helpen haar plannen maken en stap voor stap uit te voeren. Een doel! Als ik haar dat de volgende ochtend vertel, is ze voorzichtig optimistisch. Drie jaar is nog steeds lang, maar korter dan vier. Ze laat me het lijstje zien dat ze tijdens een les heeft gemaakt: - two breakfast plates, - one other plate… Nog voor ze naar school gaat, pakt ze de laptop en vraagt hoe die website ook al weer heet. - Wat zijn die ergernissen Madelief, waardoor je zo graag op kamers wilt? - Niks persoonlijks hoor, bijvoorbeeld dat we heel veel wijnglazen hebben terwijl je er per dag maar één of twee gebruikt.

AFSLUITEND

Maar vooral, geniet van deze kinderen. De emoties en uitingen zijn eerlijk en direct. De vragen zijn creatief, verdiepend en uitdagend. Het kind is een uitdaging. Voor het kind is de wereld een uitdaging. Het kind zet je op scherp. Complimenteer deze kinderen dan ook met hun empathisch vermogen, energie en creativiteit. En laat je verwonderen.

delief hter Ma aar doc h r e in e v e o ll s Co g hrijft Olympu anen sc t e M h n n a a v ke mv Annemie ymnasiu r: in 4/5 g it z ilen naa a ie m D (14). unt u k s e . ti c m a .co . Re @gmail Arnhem nmanen a v e k ie annem

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

9


EERSTE RESULTATEN VAN ONDERZOEK NAAR DIAGNOSES EN GEZONDHEIDSGEDRAG Geneeskundestudenten van de Erasmus Universiteit deden in het 1e kwartaal van 2018 (in opdracht van het IHBV) exploratief onderzoek naar de psychische en lichamelijke gezondheid van hoogbe-

GROTE WETENSCHAPS­DAG 2018

gaafde volwassenen in Nederland. De eerste resultaten laten opvallende resultaten zien. Zo wordt er door de onderzoeksgroep van

Aanmelden voor de Grote Weten-

hoogbegaafden significant minder vaak

schapsdag op woensdagochtend 3

gerookt en minder vaak alcohol gedronken

oktober 2018 is nu mogelijk! De dag

dan door de controlegroep van hoog­

wordt georganiseerd door de Uni-

opgeleiden. Ook vonden de onderzoekers

versiteit Utrecht en is bedoeld voor

bij de hoogbegaafden meer mensen met een

leerlingen uit groep 5 tot en met 8

gezond BMI maar ook meer mensen met zwaar

van de basisschool. Dit jaar is het thema ‘Houd je hoofd erbij!’ en zijn

overgewicht. Het onderdeel beweging laat een

er allerlei experimenten, spellen en

zelfde beeld zien: er is een relatief grote groep

opdrachten over wat je hersenen

lichamelijk weinig actieve hoogbegaafden, maar

allemaal kunnen. Scholen kunnen

tegelijkertijd een relatief grote groep lichamelijk

zich aanmelden via www.uu.nl/

zeer actieve. Een gezondheidswetenschapper gaat het IHBV het komende jaar helpen met de

Deelname kost 20 euro per school

voorbereiding van een of meer wetenschappelijke

en daarvoor mag er een onbeperkt

publicaties.

aantal groepen worden aangemeld.

shutterstock_ostill

onderwijs/grote-wetenschapsdag.

ONDERZOEK STUDIEMOTIVATIE De Radboud Universiteit in Nijmegen doet een landelijk onderzoek naar studiemotivatie bij studenten in Nederland. Iedereen die 18 jaar is of ouder, ingeschreven staat bij een Nederlandse hogeschool of universiteit en de Nederlandse taal voldoende beheerst mag deelnemen. De onderzoestudenten uit de online vragenlijst in te

MÜNSTERSCHER BILDUNGSKONGRESS

vullen. De vragenlijst kan tot 1 juli worden

Van 19 tot en met 22 september 2018 vindt het zesde Bildungs-

ingevuld via de volgende link: https://sur-

kongress plaats in het Duitse Münster. De organisatie is in

vey.socsci.ru.nl/index.php/737886/lang-

handen van het Internationale Centrum voor Begaafdheidson-

nl. Voor registratie wordt eenmalig naar

derzoek (Internationales Centrum für Begabungsforschung,

naam en e-mailadres gevraagd. Neem voor

ICBF). Talentontwikkeling en passend onderwijs staan centraal

meer vragen over het onderzoek contact

bij het Duitstalige congres waarbij ook het CBO betrokken

op met drs. Sacha Geerlings: S.Geerlings@

is. Het precieze programma wordt bekendgemaakt op www.

pwo.ru.nl of 06-27057464.

icbfkongress.de.

kers roepen nadrukkelijk hoogbegaafde

10

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum


PROFIELWERKSTUK NIKHEF

CH

In 2018 kun je je profielwerkstuk bij het Nik-

ALL

EN

hef (Nationaal Instituut voor subatomaire

GE

fysica) schrijven over subatomaire deeltjes. Speciaal om leerlingen te helpen biedt het instituut namelijk een speciaal dagprogramma aan. Eerst krijg je uitleg over deeltjesfysica en

LANDELIJKE CONFERENTIE BEGAAFDHEID EN TALENTONTWIKKELING

vervolgens mag je zelf aan de slag met een experiment. De deeltjes die je gaat onderzoeken heten ‘muonen’ en ontstaan wanneer een deeltje met hoge energie vanuit het heelal botst op een ander deeltje in onze dampkring. Het experiment helpt je antwoord te geven op vragen als: ‘hoe hard vliegen muonen’ en ‘zijn muonen tijdreizigers?’. Voor meer informatie en

De datum en locatie voor de volgende

inschrijving kun je terecht op www.nikhef.nl. Let op: het aantal plaatsen is

jaarlijkse conferentie over Begaafdheid en

beperkt en wordt vergeven op volgorde van aanmelding.

Talentontwikkeling zijn bekend: 14 en 15 november in Nieuwegein. De conferentie

NATIONALE NATUURFILMWEDSTRIJD

wordt georganiseerd door het National Ta-

In 2018 organiseert het WFFR (Wildlife Film Festival Rotterdam) weer

lent Centre of the Netherlands, een samen-

een filmwedstrijd voor jongeren. Het doel is om een eigen natuurfilm te

werkingsverband van CBO Talent Develop-

maken, van twee tot drie minuten lang. Dat mag je in je eentje doen, maar

ment, de Radboud Universiteit Nijmegen en

ook met een groepje, zolang je maar niet met meer dan 4 personen bent.

het Informatiepunt Onderwijs en Talent-

Als je de finale haalt wordt je film in ieder geval vertoond, maar er zijn ook

ontwikkeling. Het precieze programma is

mooie prijzen te winnen. Meedoen kan tot 16 jaar via www.nationalena-

nog niet bekend, maar zal in ieder geval

tuurfilmwedstrijd.nl.

aansluiten op de thema’s die dit jaar op de bijzondere leerlingen, creatief begaafden

LITERATUURPRIJS ZEIST GEDICHTENWEDSTRIJD

en (potentiële) drop-outs en ruimte voor

Dit jaar wordt voor de vijfde keer de LiteratuurPrijs Zeist georganiseerd,

talentontwikkeling en persoonlijke ontwik-

dit keer met een open gedichtenwedstrijd. Er is geen minimumleeftijd

keling. Doelgroep voor de conferentie is

voor de wedstrijd: iedereen die wil mag één Nederlandstalig gedicht

iedereen die zich inzet voor en betrokken

inzenden, van maximaal 33 regels (inclusief witregels). De prijsuitreiking

is bij begaafde kinderen en volwassenen.

vindt plaats op 23 november 2018. Er zijn geldprijzen voor de beste drie

www.talentstimuleren.nl

gedichten: 350 euro, 250 euro en 150 euro. De prijswinnende gedichten

agenda van het Talent Centre staan: dubbel

en eervolle vermeldingen zullen daarnaast in een mooie bundel worden gepubliceerd. Inzenden kan tot uiterlijk 1 juli 2018 en let op: dit moet per post!

IMAGINATION AT WORK Zit je op de middelbare school en ga je in schooljaar 2018-2019 eindexamen doen? Dan kun je je aanmelden voor de scholierencompetitie Imagination at work. Vanaf 1 juni kun je je aanmelden met een groepje van twee tot vier personen en een begeleidend docent. Het project kan gebruikt worden als profielwerkstuk (havo/vwo) of sectorwerkstuk (vmbo). De groepjes worden gekoppeld aan experts in de chemie en life sciences en gaan werken met de technologieën die de experts zelf in hun werk of

ONDERWIJSCONGRES

onderzoek toepassen. Het thema van de competitie is duurzaamheid en de projecten waar je uit kunt kiezen hebben raakvlakken met bijvoorbeeld

Tijdens de Dag van de leraar – op 5 oktober -

voeding, klimaat en energie. Het doel is op basis van labresultaten te

vindt het Nationale Onderwijscongres plaats

bedenken hoe technologie bij kan dragen aan de oplossing van een duur-

in ’t Spant in Bussum. De dag is bedoeld voor

zaamheidsvraagstuk. www.imaginationatwork.nl

alle lagen uit de voorschoolse educatie en het primair onderwijs. Op de sprekerslijst staan

CURSUS APPS ONTWIKKELEN

onder meer Eric Corton, Paul Smit, Jordi van

Loop je rond met een leuk idee voor een app, maar heb je geen idee hoe je

de Bovenkamp, Ruud Veltenaar en Luk Dewulf.

dit uit kunt voeren? Speciaal voor middelbare scholieren heeft Apple een

Deelnemers kunnen daarnaast tal van work-

curriculum ontwikkeld waarmee je je eigen app leert ontwikkelen. Je leert

shops volgen, zoals De kracht van denken en

programmeren met Swift, een van de populairste programmeertalen voor

ontmoeten (door Fontys), Faalangst en Perfectio-

apps. Het curriculum is gratis te downloaden in de iBooks Store van Apple.

nisme, en De 7 uitdagingen (beiden door Novilo).

Er is genoeg stof voor een jaar, want het curriculum is eigenlijk bedoeld

Meer informatie en inschrijven op

om bijvoorbeeld via school aangeleerd te krijgen. Gelukkig kom je met

www.hetnationaalonderwijscongres.nl.

autodidactische skills ook een heel eind: zie het als een extra uitdaging!

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

11


Interview

Een paar kilometer verderop zit juf Caroline achter haar laptop

Fantaseren in de cloud Tekst: Katja Keuchenius

De zes basisscholen van stichting Atrium zetten hun hoogbegaafde leerlingen uit verschillende dorpen bij elkaar samen. Niet fysiek, maar in een Klas in de Cloud. “Ik wil vooral een beroep doen op de creatieve vaardigheden van kinderen.”

