P³ | #10 Lente - Zomer 2020

Page 1



#10 2020

LENTE-ZOMER

Beste lezer, Hier zijn we dan met het tiende nummer van P3: een jubileumeditie! We begonnen dit tijdschrift vijf jaar geleden om de brede waaier aan ITG-activiteiten, onderwijs, onderzoek en medische dienstverlening, onder de aandacht te brengen aan de hand van menselijke verhalen. De voorbije vijf jaar brachten we spannende artikels, gaande van iemand die ebola overleefde, een grootschalig lepraproject, de jacht op parasieten in het Amazonegebied tot wereldwijde gezondheid. In deze lente-zomer-jubileumeditie zetten we gezondheid van moeders in de kijker via het werk van Lenka Beňová, onze nieuwe fulltime professor. Dit nummer barst van nieuwigheden. We stellen je Wanda voor, onze state-of-the-art-reisapp voor smartphones. Wanda houdt reizigers op de hoogte met informatie over gezondheidsrisico’s in hun land van bestemming. Je komt ook meer te weten over de nieuwste masteropleiding aan het ITG, de Master in Tropical Medicine, die in september 2020 van start gaat met alweer een verse lichting studenten. Kan jij een echte tijgermug onderscheiden van zijn dubbelgangers? Na het lezen van ‘de lijst’ kan je dat vast en zeker! Verder ontdek je meer over wat het ITG deed rond hiv in de jaren tachtig en de strijd die onderzoeker Temmy Sunyoto voert tegen leishmaniasis, een verwaarloosde tropische ziekte. Op de laatste pagina vertelt minister van Financiën en Ontwikkelingssamenwerking, Alexander de Croo, over zijn band met het ITG. Veel leesplezier! Het Redactiecomité

# VOORWOORD

1



4 5 10 13 16 18 20 23 26

ITG-CIJFER COVERVERHAAL: “DE FOCUS MOET OP WELZIJN LIGGEN” – INTERVIEW MET PROF. LENKA BEŇOVÁ EEN REISAPP GENAAMD WANDA EEN ONDERDOMPELING VAN FORMAAT FOTOVERHAAL: CONNECTING THE DOTS TIJDENS HET 60STE ITG COLLOQUIUM REWIND: ALLEEN STIGMA BLIJFT BESTAAN: DE ITG – HIV-CONNECTIE VAN DE JAREN ’80 TOT NU PORTRET: TEMMY SUNYOTO DE LIJST: DE DRIE MEEST OPMERKELIJKE DUBBELGANGERS VAN DE TIJGERMUG ITG EN IK: ALEXANDER DE CROO

© De inhoud van deze publicatie mag niet volledig of gedeeltelijk gereproduceerd worden zonder de uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. Foto’s in deze publicatie werden genomen met het volledige begrip, deelname en toestemming van de geportretteerden. De beelden geven de afgebeelde situatie waarheidsgetrouw weer met de bedoeling de lezer de mogelijkheid te geven een beter beeld te vormen van ons werk. # INHOUDSOPGAVE

3


# ITG CIJFER

11 STUDIES

De Clinical Trials Unit (CTU) van het ITG coÜrdineerde afgelopen jaar 11 studies in patiÍnten en gezonde vrijwilligers over de hele wereld. In deze studies onderzoeken onze wetenschappers nieuwe of verbeterde behandelingsmethodes of vaccinatieschema’s voor infectieuze ziek-

tes. Daarnaast neemt de CTU deel aan verschillende (inter)nationale consortia en ondersteunt het de betrokken studies op het gebied van projectmanagement, datamanagement en statistiek, vanaf de voorbereiding van de studies tot en met de rapportering van de studieresultaten.


DE FOCUS MOET OP WELZIJN LIGGEN ILDIKÓ BOKROS Lenka en ik zitten onder de oude perenboom in de mooie binnentuin van Campus Rochus. Het is een van die abnormaal warme oktoberdagen, waarop de tuinstoelen allemaal zijn ingenomen door collega’s die zich nog vlug laten verwennen door de laatste zonnestralen voor de winter zich laat voelen. Begin 2018 vervoegde Lenka de Dienst Maternale en Reproductieve Gezondheid op het ITG en op 1 november vorig jaar werd ze benoemd tot full professor. P³ sprak met haar, enkele dagen voor ze officieel haar nieuwe functie opnam. Wat is je achtergrond? Waarom koos je voor een studie gezondheid van moeders? Eigenlijk studeerde ik bedrijfskunde (lacht)! Ik kom oorspronkelijk uit Slowakije, maar ging studeren in de VS. Na mijn studies leidde ik bij een start-upbedrijf in de VS de ontwikkeling van een netwerk voor ouderenzorg. Voor Artsen Zonder Grenzen werkte ik als projectcoördinator in Nigeria, Palestina en Zuid-Soedan. In 2007 behaalde ik in Egypte, waar ik twee jaar woonde en Arabisch leerde, een Master Midden-Oostenstudies. Vanaf 2010 studeerde en werkte ik aan de

London School of Hygiene & Tropical Medicine (LSHTM), waar ik een Master Demografie behaalde en mijn doctoraat voltooide. Tijdens die doctoraatstudies concentreerde ik mij op sociaal-economische ongelijkheden in de Egyptische gezondheidszorg: waarom hebben arme mensen vaak een slechtere gezondheid? We weten dat ze minder toegang hebben tot zowel preventieve als curatieve zorg. Toen ik dit onderzocht, ontdekte ik dat ik de beste gegevens voor een analyse hierover kan vinden bij moeder- en kindzorg. Er zijn grote, nationaal representatieve onderzoeken, de zogenaamde Demographic and Health Surveys, die vrij kunnen geraadpleegd worden. Bij LSHTM hebben we een geharmoniseerde dataset ontwikkeld van alle demografische gezondheidsonderzoeken die ooit in Sub-Sahara-Afrika werden uitgevoerd. Bovendien hebben we verschillende samenwerkingsverbanden opgestart met collega’s wereldwijd om hen te helpen relevante vragen over de gezondheid van moeders op basis van deze data te beantwoorden. Kortom, als kwantitatief sociaal wetenschapper denk ik graag na over betekenisvolle indicatoren voor het meten van de vooruitgang die we boeken in de gezondheid van moeders en pasgeborenen.

