Page 1

patiĂŤntinformatie van de orthopedisch chirurg | jaarmagazine 2013

Zorg voor Beweging weer in actie

zes persoonlijke ervaringsverhalen

trots!

Protheses heupdysplasie kijkoperaties


Weer in beweging

Horecaman Bas Brink (43), eigenaar De Herderin, Hasselt

‘De kwartels fileer ik weer zelf’ 2

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


‘I

k kon nauwelijks nog een pannetje vasthouden. Laat staan met kratten sjouwen. En wilde ik het schuifraam omhoog doen, dan schoof ik in plaats daarvan mijn schouder uit de kom. Liep ik weer een paar weken met mijn arm in een mitella. Die situatie werd onhoudbaar. Zo kun je niet werken in een restaurant.

ik een gebroken sleutelbeen had. Maar in het ziekenhuis bleek mijn bovenarm uit de kom te zijn geschoten. Die situatie heeft te lang geduurd; het kapsel en de pezen van mijn schouder waren blijvend uitgerekt. Daardoor schoot bij het minste of geringste mijn schouder uit de kom. Schouderluxatie, zoals dat heet.

De ellende begon een paar jaar geleden toen een of andere kruk mij pardoes omver kegelde op een overdekte skibaan in Duitsland. Leuk vrijgezellenfeestje werd dat. De ambulancebroeders dachten dat

Een jaar of vier, vijf sukkelde ik zo door, tot de maat vol was. Mijn orthopedisch chirurg stelde een structurele oplossing voor. Simpel gezegd: hij bevestigde mijn pezen aan een paar oogjes die in het bot van mijn

orthopedie houdt nederland in beweging

bovenarm zijn geschroefd. Het was een kijkoperatie van een uurtje of twee. Twee kleine gaatjes in mijn schouder, één nachtje blijven. Dat was alles. De revalidatie was wel twee maanden doorzetten. Toen kon ik weer volledig aan het werk. Het vertrouwen in mijn schouder is helemaal terug. Vaten bier sjouwen laat ik nog aan anderen over, maar de kwartels voor de gasten van De Herderin fileer ik weer zelf.’  zorgvoorbeweging.nl, voor meer i­nformatie over schouderluxatie: de schouder uit de kom.

3


Voorwoord

Hartelijk welkom

22

Dit Zorg voor beweging Jaarmagazine is een cadeau voor u, namens de orthopedisch chirurgen in Nederland. Zij kozen voor hun mooie vak om uiteenlopende redenen. Sommigen vanuit een roeping om mensen met beweegproblemen te helpen, anderen vanuit een passie voor het steun- en bewegingsapparaat. En weer anderen wilden hun behoefte om medische kennis te verwerven combineren met de behoefte om hun vaardige handen te gebruiken. Wat ze met elkaar gemeen hebben, is hun gedrevenheid om mensen mobiel te houden. Die zorg voor beweging is veelzijdig, zoals u in dit magazine ziet en leest. Dat orthopedie mensen in beweging brengt en houdt, heeft voor elk individu en voor onze maatschappij belangrijke gevolgen. Te weinig bewegen draagt immers bij aan de kans op overgewicht en aan de kans op chronische aandoeningen als diabetes, hart- en vaatziekten en kanker.

56

Orthopedie is een medische specialisatie in ontwikke­ ling. Via innovatie, wetenschappelijk onderzoek en kwaliteitssystemen werken we aan nog betere orthopedische zorg. Via dit magazine en de website zorgvoorbeweging.nl delen orthopedisch chirurgen, onderzoekers en patiÍnten hun verhalen met u. Wij wensen dat dit u inspireert en u steunt bij uw zorg voor beweging. Met hartelijke groet, Prof. dr. Jan Verhaar, voorzitter NOV

4

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


14

Inhoud

weer in beweging

2 Bas Brink ‘De kwartels fileer ik weer zelf’ 14 Anneke Beerten ‘Na een week zat ik weer op de fiets’ 34 Mees Soontiens ‘Een voetje als een ijshockeystick’ 42 Tom Roozendaal ‘Van afhankelijkheid naar ultieme vrijheid’ 50 Wouter Rill ‘Die voorste kruisband heb ik toch wel nodig’ 56  Henk Greveling ‘De ­Mont Ventoux zou prachtig zijn’

40

opmerkelijk orthopedie

12 Prothesiologie Weer nieuwe levensvreugde 22 Kinderfracturen Altijd een geval apart 32 Fit voor ingreep Het is echt waar: rust roest 40 Kijkoperaties Minimaal snijden, minimaal letsel 52 Op weg naar kraakbeenherstel Het lab kweekt kogellagers 60  Behandeling aangeboren heupafwijkingen Korter en minder ingrijpend

34

column

23 Twee knietjes 41 Bent u tevreden? 53 Het belang van onderzoek

en…

32 orthopedie houdt nederland in beweging

4 Hartelijk welkom 6 Wie is wie in de orthopedie? 18 Orthopedie houdt Nederland in beweging 24 Zicht op een pijnvrij en leuker leven 28 Van metaalstaaf tot prothese 30 Hoe word ik orthopedisch chirurg? 38 Innovatie 46 Patiëntenervaringen als basis voor een betere orthopedie 48 Cijfers & weetjes 54 De pluspunten van een patiëntenvereniging 62 Ontwikkelingslanden: wie niet beweegt, doet niet mee 66 Voor u 67 Colofon

5


Wie is wie in de orthopedie?

Het hoofd van de polikliniek geeft leiding aan de ondersteunende medewerkers, zoals secretaressen, doktersassistenten, telefonisten, administratief mede足 werkers.

Achter de balie treft u de admini足 stratief medewerker. Bij haar meldt u zich na aankomst. De administratief medewerker zorgt dat uw gegevens klaarliggen voor de arts.

Hier staat de orthope足 disch chirurg. U kunt op de gang ook een artsassistent tegenkomen die onder supervisie van de specialist werkt.

U bent verwezen naar de orthopedisch chirurg. Met wie heeft u te maken bij het eerste bezoek aan de polikliniek? 6

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


De doktersassistent is de rechterhand van de arts en begeleidt het spreekuur; ze is daar vaak ook bij aanwezig. Zij ondersteunt de arts met administratieve en eenvoudige medische handelingen. De verpleegkundig specialist is een orthopedisch ­gespecialiseerd ­ver­pleeg­kundige. Zij neemt controlerende en voorlichtende taken over van de dokter, vooral op het gebied van voorbereiding en nazorg.

Dit kunt u zijn, de patiënt voor wie al deze mensen klaar staan.

orthopedie houdt nederland in beweging

7


Wie is wie in de orthopedie?

De operatieassistent, ‘de omloop’ genoemd, bevindt zich in de OK buiten de steriele zone. Zij is verantwoordelijk voor het aanreiken van materiaal en voor de instrumenten die nog niet klaarliggen op de instrumententafel.

De anesthesist dient altijd zelf de narcose toe. Meestal blijft daarna de anesthesieassistent namens hem bij de patiënt. De anesthesist moet namelijk ook aandacht schenken aan andere patiënten, bijvoorbeeld op de uitslaapkamer.

Tijdens een operatie bent u in de ­operatiekamer (OK) bij deze mensen in goede handen. 8

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


De operateur, de orthopedisch 足chirurg, voert de operatie uit, in dit geval een knie-operatie. Ook een artsassistent kan dat doen, onder leiding van de orthopedisch chirurg, die altijd eindverantwoordelijk blijft.

De anesthesie足 assistent waakt over u als u onder narcose bent, 足onder supervisie van de anesthesist.

De operatieassistent helpt bij de operatie op aanwijzing van de 足chirurg. Deze persoon kan zowel een specialistisch opgeleid verpleegkundige zijn, als een arts in opleiding.

De instrumenterende operatieassistent reikt tijdens de operatie de materialen en instrumenten aan die nodig zijn. Doorgaans weet deze assistent precies wat nodig is en hoeft de arts nauwelijks iets te vragen.

orthopedie houdt nederland in beweging

9


Wie is wie in de orthopedie?

Met uw orthopedisch specialist of de zaalarts had u in het ziekenhuis dagelijks contact. Op de dag van het ontslag komt de arts nog even bij u langs.

De fysiotherapeut heeft u begeleid met een oefenprogramma, soms niet alleen na de operatie maar ook als voor­ bereiding op de ingreep. U krijgt tips en aanwijzingen voor thuis.

Dit bent u, de patiĂŤnt. U gaat fijn weer naar huis. Tijdens het ontslaggesprek bespreekt u de laatste instructies. Ook maakt u een polikliniekafspraak voor controle.

Na de operatie mag u meestal snel weer naar huis. Tijdens het ontslaggesprek wensen wij u een voorspoedig herstel. 10

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


Buiten op de gang ziet u links de afdelings­ verpleegkundige. Ze was de afgelopen dagen verantwoor­delijk voor uw dagelijkse zorg en was misschien ook uw vraagbaak over allerlei zaken in het herstelproces. Ze heeft immers dagelijks contact met uw arts.

Naast de afdelingsverpleegkundige staat de hoofdverpleegkundige; zij geeft leiding aan de afdeling en coördineert de werkzaamheden. Vaak loopt ze rond in burger, soms in uniform.

U laat zich ophalen door een naast ­familielid of een nabije vriend, die liefst ook aanwezig is bij het eind­ gesprek. Twee horen immers meer dan één.

orthopedie houdt nederland in beweging

11


Opmerkelijk orthopedie

prothesiologie

weer nieuwe levensvreugde Er was een tijd dat mensen door een versleten gewricht hele dagen op hun stoel zaten. Soms achter een geranium, met een handwerkje of een boek. Is dát even veranderd! Tegenwoordig kunnen de meeste mensen met een kunstgewricht hun werk en hobby weer voortzetten.

“Nog maar kort geleden heb ik een knieprothese geplaatst bij iemand van negentig, die wilde beslist nog kunnen golfen”, zegt prof. dr. Ruud Pöll. Hij is orthopedisch chirurg in het VU Medisch Centrum en in het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam en tot voor kort afdelingshoofd en opleider in het Slotervaart­ ziekenhuis. Zijn expertise betreft onder andere de prothesiologie: alles wat met gewrichtsprothesen, oftewel kunst­ gewrichten, te maken heeft. Opkomst gewrichtsprothesen Tegenwoordig blijven steeds meer mensen tot op hoge leeftijd actief en sportief. Dat is onder meer te danken aan de opkomst van de gewrichtsprothesen in de afgelopen vijftig jaar. Het is een ware revolutie in de gezondheidszorg. Heupen en knieën, maar ook schouders, ellebogen, enkels en polsen: de mogelijkheden nemen nog steeds toe. Jaarlijks krijgen in Nederland ongeveer 20 duizend mensen een heupprothese en 15 duizend mensen een knieprothese. Kunstgewrichten worden meestal geplaatst bij patiënten die last hebben van slijtage van het kraakbeen. Oftewel: ­mensen met artrose of reumatoïde artritis. In ons land hebben een miljoen mensen daar last van. Onder andere door de vergrijzing en de verwachtte toename van het aantal mensen met overgewicht, voorziet

12

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


Pöll voor de komende 15 tot 20 jaar een sterke toename in het aantal te plaatsen prothesen. “In 2030 hebben zo’n 50 ­duizend mensen een heupprothese nodig en wel 57 duizend mensen een knieprothese.” Kwaliteit van leven Behalve voor patiënten met kraakbeenslijtage (artrose) zijn prothesen ook een uitkomst voor mensen met (reumatische) gewrichtsontstekingen (artritis). De kwaliteit van leven neemt voor deze pa­tiënten vaak sterk toe. Door

Prof. dr. Ruud Pöll voorziet voor de komende 15 tot 20 jaar een sterke toename in het aantal te plaatsen prothesen. Dit komt onder andere door de vergrijzing en de verwachtte toename van het aantal mensen met overgewicht. Overgewicht drukt namelijk letterlijk zwaar op de gewrichten en vergroot de kans op kraakbeenslijtage. Daarbij benadrukt hij dat prothesiologie geen magie is. “Hoe goed de kunstgewrichten ook zijn gemaakt, ze blijven lichaamsvreemd. Een kunstgewricht blijft kwetsbaar en slijt.”

orthopedie houdt nederland in beweging

minder pijn en meer mogelijkheden tot beweging houden ze een betere conditie. Ze kunnen veelal hun werk en hobby’s weer oppakken en zijn minder afhankelijk van anderen. Het is duidelijk dat dat de levensvreugde sterk vergroot. Er zijn zelfs mensen die met een kunstheup een marathon lopen. Pöll: “Dat laatste is een persoonlijke keuze; ik zal het niet aanraden. De levensduur van een prothese is namelijk beperkt. Een marathon is voor het lichaam en voor de prothese een zware belasting. Een tweede operatie – een herplaatsing, een revisieoperatie noemen we dat – geeft altijd extra risico’s en vaak minder goede resultaten.” Geen magie, wel steeds beter Pöll wil maar zeggen dat prothesiologie geen magie is. “Hoe goed de kunst­ gewrichten ook zijn gemaakt, ze blijven lichaamsvreemd en kwetsbaar. Ze zijn niet gelijkwaardig aan het eigen lichaam.” Hier voegt hij aan toe dat de kwaliteit van prothesen in de afgelopen decennia wel sterk is verbeterd. Wetenschappelijk onderzoek spitste zich vooral toe op wrijving en slijtage van de materialen, maar ook op de bevestiging in het bot. Daarbij is door de jaren heen een subtiele balans gevonden tussen materiaalkeuze, gewrichtsoppervlak en die bevestiging in het bot. De operatie helemaal vergeten Het plaatsen van kunstgewrichten is door de jaren dus steeds verder geperfectioneerd. Vijftig jaar geleden gingen orthopeden vooral te werk op het oog en op gevoel. Tegenwoordig plaatsen orthopedisch chirurgen elke prothese tot op de millimeter nauwkeurig. Dat uit zich in het dagelijks leven. Pöll: “Soms vergeten mensen zelfs dat ze een prothese hebben. Is dat niet geweldig?”

13


Weer in beweging

Wereldkampioen Fourcross Anneke Beerten

‘Na een week zat ik weer op de fiets’

14

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


orthopedie houdt nederland in beweging

15


Weer in beweging

“Vlak voordat ik onder narcose ging, zei een van de dokters: ‘Droom maar over iets leuks.’ Ik zei nog tegen hem: ‘Dan droom ik van de wereldtitel.’ Toen viel ik in slaap. Ik vind het geweldig dat juist díe droom is uitgekomen.”

A

nneke Beerten (30) is een door­ gewinterde sportprofessional. Een mountainbiker piept bovendien niet snel. Toch was dat anders na een zware valpartij tijdens het WK in het

Canadese Quebec, in september 2010. Op foto’s zag ze later hoe ze erbij lag op het parkoers. “De schouder helemaal naar achteren gevouwen. Een wonder eigenlijk dat de schade niet veel groter was. Toch

heb ik de eerste weken niet veel aandacht besteed aan die blessure. Ik dacht dat het wel over zou gaan. De gemiste wereldtitel vond ik het ergst.” Van rust naar kijkoperatie

Als klein meisje al was Anneke te vinden in het zand en in de modder. Daar scheurde ze rond op haar BMX-fiets en openbaarde zich haar talent. In combinatie met hard trainen leidde dat tot diverse nationale en wereldtitels in die klasse. Later stapte ze over op de zogeheten ‘Fourcross’. Dat is het ruigere werk, met telkens vier rijders op een aflopend parkoers. Hoge snel­ heden, scherpe bochten en hoge schansen. Geen sport voor doetjes. “Na thuiskomst uit Canada nam ik eerst rust. De bedoeling was om in oktober weer te beginnen met de trainings­ opbouw. Maar ik bleef last houden van die schouder; tijdens krachttraining kon ik het gewicht niet van de grond krijgen. Toen heb ik ervaren hoe bevoorrecht je

‘Door die kijkoperatie was de hersteltijd kort’

16

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


van Rio de Janeiro in 2016. “Ik zou graag de Olympische Spelen meemaken. Maar mijn discipline is geen Olympisch nummer. Ik moet dan overstappen naar de crosscountry, eigenlijk een andere tak van sport waarvoor veel meer duurvermogen nodig is. Ik denk dat ik het ga proberen, al zal ik dan de komende jaren veel moeten investeren.”

bent als topsporter met een A-status van sportkoepel NOC*NSF. Ik kon daardoor namelijk heel snel bij de specialist terecht. Foto’s en scans lieten weinig bijzonders zien. Mijn arts besloot daarom tot een kijkoperatie. Ongelooflijk, na een week zat ik weer op de fiets.” De regenboogtrui past

En zo kon Anneke al snel weer uit de voeten met de halters voor de krachttraining. Zonder angst sprong ze met haar fiets over de moeilijkste pistes. Dat ze wedstrijden kon winnen, stond vast. Dat had ze immers bewezen in het wereld­ bekercircuit. Tijdens het WK in Zwitserland, een jaar na de val, ging ze daarom opnieuw als favoriet van start. Alles verliep volgens plan: na de finale trok ze de regenboogtrui aan en klonk het Wilhelmus. “Door die kijkoperatie was de hersteltijd kort. Er ging geen trainingstijd verloren voor het nieuwe seizoen. Dat heeft me misschien de titel gebracht”, zegt Anneke nu.

orthopedie houdt nederland in beweging

Ambities zijn er nog genoeg. De titel verdedigen, natuurlijk, ook na de prolongatie in 2012. En ze kijkt met een schuin oog naar de Olympische Spelen

Veel mogelijk met kijkoperatie

Orthopedisch chirurg dr. Corné van Loon verloste Anneke Beerten van haar pijnlijke schouder. Foto’s en de MRI-scan gaven niet veel duidelijkheid. “Daarom stelde ik vrij snel voor een kijkoperatie te doen. Daaruit bleek dat door het ongeluk een stukje kraakbeen was losgeraakt. Dat zorgde voor pijnlijke inklemmingsproblemen. Het kraakbeen heb ik verwijderd. Bovendien bleek de pees van de biceps rafelig te zijn. Die heb ik schoon en glad gemaakt. De schouder herstelde voorspoedig en Anneke kon weer voluit trainen. Prachtig dat het haar gelukt is die wereldtitel te bemachtigen.”  www.zorgvoorbeweging.nl, voor meer informatie over schouders, klachten en behandel­mogelijk­heden. Zie ook het artikel over kijkoperaties op pagina 40.

17


Hoofdartikel

Orthopedie houdt Nederland in beweging Jaarlijks worden tienduizenden mensen geopereerd aan knieën, heupen, schouders en andere ge­ wrichten. De orthopedisch chirurgen zijn er druk mee. En dat is maar goed ook, want zo blijven die patiën­ ten in beweging. Bewegen houdt ons lijf fit. Bewegende mensen zitten meestal beter in hun vel en herstel­ len sneller als ze tóch ziek worden. Je kunt dus zeggen: de orthopedie houdt Nederland op de been.

L

ees in de kranten over onze gezondheid en de gezondheidszorg, en je krijgt spontaan een bui van neerslachtigheid. Overgewicht, bewegingsarmoede, stijgende ziektekosten en dito premies. Een toename van chronische ziekten zoals kanker en diabetes. We slikken wat af: slaapmiddelen, pijnstillers, antidepressiva. Maar toch: dit wordt géén somber verhaal. Bewegen, alles draait om bewegen. Het is de sleutel tot een gezond leven, maar ook tot een betere gezondheidszorg. Dat is de rotsvaste overtuiging van prof. dr. Jan Willem Coebergh, sociaal-geneeskundige, epidemioloog en voorzitter van Stichting Anna Fonds|NOREF1.

“Veel mensen beseffen pas hoe belangrijk bewegen is, als ze het niet meer kunnen”, weet Coebergh. “Dan wordt de orthopedie

Stichting Anna Fonds|NOREF heeft tot doel om via onderzoeksondersteuning mensen ‘te helpen om hun botten en gewrichten goed te laten functioneren ten dienste van bewegings­ vrijheid en zelfredzaamheid’.  annafonds.nl 1

18

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


vaak ingezet als reparateur. In Nederland blijven bijna een half miljoen mensen mobiel, omdat ze een knie- of heupprothese hebben. Grote groepen mensen met klachten aan botten, kraakbeen en/of gewrichten kunnen door een orthopedische ingreep zelfstandig blijven. Dat betekent dat hun kans kleiner is om in een sociaal isolement te geraken. Meedoen aan het maatschappelijk verkeer is essentieel voor het welbevinden van mensen. Niet in de laatste plaats om een beroep uit te oefenen.” We kunnen dus zeggen: de orthopedie houdt ons land in beweging. Bewegen voorkomt chronische ziekten

Maar er speelt meer, zegt Coebergh. “Veel

mensen hebben last van een chronische ziekte. Hart- en vaatziekten, kanker en diabetes zijn de bekendste chronische aandoeningen. Bewegen verkleint direct het risico op het ontwikkelen en de voortgang van deze aandoeningen. Bovendien helpt bewegen bij het voorkomen van overgewicht. En aangezien mensen met overgewicht bijvoorbeeld tot twee keer zoveel kans hebben dat ze kanker krijgen, draagt bewegen ook op die manier bij aan het voorkomen van chronische aandoeningen.” Ernstig overgewicht (obesitas) en diabetes rukken snel op. Eén miljoen mensen in ons land hebben last van hoog cholesterol en een hoge bloeddruk. “Vaak gaat het om

Preventie en genezing beginnen bij bewegen mensen die weinig bewegen. Patiënten met deze aandoeningen krijgen steevast het advies om meer te gaan bewegen”. Bewegen verbetert hun spierkracht en ­reactievermogen. Hierdoor vermindert ook de kans op een kleine of grotere valpartij, met alle mogelijke gevolgen van dien. En dan is de cirkel rond: zonder goed functionerende gewrichten, spieren en

Maximaal resultaat voor iedere patiënt

“Onze patiënten delen met ons hun klachten en hun wensen. Pijn en stijfheid zijn veelgehoorde klachten. Maar eigenlijk betreffen de échte klachten de gevolgen daarvan. Niet goed slapen, geen boodschappen kunnen doen, niet sporten, niet kunnen werken, niet ravotten met de kleinkinderen, niet vrolijk kunnen zijn … Van daaruit verwoorden de meeste mensen hun wens weer ‘gewoon’ te kunnen doen wat ze willen. Deze wens is wat de orthopedisch chirurg motiveert. De orthopeed zet zich met collega’s en met de patiënt in voor een maximaal resultaat. Het liefst is dat resultaat: weer alles kunnen doen wat iemand deed voordat de eerste klacht zich aandiende. Dat is niet altijd mogelijk. Maar patiënten geven veelal aan dat pijnvermindering, bijvoorbeeld, hun leven al een stuk aangenamer maakt. En wanneer fanatieke sportbeoefening niet meer mogelijk blijkt, voorziet sporten op een lager ni-

orthopedie houdt nederland in beweging

veau voor de meeste mensen ook in een behoefte. De individuele patiënt staat voor ons dus centraal. Daarbij zijn wij als ons als orthopedisch chirurgen in toenemende mate bewust dat het resultaat voor elke patiënt ook een bijdrage is aan onze maatschappij. Als iemand weer snel en goed aan het werk kan, is dat prettig voor de patiënt, zijn werkgever en voor onze maatschappij. Als iemand weer kan bewegen en daardoor bijdraagt aan zijn eigen gezondheid, levert dit ook een bijdrage aan een gezondere ­samenleving. Dit zijn de redenen waarom de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) heeft gekozen voor het motto ‘Orthopedie houdt Nederland in beweging’.” Prof. dr. Jan Verhaar, voorzitter NOV  orthopeden.org de website van de Nederlandse ­Ortho­paedische Vereniging

19


Hoofdartikel

botten, zal je de lust tot bewegen snel vergaan. Dus het liefst is een orthopedisch probleem snel en goed verholpen om bewegen weer mogelijk te maken. “Een belangrijk deel van onze gezondheidszorg steunt hierdoor op de orthopedie”, benadrukt Coebergh nogmaals. Om direct toe te voegen dat ‘bewegen’ bovendien de geestelijke gezondheid bevordert. “Denk maar aan depressies. Ook hier leidt meer beweging in veel gevallen tot vermindering van de klachten. Sport is vaak gezond voor de geest.” Langer leven door bewegen

Coebergh weegt zijn woorden zorgvuldig. “Laten we eens kijken door de bril van mensen met kanker. Honderdduizenden kankerpatiënten krijgen het advies om fit, sterk en in conditie te blijven. Hierdoor herstellen ze beter en kunnen ze behandelingen beter verdragen. Hierdoor heeft bewegen een levenverlengend effect.

Patiënten krijgen daarom het advies om te gaan sporten, hoe lastig dat soms ook is.” Vaak leidt de combinatie van bewegen en chemo- en radiotherapie tot orthopedische problemen: botten die verzwakt raken door botontkalking, gewrichten die protesteren. Coebergh: “De orthopedie speelt hierdoor een rol in de totale behandeling van de patiënt. Want wie zelf kan bewegen, kan blijven werken aan zijn conditie.” Hij benadrukt dat op dit vlak meer onderzoek nodig is: op welke wijze draagt bewegen bij aan de verdere ziektebeheersing? En welke ondersteunende rol kan de orthopedie daarin spelen?

kankeronderzoek wordt enorm veel geld ingezameld.” Vanwege het belang van bewegen bij het voorkomen en herstellen van diezelfde chronische ziekten, pleit hij voor een andere kijk op de fondsenwerving voor orthopedisch onderzoek. Het is tijd om de eilandjescultuur in de fondsenwerving te doorbreken. “We zien dat de kwaliteit van leven van veel patiënten met een chronische ziekte is gediend bij een optimale orthopedische inzet van kennis en vaardigheden. Daarom zou ook fundamenteel orthopedisch onderzoek uit deze fondsen gefinancierd moeten kunnen worden.” Iedereen op de fiets

Meer en breder onderzoek

Coebergh vindt het jammer dat er relatief nog weinig geld is voor orthopedisch wetenschappelijk onderzoek. “Voor onderzoek naar chronische ziekten is veel meer geld beschikbaar. Zeker voor

Terug naar ‘bewegen’. Door de mechanisatie in onze samenleving verdwijnen lichamelijke inspanningen steeds verder naar de achtergrond, aldus Coebergh. “Liepen we vroeger naar de brievenbus om een brief te posten, nu verzenden

Zorg om beweging

20

Van alle Nederlanders: – is 33 procent er niet gerust op later nog goed te kunnen bewegen; – vreest 67 procent daardoor vooral een sociaal isolement; – heeft 62 procent wel eens te maken gehad met bewegingsbeperkingen; – vreest 43 procent vanaf een leeftijd van 65 problemen met werk te ondervinden door problemen met bewegen.

Van de mensen die bewegingsbeperkingen hebben of hebben ervaren: – heeft of had 80 procent door die beperking veel of heel veel pijn; – ervaart of ervoer 90 procent beperkingen in het dagelijks leven, zoals huishouden, werk en vrije tijdsbesteding; – ervaart of ervoer 33 procent minder contact met de ­omge­ving, met name een vermindering van sociale activi­teiten.

Van alle Nederlanders van 65 jaar of ouder ondervindt 36 procent problemen met bewegen.

Bron: Onderzoek ‘Bewegen=Meedoen’, TNS NIPO, in opdracht van Stichting Anna Fonds|NOREF (2007)

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


Het liefst is een orthopedisch ­probleem snel en goed verholpen om bewegen weer mogelijk te maken. Veel mensen beleven plezier aan tuinieren. Ook dat is een activiteit die helpt fit te blijven en die bijdraagt aan een positief gevoel.

we e-mail met één druk op de knop. Je ziet minder kinderen buiten spelen. Niet alleen omdat de auto veel ruimte opeist, maar ook omdat het spel op de straat de concurrentie met het spel op de computer niet aan lijkt te kunnen.” Hij ziet ook een lichtpunt: “Wij Nederlanders zijn minder dik dan de bevolking van de landen om ons heen. Velen veronderstellen dat dat komt door onze

‘Een groot deel van onze gezondheidszorg steunt op orthopedie’ fietscultuur en een schaalgrootte waarbij relatief heel veel mensen zich nog steeds over korte afstand met de fiets of zelfs lopend van en naar hun werk kunnen verplaatsen.” Fietsen is een cultuurverschijnsel: jonge mensen doen het, ouderen ook. Fietsen houdt mensen in beweging. “De fiets is dus een belangrijke en algemeen bekende bondgenoot van de orthopedie. Ik zie een sleutelrol voor de fiets. Niet alleen in Nederland, maar ook in (bijna) alle Europese steden. De kennis die we in daarover in ons land hebben, kunnen we exporteren. Overal in Europa zie je dat beleidsmakers inzetten op een intensiever fietsgebruik. De fiets kan model staan voor een andere ‘lifestyle’: meer bewegen en minder vervuilen. De schonere lucht in de steden leidt ook tot vermindering van het aantal chronische zieken.” Met dit fietsvoorbeeld wil Coebergh ­aangeven dat de stap naar (meer)

orthopedie houdt nederland in beweging

­ ewegen niet groot hoeft te zijn. “Het b is een belangrijke stap naar preventie en genezing.” En doordat orthopedie mensen in beweging brengt en houdt, draagt dit specialisme bij aan het voorkomen en genezen van chronische

ziekten, houdt het mensen aan het werk, voorkomt het dat mensen in een sociaal isolement raken en zorgt het ervoor dat mensen zich prettiger voelen. Kortom: orthopedie houdt Nederland in beweging.

21


Opmerkelijk orthopedie

kinderfracturen

altijd een geval apart Wanneer kan de dokter erop vertrouwen dat een gebroken arm bij een kind vanzelf herstelt? En wanneer niet? “Het herstelvermogen van kinder­botten is enorm. Maar je moet het wel op de goede manier inschatten”, aldus Heleen Staal, kinderorthopeed in het Academisch ­Ziekenhuis Maastricht. Haar kennis hierover deelt ze met vakgenoten. Een ongelukje met de fiets, een nare val tijdens de gymles. Een kinderarm of -been is ‘zo’ gebroken. Bij een eenvoudige breuk is de behandeling niet zo

ingrijpend: een gipsverband. Voor wat meer complexe breuken zijn allerlei technologische hoogstandjes voorhanden, met pennen en schroeven. Prima

voor volwassenen, maar niet altijd voor kinderen, meent Staal. Kinderen zijn in de groei. Hun hele lichaam is op groei gericht en dat gaat samen met een groot herstelvermogen. “Hierdoor verschilt de behandeling van een kinderfractuur sterk met die van een volwassene’, licht Staal toe. “Als orthopedisch chirurg kan ik me vaak terughoudend opstellen en Moeder Natuur haar werk wat meer laten doen.” Voor

Heleen Staal bij een van haar ­patiëntjes: “Een kinderlichaam is op groei gericht.” Daardoor kan ze zich bij botbreuken vaak terughoudend opstellen en laat ze Moeder Natuur haar werk doen. “Pennen en schroeven zijn meestal niet nodig.”

22

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


Column

Twee knietjes

haar collega orthopeden, huisartsen, eerstehulpartsen, gipsverbandmeesters en traumatologen maakte ze hierover, samen met traumatoloog Karst Bongers, een handzaam boekje: ‘Kinderfracturen in beeld’. Een boekje in de jaszak Het is een opvallend boekje dat je niet meteen in de bibliotheek van de dokter verwacht. Een ringband met kindertekening op de omslag, gemaakt door een patiëntje. Niet gemaakt voor op de boekenplank, maar voor in de jaszak. De bundel bevat voorbeelden van veel voorkomende kinderfracturen, voorzien van röntgenfoto’s, heel eenvoudige tekeningen en korte teksten. Staal hoopt dat het boekje in veel doktersjassen terecht komt: “Het is een praktisch handboekje, met verwijzingen naar meer diepgaande informatie op het internet.” Kritische ouders helpen Bij de behandeling van kinderen heeft een arts natuurlijk ook contact met de ouders of verzorgers. Staal dicht hun een belangrijke rol toe. Ze roept hen op altijd kritisch te blijven en vragen te stellen. “Vraag maar wat voor breuk het is en welke behandelmogelijkheden er zijn. Pennen en schroeven zijn meestal niet nodig. Vraag ook gerust of er gevolgen kunnen zijn voor de groei tijdens en na de behandeling. Veel ouders – en kinderen – vinden het boven­dien prettig om vooraf al te weten hoe lang de totale behandeling gaat duren. Inclusief eventuele nabehandeling door bijvoorbeeld een fysiotherapeut.”

