Issuu on Google+

1

Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving! onderwijshuisvestingsbeleid vanuit de ambitie en visie op onderwijs.

Wij zijn de kinderen van vandaag, die in scholen van gisteren, door leerkrachten van eergisteren, met methodes uit de middeleeuwen op de problemen van overmorgen voorbereid worden!

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


2

Inhoudsopgave.

Hoofdstuk

Pag.

1.

Motieven en zienswijze.

3

2.

Wie is Stichting jong Leren eigenlijk.

5

3

De ambitie van Stichting jong Leren vastgelegd in haar visie en missie.

6

4.

Ons product onderwijs in de toekomst.

7

5.

Ouders hebben de keus.

10

6.

De school als regisseur in het ketendenken met de andere partners.

13

7.

De schoolgrootte.

17

8.

De school als gebouw.

19

Uitgangspunten alvorens Stichting jong Leren komt tot een uitwerking op school of wijkniveau met ijkpunten, meetmomenten en kengetallen met betrekking tot huisvesting op grond voor voorafgaande.

24

Deze notitie is geschreven door een werkgroep met twee directeuren en de twee Bovenschoolse Managers van Stichting jong Leren. De werkgroep bestond uit: Huub van Kruchten, Rob Beaumont, Joop Vinck en Frens Lemeer.

Maastricht mei 2004.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


3

Hoofdstuk 1: Motieven en zienswijze. Wat wil Stichting jong Leren? Stichting jong Leren streeft naar leren in een optimale leeromgeving waarbij naast vernieuwend onderwijs rekening wordt gehouden met de keuzevrijheid van ouders. We erkennen en herkennen de nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en sluiten daarbij aan. Te denken valt aan: • Individualisering. • Het belang van een kenniseconomie en globalisering. • ICT-ontwikkelingen (de kindwereld wordt steeds groter). • Veranderende gezins- en familiestructuren (verdunning van de gezinsopvoeding), met gevolgen voor de sociale omgeving van kinderen. Wat wil de landelijke overheid op de onderwijs c.q. educatieagenda plaatsen? De landelijke overheid heeft in woord en beleid kaders en uitgangspunten aangegeven. In een notitie ten behoeve van de brede dialoog 1 worden de notities van het ministerie van OC&W en VWS aangehaald waarin bij de thema’s en functies van brede scholen (in het overzicht gelijkgesteld met vensterscholen, spilscholen, magneetscholen) zaken genoteerd zijn als: • Het vergroten van de sociale competentie van kinderen. • Het verdichten van de opvoeding. • Het bieden van een betere dagindeling voor ouders en kinderen. • Het verbeteren van de contacten met allochtone ouders en werken aan gezinsproblemen. • Het verbeteren van de sociale cohesie en verbeteren van de leefbaarheid van de buurt. Ook wordt aandacht gevraagd om in te spelen op de maatschappelijke trends. • Individualisering en emancipatie. • Internationale migratie. • Kenniseconomie. • Toenemende mobiliteit en openbreken van gesloten structuren. Wat wil de regionale overheid (in dit geval de gemeente Maastricht) met betrekking tot de jeugd op de agenda plaatsen? Een stad als Maastricht die groot denkt en op de Europese landkaart thuishoort, moet zich prettig voelen met een stichting en haar onderwijsinstellingen die dezelfde pro-actieve en vooruitstrevende inborst heeft. Stichting jong Leren ervaart de vraag vanuit de gemeente Maastricht om haar visie op onderwijshuisvesting vast te leggen en daarover met collegabesturen en andere participanten op het gebied van educatie en opvoeding van gedachte te wisselen, als positief en toekomstgericht denken. Stichting jong Leren signaleert dat de gemeente Maastricht een educatiecentrum van internationale allure is geworden als we de ontwikkelingen in het WO en HBO bekijken. De komende jaren zal de onderwijshuisvesting bij het ROC en bij de VO-scholen op een hoog niveau met regionale uitstraling gebracht worden. Daarbij past dat de gemeente ook een gedegen voorzieningenniveau met betrekking tot onderwijshuisvesting voor het primair onderwijs weet te realiseren. In de optiek van Stichting jong Leren heeft de gemeente Maastricht echter in de afgelopen jaren in het primair onderwijs niet iedere kans ten volle benut en Stichting jong Leren wenst met haar visie een sturende bijdrage te leveren bij toekomstige ontwikkelingen. Een overheid die aangeeft dat het prognosecijfer en beschikbare vierkante meters de enige twee 1

M.Dawson & R.Zunderdorp, Notitie ten behoeve van de brede dialoog over de kansen en risico’s van de brede school ontwikkeling in Nederland, februari 2002.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


