Page 1

5 ber 201 m e t p • se 7 • nr. 5 1 g n a jaarg

L A I C SPE K E I T C A D I grijk D n a l e N b E de vraag is E D O MEhTetHantwoord, maar Niet

KNAW-prijs voor profielwerkstuk over hoogbegaafdheid

Hoe ver kun je gaan met ouder­

participatie?

Nijmeegse onderzoekers stellen positieve effecten van plusgroepen vast


- Doelgericht handelen tijdens oudergesprekken? - Hoe werkt het puberbrein? - Omgaan met verschil in de klas? - Wat kan communicatief leiderschap betekenen? - Omgaan met motivatieproblemen? - Beoordelingsgesprekken voeren?

Deze middag is gevalideerd voor 3 registeruren door het lerarenregister onder activiteitennummer Sm2RG9jGGq.

Tijdens CommuniZoo op 30 september in de Burgers’ Zoo heeft u een leerzame middag over communicatie met leerlingen, ouders en collega’s in de inspirerende omgeving van het dierenrijk. Het programma biedt interessante keuzeworkshops voor leerkrachten, intern begeleiders en directeuren. Bij uw inschrijving ontvangt u een boek cadeau en is toegang tot Burgers’ Zoo inbegrepen.

Meer informatie en aanmelden op www.communizoo.nl

Colofon Onafhankelijk tijdschrift over (hoog)begaafdheid. Verschijnt zes keer per jaar. www.tijdschrift-talent.nl Hoofdredacteur Frank Stienissen Fotografie Shutterstock, aangeleverde foto’s. Coverfoto Martin van Rooij Vaste medewerkers Marrigje de Bok, Maryan Camps, Carla Desain, Katja Keuchenius, Jan te Nijenhuis, Els Schrover, Ellen Sinot, Inge Slaats, Anne van Kessell, Maddy Hageman, Lidy Mulders en Annemieke van Manen, Priscilla Keeman, Martin van Rooij, Mariska van Sprundel Redactieadres Dennenlaan 11, 5553 CV, Valkenswaard, info@stienissenmedia.nl, 040-2938402 Voor nieuwe abonnementen, verhuizingen of opzeggingen: E-mail: talent@vangorcum.nl Uitgever Koninklijke Van Gorcum BV Postbus 43, 9400 AA Assen Tel. 0592-379555 Fax 0592-379552 E-mail: talent@vangorcum.nl www.vangorcum.nl

2

Abonnementen Een abonnement (inclusief inzage online archief en website) kost € 57,50 per jaar (incl. 6% btw en porto). Instellingen betalen € 64,95. Studenten betalen € 47,50 (kopie collegekaart meesturen). Losse nummers kosten € 9,95 (+ porto). Nieuwe abonne­menten kunnen op elk gewenst tijdstip ingaan. Beëindiging abonnement kan uitsluitend schriftelijk geschieden vóór 1 november van het lopende abonnementsjaar. Bij niet tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch voor een jaar verlengd. Advertenties Neem contact op met Ray Aronds van Recent BV: ray@recent.nl Telefoon 020-3308998 Postbus 17229 1001 JE Amsterdam © Copyright 2015 Koninklijke Van Gorcum, Assen. Alle auteursrechten ten aanzien van de inhoud van deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. ISSN 1388-1809

Talent  september 2015

Zoekt u een boek over hoogbegaafdheid? www.hoogbegaafd.nl


Talent jaargang 17 nr. 5 september 2015

Verandering De een houdt ervan, de ander verfoeit het. Stilstand is achteruitgang, roept de verandermanager. Maar even vaak hoor je ‘dat is lekker vertrouwd, wat goed is mag zo blijven’. Voor beide meningen is wat te zeggen. Toch vonden wij dat de tijd aangebroken was om Talent een update te geven. De wijze van presen­ teren is enigszins aangepast: frisser, moderner en waar mogelijk wat meer kaders en bijschriften, zodat de diverse meningen en invalshoeken wat nadruk­ kelijker naar voren komen. Zeker voor

4 K NAW-prijs voor profielwerkstuk over hoogbegaafdheid

Slechts zestien procent van alle hoogbegaafden slaagt erin een universitair diploma te halen. Opmerkelijk, vonden VWO’ers Mirthe Lipke en Ilse Lekkerkerker uit Elburg. ‘Als het maar zo weinig hoogbegaafden lukt om een universitair diploma te halen, hoe groot is dan de kans dat het óns lukt?’ Ze ondervroegen ruim honderdvijftig hoogbegaafde leerlingen. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen was zeer te spreken over het resultaat.

de lezer die weinig tijd heeft (druk, druk!) is dat prettig. 8 Mogen ouders ook voor de klas staan? Maar de belangrijkste verandering is wellicht de gewijzigde focus op de doelgroepen die we met Talent primair willen aanspreken. Hadden we in het verleden ook de hoogbegaafde leer­ ling als meelezer in het vizier, daar zijn we nu vanaf gestapt. Nu richten we ons primair op de

Betrokken ouders, daar zijn de meeste scholen erg blij mee. Ouders die meehelpen schoonmaken of luizenpluizen, die meelopen naar de gymzaal, meegaan op kamp of op schoolreisje – graag! Maar ouders die een structurele onderwijsrol vervullen, bijvoorbeeld in de begeleiding van hoogbegaafde kinderen, daar lopen de meningen over uiteen. Veel scholen vinden principieel dat onderwijs een taak van de school is. Carla Desain ging op zoek het nut en de noodzaak van ouderparticipatie.

professionals in het onderwijs en daarbui­ ten – ja, dat kunnen volgens ons ook ouders zijn – die met begaafde en hoogbegaafde

14 Excellente leerlingen ontdekken eigen leerstrategieën

Beter leren door een onderzoekende houding en aanpak. Volgens onderzoekers van de Radboud Universiteit kan dat. Hun aanpak ONDERZOEKEND excelLEREN richt zich op hoe excellente leerlingen leren en hoe het onderzoekend leren kan helpen om deze leerlingen nog meer uitdaging te bieden en hun talenten tot uiting te laten komen.

kinderen werken. Voor hen willen we een handige vraagbaak zijn en deze groe­

18 “Mensen die me raar vinden, lach ik uit”

pen willen we zoveel mogelijk houvast

Zijn eigen onderwijstijd was voor Jeroen (29) geen gelukkige periode. Nu heeft hij een uitgesproken mening over de hiaten in het onderwijs. In een openhartig gesprek geeft hij aan hoe het volgens hem beter kan.

bieden. Wat blijft is de roep om inter­ actie met het ‘veld’. Ideeën, meningen, good practices en wat dies meer zij, zijn en blijven zeer welkom. Frank Stienissen

24 Over creatieve uitdagingen én onvermijdelijke blokkades gesproken

‘Toen het idee voor het project Het oude museum ontstond, was het aanbod van verrijkingsmateriaal nog erg klein en voornamelijk beperkt tot een moeilijke vorm van dezelfde soort opdracht’, zegt Ellen Dittrich. Dittrich is verbonden aan La Luna in Maastricht en zeer begaan met het lot van begaafde en hoogbegaafde kinderen. Samen met haar collega Annette Lehmann ontwikkelde ze een complete methode om deze kinderen goed te begeleiden. Talent vroeg Dittrich de opzet en achtergrond van de methode te verduidelijken.

en verder:

 Column Maddy Hageman  12 Kort nieuws  13 Column Annemieke 7 van Manen  21 Hoogbegaafdheid en autisme  23 Column Lidy Mulders  28 Wel of geen aparte klassen  31 Carla’s Corner

september 2015 Talent

3


Foto’s: Martin van Rooij

Tekst: Martin van Rooij

Interview

4

Ilse Lekkerkerker (l.) en Mirthe Lipke met hun prijswinnende profielwerkstuk.

Talent  september 2015


Elburgse VWO’ers winnen KNAW-prijs

‘Hij moest en zou het zelf oplossen’ Slechts zestien procent van alle hoog­ begaafden slaagt erin een universitair diploma te halen. Opmerkelijk, vonden VWO’ers Mirthe Lipke en Ilse Lekkerkerker uit Elburg. “Als het maar zo weinig hoogbegaafden lukt om een universitair diploma te halen, hoe groot is dan de kans dat het óns lukt?” Ze besloten zich in de materie te verdiepen – en met succes. Hun profielwerkstuk werd bekroond met de Onderwijsprijs van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

H

et begon met een berichtje in de krant, vertelt Ilse Lekkerkerker. “Er stond dat slechts zestien procent van alle hoogbegaafden een universitaire studie met succes afrondde. Dat vonden we opmerkelijk. Als slechts zo’n klein deel van de hoogbegaafde leerlingen erin slaagt zijn bul te halen, wat zijn dan de kansen van ‘gewone’ VWO’ers zoals wij?” Ilse en Mirthe besloten zich in de materie te gaan verdiepen. Uit hun deskresearch bleek al snel dat het hoogbegaafden vaak aan een leerstrategie ontbreekt. Mirthe: “Ook op moeilijke vragen en ingewikkelde sommen weten hoogbegaafden vaak meteen het antwoord. Ze weten echter vaak niet hoe ze tot dat antwoord zijn gekomen. Dat kunnen ze dan ook niet beredeneren. Met name bij een vak als wiskunde is dat lastig, omdat daarbij niet alleen wordt beoordeeld of de uitkomst klopt, maar ook of je de juiste stappen hebt doorlopen om tot dat antwoord te komen. Als je die stappen niet kunt beschrijven, is je antwoord fout.” Enthousiaste reactie uit Geleen

Al snel zochten Mirthe en Ilse contact met alle Leonardo-scholen. Die in Geleen reageerde het enthousiast op de vraag om mee te werken. Dat was mooi, want het bleek een grote school te zijn, zodat veel leerlingen konden worden onderzocht, verdeeld over groepen

6, 7 en 8 van de basisschool. Stap voor stap kreeg het onderzoek vorm. Mirthe en Ilse formuleerden zes deelvragen. De eerste – wanneer is een kind hoogbegaafd? – bleek meteen de lastigste. Ilse: “Er is eigenlijk geen algemeen aanvaarde definitie van hoogbegaafdheid. De meeste Leonardo-scholen eisen een IQ van boven de 130. Andere criteria voor hoogbegaafdheid zijn een goede motivatie en een hoge mate van creativiteit. Het lastige van deze laatste twee is dat ze niet valide te meten zijn. Bovendien zijn er nog allerlei factoren op van invloed, bijvoorbeeld de omgeving. Die kan je stimuleren of juist ontmoedigen om het beste uit jezelf te halen. Overigens gaan veel hoogbegaafde kinderen ruim over die 130 heen.” Extreme faalangst

Aan het onderzoek namen 157 hoogbegaafde kinderen deel. Mirthe en Ilse namen in totaal tachtig enquêtes af. Ze vroegen de respondenten onder meer tegen welke problemen ze aanlopen. Ilse: “Sociale problemen en verveling in de klas werden het vaakst genoemd. Veel hoogbegaafde kinderen voelden zich niet begrepen. Ouders en docenten noemden ook vaak faalangst en onderpresteren.” Eén jongetje dat ze testten, had van onderpresteren in extreme mate last, vertelt Mirthe. “Hij snapte een vraag niet. Zijn hoofd liep rood aan en hij begon te zweten. We wilden hem op weg helpen, maar hij accepteerde geen hulp. Hij moest en zou het zelf oplossen. De rest van de groep was binnen een kwartier klaar maar hij zat er na drie kwartier nog. Hij kreeg het ook niet voor elkaar die vraag te laten rusten en door te gaan met de volgende vraag. In zo’n geval wordt het moeilijk om een universitaire opleiding af te ronden, want er is altijd wel een vraag waarop je het antwoord niet weet. Als dat toevallig de eerste vraag van de toets is en je blijft daar eindeloos bij hangen, haal je nooit een goed punt.” Boeiend en vermoeiend

Samen met docenten van de Leonardo-school in Geleen ontwikkelden Mirthe en Ilse een test. Het ging om een geschiedenistest: vijf vragen, soms met deelvragen. Sommige vragen leverden geen punten op, bijvoorbeeld als om een mening werd gevraagd. Andere vragen leverden bij een goed antwoord één tot wel vier punten op. De vragen waarbij je een leerstrategie moest toepassen leverden de meeste punten op. Vervolgens nam het

september 2015 Talent

5


Ilse: “Ze zeggen wel eens dat hoogbegaafden geen gevoel voor humor hebben. Nou, dat hadden deze kinderen wel. Maar wel een andere humor dan hun leeftijdsgenoten. Veel ironie, sarcasme en zelfspot.” Leren leren

Hoogbegaafde kinderen kunnen veel, maar één ding kunnen ze over het algemeen niet: een leerstrategie ontwikkelen. Ze hebben hierin begeleiding nodig. Ze moeten als het ware leren leren. Juist op dit punt onderscheidt het Leonardo-onderwijs zich van de plusklassen in het reguliere basisonderwijs. Leonardo leert kinderen de leerstrategieën te ontwikkelen die nodig zijn om beredeneerd tot de juiste uitkomst te komen, zodat ze ook uiterst complexe vragen stapsgewijs kunnen oplossen. Mirthe: “Dit onderscheid tussen plusklassen, ook wel niveau 4 van zorg genoemd, en Leonardoonderwijs, niveau 5 van zorg, lijkt cruciaal te zijn. Onze hoofdvraag was: ontwikkelen leerlingen die Leonardoonderwijs volgen inderdaad een goede leerstrategie? Met andere woorden: scoren zij op een test relevant hoger dan hoogbegaafde kinderen die in een plusklas in het reguliere basisonderwijs zitten?” Significant verschil

Mirthe Lipke (18) heeft zojuist haar VWO-diploma behaald aan het Nuborgh College Lambert Franckens in Elburg. Hoewel ze met veel plezier werkte aan het onderzoek naar hoogbegaafden gaat haar hart uit naar een andere studie: technische geneeskunde, ook wel klinische technologie genoemd. “Ik heb me ingeschreven aan de Technische Universiteit Twente en heb zojuist gehoord dat ik ben ingeloot!”

tweetal een dag lang de test af bij kinderen in groep 6, 7 en 8 van de Geleense school. Een vermoeiende maar ook boeiende dag. Mirthe: “We vonden het geen rare kinderen, maar wel anders dan wij zelf waren op die leeftijd. Ze praten anders, hebben andere interesses en voeren met elkaar gesprekken die wij nog niet voerden in de vierde van de middelbare school.”

De leerlingen van de Leonardo-school maakten de test beduidend beter dan de leerlingen uit plusklassen. De eerste groep scoorde een 7,5 op een schaal van 12, de tweede een 5,0. Maar was die hogere score nou ook te danken aan het feit dat de Leonardo-leerlingen een leerstrategie hanteerden? Ilse: “Uit ons onderzoek komt naar voren dat het verschil in score met een zekerheid van 99,95% niet toevallig is. Er is dus een significant verschil in de scores. Omdat onze toets controleerde of de leerling een leerstrategie toepaste en goede antwoorden op specifieke leerstrategievragen meer punten opleverden, is het aannemelijk dat die hogere score verband houdt met de het toepassen van een leerstrategie.” Mirthe: “Je zou de score kunnen opvatten als een compliment aan Leonardo-onderwijs. Leerstrategieën aanleren werpt zijn vruchten af. Als meer hoogbegaafden een leerstrategie zouden aanleren, dan zal op termijn het percentage van zestien procent universitair afgestudeerde hoogbegaafden ongetwijfeld stijgen.”

