__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 30

30

krant KRANT

KUNST & VERMAAK

interview

Stadsdichter Gershwin Bonevacia:

‘Ik ben niet bang om te zeggen wat ik vind’ Gershwin Bonevacia (26) is niet meteen een usual suspect voor de rol van Amsterdamse Stadsdichter: hij is dyslectisch, geen oude witte man én van oorsprong Rotterdammer. Hoe doet hij het? ‘Ik heb het stadsdichterschap naar een ander niveau getild.’ tekst Janna Reinsma foto’s Isaac Owusu

G

ershwin Bonevacia ontvangt ons, strak gekapt en in een fraai Van Gils-colbertje, every inch a gentleman, in het Soho House in hartje centrum. Nog niet zo heel lang geleden was dit een prettig stoffig gebouw van de UvA – het Bungehuis – nu is het een hippe members only-club, waar je kunt werken, netwerken en zwemmen op het dak. Rondom ons worden alle mogelijke talen gesproken, en Gershwin en eigenlijk iedereen hier oogt mooi, geslaagd, kosmopolitisch en creatief. Dat Gershwin vorig jaar werd uitgeroepen tot nieuwe Stadsdichter is niet direct vanzelfsprekend. Ten eerste is het bijzonder omdat de Stadsdichters van Amsterdam tot nu toe opvallend vaak – om het voor het gemak maar even oneerbiedig te zeggen – oudere, witte mannen waren, met tientallen jaren ervaring en vele titels op hun naam. Gershwin is jong en zwart en had toen hij Stadsdichter werd slechts één bundel gepubliceerd, in eigen beheer (daar had hij er wel al snel 5000 van verkocht). Vaker dan op de pagina was hij te zien op podia, als poëtisch performer. Maar dat hij Stadsdichter werd lag vooral om andere redenen minder voor de hand. Hij is namelijk dyslectisch. En… Rotterdammer! Wat houdt het stadsdichterschap precies in? ‘De Stadsdichter schrijft in elk geval zes of zeven gedichten per jaar, twee jaar lang. Zelf schrijf ik veel vaker stadsgedichten, ik denk zo elke twee à drie weken. Het afgelopen jaar heb ik ook gewerkt aan mijn reeks ‘De verbonden stad’, met de metro als rode draad. Over de mensen in de metro, verhalen op stations, de buurten die grenzen aan de metrolijnen – deels geschreven vanuit het perspectief van de metro zelf. Zo ga ik de hele stad door, en soms verbind ik die gedichten ook weer aan grote evenementen zoals de Februaristaking, Museumnacht of ADE. De stadsgedichten verschijnen in Het Parool en op de site van SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam).’

‘Met taal heb ik altijd een haatliefdeverhouding gehad’

Je hebt als Stadsdichter ook een lichtkunstwerk bij metrostation Bullewijk gerealiseerd. Daarnaast treed je overal op, voor het Koninklijk Huis op Koningsdag, bij Keti Koti, in het Van Gogh Museum. Heb je nog meer voor ons in petto? ‘Ja, ik heb het erg druk! Het eerste jaar van het stadsdichterschap vond ik best lastig. Ik was op zoek

03 UK KUNST EN VERMAAK APRIL 2020_SV–SF_SV2.indd 30

naar welke taal ik wilde spreken en hoe dat eruit moest gaan zien. Ik ben met veel partijen in gesprek gegaan. In samenwerking met de GVB komen mijn stadsgedichten binnenkort op de schermen in de metro. Met Unesco ga ik werken aan meer poëzie in de openbare ruimte. Ik ben gave dingetjes aan het voorbereiden met de OBA en we gaan hopelijk mijn stadsgedichten verfilmen. Verder verschijnt dit voorjaar mijn tweede poëziebundel.’ Heeft Amsterdam meer poëzie nodig? ‘Zeker! Ik denk dat Amsterdam al heel veel poëzie in zich draagt, maar dat die nog meer op een voetstuk gezet mag worden. Amsterdam kent zo veel vormen van schoonheid. Ik probeer die schoonheid te vertalen in mijn stadsgedichten. En soms zijn de dingen die ik hoor en zie al zo mooi dat ik ze gewoon kan opschrijven of overschrijven, zonder zelf een poëtische invalshoek te hoeven zoeken. Dan fiets ik door de stad en zie ik een beeld, of kom ik iemand tegen en ontstaat er opeens het begin of eind van een gedicht.’ Dus je wilt met name het mooie uitlichten en onderstrepen? ‘Ik denk dat we niet genoeg stilstaan bij al het moois dat Amsterdam te bieden heeft. Dat je het als Amsterdammer heel gauw vanzelfsprekend vindt, en het niet goed meer ziet. Maar ik denk ook dat je in alles schoonheid kunt vinden. De mooiste tempels zijn ruïnes. Ik ben nu bezig met een stadsgedicht over de Dam. Daar is elke dag wel een demonstratie, waar we vaak niets over horen in het nieuws. Gisteren nog stonden daar Dominicanen te protesteren tegen de geannuleerde verkiezingen in hun land. Zulke demonstraties, maar ook bijvoorbeeld de chaos in de stad, maken de stad tot wat ze is, maken de stad uiteindelijk mooi.’ Hoe raakte jij zelf ooit gegrepen door taal? ‘Ik geloof graag dat dat komt doordat ik dyslectisch ben. Met taal en alles wat ermee te maken heeft, heb ik altijd een haat-liefdeverhouding gehad. Daardoor ben ik al vroeg heel creatief geworden met taal.’ Hoezo, creatief? ‘Omdat je, als je dyslectisch bent, altijd bezig bent met

>

13-03-20 13:29

Profile for amsterdam&partners

Uitkrant april 2020  

Uitkrant april 2020  

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded