Issuu on Google+

Postgraduaat Muzikale vorming (4-8j.) Observatiestage Algemeen Onderwijs Overzicht van de individuele bijgewoonde lessen Aanvangsjaar opleiding: 2012-2013 Studente: Lieve Merckx Les 1: •

School: VSV ( Vlissingse Schoolenvereniging)

Plaats: Vlissingen ( Nederland)

Datum: 14/12/2012

Leraar: Josine Voet

Klas: groep 3 ( 6-7jarigen)

Aantal: 25

Lesuur: 11.15uur-11.55uur

Lesonderwerp: spelen met ritmiek

Les 2: •

School: Sint Cajetanusschool

Plaats: Perk

Datum: 29/11/2012

Leraar: Stefaan Van Parys

Klas: 3de kleuterklas ( 5-6jarigen)

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 1


Aantal: 18

Lesuur: 13.10uur-14.00uur

Lesonderwerp: Drama en muziek “ Herformulering van voorwerpen”

Les3: •

School: Sint Cajetanusschool

Plaats: Perk

Datum: 28/02/2013

Leraar: Stefaan Van Parys

Klas: 1e kleuterklas ( 3-4jarigen)

Aantal: 17

Lesuur: 9.10-10.00uur

Lesonderwerp: Beweging en muziek “ Isoleren van lichaamsdelen”

Les 4: •

School: VSV ( Vlissingse Schoolenvereniging)

Plaats: Vlissingen ( Nederland)

Datum: 14/12/2012

Leraar: Anita Koopman

Klas: groep 1/2 ( 4-5jarigen)

Aantal: 25

Lesuur: 8.45uur-9.25uur

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 2


Lesonderwerp: Zingen in het thema kerstmis ( Les uit de methode “Moet je Doen Muziek”)

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 3


Les 1: Spelen met ritmiek 1.

Overzicht van de les •

De juf klapt een eenvoudige ritmische oefening voor. De kinderen krijgen de opdracht deze na te klappen en te vertellen hoeveel keer ze geklapt hebben.

Op het Digibord verschijnt volgende afbeelding:

De leidster klapt de partituur voor. Nadien vraagt ze aan de kinderen waar de bollen en het verschil in hoogte voor staan. De kinderen antwoorden de leidster dat er op elke bol 1 klap mag worden gegeven. De grootte heeft te maken met hard of zacht klappen.

De zachte en de harde klap worden apart geoefend.

Er verschijnen nog twee andere ritme partituren op het bord. De leidster klapt een partituur voor en de kinderen moeten vertellen welke ze juist gehoord hebben.

Dan duid de leidster één voor één de verschillende partituren aan en worden deze samen met alle kinderen geklapt.

De juf deelt stevige houten ritme stokken uit. Alle kinderen krijgen twee stokken. Tijdens het uitdelen maakt ze ook meteen afspraken met de kinderen in verband met het gebruik van de ritme stokken. De afspraken: Rechtstaan om meer plaats te hebben- op de bank als de oefening wordt uitgelegd- houdt de leidster haar vuisten toe worden de stokken stil- Hoe meer de vuisten worden geopend hoe luider de stokken mogen klinken en omgekeerd.

De ritmes die op het bord staan worden geklopt met de stokken, ook lettend op de harde en zachte tellen.

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 4


De kinderen nemen weer plaats op hun stoel en leggen de ritme stokken op de tafel voor hen. De kinderen krijgen een filmpje te zien waarin men , aan de hand van afbeeldingen van een appel en een peer, ritmisch kan gaan klappen aan de hand van de lettergrepen.

Ap-pel

ap-pel

peer

peer

ap-pel

2 klappen

2 klappen

1 klap

1 klap

2 klappen

Na het zien van het filmpje wordt dit kort besproken met de kinderen. Nadien wordt het nogmaals opgezet en nu mogen de kinderen met hun handen meeklappen en de woorden meezeggen.

De kinderen krijgen de opdracht om per twee zelf een eigen ritme te tekenen aan de hand van het appel en peer systeem. De kinderen gaan meteen ijverig aan de slag. Ze tekenen om de beurt een stuk fruit en klappen dan hun zelfgemaakte ritme na.

Enkele duo’s mogen hun zelfgemaakte ritme op het bord komen tekenen en voorklappen. Waarna de hele klas het ritme na klapt.

De leidster zet een filmpje op met de Nederlandstalige versie van het liedje “ Jingels Bells”. De kinderen kennen dit lied al want ze leerden dit reeds aan in een vorige les. De kinderen zingen samen met de juf het lied mee.

Aan de hand van een raadselliedje stelt de juf drie instrumenten voor. ( Bellenkrans, ritme stokken, sambabal). “ Ra Ra Ra, wat heb ik in mijn hand?” ( geluid van instrument laten horen)

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 5


2.

Elke rij krijgt één soort instrument toe bedeeld. Het lied wordt opgedeeld in drie stukken. Elke groep mag wanneer zijn stuk aan bod komt, met zijn instrument muziek maken in de maat van het lied. Alle kinderen zingen steeds het lied mee.

Deze opdracht wordt tweemaal herhaald, nadien worden de instrumenten verzameld en opgeruimd.

Lesdoelen en reflectie

Doel va de les: •

Kinderen plezier laten beleven aan het spelen met ritme instrumenten.

Kinderen laten kennis maken met eenvoudige ritme partituren en deze ook kunnen lezen en uitvoeren met de handen of ritme stokken.

Kinderen hun eigen ritme partituur laten maken en uitvoeren.

Kennis maken met het ritmisch begeleiden van een lied aan de hand van ritme instrumenten.

Reflectie •

3.

Gedurende dit muzische les uur was de betrokkenheid erg hoog in de klas. De kinderen pikten de opdrachten snel op en deden steeds enthousiast mee. Het werd me al snel duidelijk dat ze deze manier van werken gewoon zijn en ze hier veel plezier aan beleven. Door herhaling en het steeds voorklappen van de ritme partituren werd de werkwijze er van snel duidelijk. Door de toepassing van de ritme partituren te betrekken op de leeftijdsgroep ( vb: appel / werken met lettergrepen in 1ste leerjaar) zijn de kinderen snel mee met de opzet van de opdracht. Ook het zelf maken van een eigen partituur gebeurde met veel enthousiasme en ook met ruimte voor eigen inbreng van de kinderen. De leerkracht is zeker in haar opzet geslaagd.