KNAW: “Uitgebreid experiment, orgineel aangepakt!” Ieder jaar reikt de Koninklijke Akademie van Wetenschappen de Onderwijsprijs uit voor de beste profielwerkstukken van Nederland. Voor ieder profiel (natuur en techniek, natuur en gezondheid, economie en maatschappij en tot slot cultuur en maatschappij) zijn drie prijzen beschikbaar. Twaalf prijzen in totaal dus. Er wordt geen onderscheid gemaakt in eerste, tweede en derde prijs. De jury oordeelt onder meer op kwaliteit, originaliteit, inhoudelijke opzet en presentatie. De jury was unaniem over de winnaars binnen het profiel E&M. Volgens de jury hadden Mirthe en Ilse de hoofdvraag prima hebben uit­ gewerkt in zes relevante deelvragen. Ze prees de multi-methodische opzet van het onderzoek, dat zowel een survey als een zelf opgezet en uitgevoerd experiment omvat. “Zo’n uitgebreid experiment is bijzonder in het kader van een profielwerkstuk, en hier bovendien erg origineel aangepakt!” Net als de overige 22 winnaars kregen Ilse en Mirthe elk een studiebeurs ter waarde van € 1.500. Kijk voor meer informatie op www.knawonderwijsprijs.nl. Hier is ook het profielwerkstuk van Mirthe en Ilse te downloaden.

6

Talent  september 2015


Meer fulltime hoogbegaafdenonderwijs

Peutergroep, oudergroep

De hamvraag is: wat leren wij van het onderzoek? Hoe kunnen de uitkomsten worden benut, zodat meer hoogbegaafden een universitair diploma halen? Mirthe: “Er is binnen het onderwijs altijd veel aandacht geweest voor kinderen met een leerachterstand. De laatste jaren komt er meer aandacht voor kinderen die hoogbegaafd zijn. Het is duidelijk dat zij gebaat zijn bij fulltime onderwijs op zorgniveau 5. Maar dat onderwijs is niet overal beschikbaar. Je moet er soms ver voor rijden, áls er al plaats is. Daarom pleiten wij voor meer scholen voor specifiek, fulltime hoogbegaafdenonderwijs.” Ilse: “Misschien kan er ook iets aan de kosten worden gedaan. Wij vinden het raar dat ouders extra moeten betalen voor Leonardo-onderwijs. Ouders van kinderen met een leerachterstand hoeven dat toch ook niet?”

De laatste tijd heb ik weer veel gesprekken gevoerd

Nadere informatie Heeft u vragen over het profielwerkstuk van Mirthe en Ilse? Stuur dan een mailtje naar mirthelipke@hotmail.com of ilselekkerkerker@hotmail.nl.

met ouders die vermoeden dat hun peuter een voor­ sprong heeft. Het ging vooral om intakegesprek­ ken voor onze Peuter+ groep (voor peuters met een ontwikkelingsvoorsprong). Ik vind het elke keer weer een inten­ sieve en interessante ervaring. Wat bijvoorbeeld opvalt, is dat vrijwel alle ouders gêne voelen. Ze willen niet opscheppen, en zeker niet sug­ gereren dat hun kind hoogbegaafd zou zijn of worden. Kortom, zelfs als ze weten dat de ‘interviewer’ speciaal hiervoor komt, durven ze zich slechts na aansporen uit te spreken over wat ze eigenlijk allemaal zien aan hun kind. Natuurlijk wordt het gesprek dan pas echt leuk! Geweldig, wat er aan talenten in die kleine koppies zit. Ter informatie: ze hebben het allemaal goed gezien, die ouders. Er was niet één peuter onterecht aan­ gemeld. En dan komt er natuurlijk bij de ouders een proces op gang. Want als je de betreffende ouders als groep beziet, is het een uiterst gevarieerd gezel­ schap. Van huisman tot internationaal consultant, van boer tot gepromoveerd chemicus en van HRM-

Ilse Lekkerkerker (17) hoopt komend schooljaar haar VWO-diploma te halen aan het Nuborgh College Lambert Franckens in Elburg. Daarna? “Dat weet ik nog niet precies. Een universitaire studie, maar in ieder geval geen techniek en ook geen typische alfastudie. Iets biologisch’ waarschijnlijk.”

manager tot kleuterleerkracht. Mensen die lang niet allemaal van zichzelf zouden vermoeden dat zij dan zelf misschien hoogbegaafd… nee joh! Vooral de moeders zeggen erg snel: ‘Nou, dat zal wel van va­ derskant zijn’ , terwijl ik denk ‘en waarom kijk jij dan zo bijzonder helder uit je ogen?’ Soms spreek ik dat ook uit. Mensen moeten erg aan het idee wennen; voor sommige is het zelfs confronterend. Hun kind heeft een voorspong, terwijl ze zelf bijvoorbeeld ein­ deloos hebben ‘geklungeld’ met scholen. Ze waren ‘een wiebelkont’ of dyslectisch. Ze konden ‘gewoon niet goed leren’. In dat keurslijf tenminste… Daarom ben ik zo’n fan van het Delphi-model van Mensa: ‘Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren’. Geen woord over opleiding of behaald onderwijsniveau. Geen wonder ook dat ‘onze ouders’ het fijn vinden elkaar te ontmoeten. De eerste ouderavond was een feest van herkennng. Meer lezen over het Delphi-model? Zie bijvoorbeeld: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoogbegaafdheid

0 jaar sinds 1 n en is e n ij ic e f t ze d aa st he rd e m e s tu d e e . D aa rn n n e a t er m u e o id Hag egele las in H Maddy afdenb a e Plusk g d e n b a g a den ls hoo ve r b o n aktijk a dviespr a n e ig een e d e re n . nge kin voor jo

september 2015 Talent

7


Interview

Ouder­participatie op basisschool de Fakkel

JA de ouder als leeshulp JA/NEE de ouder als leerkracht Betrokken ouders, daar zijn de meeste scholen erg blij mee. Ouders die meehelpen schoonmaken of luizenpluizen, die meelopen naar de gymzaal, meegaan op kamp of op schoolreisje – graag! Maar ouders die een structurele onderwijsrol vervullen, bijvoorbeeld in de begeleiding van hoogbegaafde kinderen, daar lopen de meningen over uiteen. Veel scholen vinden principieel dat onderwijs een taak van de school is. Andere scholen zijn pragmatischer: als de vaste leerkrachten niet alle differentiatie kunnen bieden die nodig is om ook hoogbegaafde kinderen op hun eigen niveau uit te kunnen dagen, waarom zou je dan geen ouders inzetten voor plusklassen of verrijkingsgroepen?

Tekst: Carla Desain

Op basisschool de Fakkel in Utrecht gaan alle kinderen die meer uitdaging nodig hebben, wekelijks aan de slag met verrijkingsopdrachten: een keer zelfstandig in de klas en een keer in een apart groepje onder begeleiding van een ouder.

8

Talent  september 2015

‘I

s Floris er nog niet? Hij komt toch wel vandaag?’ Ruim voor de schooldag begint, staan Boaz, Tygo, Zoë, Evi en Rafel uit groep 4 al te trappelen om aan de slag te gaan. Even later wordt Floris de Jongh enthousiast begroet. Floris – vader van Zoë – begeleidt dit groepje kinderen elke vrijdagochtend bij het werken aan verrijkingsopdrachten uit de digitale leeromgeving Acadin. De afgelopen tijd hebben ze gewerkt aan het thema ‘oerwoud’. Volgende week sluiten ze dit thema af met een presentatie aan hun klasgenoten. ‘We gaan vandaag samen een PowerPoint-presentatie maken’, laat Floris zien. ‘Iedereen kiest een dier om iets over te vertellen en maakt dan één dia met steekwoorden en een plaatje. Dat wordt een hulpmiddel voor jullie om goed te kunnen vertellen; en voor de klas helpt het om jullie verhaal goed te kunnen begrijpen.’ Sommige kinderen gaan meteen planmatig aan de slag, anderen wikken en wegen een tijdlang welk dier het allerleukst is om over te vertellen. En een kind blijft maar switchen: ‘Ik doe het over de tijger, nee de leeuw, of toch de gorilla, de toekan, liever de cobra, of nee de mammoet, de dinosaurus, de baviaan…’ Pas als Floris rustig bij hem komt staan en suggereert dat hij over de luiaard zal vertellen, komt hij tot rust en gaat geconcentreerd aan de slag. Rekenen als speerpunt

Sinds september 2014 loopt deze pilot op de Fakkel, waarbij uit elke groep (vanaf groep 4) een paar kinderen iedere week aan Acadin-verrijkingsopdrachten werken, onder begeleiding van een van de ouders van die kinderen. Hoogbegaafdencoördinator Yvonne Annokkee vertelt: ‘Wij richten ons sinds twee jaar schoolbreed op verrijking bij rekenen. Onze rekenmethode ‘Wereld in getallen’ voorziet in drie differentiatie-niveaus. Dat bleek niet voldoende. Voor de kinderen die nog meer aankunnen, hebben we een aparte verrijkingsaanpak ingesteld met de methode ‘Rekentijgers’ en verschillende rekenspelletjes. Die vier verschillende aanpakken zijn goed te behappen voor leerkrachten, met begeleiding van mij.’


Sommige kinderen gaan meteen planmatig aan de slag, anderen wikken en wegen een tijdlang welk dier het allerleukst is om over te vertellen.

Oudercursus Scholen die ouders zouden willen inzetten voor de begeleiding van hoogbegaafde kinderen in bijvoorbeeld plus- of verrijkingsgroepen, aarzelen soms omdat ze zo geen controle hebben op de kwaliteit van het onder­ wijs. ‘Er is – terecht – veel behoefte aan deskundigheidsbevordering vóór ouders aan de slag gaan’, vertelt Janneke Breedijk (ECHA-specialist hoogbegaafdheid). ‘Daarom ontwierpen mijn collega Jacqueline van Voorst en ik een oudercursus. We stelden een theoriemap samen die ouders ter voorbereiding van de bijeenkomsten kunnen doornemen. Deze theorie wordt, naast praktijkvoorvallen, besproken in bijeenkomsten van ‘leer­ teams’ van ouders. We gaan deze cursus niet rechtstreeks aan ouders aanbieden. De school draagt de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs. De school zal dus ook zelf het voortouw moeten nemen in de organisatie van de ouderparticipatie en in de selectie en begeleiding van de betreffende ouders. Cursisten voor deze cursus zullen aangemeld worden via de school.‘ De inhoud van de cursus is klaar, maar er is nog geen ervaring mee opgedaan. Wellicht komen we hier in een volgend nummer van Talent nog op terug.

september 2015 Talent

9


Inzet van ouders

Wet- en regelgeving Piet Helmholt, Inspecteur van het Onderwijs - bijzondere op­

‘Eigenlijk zou je ook op andere gebieden verder willen met extra uitdaging voor de slimmere kinderen; die hebben daar echt behoefte aan. Dat hebben we geprobeerd, maar het bleek in de gewone klassituatie niet haalbaar om dat te begeleiden. Tegelijkertijd hebben we veel enthousiaste en betrokken ouders. Dus heb ik ouders van kinderen die voor een verrijkingsgroepje in aanmerking kwamen, gevraagd of ze begeleider wilden worden. In een mum van tijd had ik voor elke groep een ouder – of een duo – gevonden. En toen zijn we gewoon begonnen. We selecteren momenteel kinderen die op alle gebieden bovengemiddeld goed zijn en ruimte over hebben, of die extra gemotiveerd moeten worden. In groep 4 doen vijf kinderen mee, in groep 5 ook, in groep 6 twee kinderen, in groep 7 vier en in groep 8 zijn er acht’, vertelt Yvonne. ‘Elke week werken ze een periode van drie kwartier in de klas zelfstandig aan een Acadin-opdracht die de leerkracht, de begeleider of ik voor hen klaarzet. En elke week gaan ze drie kwartier als groepje aan de slag onder begeleiding van een ouder.’

drachten, zet op een rijtje wat de regels zijn met betrekking tot het inschakelen van ouders in het onderwijs aan hoogbegaafde

Opdrachten kiezen

kinderen:

Floris kiest zelf, in overleg met de leerkracht, de opdrachten uit. ‘Zo hebben we een praktische opdracht gedaan over wassen: de kinderen maakten allerlei verschillende vlekken in twee lakens. Het ene laken ging in de wasmachine, het andere wasten we met de hand. Toen ze weer droog waren, bekeken we de verschillen, dat was leuk en interessant. We hebben ook het menselijk lichaam bestudeerd en er op het eind over verteld in de klas. Om de beurt gingen de kinderen op een stoel staan om te vertellen, in een T-shirt met op de juiste plek een tekening van ‘hun’ orgaan. En nu dus dieren in het oerwoud. Ik probeer de onderwerpen van de opdrachten een beetje af te wisselen.’

‘Passend onderwijs is in Nederland een recht voor alle leerlingen; niet alleen voor degenen met een beperking of leerprobleem, ook voor hoogbegaafde leerlingen. Scholen dienen er in hun budget rekening mee te houden dat bepaalde leerlingen extra aanbod, zorg en begeleiding (en daarmee ook meer geld) nodig hebben dan de gemiddelde leerling. Het grootste deel van het extra aanbod voor (hoog)begaafde leerlingen kan in de klas gerealiseerd worden en past binnen de basisondersteuning die elke school moet realiseren. Daarnaast kan de school extra zorg en begeleiding van leerlingen inhuren, of scholing en coaching van onderwijsgevenden. Dit dient dan wel onderdeel te zijn van het door de school gewenste beleid en het valt formeel onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de school.

Ervaringen uitwisselen

Het is een misvatting dat ’ingehuurde’ externe deskundigen per se

De Acadin-ouders hebben nauw contact met de leerkracht van de groep en met Yvonne als hoogbegaafdencoördinator. Yvonne loopt met alle groepjes af en toe mee. Halverwege organiseerde zij een bijeenkomst voor begeleidende ouders. Floris: ‘Het was fijn om ervaringen uit te wisselen en interessant om van elkaar te horen hoe iedereen het aanpakt. Ervaringen in wat werkt en wat niet, en over hoe je kinderen met heel verschillende leerstrategieën kunt stimuleren. Kijk maar naar de PowerPoint-opdracht van vanochtend: het ene kind is zo onzeker, dat moest ik enorm bevestigen dat het echt zelf wel kan kiezen. Het andere kind kon zich pas focussen toen ik zijn keuzemogelijkheid inperkte. Het is goed om daar af en toe met andere begeleidende ouders over te praten.’ Yvonne: ‘Ik doe tot nu toe niet aan expliciete kennisoverdracht op informatieavonden of zo, maar we praten veel over hoe het gaat en ik doe soms suggesties. Ik merk dat deze ouders zelf al behoorlijk veel verstand hebben van hoogbegaafdheid door de ervaringen met hun eigen kind; en de meesten hebben er zelf veel over gelezen.’

een onderwijsbevoegdheid moeten hebben. Het komt wel vaker voor dat extra hulp wordt verzorgd door niet-bevoegde onderwijs­ krachten – denk bijvoorbeeld aan leesouders. De onderwijsacti­ viteiten moeten formeel wel aangeboden worden onder verant­ woordelijkheid van een bevoegd docent. Leerlingen mogen onderwijsactiviteiten volgen op een andere locatie dan het klaslokaal. Dat kan een andere ruimte in de school zijn, of een locatie buiten de school. Tijdens de reguliere lestijd is de school verantwoordelijk. Kortom: Het schoolbestuur is en blijft verantwoordelijk voor de keuzes die gemaakt worden met betrekking tot aanbod en orga­ nisatie. Deze keuzes moeten vervolgens ook een plaats krijgen in het schoolplan, de schoolgids en het zorgplan.’

