Page 1

Nationalisme in het voetbal

Nation alisme in de v oetbalverslaggeving van vier lan delijke dagbl aden.

Masterscriptie Auteur: Jeff Pinkster Studentnummer: 0302414 Scriptiebegeleider: dr. Tjitske Akkerman Afdeling Politicologie Specialisatie: Politieke theorie Faculteit der Maatschappij en Gedragswetenschappen

Universiteit van Amsterdam


OM TE HUILEN Bij die laatste goal van Marco moest ik janken In beide ogen kwam een hete traan Ik wilde emigreren naar Milaan Om hem elke dag persoonlijk te bedanken En gister op het Oranje plein Werd ik door het hek bijna tot frites gesneden Ik huilde weer, maar niet van de pijn Ik heb ze snikkend, stamelend aanbeden Waarom toch dat gejank en dat getraan? Waarom stond ik als enige te grienen? Michels wordt de coach van Aspirine En Basco moeten we ook weer laten gaan Het waren veertien prachtig mooie dagen Er wordt door mij nog jarenlang gejankt U weet waarom en moet het mij nooit vragen Jongens, hartstikke bedankt! Youp van ’t Hek NRC Handelsblad, 27 juni 1988

2


Inhoudsopgave

Pagina

Voorwoord 1. Inleiding

5

1.1 Aanleiding

5

1.2 Vraagstelling

8

1.3 Opbouw scripties

8

2. Theoretisch kader

10

2.1 Nationalisme

10

2.2 Banal nationalism

12

2.3 Framing

14

2.4 Nederlands voetbal

15

3. Methodologisch kader

18

3.1 Inhoudsanalyse

18

3.2 Onderzoekspopulatie

19

3.3 Onderzoeksperiode

20

3.4 Onderzoekseenheden

20

3.3 Operationalisatie van begrippen

21

3.3.1 Nationalisme frame

22

3.1.2 Voetbalframe

24

3.1.3 Succesframe

25

3.3.3 Telling

27

3.6 Kanttekeningen

27

4. Resultaten

28

4.1 Ontwikkelingen 1974-2004

28

4.1.1 1974

28

4.1.2 1 988

31

4.1.3 1 998

34

4.1.4 2 004

39

4.1.5 1 974 -2 004

44

4.2 Interpretatie

47

3


5. Multicultureel voetbal

49

5.1 De kabel – het jeugdige zwarte front

49

5.2 Een buitenlander in het Nederlands elftal?

53

6. Conclusie

56

6.1 Succes

56

6.2 Etniciteit

58

6.3 Slotopmerkingen

58

Nawoord

60

Literatuur

61

Bijlagen

64

4


1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op internationale voetbaltoernooien worden traditie, afkomst en gewoonten uitvergroot en versterkt. Mensen gaan massaal achter hun elftal staan, hullen zich in traditionele kledij en versieren de straten in de nationale kleuren. In voetbalstadions schreeuwt de aanhang het uit om de moraal hoog te houden. Bij belangrijke wedstrijden heeft het nationale voetbal het leeuwendeel van de natie in haar greep. Mensen die doorgaans nauwelijks durven te zeggen trots te zijn op hun land, zijn dat vaak wel tijdens een EK of WK. Dat is op zijn minst bijzonder te noemen, want waarom grijpen mensen juist dan naar nationalistische retoriek en symboliek? Verschillende wetenschappers en journalisten hebben geprobeerd om antwoorden te formuleren op deze vraag. Daarin gaan de meeste echter uit van een klassieke perceptie van het concept nationalisme. Zo bestempelt Liesbet van Zoonen, hoogleraar media en populaire cultuur aan de Universiteit van Amsterdam het gedrag van voetbalsupporters als “inhaalnationalisme”. “Globalisering en Europeanisering vergroten de behoefte aan gevoelens van gemeenschap en samenhang”, aldus Van Zoonen.1 Over het Nederlandse publiek zegt sportsocioloog Maarten van Bottenburg dat het geen toeval is dat vooral straten worden versierd met oranje slingers. Zelden worden woonkamers versierd. “De oranjegekte is naar buiten gericht. ‘Zo willen mensen aan elkaar laten zien dat ze met elkaar verbonden zijn.’ Het tijdperk waarin we leven, kent geen duidelijke vijandbeelden en nationalisme is de staatspolitiek vreemd, maar juist die verschijnselen wijzen op het langzame verlies van de nationale identiteit.”2 Grenzen vervagen volgens de sportsocioloog, Europa wordt één, de nationale identiteit verdwijnt. In de perceptie van Van Bottenburg kan de oranjegekte worden gezien als één van de laatste stuiptrekkingen van een klassieke vorm van nationalisme. De perceptie die Van Bottenburg, Van Zoonen en anderen erop na houden is in zekere zin vertekend. Zij gaan er namelijk van uit dat mensen hun nationale achtergrond vergeten wanneer ze niet direct betrokken zijn in een crisissituatie, zoals bijvoorbeeld het geval was tijdens de Balkan-oorlog. Nationalisme heeft in de visie van deze wetenschappers alleen betrekking op de extreme uitingen. Een geheel andere verklaring vinden we in het werk van Micheal Billig, die stelt dat nationalisme te allen tijde bestaat in minder zichtbare vormen. Hij betitelt dit fenomeen als “banal nationalism”. Volgens Billig is nationalisme niet een ideologie van de periferie, het is een verschijnsel dat altijd aanwezig is, met name in het westen. Nationalisme wordt in deze staten constant gemarkeerd in de media, doormiddel van symbolen als vlaggen, taal of populaire cultuur. En ook al kunnen we de politieke leiders van deze landen niet als nationalisten bestempelen, hun nationale identiteit vormt een 1 2

NRC Handelsblad (15 juni 2004), p. 1 NRC Handelsblad (15 juni 2004), p. 1

5


voortdurende achtergrond voor de politieke discussie en tal van culturele producten. De herinnering aan die achtergrond is echter zo alledaags, subtiel of banaal, dat mensen deze niet of nauwelijks registreren. Het gaat in deze landen daarom ook niet om de vlag waarmee zichtbaar wordt gezwaaid, maar om de vlag die onopgemerkt aan het “dak van een publiek gebouw hangt”. Op elke mogelijke wijze confronteert het alledaagse sociale leven ons zo voortdurend met de nationale identiteit. De meest populaire uitingen daarvan vinden we terug in sporten als voetbal of schaatsen. Politicologisch gezien is een ploeg die wordt geselecteerd om ‘de natie’ te representeren erg interessant. De symboliek is buitengewoon krachtig, mensen worden door het nationale team immers continue herinnerd aan een plaats in een wereld vol natiestaten, zo tonen verschillende onderzoeken aan.3 Verklaringen worden daarin echter nauwelijks aangedragen. Want willen mensen inderdaad uiting geven aan een toenemend verlies aan identiteit, of is het zoals Billig schetst een normaal verschijnsel? In dat geval is het echter de vraag waarom die gevoelens op een groot toernooi heviger zijn dan die in het dagelijks leven. Als incidentele voetbalgekte volgens Billig ook onder de noemer banaal nationalisme valt dan is dat op zijn minst vreemd te noemen. De enorme voetbalgekte gedurende internationale voetbaltoernooien staat ver weg van de subtiele vormen van nationalisme waar we volgens Billig dagelijks mee worden geconfronteerd. Waar komen die erupties van nationalisme rondom voetbal dan wel vandaan? Succes zou daarin een belangrijke rol kunnen spelen. We kunnen stellen dat deze gekte niet zozeer een maatschappelijke fenomeen is, maar eerder een fenomeen waarin het voetbalspel zelf centraal staat. Het gaat dan niet om nationalisme dat voetbalfanatisme uitlokt, maar om succes in het voetbal dat (een nieuwe vorm van) nationalisme aanwakkert. Succes in het voetbal verklaart waarom mensen tijdens interland toernooien massaal achter hun nationale team gaan staan. De these over het inhaalnationalisme, zoals Van Zoonen dat schetst, wordt daarmee weerlegd. Tegelijkertijd vult het de these van Billig aan: nationalisme is niet altijd subtiel. Op zekere momenten is het heviger en versterkt het ons “wij-gevoel”, banaal nationalisme komt daar dan weer opnieuw uit voort. Kortom, bij een sportief succesvol land kan een gevoel van superioriteit inslijten dat zich vervolgens vormt rond (nieuwe) gemeenschappelijke symbolen en gewoonten. Het gevolg: nationalisme. Robert Putnam heeft dat laatste specifieke punt toegelicht aan de hand van een artikel over immigratie, waarin identiteitsvorming een belangrijke rol speelt. In zijn visie, en die van vele anderen, is het onderlinge vertrouwen tussen mensen de sleutel in het wel of niet functioneren van een samenleving. Dat betekent dat de sociale afstand tussen mensen betrekkelijk klein dient te zijn. In dat geval is er namelijk sprake van een gevoel van gezamenlijke identiteit, nabijheid en gedeelde ervaringen. Wanneer de sociale afstand te groot is behandelen mensen de ander als iemand van een andere

3

Billig (1995) & Maguire et al. (1999)

6


categorie. De sociale afstand wordt op zijn beurt weer bepaald door de sociale identiteit, ons gevoel van wie we zijn. Volgens Putnam is die identiteit sociaal bepaald en kan die worden gedeconstrueerd en gereconstrueerd.4 Daar kunnen we verschillende conclusies uit trekken. Zo kennen de publieke debatten al tien jaar geen gebrek aan conservatieve gespreksstof. Het gaat dan over het gedogen van segregatie tussen gevestigde en nieuwe Nederlanders, over de geliberaliseerde publieke sector en de bedreiging van de Nederlandse soevereiniteit in de Europese Unie, waardoor de nationale identiteit langzaam verbleekt.5 Na de eeuwwisseling is dit debat in alle hevigheid toegenomen. In de media is “het aantal columnisten met dwarse kritiek op de linkse correctheid lijkt exponentieel te zijn gestegen”.6 Volgens De Beus heeft zich onder intellectuelen zelfs een correctie van de linkse asymmetrie voltrokken. Men is meer dan ooit bezig met de eigen identiteit, met de eigen geschiedenis. De verregaande veranderingen in het immigratiebeleid zijn daar een weerslag van. Tegenwoordig verlangen we van allochtonen dat zij zich gaan opstellen als nieuwe Nederlanders. Ongetwijfeld kan dit volgens de theorie van Putnam meespelen in het vormen van een nieuwe identiteit. Maar evengoed kunnen deze maatschappelijke factoren daar geheel buiten staan. Dan wordt identiteit enkel gevormd door de sport. Hoe moeten we dat ons voorstellen? Op sportief gebied is wat dat betreft het totaalvoetbal iets specifieks Nederlands, dat is ontstaan in de vroege jaren zeventig. Als geen ander kunnen ‘wij’ het veld overzien en opbouwend en allround voetballen. Over heel de wereld werd en wordt lyrisch gesproken over deze speelvorm. Vanzelfsprekend brengt dat een zekere mate van trots met zich mee, een identiteit wordt geconstrueerd. Maar wordt die identiteit ook echt gevormd door succes? Kunnen we achterhalen of succes een rol speelt in het construeren van de identiteit? Als dat lukt, dan leveren we een belangrijke bijdrage in het verklaren van nationalisme rondom interland voetbal. Toch is er ook nog een andere kant van de medaille, niet alle etnische groepen gaan zoals gezegd volledig achter het nationale elftal staan. Wie behoort dus eigenlijk tot de natiestaat die het nationale team zou moeten representeren? Processen van selectie en binding kunnen, wanneer we het over het nationale team hebben, inclusie, exclusie, discriminatie en vooroordelen handhaven, bevorderen of zelfs verslappen.7 Hoe voltrekt dat proces zich in Nederland? Demografisch is het land immers enorm veranderd. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw steeg het aantal migranten aanzienlijk. De neerslag van die ontwikkeling vinden we overal terug, ook in het nationale voetbalelftal. In de jaren zeventig werd Nederland nog gerepresenteerd door een blank elftal, dertig jaar later zien we daar nog maar weinig van terug. Spelers met verschillende etnische en culturele achtergronden komen uit voor de ploeg. In die zin vormt het team een representatieve afspiegeling van de Nederlandse samenleving. Denk aan alle Surinaamse spelers in het Nederlands elftal. De laatste jaren breken bovendien steeds 4

Putnam (2007), p. 159 Pellikaan & Van der Lubben (2006), p. 226 6 Ibidem, p. 225 7 Burdsey (2006), p. 12 5

7


meer Marokkanen door in het professionele voetbal en het nationale elftal, zoals Khalid Boulahrouz en Ibrahim Afellay. Grootschalige zwart-wit conflicten hebben zich daarbij echter nauwelijks voorgedaan. Dat is opmerkelijk, temeer door de discussie van de afgelopen jaren over de multiculturele samenleving zoals we dat zojuist al even aanstipten. Pim Fortuyn bracht met de LPF een ware revolutie teweeg door die discussie een groot maatschappelijk draagvlak te geven. Het “multiculturele drama� zoals een aantal jaar eerder al bestempeld door Paul Scheffer was een feit.8 Zoals gezegd lijkt het debat in zijn geheel aan het nationale voetbal voorbij te zijn gegaan. Betekent dit dat het nationale voetbalteam een inclusieve identiteit bevordert? Staan spelers als Boulahrouz en Seedorf symbool voor een identiteit waarin verschillende etnische groeperingen een plaats hebben? Heeft de verschuiving in de samenstelling van het elftal invloed gehad op de manier waarop Nederlanders het team steunen? Hoe heeft die verandering zich in de afgelopen dertig jaar voltrokken? 1.2 Vraagstelling Dat leidt tot een interessante vraag over nationalisme in relatie tot interlandvoetbal die eerder ook al werd gesteld. Waarom grijpen mensen juist tijdens grote interlandvoetbaltoernooien naar nationalistische retoriek en symboliek? Om de context goed te kunnend duiden valt de vraag uiteen in een aantal subvragen. Allereerst (1) moeten we beantwoorden of nationalisme rondom voetbal een incidenteel verschijnsel is of niet: moeten we nationalisme rondom interlandvoetbal als een incidenteel verschijnsel interpreteren? Wanneer we die vraag beantwoord hebben kunnen we kijken in welke mate succes verantwoordelijk is voor dit verschijnsel: is het een aan succes gerelateerd fenomeen? Dan (2) rest nog de vraag of dit fenomeen van toepassing is op alle etnische groepen in een land: In welke mate is de multiculturele samenleving van invloed geweest op dit type nationalisme? Om de eerste vraag (1) te onderzoeken worden verschillende perioden in de recente Nederlandse voetbalhistorie onderzocht. Daarmee wordt ook de these van Michael Billig tegen het voetlicht gehouden. Gekeken zal worden naar de mate waarin succes een verklarende factor speelt voor uitbundige nationalistische uitingen rondom interland voetbal. Vervolgens bekijken we (2) hoe we alle beschreven ontwikkelingen moeten bezien, afgezet tegen de multiculturele samenleving. Aan de hand van een aantal kwesties wordt (kwalitatief) bekeken of de verandering in samenstelling van de teams in de afgelopen dertig jaar van invloed is geweest op de manier waarop mensen tegen het Nederlandse elftal aankijken. 1.3 Opbouw scriptie Voorafgaand aan de beantwoording van de verschillende vragen wordt er eerst uitgebreid ingegaan op theorie en methodiek. In het theoretisch kader wordt achtereenvolgens nationalisme, banaal

8

Scheffer, NRC Handelsblad (29 januari 2001)

8


nationalisme, framing en het Nederlands voetbal behandeld. Deze laatste paragraaf plaatst een van de centrale onderwerpen in een historisch kader. In het methodologische hoofdstuk worden de gebruikte methodes toegelicht. Daarna worden de resultaten besproken van het kwantitatieve onderzoek, waarna twee casestudies de uitkomsten kwalitatief moeten verduidelijken. Na de conclusies volgt een nawoord, waarin wordt ingegaan op de noodzaak tot verder onderzoek. Verschillende hypothetische stellingen worden hier naar voren geschoven.

9


2.

Theoretisch kader

2.1 Nationalisme Micheal Billig grijpt in zijn theorie terug op de modernisten binnen het klassieke debat in de studie naar nationalisme.9 Nationalisme is hierin geen vastliggend principe, het komt voort uit de opkomst van de moderne natiestaat, grofweg zo’n tweehonderd jaar geleden. De opkomst hiervan heeft een ideologische transformatie teweeg gebracht in het denken. Zo vinden we het tegenwoordig heel normaal dat het monopolie voor geweld bij de overheid ligt. Voortbouwend op de ideeën van Ernest Gellner, Benedict Anderson en Anthony Giddens stelt Billig dat natiestaten niet zijn gebaseerd op objectieve criteria. “Instead, nations have to be ‘imagined’ as communities. Because of this imaginary element, nationalism contains a strong social psychological dimension.”10 Billig stelt zelfs dat talen ook “imagined” zijn, het ligt namelijk voor de hand om te denken dat talen “natuurlijk” bestaan. Het feit dat mensen talen als een natuurlijk fenomeen zien, toont hoe diep nationale concepties in ons logisch denken zijn verankerd. In de visie van Billig kan nationalisme daarom niet bestaan zonder natiestaat. Billig volgt hierin Gellner door te stellen dat nationalisme vooral een politiek principe is, waarin de politieke en nationale eenheid moet samenvallen.11 Billig volgt Gellner ook door te stellen dat de natiestaat onherroepelijk is verbonden met de moderne wereld. Graham Day en Andrew Thompson zeggen daarover het volgende in hun boek “Theorizing nationalism”: “Modernists view the nation and nationalism as phenomena whose roots do not extend back beyond the period associated with the major socio-economic processes of modernity, such as industrialisation, capitalism, the rise of the modern state and major related political changes, notably the French Revolution.”12 Nationalisme is voortgekomen uit de behoefte van industriële economieën aan arbeidspotentieel met tenminste een vorm van algemene educatie, zoals wordt geleverd door de gecentraliseerde negentiende-eeuwse staat, aldus Gellner.13 Een uniforme taal fungeert hierin als smeermiddel en is volgens Billig een direct uitvloeisel van de noodzak tot algemeen onderwijs. Verder speelt, zoals gezegd, Anthony Giddens een belangrijke rol in de ontwikkeling van het werk van Billig. Ook Giddens past, als modernist, binnen het klassieke debat.14 Giddens hanteert in zijn boek The Nation-state and Violence de volgende definitie van de natiestaat: “a set of institutional forms of governance maintaining an administrative monopoly over a territory with demarcated boundaries, its

9

Zie Day & Thompson (2004), p. 7 Billig (1995), p. 10 11 Ibidem, p. 19 12 Day & Thompson (2004), p. 9 13 Idem 14 Idem 10