Het is misschien maar goed dat ik vijf jaar geleden, toen ik vijftig werd, niet wist wat me te wachten stond. Ik had al wat knieklachten, maar kon niet bedenken dat kraakbeenslijtage je leven zó snel en zó grondig kon beïnvloeden. Nu, vijf jaar later, ben ik nagenoeg als nieuw: met twee knieprothesen ga ik vrijwel pijnloos door het leven. Ik kan gewoon weer skiën en ook mijn 220 kilo zware BMW motorfiets mag uit de garage om te toeren. Na mijn vijftigste verjaardag kreeg ik steeds meer pijn in mijn beide knieën. Zo’n schurende pijn, alsof er een schaafwond diep in je gewricht zit. Op zeker moment werd de pijn blijvend. Ook kreeg ik O-benen, waardoor mijn lichaamslengte met centimeters afnam. Het liep echt uit de hand. Totdat de orthopeed het rigoureuze voorstel deed om in beide knieën tegelijkertijd een halve prothese te plaatsen. Ik heb daarmee ingestemd en beschouw dat als het beste besluit van de afgelopen vijf jaar. Tijdens het proces van voorbereiden en revalideren kon ik vrijwel geen ervaringsgegevens vinden van lotgenoten. Ik besloot op het internet een logboek bij te houden, dat uiteindelijk is gebundeld tot een boekje. Terwijl mijn benen door een machine urenlang onbelast in beweging werden gezet, zat ik te tikken. Zo hebben mijn kunstknieën me verder gebracht dan ik kon denken: niet alleen naar een pijnloos leven, maar zelfs naar het schrijverschap. Hilde Jeanet Lumer-Fieten ‘Jut en Jul, belevenissen van twee knietjes’. ISBN 978-90-817542-0-0.  kniestuk.hyves.nl

 Tot slot een handige website voor ­ouders én de dokter: www.kinderfractureninbeeld.nl.

orthopedie houdt nederland in beweging

23


Een dag orthopedie

Zicht op een pijnvrij en leuker leven Een kijkoperatie stopt drie jaar heupklachten. Het scheenbeen van een verkeersslachtoffer wordt gerepareerd. Er is ook verdriet: om een heupprothese die niet meer goed zit. Verderop zorgt het besluit om een kunstheup te plaatsen voor grote opluchting. Leef mee met een dagje orthopedie in het ziekenhuis.

D

e 17-jarige Kathy van Leeuwen heeft naar deze dag uitgekeken én er tegenop gezien. Het is een regenachtige maandagmorgen, maar dat zal haar vandaag een zorg zijn. De wekker thuis gaat vroeg af. Ze wordt geopereerd aan haar heup, die al maanden pijn doet door kraakbeen­ beschadigingen. Hopelijk zal vandaag het sluitstuk blijken van een reeks operaties na die ene ongelukkige val, drie jaar geleden. Gelukkig zijn er vanmorgen nauwelijks files; al rond zeven uur ’s morgens meldt ze zich bij de receptie van de afdeling orthopedie in het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem.

Op dat moment is de overdracht bezig van de artsen. Orthopedisch chirurgen en artsen in opleiding komen bijeen. Hier gaat het weekeinde naadloos over in de doordeweekse routine. Er zijn wat nieuwe patiënten binnengebracht na ongelukken. Beenbreuken, gewrichtsletsel, dat werk. Artsen ­bespreken enkele van die binnengekomen patiënten. Welke aanpak is geschikt voor deze schuine fractuur in het scheenbeen? Krijgt hij gips? Of wordt het een pen? Een reeks overwegingen volgt. Een pen zal het worden. Kommetje verschoven

Ondertussen is de verpleegafdeling tot leven ­gekomen. Patiënten hebben al ontbeten. Zaalarts en orthopedisch chirurg in opleiding Eva Hoefnagels maakt zich op voor haar ronde langs de

Verpleegkundigen nemen hun patiëntenlijsten door.

Met spreekuurassistente Roxanne Polkamp overleggen ­mevrouw Gosker (links) en haar dochter Corry over de datum waarop ze haar ­heupoperatie zal ondergaan.

24


‘Niet storen’: medicijn-uitgifte.

Kathy van Leeuwen letterlijk ‘onder zeil’ tijdens haar heupoperatie op de OK.

Enrico de Visser aan het bed van Kathy van Leeuwen, die hij net heeft geopereerd.

patiënten. Een mevrouw die in het weekeinde is binnengebracht, heeft wat extra geruststellende aandacht nodig. Drie weken geleden werd bij haar een heupprothese geplaatst. Vervelend genoeg is dit weekeinde het kommetje van die prothese verschoven. Een nieuwe operatie is nodig en daarbij is de kans op complicaties altijd groter. Ze is in tranen. Eén van de verpleegkundigen draagt een veiligheids­ hesje. ‘Niet storen’, staat op zijn rug. Het karretje dat hij duwt, ligt vol medicijnen. Hoefnagels: “Voor

het uitdelen van de medicijnen is honderd procent concentratie vereist. Een kleine fout kan grote gevolgen hebben. Zo maken we aan iedereen zichtbaar dat je deze persoon niet moet aanspreken.” Deze maandag bemensen orthopedisch chirurgen Dennis Kok en Peer Konings de polikliniek. De laatste is gespecialiseerd in de behandeling van handletsel. Collega dr. Enrico de Visser doet vandaag de operaties op de OK, de operatie­ kamer. Zijn eerste patiënt vandaag is Kathy. Ze heeft inmiddels haar intake gehad, het operatiehemd aangetrokken en is klaar om naar de OK te worden gebracht. Letterlijk onder zeil

Rond negen uur treffen we Kathy, onherkenbaar,

25


Een dag orthopedie

Dennis Kok onderzoekt mevrouw Gosker voor haar heupoperatie. Dochter Corry kijkt toe.

op de operatietafel. Kathy is letterlijk onder zeil gegaan, onder volledige narcose, waarbij anesthesie­ assistent Richard Cordemeyer haar nauwgezet in de gaten houdt. Lichaamstemperatuur, bloeddruk, hartslag. Geen detail ontgaat hem.

onderzoek. Zowel staand als liggend checkt hij haar bewegingen. Zij zegt: “Ik beweeg nauwelijks meer, ben eigenlijk alleen nog maar thuis. Spelen met mijn kleinkinderen lukt haast niet meer, eigenlijk doen vrijwel alle bewegingen pijn.”

Enrico de Visser past artroscopie toe, een kijkoperatie. Er zijn kleine sneetjes gemaakt in Kathy’s heup: voor de camera en de twee instrumenten waarmee De Visser de feitelijke operatie uitvoert. Eerst verwijdert hij de beschadigde flarden kraakbeen. Hij schraapt de rafeltjes los en spoelt ze weg. Vervolgens gaat De Visser over tot het polijsten van het gewricht. De beschadigingen in de heup van ­Kathy zijn het gevolg van een val waarbij de heupkop brak. Enkele operaties waren nodig om de zaak te repareren. De Visser ruimt nu achtergebleven schade op, zodat Kathy hopelijk met minder pijn door het leven kan. “Ik denk dat ze hierna voor tachtig procent pijnvrij is”, zegt hij. “Maar voor zo’n jonge meid is deze kraakbeenschade natuurlijk geen fijn vooruitzicht. Het blijft een kwetsbare plek.”

Al vrij snel trekt Kok zijn conclusies. De algehele gezondheidstoestand van mevrouw Gosker is goed en vormt geen belemmering voor een operatie. “Zullen we de procedure voor de plaatsing van een totale heupprothese maar in gang zetten?”, vraagt hij. Ze slaakt een zucht van opluchting. “Alstublieft,

Geen pretje

Op de polikliniek zijn collega’s Dennis Kok en Peer Konings op dat moment begonnen met hun spreekuur. Op de monitor bekijkt Kok heupfoto’s van mevrouw Gosker (70) die in de wachtkamer zit, in haar rolstoel, vergezeld door dochter Corry. Zijn diagnose laat geen twijfel. Op de foto wijst hij de gewrichtsspleet aan: flinterdun. Nauwelijks meer ruimte voor beweging tussen kop en kom. “Dit gewricht is zwaar versleten. Geen pretje voor de patiënt.” Hij roept mevrouw Gosker binnen. Na wat algemene vragen over haar klachten begint een kort

26

Sabine Postma test haar ‘wakkelduim’ zoals Peer Konings dat voordoet.

Mevrouw Spronk blijft ­opgewekt ondanks haar gebroken heup.


dokter”. Haar dochter duwt haar richting de afsprakenbalie. Over een paar weken is het al zover. Ze kan niet wachten om weer plezier in het leven te krijgen.

Sabine Postma (35) heeft last van een ‘wakkelduim’, ook wel ‘skiduim’ genoemd. Haar duim werd naar achteren getrokken, op een glijbaan. Tijdens een operatieve ingreep heeft Koning een van de gewrichtsbandjes strakker aangehaald. Enkele weken zat er een spalk om haar duim. En nu kan ze weer voorzichtig oefenen, onder begeleiding van een therapeut.

Handenspreekuur

Aan de andere kant van de gang ontvangt Peer Konings de 15-jarige Britt van Lankveld op zijn handenspreekuur. Ze viel een aantal weken geleden van haar fiets en kwam daarbij met het volle gewicht op haar hand terecht. Konings: “Daarbij heeft ze een botje in haar hand, het scheepsbotje, gebroken. Ze kreeg van ons 6 weken gips­verband.” Het gips is er net een week af. Hij checkt de hand met wat bewegingen. Nog wat ­oefenen, adviseert hij, dan is alles weer bij het oude.

Vandaag geen lunch

Dat orthopedisch chirurgen op een dag op de poli 40 tot 45 patiënten zien, is geen uitzondering. Direct na het consult maken ze hun verslag in het elektronische systeem van het ziekenhuis. Voor Dennis Kok en Peer Konings is er nog tijd voor een lunch. Dat zit er vandaag niet in voor hun collega Enrico de Visser. Kok legt uit: “Als de OK eenmaal bemand is, willen we zo stevig mogelijk doorgaan. Een half uur stoppen, levert inclusief omkleden en gereedmaken een veelvoud aan tijdverlies op. Daarom gaat de collega die op OK staat, gewoon de hele dag door.” Tussen de bedrijven door heeft Kok contact met mensen van voetbalvereniging Go Ahead Eagles uit Deventer. Daar is hij de clubarts, buiten zijn normale werk om. Vanavond komt de hele selectie voor een inspanningstest bij de cardioloog en Kok organiseert dit. Einde werkdag. De orthopedisch chirurgen bespreken hun patiënten.

Kathy kan na de operatie weer lachen: blij dat de operatie achter de rug is.

Gezond weer verder

De dag loopt ten einde. De 78-jarige mevrouw Spronk uit Westervoort ligt geduldig te wachten op wat komen gaat. Ze kent het klappen van de zweep, want 15 jaar geleden kreeg ze haar eerste heup­prothese, 6 jaar geleden de tweede. Zondagavond viel ze in huis: haar linkerbeen brak onder de prothese. Dinsdag volgt opnieuw een operatie. Ondanks dat blijft ze opgewekt. Zuster Yvonne is een oude bekende van haar. “Er zijn ergere dingen dan een gebroken heup. De pijn valt gelukkig mee. Ik zal na de operatie wel in een revalidatiecentrum moeten herstellen, denk ik.” Herstel gloort ook voor de 17-jarige Kathy. Ze is bijgekomen van de operatie. “Ik ben blij dat het achter de rug is”, geeft ze toe. De komende 6 ­weken zal ze op krukken moeten bewegen, zegt dokter Enrico de Visser, die even langs komt. “Ach, ik ben ondertussen wel wat gewend”, verzucht Kathy. Ze is blij dat ze haar blik naar voren kan richten. Nog even haar Havo-diploma halen, dat wel. En dan gezond weer verder.

27


Stap voor stap

ď Š Op zorgvoorbeweging.nl vindt u een film over dit productieproces. Metalen protheseonderdelen worden ook gemaakt door heet metaal in een mal te gieten of via machinale bewerking. Bij de productie van de kunststofonderdelen maken producenten ook gebruik van mallen en machinale bewerking. Deze methoden ziet u in dezelfde film.

1

2

3

Van metaalstaaf tot prothese Weet u hoe een prothese wordt gemaakt? In deze reportage neemt u een kijkje achter de schermen. U ziet het smeden van de metalen steel van een heupprothese. Machines doen veel, maar het is ook mensenwerk. Bijvoorbeeld bij de kwaliteitscontrole.

28

Een gewrichtsprothese is net als een echt gewricht samengesteld uit verschillende materialen. Metaal komt in de plaats van bot en kunststof vervangt het kraakbeen. In deze reportage ziet u hoe de stelen van heupprothesen stuk voor stuk worden gesmeed. Ze zijn gemaakt van metaal, bijvoorbeeld een titaanlegering (titanium gemengd met chemische elementen) of een kobalt-chroomlegering (kobalt en chroom gemengd met chemische elementen). Dergelijke metalen hebben als eigenschappen: licht in gewicht, duurzaam ĂŠn sterk. Bovendien zal het lichaam een prothesesteel van dergelijke metalen niet afstoten.

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


5

4

De steelproductie bestaat uit zes stappen. 1. Metaal zacht maken

De titaanlegering heeft de vorm van een korte staaf. Bij zeer hoge temperatuur wordt het zacht, niet vloeibaar. De staaf houdt zijn vorm en de machine maakt er een kleine knik in (foto 1).

6

4. Polijsten met robot en hand

De toekomstige steel heeft rondom nog een ­metaalrandje dat eraf moet (foto 3). Een robot doet het grovere werk. Geoefende handen ­polijsten vervolgens de kleinste oneffenheden weg (foto 4). 5. Reinigen met een citroenzuurbad

2. Metaal in serie stansen

Het hete, zachte metaal legt een traject af onder een aantal stansen. Elke stans duwt het metaal meer in de richting van de gewenste vorm (foto 2). De laatste stans verwijdert bijna al het overtollig metaal. 3. Reinigen met zandstralen

Het metaal krijgt er een mat uiterlijk van.

orthopedie houdt nederland in beweging

Dit bad verwijdert de meest fijne metaalresten. Vervolgens voorziet een laser elke steel van een specifiek lot- en serienummer. 6. Controle

Met het blote oog en met meetapparatuur ondergaat elk onderdeel een nauwkeurige inspectie (foto 5 en 6. NB. dit is een ander soort steel dan op foto’s 1 t/m 3).

29


Hoe word ik orthopedisch chirurg?

Elise Dokman: ‘Héél vervelend als je niet goed kunt bewegen’ Jongens willen piloot worden en meisjes verpleegster. Of brandweerman en man­ nequin. Zoiets, toch? Kom daar eens om bij Elise Dokman. Poseren voor de foto bij dit artikel was best leuk, hoor. Maar ze heeft haar pijlen gericht op een doktersopleiding. Ze wil orthopedisch chirurg worden. Om precies te zijn: kinderorthopeed.

‘D

at wil ik graag, omdat ik weet dat het héél vervelend is als je als kind niet goed kunt bewegen. Bewegen is niet alleen leuk, maar ook gezond. Een paar jaar geleden had ik zelf een probleem aan mijn voet. Ik had pijn, er was iets niet goed met een middenvoetsbeentje. Een orthopeed heeft toen die voet zes weken in het gips laten zetten. Gelukkig is het goed gekomen.’ Ze is dertien jaar, deze tweedeklasser van het gymnasium. Ze weet precies wat ze wil en waarom. Denk niet dat Elise een ‘nerdy’ meisje is dat met haar bleke hoofdje alleen maar studieboeken leest. Integendeel: vier keer per week vind je haar op de tennisbaan. Het liefst neemt ze het op tegen meiden die een paar jaar ouder zijn. Het gebeurt nogal eens dat ze die vervolgens alle hoeken van de baan laat zien. “Soms verlies ik ook. En daar leer je weer meer van dan van winnen.” Wil ze dan niet liever proftennisser worden? Nee. “Tennis is heel leuk. Maar als ik zó goed zou worden, dan kan ik niet meer bij de vereniging tennis-

Elise Dokman (13): ‘Orthopedisch chirurg kan ik mijn hele leven zijn; prof­tennisser maar een paar jaar.’

30

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


sen. Dan moet ik elders meer privé gaan trainen en dat lijkt me niet leuk. Bovendien: dokter kun je je hele leven zijn, tennisser maar een paar jaar.” Dat de stelregel thuis is: school gaat vóór tennis, onderschrijft Elise van harte. Toen ze zelf onder behandeling was, merkte Elise dat ze het tennissen enorm miste. En ze miste ook het meedoen aan spelletjes met vriendinnen en de

lessen gymnastiek op school. “Het lijkt me super om later kinderen te helpen zich óók goed, of beter, te kunnen bewegen.” Ze voegt toe: “Ik hoef niet zo nodig van die zware operaties te doen. Liever help ik kinderen met basisdingen die met de groei van botten te maken hebben. Als je goed beweegt, dan krijg je niet alleen een goede lichamelijke conditie, maar lukt het ook beter om je zorgen van je af zetten. Daarom is bewegen dubbel belangrijk.”