4

maatgevers zijn, kijkt in de optiek van Stichting jong Leren niet naar alle nieuwe ontwikkelingen en voert beleid dat niet in het verlengde ligt van de eigen beleidsvoornemens. Er zou dan een behoudende koers gevaren worden, die juist in deze steeds maar versnellende samenleving, educatie op achterstand zou zetten. Een achterstand die niet past bij de beelden van Stichting jong Leren en een achterstand die maar zeer moeilijk te slechten zal zijn. Onze visie is echter niet alleen gerelateerd aan de Maastrichtse situatie. Onze visie op onderwijs, de keuzevrijheid van ouders, het ketendenken tezamen met partners door het realiseren van modulair opgezette magneetscholen, geldt ook voor onze scholen binnen andere gemeenten. Onze visie sluit aan bij het door de gemeente Maastricht vastgestelde beleid 2 inzake jeugdbeleid. Stichting jong Leren heeft dit ‘grote denken’ van en door de gemeente vertaald naar grote doelstellingen en kleine stappen om deze doelstellingen te verwezenlijken. In deze notitie levert Stichting jong Leren de bouwstenen aan voor de gemeente om ‘van groot dromen en denken naar klein handelen’ in gezamenlijkheid stappen te zetten. In het beleidsplan van de gemeente lezen wij op de eerste pagina’s onder meer het volgende: • Naast ouders/verzorgers zijn de diverse overheden (met name voorwaardenscheppend) en meerdere instellingen/organisaties (op uitvoeringsniveau) de mede-opvoeders van jeugd. • Actueel zijn de aanzetten om te komen tot een sluitende (keten)aanpak, waarbij de betrokkenen bij jeugd gezamenlijk voldoende waarborgen bieden voor een gezonde ontwikkeling en groei. • In het kader van jeugdbeleid betekent dit het inrichten van een veilige omgeving dat kind en jeugdvriendelijk is, met voldoende veilige ruimte voor spel, ontmoeting en recreatie. Tevens houdt dit in een op peil hebben en houden van de accommodaties ten behoeve van jeugd zoals peuterspeelzalen, kinderopvangvoorzieningen, scholen, jongerencentra, buurtvoorzieningen, verenigingen, sportvoorzieningen en culturele instellingen. Op middellange termijn zal de verbeterde infrastructuur qua huisvesting voor de voorwaardenscheppende gemeente ook financiële revenuen opleveren. Zeker als we in gezamenlijkheid terecht komen bij het saneringsaspect, verdient de gemeente de investeringen door het vrij komen van panden en bouwgrond snel terug. In zoverre zal er in de uitwerking een economisch belang bij de gemeente ontstaan. Ik weet reeds veel over Stichting jong Leren. En dan zo’n forse notitie. • Indien u niet weet wie Stichting jong Leren is, raden wij u aan niets over te slaan. • Indien u wel weet wie Stichting jong Leren is, maar onze visie en missie nog niet kent, lees dan vanaf hoofdstuk 3. • Indien u Stichting jong Leren en ook haar visie-missieverhaal kent, begin dan in hoofdstuk 4. • Hoofdstuk 4 tot en met 7 zijn van essentieel belang alvorens we in hoofdstuk 8 en verder toekomen aan de consequenties voor de onderwijshuisvesting. In het woord onderwijshuisvesting beleven we bij Stichting jong Leren de gebieden onderwijs en huisvesting niet als nevenschikkend. Stichting jong Leren legt het primaire belang bij ‘onderwijs’ en de huisvesting is daarvan een afgeleide. Vandaar dat de hoofdstukken 4 tot en met 7 van essentieel belang zijn. • Bij de hoofdstukken 4 tot en met 8 is gekozen om ze meteen in het begin krachtig neer te zetten in oneliners. In het restant van elk hoofdstuk leest de achterliggende gedachtegang.

2

Gemeente Maastricht: Kadernota Integraal Jeugdbeleid, augustus 2003.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


5

Hoofdstuk 2: Wie is Stichting jong Leren eigenlijk. Stichting jong Leren is een samenwerkingsstichting. Het specifieke van deze bestuursvorm is dat één rechtspersoon tegelijkertijd zowel openbare als bijzondere scholen in stand kan houden. Elke school behoudt haar eigen identiteit. Stichting jong Leren heeft elf openbare scholen en vier algemeen bijzondere scholen onder haar bestuur. Bij de oprichting van Stichting jong Leren zijn vrijwel alle bevoegdheden van de Gemeenteraden overgedragen. Er geldt één uitzondering. De beslissing over de opheffing van een openbare school blijft voorbehouden aan de gemeenteraden. Deze bevoegdheid kon niet worden overgedragen gelet op de grondwettelijke verplichting van het gemeentebestuur om te zorgen voor voldoende openbaar onderwijs. De directies van deze scholen werken nauw samen in het directeurenberaad en worden ondersteund door twee bovenschoolse managers. Het bovenschools management is verantwoordelijk voor de voorbereiding, uitvoering en de controle op de uitvoering van het algemene beleid op bestuurlijk niveau. Een en ander is vastgelegd in een bestuursreglement waarin dit beschreven is. In het directiestatuut is geregeld welke taken en verantwoordelijkheden het bestuur heeft overgedragen aan de directeuren van de afzonderlijke scholen. Stichting jong Leren beheert sinds 1 januari 2001 veertien (na 1-1-2004 vijftien) basisscholen en deze scholen worden bezocht door ongeveer 3500 leerlingen. Het aantal personeelsleden bedraagt ongeveer 270. De scholen zijn gelegen in de volgende plaatsen:  10 basisscholen in de Gemeente Maastricht.  2 basisschool in de Gemeente Valkenburg aan de Geul: in de kernen Berg en Terblijt en Broekhem.  1 basisschool in de Gemeente Margraten: in de kern Bemelen.  1 basisschool in de Gemeente Meerssen: in de kern Bunde.  1 basisschool in de Gemeente Eijsden.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


