Issuu on Google+

Kwartaalblad juni 2014

Rheebruggen

82


Kwartaalblad van Stichting Stichting Het Het Drentse Drentse Landschap Landschap Uitgave Stichting Het Drentse Landschap Bezoekadres: Kloosterstraat 5 - 9401 KD Assen Postadres: Postadres: Postbus Postbus 83 83 -- 9400 9400 AB AB Assen Assen Tel. (0592) 31 35 52 / Fax (0592) 31 80 89 Tel. (0592) 31 35 52 / Fax (0592) 31 80 89 e-mail: mail@drentslandschap.nl e-mail: mail@drentslandschap.nl Website: www.drentslandschap.nl Web-site: www.drentslandschap.nl Facebook: www.facebook.com/drentslandschap Bankrek. nr. 30.28.75.751

3 Eruitgelicht Eric van der Bilt

Redactie Redactie E.W.G. E.W.G. van van der der Bilt, Bilt, J.D.D. J.D.D. Hofman, Hofman, B.M. van Mil, Colpa, J.G. Schenkenberg S.S. van der Meer, m.m.v. H. Schipper Basisvormgeving van Mierop en B. ZoerAlbert Rademaker BNO, Annen Grafische productie Koninklijke van Annen Gorcum BV, Assen Vormgeving Albert Rademaker BNO, Omslag Rheebruggen / foto: ToonBeeld/Frans de Vries Grafische productie Koninklijke van Gorcum BV, Assen

10

Spreeuw

— Fauna

13

Open huis herbouwde boerderij Kamps

14

De Kleibosch Bertil Zoer

Overname van artikelen met bronvermelding is toegestaan. ISSN 1380-3263 De inhoud van de bijdragen van gastschrijvers weerspiegelt Overname van artikelen met bronvermelding niet noodzakelijk de opvattingen van Stichtingis toegestaan. De inhoud de bijdragen van gastschrijvers weerspiegelt Het Drentsevan Landschap. niet noodzakelijk de opvattingen van Stichting Het Landschap is een uitgave van Stichting Het Het Drentse Drentse Landschap. Drentse Landschap. Het geeft informatie over de terrein­ bezittingen activiteiten van uitgave de stichting. Het bladHet Het Drentseen Landschap is een van Stichting verschijnt viermaal per bij informatie het wisselen derdeseizoenen Drentse Landschap. Hetjaar, geeft over terrein­ en wordt gratis toegezonden aan de beschermers van het bezittingen en activiteiten van de stichting. Het blad Landschap. Beschermer kan men worden door bijgevoegde verschijnt bij het wisselen seizoenen kaart in teviermaal vullen enper te jaar, verzenden. Minimaleder bijdrage € 17,50 en wordt gratis toegezonden beschermers van het per jaar. Beschermer voor het aan levende€ 400,– . Landschap. Begunstiger kan men worden door bijgevoegde Als u Het Landschap extra Minimale wilt steunen dan kan dat kaart in teDrentse vullen en te verzenden. bijdrage € 17,50 op de volgende wijze:voor het leven € 400,– . per jaar. Begunstiger

Het Drentse Landschap

www.de12landschappen.nl

In de ban van de archeologie Sake Jager / Arend Jan van Dijk

ISSN 1380-3263 Omslag Exoërkyl / foto: Geert de Vries

Periodieke gift InLandschap plaats vanextra of naast beschermersbijdraAls u Het Drentse wilt uw steunen dan kan dat ge. Ditvolgende is een voor de inkomstenbelasting volledig aftrekbare op de wijze: periodieke bijdrage, die u voor minimaal vijf jaar toezegt met een eenvoudige of naast een kosteloze onderhandse Periodieke gift notariële In plaats akte van of uw begunstigersbijakte van laatste is op te vragen bij belastingdrage. Ditschenking. is een voorDeze de inkomstenbelasting volledig aftrekdienst.nl en dient samen met kantoor van 5dejaar stichting te bare periodieke bijdrage, die uhet voor minimaal met een worden ingevuld. eenvoudige notariële akte toezegt. Voor bijdragen van € 50 Het kwartaalblad wordt u gratis toegezonden om u op de en hogerteper jaar regelt en Drentse betaalt de stichting de akte. Het hoogte houden van Het Landschap. kwartaalblad wordt u gratis toegezonden om u op de hoogte Andere giften Indien het totaal van uw giften in enig jaar te houden van Het Drentse Landschap. zowel 1% van uw drempelinkomen als ook € 60 te boven Andere giften  Indienaftrekbaar het totaalvoor van uw giften in enig jaar gaat, is het meerdere de inkomstenbelasting tot ten1% hoogste 10% van het drempelinkomen. zowel van uw drempelinkomen als ook € 60 te boven gaat, is het meerdere aftrekbaar voor de inkomstenbelasting Legaten of erfstellingen U kunt Stichting Het Drentse tot ten hoogste 10% van het drempelinkomen. Landschap en/of Stichting Oude Drentse Kerken ook in uw testament begunstigen. Legaten of erfstellingen  U kunt Stichting Het Drentse Landschap en/of Stichting Oude Drentse Kerken ook in uw Stichting Het Drentse Landschap en Stichting Oude Drentse testament begunstigen. Kerken zijn vrijgesteld van schenk- en erfbelasting, zodat uw gift, schenking of legaat geheel ten komt van deze Stichting Het Drentse Landschap en gunste Stichting Oude Drentse stichtingen. Kerken zijn vrijgesteld van schenkings- en successierecht, zodat gift, schenking of hierboven legaat geheel ten gunste komt Nadereuw inlichtingen over de vermelde mogelijke van dezevan stichtingen. vormen steun kunt u inwinnen bij het kantoor van de stichting of bij uw notaris. Nadere inlichtingen over de hierboven vermelde mogelijke vormen van steun kunt u inwinnen bij het kantoor van de Het Drentse Landschap stichting of bij uw notaris.

4

— Terreinbeschrijving

’t Ende aan de Reest Bertus Boivin / Eric van der Bilt

18

— Wandelroute

Gerrit Schouten. Zomaar een beschermer Erna van Mil

20

— Interview

Natuurgebied Reigerveen Marien van Westen

22

— Flora

24

Eikenprocessierups Geert de Vrie

— Fauna

26 Streekeigen uitvaartkist

27

Tentoonstelling Beatrix in beelden

28

Kortweg

30

Proef de natuur

32

In/uit de politiek

34

NPL

35

WMD

Ontvang tot 1 september 2014 het Natuurspeurderboekje voor kinderen gratis bij uw bestelling in de webwinkel of aanmelding digitale Nieuwsbrief: www.drentslandschap.nl.


Foto: Eric Wanders

Het jaarverslag over 2013 ligt voor me. Iedere keer is het weer een genot om te lezen wat de Stichting Het Drentse Landschap in een jaar tijd voor elkaar weet te brengen. Met dank aan de medewerkers en onze vrijwilligers. Ook financieel was het een goed jaar, wat vrijwel geheel te danken was aan de vele legaten, schenkingen en giften van beschermers en niet zelden van voor ons onbekende medeburgers. Het vertrouwen dat men in onze stichting stelt is gewoon hartverwarmend en motiveert ons zeer om voortvarend verder met ons werk te gaan. De herbouw van boerderij Kamps nadert de voltooiing en er wordt hard gewerkt aan de icoonprojecten in het Hunzedal en langs de Reest. Waar nieuwe natuurontwikkelingsprojecten vorm krijgen. Dit jaar vieren we ons 80-jarig jubileum met tal van feestelijke activiteiten. In dit kader zag kortgeleden onder meer ons prachtige boek over de Reest het licht. Buitengewoon inspirerend is de totstandkoming van de expositie ‘Beatrix in beelden’ door Stichting Beeldenpark De Havixhorst in de tuin van onze gelijknamige havezate. Een prachtig voorbeeld van dat in Drenthe door vrijwilligers en betrokken burgers in korte tijd een cultureel evenement kan worden opgezet dat ook landelijk veel belangstelling trekt. Ga er eens kijken zou ik zeggen. Zorgen zijn er echter ook en wel over de nieuwe natuurvisies van Rijk en Provincie. Waar de natuur veel sterker dan tevoren vanuit economisch perspectief wordt bezien. Natuur moet nu ineens ruimte aan de economie geven waar economie echter nooit veel ruimte aan de natuur heeft geboden. We zullen zien. Een mooier voorjaar dan wat we de afgelopen tijd hebben ervaren, kunnen we ons echter bijna niet voorstellen. Dat hebben we toch maar weer binnen. Naar ik hoop wordt ons jubileumjaar even mooi als de lente van 2014!

Eric van der Bilt Directeur/bestuurder van Het Drentse Landschap


4

In de ban van de archeologie Sake Jager*

Het boek ‘De archeologische rijkdom van de gemeente Westerveld’ gaat over het sprankelende verleden van deze regio, aan de hand van de vele oudheidkundige vondsten die er zijn gedaan. Het is geschreven voor een breed publiek en is mede mogelijk gemaakt door subsidies en steun van Het Drentse Landschap, de gemeente Westerveld en het Archeologisch Centrum West-Drenthe in Diever. In het veld zijn op tal van plekken nog sporen zichtbaar die aan dat boeiende verleden herinneren.

Grafgiften afkomstig uit een steenkist (een soortement klein hunebed) bij Diever.

Wie van rust en van de natuur houdt, komt in de gemeente Westerveld volop aan zijn trekken. Uitgestrekte bosgebieden worden afgewisseld door heideterreinen, terwijl tal van vennetjes en andere kleine landschapselementen de fraaie natuur rondom Diever,Vledder, Havelte en Dwingeloo completeren. Sinds kort kunnen we daar ook weer een stuifzandgebied aan toevoegen, het Aekingerzand bij Appelscha, in de volksmond de Kale Duinen genoemd. Hier laat men het verleden herleven door het zand weer te laten stuiven. Dat zand heeft de voorgaande eeuwen op veel plekken in Zuidwest-Drenthe gestoven. Zelfs zozeer dat het land-

schap er een volstrekt ander uiterlijk heeft gekregen. De oorzaak moet gezocht worden in een te intensief gebruik door de boeren. Door die stuifzanden te bebossen werd de kiem gelegd voor de nationale parken in de gemeente Westerveld. We hebben het dan over het Dwingelderveld en het Drents-Friese Wold. Behalve deze twee parken bezit de gemeente Westerveld nog een derde aaneengesloten natuurgebied, het Holtingerveld. Dit gebied heeft het weliswaar (nog) niet tot nationaal park geschopt, maar doet in niets onder voor de beide andere parken. Het strekt zich uit rond de Havelterberg bij Havelte. Meer dan natuur alleen

Het hunebeddenpaar D53 (op de voorgrond) en D54 aan de voet van de Havelterberg

Foto: ToonBeeld/Frans de Vries

Foto: ToonBeeld/Frans de Vries

Wat veel bezoekers (en ook veel bewoners) niet weten is dat Zuidwest-Drenthe een rijk verleden bezit en dat daarvan tal van sporen in het landschap bewaard zijn. Een klein deel daarvan is zichtbaar, de rest gaat schuil in de bodem. De oudste voorwerpen zijn er achtergelaten door een mensensoort die niet meer bestaat, de Neanderthaler. We moeten daarvoor zo’n honderdduizend jaar terug in de tijd. Ze bleven het gebied bezoeken totdat het te koud werd om er nog langer te vertoeven.


Archeologie

5


6

Archeologie

Lezersaanbieding

Tijdens de laatste ijstijd geselden zandstormen lange tijd het kale landschap en kreeg het een ander aanzien. Pas toen het klimaat verbeterde trokken vanuit het zuiden weer mensen Zuidwest-Drenthe binnen. Dat waren rendierjagers. Ze verbleven onder meer op hoge dekzandruggen in de buurt van de Kolonie, een voormalige plas ten noorden van de Havelterberg. Niet alleen zijn rond de Havelterberg veel vondsten gedaan van jachtkampjes uit de tijd dat mensen leefden van wat de natuur voortbracht, ook op andere plaatsen zijn vondsten van jager-verzamelaars gedaan, waaronder op dekzandruggen langs de Vledder Aa. Die jager-verzamelaars trokken in kleine groepjes en in een wisselende samenstelling van plek naar plek, waarbij ze zich lieten leiden door het ritme van de seizoenen en het voedselaanbod.

Het boek ‘De archeologische rijkdom van de gemeente Westerveld. Een reis door de geschiedenis van Zuidwest-Drenthe’. Het boek is 26 x 26 cm en beslaat zo’n 260 pagina’s. Door het grote formaat komen de tientallen foto’s en illustraties prachtig uit. Beschermers van Het Drentse Landschap kunnen het boek via www.drentslandschap.nl/winkel bestellen voor € 24,50 (gratis verzending). Deze aanbieding geldt tot 1 augustus 2014. U kunt het boek ook afhalen op het kantoor in Assen of in het Schultehuis in Diever.