Een lange, mooie weg naar fantastisch werk

Om haar droom te verwezenlijken, heeft Elise Dokman een lange en mooie weg te gaan, aldus Lucas Taminiau (32). Zelf verwacht hij zich over een paar jaar orthopedisch chirurg te mogen noemen. “De volledige opleiding duurt minimaal twaalf jaar. Het is hard werken en je moet veel tijd en moeite investeren. Maar het werk is fantastisch.” De studie geneeskunde duurt zes jaar, vertelt Taminiau. De eerste vier jaar zijn vooral theoretisch, de twee laatste jaren bestaan uit coschappen in ziekenhuizen. “Je maakt dan kennis met alle medische specialismen.” Na afronding van de studie geneeskunde ben je basisarts. Wie specialist wil worden, gaat verder in opleiding en combineert studie en werk in het ziekenhuis. Taminiau koos voor de orthopedie: “Ik ben gefascineerd door de geneeskunde. Én ik ben gek op klussen. Ik heb ervaring met het restaureren van huizen, ik hou van zagen en boren. Daarom volgde ik mijn hart en koos voor orthopedie. Het is voor mij een prachtige combinatie van geavanceerde geneeskunde en werken met mijn handen.” Voor een opleidingsplek in de orthopedie moest Taminiau solliciteren. “Ja, want er is slechts een beperkt aantal opleidingsplaatsen.” Deze specialisatie duurt nog eens zes jaar en start met een vooropleiding in de algemene chirurgie. “Daarna leer je denken als een orthopedisch chirurg. Vooral de besluitvorming met patiënten over de behandeling is boeiend. Die discussie gaat binnen de ­orthopedie meestal niet over leven en dood, maar des te meer over de kwaliteit van leven, en de kans op succes. Daarbij is de communicatie met de patiënt heel belangrijk. Die persoon is misschien niet eens zozeer heel ziek, maar heeft vaak wel veel pijn. Dat beperkt iemand in zijn doen en laten.” “Als orthopedisch chirurg in opleiding maak je lange dagen. Officieel werk je 48 uur per week in het ziekenhuis. Daar komt het doen van onderzoek, commissiewerk, voorbereidingen op operaties en de studie zelf, nog bij. Het is een hele uitdaging om ook nog wat aan sport te doen of andere hobby’s uit te oefenen. Zoals ik al zei: het is veeleisend, maar prachtig.”

orthopedie houdt nederland in beweging

31


Opmerkelijk orthopedie

fit voor ingreep

het is echt waar: rust roest De mooie wijsheid uit groot­ moeders tijd, rust roest, is ­actueler dan ooit. Patiënten die een heup- of knieprothese krijgen, ondergaan steeds vaker voor de operatie een trainingsprogramma. Want wie fit aan de operatie ­begint, herstelt sneller en is eerder weer thuis. Inmiddels staat vast dat zo’n trainingsprogramma werkt. Orthopedisch c­ hirurg Richard Bimmel en fysiotherapeut Geert van der Sluis* in het Drachtster ziekenhuis Nij Smellinghe hebben er inmiddels ruim vijf jaar ervaring mee. Hun kwetsbare patiënten knappen er sneller van op en kunnen ­gemiddeld een dag eerder naar huis. Ook hoeven minder patiënten voor herstel naar een revalidatie­centrum. Minder kwetsbaar door bewegen Het woord ‘trainingsprogramma’ roept al snel het beeld op van hevige inspanningen. Maar zo heet wordt de soep niet gegeten. Het gaat namelijk om gerichte oefeningen voor de groep mensen bij wie het herstel niet optimaal bleek te verlopen. Dit zijn over het algemeen mensen op hogere leeftijd, mensen met overgewicht en/of mensen die niet veel bewegen. Bimmel en Van der Sluis hebben vrij nauwkeurig in kaart kunnen brengen welke kenmerken het herstel vooral beïnvloeden. Zo kunnen ze met een paar simpele testen bepalen of een trainingsprogramma gewenst is.

* Beide heren zijn betrokken bij het TNO onderzoek Better in, Better out.

32


Geert van der Sluis begeleidt een patiënte tijdens het traplopen luttele dagen na een heupoperatie. Op de achtergrond Richard ­Bimmel. “Elke patiënt krijgt een eigen trainingsprogramma”, benadrukt fysiotherapeut Van der Sluis. “Het richt zich op dagelijkse activiteiten, zoals traplopen, gaan zitten en opstaan.”

Op tijd heen en terug Bij een van de testen staat de patiënt op uit de stoel, loopt drie meter, draait om, loopt terug naar de stoel en gaat weer zitten. Wie voor dit ‘stormrondje’ meer tijd nodig heeft dan 10.5 seconde, krijgt waarschijnlijk een meer moeizame herstelperiode. Een derde deel van hen wacht zelfs opname in een revalidatiecentrum. Het trainingsprogramma helpt dat te voorkomen. Conditionele tik Orthopedisch chirurg Richard Bimmel verklaart dat het plaatsen van een knieof heupprothese een conditionele tik uitdeelt. “Als je met een zwakke conditie begint, is die dip dieper. Bovendien duurt het langer voor je weer op niveau bent.” Hij voegt toe dat de training plaatsvindt onder deskundige begeleiding van een fysiotherapeut. In en rond Drachten is inmiddels een netwerk van fysiothera­

peuten opgeleid om deze operatievoorbereiding te begeleiden. Ook elders in Nederland zijn en worden fysiothera­ peuten opgeleid. Gewone, dagelijkse activiteiten Het trainingsprogramma wordt ‘op maat’ aangeboden. Geert van der Sluis: “Elke patiënt krijgt een eigen oefenprogramma. Het betreft meestal activiteiten die je elke dag doet, zoals stappen zetten, traplopen, opstaan en weer gaan zitten. Dat is belangrijk, want direct na de operatie moet je dat ook kunnen, om snel te herstellen. Een hele dag op bed liggen is er echt niet meer bij tegenwoordig.” Hij benadrukt dat het niet de bedoeling is de patiënt zo snel mogelijk de deur uit te werken. “Het doel is juist dat de individuele begeleiding, de hoogstaande zorg, leidt tot een beter resultaat voor de patiënt. Dat het óók leidt tot een kortere opnameduur in het ziekenhuis, en dus tot besparingen, is mooi meegenomen.”

Fitte voorbereiding Ook als u niet tot de meest kwetsbare groep behoort, kunt u zich voorbereiden op een orthopedische operatie. – Stop met roken; dit verbetert uw gehele gezondheid en u zult beter herstellen na de operatie.  www.stivoro.nl – Blijf in beweging; elke dag minstens 30 minuten (jongeren 2 x 30 minuten).  www.30minutenbewegen.nl – Gebruik de juiste pijnstilling; eventueel in overleg met uw orthopedisch chirurg of huisarts. U beweegt dan zo comfortabel mogelijk. Het aangedane gewricht wordt hier niet slechter van en u houdt uw spieren en uw lichaam fit. – Eet gevarieerd met groente, fruit en volkoren producten.  www.voedingscentrum.nl – Ontspan en maak u geen zorgen over de operatie.

orthopedie houdt nederland in beweging

33


Weer in beweging

34

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


Baby Mees Soontiens

‘Een voetje als een ijshockeystick’

orthopedie houdt nederland in beweging

35


Weer in beweging

Soms voelt ze de blikken van wildvreemden in haar rug prikken, als ze haar drie maanden oude zoontje Mees uit de kinderwagen haalt. Dat is het moment waarop het gipsverband om zijn rechterbeentje zichtbaar is. “Zullen ze denken dat ik ‘m heb laten vallen of zo?”, vraagt moeder Karen Knibbeler zich dan vertwijfeld af. Mees Soontiens is geboren met een klompvoetje.

Ponseti-methode: normaal en pijnvrij functioneren

V

ader Bas Soontiens is duidelijk: “Ach, je haalt je natuurlijk wel eens wat in je hoofd. Maar met Mees is

niks mis. Over een paar jaar zien we nog nauwelijks iets van zijn klompvoetje en hij houdt er geen nadelige gevolgen aan over. Goed, hij zal waarschijnlijk geen begena-

“Van heel jonge kinderen zijn de voetjes nog zeer soepel. Daardoor is een klompvoetje gemakkelijk te behandelen, zonder dat het kind daar last van heeft. Na de behandeling kunnen de kinderen normaal en pijnvrij functioneren. Ze kunnen alles doen wat kinderen willen en moeten doen.” Dat zegt kinderorthopedisch chirurg Arnold Besselaar, die Mees volgens de zogeheten Ponseti-methode behandelt. Eenvoudig gezegd wordt hierbij het klompvoetje elke week een beetje rechter geduwd, waarna het meteen in gips wordt gezet en in die stand kan groeien. De methode is de laatste jaren in Nederland geaccepteerd als dé standaard voor het behandelen van klompvoeten. “Veel vriendelijker voor het kind dan een langdurig gipsverband van drie maanden met daarop volgend een operatie”, zoals een jaar of tien geleden nog gangbaar was. De resultaten zijn beter, blijkt uit ervaringen in veel andere landen waar deze methode al wat langer wordt toegepast, zegt Besselaar. De Ponseti-methode is in vijfennegentig procent van alle gevallen toepasbaar en succesvol. Maar soms blijft operatief ingrijpen toch nog nodig.  Meer informatie over klomp­ voetjes: www.zorgvoorbeweging.nl en www.klompvoet.nl

36

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


digd voetballer worden, maar dat hoeft van ons niet. Die voet hóórt bij Mees, zo jong als hij is. We kennen hem niet anders.” Afwijking

Tijdens de zogeheten ‘twintig weken echo’ werd in het diagnostisch centrum een afwijking ontdekt bij hun kindje. De diagnose: klompvoetje. Karen: “Natuurlijk schrik je.

‘Die voet hóórt bij Mees’ Maar die schrik waren we vrij snel te boven. Ik ben direct op het internet gaan grazen naar informatie. Die is er in overvloed. Heel goede informatie vond ik op de website van de Nederlandse Vereniging Klompvoetjes.

orthopedie houdt nederland in beweging

Dat werkte geruststellend, omdat je dan meekrijgt dat er heel goede behandelmethoden beschikbaar zijn. We lazen er dat de voetjes bijna altijd vrij gemakkelijk zijn recht te zetten. Kinderen ondervinden later eigenlijk nauwelijks enige hinder.” “We wisten nauwelijks wat een klompvoetje was”, vertelt Bas. “Het komt erop neer dat de voet van je kind scheef op de enkel staat. Als een ijshockeystick, zeg maar. De vereniging raadt via de site aan om al voor de geboorte van je kind op zoek te gaan naar een orthopeed die ruime ervaring heeft met de behandeling. We hebben daarom gesprekken gevoerd in verschillende ziekenhuizen. Zo maakten we kennis met Arnold Besselaar. Met hem voelden we direct een klik; hij straalde vertrouwen, belangstelling en deskundigheid uit.” Helemaal gezond

Gelukkig wezen aanvullende onderzoeken uit dat Mees verder helemaal gezond is. Dus niets stond behandeling in de weg.

Eenvoudig gezegd wordt het voetje van Mees elke week een beetje rechter geduwd. Het wordt meteen in gips gezet en kan in die stand groeien. Bas: “Hoe eerder na de geboorte je begint, hoe beter. Het gewricht is dan nog heel flexibel en week. De enige ingreep is dat het achillespeesje na enkele weken met een klein mesje moet worden doorgesneden om de nieuwe stand mogelijk te maken. Die pees groeit in de weken daarna vanzelf weer aan elkaar.” Deze methode – de Ponseti-methode – is tegenwoordig de meeste gebruikte aanpak voor de behandeling van klompvoeten, weten Bas en Karen. “In de voorgesprekken kregen we te horen dat Mees waarschijnlijk zeven keer nieuw gips zou krijgen, maar na vijf wisselingen stond het voetje al recht. Daarna is geen gips meer nodig, alleen nog een brace tijdens de slaap, tot zijn vierde jaar. Dat betekent dat Mees zich normaal kan ontwikkelen: van zichzelf omdraaien, tot kruipen en lopen. Daar zijn we heel blij om.”

37


Innovatie

dokter bibber Het lijkt een afgehakt rekwisiet uit de film ‘RoboCop’ van regisseur Paul Verhoeven. Maar niets is minder waar. Dit is een innovatieve oefenknie voor orthopedisch chirurgen. Met dezelfde medische instrumenten als tijdens een operatie raken ze vertrouwd met allerhande knieoperaties. De ontwerper en bouwer van de oefenknie is dr. ir. Gabriëlle Tuijthof van de Technische Universiteit in Delft. Zij is specialist in het ontwerpen en bouwen van orthopedisch gereedschap. In de oefenknie kunnen orthopedisch chirurgen alles ervaren wat ze in hun medische praktijk tegenkomen, zoals een meniscus verwijderen of bijknippen, foto’s maken, een kruisband vervangen. Tijdens hun training krijgen orthopedisch chirurgen ook te maken met vloeistofstromen in de knie, waaronder kleine bloedingen. Net als in het echt. Het is ook mogelijk de knie met onverwachte complicaties te programmeren, zodat de orthopeed daar al voor een echte operatie mee leert omgaan.

De oefenknie zit barstensvol met sensoren, zodat de kleinste beweging en handtrilling worden geregistreerd. Als de orthopedisch chirurg tijdens een training verkeerd knipt, te hard duwt of gezond weefsel beschadigt, volgt onverbiddelijk een melding. Deze ‘Dokter Bibber’ is streng voor de dokter.

botcement Staat die orthopedische chirurg in de operatiekamer soms een beetje te metselen? Er zijn immers ‘gecementeerde’ prothesen. En die zitten met ‘botcement’ vast. Het zit zo: een lichaam in beweging staat bloot aan allerlei krachten. En een gewrichtsprothese moet natuurlijk wel op zijn plek blijven. Het levend bot rondom het nieuwe gewricht gaat daarvoor een verbinding aan met metaal (bij een onge­ cementeerde prothese) of kunststof (gecementeerde prothese). De oorsprong van de gecementeerde prothese ligt bij de Brit John Charnley. Een jaar of veertig geleden vond hij een soort vloeibaar plexiglas uit. Dat bleek goed spul te zijn, want het is nog steeds met succes in gebruik. Wel veranderden de technieken om Charnley’s uitvinding toe te passen. De kauw­gomachtige substantie werd vroeger nogal plompverloren tussen bot en prothese aangebracht. Tegenwoordig beschikt de orthopeed over spoelsystemen en methoden om het bot volmaakt schoon en droog te maken voordat hij het cement onder druk heel precies en gedoseerd aanbrengt. Bijzonder is dat het bot niet aan het cement vastgroeit, maar wel een heel stevige verbinding aangaat. Uit nieuw onderzoek blijkt overigens dat het toevoegen van zeer kleine botsnippertjes tussen het bot en het cement kan leiden tot een nog beter resultaat.  Over het plaatsten van een gecementeerde of een ongecementeerde ziet u twee animaties op www.mijnbesteheup.nl

38

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


orto-auto “Dokter, wanneer mag ik weer autorijden?” Die vraag stellen veel patiënten na hun heup- of knieoperatie. De orthopedisch chirurg heeft het er maar moeilijk mee. Er zijn namelijk geen wettelijke regels voor en de dokter is nu eenmaal geen rijinstructeur. In de toekomst krijgen arts en patiënten misschien houvast aan deze oefenauto. De ontwerpster is ir. Sharon-Dewi Stolp. Met dit project studeerde ze af als industrieel ontwerpster aan de Technische Universiteit van Delft. Haar ontwerp heet ORTO-auto. Dit staat voor Orthopedische Rijvaardigheid Test- en Oefenauto. De oefenauto bestaat uit verschillende onderdelen: een frame om het in- en uitstappen te oefenen en bijbehorende meetapparatuur. Van alles wordt geregistreerd, zoals de hoeken van knieën en heupen, en de kracht die het been uitoefent. Achter het stuur wordt de reactietijd gemeten, evenals de coördinatie en het vermogen om kracht te doseren. “Vóór de operatie meten we iemands kracht en reactievermogen. Een aantal dagen na de operatie doen we dat opnieuw. Dan kunnen we zien hoeveel de patiënt moet bijtrainen om weer op niveau te kunnen autorijden”, zegt de ontwerpster. Om te oefenen zou de patiënt een trainingskit mee naar huis kunnen krijgen. “Die oefeningen dragen ook bij aan het overige herstel van de patiënt.” De oefenauto is nog niet in gebruik, maar als het aan Sharon-Dewi Stolp ligt, duurt dat niet lang meer.

