Issuu on Google+

AVANT LA LETTRE Prijs: £3,50

KOFFIE + BOEK Een boekencafé

Maandelijkse uitgave

ESPERANTO Is dat nuttig?

Mei 2014

je taal Als beroep


what to expect

Edito

Welkom! Deze Avant La Lettre gaat over taal. Nu niet gillend weglopen! Met dit magazine willen we bewijzen dat taal niet saai is. Helemaal niet zelfs. Taal is net boeiend en gaat veel verder dan we denken. Want zeg nu eerlijk: kan jij zonder? We zijn allemaal met taal bezig. Meer dan we beseffen. Sommigen verdienen er zelfs hun geld mee, zoals je kan lezen in het interview met Herman Brusselmans (pagina 5). Freek Braeckman noemt het Nederlands zelfs zijn identiteit. Taal kan ook je hobby zijn. Iemand zin in een cursus Esperanto (pagina 21)? En soms is taal een beetje moeilijk (pagina 31). Wat als je doof geboren wordt en je gebaart liever dan dat je praat? Hoe overleef je dan in onze orale maatschappij? Maar vaak is taal gewoon keiplezant (p.38). Een goed boek lezen terwijl je op cafĂŠ zit: geweldig toch? Geniet van dit eenmalig nummer, Sofie & Yolanthe

"Nederlands is geen taal maar een verkoudheid"

- Jacques Brel

2


Inhoud TAAL ALS BEROEP 5 Herman Brusselmans 10 Ruud Hendrickx 14 Freek Braeckman

14

16

16 Joke Van Leeuwen

ANDERE TALEN 21 Esperanto 25 Taalverwerving

21

31

NIET EVIDENT 31 Doven 36 Stotteren

TAKE IT EASY

40

40 De Zondvloed

45 3

45 Babel 49 Creatief Schrijven


Taal als beroep “Schrijven is afzien en schrijven is lijden. Neen. Schrijven is plezierig” Herman Brusselmans

4


Herman Brusselmans over taal en literatuur

“Als ik geen schrijver was, zou ik nu kolonel zijn” Herman Brusselmans kennen we vooral van uitspraken als “achterwaarts in de poes naaien”. Maar tussen die uitspraken door hoor je hem ook interessante dingen zeggen over zijn vak. En dat kent Vlaanderens bekendste langharige door en door. “Ik moet al heel erg op de sukkel zijn voor ik stop met schrijven.” tekst Sofie Luyckfasseel foto's Sofie Luyckfasseel en Yolanthe Van Endert

Hoe belangrijk is taal voor jou in je dagelijkse leven? Brusselmans: "Ik ben een prater. De betekenis van taal als schrijver en taal als persoon zitten bij mij zodanig verstrengeld dat ik dat moeilijk kan scheiden. Taal is heel belangrijk voor mij, want als schrijver is het mijn instrument. Meer en meer is taal een personage van mijn boeken geworden. Dat is geëvolueerd de laatste tien jaar. Net dat is een aspect dat veel mensen afstoot in mijn boeken. Niet iedereen kan om met het feit dat ik de dingen niet zomaar gewoon opschrijf, maar dat ik daar iets mee doe. Met andere woorden: ik gebruik taal. Bij mij moeten dingen ook uitgepraat worden. Soms tot verbijstering van de mensen tegen wie ik eens aan mijn uitleg begin, want dat kan al snel twee tot drie uur duren. Praten is gewoon plezierig. Alle aspecten: serieuze dingen, zeveren, sarcasme, cynisme, noem maar op. Alles wat je met taal kan uitdrukken interesseert mij."

Herman Brusselmans: "Je hebt schrijvers die al op hun zesde gedichtjes schreven. Dat was bij mij niet het geval. Ik was bezig met voetbal en drummen"

Hoe ben je ooit begonnen met schrijven? Brusselmans: "Onder invloed van lezen. Je hebt zo van die schrijvers die zeggen dat ze op hun zesde al gedichtjes schreven. Dat was bij mij niet het geval. Ik was bezig met voetbal en drummen en heb de literatuur pas leren kennen toen ik Germaanse filologie ging studeren. In die tijd was de opleiding literatuur ook nog niet mijn ding. Het ging vooral over middeleeuwse lyriek en al die shit. Als je iemand opleidt in de literatuur moet je beginnen met boeken van nu. Geef studenten boeken te lezen die bij wijze van spreken gisteren geschreven zijn. Op een soort autodidactische manier heb ik toch bibliotheken geplunderd en begon alles te lezen wat los of vast zat. En als je iets fantastisch vindt, of dat nu biljarten of zingen is, denk je toch al gauw "ik ga dat ook eens proberen". Ik

Ik word ongelooflijk pissig van het taalgebruik op sociale media 5


Taal als beroep

het niet lukt vandaag. De dag erna lukt het nog niet, ze nemen drie weken pauze en dan lukt het nog niet. Weet je, schrijf gewoon. Geen bullshit, gewoon schrijven. Een bakker bakt brood en een bakkers block bestaat ook niet. Of misschien wel? Het zou kunnen dat er bakkers zijn die op een dag opstaan en plots geen brood meer kunnen bakken. Langs de ene kant is schrijven mijn stiel en ben ik zot van literatuur. Langs de andere kant moet je dat relativeren en rationaliseren: een bakker bakt een brood, een loodgieter plaatst een wc en ik schrijf een boek of een column."

begon te schrijven voor het blaadje van de universiteit en voor literaire tijdschriften. Daarna heb ik mijn eerste manuscript opgestuurd naar een uitgeverij en dat werd direct aanvaard. Daarna kwam er een boek. En nog een boek. En nog één. Zo ging de trein aan het bollen." Je zegt dat je in een Germaanse opleiding moet beginnen met boeken van nu. Horen jouw boeken daar ook bij? Brusselmans: "Als mijn boeken een verdienste hebben is dat ze een opstap zijn naar literatuur. Vooral veertien en vijftienjarigen lezen mijn boeken, terwijl het geen kinderboeken zijn. Sommigen vinden ze moeilijk. Op een zeker niveau is dat ook zo, maar ze zijn ook zeer leesbaar voor onervaren lezers. Wat ook opvallend is, is dat mijn boeken populair zijn bij arbeiders en bij mensen die normaal nooit een boek lezen. Als ik zou kunnen bereiken dat via mijn boeken mensen geïnteresseerd zijn in literatuur en op den duur sonnetten van Shakespeare gaan lezen, vind ik dat wel een serieuze verdienste als schrijver. Als we spreken over de hedendaagse literatuur, horen mijn boeken daar automatisch bij. Net zoals elk boek dat gepubliceerd wordt in 2014."

Je houdt van oeuvres. Om zeker te weten dat de schrijver echt goed is in zijn vak? Brusselmans: "Ja. Mensen die doorzetten en blijven schrijven daar hou ik van. Ik moet niet hebben van al dat gepriegel. Een boekje om de zes jaar en daar dan heel moeilijk over doen: "schrijven is afzien en schrijven is lijden". Dat is niet waar. Schrijven is plezierig. Als je het niet plezierig vindt, moet je het niet doen. Niemand verplicht je met een geweer tegen je kop om te gaan schrijven. Niemand zit op een boek te wachten. Op geen enkel boek. Niet op mijn boek, niet op het boek van iemand anders. Niemand verplicht je, dus als je het niet graag doet, doe dat iets anders. En dat is zo voor elke job. Er zijn mensen die zeggen dat ze hun job niet graag doen, maar ze hebben geen keuze want ze moeten geld verdienen. Maar het is toch niet onmogelijk om een job te vinden die je wel graag doet?"

Elk jaar schrijf je twee boeken. Maar stel dat je morgen achter je bureau gaat zitten. Je wil beginnen aan een nieuw boek, maar het lukt niet. Brusselmans: "Ja, dat is zo’n vaag angstbeeld. Het zou altijd kunnen. Gelukkig heb ik nog geen writer’s block gehad. Ik zit met te veel deadlines en ik moet te veel schrijven. Ik ben ervan overtuigd dat een writer’s block in stand wordt gehouden door schrijvers die denken dat

Niemand zit op mijn boek te wachten. Niet op mijn boek, niet op het boek van iemand anders

bronnen e i t a r i p s In

De boeken die Herman hebben aangezet om zelf te schrijven

Zijn er schrijvers waarvan je vindt dat ze overschat zijn? Brusselmans: "Als je een top 100 bekijkt van GFK en Retail – die hebben een redelijk betrouwbare top 100 die wekelijks verschijnt – zie je dat het grote geld wordt verdiend met strips en kookboeken. En met nu en dan een literaire uitschieter. Stephan Hertmans is een schrijver van in de 60 met een gigantisch oeuvre, maar die nooit verkocht heeft. Nu heeft hij plots een bestseller. Ik vind dat fantastisch. Mijn uitgeverij bijvoorbeeld kan 5 jaar verder omdat ze 50 tinten grijs uitgegeven hebben. Ik heb het

"Ik was vooral geïnteresseerd in het genre JoodsAmerikaanse literatuur van na de Tweede Wereldoorlog. En ook wel de boeken die na de Tweede Wereldoorlog geschreven zijn over De Gewone Mens na de oorlog." 1 De avonden van Gerard Reve 2 The Catcher in the Rye van J.D. Salinger 3 Billie Liar van Keith Waterhouse 6


Herman s n e g l o v Musts

Herman n a v p i t Boeken

De avonturen van de brave soldaat Svejk van Hasêk

5 boeken die iedereen moet gelezen hebben volgens Herman Brusselmans

"Het verhaal speelt zich af in de Eerste Wereldoorlog. Het gaat over een dikke, luie en beetje domme soldaat die toch zijn plan probeert te trekken aan het front. Het is een zeer komisch boek, hoewel het over oorlog gaat. Wat heel belangrijk is in dat boek – en daar heb ik ook van bijgeleerd – zijn de dialogen. Vaak zijn in fictie – van boeken en tv-series tot films – de dialogen heel zwak. Nochtans is dat een zeer belangrijk onderdeel van de literatuur. En dat heeft dit boek mij bijgebracht."

 Catch 22 [ Joseph Heller ]  Slaughterhouse 5 [Kurt Vonnegut]  Fabian [Erich Kästner]  Herfst in Peking [Boris Vian]  Joe Speedboot [Tommie Wieriga]

Kan je er dan nog uitspringen als schrijver? Ja, je kan een eigen stijl vinden en aparte boeken schrijven of boeken die opvallen. Dat is wat ik doe – en ik ben een heel bescheiden gast – maar er zijn er weinigen in Vlaanderen die dat doen. Als je iets apart doet of je probeert eruit te springen, is het probleem dat je nooit een bestseller gaat hebben. Daar is slechts een beperkt publiek voor. Het gaat dan over zo’n 20.000 mensen als je bibliotheken meerekent en het feit dat mensen boeken doorgeven in de plaats van ze zelf te kopen. Dan zullen zo’n 50.000 à 100.000 mensen jouw boek goed vinden of er iets aan hebben. Dat is niet het grote publiek, maar daar ben ik persoonlijk toch wel content mee."

eerste boek daarvan gelezen en dan ben ik gestopt, want dat stelt niets voor. Maar goed, die boeken mogen niet zomaar weggewuifd worden. Dankzij het geld dat daarmee verdiend wordt kan de uitgeverij ook andere dingen uitgeven. En net daarom is geen enkel genre waarop ik neerkijk. Ik volg de literatuur op de voet. Vooral de Vlaamse en Nederlandstalige literatuur. En er zijn boeken die mij liggen en er zijn boeken die mij niet liggen. Neem nu iemand als Erwin Mortier. Dat is een vakman, maar die boeken liggen mij gewoonweg niet." Welk boek had je graag zelf geschreven? Brusselmans: "De Avonden van Gerard Reve. Het was zijn tweede boek en onmiddellijk een klassieker. Van mij zeggen ze ook dat ik een klassieker geschreven heb: De man die werk vond uit 1985. Dat boek is nog altijd in druk. Er wordt gezegd dat het mijn beste boek is. Dat is een beetje een kiss of death. Als je meer dan 60 boeken geschreven hebt en ze vinden jouw derde het beste, is dat niet alleen een compliment. Er zijn duizend boeken die ik graag zelf had willen schrijven, maar goed, die zijn nu al geschreven. Ik grijp vaak terug naar schrijvers van vroeger, mensen die nu dood zijn. De dag van vandaag kan je geen vernieuwer meer zijn. De literatuur vernieuwen, met iets op de proppen komen dat nog nooit gedaan is, dat kan niet. Maar dat kan ook niet in de schilderkunst, dat kan ook niet op tv. Je kan niet meer met iets nieuws komen want alles is al gedaan. En vernieuwing, dat vind je dan soms wel terug in oudere boeken.

Wil dat zeggen dat er vroeger betere boeken geschreven werden? Brusselmans: "Neen, maar ze hadden wel meer mogelijkheden. Diegene die het wiel uitgevonden heeft, had die mogelijkheid omdat het wiel nog niet bestond. Wat je nu kan doen is een wiel perfectioneren of een nieuw soort wiel ontwerpen, maar een wiel blijft een wiel. Hoe minder er is, hoe meer mogelijkheden je hebt om het uit te vinden. Er is al zo veel geschreven, er zijn al zo veel films gemaakt dat het onmogelijk is. Van alles dat je bedenkt is er al een voorbeeld. Neem nu Louis Paul Boon, "de Kappelekesbaan", begin jaren 50. Dat was voor ons iets nieuws: drie verschillende verhaallijnen door elkaar. Kortom een nieuwe literaire techniek. Hugo Claus komt met "De Metsiers": in elk hoofdstuk een ander personage dat aan het hoofd is in de ik-vorm. Eigenlijk heeft Claus dat gestolen van William Falkner met "As I lay dying" in de jaren 20. Als het gaat over 50 tinten grijs, pornografie, sek7


Taal als beroep

Hermans advies voor jonge schrijvers LEES

En staar je niet blind op alle schrijvers die in interviews zeggen dat ze niet lezen omdat ze met hun eigen literatuur bezig zijn. Ofwel geloof ik hen niet ofwel misprijs ik hen daarvoor. Je kan alleen maar bijleren door te lezen. Ik lees veel en ik lees alles. In de eerste plaats om bij te leren, maar ook om te zien hoe het niet moet.

LET OP JE TAAL

Ik heb vaak jonge en beginnende schrijvers begeleid. Ik heb in al die jaren, zeer tot mijn spijt, nog nooit iets ontdekt waarvan ik dacht "shit, dat moet ik morgen direct naar mijn uitgeverij brengen want dat is fantastisch!" Alles wat ik tot nu toe gelezen heb is gewoon slecht geschreven: taalfouten, dt-fouten, stilistische fouten, plotontwikkelingen die niet deugen. Het verhaal doet de ronde dat uitgeverijen je manuscript lezen en als er in de eerste vijf bladzijden drie taalfouten staan, gooien ze het in de vuilnisbak. Dat is zo. En terecht. Als schrijver moet je je instrument – taal – onder de knie hebben. Een meubelmaker moet ook iets van hout afweten. Vaak is een schrijver die niet veel van taal afweet, op alle gebieden zeer slordig.

Herman Brusselmans: "De dag van vandaag kan je geen vernieuwer meer zijn. Alles is al gedaan"

Herman n a v n e d l He

De helden van Herman 1 “J.D. Salinger is een van mijn lievelingsschrijvers. Hij heeft maar zes boeken gepubliceerd, maar heeft er naar het schijnt nog 20 in een kluis liggen. Hij kwam nooit op tv, gaf nooit interviews. Als journalisten toch naar zijn huis kwamen, nam hij zijn geweer om ze weg te jagen. Er bestaat ook maar één foto van hem. Hij is gestopt met publiceren in de jaren 60, maar hij is wel altijd blijven schrijven.” 2 “Joseph Heller en Willem Frederik Hermans hebben beiden een gigantisch oeuvre. Ik hou van oeuvrebouwers.” 1 “Hoewel ik nooit echt een Hugo Claus-fan geweest ben, heb ik toch altijd een grote belangstelling gehad voor het feit dat hij in Vlaanderen een voortrekker was van de professionele literatuur. Hij was een van de eerste die daar echt full time van leefde. Hij schreef ook van alles: toneelstukken, scenario’s, gedichten, romans, korte verhalen en lange verhalen. Maar van zijn literatuur zelf ben ik nooit echt kapot geweest.”

PUBLICEER Je moet vooral kunnen. Je kan te zetten, maar verdienen, moet simpel is het.

wat je schrijft aan iemand kwijtbeginnen met het op het internet als je er echt je brood mee wil je werk gepubliceerd worden. Zo

LITERAIR UITGEVER

Twintig jaar geleden zou ik gezegd hebben: stuur wat je schrijft op naar literaire tijdschriften. Maar er zijn er bijna geen meer. Wat je nu wel hebt zijn literaire agentschappen. Je kan er je manuscript naartoe sturen. Zij lezen en beoordelen het dan en proberen het te verkopen aan een uitgever.

