PET12-2019

Page 1

Nr. 12 - 2019

www.petrochem.nl • losse verkoopprijs € 23,-

hét

Petrochem Nr. 12 - 2019

aar j 0 Al 3

managementblad voor de olie- en chemische industrie in de Rijn/Schelde-delta Nr. 5 - 2015

www.petrochem.nl • losse verkoopprijs € 21,00

Al 25 jaar het managementblad voor de olie- en chemische industrie

Industrie ook schuldig aan resistente bacteriën • Kandidaten PMY 2015 trots op teamprestaties • Belangrijke gasopslag in gebruik genomen • Thema: Personeel en Opleiding

B Inhoud.indd 5

Nr. 1 - 2016

06-05-15 13:12

www.petrochem.nl • losse verkoopprijs € 21,50

Het managementblad voor de olie- en chemische industrie in de Rijn/Schelde-delta

01 16

Inside Magazine

Desinvestering industrie niet fossiel laat schrikken

PET1 OA_voorplaat.indd

voor de olieen gasindustrie

INSIDE Shell zet CO 2 -afvang door ondanks tegenslag

47

29-12-15

08:49

‘De Rotterdamse haven gaat echt niet dicht’ • Industriële delta bloeit weer op • Gunvor neemt raffinaderij in Europoort over • Thema: Engineering & Innovatie

PET1 Advertenties.indd 58

Nr. 9 - 2017

07-01-16 15:31

www.petrochem.nl • losse verkoopprijs € 22,-

Het managementblad voor de olie- en chemische industrie in de Rijn/Schelde-delta Petrochem Nr. 9 - 2017

Inkoper moet leveranciers tot innovaties verleiden • Het oersaai maken van een fabriek • Finalisten Northern Enlightenmentz 2017 • Thema: Offshore

PET09 omslag los.indd 1

PET9 A-Voorplaat.indd 1

16:34 30-08-17 08:22

07_ULTIMA-X5000_Advert_Rev00_NL_Petrochem_185x267_Layout 1 10.05.2017 12:51 Seite 1

Nr. 6 - 2018

www.petrochem.nl • losse verkoopprijs € 22,50

Het managementblad voor de olie- en chemische industrie in de Rijn/Schelde-delta Petrochem Nr. 6 - 2018

Zijn tijd vooruit en de concurrentie ook.

Introductie van de nieuwe ULTIMA X5000 gasmonitor met geavanceerde OLED display, bediening zonder gereedschap, twee sensor ingangen en nieuwe XCell sensoren met verlengde kalibratie interval. Welkom bij de toekomst van gasdetectie.

msaX5000.com

‘Circulaire rol chemie wordt zichtbaarder’ • Groen gas uit reststromen door superkritisch water • Blockchain, the trust machine • Thema: Procesautomatisering

MSAsafety.com/detection Nr. 11 - 2019

www.petrochem.nl • losse verkoopprijs € 23,PET06 A Cover.indd 1

Pet06 omslag los.indd 1

06-06-18 17:50 09:02 05-06-18

MOBILE DEGASSING, GUARANTEED CONTINUITY Het managementblad voor de olie- en chemische industrie in de Rijn/Schelde-delta Petrochem Nr. 11- 2019

YOUR SITE. A BETTER PLACE.

FLYING COMBUSTOR®

MOBILE COMBUSTOR®

ZONE - 0 VENTILATOREN

LANGE TERMIJN OPLOSSINGEN

SIS, marktleider in mobiele verbrandingssystemen en Zone – 0 ventilatoren. Onze services en technologieën vormen de sleutel om (VOC) emissies en geur te reduceren, onder controle te houden en te voldoen aan de meest stringente milieuwetten en regels. Wij zorgen voor uw continuïteit.

TANK TERMINAL

BACK-UP EN VERVANGING VRU

RAFFINADERIJEN/ CHEMISCHE PLANTS

PIJPLEIDINGEN

VERSCHEPEN

BOL TANKS

SIS GmbH   

+49 (0) 4132 654 9100 +31 (0)6 1559 7982

‘Op de oude voet doorgaan is het duurst’ • Hele keten nodig voor chemisch recyclen • ‘Chemie oplossing voor problemen met klimaat’ • Thema: Infrastructuur

INFO@S-I-S.COM

 WWW.S-I-S.COM

SISG19-24270 CorporateADV_Petrochem_210x297_V4.indd 1 PET A Voorplaat.indd 1

17-09-19 10:39

PET11 omslag los.indd 1

22-10-19 16:03 16:31 22-10-19

Energietransitie vraagt om nieuwe allianties • 30 jaar Petrochem special: Toen en nu • European Industry & Energy Summit 2019 • Thema: Veiligheid

PET12 omslag los.indd 1

20-11-19 16:53 11:55 19-11-19


C

C

M

M

Y

Y

CM

CM

MY

MY

CY

CY

CMY

CMY

K

K

H

W

W

R b e s e

O i • • • • • *

W w

PET PET12 PET A Voorplaat.indd A Voorplaat.indd 2 22 omslag los.indd

20-11-19 11:55

Risk Risk SafetS


IN DEZE EDITIE

EUROPEAN INDUSTRY & ENERGY SUMMIT 10 NIEUWE ALLIANTIES

De boodschap die Vattenfall CEO Magnus Hall verspreidt is hoopgevend. Het energiebedrijf streeft naar een fossielvrije energievoorziening binnen één generatie en betrekt de industrie zo veel mogelijk bij zijn missie.

32 GLT-CONSORTIUM Toen in 1995 duidelijk werd dat de natuurlijke druk van het Groninger-veld zou afnemen, besloot de NAM deze kunstmatig op te voeren. Hiervoor riep het Groningen Long Term (GTL) in het leven.

34 ROTTERDAM EN ANTWERPEN

14 PROCESEFFICIËNTIE

Al decennialang wordt er gefilosofeerd over een hechtere samenwerking tussen de havens van Antwerpen en Rotterdam.

De industrie staat voor de opgave om 14,3 miljoen ton extra CO2-uitstoot te reduceren in 2030. Is dit haalbaar? Hans van der Spek van FME is optimistisch.

THEMA: VEILIGHEID

40 MISCOMMUNICATIE ALS VEILIGHEIDSRISICO 18 VERDUURZAMING DUITSLAND EN NEDERLAND Beide landen moeten flink aan de slag om hun respectievelijke doelen te halen, en kunnen elkaar daarbij helpen. Experts zien vooral in de decarbonisering van industrie goede kansen.

Bij taal gaat het over interactie, maar die wordt lastig als je elkaar niet begrijpt. En als het in het kader van de veiligheid absolute noodzaak is dat je elkaar begrijpt, heb je dan misschien wel een levensgroot probleem.

20 INDUSTRIAL ENERGY ENLIGHTENMENTZ Tijdens deze verkiezing zoeken we hoopgevende innovaties. Dit jaar strijden Soundenergy, Antecy, en Gelion om de titel.

28 BIOBASED EN RECYCLING Met biogebaseerde plastics en recycling wil kunststoffenproducent Braskem zijn CO2-footprint enorm terugbrengen.

30 JAAR PETROCHEM 17 VEILIGHEID

Het onderwerp veiligheid werd, wordt en zal ook in de toekomst zeer serieus genomen worden. We willen immers allemaal aan het einde van de werkdag veilig en gezond terug naar huis.

26 DE CHEMISCHE CAMPING Chemieterreinen die enkele decennia geleden slechts één eigenaar en producent kenden, herbergen nu vaak een heel palet aan producenten.

EN VERDER Commentaar 5 Feiten en cijfers • Rotterdam onderzoekt productie kerosine uit lucht • Teijin Aramid zet volgende stap in uitbreiding • BTG maakt scheepvaartdiesel uit pyrolyse-olie 6 Agenda 9 Plant One 24 Innovatie 36 Projecten 44 Column • Henk Leegwater 62

PETROCHEM 12 - 2019 3

PET B Inhoud.indd 3

19-11-19 16:57


Het managementblad voor de olie- en chemische industrie in de Rijn/Schelde-delta Nummer 12 - 2019 UITGAVE VAN: Industrielinqs pers en platform BV, Gedempt Hamerkanaal 155, 1021 KP Amsterdam E-mail: redactie@industrielinqs.nl, website: www.petrochem.nl HOOFDREDACTIE: Wim Raaijen 020 3122 081 EINDREDACTIE: Miriam Rook 020 3122 086 Liesbeth Schipper 020 3122 083 REDACTIE: Dagmar Aarts 020 3122 084 Laura van der Linde 020 3122 083 VASTE MEDEWERKERS: Chris Aldewereld, David van Baarle, Jan Van Doorslaer, Jacqueline van Gool, Monique Harmsen, Evi Husson, Henk Leegwater, Wim Soetaert LAY-OUT: Bureau OMA bv, Doetinchem

Bij OMV GAS gaan flexibiliteit en exceptionele service samen met de internationale kennis en financiële kracht van de OMV Group. Wij leveren aardgasoplossingen op maat aan grote Europese klanten en distributeurs. Onze flexibele prijs- en leveringsconcepten evenals gedetailleerde kennis van de markt zorgen ervoor dat onze producten perfect aansluiten op uw specifieke behoeften. Neem contact met ons op als u wilt weten hoe onze aardgasoplossingen uw bedrijf kunnen ondersteunen: www.omv-gas.nl

OMSLAGFOTO: 30 jaar Petrochem ADVERTENTIEVERKOOP: Jetvertising BV, Arthur Middendorp t: 070 399 0000 - arthur@jetvertising.nl TRAFFIC: Breg Schoen 020 3122 088

210x297_omv_gas_nl_0219_rz.indd 1

27.02.19 13:11

ADVERTENTIE-INDEX Abonnees ........................................................................ 54 Aerzen Nederland ........................................................... 64 Applus RTD ..................................................................... 50 Brandwacht Huren ............................................................ 2 European Industry&Energy Summit: 10 en 11 december 2019 .................................................................................. 46 Frijns Steel Construction ................................................ 50 IPSS.................................................................................. 16 Krohne meehechter .................................. tussen 58 en 59 Mainnovation .................................................................... 8 Market review ................................................................. 60 OMV Gas Marketing Trading & Finance .......................... 4 Petrochem platform .................................................. 38, 39 Risk Safety Holland......................................................... 63 Schelde Exotech........................................................ 30, 31 SIS .................................................................................... 22

COMMERCIEEL MANAGER: Janet Robben 020 3122 085 DRUKWERK: PreVision Graphic Solutions ABONNEMENTEN (excl. 6% BTW) Petrochem verschijnt 12x per jaar. Nederland/België € 182,- per jaar Introductieabonnement NL/B met 25% korting € 136,- per jaar Overig buitenland € 212,Losse verkoopprijs € 23,Studentenabonnement € 42,Proefabonnement 3 mnd € 30,OPZEGGEN: Dit magazine hanteert de opzegregels uit het verbintenissenrecht. Wij gaan er van uit dat u het blad ontvangt uit hoofde van uw beroep. Hierdoor wordt uw abonnement steeds stilzwijgend met een jaar verlengd. Proef- en kennismakingsabonnementen worden niet automatisch verlengd en stoppen na het aantal aangegeven nummers. Opzeggen en wijzigen kan via abonnementen@industrielinqs.nl, per post of per telefoon. De opzegtermijn is 8 weken voor het einde van uw abonnementsperiode. Als opzegdatum geldt de datum waarop uw opzegging door ons is ontvangen. Als u hierom verzoekt, ontvangt u een bevestiging van uw opzegging met daarin de definitieve einddatum van uw abonnement. Overige vragen kunt u stellen via abonnementen@industrielinqs.nl of neem telefonisch contact met ons op via T 020 312 20 88. ISSN: 1380-6386 Prijswijzigingen voorbehouden. © Industrielinqs pers en platform BV Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder toestemming van de uitgever.

Sitech Services................................................................ 42 Stratt+ .............................................................................. 54 Vakmedianet DACE ......................................................... 56 Voltens ............................................................................. 48

Papier binnenwerk:

Papier omslag:

PAPER & BOARD MADE OF

AGRI-WASTE WWW.PAPERWISE.EU

Watervisie: 13 februari 2020........................................... 52

PET Advertenties.indd 4

19-11-19 16:48


COMMENTAAR

‘Dat wordt een ‘kerstborrel’ zonder glühwein in Rozenburg’, fluisterde hij me toe.

Achter de schermen Petrochem bestaat 30 jaar en daarvan ben ik alweer driekwart de hoofdredacteur. Pfff, 23 jaar is een hele tijd. In ieder geval een prima moment om herinneringen op te halen. En dan kom je erachter dat sommige interviews van de vorige eeuw nog vers in het geheugen liggen, terwijl andere, vaak veel recentere gesprekken inmiddels zijn vervaagd. Het schijnt te horen bij het ouder worden, maar dat is het niet helemaal. Het gaat ook om de impact van de gesprekken en tegelijk om de trivialiteiten, die de pagina’s van Petrochem nooit haalden. Kerstborrel Die trivialiteiten. Zo kan ik me een interview in 1999 met de toenmalige havenschepen van Antwerpen Leo Baron Delwaide nog goed herinneren. Samen met fotograaf Eric de Vries moesten we eerst anderhalf uur wachten op een krap bankje, waarna we slechts een half uur over hadden voor het interview en het schieten van foto’s. Dat bleek lang genoeg. Elk woord van de schepen was gewogen, geladen en precies. In accentloos voornaam Nederlands. Ik had eerder te veel stof, dan te weinig. Maar wat is dat toch met Vlaamse politici? Ik heb er verschillenden geïnterviewd, en bij geen van hen begon het interview op tijd. Zo had ik ooit uitgebreid de tijd om een deel van de weelderige ambtswoning van voormalig Vlaams premier Kris Peeters van binnen te bekijken. Klap op de vuurpijl was toch wel Vlaams minister Annemie Turtelboom. Na bijna twee uur wachten, kwam de vraag of de minister met mij van Brussel naar Antwerpen kon meerijden. Daar had ze een radio-interview en onderweg zou ze mijn vragen kunnen beantwoorden. Dat leek me geen goed idee, rijden en interviewen tegelijk. Bovendien geldt natuurlijk ‘safety first’. Ik stelde voor dat ik met de minister mee zou rijden en dat mijn auto door een ambtenaar zou worden nagebracht. En zo geschiedde. Een half uur later zat ik met de minister achter in haar dienst-Tesla. We hadden genoeg tijd, tijdens de spits tussen Brussel en Antwerpen. Rotterdam – Utrecht is er niks bij… Ook het afscheidsinterview met DSM-topman Simon de Bree staat me nog bij. Off the record kreeg ik de laatste roddels uit CEO-land mee. Indertijd had Huntsman net een deel van ICI overgenomen en vooral het feit dat de familie Huntsman

mormoons is, intrigeerde De Bree enorm. ‘Dat wordt een ‘kerstborrel’ zonder glühwein in Rozenburg’, fluisterde hij me toe. Wat dat betreft is Huntsman een frontrunner. Er zijn tegenwoordig nog maar weinig sites waar binnen de hekken alcohol mag worden gedronken. Stopcontact Memorabel zijn ook de verschillende interviews die ik had met Wouter De Geest, topman van BASF Antwerpen. Dat waren geen vragenvuren, sowieso ben ik daar niet zo van, maar welhaast filosofische gesprekken. Soms zo open dat we na afloop beiden met nieuwe inzichten ons weegs gingen. Ook vertelde Wouter me meer dan eens dat Petrochem het enige blad is dat hij mee naar huis neemt. Vervult me toch met enige trots… En dat hij het leest, merkte ik tijdens de gesprekken die we formeel en soms informeel hadden. Ik heb dat ook een keer bewust ingezet. Ongeveer tien jaar geleden begon ik met het schrijven van verschillende artikelen over elektrisch rijden. Ook over mijn eigen zoektocht naar een elektrische auto. Dus toen ik mijn eerste – een Opel Ampera – reed, heb ik bewust bij de receptie van het BASF-hoofdgebouw om een stopcontact gevraagd. In Nederland en helemaal in België reden toen nog maar heel weinig elektrische personenauto’s. Dus het was nog een zeldzaam dier. Pal voor de ingang stond hij te laden, toen Wouter naar beneden kwam om met mij in het bedrijfsrestaurant het interview te hebben. Hij keek naar de auto, die voor de ingang stond en niet de zijne was. ‘Zo Wim, dus dat is uw nieuwe elektrische auto’, zei hij al glimlachend. Wouter neemt binnenkort afscheid van BASF Antwerpen. Hoewel hij nog belangrijke rollen binnen de Vlaamse industrie blijft vervullen, zal ik hem zeker missen. Maar hij hoeft op zijn beurt Petrochem natuurlijk niet te missen. We gaan er alles aan doen om het blad bij hem thuis te krijgen. Al moet ik de eerste editie in het nieuwe jaar zelf brengen, uiteraard elektrisch.

Reageren? Via de mail: wim@industrielinqs.nl of via Twitter : @wimraaijen

PETROCHEM 12 - 2019 5

PET C Commentaar.indd 5

19-11-19 16:56


Neste en Ravago bundelen hun krachten voor de ontwikkeling van chemische recycling van plastic afval op grote industriële schaal. De bedrijven hebben een gezamenlijk doel gesteld om jaarlijks ruim 200.000 ton afvalplastic te verwerken. Chemische recycling kan zelfs gekleurd en gemixt plastic verpakkingsafval upgraden naar grondstoffen van hoge kwaliteit. Dat lukt niet met mechanisch gerecycled plastic. Suiker Unie is op kleine schaal begonnen met de productie van eiwit uit bietenblad. ‘Uit het blad wordt een donkergroen sap geëxtraheerd dat we in een aantal stappen raffineren en drogen tot een kleurloos, smaaken geurloos eiwitpoeder’, vertelt Paulus Kosters, senior programma manager eiwitten bij Cosun. ‘De voedingsindustrie kan dit plantaardige eiwit in talrijke producten benutten. De eerste honderd kilo product komt nog dit jaar beschikbaar. Het bedrijf streeft ernaar om, na deze demo-plant, tegen 2022 de eerste grootschalige productielijn draaiende te hebben. Black Bear Carbon wil in de haven van Rotterdam een fabriek bouwen die granulaat van oude banden omzet in carbon black, pyrolyse-olie en -gas. Na zes jaar testen en twee jaar productie-ervaring is het bedrijf klaar om het concept wereldwijd uit te rollen. De Nederlandse olie- en gasindustrie wil in twee jaar tijd de methaanuitstoot op zee halveren. Om dat te kunnen meten, zijn betrouwbare cijfers nodig. TNO verrichtte daarom offshore metingen bij de gasplatforms in de Noordzee. De gemeten methaanwaarden blijken netjes overeen te komen met de door de industrie gedeelde cijfers. ‘Goed dat de metingen van TNO bevestigen dat de rapportage van methaanemissies door de olieen gassector een betrouwbaar beeld opleveren van onze uitstoot’, vertelt Jo Peters, secretaris generaal van branchevereniging Nogepa. ‘Nu is het voor ons zaak de emissies van onze activiteiten verder te reduceren.’

PETROCHEM 12 - 2019 6

PET D Feiten en cijfers.indd 6

FOTO: BTG

FEITEN & CIJFERS BTG MAAKT SCHEEPVAARTDIESEL UIT PYROLYSE-OLIE BTG zet nog dit jaar een nieuw technologiebedrijf op: BTG-neXt. Dit bedrijf gaat ruwe pyrolyse-olie uit natuurlijke restanten, zoals zaagsel en bermgras, omzetten in scheepvaartdiesel. De locatie van een commerciële fabriek is nog niet bekend, al denkt BTG wel aan Rotterdam of Eemshaven. BTG-neXt richt zich allereerst op de bouw van een demo-raffinaderij. Daarmee wil het bedrijf aantonen dat de continu-productie van scheepvaartdiesel uit pyrolyse-olie mogelijk is. Deze demofabriek krijgt een beoogde capaciteit van duizend ton scheepvaartdiesel per jaar. ‘Dat is voldoende om aan te tonen dat de technologie werkt en dient als basis voor verdere opschaling’, vertelt René Venendaal, CEO van BTG. De demofabriek komt in Twente te staan. Doel is om op basis van de demo commerciële fabrieken met een capaciteit van enkele tienduizenden tot mogelijk honderdduizenden tonnen scheepvaartdiesel per jaar uit te rollen. Venendaal hoopt dat de commerciële fabrieken al op een beperkte schaal rendabel kunnen zijn. ‘We mikken op investeringen van zo’n 200 miljoen euro per fabriek. Maar we zien nu al dat veel potentiële klanten, vanwege de vraag vanuit de markt, liever grotere fabrieken neerzetten.’ ROTTERDAM ONDERZOEKT PRODUCTIE KEROSINE UIT LUCHT Een proefinstallatie op Rotterdam The Hague Airport gaat dagelijks duizend liter synthetische kerosine maken op basis van CO2, waterstof en groene stroom. De proeffabriek haalt CO2 uit de lucht en produceert waterstof met duurzame elektriciteit. Rotterdam The Hague Airport en een Europees consortium onder leiding van EDL Anlagenbau Gesellschaft zijn nog bezig met de voorstudie. Zij willen diverse innovatieve maar bewezen technieken aan elkaar knopen tot een demo-installatie die kerosine uit lucht kan maken. Zo kan de Direct Air Capture techniek van Climeworks CO2 uit buitenlucht filteren. Elektrolyse-cellen van Sunfire kunnen het gas vervolgens omzetten in syngas. Daarna kan Ineratec via Fischer-Tropsch synthese het syngas omzetten in synthetische olie. En tot slot werkt EDL de synthetische olie op tot kerosine. EDL verzorgt ook de gehele proces integratie. SkyNRG is verantwoordelijk voor de commercialisatie-strategie binnen de studie. De eerste afnemer is Transavia. Deze vliegmaatschappij heeft zich aan het project verbonden en aangegeven in de toekomst via duurzame kerosine haar CO2-uitstoot te willen verlagen. Het Havenbedrijf, Rotterdam The Hague Airport en Rotterdam The Hague Innovation Airport gaan ook alvast uitzoeken wat ervoor nodig is om zo’n fabriek op te schalen. Wat zijn de technische uitdagingen bij het bouwen van grotere installaties? Wat is de benodigde ruimte? En waar kan dit soort productie het beste plaatsvinden? VOPAK BREIDT ANTWERPSE TERMINAL UIT Vopak breidt zijn terminal op de Linkeroever in Antwerpen uit met vijftigduizend kubieke meter. De extra capaciteit is volledig bestemd voor de opslag van chemicaliën. Het concern wil de nieuwe tanks in het derde kwartaal van 2021 in gebruik nemen. Vopak Terminal Linkeroever is sinds 2008 operationeel. De terminal heeft 76 tanks met een totale capaciteit van 140.000 kubieke meter. Op dit moment heeft de aan diep water gelegen terminal nog één steiger voor zeeschepen en twee voor binnenvaartschepen. Een nieuwe steiger voor het laden en lossen van chemicaliën is echter in aanbouw. Deze krijgt bovendien specifieke product- en stoomlijnen. Twee schepen kunnen straks tegelijk aanmeren en worden gelost. Vopak wil de nieuwe steiger en bijbehorende infrastructuur in de eerste helft van 2020 in gebruik nemen.

Blijf op de hoogte en schrijf u in voor de nieuwsbrief op www.petrochem.nl

19-11-19 17:07


TEIJIN ARAMID ZET VOLGENDE STAP IN UITBREIDING Teijin Aramid is klaar voor de volgende fase van zijn productie-uitbreiding. Eerder maakte het bedrijf al bekend dat het de productiecapaciteit voor Twaron met 25 procent ging verhogen. Hiervan is inmiddels vijf procent gerealiseerd. Nu komt daar nog een extra uitbreiding van 25 procent bovenop. Voor de uitbreiding van de fabrieken investeert Teijin in nieuwe technologieën die zorgen voor vermindering van de CO2-uitstoot. ‘We gebruiken deze kans om onze productiefaciliteiten op een duurzame wijze te moderniseren’, stelt Gert Frederiks, CEO van Teijin Aramid. ‘Uiteindelijk willen we dat de hele aramide-keten duurzaam en circulair is. Dat betekent dat wij, aan de ene kant, werken aan het efficiënter omgaan met energie en bijdragen aan de energietransitie en het vergroenen van onze grondstoffen. En aan de andere kant zorgen we ervoor dat onze klanten hun toepassingen duurzamer maken door Twaron te gebruiken.’ De fabriek in Delfzijl maakt de grondstof voor Twaron. In Emmen maakt Teijin er vervolgens garens, vezels en pulp van. Deze producten worden onder andere verwerkt in vliegtuigcontainers en autobanden. De volledige uitbreidingen in Emmen en Delfzijl zijn naar verwachting in 2022 klaar en resulteren in enkele tientallen extra banen in de regio. BIOGASINSTALLATIE OP CHEMELOT BEGINT 2022 MET PRODUCTIE Nu alle vergunningen rond zijn, kan de realisatie van een grootschalige biogasinstallatie op Chemelot begin 2020 van start gaan, zodat Zitta Biogas eind 2021 of begin 2022 de installatie kan opstarten. Inmiddels is het bedrijf ook al begonnen met het intekenen van de benodigde mest. De installatie gaat zevenhonderdduizend ton mest per jaar verwerken. Daarvan maakt Zitta Biogas Chemelot ongeveer zestig miljoen kubieke meter biogas, met daarnaast gedroogde mestkorrels en zuiver water. Het bedrijf werkt met langjarige overeenkomsten waardoor de leverancier gegarandeerd is van een continue afname van zijn mest, jaarrond, tegen een vast tarief. OCI Nitrogen wordt afnemer van het biogas voor de productie van ammoniak en kunstmest en levert restwarmte die nodig is om de biogasinstallatie efficiënter te draaien. De restwarmte wordt gebruikt voor het op temperatuur houden van de vergisters en voor het drogen van het digestaat tot organische mestkorrels. De vergisting vindt plaats in twaalf vergisters met een totaalvolume van 84.000 kubieke meter. 4,5 miljoen kilo fosfaat wordt als droge meststof geëxporteerd naar landen die om fosfaat verlegen zitten. Ook wordt ongeveer twee miljoen kilo stikstof afgevangen en opgewerkt tot geconcentreerde vloeibare kunstmest. Zitta Biogas Chemelot is opgericht door Re-N technology. Dit bedrijf is gespecialiseerd in de ontwikkeling en exploitatie van biogasinstallaties.

BRENT RUWE OLIEKOERS 68 67 66

PRIJS PER VAT IN US DOLLARS

65 64 63 62 61 60 59 58

15

16

17

18

Oktober 2019

21

22

23

24

25

28

29

30

31

1

4

5

6

7

8

11

12

Gasunie heeft het project ‘Stikstof mengstation Zuidbroek 2’ gegund aan een joint venture van Visser & Smit Hanab en A.Hak Leidingbouw. De joint venture realiseert voor het project een gas-reduceerstation om hoogcalorisch gas op de juiste druk te brengen. Ook komt er een mengstation om stikstof en hoogcalorisch gas te mengen. Verder moet de infrastructuur worden verbonden met de huidige opslagcapaciteit. De doorlooptijd van het project is ongeveer twee jaar. In het project LUMEN wil TNO samen met vijf projectpartners aantonen dat waterstof en CO2, in combinatie met zonlicht, op een commercieel rendabele manier kunnen worden omgezet in producten voor de chemische industrie en de energiesector. Daarvoor zijn slimme katalysatoren nodig. De partners werken eerst aan een demonstrator op labschaal. Daarmee willen ze de technische en commerciële haalbaarheid van het proces aantonen. Een Nederlands consortium onder leiding van Vertoro heeft 1,2 miljoen euro subsidie gekregen om het potentieel van ruwe lignineolie als platform voor duurzame chemicaliën en materialen te onderzoeken. Het project ‘Meer doen met lignine’ moet helpen om te schakelen van fossiele naar duurzame grondstoffen. Het consortium richt zich op de ontwikkeling en demonstratie van de omzetting van biomassa naar ruwe lignineolie waar vervolgens polyurethaan en fenol van worden gemaakt. Avantium heeft officieel zijn demofabriek die mono-ethyleenglycol (MEG) uit suikers produceert op Chemie Park Delfzijl geopend. De fabriek heeft een capaciteit van ongeveer tien ton per jaar. De opstart van een eerste fabriek op commerciële schaal voorziet het bedrijf in 2024. MEG is een grondstof bij de productie van onder andere polyester textiel en plastics, zoals PET en Avantium’s biogebaseerde alternatief daarvan, namelijk PEF. Eerder opende Avantium al een pilotfabriek voor bioraffinage op het park.

