Page 1

va k b l a d vo o r d e f y s i o t h e r a p e u t

Fysiopraxis JAARGANG 22 • NUMMER 2 • februari 2013

nieuwe praktijken

test en techniek

wetenschap praktisch

Interactieve fysiotherapiecheck trekt veel gebruikers

Video-analyse dynamische valgus van knie

Enkel-app inmiddels 25.000 keer gedownload

Themanummer over e-health Online zelftest voor fysiotherapeutische klachten

COVER.indd 1

05-02-13 13:59


U kent Chemodol, de hypo-allergene afwasbare massage-olie. Maar Chemodis heeft meer massage-oliĂŤn. Zoals Chemotherm, een massageemulsie met milde en verantwoorde warmtewerking. Het zuiver plantaardige Olivine, zonder conserveermiddelen en emulgatoren. Chemovine, speciaal voor de sterk behaarde huid.

Over de rug

van Chemodol. En, speciaal voor de overgevoelige huid, Chemoderm met natuurlijke werkstoffen en de ongeparfumeerde Baselin Emulsion met biologische eigenschappen. Uw leveranciers kunnen u er alles over vertellen. Of bel voor meer informatie: 0800-chemodis (0800-24 36 63 47). www.chemodis.nl

CHEMODIS

Dat ligt voor de hand

•FP-02 advertenties.indd 1

Chemodis B.V. Para-medische Farmacie Postbus 9160 NL-1800 GD Alkmaar Tel. +31 (0)72 - 520 50 83 Fax +31 (0)72 - 512 82 14

05-02-13 15:49


accountants en belastingadviseurs

dé onafhankelijke adviseur voor de fysiotherapeut. ook bij praktijkoverdracht.

Wij organiseren regelmatig cursussen voor (toekomstige) ondernemers in de zorg. Een kleine greep: - Waarnemen of loondienst, - Praktijkstart, - Financiële en fiscale aspecten voor ondernemers, - Uw praktijk financieel bekeken, - Zin en onzin van het financiële jaarverslag, … Misschien ook wat voor uw IOF of studievereniging?

De Arcus polsbandage

DOORWERKEN ZONDER ZORGEN

bel voor meer informatie met Jacqueline van eekelen, 0317-41 91 35, of mail j.van.eekelen@seres.nl of kijk op www. seres.nl

Fysiotherapie & Anytime Fitness

HET ARCUS ORTHOPAEDIE PROGRAMMA BEVAT EEN VOLLEDIG ASSORTIMENT AAN HULPMIDDELEN VOOR DE GROTE- EN KLEINE GEWRICHTEN IN HET LICHAAM. LEVERBAAR IN VERSCHILLENDE MATEN EN KLEUREN.

Gerichte compressie door het elastische breisel en een ingebreide pelotte

Effectieve Stabilisering door het samenspel van compressie, stabiliserend element en elastische boord

DE kans om te ondernemen! u u

Optimale Pasvorm door hoogwaardige vlakbrei kwaliteit en anatomische pasvorm

u

Onbeperkte bewegingsfuncties van de vingers

u

door flexibele boorden en separate opening voor de duim

u u

Individueel aanpasbaar door het palmaire vervormbare aluminium stabiliseringselement

u

Wereldmarktleider in Franchising Fitness Reeds meerdere fysiotherapeuten hebben een AF-licentie gekocht Fysiotherapie 2013: Ben Trots en Onderneem Kleinschalig, niet intimiderend AF ontzorgt, coacht en begeleidt u! AF heeft reeds eigen leefstijlcoach (digitaal) AF in de TOP 10 (nr 6!) van alle franchise concepten: www.entrepreneur.com

MEER WETEN OVER ONS COMPLETE PROGRAMMA MEDISCH THERAPEU TISCHE KOUSEN, STEUNKOUSEN EN ARCUS BANDAGES? BEL 0485-385123 OF MAIL INFO@OFA-NEDERLAND.NL

Nederland medical products

•FP-02 advertenties.indd 2

www.ofa-nederland.nl

Kijk voor meer info op: www.anytimefitness.nl of stuur een e-mail naar petro@anytimefitness.nl

05-02-13 15:49


4

REDACTIONEEL/INHOUD

14

Zorg en technologie

D

e verwachting is dat in de komende jaren de zorg sterk zal veranderen door de bezuinigingen, massale uitstroom van zorgverleners, toenemende vergrijzing en het feit dat jonge mensen steeds minder vaak voor een opleiding in de zorg kiezen. Diegenen die dat nog wel doen, zijn opgegroeid met computers, smartphones, iPods, iPads, et cetera. De kleuters van nu die het beeld van de tv proberen te vergroten door te swipen worden onze collega’s binnen 20 jaar. Deze mensen zullen van ons een ander soort onderwijs eisen en makkelijker gebruikmaken van allerlei soorten media. Daar zal ongetwijfeld de zorg (nog) meer mee veranderen. Ondertussen wordt van de technologische voortgang verwacht dat het de zorg dichter bij patiënten brengt, dat het patiënten meer regie biedt en de zorg goedkoper maakt. Er zijn al voorbeelden van onlinesystemen waarop de fysiotherapeut meekijkt bij het oefenen van patiënten thuis. Ook worden smartphones gebruikt om fysieke activiteit te meten, chronisch zieke patiënten te motiveren om een gezonde leefstijl vol te houden, of therapietrouw te verhogen tijdens de revalidatie. De mogelijkheden lijken eindeloos, maar de meeste toepassingen zijn getest op kleine groepen patiënten. De eerste systematische reviews laten positieve effecten zien: e-health vermindert hospitalisatie en spoedeisende zorg bij patiënten met COPD, en hospitalisatie bij patiënten met (ernstige) astma. Kritiek is er ook: een recente review over telemedicine en chronische ziekten laat zien dat vrijwel alle studies positieve resultaten rapporteren (publicatiebias), dat het qua uitkomsten niet lijkt uit te maken welke chronische ziekte wordt behandeld en dat patiënten gemiddeld ongeveer 6 maanden zijn gevolgd, wat kort is voor een chronische aandoening. Dat wij niet om de nieuwe technologische mogelijkheden heen kunnen, blijkt uit de Nationale Implementatie Agenda eHealth (NIA) (2012). In de NIA hebben patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars samen afspraken vastgelegd om vaart te maken met het gebruik van onlinetoepassingen in de zorg. Aan ons de uitdaging e-health adequaat en efficiënt te integreren in de huidige zorg.

Adri Apeldoorn Saskia Bon Lidwien van Loon François Maissan Harriët Wittink Reacties kunt u mailen naar fysiopraxis@kngf.nl.

In dit nummer 6 Column Eke Zijlstra 6 KNGF-kort 7 Even bellen met... 9 Van weten naar doen 10 Overig kort nieuws 10 Kijken, lezen, luisteren en surfen 18 Opvattingen 25 FysioWijzer 30 Casuïstiek, diagnostiek en behandeling HOAC II

34 Ingezonden artikel Accuraat debiteurenbeheer

38 Specialistenkatern 47 Agenda 41 Vraag & Aanbod 42 Colofon

FysioPraxis | februari 2013

INHOUD.indd 4

05-02-13 13:58


5

20

26

14 Online fysiotherapiecheck NIEUWE PRAKTIJKEN

trekt veel gebruikers

In november lanceerde fysiotherapeut Ties Kox uit Tilburg zijn website www.hierhebikpijn.nl met een online zelftest voor fysiotherapeutische klachten. “Ik ben met dit soort initiatieven bang dat grote commerciële partijen er op een verkeerde manier mee aan de haal gaan. Het moet iets van fysiotherapeuten zijn en blijven.”

20 Oefenprogramma

WETENSCHAP PRAKTISCH

enkelblessures

Een bestaand oefenprogramma kan voorkomen dat een enkelblessure terugkeert. Om geblesseerde sporters daarbij te stimuleren is er eind 2011 in Nederland de app ‘Versterk je enkel’ gelanceerd die dat programma via filmpjes aanbiedt. De ontwikkelaars onderzoeken nu of dit hulpmiddel ook daadwerkelijk een meerwaarde heeft.

26 Prof. dr. Robert Wagenaar PROFIEL

In 2011 is Robert Wagenaar aangetreden als hoogleraar klinische gezondheidswetenschappen, in het bijzonder de fysiotherapiewetenschap bij de Universiteit Utrecht. Wagenaar: “Met de onderwijservaring die ik in de Verenigde Staten heb opgedaan kan ik hier de master Fysiotherapiewetenschap meer body geven.”

32

32 Video-analyse dynamische TEST EN TECHNIEK IN BEELD

valgus van de knie

Ook fysiotherapeuten ontkomen niet aan het gebruik van digitale toepassingen. In deze bijdrage wordt een tweedimensionale video-analyse van de valgisering van de knie tijdens de landing na een sprong besproken. Na het filmen zet de app de beelden op ieder gewenst moment stil en kan met simpele vingerbewegingen voor- en achteruit worden gescrold om de details van de bewegingen te bestuderen.

FYSIOPRAXIS ONLINE Naast FysioPraxis bestaat er FysioPraxis online. U vindt deze digitale versie op FysioNet: www.fysionet.nl. Literatuurverwijzingen, verrijkingen en links naar aanvullende informatie vindt u op FysioNet via Producten & Diensten, FysioPraxis. In FysioPraxis kunt u zien welke artikelen zijn verrijkt. Onder aan het artikel staat het FysioPraxis onlinesymbool: de ronde button met pijl. FysioPraxis online is alleen toegankelijk voor leden van het KNGF na inloggen.

FysioPraxis | februari 2013

INHOUD.indd 5

05-02-13 13:58


6 KNGF-KORT

VAN DE VOORZITTER

Online mensenwerk De digitale wereld is niet meer weg te denken uit ons leven: niet uit ons privéleven, maar zeker ook niet uit de dagelijkse praktijk van de fysiotherapeut. Veel fysiotherapeuten zijn er al flink mee aan de slag gegaan. Tijdens mijn werkbezoeken heb ik een paar mooie toepassingen van online fysiotherapie mogen zien. Zo bezocht ik een praktijk die via het web patiënten helpt hun thuisoefeningen op de juiste manier uit te voeren. Voor de patiënt was dit een stok achter de deur om thuis de oefeningen te blijven doen. En de fysiotherapeut kon de patiënt zo op afstand goed begeleiden. Mensen blijven hierdoor langer zelfstandig. Ze hebben de regie zelf in handen én functioneren ook maatschappelijk zelfstandig, een groot goed. We omarmen online fysiotherapie. We kunnen en we willen er niet omheen. In een tijd van zorg voor een steeds groter wordende groep ouderen zullen we handen tekort komen. Natuurlijk, het belang van de patiënt staat voorop. We moeten de voor- en nadelen van een online behandeling per patiënt afwegen, maar ook de samenwerking met de andere zorgverleners goed vormgeven.

Meer weten over patiëntveiligheid in 2 minuten? Voor de fysiotherapeut werkzaam in de eerste lijn is een film gemaakt over patiëntveiligheid. Een aantal risico’s in de eerstelijnszorg is in deze film opgenomen. De film ‘Fysiotherapie en patiëntveiligheid‘ is bedoeld om u en uw collega’s bewust te maken van de veiligheid voor patiënten in en om uw praktijk. Naar aanleiding van de film kunt u in gesprek met uw collega’s over wat u kunt doen om de veiligheid verder te bevorderen. Kijk op youtube.nl en zoek op ‘fysiotherapie en patiëntveiligheid’.

Het onderzoeksinstituut voor de gezondheidszorg, Nivel, omschreef recentelijk dat een toename van e-health of home-based programma’s als één van de reële toekomstscenario’s voor de fysiotherapie kan worden gezien. De verwachting is dat fysiotherapeutische behandeling steeds minder face-tofaceconsulten zal gaan omvatten en dat een deel van de behandeling zal bestaan uit een home-based programma. En ook zorgverzekeraars beginnen vormen van online ondersteuning van patiënten als waardevol te erkennen. Er draaien al fysiotherapeutische programma’s die door zorgverzekeraars als verzekerde zorg worden betaald. Maar laten we kritisch blijven. Voor de ene patiënt werkt online contact beter dan voor de ander. En face-to-facecontact is én blijft belangrijk. Het is tenslotte mensenwerk. Maar dat de zorg er alleen maar toegankelijker van wordt, is een feit. Ik geloof zeker dat e-health in een aantal gevallen kosteneffectief is, maar wie weet lokt het ook wel nieuwe zorgvraag uit. Laten we het fenomeen verder onderzoeken, laten we kijken naar het effect ervan en hoe u daar als fysiotherapeut uw rol in kunt pakken. Want dat e-health over tien jaar in de fysiotherapie volledig is ingebed kunnen we wel stellen. Aan ons om de kansen die dit biedt met beide handen te grijpen.

Alles in een oogopslag

Social dashboard op FysioNet Sinds kort kunt u op FysioNet in één oogopslag alle social media-uitingen van ‘KNGF de Fysiotherapeut’ zien: tweets, activiteiten op FysioNetwerken, filmpjes (waaronder de Vblogs van Eke Zijlstra), campagnefilmpjes PolisPluimen en een terugblik op het FysioCongres 2012.

Eke Zijlstra Het KNGF biedt een IOFjaarprogramma e-health. Kijk hiervoor op FysioNet. Op FysioNetwerken kunt u met collega’s in gesprek over e-health. FysioPraxis | februari 2013

KNGF-KORT.indd 6

05-02-13 13:49


7

Even bellen met... ‘ Kansen zien en grijpen’

E-health in de fysiotherapie E-health is een breed begrip en daarom is het belangrijk te omschrijven wat we eronder verstaan.

Definitie: “E-health is het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën, onder andere internettechnologie, gericht op de patiënt in het primaire zorgproces, met als doel het verbeteren van de individuele gezondheid en de gezondheidszorg in het algemeen.” We sluiten daarmee aan bij de definitie die grotendeels is ontleend aan de definitie van de NPCF en RVZ.

Toekomstscenario’s In een inventarisatie van het Nivel van onderzoeksprioriteiten voor de fysiotherapie (Nivel, 2012) wordt de toename van e-health of home-based programma’s als een van de reële toekomstscenario’s voor de fysiotherapie gezien. De verwachting is dat de fysiotherapeutische

behandeling steeds minder face-tot-faceconsulten zal gaan omvatten en dat een deel van de behandeling zal gaan bestaan uit een home-based programma. Ondanks de mooie voorbeelden van e-health ontwikkeld door fysiotherapeuten in de praktijk, is het algemene gebruik en de toepassing binnen de fysiotherapie nog beperkt.

Kanteling

Het KNGF is van mening dat e-health over 10 jaar zodanig in het zorgproces (en dus ook in de fysiotherapie) en het dagelijkse leven is ingebed, dat we het als iets vanzelfsprekends zien. Daarmee zal e-health in de komende jaren een steeds grotere bijdrage leveren aan de kanteling van ‘zorg en ziekte’ naar ‘gezondheid en gedrag’ en daarmee aan de uitdagingen in de zorg. Om dit te kunnen bereiken, vinden we het belangrijk om de samenwerking aan te gaan met andere strategische partners.

Kijk voor meer informatie over e-health op www.zorgvoorinnoveren/dossiers.

Dinja van Heeringende Groot Dinja van Heeringen-de Groot (34) is beleidsondersteuner op de afdeling Beleid en Ontwikkeling van het KNGF. Wat doe je bij het KNGF? “Binnen de afdeling Beleid en Ontwikkeling houd ik me vooral bezig met de ontwikkeling en implementatie van evidence-based producten van het KNGF, met name de KNGF-standaarden Beweeginterventies en -richtlijnen.”

‘Kansen zien en grijpen’

Wat is je achtergrond? “Van oorsprong ben ik fysiotherapeut en daarna heb ik een aantal opleidingen binnen projectmanagement gevolgd. Ik ben inmiddels ruim 10 jaar bij het KNGF werkzaam, waarvan de laatste vijfeneneenhalf op deze afdeling.”

www.shutterstock.com

Wat is je uitdaging? “Het stroomlijnen van de procesgang rondom de productontwikkeling en zorgen dat de producten onderling naadloos op elkaar aansluiten.”

Deelt u graag uw mening? Op FysioNet is het nu mogelijk om bij nieuwsberichten direct te reageren door een discussie te openen op FysioNetwerken of uw collega’s en volgers via Facebook, LinkedIn of Twitter op de hoogte te brengen van het nieuws.

Wat betekent kwaliteit voor jou? “Kwaliteit van zorg is sterk afhankelijk van de positie van zorgverleners in de totale zorgketen. Deze moeten we voor de fysiotherapie waarborgen en waar mogelijk zelfs versterken. Het moet duidelijk zijn wanneer je als fysiotherapeut moet signaleren, indiceren of begeleiden. Als je je meerwaarde als professional wilt inzetten,versterk je je positie door te doen waar je goed in bent en vooral ook door te laten waar anderen goed in zijn.” Fysiotherapie, een mooi vak? “Jazeker! Een dynamisch vak, waarbij je kansen moet zien, grijpen en ook proactief moet creëren.” FysioPraxis | februari 2013

KNGF-KORT.indd 7

05-02-13 13:49


8

KNGF-Kort

Wat u beweegt Vragen uit de praktijk 1. Hoe open ik de pdf-bestanden op FysioNet? Bij het direct vanaf de site openen van documenten in .pdf kan een probleem ontstaan: een foutmelding (‘Error Locating Object Handler’) of een volledig leeg scherm en een vastgelopen pc. Bij het optreden van dergelijke problemen wordt geadviseerd de documenten in .pdf te openen door met de rechtermuisknop op de link te klikken en te kiezen voor ‘Doel opslaan als’ (of woorden van gelijke strekking). Slaat u vervolgens het .pdf-document op en bekijk het offline. Dit probleem kan optreden door een conflict tussen een door Adobe/Acrobat geïnstalleerde Netscape-plugin en Internet Explorer. In de supportdatabase van Microsoft is meer informatie te vinden over hoe het probleem is op te lossen of te omzeilen. In veruit de meeste gevallen betreft het een lokaal probleem van het systeem. Ook is het mogelijk dat er op het systeem een verouderde versie van Acrobat of Adobe Reader is geïnstalleerd. Een nieuwere versie kunt u gratis downloaden vanaf www.adobe.com.

2. Moet ik de rekening van Stichting Reprorecht betalen? Wanneer een kopieermachine, scanner, printer en/of fax in een organisatie aanwezig is, dan moet de nota van Stichting Reprorecht worden betaald. Deze vergoeding is vastgesteld om collectief te voldoen aan de betaling van het kopiëren, printen, scannen en faxen van auteursrechtelijke beschermde werken volgens de Reprorechtregeling van 1985. In het verleden was deze regeling met name voor overheidsinstellingen, bibliotheken en scholen, maar inmiddels is de wet aangepast en geldt deze ook voor het bedrijfsleven. Stichting Reprorecht is in 1985 aangewezen door de toenmalige minister van Justitie als verantwoordelijke instantie voor de inning van deze gelden. U kunt bij Stichting Reprorecht bezwaar aantekenen of een individuele betalingsregeling treffen wanneer de vergoeding niet in verhouding staat tot het werkelijke kopieergedrag. Dit kan worden gedaan via de site van de Stichting Reprorecht (www.reprorecht.nl). Volgens onze infor-

matie kunt u uw debiteurennummer gebruiken als toegangscode. 3. Wanneer moet ik in mijn praktijk een preventiemedewerker in dienst hebben? Volgens de wet dient ieder bedrijf minstens één preventiemedewerker in dienst te hebben. In het geval van kleinere praktijken kan de praktijkeigenaar deze functie zelf vervullen. De preventiemedewerker neemt (eventueel samen met anderen) beslissingen over een goed arbeidsomstandighedenbeleid binnen de organisatie en is verantwoordelijk voor de opstelling en uitvoering van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Meer informatie over de regelgeving vindt u op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De RI&E vindt u op FysioNet via het Kennisplein onder Organisatie Bedrijfsvoering Personeel bij het thema Praktijkvoering onder ‘Links’. Bent u in beweging en hebt u vragen? Neem contact op met onze ledenvoorlichters via ledenvoorlichting@kngf.nl of bel 033-467 29 29 (ma. t/m vr. 8.30-17.00 uur).

Uitgelicht

Werkgroep innovaties in de gezondheidszorg op FysioNetwerken

Plaats een reactie Hebt u een innovatief idee dat te maken heeft met het thema en

u wilt dat delen met anderen? Dan nodigen wij u uit dit in het Forum bekend te maken door ‘Plaats een reactie’. U kunt op een idee reageren via ‘Quote’. Na zes weken sluiten we de challenge en maken we de balans op.

De drie beste ideeën Voor de drie beste ideeën wordt een vervolgaanpak opgesteld. Er vindt terugkoppeling plaats van elk ingebracht idee. De eerste challenge stond in het teken van e-health.

www.shutterstock.com

De werkgroep Innovaties in de fysiotherapie draagt bij tot het activeren en stimuleren van innovaties binnen de fysiotherapie. Voor een periode van zes weken wordt een thema vastgesteld. Het doel is om over dit thema goede ideeën van leden te verzamelen en die te versterken. Dit noemen we een ‘challenge’. De discussie over het thema wordt via het Forum gestart door het Challengeteam, dat bestaat uit leden die hierbij een actieve rol willen vervullen.

FysioPraxis | februari 2013

KNGF-KORT.indd 8

05-02-13 13:50


VA N W E T E N N A A R D O E N

9

De Beroepsmonitor

Gebruik van de uitkomsten In Van weten naar doen wordt elke maand een onderzoek uitgelicht dat het KNGF onder haar leden houdt. Wat doet het KNGF met de resultaten en inzichten? En wat met de wensen en meningen die u als KNGF-lid aan de vereniging toevertrouwt? Rob Stadt, IT-coördinator, vertelt over de jaarlijkse Beroepsmonitor. Tekst: Wieke Ormel en Rob Stadt

Hoe levert de Beroepsmonitor een bijdrage aan jouw werkzaamheden bij het KNGF? Het gebeurt regelmatig dat ik tijdens regionale presentaties aan uitkomsten van de Beroepsmonitor refereer. Ook gebruik ik de uitkomsten bij de onderbouwing van adviezen of bij jaarplannen. Ik ben mij ervan bewust dat de samenleving en dus ook de beroepsgroep worden overspoeld met enquêtes. Dat brengt het risico met zich mee dat er sociaal wenselijke antwoorden worden gegeven of dat voortdurend achter de feiten wordt aangehobbeld; de zogenaamde ‘enquête-moeheid’. Toch heb ik vertrouwen in de waarde van de Beroepsmonitor, zelfs voor het beleidsgebied waarmee ik me dagelijks bezighoud en waarin de (vooral technologische) ontwikkelingen zich razendsnel voltrekken. Trends die zijn waar te nemen over meerdere jaren en waar de focus van de Beroepsmonitor op ligt,

Ontwikkeling in het vastleggen van patiëntgegevens in een digitaal dossier.

Beschikt uw praktijk over informatiebeveiligingsbeleid? Ja

57%

Nee

22%

weet niet 21%

verkleinen de kans op ‘ruis’. Het formuleren van vragen voor de Beroepsmonitor vereist een specifieke deskundigheid en ik ben blij met de samenwerking met collega’s die over die deskundigheid beschikken.