De aantrekkingskracht van grote stenen

Aan dat bestaan van jager-verzamelaar kwam gaandeweg een einde toen vanuit het zuiden nieuwe gewoonten werden geïntroduceerd. Uiteindelijk koos men omstreeks 3400 v.Chr. definitief voor een boerenbestaan en ijkdom r e vestigde men zich op vaste plekken. Het ziet ernaar h c is g olo Wester veld De avarn cdehgeem uit dat men zich daarbij niet alleen liet leiden door eente landschappelijke factoren (hoog en droog en goed te In de ban ie archeolog bewerken gronden in de buurt van water), maar misschien nog wel meer door de aanwezigheid van grote stenen. Daar bouwde men imposante grafkelders van, vandaar de naam hunebedbouwers. Archeologen spreken liever van Trechterbekercultuur, naar een veel voorkomend type pot die deze mensen gebruikten. Die hunebedbouwers hebben zowel aan de basis gestaan van het Drentse boerenbedrijf als de latere indeling in dorpsgebieden. Het is zelfs zo dat de ligging van veel historisch gegroeide dorpen (esdorpen van de eerste generatie wel te verstaan) bepaald is door de keuzen die destijds zijn Het boek De archeologische rijkdom van de gemeente Westerveld gemaakt. In Zuidwest-Drenthe grijpen op zijn minst de is mede tot stand gekomen dankzij bijdragen van: Provincie wortels van Diever, Wapse,Vledder, Lhee, Uffelte en het verDrenthe | Gemeente Westerveld | Nationale Postcode Loterij | Rabo Zuidwest Drenthe | Prins Bernhard Cultuurfonds Drenthe | St. Ned. dwenen Hesselte terug tot ver in de prehistorie. We hebben Museum voor Antrhopologie en Preahistorie | Stichting Het Drentse het dan over de tijd van de hunebedbouwers of de fase die Landschap | Vereniging Natuurmonumenten | Recreatieschap Drenthe erop volgt, ruwweg de periode 3400-2500 v.Chr. | Waterschap Reest en Wieden | Archeologisch Centrum West-Drenthe edenis en

r de geschi

Een reis doo

he dwest-Drent

hap van Zui

het landsc

Sake W. Jag

er

Diever

Vledder

Dwingeloo

eld Dwingelderv

ld

ld

Westerve gemeente

verhaal dat samen een vertellen Sake archeoloog en en sporen dit boek zet Al die vondst aan de begint. In schitterennthe uiteen Steentijd niet alleen in de Oude Zuidwest-Dre veld bezit edenis van op een toegan maar liefst doet dat nte Wester Jager de geschi schoon, met ijfselen. Hij De gemee foto’s van veel natuur op een rijke prachtige deze overbl happen en r. De vele hand van ook bogen kan e manie de landsc bekroning. , maar verhalende archeologisch vormen de ale parken kelijke en . Tal van Frans de Vries twee nation van die geschiedenis en fotograaf Een deel ever keerde van. vormg blijk en gescha htskaarten hunebedgeven hier e overzic en sporen waaronder en handig n en het vondsten in het veld, n, karverhalen Wolde aar e voorde zichtb -Friese ls, is lheuve Archeologisch het Drents n. nalatenschap n de lezer fields, kastee elderveld, te noeme l en nodige uvels, celtic van het Dwing belangrijkste het gehee en. den, grafhe eer, om de deze terrein d completeren edenis in en een landw Holtingervel rensporen met de geschi te maken uit kennis ende en van de verrass uniek beeld e en is een geeft een van Drenth Dit boek van dit deel ig is het geschiedenis iten. Als zodan boeiende en daarbu en die de regio de iedere voor gids voor n. aanwinst onmisbare leren kenne tiebron en beter wil een inspira est-Drenthe e Wold van Zuidw Drents-Fries geschiedenis

dom van de logische rijk De archeo

van de

Sake W. Jag

er

Holtingerve

Havelte

Het Drents

Uffelte

e Landsc

Foto: Joop van de Merbel

hap

| Nationaal Park Drents-Friese Wold | Wetenschappelijk Fonds Drents Prehistorische Vereniging

Foto: ToonBeeld/Frans de Vries

De archeologische rijkdom van de gemeente Westerveld


Archeologie

Continuïteit

Machtige heren

De nazaten van de hunebedbouwers borduurden voort op wat hun voorouders hadden voortgebracht en bestendigden hun claim op het grondgebied door het oprichten van grafheuvels. Drenthe bestond in de prehistorie dus uit een lappendeken van territoria, met clusters van begravingen in de nabijheid van de woongebieden. Aan de hand van de graven en nederzettingsvondsten kunnen zelfs ontwikkelingen in tijd en ruimte worden herkend. Zuidwest Drenthe telde toen, net als nu, aanmerkelijk minder zielen dan bijvoorbeeld de Hondsrug. Ook toen heerste er rust en had men als gemeenschap een groter gebied tot zijn beschikking. In de loop van de IJzertijd (vanaf zo’n 500 v.Chr.) werden veel territoria in Drenthe verlaten en verruild voor een ongewis bestaan elders. Bij dat ‘elders‘ moeten we allereerst denken aan het noordelijk kustgebied waar de kwelders beschikbaar kwamen voor bewoning. De vrijgekomen gebieden in Drenthe werden al dan niet in goed overleg ‘verdeeld’ en daarmee werd de basis werd gelegd voor de Drentse marken.

In de latere prehistorie nam de Bisschopsberg een prominente plaats in het leven van de mensen in deze regio in. Dat hield vooral verband met de strategische ligging.Vanuit het zuiden en westen kon men destijds namelijk dit deel van Drenthe alleen over water bereiken. We hebben het dan over de benedenloop van de Steenwijker Aa en die van de Olde Aa (de latere Oude Vaart), aan de oostkant van de Havelterberg. Een favoriete plek om af te meren bevond zich ter hoogte van het huidige Steenwijk.Van daaruit reisde men over land verder richting Drenthe. De lokale bazen op de Bisschopsberg profiteerden handig van het feit dat iedereen over hun grondgebied moest. Dat kan onder meer worden afgeleid uit twee uitzonderlijk rijke graven uit de 5e eeuw v.Chr. De term ‘vorstengraven’ is hierop van toepassing. Het is zelfs aannemelijk dat hier rond het begin van de jaartelling een soort overslagcentrum van goederen is geweest, vergelijkbaar met de stapelplaatsen die bij Zeijen,Vries en Rhee zijn opgegraven.

7

Deze grafheuvels uit de Bronstijd liggen op een dekzandrug bij het Smitsveen, een plas aan de noordrand van de Dwingelose Heide.


Groen bekermos

Foto: Eric Wanders

Niet alles van hetzelfde

Borgbarchien

Tot een andersoortige elite moeten we de latere machthebbers rekenen die omstreeks het jaar 1000 of wat later bij Wittelte en op het Landgoed Rheebruggen kolossale heuvels opwierpen. Het gaat om zogeheten kasteelheuvels. In veel gevallen sloot op zo’n hoge heuvel een lagere heuvel aan, die beide waren omgeven door een fikse gracht. De lagere heuvel deed dienst als voorburcht waar men woonde, terwijl op de steile en hoge heuvel veelal een toren stond waarin men zich terugtrok ten tijde van gevaar. Dat zou wel eens kunnen opgaan voor de zogeheten Wittesheuvel bij Wittelte. Het Borgbarchien op het Landgoed Rheebruggen is echter van een heel andere orde en heeft een militaire functie gehad. Boeren en buitenlui

Niet alleen liet de prefeodale adel zijn oog op ZuidwestDrenthe vallen, ook voor latere politieke kopstukken en andere hooggeplaatste lieden was het er goed toeven. Ze bouwden er havezaten en buitenplaatsen en richtten de omgeving in conform de status die bij hen hoorde.Water in de gracht rond hun imposante huizen was daarbij een belangrijke voorwaarde. De omgeving van Dwingeloo voldeed hieraan en telde uiteindelijk zelfs vier van dit soort buitenhuizen. Daarmee werd het omgetoverd tot deftig dorp. Diezelfde, wat statige sfeer, is ook te vinden op andere plekken in de regio waar mensen van stand zich hebben gevestigd. Ze bouwden er huizen die de gewone burger zich niet kon veroorloven en gaven hun bezittingen het karakter van landgoederen.We hebben het dan over het Huis Rheebruggen bij Uffelte (14e-15e eeuw), het huis Overcinge bij Havelte (14e eeuw) en het huis Westerbeek bij Frederiksoord (17e eeuw).

De gewone boer zal zich weinig hebben ingelaten met die voorname mensen. Die had genoeg aan zijn hoofd om zijn bedrijf overeind te houden. Al met al was het boerenbestaan op de Drentse zandgronden een tamelijk schamele aangelegenheid. De uitdijende bevolking en de hieruit voorvloeiende ondernemingsdrang bracht met zich mee dat men de mouwen opstroopte en even verderop een nieuw bestaan opbouwde. Op deze wijze zijn gehuchten als Doldersum, Eursinge, Holtinge, Kraloo, Eemster en het verdwenen Ettelte bij Uffelte ontstaan. Tot dit illustere rijtje behoort ook Havelte, dat is voortgekomen uit Hesselte en ontstond nabij de plek waar de bewoners van dit dorp en Uffelte omstreeks 1200 reeds een kapel stichtten. Op dezelfde plek werd in het begin van de 14e eeuw de huidige Clemenskerk gebouwd. Zo ontstond op de zandgronden in Zuidwest Drenthe een lappendeken van essen, esjes en hoofddorpen en hiervan afgeleide esgehuchten en buurschappen. Wat al die esgehuchten en dorpjes (van de tweede generatie) met elkaar gemeen hebben, is dat ze zijn voortgekomen uit initiatieven van boeren die even verderop nieuwe kansen zagen en die verzilverden. Het laat ook zien dat in dit deel van ZuidwestDrenthe voldoende ruimte was om dit soort activiteiten te ontplooien. In het veengebied voltrok zich een soortgelijke ontwikkeling. Hier ontgonnen boeren uit de aangrenzende dorpen eigenhandig en strooksgewijs het veen. Dit leidde tot vernatting en verplaatsingen van de nederzetting. Wapserveen is hiervan een fraai voorbeeld. Het huidige lintdorp kan beschouwd worden als de laatste ontginningsas. De kerk verhuisde mee. Continue veranderingen

Op de zandgronden tekende zich rond die tijd een driedeling rond de esdorpen af, met het akkerland (de es), het hooiland (in de beekdalen) en de ‘woeste gronden’ eromheen. Die laatste benutten de boeren voor uiteenlopende doeleinden: plaggen steken, hout sprokkelen en het weiden van het vee, om de belangrijkste te noemen. Door overexploitatie, met name het weiden van schapen, verschraalde hier de vegetatie meer en meer. De bossen verschrompelden tot smalle bosgordels rond de essen en erachter, op de heide,


kwam het zand bloot te liggen en begon het te stuiven. Dat proces kwam pas echt op gang vanaf de tweede helft van de 15e eeuw. Uiteindelijk was het tij niet meer te keren en moesten de boeren met lede ogen toezien dat zelfs hun akkers onderstoven. Omstreeks 1830 besloeg het stuifzand in de marke Diever maar liefst zo’n 1020 hectare. Het Wapserzand en Lheederzand doen hier weinig voor onder, evenals de stuifzanden bij de Havelterberg. Ze werden uiteindelijk ingetoomd door ze te beplanten met bomen. Dat zijn de bossen waar we nu nog voor een groot deel tegenaan kijken als we de nationale parken doorkruisen.

Deze pijlpunt is van rendierjagers geweest, die omstreeks 12.000 v.Chr. aan de noordoostrand van het Holtingerzand hebben gebivakkeerd.

Foto: ToonBeeld/Frans de Vries

Hunebed D52 bij Diever

Tentoonstelling

De archeologische rijkdom

*Drs. S.W. Jageris archeoloog en lid van de Raad van Advies van Het Drentse Landschap.

Sporen in het landschap

Foto: ToonBeeld/Frans de Vries

Hierboven is in een notendop de geschiedenis van de gemeente Westerveld weergegeven. Dat alles is gebaseerd op de vele archeologische vondsten uit het gebied en hieruit afgeleide informatie.Van dat imposante verleden zijn op verschillende plekken nog zichtbare overblijfselen te bewonderen, variĂŤrend van de hunebedden - die van de Havelterberg voorop - tot tal van grafheuvels, wallen van celtic fields, prehistorische routes, voorden, sporen van oude wegen, mysterieuze kasteelheuvels en een heuse landweer. In het boek waarin de geschiedenis van dit gebied wordt beschreven, komen ze allemaal aan de orde en worden ze in hun landschappelijke context geplaatst. De gemeente Westerveld koestert deze en andere archeologische monumenten op haar grondgebied en de natuurbeschermingsorganisaties in deze regio doen hier in niets voor onder. Zo ook Het Drentse Landschap dat verschillende archeologische monumenten in Zuidwest-Drenthe bezit. Deze organisatie profileert zich sinds enige tijd als provinciale Trustorganisatie. Het Drentse Landschap heeft vanuit dat perspectief een doorslaggevende rol gespeeld bij de totstandkoming van het boek. Het laat zien dat het daarmee een nieuwe weg is ingeslagen en verdient daarvoor een vette pluim.