doorbijter Een orthopedisch chirurg moet soms flink kracht zetten als hij tijdens een operatie stukjes bot moet doorknippen of ‘afknabbelen’. De benodigde bottang is namelijk een nogal grof stuk gereedschap. Dat moet toch makkelijke kunnen?! Daarom ontwikkelden Roel van Gorkum en dr. ir. Gabrielle Tuijthof van de Technische Universiteit Delft een bottang waarbij de hefboom instelbaar is met een ratelmechanisme. Vergelijk ‘m met de betere snoeischaar waarmee u in de tuin dikke takken fluitend doorknipt. Er is één nadeel: door de vele boutjes, veertjes en moertjes is deze doorbijter lastig te steriliseren. Daar komt nog verandering in. Tot die tijd moet de orthopedisch chirurg nog even zelf doorbijten en met twee handen knijpen, aldus Tuijthof.

tomtomdokter Zoals hij met zijn TomTom door het hartje van Amsterdam navigeert, zo vindt orthopedisch chirurg dr. Jan Roorda ook zijn weg in het menselijk lichaam. Tijdens een operatie laat hij zich leiden door camera’s boven de patiënt. Deze camera’s staan in verbinding met zenders die Roorda vlak voor de operatie op de ledematen van zijn patiënt bevestigt. Zo plaatst Roorda een knie- of heupprothese met de grootste precisie. Hij vindt het vooral makkelijker op deze manier. Want natuurlijk kan hij het ook ‘op het oog’. Maar, zegt Roorda, die werkt in het Van Weel Bethesda Ziekenhuis in Dirksland, “Ik vertrouw meer op de exacte metingen van de computer, dan op mijn eigen ruimtelijk inzicht.” Is deze manier van opereren beter? “De wetenschap toont dat niet aan”, aldus TomTom-dokter Roorda. “Voor de patiënt maakt het geen verschil. Met beide methoden wordt de bestemming bereikt.”

 www.studiogekko.com/orto

39


Opmerkelijk orthopedie

kijkoperaties

minimaal snijden, minimaal letsel We zijn in de operatiekamer. Op het beeldscherm is te zien hoe ­orthopedisch chirurg Rob Janssen met een schrapertje een los stukje kraakbeen uit de knie van zijn patiënt verwijdert. Hierbij volstaan drie kleine gaatjes in die knie. Janssen is namelijk bezig met een ‘kijkoperatie’, in medische termen: ‘artroscopie’. De term ‘kijkoperatie’ is eigenlijk niet goed, zegt Rob Janssen, ook voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Arthroscopie. “Het suggereert dat we alleen maar in de knie kijken. Maar we verrichten via die paar kleine gaatjes wel degelijk allerlei operatieve handelingen.”

Voor alle gewrichten De kijkoperatie maakt de behandeling van veel soorten gewrichtsklachten patiëntvriendelijker en efficiënter. “Het voordeel is dat we de gewrichten niet meer hoeven te openen”, aldus Janssen. “We maken slechts enkele kleine gaatjes: voor de me-

dische instrumenten en voor de camera. Dat is alles. Het resultaat is: minder letsel voor de patiënt, minder risico, sneller herstel. Het openen van een gewricht is nog maar zelden nodig, bijvoorbeeld bij het plaatsen van een prothese.” Volgens Janssen wordt de kijkoperatie toegepast in alle gewrichten. De knie is het bekendst. Maar ook op schouders, enkels, ellebogen, polsen en voeten wordt artroscopie toegepast. “Er zijn bijvoorbeeld minuscule tangetjes, boortjes en schrapertjes die een kijkoperatie in de grote teen mogelijk maken.” Ogen en handen werken samen Een artroscopie vereist een specifieke vaardigheid van de orthopedisch chirurg. De handen besturen de instrumenten en op het beeldscherm is te zien waar die instrumenten zich in het gewricht bevinden. Ogen en handen moeten dus goed samenwerken: oog-handcoördinatie. “We weten inmiddels dat de jonge generatie orthopedisch chirurgen aantoonbaar handiger is”, aldus Janssen. “Zij zijn opgegroeid met computerspelletjes en hebben daardoor een betere oog-handcoördinatie.”

De kijkoperatie is geschikt voor alle gewrichten, aldus ­orthopedisch chirurg Rob Janssen. De knie is het bekendst. Maar ook op schouders, enkels, ellebogen, polsen en voeten wordt artroscopie toegepast. “Er zijn bijvoorbeeld minuscule tangetjes, boortjes en ­schrapertjes die een kijk­operatie in de grote teen mogelijk maken.”

40

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


Column

Bent u tevreden?

Bekend van topsporters De kijkoperatie is bekend geworden door de snelle behandeling van beroemde (top) sporters. Janssen heeft veel kostbare knieën van beroemdheden onder handen gehad. “Dat is bijzonder, maar ik benader elke knie als die van een topsporter. Dan wordt het weer gewoon.” Iedereen heeft profijt van deze techniek, bijvoorbeeld de bouwvakker met knieklachten die snel weer aan het werk wil. Een eeuw-oud idee De eerste kijkoperatie dateert van 1919, de eerste beschrijving komt uit 1912. “Toen keken ze letterlijk door een buisje in de knie”, vertelt Janssen. Allerlei technische ontwikkelingen hebben de mogelijkheden van de artroscopie spectaculair vergroot. Voorbeelden van deze ontwikkelingen zijn: de toepassing van lenzen vanuit de moderne optiek, flexibele snoeren van fiberglas om licht in de knie te brengen en grote beeldschermen met haarscherp beeld. “Telkens weer blijkt dat operaties hierdoor minder belastend zijn voor de patiënt. Bovendien zijn de risico’s op bijvoorbeeld infecties en complicaties veel kleiner.” Een dagopname volstaat Een kijkoperatie in de knie, bijvoorbeeld, betreft meestal een dagopname. De patiënt komt ’s ochtends en kan vaak diezelfde dag weer naar huis. Janssen: “Na een meniscusoperatie kan de patiënt meestal na een of twee weken weer goed vooruit. Fietsen kan al binnen enkele dagen, andere sporten gemiddeld na een week of zes. Dat zijn vuistregels, hè? Iedere patiënt is weer anders.”

Misschien heeft u wel eens een reisje geboekt via internet. Kreeg u na afloop een hele reeks e-mails met vragen? ‘Hoe vond u de vlucht? Het eten? Het hotel?’ Ofwel: was u tevreden? Dat is precies wat wij als artsen de komende jaren steeds vaker aan u gaan vragen na een behandeling of ingreep. Het is natuurlijk belangrijk voor ons om te weten of een geplaatste prothese na tien of twintig jaar nog functioneert. Maar we vinden het nóg belangrijker om van u te horen of u er blij mee bent. Wat kunt u met uw prothese allemaal doen? Wat betekent dat voor de kwaliteit van uw leven? We willen met onze behandelingen immers bijdragen aan een gelukkiger en blijer leven van onze pa­ tiënten. Om een beter beeld te krijgen van het effect – en dus het nut – van ingrepen, krijgt u de komende jaren als patiënt vaker een vragenlijst onder uw neus. En hoe meer vragen u beantwoordt, hoe beter. Daarmee krijgen wij als medici namelijk een nauwkeuriger beeld van het soort operaties dat op een positieve manier bijdraagt aan het welzijn van de patiënt. De uitkomsten van deze vragenlijsten onder­steunen artsen én patiënten om op termijn beter onderbouwde afwegingen te maken. Ook met de oplopende kosten in de gezondheidszorg in het achterhoofd is het belangrijk om het geld uit te geven aan ingrepen waar patiënten écht mee zijn geholpen. Opereren of niet? De vraag is: bent ú tevreden? Prof. dr. A. van Kampen Hoogleraar orthopedische traumatologie UMC St. Radboud.

 www.zorgvoorbeweging.nl en www.scopie.info voor meer informatie over artroscopie in de knie.

orthopedie houdt nederland in beweging

41


Weer in beweging

Tom Roozendaal na botkanker op wereldreis

‘Van afhankelijkheid naar ultieme vrijheid’ 42

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


orthopedie houdt nederland in beweging

43


Weer in beweging

Tom Roozendaal (21) maakt weer plannen. Nog maar drie jaar geleden was hij, naar eigen zeggen: ‘die jongen met kanker die moest revalideren’ Op zijn zeventiende werd bij hem een zeldzaam osteosarcoom in het rechterbovenbeen gevonden. Dat is een ernstige vorm van botkanker. Er volgde een jaar van chemotherapieën, een zware operatie en een moeizame revalidatieweg. Eenmaal hersteld, ging hij een jaar op wereldreis.

‘I

k verruilde de ultieme afhankelijkheid voor ultieme vrijheid. Het werd een jaar om te vieren en te vergeten”, zo blikt Tom terug op die reis rond de wereld. Om direct te vertellen hoe de moeilijkste periode van zijn jonge leven begon, in mei 2008. “Tijdens een potje rugby met vrienden werd aan mijn been getrokken.

Ik hield er een raar, onbekend gevoel aan over. Er klopte iets niet. Binnen een paar weken veranderde dat gevoel in pijn. De dokter en de fysiotherapeut hielden het aanvankelijk op een spierblessure. Maar toen de pijn bleef toenemen en ik ook nog eens zeven kilo afviel, gingen er bellen rinkelen. Aan het begin van het nieuwe

schooljaar moest ik voor onderzoek naar het ziekenhuis. De diagnose luidde: een osteosarcoom.” Solidair: Kaal of Betaal

Uiteindelijk zou Tom het hele schooljaar niet in de klas verschijnen. Dat maakt de afloop zo bijzonder. Niet alleen onderging hij in de eindexamenmaand zijn laatste chemokuur; ook behaalde hij zijn vwo- diploma en nog wel met uitstekende cijfers. Zijn uitgebreide vriendenkring heeft hem erbij geholpen. “Ze hebben me door dik en dun gesteund. Toen mijn haar uit-

‘Een amputatie was niet nodig’ viel door de chemo’s, schoren vrienden, kennissen en leraren hun hoofd kaal. Zo solidair! Ze haalden er geld mee op voor Kika Kinderen Kankervrij met de leus ‘Kaal of Betaal’. De kranten schreven erover.” Tumor eruit, (donor)bot erin

Na de eerste drie maanden van chemo’s was de tijd rijp voor de noodzakelijke chirurgische ingreep. De tumor werd uit zijn been verwijderd. Over een lengte van 18 centimeter kreeg hij een stuk donorbot. De orthopedisch chirurg maakte er een sleuf in en vulde deze met een stuk van Toms eigen kuitbeen. “Die toepassing zorgt ervoor dat ik nu weer een normaal sterk bovenbeen heb,” zo weet hij. Tom vervolgt: “Ik ging onder narcose zonder te weten of mijn been te redden

44

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


was. In gedachten zag ik mezelf al als deelnemer op de Paralympische Spelen; als ik maar kon overleven. Gelukkig bleek dat de tumor de belangrijkste zenuwen, bloedvaten en pezen niet had aangetast. Een amputatie was niet nodig. Toen ik bijkwam uit de narcose voelde en zag ik als eerste mijn tenen bewegen. Dat was mooi, maar ik was nog lang niet uit de gevarenzone. De chemo’s bleken aanvankelijk maar matig aan te slaan, bleek uit onderzoeken. Na de operatie onderging ik nog een half jaar chemotherapie. In mei 2009 was de laatste.” Klaar voor de toekomst

Zijn been brengt Tom nu weer overal waar hij zijn moet, zelfs hardlopen lukt prima. “Ik heb wel een tik gehad van de chemo’s. Ik moet mezelf in acht nemen en zuinig zijn met mijn energie. Ik ben nog steeds mijn nieuwe grenzen aan het verkennen.” En dus volgt de student

‘Hoe Ideale techniek voor een vitaal ­bovenbeen

Een osteosarcoom is een zogeheten botvormende tumor, zeer zeldzaam en agressief. Ongeveer drie op de miljoen personen krijgen ermee te maken. “Meestal jongeren in de puberteit”, zegt dr. Jos Bramer, de oncologisch orthopedisch chirurg die Tom Roozendaal opereerde en begeleidde. De levensverwachting voor patiënten is sinds de intrede van chemotherapie in de jaren zeventig sterk verbeterd en gestegen van 15 tot wel 60/70 procent. “Bij Tom hebben we de ideale techniek kunnen toepassen: het plaatsen van een donorbot, in combinatie met de transplantatie van zijn eigen kuitbeen. Dat zorgt ervoor dat Tom verder kan leven met een sterk en vitaal bovenbeen. Orthopedisch gezien is Tom nu genezen. De kans dat hij opnieuw een osteosarcoom krijgt, is statistisch gezien zéér klein.”

orthopedie houdt nederland in beweging

ga je om met idealen?’ economie aan de Universiteit van Amsterdam het honneurs programma, dat is voorbehouden aan de crème-de-la-crème van de studenten. Straks gaat hij voor een half jaar naar Canada voor een extra studieprogramma over duurzaamheid. “Hoe ga je om met idealen? Economie is meer dan geld verdienen: je kunt economische kennis gebruiken om iets goeds achter te laten.”

45


Kwaliteit

Patiëntervaringen als basis voor een betere orthopedie Het plaatsen van een nieuwe heup is natuurlijk niet te vergelijken met de aanschaf van een nieuwe stofzuiger of computer. En de tijd dat de dokter een garantiebewijs geeft bij een nieuwe heup is nog ver weg. Als het al ooit zover komt. Toch werken Nederlandse orthopedisch chirurgen keihard aan het verder verbeteren van de kwaliteit van hun werk. En met succes: internationaal gezien behoort de Nederlandse gezondheidszorg tot de wereldtop.

A

an de top staan is één ding. Er blijven is nog wat anders. Want die optimale zorgkwaliteit hangt onder andere af van de verwachtingen en ervaringen van de patiënt. Dat is meteen het grote verschil met de kwaliteit van de al genoemde stofzuiger. Aan een stofzuiger stellen we immers heldere en eenvoudige eisen. Niet goed? Geld terug! Met een orthopedische prothese ligt dat toch anders. De verwachtingen die mensen ervan hebben, lopen soms mijlenver uiteen.

kwestie van beleving. “In feite komt het op het volgende neer: we willen een kwaliteit van zorg waarbij de specialist en zijn team een maximale prestatie leveren. En dat moet leiden tot een resultaat dat voldoet aan de verwachtingen van de patiënt. Hierbij is het belangrijk dat de orthopedisch chirurg alle mogelijkheden en onmogelijkheden met de patiënt bespreekt. Goede communicatie is dus een voorwaarde om tot kwaliteit te komen.”

Eisen, verwachtingen en mogelijkheden vormen samen een ingewikkeld doolhof van kwaliteitservaringen, zo weet Frank van Oosterhout, orthopedisch chirurg in het Beatrix Ziekenhuis in Gorinchem. Van Oosterhout is voorzitter van de Commissie Kwaliteit van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV). “Kwaliteit is een heel persoonlijk onderwerp. Telkens is het weer de vraag wat de patiënt van een behandeling verwacht en in hoeverre die verwachtingen realistisch zijn. Wie na het plaatsen van een prothese had willen gaan hardlopen, maar niet verder komt dan een wandeling in het park, zal ontevreden zijn. Toch is het mogelijk dat de plaatsing van die prothese technisch gezien geheel geslaagd is.” Dat maakt het aspect ‘kwaliteit’ binnen de gezondheidszorg in zekere mate een

46

Natuurlijk heeft de kwaliteit van orthopedische zorg ook meetbare en objectieve aspecten. Zo zijn er medische richtlijnen. Hierin staat vrij nauwkeurig omschreven wat te doen bij welke klachten. “Die richtlijnen zijn een belangrijk kompas in het oerwoud van behandelopties”, schetst Van Oosterhout. Behandelrichtlijnen als houvast

kan verschil maken’

Behandelrichtlijnen komen tot stand door het uitpluizen van wetenschappelijke publicaties over aandoeningen en behandelingen. Overal ter wereld verrichten specialisten en wetenschappers onderzoek naar de oorzaak en behandeling van aandoeningen. Hierover publiceren ze in wetenschappelijke tijdschriften. “De mensen die zich buigen over een behandelrichtlijn, bundelen al die publicaties. Ze beoordelen de kwaliteit van elk onderzoek en gebruiken de resultaten. Dat mondt uit in adviezen en richtlijnen voor de orthopedisch chirurg. Een arts zal zich daaraan houden, tenzij hij goede redenen heeft om dat niet te doen. Want zoals gezegd, is elke patiënt met zijn aandoening en in zijn omstandigheden uniek.”

het internet te vinden, bijvoorbeeld van pa­tiënten­verenigingen en van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging1. De patiënt is daardoor goed op de hoogte en wordt een beter geïnformeerde gesprekspartner voor de orthopeed.” Hij benadrukt dat deze informatie van internet altijd algemeen van aard is. “De situatie is voor elke patiënt anders. Daarom is het gesprek

Van Oosterhout geeft het voorbeeld van iemand die zich op het spreekuur meldt met chronische pijn in de schouder. “Een man. Bouwvakker. Vijftig jaar. Slijtage is de oorzaak van de pijn. Door het stenen sjouwen. Wat doe je dan?” Van Oosterhout schetst de opties: “Eerst stellen we de diagnose. Dan volgt het besluit over de behandeling. “Een behandeling met injecties is mogelijk. Maar fysiotherapie kan ook, met een bewegingsprogramma. Rust is ook nog

Internet: algemene informatie Wat kun je als patiënt verwachten

tussen de patiënt en de behandelaar zo belangrijk. Dan wordt duidelijk wat voor iedere patiënt, met zijn eigen wensen en verwachtingen, wel en niet mogelijk is.”

