Page 1

7 ER 201

H

B SEPTEM • 5 . r n g 19 • jaargan

PO B

RTRE

T

uijvestijn

D Tamara

a t a n e R

d j i r t s s ’ a v o k i s m a H kind

e d f a a g be g o o h et h n a v en t h c e r e d r o o v De chaotische maar

o zo boeiende biologieles van juf Lies

Hoe gaat

Leiden met talent om? © 2017 Koninklijke Van Gorcum

Vastgelopen? Rust, begrip en erkenning bieden

uitkomst


Drie jaar Boijmans Taal- en Rekenprogramma

FOTO’S: WOLF BRINKMAN

Kunst = Taal en Rekenen Dit nieuwe boek vormt een inspiratiebron voor leerkrachten die anders met de vakken taal en rekenen willen omgaan. Het biedt handvatten om de verbeeldingskracht van beeldende kunst een vaste plek in het onderwijs te geven op een manier die de natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen aanspreekt.

Wolf Brinkman Elsje Miedema Catrien Schreuder

Drie jaar Boijmans Taal- en Rekenprogramma Wolf Brinkman, Elsje Miedema, Catrien Schreuder

2017 - 116 pag. - € 18,95 ISBN 978 90 232 5535 2

Bestel via webwinkel.vangorcum.nl of vul deze bon in! COLOFON

K=TenR_stopper_DEF.indd 1

Onafhankelijk tijdschrift over (hoog)begaafdheid. Verschijnt zes keer per jaar. www.tijdschrift-talent.nl HOOFDREDACTEUR Frank Stienissen FOTOGRAFIE Shutterstock, aangeleverde foto’s. VASTE MEDEWERKERS Marrigje de Bok, Maryan Camps, Ben Daeter, Carla Desain, Bruno Emans, Katja Keuchenius, Jan te Nijenhuis, Annette Bolder-Oorthuysen, Els Schrover, Ellen Sinot, Inge Slaats, Anne van Kessel, Maddy Hageman, Annemieke van Manen, Priscilla Keeman, Martin van Rooij, Mariska van Sprundel REDACTIEADRES Dennenlaan 11, 5553 CV, Valkenswaard, info@stienissenmedia.nl, 06 - 51 10 64 34 Voor nieuwe abonnementen, verhuizingen of opzeggingen: klantenservice@vangorcum.nl UITGEVER Koninklijke Van Gorcum BV Postbus 43, 9400 AA Assen Tel. 0592-379555 Fax 0592-379552 E-mail: klantenservice@vangorcum.nl www.vangorcum.nl

2

ABONNEMENTEN Een abonnement (inclusief inzage online archief en website) kost € 57,50 per jaar (incl. 6% btw en porto). Instellingen betalen € 69,95. Studenten betalen € 49,95 (kopie collegekaart meesturen). Losse nummers kosten € 12,95 (+ porto). Nieuwe abonne­menten kunnen op elk gewenst tijdstip ingaan.

Zoekt u een boek over hoogbegaafdheid? www.hoogbegaafd.nl

Een abonnement wordt automatisch verlengd, tenzij een schriftelijke opzegging is ingediend bij afdeling Klantenservice van Koninklijke Van Gorcum: klantenservice@vangorcum.nl. ADVERTENTIES Neem contact op met Ray Aronds van Recent BV: ray@recent.nl Telefoon 020-3308998 Postbus 17229 1001 JE Amsterdam © COPYRIGHT 2017 Koninklijke Van Gorcum, Assen. Alle auteursrechten ten aanzien van de inhoud van deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. ISSN 1388-1809

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum

10-01-17 14:02


VREEMD ADVIES ONDERWIJSRAAD

TALENT JAARGANG 19 NR. 5 SEPTEMBER 2017

De Onderwijsraad vindt dat de leerling te veel centraal staat! De raad waarschuwt voor ongewenste maatschappelijke effecten van individualisering in het onderwijs. Minister Bussemaker werd daar zeer recent van op de hoogte gebracht. Volgens voorzitter Henriëtte Maassen is de ‘leerling centraal’ een te ‘diffuus begrip’. Wordt hiermee nu de pedagogische, didactische of bijvoorbeeld curriculumtechnische variant bedoeld? Volgens haar is differentiatie van onderwijs naar mens en mogelijkhe-

4 Z IJN HOOGBEGAAFDE KINDEREN (ON)GELUKKIGER DAN ANDERE KINDEREN?

Intelligentie kan je succesvol maken, maar ook je geluk in de weg staan. Hoogleraar Raj Raghunathan schreef er een boek over: If you’re so smart, why aren’t you happy? De Stelling gaat deze keer over geluk. Raghunathan wijst erop dat het nastreven van ‘de beste willen zijn’ juist ongelukkiger maakt omdat je je dan met anderen gaat vergelijken. Hoe denken experts en begeleiders hier over?

den in strijd met de ‘maatschappelijke doelen van het onderwijs.’ De raad vindt het van groot belang dat het kind goed ‘socialiseert’. De raad laat geen spaan heel van het werk van de bewindslieden Bussemaker en Dekker. ‘We hebben de afgelopen kabinetsperiode veel gefragmenteerd beleid gezien, gericht op incidentele doelen, waarvan de consequenties onvoldoende doordacht zijn.’

6 RENATA HAMSIKOVA’S STRIJD VOOR DE RECHTEN VAN HOOGBEGAAFDE KINDEREN

Productief, betrokken, eigenzinnig en ondernemend. Deze woorden typeren Renata Hamsikova. ‘Verrijken en compacten is mooi’, zo vindt ze ‘maar daarnaast is versnellen meestal beter. We moeten gewoon de ontwikkeling van een hoogbegaafd kind volgen. Meer niet. Daar hebben ze recht op. Dat staat in de Nederlandse wet.’ Een vrouw met een missie.

Misschien hebben Maassen cs. hier wel gelijk in, maar het advies om dan maar weer alles

12 CHAOTISCH EN BOEIEND GAAT PRIMA SAMEN

en iedereen over dezelfde kam te scheren,

De Topklas van de Van Dijckschool in Bilthoven krijgt biologieles van een hooggepensioneerd gepromoveerd bioloog. Een win-win-win situatie voor juf Lies zelf, juf Susanne en de kinderen. Het begon als gastles toen een meisje uit de Topklas tijdens een heide-uitje opmerkte dat haar buurvrouw Lies vast antwoord zou hebben op alle vragen die de natuur opriep. Hoe ziet zo’n les eruit?

riekt toch ook wel sterk naar ondoordacht beleid. Kinderen verschillen nu eenmaal in interesses en intellectuele mogelijkheden. In een interview met Renata Hamsikova verderop in Talent stelt deze voorvechtster voor individueel onderwijs dat hoogbegaafde

18 H OE GAAT LEIDEN MET TALENTVOLLE KINDEREN OM?

Twee jaar geleden startte de Leidse Aanpak voor Talentontwikkeling (LATO). Meer dan 20 samenwerkingspartners uit alle lagen van het onderwijs ondersteunen (hoog)begaafde kinderen en jongvolwassenen in het ontplooien van hun talenten. ‘Het is nog heikel om te doen voor slimme kinderen’, vertelt projectcoördinator Lineke van Tricht.

kinderen de stof van de basisschool in twee jaar kunnen doen. Waarom zou je deze kinderen zes jaar moeten kleinhouden? Versnellen en in het kielzog hiervan compacten en verrijken is voor haar de enige optie. Ook Lineke van Tricht zegt in het artikel over de succesvolle Leidse talentenaanpak dat goed

21 IN HB-PORTRET: TAMARA DUIJVESTIJN

Sinds acht jaar weet Tamara Duijvestijn dat ze hoogbegaafd is. ‘Die score veranderde het nodige voor me. Ik heb toen besloten om meer uit mijn mogelijkheden te gaan halen.’ Op de basisschool en de middelbare school viel ze niet zo op. Ze switchte enkele malen van studie. Nu werkt ze als office manager. Dat werk bevalt haar prima. ‘Ik heb mijn minpunten weten te accepteren.’

individuele aandacht niet makkelijk is maar heel belangrijk. Het vergt volgens haar een

22 EEN NIEUWE KANS

flexibele houding van de scholen.

Kinderen die zo ernstige problemen op school ondervinden dat zij uiteindelijk thuis komen te zitten, hebben rust, begrip en erkenning nodig. Pas als zij hersteld zijn, kan er een nieuw perspectief ontstaan. Annette Daams richtte Welzien op om kinderen daarin te begeleiden en de partijen samen te brengen. ‘Ik geloof in samenwerking, voor het gezamenlijke doel: dat het goed gaat met het kind!’.

Kortom, Onderwijsraad, het advies is goed bedoeld, de uitgangspunten zijn ook niet verkeerd, maar helaas is de maatschappij met al haar bijzondere individuen een stuk lastiger te sturen. Daar weet het onderwijs alles van. Daar worstelt het onderwijs iedere dag mee. Ik betwijfel of dit advies ons veel

EN VERDER: 11 Kort nieuws   15 Hoe een genius kan groeien  17 Column Maddy Hageman 

verder helpt. Frank Stienissen

20 Challenge  25 Column Annette Bolder-Oorthuysen 

26 Kiezen voor differentiatie door de eigen leerkracht en in de eigen klas   28 Vooruit  29 Column Annemieke van Manen  30 Carla’s Corner  31 Meten en Weten   

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

3


De stelling

Aanleiding: Intelligentie kan je succesvol maken, maar ook je geluk in de weg staan. Hoogleraar Raj Raghunathan schreef er een boek over: If you’re so smart, why aren’t you happy? Veel ouders en leraren stimuleren kinderen om de beste te zijn. In rapporten van het ministerie van OCW komt de term ‘excelleren’ ettelijke malen voor. Erkenning krijgen voor iets waar je goed/de beste in bent, kan je gelukkig maken. Maar Raghunathan wijst erop dat het nastreven van ‘de beste willen zijn’ juist ongelukkiger maakt omdat je je dan met anderen gaat vergelijken. Dit creëert een ‘eenzame’ positie, die (op langere termijn) geluk in de weg staat. Welke les kunnen opvoeders en begeleiders van hoogbegaafde kinderen hieruit trekken?

Marco Mout, oprichter WALHALLAb Zutphen Opvoeders doen altijd dingen fout; dat is nu eenmaal eigen aan het opvoedproces. Waar we met hoogbegaafde kinderen vaak de mist mee ingaan, is dat we niet goed kijken, luisteren en herkennen. Een kind geeft veel signalen en uit die veelheid analyseren dat er een

Martin Snijders, GelukkigHB

slim brein actief is, is – door de waan van de dag – behoorlijk lastig.

Kinderen leren door zichzelf te vergelijken, door na te doen. De

In het WALHALLAb krijgen

meeste kinderen willen niet zozeer ‘de beste zijn’, ze willen erbij

we regelmatig te maken

horen. Als je hoogbegaafd bent, zit daar een probleem dat je geluk

met slimme kinderen die

in de weg kan staan: de kinderen waarmee je jezelf vergelijkt zijn

in het reguliere onderwijs

namelijk wezenlijk anders dan jij.

in de knoop raakten. Wij

Veel hoogbegaafde kinderen doen enorm hun best om zich aan te

laten ze, nadat we kennis

passen aan andere kinderen en ervaren dat dit te moeilijk is. Een

hebben gemaakt, zeker

kind begrijpt niet dat dit met zijn hoogbegaafdheid te maken heeft,

twee weken aan hun lot

dat hij een andere ontwikkeling doorloopt. En hij concludeert al

over. Onze immense, creatief

snel dat hij niet goed genoeg is, misschien wel dom. Wanneer een

ingerichte ruimte en de 700 jaar

kind deze overtuiging ontwikkeld heeft, kan daar geen opvoeder

oude Kruittoren blijken steeds een

met positieve feedback tegenop. De ‘bewijzen’ uit de praktijk ver-

walhalla voor deze jongeren.

tellen het kind namelijk steeds opnieuw iets heel anders. Op deze

Neem Stef (6), die thuis alles sloopte en voortdurend

voedingsbodem verdorren complimenten.

boos was. ‘Wie kan slopen, kan ook bouwen’, hielden we

Om gelukkig te kunnen opgroeien, hebben hoogbegaafde kinderen

hem voor. Zijn eerste zelfgebouwde stoel bleek voor

(sociale) erkenning net zo hard nodig als ieder

hem een eyeopener. We stelden een helder programma

ander. Opvoeders moeten hen de juiste

op, waarin we hem steeds meer uitdaagden zijn eigen

sociale omgeving – met ontwikkelings-

talent te koppelen aan het opdoen van kennis – van

gelijken – helpen vinden. Een omge-

wiskunde tot bouwtechniek. Leren is uitdagend gewor-

ving waar je erkenning krijgt voor jou

den en Stef helpt, als een professional, mee een oude

als totaal mens. Met opvoeders die je

boerderij te verbouwen. Hij is nu 7, vrolijk, doelgericht

uitleggen dat je niet dom bent, niet

en handelbaar. En hij heeft een gereedschapskist waar

hoeft te presteren, maar dat ieder-

een bouwvakker jaloers op zou zijn…

een precies goed is zoals hij is.

4

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum


Nikky Wessels, onderwijskundige, lerarenopleider pabo de Kempel

‘HOOGBEGAAFDE KINDEREN HEBBEN ALLES OM GELUKKIG TE WORDEN, TOCH ZIJN ZE HET (LANG) NIET ALTIJD. WIJ OPVOEDERS DOEN IETS VERKEERD.’

Geluk in het onderwijs, dat is mijn missie. Daarbij vind ik het heel belangrijk dat vooral de stem van het kind gehoord wordt. ‘Waar word jij gelukkig van?’ vroeg ik de afgelopen jaren al honderden keren. Ook aan hoogbegaafde Rozemarijn (9 jaar, groep 6). Haar antwoord: ‘Ik word gelukkig als een toets goed gaat, van een knuffel van papa of mama, van dingen samen doen en van dansen en zingen in een musical. Ik word er ongelukkig van als de juf onze toetsresultaten hardop voorleest. Als ik een ‘voldoende’ heb, vragen andere kinderen dan constant aan mij waarom ik geen ‘goed’ heb als ik dan toch zo slim ben… Alsof ik geen fouten mag maken! Ik ben heus niet altijd overal de beste in. Ik wil niet dat ze zo doen, ik wil er gewoon bij horen, ik wil dat wij elkaar allemaal accepteren zoals ieder is.’ Mijn tip aan leraren en ouders: Focus op de mogelijkheden. Vraag aan een kind ‘Wat heb je nodig om gelukkig te worden? En hoe kunnen we je helpen de belemmeringen weg te halen?’ Want elk kind heeft de capaciteiten om uit te groeien tot een mooi en gelukkig mens.

ven ho lt Bi in ap ch ns ee em rg de n Ki s at la kp Jeroen Goes, directeur basisschool De Wer Lang geleden was ik zelf een slimme & lastige leerling. Op die combinatie was het onderwijs niet berekend, mijn schoolcarrière werd mede daardoor voor mij en mijn docenten een opeenstapeling van onverwachte uitdagingen. Ondertussen ben ik als schooldirecteur eindverantwoordelijk voor 600 basisschoolleerlingen. Vanuit onze oorsprong als ‘Kees Boeke-school’ willen we er zijn voor alle kinderen, ‘om hen te helpen worden wie ze zijn’. Dat geldt natuurlijk ook voor hoogbegaafde kinderen. Gezien de grote diversiteit aan hulpvragen van deze kinderen geeft dat een uitdaging voor ons allen. De leerkrachten zetten zich in om het aanbod te vergroten en om de vaak aangrenzende gedragsvragen goed te hanteren. We startten het denklab waarbij kinderen uit de groepen 5 tot en met 8 een aantal keer per week door een hiervoor opgeleide leerkracht worden begeleid. Hierbij maken we onder andere gebruik van de ‘top-down’ methodiek. Vanuit onze sterk pedagogische visie vinden we het belangrijk dat deze kinderen ook deel uit blijven maken van hun eigen groep. Hoewel ik destijds ondanks alles goed terecht kwam, vind ik het erg belangrijk om vanuit mijn huidige functie te proberen het onderwijs beter passend te maken, ook voor deze groep kinderen. Met gepassioneerde en deskundige leerkrachten gaat ook dat ons lukken. 