In het Schultehuis kunt u een prachtige reis maken door de geschiedenis van ZuidwestDrenthe, langs de hunebedden, de grafheuvels, de middeleeuwen en de nog zichtbare sporen uit de Tweede Wereldoorlog. Door middel van vondst- en beeldmateriaal wordt deze geschiedenis toegelicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om het grote hunebed in Havelte, het Koelingsveld bij Vledder, de steenkist bij Diever en de Spieker van Lhee. Openingstijden (t/m 26 oktober) Dinsdag t/m zondag van 13.30 tot 17.00 uur. In juli en augustus ook open op maandag van 13.30 tot 17.00 uur. Archeologisch Centrum West - Drenthe, Brink 7, 7981 BZ Diever www.archeologie-westdrenthe.nl


Spreeuw Alledaagse Spreeuw heeft het moeilijk Wie kent de Spreeuw niet. Het is een van onze huis-, tuin- en keukenvogels. Al vroeg in het voorjaar worden we op zonnige dagen verwelkomd door vrolijk makende zang- en fluittonen hoog uit de bomen. Het zijn zingende Spreeuwen die zich al vroeg in het jaar laten horen.

Ze beginnen dan misschien wel vroeg in het jaar met zingen, maar van eieren leggen komt het pas in de loop van april. In de tussentijd wordt gezongen, gekwetterd en worden voorbereidingen voor het broeden getroffen. Spreeuwen, in Drenthe ook wel ‘spraon’ of ‘protters’ genoemd, zijn goede imitators. Menigeen is op het verkeerde been gezet door het horen van de Koekoek in maart (zit echt nog in Afrika) of een roepende Kievit, Grutto of kakelende kip hoog in de bomen. Naast de zang zijn er ook schelle en hese tonen van geregeld ruziënde Spreeuwen. Boomtoppen

Arend Jan van Dijk*

Spreeuwen zingen graag vanuit hoge, opvallende posities in boomtoppen of op daken. Deze ‘toppositie’ heeft ook gevaarlijke kanten, want ze zitten opvallend voor roofvogels, vooral de Sperwer. Ontdekken de Spreeuwen de Sperwer dan vliegen ze in paniek hoog de lucht in, waarbij ze een opvallend hoog ‘pink-pink’-geluid laten horen. Zodra het gevaar is geweken landen de Spreeuwen weer in de boomtoppen en in een mum van tijd is het weer zingen en kwetteren.

Foto: Eric Wanders

Holenbroeder

Spreeuwen nestelen in holten. Dat kunnen natuurlijke of door andere dieren gemaakte boomholten zijn of allerlei gaten en spleten in gebouwen.Veelvuldig worden ook nestkasten benut. In de 17e eeuw bakte men kruikvormige ‘spreeuwenpotten’.Van de daarin nestelende Spreeuwen en hun jongen werd een heerlijke soep getrok-

ken…. De potten zijn nog steeds te koop. Spreeuwen maken ook dankbaar gebruik van oude spechtengaten. In gebouwen worden kleine open ruimten onder dakpannen of golfplaten benut of openingen onder balken, muurspleten en noem maar op. Kalendervast

In Drenthe leggen de meeste Spreeuwen omstreeks 20 april hun eieren. Dat is in vroege voorjaren soms wat eerder, zoals begin april dit jaar, of juist later zoals eind april in het koude voorjaar van 2013. Ongeveer een maand later, half mei, vliegen de jongen uit en dat gebeurt dan vrijwel overal tegelijk en massaal. Grote groepen ‘dreinzende’ jonge Spreeuwen bevolken dan graslanden en bomen. Door klimaatsverandering zijn voorjaren bij ons warmer geworden en daardoor zijn sommige vogelsoorten vroeger met broeden begonnen. Bij de Spreeuw gaat het om een week. Minder overlevingskansen

Spreeuwen broeden in alle delen van Drenthe, maar het meest in besloten landschappen met een afwisseling van grasland, bomen en boerenerven. De hoogste aantallen zijn gevonden in het zuidwesten, midden en noorden van de provincie, waar dit landschap het meest aanwezig is. In grote open veenkoloniale gebieden met voornamelijk akkers broedt de Spreeuw veel minder en dan vooral in en bij dorpen. De stand van de Spreeuw is jarenlang toegenomen en dat resulteerde maar al te vaak in berichten over schade en overlast. Deze toename hield aan tot ongeveer 1980. Daarna trad forse


Fauna

11

Foto: Joop van de Merbel

Jaar van de Spreeuw

Graslanden

Spreeuwen zoeken veel voedsel op graslanden. In de periode met nestjongen is het een komen en gaan van Spreeuwen. In de graslanden wordt naar emelten, rupsen, wormen en andere ongewervelden gezocht. In het boerenland is door intensivering veel ten nadele van de Spreeuw veranderd.Veel graslanden zijn omgezet naar akker, geëgaliseerd, ontwaterd en worden intensief bewerkt, waarbij ook pesticiden worden gebruikt. Hierdoor is het bodemleven verarmd en heeft de Spreeuw het nakijken. In dit opzicht hebben Spreeuwen wat gemeen met weidevogels, die in dezelfde periode sterk zijn afgenomen Trekvogel

In Drenthe broedende Spreeuwen overwinteren voor zover bekend

in hoofdzaak in België, Frankrijk en Groot-Brittannië. Onze winterspreeuwen zijn meest broedvogels uit Noord- en NO-Europa. Al in de zomer arriveren de eerste Spreeuwen. Deze verzamelen zich voor de nacht op gezamenlijke slaapplaatsen met soms wel honderdduizenden bijeen. Dat levert spectaculaire avondvluchten op. Overdag zoeken ze voedsel in onder andere fruitboomgaarden, in het bijzonder kersen. Dat is een doorn in het oog van telers. In België gingen ze vorige eeuw zo ver door zo’n slaapplaats ’s nachts met dynamiet op te blazen, met vele duizenden dode Spreeuwen als gevolg.

* A.J. van Dijk zit in de Raad van Advies van Het Drentse Landschap.

Foto: Eric Wanders

afname op en de stand is inmiddels meer dan gehalveerd. Dit is niet alleen in Nederland, maar in geheel WestEuropa het geval. Afname werd het eerst geconstateerd in bos en stedelijk gebied en daarna, vooral in de 21e eeuw, ook in het boerenland. Waardoor deze afname plaatsvindt, is niet duidelijk.

In 2014, het Jaar van Spreeuw, wordt getracht de oorzaken van de achteruitgang te onderzoeken. Vervolgens kunnen daar beschermingsmaatregelen uit voortvloeien. Zo zijn er honderd nestkasten met camera’s geplaatst, worden tellingen georganiseerd van uitgevlogen jongen en van Spreeuwen op slaapplaatsen. Meer hierover is te lezen op jaarvandespreeuw.nl.


12

Fauna


Open huis herbouwde boerderij Kamps

Speciale beschermersbijeenkomst over Kamps

Beschermers worden van harte uitgenodigd om op woensdagavond 2 juli om 19.30 uur aanwezig te zijn bij de beschermersavond die dit keer gaat over de herbouwde boerderij Kamps in Rolde. Onze directeur Eric van der Bilt zal een inleiding verzorgen over het culturele erfgoed en in het bijzonder over de herbouw van boerderij Kamps. Na de lezing wordt u in de gelegenheid gesteld om onder begeleiding de boerderij te bezoeken. U kunt zich aanmelden via aanmelden@ drentslandschap.nl of tijdens kantooruren via (0592) 31 35 52. De locatie van de bijeenkomst wordt doorgegeven nadat u zich heeft aangemeld.

Boerderij Kamps is weer herbouwd. Op afstand lijkt het alsof de boerderij nooit is weggeweest. In het pand zelf zijn echter wel de nodige aanpassingen gedaan. Op zondag 6 juli is er de mogelijkheid om de boerderij te bezoeken tussen 12.00 – 17.00 uur.

Herbouw boerderij Kamps

Na de brand in 2012 moest de monumentale boerderij Kamps als verloren worden beschouwd.Van de authentieke elementen uit 1587 die Kamps zo bijzonder maakten, was helaas niets meer over. Het pand verloor hierdoor zijn monumentenstatus. Het Drentse Landschap besloot de boerderij Kamps op hoofdlijnen te herbouwen in haar oorspronkelijke verschijning. Wel werd besloten om een uitbouw uit de jaren ’70 van de vorige eeuw niet meer te herbouwen. Ook is omwille van de brandveiligheid gekozen voor een schroefdak in plaats van een traditioneel gebonden rietdak. Op de aangebouwde schuur zitten nu dakpannen. Op foto’s uit het verleden bleek namelijk dat deze er gedurende een lange periode ook hadden gezeten.

dinggevend is. Door de aanpassingen is er een meer bruikbare leefruimte ontstaan. De bedstedewand in de woonkamer is wel gebleven en ook het kenmerkende vakwerk in de voorgevel. Op de deel is nu ook de volledige breedte en hoogte van het gebint te beleven waardoor een soort kathedraalgevoel ontstaat dat je vaak bij dit soort grote boerderijen ervaart. Boerderij Kamps staat er weer en wie nu van Rolde naar Assen rijdt, ziet de boerderij erbij liggen alsof ze nooit is weggeweest. Er is een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de lange geschiedenis van deze plek.

Wooncomfort

Open huis Zondag 6 juli Van 12.00 – 17.00 uur NB. Parkeren bij Eetcafe-Zalencentrum De Aanleg Asserstraat 63, 9451 TA Deurze Foto: Sake Elzinga

Foto: Sake Elzinga

De indeling van de boerderij is in grote lijnen hetzelfde gebleven, al zijn er in samenspraak met de huurders wel gesprekken gevoerd over de beperkingen van de oude indeling. In het verleden werden dit soort boerderijen vooral functioneel ingericht terwijl tegenwoordig meer wooncomfort lei-


14

Terreinbeschrijving

De Kleibosch Bertil Zoer*

Ten oosten van Foxwolde en Roderwolde langs het Peizerdiep ligt het natuurgebied De Kleibosch. Het gebied bestaat, zoals de naam al aangeeft, gedeeltelijk uit bos op een kleiondergrond. De klei die hier in de bodem zit wordt potklei genoemd. De bijzondere eigenschappen van deze, in Nederland zeldzaam voorkomende kleisoort, zijn bepalend geweest voor de unieke cultuurhistorie en natuurwaarden van het gebied.

Potklei is maar op enkele plekken in Noordelijk Drenthe aan te treffen. Het is een zware, donkergekleurde kleisoort die afgezet werd door smeltwater van de ijskap uit de Elster-ijstijd (465.000 – 418.000 jaren geleden). Het smeltwater zette op veel plekken dikke pakketten zand, maar lokaal ook klei, af. In De Kleibosch ligt deze potklei plaatselijk aan de oppervlakte in een pakket van enkele


Terreinbeschrijving

meters dik. Potklei is vrij kalkrijk. Wat gewaardeerd wordt door enkele zeldzame kalkminnende plantensoorten zoals Bosaardbei, Heelkruid, Boszegge, Elzenzegge, Bleke zegge en Welriekende agrimonie. De potklei heeft nog een waardevolle eigenschap; je kunt er namelijk bakstenen van maken. Het waren de monniken van Aduard die daar in de middeleeuwen achter kwamen.