November 2019

PETROCHEM 12 - 2019 7

PET D Feiten en cijfers.indd 7

19-11-19 17:07


Adv Mainnovation 210x297 met afloop3mm.indd 1 PET Advertenties.indd 8

19-09-18 14:56 19-11-19 16:48


AGENDA December

Schrijf nog snel in! 10 en 11 december 2019 De Kromhouthal, Amsterdam www.industryandenergy.nl

European Industry & Energy Summit (EIES) 2019 10 en 11 december vindt in Amsterdam de tweedaagse European Industry & Energy Summit (EIES) 2019 plaats. Thema is: Energizing a sustainable future. Dit internationale congres is een initiatief van TNO, FME en Industrielinqs (uitgever van Petrochem). Het event is gericht op de industrie en energiesector in Nederland, Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen. De summit bestaat uit een plenair programma, interactieve break-outs, side-events en een expositie. Thema’s zijn o.a. chemcycling, biofuels, emissievrij waterstof, CCU/CCS, elektrificatie en meer. Sprekers zijn o.a. Magnus Hall (CEO Vattenfall), André Faaij (director of science TNO Energy Transition), Jurgen Hoekstra (managing director BASF Benelux), Ditlev Engel (CEO DNV GL) en Marcus Remmers (CTO DSM). 10 en 11 december 2019 Jaarbeurs, Utrecht www.micronanoconference.org

MicroNanoConferentie 2019 De Nederlandse vereniging voor Microsystems en Nanotechnologie (MinacNed) organiseert de conferentie, die een platform biedt voor microtechnologie en industrie. De conferentie richt zich op de thema’s: Gezondheid & Zorg; Landbouw, Water & Voedsel; Energietransitie & Duurzaamheid; Productie & Engineering. 12 december 2019 High Tech Campus, Eindhoven www.thehouseoftechnology.nl/congres-big-data

Big Data in de Industrie The House of Technology organiseert een praktijkgericht en interactief congres over de concrete mogelijkheden van big data. Sprekers uit de industrie delen openhartig hun ervaringen. Zo krijgen de deelnemers een overzicht van de toepassingsmogelijkheden van big data in de industrie en wat het concreet voor hun bedrijf kan betekenen. De presentaties komen van bedrijven zoals Philips Healthcare, producent van melkrobots Lely en bouwer van zoutstrooiers Aebi Schmidt.

Januari 30 januari 2020 DeFabrique, Utrecht iv.heliview.nl

Industriële Veiligheid Het congres toont de laatste ontwikkelingen op het gebied van machineveiligheid, procesveiligheid, explosie-

veiligheid en alle facetten van veiligheidscultuur en veiligheidsgedrag. Er is bij zowel veiligheid als bij onveiligheid altijd sprake van samenhang van meerdere events. Alles verhoudt zich tot elkaar waarbij zelfs het kleinste – ogenschijnlijk verwaarloosbare – onderdeel een functie heeft in het systeem. In het uitgebreide lezingenprogramma van het congres wordt hier dieper op ingegaan.

Februari

Schrijf nu in! 13 februari 2020 Tata Steel, Velsen-Noord www.watervisie.com

Watervisie 2020: Het Schaduwministerie van Water Klimaatverandering en bevolkingsgroei legt druk op zowel de kwaliteit als kwantiteit van water. Waar schaarste optreedt, moeten bestuurders soms drastische keuzes maken. De industrie komt bij die keuzes vaak niet op de eerste plaats, terwijl ze ook onderdeel van de oplossing kan zijn. Hoe zorgen de grootverbruikers van zoetwater ervoor dat ook hun belangen worden gehoord? Het schaduwministerie van water verbindt de waterketen en spreekt namens álle watergebruikers. Sprekers zijn: Neldes Hovestad (VP operations Dow Benelux), Jan Bruning (CEO Nedmag), Klaas Vos (sustainability manager global supply chain FrieslandCampina) en Perry van der Marel (managing director Northwater). Tijdens dit congres wordt ook de Water Innovator of the Year gekozen. Tevens is er voor geïnteresseerden een bustour over het terrein van Tata Steel.

Maart 10 - 12 maart 2020 Ahoy, Rotterdam www.stocexpo.com

StocExpo Europe Het grootste internationale event voor de tank terminal industrie wordt gehouden in Ahoy, Rotterdam, gelegen in het hart van het ARA-gebied. De drie daagse vakbeurs en conferentie trekt meer dan 3500 industrieprofessionals vanuit zeventig landen. 25 en 26 maart 2020 Antwerp Expo, Antwerpen www.maintenance-expo.be & www.pumps-valves-expo.be

Maintenance Belgium en Pumps & Valves Belgium Op één beursvloer ontmoet u professionals uit sectoren als (petro)chemie, waterbehandeling, procesindustrie, energie en metaal. Maintenance en Pumps & Valves worden gelijktijdig georganiseerd. The place to be voor elke professionele speler in industrieel onderhoud, shutdown technologie, asset management en productiebetrouwbaarheid.

PETROCHEM 12 - 2019 9

PET H Agenda.indd 9

19-11-19 16:59


INTERVIEW

Energietransitie vraagt om nieuwe allianties

PETROCHEM 12 - 2019 10

PET O Interview.indd 10

19-11-19 16:59


Als het notoire CO2-uitstoters, zoals de staal- en cementindustrie, lukt fossielvrij te produceren, dan lukt het ook in andere sectoren. De boodschap die Vattenfall CEO Magnus Hall verspreidt is wat dat aangaat hoopgevend. Het energiebedrijf streeft naar een fossielvrije energievoorziening binnen één generatie en betrekt de industrie zo veel mogelijk bij zijn missie. Tijdens de European Industry & Energy Summit (10 en 11 december in Amsterdam) zal hij de weg daarnaartoe toelichten. David van Baarle

FOTO’S: DAVID VAN BAARLE

Het verhaal van Vattenfall begint letterlijk bij de Zweedse watervallen. Het staatbedrijf zette al in het begin van de twintigste eeuw waterkracht in voor de opwekking van stroom. Later kwam daar een zevental kerncentrales bij en na de Europese liberaliseringsgolf begon de expansie naar Denemarken, Duitsland, Polen, Engeland, Nederland, Frankrijk en Noorwegen. Met de verschuivingen die de energietransitie teweegbracht, volgde een hectische periode. De kernausstieg dwong het bedrijf tot de ontmanteling van zijn Duitse kerncentrales en ook de Nederlandse investeringen stonden onder druk vanwege overcapaciteit in de elektriciteitsmarkt. Windenergie Steeds meer verschoof de koers van Vattenfall richting duurzame, hernieuwbare bronnen, waar windenergie een groeiend deel van uitmaakt. Bruin- en steenkoolcentrales pasten niet meer in deze lijn en langzaamaan neemt de energiereus afscheid van zijn fossiele centrales. Met als laatste wapenfeit de sluiting van de Amsterdamse Hemweg-centrale eind dit jaar. Hall ziet het als de laatste hobbels naar een volledig fossielvrije energievoorziening. ‘In Zweden was de energiebranche al fossielvrij en richt decarbonisatie zich op het transport en de industrie. In andere landen waar we actief zijn, draaien echter nog fossiele centrales. De centrales die we nog bedrijven, zijn wel de meest efficiënte in hun soort. Centrales als de Duitse 1,7 gigawatt Moorburg-warmtekrachtcentrale, zullen nog hard nodig zijn om de energietransitie te ondersteunen. Maar zelfs die zal op den duur plaats moeten maken voor echt duurzame assets. Dat is naast waterkracht in onze ogen met name on- en offshore wind.’ PETROCHEM 12 - 2019 11

PET O Interview.indd 11

19-11-19 16:59


INTERVIEW Zelfs de International Energy Agency, dat bekend staat om zijn conservatieve houding richting renewables, dicht de Europese windenergiesector grote groeikansen toe. ‘We doen er dan ook alles aan om dat potentieel ten volle te benutten. De subsidieloze investering in Hollandse Kust 1 tot en met 4 is ook voor ons een mijlpaal en er komen nog grote investeringen aan. Onder andere in het Verenigd Koninkrijk en Denemarken, maar ook in Zweden bouwen we het grootste windpark van het land. We moeten in vorm blijven om de competitie aan te blijven gaan op deze zeer snel ontwikkelende markt. We hebben er echter vertrouwen in dat we dat kunnen.’ Elektrificatie Waar die duurzame elektriciteit terecht moet komen, is voor Hall ook helder. ‘Elektrificatie van de transportsector is misschien nog wel de meest eenvoudige stap. Zeker publiek transport kan redelijk snel overstappen op elektrische bussen. Maar ook elektrificatie van het private autopark gaat sneller dan we een aantal jaren geleden dachten. In Noorwegen zijn de afgelopen maand meer

elektrische auto’s verkocht dan fossiel aangedreven. In Nederland staat Tesla bovenaan met aantal verkochte auto’s. Onze taak is om een infrastructuur te faciliteren die duurzame energie koppelt aan elektrisch transport. En hoe beter we dat doen, hoe beter dat is voor het elektriciteitssysteem. We ontsluiten daarmee namelijk een gigantisch opslagmedium voor wind en zonne-energie.’ Vattenfall kondigde onlangs nog aan dat het laadpalen in Amsterdam extra vermogen laat leveren als er een overschot dreigt aan zonne-energie. Daarmee ontlasten elektrische auto’s het net, wat de investeringen voor netbeheerder Liander weer kan temperen. Ook voor de verwarming van huishoudens ziet Hall genoeg mogelijkheden met elektrische warmtepompen, of in sommige gevallen elektrische boilers. Of dit nu individueel of in de vorm van stadsverwarming gebeurt, is afhankelijk van omgevingsfactoren. Na de commotie rondom de biomassacentrale in Diemen voelt Vattenfall zich in ieder geval gesterkt om, naast de transitie naar duurzame bronnen voor stadswarmte, óók de elektrische weg verder te bewandelen.

‘Wij zijn de uitdaging al aangegaan om de staalproductie fossielvrij te maken.’

Duurzaam staal Die elektrische weg geldt zeker ook voor de industrie, alhoewel de duurzame elektriciteit hier ook kan worden ingezet voor de splitsing van water. Hall: ‘We investeren momenteel in electrolyzers. De combinatie met industriële gebruikers versterkt de businesscase voor waterstof. Bijvoorbeeld met de chemie, die ook op zoek is naar alternatieven voor fossiele koolwaterstoffen. De combinatie van afgevangen kooldioxide met waterstof biedt kansen voor tal van waardevolle producten. Wij zijn inmiddels de uitdaging al aangegaan om de staalproductie fossielvrij te maken. Samen met staalproducent SSAB en mijnbouwer LKAB onderzoeken we in het Hybrit-project of we waterstof in kunnen zetten als vervanging voor cokes en kolen in de hoogovens. Normaal gesproken stookt men cokes en steenkool tot hoge temperaturen om het ijzererts te smelten. Dit is ook mogelijk door ijzerertspellets direct te reduceren met waterstof. LKAB levert de pellets en Vattenfall de groene waterstof. We denken in 2035 al het eerste staal te kunnen produceren via dit proces.’ Het Hybrit-project heeft de volle aandacht van de Verenigde Naties omdat het een potentieel alternatief biedt voor een van de grootste CO2-uitstoters ter wereld: de staalindustrie. ‘Op het terrein van SSAB bouwen we ook een ondergrondse opslagfaciliteit. Daarmee kunnen we overschotten aan windvermogen opvangen en tegelijkertijd de staalindustrie helpen bij een van zijn grootste uitdagingen.’ Cement De cementindustrie heeft eenzelfde twijfelachtige reputatie als CO2-emissiekampioen. Vattenfall werkt samen met cementproducent Cementa om de productie van cementklinker te elektrificeren. De cementindustrie gebruikt tot nog toe steenkool om de grondstoffen te verhitten tot ruim 1400 graden Celsius. Hall: ‘Elektrificatie van de cementproductie via plasmatechnologie is mogelijk. De productiesite van Cementa zou zelfs direct kunnen worden gekoppeld aan de uitbreiding van een windpark in de buurt van de fabriek. We zorgen er dus voor dat er geen fossiele brandstoffen hoeven worden gebruikt voor verwar-

PETROCHEM 12 - 2019 12

PET O Interview.indd 12

19-11-19 16:59


ming van de grondstoffen. Er komt nog steeds CO2 vrij tijdens het proces, maar dit kan redelijk eenvoudig worden afgevangen. Deze zeer geconcentreerde stroom kan weer worden gebruikt als grondstof voor bijvoorbeeld de chemische industrie of desnoods ondergronds worden opgeslagen.’ Allianties De rol die Vattenfall speelt in deze ontwikkelingen ligt volgen Hall niet vast. ‘De energietransitie is zo complex dat er nieuwe allianties nodig zijn om echt slagen te kunnen maken. De ene keer zijn wij leidend in een project, maar een andere keer zijn we een kleiner onderdeel van de keten. We kunnen en willen zelf investeren in duurzame assets, maar soms vraagt een project om andere bijdragen. Wij zijn goed in energieopwekking, conversie, transport, opslag en handel. We zetten die kennis graag in om de industrie te ondersteunen in zijn uitdagingen. Zo sluiten we steeds meer zogenaamde power purchase agreements (ppa, red.) af met industriële gebruikers. Daarmee koppelen we de productie van een windpark direct aan het elektriciteitsverbruik van partijen als bijvoorbeeld Microsoft. Daarmee verzekeren hun datacenters zich de komende jaren van duurzame energie, terwijl wij de ruimte krijgen om meer te investeren in duurzame assets. Bijkomend voordeel is dat de klant de komende jaren weet hoeveel geld hij kwijt is aan zijn duurzame elektriciteit.’ Ketenverantwoordelijkheid Hoewel veel van de voorbeelden die Hall noemt nog in het beginstadium zitten, ziet de Vattenfall CEO dat de industrie snel verandert. ‘De publieke opinie stuurt de grote consumentenmerken richting duurzaam ondernemen. En die vragen op hun beurt aan hun keten om ze daarin te ondersteunen. Natuurlijk zijn er onzekerheden over welke technologie, grondstof of energievorm de beste keuze is, maar bedrijven zullen wel móeten kiezen. Onze keuze voor elektrificatie is misschien ook een gok, maar wel een zeer veilige. We hebben de technologie om dit voor elkaar te krijgen en als bedrijven en overheden echt keuzes durven te maken, is het geld dat we daarvoor nodig hebben ook beschikbaar.

Magnus Hall (Vattenfall): ‘Onze keuze voor elektrificatie is misschien een gok, maar wel een zeer veilige.’

De komende jaren verwacht ik dan ook een versnelling in de route die we hebben ingezet. Elektrificatie van de transportsector zit al in die stroomversnelling, de industrie wacht nog af, maar kan ook grote slagen maken.’ Naarmate het duurzaam opwekvermogen toeneemt, verbetert dit de businesscase voor de industrie. Niet alleen omdat de prijzen voor duurzaam opgewekte elektriciteit daarmee verlagen, maar ook omdat ze een actieve rol kan spelen in het balanceren van het energiesysteem. ‘De energiesector en de industrie kunnen elkaar versterken en zullen dus meer in dialoog moeten gaan over hun gezamenlijke rol in de energietransitie.’ Geen belasting Het is voor Hall ook duidelijk wat Vattenfall en zijn partners nodig hebben van de overheid: voortzetting van het

Europese Emissions Trading System (EU ETS, red.). ‘Het mooie van het Europese ETS is dat het geen technologie voorschrijft’, zegt Hall. ‘Door technologieën te stimuleren of uit te sluiten, verstoor je de marktwerking. Het beste is natuurlijk om wereldwijd een eerlijke prijs af te dwingen voor CO2-emissies. Maar als we de Europese ETS al op een niveau krijgen dat duurzame energie concurreert met fossiele varianten, kan de markt zijn werk doen. We moeten dit wel als één blok doen. Het is niet handig als individuele lidstaten eigen extra CO2-taxes gaan invoeren omdat ze grotere ambities hebben. De Nederlandse wens om de energietransitie te versnellen is bewonderenswaardig. Maar qua CO2-beprijzing dreigt Nederland uit de pas te lopen met de rest van de EU. Het is beter om dit gezamenlijk aan te pakken, zodat ecologie en economie in balans blijven.’ ■ PETROCHEM 12 - 2019 13

PET O Interview.indd 13

19-11-19 16:59


EUROPEAN INDUSTRY&ENERGY SUMMIT

‘Klimaatakkoord haalbaar dankzij procesefficiëntie’ Er hangt letterlijk en figuurlijk een donkere wolk in de lucht. Nederland moet in tien jaar tijd de CO2-uitstoot bijna halveren. Dat betekent dat de industrie staat voor de (enorme) opgave om 14,3 miljoen ton extra CO2-uitstoot te reduceren in 2030. Is dit haalbaar? Hans van der Spek van FME is optimistisch. ‘Mits wij alle ruimte geven aan procesefficiëntie.’

Laura van der Linde

De klokt tikt door. Eind 2015 is het Klimaatakkoord ondertekend en toen leek 2030 nog redelijk ver weg. Over een paar weken is het 2020 en dan is het tijdspad naar 2030 slechts een decennium. Is die gestelde CO2-reductie wel een haalbare kaart? Als we kijken naar de snelheid – of liever gezegd traagheid – waarmee de mogelijkheden en benodigdheden om in te kunnen zetten op elektrificatie, waterstof en CO2-afvang en -opslag zich ontwikkelen, dan moeten we concluderen dat de daadwerkelijke uitstootreductie pas na 2025 op gang komt. Dan gaan we de doelstelling niet halen. 6 miljoen ton in 2025 Hans van der Spek, programmadirecteur CleanTech bij FME, erkent dit. ‘De grote transities die op stapel staan, daar geloof ik in. We moeten ook niet stoppen met het aanleggen van nieuwe infrastructuur, het aanpassen van de wet- en regelgeving en het uitdenken van nieuwe businessmodellen. Dit zijn echter langdurige en ook kostbare trajecten.’ Toch is Van der Spek optimistisch. Sterker nog: FME en VEMW hebben een nieuwe stip op een horizon gezet, die nota bene dichterbij is. ‘Met ‘Project 6-25’ hebben

EUROPEAN INDUSTRY & ENERGY SUMMIT 2019 Tijdens de European Industry & Energy Summit op 10 en 11 december in de Kromhouthal in Amsterdam, organiseert FME op woensdag 11 december een side event over Project 6-25. Met de presentatie ‘supporting industry to become greener, smarter and energy-efficient’ wordt een ontdekkingsreis gemaakt langs de keten van nieuwe technologie, projectaanpak en financieringsvormen voor industriële verduurzaming. Kijk voor meer informatie op www.industryandenergy.nl

we de ambitie neergelegd om voor 2025 minimaal zes miljoen ton CO2 te besparen door versnelde uitrol van innovatieve technologie met bewezen impact.’ Voor dit project werd de samenwerking gezocht met bedrijven die werken aan nieuwe, innovatieve technologie die nog niet grootschalig wordt toegepast en die significante impact heeft of gaat hebben op reductie of flexibilisering van energieverbruik en broeikasgasuitstoot. Deze baanbrekende technologieën om processen in de industrie efficiënter te maken, worden nu al succesvol geïmplementeerd. Project 6-25 zoekt verbinding binnen de keten zodat samen, stap voor stap, snelle en concrete resultaten worden behaald. Innovaties Het optimisme van Van der Spek wordt aangewakkerd door de resultaten die een aantal van deze partijen hebben aangetoond. Zonder anderen tekort te willen doen, wil Van der Spek twee voorbeelden uitlichten. ‘Het bedrijf EnerGQ benadert het industriële proces als een menselijk lichaam waarbij je de energiestromen kunt vergelijken met de bloedsomloop . Beide geven signalen af, als er ergens iets aan de hand is. Als je gericht gaat meten, ontdek je waar de pijnpunten zitten. Op basis van data, worden patronen geïdentificeerd en wordt onderzocht welke aanpassingen leiden tot verbeteringen. Het menselijk lichaam heeft wellicht fysiotherapeutische handelingen nodig en in een fabriek kun je processen bijsturen.’ De KLM gebruikt deze techniek in hun Boeing-vliegtuigen, weet Van der Spek. ‘Uit de data bleek bijvoorbeeld dat de ene piloot zuiniger vloog dan de ander. EnerGQ zette deze bevindingen om in concrete vlieginstructies en inderdaad, er werd minder brandstof verbruikt.’

PETROCHEM 12 - 2019 14

PET12 Q Energie.indd 14

19-11-19 17:08


Financiering Dit klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Je zou haast verwachten dat bedrijven in de rij staan om hierin te investeren, maar volgens Van der Spek zijn bedrijven voorzichtig. Hij begrijpt dit ook. ‘Je kunt je geld maar een keer uitgeven en investeren in innovaties is spannend.’ Om dergelijke hobbels en bobbels weg te kunnen nemen, is gekozen voor deze zorgvuldige, projectmatige aanpak. ‘Het vooronderzoek, waarin werd nagegaan in hoeverre de industrie behoefte heeft aan deze aanvliegroute, is afgerond. Dit traject vindt weerklank, dus we zijn nu dit programma verder aan het ontwikkelen. Het is meer dan het samenbrengen van partijen.’ Een van de stappen die moeten worden gezet is het valideren van de technologieën. Hiervoor wordt een onafhankelijk bureau ingeschakeld. ‘Zij gaan na in hoeverre de impact van de gepresenteerde technologie geen luchtfietserij is. Heeft datgene dat wordt geclaimd, reëel potentieel? Kunnen ze het waarmaken?’ Dit is uiteraard ook weer een belangrijk aspect voor het rondkrijgen van de financiering. ‘We zijn enorm blij met de Rabobank als partner. Ook zij geloven in deze manier om CO2-reductie versneld voor elkaar te krijgen.’ Een andere hobbel voor bedrijven om te investeren in innovaties, is de druk op het Capex-budget. ‘Ook deze hindernis kan overwonnen worden. Allereerst: de technologieën uit het 6-25 portfolio hebben vrijwel altijd een terugverdientijd van minder dan vijf jaar. Ver-







 W y



KŶĂĬĂŶŬĞůŝũŬĞ 

/ŵƉůĞŵĞŶƚĂƟĞ  

   

  ďĞƐƚ ƉƌĂĐƟĐĞƐ









 W y

ILLUSTRATIE: FME

EnerGQ richt zich in de eerste plaats op energiebesparende maatregelen, maar de data kan natuurlijk ook worden benut om kosten te verlagen, de veiligheid te verbeteren of storingen te voorkomen. Het tweede voorbeeld is Qpinch. ‘Dit bedrijf heeft een technologie ontwikkeld waarmee zij langs de chemische weg, dus niet met mechanische warmtepomp technologie, laagwaardige restwarmte kunnen omzetten in hoogwaardige proceswarmte.’ Waar restwarmte nu massaal wordt weggekoeld, onbenut wordt gelaten, kan het nu met duurzame elektriciteit worden opgewaardeerd tot bruikbare proceswarmte. ‘In de regio Rotterdam gaat jaarlijks voor zes miljoen euro aan restwarmte verloren. Met hergebruik kunnen we zoveel winnen en enorm veel besparen.’



Hans van der Spek (FME): ‘De technologieën uit het 6-25 portfolio hebben vrijwel altijd een terugverdientijd van minder dan vijf jaar.’

der is het mogelijk de besparing als een service in te kopen. Dit drukt dan op het Opex- en niet op het Capex-budget.’ Uitdaging voor het project is dus om te bewerkstelligen dat in samenwerking met private en/of publieke partijen nieuwe financieringsconstructies of tijdelijk additioneel Capex-budget beschikbaar wordt gesteld. Die donkere wolk hangt er nu eenmaal. De verplichting om het komende decennium 14,3 miljoen ton CO2-uitstoot

extra te besparen ligt er. ‘Het moment dat het pijpenstelen gaat regenen met verplichtingen en ‘gij moet’ en ‘gij zult’ zit er aan te komen. Dan kun je beter nu zelf de regie pakken en stappen gaan zetten met behulp van bewezen technieken. Het project-platform wordt een learning community waarbinnen we leren van ervaringen en succesverhalen. Met uiteindelijk niet één doel, groener worden, maar ook slimmer en energie-efficiënter. Wie zegt daar nu ‘nee’ tegen?’ ■ PETROCHEM 12 - 2019 15

PET12 Q Energie.indd 15

19-11-19 17:08


Multidisciplinary, innovative engineering in Oil & Gas

IPSS is specialist in technische, multidisciplinaire engineeringsprojecten in de petro-/ chemische industrie. Wij zijn betrokken vanaf de Concept-fase tot en met de Engineering-, Procurement- en Construction-fase. Met IPSS heeft u een ervaren, professionele partner in process engineering, mechanical & piping, electrical & instrumentation en automation. Ons specialisme is het optimaliseren van procesinstallaties en het opschalen van lab-, pilot- en productie-installaties.

Smart solutions in Process Engineering IPSS Engineering Amsterdam: 020 - 8202334 Asterweg 19-D 12, unit 8, 1031 HL Amsterdam

ipss.nl

IPSS Engineering Wageningen: 0317 - 421727 Wageningen Universiteit Campus, Bronland 12 T, 6708 WH Wageningen

PET Advertenties.indd 16

19-11-19 16:49


30 JAAR PETROCHEM

Van waarlijk desastreus tot (schijn)veiligheid Het onderwerp veiligheid werd, wordt en zal ook in de toekomst zeer serieus genomen worden. We willen immers allemaal aan het einde van de werkdag veilig en gezond terug naar huis. Veilig werken blijft dus een aandachtspunt, want, zoals Ir. P.N. Houtman van de Nerefco raffinaderij het omschreef in een interview in Petrochem november 1993, ‘op bepaalde plaatsen kunnen de gevolgen van onveilig werken waarlijk desastreus zijn.’

Laura van der Linde

VCA biedt anno 2019 ook VCO-certificering aan, maar gemeengoed is dit concept nog steeds niet.

In het interview vertelde Houtman dat Nerefco (een werkmaatschappij waarin Texaco en BP samenwerkten, dat in 2007 volledig in handen kwam van BP) het veiligheidsprogramma volgens het International Safety Rating System (ISRS) had geadopteerd. In het artikel wordt uitgebreid beschreven hoe de rapporten – en kopietjes hiervan – binnen het bedrijf werden verwerkt. ‘Per jaar worden er ongeveer achthonderd rapporten opgesteld waarmee verschillende incidenten worden gemeld. Van ongevallen met persoonlijk letsel tot een uitgevallen installatie door een falende pomp, in feite alles dat met verliezen te maken heeft.’ Leren van (bijna) ongevallen Het leren van ongevallen en bijna-ongevallen, gebeurt nog steeds. Het worden thema’s voor een toolbox-overleg of er wordt een film van gemaakt. Zo vertelde de manager onderhoud van Attero Wijster, een van de drie genomineerden voor de VOMI safety eXperience Award van 2019, dat zij samen met een slachtoffer van een bedrijfsongeval een behoorlijk confronterende film hadden gemaakt waarin met name het persoonlijke verhaal achter het incident naar voren kwam. ‘De man vertelde dat hij na het incident regelmatig stil had gestaan bij het feit dat hij zijn kleinkinderen misschien wel nooit meer terug had gezien. Zoiets komt wel binnen bij de collega’s.’ In de afgelopen decennia is meer focus gelegd op openheid en eerlijkheid om een veiligheidscultuur te kunnen creëren waarin mensen incidenten of gevaren durven te melden. In het artikel in 1993 verwoordde Houtman dit als volgt: ‘We proberen zo goed mogelijk duidelijk te maken dat het melden niet als doel heeft een heksenjacht te ontketenen of om na

te gaan wie schuldig is.’ Toen al een punt van aandacht. Aantoonbaar veilig? Een andere trend is dat er eerst een toename was van het aantal veiligheidsvoorschriften en -regels, om maar alle risico’s te kunnen ondervangen, en vervolgens een drastische afname. Veiligheidsdeskundige Ira Helsloot legt in een artikel uit 2018 uit dat een opeenstapeling van veiligheidsmaatregelen om de omgeving steeds veiliger te maken, paradoxaal genoeg juist kan leiden tot meer onveiligheid. ‘Uitgebreide handleidingen worden niet gelezen. Er moet gewerkt worden, er moet een klus af. Maar er wordt wel een vinkje geplaatst bij de verklaring ‘gelezen’. Dat zorgt voor schijnveiligheid.’ Als een ‘bewijs van veilig kunnen werken’, werd in 1994 de VCA (Veiligheid Checklist Aannemers) geïntroduceerd. In Petrochem mei 2002 werd voor het eerst melding gemaakt van een variant hierop: de VCO, de VGM Checklist Opdrachtgevers. In dit interview zegt Gert Griffioen van Mourik: ‘Dertig procent van de ongevallen bij industriële aannemers wordt veroorzaakt door opdrachtgevers. Waarom is er naast een VCA ook niet zoiets voor de opdrachtgevers.’ In 2015 werd tijdens Deltavisie gestemd over de stelling: ‘Operating companies belijden veiligheid vooral in woorden en niet in daden.’ Ondanks initiatieven was VCO nog altijd geen gemeengoed. Nadat de stelling enigszins positiever werd ingestoken – ‘VCO moet net als VCA standaard worden’ – kleurde nagenoeg de hele zaal groen. VCA biedt anno 2019 weliswaar ook VCO-certificering aan, maar gemeengoed is dit concept nog steeds niet. ■ PETROCHEM 12 - 2019 17

PET12 V Veiligheid.indd 17

19-11-19 17:01


EUROPEAN INDUSTRY&ENERGY SUMMIT

Hoe Duitsland en Nederland elkaar kunnen helpen verduurzamen Net als Nederland streeft Duitsland naar klimaatneutraliteit in 2050. De consequenties hiervan worden steeds duidelijker. Beide landen moeten flink aan de slag om hun respectievelijke doelen te halen, en kunnen elkaar daarbij helpen. Experts zien vooral in de decarbonisering van industrie goede kansen.

