Issuu on Google+

Kwartaalblad december 2011 no. 72

72

Grote zilverreiger


Kwartaalblad van Stichting Het Drentse Landschap Uitgave Stichting Het Drentse Landschap Bezoekadres: Kloosterstraat 5 - 9401 KD Assen Postadres: Postbus 83 - 9400 AB Assen Tel. (0592) 31 35 52 / Fax (0592) 31 80 89 e-mail: mail@drentslandschap.nl Web-site: www.drentslandschap.nl Bankrek. nr. 30.28.75.751 Redactie E.W.G. van der Bilt, J.D.D. Hofman, S.S. van der Meer, m.m.v. H. Colpa, J.G. Schenkenberg van Mierop en B. Zoer Vormgeving Albert Rademaker BNO, Annen Grafische productie Koninklijke van Gorcum BV, Assen Omslag Grote zilverreigers / foto: Geert de Vries ISSN 1380-3263

Rectificatie De omslagfoto van het vorige Kwartaalblad is gemaakt door Jaap de Vries. Excuses voor de foutieve naams­ vermelding.

3

Eruitgelicht

Planten als vertellers in het landschap

4

— bestuursberichten

— onderzoek

U k o V e g t e r

9

Harry de Vroome Penning

10

Speciale activiteiten

11

Kerstwandeling

12

Ritsen op het Ballooërveld

Overname van artikelen met bronvermelding is toegestaan. De inhoud van de bijdragen van gastschrijvers weerspiegelt niet noodzakelijk de opvattingen van Stichting Het Drentse Landschap.

— cultuurhistorie

Het Drentse Landschap is een uitgave van Stichting Het Drentse Landschap. Het geeft informatie over de terrein­ bezittingen en activiteiten van de stichting. Het blad verschijnt viermaal per jaar, bij het wisselen der seizoenen en wordt gratis toegezonden aan de begunstigers van het Landschap. Begunstiger kan men worden door bijgevoegde kaart in te vullen en te verzenden. Minimale bijdrage € 17,50 per jaar. Begunstiger voor het leven € 400,– .

O l a v R e i j e r s

Als u Het Drentse Landschap extra wilt steunen dan kan dat op de volgende wijze: Periodieke gift  In plaats van of naast uw begunstigersbij­ drage. Dit is een voor de inkomstenbelasting volledig aftrek­ bare periodieke bijdrage, die u voor minimaal 5 jaar met een eenvoudige notariële akte toezegt. Voor bijdragen van € 50 en hoger per jaar regelt en betaalt de stichting de akte. Het kwartaalblad wordt u gratis toegezonden om u op de hoogte te houden van Het Drentse Landschap. Andere giften  Indien het totaal van uw giften in enig jaar zowel 1% van uw drempelinkomen als ook € 60 te boven gaat, is het meerdere aftrekbaar voor de inkomstenbelasting tot ten hoogste 10% van het drempelinkomen. Legaten of erfstellingen  U kunt Stichting Het Drentse Landschap en/of Stichting Oude Drentse Kerken ook in uw testament begunstigen. Stichting Het Drentse Landschap en Stichting Oude Drentse Kerken zijn vrijgesteld van schenkings- en successierecht, zodat uw gift, schenking of legaat geheel ten gunste komt van deze stichtingen. Nadere inlichtingen over de hierboven vermelde mogelijke vormen van steun kunt u inwinnen bij het kantoor van de stichting of bij uw notaris. Het Drentse Landschap

www.de12landschappen.nl

J a n K r a a k

15

WMD

16 De hervormde kerk van Nijeveen — Stichting Oude Drentse Kerken 18

De toren boog en eindje mee

— cultuur

R o e l S a n d e r s

21

SODK

22 Sieralgen — flora

H e n k v a n d e r M e u l e n e n M a r i e n v a n W e s t e n

24

Kremboong en Stuifzand

— wandelroute

B e r t u s B o i v i n / E r i c v a n d e r B i l t

26

Samen de samenleving gezonder en mooier maken

— interview

S o n j a v a n d e r M e e r

28

Schaapskooi Orvelte herbouwd

— beheer

30

Drents heideschaap

E r i c v a n d e r B i l t

— beheer

J o a n D . D . H o f m a n

31

Wervingsactie

32

Grote zilverreiger

— fauna

G e e r t d e V r i e s

34

Landgoed Rheebruggen

— boekbespreking

S o n j a v a n d e r M e e r

37

Hunzeloop

38

Dieren in de natuur fotograferen

— educatie

E d o v a n U c h e l e n e n B a r t S i e b e l i n k

40

Kortweg

46

Ganzen

— berichten — gedicht

R u t g e r K o p l a n d

38

In/uit de politiek


Bestuursberichten

Het jaar zit er al weer bijna op En wat voor jaar. Nooit eerder is natuurbeschermers zo onversneden te verstaan gegeven dat hun werk van vele tientallen jaren niet meer dan een soort hobbyisme is geweest, waar ons land het heel goed zonder kan stellen. Dat wordt vertaald in klinkende munt, in geld dat we moeten inleveren welteverstaan, we moeten maar zien hoe we het rooien en de touwtjes aan elkaar knopen met een rijksbudget waarop tussen de 60 en 70 procent wordt bezuinigd. Wie de natuurbescherming en natuuront­ wikkeling een warm hart toedraagt krijgt het er koud van. Zelfs dege­ nen die van nature niet geneigd zijn tot somberheid moeten zich schrap zetten. Maar bij de pakken neer gaan zitten leidt tot niets, dus wordt er binnen onze stichting hard nagedacht over methodes om ons werk zo goed en zo breed mogelijk in stand te houden. Eén ding staat vast, namelijk dat uw steun daarbij, als medewerker, als donateur of als vrij­ williger, meer dan ooit onontbeerlijk is. Laten we tijdens de komende feestdagen vooral onze zegeningen tellen: massa’s mensen zien wel de waarde van natuur en zetten zich daarvoor in, omdat ze begrijpen dat in een samenleving als de onze die natuur niet vanzelf blijft bestaan. Met zo’n grote achterban komt er vermoedelijk ook wel weer eens een keer ten goede. We blijven dus positief. Ik wens u allen fijne feestdagen en een Gelukkig Nieuwjaar.

Foto: Jaap de Vries

Ali Edelenbosch voorzitter Het Drentse Landschap

3


4

Onderzoek

Het voorkomen van planten zegt iets over de plek waar ze groeien. Of een terrein nat is of juist droog, voedselarm of voedselrijk, het bodemvocht zuur of mineraalrijk. Wie kent in Drenthe niet de Dotterbloem als symbool voor kwelplekken in beekdalen? Planten ‘vertellen’ als het ware over de opbouw van het landschap, over de variatie in water- en bodemcondities. En daarmee over de kwaliteit en ontwikkelingsmogelijkheden van natuurterreinen in dat landschap. Voor beheerders is het dus belangrijk om de ontwikkeling van planten in natuurgebieden goed te volgen.

Planten als vertellers in het landschap U k o Ve g t e r *

Schrapveen >

In de jaren zeventig ontstond het besef dat de verspreiding van planten een relatie heeft met waterhuishouding en bodem. Al wandelend door het Drentse Aa-gebied zagen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen sommige soorten steeds op dezelfde plekken in het landschap. De Dotterbloem vonden ze vaak op natte plekken in de buurt van de beek, bijna altijd met oranje-bruin water aan het maaiveld. De Veldrus kwam steevast hoger op de flank van het dal voor. En de Scherpe zegge was eigenlijk alleen in de benedenloop aan te treffen. Hoe was dat mogelijk? Voor het eerst vermoedde men een relatie tussen de verspreiding van planten en verschillen in waterhuishoudkundige omstandigheden. Zou het verschil in voorkomen van soorten te maken hebben met verschillen in grondwaterkwaliteit? Of met verschillen in grondwaterstanden? Of misschien met beide? En zou die Scherpe zegge een soort zijn die beter dan andere tegen het regelmatig overstromen van beekdalgraslanden kan? En hoe komt dat dan? In de hierop volgende decennia ontrafelde men veel van deze vragen. Kern van het mysterie bleek in de wortelzone van de planten te liggen. En de manier waarop de waterhuishouding hier door het jaar heen de groeiplaatsomstandigheden bepaalt: het vochtregime, de voedselrijkdom en de mineralenrijkdom. In het geval van de Dotterbloem waren hoge grondwaterstanden en de ijzer- en mineraalrijke omstandigheden een gevolg van toestroming van diep grondwater (kwel).Veldrus kan op dergelijke plekken niet groeien. Deze soort blijkt juist afhankelijk van minder mineraalrijk grondwater dat hoger op de flank aan het maaiveld uittreedt. En de Scherpe zegge is een soort van voedselrijke, door soms wekenlange overstroming vaak ook zuurstofarme plekken waar maar

weinig andere soorten tegen bestand zijn. Die situaties kwamen vooral voor in de benedenlopen van de beekdalen. Samenhang

De relaties tussen plantenverspreiding en waterhuishouding die men in het veld zag werden ook gemeten. Door watermonsters uit grondwaterbuizen te analyseren kon men de verspreiding van soorten relateren aan de (grond)waterkwaliteit. En men bracht in het laboratorium - voor nog veel meer soorten - deze relatie in beeld. Door bijvoorbeeld een Dotterbloem in bakken met een verschillende waterkwaliteit op te kweken, werd duidelijk bij welke waterkwaliteit de soort goed groeide en bij welke niet.Verder bracht men de relatie tussen grondwaterstand en het voorkomen van soorten in beeld. Door meerdere jaren de grondwaterstanden te meten was het mogelijk per soort en per vegetatietype een karakteristiek grondwaterstandsverloop (duurlijn) te bepalen. Daarmee werd duidelijk hoe de waterhuishouding doorwerkt in de wortelzone van planten en daarmee uiteindelijk ook in belangrijke mate het voorkomen van plantensoorten verklaart. Subtiele verschillen

Niet alleen in het Drentse Aa-gebied bleek de plantengroei een uitdrukking van water- en bodemcondities, en daarmee het landschap. In andere Drentse beekdalen zoals de Reest, de Hunze en het Oude Diep kon men deze relaties eveneens aantonen. En ook in andere Drentse landschapstypen zoals hoogvenen, natte heiden en laagveengebieden. In hoogveengebieden bijvoorbeeld ontdekte men dat verschillende veenmossoorten binnen het relatief zure en natte hoogveenmilieu nog subtiele verschillen aanduiden. Zo behoren


Foto: Bertil Zoer


6

Onderzoek

Foto’s: Geert de Vries

Links: Hoogveen-veenmos Rechts: Waterveenmos

Waterveenmos en Haakveenmos tot de veenmossen die iets stikstofrijkere omstandigheden tolereren. Terwijl het Rood veenmos en het Hoogveen-veenmos als vormers van hoogveenkussens dit niet doen, en juist in extreem voedselarme omstandigheden groeien. Als je de veenmossen goed op soort kan brengen (en dat is niet eenvoudig) kun je zo ook veel zeggen over de kwaliteit van hoogveengebieden. Uitzonderlijke plekken

In heidegebieden laten Struikhei en Dophei verschillen in grondwaterstanden zien. Struikhei is een soort van drogere omstandigheden met waterstanden die soms meerdere meters onder het maaiveld wegzakken. En Dophei is de meest natte van de twee: altijd op plekken waar de grondwaterstand in de buurt van het maaiveld blijft. Dat zijn óf laagten in het heidelandschap, óf plekken waar keileem of andere slecht doorlatende lagen ervoor zorgen dat de grondwaterstand niet ver kan wegzakken. Zo kun je al wandelend in heidelandschappen natte en droge plekken snel in kaart brengen. Spannend wordt het als Dophei op een hoge plek in het landschap voorkomt. Dan is er wat aparts aan de hand. Zoals op het Nuilerveld waar Dophei en veenmossen duiden op nattigheid hoog in het landschap. De verklaring is dat rondom een overstoven veentje (een ‘fort’) de zandbodems zijn verdwenen door erosie en windwerking. Het maaiveld rondom het veentje is dus lager komen te liggen, het natte veen is op dezelfde hoogte gebleven maar ligt nu dus relatief hoog in het landschap.

Ruimtelijke samenhang

In ruilverkavelde agrarische landschappen blijkt de relatie tussen de verspreiding van planten en verschillen in wateren bodemcondities ook aantoonbaar. In en langs sloten, eigenlijk vluchtplaatsen voor soorten van natte milieus, is dit goed te zien. Het Hunzedal is wat dit laatste betreft een sprekend voorbeeld. Ter voorbereiding van de huidige herinrichting is in delen van het beekdal de verspreiding van planten onderzocht. Althans, wat er nog van over was langs


Onderzoek

7

Links: Verspreiding soortgroep snavelzegge e.a. Rechts: Verspreiding holpijp

sloten, watergangen en enkele oude meanders. En wat bleek? De oorspronkelijke variatie in plantengroei op de overgang van Hondsrug naar Hunzedal bleek op sommige plekken nog goed zichtbaar. Figuur 1 laat plantensoorten zien waarvan bekend is dat ze houden van toestroming van licht mineraalrijk grondwater, zoals Snavelzegge, Duizendknoopfonteinkruid, Waterviolier en Grote waterranonkel. Deze komen hoog op de beekdalflank voor, nabij de overgang naar het westelijk aangren-

Foto: Uko Vegter

Kwelplek Drentsche Aa

zende Drouwenerzand. Figuur 2 laat het voorkomen van Holpijp zien. Deze soort komt in een veel breder gebied voor, aan weerszijden van het Voorste Diep zoals de Hunze hier heet. Kennelijk is Holpijp minder kieskeurig ten aanzien van waterkwaliteit en duidt meer algemeen op het toestromen van grondwater (kwel). Soorten van sterk mineraalrijk grondwater zoals Kleine watereppe komen alleen dichter bij de Hunze voor. Deze kennis is van belang voor het inschatten van herstelmogelijkheden in dit gebied. In dit geval is na vernatting herstel mogelijk van natte graslanden met een keur aan verschillende vegetaties, variĂŤrend van kleine-zeggevegetaties en veldrusschraallanden tot dotterbloemhooilanden en grotezeggemoerassen.Voor het Hunzedal zijn dat redelijk unieke kansen. Elders in het beekdal belemmeren grondwaterwinningen herstel van grondwatergevoede graslanden die ruim een halve eeuw geleden nog over uitgestrekte oppervlakten voorkwamen. Langjarig volgen

Naast ruimtelijke samenhangen zijn ook veranderingen in de tijd goed af te lezen aan de plantengroei. Dat maakt het mogelijk effecten van beheermaatregelen te beoordelen. Een mooi voorbeeld is het gebied Schrapveen, in de bovenloop van het Reestdal. Dit moeras- en hooilandgebied behoort tot de mooiste en meest waardevolle van Drenthe (zie kwartaalblad maart 2002). Begin jaren negentig van de vorige eeuw is het waterbeheer binnen het reservaat aangepast. Sloten werden verondiept en nabij de beek kwam een stuwtje om maximaal water in het reservaat te kunnen vasthouden in droge perioden. Maatregelen buiten het reservaat waren eveneens nodig maar nog niet mogelijk. In 1991,


Dotterbloem

Foto: Jaap de Vries

Monitoring en beheerevaluatie

1998 en 2007 is de plantengroei van het gebied vlakdekkend in kaart gebracht om te kijken welke effecten de maatregelen hadden. Door vegetatiekaarten van deze drie jaren over elkaar te leggen werden verschuivingen in plantengroei zichtbaar. Allereerst bleken planten van natte omstandigheden duidelijk toe te nemen. Zelfs op hogere, soms bezande delen van het terrein verschenen soorten als Noordse zegge en Veenpluis. Heel opvallend was de sterke uitbreiding van moerasvegetaties met Moeraskartelblad, Draadzegge en Holpijp. Deze soorten waren door verdroging vrijwel verdwenen maar reageerden op de verbeterde omstandigheden. Metingen lieten zien dat het grondwater was gestegen en op enkele plekken weer tot in de wortelzone kwam. De maatregelen binnen het reservaat zijn daarmee ten dele succesvol geweest.Voor verder herstel zijn wel aanvullende maatregelen ook buiten het reservaat Schrapveen nodig. Het langjarig volgen van veranderingen in de plantengroei maakte het dus mogelijk om het effect van herstelmaatregelen te beoordelen.