10


rule being sanctioned by law and direct control of the means of internal and external violence.” 15 Billig gebruikt dit om toe te lichten dat de centrale elementen uit deze definitie, het monopolie van geweld bijvoorbeeld, kenmerkend zijn voor de moderne natiestaat. Billig vervolgt: “Nationalism embraces ways of thinking – patterns of common-sense discourse – which make this boundedness and monopolization of violence seem natural to ‘us’. Who inhabit the world of nation-states.”16 Hij probeert daarmee duidelijk te maken dat nationalisme een manier van denken is. Zo geeft hij het voorbeeld van de Middeleeuwen. Jeruzalem ligt centraal op de middeleeuwse kaarten. Buiten het feit dat deze kaarten incorrect en incompleet zijn, geven ze wel weer dat men toen meer dacht in algemene gebieden, bijvoorbeeld in keizerrijken. Natiestaten bestonden simpelweg niet. Gebieden zijn niet strikt afgebakend, inmiddels zijn ‘wij’ echter gewend geraakt aan de complete kaart die duidelijk is afgebakend: de natiestaat. Zoals gezegd zijn natiestaten dus geen objectieve gemeenschappen, ze zijn immers niet gevormd rondom duidelijke en objectieve criteria, die alle nationale leden bezitten. Het zijn “imagined communities”, zoals Billig het formuleert in navolging van Benedict Anderson.17 Billig stelt daar echter bij: “Nevertheless, it is an oversimplification. Psychological identity, on its own, is not the driving force of history, pushing nation-states into their present shapes. National identities are forms of social life, rather than internal psychological states; as such, they are ideological creations, caught up in the historical processes of nationhood.”18 Dit gegeven is voor de theorie van het banale nationalisme van groot belang. Nationalisme ligt aan de basis van al ons denken, zo werd er al even gerefereerd aan de essentiële rol die taal speelt. Taal is een middel om eenheid te creëren, Billig stelt dan ook dat nationalisme aan de basis van een uniforme taal ligt. Gedurende de Franse revolutie werden er verschillende varianten van het Frans gesproken door heel het land. De universele waarden die in Parijs na de “Franse Revolutie” op schrift werden gesteld waren voor de mensen in het zuiden niet te begrijpen. “Micheal Foucault (1972) has compared the emergence of grammar as an academic discipline in the eighteenth century with the development of medicine and economics at the same time. In each case, the academic study was developing in the context of the emerging modern state, which was imposing uniformity and order on it citizenry and, which according to Foucault, was a disciplinary society.”19 De moderne politieke kaart kent precieze grenzen, net zoals de moderne imaginaire kaart van de taal, die de grenzen van natiestaten duidelijk volgt.20

15

Giddens (1985), p. 120 Billig (1995), p. 20 17 Ibidem, p. 24 18 Idem 19 Billig (1995), p. 30 20 Zie voorbeeld: Billig (1995), p. 31-36 16

11


2.2 Banal nationalism Nationalisme is niet altijd een ideologie van de periferie, het is een fenomeen dat altijd aanwezig is, ook in het “ontwikkelde” Westen. Nationalisme wordt volgens Billig constant gemarkeerd in de media, doormiddel van symbolen als vlaggen, taal of populaire cultuur zoals voetbal. Voortbouwend op de theorieën die hierboven beschreven zijn, staat “flagging” centraal. “We are constantly reminded that ‘we’ live in nations: ‘our’ identity is continually being flagged.”21 De these van het banale nationalisme stelt dat de nationale identiteit dicht aan de oppervlakte van het moderne leven ligt. Dat betekent dat alledaagse taalkundige gewoonten ons constant herinneren aan die nationale identiteit. Deze vorm van nationalisme profileert zich dus niet middels bloedige mythen, of oorlog, maar vooral doormiddel van subtiele woorden. Zoals gezegd komt dit ook naar voren in de opmaak van de verschillende kranten, een sectie binnen- en buitenland. De woorden op zichzelf zijn al een vorm van scheiding tussen ‘ons’ en ‘hen’. Maar denk ook eens aan al die momenten gedurende nieuwsbulletins, waarin gewezen wordt op de positie van Nederland in het buitenland. Het gaat zo nu en dan over het aantal gewonden Nederlanders bij een aardbeving, of over de positie van een Nederlander in het internationale diplomatieke leven. Maar veel vaker gaat het dus om de subtiele woordjes, zoals ‘wij’ en ‘zij’. Billig geeft tal van voorbeelden uit de Britse pers. “The Times declared: “Clinton warns Saddam: don’t try to hit us back.”22 Of: “The Daily Telegraph, in its Business News, headlined an article: “Why our taxes need never rise again.”23 Natuurlijk verschilt dit fenomeen van “flagging” per krant, en zelfs per sectie van een krant. Het ene dagblad gaat subtieler met zijn berichtgeving om dan een ander. Toch is er een sectie in alle kranten, ongeacht de politieke of maatschappelijke aard van de krant, waar de vlag met een zekere enthousiaste regelmaat heen en weer wordt gezwaaid: de sport. “Sport is also historically a largely masculine domain, as are the pages which the British press devotes to it. Sport may have its own separate ghetto in the newspapers, but sport is never merely sport, as C.L.R. James, the profoundest analyst of the subject, repeatedly stressed. The motto prefacing his Beyond a Boundary asked “What do they know of cricket who only cricket know?” Modern sport has a social and political significance, extending through the media beyond the player and the spectator. (…) Not least of this significance is that the sporting pages repat the commonplace stereotypes of nation, place and race, not to mention those of masculinity.”24

21

Billig (1995), p. 93 Ibidem, p. 112 23 Ibidem, p. 115 24 Ibidem, p. 119-120 22

12


In het artikel getiteld The war of the words? Identity politics in Anglo-german Press Coverage of EURO 96 door Joseph Maguire, Emma Poulton en Catherine Possamai is onderzoek gedaan naar de rol van sport in de vorming en vertegenwoordiging van een nationale identiteit. Daarin zeggen ze onder andere het volgende over sport: “In fact, the emotional bonds of individuals with the nations they form with each other can have, as one of their levels, ‘sleeping memories’ which tend to crystallize and become organized around common symbols – national sport teams being one example. These symbols and sleeping memories usually go unnoticed, yet they powerfully reinforce the notion of I/we relations and form the focal point of a common belief system.”25 Al hanteren zij een andere theorie, de uitgangspunten zijn gelijk. Ook hier zien we raakvlakken met het dagelijks vlaggen van de nationale identiteit. Taal is een van de voornaamste sleutelwoorden in deze vorm van nationalisme., denk daarbij bijvoorbeeld aan het gebruik van oorlogstaal. “The parallel between sport and warfare seems obvious, yet it is difficult to specify precisely the nature of the connection. At first sight, it might appear that sport is a benign reproduction of war. It is easy to see the regular circuses of international sport as substitutes for warfare. Where nations once fought for real, now they sublimate their aggressive energies into struggles for ascendancy on the playing field.”26 Naties vechten tegenwoordig in een arena tegen elkaar, de agressiviteit komt terug op bijvoorbeeld het voetbal- of tennisveld. Dit fenomeen komt daardoor ook terug op de sportpagina’s, lezers worden uitgedaagd om met de “vlag te zwaaien”. Bijvoorbeeld door het gebruik van metaforen zoals schieten en aanvallen of de geschiedenis van een land bij de actualiteit te betrekken. Zo lezen we in het artikel van Maguire: “As a result, the dominant English media discours tend towards two interwoven themes: nostalgia and ethnic assertiveness/defensiveness.”27 Concreet komt dat bijvoorbeeld tot uiting in een bericht van The Times op 20 juni 1996 waarin commentaar wordt gegeven op het interviewen van het Engelse team door Spaanse verslaggevers: “The journalists and television crews streamed through the gates and into the interview tent not with the arrogance of their Armada but with the exaggerated respect of an invader who fears he is about to be repelled.”28 Dat ook het publiek dit oppikt of zo voelt

25

Maguire et al. (1999), p. 65 Billig (1995), p. 123 27 Maguire et al. (1999), p. 69 28 Ibidem, p. 71 26

13


blijkt uit de leuzen die worden geroepen door Engelse supporters na de winst op Spanje: “Two World Wars and one World Cup!”29 Een ander fenomeen dat veelvuldig wordt gehanteerd op de sportpagina’s is het verwijzen naar oude mythen. In het voorbeeld hierboven komt dat duidelijk naar voren in de verwijzing naar de Armada. Verder hangt het maar al te vaak samen met het gebruik van narcistisch taalgebruik 30, zelfverheerlijking grijpt immers terug op historische gebeurtenissen. Banaal nationalisme manifesteert zich zodoende net onder de oppervlakte van ‘ons’ dagelijkse moderne leven. Taal is een middel, en misschien wel hét middel, om nationalisme als ideologie te verspreiden, en is daarmee op zichzelf ook een nationalistisch middel. 2.3 Framing Nieuws wordt geselecteerd, gestructureerd en gepresenteerd. Daartoe gebruiken journalisten bewust en onbewust specifieke denkkaders. Sommige aspecten worden benadrukt, terwijl ander kwesties meer naar de achtergrond schuiven. De strekking die daardoor in een artikel wordt geschetst kan de interpretatie bij een publiek beïnvloeden. Kortweg kunnen we dit proces bestempelen als framing. Door dit concept als analysebron te gebruiken kan de kracht en macht van een tekst systematisch worden beschreven.31 Omdat deze kaders de realiteit in onze hersenen ordenen en structuren, maken ze onderdeel uit van het zogenoemde ‘cognitieve onderbewustzijn’.32 In termen van banaal nationalisme en sport betekent dit dat lezers constant worden uitgedaagd om met de “vlag te zwaaien”. De alledaagse taalkundige gewoonten en constructies in die berichten herinneren hen constant aan de nationale identiteit. Met behulp van het begrip ‘framing’ worden deze taalkundige constructies blootgelegd. Over de exacte definitie bestaat weinig consensus in de literatuur. Een gezaghebbende definitie komt van de hand van Robert Entman. “Framing essentially involves selection and salience. To frame is to select some aspects of aperceived reality and make them more salient in a communicating text, in such a way as to promote aparticularproblem definition, causal interpretation, moral evaluation, and/or treatment recommendation for the item described.”33

29

Ibidem, (1999), p. 69 Ibidem, (1999), p. 68 31 Entman (1993), p. 51 32 De Vries (2005), p. 18 33 Entman (1993), p. 52 30

14


Uitgangspunt is de opvatting dat de media gezien kunnen worden als producenten van kennis. In een dergelijke benadering wordt de werkelijkheid op een bepaalde manier geconstrueerd. Deze definitie vindt navolging in het werk van Martin Rein en Donald Schön. “Framing is een manier van selecteren, organiseren, interpreteren en het duidelijk maken van een complexe realiteit. Met als doel het voorzien van richtlijnen om die realiteit te begrijpen, analyseren en te handelen.”34 Bij framing worden bepaalde aspecten van een onderwerp dus meer benadrukt, door ze opvallender, betekenisvoller en memorabeler te maken voor het publiek. Enerzijds betekent dit dat informatie door journalisten wordt geselecteerd en gerangschikt. Anderzijds verwijst het begrip naar verhalen die op een specifieke wijze worden geschreven waardoor bepaalde gedachten, attitudes of meningen bij de lezer worden geprikkeld.35 Zoals gezegd structureren en ordenen frames de realiteit in ons denken. Frames dragen bij aan de vorming van publieke percepties over tal van kwesties. Het effect van framing valt af te lezen aan het gegeven dat verschillende presentaties van een bepaalde gebeurtenis verschillende reacties veroorzaken bij de interpretatie hiervan.36 De manier waarop berichtgeving wordt gebracht stimuleert bepaalde denkwijzen. Op zijn beurt brengt dat weer bepaalde manieren van handelen teweeg.37 Door na te gaan in welke mate verschillende frames voorkomen binnen de sportverslaggeving, kunnen we onder andere uitspraken doen over de mate van nationalisme in verschillende tijdsperioden. Bovendien kunnen we zo inzichtelijk maken in hoeverre deze frames aan elkaar gerelateerd zijn. Daartoe worden eerst algemene gegevens verzameld over de berichtgeving, zoals de lengte van een artikel of de locatie van het bericht in de krant. Vervolgens wordt de wijze van berichtgeving geanalyseerd aan de hand van een aantal frames. Daarover valt meer te lezen in het methodologische hoofdstuk. 2.4 Nederlands voetbal In de slotfase van de wedstrijd tegen Argentinië op de WK 1998 zagen meer dan tien miljoen Nederlanders Dennis Bergkamp het winnende doelpunt scoren. Voor het eerst in 20 jaar bereikte Nederland weer de halve finales van een Wereldkampioenschap. In Nederland is voetbal veruit de populairste sport. Op het laatst gespeelde Wereldkampioenschap voetbal in 2006 keken ruim acht miljoen mensen naar de wedstrijd Nederland - Portugal.38 In het daaropvolgende seizoen bezochten ruim vijf miljoen mensen de tribunes van de eredivisie.39 Maar de populariteit van het voetbal is niet altijd een gegeven geweest. De aanloop naar het professionele en interland voetbal is lang geweest.

34

Rein & Schön (1993), p. 2

35

De Vreese (2003), p. 5

36

Jacoby (2001), p. 751 37 Price & Tewksbury (1997), p. 486 38 Jaarverslag 2006 Stichting Kijkonderzoek 39 Volkskrant (1 mei 2007)

15


Pas in 1886 werd in Nederland de eerste echte voetbalwedstrijd gespeeld. De competities die men daarna op touw heeft proberen te zetten sneuvelden allemaal. “Heeft de Nederlandsche Voetbal en Atheletiek Bond het aanvankelijk heel moeilijk om de clubs in het gareel te krijgen voor echte competities – met van bovenaf vastgestelde regels en aanvangstijden – nog moeilijker heeft de Bond het met de plannen voor een Bonds- of Nederlandsch Elftal.”40 Die plannen lagen er al in 1892, maar vonden maar weinig weerklank bij spelers en in andere kringen. “Is het wel zinvol, zo vraagt men zich af, met spelers van andere clubs tegen buitenlanders te voetballen? Op die vraag wordt meteen het antwoord gegeven” dat is totaal niet zinvol?”41 In 1894 wordt een eerste wedstrijd gespeeld tegen Engeland door de voorloper van het Nederlands Elftal: het Bondselftal. Zowel de Engelsen als de Nederlanders vinden het niet noodzakelijk om in uniforme kleding te voetballen. Van symboliek is nog geen sprake, voetballen staat centraal. Vijfhonderd toeschouwers zien hoe het Bondselftal door de Engelsen wordt verslagen met 1-0. Dit Bondselftal zou in totaal vijftien keer in actie komen voordat het Nederlands Elftal voor het eerst officieel aftrapt op 30 april 1905. Gehuld in witte shirts met een diagonale streep over de borst, in de kleuren van de Nederlandse vlag, verslaat Nederland België met 1-4. De voetbalbond bestaat op dat moment al ruim vijftien jaar, maar is voor het merendeel van de Nederlanders nog tamelijk onbekend. Op de populariteit te vergroten organiseert het enthousiaste Rotterdamsch Nieuwsblad in samenwerking met de voetbalbond het de eerste interland op Nederlandse bodem. In de krant verschijnen verschillende artikelen over het voetbalspel. De regels worden uitgelegd en mensen worden geënthousiasmeerd om te komen kijken. Dertigduizend mensen bezoeken de wedstrijd tussen Nederland en België, die met 4-0 voor Nederland de boeken in gaat. “De dagen lang voordurende werving van het Rotterdamsch Nieuwsblad is zeer succesvol geweest. Ook de buitengewoon enthousiaste verslaggeving van met name enkele Rotterdamse redacteuren over de twee weken eerder te Antwerpen behaalde 1-4 overwinning, heeft veel belangstelling gewekt.”42 Hoewel het voetbal veruit de meeste aandacht krijgt, wordt er wel voor het eerste in nationale termen geschreven over het voetbal. Vol lyriek werd over de Nederlanders geschreven. In de catacomben van het Feyenoord stadion hangt nog steeds de herinnering aan deze eerste Nederlandse interlandwedstrijd op eigen bodem. Hoewel het elftal veel aandacht krijgt, is de populariteit bij lange na niet te vergelijken met de huidige tijd. Pas eind jaren zestig begint het Nederlandse voetbal succesvol te worden, daarvoor “schopten we werkelijk geen deuk in een pakje boter”.43 Met Johan Cruijff en Rinus Michels maakt Nederland furore met het zogenaamde totaalvoetbal. “Totaalvoetbal was, onder andere, een conceptuele revolutie 40

Verkamman (2005), p. 12 Idem 42 Verkamman (2005), p. 26 43 Andere Tijden (20 april 2004), VPRO 41

16


die gebaseerd was op het idee dat de grootte van ieder voetbalveld flexibel is en veranderd kan worden door de ploeg die erop speelt. In balbezit probeerde Ajax – en later het Nederlands elftal – het veld zo groot mogelijk te maken, door het spel breed te maken over de vleugels en alle beweging als een manier te zien om de beschikbare ruimte te vergroten en te benutten.”44 Het succes van Ajax – dat drie jaar achter elkaar elke ploeg in Europa finaal van de mat speelde – werd voortgezet in het Nederlands elftal. Tot verbazing van grote voetballanden telde Nederland nooit mee in het interland voetbal. “Het is verbijsterend om je te realiseren dat Nederland tot de jaren zeventig op het gebied van internationaal voetbal nauwelijks meer gepresteerd had dan een land ls Luxemburg. De Nederlanders waren er sinds 1938 niet in geslaagd om zich te kwalificeren voor een eindtoernooi van het Wereldkampioenschap en hadden al vreselijk veel geluk dat ze zich sowieso wisten te plaatsten voor het toernooi in West-Duitsland.”45 In het jaar 1974 zou definitief afgerekend worden met het weinig succesvolle interlandvoetbal. In dat jaar maakten de toenmalige spelers zich bijna onsterfelijk op de Wereld Kampioenschappen in Duitsland. In een uitzending van Andere Tijden werd het elftal als volgt omschreven: “Het meest legendarische dat we ooit op de been brachten voor de Wereldkampioenschappen van 1974. Briljant, brutaal, relaxt, vrijgevochten. Een symbool van alles wat ons land in die dagen wilde zijn, en nog veel meer.”46 Op flamboyante wijze werd de ene na de andere ploeg weggespeeld, de finale kende een droomstart, maar uiteindelijk ging Nederland roemloos ten onder. Vanaf dat moment telt Nederland echter wel mee als groot voetballand, het land dat beter voetbalt, maar altijd tweede wordt. “Het Nederlands voetbalelftal van 1974 was heel erg sterk, maar bovendien een typisch symbool van het Nederland van die dagen. Relaxed, progressief, zelfverzekerd, arrogant zelfs. Het trok zich nergens wat van aan en wist alles beter.” Aldus Auke Kok later in het boek “1974 Wij waren de besten”.

44

Winner (2006), p. 53 Ibidem, p. 97 46 Andere Tijden (20 april 2004), VPRO 45

17


3.

Methodologisch kader

3.1 Inhoudsanalyse Binnen dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van een kwantitatieve en kwalitatieve inhoudsanalyse van krantenberichtgeving. Een inhoudsanalyse wordt gedefinieerd als een “onderzoekstechniek voor de objectieve, systematische en kwantitatieve beschrijving van de manifeste inhoud van communicatie�.47 Op basis van een vooraf vastgesteld waarnemingsinstrument worden er conclusies getrokken uit verschillende krantenartikelen. Met behulp van een codeboek worden de verschillende sportberichten geanalyseerd. Dit gebeurt aan de hand van een tweetal hypothesen die corresponderen met de centrale vraagstelling. Hypothese 1: Nationalisme is een alledaags, maar latent verschijnsel. Het komt tot uiting wanneer een land zich op een specifiek terrein succesvol kan profileren. Interlandvoetbal is zo’n terrein. Succes verklaart in hoge mate het nationalisme dat we aantreffen tijdens grote interlandtoernooien. Wanneer we de markering van nationalisme over een langere tijdsperiode terugvinden in de media, aan de hand van diverse symbolen en andere kenmerken en gerelateerd is aan succes, dan kunnen we de hypothese aannemen. Deze hypothese rust voor een groot gedeelte op het banaal nationalisme zoals Michael Billig dat onderscheidt. Waar Billig echter stelt dat nationalisme constant terug te vinden is in de media, wordt hier gesteld dat nationalisme een reden moet hebben om tot uiting te komen. Daarmee wordt duidelijk dat nationalisme, zoals we dat kunnen onderscheiden in het Westen, tweeledig is. Enerzijds wordt de identiteit waar men zich op beroept door allerlei factoren langzaam geconstrueerd. Die elementen sluimeren in het achterhoofd maar komen niet tot uiting. Aan de andere kant komt nationalisme dan alleen tot uiting, wanneer er een directe aanleiding toe bestaat. Denk bijvoorbeeld aan het behalen van het Europese kampioenschap voetbal. Desondanks moeten we er rekening mee houden dat deze hypothese niet sluitend is. Wellicht gaat de theorie van het banaal nationalisme wel degelijk op. In dat geval is nationalisme geen incidenteel verschijnsel, maar een altijd aanwezige factor. Dat betekent dat dit een tamelijk constant beeld moet opleveren, door de jaren en de verschillende toernooien heen. Aan de andere kant zou ook de theorie van het inhaalnationalisme kunnen opgaan. Niet succes, maar maatschappelijke factoren spelen dan de voornaamste rol in de toe- of afname van nationalisme. In die gevallen is nationalisme in de te onderzoeken tijdsperiode niet constant aanwezig. Dit kunnen we duiden als inhaalnationalisme. Van inhaalnationalisme spreken we wanneer het aanwezige nationalisme geenszins gerelateerd is aan succes of voetbal en er een duidelijke maatschappelijke oorzaak valt aan te wijzen.