12

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum


H

et is pauze voor groep zeven van bassischool de Koolvlet in Broek op Langedijk. Terwijl iedereen druk zit te kletsen, lunchpakketjes uitpakt of met jassen aan voorbij loopt, klappen klasgenoten Sem en Tijn hun laptop open aan een statafel op de gang. Tijd voor een les ‘in de cloud’. Hun eigen juf is met andere dingen bezig, maar dat is geen probleem. Sem en Tijn hebben nu even geen begeleiding nodig. Althans niet in fysieke aanwezigheid. Een paar kilometer verderop zit juf Caroline achter haar laptop, net als tien kinderen van vijf andere scholen uit de regio. “Hoi allemaal, als iedereen er is kunnen jullie het introductiefilmpje starten”, verschijnt Carolines eerste boodschap op de schermpjes van de leerlingen. “We wachten op elkaar.” Tijn steekt een rietje in zijn pakje Wicky en Tijn trekt een partje appel uit zilverfolie. “We drinken en eten ondertussen wel gewoon”, zegt Sem. “Want het duurt een uur en we missen de pauze.” In het vooraf opgenomen introductiefilmpje vertelt Caroline de opdracht van vandaag: ‘herontwerp een leegstaande kerk’. Om inspiratie op te doen staat in de online leeromgeving een aantal artikelen en filmpjes klaar, waar de kinderen doorheen kunnen bladeren. Sem start een Youtube- filmpje, Tijn leest een artikel over ’de mooiste boekhandel ter wereld’. In dit uur mogen ze hun ideeën en ambities de vrije loop laten. Daarmee zijn de klassen in de cloud een welkome aanvulling op het reguliere schoolaanbod. “Je kunt meer uit jezelf halen”, zegt Sem zonder op te kijken van zijn scherm. “Zeker”, vult Tijn aan. “Met fantasie. Daar heb je op school niet zoveel lessen van.” GEEN APARTE PLUSKLAS

Nog niet zo lang geleden beleefde de Koolvlet moeilijke tijden. In 2013 werd de basisschool bestempeld als zwakke school. “We gingen opbrengstgericht werken; differentiëren en kinderen goed volgen”, vertelt directeur Esther van Dortmont. “Hierbij is er lange tijd vooral aandacht gegaan naar de zwakkere leerlingen.” Ook nog extra aandacht geven aan hoogbegaafde kinderen vonden de leerkrachten lastig. Ze probeerden het nog even met losse hulpmiddelen, zoals de Rekentijgers, maar dat bleek geen oplossing. Van Dortmont: “Leraren dachten dat je zo’n boekje aan een kind geeft en klaar bent, maar daarbij hebben ze ook instructie nodig.” Uiteindelijk haalden sommige ouders hun hoogbegaafde kinderen van school. “Heel vervelend”, zegt Van Dortmont. “We begrepen het wel, maar het is nooit leuk om te merken dat ouders niet tevreden zijn met het aanbod.” Vijf andere scholen uit de Noord-Hollandse stichting Atrium liepen ondertussen tegen vergelijkbare problemen aan. Konden zij hun hoogbegaafde leerlingen niet samen helpen aan extra uitdaging? Probleem: de afstanden tussen de dorpen was te groot – tot 22 kilometer – om kinderen voor een uur heen weer

te laten reizen. Van Dortmont: “En we wilden ook geen aparte plusklas opzetten.” Dus begonnen ze met Klas in de Cloud. Het concept komt van juf Helga Bongers, die op haar eigen school in de Betuwe al langer experimenteerde met chatten met leerlingen en online documenten delen. “Ik vond het leuk om te laten zien dat je kunt samenwerken zonder elkaar te spreken”, vertelt ze vanuit De Koolvlet. “Dat past goed in deze tijd.” Ze ontwierp een online plusklas-serie voor haar eigen school en startte onder naam Klas in de Cloud uiteindelijk een bedrijfje om ook andere scholen op weg te helpen. Bongers: “Het idee is te mooi om niet te delen.” Bongers trainde twee leraren van stichting Atrium en gaf hen vast wat lessen om mee te beginnen. “Dat is handig, want opstarten kost best wat tijd”, zegt ze. Vandaag komt de les op de Koolvlet trouwens wel soepel op gang, merkt ze op. Sem zit op Google Afbeeldingen te zoeken naar een plaatje van een kerk. “Overdag is dit gewoon een kerk”, vertelt hij als een geschikt plaatje in een Word-document plakt. “Maar ’s nachts wordt het een club.” Tijn leest nog eens rustig de opdracht door. Bongers kijkt op haar horloge: “Na drie minuten is iedereen al aan het werk. Dat is knap, want dit is pas de tweede keer met deze groep.” In groepen van maximaal twaalf kinderen – anders is het lastig overzicht houden – geven twee leraren van Atrium allebei twee uur achter elkaar les en bedienen zo dus 48 kinderen. Wie precies mogen meedoen met de klas in de Cloud, verschilt per school. Stichting Atrium hanteert geen selectiecriterium. “Als een leerkracht en IB’er maar vinden dat een kind extra uitdaging nodig heeft”, zegt directeur Van Dortmont. “Toen bleek dat de ene school meer kinderen aanmeldde dan de ander, vonden sommige collega’s dat vervelend.

Probleem: de afstanden tussen de dorpen was te groot – tot 22 kilometer – om kinderen voor een uur heen weer te laten reizen.

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

13


Helga Bongers (l) en Esther van Dortmont

“Ik vond het leuk om te laten zien dat je kunt samenwerken zonder elkaar te spreken.” KLAS IN DE CLOUD Helga Bongers ontwierp de Klas in de Cloud in eerste instanties voor de leerlingen op haar eigen school in de Betuwe. Ze voltooide al eerder de master of Education Leren en Innoveren, met veel aandacht voor de onderwerpen hoogbegaafdheid, innovatie en 21century skills. Bongers: “Met Klas in de Cloud komt dat allemaal mooi samen.” Voor het ontwikkelen van de online lessen deed ze mee aan OnderwijsPioniers van het LeraarOntwikkelFonds. Er was vanuit andere scholen zoveel vraag naar dat ze besloot er een bedrijfje van te maken. Inmiddels zetten drie stichtingen met in totaal 29 scholen met hulp van Helga hun klassen in de cloud. Vooral scholen in krimpregio’s zijn geïn-

Maar wij vertrouwen graag op het inzicht van leraren.” Na twee studiemiddagen over hoogbegaafdheid zijn leraren van de Koolvlet hier volgens Van Dortmont alert op. Ze stellen ook bij leerlingen met ‘pittig gedrag’ voor om een half jaartje de plusklas uit te proberen. Van Dortmont: “Alleen al van die erkenning kan een kind flink opleven.” Van Bongers hoeven deelnemers aan Klas in de Cloud ook niet per se hoogbegaafd te zijn. Ze wil met de extra lessen vooral een beroep doen op de creativiteit van kinderen. “Hoogbegaafden hebben daar nou eenmaal meer tijd en ruimte voor”, zegt ze. Dus begint ze bij hen. Ze stelt veel vragen als ‘Waar doet dit je aan denken?’ of ‘Waar kan dit in veranderen?’. Er zijn vaak meerdere uitkomsten mogelijk en niet één antwoord is goed. “Daar moeten sommige kinderen nog aan wennen”, vertelt ze. “Zij zijn gewend om hun werkje op tijd en goed te maken en worden onzeker van open opdrachten.”

teresseerd; die kampen met krimpende leerlingaantallen en grote afstanden tussen scholen.

14

SAMENWERKEN

Een andere uitdaging bij Klas in de Cloud is het samenwerken. Sem en Tijn hebben hun cloud-genoten op een gezamenlijke opstartbijeenkomst ontmoet en werken nu op afstand verder in tweetallen. Tijn vormt een

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum


ALSTUBLIEFT GEEN BETROKKEN DOCENT Het afscheid op mijn vorige school, waar ik acht jaar had gewerkt, kan ik mij nog goed herinneren. Zoals gebruikelijk kregen alle docenten voor het zomerreces hun afscheids-

koppel met Merel. Sem werkt samen met Joris. Voor zover ze daar zin in hebben tenminste. Tijn en Merel tasten elkaars plannen af in een chatsessie. Merel in het roze: ‘Wat is jouw idee?’ en Tijn in het zwart: ‘Ik zit er nog over te denken. Iets van een feestplek ofzo? Of een Escape room’. Sem leukt zijn kerk inmiddels flink op door er plaatjes van een DJ, van gekleurde vloertegels en van lichtjes in te plakken. Zijn partner Joris heeft hij nog niet gesproken, zegt hij schouderophalend. Dan duikt juf Caroline op in zijn scherm. Ze vraagt het tweetal in een aparte chat of het goed gaat. “Ik heb Sem nog niet in docs gezien en Joris is iets heel anders aan het doen”, typt ze. Sem chat meteen naar Joris “Wat doe je? Je overlegt niet” en versleept ondertussen zijn bewerkte kerkafbeelding in de online map die Caroline in de gaten houdt. “Jullie zijn nu goed op weg jongens”, typt de juf even later. Sem steekt trots twee vingers in de lucht. Dan loopt hij naar de laptop van Tijn om te helpen met het verplaatsen van een afbeelding. “Het is een leuke bijkomstigheid dat leerlingen dit soort 21st century skills leren, zoals digitaal communiceren”, zegt Van Dortmont. “Maar het is niet altijd handig hoor”, nuanceert Tijn. “Je kunt sneller iets vragen als je naast elkaar zit. Dan hoef je niet steeds te typen.” Leerlingen van Klas in de Cloud zitten daarom nooit helemaal in hun eentje. Bongers: “Dan kun je niets kwijt. Je moet wel kunnen praten met elkaar.” Tijn kijkt op de klok achter Sem en wijst dat de les alweer een uur heeft geduurd. “Maar ik wil nog even dóór”, roept Sem. Dat kan hij nog thuis doen vanmiddag, of later in de week. Bongers: “Het zijn steeds opdrachten waar je lang of kort over kunt doen. Ze mogen er later op school of thuis nog aan verder werken.” Een meisje deed eens mee vanuit de wachtkamer bij de dokter, op haar moeders telefoon. Als de jongens hun laptop hebben dichtgeklapt lopen ze het lokaal in waar hun klasgenoten bezig zijn aan een les over de watersnoodramp. De juf legt Sem en Tijn in een paar zinnen uit wat de bedoeling is even later zitten ze naast elkaar over hun werk gebogen. “Het is fijn dat de juf weet dat iemand zich in de tussentijd om hen heeft bekommerd”, zegt Van Dortmont. Maar de Klassen in de cloud zouden wat haar betreft veel beter kunnen aansluiten op de reguliere lessen. Ze is bezig met een aanvraag bij het Leraar Ontwikkel Fonds om de reguliere leerkrachten op de Koolvlet meer bij de Klas in de cloud te kunnen betrekken. Uiteindelijk wil de ze de online lessen ook voor andere groepen kinderen inzetten. “We staan nog aan het begin.”