10

Talent  september 2015


Afspraken en begeleiding

De afspraak is dat er regelmatig (informeel) contact is over de gang van zaken tussen de Acadin-ouder en de betreffende leerkracht. Yvonne als hoogbegaafdencoördinator overlegt met alle betrokkenen. En er is een afspraak over vervelend gedrag, waar een kind niet goed op aan te spreken is: dat is de verantwoordelijkheid van de eigen leerkracht of van Yvonne.

Conclusies uit een pilotjaar met ouderparticipatie Aan het einde van dit pilotjaar evalueerden de teamleden van de Fakkel en de ouders of het inzetten van Acadin als verrijkingsstof aan de verwachtingen voldoet; en of het gewenst is ouders op deze manier in te blijven zetten. Conclusie: Acadin is een prachtig verrijkingsmiddel,

Gered!

een mooie aanvulling op de reguliere lesstof en de

De betrokken kinderen worden erg blij en enthousiast van deze verrijkingsgroepen. Floris: ‘Soms sta ik op maandag op het schoolplein, dan roept een van ‘mijn’ kinderen me al van verre toe: “Is er vrijdag weer Acadin-groepje, papa van Zoë?” Yvonne vult lachend aan: ‘Een keer was Floris verhinderd. Een van de kinderen stormde toen ’s ochtends binnen: “We zijn gered! Mijn moeder kan het vandaag overnemen.” Zo belangrijk vinden ze het dus.’

verrijking in de klas. Goede begeleiding bij de inzet van Acadin wordt noodzakelijk geacht. Hoewel het hele team de betreffende ouders dankbaar is voor hun inzet van het afgelopen jaar, is het van mening dat het aanbieden van verrijkingsstof en de begeleiding daarvan een primaire taak en verantwoordelijkheid van de school is. Bovendien vraagt begeleiding van een ver­ rijkingsgroepje meer kennis en vaardigheden dan veel ouders ter beschikking hebben. Er is dan ook besloten dat de school deze begeleiding

Doel

van verrijkingsgroepjes voortaan zelf gaat verzorgen. Yvonne als hoogbegaafdheidscoördinator gaat dit op­

Yvonne formuleert het doel van deze aanpak met verrijkingsgroepjes

zetten. Zij zorgt voor het stellen van de juiste doelen,

als volgt: ‘Hoogbegaafde kinderen blijven stimuleren en motiveren tot

het klaarzetten van passende opdrachten, het beoor­

leren. We mikken erop dat hierdoor ieder kind aan z’n grens komt en

delen van de gemaakte opdrachten, het houden van

de ‘zone van naaste ontwikkeling’ bereikt. Als kinderen kunnen wer­

doelgerichte gesprekken met de leerkracht én met de

ken aan iets dat net een beetje buiten hun comfortzone ligt, groeien

leerlingen, en de communicatie naar ouders. Enthou­

ze echt. Dan leren ze zichzelf kennen, leren ze omgaan met teleurstel­

siaste ouders die graag willen blijven ondersteunen,

lingen, leren ze fouten maken en opnieuw beginnen, leren ze doorzet­

werken voortaan onder directe supervisie van Yvonne.

ten. Dat is echt waardevol. Zo zou het in het onderwijs steeds moeten zijn; maar zeker voor deze groep hoogbegaafde kinderen is dat helaas niet altijd het geval. Vandaar de verrijkingsgroepjes.’

De kinderen worden erg blij en enthousiast van deze verrijkingsgroepen. Als de les een keer uitvalt, zijn ze erg teleurgesteld.

september 2015 Talent

11


HB-school Kikidio bij RTL-nieuws Duizenden kinderen gaan niet naar school. Onder dit kopje besteedde RTL-nieuws onlangs aandacht aan dit schrijnende probleem. Met name voor veel hoogbegaafde kinderen is er in het biedt deze kinderen wel de juiste begeleiding en opvang. RTL liet

Klokhuis over hoogbegaafdheid

de vader van Bram van Riet aan het woord en hij vertellende ge­

Afgelopen 22 juli zond het Klokhuis een aflevering uit

ëmotioneerd dat het voor hen een laatste redmiddel was geweest.

over hoogbegaafdheid. Presentator Bart bezoekt een

De Tweede Kamer komt binnenkort met een rapport over de

speciale school voor hoogbegaafde kinderen en kijkt

thuiszittersproblematiek.

een dagje mee. Hij vraagt de kinderen hoe ze het op

reguliere onderwijs geen plaats. Kikidio in het Brabantse Heeze

school vinden en hoe het is om hoogbegaafd te zijn. Daarnaast kijkt hij met een psycholoog naar wat je IQ

Hoogbegaafden hebben vaak leerproblemen

eigenlijk is en hoe een IQ-test in elkaar zit. Deze en an­ dere afleveringen van het Klokhuis over hoogbegaafd­ heid kun je terugkijken via www.hetklokhuis.nl.

Catherine Wormald, onderzoeker aan de Australische universiteit Wollongong, schrijft in een eerder dit jaar gepubliceerd artikel over de combinatie van hoogbegaafdheid en leerproblemen. In haar artikel haalt ze onder andere Amerikaans onderzoek aan, waaruit blijkt dat leerproblemen onder hoogbegaafden vaker voorkomen dan bij kinderen met een gemiddelde intelligentie. Maar liefst veertien procent van de hoogbegaafde kinderen kampt met leerproblemen, tegen vier procent van de andere kinderen. Wormald benadrukt dat leerproblemen, waaronder zij onder andere ADHD, dyslexie en het syndroom van Asperger verstaat, het lastig maken om hoogbegaafde kinderen te herkennen. In het artikel gaat Wormald verder in op het herkennen van dergelijke ‘dubbel gelabelde’ kinderen en de mogelijke gevolgen van het niet tijdig herkennen van deze kinderen. Het hele artikel “Intellectually gifted students often have learning disabilities” is gratis online beschikbaar.

Wo 16 september

Motie afstandsonderwijs verworpen

Wedden dat jij beter kan? Signaleren en aanpakken van onder­

In juli diende SP-Kamerlid Tjitske Siderius een motie

presteren in de klas. Plaats: Driebergen/Zeist

in over afstandsonderwijs voor thuiszitters met een beperking. Het voorstel betrof leerlingen voor wie

Do 7 januari

voltijds schoolonderwijs niet haalbaar is, bijvoorbeeld

Kiene kleuters in de klas. Begeleiden van kleuters met een

vanwege een stoornis in het autistisch spectrum of

ontwikkelingsvoorsprong. Plaats: Driebergen/Zeist

vanwege hoogbegaafdheid. Reidinga stelde een proef voor waarbij deze thuiszitters onderwijs op een andere

Vr 23 januari

locatie kunnen volgen. Dit kan onder andere afstands­

BPS-conferentie voor hoogbegaafde leerlingen in het VO.

onderwijs, thuisonderwijs of particulier onderwijs

I.s.m. Universiteit Utrecht en BrightLights. Plaats: Utrecht

betreffen. Het onderwijs en de noodzakelijke bege­ leiding zou dan bekostigd worden uit de reguliere

Voor meer informatie en verwijzingen: www.tijdschrift-talent.nl

onderwijsbekostiging voor deze leerlingen. Deze motie werd door de Tweede Kamer verworpen.

12

Talent  september 2015


Wat wil je later worden? Net zoals de meeste broers en zussen, verschillen Madelief en Lena veel van elkaar. Op de vraag: Wat

Jonge Dichter des Vaderlands

wil je later worden? antwoordt de één bioloog en de

Het Poëziepaleis is op zoek naar een nieuwe Jonge Dichter des Va­

ander zegt actrice. Juist die verschillen maken het

derlands. Om in aanmerking te komen voor deze titel, moet je tus­

leven interessant. Het is nog handig ook want als

sen de 15 en 18 jaar oud zijn en een poëzie- en podiumtalent zijn.

we allemaal architect worden, verschijnen er alleen

De taak van een Jonge Dichter des Vaderlands is het schrijven van

nog maar luchtkastelen. Belangrijk dus dat in het

gedichten over actuele gebeurtenissen. Dit in tegenstelling tot

onderwijs de nadruk niet alleen ligt op de overeen­

dichters die vooral persoonlijke gedichten schrijven.

komsten, maar vooral ook op de verschillen tussen

Halverwege 2015 opent de inschrijving voor

kinderen.

de periode 2016 tot 2018. De winnaar wordt

Wat wil je later worden? Daar kom je achter als je

voor twee jaar benoemd, zal gecoacht worden door Anne Vegter (de Dichter des Vaderlands) en mag daarnaast optreden

CH

weet wie je bent. Het is belangrijk om daar snel

ALL

op verschillende festivals, waaronder het

achter te komen, want je beroep, daar moet je vaak

EN

Wintertuinfestival. Klinkt als iets voor jou? Inschrijven gaat via www.poeziepaleis.nl

Per Seconde wijzer app

GE

toch zo’n jaar of veertig financieel van rond zien te komen. Als je dan ook nog een leuke tijd wilt hebben, kun je maar beter goed uitzoeken wat je passie of je gave is, zodat je die jaren betrekkelijk gelukkig kunt doorbrengen. De verantwoorde­ lijkheid van kinderen voor hun eigen leerproces

Per Seconde Wijer is een televisiequiz die al sinds

groeit met het besef wie ze zijn en wat ze willen

1967, met enkele onderbrekingen, op de buis is. In de quiz moeten

worden. Als het onderwijs dat ze krijgen dan bij dat

kandidaten vragen beantwoorden in verschillende categorieën:

persoonlijke leerproces aansluit, gaan kinderen

wetenschap, kunst, geschiedenis, sport of tegenwoordige tijd.

niet leren omdat het moet, maar leren ze vanuit

Elke vraag bestaat uit 9 onderdelen, waarvan er telkens meer juist

hun intrinsieke motivatie. Hopelijk groeit er dan

beantwoord moeten worden. Deze leuke quiz kun je nu ook zelf er­

een generatie studenten op die haar natuurlijke

varen door middel van de Per Seconde Wijzer app. De app is gratis

nieuwsgierigheid behoudt en niet vraagt: ‘Moet ik

te downloaden en je kunt zowel solo als tegen anderen spelen.

dit weten voor het tentamen?’

Dat levert gegarandeerd vermaak op. Per Seconde Wijzer is niet

Niet alleen voor kinderen als Madelief, die

de enige televisiequiz met een app. Ook onder andere Twee voor

duidelijk niet in het systeem passen,

Twaalf en De Slimste Mens hebben een gratis app.

maar juist vooral voor kinderen als

LAPP-Top 2015

Lena, die zich ernaar schikken, is het van belang dat leren niet

LAPP-Top staat voor Leiden Advanced Pre- university Programme

resulteert in eenheidsworst.

for Top students. Dit is een programma voor scholieren uit 5 en 6

Begeleid de kinderen in hun

vwo die wel wat extra uitdaging kunnen gebruiken. In sommige

zoektocht naar wie ze zijn. Volg

gevallen kunnen ook vierdeklassers worden toegelaten. Dat is ze­

het persoonlijke leerproces en

ker het proberen waard. Om toegelaten te worden moet je goede

schep de voorwaarden die nodig

cijfers halen op het vwo en laten zien dat je gemotiveerd bent. De

zijn om optimaal te leren. Ieder in

programma’s waar je uit kunt kiezen zijn divers: Japans, archeolo­

zijn eigen tempo. Niet gehinderd door

gie, sterrenkunde en psychologie zijn slechts een paar van de vele

grenzen van het systeem, van niveaus, van

opties! Vanaf september kun je je aanmelden. Meer informatie via

schooltypes. En zonder Centraal Examen.

www.iclon.leidenuniv.nl/vwo-wo.

Als dat passend onderwijs is, doe mij er dan maar

Blogwedstrijd SB Alsemberg

twee.

Standaard boekhandel Alsemberg (België) organiseert een wed­ strijd voor schrijverstalent in de blogwereld. De organisatie is op zoek naar de beste blog die tussen 1 oktober 2014 en 30 septem­ ber 2015 is gepubliceerd. Het thema mag je zelf kiezen, zolang de blog maar minimaal 1000 en maximaal 1500 woorden heeft en in het Nederlands geschreven is. Voor de beste drie inzendingen zijn mooie prijzen te winnen: een e-reader en boekenbonnen variërend van €200 tot €800. Meer informatie en inschrijven via www.sanschapeaux.wordpress.com.

van g Opus nafdelin e fd my a g a g t r he oogbe oet daa d op de h e er it v Z z o . ) t 0 f (1 rnhem schrijf Madelie ge in A Manen e ll n o a v C e s k mie mpu er Anne het Oly ar moed a H . m nasiu nissen. fs beleve Madelie

september 2015 Talent

13


Methode en didactiek

Onderzoekend excelleren

Excellente leerlingen ontdekken eigen leerstrategieën De aanpak ONDERZOEKEND excelLEREN richt zich op hoe excellente leerlingen leren en hoe het onderzoekend leren kan helpen om deze leerlingen nog meer uitdaging te bieden om hun talenten tot uiting te laten komen’ (Peeters, Verlinden, Goossens & Hoogeveen, 2014). Onderzoekend leren is een didactiek die leerlingen aanspoort de wereld om zich heen op een actieve manier te verkennen.

I

n zeven stappen (Van Graft & Kemmers, 2007) doorlopen leerlingen de empirische cyclus. Centraal staat daarbij het proces om tot een antwoord te komen in plaats van het antwoord zelf. Vanuit een sociaal constructivistische visie worden leerlingen uitgedaagd om op een actieve manier antwoorden op onderzoeksvragen te zoeken. Voor de aanpak ONDERZOEKEND excelLEREN zijn projecten van het Wetenschapsknooppunt Radboud Universiteit (WKRU) voor ‘reguliere’ leerlingen zoals beschreven in de boekenreeks ‘Wetenschappelijke doorbraken de klas in!’ aangevuld met doelen en activiteiten voor excellente leerlingen. Deze activiteiten sluiten aan bij de onderwijsleerbehoeften van excellente leerlingen, zoals het topdown redeneren, het nemen van grote denkstappen en dwarsverbanden zien.