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

5


Interview

Renata Hamsikova strijdt met hoofd en hart voor rechten van hoogbegaafde kinderen

‘Versnellen is meestal beter’ Productief, betrokken, eigenzinnig en ondernemend. Deze woorden typeren Renata Hamsikova. Ze weet als geen ander de moderne media zo in te zetten dat haar visie over hoogbegaafdheid bij een breed publiek onder de aandacht komt. ‘Verrijken en compacten is mooi’, zo vindt ze ‘maar daarnaast is versnellen meestal beter. We moeten gewoon de ontwikkeling van een hoogbegaafd kind volgen. Meer niet. Daar hebben ze recht op. Dat staat in de Nederlandse wet.’ Een vrouw met een missie.

Tekst: Frank Stienissen, foto: Rianne Noordegraaf

E

en studie-uitwisselingsproject deed haar in Nederland belanden. En hoewel haar tongval nog steeds haar Tsjechische roots verraadt, is Renate Hamsikova volledig vernederlands. Zo als zo vaak kwam ze in aanraking met hoogbegaafdheid toen bleek dat haar zoon op school geen aansluiting vond bij de leerkrachten en leerlingen. ‘Hij sprak heel anders en zijn interesses liepen mijlenver uiteen met die van de andere kinderen. Toen hij naar de basisschool ging kon hij al lezen, was hij heel geïnteresseerd in geschiedenis en legde hij allerlei verbanden. Op school verveelde hij zich stierlijk. Hij mocht alleen maar spelen. Daar werd hij depressief van. Apathisch gedrag was het gevolg: op de bank zitten, weinig zeggen, naar buiten staren. Er kwam niks uit zijn handen. Toen hebben we eerst een dokter geraadpleegd en daarna een hoogbegaafdenspecialist ingeschakeld. Hij heeft hem toen uitgebreid getest. Daaruit kwam naar voren dat hij een zeer hoog IQ had.’ Toch kostte het nog een hele tijd om passend onderwijs voor hem te vinden. ‘Hij is versneld van 1 naar 3 gegaan en groep 3 en 4 heeft hij in één jaar gedaan. Het laatste halfjaar van de basisschool heeft hij thuisonderwijs gekregen. Hij was echt uitgeleerd. Hij scoorde gelukkig goed op de Citotoets en is naar het gymnasium gegaan.’

Voor Hamsikova markeerde deze worsteling met haar zoon het begin van een intensieve speurtocht naar de essentie van hoogbegaafdheid. Ze volgde de ECHAopleiding bij het CBO aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Haar universitaire graad als vertaalster Tsjechisch/Engels en het feit dat ze acht talen spreekt, hebben het haar wellicht iets makkelijker gemaakt om ook na haar opleiding allerlei wetenschappelijke buitenlandse bronnen te raadplegen en daar verslag van te doen. Inmiddels heeft ze acht publicaties over hoogbegaafdheid op haar naam staan, waaronder de e-boeken ‘Hoogbegaafd opvoeden – lijden of (bege)leiden?’, ‘Zorg zelf voor jouw succes!’ en de magazineglossy ‘Hoogbegaafde kinderen versnellen niet.’ In 2009 richt ze haar bureau Ieku-advies op. Ze helpt uitzonderlijk begaafde kinderen en jongeren ‘te bereiken wat ze willen en weerbaar te worden in hun leefomgeving, zodat ze onafhankelijk beslissingen kunnen nemen en leren voor eigen belangen op te komen. Dit alles met het doel zelfstandig te zorgen voor hun eigen succes en hun potentieel ten volle te benutten.’ Ook organiseert ze congressen en seminars voor ouders, leerkrachten en begeleiders. In 2011 organiseerde ze het drukbezochte congres ‘Hoogbegaafde kinderen – onze uitdaging’. HOOGBEGAAFDEN LEREN ANDERS

In de ‘Rechten van het kind’ staat dat ieder kind recht heeft op een doorgaande lijn in zijn ontwikkeling. 6

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum

Volgens Hamsikova valt er nog steeds een wereld te winnen. Veel leerkrachten hebben volgens haar geen flauw idee waarom en hoe ze hoogbegaafde leerlingen moeten laten versnellen. ‘Het besef ontbreekt dat het bij hoogbegaafde kinderen niet gaat om versnellen, maar om op de juiste manier de ontwikkeling te volgen. Hoogbegaafde kinderen leren anders en sneller en zij gedijen op complexiteit. Als een baby van negen maanden begint te praten dan zeggen ouders ook niet ’Wacht daar nog maar even mee, want dat hoor je pas over


Renata Hamsikova

ALLERLEI SOORTEN STRESS Kunt u zich de frustratie van het kind voorstellen dat dag in dag uit wacht totdat er iets zal gebeuren? Kunt u zich de eenzaamheid en het gevoel van anders zijn voorstellen? Hoogbegaafde kinderen zijn kwetsbaar in een maatschappij die verschillen moeilijk accepteert. Ze hebben hierdoor te maken met allerlei soorten stress. Het kind dat voorloopt, leert op school: 1. Hoe het zijn ideeën eenvoudig kan vertellen zodat andere kinderen het ook begrijpen. 2. Hoe het geduldig moet wachten terwijl anderen worstelen met concepten die hij al jaren kent. 3. Hoe het zich kan inhouden om niet alle vragen van de leerkracht te beantwoorden zodat anderen ook aan de beurt komen. 4. Hoe het sociaal bij andere kinderen kan passen, die oninteressante spellen spelen en die volgens regels spelen die onredelijk lijken. 5. Hoe het kan leven zonder echte vrienden of begrip van anderen. Uit: Hoogbegaafde kinderen versnellen niet, R. Hamsikova

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

7


maal dat er versneld en gedifferentieerd wordt, dat je doorgaat met waar je goed in bent, per vak of in de volle breedte. Daar heb je ook vanaf de basisschool academisch geschoolde vakdocenten. Die kunnen je wellicht toch wat meer uitdagen dan wanneer er een leerkracht voor staat die voor alles moet zorgen. In Tsjechië ga je bovendien tot je veertiende naar de basisschol en kun je dus gewoon doorgaan met rekenen/wiskunde. Stof die hier alleen op de middelbare school gegeven wordt.’ Inmiddels is ook haar hoogbegaafde dochter (9) toegelaten tot het gymnasium. ‘Zij heeft wel drie basisscholen versleten en het laatste jaar heeft ze thuisonderwijs gekregen. Ze begint nu aan de brugklas. Dat is best wel spannend, want het middelbaar onderwijs is nog minder dan het basisonderwijs ingericht op deze groep kinderen. Middelbare scholen zijn heel inflexibel. Op deze scholen wordt erg gefocust op het benoemen van gebreken: eerst moeten bijvoorbeeld de executieve functies werken, pas dan kan verrijking gegeven worden. Heel frustrerend. Het blijft aanmodderen. Als je de hele dag aardappelen moet schillen, leer je geen driegangenmenu te bereiden. Soms moet je dingen durven omdraaien.’

‘Als een baby van negen maanden begint te praten dan zeggen ouders ook niet ’Wacht daar nog maar even mee, want dat hoor je pas over een jaar te doen.’

8

een jaar te doen.’ Maar het is wel schering en inslag bij hoogbegaafde kinderen. Op een gegeven moment geloven deze kinderen het wel. Ze laten niet meer zien wat ze kunnen en gaan onderpresteren.’ Hamsikova is een groot voorstander van versnellen, want volgens haar zal dat in de regel positief uitpakken voor de leerling. ‘Er zijn genoeg wetenschappelijke onderzoeken die dat onderstrepen. Vaak is het zelfs noodzakelijk als de school de ontwikkeling van het kind wil bijbenen. Belangrijk is dat de school in grote lijnen een visie heeft en voldoende kennis in huis haalt om deze groep leerlingen adequaat te begeleiden. Niet versnellen kan leiden tot ernstige psychische schade, onderpresteren, een laag zelfbeeld en geestelijke verminking voor de rest van het leven.’ Toen ze in Nederland eenmaal in aanraking kwam met het basisonderwijs, verbaasde ze zich over het starre karakter ervan. ‘Alle kinderen worden op dezelfde manier benaderd. In Tsjechië is het vrij nor-

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum

THUISONDERWIJS

Hamsikova benadrukt dat er wel degelijk docenten zijn die uitstekend werk doen. ‘Een begripvolle leerkracht die zich kan verplaatsen in zijn hoogbegaafde leerlingen en die flexibel is en bereid out of the box te denken, kan het grote verschil maken. Hij moet de klik kunnen maken. Als dat lukt dan zijn ook hoogbegaafde kinderen bereid om alles voor je te doen. Dan leren ze ook veel beter.’ Maar over het algemeen kun je volgens haar rustig stellen dat het voor deze groep kinderen op school allemaal veel te langzaam gaat en dat er bovendien veel te veel herhaling optreedt. ‘Ook het middelbaar onderwijs is bepaald niet ingericht op differentiatie. Daarom propageer ik ook dat deze kinderen deels thuisonderwijs kunnen volgen. Deels via de wereldschool IVIO, zodat ze op die manier toch hun eigen weg kunnen volgen.’ Ze beseft dat thuisonderwijs niet voor alle hoogbegaafde kinderen realiseerbaar is. Niet alle ouders zijn immers thuis en in staat om thuisonderwijs te faciliteren. ‘Je eigen kind begeleiden vergt nogal wat. Je moet kunnen uitdagen, hem of haar nieuwe dingen laten ontdekken en dar ook goede feedback op geven. Bij IVIO geeft de docent instructie, via skype, maar dat blijft natuurlijk basisstof. Daarnaast heb je opdrachten nodig die bij de eigen ontwikkeling passen en dat moet door de ouders verzorgd worden. Vaak kunnen ze dat. Soms niet.’ Hamsikova geeft een voorbeeld van een jongen, Simon (7), uit haar praktijk die wis- en scheikunde op 4-vwo niveau volgt. Daarnaast is hij heel goed in


programmeren en spreekt hij al veel talen. ‘Er is een probleempje: hij is nog niet zo handig in veel praktische dingetjes. Dat was het struikelblok op school. De ouders hebben er gelukkig voor gekozen om hem te laten ontwikkelen op zijn eigen manier. Voor wis- en scheikunde hebben ze een docent ingehuurd, voor piano ook. Hiervoor zijn ze verhuisd naar België waar thuisonderwijs zonder gedoe mogelijk is. Deze ouders kunnen dat betalen, maar veel anderen natuurlijk niet. En dat betekent dat soms door geldgebrek dergelijke kinderen niet tot volle ontwikkeling kunnen komen. Terwijl scholen wel budgetten krijgen voor passend onderwijs. Een heel bedenkelijke en verwerpelijke ontwikkeling.’ Hamsikova spreekt liever niet over thuisonderwijs, maar over onderwijs op een andere locatie, want strikt genomen valt deze vorm van thuisonderwijs niet onder de vrijstellingsregeling in de wet. ‘De school blijft eindverantwoordelijk en bepaalt de leerdoelen en de leerlijn. De basisstof wordt dus gewoon versneld aangeboden. Maar wat verrijking betreft kun je natuurlijk volledig los gaan en dat is precies wat deze kinderen nodig hebben.’ Ze hoopt dat 2018 de wet verruimd wordt. De Tweede Kamer en staatssecretaris Dekker hebben daar een principeakkoord over bereikt. Ook hoopt ze dat ouders dan een financiële bijdrage van het Rijk krijgen, zodat ook minder draagkrachtige ouders voor deze vorm van onderwijs kunnen kiezen. ‘Een klas met hoogbegaafden is leuk voor de sociale contacten, maar verder heeft het niet zoveel zin. Hoogbegaafde kinderen hebben veel autonomie nodig en daar is het reguliere schoolsysteem niet op ingericht.’

Toch weten veel scholen zich nog steeds geen raad met deze groep kinderen. ‘Dat is eigenlijk ook niet zo vreemd. Hoogbegaafde kinderen kunnen de basisschool in drie jaar doen. Veel hoogbegaafde kinderen zelfs in twee jaar. Dan moet je als school wel heel veel verrijkingsstof aanbieden om de tijd een beetje nuttig te besteden. Besef dat verrijkingsstof voor deze groep kinderen basiswerk is. Ik heb kinderen in mijn praktijk die met 7 jaar klaar zijn met de basisschool en via IVIO verder gaan met de middelbare school. Op hun twaalfde zijn ze klaar met de middelbare school. Sommige kinderen gaan verder studeren, andere gaan een wereldreis maken met hun ouders. Naar school hoeven ze niet meer, want als je de school af hebt gemaakt, ben je niet meer leerplichtig. Ik wil hiermee aangeven dat het wel een bijzondere groep is, die je anders moet benaderen.

HIGHLY GIFTED: WELCOME TO MY WORLD! Op 29 en 30 september 2017 vindt in Utrecht een symposium plaats over uitzonderlijk begaafde kinderen. Tijdens dit symposium zal de Canadese Sue Jackson haar ervaringen delen met betrekking tot begeleiding van uitzonderlijk begaafde kinderen. Zij werkt al ruim vijfentwintig jaar met deze doelgroep. Het is een uniek symposium voor Europa. Uitzonderlijk begaafde kinderen zijn kinderen die 145+ scoren op een IQ test of waarvan een deskundige vermoedt dat ze uitzonderlijk begaafd zijn. Er zijn veel meer van deze kinderen dan we denken, omdat ze slecht te testen zijn en zich vaak extreem aanpassen. P. Susan (Sue) Jackson is oprichter van Daimon International, een internationale organisatie ter ondersteuning van uitzonderlijk begaafde en getalenteerde mensen wereldwijd. Tevens is zij oprichter en hoofdtherapeut

CLINICAL KNOWLEGDE

van The Daimon Institute for the Highly Gifted in Vancouver.

Goed omgaan met hoogbegaafde kinderen kun je volgens Hamsikova niet alleen leren uit een boek. Ook is het belangrijk dat je ‘in de praktijk met deze kinderen omgaat’. Hamsikova refereert hierbij aan het onderzoek van dr. Linda Silverman. Silverman noemt dit clinical knowlegde. Alleen als je over voldoende praktische kennis beschikt kun je bepaald gedrag adequaat duiden en weet je ook hoe je daar goed op kunt reageren. ‘Dat geldt ook voor psychologen die IQ-testen afnemen. Je kunt niet hoger scoren dan je IQ, maar je kunt wel makkelijk veel lager scoren. Die afwijking kan volgens professor Jelle Jolles van de VU wel 50 punten zijn. Als je deze groep kinderen onvoldoende hebt meegemaakt, liggen misdiagnoses levensgroot op de loer. Een druk en ongeïnteresseerd hb-kind heeft geen adhd. Geef zo’n kind een uitdagende opdracht en het zit uren zeer geconcentreerd te werken. Al die inzichten moet je hebben. Ook een docent heeft per definitie te weinig clinical knowlegde. Daarom is het goed als iedere school 1 of 2 specialisten heeft die een goede opleiding gehad hebben en ook met deze kinderen werken. Gaandeweg kunnen zij dan de reguliere leerkrachten steeds beter adviseren.’