COVERSTORY STORY ##COVER

5


“

Ik denk graag na over betekenisvolle indicatoren voor het meten van de vooruitgang die we boeken in de gezondheid van moeders en pasgeborenen.


Wat bracht je naar Antwerpen en het ITG? Er zijn twee belangrijke redenen waarom ik hier heel graag ben. Een daarvan is de erfenis van het werk van prof. em. Vincent De Brouwere, die tot zijn pensionering vorig jaar hoofd van de dienst Maternale en Reproductieve Gezondheid was. De manier waarop hij capaciteitsopbouw benaderde en de respectvolle wijze waarop hij met partners samenwerkte, is een mooi voorbeeld. Bij onze toekomstige projecten zullen we met dr. Jean-Paul Dossou en prof. Alexandre Delamou van onze partnerinstellingen samenwerken (resp. Centre de Recherche en Reproduction Humaine et en Démographie, Benin en Centre National de Formation et Recherche de Maferinyah, Guinee). Het is net alsof we elkaar al lang kennen! De tweede reden is de specifieke en bewuste focus van het Instituut en ons departement op kwetsbare bevolkingsgroepen. In onze samenwerking met partnerinstellingen richten we ons onderzoek vooral op populaties zoals de meest verwaarloosde vrouwen, adolescenten, sloppenwijkbewoners, moeders met een hoge pariteit (nvdr: vrouwen die veel kinderen baren). Nog nooit eerder in de geschiedenis liepen vrouwen zo weinig kans om te overlijden aan problemen gerelateerd aan vrouwelijk gezondheid. Desondanks is de tol van sterfte en complicaties nog steeds zwaar. We zullen dan ook sterk inzetten op de beperking van de ziektelast bij zwangerschap en bevalling, en op het concept welzijn of kwaliteit van leven.

Waar ga je aan werken als professor of ZAP, om de officiële Vlaamse terminologie te gebruiken? Ik heb twee grote projecten die binnenkort van start gaan. Een daarvan is ALERT, een Horizon 20201-project met als doel verloskundigen meer bevoegdheden te geven en in staat te stellen toonaangevende voorbeelden van kraamzorg te worden. Het project wordt geleid door het Zweedse Karolinska Instituut en we richten ons op ziekenhuizen in Benin, Malawi, Tanzania en Oeganda. Het ITG zal zich bezighouden met twee aspecten: een realistische evaluatie, waarin wordt nagegaan hoe en waarom dit project werkt, als het werkt; en een econo­mische evaluatie, m.a.w. we gaan na hoe­veel het kost. Ten tweede onderzochten we de afgelopen jaren hoe we moeten ingrijpen in de tijdspanne tussen de start van de bevalling en de geboorte van de baby, om moedersterfte te voorkomen. We gingen ervan uit dat de grootste uitdaging was: vrouwen naar gezondheidscentra krijgen om te bevallen, en daarin hebben we hoog gescoord. Maar wat gebeurt er in het post-partumstadium? Onlangs ontdekten we dat - en die bevindingen zijn gepubliceerd in twee wetenschappelijke tijdschriften - hoewel vrouwen naar gezondheidscentra komen om te bevallen, hun verblijf erg kort is, soms slechts enkele uren, en dat men zelfs geen routinecontroles uitvoert. Het is onduidelijk waarom de basisprocedures voor postnatale monitoring niet worden nageleefd. Ik probeer hierop een antwoord te vinden via ons, door het FWO gefinancierd # COVER STORY

7


Lenka in Guinea in 2019, met de werknemers van het lokake gezondheidscentrum: vroedvrouw Martine Louamou, assistentvroedvrouw Mamata Camara, verpleger Abou Bangoura, arts en onderzoeksassistent Yamoussa Bangoura. In het witte hemd is ITG-doctoraatsstudent Bienvenu Camara in Maferinyah

(Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, Vlaanderen) Senior Postdoctoraal Fellowship. Ik zal postnatale zorg in gezondheidsinstellingen over de hele wereld evalueren en de hindernissen en katalysators onderzoeken van postnatale zorg voor en na ontslag van vrouwen uit gezondheidsinstellingen in Tanzania en Guinee. We behaalden ongeëvenaard succes bij de aanpak van prenatale zorg en het percentage geboorten in gezondheidscentra. Maar dat betekende ook dat deze voorzieningen drukker werden, wat vooral een probleem is in snelgroeiende steden. Er is vaak een tekort aan personeel, vaardigheden of apparatuur. In een groot