Foto: Jaap de Vries

Monnikenwerk

De Cisterciënzer monniken uit Aduard gebruikten de potklei voor de productie van kloostermoppen, dakpannen, tegels en ornamenten. In eerste instantie voor de bouw van het eigen kloostercomplex in Aduard. Een groep van 12 monniken onder leiding van abt Wybrandus, afkomstig uit het moederklooster Claarkamp bij Dokkum, startte in 1192 met de bouw van een klooster op een verlaten wierde met de naam Adduwert. Toen dit kloostercomplex rond 1300 zo ongeveer klaar was, bleven er stenen geproduceerd worden voor handel en export. Ook waren de kloosterlingen waarschijnlijk betrokken bij de bouw van diverse dorpskerken in Groningen en Drenthe.Voor de komst van de broeders bouwde de plaatselijke bevolking vooral met hout en leem met stro. Hoewel de Romeinen al eeuwen eerder het idee van baksteen naar Nederland hadden geëxporteerd, was deze kennis met de ineenstorting van het Romeinse rijk ook weer uit Nederland verdwenen. De Cisterciënzer kloosterorde stamde oorspronkelijk uit Frankrijk waar de kennis over baksteenbouw was blijven bestaan. De orde exporteerde het bou-

wen met baksteen dus opnieuw naar Nederland. Zichtbare sporen

Het winnen van de klei en het vervaardigen van de stenen was uitermate zwaar werk, maar paste in de spirituele traditie van de orde om verlossing na te streven door hard te werken. Het werk werd overigens uitgevoerd door de lekenbroeders, vrij vertaald het werkvolk van de orde. Lekenbroeders hadden wel de gelofte van de orde afgelegd maar dan zonder de klerikale wijdingen en met aanmerkelijk minder verplichtingen aan het reglement van de orde. De Kleibosch met waarschijnlijk al de plek van boerderij Tichelwerk bij het Peizerdiep fungeerde als een uithof, ook wel voorwerk genoemd, van het klooster. De stenen werden in de directe omgeving van de kleiputten gebakken. De kloosterlingen maakten hierbij zowel gebruik van veldovens, als meer permanente uit baksteen opgetrokken ovens. De veldovens werden uit ongebakken stenen opgetrokken. Na het stoken vormde de oven dan zelf het eigenlijke eindproduct: de gebakken stenen. De ovens konden worden gestookt met turf of hakhout dat ook in de directe omgeving volop voorhanden was. In De Kleibosch wijzen meerdere plekken met restanten van stenen in de grond op de vermoedelijke ovenplaatsen. De grote hoeveelheid gebroken stenen en misbaksels in de ondergrond rond de huidige boerderij Tichelwerk laten zien dat hier een permanente steenoven in gebruik was. Rond 1550 verpacht het klooster het Tichelwerk aan een tichelaar. Waarschijnlijk waren de broeders

15

toen al niet meer zelf aan het tichelen in De Kleibosch. Wie er oog voor heeft ziet ook nu nog volop de sporen van de productie. Behalve de steenrestanten in de ondergrond zijn dat de afgetichelde laagtes, de met water gevulde kleidobben in het bos en de restanten van een transportkanaaltje richting het Peizerdiep. De stenen werden vanaf hier per schip vervoerd naar Aduard. Beheer

Sinds 1962 zijn de eerste delen van het terrein in beheer bij Het Drentse Landschap. In de loop van de tijd zijn hier meer percelen van dit waardevolle kleinschalige cultuurlandschap aan toegevoegd. De monumentale boerderij Tichelwerk werd in 1988 met de bijbehorende gronden verworven. De

Watersnip


16

Terreinbeschrijving

boerderij was niet veel meer dan een bouwval. Het pand is grondig gerestaureerd in 1992 en is tegenwoordig in gebruik als biologische veehouderij. De bloemrijke graslanden rond Tichelwerk worden gehooid en beweid met het vee van Tichelwerk. In de bossen wordt tegenwoordig geen hout meer gekapt. Een natuurlijke bosontwikkeling krijgt de ruimte. Op veel plekken is de bosbodem in het voorjaar bedekt met een tapijt van Bosanemonen. Ook zijn er in het gebied fraai ontwikkelde houtwallen met Sleedoorn, Gelderse roos, Hondsroos en de vrij zeldzame Tweestijlige meidoorn te vinden. Strijd tegen het water

In het noordoostelijke deel van het gebied ligt de Polder Zuidermaden. Om het hier voldoende droog te kunnen houden voor de landbouw kreeg de polder in 1914 zijn eigen waterschap. Het waterschap ‘De Zuidermaden’ beheerde 220 ha grond voorzien van kades en bemaling. Oorspronkelijk werd de polder bemalen met een dieselgemaal, later met een elektrisch gemaal. Het kostte het kleine waterschap de grootste moeite om de polder voldoende droog te houden.Voortdurend waren er problemen met de techniek en de bemanning van het gemaal. Ook bleken de kades vaak te laag te zijn om het alsmaar stijgende water van het Peizerdiep buiten te houden. Regelmatig waren er toch weer ernstige overstromingen. Ook in de rest van het stroomgebied bleef de wateroverlast toenemen. In 1956 werd ‘De Zuidermaden’ met enkele andere kleine waterschappen samengevoegd om de wateroverlast efficiënter en op grotere schaal te kun-

nen tegengaan. Tegenwoordig heet het waterschap Noorderzijlvest. Ook bij dit waterschap werd het tegengaan van wateroverlast in het stroomgebied van het Peizerdiep nog lang als bijzonder problematisch ervaren. Het blijven droogpompen van grote poldergebieden rond het Leekstermeer in combinatie met een toenemende neerslag als gevolg van de klimaatverandering dwong een andere benadering van de waterproblematiek af. Er werd gekozen voor het inrichten van grote waterbergingsgebieden rondom het Leekstermeer. De herinrichting van Zuidermaden is te zien als een laatste en in oppervlak bescheiden onderdeel van de totale herinrichting van de waterhuishouding van het Leekstermeergebied.

Water mag weer stromen

Begin 2013 is de inrichting van een deel van de polder als waterberging gerealiseerd. Hiermee is er ongeveer 60 ha omgevormd tot veel nattere moerasnatuur. Feitelijk is de helft van de polder hiermee ontpolderd en teruggegeven aan het natuurlijke stroomdal van het Peizerdiep. De realisatie werd mogelijk door de medewerking van de plaatselijke melkveehouder die een deel van de polder in gebruik had. Dankzij een grondruil kwam het aaneengesloten lage deel van de polder langs het Peizerdiep in eigendom van Het Drentse Landschap, waarmee de weg voor waterberging en natuurontwikkeling vrij kwam. De kade langs het Peizerdiep werd verder van de beek en op de meeste plekken zacht glooiend aangelegd waardoor het nu


Terreinbeschrijving

17

meer een natuurlijke verhoging in het landschap lijkt. Het waterpeil binnen deze kade kan vrij fluctueren met het beekpeil. In de rest van de polder blijft het peil afgestemd op de landbouwfunctie. In het bergingsgebied is een grote slenk, eigenlijk een nevengeul van het Peizerdiep, aangelegd om makkelijk in- en uitstromen van het beekwater mogelijk te maken. Ook kon tegelijkertijd de waterhuishouding van het aangrenzende Kleibosch geoptimaliseerd worden voor de natuur. Stukken verdrogend moerasbos en verdroogde hooilanden zijn ondertussen al weer zichtbaar natter geworden. Kansen voor de natuur

In het noordelijke deel van de polder is nu ruimte voor spontane ontwikkeling van struweelrijk moerasbos onder

invloed van overstromingen. Tegen de tijd dat de eerste Bevers het gebied zullen koloniseren zal zich hier een bijzonder aantrekkelijk leefgebied hebben ontwikkeld. Meer naar het zuiden toe, richting de boerderij Tichelwerk, zal een botanisch beheer bestaande uit maaien en afvoeren gehandhaafd blijven. Hier zullen vooral de bloemrijke vochtige en natte hooilanden beter tot ontwikkeling kunnen komen dankzij de verhoogde waterstanden. Tot voor kort zaten er in het bemaalde poldergebied nauwelijks bijzondere broedvogels. Weide- en moerasvogels zoals Watersnip en Wulp ontbraken zelfs volledig. Het gebied was hiervoor te sterk verdroogd. Nu zijn er al regelmatig Grote zilverreigers, ganzen, eenden en steltlopers te zien. Welke vogels hier zullen gaan broeden, blijft nog even een verrassing. De ontwikkelingen in de vogelbevolking zullen gevolgd gaan worden door een groepje lokale vrijwilligers. Ongetwijfeld gaan die veel verrassende ontwikkelingen meemaken in dit kersverse moerasgebied.

In Aduard is het kloostermuseum Sint Bernardushof gevestigd. Het museum geeft een goed beeld van de indrukwekkende geschiedenis van de Aduarder abdij. Na de reformatie is het enorme kloostercomplex vervallen en afgebroken. Veel van de kloostermoppen zijn verwerkt in de oudste huizen van Aduard. Van het oorspronkelijke klooster is alleen de kerk, eigenlijk de ziekenzaal uit de 13e eeuw, nog bewaard. Met de rondleiding vanuit het museum is dit ook te bekijken. In de tuin van het museum is een werkende replica van een middeleeuwse steenoven te zien. Groepen schoolkinderen beleven hier de middeleeuwse geschiedenis door hun eigen kloostermop te bakken. Een bezoek aan dit museum is zeer de moeite waard. Kijk voor meer informatie op de website van het museum: www.kloostermuseumaduard.nl

* B. Zoer is medewerker Onderzoek en Planning van Het Drentse Landschap.

Foto: Felix van Dooren

Foto: Bertil Zoer

Kloostermoppen bakken in Aduard


18

Wandelroute Bertus Boivin / Eric van der Bilt

’t Ende aan de Reest Terwijl bijna alle Drentse beken in de vorige eeuw werden rechtgetrokken, mocht de Reest zijn gang blijven gaan. Deze wandeling vanaf informatiecentrum ’t Ende van Het Drentse Landschap is een prachtige gelegenheid voor een eerste kennismaking met het Reestdal. U zult niet teleurgesteld worden. En er is nog veel meer te zien onderweg. Op het Stapelerveld loopt u door een prachtig stuk bos dat eigenlijk niemand kent. De route is aangegeven met paaltjes met paarse koppen. Als dit de eerste keer is dat u de Reest ziet, zult u zich verbazen over de geringe breedte van de beek. En over zijn volstrekt natuurlijke loop. De Reest heeft hier altijd de grens van Drenthe en Overijssel gevormd. Aan weerszijden wilde niemand zijn vingers branden aan ingewikkelde grenscorrecties. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw werd de roep om de Reest aan te pakken angstig luid. De landbouw had behoefte aan een goed te regelen waterhuishouding. De

Reest moest veel water kunnen afvoeren en in droge tijden moest hij het land van extra water kunnen voorzien. Gelukkig kon dit onheil in 1971 voor een belangrijk deel worden gekeerd dankzij de Reestvervangende leiding richting Hoogeveensche Vaart.

Foto: Sake Elzinga

Lange adem Aan vele jaren van tegenstellingen tussen landbouw en natuurorganisaties kwam in 1989 definitief een eind met de uitspraak van de Raad van State die bepaalde dat in het Reestdal het primaat bij de natuur diende te liggen. Sindsdien doen Het Drentse Landschap en de collega’s van Landschap Overijssel er alles aan om de natuur in het Reestdal te herstellen. Steeds belangrijker wordt het om hoger gelegen landbouwgronden naast het Reestdal aan te kopen. Dan kun je ook daar het grondwaterpeil verhogen en zal er meer kwelwater richting beekdal stromen. Structureel natuurherstel is een kwestie van de lange adem! Middeleeuws erf Boerderij ’t Ende hoort tot de alleroudste erven van het Reestdal. De eerste vermelding stamt uit 1458 toen ene Johan Alberts bij ‘t Ende een ‘aalstal’ (palingfuiken) in de Reest had. In 1569 was ’t­Ende één van de vier boerderijen van de buurtschap De Stapel. De naam laat zich gemakkelijk verklaren: het erf lag op

‘het einde’ van buurtschap De Stapel aan de rand van het Reestdal. Destijds was het erf op een grote zandkop gesticht en dat zorgde ervoor dat de eigenaren flink wat akkerland tot hun beschikking hadden. Een inventarisatie uit 1792 geeft aan dat ’t Ende toen honderd schapen, dertig koeien, negen varkens en vijf paarden had. Dergelijke aantallen schapen en koeien konden flink wat mest produceren. De vijf paarden bewijzen eveneens dat we hier met een groot boerenbedrijf te maken hadden. Stapelerveld Eeuwenlang is het Stapelerveld het domein van de schapen van De Stapel geweest. Aan het begin van de twintigste eeuw werd het grootste deel van het Stapelerveld ontgonnen tot landbouwgrond. Slechts een klein deel van het veld bleef min of meer onaangetast. Over dat stuk van het veld gaat dit gedeelte van de route. Verspreid in het bos liggen op verschillende plaatsen smalle graslandjes. De kwaliteit van de bodem en de toenmalige eigendomsverhoudingen bepaalden waar weitjes kwamen en waar bos staat. Een deel van het bos op het Stapelerveld is aangeplant met eikenhakhout en naaldhout. Het grootste deel echter ontwikkelde zich spontaan, toen de schaapskudde het veld verlaten had. Dit type bos herkent u aan de hoge Grove dennen en


19

Foto: Eric Wanders

1

Foto: Henkjan Kievit

Foto: Hist. Ver. De Wijk-Koekange

Foto: TOPFOTO

Uitneembaar routekaartje in dit nummer. Ook te downloaden op www.drentslandschap.nl

de eiken die aan de onderkant nog breed vertakt zijn. Opvallende nieuweling in het bos is de Hulst die zich ontwikkelt in wat ouder bos met een flinke humuslaag. Chique boerderij Hoe dichter u aan het eind van de wandeling bij ’t Ende komt, des te meer valt het voorname karakter van het erf op. Dat het vroeger zo goed ging op ’t Ende, had alles te maken met de keuze voor de veeteelt rond de vorige eeuwwisseling. Dankzij de roomboter werden het letterlijk ‘gouden’ jaren… Het chique voorhuis is vóór de oude boerderij gebouwd. In dezelfde tijd kreeg ’t Ende aan de achterkant de grote houten schuur waarin Het Drentse Landschap haar informatiecentrum heeft ingericht.