8


Wat denk je over de nieuwe communicatie via sms en sociale media? Brusselmans: "Ik ben echt niet mee. Ik ben gestopt. Wat ik via Twitter, Facebook of Instagram zou moeten melden aan de bevolking, ik zou het begot niet weten. Ik heb er geen behoefte aan om iedereen te vertellen dat ik net een boterham met kaas gegeten heb. Het zijn vooral de foto’s die mij storen op sociale netwerksites. Vooral van kinderen: mijn kindje heeft zijn eerste tandje of mijn kindje heeft zijn eerste stapjes gezet. En dan zie je van die lelijke kutkinderen die hun eerste fruitpapje zitten te eten. Who the fuck cares? En daar komt het op neer. Laat mij gerust met uw reizen naar weet-ik-veel waar en foto’s van uw avondeten. Ik moet dat allemaal niet weten. Ik word ook ongelooflijk pissig van het taalgebruik dat op sociale media gebruikt wordt. Dat ondermijnt onze taal gewoon. Ik vind dat verschrikkelijk. Er wordt soms tegen mij gezegd over mijn mails dat die op een heel Nederlandse manier geschreven zijn, zonder afkortingen. Als je twittertaal en sms-taal integreert in de dagelijkse taal dan gaat de taal naar de kloten. Of het gaat gebeuren weet ik niet. Maar ik hoop uit de grond van mijn hart dat we allemaal respect tonen voor onze taal."

Een bakkers block bestaat ook niet. Of wel? Misschien zijn er bakkers die op een dag plots geen brood meer kunnen bakken suele literatuur, erotisch getinte literatuur, of nu nog als ik twee keer achterwaarts in de poes naaien schrijf, krijg ik altijd de reactie “Brusselmans met zijn seks altijd”. Dan denk ik "jongens, lees de Sabe uit de achttiende eeuw, dan heb je alle seks die mogelijk is gelezen in twee of drie boeken." Een wc met een doorspoelknop hadden ze niet een paar eeuwen geleden, maar ze konden wel een paar dingen doen, dat is een feit. Mijn favoriete periode is het interbellum en dan net na de tweede wereldoorlog. Volgens mij werden dan de beste boeken geschreven. Mede omdat men toen veel met vernieuwing bezig was."

Zandzeepsodemineraalwatersteenstralen

Stel dat je geen schrijver zou zijn. Welke job zou je nu dan uitoefenen? Brusselmans: "Dan zou ik kolonel in het leger zijn. Het leger heeft mij altijd gefascineerd. Ik zou graag kolonel willen zijn om het leger op zijn kop te zetten. Als hogere officier zou ik zeggen: "kom we gaan allemaal ons haar laten groeien" en "er heeft iemand een oorlog georganiseerd, maar we doen niet mee." Bij alles wat ik doe moet een zekere relativering te pas komen. Ik moet kunnen lachen met de dingen, want het leven is al triestig genoeg. Alles wat ik doe moet in de eerste plaats amusant zijn. Iedere vorm van kunst moet amuseren. Als je een boek leest, moet je denken: "shit, over 50 bladzijden is het boek gedaan, spijtig!" FC De Kampioenen is ook plezierig en amusant in de ogen van sommige mensen. Ik vind dat absoluut rampzalig, maar goed, ik zoek het ergens anders dan."

Dit werkwoord, dat 37 letters telt, werd voor het eerst gebruikt door Herman Brusselmans in zijn roman Het oude nieuws van deze tijden (1996). Van Dale heeft het woord opgenomen in zijn elfde editie in 2009. Volgens het bekende woordenboek betekent zandzeepsodemineraalwatersteenstralen in de volkstaal "oprotten, opsodemieteren, opdonderen, ophoepelen". In de veertiende uitgave, in 2005, werd het woord opnieuw geschrapt uit de Dikke Van Dale.

9


Taal als beroep

Ruud Hendrickx over taalgebruik op de VRT

“Taal is altijd een onderwerp van discussie geweest in Vlaanderen en dat zal altijd zo blijven”

van kok en niemand vindt zijn accent op dat moment storend. Hij spreekt over zijn vak. Dat is anders dan iemand die presenteert.”

Ruud Hendrickx is taaladviseur van de VRT. Hij heeft het druk. Zeker nu er de laatste tijd zo veel ophef is over accenten op tv. Toen Natalia de MIA’s presenteerde, barstte het internet van negatieve tweets over haar taalgebruik. Maar ook dialecten in fictiereeksen lokken reacties uit. Willen Vlamingen alleen nog maar standaardnederlands horen? En bestaat dat eigenlijk wel? Tekst Sofie Luyckfasseel Foto's Sofie Luyckfasseel

Een lichte tongval is acceptabel, is een dialect dat dan niet? Hendrickx: “Ons uitgangspunt is dat je een dialect niet kan gebruiken als presentatietaal. Daarmee doe ik geen enkele uitspraak over de waarde van het dialect. Ons taalbeleid zegt, en dat vergeten veel mensen, dat je de verschillende variëteiten van een dialect, tussentaal, verzorgde standaardtaal tot nieuwsnederlands, evenwaardige taalsystemen zijn. Maar voor bepaalde omstandigheden in bepaalde contexten zijn sommige varianten beter geschikt dan andere.”

De laatste tijd is er veel ophef rond accenten op tv. Stoor je je als taaladviseur zelf aan accenten op tv? Hendrickx: “Ik stoor me helemaal niet aan bepaalde varianten van een taal op tv en radio. Dat staat ook in ons taalcharter. Alle varianten van een taal mogen te horen mogen zijn op de openbare omroep, maar de VRT stelt wel eisen aan zijn eigen mensen. Mensen die namens de omroep spreken dus, zoals presentatoren of nieuwslezers. En daar zijn de afspraken duidelijk over. Onze presentatoren moeten standaardtaal spreken. In het charter van 2012 hebben we opgenomen dat er wel ruimte is in bepaalde rollen voor een lichte tongval, en dan gaat het over uitspraak. Qua woordkeuze en qua grammatica moet het wel standaardtaal zijn en blijven. Maar voor de rest stellen wij voor anderen, buiten de omroep, geen enkele eis.“ Je zegt dat er ruimte voor een lichte tongval moet kunnen. Wat versta je dan onder een lichte tongval? Hendrickx: “Dat is net de hele discussie. Ten eerste moet je weten dat er nergens een standaarduitspraak van het Nederlands is vastgelegd. Bij de VRT hebben we een auditiecommissie. Samen beoordelen we stemmen. Als we het er allemaal over eens zijn dat een tongval acceptabel is, dan is het goed. Daarbij zullen we voor een nieuwsanker veel minder flexibel zijn dan voor een sidekick van pakweg MNM. De VRT maakt wel meer gebruik van mensen die een duidelijk accent hebben of die niet altijd even zorgvuldig spreken. Jeroen Meus bijvoorbeeld, die spreekt geen perfect Nederlands, maar hij zit in zijn rol

Ruud Hendrickx: "Al vanaf de eerste dag dat er televisie was, is er tussentaal geboren" 10


Vanwaar komt al die ophef de laatste tijd rond accenten? Op de VRT ligt Natalia onder vuur, bij VIER is dat Bart Cannaerts. En dan is er ook ophef over dialecten die acteurs spreken in Eigen Kweek bijvoorbeeld. Hendrickx: “Al vanaf de eerste dag dat er televisie was, is er tussentaal te horen. Zolang er tv bestaat, nu 60 jaar, is er fictie gemaakt in alle soorten Nederlands. En je kunt het alleen maar uitleggen: de ene keer doen we het zus de andere keer doen we het zo. En je bekijkt dat in het geheel van zo’n reeks. Voor eigen kweek was dat West-Vlaams. Dan kan je je afvragen of het nodig is dat er mensen bijzijn die West-Vlaams spreken. Maar dat was hetzelfde geweest met Oost-Vlaams of Antwerps.”

Soorten Nederlands STANDAARDNEDERLANDS

Standaardnederlands: voor de meeste mensen is dat het zogenaamde nieuwsnederlands, het Nederlands dat je hoort op het journaal. Aan het nieuwsnederlands mag niets aan te merken zijn.

PRESENTATIETAAL

Vroeger wou men op de VRT zo netjes spreken dat men bijna Hollands sprak. Hoe zijn we van dat ene uiterste naar dat andere geëvolueerd? Hendrickx: “Dat is historisch gegroeid. In de jaren 60 en 70 was in Vlaanderen een grote standaardiseringsgolf met de ABN-acties (Algemeen Beschaafd Nederlands, nu AN red.) Het Belgisch-Nederlands had nog geen norm en we gingen een zoeken daar waar men die wel had: in Nederland. Er ontstond een sterke tendens om die noord-Nederlandse norm volledig over te nemen. Inclusief uitspraak, tongval, zinsmelodie en zinspelingen. Vandaar dat je in een heleboel programma’s uit die tijd presentatoren Hollands hoort klinken. Heel vroeg werd al duidelijk dat de Vlaming dat niet echt apprecieerde. Dat Hollands was te ver af. De laatste 10 à 15 jaar is die noord-Nederlandse norm verdwenen. Toen wij in 2012 zeiden dat we wat meer ruimte willen laten voor lokale accenten, en dan heb ik het over klanken, stond Vlaanderen op zijn achterpoten. Terwijl dat in de praktijk al lang

Presentatietaal: er is ruimte voor een licht accent, maar de woordkeuze en grammatica moeten wel correct en standaard zijn.

DISCUSSIE

Deze termen worden vaak door elkaar gebruikt. Dat wakkert de discussie alleen maar aan omdat men vaak discussieert over verschillende dingen.

zo was bij een heleboel presentatoren. Voor ons is dat de ontwikkeling van een ideaal naar een realisme. Natuurlijk kan je zeggen dat er maar één ideaal is in de uniforme uitspraak. Maar iedereen weet dat die er nooit is geweest en dat die er ook nooit zal zijn. Probeer 23 miljoen Vlamingen en Nederlanders het maar eens zien te krijgen over dezelfde uitspraak. Dan steek je beter tijd in het zoeken naar een hanteerbare norm waarmee programmamakers aan de slag kunnen.”

23 miljoen Vlamingen en Nederlanders gaan het nooit eens geraken over dezelfde uitspraak

Legt die oude generatie zich zomaar neer bij dat nieuwe realisme? Hendrickx: “Je hebt nog een groot stuk van die oude generatie die met de noord-Nederlandse norm opgegroeid is. Die mensen hebben daarvoor op de barricade gestaan. Maar je hebt ook de jongere generatie die vindt dat ze evenveel recht hebben om te beslissen over een taalnorm als die oude zakken. Als omroep moeten wij die twee standpunten op de ene of andere manier proberen te verzoenen, want wij bedienen iedereen. Je moet er rekening mee houden dat er op bepaalde momenten een wat ouder publiek zit te kijken die waarschijnlijk nog meer vasthouden aan de oudere visie van de jaren ’60. En op andere momenten zit er een jonger publiek te kijken die vinden dat je je daar niet zo druk over moet maken. Dat zie je ook heel goed in de reacties als zoiets gebeurt. 11


Taal als beroep

Sommigen vinden het verloedering, anderen vinden het geweldig dat er wat meer variatie, wat meer lokale geluiden te horen zijn.”

aliteit, aan ons worden hogere taaleisen gesteld dan aan een commerciële zender. Ik spreek nu niet namens Vier, maar je ziet wel dat ze dezelfde reactie van kijkers krijgen: "hadden jullie nu geen beter presentator dan Bart Cannaerts kunnen vinden voor De Papenheimers?" Daar gaat het ook om bij Vier: het is een presentator en daar stellen wij als publieke hogere eisen aan. De VRT maakt ook gebruik van teletekst. Dat moeten wij doen voor doven en slechthorenden. Maar ook mensen die niet tot die bepaalde doelgroep behoren, profiteren daarvan. Tot twee derde van onze kijkers gebruikt af en toe teletekst om te ondertitelen, zelfs al zijn ze niet doof of slechthorend. Dat wordt langzamerhand meer gebruikt als extra steun.”

De mensen die klagen dat er tussentaal gesproken wordt op tv, spreken zelf toch ook tussentaal? Bijna niemand spreekt toch echt standaardnederlands of zelfs nieuwsnederlands? Hendrickx: “Ja, natuurlijk. Iedereen spreekt tussentaal. Ik ken bijzonder weinig mensen die het nooit doen, als ze al bestaan. Het ene spreekt het andere natuurlijk niet tegen. Ze kunnen het zelf misschien wel spreken, maar daarom mag je gerust zeggen dat je dat niet verwacht op een openbare omroep. Dat snap ik aan de ene kant net wel, want wij zeggen dat ook: onze eigen presentatoren, de norm die we daarvoor stellen is standaardtaal als presentatietaal. Dat wil niet zeggen dat je nooit tussentaal gaat horen op de openbare omroep, als wij iemand als gast uitnodigen in een programma, gaan wij daarvoor niet dezelfde taaleisen stellen als voor onze eigen presentatoren."

Maar dat moet geen norm worden? Hendrickx: "Wij moeten sowieso alles ondertitelen, maar ik vind inderdaad niet dat dat een excuus moet zijn om te zeggen “laat maar waaien en als je het niet verstaat, kijk naar de ondertitels.” Als je gewone mensen aan het woord laat, stellen we geen taaleisen natuurlijk. Dan kunnen we als omroep wel zeggen dat er teletekstondertiteling is, in het geval dat nodig is. Dat werd bij Eigen Kweek ook altijd heel expliciet gezegd: als je moeite hebt met het West-Vlaams, kan je gebruik maken van de ondertitels.”

Wat meer variatie en wat meer lokale geluiden: sommigen vinden dat verloedering. Anderen vinden het dan weer geweldig

Dat is dan net het verschil tussen fictie en presentatoren? Hendrickx: "Ja. Als algemene regel geldt dat je open ondertitelt als het slecht te verstaan is. Als de geluidskwaliteit niet goed is dus. Maar als het gaat over een tongval, dan gebruiken we teletekst en zetten we er geen open ondertitels meer op. Dat is het beleid. Of iets verstaanbaar is of niet, is natuurlijk geen exacte wetenschap. We vertrouwen op de mensen van de ondertitelingsafdeling om dat naar eer en geweten professioneel in te schatten. Er zal altijd discussie over zijn: waarom soms wel en soms niet? Eigenlijk is taal altijd een onderwerp van discussie geweest in Vlaanderen. En dat zal altijd zo blijven."

De woordvoerder van Vier, Kristof Demasure zegt dat mensen die iemand niet begrijpen maar ondertiteling moeten lezen. Is dat een redelijke oplossing? Vier is natuurlijk een commerciële zender, maakt dat een verschil? Hendrickx: “Wij hebben een paar jaar geleden voor onze taaldag een onderzoek laten doen door de universiteit van Antwerpen naar de verwachtingen van kijkers van de openbare omroep op gebied van taal. Daaruit is gebleken dat een kijker van de openbare omroep meer verwacht dan van een commerciële zender. Dat is de re12


13


Taal als beroep

'Ideale schoonzoon' Freek Braeckman over taal

“Niet kunnen praten, daar zou ik finaal aan ten onder gaan” De ‘ideale schoonzoon’ die vroeger Het Journaal presenteerde. Dezelfde schoonzoon die nu, samen met Thomas De Soete, het mooie weer maakt bij Café Corsari. Maar dat wist u al. Wist u ook dat Freek Braeckman Germaanse Talen heeft gestudeerd en een thesis maakte over het Aalsters dialect? En wist u dat hij in 2011 het Groot Dictee der Nederlandse Taal won, met slechts vier fouten? Dat hij teksten insprak voor het Ketnetprogramma Karrewiet? Een expert inzake taal, dus. Tekst Yolanthe Van Endert Foto’s Yolanthe Van Endert ‘Taal’ is een begrip dat je heel ruim kan invullen, wat betekent het voor u? Braeckman: “Taal is… alles. Het is de sociale lijm bij menselijk contact, een gebruiksvoorwerp, het vertelt wie je bent en wat je doet – gewoon door te praten. Het feit dat jij mij aanspreekt met ‘u’, dat zegt iets over jou. Kortom: je taal, dat is je identiteit. “ Stel dat u niet meer kon praten, zou u dat erg vinden? Braeckman: (denkt na) “Dat zou ik verschrikkelijk vinden. Alleen al omdat ik weet hoe het is als je het wél kan. Praten, dat laat toe dat je dingen kan verwerken, problemen kan concretiseren. Niet kunnen praten, daar zou ik finaal aan ten onder gaan.” Taal is uw werk. Hoe belangrijk is dat als presentator? Braeckman: “Taal is als presentator natuurlijk een instrument. Zonder dat instrument stort alles in elkaar en heb ik geen werk meer. Wat ik zou doen als ik geen presentator was? Ik denk dat ik een timmerman zou zijn. Of schrijnwerker. Mijn jeugddroom was trouwens om piloot te worden. Presentator stond pas op de tweede plaats.” Bij welke taal voelt u zich het best? Welke taal is de leukste? Braeckman: “Nederlands, dat is een makkelijke. In je eigen taal voel je je toch het best. Verder vind ik Italiaans heel mooi om naar te luisteren. En Russisch. Russisch klinkt fantastisch. Engels vind ik ook leuk, omdat het zo’n universele taal is. Nederlands staat dus op nummer één, maar eigenlijk kan ik niet kiezen.”