ziekenhuis worden soms meer dan 100 baby’s per dag geboren. Hoe organiseren de teams routinematige postnatale controles en procedures vóór ontslag uit het ziekenhuis? Vrouwen en baby’s opvolgen en zorgen dat alles in orde is, is mijn drijfveer. Wat betekent succes voor jou? Onze resultaten zullen landen en gezondheidsinstellingen hopelijk in staat stellen nieuwe postnatale zorgaanbevelingen te implementeren en zo aanzienlijke vooruitgang te boeken in de overlevingskansen en het welzijn van moeders. In 2013 publiceerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) haar aanbevelingen voor postnatale zorg voor de moeder en


de pasgeborene. Momenteel passen ze deze aanbevelingen aan, op basis van het meest recente bewijsmateriaal. Wij hopen dat ons onderzoek hun richtlijnen stoffeert. Vooral ons FWO-project zal hierbij aansluiten. Ten eerste probeer ik te begrijpen hoe verschillende landen de postpartumperiode organiseren: hoe verloopt de opvolging van moeders in verschillende landen, hoe ver reiken de mogelijkheden? Ten tweede zullen we in Tanzania en Guinee proberen uit te zoeken waarom, als er richtlijnen bestaan, deze niet worden opgevolgd en wat de specifieke obstakels zijn voor vrouwen en gezondheidswerkers. Zoals ik eerder vermelde, is een van mijn andere passies het gebruik van secundaire gegevens, met name de Demographic and Health Surveys. Deze datasets zijn verzameld in tientallen landen en zijn voor iedereen toegankelijk. Een groot deel van de publicaties, geschreven op basis van deze gegevens, werden geleid door academici uit het Westen en het Noorden. Ik organiseer schrijfsessies en workshops voor mensen uit het Zuiden en leer hen analyseren en publiceren vanuit hun eigen gegevens over hun eigen land en over de manier waarop ze gegevensanalysevaardigheden kunnen aanleren. Vorig jaar hielden we zo’n workshop in Oeganda en in Guinee en we hopen ze jaarlijks te kunnen herhalen met behulp van ervaren onderzoekers uit het Zuiden. Dat onderdeel van mijn werk geeft mij enorm veel voldoening.

1 Horizon 2020 is het grootste EU-onderzoeks- en -innovatieprogramma ooit waar bijna €80 miljard aan wordt besteed over een periode van zeven jaar (2014-2020).

BIO » Senior Postdoctoral Research Fellow, ITG (2019 - lopend onderzoek) » Assistent-professor, leiding over ‘Secondary Data Analysis for Generating New Evidence (SAGE)’ team, London School of Hygiene and Tropical Medicine (2014-2018) » Onderzoeker conditioneel transfer programma in Egypte (2008-2010) » Coördinator Artsen Zonder Grenzen in Nigeria, Zuid-Soedan, Palestina (20045, 2007) » BSc Business Management (Suffolk University, Boston), MA Midden-Oostenstudies (American University in Cairo), MSc Demography & Health en PhD in Population Studies (London School of Hygiene and Tropical Medicine)

Lenka met vroedvrouw Martine Louamou in het Kaback Health Centre # COVER STORY

9


EEN REISAPP GENAAMD WANDA NICO VAN AERDE De cijfers liegen er niet om, de ITG-reiskliniek krijgt steeds meer globetrotters met een flinke dosis wanderlust over de vloer. In 2018 bezochten bijna 20.000 personen de kliniek voor reisadvies en vaccinaties, 3000 meer dan in 2016. Die reizigers hebben voortaan een wereld aan gezondheidsinformatie in hun broekzak, want het ITG heeft sinds eind 2019 een nieuwe reizi-

gersapp beschikbaar gemaakt. Hiermee blijven reizigers op de hoogte van de gezondheidsrisico’s van hun bestemming. De app heeft de naam Wanda gekregen en is beschikbaar in Nederlands, Frans en Engels. Naast het ontwikkelen van de app, heeft het ITG zijn website voor reisgeneeskunde in een nieuw jasje gestoken. P³ praatte met dr. Mieke Croughs, projectleider van Wanda.


Waarom werd het reisgeneeskundeplatform vernieuwd? De informatie op onze oude website was overwegend gericht op artsen en minder op reizigers. We belichtten er vooral de medische aspecten. Met Wanda richten we ons in de eerste plaats op de reiziger. We hebben alle informatie volledig herschreven op maat van een gebruiker zonder medische kennis. Daarnaast wilden we ook graag de gebruikerservaring van het reisgeneeskundeplatform verbeteren. Ik denk dat we daar in geslaagd zijn: de websitenavigatie is veel logischer en de zoekfunctie werkt veel beter dan voorheen. Waarom kozen jullie ook voor een app? Vroeger gaven we reizigers die op reisconsultatie kwamen de ‘Gezond op Reis’-brochure mee. In de praktijk merkten we echter dat onze patiënten de brochure vaak niet meenamen op reis of zelfs niet lazen. Een gsm heb je echter altijd bij de hand, en de informatie is altijd beschikbaar eenmaal je de app hebt geïnstalleerd, zelfs zonder internet. Een tweede voordeel aan de app is dat we veel meer informatie kunnen meegegeven dan in de brochure. En tenslotte kunnen we via de app reizigers ook waarschuwen door hen een berichtje te sturen wanneer er bijvoorbeeld een uitbraak is in hun land van bestemming. Wat is het voordeel van de app in vergelijking met gelijkaardige apps? Ik denk niet dat er momenteel een gelijkaardige app is die zo uitgebreid is. In Nederland bestaat de app ‘GGD reist mee’, maar die bevat veel minder informatie en is bovendien enkel in het Nederlands

beschikbaar. Wanda is drietalig. Je kan de informatie raadplegen in het Nederlands, Engels en Frans. Dus als ik de app download beschik ik over alle informatie om gezond op reis te gaan?