Lesmateriaal voor excellente leerlingen

Waarom is onderzoekend leren zo geschikt voor excellente leerlingen? Drent en Van Gerven (2012) hebben een rijtje met kenmerken opgesteld waar leertaken aan moeten voldoen bij leerlingen met een hoge intelligentie. Ten eerste moet de leertaak een hoge complexiteit hebben. Leerlingen moeten worden uitgedaagd door de leertaak, er ligt dus niet direct een antwoord voor de hand. Daarnaast heeft de leertaak een probleemgericht karakter, leerlingen worden probleemeigenaar, ze verkennen het probleem, waarna ze de vraag afbakenen en hun verwachtingen formuleren. Op basis van deze probleemverkenning maken de leerlingen een plan om het probleem

14

Talent  september 2015

op te lossen. Ook is het belangrijk dat er meerdere oplossingsstrategieën mogelijk zijn. Het proces is minstens zo belangrijk als de uiteindelijke oplossing. Tot slot moet de leertaak een beroep doen op de creativiteit en voldoende uitdaging bieden. De taak overstijgt het didactisch niveau van de leerling en speelt daarmee in op de zone van de naaste ontwikkeling. Deze kenmerken zijn terug te vinden in de aanpak ONDERZOEKEND excelLEREN. Onderzoekend excelleren is voor excellente leerlingen uitdagend omdat de focus ligt op het leerproces en er altijd meerdere uitkomsten mogelijk zijn. Daarnaast werken de leerlingen probleemgericht; er is een onderzoeksvraag die ze willen beantwoorden. Excellente leerlingen hebben vaak hun eigen leerstrategieën. Deze zijn soms niet zo sterk en effectief. Het nadenken over de strategieën, hoe ze iets aangepakt hebben of opgelost hebben is een vanzelfsprekende bezigheid binnen onderzoekend excelleren. Bovendien wordt er een beroep gedaan op de creativiteit van de leerlingen in de verschillende fasen van het onderzoekend leren; leerlingen moeten een eigen onderzoeksvraag opstellen, een onderzoeksaanpak bedenken en de resultaten presenteren. Tot slot wordt er gewerkt aan hun sociale vaardigheden zoals het samenwerken in groepjes. Binnen het onderzoekende excelleren zorgen conflicterende of concurrerende interpretaties soms voor stevige discussies tussen leerlingen. Een onderzoeksgroepje moet echter samen één standpunt innemen. Goed beargumenteren en écht luisteren naar de ander is dan belangrijk. Tevens kan het reflecteren op deze besluitvorming veel leerervaringen opleveren. Thema ‘Erfelijkheid en DNA’

Het thema ‘Erfelijkheid en DNA’ is na ‘Waarnemen en Bewegen’ het tweede thema dat is uitgewerkt voor de aanpak ONDERZOEKEND excelLEREN. Het thema ‘Erfelijkheid en DNA’ is gebaseerd op de wetenschappelijke doorbraak van Professor Han Brunner en Joris Veltman. Het onderwerp is in één van de projectteams van het WKRU vertaald naar een project onderzoekend leren (Peeters, Meijer & Verhoef, 2013). Brunner en Veltman hebben onderzoek gedaan naar het ontstaan van verstandelijke handicaps. Bevindingen van deze onderzoekers hebben een geheel nieuwe kijk gegeven op de genetische oorzaken van ziekten. Brunner en Veltman ontdekten dat verstandelijke handicaps niet van generatie op generatie doorgegeven worden, maar ontstaan door spontane genetische veranderingen in de eicel of zaadcel van de ouders. Het kind heeft een foutje in een gen dat bij beide ouders nog in orde is. Dat nieuw gemuteerde gen kun je door het screenen van de genen van ouders en patiënt


Aanpak online beschikbaar De aanpak ONDERZOEKEND excelLEREN is gratis online beschikbaar (http://www.wetenschapdeklasin.nl/excelleren.html). Naast een kader en achtergrondin­ formatie vinden leraren hier twee volledig uitgewerkte thema’s, namelijk ‘Erfelijkheid en DNA’ en ‘Waarnemen en Bewegen’.

Leerlingen zuiveren DNA uit hun eigen speeksel

Leerlingen reconstrueren hun DNA door middel van kleurcodes

DNA stroken

september 2015 Talent

15


zeer snel vinden, want er is maar één factor, een verandering, die de doorslag geeft. Dat levert een totaal nieuwe invalshoek op om naar ziekte, diagnostiek, therapie en preventie te kijken. Het thema ‘Erfelijkheid en DNA’ is geschikt voor een project ONDERZOEKEND excelLEREN, omdat het thema goed aansluit bij de belevingswereld van kinderen, het is betekenisvol voor ze. Het gaat namelijk over de basis van henzelf, wie ze zijn. Daarnaast sluit het thema goed aan bij de actualiteit. Steeds vaker wordt DNA gebruikt om criminelen op te sporen of voorspellingen te doen over eventuele ziektes in het lichaam. Ook is het thema geschikt voor excellente leerlingen om zelf onderzoeksvragen bij op te stellen en er komen experimenten in voor, waardoor de koppeling met het werk van wetenschappers duidelijk naar voren komt. Voor de aanpak ONDERZOEKEND excelLEREN zijn verdiepende activiteiten ontwikkeld voor excellente leerlingen. Drie van deze activiteiten zullen hieronder nader toegelicht worden.

IQ

o

s

luister naar de juf

moeite met stilzitten

o spullen kwijt raken

s voor de beurt praten

Voorbeeld van relatiecirkel bij een uitgevoerd onderzoek. Leerlingen van basisschool Extralent (Venlo) hebben onderzoek gedaan naar de relatie tussen IQ en kenmerken van ADHD. De leerlingen vergeleken hun eigen klas (hoogbegaafde leerlingen) met een reguliere klas. De resultaten van hun onderzoek zijn terug te brengen in een relatiecirkel.

Relatiecirkel

Met een relatiecirkel krijg je een beter inzicht op de invloeden van verschillende onderdelen van een bepaald onderwerp. De relatiecirkel komt voort uit het systeemdenken (Jutten, 2003). De relatiecirkel kan ingezet worden als er uitkomsten en gevolgen voorspeld moeten worden. Hierbij wordt er een sterk beroep gedaan op het beschrijven en verklaren van verbanden. Bij het thema ‘Erfelijkheid en DNA’ kan op verschillende momenten een relatiecirkel ingezet worden. In de introductiefase/verkenningsfase kan een verhaal of filmpje aanleiding geven tot het maken van een relatiecirkel en tijdens de uitvoeringsfase kan een relatiecirkel ingezet worden om inzicht te krijgen op de invloeden van de verschillende onderdelen van het experiment. Voor het maken van een relatiecirkel geldt een aantal regels: • Teken een grote cirkel op een vel papier. • Kies woorden (variabelen) die belangrijk zijn voor de tekst / het filmpje / onderzoek. Het gaat om zelfstandige naamwoorden. • Deze woorden nemen toe of af in het verhaal. • Schrijf deze woorden rond de cirkel, gebruik er niet meer dan 5 tot 10. • Trek een pijl van de oorzaak naar het gevolg. • Zet een S (S = the Same) bij de pijl als de variabelen elkaar versterken. • Zet een O (O = Opposite) bij de pijl wanneer de variabelen een tegenovergestelde werking veroorzaken.

 aat leerlingen op zoek gaan naar relaties in een tekst of bij L hun eigen onderzoek en laat ze ook het verhaal vertellen bij hun eigen relatiecirkel.

Uitleg bij de relatiecirkel

De pijlen in de relatiecirkel staan voor de volgende relaties: Hoe hoger het IQ (hoogbegaafde leerlingen van basisschool Extralent), hoe meer moeite leerlingen hebben met stilzitten. Hoe hoger het IQ, hoe vaker leerlingen voor hun beurt praten. Hoe lager het IQ (reguliere leerlingen), hoe vaker leerlingen spullen kwijtraken. Hoe lager het IQ, hoe vaker de juf zegt dat er niet goed geluisterd wordt. Denksleutels

Denksleutels “The Thinkers Key” (Ryan, 1998) zijn sleutels met daarop een vraag of opdracht die leerlingen aanzet tot creatief, analytisch, kritisch en praktisch denken. Tevens stimuleren de sleutels tot het nemen van een geheel ander perspectief. Denksleutels worden gebruikt om ons denken te openen en kunnen ingezet worden in alle lagen van de basisschool. De denksleutels worden tijdens ONDERZOEKEND excelLEREN ingezet om het hogereorde denken van excellente leerlingen te stimuleren. Enkele voorbeelden van denksleutels die ingezet kunnen worden bij het thema ‘Erfelijkheid en DNA’1

Denksleutel

Opdracht

Voorbeelden bij thema ‘Erfelijkheid en DNA’

Vraag-sleutel

Begin met het antwoord. Laat kinderen

Het antwoord is ‘erfelijkheid’. Welke vragen kun

vragen verzinnen die leiden tot alleen dat

je stellen?

antwoord.

Het antwoord is ‘genen’. Welke vragen kun je stellen?

Nietus(nee)-

Bepaald het omgekeerde. Plaats woorden

Noem 5 dingen die niet opgeslagen liggen in je

sleutel

als (kan) niet, (zal) nooit in een opdracht.

DNA. Stel je voor dat we DNA niet in kaart zouden kun­ nen brengen.

Nadeel-sleutel

16

Talent  september 2015

Laat kinderen nadelen van een alledaags

Chromosomen bevatten alle erfelijke informatie.

voorwerp bedenken. Bedenk dan manieren

Wat zijn de nadelen als je weet welke eigen­

om deze nadelen op te heffen.

schappen je van je ouders hebt geërfd?


Concept cartoon ‘Genen’, getekend door Horst Wolter

onderzoeksposter

Onderzoekslogboek

Conceptcartoons

Conceptcartoons zijn meerkeuzevragen in de vorm van een dialoog met plaatje (Keogh & Naylor, 1993). De uitspraken die de figuren doen, zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar pre- en misconcepten (leraar24, 2009) van kinderen. Daardoor zijn de uitspraken op de concept cartoon herkenbaar voor de leerlingen en roepen zij hun pre- en misconcepten op. Vaak is er meer dan één goed antwoord. Dit zorgt bij leerlingen voor een realistischer beeld van wetenschappelijke kennis. Concept cartoons kunnen ingezet worden bij de start van een thema van het onderzoekend leren.

Auteurs Drs. Josje Dinghs, onderwijskundige en leerkracht basisonderwijs Dr. Marieke Peeters, programmaleider Onderwijs en Onderzoek bij

Deze voorbeeld conceptcartoon (Domis-Hoos, Kapteijn & Boerwinkel, 2012) is gebaseerd op het misconcept dat leerlingen zich vaak niet realiseren waar in het lichaam of een organisme genen zich precies bevinden (namelijk in alle cellen van een organisme). Deze conceptcartoon kan de aanleiding zijn om het verschil uit te leggen tussen DNA, genen, cellen en chromosomen. Bovenstaande activiteiten leiden tot onderzoeksvragen bij leerlingen over ‘Erfelijkheid en DNA’. Een aantal voorbeelden waar leerlingen onderzoek naar gedaan hebben: • Erf je meer genen van je vader of je moeder? • Krijgen slimme vaders vaker slimme kinderen? • Lijken jongens meer op hun vader dan meisjes op hun moeder? • Kan ik met een microscoop het verschil zien tussen het DNA van een paprika en een appel? • Komt verklikgedrag terug bij meerdere kinderen binnen één gezin?

de HAN en voorheen projectmanager Wetenschapsknooppunt Radboud Universiteit WKRU drs. Jo Verlinden senioradvisier BCO Onderwijsadvies en Kwartiermaker (top)talenten primair onderwijs in Limburg en Oost- Brabant

Met dank aan basisschool Extralent (Venlo), basisschool De driesprong (Geleen), Montessorischool Westervoort (Weestervoort) en basisschool Roncalli (Balgoij) voor het testen en geven van feedback op het thema ‘Erfelijkheid en DNA’.

september 2015 Talent

17


Interview

“Mensen die me raar vinden, lach ik uit” Zijn eigen onderwijstijd was voor Jeroen (29) geen gelukkige periode. Nu heeft hij een uitgesproken mening over de hiaten in het onderwijs.

J

e roen heeft een haatliefdeverhouding met het onderwijs. Hij doorliep het VWO en haalde een bachelor in Lucht- en Ruimtevaarttechniek. Maar dat ging niet zonder slag of stoot: over zijn bachelor deed hij acht jaar. Hij miste een keer één punt om aan een master te mogen beginnen. Zo was het steeds weer wat. Uiteindelijk begon hij drie keer aan een masteropleiding, en viel drie keer uit. “Met dat gezeur over triviale dingen en de manier van lesgeven was ik helemaal klaar”, vertelt Jeroen. “Al het onderwijs was versmolten tot één groot groepsproject, een vorm waar ik echt op ben afgeknapt. Het werkt de meeliftcultuur in de hand. De leerling met de grootste mond krijgt de meeste waardering. Wie de ideeën genereert doet er niet toe, want het gaat om de samenwerking”, zegt hij spottend. Jeroen voelde zich op de universiteit behandeld als een kleuter. Waarom moet iemand die is afgestudeerd als ingenieur een toelatingstest elektronica doen om aan een master te beginnen? Belachelijk, vindt hij. Worstelingen met de technocratie waren aanleiding om zijn derde master Educatie niet af te maken, maar privé te gaan lesgeven. Jeroen geeft nu individuele bijlessen aan huis in wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Het cirkeltje is weer rond. Maar hij wordt nog steeds boos als hij aan zijn eigen onderwijstijd terugdenkt. Hoogbegaafd

Tekst: Mariska van Sprundel

De problemen begonnen op de basisschool. Jeroen vond geen aansluiting met leeftijdsgenoten en werd

gepest. Bij de leraren kon hij er niet mee aankomen. Die bagatelliseerden de situatie. Ondertussen loog hij tegen zijn ouders over de blauwe plekken die hij door fysiek geweld opliep, om ze in bescherming te nemen. “Leraren vonden me een fijne leerling, denk ik, omdat ze weinig werk aan me hadden. En als iemand allemaal zevens haalt gaat het goed met hem toch?” Hij vindt dat leraren het te druk hebben met het invullen van de kwaliteitsmonitor om aandacht te hebben voor individuele kinderen. Pas op latere leeftijd kwam het donkerbruine vermoeden dat hij hoogbegaafd is. Op 24-jarige leeftijd bevestigde de Mensa-test dit vermoeden. Voor zijn ouders was het ook duidelijk, hij was altijd een kind geweest dat weinig deed op school maar wel zevens haalde. Dat de leraren niet doorhadden dat hij misschien hoogbegaafd was, neemt hij hen niet kwalijk. “Het concept was mijzelf ook vreemd destijds, ik wist niks van hoogbegaafdheid en kende ook geen andere kinderen die hoogbegaafd waren. Nu zijn leraren bekend met het fenomeen en weten ze dat het bestaat.” Vooral het feit dat hij op een hele grote school zat bleek funest. “In een kleine groep verdwijn je minder dan in een grote anonieme onderwijsfabriek die vooral over kwantiteit gaat. Een kleine school is waarschijnlijk voor elke leerling beter.” Normaal zijn

Het pesten ging door op de middelbare school. Jeroen hield zich gedeisd, maar ging zich wel verweren. Als kind gebruikte hij incidenteel geweld als hij maar hard genoeg werd geprovoceerd. “Daar deinsde ik niet voor terug. Een jongen die me trapte heb ik een keer een stuk van zijn tand gemept. Als je maar lang genoeg wordt gepest zonder dat iemand je hoort, reageert elk kind zo.” Het is geen verrassing dat Jeroen als kind het liefste binnen zat, en introverter was dan de meeste kinderen. Hij vond dieren en fossielen leuk en was geïnteresseerd in evolutie. Als achtjarig jongetje namen zijn ouders

Tip voor onderwijsgevenden Jeroen pleit ervoor dat schoolbesturen de lesboeken opendoen om te kijken of ze de stof zelf snappen. “Op sommige scholen bestaat het bestuur uit docenten die 25 jaar voor de klas stonden en nog contact hebben met wat op de vloer gebeurt. Dat is goed. Maar er zijn ook bestuurders die nooit achter hun glimmende bureaus vandaan komen.” Zijn ergernis is dat de lesstof van de exacte vakken te tekstueel is. Dat kan ertoe leiden dat een kind met dyslexie scheikunde niet begrijpt, terwijl dat niet hoeft. Jeroen werkt momenteel aan een eigen lesboek voor de exacte vakken. De eerste schetsen liggen er al. “Het wordt één boek, omdat juist de relatie tussen die vakken zo belangrijk is. Op de middelbare school is er nu zowel een natuurkunde- als een scheikundedocent die radioactiviteit uitlegt. Dat kunnen ze toch ook samen doen?”