Freek Braeckman: "Amper 2 procent slaagt voor de VRT taaltest. 98% is dus 'niet goed genoeg' om te presenteren" woorden. Dat is gewoon zo. En dialecten geven ook kleur aan je taal. ‘Goesting’ en ‘zin’ betekenen eigenlijk hetzelfde en toch weer niet. Dat fascineert me.” Spreekt u eigenlijk altijd zo proper of vervalt u op café ook wel eens in dialect? Braeckman: “Op café of thuis met mijn vrouw spreek ik weleens in een gekleurde variant van het AN. Soms heb ook ik het over een ‘plastron’ en niet over een stropdas. Maar ik schakel niet bewust, dat gebeurt gewoon. Het is

En Gents als favoriete dialect? Braeckman: “Goh, ik wil ook niet kiezen tussen verschillende dialecten! Elk dialect heeft toch zijn eigen charme. Sommige mensen vinden pakweg het West-Vlaams heel lelijk, maar ik niet. In elk dialect zijn er lelijke en mooie 14


evident dat ik anders praat als ik Het Journaal presenteer dan onder vrienden – daar denk je daar niet over na. Dialect spreek ik dan weer nooit. Ik kan het wel, maar het is gewoon niet mijn ‘moedertaal’, snap je? ‘Regiolect’, dat is mijn taal.” U vindt dat dialecten kleur geven aan een taal. De heisa over Natalia haar Kempische tongval op de MIA’s ging dus aan u voorbij? Braeckman: “Goh, alles wat taal aanbelangt, daar reageert Vlaanderen heel emotioneel op. Ik begrijp dat vaak niet. De taalstrijd is toch al 100 jaar geleden gevoerd? In Zweden maakt het echt niks uit of je van Sköne of uit Stockholm komt. Het verschil hoor je, maar niemand die daar wakker van ligt. Hetzelfde op de BBC. Wil je voor de VRT gaan werken, dan moet je slagen voor een taaltest. Amper twee procent slaagt effectief. 98 procent is dus ‘niet goed genoeg’ om te presenteren. Bij de VRT praten ze dus een taalvariant die bijna heel Vlaanderen niet beheerst. Leg dat maar eens uit in het buitenland!” Ligt u wakker van nieuwe communicatietools zoals Facebook, WhatsApp, Twitter en wat ze doen met taal? Braeckman: "Ik tweet en sms ook. Die taalverloedering waar iedereen het altijd over heeft… Ken jij iemand die alleen maar ‘bip beep beepbeep’ geluiden maakt? Want ik ken niemand die in Morsecode praat. Over tien jaar zullen mensen nog altijd elkaar ‘succes’ wensen en niet ‘suc6’."

Café Corsari presenteren is nog altijd plezant, aldus Freek Germaanse Talen gaan doen!” en aldus geschiedde. Ik vond de journalistieke opleiding trouwens wel leuk. Veel concreter dan Germaanse, dat kon ik wel appreciëren.” TV is uw favoriete medium, vermoed ik? Braeckman: “Klopt! Tv is écht mijn ding. Dat medium ken ik ook het beste, het is mijn medium. Vooraleer ik de oversteek naar TV maakte, heb ik eerst twee jaar radio gedaan. Dat was ook heel plezant. De radio blijft zeker nog wat aan mijn mouw trekken. “Zou ik dat ook goed kunnen?”, vraag ik me dan af. Een terugkeer sluit ik zeker niet uit.”

Waarom bent u eigenlijk na uw studie Germaanse nog journalistiek gaan bijstuderen? Braeckman: “Daar zat geen grote missie achter, hoor. Ik was gewoon nog niet klaar om te gaan werken. Zoals ik al zei, wou ik als kind doodgraag piloot worden. Maar dat was een beetje een moeilijk verhaal, ook financieel. Ik las en lees heel veel, dus dan zeggen mensen snel: “Jij moet

En print? Dat ligt u niet? Braeckman: “Print ligt me het minst. Als ik iets denk, wil ik het kunnen zeggen. Niet: iets denken, erover nadenken en het dan pas opschrijven. Ik kan een krantenartikel schrijven en het zal goed zijn, maar ik word er niet blij van.”

Goesting en zin betekenen eigenlijk hetzelfde en toch ook weer niet. Dat fascineert me

Misschien gaat u ooit terug naar de radio, maar voorlopig zit u nog eventjes bij Café Corsari. Hoeveel seizoenen wilt u nog maken? Braeckman: “Café Corsari is het spannendste dat ik al gedaan heb. Het Journaal presenteren is live, maar dat is meer ingeoefend. Café Corsari bij wijze van spreken live live. Veel intensiever en intenser, dus. Maar ik vind het nog altijd leuk, dus ik doe verder. Een concreet getal kan ik daar echt niet op plakken. We zien wel." 15


Taal als beroep

LIJMEN Ik had drie beestjes, drie beestjes van steen. Een vogeltje. Een veulentje. Een varkentje. Ze zijn gevallen. Ze braken stuk. Ik heb ze gelijmd. ’t Is bijna gelukt. Ik heb drie beestjes, drie beestjes van steen. Een volentje. Een veukentje. Een vargeltje.

Joke Van Leeuwen

16


Joke Van Leeuwen leeft van en voor haar werk

“Een goed kinderboek moet een minimumleeftijd hebben, geen maximumleeftijd” Ze schrijft kinderboeken en boeken voor volwassenen. En ze is ook illustratrice. Voor Joke Van Leeuwen is het geen gemakkelijke weg geweest om haar droomjob waar te maken. "Maar ik wilde het zo graag." Tekst Sofie Luyckfasseel Foto’s Sofie Luyckfasseel

Zijn er dingen waaraan je extra aandacht moet besteden als je doelgroep kinderen zijn? Van Leeuwen: "Het is belangrijk om niet boven hun hoofden heen bezig te zijn. Je moet je doelgroep, of het nu volwassenen of kinderen zijn, recht in de ogen kijken. Je buigt niet naar ze over en je kijkt er niet overheen. Je bent geen betweter, je bent een schrijver. Je moet altijd rekening houden met je doelgroep. Als je weet dat kinderen van een bepaalde leeftijd dingen erg letterlijk nemen, kan je daarmee spelen. Dat is iets dat in een kinderboek kan en heel leuk is."

Hoe begin je aan een kinderboek? Van Leeuwen: "Als ik een idee heb, loop ik daar een tijdje mee rond. Dat kan zomaar in mijn hoofd springen, maar het kan ook dat er iets gebeurt of dat ik iets zie. Als ik denk dat ik iets kan met een idee, ga ik zitten en begin ik te schrijven. Alles wat in me opkomt. Dan let ik nog niet op zinsbouw en andere details. Eerst moet ik gewoon mijn ideeën kunnen neerpennen en laten stromen. Daarvoor moeten de personages in mijn hoofd ook levend zijn, alsof ik ze ken. Op zo’n moment weet ik zelf nog helemaal niet hoe het afloopt. Door het schrijven zelf dienen verrassingen zich aan, dat vind ik zelf wel fijn. Als dat gedaan is, ga ik heel precies kijken of de zinnen kloppen, of bepaalde stukken misschien te lang zijn. En daarna komen de illustraties. Het is heel belangrijk dat die op de juiste plek staan. Ze vertellen het verhaal mee."

Pas je je taalgebruik aan als je schrijft voor kinderen? Van Leeuwen: "Als ik versjes maak voor kinderen, dan wil ik het plezier van taal doorgeven. Taal is meer dan zuchten over d’s en dt’s. Ik probeer ze mee te geven dat taal leuk is. Je kan ermee spelen en het op een bepaalde manier in de hand hebben. Je kan je vrijheden veroorloven. Bij proza voor kinderen gebruik ik veel herhaling als opbouw omdat ik weet dat dat werkt. En natuurlijk is humor ook belangrijk. Verder moet een verhaal kinderen meenemen. Kinderen moeten nieuwsgierig worden naar hoe het verder gaat en kunnen meeleven met de hoofdpersonages."

Vind je het maken van kinderboeken moeilijker dan het maken van boeken voor volwassenen? Van Leeuwen: "Neen, ik vind het ene niet moeilijker dan het andere. Voor kinderboeken schrijf ik eenvoudiger, maar dat is niet iets dat ik moet forceren. Bij boeken voor volwassenen probeer ik wel heel precies te schrijven, anders wordt het te ingewikkeld. Er zijn veel schrijvers die boeken schrijven voor volwassenen en die denken dat kinderliteratuur het onderdeurtje is. Dat is absoluut niet waar. Kinderboeken schrijven moet je vooral aanvoelen."

Moet je iets afweten van psychologie om een goed kinderboek te schrijven? Van Leeuwen: "Dat vind ik niet, ik heb zelf ook nooit psychologie gestudeerd. Je moet wel dingen kunnen aanvoelen. Je kan daarvoor ook je eigen herinneringen gebruiken. Hoe was het voor mij om kind te zijn in een wereld van volwassenen? Je moet begrijpen hoe het is

Wat is het grootste verschil tussen die twee? Van Leeuwen: "Volwassenenboeken zijn inhoudelijk wat complexer. Hoewel ik in kinderboeken ook schrijf met gelaagdheid. In boeken voor volwassenen komen dingen in die in kinderboeken niet voorkomen zoals een seksscène. Dat neemt niet weg dat ik het in kinderboeken niet kan hebben over oorlog of over vluchten. Stevige onderwerpen schuw ik niet, al probeer ik ze wel op een bepaalde manier te brengen die het zware een beetje in evenwicht houdt.

Taal is meer dan zuchten over d en dt. Taal is plezier 17


Taal als beroep

als kind om in de wereld van grote mensen te staan. Niet alle volwassenen kunnen dat nog. Of kunnen dat 端berhaupt."

Een poster met een kinderversje van mij hing aan de muur in de gevangenis, om mensen op te beuren

Je boeken scoren erg goed. Wat is jouw succesrecept? Van Leeuwen: "Of een boek succesvol wordt, weet je nooit van tevoren. Belangrijk vind ik wel dat een kinderboek niet een puur commercieel product is. voor een echte kinderboekenschrijver gaat het erom dat je het moet schrijven. En daar steek je dan je hart en ziel en eigenheid in. Dat is een wezenlijk verschil." Een kinderboek schrijf je ook voor jezelf? Van Leeuwen: "Ja, zeker." Denk je dat volwassenen ook kunnen genieten van kinderboeken?

Van Leeuwen: "Een goed kinderboek moet een minimumleeftijd hebben, maar geen maximumleeftijd. Vaak zie je dat pubers neerkijken op boeken met illustraties, maar daar komen ze later weer op terug. Veel volwassenen lezen met plezier aan hun kinderen voor. Toen mijn moeder mij als kind een boek voorlas, moest ze zelf altijd heel erg lachen. Dat moet kunnen. Een volwassene hoeft zich niet te vervelen met een kinderboek. Mijn volwassenboeken zijn niet geschikt voor kinderen, maar mijn kinderboeken kunnen wel door volwassenen gelezen worden. En dat gebeurt ook."

Tips voor iedereen die een kinderboek wilt schrijven

1 Denk voor jezelf. Waarover wil je schrijven? Je

moet zoeken naar je eigen toon en je niet te veel laten leiden door de mode. Schrijf waarover je zelf wilt schrijven. Kijk en observeer.

2 Hou vol. Als je in jezelf en je werk gelooft, blijf

Is dat nostalgie naar hun eigen kindertijd? Van Leeuwen: "Zo zie ik dat niet. Het gaat meer over het delen van iets tussen kinderen en volwassenen. Ik geloof zelf niet zo in nostalgie."

dan dingen opsturen.

3 Laat je coachen. Mijn uitgeverij Querido heeft

bijvoorbeeld de Querido Academie. Er zijn ook instituten waar je je werk kan laten lezen en die je dan tips geven.

Is er een specifiek kinderboek waarvan je vindt dat volwassenen ook kunnen genieten? Van Leeuwen: "Ik denk dat er een heleboel zijn. In mijn jeugd was dat voor mij Winnie De Pooh. Heel veel prentenboeken kunnen ook door de schoonheid van de tekeningen aangenaam zijn voor volwassenen. Ik heb ooit gehoord dat een kinderversje van mij in de gevangenis aan de muur hing op een poster om mensen op te beuren."

4 Als je iets geschreven hebt, leg het dan even weg. Als je het daarna opnieuw leest, kan je het scherper bekijken.

5 Maak gebruik van het internet: verspreid je

Hoe moeilijk is het om van schrijfster je beroep te maken? Van Leeuwen: "Je moet echt geduld hebben om je plekje te veroveren. Dat heeft bij mij ook wel een tijdje geduurd, maar ik wilde het zo graag. Je moet ook echt al veel verkopen als je echt van schrijven wilt kunnen leven. In principe krijg je 10 procent op de verkoop, een tijdje later 12,5 procent, nog wat later 15 procent. De boeken-

werk, begin een boek of geef je boek zelf uit

6 Als je merkt dat je talent misschien toch niet

zo groot is, kan je het zeker voor je plezier blijven doen. Anders wordt het alleen maar een sukkel-en zuchtweg. 18


Je hebt ooit in een interview gezegd: “Ik heb zolang ik me kan herinneren altijd geschreven en getekend. Ik wilde altijd schrijfster worden. Ik wist alleen niet hoe.� Vandaag ben je een succesvol schrijfster en heb je heel wat prijzen gewonnen. Hoe heb je dat nu gedaan? Van Leeuwen: "Ik ben al van hele jonge leeftijd beginnen schrijven en tekenen. Dat zat er wel in. Mijn ouders stimuleerden ons in die dingen. We hadden thuis een huisorkestje en speelden Eurovisisongfestival. En ik maakte een huiskrant. Na mijn middelbare school ben ik naar de kunstacademie gegaan. Het eerste jaar ben ik met mapjes met teksten en tekeningen naar uitgevers gegaan, maar mijn werk werd altijd afgewezen. Mijn zelfvertrouwen zakte enorm. Daarna behaalde ik mijn diploma en ik wou werk vinden, maar dat lukte helemaal niet. Dan ben ik maar geschiedenis gaan studeren. Tijdens die studie kreeg ik contact met mijn eerste uitgever, een kleine uitgever. En zo werd mijn eerste boekje gepubliceerd. Mijn tweede boek dat ik gemaakt heb, heeft een prijs gewonnen in Nederland. En dan ben je plots zichtbaar en begint het allemaal. Ik verkocht meer boeken. Ik was gelanceerd.

Tips voor illustratoren

1 Probeer niet te veel in beeld brengen. Dat is

niet de bedoeling. Een illustratie moet een sfeer toevoegen, niet alles weggeven.

2 Kijk wat anderen doen en laat je daardoor inspireren.

3 Er bestaan subsidies om als illustrator aan de slag de kunnen. Zoek op voor welke subsidies jij eventueel in aanmerking komt.

4 Als je iets gemaakt hebt dat een bepaald niveau heeft, kijk dan naar welke uitgeverij bij jou en je werkt zou passen. Want ook uitgeverijen hebben hun eigen sfeer.

5 Veel illustratoren gaan naar de beurs van

Bologna. Dat is een kinderboekenbeurs. Illustratoren vanuit de hele wereld komen daar naartoe met mappen onder hun arm om te laten zien waar ze mee bezig zijn.

verkoop is de laatste jaren weer erg verminderd. Maar goed, ik kan er wel van leven omdat ik dat combineer met optredens en lezingen. En af en toe een prijs krijgen is ook niet slecht. Dan krijg je aandacht en ook wat geld."

Niet alle volwassenen voelen nog aan hoe het is om kind te zijn Joke Van Leeuwen: "Veel schrijvers die boeken schrijven voor volwassenen vinden dat kinderliteratuur een onderdeurtje is" 19


Andere talen

“Ik maak meer fouten in mijn moedertaal dan in het Esperanto” MARC VANDEn BEMpT 20


Esperanto versus engels

Waarom een kunsttaal leren? Esperanto is een kunsttaal die bijna 130 jaar bestaat. De taal werd ontwikkeld om verschillende culturen met elkaar op een neutrale manier in contact te laten komen. Bovendien is de taal gemakkelijk te leren voor eender welke moedertaalspreker. Vooral omdat de grammatica uit 3 A4’tjes bestaat. Zestien basisregels. Geen uitzonderingen. “In het Nederlands, mijn moedertaal, maak ik meer fouten dan in het Esperanto”, zegt Marc Vanden Bempt van Esperanto Leuven. “Want er zijn meer uitzonderingen.” Allemaal voordelen dus. Waarom kennen we dan zo weinig -of zelfs geen- mensen die Esperanto spreken? Terwijl bijna iedereen zich kan redden in het Engels. Esperanto is toch zo gemakkelijk en neutraal? Tekst Sofie Lucykfasseel Foto’s Sofie Luyckfasseel

PROBLEMEN

Esperanto is een relatief jonge taal. In 1887 wou de Poolse Lejzer Zamenhof de problemen in zijn dorp oplossen. Hij woonde in een Pools dorpje waar vier bevolkingsgroepen samenleefden: Russen, Polen en Jiddisch spre-

Lejzer Zamenhof wou de taalproblemen in zijn dorp oplosen door een nieuwe taal te creëren kende Joden en Duitsers. Ze begrepen elkaar niet en dat zorgde voor problemen. Zamenhof wilde dat verhelpen door een taal te creëren die gemakkelijk te leren is voor iedereen en die bovendien politiekneutraal is. Toen dat lukte, en het hele dorp met elkaar kon communiceren, wilde hij dat uitbreiden naar de wereld. Inmiddels zijn er zelfs moedertaalsprekers van het Esperanto.

peranto? s E t m o k Van waar

Uit welke talen is de woordenschat afkomstig?