We kunnen via de app reizigers ook waarschuwen door hen een berichtje te sturen wanneer er bijvoorbeeld een uitbraak is in hun land van bestemming.

Je maakt best nog een afspraak met een arts. Dat kan je eigen huisarts zijn, of een arts van het ITG. De app bevat immers enkel algemene informatie die op iedereen van toepassing is. We kunnen geen rekening houden met de specifieke gezondheidsrisico’s die verbonden zijn aan een individu omdat we geen info hebben over de medische voorgeschiedenis en de omstandigheden waarin hij of zij reist. Het is uiteraard niet de bedoeling dat Wanda face-to-face-consultaties met medisch personeel vervangt. Hebben jullie al goede reacties gehad? Toch wel. Reizigers zijn erg enthousiast. We krijgen zelfs reacties uit het buitenland, ook Nederland, waar ‘GGD reist mee’ beschikbaar is. We weten dat ngo’s de app aanraden aan hun personeel dat vaak in het buitenland verblijft. Is de app al veel gedownload? Tijdens de eerste twee maanden werd de app al bijna 10.000 keer gedownload. We zijn er tevreden mee.

11


Hebben jullie nog uitbreidingsplannen voor de toekomst? We gaan Wanda zeker nog uitbreiden met bijkomende onderwerpen, bijvoorbeeld luchtvervuiling of bedwantsen. Het is ook mogelijk dat we de app zullen gebruiken om wetenschappelijke studies te ondersteunen. Zo zouden we reizigers kunnen vragen om ons op vrijwillige basis via de app te laten weten of ze koorts hebben. Dat zou ons helpen bij ons on-

derzoek naar tropische ziekten en aandoeningen. Daarnaast gaan we ook een nieuw platform maken gericht op artsen, zodat de informatie die vroeger beschikbaar was op de website ook voor hen makkelijk toegankelijk is.

Heidi en haar dochter Sofie vertrekken binnenkort naar Gambia en maakten op de valreep een afspraak bij het ITG: “We zijn al naar Afrika geweest, maar we realiseerden ons dat we mogelijk nog bijkomende vaccinaties nodig hadden voor Gambia. Ik bezocht de Gambia-pagina op Wanda en kwam te weten dat dat wel degelijk het geval was. We kregen uiteindelijk een gele koorts-, tetanus-, hepatitis A- en poliovaccinatie.�


EEN ONDERDOMPELING VAN FORMAAT CATIE YOUNG Vol trots lanceert het ITG dit jaar een nieuwe masteropleiding. Studenten kunnen voortaan kiezen tussen drie Master of Science-programma’s: Public Health, Tropical Animal Health en nu ook Tropical Medicine. Vertrekkend vanuit de rijke wetenschappelijke onderzoeksexpertise van het ITG, biedt deze nieuwe master studenten uit de hele wereld de kans zich onder te dompelen in tropische geneeskunde en te kiezen voor een klinische of biomedische wetenschappelijke benadering. De multidisciplinaire aanpak van het ITG brengt pathogenen (biomedische wetenschappen), pati-

ënten (klinische wetenschappen) en populaties (volksgezondheid) samen om zo wetenschap en gezondheid voor iedereen te bevorderen. Dit unieke aspect van het ITG is in de nieuwe master geïntegreerd en zorgt voor een onderdompeling in het door de student gekozen domein van klinische of biomedische wetenschappen. De studenten verruimen op deze manier hun horizon en verwerven contextuele en relevante onderzoeksvaardigheden in de drie tropische geneeskunde disciplines. Na afloop zullen ze echt het verschil kunnen maken in het grotere ecosysteem van de gezondheidszorg.

13


P³ praat met co-cursusdirecteuren prof. Jean-Claude Dujardin, hoofd van het Departement Biomedische Wetenschappen en prof. Lut Lynen, hoofd van het Departement Klinische Wetenschappen om te ontdekken wat er verandert. Kunnen jullie ons vertellen hoe de nieuwe master is ontstaan? Lut: Er nemen veel diverse, enthousiaste studenten deel aan onze korte cursussen en postgraduaatopleidingen, in volksgezondheid, klinische en biomedische wetenschappen, in de context van tropische geneeskunde. We zijn vereerd en blij dat de meesten van hen willen terugkomen. Maar we realiseerden ons dat er geen duidelijk pad is uitgetekend voor studenten die hun kennis en onderzoeksvaardigheden willen verdiepen en een master-accreditatie willen halen in het klinische en biomedische luik van tropische geneeskunde.