47

Cuilenburg (1991), p. 137

18


Hypothese 2: Het zogenaamde ‘multiculturele drama’ is aan het nationale voetbal voorbij gegaan. Twee momenten worden uitgekozen waarop de multiculturele samenleving in aanraking kwam met het voetbal. Aan de hand van de kwantitatieve onderzoeksdata wordt meer beschouwend gekeken hoe die gegevens daarbinnen passen. Indien blijkt dat de cases afwijken dan kunnen we concluderen dat er wél sprake is van een multicultureel drama. In dat licht zou er vanaf 2000 (publicatie stuk Scheffer) ook een verhevigde vorm van nationalisme waar te nemen moeten zijn. Aan de hand van de eerste hypothese wordt onderzocht in welke mate nationalisme naar voren komt in de dagelijkse krantenberichtgeving. Doormiddel van een gestructureerde analyse moeten verschillende denkkaders naar voren komen. Zodoende kunnen we ook inzichtelijk maken hoe dit verschijnsel zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld. Doormiddel van de tweede hypothese wordt onderzocht aan de hand van de bevindingen uit de eerste hypothese. Uit de geschiedenis van het Nederlands elftal sinds 1974 worden enkele gevallen geselecteerd waarin de multiculturele samenleving of de dubbele nationaliteit centraal hebben gestaan. Die kwesties moeten duidelijk maken hoe mensen tegen het multiculturele Nederlandse elftal aankijken. Is dat wellicht anders dan de wijze waarop men over het algemeen in de samenleving staat? Dit gedeelte van het onderzoek is meer kwalitatief van aard. 3.2 Onderzoekspopulatie De inhoudsanalyse richt zich op de berichtgeving in verschillende landelijke dagbladen. Voor de selectie van de artikelen is gebruik gemaakt van vier grote landelijke dagbladen. Algemeen Dagblad, NRC Handelsblad, De Telegraaf en de Volkskrant. De vier kranten maken deel uit van een medialandschap dat zich in de afgelopen vijftig jaar enorm heeft ontwikkeld. In de jaren zeventig kristalliseerde de kranten zich uit in hun huidige vorm. Na de fusie tussen de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad groeide NRC Handelsblad uit tot een gerenommeerde kwaliteitskrant. Ook de Volkskrant kan zo worden bestempeld, na het loslaten van de onderkop ‘Katholiek dagblad voor Nederland’ ontwikkeld de krant zich op een progressieve manier. De Telegraaf is in die tijd al de grootste krant van Nederland en kan worden geschaard onder de noemer ‘tabloid’. Het Algemeen Dagblad was lange tijd de tweede krant van Nederland en kan evenals De Telegraaf worden gezien als ‘tabloid’. Het gaat hier nadrukkelijk om de samenstelling van de artikelen en niet zozeer om het formaat. De artikelen in deze kranten zijn over het algemeen beknopt en goed leesbaar. Telegraaf en Algemeen Dagblad worden ook wel gekarakteriseerd als ‘populaire kranten’, met de nadruk op amusement en sport. Dat wil zeggen dat beide kranten zich meer richten op de

19


populaire cultuur, voor de Telegraaf geldt dal al sinds de oprichting in 1893.48 Het Algemeen Dagblad verwierf die populaire status al snel na de oprichting in 1946.49 Binnen de kranten richt het onderzoek zich op de sportverslaggeving. 3.3 Onderzoeksperiode De eerste hypothese richt zich in feite op de nationale identiteit. Daartoe zijn vier perioden geselecteerd.

Het

wereldkampioenschap

1974,

het

Europese

Kampioenschap

1988,

het

wereldkampioenschap 1998 en het Europese Kampioenschap 2004. In alle toernooien is het Nederlandse elftal betrekkelijk ver gekomen. In 1974 sprak men van het “gestolen kampioenschap”, want “wij waren de beste”50. Het jaar 1988 was de enige keer dat het Nederlandse voetbalelftal een groot internationaal kampioenschap wist te winnen. Op het wereldkampioenschap van 1998 kwam Nederland tot en met de halve finales, in de strijd om de derde plaats werd Nederland uiteindelijk nog verslagen door Kroatië. In het Europees Kampioenschap voetbal 2004 drong Nederland ook door tot de halve finales, waarin het team niet wist te winnen van Portugal. Elk toernooi beslaat zo’n vier weken, de selectie van de artikelen bestrijkt de periode waarin Nederland meedingt naar de titel. In 1974 en 1988 is dat tot de laatste speeldag, in 1998 en 2004 tot in de halve finales. Startpunt vormt telkens het begin van een toernooi. De twee daaropvolgende cases die worden behandeld zijn uit een andere periode geselecteerd. Allereerst wordt het ‘kabelincident’ besproken, dat zich afspeelde binnen de Nederlandse selectie gedurende de EK van 1996 en waarin etniciteit een belangrijke rol zou hebben gespeeld. Daarna wordt de zaak-Kalou behandeld. De Feyenoord spits kwam in 2005 en 2006 uitgebreid in het nieuws vanwege zijn mogelijke naturalisatie. De top uit de Nederlandse voetbalwereld zette zich daarbij in voor een versnelde procedure, zodat de speler al op de WK van 2006 voor Nederland zou kunnen uitkomen. Minister van vreemdelingenzaken en integratie, Rita Verdonk, hield haar poot echter stijf. 3.4 Onderzoekseenheden Tot het moment waarop het Nederlands elftal speelt zijn alle artikelen geselecteerd die berichten over het team. Vervolgens zijn alleen die artikelen geselecteerd die werden gepubliceerd op de dag nadat het Nederlands elftal een wedstrijd speelde. De onderzoekseenheden bestaan uit berichten die betrekking hebben op het Nederlands elftal en zijn terug te vinden op de voorpagina, de sportpagina en overige pagina’s (opinie), mits deze voldoen aan de selectiecriteria. De hoofdpagina van de sport kan meerdere pagina’s tellen, maar nooit meer dan twee. Zo opent de Telegraaf vaak met grote foto’s op de sportpagina, waardoor hoofdartikelen een pagina opschuiven.

Door deze methode wordt het

48

Wijfjes (2005), p. 40 Ibidem, p. 40 & p. 331 50 Auke Kok, auteur van het boek “Wij waren de beste” 49

20


mogelijk om de frequentie van verschillende variabelen te berekenen op het totale aanbod van de krantenpagina’s. De krantenartikelen uit 1974 en 1988 zijn handmatig verzameld in het archief van de Universiteit van Amsterdam. Voor de selectie van krantenartikelen uit de jaren 1998 en 2004 is gebruik gemaakt van de krantendatabase LexisNexis. De artikelen zelf worden geselecteerd op grond van benoeming van minstens één van de volgende criteria.

Nederlands elftal staat centraal

Specifieke kwesties rondom spelers van het Nederlands elftal

Kwesties rondom het Nederlands elftal

Interviews met spelers

Vaste columns over het Nederlands elftal

Artikelen over de trainer van het elftal.

In totaal voldeden 411 artikelen aan de selectiecriteria. Omdat het fysieke archief van de Universiteit van Amsterdam niet beschikt over de jaargangen 1988 van de Volkskrant en het Algemeen Dagblad, zijn de (naar schatting) vijftig artikelen die deze kranten zouden opleveren niet meegeteld. Dat verlies wordt gecompenseerd door de artikelen uit het NRC Handelsblad en de Telegraaf. Per krant en jaargang zijn de artikelen zo evenwichtig mogelijk geselecteerd. Evenwel had de ene krant meer aandacht voor het Nederlands elftal op de desbetreffende pagina’s dan een andere krant. De frequentieverdeling ziet er daarom als volgt uit. Krant

Frequentie

Percentage

Algemeen Dagblad

90

21,9

NRC Handelsblad

105

25,5

De Telegraaf

131

31,9

Volkskrant

85

20,7

Totaal

411

100,0

Tabel 1 - Artikelen in verschillende kranten

3.5 Operationalisatie van de begrippen Drie frames staan centraal binnen dit onderzoek. Doormiddel van een ‘nationalisme frame’ kunnen we de kenmerken van nationalisme in krantenberichtgeving opsporen. Wordt er bijvoorbeeld geschreven 21


over Nederland en onze jongens of juist over het elftal en de jongens? Worden oude gewoonten aangehaald? En in welke mate wordt de ‘nationale’ geschiedenis bijvoorbeeld betrokken in de berichtgeving? Deze taalkundige constructies herbergen een schat aan informatie. Vervolgens kunnen we

een

voetbalgericht

frame

onderscheiden,

waarin

de

focus

licht

op

professionele

sportverslaggeving. Dit frame duidt op een vorm van verslaggeving waarin de aandacht uitsluitend is gericht op het voetbalspel. Geschreven wordt er over tactiek, het verloop van een wedstrijd en de fysieke conditie van individuele spelers. Een derde en laatste frame wordt omschreven als succesframe. Daarin is succes synoniem voor succesvolle resultaten en/of uiterst mooi voetbal. Voetbal dat het publiek vermaakt en de tegenstander verbaasd. Resultaat telt in dit laatste geval niet altijd, ook met effectief en mooi voetbal is het namelijk mogelijk om te verliezen. Een uitgebreide omschrijving van de drie frames volgt hieronder. Nationalisme frame Binnen dit kader staat nationalisme centraal, een aantal concepten tezamen vormen het frame. Allereerst wordt gekeken hoe Nederland ten opzichte van andere landen wordt omschreven: het gebruik van persoonlijke voornaamwoorden. Het volgende voorbeeld laat zien welke rol het gebruik van persoonlijke voornaamwoorden speelt. “The theory of ‘self categorization’, as its own name suggests focuses upon the first person singular: it is concerned with the declaration of identity which ‘I’ make about myself. There is a case for saying that nationalism is, above all, an ideology of the first person plural. The crucial question relating to national identity is how the national ‘we’ is constructed and what is meant by such construction. The nation has to be conceived as an entity with its own identity. As the PLO charter implies, only if the nation is imagined to have an identity, can ‘we’ claim ‘ourselves’ to have a national identity.”51 Stereotyperingen zijn een uitvloeisel van het definiëren van onszelf. Zonder “wij” geen “zij”, en zonder stereotyperingen is het een stuk lastiger om ons te onderscheiden van anderen. Een artikel dat sterk is geschreven in de wij/zij vorm vergroot en versterkt het beeld van verschillende natiestaten. “The use of personal pronoun pairs such as ‘we/they’ and ‘us/them’ have a powerful effect in generating feelings of inclusion and exclusion.”52 ‘Symbolen en stereotypen’ vormen derhalve ook een kwalificatie waarmee gekeken wordt naar de verschillende krantenartikelen. Concreet betekent het onder andere het gebruik van narcistisch taalgebruik en sarcasme richting ‘hen’. Ook wordt in dit verband gekeken naar het gebruik van ‘oorlogstaal’. Lezers kunnen worden uitgedaagd om met de “vlag te zwaaien”. Bijvoorbeeld wanneer journalisten het hebben over de zilvervloot die aantreedt. 51 52

Billig (1995), p. 70 Maguire et al. (1999), p. 70

22


“Een verregend maar verrukt Oranje-legioen liet opnieuw in het parkstadion in Gelsenkirchen de zilvervloot binnenvaren, en Holland alvast de wereldcup winnen.”53 Dergelijke metaforen brengen ons op een ander aspect: het gebruik van historische feiten en verhalen. In enge zin heeft het aangehaalde voorbeeld betrekking op de feitelijke geschiedenis. Succesvolle vloten die jaarlijks goud uit verre gebieden aanvoerden. In ruime zin heeft de term betrekking op allerlei sportwedstrijden, waarbij een nationale ploeg aan de winnende hand is. Objectief bekeken duidt zowel de enge als de nauwe verklaring op het wezen van de natiestaat. Het gebruik van historische ‘citaten’ helpt ons herinneren aan de natiestaat. Omdat geschiedenis constant wordt geschreven en gemaakt, speelt de recente historie een minstens zo belangrijke rol in de herinnering aan de natiestaat. Voor veel journalisten vormt het voetbaljaar 1974 bijvoorbeeld een belangrijk en succesvol referentiepunt in de vaderlandse voetbalhistorie. Keer op keer komen er zo belangrijke referentiepunten bij, vooral wanneer een nationaal team successen behaalt. Omgekeerd kunnen oude successen geprojecteerd worden op de toekomst. Verwachtingen over een huidige selectie spelers worden dan afgestemd op eerdere gebeurtenissen. Specifieke culturele aspecten spelen een minstens zo belangrijke rol in de herinnering aan de natiestaat. In dat licht kan er in de krantenberichtgeving gekeken worden naar een voetbalcultuur. Bij voetbalcultuur worden deugden geduid die voortkomen uit de cultuur van een land. Enkele voorbeelden verduidelijkt dit aspect van de methode. Zo wijst het Algemeen Dagblad op 15 juni 2004 in een artikel op de Nederlandse voetbalcultuur. “Bij een goed resultaat tegen de Duitsers zullen ook de meest verstokte puriteinen van de Nederlandsche School hiervoor beschaafd applaudisseren. Na het EK volgt de definitieve evaluatie. Die zal uitwijzen of de tijdelijke inbreuk op de Nederlandse voetbalcultuur, die de ware liefhebber pijn doet, een goede gedachte is geweest.” 54 Een heel “banaal” voorbeeld met betrekking tot het duiden van spelers vinden we in het artikel “Kampfgeist met een vleugje creativiteit” in NRC Handelsblad van 14 juni 2004. Daarin wordt ingegaan op het Duitse elftal waar Nederland het later tegenop zou nemen. “In de huidige selectie zitten een paar spelers met Turkse en Italiaanse voorouders. Deze ontwikkeling heeft volgens oud-international Uli Stielike een positief effect op de artisticiteit van de voetballers maar wellicht een negatieve invloed op de mentaliteit van de internationals, verklaarde hij in de Volkskrant. Stielike, in de jaren tachtig als speler van Real Madrid het toonbeeld van degelijkheid en houterigheid: ‘We moeten 53 54

De Telegraaf (1 juli 1974), p. 1 Algemeen Dagblad, 15 juni 2004, P. S2

23


oppassen dat de traditionele deugden van het Duitse voetbal, zoals conditie, discipline en gevoel voor eigenwaarde niet verloren gaan.’”55 Stielike wijst hier zelf naar de traditionele deugden van het Duitse voetbal, van de Duitse nationale identiteit dat wordt afgezet tegen achtergronden uit het Turkse en Italiaanse voetbal. Al deze gegevens hebben betrekking op de externe begrenzing van de identiteit, op de afbakening van de eigen identiteit ten opzichte van een ander land. Tezamen zeggen ze wat over de mate van nationalisme dat heerst in een land. Zo kan aangetoond worden of het nationalisme in Nederland is afof toegenomen. Voetbalframe Binnen dit frame staat professionele verslaggeving over de sport op zichzelf centraal. Het voetbaltoernooi wordt belicht vanuit professionele overwegingen. Wedstrijden worden geanalyseerd en beoordeeld op basis van het gespeelde spel. De context van een wedstrijd wordt in deze berichtgeving gebruikt om de lezer beter te informeren. In de berichtgeving wordt het wedstrijdverloop geschetst. Het volgende citaat is een fragment uit een verslag van de wedstrijd Nederland – Argentinië. Over de Argentijnse spelers schrijf een verslaggever het volgende. “De eenzame Yazalde, meestal vergeefs wachtend op enige assistentie van Ayala, Houseman en Balbuena, die ook al bergen defensief werk moesten verrichten, begon er steeds moedelozer uit te zien.”56 De toon van de artikelen is overwegend technisch, zo kan er worden ingegaan op de techniek en fysieke en mentale kracht van een speler gedurende of voorafgaand aan een wedstrijd. Het volgende fragment is daar een voorbeeld van. “In zijn systeem van 'doorschakelen' oftewel 'modern coachen' is in principe iedereen inzetbaar, behalve de gisteren geopereerde Bogarde. Omdat Hiddink aanvoerder Frank de Boer niet uit het centrum van de verdediging wil weghalen, is alleskunner Cocu de meest voor de hand liggende speler om Numan te vervangen. Winter zou in dat geval zijn geliefde plaats, rechts op het middenveld, weer kunnen innemen. In die optie is het mogelijk dat Ronald de Boer naar links verhuist om de rechtsbenige Leonardo af te stoppen.”57 55

NRC Handelsblad, 14 juni 2004, P. 17 Algemeen Dagblad (27 juni 1974) 57 NRC Handelsblad (7 juli 1998), p. 9 56

24


Veelal wordt gekeken naar ‘de manier waarop is gespeeld’. Dat kan met passie zijn of totaal futloos. In sommige gevallen kan ook een ‘duidelijk waardeoordeel’ worden geveld over de uitslag op grond voetbaltechnische argumenten. Een “toelichting van de spelers of de trainer” over het spel past in die lijn. Het volgende voorbeeld laat zien hoe zich dat in de praktijk van de dagbladjournalistiek voltrekt. “Vol lof was Hiddink over het spel van Nederland tegen Argentinie, al wees hij ongevraagd op het schot van Batistuta op de paal en de provocatie van Van der Sar. 'We hebben uitstekend gespeeld. Als je een potentiële wereldkampioen - want dat was Argentinië volgens velen - zo in een greep neemt, dwingt dat internationaal respect af. Vooral na rust hebben we ze compleet gedomineerd. Daar ben ik trots op.'”58 Nu wordt in dit geval de trainer zelf aangehaald, maar minstens zo vaak geeft een journalist zelf ook het waardeoordeel. Zo laat het volgende citaat zien. “Wie met zo veel passie, strijd en intellect van een voetbalgrootmacht als Argentinië (2-1) wint, kan maar een doel voor ogen hebben: de wereldtitel.”59 Tot slot kunnen er “competitiefeiten” worden gegeven over de nog te spelen wedstrijden en hoe de uitslag van de beschreven wedstrijd daar op van invloed is. “Joegoslavië is de volgende tegenstander van het Nederlands elftal. De Joegoslaven sloten gisteren hun groepswedstrijden af met een zege van 1-0 op de Verenigde Staten. En dat was niet genoeg om de eerste plaats te veroveren. Concurrent Duitsland won met 2-0 van Iran en werd dankzij een beter doelsaldo groepswinnaar.”60 Succesframe Dit frame hangt nauw samen met het nationalisme- en voetbalframe. Enerzijds kan succes worden gedefinieerd als het behalen van sportieve resultaten. Domweg betekent succes dan het behalen van een volgende ronde, van de kwartfinale tot de halve finale en de finale. Anderzijds is succes een synoniem voor mooi voetbal, dat wil zeggen een manier van spelen waar het publiek van geniet. Dat kan dan gaan om een onnavolgbare beweging, of een “schitterend” doelpunt. “Maar plotseling keerde de magie terug in het spel van de 29-jarige spits van Arsenal. 58