Renata Hamsikova van IeKu advies is een van de organisatoren van het symposium. www.ieku.nl/uitzonderlijk-begaafde-kinderen-event Uitzonderlijk begaafde kinderen beschikken over verbazingwekkende cognitieve verwerkingscapaciteiten, zijn buitengewoon gevoelig en leven zeer intens. Deze subgroep van de grotere groep begaafden bestaat uit opmerkelijke individuen. Zij hebben een zeer ruim menselijk potentieel en vertonen, als ze op hun best zijn, een onbegrensd enthousiasme, onverzadigbare nieuwsgierigheid, verhoogde energie en empathie. Ze willen graag een bijdrage aan de wereld leveren. Het is belangrijk dat we deze kinderen kennisvolle opvoeding en onderwijs en goede mentale gezondheidszorg bieden die aan hun intellectuele, emotionele, sociale, morele en talentgerichte behoeften tegemoet komen. Anders is de kans groot dat hun bijzondere vaardigheden verloren gaan. Als we in staat zijn onze UB kinderen beter te begrijpen, kunnen we hun weg door het leven makkelijker maken en hen helpen te accepteren wie ze zijn. Je kunt je aanmelden via de website van IeKu Advies https://www.ieku.nl/uitzonderlijkbegaafde-kinderen-event/ of je kunt een e-mail sturen naar renata@ieku.nl

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

9


‘Een begripvolle leerkracht die zich kan verplaatsen in zijn hoogbegaafde leerlingen en die flexibel is en bereid out of the box te denken, kan het grote verschil maken.’ Scholen die per definitie tegen versnellen zijn, misvormen zo’n kind. Ik raad ouders in zo’n situatie dus altijd aan een andere school te zoeken. Deze kinderen volgen eigenlijk alleen maar hun eigen ontwikkeling, een school moet dat willen en durven faciliteren. Een indeling op leeftijd is een vreemde zaak. Een indeling op ontwikkelingsfase is natuurlijk veel logischer. Een basisschool in de buurt van Arnhem rangschikt de kinderen per vak en per niveau. Toch durven maar weinig scholen dat aan.’ RECHTEN VAN HET KIND

Volgens Hamsikova vragen we dus eigenlijk meer van scholen, leerkrachten en ouders dan van de hoogbegaafde kinderen zelf. Maar het is juist die vooringenomenheid die een objectieve kijk in de weg staat. ‘Ik snap de scholen wel die zeggen dat een kind ook kind moet kunnen zijn. Kinderen moeten kunnen spelen. Dat hebben hoogbegaafde kinderen ook. Ze ontwikkelen zich a-synchroon. Daarom moet je als ouders en leerkrachten bijzonder flexibel zijn. Waarom zou een kind tussen de middag niet op de glijbaan mogen en ’s middags een moeilijke wiskundige vergelijking mogen

oplossen? Het kind moet zich geen buitenbeentje hoeven te voelen. Dat zou de ideale situatie zijn.’ Ook scholen die leerlingen niet toelaten tot de Plusklas omdat ze niet op alle onderdelen een A-score halen, is Hamsikova aan doorn in het oog. Volgens haar is CITO helemaal niet geschikt om hoogbegaafdheid te meten. Nog erger vindt ze het als deze kinderen uit de plusklas gezet worden omdat de punten achteruit gaan. ‘Voor het zelfbeeld van het kind is dat dramatisch. Het levert een traumatische ervaring op. Nee, je moet echt veel meer verstand van hoogbegaafdheid hebben om deze groep goed te kunnen begeleiden. Als je deze kinderen echt goed doorgrondt en goed wilt begeleiden, hoef je alleen maar hun eigen ontwikkeling bij te benen. Van versnelling is dan eigenlijk geen sprake. Dan is acht of tien jaar ook geen issue meer om naar de middelbare school te gaan. Daar kun je ze weerbaar voor maken. Maar een kind bewust achtergehouden, is veel erger. Dat vind ik wel laakbaar. Bijna strafbaar. In de ‘Rechten van het kind’ staat immers dat ieder kind recht heeft op een doorgaande lijn in zijn ontwikkeling. Waarom zou je acht jaar over de basisschool moeten doen, als je het in twee kunt?’

ONDERWIJS VIA IVIO In ons land is leerplicht tevens schoolplicht. Soms zijn er zwaarwegende redenen om een leerling tijdelijk geen onderwijs op school te laten volgen. De leerplichtwet biedt daarvoor de ruimte. De leerplichtambtenaar kan op grond van gewichtige omstandigheden bijvoorbeeld een tijdelijke vrijstelling verlenen van de verplichting tot geregeld schoolbezoek. Bij gewichtige omstandigheden is sprake van een buiten de wil van de leerling of ouders/verzorgers gelegen omstandigheid; denk bijvoorbeeld aan een kind met een angststoornis of een kind dat volledig vastgelopen is op school. Scholen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs kunnen dan door middel van IVIO passend onderwijs bieden in de vorm van extra vakken of een totaalpakket aan vakken. Gespecialiseerde vakdocenten nemen dan tijdelijk het onderwijs over. Het startmoment en het tempo zijn vrij, waardoor leerlingen in hun eigen tempo kunnen leren. Het kind blijft in deze situaties gewoon ingeschreven op een school, die dus ook verantwoordelijk blijft voor het onderwijs. De financiering blijft daarmee ook intact. Uitgangspunt van het IVIO is en blijft volledige terugkeer naar school. Bron: Ivioschool.nl

10

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum


11E VOORTGANGSRAPPORTAGE PASSEND ONDERWIJS

PLUSKLASSEN TE DUUR

20 juni werd de elfde voortgangsrapportage Passend Onderwijs

omdat ouders van hoogbegaafde kinderen onnodig

gepresenteerd aan de Tweede Kamer. Staatssecretaris Dekker

veel betalen voor externe plusklassen. Officieel mag

herhaalde daar onder andere zijn standpunt dat onderwijs voor

namelijk alleen een vrijwillige ouderbijdrage worden

hoogbegaafde kinderen vrij toegankelijk en kosteloos moet zijn,

gevraagd, terwijl het in de praktijk soms om honder-

net als voor andere leerlingen. Daarom wordt een onderzoek

den euro’s per maand gaat. Sinds de invoering van pas-

opgestart naar de (vrijwillige) ouderbijdragen.

send onderwijs zou de uitdaging voor slimme kinderen

Ouderorganisatie Ouders & Onderwijs trekt aan de bel

bovendien binnen het onderwijs plaats moeten vinden en niet bij externe aanbieders. De onderwijsinspectie vraagt ouders melding te maken als ze voor een

CALL FOR PAPERS IPON 2018

externe plusklas moeten betalen die tijdens schooltijd plaatsvindt.

IPON, de vakbeurs voor onderwijsinnovatie en ict, is op zoek mensen die hun kennis in een sessie met bezoekers wil delen. Heb je een idee voor nieuwe mogelijkheden en of makkelijker maken? Stuur dan uiterlijk 20 november je

SAMENWERKINGSVERBANDEN OVER PASSEND ONDERWIJS

voorstel in en wie weet presenteer jij je idee 7 en 8 febru-

Als bijlage bij de recente voortgangsrapportage Passend Onderwijs

ari in een kennistheater voor de bezoekers van IPON. Ze-

werd de Monitor Samenwerkingsverbanden 2016 gepresenteerd.

ker praktijkervaringen vanuit het onderwijs zelf hebben

Hiervoor interviewden onderzoekers een groot aantal directeuren

een grote kans om uitgekozen te worden. www.ipon.nl

van samenwerkingsverbanden over de voortgang en hun ervaringen.

toepassingen die het onderwijs nog leuker, spannender

Hoogbegaafde leerlingen met gedrags- of communicatieproblematiek werden in deze interviews genoemd als groep waarvoor het nog

AMC HEEFT 7-JARIGE STUDENT

moeilijk was om passend aanbod te vinden. Uit het onderzoek blijkt ook de toenemende aandacht voor thuiszitters. Het onderzoek is te vinden via www.tweedekamer.nl.

Een unicum voor het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. halve dag per week naartoe om kennis te maken met

AANGELEERDE HULPELOOSHEID

het doen van medisch onderzoek. Daarmee is hij de

Zojuist verschenen van

jongste die dit ooit heeft gedaan. Naar verwachting

de hand van Ben Daeter:

heeft Laurent volgend jaar zijn gymnasiumopleiding

‘Aangeleerde Hulpeloos-

afgerond en kan hij als student bij een universiteit aan

heid. Je kunt het wel zelf.

de slag. Tot die tijd is zijn avontuur bij het AMC een

De nieuwste opvattingen

welkome uitdaging.

over signalering, omgang

De 7-jarige Laurent Simons gaat daar namelijk een

met, preventie en oplos­sen van aangeleerde hulpe­

HOOGBEGAAFDVRIENDELIJKE BEDRIJVEN

loosheid.’Verkrijgbaar via iedere boekhandel en bol.com.

Op de website www.ikbenhoogbegaafd.nl roept Willem Wind op tot het melden van bedrijven die

ONDERZOEK NAAR PATIËNTEN MET EEN HOOG IQ

hoogbegaafd-vriendelijk zijn. Deze

Rebecca Ridolfo en Noks Nauta vroegen hoogbegaafden van over de hele wereld naar

worden op een kaart van Nederland

hun ervaringen met artsen en het medische circuit. De reacties bundelden zij vervol-

geplaatst en zijn vervolgens vind-

gens in een rapport van 44 pagina’s. Uit het onderzoek komt onder andere naar voren

baar voor bezoekers van de site. Zo

dat hoogbegaafden graag willen weten wat er aan de hand is, veel vragen stellen en

worden er al een pianodocent en

vaak zelf op onderzoek uitgaan. Veel ondervraagden hebben het idee dat hun hoogbe-

paardrij-juf genoemd die specifieke

gaafdheid hun in de medische wereld tot last is. Het rapport is te vinden op www.ihbv.nl

ervaring hebben met het begelei-

en alleen al het lezen waard door de vele ervaringsverhalen die erin verwerkt zijn.

den van hoogbegaafde kinderen.

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

11


Praktijk

Juf Lies: ‘Ik heb wel het idee dat mijn lessen rommelig

 Topklas krijgt biologieles   gepromoveerd bioloog De Topklas van de Van Dijckschool in Bilthoven krijgt biologieles van een hooggepensioneerd gepromoveerd bioloog. Een win-win-win situatie voor juf Lies zelf, juf Susanne en de kinderen. Lies is een fervent aanhanger van het montessori-onderwijs, waar kinderen veelal zelf kiezen waaraan ze behoefte hebben om te leren.

V

Tekst en fotografie: Katja Keuchenius

astberaden trekt een kleine 87-jarige vrouw in een grijze regenjas en een rieten tas stevig onder de arm de deur van de Van Dijckschool open. Ze kopieert en ordent wat uitgeprinte wikipedia-pagina’s en loopt een lokaal in met een handjevol kinderen. Ze zitten achter laptops of knutselen boemerangs in elkaar met lijm en houten ijsstokjes. Het is vrijdagmiddag en niemand heeft meer zin in orde, maar dat hoeft ook niet. Het is tijd voor de biologieles van juf Lies. Lies van Donselaar - Ten Bokkel-Huinink geeft al bijna drie jaar lang les op de basisschool bij haar om de hoek. Dat begon als gastles toen een meisje uit de Topklas tijdens een heide-uitje opmerkte dat haar buurvrouw Lies vast antwoord zou hebben op alle vragen die de natuur opriep. Als gepromoveerd bioloog gaf Lies tientallen jaren les op middelbare scholen. Ze werd door lerares Susanne Waal uitgenodigd voor een gastles en geeft nu elke week biologie aan de kinderen uit groep 6,7 en 8 met een IQ van boven de 130. Biologieboeken voor de basisschool bestaan niet, dus doet Lies het met wat ze kan vinden. Vandaag

12

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum

heeft ze materiaal verzameld in haar eigen tuin. Uit haar rieten tas tovert ze Philadelphia- en pindabakjes waar regenwormen, duizendpoten en pissebedden in krioelen tussen de korrels aarde. De vorige les ging over mieren, nu zijn andere kleine diertjes aan de beurt. De klas zit het hele jaar als Topklas bij elkaar. Vandaag is groep 8 op bezoek bij het gymnasium en is groep 7 bij de reguliere groep 7 om een excursie voor te bereiden. Nog maar zeven kinderen uit groep zes zijn over, maar dat is een mooie hoeveelheid voor een les van juf Lies. Omdat de hele groep van 22 kinderen te veel werd voor haar slechthorendheid, splitst juf Susanne de klas voor Lies nu sowieso steeds op in drie kleine groepen. NAAR BUITEN

Onder subtiele aanvoering van Lies en doeltreffende begeleiding van juf Susanne gaan de kinderen met lege bakjes het plein op om hun eigen diertjes te verzamelen. “Kom eens!”, roept Lies naar een van de kinderen. Twee jongens draaien zich om en kijken samen met Lies onder de deurmat. Tot haar eigen verbazing ligt er niks. “Je moet dingen optillen”, roept ze nog als de jongens alweer wegstuiven. Met twee meisjes zoekt ze onder stenen, hopen bladeren en containers. “Een bladluis!” “Een slak!”, klinkt het. De jongens zijn niet onder de indruk. “Wij hebben al acht mieren, we gaan denk ik sowieso winnen!” Als iedereen weer naar binnen moet, steekt een meisje uit een ander lokaal nieuwsgierig haar hoofd om de hoek. “Oh, hebben jullie biologie?” Die lessen lijken haar ‘soms ‘ ook wel leuk, zegt ze aarzelend zonder de beestjes uit het oog te verliezen, “maar ik ben niet zo van het slakken vasthouden.” “Oh, vind je het griezelig?”, vraagt Lies en steekt de slak onder haar neus. “Kijk eens hoe móói die is!” Eenmaal binnen is er nauwelijks een centraal moment. De opdracht: kijken en tekenen. Met loepen en potloden zijn de kinderen al bezig als Lies nog kopietjes


zijn, maar de kinderen zijn wel állemaal bezig.’

 van hooggepensioneerd

uitdeelt van reusachtige plaatjes van pissebedden en oorwurmen. ‘Wow, oorwurmen!’. Aan wie er op dat moment luistert vertelt Lies dat een pissebed uit allerlei leden bestaat en elk lid twee pootjes heeft. “Dat kun je goed zien als je hem omdraait.” MONTESSORI

Centrale aandacht is er weinig. Als Lies praat, luisteren lang niet alle kinderen, en veel van wat de kinderen tegen elkaar zeggen, ontgaat Lies. Dat stoort haar niet. “Ik heb wel het idee dat mijn lessen rommelig zijn, maar de kinderen zijn wel állemaal bezig”, concludeert ze tevreden. “De kinderen vinden dit heerlijk”, knikt juf Susanne. “Nu mógen ze even.” Lies is een fervent aanhanger van het montessorionderwijs, waar kinderen veelal zelf kiezen waaraan ze behoefte hebben om te leren. In haar werkende leven gaf Lies vooral les op middelbare montessorischolen en na haar pensioen reisde ze twee keer per jaar naar Rusland om onderwijzers daar te leren hoe dit soort onderwijs in elkaar steekt. De vraaggestuurde manier van lesgeven past goed bij deze klas, denkt Susanne. “Het gaat Lies er vooral om dat de kinderen leren observeren.”