18

Talent  september 2015


Jeroen: “Leraren vonden me een fijne leerling, denk ik, omdat ze weinig werk aan me hadden. En als iemand allemaal zevens haalt gaat het goed met hem toch?”

september 2015 Talent

19


hem mee naar een museum waar hij een ansichtkaart van een dinosaurus kreeg. Ondertussen had hij al in de krant gelezen dat dit beest er vroeger helemaal niet zo uitzag als op de kaart. Maar met dat soort onderwerpen hielden zijn leeftijdsgenoten zich niet bezig. “Ik deed me niet anders voor dan ik was, daar heb ik een aversie tegen. Ik ben nu eenmaal anders dan jullie, dacht ik. Dat maakte me misschien een buitenbeentje. Maar normaal zijn lijkt me een kwalijkere vloek.” Recent is Jeroen erachter gekomen dat hij transgender is. Dat hij zich vrouwelijk voelde leerde hij over zichzelf door zijn werk als bijles-docent: hij herkent zich vaak in de meisjes die hij lesgeeft. Achteraf gezien heeft die kwestie waarschijnlijk ook bijgedragen aan zijn gevoel anders te zijn dan anderen. De laatste maanden denkt hij veel na over zijn identiteit, bijvoorbeeld over de kleding die hij eigenlijk wil dragen. “Ik vind het niet erg als mensen zouden denken dat ik gestoord ben, omdat ik in een jurk over straat loop. Mensen die me raar vinden lach ik uit!”

Exacte vakken

Man, vrouw, het maakt niet uit. Waar Jeroen gepassioneerd over blijft is het verbeteren van het onderwijs. De manier waarop de exacte vakken werden uitgelegd op school, vindt hij verkeerd. Veel uitleg is te tekstueel en heel droog en dogmatisch. “Scheikunde wordt gedoceerd als begrijpend lezen, wiskunde als iets wat gewoon zo is en wat je moet onthouden. Dat vond ik moeilijk: er was geen logisch verband. Ik kwam van de middelbare school af en wist niet wat een integraal was. Maar dat maakte niet uit, want ik haalde toch makkelijk mijn eindexamens. Beschamend toch? Nu leer ik mijn leerlingen wat een integraal is in een uurtje.” Zijn stijl is om niet volgens het tekstboek te werken, maar veel te improviseren. En het doel is de leerlingen naast goede resultaten vooral plezier in de exacte vakken mee te geven. “Pas had ik een meisje dat tot inzicht kwam dat ze breuken kon omdraaien. Voor haar rekentoets haalde ze een 9. Soms zeggen kinderen dat ze natuurkunde leuk beginnen te vinden. Daar doe ik het voor. Ze hoeven echt niet de volgende raketgeleerde te worden, als ze maar niet hoeven aan te modderen en de theorie gewoon goed uitgelegd krijgen.” In zijn huidige werk is hoogbegaafdheid wel een voordeel, denkt hij. “Ik kan me goed verplaatsen in de leerling en volgen waarom hij of zij een bepaald antwoord geeft. Dat gaat vanzelf.” Toekomstplannen

Werken met Turkse migranten Eén dag in de week werkt Jeroen als vrijwilliger voor een educatief centrum dat zich inzet voor basisschoolleerlingen en middelbare scholieren met een achterstand. Daar geeft hij bijlessen in exacte vakken aan kinderen van Turkse en Marokkaanse migranten. Het is werk dat veel voldoening geeft. “Eén jongen van twaalf woont hier pas anderhalf jaar, spreekt al vlekkeloos Nederlands en praat over sinus en cosinus! Sommige gymnasia claimen de beste school te zijn. Maar zij pikken alleen de krenten uit de pap. Ze kiezen de leerlingen die het beste te bedienen zijn in de onderwijsfabriek, maar dat maakt niet tot de beste school. De nadruk ligt teveel op cijfers. Het gaat ze erom eruit te halen wat erin zit.”

20

Jeroen is aardig opgekrabbeld na een niet altijd makkelijke jeugd. In de toekomst ziet hij het wel zitten om voor de overheid te werken om het onderwijs te hervormen. Hij vindt inspiratie in wat Pim Fortuyn zei over het onderwijs, vlak voor hij werd vermoord. Fortuyn sprak zich uit over de kaalslag van het onderwijs en de verdwijning van de kleine buurtscholen die nu allemaal grote fabrieken worden. Over een fusiecultuur om nog groter en efficiënter te produceren. “Kleine gymnasia en dorpsscholen zijn allemaal versmolten. Ik zou vanuit de overheid decentralisaties willen doorvoeren. Het eindeloze gefuseer van bestuurslagen is een onzinnige bezigheid.” De laatste tijd borrelen bij Jeroen politieke ambities op. Hij volgt de debatten op de voet. “Ik hoef het niet met iedereen eens te zijn, maar ik wil wel volgen wat politici denken en waarom.” Maar het bijles geven helemaal verlaten? Waarschijnlijk niet, hij wil bij de basis blijven. Doorgaan met lesgeven zonder diploma gaf hem eerst nog een gevoel van falen en paniek voor de toekomst. Maar ook zonder papiertje gaat het hem goed af. “Als ik opnieuw was begonnen aan de master Educatie kon ik inderdaad leraar worden met dertig leerlingen in een klas. Maar dan had ik niet les kunnen geven zoals ik het graag doe. Nu ben ik als leraar niet afgeleid door 29 andere kinderen.” Jeroen is nu eigen baas, kan zijn tijd zelf indelen en plukt de vruchten van zijn eigen succes. Bijlesinstellingen weten hem regelmatig te vinden en schrijven hem aan. “Ik zit lekker in mijn niche en dat vind ik prima.” Om redenen van privacy is de naam van Jeroen gefingeerd. Zijn naam is bij de redactie bekend.

Talent  september 2015


Achtergrond

Hoogbegaafden en kinderen met Aspergersyndroom vertonen soms gelijk gedrag

Hoogbegaafdheid en autisme

Tekst: Priscilla Keeman

Autismespectrumstoornissen (ASS) komen relatief gezien niet vaak voor. Pakweg 1 procent van de algehele bevolking heeft het. Toch zitten tegenwoordig in iedere klas wel kinderen met een dergelijke diagnose. Wat is autisme eigenlijk? En hoe relateert het zich tot hoogbegaafheid?

september 2015 Talent

21


O

oit interviewde ik een middelbare scholier met het Syndroom van Asperger. Superslim en met een obsessie voor rockbands. Hij prees zichzelf hiermee gelukkig, want: ‘Een vriend van mij [ook een Aspie; red.] heeft een fascinatie voor schuifdeuren!’. Kinderen met ASS hebben geregeld een extreme vorm van belangstelling voor één onderwerp (denk: vliegtuigen, treintjes, tennisspelers, of - blijkbaar - schuifdeuren…). Deze belangstelling is vaak beperkt (ze verzamelen bijvoorbeeld alleen feitjes over vliegtuig-/ treinmodellen of gewonnen tennismatches) en vertonen zich herhalende en stereotiepe gedragspatronen en activiteiten (APA, 2000). Eén onderzoeker (Wing, 1996) benoemt dat als een tekort in verbeelding, waardoor stereotiep gedrag zou ontstaan. Haal je Sheldon Cooper uit Big Bang Theory voor de geest, en je hebt waarschijnlijk gelijk beeld bij bovenstaande omschrijving. Een kind met ASS heeft bovendien stoornissen in de sociale en communicatieve ontwikkeling. Denk maar aan dat wat onhandige, introverte slimmerikje in de klas. Hij kijkt je steeds niet aan terwijl je met hem in gesprek bent. Zou het autisme zijn?

Tips bij het omgaan met leerlingen met ASS • Waardeer eerlijkheid en wees oprecht. Kinderen met Asperger zijn over het algemeen verschrikkelijk eerlijk. Ook voelen zij feilloos aan wanneer jij dat niet bent… • Zoek betekenis. Soms is onduidelijk wat een kind bedoelt. Je zou het kunnen zien als ‘autistische ruis’. Dat is het niet: neem de moeite om te ontdekken wat de achterliggende bedoeling is. • Gebruik betere woorden. Controleer je automatische reacties door niet gelijk te zeggen ‘dat mag niet’ of ‘dat hoort niet’ als een kind ongepast reageert. Wees creatief en breng het vrien­ delijk. • Moedig aan wat er al is. Vind de kwaliteiten van de leerling en voed deze. • Neem babystapjes. Groei gaat langzaam. Wees geduldig. • Wees een herder. Het is gemakkelijk om in een strijd te gera­ ken. Blijf hier verre van en leid met ‘ferme, maar vriendelijke hand, met wijsheid en respect, met vertrouwen en beheerste positieve energie’. • Experimenteer. Wacht niet tot experts je vertellen wat te

De feiten over autisme Voordat we verder gaan, eerst even wat feitjes: tussen de 10 en 13 personen op de 10.000 heeft ASS (Fombonne, 2005). Tegenover één meisje met de diagnose ASS zijn er zo’n vier á vijf jongens te vinden. Keiharde duidelijkheid over wat er in de hersenen gebeurt (de stofjes serotonine en dopamine zouden een rol kunnen spelen), is er nog niet. Uit tweelingonderzoek weten we wel dat 90% van de stoornissen genetisch bepaald is (Santangelo & Tsatsanis, 2005). Ongeveer de helft van de mensen met ASS heeft een verstandelijke beperking. Maar ASS komt op alle intelligentieniveaus voor. Omdat we niet weten wat er precies in de hersenen gebeurt waardoor ASS mogelijk veroorzaakt wordt, kijken we bij de diagnose vooral naar gedrag. Zo gaan we er vanuit dat kinderen met autisme niet of onvoldoende in staat zijn gedachten, intenties, gevoelens en dergelijke aan anderen of zichzelf toe te schrijven (de Theory of Mind-theorie). We zien bij kinderen met ASS ook problemen in het anticiperen, plannen, organiseren en oplossen van problemen (de Executieve Functie-theorie). En we gaan er vanuit dat kinderen met autisme moeite hebben met het integreren van waargenomen prikkels tot een betekenisvol geheel, en daarbij onvoldoende gebruikmaken van de context (de Centrale Coherentie-theorie). En tenslotte, het aantal gevallen van ASS lijkt niet alleen toe te nemen: het is ook zo. Dit komt onder meer door verbreding van de term (van autisme naar autismespectrumstoornis), betere instrumenten voor diagnostiek en grotere bekendheid van ASS. Autisme en hoogbegaafheid

Het Syndroom van Asperger (Asperger, 1944) maakt deel uit van het autistisch spectrum en gaat gepaard met een bovengemiddeld iq. Kinderen met Asperger praten al jong op een erg volwassen manier. Ze gebruiken moeilijke woorden en komen daardoor vroeg ontwikkeld over. Het zijn ‘professors in de dop’. Door hun bovengemiddelde intelligentie vindt diagnose pas laat plaats. Waar andere stoornissen in het autistisch spectrum al rond de leeftijd van 2,5–3 jaar gevonden worden, is dit met Aspergersyndroom vaak pas het geval op de basisschool of de middelbare school. Het komt zelfs geregeld voor dat de diagnose pas ‘valt’ in de volwassenheid. De moeite met diagnosticeren blijkt ook uit de cijfers over de hoeveelheid gevallen van Asperger: dit loopt uiteen van 0.3 personen tot 48.4 op de 10.000 (Fombonne & Tidmarsh, 2003). Hoogbegaafde kinderen

22

Talent  september 2015

doen. Als je een idee hebt om de leerling te helpen, probeer dat uit. Besef welke kracht en invloed je hebt. Je neemt een ‘enorm mach­ tige en belangrijke positie in in het leven van het kind’. Uit: Opvoedwijzer Asperger. Een gids voor ouders en professionals om kinderen op het autisme spectrum beter te begrijpen. Richard Bromfield. Hogrefe, 2012.

en kinderen met ASS vertonen soms overeenkomstig gedrag. Voor ouders en begeleiders kan dit verwarrend zijn. Volgens James T. Webb in zijn boek Misdiagnoses van hoogbegaafden. Handreikingen voor passende hulp (2012) hebben beiden ‘een excellent geheugen voor gebeurtenissen en feiten’, zijn ‘verbaal vloeiend of vroegrijp’, praten of stellen onophoudelijk vragen, zijn hypergevoelig voor stimulantia, bekommeren zich om eerlijkheid en rechtvaardigheid, hebben beiden een onregelmatige ontwikkeling en kunnen zich volledig in beslag laten nemen door een speciale interesse. Er zijn ook verschillen. Zo kan een hoogbegaafde, in tegenstelling tot een leerling met het Syndroom van Asperger, wel goed omgaan met abstracte ideeën, ongestructureerde situaties en innovatieve activiteiten, zijn zijn/haar emoties over het algemeen passend bij het onderwerp of inhoud en kan de leerling in veel gevallen meeleven en sympathie tonen. Daarnaast begrijpt en gebruikt een hoogbegaafde leerling humor die te maken heeft met sociale wederzijdsheid, eerder dan alleen eenzijdige humor, woordspelletjes of een mechanische reactie op oneliners, zoals autisten zouden gebruiken. Ook is een hoogbegaafde leerling zich bewust van zichzelf en begrijpt hij/zij de impact van zijn of haar gedrag op anderen. Onderkennen van autisme in de klas

De diagnosticering van ASS is zeer uitgebreid en specialistisch werk. Het zou te makkelijk zijn om te zeggen dat er recept is voor leraren om onderscheid te kunnen maken tussen een hoogbegaafde leerlingen en leerlingen met ASS en het Syndroom van Asperger. Toch geeft Webb in zijn boek twee handvatten die het verschil concreter maken en kunnen bijdragen aan onderkenning. Hij raadt aan het gedrag van het kind te observeren als het samen


is met anderen die zijn of haar intellectuele passie delen. ‘Echte aspergerkinderen missen invoelingsvermogen en zullen in contact met de meeste leeftijdsgenoten voortdurend sociale onbeholpenheid demonstreren. Kinderen die onterecht deze diagnose hebben gekregen, gedragen zich met bepaalde leeftijdsgenoten sociaal tamelijk vaardig en genieten van tevredenstellende sociale interacties’, stelt hij. Een tweede, aanvullende manier bestaat uit kijken hoe het kind denkt dat anderen haar of hem en haar of zijn gedrag zien. ‘Hoogbegaafde kinderen hebben typisch een goed intellectueel inzicht in sociale situaties en zullen weten hoe anderen hen zien; kinderen met Asperger hebben dit niet’, licht hij toe.