Wil je meer weten over de nieuwe MSc in Tropical Medicine van het ITG? Ga naar www.itg.be/mtm

Jean-Claude: Inderdaad, belangrijk is dat de nieuwe master beantwoordt aan deze noden, ook vanuit de onderzoeksen arbeidsmarkt is er vraag naar deze profielen: ngo’s, onderzoeksinstituten en industrie zoeken allemaal hoogopgeleide clinici en biomedische professionals in tropische geneeskunde, vooral in onze geglobaliseerde wereld waar tropische ziekten, pathogenen en hun vectoren zich ver buiten de grenzen van ‘de tropen’ verspreiden. Wat kunnen studenten verwachten? Lut: Verbinding zou ik zeggen, met een hechte gemeenschap van experts met wie ze kunnen leren en co-creëren. Verbinding met ITG-docenten en onderzoekspersoneel met uitgebreide praktijkervaring, en natuurlijk verbinding met ons sterk, internationaal netwerk van 19 partnerinstellingen en een zeer uitgebreide groep alumni actief in


ngo’s, volksgezondheidsectoren en industrie. Die band wordt nog versterkt in onze gezellige, studentgerichte campus in Antwerpen, waar docenten programma’s op maat kunnen samenstellen om te voldoen aan specifieke behoeften van studentenonderzoek en thesissen. We stellen ons ook zeer democratisch op, hiërarchieën zijn horizontaal en de leermethode is participatief. We bieden heel wat praktische simulaties, die studenten de realiteit van geavanceerde wetenschap leert inpassen in omgevingen waar de middelen beperkt zijn. Jean-Claude: Deze leeromgeving, uniek bij het ITG, wordt ondersteund door een cursusstructuur die de holistische benadering van het ITG weerspiegelt. Om te beginnen krijgen alle studenten een basis in internationale gezondheidszorg, waarna ze kunnen kiezen voor een biomedische of een klinische module. Eens ze dit luik onder de knie hebben, kunnen ze opteren voor keuzevakken afhankelijk in wat ze zich in willen verdiepen. Deze vakken kunnen ze volgen aan het ITG of andere onderwijsinstellingen. Voor hun masterproef beantwoorden studenten een open onderzoeksvraag in tropische geneeskunde waarbij ze de kans krijgen om labo- of veldwerk te integreren en internationale ervaring op te doen. Ze hebben supervisors en krijgen input vanuit het interdisciplinair onderzoek aan het ITG. Samen met hun diepgaande verticale expertise, kunnen ze het maximum halen uit deze horizontale, holistische aanpak. Als bioloog zie ik dit als je focus op het gen uitbreiden naar het ecosysteem, een ervaring die ik bij het ITG opdeed. Een goed voorbeeld hiervan is mijn veldwerk in Peru en Bolivia,

De nieuwe mastercursus draagt bij aan de sterke educatieve activiteiten die er al zijn.

waar ik mijn onderzoek in moleculaire biologie kon combineren met klinisch en ecologisch inzicht. Met het nieuwe masterprogramma krijgen studenten de kans om zich deze combinatie van perspectieven eigen te maken. Ook vanuit het standpunt van mijn departement, draagt de nieuwe mastercursus bij aan de sterke educatieve activiteiten die er al zijn in ons departement en concretiseert hij onze bijdrage aan de interdisciplinaire aanpak van het ITG. Dat verheugt me omdat hierdoor ook het ITG-onderzoek nog verder verrijkt wordt. Wat bedoel je met een verrijking voor het ITG? Jean-Claude: Als onderzoeker zijn je bevindingen alleen van nut als ze zo breed mogelijk worden gedeeld en als autoriteit en input kunnen dienen voor verder onderzoek. Anderen opleiden, is een unieke en uitdeinende manier om ons onderzoek te verspreiden en verder te ontwikkelen. Uiteindelijk is dat waar het om draait in de academische wereld. Lut: Ik ben het daar helemaal mee eens; ik haal veel energie uit het lesgeven, want ja, studenten leren van ons professoren, maar het is een wederzijds proces. Elke keer ik les geef, leer ik veel van de studenten en de interacties die we hebben. Elke student die slaagt in onze programma’s, is er een die ik vol trots toevoeg aan mijn netwerk en dat van het ITG; een nieuwe persoon die ik ken, die in staat en klaar is om vooruitgang te boeken bij het vinden van echte oplossingen voor reële problemen in de wereldwijde gezondheidszorg. 15


FOTOVERHAAL

CONNECTING THE DOTS TIJDENS HET 60STE ITG COLLOQUIUM ITG-colloquia brengen deskundigen uit alle continenten samen om de meest prangende wetenschappelijke vragen in tropische geneeskunde en internationale gezondheid onder de loep te nemen. De 60e editie zette de traditie verder en pakte de huidige uitdagingen van de wereldwijde gezondheid aan, met specifieke focus op migratie, klimaatverandering en technologische innovatie.

Infectioloog Diana Pou Ciruelo hield een lezing over migratie via de Middellandse Zee. Ze drong erbij onderzoekers op aan om de geruchten te ontkrachten dat vluchtelingen besmettelijke ziektes met zich mee brengen. Ze vraagt om de wereld te tonen dat het om gezonde mensen gaat die vluchten voor vreselijke omstandigheden en op zoek zijn naar een beter leven. Vluchtelingen lijden voornamelijk aan psychologische aandoeningen.

Keynote spreker Ngozi Erondu riep op tot dekolonisatie van de wereldwijde gezondheid via een ontmanteling van het ‘internationaal gezondheidssysteem’ dat vooral Noorden ten goede komt. Dit kan door koloniale nalatenschappen om te keren, zoals bijvoorbeeld volksgezondheid ter bescherming van het Westen, en door een einde te maken aan imperialistische benaderingen die in de weg staan van lokaal leiderschap in onderzoek en intellectueel eigendom.


Hare Majesteit de Koningin opende het Colloquium met een toespraak waarin ze pleitte voor het doorbreken van het taboe rond geestelijke gezondheid. Christian Seelos, directeur van het Global Innovation for Impact Lab, Stanford University Center on Philanthropy and Civil Society, hield een vurige pleidooi voor innovatie: “Verwacht geen succes van innovatie, maar eerder radicaal leren.”