speech. Vooraf dacht ik: Als ik maar geen bedankwoord krijg in de rol van de ‘betrokken docent’. Ik vond dat een open deur, afgezaagd en bovendien bijzonder saai. Net zoals wanneer in de visie van de school een pedagogisch leerklimaat wordt genoemd. Het lijkt evident, net zoals de betrokken docent. Het verraste me daarom ook dat juist de belangstelling van de docent als belangrijkste element naar voren kwam in een enquête waaraan ik mijn leerlingen had onderworpen. De interesse van de individuele docent, meer nog dan vakkennis, het vakkenpakket en andere zaken waar we ons als school sterk voor maken. Een zekere melancholie overvalt mij wanneer in juli weer een groep jonge mensen uit mijn gezichtsveld verdwijnt: jonge mensen die je hebt zien veranderen en die je hebt leren kennen. Meer nog dan interesse is het de gedeelde herinnering die maakt dat je een vertrouwensrelatie opbouwt. De leerlingen die ook in tranen waren toen je ontredderd op de Westminster Bridge stond te midden van de chaos net na de aanslag in maart 2017; de leerlingen met wie je bijzondere momenten hebt beleefd ver van huis, waar je op elkaar was aangewezen. Naast dat oprechte interesse in je leerlingen je vak als docent zo veel boeiender maakt, is het ook een toegang tot inspiratie in het onderwijs. Elke docent heeft een instrumentarium tot zijn beschikking om studenten te motiveren: complimenten, betekenisvolle opdrachten, krachtige werkvormen enzovoorts. Er zijn echter van die momenten dat studenten niet alleen aan het werk zijn, maar dat ze geïnspireerd raken en alles om zich heen vergeten. Volgens onderzoekers is inspiratie als door iets, een gebeurtenis , geraakt worden en tot een zekere actie aangezet worden. Er moet een focus en een emotionele binding zijn met het onderwerp. Dit wordt gecreëerd door de docent. Inge van Diepstraten beschrijft in De nieuwe leerder. Trendsettende leerbiografieën in een kennissamenleving dat de meeste van de door haar geïnterviewde studenten de relatie met docenten als cruciaal ervaren in zowel positieve als negatieve onderwijservaringen. Kortom de betrokken docent is voorwaarde om tot een inspirerende leeromgeving te komen. Behalve om een gelijkwaardige relatie vragen leerlingen om passievolle experts die iets nieuws laten zien en die wereldvreemde leerstof betekenisvol kunnen maken.

tor coördina ands en rl e . d e ie n N e mm ocent ysen is d ege in Kro u ll h o C rt o ll e O Russ BolderBertrand Annette aan het n re e L t Excellen

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

15


HB-portret

‘Je kunt niet altijd op een hoogbegaafd­ heids-­eilandje blijven. In de maatschappij heb je ook te maken met mensen met andere talenten; je moet met alle soorten mensen overweg kunnen.’

Tekst: Carla Desain, foto’s: Marcel Sjoers

Erik Sjoers, 15 jaar, 5 vwo

‘Zoek naar je eigen geluk!’

© 2018 Koninklijke Van Gorcum


BEN JIJ WEL EENS ONGELUKKIG?

SINDS WANNEER WEET JE DAT JE HOOG­ BEGAAFD BENT?

‘Sinds ik bijna 4 was. Op de peuterspeelzaal viel ik al op als ‘anders’. Als we samen met autootjes speelden en ik om de BMW vroeg, begrepen de andere peuters niet wat ik bedoelde en gaven me een willekeurig autootje. Dat snapte ik dan weer niet, want ik kende alle automerken al lang. De leidsters vermoedden dat ik een stoornis had, maar één van hen zei: ‘Er is niks met Erik aan de hand, hij is gewoon ontzettend slim’. De basisschool die mijn ouders hadden uitgezocht, raadde aan om me te laten testen. En inderdaad: ik bleek hoogbegaafd en verder was er niets bijzonders.’ HOE VERLIEP JE SCHOOLTIJD?

‘Ik begon in een combigroep 1/2 en schoof na een jaar door naar groep 3. Sommige klasgenoten moesten er even aan wennen dat ik de beste was in denken en leren, en toch de jongste. Maar ik hoorde er helemaal bij, net als ons klasgenootje met het syndroom van Down. Ik werd geregeld flink uitgedaagd met extra werk of in een plusgroep. Mijn mooiste ervaring op dat gebied is wel toen de meester van groep 8 aan mij, toen leerling in groep 2, een boekje gaf over de waterkringloop. Ik mocht erover vertellen aan zijn achtstegroepers.’

‘Ik ben over het algemeen heel gelukkig. Maar ik kan er erg slecht tegen als het doen en laten van mensen strijdig is met mijn normen en waarden, bijvoorbeeld als de islam wordt aangewezen als ‘slecht’. Dat vind ik zó ontzettend verkeerd! Dat is volstrekt in strijd met mijn rechtvaardigheidsgevoel. Ik probeer dan met argumenten op mensen in te praten, maar meestal helpt dat niet. Dan kan ik me behoorlijk rot voelen.’ IS ER VERBAND TUSSEN JOUW RECHTVAARDIGHEIDSGEVOEL EN JE KEUZE OM POLITIEK ACTIEF TE WORDEN?

‘Jazeker. Ik ben altijd al maatschappelijk geïnteresseerd geweest. Ik wil het liefst de wereld verbeteren, maar dat gaat niet makkelijk. Ik heb hierin de laatste jaren een paar belangrijke stappen gezet. Ten eerste besloot ik: ‘Als ik echt een verschil wil maken, moet ik me aansluiten bij een politieke partij’. Ik verdiepte me in alle partijprogramma’s en kwam uit bij de VVD. Ik ben toen lid geworden van de JOVD en de VVD. Ten tweede organiseerde ik op school verkiezingsdebatten, waar stevig gediscussieerd werd. Het lukte me om de stellingen zo te formuleren dat iedereen meer betrokken raakte bij de discussie over politieke vraagstukken. En ten derde ben ik actief geworden op Twitter, waar ik vooral berichten plaats over politiek en maatschappelijke kwesties.’ HEB JE TIPS VOOR ANDERE HOOGBEGAAFDE

WAS VOLTIJDS HOOGBEGAAFDEN­O NDERWIJS

KINDEREN?

VOOR JOU GEEN OPTIE?

‘Wij maken thuis soms de vergelijking met een auto, die is wel handig: Als hoogbegaafd kind ben je geboren met Ferrari-hersenen: je motor. Daarnaast heb je banden nodig om verder te komen: kennis en een diploma. En iemand die je begrijpt en bijstuurt: je ouders of een leraar. Voor brandstof moet je zelf zorgen: doorzettingsvermogen en motivatie. Als je nou te weinig steun of uitdaging voelt, zoek dan zelf iets wat je echt interesseert of wat je met je toekomst wil, en richt je leven daarop in. Laat je niet weerhouden door tegenslagen – of dat nou personen, gevoelens of gebeurtenissen zijn. Maar zoek naar wat je nodig hebt om te realiseren wat jíj wil. Zoek naar je eigen geluk!’

‘Ik weet dat zo’n school voor sommige kinderen heel goed kan uitpakken. Maar zelf wilde ik er niet heen. Ik ben een groot voorstander van regulier onderwijs, ook voor hoogbegaafde kinderen. Je kunt niet altijd op een hoogbegaafdheids-eilandje blijven. In de maatschappij heb je ook te maken met mensen met andere talenten; je moet met alle soorten mensen overweg kunnen. Dat moet je leren en dat gaat makkelijker wanneer op school ook alle soorten kinderen bij elkaar zitten. Hoogbegaafde kinderen zijn niet specialer dan de rest, ze hebben gewoon een groot talent voor denken en leren – zoals anderen dat kunnen hebben voor voetbal of muziek. Nou heb ik wel een beetje makkelijk praten: ik voelde mij prima op mijn gemak op mijn reguliere basisschool. Daar hadden ze veel aandacht voor – en echt kijk op – wat allerlei verschillende kinderen nodig hebben. Die aandacht was er ook voor mij als hoogbegaafd kind.’

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

17


Carla Desain is journalist/ orthopedagoog. In Talent zoekt zij telkens de leukste én leerzaamste lees- en spelmaterialen uit voor uw kind en/of leerling.

steuntje. Het was een bewuste keus van de auteur: ‘Het moest niet schoolboek- of (zwaartekracht, valversnelling, lucht-

naslagwerkachtig worden, maar een ge-

weerstand, timing) en tips geven om zelf

woon leesboek waar je ook nog wat van

aan de slag te gaan. Met (Engelstalige)

opsteekt.’ En dat is zeker gelukt.

Friemelen, frut-

filmpjes en handleidingen voor jongeren

Nou ja, even googlen dan maar, naar die

selen, draaien,

en leraren.

plaatjes. Vanaf ongeveer 10 jaar.

sabbelen en

Het kan ook simpeler, met materiaal als

kauwen… veel

karton, plakband, zilverpapier, een kaars

Uitgeverij Ploegsma; ISBN 9789021678016;

prikkelgevoe-

en een touwtje. Hiervan zijn prachtige

€ 24,99

lige (hoogbe-

voorbeelden (zonder woorden) te zien op

gaafde) kinde-

de YouTube-afspeellijst Maakchallenge.

ren en jongeren

Je handen gaan er gewoon van jeuken.

Dit flapjesboek

doen het graag. Lekker om te doen en

Kom maar op met die regenachtige va-

van James Gul-

het kan rust of een gevoel van veiligheid

kantiedagen!

liver Hancock

STIM TOYS

HOE WERKT EEN STAD?

bieden in situaties die aandoen als een

werd gerecen-

prikkel-bombardement. Maar niet alles

okgosandbox.org // zoek op YouTube.com

seerd door

wat voorhanden is, kan veilig be-kauwd

naar: ‘Maakchallenge maker education’

Chinouk van

worden; in veel plastics zitten weekmakers of andere ongezonde stoffen. Het sympathieke bedrijfje StimTastic maakt ‘stim toys’: speeltjes en sieraden

GROTE GEVOELENS; VERHALEN OVER PSYCHOLOGIE

den Berg (16), die steden ontwerpt en als kind niets interessanter vond dan erover lezen: ‘Mijn fantasie krijgt vleugels van de prachtige

van silicone en roestvrij staal. Frunnik-

Een boek van

plaatjes in dit boek. Het is een goed leer-

baar en kauwbaar, mooi om te zien, lekker

Janny van der

middel; het ontstaan en de ontwikkeling

in de hand liggend, sterk, veilig, vrij van

Molen kun je blin-

van een stad worden helder beschreven

schadelijke stoffen en makkelijk afwas-

delings kopen…

en geïllustreerd. Elke keer ontdek je

baar. Enig nadeel: de hoge verzendkosten

altijd goed. Ook

nieuwe dingen.

vanuit Amerika.

dit nieuwste boek

Wat mij betreft zou het boek kinderen

is zeer geslaagd.

nog wel wat meer mogen prikkelen om

Het verhaalt over

na te denken over de vraagstukken die

een schoolklas

zich aandienen in de grote steden: zoals

die wekelijks een

vervuiling, en overbevolking die leidt tot

www.stimtastic.co

KETTINGREACTIES Kettingre-

uur psychologieles heeft. De prikkelende

logistieke puzzels en huisvestingspro-

acties vind

vragen van de docent, de interactie in de

blematiek. Vraagstukken die in de nabije

ik mateloos

klas, de denkprocessen van de individuele

toekomst om oplossingen vragen.

fascinerend. Die in science museum

kinderen en de theorieën van belangrijke

Maar verder is dit zeker een aanrader, het

NEMO heb ik wel 20 keer gezien; en naar

psychologen worden daarbij kundig ineen

zet kinderen aan om zelf steden te gaan

de gelikte clips van de band OK GO kan

gevlochten. Het is zó beeldend geschre-

ontwerpen. Voor 4-12 jaar.’

ik steeds opnieuw kijken. Zelf maken is

ven dat je de foto’s op het digibord in de

nog leuker! OK GO heeft een site (The

klas bijna voor je ziet. Toch vind ik het

Lonely Planet Junior; ISBN 9789000355976;

OK GO Sandbox) online gezet waar ze de

jammer dat die plaatjes niet echt in het

€16,99

wetenschap achter hun clips onderzoeken

boek staan, als houvast en geheugen-

18

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum


Congres

‘Het zijn de mensen buiten het onderwijs die impact zullen hebben’

Maureen Neihart over impact op Onderwijs:

‘K leine interacties hebben groot effect’ Maureen Neihart, oud-lerares, klinisch psycholoog en begaafdheidsexpert, kijkt naar de wereld om te zien wat ze kan bijdragen. Met haar intelligentie, empathisch vermogen, creatieve blik en – niet te vergeten – meer dan 30 jaar ervaring in het werkveld, blijkt dat heel wat te zijn. ‘Ik dacht: Oh dear, ik heb wat hulp nodig.’