Volkskrant (6 juli 1998), p. 11 Algemeen Dagblad (6 juli 1998), p. 12 60 Algemeen Dagblad (26 juni 1998), p. 20 59

25


De Argentijnse verdediger Ayala was als een versteende getuige op een stilleven van Rembrandt, hij kon de idylle onmogelijk verstoren. De rechtervoet van Bergkamp fungeerde als penseel en pistool tegelijk, nooit heeft doelman Roa het schot zien aankomen.”61 Dit betekent overigens ook dat de neutrale toeschouwer kan genieten van het vertoonde spel, terwijl resultaten uitblijven. Hoe dat er in de praktijk kan komen uit te zien toont het volgende citaat, waarin zowel goede resultaten als “schitterend” voetbal met elkaar verbonden zijn. “Met uitzondering van Zweden hebben steeds de spelers van het eerste uur het voetbal gemaakt en Nederland als voetbalnatie nu al meer faam bezorgd dan Ajax in de drie succesrijke seizoenen om de Europa Cup.” 62 Hier wordt meteen duidelijk hoe succes en nationalisme samenkomen. Voor het eerst maakt de krant melding van een voetbalnatie, dat met een ongekend succes de grootste ploegen weet te verslaan. Dit bericht verscheen namelijk na de 4-0 overwinning op Argentinië gedurende het WK van 1974. In een ander voorbeeld hangt succes weer samen met het voetbalframe. “Evenals de voorgaande tegenstanders van het Nederlands elftal (met uitzondering van Zweden) liepen ook de Oostduitsers echter stuk op het buitengewoon succesvolle pressievoetbal van Oranje.”63 Maar succes manifesteert zich ook op andere manieren, daarbij hoeft niet specifiek gewezen te worden op ‘succes’ als zodanig. Het komt veel subtieler naar voren. “Al met al grijpt Oranje naast alle prijzen. Dat is bijzonder zuur voor de Nederlanders van wie gezegd mag worden dat ze samen met de Mexicanen, de Nigerianen, de Denen en de Chilenen elke wedstrijd met aanvallend spel trachtten te winnen. Daarmee waren ze uitzonderingen. De overige deelnemers kwamen om niet te verliezen. Zelfs een duel om het brons wordt belangrijk gevonden. Kroatië stelde slechts een aanvaller op, niet de minste: Davor Suker, en besteedde meer aandacht aan het resultaat dan aan het spel. Het gevolg was een draak van een wedstrijd.”64

61

NRC Handelsblad (6 juli 1998), p. 5 NRC Handelsblad (27 juni 1974), p. 13 63 NRC Handelsblad (1 juli 1974), p. 9 64 Algemeen Dagblad (13 juli 1998), p. 17 62

26


Het Nederlands elftal laat goed en aanvallend voetbal zien, Nederland wordt vierde maar dat mag uiteindelijk de pret niet drukken. Nederland was immers succesvol, zoals het citaat laat zien. Het succesframe was in deze alinea duidelijk aanwezig. Telling In alle artikelen wordt gekeken naar de aan- of afwezigheid van de frames. Per alinea van een artikel wordt geteld of de specifieke kenmerken van het frame aanwezig zijn. Zo’n frame kan maar ÊÊn keer aanwezig zijn in een alinea. Dat betekent dat alleen de aan- of afwezigheid van een frame in een alinea wordt geteld en niet de frequentie van de aanwezigheid. 3.6 Kanttekeningen Omdat het fysieke archief van de Universiteit van Amsterdam niet beschikt over de jaargangen 1988 van de Volkskrant en het Algemeen Dagblad, zijn de (naar schatting) vijftig artikelen die deze kranten zouden opleveren niet meegeteld. Dat verlies wordt gecompenseerd door de kranten het NRC Handelsblad en de Telegraaf. Per krant en per jaar is geprobeerd om de artikelen zo evenwichtig mogelijk uit te kiezen. Ook de selectieprocedure van de artikelen heeft beperkingen met zich mee gebracht. Zo zijn alle artikelen in de aanloop naar de eerste wedstrijd van het Nederlands elftal op een toernooi meegenomen. Vanaf dat moment zijn telkens de berichten geselecteerd die een dag na een wedstrijddag volgen. Op de sportpagina werden alleen de artikelen van de hoofdpagina meegenomen en niet de daaropvolgende artikelen. Uiteindelijk betekent dit dat veel artikelen over Oranje in de fase tussen twee wedstrijden niet zijn meegenomen. Bij veel artikelen verschijnen namelijk veel artikelen die in hoge mate binnen de theorie van dit onderzoek vallen. In de aanloop naar de wedstrijd tegen West-Duitsland tijdens de Europese Kampioenschappen 1988 hebben verschillende kranten een vergelijking gemaakt met het Nederlands elftal uit 1974. Een groot aantal interessant materiaal is zo buiten de analyse gevallen.

27


4. Resultaten 4.1 Ontwikkelingen 1974 – 2004 Hoe moeten we nationalisme in Nederland rondom het Nederlands elftal interpreteren? Waarom komt nationalisme in Nederland vooral tot uiting tijdens Wereld kampioenschappen en Europese kampioenschappen? Is het een incidenteel verschijnsel? Speelt sportief succes hier een belangrijke rol in? Deze vragen staan centraal in het kwantitatieve onderzoek. In dit hoofdstuk worden de onderzoeksresultaten chronologisch, dat wil zeggen per jaar, behandeld. 4.1.1 1974 In de vier kranten richt de aandacht zich vooral op het voetbalspel, buitenlandse voetbalploegen krijgen volop aandacht. De professionele verslaggeving staat daarmee centraal. Toch bestaan er tussen de tabloids en de kwaliteitskranten grote verschillen. De meeste berichtgeving over de WK vinden we terug in De Telegraaf en het Algemeen Dagblad. De dagbladen schenken veel aandacht aan verslaggeving gericht op het voetbalspel maar ook aan sfeerverslagen en achtergrondreportages. Zo wordt de sportpagina van de Telegraaf gevuld met onder andere een column van Johan Cruijff, de krant besteedt dagelijks aandacht aan de mensen rondom het elftal en duikt in de privé-sfeer van verschillende spelers. Naast professionele voetbalverslaggeving richt ook het Algemeen Dagblad zich op achtergrondreportages en sfeerverslagen. Gedurende het toernooi organiseert de krant zelfs een feest voor de spelers door een, in Nederland populaire rockband, te laten optreden. Het feest is een succes en wordt van minuut tot minuut beschreven in de krant. Verschillende foto’s geven daarbij een impressie van de avond. Bij NRC Handelsblad en Volkskrant liggen de prioriteiten op een ander vlak. Zij richten zich voornamelijk op verslaggeving, gericht op het voetbalspel en gebruiken daarbij veel minder foto’s. In deze dagbladen heeft sport een minder prominente positie. Dat kunnen we verder aflezen aan de mate waarin berichten over het Nederlands elftal de voorpagina halen. Bij het NRC Handelsblad halen slechts drie artikelen over het Nederlands elftal de voorpagina. Pas als het elftal succesvol wordt neemt de aandacht toe, de berichten halen dan ook de voorpagina. Plaats Krant

Totaal Voorpagina

Sportpagina

Algemeen Dagblad

14

18

32

NRC Handelsblad

3

19

22

Telegraaf

13

19

32

Volkskrant

7

19

1

27

37

75

1

113

Totaal

Elders

Tabel 2 - Plaats in de krant 1974

28


Deze ‘terughoudendheid’ bij de kwaliteitskranten vinden we ook terug in gemiddelde scores van de verschillende frames. Wanneer we deze gegevens naast elkaar leggen zien we dat NRC Handelsblad en de Telegraaf het meest nationalistisch taalgebruik bezigen, op de voet gevolgd door de Volkskrant. Het Algemeen Dagblad vormt de hekkensluiter, waarschijnlijk omdat deze krant zich intensief heeft toegelegd op sfeerreportages, het gedrag van en de houding van spelers staan daarin meer centraal. Toch kunnen we stellen dat nationalistisch taalgebruik over het algemeen geen prominente plaats inneem. Over de hele linie genomen overheerst de voetbalverslaggeving, het berichten over de successen neemt toe door de ongekende successen van het elftal in de loop van het toernooi. Grafisch ziet het Wereldkampioenschap 1974 er daarom als volgt uit. 70

60

50

40

Gemiddelde

30

20 Banaa l nationa lisme 10

Voetbalaandacht

0 Algemeen Dagb lad Telegra af NRC Hande lsblad Volkskrant

Voetbalsucces

Krant

Grafiek 1 - Scores frames 1974 per krant Grafiek 1 laat echter niet het verloop van het toernooi zien. Dat banaal nationalisme in 1974 nog maar een marginale rol speelt kunnen we duiden aan het verloop van het toernooi wanneer we de verschillende frames in de berichtgeving afzetten tegen de speeldata. Terwijl de aandacht voor het voetbalspel toeneemt en de succesberichtgeving groeit, blijft toenemend nationalistisch taalgebruik uit. Het succes wordt niet zozeer toegekend aan de natie of aan onze collectieve identiteit. We hebben, zo lijkt de algemene tendens te zijn, vooral te maken met de sportieve prestaties van een uitzonderlijk team. In het toernooi speelt Nederland maar twee maal ondermaats, in de wedstrijd tegen Zweden (20 juni) blijft Nederland steken op een 0-0 gelijkspel, pas in de finale verliest het Nederlands elftal zijn eerste wedstrijd. Tegen West-Duitsland wordt het 2-1.

29


80

70

70

60

60

50

50

40

40

30

30

20 Ba naal na tionali sme 10

Voetba laa ndacht

0 15

Voetba lsucce s 17

20

24

27

Juni

Gemiddelde

Gemiddelde

80

20 Ba naal na tionali sme 10

Voetba laa ndacht

0

Voetba lsucce s 1

4

8

Juli

Grafiek 2 - Verloop berichtgeving WK '74 Het gelijkspel (0-0) tegen Zweden tempert het nationalistische taalgebruik dat tot deze wedstrijd nog toenam. Daarna blijft het gebruik van nationalistische taal redelijk constant en bescheiden. Al met al kunnen we de verslaggeving uit 1974 daarom als beschouwend bestempelen: journalisten zijn terughoudend in hun verslaggeving. Toch zijn de nationalistische gevoelens al sluimerend aanwezig. Het volgende citaat schetst de manier waarop er subtiel een scheiding tussen hen en ons wordt aangebracht. Sluimerend “De eerste ronde van het wereldtoernooi voetbal is in een duidelijke puntenzege voor de Europese landen geëindigd. In zeven van de acht ontmoetingen stonden een vertegenwoordiger van de oude wereld en een niet-Europees team tegenover elkaar. Zesmaal kwam het Europese land tot de volle winst. Alleen in het openingsduel moest Joegoslavië Brazilië een punt toestaan.”65 Beschouwend, maar toch wordt er gewezen op de nationale verschillen. Onbewust wellicht zelfs in relatie tot succes. Dergelijke berichtgeving zie je in de loop van het toernooi in 1974 groeien, al houden journalisten een zekere afstand. Een afstand die in de loop der jaren meer wordt losgelaten. De verslaggeving uit 1974 bericht dus voornamelijk over voetbal. Symboliek, succesverhalen en het nationalistische taalgebruik rondom voetbal ontstaan in deze periode, maar wordt nog niet als zodanig bestempeld. Maar zoals gezegd zijn deze verschijnselen al in latente vorm aanwezig. Het volgende commentaar laat dat zien.

65

De Volkskrant (17 juni 1974), p. 1

30


“Het is typisch Nederlands om onder moeilijke omstandigheden naar een onverwachte hoogte te groeien. Een kwestie van mentaliteit, van lef of van opperste concentratie. Het zal wel een combinatie van factoren zijn geweest die zaterdag de overtuiging en het elan in de wedstrijd brachten waarmee Oranje zich naar een interland-zege speelde.”66 Op het totaal van de geanalyseerde berichtgeving uit 1974 zijn dergelijke voorbeelden schaars. Symbolen komen wel aan bod in de berichtgeving, maar die worden toegedicht aan een specifieke groep mensen: de voetbalfans. De journalisten zelf houden er over het algemeen een beschouwende afstand op na. In de jaren daarna kantelt dat beeld volledig. 4.1.2 1988 In 1988 werd Nederland Europees kampioen, in de halve finale nam Oranje ‘wraak’ op de verloren finale van 1974. De ploeg, met sterspelers Ruud Gullit en Marco van Basten, verslaat West-Duitsland in de halve finale met 2-1. Daarna verslaan de Nederlanders ook nog eens de Sobjet-Unie (2-0). Een ongekend groot volksfeest barst los in Nederland, tijdens de huldiging in Amsterdam kleurt heel de stad oranje. Tussen 1974 en 1988 heeft het voetbal zich enorm geprofessionaliseerd, en sinds 1974 telt Nederland mee in de internationale voetbalwereld. In de berichtgeving uit die tijd komt dat nadrukkelijk naar voren. Artikelen komen prominenter op de voorpagina en in de kranten verschijnen meer foto’s. De volgende tabel laat de toegenomen aandacht voor voetbal zien. Plaats Krant

Total Voorpagina

Opiniepagina

Sportpagina

Elders

NRC Handelsblad

9

1

17

1

28

Telegraaf

8

18

1

27

35

2

55

Total

17

1

Tabel 3 - Plaats in de krant 1988 De Telegraaf laat evenals in 1974 spelers aan het woord in de krant. Zo heeft Ruud Gullit tijdens het Europees Kampioenschap een column in de krant. Het dagblad biedt verder veel persoonlijke verslagen, en volgt van het begin af aan de EK. Een foto van de openingsceremonie schittert op de voorpagina. In de daaropvolgende dagen is elke noemenswaardig feitje over het elftal wel een berichtje op de voorpagina waard. Bij NRC Handelsblad valt meteen op dat voetbal belangrijker gewaardeerd wordt dan in 1974, al krijgt de opening van de EK geen aandacht in de krant. Waar blijkt die toegenomen aandacht uit? Allereerst uit het gegeven dat veel meer voetbalberichten de voorpagina halen. In 1974 haalden maar enkele berichten de voorpagina, toen Nederland met mooi voetbal en groot gemak de finale van het Wereldkampioenschap haalde. Verder blijkt de toegenomen aandacht 66

De Volkskrant (17 juni 1974), p. 9

31


voor voetbal uit de berichtgeving over andere ploegen die ook de voorpagina van de krant halen. Bovendien krijgen de randverschijnselen van het voetbal in zowel de Telegraaf als het NRC Handelsblad meer aandacht. ‘Plots’ zijn bijvoorbeeld ook de voetbalrellen aan de orde van de dag. Inhoudelijk valt op dat politiek en sport veel meer met elkaar verwezen zijn. Politici geven uitgebreid commentaar op sportieve prestaties. Margaret Thatcher verontschuldigt zich namens haar land zelfs aan de Duitse bondskanselier Helmut Kohl voor het wangedrag van Britse voetbalsupporters.67 Tot slot is de berichtgeving veel nationalistischer gekleurd. Vooral de wedstrijd tegen het Duitse elftal doet in Nederland de spanning stijgen, Nederland wint met 2-1. In de Telegraaf kon de lezer daarover onder meer het volgende lezen. “Auf wiedersehen! Duitsland was geslagen en de revanche in Hamburg op de verloren WK-finale in ’74 was er een om in te lijsten. Want zelden zal een overwinning op basis van het vertoonde veldspel zo verdiend zijn geweest als die van gisteravond. Dag Rudy Völler, dag Lothar Matthäus, dag Duits voetbalelftal......Oranje is de baas en toonde de wereld een show waar je je vingers bij kon aflikken.”68 Op alle mogelijke fronten wordt de Duitser te kijk gezet. Op een andere manier doet de kwaliteitskrant NRC Handelsblad hier even hard aan mee, subtiel komt het nationalisme hier nadrukkelijk tot uiting. “Sentimenten vormden gisteravond de belangrijkste drijfveer voor de eclatante triomf (1-2) van het Nederlands elftal op West-Duitsland. Het team van Michels had zich in de aanloop naar de wedstrijd tot het uiterste opgeladen. Daarbij speelden algemene anti-Duitse gevoelens en revanche-gedachten een belangrijke rol. Nadat de Nederlandse spelers zich ook nog eens in het veld stoorden aan het irritante gedrag van de Duitsers was de Oranje-leeuw genoeg getergd om zijn klauwen uit te slaan.”69 Het succes groeide met de dag, de berichtgeving werd zodoende steeds lyrischer. De vreugde springt uit de verslaggeving van die tijd. “Het hele volk stond op stelten toen aanvoerder Ruud Gullit om 17.26 uur precies de ‘ Coupe Henri Delaunay’ uit handen van UEFA-president Jacques Georges ontving.” 70

67

NRC Handelsblad (20 juni 1988), p. 1 De Telegraaf (22 juni 1988), p. 25 69 NRC Handelsblad (22 juni 1988), p. 9 70 De Telegraaf (27 juni 1988), p. 1 68

32


Het succesframe ging daarin hand in hand met het voetbalframe. Over het fenomenale doelpunt van Van Basten schrijft de Telegraaf bijvoorbeeld als volgt. “In de achtste minuut onderbrak Adri van Tiggelen een Russische aanval en speelde direct in de diepte Arnold Mühren aan. Die aarzelde geen moment en lanceerde bij zijn eerste balcontact een wegdraaiende voorzet over zeker 40 meter, die Marco van Basten ineens op de schoen nam. Onhoudbaar voor de volledig verraste Rinat Dassaev sloeg de bal even later tegen het net en was het allermooiste doelpunt van het EK’88 geboren.” 71 In NRC Handelsblad is het doelpunt stapje voor stapje nagetekend, in de Telegraaf zijn verschillende foto’s achter elkaar geplaatst. Daarmee “kijkt” de lezer televisie terwijl de krant wordt gelezen. Hele pagina’s kleuren oranje. Grafisch kunnen we gehele berichtgeving doormiddel van de verschillende frames als volgt weergeven. 60

50

40

Gemiddelde

30

20

Banaal natio nalism e Voetbalaand ach t Voetbalsu cces

10 NRC Hand elsb lad

Telegraaf

Kran t

Grafiek 3 - Scores frames 1988 per krant Banaal nationalisme is in de berichtgeving aan de orde van de dag. NRC Handelsblad overtreft wat dat betreft zelfs de toonzetting uit de Telegraaf, dat het voetbal in veel gevallen zo objectief mogelijk probeert te benaderen. Hier komt dat terug in het frame voetbalsucces, waarin zinsneden wel over voetbal gaan, maar het succesframe domineert. Verder grijpt NRC Handelsblad veel terug op 1974, op 21 juni wordt de voorpagina zelfs gedomineerd door een foto van dit elftal. In het begeleidende artikel wordt de ploeg van 1988 vergeleken met die van 1974. Bij dezelfde krant wordt de duiding voor het elftal zelfs anders, gestart wordt met Oranje of het Nederlands elftal. Geëindigd wordt met het nationale voetbalelftal. Deze trend die zich voordoet in de loop van het toernooi komt duidelijk naar voren in de volgende grafiek. 71

De Telegraaf (27 juni 1988), p. 1

33


80

70 60 50

40

Gemiddelde

30

20 Ba naal na tionali sme 10

Voetba laa ndacht

0 11

Voetba lsucce s 13

16

22

27

Juni

Grafiek 4 - Verloop berichtgeving EK '88 Succes en nationalisme lopen hier vrijwel parallel op, waarna het nationalisme in de berichtgeving een dag na de halve finale (22 juni in grafiek) de overhand neemt. Het Nederlands volk verenigde zich in een gemeenschappelijke vreugdekreet en manifesteerde zich daarmee voor iedereen zichtbaar als een natie. In de kranten zien we dit terug aan de grotere en dikkere koppen. Ook de foto’s zijn groter. In een opiniestuk in NRC Handelsblad wordt daarover het volgende geschreven. “De stromen van geestdrift van de voetbalfans legden in één klap nationale gevoeligheden en eigenaardigheden bloot, die anders in het verborgene, in het achterhoofd plegen te sluimeren.”72 Die observatie vormt de kern van de veranderingen tussen 1974 en 1988. 4.1.3 1998 Met een ‘gouden lichting’ spelers begon Oranje in 1998 aan het WK voetbal in Frankrijk. Het team bereikte de halve finales na een fenomenaal winnend doelpunt van Dennis Bergkamp in de slotfase van de wedstrijd tegen Argentinië. In de halve finale kwam Nederland uit tegen Brazilië. Na bijna negentig minuten voetballen kwam Nederland eindelijk op gelijke hoogte, maar na een doelpuntloze verlenging ging Nederland in de penaltyserie ten onder. Frankrijk zou de finale uiteindelijk winnen. De troostfinale werd door de Nederlanders tegen de Kroaten nog eens verloren, waardoor Oranje op de vierde plaats eindigde. Voor geen supporter of speler telde die wedstrijd echter, want Nederland was door strafschoppen blijven steken. De eerder beschreven ontwikkeling van het voetbal en de randverschijnselen tussen 1974 en 1988 heeft zich in de tien jaar daarna alleen maar verder doorgezet.