Planten dus als vertellers in het landschap. Door goed te kijken naar (veranderingen in) de plantengroei in terreinen van het Drentse landschap is veel te zeggen over de huidige kwaliteit en over herstelmogelijkheden.Verandering in voorkomen van soorten kan duiden op vooruitgang maar ook op achteruitgang van terreinen. Zo zijn bijvoorbeeld Rietgras, Ruwe smele en Pitrus typische soorten van verdrogende graslanden. Als in de zomerperiode in venige gebieden de grondwaterstand te ver wegzakt krijgen deze soorten vaak de overhand. Afbraak van de veenbodem, wisselende grondwaterstanden en oppervlakkige verzuring geven Rietgras en Pitrus een concurrentievoordeel ten opzichte van andere soorten. En eenmaal veranderde groeiplaatsomstandigheden blijken in de praktijk moeilijk te herstellen. Monitoring van de plantengroei is dus belangrijk om de ontwikkeling van terreinen te volgen en van tijd tot tijd het beheer te evalueren. Het Drentse Landschap doet dit voor al haar terreinen waarbij niet alleen de planten (onderwerp van dit artikel) maar zeker ook de verschillende diergroepen worden gevolgd. Uiteindelijk leidt dit tot een steeds beter op de kwaliteit en mogelijkheden van terreinen afgestemd beheer. Waarmee we de vertellers in het landschap recht doen.

* Drs. U.Vegter is als hydro-ecoloog werkzaam bij Stichting Het Drentse Landschap en waterschap Hunze en Aa’s


Cultuur

Inzending voor de Harry

9

de Vroome Penning opengesteld

Vanaf 15 december is het mogelijk om projecten, organisaties of personen voor te dragen voor de Harry de Vroome Penning. Harry de Vroome werkte als consulent landschapsbouw bij Staatsbosbeheer in Drenthe. Zijn hele leven stond in het teken van de natuur en het landschap. Zijn grote en inspirerende kracht was het landschap zijn vorm te laten behouden, ondanks dat het aan allerlei veranderingen onderhevig was. Onder het motto ‘Landschap als blijvende bron van inspiratie’ tracht de Werkgroep Harry de Vroome van Het Drentse Landschap zijn gedachtegoed levendig te houden, door eens in de twee jaar de penning uit te reiken. De Harry de Vroome Penning wordt uitgereikt door Het Drentse Landschap op advies van de gelijknamige werkgroep. In deze werkgroep zitten vertegenwoordigers van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Natuur en Milieufederatie Drenthe, B+O Architecten en buro Bugel Haijema. Ali Edelenbosch is voorzitter van de werkgroep. Categorieën Uitgangspunt voor het toekennen van de prijs is dat de belangen van natuur, landschap, erfgoed, kunst en architectuur in Drenthe gediend moeten worden met het accent op de materiële aspecten ervan. Er zijn twee categorieën te weten: a. prijs van verdienste (beloning voor een idee, project of initiatief van personen/ werkgroepen of organisaties die zich gedurende langere tijd voor natuur, landschap en/of erfgoed hebben ingezet) b. aanmoedigingsprijs (beloning voor een jong, inspirerend en vernieuwend initiatief) Op de website www.harrydevroome.nl is meer informatie te vinden over de criteria waaraan de inzendingen moeten voldoen. Hier vindt u ook een standaardformulier dat gebruikt moet worden.

Inzendingen De inzendingen moeten voor 1 maart 2012 worden gestuurd naar: Stichting Het Drentse Landschap t.a.v. Sonja van der Meer Postbus 83, 9400 AB Assen sonja.vandermeer@drentslandschap.nl


10

Activiteiten

Activiteiten eruit gelicht Kijk voor meer activiteiten in de agenda oktober 2011 t/m maart 2012 of op www.drentslandschap.nl

zo 22 jan 14.00 uur

Op de grond liggen allemaal veren. Hoe komen ze daar en wat is er gebeurd? Kinderen gaan samen met hun ouders op zoek naar allerlei sporen die wilde dieren hebben achtergelaten en proberen achter het antwoord van de mysterieuze verenplek te komen. Start: parkeerplaats van de dagcamping aan de Solweg (weg tussen Doldersum en Vledder). Foto: Hanna Schipper

Kinderexcursie Sporen zoeken

Opdracht

zo 5 febr 14.00 uur

1

In de synagoge van Zuidlaren bevindt zich een grote houten kast. De deuren zijn goed vergrendeld. Wat zou er toch in zitten? Een geheime schat? Aan de hand van een speurtocht komen kinderen achter het antwoord. En ontdekken dat er nog meer geheimzinnige voorwerpen in de synagoge te vinden zijn. Locatie: Synagoge, Zuiderstraat 1, 9471 KJ Zuidlaren.

Bekijk de 4 gelamineerde foto’s. Begin bij nummer 1 en bekijk de voorkant en lees de achterkant. Ga zo alle foto’s bij langs. Beantwoord dan de vragen.

Welk geloof had de familie van Dam?

...................................................

Opdracht

Wat voor beroep had meneer van Dam?

................................................... Wat is er met de familie van Dam gebeurd?

Kinderspeurtocht Het Sjoeltje van Zuidlaren

2

................................................... ................................................... ...................................................

Het Sjoeltje van Zuidlaren Lees het briefje van Bernard.

Educatief programma voor kinderen van 10 t/m 12 jaar

Ga naar de grote kast. Hier staat de begeleider op je te wachten. De begeleider vertelt hier het verhaal van de heilige kast.

Denk je dat hij wist waar ze heen gingen?

Welk heilig schrift is belangrijk voor de joden?

ja / nee (omcirkel jouw antwoord)

.........................................................

Wat denk je als je dat briefje leest? Wat staat afgebeeld op de voorhang?

....................................................

(het kleurige kleed)

....................................................

..............................................

....................................................

Plattegrond

Deze kandelaar is een chanoekia (spreek uit: ganoekia), was van de familie van Dam. joden vieren Chanoeka (spreek uit: ganoeka) rond de kerstdagen.

Zoek hierop de plaats van je vraag

Hoeveel armen heeft de chanoekia?

6 2

................

Opdracht

3

Joden mogen alleen voedsel eten dat rein is. Dat heet koosjer. Dat eten moet volgens hen aan een aantal regels voldoen: , alleen vissen met vinnen en schubben , alle vogels behalve roofvogels , alle vee met gespleten hoeven die herkauwen , geen insecten

heilige kast

Eentje telt niet mee, want die dient om de andere kaarsen aan te steken.

Omcirkel, welke dieren zijn koosjer? varken

kip

Welke is dat? paling

...........................................

5

Bekijk de herdenkingsplaat.

Staat de familie van Dam hier op?

ma 5 maart 20.00 uur

lessenaar

3

ja / nee

Hoeveel mensen in totaal tel je? . . . . . .

trap

8 7

Is die koosjer?

ja / nee (omcirkel jouw antwoord)

1

4

hal

rund

Pak de Loeach (boekje) erbij en zoek je favoriete merk chips op. Omcirkel jouw antwoord:

Het Chanoekafeest duurt 8 dagen.

En zijn rode M&M’s koosjer? ja / nee

ingang

De SODK valt onder de verantwoordelijkheid van Stichting Het Drentse Landschap. Stichting Oude Drentse Kerken, Kloosterstraat 5, Assen, www.drentsekerken.nl // 2011

Foto: Joop van de Merbel

Cursus Boerenerven in Eext

zo 18 maart 11.00-16.00 uur

U maakt kennis met verschillende aspecten van boerenerven. De waarde van het Drentse erf zit in de eenvoud, de functionaliteit en de harmonie met het omringende landschap. U leert hoe waardevolle elementen van het oude erf heel goed kunnen aansluiten bij de hedendaagse wensen van nieuwe bewoners. De cursus bestaat uit 2 theorieavonden (5 en 12 maart) en een excursie (10 maart). De kosten bedragen € 35,- (incl. koffie/thee en cursusmateriaal). Locatie: Eext. Zie voor meer informatie www.boerenervendrenthe.nl of mail naar boerenerven@hetnet.nl.

De kalfjes zijn geboren en daarom staan vandaag bij de beheerboerderij de deuren voor u open. Er zijn rondleidingen en (kinder)activiteiten. Locatie: De Pieperij, Pieperij 7, 7924 PZ Veeningen.

Foto: Geert de Vries

Open dag De Pieperij


Activiteiten

11

Na het succes van 2010 houdt Stichting Het Drentse Landschap op 2e Kerstdag (maandag 26 december) een boeiende wandeling in het natuurgebied Groote Zand bij Hooghalen. Dit jaar doen we dit samen met het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, Landgoed Het Grote Zand en De Friesland Zorgverzekeraar. De route kunt u tussen 11.00 en 13.00 uur afhalen bij het Herinneringscentrum, Oosthalen 8, 9414 TG Hooghalen.

Foto: Auke Lubach

Het natuurgebied Groote Zand spreekt tot de verbeelding omdat het landschap er erg gevarieerd is. Naast bos en heide zijn er ook open vlaktes met deels nog onbegroeid stuifzand, het feite­ lijke ‘Groote Zand’. In de directe omgeving van het Groote Zand zijn meerdere sporen van prehis­ torische bewoning aangetroffen. In het bos ten zuiden van de heide van het Groote Zand hebben ooit twee hunebedden gelegen. De stenen van deze hunebedden zijn in een ver verleden weggehaald, waarschijnlijk met de bedoeling om ze te gebruiken voor wegver­

harding of dijkversteviging. Op deze manier zijn veel hunebedden in de loop van de tijd verdwenen. Direct ten oosten van het Groote Zand zijn een urnenveld en een grafheuvel gevonden.

en misschien wel de kerstman. In het Herinneringscentrum is klezmermuziek. Een heerlijk uitstapje voor het hele gezin. Zorg dat u warm en waterdicht schoeisel draagt.

Het Drentse Landschap heeft een sfeervolle en afwisselende wandeling uitgezet door de omgeving van Hooghalen. U wandelt door bos en over het mooie heideterrein, waar de Schotse hooglanders vrij rondlopen. Onderweg komt u langs hoornblazers, leuke en gevarieerde (kinder)activiteiten

Begunstigers betalen tegen inlevering van de bon uit de activiteitenagenda € 1,25 p.p. (max. 4 personen). Dit is inclusief route, warm drankje en vermaak. Overige deelnemers betalen € 2,50 p.p. Graag tot ziens op het Groote Zand op 2e Kerstdag!

Kom op 2e Kerstdag wandelen op het sfeervolle Groote Zand


12

Cultuurhistorie

Ritsen op het Ballooërveld Jan Kraak*

Het Ballooërveld kent opvallende landschapselementen als karrensporen, grafheuvels en tankgrachten. Onopvallend en bijna verdwenen zijn de ritsen, waar een boeiend verhaal achter zit. Ze zijn ontstaan bij de markescheiding in 1847 als opmaat voor de ontginning van het heideveld. Overal in Drenthe vonden in de jaren 18401882 markescheidingen plaats. Mede door meegaand verzet van de Drentse boeren werd pas veel later tot ontginning overgegaan. Kaartbeeld uit Ballooërveld inrichtings& beheerplan (SBB) De cijfers 1 en 2 verwijzen naar de foto’s in dit artikel

Nog tot het begin van de 20e eeuw zwierven er herders ‘eenzaam rond op de grote stille heide’ van Drenthe. Maar als het aan de vroegere politici had gelegen, dan waren de grote heidevelden, die het gemeenschappelijk eigendom waren van leden van de boermarken, al aan het einde van de 18e eeuw op de schop gegaan. Want in hun waarneming vormde de heide woeste grond, die moest worden ontgonnen. Ze waren echter niet doordrongen van de essentiële rol van heidevelden voor het toenmalige landbouwsysteem, waarbij de mest van de schapen, die hun voedsel op de heide vonden, werd gebruikt voor de bemesting van de roggeakkers. Ook plaggen waren van belang. Zouden de heidevelden wegvallen, dan zou het toenmalige productiesysteem worden ontregeld, want kunstmest was er nog niet. Lang gevecht

1

In de jaren ‘80 aanwezige ritsen

2

De toenmalige politici wilden de landbouw in Drenthe verbeteren door de gemeenschappelijke gronden van de marke te verdelen onder markeleden (markescheiding). De gedachte was dat als iedereen zijn eigenbelang zou nastreven op zijn eigen grond, het Drentse platteland vanzelf tot ontwikkeling zou komen. Bij deze redenering speelden landbouwkundige aspecten geen rol.1 Zo begon een lang en taai gevecht van de ‘hoge heren’ in Assen met de Drentse boeren, waarbij de heren zich ernstig hebben verkeken op de Drentse mentaliteit. Daar schreef H.J. Prakke zestig jaar geleden onder de kop ‘Meegaand verzet in de markescheiding’2 treffend over: ‘Een goedaardige


1 meegaandheid en ja-ja-knikkende welwillendheid kenmerken ook thans, aldus het algemeen gevoelen der volkskundigen, de typische zand-Drenth. Maar men moet van deze hoffelijkheid geen misbruik maken, door hem overijld tot besluiten te willen dwingen. Menige jonge ambtsdrager – kerkelijk of wereldlijk – heeft dat in al te grote ijver ook in onze dagen nog wel bij bestuursgenoten kunnen bemerken ...’. De Drentse boeren lieten zich uiteindelijk wel overreden tot markescheiding, maar niet overtuigen. Dat ze niet principieel tegen waren, blijkt uit de verdelingen van de weidegronden in de beekdalen, die al vanaf de 17e eeuw op eigen initiatief plaats vonden. Markescheiding

Al in 1809, onder het Franse bewind, kwam er een wet voor de markeschei-

ding. De boeren waren verplicht er een vergadering over te beleggen. De afwijzing was algemeen, de motivatie was steeds dat de woeste gronden onmisbaar waren, ze dienden immers voor weide- en plaggengrond. In 1837 deed de overheid opnieuw een vergeefse poging. Nadat in 1840 een wet werd aangenomen die 30 jaar vrijstelling gaf van verhoogde belasting na ontginning, kwamen de markescheidingen eindelijk op gang. Daarvoor werden commissies van boeren benoemd, die samen met een landmeter voor de moeilijke taak stonden om een ‘grote, grillig gevormde taart met lekkere en minder lekkere delen’ eerlijk te verdelen onder leden van de marke, al naar gelang hun marke-aandeel (waardeel). Zo werden in de jaren 1840-1882 de marken van Drenthe gescheiden, met als laatste die

van Zwinderen. De Drentse boeren hadden dan wel ‘braaf ’ voldaan aan de wettelijke eis van markescheiding, maar de verhoopte economische opbloei zou nog geruime tijd op zich laten wachten door een combinatie van landbouwkundige redenen en lijdelijk verzet van de Drentse boeren. Dat laatste bleek vooral uit de ‘gemakkelijke’ manier, die weinig rekening hield met praktisch grondgebruik, waarop men zich van de verdeling af maakte. Het sprekendst geval is de markescheiding van Rolde. De grond werd verdeeld als stukken van een grote taart die naar één punt toe, namelijk de toren van Rolde, waren gesneden.Van de buitenrand van de marke ploegde men gruppen, ook wel ritsen genoemd, die de perceelgrenzen vormden. De aldus ontstane percelen, die ook nu

Foto: Hindrik Lanjouw

13


Cultuurhistorie

nog voor een deel aanwezig zijn, waren wigvormig. Aan de ene kant waren ze enkele tientallen meters breed en aan de andere kant enkele meters en dat bij een lengte van 1800 tot 3000 meter. Dergelijke wigvormig percelen zijn lastig te ploegen! Omdat de boeren vooralsnog niet aan ontginning dachten, hadden ze van een eventueel onpraktische indeling geen last. Alsof er niets aan de hand was, ging men namelijk door met het oude landbouwsysteem. Het enige verschil was dat de schapen zo nu en dan over een ondiepe rits moesten springen. Pas in de jaren ’20 en ’30 van de twintigste eeuw kreeg de ontginning van de Drentse heide haar werkelijke beslag. De laatste dorpskudde, die van drie boeren in Kraloo, werd in 1946 opgeheven. Gered

2

Foto: Jan Kraak

14

Dankzij de aankoop door Defensie in 1918 is het Ballooërveld van ontginning ‘gered’.Volgens het Plan van Scheiding uit 1847 werd het veld in zeven blokken opgedeeld van resp. 169, 176, 169, 15, 8, 16 en 29 ha. De drie grootste zijn onder de markeleden verdeeld, daarbij zijn ritsen aangebracht.3 De andere vier, die de infrastructuur betroffen en het Boerzand waar niemand behoefte aan had, werden niet verdeeld. In principe kunnen er nu nog restanten zijn van ritsen, voor zover ze niet zijn dicht gespoeld of onzichtbaar zijn geworden door begroeiing. Hindrik Lanjouw, werkzaam bij Staatsbosbeheer, onderzocht ze in de jaren ’80. Hij maakte een kaart van de restanten van ritsen op het Ballooërveld, deze zijn ingete-

kend in het kaartbeeld op pagina 12. Begin 2008 nam ik contact op met Lanjouw over deze ritsen. Hij vertelde dat de rits die hij fotografeerde in de noordwesthoek van het veld ligt – op de kaart aangegeven (1). Hij vond de rits nadat de heide was geplagd. Ik ging zelf op onderzoek, maar ik kon de betreffende rits vanwege de hoge hei niet terug vinden. Het bosje op de achtergrond was wel te herkennen. Mijn zoektocht was echter niet tevergeefs, want ik vond een rits op een met gras bedekt deel van het veld aan de zuidkant. De van west naar oost lopende rits kruist de Zuidlaarderweg op een punt dat een paar meter ten noorden ligt van een rond bruin bord voor een grafheuvel, dat is aangebracht op een deel van een boomstam (2). Het is mooi dat dit soort landschapselementen behouden zijn gebleven.