Z

Tekst: Priscilla Keeman

e heeft veel energie, zegt ze. Het is één van haar blessings, dingen waarmee ze gezegend is. Het valt op als je met Maureen Neihart praat: ze praat snel en veel, formuleert positief en benoemt geregeld waarvoor ze dankbaar is. En plannen, de oudlerares, klinisch psycholoog en begaafdheidsexpert zit vol plannen. Ze is een vrouw met visie, vertelt ze, en dat merk je aan alles. Meer dan 30 jaar werkt ze al met begaafde kinderen. Hoeveel ze heeft zien veranderen in die tijd? Niet

genoeg, vindt ze. Ze geniet nog altijd van het werken met leraren en scholen, maar een van de dingen die haar raakt naarmate zij meer jaren ervaring heeft, is hoe het komt dat het onderwijs nog altijd kampt met dezelfde issues als 100 jaar geleden. Optimistisch is Neihart wel: ‘Het leren verandert al. Maar het gaat niet het onderwijs zijn dat een impact zal hebben op leren. Het zijn de mensen buiten het onderwijs. Niet de professionals zullen de onderwijsomgeving veranderen, maar de technische mensen en the everyday people.’

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

19


MAUREEN NEIHART EN ‘THE WORLD OF THE GIFTED’ Maureen Neihart werkt ruim 30 jaar met begaafde kinderen en hun ouders. Zij is klinisch psycholoog en werkte onder meer als lerares, mentor en coördinator van begaafdheidsprogramma’s. In Nederland is Neihart onder meer bekend door de profielen van begaafde leerlingen die zij samen ontwikkelde met George Betts (1988, 2010). Op het congres ‘The World of the Gifted’, en de daarop volgende studiedagen, die Novilo van 17 – 20 april organiseerde in samenwerking

vader die zijn zoon liefde voor leren bij wilde brengen. ‘Gisteren zei ik nog tegen Femke [Hovinga, organisator van het congres ‘The World of the Gifted’ (zie kader); red.]: Workshops en trainingen hebben hun nut in het veranderen van attitudes en het geven van informatie, maar het echt aanleren van vaardigheden doe je door day-to-day-coaching.’ Ze heeft er – natuurlijk – over nagedacht: apps op telefoons zouden daarbij kunnen helpen, denkt ze, ofwel: ‘Mobile learning’. De app Map for Speech, die Neihart samen met een klein team bedacht en ontwikkelde, is nog in onderzoeksfase. De app helpt ouders en leraren om jonge kinderen met autisme te leren spreken en toonde zich al succesvol op kleine schaal. ‘Stel je voor, je bent een ouder van een vierjarige die niet praat en een hoop gedragsproblemen heeft. Je wacht op interventie of je hebt er geen toegang toe in jouw land of regio. Je weet niet hoe de toekomst van je kind er uit zal zien. Dan krijg je deze app op je telefoon en je bent in staat om je kind te leren met je te praten. Dat is behoorlijk betekenisvol voor sommige ouders.’

met het IHBV, SENG en Feniks Talent, was Neihart keynote speaker naast andere buitenlandse begaafdheidsexperts als Susan Daniels en Nielsen

PROFIELEN

Pereira. Neihart sprak onder meer over de sociale en emotionele

Er zijn veel manieren waarop je iets kunt doen dat betekenisvol is in het leven, vindt Neihart. Het lijkt een basis voor de keuzes die zij maakt in haar leven. Ze draagt haar steentje meer dan bij in begeleiding, wetenschappelijk onderzoek en meer populaire publicaties op het gebied van begaafdheid, zoals ‘De Sociale en Emotionele Ontwikkeling van Begaafde Kinderen’ en ‘Topprestatie - voor Slimme Kinderen. Het verrast haar hoe de profielen die zij samen met George Betts ontwikkelde in jaren ’80 (zie kader), zijn ontvangen. Ze hebben behoorlijk wat invloed gehad, concludeert Neihart. ‘Toen we de profielen ontwikkelden, hebben we dat gedaan omdat men er in Amerika in die tijd van uitging dat de begaafde kinderen hetzelfde waren of tenminste op elkaar leken. We wilden mensen helpen om de gevoelens en karakteristieken en gedragingen van verschillende begaafde kinderen te kunnen differentiëren.’ De profielen vormen een bruikbare tool voor docenten, maar ook voor counseling van families, om verschillen en overeenkomsten te begrijpen binnen een gezin, denkt ze. ‘Het is fijn om iets te doen dat nuttig is voor anderen’, voegt ze toe. Ze zou graag meer schrijven, zegt ze. ‘Het is een andere manier om invloed te hebben.’ Ze is in het bijzonder geïnteresseerd in het helpen van volwassenen om het perspectief van een kind te zien op hun eigen ervaring. Ze heeft een paar verhalen geschreven, zegt ze: ‘Maar ik heb maar 1 verhaal gepubliceerd’.

ontwikkeling van begaafde kinderen, depressie en peak performance voor slimme kinderen.

Ze gelooft in de bijdrage van technologie om het hedendaagse onderwijs te veranderen. Ze ziet kleine initiatieven waar ze heel enthousiast over is. Ze vertelt over tieners in Singapore die een project deden. Hoe Singapore, waar Neihart de afgelopen 10 jaar woonde, is omgeven door armoede en mensen zonder middelen. De tieners zetten een virtuele basisschool op en runnen deze inmiddels een paar jaar. ‘Alleen omdat ze zeiden: We doen het. En ze deden het. Met het optimisme van de jeugd en de huidige technologie kregen ze het voor elkaar.’ Ze geeft nog meer voorbeelden: Kahn Academy, een virtuele school die wereldwijd onder meer wiskundeonderwijs aanbiedt, en het Japanse Kumon, met een onderwijsmethode ontwikkeld door een begaafde

‘Leraren zijn in de positie om impact te hebben’ 20

IMPACT

Het was een leerling die haar in aanraking bracht met onderwijs voor begaafden. In haar eerste jaar als lerares, op de tweede dag dat ze les gaf, was daar Frank,

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum


vertelt ze. Neihart gaf Science en Wiskunde aan 12-jarigen. Frank zat bij haar in de klas. ‘Ik had een oefening uitgekozen voor de leerlingen waarvan ik wist dat het te hoog gegrepen zou zijn. Ik wilde weten hoe zij het probleem zouden benaderen, waartoe ze in staat waren door middel van samenwerking in een kleine groep en hoe ze omgingen met de frustratie als het niet lukte om de opgave op te lossen. Het was een assessment: hoe is deze groep en wat zijn hun vaardigheden en behoeften? Dus ik deel het probleem uit en vijf minuten later steekt Frank zijn hand op. Ik neem aan dat hij een vraag heeft over wat hij moet doen.’ Neihart loopt naar de leerling toe. ‘Hij zegt: “Is dit het juiste antwoord?” Op dat moment realiseerde ik me dat Frank het Science curriculum dat wij voor hem hebben voorbereid dat jaar niet nodig heeft.’ Op dat moment denkt ze terug aan haar universitaire opleiding: ‘Ik dacht aan wat ik had geleerd om te doen met kinderen die niet kunnen horen, met kinderen die dyslectisch zijn, met kinderen die emotionele problemen hebben. Hele slimme kinderen, wat had ik daarover geleerd?’ Helemaal niets, realiseert Neihart zich. ‘En ik dacht: Oh dear, ik heb wat hulp nodig.’ Ze contact de begaafdheidscoördinator en begint te leren hoe ze met begaafde leerlingen omgaat. Nog datzelfde jaar bezoekt ze haar eerste begaafdheidsconferentie en dat was dat: ‘Frank was the kid who got me into it.’ Ze ziet een positieve ontwikkeling in Europa op het gebied van talentontwikkeling. Er wordt meer geïnvesteerd in talent. ‘Ik herinner me nog 5 jaar geleden toen Nederland bericht kreeg dat er 30 miljoen euro door de regering werd vrijgemaakt. En nu structureel 15 miljoen… Er is een groeiend bewustzijn waarbij onderkend wordt dat het belangrijk is om het talent van mensen maximaal te ontwikkelen en benutten. Je wilt het meeste halen uit wat je hebt. Iedereen wil tenslotte graag zijn kwaliteit van leven behouden of verbeteren.’ (Zie ook kader). Ze heeft een aanmoediging voor leraren, zegt ze. ‘Ze zijn in de positie om een grote impact te hebben.’ Ze vindt het belangrijk dat leraren zich dat realiseren: ‘Kleine interacties kunnen groot effect hebben.’ Neihart voegt toe: ‘Een sleutelprincipe in het werken met begaafde kinderen is dat je een niveau van uitdaging verschaft waarnaar ze moeten reiken. Vraag jezelf af: als een kind in staat is om hoge cijfers te halen zonder inspanning te leveren, wat heeft die leerling allemaal niet geleerd tegen de tijd dat hij of zij 8 à 9 jaar is, en dat andere kinderen in de tussentijd wel hebben geleerd? Als je het heel goed kunt doen op school zonder je in te spannen, wat leer je dan niet over leren? Als je er goed over nadenkt, is het bijna angstaanjagend, wat je allemaal niet leert dan.’ Ze somt op: omgaan met frustratie en falen, de eerste keer een tegenslag

‘Als je goede cijfers haalt zonder inspanning, wat leer je dan niet over leren?’ verduren of om hulp moeten vragen, doorzetten en volhouden om iets te leren. ‘Dat leer je niet zomaar’, knipt Neihart met haar vingers. ‘En het andere dat ik zou willen zeggen tegen alle leraren is: keep up your tech skills. Because mobile learning is coming. Get ready.’

REGEERAKKOORD MIDDELEN (HOOG)BEGAAFDHEID Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap Arie Slob, dient op 14 maart 2018 een kamerbrief in met betrekking tot de Uitvoering Regeerakkoord middelen (hoog)begaafdheid. In het Regeerakkoord is structureel 15 miljoen euro uitgetrokken om tegemoet te kunnen komen aan ‘de specifieke onderwijsbehoeften van (hoog)begaafde kinderen’. Het bedrag van 15 miljoen euro komt bovenop de middelen voor onderwijsondersteuning aan leerlingen die samenwerkingsverbanden reeds ontvangen én bovenop de 29 miljoen euro aan lumpsum van de samenwerkingsverbanden in het kader van passend onderwijs. In 2013 al besloot de toenmalige Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Jet Bussemaker, 5 miljoen euro te verstrekken door middel van de prestatieboxen voor talentontwikkeling door uitdagend onderwijs en een brede aanpak voor duurzame onderwijsverbetering. De bijzondere bekostiging via de prestatiebox wordt verstrekt van 2015 – 2020. Het huidige Regeerakkoord is het eerste waar (hoog)begaafde leerlingen letterlijk benoemd worden.