6

Hoofdstuk 3: De ambitie van Stichting jong Leren vastgelegd in haar visie en missie. Stichting jong Leren heeft een visie geformuleerd die als een paraplu boven alle scholen hangt. Door deze visie te formuleren wil de Stichting laten zien welke weg ze wil inslaan. De visie is een magneet, die allen in deze richting doet bewegen. Deze visie luidt als volgt: “Kind centraal. Stichting jong Leren streeft naar onderwijs van hoge kwaliteit in een veilige en stimulerende sfeer. Dit betekent dat wij werken aan een uitstekend pedagogisch klimaat, waarin naast aandacht voor cognitieve aspecten ook ruimte is voor creativiteit, etnische, religieuze en culturele verscheidenheid. Stichting jong Leren biedt kinderen een veilige en stimulerende leeromgeving, waarin zij opgroeien tot zelfstandige en mondige individuen, die respect hebben voor de medemens in zijn of haar omgeving. Eenheid in verscheidenheid. Stichting jong Leren staat voor openheid, pluriformiteit en algemene toegankelijkheid. De scholen worden gestimuleerd een eigen profiel te ontwikkelen, binnen een gemeenschappelijk kader en uitgaande van gedeelde normen en waarden. Leidend principe is ''eenheid in verscheidenheid'': de scholen zijn onderdeel van een lerende organisatie waarin het delen en vergroten van kennis en ervaring gestimuleerd worden en hebben respect voor elkaars identiteit. Hoge kwaliteit. Stichting jong Leren verbetert voortdurend de kwaliteit van haar activiteiten en investeert daartoe in onderwijs, personeel, klantrelaties en faciliteiten. De Stichting participeert in zowel externe als interne kwaliteitskringen. Het oordeel en de wens van ouders en leerkrachten laat Stichting jong Leren zwaar wegen in de besluitvorming over zowel alledaagse kwesties alsook over vraagstukken voor de langere termijn. Mensenwerk. Kwaliteit van onderwijs is alleen mogelijk op basis van betrokkenheid: passie voor leren bij kinderen én leerkrachten vinden wij essentieel. Stichting jong Leren bevordert actief de betrokkenheid en deskundigheid van haar personeel om een pedagogisch klimaat op maat te creëren. Leerkrachten worden gestimuleerd kind- en oudergericht te werken, en daarbij actief de dialoog met ouders te zoeken. Midden in de samenleving. Stichting jong Leren vindt dat een school in ieder geval een buurt-of wijkfunctie heeft. Wij willen dat ouders kunnen kiezen voor een - veilig bereikbare - algemeen toegankelijke (openbare of algemeen-bijzondere) school op een reële afstand. Faciliteiten, zoals huisvesting, ICT en andere voorzieningen, zijn adequaat, bij de tijd en sluiten aan op de eigen identiteit. Stichting jong Leren profileert zich als maatschappelijk geëngageerd en speelt – waar mogelijk en wenselijk - met buurtverenigingen, kinderopvangorganisaties en andere partijen in op actuele ontwikkelingen in de samenleving.”

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


7

Hoofdstuk 4: Ons product onderwijs in de toekomst.

Samenvattende kern in oneliners. Stichting jong Leren vindt dat: ++ het kind centraal staat. ++ onderwijs geboden moet worden dat past in deze en de toekomstige tijd. ++ de passie gelegen is in eigentijds onderwijs voor de kinderen. ++ omgaan met verschillen en talenten, natuurlijk leren, MI, coöperatief leren van wezenlijk belang zijn. ++ de docent via coach/begeleider naar vormgever van onderwijsmenu zal gaan. ++ de lerende organisatie als bindmiddel en als leidraad fungeert. ++ goede communicatie met partners en tonen van transparantie voorwaarden zijn voor ketenkwaliteit. ++ er differentiatie in leeromgeving en ruimtes moet zijn. ++ er ingezet moet worden op toekomstgerichte multimediale toepassingen.

Toekomstgerichtheid. Onze onderwijskundige visie is sterk toekomstgericht. Het is een beeld van de toekomst zoals wij dat op de scholen van Stichting jong Leren willen creëren. Een jaar of dertig geleden was de omloopsnelheid van kennis nog dusdanig beperkt dat men binnen het onderwijs een goede relatie wist te leggen tussen de eigen schoolperiode, de periode waarin men als professional in het onderwijs werkzaam was en de maatschappelijke carrière van de leerlingen die onderwijs van deze professional genoten. Vaak lagen er tussen deze drie periodes dertig jaar of meer, maar waren de verschillen in omgeving en beleving niet groot.