Derk Marseille

Duitsland geldt wereldwijd als pionier in de Energiewende. Toch betekent dit niet dat de Duitsers met gemak de doelstellingen van het Parijse Klimaatakkoord gaan halen. Sterker nog, het is nu al duidelijk dat de tussentijdse doelen in 2020 niet worden gehaald. Via het Europese systeem voor emissiehandel (ETS) moeten de sectoren industrie en stroom uitstoot van broeikasgassen fors terugdringen. De sectoren die niet onder het ETS-systeem vallen, mobiliteit, gebouwde omgeving en landbouw, moeten in 2020 veertien procent van hun uitstoot reduceren ten opzichte van 2005. In 2030 moet een reductie van min 38 procent zijn gehaald. Een grote zorg voor Duitsland. Want wanneer de Europese doelstellingen voor de niet-ETS sectoren niet worden gehaald, volgt er een miljardenrekening voor de belastingbetaler. Alles wat in 2030 te veel wordt uitgestoten, moeten de landen namelijk compenseren met het kopen van emissierechten van andere EU-lidstaten. Een onvermijdelijk scenario, wanneer niet hard wordt ingegrepen. Voldoende reden voor bondskanselier Angela Merkel om het onderwerp tot Chefsache te benoemen. Eerder dit jaar vormde ze een klimaatkabinet, een werkgroep van alle ministers die hiermee te maken hebben. Hiermee wil ze voorko-

EUROPEAN INDUSTRY & ENERGY SUMMIT 2019 De European Industry & Energy Summit 2019 is een initiatief van TNO, FME en Industrielinqs (uitgever van Petrochem). Deze summit richt zich op de thema’s: energietransitie, emissievrije waterstof, chemcycling, biofuels, CCU/CCS, en veel meer! Bekijk het volledige programma op: www.industryandenergy.nl

men dat het thema een speelbal wordt tussen de verschillende ministeries. De Duitse regering zag al snel dat overleg met de buurlanden noodzakelijk is. Merkel bezocht dan ook samen met het klimaatkabinet premier Mark Rutte in het Catshuis. CCS De buurlanden kunnen volgens experts veel van elkaar leren. Zo willen beide landen een CO2-belasting invoeren om de uitstoot te beteugelen. Maar lukt dit zonder dat je de industrie en belangrijke kiezers tegen je in het harnas jaagt? Daarom kijkt Duitsland met grote belangstelling naar de Nederlandse klimaattafels, waar de kabinetsplannen worden besproken met het bedrijfsleven en andere betrokkenen. Begin oktober volgde in de Berlijn de algemene Duits-Nederlandse regeringsdialoog, waar ministers van beide regeringen één-op-één beleidskwesties afstemmen. Opnieuw was klimaat een belangrijk thema. Minister Eric Wiebes ondertekende met zijn Duitse collega van Economische Zaken Peter Altmaier een intentieverklaring voor nauwere samenwerking. In de verklaring staat onder meer dat beide landen meer windturbines op zee willen bouwen. Bovendien moeten alle afzonderlijke windparken beter op elkaar worden aangesloten. Nu zijn het nog te vaak eilandjes in de Noordzee. Ook gaan beide landen samen onderzoek doen naar mogelijkheden om de windenergie om te zetten in waterstof. Terwijl in Berlijn koortsachtig werd nagedacht over de klimaatplannen, bereikte Nederland afgelopen zomer een akkoord. Een uniek moment dus om de Nederlandse visie te mogen presenteren, midden in het Duitse denkproces, zeg-

PETROCHEM 12 - 2019 18

PET12 S Klimaatakkoord.indd 18

19-11-19 17:09


Belangen De gezamenlijke belangen zijn groot, beide landen willen graag samen optrekken in Europees verband. Toch zie je een verschil in focus, stelt Dr. Jan Frederik Braun, Strategisch Energie Analist bij het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). ‘Ruim 46 procent van de Duitse stroomproductie in 2019 is groen. Daar blijft Nederland achter. Aan de andere kant moet Duitsland nog heel veel doen om de uitstoot in het verkeer, en mindere mate bij gebouwen te verminderen. Voorheen werd het energiebeleid vaak slecht afgestemd. Dan wordt het snel dweilen met de kraan open, wanneer je buurland een beslissing neemt die haaks staat op jouw plannen.’ Hij noemt gas als voorbeeld van tegengestelde trends. ‘Nederland wil van het gas af, Duitsland is juist meer gaan gebruiken door het sluiten van kerncentrales.’ Sterkere positie Een van de grote potenties waar beide landen elkaar kunnen versterken ziet Braun in Eemshaven en Rotterdam. ‘Hier kan je offshore-locaties goed verbinden met industrieclusters in Noordrijn-Westfalen. Dat biedt kansen voor waterstof, maar ook synthetisch gas, biogas en het afvangen en aanwenden van CO2.’ De energietransitie kan de Nederlandse en Duitse industrie een gigantisch nieuw verdienmodel opleveren, zegt Braun. ‘Nederland, Noordrijn-Westfalen en Vlaanderen vormen nu al samen het vierde grootste chemische industriecluster ter wereld. Dat betekent dat de kennis, infrastructuur en kapitaal al aanwezig is. Met de kennis die we samen opdoen in het bilaterale onderzoek kunnen frontrunner worden in de wereldwijde decarbonisatie ‘rat-race’ .’ Dat vooruitzicht is het hoe dan ook waard om in te investeren, zegt de ana-

FOTO: PEXELS

gen betrokken Nederlandse ambtenaren. Dit betekent niet dat er hele paragrafen zijn overgenomen, maar wel dat enkele thema’s nu bespreekbaar zijn geworden. Een goed voorbeeld is de ondergrondse afvang en opslag van CO2 (CCS) in lege gasvelden onder de Noordzee, een mogelijk nieuw verdienmodel voor Nederland. Dit is ook terug te zien in het Duitse klimaatakkoord dat op 20 september is gepresenteerd.

list. ‘Aan de ene kant zie je onzekerheid bij de toekomstige vraag naar fossiele brandstoffen. Deze onzekerheid wordt gevoed door strengere milieuwetgeving zeker in Europa - die de fossiele industrie verder onder druk zet.’ Braun ziet in Nederland en Duitsland een goede toekomstige hub in waterstof. ‘De combinatie van offshore wind, waterstof, de bestaande gasinfrastructuur en de grote chemische sector, is veel waard.’ Samen investeren In het intentie-akkoord dat Wiebes en Altmaier begin oktober sloten, wordt gesproken over gezamenlijk onderzoek naar de kansen van waterstof door onder meer de onderzoeksinstituten van TNO en DENA. Beide landen zien in waterstof de kans om de Energiewende verder te voltrekken. Dat is niet voor niets, zegt Braun. ‘Beide regeringen zien de mogelijkheden. Maar je moet goed kijken naar welke businesscases het meest zin hebben. Dat moet je vervolgens als buurlanden goed afstemmen. We hebben hier allebei heel veel bij te winnen. Als we dit goed doen, kunnen we er samen mee de wereldmarkt op.’ De Duits-Nederlandse Handelskamer (DNHK) in Den Haag maakt zich sterk voor meer concrete grensoverschrijdende projecten. Er zijn nu al binationale coöperaties die als voorbeeld kunnen dienen, zoals het project EnerPRO. De provincies Flevoland, Gelderland, Lim-

burg en Oost-Brabant werken hierin samen met Noordrijn-Westfalen aan oplossingen voor een decentrale opslag van groene energie. Bovendien is het volgens de Handelskamer essentieel dat beide regeringen zich op EU-niveau voor één Europese stroomprijs inzetten, ter voorkoming van oneerlijke concurrentie. Wat betreft de ontwikkelingen op het gebied van waterstof loopt Duitsland wederom voorop, stelt de DNHK. ‘Zowel op het gebied van waterstoftreinen als het aantal beschikbare tankstations. Joint ventures zoals H2mobility, die in 2015 door Shell, Total, Air Liquide, Daimler, Linde en OMV in het leven is geroepen en door de Duitse regering gestimuleerd wordt, kunnen ook internationaal als voorbeeld dienen.’ Projecten Voor succes zijn dit soort zichtbare en concrete projecten nodig, zegt Braun. ‘Voor het gewone publiek is het vaak helemaal niet zo zichtbaar. In mei van dit jaar opende koning Willem-Alexander een elektrolyse-installatie van 1 megawatt. Dat is nog niks. De drie netbeheerders Gasunie, TenneT en Thyssengas werken samen om een efficiënte koppeling van de sectoren energie, industrie, mobiliteit en warmte mogelijk te maken. Hierbij plannen zij een elektrolyse installatie op industriële schaal van honderd megawatt. Dat laatste hakt er echt wel in, dat moeten we meer hebben.’ ■ PETROCHEM 12 - 2019 19

PET12 S Klimaatakkoord.indd 19

19-11-19 17:09


EUROPEAN INDUSTRY&ENERGY SUMMIT

Finalisten Industrial Energy Enlightenmentz Welke innovatie helpt de industrie probleemloos de energietransitie door te komen? Tijdens de Industrial Energy Enlightenmentz verkiezing gaan we op zoek naar hoopgevende innovaties. Dit jaar strijden Soundenergy, Antecy, en Gelion om de titel. De winnaar wordt bekendgemaakt tijdens de European Industry & Energy Summit 2019, 10 en 11 december bij de Kromhouthal in Amsterdam.

David van Baarle

Thermo-akoestische warmtepomp gebruikt restwarmte voor koeling De thermo-akoestische warmtepomp was jarenlang een grote belofte. Inmiddels brengt Soundenergy een commercieel product op de markt dat het principe gebruikt om restwarmte in te zetten voor koeling. De potentie in de industrie is enorm en de eerste klanten gebruiken al hun restwarmte om gebouwen te koelen. Het patent van de thermo-akoestische warmtepomp werd rond de eeuwwisseling al ingediend door innovator Kees de Blok. Daarna werkte ECN jarenlang aan verbetering van het ontwerp. Inmiddels is het briljante idee omgezet in een product dat van het schap te bestellen is. CEO van Soundenergy Herbert Berkhout: ‘De crux bij onze thermo-akoestische warmtepomp is dat er nauwelijks draaiende delen inzitten. Eenvoudig

gezegd gebruik je een drukvat met Argon waar je warmte aan toevoegt. Net als een ballon uitzet als hij warm wordt, ontstaat ook in het drukvat een drukverschil. Daarmee is de potentie van de thermische energie omgezet in mechanische energie. Die energie zet net als bij een speaker een geluidsgolf in beweging. Door het gas steeds te laten afkoelen door de omgeving en weer te verwarmen met restwarmte, versterk je de puls. We gebruiken twee cilinders die elkaar blijven versterken, waardoor een feedbackloop ontstaat. Vervolgens gebruiken we in de Teac-25 twee andere cilinders die de akoestische energie gebruiken om koude te produceren. Op deze manier biedt het systeem een koelvermogen van 25 kilowatt terwijl er alleen restwarmte ingaat. Natuurlijk zijn er nog wel wat pompjes en elektrische apparatuur nodig om het proces op gang te houden. Maar

FOTO: SOUNDENERGY

Herbert Berkhout (Soundenergy): ‘We kijken waar restwarmte is en behoefte aan koeling. Het meest ideaal is restwarmte van rond de 180 graden Celsius.’

PETROCHEM 12 - 2019 20

PET12 P Enlightenmentz.indd 20

19-11-19 17:02


FOTO: ANTECY

de energieconsumptie daarvan valt in het niet bij de winst die je haalt uit restwarmte.’ Toepassingen ziet Berkhout genoeg. ‘We kijken waar restwarmte is en behoefte aan koeling. Het meest ideaal is restwarmte van rond de 180 graden Celsius omdat dat het gewenste temperatuurverschil (ΔT) geeft met een buitentemperatuur van rond de 25 graden Celsius. Overigens werkt de warmtepomp ook bij kleinere temperatuurverschillen, maar doorgaans neemt de efficiency toe naarmate de ΔT toeneemt. Het systeem is ook erg vergevingsgezind bij temperatuurfluctuaties en werkt eigenlijk altijd.’ Vast absorptiemiddel vangt CO2 uit de lucht Het idee om direct CO2 uit de lucht te halen is niet nieuw. Antecy vond wel een manier waarop dat zeer efficiënt gebeurt. De Nederlandse startup is een fusie aangegaan met het Zwitserse Cimeworks waarmee de adsorptietechnologie van Antecy een behoorlijke boost krijgt. De technologie van direct air capture (DAC) is redelijk eenvoudig: een ventilator leidt een luchtstroom langs een adsorptiemiddel waarna deze verrijkt wordt met kooldioxide. Als het adsorptiemiddel verzadigd is, warmt men deze op zodat hij de CO2 loslaat.

Robert Rosa (Antecy): ‘We kunnen de techniek op twee manieren inzetten: we gebruiken een puntbron om CO2 uit bijvoorbeeld rookgassen te wassen, of we laten een installatie omgevingslucht afvangen en schoonwassen.’

Veelgebruikte adsorptiemiddelen zijn alkanolamines zoals mono-ethanolamine (MEA), di-ethanolamine (DEA) en methyldi-ethanolamine (MDEA). Antecy ontwikkelde een vast adsorptiemiddel op basis van kaliumbicarbonaat, een bekend voedingsadditief. Het kaliumzout dat ook wel bekend staat als kaliumwaterstofcarbonaat is zeer hygroscopisch, ofwel: het trekt water aan en houdt het vast. Robert Rosa, business developer bij Antecy, geeft aan dat de belangrijkste voordelen van het vaste niet-amine absorptiemiddel de lagere kosten en minder degradatie zijn. Regeneratie van het verzadigde kaliumbicarbonaat gebeurt bij temperaturen vanaf tachtig graden Celsius. Als een DAC in de buurt van de industrie wordt gebouwd, kan deze restwarmte gebruiken voor het regeneratieproces. Of anders zou ook zonnewarmte een optie zijn. Bij die lage

temperatuur is het bovendien niet nodig om actief te koelen, maar volstaat de omgevingstemperatuur. Dus bespaar je aan twee kanten energie.’ De samenwerking met Climeworks zet de ontwikkelingen bij Antecy in een versnelling. Rosa: ‘Climeworks bouwt dit soort installaties al op grotere schaal. Wij wilden juist graag opschalen, maar hadden vooral financiële beperkingen. We kunnen de techniek grofweg op twee manieren inzetten: we gebruiken een puntbron om CO2 uit bijvoorbeeld rookgassen te wassen, of we laten een installatie omgevingslucht afvangen en schoonwassen. De efficiency in de eerste variant is uiteraard iets hoger bij de adsorptie, maar maakt bij de desorptie weinig verschil. Het was voor ons dan ook interessant om samen te werken met de industrie, alleen focussen wij met Climeworks op atmosferische afvang. PETROCHEM 12 - 2019 21

PET12 P Enlightenmentz.indd 21

19-11-19 17:02


MOBILE DEGASSING, GUARANTEED CONTINUITY

YOUR SITE. A BETTER PLACE.

FLYING COMBUSTOR®

MOBILE COMBUSTOR®

ZONE - 0 VENTILATOREN

LANGE TERMIJN OPLOSSINGEN

SIS, marktleider in mobiele verbrandingssystemen en Zone – 0 ventilatoren. Onze services en technologieën vormen de sleutel om (VOC) emissies en geur te reduceren, onder controle te houden en te voldoen aan de meest stringente milieuwetten en regels. Wij zorgen voor uw continuïteit.

TANK TERMINAL

BACK-UP EN VERVANGING VRU

RAFFINADERIJEN/ CHEMISCHE PLANTS

PIJPLEIDINGEN

VERSCHEPEN

BOL TANKS

SIS GmbH   

+49 (0) 4132 654 9100 +31 (0)6 1559 7982 INFO@S-I-S.COM

 WWW.S-I-S.COM

SISG19-24270 CorporateADV_Petrochem_210x297_V4.indd 1 PET Advertenties.indd 22

17-09-19 10:39 19-11-19 16:49


FOTO: GELION

Gel vervangt vloeistof in redox flowbatterij Gelion ontwikkelde een redox flow-batterij op basis van een gel. De gel kan stroom voor langere termijn opslaan, maar ook als condensator worden ingezet. De eerste ontwikkelde batterij gebruikt zink en broom als elektrolyt, maar andere combinaties zijn ook mogelijk. Dankzij de gelvorm, kunnen de toxische stoffen niet vrijkomen. Het vloeistof-tot-gel batterijplatform van Gelion is geschikt voor elektrolytcombinaties van alle vloeistoffen tot vloeistof/ gelatine en een innovatief gel elektrolyt. Het gelatine-elektrolyt heeft de mechanische sterkte van een vaste stof met ionische geleiding die dichter bij die van een vloeistof ligt. Die combinatie maakt batterijen (brand)veiliger en duurzamer. Dankzij deze flexibiliteit in ontwerp kan het batterijplatform van Gelion worden aangepast aan verschillende toepassingen. Zo kan de batterij zo worden ontworpen dat het opgeslagen energie langzaam vrijgeeft. Maar het is ook mogelijk de energie juist snel vrij te geven, zodat de batterij meer de eigenschappen van een condensator krijgt. De redox-materialen van Gelion, zink

De flexibele gels van Gelion voorkomen mechanische spanningsuitval. Zo zijn ze bestand tegen interne stress veroorzaakt door volumeveranderingen tijdens laden en ontladen en externe stress door vervorming.

en broom, zijn goedkoop en wereldwijd goed beschikbaar. De flexibele gels van Gelion voorkomen mechanische spanningsuitval. Zo zijn ze bestand tegen interne stress veroorzaakt door volumeveranderingen tijdens laden en ontladen en externe stress door vervorming.

Niet alleen is de gel niet-brandbaar, maar het is bewezen dat het in een laboratoriumomgeving brandvertragend is. Bovendien zijn alle giftige materialen chemisch gebonden, waardoor ze niet vrijkomen. ■

EUROPEAN INDUSTRY & ENERGY SUMMIT 2019 De winnaar van de Industrial Energy Enlightenmentz wordt bekend gemaakt tijdens de European Industry & Energy Summit. Deze tweedaagse summit richt zich op thema’s als chemcycling, biofuels, elektrificatie, emissievrij waterstof, CCU/CCS en meer. Het event is een initiatief van TNO, FME en Industrielinqs (uitgever van Petrochem). Kijk voor het volledige programma op www.industryandenergy.nl

PETROCHEM 12 - 2019 23

PET12 P Enlightenmentz.indd 23

19-11-19 17:03


PLANT ONE

Nieuw materiaal uit kokosafval Goodhout maakt uit afval van kokosnoten een nieuw materiaal dat een alternatief is voor hardhout en Trespa platen. Het kokosnootafval hoeft niet langer te worden verbrand, boeren verdienen er extra mee en er ontstaat een uniek nieuw

FOTO: GOODHOUT

materiaal.

Voor het nieuwe materiaal gebruikt Goodhout de bolsters, het harige omhulsel, van kokosnoten. Deze bolsters liggen nu vaak gewoon bij boeren op het land waar ze meestal worden verbrand om ze weg te werken. Oprichter van Goodhout Silvia ten Houten: ‘Wij willen een hoogwaardig product maken uit deze reststroom en de mensen in de kokosnootketen helpen. De boeren, plukkers en degenen die de kokosnoten uit elkaar halen behoren namelijk tot de armste mensen van Zuidoost-Azië.’ Nieuw materiaal In een eigen lab bij testfaciliteit Plant One Rotterdam ontwikkelt Goodhout het nieuwe materiaal. Daarvoor worden de bolsters van kokosnoten onder hoge druk en temperatuur geperst zodat het compact laminaat wordt. Het is dan net zo hard als kevlar en twee keer zo hard als ebbenhout. Bijzonder is dat het nieuwe plaatmateriaal puur natuur is. Er wordt geen lijmsysteem toegevoegd. De bolsters bevatten namelijk een grote hoeveelheid lignine, die kan dienen om de vezels aan elkaar te lijmen. Daarnaast is het materiaal van nature brandvertragend en neemt het nauwelijks water op. Het product kan worden gebruikt voor

meubels, vloeren, keukens, badkamers en kinderspeelgoed. Als Goodhout de techniek voor het maken van plaatmateriaal uit bolsters helemaal onder de knie heeft, wil ze de techniek ook toepassen op andere reststromen met vergelijkbare eigenschappen. Denk bijvoorbeeld aan de gerstvliezen die vrijkomen bij bierproductie. Buiten het stramien Doordat Goodhout een heel nieuw materiaal heeft ontwikkeld, past ze in geen enkele materiaalklasse. Ten Houten: ‘Ons product lijkt op iets tussen tussen Trespa, bakeliet en hardhout in. Voor testen vallen wij buiten een stramien. We passen niet op één specifieke plek tussen de bouwmaterialen. Daarom moet ons product een nieuwe materiaalklasse worden. Ik vind het heel erg spannend. We staan eigenlijk waar bamboe twintig jaar geleden was. Dat heeft nu eigen categorieklassen.’ Fair trade Het bedrijf is momenteel bezig om de financiering af te ronden voor een eerste pilot waar ze semi-commerciële platen kan gaan maken. Het is de bedoeling dat deze eerste pilotfabriek in Nederland komt te staan. Daarna komt er een

demofabriek in Zuidoost-Azië te staan. Goodhout droomt echter al verder vertelt Ten Houten. ‘Als we wat groter zijn, willen we een fair rade-systeem opzetten zodat er geld gaat naar de mensen in de kokosnootketen. Zij verdienen bijna niks, maar werken hard. Het zijn vaak mensen die geen andere baan kunnen vinden. Het geld moet naar hen terugstromen. Wij willen bijvoorbeeld de kinderen van deze mensen ondersteunen om naar school te gaan en een microfinancieringsfonds voor de vrouwen in de kokosketen opzetten. Mijn uiteindelijke droom is om het meest commercieel succesvolle duurzame bedrijf ter wereld te worden. Ik wil een naam worden waarvan mensen weten dat wij een bedrijf zijn dat de wereld beter maakt en waar de beste mensen willen werken.’ ■

Deze pagina’s worden mogelijk gemaakt door Plant One

PETROCHEM 12 - 2019 24

PET12 M_Plant One.indd 24

19-11-19 17:11


PLANT ONE

Goedkoper en schoner ontgassen Clean Technology Systems en Vanderwerff Project Management hebben een installatie ontworpen die tanks, pijpleidingen, procesinstallaties en schepen sneller, goedkoper en schoner kan ontgassen. Op het moment worden de laatste proeven gedaan bij testfaciliteit Plant One.

Pas een kleine twee jaar geleden ontstond het idee voor de nieuwe ontgassingsinstallatie. Andre van der Werff en zijn twee compagnons vonden dat de snelheid van ontgassen omhoog moest en de kosten omlaag, net als de uitstoot van CO2 en NOX. ‘Op het moment kan je hier de RTO-technologie voor gebruiken’, legt Van der Werff uit. ‘Maar bij een LEL (lower explosive limit, red.) van boven de 25 procent gaat dat niet. De gassen die wij uit schepen halen, kunnen wel eens driehonderd procent LEL zijn.’ CTS heeft in haar installatie, Triple D genaamd, daarom een veiligheidssysteem gebouwd dat ervoor zorgt dat de LEL van gassen volledig automatisch wordt teruggebracht tot onder de achttien procent. ‘Dat is een stuk veiliger dan andere systemen’, zegt Van der Werff.

FOTO: CLEAN TECHNOLOGY SYSTEMS

Technologieën Er zijn heel veel verschillende manieren om tanks, pijpleidingen en schepen te ontgassen, maar CTS vergelijkt zich alleen met technologieën die net als zij geen afval overhouden: De gesloten fakkel (thermische oxidatie), cryogeen technologie (dampen inkoelen totdat ze een vloeistof worden) en een Regeneratieve Thermische Oxidator (tijdens thermische oxidatie de warmte hergebruiken die bij de verbranding van

In de Triple D installatie is een veiligheidssysteem gebouwd dat ervoor zorgt dat de LEL van gassen volledig automatisch wordt teruggebracht.

gassen vrijkomt). Van de laatste methode maakt CTS gebruik. Aan het eind houdt ze CO2, water, een beetje fijnstof en een heel klein beetje NOX over. Aan de gesloten fakkel en cryogeen technologie zitten een paar nadelen. Zo wordt er bij een gesloten fakkel veel propaan gebruikt en is de cryogeen technologie niet voor elk gas in te zetten. CTS begint alleen niet aan hooggechloreerde producten en fluor. Geen operator nodig De nieuwe installatie gebruikt veel minder propaan dan bij gesloten fakkel. Van der Werff: ‘Er zit een grote brander in om de installatie op te starten en te verwarmen met propaan. Maar als de gassen eenmaal binnen zijn en ontbranden, verwarmt hij zichzelf en hebben we geen propaan meer nodig.’ De kortere doorlooptijd weet CTS te bereiken doordat de installatie vijfduizend kuub in een uur kan verwerken. ‘Bij de concurrentie is dat tweeduizend kuub’, zegt Van der Werff. ‘Dit maakt een project goedkoper. Daarnaast is de grote klapper van onze installatie dat de fysieke aanwezigheid van een operator niet noodzakelijk is, als de klant dit wenst. Hij kan op afstand meekijken en het systeem zelf aan of uit zetten.’ Negen maanden CTS richt zich met haar installatie op de ARA-regio. De eerste ontgassingsinstallatie voor binnenvaartschepen komt waarschijnlijk in Rotterdam te staan. Als de vergunning tenminste rond is. Het is belangrijk, want vanaf medio 2020 mogen binnenvaartschepen in Nederland helemaal niet meer ontgassen op het water. Ook andere Europese landen gaan deze regel de komende jaren invoeren. Het ontgassingsbedrijf wil in hoog tempo een groot aantal units bouwen. De ontwikkeling van de eerste ging in ieder geval razendsnel. De bouw van het prototype is in februari begonnen en nu is CTS al bezig met de commissioning. ‘Negen maanden en ons kindje is er’, zegt Van der Werff lachend. ■ PETROCHEM 12 - 2019 25

PET12 M_Plant One.indd 25

19-11-19 17:11


30 JAAR PETROCHEM

De chemische camping Chemieterreinen die enkele decennia geleden slechts één eigenaar en producent kenden, herbergen nu vaak een heel palet aan producenten. Vooral de verkoop en aankoop van activiteiten sneed dwars door sites heen. Op Chemelot is zelfs nauwelijks geen DSM meer te bespeuren. Een vuurtje dat aangestoken lijkt door Ineos in Antwerpen.