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

21


Praktijk

Omgaan met blokkades en overlevingsgedrag

Tekst: Ellen Dittrich

‘Een gevoel van onrecht, overvalt het kind’

Laura Groebbé

22

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum


van hoogbegaafde kinderen

verdriet, boosheid, verlegenheid Van de hand van Laura Groebbé verschijnt binnenkort een bijzonder boek over hoogbegaafdheid. Het is een kinderboek, een theoretisch boek én een praktisch boek ineen. Het is ontstaan vanuit haar jarenlange werkervaring met hoogbegaafde mensen. Groebbé heeft een eigenzinnige visie op hoogbegaafdheid en een heel eigen manier om de problematiek waar hoogbegaafde mensen vaak mee te maken krijgen aan te pakken. Een paar voorbeelden van deze aanpak.

H

oogbegaafden denken en voelen anders en ervaren hun omgeving ook op een andere manier. We noemen dit voor het gemak ‘beleven’. Hoogbegaafden ‘beleven’ anders dan de meeste mensen. Hun emoties zijn intenser, hun gevoeligheden groter, hun gevoel van onrecht heftiger, hun verwachtingen hoger. Dit maakt dat ze het gedrag van anderen vaak niet kunnen plaatsen en zich snel ‘in de steek gelaten’, ‘gepest’, ‘aangevallen’ of ‘vernederd’ voelen. Andersom geldt het ook: de omgeving van een hoogbegaafde snapt vaak niet waarom hij of zij zo ‘extreem gevoelig’ reageert, zo ‘boos kan worden om een grapje’ of iets zo ‘verkeerd op kan vatten’. Geen wonder dat een hoogbegaafde zich vaak anders, vreemd en een buitenstaander voelt. Zo bezien vormt hoogbegaafdheid dus vaak een ‘communicatieprobleem’ met de omgeving. Natuurlijk is het onderwijsaanbod of de werkomgeving ook vaak onvoldoende afgestemd, maar de crux van de problematiek omtrent hoogbegaafdheid is dikwijls terug te voeren naar miscommunicatie en daardoor ontstaand onbegrip. BLOKKEREN

Een hoogbegaafd kind kan regelmatig ‘blokkeren’. Een aanleiding voor een blokkade kan iets kleins zijn, bijvoorbeeld onduidelijkheid over wat het moet doen, een (oneerlijke) terechtwijzing, kattig gedrag van andere kinderen, verlegenheid of angst om iets verkeerds te doen. Een gevoel van onrecht, verdriet, boosheid, verlegenheid overvalt het kind, waardoor het (even) ‘niet verder’ kan met zijn werkblad, opdracht, spel, voetbaltraining e.d. Deze blokkades worden vaak niet begrepen, niet door het kind zelf en niet door de omgeving

(ouders, leerkrachten, trainers) en daardoor wordt het kind ook maar zelden geholpen. Hoogbegaafden die regelmatig blokkeren en zich onbegrepen voelen ontwikkelen probleemgedrag of zoals wij het noemen ‘overlevingsgedrag’. Dit overlevingsgedrag kan vele vormen aannemen (zie tabel 1) Tabel 1: vormen van overlevingsgedrag bij hoogbegaafden Te koppig

Lichamelijke klachten  

Te gesloten

Slaap-, eetproblemen

Negatieve focus

Piekeren

Woede, Agressie

Angsten

Terugtrekken en alleen voelen

Hyperactief en druk gedrag

Apathisch gedrag

Te emotioneel

Te verlegen

Faalangstig

Dromerig en afwezig

Clownesk

Dominant, dwingend gedrag   

Chaotisch

Dwangmatig gedrag, tics             

Betweterig

De lat te hoog leggen

Niet tegen onrecht kunnen

Somberheid

Onzeker

Wantrouwig

Brutaal

Sociaal onhandig en star gedrag

Zenuwachtig, gespannen, stress

Niet op (willen) vallen en onzichtbaar zijn

Weinig van anderen kunnen verdragen

Jezelf minderwaardig en tekort gedaan voelen

Niet tegen druk kunnen en verplichtingen ontlopen

Te gevoelig (harde geluiden en prikkels)

Niet kunnen kiezen (overmatig twijfelen)

Overlevingsgedrag is lastig te doorbreken. De fout die door velen wordt gemaakt, is dat men het gedrag op zich aan probeert te pakken. Door te focussen op het

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

23


kind met overlevingsgedrag en de manier waarop dit kind wordt geholpen. Het zijn fragmenten van casussen uit het boek “Paul ons hoogbegaafde wonderkind” van Laura Groebbé. CASUS: GEPEST WORDEN/BUITENSLUITEN (FRAGMENT) Lotte is een hoogbegaafd meisje van 8 jaar oud en zit sinds dit schooljaar op een nieuwe school in groep 4. Ze heeft nog geen vriendinnen en voelt zich vaak alleen op de speelplaats. Ze vindt het moeilijk aansluiting te krijgen met andere kinderen. De leerkracht probeert haar hiermee te helpen. Ze hebben afgesproken dat Lotte

probleemgedrag van een hoogbegaafde en niet te kijken naar de oorzaak van dit gedrag, pakt men de kern van het probleem niet aan. Sterker nog, door het overlevingsgedrag centraal te stellen wordt een kind vaak fout gediagnosticeerd. De angsten verworden tot angststoornis, te druk gedrag wordt ADHD en teruggetrokken gedrag wordt als ‘autisme’ gediagnosticeerd. In het boek “Paul ons hoogbegaafde wonderkind”, staan blokkades en overlevingsgedrag van hoogbegaafde kinderen centraal. De hoogbegaafde Paul vertelt op een humoristische wijze aan het begin van ieder hoofdstuk hoe hij de wereld heeft ervaren en van welke blokkades hij last had op de peuterspeelzaal, basisschool en thuis met zijn streberige ouders. Dit humoristische verhaal zal zeer herkenbaar zijn voor hoogbegaafde kinderen en hun begeleiders. In het vervolg van ieder hoofdstuk wordt er in het theoretische gedeelte uitgelegd hoe deze blokkades ontstaan en hoe ouders, leerkrachten en andere begeleiders op deze blokkades kunnen reageren om een kind te helpen.

eerst zelf aan kinderen vraagt of ze mee mag doen. Als dit niet lukt, gaat ze naar de leerkracht voor hulp. Als Lotte niet mee mag doen met het groepje van Rosa gaat ze naar de leerkracht. Na interventie van de leerkracht ziet deze Lotte tien minuten later weer alleen lopen met een boos gezicht. De leerkracht roept Lotte bij zich en vraagt: “Lotte, waarom loop je nu weer alleen? Is er iets gebeurd?” Lotte haalt haar schouders op en zegt niks. Leerkracht: “Lotte, als je mij niet vertelt wat er gebeurd is, dan kan ik je ook niet helpen. Je ziet er totaal niet blij uit. Klopt dat?” Lotte knikt. Leerkracht: “Hoe erg op slot ben je op een schaal van 0-10?” Lotte: “Een 10 van boos en verdriet.” Leerkracht: “Ik begrijp het niet Lotte. Je komt naar mij toe omdat je niet mee mag spelen. Ik los het op en je bent nog steeds niet blij. De meiden begrijpen niet dat je

24

BEGRIJPEN

zomaar wegloopt. Ik weet zeker dat je een goede reden

De eerste en belangrijkste stap om een kind met blokkades of overlevingsgedrag te helpen is om het te begrijpen: waar komt de blokkade vandaan en waarom ontstaat het overlevingsgedrag? Daartoe is het noodzakelijk om met het kind in gesprek te gaan. Alleen het kind kan jou als begeleider de noodzakelijke informatie geven om het probleem erachter te begrijpen. Let wel: begrijpen wil niet zeggen ‘goedpraten’. Als een kind bijvoorbeeld erg brutaal is, moet het zeker hierop worden aangesproken. Een zeer boos of verdrietig kind is echter vaak niet in staat om te praten. Ook begrijpt het vaak niet waarom het nou zo boos of verdrietig is. Het is dan zaak om met eenvoudige vragen samen met het kind ‘de ui te pellen’ en samen tot de kern van de blokkade of het gedrag te komen. In het boek wordt een aantal van deze vragen aangereikt en worden daarnaast veel voorbeelden van dit soort gesprekken gegeven. We zullen hieronder een aantal voorbeelden laten zien van een

hebt voor je gedrag, maar dan is het wel belangrijk dat je

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum

mij het hele verhaal vertelt. Waarom hielp mijn oplossing niet?” Lotte: “Ze hebben niet voor mij gekozen. Ze moeten van jou met mij spelen. Dat is geen vriendschap. En Rosa heeft ook geen ‘sorry’ tegen mij gezegd, dus ik denk dat ze mij eigenlijk stom vindt.” Leerkracht: “Lotte, wat goed dat je mij nu vertelt hoe het voor jou voelt. Ik begrijp het. Het is voor jou helemaal niet goed opgelost. Kom we gaan nog eens met die meiden praten.” Uit het vervolggesprek blijkt dat Rosa Lotte helemaal niet onaardig vindt maar bang is haar vriendinnen aan Lotte te verliezen. Ze doet daarom erg onaardig tegen Lotte en ‘verbiedt’ de andere meisjes ook met haar te spelen. De leerkracht legt uit dat iedereen eigen baas is en zelf moet bepalen met wie hij speelt. Als de meisjes vervolgens sorry zeggen is het goed voor Lotte.


The gifted are lonely in a world of misunderstanding. Linda Silverman (2012)

Op sociaal gebied leggen hoogbegaafden de lat vaak erg hoog. Ze stellen in vriendschap hoge eisen aan zichzelf en aan anderen. Veel kinderen zijn op die leeftijd veel minder loyaal en stabiel, waardoor een hoogbegaafd kind op jonge leeftijd al teleurgesteld en zelfs erg onzeker kan worden. Hoogbegaafde kinderen voelen zich al snel gepest en/of buitengesloten, terwijl die andere kinderen dat dan niet zo bedoelen. Het is belangrijk dat deze gevoelens serieus genomen worden en het kind geholpen wordt. Door in gesprek te gaan met de betrokken kinderen, wordt ieders aandeel belicht en zoekt men samen naar een goede oplossing. Uit het voorbeeld blijkt ook hoe belangrijk het is na te gaan of de oplossing voor het hoogbegaafde kind ook echt een oplossing is. In de casus van Job (zie kader) spreekt een coach met Job. Job is bang om alleen in bed te zijn. Hij piekert veel en durft niet te gaan slapen. Angst is een veelvoorkomende vorm van overlevingsgedrag. Het is meestal geen uiting van een ‘angststoornis’, maar komt veelal vanuit een basisgevoel van onveiligheid. Ook bij deze vorm van overlevingsgedrag is het zaak dat basisgevoel te onderkennen en aan te pakken en niet alleen de angst zelf. Onveiligheid kan op vele manieren ontstaan. Allereerst door onbegrip. Een kind dat zich onbegrepen voelt, wordt onzeker. Hoe vaker het dingen meemaakt die het niet begrijpt of als vervelend ervaart, hoe groter die onzekerheid wordt. Veel angstige kinderen geven aan dat er op school gepest wordt of dat de sfeer in klas of zelfs een groepje niet fijn is. Of dat waar is of niet, het kind ervaart dit zo en dat gevoel dient serieus genomen te worden (zoals in het gesprek met Rosa en Lotte).

zijn ze je vijanden. Heel vaak worden dergelijke conflicten niet goed opgelost, waardoor je verdrietig en boos blijft. Dat voelt heel verdrietig en onveilig, omdat je eigenlijk nooit precies weet hoe die ander zal gaan reageren en waar je dus aan toe bent. Hier word je onzeker van. Je kan dan stress krijgen en sommige kinderen worden er zelfs ziek van. Je kan ook in paniek raken, vooral in onbekende en vreemde en spannende situaties of erg bang om alleen te zijn...”