Wat zijn voor jou belangrijke thema’s waarvoor je de Beroepsmonitor raadpleegt? Dat zijn in eerste instantie uiteraard de thema’s waar ik me dagelijks bij het KNGF mee bezighoud. Uiteraard het hoofdstuk bedrijfsvoering en ICT, maar omdat ICT raakvlakken heeft met vrijwel ieder beleidsthema ben ik ook geïnteresseerd in andere uitkomsten. De impact van technologische ontwikkelingen op de maatschappij en op de zorg in het bijzonder is groot. Daarbij komt dat de grenzen van domeinen vervagen. Er voltrekt zich een paradigmashift waarbij gedrag en regie van de zorgconsument in betekenis toenemen. Onder invloed daarvan staan oorspronkelijke samenwerkingsmodellen ter discussie. Door het vervagen van de (zorg)domeingrenzen liggen risico’s op de loer. Een van die risico’s is dat de nadruk komt te liggen op: het KAN (technologisch) dus het MOET. Technisch gezien zijn de mogelijkheden om bestaande processen te ondersteunen vrijwel onbegrensd en dat is een prachtige ontwikkeling die volop ruimte biedt voor innovatie. Maar ICT is en blijft een middel en geen doel op zich. Als het toepassen van nieuwe technologische mogelijkheden ertoe leidt dat de randvoorwaarden voor een verantwoord gebruik van de middelen (ICT) uit het oog wordt verloren, is dat niet alleen slecht voor de fysiotherapie maar voor de zorg in het algemeen. Met randvoordaarden doel ik dan op standaardisatie (cruciaal voor het reduceren van administratieve lasten) en het voldoen aan de wet- en regelgeving om het vertrouwen (de basis van de behandelrelatie) te borgen. De Beroepsmonitor helpt mij zicht te houden op de bekendheid en de toepassing van deze randvoorwaarden binnen de beroepsgroep.

Hoe gebruik je de resultaten in de praktijk? EPD is verworden tot een term die uiteenlopende associaties/beelden oproept. Die bestaan ook bij het begrip e-health. Van belang bij dat laatste is altijd de vraag of activiteiten plaatsvinden onder de titel ‘fysiotherapie’ of niet. Valt het onder fysiotherapie dan bestaat daar wet- en regelgeving voor die moet worden gevolgd. Niet iedere fysiotherapeut is zich bewust van de verplichtingen en aansprakelijkheden die daaruit voortvloeien. De actuele cijfers in de Beroepsmonitor bevestigen deze veronderstelling; ze zijn informatief en worden door mij gebruikt bij de rechtvaardiging of verantwoording van beleidsmatige keuzes. FysioPraxis | februari 2013

VAN WETEN NAAR DOEN.indd 9

05-02-13 13:46


10

OVERIG KORT NIEUWS

KORT NIEUWS Mijn Fysio Online

winnaar Menzis Topzorgidee 2012 Zorgverzekeraar Menzis heeft de e-healthapplicatie ‘Mijn Fysio Online’ van Fysio Online uitgeroepen tot Topzorgidee 2012. Mijn Fysio Online combineert fysiotherapeutische behandeling in de praktijk en online. Zo kunnen patiënten aan hun gezondheid werken en contact onderhouden met hun fysiotherapeut waar en wanneer dat het beste uitkomt. De jury vond met name het aspect zelfmanagement en het hebben van eigen regie sterk aan deze businesscase.

Online oefensessies Behandelingen met Mijn Fysio Online beginnen met een een-opeencontact tussen patiënt en therapeut om de juiste diagnose te stellen en een behandelplan te maken. Vervolgens stelt de fysiotherapeut een op maat gesneden online oefensessies samen. Deze oefeningen krijgt de patiënt binnen een beveiligde online-omgeving te zien in de vorm van 3D-animaties. In deze online-omgeving communiceert de patiënt ook met zijn fysiotherapeut of met

andere mensen met vergelijkbare aandoeningen.

Innoveren Menzis wil met het Topzorgidee zorgverleners uitdagen om te innoveren, waarbij vooral wordt gelet op de voordelen voor klanten en fysiotherapeuten en de besparing op de zorgkosten.

Bron: medicalfacts.

KIJKEN, LEZEN, LUISTEREN EN SURFEN

LEZEN Anatomie van het bewegingsapparaat in beeld Altijd al op zoek geweest naar een overzichtelijke beschrijving van het bewegingsapparaat? Het boek Anatomie van het bewegingsapparaat in beeld biedt uitkomst. Het boek schept ordening bij het leren van de anatomie door vanuit de functie van de musculatuur de anatomie te beschrijven. De aanhechtingen van de spieren, de functies en innervatie worden schematisch weergegeven. Daarbij wordt de ligging van de spieren met behulp van ruim 130 fraaie anatomische illustraties duidelijk gemaakt.

Overzichtelijk Aan het eind van ieder hoofdstuk is een overzicht opgenomen van de bewegingen van het desbetreffende gewricht en de musculatuur, waardoor de anatomie gemakkelijk te koppelen is aan een casus. De namen van alle anatomische structuren zijn weergegeven volgens de Terminologia Anatomica van 1998.

Magazine ADEM In Nederland hebben meer dan 320.000 mensen COPD. Voor het verbeteren van integrale preventie en goede zorg heeft de Long Alliantie Nederland de Zorgstandaard COPD uitgebracht. Voor het bevorderen van de toepassing van de Zorgstandaard COPD is het Zorgstandaard COPD Magazine ‘Adem’ uitgebracht.

Tips en adviezen Dit magazine informeert over de Zorgstandaard COPD en geeft praktische en inspirerende tips en adviezen voor het gebruik. Patiënten, zorgverleners, zorgverzekeraars en opstellers komen aan het woord over het belang van de Zorgstandaard COPD en delen ervaringen over de toepassing. Voor meer achtergrondinformatie, het online bekijken van expertgroepsgesprekken en de bestelling van het magazine: www.longalliantie.nl/adem/

Voor wie

Anatomie van het bewegingsapparaat in beeld is vooral bedoeld voor studenten fysiotherapie en oefentherapie en voor studenten geneeskunde. Maar het is bovendien een handig naslagwerk voor fysiotherapeuten.

Titel: Anatomie van het bewegingsapparaat in beeld Auteur: Vivian van Os Prijs: € 32,99 ISBN: 9789031389131 Uitgever: Bohn Stafleu van Loghum Te bestellen via: www.bsl.nl/shop/

Gratis e-book: Eerstelijnszorg in een digitaal jasje Jepraktijkonline heeft een gratis e-book geschreven over digitalisering en e-health in de eerstelijnspraktijk. In dit e-book laten ze zien welke toegevoegde waarde digitale middelen bieden voor online profilering, administratieve ontlasting en online behandeling in uw praktijk. Ook staan er interviews in met eerstelijns praktijkhouders en hun cliënten die al gebruikmaken van digitalisering en e-health in hun praktijk. Aanvragen van het e-book kan via jepraktijkonline.nl.

FysioPraxis | februari 2013

OVERIG KORT NIEUWS.indd 10

05-02-13 13:50


11

Voorkom blessures; versterk je enkel Na de knieblessure is de enkelblessure de meest voorkomende sportblessure in ons land. Voor bijna vier op de tien enkelblessures is een medische behandeling nodig. En dat zijn vooral enkelverstuikingen die sporters oplopen. De medische kosten van sporters met een enkelblessure worden jaarlijks geschat op 47 miljoen euro. De kosten door arbeidsverzuim zijn geschat op 150 miljoen euro per jaar.

Oefenprogramma Om sporters te helpen enkelblessures te voorkomen heeft VeiligheidNL de campagne ‘Versterk je enkel, voorkom blessures’ opgezet. Deze cam-

De spierversterkende oefeningen zijn direct te bekijken op: voorkomblessures.nl/enkel. VeiligheidNL heeft deze oefeningen ook beschikbaar gesteld in een uitvouwkaart. Trainers, (sport)fysiotherapeuten, huisartsen en andere belangstellenden kunnen deze set van tien kaarten voor € 5,50 bestellen op: www.veiligheid.nl/voorlichtingsmateriaal/ vouwkaarten-versterk-je-enkel. Daarnaast zijn de oefeningen, inclusief een trainingsschema, beschikbaar in een iPhone of Android-app ‘Versterk je Enkel’. Lees ook het interview met Victor Zuidema en Evert Verhagen, ontwikkelaars van deze app, op pagina 20.

pagne bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder een samenwerking met de Nevobo, de KNVB en de VSG. VU/EMGO heeft aangetoond dat de oefeningen effectief zijn. Met het oefenprogramma, dat is gebaseerd op een serie balansoefeningen, kan het risico op een herhaling van een enkelverstuiking met ruim een derde worden teruggebracht. Met name het eerste jaar na een enkelverstuiking is er bij sporters met zwakke enkels een verhoogd risico op herhaling van de blessure. Een blessure die voor de sporter vaak gepaard gaat met chronische pijn, langdurige klachten, medische zorg en arbeidsverzuim.

E-health & co-creatie

eHealth in de praktijk – boek en video

Saskia Timmer beschrijft in haar boek het brede scala van e-health mogelijkheden in de gehele gezondheidszorg. Vanuit alle zorgsectoren wordt in beeld gebracht wat e-health is en welke invloed dit heeft op de gezondheidszorg, de patiënt, de zorgverlener en de zorgorganisatie. Implementatieconsequenties staan beschreven evenals tips voor starters. Het boek verbindt kennis over e-health, empowerment en duurzame gezondheidszorg. Naast theoretische kennis bevat het praktijkvoorbeelden.

Forum en kennissite Een boek en video voor iedereen die meer wil weten over ehealth of er mee wil starten. Het boek biedt offline kennis, in combinatie met online kennis. Op www.duurzamegezondheidszorg.nl zijn een forum en kennissite te vinden voor wie meer wil weten over e-health. 2.0 denker Saskia Timmer is een 2.0 denker met een focus op duurzame gezondheidszorg. E-health en empowerment in de zorg ziet ze als belangrijke dragers voor meer duurzaamheid in de gezondheidszorg. Timmer is eigenaar van Scherp Consultancy, een organisatie die meedenkt en adviseert, met visie en creativiteit. Ze is de drijvende

www.shutterstock.com

Een handreiking voor iedereen die wil kennismaken of starten met e-health.

kracht achter de community duurzame gezondheidszorg: on- en offline kennisdeling over ontwikkelingen in de zorg. Boek: eHealth in de praktijk ISBN: 9789031391264 Uitgeverij: BSL, € 22,50 Video: eHealth in de fysiopraktijk, Saskia Timmer Te bekijken op Vimeo, zoek op: vimeo.com/52544389 Apps voor fysiotherapeuten: http://revalidatieapps.nl/ Judith Vloothuis, revalidatiearts, heeft de site revalidatieapps.nl gemaakt op persoonlijke titel. Het geeft een overzicht van apps voor zowel zorgverleners als revalidanten. De apps zijn ingedeeld per soort therapeut en activiteit. Specifiek voor fysiotherapeuten worden de apps ActiveME, Recognise en SpineDecide besproken.

Samen nadenken over e-healthprocessen? Deze vorm van co-creatie staat centraal in de web-tv-uitzending van DigitaleZorgGids. Peter Klumpenaar van GGZ Noord-Holland Noord komt aan het woord over het vormgeven van ‘de nieuwe zorg’, hoe zij praktisch bezig zijn om het ‘digital iQ’ van de medewerkers te verhogen, hoe zij cliënten betrekken in de ontwikkeling van nieuwe toepassingen en over proeftuintjes rond nieuwe ideeën. Ex-cliënt Martijn Volkers heeft bijvoorbeeld een app bedacht waarmee je jezelf kunt monitoren om van daaruit tot herkenning van bepaalde (gedrags-) patronen te komen.

App voor dementerende ouderen Verder vertelt Romina Pompei (winnaar van de HKU-Award 2012) over de app ‘En Toen’ – een direct bruikbare oplossing in de zorg voor dementerende ouderen. Met deze app kunnen verzorgenden samen met de dementerenden herinneringen ophalen, ook als familieleden er niet bij zijn. Wilt u deze uitzending bekijken? Ga naar www.digitalezorggids.nl en kies tabblad ‘WebTV’. Via dit tabblad komt u ook op andere interessante e-healthuitzendingen. Bron: www.digitalezorggids.nl.

FysioPraxis | februari 2013

OVERIG KORT NIEUWS.indd 11

05-02-13 13:50


12

OVERIG KORT NIEUWS

KORT NIEUWS

Promotie Dohmen innovatiemodel voor e-health Zorginnovator Daan Dohmen promoveerde 13 december 2012 op een innovatiemodel voor e-health met een onderzoek over de implementatie van moderne technologie in de zorg thuis. De verdediging van zijn onderzoek kunt u bekijken op Skipr.nl. E-health wordt steeds belangrijker om zorg toegankelijk te houden, zegt Dohmen. Men-

sen blijven steeds langer zelfstandig thuis wonen en gebruiken zorg in de buurt, terwijl de extra druk op de zorg door de vergrijzing en het stijgend aantal chronisch zieken toeneemt. Zonder e-health loopt het vast.” Daarom besloot Dohmen de inzichten die hij in de afgelopen tien jaar had verworven systematisch te onderzoeken. Op die ma-

nier wilde hij bepalen hoe een implementatie zou moeten worden aangepakt om het de grootste kans van slagen te geven. Dohmen: “De uitkomst van dit onderzoek wil ik met iedereen delen, om er mede voor te zorgen dat de toekomstige zorg voor iedereen toegankelijk blijft.” Bron: skipr.nl.

HAN-SYMPOSIUM:

e-health vanuit verschillende hoeken Op het HAN-symposium van afgelopen november is het thema e-health verhelderd en vanuit verschillende kanten belicht.

Bron: HAN IPS.

www.shutterstock.com

Kostenbesparing en patiëntenrechten Lonneke Rompen, communicatieadviseur bij UMC St Radboud, vertelde wat e-health nou precies is en haalde als voorbeeld ParkinsonNet aan – een soort community waar zorgverleners en patiënten online kunnen communiceren over hun ziektebeeld. Annelise Notenboom, senior consultant bij APE, vroeg zich vervolgens af of e-health wel kostenbesparend is in de zorg. Haar conclusie was ‘ja’. Misschien nu nog niet met alle ziektebeelden, maar de balans valt positief uit. Prof. dr. Martin Buijsen ging in op de juridische kant van e-health. Komen de patiëntenrechten in het gedrang bij het gebruik van ehealth? Het blijkt dat er op dit moment niet altijd rekening wordt gehouden met de patiëntenrechten, bijvoorbeeld bij de inrichting van zorgportalen. Maar volgens Buijsen zijn er over het algemeen wel oplossingen om de patiëntenrechten in de elektronische zorg te waarborgen. Jeannette Pols, onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, belichtte in haar lezing de ethische kant aan e-health. Zij ging in op de vraag of e-health leidt tot goede zorg, gezien vanuit de patiënt en de zorgverlener. Voor veel bezoekers een boeiend thema! In verschillende workshops werden diverse e-healthproducten gedemonstreerd, zoals telelogopedie, domotica en telemedicineproducten. Waarschijnlijk komt er in 2013 een vervolg op dit symposium.

DigitaleZorgGids DigitaleZorgGids is een kennisplatform over e-health. Alles wat u wilt weten over digitale zorgtoepassingen voor patiënten, zorgverleners en zorginstellingen vindt u overzichtelijk op één plek.

Overzicht DigitaleZorgGids is gids in het landschap van digitale zorgtoepassingen voor patiënten, zorgprofessionals en zorginstellingen. Het informeert, categoriseert, duidt, waardeert en rapporteert over alle relevante digitale applicaties rondom gezondheid en zorg. DigitaleZorgGids wil overzicht creëren in alle applicaties, sites, tools en services die er zijn op het gebied van e-health. Daarnaast worden nieuws en actualiteiten, achtergrondartikelen en video’s aangeboden. DigitaleZorgGids gelooft in de kracht van het delen; uw kennis en ervaringen doen ertoe en maken dat DigitaleZorggids.nl dé wegwijzer wordt voor iedereen die aan de slag is of wil gaan met e-health. Onafhankelijke experts

Zowel zorgverleners als patiënten kunnen hun ervaringen delen door toepassingen te waarderen en te reageren op blogs. Reviews door onafhankelijke experts maken het beeld compleet. DigitaleZorgGids is een initiatief van Bohn Stafleu van Loghum (BSL) en de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF). DigitaleZorgGids heeft een prominente plaats gekregen in de Nationale Implementatie Agenda (NIA) eHealth die in 2012 is aangeboden aan minister Schippers.

Voor meer informatie: www.digitalezorggids.nl.

FysioPraxis | februari 2013

OVERIG KORT NIEUWS.indd 12

05-02-13 13:50


13

De beweegpas In 2009 startte het project Beweegpas met subsidie van ZonMw. Het KNGF nam het initiatief voor het projectvoorstel, de uitvoering gebeurt door Fysiotherapie Alkemade, sportcomplex de Tweesprong en Time Off Projecten in Sport. De gemeente Kaag & Braassem, REOS/NISB, ZonMw, Rabobank en de KNLTB ondersteunen het project.

Gezonde leefstijl De Beweegpas richt zich op mensen met overgewicht, chronisch zieken en personen die een hoog risico hebben op het krijgen van een chronische aandoening. De doelstelling is om deelnemers te ondersteunen in het voldoende bewegen voor een gezondere leefstijl. Gedurende 20 weken maken de deelnemers kennis met vier sporten: nordic walking, tennis, aquasport en conditietraining. Onder deskundige leiding wordt elke sport vijf weken beoefend. Tijdens dit kennismakingtraject wordt duidelijk of de betreffende sport bij de deelnemer past en of hij/zij de sport fysiek aankan. Hierdoor kunnen de deelnemers makkelijker aansluiting vinden bij de sportverenigingen en -organisaties in de gemeente. Beweegevaluatie Na een beweegadvies (door de huisarts) ondergingen de deelnemers een beweegintake bij Fysiotherapie Alkemade. Daar volgden ze (eventueel) een training die hen qua kracht en uithoudingsvermogen op een niveau heeft gebracht waarop sporten in een vereniging of organisatie medisch verantwoord, haalbaar en leuk is. Ieder half jaar volgen de deelnemers

een beweegevaluatie om te kijken of hun conditie is verbeterd of op peil is gebleven. Dit als stimulans om te blijven bewegen en daarmee de risico’s van overgewicht en/of chronische aandoeningen te verkleinen.

Ook de trainers hebben het project als zeer positief ervaren. De deelnemers kwamen gemotiveerd over en deden qua kracht, conditie en coördinatie niet onder voor de huidige reguliere leden.

Doelstellingen

Meerwaarde van fysiotherapeutische begeleiding ZonMw is enthousiast over

De meeste doelstellingen lijken te worden gehaald. Deelnemers die instromen, ondervinden hiervan positieve effecten als het gaat om hun huidige gezondheid (verbetering van hun gezondheidsprofiel) en zijn na deelname bijna allemaal voldoende actief in het reguliere sportaanbod. Van de deelnemers voldoet 84 procent aan de NNGB, tegen 58 procent van de Nederlandse bevolking (2010). Er is er een daling geconstateerd van buikomvang en bloeddruk – beide worden als risicofactor gezien voor het krijgen van chronische aandoeningen. De deelnemers ervaren dat hun conditie (ruim) toereikend is om mee te doen. In alle gevallen bleek dit veel positiever uit te pakken dan de deelnemers vooraf over zichzelf hadden ingeschat. Deelnemers vormen groepjes om gezamenlijk een sport te gaan uitoefenen, wat de kans van slagen om te blijven sporten bevordert.

het gemeten effect en wil het project op meerdere plaatsen uittesten om te kijken of er vergelijkbare resultaten komen om vervolgens naar de zorgverzekeraars/gemeenten te gaan voor ondersteuning van het project op het gebied van preventie. Met dit voorbeeld kan de meerwaarde van fysiotherapeutische begeleiding bij dit soort leefstijlinterventies worden aangetoond. Met een kleine investering kunnen fysiotherapeuten deelnemers testen, motiveren en coachen. En door eens per half jaar te hertesten kunnen deelnemers in beweging worden gehouden. Het project is inmiddels geëindigd. Een kernteam gaat met subsidie van de gemeente voor 1 jaar verder, waarbij de contacten met alle betrokken partners onderhouden zullen worden waar nodig of relevant.

DOCTOR KINETIC:

Self rehabilitation game

Bron: www.DoctorKinetic.com.

Fotografie: Tonny Bos

Doctor Kinetic maakt gebruik van motion capture-technologie met webcams en Kinect (Microsoft®), waardoor de gebruiker een ware held wordt in een videogame. De game kan thuis worden gespeeld, maar kan ook worden ingezet bij de behandeling van patiënten. Doctor Kinetic is effectief en eenvoudig, toepasbaar in de behandeling van veel aandoeningen. Een multidisciplinair team van specialisten in de orthopedische en neurologische revalidatie heeft gewerkt aan Doctor Kinetic. Kennismaking met Doctor Kinetic tijdens het FysioCongres. FysioPraxis | februari 2013

OVERIG KORT NIEUWS.indd 13

05-02-13 13:51


14

Nieuwe Praktijken

Hierhebikpijn.nl

Online fysiotherapiecheck trekt veel gebruikers In november lanceerde fysiotherapeut Ties Kox uit Tilburg zijn website www.hierhebikpijn.nl met een online zelftest voor fysiotherapeutische klachten. “Ik ben met dit soort initiatieven bang dat grote commerciële partijen er op een verkeerde manier mee aan de haal gaan. Ik dacht: ik kan het beter zelf doen. Het moet iets van fysiotherapeuten zijn en blijven.” Tekst: Marjam Overmars | Beeld: Robert Jan Stokman Fotografie

Hoe ben je op het idee gekomen van Hierhebikpijn.nl? “De website is ontstaan vanuit het gevoel: dit moet er komen. Tijdens mijn opleiding aan de Avans Hogeschool in Breda heb ik de minor Innovatief Ondernemen gevolgd. Daar dachten we al na over online ontwikkelingen binnen de fysiotherapie, met name gericht op fysiotherapeutische behandelingen en evaluaties. Maar je kunt het ook een stadium daarvoor benaderen: hoe kun je de online zoekende patiënt op een goede manier opvangen? Hoewel eenduidige cijfers ontbreken, staat het wel vast dat heel veel mensen eerst op internet rondkijken voordat ze contact opnemen met de fysiotherapeut of de huisarts. Deze mensen zoeken een verklaring voor hun klacht. Als je random klachten op Google intikt, krijg je een smak informatie over de meest uiteenlopende aandoeningen en kom je terecht op forums waar de wildste verhalen circuleren. Ik wilde mensen geven wat ze zoeken: een mogelijke verklaring voor hun klachten, informatie over aandoeningen en adressen van fysiotherapeuten waar ze vervolgens terechtkunnen.”

Hoe werkt de website? “De bezoeker doet de interactieve fysiotherapiecheck die bestaat uit gerichte vragen over de lichamelijke klacht. Dit neemt ongeveer 5 à 10 minuten in beslag. Aan het einde volgt een uitslag in de vorm van een lijstje aandoeningen met een score erachter. Hoe hoger de score, hoe waarschijnlijker de aandoening. De aandoeningen worden uitgebreid beschreven met literatuurverantwoording erbij. De uitslag van de test geeft een indruk, waarmee de bezoeker zich gerichter verder – binnen en buiten de site – kan informeren. De automatisch gegenereerde ‘fysiobrief’ bevat de belangrijkste gegevens uit de fysiotherapiecheck en een ingevuld screeningsformulier. Dit is nuttige informatie voor de behandelaar. Patiënten die de fysiotherapiecheck hebben gedaan gaan beter voorbereid naar de fysiotherapeut omdat ze al hebben nagedacht over een hoop vragen die de therapeut zal stellen. Fysiotherapiepraktijken kunnen zich aansluiten tegen betaling van een kleine contributie. Als tegenprestatie komen zoekende patiënten bij hen terecht en kunnen toepassingen van Hierhebikpijn.nl en hun eigen website gecombineerd worden.”

FysioPraxis | februari 2013

NIEUWE PRAKTIJKEN.indd 14

05-02-13 14:00


15

Kun je iets vertellen over de ontwikkeling van de site? Zo’n twee jaar geleden ben ik begonnen met het uittekenen en uitdenken van het idee. Er zit dus geen commerciële partij achter, zoals sommigen misschien denken. Dat wil ik ook niet, het moet iets zijn en blijven van fysiotherapeuten. Met hulp van bevriende fysiotherapeuten en programmeurs is de site ontwikkeld en gegroeid. Al deze mensen hebben mij hun tijd geschonken omdat ze het een goed idee vonden, dat is echt geweldig. Er is ook geen subsidie aan te pas gekomen. Alleen het design heb ik uitbesteed want dat is een vak apart. Ik kan goed

uit de voeten met programmeren, en nu het stramien klaar is, kunnen we de site zelf beheren en verder ontwikkelen.”