‘Omdat Lies gewend is oudere kinderen les te geven, is ze goed in staat om in te spelen op de behoeftes van deze kinderen.’ Zelf geeft Susanne haar klas les volgens het TASCmodel, dat staat voor Thinking Actively in a Social Context. In themaperiodes van zo’n zes weken doorlopen de kinderen steeds een onderzoekscyclus. Ze bedenken een zo scherp mogelijke onderzoeksvraag, zoeken er materialen en een plan bij, maken een taakverdeling en bedenken hoe ze het willen presenteren. Dat kan een Prezi zijn, een plattegrond of een muurkrant. Die laten ze bij de afsluiting zien aan de ouders en dat evalueren ze weer met de hele groep. Pas wanneer ze hun werk hebben verbeterd, is het onderwerp afgerond. “Dat model past goed bij deze kinderen omdat ze in de regel nieuwsgierig zijn en zelf richting kunnen geven aan hun leerproces”, zegt Susanne. “Lies is ei-

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

13


genlijk ook op eenzelfde manier gericht op onderzoek: diertjes opsporen, bekijken en zelf leervragen bedenken”, somt Susanne op. Lies: “Ik probeer niet alleen vragen te geven, maar ze ook op te roepen.” Als Lies de kinderen zelf iets vraagt, gaat het deze les vooral over het aantal poten. Hoeveel poten heeft dit dier? Acht. En wat is het dan? Een spin. Precies. Bij zes poten is het meestal een insect en een pissebed heeft er heel veel, want dat is eigenlijk een kreeft. “En hoeveel poten heeft deze regenworm?”, vraagt ze een jongen. Hij kijkt haar een beetje gespannen aan en ze antwoordt nul. Ze schieten allebei in de lach. OUDERS ZIJN BLIJ

Ook ouders zijn blij met de biologielessen. Ellien ten Cate, moeder van Conner uit groep zes, hielp een les mee om vetbolletjes voor vogels te maken. “Het past wel bij de kinderen dat ze interactief les hebben en zelf inspraak hebben waar ze mee bezig zijn”, zegt ze. “Omdat Lies gewend is oudere kinderen les te geven, is ze goed in staat om in te spelen op de behoeftes van deze kinderen.” Lidwien Slothouwer krijgt van haar twee zoons uit groep 6 en 8 in de topklas ook enthousiaste verhalen te horen. De jongste hoopt dat ze binnenkort weer uilenballen mogen uitpluizen. Juf Lies geeft ruimte, maar kan ook streng zijn, vertelt Lidwien. Haar meest gedweeë oudste zoon is grappig genoeg eens door Lies terechtgewezen omdat hij een margrietje paars kleurde. Ze was verbaasd toen ze laatst bij het museum Corpus weer over juf Lies hoorde. In het museum, dat één groot menselijk lichaam verbeeldt, liepen ze langs een dwarsdoorsnede van het mannelijke geslachtsdeel en zagen ze een filmpje over zaad- en eicellen. “Uitgerekend mijn jongste zei toen dat hij dat allemaal al wist, omdat juf Lies dat had uitgelegd!” Het onderwerp was er tussendoor geglipt, want eigenlijk geeft Lies geen les over het menselijk lichaam. Dat zullen de kinderen al genoeg krijgen op de middelbare school en ze wil geen gras wegmaaien voor de

14

voeten van hun toekomstige docenten. Daarom kiest ze vaak voor onderwerpen die de kinderen zelf aandragen. Er zijn al honden en kippen van huis meegenomen. Eén les was helemaal leuk, herinnert Roos uit groep 6 zich nog. Een van de juffen van de school had een lammetje meegenomen. Verschillende klassen schoven aan in het gymlokaal om het beestje te zien rondhuppelen terwijl Lies uitlegde over schapen en wol. Ze demonstreerde er zelfs haar spinnenwiel, dat ze voor de gelegenheid had meegenomen. “We gaan afronden”, roept Susanne. De beestjes mogen allemaal in de doosjes van Lies om mee te nemen naar haar tuin. Dat gebeurt mooi niet met Slimey, de slak van de meisjes. Na reacties als ‘uulll’ en ‘schattig’ hebben ze hem uiteindelijk een naam gegeven en willen ze Slimey weer terug op het schoolplein zetten. “Anders is-ie al zijn vrienden kwijt!” Lies vraagt nog even de aandacht om te vertellen dat ze nu hebben gezien hoeveel verschillende diertjes er zijn. Als de kinderen het leuk vinden, kunnen ze dat thuis vaker doen. “Ja, dat deed ik vroeger altijd”, zegt een jongen. “Ik doe het nog steeds!”, zegt Lies. Zijn er nog wensen voor de volgende les? De suggesties worden door elkaar heen geroepen: stinkdieren, jungledieren, woestijnvossen. “Ik heb het niet verstaan”, zegt Lies en kijkt vragend naar Susanne. NABESPREKEN LES

Als de kinderen naar huis zijn bespreken de juffen nog even de volgende les. Susanne stelt voor om de vraag over woestijnvossen breder te trekken en te behandelen hoe vossen over de hele wereld zich aanpassen aan verschillende leefomstandigheden. Weet Lies daar iets over? “Internet weet alles”, reageert Lies. Er is bovendien genoeg tijd om alles voor te bereiden, want ze heeft toch níets te doen, zegt ze later met rollende ogen. Ze vindt het maar niks dat ze geen maatschappelijke functie meer heeft. Hoe leuk de biologielessen ook zijn voor de kinderen en juf Susanne, zelf fleurt Lies er misschien nog wel het meest van op.

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum


Voorlichting

De wetenschapsjournalist Tom Clynes (1961) had al eens eerder een boek geschreven over een superbegaafde jongen, Taylor Wilson, die op zijn negende al een master behaalde betreffende het afschieten van raketten; op zijn elfde op zoek ging, naar aanleiding van kanker van zijn oma, naar medische isotopen; op zijn veertiende al een eigen werkende nucleaire reactor ontwierp. Dit werd beschreven in het boek The boy who played with fusion: extreme science, extreme parenting and how to make a star.

Hoe een genius kan groeien

O

vooral dat we veel meer aandacht moeten besteden aan het analytisch redeneervermogen en ruimtelijk inzicht. Dat zorgt ervoor dat slimme mensen met creatieve oplossingen komen en technische innovaties bedenken. Clynes baseert zich o.a. op onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Julian Stanley (1918-2005). Stanley ontmoette in 1968 een briljante 12-jarige jongen, Joseph Bates genaamd. Dit kind stak in wiskunde zo ver

Tekst: Ben Daeter. Foto: Shutterstock

ok in zijn artikel How to raise a genius (2016) geeft Clynes adviezen hoe we eigenlijk zouden moeten omgaan met hoogbegaafden, zodat we ze helpen tot ‘sterren’ uit te groeien en van betekenis te kunnen zijn voor onze samenleving. Een inspirerende omgeving helpt, verrijkings- en versnellingsprogramma’s en geconcentreerd oefenen kunnen nuttig zijn. Maar uit zijn rondgang langs allerlei studies blijkt

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

15


Het bevorderen van analytisch redeneervermogen en ruimtelijk inzicht laten hoogbegaafden zo optimaal en positief mogelijk groeien.

Wetenschapsjournalist Tom Clynes (1961) heeft een boek geschreven over een superbegaafde jongen, Taylor Wilson

boven zijn groepsgenoten uit dat zijn ouders hem naar een computer-wetenschappelijke cursus aan de John Hopkins universiteit lieten gaan, alwaar Julian Stanley doceerde. Maar zelfs deze cursus en additionele studies naar een van de eerste programmeringstalen Fortran en een psychometrische studie betreffende cognitieve prestaties, bleken de wetenschapshonger van de 12-jarige, supergeniale jongen niet te kunnen stillen. Daarop besloot professor Stanley hem na overleg met zijn dekaan aan een aantal testen te onderwerpen, die normaal gedaan worden door 16- tot 18-jarige studenten. Bates’ score was ruim boven de drempel voor toelating tot de Johns Hopkins universiteit en na enig wikken en wegen werd Joseph Bates, toen 13, toegelaten tot de wiskundefaculteit als bachelorstudent. DE STUDIE VAN STANLEY

16

Stanley hield zich bezig met de studie SMPY (Study Mathematically Precocious Youth). Zeer slimme leerlingen werden opgespoord en intensief begeleid. Alleen de beste 1 procent van de universitaire studenten werd toegelaten. Bates was er een van. SMPY was het langstlopende longitudinale onderzoek naar intellectueel begaafde leerlingen. Het onderzoek had 45 jaar lang de carrières gevolgd van zo’n 5000 individuen. Door deze studie kreeg men veel aanwijzingen hoe men talenten voor science, technologie, engineering en mathematics (samen STEM genoemd) kon spotten en helpen ontwikkelen. Velen van hen waren intussen bekende wetenschappers geworden. Grote wiskundigen als Terence Tao en Lenhard Ng waren enkele van die ‘eenprocenters’, zoals ook Mark Zuckerberg van Facebook en Sergey Brin,

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum

de mede-oprichter van Google. Maar ook de musicus Stefani Germanotta (Lady Gaga) heeft het Hopkins Centrum voor verrijkingsprogramma’s doorlopen. Lang werd aangenomen dat iedereen naar de top gevoerd kan worden als men zich maar voldoende inspant. SMPY stelde echter vast dat vroegontwikkelde cognitieve vermogens meer invloed hebben op prestaties dan weloverwogen omgevingsfactoren, zoals een gunstige sociaal-economische status. SMPY benadrukte daarmee het belang van het ‘voeden’ van vroegrijpe kinderen. Stanley had vooral interesse gekregen in de ontwikkeling van wetenschappelijk talent door een van de bekendste longitudinale studies in de psychologie, namelijk Lewis Terman’s genetische studies. Begonnen in 1921, had de Amerikaanse psycholoog Louis Terman (1877-1956) tiener items geselecteerd op basis van hoge IQ-scores, om daarna loopbanen aan te moedigen. Maar tot verdriet van Terman bracht zijn groep slechts een paar gewaardeerde wetenschappers op. Onder de afgewezenen, omdat hun IQ van 129 te laag was, bevond zich bijvoorbeeld William Shockley, de Nobelprijswinnende mede-uitvinder van de transistor en ook de grote fysicus Luis Alvarez, ook een Nobelprijswinnaar. BETER SIGNALEREN

Stanley vermoedde dat Terman grootheden als Shockley en Alvarez niet zou hebben gemist als hij een meer betrouwbare manier had gehad om ze specifiek te testen op hun kwantitatieve redeneervermogen. Dus besloot Stanley om daarvoor de Scholastic Aptitude Test (SAT), hoewel bedoeld voor oudere studenten, te gaan gebruiken. In maart 1972 selecteerde Stanley daarom 450 pientere 12- tot 14-jarigen uit het Baltimore gebied en gaf hen het wiskundegedeelte van de SAT. Het was de eerste gestandaardiseerde academische ‘talentenjacht’ (latere onderzoekers sloten daarbij aan met het verbale deel van die test en andere beoordelingen). De eerste grote verrassing was hoeveel leerlingen wiskundige problemen konden oplossen waarmee ze niet in hun cursus geconfronteerd waren geweest. De tweede verrassing was dat veel van deze jonge kinderen zo goed gescoord hadden, dat ze op basis van deze scores toegelaten zouden moeten worden tot de beste universiteiten. Voor Stanley stond vast dat een one-size-fits-all benadering van onderwijs voor begaafden onvoldoende was. Zo ontdekte men dat het testen van ruimtelijk inzicht belangrijker was dan allerlei kwalificaties op verbaal gebied. Hoewel studies zoals SMPY opvoeders de mogelijkheid boden om begaafde jongeren te identificeren en te ondersteunen, is van wereldwijde interesse in deze populatie geen sprake. In het Midden-Oosten en OostAzië hebben goed presterende STEM-studenten veel aandacht gekregen in het afgelopen decennium. ZuidKorea, Hong Kong en Singapore screenen kinderen op hoogbegaafdheid en geven hoogpresteerders extra


IK PAK JE! Ik eet bij mijn zus en geniet van twee neven van 16 en 18 die ineens met elkaar aan het stoeien zijn. Ze rukken en trekken aan elkaars bovenar-

aandacht en uitdagende, innovatieve programma’s. In 2010 is China gestart met een tien jaar durend Nationaal Talent Development Plan om studenten naar topposities te begeleiden in wetenschap, technologie en andere high-demand gebieden. In Europa is de steun voor onderzoek en educatieve programma’s voor hoogbegaafde kinderen echter afgenomen en is de focus meer op inclusie (een insluiting van achtergestelde groepen) komen te liggen. Engeland heeft bijvoorbeeld in 2010 besloten om de Nationale Academie voor begaafde en talentvolle jeugd te schrappen en heeft toen de vrijkomende gelden aangewend om meer arme studenten op toonaangevende universiteiten te krijgen.

men, proberen de ander te tackelen – de trofee: een kleurig balletje, dat vroeger bij één van de twee in de box lag. (En nu veel lekkerder in de hand ligt dan toen.) Het is prachtig om te zien, twee van die uitbottende jonge mannen die zich meten en aan elkaar gewaagd zijn, ondanks twee jaar verschil. Er zijn wel meer verschillen: de één is dyslectisch en zit op de havo, de ander is heel talig en doet gymnasium. Maar als het gaat om schaken, stoeien, grappen maken of discussiëren – dan zitten ze helemaal op één lijn en kan het er vurig aan toe gaan. In zekere zin is het te vergelijken met het keurige gevecht dat Janine Abbring en Rosanne Hertzberger met elkaar aan leken te gaan in de eerste

INTELLECTUELE RISICO’S NEMEN

aflevering van ‘Zomergasten’, afgelopen zomer.

In eerste instantie waren de inspanningen van Stanley op afzonderlijke gevallen gericht. Maar ouders van andere begaafde kinderen begonnen hem te benaderen nadat zij over zijn werk met Bates hadden gehoord. Rond zijn 17de had hij bacheloren masteropleidingen in de computerwetenschappen behaald en studeerde hij voor een doctoraat. Later werd hij professor en werd hij een pionier in kunstmatige intelligentie. Op school kon hij niet aarden, maar samen met andere wetenschappelijke en wiskundige hoogbegaafden gedijde hij uitstekend. Het grote leeftijdsverschil was geen factor. Uit later onderzoek bleek ook dat er geen principiële bezwaren tegen versnellen zijn. Geconcentreerde oefentijd bleek belangrijker dan het aantal oefeningen. Kinderen waarbij zo’n versnelling was toegepast bleken zelfs op hogere posten in de samenleving terecht te komen. Maatschappelijk succes kan niet los gezien worden van omgevingsfactoren als gezin, school, collega’s en peers, maar als een hoogbegaafde over de juiste instelling beschikt en intellectuele risico’s te durft te nemen (groeimindset), is de kans hierop een stuk groter. Bates is inmiddels een man van in de zestig. Zonder goede signalering, begeleiding en flexibele houding van de omgeving had deze intellectuele geest het wellicht niet ver geschopt. Het kan ver­ keren.