OP EIGEN HOUTJE

Hoeveel mensen nu precies Esperanto spreken is moeilijk te zeggen. In de eerste plaats omdat er geen enkel land is waar uitsluitend Esperanto gesproken wordt. Bovendien leren heel wat mensen Esperanto op eigen houtje door bijvoorbeeld een onlinecursus te volgen. De meeste mensen zeggen dat er zo’n 2 miljoen sprekers zijn. Volgens Marc Cuffez, de voorzitter van de Vlaamse Esperantobond zijn er zo’n 10 tot 15 miljoen sprekers. Dat is het aantal personen die ooit de taal geleerd hebben. Daarvan zijn er zo’n 5 miljoen mensen die ze onderhouden. Ter vergelijking: zo’n miljard mensen spreken Engels, moedertaalsprekers en mensen die Engels beheersen als tweede taal samengeteld. Met andere woorden het Engels wordt zo’n 500 miljoen keer meer gesproken dan

1 60%

uit Romaanse talen (zoals het Frans)

2

30% uit Germaanse talen (zoals Nederlands en Duits)

3 5% uit Slavische talen (zoals Russisch en Pools) 4

5% werd ontleend uit overige talen.

21


Andere talen

het Esperanto. En dat terwijl Esperanto een neutrale taal is die heel gemakkelijk te leren valt.

Het internet is een zegen om Esperanto te leren

GROOTMACHT

En toch. Als je op vakantie bent, welke taal spreek je dan? Welke taal spreek je met iemand die geen Nederlands spreekt? Waarschijnlijk is dat Engels. Na de tweede wereldoorlog is Engels uitgegroeid tot een wereldtaal. En Engeland en de VS tot grootmachten. Daarvoor was het Frans de internationale taal. Nog vroeger was dat het Latijn in onze Westerse wereld. Nu wordt Chinees stilaan een belangrijkere taal en China profileert zich meer en meer als sterke grootmacht.

INSPANNING

NEUTRAAL

Esperanto probeert niet om andere talen zoals het Engels te verdringen. Ieder land blijft zijn eigen taal spreken. Esperanto is bedoeld als hulptaal en als tweede taal. Marc Vanden Bempt: “Engels wordt door 1 miljard mensen gesproken. Dat zijn zowel moedertaalsprekers als mensen die Engels als tweede taal beheersen. Dat is één zevende van de wereldbevolking. Esperanto wordt gesproken door zo’n 2 miljoen mensen. Of extremer: zet dat even op nul. Om de hele wereld Engels te leren moeten 6 miljard mensen de taal leren. Voor Esperanto 7 miljard. Het Esperanto is 10 keer sneller te leren volgens wetenschappelijk onderzoek. Dat betekent dat de inspanning om de hele wereld Esperanto te leren 10 keer kleiner is dan de inspanning om de hele wereld Engels te leren.”

Een belangrijke reden waarom Esperantosprekers gekozen hebben om Esperanto te leren, eventueel naast het Engels, is de neutraliteit. Esperanto is geen taal die tot een bepaald land, en dus grootmacht, behoort. Bovendien is taal altijd verbonden met cultuur. Als een taal opgelegd wordt, is cultuur daar een onderdeel van. Net zoals men het in lessen Duits over de Berlijnse muur heeft. Esperanto daarentegen is volledig politiekneutraal. Als een Belg en een Hongaar samen Esperanto spreken, staan ze op gelijke voet. Niemand is bevooroordeeld vanwege de taal. Waarom leert men dan toch liever Engels? Daar hebben we niet helemaal zelf voor gekozen zegt Vanden Bempt. “Die beslissing wordt niet op basis van logica genomen, maar individueel: op de tv zie je dagelijks de invloed van Hollywood en in het nieuws spreken de buitenlandse machthebbers Engels. Dat geeft de indruk dat iedereen Engels spreekt. Kom je in het buitenland, buiten het hotel, dan is de realiteit wel genuanceerder.” En dat geldt zeker voor België, vindt hij: “Wij hebben een vertekend beeld: we denken dat de hele wereld Engels spreekt zoals wij en sommige buurlanden dat doen. We vergeten dan dat het Nederlands en het Engels allebei Germaanse talen zijn en dus een sterke verwantschap hebben.”

netjes n i z e g i d Han

6 zinnen die weleens van pas kunnen komen! ▶ Bonan apetiton= eet smakelijk

KUNSTMATIG

▶ Dankon= dank je

“Mensen vragen zich vaak af waarom ze een kunstmatige taal zouden moeten leren”, zegt Vanden Bempt, “Is het Algemeen Nederlands dan ook niet kunstmatig? Met zijn voortdurend wijzigende onnatuurlijke spellingsregels. Alle nationale talen zijn kunstmatig. Ze worden gestandaardiseerd door een groepje mensen zoals de Académie française of de Taalunie voor het Nederlands.”Ook het Esperanto heeft zo’n taalacademie die beslist over de taal. Die academie, Akademio de Esperanto, oefent controle uit op de verdere evolutie van het Esperanto. Aan de fundamenten wordt niet geraakt om het voordeel van een gemakkelijk te leren taal te behouden.Dat maakt van het Esperanto, ondanks het feit dat het een kunstmatige

▶ Kio estas via nomo?= hoe heet je? ▶ Kioma horo estas?= hoe laat is het? ▶ Mia nomo estas= mijn naam is ▶ Vi estas stultulo= je bent een sukkel

22


taal is, een dynamische taal. Zoals in elke taal komen er ook in het Esperanto nieuwe woorden bij. Toen Zamenhof de taal ontwierp, bestond er nog geen computer. Natuurlijk wil men dat woord ook gebruiken in het Esperanto. Iemand wou het woord ‘computer’ gebruiken en heeft dat voorgesteld aan andere Esperantogebruikers. Die hebben op hun beurt ook voorstellen gedaan en uiteindelijk krijgt één woord de bovenhand. Dan komt de Akademio de Esperanto ertussen en wordt het woord officieel. Het Esperanto past zich aan, net zoals elke andere taal, aan tijd.

We hebben er niet voor gekozen om liever Engels dan Esperanto te leren

ESPERANTO LEREN IN 40 UUR

Er wordt weleens gezegd dat je Esperanto kan leren in 40 uur. Het hangt van een aantal dingen af of dat echt lukt. Als een student begaafd is, al enkele talen spreekt, gemotiveerd is om de taal te leren en daarbij nog wat met iemand Esperanto kan spreken, vergroot de kans op succes aanzienlijk. Marc Vanden Bempt bekijkt het liever anders: “In een spoedcursus van 14 uren leer je minstens evenveel als met 140 uren Engels. Dat is één jaar op school aan 5 lesuren per week. Ken je dan Engels? Moeilijke vraag. Maar in theorie is het dus zeker mogelijk om Esperanto te leren op 40 uren tijd.” Bovendien is het internet een zegen voor de kunsttaal. Er zijn heel wat websites waar je (basis)cursussen Esperanto kan vinden. Eigenlijk kan je de taal zelfs op eigen houtje leren. Op voorwaarde dat je ze oefent met anderen. Ook dat kan online.Algemeen wordt gezegd dat je Esperanto kan leren in een periode van 1 maand tot 1 jaar.

INTERNET

Veel Esperantosprekers ontmoeten elkaar via het internet. Heel bekend onder Esperantosprekers is Pasporta Servo. Dat is een website die mensen die Esperanto spreken helpen om goedkoop en gemakkelijk te reizen en andere sprekers op te zoeken. Er zijn twee voorwaarden: je moet je aanmelden op de website en je moet Esperanto spreken. Zo kan iemand die Esperanto spreekt de cultuur en gebruiken van een land leren kennen via de mensen zelf. Er zijn misschien maar 2 miljoen sprekers, of zelfs meer, maar het is wel een hechte groep mensen die elkaar bewust opzoekt.

DOORBRAAK

Wil dat nu zeggen dat het Esperanto ooit echt gaat doorbreken als tweede taal of als hulptaal? Vanden Bempt denkt van wel: “Esperanto is van een taalprojectje op papier nog geen 130 jaar geleden uitgegroeid tot een levende taal. Het heeft twee wereldoorlogen overleefd en heeft geen financiële grootmacht achter zich. Dat twee miljoen mensen de taal spreken is dus een groot succes. Misschien zijn nog eens 130 jaar nodig om het te zien doorbreken? Misschien maar 20 jaar? De toekomst zal het uitwijzen.”

Mensen vragen zich af waarom ze een kunstmatige taal zouden leren. Maar is het Nederlands ook niet kunstmatig?

Met medewerking van: Henri Schutters (Secretaris Limburgse Esperanto Vereniging), Marc Vanden Bempt (Esperantovereniging Leuven), Katja Lödör (Esperantovereniging Gent) en Marc Cuffez (voorzitter Vlaamse Esperantobond).

23


Andere talen

24


Taalverwerving

Hoe doe je dat eigenlijk, een taal leren? Truus De Wilde is professor Nederlandistiek aan de Vrije Universiteit van Berlijn. Zelf is ze Vlaamse en verhuisde vier jaar geleden naar de Duitse hoofdstad. Ze heeft dus zelf ervaart hoe het is om een nieuwe taal te leren. Maar hoe leer je nu succesvol een taal? Tekst Sofie Lucykfasseel Foto's Sofie Luyckfasseel Hoe kan je een taal het best aanleren? Truus De Wilde: “Eigenlijk draait alles rond vier aspecten: lezen, luisteren, schrijven en begrijpen. Die vier aspecten worden door elkaar gebruikt. De klassieker is dat je begint met “Hallo. Goedemorgen. Ik ben Truus. Ik – benTruus”. Dan schrijf ik dat ook nog eens op. “Wie ben jij?”. En dan is er altijd wel iemand die slim genoeg is om te zeggen: “Ik ben Johannes”. Om studenten een taal aan te leren is het belangrijk dat de vier aspecten zo gelijkmatig mogelijk opgebouwd worden. Van in het begin moet er afgewisseld worden en alle aspecten moeten aan bod komen. Met de passieve vaardigheden, dat zijn luisteren en lezen, ga je natuurlijk sneller vooruitgang merken dan bij de actieve vaardigheden, spreken en schrijven. Lezen gaat vaak sneller dan luisteren en spreken gaat vaak sneller dan schrijven. Het belangrijkste bij taalverwerving is dat er communicatie mogelijk is. Daarom hoeft alles nog niet perfect te zijn. In het begin is het vooral belangrijk dat je je verstaanbaar kan maken en dat anderen je ook kunnen begrijpen. Daarom dat ik ook met mijn leerlingen probeer te praten in de les. Ik stel ze vragen die ze zelf ook gaan willen vragen zoals: “Waar is de bushalte?” “Hoe heet jij?” “Wil je iets drinken?”. “

Na anderhalf jaar hebben de studenten Nederlandistiek aan de Frei Universität van Berlijn al een behoorlijk niveau van het Nederlands daag is shoppen”. Of “het thema is naar de dokter gaan.” En pas daarna leg je de lichaamsdelen uit.” Wat als je snel een taal wilt leren? De Wilde: “Dan moet je veel tijd investeren. De eerste stap is het leren van woorden. Maar veel belangrijker is het leren van deeltjes van zinnetjes die vaak terugkomen. Dus niet alleen leren “aan de hand van” of “door middel van”. Probeer daar zinnetjes van te maken “door middel van een dieet wil ik zo snel mogelijk afvallen”. Als je snel een taal wilt leren, moet je omschakelen. Het willen. Een ander aspect om snel een taal te leren, buiten veel tijd investeren, is motivatie. Als je zelf een taal wilt leren, wilt dat zeggen dat je gemotiveerd bent. En dan gaat alles sneller.”

Om een taal te leren kan je niet om saaie grammaticalessen heen. Hoe kan je dat op een leuke manier brengen? De Wilde: “Om moeilijke grammatica uit te leggen moet je overgaan op reële situaties. Je kan bijvoorbeeld vijf pagina’s Duitse naamvallen uitleggen, maar je kan ook doen alsof je gaat shoppen. Als je dan een grotere kledingmaat nodig hebt, leg je de comparatief uit. Leerlingen gaan die situatie begrijpen en bijgevolg ook de theorie. Als je enkel saaie theorie en zinnetjes geeft, is de motivatie weg en is de kans dat je het begrijpt veel kleiner. Als leerkracht moet je niet zeggen: “Het thema van vandaag is comparatief” , maar wel “Het thema van van van-

Hoe snel is het dan mogelijk voor een volwassene om een taal te leren? 25


Andere talen

kelijker is dan Pools omdat we zo veel en zo gemakkelijk met het Frans in contact komen."

De Wilde: “Dat kan heel snel. Op de universiteit van Berlijn geven wij Duitstalige studenten Nederlandse les. Zij krijgen twee keer per week anderhalf uur les en na 3 semesters, dus anderhalf jaar, zitten ze op niveau B1 of B2 volgens het Europees referentiekader. In dat systeem heb je verschillende niveaus: A1, A2, B1, B2, C1 en C2. Daarbij is A1 een absolute beginner en C2 is een native speaker. Als onze studenten zelf spreken hoor je onmiddellijk dat ze Duitsers zijn, maar ze kunnen passief echt al heel veel volgen: radio, televisie en kranten, kunnen ze goed begrijpen. Een nieuwe taal leren gaat niet bij iedereen even snel. Sommigen beginnen van bij het begin met het maken van een zin en leren zo verder. Anderen nemen alles op, zoals een spons eigenlijk, en maken plots perfecte zinnen. Dat is net hetzelfde bij baby’s die een moedertaal

Wat vinden buitenlanders moeilijk aan het Nederlands? De Wilde: Het woordje “er”. Dat komt omdat er vijf soorten “er” zijn en het is heel moeilijk voor hen om te weten wanneer ze het woordje “er” moeten gebruiken. Verder hangt wat moeilijk is om te leren ook weer af van de moedertaal. Een Pool die Nederlands leert zal het moeilijk hebben met lidwoorden, want in het Pools bestaan die niet. Voor Duitsers is het gebruik van de tijden nog heel moeilijk. Vooral het verschil tussen perfectum en imperfectum. Dat is bijvoorbeeld het verschil tussen “ik at” en “ik heb gegeten”. Het is dan onze taak als docent om daarover na te denken en dat op een duidelijke manier uit te leggen. Die twee tijden bestaan nochtans wel in het Duits, maar in de spreektaal gebruiken ze eigenlijk alleen maar de vorm “ik heb gegeten”. Als ze dan Nederlands leren moeten ze er elke keer over nadenken als ze een verleden gebruiken."

Taal is geen gebied in de hersenen dat afsterft

Jouw moedertaal in Nederlands, toen ben je verhuist naar Berlijn en heb je Duits moeten leren. Hoe is dat gegaan? De Wilde: "Snel. Ik was hier en ik wou het. We zijn vier jaar geleden verhuist. Als bagage had ik toen wat Duits uit het middelbaar, ik was al een paar keer naar Duitsland geweest voor een paar weken en ik was getrouwd met een Vlaming. Mijn man zijn moeder was wel een Duitse, dus met haar sprak ik altijd Duits. Toen we dan hier naar Berlijn verhuisd zijn, kon ik wel wat Duits spreken, maar ik wou het deftig kunnen spreken. En ik wou ook kunnen schrijven. Ik kon perfect inkopen doen, maar ik kon echt geen mail naar de bank schrijven. Daarom heb ik les gevolgd aan een soort provinciale hogeschool. Ik had zes maanden les, drie keer per week een voormiddag. En daarna ging het vlot."

aan het leren zijn. Sommigen beginnen al snel woordjes te maken, bij anderen duurt het langer, maar ze maken dan onmiddellijk zinnetjes.” Is er zoiets als een ideale leeftijd om een taal te leren? De Wilde: "Ja, er is een gevoelige periode voor moedertaalverwerving, dat is voor de leeftijd van 6 jaar. Voor het verwerven van een tweede taal wordt gezegd dat het gemakkelijker is voor kinderen. Dat gaat dan vooral over de juiste fonetiek, de juiste uitspraak. Hele typische klanken van een bepaalde taal kan je op een vroege leeftijd beter verwerven.

Wat is het moeilijkste aan een taal spreken die niet jouw moedertaal is? De Wilde: “Als je een taal op latere leeftijd hebt geleerd, is het nabootsen van bepaalde klanken vaak het moeilijkste aan een taal. Als je moedertaal bijvoorbeeld Nederlands is en je doeltaal is bijvoorbeeld Pools, zijn er een aantal klanken die je in het Nederlands niet zal hebben. Je kan die oefenen, maar om die perfect te krijgen, dat is supermoeilijk. Maar het is zeker niet onmogelijk. Als je die opneemt en oefent en luistert naar jezelf, kan het. Je moet gewoon blijven oefenen. Je tong is een spier en als je die in de juiste positie krijgt, kan je het. Op basis van gehoor, dus het accent, kan je een niet-moedertaalspreker er het er gemakkelijkst uitpikken."