Hoe heb je de fysiotherapiecheck ontworpen? “Hoe je van vragenlijst naar diagnose komt, is een nogal technisch verhaal. Ik zal proberen het eenvoudig uit te leggen. Je hebt een lange lijst aandoeningen. Elke aandoening heeft op de website een apart profiel met de typische kenmerken van die aandoening. Door gerichte vragen tijdens de test worden die kenmerken getoetst. Typische kenmerken krijgen punten, en bij atypische kenmerken

De interactieve fysiotherapiecheck bestaat uit gerichte vragen over de lichamelijke klacht.

‘Patiënten die de fysiotherapiecheck hebben gedaan gaan beter voorbereid naar de fysiotherapeut’ worden er punten afgetrokken. Daarnaast hebben combinaties van antwoorden een versterkend of een verminderd effect op de uitslag. Ook sensitiviteit en specificiteit spelen een rol bij het toekennen van punten. Er staan nu bijna honderd aandoeningen op de lijst, maar dat worden er in de toekomst meer.”

V.l.n.r.: Check: vrouw/man. Check: de uitslag. Check: een vraag over de knie.

Hoe betrouwbaar is de diagnose? “Natuurlijk is de test niet zo betrouwbaar als een gedegen fysiotherapeutisch onderzoek, maar de richting die wordt aangegeven klopt wel. Ik heb reacties gekregen van patiënten die de test invulden en toen precies dezelfde uitslag kregen als

>>

FysioPraxis | februari 2013

NIEUWE PRAKTIJKEN.indd 15

05-02-13 14:00


• •

100 % pijnvrije mobilisaties  MWM’s, NAGS & SNAGS volgens Brian Mulligan    Cursus Mulligan Concept A/B : 2 x 2 dagen (34 accr.pnt.)  Cursus Mulligan Concept C: 2 dagen (14 accr.pnt.)    Docenten: René Claassen en Peter van Dalen  Voor meer informatie, data en inschrijven:  Welkom op onze website!  :

www.mulliganconcept.nl

3-daagse cursus: 9, 10 en 11 april 2013

Locatie: Burggolf Haverleij, Den Bosch Docenten: Jay Platt (USA) & René Claassen (NL) Organisatie: Mulligan Opleidingen Cursus is geaccrediteerd voor algemeen register Meer informatie en inschrijven via:

TAPING CONCEPTS is een tweedaagse zeer praktische cursus  voor fysiotherapeuten waarin cursisten kennis maken met de  eigenschappen en toepassingsmogelijkheden van het tapen  met elastische tape. De nadruk in deze cursus ligt sterk op de  casuïstiek. Ook wordt er aandacht besteed aan casuïstiek  waarbij men de voorkeur zou kunnen geven aan  conventioneel tapen (o.a.Mulligan Taping Technieken).    Docenten: René Claassen Gecertificeerd Kinesiotaping / taping  instructor sinds 2000, en Peter van Dalen,  taping instructor sinds  2007.   Beide TAPING CONCEPTS docenten zijn daarnaast  docent  Mulligan Concept (official members Mulligan Concept Teachers  Association MCTA). 

De cursus Taping Concepts wordt op diverse locaties in  Nederland georganiseerd.     Kijk voor data en locaties op onze website 

www.mulliganconcept.nl  of  www.tapingconcepts.com       De cursus is geaccrediteerd.    De cursus wordt georganiseerd door  Mulligan Opleidingen.  

www.backtogolf.nl

Wilt u zichzelf verder ontwikkelen als Fysiotherapeut? Al gespecialiseerd fysiotherapeut, maar nog geen mastertitel? Schrijf u dan in voor MSPT-upgrade! Naast het bekende tweejarig traject bieden we nu ook een driejarig traject, zodat u kunt kiezen in welk tempo u de opleiding wilt volgen. Opleidingsplaatsen + Zwolle + Breda + Amsterdam Voor de exacte startdata kijk op onze website!

Noteer in uw agenda; 3 april 2013 gratis mini-symposium voor gespecialiseerde fysiotherapie.

Liever geen reistijd? Laat de docenten naar u komen en informeer naar de mogelijkheden voor een incompany-traject.

Nog accreditatiepunten halen? Bekijk onze website voor alle mogelijkheden bij Avans+

www.avansplus.nl/fysiotherapie Ad Avans-fysiopraxis 185x132 fc 02-2013.indd 1

•FP-02 advertenties.indd 3

16-01-13 10:44

05-02-13 15:49


N i e u w e P r a kt i j k e n

17

in het ziekenhuis na uitgebreide MRI’s of een bezoek aan de fysiotherapeut. Het is geweldig om zoiets terug te horen. We hebben het op de website overigens niet over het stellen van ‘diagnoses’ aangezien deze door de specialist worden gesteld en niet door een automatische test. De site is nu een maand in de lucht en we zijn eigenlijk nog in een beginstadium. De ontwikkeling gaat door en het moet steeds beter worden. Je kunt de test op allerlei niveaus onderbouwen en we streven natuurlijk naar het hoogst haalbare niveau.”

Hoe zijn de reacties van fysiotherapeuten? “Op een of twee zure tweets na, zijn de reacties heel positief. Er zijn fysiotherapeuten die de test gebruiken voor een patiënt en zodoende op ideeën komen waar ze nog niet aan hadden gedacht. Zo kan het ook als hulpmiddel van de fysiotherapeut dienen. Verder komen er reacties binnen van fysiotherapeuten die vinden dat we met deze site eindelijk vooruit komen in de fysiotherapie. Anderen hebben goede inhoudelijke ideeën waarmee we verder aan de gang kunnen. Ik ben heel kritisch op mezelf en ik sta ook zeker open voor kritiek, daar komen we juist verder mee.” Voor wie is de website bedoeld? “De site is bedoeld voor mensen met klachten aan het bewegingsapparaat, die de weg weten op internet. Dat is nogal breed, maar de doelgroep voor fysiotherapie is dat ook. Als de site wat langer online is, is het interessant onderzoek te doen naar wie precies onze bezoekers zijn, de tevredenheid, de gebruiksvriendelijkheid en dat soort zaken. We weten dat de test zo’n 200 keer per dag wordt gedaan, en daar zijn we heel content mee. Het aantal is stijgend, dus wellicht moeten we binnenkort een groter hostingpakket inkopen zodat de website snel blijft.”

‘De test wordt zo’n 200 keer per dag gedaan, en daar zijn we heel content mee’ Hoeveel bezoekers die de test hebben gedaan gaan daadwerkelijk naar de fysiotherapeut? “Daar hebben we nog geen gegevens over, maar dit gaan we evalueren door onderzoek te doen bij de aangesloten praktijken. Het is overigens opvallend dat de meeste mensen er nog steeds voor kiezen om telefonisch contact op te nemen met een praktijk, terwijl wij ook de mogelijkheid bieden dit online te doen. Blijkbaar moet men hier nog aan wennen. Ik verwacht dat het een kwestie van tijd is voordat het online contact zal toenemen, waardoor het administratieve proces voor de fysiotherapeut wordt verlicht.”

sloten bij de website, maar we zijn op zoek naar meer, zodat we een landelijk dekkend netwerk krijgen en mensen altijd een praktijk in de buurt kunnen vinden. De contributie van de deelnemende praktijken moet het mogelijk maken de website te financieren.”

Ties Kox (27), initiatiefnemer van Hierhebikpijn.nl.

Hoe zie je de toekomst van de website? “Mijn streven is dat de website gratis blijft voor de patiënt-bezoeker. Er staat geen reclame op de site en we doen hard ons best om dat zo te houden. Het allerbelangrijkste is dat de website de online zoekende patiënt op een goede manier helpt. De patiënt blijft centraal staan. Een afgeleide daarvan is dat de fysiotherapeuten in Nederland zich ook goed moeten kunnen vinden in de site. Daarom moet er voor hen van alles ontwikkeld worden. Bijvoorbeeld toepassingen om de administratieve last te verminderen. Verder denken we na over alle stappen van het fysiotherapeutische proces: het begint met de op internet zoekende patiënt die met klachten naar een therapeut gaat. Daar vindt een screening-anamnese plaats en vervolgens het onderzoek, de behandeling en de evaluatie. Voor die hele lijn geldt: waar zou je iets kunnen toevoegen? Iets verbeteren? Daarom zijn we ook erg geïnteresseerd in suggesties van meedenkende fysiotherapeuten. In de zeer nabije toekomst zullen we de fysiotherapiecheck op praktijkwebsites kunnen laten draaien, en kort daarna willen we de lijst met aandoeningen ook op andere websites integreren. Er staat veel te gebeuren, ik ben in gesprek met diverse mensen met goede ideeën.”

Hoe kunnen praktijken zich aanmelden?

“Via de website. Er hebben zich nu zo’n vijftig praktijken aange-

Kijk voor meer informatie op www.hierhebikpijn.nl. FysioPraxis | februari 2013

NIEUWE PRAKTIJKEN.indd 17

05-02-13 14:00


18

o p v at t i n g e n

E-health, een aanwinst?” Tekst: Marjam Overmars

‘Het blended behandelen heeft zeker een meerwaarde’

‘E-health kan een hulpmiddel zijn om op de hoogte te blijven’

Ik zeg ‘Ja!!’ op de stelling, met uitroeptekens. E-health kan worden gebruikt voor betere en meer transparante informatievoorziening richting de patiënt. Dan moet je het overigens wel goed inrichten. Beeldcontact naast de individuele fysiotherapiebehandeling, dus het blended behandelen, heeft een meerwaarde. In de praktijk doe je individueel onderzoek en vervolgens kun je behandelen met onder meer een digitaal activiteitenprogramma dat je kunt bijstellen via een beeldverbinding. Daarmee maak je de behandeling transparanter en wellicht ook efficiënter. Het is een prachtige aanvulling die we in onze eigen praktijk ook toepassen. We hebben een klein pilotproject met beeldbellen voor COPD-patiënten. Ze komen deels in de praktijk en deels behandelen we via het beeldscherm. Wat je merkt is dat de behandelingen via beeld effectiever zijn, korter duren en dat je eigenlijk dezelfde oefeningen doet. In plaats van 30 heb ik 20 minuten behandeltijd; de patiënt zit al klaar achter het beeldscherm en je begint dus sneller. Daarnaast gebruik ik het als controlemiddel voor patiënten na afloop van een COPD-traject. Op de een of andere manier werkt het beter dan de belafspraken van vroeger, mensen zeggen dit niet af. Op onze website staat uitgebreide informatie over tachtig klachtenbeelden, en dat aantal is groeiende. Ook kunnen patiënten hun oefeningen doen aan de hand van voorbeeldfilmpjes – wat ze prettig en vooral duidelijk vinden. In de nabije toekomst zullen steeds meer patiënten hun eigen oefenprogramma volgen via pc, mobiel of tablet, en daar ook op gezette tijden aan herinnerd worden. Achtergrondinformatie wordt ook direct toegankelijk en met vragen kunnen ze eenvoudig terecht bij hun fysiotherapeut. Daardoor kunnen ze met minder behandelingen toe, en – gezien de versobering van fysiotherapie in de aanvullende verzekering – denk ik dat we hiermee onze klanten kunnen behouden.”

Ik vind e-health zeker een aanwinst. Om te beginnen voor patiënten. Het kan een ondersteuning zijn bij de behandeling, maar daarnaast zie ik ook mogelijkheden voor het gebruik van apps bij het aanleren van een gezonde leefstijl. Maar ook voor de fysiotherapeut kan e-health een aanwinst zijn. Vooral waar het gaat om op de hoogte te blijven van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen. Ik ben zelf wetenschappelijk onderzoeker en ik lees dagelijks ik weet niet hoeveel artikelen – en dat is waarschijnlijk nog maar één procent van wat er wordt gepubliceerd op het gebied van fysiotherapie. Ik weet daarom dat je van een fysiotherapeut met een volle werkweek niet kunt verwachten dat hij alle artikelen leest die relevant zijn, en dan ook nog die resultaten in de praktijk implementeert. Ik zou het daarom een aanwinst vinden als fysiotherapeuten via nieuwe media op de hoogte gehouden zouden kunnen worden over wetenschappelijke uitkomsten die voor hen van belang zijn. Ik zie het als een taak voor het KNGF, maar ook voor bijvoorbeeld fysiotherapiewetenschappers om daarin actief te zijn. Zij zouden een vertaalslag kunnen maken van evidence naar practice. Dit zou verwerkt kunnen worden in korte, simpele boodschappen met daarbij tips hoe dit door te voeren in de praktijk, en het zou verspreid kunnen worden via een app. Als er dan iets interessants gepubliceerd is, zou je als fysiotherapeut een pop-upje of iets dergelijks kunnen ontvangen met een nieuwsbericht. Ik ben zelf niet helemaal thuis in de wereld van de apps, maar ik kan me zo voorstellen dat er technisch gezien hiervoor iets zeer leuks valt te ontwikkelen.”

Barry Scholten (40) is disciplinemanager fysiotherapie bij Zorggroep Almere en uitvoerend fysiotherapeut bij Gezondheidscentrum De Compagnie in Almere-Buiten.

Emalie Hurkmans (31) is fysiotherapeut en fysiotherapiewetenschapper, en werkt als coördinator van het onderzoeksteam van de afdeling Fysiotherapie van the University of Applied Sciences, Wenen, Oostenrijk.

FysioPraxis | februari 2013

OPVATTINGEN.indd 18

05-02-13 13:51


19

‘E-health is een aanvulling die het zorgaanbod kan verrijken’

‘Online profilering is onmisbaar voor een goede concurrentiepositie’

Mee eens. E-health kan veel betekenen voor de patiënt. Het draagt bij aan zelfmanagement, maar ook aan empowerment van patiënten, de betrokkenheid van patiënten bij hun behandeling door inzicht in wat er aan de hand is en wat er gebeurt in het zorgproces. Patiënten krijgen de beschikking over medische gegevens en de link tussen de patiënt en zorgverlener zal intensiever kunnen worden omdat er meer contactmomenten mogelijk zijn. Je hoeft daarvoor immers niet meer tegenover elkaar te zitten, je kunt ook tussendoor via online toepassingen communiceren. Voor de patiënt draagt e-health bij aan het gemakkelijker inpassen van zorg in het dagelijks leven. Het heeft een grote impact bij een chronische ziekte om niet alleen de aandoening, maar ook de zorg in je leven in te passen. Op het moment dat je de zorg beter kunt plannen op momenten die jou uitkomen, neemt de impact ook af. Voor de professional zie ik tevens voordelen. Ook voor zorgverleners is het gunstig om bijvoorbeeld online consulten te verwerken op een plaats en tijd die zelf gepland kunnen worden. De ervaring leert bovendien dat webspreekuren minder tijd in beslag nemen per patiënt, terwijl de kwaliteit even goed, zo niet beter is. Overigens zien wij e-health als een aanvulling. Het is niet zo dat alles maar digitaal moet omdat het digitaal kan. Het is geen vervanging voor alles, maar het kan wel het zorgaanbod verrijken. Als het niet per se nodig is om elkaar te zien, kan online contact voor patiënt en zorgverlener een hoop tijd en gedoe schelen. E-health krijg je alleen ingevoerd als het voordelen heeft voor de patiënt én de zorgverlener. Gelukkig zijn er voldoende goede voorbeelden dat dat zo is.”

Ik vind de stelling volstrekt logisch. Voor ons is e-health eigenlijk gelijk aan health. De wereld van nu is een wereld die deels gedigitaliseerd is. Tot voor enkele jaren was de digitalisering vooral gericht op het beheersen van de administratieve lasten, maar nu komen we in een tijdperk dat e-health het zorgproces kan verbeteren. De winst zit daarbij zowel aan de kant van de patiënt als aan de kant van de zorgverlener. Het is eigenlijk een must dat fysiotherapeuten zich tegenwoordig richten op hun online profilering, om te zorgen voor een goede concurrentiepositie. Vooral ten opzichte van fysiotherapeuten die geen e-health toepassen. Meer dan 90 procent van Nederland is ontsloten op internet, tot en met de 75-plussers doen mensen veel online. Als jij als fysiotherapeut alleen nog maar een traditionele praktijk hebt met een website en een folder, dan zal je het op termijn verliezen van de praktijken die wel blended zorg aanbieden. Bij fysiotherapeuten bestaat nogal wat koudwatervrees voor digitalisering. Dat is niet nodig, je moet het gewoon stapje voor stapje doen. Elk stuk innovatie dat wordt ingevoerd in een praktijk kost initieel meer tijd dan er op dat moment is. Daarom moet je klein beginnen met de implementatie en dan zo snel mogelijk tot een succes zien te komen waardoor je de toegevoegde waarde voor jezelf en je patiënten ondervindt en er tijdwinst mee boekt. Je hoeft niet groot te beginnen en allerlei interventies aan te schaffen met complexe apparatuur. Zoiets als online afspraken maken is niet grootschalig en ook niet heel duur. Je moet er goed over nadenken, maar het kan redelijk eenvoudig. Het vergt enig nadenken over het proces, het aanpassen van de software en erover communiceren. Daarmee heb je redelijk snel op korte termijn een stukje winst te pakken.”

Marcel Heldoorn (39) is senior beleidsmedewerker e-health, Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF).

Denis de Vries (44) is zorginnovator bij Jepraktijkonline.nl. FysioPraxis | februari 2013

OPVATTINGEN.indd 19

05-02-13 13:51


20

WETENSCHAP PRAKTISCH

Enkel-app

Oefenprogramma moet herhaling enkelblessure voorkomen Een bestaand oefenprogramma kan voorkomen dat een enkelblessure terugkeert. Om geblesseerde sporters daarbij te stimuleren, is eind 2011 de app ‘Versterk je enkel’ gelanceerd die dat programma via filmpjes aanbiedt. De belangstelling hiervoor is groot. De ontwikkelaars onderzoeken nu of dit hulpmiddel ook daadwerkelijk een meerwaarde heeft. Tekst: John Ekkelboom | Beeld: Victor Zuidema IN NEDERLAND KRIJGEN jaarlijks zo’n 650.000 mensen door sport een enkelblessure. Zo’n blessure is niet alleen voor de betreffende sporter vervelend, dat letsel kost de maatschappij ook veel geld vanwege de nodige zorg en werkuitval. Die kosten kunnen volgens Evert Verhagen fors worden beperkt wanneer mensen een gepast oefenprogramma volgen, dat sinds september 2011 ook als app voor smartphones verkrijgbaar is. Verhagen is universitair docent en onderzoeker bij de afdeling Sociale Geneeskunde van het VU medisch centrum (VUmc) in Amsterdam en doet al jaren onderzoek naar preventie van enkelblessures.

Verbazing In 2004 promoveerde bewegingswetenschapper Verhagen op de ABBA-studie. Dit acroniem staat voor

Amsterdam Balance Board Ankle-studie. Hij onderzocht de effectiviteit van balans- en krachtoefeningen tijdens de warming-up ter voorkoming van enkelblessures. Daarvoor volgde hij bijna 1.100 volleyballers van verschillende topteams. “Het bleek dat deze oefeningen vooral effectief waren wanneer iemand al eerder een enkelblessure had gehad. Dat verbaasde ons wel, die topteams hebben immers allemaal fysiotherapeuten en sportartsen in dienst. Dan verwacht je dat een volleyballer die door zijn enkel gaat, goed wordt behandeld om zo snel mogelijk weer in het veld te staan. Er was blijkbaar alsnog veel winst te behalen via een eenvoudig oefenprogramma.” Gezien de bevindingen uit zijn promotie-onderzoek vroeg Verhagen zich af of het zinvol is om de reguliere zorg voor enkelblessures aan te vullen met zo’n oefenprogramma.

Last van een enkelblessure? Download de enkel-app voor smartphones. De app biedt een oefenschema van acht weken.

FysioPraxis | februari 2013

WETENSCHAP PRAKTISCH.indd 20

05-02-13 13:57


21

Dit zocht hij samen met zijn collega Maarten Hupperets uit in de vervolgstudie Balance Board Functional Instability Training, kortweg 2BFit. In overleg met fysiotherapeuten en conditietrainers en na raadpleging van de literatuur paste hij het concept uit het ABBA-onderzoek aan. Dit resulteerde in een programma van driemaal per week twintig minuten balansoefeningen gedurende acht weken. In totaal deden 500 mensen met een enkelblessure mee aan 2BFit, van wie de helft het programma moest volgen en de overigen de gangbare zorg kregen. Bij de oefengroep nam de kans op herhaling van een enkelblessure met 50 procent af in vergelijking met de controlegroep.

Miljoenen besparen De resultaten waren hoopgevend, zegt Verhagen. Hij wilde nog weten of iedereen uit de interventiegroep zich daadwerkelijk aan de afspraak had gehouden. “Helaas was dat niet zo. Slechts een kwart van hen had het programma gevolgd zoals was voorgeschreven. Alleen dankzij hen was het blessurerisico in de gehele groep gemiddeld gehalveerd. Er is dus nog veel meer winst te behalen. Subanalyse wees uit dat de groep die de opdracht wel serieus had genomen, een gigantisch effect had van de training. Je moet minimaal 80 procent van het programma uitvoeren om er profijt van te hebben.” Niet alleen de kans op blessures nam drastisch af, ook leverde het programma door afname in zorgkosten en werkuitval een besparing op van € 100,- per persoon. Verhagen: “Ook dat was een gemiddelde in de interventiegroep. Als ze zich allemaal optimaal hadden ingezet, was dat bedrag hoger uitgevallen. Stel dat iedereen in Nederland met een enkelblessure dit programma volgt, dan kun je miljoenen besparen.”

Van oefenprogramma tot product Om het programma van Verhagen toegankelijk te maken voor de markt, heeft de stichting VeiligheidNL – voorheen bekend onder de naam Consument en Veiligheid – het verder uitgewerkt tot een panklaar product. Deze stichting houdt zich al jaren bezig met de ontwikkeling van interventies en campagnes op het gebied van blessurepreventie. Victor Zuidema, projectleider van het sportproject enkelblessurepreventie en consultant van VeiligheidNL, legt uit dat zijn organisatie in samenwerking met Nevobo en de KNVB specifiek voor volleyballers en voetballers trainingsprogramma’s ter voorkoming van blessures, waaronder die van de enkel, heeft samengesteld. Omdat enkelblessures niet alleen bij deze sporters voorkomen, heeft de stichting samen met de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG) het oefenprogramma van Verhagen uitgewerkt tot een product waarmee iedere sporter met zwakke enkels of herstellende van een eerdere enkelblessure op elk gewenst moment van de dag aan de slag kan. In eerste instantie werden de oefeningen uitsluitend op uitvouwkaarten beschikbaar gesteld met illustraties en >> FysioPraxis | februari 2013

WETENSCHAP PRAKTISCH.indd 21

05-02-13 13:57


De Berekuyl, European College for Lymphoedema Therapy organiseert in samenwerking met de VUB:

P

ost-HBO cursus Opleiding tot Oedeem Fysiotherapeut Gebaseerd op Modern Treatment for Lymphoedema ad modum Casley Smith (Australische methode).