“Kinderen groeien op met meer dan dertig TV-kanalen, een videorecorder die ze vanaf twee jaar kunnen bedienen, MTV en TMF, waardoor ze in staat zijn om in één seconde vijf verschillende scènes in zich op te nemen, maar ook met apparaten als Gameboys, Playstation, PC’s, en ze zitten vrij snel te MSN-en en SMS-en. Deze kinderen worden, zonder dat we het misschien beseffen opgeleid tot een interactieve multimedia generatie en dan gaan ze dagelijks naar school en zien hoe het vroeger was.” Tegenwoordig is er sprake van een grote versnelling op allerlei gebied, waardoor de werkers in het onderwijsveld steeds meer een profetische inslag moeten hebben. De bovenstaande uitspraak vanuit het landelijke TOM project (Team Onderwijs op Maat) houdt ons een denkspiegel voor. Het formuleren van uitgangspunten voor onderwijsbeleid in de 21ste eeuw neemt qua complexiteit sterk toe. Verder is er sprake van een zogenaamd generatief probleem (de toekomst is grotendeels onbekend en er moeten ook nieuwe oplossingen gezocht worden). Binnen Stichting jong Leren wordt daarom bewust getracht niet alleen te zien naar het verleden om daarmee de toekomst tegemoet te treden.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


8

Bij het besturen van een voertuig alleen in de achteruitkijkspiegel kijken, levert bij een hogere snelheid een onaanvaardbaar risico op. Onze passie is gelegen in het feit dat we eigentijds (maar daardoor ook toekomstgericht) onderwijs willen bieden aan kinderen die opgroeien in een dynamische samenleving. Werkers binnen ons onderwijs zijn zich dan ook bewust van hun maatschappelijk belang en tonen dit door maatschappelijk engagement. Wij communiceren daarover met alle participanten binnen en buiten de eigen organisatie. Transparantie van beleid is een wezenskenmerk dat Stichting jong Leren nastreeft; het is in wezen ingebakken in ieder beleidsdocument of beleidsuitgangspunt. De lerende organisatie past uitstekend bij deze toekomstvisie. Op diverse interne studiedagen, waaraan diverse geledingen van Stichting jong Leren als participant betrokken waren, hebben we de lerende organisatie als leidraad reeds handen en voeten weten te geven. Het kind centraal, eenheid in verscheidenheid en hoge kwaliteit leidt tot ons onderwijs. Daarbij is ons concept gestoeld op drie elementen die onderwijs vormgeven: matchen, stretchen en vieren. •

Bij matchen komt het erop neer dat we onze manier van lesgeven matchen met de manier waarop kinderen knap zijn. Met behulp van een sterk ontwikkelde intelligentie wordt het kind via een andere weg naar de oplossing van een vraagstuk geleid. Bij stretchen wordt iedere intelligentie tot het maximum ontwikkeld door met name onderwijsprogramma’s zo te wijzigen dat er aandacht is voor de ontwikkeling van elke soort van intelligentie. Bij vieren gaat het om het begrijpen en positief vieren van onze eigen uniciteit en die van anderen. Een attitudeverandering waarbij een vernieuwd respect voor jezelf en de ander leidt tot elkaar aanspreken op de competenties.

Als vierde element voegen we daar nog EQ aan toe. De emotionele intelligentie die verwijst naar een wijsheid welke blijkt uit de vijf dimensies: intra-persoonlijke dimensie (emotionele bewustzijn, assertiviteit, zelfbeeld) interpersoonlijke dimensie (empathie, sociale verantwoordelijkheid), aanpassingsvermogen, stressmanagement en algemene stemming. Spelend met deze visie maken we adaptief onderwijs werkelijkheid door het creëren van kansrijke leersituaties. Concreet is voor Stichting jong Leren van groot belang dat er aandacht is voor de onderliggende aspecten van het leerklimaat:  Het omgaan met verschillen en talenten. We zien deze verschillen meer als kansen en mogelijkheden dan als lastig en afwijkend van de norm.  Coöperatief leren waarbij leerlingen veel kansen krijgen om met en van elkaar te leren. Dit heeft uitvoeringsconsequenties ten aanzien van de leerinrichting.  Betekenisvol leren.  Er zijn vele manieren van knap zijn. De denkbeelden van MI (meervoudige intelligentie) spreken ons aan.  En natuurlijk zullen alle nieuwe multimediale middelen benut worden om bovenstaande te realiseren. De uitvoeringsconsequenties die hiermee gepaard gaan, vindt u in hoofdstuk 8.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


9

Het personeel bij ons onderwijs. Wij willen onderwijs waarbij de rol van de leerkracht van docent verschuift via leider en coach/begeleider naar de vormgever die kansrijke leersituaties creëert. Bij de verschuivende rol van de leerkracht van docent via coach/begeleider naar vormgever past in onze optiek ook:  Leren op de werkplek waarbij sprake is van nauwe samenwerking met opleidingsinstituten in het MBO en HBO.  Een leven lang leren met een daarbij passende mobiliteit (jobrotation, functiedifferentiatie e.d.) Aansluiting van onze visie vinden wij bij het door de gemeente vastgestelde beleid 3 waar op pagina 9 sprake is van: “Door het afbreken van “oude” blokkerende structuren wordt meer mogelijkheden geboden voor dynamische, vernieuwende experimenten.”

3

Gemeente Maastricht: Kadernota Integraal Jeugdbeleid, augustus 2003.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


10

Hoofdstuk 5: Ouders hebben de keus.

