P³ | #11 Herfst - Winter 2020

Page 1

#11 2020

HERFST-WINTER

STEEDS VOORBEREID OP NIEUWE BESMETTELIJKE ZIEKTEN

EMMANUEL BOTTIEAU, EXPERT TROPISCHE GENEESKUNDE

EN


COLOFON Verantwoordelijke uitgever Marc-Alain Widdowson Hoofdredacteur Ildikó Bokros Eline Dhaen Redactiecomité Ildikó Bokros Nico Van Aerde Eline Van Meervenne Louise O’Connor Lay-out Toech communicatiebureau Fotografie Astrid Bultijnck, Jessica Hilltout *P³ - de kern van het ITG in één letter

Vertalingen Serv-U

Wij werken aan het verbeteren van de gezondheid wereldwijd door het uitvoeren en toepassen van wetenschappelijk onderzoek.

Contact communicatie@itg.be +32 (0)3 247 07 29

Onze innovatieve en interdisciplinaire inspanningen gaan uit van Pathogenen (Departement Biomedische Wetenschappen), Patiënten (Departement Klinische Wetenschappen) en Populaties (Departement Volksgezondheid). ITG-onderzoekers werken aan een beter begrip van tropische ziekten en ontwikkelen hiervoor verbeterde diagnose-, behandelingsen preventiemethoden. Anderen bestuderen de organisatie en het management van de gezondheidszorg en ziektebestrijding in regio’s waar de nood hoog is maar de middelen beperkt zijn. We focussen ook op de gezondheid van dieren en bestuderen daarbij vooral ziektes die op de mens overdraagbaar zijn.


#11 2020

HERFST-WINTER

Beste lezer, Hoe anders ziet de wereld eruit in vergelijking met zes maanden geleden! Ons vorige nummer verscheen begin maart, en de wereld staat sindsdien op zijn kop door COVID-19. We zijn gestopt met elkaar de hand te schudden, elkaar te kussen of te knuffelen. We bedekken onze gezichten met maskers. We houden fysieke afstand, zelfs van onze naasten. We begonnen massaal thuis te werken. We wassen onze handen 40 seconden lang, ongeveer 50 keer per dag, beperken onze activiteiten en proberen ons aan te passen aan het 'nieuwe normaal', niet alleen fysiek maar ook mentaal. We wachten en hopen op een vaccin en een effectieve behandeling. Voor de meesten van ons is dit alles wat we kunnen doen. Maar voor velen bij het ITG is COVID-19 hun nieuwe baan geworden. Deze P³-editie staat in het teken van SARS-CoV-2 en pandemieën in het algemeen, en van de mensen die erbij betrokken waren. Van artsen die op zoek zijn naar behandelingen, van virologen die onderzoek doen naar de ontwikkeling van vaccins. Van laboranten die in laboratoria de diagnose COVID-19 stellen, en tientallen collega's die tot laat in de nacht mondmaskers naaiden voor het voltallige ITG-personeel. Van onderzoekers die bestuderen hoe COVID-19 invloed heeft op potentieel kwetsbare groepen in Antwerpen, onze thuisbasis. En hoe we voor onszelf kunnen zorgen, in tijden van crisis. Blijf veilig en veel leesplezier! Het redactiecomité

# VOORWOORD

1



4 5 10 15 18 22 24 26 29

ITG-CIJFER COVERVERHAAL: “ALTIJD VOORBEREID OP NIEUWE INFECTIEZIEKTEN” - DR. EMMANUEL BOTTIEAU DEELT ZIJN ERVARINGEN MET DE PANDEMIE HET NIEUWE CORONAVIRUS EN ANDERE RESPIRATOIRE VIRUSSEN: WAT MOET JE WETEN IN HET OOG VAN EEN PANDEMIE: ALUMNIINZICHTEN VANUIT DRIE CONTINENTEN WELKE IMPACT HEEFT COVID-19 OP POTENTIEEL KWETSBARE GROEPEN IN ANTWERPEN? FOTOVERHAAL: POSITIEF OF NEGATIEF? COVID19-DIAGNOSE REWIND: HET LEVEN ZOALS HET WAS … IN DE REISKLINIEK PORTRET: ILSE MAES DE LIJST: TIPS VAN ITG'ERS OM DE LOCKDOWN DOOR TE KOMEN

© De inhoud van deze publicatie mag niet volledig of gedeeltelijk gereproduceerd worden zonder de uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. Foto’s in deze publicatie werden genomen met het volledige begrip, deelname en toestemming van de geportretteerden. De beelden geven de afgebeelde situatie waarheidsgetrouw weer met de bedoeling de lezer de mogelijkheid te geven een beter beeld te vormen van ons werk. Disclaimer: Het grootste deel van de artikelen is geschreven in juni-juli 2020. # INHOUDSOPGAVE

3


# ITG CIJFER

Het aantal maskers genaaid door 25 enthousiaste ITG-medewerkers voor alle collega’s van het Instituut. Het project is begin mei van start gegaan en een maand later waren de maskers klaar voor distri-

butie. Hun doel was om drie maskers per medewerker te maken - en dat is gelukt! Lees meer over deze ambitieuze onderneming in tijden van corona op pagina 26.


ALTIJD VOORBEREID OP NIEUWE INFECTIEZIEKTEN Collega Emmanuel Bottieau maakt sinds midden maart als expert deel uit van de Belgische taskforcegroep rond de behandeling voor COVID-19patiënten. Interviews geven aan verschillende media hoort daar helemaal bij. Maar zelf bekijkt hij die media-aandacht vrij nuchter. ‘Part of the job’ noemt hij het. Al 20 jaar geeft dr. Bottieau het beste van zichzelf in het ITG en sinds 2012 leidt hij de Dienst Tropische Geneeskunde. “We kijken heel aandachtig naar wat er in de wereld gebeurt, zodat we terugkerende reizigers met een tropische ziekte goed kunnen helpen en behandelen. Initieel was COVID-19 een tropische ziekte en daarom volgen we sinds 6 december alles erover op. Toen in Italië steeds meer gevallen opdoken was het duidelijk dat een COVID-19-pandemie geen ver-vanmijn-bed-show meer was.” Om de twee jaar breekt er een nieuwe infectieziekte uit, en gemiddeld om de honderd jaar groeit die uit tot een ernstige pandemie. “Zo zeldzaam is de situatie. Normaal zal ik geen nieuwe pandemie meer meemaken. Hopelijk. Want ik geef toe dat ik in mijn achterhoofd altijd voorbereid ben op de uitbraak van een infectieziekte. Ik hou mijn hart vast als er