Zijn er talen die gemakkelijk te leren zijn? De Wilde: "Dat is ten eerste afhankelijk van je moedertaal. Er zijn geen gemakkelijke talen om te leren, maar er zijn ook geen moeilijke talen om te leren. Elke taal is even gemakkelijk en even moeilijk. Het hangt ook af van talent en van verwantschap tussen je moedertaal en de doeltaal. Dan kan je bijvoorbeeld zeggen dat Pools een moeilijke taal is. Maar dat komt omdat je het misschien nog nooit gehoord hebt. Maar het Pools heeft wel voorzetsels en een alfabet. Dus in die zin is het nog wel een gemakkelijke taal. Je kan zeggen dat Frans een moeilijke taal is. Frans is even moeilijk voor ons als Pools. Het zijn geen Germaanse talen, maar wel indo-Europese talen. Toch zullen veel mensen zeggen dat Frans veel gemak26


"Wat ook moeilijk is om correct na te spelen is de intonatie in een zin van de niet-moedertaal. Dat is ook heel specifiek voor elke taal. Maar dat zijn allemaal dingen die je wel kan leren, je moet gewoon gemotiveerd zijn en blijven oefenen."

3 websites die je helpen een taal te leren

1 www.bcc.co.uk/worldservice/learningenglish.

Wat zijn de gemakkelijke dingen om te leren? De Wilde: “De dingen die je kan leren: waar staat een werkwoord in een zin, de juiste voegwoorden gebruiken, de juiste tijd, zulke dingen. Woordenschat is ook perfect te doen.”

Op deze uitstekende website van de BBC kan je je Engels verbeteren door podcasts te downloaden, woorden uit nieuwsberichten te leren, naar hoorspelen te luisteren en nog veel meer.

2 Ook wie geen Engels wilt leren, kan terecht bij

Kan je je kind perfect tweetalig opvoeden? De Wilde: “Dat is geen enkel probleem. Ik heb er thuis zo drie rondlopen. De belangrijke regel daarbij is consequent zijn. Ik spreek Nederlands met de kinderen, mijn man spreekt Duits met de kinderen. Mijn man en ik spreken Nederlands met elkaar. En ik spreek nooit Duits met de kinderen. Dat zijn de regels. Welke taal de ouders spreken tegen elkaar is niet zo belangrijk. Zolang de ene ouder taal A spreekt en de andere ouder taal B tegen de kinderen. We hebben hier een bevriend koppel dat hun dochter meertalig opvoedt. Zij spreekt Russisch, hij spreekt Nederlands, het kind gaat naar de kleuterschool in het Duits. De ouders spreken Engels met elkaar. Hun dochtertje wordt vier jaar deze zomer en ze zal vier talen spreken, want ze kent ook wat Engels. Daar waren de ou-

BBC. Op www.bbc.co.uk/languages kan je maar liefst 40 talen leren. Je kan er o.a. naar videofragmenten kijken, podcasts downloaden, teksten lezen en naar voorbeeldzinnen luisteren. Je vindt er ook tips om een taal te leren en taal voor kinderen.

3 www.woordjesleren.nl is een handige web-

site om je woordenschat te leren. Je kan je eigen woordenschatlijst aanmaken of zoeken in inzendingen van anderen. Als je inzendingen van anderen gebruikt, moet je wel eerst even nalezen. Anderen kunnen immers ook fouten maken. Je kan je woordenschat op verschillende manieren oefenen. Bovendien hoef je geen account te maken en de website is volledig gratis.

Er zijn geen gemakkelijke, maar ook geen moeilijke talen Truus De Wilde: "Je kan je kind perfect tweetalig opvoeden. Ik heb er thuis zo drie rondlopen" 27


Andere talen

ders verbaasd over want ze spreken nooit Engels tegen haar. Ze hoort het gewoon constant en begrijpt het nu. Natuurlijk spreekt ze die vier talen niet perfect. En daarbij kan een kind van vier jaar überhaupt een taal perfect spreken? Maar ze begrijpt ze alle vier wel en heeft zo zeker een voorsprong.”

Checklist: een nieuwe taal leren in 3 stappen

Welke rol speelt leeftijd bij taalverwerving? De Wilde: “Misschien duurt het wat langer voor je een taal onder de knie hebt als je geen kind bent, maar het is op elke leeftijd mogelijk een taal te leren. Het leren van een taal is niet iets dat afsterft. Het is geen gebied in je hersenen dat kleiner wordt naarmate je ouder wordt.”

Weet wat je doelen zijn.

Wil je alleen maar kunnen spreken? Of wil je het volledige gamma – lezen, luisteren, spreken en schrijven – beheersen? Dat zijn de beslissingen die je eerst voor jezelf moet nemen. Als je Spaans wilt leren omdat je op vakantie wilt gaan naar Spanje, moet je vooral kunnen luisteren en spreken. Maar als je naar China verhuist voor je nieuwe job, zijn waarschijnlijk alle aspecten belangrijk.

Is er zoiets als een ideale leeftijd om een taal te leren? De Wilde: “Ja, er is een gevoelige periode voor moedertaalverwerving, dat is voor de leeftijd van zes jaar. Voor het verwerven van een tweede taal wordt gezegd dat het gemakkelijker is voor kinderen. Dat gaat dan vooral over de juiste fonetiek, de juiste uitspraak. Hele typische klanken van een bepaalde taal kan je op een vroege leeftijd beter verwerven. Maar het is zeker niet onmogelijk om dat als volwassene ook onder de knie te krijgen. Als je het wilt, kan je het.”

Weet hoeveel tijd je wilt investeren.

Hoe meer tijd je investeert, hoe sneller je de taal zal leren. Je moet er ook rekening mee houden dat je naast de les zelf, thuis ook nog moet oefenen en herhalen. In het ideale geval moet je evenveel tijd besteden aan het leren van de nieuwe taal, dan in de les zelf. Als je een cursus volgt, geeft je docent je waarschijnlijk ook nog huiswerk mee.

Weet met wie je wilt leren

Je kan zelfstandig een taal leren. Het internet biedt veel mogelijkheden. Er bestaan ook boeken die je een heel eind op weg kunnen helpen. En dat allemaal voor weinig geld.Als je liever begeleid wordt, kan je een cursus volgen. Alleen of in groep. Als je privéles krijgt, kan de docent jouw wensen beter afstellen op je doelen. Het nadeel is echter dat het voor de student vaak voelt alsof de leerkracht alles weet en de leerling niks. De student is dus de enige die fouten maakt. In een groep maakt iedereen fouten. De ene is beter in uitspraak, de andere is beter in woordenschat. Dan kan je elkaar helpen. De beste manier om een taal te leren is in een groep van vier of vijf. Avonturiers kunnen ook terecht in het buitenland. Je hoort mensen spreken, je kan naar de radio luisteren en je kijkt naar de tv. Bij een onderdompeling kom je constant en overal in contact met nieuwe woorden en zo leer je een taal ook sneller.

Truus De Wilde: "Grammaticalessen hoeven niet saai te zijn. Je moet ze gewoon anders aanpakken" 28


Taal leren leuker maken Tekst: Sofie Luyckfasseel

1

5

Als je een cursus volgt, oefen dan samen de leerstof in. Dat werkt motiverend en je leert van elkaar.

Ga op zoek naar leuke apps. Zo kan je altijd en overal oefenen.

2 Plak je huis of kamer vol met post-its om

Ga naar conversation tables of kringgesprekken. Die vind je overal en in alle talen. Je kan er op een ontwpannen manier een taal oefenen, met of zonder begeleiding. Gratis of voor een kleine bijdrage. Sommige bibliotheken organiseren zulke kringgesprekken. Gewoon even googlen! Of kijk eens op pagina 45.

6

zo dagdagelijkse voorwerpen snel te leren. Of plak andere woordenschat op briefjes en verspreid ze over je huis. Zorg wel dat je ze effectief leest als je er voorbij gaat. Plak ze dus op zichtbare plaatsen waar je vaak komt.

3

Maak flashcards waarbij je een woord in het Nederlands opschrijft en op de achterkant schrijf je de vertaling. Maak er eventueel een tekening bij als dat jou helpt om alles beter te onthouden.

7

Hou een klein notitieboekje bij. Noteer er nieuwe woorden in en lees ze als je even tijd hebt. Neem het boekje overal mee waar je gaat. Als je je afvraagt hoe je een bepaald woord in de taal zegt, schrijf het op. Als je thuiskomt kan je de woorden vertalen.

4

Combineer je interesses met je doeltaal. Als je graag kookt, volg dan een kookblog. Als je graag in de tuin werkt, koop dan een boek over de tuin in de nieuwe taal die je wilt leren. Zo leer je niet alleen nieuwe woorden in die nieuwe taal, maar je bent tegelijkertijd ook bezig met je interesse. En je interesse, dat is toch net iets waar je graag over praat?

8

Zoek een penvriend. Dat is een leuke manier om over je interesses en dagdagelijkse onderwerpen te praten. Bovendien perfect om een taal te onderhouden. Er bestaan verschillende websites voor, velen zijn zelfs gratis.

29


Niet evident

"Als ik griep heb, spreek ik minder vlot" Gert reunes 30


Voor doven is gebarentaal geen bijkomstigheid

“Doof zijn is niet per se een handicap. Het kan ook heel verrijkend zijn” De deurbel. Een ambulancesirene. Je ringtone. Het zijn drie simpele geluiden waar je amper bij stilstaat. Maar wat als dat geluid wegvalt en je constant in complete stilte zou leven? Je hoort jezelf en anderen niet. Maar hoe bestel je dan een brood bij de bakker? Hoe moet je aan je kapper uitleggen wat er met je haar moet gebeuren? Met een combinatie van gebarentaal en gesproken taal! Tekst Yolanthe Van Endert Foto’s Yolanthe Van Endert

Horen met je ogen

Marina Perez werd doof geboren. Praten doet ze graag, maar ze gebaart er altijd bij. “Mijn ouders kunnen wel horen en voedden me op met nadruk op praten. Zelfs met mijn broer mocht ik niet gebaren – al deed ik dat natuurlijk wel. Op zaterdag volgde ik logopedie, om toch maar zo goed mogelijk te leren praten. Ik gebruik mijn stem graag, maar gebarentaal is mijn moedertaal,” vertelt Marina. Gebarentalen zijn talen die spontaan zijn ontstaan, net zoals orale talen. Dove mensen hebben meestal niet de reflex om te praten, want ze kunnen het niet horen. Dus gebaren ze, want dat kunnen ze zien. Elke gebarentaal heeft haar eigen grammatica en haar eigen ‘gebarenschat’. Over het algemeen verschilt de grammatica tussen Vlaamse en bijvoorbeeld Franse gebarentaal niet erg veel. Gesproken taal en gebarentaal daarentegen, hebben niet veel raakpunten. Bij pakweg Engels luister je met je oren en praat je met je mond. Bij gebarentaal spreek je met je handen en lichaam en hoor je met je ogen.

VGT en LBSF

V.l.n.r. : Marina Perez, David Dessaint, dochter Della. Zoon Nico staat niet op de foto.

In Vlaanderen maakt de dovengemeenschap gebruik van Vlaamse Gebarentaal (VGT). Walen gebaren in Waalse gebarentaal (LBSF). Er is dus niet één universele gebarentaal en ook geen standaardversie van hun Nederlands. Omdat er overal waar mensen zijn, talen ontstaan, stellen sommige taalkundigen dat er evenveel gebarentalen als gesproken talen zijn. Dat is echter moeilijk meetbaar.

Niet gesproken maar gebarend

De moedertaal van een Vlaming die doof of slechthorend geboren wordt, is dus Vlaamse gebarentaal (VGT). Officieel is dat Nederlands, want gebarentaal is enkel erkend als culturele taal. Horende mensen zien gebarentaal nog vaak als een ‘hulpmiddel’, een soort bijkomstigheid. Dat frustreert doven, want zij hechten veel belang aan gebarentaal. Omdat ze visueler ingesteld zijn, is praten vaak van onderschikt belang. Voor doven is leren praten ook een stuk moeilijker, omdat ze zichzelf niet of beperkter horen.

Binnen bijvoorbeeld VGT bestaan er ook nog verschillende varianten, vergelijkbaar met gesproken dialecten. In Vlaanderen zijn er grofweg vijf, die ongeveer samenvallen met de provincies. Het kan dus zijn dat een West-Vlaming een ander woord voor ‘suiker’ gebruikt dan een Limburger. En wat veel mensen opvallend zullen vinden: gebarentaal kent geen geschreven variant. 31


NIET EVIDENT

mensen, maar doven zien ‘doof zijn’ niet per se als handicap. Het kan ook heel verrijkend zijn.”

“Erg zware ingreep”

Marina Perez trekt meteen een vies gezicht als ik over CI’s begin. Je moet geen gebarentaal kunnen om te begrijpen dat ze tegen is. David legt uit waarom: “De ingreep is erg zwaar, zeker voor een jong kind. Bovendien is het niet gegarandeerd dat je daarna kan horen. Sommige mensen zijn echt geholpen, anderen merken het effect nauwelijks. Van een eventuele negatieve uitkomst zeggen ze niets. Maar bij een zware hartoperatie geven de dokters toch ook mee wat er mis kan gaan? En eerlijk, we zijn ook bang dat de focus nog meer verschuift naar het orale. Terwijl gebarentaal voor een doof kind écht belangrijk is. Leren praten kan altijd nog. Tegen een dove baby moet je twee keer gebaren en hij weet wat je bedoelt. Maar je moet dertig keer iets zeggen voor hij dat begrijpt. Dat is ontzettend frustrerend voor zo’n kind.”

Te weinig tolken

Zelfs al hebben ze een CI, hele gesprekken volgen is voor een dove lastiger. Heel veel mensen praten door elkaar en bijgevolg gaat het vaak te snel om goed te kunnen volgen. Vergaderingen bijwonen of les volgen is weinig evident. Veel slechthorenden en doven maken bijgevolg wel eens gebruik van een tolk. Met een kleine achterstand zorgt een tolk ervoor dat de dove weer kan volgen. Wettelijk hebben slechthorenden en doven volgens bepaalde barema’s recht op een tolk. Al blijkt dat systeem in de praktijk niet altijd vlot te werken. Zo moet je eerst een test afleggen, die bepaalt in welke mate je doof bent. Verder moet je een dossier inleveren bij de overheid. Pas als dat goed gekeurd wordt, heb je kans op een tolk. 65-plussers kunnen trouwens geen dossier meer inleveren.

Liesbeth Mathijs met de prijs die ze won voor haar taalproject bij Fevlado Dat kan David Dessaint, Marina’s man, beamen. David groeide op bij dove ouders en een horende broer. Ook met zijn broer gebaart hij. “Het zou leuk zijn, moest ik mijn stem beter beheersen. Gemakkelijker vooral. Maar het is wat het is.”

Kan je doof zijn ‘oplossen’?

De medische wereld ziet ‘doof zijn’ voornamelijk als een probleem. En dokters werken hard om het op te lossen. Voor hen is een cochleair implantaat (CI) dé oplossing. Liesbeth Mathijs van Mijn Baby Is Doof licht toe: “Als blijkt dat de gehoorzenuw van de baby nog werkt, wordt er vaak gekozen voor een cochleair implantaat. Dat implantaat versterkt klanken.” Mijn Baby Is Doof komt voort uit De Federatie van Vlaamse Doven Organisaties (Fevlado). Fevlado is het overkoepelend orgaan vanheel wat initiatieven die de belangen van dove en slechthorende Vlamingen behartigen. Hoewel veel kinderen geholpen zijn met een cochleair implantaat, is het geen wondermiddel. Liesbeth Mathijs: “Een CI is niet dé oplossing. Wanneer ouders te horen krijgen dat hun kind inderdaad doof of slechthorend is, wordt er gehamerd op het belang van zo’n implantaat. Het verbaast misschien veel

Mensen gewoon hoe ze moeten 32

weten niet met doven omgaan


aanleg nodig. Een beetje taalgevoel, zoals je ook een aanleg voor wiskunde kunt hebben.” Onze overheid doet nog niet genoeg, vinden veel dove mensen. “De Belgische overheid blinkt inderdaad niet uit op dat vlak,” vinden zowel Marina als David. “Eén CI kost 25 000 euro en dat bedrag krijg je volledig terugbetaald. Maar voor meer tolk uren is er geen geld.”

Bijna uitsluited in avondschool

Je kan op verschillende plaatsen in ons land een opleiding tot tolk VGT volgen. De provincie Limburg, Antwerpen, Oost-Vlaanderen: allemaal bieden ze het aan. Opvallend is wel dat je een cursus bijna uitsluitend in avondschool kan volgen. Aan het eind van de rit krijg je geen diploma, wel een attest. Dat geeft je een voordeel bij bepaalde beroepen, maar meer ook niet. Kristien Vanluyd: “Het geeft je een voordeel als je gaat solliciteren voor bijvoorbeeld opvoedster of kleuterleidster. Zoals een rijbewijs je ook mee aan een job helpt. Maar je mag er dus niet mee gaan tolken.” Kortom: dat lost het tekort aan vertalers niet op.

Méér aanbod graag!

Financiële onzekerheid en onregelmatige uren schrikken tolken vaak af

Het aanbod moet beter en uitgebreider, vindt Liesbeth Mathijs. “Een opleiding gebarentaal aan de universiteit of hogeschool bestaat amper. Je kan bijna alleen een opleiding volgen in avondschool. Er is echt wel vraag naar, maar het is gewoon niet belangrijk genoeg, zeker? Ook Fevlado Diversius organiseert op regelmatige basis een cursus. Die zitten ook altijd volgeboekt. Er is dus echt wel ruimte voor uitbreiding van het aanbod.”