Doelgroep: fysiotherapeuten die in hun dagelijkse praktijk geconfronteerd worden met patiënten met oedeem aandoeningen. Inhoud: theoretisch achtergronden en praktijk behandeling met de componenten:

• Manuele lymfdrainage • Bandageren • Specifieke oefentherapie • Ademhalingsoefeningen

• Hydrotherapie • Huidhygiëne • Psychosociale vaardigheden • etc. ipt_advertentie_door#57DBF3.pdf

Toets: praktijk en theoretisch examen plus 8 klinische uren. Doel: Na het behalen van het afsluitende theoretisch en praktisch examen is de cursist in staat zelfstandig een diagnose, een behandelplan op zowel korte als lange termijn op te stellen en een bijbehorende correct uitgevoerde behandeling te praktiseren. Opleiding is geaccrediteerd door KNGF en NVFL

C

CURSUSDATA

M

11 t/m 13 en 18 t/m 20 april 2013 .................Module 1 26 t/m 29 juni 2013...........................................................Module 2 28 t/m 31 augustus 2013.........................................Module 3 18 t/m 21 september 2013 ....................................Module 4 10 t/m 12 en 31 oktober 1/2 november 2013 .......................................................Module 1 27 t/m 30 november 2013 ......................................Module 2 15 t/m 18 januari 2014 ................................................Module 3 5 t/m 8 februari 2014 ....................................................Module 4

Y

CM

MY

CY

www.deberekuyl.nl

Het maximale aantal deelnemers is 12. Inschrijving geschiedt op volgorde van binnenkomst aanmelding. Meer informatie? Vraag de prospectus aan of ga naar onze website. Therapeutisch Centrum De Berekuyl • Duinweg 17 • 3849 NJ Hierden (T) 0341 - 45 31 77 • (F) 0341 - 27 01 06 • (E) info@deberekuyl.nl • (I) www.deberekuyl.nl

CMY

K

05-02-2013

13:33:59

Het instituut voor Psychosomatische Therapie maakt een doorstart. Het IPT start met de tweejarige geaccrediteerde Post HBO Opleiding op vrijdag 19 april 2013. Deze leidt op tot Psychosomatisch Therapeut binnen de fysiotherapie. Er is nog ruimte om je in te schrijven. Meer lezen of een persoonlijk gesprek?

Zie www.iptopleiding.nl

Wat is uw Masterplan? Als fysiotherapeut toe aan verdieping? Of wilt u zich als manager verder ontwikkelen? Zoekt u verbinding tussen kennis en praktijk? Start met de masteropleiding die bij u past. De HAN heeft u en uw werkgever veel te bieden op het gebied van innovatie en onderzoek. Door kennis en ervaring te delen zijn we samen in staat tot vernieuwing en verbetering in uw vakgebied. U staat daar als Master middenin. Met volop aandacht voor uw onderzoeks- en managementvaardigheden. Master aan de HAN, meer dan een goed plan!

kijk voor de open dagen op onze website ‘De opzet van de master sluit direct aan bij de praktijk en geeft inhoudelijke verdieping.’

www.han.nl/masters

Kies uw Master • Master Bedrijfskunde Zorg en • Master Musculoskeletale Dienstverlening Revalidatie • Master Begeleidingskunde • Master Neurorevalidatie en • Master Human Resources Innovatie Management • Master Sport- en • Master Management en Beweeginnovatie Innovatie in maatschappelijke organisaties T (024) 353 06 00 | E masters@han.nl

HAN Masteropleidingen zijn door de NVAO geaccrediteerd

13016 Fysiopraxis 185x132 FC.indd 1

•FP-02 advertenties.indd 4

21-01-13 11:45

05-02-13 15:49


Wetenschap praktisch

23

Evert Verhagen: ‘Stel dat iedereen in Nederland met een enkelblessure dit programma volgt, dan kun je miljoenen besparen.’

toelichting en met informatie over het gebruik van tape en brace. Maar Zuidema begreep al snel dat het erg duur zou worden en het praktisch onmogelijk is om zo veel mogelijk trainers, fysiotherapeuten, huisartsen en sporters hiermee te bereiken. “Daarom hebben we besloten de app ‘Versterk je enkel’ te ontwikkelen. Samen met de VSG hadden we al filmpjes gemaakt van de oefeningen. Die konden we op de app mooi combineren met de informatie van de uitvouwkaart. Iedereen kan deze app gratis downloaden via www.veiligheid.nl. Mensen die niet over een smartphone beschikken, kunnen op www.sportzorg.nl of www.voorkomblessures/enkel.nl het programma bekij- 25.000 downloads De projectleider van VeiligheidNL ken of de uitvouwkaarten bestellen via www.veiligheid.nl.” vertelt dat de belangstelling voor de app erg groot is, mede dankzij de promotie binnen de bonden van sporGekoppeld aan de agenda Voor het bouwen van de ten waarbij veel enkelblessures voorkomen. Sinds de inapp, die met subsidie vanuit de directie Sport van het troductie ervan is de app ruim 25.000 keer gedownload. ministerie van VWS werd gefinancierd, schakelde Veilig- Gezien dit succes denkt hij aan de ontwikkeling van nieuheidNL het daarin gespecialiseerde Amsterdamse bedrijf we apps voor bijvoorbeeld tennisarmen en schouder- en Pinch in. Afhankelijk van de mogelijkheden van een app knieblessures. Hij benadrukt dat dit alleen zal gebeuren kunnen de kosten volgens Zuidema variëren van 5.000 in samenwerking met universiteiten, zodat de oefeningen tot 20.000 euro per besturingssysteem. De enkel-app is evidence-based zijn. Bovendien moet eerst nog de meerin twee versies beschikbaar, namelijk een voor de iPhone waarde van de enkel-app worden bewezen. Hiertoe heben de andere voor het Androidsysteem. Na de lancering ben het VUmc en VeiligheidNL een subsidie bij ZonMw van de app in het najaar van 2011 zijn de mogelijkheden aangevraagd om de app te vergelijken met de uitvouwervan uitgebreid, nadat VeiligheidNL een gebruikerson- kaarten en het oefenprogramma op internet. derzoek had afgerond. Zo is de nieuwe versie van het oe- Verhagen: “We hebben best veel geld in de ontwikkeling fenprogramma gekoppeld aan de agenda van de smart- van die app gestopt. We willen weten of die investering phone, zodat een gebruiker de mededeling krijgt wanneer het ook waard is. We maken deze hulpmiddelen omdat hij of zij met de volgende set oefeningen moet beginnen. we willen meegaan in de vaart der volkeren, maar misVerder is een optie toegevoegd die via Google Maps bin- schien is zo’n app wel overbodig.” Toch is er al vanuit nen een straal van 10 kilometer in de woonomgeving het buitenland belangstelling voor de enkel-app. Er wordt aangeeft waar (sport)fysiotherapie- en sportartspraktijken nu zelfs overwogen om een Duitse en Engelse versie te maken. Verhagen beschouwt de app voorlopig als een zitten voor professionele hulp. “De app kan dus voortdurend naar wens worden aan- mooi hulpmiddel. “Maar het is absoluut geen behandelgepast of aangevuld”, zegt Zuidema. “Ook als er nieuwe middel en dat zal het ook nooit worden. Behandelen is wetenschappelijke inzichten zijn, kunnen we die imple- mensenwerk. Dat moeten we overlaten aan paramedici. menteren. Daarom is het ook zo belangrijk dat we samen- Zij kunnen adviseren om het oefenprogramma thuis als aanvulling te gebruiken.” werken met universiteiten.” FysioPraxis | februari 2013

WETENSCHAP PRAKTISCH.indd 23

05-02-13 13:57


www.PsychFysio.nl

Modulen 2013

Psychologie voor fysiotherapeuten Pijn en stressmanagement Neurolinguïstisch programmeren Motiverende gespreksvoering+ ACT bij chronische pijn Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

    

Evidence Based Practice MSc/Drs START 12E ACADEMISCH JAAR SEPTEMBER 2013

Tweejarige universitaire deeltijd masteropleiding tot klinisch epidemioloog (medisch wetenschappelijk onderzoeker) voor medici, paramedici, verpleegkundigen en verloskundigen

Bridging healthcare and science ■

■ ■

een eersteklas carrièrestap als startpunt naar een hoog wetenschappelijk niveau modern en actueel onderwijs met een multidisciplinaire benadering (inter)nationaal gerespecteerd en NVAO-geaccrediteerd locatie Faculteit der Geneeskunde - AMC

Voor contact, voorlichtingsdata, informatie en aanmelding:

-2 dagen di 28/5, 11/6 -3 dagen za 25/5, 8/6, 22/6 -3 dagen do 16/5, di 4/6, 18/6 -3 dagen di 10/9, 24/9, 8/10. -5 dagen do 10/10, 31/10, 14/11, 28/11, 12/12.

Opleidingen@PsychFysio.nl /06-15571070 /Leslocatie: Utrecht /www.psychfysio.nl

Wie sponsort mijn hart? Gezocht: donateurs Kinderhartenfonds. Draag bij aan levensreddend wetenschappelijk onderzoek en een gezondere leefstijl voor kinderen. Bel 070 - 3155638 voor informatie of kijk op www.iksteunhetkinderhartenfonds.nl

www.amc.nl/masterebp

Accreditatievrijstelling voor een deelregister naar keuze

10 gratis

De patiënt anno 2013 wetenschappelijke ontwikkelingen eHealth & mHealth

Effectievere behandeling van etalagebenen?

toegangsbewijzen onder de eerste 500 inschrijvingen met compleet portfolio*

Selectieve zorginkoop patient empowerment zelfmanagement

SCHRIJF JE NU IN via de website

Kom naar het jaarcongres!

3e jaarcongres - 14 maart 2013 - ‘s-Hertogenbosch w w w . c l a u d i c a t i o n e t c o n g r e s . n l * incl. pasfoto & introductietekst

•FP-02 advertenties.indd 5

05-02-13 15:49


Fysiowijzer

25

Zorg voor Veilig

Patiëntveiligheid in de praktijk Zorginstellingen en zorgverleners zijn verantwoordelijk voor veilige zorg, maar patiënten spelen zelf ook een belangrijke rol in het voorkomen van incidenten. De patiënt kan een laatste barrière vormen voor fouten die soms door opeenvolgende zorgverleners niet zijn gesignaleerd. Daarnaast beschikt de patiënt over belangrijke informatie, zoals allergische reacties op eerdere behandelingen, medische voorgeschiedenis, aspecten met betrekking tot leefstijl, eigen beleving et cetera. Bovendien krijgt de patiënt door een actieve rol meer grip op zijn eigen situatie.

Actieve bijdrage patiënt “Zorgverleners zijn zich niet altijd bewust van de meerwaarde van de bijdrage die een patiënt kan leveren aan de veiligheid van zijn eigen behandeling”, zegt Atie Schipaanboord, directeur Beleid en Organisatie van de NPCF. “De patiënt zelf is zich er ook niet altijd van bewust hoe hij er actief aan kan bijdragen dat zijn behandeling veilig verloopt. Wij vinden patiëntveiligheid niet een zaak van alleen zorgaanbieders; de patiënt maakt deel uit van dat zorgteam. Hij is de kern van de zorgverlening en kan informatie aanleveren of fouten signaleren.” Er zijn verschillende tools ontwikkeld waarmee u uzelf maar ook uw patiënten scherp kunt houden wat patiëntveiligheid betreft. Patiëntveiligheidskaarten

Met een patiëntveiligheidskaart kunt u de patiënt betrekken bij zijn eigen veiligheid. Het biedt een handreiking voor zowel patiënten als zorgverleners om samen nog alerter te zijn op patiëntveiligheid. In samenwerking met het NPCF heeft het KNGF patiëntkaarten ontwikkeld op het gebied van valpreventie: ‘Zorg dat u niet valt! Veilig op pad met uw rollator’ en ‘Zorg dat u niet valt! Neem eenvoudige maatregelen’.

Samen met de Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck (VvOCM) heeft het KNGF de patiëntkaart ‘Samen met uw therapeut werken aan een optimale behandeling’ ontwikkeld. Door gebruik te maken van deze kaart weet de patiënt waar hij tijdens de behandeling op kan en moet letten. Op www.mijnzorgveilig.nl kunt u deze en andere patiëntkaarten downloaden. U kunt ook zelf een kaart ontwikkelen of naar eigen wens (tekstueel) aanpassen.

Patiëntveiligheid, nu ook op YouTube

Het KNGF heeft in samenwerking met de VvOCM en het ministerie van VWS, een filmpje ontwikkelt over patiëntveiligheid in de fysiotherapie- (en oefentherapie)praktijk. Dit filmpje laat kort zien welke gebieden en onderwerpen kunnen leiden tot een nadeel of zelfs schade voor de patiënt. Er worden ook suggesties gegeven voor maatregelen die u kunt nemen om te zorgen voor een goede patiëntveiligheid. Ook kunt u zien welke verantwoordelijkheid de patiënt heeft in dit proces en wat zijn rol is. Ga naar www.youtube.nl en zoek op de woorden fysiotherapie en patiëntveiligheid.

Checklist ‘Hoe veilig is mijn praktijk?’ Met de checklist ‘Hoe veilig is mijn praktijk?’ kunt u de veiligheid in uw praktijk zelf in kaart te brengen. U kunt de checklist gebruiken om na te gaan in hoeverre u zelf aandacht hebt voor patiëntveiligheid. Aan de hand van een vragenlijst loopt u uw praktijk door. Aan bod komen zaken als bereikbaarheid, patiëntenzorg, kwaliteitsbeleid en bewustzijn en inzet. De checklist is te bestellen via info@zorgvoorveilig.nl of te downloaden via www.zorgvoorveilig.nl. Cursus e-learning ‘Patiëntveiligheid: wat en hoe?’ Het doel van deze cursus is dat u zich bewust wordt van het belang van patiëntveiligheid in uw praktijk en van het melden van incidenten. U leert wat patiëntveiligheid is en welke mogelijkheden u heeft om de patiëntveiligheid in uw praktijk te verbeteren. Na het afronden van deze cursus kunt u direct zelf aan de slag met het in kaart brengen en waar nodig verbeteren van de patiëntveiligheid in uw praktijk. Ter promotie van deze e-learning stelt het KNGF een beperkt aantal vouchers (t.w.v. € 19,95) beschikbaar. Aan de afronding van de cursus zijn twee accreditatiepunten verbonden.

Lees op www.zorgvoorveilig.nl meer over patiëntveiligheid en in de Toolkit ‘Patiëntveiligheid, wat en hoe?’ wat u eraan kunt doen. Zorg voor Veilig is een samenwerking tussen Netwerk Eerstelijns Organisatie (NEO) en de Landelijke Vereniging Georganiseerde eerste lijn (LVG). FysioPraxis | februari 2013

FYSIOWIJZER.indd 25

05-02-13 13:50


26

Profiel

Prof. dr. Robert Wagenaar

Bestudering van het bewegen binnen fysiotherapeutisch onderzoek Robert Wagenaar is per 1 juni jongsleden hoogleraar klinische gezondheidswetenschappen, in het bijzonder Fysiotherapiewetenschap bij de Universiteit Utrecht. Hij is daarmee de opvolger van Paul Helders die eind 2010 met emeritaat ging. Tekst: José Hermans | Beeld: Robert Jan Stokman Fotografie

Robert Wagenaar heeft domicilie gekozen in de nieuwe vleugel van de afdeling Revalidatie, Verplegingswetenschappen en Sport in het UMC Utrecht. Het centrum kent geen vaste kamers, enkel flexplekken – ook voor het nieuwe hoofd. Waar zijn voorganger prof. dr. Paul Helders vooral werkzaam was in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) van het UMC Utrecht, heeft Wagenaar de divisie Hersenen als standplaats. Met de – op loopafstand gelegen – afdeling in het WKZ onderhoudt hij naar eigen zeggen een goed contact. “Helders heeft een goed functionerende afdeling opgezet”, aldus Wagenaar, “waarvan ik het organisatiemodel graag overneem. Onderwijs laten verzorgen door faculteitsmedewerkers met onderzoekstaken is voor een Master of Science een must.”

Leerstoel Fysiotherapiewetenschap Voordat Wagenaar naar Utrecht kwam, heeft hij 14 jaar aanvankelijk als associate professor en later als full professor in de fysiotherapie gewerkt bij het College of Health and Rehabilitation Sciences aan de Boston University. Hij was tevens hoofd van de afdeling Physical Therapy and Athletic Training en directeur van het doctoraalprogramma revalidatiewetenschappen en het Centrum voor Neurorevalidatie.

Marieke Schuurmans (Verplegingswetenschap) en professor Frank Backx (Sportgeneeskunde). Naar een nieuwe hoogleraar revalidatiegeneeskunde wordt nog gezocht. Voor de helft van zijn aanstelling is hij gedetacheerd bij de Hogeschool Utrecht als toekomstig lector Human movement and adaptation.

Bewegen

Vakinhoudelijk is Wagenaar sinds zijn afstuderen aan de faculteit Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit van Amsterdam met name geïnteresseerd in de bestudering van het menselijk bewegen. “Er wordt hier in Utrecht veel onderzoek gedaan op het terrein van de inspanningsfysiologie, maar als we kijken naar revalidatie, dan is een beter begrip van bewegen van groot belang. Ik ben ervan overtuigd dat we bewegingsstoornissen en activiteitenbeperkingen beter kunnen begrijpen als we deze ook bekijken vanuit het perspectief van de bewegingscoördinatie en biomechanica.”

Bekende promovendie

Na zijn studie bewegingswetenschappen (VU) kwam Wagenaar in 1985 op de afdeling Fysiotherapie van het VUmc terecht. Dat was de begintijd van het onderzoek binnen de fysiotherapie. Hij startte als

‘Ik ben ervan overtuigd dat we bewegingsstoornissen en activiteitenbeperkingen beter kunnen begrijpen als we deze ook bekijken vanuit het perspectief van de bewegingscoördinatie en biomechanica’ Vorig jaar werd hij gepolst voor de functie hoogleraar klinische gezondheidswetenschappen, in het bijzonder Fysiotherapiewetenschap. Bij vervolggesprekken werd tevens gevraagd of hij de functie hoofd van de afdeling Revalidatie, Verplegingswetenschappen en Sport op zich wilde nemen. Als nieuw hoofd bezet hij de leerstoel fysiotherapiewetenschap. Wagenaar werkt samen met professor

onderzoeksmedewerker met als taak om een nauwe samenwerking tussen de afdeling Fysiotherapie en de Faculteit der Bewegingswetenschappen te bewerkstelligen Onder zijn leiding werd in 1990 het bedrag van bijna 1 miljoen gulden subsidie binnengehaald. Hij ging aan de slag met onderzoek van CVA, parkinson en COPD. Bekende promovendi die hij onder zijn hoede had, waren

FysioPraxis | februari 2013

PROFIEL.indd 26

05-02-13 13:52


27

Naam: Robert Wagenaar (55) Opleiding: doctoraal Interfaculteit lichamelijke opvoeding Vrije Universiteit Amsterdam (1978), kandidaats filosofie VU; promotie bewegingswetenschappen VU Amsterdam op een proefschrift over functioneel herstel na CVA (1985) Huidige functie: hoofd afdeling Revalidatie, Verplegingswetenschappen en Sportgeneeskunde UMC Utrecht en hoogleraar Klinische Gezondheidswetenschappen, in het bijzonder Fysiotherapiewetenschap aan de Universiteit Utrecht Favoriete sporten: tennis en squash, twee keer per week Favoriete websites: www.apta.org, www.pedro.org, www.nih.gov (National Institute of Health) Inspirerende collegae: Alan Jette (hoofd Health, Disability, Research Institute, Boston University) vanwege zijn onderzoek naar de ontwikkeling van meetinstrumenten; Michael Weinrich, visionair en werkzaam als directeur van de sectie revalidatie van het National Institute of Health.

prof. dr. Gert Kwakkel, inmiddels zelf hoogleraar aan de VU en prof. dr. Rik Gosseling, hoogleraar in Leuven. Het Amsterdamse onderzoek had een voorbeeldfunctie en gaf de wetenschappelijke onderbouwing van de fysiotherapie een behoorlijke zet.

Meer body master Fysiotherapiewetenschap Het werk van Wagenaar bleef internationaal ook niet onopgemerkt en in 1998 bereikte hem een verzoek van de Universiteit van Boston om daar hoofd te worden van het Department of Physical Therapy. “We vertrokken voor een periode van 14 jaar naar Boston totdat vorig jaar een telefoontje uit Utrecht ons weer terug in Nederland deed belanden.” Wagenaar was geïnteresseerd in de baan in Boston omdat in de Verenigde Staten destijds de fysiotherapiewetenschap al was ingebed in een universitaire setting. “Met de onderwijservaring die ik daar heb opgedaan kan ik hier de master Fysiotherapiewetenschap meer body geven. In de Verenigde Staten is het heel vanzelfsprekend dat interventies alleen worden ingezet als ze zijn onderbouwd, en er vindt veel onderzoek plaats naar de validering van meetinstrumenten. Mijn streven is om onderzoek te doen naar het eigenaardige van bewegingstoornissen en beperkingen in activiteiten, dat kan worden gebruikt bij preventie, diagnostiek en prognostiek. Het verschil met Boston is dat de Utrechtse opleiding boven op de patiëntenzorg zit. We

hebben hier zorgpaden van het ziekenhuisbed tot aan de thuissituatie en dit kunnen we ondersteunen (‘evidencebased’ maken) door onze onderzoeksactiviteiten.”

Prof. dr. Robert Wagenaar: “Een beter begrip van bewegen is van groot belang.”

Speerpunten Wagenaar wil zich met name bezighouden met klinisch onderzoek op het gebied van de neurologie. Zijn lectoraat aan de Hogeschool Utrecht, dat naar alle waarschijnlijkheid in het najaar van 2013 formeel van start gaat, legt het accent op de klinische toepassing van de onderzoeksbevindingen. “Utrecht heeft als speerpunten CVA, epilepsie en neuromusculaire ziekten, zoals ALS (Amyotrofe laterale sclerose). In Boston heb ik me vooral met parkinson-patiënten en ouderen met valneigingen beziggehouden. Het ging dan bijvoorbeeld om het beter begrijpen van de effecten van de ziekte van Parkinson op cognitie, waarnemen en bewegen. Wat dit laatste betreft vooral navigatie, bewegen door een omgeving heen. Tevens werden verschillende grootschalige onderzoeken naar de effecten van fysiotherapie en het aanleren van zelfmanagementstrategieën uitgevoerd: de fysiotherapeut of de oefentherapeut moet de patiënt dan thuis instrueren en zijn oefeningen afstemmen op de thuissituatie van de patiënt.” Overstijgend niveau

Nederland heeft tijdens de afwezigheid van Wagenaar een aantal wetenschappelijke en professionele masteropleidingen in de fysiotherapie >> FysioPraxis | februari 2013

PROFIEL.indd 27

05-02-13 13:52


Complete praktijksoftware voor de fysiotherapeut

11 - 14 April 2013 FIBO - The Leading International Trade Show for Fitness, Wellness & Health Koelnmesse – Exhibition Centre Cologne The interface between fitness and health becomes more and more important. On the one hand there is an increasing number of researchstudies proving that common illnesses can be avoided, alleviated or even cured by strength- or rather fitness training. On the other hand training is used as therapy-supplement for further illnesses.

“We hebben nooit geweten dat Intramed zo compleet is”. Intramed levert uiterst overzichtelijke, efficiënte en betaalbare software voor de zorg. Software die inmiddels meer dan 19.000 professionele (para)medici ondersteunt in hun dagelijkse bedrijfsvoering. Altijd up-to-date en met de zekerheid van alleen de allerbeste support door mensen die het pakket door en door kennen.

As a fair within the fair, FIBOmed therefore offers trade visitors from the medical and therapeutic field a large range of products and services related to the theme of medical fitness. In addition, the FIBO exhibitors present numerous innovative concepts, solutions and products for the health and medical market. 2013 the leading international trade show for fitness, wellness and health will be accompanied by an interdisciplinary, medical congress for movement in which experts of different medical fields report about their fields of expertise.