Les structuur en reflectie

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 6


De les heeft een duidelijke structurele opbouw en neemt naarmate de les vordert toe in moeilijkheidsgraad. Door op te starten met een eenvoudige klap oefening , worden de kinderen warm gemaakt voor wat komen gaat, en krijgen ze ook meteen de kans om mee te doen. De overstappen tussen de verschillende lesonderdelen verlopen zeer vlot. De leidster zorgde er namelijk voor dat alle materialen klaar stonden en in handbereik lagen, zodat het organisatorische gedeelte ( vb: filmpje afspelen/ materialen uitdelen) weinig tijd in beslag nam en de kinderen steeds weer gauw aan de slag konden. Elke opdracht die wordt gegeven in de les is een fundering voor de volgende opdracht die komt. De moeilijkheidsgraad wordt stelselmatig in elke opdracht verhoogd, maar dit is voor de kinderen nauwelijks merkbaar. Er is duidelijk goed nagedacht over de lesopbouw. De leerkracht houdt gedurende het hele uur haar klok goed in de gaten, en heeft op voorhand een duidelijk tijdschema gemaakt van de hele les. Dit samen met de goede opbouw en de goede organisatie zorgen er voor dat de les net op tijd werd afgerond en de kinderen konden doorgaan naar het volgende dagdeel (nl.: middag pauze). De leerkracht rond haar les af door eerst samen met de kinderen de materialen op te ruimen, nadien de kinderen te bedanken voor hun inzet tijdens de les, en dan de opdracht te geven betrekkend op het volgende dagdeel. Voor mij was dit een zeer aangename en leerrijke les om aan deel te nemen. Door de duidelijke structuur en opbouw kregen alle kinderen de kans om vlot in te stappen en mee te doen. De kinderen deden steeds enthousiast mee en beleefden een ware succes ervaring. De doelen die werden vooropgesteld zijn tijdens de les allemaal bereikt. Ik zou daarom ook niets veranderen aan de lesstructuur en de lesinhoud. 4.

Visualisering van de lesstructuur en reflectie

De les structuur wordt op verschillende manieren ondersteund: •

Duidelijke verwoording + regels van wat er komen gaat.

Weergave op het digibord is duidelijk en leeftijdsgebonden correct: Ritme partituren met cirkels/ film van appel en peer / film van lied

De materialen die de kinderen nodig hebben worden per les onderdeel uitgedeeld. Wanneer er een materiaal niet meer nodig is wordt dit eerst

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 7


weer verzameld door de leidster vooraleer er aan een volgende opdracht wordt over gegaan. •

Wanneer kinderen meer ruimte nodig hebben om te bewegen en hun oefening uit te voeren, mogen ze zich verspreiden in de ruimte.

De duidelijke organisatie en het voorbereidende werk dat de leidster deed. zorgen er voor dat de les op vlak van visualisering op verschillende manieren wordt ondersteund. De leerlingen zijn deze manier van werken duidelijk gewoon, en reageren meteen en correct op organisatorische opdrachten die hen worden gegeven. De ondersteuning van het Digibord geeft vele kansen, die de leidster dan ook ten volle benut. De kinderen hebben voldoende structuur en visuele houvast. Ik zou hier geen veranderingen in aanbrengen. 5.

Leerinhouden en reflectie

De leerkracht heeft haar les gebaseerd op een les uit de muziek methode “Moet je doen Muziek�( ISBN9789006668018). De methode wordt doorheen heel de basisschool gebruikt.( zowel kleuters als lager school). De methode bevat voor elke leeftijdsgroep 20 uitgewerkte lessen met: een inleiding, een lesbeschrijving en een bijhorende CD met muziek en geluidsfragmenten. De doelen voor deze les haalde de leidster ook uit deze methode. De lesinhoud vulde ze aan met haar eigen ervaring en haar eigen manier van werken in de klas. De les werd goed afgestemd op de leeftijd en klasgroep die de leidster voor haar had. De hoge betrokkenheid doorheen de hele les laat duidelijk merken dat de kinderen geboeid zijn door de leerinhoud. De leerkracht heeft de lesinhoud zelf bepaald , maar laat deze wel aansluiten bij het thema dat die week in de klas leeft, en ze laat hierin ook ruimte voor de eigen inbreng van de kinderen ( vb: opdracht zelf partituur maken). Ik was erg onder de indruk van het vlotte verloop en de hoge betrokkenheid tijdens de les, en was zelf erg geboeid tijdens het observeren. Dit was voor mij allemaal nieuw, aangezien ik niet bekend ben met het les geven aan deze leeftijdsgroep. Ik vond de les dan ook erg vernieuwend en aangepast aan de leeftijd. Ik heb hier veel inspiratie opgedaan en zou zelf niets aan de les wijzigen, enkel nieuwe elementen toevoegen. (Vb: Werken met andere fruit soorten, kinderen meer beeldende Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 8


mogelijkheden geven om hun eigen partituur te maken ( afbeeldingen van het fruit, verschillende teken materialen, knip en plak materiaal,‌) zodat ze nog meer hun eigenheid kunnen leggen in hun zelf gemaakte partituur.)

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 9


Les 2: “ Herformulering van voorwerpen” 1.

Overzicht van de les •

De leraar komt binnen en trekt de aandacht van de kinderen door zijn telefoon uit zijn zak te nemen en hiermee te bellen.

Aan de lijn horen de kinderen een stem die aan de meester vraagt of hij mee naar fantasieland wil komen. De meester vraagt aan de kinderen of ze zin hebben om mee naar fantasieland te gaan. “Maar hoe geraken we in fantasieland? “. De meester stelt deze open vraag en gaat in op de reacties van de kinderen.

De meesteren toont de kinderen hoe ze in fantasieland kunnen raken. Ze moeten in een grote kring gaan staan, elkaar de hand geven, hun ogen toeknijpen en dan op 1-2-3 een grote sprong maken. Zo springen de kinderen samen met de meester “ letterlijk” naar fantasieland. Hierbij toont de meester heel veel inleving en verbeeldingsvermogen, de kinderen gaan vlot mee in het verhaal.