“In ziekenhuizen is er nooit een tolk voorzien”

Als je recht hebt op een tolk, dan wil dat niet zeggen dat je die ook ter beschikking krijgt. De nood aan tolken is hoog, omdat er meer vraag dan aanbod is. Je moet een vertaler ook minstens één week op voorhand aanvragen. De kinderen van Marina en David, Della en Niko, ervaren dat tekort als geen ander. “In ziekenhuizen is er nooit een tolk voorzien. Maar als je opeens naar spoed moet, kan je toch geen tolk plannen? En ook andere dingen, zoals naar het gemeentehuis gaan of een afspraak maken bij de bank zijn niet eenvoudig,” zegt Della. Tegenwoordig zijn de kinderen oud genoeg om dat op te vangen en tolken zij dikwijls.

KNOW GOOD TO

Waaraan ligt dat dan?

American Sign Language is de vierde meest gesproken taal in Amerika.

Waarom er een tekort is, ligt aan verschillende dingen. Om te beginnen is het natuurlijk een extra taal die je moet leren. Die taal maakt bovendien gebruik van gebaren, in plaats van klanken. Dat is aanpassen, weet ook Kristien Vanluyd. Zij is leerkracht geschiedenis en Latijn, tolk Vlaamse gebarentaal in bijberoep, coördinator van de opleiding VGT aan het VSPW Hasselt én ze geeft ook les in gebarentaal in het eerste en tweede jaar. “Sommige cursisten hebben moeite met een aantal gebaren. Gebarentaal is natuurlijk puur gericht op visuele handelingen, wat een beetje wennen is. Verder heb je ook wat

90% van de dove kinderen wordt geboren in een horend gezin. Het heeft tot 1980 geduurd voor gebarentaal in ons land werd toegelaten.

33


niet evident

“Als ik mijn arm breek, heb ik geen job meer”

‘zomaar’, uit interesse, een opleiding VGT komen volgen.” Dus over 20 jaar is het leven helemaal op maat van mensen met een auditieve beperking? “Noem me naïef, maar ik heb er echt wel goede hoop op!”

Wat ook meespeelt, is het feit dat je zelfstandige bent. Financiële onzekerheid en onregelmatige uren schrikken vaak af. Ook Kristien: “Of ik ooit ga tolken in hoofdberoep? Goh, daar kan ik niet zo gauw ‘ja’ of ‘neen’ op zeggen. In principe kan dat, maar ik hou wel van de zekerheid van het onderwijs. Want wat als ik morgen mijn arm breek? Dan heb ik geen werk meer, hé.”

Doof zoekt doof?

Hoewel ze zeker meer interactie willen met de horende wereld, komt de dovengemeenschap soms erg gesloten over. Voelen zij dat ook zo aan? “Goh, het is zeker niet van: ‘jij kan horen, dus ik sluit je buiten’,” zegt Marina, “het is gewoon gemakkelijker communiceren met een andere dove. Het is ook geen toeval dat ik getrouwd ben met een doof persoon. Je moet je niet aanpassen. En uit ervaring weet ik dat horende mensen hun conversaties niet altijd graag herhalen. Als je dan vraagt waar het over gaat zeggen ze: ‘O, ’t is niet zo belangrijk.’ Ik heb me vaak op verveeld op familiefeesten, gewoon omdat niemand interactie met me zocht.”

“Fysiek en mentaal best wel zwaar”

En dan is er nog het financiële plaatje. Tolk is zeker niet het bestbetaalde beroep. Vraag je een tolk aan via de vzw Vlaams Communicatie Assistentie Bureau (CAB), dan betaal je ongeveer 35 euro per uur, plus vervoers- en andere onkosten. Regel je privé een vertaler, dan kan die vragen wat hij wil. Natuurlijk zet niemand de stap tot tolk gebarentaal voor het geld, maar velen vinden dat de job toch wordt onderschat. “Het is fysiek en ook mentaal best wel zwaar,” beaamt Kristien, “ik geef nog een zestal uur les in het middelbaar onderwijs en die afwisseling maakt het haalbaar. Ik heb alle respect voor mensen die voltijds tolken. Hoe graag ik het ook doe, het valt niet te onderschatten.”

Fevlado

Ondertussen blijft Fevlado ijveren voor meer voorzieningen en ondersteunen ze de dovengemeenschap. Leuk detail: de vzw wordt geleid door bijna uitsluitend dove mensen. Werkt dat goed? Soetkin Bral van Fevlado vindt alvast van wel. “In principe hindert het ons zelden. Natuurlijk wel als we moeten communiceren met horende mensen. Een telefoontje is niet gauw gepleegd, hé. Maar aangezien we voornamelijk actief zijn in de dovengemeenschap zelf, zijn het vaak net de horende mensen die beperkt zijn. Als we vergaderen met maar één horend lid, gebeurt dat in gebarentaal. Kent die persoon geen VGT, dan moeten we voor hem of haar eerst een tolk regelen.”

Wat kan de overheid meer doen?

“Veel”, vinden zowel Liesbeth Mathijs als Kristien Vanluyd. “In stations zijn er automatische deuren voor mensen die in een rolstoel zitten. Zo maak je iets toegankelijk voor iemand. Doven moeten altijd zélf dingen toegankelijk maken. Als morgen koning Filip sterft, is er geen enkele politicus die er aan denkt om de begrafenis te laten tolken. Het zit ‘m soms in kleine dingen, hoor. Zoek als dove maar eens werk via de VDAB. Niet dat er overal slechte wil is, maar veel mensen weten gewoon niet hoe ze met doven moeten omgaan.”

dove? n e e t e m t je Hoe praa

“Meer tolken en meer uren voorzien,” zegt David. Het betert stilaan, de komst van afstandstolken is weer een stapje vooruit. Maar er is nog werk aan de winkel. “In Canada heeft elke dove of slechthorende een kaartje met het telefoonnummer van een tolk. Moet die dove dan om één of andere reden naar pakweg het politiekantoor, dan komt die tolk zo snel mogelijk. Dat bestaat in België niet.”

ff Zorg ervoor dat de dove weet dat je tegen hem praat. Dat kan bijvoorbeeld door hem even aan te tikken. ff Kijk een doof persoon goed aan. Anders kan hij niet lezen wat je zegt.

‘Over twintig jaar is het leven aangepast aan doven’

ff Overdreven ‘bekken trekken’ hoeft niet, maar praat traag en duidelijk. Zo kan de dove goed liplezen.

Al zijn er wel degelijk initiatieven. Via Fevlado kunnen ouders van een doof kindje bijvoorbeeld een cursus ‘Visueel Leren Communiceren’ volgen. Acht halve dagen leren cursisten wat communicatie met een dove precies inhoudt – mét steun van de Vlaamse overheid. Er is beterschap op komst, aldus Vanluyd. “De laatste paar jaren merk ik dat minder en minder mensen vreemd opkijken als ik begin te gebaren. Ook zijn er soms leerlingen die

ff Ook al kan je geen gebarentaal: gebruik gewone gebaren en mimiek. Van je expressie kan een dove veel aflezen.

34


35


NIET EVIDENT

Gert Reunes hapert nog wel eens

"Waarom zou ik me daar druk over maken?” Iedereen heeft wel eens een moment dat hij moeilijk uit zijn woorden komt. Een mondeling examen, een moeilijk telefoongesprek… Er zijn 1001 situaties die er voor zorgen dat je een beetje hakkelt. Voor mensen die stotteren is dat hakkelen dagelijkse realiteit – ook als ze gewoon gezellig op café zitten. Gert Reunes stotterde 35 jaar lang. “Ik was 24 toen ik voor het eerst om een brood ging.” Tekst Yolanthe Van Endert Foto’s Yolanthe Van Endert

Kan u het concept ‘stotteren’ samenvatten? Reunes: “Stotteren is eigenlijk een neurologische stoornis. Wij hebben twee foutjes in onze hersenen. Spraak wordt gestuurd door één hersenhelft. Als we stotteren gaat de andere helft een beetje ‘meepraten’. Tweede fout: als je spreekt, luister je onbewust naar jezelf. Bij mensen met een stotterprobleem zit dat vermogen in de rechterhelft – bij anderen links. Die linkerhelft luistert actiever dan de rechter.” U stotterde 35 jaar lang. Weet u nog wanneer dat begon? Reunes: “Ik weet niet meer precies wanneer. Wat me wel nog bijblijft is het eerste studiejaar. We moesten leren lezen met ‘aap’, ‘noot’, ‘mies’. Ahmed, een buitenlands klasgenootje, had een andere moedertaal. En toch las hij vlotter dan ik. Dat frustreerde me heel erg. “ Had u veel last van dat stotteren? Niet naar de bakker durven of nooit de telefoon opnemen, bijvoorbeeld? Reunes: “Ik was 24 toen ik voor het eerst om een brood ging. Dat is vrij laat. (lacht) Vroeger viel het mee. In kleine klasjes en in de lagere school had ik niet zoveel last van mijn stotteren. In het vijfde studiejaar las er trouwens iemand met me mee, als ik voorlas. Dat helpt stotteraars enorm, opeens gaat lezen wél vlot.”

Gert Reunes: "Als ik bijvoorbeeld griep heb, gaat het spreken minder vlot" schakel al snel. Fysiek heb ik vaak mijn mannetje gestaan, maar verbaal vlotte het niet.”

“Vanaf het middelbaar werd het een beetje moeilijker. Ik ging echt niet graag naar school, wou met niets meedoen. Op je vijftiende wil je ergens bij horen en ik hoorde er gewoon niet bij. Ergens was ik toch het zwarte schaap. Je arrangeert jezelf ook uit, hoor. Ik ging niet mee op schoolreizen uit schrik dat ik ergens mijn eigen drankje moest bestellen.“

Waaraan ergerde u zich, als u sprak met niet-stotteraars? Reunes: “Vooral aan het feit dat er weinig gehoor was voor mijn verhaal. Er zijn mensen die twaalf seconden blokkeren op één woord. Dan moet je luisteraar twaalf seconden wachten en het verhaal gaat niet vooruit. Mensen hebben dat geduld gewoon niet. En dat zorgt dan weer voor nog meer frustraties. Toen ik 14 of 15 jaar was en iets wilde zeggen, werd er gewoon niet geluisterd. La-

Werd u gepest? Reunes: “Eigenlijk wel, ja. In elke klas heb je wel een zwakke schakel. Als je verbaal niet sterk staat, ben je die 36


ter, op oudere leeftijd, waren al mijn verhalen kort. Want ik wist: als ik het lang maak, haken ze misschien af.” Kon u zich optrekken aan bekende stotteraars? Reunes: “Ik trok me op aan Arno Hintjes. Ooit van gehoord?”

Ik ben geen wonder, ik heb hier keihard voor gewerkt

Ik dacht eerder aan Marilyn Monroe. Reunes: (wijst naar een poster) “Ja, zij hangt hier ook overal! Maar, Arno Hintjes? Neen? Schande! Aan hem kon ik me wel optrekken. De rockster die zich nergens iets van aantrekt. “ En vrienden? Reunes: “Goh, toen ik klein was, ging ik naar de logopedie in een groepje. Dat waren niet echt mijn vriendjes, eerder lotgenoten. We kwamen wel overeen, maar we gingen niet bij elkaar spelen of zo.”

Jongens stotteren vaker dan meisjes en raken er ook moeilijker vanaf. Waaraan ligt dat? Reunes: “Klopt, de verhouding is vijf tegen één. Jongens zijn met alle stoornissen zwakker dan meisjes. Vrouwen moeten het leven verder zetten, hé. Die zijn meestal sterker.”

Bij stotteren speelt erfelijkheid een rol. Stottert er in uw familie nog iemand? Reunes: “Het viel me vroeger nooit op, maar als ik nu goed naar mijn vader luister, hoor ik wel een beetje gestotter, ja.”

Uiteindelijk bent u gestopt met stotteren. Ging dat heel geleidelijk aan of best nog wel snel, eens u goede therapie kreeg? Reunes: “Ik ben twintig jaar lang naar de logopedie gegaan – van mijn 4 tot 24 jaar. Uiteindelijk ben ik dan in Nederland twee logopedie weekends gaan volgen. Daar heb ik de klik gemaakt: ‘als ik deze methode volg, zal ik er vanaf geraken’. Natuurlijk lukte me dat niet in die twee weekends alleen. Maar met die methode heb ik zelfstandig geoefend, bijna twee jaar lang, heel intensief. Ik ben geen wonder - ik heb keihard gewerkt.”

t do do o n d n a o To d Wat je best doet als je praat met iemand die stottert ff Wees geduldig. Ook mensen die weleens haperen willen hun verhaal in het lang en het breed kunnen doen.

Bent u bang dat u opnieuw gaat stotteren? Reunes: “Eerst en vooral moet ik zeggen dat ik een onderscheid maak tussen stottervrij zijn en vrij zijn van je stotterprobleem. Stottervrij zijn is vlot spreken, vrij zijn van je stotterprobleem wilt zeggen dat je je stotteren niet meer in de weg laat staan. Zou ik het erg vinden als ik opnieuw stotterde? Neen. Ik weet waar ik van kom. Ik weet wat me dat oplevert. Spreken is eigenlijk niet moeilijk. En iedereen hapert weleens – waarom zou ik me daar druk over maken?”

ff Vraag of je hen mag aanvullen. Sommigen blokkeren zolang dat het fijn is als iemand even helpt. Anderen vinden het dan weer vervelend als iemand hen woorden in de mond legt. Even vragen, dus! ff Blijf aan de lijn! Iemand die stottert, heeft vaak heel wat drempels voordat hij of zij durft bellen. Zomaar inhaken doet hun zelfvertrouwen geen goed.

Hervalt u ooit nog? Reunes: “Als je bijvoorbeeld zware griep hebt, dan voel je wel dat spreken minder vlot gaat. Maar ja, autorijden met zware griep gaat ook minder goed. Ik maak me daar niet druk over. Als je je oefeningen blijft doen, herval je niet zo gemakkelijk.”

ff Spreek hen niet aan als ‘stotteraar’. Zeg liever: ‘persoon die stottert.’ 37


NIET EVIDENT

een aantal rode draden. Met die rode draad moet je dan verder breien.” Geef eens een voorbeeld van zo’n rode draad? Reunes: “Eén van die rode draden is iets wat we al 60 jaar weten. Namelijk: laat de stotterende persoon vertragen. Als iemand die stottert trager praat, zal het vlotter gaan. Dat zorgt dan weer voor meer zelfvertrouwen. Het psychologische - geen schrik meer om te praten - en het verbaal-motorische - het praten zelf - gaan hand in hand.”

Als ik griep heb, gaat spreken minder vlot

Jullie combineren groepstherapie met individuele therapie, waarom? Reunes: “Dat is het geheim van ons succes! Enfin, het is geen geheim want we maken er heel wat reclame voor. Onze praktijk organiseert spreekavonden, citytrips, weekendjes weg... Vaak organiseren logopedisten alleen één-op-één-therapie. Maar onze maatschappij, dat is een groepsgebeuren! Uit groepsactiviteiten leren cliënten enorm veel uit. Het is een opstapje naar het ‘echte’ leven.”

U heeft uw diploma licentiaat logopedie gehaald op uw 38e. Wat heeft u daarvoor gedaan? Reunes: “Na mijn middelbare schoolopleiding heb ik drie jaar graduaat elektronica gedaan. Toen ben ik in de filmwereld terecht gekomen. Ik was runner, een soort klusjesman, voor Jan Verheyen en Erik Van Looy. Zo ben ik ook echt uit mijn comfortzone gekomen. Niks is voor mij onmogelijk. Als een regisseur een blauwe auto wilt, haal je hem een blauwe auto. Je kan het niet maken met lege handen terug komen.”

Tot slot heeft u een lievelingscitaat? Reunes: “Whoever saves one life, saves the world entire.” Da’s een mooie, maar er zit een zwart randje aan, niet?
 Reunes: “Ik krijg zo ontzettend veel aanvragen, maar het is onmogelijk om iedereen te helpen. Ik hou me dan recht met het idee: ‘als je één iemand helpt, heb je eigenlijk al genoeg gedaan.’”

“Daarna heb ik drie jaar in de horeca gewerkt. En toen kwam de periode waarin house muziek heel erg in was en begon ik fuiven te organiseren in De Vooruit, in Gent.” Het valt op dat u altijd koos voor beroepen waar je mondig voor moet zijn. Ik zou een stille boekhouder zijn geworden. Reunes: “Zo zit ik niet in elkaar. Ik ben heel extravert persoon. Elektronica interesseerde me ook wel, maar het sociale vind ik leuker. Ik wil anderen iets meegeven, iets bijleren. Ook al moest ik me in duizend bochten wringen, ik heb altijd gedaan wat ik graag deed.”

t alleen e i n t n e b Je

De bekende medemens stottert ook

U heeft nu een logopedie praktijk, specialisatie stotteren. Hoe begint u aan therapie? Reunes: “Ik leer mijn cliënten kennen. Wie ben jij, wie ben ik? Het moet met hen klikken. In het begin gaat het vooral over ‘wie zit er hier voor mij? Wie is de mens achter het stotteren?’ Alleen wanneer je je cliënt goed kent, kan je hen ook goed verder helpen.”