Een greep uit de basisfunctionaliteiten van Intramed: • Voldoet aan de KNGF verslagleggingsrichtlijn • De meetinstrumenten PSK, VAS (algemeen, pijn, stijfheid), DRI en NPRS zijn standaard opgenomen, maar u kunt ook zelf vragenlijsten en testen samenstellen. Met mogelijkheden om deze door patiënten zelf in te laten vullen en de testresultaten in overzichtelijke grafieken weer te geven. • Contract-tarieven zorgverzekeraars kunnen automatisch geïmporteerd worden (jaarlijks te downloaden vanaf onze website) • Beveiligt online declareren bij alle zorgverzekeraars (Vecozo) • Oude verslaglegging gemakkelijk converteren naar de nieuwste verslaglegging • Fysiotherapeutische diagnose wordt automatisch samengesteld uit ingevoerde gegevens • Een groot deel van het kwaliteitsjaarverslag fysiotherapie kan automatisch gegenereerd worden • Deskundige helpdesk, ook ’s avonds

www.fibo-med.de

Met Intramed PLUS een volledig EPD Een goed EPD bevordert de inhoudelijke kwaliteit, doelmatigheid en transparantie van de zorg. Daarnaast brengt het de gezondheidstoestand van de patiënt in kaart en ondersteunt het de fysiotherapeut in klinisch redeneren en besluiten. Een greep uit de mogelijkheden die Intramed PLUS te bieden heeft: • Aanvullende richtlijnen KNGF (18 stuks) • Aanvullende richtlijnen specialismen (3 stuks) • Bijbehorende meetinstrumenten (ruim 100 stuks) • Behandelrichtlijnen (24 stuks) • Voldoet aan de Agis/Achmea eisen (en andere verzekeraars) voor plus-contracten • Online intake patiënt (2013) • Online vragenlijsten afnemen (ook eigen vragenlijsten) (2013) Intramed PLUS biedt meer, kijk voor alle mogelijkheden op onze website Wilt u online werken? Dan bieden wij u Intramed OnLine aan: Veilig en snel online werken met een betrouwbare partner. Kijk voor meer informatie op onze website Gegevens meenemen

© Minerva Studio - Fotolia.com

Wij bieden ruime mogelijkheden om gegevens van uw huidige softwarepakket over te nemen in Intramed. Meer informatie bij de afdeling Verkoop & Administratie op 0182 – 621 107

FIBO Niederlassung der Reed Exhibitions Deutschland GmbH Völklinger Str. 4 · 40219 Düsseldorf · Tel. +49 211 90191-300 Fax +49 211 307578 · info@fibo.de

FIBOmed_90x268+3_GB.indd 1

•FP-02 advertenties.indd 6

De praktijk gaat erop vooruit Noordkade 94 - 2741 GA Waddinxveen T 0182 62 11 07 - F 0182 62 11 99 info@intramed.nl

Op de website treft u tevens uitgebreide productinformatie voor uw praktijk: w w w. i n t ra m e d . n l

07.01.13 16:41

05-02-13 15:50


Profiel

29

‘Ik merk nu dat Nederland veel dynamischer is en dat fysiotherapie een vogelvlucht heeft genomen. Dat maakt mij heel enthousiast’ gekregen. De ontwikkelingen in de Verenigde Staten zijn ook niet stil blijven staan. Daar is inmiddels het universitair niveau van de opleiding fysiotherapie ook opgekrikt en worden studenten opgeleid tot een overstijgend doctoraal niveau, waardoor de opleiding (inclusief een Liberal Arts Bacheloropleiding) in totaal ruim 7 jaar in beslag neemt. “Hoewel de Nederlandse situatie anders is, hoop ik toch enkele tools op het gebied van onderzoek en wetenschappelijke onderbouwing mee te nemen naar de Nederlandse situatie. Ik wil de opleiding ook opengooien, zodat de instroom groter wordt. Mijn streven is een voltijds, Engelstalige opleiding waar studenten zowel hun Master of Science (of Research Master) als hun PhD kunnen doen!”

Netwerk

Het is nog te vroeg om in detail uit de doeken te doen hoe een en ander er gaat uitzien. Momenteel is Wagenaar druk doende met het vormen van een netwerk. Sinds zijn terugkeer in Nederland op 1 juni 2012 is hij be-

zig geweest met het ontvangen en bezoeken van collega’s die er momenteel toe doen binnen het wetenschappelijk onderzoek op het terrein van de fysiotherapie en de bewegingswetenschappen. Er is gesproken met het KNGF en met onderzoekers van andere universiteiten. De eerste indrukken zijn veelbelovend. Wagenaar: “Toen ik in 1998 naar Boston vertrok, waren de Nederlanders moeilijk te enthousiasmeren terwijl dat in de Verenigde Staten vanzelfsprekend is. Ik merk nu dat Nederland veel dynamischer is en dat fysiotherapie een vogelvlucht heeft genomen. Dat maakt mij heel enthousiast.” Dat enthousiasme laat hij zien door ook tijd te maken voor geïnteresseerde studenten of onderzoekers die graag met hem van gedachten willen wisselen. Die kunnen hem nu vinden in het UMC Utrecht en over ruim een half jaar ook bij het lectoraat Human movement and adaptation van de Hogeschool Utrecht.

Bestseller

KLINISCH REDENEREN VOLGENS DE HOAC II Inclusief uitklapbaar stroomschema Redactie: dr. R. Engelbert en dr. H. Wittink In Nederland werken steeds meer professionals volgens de HOAC II (Hypothese geOriënteerde Algoritme voor Clinici). De meerwaarde van de HOAC II is het systematisch ordenen van gegevens waarbij huidige en te verwachten problemen stapsgewijs kunnen worden geïnventariseerd. In dit boek maakt u, aan de hand van uitgebreide casuïstiek, kennis met alle facetten van klinisch redeneren. De hypothesevorming die al bij het eerste contact met de patiënt plaatsvindt wordt in detail uitgewerkt en aangescherpt totdat uiteindelijk, na uitgebreid onderzoek en klinimetrie een definitieve hypothese kan worden opgesteld. Vanuit deze definitieve hypothese kan worden gekozen voor een (preventieve) behandeling. 1e druk, 2010 284 pagina’s

ISBN 9789031377275 Prijs € 36,99

Bestel eenvoudig via bsl.nl BAANBREKEND. BETROUWBAAR.

BSL_PE advertentie 185x132.indd 1

PROFIEL.indd 29

04-02-2013 17:29:00

FysioPraxis | februari 2013

05-02-13 14:39


30

C a s u ï s t i e k , D IA G N O STIEK E N B E H A N D E L I N G

HOAC II

Klinisch redeneren aan de hand van de HOAC II In Nederland wordt in toenemende mate gebruikgemaakt van de Hypothese geOriënteerde Algoritme voor Clinici II (Hypothesis Oriented Algorithm for Clinicians II (HOAC II) om bachelor- en masterstudenten op de fysiotherapieopleidingen het klinisch redeneren aan te leren. Om dit klinisch redeneren te illustreren zullen in de volgende edities van FysioPraxis verschillende casuïstieken worden beschreven aan de hand van de HOAC II. Dit artikel dient ter introductie van deze serie over de HOAC II. Tekst: Raoul Engelbert en Harriët Wittink

ROTHSTEIN ET AL. beschreven in 2003 in het tijdschrift Physical Therapy de HOAC II om het klinisch redeneren te ondersteunen.1 Klinisch redeneren vormt een essentieel onderdeel in de diagnostiek en behandeling van de fysiotherapeut. De meerwaarde van de HOAC II is het systematisch ordenen van gegevens waarbij huidige en te verwachten (toekomstige) problemen stapsgewijs kunnen worden geïnventariseerd. De HOAC II kan bij iedere patiënt worden toegepast, ongeacht leeftijd en aandoening, en identificeert de ontstane en de te verwachten problemen in het bewegend functioneren, zelfs als de patiënt niet in staat is om de problemen zelf te verwoorden.

HOAC II

Door integratie van de kennis uit de ICF-classificatie,2 de evidence-based practice3,4 en het gebruik van meetinstrumenten5,6 kan de fysiotherapeut met klinisch redeneren een wezenlijke bijdrage leveren aan diagnostiek en behandeling. Het diagnostisch proces is gericht op de herkenbaarheid van de pathofysiologie die leidt tot het probleem in het bewegend functioneren. Het is dan ook belangrijk om over een conceptueel model te beschikken

‘De HOAC II kan bij iedere patiënt worden toegepast, ongeacht leeftijd en aandoening’ ter ondersteuning van de diagnostiek, en om de daaruit voortvloeiende beslissingen mee te nemen in de behandeling. Aan de hand van dit model moeten de beslissingen dan ook worden gedocumenteerd.

PIP en NPIP

Om het diagnostisch en therapeutisch proces te beschrijven, zijn verschillende theorieën en modellen ontwikkeld.7-9 Een algoritme dat (inter)nationaal steeds meer wordt gebruikt is de Hypothesis Oriented Algorithm for Clinicians II (HOAC II). Problemen in het

bewegend functioneren worden geïdentificeerd door de patiënt zelf (patiënt geïdentificeerde problemen/Patient Identified Problems (PIP)) en anderen in de omgeving van de patiënt (niet door de patiënt zelf geïdentificeerde problemen, Non-Patient Identified Problems (NPIP)). Na analyse van de gegevens uit de anamnese en het onderzoek worden bestaande problemen geformuleerd evenals te verwachten/toekomstige problemen. Hiermee worden dan ook preventieve aspecten betrokken in de behandeling. Naast het klinisch redeneren in het onderzoek wordt ook de behandeling uitgebreid in het algoritme betrokken. Het algoritme van de HOAC II kent in het diagnostisch proces vijf stappen (stroomdiagram HOACII):10 - de anamnese en onderzoek - de evaluatie - de fysiotherapeutische diagnose - de prognose - het eventueel geïndiceerde behandelplan

Classificaties

De eerste kennismaking met de patiënt, al dan niet ondersteund met informatie van de verwijzer, leidt tot de vorming van een initiële hypothese op grond waarvan de anamnese en aanvullend onderzoek worden ingezet. Anamnese en onderzoek worden uitgewerkt binnen de domeinen van de International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF). Met behulp van de ICF kan het menselijk functioneren worden beschreven vanuit drie verschillende perspectieven: 1. het perspectief van het menselijk organisme 2. het perspectief van het menselijk handelen 3. het perspectief van de mens als deelnemer aan het maatschappelijk leven Het eerste perspectief is uitgewerkt in twee afzonderlijke classificaties, de classificatie van functies van het organisme en de classificatie van anatomische eigenschappen. Het tweede en derde perspectief zijn uitgewerkt in de classificatie van activiteiten en participatie. Omgevingsfactoren en persoonlijke factoren completeren het geheel. Aan de hand van deze gegevens wordt een voorlopige hypothese geformuleerd. Problemen die door de patiënt

FysioPraxis | februari 2013

CASUÏSTIEK.indd 30

05-02-13 13:53


31

‘Met behulp van de HOAC II worden de verschillende stappen in het denkproces van de fysiotherapeut met betrekking tot diagnostiek en behandeling inzichtelijk gemaakt’ zelf zijn ingebracht worden vergeleken met de problemen die door andere betrokkenen zijn gemeld (bijvoorbeeld door de partner of door de werkgever). De hypothese wordt derhalve gebaseerd op de PIP’s en de non-PIP’s. Verder onderzoek zal meer richting geven aan de voorlopige hypothese. Informatie van de patiënt (PIP) en zijn omgeving (NPIP), maar ook gedifferentieerder onderzoek zullen uiteindelijk bijdragen aan de definitieve hypothese. Bij de definitieve hypothese wordt een mening geformuleerd over elk bestaand probleem en elk te verwachten probleem.

Sneller denkproces Met betrekking tot de bestaande problemen kan zo nodig een behandeling worden ingesteld (of kan hiervan worden afgezien), en bij problemen die in de toekomst worden verwacht kunnen bijvoorbeeld preventieve maatregelingen worden genomen. Ook de stappen die in de behandeling moeten worden genomen zijn in de HOAC II uitgebreid gedefinieerd. Er dient evaluatie plaats te vinden van bestaande en te verwachten problemen. Hierna kan worden geïnventariseerd of de doelen zijn bereikt en of de gevormde hypothesen correct zijn of dat bijstelling hiervan noodzakelijk is. Met behulp van de HOAC II worden de verschillende stappen (vormen en toetsen van hypothesen) in het denkproces van de fysiotherapeut met betrekking tot diagnostiek en (eventueel geïndiceerde) behandeling inzichtelijk gemaakt. Het gebruik van dit model levert veel op, maar kost novieten in eerste instantie veel tijd. Eigen ervaring en ervaringen van anderen leren dat bij veelvuldig gebruik van de HOAC II het denkproces veel gestructureerder en uiteindelijk sneller verloopt.10

Literatuur 1. Rothstein JM, Echternach JL, Riddle DL. The Hypothesis-Oriented Algorithm for Clinicians II (HOAC II): a guide for patient management. Phys Ther. 2003;83:455-70. 2. International Classification of Functioning, Disability and Health. World Health Organization, Geneve, 2002. 3. Offringa M, Assendelft WJJ van, Scholten RJPM. Inleiding in evidence-based medicine. 2de herziene druk, Bohn Stafleu Van Loghum, Houten, 2007. 4. Haynes, Deveraux, Guyatt. Clinical expertise in the area of evidence based medicine and patient choice. EBM Notebook 2002. 5. Beurskens AJHM, Peppen RPS van, Stutterheim E, Swinkels RAHM, Wittink H. (eds.) Meten in de Praktijk, Bohn Stafleu Van Loghum, Houten, 2008. 6. Swinkels RAHM, Peppen RPS van, Custers JWH, Wittink H, Beurskens AJHM. Implementatiestrategie klinimetrie fysiotherapie: het gebruiken van meetinstrumenten door fysiotherapeuten in de dagelijkse praktijk. 7. Higgs J, Jones M. Clinical reasoning in the health professions. Oxford: Butterworth-Heinemann, 1995. 8. Edwards I, Jones M, Carr J et al. Clinical reasoning strategies in physical therapy. Phys Ther. 2004;84(4): 312-30. 9. Nijhuis-van der Sanden R, Hartman A, Empelen R. Werkwijze binnen de kinderfysiotherapie. In: Kinderfysiotherapie, Empelen van R, Nijhuis-van der Sanden R, Hartman A (redactie), Elsevier Gezondheidszorg, 2e herziene druk, Maarssen, 2006. 10. Engelbert RHH, Wittink H. eds, Klinisch redeneren met de HOAC II. Bohn Stafleu van Lochem, Houten, 2010, ISBN: 9789031377275.

Dr. Raoul Engelbert, lector opleiding Fysiotherapie Hogeschool van Amsterdam, senior staflid afdeling Revalidatie Academisch Medisch Centrum Amsterdam. Dr. Harriët Wittink, lector Leefstijl en Gezondheid, Hogeschool Utrecht.

FysioPraxis | februari 2013

CASUÏSTIEK.indd 31

05-02-13 13:53


32

test en techniek in beeld

De single leg standing-test

Video-analyse dynamische valgus van de knie Ook fysiotherapeuten ontkomen niet aan het gebruik van digitale toepassingen. In deze bijdrage wordt een tweedimensionale video-analyse van de valgisering van de knie tijdens de landing na een sprong besproken. Tekst en beeld: Peter Glashouwer

De digitale techniek verovert zo langzamerhand een plek in de praktijk van de fysiotherapeut. Digitale hoekmeters worden aangeschaft ter vervanging van de standaard goniometer, en tweedimensionale (2D) of driedimensionale (3D) bewegingsanalysesystemen worden gebruikt naast bestaande instrumenten, zoals de Nijmeegse ganganalyselijst. Alleen al met de intrede van de tablet opent zich een nieuwe (betaalbare) wereld aan mogelijkheden voor de fysiotherapeut om zijn handelen te objectiveren.

Tablet als meetinstrument

Fysiotherapeuten kunnen de tablet onder andere gebruiken als meetinstrument. Ter illustratie wordt een tweedimensionale video-analyse van de valgisering van de knie tijdens de landing na een sprong besproken. Toegenomen valgisering blijkt een risicofactor te zijn voor verschillende surmenage- klachten, zoals faciitis plantaris, iliotibiale bandsyndroom, voorste kruisbandletsel en anterior kniepijnsyndroom.1 Fysiotherapie (neuromusculaire training) kan de toege-

1

2

nomen valgus doen afnemen.2 Deze afname is via 2Dopnamen te objectiveren.3

De valgisering van de knie

De 2D-analyse van de valgisering van de knie wordt in de praktijk toegepast op verschillende dynamische taken, zoals de drop-jumpscreening-test, de single leg squat-test en de single leg landing-test.2 De gouden standaard is een 3D-analyse die normaliter tienduizenden euro’s kost. Wilson et al.4 toonden aan dat 2D-analyse ter screening goed toepasbaar is. Munro et al.3 hebben de betrouwbaarheid van de 2D-analyse onderzocht voor onder andere de single leg landing-test; intraclass correlation coefficient 0,80/0,82 (man/vrouw), smallest detectable difference in graden 7,5/7,9 (man/vrouw). Deze cijfers moeten echter met enige terughoudendheid worden benaderd aangezien het meetinstrument niet een tablet betrof, maar Quintic software en een digitale camera (Sony handycam DCR-HC37).

3

FysioPraxis | februari 2013

TEST EN TECHNIEK IN BEELD.indd 32

05-02-13 13:57


33

De single leg landing-test De single leg landing-test wordt uitgevoerd volgens de beschrijving van Munro et al.3 De hoogte waarvan afgesprongen wordt, bedraagt 28 cm. Markers (bijvoorbeeld 1 cm witte sporttape) worden geplaatst ter hoogte van het middelpunt tussen beide malleoli (I), het centrum van de patella (II) en het centrum op de lijn tussen Spina Iliaca Anterior Superior (SIAS) en het midden van de patella (III), (foto 1). De enige instructie is: ‘Ga op één been staan (foto 2), spring met je standbeen van de verhoging (foto 3) en land op hetzelfde been (foto 4).’ De valgushoek wordt bepaald bij de landing (foto 5). De valgushoek is de kleinste hoek van de denkbeeldige lijn door de tibia en het femur.

‘Na het filmen zet de app de beelden op ieder gewenst moment stil en kan met simpele vingerbewegingen voor- en achteruit worden gescrold om de details van de bewegingen te bestuderen’

Vastleggen en analyseren

Het analyseren en het filmen van bewegen zijn in één apparaat geïntegreerd. Dit maakt gerommel met kabels, opslag en formatering van beelden een overbodige handeling. Na het filmen zet de app de beelden op ieder gewenst moment stil en kan met simpele vingerbewegingen voor- en achteruit worden gescrold om de details van de bewegingen te bestuderen. Bij de hier beschreven test is gebruikgemaakt van een iPad III. Voor de iPad zijn meerdere apps te gebruiken, zoals Coachmyvideo, V1 golf, Coach plus HD en video physics. Bij de hier beschreven test is de app UberSense gebruikt. De gebruikte zoektermen voor de App Store zijn: sport analysis en video analysis.

Peter Glashouwer, master fysiotherapeut, sportfysiotherapeut, manueel therapeut, docent master en bachelor Fysiotherapie, Hogeschool Utrecht en verbonden aan The Shoulder Clinic, Bergman Clinics in Naarden.

4

Literatuur 1. Barwick A, Smith J, Chuter V. The relationship between foot motion and lumbopelvic-hip function: A review of the literature. The Foot 2012;22;224-31. 2. Noyes FR, Barber-Westin SD, Fleckenstein C, Walsh C, West J. The drop-jump screening test. Am Jour Sports Med 2005;33(2);197-207. 3. Munro A, Herington L, Carolan M. Reliability of 2-dimensinal video assessment of frontal-plane dynamic knee valgus during common athletic screening tasks. Jour sport rehab 2012;21:7-11. 4. Willson JD, Davis IS. Utility of the frontal plane projection angle in females with patellofemoral pain. JOSPT 2008;38(10):606-15.

5

De single leg landingtest wordt uitgevoerd volgens de beschrijving van Munro et al.3 De hoogte waarvan afgesprongen wordt, bedraagt 28 cm. Markers worden geplaatst ter hoogte van het middelpunt tussen beide malleoli (I), het centrum van de patella (II) en het centrum op de lijn tussen Spina Iliaca Anterior Superior (SIAS) en het midden van de patella (III), (foto 1). Ga op één been staan (foto 2). Spring met je standbeen van de verhoging (foto 3). En land op hetzelfde been (foto 4). De valgushoek wordt bepaald bij de landing (foto 5). Met dank aan Annewieke Verwoerd.

FysioPraxis | februari 2013

TEST EN TECHNIEK IN BEELD.indd 33

05-02-13 13:58


34

ingezonden artikel

Accuraat debiteurenbeheer

Fysiotherapeuten durven niet aan te manen Je stelt een factuur op en stuurt die naar de patiënt of naar zijn zorgverzekeraar. Dagelijkse kost voor elke eerstelijns fysiotherapeut. Maar die factuur wordt niet op tijd betaald. Wat dan? De meeste fysiotherapeuten gaan dan zitten wachten. Een aanmaning sturen schrikt immers patiënten af. Met als gevolg dat er in veel praktijken na een jaar nog facturen openstaan. Herkenbaar maar ook fnuikend voor de liquiditeit van de praktijk. En onnodig want dankzij een accuraat debiteurenbeheer hoef je geen patiënten kwijt te raken. Tekst: Lidwien van Loon

“Het debiteurenbeheer schiet er nog wel eens bij in. Daardoor stond ik laatst toch weer met facturen uit 2011 op de stoep van het incassobureau. Dat zette me wel aan het denken”, vertelt Omer Sinke. Hij is werkzaam voor Bleekveld Praktijk voor Fysiotherapie in Tiel. Als praktijkhouder heeft hij een goede naam in de regio opgebouwd. Die naam wil hij vooral behouden, en aanmanen is dan geen middel om de relatie met de patiënt te versterken, zeker niet in tijden van omzetderving.

Niet betaald, toch behandelen

In de praktijk van Sinke gaat zo’n vijf procent van de maandelijkse omzet de deur uit als particuliere facturen. De rest loopt via VECOZO, binnen een maand zijn al deze declaraties betaald. Sinke heeft met alle verzekeraars een contract getekend en naar zijn zeggen heeft hij er geen omkijken naar. Dat lijkt dus vlekkeloos te gaan. Toch zitten er een paar addertjes onder het gras. Veel patiënten hebben volgens hun ziektekostenpolis recht op een beperkt aantal behandelingen. Wat als je een behandelplan maakt dat dit aantal overstijgt? “Dan ga ik in gesprek met de patiënt”, geeft Sinke aan. “Via VECOZO kan ik zien op hoeveel behandelingen de

Het wettelijk kader De Wet Normering Buitengerechtelijke Incassokosten bepaalt sinds 1 juli 2012 de hoogte van de incassokosten. Dit dwingend recht verplicht de fysiotherapeut om de patiënt bij de laatste aanmaning te informeren over de hoogte van de kosten die in rekening worden gebracht indien de vordering niet alsnog binnen 14 dagen wordt voldaan. De kosten die daarna in rekening mogen worden gebracht, zijn nu bij wet vastgelegd. Zo betaalt de patiënt 15 procent over de eerste € 2.500 (minimaal € 40). De dossierkosten (€ 32,50) kunnen niet langer op de patiënt worden verhaald. Die betaal je nu als fysiotherapeut zelf; de wetgever beschouwt deze kosten als bedrijfskosten. Kan de factuur uiteindelijk niet geïncasseerd worden, dan zijn de incassokosten voor het incassobedrijf.

patiënt recht heeft. Bij de intake vraag ik meteen of de patiënt de overige behandelingen zo nodig zelf gaat betalen. Dat is eerder wel eens misgegaan, daarom zijn we er nu zo alert op. Al zijn patiënten zelf verantwoordelijk, toch spreken ze jou erop aan dat je niet hebt aangegeven dat ze een factuur via jou of de zorgverzekeraar krijgen voor de behandelingen die ze niet via hun verzekeraar vergoed krijgen. Daarom leggen we het aantal behandelingen bij de intake direct vast in de status, dan kun je erop terugkomen. Anders krijg je nare discussies aan de balie.” “Meestal nemen patiënten niet meer behandelingen af dan ze vergoed krijgen”, gaat Sinke verder. “Ze letten erg op hun geld en ook wij tellen mee. We zitten immers niet op betalingsproblemen te wachten. Ga je toch particulier declareren, dan gaan er uiteindelijk altijd wel een paar facturen naar het incassobureau. Eens in het kwartaal loop ik de betalingen na, kijk ik wat er nog aan facturen openstaat en gaan de herinneringen de deur uit. Dat is eigenlijk wat weinig, je bent dan te laat en creëert zo je eigen probleem. We overwegen dan ook om het debiteurenbeheer uit te besteden om er meer bovenop te zitten. Bij mij schiet het er nog wel eens bij in en dan zit ik vaak zo’n acht maanden op mijn geld te wachten.”