In fantasieland aangekomen roept de meester: “ Eddy”. De kinderen roepen mee. De meester haalt een hoed tevoorschijn, zet deze op en tovert zichzelf zo om tot “ Eddy”. Hij stelt zichzelf voor als Eddy. Hij verwoord duidelijk naar de kinderen dat wanneer hij de hoed op heeft hij “ Eddy” is, zet hij de hoed af dan wordt hij weer “ Meester Stefaan”

Samen met Eddy zingen de kinderen het liedje van het kleine mannetje. Dit lied werd tijdens een vorige muzische sessie reeds aangebracht. Daar ging het kleine mannetje. Hij ging op zoek, met zijn rode zakdoek. Huisje klein, huisje fijn. ( klap klap) Huisje mijn!

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 10


Het kleine mannetje komt tevoorschijn ( een klein poppenkast mannetje met een grote rode zakdoek in de hand). De meester gaat met het kleine mannetje de hele kring rond. De pop zegt “dag” tegen alle kleuters met zen rode zakdoek in de hand.

Wanneer hij terug naar zijn stoel gaat doet de meester, alias Eddy, alsof hij valt en heel veel pijn heeft. Hierna neemt hij de rode zakdoek die het kleine mannetje vast heeft en gaat zichzelf hier mee verzorgen. De meester gebruikt de zakdoek als pleister, als pomp om zijn been weer op te pompen , als spuit,… ( herformulering van voorwerpen/doel van de les)

Dan laat hij het initiatief over aan de kinderen. Hij pikt twee kinderen uit en geeft hen elk een rode zakdoek. De meester verteld een verhaal, tussen twee specifieke personages ( vb: dokter en patiënt). De kleuters krijgen gerichte opdrachten van wat ze met hun zakdoek moeten uitbeelden. Vb: Man met baard, vrouw met handtas, dokter met spuit,… .

Enkele verhaaltjes worden op deze wijze uitgevoerd met steeds andere kinderen. Wanneer een verhaal gedaan is vraagt de meester steeds een groot applaus voor de acteurs. Ook geeft de meester veel positieve bevestiging aan de uitvindingen en initiatieven die de kinderen zelf nemen tijdens dit drama spel.

De meester zet het lied van het kleine mannetje weer in en alle kinderen zingen mee.

Nu krijgen alle kleuters een rode zakdoek. De kleuters krijgen te horen dat ze in een fietswinkel zijn. Er wordt hen de open vraag gesteld “ Wat kan je in een fietswinkel allemaal doen?”. De kleuters beelden hierop vrij hun eigen ideeën uit met behulp van de zakdoek ( band op pompen, fiets proper maken, fietsen,…). De meester loopt tussen de kinderen, geeft veel positieve bevestiging en vestigt de aandacht op kinderen die iets leuks hebben bedacht. Zo rijkt hij voortdurend nieuwe speel impulsen aan.

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 11


2.

De Meester, nog steeds in de rol van Eddy, zingt het lied van het kleine mannetje om de aandacht te krijgen en vraagt de kinderen te gaan zitten.

Het kleine mannetje spreekt de kinderen toe en bevestigd hen dat ze het heel goed doen met hun rode zakdoek. Het Mannetje laat enkele voorbeelden zien die tijdens de fietsenwinkel opdracht naar voor kwamen.

Dan herhaalt zich de zelfde opdracht, maar nu krijgen de kinderen de opdracht zich in te leven in de wereld van de dokter en de hier bij horende handelingen uit te beelden met hun rode zakdoek. De meester doet actief mee en loopt tussen de kinderen door.

De Meester, nog steeds in de rol van Eddy, zingt het lied van het kleine mannetje om de aandacht te krijgen en vraagt de kinderen te gaan zitten.

Het kleine mannetje spreekt de kinderen toe en bevestigd hen dat ze het heel goed doen met hun rode zakdoek. Het Mannetje laat enkele voorbeelden zien die tijdens de dokter opdracht naar voor kwam.

Eddy spreekt de kinderen toe en verteld hen dat hij samen met het kleine mannetje zal moeten vertrekken. De kinderen nemen afscheid van het kleine mannetje en van Eddy.

De meester haalt de muts van zijn hoofd en wordt zo weer gewoon meester Stefaan. Hij geeft hen de opdracht terug naar de klas te keren. De kinderen nemen elkaars handen vast, sluiten hun ogen, tellen tot drie en met één grote sprong keren ze terug naar de klas ruimte.

De Meester stelt de open vraag aan de kinderen of ze het leuk vonden in fantasieland. Daarna spreekt de meester enkele kleuters gericht aan en vraagt hen wat zei het leukste idee vonden. Deze kinderen mogen hun leukste idee nog eens uitbeelden met een rode zakdoek.

Didactische werkvormen , vaardigheden en reflecties

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 12


Lesonderdeel

Werkvorm

Reflectie

Opstart

Werken met aandachtstrekker: “telefoon”

Tof. De leerkracht heeft meteen de aandacht van de kinderen. Het is goed om een onderscheid te maken tussen de “ echte” wereld en de “ fantasie” wereld. Door dit te ondersteunen met een klein ritueel, maken kinderen echt de sprong naar een andere wereld. Door deze laagdrempelige opstapt zorgt de leerkracht er voor dat alle kleuters zich meteen inleven in het les thema, en zich ook letterlijk kunnen verplaatsen naar die nieuwe wereld “ Fantasieland”.

Kinderen warm maken voor fantasieland en hen hier “letterlijk” naar toe nemen door samen een grote sprong te maken.

Voorstellen van Eddy

Aan de hand van een gekke hoed die de meester op zijn hoofd zet. De meester gebruikt hierbij ook veel intonatie in zijn stem, en wordt echt een ander persoon wanneer de hoed van Eddy opzet. Hij houdt zijn rol steeds goed vol.