In 2014 bestaat Stichting Het Drentse Landschap tachtig jaar. Het was een mooie gelegenheid om iets bijzonders te doen. Het Drentse Landschap heeft een boek over de Reest gemaakt om zoveel mogelijk mensen te laten kennismaken met haar allermooiste beek. De Reest - Beelden van een beek is een fantastisch boek geworden met prachtige foto’s en een informatieve tekst. Het boek telt 228 pagina’s en kost 24,95 euro. U kunt het kopen in de boekhandel en via de webshop van Het Drentse Landschap op www.drentslandschap.nl (ISBN 978.90.803447.0.9).

3

1 Aan het eind van de wandeling moet u even een kijkje nemen in informatiecentrum ’t Ende. Naast de vaste presentatie van Het Drentse Landschap is deze zomer de tentoonstelling ‘Het Verhaal van de Reest’ te bekijken. ’t Ende is van april t/m oktober dagelijks van 11 tot 17 uur geopend. De toegang is gratis. 2 In het voorjaar is overal in de landjes langs de Reest het geel van de Dotterbloem te zien. De aanwezigheid van dotters duidt op een hoge grondwaterstand en kwelwater van goede kwaliteit. De Dotterbloemen gaven hun naam aan een specifiek soort hooilanden langs de Reest. U vindt ze niet alleen hier in de middenloop van de Reest, maar vooral ook in de benedenloop, onder meer in de buurt van De Havixhorst. 3 Als u aan het eind van de Stapelerweg linksaf gaat richting De Wijk, komt u na ongeveer een kilometer langs de voormalige Coöperatieve Zuivelfabriek ‘De Eendracht’. Hier in Haalweide werd een eeuw geleden het geld voor de boeren van ’t Ende en zijn collega’s in de omgeving verdiend. In 1896 werd er de eerste boter geproduceerd. De fabriek van Haalweide heeft zo’n zeventig jaar bestaan.

2


20

Interview

Gerrit Schouten

Zomaar een beschermer Een grijze oudere man met opmerkelijk heldere ogen kijkt mij verbaasd aan als ik hem vraag hoe hij zichzelf ziet als beschermer van Het Drentse Landschap. Na enig nadenken zegt hij bevlogen : “Liefde voor de natuur, de cultuur en een sociaal mens zijn, het geheel gaat mij ter harte.” Onmiddellijk voegt hij toe dat hij maar een bescheiden beschermer is en dat hij zich afvraagt of hij voor de natuur wel genoeg heeft gedaan. Erna van Mil*

Warmte voor de natuur

Gerrit heeft veel meegemaakt. Zo is hij als oorlogsvrijwilliger veel te jong in akelige situaties beland. Ook in

tergrond let ik altijd op de centen maar ik laat ook mijn gevoel een rol spelen. Als de warmte voor de natuur aanwezig is, investeer je makkelijker dan wanneer die warmte er niet is. Jammer genoeg zijn er nu te weinig middelen want we zouden veel meer moeten doen.” Gevoel van geluk

Foto: Sake Elzinga

In deze rubriek laten we dit jaar in het kader van ons 80-jarig jubileum mensen aan het woord die op enigerlei wijze Het Drentse Landschap steunen. Welk bijzonder verhaal schuilt er achter deze betrokkenheid?

Gerrit Schouten noemt zichzelf een bestuurder met een zakelijke achtergrond. Hij is in het jaar 1927 in Utrecht geboren, heeft in Heerenveen een zaak gehad en is uiteindelijk in Hoogeveen neergestreken. Daar woont hij nog steeds met heel veel plezier. In Hoogeveen heeft hij vier jaar als raadslid en zestien jaar als wethouder een bijdrage geleverd aan de gemeente. Als bestuurder heeft hij zich nooit nadrukkelijk met de natuur beziggehouden. Wel heel veel met cultuur. Hij heeft zich onder meer bemoeid met de Culturele prijs van Drenthe en heeft actie gevoerd om beelden in de binnentuin van schouwburg De Tamboer te plaatsen. In zijn huis hangen en staan fraaie kunstwerken, hij vertelt er met passie over en ook over zijn ontmoetingen met kunstenaars waar hij als bestuurder mee te maken kreeg. “Maar nu vinden ze me een oude man en word ik niet meer gevraagd. Maar ik ben voor mijn leeftijd nog een actieve man!”, verzekert Gerrit Schouten mij en ik kan dat alleen maar beamen.

zijn werkzame bestaan heeft hij veel meegemaakt. Al die ervaringen hebben hem getekend, maar hij heeft ook geleerd dat geluk niet in rijkdom zit. Geluk zit in het gegeven hoe je met dingen omgaat zowel op zakelijk en bestuurlijk gebied en in je privésituatie. Op mijn vraag of hij ook zo kijkt naar investeringen in de natuur reageert hij heel stellig: ”Het is bij mij altijd een combinatie: vanuit mijn zakelijke ach-

Gerrit en zijn vrouw zijn al meer dan zestig jaar getrouwd en hebben vijf dochters. Zij hebben de liefde voor de natuur van hun ouders meegekregen. Gerrit vindt dat liefde voor de natuur en alles wat daarbij hoort een essentiële plek in de opvoeding moet hebben. “Op die manier voorkom je hopelijk dat dieren mishandeld worden. Ik vang bijvoorbeeld een wesp die in huis is met een handdoek en breng het beestje dan naar buiten. Ik kan onmogelijk zo’n beestje doodmaken. Ik kan ook heel gefascineerd naar een bij kijken als deze zich van de ene naar de andere bloem verplaatst, ik ervaar dan een gevoel van geluk.”

* E. van Mil zit in de redactie van het kwartaalblad.


Activiteiten eruitgelicht Kijk voor meer activiteiten in de agenda juli 2014 - september 2014 of op www.drentselandschap.nl

Speurneuzenspel Operatie Sigismund

Foto: Drents Archief

Wo 2 juli 14.00 uur

Doldersummerveld bij volle maan

In de oude kelders van het Drents Archief gaan kinderen met behulp van de modernste technologie als echte speurneuzen aan de slag. Rode draad is het archief van Sigismund van Heiden Reinestein die in de geschiedenis van Drenthe een opvallende rol heeft gespeeld. Omdat de Prins van Oranje naar Engeland is gevlucht, heeft Sigismund, als kamerheer van de prins, zijn zegel op een veilige plaats verborgen. Waar is het zegel gebleven? De kinderen gaan op zoek naar deze belangrijke zegel. Kosten: € 4 per kind (begeleiders zijn gratis). Aanmelden is noodzakelijk en kan via aanmelden@drentslandschap.nl.

Uitgelicht door een volle maan lijken de kruinen van de solitaire bomen los boven de oppervlakte te zweven. Het gebied is aan zichzelf en aan zijn ‘bewoners’ terug gegeven, want we zijn daar buiten bezoektijd. Stilte en ruimte en een wat mysterieuze sfeer is wat ons wacht. Startlocatie: informatiecentrum Huenderhoeve, Huenderweg 1, 8386 XB Doldersum.

Za 12 juli 21.00 – 22.30 uur

Foto: Sonja van der Meer

Overleven op blote voeten Za 26 juli 11.00 – 16.00 uur

Download gratis p de activiteiten-ap hap drentslandsc of via in de Appstore . ore yst pla le og Go

Dag van het Hunebed

Samen met 25 Graden Noord organiseren we in de Mandelanden deze overlevingstocht op blote voeten. Op een aantal plekken krijg je een opdracht. Dit kan zijn boogschieten om je eigen ‘wild’ te vangen. Kosten € 5,- (incl. je eigen kostje). Geschikt voor kinderen van 6 tot 14 jaar. Locatie: Mandelanden bij Borger (tegenover de brug over het kanaal Buinen-Schoonoord, waar de Borgerderstraat overgaat in de Westdorperstraat).

Activiteiten in het kader van de prehistorie voor jong en oud. Amuletten maken, broodjes bakken, luisteren naar verhalen, zwerfsteen werpen, mee met een wandelexcursie en nog veel meer. Deelname aan veel activiteiten is gratis. Voor bezoek aan het Hunebedcentrum moet entree worden betaald. Locatie: terrein Hunebedcentrum, Bronnegerstraat 12, 9531 TG Borger. Foto: Hanna Schipper

Zo 10 augustus 11.00 – 17.00 uur


Natuurgebied Reigerveen Een kroonjuweel voor sieralgen Iedereen die wel eens een druppel sloot- of vijverwater onder een microscoop heeft bekeken, weet dat het daarin krioelt van leven. Wie goed kijkt ziet dan ook allerlei soorten algen. Eén van de meest opvallende soorten algen die je kunt tegenkomen, zijn Desmidiaceeën. In het Nederlands worden deze eencellige algen ook wel Sieralgen genoemd omdat ze zeer fraai symmetrisch gevormd zijn. Marien van Westen*

Sieralgen zijn over het algemeen vrij kieskeurig en hebben een voorkeur voor niet al te voedselrijk water. Bij voorkeur zijn dit plassen en vennen in natuurgebieden. Sieralgen zijn redelijk onbekend. Meestal weten alleen biologen van hun bestaan. Zoals veel microscopische levensvormen hebben ze geen Nederlandse naam.

Sieralgen zijn onder de microscoop relatief makkelijk te herkennen aan de symmetrische vorm en de insnoering in het midden van de cel. De celkern bevindt zich in het midden van die insnoering. Sommige soorten zijn zo groot dat je ze toch met een loep in een druppel water kunt zien. Een voorbeeld van zo’n ‘reusachtige’ soort is Closterium lunula (Maanalg) die meer dan een halve millimeter lang is (foto1). Het zijn de grootste eencellige organismen in het plantenrijk. Andere grote soorten die met een loep te zien zijn, behoren tot het geslacht Micrasterias (Ridderkruisen). Dit is het enige geslacht dat een Nederlandse naam heeft.

algen in een ven is een teken van een goede waterkwaliteit. Er is zelfs een maatlat ontwikkeld om de natuurwaarde van een ven, plas of meertje te bepalen aan de hand van de sieralgen die daarin voorkomen. Het Reigerveen met zijn grote slenk en diverse kleinere, ondiepe poeltjes is een goed voorbeeld van een gebied dat rijk is aan sieralgen. Een watermonster leverde al meerdere keren bij microscopisch onderzoek zo’n vijftig verschillende soorten op. Hier zaten soorten bij die nog niet eerder in Nederland waren aangetroffen. Ook was er zelfs één soort die nieuw was voor de wetenschappers. In totaal zijn er op het hele Landgoed Vossenberg 170 soorten sieralgen gevonden. Een zeer respectabel aantal als in aanmerking genomen wordt dat er in heel Nederland de afgelopen honderd jaar iets meer dan 500 soorten zijn gevonden, waarvan een kleine honderd de laatste jaren niet meer zijn teruggevonden.Verzuring en vermesting (stikstofdepositie) zijn daarvoor waarschijnlijk verantwoordelijk. Bijzondere soorten

Foto: TOPFOTO

Waterkwaliteit belangrijk

De voortplanting van sieralgen is bijzonder. Naast de ongeslachtelijke voortplanting door celdeling is er een geslachtelijke voortplanting waarbij twee ogenschijnlijk gelijke cellen bij de insnoering openbreken en de celinhoud van de twee cellen samenvloeit tot een min of meer bolvormig geheel, vaak met scherpe uitsteeksels. Deze zogenoemde zygospore kan, net als zaden van hogere planten, langdurige perioden van droogte doorstaan. Het voorkomen van veel soorten sier-

Een bijzondere soort die in het Reigerveen is gevonden is Euastrum pseudotuddalense (foto 2). Het is een kleine alg die achteraf gezien in heel kleine aantallen al op andere plekken in Drenthe gevonden was, maar toen niet gedetermineerd kon worden. In het Reigerveen werd een groot aantal exemplaren per preparaat gevonden, waarna er een betrouwbare determinatie kon volgen.Van deze alg is ook een foto gemaakt met een Scanning Electron Microscope (SEM). Hierop zijn veel meer details te zien (foto 3).