“Patiënten weten vaak heel goed wat ze willen”, merkt Van Oosterhout in zijn spreekkamer. “Er is veel informatie op

‘Hardlopen of wandelen

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


een optie. Ik kan, in overleg met de patiënt, soms bovendien besluiten tot een operatie. Of een cocktail uit die opties adviseren. De richtlijnen geven mij achtergrondinformatie over de voor- en nadelen. In overleg met de patiënt bepalen we dan wat het beste is. Zo werken de richtlijnen mee aan de kwaliteit van orthopedische zorg.” Nieuw: vragenlijst voor de patiënt

Orthopedisch chirurg Frank van Oosterhout (staand) bekijkt röntgenfoto’s van zijn patiënten, samen met collega’s. Samen kritisch kijken. Dat is óók kwaliteitszorg.

orthopedie houdt nederland in beweging

Nog nieuw in de gezondheidszorg, en dus in de orthopedie, is de vragenlijst2. Patiënten zullen steeds vaker vragenlijsten voor zich krijgen. Door deze in te vullen, ontstaat een goed beeld van de mening en de ervaring van een patiënt, en van groepen patiënten. Van Oosterhout: “Iemand die een heupprothese krijgt, vult voorafgaand aan de operatie en verscheidene keren daarna een vragenlijst in. Zo kunnen we volgen of de verwachtingen van die patiënt zijn uitgekomen. En als heel veel patiënten die vragenlijsten invullen, dan weten we

beter of deze behandeling effectief is.” Van Oosterhout benadrukt nog maar eens dat een behandeling alleen succesvol is als de patiënt dat zo beleeft. “Wij kunnen een operatie technisch gezien wel als ‘geslaagd’ betitelen. Maar wat écht telt is de ervaring van de patiënt: na een paar weken, na een paar maanden en na jaren.” Doordat het werken met deze vragenlijsten betrekkelijk nieuw is, laten de resultaten nog even op zich wachten. “Maar over enkele jaren beschikken we over vele tienduizenden ingevulde vragenlijsten. Daarmee hopen we veel nieuwe kennis op te doen over de effectiviteit van ons werk. Hoe tevreden zijn onze patiënten direct na de operatie en vele jaren daarna? Deze informatie stuurt ons bij verdere kwaliteitsverbetering van de orthopedische zorg.”  www.zorgvoorbeweging.nl en www.mijnbesteheup.nl 2 Lees ook de column op pagina 41. 1

47


Cijfers & Weetjes

Ren naar de

5 miljoen Volgens de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) lopen 4 miljoen Nederlanders hard. En de groei lijkt er nog niet uit. Hardlopen kan immers bijna overal, hoeft niet meer te kosten dan een paar goede schoenen en i­edereen doet ’t in zijn eigen tempo

Oh, en meldden we al dat je je er fit en gezond door voelt?

Bewegen traint ook ons afweer­ systeem, maar bij griep (koorts, spierpijn en/ of verhoogde hartslag) is het beste:

rust

Hoe fit blijft u door traplopen? Reken maar uit, u verbruikt:

aantal minuten traplopen

Als een knieband scheurt komen in het gewricht allerlei reacties op gang. In de knie ontstaat zo een heuse klimaatsverandering. Wetenschappers onderzoeken dit om de behandeling te verbeteren

48

x uw lichaamsgewicht x 0,13 (in kg)

Weegt u 72 kg en loopt u in 5 minuten naar uw werkplek op de tweede verdieping, dan verbruikt u per keer traplopen: 72 x 5 x 0,13 = 46,8 kcal. Neemt u per werkdag vier keer de trap, dan verbruikt u per dag 187,2 kcal. Per volledige werkweek is dat maar liefst: 936 kcal = 364 gram roomijs, bijna 5 porties

Minder gewicht op het gewricht uitstel/afstel operatie als beloning Overgewicht drukt zwaar op gewrichten. Pijnklachten en slijtage kunnen het gevolg zijn. Het goede nieuws is dat gewichtsvermindering een zeer gunstig effect heeft op deze klachten. Een gewrichtsvervangende operatie kan er zelfs door worden uitgesteld – of afgelast. Dat deze mooie beloning veel mensen mag motiveren om hun overgewicht aan te pakken!

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


Er was eens … … een tijd dat sport en een chronische ziekte niet samen leken te gaan. Rust was het devies. Inmiddels weten we beter! Bas van der Goor, voormalig topvolleyballer, heeft diabetes. Met zijn stichting nodigt hij mensen met diabetes uit sportief actief te worden. Sport maakt de behandeling namelijk aangenamer en helpt complicaties te voorkomen: voor een lang en gelukkig leven

Het internationale symbool van de orthopedie is een kromgegroeide, jonge boom die dankzij een paal rechtop blijft

 www.bvdgf.org

Een volwassen skelet telt ongeveer 206 botten. Maar een baby heeft wel

350 botten Een aantal botten groeit aan elkaar

Orthopedisch chirurgen zijn er voor mensen met klachten aan hun steun- en bewegingsapparaat

In rust gaat

20%

van ons bloed naar de spieren

orthopedie houdt nederland in beweging

Bij inspanning loopt dat op naar

80%

Zonder zwaartekracht minder spier en bot Astronaut André Kuipers verbleef zes maanden in het internationale ruimtesta­ tion ISS. Daar voerde hij allerlei experimenten uit. Zelf is hij ook proefkonijn. De afwezigheid van zwaartekracht bleek een zware wissel te trekken op zijn spieren en coördinatie. Lees maar wat hij na zijn terugkeer op aarde schreef op zijn ESA-blog (post 9 juli 2012): “Daarnaast is een groot deel van de tijd ingeruimd voor fitnessoefeningen en fysiotherapie. Mijn spieren zijn duidelijk verslapt na de vlucht en mijn coördinatie is slecht, dus ik moet oefeningen doen om ze sterker te maken.” Zeer waarschijnlijk landden Kuipers en zijn collegaastronauten ook met osteoporose: zonder zwaartekracht krijgen onze botten veel minder prikkels om nieuw bot aan te maken

49


Weer in beweging

‘H

et was een raar gevoel. Tijdens het maken van een judoworp bleef mijn been staan, in plaats van mee te bewegen. Toen ik probeerde te staan, zakte ik er gewoon doorheen. Zakken ijs erop en met krukken naar het ziekenhuis. Ik was toen 17 jaar oud en judode bij Kenamju in Haarlem. Een fanatiek baasje, kun je zeggen. In het ziekenhuis bleek dat de voorste van de twee kruisbanden doormidden was. Zo’n kruisband zorgt voor een verbinding tussen het boven- en onderbeen, in je knieholte. Ik had als het ware ineens een paar losse elastieken in mijn kniegewricht. Als die klem komen te zitten in je gewricht, gaat je knie op slot. Daarom zijn een paar weken na het incident die

losse eindjes tijdens een kijkoperatie weggeknipt. Na een revalidatie van drie maanden leek het pro­bleem opgelost. Je kunt namelijk zonder voorste kruisband, ook als sporter. Met krachttraining is het vaak mogelijk om je bovenbeenspieren gericht te trainen. Dan zijn ze sterk genoeg om voor een stabiel gewricht te zorgen. Maar tijdens mijn studie en zeker nadat ik een baan kreeg, sportte ik minder fanatiek. Daardoor nam de spierkracht af: mijn knie werd minder stabiel en meer kwetsbaar. Als ik mijn knie weer zou verdraaien, zou bijvoorbeeld het kraakbeen in het gewricht beschadigd kunnen raken. Vandaar dat ik toch tot een reconstructie besloot.

Fysiotherapeut Wouter Rill (23)

‘Die voorste kruisband heb ik toch wel nodig’

50

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


Tijdens een tweede kijkoperatie maakte de orthopedisch chirurg een nieuwe voorste kruisband. Daarvoor gebruikte hij het pezige deel van de hamstrings – een groep spieren aan de achterkant van het dijbeen. Dat vind ik bizar knap: daar was alleen een sneetje van een paar centimeter voor nodig, vlak onder knie. De revalidatie was pittig en duurde al met al bijna negen maanden. Maar mijn knie is nu weer honderd procent stabiel, voelt weer aan zoals vóórdat ik geblesseerd raakte. En gelukkig zijn er nog geen beschadigingen van het kraakbeen gevonden.’  zorgvoorbeweging.nl, voor meer informatie over de kruisbandreconstructie.

orthopedie houdt nederland in beweging

51


Opmerkelijk Orthopedie

op weg naar kraakbeenherstel

het lab kweekt kogellagers Beschadigd of versleten kraakbeen? Dan sta je er niet best op. Het doet pijn en is behalve met pijnstillers eigenlijk niet te behandelen. Wie er heel veel last van heeft, kan soms niet meer voor- of achteruit. Vaak is het plaatsen van een prothese dan de enige uitweg. “Maar dat gaat echt veranderen”, zegt prof. dr. Daniël Saris stellig. Hij is orthopedisch ­chirurg en leidt als hoogleraar in het UMC Utrecht diverse onderzoeken.

Kraakbeen is de kogellager van een gewricht. Het bedekt de uiteinden van de botten met een gladde laag. Als het is beschadigd of verdwenen, dan loopt het gewricht vast. Bovendien groeit kraakbeen nauwelijks aan: weg is weg. Dat komt doordat kraakbeen weinig cellen bevat en die zijn nodig voor nieuw weefsel. Boven­ dien is kraakbeen slecht doorbloed.

prikkelen onderzoekers. Ze willen het toch voor elkaar krijgen. Ze willen het lichaam helpen om beschadigd kraakbeen te herstellen. Saris licht twee van deze methoden toe. De eerste methode gaat uit van een ‘trucje’ dat een genezingsproces in het lichaam uitlokt. De tweede maakt gebruik van het opkweken van kraakbeencellen buiten het lichaam. Dit heet celtherapie.

Twee belangrijke methoden Dergelijke moeilijke omstandigheden

Littekens als kraakbeen De eerste methode voorziet nog niet

in écht kraakbeenherstel en is alleen geschikt voor geringe beschadigingen. De orthopedisch chirurg maakt microscopisch kleine gaatjes in het kraakbeen, tot in het aansluitende bot. Deze zogeheten microfracturen veroorzaken kleine bloedingen. Het lichaam start het proces van wondgenezing en er ontstaat littekenweefsel van het kraakbeen. Deze kraakbeenlittekens geven het kraakbeen zijn functie grotendeels terug. Cellen in therapie De tweede techniek gaat veel verder. Want hoewel celtherapie ook vooral geschikt is voor geringe beschadigingen, leidt het wel tot echt herstel van het kraakbeen. Zoals gezegd bevat kraakbeen slechts weinig cellen. Maar het blijkt mogelijk om die cellen uit het overgebleven, gezonde kraakbeen te halen. Buiten het lichaam,

Beschadigd kraakbeen­weefsel herstel nauwelijks. Voor hoogleraar Daniël Saris en zijn team vormt dat een uitdaging. Zij willen het lichaam helpen bij het herstelproces. Saris heeft grote verwachtingen van celtherapie: “Deze therapie is al bewezen succesvol voor jonge mensen met een beperkte beschadiging in hun knie.” Onderzoek moet de techniek verder verbeteren.

52

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


Column

Het belang van onderzoek

in een laboratorium, vermeerderen ze zich. Dat gebeurt onder gecontroleerde omstandigheden die de celdeling en groei stimuleren. Na terugplaatsing in bijvoorbeeld een knie, kan daar nieuw kraakbeen groeien. Het lab kweekt dus de cellen die nodig zijn voor herstel van de kogellagers in het lijf. Bewezen succesvol Daniël Saris geeft leiding aan onderzoeksprogramma’s op dit gebied. Hij zegt: “De celtherapie is al bewezen succesvol voor jonge mensen met een beperkte beschadiging in hun knie.” Onderzoek moet deze therapie verder verbeteren. “In de komende vijftien jaar willen we óók doorbreken met celtherapie voor mensen met artrose. Dat zal voor sommige patiënten in de toekomst betekenen, dat zij geen prothese nodig hebben.” Daarbij denkt hij in de eerste plaats aan jongere mensen. Het plaatsen van een prothese bij hen is minder gewenst, vanwege de beperkte levensduur van prothesen. De volgende doorbraak is al aanstaande. “Nu nog zijn twee operaties nodig: de eerste keer moeten we cellen uit het lichaam halen, later plaatsen we ze terug. We werken aan een methode waarin we de celtherapie in één behandeling kunnen toepassen. Minder belastend voor de patiënt én goedkoper.” Celtherapie kan in bepaalde gevallen nu al rekenen op goedkeuring van de zorgverzekeraars. Dat is het begin van een doorbraak, en een compliment voor de visie van de minister en beleidsmakers, vindt Saris.

orthopedie houdt nederland in beweging

Voordat een jonge arts zich ­orthopedisch chirurg mag noemen, moet hij of zij tijdens de opleiding onderzoek doen en daarover publiceren. Waarom is dat zo belangrijk? Omdat artsen nieuwsgierig moeten zijn en blijven. Zo vinden we als artsen nieuwe mogelijkheden om patiënten te helpen en hen sneller te laten herstellen. Het publiceren en presenteren kan bovendien weer leiden tot vervolgonderzoek. Zo werken wij naast onze dagelijkse beroepspraktijk aan voortdurende kwaliteitsverbetering. Traditiegetrouw gebeurt veel onderzoek in academische ziekenhuizen. Op orthopedisch gebied wordt daar bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de vorming van kraakbeencellen, naar het herstel van kraakbeenletsels en naar het gedrag van botcellen na een breuk. In de algemene ziekenhuizen wordt vaker onderzoek gedaan naar het effect van bepaalde ingrepen bij patiënten. Dat maakt het mogelijk om de resultaten van verschillende behandelmogelijkheden met elkaar te vergelijken. Wat is onder welke omstandigheid de beste behandelmethode? Ook hier geldt dat het publiceren en presenteren van de onderzoeksresultaten vaak weer voedingsbodem biedt voor vervolgonderzoek. En dat leidt tot betere behandelmogelijkheden voor de patiënt. Goed onderzoek heeft één nadeel: het kost veel geld. Vaak hebben ziekenhuizen een bepaald budget gereserveerd in hun begroting. Gelukkig zijn er ook aanvullende fondsen, zoals ZonMw en Stichting Anna Fonds|NOREF. De overheid en de zorgverzekeraars betalen ook vaak mee. Zij zien in dat onderzoek nodig is: voor de dokter, die kritisch kijkt naar zijn eigen handelen en voor de patiënt, die een zo ­optimaal mogelijke behandeling verdient. Dr. Jan van Mourik, Orthopedisch chirurg in het Máxima Medisch Centrum, Eindhoven en Veldhoven.

53


Patiëntenorganisaties

De pluspunten van een ­patiëntenvereniging

2

Relevante informatie Wie gezond is van lijf en leden, denkt niet aan ziekten, aandoeningen of patiëntorganisaties. Of soms toch even: als de collectant voor de deur staat. Dan schraap je wat munten uit de portemonnee en ga je weer over tot de orde van de dag. Dit verandert als je zelf wordt geconfronteerd met een ziekte of aandoening. Dan laten de plus­punten van een patiëntenvereniging zich gelden.