Door op deze manier te werk te gaan wil de meester twee zaken beogen. Ten eerste wil hij de kinderen duidelijk laten zien dat het “oké” is om je in te leven in een ander personage en een andere rol op te nemen. Anderzijds wil hij ook naar de kinderen toe een duidelijk onderscheid houden tussen “ Meester” en “ personage”. Hij visualiseert dit steeds met een hoed of ander eenvoudig kledingstuk dat past bij het te spelen personage. Door ook het

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 13


onderscheid voor zichzelf als leerkracht te maken, kan hij zich meer losmaken van zijn “meester” rol en zich ook meer smijten in het dramatiseren met kinderen. Het werkt ook drempelverlagend voor deze leeftijdsgroep. Voorstellen van Kleine Mannetje + rode zakdoek

Zingen van een lied.

Overgang naar het Les doel: “ Herformuleren van voorwerpen”

Meester speelt zelf een kort verhaaltje na, waarin hij de rode zakdoek op verschillende manieren gebruikt. ( het voorwerp krijgt steeds een nieuwe betekenis)

Het mannetje gaat persoonlijk dat zeggen tegen alle kinderen.

De kinderen maakten reeds in een vorige sessie kennis met dit kleine mannetje. Fijn dat de meester de tijd neemt om samen met het kleine mannetje alle kinderen te begroeten. Ook dit werkt drempelverlagend naar de kinderen toe, en geeft het signaal aan de kleuters dat iedereen welkom is. Door op deze manier te werk te gaan, geeft de meester een duidelijk voorbeeld van wat de kleuters nog te wachten staat en wat van hen verwacht wordt. De leerkracht doet dit met zeer veel inleving en neemt hier echt een voorbeeldfunctie in. Wel moet duidelijk gesteld worden dat deze les , de laatste was in een reeks van drie. De kinderen zijn dus reeds bekend met het les doel ( herformuleren van voorwerpen) en

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 14


hebben hier al in afzonderlijke oefeningen op geoefend. Moest dit nog niet gebeurd zijn zou deze overgang een te grote stap zijn geweest. Maar doordat dit een vervolg les is zijn de kinderen meteen goed mee en staan ze te popelen om zelf aan de slag te kunnen gaan. Herformulering van rode zakdoek aan de hand van een zeer concrete opdracht (per2)

Meester verteld een zeer concreet verhaal, kleuters gaan per twee zelf aan de slag en geven elk hun rode zakdoek een andere betekenis , aan de hand van de concrete instructies die ze krijgen van de meester. De meester verwoord letterlijk wat de kleuters moeten uitbeelden. De kleuters krijgen wel de volledige ruimte om zelf te kiezen hoe ze de opdracht uitbeelden.

Ook deze overgang verloopt zeer vlot. De leerkracht gebruikt bewust zeer concrete opdrachten, die de kinderen goed ondersteunen. Maar hij laat ook zeker ruimte voor de eigen inbreng van de kinderen in deze fase. Hij bevestigd alles wat de kleuters doen erg positief en vraagt op het einde steeds een applaus voor zijn twee acteurs.

Herformulering van rode zakdoek aan de hand van open opdrachten ( klassikaal)

De kleuters krijgen elk een rode zakdoek ter beschikking. Ze krijgen de open opdracht om met hun zakdoek alles uit de beelden wat er zich kan afspelen in een “ Fietsenwinkel” en bij de “dokter”

Deze fase vraagt erg veel inbreng en inlevingsvermogen van de kinderen zelf. Door deze stap pas op het einde van de les te plaatsen, zorgt de meester er voor dat alle kinderen voldoende voorbeelden hebben gezien. Doorheen de vorige opdrachten hebben de kleuters duidelijk het

De leerkracht loopt door de klas, geeft nieuwe impulsen en doet zeer

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 15


Afscheid van Eddy en het kleine mannetje. Kleuters keren met de meester terug naar schoolland

enthousiast mee. Hij moedigt de kinderen aan, en vestigt de aandacht op nieuwe ideeën die de kinderen aanbrengen.

doel van de sessie kunnen waarnemen, ze kunnen hier ook veel inspiratie uithalen voor hun eigen spel en ook zorgen de kleinere opdrachten er vooraf voor dat de kleuters zich durven te geven en zich dramatisch durven in te leven in de opdracht.

Het kleine mannetje bedankt de kleuters voor hun enthousiasme, hun ideeën.

Goed gezien dat niet alleen de positieve bevestiging komt van de meester, maar ook van het poppetje, waar rond de hele sessie draait. De leuke ideeën worden nogmaals extra in de verf gezet. Door middel van de sprong terug naar de klas en het afzetten van de hoed, maakt de meester duidelijk dat ze zich nu ook terug moeten houden aan de regels die in de “klaswereld” gelden.

De kleuters zwaaien de twee personages uit. De kleuters maken samen met de meester de grote sprong weer terug naar het klaslokaal.

Afronding door de meester Open vraag stellen “ Vonden jullie het leuk?”. Luisteren naar de feedback van de kinderen. De meester spreekt gericht kleuters aan, enkelen mogen de leukste ideeën die ze hebben gezien nogmaals uitbeelden met de rode zakdoek.

Verstandig om , voor aleer te evalueren, terug uit de fantasiewereld te stappen. Op deze manier keert er weer meer rust in de klas voor het gesprek en kan de meester , ook in de rol van meester optreden indien dit nodig is. De kleuters hebben veel te vertellen over wat ze net gedaan hebben. De les heeft duidelijk een

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 16


positieve indruk op hen na gelaten. Tijdens deze korte terugblik benadrukt de meester nogmaals dat hij hen dankbaar is voor de leuke ideeën en hun inzet.

3.

Vaardigheden

In deze les komen volgende vaardigheden aan bod: 

Het zich kunnen inleven in een andere wereld

Het verschil kunnen maken tussen “ Fantasie” en “werkelijkheid”

Het zich inleven in een rol en de bijhorende handelingen uitvoeren ( zowel met concrete begeleiding als in een open opdracht)

Waardering kunnen opbrengen voor de prestaties van andere kleuters

Herformulering van het voorwerp “ een rode zakdoek”

Zingen

Reflecteren en feedback geven over de gegeven sessie

De vaardigheden worden op verschillende manieren ingeoefend en ondersteund: 

Goede voorbeeldfunctie door de leerkracht

Veel herhaling: steeds dezelfde opdracht, met hetzelfde onderwerp maar anders geformuleerd of met een nieuwe toevoeging of kleine verandering. Hierdoor krijgen de kinderen steeds opnieuw de kans om hun vaardigheden in verband met het lesonderwerp ( herformuleren van voorwerpen) uit te proberen en bij te sturen.