* Drs. J. Kraak is lid van de IVN-werkgroep Landschapshistorie Zuidlaren.

1 - H.B. Demoed, De markescheidingen in Drenthe in de 19e eeuw, in: Nieuwe Drentse Volksalmanak, 1989, p. 58 e.v. 2 - H.J. Prakke, Deining in Drenthe – historisch-sociografische speurtocht door de ‘olde lantschap’, Assen, 1951, p.233 e.v. 3 - Beheer- en inrichtingplan Ballooërveld, 2010.


Stuwen in Breevenen

Grutto

foto: archief WMD

Water is een belangrijk onderdeel van het natuurbeheer in Breevenen. De slenken hebben als functie om regenwater te verzamelen en af te voeren om de vorming van een regenwaterlens over het gebied te voorkomen. Maar de slenken vulden zich in natte perioden met regenwater, om daarna snel leeg te stromen in de sloten buiten het gebied. Tijdens droge perioden vielen de slenken heel lang droog. Het niet kunnen regelen van waterpeilen vormde een knelpunt in met name het weidevogelbeheer. Bij weidevogelbeheer wordt extensief hooilandbeheer uitgevoerd. Vanaf half juni moeten machines het terrein kunnen bewerken. Door het plaatsen van twee stuwen kan WMD nu het waterpeil in de slenken regelen. Samen met Waterschap Hunze en Aa’s en Landschapsbeheer Drenthe is het ontwerp gemaakt. In droge perioden kan het water langer worden vastgehouden. Dreigt het gebied te nat te worden tijdens het uitvoeren van beheerswerkzaamheden dan kan het peil tijdelijk worden aangepast. Een prachtig stukje samenwerking. Want genoeg water van de gewenste kwaliteit op de juiste plaats, dat is nog altijd een stukje vakwerk. De verwachting is dat de vele plantenen diersoorten rond de slenken zich vanaf nu nog beter kunnen hand­ haven.

Kijk voor meer informatie over drinkwater op wmd.nl.


16

Stichting Oude Drentse Kerken

De hervormde kerk van Nijeveen Olav Reijers*

Kerken zijn in de eerste plaats een huis van God maar hadden vanouds ook een sociale functie. Dat is nergens beter zichtbaar dan in Nijeveen. Naast de oude hervormde kerk ligt niet alleen een begraafplaats maar staat ook een langwerpig gebouw waarin ooit de school en drie armenhuisjes waren ondergebracht. Sociale voorzieningen waren tot in de 20e eeuw geen zaak van de overheid maar van particulier initiatief. De belangrijkste weldoener was de kerk, vooral daar waar er weinig vermogende burgers waren die een steentje konden bijdragen. Dat was op het platteland meestal het geval. De kerkgemeenschap zorgde voor onderwijs en ondersteuning aan behoeftige dorpsgenoten. Het schoolgebouw naast de kerk van Nijeveen dateert uit begin 19e eeuw maar ongetwijfeld hoorde onderwijs al veel langer bij de kerk. Tegen de school staat een armenhuis, herkenbaar aan de dubbele ingang. Het is nu bijna onvoorstelbaar dat daar drie complete gezinnen werden gehuisvest, maar toen was het een zeer welkome voorziening voor mensen die geen enkel vangnet hadden. Tussen school en kerk staat de kosterswoning, in de jaren vijftig gebouwd in een oude stijl. Zo is een voor Drenthe uniek complex van kerkelijke en sociale gebouwen ontstaan. Schuurkerk

Centraal staat het kerkgebouw dat uit 1477 dateert en op zichzelf al bijzonder is. De kap wordt namelijk gedragen door een houten gebint zoals bij boerderijen gebruikelijk is. In de


Stichting Oude Drentse Kerken

Restauratie

De toren dateert van de begintijd van de kerk en is altijd van steen geweest. Hij is wel ingrijpend verbouwd en van een spits voorzien in 1683, een jaartal dat nog steeds op het torenkruis te lezen is. Het interieur is harmonieus ingericht, met kerkmeubilair uit verschillende perioden. Tegen de achterwand staat een eenvoudige 18e-eeuwse preekstoel. Bij de restauratie van 1976 is deze van de wand gehaald en bleek toen nog maar aan één spijker te hangen. Blijkbaar heeft Onze-Lieve-Heer al die tijd beschikt dat dominee niet naar beneden zou duikelen. Bij dezelfde restauratie kwam een altaarsteen uit ca. 1480 naar boven, de begintijd van de kerk.Vaag zijn in de vier hoeken en in het midden nog ingebeitelde tekens zichtbaar. Dit zijn wijdingstekens die de vijf wonden van Christus symboliseren. Tijdens de beeldenstorm is de steen doormidden gehakt en begraven, de scheur is nog duidelijk te zien. Nieuwe activiteiten

Door ontkerkelijking en vergrijzing is het kerkbezoek inmiddels fors teruggelopen. Net als elders in ons land is de Hervormde kerk een samenwerking aangegaan met de Gereformeerde kerk van Nijeveen en de kerk van Kolderveen. Zo geven zij samen het kerkblad uit maar blijven wel ieder in het eigen gebouw kerken. Met minder mensen wordt onderhoud van het kerkgebouw echter steeds moeilijker op te brengen. Daarom is een aantal jaren geleden de Stichting Barbara Nijeveen opgericht. Met donaties en een jaarlijkse boekenmarkt in april

Foto’s: Drents Plateau

volksmond heet het gebouw daarom de schuurkerk. Behalve in Paasloo, vlak over de grens in Overijssel, kennen we geen andere kerk in ons land met een dergelijke draagconstructie. Een reden voor deze zeldzaamheid kan zijn dat de kerk een gewijd gebouw was dat niet teveel met een alledaagse boerderij geassocieerd moest worden. De muren van het koor hebben wel een dragende functie, te zien aan de smalle vensters en de steunberen aan de buitenzijde. De kerk was aan Barbara gewijd, een heilige die onder andere beschermde tegen brand, altijd nuttig voor een houten gebouw. Pas in de 17e eeuw kreeg ook deze kerk een stenen uiterlijk.Vanwege de tachtigjarige oorlog was de houten kerk toen zwaar in verval geraakt. Nijeveen lag aan een doorgaande weg tussen Drenthe en Overijssel die regelmatig door plunderende en brandschattende soldaten werd gebruikt. Tijdens het beleg van Steenwijk diende het gebouw zelfs als paardenstal voor de Spaanse troepen. Een taxateur had het gebouw al als ‘waardeloos’ opgegeven maar blijkbaar was de kerk belangrijk genoeg om weer op te bouwen. Dit gebeurde in 1627 met geld van De Landschap (zoals de provinciale overheid toen heette), waarbij de houten wanden werden vervangen door de huidige bakstenen muren. In de muren werden grote ramen aangebracht die nog steeds voor een prachtige lichtval in het interieur zorgen. Dat kon omdat het houten gewelf niet op de muur maar op het oude gebint bleef steunen dat bewaard was gebleven. Het gebouw heeft zo altijd het karakter van een schuurkerk behouden.

17

haalt de stichting een behoorlijk bedrag op dat dit jaar bijvoorbeeld aan de bestrating, herstelwerk aan het dak en reparatie van het lijkenhuisje op de begraafplaats is uitgegeven. Ooit was de stichting ook met concerten begonnen maar omdat bijna iedere kerk die inmiddels aanbiedt, is de concurrentie te groot geworden. Mooi is dat in de stichting ook mensen zitting hebben van buiten de Hervormde kerk. Er is namelijk een breed gedragen gevoel dat behoud iedereen aangaat omdat de plek zo bijzonder is dat het waarde heeft voor het hele dorp. En eigenlijk strekt de waarde zich uit over heel Drenthe.

* Drs. O. Reijers is directeur van Drents Plateau.


18

Cultuur

De toren boog een eindje mee Ze wandelden wat af, de kunstschilders die in de negentiende eeuw naar Drenthe kwamen. Assen konden ze nog wel per trein bereiken, althans vanaf 1870. Maar wie verder de provincie in wilde trekken, moest als de gelegenheid zich voordeed, gebruik maken van kar en paard. En anders bleef er alleen een tocht te voet over.

Roel Sanders*

Dat ze daaraan geheel gewend waren blijkt uit wat de schilders daar zelf over vertellen. In één van zijn brieven aan Geert Jannes Landweer, de belastingontvanger die een goed contact met de schilders onderhield, bedankt Julius Jacobus van de Sande Bakhuyzen voor de foto’s die hij had ontvangen. ‘Eén er van trof me bizonder’, schreef hij, ‘omdat ik precies op dezelfde plek een tekening heb gemaakt n.l. in Schoonloo. In de tijd dat ik in Rolde woonde was ik daar eens heen gewandeld en toen trof mij dat mooie plekje zoo dat ik er een uitvoerige tekening van maakte’. Heen en terug moet dat een wandelingetje van toch zo’n 20 kilometer zijn geweest. Ook Alexander van Rappard, die verschillende keren Rolde bezocht, was een verwoed wandelaar. Om een portret van Landweer te maken, begaf hij zich naar Gieten, waar de ontvanger toen zijn standplaats had. In een brief refereerde hij daar later aan, toen hij opmerkte, dat hij zich goed herinnerde hoe hij in een maanverlichte nacht naar Rolde terug was gewandeld. Beleving als schilderstijl

Alexander van Rappard, Kerkje aan een landweg, 1882/83 olieverf op paneel, 32 x 25 cm, particuliere collectie

Samen met Willem Wenckebach, die ook graag in Rolde verbleef, maakte Van Rappard in 1884 een tocht langs de Hondsrug. Die voerde naar Emmen en verder naar Coevorden. Ongetwijfeld zijn hier ook grote delen per voet afgelegd. De tocht ging onder andere langs Eext. Een paar jaar eerder was Van Rappard daar ook al eens geweest en toen was het kerkje in het dorp hem opgevallen met het hierbij afgebeelde schilderij als resultaat. Mogelijk is het thuis afge-


Cultuur

19

Willem Hendrik van der Nat, Het kerkje van Oosterhesselen olieverf op doek 24 x 34 cm particuliere collectie

zetten van de objectieve werkelijkheid, maar om uitdrukking te geven aan de beleving die de kunstenaar bij het zien van zijn onderwerp ervoer. Speelse elementen

Ook het schilderij dat Willem Hendrik van der Nat maakte van de kerk van Oosterhesselen ademt die sfeer. Tegenwoordig zijn het juist de strenge regelmaat en de zorgvuldige afwerking van het gebouw die opvallen. Overigens waren die kenmerken in de tijd dat het schilderij werd gemaakt aanzienlijk geringer. In 1862 was de kerk van een pleisterlaag voorzien en werden een aantal steunberen wegens inwateringsgevaar verwijderd. Bij de restauratie van 1930 werden deze opnieuw aangebracht. De levensjaren van de schilder vallen praktisch samen met de periode tussen deze

Foto: Monumentenzorg

maakt en het lijkt erop dat hij zich de naam van het dorp niet precies meer herinnerde, want het werk staat bekend als ‘Kerkje aan een landweg’. Maar de opvallende ingangspartij en de dakruiter nemen alle twijfel weg. Dit is onmiskenbaar de kerk van Eext. Centraal op het doek, omringd door bosschages, roept het een wat ander beeld op dan de voorbijganger tegenwoordig op die plaats ziet. Een strak en betrekkelijk eenvoudig gebouw in een open omgeving is meer het beeld van vandaag.Van Rappard zet echter door een losse toets te gebruiken een wat oud ogende kerk neer, terwijl die toch pas zo’n veertig jaar eerder was gebouwd. Het was een wijze van schilderen die de kunstenaars in die tijd nu eenmaal graag hanteerden. Het ging er niet om om een zo precies mogelijk beeld neer te

De kerk van Oosterhesselen omstreeks 1900, ontdaan van een deel van de steunberen


20

Cultuur

Hans Hilbrands, De kerk van Norg, 1992 O.I.inkt en contĂŠ 50 x 70 cm particuliere collectie

twee ingrepen. Hij moet de kerk dus in de bepleisterde toestand hebben gekend en ook hebben gezien dat er steunberen ontbraken. Wellicht is het een bewuste keuze geweest om de kerk af te beelden vanuit een hoek die juist de gespaarde steunberen duidelijk uit lieten komen. Op het schilderij maakt de kerk een licht vermoeide indruk. De blindnis in de oostwand en het donkere venster in de schuine wand van het koor doen aan een knipoog denken, en wekken op een speelse

manier de indruk dat het oude gebouw daar wel vrede mee heeft. Op een veel jongere tekening van Hans Hilbrands uit 1992 is door de bomen van de kerkbrink heen op de achtergrond de kerk van Norg te zien. De beide bomen rechts voor zijn de oudste in het dorp. Het zijn de linden die waarschijnlijk in 1671 bij het niet meer bestaande schultehuis zijn geplant. De weersomstandigheden zijn bar en boos. Het is diep in de herfst of

misschien wel in de winter en een felle noordenwind jaagt door het dorp en doet de bomen, ook de oudste, buigen, tot ze het net nog niet begeven. En de kerk? Hij lijkt zijn medeleven te willen betuigen aan de bomen die het zo hard te verduren hebben.Voorzichtig buigt de toren een beetje mee. * Dr.R. Sanders is amateurkunsthistoricus.


Stichting Oude Drentse Kerken

Hervormde kerk Bovensmilde Het restauratieplan voor de hervormde kerk van Bovensmilde wordt door het bureau Nibag uit Deventer ter hand genomen. Het zal vooral het herstel van het casco betreffen, gefinancierd door het ministerie van OCW via een calamiteitensubsidie die de Federatie Instandhouding Monumenten (FIM) zo knap heeft weten veilig te stellen. Jammer genoeg is het nog steeds onzeker of de GGZ haar plannen om achter de kerk een instelling gericht op oudere mensen te realiseren, zal doorzetten. Ook blijft de toekomst van de bij het ensemble horende pastorie onzeker. Nieuwe stichting De net opgerichte Stichting Behoud en Herbestemming Religieus Erfgoed vraagt steun aan het kabinet. Er is op zo’n grote schaal sprake van leegstand en verval van kerken dat er een groeiende behoefte aan kennis, professionaliteit en financieringscapaciteit bij herbestemming is. Deze nieuwe stichting wil daarin voorzien. Oprichter is de Stichting Jaar van het Religieus Erfgoed. Al vier provincies hebben medewerking en financiële steun toegezegd en per provincie wordt een pilotproject ter hand genomen. Het zou mooi zijn indien ook de Provincie Drenthe hier met haar herbestemmingagenda bij zou kunnen aanhaken. Het initiatief past verder uitstekend bij het voornemen van het kabinet dat behoud en herbestemming in het regeerakkoord propageert. Ook de insteek om het behoud van kerken en molens prioriteit te geven in het nieuwe BRIM 2013 past bij dit initiatief.