een nieuwe ziekte is en we nog niet weten wat de verspreiding ervan is.” Samen met vier externe collega’s schreef dr. Bottieau de Belgische richtlijnen voor de behandeling van patiënten met COVID-19. “We volgden alle nieuwe wetenschappelijke publicaties op en filterden de informatie zodat Belgische artsen die konden gebruiken om patiënten te genezen. We hadden nog niet samengewerkt, maar het lukte goed. Guidelines schrijven betekent erg wikken en wegen met woorden, zodat de richtlijnen zo duidelijk mogelijk zijn. Dat is niet altijd evident. Soms moet je ook een beslissing nemen zonder hard bewijs te hebben. Ondertussen krijgen we alsmaar meer informatie en kunnen we patiënten veel gerichter helpen. Een recente studie uit het Verenigd Koninkrijk geeft bijvoorbeeld aan dat een lichte dosis cortizone toedienen aan zeer zwaar zieke patiënten goede effecten heeft.” Dr. Bottieau schreef ook mee aan de behandelingsrichtlijnen voor zikapatiënten voor de Hoge Gezondheidsraad. “Het grote verschil met toen? De snelheid waarin alles nu moest gebeuren. Elke dag opnieuw verschenen er nieuwe publicaties. Op drie maanden tijd brachten we 12 correcties aan in de guidelines. Dat is elke week een hernieuwde versie! Zoveel en hard voor een guideline heb ik nog # COVER STORY # COVERVERHAAL

5


“

We werden gevraagd als all-roundexperten om de bevolking toe te spreken, maar eigenlijk bekijkt elke expert de situatie vanuit zijn of haar eigen invalshoek. Ik kijk naar een infectieziekte met het oog op de behandeling.


niet gewerkt.” Het resultaat -een document van 20 pagina’s- mag er zijn. Hoewel zijn ogen nog vol vuur en pit zitten, geeft dr. Bottieau toe dat hij nood heeft aan vakantie. De voorbije periode was pittig: behalve de guidelines schrijven, waren er tegelijkertijd ook de vele persoptredens in Waalse en Vlaamse media. ‘Part of the job’, noemt hij het. Ook bij het zikavirus en andere infectieziekten die in het verleden de kop opstaken draafde hij op als expert. “Wat me nu wel opviel is dat er vroeger meer journalisten werkten met een medische achtergrond. We werden gevraagd als all-round-experten om de bevolking toe te spreken, maar eigenlijk bekijkt elke expert de situatie vanuit zijn of haar eigen invalshoek. Ik kijk naar een infectieziekte met het oog op de behandeling. Het heeft lang geduurd eer de pers dat doorhad.”

leners hebben kritische periodes zonder mondmaskers gekend. Los van COVID-19 zien ze ook patiënten met andere infectieziekten zoals tbc of een zware griep. Ik denk dat we echt iets aan de mindset moeten doen, en we in de opleidingen voor geneeskunde daar meer aandacht voor moeten hebben. Maar ik ben ervan overtuigd dat dat zal komen.” “Ook is het niet goed om helemaal afhankelijk te zijn van andere landen voor de productie van mondmaskers. We hebben veel geluk gehad dat de epidemiegolf in China op dat moment al was gaan liggen. Anders hadden we geen maskers gehad.” BIO » Professor en hoofd van de Dienst Tropische Geneeskunde van het ITG (sinds 2012).

“Op vragen over het virus zelf, of de algemene volksgezondheid kunnen bijvoorbeeld Marc Van Ranst of Steven Van Gucht meer vertellen. Maar journalisten verwachtten wel dat we op alles konden antwoorden, ook als die vragen buiten ons vakgebied traden. Daardoor ontstond er soms verwarring en misverstanden bij de bevolking. Soms moet je durven zeggen dat je het niet weet, maar mensen worden daardoor angstig. Nu is het onderscheid tussen alle experten wel wat duidelijker voor de pers, heb ik het gevoel.”

» Behaalde een doctoraat aan de Universiteit Antwerpen met een thesis over koorts na verblijf in de tropen (2007).

Of dr. Bottieau zaken heeft bijgeleerd de voorbije maanden? “Constant. Maar waar ik als infectioloog het meeste van ben geschrokken? Dat zorgverleners géén mondmaskers hadden. Huisartsen, zorgpersoneel in ziekenhuizen en woonzorgcentra: alle groepen van zorgver-

» Werkte voor Artsen zonder Grenzen België (1989-1993) in Ethiopië, de Filippijnen, Mozambique, Nicaragua en Burundi.

» Trad in dienst bij het Departement Klinische Wetenschappen van het ITG in 1999. Is betrokken bij de klinische activiteiten van de ITG polikliniek en het UZA. » Specialiseerde zich in algemene geneeskunde (1993-1994, Université Catholique de Louvain) en inwendige geneeskunde (1994-1999, Universit Libre de Bruxelles).

» Studeerde af als arts aan de Université Catholique de Louvain (1988). # COVERVERHAAL

7


HET NIEUWE CORONAVIRUS EN ANDERE RESPIRATOIRE VIRUSSEN: WAT JE MOET WETEN Een diepte-interview met Kevin Ariën (professor virologie) en Pierre Dorny (professor helminthologie) over de COVID-19-pandemie en andere epidemieën: verleden, heden en toekomst. We hoorden de voorbije maanden vaak dat virologen ons ”al jaren waarschuwden dat er een pandemie zat aan te komen”. Is dit wat je verwachtte?

Kevin Ariën: Respiratoire virussen zijn grote kanshebbers om uit te groeien tot een pandemie: corona-, influenza- en paramyxovirussen hebben allemaal het potentieel om zich pandemisch te verspreiden. De voorbije 100 jaar werd de verspreiding van epidemieën vergemakkelijkt door maatschappelijke veranderingen. Ten tijde van de Spaanse griepepidemie in 1918, bestond de wereldbevolking uit zo’n 1,7 miljard mensen, waarvan de meesten op het platteland woonden en zich te voet of met paard en kar verplaatsten. Momenteel zijn we met