Ze zaten heel ingehouden op het puntje van hun stoel om figuurlijk, want verbaal, de degens te kruisen. Voor een eerlijk gevecht, sportief ook. Van twee intelligente vrouwen die aan elkaar gewaagd zijn. Ze hielden zich in, want het was voor de televisie, maar ik had het gevoel dat ze elkaar eigenlijk het vuur veel nader aan de schenen hadden willen leggen. ‘Ga eens verder. Wat denk je echt?’ Elke week zien we in de Plusklas scholieren van rond de 9 jaar die op het puntje van hun stoel zitten, een ochtend per week, om met elkaar of tegen elkaar een raadsel op te lossen of een filosofische vraag te tackelen. Om, misschien nog wel het liefst letterlijk, de degens te kruisen (het zijn tenslotte nog kinderen). Sportief, maar regelmatig wel héél fanatiek. Om de krachtmeting en niet eens zozeer om het winnen. Omdat ze aan elkaar gewaagd zijn en ze dat heerlijk vinden. ‘Wat denk je echt? Hier mag je het zeggen – nee, het moet! Kom maar op.’ Ik geniet daarvan en kijk uit naar het moment dat ze 16 of 18 zijn.

BRONNEN Clynes, T, How to raise a genius: lessons from a

45-year study of super-smart children. A longrunning investigation of exceptional children reveals what it takes to produce the scientists who will lead the twenty-first century. 2016

sinds de en is st e e s ku n n e g aa rn aa e D d outen. tu d e e r s H n in a s ­ m Hage afden Pluskla Maddy og b ega aa n de onden k als ho b ij r t e k v a r r viesp 10 jaa igen ad n. e een e kindere e heef t z g oor jon v r e id begele

Holahan, CK, The gifted group in Later Maturity. Stanford 1995. Burks, B. a.o. The Promise of Youth: Studies of a

Thousand Gifted Children. Genetic Studies of Genius Volume 3. Stanford 1930.

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

17


Interview

De Leidse Aanpak: ambitieus Er komt steeds meer kennis over kinderen van 2-4 jaar Twee jaar geleden startte de Leidse Aanpak voor Talentontwikkeling. Tenminste 45 samenwerkingspartners uit alle lagen van het onderwijs en daaromheen vatten het ambitieuze plan op om (hoog) begaafde kinderen en jongvolwassenen te ondersteunen, zodat hun talenten optimaal tot bloei kunnen komen.

‘‘W

at levert het op voor de kinderen?’, dat is een vraag die voortdurend in een wolkje boven mijn hoofd hangt’. Lineke van Tricht, bekend van Bureau Talent, werkt sinds twee jaar aan de ‘Leidse Aanpak voor Talentontwikkeling’ (LATO). De LATO is een ambitieus project ter ondersteuning van ‘(hoog)begaafde en getalenteerde kinderen en jongvolwassenen bij het ontdekken en ontplooien van hun talenten zodat zij van daaruit een positieve bijdrage kunnen leveren aan de wereld om zich heen, te beginnen bij Leiden’. ‘Het is nog heikel om te doen voor slimme kinderen’, vertelt Lineke van Tricht. Van Tricht doelt op het feit dat al snel de roep klinkt om een project te richten op voordelen voor alle kinderen. Dat de Leidse Aanpak specifiek gericht is op (hoog)begaafde kinderen is heel bijzonder, vindt Van Tricht, en: ‘Dat blijft zo’. Maar deze kinderen zijn één van onze doelgroepen. Naast cognitief talent willen we ook technisch, kunstzinnig, sportief en ondernemend talent vinden en uitdagen. De missie van De Leidse Aanpak is om samen te werken, expertise uit te wisselen en kennis te versterken op het gebied van talentontwikkeling en (hoog) begaafdheid zodat talenten van leerlingen optimaal tot

‘We verbinden mensen met elkaar’

Tekst: Priscilla Keeman

Lineke van Tricht

18

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum

bloei kunnen komen en risico’s van onderpresteren voorkomen worden. ‘We hebben eigenlijk vooral een makelaarsfunctie, dus het verbinden van mensen aan elkaar.’ OPLEIDEN VOORSCHOOL

‘Zo ontstaat er nu bijvoorbeeld een samenwerking tussen voorschool en basisonderwijs’, vertelt Van Tricht. ‘We hebben in kinderdagverblijven (kdv) en peuterspeelzaal (psz) ambassadeurs voor peuters met ontwikkelingsvoorsprong opgeleid.’ Willeke Rol van Bright Kids ontwikkelde samen met Marijne Sammels van AED de eenjarige opleiding Peuters met Ontwikkelingsvoorsprong. Vorig jaar leidden zij 6 pedagogisch medewerkers op. Dit jaar zijn het er 8. ‘We leren ze hoe ze kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong signaleren, hoe ze met de kinderen kunnen praten en hoe ze met ouders in gesprek kunnen gaan.’ Op de informatieavond voorafgaand aan de eerste cursus reageerden aanwezigen nog sceptisch, vertelt Rol. ‘Sommigen vonden het onzin’. Maar inmiddels werpt de opleiding zijn vruchten af: ‘De pedagogisch medewerkers hebben veel algemene kennis opgedaan over kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Ze hebben bovendien op een andere manier naar de kinderen leren kijken. Dat is misschien wel het belangrijkste.’ Inmiddels merken opgeleide pedagogisch medewerkers dat ook collega’s hen als expert gaan zien en een beroep op hen doen. ‘Er komt dus in Leiden steeds meer kennis van slimme kinderen in de leeftijdscategorie van 2 - 4 jaar’, merkt Van Tricht op. Hieruit vloeit voort dat medewerkers van kdv en psz hun bevindingen ook graag over willen dragen naar het basisonderwijs. Een digitaal overdrachtsformulier bestond al langer, maar gaf vooral aandacht aan mogelijke ontwikkelingsachterstanden. Vanuit de Leidse Aanpak deed een werkgroep onderzoek naar de overdracht. ‘We merkten dat de overdracht soms vanuit de voorschool niet goed of volledig was’, licht Van Tricht toe. ‘Pedagogisch medewerkers en leerkrachten uit het basisonderwijs mopperden over en weer soms op elkaar. Dan gaven pedagogisch medewerkers aan dat ze contact wilden hebben over een leerling en nam de leerkracht geen contact op. Of gebeurde het dat de basisschoolleerkracht bijzonderheden opmerkte bij een leerling en zich afvroeg waarom er niets in het dossier stond vanuit de voorschool.’ Uit het onderzoek van de werkgroep blijkt dat de oorzaken van een incomplete overdracht soms voor de hand liggen: ‘Het werd duidelijk dat er op de voorschool vaak nieuwe medewerkers waren die nog niet weten hoe het werkt. Die moeten dus getraind worden.’


in al zijn eenvoud

In het basisonderwijs brengt de werkgroep twee dingen in kaart: Wat gebeurt er als de overdracht niet goed is gelopen? Maar ook: Wat levert het op als het wel goed gaat? ‘We geloven dat goede voorbeelden meer opleveren dan herstellen wat niet goed is’, zegt van Tricht. De uitkomsten verwacht ze binnenkort. Het doet iets met de intrinsieke motivatie van pedagogisch medewerkers en leerkrachten als zij wederzijds weten dat er iets gedaan wordt met observaties en informatie. ‘Dan ervaar je het belang van wat je aan het doen bent’, zegt Van Tricht. ‘We zijn pedagogisch medewerkers en leerkrachten bewust dichter naar elkaar toe gaan brengen.’ Het effect is er: leerkrachten en pedagogisch medewerkers nemen een kijkje bij elkaar. ‘Ze komen meer te weten van wat de ander doet met de kinderen en kunnen dat meenemen naar de eigen praktijk. En doordat het contact gelegd is, vinden ze elkaar ook gemakkelijker op het moment dat er iets speelt met een leerling. Volgend schooljaar organiseren we het project Gluren bij de Buren waarin we het onderlinge bezoek nog makkelijker maken. Pedagogisch medewerkers en leerkrachten gaan dan bij elkaar kijken: wat bieden ze kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong? En hoe kunnen ze dat op elkaar laten aansluiten?’ Ook Rol merkt dit. Samen met Sammels organiseerde zij inmiddels al viermaal intervisie met de opgeleide pedagogische medewerkers. Spontaan zijn ook hier vormen van uitwisseling ontstaan, vertelt Rol: ‘De deelnemers hebben een whatsappgroep aangemaakt om contact te kunnen houden. Ook delen ze onderling informatie via bijvoorbeeld dropbox.’ BREED SPEELVELD

De Leidse Aanpak lijkt verrassend in haar eenvoud. Van Tricht knikt bevestigend: ‘Het klinkt zo voor de hand liggend, maar toch werden deze verbindingen in de praktijk niet gelegd.’

Waar Van Tricht eerder aangeeft dat het ‘heikel is om aandacht te geven aan slimme kinderen’, lijken de resultaten er vooralsnog vooral op te wijzen dat de Leidse Aanpak processen in het onderwijs in het algemeen stroomlijnt. Hierdoor hebben alle kinderen er uiteindelijk voordeel van. Van Tricht geniet er duidelijk van: ‘Mijn rol is heel tof. Wat ik heel leuk vind, is dat mijn speelveld ontzettend groot is. Het loopt van voorschool tot hoger onderwijs. Dat is heel mooi, én ook heel veel. Een leraar of pedagogische medewerker ziet niet altijd de doorgaande lijn zoals ik die overzie. De kunst is om er een aantal dingen uit te halen en te zeggen: dat gaan we nu doen. En niet alles doen. Dat is voor mij wel een uitdaging, hoor. Ik vind alles leuk en interessant en belangrijk. Dus daar heb ik wel mensen voor nodig die mij daar scherp op houden.’ De investering in tijd en het feit dat er keuzes gemaakt worden, levert iets op: ‘Ik doe het nu twee schooljaren. Volgend schooljaar is het laatste jaar van de projectperiode. Nu na twee jaar ga je ook zien dat het project meer bekendheid heeft. Het is makkelijker om mensen aan elkaar te verbinden. Zoiets heeft echt tijd nodig.’ VOORTGEZET ONDERWIJS

Ook in het voortgezet onderwijs ontstaan mooie dingen, vertelt Van Tricht. ‘We denken na over hoe je omgaat met leerlingen die grote mogelijkheden hebben, maar daar niet alles uithalen. Of de leerling die er juist wel alles uit kan halen en om die reden een andere leerweg moet hebben. Op een aantal scholen is de mogelijkheid om versneld examen te doen, op een aantal vakken. Dan komt de volgende worsteling: wat gaat een leerling dan het volgend jaar doen met de tijd die over is? Daar is het antwoord volgens mij nog niet helemaal op gevonden, maar een mogelijkheid is bijvoorbeeld om alvast een vak op de universiteit te volgen in overleg met een hoogleraar of een universitair docent. Een andere mogelijkheid is om gewoon meer vakken te doen: dus als je een aantal vakken hebt gedaan, kun je het volgende jaar andere vakken doen. Scholen zijn dus flexibeler in leerwegen. Om daarover mee te kunnen denken,

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

19


BEVERWEDSTRIJD 8 tot en met 17 november vindt de jaarlijkse

CH

Beverwedstrijd plaats. Dat is een informa-

ALL

ticawedstrijd voor alle leerlingen uit groep

EN

GE

5, 6, 7 en 8 van de basisschool en klas 1 tot

zijn er 6 geschoolde tutoren. Zij hebben de ECHAopleiding in company gehad een paar jaar geleden. En dat is wel echt fijn.’ De tutoren zijn verspreid over 3 (school)locaties. ‘Dat is ook weer het mooie van de Leidse Aanpak’, vertelt Van Tricht enthousiast. ‘Twee scholen waren bezig met flexibeler werken. Een derde sloot zich aan en een vierde school vond het vervolgens zo’n mooie aanpak: zij wilden het ook implementeren. En dan is het mijn rol om de partijen bij elkaar te brengen en te zorgen dat ze leren van elkaar.’

en met 6 van het voortgezet onderwijs. De opgaven gaan over informatica, algoritmen, structuren, informatieverwerking, logica puzzels en toepassingen. Toch is voorkennis niet nodig: de opgaven zijn met logisch nadenken op te lossen. Om mee te doen moet de school een of meerdere klassen inschrijven via de website: www.beverwedstrijd.nl

NATIONAAL JEUGDDEBAT Bij het Nationaal Jeugddebat kunnen jongeren politici vertellen wat ze denken, of welke oplossingen ze zien voor problemen in Nederland. Eerst is er een provinciaal jeugddebat, waarbij deelnemers in groepen (fracties) aan de slag gaan met het uitwerken van een voorstel voor de Provinciale Staten. Na

Hebben (hoog)begaafde kids in het onderwijs steeds opnieuw een aanpak op maat nodig? ‘Ja, en dat gebeurt hier dan ook. Het moet hier ook steeds opnieuw. Het is hier ook niet perfect. Het is hier niet het paradijs. Maar je ziet het wel meer gebeuren. En ook dat scholen misschien wat makkelijker vragen stellen. Een ander leuk voorbeeld betreft de 4 Professionele Leergemeenschappen (PLG’s) die een paar jaar geleden zijn opgericht door 2 vo-scholen en een po-bestuur. Dat ging over de aansluiting basisonderwijs/voortgezet onderwijs. Er was een PLG over Engels, 1 over rekenen/wiskunde, 1 over studievaardigheden en 1 over talentontwikkeling. De pilotperiode liep dit voorjaar af. Deze PLG’s zochten contact met ons. Zij zeiden: ‘Wij hebben producten ontwikkeld en zouden het mooi vinden om die te delen. Hoe kan dat via de Leidse aanpak?’ Dat is een goed voorbeeld dat laat zien: wij houden niet voor ons van wat wij geïnvesteerd hebben, maar willen graag uitdragen. Die producten komen binnenkort via onze website beschikbaar. Door zo’n samenwerking als de Leidse Aanpak bevorder je zulke ontwikkelingen.’

deze provinciale debatten gaat een groep jongeren door naar het Nationaal Jeugddebat in Den Haag, waar ze met politici in debat gaan. Jongeren van 12 tot en met 18 jaar kunnen zich aanmelden via www.njr.nl/nationaaljeugddebat.

JUNIOR INNOVATION CHALLENGE Ben jij tussen de 10 en 16 jaar en durf je buiten de bestaande kaders te denken? Heb je een innovatief idee dat je graag werkelijkheid wil laten worden? Meld je dan aan voor de Junior Innovation Challenge. Het idee van de winnaar wordt werkelijkheid! Tot 15 september kun je je aanmelden met een team van maximaal 3 deelnemers én natuurlijk een goed idee. Jezelf en jullie idee stel je voor in een korte video, waarna je stemmen gaat verzamelen. Op basis van het juryoordeel en de stemmen wordt bepaald of je misschien wel met de hele klas naar de landelijke finale mag! www.juniorinnovationchallenge.nl

WEBKLASSEN RUG Van steeds meer studies kun je tegenwoordig online een voorproefje volgen. De Rijksuniversiteit Groningen biedt tegenwoordig voor elke bachelor een ‘webklas’ aan. Dat is een cursus van zo’n tien uur, waarin je wetenschappelijke teksten leest, opdrachten maakt en discussieert via een digitale leeromgeving. De klassen zijn bedoeld voor scholieren uit 5 en 6 vwo als oriëntatie op een vervolgopleiding. Maar je kunt ze natuurlijk ook gebruiken als je het leuk vindt om je in een onderwerp te verdiepen. Inschrijven voor

WEEK VAN HET JONGE KIND

de volgende ronde (start in november) kan vanaf oktober.