Heel wat Bekende Vlamingen struikelen ook weleens over hun woorden. Sommigen hebben hard gewerkt om er vanaf te geraken, anderen laten het zo. Die positieve rolmodellen zijn belangrijk voor een stotterend persoon. Ze trekken zich eraan op en voelen zich minder alleen. Een lijstje!

Waarom is er niet één soort therapie geschikt voor elke stotteraar? Reunes: “Elke mens is uniek, dus ook in zijn stotteren. Niet iedereen is bijvoorbeeld met één en dezelfde ademhalingsoefening geholpen. Helemaal niet zelfs. De aanpak verschilt bij iedereen. Bij de ene zet je ademhalingsoefeningen in, bij de andere doe je dat niet. Je moet echt begeleiden op maat. Er zijn een aantal grote lijnen,

▶ Arno Hintjes, Franceska Van Thielen, Bart Peeters, Jan Heuvel, Jan Decleir, Antje De Boeck, Erik Van Looy, Jan Verheyen, Dirk Frimhout, Jo Lernhout, Paul Van Cauwenberge...

38


Take it easy

"In het buitenland is dat normaal: een boekencafĂŠ" Ann Meskens 39


take it easy

Ann Meskens baat boekencafé De Zondvloed uit

“Ik was het kind dat ze na het boekenuurtje naar buiten moesten sleuren” Fysieke boeken kopen in een echte boekhandel, wie doet dat nu nog? Via Amazon.com en Bol.com heb je, vanuit je luie zetel, een gigantisch aanbod tot je beschikking. En e-readers! Op één e-reader kan je heel wat digitale boeken downloaden. Dat is plaats in je koffer die je kan vullen met souvenirs, quoi. Een boekhandel uitbaten, anno 2014? Goed gek! Tekst Yolanthe Van Endert Foto’s Yolanthe Van Endert

En toch startten Johan Vandenbroucke en Ann Meskens met een vriend, Rino Feys, zes jaar geleden met De Zondvloed. Twee boekhandels met koffiesalon, eentje in Mechelen en eentje in Roeselare. In het buitenland is dat niet zo raar, boeken kopen en iets kunnen drinken op dezelfde plaats. “Als we op vakantie waren in bijvoorbeeld Dublin of Parijs, zagen we een andere manier van boeken verkopen. Boekenshops zijn er langer open, je kan er iets drinken, het boekenaanbod is groter… We vroegen ons af waarom dat in België niet kon,” vertelt Ann. “En dus zegden Johan en ik ons journalistiek werk op en begonnen we met een vriend aan De Zondvloed. Soms mis ik de media. Dat is ook hard werken, maar eens die deadline gehaald is, ben je heel vrij. Het was een plezante tijd, we werkten met een leuke ploeg. Vaak zijn we blijven ‘plakken’ in Antwerpen of Brussel. Dat is een groot verschil: gisteren hebben we het ook laat gemaakt, maar om tien uur stond ik hier weer. Je moet. Je hebt verantwoordelijkheden tegenover het personeel, je moet bereikbaar zijn.”

Videotheken bestaan niet meer, ik vraag me af wat er met alle boekhandels gaat gebeuren

Ann Meskens: "Dat literaire zit er al in sinds mijn kindertijd. Ik las heel veel"

Personeel is te duur

Na vijf jaar stapte Rino Feys eruit, omdat hij de winkel in Roeselare alleen moest draaiende houden en dat te zwaar werd. Ondertussen staat Johans’ zus, Sabine, in die Zondvloed en pendelen Johan en Ann tussen Mechelen en Roeselare. Dat geeft veel werkdruk, maar heeft een goede reden. Ann: “Ik zou graag meer personeel hebben, 40


Ann Meskens: "Er zullen zeker nog een aantal boekhandels verdwijnen. Het is nog niet voorbij"

veel spullen die in de koffieshop staan uit kringloopwinkels. Rekken, kasten, stoelen, tafels… Het behangpapier dat op de toog werd geplakt, kwam van een bejaarde dame uit de buurt. En toch ziet niets er oud of gedateerd uit. Omdat de spullen geleefd hebben, dragen ze bij aan de sfeer in de boekenshop.

maar het is zo duur. Momenteel hebben we twee parttimers en één iemand die drie vierde werkt. Als we meer ruimte hebben, nemen we graag iemand bij aan.”

Twee BOEKENSHOPS?

Waarom eigenlijk twee boekenshops? Was eentje nog niet moeilijk genoeg? “Dat vraag ik mij soms ook af!” lacht Ann, “Rino woont in Roeselare, wij in Mechelen. Hij had daar had een eetcafé en dus veel horeca knowhow. Dat was het fijne: ieder van ons had veel eigen kennis. Ik ben bijvoorbeeld filosofe van opleiding, dus ik dacht mee na over de filosofie achter De Zondvloed. Zo had iedereen van ons iets.”

GEK OP BOEKEN

Wie het in dit tijdperk aandurft een boekhandel te runnen, moet wel gek zijn op boeken. “Ja! Dat literaire zit er al sinds ik kind ben in,” zegt Ann, “ik deed heel wat dingen, zoals jeugdbeweging en turnen, maar ik las ook heel veel. Ik was het kind dat ze na het boekenuurtje naar buiten moesten sleuren.”

Alternatief

Een huis in het zuiden van Frankrijk

Filosofie, het horecaleven en de literaire wereld waren niet hun enige achtergronden. Alle drie komen de ondernemers uit het wereldwinkelmilieu. “Johan is nog voorzitter geweest van Oxfam Wereldwinkels en ik was en ben vrijwilliger bij dezelfde organisatie,” vertelt Ann. Dat zie je aan het aanbod in de koffiesalons. In De Zondvloed vind je alleen lokale streekbieren en alternatieve biologische producten, zoals de bionades. “Dat ethische aspect vonden we alle drie heel belangrijk.” Bovendien komen erg

Hoe graag ze dit ook doen, gemakkelijk is het niet. Net zoals voor elke boekhandelaar blijft het knokken: “We lachen daar weleens mee. Als we in een andere branche gezeten hadden, waar andere economische regels en marges gelden, dan hadden we allang een huis in Zuid-Frankrijk kunnen kopen. Weet je, wij hebben ontzettend veel geluk. Met het pand, waarop we gestoten zijn. We huren het nog altijd, maar het is een mooi en 41


Take it easy

Ja, ik vind digitale boeken nep, maar ik ben bijna 50. De vraag is: vindt mijn zoon van 11 dat ook? Ann Meskens: "Digitale boeken vind ik nep" een goed pand. Verder hebben we de steun van enorm veel schrijvers. We komen in de media zonder dat we daarom vragen. Op dat vlak hebben we dus alle geluk van de wereld.”

Maar ook gewone boeken worden met extra professionaliteit en liefde vormgegeven. Dat moet mensen aanzetten tot het kopen van het ‘echte’ boeken, in plaats van er eentje te downloaden.”

“En toch merk ik dat het nog zo vechten is en zo hard werken. Veel zelfstandige boekhandelaars hebben een partner die nog werkt, zodat ze zeker zijn van minstens één inkomen. De eigenares van een boekhandel hier in de stad, heeft een pand van haar vader geërfd. Als al die dingen wegvallen – zaken die je erfde, geluk, een partner die buitenshuis werkt, dan vraag ik me af hoeveel boekhandels er op een gezonde en structurele manier kunnen overleven. Videotheken bestaan niet meer, wat gaat er met boekhandels gebeuren?”

“Digitale boeken zijn nep”

‘Echte’ boeken, zegt Ann. Vindt ze e-readers dan stiekem nepboeken? “Ja, ik vind dat nog, maar ik ben bijna 50,” nuanceert Ann. “Ik ben groot geworden in een cultuur met papieren kranten. Je associeert dat ook met een zekere intellectuele interesse, de geur van boeken, de tactiliteit van boeken vind ik heel erg belangrijk. Maar ik vind e-readers fantastisch, ik ben daar zelfs heel erg voor. Als ik een boek schrijf, heb ik het hele oeuvre van bijvoorbeeld Aristoteles digitaal. Dus ja, ik vind digitale boeken niet ‘echt’, maar ik vraag me af of mijn zoontje van elf dat ook nog vindt.”

“Jongeren lezen wél graag”

Of het tij nog kan keren, weet ook Ann Meskens niet. Over die vraag moet ze even nadenken. “Ik denk dat er zeker nog een aantal boekhandels zullen verdwijnen – het is nog niet voorbij. Anderzijds ben ik ervan overtuigd dat we nooit een stad of een land zonder boekhandel zullen hebben. Ik zou dat een enorme verarming vinden voor de maatschappij.”

Niet tégen digitaal

Tegen de digitale wereld zijn ze absoluut niet. De iPhone en de Mac computer liggen trouw naast haar op tafel. Er zijn al lang plannen om een onlineshop te lanceren. Maar, zegt Ann: “We moeten nog zien hoe en wanneer. We zijn er ontzettend mee bezig, dat waren we de hele tijd al, maar het is zo duur. Je moet al heel wat boeken verkopen vooraleer je een zeker rendement hebt. En het is technisch veel minder eenvoudig dan we dachten. We droomden het eerste jaar al om een digitale wereld te creëren. Maar het gaat traag, het is moeilijk en duur. Dus wanneer die shop er komt? Geen idee. Het leek goed te komen, maar nu zijn er weer een paar hindernissen die we moeten overwinnen.”

“Ik merk aan jonge mensen dat ze nog altijd graag lezen. Als ze een beetje meer geld hebben, kopen ze met plezier boeken. Dat is niet de grote massa, maar dat is het ook nooit geweest. Boeken zelf veranderen ook. Pockets, de goedkope boekjes voor op de trein, verdwijnen. Boeken krijgen anders vorm, omdat ze overeind moeten blijven naast de digitale downloads. Zulke boeken worden bijna alleen gekocht om enkel op de salontafel te leggen. 42


Een gemeenschapsgevoel

niet voor de hand liggen. Zwaardere lectuur, over sociologie, filosofie en globale tendensen vormen tegenwerk voor de populaire lectuur. “Een erg breed aanbod,” concludeert Ann. Met dat aanbod willen ze het verschil maken bijvoorbeeld Standaard Boekhandels.

Naast een behoorlijk aanbod boeken en drankjes, organiseert De Zondvloed op regelmatige basis evenementen. Voorleesavonden, avonden waar iedereen zijn lievelingsboek mag meebrengen en erover vertellen… Veel van die avonden zijn gratis, voor anderen betaal je een toegangsprijs van ongeveer vijf euro. Zijn die initiatieven nodig om de boel te doen draaien? “Ja en neen,” aldus Ann. Ik denk dat dat het verschil maakt tegenover bol. com of bepaalde ketens. Je creëert een gemeenschapsgevoel. Brengen zulke avonden veel geld op? Neen, niet altijd. Soms is het zelfs verlieslatend. Bekijk je het op puur korte termijn, dan doe je dat beter niet meer. Maar waarom bestaan wij anders? Net om die kleine, kwetsbare dingen ook een platform te geven. Ook al brengen ze dan weinig geld op.”

De Zondvloed in Hasselt of Antwerpen?

Plannen voor een nieuwe vestiging zijn er voorlopig niet, al kriebelt het soms. “Als avonturier denk ik dat dat geweldig zou zijn!” glundert Ann, “Maar we lijden nu al aan slaaptekort. Je weet echter nooit, er kan van alles gebeuren. Een nieuwe Zondvloed, daar hebben we nu geen tijd of geen geld voor. Maar wél de goesting en de liefde. Als er morgen een weldoener ons een pand gratis laat gebruiken… Ik sluit het zeker niet uit, er zijn zoveel mensen die een boekhandel willen en daar zelf voor zorgen. Via crowdfunding bijvoorbeeld. We hebben eraan gedacht hoor, een boekhandel in Antwerpen of Hasselt. Ik zou wel willen, alleen zie ik nu geen mogelijkheid.”

Een zondvloed van boeken

Hoewel sommige zaken weinig geld in het laatje brengen, doet De Zondvloed er koppig mee verder. “Tegenwoordig zie je ook een duidelijke verschraling van het aanbod boeken. Ik begrijp dat daar economische argumenten voor zijn: het is gewoon voordeliger om een groter aantal boeken van dezelfde titels aan te bieden. Op zich ben ik daar niet tegen. Alleen, als liefhebbers van het boek, willen wij dat anders doen. Daarom ook ‘De Zondvloed’ – een zondvloed van boeken. Niet alleen nieuwe boeken, maar ook tweedehands boeken en ramsjboeken. “Je vindt er de kookboeken van Jeroen Meus, maar ook

Soms is het moeilijk, maar niemand kan zeggen waar De Zondvloed over tien jaar staat. Ook Ann Meskens niet: “Twintig jaar geleden of zelfs tien jaar hadden boekhandelaars een antwoord kunnen geven. Maar vandaag heb ik geen idee. Boekhandelaars moeten jaar per jaar bekijken. Werkt dit systeem nog? Zijn er andere manieren? Moeten we er überhaupt nog zijn? Ik weet het niet. Ik weet het echt niet.”

Enorm stresserend

Zorgt dat niet-weten dan niet voor tonnen en tonnen stress? Voor de eigenares van De Zondvloed valt dat mee: “Ik kom uit de journalistieke wereld, ik schrijf boeken, ik geef lezingen. Natuurlijk zou ik het spijtig vinden voor de stad, voor het pand, voor de hele gemeenschap die errond is gebouwd. Maar als het niet gaat, dan gaat het niet, hé. Dan moet je met je liefde en kennis voor boeken iets anders verzinnen. Ik leef wel mee met boekhandelaars die nergens op kunnen terugvallen. Is het voor hen stresserend? Het zal wel zijn! Oudere boekhandelaars zeggen me: ‘Ik ben blij dat het gedaan is, want stoppen moest ik sowieso.’”

msj? Watte, ra Het Joods-Nederlandse woord ‘ramsj’ wordt vooral gebruikt als het over boeken gaat. Ramsjboeken zijn nieuwe boeken die tegen goedkope prijzen worden verkocht. Dat kan verschillende redenen hebben: ▶ het boek heeft op de beurs gelegen en het is te duur om ze weer in omloop te brengen, ▶ het boek verkoopt slecht ▶ het boek is beschadigd...

“Geldt dat alleen voor ons? Natuurlijk niet. Elke avond op het nieuws zie je mensen die hun job op de helling zien staan. Het is voor iedereen keihard werken, maar enkelen ontsnappen aan die druk. Dan denk ik dat het toch meer stresserend is voor de kwetsbaarste groep van de bevolking. Diegenen die zich afvragen of ze volgende maand hun rekeningen wel kunnen betalen. Dus ja, ik ben enorm begaan met de zaak, ik ben gestresseerd, maar ik kan dat vrij goed relativeren als ik zie hoeveel mensen het nog veel moeilijker hebben.”

Boekhandelaars kunnen ramsj goedkoop opkopen én weer verkopen. Een win-win situatie!

43


Take it easy

10

TOFFE TAALAPPS Tekst Yolanthe Van Endert

1.

6. Slimme kleuter: een app voor de allerkleinsten, die

Taalvoutjes: Geen mens die nooit struikelt over zijn woorden. ‘Bestel je baby online bij Albert Heijn’, ‘Starend witte wasverzachter’ of een bordje met ‘toiletetten’: grote en kleine foutjes die deze app weet te vinden!

hen woorden van dieren en voorwerpen aanleert. Kost 0,89 euro, dus voor de prijs hoef je het niet te laten!

7.

Pili Plop: Maakt van je slimme kleuter een nog slimmer kind. Deze app leert 4- tot 10-jarigen via spelletjes een mondje Engels. Luisteren, begrijpen en leren lezen staan daarbij centraal.

2. Onze Taal: Is het nu ‘hen’ of ‘hun’? ‘Verbrandt’ of

‘Verbrand’? Taalapp Onze Taal weet raad! Mag je ook verwachten: taal nieuwtjes en info over de organisatie Onze Taal zelf.

8. BRU-taal: Als er nog wat oefening nodig is. BRUtaal is één groot spel, met verschillende niveaus. Het spel is opgedeeld in kleinere spelletjes en focust op onder andere werkwoorden leren vervoegen.

3. Schrijfcarrousel: vlak voor de deadline kampen

met een writer's block, een brainstorm sessie over een tekst die niet vlot? Schrijfcarrousel lost dat en nog veel meer voor je op!

9. Taal-actief: Gerrit, een blauw, harig mannetje met één oog is de gastheer van dit spelletje. De app daagt je kind uit om zijn scores te verbeteren door woorden goed te spellen.

4.Google Translate: Hoewel deze app weleens te

letterlijk durft te vertalen (President Bush wordt gewoon President Struik), lukken losse woorden meestal wél goed. Snel, makkelijk en gratis: wat wil een mens nog meer?

10. Leren Lezen: De naam geeft alles weg: deze app

leert je uk lezen. Leren Lezen is een app voor beginners, die focust op woorden en korte zinnen lezen en spellen.