FOTO: WIM RAAIJEN

Wim Raaijen

Eind jaren negentig ontstond een nieuw bedrijf in Antwerpen, door een management buy-out van Inspec België. Ineos is inmiddels een bekende chemische multinational, maar ruim twee decennia geleden begon het dus relatief klein. Met een site die op dat moment al uitblonk in cositing en een paar jaar eerder was overgenomen van BP, wilde Ineos een stap verder gaan. Ze stelde het industriepark open voor nieuwe investeerders. Medio 1998 publiceerde Petrochem een interview met de toenmalige business & operations directeur Paul Nauwelaerts onder de titel ‘De petrochemische camping van Ineos.’ Daarin stelde hij dat de site nog veel ruimte had. ‘Door de kosten te spreiden en de site met derde partijen te delen, kun je efficiënter werken. Zeker in landen als België, waar de loonkosten hoog liggen. Hele grote bedrijven kun-

Business & operations directeur Paul Nauwelaerts van Ineos in Petrochem (medio 1998), toen men nog rookte op kantoor.

nen dat doen door zelf nieuwe installaties neer te zetten. Neem bijvoorbeeld BASF in Antwerpen. Daar werken drie- tot vierduizend mensen en is groot genoeg om de kosten te spreiden door de bouw van eigen installaties. Een kleinere speler als Ineos moet naar andere mogelijkheden zoeken om kosten te spreiden, en de kwaliteit van het personeel hoog te houden.’ Japanse bedrijven Naast utilities en infrastructuur bood Ineos nieuwe investeerders bijvoorbeeld ook personeelszaken aan. Nauwelaerts: ‘Voor de personeelsdienst hebben we momenteel vijf mensen in dienst. Dat is het een minimum om alles goed te laten verlopen. Als je bijvoorbeeld teruggaat van 450 werknemers naar tweehonderd, heb je nog steeds vijf mensen nodig. En als het naar duizend gaat, kan het ook met vijf mensen.’ Zelf had Ineos ook nog eigen productie, met name van ethyleenoxide en derivaten. Bij de zoektocht naar derde partijen wilde het ook op zoek gaan naar afnemers van ethyleenoxide, te meer omdat het zeer reactief is en vervoer per weg ongewenst is. Niet lang daarna vestigden zich al enkele bedrijven op het Ineos-terrein. Opvallend was de komst van twee Japanse bedrijven: Kuraray en Nippon Shokubai. Beide bedrijven begonnen eind vorige eeuw met relatief kleine investeringen, maar recent hebben ze allebei een additieve investering achter de rug. Zo verdubbelde Kuraray de afgelopen jaren haar productiecapaciteit van de speciale kunststof EVOH (etheenvinylalcohol copolymeer). Een investering van 50 miljoen euro. Nippon Shokubai breidde nog steviger uit. Dat investeerde 350 miljoen euro voor uitbreiding van de

PETROCHEM 12 - 2019 26

PET12 T Cositing.indd 26

19-11-19 17:11


FOTO: CHEMELOT

Chemelot

productiecapaciteit van SAP en een eigen acrylzuurfabriek. Chemelot Zonder overdrijven zou je Ineos op dit vlak een wegbereider kunnen noemen. Niet dat veel bedrijven dit concept meteen als kerncompetentie gingen omarmen, er ontstond de afgelopen decennia eerder de noodzaak om nieuwe samenwerkingsvormen aan te gaan. Vooral doordat grote concerns zich gingen concentreren op kerntaken gingen ze activiteiten verkopen en andere weer kopen. Daardoor kwamen nieuwe eigenaren op terreinen die daarvoor alleen van Shell (Pernis), Dow (in Terneuzen) en bijvoorbeeld AkzoNobel in Delfzijl waren. Misschien wel het meest kenmerkende voor deze trend is het voormalige terrein van DSM in Geleen, nu bekend onder de naam Chemelot. De verkoop van de krakers en productie van bulkchemicaliën door DSM aan Sabic begin deze eeuw, was het startschot van een volledige herverdeling. DSM is nog wel heel lang de beheerder van het enorme terrein gebleven, maar ook die taken zijn de afgelopen jaren overgedragen aan Chemelot, dat verschillende productiebedrijven op het terrein als aandeelhouder heeft. Inmiddels runt DSM alleen

nog maar een paarkleine installaties. De rest is in handen van Sabic, OCI Nitrogen, Saudi Aramco, Borealis, USG en verschillende andere bedrijven. Ook Chemelot is actief op zoek naar andere ‘site-bewoners’. Verschillende nieuwe investeerders kwamen op het terrein. Van technostarters tot grote chemiebedrijven. Denk bijvoorbeeld aan de Japanse producent Sekisui. Gemeentelijke belasting Inmiddels zijn er bedrijven die van het cositing-concept hun corebusiness hebben gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan Emmtec. Dat is onderdeel van Getec, dat van het beheren van industrieparken een specialisme heeft gemaakt. Het bedrijf beheert bijvoorbeeld ook parken van Novartis en Clariant in het Zwitserse Basel. Onlangs had Petrochem een interview met Hendrik van der Ploeg, de directeur van Emmtec. Naast levering van energie en andere utilities heeft Emmtec verschillende andere taken en verantwoordelijkheden. Zo kunnen klanten terecht in het laboratorium en heeft het een eigen engineeringsafdeling. Daarnaast biedt de parkbeheerder verschillende parkservices aan, waaronder brandweer, beveiliging, catering en het beheer van de wegen op het terrein. Van der Ploeg: ‘De kosten

van deze services worden zonder opslag verdeeld over de bedrijven op het park. Een soort gemeentelijke belasting? Ja, zo zou je het wel kunnen zien.’ Ook op logistiek vlak ondersteunt het de aanwezige bedrijven. Daarin is het haar tijd lang vooruit. Al vanaf 2002 heeft het park een vernuftig systeem waardoor minder vrachtwagenbewegingen binnen de hekken nodig zijn. Onder luchtdruk worden kunststofkorrels vanaf de productie-installaties via leidingen naar silo’s aan de rand van het terrein geblazen. Maasvlakte Vorig jaar opende Emmtec een vestiging in Delfzijl, waar Nouryon momenteel het Chemie Park Delfzijl beheert. Een opstapje naar meer? ‘De vestiging in Delfzijl richt zich op engineeringactiviteiten. Niet direct op beheer’, antwoordt Van der Ploeg. Toch doet hij er niet geheimzinnig over. ‘Natuurlijk hebben we interesse om het beheer van andere industrieparken over te nemen en daar zijn ook heus wel gesprekken over. We hebben natuurlijk een sterke formule. Laatst hadden we bijvoorbeeld vertegenwoordigers van het havenbedrijf van Rotterdam over de vloer. Die wilden eens bekijken hoe we dat doen. Een concept voor op de Maasvlakte? Zou natuurlijk prima kunnen.’ ■ PETROCHEM 12 - 2019 27

PET12 T Cositing.indd 27

19-11-19 17:11


EUROPEAN INDUSTRY&ENERGY SUMMIT

Een-tweetje tussen biobased en recycling Met biogebaseerde plastics en recycling wil kunststoffenproducent Braskem zijn CO2-footprint de komende jaren enorm terugbrengen. Recycling vraagt wel om aanpassing van het economische systeem, stelt Marco Jansen van Braskem. ‘We moeten voor gebruikte plastics betalen. Het is geen afval, maar grondstof.’

Wim Raaijen

Tijdens de gigantische driejaarlijkse kunststoffenbeurs K-fair 2019, eind oktober in Düsseldorf, was misschien wel het meest gehoorde woord recycling. Alle grote kunststoffabrikanten waren met enorme paviljoens aanwezig. En ze haastten zich allen om de nieuwste ontwikkelingen te delen op het gebied van mechanische en chemische recycling van plastics. De war on plastic waste kan het beste van binnenuit worden gevoerd, is inmiddels de heersende overtuiging. Activisten op dit gebied worden tegenwoordig eerder omarmd dan met argumenten bestreden. Te meer omdat die tegenargumenten inmiddels opgedroogd lijken… Stroperige akkoorden Producenten willen uiteraard niet het kind met het badwater weggooien. Het moet geen totale oorlogsverklaring aan plastic worden. Met kunststoffen kunnen de meest fantastische en vooral ook nuttige producten worden gemaakt. Ook oplossingen die juist de druk op bijvoorbeeld het klimaat kunnen verlichten, zoals hoogwaardige en innovatieve isolatiematerialen, lichtere composieten om auto’s zuiniger te laten rijden en veel meer.

EUROPEAN INDUSTRY & ENERGY SUMMIT 2019 Op 11 december verzorgt Martin Clemesha van Baskem een talk tijdens de European Industry & Energy Summit 2019. Op de tweede dag van deze summit in Amsterdam geven twaalf mensen hun visie op transitie in de industrie en hun eigen rol daarin. De Braziliaan Martin Clemesha gaat vooral in op het belang en de mogelijkheden van plastic recycling. Kijk voor het volledige programma op: www.industryandenergy.nl

Het is niet eens interessant of de aandacht voor recycling overtuiging of ‘een moetje’ is, er is gewoon enorme wereldwijde urgentie. Plastic afval is een van de grote hedendaagse bedreigingen. De microplastics in de oceanen, de enorme vervuiling van stranden, je bent pas echt wereldvreemd als de beelden en verhalen je niet hebben bereikt. Bedrijven lijken de laatste decennia sowieso in toenemende mate maatschappelijk betrokkenheid te tonen. Dat blijkt bijvoorbeeld steeds maar weer tijdens de internationale klimaattoppen, waar regeringen maar moeizaam tot stroperige akkoorden komen, met Parijs als positieve uitzondering. Tegelijkertijd maken industriële bedrijven in side-events goede sier met innovatieve oplossingen. Knoppen Een van de grote kunststofbedrijven die zich uitgebreid presenteerde de kunststoffenbeurs in Düsseldorf is het Braziliaanse Braskem. In Nederland en Belgische industrie is het concern relatief onbekend, vooral omdat het hier geen productie-installaties heeft. Het meest nabij zijn fabrieken in Duitsland. Toch heeft Braskem internationaal een prominente positie, met name als het gaat om de productie van biogebaseerde kunststoffen. Op dat vlak is Braskem – volgens eigen zeggen – zelfs ’s werelds grootste. Het in Brazilië ruim voorradige suikerriet speelt daar een belangrijke rol in. In 2010 introduceerde Braskem als eerste ter wereld een kunststof met rietsuiker als grondstof. Wel heeft een Nederlander een belangrijke functie bij het Braziliaanse bedrijf. Marco Jansen is directeur circular economy & sustainability Europa en Azië en bovendien wereldwijd directeur bioplastics. Midden in de transitie dus.

PETROCHEM 12 - 2019 28

PET12 R Braskem.indd 28

19-11-19 17:04


FOTO: WIM RAAIJEN

Toen hij jaren geleden door Braskem werd benaderd, spraken de ambities van het concern hem zeer aan. Inmiddels zit hij dicht bij de knoppen. ‘Uiteindelijk willen we volledig CO2-neutraal worden.’

Marco Jansen (Braskem): ‘Mensen zijn steeds meer bereid om te betalen voor verduurzaming.’

Geen spoor van besmetting Momenteel zet Braskem significante stappen richting dat doel. Op de korte en middellange termijn ziet hij vooral mogelijkheden in de combinatie van biogebaseerde materialen en mechanische recycling. Bij mechanische recycling worden de verzamelde gebruikte plastics eerst gewassen en versneden. Vervolgens smelt de fabriek de plasticsnippers om tot granulaat: korrels die als grondstof dienen voor nieuwe kunststofproducten. In deze korrels zitten vaak nog wel kleurstoffen en andere additieven. Volgens Jansen kan de combinatie van deze twee routes al een enorme CO2reductie opleveren ten opzichte van kunststoffen uit fossiele grondstoffen. Bij biomassa uit bijvoorbeeld suikerriet wordt de CO2-uitstoot bij productie gecompenseerd door de opname van de nieuwe aanwas. En bij mechanische recycling van kunststoffen komen veel minder emissies vrij dan bij de productie van virgin plastics. Recycling is wellicht het summum, maar

voorlopig zijn nog veel virgin plastics nodig. Het liefst via de bioroute. Niet alleen omdat er gewoonweg niet genoeg kunststofafval beschikbaar is om te recyclen, ook is mechanische recycling voor verschillende toepassingen niet toereikend. Denk aan verpakkingen voor voedingsmiddelen. Er mag geen spoor van besmetting in zitten. Omslag Voor de langere termijn verwacht Jansen daarom veel van chemische recycling van kunststoffen. Net als veel andere chemische bedrijven onderzoekt Braskem de mogelijkheid om via pyrolyse weer chemische bouwstenen te maken van gebruikte plastics. ‘We willen een feedstock maken die uitwisselbaar is met nafta, zodat we die in een kraker kunnen bijmengen. En steeds iets meer. Uiteraard zou het geweldig zijn als er uiteindelijk honderd procent van de grondstoffen in de kraker gerecyclede kunststoffen zijn, maar dat is nog een lange weg te gaan. De belangrijkste uitdaging is om

de kwaliteit van nafta te benaderen.’ Een andere uitdaging is het verzamelen van het kunststof dat nu als afval overal rondslingert. Volgens Jansen is daar maar één oplossing voor. ‘We moeten voor gebruikte plastics betalen. Het is geen afval, maar grondstof. In Mexico hebben we daar op microschaal tests mee gedaan. We hebben mensen gevraagd om afvalplastics te verzamelen in ruil voor vouchers bij de lokale supermarkt. De eerste keer brachten drieduizend mensen in twee dagen 34 ton plastic binnen. Bij een herhaling van het experiment kwam zelfs het dubbele binnen. Het vraagt om verandering van ons economische systeem, waarbij afval waarde krijgt.’ En dan speelt ook nog dat virgin plastics gemaakt uit fossiele grondstoffen momenteel eigenlijk te goedkoop zijn. Die worden nu zo efficiënt gemaakt dat het moeilijk concurreren is. Op dat vlak is Marco Jansen toch optimistisch. ‘Er is echt een omslag gaande. Mensen zijn steeds meer bereid om te betalen voor verduurzaming.’ ■ PETROCHEM 12 - 2019 29

PET12 R Braskem.indd 29

19-11-19 17:04


Advertorial

high-tech equipment leveranciers bundelen krachten Begin 2019 hebben twee high-tech equipment leveranciers, Schelde Exotech en Verolme Special Equipment de krachten gebundeld. Beide zijn al ruim 50 jaar actief in het segment van de (petro) Chemie maar hebben deze kennis de laatste 20 jaar ook gebruikt om verder te verbreden in andere markten zoals de off-shore en Marine Scrubbers.

Schelde Exotech is opgericht in 1998 maar komt voort uit een drietal vroegere bedrijven van de Koninklijke Schelde Groep. Namelijk, Schelde Apparatenbouw, Schelde Ketelbouw en Apparaten en Ketelfabriek AKF. Schelde Apparatenbouw was altijd sterk in de zeer speciale equipment voor bijvoorbeeld Kalkar en Urenco. De Ketelbouw van de Schelde had zijn hoogtijdagen in de bouw van de grote ketels voor o.a. de Amer en de Maasvlakte elektriciteitscentrales. AKF was zeer internationaal gericht en produceerde voor de grote contractors series wisselaars en grote reactoren. In 1998 is al deze kennis en kunde gebundeld in Schelde Exotech. Schelde Exotech heeft zich daarna verder ontwikkeld tot een ontwerper en producent van special equipment, niet alleen voor de chemie maar ook voor internationale instituten als CERN en RAL. Voor de off-shore zijn producten ontwikkeld zoals speciale oplassingen met corrosie werende lagen en worden er vergassingsbranders en mixing nozzles onder licentie gebouwd.

PET Advertenties.indd 30

Verolme Special Equipement is, op een zelfde manier als Schelde Exotech, ontstaan uit een in 1946 opgerichte scheepswerf en in 2001doorgestart als opvolger van het roemruchte Verolme concern. In eerste instantie bediende Verolme Special Equipment een brede markt in de regionale Petrochemie, maar na de verhuizing van Rotterdam naar Moerdijk in 2009 is men zich in toenemende mate gaan specialiseren in hoge temperatuur reactoren en warmtewisselaars en heeft het daarvoor zelfs een eigen materiaalvariant ontwikkeld, Verolme 800H Modified®. Waarschijnlijk omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, is Verolme de laatste jaren weer actief geworden in de Maritieme wereld en wel met name ingesprongen op de toenemende vraag naar Marine Scrubbers. Voor een aantal Scrubber OEM’s worden deze apparaten vervaardigd uit de hoogste legeringen, wordt het bijbehorende leidingwerk geleverd en heeft het een dienst opgezet om reparaties en onderhoud aan deze installaties te plegen, waar ook ter wereld, met eigen mobiele werkplaatsen. Gecombineerde kennis en kunde. Van de huidige equipment leverancier wordt steeds meer verwacht op het gebied van engineering, materialenkennis en productiemethodes. Ook moeten Equipment leveranciers steeds vaker taken overnemen die vroeger bij EPC contractors of eindgebruikers lagen. Zo is er een toenemende vraag naar warmtetechnische en eindige elementen methode (FEA) berekeningen. Door de bundeling van de kennis en kunde die in beide bedrijven in ruime mate aanwezig is, kunnen steeds complexere opdrachten vanuit de industrie worden uitgevoerd. Sinds de samenvoeging van de bedrijven begin 2019, onder de holding van de Pressure Thermal Dynamics (PTD) groep, groeit de markt voor beide bedrijven daardoor zeer sterk. Een verdere uitbreiding van de productiecapaciteit is daarom noodzakelijk. Er zijn al vergevorderde plannen om in 2020 uit te breiden naar de Verenigde Staten, alwaar zich een aantal van de belangrijkste klanten van beide bedrijven bevinden. Het in Texas gevestigde Logan Industries – het derde tot de PTD groep behorende bedrijf – zal onder auspiciën van Verolme en Schelde Exotech, een productielocatie in gebruik gaan nemen voor de markten in Noord-Amerika.

19-11-19 17:10


Advertorial Verdere uitbreiding naar onder andere Zuid-Oost Azie, waar op dit moment al service- en onderhoudsactiviteiten worden uitgevoerd, wordt nog verder onderzocht en zal in sterke mate afhangen van ontwikkelingen in de markt. Milieueisen en Energietransitie. De traditionele markten voor equipment leveranciers staan ontegenzeggelijk onder druk. Hoewel er wereldwijd nog veel wordt geïnvesteerd in petrochemische complexen, is de internationale concurrentie zwaar en vooral gedreven door prijs. Echter er zijn ook volop mogelijkheden om de gebundelde kennis in te kunnen blijven zetten. Zo ontstaat er, onder andere door de strenger wordende milieueisen en daarmee samenhangende energietransitie, vraag naar nieuwe product/markt-combinaties. Bijvoorbeeld energiezuinige en efficiÍnte productiemethoden voor grondstoffen voor accu’s, elektronica en zonnepanelen. Procestechnologen zoeken daarin de grenzen op van materialen en de equipment die ze daarvoor nodig hebben worden eveneens tot het uiterste belast. Ook de opkomende waterstofmarkt of het doorzetten van LNG en CO2/N2 armere(vrije) processen in de chemie zullen de uitdagingen voor ontwerpers en producenten groter maken. Een nauwere samenwerking tussen ontwerpers, producenten en gebruikers van equipment zal daarom ook noodzakelijk zijn, zodat nieuwe oplossingen snel en effectief kunnen worden ingevoerd. Met de gezamenlijke kennis en kunde opgedaan in de laatste 50 jaar verwachten Verolme Special Equipment en Schelde Exotech een belangrijk rol te kunnen spelen bij de uitdagingen die de betreffende focus markten aan hun stellen.

PET Advertenties.indd 31

19-11-19 17:10


30 JAAR PETROCHEM

Zware tijden toonden kracht van GLT-consortium Het Groningen gasveld was jarenlang de cash cow van Nederland en ruggengraat van de Nederlandse energievoorziening. Toen in 1995 duidelijk werd dat de natuurlijke druk van het veld zou afnemen, besloot de NAM deze kunstmatig op te voeren. Om dit te kunnen realiseren riep het bedrijf Groningen Long Term (GTL) in het leven. Idee was om de bestaande clusters te voorzien van compressoren. Om dat mogelijk te maken moesten twintig clusters een grondige renovatie ondergaan.

David van Baarle

Behalve drukverhoging, wilde NAM ook een modernisering van de gaswinningslocaties. Als laatste wilde het bedrijf installaties op afstand kunnen bedienen. Het twee miljard kostende project was naast de Betuwelijn en de Hogesnelheidslijn een van de grootste infrastructuurprojecten die Nederland sinds lange tijd had gezien. De uitvraag van het multidisciplinaire project mondde uit in een redelijk unieke samenwerking. NAM vroeg geïnteresseerde partijen om als consortium in te schrijven. Hoofdaannemer Stork Engineers & Contractors, later Jacobs Engineering, wist in 1997 een keur aan partners samen te brengen die in het dagelijkse leven ook concurrenten van elkaar konden zijn. De betrokken partijen Stork Industry Services, Siemens, Siemens Industrial Turbomachinery, Jacobs Engineering en Yokogawa richtten een vof op waarin ze als gelijkwaardige partners acteerden. Juist die gelijkwaardigheid lag ten grondslag aan het succes van het project, dat ook werd erkend door de jury van de Petrochem Projectprijs. Partners Opvallend in het project was dat er een aantal nieuwe technieken voor het eerst werd toegepast. Zo zette Siemens voor het eerst 23 megawatt compressoren in met magnetische lagers. Deze hadden als voordeel dat ze een heel groot operationeel bereik hadden, veel minder geluid produceerden en ook niet hoefden te worden gesmeerd.

Sebastiaan van der Wal (GTL-Plus): ‘Het idee van een dergelijk contract is dat je mee veert met de omstandigheden. Je deelt als volwaardige partners de lusten en lasten.’

Het besturingssysteem kwam van Yokogawa dat gelijk het grootste DCS-systeem sinds zijn geschiedenis leverde. Maar misschien de grootste innovatie was de projectaanpak. Omdat de gasproductieclusters veel op elkaar leken, zat er een zekere herhaling in de projecten. De partners hadden afgesproken het programma per cluster aan te pakken. Voordat men aan de tweede cluster begon analyseerden de partners wat er goed ging tijdens de eerste en wat er beter kon. Zo konden ze de geleerde lessen meenemen naar het volgende cluster. Met name de engineering van Jacobs en de uitvoering van Stork werden steeds gestroomlijnder waardoor de oplevering van de project steeds eenvoudiger en sneller ging. De vijf partners zaten ook fysiek onder één dak, wat het mogelijk maakte om buiten de eigen kaders mee te denken over projectoptimalisaties. Blauwdruk In 1997 begon het consortium met de renovatie van winningslocatie Tjuchem. Dit werd de blauwdruk voor de andere clusters. Daarna werden alleen nog wijzigingen doorgevoerd als ze significante en aantoonbare voordelen meebrachten. Het tweede cluster, in Bierum, werd drie jaar later opgeleverd. Maar daarna ging het hard. Met de geleerde lessen lukte het om jaarlijks drie clusters op te leveren. En op 25 september 2009 leverde het consortium het laatste cluster, Slochteren, op aan de NAM. Daarmee namen de partijen echter geen afscheid van hun opdrachtgever, al was het maar omdat er nog een 25 jarig onderhoudscontract lag. Het succes smaakte echter naar meer en de vijf partners opperden om de ondergrondse opslag in Grijpskerk en Norg, het tankerpark in Delfzijl en de ondergrondse leidingen in beheer te nemen.

PETROCHEM 12 - 2019 32

PET12 W Allianties.indd 32

19-11-19 17:12


GLT Plus De lang gekoesterde voortzetting kwam er. In 2010 sloot het consortium onder de naam GLT-Plus een nieuw servicecontract af met NAM. Inmiddels is de situatie rondom het Groningenveld behoorlijk veranderd. Al in 1986 voelden de bewoners van Assen op Tweede Kerstdag een aardbeving. Men vermoedde toen dat er een relatie bestond met de gaswinning in het gebied. Sindsdien is het aantal aardbevingen toegenomen. Als in 2014 een aardbeving van 3,6 op de schaal van Richter wordt gemeten in Huizinge, betekent dit een kantelpunt in de politieke besluitvorming rondom het gasveld. De overheid besloot dan ook meerdere malen de gaskraan verder dicht te draaien. Kosten besparen De reactie van de partners op de veranderde marktomstandigheden bevestigt volgens managing director Sebastiaan van der Wal van GLT-Plus de kracht van het raamcontract. ‘Het idee van een dergelijk contract is dat je mee veert met de omstandigheden. Je deelt als volwaardige partners zowel de lusten als de lasten. We hebben de organisatie dan ook behoorlijk omgegooid en zochten direct naar mogelijkheden om dezelfde kwaliteit en veiligheid te kunnen garanderen tegen lagere kosten.’ De afronding van het Stork GLT-project luidde indirect de facility development asset Groningen (FDAG) fase in. De gewenste scope-uitbreiding kwam er. Bovendien werd direct gesproken over een tweede compressiefase. Men verwachtte namelijk dat de druk in het veld op den duur zo laag zou worden dat een tweede compressor nodig was. Van der Wal: ‘Ook hier kozen we voor een aanpak waarbij we eerst een vooruitgeschoven project uitvoerden. Nog voordat NAM hem daadwerkelijk nodig had. De projectervaringen namen we mee naar de volgende productiefaciliteiten. We startten de voorbereidingen in 2011 om in 2013 de eerste second stage compressor op te leveren op productielocatie Schaapbulten. Helaas is het

FOTO: NAM

NAM had al plannen klaarliggen om de opslag in Norg uit te breiden en via een dertig kilometer lange pijpleiding te koppelen aan de Groningen clusters.

Beeld uit de GTL special, gemaakt door Industrielinqs (uitgever van Petrochem) in 2009.

daarbij gebleven. De omstandigheden waren inmiddels dermate veranderd dat we de kracht van het partnership konden beproeven. De productie van de velden ging naar beneden, en daarmee ook de inkomsten van NAM. De uitgaven voor het verstevigen van woningen stegen echter, waardoor de kostendruk voor het bedrijf behoorlijk toenam.’ Het consortium sprong eigenlijk redelijk natuurlijk in op de veranderde omstandigheden. ‘We zijn direct bij elkaar gaan zitten om te kijken waar we konden bijdragen en riepen een aantal werkgroepen in het leven om kosten te besparen. Het uitgangspunt was dat we niet wilden inleveren op kwaliteit en veiligheid. We startten een campagne waarbij we goede besparingsideeën met elkaar deelden door er een flyer van te maken. We konden ze uiteindelijk bundelden in een behoorlijk dik boek.’ Een van de uitdagingen was bijvoorbeeld dat de veldapparatuur verouderde. Hoewel de apparatuur zelf het nog prima deed, zat de uitdaging vooral in de software en de softwarekennis. ‘Door die kennis bij te spijkeren voorkwamen we een dure investering, met behoud en borging van de veiligheid.’ Hetzelfde geldt voor de magnetische lagers. De controllers die het magneetlagersysteem regelden waren ook verouderd. ‘Er waren geen reserveonderdelen

meer verkrijgbaar en we zouden een nieuwe generatie controllers moeten kopen en implementeren. Dit zou tientallen miljoenen kosten. We besloten alternatieve routes te onderzoeken om toch aan reservecontrollers te komen. Siemens bood toen samen met haar leverancier Waukesha aan de oude NGC-controller te herontwikkelen. De verouderde technologie werd samengesteld uit componenten die nog wel op de markt verkrijgbaar waren.’ Nieuwe fase Inmiddels is het raamcontract met GLTPlus per 31 december 2020 opgezegd. NAM wil het onderhoud van al zijn landassets onderbrengen in één OneShore organisatie zoals zijn offshore assets in OneGas. Van der Wal: ‘De veranderende omstandigheden noodzaken NAM om anders met zijn assets om te gaan. Ze gaan dan ook hun portfolio herschikken. We kregen van NAM wel duidelijk te horen dat ze het contract alleen maar opzegden omdat de inhoud niet meer passend was, niet vanwege de prestaties. We zullen dan ook zeker als consortium bieden op het landcluster. We willen twintig jaar ervaring inzetten om ook onder de nieuwe omstandigheden nog jaren de gasvelden te servicen zodat NAM deze kan blijven inzetten in de veranderende energiemarkt.’ ■ PETROCHEM 12 - 2019 33

PET12 W Allianties.indd 33

19-11-19 17:12


30 JAAR PETROCHEM

De haat-liefdeverhouding van Rotterdam en Antwerpen Al decennialang wordt er zo nu en dan gefilosofeerd over een hechtere samenwerking tussen de havens van Antwerpen en Rotterdam. Heel soms wordt het woord fusie in de mond genomen, om vervolgens weer snel over te gaan tot de orde van de dag. Wat dat betreft waren Gent en Zeeland doortastender.