bijna 8 miljard, hebben we commerciële luchtvaartmaatschappijen, grootschalige verstedelijking en enorme veranderingen in reizen en handel. In China zijn er 15 steden met meer dan 10 miljoen inwoners. Onze steden, en de wereld in het algemeen, zijn dichter bevolkt en meer met elkaar verbonden. Ook het leefgebied van dieren verkleint waardoor er toenemende interactie is tussen wilde dieren en de mens. Coronavirussen zijn al meerdere malen overgegaan van dier op mens. Deze pandemie is dus helemaal geen verrassing voor virologen. Hoe zit het met griepvirussen? Griepvirussen zijn eveneens grote kanshebbers om een pandemie te veroorzaken. Sinds 1918 zijn er trouwens al een aantal ernstige griepepidemieën geweest, zoals de Mexicaanse griepepidemie van 2009, de Russische griep in 1977 en de Hongkonggriep in 1968. De H5N1variant van de vogelgriep is vooralsnog een zichzelf uitdovende infectie bij de mens, omdat ze nog niet makkelijk overgaat van mens-op-mens, maar virussen evolueren voortdurend. Alarmerend is echter dat het sterftecijfer van sommige types vogelgriep kan oplopen tot ongeveer 30% bij de mens. Het is dan ook niet toevallig dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) griepvirussen bij dieren en mensen nauwlettend in de gaten houdt. Dit soort virussen worden meestal overgedragen door watervogels, maar er zijn nogal wat gevallen van besmet pluimvee in China en Europa. Om een verdere verspreiding van griepvirussen zoals H5N1 naar en in pluimvee te voorkomen en eventu-

ele overdracht naar de mens in de kiem te smoren, vond er een massale ruiming plaats. Hetzelfde gebeurde in nertsenkwekerijen in Nederland, waar een groot aantal dieren positief testten op COVID-19. Interessant is dat griepvirussen verschillende receptoren gebruiken om in de luchtwegen van vogels en mensen binnen te dringen. Bij vogels veroorzaken ze vooral maag- en darminfecties, maar bij mensen presenteren ze zich als respiratoire infecties. De meeste vogelgriepvirussen zijn echter slecht aangepast om onze menselijke luchtwegen te infecteren en zich te verspreiden. Varkens hebben receptoren voor het virus van zowel mensen als vogels en zijn daarom echte 'mengvaten,' waar vogel-,

Coronavirussen zijn al meerdere malen overgegaan van dier op mens. Deze pandemie is dus helemaal geen verrassing voor virologen.

varkens- en menselijke griepstammen genetisch materiaal kunnen uitwisselen en op die manier een heel nieuw virus creëren. Deze virussen kunnen potentieel gevaarlijk worden voor de mens. Je had het ook over paramyxovirussen. Wat zijn dat? Paramyxovirussen veroorzaken bekende menselijke ziekten zoals bof en mazelen. Andere paramyxovirussen zoals het hendravirus (HeV) en het nipahvirus (NiV) tastten recent mens en vee aan in Aus9


tralië en Zuidoost-Azië. Beide virussen zijn besmettelijk, zeer virulent en kunnen dodelijk zijn voor de mens. Nipah wordt overgedragen door vleermuizen, eerst op varkens, die het vervolgens overdragen op de mens. Hendra, eveneens verspreid door vleermuizen, infecteert eerst paarden en tenslotte mensen. Laten we het eens hebben over vaccins en mogelijke behandelingen, want daar kijkt de wereld reikhalzend naar uit. Waarom duurt de ontwikkeling van een vaccin zo lang? Laat ons het productieproces van het vaccin tegen seizoensgebonden griep als voorbeeld nemen. Wereldwijd heeft de WHO een 100-tal studiesites, waar men het hele jaar de circulatie van griepstammen, en de genetische samenstelling ervan in de bevolking, in de gaten houdt. Op basis van die informatie bepaalt de WHO vervolgens een vaccinsamenstelling. Bedrijven hebben 6 tot 8 maanden nodig om voldoende vaccins te produceren tegen de tijd dat het griepseizoen hier aanvangt. Zeer waarschijnlijk blijft het virus in die tussentijd muteren. Op het moment dat het griepseizoen toeslaat, is het virus mogelijk verder geëvolueerd van de voor het vaccin gebruikte stam, waardoor vaccins geen of slechts suboptimale bescherming bieden. Veel bedrijven blijven vertrouwen op technologieën uit de jaren 1950 voor de ontwikkeling van griepvaccins. Men injecteert het griepvirus in embryonale kippeneieren, dat zich vervolgens vermenigvuldigd en waaruit de vaccinstam gehaald wordt. Je hebt ongeveer één ei nodig voor één dosis vaccin. Je kan je zeker wel voorstellen wat een logistieke onderneming dit is.

Er zijn ook andere, efficiëntere recombinante technologieën, maar de grote vaccinproducenten hebben zwaar geïnvesteerd in het proces op basis van eieren, dat vaccinproductie mogelijk maakt tegen gunstige prijs en winstmarges. Er is dan ook weinig animo om het productieproces te veranderen. Als we evenwel vaccins willen produceren voor de hele wereldbevolking, vereisen onze ontwikkelingsstrategieën en productieprocessen een paradigmaverschuiving. Het maken van vaccins voor een nieuw opkomende ziekteverwekker, zoals SARS-CoV-2, is nog steeds iets van een hogere categorie. Eerst moet je de basisprincipes van de nieuwe ziekteverwekker bestuderen en begrijpen welke eiwitten/ antigenen sterke en beschermende immuunreacties uitlokken. Vervolgens moet je deze antigenen beschrijven, ze formuleren als een vaccin, de juiste diermodellen ontwikkelen voor preklinische evaluatie, fase 1- en 2-klinische studies uitvoeren om de veiligheid van de vaccins te beoordelen en tenslotte dienen grootschalige fase 3-klinische studies uitgevoerd om de werkzaamheid te beoordelen. Tegelijkertijd moet de productiecapaciteit worden opgeschaald om aan de vraag te voldoen. Dit proces kost tijd, veel tijd. Voor COVID-19 belooft men ons een vaccin binnen 12 tot 18 maanden, maar weet dat dit een ongezien succes zou zijn. En we hebben het nog niet eens gehad over de politieke en maatschappelijke uitdagingen om dit vaccin beschikbaar te maken voor iedereen die het nodig heeft, inclusief de armste bevolkingsgroepen op deze planeet.


Hoe zit het met antivirale middelen? Voor hiv duurde het vele jaren om ze te ontwikkelen. Vaccins zullen er waarschijnlijk zijn voordat een effectieve behandeling wordt ontdekt. We weten dat sommige mensen hydroxychloroquine (HC) toegediend kregen in Belgische ziekenhuizen en dat dit een gunstig effect leek te hebben. Internationaal is er echter veel discussie over het gebruik van HC en grootschalige studies hebben geen enkel nut van HC aangetoond voor de behandeling van COVID-19. HC is geen coronavirus-specifieke behandeling: oorspronkelijk is het een malariamedicijn. Ook Remdesivir, een breedspectrum antiviraal middel, werd getest tijdens de ebola-uitbraak en leek de hersteltijd te verkorten. Het middel lijkt ook actief tegen ernstige gevallen van COVID-19. Hiv-medicatie, die inderdaad vele jaren nam om te ontwikkelen, is een zeer specifiek combinatie-

Kevin AriĂŤn

medicijn, dat het ervoor zorgt dat het virus zichzelf niet repliceert - het past even perfect als een sleutel in een slot. Zulke coronavirus-specifieke medicijnen zijn momenteel niet beschikbaar en het zal meerdere jaren vergen om ze te ontwikkelen. Natuurlijk staat de geneeskunde nu veel verder dan honderd jaar geleden. Ten tijde van de Spaanse griep zou de toen nog niet ontdekte antibiotica veel mensen gered hebben van bacteriĂŤle longontsteking, de fatale secondaire infectie. De wereldbevolking zal in 2020 wellicht niet gedecimeerd worden door dit coronavirus, maar we moeten alert blijven ten aanzien van andere bekende en nog opduikende virussen, die een constante bedreiging vormen voor de mondiale volksgezondheid. De wetenschappelijke wereld, epidemiologen en virologen leren veel van deze uitbraken, en elke dag meer over dit nieuwe coronavirus.