Africa CDC directeur en ITG-alumnus, John Nkengasong, benadrukte hoe belangrijk het is dat externe partners hun inspanningen afstemmen op de gezondheidsstrategie van de Afrikaanse Unie: Agenda 2063, the Africa we want.

Nuno Faria, hoofddocent van de Universiteit van Oxford, gaf uitleg over zijn innovatief onderzoek naar de genomica van arbovirussen. Hij wees op het belang van een gecoördineerd en wereldwijd geïnformeerd toezicht op de genomica van virale pathogenen.

# FOTOVERHAAL

17


REWIND

ALLEEN STIGMA BLIJFT BESTAAN

De ITG – hiv-connectie van de jaren ’80 tot nu LOUISE O’CONNOR Op Wereldaidsdag wordt ieder jaar wereldwijd speciale aandacht gevraagd voor mensen die leven met hiv en aids. Het belang van het ITG in het onderzoek naar de ziekte is nauwelijks te overschatten. Vele fundamenten van het wereldwijde onderzoek werden door wetenschappers van het Instituut gelegd. Daarom zette het ITG vorig jaar op Wereldaidsdag de ziekte in de kijker. Dit deden ze door de actie ‘bye bye stigma’ op poten te zetten: bemoedigende boodschappen op papieren T-shirtjes werden aan waslijnen opgehangen doorheen de gebouwen van het ITG. Dankzij medicatie is de dodelijke ziekte dan wel veranderd in een chronische aandoening, de bijhorende bikkelharde stigma’s blijven volharden.

In het begin van de jaren ‘80, merkten dr. Peter Piot en dr. Henri Taelman van het ITG op dat de personen uit Centraal-Afrika die bij hen langskwamen in Kinshasa gelijkaardige symptomen vertoonden als die van een mysterieuze ziekte die op dat moment homogemeenschappen in Amerikaans steden trof. Samen met dr. Kapita van het Hopital Mama Yemo in Kinshasa, werd toen voor het eerst de link gelegd met aids in Afrika. In diezelfde periode deed een team onderzoekers van het ITG, waarvan dr. Marie Laga deel uitmaakte, onderzoek naar geslachtsziekten bij sekswerkers in de sloppenwijken van Nairobi. Ook daar werd onderzocht of dezelfde ziekte zich in Kenia aan het verspreiden was. De bevindingen waren schokkend, maar liefst de helft van de vrouwelijke sekswerkers bleek besmet te zijn met het virus. Zo kwam er een einde aan het idee dat hiv alleen homomannen kon treffen, de ziekte was niet langer simpelweg in een hokje te stoppen als ‘homokanker’. Het nieuws dat hiv zich ook via heteroseksuele transmissie kon verspreiden, stootte echter op heel wat verzet. Enkele wetenschappelijke tijdschriften weiger-


Peter Piot, Bob Colebunders en Marie Laga van het ITG met Congolese medewerkers van Project SIDA in Kinshasa

den aanvankelijk zelfs deze nieuwe inzichten te publiceren. Intussen werden in het Instituut de eerste generatie hiv-patiënten opgevangen. Wat België betreft, ging het wel voornamelijk om homomannen. Seksualiteit, en zeker homoseksualiteit, was in het België van de jaren ’80 nog een groot taboe. Vaak leiden homomannen daarom een dubbelleven, velen waren getrouwd met een vrouw en hadden kinderen. Bovendien was de ziekte op dat moment nog zeer dodelijk. Veel Belgen die besmet waren kregen dus een dubbel stigma voorgeschoteld; ze waren homo én besmet met hiv. ITG-medewerkers konden voornamelijk psychologische ondersteuning bieden, ze waren een luisterend oor. In andere ziekenhuizen was de manier van omgaan met patiënten niet altijd evident. Zo durfde medisch personeel op sommige plaatsen bijvoorbeeld het eten voor de patiënt de kamer niet binnenbrengen, dus werd het voor de deur gezet.

Bijna veertig jaar na de ontdekking van hiv/aids in de jaren ‘80 is gelukkig enorm veel veranderd. Toen midden jaren ‘90 de combinatie van verschillende aidsremmers bleek te werken als behandeling, daalde het sterftecijfer spectaculair. Terwijl de ziekte vroeger een doodvonnis was, kan je er vandaag mee leven. Desondanks is leven met hiv geen evidentie. Er bestaat nog steeds een negatief beeld rond de ziekte. Heel wat mensen zijn terughoudend en angstig wanneer ze ermee geconfronteerd worden. Zo blijft het bijvoorbeeld moeilijk om een nieuwe partner te vertellen dat je besmet bent met hiv en ervaren mensen die besmet zijn negatieve behandeling, afwijzing en uitsluiting. Het stigma dat bij de ziekte komt kijken, blijft dus een harde realiteit voor mensen die ermee leven en zorgt vaak voor angst en isolatie. Met de actie ‘bye bye stigma’ belichtten de ITG-medewerkers alvast de impact van het stigma rond hiv/aids.