Kerken Eext en Annerveenschekanaal Momenteel wordt overleg gevoerd met het bestuur van de kerk te Eext. Nagegaan wordt of er werkbare afspraken voor de overdracht van deze prachtige kerk kunnen worden gemaakt. Ook met de eigenaren van de kerk in het beschermde dorpsgezicht van Annerveenschekanaal vindt een dergelijk overleg plaats. De ligging van deze uit 1835 stammende kerk is werkelijk prachtig. Ga daar vooral eens kijken. Educatief programma synagoge De synagoge van Zuidlaren heeft een nieuw educatief programma ‘Het sjoeltje van Zuidlaren’ ontwikkeld. Het programma is geschikt voor kinderen van 10-12 jaar. Deze winter zullen schoolklassen uit de omgeving al aan de slag gaan met dit nieuwe programma. ‘Het sjoeltje van Zuidlaren’ vertelt de geschiedenis van dit kleine gebouwtje dat jarenlang het onderkomen was van een Joodse gemeenschap. Aan de hand van een aantal opdrachten gaan kinderen actief aan de slag in de synagoge. Zo komen ze achter antwoorden op vragen zoals: Wat is een chanoekia? Wat is een mikwe? Wat staat er op de gevelstenen? ‘Het sjoeltje van Zuidlaren’ is financieel mogelijk gemaakt door een bijdrage uit het door het Prins Bernhard Cultuurfonds beheerde Jenny Vrieling Fonds, het Donatiefonds Rabobank Noord-Drenthe en Stichting Het Drentse Landschap.

21

Boek Godshuisjes Op 1 december heeft gedeputeerde Rein Munniksma het eerste exemplaar van het boek Gods huisjes, Drentse kerken van bescheidenheid in ontvangst genomen. In deze kleine bescheiden evangelisatiegebouwtjes hielden evangelisten hun godsdienstoefeningen. Veel van deze kenmerkende kerkjes zijn verdwenen en wat er rest is meestal in gebruik als bedrijfsruimte of opslagplaats. Hans Ladrak en Eric le Gras schreven de teksten. Fotograaf Sake Elzinga kreeg ruimschoots de gelegenheid om op al die verwachte en onverwachte plaatsen fraaie beelden te maken. Het boek kost € 19,50 en is te bestellen via onze webwinkel: www.drentslandschap.nl. Lezing Godshuisjes di 31 jan 20.00 uur In de sfeervolle kerk van Kolderveen verzorgt bouwhistoricus Hans Ladrak een boeiende lezing over de godshuisjes in Drenthe. De lezing sluit heel mooi aan bij het onlangs verschenen boek ‘Gods huisjes, Drentse kerken van bescheidenheid’. Deelname is gratis en opgave niet nodig. Locatie: NH kerk, Kolderveen 47, 7948 NH Nijeveen.


22

Flora

Sieralgen Henk van der Meulen en Marien van Westen*

Sieralgen ontlenen hun naam aan hun sierlijke uiterlijk. De afmetingen van deze algen zijn zo klein, dat ze alleen met behulp van een microscoop kunnen worden bestudeerd. De grootte varieert van ca. 0,01 mm tot 1,0 mm. De allergrootste zijn met het blote oog alleen als groene puntjes zichtbaar. Drie en tachtig jaar geleden promoveerde de in Drenthe welbekende landbouwkundige Willem Beijerinck te Wageningen op het proefschrift ‘Over verspreiding en periodiciteit van de zoetwaterwieren in Drentsche heideplassen’. Beijerinck onderzocht een gedeelte (ongeveer 1/12e deel) van de provincie Drenthe op het voorkomen van wieren of algen. Hij deed dit in een gebied dat ruwweg lag tussen Beilen (noordgrens), Hoogeveen (zuidgrens), Dwingelo (westgrens) en Westerbork (oostgrens). Het merendeel van de algen die bij het onderzoek in de twintigerjaren van de vorige eeuw werden aangetroffen, behoorden tot de groep van de zogenaamde groenwieren. Dit zijn algen die een helder groene kleur bezitten door de aanwezigheid van bladgroen. Een belangrijke groep binnen de groenwieren wordt gevormd door de zogenaamde sieralgen. Sieralgen bestaan meestal uit twee semicellen die symmetrisch ten opzichte van elkaar liggen en door een soort brug met elkaar zijn verbonden. De celkern bevindt zich in deze brug. De vorm van de cellen kan enorm variĂŤren en is onder andere afhankelijk van het aantal symmetrieassen die in de cellen worden onderscheiden en die de basisvorm

van de cellen bepalen. Het uiterlijk van de cellen wordt verder in sterke mate vorm gegeven door de aanwezigheid van ornamentatie zoals knobbels, korrels, stekels, putjes en richels. Het resultaat is een groot scala aan uiteenlopende en dikwijls ingewikkelde vormen. Slechts enkele sieralgen hebben een Nederlandse naam. Het insigne van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie is ontworpen door Heimans en is afgeleid van het Gewoon ridderkruis, een sieralg die behoort tot het geslacht van de Ridderkruizen (het geslacht Micrasterias). Weinig onderzoek

In de eerste helft van de vorige eeuw waren twee onderzoekers actief bezig met onderzoek naar sieralgen: de Amsterdamse hoogleraar Jacob Heimans en de eerder genoemde Willem Beijerinck. Heimans bewerkte een manuscript met determinatietabellen voor sieralgen, maar door zijn kritische wetenschappelijke instelling is het nooit tot een publicatie gekomen. Pas in de periode 1982 - 1997 is een Nederlandstalige sieralgenflora verschenen van de hand van Dr. P.F.M. Coesel. Het aantal soorten sieralgen bedraagt in Nederland ongeveer 500. Wereldwijd wordt dit aantal op 6000-8000 geschat. Het belang van Beijerincks onderzoek voor de kennis van de Nederlandse sieralgen is groot geweest. In Drenthe bleken diverse voor Nederland nieuwe soorten aanwezig te zijn. Terwijl Beijerincks aandacht uitging naar Drentse sieralgen, richtte Heimans zijn aandacht primair op sieralgen in Noord-Brabant en de Achterhoek.

Gezien het geringe aantal onderzoekers dat zich met sieralgen heeft beziggehouden, zal het niet verbazen dat onze kennis allesbehalve volledig is. Beijerinck deed zijn onderzoek in een relatief gunstige periode, toen de negatieve gevolgen van de grootschalige ontginningsdrift in Drenthe nog niet zo evident waren. Daarna kregen wij te maken met sterke achteruitgang van de natuur door ruilverkavelingen, door ingrijpende veranderingen in de landbouw, door toename van milieuvervuiling, verzuring, vermesting, verdroging etc.Van de vele vennen en plassen die door Beijerinck werden onderzocht, zijn er nu, circa 80 jaar later, een groot aantal verdwenen en zijn andere inmiddels dichtgegroeid. De geschiktheid van de overgebleven plassen voor optimale groei van sieralgen is vaak afgenomen. Beschutte plekken

Sieralgen komen bijna uitsluitend in zoetwatermilieus voor. Slechts enkele soorten zijn ook in brakke wateren te vinden. Een belangrijk gegeven is, dat sieralgen slecht gedijen in voedselrijke milieus. Dit is grotendeels toe te schrijven aan de geringe groeisnelheid van sieralgen ten opzichte van andere, sneller groeiende algen zoals blauwwieren en draadalgen, waardoor in een voedselrijk milieu sieralgen het onderspit delven. Ook een tekort aan mineralen in uitgesproken voedselarme, zure wateren biedt sieralgen minder levenskansen, Deze situatie treft men vooral aan in zure hoogvenen en heidevennen. De hoogste dichtheden aan sieralgen worden gevonden in matig voedselarme milieus. Bij het


Flora

23

Van boven naar beneden: Euastrum oblongum Micrasterias thomasiana Micrasterias papillifera Micrasterias rotata

in hogere dichtheden voor dan in het omringende water.

Foto’s: Marien van Westen

Natuurwaarde

onderzoek naar het voorkomen van sieralgen worden meestal in het water drijvende veenmossen en fijn verdeelde waterplanten uit het water gevist en vervolgens uitgeknepen. Het hierbij vrijkomende water wordt opgevangen in monsterpotjes voor het microscopisch onderzoek. Sieralgen blijken vaak gebruik te maken van de beschutting van waterplanten en mossen. Zij komen tussen deze planten gewoonlijk

De verspreiding van sieralgen geschiedt over grotere afstanden waarschijnlijk vooral door transport via vogels en over kleinere afstanden ook door transport via grotere dieren zoals runderen, schapen en reeën. In plassen waarin veel door runderen wordt gebaad, wordt het water echter troebel en verontreinigd door mest en urine. Dit zijn factoren die de ontwikkeling van gemeenschappen van sieralgen negatief beïnvloeden.Voor het voortbestaan van de gemeenschappen zal het noodzakelijk zijn om hier en daar een zekere mate van ruimtelijke inperking voor runderen aan te brengen. Coesel heeft een methode ontwikkeld om aan de hand van de soortsamenstelling van de sieralgenflora een uitspraak te kunnen doen over de natuurwaarde van de betreffende plas of natuurterrein. Door de veranderingen in de sieralgensamenstelling in de loop van de tijd te volgen, kan met dit instrument de verandering in de natuurwaarde worden gemeten. De huidige, beperkte kennis van zeldzaamheid en verspreiding over Nederland is waarschijnlijk vooral te wijten aan de geringe aandacht die sieralgen in het verleden hebben gehad. Drenthe is de eerste provincie waarvan de verspreiding van sieralgen grootschalig wordt onderzocht. Door het grote aantal vennen en natuurgebieden is Drenthe hier uitermate geschikt voor. Onderzoek

Tot nu toe heeft het sieralgenonderzoek in Drenthe altijd betrekking gehad op een beperkt aantal plassen.

De auteurs van dit artikel streven ernaar om van zoveel mogelijk natuurlijke plassen in de provincie Drenthe de soortsamenstelling te bepalen en om op basis daarvan de verspreiding van de sieralgensoorten in kaart te brengen. Inmiddels is gebleken dat nogal wat soorten in Drenthe veel meer voorkomen dan aanvankelijk gedacht, zodat uitspraken over zeldzaamheid en over verspreiding moeten worden bijgesteld. Een voorlopige indruk is, dat Drenthe weliswaar veel plassen heeft waarin sieralgen voorkomen, maar dat slechts weinige daarvan als toplocatie met een rijke sieralgenflora kunnen worden aangemerkt. Anderzijds blijkt dat de meeste interessante sieralgengemeenschappen vooral ontstaan in ondiepe plassen die nieuw worden aangelegd in het kader van natuurontwikkelingsprojecten. Het is uiteraard van groot belang te weten hoe lang deze gemeenschappen in stand blijven en als ze achteruitgaan of verdwijnen, wat daarvan de oorzaak is. Door middel van inventarisaties zal dit proces de komende jaren gevolgd worden.

*Dr. H.J. van der Meulen was werkzaam als microbiol­ ‑oog in de farmaceutische en levensmiddelenindustrie. Ir. M.C. van Westen is docent elektrotechniek aan de Hanzehogeschool.


24

Wandelroute 46 2

Bertus Boivin / Eric van der Bilt

1

Start

Kremboong en Stuifzand Vandaag ziet u een stukje Drenthe dat de meesten van u niet zullen kennen. Een kleinschalig landschap met kleine boerderijen aan een bochtig straatje. Houtwallen trekken rechte lijnen langs de weitjes. U loopt over zandpaden met hoge bomen aan weerszijden. Weiland en akkers worden afgewisseld met stukken bos. U komt door donkere oude productiebossen, u loopt door ruig ‘oerbos’. Onderweg leest u verbazingwekkende namen: Siberië, Kremboong, Stuifzand, Zwartschaap.… Om nog maar te zwijgen van het Oma Emmy Pad en het Juf Joke Pad.…

losten ze zelf wel op. Desnoods met de vuist...

Siberië Het weggetje volgt met zes haakse bochten de oude perceelgrenzen in het slagenlandschap van Siberië (punt 2 in de route). Taalkundigen hebben het bij zo‘n opmerkelijke naam over een ‘toponymische hernoeming’. Zulke namen gaf je aan plekken waar mensen woonden die je liever een beetje bij je uit de buurt wilde houden: Siberië, Amerika, Petersburg, Moskou, Lombok, Alteveer (‘al te ver’). De armoedige keuterijtjes zijn door hun nieuwe eigenaren verbouwd tot privéparadijsjes.

foto: Joost Dekker

Kremboong (1)

Paadje in het Kremboongbos

Stuifzand Stuifzand (punt 1 in de route) lag in een uithoek van de voormalige gemeente Ruinen. Twee eeuwen geleden trokken er mensen naartoe die zich om wat voor reden dan ook elders minder op hun gemak voelden. Hier hadden de ‘zwarte schapen’ van de dorpen in de buurt het rijk alleen. Op negentiende-eeuwse kaarten staan ten oosten van het Oude Diep de plaggenhutten van Stuifzand en Zwartschaap ingetekend. Hier had niemand last van ze. Onderlinge problemen

Frederik s’Jacob was tussen 1837 en 1847 eigenaar van de suikerplantage Kremboong bij Surabaya. Terug in Nederland werd hij één van de oprichters en vele jaren directeur-generaal van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. Een deel van zijn Indische kapitaal gebruikte hij in 1857 om 250 hectare hoogveen op het Drijbersche Veld te kopen. s’Jacob liet de turf er weg spitten om er vervolgens bos aan te laten planten (punt 3 in de route). Hij gaf zijn Drentse ‘plantage’ de naam van de onderneming die hem rijk gemaakt had. Na de dood van s’Jacob in 1901 liet zijn familie de Kremboongbossen voor wat ze waren. Het bos ontwikkelde zich tot een halfnatuurlijk naaldbos waar zeld-

zame soorten als het Linnaeusklokje en de Dennenorchis opdoken. De familie verkocht Kremboong in 1935. Ondanks protesten - onder andere van de dan piepjonge Stichting Het Drentse Landschap - besloten de nieuwe eigena-

Op deze topografische kaart uit circa 1900 hadden de Kremboongbossen hun oorspronkelijke omvang nog. U ziet het huidige Kremboong in het paars ingetekend.


5

6

foto: Geert de Vries

3

Uitneembaar routekaartje in dit nummer. Ook te downloaden op www.drentslandschap.nl

Bron: ‘Overleven een kunst’

4

1

2

7

foto: Drents Archief

foto: Sonja van der Meer

Een gezelschap bracht in 1938 een bezoek aan het kappen van Kremboong.

ren Kremboong te kappen, het hout te verkopen en de grond te ontginnen. Aan de noordoostkant van het bos kwamen barakken te staan om de werklozen die Kremboong ‘in werkverschaffing’ ontgonnen, te huisvesten. Duizenden stobben hebben ze met de schop vrijgegraven.

Kremboong (2) Zo’n 30 hectare Kremboongbos lieten de ontginners na het kappen van de bomen braak liggen. De grond was te slecht en te geaccidenteerd om er bouwland of grasland van te maken. Op de kaalgekapte heuvels konden de jonge boompjes die de moeite van het kappen niet waard waren geweest, zich spontaan ontwikkelen tot een eiken-berkenbos. Tussen de heuvels liggen natte stukken met grote pollen Pijpenstrootje. Als u langs de bosrand loopt, ziet u dat het huidige Kremboongbos duidelijk hoger dan zijn omgeving ligt. Het Drentse Landschap kon Kremboong in 1979 verwerven. De eerste jaren liet de stichting regelmatig uitheemse boomsoorten kappen om het natuurlijke bos meer kansen te geven. Sinds 1998 laat Het Drentse Landschap het bos met rust en hoort Kremboong tot één van de zestig Nederlandse bosreservaten waar de natuur volledig haar gang mag gaan. U ziet dat ze daar uitstekend in slaagt, alleen zijn het Linnaeusklokje en de Dennenorchis niet weer teruggekeerd naar Kremboong...