11


Vertel ons eens wat meer over de rol van intermediaire gastheren in zoรถnosen. In het geval van COVID-19 kregen vleermuizen eerst de schuld, maar opeens doken ook schubdiertjes op in het verhaal. Pierre Dorny: Dat is een van de mogelijkheden. Het zou kunnen dat het SARSCoV-2-virus niet direct van vleermuizen op mensen overgebracht werd, maar dat de transmissieketen een zogenaamde tussenliggende gastheer kreeg. Dit is niet ongewoon: in het geval van MERS waren het kamelen, en voor SARS civetkatten. Schubdiertjes zijn kleine zoogdieren, volledig bedekt met schubben om roofdieren af te weren. In sommige delen van de wereld, bijvoorbeeld in China of Ghana, wordt hun vlees beschouwd als delicatesse. Hun schalen worden ook gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde. Ze zijn vergelijkbaar met wat Europeanen verstaan onder wild vlees: denk aan everzwijn of hert dat in de herfst op het menu van veel restaurants prijkt. Op dezelfde manier worden civetkatten in sommige gemeenschappen gegeten als bushmeat. Kamelen leven in nauw contact met mensen in het Midden-Oosten als vee: er zijn kamelenboerderijen, kamelenraces, enz. Intermediaire gastheren kunnen fungeren als vectoren voor virussen om hun definitieve gastheer te bereiken en virussen kunnen bepaalde mutaties ondergaan in die intermediaire gastheren. Ze passen zich voortdurend aan.

Is de definitieve sluiting van de versmarkten, plaatsen waar het coronavirus zou ontstaan zijn, een oplossing? Een sluiting tijdens de huidige pandemie helpt natuurlijk. Maar in veel landen van de wereld is het kopen van een levend dier of het laten slachten op de markt de enige garantie op vers vlees. Schubdiertjes zijn een bedreigde soort, maar ze zijn populair, dus het is waarschijnlijk dat de handel erin ondergronds verdergaat. In grote delen van Afrika hebben mensen gewoon geen andere keuze dan wilde dieren te blijven jagen, voor eiwitten. Bushmeat vindt ook zijn weg naar Europa, voor verkoop op de zwarte markt. Zolang mensen de leefgebieden van wilde dieren inpalmen, neemt de kans op contact toe. Intensieve landbouw in de buurt van dieren, versnelt overdracht van ziekten via de lucht. We moeten zorg dragen voor het milieu en beseffen dat we deel zijn van een groter ecosysteem: onze toekomst hangt ervan af.

Pierre Dorny


IN HET OOG VAN EEN PANDEMIE: ALUMNIINZICHTEN VANUIT DRIE CONTINENTEN ITG-studenten komen van alle uithoeken van de wereld. Deze verscheidenheid laat het ITG toe om deze waaier aan standpunten, inzichten en lokale en internationale kennis te verwerken in zijn wetenschappelijk en cultureel weefsel. Ondanks de lockdown ging deze internationale kennisuitwisseling ongestoord verder, zelfs tijdens de piek van de pandemie dit voorjaar. Onze alumni scherpten hun ervaringen aan en deelden hun inzichten met de grotere ITG-familie via een reeks alumni-webinars. P3 praatte met drie sprekers, uit Afrika, AziĂŤ en Latijns-Amerika, over hun ervaringen tijdens de pandemie en hun hoop voor de toekomst.

Toen we in juni met haar spraken, was de druk van de pandemie, zelfs telefonisch, voelbaar. Ze sprak over haar 12-uren-werkdagen, zeven dagen op zeven, die nog maar net iets draaglijker zijn geworden. Als projectmanager van het COVID-19responsproject zat ze al geruime tijd in het oog van de storm. Een storm die ze sinds januari 2020 zag aankomen toen het aantal COVID-19-gevallen in China geleidelijk toenam.

DR. SOLOME OKWARE, OEGANDA, AFRIKA Solome Okware is arts en behaalde een Master of Science in Public Health - International Health aan het ITG. Sinds januari 2019 is ze aan de slag bij het Ministerie van Volksgezondheid van de Republiek Oeganda in Kampala als senior technisch gezondheidsadviseur van het Infectious Diseases Institute (IDI) van de Makerere University. 13


Tijdens deze stressvolle maanden was ze verantwoordelijk voor het algemeen projectmanagement, de ontwikkeling van richtlijnen voor casemanagement, infectiepreventie en -bestrijding en gezondheid en veiligheid van gezondheidswerkers. Ze nam actief deel aan het Incident Management Team van de Oegandese COVID-19-taskforce en gaf bovendien ook advies over strategieën voor gemeenschapstoezicht en de continuïteit van essentiële gezondheidsdiensten. Hoewel de huidige storm nog niet is uitgeraasd voor Solome, vragen we haar toch naar haar toekomstverwachtingen voor het einde van dit jaar en 2021. "Zoals op zoveel andere plaatsen in de wereld heeft de pandemie niet enkel veel barsten in ons zorgsysteem blootgelegd maar ook ongelijkheden in de samenleving met betrekking tot toegang tot zorg. Ik hoop dat dit zal leiden naar meer aandacht en betere dienstverlening voor kwetsbare groepen." "Ik hoop ook van harte dat onze medeburgers de boodschappen van de ministerie hebben gehoord en inzien dat ze medeverantwoordelijk zijn voor hun eigen bescherming tegen dit virus. In de nabije toekomst zullen we met het virus moeten leren leven. Ik hoop dat iedereen inziet dat de mogelijkheden van de overheid begrensd zijn, m.b.t. het stoppen van de verspreiding van dit virus en dat elkeen een belangrijke rol heeft in de veiligheid van zichzelf en die van anderen."