# REWIND

19


PORTRET

“TOEGANG TOT ZORG BIJ LEISHMANIASIS WORDT AL TE VAAK OVER HET HOOFD GEZIEN” Na haar medische studies in Indonesië, werkte Temmy Sunyoto 10 jaar voor AZG (Artsen Zonder Grenzen). Tijdens haar periode bij AZG kwam ze in contact met het onderwijs op het ITG. Ze schoolde zich bij via allerlei cursussen, waaronder een postgraduaat tropische geneeskunde en een Master Public Health. Na meer dan tien jaar, ruilde ze AZG in voor het ITG en verdedigde in 2019 haar doctoraatsthesis als Marie Curie bursaal. ‘Zonder het ITG, zou ik niet staan waar ik nu sta,’ zegt Temmy, een gepassioneerde wetenschapper die onderzoek voert naar verwaarloosde ziekten.

tsunami van 2004. In 2006, net voor mijn eerste missie naar het buitenland, volgde ik een Postgraduaat Tropische Geneeskunde en Internationale Gezondheid aan het ITG. Het was meteen mijn eerste kennismaking met het Instituut en het sprak me enorm hard aan. Mijn eerste buitenlandse missie was naar Zuid-Soedan. De regio werd al jaren geteisterd door conflicten en we probeerden de basisgezondheidszorg in een ziekenhuis te herstellen. Het was zwaar, maar het gaf ook heel veel voldoening. Ik werkte hard en met weinig middelen, maar leerde veel,” zegt Temmy. Ze realiseerde zich tevens dat bij AZG werken geen job is, maar een levenswijze - haar missies brachten haar naar Darfur (Soedan), Ethiopië, Kenia en India. Geleidelijk breidden haar taken zich ook uit en werd ze medisch referent en coördinator.

“Toen ik net mijn medische studies had afgerond, had ik geen zin in een specialisatie of (werken in) een privépraktijk. Bij AZG vond ik mijn roeping. Gedurende de eerste twee jaar werkte ik in verschillende Indonesische streken aan uiteenlopende projecten rond hiv en tuberculose, en als hulpverlener in noodsituaties, zoals de

De uitdagingen op het terrein spoorden Temmy aan om zich te verdiepen in volksgezondheid en epidemiologie. Ze ging in 2009 terug naar het ITG om de Master in Public Health te volgen. Haar masterproef ging over leishmaniasis. “Leishmaniasis is een onderwerp dat mij nauw aan het hart ligt. Toen ik als arts

ELINE VAN MEERVENNE


voor AZG werkte in Somalië legden leis­hmaniasispatiënten vaak grote afstanden af om ons centrum te bereiken. De kinderen die aan de ziekte leden, moesten gedurende een maand behandeld worden met het enig beschikbare medicijn via pijnlijke injecties. Na mijn master aan het ITG, leidde ik een leishmaniasisproject in India. De complexiteit en diversiteit van deze ziekte intrigeerde me sterk. Het gebrek aan effectieve bestrijdingsmiddelen blijft een probleem voor verwaarloosde ziekten, vooral in Afrika, waar de context problematisch is. Bovendien wordt de toegang tot zorg te vaak over het hoofd gezien”, vervolgt Temmy. “Toen ik de gelegenheid kreeg een doctoraat te doen over leishmaniasis, greep ik die kans zonder aarzelen. Ik voerde mijn PhD uit in het kader van Euroleish, een Marie Sklodowska Curie Innovative Training Network, met prof. Marleen Boelaert als mijn promotor en mentor. In mijn proefschrift onderzocht ik de factoren die de toegang tot een behandeling van de ziekte belemmeren en ontdekte ik talloze hindernissen. Het beter begrijpen van de ziektelast is belangrijk, vooral in gebie-

den in Somalië of Zuid-Soedan, waar de beschikbaarheid en toegankelijkheid van zorg beperkt is.” Dat betekent dat ze ook toegangsproblemen onderzocht met betrekking tot marktfalen van leishmaniasisgeneesmiddelen, obstakels in de toeleveringsketen en het gezondheidssysteem en de percepties van de gemeenschap. “Zeer zelden wordt de stem van de bevolking gehoord en dat is wat ik probeer te doen in Soedan en Ethiopië: hun stem laten horen om deze ziekte te voorkomen en beheersen,” zegt Temmy. Temmy blijft gebeten door leishmaniasis en toegang tot zorg in het algemeen. “Na mijn doctoraat startte ik aan een project waarbij we de monitoringtools verbeteren om leishmaniasis in te dijken. We ontwikkelen een innovatieve methode om de zandvlieg te bestrijden in Marokko. In mijn onderzoek ga ik op zoek naar het evenwicht tussen innovatie en toegang: nieuwe tools zijn nutteloos als ze de mensen niet bereiken die ze het meest nodig hebben,” besluit Temmy.

# PORTRET

21


Temmy modereert een groepsgesprek met de seizoensarbeiders ©Pieter-Jan Claessens

TEMMY EN DOCUMENTAIRESERIE Temmy Sunyoto en haar onderzoek op het gebied van leishmaniasis komen uitgebreid aan bod in de documentairereeks die dit jaar op Canvas zal te zien zijn. De cameraploeg volgde Temmy helemaal naar Abdurafi in Ethiopië waar ze de problematiek van leishmaniasis bij seizoenarbeiders op grote sesamboerderijen in beeld brachten. Temmy voerde er talrijke gesprekken met seizoenarbeiders en gezondheidswerkers, over de toegang tot zorg als de arbeiders met leishmaniasis besmet raken.