Wijken van Eleveld Een grotere tegenstelling tussen het huidige Kremboongbos en de bossen langs de Wijken van Eleveld (punt 7 in de route) is nauwelijks mogelijk. Toch is hun ontstaansgeschiedenis nagenoeg identiek. Beide complexen werden in de loop van de negentiende eeuw aangelegd op verveende grond. De bossen van Eleveld bleven bestaan als ‘bomenakkers’ terwijl Kremboong gekapt werd en een tweede leven als natuurlijk bos kon beginnen. De Wijken van Eleveld werden destijds gegraven om het veen te ontwateren en de turf naar Hoogeveen te brengen. Daarna werd er voornamelijk Fijnspar aangeplant. Deze ‘egoïstische’ naaldhoutsoort zorgt ervoor dat andere bomen, planten en struiken in het bos geen schijn van kans hebben. Er dringt door de sparrentakken geen zonnestraal tot de bosgrond door. De Wijken van Eleveld zijn genoemd naar Harm Berends Eleveld (1814-1887), een vermogend grondeigenaar uit Zuidwolde. Het terrein is nog steeds eigendom van een nazaat van de familie Eleveld. Met dank aan Roelof Huisman voor het bedenken van deze route!

3 1

Rijkswerkkamp De Kremboong werd in 1942 gebruikt als onderdak voor joodse dwangarbeiders. Eén van de bewoners van het kamp was de Amsterdamse kunstenaar Ies Jacobs. Hij maakte er deze tekening. Vlak voor zijn deportatie naar Westerbork wist Jacobs te ontsnappen. Jacobs overleefde de oorlog. In 2007 verschenen zijn oorlogsherinneringen onder de titel ‘Overleven een kunst’. 2

Op hogere zandige plaatsen in Kremboong vindt u hele velden Rode en Blauwe bosbes. Behalve de kleur van hun bessen is een belangrijk verschil tussen de twee soorten dat de Rode bosbes een groenblijvend heestertje is, terwijl de blaadjes van zijn blauwe naamgenoot ’s winters afvallen. Omdat Vossen gek op de rode besjes zijn, wordt deze soort ook wel Vossenbes genoemd. De wetenschappelijke naam Vaccinium is afgeleid van het Latijnse ‘vacca’ dat koe betekent. In het Engels heet deze bosbes dan ook de cowberry. 3

Een eindje buiten Stuifzand stond aan de Secteweg de woning van Kornelis en Grietje Linde. Het in 1909 gebouwde huisje had de maten van een plaggenhut. Grietje werd er maar liefst 99 jaar. Toen ze stierf, leek het erop dat het ‘Kleinste huisje’‑ het zoveelste keuterijtje zou worden dat het veld moest ruimen voor een groot nieuw huis. Het Drentse Landschap kreeg toestemming het gebouwtje steen voor steen af te breken en het 150 meter verderop te herbouwen. In 2001 is het Kleinste huisje als erfgoedlogies in gebruik genomen. (Zie voor informatie over de verhuur www.drentslandschaplogies.nl.)


26

Interview

Directeur Dieneke Mandema De Friesland Zorgverzekeraar

‘Samen kunnen we de samenleving gezon Sonja van der Meer*

De Friesland Zorgverzekeraar is sponsor van Stichting Het Drentse Landschap. Niet alleen door een financiële bijdrage maar juist door actief met de stichting te zoeken naar mogelijkheden om mensen in beweging te krijgen. Volgens directeur Dieneke Mandema van de Friesland Zorgverzekeraar een ‘ontzettend logische’ keus om dit met natuurorganisaties te doen.

“Niets is gezonder dan actief te bewegen in de vrije natuur”, licht Mandema toe. “Wij vinden het als zorgverzekeraar daarom onze taak om mensen te stimuleren om dit ook daadwerkelijk te doen. Maar dat kunnen we niet alleen want wij zijn geen natuurbeheerders. Het is voor ons dan ook ontzettend vanzelfsprekend om te gaan samenwerken met organisaties als Het Drentse Landschap”. Het eerste contact met de natuurorganisaties werd een aantal jaren geleden gelegd. De Friesland heeft toen samen met onder andere Het Drentse Landschap het Natuurcollectief opgezet. De gedachte was dat verzekerden via deelname aan dit collectief niet alleen konden genieten van een voordelige premie, maar ook nog eens van de natuur in hun omgeving. De

Friesland ondersteunt namelijk via het Natuurcollectief projecten van de deelnemende natuurorganisaties. Indien men nog geen lid is van een van de deelnemende natuurorganisaties, dan wordt een lidmaatschap naar keuze het eerste jaar gratis aangeboden. “Het was een schot in de roos”, stelt Mandema. “We merkten al heel snel dat mensen natuur net als gezondheid erg belangrijk vinden. Door deze twee te combi-

neren in het Natuurcollectief konden we aan beide behoeften gehoor geven. Dat is natuurlijk prachtig”. Idealen

De Friesland Zorgverzekeraar gelooft in de formule van het Natuurcollectief. Met een steeds meer terugtrekkende overheid wordt het beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de burger steeds groter. Mandema herkent zich


nder en mooier maken’ die niet ziet wat jullie hier allemaal voor moeten doen. Maar daar moeten we ons niet bij neerleggen. Ik ben ervan overtuigd dat we samen kunnen werken aan een mooie en gezonde samenleving”.

Foto: Sake Elzinga

Preventief werken

goed in de worsteling van de natuurorganisaties die ook met draconische bezuinigingen hebben te maken. “Wij zijn net als jullie idealisten.Vanuit ons verleden zit in onze bedrijfscultuur een sterke drang om de beste zorgverzekeraar van het Noorden te worden. Bij Het Drentse Landschap merk ik ook die passie voor een mooiere en betere wereld. Het is dan ontzettend wrang om te merken dat er een overheid is

Bewegen voor de natuur oftewel ‘Move for nature’ wordt het nieuwe credo van De Friesland Zorgverzekeraar voor de komende jaren. Ze hoopt met deze campagne nog meer mensen letterlijk in de benen te krijgen. “Via wandelevenementen als de 3Provinciënwandeltocht en de Hunzeloop krijgen we jaarlijks al duizenden mensen op de been, maar dat moeten er veel meer worden”, vindt Dieneke Mandema. Ze maakt zich vooral zorgen over de teruglopende zorgfaciliteiten in dorpen, de toename van kinderen met obesitas en ouderen die steeds meer in het isolement raken. De Friesland probeert mee te denken in oplossingen voor dit soort maatschappelijke problemen. Mandema: “Ook hier komen al snel de Provinciale Landschappen in beeld. Jullie zitten verspreid over de provincie en dicht bij de mensen. Het bezoeken van een natuurgebied is een laagdrempelige activiteit die al heel snel door veel mensen gedaan kan worden. Onze inzet is om te kijken hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen. Het is namelijk bewezen dat bewegen en frisse lucht preventief werken. Daarom moeten we ervoor zorgen dat zowel jongeren als ouderen meer naar buiten gaan. Bovendien is het niet alleen gezond maar het levert ook vaak veel leuke sociale contacten op”.

Natuurcollectief Extra steun voor de Drentse natuur Via deelname aan het Natuurcollectief kunt u extra steun geven aan het werk van Stichting Het Drentse Landschap. De Friesland Zorgverzekeraar ondersteunt namelijk uit uw naam projecten van onze stichting. Met dit geld kunnen wij weer veel extra’s doen voor de Drentse natuur. Uw deelname aan het Natuurcollectief levert niet alleen voordeel voor de natuur op maar ook aantrekkelijke kortingen voor u als verzekerde. Kijk op de website van Stichting Het Drentse Landschap voor meer informatie: www.drentslandschap.nl

Rustgevend

Dieneke Mandema is zelf een grote genieter van de natuur. Ze ervaart heel vaak hoe helend de natuur kan werken. “We zitten met z’n allen op een snelle trein die alsmaar doorrijdt. Het is goed om regelmatig uit te stappen en te ontdekken hoe rustgevend de natuur is.Voor mij zijn dit soort bezoekjes oplaadmomenten: met een uurtje natuur kan ik er weer uren tegenaan. Een goedkopere manier om te ontspannen is niet te vinden, maar wat ik vooral zo heerlijk vind is dat het in de natuur altijd zo ontzettend mooi is. En tegelijkertijd realiseer ik me ook dat het daarom zo belangrijk is dat er natuurorganisaties zijn die hiervoor zorgen. Net zo goed als we niet zonder zorg kunnen, kunnen we ook niet zonder natuur. Daarom dragen wij de natuurorganisaties een warm hart toe…”.

* Drs. S.S. van der Meer is hoofd communicatie van Stichting Het Drentse Landschap.


Eric van der Bilt*

Schaapskooi Orvelte herbouwd In de nacht van 24 op 25 augustus 2008 brandde een van de 2 monumentale schaapskooien in Orvelte als gevolg van brandstichting tot de grond toe af. Het zou tot het voorjaar van 2011 duren voordat er uit de rokende puinhopen van de oude kooi weer een prachtige nieuwe zou verrijzen. Op 10 juni 2011 werd de kooi op feestelijke wijze weer aan de Stichting Schaapskudde Westerbork in gebruik gegeven. De gebeurtenissen staan feitelijk allemaal in het teken van het behoud van het Schoonebeker heideschaap. De stronteigenwijze scheper Noordhuis was na de Tweede Wereldoorlog tot circa 1980 in Westerbork de herder van de allerlaatste kudde Schoonebekers. De kudde was van de gemeente en talloze keren werd aangedrongen op kruising met andere meer vleestypische

rassen om de opbrengsten te verhogen, tot zelfs het opheffen van de kudde. De koppige Noordhuis wist steeds alle bedreigingen af te weren. Toch werd in 1980 de helft van de kudde aan Stichting Het Drentse Landschap verkocht.Vanaf die tijd heeft ook onze stichting zich met succes ingezet om dit zeldzame huisdierras voor uitsterven te behoeden. Dat is haar met hulp

van vele anderen ook gelukt. Zij bezit momenteel circa 1000 Schoonebekers voor het beheer van heidevelden. Denk maar aan de gescheperde kudden op het Hijkerveld en het Doldersummerveld. Orvelte

De andere helft van de kudde bleef vanuit de kooi op de Pieterberg in


Westerbork, onder de hoede van de nieuwe Stichting Schaapskudde Westerbork, de heide van het Scharreveld begrazen. In 1989 verhuisde de kudde naar Orvelte. Het prachtige esdorp vlakbij, waar vanaf 1967 burgemeester Lieve een soort toeristisch museumdorp wilde maken. Stichting Orvelte stelde twee schaapskooien ter beschikking, terwijl de rond het dorp gelegen gronden van Staatsbosbeheer de benodigde weidegrond leverden. Ruim 20 jaar lang is de schaapskudde al een attractie van formaat voor het dorp. Overigens is de oude schaapskooi aan de Pieterbergweg in Westerbork vanaf die tijd in gebruik als beheercentrum voor Het Drentse Landschap. In 1999 nam onze stichting de Stichting Orvelte over en vanaf die tijd verhuurt zij de kooien aan de Stichting Schaapskudde Westerbork. De wederopbouw

De dichtst bij de brink gelegen kooi, een rijksmonument, ging zoals gezegd volledig in vlammen op. Dat de kooi herbouwd zou worden, stond vanaf het begin vast, maar dat het ruim twee jaar zou duren had niemand verwacht. Auke Radelaar, een man met een ongeĂŤvenaarde kennis van Drentse monumentale gebouwen, heeft tekening, bestek en begroting gemaakt. Naar nu blijkt, gezien zijn hoge leeftijd, ook zijn laatste klus, zoals hij bij de opening liet weten. Uitgangspunt vormde de herbouw van de oude kooi volgens de traditie van het bouwen met gebinten. Pas eind 2009 was de vergunning binnen en kon de bouw beginnen. De fa. Poortman uit

Foto: Archief HDL

Foto: Hanna Schipper

Beheer

Veeningen heeft prachtig werk geleverd, gesteund door rietdekker Keen uit Sleen. Het project gold als een leerlingbouwplaats waar jonge bouwvakkers onder de hoede van Fundeon de kneepjes van het restauratievak bijgebracht worden. Omdat sprake was van een forse onderverzekering moest Het Drentse Landschap, ondanks de meer dan redelijke opstelling van de verzekeraar Marsh, een behoorlijk bedrag uit eigen middelen bijpassen. De totale herbouwkosten bedroegen ruim â‚Ź 240.000,--. Een onwaarschijnlijk bedrag, maar daar heb je dan ook weer een prachtig gebouw voor. Resultaat

De kooi staat groot en sober aan de rand van de brink. Beeldbepalend is het gebruik van eiken schaaldelen, de

29

gevelafwerking met stro en het grote en rustige rieten dak. Aan de binnenzijde domineren de zware gebinten. Voor de herder en de vele vrijwilligers die de exploitatie dragen, is er een werkruimte met toilet en kantoor gerealiseerd. Stichting Schaapskudde Westerbork werd bij de opening door Het Drentse Landschap en de Gemeente Midden-Drenthe bij monde van burgemeester Broertjes gefeliciteerd met de nieuwe kooi.Voorzitter Martin Mulder van de schaapskudde sprak de hoop uit dat de kudde nog vele jaren het dorp zal opfleuren met haar sfeervolle en dynamische aanwezigheid. Hij uitte wel zijn grote zorg over het naderende onheil van de draconische bezuinigingen op het natuurbeheer door de huidige regering. Ook de schaapskudden lijken hiervan de dupe te worden. Tegelijkertijd werd aangekondigd dat ook de Gemeente Midden-Drenthe de subsidie aan de kudde met 10% zal korten. Al met al een somber vooruitzicht op dit feestelijke moment. Daar deden de twee net gekiemde eikeltjes die de Gemeente ons schonk, niets aan af.

* Drs. E.W.G. van der Bilt is directeur van Het Drentse Landschap.


foto: Joop van de Merbel

Drents heideschaap

Joan D.D. Hofman*

Als u nu een nieuwe begunstiger aanbrengt, krijgt u een etsje van een dier dat een echt symbool van Drenthe is: het Drentse heideschaap. Een van de oudste schapenrassen in West-Europa, dat al eeuwen voor het begin van de jaartelling door Drentse boeren werd gehouden. De stamvader van de Nederlandse schapen zou je kunnen zeggen. Schapen werden gehouden voor her vlees en om van de vacht kleding te maken. Later, toen men de spintechniek leerde, ging ook de wol een grote rol spelen. Van de schamele heideschapen viel niet veel goede wol te spinnen. De rassen die in het westen en noorden van het land op voedselrijkere gronden werden ontwikkeld, waren groter en dikker en produceerden aanzienlijk meer vlees, melk en betere wol. Het Drentse schaap is wel de meest sobere van de Nederlandse schapenrassen. Hij kan met weinig, schraal voedsel toe; sterker nog: eiwitrijk voedsel waarop de melkschapen floreren zou hem ziek maken. En dan is hij ook nog bestand tegen de meest barre weersomstandigheden. In economische zin kon hij in de 16e eeuw niet concurreren in de internationale wolhandel, vanwege zijn grove, korte, harige wol. De omstandigheden op het Drents plateau boden geen mogelijkheden om een productiever ras te ontwikkelen. Het bleef dus een beestje voor eigen gebruik, als weinig behoeftige passend bij het schrale voedselaanbod. Een stimulans voor de schapenhouderij kwam uit een heel andere hoek. In de 18e eeuw noopten de lage graanprijzen tot hogere graanproductie. Dit kon alleen maar gerealiseerd worden door de akkers op de essen sterker te bemesten. In Drenthe betekende dat schapenmest. Elke schapenhouder bouwde een schaapskooi om daar ’s nachts de mest te verzamelen. Elke ochtend vertrok een herder met alle schapen van het dorp naar de hei. Bij terugkeer trippelden de schapen weer naar hun eigen kooi. Medio 19e eeuw liepen er in Drenthe maar liefst 135.000 schapen op de hei! Dit aantal is bekend


omdat de wakkere overheid per schaap belasting hief. Eind 19e eeuw werd schapenmest overbodig omdat kunstmest beschikbaar kwam. De schapenhouderij op de hogere zandgronden stortte volledig in. De uitgestrekte heidevelden werden voor het agrarische bedrijf nutteloos en werden op grote schaal ontgonnen tot andere landbouwgrond.Voor het typische Drentse schaap betekende dit zo ongeveer het einde. In de jaren vijftig van de vorige eeuw waren er nog slechts enkele tientallen, bijeengebracht in de kudde van Ruinen.Van hier uit is door zorgvuldig gericht fokken een nieuw, raszuiver bestand ontwikkeld. Bij Het Drentse Landschap lopen er ongeveer 120; groepen van enkele tientallen treft u aan op het Drouwenerzand en het Groote Zand. Tenslotte zij nog vermeld dat de kleine Drent het enige gehoornde Nederlandse schapen ras is. * Drs. J.D.D. Hofman is redacteur van Het Drentse Landschap.