Zomervakantie Het onderwijs gaat elke zomer op slot. Een lange pe­ riode van luieren of juist heel actief worden breekt aan. Voor mij betekent het vaak het bevredigen van een enorme leeshonger. Als kind vrat ik alles wat spannend en fantasierijk was. Van de ‘Geheimen van het groene woud’, ‘In de ban van de ring’ tot ‘Eric’s klein insectenboek’; elk boek schiep een nieuwe betoverende wereld. Op mijn buik in het gras keek ik onder de grassprietjes om de vrienden van Eric te vinden. Frodo en Sam waren mijn grote kleine helden en uiteraard wilde ik later schildknaap worden. Dagen lezen aan de rand van het zwembad in het dorp, de bibliotheek

Toename ASS door verbeterde diagnostiek en grotere bekendheid

werd regelmatig bezocht om een nieuwe voorraad op te halen. Later las ik met mijn zoon mee. Samen nieuwsgierig zijn naar het volgende deel van de avonturen van Harry Potter en zijn vrienden. Wat doen mijn leerlingen deze zomer? Zijn ze ook nieuwsgierig naar de wereld die je in boeken vindt of biedt het internet meer uitdaging? Dat internet

Omgaan met ASS

een uitkomst is voor alle leerlingen maar in het

Nog niet zo lang geleden ving ik een gesprek op tussen twee moeders. De eerste zei wat treurig over haar zoon: ‘Tja, hij is autistisch…’. Waarop de andere moeder trots haar arm om haar eigen zoon heensloeg, haar schouders ophaalde en zei: ‘Mijn zoon ook. En wat dan nog?’ Net als iedereen, zijn kinderen met ASS uniek. Er is dus ook geen standaardaanpak voor deze leerlingen. Het is een kwestie van de individuele leerling zien in plaats van zijn/haar ‘etiket’. Het is belangrijk dat jongeren met autisme en een normale of hoge intelligentie weten wat er met ze aan de hand is. Ze hebben inzicht nodig in hun eigen functioneren om verandering in gedrag aan te kunnen brengen. Dat kan natuurlijk in het ‘professionele circuit’. Zo blijkt cognitieve gedragstherapie succesvol, maar dan vooral in combinatie met therapie of training gericht op inzicht en begrip in het eigen functioneren. Voor ouders en begeleiders is het mogelijk om training on the job te geven. Leerlingen met ASS hebben moeite met het integreren van waargenomen details tot een betekenisvol geheel. De overdracht van kennis van de ene naar de andere situatie is soms moeizaam. Als een kind een bepaalde gedraging aanleert in de klas (bijv. stil zijn als de leerkracht spreekt), vertaalt zich dat niet automatisch naar de gymles. Ze hebben baat bij een concrete benadering, in dagelijkse situaties. Juist voor ouders en dagelijkse begeleiders zoals leerkrachten behoort dat tot de mogelijkheden. Het effect is voor het kind dan snel duidelijk. Hij/zij ziet het en ervaart het.

bijzonder voor hoogbegaafde leerlingen is duidelijk.

Priscilla Keeman is Levensloop- en Arbeids& Organisatiepsycholoog.

Voor gebruikte bronnen en meer informatie over hoogbegaafdheid en autismespectrumstoornissen: zie www.tijdschrift-talent.nl

Wordt de nieuwsgierigheid en verwondering net zo geprikkeld als toentertijd aan de rand van het zwembad? Is het op de hoogte blijven van het wel en wee van de groep waar je bij wilt horen belangrijker geworden? Een leerling verzuchtte een keer: “Wat deden jullie vroeger de hele dag toen er nog geen mobieltjes waren?”. De campings die ik bezoek zijn vrij primitief, er is vaak geen elektriciteit en zeker geen WiFi. Verveeld rondhangende pubers zie ik hier nog maar zelden. Wat doen ze tijdens die lange zomerperiode, waar gaan ze naartoe met hun ouders? Ik ga het ze vragen en zal u informeren. Ik roof de bibliotheek nog steeds leeg; een hele kist met boeken gaat mee. De verleiding om een e-reader te kopen wordt steeds groter, duizenden titels op een apparaatje van een paar honderd gram. Ook voor mij breekt een nieuwe tijd aan, ik kan er niet onderuit. Laat ik eerlijk wezen, zelfs ik heb internet gekocht op mijn mobiele telefoon.

al n heef t ialist e c e p s id id het m aafdhe ssen in o og b eg la h k s is lu s r p lde g met Lidy Mu er varin 10 jaar n a d r mee wijs . r onder delbaa

september 2015 Talent

23


Methode en didactiek

HB-methode Het oude museum houdt rekening met het zijn van de hoogbegaafde leerling

Over creatieve uitdagingen én blokkades gesproken ‘Toen het idee voor het project Het oude museum ontstond, was het aanbod van verrijkingsmateriaal nog erg klein en voornamelijk beperkt tot een moeilijke vorm van dezelfde soort opdracht’, zegt Ellen Dittrich. Dittrich is verbonden aan La Luna in Maastricht en zeer begaan met het lot van begaafde en hoogbegaafde kinderen. Samen met haar collega Annette Lehmann ontwikkelde ze een complete methode om deze kinderen goed te begeleiden. Talent vroeg Dittrich de opzet en achtergrond van de methode te verduidelijken.

  1. op avontuur  

Hoogbegaafde kinderen moeten gemotiveerd

worden. Dit kan door grote thema’s als kinderrechten, milieuproblematiek, of dierproeven bijvoorbeeld, waardoor ze “geraakt” worden. Dit kan ook door ze “mee op avontuur te nemen”, door middel van verha­ len. Daardoor worden ze nieuwsgierig en enthousiast en gaan ze actief deelnemen aan het leerproces. Anna, bijvoorbeeld, doet heel weinig op school. Ze zit voor de gezelligheid in de klas, kletst en loopt rond. Ze is absoluut niet gemotiveerd voor het schoolwerk. Ze is HB-getest, maar krijgt geen eigen programma. Ze werkt slordig en langzaam. Haar scores verslechteren.   De hoofdstukken die steeds de inleiding zijn voor de opdrachten, vormen een verhalende geschiedenis

Tekst: Jonas Volkers

‘Bij La Luna waren we voor onze verrijkingsklassen vaak op zoek naar aansprekende opdrachten die een andere manier van denken vergen’, zegt Dittrich. ‘Ook wilden we het creatieve denkvermogen van leerlingen prikkelen en hun probleemoplossend vermogen aanspreken. We kwamen zeker leuke ideeën tegen, maar deze leenden zich vaak niet of nauwelijks voor structurele inzet. Met Het oude museum hebben we geprobeerd aan al deze punten tegemoet te komen.’ De methode is bestemd voor leerlingen van groep 6, 7 en 8 en combineert onderwerpen en opdrachten binnen en buiten de kunst. Het verhaal, de opdrachten en de evaluatie zorgen ervoor dat kinderen op diverse punten verder komen in hun ontwikkeling. Het pakket biedt een grote afwisseling aan werkvormen en is onderverdeeld in verschillende niveaus. Dittrich: ‘En ofschoon het pakket zeer uitgebreid is en ook zeer geschikt om zelfstandig mee te werken, blijft het van groot belang dat er een continue dialoog met het kind gevoerd wordt. Als de leerkracht bijvoorbeeld geen tijd heeft om de opdrachten te bespreken, gaat veel van het effect verloren. Ook hoogbegaafde kinderen hebben veel aandacht nodig, maar helaas krijgen ze die lang niet altijd.’

van de schilderkunst. Dit verhaal neemt je mee in de belevenissen van twee kinderen en een oude kunste­ naar waardoor opdrachten een spannende context krijgen. Nieuwe kennis wordt dan beter opgenomen. Meteen door het lezen van de eerste twee hoofdstuk­ ken van het verhaal “Het oude museum” wordt Anna geraakt. Ze wil liefst het hele boekje achter elkaar uit­ lezen (wat we natuurlijk niet goed vinden). Ze wil ook graag de (moeilijkere) B-versie maken, hoewel ze pas in groep 5 zit. Door haar serieus te nemen (“prima als je na opdracht A, ook B wilt proberen. Raak er echter niet van ondersteboven als het toch niet lukt. Dat is geen falen!”) werkt ze zo hard door dat ze beide versies aan het eind van de les af heeft.

In dit artikel wordt ingegaan op een aantal aspecten van hoogbegaafdheid, hoe kinderen kunnen blokkeren en hoe ze hiermee geholpen kunnen worden. Het oude museum wordt als kapstok gebruikt, maar in feite kan deze werkwijze natuurlijk op iedere methode die in de klas gebruikt wordt, toegepast worden.

 Aspecten van hoogbegaafdheid

24

Talent  september 2015

 Achtergrondinformatie over hoogbegaafdheid

 Opdrachten en praktijkvoorbeelden uit Het oude museum


2. Blokkades   Ieder kind kan blokkeren, maar hoogbegaafde kinderen hebben vaak meer last van blokkades dan

  3. Het ervaren van competitie

anderen. Blokkades kunnen enorm veel oorzaken hebben en het is dan ook van het allergrootst belang

  HB kinderen zijn vaak erg perfectionistisch van aard. Dit kan zich verta­

om de oorzaak te achterhalen. Dit kan in een evaluatie

len naar:

achteraf, maar eigenlijk is het van belang om zodra je

a. onderpresteren of zelfs onderduiken (als ik het niet probeer, gaat het ook

als leerkracht een blokkade signaleert in gesprek te gaan en de “ui te pellen” en samen met het kind naar oplossingen te zoeken.

niet fout); b. overal de beste in willen zijn, wat zich kan vertalen in angst om fouten te maken, maar ook in ervaren van competitie. Door altijd positieve feedback te krijgen op (te makkelijke) opdrachten kan

Blokkades kunnen door allerlei oorzaken ontstaan. Om

een kind “achterover gaan leunen”. Als het vervolgens iets echt moeilijks

enkele voorbeelden te noemen: gevoel van onrecht

krijgt kan het zenuwachtig worden en gefrustreerd.

(Floortje krijgt straf omdat ze iets kapot gemaakt zou

Isaac is een voorbeeldige leerling. Werkt altijd door, meestal zonder fouten.

hebben. Iedere keer als de leerkracht in de buurt komt

Hij komt dan ook altijd wel aan extra werk toe. Hij wordt vaak geprezen en is

wil ze haar tafel wegschuiven); faalangst (Niek begint

het lievelingetje van de leerkrachten. Wanneer hij echter fouten maakt wordt

niet met een opdracht omdat hij niet weet waar hij het

hij heel erg zenuwachtig.

antwoord moet noteren); onduidelijke instructies, niet

Fien daarentegen twijfelt vaak aan zichzelf: weet ik het wel zeker? Daardoor

mogen meespelen, niet willen tekenen omdat het toch

werkt ze veel trager en krijgt ze minder complimenten. Ook komt ze minder

nooit zo mooi wordt als je zou willen.

vaak aan extra werk toe. Ze voelt zich wel eens achtergesteld bij Isaac.

  Een voorbeeld van een blokkade komt bij een van

  In principe zijn er vele opdrachten in Het oude museum waarbij perfecti­

de eerste opdrachten voor. Dit is een puzzel, waarin

onistische kinderen tegen grenzen aan kunnen lopen, omdat in vele opdrach­

Franse, Duitse, Spaanse en Italiaanse aanwijzingen

ten de antwoorden niet voor de hand liggen en vaak niet rechtstreeks uit de

moeten worden gevolgd om gestolen schilderijen weer

tekst gehaald kunnen worden. Een opdracht waar dit veelvuldig voorkomt is

terug te brengen naar de musea. De jongen die deze

Liberté, Egalité, Fraternité. In deze opdracht wordt uitgelegd hoe kunstenaar

opdracht maakt is altijd al wat zenuwachtig, omdat

Delacroix het begrip vrijheid uitbeeldt. Daarna wordt onder meer gevraagd

hij in de klas niet als “slim” wordt ervaren en alle werk

hoe de leerlingen fraternité en egalité zouden kunnen afbeelden. Dit mogen

mee moet maken. Hij raakt hiervan in de stress en

ze tekenen of beschrijven.

wordt dan zeer onzeker, waardoor hij vaak gaat huilen. Een voorbeeld: Isaac en Fien zitten samen aan tafel aan dezelfde opdracht te Lisa en Rian werken aan de opdracht. Lisa kent een

werken. Ze zijn vol enthousiasme begonnen. Als de leerkracht komt kijken en

paar woorden (ze gaat altijd in Frankrijk op vakantie..)

zegt “goed zo, Isaac, wat ga je snel!” wordt Fien al wat geïrriteerd. Zij werkt

en begint in te vullen. Rian daartegen zit met tranen in

langzamer omdat ze vaker dingen opzoekt. Wanneer Isaac aan de leerkracht

zijn ogen. Hij weet niet hoe hij de opdracht aan moet

vraagt of hij de volgende opdracht ook mag maken, neemt de irritatie bij Fien

pakken en geeft de opdracht een 10 voor moeilijk

toe. Zij wil de volgende opdracht niet maken en geeft aan dat ze de opdrach­

en 3 voor leuk. Als we vragen waarom, begint hij te

ten stom vindt (moeilijk 8, leuk 3). Wanneer de leerkracht met haar in gesprek

huilen en snikt “ik snap het niet”. Hij voelt zich dom

gaat blijkt dat ze gedemotiveerd raakt van Isaacs tempo en van de compli­

en verdrietig. Hij moet op weg geholpen worden en

mentjes die hij altijd krijgt. Door Fiens gevoel serieus te nemen (een heel be­

heeft zekerheid nodig. Door te vertellen dat veel HB-

grijpelijk gevoel, bij HB-mensen ontstaat vaak een gevoel van competitie!) en

kinderen geen fouten durven te maken (Lisa wordt er

ook hiernaar te handelen (ook Isaac uitleggen dat hb mensen snel competitie

bij betrokken: ken jij dit gevoel ook? En hoe heb jij het

ervaren) en Fien met iemand laten samenwerken die meer eenzelfde tempo

aangepakt?) gaan ze aan de slag.

heeft, gaat zij weer met plezier aan de slag.