In dit gesprek legt de coach aan Job uit dat denkkinderen dingen anders ervaren dan de meeste kinderen. Hij probeert Job te laten zien dat zijn negatieve gevoel oprecht is, maar dat anderen het niet altijd zo bedoelen. Het is voor denkkinderen vaak erg leerzaam en geruststellend om op die manier naar situaties te kijken. Ze leren het gedrag van anderen ‘begrijpen’ en accepteren en ze leren dat zijzelf dingen anders voelen en dat dit niet ‘raar’ is maar bij hen hoort. In echte pestsituaties dient natuurlijk wel ingegrepen te worden. Een voor een kind onveilige situatie kan namelijk tot hevige blokkades, angsten en allerlei lichamelijke klachten leiden. Hoogbegaafde kinderen hebben vaker last van blokkades dan de meeste kinderen. In het besproken boek wordt zeer duidelijk uitgelegd waarom deze blokkades (en overlevingsgedrag) ontstaan en wat je als begeleider kunt doen om het kind te helpen. Vaak bestaat hulp bieden vooral uit wederzijds begrip en acceptatie, dus een ‘brug te bouwen’ tussen het hoogbegaafde kind en zijn of haar omgeving. ‘Paul, ons hoogbegaafde wonderkind’ is vanaf medio juni te

CASUS JOB PIEKERT VEEL EN IS ERG ANGSTIG

verkrijgen via www.

(FRAGMENT)

laluna-Maastricht.nl

Coach: “Wist je dat denkmensen vaak last hebben van het

Kosten: 34,50 euro

rotsblok ‘angst’? En zal ik je vertellen hoe dat komt?” Job: “Dat wist ik niet. Hoe komt dat dan?” Coach: “Vaak voelen denkkinderen zich onbegrepen, verdrietig, boos en alleen op school. Deels ontstaat die negatieve beleving omdat denkkinderen vaak geen echte aansluiting hebben met de andere kinderen. Een denkkind gaat bijvoorbeeld heel serieus met vriendschap om en andere kinderen gaan daar op een meer ‘kinderlijke’ manier mee om. Het ene moment mag je meespelen en het volgende moment sluit je beste vriend je buiten, omdat ze ‘drieling’ spelen en er geen vierde bij kan. Een denkkind begrijpt daar niks van en voelt zich in de steek gelaten of gepest. Kinderen bedoelen dat vaak niet echt gemeen, maar ze vertonen wat ik wel ‘Bert en Ernie-gedrag’ noem: het ene moment zijn ze je hartsvrienden en het andere moment

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

25


Praktijk

Uitdagend taalonderwijs aan leerlingen met veel taalgevoel en rijke woordenschat

Taal is niet saai! Voor veel kinderen zijn de taallessen, zoals zij die gewend zijn, nogal saai. Dit geldt zeker voor leerlingen met veel taalgevoel en/of een rijke woordenschat. Waardoor komt dat toch en hoe maak je het taalonderwijs (ook) voor hen (weer) interessant? Drie voorbeelden.

K

Tekst: Dolf Janson

shutterstock_Brilliantist Studio

inderen die beginnen op de basisschool beschikken al over taal. Zelfs als die taal niet het Nederlands is, gebruiken ze woorden en kennen ze betekenissen. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar het is goed om te beseffen dat deze voorkennis er is, maar bij alle leerlingen verschilt én dat een methode daarmee nooit rekening kan houden. Wie netjes de methode volgt, doet daarmee per definitie een deel van de leerlingen tekort. Ook het onderscheiden van drie ‘niveaus’ helpt niet, want leerlingen houden zich niet aan zo’n indeling en passen niet bij zo’n sterrenetiket. Wie het verschil tussen een fixed en een growth mindset kent, doet daar natuurlijk niet aan mee!

Op zulke vragen is niet slechts één antwoord goed. Het hangt van het thema en het soort interview af wat die vragen moeten opleveren, bv. feiten of meningen. Ook de bekendheid met de geïnterviewde zal invloed hebben. Naar aanleiding van de ervaringen met zo’n concrete situatie kunnen dan enkele lessen gevuld worden met een evaluatie van de taalaspecten. Dan gaat het dus om lessen over taal. Dat is een vorm van taalbeschouwing en die blijkt voorwaardelijk voor verbetering van taalvaardigheid. VOORBEELD 1: ONTDEK DE BETEKENIS VAN

VRAGEN EN ANTWOORDEN EVALUEREN

TAAL

Dan is het bij dit voorbeeld zinvol om te bedenken of de gestelde vragen en antwoorden met elkaar moeten samenhangen of juist niet. Wordt er op antwoorden doorgevraagd en geven die antwoorden echt de informatie waarom werd gevraagd? Ook kunnen gebruikte woorden worden uitvergroot: welke ‘vraagwoorden’ heb je gebruikt en hadden die effect op de inhoud van het antwoord? Zou je met een ander vraagwoord een ander antwoord hebben gekregen? Waardoor zou je dat nog meer kunnen bevorderen? Dit kan dan weer leiden tot het beluisteren van interviews door journalisten en/of het uitnodigen van een journalist of iemand van een journalistenopleiding om daarover meer te weten te komen.

Buiten de taalles is de gebruikte taal altijd verbonden met betekenis. Je zegt iets in een bepaalde situatie en bedoelt daar iets mee. Je hoort iemand wat zeggen en begrijpt dat die ander daar iets mee bedoelt en meestal maakt de context of een gebaar duidelijk wat dat is. Datzelfde gebeurt ook bij lezen en schrijven, want buiten de taalles, en zeker buiten de school, doe je dat eigenlijk altijd met een bepaalde bedoeling. Om te leren die taal nog beter te gebruiken en te snappen hoe dat kan, is die betekenis essentieel. DEZELFDE VRAAG, EEN ANDER ANTWOORD

26

len interviewen, dan zullen ze vragen moeten bedenken. Om hen bewust te maken dat er wat te kiezen is en dat zij zo’n interview kunnen sturen, helpt het als je dat vragen stellen vooraf problematiseert. De volgende vragen helpen daarbij: - Iemand die vaak wordt geïnterviewd zei laatst dat het nogal uitmaakt welke vragen iemand stelt. Wat zou hij daarmee bedoelen, vragen zijn toch vragen? - Zouden er dan verschillende sóórten vragen bestaan en welke zouden dat dan kunnen zijn? - Zouden die verschillende soorten vragen ook tot een ander soort antwoorden leiden? - Welke soort vragen past dan bij wat je wilt te weten komen door dit interview? - Enzovoort…

Als leerlingen in het kader van een thema iemand wil-

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum


VOORBEELD 2: MAAK ONTLEDEN SPANNEND EN BETEKENISVOL

Grammatica wordt snel geassocieerd met ontleden en dat weer met namen noemen en streepjes zetten. In de traditionele praktijk gaat (redekundig) ontleden over de structuur en de bijbehorende namen van zinsdelen. Wie boeit dat en wat heb je daaraan? Gelukkig is er nu een andere benadering, die veel interessanter en rijker is. Dat is de semantische benadering van grammatica, dus een grammatica die draait om de betekenis die de zinsdelen aan een zin geven. Het sluit aan bij de taal die jonge kinderen al gebruiken: tweewoordzinnen als ‘mama lief’ en ‘buurman zwaaien’. Door zulke zinnen te laten ordenen onder de kopjes ‘doen’ en ‘zijn’ kunnen kinderen ontdekken dat al die zinnetjes inderdaad onder die kopjes passen, soms zelfs onder beide, afhankelijk van hoe je die woorden interpreteert. Dat kan leiden tot nader onderzoek. Als peuters blijkbaar al doorhebben dat dit de twee kernbetekenissen van een zin zijn, dan zullen schrijvers dat ook wel begrijpen. Zijn de zinnen in je biebboek dan ook zo in te delen? En als jij zelf een tekst schrijft, doe je dat dan ook? Inderdaad blijkt het altijd om doenzinnen of zijnzinnen te gaan. Dat is een bijzondere ontdekking. Soms kan dezelfde zin zowel doenzin als zijnzin zijn, afhankelijk van wat de gebruiker bedoelt. Die namen naamwoordelijk en werkwoordelijk gezegde doen er dan (nog) niet toe. De betekenis, daar gaat het om. Dit inzicht leidt dan weer tot verdieping: heeft de keuze voor een van beide soorten zinnen invloed op wat je goede teksten vindt? Heeft je favoriete schrijver misschien een voorkeur voor een van beide of gebruikt zij/ hij die op bepaalde plekken in het verhaal? Vervolgens kun je dan nagaan wat nog meer in een gewone zin voorkomt. Wie of wat spelen daarin een rol? Wie speelt de hoofdrol? Dat is natuurlijk degene die iets doet of waarvan een kenmerk wordt genoemd. Soms zijn er andere spelers in een zin. Dat blijkt samen te

shutterstock_Brilliantist Studio

Dit betekent dat taalgebruikssituaties steeds de aanleiding kunnen zijn voor momenten om de taal die daar gebruikt wordt uit te vergroten, te analyseren, achtergronden uit te diepen en de samenhang en effecten uit te proberen. Dan zal blijken dat bij taalgebruik nooit één antwoord goed is. De omstandigheden en de bedoeling van de taalgebruikers bepalen wat passend is, maar ook de creativiteit en het taalgevoel kunnen hun inbreng hebben. Dat bespreken en vergelijken leidt dan weer tot nieuwe onderzoekjes en zo kunnen kinderen hun inzicht in en grip op hun taalgebruik uitbouwen en versterken. Juist die taalgevoelige leerlingen zullen hierdoor eerder getriggerd worden en verder willen experimenteren.