Gratis ets van Han van Hagen

Werf een begunstiger voor Het Drentse Landschap Wegens groot succes gaan we dit jaar uw inzet bij het werven van nieuwe begunstigers opnieuw belonen met een prachtige ets van beeldend kunstenaar Han van Hagen. Dit keer is het thema ‘Pubers van het Drentse landschap’. Zelf schreef hij over deze jonge dieren: De pubers van het Drentse landschap. Je kent ze wel. Pubers in de wei. Schoonebeker heideschapen, Schotse hooglanders, Limousins en Drentse heideschapen. Barstend van de energie lopen ze de volwassen viervoeters voor de voeten. Buitelen over elkaar, delen kopstoten uit. Bewegen zo onhandig, struikelen over eigen poten. Drinken nog immer verse melk uit moeders tap. Kijken welbewust de wereld in. Wie doet me wat? De vierde en laatste ets die u kunt ontvangen als u een nieuwe begunstiger werft is het Drentse heideschaap. De ets heeft een afmeting van 160 mm x 110 mm en wordt in een A4 passepartout afgeleverd.

Uw hulp bij het behoud van de Drentse natuur en cultuur is hard nodig. Maak daarom uw familieleden, vrienden en kennissen voor slechts € 17,50 per jaar begunstiger van Het Drentse Landschap.Vul de cadeaubon in dit kwartaalblad vandaag nog in en ontvang snel de eerste prachtige ets.

Alvast heel hartelijk dank voor uw hulp! Aanbieding Tijdelijk zijn de etsen van Han van Hagen voor € 25,- te bestellen in onze webwinkel (normaal € 30,-). Vul bij uw bestelling de actiecode ETS2011 in. Deze aanbieding is geldig t/m 31 december 2011


Fauna

Grote zilverreiger Geert de Vries*

Grote Zilverreigers broedden in het verleden niet in ons land. De dramatische verhalen over het doden van zilverreigers, zodat men de sierveren kon gebruiken voor dameshoeden, hadden betrekking op de Kleine zilverreiger. Die was in het verleden wel een algemene broedvogel in Nederland. De Grote zilverreiger wordt tijdens het broedseizoen weinig in Drenthe gezien. Na het broedseizoen duikt hij ineens overal op in Drenthe, vooral in de beekdalen. In januari worden de meeste Grote zilverreigers geteld. Men dacht eerst dat deze vogels afkomstig waren uit de Oostvaardersplassen. Voor een deel is dat ook zo, maar het andere deel komt uit kolonies van de ons omringende landen, zoals Frankrijk, Oostenrijk en zelfs uit Centraal Europa. Opportunist

foto’s: Geert de Vries

32

Het gaat goed met de Grote zilverreiger in ons land. Nog geen 15 jaar geleden struinden veel vogelaars heel Nederland af om een glimp op te vangen van deze toen nog zeldzame vogel. Nu zijn alleen al in Drenthe in het winterhalfjaar een paar honderd Grote zilverreigers te zien. Hij broedt nog niet in Drenthe. Wel broeden in de Oostvaardersplassen de laatste jaren gemiddeld zo’n 100 paar.

Elk jaar worden er ‘s winters meer Grote zilverreigers gezien. Dit komt door een aantal oorzaken. Het komt ondermeer door de verbeterde waterkwaliteit. Hierdoor kan deze oogjager steeds beter zijn prooi zien.Veel reigersoorten jagen ook ‘s nachts. De Grote zilverreiger jaagt overdag. Heeft hij als visser geen succes, dan wordt hij met evenveel gemak een muizenvanger. Maar ook veel amfibieën vallen hem ten prooi, of een mol. Hij kan eindeloos wachten en afzien om deze te kunnen verschalken. Opportunisme en geduld zijn twee kernkwaliteiten van hem. Grote zilverreigers slapen graag bij elkaar en het liefst in bomen. In Nederland zijn vorig jaar op maar liefst 300 slaapplaatsen in totaal bijna 1800 vogels geteld.


In het Hunzedal is een slaapplaats van ruim 50 Grote zilverreigers ontdekt. Voorwaarde voor een goede slaapplaats voor deze schuwe vogel is absolute rust. Daarom bevinden de meeste slaapplaatsen zich op eilanden, waar geen mens of Vos hem in zijn nachtrust kan storen. De slaapplaats in het Hunzedal wordt bij langdurige vorst verlaten. Na de dooi keren ze weer terug naar hun vertrouwde ‘slaapkamer’. Een goede nachtrust is voor de Grote zilverreiger van groot belang.Vaak wordt gedacht dat vogels gemeenschappelijke slaapplaatsen hebben om zich te kunnen verdedigen tegen vijanden. Samen sta je immers sterk. Nieuw onderzoek wijst echter uit dat vogels

gemeenschappelijke slaapplaatsen ook gebruiken om informatie uit te wisselen waar de beste voedselgebieden zijn. Toekomst

Het is waarschijnlijk een kwestie van tijd voordat het eerste broedpaar in Drenthe wordt vastgesteld. De Europese populatie zit in de lift. De voor Nederland relevante broedpopulatie in Europa bestaat uit bijna 50.000 paren. Deze broeden voor een belangrijk deel in de landen rond de Zwarte Zee. In Oostenrijk zit al vele jaren een grote kolonie. Onlangs vestigde de Grote zilverreiger zich ook in MiddenFrankrijk. Het aantal Grote zilverreigers buiten het broedseizoen neemt in Drenthe hand over hand toe. Het Hunzegebied, waar ook de omgeving van het Zuidlaardermeer bij hoort, is een van de belangrijkste bolwerken in Drenthe. Men kan bijna geen tocht meer naar het Hunzedal maken zonder een Grote zilverreiger te zien die jaagt aan de waterkant of in een weiland. De reiger kan nu al goed aan zijn trekken komen, maar in de nabije toekomst wordt het helemaal een eldorado. Het aantal oevers waar hij zijn visjes kan

verschalken, zal met vele kilometers toenemen door de nieuwe natuurgebieden die hier worden aangelegd. In plasdrasse laagten kan hij zich te goed doen aan kikkers en in ruige, extensief begraasde graslanden kan hij overschakelen op muizen en mollen. Wordt zijn jachtgebied met ijs of sneeuw bedekt dan laat hij zich niet gauw uit het veld slaan. Hij zoekt dan onder andere gebieden op waar kwelwater uit de Hondsrug naar boven komt. Dat kwelwater bevriest niet zo gauw. De Grote zilverreiger past zijn jachtgebieden en zijn jachttechnieken aan elke weersomstandigheid aan. De zilverreiger gaat waarschijnlijk in Drenthe een gouden toekomst tegemoet.

*G.W. de Vries is projectleider bij het IVN Consulentschap Drenthe en lid van de Wetenschappelijke Adviescommissie van Het Drentse Landschap.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van actuele informatie van Olaf Klaassen van SOVON..


34

Boekbespreking

Landgoed Rheebruggen Een goed bewaard geheim Al zo’n veertig jaar is Stichting Het Drentse Landschap eigenaar van Landgoed Rheebruggen. Het ligt ter hoogte van Uffelte aan de overkant van de Drentsche Hoofdvaart vlakbij Ansen. Veel mensen kennen Rheebruggen niet en degenen die het landgoed wél kennen, lijken dat het liefst voor zichzelf te houden… Het prachtige Rheebruggen hoort dan ook tot de best bewaarde geheimen van Drenthe. Historicus Bertus Boivin schreef een boek over Rheebruggen in de serie Cultuurschatten van Drenthe, een nieuw initiatief van uitgever Koninklijke Van Gorcum in Assen en Het Drentse Landschap. Sonja van der Meer*

Hendrik Spilman maakte in 1737 deze tekening van het Huis Rheebruggen. Het is de één van de weinige betrouwbare afbeeldingen van de havezate. Links een pagina uit het ‘Staat- en schultboeck’ van Rheebruggen waarin de eigenaren van het landgoed tussen 1731 en 1825 het wel en wee van het landgoed te boek stelden.


Foto: Hans Dekker

De samenwerking met Van Gorcum is een rechtstreeks gevolg van het succes van Have en Goed dat in 2009 verscheen ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum van Het Drentse Landschap. Het was het eerste boek over de monumentale gebouwen van de stichting en bracht ons op het idee een serie te maken over onze ‘cultuurschatten’. Het boek over Rheebruggen, dat één dezer dagen verschijnt, is het eerste in de serie.Volgend jaar komen er deeltjes over Ter Hansouwe bij Peize, de Schansen en Klein-Soestdijk in Veenhuizen. Geen saaie opsommingen vol bouwkundige details, maar vlot geschreven boeken die u mee terug nemen in de tijd. Naast oude prenten, kaarten en documenten bevatten ze heel veel actuele foto’s van de monumenten en hun omgeving. Fotograaf Hans Dekker legde Landgoed Rheebruggen vast in sfeervolle beelden.

Bezoek de cultuurschat Rheebruggen Op zondag 29 januari om 14.00 uur houdt Het Drentse Landschap een excursie op het Landgoed Rheebruggen. Vandaag vertellen deskundige medewerkers van de stichting over Rheebruggen en de geschiedenis van dit bijzondere landgoed. Er zijn rondwandelingen waarbij aandacht geschonken wordt aan de historie, de beheerboerderij, de overige boerderijen en de natuur. Startlocatie: Beheerboerderij, Rheebruggen 8, 7964 KR Ansen.

Landgoed Rheebruggen – Een goed bewaard geheim is het eerste boek dat geheel aan het landgoed gewijd is. De geschiedenis gaat terug naar de middeleeuwen. Op een hooggelegen plek aan de oever van de Olde Aa werd het ‘guyt to Rederbruggen’ gesticht. Vanaf het jaar 1437 was de familie Van den Clooster eigenaar van Rheebruggen waar de familie rond 1555 een huis liet bouwen. De Van den Cloosters hoorden tot de oudste en invloedrijkste Drentse families. Ze woonden meer dan drieënhalve eeuw op Rheebruggen. In 1830 werd de havezate afgebroken. Op het landgoed staan nog vier monumentale oude boerderijen.

Foto: Hans Dekker

Middeleeuwen


Foto: Piet Munsterman

De planten en dieren van Rheebruggen komen in het boek uitgebreid aan bod. Eén van hen is de Grauwe klauwier die twintig jaar geleden vrijwel uitgestorven was. Sinds de vogels hebben ontdekt dat ze zich ook goed kunnen redden in kleinschalige gebiedjes met ouderwetse hooilanden en houtwalletjes, nemen ze in Drenthe weer in aantal toe. Zo ontdekten Grauwe klauwieren in 1998 Landgoed Rheebruggen. De afgelopen jaren zitten er al vier broedpaartjes.

Ontdekkingsreis

Verleden zichtbaar

Bertus Boivin kon bij het schrijven van het verhaal van Rheebruggen onder andere gebruikmaken van uitgebreid archiefonderzoek van Harm Koops van ’t Jagt en Johan Karel Schendelaar. Bertus Boivin vertelt erover: “De heren hebben prachtig materiaal boven water weten te halen. De mooiste bron was het Staat- en schultboeck dat jonker Roelof Otto van den Clooster vanaf 1731 over het landgoed ging bijhouden. Alles wat met de ‘boekhouding’ van Rheebruggen te maken had, werd keurig in het Staatboek opgetekend. Tot en met de aanschaf van een kan jenever om de boeren van Uffelte een borrel te kunnen aanbieden als ze een dag op Rheebruggen geholpen hadden. Koops van ’t Jagt en Schendelaar ontdekten dat Rheebruggen in 1830 moet zijn afgebroken.Vóór hen wist niemand dat precies. Ze vonden in de archieven van een Hoogeveense notaris de akte van de verkoping van ‘eenige afbraak’ op Rheebruggen. Het bleek om maar liefst 74.500 stenen te gaan. Rheebruggen was toen dus net gesloopt... Met zulke gegevens wordt geschiedenis een echte ontdekkingsreis.”

Uiteraard krijgen ook de natuur en het beheer van Het Drentse Landschap aandacht in het boek. De stichting probeert op het landgoed het ouderwetse Drentse boerenbedrijf terug te brengen. Bertus Boivin: “In het boek nemen we de lezer mee om ze de problemen te laten zien waar Het Drentse Landschap op Rheebruggen mee te maken kreeg.Vooral de verdroging was een gigantisch probleem. Gelukkig lijken de kansen te keren. Het gebied rondom wordt weer natter. Steeds meer van het oude Rheebruggen wordt weer zichtbaar in het landschap.” Zoals u van Het Drentse Landschap gewend bent, staat ook in het boek Landgoed Rheebruggen een hoofdstuk met onder andere een wandelroute om Rheebruggen zelf te ontdekken en andere interessante tips voor onderweg. Met het boek geeft Het Drentse Landschap een goed bewaard geheim prijs…

* Drs. S.S. van der Meer is hoofd communicatie van Stichting Het Drentse Landschap.

Lezersaanbieding Het eerste boek Rheebruggen uit de serie cultuurschatten van Drenthe is voor begunstigers te verkrijgen voor € 19,95 (normaal € 24,50). Deze aanbieding is geldig t/m 31 december 2011. U kunt hiervoor de ingesloten bestelbon gebruiken.


De Hunzeloop is een initiatief van Het Drentse Landschap, Het Groninger Landschap en De Friesland Zorgverzekeraar. Zij organiseren dit in nauwe samenwerking met de KNBLO en de Zuidlaarder Ondernemersvereniging.

Hunzeloop Foto: Bert Hukema

Wandel mee met de 2e editie Op 15 september 2012 vindt de tweede editie van de Hunzeloop

Geen wandelaar?

plaats. Het wordt weer een actieve dag voor iedereen. Wandel of

Ook als u niet wilt of kunt wandelen bent u van harte welkom bij de Hunzeloop. Kijk rond op de braderie op de brink of doe mee aan de kinderactiviteiten. Op 15 september 2012 is er van alles te doen in Zuidlaren.

nordic walk mee. Er zijn afstanden voor beginners en gevorderden en speciale routes voor deelnemers met een rollator, rolstoel of scootmobiel. Ook voor mensen die niet meewandelen is er genoeg te beleven. Noteer alvast de datum, want u doet toch ook (weer) mee?

Aanmelden

Er zijn dit jaar nieuwe routes uitgezet die u weer door het prachtige gebied van de Hunzevallei en het Zuidlaardermeer voeren. Het beekdal van de Hunze is de laatste jaren opnieuw ingericht. Het kenmerkt zich door weidse uitzichten en afwisselende waterpartijen. Inmiddels heeft de Bever dit gebied al als vaste verblijfplaats gekozen. Tijdens de Hunzeloop geniet u van al het mooie dat dit unieke natuurgebied te bieden heeft.

Doe mee als groep

Deelnemen aan de Hunzeloop is niet alleen gezond, maar zeker ook gezellig. Heeft u er al eens aan gedacht om deel te nemen met uw vriendengroep, sportclub, familie of bedrijfsteam? Een mooie gelegenheid om elkaar beter te leren kennen, om bij te praten of om samen te genieten van de prachtige omgeving.