september 2015 Talent

25


4. Om hulp vragen   Hoewel leerkrachten veelal op zoek zijn naar

  5. Beleving   Bij La Luna zijn we eigenlijk steeds bezig met evalueren. Zodra we zien

verrijkingsmaterialen die kinderen zelfstandig kunnen

dat er iets gebeurt tijdens werk, in de samenwerking, tijdens spel of anders,

maken in de klas, is de juiste begeleiding van essentieel

wordt aan de kinderen gevraagd om hun beleving te geven (middels de

belang. Indien een kind niet verder kan werken, om

methode Wereldtaal/www.laluna-maastricht.nl). Waarom evalueren wij met

welke reden dan ook, is het van belang dat dit gesig­

cijfers of symbolen? In de eerste plaats omdat iedereen dit kan, ook al kun je

naleerd en opgelost wordt. Veel hb-kinderen willen of

nog niet goed je gevoelens verwoorden. Daarnaast is het de snelste manier, je

durven niet om hulp te vragen en raken gefrustreerd

kunt altijd even snel tussendoor polsen hoe het gaat. Ook vinden hb kinderen

of worden traag. Het heeft dan geen zin om hen ach­

het vaak vervelend om uitgebreid te moeten opschrijven hoe iets ging en of

teraf te berispen. Het is dan juist belangrijk hen over

(en vooral WAT) ze geleerd hebben. Het cijfersysteem is duidelijk, snel en

die blokkade heen te helpen! Zelfstandig werken wordt

accuraat. Indien een leerling in de evaluatie een laag cijfer geeft, is dat een

dan gaandeweg steeds makkelijker, omdat de leerling

signaal om in gesprek te gaan. Is een huiswerkopdracht echt te gemakkelijk of

probleemoplossend leert te denken en handelen.

speelt er iets anders? Moest het kind het huiswerk maken terwijl zijn broertje wel verstoppertje mocht spelen? Het is noodzakelijk om “de ui te pellen” en te

Faalangstige leerlingen zullen vaak tussentijds bevesti­

kijken waar de oorzaak van de negatieve beleving ligt.

ging willen hebben, maar andere HB leerlingen vragen

Het oude museum maakt gebruik van evaluatieformuleren. Het is belangrijk

juist helemaal niet graag om hulp. Zij vinden dat ze het

om de ingevulde formulieren bij elkaar te bewaren en op de gemaakte en

zelf moeten kunnen en ervaren hulp vragen als falen.

genoteerde afspraken terug te komen. De formulieren laten zo een beeld zien

Als zij een opdracht niet begrijpen (niet goed gelezen

van de groei en ontwikkeling!

of een onduidelijkheid in de uitleg), kunnen ze volledig blokkeren of “ze doen maar wat”.

HB-kinderen zijn vaak koppig en enigszins star in hun denkpatronen. Ze bekijken de wereld vaak zwart-wit vanuit een gevoel van onveiligheid. In het

  In de opdracht Stromingen moeten de leerlingen

samenwerken kunnen ze vaak op een bazige manier de leiding nemen of juist

aan de hand van een tabel twee schilderijen beschrij­

heel gesloten zijn (vanwege angst om iets geks te zeggen bijvoorbeeld). Ze

ven uit twee verschillende kunststromingen. Deze

moeten leren kijken naar anderen, leren om te overleggen en hun mening

tabel staat vol met moeilijke woorden die even verder

leren bijstellen (ze houden vaak koppig vast aan hun eigen opvatting). Door in

in de opdracht uitgelegd worden. Aan de hand van die

samenwerking naar ieders beleving te vragen (ieder beleeft de samenwerking

beschrijvingen moeten ze ontdekken welk schilderij tot

op zijn eigen wijze!) krijgen ze inzicht in hun eigen gevoel en gedrag en dat van

welke stroming behoort.

anderen en leren ze open te staan voor de werkwijze en ideeën van anderen.

Coen en Joost gaan samen de opdracht maken. Joost

  In de opdracht over vervalsen komt een aantal vragen voor die niet

begint onmiddellijk te lezen. Coen heeft wat moeite

zijn terug te vinden in de tekst. De leerlingen wordt gevraagd de begrippen

met starten. Bij de tabel aangekomen herkent Joost

na-apen, kopiëren, plagiaat en vervalsen uit te leggen. Ze mogen hierbij de

een paar woorden en zoekt de rest op. Coen, die wat

gegeven informatie, een woordenboek of het internet gebruiken. Bij het om­

achterloopt kent deze woorden niet. Doordat de stress

schrijven van deze begrippen is zorgvuldigheid geboden, aangezien een klein

al wat oploopt en hij vindt dat hij het zelf moet kun­

verschil een andere betekenis kan geven.

nen ziet hij de uitleg van de moeilijke woorden niet, maar hij vraagt ook geen hulp aan Joost. Hij blokkeert

Als Otto en Lianne samen de opdracht maken ontstaat er irritatie. Otto gooit

volledig en doet niets meer. Hij geeft de opdracht een

met gummen en hangt over de tafel. Beide scoren de samenwerking laag. Als

4 en de samenwerking een 5). In een gesprekje wordt

we in gesprek gaan blijkt dat Lianne Otto op een kattige toon heeft berispt

uitgelegd dat hb kinderen niet graag om hulp vragen,

voor zijn slordige en trage werken. Otto voelt zich daardoor gekwetst en gaat

omdat ze dit als falen kunnen ervaren vooral als het bij

uitdagen. Door Lianne te vertellen dat haar manier van feedback geven bij

een ander kind wel lukt.) Om hulp vragen is dus een

Otto vervelend overkomt en dat Otto’s trage werk bij Lianne voor frustratie

leerpunt voor dit kind.

zorgt (zij wil de opdracht graag goed doen) krijgen ze meer begrip voor elkaar en komt er weer rust.

Brede visie, diversiteit en afwisseling

Wanneer men een thema vanuit verschillende invalshoeken benadert, wordt het academisch denkvermogen aangesproken: men ontwikkelt nieuwe denkpatronen, komt tot nieuwe inzichten en ontwikkelt een bredere visie. Het oude museum behandelt dan ook een groot aantal aspecten die rechtstreeks of zijdelings met schilderkunst te maken hebben met behulp van de vakken taal, begrijpend lezen, rekenen, economie, geschiedenis, aardrijkskunde, Engels, alsmede creatieve, filosofische en “denk-opdrachten”. Dit maakt het uitermate geschikt om als structurele verrijking in te

26

Talent  september 2015

zetten en het is dus niet nodig om telkens per vak apart verrijkingsmaterialen te zoeken. Doordat regelmatig in één opdracht materie vanuit verschillende vakgebieden benaderd wordt, blijft het tevens boeiend. Ook binnen ieder hoofdstuk wordt er zoveel mogelijk afgewisseld tussen vakken en werkvormen. Een van de meest voor de hand liggende valkuilen voor HBleerlingen is dat door het gebrek aan uitdagend lesmateriaal hun capaciteiten te weinig worden aangesproken, waardoor ze bepaalde


6. Feedback   In de evaluatie is het ontzettend belangrijk om kinderen seri­ eus te nemen, hun het gevoel te geven dat hun beleving echt is en dit gevoel zeker niet afdoen met een dooddoener. HB-leerlingen kunnen heel goed meedenken over hun leerproces en leerbehoef­ ten. Dat wil zeker niet zeggen dat ze aan hun lot moeten worden overgelaten. Er dienen eisen gesteld worden aan hun werk en grenzen gesteld worden aan hun gedrag. Het is wel van belang dat er uitgelegd wordt waarom je iets verwacht. Als je op een derge­ lijke manier communiceert voelt een kind zich serieus genomen.

Ellen Dittrich en Annette Lehmann

HB-kinderen hebben vaak de neiging schriftelijk korte antwoor­ den te geven. Vaak is het antwoord niet volledig, of staan er zelfs

  7. D urven denken

maar halve zinnen. Dit kan duiden op slordigheid, desinteresse, slecht lezen (ook dyslexie), maar het kan ook gebeuren dat een hb-

  Als je op een andere manier denkt en beleeft en daardoor

kind de vraag volledig anders interpreteert.

een afwijkende kijk op iets hebt, word je wel eens vreemd aan­

De manier waarop vervolgens feedback gegeven wordt is erg

gekeken of zelfs uitgelachen. Als dit vaak voorkomt ga je dit als

belangrijk. Kinderen die vastzitten kunnen moeilijk met feedback

onveilig ervaren en zeg je liever niets meer. Zo zijn er vele (vooral

omgaan en kunnen dichtklappen. In zo’n geval is het belangrijk dat

perfectionistische en/of faalangstige) leerlingen die niet meer

je uitlegt waarom je de feedback geeft.

hun mening over iets durven uit te spreken of die geen antwoord

Het komt ook vaak voor dat een leerling een ander antwoord op

durven te geven op een vraag die ze niet zeker weten: ze durven

papier zet dan hij in zijn hoofd heeft. Even informeren naar wat

ook geen “gokje” te wagen, omdat het fout zou kunnen zijn. Deze

het kind weet en het antwoord mondeling laten formuleren is dan

angst beperkt hun creatieve, probleemoplossende denkvermogen.

heel zinvol. De feedback is dan ook geheel anders van aard dan wanneer het antwoord gewoon fout geteld wordt.

Op een heel eenvoudige manier is het mogelijk om het “durven denken” weer te stimuleren. Door tijdens (kring)gesprekken,

  In de opdracht De verloren zoon lezen de leerlingen een stuk

voorlezen, bespreken van krantenartikelen regelmatig vragen te

Bijbeltekst. Vervolgens wordt van de leerlingen gevraagd ant­

stellen als: “Hoe zou jij reageren, hoe zou jij dat vinden; wat denk

woord op een aantal open vragen te geven en te beargumenteren.

je dat er gebeurt; hoe denk je dat deze persoon reageert etc.“

Voorbeeldvragen zijn: Wat heeft dit verhaal te maken met “spijt”

nodig je leerlingen voortdurend uit hun ideeën te exploreren en te

en “een tweede kans krijgen”? Of: Welk van onderstaande 5 schil­

ventileren. Let wel: dit kan alleen indien je een veilige omgeving

derijen geeft volgens jou het beste de bedoeling van het verhaal

hebt gecreëerd en zelfs dan zullen bepaalde leerlingen in het be­

weer?

gin zeer gestimuleerd moeten worden om te “durven denken”.

Een prima oefening voor Merlijn. Merlijn praat en denkt ontzet­

  Vanaf de 18e eeuw werden de schilderijen van veel kunste­

tend snel. Hij heeft echter een handicap: dyslexie. Open vragen

naars meer maatschappijkritisch. In de opdracht Aanstootgevende

zijn vaak lastig voor hem omdat hij moeite heeft met formuleren

kunst wordt de leerlingen gevraagd wat zij hiervan vinden. Naar

op papier, deels door zijn dyslexie en deels door zijn enorm diver­

aanleiding van een aantal begeleidende vragen geven zij niet al­

gente en associatieve denkpatronen. Als je met hem zijn antwoor­

leen hun mening, maar beargumenteren ze die mening ook.

den op open vragen doorneemt (met het oog op de middelbare

In de opdracht Symboliek kijken leerlingen naar voorwerpen,

school!) zegt hij regelmatig: “dat staat er toch!” Bij nader inzien

dieren of personen in schilderijen die ergens naar verwijzen. In de

blijkt een deel van het antwoord te ontbreken, terwijl hij het wel

opdrachten leren zij die symboliek in schilderijen te ontdekken,

in zijn hoofd heeft. Inmiddels is hij zover dat hij er de humor van

maar vervolgens moeten ze nadenken over welke symbolen ge­

inziet, maar in het verleden kon hij volledig blokkeren als hij een

bruikt zouden kunnen zijn voor bepaalde begrippen zoals dood en

antwoord fout had.

eindigheid en uitleggen waarom ze dat denken. Dit doet met name een beroep op creatief denken. Voor Rein een lastige opdracht. Rein heeft een zeer uitgesproken mening, maar vindt het moeilijk deze te beargumenteren. “Dat

vaardigheden niet of te weinig ontwikkelen. We denken dan aan doorzettingsvermogen, probleemoplossend denken en handelen, discipline en leren.. leren. Het oude museum kent een opbouw in de soort opdrachten: hoe verder de leerling komt, hoe meer de opdrachten een beroep doen op hogere denkstrategieën, zoals creatieve denkvaardigheden, het vormen van een eigen mening en deze beargumenteren en het werken met abstracte begrippen en symbolen. Voor meer informatie: www.laluna-maastricht.nl, ellen.dittrich@planet.nl

vind ik gewoon!”, zegt hij. Thijs leest zijn mening en (zeer sterke) argumentatie voor. Vervolgens wordt Rein de vraag gesteld: “Als je nu deze argumenten hoort, zou je er dan anders over denken?” Rein houdt echter halsstarrig aan zijn mening vast. Er wordt met hem gesproken over het feit dat hb-mensen vaak vasthouden aan hun mening, omdat ze het falen vinden om van mening te verande­ ren. En dat het soms juist van intelligentie kan getuigen dat je met informatie van anderen iets doet. Rein geeft vervolgens aan dat hij de argumenten van Thijs wel goed vindt, maar dat zijn mening niet verandert!

september 2015 Talent

27


Methode en didactiek

Wel of geen aparte klassen? Ondanks het groeiende besef dat hoogbegaafdheid meer is dan alleen een hoge score op een IQ-test, worden resultaten van een begaafdheidsonderzoek nog steeds voornamelijk bepaald aan de hand van IQ-scores (McClain & Pfeiffer, 2012). Zo’n IQ-test brengt, net als de reguliere toetsen op school, voornamelijk analytische vaardigheden van een leerling in kaart. Hoe goed kan een leerling logica ontdekken in patronen? Is de leerling goed in het analyseren van verbanden tussen woorden of cijfers?

D

eze vaardigheden zijn inderdaad van belang in het voorspellen van schoolsucces, maar leerlingen kunnen ook op hele andere gebieden uitblinken. Sommige leerlingen hebben bijvoorbeeld een hele grote fantasie en komen vaak met erg originele en creatieve ideeën. Anderen zijn juist erg gericht op het praktische resultaat van hun handelingen: ze willen meteen aan de slag en werken effectief toe naar het eindresultaat. Volgens de theorie van succesvolle intelligentie (Sternberg, 2011) is de ene werkwijze niet beter dan de andere, maar is het de combinatie van analytische, creatieve én praktische vaardigheden die de kans op succes bepaalt.