hangen met het gebruikte werkwoord, met name in doenzinnen. Sommige werkwoorden kunnen maar één speler gebruiken en dat is dan natuurlijk de hoofdrolspeler: in ‘hij geeuwt’ is het duidelijk dat die ‘hij’ dat helemaal alleen doet en daar niets bij nodig heeft. Bij ‘zij maait’ is dat anders, want daar is altijd iets dat gemaaid wordt, bijvoorbeeld ‘het gras’. Dat speelt dan dus ook een rol in de zin. Bij ‘hij geeft’ is het nog mooier, want daar blijken na onderzoek nog twee spelers bij te horen, namelijk wat wordt gegeven en aan wie. Dat kan dan leiden tot de vraag of dat altijd moet: kan geeft of geven ook in een zin voorkomen waarin alleen de hoofdrolspeler voorkomt of waar in totaal maar twee speler staan? Tenslotte blijken er in een zin ook nog omstandigheden beschreven te worden. Daarvan gebruiken we twee soorten: het decor en het drama. Het decor zijn de feiten: waar, wanneer, hoe lang, enzovoort. Bij drama zijn het juist niet de feiten, maar een gevoel, een effect, een mening, een voorkeur en dergelijke, meer subjectieve informatie. Dat leidt dan weer tot allerlei onderzoek in teksten van anderen, zowel in verhalen als in informatie. Heeft de voorkeur voor een bepaald soort verhalen of voor bepaalde schrijvers te maken met hun gebruik van decor en drama? Maar ook in de eigen teksten: wat gebruik ik vaker: decor of drama of misschien zelfs de vraag: gebruik ik dat eigenlijk wel genoeg? Moet je het decor direct aan het begin allemaal vertellen, of is het prettiger om het wat te spreiden? Wanneer werkt het één beter en wanneer het andere? Zo kunnen verbanden worden gelegd tussen schrijftaal en spreektaal. Als je iets moet uitleggen, gebruik je dan vooral decor of juist drama in je zinnen? Als je moet beschrijven hoe je vakantie was, zijn de anderen dan vooral geïnteresseerd in decor-informatie of in drama-informatie? Waardoor komt dat? Smaak ontwikkelen, woordkeuze waarderen, en het eigen taalgebruik in verschillende contexten blijken dan niet een noodlot (zo is dat nu eenmaal), maar iets waarop je invloed hebt. Hoe meer je doorziet wat het effect van woorden, van de woordvolgorde en van accenten is, hoe meer je met je taal kunt ‘spelen’. Tegelijk leidt dit ertoe dat je de teksten van anderen beter gaat doorzien en meerdere lagen daarin kunt ontdekken als je die tekst nog eens leest.

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

27


VOORBEELD 3: HOE BEÏNVLOEDEN SPREEKTAAL EN SCHRIJFTAAL ELKAAR?

Spreken en voorlezen zijn nauw verwant, al was het alleen al doordat je je richt op ‘publiek’. Dit betekent dat het gebruik van klemtoon in zinnen heel belangrijk kan zijn. Dezelfde zin kan met een andere klemtoon een heel andere betekenis krijgen. Een zin als ‘Ik heb alle borden opgeruimd.’ kan op elk woord een accent krijgen. Betekent die zin dan ook steeds wat anders? Kan dat met elke zin? Zou je de woorden van die zin ook in een andere volgorde kunnen zetten en heeft dat dan invloed op de betekenis? Probeer dat ook eens uit met de zinnen in je eigen tekst. Kun je die tekst zo mooier of duidelijker maken? Waardoor komt dat dan? Zo kun je op een heel natuurlijke manier een koppeling laten ontstaan tussen spreektaal en schrijftaal. Dit geeft een heel gerichte ingang om zelfgeschreven teksten met een maatje te gaan onderzoeken op variatiemogelijkheden. Zo kunnen ze ontdekken of variatie ook tot verbetering kan leiden. Hierbij is verbetering niet iets dat algemeen geldt, maar specifiek is gericht op het doel van de tekst en de context waarin die gebruikt moet worden. De rol als leraar is vooral die van nieuwsgierige vragensteller, van problematiseerder van wat gewoon lijkt en die van meelevende supporter die benieuwd is naar de gevonden varianten en conclusies. Daarbij is het van belang dat je als leraar steeds weer het perspectief biedt op de toepassing daarvan en op de verbinding met de aanleiding en het thema. Het aardige hiervan is dat je daarvoor geen werkbladen of zoiets nodig hebt. Een leeg blad, een projectschrift of het programma OneNote van Office zijn dan genoeg, naast de beschikbaarheid van teksten uit de bieb of eigen teksten.

woord al zichtbaar is, klopt dat niet meer, want de oplossing is dan al verklapt voordat de leerling heeft kunnen luisteren en nadenken. Dit leidt niet tot duurzame kennis die transfer naar verwante woorden mogelijk maakt. Bovendien leren leerlingen zo niet de achtergrond en de samenhang van de schrijfwijze van zo’n categorie (her)kennen. Leerlingen die zich de basis snel eigen maken, blijken soms veel uitdaging te zien in het herkennen van de bijzondere gevallen en de uitzonderingen. En dat soort uitzonderingen en inconsequenties kennen we in onze spelling genoeg. CAFÉ EN CAFEETJE

Waarom schrijven we cafés met de é en cafeetje met ee? Waarom schrijven we vakantie met een k en vacant met een c? Waarom schrijven we de ei in Eibergen met maar één hoofdletter en de ij in IJmuiden met twee hoofdletters? Waarom weten veel leerlingen die op een traditionele manier spelling leren niet wat de invloed van de klemtoon in woorden is, zoals het verschil tussen de schrijfwijze van de klinker [ie] met en zonder klemtoon in gieter en gitaar, of tussen de klinkers [u] en de [ ] in eigenlijk en geluk? Dit soort kennis helpt om leerlingen zelf te laten denken en redeneren, waardoor ze zich meer eigenaar kunnen voelen en verantwoordelijk leren zijn voor wat ze doen en hoe ze dat doen. Dergelijke uitgangspunten gelden voor alle leerlingen, want elke leerling heeft er recht op met zijn/ haar mogelijkheden en voorkennis serieus genomen te worden. Ze maken het tegelijk mogelijk dat de leerlingen die eerder, sneller en/of meer kunnen leren die kansen als een vanzelfsprekendheid dagelijks krijgen. Wie meer over dergelijke mogelijkheden wil weten verwijs ik naar de boeken die ik recent over taalonderwijs schreef (zie kader). e

Voorwaarde voor dit alles is wel dat er ruimte is voor de initiatieven en inbreng van de leerlingen. Dat betekent dat de uitkomsten niet al vaststaan en vooral ook dat het onderzoeken en verdiepen leidt tot een zinvolle toepassing binnen een betekenisvolle context. Zo ervaren leerlingen het nut van bewust taalgebruik en vooral van de mogelijkheden om het steeds verder te verbeteren en te variëren.

Voor meer informatie: www.hettaallab.nl

Dolf Janson schreef diverse leerboeken over taal Dolf Janson (2017). Uitdagend en functioneel taalonderwijs – wat je moet weten als je taalonderwijs wilt koppelen aan de thema’s van wereldoriëntatie.

VOORBEELD 4: ANDERS, UITDAGENDER LEREN

Dolf Janson (2017). Op zoek naar klanken en

SPELLEN

letters – doelen en activiteiten voor de leer-

Spelling is ook een onderdeel dat aandacht vraagt. Vaak is overschrijven en inprenten van een beperkt aantal woorden de manier van oefenen. Dat is niet een manier die past bij de essentie van leren spellen. Onze spelling is gebaseerd op de (standaard)uitspraak en dus op de klanken van onze taal. De opgave is daardoor om op basis van dat klankpatroon te herkennen welke letters nodig zijn om een woord weer te geven. Zodra dat

28

jaren 1, 2 en 3. Dolf Janson (2018). Op zoek naar letters – de andere spelling- en grammaticadidactiek. Bestellen kan via het formulier op www.janson. acdemy/publicaties

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum


Vooruit

Les:

Kunst maken – en beoordelen, deel 1 shutterstock_Art Konovalov

Les: Kunst maken – en beoordelen, deel 1 Doel: Deze les bestaat uit twee delen: oefenen met creativiteit en daarna (in het volgende nummer van Talent) samen de criteria bedenken om de kunstwerken objectief te beoordelen. Doelgroep: leerlingen PO en VO Tijdsduur: 1 - 2 uur per onderdeel

In deze les worden de leerlingen aan het werk gezet met twee heel verschillende (maar wel met elkaar verbonden) opdrachten. Eerst maakt iedereen een kunstwerk van aluminiumfolie. Er zijn twee onderwerpen om uit te kiezen voor deze eerste opdracht: ‘vliegen’ of ‘zwaar’. Beide opdrachten hebben dus met de zwaartekracht te maken: eraan toegeven bij ‘zwaar’ en hem overwinnen bij ‘vliegen’. Voor beide onderwerpen moet het kunstwerk een menselijke figuur afbeelden en iedereen werkt met hetzelfde materiaal (50 centimeter aluminiumfolie). Dat maakt de vergelijking voor de beoordeling achteraf iets gemakkelijker. Deze oefening wordt individueel gedaan.

Tekst: Maryan Camps en Els Schrover

De tweede opdracht is om gezamenlijk de gemaakte kunstwerken objectief te beoordelen. Daarvoor zijn criteria nodig, zodat de beslissingen onderbouwd kunnen worden. De leerlingen overleggen samen om deze criteria op te stellen. Komen ze samen tot goede criteria, die recht doen aan de verschillende aspecten van de kunstwerken? (idee, uitvoering, emotie, originaliteit, zoals bijvoorbeeld bewegende onderdelen, verrassende uitwerking, X-factor, materiaalgebruik, presentatie, eventuele toevoegingen ...?). En helpen de criteria om een goed onderbouwde discussie te voeren? Dit gedeelte vormt deel 2 van deze les en verschijnt in het volgende nummer van Talent. U kunt aan deze les nog een derde opdracht toevoegen, door de leerlingen (in een museum, of desnoods met wat kunstafbeeldingen van internet) een discussie te laten houden waarin ze de kunstwerken samen beoordelen met behulp van hun zelfgemaakte criteria. Voldoen hun criteria? Zijn er extra categoriën nodig nu ze het werk van kunstenaars beoordelen? Zijn er aspecten van de kunst waar ze eerder nog niet aan gedacht hadden? Zien ze nu méér, nu ze zelf hun blik gescherpt hebben door criteria te bedenken?

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

29


EMANCIPEREN OF PROBLEMATISEREN?