Flora 1

2

4

1  Closterium lunula. Het maatstreepje is 100 µm (= 0,1 mm) 2 Euastrum pseudotuddalense. Het maatstreepje is 10 µm (= 0,01 mm) 3 Euastrum pseudotuddalense. SEM-foto. Het maatstreepje is 5 µm (= 0,005 mm) 4 Sphaerozosma aubertianum. Het maatstreepje is 10 µm (= 0,01 mm)

Een andere soort die nieuw is voor Nederland is Sphaerozosma aubertianum (foto 4). Deze soort heeft twee ovale celhelften met aan de boven- en onderkant kleine uitsteeksels die een beetje lijken op korte trommelstokjes. De cellen zijn door middel van deze uitsteeksels met elkaar verbonden en vormen zo lange ketens. Foto 5 laat een SEM-foto zien van een zygospore van Sphaerozosma aubertianum. Aan de zijkanten van de kogelvormige zygospore met uitsteeksels zijn de lege cellen nog te zien. Spectaculair was de vondst van een Cosmarium-soort die nog niet eerder in de literatuur beschreven was en die uiteindelijk de naam Cosmarium vossenbergense (foto 6) heeft gekregen. Daarmee is de naam van het landgoed in de wetenschappelijke literatuur vereeuwigd! Het is een kleine sieralgensoort met een

23

6

5

5 Zygospore van Sphaerozosma aubertianum. SEM-Foto. Het maatstreepje is 10 µm (= 0,01 mm) 6 Cosmarium vossenbergense. Het maatstreepje is 10 µm (= 0,01 mm)

lengte van ongeveer 0,017 mm. De alg is ongeveer even lang als breed en heeft een diepe insnoering in het midden. Aan de randen zijn de beide celhelften voorzien van een aantal korrels of wratten. Uitgestorven draadalg

Heel bijzonder was de vondst in 2011 van Debarya glyptosperma. Dit is een draadalg die erg lijkt op andere, veel voorkomende draadalgen, maar die wereldwijd slechts enkele keren levend is gevonden. De soort komt vooral voor in niet al te voedselrijk milieu. Deze draadalg vormt zygosporen die een discusvorm hebben met daarop een aantal ringen. Heel kenmerkend is een patroon van kerven op het oppervlak. Hiermee zijn deze zygosporen duidelijk te onderscheiden van die van andere soorten. Bij archeologisch onderzoek worden grond-

3

monsters onderzocht op de aanwezigheid van pollen van planten, bomen en struiken om iets kunnen zeggen over het klimaat in die tijd. Bij dit soort onderzoeken zijn deze (fossiele) zygosporen met een ouderdom van duizenden jaren een aantal keren in Nederland gevonden. Maar de bijbehorende alg was hier nog nooit levend gezien! En dat is nou zo bijzonder aan sieralgen: ze zijn ‘verstopt’ in een druppel water maar als je ze eenmaal ziet ontdek je een heel nieuwe wereld...

*Ir. M.C. van Westen is docent elektrotechniek aan de Hanzehogeschool in Groningen en werkt in zijn vrije tijd aan een verspreidingsatlas van sieralgen in Drenthe.


Eikenprocessierups Geert de Vries*

De Eikenprocessierups is een inheemse nachtvlinder die vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw vanuit het zuiden van Nederland is opgetrokken richting Noord Nederland. In tegenstelling tot de onopvallend grijs gekleurde vlinders zijn hun rupsen opvallend. In massale optochten marcheren ze over de eikenstammen. Ze worden gevreesd om hun brandharen.

De meeste vlinders van de Eikenprocessierups kruipen in de zomer uit hun pop. De mannetjes verschijnen eerder dan de vrouwtjes en zijn zeer mobiel. Ze verplaatsen zich vaak vele kilometers op zoek naar vrouwtjes. Het vrouwtje is niet zo zwerflustig. Zij zet haar eitjes meestal af op eiken die hooguit een paar kilometer verwijderd staan van haar geboorteplek.

Vooral Zomereiken die langs lanen of bosranden en in de volle zon staan, zijn favoriet. De eitjes, zo’n 300, worden in boomtoppen van verschillende eikenbomen afgezet. Daarna gaan de vlinders dood; ze leven dus maar kort. Brandblaren

De eitjes overwinteren op jonge eikentakken en de rupsen komen in mei uit,

op het moment als de eikenbladeren ontluiken. In jonge eikenbladeren zitten nog geen antivraatstoffen waardoor de rupsen onbeperkt het eiwitrijke blad kunnen opeten. Na de derde vervelling krijgen de rupsen brandharen, wel 700.000! Deze onzichtbare brandharen moeten niet worden verward met de lange grijze haren die wel goed te zien zijn. Na enkele vervellingen bouwen de rupsen een nest van hun uitwerpselen en de oude vervellinghuidjes. Dit wordt de gemeenschappelijke ‘slaapkamer’. De rupsen van de Eikenprocessierups zijn nachtdieren die overdag rusten. Aan het eind van de dag marcheren ze in een optocht (processie) van hun slaapkamer naar de eetkamer. Hier gaan ze malse eikenbladeren eten.Tegen de ochtend


Fauna

25

Links: de rupsen eten malse eikenbladeren of rups rechts: het nest fungeert als ‘slaapkamer’

Boomklevers, vleermuizen en vele soorten sluipwespen en sluipvliegen. De meeste sluipwespen en sluipvliegen hebben voor de ontwikkeling van hun eitjes stuifmeel en nectar nodig. Hoe bloemrijker een weg met eiken is, hoe beter die als kraamkamer kan fungeren voor deze belagers van de Eikenprocessierups.

Foto’s: Geert de Vries

Toekomst

keren ze in een colonnes huiswaarts naar de slaapkamers. Deze processies zijn een spectaculair gezicht en vinden twee keer per dag plaats. Uiteindelijk verpoppen de rupsen zich in hun slaapkamer. In de zomer komen de vlinders tevoorschijn. Jeuk

Rond een kolonie van Eikenprocessierupsen bevinden zich ontelbare brandharen die irritatie bij mens en dier kunnen veroorzaken. De brandharen worden niet alleen ‘afgeschoten’, maar worden ook door de wind tientallen meters van het nest verspreid. Zelfs brandharen van oude nesten kunnen vele jaren later nog irritatie veroorzaken. De vegetatie in de naaste omgeving van zo’n kolonie zit vol met brandharen. Ook huisdieren en vee kunnen die haren onbedoeld binnen krijgen.Veel mensen die in aanraking komen met brandharen krijgen ongeveer na 8 uur last van jeuk. Sommigen krijgen rode huiduitslag, pukkels, bulten of blaasjes. De klachten verdwijnen over het algemeen binnen 14 dagen.Wanneer de brandharen in de ogen of luchtwegen komen, kunnen de klachten echter ernstiger zijn. Slechts een kleine groep

mensen is zo gevoelig voor brandharen dat ze naar de dokter moeten. In Nederland komt nog een andere rups voor die enorm veel spinsel produceert: de Spinselmot. Hij vreet hele bomen kaal. De Spinselmot is in tegenstelling tot de behaarde Eikenprocessierups opvallend kaal. Deze rupsen die voor mens en dier volstrekt ongevaarlijk zijn worden regelmatig verward met de Eikenprocessierups. Bestrijding

De aanwezigheid van de Eikenprocessierups valt vaak samen met plekken waar veel wandelaars of fietsers langs komen: langs bosranden en lanen. De Drentse gemeenten hebben een draaiboek hoe de rupsen bestreden kunnen worden. Allereerst wordt gekeken waar de nesten zich bevinden en hoe groot het probleem is.Vervolgens gaan gespecialiseerde vaklui in beschermende werkkleding ‘de strijd’ aan. Een bont scala aan hulpmiddelen wordt met wisselend succes ingezet, zoals ‘vlammenwerpers’, grote stofzuigers en het uitzetten van aaltjes en allerlei andere parasieten. De Eikenprocessierups heeft vele natuurlijke vijanden zoals mezen,

De niet te stuiten opmars van de Eikenprocessierups in noordelijke richting wordt mede in verband gebracht met de opwarming van de aarde. Hij lijkt niet meer uit Nederland weg te krijgen. Beheerders van natuurgebieden doen hun best om de overlast te beperken en geven met waarschuwingsborden aan waar de kolonies zich bevinden. Ook wordt de verspreiding goed in kaart gebracht en zijn veel nesten redelijk goed op te sporen en te vernietigen. De Eikenprocessierups komt in Drenthe nog niet veel voor, maar oplettendheid blijft geboden. In de natuur is het nu eenmaal zo dat er ook dieren voorkomen waar we meer last dan plezier van hebben. Het zij zo.

* G.W. de Vries is natuurfotograaf en lid van de Wetenschappelijke Adviescommissie van Het Drentse Landschap.


26

Noordelijke provinciale landschappen maken

streekeigen uitvaartkist De natuurorganisaties Het Drentse Landschap, It Fryske Gea en Het Groninger Landschap hebben gezamenlijk met een aantal noordelijke uitvaartorganisaties een duurzaam gemaakte uitvaartkist laten ontwerpen met de toepasselijke naam Landschapskist. De uitvaartkisten worden geproduceerd door een uitvaartkistenmakerij in

Foto’s: Jos Schuurman

Dokkum.

Informatie Op de website www.landschapskist.com kunnen belangstellenden meer informatie vinden over deze bijzondere uitvaartkist.

De drie natuurorganisaties zetten zich in voor het behoud van de natuur in Drenthe, Friesland en Groningen. Ze vinden het belangrijk dat producten uit de natuur zoveel mogelijk worden hergebruikt. Met de landschapskist wordt aan deze visie op een heel bijzondere wijze uiting gegeven. Om gevarieerde bossen te krijgen moeten er zo af en toe bomen worden verwijderd. Het hout dat van goede kwaliteit is, wordt nu gebruikt voor het maken van de uitvaartkisten. En dat is voor veel mensen een mooie gedachte want daardoor ontstaat een prachtige verbinding tussen mens en natuur en de kringloop van leven en dood. Bovendien vindt men het aansprekend dat er hout uit de eigen omgeving wordt gebruikt voor de uitvaartkist. De natuur wordt bovendien nog eens extra gesteund omdat de natuurorganisaties een deel van de opbrengst ontvangen dat vervolgens weer gebruikt kan worden voor het natuuronderhoud. De betrokken uitvaartondernemers bieden de kist inmiddels aan bij de uitvaarten die zij verzorgen. Duurzame kwaliteit De milieuvriendelijke landschapskisten worden op ambachtelijke wijze vervaardigd door uitvaartkistenmakerij Kaspersma. Het hout dat wordt gebruikt wordt niet behandeld waardoor de uitvaartkisten niet alleen een natuurlijke uitstraling hebben maar ook minder belastend zijn voor het milieu. Ook voor de bekleding van de binnenzijde van de kist is gekozen voor duurzaam gemaakt linnen. De uitvaartkist is opgenomen in het zogeheten Greenleave pakket van de betrokken uitvaartorganisaties waarmee een duurzame uitvaart wordt aanboden.


Tentoonstelling

27

Van 18 mei tot en met 31 oktober 2014 organiseert Beeldenpark De Havixhorst een expositie van sculpturen van het portret van koningin Beatrix. Deze eregalerij van beeltenissen van onze voormalige koningin is afkomstig uit Nederlandse overheidsgebouwen. Geen enkele vrouw in Nederland is zo veelvuldig geportretteerd als onze voormalige koningin. De bronzen, stenen, glazen en keramieken beelden en plaquettes zijn met de troonswisseling in 2013 bevrijd van de verplichte aanwezigheid in raadszalen, provinciehuizen, gerechtshoven en andere openbare gebouwen. Ze hebben plaatsgemaakt voor afbeeldingen van koning Willem-Alexander. Het is nu een uniek moment om een groot aantal van deze beelden bij elkaar te zien in het beeldenpark. U ziet de majesteit lief, glimlachend, streng, starend en statig opgevoerd. De gelijkenis is het eerste wat gezocht wordt. Maar er blijven genoeg vragen over. In hoeverre legt een kunstenaar zijn visie in het beeld? Hij kent haar immers niet of nauwelijks. Tijdens de expositie zijn diverse culinaire arrangementen met rondleiding mogelijk. Voor groepen van 10-40 personen kunt u afspreken voor een rondleiding met ontvangst in één van de zalen of - bij goed weer - terrassen van Chateauhotel en -restaurant De Havixhorst. Elke woensdag van mei tot en met oktober kunt u om 14.00 uur deelnemen aan het ‘Koninklijk Café Arrangement’. Dat bestaat uit ontvangst met koffie/thee en huisgemaakte patisserie; een inleiding over het beeldenpark en bezoek aan de expositie onder leiding van een gids. Vooraf aanmelden is voor dit arrangement niet noodzakelijk. Kijk op www.beatrixinbeelden.nl voor meer informatie.

Tentoonstelling Beatrix in beelden

Foto: Han van Hagen

Landgoed De Havixihorst is eigendom van Het Drentse Landschap. Samen met de huurder Jos Wijland is enkele jaren geleden het initiatief genomen om op het landgoed een beeldentuin in te richten met figuratieve beeldhouwkunst uit de 20e eeuw. Werken van gerenommeerde namen staan naast die van talentvolle jonge kunstenaars. Immense kunstwerken naast fragiele beelden. Allemaal even bijzonder.