72

NRC Handelsblad (27 juni 1988), p. 7

34


Dat kan wederom als eerste worden geduid doormiddel van de frequentieverdeling waarin de plaats van de berichtgeving in de krant wordt vermeld. Plaats

Totaal Voorpagina

Krant

Algemeen Dagblad

5

NRC Handelsblad

5

De Telegraaf

14

Volkskrant

4 28

Totaal

Opiniepagina

Sportpagina

Elders

23 3

28

23

2

33

24

2

40

3

13

12

32

6

83

16

133

Tabel 4 - Plaats in de krant 1998 Tijdens de Wereldkampioenschappen van 1998 krijgt voetbal ook een prominente plaats in de krant. Berichten verschijnen geregeld op de voorpagina, in toenemende mate op de opiniepagina’s en zelfs in andere gedeelten van de krant. De speciale bijlagen zijn niet meer weg te denken, al zijn dat ook verschijnselen die zich voordeden in 1974 en 1988. Bovendien domineert het Nederlands elftal de voorpagina’s nu al in de dagen voor de WK. Grote foto’s en grote koppen over de aanloop naar de kampioenschappen. Om de teksten stilistisch aantrekkelijker te maken gebruiken steeds meer journalisten opvallend genoeg verwijzingen naar geschiedenis of symboliek. De tegenstellingen tussen ‘wij’ en ‘zij’ wordt daardoor continue vergroot. Zo lezen we in de Telegraaf van 12 juni het volgende. “Zelfs de geest van de ‘Zonnekoning’ had in Versailles een snipperdag opgenomen. Aldus zette Oranje in de stromende regen voet op Franse bodem. Maar het mocht de pret niet drukken voor Guus Hiddink en zijn mannen.”73 Symbolen worden gebruikt om het verhaal stilistisch te versterken, tegelijkertijd wijst het duidelijk op de Franse nationale identiteit. Op die tegenstelling worden we ook in andere kranten gewezen. Het gebruik van historische gegevens komt zodoende op tal van manieren voor. Zo laat het volgende citaat subtiel zien hoe men berichtte in de aanloop naar de eerste wedstrijd van het Nederlands elftal op de WK van 1998 in Frankrijk. Ook hier wordt een historisch stijlmiddel gebruikt om de tekst meer schwung te geven. “Dat de Fransen de Nederlanders maar een merkwaardig volkje vinden en de 'Bataven' zeker niet hoog achten, blijkt uit het stemgedrag van Franse voetballers. De sportkarnt L'Equipe vroeg de 223 profs van de D1, de Franse eredivisie, naar de voorspellingen voor het WK en slechts drie spelers gewaagden van mogelijkheden voor het

73

De Telegraaf (12 juni 1998), p. 21

35


Nederlands elftal.”74 In de aanloop naar de eerste wedstrijd komen we in de Telegraaf verder verschillende artikelen tegen waarin gewezen wordt op de achtergrond van spelers, ook dat is nieuw. Op tien juni 1998 meldt de krant bijvoorbeeld dat Aron Winter is geboren in Paramaribo, het kabelincident uit 1996 wordt verderop nog aangehaald. Qua berichtgeving is dat een absoluut ‘nieuw’ verschijnsel binnen het voorliggende onderzoek. Net als in voorgaande jaren heeft de krant verder veel commentaren op de sportpagina en veel achtergrond- en sfeerreportages. Het Algemeen Dagblad lijkt in dat opzicht het meest op de Telegraaf. NRC Handelsblad en de Volkskrant zijn nog steeds minder ‘groots’ in hun berichtgeving, al is de ontwikkeling sinds 1974 enorm. Sport neemt een prominentere plaats in, de koppen zijn in de loop van de jaren gegroeid en het taalgebruik is nationalistischer. In 1988 refereerden de verschillende kranten al naar 1974, in 1998 gebeurt dat nog steeds met grote regelmaat. Zeker wanneer de successen in de loop van het toernooi groeien. Parallel aan deze successen loopt opnieuw het gebruik van nationalistische taal. Dit maal ook nog eens omdat Nederland mooi voetbalt, volgens de Nederlandse school. De lezer wordt daar nu met zekere regelmaat aan herinnerd. Het volgende citaat duidt op kenmerken van het Nederlandse spel, de ‘typisch Nederlandse’ eigenschappen. “Het spel over de vleugels was karakteristiek Nederlands. Overmars en Ronald de Boer, op die positie de vervanger van Seedorf, voetbalden bijna met het krijt van de zijlijn aan de schoenen. Overmars was op de linkerflank net als in voorgaande duels uitblinker en het was daarom logisch dat de meeste aanvalsgolven via hem liepen. De Boer acteerde noodgedwongen op rechts, omdat Hiddink voor die flank krap in de manschappen zit. Net als Seedorf had De Boer het lange tijd moeilijk. Hij stond vaak geïsoleerd.” 75 Karakteristiek Nederlands spel over de vleugels, een subtiele herinnering. Voordat het immers strikt ‘voetbaltechnisch’ taalgebruik wordt, helpt de journalist de lezer herinneren aan het vaderlandse karakter van het vertoonde spel. Symbolen en stereotypen vormen een middel om je als natie te onderscheiden van een ander. Zijdelings werd er al gerefereerd aan nationale symboliek en stereotypen, het kwam ter sprake in het citaat over de deugden van het Duitse voetbal in het methodologische hoofdstuk. Een sterke conditie en discipline zouden typische Duitse eigenschappen zijn. Dat werd bovendien benadrukt in een Nederlandse krant. En zoals we in het voorlaatste citaat zagen laat ook het Nederlandse voetbal zich goed typeren. Het volgende citaat laat dat wederom zien. 74 75

De Volkskrant (9 juni 1998), p. 9 De Volkskrant (22 juni 1998), p. 4

36


“De bescheidenheid van de bondscoach kan niet gevoed zijn door het eerste half uur van de wedstrijd. Toen speelde Oranje koninklijk voetbal. In de beste traditie van de Hollandse school werd er gevarieerd, aanvallend gespeeld.”76 “In de beste traditie van de Hollandse school”, het citaat wijst op het opbouwende totaalvoetbal dat Nederland sinds 1974 kenmerkt. Het VPRO-programma Andere Tijden - ‘Oranje 1974’ heeft uitgebreid aandacht besteed aan het totaalvoetbal als symbool van Nederland, in de aanloop naar de EK van 2004. De oorsprong en betekenis worden op een mooie manier belicht in het programma: “Siegfried Drach, die als Duitse sportjournalist het Nederlands Elftal volgt, verbaast zich over het gemak waarmee de Nederlanders lijken te spelen. 'Ook bij de training. Dan werd er wel een spelvorm geoefend, maar vervolgens werd er gelachen en dan lag de training weer vijf minuten stil. Of ze gingen schoten op doel oefenen, maar dan ineens gingen ze wedden hoe vaak Willem van Hanegem op de paal kon schieten. Dat was zo anders dan we bij het Duitse elftal meemaakten, dat was zo extreem voorbereid en dit was zo speels en elegant', herinnert Drach zich. Het totaalvoetbal was een vondst van Michels, aldus voetbaldichter Chris Willemsen. 'Hij liet het aan de spelers over om het te interpreteren. Dat wil zeggen: je moet allemaal kunnen verdedigen, allemaal kunnen opbouwen, allemaal kunnen afmaken en aanvallen. En dat deden ze dus allemaal', zo stelt Willemsen die een groot aantal van de wedstrijden van het Nederlands elftal op dat WK bezocht.”77 Het fragment maakt al gauw duidelijk hoe men naar Nederland kijkt. Siegfried Drach vergelijkt, de nu, typische Nederlandse kenmerken met die van ‘zijn’ nationale team. Vervolgens duidt Chris Willemsen deze symbolen, verwijst naar de oorsprong en heeft ze daarbij ook nog eens vastgelegd in verschillende

boeken.

Sportieve

prestaties

slijten

langzaam

in

en

vormen

zich

rond

gemeenschappelijke symbolen en gewoonten. Het totaalvoetbal, het mooie voetbal is daarmee verworden tot een symbool. In 1988 en 1998 komt dat dan ook al veelvuldig terug. Vertalen we dat naar de kwantitatieve gegevens, dan levert dat de volgende grafiek op.

76 77

Algemeen Dagblad (27 juni 1998) http://geschiedenis.vpro.nl/ (15 januari 2006)

37


60

50

40

Gemiddelde

30

20

Banaal nationalisme Voetbalaandacht Voetbalsucces

10 Algemeen Dagb lad Telegra af NRC Hande lsblad Volkskrant

Krant

Grafiek 5 - Scores frames 1998 per krant Het Algemeen Dagblad blinkt uit in nationalistisch taalgebruik, op de voet gevolgd door NRC Handelsblad en de Telegraaf. De Volkskrant is in dit geval de hekkensluiter. De scheidslijn tussen succesberichtgeving (voetbalsucces) en banaal nationalisme is niet heel groot. Banaal nationalisme is in dit verband telkens een uiting van enthousiasme, van trots. In veel gevallen kan die trots ook worden geuit door te berichten over de successen, het voetbal te bewonderen als iets dat vanzelfsprekend “van ons� is. In alle geanalyseerde jaren gebeurt dat inderdaad op deze manier. In het geval van het Algemeen Dagblad ligt het er in 1998 dus extra dik bovenop, succesberichtgeving geldt daarom als versterkend. Hoe de berichtgeving zich heeft ontwikkeld gedurende het toernooi laat de volgende grafiek zien. 70

70

60

60

50 50 40 40 30 30

Ba naal na tionali sme

10

Voetba laa ndacht 0 11

Voetba lsucce s 15

22

26

30

Juni

Gemiddelde

Gemiddelde

20 Ba naal na tionali sme

20

Voetba laa ndacht 10

Voetba lsucce s 6

8

13

Juli

Grafiek 6 - Verloop berichtgeving WK '98

38


De hoge verwachtingen springen direct in het oog gedurende de start van het toernooi, men start met het geloof in succes en dat wordt direct vergezeld door een hoge mate van nationalisme. Het geloof daalde aanzienlijk toen Nederland in de eerste wedstrijd tegen België niet verder kwam dan een gelijkspel. In de aanloopfase naar deze wedstrijd werd er niet getwijfeld aan verlies. Nederland zou die wedstrijd met gemak winnen, dat werd zelfs op politiek niveau ‘uitgevochten’. “Overal in België gingen mensen de straat op. Ook de Belgische premier Dehaene toonde zich tevreden met de uitslag. Hij zei zich wel flink geïrriteerd te hebben aan minister Hans van Mierlo van Buitenlandse Zaken. Deze had Dehaene voor de wedstrijd al getroost met de grote Nederlaag die zijn Rode Duivels zouden gaan lijden. De Belgische premier noemde dat “typisch Hollands gedrag”.”78 In de wedstrijden daarna gaat het Nederlands elftal steeds beter voetballen. Zuid-Korea wordt met een monsterzege opzij gezet. Met goed voetbal speelt Nederland tegen Mexico weer gelijk, ook daarvan is de neerslag in de grafiek te zien. Vervolgens komt de machine op stoom, in een uiterst spannende wedstrijd wint Nederland de kwartfinale van Argentinië. De halve finale wordt door de strafschoppen niet als een echt verlies gezien, en zelfs het verlies tegen Kroatië in de troostfinale bedrukt de stemming in Nederland niet meer. In de berichtgeving oogt men tevreden over de behaalde resultaten. 4.1.4 2004 De aanloop naar de Europese Kampioenschappen van 2004 zijn voor het Nederlands elftal rommelig verlopen. Veel wedstrijden gaan verloren, en landelijk start een discussie over het spelsysteem. 4-4-2 of, zoals Johan Cruijff graag ziet, 4-3-3. Met veel geluk schopt Oranje het tot de halve finales. In het hele toernooi speelt Nederland slechts één wedstrijd uitzonderlijk goed, voor de neutrale toeschouwer is de wedstrijd tegen Tsjechië de mooiste van de EK. Maar het, al met al, weinig succesvolle voetbal vindt ook zijn neerslag in de berichtgeving. Plaats

Totaal Voorpagina

Krant

Opiniepagina

Sportpagina

Algemeen Dagblad

9

NRC Handelsblad

6

De Telegraaf

8

22

Volkskrant

6

20

Totaal

29

1

1

Elders

21

30

15

22

78

2

32 26

2

110

Tabel 5 - Plaats in de krant 2004

78

De Telegraaf (15 juni 1998), p. 6

39


In 2004 worden ook veel artikelen geplaatst op de voorpagina, voetbal heeft sinds 1974 enorm aan belang gewonnen. Alle kranten besteden in dit jaar uitgebreid aandacht aan achtergrondreportages en sfeerverslagen. Veel artikelen hebben de vorm van een commentaar, door de wedstrijdverslagen heen zijn veel meningen over tactiek en uitvoering geplaatst. In de berichtgeving worden ook veel persoonlijke voornaamwoorden gebruikt. Een mooi voorbeeld vormt een artikel in Algemeen Dagblad van 14 juni 2004. In het stuk genaamd “Wunder vond Lissabon” komen vrijwel alle genoemde kenmerken van het banaal nationalisme naar voren. “In de finale slachten we de Duitsers genadeloos af.”79 In dat verband kan gewezen worden op het gevoel van superioriteit, dat zich inslijt en vormt rondom gemeenschappelijke symbolen of gewoonten. De aangehaalde zin toont het gevoel van superioriteit. Al wordt de zin in de context meer als een wens naar voren gebracht, het sluit bepaalde mensen uit en versterkt een eenheidsgevoel. En natuurlijk komt het in omgekeerde vorm ook voor: “Jullie Nederlanders zullen wel zien wat het inhoudt”, aldus Micheal Ballack in NRC Handelsblad van 14 juni 2004. In de berichtgeving over het EK 2004 wordt het Duitse elftal veelvuldig getypeerd en beschreven aan de hand van symbolen en stereotyperingen, een andere manier om ons te herinneren aan ons nationalisme. Zo wordt het elftal bijvoorbeeld veelvuldig aangeduid met de term ‘Mannschaft’, als symbool van hét Duitse team en voetbal en synoniem voor Duitsland. Een voorbeeld: “In 1954, toen de Mannschaft tegen alle verwachtingen in Hongarije versloeg en voor het eerst wereldkampioen werd, luidde dat een nieuw begin voor Duitsland in.”80 De term wordt continue als symbool gebruikt: “Maar liefst tien verslaggevers en twee fotografen zijn uitgerukt om Die Mannschaft tot het uiterste te prikkelen.”81 Zo wordt de lezer constant geprikkeld en gewezen op de wij/zij-tegenstelling, middels een symbool/stereotype. In de verslaggeving zien we verder veel artikelen over de tegenstander, zoals we al zagen werd vooral Duitsland uitgelicht. Dat gebeurt bijvoorbeeld in het volgende citaat, waarin een verslaggever een sfeerimpressie maakt van Berlijn op de dag dat Nederland en Duitsland hun openingswedstrijd van de EK 2004 tegen elkaar spelen. “Oranje kan echt niet meer in Berlijn. Sinaasappels worden zwart geschilderd, de Oranienstrasse omgedoopt in Pflaumenstrasse, het bekende tuincentrum Der Hollaender heet nu Der Preusse. En het personeel van de stadsreiniging BSR, huisstijl oranje, werd opgeroepen vandaag in blauwe overalls op het werk te verschijnen.”82

79

Algemeen Dagblad (14 juni 2004), p. SP4 Algemeen Dagblad, 14 juni 2004, P. S6 81 Algemeen Dagblad, 15 juni 2004, P. SP4 82 NRC Handelsblad (15 juni 2004), p. 1 80

40


In dit geval worden de Nederlandse lezers gewezen op de situatie in Duitsland. De lezer wordt uitgedaagd met de “vlag te zwaaien”, in dit geval vanuit omgekeerd perspectief en wederom door het gebruik van symbolen. Een ander voorbeeld vinden we in de Volkskrant van 12 juni 2004, waarin bericht wordt over het concern Nike en de shirtsponsoring van Nederland. In de overweging van Nike om tien jaar geleden de wereld van het voetbal in te stappen is bewust gekeken naar bepaalde landen en hun typische kenmerken. Deugden die landen uitstralen, een bepaalde symboliek dus: “Toen Nike ruim tien jaar geleden besloot een poging te wagen het voetbal te veroveren, werd bewust gekozen voor drie toonaangevende landen: Brazilië in ZuidAmerika, Nederland in Europa, Nigeria in Afrika, landen die aanvallend, aantrekkelijk voetbal kunnen spelen en passen bij de wat brutale, frivole en zelfverzekerde uitstraling van Nike.”83 Deze vorm van denken, schrijven en praten is voor Micheal Billig ook een van de wezenskenmerken van het banale nationalisme. Hij zegt over deze stereotyperingen onder andere het volgende onder het kopje “Stereotyping ‘Them’’”: “If nationalism is an ideology of the first personal plural, which tells ‘us’ who ‘we’ are, then it is also an ideology of the third person. There can be no ‘us’ withouth a ‘them’. As Henri Tajfle stressed, a social category, in describing who ‘we’ are, indicates who ‘we’ are not. The national community can only be imagined by also imagining communities of foreigners. The ‘foreigner’, in the age of the nation-state, is a specific category, not merely any ‘other’. The point is wel expressed by Julia Kristeva, who points out that, with the establishment of nation-states, ‘we come to the only modern, acceptable, and clear definition of foreignness: the foreigner is the one who does not belong to the state in which we are, the one who does not have the same nationality.’ (…) The narrowness of mind of which Marx and Engels were writing, is often now called ‘ethnocentrism’. William Graham Summer, in formulating the concept of ethnocentrism, wrote that ‘each group nourishes its own pride and vanity, boasts itself superior, exalts its own divinities and looks with contempt on outsiders.’ Summer went on to claim that ‘each group thinks its own folkways the only right ones, and if it observes that other groups have other folkways, these excite its corn’.”84

83 84

Volkskrant, 12 juni 2004, P. 35 Billig (1995), P. 78-79

41


In abstracte zin is dit het idee achter het gebruik van stereotyperingen. “Stereotypes are shared, cultural descriptions of social groups.”85 Verwijzingen naar een gedeelde geschiedenis is weer een ander aspect van het banaal nationalisme zoals ook werd beschreven in het methodologische kader. Daar werd ook beschreven dat er niet alleen verwezen hoeft te worden naar de algemene geschiedenis. Voetbalresultaten uit het verleden vallen daar ook onder. “Het beste Nederlands elftal ooit speelt het beste voetbal van de wereld tijdens het WK 1974 in Duitsland, maar verliest in de finale. Het is tevens het begin van de Oranjegekte: voor het eerst reizen in oranje uitgedoste fans het nationale team achterna.”86 Zoals in het theoretisch kader al naar voren kwam bestaat er voor 1974 Nederland geen Oranjecultuur. Het elftal heeft tot dan toe nog nooit een grote prijs in de wacht gesleept. Het is voor het eerst sinds 1938 dat Nederland meedoet aan een eindronde van het Wereldkampioenschap en het laatste Europese kampioenschap waar Nederland verscheen, was in 1964 In 1974 creëert Nederland het totaalvoetbal. Sindsdien zijn ‘we’ een voetballand en wordt er in de dagbladjournalistiek veel teruggrepen op het elftal uit 1974. Het zijn historische sleutelmomenten, punten in de geschiedenis waarin een land zich profileert. Dat kan op sportief gebied, maar ook door bijvoorbeeld een roemrucht handelsverleden of een belangrijke oorlog aan te halen.87 Dat zagen we ook al in 1998, in 2004 keert dat gewoon terug. Een interessant voorbeeld vinden we in de Volkskrant: “Haat heeft plaatsgemaakt voor rivaliteit. De tijd dat Nederlandse internationals een uitgesproken hekel hadden aan Duitsers is voorbij. Ze zijn ook te jong om beelden uit de oorlog of de WK-finale van 1974 op te roepen.”88 De huidige generatie Oranje-spelers zou te jong zijn, veel spelers waren nog niet eens geboren toen de desbetreffende finale werd gespeeld. Toch refereren de journalisten maar al te graag en vaak aan 1974, de spelers lijken zich er wel degelijk van bewust te zijn. Ze zijn met de verhalen en beelden grootgebracht. Vervolgens wordt ook de EK finale 1988 aangehaald. De verslaggevers halen met alle plezier het voorbeeld Ronald Koeman aan, die het toentertijd zijn achterste afveegde met het shirt van de Duitser Olaf Thon. Duidelijk is dat de huidige generatie spelers dit wel bewust hebben meegemaakt. Kortom, zelfs bij een jonge generatie mensen leeft het wel degelijk. Wat gebeurt er daarom als we deze kwalitatieve gegevens omzetten in kwantitatieve gegevens? Grafisch ziet de verdeling van de verschillende frames in 2004 er als volgt uit.