DR. PRASHANTH N SRINIVAS, BENGALURU, INDIA Vol vuur vertelt Prashanth N Srinivas over de naamsverandering van ‘Bangalore’, een koloniaal overblijfsel, naar het lokale woord Bengaluru. Dat is geen verrassing want Prashanth speelt een leidende rol in het Health Equity-clusterteam aan het Institute of Public Health in Bengaluru. Net als de andere twee geïnterviewden is ook hij arts en zoals Solome, behaalde hij een Master in Public Health aan het ITG tijdens zijn sandwich-doctoraat aan het ITG en de Katholieke Universiteit Leuven, via de ITG-sandwich-PhD-track. Hij leidt een onderzoekssite in het zuiden van India en dankzij een beurs van de DBT/Wellcome Trust India Alliance, bestudeert hij volksgezondheidsproblemen in inheemse gemeenschappen in zowel het zuiden als het noordoosten van India. Deze groep werd indirect getroffen door het coronavirus, als gevolg van de grote aantallen voornamelijk jonge mannen wiens levensonderhoud letterlijk van de ene dag op de andere wegvielen door de gevolgen van de lockdown. Prashanth zegt dat zijn hoop en focus liggen op een holistische aanpak: "De pandemie toont aan dat gezondheid nauw verbonden is met andere sociale systemen. Gastarbeiders zijn de ruggengraat van de Indiase economie, maar komen niet voor in ons beleid en onze planning. De pandemie dwong ons hun problemen te erkennen. Hun inkomen voedde gezinnen in afgelegen gebieden. Door dit inkomensverlies doken er allerlei problemen op gerelateerd aan afkickverschijnselen bij mensen met een


chronisch drankprobleem die plots geen geld meer hadden om hun verslaving te ‘voeden’. Ook chronisch zieken kregen geen behandeling meer. Deze toch al moeilijke kwesties werden acute problemen tijdens de COVID-19-interventies. Mijn hoop is dan ook dat dit alles de noodzaak van basisgezondheidszorg gefinancierd door de overheid op de kaart heeft gezet." "Als we hiernaar kijken door de One Health-bril, zie je hoe we gewoon het hele

systeem moeten aanpakken. We weten intussen dat het virus wordt overgedragen van dier op mens en dat dit gegeven kan gelinkt worden aan de manier van landgebruik, de teloorgang van de leefomgevingen en andere oorzaken van klimaatverandering. Ik denk dat, als we niet kiezen voor een systeem-brede aanpak, dezelfde problemen steeds weer zullen opduiken. Ik hoop oprecht dat we systemische lessen trekken uit deze hele ervaring en echte veranderingen realiseren.

15


DR. AQUILES R HENRÍQUEZTRUJILLO, ECUADOR, LATIJNSAMERIKA Aquiles R Henríquez-Trujillo is huisarts, professor en onderzoeker bij de One Health Research Group, Universidad de las Américas. Hij volgde Short Course in Clinical Research & Evidence Based Medicine (SCREM) aan het ITG. Dit voorjaar werd Ecuador bestempeld als het Latijns-Amerikaanse epicentrum van de COVID-19-epidemie. Ook hier werden de ongelijkheden, het versnipperde karakter van het gezondheidszorgstelsel en het gebrek aan toegang tot gezondheidszorg duidelijk zichtbaar. Aquiles en zijn team aan de universiteit werkten letterlijk dag en nacht aan de productie van COVID-19-tests voor kwetsbare bevolkingsgroepen zoals

gedetineerden en inheemse stammen uit het Amazonegebied. Zijn hoop voor de toekomst? "De crisis bewees dat er geen mondiale solidariteit is als het gaat om de levering van hoognodige apparatuur tijdens de pandemie. Landen hamsterden bestanddelen voor testen, reagentia en primers en persoonlijke beschermingsuitrusting en beademingstoestellen. Ik hoop dat we de capaciteit kunnen ontwikkelen om deze zaken lokaal te produceren en niet langer afhankelijk te zijn van geïmporteerde technologie. Dat is waar we momenteel aan werken in het team van de universiteit, we focussen vooral op het testen. Dat is mijn taak voor de nabije toekomst, want ik zie de epidemie niet meteen gaan liggen in de volgende zes maanden."


WELKE IMPACT HEEFT COVID-19 OP POTENTIEEL KWETSBARE GROEPEN IN ANTWERPEN? Onderzoek naar etnische minderheden tijdens een pandemie vergt een aparte aanpak. Sinds maart coördineert ITG-wetenschapper Christiana Nöstlinger een onderzoeksproject naar de impact van COVID-19 op drie etnische minderheidsgroepen in Antwerpen. Voor de lockdown in België van start ging, werkte Christiana aan het HIVSAM-project, dat hiv-preventie en seksuele gezondheidsactiviteiten organiseert voor Sub-Saharaanse gemeenschappen in Vlaanderen. “De COVID-19-situatie maakte ons outreach-preventiewerk onmogelijk en we kregen nogal wat vragen over COVID-19 vanuit deze specifieke gemeenschappen.” Tevens stelden Cathy Berx, gouverneur van de provincie Antwerpen en voorzitter van onze Raad van Bestuur, en Marc-Alain Widdowson, ITG-directeur, voor om onderzoek te doen naar de reikwijdte van informatie over de COVID-19-maatregelen binnen cultureel-etnische minderheden.

doelgroepen. “Bij het begin van de lockdown verwezen de media naar de orthodox-joodse gemeenschap. Voor ons was het erg belangrijk elke stigmatisering van een bepaalde groep te vermijden en objectief te zijn. Krijgen deze groepen de informatie die ze nodig hebben? Dat was onze belangrijkste vraag.”

Wat ons wel opviel, is de nevenschade van de lockdownmaatregelen.

Vanwege de COVID-19-maatregelen waren persoonlijke interviews niet aan de orde. “We kozen daarom voor een andere werkwijze, met name, video-interviews. Deze aanpak stelde ons voor nogal wat uitdagingen zoals soms slechte internetverbinding, geïnterviewden die afgeleid werden door dingen die rondom hen thuis gebeurden, en beperkte lichaamstaal. Maar we sloegen er ons doorheen.”