Wim Raaijen

In 1999 vroeg Petrochem aan de toenmalige schepen (wethouder) van Antwerpen Leo Baron Delwaide of er niet een grensoverschrijdend havenbedrijf moet komen. Om de industriële belangen in Nederland en Vlaanderen internationaal beter te verdedigen. ‘U bedoelt een Delta-havenbedrijf? Dat is een mooie droom waar we zeker aan moeten denken’, antwoordde hij. Hij was ook zo realistisch dat hij een fysieke samensmelting van havenbedrijven niet meer tijdens zijn ambtstermijn mee zou maken. ‘Ik ben natuurlijk een oude man, maar mijn jonge opvolger komt nog eens voor de beslissing te staan of er een enkel havenbedrijf moet komen voor alle havens in de hele Delta.’ Maar dat de havens van Rotterdam niet alleen elkaars concurrenten waren, maar elkaar ook zeer konden versterken, was hem toen al duidelijk. Of zoals hij het zelf mooi verwoordde: ‘Ik weet geen voorbeeld van Antwerpen, noch van Rotterdam, dat de opgang van de een ten koste ging van de ander. De activiteiten van beide gebieden versterken elkaar juist.’ Diplomatiek signaal Ook zijn opvolger als schepen van de haven, Marc van Peel, heeft uiteindelijk niet voor de beslissing gestaan voor een eventuele fusie. Integendeel misschien wel. Van Peel, die vorig jaar afscheid nam, heeft eerder een tijdje op voet van ‘oorlog’ gestaan met zijn noorderburen. Belangrijkste dispuut was de uitdieping van de Westerschelde. Zomer 2009 bepaalde namelijk de Nederlandse Raad van State

De concurrentie tussen Rotterdam en Antwerpen springt nog steeds meer in het oog dan de onderlinge synergie en samenwerking.

dat de vaargeul van de Westerschelde voorlopig niet mocht worden verruimd en verdiept omdat onduidelijk was welke gevolgen dat werk had voor de natuurlijke waarden. In een verdrag met Vlaanderen had de Nederlandse regering zich verplicht de Westerschelde beter bevaarbaar te maken voor grote schepen die de haven van Antwerpen wilden aandoen. De Vlamingen reageerden furieus, met Marc van Peel voorop. Hij stelde zelfs voor om voor om de Zeeuwse mosselen te boycotten. Er werd gesuggereerd dat niet de Nederlandse milieubeweging, maar het Rotterdamse havenbedrijf hierachter zat. Ook de Vlaamse regering was ontstemd. De uitspraak van de Raad van State was reden voor de Vlaamse minister-president Kris Peeters om de Nederlandse ambassadeur te ontbieden. Een zwaar diplomatiek signaal. Uiteindelijk ging kabinet Balkenende overstag en is in 2010 de uitdieping begonnen. Toch ging het nog niet helemaal zonder slag of stoot. Volgens het verdrag zou Nederland de Hedwigespolder onder water zetten als compensatie voor de uitdieping. Kabinet Rutte I kwam daar echter op terug. Het geduld van Vlaanderen was in 2012 daarom wederom op, waarna de Vlaamse regering een procedure startte om Nederland alsnog te dwingen de polder onder water te zetten. In 2015 stopten de Vlamingen deze procedure echter. Oliehaven De concurrentie tussen Rotterdam en Antwerpen springt nog steeds meer in het oog dan de onderlinge synergie en samenwerking. Dat bleek afgelopen jaren maar weer toen zowel Antwerpen als Rotterdam naar de hand van Ineos dongen. Uiteindelijk koos het chemiebedrijf in januari 2019 voor Antwerpen

PETROCHEM 12 - 2019 34

PET12 U RijnSchelde.indd 34

19-11-19 16:55


Tijdens het interview in 1999 was elk woord van de schepen Leo Baron Delwaide gewogen, geladen en precies.

Trilateraal Je zou dus kunnen zeggen dat de samenwerking tussen Antwerpen en Rotterdam de afgelopen decennia niet veel hechter is geworden. Toch wordt er op landelijk en gewestelijk niveau wel toenadering gezocht, ook met Noordrijn-Westfalen. Twee jaar geleden maakten overheden van Vlaanderen, Nederland en Noordrijn-Westfalen bekend nauw te gaan samenwerken om de chemische industrie verder uit te bouwen. Met een tewerkstelling van meer dan 350.000 mensen en een gezamenlijke omzet van 180 miljard euro is de regio goed voor twintig procent van de Europese chemie. Doel is om het chemiecluster in het hart van Europa aantrekkelijk te houden voor nieuwe investeringen. Daarvoor wordt een trilaterale samenwerking opgezet tussen overheid, industrie en academische wereld in de drie regio’s.

Tonnen-fetisj Opvallend is verder dat waar Rotterdam en Antwerpen niet dichter bij elkaar zijn gekomen, er wel een ander grensoverschrijdend havenbedrijf is ontstaan: North Sea Port. Per 1 januari 2018 gingen Zeeland Seaports en Havenbedrijf Gent samen. ‘De gebieden sluiten naadloos aan’, stelde CEO Daan Schalck van Havenbedrijf Gent twee jaar geleden in Petrochem. ‘We hebben een onderzoek laten uitvoeren door McKinsey. Daarin werd ook de vraag gesteld wat er zou gebeuren als Gent met Antwerpen zou fuseren. Dat lijkt misschien een voor de hand liggende keuze, maar dat is het niet. In havens als Antwerpen en Rotterdam wordt bijna alles afgemeten aan de opslag en doorvoer van containers. Zowel Gent als Zeeland willen deze tonnen-fetisj juist loslaten. We richten

FOTO: ERIC DE VRIES

om drie miljard euro te investeren in een ethaankraker en een installatie voor de productie van propyleen. Ineos-directeur Hans Casier verbaasde zich in een interview in Petrochem over de discussie die vervolgens losbarstte in de Nederlandse pers. Bedrijven zouden de Rotterdamse haven mijden vanwege het Nederlandse klimaatbeleid, was de teneur. Casier: ‘Dat is bij ons onderzoek nooit aan bod gekomen. Rotterdam had bovendien een heel sterk dossier. Het concrete aanbod was misschien zelfs iets beter dan dat van Antwerpen.’ Doorslaggevend was dat er bij vestiging in Rotterdam additionele infrastructuur nodig is. De eigen, bestaande installaties van Ineos in Antwerpen zijn straks immers de belangrijkste afnemers van ethyleen en propyleen uit de nieuwe fabrieken. Door te investeren in Antwerpen is geen extra transport nodig. Wel bijzonder van deze investering is dat de grondstoffen, de schaliegassen ethaan en propaan straks direct in de Antwerpse haven in vloeibare vorm per schip aankomen. Dat zou nog weleens een deuk in de synergie tussen Rotterdam en Antwerpen kunnen opleveren. Immers Rotterdam is toch de oliehaven en veel, zo niet bijna alle grondstoffen voor de Antwerpse chemie komen via de Rotterdamse haven binnen en gaan vervolgens met name via de uitgebreide pijpleidinginfrastructuur naar het zuiden.

ons allebei veel meer op de toevoegende waarde van de industrie. Na de fusie worden we straks de derde industriehaven van Europa. Voor op- en overslag blijven we rond de tiende plaats steken. Zou Gent samengaan met Antwerpen of Zeeland met Rotterdam, dan zouden we te veel worden meegesleurd in de jacht naar meer tonnen.’ Deze redenering volgend, zou een samensmelting met Moerdijk en bijvoorbeeld Bergen op Zoom een logische vervolgstap kunnen zijn. Schalck (in 2017): ‘Zeker een interessante gedachte, maar laten we vooral niet op de zaken vooruitlopen. De eerste stap is al moeilijk genoeg. Er zijn veel overheden betrokken bij de voorgenomen fusie. En laten we eerst strategisch nog maar interessanter worden. Eerst groeien, daarna verder kijken.’ ■ PETROCHEM 12 - 2019 35

PET12 U RijnSchelde.indd 35

19-11-19 16:55


INNOVATIE

FOTO: JOOST BAKKER|WIKICOMMONS

iTANKS-LEDEN Petrochem Platform

PROJECT MAAKT REINIGING VAN TANKWAGENS VEILIGER EN EFFICIËNTER Met het e-ECD-project, een initiatief voor informatie-uitwisseling over de reiniging van tankwagens, heeft Essenscia de Europese Responsible Care Award gewonnen. Het winnende project zorgt voor meer veiligheid en efficiëntie in de logistieke keten. De chemische industrie gebruikt tankwagens voor het transport van producten. Bij elke stap in het logistieke proces moet een speciaal document worden opgemaakt – een ECD of EFTCO Cleaning Document. Daarin staat nauwkeurige informatie over de inhoud, de schoonmaak en het transport van de betrokken tankwagen. Jaarlijks gaat het om bijna drie miljoen papieren documenten. In 2015 nam Essenscia het initiatief dit proces te digitaliseren. Daarvoor was een nauwe samenwerking nodig tussen chemiebedrijven, transportondernemingen en dienstverleners uit de tank cleaning sector. Er kwam ook een beveiligd digitaal platform. ECLIC, de European Chemical Logistics Information Council, beheert dit systeem als een onafhankelijke partner. Na een succesvolle testfase met twintig bedrijven is het systeem nu volledig operationeel en klaar voor gebruik in heel Europa. Dankzij real time aanpassingen is de digitale informatie altijd actueel en accuraat. Dat zorgt voor meer transparantie en meer veiligheid, maar ook voor meer efficiëntie. Ongeveer 150 partijen in België, Nederland en Duitsland hebben zich inmiddels geregistreerd. Op termijn moet het digitale e-ECD-document de standaard worden in heel Europa. Daarbij mikt Essenscia op zo’n zeshonderd deelnemende bedrijven.

Iv-Industrie

DEZE RUBRIEK WORDT MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR

MILJOENEN VOOR ONDERZOEK NAAR ‘DIGITALE TWEELINGEN’ De Technische Universiteit Eindhoven gaat samen met vijf andere universiteiten en twaalf industriële partners onderzoek doen naar zogenoemde digitale tweelingen. Dit zijn virtuele kopieën van hightech systemen waarmee je simulaties kan doen op basis van data en kunstmatige intelligentie. Doel is het ontwerp, de productie en het onderhoud van dit soort systemen te verbeteren. Hightech systemen worden steeds complexer en steeds moeilijker te ontwerpen, produceren en onderhouden. Het DIGITAL TWIN-programma ontwikkelt methoden om van dit soort systemen digitale tweelingen te maken. Met de virtuele softwareversies kun je simulaties doen om bijvoorbeeld te voorspellen hoe veranderingen in het ontwerp de prestaties zullen beïnvloeden, of welk onderdeel op welk moment onderhoud nodig heeft. Digitale tweelingen zijn nu meestal nog gebaseerd op statische theoretische modellen die uitgaan van normaal gedrag. Onderzoekers koppelen binnenkort modellen aan meetgegevens die aangeven hoe het systeem daadwerkelijk functioneert. Daarna combineren ze de data met kunstmatige intelligentie. Op die manier maken ze digitale kopieën die zichzelf continu verbeteren en aanpassen. Het onderzoek richt zich op een aantal voorbeeldsystemen die de bij het programma betrokken Nederlandse hightechbedrijven hebben aangedragen.

FOTO: ADOBE STOCK

Data Under Insulation

PETROCHEM 12 - 2019 36

PET12 G Innovatie.indd 36

19-11-19 16:52


FOTO: FRANS BERKELAAR

ZONNESPIEGELS MAKEN HOOGWAARDIGE WARMTE VOOR ANTWERPSE INDUSTRIE Energiebedrijf Azteq heeft in Antwerpen een zonnespiegelpark geïnstalleerd. Het park genereert groene warmte op basis van geconcentreerd zonlicht. Het is een proefproject om de haalbaarheid van de technologie aan te tonen. Naast Vlaanderen, staan ook projecten in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Spanje op stapel. Bij concentrated solar thermal energy (CST) concentreren parabolische spiegels het zonlicht en zetten het rechtstreeks om in warmte. De temperatuur kan daarbij oplopen tot vierhonderd graden Celsius. Hoogwaardige warmte dus, en daardoor geschikt voor industriële processen. De technologie produceert drie keer meer energie per geïnstalleerde vierkante meter dan een zonnepaneleninstallatie. Bovendien kan de warmte worden opgeslagen in geïsoleerde vaten, zodat ze ook ’s nachts bruikbaar is. De technologie is een volledig groen alternatief voor de industriële warmtebehoefte en kan daardoor een significante bijdrage leveren aan reductie van de CO2-uitstoot. Azteq heeft een park van 1.100 vierkante meter parabolische zonnespiegels geplaatst op de site van het logistieke bedrijf Adpo in Beveren. De zonnespiegels van elk vijf meter lang zijn in lijnen van 120 opgesteld en bewegen met de zon mee om het invallend zonlicht op collectorbuizen te concentreren. Adpo gebruikte tot nu toe gas voor de productie van stoom om tanks en containers op te warmen en te reinigen. Daarvoor zijn temperaturen van meer dan 140 graden Celsius nodig. Het zonnespiegelpark gaat jaarlijks 500 MWh gasverbruik vervangen. De installatie bij Adpo is nog maar het eerste zonnespiegelpark. Ook in Oostende en Genk komen proefinstallaties met zonnespiegels. In totaal zullen deze drie installaties tussen de 1.260 en 1.390 MWh groene warmte per jaar produceren. De drie proefprojecten kosten bij elkaar 1,425 miljoen euro, waarvan 819.000 euro door de Vlaamse Regering wordt gefinancierd. SCHEEPSBRANDSTOF OP BASIS VAN LIGNINE Nettenergy produceert in de nieuwe demofaciliteit van de Green Chemistry Campus een eerste batch lignine-olie met behulp van haar PyroFine technology. Dit is een pyrolyseproces dat lignine omzet in biokool, pyrolyse-olie, houtazijn en houtgas. Lignine-olie kan als belangrijke grondstof voor scheepsbrandstof worden ingezet. Lignine is de stof die planten en bomen stevigheid geeft en het is de op twee na meest voorkomende bron van hernieuwbare koolstof op aarde. Lignine-olie kan niet alleen worden toegepast in scheepsbrandstoffen, maar kan ook als basis dienen voor bio-aromaten. Aromaten zijn een van de belangrijkste stoffen voor de chemische industrie. Veertig procent van alle chemicaliën is aromatisch van aard en aromaten worden onder meer toegepast in plastics, verven en coatings. Tot op heden hebben vrijwel alle aromaten een fossiele basis, met alle negatieve gevolgen voor het klimaat van dien Nettenergy ontwikkelde de scheepsbrandstof binnen het SCeLio-4B project waar ook de Green Chemistry Campus een van de partners is. Binnen dit project onderzoeken de projectpartners hoe uit plantaardige grondstoffen zoals suiker, cellulose en houtstof bouwstenen voor bijvoorbeeld brandstof, asfalt of dakbedekking kunnen worden gemaakt.

iTANKS-LEDEN Petrochem Platform

0/0/0/100 69/18/2/0 0/0/0/4

DEZE RUBRIEK WORDT MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR

PETROCHEM 12 - 2019 37

PET12 G Innovatie.indd 37

19-11-19 16:52


Het Petrochem platform brengt experts, gebruikers en leveranciers van producten en diensten bijeen om bij te dragen aan transparante informatievoorziening rond de olie- en chemische industrie. Het Petrochem platform bereikt zijn doelgroep via het vakblad Petrochem, de website www.petrochem.nl, de nieuwsbrief, rondetafelbijeenkomsten, het jaarcongres Deltavisie en andere events.

PARTNERNIEUWS

PARTNERS VAN HET PETROCHEM PLATFORM

Laatste maanden Hemweg-centrale Eind 2019 wordt de kolencentrale aan de Amsterdamse Hemweg uit bedrijf genomen. Het team werkt momenteel hard aan de voorbereidingen voor het stilleggen en ontmantelen van de centrale, en de herplaatsing van het personeel. Het merendeel van de medewerkers wordt binnen Vattenfall op een andere locatie geplaatst. Ook worden plannen ontwikkeld voor het terrein aan de Hemweg, dat zal fungeren als fossielvrije ‘hub’ voor elektriciteit en warmte, zowel in productie, als doorvoer en tijdelijke opslag van energie.

Reuzenmolen op de Maasvlakte Op de Maasvlakte draaien sinds kort bladen met een lengte van 107 meter. Deze behoren toe aan de Haliade-X, ’s werelds krachtigste windturbine. Hij is 235 meter hoog, heeft een vermogen van 12 megawatt en kan genoeg energie opwekken om 16.000 huishoudens in de regio van stroom te voorzien. Gedurende vijf jaar zal de windturbine uitvoerig worden getest, om de prestaties en de operationele procedures te kunnen beoordelen. Deze ‘proefopstelling’ is een samenwerking van het Amerikaanse GE Renewable Energy, Sif Netherlands en Pondera Consult.

Deltalinqs steunt kabinet bij klimaatambities Deltalinqs sluit zich aan bij VNO-NCW in de steun aan het kabinet bij het realiseren van de klimaatambities. In een brief aan Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatberaad, maken de ondernemers daarbij wel kanttekeningen. Zo zijn er bijvoorbeeld voor de energie-intensieve industrie te veel onzekerheden over de ODE-heffing, de CO2-heffing en de toegang tot SDE-subsidies. Toch is het volgens de ondernemers goed mogelijk om Nederland de bakermat te laten worden van de verduurzaming van de energie-intensieve industrie.

Bekijk de partnerfilmpjes op www.petrochem.nl/partners-leden CONTENTPARTNERS

LEDEN VAN HET PETROCHEM PLATFORM

ENGIE logotype_solid_BLUE_RGB 14/04/2015 24, rue Salomon de Rothschild - 92288 Suresnes - FRANCE Tél. : +33 (0)1 57 32 87 00 / Fax : +33 (0)1 57 32 87 87 Web : www.carrenoir.com

RÉFÉRENCES COULEUR

Zone de protection 1 R0 G170 B255

Zone de protection 2 Zone de protection 3

LEADER IN HIGH TEMPERATURE SOLUTIONS

Wilt u meer weten over lidmaatschap of partnering van het Petrochem platform, kijk dan op www.petrochem.nl of neem contact op met Janet Robben: janet@industrielinqs.nl - 020 312 2085

PET12 L Platform.indd 38

19-11-19 17:02


‘EXPERTQU TES’ Het zou ons echt helpen als er plekken worden aangewezen waar wij offshorewindparken kunnen gaan bouwen. Voor alle uitbreidingsplannen van de bedrijven hier hebben we heel veel energie nodig. De industrie schreeuwt om een oplossing. Als we van het gas af willen, hebben we veel meer energie nodig. Een waterstofeconomie kost veel stroom.’ Cas König, Groningen Seaports, in een interview op mainport.com.

Duaal lesgeven helpt het lerarentekort, maar biedt vooral een educatieve meerwaarde doordat duale lesgevers de theorie van technieken wetenschapsvakken kunnen linken aan de praktische inzichten vanop de werkvloer. Uiteraard moet wie les wil geven over de juiste pedagogische vaardigheden beschikken, maar ook de passie om een bepaald vak op een boeiende manier over te brengen is bijzonder waardevol.’ Frank Beckx, Essenscia Vlaanderen, over het proefproject duaal lesgeven dat in 2020 van start gaat.

Volgens Ira Helsloot, hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit, is dat de reflex om na het publiek worden van een risico maatregelen te nemen om het risico te verminderen, zonder de kosten en de baten van de maatregel bewust te wegen. Al die ingrediënten zijn hier aanwezig. Het risico van PFAS is al jaren bekend, maar is blijkbaar nu publiek geworden.’ Henk Leegwater in zijn column in deze editie.

HET EXPERTPANEL VAN HET PETROCHEM PLATFORM BESTAAT UIT DE VOLGENDE SPECIALISTEN Johan Alebregtse Manufacturing & Technology Executive

Michel Grijpink Hogeschool Utrecht, Learning & Development consultant

Enrico Lammers Pro6com en DWG Process & Safety managing director/ partner

Genserik Reniers TU Delft, professor Safety and Security Science Group

Wouter Stam Flowid, managing director

Frank Beckx Essencia Vlaanderen, gedelegeerd bestuurder

Ronald Hoenen DSM Dyneema, site manager

Henk Leegwater Lexxin, consultant

Elsbeth Roelofs MVO Nederland, sectormanager Chemie, Inter­ nationaal MVO programma

Niek Stokman Bilfinger Tebodin West Nederland, sales manager oil & gas

Jos Benders voormalig topman Lyondell

Joris Hurenkamp Havenbedrijf Rotterdam, business manager

Bart Leenders Neste, managing director

Egbert Schellenberg FNV, vakbondsbestuurder procesindustrie

Gabriel Tschin Plant One Rotterdam, managing director

Sandra de Bont VOTOB, directeur

Emre Kaya Organik Kimya, global supply chain director

Frank de Leng Van Happen Containers, operationeel directeur

Dik Schipper voormalig production leader Dow Benelux

Henk Veldink Hexion, site manager

Plant Manager of the Year 2015

Plant Manager of the Year 2017

PET12 L Platform.indd 39

Jeroen van Woerden Cabot, general manager, Plant Manager of the Year 2016

Jan Bout Bout&Co, partner

Hans Kerkhoven voormalig topman Shell Global Solutions

Michel Leyseele Havenbedrijf Antwerpen, Head of Energy & Chemicals Department

John Schonewille Stratt+ Industrial Management, directeur

René Venendaal BTG Biomass Technology Group, algemeen directeur

Frans Brüning Iv-Industrie, business development manager

Cor Kloet voormalig algemeen directeur SPIE Nederland

Marit van Lieshout Kenniscentrum Duurzame Havenstad, Iector Procesoptimalisatie en -intensificatie

Gerald Schotman Shell, presidentdirecteur

Roelf Venhuizen voormalig voorzitter Profion en directeur NAM

Jan Van Doorslaer voormalig woordvoerder BASF Antwerpen

Tijs Koerts EPSC, operations director

Cor van de Linde iTanks, managing director

Jaap Schouten TU Eindhoven, professor

Roelof van Wijk Avebe, site director Foxhol

Niko van Gent voormalig woordvoerder Huntsman Holland

Cas König Groningen Seaports, directeur

Michel Meertens DSM, site director

Wim Soetaert Universiteit Gent, professor

Maaike de Wit Straatman Koster advocaten, advocaat

Cor Zijderveld SBE, voorzitter

19-11-19 17:02


THEMA: VEILIGHEID

Miscommunicatie als veiligheidsrisico Als we verschillende talen spreken, en we willen elkaar toch iets duidelijk maken, zijn we geneigd om onze tekst te versimpelen, handen en voeten te gebruiken en om met tekeningen dingen duidelijk te maken. Dat volstaat als je op vakantie de weg moet vragen. Maar volstaat steenkolen Engels en handen en voetenwerk nog als het gaat om werkzaamheden op een site waar de veiligheid alleen gewaarborgd is als iedereen elkaar optimaal begrijpt?

Laura van der Linde

Het begrip taal is zo breed dat het lastig is om er een eenduidige en allesomvattende definitie over te geven. Er zijn echter drie elementen die nodig zijn om het begrip taal te kunnen duiden: met taal (ook zonder woorden) kunnen we communiceren. Dat is dus de functie van taal. Verder heeft taal een betekenis, er wordt iets mee verteld. En tot slot gaat het om tekens of een combinatie van tekens die samen een systeem vormen. Wikipedia maakt, als het gaat om taalbeheersing, onderscheid tussen passieve taalbeheersing – hier gaat het over verstaan en lezen – en actieve taalbeheersing – daaronder vallen spreken en schrijven. En het laatste dat in het kader van het definiëren van taal relevant is, is het concept van elkaar begrijpen. Bij taal gaat het over interactie, maar die wordt lastig als je elkaar niet begrijpt. En als het in het kader van de veiligheid absolute noodzaak is dat je elkaar begrijpt, heb je dan misschien wel een levensgroot probleem. Meertaligheid ‘Miscommunicatie door taal wordt steeds meer erkend als een belangrijk veiligheidsrisico.’ Deze conclusie werd al in 2014 getrokken door de Stichting van de Arbeid in het rapport ‘Handreiking Taal en veiligheidsrisico’s’. Sindsdien is meertaligheid op de werkvloer verder toegenomen. Met het probleem van het tekort op de arbeidsmarkt van technisch personeel, zoeken veel contractors de oplossing in het buitenland. Rob Laarman, SHEQ-manager van Air Liquide, dat eerder dit jaar de Vomi Safety eXperience Award won, vertelt. ‘Momenteel hebben we veel Portugese en Poolse contractors die hier dagelijks aan het werk zijn. Zij spreken goed Engels dus wij communiceren in het Engels. Het

gebeurt inderdaad wel eens dat we medewerkers op de site krijgen die noch het Nederlands, noch het Engels machtig zijn. Volgens onze richtlijn moeten we in ieder geval in staat zijn om met de voorman te communiceren en deze heeft de verantwoordelijkheid om de benodigde informatie door te vertalen.’ Air Liquide heeft de veiligheidsfilm, die onderdeel is van de poortinstructie, beschikbaar in zes talen. ‘Roemeens is bijvoorbeeld niet een van die talen. Toen zich een Roemeense medewerker bij ons meldde, die onvoldoende Engels sprak, hebben we gezorgd dat er continu iemand bij hem was. Deze medewerker gaat dan sowieso niet alleen de plant in’, aldus Laarman. Shutdown In Insite, het BASF-magazine van en voor medewerkers en partners op de BASF-site in Antwerpen, staat een artikel over dit probleem met meertaligheid. EHS-coördinator turnaround 2019 Patrick Van den Wyngaert vertelt in dit magazine dat tijdens de shutdown naar schatting 1800 contractors op de blokvelden werken. ‘Veel mensen komen voor het eerst op onze site en spreken geen Nederlands. Zij moeten dus intensief en persoonlijk worden begeleid om veilig te werken.’ BASF had bij vorige shutdowns vooral ingezet op klassieke opleidingen met klassikale lessen in het Nederlands, Engels, Duits of Frans. ‘In de praktijk merkten we dat mensen de boodschap niet altijd begrepen hadden, bijvoorbeeld omdat ze geen van de vier aangeboden talen voldoende begrepen.’ In aanloop naar de shutdown van 2019 is gekeken naar een andere aanpak. Uiteindelijk is voor de contractors de klassikale veiligheidsles vervangen door een ‘safety street’. Van den Wyngaert: ‘Op een wandeling door die safety street

PETROCHEM 12 - 2019 40

PET X1 Thema Veiligheid.indd 40

19-11-19 16:51


FOTO: LAURA VAN DER LINDE

laten we ze, onder begeleiding van hun toezichters, visueel kennismaken met alle basisaspecten van veiligheid: het badgesysteem, de alarmen, de life saving rules, waarop letten als je aan leidingen werkt et cetera. Bovendien krijgen ze een flyer met meer uitleg over de aangekaarte thema’s in maar liefst dertien talen.’ Voor de werkvergunningen werd geëxperimenteerd met een vertaalsysteem. ‘De vergunning wordt in het Nederlands afgeleverd, maar we leveren kaftjes in dertien talen. Deze kun je over de originele vergunning schuiven zodat je de rubrieken vertaald ziet. De ingevulde tekst zie je in het Nederlands via een doorkijkvenster. Zelfs als je geen letter Nederlands kent, kun je het nog volgen en het belang ervan beter inschatten.’ Arbeidsongevallen De noodzaak om te communiceren over gevaar en veiligheidsrisico’s is natuurlijk groter als er sprake is van ‘gevaarlijk werk’. Volgens de statistieken is er ook een verband tussen ‘gevaarlijk werk’ en arbeidsongevallen. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2018

René du Pon (Volandis): ‘Ongeveer tweederde van de medewerkers in de bouw gaat geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt de dienst uit.’

(NEA), die door het CBS en TNO wordt uitgevoerd, blijkt dat 15,5 procent van de werknemers (15 tot 75 jaar) heeft aangegeven vaak of altijd gevaarlijk werk te doen. Onder werknemers die als beroep een voertuig besturen (bijvoorbeeld vrachtwagen- en buschauffeurs), of een mobiele machine (zoals hijskraan en heftruck) bedienen, is dit percentage zelfs hoger dan 50 procent. Ook beveiligingsmedewerkers, bouwarbeiders, elektriciens en elektronicamonteurs doen relatief vaak gevaarlijk werk. In 2018 had 1,5 procent van de werknemers een arbeidsongeval waarbij minstens één dag werd verzuimd. Dit aandeel was het hoogst onder beveiligingsmedewerkers bestuurders van voertuigen en machinebedieners, metaalarbeiders en machinemonteurs, en bouwarbeiders.

De bouw staat niet bepaald te boek als veilige sector. Volgens René du Pon, veiligheidskundige van Volandis, heeft dit een heleboel te maken met de cultuur. ‘Op je vingers slaan, hoort er gewoon bij. Lawaaidoofheid, idem. Zo denkt men in de bouw. Verder zijn medewerkers in de bouw bijna allemaal van mening dat de kans op een ongeval niet zo groot is. Ze letten immers heus wel op.’ Toch zijn de cijfers schrikbarend. ‘Ongeveer tweederde van de medewerkers gaat geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt de dienst uit. Maar het gaat niet alleen over letsel of verzuim. De sector heeft jaarlijks met ongeveer twintig sterfgevallen te maken.’ Effectieve communicatie Kennis- en adviescentrum Volandis heeft, vanuit de missie om vakmensen PETROCHEM 12 - 2019 41

PET X1 Thema Veiligheid.indd 41

19-11-19 16:51


De fabriek van de toekomst begint vandaag Sitech Asset Health Center

Industrie 4.0 wordt steeds concreter. Het Sitech Asset Health Center (SAHC) ondersteunt organisaties bij de transitie naar de digitale fabriek. In de procesindustrie wordt er nog te weinig gebruik gemaakt van predictive analytics om onderhoud en processen te optimaliseren. SAHC verzamelt, analyseert en monitort zoveel mogelijk data van fabrieksinstallaties om voorspellende analyses te maken. Dit levert significante voordelen op voor de productiviteit, beschikbaarheid, veiligheid en energieverbruik.