Zwarte lijst Sinke heeft het even opgezocht: “De meeste zorgverzekeraars nemen ook in 2013 het debiteurenrisico over, behalve Menzis. Declareer je meer behandelingen dan waar de patiënt vanuit zijn polis recht op heeft, dan gaat de verzekeraar er voor de fysiotherapeut achteraan. Heeft de verzekeraar dat geld niet binnen een halfjaar van de patiënt ontvangen, dan gaat de factuur alsnog naar jou. Dan kun je het zelf gaan verhalen.” “Nieuw is dat verzekeraars meteen declaraties van wanbetalers gaan afwijzen, dus van mensen die hun premies niet betalen. Helaas beschik je als behandelaar niet over deze informatie, dat risico ligt nu bij jou. Je gaat dus in goed vertrouwen met de patiënt aan de slag, wat zeker bij patiënten met een chronische indicatie zonder aanvullende verzekering een risico is. Je wordt namelijk pas na twintig keer door de verzekeraar uit de basisverzekering

FysioPraxis | februari 2013

ARTIKEL DEBITEURENBEHEER.indd 34

05-02-13 13:48


35

Omer Sinke: ‘Bij de intake vraag ik meteen of de patiënt de overige behandelingen zo nodig zelf gaat betalen.’ Wees vooral duidelijk

betaald, dus die eerste twintig behandelingen moet je bij de patiënt declareren of ze worden door de verzekeraar op de verzekerde verhaald. Heb je te maken met een wanbetaler die bij de verzekeraar op een zwarte lijst staat, dan moet je zelf gaan verhalen omdat de declaraties voor wanbetalers worden afgewezen. Je kunt niet volstaan met eens per kwartaal de betalingen controleren. En de behandeling staken omdat de factuur niet betaald is, voelt niet goed. Dus dan heb je zeker een accuraat debiteurenbeheer nodig.”

Dit herkent men bij het KNGF. De verzekeraars zorgen over het algemeen niet meer voor betalingsachterstanden. Die problemen zijn er geweest maar zijn nagenoeg opgelost. Daar heeft het accountteam van het KNGF voor gezorgd. Dit team behartigt de relatie tussen de leden van het KNGF en de zorgverzekeraars. Het neemt daarmee de zorg van individuele fysiotherapeuten over wanneer er problemen met verzekeraars zijn. De insteek is de oorzaak van het probleem oplossen; het accountteam gaat niet aanmanen namens leden. Zo zijn er in de afgelopen jaren incidenteel ICT- dan wel capaciteitsproblemen geweest bij enkele verzekeraars die hebben geleid tot betalingsachterstanden. Daarin heeft het accountteam bemiddeld. De problemen zijn nu opgelost, mede dankzij een taskforce vanuit Zorgverzekeraars Nederland waaraan het KNGF deelneemt. Aan het woord is Arjan Visscher. Hij is senior beleidsmedewerker bij het KNGF en maakt deel uit van het accountteam. Volgens hem doen zich in de fysiotherapie relatief weinig betalingsproblemen voor vergeleken andere sectoren in het MKB. Als er zich betalingsproblemen voordoen, is dit met nietgecontracteerde zorg bij fysiotherapeuten die de administratie niet helemaal op orde hebben, stelt hij. “Toch moet je het probleem niet onderschatten”, zegt Visscher. “Vooral bij bepaalde patiëntengroepen is het lastig om het betalingsgedrag aan de orde te stellen. Je moet er meteen duidelijk over zijn, dat is de kern van debiteurenbeheer, en je houden aan de termijnen. Dat is in sommige postcodegebieden gemakkelijker gezegd dan gedaan. Veel patiënten hebben daar alleen een basisverzekering. We raden de leden aan om bij de intake de patiënt een ‘informed consent’ te laten tekenen waarin de patiënt akkoord gaat met de betalingsvoorwaarden. Een pinautomaat, zoals bij de tandarts, zou in die gebieden zeker veel problemen kunnen voorkomen maar daar stellen fysiotherapeuten zich wat huiverig in op, blijkt uit onderzoek onder de leden. We ontwikkelen momenteel standaard betalingsvoorwaarden die de leden in hun praktijk kunnen gebruiken.”

Liever geen messenslijperij

“Dat een patiënt schrikt van een herinnering en besluit om voortaan naar een andere fysiotherapeut te gaan, kan nooit de bedoeling zijn”, legt Gerjan Nijenhuis uit. Hij is directeur van Geukes & Partners Incassospecialisten en van NedCollect Incassomaatwerk. Nijenhuis werkt veel samen met fysiothera- >> FysioPraxis | februari 2013

ARTIKEL DEBITEURENBEHEER.indd 35

05-02-13 13:48


36

ingezonden artikel

Gerjan Nijenhuis: ‘De “quick win” zit in een goed deurbeleid en een daarop sluitend debiteurenbeheer.’

peuten. “Bovendien kan er een begrijpelijke reden zijn dat een patiënt nog niet heeft betaald, bijvoorbeeld omdat hij voor langere tijd met vakantie is geweest of omdat bij de intake het huisnummer niet juist in de administratie is ingevoerd waardoor de factuur niet is aangekomen. Daarom starten we altijd op een vriendelijke toon, zodat men binnen een redelijke termijn kan reageren. Gebeurt dat niet, dan gaan we in opdracht van de fysiotherapeut strenger optreden. De vraag is: wat doe je in de tussentijd met je behandelingen?” Nijenhuis stelt dat de fysiotherapeut vooral bij een langer behandeltraject een duidelijke taak heeft wat betreft zijn debiteurenbeheer. “Het mooie aan het werk van de fysiotherapeut is dat er veel contact is met de patiënt. Dat biedt kansen om met behoud van de relatie de patiënt te helpen herinneren aan het betalen van de factuur. Dat voelt voor sommige fysiotherapeuten vreemd, maar met een vriendelijk woord hoeft dat niet lastig te zijn. Voel je dat toch zo, laat dan de baliemedewerker de patiënt op een discrete manier aanspreken, op een wijze dat niet iedereen het hoort.”

Klant niet prijsbewust

Het probleem is vaak dat de patiënt niet weet wat iets kost, geeft Nijenhuis aan. “Al is de fysiotherapeut verplicht zijn prijzen te melden, toch is de patiënt zich vaak niet bewust wat deze prijzen voor hem betekenen. Veel patiënten hebben geen idee hoeveel behandelingen ze via hun verzekeraar vergoed krijgen en wanneer het moment aanbreekt waarop ze zelf moeten gaan betalen.” Sinke beaamt dit: “Veel patiënten weten inderdaad niet wat ze vergoed krijgen en leggen bovendien de verantwoordelijkheid bij de fysiotherapeut. Dat is

in feite niet terecht maar wel vaak de beleving van de patiënt. Daarom moet je het goed bespreken, ook met de medewerkers binnen je praktijk.” “Veel fysiotherapeuten voeren geen deurbeleid,” stelt Nijenhuis. “Ze maken de patiënt niet attent op het aantal behandelingen waarvoor hij verzekerd is en daarmee de eigen betalingsverantwoordelijkheid bij het overschrijden van dit aantal. Daarmee snijd je je in de vingers. Maak de patiënt bij aanvang van de behandeling ervan bewust wat de consequenties van zijn polis zijn. Dat is deurbeleid. Bespreek tijdens de intake het verwachte betalingsgedrag, zeker wanneer je niet gecontracteerd hebt of boven het verzekerde budget van de patiënt uitkomt. Dit soort incassozaken zien we in ons werk duidelijk toenemen. De ‘quick win’ zit in een goed deurbeleid en een daarop sluitend debiteurenbeheer.”

Debiteurenrisico naar fysiotherapeut

De meeste verzekeraars betalen in eerste instantie alle behandelingen, ook als er slechts een deel van wordt vergoed vanuit de polis. De behandelingen die niet worden vergoed worden verhaald op de verzekerde. De verzekeraar neemt daarmee het debiteurenrisico over en alle administratieve afhandelingskosten, totdat blijkt dat de verzekerde niet binnen een half jaar betaalt. Dan worden de kosten alsnog met de fysiotherapeut verrekend. Volgens de woordvoerder volgt Menzis een identiek beleid aan dat van de andere zorgverzekeraars. “In ons beleid hebben we de wensen van onze behandelaars gehonoreerd”, zegt de woordvoerder, “zoals meer keren per maand kunnen declareren. Dat we het risico niet nemen

FysioPraxis | februari 2013

ARTIKEL DEBITEURENBEHEER.indd 36

05-02-13 13:48


37

Arjan Visscher:‘Menzis en ook Achmea en De Friesland Zorgverzekeraar nemen namelijk het debiteurenrisico niet over.’ voor de eerste twintig behandelingen die van overheidswege niet worden vergoed, dat is logisch. We weten immers niet welke verzekerde bij welke fysiotherapeut zit tijdens die eerste twintig behandelingen. We zitten daar niet bij. Dus dat risico kunnen we niet afdekken, dat moet de fysiotherapeut zelf doen. Visscher van het KNGF reageert: “Wellicht lijkt er afstemming te zijn tussen zorgverzekeraars, maar de uiteindelijke contracten laten een divers beeld zien. Menzis en ook Achmea en De Friesland Zorgverzekeraar nemen namelijk het debiteurenrisico niet over. In hun contracten hebben ze daar geen bepalingen over opgenomen, in tegenstelling tot de andere verzekeraars. Die hebben wel bepalingen omtrent debiteurenrisico opgenomen. Daarin benoemen ze de voorwaarden waaronder ze het risico overnemen.” Visscher vervolgt: “Andere verzekeraars zouden Menzis daarin wel eens kunnen volgen, die signalen worden afgegeven. Zeker nu minister Schippers heeft aangegeven dat de restitutiezorg moet verdwijnen. Alles zal dan in natura worden vergoed. De patiënt moet dus naar een fysiotherapeut die een contract heeft met zijn verzekeraar. Anders moet de patiënt de fysiotherapeutische zorg zelf betalen. Als beroepsorganisatie kijken we hier heel kritisch naar, net als patiënten- en consumentenorganisaties. Als de minister dit doorzet, komen er zeker acties. Voor een verzekeraar als ONVZ die uitsluitend restitutiepolissen aanbiedt, wordt dat een probleem.” “Zorgverzekeraars Nederland kan niet namens de leden aangeven of het een trend wordt dat het debiteurenrisico bij de fysiotherapeut komt te liggen”, zegt Wouter Kniest, adviseur Communicatie & Public Affairs bij ZN. “Dit bepaalt elke zorgverzekeraar zelf.”

2013 vraagt om factoring In het afgelopen jaar is het liquiditeitsbeeld van veel fysiotherapiepraktijken verslechterd. Voor veel gezinnen is het lastiger geworden om de eigen kosten voor fysiotherapie te betalen. De meeste gezinnen hebben nauwelijks spaargeld voor vrije besteding. Daardoor zijn er steeds meer praktijken met liquiditeitsproblemen. Daarnaast zullen verzekeraars steeds minder bereid zijn het debiteurenrisico op zich te nemen. De fysiotherapeut loopt dus steeds vaker risico op wanbetalers, met alle consequenties van dien voor zijn praktijkvoering. Nijenhuis voorziet in een oplossing. “Gezien deze omstandigheden in de fysiotherapie zijn we bezig om ‘factoring’ als dienst in de fysiotherapiemarkt te zetten. Daarmee

De begrippen: debiteurenbeheer versus incasso Debiteurenbeheer betreft de dagelijkse zorg voor betalingen. Daar krijgt de patiënt mee te maken zodra hij de factuur ontvangt. Vervolgens moet je als fysiotherapeut nagaan of de patiënt ook op tijd betaalt. Dit kun je zelf doen, maar je kunt het ook uitbesteden. Heb je per maand gemiddeld één patiënt die niet op tijd betaalt (de gemiddelde hoofdsom per factuur in de fysiotherapie ligt tussen de vijftig en driehonderd euro), dan heb je de kosten er al volledig uit. Een indicatie: verstuur je ongeveer vijftig facturen per maand, dan betaal je voor het uitbesteden van het debiteurenbeheer nog geen honderdtachtig euro. Het bedrag is afhankelijk van het betalingsgedrag van je patiënten en daarmee de intensiteit van het debiteurenbeheer, vaak postcodeafhankelijk. Van incasso spreek je wanneer een patiënt ook na een herinnering niet op tijd betaalt en daarmee in gebreke blijft. De prettige persoonlijke relatie vanuit het debiteurenbeheer kan de incassobenadering in de weg staan. Vandaar gescheiden partijen: Geukes & Partners Incassospecialisten in Tiel zorgt voor het debiteurenbeheer, NedCollect Incassomaatwerk in Almere voert de incassoactiviteiten uit. Voor incasso betaal je slechts eenmalig voor het aanleggen van een dossier. Meer kosten zijn er niet omdat alle kosten op de wanbetaler worden verhaald. Kan de patiënt uiteindelijk niet betalen, bijvoorbeeld bij schuldsanering, dan worden de incassokosten behoudens eventuele gerechtelijke kosten niet bij de fysiotherapeut verhaald, maar vallen ze onder het risico van het incassobedrijf. Kortom, wie nog openstaande facturen heeft, is een dief van zijn eigen portemonnee.

nemen we grotendeels het debiteurenrisico van de fysiotherapeut over. Betaalt een patiënt de factuur niet, dan is dat ons risico. De fysiotherapeut heeft zo gegarandeerd zijn geld, ongeacht of de patiënt of verzekeraar betaalt.” Ken je alle debiteurensmoezen al? Lees het NedCollect Smoezenboek. Je kunt het gratis aanvragen via www.nedcollect.nl. FysioPraxis | februari 2013

ARTIKEL DEBITEURENBEHEER.indd 37

05-02-13 13:48


N V B F | N e d e r l a n d s e V e r e n i g i n g v o o r B e d r i j fs - e n a r b e i d sf y s i o t h e r a p e u t e n

38 S p e c i a l i s t e n k at e r n

Normcommissie Ergonomie Platform

Het nut van NEN en normalisatie Het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) stimuleert de ontwikkeling van normen en begeleidt het normontwikkelingsproces. Normen zijn afspraken die belanghebbende partijen maken over een product, dienst of systeem. Goede afspraken over producten, diensten en processen zijn belangrijk. Ze verhogen en verbeteren de veiligheid, gezondheid, efficiëntie, kwaliteit en duurzaamheid. De NVBF neemt deel aan de normcommissie Ergonomie Platform en onderstreept daarmee het belang van samenwerken op Nederlands en internationaal niveau. Tekst: Loek Harmeling

Normalisatie is het proces om tot een norm te komen. NEN speelt daarbij een faciliterende rol, het inventariseert waar normalisatie een toegevoegde waarde heeft en brengt belanghebbenden bij elkaar om samen afspraken te maken. NEN beheert en publiceert een collectie van duizenden internationale en nationale normen. Het instituut geeft informatie, cursussen en advies over normalisatie, normen en het gebruik van normen in de praktijk. NEN vertegenwoordigt Nederland in Europees (CEN) en internationaal (ISO) verband. Normalisatie had vanouds betrekking op de techniek en de productie, maar steeds vaker worden ook normen voor diensten in bijvoorbeeld de gezondheidszorg ontwikkeld. Normalisatie vindt plaats in normcommissies. Deze commissies bestaan uit vertegenwoordigers van alle betrokken partijen, namens fabrikanten, leveranciers, gebruikers, adviseurs, dienstverleners, onderzoek- en kennisinstellingen en wetgevende of controlerende instanties. Gebruikelijk is dat de deelnemende organisaties de activiteiten van NEN gezamenlijk betalen. De visie daarachter is dat wie baat heeft bij normalisatie, bereid is daarvoor een financiële bijdrage te leveren. Normcommissie ‘Ergonomie Platform’ De NVBF neemt deel aan de normcommissie Ergonomie Platform. Het Ergonomie Platform kent vijftien deelgebieden en bestaat naast de stuurgroep uit vijftien werkgroepen. De leden van de werkgroepen houden zich met name bezig met het spiegelen van Europese en internationale normdocumenten. Via e-mail kunnen de leden reageren op de documenten. Als daaraan behoefte is, worden er ook bijeenkomsten

voor leden georganiseerd. Zo komt werkgroep 12 over beeldschermergonomie ongeveer tweemaal per jaar bijeen. Wanneer bestaande normen worden herzien of wanneer er nieuwe onderwerpen zijn, richt NEN een projectgroep op die met een specifieke taak aan de gang gaat. Zo’n groep wordt vervolgens opgeheven als de taak is volbracht. Een voorbeeld van zo’n specifieke groep is de normcommissie Schoolmeubilair. Deze normcommissie houdt zich bezig met de ontwikkeling van een Nederlandse richtlijn voor schoolmeubilair. Daarin wordt uitgelegd hoe de Europese norm EN 1729 moet worden toegepast. Deze werkgroep komt tweemaal per jaar bijeen en de kosten van begeleiding door NEN worden (nog) gedragen door de Nederlandse Vereniging voor Schoolmeubilair. NEN heeft voor deze commissie behalve fabrikanten ook andere organisaties voor deelname uitgenodigd. Namens de NVBF neemt Léon Gardien deel aan deze werkgroep. Iedereen kan beslissen om bij de ontwikkeling van een norm betrokken te zijn. Dit kan als lid van een norm(sub)commissie die de norm opstelt. Informatie over de normen in ontwikkeling wordt dan uit eerste hand verkregen. Maar deelnemen vraagt wel een investering in tijd en geld. Het vergt dus een bewuste keuze om mee te doen. Een belangrijk criterium is of deelname ook effectief zal zijn. Dit is alleen het geval als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: • geloofwaardigheid, sprekend namens een (belangrijke) achterban • goed geïnformeerd zijn • toetsbare bijdrage leverend, gebaseerd op verifieerbare feiten Platformdag De normcommissie Ergonomie Platform organiseert regelmatig een platformdag voor informatie over de ontwikkelingen op het gebied van ergonomie. Op 17 juni 2011 gaf mevrouw drs. A. Ringelberg, voorzitter van de internationale ISO en Europese CEN-werkgroep Fysieke Belasting, een overzicht van bestaande normen en actuele ontwikkelingen op het gebied van fysieke belasting. Ze maakte daarbij onderscheid in:

• NEN-EN 1005, bestaande uit vijf delen 1. definities (2001) 2. tillen 3. krachten 4. werkhoudingen 5. repeterende bewegingen (2007)

NEN brengt belanghebbenden bij elkaar om samen afspraken te maken en het beheert en publiceert een collectie van duizenden internationale en nationale normen.

• ISO-normen - ISO 11226 werkhoudingen - ISO 11228, bestaande uit drie delen: 1. tillen/dragen 2. duwen/trekken 3. repeterende handelingen • Technische rapporten (in voorbereiding) - Tillen in de Zorg, overzicht de stand van de wetenschap en de praktijk - Gebruikersdocument bij de ISO-normen 11228 Iedereen die op de hoogte wil worden gehouden van deze activiteiten, kan zich aanmelden voor de digitale NEN-nieuwsbrief Arbomail (12 keer per jaar) via www.nen.nl/nieuwsbrieven. Kijk voor meer informatie over NEN op www.nen.nl/ arbeid.

Loek Harmeling is net gepensioneerd als bedrijfsfysiotherapeut en was tot voor kort lid van de redactiecommissie van de NVBF. Hij is bereikbaar via l.harmeling@hotmail.nl.

Bron • Normalisatie: de wereld op één lijn, NEN 2010. • NEN handleiding commissieleden, 2005.

FysioPraxis | februari 2013

SPECIALISTENKATERN.indd 38

05-02-13 13:58


Mazen in de mesh

Actuele ontwikkelingen in het bekken In de uitzending van Radar op 3 december 2012 werd aandacht besteed aan bekkenbodemmatjes. In ons land worden jaarlijks zo’n 13.000 vrouwen geopereerd aan een verzakking van hun blaas, baarmoeder of darmen. Bij een traditionele operatie wordt de verzakking verholpen met eigen steunweefsel. Sinds 2005 is er voor vrouwen die geen eigen steunweefsel meer hebben het bekkenbodemmatje bedacht (mesh). Dit zou de oplossing voor een verzakking zijn. Voor veel vrouwen werd dit matje echter het begin van een leven vol pijn. Tekst: Christa Vorsterman van Oijen

Op zaterdag 3 november 2012 reisden 125 leden van de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie bij Bekkenproblematiek en pre- en postpartum gezondheidszorg (NVFB) af naar Maastricht voor het NVFB-programma ‘Mazen in de mesh, actuele ontwikkelingen in het bekken’. De eerste spreker, urogynaecoloog dr. C.H. van der Vaart, gaf een overzicht van de indicaties voor mesh en vertelde hoe de resultaten van een meshoperatie zich verhouden tot de resultaten van een klassieke operatie. Verzakkingsoperatie Het doel van een verzakkingsoperatie is om de klachten te laten afnemen. Een achterwandprolaps recidiveert echter in 12-20 procent van de gevallen. Bij een voorwandprolaps is dat zelfs 30-70 procent. Van der Vaart gaf aan dat er in het kleine bekken drie verschillende niveaus van bindweefselondersteuning zijn. De schematische voorstellingen van dr. Delancey brachten dit prachtig en helder in beeld. Een van de zaken die Van der Vaart benadrukte, was dat er na een verzakkingsoperatie altijd rekening moet worden gehouden met een novoprolaps, ofwel een nieuwe verzakking in een ander compartiment. Bij de huidige stand van de wetenschap is, ingeval een operatie nodig is, de klassieke operatietechniek de eerste keuze; mesh wordt alleen toegepast indien het een recidiefoperatie betreft. Uit onderzoek blijkt dat het risico van complicaties als erosie afhankelijk is van de fabrikant van de mesh. Het gebruik van grofmazig weefsel waarbij weefselingroei mogelijk is, blijkt op dit moment de beste keuze te zijn.

In de vragenronde wees dr. Marijke Slieker op het belang van bekkenbodemspiertraining, ook wanneer een meshoperatie geïndiceerd is. Zo’n training stimuleert namelijk de doorbloeding van de bekkenbodem en ondersteunt de patiënt bij het aanleren van een goede buikdrukregulatie. De bekkenfysiotherapeut kan hiermee al voor de operatie de conditie van de musculatuur, de coördinatie en het bewustzijn van de bekkenbodem van de patiënt verbeteren. Don’t mess up ‘Aan vaginale mesh gerelateerde klachten; don’t mess up’, dat was de titel van de lezing van dr. H.S. The, gynaecoloog in het St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein/Utrecht. Ook hij gaf aan dat het erg belangrijk is dat de operatie met mesh pas wordt uitgevoerd wanneer het een recidiefklacht betreft van een klassieke verzak-

kingsoperatie. En dan nog moet goed worden afgewogen of de patiënt bij de operatie gebaat is. Van belang is zeker dat de operatie wordt uitgevoerd door een specialist die veel ervaring heeft met meshoperaties: het resultaat verbetert daarmee met factor 10. Zo heeft van de vrouwen die dr. The opereert slechts een zeer klein aantal een recidief (1-3 procent). Complicaties bij een meshoperatie lijken mee te vallen. Dr. The pleitte overigens ook voor het geven van goede oestrogeenpreparaten, zoals Synapauze E3®, een middel dat geen verhoogd risico op borstkanker geeft. Daarnaast benadrukte hij een goede preoperatieve werkzaamheid.