In de week van 25 t/m 29 september organiseert

OPEN NK LASERGAME

de Leidse Aanpak voor Talentontwikkeling en het

Veel jongeren en volwassen hebben het wel eens gedaan: lasergamen. Voor-

Erasmus+ project Jonge kind de Week van het

zien van een speciaal pak en een lasergeweer probeer je zoveel mogelijk

Jonge kind (met ontwikkelingsvoorsprong). Op

tegenstanders te “raken”. Voor de echte fanatiekelingen wordt op 24 sep-

dinsdag 26 september en woensdag 27 septem­

tember het Open Nederlands Kampioenschap Laser tag georganiseerd. Om

ber 2017 worden meerdere workshops voor

mee te doen vorm je een team van 4 spelers die minimaal 16 jaar oud zijn.

leer­krachten, pedagogisch medewerkers en

Voor 50 euro ben je inschreven en word je voorzien van consumpties, lunch,

specialisten gegeven. Aan bod komen bijvoorbeeld

laser game materialen en tactical gear. Inschrijven kan tot 17 september via

‘Groeimindset en peuters’, ‘Talentfluisteren’ en ‘Grip

www.lasertagamsterdam.nl .

op onderpresteren’. Willeke Rol geeft een workshop over haar ‘Talentenlijn peuters’.

VREDESPOËZIEPRIJS

Meer informatie over de sprekers, de inspiratielunch en

VOS Vlaamse Vredesvereniging organiseert in 2017 voor de vijftiende keer

informatiemarkt is te vinden op http://deleidseaanpak.

de Vredespoëzieprijs. Dit jaar is het thema ‘bloei’. Deelnemen kan door een

nl/voorschoolse-educatie/agenda/de-week-van-het-

gedicht van maximaal 24 regels uiterlijk 12 november per post naar de orga-

jonge-kind.

nisatie te sturen. De jury kijkt naar vorm, inhoud en hoe vrede geïntegreerd is in het gedicht. De wedstrijd staat open voor volwassenen en leerlingen in de tweede of derde graad van het secundair onderwijs (dit is ongeveer equivalent aan klas 3 tot en met 6 van het Nederlandse voortgezet onderwijs).

20

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum


HB-portret

Tamara Duijvestijn, 27 jaar, Delft

‘Ik weet niet hoe het is om niet hoogbegaafd te zijn.’ Sinds wanneer weet je dat je hoogbegaafd bent? “Sinds mijn negentiende.” Wat was de score? “136. Die score veranderde het nodige voor me. Ik heb toen besloten om meer uit mijn mogelijkheden te gaan halen.” Wat was de aanleiding om je te laten testen? “Na de havo wilde ik interieurarchitectuur gaan studeren. Daar is wiskunde voor nodig. Dat had ik niet. Ik laste een tussenjaar in om wiskunde op niveau te brengen. Het viel mijn vader op dat ik nooit mijn boeken inkeek. Ik maakte sommen tot ik vastliep. Dan las ik een samenvatting en ging ik weer verder. Dat vond hij opvallend. Mijn ouders stelden toen voor mij te laten testen.” Hoe was je als kind? “Op de basisschool zelf viel ik niet zo op. Op de middelbare school wel wat, maar ik viel in de middenmoot: ik heb nooit gepest en ben nooit gepest. Ik zat op scouting, waar ik de grootste lol had. Ik was dol op buitenspelen met de buurtkinderen. Daar was ik altijd echt een leider en een gangmaker.” Wat heb je gestudeerd? “Ik begon met Journalistiek, maar dat was het niet. Na de propedeuse ben ik overgestapt naar de universiteit om Taal- en Cultuurstudies te studeren. Een studie met veel vrijheid om keuzevakken te volgen. Na mijn bachelor ben ik begonnen aan de Pabo, maar dat bleek niet bij me te passen.” Hoogbegaafd zijn: is dat fijn of vervelend? “Lastige vraag. Ik weet niet hoe het is om niet hoogbegaafd te zijn. Ik heb een brede interesse en ben druk. Daardoor maak ik niet alles af waar ik aan begin. Maar dat kan ook komen door een gebrek aan doorzettingsvermogen als gevolg van faalangst. Ik werk er hard aan dit te verbeteren.” Wat doe je nu? “Ik werk vier dagen in de week als office manager van een snelgroeiend bedrijf. Ik beheer de agenda’s, e-mail, telefoon en post, ik regel contracten en betalingen en ik heb mijn eigen projecten lopen. Een soort office manager plus dus, want ze leggen de lat hoog. Ik vind dat heerlijk.”

Welke docenten hebben je geïnspireerd of geholpen? “Geen. Dat komt omdat ik nooit bezig was met de toekomst. Wel had ik, in tegenstelling tot veel van mijn klasgenootjes, een goede band met mijn leraren.” Wat doe je graag in je vrije tijd? “Computer- en bordspellen. Op dit moment speel ik veel Betrayal At The House On The Hill. Een inventief spel met veel scenario’s. Je moet echt samen met anderen een tactiek bedenken. En Wordfeud. Dat kun je ook heel tactisch spelen.” Waar word je (on)gelukkig van? “Ik word ongelukkig van stilstand. Ik ben heel leergierig en wil me blijven ontwikkelen. Ik wil één dag in de week niet werken, zodat ik me kan blijven ontwikkelen. Gelukkig word ik van reizen. Ik hoop ooit vijftig procent van alle landen in de wereld te hebben bezocht.” Ga je veel met (hoog)begaafden om? “Mijn vriend is niet getest, maar hij zou goed hoogbegaafd kunnen zijn. En een vriendin van mij is ongetwijfeld hoogbegaafd, al denkt ze zelf van niet. Na jarenlang slapend lid te zijn geweest, ben ik actief geworden binnen Mensa (internationale organisatie van en voor zeer intelligente mensen, red.), maar nog te kort om er vrienden te maken.” Wat zijn je toekomstplannen? “Ik wil gaan werken, mezelf verder ontwikkelen en nog zoveel mogelijk reizen voor ik kinderen hoop te krijgen.” Is er iets wat je aan jezelf zou willen veranderen? “Er zijn altijd dingen die anders kunnen, iedereen is altijd wel ergens kritisch over bij zichzelf. En als je het ene oplost, dan vind je wel weer iets anders dat je niet leuk vindt. Ik heb mijn minpunten weten te accepteren.” Heb je een tip voor kinderen? “Ja. Probeer je altijd in een ander in te leven, bijvoorbeeld als je ruzie met iemand hebt gehad. Ook die ander voelt zich daar rot over. Er zijn maar weinig mensen die je bewust proberen te kwetsen.”

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

21


Voorlichting

Welzien in Nijmegen helpt hoogbegaafde thuiszitters weer op weg

Rust, herstel en een nieuwe start Kinderen die zulke ernstige problemen op school ondervinden dat zij uiteindelijk thuis komen te zitten, hebben rust, begrip en erkenning nodig. Pas als zij hersteld zijn, kan er een nieuw perspectief ontstaan. Annette Daams richtte Welzien op om kinderen daarin te begeleiden en de partijen samen te brengen. ‘Ik geloof in samenwerking, voor het gezamenlijke doel: dat het goed gaat met het kind!’

Z

oals bij velen in dit vak is ook bij Annette Daams de kiem voor haar ontwikkeling als hoogbegaafdenbegeleider gelegd toen haar kinderen problemen ondervonden op school. ‘Ik werkte op een BSO. Mijn zoon zat daar ook en liep vast op school. Ik kreeg steeds meer ouders bij me met vragen rond thema’s die ik herkende van mijn zoon. Dat gaf een klik, we zaten zo een uur te praten. Ik ben toen plannen voor een BSO-plus gaan maken.’ Toen ze tegen de stroom van crisis en bezuinigingen op moest roeien, kreeg ze een burn-out. ‘Ik nam mijn eigen verhaal onder de loep. Ik bleef altijd aan de zijlijn staan, vond mijn eigen expertise nooit genoeg.’ Totdat ze op een SLO congres aangespoord werd om met de kennis en kunde die ze als ouder had aan de slag te gaan. ‘Zo terecht. Mijn zoon was vastgelopen, mijn creatief begaafde dochter kwam zelfs op de Leonardoschool niet uit de verf. Ik dacht, nu ga ik opstaan en laten horen dat ik ook iets weet!’

Tekst: Marrigje de Bok

Tijdens haar opleiding bij Novilo voor Gevorderd Talentbegeleider kregen haar ideeën meer vorm. Eind 2015 richtte ze Welzien op: een plek voor begeleiding van wat zij noemt ‘andersdenkende’ kinderen, in de praktijk vooral creatief hoogbegaafden: dagopvang, rust, herstel, psycho-educatie en een nieuw perspectief creëren voor de toekomst. Vanaf januari 2017 zit Welzien in een voormalig schoolgebouw in Nijmegen, waar verschillende kleine bedrijven gevestigd zijn. Annette haalde Ward Vestering erbij voor de financiële kant en er werken vrijwilligers voor begeleiding, sport, theater of muziek. In de twee grote ruimtes van Welzien, die door hoge schuifdeuren gescheiden worden, zitten vijf

22

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum


OVER GIJS (11) GESPROKEN ‘Ik voel me hier prettig en zo kan ik weer een beetje opbouwen om naar de middelbare school te gaan.’ Gijs komt sinds februari bij Welzien en is er nu vier keer per week. ‘Vanaf groep vijf ging het niet zo goed op school en in groep zes zat ik al vaak thuis. Eerst hadden we veel verschillende juffen en daarna een juf die heel streng was. Dat was niet fijn. Als je één verkeerd woord zei, kon je al naar de directeur.’ Heel even zat Gijs op een speciaal instituut voor autistische kinderen. ‘Daar zat ik totaal niet op mijn plek. Soms zat ik de hele dag in een afkoelkamertje, eigenlijk opgesloten. Ik ben daar heel snel weer weg gegaan.’ Na wat ‘gedoe’ kon hij terug naar zijn oude school. Toch ging het weer snel mis. ‘Toen zat ik weer thuis. De eerste twee maanden was het woord school echt no go … dan zat ik meteen op mijn kamer. Soms zeggen vriendjes “ik wil net zo’n leven als jij, lekker thuis niks doen.” Dan zeg ik, “nee, dat wil je echt niet!”’ Eerst heb je het nodig om weg te gaan van school en bij te komen. Dat school positief wordt, nou ja niet volledig, maar dat school niet meer boos maakt. Daarna kan je nog niet naar school, maar wil je ook niet thuis zitten. Toen schoot gelukkig Welzien te hulp!’ Hier krijgt Gijs begrip, kan hij weer praten over school en de situatie gaan overzien. Ga je na de zomer weer naar de middelbare? ‘Jazekers! Ik ga naar De Monnickskap, dat hoort bij het Dominicus. Het zijn kleine klassen in een klein gebouw, heel overzichtelijk.’ Gijs legt uit waarom hij daar naartoe kan: ‘Ik heb officieel de diagnose autisme, maar dat geloven wij niet. Maar ik heb ook een geluidfilterstoornis en dat kun je als een handicap zien. Ik hoor alles, en dat is heel vermoeiend. En omdat ik heel gevoelig ben, kan ik er ook nog eens slechter tegen.’ Bij Welzien heeft hij vrienden gemaakt en is hij weer sterker geworden voor de toekomst. Hij houdt van gamen, wat hij hier lekker vaak mag doen. ‘Als ik echt mag kiezen, wil ik later gameprogrammeur worden!’

jongens achter een spelcomputer. Ze werken samen, maken grapjes en herinneren elkaar aan de afspraken van wie er aan de beurt is. Een andere jongen doet Minecraft in zijn eentje. Hij is vanmorgen naar zijn nieuwe school geweest en heeft even rust nodig. In de twee ruimtes staan grote werktafels, computers, een boekenkast en een mooie zandtekentafel. Annette is van huis uit vakdocent beeldende vorming – via creativiteit kan ze kinderen die in de knoop zitten vaak goed bereiken. Er is een kleine kamer met muziekinstrumenten en computermateriaal dat uit elkaar gehaald kan worden. DRIE FASES

Wie bij Welzien komt doorloopt drie fases: wennen en herstellen, activeren en motiveren, werken aan terugkeer naar school. Met tekeningen op A3 vellen maakt Annette het proces samen met het kind visueel. Annette merkt dat dit een goede manier is om contact te maken zonder last te hebben van aannames of fixed mindsets. Soms vertelt ze het verhaal van Tony Robbins, de grote coach uit de VS, die een zeer zwaar leven had voordat hij anderen kon helpen. Zijn model over de zes psychologische behoeftes hangt groot uitgetekend op de muur. Bij Welzien kunnen kinderen en jongeren hun (zelf)vertrouwen hervinden, hun talenten ontplooien en onderzoeken wat ze echt willen. Terugkeer naar school wordt nauw begeleid door Annette, met uitleg over hoogbegaafdheid, top-down leren en verrijking en met evaluatiemomenten met leerkracht en leerling. Samen met het kind houdt ze een schrift bij over hoe het gaat.

Annette: ‘We werken aan oplossingen voor de langere termijn. Dat is nog wel zoeken. Als ouder heb ik ervaren dat we steeds in de aanval-verdedigingsmodus kwamen, daar kan ik niets mee. We moeten echt samenwerken, we hebben tenslotte hetzelfde doel. Ze is heel blij dat Ward de keus heeft willen maken voor Welzien. Als manager in de kinderopvang voelde ook Ward de druk van reorganisaties en bezuinigingen. ‘Het ging steeds vaker om geld en niet meer om de kwaliteit. Toen wij na drie zonen nog een dochter kregen, heb ik mijn baan opgezegd om voor haar te gaan zorgen.’ Hij had net weer een baan toen Annette hem vroeg voor Welzien. ’Toen heb ik hard nagedacht. Ga ik doen wat ik kan, maar waar ik niet helemaal gelukkig in ben, of kies ik voor avontuur. Ik heb moeten inleveren, maar ik doe iets wat zinvol is!’

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

23


MOEDER OVER ZOON ‘Mam, bij Welzien voel ik dat er rekening met mij

Onze psycholoog, de onder-

gehouden wordt. Daar krijg ik niet een werkblad voor

wijsconsulent maar ook de leer-

mijn neus met de opmerking: “Jij bent toch zo slim?

plichtambtenaar (LPA) en het

Laat maar eens zien dan.” We maken daar sámen een

SWV waren het helemaal eens

fijne sfeer, de kinderen en de volwassenen. Ik denk dat

met onze keuzes. Financiering

ik daar wél een hele dag kan zijn, zonder dat ik me rot

gebeurt vanuit een PGB. De LPA

voel.

heeft besloten dat onze zoon

‘Ingesleten trauma’ noemde de orthopedagoog van

geen vrijstelling hoeft te krijgen

het Samenwerkingsverband (SWV) het. Twee jaar in

maar ziek gemeld is. Thuis krijgt

een onveilige groep en niet-passend onderwijs hebben

hij vier uur per week onderwijs

zoveel sporen achtergelaten bij onze zoon dat hij zelfs

van een ECHA-specialist, gefinancierd door het SWV.

na een schoolwissel niet meer kon aanhaken.

Al is hij pas net bij Welzien begonnen, we merken nu

Het advies was om naar het SBO te gaan. Dat betekent

al verandering. Hij vertelt honderduit over wat hij er

een nog strakker keurslijf, trager werktempo en minder

heeft gedaan. Hij vraagt wanneer hij weer mag gaan en

verrijking. Absoluut niet de plek voor ons kind, het zou

nu in de vakantie telt hij de dagen af. Hij slaapt beter,

het trauma alleen maar nog verder inslijten. Als ouders

heeft geen paniekaanvallen meer gehad, ziet het leven

hebben wij toen besloten dat hij eerst hersteltijd nodig

weer zitten.

heeft. Vanuit hervonden rust kunnen we zorgvuldig

Wij kunnen er weer op vertrouwen dat hij in goede

bekijken welke vorm van onderwijs wel past bij zijn

handen is. Bij mensen die vanuit verbinding de eigen-

behoeften.

heid van een kind willen zien en die met hun hoofd én

De visie van Annette en de vorm van Welzien sluiten

hart begrijpen wat hij nodig heeft. Veiligheid, steun en

naadloos aan bij hoe wij zelf kijken naar de ontwikke-

ruimte maken dat wij allemaal kunnen gaan verwerken

ling en het welzijn van ons kind. Gezien en gehoord

wat er gebeurd is. Om daarna vanuit stevigheid de

worden om op een veilige manier ervaringen te kunnen

volgende stappen te gaan zetten.’

verwerken en een nieuw perspectief te creëren. Toen we gingen kijken bij Welzien voelden we zoveel rust, het was een verademing!