Beeldenpark De Havixhorst Schiphorsterweg 34-36 7966 AC Schiphorst (bij De Wijk) Openingstijden dagelijks van 11:00 -17:00 uur Toegang gratis


28

Berichten

Kortweg 2

1-Bouwersveld In het stroomgebied van de Vledder Aa is de middenloop van het beekdal heringericht. De Vledder Aa heeft hier zijn meanderende loop hervonden en de (grond)waterstanden in dit deel van het beekdal zijn verhoogd. Als onderdeel van het project zijn ook enkele percelen van de stichting

geplagd op het Bouwersveld, op de westflank van het beekdal.Verder heeft de Europese Unie de LIFE-subsidieaanvraag voor het project Drents-Friese Wold gehonoreerd. Dat betekent dat ook in de omgeving van het Doldersummerveld de nodige herstelmaatregelen zoals het verondiepen van sloten en

lokaal plaggen en maaien van de heide kunnen worden voorbereid.

ASSEN

2

1

EMMEN

HOOGEVEEN MEPPEL 3 3


Adder

Foto: Sonja van der Meer

Actualisatie Hunze-visie vordert De stichting heeft samen met Het Groninger Landschap, het WNF en de Natuur- en Milieufederaties Drenthe en Groningen het initiatief genomen de Hunze-visie uit 1995 te actualiseren. Enerzijds om te laten zien welke successen zijn bereikt in het Hunzedal, anderzijds om de blik op de nabije toekomst te werpen en te kijken welke nieuwe uitdagingen er in het verschiet liggen. Deze zijn uitgewerkt in vier thema’s te weten Natuurgebied van (inter) nationale allure; De Hunze als klimaatbestendig watersysteem; Werken aan recreatieve ontwikkeling, cultuurhistorie en woon- en werkomgeving; CO2-vastlegging en duurzame energie als nieuwe gebiedsmotoren. Na de zomer wordt de Hunze-visie gepresenteerd, en kan een ieder er kennis van nemen. Hiertoe zullen de betrokken organisaties in zowel het Drentse als Groningse deel van het Hunzedal een publieksmanifestatie organiseren op zondag 28 september. In het Hunzedal is begonnen met de inrichting van het gebied Oude Weer bij Gasselternijveen. Aannemer Hoornstra uit Nieuw-Buinen voert de werkzaamheden uit in opdracht van het Waterschap Hunze en Aa’s dat tevens directie voert. De komende maanden zal het gebied Bonnerklap volgen en komt ook de verbreding van Hunze-meanders in de gebieden Elzemaat en Annermoeras in de fase van uitvoering.

Foto: Jaap de Vries

2-Hunze

3-Reest Icoonproject Reestdal Niet alleen in het Hunzedal, ook in het Reestdal zijn gelden beschikbaar gesteld voor verwerving en inrichting van natuurgebieden. Inmiddels zijn een aantal projectideeën geformuleerd. Deze zijn onder andere gericht op de verbetering van de waterhuishouding rondom het Schrapveen en De Kiefte en op de gebieden De Slagen en Het Zwarte Gat in het Egge-systeem nabij Zuidwolde (een zijdal van de Reest). Uitvoering van de projecten zal de kwaliteit van deze gebieden aanmerkelijk verbeteren. Waterschap Reest en Wieden is in de stadsrandzone van Meppel actief om waterberging en natuurontwikkeling te combineren. Aan de zuidzijde van de Reest ter hoogte van het spoor Meppel-Zwolle is een perceel ingericht om in extreem natte tijden als waterberging te kunnen dienen en zo (mede) de stad Meppel droog te houden. Dit gaat samen met ontwikke-

ling van het gebied als rietmoeras en nat graslandgebied.Via een wandelroute is het gebied toegankelijk voor de inwoners van Meppel. Het komt in beheer bij de stichting. Na de bouwvak gaat het project Water-op-maat Reestdal in uitvoering. Hiermee komt het na een lange periode van voorbereiding tot daadwerkelijke verhoging van beekpeilen in de middenloop van het beekdal en daarmee tot herstel van verdroogde hooilanden aan weerszijden van de Reest. Adders op De Wildenberg Eind april werd op de Nieuwe Dijk vlakbij het gebied Takkenhoogte-Wildenberg een Adder waargenomen. Lekker zonnend op de klinkers was het dier in zijn element.Veiligheidshalve heeft een medewerker van de stichting het beest richting wegberm gedirigeerd.Van het gebied De Wildenberg is bekend dat er nog een klein aantal Adders voorkomt, ze

worden echter maar zelden gezien. De laatste jaren zijn er in de directe omgeving diverse percelen omgevormd tot natuurgebied. Ook zijn enkele in het bos gelegen heideveldjes weer vrijgesteld van opslag door vrijwilligers. Hiermee is er weer meer geschikt leefgebied ontstaan voor reptielen zoals de Adder en de Levendbarende hagedis. Deze Adder werd op enige afstand van bekende vindplaatsen aangetroffen. Dit laat zien dat Adders, hoewel ze bekend staan als bijzonder honkvast, toch af en toe op zoek kunnen gaan naar nieuw leefgebied in de directe omgeving.


Jaarlijks stelt Het Drentse Landschap haar beschermers in de gelegenheid om vleespakketten te bestellen. Het betreft runderen en schapen die niet meer voor het beheer kunnen worden ingezet. Door de zorg en aandacht die de dieren krijgen en hun leven in de vrije natuur is het vlees lekker, ambachtelijk en biologisch. Ook dit jaar is het assortiment weer uitgebreid met een aantal nieuwe kant-en-klaar producten. Bestelwijze U kunt het Vlees van het Landschap bestellen door de ingehechte bestelbon voor 1 september 2014 terug te sturen. De verwerking van de bestellingen gaat op volgorde van binnenkomst en duurt tot december. Via onze webwinkel kunt u gedurende bijna het gehele jaar kant-en-klaar diepvriespakketten bestellen: www.drentslandschap.nl/winkel. Voor aanvullende informatie kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met Aaltje Stroetinga van de beheeradministratie, telefoonummer (0592) 304 135.

Foto: Jaap de Vries

Proef de natuur

Vlees van het Landschap


Berichten

Hollandsche Veld

31

Harry de Vroome Penning uitgereikt Onze voorzitter Ali Edelenbosch heeft op 8 mei de Harry de Vroome Penning uitgereikt aan landschapsarchitect Ank Bleeker en architect Cor Kalfsbeek voor hun samenwerking bij de realisatie van nieuwe landgoederen in Drenthe. In het juryrapport licht de werkgroep de toekenning als volgt toe: “Vanuit de karakteristiek van het landschap ontwikkelt zich een landschapsplan, dat is gebaseerd op respect voor en versterking van het landschap. Nagenoeg organisch volgt dan een plek voor het hoofdgebouw. Samen met hun opdrachtgever wordt gezocht naar een evenwicht tussen de oude waarden van het landschap, de moderne inzichten in het bouwen en de wensen van de opdrachtgever.” Het Drentse Landschap reikt tweejaarlijks de Harry de Vroome Penning uit aan initiatieven of mensen die iets bijzonders voor de ontwikkeling van het landschap In Drenthe hebben gedaan of gaan doen. Centraal daarbij staat een duurzame kwaliteitsbevordering

van landschap met behoud van karakteristieke elementen. De overige 2 genomineerden waren Vereniging tot Behoud van Natuurschoon Nietap voor de langdurige inspanning (sinds 1921!) om het natuurgebied Terheijl in stand te houden en Vogelwacht Uffelte voor de 40-jarige inzet om de vogelpopulatie in Zuidwest Drenthe te behouden. Kent u ook mensen of projecten die voor de penning in aanmerking zouden kunnen komen? Geef dit dan door aan Sonja van der Meer, hoofd communicatie van Het Drentse Landschap: sonja.vandermeer@ drentslandschap.nl. Presentatie Reestboek Stichting Het Drentse Landschap heeft ter gelegenheid van haar 80-jarig jubileum een lange wens in vervulling laten gaan, namelijk een ‘prachtboek’ over de Reest te maken. Weliswaar is er in het verleden al heel veel over de Reest gepubliceerd, maar een boek waarin de beek zich in al zijn schoonheid kan laten zien, was er tot nu toe nog niet. Op 23 april was het zo ver en kon Het Drentse Landschap eindelijk haar boek over haar allermooiste beek presenteren… Aan gedeputeerde Rein Munniksma de eer om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen in een drukbezochte bijeenkomst op Landgoed De Havixhorst. De eerste reacties zijn zeer waarderend. Het boek is voor € 24,95 te bestellen via www.drentslandschap.nl/winkel.

Onderduikershol Nieuwlande hersteld Eind 2013 is Het Drentse Landschap benaderd door Willem Niemeijer van Stichting Cultuurfilms Drenthe of de stichting mee wilde werken aan de restauratie van een onderduikershol in het bosgebied Hollandsche Veld aan de Johannes Poststraat in Nieuwlande. Samen met de lokale bevolking is vervolgens hard gewerkt aan het herstel van deze historische plek. Dit gebeurde onder aanvoering van de heer J. Smit, neef van de verzetsstrijder Johannes Post, en bestuurslid van Plaatselijk Belang. Bij het zoeken naar financiële middelen heeft men contact gezocht met de Johannes Post kazerne in Havelte. Het initiatief werd enthousiast ontvangen. Te meer omdat er ter gelegenheid van het 200 jarig bestaan van de landmacht ruimte is om samen met de bevolking projecten op te pakken. Op 23 april is onder grote belangstelling van onder andere kinderen uit het dorp Nieuwlande, door Max Lèons en militairen van de Johannes Post kazerne het gerestaureerde onderduikershol geopend. Max Lèons heeft het hol in de oorlog gegraven en er gedurende de oorlog regelmatig gewoond. Ook andere onderduikers werden hier voor de Duitsers verborgen gehouden. Een door graveerbedrijf Bruinsma beschikbaar gesteld

Foto: Hanna Schipper

Diversen

informatiepaneel is tijdens deze gelegenheid ook onthuld. Ook de eigenaresse van het toegangspad, mevrouw Houwing, heeft haar medewerking verleend aan het project. Onze bedrijfssponsor firma Bork uit Stuifzand heeft een vracht gebroken puin beschikbaar gesteld voor het inrichten van een eenvoudige parkeervoorziening aan de Johannes Poststraat. Een leuk voorbeeld hoe een goed idee met vereende krachten tot een goed resultaat kan leiden.


32

Voor het voetlicht

In/uit de politiek Rijksnatuurvisie Er is een nieuwe Rijksnatuurvisie waarin goed te merken is dat het Natuurbeleid nu valt onder het Ministerie van Economische Zaken (EZ). De inhoud van de nieuwe visie is een forse trendbreuk met het verleden. Waar voorheen de kwetsbare natuur tegen de samenleving moest worden beschermd, wordt als het aan EZ ligt, de natuurbescherming in handen van de participatiesamenleving gelegd. Zeer trendy. Het Rijk, dat ook al 50% op het natuurbudget bezuinigde, trekt zich verder terug. De effectiviteit van het huidige natuurbeleid wordt als te laag ingeschat. Men stelt dat vooral door complexe regelgeving de maatschappelijke acceptatie ontbreekt. Een mantra die zo vaak herhaald wordt dat overheden deze zelf zijn gaan geloven. Deze constatering verdraagt zich echter slecht met het grote draagvlak voor de natuur en de successen van de natuurbeschermingsorganisaties. De effectiviteit is ons’ inziens alleen maar laag omdat er onvoldoende middelen beschikbaar waren en adequaat instrumentarium vanuit de Rijksoverheid ontbrak. Het Rijk heeft qua middelen en beleid evenwel niets in de aanbieding. De huidige uitvoeringskaders zijn voor het Rijk blijkbaar ontoereikend om de door haar gekozen doelen te realiseren. Groen ondernemerschap, natuur inclusieve landbouw en burgerparticipatie moeten de Nederlandse natuur nu gaan redden. De Rijksoverheid lijkt natuur alleen nog van belang te vinden wanneer zij internationaal niet aan bescherming ontkomt of er sprake is van een duidelijk economisch belang. Natuur moet ruimte bieden aan de economie waar de economie vrijwel nooit ruimte bood aan natuur. Het is deze naïviteit die de op zich begrijpelijke zoektocht om natuurbehoud meer midden in de samenleving te plaatsen, buitengewoon eng maakt. De afgelopen 20 jaar worden natuurorganisaties voortdurend met systeemveranderingen in het natuurbeleid geconfronteerd. Vrijwel nooit heeft dat significante verbeteringen opgeleverd. Het leidde slechts tot een enorme bureaucratie. Door alles in de groene leefomgeving natuur te noemen en vrijwel elke partner bij het behoud te betrekken, lijkt de chaos alleen maar groter te worden.