85

Billig (1995), P. 80 http://geschiedenis.vpro.nl/ (28 juni 2007) 87 Maguire et al. (1999), p. 69 88 De Volkskrant (15 juni 2004), p. 21 86

42


60

50

40

30

Gemiddelde

20

Ba naal na tionali sme

10

V oetba laa ndacht 0 Alge me en Dagbla d T ele graa f NRC Handel sblad V olkskr ant

V oetba lsucce s

Krant

Grafiek 7 - Scores frames 2004 per krant Ondanks de matige aanloop toont deze grafiek een verdeling waarin het nationalisme- en succesframe veelvuldig voorkomt. NRC Handelsblad, Algemeen Dagblad en de Telegraaf zijn wat die frames betreft koploper. Het beeld dat de grafiek over het verloop van de berichtgeving schetst nuanceert bovenstaand beeld echter. 50

40

Gemiddelde

30

20 Ba naal na tionali sme Voetba laa ndacht 10 12

Voetba lsucce s 14

21

24

28

Juni

Grafiek 8 - Verloop berichtgeving EK '04 Ook hier start men met een redelijk hoge mate van nationalistisch taalgebruik, ondanks een matige voorbereiding wordt er op vertrouwd dat het elftal van de Duitsers zal winnen in de eerste wedstrijd. Door een late gelijkmaker van Van Nistelrooy blijft het 1-1, kranten koppen dat de eer daardoor niet verloren is. Het nationalisme wordt weer wat getemperd. Ook in de daaropvolgende dagen stijgt het nationalisme niet, temeer omdat Nederland met veel geluk steeds een ronde verder komt. Frappant in dat licht is dat men wel over successen spreekt en schrijft. Desondanks groeit de kritiek op het Nederlandse spel. Heel het land bemoeit zich massaal met bondscoach Advocaat. Zelfs de premier 43


mengt zich in het debat over de kritiek op bondscoach. Na een, voor velen onbegrijpelijke, wissel in de wedstrijd tegen TsjechiĂŤ groeit de kritiek op de oefenmeester flink. Unaniem is men het er wel over eens dat in deze wedstrijd het beste en mooiste voetbal van heel het toernooi is vertoond. In de grafiek wordt dat duidelijk aan de hand van de snel stijgende succeslijn. Grafiek 8 weergeeft alleen de laatste speeldag met de bijbehorende berichtgeving niet weer toen Nederland in de halve finales door Portugal werd uitgeschakeld. Op 1 juli is 20,88% van de berichtgeving banaal nationalistisch te noemen, het voetbalframe stijgt. Met een gemiddeld percentage van 59,32% wordt hier erg veel aandacht aan besteed. Het succesframe daalt aanzienlijk, en levert een gemiddelde van 18,83% op. 4.1.5 1974-2004 We hebben nu gekeken naar de afzonderlijke jaren, daarin zijn de bijzonderheden van verschillende kranten afzonderlijk benoemd en toegelicht. Daarbij kwam langzamerhand een rode draad aan het licht. Maar wat zeggen alle resultaten nu eigenlijk tezamen?

60

50

40

Gemiddelde

30

20

Bana al natio nalism e Voetbalaand ach t

10

Voetbalsu cces 1974

1988

1998

2004

Jaar

Grafiek 9 – Scores frames totaal per jaar Het nationalisme dat tot uiting komt in de krantenberichtgeving rondom interland voetbal is in de periode tussen 1974 en 2004 jaarlijks gemiddeld met 53.16% gestegen. Parallel aan die groei zien we ook het succesframe toenemen. In dezelfde periode steeg de succesberichtgeving gemiddeld met jaarlijks 12,24%. Maar hoe zijn de verschillende frames gemiddeld over de verschillende kranten en jaren verdeeld? Want het is nog maar de vraag of de gemiddelde scores van de afzonderlijke frames een zelfde beeld opleveren wanneer we alle jaargangen samenvoegen. Die verdeling ziet er als volgt uit. 44


50

40

Gemiddelde

30

20 Banaal national isme Voetbalaandacht 10 Algemeen Dagblad Te legraaf NRC Handelsbl ad Volkskrant

Voetbalsucces

Krant

Grafiek 10 - Scores frames 1974 - 2004 per krant De resultaten van grafiek schetsen een nagenoeg gelijke verdeling over de verschillende kranten. Alleen de Volkskrant wijkt wat betreft banaal nationalisme en voetbalsucces enorm af. Verschillende oorzaken kunnen daaraan ten grondslag liggen. Allereerst een methodologische kanttekening. Het jaargang 1988 van de Volkskrant was in het archief van de Universiteit van Amsterdam niet beschikbaar. Daardoor ontbreken gegevens uit het jaar waarin Nederland Europees Kampioen voetballen werd en we in de andere kranten een verhoogde mate van nationalisme, voetbalaandacht en voetbalsucces aantroffen. Het Algemeen Dagblad uit 1988 was ook niet beschikbaar, wat dat betreft kunnen de gegevens voor deze krant ook hoger uitvallen. Tot slot is er ook nog een meer inhoudelijke verklaring. Sport neemt bij de Volkskrant niet de meest prominente plaats in. De berichtgeving is terughoudend en divers. Daarbij is het opmerkelijke dat de verstandhouding tussen sportjournalisten van de Volkskrant en het Nederlands elftal niet altijd even goed is geweest. In 1974 weigerden spelers van het elftal te spreken met de Volkskrant. De krant zou foutieve berichten publiceren. In de daaropvolgende jaren is dit echter niet het geval, het blijft alleen de vraag of de houding van de spelers in 1974 heeft meegespeeld aan de manier waarop de Volkskrant voetbaljournalistiek bedrijft. Zijn de journalisten zich bewust meer op feitenmateriaal gaan richten? Ten opzichte van NRC Handelsblad is het verschil opvallend. Desondanks kunnen we stellen dat succes en banaal nationalisme een gegeven is, dat aanwezig is in de samenleving en zodoende ook logischerwijs tot uiting komt in de krant. Maar dan is het nog de vraag hoe deze ontwikkeling zich in de loop der jaren puntsgewijs heeft voltrokken. Welke conclusies kunnen we trekken uit de ontwikkeling van de drie verschillende frames? In een lijndiagram ziet deze ontwikkeling er als volgt uit.

45


60

50

40

Gemiddelde

30

20

Banaal nat ionalisme Voetbalaandacht

10 1974

Voetbalsucces 1988

1998

2004

Jaar

Grafiek 11 – Verloop berichtgeving 1974-2004 In een oogopslag wordt duidelijk hoe nationalisme rondom interland voetbal zich in een periode van dertig jaar heeft ontwikkeld. Onsuccesvol in het landenvoetbal begint Nederland in 1974, daarin weten ze door te dringen tot de finale. De vreugde uit zich vooral op sportief gebied, maar geeft het collectieve zelfvertrouwen onbewust een enorme opkikker. Op sportief gebied telt Nederland nu ook mee. In de berichtgeving komt dat vooral tot uiting in de artikelen waarin melding wordt gemaakt van ‘succes’. In 1988 zien we dan een “eruptie van nationalisme”. Het Nederlands elftal wordt Europees Kampioen, in de diagram zien we daarom dat de rode lijn enorm piekt, tegelijkertijd is de blauwe lijn, die succes weergeeft, ook gestegen. Tot slot piekt het voetbalframe enorm, gezien de gestegen aandacht is dat echter niet vreemd te noemen. Tien jaar later blijkt nationalisme nog volop aanwezig te zijn, journalisten grijpen te pas en te onpas terug op eerdere successen, met 1974 als sleuteljaar. Desondanks is de mate waarin nationalisme voorkomt gedaald ten opzichte van 1988, terwijl het succesframe is gestegen. In de WK van 1998 strandt Nederland dan weliswaar in de halve finales (door strafschoppen naar huis), toch laat het aantrekkelijk voetbal zien. In dat licht verklaren de goede prestaties van het team de berichtgeving waarin het succesframe de boventoon voert, is succes hier gerelateerd aan resultaat. Dat zou kunnen duiden op een versterkend effect, maar aannemelijker is dat de opgebouwde reputatie sinds 1974 een belangrijke rol in het nationale bewustzijn is gaan spelen. Dat kunnen we nog beter verklaren wanneer we 2004 in de analyse betrekken. In dat jaar zijn beide lijnen meer naar elkaar toegegroeid. In het collectieve bewustzijn leeft het gevoel dat “we” gemakkelijk de finale zouden kunnen halen, door een ongelukkige voorbereiding en veel discussie over het te voeren spel verzaakt het elftal goed te voetballen. Met veel geluk bereikt Nederland de halve finales, waarin het tegen Portugal verliest. Welgeteld heeft Nederland één 46


wedstrijd voortreffelijk gevoetbald. Maar daar houdt het dan ook wel op, echt succesvol is het elftal nooit geweest. Het succesframe komt blijkbaar sterkt tot uiting wanneer er sprake is van een goede reputatie en succes gekoppeld kan worden aan resultaat. In 2004 speelde die reputatie een enorme rol, maar resultaten bleven uit. Het bereiken van de halve finales gebeurde immers met heel veel geluk. Dat kan er ook op duiden dan wanneer het uiteindelijke doel, toernooiwinst, uitblijft het latent aanwezige nationalisme wordt getemperd. Teruggrijpend op eerdere successen en de naam van het Nederlandse voetbal scoren de frames nationalisme en succes nog relatief hoog, met een score van respectievelijk 31,98% en 31,78% op de totale berichtgeving. Ten opzichte van 1974 is dat nog steeds een stijging. 4.2 Interpretatie We kunnen niet zonder meer stellen dat succesnationalisme de gevonden gegevens in zijn geheel kan verklaren, maar toch doet dat het voor het overgrote gedeelte. In elk jaar dat gevoetbald is heeft het elftal een zekere mate van succes bereikt en in elk jaar trekt het succesframe nationalisme met zich mee. Alleen in 1988 en 2004 is het beeld iets anders. Dat nationalisme in 1988 het succesframe overstijgt is in grote mate te herleiden tot de halve finale tegen West-Duitsland, op dat moment hebben de Nederlanders revanche genomen op de nederlaag uit 1974. Aan de spontante volksfeesten die door heel het land ontstaan is enorm veel aandacht besteed in de kranten, maar ook in de sportverslaggeving zelf. Grafisch zien we dat terug in de enorme piek van het nationalisme frame. In 2004 overstijgt nationalisme het succes met een fractie van tienden procenten. Maar hoe wordt dat hier verklaard? Van een hoofdprijs is geen sprake en van groots voetbal kon men ook niet spreken. Is er daarom wellicht sprake van inhaalnationalisme? Dat is allerminst het geval. Allereerst hebben we namelijk kunnen zien dat reputatie een belangrijke rol speelt. In de loop der jaren heeft het elftal een succesvolle naam opgebouwd. Maar de naam kon niet worden waargemaakt, resultaten bleven uit. Anders gezegd, het succes dat werd verwacht kon niet waar worden gemaakt. Vervolgens blijkt er van inhaalnationalisme echter geen sprake omdat het gevonden nationalisme achterblijft bij een verwachtte trend. Indien mensen uiting zouden willen geven aan de verbleekte nationale identiteit, dan zou het frame uit 2004 dat uit 1998 moeten overtreffen. Vooral omdat we vanaf 2001 te maken hebben met een debat waarin immigratie en nationale identiteit centraal staan.89 Maar dan is nog niet beantwoord waarom nationalisme succes hier overstijgt. De verklaring is eigenlijk al gegeven en schuilt in de reputatie. Op het gebied van voetbal heeft Nederland in de afgelopen decennia een enorme naam opgebouwd, maar die naam werd dan ook op verschillende momenten steeds opnieuw waargemaakt. Nederlandse voetballers spelen voor de grote clubs in Europa, en die komen keer op keer samen tijdens de grote toernooien. Zo ook in 2004, nationalisme ging hand in hand met de reputatie die

89

Pellikaan & Van der Lubben (2006), p. 226

47


bestond over het elftal. Zelfverzekerd over het eigen kunnen ontstaat daardoor al vrij vroeg een vorm van nationalisme. Dat is ook te zien in de grafiek van 2004. Ten opzichte van de andere jaren zien we hier dus een ander patroon. In dat patroon kunnen vanaf de eerste speeldag direct een hoge mate van nationalisme bespeuren. Nu is het vooral de vraag of we hier wat over kunnen zeggen aan de hand van het debat over de multiculturele samenleving. Heeft de demografische ontwikkeling van Nederland veel invloed gehad op de mate waarin mensen zich vastklampen aan de nationale identiteit? Daar moet in het volgende hoofdstuk meer over duidelijk worden. Aan de hand van twee specifieke cases wordt gekeken hoe deze ontwikkeling zich heeft voltrokken.

48


5. Multicultureel voetbal Het nationalisme rondom voetbal is dus grotendeels gerelateerd aan succes. De prestaties van het Nederlands elftal in 1974 hebben in hoge mate bijgedragen aan een positief beeld over het Nederlandse voetbal. Het zogenaamde totaalvoetbal is in de loop der jaren symbool komen te staan voor Nederland. Snel, opbouwend en mooi voetbal waarin alle ruimtes van het veld worden benut. Zo is er in enkele decennia een identiteit ‘geconstrueerd’ waarmee Nederlanders zich tot op de dag van vandaag vereenzelfigen. Maar hoe inclusief is die identiteit? Men spreekt immers over het multiculturele drama, in datzelfde tijdsbestek is Nederland demografisch enorm veranderd. Heeft dat een rol gespeeld? De discussie over de multiculturele samenleving lijkt namelijk in zijn geheel te zijn voorbijgegaan aan het nationale voetbal. Het Nederlandse elftal vormt een duidelijke afspiegeling van de Nederlandse samenleving. Zouden we daarom kunnen stellen dat conflicten over de multiculturele samenleving onderschikt worden gemaakt aan de sportieve prestaties? Om dat na te gaan zijn twee kwesties geselecteerd waarin de multiculturele samenleving en afkomst een rol hebben gespeeld. Allereerst is er het zogenaamde kabelincident uit 1996, waarbij er in de spelersselectie tijdens de Europese Kampioenschappen voetbal in Engeland een tweedeling zou zijn ontstaan tussen de blanke jongens en een jeugdig ‘zwart front’, de kabel. Het ander incident deed zich voor rondom de mogelijke naturalisatie van toenmalig Feyenoord-speler Salamon Kalou. Op basis van een speciale sportregeling gunde Minister van vreemdelingenzaken Rita Verdonk de speler geen versnelde naturalisatie. Na een aantal rechtzaken kan Kalou versneld worden genaturaliseerd, mits hij zou slagen voor het inburgeringsexamen. Hij zakt en mist de WK 2006 in Duitsland. 5.1 De kabel – het jeugdige zwarte front Midden jaren negentig vormen Patrick Kluivert, Edgar Davids, Clarence Seedorf, Winston Bogarde en Michael Reiziger het ‘Surinaamse front’ van Ajax. De Amsterdamse formatie wint bijna alles wat er te winnen valt. De jonge generatie spelers waant zich onverslaanbaar, met Oranje willen ze de Europese kampioen van 1996 worden. Het moet het huzarenstukje worden in een grote reeks successen Tijdens de EK loopt het echter allemaal anders. In de aanloop naar het kampioenschap presteert de ploeg van bondscoach Guus Hiddink al matig. Zo soepel als het bij Ajax draait, zo moeizaam gaat het in Oranje. Het stokpaardje van de Nederlandse voetbalcultuur, het totaalvoetbal, wordt volgens buitenlandse kranten te ver doorgevoerd. “Oranje lijdt aan het Ajax-syndroom. Tot deze conclusie komen Duitse waarnemers na de ontgoochelende EK-ouverture van het Nederlands voetbalelftal. In de Suddeusche Zeitung van vandaag wordt in een nabeschouwing vastgesteld dat het Nederlandse combinatievoetbal veel te ver wordt doorgevoerd.”90 ‘Circusvoetbal’ wordt het elftal verweten, “Wat dat betreft moeten de elite-leerlingen uit Amsterdam arrogantie worden verweten. Want niet het idee beter te zijn bepaalt