Seizoensarbeiders op weg naar de sesamvelden ©Pieter-Jan Claessens


DE LIJST

DE DRIE MEEST OPMERKELIJKE DUBBELGANGERS VAN DE TIJGERMUG LOUISE O’CONNOR In 2019 vonden onze onderzoekers in België opnieuw eieren, larven en volwassen exemplaren van de tijgermug. Vroegtijdige opsporing en opvolging van exotische muggen is cruciaal om populaties onder controle te krijgen en het risico op ziekteoverdracht in te schatten. Onze entomologen (ook bekend als de mug-experten) krijgen elke

week nogal wat vragen, foto’s en telefoontjes van ongeruste burgers. Tot nu toe bleken de gevlekte exemplaren echter altijd dubbelgangers van de tijgermug. Hieronder vind je de top drie soorten die vaak verward worden met de tijgermug en zo kan je ze misschien zelf proberen te identificeren als je er volgende keer eentje vindt!

Verspreiding » Europa, Turkije, Noord-Afrika, Zuidwest-Azië » Algemeen verspreid in België Kenmerken » 7-9 mm » Donkerbruin » Donker- en lichtbruine ringen op de poten » Gevlekte vleugels Verschillen met de tijgermug

Culiseta annulata Ook gekend als Grote (of geringde) steekmug

» Groter » Bruin met lichtbruine gebandeerde poten, de tijgermug daarentegen heeft een zwart lichaam met witte strepen » Gevlekte vleugels in tegenstelling tot de tijgermug # DE LIJST 23


Verspreiding » Wereldwijd » Algemeen verspreid in België Kenmerken » 5-15 mm » Geen proboscis (zuigsnuit) » Mannetjes hebben grote gevederde antennes » Uitstekende poten in rustpositie Verschillen met de tijgermug

Chironomidae Ook gekend als Niet-bijtende muggen

» Groter » Geen proboscis » Gestreept, maar nooit met een zwartwit patroon zoals de tijgermug

Verspreiding » Wereldwijd » Algemeen verspreid in België Kenmerken » 7-35 mm » Geen proboscis » Lange poten, vleugels en lijf Verschillen met de tijgermug

Tipulidae Ook gekend als Langpootmug

» Groter » Geen proboscis » Gespikkelde of gekleurde vleugels, soms met een patroon, in tegenstelling tot de tijgermug


DE ENIGE, ECHTE EN BERUCHTE TIJGERMUG

Grote (of geringde) steekmug Aziatische tijgermug

Opgemerkt in » Oost-Vlaanderen, Henegouwen, Namen, Luxemburg Kenmerken

Aedes albopictus

» De Aziatische tijgermug is erg klein (fotovergelijking met één eurocent) » Contrasterende zwarte en witte strepen op het lichaam » Zwart-wit gestreepte poten met witte uiteinden » Witte streep op haar rug » De proboscis (steekorgaan) heeft een wit uiteinde

Ook gekend als Aziatische tijgermug # DE LIJST

25


Š Brandweer Zone Antwerpen

“

Onze ambitie: de slaapziekte definitief de genadeslag toebrengen.


HET ITG EN IK

ALEXANDER DE CROO Intussen is het bijna vijf jaar geleden dat ik minister van Ontwikkelingssamenwerking werd. Zonder meer een ongemeen boeiende periode. Met een hele reeks hervormingen brachten we het Belgische ontwikkelingsbeleid bij de tijd. Zo schreef België zich voluit in in de nieuwe Sustainable Development Goals (SDG’s), de VN-afspraken om tegen 2030 extreme armoede te bannen. Om daarin te slagen, is samenwerken het sleutelwoord. Het was dan ook een van mijn prioriteiten om bruggen te slaan tussen klassieke ontwikkelingspartners, de privésector en niet-klassieke ontwikkelingsactoren. Want een overheid of de klassieke ontwikkelingssector kan die ambitieuze agenda van de SDG’s niet langer op zijn eentje waarmaken. L’union fait la force, door samen te werken sta je sterker. Als Belgen weten we dat maar al te goed.

Door het ontwikkelen van nieuwe sneltesten, het inzetten van effectievere vliegenvallen, doorgedreven digitale dataverwerking en efficiënter bevolkingsonderzoek verzamelde het ITG de belangrijkste bouwstenen. De Belgische ontwikkelingssamenwerking en de Gates Foundation staan samen in voor de financiering. Internationaal staat België al jaren te boek als een pionier in het bestrijden van de slaapziekte, mede door de wereldgerenommeerde wetenschappelijke expertise van het ITG en de Belgische inspanningen in DRC. Ook deze nieuwe samenwerking krijgt internationaal applaus. Niet voor niets stond de nieuwe Congolese president Tshisekedi erop om tijdens zijn eerste buitenlands bezoek bij het ITG langs te komen. Iets waar het ITG best trots op mag zijn!

Eén van de nieuwe samenwerkingen waar ik het meeste trots op ben, is die tussen het ITG, het Belgisch ontwikkelingsbeleid en de Bill & Melinda Gates Foundation die ik drie jaar geleden mee in de steigers zette. Onze ambitie: de slaapziekte definitief de genadeslag toebrengen. Elk jaar zijn er in Afrika nog enkele duizenden gevallen van slaapziekte, met name in de Democratische Republiek Congo (DRC). Zonder behandeling is de ziekte altijd dodelijk. # ITG & IK 27


KALENDER 17 maa

The Battle of the Scientists Antwerp

26 apr

Antwerp 10 Miles

2 jul

Proclamatie Master in Public Health (MPH)

28 nov

Dag van de Wetenschap

UW INBRENG TELT! Voor vragen, opmerkingen en suggesties of om een papieren versie van P³ te ontvangen, neem contact op met communicatie@itg.be

@

Lees P3 online via www.itg.be/magazine

@

www.itg.be @ ITGITMAntwerp @ @ITMantwerp / @TropischITG @ www.itg.be/update