Samenvattende kern in oneliners. Stichting jong Leren vindt dat: ++ de wens van ouders centraal staat. ++ de brede toegankelijkheid voor openbaar en algemeen–bijzonder onderwijs gewaarborgd moet zijn en er dus geen wachtlijsten mogen zijn. ++ er een niet te missen relatie tussen school (en) buurt is. ++ er gestreefd dient te worden naar een aanbod van dagarrangement (van 8 tot 8 scholen). ++ er een ruimhartig beleid met betrekking tot zij-instromers gevoerd moet worden. ++ onze scholen buurtgericht zijn, maar zich ook op de buurten in de periferie richten. ++ verplichte grenzenstellende “schoolkeuze” verworpen moet worden, maar voor een brede toegankelijkheid gekozen moet worden. Stichting jong Leren leest in Braster dat: ++ veel ouders kiezen voor openbaar onderwijs. ++ veel ouders kiezen voor kwalitatief goed onderwijs waarbij men begrippen als vernieuwend, flexibel, cultuur en engagement plaatst en de ouders schrijven deze eigenschappen aan scholen van Stichting jong Leren toe. ++ alle ouders een veilige en bereikbare school voor hun kind willen.

Al in de ambitie van Stichting jong Leren is aangegeven dat de rol van de ouders voor Stichting jong Leren van wezenlijk belang is. “Het oordeel en de wens van ouders laat Stichting jong Leren zwaar wegen in de besluitvorming over zowel alledaagse kwesties als ook over vraagstukken voor de langere termijn”. Het spreekt dan ook voor zich dat het rapport Braster 4 met meer dan gemiddelde belangstelling tegemoet werd gezien en ook goed werd gekeken naar de wens der ouders. Ongeveer 48 % van de ouders zou, als alle richtingen op gelijke afstand van het ouderlijk huis aanwezig zouden zijn, kiezen voor het openbaar onderwijs. Dit is een hard gegeven waar niet om heen gegaan kan worden. Zeker niet gelet het huidige aanbod dat slechts even boven de 20 % ligt. Ook niet als afzwakkende beelden en/of verklaringen gezocht worden waarom ouders in dit onafhankelijk onderzoek zo’n percentage laten zien. Het is in dit verband opvallend dat anderen de conclusie trekken dat het met de kwaliteit te maken heeft. Kwaliteit verhogen binnen het onderwijs is prima, maar staat los van een denominatieve verbleking. Vanuit Stichting jong Leren wordt op geen enkele wijze ingestoken om te komen tot polarisatie van standpunten of een klassieke schoolstrijd. Anderzijds blijft het de keuzevrijheid van ouders om een school op grond van denominatieve uitgangspunten te kiezen. Binnen onze stichting willen we ouders die om hun moverende redenen (waaronder denominatieve) kiezen voor het algemeen bijzonder of openbaar onderwijs, deze keuze bieden. Ouders moeten ook in de toekomst iets te kiezen hebben. Daarom is een brede toegankelijkheid van essentieel belang bij de scholen, juist ook die van Stichting jong Leren. Dit verklaart ook dat er in principe

4

J.F.A.Braster, Een school kiezen in Maastricht, pagina 75.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


11

(soms zijn er fysieke belemmeringen) geen redenen zijn om leerlingen op de wachtlijst te zetten. De scholen van Stichting jong Leren zullen in de toekomst dan ook groeien. Vanuit het principe ‘omgaan met verschillen’ wordt door Stichting jong Leren ook met een positieve instelling gekeken naar ouders die tijdens de schoolloopbaan van hun kind een overstap overwegen (de zogenaamde zij-instromers). Er is een ruimhartig beleid om kinderen waarover ouders en/of scholen enige zorg uitspreken, een nieuwe kans te geven binnen onze scholen. Deze positieve insteek wil echter niet zeggen dat deze mogelijkheden altijd voorhanden zijn. In het document “Zorg en zorgprofielen in relatie tot aanname en verwijdering binnen de Stichting jong Leren” zijn kaders aangegeven waardoor een instelling in specifieke gevallen toch een afwijzend standpunt ten opzichte van de keuzevrijheid kan innemen. Dit zijn echter uitzonderingen en is niet de reguliere gang van zaken. Met de term -buurt(en)school- wordt de volgende drieslag gevangen: buurtschool, buurtenschool en buurt en school.  Buurtschool. Voor ouders is de bereikbaarheid van scholen van wezenlijk belang. Hoe langer de route thuis-school, hoe groter de kans dat er in verkeerstechnisch opzicht veiligheidsaspecten een rol gaan spelen bij de schoolkeuze. Er is een causaal verband tussen afstand tot school en samenhangende verkeersveiligheid en de schoolkeuze. Een buurt nabije school waar de leerling op vroege leeftijd zelfstandig naar toe zou kunnen lopen, zal bij een aantal ouders bij de schoolkeuze een hoge prioriteit krijgen. Er is zodoende sprake van een buurtschool en deze ouders kiezen de school met de voeten. Stichting jong Leren wil dat haar scholen (ook) buurtscholen zijn en dat alle ouders in Maastricht een school van Stichting jong Leren in de buurt hebben.  Buurtenschool. Anderzijds vinden we dat de scholen niet alleen een buurtfunctie behoren te hebben, maar ook een voorziening zijn die uit alle omringende wijken leerlingen onderwijs biedt. Met de vrijheid van keuze van ouders voor een school krijgen, zeer zeker ook door het uitgewerkte onderwijsconcept, ouders uit andere wijken toegang tot onze scholen. Onze scholen zijn in die zin soms ook buurtenschool met een groter voedingsgebied. Het denken in postcodegebieden, waardoor leerlingen verplicht naar een bepaalde school gestuurd worden, wijst Stichting jong Leren dan ook af. Het denken in postcodegebieden komt ook niet toe aan ouders die een school kiezen in de buurt van de werkplek en minder kijken naar de woonplek.  Buurt en school. Verder vinden we van wezenlijk belang dat de school een primair belang naar de directe omgeving, de buurt, heeft. Vandaar buurt en school. Veiligheid heeft niet alleen te maken met verkeersveiligheid. We hebben het dan ook over pedagogisch leef- en werkklimaat binnen onze scholen. Ook deze basale veiligheid staat hoog op het wensenlijstje van ouders bij de schoolkeuze. Meer en meer kinderen groeien op in gezinnen waarbij de beide ouders werkzaamheden buitenshuis hebben. Deze ontwikkeling leidt ertoe dat een toenemende groep ouders belang hecht aan een school die een totaal dagarrangement (bijvoorbeeld 8-8) kan bieden. Daarbij kan gedacht worden aan opvang voor- en na schooltijd, maar ook aan kwalitatief en professioneel overblijfsysteem.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