De orthodox-joodse, Turkse/Marokkaanse en sub-Sahara-Afrikaanse gemeenschappen in Antwerpen waren onze drie 17


Deze evaluatie moest een stuk sneller gaan dan gewoonlijk. “Onze voorlopige bevindingen zijn daarom gebaseerd op samenvattingen van de interviews. De volledige transcripties gebeurden later en werden gebruikt voor een meer detailleerde publicatie.” Net als bij andere evaluaties van een onderzoek namen we contact op met sleutelfiguren binnen de betrokken gemeenschappen. Zo hebben Atlas - integratie en inburgering Antwerpen en Samenlevingsopbouw vzw, ons geholpen om, middels een sneeuwbal-systeem, belangrijke contactpersonen uit de Turks/ Marokkaanse gemeenschap te vinden. Ook mensen met een leidende rol of coördinerende functie in de orthodoxjoodse gemeenschap werden uitgeno-

digd. Tot dusver realiseerden we meer dan 20 interviews met dergelijke belangrijke actoren, evenals diepte-interviews en online groepsdiscussies. Onderzoek is een proces. Gaandeweg veranderde onze onderzoeksvraag van ‘Krijgen deze groepen de informatie die ze nodig hebben?’, in ‘Wat is de impact van COVID-19 op de gemeenschap?’. “Doorheen het proces werd duidelijk dat veel informatie deze groepen bereikt, zeker bij de Joodse gemeenschap in Antwerpen. Zij zijn intern zeer goed georganiseerd, met een eigen structureel netwerk dat andere Joodse inwoners van Antwerpen informeert.” “Wat ons wel opviel, is de nevenschade van de lockdown-maatregelen. Het beoefenen van religie is erg belangrijk voor


de Joodse gemeenschap: niet samen kunnen bidden, naar de synagoge gaan en andere religieuze rituelen uitvoeren, had nogal wat negatieve gevolgen. In een heel vroeg stadium werkten mensen, binnen de gemeenschap, een plan uit om hun religie veilig te beoefenen met respect voor COVID-19-preventiemaatregelen. Voor hen nam de overheidstoelating voor de heropening van de synagogen, erg veel tijd in beslag.” “Religie beoefenen en gezellig samenzijn lijken ook in de andere twee gemeenschappen erg belangrijk. We ontdekten dat de Sub-Saharaanse gemeenschappen, bij het verzamelen van informatie, meer afhankelijk zijn van hun eigen sociale netwerk en bepaalde types sociale media. Vanwege de hoeveelheid ‘nepnieuws’ waarmee mensen geconfronteerd worden, zagen we een grote behoefte aan correcte en duidelijke informatie, over de nieuwe ziekte en effectieve preventiemaatregelen, om COVID-19-gerelateerde angst en onzekerheid te beperken. Over het algemeen zijn mensen in deze groep vaker bang en bezorgd als ze geen duidelijke, betrouwbare informatie krijgen."

Christiana Nöstlinger coördineert het project als hoofdonderzoeker (PI), met Koen Peeters als co-PI. Diverse ITGonderzoeksgroepen zijn bij deze studie betrokken: de Dienst Seksuele en Reproductieve gezondheid, de Dienst Medische Antropologie en het Outbreak Research Team (ORT). ITG-onderzoekers die aan deze evaluatie hebben meegewerkt zijn Jef Vanhamel (verantwoordelijk voor de Joodse gemeenschap), Anke Rotsaert, Maya Ronse, Yoriko Masunaga, Ella Van Landeghem (verantwoordelijk voor de Turks/Marokkaanse gemeenschap), Thijs Reyniers, Charlotte Gryseels, Lazare Manirankunda en Charles Ddungu (verantwoordelijk voor de Afrikaanse gemeenschap), Deogratias Katsuva, Stef Dielen, Marie Meudec (ORT) en Greet Segers, Monique Ceulemans (administratieve ondersteuning).

Met de opflakkering van COVID-19infecties tijdens de zomermaanden, kan dit soort actieonderzoek een belangrijke rol spelen ter ondersteuning van beleid en preventiemaatregelen. Zo kan men bijvoorbeeld op maat communiceren naar bepaalde gemeenschappen via bestaande netwerken. Het project is door de stad en de provincie Antwerpen geraadpleegd ter ondersteuning van het doelgroepspecifiek beleid.

Christiana Nöstlinger

# REWIND

19


FOTOVERHAAL

POSITIEF OF NEGATIEF? COVID-19-DIAGNOSE Het voorjaar 2020 was een buitengewoon drukke periode voor onze collega's van het Departement Klinische Wetenschappen, en zeker voor de technici van het Klinisch Referentielaboratorium. Zij werkten’s avonds en tijdens het weekend gewoon door. Ze kregen te maken met opdrachten die zich steeds meer toespitsten op de diagnose van COVID-19 i.p.v. op andere ziekten. Collega’s van de Dienst Virologie van het Departement Biomedische Wetenschappen en nieuwe rekruten werden mee ingeschakeld om het werk te verlichten. De pandemie zorgde voor een stijgende vraag naar onze diagnostiek voor SARSCoV-2, de virusstam die COVID-19 veroorzaakt. Ons laboratorium analyseerde stalen afkomstig van ziekenhuizen uit de regio Antwerpen en van het daklozenproject van Artsen zonder Grenzen (AZG) in Brussel. Wat gebeurt er met een staal en hoe diagnosticeert een labo COVID-19?


1. Om veiligheidsreden komen pakjes met een “CORONA-sticker” rechtstreeks in het labo terecht. Tijdens de COVIDpiek in april ontving het labo tot 60 stalen per dag. Tegen juni daalde dat tot zo’n tiental.

2. Laborante Lara Balcaen draagt twee paar handschoenen en beschermmouwen als ze werkt in de bioveiligheidskast. Op de foto zie je hoe ze verdachte COVID-19 stalen inactief maakt, zodat er geen levend virus meer overblijft. De kast is een gesloten, geventileerd werkstation dat beschermt tegen (mogelijk) gevaarlijke micro-organismen.

# FOTOVERHAAL

21


3. Lara voegt buffers en enzymen toe om de stalen te deactiveren. Laborante Amina Taibi reikt reagentia en stalen aan, zodat Lara tijdens de volledige proce-

dure haar, mogelijk besmette, gehandschoende handen binnen de kast kan houden.

4. Eenmaal inactief, gaan stalen in een geautomatiseerd toestel voor RNA-extractie. RNA is ribonucleïnezuur waarin de genetische informatie van het virus gecodeerd is. Na extractie voegt laborante Fatima Zajmović-Huseinović het RNA toe aan een mengsel, bereid in de 'clean room'

(ruimte waar testreagentia niet besmet kunnen raken met DNA/RNA van eerdere tests). RNA/DNA-besmetting is het ‘horrorverhaal’ van genetische diagnostiek, wegens het risico op vals-positieve resultaten en foute diagnose.


5. Fatima brengt de mix met de RNAextractie in het PCR-toestel'. PCR staat voor ‘polymerase kettingreactie’. Het PCR-toestel versterkt de genetische sequentie van SARS-CoV-2, zodat er voldoende genetisch materiaal is voor een nauwkeurige detectie van het virus en diagnose van COVID-19.