Er wordt voortgebouwd op een vorige muzische sessie met het zelfde les onderwerp.

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 17


Door het stellen van open vragen, en het laten van open ruimte voor de kinderen. De leerkracht straalt duidelijk uit dat de kleuters alles kunnen en mogen zeggen en doen (binnen het les onderwerp). De kleuters krijgen zo de ruimte om uit te proberen, “ fouten” te maken en hier door middel van reflectie weer uit te leren.

De leerkracht als verteller: 

Door het inlevingsvermogen dat de leraar toont, neemt hij alle kleuters moeiteloos mee op sleeptouw. Aan de hand van eenvoudige attributen neemt hij verschillende typpetjes aan. Dit brengt leven in de zaak, en zorgt voor veel hilariteit bij de kleuters. De typetjes zijn goed uitgedacht en versterken het te bereiken les doel. De leerkracht is een prima verteller.

Mogelijke aanpassingen in verband met de werkvorm: 

4.

Ik zou zelf meer rust momenten inbouwen tussen de verschillende dramatiserende opdrachten. Zodat er zowel voor kleuters als voor de leerkracht meer structuur in de les aanwezig is. Voor mezelf als observator kwam de les zeer druk over om te geven. Natuurlijk moeten de kleuters de ruimte krijgen om de opdrachten uit te voeren. Maar nu had ik soms het gevoel dat er van de hak op de tak naar de opdrachten werd overgesprongen. Waardoor zowel de kleuters als de leerkracht in een flow zaten die veel energie van hen vroeg. Door meer rust momenten in te bouwen, kan je als leerkracht ook je energie meer doseren en met een nieuwe kracht de volgende opdracht aanvatten. Het was voor de kleuters , na deze intense sessie, misschien ook wel goed geweest om de kans te krijgen om tot rust te komen. Vb: door een relaxatie oefening met de zakdoeken uit te voeren.

Didactische vraagstelling en reflectie De leraar heeft naar de kinderen toe een erg open aanpak. Hij stelt voornamelijk open vragen, en pikt in op de antwoorden die de kinderen geven. Hij past dit principe toe omdat het ook volledig aansluit bij de hele

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 18


opzet van de les. Aan de kleuters wordt namelijk gevraagd om zich in te leven in een verhaal/ situatie/ personage. Door het stellen van open vragen, aangevuld met het herformuleren en bevestigen van de geven antwoorden, zorgt dat er voor dat de kleuters ook op dit vlak ruimte krijgen om hun eigen inbreng en inleving te hebben. De leraar ziet de antwoorden van de kinderen als een nieuwe bron van inspiratie om weer verder mee aan de slag te gaan. Hij bevestigd ook steeds de antwoorden van de kleuters en geeft de kleuters ook de ruimte om hun zegje te doen. De leraar werkt ook vanuit de visie dat er geen foute antwoorden kunnen gegeven worden. Wanneer een kleuter niet meteen op een antwoord komt, moedigt de leraar de leerling aan of vraagt hij een andere kleuter ter versterking. Hij zal nooit een kind dat “niet” antwoord in de wind laten staan. Kleuters krijgen ook de kans om aan te geven als ze niet willen antwoorden of willen meedoen ( teken wordt samen met de kleuters afgesproken/ neen zwaaien met de handen) . Door deze open houding van de leraar worden de kleuters nog meer gestimuleerd om actief deel te nemen aan de les, met als resultaat een betrokken bende kleuters die zich helemaal inleeft in het lesonderwerp. Wat ik ook heb opgemerkt is dat het voor kleuters ook wel drempel verlagend werkt om tegen het personage “ Eddy” te spreken. Deze figuur is namelijk zelf een beetje zot, niet zo perfect als een “leraar”, iemand zo als hen, die hen niet zal wijzen op hun fouten. 5.

Didactische materialen

De gebruikte materialen: 

Telefoon

Tas met allemaal grote rode zakdoeken

Hoed

Klein mannetje

Een andere instap: 

De leraar komt binnen al zoekend en roepend naar het kleine mannetje. Hij kijkt in alle hoeken, kijkt ook tussen de kinderen ( achter hun oren,

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 19


onder hun schoenen,‌). De meester vraagt aan de kleuters of zij het kleine mannetje hebben gezien. Alle kleuters mogen op zoek gaan door de klas, ergens zit het kleine mannetje verstopt. En als je goed luistert kan je het horen. Het kleine mannetje zit namelijk samen met een cd speler die heel zachtjes het liedje van het kleine mannetje speelt verstopt in de klas. De kleuters luisteren intens en gaan dan op zoek naar het kleine mannetje. Opmerkingen op de les ruimte 

De les vindt plaats in de kleuterklas zelf. De kring is aan de kleine kant. Er is geen andere open plek in de klas. De kleuters zitten dus tijdens het uitvoeren van de opdracht dicht op elkaar. Moesten ze meer bewegingsruimte hebben zou dit zeker positief bijdragen tot het verloop van deze les.

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 20


Les 3: Isoleren van lichaamsdelen 1.

Overzicht van de les •

De leraar komt de klas binnen, alle kinderen zitten in de kring.

De leraar begroet de kinderen en overloopt hun namen aan de hand van foto’s die omhoog hangen in de klas. (op een speelse manier)

De leraar neemt de klaspop vast. En zegt terwijl hij hem een plaatje aan de kant geeft “ Lasse jij moet wachten!”. De kleuters zeggen dit spontaan mee op.

De meester verteld de leerlingen dat hij iemand heeft meegebracht. Hij zet een rode hoed op en stelt zichzelf voor als “ Maya”. Maya geeft alle kinderen persoonlijk een hand.

De meester zet de hoed weer af, en wordt zo weer meester voor de kleuters. De Meester verteld aan de kinderen dat Maya altijd het gevoel heeft dat iemand haar aan het kittelen is.