12

De demografische ontwikkelingen laten andere gezinsstructuren zien en tonen de verdunning van de gezinnen aan. Opvoeden gebeurt in vergelijk met enkele decennia geleden veel minder in de geslotenheid van de gezins- en familiestructuur, maar veel meer op andere plaatsen en manieren. In die zin sluit de visie van Stichting jong Leren goed aan bij het bestrijden en wegwerken van maatschappelijke problemen en de discussie over normen en waarden. Elke geïnvesteerde euro in onderwijs, welzijn en educatie op jonge leeftijd, wordt in de fase van adolescentie en jong volwassenheid meervoudig terugverdiend. Dit geldt niet alleen op macroniveau voor de landelijke overheid, maar ook op stedelijk niveau. Investeren aan de basisvoorziening vergroot de kansen om de uitkomsten die de gemeente zich stelt rondom aspecten als ‘de economische pijler, ‘jeugd en veiligheid’ te realiseren. Enkele thema’s in de fases ‘ontdekken: 12-18’ en ‘zelfstandig worden: 18-23’ uit de notitie Integraal Jeugdbeleid zullen reeds voor een grote groep als vanzelfsprekend gerealiseerd worden, waardoor speerpuntbeleid kan plaatsvinden op die kleine groep die desondanks aangewezen is op hulp en zorg. Er wordt beter maatwerk verricht. Vanuit Braster 5 kan opgemaakt worden dat ouders het openbaar en algemeen bijzonder onderwijs een hogere mate van vernieuwingsonderwijs toeschrijven en bij deze scholen meer aandacht voor kindgerichtheid, vorming en creativiteit (kunst en cultuureducatie) plaatsen. Of dit beeld altijd als correct kan worden aangemerkt is niet relevant; het is een beeld dat leeft en dit beeld kan, gelet op de visie zoals deze bij het kopje onderwijs weergegeven is, gevoed worden. Een toenemende groep ouders zal daarvoor gaan en scholen zoeken die kinderen leren leren en leren leven met een blik op de toekomst. Deze ouders kiezen met het hoofd en/of hart. Het feit dat Stichting jong Leren de keuzevrijheid van ouders van wezenlijke belang vindt, betekent ook dat Stichting jong Leren binnen de Maastrichtse situatie de wijk Amby mist en de ontwikkelingen van de nieuwe wijk Belvedère op de voet volgt. Onze bovenstaande visie sluit aan bij het door de gemeente vastgestelde beleid 6 waarin onder meer het volgende gesteld is: “Voor het algemene jeugdbeleid houdt dit in dat de kwaliteit van het aanbod voor jeugd op peil dient te worden gehouden, zich ontwikkelt naar een klantgericht aanbod op maat en door betere afstemming en samenwerking kan worden gekomen tot een sluitende (keten)benadering.” Ook wordt bij Prioriteiten 0-12 jaar gesteld: Om de specifieke (lokale) knelpunten te voorkomen, op te heffen en op te lossen dient toekomstig beleid 0-12 jaar extra inzet te realiseren op onderstaande punten. Genoemd worden onder meer: Intensiveren en perfectioneren van een sluitende (keten)aanpak en ontwikkelen van een vraag- en klantgericht aanbod.

5 6

J.F.A.Braster, Een school kiezen in Maastricht, pagina 67. Gemeente Maastricht: Kadernota Integraal Jeugdbeleid, augustus 2003.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


13

Hoofdstuk 6: De school als regisseur in het ketendenken met de andere partners.

