Page 77

commerciële toepassingen. Er wordt veel onderzoek gedaan naar nieuwe technieken maar de roll out-fase wordt meestal niet gerealiseerd (zie o.a. Van der Slot, Althof & Van den Berg, 2010). Mede daardoor blijft het aandeel duurzame energie in Vlaanderen en Nederland beperkt. In 2008 was het aandeel duurzame energie van het totale energieverbruik in Nederland slechts 3,5%, in België was dit 3,4% (CBS, 2010, p. 22). De Lage Landen lopen daarmee ver achter bij landen als Bulgarije (9,2%), Denemarken (18,4%), Estland (19,1%), Finland (30,6%), Letland (30,1%) en Zweden (43,5%). Hoewel deze cijfers enigszins vertekenend zijn – Zweden heeft bijvoorbeeld het geluk te beschikken over veel bos en waterkracht voor relatief weinig mensen – plaatst het ons energieverbruik wel in perspectief. Ondanks het feit dat het aandeel duurzame energie in België sneller stijgt dan in alle andere Europese landen, blijft het een van de zwakste landen in de productie van groene energie.

Daarnaast zijn de investeringen in duurzame energie in Vlaanderen en Nederland vaak nog laag. Voor Vlaanderen geldt dat evenwel meer dan voor Nederland. “Het percentage van het onderzoek in België is bijna verwaarloosbaar. Ons land investeerde in de periode 1990-2006 gemiddeld 0.001% van het nationale inkomen of BBP in R&D voor hernieuwbare energie. Dat is veel te weinig” (Criekemans, 2011, p. 332). Hoewel Nederland meer geld uitgeeft aan R&D, gaat een groot deel hiervan enkel naar fundamenteel onderzoek en niet naar demonstratieprojecten en de roll out-fase. Deze stappen

in

het

ontwikkelingsproces

vergen

echter

meer

investeringen

dan

de

onderzoeksfase.

Verder verloopt de samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen in Vlaanderen en Nederland vaak nog niet goed en heeft duurzame energie bij beide nog niet of nauwelijks een plaats in het buitenlands beleid.

Kansen

Aangezien er door het Steunpunt Buitenlands Beleid (Criekemans, 2011) recent een lijvige studie werd gewijd aan de geopolitiek van de hernieuwbare energie, waarin bovendien de kansen voor Vlaams-Nederlandse samenwerking werden beschreven, geven we hier een overzicht van de mogelijkheden die in deze studie naar voren komen.

Criekemans (2011) wijst ten eerste op samenwerkingsmogelijkheden in de demonstratieen roll out-fase van duurzame energie. Nederland en Vlaanderen investeren in innovatie, maar lopen nog achterop als het gaat om de implementatie en valorisatie hiervan. Een

77

Rapport Lage Landen  

Rapport Lage Landen

Advertisement