Alles gaat met elkaar communiceren De procesindustrie 4.0 vraagt om verregaande digitalisering van onderhoudsprocessen, samen met een stabiele en veilige infrastructuur. Sterker nog: die combinatie is een must om de procesindustrie in Europa te behouden. Software gaat steeds meer doen wat mensen deden. Kortom, alles gaat met elkaar communiceren. Industrie 4.0: meer dan alleen een IT-uitdaging Een begrijpelijke misconceptie is dat de industrie 4.0 wordt gezien als een IT-uitdaging. Als een organisatie pilots ontwikkelt die alleen gebaseerd zijn op de IT-behoefte en vervolgens beoordeeld worden op IT-kwaliteiten dan sluiten deze niet aan op de pijlers dan wel de core business van de organisatie. Als een bedrijf transformeert betekent dit altijd een investering in mensen. Industry 4.0 is een veranderproces binnen organisaties dat alleen succesvol kan zijn als er draagvlak is op alle niveaus binnen die organisaties.

Industrie 4.0 gaat over mensen, bedrijfsprocessen en organisatieculturen People, Plant & Process In onze visie werken deze drie pijlers permanent samen. Pilots dienen op basis hiervan ontwikkeld en geëvalueerd te worden. We zien regelmatig organisaties die pilots uitvoeren in een zogenaamde “sandbox”, een omgeving die los staat van de reguliere bedrijfsprocessen. Waardoor er na slagen van de pilot, moeilijk aansluiting wordt gevonden in de organisatie en werkprocessen en hierdoor een mogelijke roll-out bemoeilijkt wordt. Ook u kunt vandaag beginnen aan de fabriek van de toekomst. Benieuwd hoe? Neem contact met ons op: sahc@sitech.nl

www.sitech.nl

PET Advertenties.indd 42

Wij werken als een echte integrator We hebben onze diensten dan ook verdeeld over de drie P’s en gegroepeerd in negen aandachtsvelden. Daarmee bestrijken we het hele gebied van industry & manufacturing services tot technology & support expertise. Het is onze ambitie om onze opdrachtgevers in de procesindustrie naar een ‘next level’ te helpen. Waarbij we als echte ‘integrator’ niet opereren vanuit losse onderdelen, maar juist zorgen dat alles optimaal met alles werkt, binnen een volledig datagestuurde omgeving.

19-11-19 16:50


FOTO: PEXELS

vooruit te helpen en bedrijven in staat te stellen dit te doen, diverse kennisproducten op de markt gebracht. Algemeen directeur Tjeerd Willem Hobma: ‘Dat wat in de CAO is afgesproken over veiligheid, gezondheid en duurzame inzetbaarheid, daar geven wij invulling aan. Wij leveren goed afgebakende boodschappen en instrumenten aan een goed afgebakende doelgroep van vakmensen en bedrijven. Het is namelijk belangrijk om dat wat je over wilt brengen, zo effectief mogelijk te doen.’ Zo werkt het niet om documenten van meer dan

twintig A4’tjes op te sturen naar een bouwplaats met de vraag of iedereen hier kennis van neemt. ‘We zijn bezig om onze Arbobladen, waarin belangrijke thema’s worden behandeld, te vertalen naar infographics. Een beeld zegt vaak meer dan duizend woorden.’ Verschillende partijen, zowel werkgevers als werknemers, hebben Volandis de opdracht gegeven het concept Bouwspraak vorm te geven. Projectleider René du Pon: ‘Bouwspraak gaat over aanwijzingen en waarschuwingen op de bouwplaats. Pas op, stap opzij, gebruik

gehoorbescherming, bel de politie. Het is een internationaal gevarensysteem. Het is bedacht, uitgevoerd en internationaal getest. Wat er nu ligt, is goed en nu gaan we het verspreiden. Posters in de bouwkeet en daarnaast kennissessies, toolboxsessies en we hebben dit zelfs uitgewerkt in een pubquiz. We waren op zoek naar een effectieve manier om vakmensen in de bouw kennis te laten maken met dit communicatiesysteem. Het implementeren van dit concept vraagt om het hele palet van mensen inspireren, verleiden, instrueren, faciliteren en handhaven.’ ■

TIPS VOOR VEILIG WERKEN OP EEN MEERTALIGE WERKVLOER Global Work Talk (Jeannette Paul) publiceerde een whitepaper over hoe je als bedrijf de veiligheid kunt bevorderen op een meertalige werkvloer. Het doel: het voorkomen van incidenten door taalverschillen. • Tip 1: Ken de taalbehoefte van het werk: Inventariseer welke talen nodig zijn en bepaal welke taalvaardigheden in het werk worden gebruikt (verstaan, spreken, lezen, schrijven). • Tip 2: Test de taalvaardigheid van werkenden: Gevalideerde taaltests zijn online beschikbaar via gespecialiseerde bureaus. • Tip 3: Mind the gap: Vergelijk de taalbehoefte van het werk met de taalvaardigheid van de werkenden. Zit hier een gat en wat is daarvan het risico?

Tip 4: Wees helder over de voertaal: In welke taal of talen wordt gesproken en worden documenten zoals werkinstructies gemaakt? Tip 5: Hou het simpel en maak taal overbodig waar mogelijk: Kan het simpeler? Beperk je tot de essentie en schrap waar mogelijk taal. Tip 6: Train de tolkvaardigheden van meertaligen: Tolken is immers een vak waar speciale vaardigheden voor nodig zijn. Tip 7: Laat vakjargon checken door goede vakmensen: Professionele vertalers hebben soms moeite om vakjargon te vertalen. Laat ervaren vakmensen meelezen. Tip 8: Beeldtaal: Dit is een goede manier om een boodschap over te brengen aan anderstaligen.

PETROCHEM 12 - 2019 43

PET X1 Thema Veiligheid.indd 43

19-11-19 16:50


PROJECTEN CHEMIE Opdrachtgever: BASF Waar: Antwerpen Investering: onbekend Afronding: 2021

BASF breidt stapsgewijs de capaciteit van haar alkoxyleringseenheid in Antwerpen uit. De eenheid is een downstream-activiteit van de ethyleenoxideproductie. In 2021 moet de productiecapaciteit met 25 procent zijn verhoogd.

Opdrachtgever: BASF Waar: Antwerpen Investering: ruim 500 miljoen euro Afronding: 2022

BASF investeert meer dan vijfhonderd miljoen euro in de bouw van een tweede grote ethyleenoxide-fabriek en verschillende installaties voor ethyleenoxide-derivaten. De gefaseerde opstart van de nieuwe installaties begint in 2022.

Opdrachtgever: Borealis Waar: Kallo Investering: 1 miljard euro Afronding: medio 2022

Borealis gaat op haar productiesite in Kallo een fabriek bouwen voor propaandehydrogenering. Deze krijgt een capaciteit van 750.000 ton per jaar. In het eerste halfjaar van 2022 zou de fabriek moeten opstarten.

Opdrachtgever: Borealis Waar: Kallo Investering: onbekend Afronding: 2020

Borealis breidt de capaciteit van zijn polypropeenfabriek in Kallo uit met tachtig kiloton. De verwachting is dat de toegevoegde capaciteit in 2020 in gebruikt kan worden genomen. De capaciteitsverhoging is bedoeld om ten volle te profiteren van de nieuwe propaandehydrogeneringsfabriek in Kallo.

Opdrachtgever: Covestro Waar: Antwerpen Investering: 300 miljoen euro Afronding: 2022

Covestro wil driehonderd miljoen euro investeren in de bouw van een nieuwe productie-eenheid voor aniline in Antwerpen. De opstart van de nieuwe eenheid wordt verwacht in 2022. Aniline is een grondstof voor MDI, dat vervolgens een voorproduct is van polyurethaan hardschuim.

Opdrachtgever: Dow Waar: Delfzijl Investering: onbekend Afronding: onbekend

Dow breidt de MDI-capaciteit in Delfzijl uit en maakt deze flexibeler om meer soorten MDI te kunnen produceren. Voor de opslag van ruwe grondstoffen wordt een derde, nieuwe opslagtank gebouwd. Verder worden er diverse verbeteringen doorgevoerd in het productieproces, het koelwatersysteem en de automatisering.

Opdrachtgever: Ineos Waar: Lillo (Antwerpen) Investering: 3 miljard euro Afronding: 2024

Ineos investeert 3 miljard euro in een nieuwe ethaankraker en een propaandehydrogeneringsfabriek in Lillo (Antwerpen). De propaanhydrogeneringsfabriek krijgt een capaciteit van 750.000 ton propeen per jaar en de ethaankraker krijgt een capaciteit van 1.250.000 ton etheen per jaar.

Opdrachtgever: Kaneka Waar: Westerlo Investering: 15 miljoen euro Afronding: 2019

Kaneka investeert vijftien miljoen euro in extra productiecapaciteit voor schuimen van polyetheen en polypropeen. Het project omvat de bouw van extra geavanceerde faciliteiten met optimale procesbeheersbaarheid, waardoor hoogwaardige productinnovaties mogelijk zijn.

Opdrachtgever: Kronos Waar: Gent Investering: 36 miljoen Afronding: 2022

Kronos, producent van titaandioxide, investeert 26 miljoen euro in een uitbreiding van productiecapaciteit. Er komt een grotere pigmentfilter en mogelijk een vierde stoommaler en nieuwe verpakkingslijn. Hierdoor kan de productiecapaciteit worden verhoogd naar 120.000 ton per jaar. Daarnaast investeert het bedrijf 10 miljoen euro in energierecuperatie.

Opdrachtgever: Mitsui Chemicals Waar: Geleen Investering: 18,4 miljoen euro Afronding: medio 2020

Mitsui Chemicals investeert 18,4 miljoen euro in een fabriek voor het compounderen van polypropeen. De fabriek wordt in Geleen gebouwd en krijgt een productiecapaciteit van 30.000 ton per jaar. Volgens de planning gaat de productie medio 2020 van start.

PETROCHEM 12 - 2019Â Â 44

PET12 K Projecten.indd 44

19-11-19 16:50


PROJECTEN Opdrachtgever: Morssinkhof Rymoplast Waar: Heerenveen Investering: 20 miljoen Afronding: 2019

Morssinkhof Rymoplast gaat een fabriek voor kunststofrecycling bouwen in Heerenveen. De fabriek wordt gebouwd naast de kunststofsorteerinstallatie van Omrin, HVC en Midwaste. De hypermoderne fabriek gaat PP en HDPE uit consumentenafval verwerken tot nieuwe grondstoffen voor hoogwaardige toepassingen.

Opdrachtgever: Nouryon Waar: Rotterdam Investering: onbekend Afronding: 2021

Om ook tijdens periodiek onderhoud aan de vraag naar chloor te kunnen voldoen, bereidt Nouryon een investering voor in twee parallelle productielijnen die los van elkaar kunnen functioneren. Dankzij het splitsen van de Rotterdamse fabriek kan het bedrijf straks continu via pijpleidingen chloor aan klanten leveren.

Opdrachtgever: Sabic Waar: Bergen op Zoom Investering: onbekend Afronding: 2020

Sabic gaat de productie van polyfenyleenether (PPE) in Bergen op Zoom hervatten. Het bedrijf sloot de PPE-fabriek in 2014, maar wil deze volgend jaar opnieuw in productie nemen. PPE is de basis voor Noryl en de capaciteitsuitbreiding is dan ook bedoeld om aan de toenemende vraag naar Noryl kunststoffen te voldoen.

Opdrachtgever: Sekisui Waar: Geleen en Roermond Investering: 155 miljoen Afronding: 2020

Sekisui Chemical investeert 155 miljoen euro in een uitbreiding van de productie in Geleen en Roermond. Beide fabrieken krijgen er tot 2020 een derde productielijn bij voor folies in gelamineerd glas voor autoruiten.

Opdrachtgever: Sekisui Polymatech Waar: Roermond Investering: 12,3 miljoen euro Afronding: voorjaar 2020

Sekisui investeert 12,3 miljoen euro in een nieuw bedrijf, Sekisui Polymatech, en een fabriek in Roermond waar thermische interfacematerialen zullen worden geproduceerd. Deze worden gebruikt in elektrische en plug-in hybride voertuigen tegen de warmte van de lithium-ionbatterijen. Volgens planning is de fabriek begin 2020 operationeel.

Opdrachtgever: Teijin Aramid Waar: Emmen Investering: onbekend Afronding: 2022

Teijin Aramid breidt haar productiecapaciteit voor Twaron supervezels met meer dan 25 procent uit. De totale extra capaciteit zal volledig beschikbaar zijn in 2022. Diverse grote investeringen verhogen de productiecapaciteit, inclusief implementatie van de nieuwste technologie.

GROEN EN BIO Opdrachtgever: ArcelorMittal Waar: Gent Investering: 120 miljoen euro Afronding: medio 2020

ArcelorMittal investeert via dochteronderneming C-Shift 120 miljoen euro in het project Steelanol om tien procent van de afvalgassen van het staalbedrijf om te zetten in bioethanol. C-Shift maakt gebruik van een nieuwe technologie waarbij bacteriën CO-rijk gas vergisten tot ethanol en kan straks zo’n 80 miljoen liter bio-ethanol per jaar produceren.

Opdrachtgever: IGE Solutions Waar: Amsterdam Investering: 28 miljoen euro Afronding: 2020

Een nieuwe fabriek in Amsterdam gaat per jaar ruim 30 miljoen liter brandstof voor de scheepvaart produceren uit 35.000 ton niet-recyclebaar plastic. IGE Solutions gebruikt daarvoor een bewezen technologie, die mede dankzij overheidssubsidie voor energieinnovatie voor het eerst commercieel wordt ingezet.

Opdrachtgever: PMC Waar: mogelijk Delfzijl Investering: onbekend Afronding: medio 2020

Purified Metal Company laat in Delfzijl een fabriek bouwen die vervuild staalschroot recyclet tot een hoogwaardige grondstof voor de staalindustrie. Het Duitse ingenieursbureau Küttner en Visser & Smit Bouw gaan de fabriek turnkey bouwen en leveren die in juli 2020 op.

PETROCHEM 12 - 2019 45

PET12 K Projecten.indd 45

19-11-19 16:50


The European process industry and energy sector are partly responsible for causing climate change. But, on the other hand, they can also make a major contribution to providing solutions. The European Industry & Energy Summit strives to foster ideas, technology, plans & projects to address this challenge by bringing together all relevant parties and expertise from around Europe. The summit focuses on a variety of subjects such as emission-free hydrogen, chemcycling, energy efficiency, electrification, carbon capture, usage and storage (CCUS), biobased chains and more. All these technologies can energize a sustainable future.

Program December 10th 9.30 a.m. Plenary opening • Keynotes from Magnus Hall (CEO Vattenfall), Jurgen Hoekstra (Managing Director BASF Benelux), Marcus Remmers (CTO DSM), Ditlev Engel (CEO DNV GL) and André Faaij (Director of Science TNO) • Pitches Industrial Energy Enlightenmentz 2019 12.45 p.m. Lunch 1.45 p.m. Cases, round tables and side-events: • Crossing Borders in Hydrogen (Gasunie) • Chemical Recycling of Plastics (TNO Circular) • Sustainable Biofuels - Essential in the Energy Transition (ECN part of TNO) 5.15 p.m. Network drinks

Founding partners: Program December 11th Side-event partners:

Partners:

9.00 a.m. Cases, talks, round tables and side-events: • Carbon Capture, Usage & Storage (&FLUX by BLOC) • Project 6-25: Supporting Industry to become Greener, Smarter and Energy-Efficient (FME) • HYBRIT highlighted as one of the most ambitious initiatives at UN Climate Action Summit (Vattenfall) 12.30 p.m. Lunch 1.30 p.m. Cases, talks, round tables and side events: • Annual event Voltachem (invitation only) • Storage Meets Industry (FME Energy Storage) 5.00 p.m. Network drinks

www.industryandenergy.nl Advertentie Industry and46 energy 2019 hele pagina.indd 1 PET Advertenties.indd

13-11-19 16:51 11:52 19-11-19


PROJECTEN Opdrachtgever: consortium van Mourik, Petrogas, Den Hartog en RenaSci Waar: Oostende Investering: onbekend Afronding: december 2019

Een consortium van Mourik, Petrogas, Den Hartog en RenaSci bouwt in Oostende (België) een fabriek die moeilijk te recyclen plastics gaat verwerken tot olie. De technologie komt van het Eindhovense bedrijf BlueAlp. Eind december 2019 wordt de olie-uit-plasticfabriek in bedrijf genomen. Deze verwerkt op jaarbasis 21.000 ton afvalplastic (landbouwplastics en de plastic folies die worden gebruikt om etenswaren vers te houden). Daarnaast wordt de CO2 die vrijkomt, hergebruikt als grondstof voor de fabriek.

Opdrachtgever: Sabic en Plastic Energy Waar: Geleen Investering: onbekend Afronding: 2021

Sabic investeert in een project voor de chemische recycling van moeilijk verwerkbaar plastic afval in een grondstof voor stoomkrakers. Het bedrijf werkt hierbij samen met Plastic Energy. Voor de productie van Tacoil, een gepatenteerd product van Plastic Energy, bouwen ze op Chemelot een fabriek die naar verwachting in 2021 in bedrijf zal gaan.

Opdrachtgever: SCW Systems/Gasunie Waar: Delfzijl Investering: 200 miljoen euro Afronding: 2023

SCW Systems gaat samen met partner Gasunie een fabriek in Delfzijl bouwen die jaarlijks 150 tot 200 miljoen kubieke meter groen gas produceert uit (natte) organische reststromen. Met de bouw van de fabriek is een investering gemoeid van 150 tot 200 miljoen euro. Naast groen gas wordt ook groene waterstof geproduceerd.

Opdrachtgever: SkyNRG, KLM, SHV en Schiphol Waar: Delfzijl Investering: onbekend Afronding: onbekend

SkyNRG, KLM, SHV en Schiphol hebben plannen om Europa’s eerste productiefaciliteit voor duurzame vliegtuigbrandstof te bouwen in Delfzijl. Om aan voldoende waterstof te komen, bestuderen Nouryon en Gasunie een uitbreiding van een geplande groene waterstofeenheid ter plaatse. Groene waterstof zou worden gecombineerd met afval- en reststromen zoals gebruikte frituurolie om 100.000 ton duurzame vliegtuigbrandstof en 15.000 ton bioLPG per jaar te produceren.

OLIE, GAS EN OFFSHORE Opdrachtgever: OOS International Waar: Serooskerke Investering: 1 miljard euro Afronding: 2019

Het Zeeuwse bedrijf OOS International gaat met het Chinese China Merchant Industry Holdings twee nieuwe schepen bouwen voor het slopen en installeren van offshoreplatforms. De investering bedraagt bijna een miljard euro. De schepen moeten in 2019 klaar zijn.

NIEUW PROJECT Opdrachtgever: ONE-Dyas Waar: Noordzee Investering: onbekend Afronding: onbekend

ONE-Dyas wil gas winnen in veld N05-A in de Noordzee. Boven het veld komt een gaswinningsplatform in zee, ongeveer twintig kilometer uit de kust van Schiermonnikoog, Rottumerplaat en Borkum. Vanaf deze locatie worden maximaal twaalf putten geboord, waarvan een deel naar veld N05-A en een deel naar een aantal naastgelegen velden die mogelijk gas bevatten.

Opdrachtgever: Petrogas E&P Waar: blokken A en B (Noordzee) Investering: onbekend Afronding: onbekend

Petrogas E&P Netherlands wil in de komende tien jaar circa vijf gasvelden in de blokken A en B van de Noordzee uitrusten met een gasproductieplatform. Het gewonnen gas wordt per pijpleiding getransporteerd naar het Central Processing Platform A12. Daar wordt het verzameld, behandeld en gecomprimeerd voor transport via NOGAT-pijpleiding, die in Den Helder aan land komt.

NIEUW PROJECT Opdrachtgever: Vermilion Energy Waar: Heerenveen Investering: onbekend Afronding: onbekend

Vermilion Energy Netherlands wil vanuit de bestaande mijnbouwlocatie Nieuwehorne aardgas winnen uit twee gasvoorkomens. De verwachte productiecapaciteit is maximaal 470.000 kubieke meter aardgas per dag. Vermilion verwacht er aardgas te kunnen winnen tot 2029. Voor het transport van het gewonnen aardgas moet een transportleiding worden aangelegd naar de bestaande gasleiding in Mildan.

PETROCHEM 12 - 2019 47

PET12 K Projecten.indd 47

19-11-19 16:49


PET Advertenties.indd 48

19-11-19 16:51


PROJECTEN Opdrachtgever: Wintershall Noordzee Waar: blok D12 (Noordzee) Investering: onbekend Afronding: onbekend

Wintershall Noordzee wil in blok D12 van de Noordzee, ruim tweehonderd kilometer ten noordwesten van Den Helder, aardgas gaan winnen. Een nieuw, onbemand productieplatform zal gedurende 20-25 jaar naar verwachting drie miljoen kubieke meter aardgas per dag kunnen produceren. Het gas zal, na een beperkte behandeling, met een nieuwe pijpleiding van ongeveer twaalf kilometer worden getransporteerd naar het bestaand productieplatform D15-A van operator Neptune Energy, om daar verder te worden verwerkt.

RAFFINAGE Opdrachtgever: Zeeland Refinery Waar: Vlissingen-Oost Investering: 40 miljoen euro Afronding: 2020

Zeeland Refinery investeert 40 miljoen euro in haar hydrocracker. Het bedrijf zet in op een extra reactor van dertig meter hoog, die naast de twee bestaande reactoren wordt gebouwd. Tijdens de grote onderhoudsstop van de raffinaderij in 2020 wordt de nieuwe reactor verbonden met de bestaande installatie.

TANKOPSLAG Opdrachtgever: Alpha Terminals Waar: Vlissingen Investering: 450 miljoen Afronding: 2022

Alpha Terminals investeert 450 miljoen euro in een nieuwe terminal voor vloeibare bulk in het havengebied van Vlissingen. De tankterminal krijgt 59 tanks met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 720.000 kubieke meter. Daarnaast komt er een steiger voor het lossen en laden van zee- en binnenvaartschepen.

Opdrachtgever: HES Botlek Tank Terminal Waar: Rotterdam Botlek Investering: onbekend Afronding: augustus 2020

HES Botlek Tank Terminal breidt zijn capaciteit uit met zes hoogwaardige tanks voor de opslag van biobrandstoffen. De opslagtanks hebben ieder een inhoud van 3.400 kubieke meter, een diameter van twaalf meter en een hoogte van dertig meter. Daarmee wordt de totale opslagcapaciteit verhoogd naar 510.000 kubieke meter. Naar verwachting worden de opslagtanks in augustus 2019 opgeleverd.

Opdrachtgever: HES International Waar: Maasvlakte I Investering: enkele honderden miljoenen euro’s Afronding: derde kwartaal 2021

HES International ontwikkelt op Maasvlakte 1 een tankterminal van 52 tanks met een totale capaciteit van circa 1,3 miljoen kubieke meter voor de op- en overslag van olieproducten en biobrandstoffen. De HES Hartel Tank Terminal wordt een onafhankelijke opslagterminal, maar BP heeft zich gecommitteerd aan het project, inclusief plannen voor pijpleidingverbindingen tussen hun raffinaderij en de terminal, die eind 2019 gereed is.

Opdrachtgever: JPB Logistics Waar: Delfzijl Investering: ruim 10 miljoen euro Afronding: najaar 2019

JPB Logistics bouwt op Chemiepark Delfzijl gefaseerd in totaal 36.000 kubieke meter aan opslagcapaciteit bij. In de eerste fase zijn al vijf RVS duplex tanks gebouwd, met een totale opslagcapaciteit van 21.200 kubieke meter. Daarna volgen vier stalen tanks van 1.100 kubieke meter per stuk in de bestaande tankpit voor licht ontvlambare producten. Tijdens de laatste fase worden nog eens drie RVS duplex tanks van 3.500 kubieke meter per stuk gebouwd. Ook worden de diepzeesteiger uitgebreid en vier nieuwe laadarmen geplaatst.

Opdrachtgever: Katoen Natie Waar: Limburg Investering: 80 miljoen euro Afronding: medio 2020

Katoen Natie investeert 80 miljoen euro op diverse plaatsen in Limburg. Zo wordt er een nieuwe opslagterminal op Chemelot gebouwd, met 54.500 vierkante meter magazijnruimte en 207 silo’s. Deze moet in het tweede kwartaal van 2020 operationeel zijn. Daarnaast krijgt de bestaande logistieke terminal in Nuth er 10.000 vierkante meter magazijnruimte en zestig silo’s bij. Dit project wordt naar verwachting eind 2019 opgeleverd.

Opdrachtgever: Oiltanking Waar: Antwerpen Investering: onbekend Afronding: eind 2021

Oiltanking Antwerp Gas Terminal wordt de logistieke partner van Borealis voor de handling van propeen en propaan. Daarom bouwt het bedrijf een nieuwe opslagtank met een capaciteit van 135.000 kubieke meter propaan.

PETROCHEM 12 - 2019 49

PET12 K Projecten.indd 49

19-11-19 16:49


RTD IWEX

APPLUS+ RTD PRESENTS:

A PROVEN AND QUALIFIED 3D DEFECT IMAGING TECHNOLOGY THE LATEST INNOVATION IN ‘FULL MATRIX CAPTURE’ AUT: RTD IWEX

We deliver reliable solutions for non-destructive testing (NDT), inspection and certification to capital-intensive, high risk oil & gas, energy, chemical and power industries and provide a one-stop solution, covering NDT, Inspection and certification from initial design, manufacturing, construction, commissioning, during operations and after repair.

> RTD Rayscan (RTR)

> RTD Trekscan (DTI)

Our capabilities:

New weld inspection (NC) • Inline in-service inspection (ILI)Maintenance and Repair (MRO) • Engineering (ECA) services and consultancy • Third party services • Review NDT reports and QAQC audits • Training services

applus.com

FRIJNS INDUSTRIAL GROUP WE CONSTRUCT YOUR STEEL De FRIJNS INDUSTRIAL GROUP is met meer dan 80 jaar ervaring een internationale staalbouwer en specialist op het gebied van engineering, productie,conservering, montage, onderhoud, dak-en wandbeplating en project management van staalconstructies en turn-key projecten voor de industrie. Heeft u interesse in een vrijblijvende afspraak? Bel ons voor informatie of kijk op www.frijnsgroup.com

FRIJNS INDUSTRIAL GROUP De Valkenberg 14 6300 AD Valkenburg aan de Geul T F

+ 31(0) 43 601 0101 + 31(0) 43 601 0102

E W

info@frijnsgroup.com www.frijnsgroup.com

Vakspecialisten met een hart voor staal.

FIG_B&S_ad_1-2_dec2014.indd 1

PET Advertenties.indd 50

20-11-14 10:54

19-11-19 16:52


PROJECTEN Opdrachtgever: OTAG Waar: Antwerpen Investering: ruim honderd miljoen euro Afronding: 2019

Oiltanking Antwerp Gas Terminal (OTAG) investeert ruim honderd miljoen euro in nieuwe tankopslagcapaciteit en een nieuwe steiger. Met de bouw van een 135.000 kubieke meter butaantank zal in 2019 de capaciteit van de terminal bijna verdubbelen tot 273.000 kubieke meter. OTAG bouwt de butaantank voor Ineos.

Opdrachtgever: Rubis Terminal Waar: Rotterdam Investering: 120 miljoen euro Afronding: onbekend

Rubis Terminal breidt haar terminal in Rotterdam in vijf fases uit. In totaal bestaat de uitbreiding uit 45 tanks met een totale capaciteit van bijna 150.000 kubieke meter, waarmee een totale investering van 120 miljoen euro is gemoeid. Fase 2 van de uitbreiding wordt in het tweede kwartaal van 2020 afgerond.

Opdrachtgever: Sea-Mol Waar: Antwerpen Investering: 300 à 400 miljoen euro Afronding: medio 2021

De Japanse groep MOL Chemical Tankers investeert samen met havengroep SEAInvest 300 à 400 miljoen euro in de bouw van een tankterminal voor vloeibare chemicaliën. Hiervoor wordt de joint venture Sea-Mol opgericht. De terminal wordt in fasen gebouwd en krijgt uiteindelijk een capaciteit van 500.000 kubieke meter.

Opdrachtgever: Sea-Tank Terminal Waar: Antwerpen Investering: 250 miljoen euro Afronding eerste fase: 2019

Sea-Tank Terminal bouwt in Antwerpen een dedicated tankterminal voor een wereldspeler uit de chemiesector. In eerste instantie krijgt de terminal een capaciteit van 750.000 kubieke meter. Naar verwachting duurt de bouw van de terminal twee jaar. De investering wordt geraamd op 250 miljoen euro.