Ward heeft zelf veel thuis gezeten als kind. Hij was soms strontvervelend, zoals hij het zelf noemt. Nu hij meer over hoogbegaafdheid weet, kijkt hij ook anders naar zijn eigen kinderen. Zijn zoon haalde eerst een vmbo-diploma en later VWO. Ward zelf was ook zo’n ‘opstromer’. ‘Ik heb een klik met die jongens hier’, zegt hij terwijl Annette dat knikkend beaamt. ‘Het zijn mooie jongens, ik herken veel in ze. Dat voelen ze ook. Ze merken feilloos of je ze serieus neemt. Het moet meteen goed zijn, anders is je kans verkeken!’

24

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum

Ja, opvallend is dat er alleen jongens zitten. ‘Jongens rebelleren eerder, meisjes passen zich vaak aan en vallen niet op’, geeft Ward als verklaring. ‘Maar dat wil niet zeggen dat ze gelukkig zijn. We zijn zeker van plan om daar iets mee te gaan doen. Op zoek te gaan naar die onzichtbare meisjes die ook steun nodig hebben.’ Ward heeft een actieve rol als begeleider en zorgt dat de financiën op orde zijn. ‘Anders ben je geen organisatie. Wij nemen als Welzien de verantwoordelijkheid: als het moet, komt de financiering later. We willen niet dat kinderen lang thuis zitten. Als ze het nodig hebben, bieden wij een plek. We ‘ont-zorgen’ de ouders daarmee. Er loopt nu een traject waarvan de financiering onzeker is. Maar die jongen heeft hier drie maanden gezeten, hij gaat weer naar school en het gaat goed met hem!’


MAAK VAN HET HART HOOFDZAAK Wat hebben de begrippen millennials , keuzestress en een

Wie bij Welzien komt doorloopt drie fases: wennen en herstellen, activeren en motiveren, werken aan terugkeer naar school.

quarterlife crisis met elkaar te maken? In de eerste plaats zijn het benamingen voor een situatie en een specifieke doelgroep. Millennials, ook wel generatie Y genoemd is de aandui­ ding voor de generatie die geboren werd tussen 1980 en 2000. De quarterlife crisis is de periode tussen twintig en dertig jaar, waarbij de persoon zich bovengemiddeld onzeker voelt over zijn eigen leven. Er is echter meer dan dat. Het zijn geen op zichzelf staande woorden. Het lijkt wel of ik er de laatste tijd steeds vaker over lees en toen ik onlangs met mijn kroost dat in het bezit is van een recent behaalde

FINANCIERING VIA SWV OF PGB

Master in gesprek was, bleek

De betaling kan via een zorgarrangement van het SWV komen of als zorg uit een PGB. Ward: ‘Door de overheveling van de zorg naar de gemeente, kan het per gemeente anders zijn. Dat maakt het complex. Elk traject is verschillend, afhankelijk van de school, het SWV, een LPA, wijkteam etc. Soms zitten we met alle partijen aan tafel, vindt iedereen Welzien een hele mooie oplossing, maar dan komt de vraag naar wie ik de rekening mag sturen.’

dat ook zij zich bewust zijn van de actuele situatie van afgestudeerde talentvolle jonge mensen. Jongeren raken dikwijls gedesillusioneerd en leven naar een plaatje in hun hoofd en niet meer van binnenuit, waarbij zij zich afvragen: ‘’Wat voelt goed voor mij? ’’. Niet zelden hebben studenten een bepaald beeld van zichzelf en leggen zichzelf daarmee een enorme druk op.

Het doel van ieder traject is om een goede plek op school te vinden. Waar het kind begrepen wordt, zich prettig voelt en een passend aanbod krijgt. Voor alle negen jongens die nu bij Welzien zitten, zal dat een nieuwe plek moeten zijn. Op de oude school is het te zeer spaak gelopen en hebben ze vaak beschadigende ervaringen opgedaan. De onzekerheid, het wantrouwen of de boosheid komen er hier nog wel eens uit. Annette en Ward tonen allereerst begrip en nemen het niet persoonlijk op. En ze stellen duidelijke grenzen. ‘We laten ze merken dat het hier niet nodig is om te schreeuwen,’ zegt Annette. ‘Wij luisteren naar de boodschap erachter en kijken naar de behoefte van het kind. Kinderen hebben vaak veel aannames door wat ze hebben meegemaakt. “Jij zal mij ook wel dom vinden, of vervelend, jij luistert zeker ook niet”. Als ze merken dat wij hen WELZIEN, leren ze weer vertrouwen, op zichzelf en op de volwassenen om hen heen.’

Juist omdat er zo veel mogelijkheden zijn en het beeld ontstaat dat je als talentvolle jongere alles kunt worden, groeit het besef dat zij ook alles moeten kunnen worden. De lat wordt torenhoog gelegd: het moet geweldig zijn en vooral succesvol in de ogen van de student zelf, maar vooral ook voor de buitenwereld die bestaat uit alle andere net afgestudeerden die op dezelfde manier proberen grip te krijgen op die eindeloze toekomst die voor hen ligt. Oprichter en directeur Ali Niknam van Bunq, een internetbank waar de gemiddelde leeftijd van medewerkers 27 is, denkt dat deze generatie meer met zichzelf bezig is. “Maar niet op een narcistische manier. Ik zie dat veel jonge mensen een bijna existentiële crisis krijgen op jonge leeftijd. Mensen zijn veel meer naar zichzelf op zoek. Dat is misschien wel te verklaren doordat er veel meer keuzes zijn dan veertig jaar geleden.’’ Hij ziet vooral keuzestress. Het onderwijs speelt hierbij een grote rol. In mijn eigen praktijk kiezen jongeren aan het einde van 3 vwo een vakkenpakket, dat dikwijls leidend is voor een lange studieperiode. Regelmatig zie ik dat jongeren zich helemaal richten op één studierichting. Na het behalen van respectievelijk hun Bachelor of Master, blijkt dat misschien helemaal niet de juiste keus te zijn voor hen. In veel in ons omringende landen kiezen jongeren veel later een definitief pakket, dat dan in veel gevallen ook compacter is. Een paar jaar extra speelruimte lijkt mij wenselijk en misschien wel noodzakelijk om jongeren de tijd te geven om te ervaren wat goed voelt in plaats van het uitstippelen van de wellicht meest rendabele route. Voordat zij zich zorgen maken of zij wel snel genoeg succesvol zullen zijn, moet het hart serieus genomen worden.

en coörderlands e N t n e c is do ollege in rthuysen Russell C o d O n rra e rt ld e Bo tB Annette n aan he llent Lere e c x E r to dina nie. Kromme

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

25


Boekbespreking

Vroegtijdige stimulering van kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong

Kiezen voor differentiatie door de eigen leerkracht en in de eigen klas Tekst: Carl D’hondt

In de wetenschappelijke literatuur wordt het belang van de vroegtijdige stimulering van kleuters met een ontwikkelings­ voorsprong steeds sterk in de verf gezet. Het is dan ook verbazingwekkend dat er zo weinig boeken verschijnen over cognitieve stimulering en persoonlijkheidsbegeleiding van kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong.

26

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum


BELANG VAN VROEGTIJDIGE STIMULERING

Ons kleuteronderwijs is in hoofdzaak toegespitst op de gemiddelde leerling, zonder veel differentiatiemomenten naar boven of naar onder. Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong worden op deze wijze onderbevraagd en worden aldus afgeremd in hun ontwikkeling. Deze ‘mismatch’ tussen het leeraanbod en de reële capaciteiten van het kind, leiden vaak tot verminderde motivatie en zwakke leer- en werkhoudingen. Maria Montessori heeft gewezen op het belang van gevoelige periodes in de kinderlijke ontwikkeling. Dit zijn periodes waarin het kind extra gevoelig is voor het aanleren van bepaalde vaardigheden. Aangezien deze kleuters zich sneller ontwikkelen, vallen de gevoelige periodes voor hen vroeger. Het is bijgevolg belangrijk om op school zo nauw mogelijk aan te sluiten bij hun naaste (toekomstige) ontwikkeling. Kleuters die zich niet goed voelen op school, lopen bovendien een groot risico om zich sociaal-emotioneel minder harmonieus te ontwikkelen. PIONIERSWERK

Dit boek verdient alle lof, alleen al vanwege het feit dat het uniek is. Het is zowat het eerste boek in de Nederlandstalige literatuur dat zich specifiek richt op didactische aanpassingen voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Zelfs in hun eigen bibliografie vermelden de auteurs slechts twee boeken die specifiek handelen over kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong, nl. het boek van Smutney, Waller & Honech ( 2016) en het beknopte boekje van Eleonoor van Gerven (2013), dat eigenlijk geschreven is voor de Intern Begeleiders (onze zorgcoördinators). Het gegeven dat dit werkje in vier jaar tijd reeds aan de vierde druk toe is, bewijst dat de vraag naar degelijke richtlijnen voor onderwijs aan kleuters met een ontwikkelingvoorsprong heel groot is.

vervolgonderwijs. Er worden tientallen tips gegeven om tot een fijnere afstemming te komen tussen het kind en de school. HOEKENWERK

Het leeuwendeel van het boek (deel 3) handelt over differentiatie voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong via hoekenwerk. Er worden twaalf hoeken beschreven, waarin alle kinderen zich kunnen uitleven. Het bijzondere van dit boek zit ‘m in het speurwerk naar manieren om het voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong extra uitdagend te maken. Waar andere kinderen stoppen met een activiteit, wil onze doelgroep verder gaan en dieper uitspitten hoe alles “precies” in elkaar zit. Dit boek geeft aan hoe je aan de spontane leerhonger van deze kinderen op een gerichte wijze kan voldoen. De auteurs hebben gedurende meer dan 20 jaar geëxperimenteerd met verrijkingsmateriaal voor deze kleuters. Het is duidelijk voelbaar dat zij dit werk met heel veel enthousiasme en realiteitszin hebben verricht. Door deze aanpak staan zij dicht bij deze kinderen en zijn ze ongetwijfeld een baken in hun ontwikkeling. Er is ook met heel veel zorg gewerkt aan de lay-out van dit boek. De vele foto’s en illustraties maken het geheel aantrekkelijk. Onnodig om er op te wijzen dat dit boek een must is voor alle kleuterscholen. Door de vele tips en de rake typeringen zullen ook ouders en al wie betrokken is bij de opvoeding van deze kinderen, er hun voordeel bij doen. Carl D’hondt is erevoorzitter Bekina vzw. Deze Vlaamse vereniging organiseert activiteiten voor kinderen en jongeren die hoogbegaafd of uitzonderlijk getalenteerd zijn. Ouders, leerkrachten en opvoeders kunnen bij Bekina terecht omdat hoogbegaafde en getalenteerde jongeren en kinderen specifieke noden hebben. Voor

INCLUSIEF

meer informatie: www.bekina.org

Meersman & Stroobandt kiezen resoluut voor differentiatie door de gewone leerkracht en binnen de gewone klassetting. Artificiële verrijkingsactiviteiten bij een zorgbegeleider in een afzonderlijk lokaal, overwegen zij niet eens. En dit lijkt ons een gezond uitgangspunt.

Meersman, A. & Stroobandt, Kr., Kleuters die net iets meer kunnen. Leuven, Acco, 2017, 228 pp., 24,99 €

Het boek bestaat uit drie delen. Deel 1 beschrijft op een concrete en treffende wijze de bijzondere kenmerken van een kleuter met een ontwikkelingvoorsprong op cognitief, non-cognitief en sociaal-emotioneel vlak. De vele voorbeelden en rake typeringen laten de lezer als het ware binnenkijken in de belevingswereld van kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong. Deel 2 handelt over de ontwikkelingsproblemen van deze kleuters. De auteurs pleiten voor een preventieve aanpak van deze doelgroep. Als het leeraanbod ondermaats blijft en als de persoonlijkheidsbegeleiding van deze kinderen niet afgesteld is op hun psychologische geaardheid dan raken sommigen in de knoei tijdens het

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

27


Vooruit

 Basiswoorden van 15.000 jaar geleden : s Le

Les: Basiswoorden van 15.000 jaar geleden Doel: een ongewone kijk op geschiedenis: oefenen met creativiteit en praktisch inlevingsvermogen Doelgroep: leerlingen PO vanaf groep 6 en VO onderbouw Tijdsduur: 1,5 uur

Tekst: Maryan Camps en Els Schrover

In deze les observeert u de leerlingen eerst terwijl ze zich verdiepen in de omstandigheden van leefgroepen en de communicatie-behoeften van 15.000 jaar geleden. U laat de leerlingen taken verdelen: wie zoekt informatie over welk aspect van dit onderzoek? Welke leerlingen brengen relevante onderwerpen in, zoals het klimaat, flora en fauna, voornaamste bezigheden (jacht, bereiding van eten, onderdak en veiligheid?). De informatie over de verschillende aspecten van het onderzoek wordt gezamenlijk besproken in een kringgesprek. Komen de leerlingen samen verder, door goed naar elkaar te luisteren en ideeën van elkaar op te steken? Begrijpen ze meer over het verleden en de oorsprong van cultuur, door deze manier van zich in de geschiedenis verdiepen? Welke leerlingen hebben logisch en praktisch nagedacht over de omstandigheden van 15.000 jaar geleden? Wie toont inzicht in communicatie op een basisniveau? Hoe origineel waren ze? Hoe interessant en bruikbaar is hun woordenlijst geworden? Bespreek met de leerlingen hun proces van werken. Wie kan benoemen hoe hij of zij op ideeën kwam?

28

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum


SCHRIJVEN

OP DR AC H T:

- ‘Madelief, ik moet weer een column over je schrijven voor Talent, doe ‘ns een kunstje.’

Dit is een ongewone geschiedenisles. Het doel van deze les is om ons te verdiepen in het allereerste begin van de menselijke taal. Wat zijn vermoedelijk de 20 eerste kernwoorden die mensen 15.000 jaar geleden tot hun beschikking hadden om met elkaar te communiceren?

Ze lacht. - ‘Kun jíj de column deze keer niet schrijven?’ - ‘Ik zou niet weten wat ik zou moeten zeggen.’ - ‘Iets over hoe is om jou te zijn…’ - ‘Daar is niks bijzonders aan.’ We zijn net een paar dagen thuis na drie weken vakantie. Thuiskomen vindt ze altijd fijn, lekker vertrouwd.