Hij neemt zijn Iphone, laat deze aan de kinderen zien en verteld hen dat daar muziek uitkomt. De meester zet een vrolijk instrumentaal liedje op. Hij doet de hoed van Maya weer aan , en beweegt zo rond in de kring, alsof hij op allerlei plaatsten tegelijk gekriebeld wordt.

De meester blijft in zijn rol van Maya, zet nogmaals het instrumentale nummer op. Hij neemt de klaspop vast ( een grote pop waarmee je kan praten, maar waar je ook je handen kan door stoppen). De pop steekt één voor één verschillende lichaamsdelen in de lucht, de kinderen worden geprikkeld om deze bewegingen na te doen. Als de oefening gedaan is krijgt de klaspop te horen “ Lasse jij moet wachten!”.

Aan de hand van de klaspop overloopt de meester nu de verschillende lichaamsdelen. “ Wat hebben jullie allemaal?”. De meester verwoord dat hij het leuk vindt dat Lasse al deze onderdelen apart kan bewegen.

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 21


De meester nodigt de kinderen uit om recht te gaan staan, hij zet het vrolijke muziekje nogmaals op . Aan de hand van de klaspop laat hij zien welk lichaamsdeel de kleuters moeten bewegen. De kleuters doen spontaan en enthousiast mee. De meester ondersteund de bewegingen door letterlijk te verwoorden welk lichaamsdeel er nu wordt bewogen.

De meester maakt met de kinderen de afspraak dat ze weer mogen gaan zitten als de muziek stopt. Hij ondersteund dit door de klaspop hierbij te betrekken en nogmaals te zeggen “ Lasse jij moet wachten!”.

De meester zet zijn Maya hoed weer af en wordt zo weer meester Stefaan. Hij verteld aan de kinderen dat Maya het heel leuk vind om al haar aparte lichaamsdelen te laten zien, zowel aan mensen als aan voorwerpen.

Hij zet de hoed weer op, en zet zich recht als Maya. Maya begint met haar hand te zwaaien naar de kinderen en de dingen in de klas, hierbij zegt ze “ hand, hand, hand,hand,hand,hand,hand”. Dit zelfde wordt herhaald met de voet. De meester verwoord letterlijk wat er gebeurt. “ Kijk mijn hand kan slap bewegen, en de rest van mijn lijf staat stil.”

De kinderen krijgen nu de opdracht om samen mee te doen met Maya. Ze stappen rond in de klas, en laten enkele lichaamsdelen apart zien aan de omgeving om zich heen. De meester ondersteund deze opdracht door veel verwoording en positieve bevestiging.

De kinderen worden weer naar de klas geleid, en de klaspop wordt er weer bij gehaald. De meester geeft aan de hand van een wasspeld aan welk lichaamsdeel er mag bewegen. ( Knijpt de wasspeld op het lichaamsdeel bij Lasse dat mag bewegen). De kinderen worden aangemoedigd om net het zelfde lichaamsdeel te bewegen. De meester ondersteund dit eerst met heel veel verwoording, nadien zegt hij niets meer en laat hij het volgende lichaamsdeel een verrassing zijn voor de kinderen. Hij blijft wel steeds positief bevestigen. De oefening wordt afgerond door te verwoorden “ Lasse jij moet wachten!”.

Nu haalt Maya een pluimpje tevoorschijn, ze kittelt hiermee Lasse op verschillende lichaamsdelen. Het zelfde oefeningsprincipe wordt

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 22


nogmaals herhaal. De kinderen bewegen die lichaamsdelen die bij Lasse worden gekitteld.

2.

Het is tijd om afscheid te nemen van Maya. Maya verwoordt naar de kinderen dat ze heel goed hebben mee gedaan en vraagt ook of ze nog eens mag terug komen. Maya wordt uitgezwaaid en de meester zet zijn hoed af.

Nu verwoord ook de meester hoe leuk hij de inzet van de kinderen vond tijdens de les.

De les wordt afgesloten met een rustig massage liedje waarbij de kinderen bij zichzelf alle lichaamsdelen afzonderlijk mogen masseren.

De leraar in de klas en reflectie

Houding en taal: 

De leraar is zeer bewegelijk, en beweegt zich soepel en vlot door de klas. Hij doet alle oefeningen enthousiast en zeer duidelijk ( overdreven) voor.

De leraar neemt voornamelijk een aanmoedigende houding aan. Bij elke opdracht spoort hij de kinderen op een positieve manier aan om mee te doen. Hij doet zelf alle activiteiten met veel enthousiasme mee en bevestigd de kleuters in hun eigen waarde, ook als ze niet mee doen met een oefening.

Het taalgebruik van de leraar is correct. Wel praat hij vaak aan een te snel voor deze kleutergroep. Dit komt omdat hij verschillende rollen aanneemt in één les, en hij hier ook volledig in op gaat. Waardoor hij soms te enthousiast wordt in zijn spreken, en er woorden verloren gaan. Hierdoor is de taal ook niet altijd even leeftijdsgebonden, soms te moeilijk om te verstaan voor de kinderen. Dit gebeurt enkel wanneer hij zich inleeft in een personage, als meester lukt het hem veel beter om op een rustigere en duidelijkere manier de boodschap over te brengen.

De leraar kan de klas orde houden. Dit doet hij vooral door kinderen persoonlijk bij te sturen. Hiermee bedoel ik dat hij er niet zal voor kiezen

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 23


om een kleuter in grote groep aan te spreken , maar hij er persoonlijk zal naar toe gaan, om zo in stilte bij stuurt. Hierbij maakt hij oogcontact met de leerling en verteld hem/haar op een rustige toon wat er aan de hand is. Hij blijft hier ook niet lang bij stil staan. Wanneer het “probleem” is opgelost gaat hij meteen weer over naar het geven van zijn les. Door deze persoonlijke en individuele aanpak heeft de leerkracht de klas goed in de hand, zonder zijn stem te verheffen. Hij haalt ook veel resultaat uit de voortdurende positieve bevestiging die hij de kinderen geeft.