90

Het Parool (15 juni 1996), p. 1

49


het uiteindelijke resultaat, slechts de doelpunten tellen.”91 De jonge garde Ajax-spelers krijgen het na al hun successen zwaar te verduren. In die sfeer ontstaat vervolgens een opstootje rondom Edgar Davids. Volgens de jonge speler zou bondscoach Hiddink vriendjespolitiek bedrijven. “He should not put his head in other players’ ass” aldus Davids na de wedstrijd tegen Zwitserland aan de Zwitserse pers. De Nederlandse pers staat de speler dan al niet meer te woord. De provocatie is voor Hiddink de druppel die de emmer doet overlopen. Davids wordt uit de selectie gezet. Over de aard van die rel bestaat nog steeds veel onduidelijkheid. Die zou namelijk ook raciale achtergronden hebben. “Het jeugdige ‘zwarte front’ zou botsen met de blanke jongens die de dienst uitmaken”92 De zwarte jongens vormen een kliek, een kabel. “Een niet te breken ketting van op Surinaamse grondslag gebaseerde loyaliteit.”93 Anderen beschouwen de kabel meer in voetbaltermen: “Twee of meer spelers die elkaar blindelings weten te vinden.”94 De term ontstond volgens voetballer Patrick Kluivert in een gesprek met Frits Barend en Henk van Dorp. Het duo wil een interview houden met Clarence Seedorf, Edgar Davids en Kluivert zelf. Kluivert: “We zaten op een rijtje en tijdens het gesprek viel de term ‘kabel’. We waren trots daar als drie Surinaamse jongens te zitten en benadrukten onze bijzondere band.”95 De vermeende kwestie wordt aanvankelijk niet door alle media als zodanig opgepikt. Alleen de Volkskrant en Het Parool zetten relatief groot in op de zaak. De bom barst als een cameraploeg van de NOS beelden maakt van het ontbijt. De NOS zendt de beelden nog die zelfde avond uit, en de Volkskrant publiceert de foto de daaropvolgende dag in de krant. Vier ronde tafeltjes, verspreid in de tuin van het hotel waar Oranje is gehuisvest. Oefenmeester Guus Hiddink staat bij het voorste tafeltje. Nors kijkend, één hand in zijn broekzak, met de ander heft hij een glas wijn. Aan het achterste tafeltje zitten alle donkere spelers samen. Alleen Richard Witchge steekt er tegen af. De andere tafels zijn volledig blank. Voor verschillende media is het nu zeker: er is een duidelijke zwart-wit scheiding in het elftal, temeer omdat Edgar Davids dit ook nog eens tegenover een Italiaanse correspondent zou hebben bevestigd.96 De discussie wordt vooral besproken in voetbalpraatprogramma’s. In de verdere berichtgeving krijgt toch vooral het voetbal de aandacht. De betrokken spelers denken er verschillend over. Toenmalig Oranje-speler Winston Bogarde meent nog steeds dat er sprake was van een duidelijke scheiding. “Die scheiding merkte je aan alles”, aldus Bogarde in een tv-aflevering van het programma Profiel. “In het hotel, bij het eten. Zij waren daar

91

Het Parool (15 juni 1996), p. 1 De Volkskrant (17 juni 1996), p. 13 93 Het Parool (15 juni 1996), p. 37 94 Van der Waerden (2006), p. 106 95 Verweij (2006), p. 75 96 Het Parool (17 juni 1996), p. 15 92

50


hoog verheven boven ons. Dat heeft ons het EK gekost.”97 Op de vraag of de donkere spelers zich werkelijk achtergesteld voelen in het Nederlandse elftal zei Micheal Reiziger indertijd het volgende: “Onze cultuur is moeilijk uit te leggen, ik vrees dat het niet echt te begrijpen vals als je er geen deel van uitmaakt.”98 In hetzelfde artikel zegt Reiziger nog steeds het gevoel te hebben dat de gekleurde mens zich moet bewijzen ten opzichte van de blanke. “Het gaat vaak om subtiele dingen: maar die vormen wel een wezenlijk onderdeel van het bestaan. Nee, als kind ben ik nooit geconfronteerd met racisme, hoewel ik de enige donkere jongen in mijn klas was.”99 Bogarde vult dat gevoel aan in het artikel. “Vijftien, twintig jaar geleden werden donkere spelers niet of nauwelijks geselecteerd voor vertegenwoordigende elftallen.” De emancipatie van de donkere voetballers zou al met al nog niet zijn voltooid, zo meent de vader van Clarence Seedorf. Toch nuanceren een aantal van diezelfde spelers dat beeld. Reiziger en Kluivert dat beeld hebben die gevoelens dan weliswaar, maar zien het niet als een groot conflict. Kluivert zegt het zelfs gevaarlijk te vinden om te spreken van een etnisch conflict. Bij Ajax heeft hij daar ook nooit wat van gemerkt. Over de hele kwestie zegt Kluivert naderhand het volgende. “Het irriteerde me echt mateloos, dat een cameraploeg van de NOS tijdens het EK in Engeland beelden maakte van ons ontbijt en – omdat Clarence, Winston, Edgar en ik aan één tafel zaten – dezelfde avond melding maakte van een tweedeling in het trainingskamp. Als die verslaggever had opgelet, had hij gezien dat ik de dag daarvoor met Frank de Boer, Edwin van der Sar en Danny Blind had ontbeten. En dat ik tijdens de lunch met Jordi Cruyff, Peter Hoekstra en Youri Mulder zat. Er werd een bommetje onder Oranje gelegd, terwijl er echt helemaal niets aan de hand was. Tenminste niet meer dan dat drie Surinaamse tieners zich een half jaar daarvoor trots hadden uitgelaten bij Barend & Van Dorp.”100 Over het interview waarin de term ‘kabel’ voor het eerst viel zegt Kluivert: “Het interview werd uit zijn verband gerukt en door velen aangegrepen om de tegenstelling tussen zwart en wit bij het Nederlands elftal aan te geven. Een tegenstelling die er helemaal niet was.”101 Ruud Gullit en Rijkaard effende die weg namelijk al, van emancipatie moet dus wel degelijk sprake zijn.102 Bogarde stelt verder dat het EK ’96 wel het definitieve moment was waarop de donkere spelers als volwaardig werden beschouwd. Of we de kwestie als etnisch conflict moeten zien is daarom nog steeds niet helemaal duidelijk. In de biografie van Winston Bogarde wordt ook nog eens duidelijk dat geld een belangrijke rol speelde in het incident. Problemen die bij Ajax speelden, en boven water kwamen drijven gedurende het EK in Engeland. “De finale (Champion League 1996, Ajax – Juventus, red.) is een breekpunt. Ervoor is Ajax

97

NRC.Next (22 maart 2006) Het Parool (17 juni 1996), p. 15 99 Idem 100 Verweij (2006), p. 75 101 Idem 102 De Volkskrant (1996), p. 98

51


onoverwinnkelijk, hoewel ze niet meer zo goed spelen als een jaar erder. Erna komen er transferberichten. Edgar gaat weg. Pas op dat moment blijkt hoe slecht de donkere spelers van Ajax worde betaald. Hijzelf hoort dan tenminste nog tot de tweede categorie, achter Blind, Frank en Ronald de Boer, Litmanen, Silooy, Van Vossen. Maar Reiziger, Davids, jongens van de eigen opleiding, die zitten nog lager.”103 Bogarde brengt de hele situatie ter sprake tijdens het trainingskamp in Engeland. De blanke spelers zeggen van niets te weten, hoe de verhoudingen daarna lopen is onbekend. Feit is wel dat een groot gedeelte van de selectie uit 1996 schittert op de WK van 1998, en daar is geen vuiltje aan de lucht. Een conflict was er dus wel: om geld, om op gelijke wijze te worden behandeld. In dat licht is het ook opvallend waarop de verschillende kranten berichtten. Zoals gezegd zaten de Volkskrant en Het Parool er vrij goed bovenop. Andere kranten maakten gewoon melding van een probleem dat zich voordeed, maar waren voorzichtig om het een etnisch conflict te noemen. Op tv is er duidelijk meer aandacht aan besteed, vooral in het programma van Barend & Van Dorp. In de toernooien die na 1996 volgden wordt er ook maar sporadisch verwezen naar de ‘kabel’, inmiddels wordt de term ook gebruikt om een groep spelers uit die periode te duiden. In de weinige opiniestukken die er uit die tijd beschikbaar zijn wordt er bovendien vooral over voetbal gepraat. Racisme, etniciteit: het wordt allemaal naar de achtergrond geduwd, getuige het volgende citaat. “Getracht is het conflict met Davids in een breder kader te plaatsen door de huidskleur van de spelers in de discussies te betrekken Wie dat doet, begeeft zich op gevaarlijk terrein en zou aan het eind van de avond onder meer de conclusie kunnen trekken dat Witschge (wit) om andere dan voetbaltechnische ten tactische redenen de voorkeur krijgt boven Davids (zwart). Dat is klinkklare, racistische onzin. Er zijn geen andere dan tactische en technische aspecten in het spel. Hiddink heeft zijn adviseurs niet op grond van hun huidskleur uitgekozen en het is toevallig dat Blind en Ronald de Boer wit zijn. De een is aanvoerder en speel op een , uit tactisch oogpunt, cruciale positie, de ander is een bekwaam analyticus en ondanks zijn leeftijd al zeer ervaren. Als Gullit (Zwart) zou zijn geselecteerd voor Euro’96, zou hij de voornaamste adviseur van Hiddink zijn geweest, vanwege zijn ervaring en kennis van het spel.”104 De journalist zegt vervolgens dat cultuurverschillen geen punt zijn. Pas als er een schisma dreigt is er iets waar we ons zorgen over moeten maken. Volgens Paul Onkenhout is daar geenszins sprake van. Onkenhout stelt nog dat er zelfs verschillen bestaan tussen mensen uit de provincie en de stad, in Nederland. Deze mening, dit gegeven lijkt kenmerkend voor de berichtgeving uit die tijd. Wat dit “conflict” betreft lijkt het er dus eerder op dat de multiculturele samenleving en de discussie daaromheen ondergeschikt is gemaakt aan de sport. Hoe is dat na 2000? Hoe is dat na het debat over de multiculturele samenleving? Wordt er dan nog steeds geschreven zoals dat in 1996 gebeurde?

103 104

Rözer (2005), p. 73 De Volkskrant (18 juni 1996), p. 17

52


5.2 Een buitenlander in het Nederlandse elftal? In de aanloop naar de Wereldkampioenschappen 2006 in Duitsland werd de Ivoriaan Salomon Kalou nationaal nieuws vanwege zijn mogelijke naturalisatie tot Nederlander. De voetballer kwam nog nooit uit voor het nationale elftal van Ivoorkust, daardoor kon hij in aanmerking komen voor het Nederlandse elftal. Bondscoach Marco van Basten ziet veel in het plan, noemt Kalou een groot voetbaltalent en zwengelt een discussie aan. Kalou moet een versnelde naturalisatieprocedure doorlopen. Toenmalig minister van Vreemdelingenzaken en Integratie, Rita Verdonk, meent echter dat Kalou niet in aanmerking kan komen voor die procedure. In de zomer van 2005 wees Verdonk twee keer een verzoek tot versnelde naturalisatie af. Kalou zou niet voldoende ingeburgerd zijn. Bovendien hadden kenners haar verzekerd dat het succes van Oranje niet afhankelijk is van de Ivoriaan. Op grond van een bijzondere regeling kunnen sporters met toegevoegde waarde versneld worden genaturaliseerd. Daardoor komt het uiteindelijk tot een rechtzaak, in de rechtszaal pleitten Marco van Basten en zijn assistent John van ’t Schip voor versnelde naturalisatie. Citaten van Johan Cruijff over de speler worden volop aangehaald, in tal van voetbalprogramma’s leeft de discussie. In deze zaak bepaalt de rechter dat Verdonk opnieuw naar de zaak van Kalou moet gaan kijken. Na een hoger beroep, dat Verdonk opnieuw, verliest volgt een aantal weken later een definitieve beslissing. Ook Kalou moet de door Verdonk ingevoerde inburgeringstoets afleggen. Hij slaagt niet, en mist daardoor het Wereldkampioenschap met Nederland, tot verdriet van hordes voetballiefhebbers. De advocaat die namens de staat pleitte verwijst naar de politieke keuzes die zijn gemaakt. “Volgens Hoogvliet is het kabinetsbeleid er nu eenmaal op gericht om alle aanvragen tot naturalisatie zeer kritisch te bekijken en dat geldt ook voor de topsportersregeling. ‘De sporters die eerder met succes een beroep op deze regeling deden, hebben dat voor april 2003 gedaan.’ Toen trad het huidige kabinet aan.”105 In dit laatste citaat schuilt een belangrijk gegeven. Gedurende het kabinet Balkenende (II) is de immigratie- en naturalisatieregelgeving flink aangescherpt. Het past in een lijn waarin de gedragsnormen in de samenleving weer wat werden aangetrokken. Politicoloog Jos de Beus schetst dit aan de hand van een indeling van de politieke geschiedenis van Nederland in vier lange perioden, met vage overgangen. Over de meest recente periode zegt hij: “De meest recente periode omvat de wederkeer van progressieve dominantie en dynamiek en bestrijkt de periode van 1949 tot 2002. (...) De dynamiek betreft ditmaal de deelname van Nederland aan voortdurende internationalisering in de hoogste regionen van technologie, organisatie en voorspoed, in combinatie met een individualisering die door de eerder genoemde prudentie wordt getemperd.”106 De Beus concludeert: “De wraking van paars door de populist Fortuyn tegen de achtergrond van de islamitische terreurdreiging markeert de 105 106

NRC Handelsblad (26 november 2005), p. 11 De Beus in Pellikaan et. al. (2006), p. 232

53


uitputting van deze bloei van vooruitstrevendheid.”107 De lange jaren zestig zijn volgens de politicoloog sinds het vorige kabinet definitief voorbij, compleet met het ideaal van het vrije, ruimdenkende individu.108 Deze hele ontwikkeling valt samen met het ontstaan van de Edmund Burke Stichting (EBS) eind 2000 en het stuk van Paul Scheffer over het multiculturele drama.109 De stichting is opgericht “om het conservatieve gedachtegoed in Nederland uit te diepen en uit te venten”.110 Tot 2003 bleef de stichting een strikt cultureel pedagogische stichting. In dat jaar werd dit ideaal even verlaten en publiceerde de stichting het Conservatief Manifest waarin de hoofdlijnen van een conservatieve politiek werden geschetst. Aanvankelijk zagen veel partijen de thema’s als gevaarlijk. Die periode is duidelijk afgesloten want de thema’s staan inmiddels de politieke agenda van verschillende politieke partijen. Het kernpunt van de algemene kritiek die we bij verschillende partijen vinden wordt verwoord in het Conservatief Manifest. “Het conservatisme is de aartsvijand van het linkse, progressieve denken. Het is de kritische houding, uitgewerkt tot een coherente filosofie, tegenover de revolutie van de jaren zestig, die ons politieke correctheid, multiculturalisme en waardenrelativisme heeft gebracht.”111 En precies op het punt van multiculturalisme is er een kentering tot stand gekomen. Het gedachtegoed heeft navolging gevonden in brede lagen van de samenleving. Tegenwoordig profileert Geert Wilders zich op het gebied van cultuurpolitiek en immigratie. Die traditie kunnen we conservatief noemen. “De inkadering van het debat is conservatief omdat de sprekers, vaak zonder het te beseffen, conservatieve noties gebruiken van kwaad, barbarij, onveiligheid, en de bestrijding daarvan via tucht, traditie en vaderlijke leiding.”112 Het debat omtrent de mogelijke naturalisatie van Salamon Kalou werd breed gevoerd, desondanks was het karakter van de berichtgeving mild. Zeker in vergelijking met de zaak Taida Pasic. Het meisje dat met haar familie was gevlucht uit Kosovo en na ruim vijf jaar, vlak voor haar eindexamen VWO, terug moest. Emotioneel was die zaak zwaar beladen. Ze voldeed aan alle inburgeringseisen, maar werd toch gedwongen terug te keren naar haar land. Salamon Kalou sprak nauwelijks Nederlands, en toonde verder weinig affiniteit met het land. In zijn zaak werden geheel andere argumenten aangevoerd. Als sporter kon hij een belangrijke bijdrage leveren aan het succes van het Nederlandse voetbal. Daar was zelfs Johan Cruijff zeker van. In de berichtgeving lijkt de zaak Kalou welhaast een bijzonder apart geval. Zo laat het volgende citaat zien. “Al geruime tijd maakt de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie zich niet bijster populair in de voetbalwereld door Feyenoord-spits Salomon Kalou om

107

De Beus in Pellikaan et al. (2006), p. 232 Vrij Nederland, december 2006 109 Scheffer, NRC Handelsblad (29 januari 2000) 110 Spruyt in Pellikaan et al. (2006), p. 289 111 Conservatief Manifest, p. 5 112 De Beus in Pellikaan et al. (2006), p. 226 108

54


principiële redenen een Nederlands paspoort te weigeren, daarbij de positieve adviezen van insiders zoals Cruyff en bondscoach Marco van Basten negerend.”113 Als argument voeren zij na verloop van tijd aan dat Kalou voor veel mensen een toegevoegde waarde is. Als voetballer zou hij het belang van velen dienen en bovendien een voorbeeldrol kunnen spelen. Eerder sprak toenmalig PvdAfractievoorzitter Wouter Bos zich al uit voor een paspoort voor Kalou, ook om die redenen. Dat voetbal een totaal andere status heeft binnen het multiculturele debat toont ook het volgende citaat. “Fnuikend is daarom te constateren hoeveel moeite de politiek heeft om daarin mee te gaan. Recentelijk hadden we nog de bizarre klucht rond Rita Verdonk (minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie) en Salomon Kalou. Een keurig geintegreerde topvoetballer die graag versneld Nederlander wilde worden, om zo tijdens het WK 2006 met Oranje in actie te kunnen komen. Terwijl alle adviesorganen de lichten op groen zetten, maakte Verdonk er een persoonlijke zaak van en sprak haar veto uit. Tenslotte hadden haar adviseurs aangegeven, dat het Nederlands elftal het ook prima zonder Kalou af kon...”114 In een commentaar dat we vinden in dezelfde krant lezen we over de zaak Pasic het volgende. “Het uitzettingsbeleid van minister Rita Verdonk oogt altijd hard als de daarbij behorende gezichten naar buiten komen. Die wekken vaak begrip en medeleven op. Maar het zou vreemd zijn als de minister daar haar op beleid zou richten. Dan zou ze een niet te rechtvaardigen onderscheid aanbrengen. Om die reden is het te billijken dat zij het Kosovaarse meisje Taida Pasic dat hier haar schoolopleiding wil afmaken, laat uitzetten. Ze verblijft hier volstrekt in strijd met de regels nadat zij eerder met haar ouders al het land was uitgezet.”115 In wezen wordt daarmee het verschil in berichtgeving getypeerd, vooral wat betreft de onderliggende toon. Topsport heeft een aparte status, een apart karakter en een aparte manier van benaderen. De tijdsgeest tussen 1996 en 2005 mag dan wel enorm zijn veranderd, de berichtgeving omtrent voetbal is in hoge mate gelijk gebleven. Vooral qua toonzetting, multiculturalisme speelt op het niveau van professioneel voetbal nauwelijks een rol. En zover het al een rol speelt wordt het ondergeschikt gemaakt aan de sportieve prestaties. Op zichzelf kunnen we uit dat gegeven tal van interessante conclusies trekken.