Opdrachtgever: Standic Waar: Antwerpen Investering: 200 miljoen euro Afronding: eerste kwartaal 2021

Tankopslagbedrijf Standic, onderdeel van Hametha, realiseert in Antwerpen een nieuwe opslagterminal voor de distributie van chemieproducten en chemische nichemarkten. De grootte van de tanks varieert van 500 tot 3.500 kubieke meter. In eerste instantie krijgt de terminal een opslagcapaciteit van ongeveer 95.000 kubieke meter. De oplevering is gepland begin 2021 en vergt een investering van zo’n 200 miljoen euro.

Opdrachtgever: Totseanergy Waar: Antwerpen Investering: 100 miljoen euro Afronding eerste fase: medio 2019

Totseanergy, een joint venture van Total en de groep SEA-invest, investeert honderd miljoen euro in een nieuwe terminal in Antwerpen. De investering omvat acht nieuwe tanks van elk twintigduizend kubieke meter, drie bijkomende laad- en losplaatsen en een pijpleiding tussen de terminal en de raffinaderij van Total.

Opdrachtgever: Vopak Waar: Botlek Rotterdam Investering: onbekend Afronding: tweede kwartaal 2020

Vopak bouwt in Rotterdam vijftien nieuwe roestvrijstalen opslagtanks voor styreen en andere chemicaliën. Het gaat om 63.000 kubieke meter extra opslagcapaciteit op de Botlek-terminal. De expansie moet in het tweede kwartaal van 2020 gereed zijn.

Opdrachtgever: Vopak Waar: Vlissingen Investering: onbekend Afronding: 2020

Vopak investeert in twee nieuwe gasbullets bij haar gasopslag in Vlissingen. In totaal wordt er 9.200 kubieke meter opslagcapaciteit bijgebouwd. De verwachting is dat deze uitbreiding in het tweede kwartaal van 2020 in gebruik kan worden genomen.

NIEUW PROJECT Opdrachtgever: Vopak Waar: Botlek Rotterdam Investering: onbekend Afronding: tweede kwartaal 2020

Vopak breidt zijn terminal op de Linkeroever in Antwerpen uit met vijftigduizend kubieke meter. De extra capaciteit is volledig bestemd voor de opslag van chemicaliën. Het concern wil de nieuwe tanks in het derde kwartaal van 2021 in gebruik nemen.

PETROCHEM 12 - 2019 51

PET12 K Projecten.indd 51

19-11-19 16:49


TATA STEEL | VELSEN-NOORD | 13 FEBRUARI

[SAV

E TH

E DA TE]

HET SCHADUWMINISTERIE VAN WATER Klimaatverandering en bevolkingsgroei legt druk op zowel de kwaliteit als kwantiteit van water. Waar schaarste optreedt, moeten bestuurders soms drastische keuzes maken. De industrie komt bij die keuzes vaak niet op de eerste plaats, terwijl ze ook onderdeel van de oplossing kan zijn.

Programma 11.00 uur

Optioneel: rondleiding (vol=vol)

12.00 uur

Ontvangst met lunch

13.00 uur

Aanvang congres - Wat kan er nu? • Keynote Klaas Vos (Sustainability manager global supply chain, FrieslandCampina) • Keynote Perry van der Marel (Managing director Northwater)

14.15 uur

Korte pauze

14.45 uur

Middagprogramma - Wat kan er straks? • Pitches Water Innovator of the Year 2020

15.30 uur

Korte pauze

16.00 uur

Vervolg programma - wat is er nodig? • Verkiezing van de Schaduwminister van Water Kandidaten zijn o.a. Jan Bruning (CEO, Nedmag) en Neldes Hovestad (VP Operations Dow Benelux) • Uitsmijter • Bekendmaking Water Innovator of the Year 2020

17.30 uur

Netwerkborrel

18.30 uur

Einde congres

Hoe zorgen de grootverbruikers van zoetwater ervoor dat ook hun belangen worden gehoord? Het schaduwministerie van water verbindt de waterketen en spreekt namens álle watergebruikers. De Water Innovator of the Year verkiezing is een onderdeel tijdens het Watervisie congres. We gaan op zoek naar innovatieve bedrijven, start-ups of overheidsinstellingen die innovatie, duurzaamheid, publiek-private samenwerking hoog in het vaandel hebben staan. Initiatiefnemers:

Partners Watervisie platform:

www.watervisie.com Hele Advertenties.indd pagina advertentie 52 Watervisie20.indd 1 PET

15-11-19 16:52 14:41 19-11-19


PROJECTEN UTILITIES Opdrachtgever: Air Liquide Waar: Antwerpen Investering: 80 miljoen euro Afronding: 2020

Air Liquide investeert tachtig miljoen euro in de bouw van een waterstoffabriek op de site van Covestro in Antwerpen. De eenheid gaat dankzij een nieuwe technologie energie-efficiënter waterstof produceren, zonder overtollige stoomproductie. Bijzonder is dat Covestro een deel van de CO2 die bij de productie vrijkomt, afvangt en gebruikt als grondstof in haar productieproces. De productie-unit wordt in 2020 in gebruik genomen.

Opdrachtgever: Air Products Waar: Zuidbroek Investering: onbekend Afronding: oktober 2021

Air Products bouwt drie luchtscheidingsinstallaties voor een nieuwe stikstofinstallatie van Gasunie in Zuidbroek, Groningen. De stikstof maakt geïmporteerd aardgas geschikt voor gebruik in Nederland. Naar verwachting begint Air Products in het najaar van 2019 met de bouw. De fabrieken produceren 180.000 kubieke meter stikstof per uur zodra ze in oktober 2021 operationeel zijn.

Opdrachtgever: BP Geel Waar: Geel Investering: onbekend Afronding: 2021

BP Geel gaat een nieuwe stoomketel bouwen die ervoor zorgt dat de site ook betrouwbaar van stoom wordt voorzien als een van de twee bestaande ketels in onderhoud is. De komende jaren worden de drie ketels op elkaar afgestemd om een optimale combinatie te maken. Zo zal een van de bestaande ketels op termijn een standby-ketel worden. Tegen 2021 moet dat proces rond zijn.

Opdrachtgever: Dow Waar: Terneuzen Investering: onbekend Afronding: onbekend

Bij Dow in Terneuzen wordt in 2018 een pilotinstallatie gebouwd om lagedrukstoom op te waarderen. Stoomrecompressie kan een belangrijke bijdrage leveren aan elektrificatie in de industrie. De pilotinstallatie bij Dow krijgt een capaciteit van tien ton per uur.

Opdrachtgever: Gasunie Transport Services Waar: Zuidbroek Investering: 500 miljoen Afronding: 2022

Gasunie Transport Services wil de stikstofinstallatie in Zuidbroek uitbreiden. Het project omvat ook een mengstation inclusief vier kilometer nieuwe leiding, en aansluitleidingen op bestaande gasleidingen en een stikstofleiding die is verbonden met de bestaande stikstofcaverne in Heiligerlee.

Opdrachtgever: Gasunie en Enexis Waar: Wijster Investering: onbekend Afronding: medio 2019

Gasunie en Enexis bouwen vlakbij de groengasproductielocatie van Attero in Wijster (Drenthe) een enorme compressor. Deze groen-gas-booster comprimeert groen gas naar hoge druk zodat het kan worden ingevoed in het landelijke gasnet. De compressor zal medio 2019 in gebruik worden genomen.

Opdrachtgever: Havenbedrijf Rotterdam Waar: Europoort en Pernis Investering: 50 miljoen euro Afronding: 2019

Havenbedrijf Rotterdam wil tussen Europoort en Pernis een 25 kilometer lange pijpleiding aanleggen voor het transport van laagzwavelige dieselolie. Het zogenoemde Diesel Common Carrier System is bedoeld om bedrijven in de productie, opslag en handel in dieselbrandstoffen met elkaar te verbinden. De ingebruikname is gepland voor 2019.

Opdrachtgever: LyondellBasell en Covestro Waar: Maasvlakte Rotterdam Investering: 150 miljoen euro Afronding: 2020

LyondellBasell en Covestro investeren 150 miljoen euro in een ‘bio plant’ en verbrandingsinstallatie op de Maasvlakte. Daarin wordt het afvalwater van de productie van propyleenoxide en styreenmonomeer behandeld en omgezet in stoom. De stoom wordt gebruikt als een energiebron in de bestaande productiefaciliteit op de locatie. Hierdoor ontstaat een circulair proces. Het project moet in 2020 klaar zijn.

PILOTS EN PLANNEN Opdrachtgever: AEB Waar: Amsterdam Investering: onbekend Afronding: onbekend

AEB Amsterdam onderzoekt de haalbaarheid van stoomlevering aan Argent Energy, dat de stoom wil gebruiken voor de productie van biobrandstof. AEB produceert al stoom voor stadswarmte en elektriciteit. Door een deel van de stoom af te vangen en direct te leveren aan externe gebruikers als buurman Argent Energy verhoogt AEB het rendement van de verbrandingsinstallatie.

PETROCHEM 12 - 2019 53

PET12 K Projecten.indd 53

19-11-19 16:49


Petrochem

geeft nog meer waarde voor uw geld Meer nieuws dan ooit • • • • • • •

Actuele berichtgeving over de chemische industrie Alle productinnovaties overzichtelijk bij elkaar Volledig evenementenoverzicht Online catalogi met producten Multimediale bedrijfspresentaties Wekelijkse nieuwsbrief Volg de status van nieuwe projecten en uitbreidingen in de projectendatabase

Petrochem-abonnees krijgen meer • De nieuwste Petrochem staat een week voor verschijnen online • Abonnees krijgen toegang tot alle eerder verschenen artikelen • U kunt naar aanleiding van uw abonnement ook besluiten om bedrijfslid van het Petrochem platform te worden. Hierbij krijgt u onder andere voor twee personen toegang tot het jaarcongres Deltavisie. Meer weten? Kijk op www.petrochem.nl/bedrijfslidmaatschap

Ga direct naar petrochem.nl/abonneren en blijf iedereen voor PET_half_liggend.indd 1

13-12-17 12:46

Match uw vraag met onze technici Bekijk de mogelijkheden op www.stratt.nl

PET Advertenties.indd 54

19-11-19 16:52


PROJECTEN Opdrachtgever: ArcelorMittal en Dow Waar: Gent Investering: 20 miljoen euro Afronding: 2022

Staalproducent ArcelorMittal in België wil CO uit zijn afvalgassen leveren aan Dow Benelux in Terneuzen. Dow kan de CO met eigen overtollig waterstof combineren tot syngas. Allereerst worden twee proeffabrieken gebouwd in Gent. In 2022 wordt op basis van de pilots besloten of het businessplan economisch levensvatbaar is.

Opdrachtgever: Asbeter Waar: Rotterdam Investering: onbekend Afronding: 2020

Asbeter kan met hun proces asbestplaten veilig, betaalbaar en circulair vernietigen met behulp van zure industriële reststromen. Het bedrijf heeft een pilotinstallatie in Rotterdam. In het voorjaar van 2020 wil het een demoplant van 8.000 ton per jaar hebben. Volgens Asbeter is er in Nederland een businesscase voor twee fabrieken van 50.000 ton per jaar.

Opdrachtgever: Avantium Renewable Polymers Waar: nog te bepalen Investering: onbekend Afronding: 2023

Avantium Renewable Polymers, het voormalige Synvina, heeft vergevorderde plannen om een fabriek te bouwen met een capaciteit van 5 kiloton FDCA en PEF per jaar, als voorbeeld van haar YXY-technologie. Een beslissing over de locatie van de fabriek, ergens in Noordwest-Europa, wordt eind 2019 genomen. Eind 2020 besluit het bedrijf of de bouw van de fabriek werkelijk doorgaat en deze kan dan vervolgens in 2023 opgestart.

Opdrachtgever: o.a. Avantium Waar: Chemie Park Delfzijl Investering: 100 miljoen euro Afronding: 2022

Avantium, Nouryon en RWE willen een bioraffinaderij bouwen op Chemie Park Delfzijl, waarin uit houtsnippers zuivere suikers worden gemaakt die kunnen dienen als grondstof voor verven en lakken. De fabriek krijgt een capaciteit van 130 kiloton houtsnippers per jaar, maar kan worden opgeschaald naar 350 kiloton. De fabriek is mogelijk in 2022 operationeel.

Opdrachtgever: BASF Waar: Antwerpen Investering: onbekend Afronding: onbekend

BASF wil de capaciteit van het geïntegreerde ethyleenoxidecomplex op haar Verbund-site in Antwerpen uitbreiden. Het gaat niet alleen om de productie van meer ethyleenoxide, maar ook om derivaten, zoals oppervlakte-actieve stoffen, ethanolamines en glycolethers. De definitieve investeringsbeslissing wordt in 2019 genomen.

Opdrachtgever: Battolyser Waar: Eemshaven Investering: onbekend Afronding: begin 2019

Een joint venture van TU Delft en Proton Ventures gaat een Battolyser bouwen naast de Magnum-centrale van Vattenfall in Eemshaven. Deze installatie kan als een batterij elektriciteit opslaan of leveren, én water splitsen in waterstof en zuurstof door elektrolyse. De eerste battolyser van 15 kW/60 kWh wordt begin 2019 in Eemshaven geplaatst.

Opdrachtgever: BioBTX Waar: Groningen Investering: onbekend Afronding: 2020

BioBTX heeft een demofabriek op het Zernikepark in Groningen gebouwd om groene aromaten uit vloeibare biomassa te maken. In 2019 volgt een uitbreiding naar vaste stoffen zoals vaste biomassa en afvalstoffen zoals plastic. De pilot loopt tot eind 2020.

NIEUW PROJECT Opdrachtgever: Black Bear Carbon Waar: Rotterdam Investering: onbekend Afronding: onbekend

Black Bear Carbon wil in de haven van Rotterdam een fabriek bouwen die granulaat van oude banden omzet in carbon black, pyrolyse-olie en -gas. Het bedrijf werkt samen met Havenbedrijf Rotterdam de technische en financiële details uit en overlegt met regionale en nationale partners over de financieringsstructuur van de op te zetten onderneming.

Opdrachtgever: Borealis Waar: Beringen Investering: onbekend Afronding: medio 2022

Borealis heeft de front end engineering and design fase voor de uitbreiding van zijn polypropeenfabriek in Beringen goedgekeurd en het EPC-contract toegekend aan Tecnimont. De definitieve investeringsbeslissing over deze uitbreiding van 250 tot 300 kiloton wordt eind 2019 genomen en de opstart wordt medio 2022 verwacht.

Opdrachtgever: BP Waar: Rotterdam-Europoort Investering: 1 miljard euro Afronding: onbekend

BP overweegt zijn raffinaderij in Rotterdam uit te breiden met een hydrocracker om producten als laagzwavelige diesel en kerosine te produceren. Daarnaast kan BP met dit proces basisolie produceren voor de productie van smeermiddelen. Met de bestaande hoeveelheid grondstoffen kunnen straks meer hoogwaardige producten worden geproduceerd.

PETROCHEM 12 - 2019 55

PET12 K Projecten.indd 55

19-11-19 16:48


uw e i n

e

t edi

ie

DACE Price Booklet 33ste editie

DACE Prijzenboekje met online richtprijzen voor industriële procesinstallaties Praktisch en onmisbaar bij • Raming van projecten • Kostenafweging van alternatieve uitvoeringen • Toetsing van offerteprijzen • Vergelijking eigen prijzen met marktprijzen U vindt in DACE Price Booklet in combinatie met de website www.dacepricebooklet.com richtprijzen van vrijwel elk onderdeel van industriële procesinstallaties. Alle informatie in de nieuwe Engelstalige editie is volledig geactualiseerd. De online versie van DACE Price Booklet is toegankelijk via uw PC, tablet en smartphone. Het DACE Prijzenboekje en website wordt verzorgd door leden van de DACE Special Interest Group Cost Engineering Process

Ga voor meer informatie of uw bestelling naar www.vakmedianetshop.nl/dace

PET Advertenties.indd 56

Industry, kostendeskundigen die actief betrokken zijn bij investeringsprojecten en midden in de praktijk staan.

19-11-19 16:53


PROJECTEN Opdrachtgever: BP, Nouryon, Havenbedrijf Rotterdam Waar: Rotterdam Investering: onbekend Beslissing: 2022

BP, Nouryon en Havenbedrijf Rotterdam onderzoeken samen de haalbaarheid van een waterelektrolyse-installatie van 250 megawatt. Daarmee zou maximaal 45.000 ton groene waterstof per jaar kunnen worden geproduceerd voor de raffinaderij van BP in Rotterdam. De partners willen in 2022 een definitieve investeringsbeslissing over het project nemen.

Opdrachtgever: Chemours Waar: Dordrecht Investering: 75 miljoen euro Afronding: 2023

Chemours is van plan om 75 miljoen euro te investeren in de fabriek in Dordrecht om emissies te verlagen. Het gaat om een reductie met 99 procent van de totale GenX-emissies tegen het einde van 2020 ten opzichte van 2017. Daarnaast gaat het om een emissiereductie van alle organische en gefluorideerde stoffen met tachtig procent in 2023.

Opdrachtgever: Corbion Waar: onbekend Investering: onbekend Afronding: onbekend

Corbion heeft plannen voor de bouw van een nieuwe melkzuurfabriek. De kans is groot dat de fabriek in Europa komt en Nederland zou dan een goeie kanshebber zijn als locatie. De fabriek krijgt een capaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar.

Opdrachtgever: Cumapol, DSM-Niaga, Morssinkhof Waar: Emmen Investering: onbekend Afronding: 2019

Cumapol, DSM-Niaga en Morssinkhof gaan een pilotplant bouwen en onderzoeken daarmee de technische en financiële haalbaarheid van de nieuwe technologie CuRe om polyester te recyclen. In een continu proces dat relatief weinig energie vergt kan zowel polyester uit verschillende afvalstromen als gekleurd polyester worden verwerkt tot kleurloze polyester pellets. De productielijn krijgt een capaciteit van 25 kiloton per jaar.

Opdrachtgever: Dow Benelux Waar: Terneuzen Investering: paar honderd miljoen euro Afronding: onbekend

Dow Benelux in Terneuzen maakte kans op de bouw van een nieuwe plasticfabriek. Het hoofdkantoor heeft de mogelijkheden overwogen en nu gekozen voor de bouw een fabriek de bouw aan de Golfkust in de Verenigde Staten. Een eventuele investering in Terneuzen is voorlopig ‘on hold’ gezet.

Opdrachtgever: Dow Benelux en Tata Steel Nederland Waar: IJmuiden Investering: 1 miljard euro Afronding: 2025-2027

Dow Benelux en Tata Steel Nederland overwegen in IJmuiden een fabriek te bouwen, die rookgassen van Tata’s hoogovens afvangt en het koolmonoxide omzet in synthetisch gas. Dow kan daar in Terneuzen plastics van maken. De bouw hangt af van het succes van twee proefprojecten die eind 2018 en 2019 van start gaan. Twee testinstallaties bij ArcelorMittal in Gent worden daarvoor verplaatst naar IJmuiden, om bij Tata Steel het proces te testen.

Opdrachtgever: Fluxys/Parkwind/Eoly Waar: België Investering: onbekend Afronding: onbekend

Fluxys, Parkwind en Eoly willen een power-to-gas installatie bouwen waarin groene elektriciteit wordt omzet in groene waterstof dat in de bestaande aardgasinfrastructuur kan worden vervoerd en opgeslagen. De partijen onderzoeken in een eerste fase de haalbaarheid van de installatie.

Opdrachtgever: o.a. Havenbedrijf Rotterdam Waar: Rotterdam Investering: onbekend Afronding: 2020

Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en Energie Beheer Nederland hebben het CCS-project Porthos gelanceerd. Het gaat om een verzamelleiding door het havengebied in Rotterdam waaraan verschillende bedrijven door hen afgevangen CO2 kunnen leveren. Jaarlijks moet na 2020 zo’n twee tot vijf miljoen ton CO2 worden opgeslagen, oplopend tot dertig miljoen ton in 2030. De partijen nemen in 2019 een investeringsbeslissing.

Opdrachtgever: Indaver Waar: Antwerpen Investering: onbekend Afronding: medio 2021

Afvalbeheerder Indaver bouwt een demo-installatie voor het recyclen van vijftienduizend ton end-of-life plastics per jaar. De Plastics2chemicals installatie zet bijvoorbeeld gemengde polyolefines om in basisproducten als nafta en wax. Polystyrenen worden afgebroken tot monomeren die opnieuw als grondstof zijn te gebruiken. De demo-installatie krijgt een capaciteit van twee ton per uur.

PETROCHEM 12 - 2019 57

PET12 K Projecten.indd 57

19-11-19 16:48


PROJECTEN Opdrachtgever: Ineos Oxide Waar: mogelijk Antwerpen Investering: onbekend Afronding: 2023

Ineos Oxide wil een nieuwe fabriek voor ethylideen norborneen (ENB) bouwen. Een beslissing over de locatie van de nieuwe fabriek is nog niet genomen. Een van de opties is om in Antwerpen een tweede productielijn te bouwen. Het concern heeft daar al een ENB-fabriek, waar momenteel via debottlenecking de capaciteit wordt vergroot.

Opdrachtgever: Lowlands Methanol Waar: Rotterdam Investering: 75 miljoen euro Afronding: begin 2020

Het bedrijf Lowlands Methanol is van plan een methanolfabriek te bouwen in de haven van Rotterdam. De afvalverwerkingsinstallatie moet per jaar 150.000 ton biomassa en afval gaan verwerken. In de fabriek worden hout en RDF (Refuse Derived Fuel) bewerkt en vergast.

Opdrachtgever: Lyondell Waar: Botlek Investering: onbekend Afronding: onbekend

Lyondell overweegt zijn SMPO-fabriek in de Botlek uit te breiden door een debottlenecking. De capaciteit zou kunnen worden verhoogd van 325 naar 375 kiloton propyleenoxide en van 725 naar 850 kiloton styreenmonomeer per jaar. Het project wordt nog onderzocht op financiële en technische haalbaarheid.

Opdrachtgever: Mitsubishi Gas Chemical Waar: Rotterdam Investering: onbekend Afronding: onbekend

Mitsubishi Gas Chemical is een MER-procedure gestart voor de bouw van een nieuwe fabriek op het Huntsman-terrein in de Rotterdamse haven. Het bedrijf wil er meta-xyleendiamine (MXDA) gaan produceren. MXDA wordt gebruikt als verharder en corrosieremmer in coatings.

Opdrachtgever: NAM Waar: Emmen Investering: onbekend Afronding: onbekend

Op de NAM-locatie van de voormalige gaszuiveringsinstallatie in Emmen komt mogelijk een groene waterstoffabriek. Eigenaar NAM gaat deze optie met verschillende partners nader onderzoeken. Groen waterstof kan de fabrieken op het Emmtec-terrein van onder andere DSM en Teijin Aramid onafhankelijk maken van het Groningengas.

Opdrachtgever: Neste Waar: Rotterdam Investering: onbekend Afronding: onbekend

Neste overweegt een fabriek voor duurzame kerosine op de Eerste Maasvlakte in Rotterdam te bouwen. Het bedrijf heeft daar al een raffinaderij voor duurzame diesel. De tweede fabriek zou een investering van ruim honderd miljoen euro vergen. De fabriek kan echter ook worden gebouwd in Finland, waar het bedrijf eveneens een raffinaderij heeft.

Opdrachtgever: North Sea Port Waar: Zeeland Investering: onbekend Afronding: onbekend

Het havengebied van North Sea Port onderzoekt de haalbaarheid, vormgeving en uitrol van een grootschalige buisleidinginfrastructuur voor transport van CO2, waterstof of restgassen. Het onderzoek loopt tot 30 juni 2019.

Opdrachtgever: Nouryon en Gasunie Waar: Chemie Park Delfzijl Investering: onbekend Afronding: onbekend

Nouryon en Gasunie New Energy onderzoeken een grootschalige power-to-gas-installatie op het Chemie Park Delfzijl. De bedrijven willen met een twintig megawatt waterelektrolyse-unit elektriciteit omzetten in drie kiloton groene waterstof per jaar. BioMCN gaat de waterstof combineren met CO2 uit andere processen voor de productie van biomethanol, een grondstof voor biobrandstoffen en de chemische industrie. In verband met een geplande kerosinefabriek in Delfzijl (zie volgende pagina) onderzoeken de partijen een scale-up van twintig naar zestig megawatt.

Opdrachtgever: Nouryon Waar: Delfzijl Investering: onbekend Afronding: 2021

Nouryon wil de productie van hoogzuiver vacuümzout op haar locatie in Delfzijl uitbreiden. Het project verhoogt de productie van de fabriek met ongeveer 25 procent. Het chemiebedrijf studeert nog op de plannen. Bij groen licht moet het project vervolgens binnen drie jaar worden voltooid.

PETROCHEM 12 - 2019 58

PET12 K Projecten.indd 58

19-11-19 16:48


Newsline ENERGIE

Uitgave 5 | 2019

Denkt U ook mee? Het klimaatakkoord van Parijs in 2015 heeft aangetoond dat, om de klimaatverandering te beperken het gebruik van fossiele brandstoffen moet worden gehalveerd in 2030. Het uiteindelijke streven is om in 2050 ‘fossielvrij’ te zijn. Het koolstofrisico is voor iedereen een tastbaar probleem. Het klimaatakkoord heeft het bewustzijn vergroot van het potentieel van hernieuwbare energiebronnen, en de voordelen van energie-efficiëntie. Momenteel bestaat de energiemarkt nog grotendeels uit centrales, gebaseerd op het verbranden van fossiele brandstoffen. Dit marktsegment, de energiemarkt, is een groeimarkt, vanwege de toenemende behoefte aan energie en elektriciteit. De komende jaren zal de energieproductie bestaan uit een mix

van verschillende wijzen van energieopwekking: opwekking uit fossiele brandstoffen, kern­ energie en hernieuwbare energiebronnen. In de gehele stroomopwekkende industrie, of het nu gaat om nieuwbouw of om een renovatie, speelt energie-efficiëntie een belangrijke rol.

KROHNE eShop – De snelste weg naar uw meetoplossing

Meettechnologie zal hierin een belangrijke rol spelen: de beslissende factor als het gaat om de efficiëntie van een energiecentrale is de nauwkeurigheid van de metingen. Hoe beter de meetoplossingen, hoe nauwkeuriger de metingen, hoe efficiënter de energiecentrale. Als deze optimalisatie serieus wordt opgepakt, vraagt dit om moderne meettechnologie. KROHNE heeft meetoplossingen en de meettechnologie, afgestemd op dit marktsegment. Afhankelijk van de toepassing bieden we u verschillende alternatieven voor meetprincipes. Deze Newsline laat aan de hand van applicatievoorbeelden zien, dat kennis en meettechniek resulteren in energie-efficiënte procesvoering. De toekomst van energievoorziening vereist efficiëntie en milieuvriendelijkheid – wij helpen u beide te bereiken!

eShop.krohne.com 48 uurs verzending* *Voor geselecteerde producten

Kosteloze levering

Service hotline


Ultrasone flowmeters in duurzaam warmtenet Highlights OPTISONIC 3400 • Inline 3-straals ultrasone flowmeter voor vloeistoffen • Multifunctionele flowmeter voor zowel standaard als voor veeleisende toepassingen • Van Cryogene tot hoge proces­ temperaturen -200… 250°C en viscositeit tot 1000 cSt • MI-004 Heat meter certified

De HVC groep zamelt in Alkmaar en Dordrecht gescheiden afval in, verwerkt en recyclet het. Daarnaast produceert ze duurzame energie, onder andere uit afvalbeheerprocessen. Zo is het warmtenetwerk, door aansluiting op de Bio-energiecentrale (BEC), sinds 2017 100% groen. Hier wordt biomassa verbrand om warmte voor het warmtenetwerk op te wekken. KROHNE heeft hier aan bijgedragen met hoogwaardige ultrasone debietmetingen voor de inkoppeling van de BEC in het warmtenet, condensaatmetingen voor warmtebalans, retourmetingen voor het koude CV-water en grote diameter flowmeters voor het pompstation, waarmee het warmtenetwerk constant onder druk wordt gehouden. In de BEC wordt 170.000 ton houtafval p / jaar verbrand bij 800 °C, waarmee men het water voor het warmtenetwerk opwarmt. De uitdaging voor de equipment in de uitkoppeling en het pompstation is: hoge temperatuur in combinatie met hoge druk. De watertemperatuur kan namelijk oplopen tot maximaal 130 °C met een druk van boven de 15 bar.