Instructies: 

Ik vind het optreden van de leraar in de klas geslaagd. Al is het duidelijk wel een andere manier van werken dan dat ik gewoon ben. Het feit dat de leraar zich voortduren in een andere rol verplaatst, zorgt er voor dat hij zichzelf meer kan geven en zich kan losmaken van die meester rol. Hierdoor straalt hij erg veel enthousiasme uit en dit werkt aanstekelijk op de kinderen. Zelf zou ik het moeilijk vinden om deze rol vol te kunnen houden. Wanneer er iets fout loopt, zou ik al snel weer vervallen in mijn rol als leerkracht. Maar dit gebeurt niet bij meester Stefaan. Zijn kracht is echt dat hij zich volledig inleeft in de rol, en ook de klas orde in deze rol in de hand houdt. Hij houdt zijn karakter hoog, ook als er iets fout loopt lost hij het problemen in zijn personage op. Dit werkt echt drempel verlagend voor de kinderen, om zich in de les ook te durven geven, net zo als de meester dat doet. Wel moet hij opletten dat in al zijn enthousiasme zijn instructies wel duidelijk blijven naar de kinderen toe. Maar dit compenseert hij dan wel weer door steeds alles enthousiast voor te doen, waardoor elke instructie ook visueel wordt ondersteund.

Bij deze jonge leeftijd zou ik zelf een personage aannemen dat dichter bij hun leefwereld staat. Ik zou er ook voor kiezen om Meester Stefaan een mannelijke rol te laten aannemen, in plaats van een vrouwelijke rol. Ook qua inleving en stemgebruik levert dit soms verwarring op, en is het verschil tussen meester Stefaan en Maya voor sommige kleuters iets te

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 24


overdonderend . Ik zou er voor kiezen om bij deze leeftijd slechts te werken met ĂŠĂŠn ander personage, en elke keer het zelfde personage weer terug te laten komen. Zodat kinderen ook met dit personage een band op kunnen bouwen en zich er vertrouwd bij voelen. Verder zou ik er voor zorgen dat ik bij het aannemen van een ander personage wel nog een stemmetje zou aannemen dat me goed ligt, waarin ik ook rustig kan praten, zodat ik mijn instructies steeds duidelijk zou kunnen verwoorden. Aan het enthousiasme van Meester Stefaan zou ik niets veranderen, dat is echt top, en geeft echt een grote positieve meerwaarde aan het hele lesverloop.

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 25


3.

De leerlingen in de klas en reflectie

Betrokkenheid tijdens de les: 

Lander: Hoge betrokkenheid. Hij doet alle oefeningen erg enthousiast mee. Hij geeft spontaan relevante reacties op wat er in de klas gebeurd en brengt nieuwe ideeën aan. Zo motiveert hij ook de kinderen rondom hem. Enkele uitspraken “ Amaai meester dat is wel moeilijk enkel je vinger bewegen.” “ Kijk meester, ik kan ook met mijn mond bewegen”.

Cisse: Lage betrokkenheid. Hij blijft steeds op de bank zitten en zijn aandacht glijd af naar de omgeving rondom hem ( spelen met eigen voeten, prullen aan de tafel poot die naast hem staat). Zelf wanneer de leraar persoonlijk stimuleert blijft hij neerzitten. Het les onderwerp weet hem niet te boeien.

Siebe: Hoge betrokkenheid. Hoewel een stillere jongen, geniet hij met volle teugen van het deelnemen aan de les. Er staat een grote lach op zijn gezicht. Hij maakt tijdens de les geen persoonlijk contact met de meester, maar kijkt wel steeds erg geboeid naar hem wanneer hij iets voordoet.

Activiteiten voor de leerlingen: 

luisteren

kijken

Bewegen: “ isoleren van lichaamsdelen”

Eigen inspiratie , ideeën verwoorden/ uitbeelden

Verhouding leraar kinderen: 

Deze klasgroep is mijn eigen klasgroep, waar ik al het hele schooljaar mee samenwerk. Ik ken de kinderen dus goed. Het is een zeer fijne en aangename klas om mee te werken, met een goede onderlinge band tussen de verschillende kleuters. Wanneer meester Stefaan in onze klas een muzisch lesje komt geven, zijn de kinderen steeds erg blij om hem te

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 26


zien. Juist door zijn persoonlijke, gekke en laagdrempelige houding is hij door de leerlingen een graag geziene persoon. Ook al komt hij slechts enkele keren per jaar op bezoek, de kinderen maken steeds een erg open en spontaan contact met hem. Stefaans open houding naar de kinderen werkt ontwapenend. 

Ik zou zeker graag een leerling in deze klas zijn. Wat in deze les duidelijk naar voorkomt is gewoon “doen, doen, doen”, en vooral doe het op je eigen manier. Die open ruimte voor je eigen inbreng als kind, kan je alleen maar een trapje hoger brengen in je zelfvertrouwen en de rest van je ontwikkeling. Ik moest me als observator echt inhouden om niet spontaan zelf te gaan meedoen. Als kind zou ik deze les echt geweldig hebben gevonden.

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 27


Les 4: Zingen in het thema kerstmis 1.

Overzicht van de les •

De kinderen komen binnen en gaan in de kring zitten. Ondertussen speelt er kerstmuziek op de achtergrond.

De leidster zet de medley van kerstliedjes nog eens op en vraagt de kinderen nu om aandachtig te luisteren. Ze stelt de kinderen enkele vragen in verband met de muziek, en wijst ze ook op de kenmerken van dit muziek genre.(vb: engeltjes die zinge, zacht, lief, hoog). Brengt dit ook in verband met Jezus en het geboorteverhaal. ( zingen voor kleine baby’s).

Het laatste lied in de kerstmis medley is het lied “ Als kaarsjes gaan branden”. Het doel van de les is op een speelse manier kennis maken met dit lied. De leidster laat de kinderen het lied horen en zingt mee.

Als kaarsjes gaan branden in allerlei landen, dan kunnen we kerstmis gaan vieren.(ref.) Als de kerstballen glanzen en kinderen dansen, dan kunnen we kerstmis gaan vieren.

Als belletjes klinken en sterretjes blinken, dan kunnen we kerstmis gaan vieren. Als we koekjes gaan bakken en engelen zingen, dan kunnen we kerstmis gaan vieren.