6. Na 4-5 uur zijn de resultaten klaar voor definitieve validatie door de klinisch bioloog (hier dr. Marjan Van Esbroeck). Na validatie worden de resultaten naar de aanvragers gestuurd.

# FOTOVERHAAL 23


REWIND

HET LEVEN ZOALS HET WAS… IN DE REISKLINIEK

Missionarissen, zeelieden, globetrotters en expats. Dat waren destijds de patiënten van de Reiskliniek. Sindsdien veranderde er veel en kreeg de kliniek een veel uitgebreidere functie. We leggen ons oor te luisteren bij het wandelende geheugen van de Reiskliniek: dr. Fons Van Gompel. Al in 1986 werkte hij voor het Instituut, en vanaf 2000 was hij hoofdgeneesheer van de Medische Diensten van het ITG. Tot zijn pensioen in 2015 bleef hij hét aanspreekpunt voor medewerkers en pers, en ook vandaag duikt hij regelmatig op als vrijwilliger.

“Ja, ik blijf met mijn hart bij het Instituut. Ik voel me elke keer gelukkig als ik er binnen wandel,” mijmert dr. Van Gompel. Maar nu even een tijdreis. Hoe verliep het werk in de reiskliniek destijds? “Vroeger bestonden reisklinieken niet echt. Vanaf 1987 kwam er toch een aparte ‘pretravel poli’, waar reizigers voor vertrek hoogstens een vaccin tegen gele koorts en enkele andere ziekten kregen, eventueel aangevuld met malariatabletten,” herinnert Van Gompel zich. “Wij deden vooral klinisch werk met patiënten die na een verblijf in de tropen gezondheidsklachten hadden. Er passeerden hier tal van interessante aandoeningen. En: haast altijd vonden we een oplossing.”

Tijdens de renovatie van de kliniek begin jaren '90 werden er containers in de tuin geplaatst.


De receptie van de kliniek in 1991. De huidige receptie bevindt zich op dezelfde plaats, maar werd begin jaren '90 gerenoveerd.

BRON VAN INFORMATIE Het aantal reisvaccins werd met de jaren steeds groter en er kwam meer inzicht in het voorkomen en behandelen van ziekten als malaria. Het aantal reizigers – en dus ook het aantal potentiële reisziekten – steeg jaar na jaar. De rol van de reiskliniek als informatieverstrekker was en is enorm belangrijk. “Continu schreven we brochures en handboeken: correcte informatiebronnen voor zowel huisartsen als reizigers. Brak er ergens in de wereld een epidemie of ziekte uit, dan stond het Instituut de pers te woord met een gedegen antwoord,” vertelt dr. Van Gompel. HONDERDEN REISADVIEZEN Vanaf 1992 belden reizigers erg modern naar een automatische betaallijn. “Ik had honderden teksten met reisadvies ingesproken,” weet dr. Van Gompel nog. Sinds 1999 bundelt het Instituut deze info op de website. Recent, in 2019, zag de app Wanda het levenslicht als dé reisgezel voor de gezonde reiziger.

Ook op didactisch vlak zat de kliniek niet stil. Verpleegkundigen en artsen die naar de tropen trokken, werden door dokters van het ITG volwaardig opgeleid en kregen een grondige kennismaking met de reisgeneeskunde. ITG OP DE WERELDKAART Het wetenschappelijk werk binnen de Reiskliniek werd steeds uitgebreider en internationaler. “In de beginjaren beschreven we voornamelijk leerrijke casussen. Wij waren actief lid van de International Society of Travel Medicine en tal van andere internationale onderzoeksgroepen,” vertelt dr. Van Gompel. “De gestructureerde research rond pretravel kreeg pas echt een boost dankzij medewerkers als Jef Van den Ende, Manu Bottieau, Mieke Croughs en Patrick Soentjens. Zij realiseerden tijdens en na hun doctoraatswerk internationaal baanbrekend onderzoek waarmee ze ons instituut op de wereldkaart hebben gezet,” besluit hij, niet zonder trots.

# REWIND

25


PORTRET

MASKERS MAKEN In tijden van crisis, zoals die waarmee de wereld dit voorjaar geconfronteerd werd, reageert iedereen op zijn of haar eigen manier. Er zijn er die hun hoofd in het zand steken, anderen panikeren en hamsteren toiletpapier en nog anderen worden bijzonder creatief en storten zich in een hoop andere bezigheden. Ilse Maes, laboratoriumtechnicus bij de Dienst Moleculaire Parasitologie van het Departement Biomedische Wetenschappen, is een lichtend voorbeeld van deze laatste categorie. Het begon allemaal tijdens een discussie met Jean-Claude Dujardin, haar diensthoofd en lid van het ITG COVID-19 comité, over de schaarste aan beschermende mondkapjes in het begin van de pandemie. Dit gesprek zette Ilse, een ervaren naaister, aan het denken. Eind april vond ze een geschikt patroon en maakte een prototype voor een masker met drie-plooitjes-en-ruimte-voor-eenfilter. Ze kocht 55 meter Afrikaanse wax-stof, 3 km zwart lint en 10 bobijnen van 200 meter zwarte garen. Ze riep de hulp in van 24 vrijwillige ITG-naaisters, maakte een ‘how to’Youtube-trainingsvideo en zorgde dat iedereen binnen de kortste keren alle benodigdheden had om 1500 maskers te maken om het ITG-personeel veilig door de pandemie te loodsen.

"Een lokale vzw, ‘Creatives tegen Corona’, leverde materiaal voor 300 witte maskers. Het plan was om materiaal voor een extra 1200 maskers te kopen, zodat we er in totaal 1500 konden maken. Op die manier konden we alle 500 ITGcollega's drie maskers aanbieden”, legt Ilse uit. "We begonnen te naaien op 3 mei, tegen 20 mei hadden we 300 pakketjes klaar, op 2 juni was alles afgewerkt en konden we beginnen uitdelen”, zegt Ilse, duidelijk nog verbaasd over deze realisatie. Het laboratoriumwerk van Ilse en haar begeleiding van Master- en PhD-studenten bij hun onderzoeksprojecten, viel stil tijdens de Belgische lockdown. Aanvankelijk kreeg ze kennisbeheertaken toebedeeld, maar toen haar maskerproductie en -distributie‘bedrijfje’ opgestart was, werkte Ilse, zoals zoveel anderen betrokken bij pandemie-activiteiten, 's nachts en in het weekend. Daarbij kwamen ook nog de zorg voor en het thuisonderwijs van haar twee jonge kinderen. “Het was een erg drukke periode. Gelukkig raakte mijn hele familie in de ban van de mondmaskerproductie. Mijn man verknipte de drie kilometer zwart lint nodig voor 4800 lintjes in lengtes van 50 cm. In het begin knipte hij ze eenvoor-een. Toen ontwierp mijn dochter een toestel met bouwsteenspeelgoed dat


“

We begonnen te naaien op 3 mei, tegen 20 mei hadden we 300 pakketjes klaar (van 3 maskers).