Voor meer informatie over de routes en starttijden kunt u terecht op www. hunzeloop.nl.Vanaf januari kunt u zich aanmelden via het inschrijfformulier op deze site. Het inschrijfgeld bedraagt â‚Ź 5,-- p.p. Door mee te doen draagt u uw steentje bij aan het nog mooier maken van de Hunzevallei. De opbrengsten gaan namelijk naar natuurprojecten in de Hunzevallei.


38

Educatie

Dieren in de natuur fotograferen

Vrijwel alle dieren hebben een zogenaamde ‘vluchtafstand’. Dat is de afstand waarop ze beslissen: nu is het genoeg, ik ben weg. Deze afstand hangt niet alleen af van de soort, maar ook van het individu, de weersomstandigheden, de tijd van het jaar en de locatie. Dieren die gewend zijn aan mensen gedragen zich minder schuw. Denk bijvoorbeeld aan reigers en eekhoorns in een stadspark of aan hagedissen langs een drukbezocht wandelpad. Hoe ga je als natuurfotograaf verstandig om met de vluchtafstand? In het algemeen geldt: neem de tijd om een dier te benaderen. Probeer eerst de situatie in te schatten; benut de oneffenheden in het terrein zo veel mogelijk als dekking. Zijn er rotsen, lage heuvels of struiken, verschuil je hier dan achter. En: maak je klein, beweeg langzaam en wees zo stil mogelijk (zet je mobieltje uit!). Als je het echt goed wilt doen ga je tijgeren (als een soldaat onder het prikkeldraad). Dan blijf je dus niet schoon; kleding wordt vies of raakt beschadigd. Dure merkkleding die schoon moet blijven, kun je dus maar beter thuis laten.

Edo van Uchelen en Bart Siebelink*

Natuurfotografie is door de komst van digitale camera’s en betaalbare objectieven ongekend populair geworden. Steeds meer natuurliefhebbers trekken er op uit om dieren in de natuur te fotograferen. Maar hoe doe je dat zonder ze te verstoren? Geeft deze Ree werkelijk een knipoogje als beloning voor het geduld van de fotograaf? Nee, helaas. Het dier had last van vliegen.

Foto: Bart Siebelink

Verschillende soorten natuurfotografen

Niet iedereen wil vies worden tijdens het fotograferen. En er zijn maar weinig mensen die het kunnen opbrengen om voor dag en dauw op te staan. Kortom: er zijn verschillende soorten natuurfotografen. Om je als fotograaf verder te ontwikkelen kan het handig zijn te weten wat voor soort fotograaf jij bent. Gaat het jou om bepaalde onderwerpen, om het resultaat of alleen maar om het plezier van het

Foto: Edo van Uchelen

hoe kom je dichtbij?


Cursus Natuurfotografie

Roodhalsfuut, opname gemaakt vanuit een schuilhut.

buiten bezig zijn? En hoe is je insteek? Ben je een echte natuurliefhebber of meer een technicus? Hoe zit het met je kunstzinnige inslag? Wil je weten wat voor natuurfotograaf je bent? Op www.centrumvoornatuurfotografie.nl kun je een gratis test doen. Deze geeft je een zeer uitvoerig antwoord. Vogels en zoogdieren

Grote, warmbloedige dieren (vogels en zoogdieren) laten zich meestal moeilijker benaderen dan kleine, koudbloedige dieren als vlinders, libellen en hagedissen. Met andere woorden: ze hebben een grotere vluchtafstand.Vaak hebben ze ons al in de gaten voordat wij hen zien. Ze horen en zien immers veel beter dan wij. Bij zoogdieren komt daar een verbluffend reukvermogen bij. Zoogdieren zijn in tegenstelling tot vogels vaak ’s nachts actief.Veel soorten komen echter ook te voorschijn in de vroege ochtenduren of avondschemering. Vogels en zoogdieren reageren op je silhouet. Zorg er dus voor dat de ‘mens gestalte’ niet zichtbaar is. Het helpt enorm wanneer je jezelf verbergt onder een camouflagedoek of in een schuiltent. Ook camouflagekleding

kan helpen, bedek dan ook je gezicht (bijvoorbeeld met camouflagegaas of met een bivakmuts) en handen, want bleke huid valt over vrij grote afstanden op.Vaak is het beter om de dieren naar jou toe te laten komen in plaats van andersom. Dat kan door gebruik te maken van een schuiltent. Dat is weliswaar specialistenwerk maar het is over het algemeen de beste methode om vogels en zoogdieren van dichtbij in hun natuurlijke omgeving te fotograferen.Voor het plaatsen van een schuiltent moet je in Nederland wel vooraf toestemming vragen aan de terreineigenaar.

* E. van Uchelen en B. Siebelink zijn fotografen.

Voor begunstigers van Het Drentse Landschap geeft Edo van Uchelen, bioloog en co-auteur van het Handboek Natuurfotografie, een tweedaagse workshop ‘Natuurfotografie, anders leren kijken’. De workshop is geschikt voor beginners en gevorderden. Op de eerste dag (zaterdag 28 januari) leg je de basis en krijg je leerzame opdrachten. Op de terugkomdag (31 maart) bespreken we foto-opdrachten en gaan buiten aan de slag. De kosten zijn € 150,- p.p. inclusief lunch en koffie/ thee. Begunstigers ontvangen op vertoon van de bon in de activiteitenagenda het handboek Natuurfotografie gratis. Aanmelden kan via aanmelden@ drentslandschap.nl of 0592-313552. Begunstigers die geïnteresseerd zijn in alleen het boek kunnen dit tot 31 december 2011 bestellen voor € 24,95 i.p.v. € 29,95 via www.centrumvoornatuurfotografie.nl of www.drentslandschap.nl/webwinkel.


40

Berichten

Kortweg Vorig jaar werd voor het eerst ontdekt dat in het gebied Oude Kene Bandheidelibellen rondvlogen. Aanvullend onderzoek door onze inventarisatievrijwilliger Hero Moorlag toonde aan dat de soort zich daar ook daadwerkelijk voortplant. Er werden paringen en ei-afzettingen waargenomen. De Moerassprinkhaan werd dit jaar ook waargenomen in het gebied. De broedvogelbevolking van de Oude Kene werd in kaart gebracht door Martijn van der Ende. Als nieuwkomers konden dit jaar worden ingetekend: Grauwe gans, Krakeend, Waterral, en Blauwborst. De verdere ontwikkeling van de moerasvegetatie met veel riet werkte door in een stevige toename van het aantal broedparen Bosrietzangers, Kleine karekieten en Rietgorzen. Een deel van deze rietbewoners is te vinden in de helofytenfilters die deel uitmaken van het gebied. Dit filtercomplex met veel riet bleek ook erg in trek bij de Spreeuwen die vooral in de nazomer met honderden exemplaren kwamen overnachten in het riet.

2-Hunzedal

Foto: Hero Moorlag

1-Oude Diep

Bandheidelibel

2

ASSEN

2

3

4 EMMEN 1 HOOGEVEEN MEPPEL 5

Grote wolfsklauw heeft voet aan de grond gekregen in het gebied ExlooĂŤrkijl. In de jonge bebossingen zijn 4 grote groeiplaatsen aangetroffen door floristen van Floron en de Werkgroep Florakartering Drenthe. Het betreffen vitale planten met veel sporenaren. Deze jaarrond groene wolfsklauw, met soms meterslange over de grond kruipende stengels, valt op door de zilveren glans van de haren aan de top van de naaldvormige blaadjes. Door die glasharen heeft de plant een wat wollig uiterlijk. De sporenaren staan aan ijl bebladerde, gevorkte zijtakjes. De sporen verspreiden zich met de wind en kunnen grote afstanden afleggen. Deze groeiplaatsen in de veenkoloniĂŤn zijn uitzonderlijk; de soort was vroeger in Drenthe bekend van al dan niet beboste stuifzanden en boswachterijen op de Hondsrug. Hij is in de loop van de twintigste eeuw sterk achteruit gegaan en is inmiddels een bedreigde soort, vermeld op de Rode Lijst. Behalve biotoopverlies zou luchtverontreiniging een oorzaak zijn van de achteruitgang in de vorige eeuw. Wolfsklauwen blijken gevoeliger voor de gevolgen van verzuring en vermesting dan vele bloemplanten. Speciaal in gebieden waar de eveneens voor luchtverontreiniging zo gevoelige korstmossen sterk achteruit zijn gegaan waren de wolfsklauwen verdwenen. Nu de luchtverontreiniging is


Boek en tentoonstelling De IJsvogels van de Hunze

afgenomen, lijkt de soort zich op meer plaatsen in Drenthe weer thuis te voelen. In verschillende terreinen is hij weer gezien. In 2010 op het Doldersummerveld en in het natuurontwikkelingsgebied Takkenhoogte en in 2011 tussen de Kraaihei op het Hijkerveld. Subsidie PBCF voor project Mandelanden Het ziet ernaar uit dat ondanks de ongekende bezuinigingen op natuur en landschap door staatssecretaris Bleker er in het Hunzedal toch voortgang wordt geboekt met verdere natuurontwikkeling. Het project Torenveen is bijna afgerond en daarmee is opnieuw 1,8 km van de Hunze meanderend gemaakt. Nog dit najaar zal het 110 ha grote project Mandelanden aanbesteed worden nu ook het Prins Bernhard Cultuurfonds ons € 70.000,-subsidie heeft toegezegd. De bijdrage is afkomstig van het Helena Vrucht Fonds en het Sayers Fonds. Al eerder is steun van het Waterschap Hunze en Aa’s, de Provincie Drenthe, het ministerie van I en M en de Postcodeloterij verkregen. Tenslotte lijkt het vrijwel zeker dat voor het deelgebied Bonnerklap, gelegen tussen Gieterveen en Eexterveen, een uitvoeringsbestek gemaakt gaat worden door het Waterschap Hunze en Aa’s. Ook de voorbereidingen voor deelgebied de Oude Weer, ter hoogte van Gasselternijveen, gaan door. Opvallend veel activiteiten dus in deze moeilijke tijd.

Het Drentse Landschap en Het Groninger Landschap zijn gestart met het project ‘IJsvogels van de Hunze’. Uitgangspunt van dit project is om de IJsvogel een heel seizoen lang te volgen langs de Hunze. De IJsvogel staat namelijk symbool voor helder en schoon water. Hij komt door een beter natuurbeleid, goede natuurontwikkeling en beekherstel op steeds meer plaatsen in Nederland voor. De Hunze is een schoolvoorbeeld van een rivier die door diverse ingrepen nu geschikt is als leefgebied voor de IJsvogel.

De Hunze wordt gevoed door het kwelwater van de Hondsrug. Oorspronkelijk stroomde de rivier via het Zuidlaardermeer, Winschoterdiep, de stad Groningen, Selwerderdiep, het Reitdiep naar de Lauwerszee. In de haven van Lauwersoog mondt zij nu uit in de Waddenzee. Schilder Erik van Ommen legde het afgelopen jaar de Hunze in tekeningen vast. Met schrijver Addo van der Eijk volgde hij de ijsvogel, ambassadeur van de Hunze, van bron tot monding. Het boek ‘De ijsvogels van de Hunze’, dat april 2012 verschijnt, begint in de lente bij Gasselternijveen en eindigt ‘s

winters in het Lauwersmeer, waar het Hunzewater de Waddenzee instroomt. De hele Hunzeloop overziend, vindt Erik van Ommen vooral de Drentse Hunzenatuur een openbaring. “Elzenmaat, Annermoeras, Duurnse landen: het zijn ontzettend mooie natuurterreinen geworden. De Hunze is bij veel mensen onbekend. Dat is onterecht. De Drentsche Aa iedereen, maar ik vind de Hunze veel boeiender. Als schilder, maar ook als vogelaar. Je ziet er veel meer vogels.” In het voorjaar van 2012 verschijnt naast het natuurkunstboek ook een tentoonstelling over de reis van de IJsvogel en de dieren die hij op zijn reis tegenkomt. Gelijktijdig vindt er een activiteitenprogramma met lezingen, workshops en excursies plaats. Het project IJsvogels van de Hunze is mede mogelijk gemaakt door Het Drents Landschap, Het Groninger Landschap, Vogelbescherming Nederland, Gemeente Groningen, KNNV- uitgeverij, Erik van Ommen en het JM-fonds.


3-Hijkerveld Het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek (NIOO) en de Wageningen Universiteit doen onderzoek naar de effecten van lichtverstoring op de fauna van natuurgebieden. De bedoeling is beter inzichtelijk te maken in welke mate vogels, vleermuizen en overige kleine zoogdieren, insecten, amfibieĂŤn en reptielen last hebben van straatverlichting en andere lichtbronnen. Om vervolgens na te gaan wat daarbij de achterliggende verklarende factoren zijn. Recente ontwikkelingen, zoals de toepassing van licht met speciale spectrale samenstelling, laten zien dat nadelige effecten van verlichting kunnen worden

verkleind in specifieke situaties. Een voorbeeld is de verminderde aantrekkingskracht van groenachtig licht op trekvogels die langs boorplatforms vliegen. Mogelijk heeft dit type licht ook een minder verstorend effect in een andere omgeving. Maar wellicht werkt het groene licht juist meer verstorend voor andere soortgroepen. Het is daarom belangrijk om de effecten van licht van verschillende kleursamenstelling over een langere tijdsperiode nauwkeurig te onderzoeken. Binnen het onderzoek test men drie typen licht: standaard verlichting (wit spectrum), clearsky verlichting (groenachtig spectrum), amber verlichting (roodachtig

spectrum). Er zijn hiervoor meetopstellingen in een aantal Nederlandse natuurgebieden geplaatst. Desgevraagd heeft na enig beraad Het Drentse Landschap toegestemd in de inrichting van een meetlocatie aan de zuidzijde van het Hijkerveld. In dit gebied zijn in een drietal raaien kleine lantaarns neergezet die verschillende kleuren licht afgeven. De lantaarns staan op een overgang van bos naar heide.Verder zijn vogel- en vleermuiskasten geplaatst. De lantaarns zullen voor een periode van drie jaar in de nachtelijke uren schijnen. De onderzoekers meten en analyseren de effecten op de fauna. De verwachting is dat de verstoring

door de meetopstelling in het terrein beperkt blijft en dat er van buiten het terrein weinig van de meetopstelling valt waar te nemen. Met de resultaten van het onderzoek hoopt Het Drentse Landschap in discussies over lichtverstoring, zoals die enige tijd rond het TT-circuit werden gevoerd, met goede inhoudelijke argumenten de effecten van lichtverstoring tegen te kunnen gaan. De toepassing van natuurvriendelijkere lichtbronnen is in zijn algemeenheid een welkome oplossing.


Berichten

43

Kostgangersboleet op aardappelbovist

Foto: Hero Moorlag

De natuurontwikkeling op het Scharreveld begint zijn vruchten af te werpen. Zowel in Scharreveld-Noord als op de later afgegraven voormalige landbouwgronden in Scharreveld-Zuid zijn tal van bijzondere planten teruggekeerd: Kleine zonnedauw, Klokjesgentiaan, Bruine en Witte snavelbies, Moeraswolfsklauw, Moerasviooltje, Schildereprijs, Dwergzegge,Veelstengelige waterbies, Naaldwaterbies en Pilvaren. Veel van deze soorten van natte en vochtige omstandigheden komen na plaggen of natuurontwikkeling wel weer terug, maar de hoeveelheden op het Scharreveld zijn spectaculair. In de aangrenzende heide werd veel Veenbies gezien en lokaal Koningsvaren. Bij de vennen Lavendelhei en Wateraardbei. In de droge heide werd verder veel Borstelgras, Dwergviltkruid en Bosdroogbloem aangetroffen en in een grazige vegetatie zelfs Blauwe knoop. Floristen van Floron en de Werkgroep Florakartering Drenthe hebben beide gebieden minutieus afgelopen en

zeldzaamheden met een GPS ingemeten. Ook op het Elper Westerveld, het Groote Zand en in het Hunzedal zijn zij dit jaar actief geweest. Het Drentse Landschap is al deze vrijwilligers uitermate dankbaar voor hun inzet.Van het Holtherzand werd een waarneming van een

Kostgangersboleet gemeld. De Kostgangersboleet is een schaars waargenomen paddenstoel die parasiteert op andere soorten paddenstoelen. In het Holtherzand parasiteert de soort op een Aardappelbovist.