U I T VO ERI N G :

Maar vanochtend vertelt ze over een nachtmerrie met school in de hoofdrol en over de scheuten pijn in haar

Taal staat nooit op zich. Woorden hebben te maken met de omgeving, de relaties tussen mensen, de bezigheden die ze hebben en dat soort dingen. Daar gaan we ons dus eerst in verdiepen. Jullie zoeken gezamenlijk uit hoe de omstandigheden waren van leefgroepen in Europa en Azië, zo’n 15.000 jaar geleden. Bedenk eerst wat we daarvoor moeten weten en verdeel dan de onderzoekstaken. Iedereen presenteert een aspect van de situatie. Daarna overleggen we in een kringgesprek wat daarvan belangrijk is voor de taal.

buik als ze eraan denkt dat ze binnenkort weer aan de bak moet. Ook al is dat pas over drie weken. Zodra het vakantie is, slaat Madeliefs stemming om. Dan merken we allemaal weer hoe ze eigenlijk is: vrolijk, behulpzaam, opgeruimd, flexibel. Ze blijft het moeilijk vinden om vreemde mensen aan te spreken en initiatieven te nemen en trekt zich graag terug. Twaalf weken van de 52 is haar basishumeur beduidend beter. ‘Dat komt omdat ik niets moet. Leren is best leuk, maar alleen als ik zelf kan bepalen wat ik leer.’

Na deze bespreking bedenkt iedere leerling een lijst van 20 basiswoorden die het meest van pas gekomen zullen zijn in deze omstandigheden. De lijsten worden met elkaar vergeleken en de groep komt gezamenlijk tot de 20 basiswoorden die wij samen het meest waarschijnlijk achten. Het leuke is dat we daarna ons werk kunnen controleren, want onderzoekers onder leiding van de bioloog Mark Pagel hebben dit gedaan. Zij kwamen tot 23 basiswoorden die ze hebben gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences.

Ze is deze zomer is begonnen aan het schrijven van een verhaal. Aangestoken door de site wattpad.com. Via haar telefoon leest ze daarop het ene fantasieboek na het andere. Nu beschrijft ze de geschiedenis van de volken die in haar eigen verhaal voorkomen: vuurmensen en ijsmensen. Ze doet als het ware een antropologisch vooronderzoek, zodat ze daarna hun avonturen kan optekenen. In

Op internet is hierover een artikel te vinden in het archief van de NRC, de krant van 7 mei 2013.

het Engels. Hopelijk is de vakantie lang genoeg om hier lekker mee door te gaan. Vanaf komend schooljaar doet

WA A ROM DO E N WE D IT ?

Madelief het vierde jaar over. Een paar vakken gaat ze al wel op 5-vwo-

Bedenk zelf een antwoord op de vraag: waarom gaan we eerst zelf aan het werk en verdiepen we ons niet meteen in het werk van Pagel?

niveau volgen en ze staat ingeschreven voor eerstejaars college Biologie bij de Radboud Universiteit, zelf gekozen. Het zal weer een hele uitdaging

Het zou geweldig zijn als uw leerlingen hierop zelf een antwoord vinden: wanneer je eerst zelf nadenkt over een probleem, kijk je heel anders naar het antwoord dat anderen gevonden hebben. Je vergelijkt je eigen methode en inzichten met die van de ander en denkt er op die manier dieper over na. De inzichten die je zo verwerft, onthoud je beter, ze worden meer een deel van jezelf door je voorbereiding erop. Dit zijn de 23 ‘kernbetekenissen’ van de Euraziatische ‘oertaal’ die Mark Pagel en zijn collega’s vonden: Gij, Ik, Niet, Dat, Wij, Geven, Wie, Dit, Wat, Man, Jij, Oud, Moeder, Horen, Hand, Vuur, Trekken, Zwart, Stromen, Bast, As, Spugen en Worm.

worden om het schooljaar zo ontspannen mogelijk door te komen. Niet alleen voor Madelief, maar voor ons alle vier. Natuurlijk gaan we het straks weer met frisse moed proberen.

delief hter Ma aar doc h r e in e v e o s Coll g hrijft Olympu anen sc t e M h n n a a v ke mv Annemie ymnasiu r: in 4/5 g it z ilen naa a ie m D (13). unt u k s e . ti c m a .co . Re @gmail Arnhem nmanen a v e k ie annem

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

29


Carla Desain is journalist/ orthopedagoog en moeder van een 20-jarige hoogbegaafde zoon. In Talent zoekt zij telkens de leukste én leerzaamste lees- en spelmaterialen uit voor uw kind en/of leerling.

Toch is dit boek wel degelijk een aanrader. De verhaalopbouw en de soepele schrijfmet klassieke muziek. In deze app zie en

stijl van Suzanne Buis maken het (voor-)

hoor je het Concertgebouworkest spelen.

lezen aangenaam. De vormgeving van de

Animaties van Fiep Westendorp onder-

werkboek-pagina’s nodigt uit tot schrijven

strepen speels welk instrument welk dier

en de illustraties van Mark Baars spreken

Een fijn

vertolkt.

tot de verbeelding. Heel geschikt om sa-

grasduin-boek,

De vele extra’s maken deze app nog

men te lezen en te bespreken, vanaf 5 jaar.

geschreven

educatiever. Bijvoorbeeld memory met

door Nicoline

het plaatje en het muziekthema van een

van der Sijs en

dier; extra uitleg over de instrumenten

drie collega-

en hun klank; en leskaarten over ritme,

taalkundigen.

beweging en dans. Een geweldige app!

Veel verschillen-

Sommige onderdelen zijn vanaf ongeveer

Mark Brake koos

de aspecten van

4 jaar, de muziekvideo’s en simpele spel-

een originele

de Nederlandse

len vanaf 2. Gemaakt voor iPad mini 2 en

invalshoek voor

taal komen aan bod: waar ter wereld

iPad 4, maar op mijn oude iPad 2 werkt

dit sterrenkun-

wordt Nederlands gesproken? Hoe ont-

bijna alles prima. Er is ook een digibord-

deboek: stel je

staan nieuwe woorden en kun je voorspel-

versie voor in de klas.

voor dat jij as-

ATLAS VAN DE NEDERLANDSE TAAL

Vol liefs; ISBN 9789082661910; €16,50

LEVEN ALS EEN ASTRONAUT

len of dat ook blijvertjes zullen zijn? Wat

tronaut wordt;

zijn ‘Mama appelsapjes’? Waarom maken

Follow a Muse; gratis via iTunes; digibord-

wat kom je dan

mensen dt-fouten en waarom ergeren

versie: info@followamuse.nl

allemaal tegen

anderen zich daaraan? Waarom verstaan Vlamingen je soms niet?

op je ruimtereis?

DE DROOMDENKER

Wat houdt je

Interessant, en luchtig genoeg om er

Wouter wordt

training in, hoe maak je een ruimtewan­

ook voor je lol in te neuzen. Omvang

op school te

deling, langs welke planeten kom je,

en gewicht (2 kilo) maken er meer een

weinig uitge-

wat zie je onderweg? Door deze jij-vorm

studieboek van. Geschikt voor geïnteres-

daagd. Vaak

komt het verhaal dichtbij; dat stimuleert

seerde kinderen vanaf 11 jaar.

droomt hij – al

de fantasie.

associërend –

Alle belangrijke informatie is op een

weg. Is hij soms

pakkende manier in deze verhaallijn

dom? Uit een

verwerkt. Zo worden de afstanden tussen

test blijkt het

zon en planeten uitgebeeld met behulp

Camille Saint-

tegendeel.

van wc-papier: tot Mercurius 1 velletje,

Saëns schreef

Tussen het verhaal door staan goede

tot de aarde 2,5 en tot Neptunus 76.

‘Carnaval des

vragen als ‘Hoe komt het dat Wouter niet

Jammer dat de opmaak zo druk is. En

animaux’ om

weet bij welke som ze zijn?’, ‘Heb jij ook

meer dan jammer dat de aspirant-astro-

zijn vrienden te

wel eens het gevoel dat je niet wordt

naut steeds is afgebeeld als een jongetje.

vermaken. Voor

begrepen?’ en ‘Wat zou je tegen Wouter

Vanaf 7 jaar.

kinderen is dit

zeggen als je zijn vriend was?’ De Droom­

lichte, grappige

denker lijkt qua verhaal en opzet nogal op

Van Holkema & Warendorf;

Slimme Rick en Ben jij een cheetah?

ISBN 9789000356225; €14,99

Lannoo; ISBN 9789401442053; € 39,99

CARNAVAL DER DIEREN

muziekstuk een perfecte kennismaking

30

Talent  september 2017 © 2017 Koninklijke Van Gorcum


rt voor er speu t e re a D n ijzonde eur Be f naar b a t u Redact e ft n e r e e het int heid. H t Talent begaafd ich r r e e v b o t e en tern in t bericht n a s es het n inter zelf ee k? Mail ie r b u r eze me.com voor d aeter@ d n e b naar

HOOGBEGAAFD EN TOCH GEEN GOEDE SCHOOLPRESTATIES Executieve (uitvoerende) functies bepalen in hoge mate het schoolsucces. En dat is zeker het geval bij hoogbegaafde kinderen. Onder excecutieve functies verstaan we onder nen beginnen); kunnen plannen; overzicht kunnen hebben en

IS MIJN HOOGBEGAAFDE KIND EEN WONDERKIND?

bewaren; aandacht op iets kunnen richten en dat kunnen blijven

Bijna in alle gevallen zal het antwoord moeten zijn:

volhouden; emotieregulatie; goed gebruik kunnen maken van

nee, dat is niet het geval. Er bestaat een groot verschil

het werkgeheugen; inhibitie (remming of onderdrukking van

tussen een hoogbegaafd kind en een wonderkind. Bo-

bijvoorbeeld allerlei niet wenselijke impulsen); zelfinzicht;

vendien komen wonderkinderen veel minder voor dan

cognitieve flexibiliteit. Een kind kan wel intelligent zijn, maar als

hoogbegaafde kinderen (in ons land ongeveer 40.000

het bijvoorbeeld steeds snel afgeleid wordt door elke prikkel in

hoogbegaafden; wonderkinderen ongeveer 2,5% van

de groep, wordt het leren toch een stuk moeilijker en zullen de

de wereldbevolking). In het algemeen beschouwt men

schoolresultaten tegenvallen.

een kind als een wonderkind als dat op enig gebied

Kinderen en zeker ook de hoogbegaafde kinderen, met be-

van kunst, wetenschap of sport op een jonge, tot

paalde niet goed ontwikkelde executieve functies, dienen goed

zeer jonge leeftijd, in het algemeen publiekelijk heeft

geholpen te worden. Dat kan betekenen: de taak of omgeving

aangetoond over zeer bijzondere vermogens te be-

aanpassen, korte eenvoudige opdrachten geven, een verlengde

schikken. Het gaat meestal om prestaties die men op

instructie bieden (stappenplannen), zorgen voor structuur,

zo’n leeftijd niet zou verwachten. Bij zo’n omschrijving

gelegenheid geven om rustig te kunnen werken of bijvoorbeeld

wordt er meestal direct bij vermeld dat een wonder-

leren om eerst na te denken in plaats van zo maar met iets

kind geen hoogbegaafd kind hoeft te zijn. Dat is waar,

beginnen. Zo worden er nog veel aanvullende tips gegeven.

maar natuurlijk komen er ook hoogbegaafde wonder-

Nieuwsgierig? Lees: Executieve functies bij kinderen en adolescen­

kinderen voor. Intellectueel begaafde kinderen krijgen

ten. Peg Dawson en Richard Guare.

van hun ouders bepaalde dingen die minder begaafde

andere: taakinitiatie (op een goede manier met een taak kun-

kinderen niet krijgen, zoals boeken, bezoeken aan

HELP HOOGBEGAAFDE KINDEREN NIET MET HUN HUISWERK

musea, maar ze krijgen dat omdat ze er om vragen. Het zijn niet de ouders die druk uitoefenen, het zijn volgens E. Winner de kinderen (Gifted children: myths

Ja, u leest het goed: niet! Tussen alle literatuur over huiswerk en

and realities, New York 1996).

de hulp die ouders daarbij kunnen verlenen, is het misschien voor

Er bestaan vele, vaak nog onbekende, voorbeelden

uw eigen oordeelsvorming wel eens goed ook eens een ander

van wonderkinderen. De Franse componiste Lili

geluid te laten horen.

Boulanger (1893-1918) kon toen ze tweeënhalf was

In een zeer breed opgezet onderzoek van de onderzoekers van de

reeds noten lezen en ging op haar vijfde al naar het

universiteit van Texas (Robinson, Harris) is nagegaan in hoeverre

conservatorium. De Hongaarse componist Béla Bartók

ouders betrokken zijn bij de schoolse opvoeding van hun kinde-

(1881-1945) kon toen hij drie was al heel vrolijk ge-

ren, of het nu gaat om huiswerk maken, praten over de verdere

compliceerde ritmen goed mee slaan op eenvoudige

schoolopleiding of bijvoorbeeld het doen van vrijwilligerswerk

slaginstrumenten. Wonderkinderen zijn van meet af

voor school. Ze ontdekten dat kinderen die geholpen werden bij

aan enorm gemotiveerd. In feite is het kind meestal

het maken van huiswerk niet bepaald hoger scoorden bij allerlei

de initiatiefnemer en maakt de ouder, onder druk, zich

testen.

dienstbaar aan de allesoverheersende belangstelling

Dat geldt zeker voor het maken van huiswerk na de basisschool.

van het kind.

Het zou zelfs wel eens helemaal niet goed kunnen zijn. Een van de

Hoewel kinderen met talenten meestal wel goed

redenen is dat ouders vaak geen goede hulp kunnen geven, alleen

terechtkomen, hebben echte wonderkinderen vaak

al omdat ze niet goed op de hoogte zijn van de leerstof, zoals bij

extra veel psychische klachten. Soms zijn wonderkin-

wiskunde.

deren zo begaafd dat ze niets met hun leeftijdsgeno-

Lees: The Broken Compass. Parental involvement with children’s

ten gemeen hebben.

education. Robinson and Harris.

Lees: Winner, E. Gifted children myths and realities.

september 2017  Talent © 2017 Koninklijke Van Gorcum

31


Praktisch differentiëren in het basisonderwijs

Congres Verschil in de klas 9 november 2017 - Congreslocatie Gooiland, Hilversum

  

Krijg antwoord op vragen als: • Welke invloed heeft het bieden van passend onderwijs aan begaafde leerlingen op de organisatie van het onderwijs in mijn groep? • Hoe kan differentiatie inhoudelijk zinvol zijn in mijn rekenles? • Hoe kan ik opbrengstbewust handelen en differentiëren vorm geven in groep 1 en 2 op een manier die past bij het ‘eigene’ van jonge kinderen? • Op welke manier kan ik bij ongemotiveerde leerlingen het leerplezier weer ontsteken, zodat ze lekker aan de slag kunnen gaan? • Hoe kan ik in combinatiegroepen de aandacht verleggen van organiseren naar wat ik leerlingen eigenlijk wil leren? • Wat is het effect van het tabletprogramma Snappet op de spellingvaardigheid van leerlingen? • Hoe kan ik in een klas met 30 leerlingen recht doen aan moeilijk lerende leerlingen die extra aandacht vragen? • Hoe zorg ik voor een opbrengstgerichte les bij tekenen en/of geschiedenis? • Hoe pas ik dit morgen praktisch toe in de klas?

Ontmoet sprekers als:

Roel Bosker, Marijke van Dijk, Sylvia Drent, Ceciel Borghouts, Margreeth MulderBunk,Saskia Bruyn, Mirl Witte-Both, Mariel Cordang, Maud Dolman en Rogier Levy

Meld u vandaag nog aan op www.verschilindeklas.nl Dit congres wordt u aangeboden door Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum:

© 2017 Koninklijke Van Gorcum

Talent  

Talent is het tijdschrift over hoogbegaafde kinderen voor begeleiders (leerkrachten en leerlingbegeleiders) en ouders.

Talent  

Talent is het tijdschrift over hoogbegaafde kinderen voor begeleiders (leerkrachten en leerlingbegeleiders) en ouders.