# PORTRET 27


vijf lintjes tegelijk kon meten en dat bespaarde haar vader heel wat tijd!” En dan hebben we het nog niet over de logistiek: “Mijn collega-naaisters en ik zijn vooral dankbaar voor het werk dat de 6 mensen van het verpakkingsteam verrichtten. Zij maakten voor iedere collega aparte zakjes met elk drie maskers. Speciale dank gaat ook naar Simon Geerts van de Dienst Veiligheid, Welzijn en Milieu. Hij leverde fantastisch werk door de verpakkingsmaterialen te zoeken, te bestellen en samen met mij de logistiek in goede banen te leiden. Hij ontwierp zelfs een sticker voor elk zakje: een hartje en het Vlaamse gezegde ‘Houd moed, ook dit komt vast weer goed’.” Ondanks alle onzekerheden die met deze wereldwijde pandemie gepaard gaan, is één ding zeker: ITG-medewerkers zijn beschermd (en ook zeer individueel) met hun maskers op. En wat staat er nu nog op Ilse’s programma? "We kregen een nieuwe bestellingvoor50maskers,ditkeermetoorelastiekjes in plaats van bindlintjes. Een geschenk voor mensen die het Instituut bezoeken. En over bezoekers gesproken, in juni bezochten onze koning en koningin het ITG en ontvingen ze elk een van onze maskers – een betere manier om deze moeilijke tijd af te sluiten is er niet, toch?" voegt ze er met een glimlach aan toe.

Naaimannen en naaisters » » » » » » » » » » » » » » » » » » » »

Gertrudis De Greef Isa Bogaert Davy Hendriks Lieselotte Cnops Anita Vermeulen Lieve Vermeiren Marleen van Dijk Raquel Inocencio Da Luz Caroline Theunissen Fiona Robertson Anne Marie Trooskens Christel Desmaretz Lieve Vanherck Linda Paredis Louize Brants Evi Pockele Simon Geerts Françoise Dehondt Britta Campe Sandra Coppens

» » » » »

Margo Wouters Jolein Laumen Katrien De Pauw Ann Ceulemans Ilse Maes

Verpakkingsteam » » » » » »

Karin De Ridder Stéphanie Raeymaekers Valerie Bastiaensen Margo Wouters Lieve Vermeiren Simon Geerts


DE LIJST

TIPS VAN ITG’ERS OM DE LOCKDOWN DOOR TE KOMEN 18 maart 2020. In de strijd tegen het coronavirus ging België in lockdown. We bleven in ons kot, maakten alleen essentiële verplaatsingen, zetten ons

hele leven op pauze. Hoe beleefden de medewerkers en studenten van het ITG deze uitzonderlijke tijd? En hoe zorgden ze voor zichzelf ?

CONTACT HOUDEN! Als PhD-kandidate aan het ITG komt Kéfilath Bello af en toe naar België. In haar thuisland Benin werkt ze als researcher aan het Centre de Recherche en Reproduction Humaine et en Démographie. De lockdown verdubbelde ongevraagd haar recentste België-trip. “Toen de grenzen sloten, was ik wel even van mijn melk. Niemand wist wanneer ik naar huis zou kunnen. Ik bleef uiteindelijk vier maanden in Antwerpen in plaats van twee. Contact houden was voor mij de belangrijkste manier om met de situatie om te gaan. Het deed me goed dat ik regelmatig naar kantoor kon. Enkele collega’s werden echt goede vrienden. Na het werk miste ik natuurlijk mijn familie. We praatten via WhatsApp, maar lang bellen was te duur. Gelukkig ging het met mijn man en drie kinderen best goed.”

Het deed me goed dat ik regelmatig naar kantoor kon. Enkele collega’s werden echt goede vrienden. 29


En één keer danste ik tot in de vroege uurtjes op een online dansfeestje!”

2.

LOPEN IN HET BOS

Philippe Selhorst maakt deel uit van het Outbreak Research Team van het ITG. Als viroloog reist hij de wereld rond om de genetische code van virussen te kraken. Zo hielp hij in Congo het chikungunyavirus te ontcijferen en in Cuba het zikavirus. “Voor het coronavirus deed ik hetzelfde soort werk als gewoonlijk. Ook bij kleinere virusuitbraken gaan wij ‘s nachts en in het weekend door. Dat er buiten het lab een lockdown aan de gang was, nam voor mij zelfs stress weg. Mijn sociale leven lag stil, dus ik kon ongestoord doorwerken. Normaal ga ik in mijn vrije tijd rotsklimmen. Nu ging ik vaak lopen in het prachtige Sint-Annabos. Daarnaast sprak ik af en toe - op afstand - af met enkele goede vrienden. En één keer danste ik tot in de vroege uurtjes op een online dansfeestje!”


Ik prijs me gelukkig dat ik thuis een apart bureau heb.

ONLINE WORKOUT ALS OVERGANGSRITUEEL Kort na de lockdown werkte Nandini Sarkar haar PhD-proefschrift af, over de gezondheidszorg op het Oegandese platteland. Haar andere ITG-project werd ondertussen helemaal omgegooid.

Om lichaam en geest fris te houden, begon ik meer te bewegen. Op de duur vond ik dat zelfs zo leuk dat ik nog een online cardiotraining toevoegde aan mijn dagelijkse portie yoga. In de lange periode thuis gaf die work-out structuur. Het werd een overgangsritueel tussen werkdag en tijd voor mezelf.”

“Ook voor de lockdown werkte ik af en toe van thuis uit. Ik prijs me gelukkig dat ik daar een apart bureau heb. Wel kreeg ik het extra druk omdat het geplande veldwerk in het water viel.

# DE LIJST

31


KALENDER 31 aug

Start van het academiejaar

27-29 okt

61e ITG Colloquium (online)

8-11 nov

6th Global Symposium on Health Systems Research (virtual)

22 nov

Dag van de Wetenschap (degitale editie)

nov

Docuserie over het ITG, 'Besmet' wordt uitgezonden op Canvas

UW INBRENG TELT! Voor vragen, opmerkingen en suggesties of om een papieren versie van PÂł te ontvangen, neem contact op met communicatie@itg.be

@

Lees P3 online via www.itg.be/magazine

@

www.itg.be @ ITGITMAntwerp @ @ITMantwerp / @TropischITG @ www.itg.be/update