5-Reestdal Lavendelheide

Foto: Jaap de Vries

Foto: Joop van de Merbel

4-Scharreveld

In het Reestdal werd dit jaar een ravennest gevonden. Het ziet er naar uit dat een paartje Raven hier succesvol heeft gebroed. In de nazomer werd onder meer op Landgoed De Havixhorst een familiegroepje van drie Raven gesignaleerd.


Diversen

Het werk dat Stichting Het Drentse Landschap met de steun van de Postcode Loterij kan doen betekent winst voor de natuur, cultuur en voor de mens. Daarvoor willen we de Loterij heel hartelijk bedanken. Maar u wint ook, want bij de Postcode Loterij maakt u elke maand kans op duizenden prijzen. Als u meedoet aan de Postcode Loterij wint u dus eigenlijk altijd. Pak die kans en geef zo de natuur en cultuur in Nederland extra steun. Bel (0900) 300 1500 voor meer informatie.

Foto: Henk Reinders

Bedankt!

Schenkingen en legaten De heer Bontekoning uit Vledder was recent 40 jaar in dienst bij SNS REAAL en heeft besloten af te zien van een receptie/diner waardoor de stichting een bedrag van maar liefst € 2.500,-- mocht ontvangen. De heer Bisseling schonk onze stichting € 1.000,-- t.b.v. het Reestdal. De heer Binnema, bestuurslid van de SVGB (Kenniscentrum), schonk € 200,-- en de heer Nieuwhoff € 100,--. Mevrouw Duiven en de heer Boertien bereikten beiden de leeftijd van 50 jaar en schonken respectievelijk € 50,-- en € 400,-- aan Het Drentse Landschap. Tenslotte werd er één periodieke schenkingsakte (€ 100,--/jaar) voor 5 jaar opgesteld.Van de heer Diephuis uit Hoogeveen kreeg de stichting € 2000,- voor de instandhouding van de schaapskuddes in Hijken en Doldersum. Wij vinden het ontzettend fijn dat mensen ons werk op zoveel manieren steunen en spreken onze hartelijke dank uit.

In 2011 heeft Stichting Het Drentse Landschap wederom dankzij de steun van de Nationale Postcode Loterij talloze projecten kunnen realiseren. Zo konden we in Drenthe op verschillende plekken nieuwe natuurgebieden verwerven en inrichten en vele restauraties uitvoeren aan onze boerderijen en de landgoederen. Ook zorgde de bijdrage van de Postcode Loterij ervoor dat er educatieve programma’s en activiteiten konden ontwikkeld.

Molen Gieterveen Onderzoek wijst uit dat er een groot vochtprobleem in de molen van Gieterveen speelt. De stenen van de slecht gemetselde opbouw zijn verzadigd met vocht. ’s Winters treedt vorstschade op en de balken van de verdiepingen rotten in de vochtige wanden.Voorgesteld wordt om de molen opnieuw op te metselen, maar aangezien de molen net gerestaureerd is komt dat wel erg fors over. Er wordt momenteel


De restauraties Het afgelopen jaar hebben we hard gewerkt om de vele restauratieprojecten tot een goed einde te brengen. Twee boerderijen op het Landgoed Rheebruggen werden opgeleverd: De Horst en de Meijersplaats. Het Vervenershuis te Valthermond en Egberts Lent te Nieuw-Annerveen zijn opgeleverd en inmiddels verhuurd. De keuterij op De Kiefte bij de Reest en de Mulderij, de molenaarswoning naast de molen te Gieterveen, worden momenteel opgeleverd. Inmiddels zijn de restauraties van boerderij Ter Hansouwe, het hospice te Eesinge, de Drenthehof te Orvelte en de kerk Bovensmilde aanbesteed en is het werk gestart.

Foto: Sake Elzinga

nagegaan of het niet beter is de molen te zandstralen en daarna eventueel te stukadoren.Verheugend is dat de Gemeente Aa en Hunze een bijdrage van € 8.000,-- als bijdrage voor de restauratie heeft toegekend. Momenteel wordt er intensief gelobbyd bij de rijksoverheid om de molens vanaf 2012 weer jaarlijks gebruik te laten maken van 6-jarige BRIM subsidies. In 2011 was het subsidieplafond van € 50.000,-- over 6 jaar opgetrokken tot € 100.000,-zonder het totaal beschikbare bedrag te verhogen. Hierdoor werden de meeste aanvragen voor BRIM subsidie in 2011 uitgeloot. Een zeer ongewenste situatie die hopelijk in 2012 voorkomen wordt.

Symposium Landschap in Vorm Op 2 november vond in Egberts Lent in Nieuw-Annerveen het symposium Landschap in Vorm plaats. Stichting Het Drentse Landschap en de Gemeente Aa en Hunze waren de initiatiefnemers van deze bijeenkomst. Deze bijeenkomst werd gehouden ter gelegenheid van de tentoonstelling Het Rademaker Handschrift van grafisch vormgever Albert Rademaker. De Gemeente heeft hem deze tentoonstelling aangeboden omdat aan hem in 2010 de culturele prijs van Drenthe is toegekend.

Onder bezielende leiding van journalist en schrijver Sietse van der Hoek werd het thema vanuit verschillende perspectieven belicht. De belangrijkste vragen waarop uiteindelijk antwoord moest worden gekregen waren: Wat is een landschap in vorm? En wie heeft welke verantwoordelijkheid om ons mooie Drentse landschap in de vorm te houden? Het leverde mooie en boeiende discussies op waarin ook de plannen voor een windmolenpark in Drenthe regelmatig onder de loep werden genomen. De belangrijkste conclusie van de middag was dat door goede samenwerking

het landschap het beste in vorm kan worden gehouden. Alleen als meerdere partijen zich inzetten voor het behouden maar ook voor het ontwikkelen van een landschap, kunnen de beste resultaten worden bereikt. Het Hunzedal is hiervan een prachtig voorbeeld.


Ganzen

Wat bedoelde je toen je zei: diepte dat is een woord voor wat ik nu voel - diepte. Er vloog een kleine groep ganzen over, een ijskoude glasheldere hemel in december. Dat is wat ik bedoel zei je: ganzen godvergeten hoog hun dunne geschreeuw wat is het dat alleen zijn samen dat blinde lot weten van die diepte die we hemel noemen het is een heel oud gevoel - een soort medelijden ouder dan ik ik heb dit mijn leven lang gezien en gehoord ik heb als kind gedroomd dat ze me mee wilden nemen ik weet nu dat ik ergens zou zijn achtergelaten. We bleven kijken en luisteren.

Rutger Kopland

Uit: Verzamelde gedichten 1966 - 2008 Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam


Natuur en landschap

de (Drentse) politiek

Nieuwe Natuurwet zoveelste aanslag op de natuur

Koppen snellen!

Na de plannen voor de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte maakt het kabinet ook met de nieuwe Natuurwet duidelijk dat zij de belangen van natuur en landschap niet van nationaal belang acht. Terwijl de miljarden voor nieuwe wegen en noodfondsen voor armlastige EU-landen ons via het nieuws om de oren vliegen, heeft de rijksoverheid vrijwel niets over voor bescherming van natuur en landschap. Buiten de verantwoordelijkheid voor Natura 2000 gebieden en enige niet weg te strepen internationale verplichtingen, decentraliseert het Rijk alle verantwoordelijkheid naar de Provincies. Overigens onder inhouding van de benodigde middelen. Bij de soortenbescherming wordt in de concept Natuurwet een totaal andere juridische vormgeving gekozen. Bij de vogels wordt de plezierjacht op Smient, Grauwe gans en Kolgans weer geopend. Bij de overige dieren en planten wordt bij een groot aantal beeldbepalende soorten als Boommarter, Das, Ringslang en Alpenwatersalamander, in totaal 149 soorten, de bescherming totaal losgelaten. Het ontbreken van Europese of internationale verplichtingen voor die soorten lijkt een vrijbrief te kunnen worden om deze dieren naar believen te doden. Er komt wel een minimale bescherming door een verbod op opzettelijk doden van in het wild levende zoogdieren, amfibieën of reptielen. Verstoren, vangen, verhandelen, verwonden of het in bezit hebben van dode dieren is echter geen punt meer. Straks mag er zonder vergunning op Wilde zwijnen, Reeën, Dam- en Edelherten, ganzen en Smienten gejaagd worden. Leve de plezierjacht! Na 38 jaar komt een einde aan de bescherming van 102 opvallende plantensoorten. Straks mag iedereen orchideeën uitsteken. Hoewel de regering het zou kunnen, ziet het kabinet momenteel geen reden om voorschriften voor het aan de natuur onttrekken en verhandelen vast te stellen. Er zal dus geen rechtsbasis zijn om het verhandelen van bv. Dassen of orchideeën te verbieden. Als deze natuurwet wordt aangenomen, is er geen juridische basis meer om dit soort uitwassen te voorkomen, wordt de klok 38 jaar teruggezet en is het beschermingsniveau tot dat van Malta teruggebracht. Omdat de bescherming via een “algemene zorgplicht” geregeld zal worden, valt te vrezen dat het aantal rechtzaken gaat toenemen. Vanuit de natuurbescherming en daarmee ook vanuit de 12 Provinciale Landschappen moet beslist een gecoördineerde reactie tegen deze concept Natuurwet worden georganiseerd.

Nederland raakt achterop met duurzame energie Rekenkamer: Energiebesparing blijft achter Nederland is meest vervuilde land van Europa Dodelijk ESBL bacterie uit legbatterij Meerderheid Nederlandse varkens MRSA-positief Nederland probeert met kunstgrepen Kyoto te halen (CO2 reductie) Nederland in dubieuze reductieprojecten Boerenvoormannen preken een profijtelijk inpassingsevangelie (over windmolens in de veenkoloniën) Grootte niet van belang bij megastallen Milieuorganisaties spannen kort geding aan tegen bouw kolencentrale Eemshaven Korenwolf heeft recht op ruimte. Vonnis geeft Das en Boom munitie in strijd tegen beleid Bleker Bleker moet hamstergebieden verbinden Bleker moet toch betalen voor Korenwolf Bleker bevoordeelt boeren Subsidie agrarisch natuurbeheer mist ieder effect Bleker ontneemt beschermde status van 63 natuurgebieden Nieuwe Natuurwet zoveelste aanslag op de natuur Jagers juichen nieuwe Natuurwet toe EU tikt Nederland op de vingers over natuurbeleid (N2000) Blekers beleid aanslag op natuur, landschap en cultuurhistorie Wordt vervolgd…

Eric van der Bilt Directeur Stichting Het Drentse Landschap


Deze uitgave werd mede mogelijk gemaakt dankzij een financiële bijdrage van:

• Nationale Postcode Loterij Amsterdam (0900) 300 15 00 Ma. t/m vr. 09.00 - 21.00 uur Loterij voor mens en natuur • VSBfonds Groningen - www.vsbfonds.nl Zet zich in voor de kwaliteit van de Nederlandse samenleving • PBCF Amsterdam - www.prinsbernhardcultuurfonds.nl Voor cultuur en natuurbehoud in Nederland • JMFonds Groningen - www.jmfonds.nl Levert bijdragen aan maatschappelijke ontwikkelingen • Aannemingsbedrijf VEDDER BV Eext (0592) 26 26 20 Grond-, weg- en waterbouw • Bouwbedrijf H. Poortman Veeningen (Zuidwolde Dr.) (0528) 39 14 82 Restauratie-nieuwbouw-onderhoud-verbouw • GRONTMIJ DRENTHE Assen (0592) 33 88 99 Advies- en ingenieursbureau • ORANJEWOUD BV - HEERENVEEN Heerenveen (0513) 63 45 67 Ingenieursbureau • Attero Wijster (088) 550 10 00 Energiek met milieu – Terugwinning grondstoffen en productie duurzame energie uit afvalstromen. • NAM B.V. Assen (0592) 36 20 74 Aardoliemaatschappij • Havesathe ‘de Havixhorst’ De Wijk (0522) 44 14 87 Hotel - Restaurant • NV Waterleidingmaatschappij ‘Drenthe’ Assen (0592) 85 45 00 Als je de kraan opendraait... • Buro Hollema Rolde (0592) 24 13 13 Tuin- en landschapsarchitekten BNT • ARCADIS Assen (0592) 39 21 11 Advies- en ingenieursbureau (inrichting, infrastructuur, milieu en ecologie) • Quercus/Krinkels bv Gasselte (0592) 26 11 71 Uw bomen, onze zorg • N.V. Waterbedrijf GRONINGEN Groningen (050) 368 86 88 Wees wijs met water • KONINKLIJKE VAN GORCUM BV Assen (0592) 37 95 55 Uitgeverij/grafisch bedrijf • BORK SLOOPWERKEN B.V. Stuifzand (0528) 33 12 25 Sloopwerken, asbestsanering en puinrecycling • HARWIG Installatiegroep Emmen (0591) 65 67 69 Almere (036) 530 22 72 Groningen (050) 597 39 59 Uw installatie in goede handen! • DE ROO DRENTE BV Bedum (050) 301 25 00

Cultuurtechniek en groenvoorzieningen • BARSINGERHORN CONSULTANCY Delfzijl (0596) 61 22 66 Training en coachen van personeel en organisatieadvies • ARCHITECTEN MEPPEL Meppel (0522) 25 57 96 • Concordia bouwmaterialenhandel Meppel (0522) 25 36 31 Hout- en bouwmaterialenhandel • oosterhuis bv Nijeveen (0522) 49 16 86 Loonbedrijf - Aannemersbedrijf g.w.w. - Landschapswerk • WOONCONCEPT Meppel (0800) 61 62 Meer dan wonen • ASTRON/LOFAR Dwingeloo www.astron.nl www.lofar.nl • WARENHUIS VANDERVEEN (ASSEN) Assen (0592) 31 16 11 Shop-in-shop totaalwarenhuis elton bv •  Roden (050) 502 11 99 Producenten van ELLEN tochtprofielen • mueller sales Assen (0592) 36 16 00 Totaalconcept in Melkkoeling • Van liere grafisch bedrijf bv Emmen (0591) 611 099 Uw partner in communicatie • VNO NCW Noord Groningen (050) 534 38 44 Belangenbehartiger van het Noorden • Ensing Schilders Assen (0592) 348 080 Onderhoud- en protectiesystemen • VANDERSALM bouwkundig ontwerp- en adviesburo Dwingeloo (0521) 593 638 Nieuwbouw, verbouw, renovatie, projectontwikkeling en restauratie • DE FRIESLAND ZORGVERZEKERAAR Leeuwarden (058) 291 31 31 • FIETEN & ROOS BV Hoogeveen (0528) 230 990 inbraak- en brandbeveiliging - camerasystemen pc netwerken - toegangscontrole • Bureau B+O Architecten BV Meppel (0522) 246 625 • De Bonte Wever Assen 0592 - 356 000 / www.debontewever.nl Het meest complete all-in hotel van Nederland! • Exxenta b.v. Assen (0592) 370 510 Meetbaar rendement van organisatie tot communicatie ORANJA marketing communicatie reclame •  Meppel (0522) 26 20 95 Verbinden vanuit de essentie: www.oranja.nl • BOUWBEDRIJF MOES v.o.f. Dwingeloo (0521) 59 12 95 Installatiebedrijf DICK SJABBENS •  Diever (0521) 59 19 94 Specialist in duurzame energietechnieken

Stichting Het Drentse Landschap zet zich in voor het behoud van de Drentse natuur en maakt zich sterk voor het in stand houden van ons culturele erfgoed. Dit doet ze door het aankopen en beheren van natuurterreinen en cultuurhistorisch waardevolle objecten. Stichting Het Drentse Landschap behartigt ook de belangen van:

• Stichting Drentse Boerderijen • Stichting Oude Drentse Kerken • Stichting drs. A.V.J. den Hartogh Fonds


Kwartaalblad 72