Triarchisch onderwijs

28

Ondanks dat leerlingen vaak een sterke voorkeur voor een van de drie werkwijzen hebben, beschikken alle leerlingen in meer of mindere mate over analytische, creatieve en praktische vaardigheden. Om de talenten van alle leerlingen optimaal te benutten, kunnen leerkrachten in hun instructie aandacht besteden

Talent  september 2015


aan de drie typen denkstijlen en de voorkeuren van leerlingen. Bijvoorbeeld, een leerkracht zou in een taalles eerst de betekenis van een woord toe kunnen lichten. Vervolgens kunnen analytische vaardigheden gestimuleerd worden door het woord te verbinden aan woorden die de leerlingen eerder geleerd hebben. Maar door de leerlingen vervolgens een verhaaltje te laten schrijven met daarin de nieuw geleerde woorden, kunnen ook creatieve vaardigheden verder ontwikkeld worden. Bovendien zouden praktische en organisatorische vaardigheden gestimuleerd kunnen worden door de leerlingen te vragen hun verhaal te presenteren of na te spelen. Onderzoek heeft laten zien dat leerlingen door deze manier van lesgeven vaardigheden waarin ze minder onderlegd zijn verder ontwikkelen (Grigorenko, Jarvin, & Sternberg, 2002). Bovendien bleek dat ook analytische, creatieve en praktische talenten nog verder gestimuleerd werden als opdrachten op verschillende manieren werden aangeboden. Triarchische instructie biedt daarmee ook hoogbegaafde leerlingen de kans zich optimaal te ontwikkelen in de drie gebieden. Het Aloysius College biedt hoogbegaafde leerlingen deze kans in de Class for the Gifted. Class for the Gifted

Het Aloysius College in Den Haag is gespecialiseerd in het onderwijs aan (hoog)begaafde leerlingen en heeft in het kader van een doorlopende leerlijn PO/VO/WO voor leerlingen uit groep 7 en 8 van de basisschool in 2011 de Class for the Gifted opgericht. In deze klassen van ongeveer 20 leerlingen van verschillende basisscholen uit de Haagse regio, volgen leerlingen één ochtend in de week een speciaal voor hen ontwikkeld programma, waarin er een beroep wordt gedaan op hun analytische, creatieve en praktische intelligentie. Dit komt aan bod in de vakken wiskunde, onderzoeken & ontwerpen en robotica. Met dit excellentieprogramma wordt niet alleen een beroep gedaan op de cognitieve vaardigheden van de leerlingen, maar wordt ook vooral een beroep gedaan op de metacognitieve vaardigheden. Door “leren leren” te integreren in de vakken en door samen te werken krijgen de leerlingen inzicht in hoe zij tot een bepaalde prestatie gekomen zijn en leren zij hoe zij dit de volgende keer kunnen verbeteren. Hierbij worden leerlingen gecoacht om buiten hun comfortzone te treden en hun vaste denkpatronen te doorbreken. Door samenwerking leren leerlingen van elkaars intelligenties en kunnen ze hun eigen competenties uitbreiden en versterken. Bovendien vinden leerlingen op sociaal-emotioneel gebied herkenning in elkaar, een stimulans om zich te ontwikkelen. Onderzoek naar effecten

Leerlingen die deelnamen aan de Class for the Gifted werden steeds beter in praktische opdrachten.

Vanuit de Radboud Universiteit Nijmegen is er onderzoek gedaan naar de effecten van de Class for the Gifted. In het onderzoek werd de ontwikkeling van de 32 hoogbegaafde kinderen die deelnamen aan het verrijkingsprogramma vergeleken met 34 hoogbegaafde klasgenoten die door loting of andere redenen niet deelnamen. Resultaten lieten een leereffect zien op

september 2015 Talent

29


praktische vaardigheden: leerlingen die deelnamen aan de Class for the Gifted werden steeds beter in praktische opdrachten, terwijl er in de hoogbegaafde leerlingen in de controlegroep geen ontwikkeling te zien was. Ook op sociaal-emotioneel gebied bleek de Class for the Gifted positieve effecten te hebben. De motivatie van hoogbegaafde kinderen in de controlegroep was aan het eind van het schooljaar lager dan aan het begin van het schooljaar. De kinderen die deelnamen aan de Class for the Gifted behielden echter hun motivatie gedurende het schooljaar. Bovendien werd het zelfbeeld van de leerlingen die deelnamen aan de Class for the Gifted steeds positiever, terwijl het zelfbeeld van hun hoogbegaafde klasgenoten niet veranderde.

Zomaar een donderdagochtend in lokaal 237 van het Aloysius College Ervaringen van een docent Ik kijk de klas rond en zie twintig kinderen uit groep 7 en 8 van verschillende Haagse basisscholen die uitgedaagd worden. Die uitdaging, dat is de constante. Wèlke uitdaging, dat is elke week, bij elk onderdeel en bij elk kind weer anders. We zijn bezig met het vak robotica. De leerlingen werken in groep­ jes van drie. Links vooraan is een groepje van drie jongens een prachtige robot aan het bouwen. Ze hebben met hun basisschool al eens meegedaan aan de First Lego League en zijn nu hun eer­ dere werk exact aan het nabouwen. Hun uitdaging is om een stapje verder te durven gaan, en nieuwe toepassingen te bedenken: zij

Toekomst

Zelfs wanneer hoogbegaafde leerlingen slechts één ochtend in de week doorbrengen in een verrijkingsklas heeft dat al positieve effecten op zowel hun cognitieve als sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook ouders zien de positieve effecten van de Class for the Gifted: ‘Mijn kind is eindelijk gelukkig in deze klas en neemt zelfs vriendjes mee naar huis’. Door in het onderwijs niet alleen te richten op analytische, maar ook op praktische en creatieve vaardigheden kunnen leerlingen een breder scala aan talenten te ontwikkelen. De vraag naar een excellentieprogramma als de Class for the Gifted is de afgelopen jaren sterk toegenomen. In augustus 2015 starten er weer 60 tot 100 enthousiaste leerlingen uit groep 7 en 8 in de Class for the Gifted op het Aloysius College in Den Haag.

leren hun creatieve denkvaardigheden aan te spreken. Auteurs Daarachter een groepje dat is samengesteld uit drie eenlingen. Alledrie de beste van hun groep op de basisschool, en gewend om door hun meester en juf apart te worden gezet om vooruit te werken. Bij dit groepje is er nog geen robot –er is zelfs nog geen plan. Er is wel een heleboel ruzie: hun uitdaging is dit keer om te leren samenwerken.

Joyce Gubbels, promotieonderzoeker, Radboud Universiteit Marjolein Verhage, docent en coördinator Class for the Gifted, Aloysius College Odilia Heetman, conrector gifted education en gymnasium/atheneum, Aloysius College Dr. Eliane Segers, universitair hoofddocent, Radboud

Zo zijn er ook leerlingen die nooit eerder met technisch lego hebben gewerkt. Die eerst hun angst voor het materiaal moeten overwinnen. Er zijn leerlingen die eerst doen en daarna denken:

Universiteit Prof. Dr. Ludo Verhoeven, hoogleraar orthopedagogiek, Radboud Universiteit

zij leren dat je soms betere resultaten behaalt als je van tevoren je praktische en analytische denkvaardigheden gebruikt. Er zijn

Het onderzoek is uitgevoerd door Joyce Gubbels,

leerlingen die oeverloos nadenken en die pas durven te beginnen

promovendus aan de Radboud Universiteit, in nauwe

als hun plan van aanpak perfect is –nooit, dus. Zij leren dat fouten

samenwerking met Odilia Heetman, initiatiefneemster

maken tijdens het proces héél leerzaam (en onvermijdelijk!) is.

en Wim Kauw, coördinator van de Class for the Gifted. Resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in The

Soms is het moeilijk, en soms zijn er tranen. Soms moeten ze op

Journal for the Education of the Gifted (Gubbels, J.,

hun tenen lopen om de opdracht te volbrengen – dat hebben ze

Segers, E., & Verhoeven, L. (2014). Cognitive, socio-emo-

niet vaak hoeven doen, op school. Dat is wat we ze leren. Dan te

tional and attitudinal effects of a triarchic enrichment

zien dat ze elke donderdagochtend weer stuiterend van enthousi­

program for gifted children. Journal for the Education of

asme naar het AC komen, is heerlijk.

the Gifted, 37, 378-397. doi: 10.1177/0162353214552565). Voor meer informatie over de Class for the Gifted: http://www.aloysius.nl/2014-12-29-14-23-30/ class-for-the-gifted.html

Zie voor de literatuurvermeldingen: www.tijdschrift-talent.nl

30

Talent  september 2015


Carla Desain is journalist/ orthopedagoog en moeder van een 18-jarige hoogbegaafde zoon. In Talent zoekt zij telkens de leukste én leerzaamste lees- en spelmaterialen uit voor uw kind en/of leerling.

S COR ’ A RL CA

NER

Moeten we bang zijn voor gluten? Nadine gebruikt voor haar uitleg infor­

thinkrolls Na een hele dag testen

shows van 30 à 45 minuten is acteur Wil

matie uit diverse actuele artikelen en we­

Wheaton (uit Star trek: The next genera-

tenschappelijke blogs, waardoor de korte

tion). Hij ontvangt telkens drie celebs,

filmpjes behoorlijk wat diepgang hebben.

meestal jonge acteurs en presentatoren

(en afkeuren) van game-

van nerdy films en tv-programma’s als The

www.youtube.com; zoek op Wetenschaps-

apps, ontdekte ik het

Big Bang Theory en MythBusters. Gevieren

Weetjes

heerlijke Thinkrolls. Een

spelen ze aan een grote tafel telkens een

simpel vormgegeven

ander bord- of kaartspel. Klinkt saai? Dat is het allesbehalve. De conversaties zijn

Een van mijn favoriete

figuurtje moet laten rollen en vallen – op

vermakelijk. Er wordt gegrapt, samen­

prentenboeken is Nip-

weg naar een vriendje. De hindernissen

gespannen, geplaagd, gewanhoopt. De

pertje, geschreven door

worden langzaamaan ingewikkelder; al

eerste paar beurten worden helemaal ge­

Rian Visser en gete­

spelend wordt vanzelf duidelijk hoe je

filmd, daarna zijn soms stukken versneld

kend door Noëlle Smit.

ermee moet omgaan: koekjes (opeten),

weergegeven. Waar nodig wordt de spel­

Uitgeverij Gottmer maakte er een mooie

kisten (opzij schuiven of als opstapje

regel of de puntentelling die aan de orde

app van. Het egeltje Nippertje wil vóórdat

gebruiken), vuur, ijs, ballonnen, sloop­

is, in geschreven tekst kort toegelicht.

hij met mama mee gaat, eerst nog een

kogels, springmatrassen, liften. In het

Met vette knipogen naar realityshows

blokkentoren bouwen, piano spelen,

ouder-menu staat wel uitleg. Hoe verder

en talentenjachten: Onderonsjes met

de bloemen bekijken in de tuin van de

je komt, hoe beter je vooruit moet kijken

de camera bij wijze van videodagboek,

buurman of een praatje maken met een

en na moet denken over de volgorde van

een winners wall en een losers lounge.

aardige mevrouw. Zijn moeder is bang dat

je oplossing. Heel prettig: als je een fout

TableTop is zowel entertainment op zich,

ze te laat komen – te laat voor de bus, te

maakt, hoef je niet opnieuw te beginnen,

als een inspirerend tipprogramma over

laat voor school. ‘Opschieten, Nippertje!

maar kun je die ene hindernis opnieuw

leuke spellen. Engelstalig.

We moeten gaan’, roept ze telkens.

proberen. Prima spel, al begrijp ik niet waarom de moeilijkere levels eerst

De app bevat twee versies van het ver­ www.youtube.com; zoek op ‘tabletop’

vrijgegeven moeten worden in het oudermenu. Van 3 tot 8 jaar. Voor tablets en smartphones; € 2,99

tabletop En ik maar denken dat jongeren hun filmpjes kort-korter-kortst wil­ len… Mijn zoon van 18 is verslingerd aan de YouTube-show TableTop, die al aan z’n derde seizoen bezig is. Gastheer in deze

nippertje

verticaal doolhof, waardoorheen je een

haal: een met bewegende tekeningen en een digitaal prentenboek waarbij je zelf

wetenschapsweetjes WetenschapsWeetjes is het nieuwe YouTubekanaal van wetenschaps­ journalist Nadine Böke. Elke week woensdag plaatst zij een nieuwe videocolumn van een paar minuten. Hierin behandelt Na­ dine een brandende wetenschapsvraag, liefst een die haar door een kijker voor­ gelegd is. Waarom zijn de bananen krom? Waarom hebben mannen tepels?

kunt meelezen met de prettige voor­ leesstem. Verder kun je zelf een filmpje maken met de figuren uit het verhaal, een kleurplaat inkleuren of spelletjes doen (plaatjes-sudoku, legpuzzel, memory). Ook goed in de klas te gebruiken als de iPad aangesloten wordt op het digibord. Vanaf 2 jaar. Voor de iPad; € 2,99

september 2015 Talent

31


Verschenen bij Van Gorcum

Natuur en techniek geven Praktische vakdidactiek voor het basisonderwijs Herman de Jongh, Frans van Bussel, Mart Ottenheim Het schoolvak natuur en techniek biedt ongekend veel mogelijkheden om je lessen toe te passen in de werkelijkheid. Als leerkracht kun je die werkelijkheid naar binnen halen, maar haar ook buiten opzoeken. Er zijn veel thema’s, werkvormen en materialen mogelijk die je helpen om inhoudelijk aan de kerndoelen te voldoen. De kunst is om ervoor te zorgen dat die inhoud ook opgenomen wordt. Daarvoor moet je de juiste didactische keuzes maken in uiteenlopende situaties. Natuur en techniek geven combineert daarom vakinhoudelijke kennis met vakdidactiek. Het zit boordevol werkvormen, lessuggesties en opdrachten die je helpen om uitdagende lessen te geven. Op www.natuurentechniekgeven.vangorcum.nl vind je meer informatie over de digitale verrijking bij Natuur en techniek geven.

Onze prijs:

39,95

2015 | 296 p. | 2e | ISBN 978 90 232 5217 7

Koninklijke Van Gorcum Postbus 43, 9400 VA Assen T 0592-37 95 56 F 0592-37 95 52 E klantenservic@vangorcum.nl

Verschenen bij Van Gorcum

Beschermjassen op school Aandacht voor verschil in het onderwijs Kitlyn Tjin A Djie en Irene Zwaan • Wat heeft een leerling die ‘anders’ is nodig om zich veilig te voelen in de klas? • Welke rol speelt de leraar in het creëren van een aangenaam, ondersteunend en stimulerend leerklimaat? • Hoe kun je aandacht hebben voor empathie en compassie in onderwijs? • Op welke manier kunnen krachtbronnen ofwel beschermjassen uit de familie, historie en cultuur van het kind én de docent ingezet worden op school?

Onze prijs:

17,95

Aandacht voor diversiteit op school is aan de orde van de dag, zeker met het oog op passend onderwijs. Leraren toerusten op omgaan met verschil – bij de ander en bij zichzelf – is essentieel in deze tijd. Openhartige en herkenbare verhalen van professionals, ouders en kinderen – van basisonderwijs tot hoger beroepsonderwijs – brengen de theorie tot leven. Praktische tips helpen om er gelijk mee aan de slag te gaan. 2015 | 112 p. | 1e druk | ISBN 978 90 232 5365 5

Koninklijke Van Gorcum Postbus 43, 9400 VA Assen T 0592-37 95 56 F 0592-37 95 52 E klantenservic@vangorcum.nl

Talent  

Talent is het tijdschrift over hoogbegaafde kinderen voor begeleiders (leerkrachten en leerlingbegeleiders) en ouders.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you