De natuurvisie van Drenthe Het groeiende belang dat het Rijk hecht aan economisch gericht gebruik van natuur, is ook terug te vinden in de Provinciale Natuurvisie. Net als de Rijksvisie kun je nauwelijks spreken van een natuurvisie omdat een duidelijk toekomstperspectief ontbreekt. Op teveel momenten komt de natuur op de tweede plaats. Het is meer een poging om allerlei maatschappelijke trends een plek in het natuurbeleid te geven. Denk aan de hoge verwachtingen die men van de participatiesamenleving heeft, het natuur inclusief ondernemen. Of de natuur in Drenthe en het natuurbehoud daar veel beter van wordt blijft evenwel onzeker. Er staan in de visie nogal wat voorbeelden die nogal positiever voorgesteld worden dan ze feitelijk zijn. Beschrijvingen als robuust, vitaal en levensvatbaar blijven vaag omdat er geen kwaliteitsambitie aan verbonden wordt. Ook hier is er een grenzeloos vertrouwen dat de natuur wordt gered als er ruimte is voor economische ontwikkelingen in het Nationale Natuurnetwerk (NNN) of de Ecologische Hoofdstructuur. Deregulering heeft echter nog nooit tot meer natuur en een beter milieu geleid. Economische ontwikkelingen in de EHS zijn voor de groene sector onacceptabel tenzij er een duidelijke meerwaarde voor de natuur mee wordt bereikt. Daar moeten dus heldere kaders voor komen en die staan niet in de visie. De Provincie wekt de verwachting dat de gemeenten op het punt van de ruimtelijke ordening grote inbreng zullen hebben. Gemeenten zullen zeker in deze tijd echter economie boven ecologie verkiezen. De Provincie lijkt in onze ogen daarmee de regie op een van de meest essentiële kerntaken van beleid uit handen te geven: de groene ruimte. Natuurlijk zijn er ook positieve voorstellen in de visie. Zoals de wildernisnatuur, de betekenis van het landschap en natuur buiten de EHS.


Voor het voetlicht Welriekende nachtorchis

Noordelijke Rekenkamer De Noordelijke Rekenkamer heeft recent het effect van de decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies voor Drenthe inzichtelijk gemaakt. De centrale vraagstelling was of Drenthe in staat zal zijn de EHS te completeren. Uitgangspunten hierbij waren het Natuurakkoord uit 2011 en de internationale verplichtingen. In grote lijnen blijkt dat het geval. Toch constateert de Rekenkamer ook een aantal belangrijke omissies, relevant voor het natuurbeleid in Drenthe in de nabije toekomst. Een paar aanbevelingen zou de Provincie ter harte moeten nemen. Bijvoorbeeld het tot stand brengen van de ontwikkelingsopgave voor nog niet gerealiseerde EHS-natuur. Dit stagneert nog steeds. Er worden nauwelijks gronden gekocht of doorgeleverd. Ook de inrichting van natuurgebieden staat stil met als gevolg dat de verbetering van de natuurkwaliteit langer op zich laat wachten. Dit leidt tot meer verlies aan flora- en faunawaarden. De Provincie wordt opgeroepen om een adequate uitvoeringsorganisatie en instrumentarium in het leven te roepen. Iets waar de Terreinbeherende Organisaties (TBO’s) al bijna 4 jaar om vragen. De momenteel in voorbereiding zijnde Realisatiestrategie moet daar over enige tijd in gaan voorzien. De Provincie geeft verder de gemeenten wel erg veel ruimte bij het al dan niet vastleggen van de EHS en de Natura2000 aanwijzing in bestemmingsplannen. De Provincie zou juist duidelijkheid aan ondernemers en burgers op het punt van de ruimtelijke ordening moeten bieden om rechtsongelijkheid te voorkomen. Een van haar kerntaken inzake het beleid van de groene ruimte. Ook de ammoniakproblematiek blijft een zorgpunt. Zowel landelijk door het uitblijven van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) als door het interim beleid van de Provincie. Het blijft hierdoor onduidelijk of er teveel ontwikkelingsruimte aan bedrijven wordt weggegeven of niet.

Foto: Geert de Vries

De ammoniakproblematiek speelt al decennia en lijkt maar niet opgelost te kunnen worden. Zeer ten nadele van de nog steeds afnemende biodiversiteit en de kwaliteit van de milieuomstandigheden.

Eric van der Bilt Directeur Stichting Het Drentse Landschap

33


Foto: Jaap de Vries

U een kans – Zij een kans

De Nationale Postcode Loterij is de grootste goede doelen loterij van Nederland. Jaarlijks keert zij miljoenen euro’s uit aan meer dan 50 organisaties die zich inzetten voor de bescherming van mens en natuur. Ook de provinciale Landschappen delen mee in de opbrengst van de loterij, dit jaar met een bijdrage van 12,5 miljoen. Hiermee kunnen de Landschappen onder andere natuurprojecten realiseren. Natuur een kans, maar u ook. Door mee te doen met de Postcode Loterij maakt u elke maand kans op duizenden prijzen. Bovendien steunt u met uw lot de projecten van Het Drentse Landschap. Pak die kans en geef zo de natuur en cultuur in Nederland extra steun. Bel 0909-0033 of meld u aan via internet: www.postcodeloterij.nl


VLINDERvriendelijk waterwingebied Waterwingebied Annen-Breevenen ligt in het Hunzedal. Vanaf het voorjaar wemelt het er van de bloeiende planten, kwetterende weidevogels en fladderende vlinders. Het beheren van waterwingebieden is een belangrijke taak. Maar wanneer doen we het goed, wat zijn nu precies de resultaten van natuurbeheer? In waterwingebied Annen-Breevenen tellen vrijwilligers ieder jaar vogels, libellen en vlinders. Zo ontstaat een beeld van de ontwikkeling van de soorten en aantallen van jaar tot jaar. Dick Schoppers is een van die vrijwilligers. Hij vertelt over het vlinderjaar 2013. “Tot juni waren de klimatologische omstandigheden voor vlinders zeer ongunstig. In gebieden waar normaal Oranjetipje, Citroenvlinder, Kleine vos en witjes voorkomen, was ik al blij dat ik een vlinder zag. Komt het met de vlinders in 2013 nog wel goed? Ik werd er wel een beetje ongerust van. Want vlinders vormen een barometer voor de natuur. Maar de natuur heeft veel kracht, dat bleek half juni maar weer eens. Hogere temperaturen, volop zon en weinig wind. Ideaal vlinderweer. Later die zomer liep ik door de noordzijde van het wingebied, Duunsche Landen, en was verrast door grote aantallen vlinders. Dat gaf de burger weer moed. Vanaf die tijd ben ik regelmatig in het gebied geweest om de vlinders te tellen. Een zeer aangename bezigheid. Opvallend was dat in een relatief klein gebied grote aantallen maar ook veel soorten aanwezig waren. De grote verscheidenheid aan soorten bloemen, het waterplasje, struiken en het bos maken van dit gebiedje een vlinderparadijs. Daarnaast de aanwezigheid van de juiste waard- en nectarplanten, zoals Brandnetel en Kattenstaart. De Kleine vos was veel te vinden op de Kattenstaart en de Dagpauwoog had een voorliefde voor het Koninginnekruid. Tot mijn verbazing ontdekte ik drie Oranje luzernevlinders, een dwaalgast uit het zuiden, die ik al enige jaren niet meer had gezien. Al snel bleek dat deze vlinder op meer plaatsen te zien was.� WMD maait een deel van het terrein. Het beheer van graslanden is belangrijk. Door bepaalde gedeelten niet te maaien ontstaan plekken waar bloemen zaad kunnen zetten, dieren kunnen overleven en vlinders zich kunnen voortplanten. Door deze afwisseling zal de soortenrijkdom op termijn toenemen. Ook al heeft de natuur veel eigen kracht, door de ontwikkelingen in Nederland is het toch van belang dat wij aan natuurontwikkeling en biodiversiteit actief een ruggensteuntje geven.

Voor het voetlicht

35


Deze uitgave werd mede mogelijk gemaakt dankzij een financiële bijdrage van:

• Nationale Postcode Loterij Amsterdam (0900) 300 15 00 Ma. t/m vr. 09.00 - 21.00 uur Loterij voor mens en natuur • VSBfonds Groningen - www.vsbfonds.nl Zet zich in voor de kwaliteit van de Nederlandse samenleving • PBCF Amsterdam - www.prinsbernhardcultuurfonds.nl Voor cultuur en natuurbehoud in Nederland • JMFonds Groningen - www.jmfonds.nl Levert bijdragen aan maatschappelijke ontwikkelingen • Bouwbedrijf H. Poortman Veeningen (Zuidwolde Dr.) (0528) 39 14 82 Restauratie-nieuwbouw-onderhoud-verbouw • GRONTMIJ DRENTHE Assen (0592) 33 88 99 Advies- en ingenieursbureau • Attero Wijster (088) 550 10 00 Energiek met milieu – Terugwinning grondstoffen en productie duurzame energie uit afvalstromen. • NAM B.V. Assen (0592) 36 91 11 Opsporing en winning van aardolie en aardgas in Nederland • Havesathe ‘de Havixhorst’ De Wijk (0522) 44 14 87 Hotel - Restaurant • NV Waterleidingmaatschappij ‘Drenthe’ Assen (0592) 85 45 00 Als je de kraan opendraait... • Buro Hollema B.V. Rolde (0592) 24 13 13 Tuin- en landschapsarchitekten BNT • ARCADIS Assen (0592) 39 21 11 Advies- en ingenieursbureau (inrichting, infrastructuur, milieu en ecologie) • N.V. Waterbedrijf GRONINGEN Groningen (050) 368 86 88 Wees wijs met water • KONINKLIJKE VAN GORCUM BV Assen (0592) 37 95 55 Uitgeverij/grafisch bedrijf • BORK SLOOPWERKEN B.V. Stuifzand (0528) 33 12 25 Sloopwerken, asbestsanering en puinrecycling • HARWIG Installatiegroep Emmen (0591) 65 67 69 Almere (036) 530 22 72 Groningen (050) 597 39 59 Uw installatie in goede handen! • DE ROO DRENTE BV Bedum (050) 301 25 00 Cultuurtechniek en groenvoorzieningen • BARSINGERHORN CONSULTANCY Delfzijl (0596) 61 22 66 Training en coachen van personeel en organisatieadvies • ARCHITECTEN MEPPEL Meppel (0522) 25 57 96 • Concordia bouwmaterialenhandel Meppel (0522) 25 36 31 Hout- en bouwmaterialenhandel

• oosterhuis bv Nijeveen (0522) 49 16 86 Loonbedrijf - Aannemersbedrijf g.w.w. - Landschapswerk • ASTRON/LOFAR Dwingeloo www.astron.nl www.lofar.nl • WARENHUIS VANDERVEEN (ASSEN) Assen (0592) 31 16 11 Shop-in-shop totaalwarenhuis elton bv •  Roden (050) 502 11 99 Producenten van ELLEN tochtprofielen • VNO NCW Noord Groningen (050) 534 38 44 Belangenbehartiger van het Noorden • Ensing Schilders Assen (0592) 348 080 Onderhoud- en protectiesystemen • VANDERSALM bouwkundig ontwerp- en adviesburo Dwingeloo (0521) 593 638 Nieuwbouw, verbouw, renovatie, projectontwikkeling en restauratie • DE FRIESLAND ZORGVERZEKERAAR Leeuwarden (058) 291 31 31 • Bureau B+O Architecten BV Meppel (0522) 246 625 ORANJA marketing communicatie reclame •  Meppel (0522) 26 20 95 Verbinden vanuit de essentie: www.oranja.nl Installatiebedrijf DICK SJABBENS •  Diever (0521) 59 19 94 Specialist in duurzame energietechnieken • Schildersbedrijf WESTERBEEK Zuidwolde, www.westerbeek-schilders.nl De beste vriend van uw huis Bouwbedrijf Bruins Slot V.o.f. •  www.bouwbedrijfbruinsslot.nl Restauratie - onderhoud - verbouw - nieuwbouw • GROENVERZORGING VOS BV Roden (050) 501 53 46 / www.vosroden.nl Boomverzorging en landschaponderhoud • HOFSTRA HULSHOF BOUW BV Nieuw-Buinen (0599) 21 29 77 • CompuSystems Hoogezand (0598) 34 38 60 • OP- en overslag meppel B.V. Meppel (0522) 24 36 12 Grond, weg- en waterbouw • Dolmans Landscaping Noord en West Beilen www.dolmanslandscaping.nl Groenvoorziening in de breedste zin van het woord • Roelofs BV Den Ham (0546) 671 741 www.roelofszandwinning.nl • Cooperatie TVM Hoogeveen www.tvm.nl De mobiliteitsverzekeraar: voor transport over weg, water en automotive • Caraad belastingadviseurs Groningen www.caraad.com

Stichting Het Drentse Landschap zet zich in voor het behoud van de Drentse natuur en maakt zich sterk voor het in stand houden van ons culturele erfgoed. Dit doet ze door het aankopen en beheren van natuurterreinen en cultuurhistorisch waardevolle objecten. Stichting Het Drentse Landschap behartigt ook de belangen van:

• Stichting Drentse Boerderijen • Stichting Oude Drentse Kerken • Stichting drs. A.V.J. den Hartogh Fonds

Volg ons via


Kwartaalblad nummer 82