113

De Telegraaf (13 oktober 2005), p. 1 De Telegraaf (11 juni 2005), p. 29 115 De Telegraaf (2 maart 2006), p. 1 114

55


6. Conclusie De succesverhalen van Oranje hebben op verschillende momenten geleid tot spontane volksfeesten waarin de Nederlanders baadden in het nationale ‘wij-gevoel’. De feesten legden gevoeligheden en sentimenten bloot die normaliter door het achterhoofd plegen te sluimeren. Eigenaardigheden van een volk, zo menen velen. Toch zijn die eigenaardigheden bijzonder gebleken. In korte tijd werden en worden mensen meer dan eens herinnerd aan de nationale identiteit. Het doel van dit werkstuk was om na te gaan welke mechanismen hier achter schuil gaan. Willen mensen uiting geven aan een toenemend verlies aan identiteit of hebben we te maken met een alledaags verschijnsel? Kortom, waarom grijpen mensen juist bij interlandvoetbaltoernooien naar nationalistische retoriek en symboliek? Verondersteld werd dat identiteiten geconstrueerd zijn. Nationalisme verwordt daarmee tot een ideologie van sentimenten en symbolen, zelfs in het ontwikkelde Westen. Door de populariteit en massaliteit van het voetbal leken grote interlandtoernooien een ideale testcase om het mechanisme dat achter nationalisme schuilgaat bloot te leggen. Zo stelden we de vraag of het nationalisme rondom interlandvoetbal een incidenteel verschijnsel is, of dat het gekoppeld is aan succes in het voetbal. Tegelijkertijd kon zo de vraag worden meegenomen of succes dan een bouwsteen zou kunnen zijn voor de constructie van een nieuwe identiteit. Uiteindelijk werd aan de hand van twee cases gekeken welke invloed de multiculturele samenleving heeft gehad op deze identiteit. De verwachting was dat nationalisme rondom voetbal te herleiden zou zijn tot het specifieke jaartal 1974. Vanaf dat moment zouden sportieve successen het nationale ‘wij-gevoel’ aanwakkeren. Voortbouwend op een theorie van Michael Billig werd beargumenteerd dat subtiele taalkundige gewoonten in de krant duiden op de aanwezigheid van nationalisme. Zo lieten we de ontwikkeling van het nationalisme tot en met 2004 zien. Daar kwam uit naar voren dat het nationalisme sinds 1974 inderdaad was toegenomen rondom interlandvoetbal. In 1988 kwam het zelfs tot een enorme eruptie van nationalisme. Daaraan gekoppeld lieten een aantal andere frames de ontwikkeling van de voetbalaandacht en het succes zien. Uit de analyse kwam niet een sluitende hypothese naar voren. Maar in de meeste gevallen ging de succeshypothese wel degelijk op. Maatschappelijke factoren dragen uiteindelijk niet heel veel bij aan de wijze waarop mensen zich rondom interlandvoetbal laten gaan. 6.1 Succes De constatering dat maatschappelijke factoren geen rol hebben gespeeld in nationalisme rondom interlandvoetbal is belangrijk. Gezien de gevonden gegevens kunnen we daarom stellen dat nationalisme altijd sluimerend aanwezig is. Succes, op sportief gebied, geldt als katalysator tot 56


uitbundig nationalisme, waarin te pas en te onpas wordt teruggegrepen op nationalistische retoriek en symboliek. Daarmee hebben globalisering en Europeanisering op geen enkel moment in de onderzochte verslaggeving hun weerslag gevonden in de manier waarop mensen zich uiten gedurende de toernooien. Deze conclusies staan haaks op die van het inhaalnationalisme, waarin voetbal gebruikt wordt om uiting te geven aan een nationalisme dat wordt ingegeven door maatschappelijke factoren. Verder wordt voetbal ook niet gebruikt om de nationale identiteit op te poetsen. In bijna alle gevallen heeft het onderzoek laten zien dat succes aan de basis ligt van nationalisme, en waar dit niet het geval zijn verklaringen aan te dragen die wederom zijn te herleiden tot eerdere successen. 1974 is duidelijk het startpunt van onze nationale voetbalidentiteit en de succesthese geweest. Vanaf dat moment wordt er vaak melding gemaakt van het succeselftal van 1974. Gesproken wordt over totaalvoetbal, ruimte, inzicht en aanvallend spel. Het zijn allemaal kenmerken die sindsdien worden toegekend aan de Nederlanders. Daarmee is die identiteit sociaal geconstrueerd en verworden tot een symbool van Nederland. De identiteit is op dit punt daarom ook nog betrekkelijk jong. Op zekere momenten werden hier ook oudere elementen aan verbonden, denk bijvoorbeeld aan de Tweede Wereldoorlog. Dat zagen we in de verslaggeving uit 1988, waarin het tot een ‘uitbarsting’ van nationalisme kwam en de oorlog gebruikt werd als een middel om een scherp vijandsbeeld neer te zetten. Voor een groot gedeelte was dat te herleiden tot de wedstrijd waarin Nederland tegen WestDuitsland speelde en won. Er werd “revanche” genomen op de nederlaag uit 1974. Aan de spontante volksfeesten die door heel het land ontstonden is enorm veel aandacht besteed in de kranten, maar ook in de sportverslaggeving zelf. De aandacht verschoof zo van het voetbal naar heftige sentimenten uit het verleden. In 2004 zagen we dezelfde tendensen in de verslaggeving. Als inhaalnationalisme kunnen we het echter niet bestempelen. Ten opzichte van de enorme piek uit 1988 daalde het nationalisme in de verslaggeving tot een niveau dat volledig in lijn is met de gevoerde hypothese. Door enorme successen piekt het nationalisme meer dan je zou verwachten, 1998 heeft wat dat betreft een normale trend laten zien. In 2004 daalde het nationalisme echter wederom, bezien vanuit het inhaalnationalisme is dat vreemd, temeer omdat het gevonden nationalisme achterblijft bij een verwachtte trend. Indien mensen uiting zouden willen geven aan de verbleekte nationale identiteit, dan zou het frame uit 2004 dat uit 1998 moeten overtreffen. Vooral omdat we vanaf 2001 te maken hebben met een debat waarin immigratie en nationale identiteit centraal staan.116 Maar daarmee hadden we nog niet de vraag beantwoord waarom nationalisme succes overstijgt. Die verklaring schuilde in de reputatie die het Nederlandse elftal sinds 1974 heeft opgebouwd. De naam die het team wist op te bouwen werd op zekere momenten in de tijd bevestigd en daarmee opnieuw versterkt. Zo ook in 2004, nationalisme ging hand in hand met de reputatie die bestond over het elftal. Zelfverzekerd over het eigen kunnen ontstaat daardoor al vrij vroeg een vorm van nationalisme. In de analyse over 2004

116

Pellikaan & Van der Lubben (2006), p. 226

57


kwam dat uitvoerig aan bod. De reputatie leidde tot nationalisme in een vroeg stadium van het toernooi, uiteindelijk kan de reputatie niet worden waargemaakt waarna het nationalisme in de berichtgeving ook weer flink daalt. Reputatie wordt dus voorafgegaan door succes. Wanneer de reputatie eenmaal bestaat, dan komt daar een enorme nieuwe dynamiek uit voort. 6.2 Etniciteit Op een hele andere manier wordt verder duidelijk waarom nationalisme niet door maatschappelijke factoren wordt ingegeven. Sinds het kabelincident uit 1996 hebben zich geen noemenswaardige incidenten van een dergelijke aard en omvang meer voorgedaan. Daarbij volgde het kabelincident op gebeurtenissen die zich voor een groot gedeelte afspeelden op clubniveau. Bij Ajax zou sprake zijn van ongelijkheid, spelers vertrokken uit het megasuccesvolle elftal en werden in het Nederlands elftal opnieuw herenigd. Daar ontplofte de bom. Opvallend aan deze “duistere kant” van het Nederlandse elftal is dat journalisten in de jaren daarna het incident nauwelijks nog aanhalen. Voetbal staat centraal en alleen eerdere successen worden aangehaald. Buiten het kabelincident lijken etnische kwesties op nationaal voetbalniveau geheel afzijdig. Zo werd het eerstvolgende grote incident, de kwestie Kalou, niet benaderd als een “etnisch vraagstuk”. De sport werd politiek gemaakt, niet de kleur of afkomst van Kalou. Binnen de sportjournalistiek woedde dus een geheel andere discussie dan in de tijd in de maatschappij. Bij Kalou werd gekeken naar voetbaltechnische zaken. Bezien vanuit de historische gegevens vanaf 1974 is dat niet helemaal vreemd. In een periode van dertig jaar wordt er vooral gekeken naar het voetbal zelf, alleen successen worden eruit gefilterd en apart belicht. De veranderende etnische samenstellingen van de teams hebben aan de manier van benaderen niets veranderd. Voetbal blijft centraal staan, en successen worden met veel “plezier” belicht. De opkomst van de multiculturele samenleving heeft geen invloed gehad op het nationalisme dat mensen uiten rondom interlandvoetbal. Nederlanders beroepen zich in hoge mate op dezelfde geschiedenis wat betreft het voetbal. Iedere generatie succesvolle voetballers is tot nu toe opgevolgd door een nieuw elftal vol sterspelers. In de jaren zeventig was het Johan Cruijff, eind jaren tachtig Ruud Gullit en Marco van Basten en weer tien jaar later Dennis Bergkamp en Edgar Davids. Zo wordt elke nieuwe generatie door het voetbal verbonden aan Nederland. Succes in het voetbal versterkt dit effect alleen maar. 6.3 Slotopmerkingen Nationalisme is een betrekkelijk jong verschijnsel, kwam op tegen het einde van de negentiende eeuw en bepaalt tot op de dag van vandaag de manier waarop mensen denken en handelen. Het fenomeen is altijd aanwezig, en geen ideologie van de periferie zoals velen mensen. Als ideologie gebruikt het middelen zoals populaire taal of sport om mensen te binden. Dat kan dankzij een uniforme taal en een daaruit voortvloeiend onderwijssysteem. Dankzij uniform onderwijs krijgt iedereen tot op zekere 58


hoogte dezelfde kennis mee. Denk daarbij aan de “gedeelde� geschiedenis en topografie. Bij beide vakken spelen grenzen en natiestaten een belangrijke rol: nationalisme is altijd aanwezig. Micheal Billig heeft dat gegeven goed bloot weten te leggen, daarbij toonde hij ook aan dat we dagelijks geconfronteerd worden met nationalisme; onze eigen identiteit. In de inleiding werd al duidelijk dat hij de hevige erupties van nationalisme tijdens interlandvoetbal niet goed kon verklaren. In de loop van het werkstuk zagen we dat succes verantwoordelijk is voor die erupties. Het dient als bouwsteen voor een identiteit die wordt gevormd rondom het Nederlandse voetbal. Bovendien beroept men zich hoe dan ook al op een reputatie die is opgebouwd, in het Nederlandse geval betekent dat een reputatie van opbouwend totaalvoetbal. Zojuist zagen we ook nog dat die identiteit niet is aangetast door de opkomst van de multiculturele samenleving. Daarmee zijn alle maatschappelijke verklaringen feitelijk weerlegt. Succes schudt het nationalisme dat altijd al sluimerend aanwezig is wakker. Grote successen bewerkstellingen erupties van nationalisme dat zich nadien uitkristalliseert in een identiteit en een reputatie. Zo zijn we weer terug bij het banale nationalisme.

59


Nawoord Voetbal is een buitengewoon populaire sport en vindt zijn weerslag in alle lagen van de bevolking. Van jong tot oud, van zwart tot blank. De constatering dat de opkomst van de multiculturele samenleving nauwelijks invloed heeft gehad op de wijze waarop mensen hun elftal steunen is opvallend. Het zou nieuw onderzoek teweeg moeten brengen. In dit werkstuk heb ik betoogd dat een land zich ten opzichte van een ander land sterk kan profileren wanneer het een wedstrijd wint, verder komt en successen behaalt. Het collectieve zelfvertrouwen wordt daardoor vergroot, waardoor een sportief gevoel van superioriteit langzaam inslijt en zich vormt rond gemeenschappelijke symbolen en gewoonten. Die gewoonten worden collectief gedragen en komen ook aan het licht in de media. Zodoende werd vervolgens de vraag gesteld waarom dat nationalisme zo sterk is en welke invloed de opkomst van de multiculturele samenleving heeft gehad op de identiteit waar de Nederlander zich op beroept. Gezien de tijd en middelen kon een andere interessante stelling niet worden meegenomen. Internationale voetbalwedstrijden bevorderen een positieve vorm van nationalisme. Gestreden wordt er immers op sportief vlak. Maar betekent dat ook dat het Nederlandse elftal kan fungeren als positief integratiemiddel voor groepen die nu nog op enige wijze zijn achtergesteld? Zo dringen meer en meer Marokkanen langzamerhand door in het professionele voetbal. Ze spelen zich in de kijker van de bondscoach en dringen zo ook door tot het hoogste team van Nederland. Denk bijvoorbeeld aan Khalid Boulahrouz. Zijn rol, en die van toekomstige Marokkanen, kan een groot verschil maken. Marokkanen gaan deel uitmaken van het Nederlands elftal, en daarmee ook van de Nederlandse (voetbal)identiteit. In dat licht is de kwestie van het dubbele paspoort helemaal interessant. Want waar zal een professionele Nederlands-Marokkaanse voetballer uiteindelijk voor kiezen? Voor het Nederlandse elftal of het Marokkaanse? Ongetwijfeld spelen sportieve en financiële motieven een belangrijke rol in de keuze, maar daarmee moeten we niet het belang van het gevoel over de eigen identiteit vergeten. Er zijn spelers van Marokkaanse afkomst die niet voor Nederland willen uitkomen. Khalid Boulahrouz werd door een groot aantal Marokkanen als “afvallige” gezien toen hij als een van de eerste Marokkanen koos voor het Nederlandse nationale team. De stelling legt een gebied bloot waarin nog nauwelijks onderzoek naar is uitgevoerd. Het blijft veelal bij speculeren. Daar komt het complexe probleem bij dat we ons op maar weinig bronnen kunnen beroepen. De ontwikkeling waar we over praten is gaande op het moment dat we dit schrijven. Daarmee ligt er echter wel een ingewikkelde, maar meer dan interessante weg open voor toekomstig onderzoek.

60


Literatuur Andere Tijden – Oranje 1974 VPRO: 22 April 2004 http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/2899536/afleveringen/17204524/ Billig, M. Banal Nationalism Londen: Sage 1995 Burdsey, D. “If I Ever Play Football, Dad, Can I Play for England or India?” Britisch Asians, Sport and Diasporic National Identities Sociology vol. 40, no. 11: 2006 Cuilenburg, J. J., Noomen, G.W. & Scholten, O. Communicatiewetenschap Muiderberg: Coutinho 1992 Day, D., Thompson, A. Theorizing Nationalism New York: Palgrave Macmillan 2004 Edmund Burkestichting. Conservatief Manifest http://www.burkestichting.nl/ Elias, N., Scotson, J.l. The established and the outsider Londen: Frank Cass & Co. ltd. 1965 Entman, R. Framing: Toward Clarification of a Fractured Paradigm Journal of Communication vol. 43, no. 4: 1993 Giddens, A. The Nation-State and Violence Cambridge: Polity Press 1985 Jacoby, W.G. Issue framing and public opinion on government spending. American Journal of Political Science: 44(4), 750-767 2001 Kok, A. 1974 - Wij waren de beste Amsterdam: Thomas Rap 2004

61


Maguire et al. The War of the Words? Identity Politics in Anglo-German Press Coverage of EURO 96 In: European Journal of Communication London: Sage 1999 Pellikaan, H. & Lubben, S.P. Ruimte op rechts? Conservatieve onderstromen in de Lage Landen Utrecht: Spectrum 2006 Price, V. & Tewksbury, D. News values and public opinion: A theoretical account of media priming and framing. In G. Barnett & F.J. Foster (Red.), Progress in the communication sciences, 173-21 New York: Ablex 1997 Putnam, R. E Pluribus Unum: Diversity and Community in the Twenty-first Century The 2006 Johan Skytte Prize Lecture Scandinavian Political Studies 30 (2), 137–174 2007 Rözer, M. Winston Bogarde – Deze neger buigt voor niemand Amsterdam: Amstel Uitgevers 2007 Rein, M., Schön, D. ‘Reframing Policy Discourse’ In: F. Fischer & J. Forester (red.): The argumentative turn in policy analysis and planning. Durham: Duke University Press 1993 Stichting Kijkonderzoek, Jaarverslag 2006 http://www.kijkonderzoek.nl/ Verkamman, M., Oranje Toen en Nu / 1 - 1905-1914 & 2000-2004 Amsterdam: Arbeiderspers 2005 Verweij, M. De autobiografie van Kluivert Schelluinen: House of Knowledge 2006 Vreese, de C.H. Framing Europe: Television news and European integration. Amsterdam: Aksant 2003 Vries, de, F., Manufacturing Content?, Amsterdam: UvA 2005

62


Waerden, van, K. Groot Voetbalwoordenboek der Nederlandse taal Baarn: Tirion sport 2006 Winner, D., Briljant Oranje Amsterdam: L.J. Veen (vertaald door Ed van Eeden) 2006

63


Bijlagen Codeboek – variabelen Algemene informatie V1 Dagblad In welke krant is het artikel verschenen? 1=Algemeen Dagblad 2=NRC Handelsblad 3=Telegraaf 4=Volkskrant V2 Datum Welke datum heeft het artikel? Dag – maand – jaar V3 Grootte artikel Is het artikel klein, middel of groot? Aantal woorden V4 Paginanummer Paginanummer V5 Kop artikel De kop van het artikel noteren V6 Auteur Auteur V7 Plaats in krant Waar is het artikel in de krant te vinden? 1=Voorpagina 2=Opiniepagina 3=Sportpagina 4=Elders V8 Soort Wat voor soort artikel? 1=Nieuwsfeit 2=Commentaar 3=Column 4=Reportage 64


5=Achtergrondverhaal

V9 Aantal alinea’s Aantal alinea’s Nationalisme – banaal nationalismeframe Banaal nationalisme In onderstaand schema is veel, gemiddeld en weinig ingedeeld naar percentages. 0%-33%

= weinig

33%-66% =gemiddeld 66%-100% =veel De percentages worden uitgerekend door de alinea’s waarin een frame aanwezig is te delen door het totaal aantal alinea’s van het artikel. Een frame kan in een alinea overigens maar een keer aanwezig zijn. V10 Frame 1 – Banaal nationalisme Persoonlijke voornaamwoorden 1=Veel 2=Gemiddeld 3=Weinig Aspecten: -

Onderscheid tussen wij/zij

-

Specifieke verwijzing naar andere landen om onderscheid te duiden

Symbolen en stereotypen 1=Veel 2=Gemiddeld 3=Weinig Aspecten: -

Verwijzing naar nationale vlag

-

Oranje

-

Stereotyperingen

-

Positieve verwijzingen naar geschiedenis

65


Oorlogstaal Wordt er oorlogstaal gebezigd? 1=Veel 2=Gemiddeld 3=Weinig -

Vuren, aanvallen, schieten

-

Verwijzingen naar oorlog (bijvoorbeeld Tweede Wereldoorlog)

-

dd

Voetbal – voetbalframe Voetbalframe – voetbal indien specifiek over voetbal wordt gesproken, V11 –Fframe 2 - voetbalframe Voetbalspel – wedstrijdanalyse, welke kenmerken worden besproken? – subframe B1 1=Veel 2=Gemiddeld 3=Weinig Aspecten: -

manier waarop is gespeeld

-

waardeoordeel over uitslag

-

toelichting spelers of trainer

-

competitiefeiten

-

bespreking van individuele spelers

Voetbal andere landen – subframe B2 1=Veel 2=Gemiddeld 3=Weinig Aspecten: -

Aandacht voor andere landen

-

Spel andere landen

-

Kwaliteiten andere landen

-

Feiten voetbal andere landen

Succesframe Succes indien men verwijst naar voetbalsuccessen V12 Frame 3 - Succesframe 66


Succes 1=Veel 2=Gemiddeld 3=Weinig Aspecten: -

Winst of verlies

-

Schoonheid spel

-

Verwijzingen naar eerdere successen

Voetbalcultuur? 1=Veel 2=Gemiddeld 3=Weinig Aspecten: -

Typische Hollandse deugden

-

Karaktereigenschappen uit land van herkomst

-

Verwijzingen naar andere speelstijlen dan de Nederlandse (totaalvoetbal als uitgangspunt)

V13 Mix van frames – wordt er een link gelegd tussen voetbal en nationalisme 1=Ja 2=Nee V14 Dominante frame 1=Banaal nationalisme 2=Voetbal 3=Succes V15 Toon artikel 1=Positief 2=Negatief 3=Neutraal 4=Gebalanceerd V16 Opmerkingen

67

Nationalisme in de voetbalverslaggeving van vier landelijke dagbladen  

Masterscriptie Politieke Theorie van Jeff Pinkster

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you