54

1

Kennis en ervaring delen Gedeelde smart is halve smart. Patiën­ten­organisaties zijn bijna alle­ maal ontstaan vanuit de behoefte om onderling in contact te komen en ervaringen uit te wisselen. Al dan niet thematische ontmoetingsdagen waren en zijn populair. De Nederlandse Vereniging van Rugpatiënten, bijvoorbeeld, houdt maandelijkse inloopmiddagen op wel veertien locaties in het land. De nieuwe media bieden nieuwe mogelijkheden. Neem bijvoorbeeld de HME-MO Vereniging Nederland. HMEMO is een zeldzame skeletaandoening: de kans dat je lotgenoten hebt als buren is heel klein. Facebook en Hyves bieden uitkomst. De vereniging heeft lotgenotengroepen aangemaakt met een forum: de vragen en antwoorden vliegen je om de oren, mensen delen belevenissen met een lach en een traan.

Orthopedisch chirurgen geven natuurlijk veel informatie Ze vinden het belangrijk dat hun patiënten veel weten over hun aandoening, de behandel­ mogelijkheden en het toekomst­ perspectief. In die gedachte past ook de informatie­verstrekking door patiëntenorganisaties. Sommige van die organisaties beleggen informatiebijeenkomsten waar medisch specialisten presentaties geven en vragen beantwoorden. Vrijwel alle patiëntenverenigingen beschikken bovendien over een adviesraad met medische experts; leden kunnen die experts raadplegen. Omdat de interactie met de dokter zo belangrijk is, heeft de Nederlandse Vereniging van Rugpatiënten een kaartje gemaakt met tips voor vóór en tijdens het bezoek aan de arts. Een handige coach in zakformaat. Praktisch zijn ook overzichten van behandelaars, methoden en locaties, wachttijden en kwaliteit. De Vereniging van Scoliosepatiënten heeft zo’n overzicht gemaakt op haar website. De meeste verenigingen geven nieuwsbrieven uit, digitaal of op papier, met nieuwtjes over behandelmethoden, medicijnen en vergoedingen over hulpmiddelen. Kortom: alles wat een patiënt wil weten. Soms worden ook boeken uitgegeven: de Poly-artrose Lotgenoten Vereniging vroeg 27 lotgenoten hun verhaal op te schrijven en bundelde die verhalen in het boek ‘Artrose. Wat nu?’ Films (dvd) en internet zijn ook veelgebruikte media.

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


4

Staan voor kwaliteitsverbetering

3

Opkomen voor belangen Veel patiëntenorganisaties spannen zich in om de zakelijke en medische belangen van hun leden te behartigen bij bijvoorbeeld zorgverzekeraars en de overheid. Aan de behandeling van een chronische ziekte hangt vaak een sinister prijskaartje. Ook kunnen deze ziekten ingrijpende sociale gevolgen hebben, zoals verlies van werk en inkomen. Patiëntenorganisaties treden vaak op als een discussiepartner of onderhandelingspartij over zaken als de wettelijke eigen bijdrage voor medische behandelingen, hulpmiddelen en medicijnen. De patiëntenorganisaties volgen de politiek met argusogen en zitten Kamerleden soms op de huid.

Soms nemen patiëntenorganisaties initiatieven om te komen tot verbetering van medische resultaten. Zo heeft de Nederlandse Vereniging Klompvoetjes in de afgelopen jaren veel aandacht gevraagd voor een kindvriendelijke behandelmethode van klompvoetjes. Door veelvuldig te hameren op de resultaten van internationaal onderzoek, gesteund door enkele orthopedisch chirurgen, is die nieuwe behandeling nu hard op weg de standaard te worden in ons land*. Een ander voorbeeld is de HME-MO Vereniging Nederland: deze vereniging doet regelmatig een beroep op haar leden om aan wetenschappelijk onderzoek mee te werken. En mede op aandringen van deze Vereniging is besloten tot landelijke centralisatie van de klinische behandeling voor deze aandoening in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam. De vereniging onderhoudt bovendien contacten met behandel- en onderzoekscentra in het buitenland.

 Op www.zorgvoorbeweging.nl vindt u links naar patiëntorganisaties voor ­mensen met een orthopedisch probleem. Aan dit artikel werkten mee: Nederlandse Vereniging van Rugpatiënten www.ruginfo.nl Vereniging van Scoliosepatienten www.scoliose.nl HME-MO Vereniging Nederland www.hme-mo.nl Poly-artrose Lotgenoten Vereniging www.poly-artrose.nl Nederlandse Vereniging Klompvoetjes www.klompvoet.nl

* Lees ook het artikel over Mees Soontiens op pagina 34.

orthopedie houdt nederland in beweging

55


Weer in beweging

Sportliefhebber Henk Greveling

‘De Mont Ventoux zou prachtig zijn’

56

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


orthopedie houdt nederland in beweging

57


Weer in beweging

Het verleggen van grenzen loopt als een rode draad door zijn leven. Ook toen Henk Greveling (55) door knieblessures en artrose afstand moest nemen van vrijwel al zijn sportactiviteiten – en zijn werk. Dankzij twee knieprothesen schuiven de grenzen ­langzaam terug. “Het zou mooi zijn de Mont Ventoux op te fietsen.”

A

l op zijn zestiende had Henk Greveling last van zijn knieën. “Ik kom uit een nest met een mentaliteit van aanpakken en hard werken. Ik vond sport bovendien erg leuk. Dus ging ik altijd door. Ook als ik blessures had. Op mijn achttiende had ik een gescheurde meniscus. Door die zwakke knieën hoefde ik niet in militaire dienst – dat kwam goed uit. Luttele weken later lukte het me wel om de test te halen voor mijn

studie aan het CIOS, de sportopleiding in Heerenveen.” Vaste orthopedische klant

Voetbal, korfbal, handbal, basketbal, volleybal: Henk vond alles mooi. “Maar op

mijn drieëntwintigste kon ik eigenlijk de trainingen niet meer aan. Ik had altijd vocht in mijn knieën. Toen al begon het proces waarbij ik de activiteiten waar ik van hield, geleidelijk moest gaan loslaten. De grens schoof steeds verder op in mijn nadeel.”

Gezamenlijke afweging

“Patiënt en dokter moeten elkaar leren kennen”, aldus dr. Bart Burger, de orthopedisch chirurg van Henk Greveling. “Je moet als dokter kunnen inschatten wie iemand is, welke activiteiten iemand wil ondernemen en hoe hij in het leven staat. Dan kun je, zoals met Henk, samen de afweging maken tussen kwaliteit van leven nu en risico’s later. Niet elke patiënt opent zijn ogen voor die mogelijke risico’s en kan een welbewuste keus maken. Na een tijdje vergeet je namelijk dat je een prothese hebt, zo goed is die. Dat is een compliment voor de orthopedie en tegelijkertijd de valkuil voor de patiënt. Hoe lang een prothese meegaat? Ik zeg: hoe lang doe je met een autoband? Scheur je bij elk verkeerslicht weg en neem je de bochten snel, dan is hij eerder aan vervanging toe.”

58

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


Door de jaren heen onderging Henk zo’n acht ingrepen in zijn beide knieën. Van meniscusoperatie tot complete kruisbandreconstructies. Hij werd een vaste klant van orthopedisch specialisten. Uiteindelijk was actieve sportbeoefening nagenoeg uitgesloten, voor zover die zijn benen belastte. Het lukte nog wel om zijn werk als sportleraar uit te oefenen bij een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. “Maar ook daar stond ik door de toenemende klachten meer langs de zijlijn dan me lief was.” Niet goed naar knieën geluisterd

“Ik bleef toch sporten. Ik ging bijvoorbeeld kanoën, daar heb je je knieën

‘Ik kies voor kwaliteit van leven nú’ nauwelijks voor nodig. Lange afstanden, tot wel 140 kilometer op een dag. En ik ging kanopolo spelen. Een balsport hè? Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.” Een dag wandelen deed pijn. Een middag winkelen eveneens. Traplopen werd een opgave. “Altijd waren er die typische slijtagekenmerken: warm, schurend en met een stijf gewricht. Dikke knieën van de vochtophoping. Al die blessures hebben niet geholpen om de artrose tegen te gaan. Ik heb gewoon niet zo goed geluisterd naar mijn toch al kwetsbare knieën.” Een nieuw beroep

In 1995 was het schrikken geblazen. “Als

orthopedie houdt nederland in beweging

je zo doorgaat, zit je binnen een paar jaar in een rolstoel”, zei de orthopeed tegen Henk. “Ik zag mijn werk als sportleraar in gevaar komen. Daarom ben ik een nieuwe beroepsopleiding gaan doen. Nu geef ik psychomotorische therapie aan kinderen.” Zicht op meer

Henk was eigenlijk veel te jong voor het plaatsen van knieprothesen. “Die dingen slijten en hebben een levensduur van vijftien tot twintig jaar. De kans bestaat dus dat ik ze een keer moet laten vervangen. Dat kan problemen geven”, weet Henk. “Maar gelukkig heeft de orthopedisch chirurg de risico’s van later willen afwe-

gen tegen de kwaliteit van leven nú.” Op 12 juli 2011 kreeg Henk zijn linker knieprothese en op 13 december in dat jaar zijn rechter exemplaar. “Die tussentijd was nodig voor herstel.” Inmiddels klust hij aan zijn huis en maakt hij weer wande­lingen, zonder dat het na afloop pijnklachten geeft. “Maar dat fanatieke sporten hoeft niet meer. Van hardlopen en balsporten heb ik lang geleden afstand gedaan. Ik ben heel blij met een nagenoeg pijnloos leven. ­Fietsen is voor de gewrichten niet erg belastend. Een racefiets zie ik wel zitten. Voor ­tochtjes van vijftig of zestig kilometer. En de Mont Ventoux op, dat zou prachtig zijn.”

59


Opmerkelijk orthopedie

behandeling aangeboren heupafwijkingen

korter en minder ingrijpend In ons land worden jaarlijks onge­ veer drieduizend kindjes geboren met een heupafwijking: heup­ dysplasie (90%) of heupontwrich­ ting (10%). De behandeling is zowel voor het kind als voor de ouder veel minder belastend dan vroeger. Meestal volstaat een spreidbroek en wanneer het nodig is, zijn er ­effectieve operatiemethoden.

Bij aangeboren heupdysplasie is het heupgewricht van een of beide benen niet goed ontwikkeld. Direct na de geboorte valt dat nog niet zo op. “Het komt meestal aan het licht bij het eerste bezoek aan het consultatiebureau. Bij zo’n standaardonderzoek ontdekt de

Prof. dr. Jan Visser: “Een spreidbroek die makkelijk aan en uit kan, is prettiger voor het kind en voor de ouders.” De spreidbeugel houdt de kop van het bovenbeen in het midden van de kom. Door de druk van de kop ontwikkelt zich een betere, diepere kom. Zie de tekeningen rechtsboven: heup B verbetert tot heup A.

60

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


dokter dan de beperking van de beweeglijkheid van één of beide bovenbeentjes”, zegt prof. dr. Jan Visser. Hij is bijzonder hoogleraar kinderorthopedie aan de Rijksuniversiteit Groningen en auteur van verscheidene boeken over problemen bij het bewegingsapparaat van kinderen.

Heupkop vormt de heupkom Aangeboren heupdysplasie is een lichte afwijking, waarbij de kom van het heupgewricht te ondiep is. Bij jonge kinderen is de behandeling vaak eenvoudig. Een spreidbeugel houdt de kop van het bovenbeen in het midden van de kom. Door de druk van de kop ontwikkelt zich een betere, diepere kom. Visser: “Ik vergelijk het met het drukken van je vuist in de klei: de kom vormt zich om de kop.” Ernstiger, en zeldzamer, is een aangeboren heupontwrichting. Dan is de kom soms zelfs zo vlak, dat de kop er gemakkelijk uitschuift. Als dat tijdig wordt ontdekt, liefst voor de leeftijd van een half jaar, dan is behandeling met de al genoemde spreidbeugel vaak ook succesvol. Bij 80 procent van de patiëntjes lukt dat. Alleen opereren als het echt moet Er blijft een kleine groep kinderen over bij wie de orthopedisch chirurg de heupkop onder narcose handmatig in de kom plaatst. Hierbij volstaat een nabehandeling met een gipsbroek van drie maanden. “Vroeger was dat vaak zes tot negen maanden”, aldus Visser. Soms is een aanvullende operatie nodig. “Daarbij maken we de heupkom dieper, zodat de kop er beter in past.” Na zo’n operatie is ook een gipsbroek nodig, maar dan voor een kortere periode: zes weken. Minder slijtage en op hogere leeftijd De praktijkervaring van Visser wijst uit

orthopedie houdt nederland in beweging

A

B

C

D

dat de resultaten sterk zijn verbeterd. “Heupdysplasie kan de slijtage van het heupgewricht versnellen. Nog niet zo lang hadden heel veel mensen met heupdysplasie al rond hun vijftigste levensjaar een ernstig versleten heup. Door de verbeterde behandeling is dit aan het verschuiven: minder ernstige slijtage en op hogere leeftijd.” Kindvriendelijker behandelingen De verbetering van het behandelresultaat gaat hand in hand met een vermindering van het ongemak voor kind en ouders. Ook hier ontbreken keiharde cijfers, maar de praktijkervaringen wijzen het uit. Visser: “Er zijn tegenwoordig spreidbroeken die gemakkelijker aan en uit kunnen. Een luierverschoning is daardoor geen worsteling meer.” En de gipstechnieken zijn sterk verbeterd. Meestal worden nu

Op deze tekeningen ziet u een rechter heupgewricht: de kop van een rechterdijbeen in de kom van de rechterhelft van het bekken. A Normaal heupgewricht. B Heupdysplasie: de kom is te ondiep waardoor de kop er niet helemaal in past. C Gedeeltelijke heup­­ ont­wrichting (subluxatie):  de kop steunt tegen de rand van de kom. D Heupontwrichting (luxatie): de kop ligt geheel buiten de kom. Door de druk van de kom op het bekken is zelfs een nieuwe, ondiepe kom gevormd.

kunststofmaterialen gebruikt: lichter en hygiënischer dan gips. Nog beter worden Voor Visser en zijn collega-kinderorthopeden is én blijft het een van de uitdagingen om de behandelresultaten nog verder te verbeteren. Visser pleit ervoor de operatieve behandeling van aangeboren heupontwrichtingen in Nederland te concentreren in bijvoorbeeld drie tot vijf ziekenhuizen. Zulke complexe heupproblemen bij kinderen zijn immers zeldzaam, zowel voor huisartsen als voor orthopeden. “Als we die operaties concentreren, krijgen minder artsen meer te doen. Dat leidt zonder twijfel tot nog betere zorg.”  www.zorgvoorbeweging.nl, voor meer informatie over aangeboren heupdysplasie.

61


Orthopedie Overzee

Ontwikkelingslanden: wie niet beweegt, doet niet mee Tientallen orthopedisch chirurgen uit Nederland hebben zich verbonden aan projecten in ontwikkelingslanden. Een aantal van hen vertelt in dit artikel over hun bijzondere werk, onder al even bijzondere werkomstandigheden. Lees hoe relatief eenvoudige orthopedische ingrepen de levens van kinderen en volwassenen compleet veranderen.

van boekenwurm tot voetballertje De elfjarige Ketut uit Singaraja op Bali kan weer lachen. Door een aangeboren afwijking kan hij zijn rechterknie niet of slecht strekken. Toch beweegt hij zich weer soepel over straat en speelt hij naar hartenlust. Orthopedisch chirurg Huub van der Heide en revalidatiearts dr. Mirjam de Haart hebben hem een fraai hulpstuk bezorgd.

Vier patiĂŤntjes, vijf klompvoetjes en twee O-benen. Dat is dubbel resultaat. Van links naar rechts: Johanna (4), Sukreni (10) Kadek (4) en Komang (8). Ze hebben hun operaties achter de rug en zien het herstel helemaal zitten.