O P DR AC H T 1:

Een hoogbegaafde zzp’er vertelde me dat hij MAAK EEN KUNSTWERK WAARIN JE ÉÉN VAN DEZE

soms niet werd uitgekozen als de potentiële op-

TWEE THEMA’S UITBEELDT: ‘VLIEGEN’ OF ‘ZWAAR’

drachtgever hoorde dat hij hoogbegaafd was. Hij

Iedere leerling krijgt 50 centimeter aluminiumfolie om mee te werken. Tips: - Moedig de leerlingen aan om zich te verdiepen in het onderwerp. Kijk voor het thema ‘vliegen’ bijvoorbeeld naar klassiek ballet: de danseressen streven in klassiek ballet na om gewichtloos te lijken. Let op hun houdingen voor inspiratie. - Praktisch: u kunt de leerlingen op weg helpen door te zorgen dat ze niet met allemaal losse stukjes aluminiumfolie gaan werken, met het risico dat hun kunstwerk uit elkaar valt. U kunt dit ook nalaten en zien wat er gebeurt – daar leren uw leerlingen ook weer van. Hier de uitleg als u de leerlingen wilt helpen: als je niet zo handig bent met het uitbeelden van menselijke figuren, dan kun je het aluminiumfolie gebruiken om je te helpen. Leg het vel plat voor je neer, met een korte zijde naar je toe. Verdeel het vel (op het oog, of met behulp van twee kleine vouwen in de lange zijkant) in drie ongeveer gelijke delen. Je hebt 50 centimeter. Maak het bovenste en het middelste deel elk ongeveer 20 centimeter lang, en het onderste deel 30 centimeter lang. Scheur het deel dat het dichtst bij je ligt (het onderste deel van 30 cm) in het midden recht naar boven voorzichtig in tot aan de vouw van het tweede deel. Dat worden de twee benen. Het middelste deel, tussen de twee vouwen, laat je zo, dat wordt het lijf. Draai het vel nu met de bovenkant naar je toe. Hierin maak je straks twee rechte scheuren, waarmee je dit deel in drieën verdeelt: het middelste deel wordt het breedst (dat wordt het hoofd) en de twee zijkanten (smaller dan het hoofd) worden de armen. Nu kun je de menselijke vorm gaan kreukelen, waarbij alles goed aan elkaar blijft zitten. NB: als je als thema hebt gekozen voor ‘zwaar’, dan kan het een goed idee zijn om de benen juist wat korter te houden en de rest, lijf en armen, juist wat groter. - Voor de presentatie van een ‘beeld’, zoals de leerlingen dat gaan maken, is het belangrijk dat het op een sokkel staat. U kunt ervoor kiezen om elke leerling een blokje hout te geven, of een cobble-steentje of kei van het tuincentrum, of een plastic beker, eventueel verzwaard met zand (en omhuld met aluminiumfolie). Maar u kunt het ook aan de leerlingen zelf overlaten of ze zoiets bedenken. Misschien willen sommige leerlingen hun werk ‘vliegen’ bijvoorbeeld liever ophangen aan een draad? Of laten wiebelen op de rand van de tafel?

vroeg zich af of hij het voortaan moest (proberen

In Talent 5 gaan we verder met het opstellen van de criteria voor hun kunstwerken en het opstellen van een goed onderbouwd jury-rapport.

30

Talent  juni 2018 © 2018 Koninklijke Van Gorcum

te) verbergen. Ik zei ‘natuurlijk niet’, maar ik begrijp zijn dilemma heel goed. Ook ik durf het soms amper te zeggen: ‘Ja eh… sorry - ik ben/mijn kind is inderdaad hoogbegaafd’. Het voelt weleens alsof je, alleen door het te zijn, voor een ander beledigend bent. Geëmancipeerde hoogbegaafden zijn dun gezaaid… Een vriend waarmee ik dit besprak zei: “Als het nou al jaren niet werkt – zoek dan een andere manier. Niks ‘voorzichtig uitleggen’, niks ‘allemaal een beetje aanpassen’. Problematiseren die hap. Dan gaat het pas werken”. Nogal kras, vond ik. Mijn vriendin Hinke helpt in haar gezin de acceptatieproblemen rondom hoogbegaafdheid uit de wereld met het excuus ‘autisme’. Ze heeft twee kleinkinderen die zo ‘ontzettend slim’ zijn, dat het op school weleens moeilijk is. Bij de derde lijkt het minder te spelen: ‘…zo fijn voor mijn dochter om ook een normaal kind te hebben’. Hinkes zoon heeft sterrenkunde gestudeerd. In een strakke onderzoeksbaan kon hij zijn draai niet vinden; daarom is hij nu huisman en thuis voor de kinderen. Mijn uitleg: een hoogbegaafde die ook hooggevoelig is, kan moeite hebben met de druk die wordt gevoeld in een instituut dat moet ‘scoren’ om de financiering steeds weer rond te krijgen. Misschien moeite met voor een baas werken. Maar Hinke zegt: “Hij is denk ik een beetje autistisch; in onze familie zijn we allemaal een beetje autistisch”. En voor haar kleinkinderen werkt dat, begrijp ik. Autisten zijn dus intussen verder geëmancipeerd dan hoogbegaafden. Autistisch zijn vindt men een beetje zielig en best vaak een probleem en vraagt om hulp; als je als hoogbegaafde ergens moeilijk past, moet je niet zeuren en zeker geen kapsones hebben. Het is te gek voor woorden! Heeft mijn vriend gelijk? Gaat het op scholen en op de werkvloer voorlopig niet lukken om hoogbegaafdheid geaccepteerd te krijgen en inclusief te maken? Moeten we voor meer aandacht en budget niet emanciperen, maar problematiseren? Hallo jeugdzorg, here we come…!

ds en is sin s ku n d e e e n rn aa st e a g a e uten. D u d e e rd o t s H n in a fden ­ lusklas Hagem gb egaa an de P Maddy als hoo nden a o k b ij r t e k v a viespr 10 jaar igen ad n. e een e z t f e kindere e e h or jong o v r e id begele


rt voor er speu t e re a D n ijzonde eur Be f naar b a t u Redact e ft n e r e e het int heid. H t Talent begaafd ich r r e e v b o t e en tern in t bericht n a s es het n inter zelf ee k? Mail ie r b u r eze me.com voor d aeter@ d n e b naar

shutterstock_Levichev Dmitry

EEN HOOGBEGAAFDE MET SUCCESANGST Voor veel mensen is succesvol zijn iets om na te streven, maar dat geldt zeker niet voor alle hoogbegaafden. Zij doen er zelfs van alles aan om succes te voorkomen. Er is reeds veel gepubliceerd over hoogbegaafdheid en faalangst. Tot nu is er echter nog weinig geschreven over succesangst, dat toch echt wat anders is dan faalangst. De angst je doel niet te halen is immers faalangst; de angst je doel wel te halen is succesangst. Sandra Leefmans doorbreekt dit tekort door te schrijven over succesangst bij hoogbegaafden

bieden tot het gesprek over succesangst, vooral zoals die voorkomt

GAAN (HOOG)BEGAAFDEN ANDERS OM MET DIGITALE MEDIA?

bij hoogbegaafden. Succesangst leidt vaak tot uitstelgedrag, vermij-

Creëren digitale media kansen voor hoogbe-

dingsgedrag en zelfsabotage: onbewust jezelf dwarszitten, jezelf in

gaafden? Gaan (hoog)begaafde kinderen an-

de weg staan. Omarm, volgens Sandra Leefmans, het succes, want

ders met dit soort media om? Gelukkig heeft

daarmee bestrijd je ook de succesangst. Hoe meer men succes toe-

het CCAM, het onderzoekscentrum van Jeugd

staat, hoe kleiner de angst zal worden.

en Media van de Universiteit van Amsterdam,

(S. Leefmans, Te slim om te slagen. Over succesangst bij hoogbegaafden, Deventer 2018). Doel van deze publicatie is een aanzet te

hiernaar een onderzoek opgestart. Hoewel

HOOGBEGAAFDE HERSENEN

dit onderzoek nog niet is afgerond, brengt men nu reeds het volgende naar voren.

De psycholoog Miraca Gross ontdekte dat veel hoogbegaafde

Digitale media worden door jongeren zeer

kinderen reeds bij 9 maanden beginnen te spreken, en te lezen op de

verschillend gebruikt. Sommigen gebruiken

leeftijd van twee jaar. Ze wees erop dat leerkrachten vaak maar een

ze alleen maar voor het plaatsen van foto’s

handvol van dit soort kinderen onder hun hoede hebben. Daardoor

en video’s en het uitwisselen van ideeën. Uit

zijn leerkrachten vaak te weinig toegerust om met dit soort kinderen

literatuuronderzoek blijkt dat digitale media

op de juiste manier om te kunnen gaan. Gross vindt het opmerkelijk

extra grote potentie hebben om bij te dragen

dat veel van deze kinderen zich hier nauwelijks tegen verzetten.

aan de cognitieve en sociaal-emotionele

Er is veel gezegd en geschreven over de kenmerken van hoogbe-

ontwikkeling van met name (hoog)begaafde

gaafde kinderen. Dat ze anders zijn, wordt algemeen geaccepteerd.

kinderen. Zij hebben namelijk grote behoefte

Dat ook de hersenstructuur afwijkt, is minder bekend. Kenmerkend

aan cognitief uitdagende informatie, stellen

is dat hoogbegaafde kinderen informatie met een buitengewone

snellere informatieverwerking op prijs en de

snelheid kunnen verwerken, snel en grondig begrip van het hele

digitale media doen een groot beroep op hun

idee of concept hebben en een ongewoon vermogen hebben om

creativiteit en oplossend vermogen. Digitale

essentiële elementen en onderliggende structuren en patronen

media bieden immers alle ruimte om pro-ac-

in relaties en ideeën waar te nemen. De neurale verbindingen zijn

tief op zoek te gaan naar cognitieve prikkels,

meer geïntegreerd, sneller en veel complexer. In de hersenen zijn

waarmee ze zichzelf kunnen uitdagen. Ze bie-

er meer dendrieten om meer paden en er is meer rijkdom binnen de

den hoogbegaafden mogelijkheden om aan

cel gecreëerd. De gliacellen (ter versterking van de neuronen) zijn

te sluiten bij hun directe sociale omgeving.

toegenomen en een betere myelinisatie van de axonen verhoogt de

Voor hen vormen ze vaak een platform voor

snelheid en kracht bij de overdracht van informatie van de ene cel

het experimenteren met zelfpresentaties.

naar de andere cel. Daardoor neemt de snelheid van denken toe en

Ook bieden ze mogelijkheden voor laagdrem-

wordt de informatie ook beter onthouden. Deze inzichten presen-

pelig contact met andere (hoog)begaafden.

teerde Vanessa Wood op een symposium in november 2016. Wood

Via het samenwerkingsproject van Young-

is verbonden aan het Research Centrum of the International Gifted

Works met CCAM worden dit soort vraagstuk-

Consortium, Scottdale, Arizona. Volgens Wood zijn de verschillen bij

ken onderzocht. Zie ook het blog van Rutger

de geboorde al aanwezig, maar dienen de hersenen wel voldoende

van den Berg: Creëert digitale media kansen

geprikkeld te worden om tot volle wasdom te komen.

voor hoogbegaafde jongeren?

juni 2018  Talent © 2018 Koninklijke Van Gorcum

31


Geheel vernieuwd

Digitaal handelingsprotocol begaafdheid Het complete systeem voor het begeleiden van begaafde kinderen in groep 1-8 Alle leerlingen op uw school verdienen zorg en aandacht. Passend onderwijs strekt zich dus ook uit tot de begaafde leerlingen. Dat is niet altijd even gemakkelijk. Hoe herkent u die leerlingen en wat hebben ze dan precies nodig? Hoe kunt u tegemoet komen aan wat die leerling nodig heeft binnen de grenzen van inclusief onderwijs?

Met het Digitaal handelingsprotocol begaafdheid (DHH) identiďŹ ceert en begeleidt u begaafde leerlingen uit groep 1 tot en met 8 van het basisonderwijs. Bijna 2000 scholen maken al gebruik van dit online protocol met instrumenten die u op handelingsgerichte wijze helpen om begaafde leerlingen niet alleen te herkennen maar ook goed te begeleiden. DHH gaat uit van een educatief partnerschap tussen ouders en school.

Weten hoe DHH werkt? Kijk op www.dhh-po.nl Š 2018 Koninklijke Van Gorcum

Profile for Koninklijke Van Gorcum B.V.

Talent  

Talent is het tijdschrift over hoogbegaafde kinderen voor begeleiders (leerkrachten en leerlingbegeleiders) en ouders. http://www.tijdschrif...

Talent  

Talent is het tijdschrift over hoogbegaafde kinderen voor begeleiders (leerkrachten en leerlingbegeleiders) en ouders. http://www.tijdschrif...