Uiteraard wil men het rendement zo hoog mogelijk houden. Voorheen gebruikte men metingen die drukverlies nodig hadden om nauwkeurig te kunnen meten. Je kunt je voorstellen, dat bij een debiet van meer dan 500 m3 water per uur, in één jaar met een full bore flowmeter zonder drukverlies, veel energie bespaard kan worden op de pompcapaciteit. Met een elektromagnetische flowmeter zien we dat dit punt vaak al wordt getackeld. Echter laag geleidend water is niet meetbaar met een EMF en er is een kans dat magnetiet aanhecht op de elektrode. Hierdoor gaat de meting afwijken, resulterend in extra onderhoud om

het magnetiet te verwijderen. De oplossing is de OPTISONIC 3400, een full bore ultrasone flowmeter, specifiek ontwikkeld voor warm­ temetingen. Het ultrasone meetprincipe (Transit time) wordt niet gehinderd door de aanslag van magnetiet en kan probleemloos laag geleidende of niet geleidende media meten. Tevens was HVC op zoek naar een warmtemeting welke ingezet kan worden voor afrekenverkeer en subsidieverrekening. KROHNE bood de oplossing, door de OPTISONIC 3400 te ijken en te verzegelen volgens de europese MI-004 Heat meter regelgeving. De nauwkeurigheid van de OPTISONIC 3400 is gespecificeerd op 0.5 % afwijking en mag daarmee gecertificeerd worden volgens de MI-004 Heat meter regelgeving in klasse 1, 2 en 3. Een groot pluspunt van de OPTISONIC 3400 is dat deze al vanaf 0 begint te meten en daardoor optimaal voldoet aan de heat meter regelgeving. De hiervoor benodigde gecertificeerde ijking, heeft KROHNE in house, in Dordrecht voor HVC afgenomen.

Klantvoordeel: • Door plaatsing van de OPTISONIC 3400, bespaart HVC niet alleen op onderhoud maar ook op energieverbruik. • De standaard van KROHNE voldoet aan de specificaties van HVC waardoor speciaal equipment overbodig is. • Hoger rendement door het inpassen van een full bore flowmeter. • Nauwkeurige flowmeters geschikt voor warmte-afrekening en dus ook geschikt voor Europese of Nederlandse gesubsidieerde systemen. • Hetzelfde instrument voor diameters DN 25 t / m DN 400. Hiermee heeft HVC een back-up bij uitval, de elektronica kan onderling uitgewisseld worden.


Energie en uw toekomst

Energie uit hernieuwbare bronnen is de energie van de toekomst. Dit is de visie van Twence, die energie uit afval haalt, dat van al het herbruikbare materiaal is ontdaan. Afval is zo geen afval meer, maar een bron van energie en grondstoffen. Nederland staat voor de uitdaging om de economie en samenleving binnen dertig jaar vrijwel geheel CO2-neutraal te maken. Dat vraagt om nieuwe vormen van energieopwekking uit schone, duurzame bronnen. Zoals in de biomassa-energiecentrale, Twence zet hier biomassa om in groene stroom, voldoende om een stad van elektriciteit te voorzien. In 2018 is deze centrale omgebouwd, waardoor Twence er nu ook warmte en stoom uit kan leveren. Hierdoor kan er drie keer zoveel duurzame energie geproduceerd worden uit vrijwel dezelfde hoeveelheid biomassa als voor de ombouw. De biomassa-energiecentrale levert 450 GWh duurzame energie: 350 GWhth stoom en warmte, vergelijkbaar met het gasverbruik van 27.000 huishoudens en 100 GWhe elektriciteit, waarmee zo’n 33.000 huishoudens van energie worden voorzien. Twence zet een deel van de extra warmte af aan Ennatuurlijk en Nouryon, maar ook aan andere industriële partijen. De energie kan gebruikt worden voor onder meer koeling, hygiënisatie, verwarming van gebouwen, de procesindustrie en droogprocessen. Aan het project, dat in 2015 is gestart en eind 2018 is afgerond, heeft KROHNE mogen bijdragen door levering van een tweetal stoomflowmeters. Deze twee OPTISONIC 8300 stoomflowmetingen zijn ingezet voor het meten van de stoomhoeveelheden en het verrekenen van subsidies, die door de rijksoverheid worden verstrekt, om duurzame energie te stimuleren.

Wat houdt dit zoal in? Twence kan circa 70 kg / s aan lage druk stoom produceren, waarvan een deel naar Nouryon gaat, en een deel voor stadsverwarming wordt ingezet. Rendementen tot 80 % zijn behaald. Er gaat weinig energie verloren. Ter vergelijk, de modernste kolencentrale in Nederland, tevens de meest efficiëntste ter wereld, heeft een rendement van 42 %. Twence wilde graag wederom ultrasone techniek toepassen. In fase 1 van Twence was al een ultrasone stoomflowmeting ingezet, die tot op heden zonder onderhoud zijn werk doet. Geen drukval en een zeer groot meetbereik telde mee in de keuze voor ultrasoon. Overtuigen van het meetbedrijf, welke namens de overheid registreert hoeveel stoom er geproduceerd wordt, waarover de subsidie verstrekt wordt, was een uitdaging. Na een gezamenlijk overleg met Twence, het meetbedrijf Fudura en de vertegenwoordigers van de Rijksoverheid en KROHNE, is een goedkeur afgegeven voor de KROHNE ultrasone OPTISONIC 8300 F. Voor toepassing van oververhitte stoom onder strikte voorwaarden en uitgebreide kalibraties. Voor Twence een zekerheid, voor KROHNE vanzelfsprekend.

Highlights OPTISONIC 8300 F • Subsidiair meten van oververhitte stoom • Onderhoudsvrij • Betrouwbaar • Nauwkeurig • Geen drukverlies • Hoge turn down ratio


Energie in balans met KROHNE meettechnologie De Krombacher Groep is met een jaar­productie van ruim 6,9 miljoen hectoliter één van Duitsland’s grootste particuliere brouwerijen. Voor optimalisatie van de interne energiebalans was men op zoek naar passende meettechnologie. Daarmee kunnen de voornaamste energieverbruikers in het brouwproces getraceerd worden. Door het vaststellen van meetpunten kan het verbruik in de verschillende deel­ processen en daarmee de kosten, in kaart worden gebracht en beheerd. In totaal waren er 26 meetpunten die van instrumentatie moesten worden voorzien. Op ieder van deze punten moest (warm) water, stoom of perslucht worden gemeten. Door het in kaart brengen van de processtromen van energiebehoefte en –afgifte, wordt het mogelijk processen te monitoren en daarmee de kosten te reduceren. Zo levert bijvoorbeeld het aanpassen van het compressorvermogen ten behoeve van het persluchtnetwerk, aan de daadwerkelijke verbruikshoeveelheid, een aanzienlijke kostenbesparing op.

op de signaalversterker van het meetinstrument kunnen worden aangesloten. Hierdoor kan de meter direct de hoeveelheid warmte on-site weergeven zonder additionele warmte rekenunit en de bijbehorende bedradingkosten. Voor stoom- en persluchtmetingen wordt de OPTISWIRL 4200 vortex flowmeter ingezet. Door de geïntegreerde druken temperatuurcompensatie worden ver­ stoorde meetresultaten als gevolg van drukof temperatuur­fluctuaties (bij veranderende mediumdichtheden) voorkomen. Met de geïnstalleerde KROHNE meet­ instrumentatie kan Krombacher de interne energiebalans optimaal monitoren en de kosten beheersen.

Krombacher koos na een uitgebreide interne test met diverse instrumentatie voor KROHNE. De geteste meetinstrumenten gaven minimale meetafwijkingen, en bovendien was KROHNE in staat om een totaalpakket aan instrumentatie te bieden. Voor de heet water metingen wordt KROHNE’s OPTISONIC 3400 ingezet, uitgerust met twee gekalibreerde temperatuursensoren, die direct

Ontmoet ons op de beurs

Neem voor meer informatie contact op met:

KROHNE neemt deel aan een groot aantal nationale en internationale beurzen. De belangrijkste evenementen voor onze Nederlandse en Belgische klanten zijn:

KROHNE Nederland B.V. Postbus 110 3300 AC DORDRECHT Kerkeplaat 14 3313 LC Dordrecht Nederland Tel.: +31 (0)78 - 6306 200 Fax: +31 (0)78 - 6306 405 e-mail: infonl@krohne.com

• PPA, 28 januari 2020, Den Bosch • Aqua Nederland, 17 – 19 maart 2020, Gorinchem • Maintenance, 21 – 23 april 2020, Gorinchem • Maritime industry, 12 – 14 mei 2020, Gorinchem De volledige internationale beursagenda vindt u op onze website www.krohne.com

KROHNE Belgium N.V. Noordkustlaan 16 1702 Groot-Bijgaarden België Tel.: +32 (0)2 - 4 66 00 10 Fax: +32 (0)2 - 4 66 08 00 e-mail: krohnebelgium@krohne.com www.krohne.com


PROJECTEN Opdrachtgever: o.a. Nouryon Waar: IJmuiden Investering: onbekend Afronding: 2023-2024

Nouryon, Tata Steel en Port of Amsterdam onderzoeken de haalbaarheid van een honderd megawatt waterelektrolysefabriek voor de productie van maximaal vijftienduizend ton waterstof per jaar, plus zuurstof, op het terrein van Tata Steel in IJmuiden. Een definitief besluit wordt verwacht in 2021. De bouw zou dan rond 2023-2024 klaar kunnen zijn.

Opdrachtgever: Photanol en Nouryon Waar: Delfzijl Investering: acht miljoen euro Afronding: 2020

Photanol bouwt met Nouryon een demonstratiefabriek in Delfzijl, waarin bacteriën CO2 omzetten in organische zuren, zo’n 10.000 tot 15.000 kilo, die worden gebruikt in de MCA-fabriek van Nouryon. Als met de demofabriek een product van goede kwaliteit tegen een gunstige kostprijs kan worden geproduceerd, volgt een commerciële fabriek. Deze zou twintig tot dertig miljoen kilo produceren. De bouw daarvan staat alvast gepland voor 2023.

Opdrachtgever: PolyStyreneLoop Waar: Terneuzen Investering: 6,5 miljoen euro Afronding: onbekend

PolyStyreneLoop wil naast chemiebedrijf ICL-IP in Terneuzen een demofabriek bouwen, die broomhoudend polystyreenafval gaat recyclen. De bouw start begin 2019. Het proces levert schone polystyreen op die direct kan worden hergebruikt. De demofabriek kan drieduizend ton gerecycled polystyreen per jaar produceren.

Opdrachtgever: Port of Antwerp Waar: Antwerpen Investering: onbekend Afronding: onbekend

Port of Antwerp brengt verschillende spelers uit het havengebied samen voor de duurzame productie van methanol. Het plan is om CO2 af te vangen en vervolgens met groene waterstof om te zetten in methanol. Het project mikt op vier- tot achtduizend ton methanol per jaar. De betrokken partijen zijn Indaver, Oiltanking, Engie, Helm-Proman en de Vlaamse Milieuholding.

Opdrachtgever: RWE en Innogy Waar: Eemshaven Investering: onbekend Afronding: onbekend

Energiebedrijven RWE en Innogy onderzoeken de haalbaarheid van een groene waterstoffabriek met een capaciteit tot 100 megawatt. De installatie is gepland op het terrein van de Eemshavencentrale van RWE. Het nabijgelegen windpark Westereems van Innogy gaat de stroom voor de fabriek leveren. De eerste bevindingen van het onderzoek komen in het najaar.

Opdrachtgever: Teijin en BioBTX Waar: Emmen en Delfzijl Investering: onbekend Afronding: onbekend

Teijin en BioBTX hebben grote investeringsplannen om de Twaron-vezels van Teijin te verduurzamen. Teijin is al zo ver dat de engineering wordt voorbereid. BioBTX heeft nu een demofabriek in Groningen en denkt aan een fabriek – mogelijk in Delfzijl – van enige tientallen miljoenen euro’s. De investering van Teijin zou een veelvoud daarvan bedragen.

Opdrachtgever: TNO/Voltachem Waar: Delft Investering: onbekend Afronding: onbekend

Met methaanpyrolyse wordt waterstof uit aardgas gemaakt met koolstof – en niet CO2 – als waardevol bijproduct. Het is betaalbaarder dan de alternatieven, kost relatief weinig energie en levert een extra waardevol product op. TNO/Voltachem verwacht dat deze technologie over enkele jaren marktrijp is. Het ontwikkelt bovendien een methode om koolstof zuiver uit de reactor te scheppen.

Opdrachtgever: o.a. Twence Waar: Hengelo Investering: onbekend Afronding: 2020

Twence, Coval Energy, TNO en de TU Delft bouwen een pilot-installatie voor de productie van de ‘groene brandstof’ mierenzuur. De installatie wordt in eerste instantie gevoed met CO2 die bij Twence al beschikbaar is vanuit de bestaande natriumbicarbonaatinstallatie. Coval Energy ontwikkelt technologie om direct uit CO2 en water mierenzuur te maken. Mierenzuur kan worden gebruikt voor het opwekken van elektriciteit in de brandstofcel van voertuigen. Voor de chemische industrie hebben CO2 en mierenzuur de potentie om als groene grondstof fossiele grondstoffen te vervangen.

Opdrachtgever: Utility Support Group Waar: Geleen Investering: onbekend Afronding: begin 2019

Utility Support Group doet een haalbaarheidsonderzoek naar een demonstratie powerto-heat installatie. Het onderzoek richt zich specifiek op elektrische stoomketels en gloeispiralen en wordt naar verwachting begin 2019 afgerond. Bij een positieve uitkomst wordt een investeringsvoorstel uitgewerkt voor de realisatie van een demo P2H-installatie.

PETROCHEM 12 - 2019 59

PET12 K Projecten.indd 59

19-11-19 16:48


MARKET REVIEW CHEMICALS

MANUFACTURING EXECUTION SYSTEMS (MES)

PROCESS CONTROL

DE NOORD CHEMICALS

A member of the STOCKMEIER Group

Chemicals, Lime, Recycling and Automotive De Noord Chemicals b.v. Ridderpoort 5 2984 BG RIDDERKERK Postbus 257 2980 AG RIDDERKERK Tel: +31 (0)180- 41 59 88 Fax: +31 (0)180- 41 71 70 E-mail: info@noordchem.nl Website: www.noordchem.nl

DEMONTAGE

MAGION Process Control Engineering B.V. Wolga 5 2491 BK DEN HAAG Tel: +31 (0)70- 444 27 70 Fax: +31 (0)70- 444 20 82 E-mail: info@magion.nl Website: www.magion.nl

Industriële verhuizingen Demontage – Sloopwerken Transport – Asbestsanering Offshore Postbus 253 3454 ZM DE MEERN Tel: +31 (0)30- 666 97 80 Fax: +31 (0)30- 245 91 27 E-mail: info@ddm.eu Website: www.ddm.eu

INDUSTRIE ISOLATIE

Wolga 5 2491 BK DEN HAAG Tel: +31 (0)70- 444 27 70 Fax: +31 (0)70- 444 20 82 E-mail: info@magion.nl Website: www.magion.nl

STAALCONSTRUCTIES

PIPE SUPPORTS

Elektrisch voorwarmen en gloeien / Inductie verwarmen / Stationaire en mobiele gloeiovens / Uitdrogen beton en coatings

Delta Heat Services B.V.

Scheelhoekweg 2 3251 LZ STELLENDAM Postbus 52 3250 AB STELLENDAM Tel: +31 (0)187- 49 69 40 Fax: +31 (0)187- 49 68 40 E-mail: info@delta-heat-services.nl Website: www.delta-heat-services.nl

Frijns Steel Construction b.v. Dutramex B.V.

Energieweg 19 4143 HK LEERDAM Tel: +31(0)345 - 61 40 11 E-mail: sales@dutramex.com Website: www.dutramex.com

DDM Demontage B.V.

MAGION Process Control Engineering B.V.

WARMTEBEHANDELING

Veerhangers & -supports Hydraulische Schokdempers Trillingsdempers Bewegingsbegrenzers Pijpophangingen Pijpondersteuningen Klemsystemen Glijplaten Isolatiepakketten Counter Weight Systemen Staalconstructies

De Valkenberg 14 6301 PM Valkenburg a/d Geul Postbus 150 6300 AD Valkenburg a/d Geul Tel: +31 (0)43 601 01 01 Fax: +31 (0)43 601 01 02 E-mail: info@frijnsgroup.com Website: www.frijnsindustrialgroup.com

STUDBOLTS

BC Basco MANUFACTURER OF HIGH INTEGRITY BOLTING

Vierschaarstraat 7A 9160 LOKEREN Tel: +32 9 348 21 35 Gsm: +32 472 73 10 56 E-mail: sales@basco.be Website: www.bc-basco.com Contactpersoon : Toyah Timmermans

SMIT Heat Treatment PO Box 117 5430 AC Cuijk

Locatie Rotterdam: Scheepsbouwweg 45, Rotterdam +31 78 699 96 90 rotterdam@smit-industrial.com Locatie Cuijk: Havenlaan 16, Katwijk NB cuijk@smit-industrial.com www.smit-industrial.com

Advies, specificaties, cursus, inspecties en audits volgens Internationale CINI Standaard

NCTI

Hofweg 1, 3208 LE Spijkenisse Tel: +31 181 698030 Email: info@ncti.nl Website: www.ncti.eu Onafhankelijk kennisinstituut voor procesisolatie in industrie

I

Indien u ook vermeld wilt worden in de Market Review van Petrochem, neemt u dan contact op met Jetvertising, Arthur Middendorp, tel. 070 399 0000.

PETROCHEM 12 - 2019 60

PET09_MartketReview-liggend2019.indd 50 PET Adv MarketReview.indd 60

18-11-19 17:06 10:40 19-11-19


PROJECTEN Opdrachtgever: o.a. Vattenfall Waar: Eemshaven Investering: onbekend Afronding: 2023

Vattenfall, Gasunie en het Noorse Equinor werken samen om waterstof in te zetten als brandstof voor de Magnum-centrale in de Groninger Eemshaven. Zij hebben een innovatieproject opgestart om vanaf 2023 een van de drie units van de centrale over te schakelen op waterstof.

Opdrachtgever: Vertoro Waar: mogelijk Geleen Investering: onbekend Afronding: 2019-2022

Vertoro bouwt een proeffabriek op de Brightlands Chemelot Campus in Geleen waarin lignine wordt omgezet in een olie, die een basis kan zijn voor bijvoorbeeld harsen, chemicaliën en brandstoffen. Het is de bedoeling om in 2022 een volwaardige fabriek op Chemelot te realiseren met een capaciteit van tienduizend ton bio-olie per jaar.

Opdrachtgever: Vijf waterschappen, HVC en Paques Waar: Dordrecht Investering: onbekend Afronding: 2021

In het pilot-project PHARIO maakten bacteriën uit afvalwater het bioplastic PHA, een natuurlijk polyester van hoge kwaliteit. Een demo-installatie gaat nu voldoende materiaal voor de kunststofindustrie maken om de verwerking en de toepassing te testen. De demo-installatie wordt gebouwd bij de slibverbranding van HVC naast de rioolwaterzuivering Dordrecht

Opdrachtgever: VITO Waar: Antwerpen Investering: 4,3 miljoen euro Afronding: eerste kwartaal 2021

Vlaamse onderzoeksorganisatie VITO bouwt met Jacobs Belgium en VMH een pilot-installatie voor de productie van bio-aromaten uit lignine/hout. De installatie krijgt een capaciteit van ongeveer tweehonderd kilo per dag. Het LignoValue Pilot project kost 4,3 miljoen euro en moet tegen het eerste kwartaal van 2021 resulteren in een werkende installatie.

Opdrachtgever: W2C Waar: Rotterdam Investering: 200 miljoen euro Afronding: 2021

Een samenwerkingsverband van Nouryon, Shell, Air Liquide, Enerkem en Havenbedrijf Rotterdam wil een waste-to-chemicals-fabriek in Rotterdam realiseren. De installatie gaat uit ongeveer 360.000 ton huishoudelijk en bedrijfsafval synthesegas en vervolgens zo’n 220.000 ton methanol produceren.

Opdrachtgever: Wintershall Waar: Blok F17 Investering: onbekend Afronding: onbekend

Wintershall wil ongeveer 120 kilometer ten noorden van Den Helder olie en gas winnen (blok F17). De verwachte productie zou maximaal 20.000 vaten olie en 500.000 kubieke meter gas per dag zijn. Het gas wordt per pijpleiding getransporteerd. De olie wordt in een onderwateropslagtank opgeslagen die wekelijks wordt geleegd.

Opdrachtgever: Zitta Biogas Chemelot Waar: Geleen Investering: onbekend Afronding: onbekend

Zitta Biogas Chemelot wil een grootschalige biogasinstallatie bouwen op het industrieterrein Chemelot. De installatie verwerkt 700.000 ton mest verwerken tot 60 miljoen kubieke meter biogas, en verder nog gedroogde mestkorrels en zuiver water. Het biogas wordt ingezet ter vervanging van aardgas voor de kunstmestproductie op Chemelot. Een definitieve investeringsbeslissing volgt nog.

PETROCHEM 12 - 2019 61

PET12 K Projecten.indd 61

19-11-19 16:48


COLUMN

‘Los van of je de hoogte van de norm nu wel of niet snapt, blijft de maatregel van een vervoersverbod zotheid ten top.’

Op slot PFAS heeft in ons land bijna alle bouwprojecten lamgelegd. PFAS is een verzamelnaam van een aantal chemische stoffen die je kunt aantreffen in een tal van producten, variërend van pannen tot kleding en van pizzadozen tot blusmiddelen. In pannen is dat teflon, dat in ons land in Dordrecht wordt gemaakt door Chemours, vroeger DuPont. Er mag geen kubieke meter grond meer worden verplaatst waar meer PFAS inzit dan de detectiegrens. En dat is bij bijna alle grond het geval. Vandaar: geen projecten meer, alles stopgezet. Waarom? PFAS is chemie en als het woord chemie ergens voorkomt, heb je al snel de poppen aan het dansen. Omdat chemie fout is, is de maximale hoeveelheid PFAS in grond meteen maar gelijkgesteld aan de detectiegrens van 0,1 microgram per kilogram. Wat zegt dat getal? Die waarde houdt in dat er maximaal één gram PFAS in tienduizend ton grond mag zitten. Met die hoeveelheid grond kun je ruim twee olympische zwembaden vullen. Mocht dat nog niet voldoende aanspreken: er passen vier olympische zwembaden op een voetbalveld. Oftewel: een heel voetbalveld een meter diep. Zinloze actie Volgens het rapport ‘Poly- en PerFluor Alkylstoffen (PFAS)’ van het Expertisecentrum PFAS vindt blootstelling van de algemene bevolking aan PFAS voornamelijk plaats via drinkwater of voedsel. Dus wat is dan het probleem met de grond? Volgens hetzelfde rapport wordt er jaarlijks tussen de 60 en de 105 ton PFAS geïmporteerd uit het buitenland in de vorm van vetvrij papier. Laten we die hoeveelheid weer op de hoeveel PFAS in grond betrekken. Stel dat die hoeveelheid PFAS in de grond zit met de concentratie van de door de overheid vastgestelde norm, dan importeren we alleen al in vetvrij papier de hoeveelheid PFAS waarvoor we heel Nederland over een diepte van bijna twintig meter moeten afgraven. En dat elk jaar. Los van of je de hoogte van de norm in dit licht bezien nu wel of niet snapt, blijft de maatregel van een vervoersverbod natuurlijk zotheid ten top. Er dreigt geen gevaar en een ruimere norm die transport weer toestaat, is dan ook in de maak. Waarom dan toch deze zinloze actie waarmee de bouw op slot ging? Hoe komt het toch dat er zo wordt gereageerd?

28 voorbeelden Volgens mij een mooi voorbeeld van de risico-regelreflex. Op een website van de rijksoverheid omschreven als de valkuil om na het bekend worden van een risico of naar aanleiding van een incident maatregelen te nemen die in wezen ondoordacht zijn. Volgens Ira Helsloot, hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit, is dat de reflex om na het publiek worden van een risico maatregelen te nemen om het risico te verminderen, zonder de kosten en de baten van de maatregel bewust te wegen. Al die ingrediënten zijn hier aanwezig. Het risico van PFAS is al jaren bekend, maar is blijkbaar nu publiek geworden. De baten zouden een lager risico moeten zijn, maar de norm gaat weer omhoog. Wat de kosten betreft weet ik niet of iemand die heeft uitgerekend, maar als ik de getallen optel van de (water)bouwers in Nederland kom ik al uit op een miljard euro. Hadden de verantwoordelijke bewindslieden, hun ambtenaren en de hen controlerende Tweede Kamerleden het boek Krachten rond de risico-regelreflex beschreven en geïllustreerd in 27 voorbeelden van Helsloot c.s. maar gelezen. Dan had deze onzin niet plaatsgevonden. Afijn, de volgende editie zal nu vast 28 voorbeelden bevatten. Wat mij betreft verplichte literatuur. Het boek hoeft niet eens in loodgieterstassen mee naar huis, want het is te downloaden. Gratis. Doen dus.

Henk Leegwater is onafhankelijk consultant. henk.leegwater@lexxin.com

PETROCHEM 12 - 2019 62

PET I Column.indd 62

19-11-19 16:51


HALLO, HALLO,

WIJ WIJZIJN ZIJNUW UWPARTNER PARTNERININVEILIGHEID! VEILIGHEID!

Wij Wijontzorgen ontzorgenuw uwgehele gehele(brand)veiligheidsinzet! (brand)veiligheidsinzet! Risk Risk Safety Safety levert levert gecertificeerde gecertificeerde en en gemotiveerde gemotiveerde brandwachten-mangatwachten. brandwachten-mangatwachten. WijWij leveren leveren vanuit vanuit eigen eigen organisatie organisatie éénéén of tientallen of tientallen brandwachten. brandwachten. Voor Voor spoedopdrachten, spoedopdrachten, doorlopende doorlopende projecten, projecten, onderhoud onderhoud en en turnaround. turnaround. Onze Onze brandwachten brandwachten zijnzijn multifunctioneel multifunctioneel inzetbaar inzetbaar en en in het in het bezit bezit vanvan de de diploma’s: diploma’s: • VCA • VCA VOL VOL • Gasmeten • Gasmeten EX-OX-TOX EX-OX-TOX • Buitenwacht-mangatwacht • Buitenwacht-mangatwacht • Kleine • Kleine blusmiddelen blusmiddelen + water+ wateren schuimvoerende en schuimvoerende armaturen armaturen * * • Werken • Werken metmet onafhankelijke onafhankelijke adembescherming adembescherming * * * Of* Of Rijksdiploma Rijksdiploma brandwacht brandwacht of IFV of IFV diploma diploma manschap manschap

Voordelen Voordelen vanvan Risk Risk Safety: Safety: • Onze • Onze brandwachten brandwachten zijnzijn voorbereid voorbereid en goed en goed geïnstrueerd. geïnstrueerd. • KVGM-managers • KVGM-managers (MVK) (MVK) beschikbaar beschikbaar voor voor coördinatie coördinatie brandwachteninzet. brandwachteninzet. • Piketbrandwacht • Piketbrandwacht boven boven de sterkte de sterkte voor voor directe directe opvang opvang bij bij ongeplande ongeplande afwezigheid afwezigheid of ziekte; of ziekte; Geen Geen vertraging vertraging vanvan uw uw project! project! • Wij • Wij ontzorgen ontzorgen u biju de bij brandwachtaanvragen de brandwachtaanvragen vanvan contractors, contractors, planning, planning, operationele operationele inzet, inzet, uitgifte uitgifte apparatuur, apparatuur, werkplekwerkplekinspecties inspecties en urenverantwoording. en urenverantwoording. • Sluitende • Sluitende urenverantwoording urenverantwoording en facturatie. en facturatie.

Wat Wat kan kan Risk Risk Safety Safety nog nog meer meer voor voor u betekenen? u betekenen? Lees Lees het het op:op: www.risksafety.nl/petrochemie www.risksafety.nl/petrochemie

Risk Risk Safety Safety Holland Holland - Petrochem-Adv-def.indd -63 Petrochem-Adv-def.indd 1 1 PET12 omslag los.indd

12-11-2019 19-11-19 12-11-2019 19-11-19 16:54 14:22 14:22 20-11-19 11:5616:54


HOW INDIVIDUAL AND RELIABLE DO YOU WANT YOUR PROCESS SOLUTION? Petrochem Nr. 12 - 2019

LET’S TALK Jorden Ringoet, Sales Engineer Belgium Michiel Bakker, Sales Engineer Nederland

jorden.ringoet@aerzen.com michiel.bakker@aerzen.nl

We would be pleased to present you personally how individual and reliable the design of your process solution can be - with customised engineering and an extensive series of process gas blowers and compressors made by AERZEN. Innovative technologies and our special quality standards ensure maximum process reliability and sustainable plant availability. With worldwide references for a wide range of gases and applications, the engineering knowledge from over 150 years of experience and a distinctive consulting competence, AERZEN can implement your wishes flexibly and individually. www.aerzen.com

PET12 los.indd 164 PET A omslag Voorplaat.indd

20-11-19 11:56