39

N V F B | N e d e r l a n d s e V e r e n i g i n g v o o r F y s i o t h e r a p i e b i j B e k k e n p r o b l e m at i e k e n P r e - e n P o s t pa r t u m G e z o n d h e i d s z o r g

S p e c i a l i s t e n k at e r n

Christa Vosterman van Ooijen is register bekkenfysiotherapeut en bestuurslid van de NVFB. Ze is bereikbaar via christavosterman@gmail.com. FysioPraxis | februari 2013

SPECIALISTENKATERN.indd 39

05-02-13 13:59


N V F V G | N E D E R L A N D S E V E R E N I G I N G VA N F Y S I O T H E R A P E U T E N V O O R V E R S TA N D E L I J K G E H A N D I C A P T E N

40 S P E C I A L I S T E N K AT E R N

Valproblematiek en osteoporose bij verstandelijk gehandicapten

Een onderschat probleem Mensen met een verstandelijke beperking hebben een andere zorgbehoefte dan mensen zonder deze beperking. Vaak is er sprake van een verstoord ziektebesef, van verminderd ziekte-inzicht en van een atypische presentatie van gezondheidsklachten. Ook speelt comorbiditeit vaker een rol. Bovendien vallen mensen met een verstandelijke beperking vaker. Preventie is daarom noodzakelijk. Tekst: Pieter de Jonge en Marije Bunskoek Beeld: Fotolia

De invloed van comorbiditeit op bijkomende ziekten, bijwerkingen en interacties van verschillende medicijnen maakt de gezondheidstoestand van mensen met een verstandelijke beperking (VB) complex en kwetsbaar. Een aanzienlijk deel van deze populatie heeft motorische beperkingen, zoals verminderde balansvaardigheden en een afwijkend looppatroon. Dit leidt tot het gebruik van hulpmiddelen en (gedeeltelijk) verminderde activiteit. Vergrijzing is, net als binnen de reguliere gezondheidszorg, ook bij deze populatie een rijzend probleem. Ouderdomskenmerken zijn bij deze mensen eerder aanwezig, waardoor de leeftijdsgrens voor oud zijn op vijftig jaar wordt gesteld. Samen met de al aanwezige lichamelijke aandoeningen zorgt dit voor het vroegtijdig ontstaan van ouderdomsklachten. Multifactoriële gezondheidsproblemen als osteoporose en vallen komen ook hier veel voor.

voor vallen en terughoudendheid in bewegen zetten een neergaande spiraal in werking die leidt tot verdere achteruitgang in het functioneren. Hoewel dit nog niet is onderzocht, kan worden aangenomen dat dit bij deze populatie net zo geldt, zo niet meer. Enkele risicofactoren voor vallen zijn inherent aan of in sterke mate aanwezig bij deze populatie. Zo spelen cognitieve beperkingen, balans- en loopproblemen, visuele en auditieve beperkingen en risicomedicatie een centrale rol. Gezien het feit dat veel volwassenen met een VB al op relatief jonge leeftijd vallen, is een valgeschiedenis vaak al aanwezig. Opvallend gegeven is dat de meer actieve mensen met een VB een hoger risico hebben op vallen. De oorzaak kan gevonden worden in het feit dat deze populatie zeer inactief is vergeleken met reguliere populaties; activiteit bij mensen met een VB is op zichzelf al een wankel evenwicht. Dit alles zorgt ervoor dat veel mensen met een VB, zonder veel medische bijzonderheden, een verhoogd risico op vallen hebben. Een fractuur na een val (mede als gevolg van osteoporose) is zeer ingrijpend voor iemand met een VB. Vaak zijn reguliere behandelmethoden niet geschikt en speelt probleemgedrag of angst een beperkende rol. Revalidatietrajecten worden hierdoor bemoeilijkt en zijn vaak langdurig. Fractuur- en valpreventie zijn dan ook van levensbelang.

AANPAK Om goede zorg voor mensen met een VB te kunnen bieden is het aan te raden om een multidisciplinair team samen te stellen dat zich richt op (preventie en behandeling van) osteoporose en vallen. Dit team bestaat uit een arts, diëtist, ergotherapeut en fysiotherapeut. De rol van de fysiotherapeut binnen de gehandicaptenzorg is hierbij het verder in kaart brengen van de risico’s, advies geven over het omgaan met aanwezige beperkingen en waar mogelijk het trainen van balans- en/of loopvaardigheden. Ten slotte is het essentieel dat iedereen met een VB bij het bereiken van de leeftijd van vijftig jaar en daarna, periodiek preventief wordt onderzocht op risicofactoren voor osteoporose en vallen. Zodoende zouden preventieve maatregelen in een vroeg stadium getroffen kunnen worden om de kwaliteit van leven zo veel mogelijk te behouden en de zorgvraag in te perken.

Achtergrondliteratuur bij dit artikel is te vinden op FysioNet, www.fysionet.nl.

Pieter de Jonge is geriatriefysiotherapeut bij Ipse de Bruggen. Hij is bereikbaar via pieter.de.jonge@ipsedebruggen.nl. Marije Bunskoek is fysiotherapeut bij mensen met chronische ziekten bij ’s Heeren Loo. Ze is bereikbaar via marije.bunskoek@sheerenloo.nl.

OSTEOPOROSE Uit verschillende studies blijkt dat mensen met een VB verhoogd risico hebben op osteoporose, onder andere door gebruik van anti-epileptica, inactiviteit, comorbiditeit, een versneld verouderingsproces, een laag lichaamsgewicht en vitamine D-deficiëntie. Het downsyndroom is een risicofactor op zich. Osteoporose komt bij mensen met een VB dan ook meer voor, vergeleken met reguliere populaties (prevalentie minimaal 14,6 procent versus 0,9 procent) en daarmee samenhangend ook de kans op (spontane) fracturen. VALLEN Volwassenen met een VB vallen veelvuldig. Bijna de helft valt, vaak met kneuzingen en/of botbreuken. De gevolgen van valincidenten zijn ingrijpend. Naast de fysieke gevolgen worden psychosociale gevolgen vaak onderschat. Angst FysioPraxis | februari 2013

SPECIALISTENKATERN.indd 40

05-02-13 13:59


S p e c i a l i s t e n k at e r n

N V O F | N e d e r l a n d s e V e r e n i g i n g voo r O r ofa c i a l e F y s i o t h e r a p i e

Nieuwe website NVOF

Service en interactie “De website van de NVOF is opgezet voor diverse doelgroepen. Voor onze leden gaan we er medio 2013 een vernieuwde vakinhoudelijke toolkit aan toevoegen. De toolkit is ontwikkeld door het Zeeuws Orofaciaal Netwerk en bevat onderzoeksformulieren, oefenprotocollen, meetinstrumenten en wetenschappelijke artikelen. Deze informatie kan men op elk gewenst moment downloaden zodat het toesturen van cd’s tot het verleden behoort. De volgende stap is dat we de website interactiever gaan maken.” Tekst: Grace van den Dobbelsteen

Aan het woord is Sanjin Azabagic. Hij is werkzaam als fysiotherapeut, manueel therapeut en orofaciaal fysiotherapeut in een particuliere praktijk in Ede. Daarnaast heeft hij enkele jaren geleden de taak van webmaster van de NVOF op zich genomen. Specialisatie sterker profileren Over zijn gespecialiseerde vakgebied zegt Azabagic: “Binnen de NVOF richten we ons op het functioneren van spieren en gewrichten in het hoofd, de hals en het kaakstelsel. We zien bijvoorbeeld patiënten met hoofdpijnklachten, aangezichtsverlamming of klachten in het hoofdhalsgebied die zich manifesteren door spanning. Om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen zijn we ook actief met scholing.” Op een van de studiedagen van de NVOF werd Azabagic benaderd met de vraag of hij zich als webmaster zou willen inzetten voor de NVOF. “Omdat ik het belangrijk vind dat we ons vakgebied sterker profileren, wilde ik graag een bijdrage leveren”, vertelt hij. “De vereniging telt zo’n 160 leden, we kunnen dus niet putten uit een grote groep gegadigden voor dit soort werkzaamheden. Ik voel me mede hierom geroepen om mijn schouders eronder te zetten. Samen met mijn collega’s wil ik orofaciale fysiotherapie nog meer een gezicht geven.” Nieuwe website met toolkits “Naast webmaster ben ik ook lid van de commissie PR en de commissie Scholing. Dit is een praktische combinatie omdat ik zo dicht op de informatie zit. Door de korte lijnen kunnen we snel schakelen. De website houd ik daarom actief bij. Daar ligt een belangrijk deel van mijn

41

Sanjin Azabagic, webmaster van de NVOF.

Ik houd graag de vinger aan de pols en streef samen met de NVOF naar een sterke en servicegerichte organisatie. taak als webmaster. Inmiddels hebben we een vernieuwde website: www.nvof.nl. Azabagic gaat verder: “Daarop is medio 2013 een vernieuwde vakinhoudelijke toolkit te vinden, ontwikkeld door het Zeeuws Orofaciaal Netwerk. De toolkit bevat onderzoeksformulieren, oefenprotocollen, meetinstrumenten en wetenschappelijke artikelen die de leden kunnen downloaden. Ook willen we onze leden ondersteunen bij het geven van informatie over orofaciale fysiotherapie aan de buitenwacht. Daarom is er ook een toolkit PR in ontwikkeling. Hiermee kunnen de leden het vakgebied beter op de kaart zetten. De toolkit bevat naast een standaardpresentatie ook artikelen, informatieve video’s en overig beeldmateriaal waarmee we het effect van orofaciale fysiotherapie kunnen onderbouwen. Zodra deze toolkit gereed is, kunnen de leden die downloaden van de website.”

maken van zinnige internetapplicaties en hierover meningen van onze vakgenoten horen. Daarom gaan we apps op de website plaatsen. We nodigen onze leden uit hierover recensies in te dienen. De website wordt zo meer dan een digitale informatiefolder. De site wordt ook een verzamelplaats van nieuwe, praktische toepassingen voor de beroepspraktijk, handig samengebracht op één plaats. We maken de website niet alleen interessanter maar ook actiever. Ik houd graag de vinger aan de pols en streef samen met de NVOF naar een sterke en servicegerichte organisatie. Ik sta open voor suggesties, dus als vakgenoten goede ideeën hebben voor de website, houd ik me van harte aanbevolen.”

inspelen op de actualiteit Azabagic: “De NVOF is voortdurend in ontwikkeling, speelt in op de actualiteit, wil gebruik-

Grace van den Dobbelsteen is communicatieadviseur en tekstschrijver in Tilburg. Ze is bereikbaar via info@dobbelsteencommunicatie.nl. FysioPraxis | februari 2013

SPECIALISTENKATERN.indd 41

05-02-13 13:59


NVMT | Nederlandse Vereniging voor Manuele Therapie

42 S p e c i a l i s t e n k at e r n

Gastcolumn

E-health voor de manueel therapeut

Mobilize your brain Mijn kinderen groeien op zonder knikkers en blikspuit, maar met een smartphone en daarmee de wereld in hun hand. Ontelbare apps zijn er ontwikkeld. Handige gadgets die je helpen bij de zoektocht van wat of wie dan ook. Wie is waar en wat is er te doen? Werkelijk alle informatie is beschikbaar en slechts ‘one click away’. Het leven zonder internet is ondenkbaar. Een vakantieadres zonder WiFi is niet cool. Tekst: Hans Berends

Schoorvoetend zijn we begonnen met onze websites, maar inmiddels facebooken en twitteren we erop los. Een enkeling heeft filmpjes van oefeningen op de website gezet. Er zijn er die per e-mail begeleiding aanbieden. Het wachten is op het eerste consult manuele therapie via Skype. Intussen heeft het UMC St Radboud in september van het afgelopen jaar www.facetalk.nl geïntroduceerd. Met FaceTalk is het mogelijk om via een beveiligde internetverbinding videogesprekken te voeren met patiënten en zorgverleners wereldwijd. Patiënten kunnen vanuit huis hun problemen vertellen en die daadwerkelijk laten zien. Ook binnen onze beroepsgroep wordt in die richting aan de weg getimmerd. Websites als www. hierhebikpijn.nl en www.deblessurepraktijk.nl

reasoning’ als meest belangrijke tool om problemen in kaart te brengen en aan te pakken. Verder ‘assess, treat and re-assess’. En bovenal: hands-on. Vervolgens spraken mensen als Gwenn Jull en Paul Hodges3 over de disfunctie van dieper gelegen spieren. Met lichte schroom begaven we ons weer richting oefenzaal. Nog maar net bekomen van de pijnrevolutie die David Butler4 veroorzaakte met zijn ‘Neurodynamics’ werden we opgeschrikt door Lorimer Moseley met zijn boek ‘Explain pain’. Functionele MRI, spiegelneuronen en de quote ‘It’s all in the brain’. Peter O’Sullivan ten slotte vertelde ons dat angstige patiënten onbedoelde en onhandige oplossingen voor hun rug bedachten. Opeens waren we echt terug in de oefenzaal om ‘core stability’ te trainen en strategieën te veranderen. Van massage naar mobiliseren. Van mobiliseren naar manipuleren. Van hands-on naar hands-off. Van individueel naar groepstherapie. Van solist naar multidisciplinair. Van hoger beroepsonderwijs naar master. De manueel therapeut is in beweging en we zijn er nog niet want de volgende uitdaging staat al voor de deur: e-health. Toekomst Stel je de volgende scène voor, ‘from a patients perspective’: het blad in de tuin schreeuwt je toe ‘Even flink aanpakken en het is zo gebeurd’.

in de buurt heeft dienst? De MT-app laat het je feilloos weten. De obligate vragenlijst wordt je per mail verzonden, met het verzoek deze per omgaande te retourneren. Snel check je de app van je zorgverzekering: je saldo is toereikend, je hebt nog recht op zes behandelingen. Pas nadat je ook de betaling van het noodconsult online hebt afgehandeld, word je doorverbonden met de dichtstbijzijnde manueel therapeut. Via Skype stelt ze, na analyse van de vragenlijst en een kort gesprek, een voorlopige diagnose. De link die ze zojuist verzonden heeft, laat je enkele voorbeeldfilmpjes zien van relevante oefeningen op haar website. Binnen twintig minuten na het incident ben je volledig geïnformeerd. Gerustgesteld vlei je neer op het matras van bladeren en voorzichtig probeer je de eerste oefening van het filmpje te imiteren. Per sms wordt je na twee dagen gevraagd of je nog vragen hebt en of de prognose van de therapeut goed is geweest. Heb je toch een behandeling nodig, klik dan op het vakje ‘afspraak maken’ en je kunt zelf een tijd in de agenda vastzetten. Nu nog vijf behandelingen tegoed, meldt de herinneringssms van de zorgverzekering. Het is een reëel toekomstbeeld met natuurlijk de nodige implicaties voor de praktijkvoering. Komt hier onze behandelmethode in gevaar? Een hands-on-onderzoek is essentieel voor het stellen van de manueeltherapeutische diagnose

Gerustgesteld vlei je neer op het matras van bladeren en voorzichtig probeer je de eerste oefening van het filmpje te imiteren. verlagen de drempel naar de praktijk zodat patiënten zich gemakkelijker aanmelden. Toch worden deze initiatieven met gemengde gevoelens verwelkomd. Waarom? Verleden Het begon met onder andere Maitland1 en McKenzie2 als pleitbezorgers van de manuele therapie, goeroes met visie en ideeën: ‘clinical

En jawel, de seintjes van je oude lijf negerend breng je die bloembak ook nog even in de schuur, toch? Maar nee, je brein slaat groot alarm en je gehele houdings- en bewegingsapparaat komt tot een noodstop. In een flits schiet je leven langs je netvlies. Door de tranen heen denk je aan je massagedocent en je valt op de knieën in het bed van bijeengeharkte bladeren. Gelukkig heb je de gsm op zak. Welke manueel therapeut

en daarmee de behandeling. Reden genoeg om te twijfelen aan de voordelen van het digitale tijdperk voor de manuele therapie. Mobiliseer je brein Het perspectief van een patiënt met acute lage rugklachten is anders dan die van de behandelaar. De angst over wat er plotseling met het lijf van de patiënt is gebeurd, de onzekerheid

FysioPraxis | februari 2013

SPECIALISTENKATERN.indd 42

05-02-13 13:59


S p e c i a l i s t e n k at e r n

over het herstel, de onzekerheid over wat nu de juiste weg is, maakt dat men op zoek gaat naar hulp. Het liefst van een specialist op dat gebied. Maar bovenal iemand die snel kan helpen. De internetgeneratie zal onmiddellijk googelen en weet binnen vijf seconden wie te raadplegen of in elk geval wat te doen. Zijn we opgewassen tegen deze uitdaging? Hebben we de tools voor deze onvermijdelijke vorm van hulpverlening? Is de manueel therapeut bijvoorbeeld in staat om een dergelijk eerste consult via Skype te doen? Bij het laatste IFOMPTcongres (Quebec, november 2012) sprak Peter O’Sullivan over ‘the Keele STarT Back screening and Targeted treatment concept’5. Zeer kort samengevat zijn patiënten met lage rugpijn in de eerste lijn te verdelen in drie risicogebieden. De grootste groep heeft het minste risico voor chroniciteit en heeft doorgaans genoeg aan een advies, geruststelling en eventueel medicatie. Dit biedt perspectief voor de onlinedienst. Maar het volgende probleem dient zich alweer aan. Eerder dit jaar in Quebec stelde dezelfde O’Sullivan dat voor een succesvolle behandeling onze communicatie naar de patiënt minstens zo belangrijk is als de interventie zelf. De impact van onze woorden zijn doorgaans van groot

NVMT | Nederlandse Vereniging voor Manuele Therapie

Ik stel vast dat we niet klaar zijn voor het internetconsult. We moeten ons realiseren dat hier een wereld te winnen valt.

43

belang en kunnen voor patiënten ongewenst belemmerende mantra’s worden: ‘uw rug is versleten’, ‘u moet uw rug recht houden’, ‘uw tussenwervelschijf is lek’, et cetera. Bij een dergelijk kort contactmoment via Skype vraagt de patiënt om een heldere en duidelijke uitleg. Uniformiteit in taal is wezenlijk. We moeten een manier vinden om uniformiteit te verkrijgen in het benoemen van rugklachten. De verschillende internationale pogingen om te komen tot een heldere classificatie van rugklachten hebben tot nu toe niet geleid tot ‘the golden standard’. Hier ligt een prestigieuze onderzoeksopdracht klaar voor enkele masterstudenten. Hoe kun je als manueel therapeut het beste communiceren met patiënten via Skype? Wat zeg je wel, wat zeg je niet, wat is genoeg, wat is teveel? Welke goeroe leidt ons de weg? Ik stel vast dat we niet klaar zijn voor het internetconsult. We moeten ons realiseren dat hier een wereld te winnen valt. Velen zitten in de ontkenningsfase, anderen zijn verder en zitten in de fase van boosheid, maar de acceptatiefase lijkt nog ver weg. Eén onbetwist voordeel staat me echter glashelder voor ogen: het online consult vanuit mijn strandstoel op Bonaire.

Literatuur 1. Maitland GD. Low back pain and allied symptoms, and treatment results. Medical Journal of Australia 1957;ii:851. 2. McKenzie RZ. The lumbar spine: mechanical diagnosis and therapy. Waikanea, New Zealand: Spinal Publications, 1989. 3. Hodges PW, Richardson CA. Inefficient muscular stabilization of the lumbar spine associated with low back pain, Spine 1996;21:2640. 4. Butler DS, Moseley GL. Explain Pain. Adelaide: NOI Publications, 2003. 5. Sullivan P. Diagnosis and classification of chronic low back pain disorders: maladaptive movement and motor control impairments as underlying mechanism. Manual Therapy 2005;10(4):242-55.

Hans Berends is fysiotherapeut en manueel therapeut in Leek (Groningen). Hij is bereikbaar via hans@debalans.nu. FysioPraxis | februari 2013

SPECIALISTENKATERN.indd 43

05-02-13 13:59


NVMT | Nederlandse Vereniging voor Manuele Therapie

44 S p e c i a l i s t e n k at e r n

Reactie NVMT-bestuur

Succesvolle therapie bij een meisje met hoofd, nek- en buikpijn Een case report heeft als doel ‘usual care’ uit de dagelijkse manuele therapie praktijk te beschrijven en duidelijk te maken hoe wetenschappelijke evidentie betrokken kan worden in het dagelijks handelen. De uitdaging is een wetenschappelijke discussie op te zetten over alle overwegingen en inzichten uit de hedendaagse literatuur. Tekst: Annelies Pool

Het NVMT-bestuur is van mening dat het beter was geweest dit case report niet te publiceren omdat het niet voldoet aan de bovenstaande doelstelling. Het bestuur wil hiervoor de volgende redenen aanvoeren. Geen regulier domein High velocity thrust-technieken (HVT) van de wervelkolom bij kinderen behoren niet tot het reguliere domein van de manuele therapie. Aangezien HVT bij kinderen aan geen enkele opleiding tot manueel therapeut worden gedoceerd, zijn afgestudeerde manueel therapeuten per definitie onbekend met HVT bij kinderen. Daarnaast wil het bestuur haar leden ook wijzen op het gemis aan voldoende diepgaande

kennis over de neuromotorische ontwikkeling van kinderen en de aanwezigheid van houdingsreflexen. Kortom, de kennis, vaardigheden en expertise schieten tekort. Voor alle handelingen die een fysiotherapeut/manueel therapeut verricht, gelden de wettelijke kaders van de BIGgeregistreerde fysiotherapeut, vastgelegd in de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG). Hierbij geldt: onbekend is onbekwaam is onbevoegd. Geen evidence-based handelen De NVMT ondersteunt en stimuleert evidencebased handelen als onderbouwing van de manuele therapie. De evidentie voor diagnostiek om te komen tot een weloverwogen objectieve maat voor het disfunctioneren van de cervicale wervelkolom, zeker bij een negenjarige, is niet voorhanden. De wetenschappelijke rationale ter onderbouwing van de interventie ontbreekt. Daarnaast is het positieve effect van HVT in de hoogcervicale regio mager en voor kinderen niet aangetoond. Wel is er evidentie dat deze regio een risicogebied is voor HVT, eveneens aangetoond bij kinderen met een onvolgroeide wervelkolom.1 De onbekendheid over welke

schade er kan optreden, gecombineerd met de CWK als risicogebied, moet dan ook geïnterpreteerd worden als een relatieve contra-indicatie voor HVT bij kinderen in de cervicale regio. Laatste inzichten De Nederlandse Vereniging voor Kinderfysiotherapie (NVFK) heeft professor prof. dr. Mijna Hadders-Algra (ontwikkelingsneurofysioloog en hoogleraar ontwikkelingsneurologie UMCG) uitgenodigd om te reageren op deze casus in het Specialistenkatern. Zij zal onder andere ingaan op de laatste inzichten over neuromotorische ontwikkeling, de rol die houdingsreflexen daarbij kunnen spelen en de hypothese dat het klachtenpatroon van een negenjarig meisje hiermee kan worden verklaard.

Annelies Pool is voorzitter van de NVMT en bereikbaar via info@nvmt.nl.

Aanbevolen literatuur over adverseeffecten bij kinderen: 1. Humphreys BK. Possible adverse events in children treated by manual therapy: a review. Chiropr Osteopat; 2010(18):1-8.