5. Duolingo: Taalcursussen volgen is duur. Wil je je

roestige Duits toch opfrissen, dan is Duolingo een aanrader. Het is leren in de vorm van een spelletje, mét scores. En daarom steek je er met plezier tijd en moeite in! 44


Brussels Babel Meeting op café

Maak eens een praatje in een andere taal Ontmoet je graag mensen die uit alle hoeken van de wereld komen? Ben je zot van talen? Dan is de Brussels Babel Meeting zeker iets voor jou. Locals en toeristen komen in een Brussels café samen om talen te oefenen, te praten over alle mogelijke onderwerpen en om reistips door te geven. Tekst Sofie Luyckfasseel Foto's Sofie Lucykfasseel Iets na 21 uur, komen wat mensen opdagen in het zaaltje boven café Monk. En plots zijn we met vijftien. Joeri, een van de organisators heeft wat taalspelletjes voorbereid. Wat zeker een goede manier is om eens met iedereen te praten en wat te kijken wie er welke talen spreekt. Want dat is sterk afhankelijk van avond tot avond. “Zo willen veel mensen Portugees leren”, zegt Joeri “maar we krijgen niet veel mensen over de vloer die het hen kunnen leren.” Vanavond is dat anders. Twee jongens uit Brazilië die beide studeren in Frankrijk, komen wat later op de avond binnenspringen. Als ze tijd hebben na hun studies proberen ze zo veel mogelijk van Europa te zien.

Op de sofa

Op de Brussels Babel Meeting komen mensen bij elkaar. Dat doen ze vooral vanuit hun interesse voor andere culturen en talen. Het concept is afkomstig van couchsurfers. Dat zijn mensen die op reis gaan en in de plaats van veel geld uit te geven aan een hotel, locals zoeken die hun sofa afstaan zodat jij een slaapplaats hebt. Daar zijn speciale websites voor. Antoine Streulens, oprichter van de Brussels Babel Meeting haalde het recept uit Madrid. “En toen dacht ik: "Waarom doen we niet hetzelfde in België?” En zo is de Brussels Babel Meeting ontstaan.

Toerist versus local

Ik had al veel gehoord van een Multilanguage Meet Up, Conversation Table of Babel Meeting, wat verschillende namen zijn voor hetzelfde concept. Maar ik was er nog nooit naartoe geweest. Want je kan ook naar een Conversation Table gaan in je eigen land natuurlijk. “Zowat de helft van de mensen die komen zijn toeristen en couchsurfers, de andere helft zijn locals”, zegt Antoine, een van de organisators van de Brussels Babel Meeting.

Op een Babel Meeting wordt er niet alleen gepraat, er worden ook taalspelletjes gespeeld en een paar pintjes gedronken

45


Take it easy

TERRASJES DOEN

Elke week vindt de Babel Meeting plaats in een ander Brussels café. In de zomer, als het goed weer is, op een plaats waar iedereen gezellig buiten op een terrasje kan zitten. Op de facebookpagina hebben zo’n 35 mensen bevestigd dat ze gaan komen. Het is natuurlijk gemakkelijk om op een knopje te drukken en dan toch thuis in je lekker luie zetel te blijven zitten. Daar was ik toch wel bang voor toen ik om 20 uur stipt, want zo doen journalisten dat nu eenmaal, in het café was. Niemand te zien. Gelukkig is het een café en kan ik al rustig iets drinken. Na een halfuurtje kwam Joeri Spitaels, medeorganisator van de Babel Meeting naar mij toe. Blijkbaar was ik het bordje (lees: klein geel papiertje) waarop staat “Brussels Babel Meeting” voorbijgelopen. Antoine, Joeri en één man die in Brussel woonde waren aan het wachten op de ander 35 mensen die beloofden te komen. “Normaal komen er toch zo’n twintig mensen”, probeert Joeri mij gerust te stellen. We besloten al naar het zaaltje boven het café te gaan.

Polyglotten

Rond 22 uur, na het derde spelletje, was niemand nog echt mee. We verdelen ons in groepen, per taal. Uiterst links kan je Frans spreken, in het midden Engels en iets verder zit een groepje polyglotten die constant van taal wisselen. Rechts in de gezellige zeteltjes spreken ze Nederlands. Je mag zelf kiezen waar je gaat zitten en als je wilt, kan je overschakelen. Niet moet en alles kan. In elke

Deze mannen hebben niet alleen een leuke en leerrijke avond achter de rug. Ze hebben ook kennis gemaakt met Belgische bieren

taalgroep zit minstens één native speaker, voor zover dat mogelijk is.

Een babbel en een pintje

Ik kom terecht in het Engelse groepje. Samen met een Italiaan, Francesco, uitwisselingsstudente Gabby en twee vrienden uit Brazilië die in Frankrijk studeerden. We praten vooral over de landen waar we vandaan komen en over hun eerste indrukken van België. Dat zijn zowat de onderwerpen waar vooral over gesproken wordt tijdens een Babel Meeting: cultuur, taal, landen en vakantie. Op een Babel Meeting leer je mensen kennen die uit alle hoeken van de wereld komen

Gabby heeft mij veel verteld over Roemenië. De natuur is prachtig en als je van kamperen houdt - en daar ben ik net gek op - moet je zeker langskomen. Boekarest, de hoofdstad, is op enkele gebouwen na niet zo de moeite. “Als je toevallig in de buurt bent, kan je wel even een kijkje gaan nemen. Maar het is geen grote omwegen


spreken, maar om een moedertaalspreker tegen het lijf te lopen, moet je echt al geluk hebben. Je kan natuurlijk wel de taal onderhouden. En dat is zeker niet onbelangrijk als het gaat over taalverwerving. Als je niet de kans hebt om de taal te spreken, vergeet je ze snel weer. Het is ook niet omdat iemand zijn moedertaal niet het Engels is, dat hij of zij zich niet perfect kan uitdrukken.

Un peu de Français

Als je naar de Babel meeting gaat om je Frans of Nederlands te oefenen, heb je wat meer geluk. Heel wat mensen wonen in Brussel en spreken Frans en/of Nederlands. Bovendien zijn beide organisatoren perfect tweetalig. Dus Frans en Nederlands kan je er altijd oefenen. Het enige nadeel aan de Babel Meeting is misschien dat de avond traag op gang komt waardoor je nogal laat blijft plakken. En ook omdat de leuke gesprekken je de tijd uit het oog doen verliezen “Maar dat is toch geen probleem”, zegt Joeri. “Je zit hier bij een groep couchsurfers. Er zal wel iemand zijn die jou een slaapplaats kan aanbieden!”

leren? l a a t e r e nd Ook een a ▶ Als je je Frans wilt bijspijkeren of mensen van over de hele wereld wilt ontmoeten en geïnteresseerd bent in andere culturen, moet je zeker eens naar een Babel Meeting gaan. Of iets gelijkaardigs. Op het internet vind je heel wat links naar interessanete language meet ups en conversation tables.

waard”, zegt ze. Ik kreeg ook nog een tip mee over Brazilië: “als je in ooit in Brazilië bent, neem dan nooit de bus. Die kan je niet vertrouwen. Er zijn ook heel wat wijken die je beter vermijdt. Ook leven er heel wat dieren die je liever niet tegenkomt.“ Ik vroeg hen of ik niet beter thuisblijf. “Neen, zeker komen!” antwoorden ze beide. “Brazilië is een fantastisch land.” Fransceso, de Italiaanse jongen, vertelt mij waarom hij in België is: ”Ik wou een paar dagen ergens naartoe, niet te ver en zo goedkoop mogelijk. En aangezien Italië en België een goede verbinding hebben met het vliegtuig, zit ik nu hier op deze Babel Meeting een pintje te drinken.”

▶ De data en plaats van de Brussels Babel Meeting vind je op www. couchsurfing.com. Maar je komt er ook via Google of een andere zoekmachine. ▶ Kijk ook eens op pagina 44 naar de 5 leuke taalapps ▶ Op pagia 29 vind je tips die je helpen bij het leren van een taal en die het leerproces leuker maken.

Een beetje geluk

Kan je op een Brussels Babel Meeting echt een taal leren? Ten eerste moet er iemand zijn die de taal spreekt die jij wilt leren. Als je bijvoorbeeld Engels wilt oefenen, is de kans groot dat er meerdere mensen zijn die goed Engels 47


Take it easy

48


An Leenders helpt de schrijvende mens op weg

“Ons doel is: mensen laten kennismaken met schrijven en taal” Stel: je wilt een gedichtenbundel schrijven. Of je schreef al een filmscenario, maar je bent er onzeker over. Of je hebt een writer's block en je weet niet wat je eraan kan doen. Waar in België kan je daarmee terecht? Pas sinds 2003 is er iemand die je kan helpen: Creatief Schrijven, een Antwerpse vzw. Die kwam er op initiatief van de Vlaamse overheid. Algemeen directeur An Leenders vertelt. Tekst Yolanthe Van Endert Foto's Yolanthe Van Endert Is er eigenlijk nood aan wat jullie doen? Leenders: “Ik denk dat er een gigantische nood is. Uit studies blijkt dat bijna één miljoen Vlamingen op de één of de andere manier met taal bezig is. Schrijven is de dag vandaag ontzettend belangrijk: tweets en posts op Facebook, dat is ook schrijven. Hoe leuker je schrijft, hoe meer likes je krijgt of hoe meer volgers je krijgt. Het beste argument om aan te halen dat er nood is aan Creatief Schrijven, is misschien wel dat we zelden een cursus of evenement moeten aflassen wegens te weinig interesse. Integendeel, soms zijn er teveel inschrijvingen en moeten we zelfs mensen weigeren.” Nu is Creatief Schrijven een grote organisatie, maar ooit was het anders. Leenders: “Klopt. Toen ik hiermee begon, was er jammer genoeg enkel geld om mij te betalen en nog wat werkingsmiddelen. Zat ik daar in een piepklein bureautje. (lacht) Alleen kan je niet zoveel doen, mijn eerste insteek was dan ook: samenwerkingen zoeken. Met wat weerklank uit de media zijn we bekender geworden. We knoopten aan bij andere organisaties. Zo is Creatief Schrijven stilletjesaan gegroeid. Altijd vanuit de visie: mensen laten kennismaken met schrijven en met taal.” Waarvoor staat Creatief Schrijven concreet? Leenders: “We willen mensen aan het schrijven zetten en mensen die bezig zijn met schrijven zo goed mogelijk ondersteunen. Dat is heel kort samengevat waar onze organisatie voor staat.” Hoe ondersteunen jullie de schrijvende mens dan precies? Leenders: “Door heel veel verschillende dingen aan te bieden, omdat iedereen iets anders wil. Dat gaat van ‘ik zoek een schrijfcursus in Gent’, over ‘waar vind ik intensieve feedback over mijn manuscript’, tot ‘ik wil een boek

An Leenders: "Een tweet en statusupdate op Facebook, dat is ook schrijven"

49


Take it easy

die het gemaakt hebben zijn tenslotte het best geplaatst om iemand iets bij te leren. En wie les wil geven aan de SchrijversAcademie, moet minstens één keer zelf gepubliceerd hebben. Dat is echt een regel.”

Ik denk dat er een gigantische nood is aan Creatief Schrijven

Wat winnen zij daarbij? Leenders: “Uitgevers winnen alleszins, want zij zijn constant op zoek naar nieuw talent. Maar ook auteurs hebben er iets aan aan als ze een lezing of een workshop komen geven. Studenten stellen vaak heel kritische vragen, waardoor de leerkracht op een andere manier naar schrijven kijkt. Auteurs die workshops geven, praten ook op relatief hoog niveau met gelijkgestemden. Dat geeft vaak een boeiende wisselwerking.” Waar staat Creatief Schrijven over tien jaar? Leenders: “Ik hoop dat we dan overbodig zijn. Daar zijn we nu veel mee bezig.: onszelf overbodig maken. Met de subsidies die we nu krijgen en zoals het nu voortkabbelt, gaat dat nog ettelijke decennia duren. Als we meer middelen krijgen, zou ik in de eerste plaats meer personeel aannemen. Met meer subsidies kunnen we beter onderhandelen met culturele centra en bibliotheken om ons aanbod te verruimen en te ondersteunen. Misschien kan er dan ergens een contactpunt komen voor mensen die vragen hebben over schrijven?”

publiceren’. We lanceren heel wat initiatieven om daaraan tegemoet te komen. Er komt alweer een Schrijfsalon aan, een evenement in samenwerkingen met de provincie Antwerpen. Op zo’n Schrijfsalon kunnen mensen terecht voor feedback op hun kort werk: een column, een dagboekfragment… Verder is er de SchrijversAcademie, een tweejarige opleiding voor mensen met literair talent. 24 mensen krijgen één dag per week anderhalf uur per week les en gaan naar projectdagen. En elk jaar staan we met een standje op de boekenbeurs in Antwerpen en houden we wedstrijden. Een aantal jaar geleden kon je een meet and greet met Tom Lanoye winnen door verder te schrijven aan een verhaal van hem.”

“Sowieso willen we dat universiteiten en hogescholen opleidingen zoals creative writing aanbieden. In Angelsaksisch taalgebied is dat doodnormaal, bij ons ondenkbaar. Wij doen dat nu, omdat er niets anders voorzien is. Maar onze finaliteit is dus zéker niet: de grootste vzw van België worden.”

Zijn er dankzij jullie schrijvers doorgebroken of blijft het bij amateur auteurs stimuleren? Leenders: “O ja, er zijn er heel wat die het gemaakt hebben. Ik denk dan aan Maud Van Hauwaert, die txt-on-stagewedstrijd Frappant TXT won. Zij heeft haar eerste gedichtenbundel uit. De tweede wordt binnenkort voorgesteld. Maud wordt tegenwoordig ook veel gevraagd voor literaire festivals en stond in de finale van het Leids cabaretfestival. Verder is er Kris Van Steenbergen, die SchrijversAcademie heeft gedaan. Zijn debuut ‘Woesten’ is uitgekomen bij uitgeverij Vrijdag. Ondertussen is ‘Woesten’ aan zijn derde druk toe, iets wat de laatste tijd weinig voorvalt bij debutanten. De roman is intussen ook Nederland opgepikt. En zo kan ik nog wel enkele voorbeelden geven.”

Tot slot: heeft u een lievelingscitaat? Leenders: “‘Taal is de diepste aanraking’ van Peter Verelst. Ik geloof daar heel sterk in. Uiteraard, anders zat ik hier nu niet. (lacht)

Ons doel is zeker niet om de grootste vzw van België te worden

Creatief Schrijven werkt vaak samen met het literaire wereldje. Zitten daar grote namen tussen? Leenders: “Er zijn weinigen waarmee we nog niet hebben samengewerkt. Kristien Hemmerechts, Tom Lanoye, Bart Moeyaert... Allemaal waren ze te gast. Herman Brusselmans heeft weleens een workshop gegeven en hij deed mee aan ons scrabbletoernooi, een aantal jaren geleden. Bart De Pauw gaf laatst nog een lezing over het schrijven van scenario’s voor film en televisie. Die link met de professionele wereld vind ik levensbelangrijk. Mensen 50


Het laatste woord

S

“Sofie en ik maken een magazine over taal!” kondig ik trots aan. “Over taal?” vraagt menigeen. Aan hun gezicht kan ik zo al hun bedenkingen aflezen. Eén iemand verwoordt het zo: “Dat is het laatste onderwerp dat ik zou kiezen om een magazine over te maken.” Die persoon is een weinig diplomatisch iemand, lijkt me zo. Taal is geen al te populair thema, beseffen we heel goed. En geen gemakkelijk thema, wil ik daar meteen aan toevoegen. Eten, dat was beter geweest. Of dieren. Of seks! Wat zouden we een veel gelezen blad zijn. Helaas pindakaas. Wij interviewden de stotterende en dove medemens. De schrijvers, presentatoren en andere taalfreaks. “Wat een kutopdracht” en “Ik haat mijn leven!”, Dacht ik vaak bij mezelf (dramatisch persoontje, ik).

Vakkenvuller in de Colruyt

Hoe vaak ik niet heb overwogen om vakkenvuller in de plaatselijke Colruyt te worden. Ook hard werken, maar je moet geen mensen smeken om alstublieft mee te werken aan een interview. Je moet geen twee weken wachten op één petieterig e-mailtje, waarvan alleen het woord ‘ja’ je interesseert. En met Indesign of Photoshop hoeven ze ook al niet te werken. Wat een droomjob!

't Is voorbij

Maar ’t is gelukt, de puntjes zijn op de i’s gezet, Avant La Lettre is klaar. Na maanden en maanden van excuses moeten zoeken “Daar heb ik geen tijd voor, ik heb een deadline volgende week” en nog meer zagen kunnen Sofie en ik naar de drukker. Als die het nu niet verpest – en voor z’n eigen goed kan hij dat beter niet doen – krijgen we ons kindje 27 mei in handen. Eindelijk is ’t voorbij.

Werken in de Colruyt is, bij nader inzien, geen slecht alternatief

EEN ONGELOFELIJK DIKKE MERCI

Laat ik van deze ruimte gebruik maken om even een paar mensen te bedanken. Allereerst: Sofie, mijn partner in crime, de helft van het topteam.* Het zes maanden uithouden met mij, jij held! Verder ook de mama’s en papa’s, de liefjes, zussen en alle anderen die door ons getormenteerd werden. Sorry en een dikke merci! En wat zou een 'dankjewel' stukje zijn zonder een dankjewel aan alle begeleidende leerkrachten? In het bijzonder wil ik mevrouw De Pauw bedanken - de grootste InDesign krak die er op deze wereld rondloopt. En die ons dus ook ettelijke keren uit de nood hielp. Bedankt! *Noot van de redactie: Yolanthe, zonder jou geen topteam! 51


52


Avant La Lettre