Samenvattende kern in oneliners. Stichting jong Leren vindt dat: ++ de school de vindplaats van kinderen is. ++ de ontwikkeling van ‘het kind in totaliteit’ uitgangspunt is. ++ de school de magneet van de buurt en daardoor regisseur van het proces is. ++ niemand alleenrecht binnen de educatievoorziening heeft. ++ geïnvesteerd moet worden in integrale samenwerking met partners (ketendenken). ++ er voor een modulair arrangement gekozen dient te worden. ++ er gestreefd moet worden naar een ononderbroken programmering en ontwikkelingsaanbod waarbij gedacht kan worden aan partners zoals speelzalen,buitenschoolse opvang [primaire partners], welzijnsinstellingen, kinderopvang, culturele en educatieve instellingen, gezondheidszorg [secundaire partners], wijkgerichte groepen en MBO/HBO-opleidingen [tertiaire partners].

Stichting jong Leren gaat voor magneetscholen!

De tijd dat de school een losstaand instituut binnen de samenleving was, ligt ver achter ons. Dagelijks stapt de maatschappij de school binnen. In een kindgerichte werkomgeving wordt niet solistisch geopereerd door de school, maar is er sprake van integrale samenwerking en ketendenken. Al was het maar alleen vanwege het feit dat er geen schot zitten tussen de school en de maatschappij. Daar moeten we iets mee; daar willen we iets mee. Niet navelstaren, maar uitzien naar het in gezamenlijkheid met anderen realiseren van onze missie en visie. Iedere basisschool kent een uniek voorrecht. De school is dé vindplaats van kinderen. Welke andere partners er ook zijn die iets met kinderen kunnen, willen dan wel moeten: nooit passeren bij deze instanties alle kinderen. Dit unieke voorrecht biedt kansen, maar houdt ook verplichtingen in.  De school is altijd een magneet (de spin in het web, de spil van het vliegwiel, het bindmiddel).  De school is altijd betrokken als een wezenlijke participant. Vrijwel altijd is de school de regisseur en de makelaar van het proces. Het is ideaal dat de partners in de wijk(en) in gezamenlijkheid ideeën en wensen kunnen genereren waardoor het voor de organisaties die daarin een bijdrage zouden kunnen leveren, helder wordt welk product voor de betreffende wijk/regio een hoge prioriteit heeft. We zien de school dan als onderdeel van een educatieplek waarbij vanuit de wijk modulaire keuzes met betrekking tot partners (zie hieronder) gemaakt kunnen worden. Als ‘de wijk’ [breed zien gelet op onze visie op een buurtenschool] aangeeft bijvoorbeeld behoefte te hebben aan een naschoolse voorziening dan moet op dat punt ook maatwerk geleverd worden. Deze partner wordt dan toegevoegd aan het geheel. Positieve ontwikkelingen die we daarbij signaleren zijn:  Er is altijd sprake van elkaar aanvullende partners.  Er is altijd sprake van elkaar versterkende partners.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


14

We spreken ook over verplichtingen aangezien het alleenrecht verschuift naar ketendenken. Verplichting klinkt mogelijk negatief, maar er zal altijd een tussenfase in het proces zijn die als warrig en stormachtig voorkomt; de fase van stormfase naar stroomfase. Het is bekend dat iedere brede school, vensterschool of spilschool een fase heeft gekend, waarin de tandwielen van de verschillende partners nog niet genoeg op elkaar waren afgestemd. Ze draaiden nog te los van elkaar of hadden tegengestelde richtingen. Dit is echter slechts een fase die genomen dient te worden om daarna, als een gecompliceerd tandwielsysteem, een versnelling van ketendenken in de wijk teweeg te brengen. Zodoende streeft Stichting jong Leren er naar dat de deskundigheid en het voorzieningenniveau binnen de wijk altijd op maat is. Partners waarmee samengewerkt zou kunnen worden om de kansen op wijkniveau te vergroten zijn onder meer:  Primaire partners: o Aanbieders van voorschools aanbod (er kan gedacht worden aan Steps en andere particuliere speelzaalvoorzieningen). o Aanbieders van kinderopvang (er kan gedacht worden aan kleuter- en kinderdagverblijven). o Aanbieders van buitenschoolse opvang (er kan gedacht worden aan voorschoolse en naschoolse voorzieningen zoals MIK met haar BSO-voorzieningen).  Secundaire partners: o Aanbieders die een bijdrage kunnen leveren bij de onderwijsinhoud waaronder culturele en educatieve organisaties. (er kan gedacht worden aan Kumulus, CNME, Trajekt en bibliotheek). o Aanbieders van zorg in brede zin (van welzijnsinstanties, gezondheidszorg. (Er kan gedacht worden aan Trajekt, GGD, Schoolslag).  Tertiaire partners: o Aanbieders van wijkzorg (tot wijkteamgerichte groepen). (Onder meer Politie en allerlei (wijk)verenigingen). o Aanbieders die zich bezig houden met een leven lang leren. Leren op de werkplek krijgt vorm doordat gestructureerd wordt samengewerkt met MBO en HBOopleidingen die zich richten op educatie en vorming. (er kan gedacht worden aan lerarenopleidingen, maar ook opleiding voor school- (of onderwijs)assistent, administratief personeel, ICT e.d.