NVMT-symposium ‘Back to the Future’ Het onderwerp van het symposium is Spinal Control: The rehabilitation of back pain, State of the Art and science. De ‘top’ van de wetenschap en State of the Art op het gebied van de lage rug. Gastsprekers: Paul Hodges, Jacek Cholewicki, Jaap van Dieën en Lieven Daneels Datum: zaterdag 13 april 2013 Locatie: Van Nelle Ontwerpfabriek, Rotterdam Kosten: 75 euro voor NVMT-leden, 90 euro voor studenten Master Manuele Therapie en 150 euro voor niet-leden. Voor meer informatie: www.nvmt.nl, Twitter (@NVMT_NL) en Facebook. FysioPraxis | februari 2013

SPECIALISTENKATERN.indd 44

05-02-13 13:59


Zonder beleid geen geluid

2012: een jaar van veerkracht Dat de vereniging leeft, hebben we het afgelopen jaar mogen beleven. De start van de nieuwe voorzitter van het KNGF was flitsend en bijzonder tegelijk: koud aan de gang en meteen middenin een verenigingscrisis. Het kader heeft zijn verantwoordelijkheid genomen en orde op zaken gesteld door eerst de zaken goed te onderzoeken om vervolgens met conclusies en aanbevelingen te komen. Deze aanbevelingen vroegen om veranderingen in de vereniging, de kantoororganisatie, de toekomstvisie, de kwaliteit, de relatie met zorgverzekeraars en de positie van ons als professionals. Tekst: Bart Smit

Een nieuwe bestuursvoorzitter geeft altijd veranderingen in de samenstelling van het bestuur, de vergaderdiscipline en de positie van het kader ten opzichte van het bestuur. Vanuit de NVFS hebben we telkens een duidelijke lijn gevolgd: een visie gericht op resultaat voor de leden. Geen navel staren in Amersfoort maar beleid dat aanspreekt en toekomstbestendig is. Het heeft geleid tot een zoektocht naar een nieuw geluid waarin elk lid zich herkent en zich gekend voelt. Een stevige klus gezien de diversiteit in de achterban van het KNGF. Kruispunten Na acht jaar Bas Eenhoorn als voorzitter stond het KNGF op een kruispunt; er moesten keuzes worden gemaakt om mee te kunnen in de tijd van vandaag. Ook met de komst van Bas stond het KNGF op zo’n kruispunt. Ook Bas startte zijn eerste bestuurstermijn in een crisis. En ook toen zijn er keuzes gemaakt, afgestemd op de situatie van toen. Het bracht ons directe toegankelijkheid en een meer open markt door middel van marktwerking. Eke Zijlstra kon als nieuwe voorzitter bij de start van zijn eerste termijn in 2012 meteen aan de slag met de volgende problemen in de vereniging: • er was geen langetermijnvisie; • het kwaliteitsbeleid werd ter discussie gesteld; • de verenigingsstructuur was verouderd. Langetermijnvisie Een langetermijnvisie is een essentieel onderdeel van een vereniging als het KNGF. Zonder visie is er geen beleid. Zonder beleid heeft de vereniging geen toegevoegde waarde voor de leden, de politiek en de zorgverzekeraars.

Zonder beleid heeft een vereniging ook geen geluid. Dat gaven veel leden aan die niet meer wisten waar het KNGF voor stond en waarmee de vereniging bezig was. Er werd al geruime tijd gewerkt aan interne en externe analyses en notities, maar tot keuzes kwam het niet. Die keuzes zijn nu gemaakt. Zo komt de inhoud van het vak steeds centraler te staan in het beleid van het KNGF, mede ingezet door Kwaliefy; we waren er enigszins kopschuw voor geworden. Wellicht dat we door deze kopschuwheid niet eerder tot keuzes gekomen waren. Daarnaast bleek ook de verenigingsstructuur verlammend te werken in het maken van duidelijke keuzes. Hoe langer keuzes uitblijven, hoe groter de onrust en de druk worden om te komen tot beleid. Welnu, dat beleid is er gekomen, met een langetermijnvisie dat het vizier op de toekomst richt. We zetten door op het versterken van de positie van de fysiotherapeut en alle verantwoordelijkheden die daarbij horen. We praten over de ‘autonoom ondernemende professional’, een zelfbewuste fysiotherapeut die in staat is gerichte keuzes te maken die passen bij de setting waarin hij werkt. Contracteren doet hij op basis van die gerichte keuzes, net als niet contracteren. Met allerlei instrumenten ondersteunt het KNGF de leden om deze keuzes te maken en uit te voeren. Het beleid is gericht op de problemen van vandaag en van morgen, die passen bij de beleving van de leden. Het is een beleid waarmee de leden weer vooruit kunnen en waarin het KNGF zijn ondersteunende rol volledig op zich kan nemen. Kwaliteitsbeleid Het wegpoetsen van de negatieve ervaringen rondom Kwaliefy was op zich al een klus, laat staan verder bouwen op deze ruïne aan een nieuw kwaliteitshuis. Dat is er in relatief korte tijd gekomen, een mooi proces waarin alle geledingen van de vereniging waren betrokken. Het beleid staat bol van keuzes die passen in deze tijd. Zo trekken we de regie weer naar ons toe, we bepalen zelf de norm, we groeien door in de academisering en maken zo het vak klaar voor de toekomst. Daarmee zorgen we ook voor een duidelijke positie die toekomstbestendig is. Ook keerde in 2012 de masterdiscussie in volle glorie terug met vragen als: was het masterniveau nu wel nodig en waarmee moest de investering worden terugverdiend? Een platte discussie met argumenten die voornamelijk over geld gingen. Geld is nooit de reden geweest om

tot dit beleid te komen, wel de positionering van de fysiotherapeut. Juist de positionering van de fysiotherapeut past in de lijn van de academisering van ons vak. Gelukkig is deze discussie inmiddels verstomd, ondanks allerlei moties die in diverse vergaderingen werden ingediend. Verenigingsstructuur Dat er aan ieder systeem een eind komt, is niemand vreemd. De verenigingsstructuur van het

Hoe langer keuzes uitblijven, hoe groter de druk wordt om te komen tot beleid. KNGF was meer dan twintig jaar oud en hard toe aan verandering. De structuur werkte vertragend, leidde tot onnodig veel vergaderingen en politieke spelletjes, en veel leden haakten af. Inmiddels worden de eerste houtskoolschetsen met de leden besproken, een proces waarin soms met het mes op tafel wordt gedebatteerd over de keuzes die nu voorliggen. We kiezen voor een nieuwe structuur waarin de snelheid van handelen van het KNGF aanzienlijk toeneemt, waarin de inhoud van de fysiotherapie weer leidend is en waarin beleidsbeïnvloeding en besluitvorming gescheiden processen zijn die op verschillende tafels liggen zodat politieke spelletjes zinloos geworden zijn.

45

NVFS | Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Sportgezondheidszorg

S p e c i a l i s t e n k at e r n

Positief kritisch Terugkijkend naar 2012 kan ik met recht constateren dat het KNGF een vereniging met veerkracht is. Waar in het begin van 2012 de onvrede hoogtij vierde in alle lagen van de vereniging, hebben we nu de zaken opgepakt en in daden omgezet. Niet zonder slag of stoot en met hier en daar een stevige strijd, soms over de grens en achter de schermen, maar de belangrijkste keuzes zijn genomen. Laten we die nu samen gaan implementeren. Het NVFS-bestuur heeft zich volledig ingezet om rond de tafels te zitten die ertoe doen. Aan deze tafels zijn inmiddels de keuzes gemaakt. We kijken dan ook tevreden terug op het afgelopen jaar. Op een positief kritische manier zullen we de implementatie van al deze keuzes volgen en ondersteunen. Bart Smit is voorzitter van de NVFS en bereikbaar via info@nvfs.nl. FysioPraxis | februari 2013

SPECIALISTENKATERN.indd 45

05-02-13 13:59


mededelingen post-hbo masteronderwijs SOmT staat al enkele decennia garant voor het verzorgen van hoogwaardig masteronderwijs op het gebied van bewegingsgerelateerde klachten. in 2005 startte de eerste master manuele Therapie en snel daarna volgden de masteropleidingen Bekkenfysiotherapie, Sportfysiotherapie en Fysiotherapie in de geriatrie. naast deze driejarige gespecialiseerde masteropleidingen voor Bachelor fysiotherapeuten biedt SOmT geregistreerde manueeltherapeuten, bekkenfysiotherapeuten en sportfysiotherapeuten een speciale verkorte opleiding aan. in twee jaar kunnen zij zich upgraden naar masterniveau.

somt houdt vast aan de reeds in 2006 bepaalde deadline tot inschrijving voor een verKort mastertraject SOmT loopt voortdurend voorop in het ontwikkelen en aanbieden van onderwijs op het gebied van bewegingsgerelateerde klachten met als doel de zorg voor patiënten steeds verder te vergroten. Het zal u niet verbazen dat SOmT het recente besluit - omtrent de uitstel van het verplichte mastertraject voor elke geregistreerde manueeltherapeut – afkeurt. SOmT is van mening dat de verschuiving van 2020 naar 2025 ongewenste gevolgen heeft voor de beroepsgroep: zowel voor de kwaliteit als voor de onderhandelingspositie ten opzichte van de zorgverzekeraar. SOmT heeft dan ook besloten vast te houden aan de afspraken die in 2006 gemaakt zijn en zal dus na 2015 geen verkorte, tweejarige masteropleidingen - zowel manuele therapie, als bekken- en sportfysiotherapie - meer aanbieden. Schrijf u dus snel in!

master-op-master SOmT biedt per september 2013 collega’s die reeds een masteropleiding hebben afgerond de mogelijkheid om via een verkort traject (circa 1,5 jaar) een tweede mastertitel te verwerven in een ander specialistisch domein. de focus ligt geheel op de beroepsrol van Specialist, aangezien de competenties voor de overige rollen al in de eerste masteropleiding zijn behaald. Houd onze website in de gaten voor meer informatie en de data van de voorlichtingsbijeenkomsten.

msc manuele therapie

KijK op www.somt.nl voor meer informatie en onze open dagen!

Bij SOmT afgestudeerde masters manuele Therapie kunnen zich in Amersfoort in één jaar specialiseren tot master of Science in de manuele therapie. deze zogenaamde masterna-master biedt SOmT aan in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel.

SOmT | www.somt.nl | info@somt.nl | 033 456 0737 | in samenwerking met:

Fysiopraxis januari.indd 1 •FP-02 advertenties.indd 7

5-2-2013 13:54:37 05-02-13 15:50


47

Agenda MAART 2013

5 en 6 april

Male and female chronic pelvic pain; Myofascial

4 maart

Snijzaal extremiteiten en wervelkolom

aspects; Neurology and nerve involvement;

Sessie ‘Eiwit; bindmiddel voor sportief succes’

Locatie: Erasmus Universiteit Rotterdam

New developments in pain research

Een live-sessie over Sport & Voeding, georganiseerd

Inlichtingen: www.physioknowledge.nl of

Locatie: Beurs van Berlage, Amsterdam

door het Nationale Sportinnovatie Platform. Tijdens

06-52680218

Inlichtingen: www.pelvicpain-meeting.com

de eerste live-sessie staat eiwit als bindmiddel voor sportief succes centraal. Eiwitten spelen een bepa-

10 april

lende rol bij spieropbouw en herstel na inspanning.

Fysiotherapie 2020, samen excelleren

juni 2013

Maar hoe stel je de eiwitinname in het dieet samen?

Verleden, heden en toekomst van fysiotherapie

14 juni

Op welke wijze bied je het aan? Wat voor type eiwit-

op het snijvlak van de tweede en de eerste lijn.

Congres Lage rugpijn

ten moet het dan zijn en in welke hoeveelheid?

Interactief programma waarbij de meerwaarde

De laatste kennis en inzichten over het beloop van

Locatie: Hotel en Congrescentrum Papendal en

van fysiotherapie in acute en chronische zorg

de klachten, de waarde van diagnostische testen

de Arnhemhal

wordt belicht.

en de (kosten-)effectiviteit van bestaande en nieuwe

Inlichtingen: www.sportinnovatieplatform.nl

Locatie: VUmc Amsterdam

behandelingen.

Inlichtingen: www.vumc.nl/fysio2020

Locatie: Jaarbeurs Utrecht

8 en 9 maart

Inlichtingen: Bohn Stafleu van Loghum,

Diagnostiek en revalidatie van de schouder

12 en 13 april

bij (bovenhandse) sporters

MASSAGEvakBEURS 2013

Locatie: Duiven

Locatie: Intres in Hoevelaken

Inlichtingen: www.physioknowledge.nl of

Inlichtingen: www.massagevakbeurs.nl

www.bsl.nl/lagerug

december 2013 14 december

tel. 06-52680218

18 april

2e Nationaal congres Elastisch Tapen

14 maart

NAD Conferentie ‘Ruim baan voor regionale

Het programma van het congres is in voorberei-

Jaarcongres ClaudicatioNet

diabeteszorg en -preventie op maat’

ding. Meer informatie volgt als het programma

Met een keur aan sprekers, zoals mevr.

Wat heeft het Nationaal Actieprogramma Diabetes

definitief is.

J. Baardman (adjunct directeur Patiëntenfederatie

(NAD) concreet opgeleverd voor de diverse zorg-

Locatie: Gelderland

NPCF), dhr. T. van Andringa de Kempenaer

professionals en mensen met (een hoog risico

Inlichtingen: Bohn Stafleu van Loghum,

(vaatchirurg), prof. dr. Joep Teijink (vaatchirurg,

op) diabetes? Hoe worden de resultaten in de

www.cursussenencongressen.nl

Catharina Ziekenhuis, Eindhoven), dhr. J. Barlage

zorgketen ingebed en wat draagt het NAD bij aan

(fysiotherapeut), mevr. W. de Kanter (allround

het toekomstige (overheids)beleid? Het NAD legt de

longarts, Rode Kruis Ziekenhuis) en prof. dr.

basis voor preventie en zorg op maat dicht bij huis.

R. de Bie (hoogleraar fysiotherapie, Universiteit

Een ontwikkeling die nauw aansluit bij de behoefte

Maastricht).

in het veld en bij de visie van het ministerie van

Locatie: Brabanthallen in ‘s-Hertogenbosch

VWS.

MEi 2013

Inlichtingen: info@claudicationet.nl

Locatie: Media Plaza, Utrecht

23-26 mei

Inlichtingen: Bohn Stafleu van Loghum,

4th International Congress on Neuropathic Pain

www.cursussenencongressen.nl

Topics covered will feature the most up-to-date

april 2013

BUITENLAND

information and developments in the understanding

4 april

20 april

and care of patients with neuropathic pain.

Congres Lymfoedeem in het huidige zorgveld

Dutch Pain Society Congress 2013

Locatie: Toronto, Canada

Lymfoedeem komt vaak voor als complicatie van

Multidisciplinair pijncongres voor leden en overige

Inlichtingen: www.neupsig.org, www.kenes.com/

de behandeling van kanker. Bij de nazorg zijn vele

belangstellenden. Thema: ‘Van multi naar meer,

neupsig

professionals betrokken. Tijdens dit congres is er

Dutch Pain Society in nieuwe tijden’.

aandacht voor samenwerking en de specifieke

Locatie: Congrescentrum de ReeHorst, Ede

deskundigheid van verschillende disciplines in relatie

Inlichtingen: www.dutchpainsociety.nl of

OKTOBER 2013

tot de patiënt met lymfoedeem. Het zorgveld is aan

congresservice@dutchpainsociety.nl

9-12 oktober EFIC Congress: Pain in Europe VIII

verandering onderhevig mede beïnvloed door maatschappelijke veranderingen, wet- en regelgeving.

The EFIC will announce more details and

In dit congres is naast een update van de nieuwste

MEi 2013

inzichten rondom diagnose en behandeling van

30 mei-1 juni

to the actual date.

lymfoedeem aandacht voor seksualiteit en lymf-

1st World Congress on Pelvic Pain

Locatie: Florence, Italië

oedeem, voeding en kanker, maatschappelijke

Er zal een plenaire bijeenkomst zijn met lezingen,

Inlichtingen: www.efic.org

veranderingen en de rol van de ‘nieuwe media’.

State of the Art en posterpresentaties.

Locatie: Jaarbeurs Utrecht

Programma: Terminology, taxonomy and pheno-

Inlichtingen: Bohn Stafleu van Loghum,

typing; Guidelines on diagnostics and treatment;

www.bsl.nl/lymfoedeem

The pain management team; Pain after surgery;

information on how to register et cetera closer

■ Nieuw toegevoegde evenementen

FysioPraxis | februari 2013

AGENDA.indd 47

05-02-13 13:49


Conferentie Nationaal Actieprogramma Diabetes

‘Ruim baan pril 2013 a 8 1 g a d r e Dond urs Utrecht e b r a a J , a z voor regionale Media Pla diabeteszorg en -preventie op maat!’ In één dag op de hoogte van: • De landelijk erkende norm voor diabeteszorg en -preventie: de NDF Zorgstandaard Diabetes • Het omvangrijke ondersteuningsaanbod voor zorgprofessionals en patiënten dat hen in de dagelijkse praktijk ondersteunt bij de toepassing van de zorgstandaard • Acht praktijksessies: concrete toepassing, lessons learned, tips van vakgenoten • Preventie en zorg op maat: een belangrijke nationale en internationale trend toegelicht door de vooraanstaande key note speakers prof. David R. Matthews en prof. dr. Eelco de Koning • Het (toekomstig) overheidsbeleid ten aanzien van chronische ziekten en diabetes in het bijzonder - minister E. Schippers (uitgenodigd) • Een nieuw perspectief: publiek-private samenwerking in de regio - Expeditie Duurzame Zorg

Inschrijven via www.bsl.nl/nadconferentie BSL_NAD_Adv_210x297.indd 1 •FP-02 advertenties.indd 8

28-01-2013 11:35:57 05-02-13 15:50


Vraag en aanbod

49

Vraag & Aanbod Aangeboden T.k aangeb. Myo 200 (bj ‘11) met uniek Myo-softwareprogramma, incl. statief, apparatenwagen en diverse modellen sondes. Apparaat is nog als nieuw. v.pr: €2.250,-Voor info over het apparaat: www.fyzzio.nl of mail naar: info@fysiokusters.nl Echomaster 128 inclusief transducer 5-10 Mhz, guided imaging system en orginele apparatenwagen. Echo is 2 jaar oud, nog in nieuwstaat. Vraagprijs € 6500,-. Reacties en/of vragen via info@fysio-beeg.nl of 046-4810202. Algemeen fysiotherapeut met 2 jaar ervaring als fysiotherapeut en ruime ervaring in de zorg, zoekt waarneming of vaste

functie in Utrecht of omgeving. Communicatief vaardig, open persoonlijkheid, vakinhoudelijk ambitieus. regelink.martijn@gmail.com, 030 - 236 85 36 Ter overname: Goed lopende eenmanspraktijk in Tirol. Het werk wordt op twee locaties verricht. Op één locatie wordt praktijk thans gecombineerd met appartementverhuur. Panden te huur. Gunstige huur + overname. Info: Tel. 0043-676 54 99 77 5

Gevraagd Voor onze relaties zijn wij op zoek naar praktijken ter overname in de omgeving Utrecht, Ede/Wageningen, Apeldoorn, Arnhem/Nijmegen en Doetinchem.

Wilt u reageren neem dan contact op met Glenn Rack glenn@deugdenterpstra.nl of 0345-588004.

Deze advertentierubriek is alleen voor KNGF-leden. Ga voor het plaatsen van een advertentie in de rubriek Vraag & Aanbod naar FysioNet, www.fysionet.nl > inloggen > Producten & Diensten > FysioPraxis > Vraag & Aanbod. Reactie onder nummer (linksboven op envelop) kunt u sturen naar: Bohn Stafleu van Loghum, FysioPraxis, Afdeling Vraag & Aanbod, t.a.v. Eleonora Smit, Postbus 246, 3990 GA Houten. Wanneer u nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met e.smit@bsl.nl.

ADVERTENTIE

LageRUGPIJN Congres

Vrijdag 14 juni 2013 JaaRbeURs UtRecht

Meer informatie: www.bsl.nl/lagerug

CLR2013_Adv_185x132mm.indd 1

FP 02 V&A.indd 49

• • • • •

Klinische richtlijnen voor lage rugpijn Gedragsmatige behandeling van lage rugpijn Preventie en behandeling van lage rugpijn in de werkomgeving Multidisciplinaire behandeling van patiënten met chronische lage rugpijn Indelen van patiënten met lage rugpijn in subgroepen

FysioPraxis 2013 17-12-2012 11:04:39 | februari

05-02-13 14:42


50

VRAAG EN AANBOD

CONGRES

LYMFOEDEEM IN HET HUIDIGE ZORGVELD

VRAAG & AANBOD

RESERVEER IN UW AGENDA!

Donderdag 4 april 2013 JAARBEURS UTRECHT

• Diagnostiek, chirurgie en lymfoedeem • Aandacht voor ethiek & privacy en de rol van voeding • Het perspectief van de patiënt en de zorgverzekeraar

Meer informatie: www.bsl.nl/lymfoedeem LGK2013_Adv_185x132mm.indd 1

22-11-2012 11:53:13

COLOFON VA K I N F O R M AT I E V O O R D E F Y S I O T H E R A P E U T FysioPraxis is het officiële tijdschrift van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) en verschijnt 12 keer per jaar. UITGEVER

Karin Linden Bohn Stafleu van Loghum Het Spoor 2, 3994 AK Houten Postbus 246, 3990 GA Houten T: (030) 638 38 05 E: k.linden@bsl.nl I: www.bsl.nl

REDACTIE

ABONNEMENTEN NIET-KNGF LEDEN

Adri Apeldoorn Saskia Bon (hoofdredacteur) Lidwien van Loon (specialistenkatern) François Maissan Harriët Wittink

Een abonnement (incl. verzend- en administratiekosten) op FysioPraxis voor particulieren kost per jaar € 106,00 en niet-leden buitenland € 131,00 (prijswijzigingen voorbehouden). Abonnementen kunnen op iedere gewenst moment worden aangegaan. Een abonnement wordt eenmaal per jaar bij voorfacturering voor het aankomend jaar berekend en belast. Beëindiging van het abonnement is mogelijk op elk moment in het jaar, met inachtneming van een maand opzegtermijn. Indien u uw abonnement wilt stopzetten, vindt verrekening plaats met eventueel reeds betaald abonnementsgeld. U betaalt dan alleen voor de maanden waarin u abonnee bent geweest en eventueel teveel betaald abonnementsgeld wordt aan u gecrediteerd.

ADVERTENTIES

Bohn Stafleu van Loghum, advertentietarieven op aanvraag Jan Peterson T: (030) 638 39 76 E: j.peterson@bsl.nl I: www.bsl.nl/adverteerders

REDACTIEADRES

Bohn Stafleu van Loghum Postbus 246, 3990 GA Houten T: (030) 638 37 43 E: s.hoevers@bsl.nl

Eleonora Smit T: (030) 638 37 04 E: e.smit@bsl.nl

EINDREDACTIE

ABONNEMENTEN / ADRESWIJZIGINGEN

Suzet Hoevers E: s.hoevers@bsl.nl

KNGF, Postbus 248, 3800 AE Amersfoort T: (033) 467 29 00 E: ledenadministratie@kngf.nl

REDACTIERAAD

Gaston Melis, (1967) communicatie

ADRESWIJZIGING NIET-KNGF LEDEN

Bij wijziging van de tenaamstelling en/of het adres: adreswikkel met de gewijzigde gegevens opsturen naar het KNGF.

de inhoud van de door hen geschreven artikelen en het KNGF voor het verenigingsnieuws. AUTEURSRECHT

©2013 KNGF. Artikelen mogen alleen worden overgenomen en/of vermenigvuldigd, op welke wijze dan ook, na schriftelijke toestemming van het KNGF of Bohn Stafleu van Loghum en met bronvermelding. BLADCONCEPT

Bohn Stafleu van Loghum VORMGEVING

Onnink Grafische Communicatie BV FOTO OMSLAG

Fotografie PicScout FOTOGRAFIE

o.a. Shutterstock ISSN 0927-5983

VERANTWOORDELIJKHEID

De verantwoordelijkheid voor de samenstelling van het tijdschrift berust bij de redactie, met dien verstande dat de auteurs verantwoordelijk zijn voor

FysioPraxis | februari 2013

FP 02 V&A.indd 50

05-02-13 14:42


adv_jan2013.indd 1 •FP-02 advertenties.indd 9

23-01-13 14:22 05-02-13 15:50


ONZE ROL IN DE SPORT

Voor een optimaal herstel wil iedereen de beste medische zorg. org. Met onze TÜV-gecertificeerde, latexvrije tape garanderen wij het beste materiaal. Op deze manier ondersteunen wij, al bijna 15 jaar, topsporters over de hele wereld bij hun prestaties. Daarom is er voor fysiotherapeuten en hun patiënten maar één keus: CureTape. reTape.

www.curetape.nl

13190 Adv. CureTape NL (gouden beker) A4.indd 1 •FP-02 advertenties.indd 10

06-08-12 12:31 05-02-13 15:50

2013-02 FysioPraxis februari 2013