62

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


“Zijn gebogen knie past er precies in.” Ketut is één van de voorbeelden die orthopedisch chirurg Huub van der Heide aandraagt uit zijn werk voor de stichting High5Rehab. Die stichting houdt op het Indonesische eiland Bali een revalidatiecentrum draaiende. Om precies te zijn in de Noord-Balinese stad Singaraja. “In Ketuts knie zit maar 30 graden functie. Hij krijgt zijn been niet gestrekt. Daardoor kon hij niet met de bus mee of op een brommer. Voor een amputatie is het te vroeg, omdat hij nog niet is uitgegroeid. Kortom, we moesten Ketut in beweging houden. Later, als hij volwassen is, kan hij zelf besluiten over een eventuele amputatie in combinatie met een goede prothese.” Voor Ketut is met zijn prothese een nieuwe wereld opengegaan. Spelen op straat met andere kinderen lukte niet, op school werd hij gepest en hij werd noodgedwongen een boekenwurm. Nu gaat hij met zijn moeder naar de markt, doet boodschappen en voetbalt zelfs met zijn vriendjes. Er is één nadeel: zijn uitmuntende schoolprestaties lijden er een beetje onder. Was hij altijd de beste van de klas, nu is hij nog ‘maar’ nummer drie. “Maar hij heeft wel een veel leuker leven”, weet Huub van der Heide. Geen rotleven voor Johanna

Een leuker leven ligt ook in het verschiet voor de vierjarige Johanna. Haar vader strompelde met twee klompvoeten bij de kliniek naar binnen. Niet voor zichzelf, maar voor zijn dochter die ook een

‘Hij vroeg me zijn dochter te helpen’ klompvoet had. Van der Heide: “Hij vroeg me zijn dochter het rotleven te besparen dat hij zelf had moeten leiden. Een intelligente man, die door zijn handicap werd gepest en zich belemmerd zag in

orthopedie houdt nederland in beweging

zijn ontwikkelingsmogelijkheden. Dat wilde hij zijn dochter allemaal besparen. Gelukkig heb ik Johanna kunnen helpen. De moeilijkheid zat in het benodigde gipsverband na de operatie. Het klinkt eenvoudig, maar zie dat in de regentijd maar eens droog te houden. Daarnaast is ze een temperamentvol en beweeglijk kind en was ze bang voor de operatie. Maar haar vader bleef haar op haar gemak stellen.”

Ketut poseert met zijn oude én zijn nieuwe prothese. Hij kan zijn linkerbeen niet strekken, maar met zijn nieuwe prothese kan hij toch meedoen met zijn leeftijdsgenootjes.

Een taboe op afwijkingen

In buitenlandse culturen zijn reacties op aangeboren aandoeningen zoals een klompvoet, soms moeilijk te voorspellen, zegt Van der Heide. “Zoals bij de vierjarige jongen wiens klompvoet een taboe was voor zijn ouders. De aandoening werd verstopt voor de omgeving. Bovendien had de familie geen geld voor een operatie. Uiteindelijk zien ze dat de situatie lastiger

63


Orthopedie Overzee

en lastiger wordt voor hun kind en zoeken ze toch hulp. Zo’n uitgestelde diagnose gebeurt vaker. Maar juist bij een klompvoet moet je zo snel mogelijk met de behandeling beginnen.” Ondanks de moeilijkheden is het mooi werk, benadrukt Van der Heide. “Veel van de operaties zorgen voor een belangrijke levensverandering. Dat geeft veel voldoening.”  www.high5rehab.org

‘in afrika zie je waar de orthopedie vandaan komt’ Dagelijkse stroomuitval. Gebrek aan medische instrumenten. Tekort aan medicijnen. Het beeld dat we in Nederland hebben van medische zorg in Afrika is niet rooskleurig en wordt deels bepaald door stereotypen. Het is echter maar een deel van het verhaal. Er zijn ontwikkelingen die hoop geven. Daaraan leveren Nederlandse orthopedisch chirurgen als vrijwilliger een belangrijke bijdrage. Heleen Staal, orthopedisch kinderchirurg, is één van hen. Naast haar vaste werk in Nederland heeft ze er een gewoonte van gemaakt om jaarlijks meerdere weken actief te zijn in het buitenland. In het verleden kwam ze onder meer in Zuid-Amerika, tegenwoordig is ze vaak in het Afrikaanse land Ghana. “Het ziekenhuis waar ik werk, heeft een bijzondere band opgebouwd met het orthopedisch ziekenhuis St. John Hospital in centraal Ghana. We gaan er geregeld heen, ook met orthopedisch chirurgen in opleiding.” Meedoen of niet

Een orthopedische ingreep in een ontwikkelingsland betekent vaak het verschil tussen kunnen bewegen of niet. ‘Niet bewegen’ betekent ‘niet meedoen’, waardoor het vrijwel onmogelijk is om een eigen inkomen te verwerven. Bovendien is het lastig om een partner te vinden. Afhankelijkheid van anderen en bedelen zijn vaak de enige mogelijkheden voor overleven. Maar een relatief eenvoudige ingreep is veelal voldoende om een orthopedisch probleem te verhelpen. “Daarmee kun je dus een onvoorstelbaar positief effect teweeg brengen. Dat motiveert mij enorm”, zegt Staal. De orthopeed leert ook

De omstandigheden in het Afrikaanse ziekenhuis verschillen hemelsbreed met de high-tech-omgeving waarin Staal normaal werkt. “Daarom stimuleren we dat onze orthopeden in opleiding naar het St. John

64

‘Onze basis: armen en benen recht maken’

Hospital gaan. Als ze daar een aantal weken operaties uitvoeren, leren ze te werken op een basale manier.” Dat beaamt Sjef Arts, zesdejaars orthopedisch chirurg in opleiding. “In Nederland is veel aandacht voor allerlei specialismen, maar in Ghana heb ik gezien wat orthopedische basiszorg betekent voor mensen. Dat is heel leerzaam, omdat je ziet waar ons vak in de basis vandaan komt. Wij maken mensen recht, hun benen, hun armen. Dat kan vaak met relatief eenvoudige ingrepen, waarbij we weliswaar precies werken, maar wel op ons eigen oog moeten vertrouwen. Er zijn geen geavanceerde instrumenten die ons helpen, je moet het helemaal zelf doen. Ongelooflijk leerzaam.” “Het St. John Hospital is uniek, omdat het volledig is toegesneden op orthopedie en revalidatie”, vervolgt Arts. “Ik heb er verkeersslachtoffers geholpen die al weken met een gebroken enkel rondliepen. Of je helpt mensen met ernstige

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


De wachtkamer in het Ghanese St. John Hospital zit eigenlijk altijd vol. Het is het enige in orthopedie gespecialiseerde ziekenhuis van het land. Veel patiënten zijn dagenlang onderweg voor medische ­behandeling, vaak met gebroken ledematen of ontstoken wonden.

beelden kennen wij niet meer. Helpen zodat iemand zichzelf kan redden, dat is geweldig. Dan zeur je er niet over als die persoon misschien nog mank loopt. Het verschil in kwaliteit van leven is duidelijk. Daar komt bij dat behandeling niet vanzelfsprekend is, al kent Ghana wel een soort collectieve ziektekostenverzekering. Maar daarmee ben je nog niet geholpen. Op een bevolking van 21 miljoen mensen kent Ghana 30 orthopedisch chirurgen. Mensen moeten vaak dagen reizen om bij het ziekenhuis te komen.”  www.orthopedieghana.nl

Werkgroep Orthopedie Overzee ‘Kennis overdragen en coachen’

ontstekingen in het botvlies. Het tropisch klimaat in combinatie met gebrekkige hygiëne leidt gemakkelijk tot infecties. Na een paar weken keek ik toch anders naar mijn werk thuis. Ik kan me mijn eerste werkdag goed herinneren. Een patiënt wilde beslist bij het raam liggen. Dan besef je dat wij hier verwend zijn en enorm hoge eisen stellen.” Mank beter dan kruipen

Heleen Staal: “Je ziet er patiënten met aandoeningen en verminkingen die in Nederland bijna niet meer voorkomen. Kinderen met een klompvoet worden in Nederland direct behandeld. Polio kennen wij amper meer, maar in ontwikkelingslanden zorgt het nog altijd voor ernstige verminkingen. Ledematen staan soms krom of knieën buigen de verkeerde kant op. Soms kunnen mensen niet lopen of niet eens staan. Dan gaan ze dus kruipend door het leven. Zulke

orthopedie houdt nederland in beweging

Om het werk van Nederlandse orthopedisch chirurgen in het buitenland goed te structureren, is in 2011 de Werkgroep Orthopedie Overzee opgericht. Het is een werkgroep binnen de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV). De werkgroep is ook aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Tropische Geneeskunde.  Oud-voorzitter Ger Olijhoek is gepensioneerd orthopedisch chirurg met een langdurige tropenervaring. “Er is een toenemende behoefte aan onderlinge kennisoverdracht.” Hoe meer kennis ergens aanwezig is, hoe belangrijker de kritische blik naar onze westerse kennisbijdragen, meent Olijhoek. “De nadruk ligt daardoor steeds meer op het coachen van de ­collega’s en artsen in opleiding ter plaatse.” Op veel plekken in de wereld ontbreekt nog steeds basiszorg. “Daar is het noodzakelijk dat we blijven zorgen dat gebroken benen worden recht gezet, dat heupen worden gerepareerd en dat infecties worden bestreden. Ook dan is het belangrijk dat we de kennis hierover aan dokters en verpleegkundigen overdragen.” Naast deze NOV-Werkgroep staat de Stichting Orthopedie Overzee. Deze Stichting maakt het mogelijk dat ook minder in het oog springende projecten doorgaan, dat orthopedisch chirurgen de juiste scholing krijgen en dat projecten de benodigde opvolging krijgen. De Stichting ondersteunt momenteel projecten in Malawi, Oeganda, Ghana, Kameroen, Tanzania, Congo-Brazzaville, Indonesië, de Filipijnen en Peru.  Uw bijdrage is welkom op rekeningnummer 64.42.69.820 t.n.v. Stichting Orthopaedie Overzee te B-3520 Zonhoven. De Stichting heeft de ANBI-erkenning van de Nederlandse belastingdienst: uw gift is onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar van uw belastbaar inkomen.

65


Voor u

alstublieft!

een cadeau voor u, namens uw orthopedisch chirurg Ongetwijfeld staat u wel eens stil bij ‘bewegen’. Misschien staat ‘bewegen’ voor u voor: meedoen, zelfstandig zijn, genieten van uw omgeving, uw grenzen opzoe­ ken, mobiel zijn en uw eigen weg kiezen, … Problemen met botten, gewrichten, pezen en/of spieren belemmeren dit.

kunnen blijven. Het effect hiervan is groter dan dit in eerste instantie lijkt. Want ieder van ons heeft familie en/of vrienden, is lid van een club of vereniging, doet betaald of vrijwilligerswerk, et cetera. Kortom: als iemand binnen de eigen mogelijkheden optimaal kan bewegen, heeft dat

ook effect op de activiteiten met familie en vrienden, vergroot het de mogelijkheden om actief te zijn in de club en vereniging, en beïnvloedt dat ook zaken op de werkvloer. Trots op orthopedie

De orthopedisch chirurgen zijn trots op

Orthopedie is het medisch specialisme dat zich richt op het verminderen en, liefst, oplossen van dergelijke problemen aan het steun- en bewegingsapparaat. Als u bij een orthopedisch chirurg komt, kunt u erop rekenen dat hij of zij luistert naar uw verhaal, met u uw wensen en verwachtingen bespreekt, nader onderzoek doet en met u doorneemt welke behandelingen mogelijk zijn. Uw orthopedisch chirurg is uw partner in zorg en deelt met u hetzelfde doel: dat u zo goed en snel mogelijk weer zoveel mogelijk kunt doen wat u wilt. Zorg voor beweging: gezamenlijke ­inspanning

De orthopedisch chirurg zorgt voor beweging. Daar is zijn of haar medische opleiding op gericht (zie pagina 30) en daar zet de orthopeed zich samen met alle collega’s voor in (zie pagina 6). Maar het is een gezamenlijke inspanning met u. Als ook u zorgt voor beweging, houdt u uw lichaam zo fit mogelijk. ‘Orthopedie houdt Nederland in beweging’

Dit is het motto van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV). Haar leden, de orthopedisch chirurgen, zorgen er als medisch specialisten voor dat mensen weer in beweging komen, en in beweging

66

zorg voor beweging | jaarmagazine 2013


hun vak. Ze vertellen er graag over, zoals u merkt in deze uitgave. Het vak is volop in ontwikkeling. Verbetering van de kwaliteit van zorg is daarbij belangrijk (pagina 46) én natuurlijk een verdere verbetering van de resultaten. De ontwikkeling van prothesen voor de verschillende gewrichten (pagina 12), de introductie van kijkoperaties (artroscopie; pagina 40) en de verbeterde behandeling van heupdysplasie bij kinderen (pagina 60) laten zien dat in de afgelopen decennia heel veel is verbeterd. En de ontwikkelingen gaan verder, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de artikelen over het eerder en beter herkennen van kinderfracturen (pagina 22), over trainen als voorbereiding op een operatie (pagina 32) en over het herstel van versleten kraakbeen (pagina 52). Zes verhalen van patiënten schetsen per­soonlijke ervaringen en geven u een

goed beeld van hoe orthopedie zorgt voor beweging.

COLOFON

wil weten over heupprothesen; www.youtube.com/user/zorgvoorbeweging - korte films en animaties; www.orthopeden.org - de NOV-organisatiewebsite.

Zorg voor beweging Jaarmagazine 2013 wordt u aangeboden door de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV), ook namens uw orthopedisch chirurg.

Zorg voor beweging staat onder inhoudelijke verantwoordelijkheid van de NOV Redactie, onder auspiciën van de NOV Commissie Communicatie en het NOV bestuur.

Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) Bruistensingel 128 5232 AC ’s-Hertogenbosch T +31 (0)73 700 34 10 nov@orthopeden.org www.orthopeden.org

Vormgeving: Sjaak Lakerveld, Graaf Lakerveld Vormgeving, Culemborg Fotografie: Werry Crone, Utrecht; Bastiaan Heus/Hollandse Hoogte (cover); David Rozing/ Holland­se Hoogte (p.18 en achterzijde); NEFEMED ­(Biomet Inc.) (p. 28/29); Jan Roorda (p. 39); Sharon-Dewi Stolp (p. 39); Huub van der Heide (p. 62/63) en Heleen Staal (p. 64) Illustratie: Dr. Jan Douwes Visser en dr. Minne Heeg: Een consult kinderorthopedie 2. 2008. (p. 61)

Zie de NOV-websites: www.zorgvoorbeweging.nl - informatie over aandoeningen, behandelingen en orthopedie; www.mijnbesteheup.nl - site voor iedereen die meer

orthopedie houdt nederland in beweging

De orthopeed en de medische industrie

Orthopedisch chirurgen voorzien in een optimale en toegewijde patiëntenzorg. Voor het verder bevorderen en verbeteren van de patiëntenzorg is een goed samenwerkingsverband met de medische industrie belangrijk. De NOV verlangt in dezen van haar leden de hoogste mate van integriteit, professioneel en ethisch gedrag. Dat staat vastgelegd in een professionele standaard, een gedragscode. Voor Zorg voor beweging maakt de redactie gebruik van de kennis en kunde binnen de medische industrie, zoals bij het artikel over de productie van prothese­stelen. De NOV benadrukt dat alle artikelen vallen onder de redactionele onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid.

Informatie en achtergronden

Als u behoefte heeft aan informatie over het steun- en bewegingsapparaat, over (uw) klachten of aandoening en moge­lijke behandelingen, dan geeft uw be­handelend orthopedisch chirurg antwoord op uw vragen. Buiten de consulten om kunt u altijd terecht op de informatieve website van de NOV: www.zorgvoorbeweging.nl. Bent u vooral geïnteresseerd in informatie over totale heupprothesen, ga dan naar www.mijnbesteheup.nl. Op www.youtube.com/user/zorgvoor­ beweging bekijkt u alle korte films en animaties. Elke orthopedische maatschap heeft ook een eigen website: uw orthopedisch chirurg informeert u hierover.

Teksten: Jos Steehouder, Qua Tekst, Culemborg; NOV Eindredactie: NOV Druk: Drukkerij Damen, Werkendam Oplage: 40.000 ISSN: 1876-6765 © 2012 Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de NOV. Het Zorg voor beweging Jaarmagazine 2013 is mede mogelijk gemaakt door de orthopedische industrie.

67


Orthopedie houdt Nederland in beweging

‘Zorg voor beweging’ wordt u aangeboden door:

Bruistensingel 128 | 5232 AC ’s-Hertogenbosch | T 073 700 34 10 | F 073 700 34 19 nov@orthopeden.org | www.orthopeden.org | www.zorgvoorbeweging.nl | www.mijnbesteheup.nl

Zorg voor beweging Jaarmagazine 2013  

Patiëntinformatie van de orthopedisch chirurg

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you