De leidster haalt een grote kerstbal tevoorschijn. Ze stelt de kinderen de open vraag hoe ze met zo een kerstbal moeten omgaan. Om dit

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 28


aan te tonen mogen enkele kleuters doen alsof ze een kerstbal in de kerstboom hangen. De leidster verwoordt de handelingen die de kleuters uitbeelden. In dit gesprek komt naar voren dat ze voorzichtig met de bal moeten omgaan. Enkele kerstballen worden de kring doorgegeven en de kinderen mogen vertellen wat ze zien (waarneming kerstbal). De leidster legt de nadruk op het vervormde spiegelbeeld dat je krijgt als je in een kerstbal kijkt. Nadien worden de kerstballen op de tafel midden in de kring gelegd. •

De leidster stelt de open vraag “ Wat hangt er buiten kerstballen nog in de kerstboom?”. De kleuters antwoorden vrij.

De leidster haalt alle attributen boven die in het lied naar voor komen en legt deze op de tafel. ( kaars, kerstbal, ster, engel, koek en belletjes).

De leidster zet het lied nogmaals op , en zingt het nog eens voor de kinderen voor. Ondertussen duidt ze de bijhorende attributen aan. De kleuters worden aangemoedigd om mee te zingen. De kinderen zetten zich spontaan recht op hun stoel en zingen het lied mee.

De leidster haalt nu enkele muziekinstrumenten tevoorschijn. Bij elk instrument hoort een bijhorende kerstbal met symbool op. De kinderen luisteren naar de instrumenten, de instrumenten worden benoemd en gelinkt aan het bijpassend symbool teken. De symboolkaart verteld meer over hoe je het instrument moet bespelen en hoeveel keer je er op mag spelen.

Lege bal, stilte

Tamboerijn, in een lus, steeds bewegend Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 29


Xylofoon, op en neer over de klank staven

XXX

Woodblock, drie slagen

Triangel, 6 slagen

Cimbaal, 1 slag

•

De 5 instrumenten worden uitgedeeld. De symbolen worden omhoog gehangen. EĂŠn kleuter wordt benoemd tot dirigent, deze krijgt een stokje in zijn handen. De dirigent mag nu aanduiden welke instrumenten er mogen spelen. De instrumenten worden doorgegeven, er wordt een nieuwe dirigent gekozen en de activiteit herhaald zich. ( meermaals)

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 30


•

2.

De activiteit wordt afgesloten met het samen zingen van het aangebrachte lied.

Aandachtspunten

Tijdens het bijwonen van deze les had ik erg gemengde gevoelens over de leerinhoud en het organisatorische verloop van de les. Daarom leek het me interessant om tijdens deze opdracht eens te overlopen want ik zou behouden aan de les en welke punten ik zou aanpassen of weglaten. Ook denk ik na over die zaken die als meerwaarde aan de les kunnen worden toegevoegd.

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 31


BEHOUDEN

WEGLATEN

AANPASSEN

TOEVOEGEN

Instap van de les: Terwijl de kinderen de klas binnenkomen speelt er reeds kerstmuziek. Het brengt meteen sfeer in de klas en is al een proever van wat nog komen gaat

De stoelen in de kring. Ik zou de kinderen op de grond laten plaatsnemen. Zodat ze minder afleid speel mogelijkheden hebben , en er veel meer ruimte is om te bewegen

Het lied. Ik zou Bijpassende voor deze leeftijd bewegingen bij ĂŠĂŠn strofe het lied weglaten. En dus slechts werken met 2 strofes en 3 keer het refrein

De kerst lied medley: luisteren+ praten over dit soort van muziek

Duidelijkere symbool kaarten. Wel fijn dat dit in een kerstbal staat afgebeeld. Maar de bewegingen en het aantal zijn niet altijd even duidelijk. Ik zou deze twee opsplitsen. Ik zou een prent maken dat het instrument weergeeft en een ander met het aantal. Deze twee los van elkaar zodat je hier meer mee kan afwisselen.

Extra symbolen bij de muziek partituren zodat de dirigent ook luid en stil kan aanduiden

De waarneming

Voor alle kleuters

Een leuke

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 32


rond de kerstbal+ andere voorwerpen en visuele ondersteuning

een instrument. ( nu waren er lange wachttijden)

afsluiter: Vb, donker maken in de klas en lied zingen bij kaarslicht

Dirigent 3.

Visie op de rol van de leerkracht

Doorheen de verschillende observatiestages heb ik verschillende types van leerkrachten aan het werk gezien. Het is fijn om eens andere leerkrachten bezig te zien, het werkt verrijkend. Je gaat nadenken over je eigen manier van les geven. Dit werkt ook wel erg confronterend, omdat je dan ook ziet waar je “in de fout” gaat of waar het nog anders kan. Hier enkele aandachtspunten voor mezelf die ik meepik na de observaties van deze verschillende leerkrachten. •

De kracht van open vragen stellen

Wederzijds respect tussen kinderen en leerkracht

Positief bevestigingen kan je nooit genoeg doen

Je voorbeeldfunctie geld voor alles. Dus ook voor jezelf geven en smijten in een opdracht. Als je wilt dat je kinderen enthousiast meedoen met je les, begint dit als leerkracht bij jezelf en je eigen inzet en enthousiasme.

De instap van een les is even belangrijk als de manier waarop je je les eindigt, dit mag je niet uit het oog verliezen. Een krachtig begin en eind kunnen echt een meerwaarde zijn voor je hele lesverloop.

Spreek kinderen persoonlijk aan. Liever een stille terechtwijzing, onopgemerkt voor de groep, dan een klassikale aanpak.

Geef kinderen de kans en de ruimte om in hun eigen kracht te kunnen staan.

Goed voorbereid is half gewonnen.

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 33


Vergeet nooit je kinderen te bedanken voor hun inzet en hun medewerking.

Vergeet niet te reflecteren, zowel met de kinderen als over jezelf. Want van reflecteren kan je het meeste leren.

“Foute” antwoorden bestaan niet!

Observatiestage postgraduaat muzische vorming 2012-2013

Pagina 34


Observatiestage_algemeen_onderwijs_Lieve_Merckx