Stichting jong Leren gaat voor magneetscholen! Daar waar binnen de huidige brede school gedachte en uitvoering nog veel variatie mogelijk is in het partnerschap binnen het concept, is het binnen de magneetschool van wezenlijk belang die partners aan elkaar te binden die gezamenlijk een dagarrangement kunnen ontwikkelen, afstemmen en uitvoeren. Zonder de primaire en secundaire partners is er géén sprake van een magneetschool. Binnen de magneetschool is de gezamenlijke aanpak herkenbaar en uitgangspunt. Stichting jong Leren gaat voor magneetscholen!

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


15

In 1985 is de samenwerking tussen de lagere school en de kleuterschool wettelijk afgedwongen door de regelgeving aan te passen bij de invoering van het basisonderwijs. Het laatste decennium gaan steeds meer scholen partners zoeken in de voor- en vroegschoolse periode. Het belang dat vanuit de (landelijke en gemeentelijke) overheid blijkt, nu VVE in de bezuinigingsslag van 2004 buiten schot gehouden wordt. Een samenwerking in het kader van VVE is voor de scholen van Stichting jong Leren een vanzelfsprekendheid. Kijkend naar de toekomst denken wij dat de overstap bao/vo het komend decennium op de rol komt te staan. De scholen van Stichting jong Leren zullen ook bij deze ontwikkeling meer initiërend dan volgend opereren. Te denken valt bijvoorbeeld aan een soort brugklasarrangement met structurele samenwerking in de vorm van stages in het laatste schooljaar van de basisschool. Verder kan incidenteel goed gebruik worden gemaakt van de faciliteiten welke in de meeste VOscholen voorhanden zijn. Met het eerder beschreven modulaire systeem van bouwstenen kan per wijk een dagarrangement op maat samengesteld worden. Door de maatschappelijke veranderingen hechten ouders daar veel waarde aan. In Braster7 lezen we dat 38 % van de ouders in augustus 2001 reeds een voorkeur heeft om school en instellingen in een multifunctioneel gebouw te situeren. Inmiddels zijn er enkele van de (brede School) gebouwen gerealiseerd, maar ook zonder deze uitstralingsimpuls zal het percentage ouders dat voor een magneetschool met samenwerkende en elkaar versterkende partners kiest, alleen maar toenemen. Ook de overheid vindt het een uitgelezen kans om de sociale infrastructuur te versterken. In de informatie vanuit het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 8 lezen we bij het doel: “Het realiseren van een jeugdvoorzieningenstructuur met een doorlopend aanbod van opvang, onderwijs, overblijf en sport, welzijns- en culturele activiteiten, die nieuwe oplossingen biedt voor ouders om arbeid en zorg te combineren en bijdraagt aan de ontwikkelingskansen van kinderen.” De notitie gaat door met de aard van de projecten en stelt: ”Projecten kunnen op wijk, buurt of stedelijk niveau liggen dan wel gemeenten overstijgen, bijvoorbeeld in het landelijk gebied. Samenwerking tussen meerder organisaties is voorwaarde. Het gaat om een zo breed mogelijk draagvlak onder relevante organisaties. Gemeenschappelijk is de intentie de jeugdvoorzieningen beter op elkaar af te stemmen, bijeen te brengen of te integreren. De projecten passen in een meerjarige lokale visie op versterking van de sociale infrastructuur, lokaal jeugdbeleid, accomodatiebeleid of herstructureringsbeleid.” Flexibiliteit met mogelijkheden om morgen aanpassingen aan te brengen voor de magneetschool van overmorgen is wenselijk. Het gaat dan niet alleen om het schoolgebouw, maar de huisvesting van alle participanten. Het gebouw moet dan ook een hoge mate van flexibiliteit in zich dragen. De uitvoeringsconsequenties die met de magneetschool, het ketendenken en partnership gepaard gaan, vindt u in hoofdstuk 8. Onze bovenstaande visie sluit aan bij het door de gemeente vastgestelde beleid 9 waarin onder meer het volgende gesteld is: • “Actueel zijn de aanzetten om te komen tot een sluitende (keten)aanpak, waarbij de betrokkenen bij jeugd gezamenlijk voldoende waarborgen bieden voor een gezonde ontwikkeling en groei.” [pagina 3]

7 8 9

J.F.A. Braster, Een school kiezen in Maastricht, pagina 37 en 38. Min van SZ&W, Informatie over Dagarrangementen en combinatiefuncties, mei 2004, pagina 5. Gemeente Maastricht: Kadernota Integraal Jeugdbeleid, augustus 2003.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


16

• •

“Realiseren van een samenhangend, vraaggestuurd aanbod, uitgaande van de ketenbenadering.” [pagina 4] “In het kader van jeugdbeleid betekent dit het inrichten van een veilige omgeving dat kind en jeugdvriendelijk is, met voldoende veilige ruimte voor spel, ontmoeting en recreatie. Tevens houdt dit in een op peil hebben en houden van de accommodaties ten behoeve van jeugd zoals peuterspeelzalen, kinderopvangvoorzieningen, scholen, jongerencentra, buurtvoorzieningen, verenigingen, sportvoorzieningen en culturele instellingen.” [pagina 5] “Brede scholen als ontmoetingsplaatsen en hart in de wijk versterken de cohesie en de mogelijkheden tot het bieden van opvoedingsondersteuning en ouderbetrokkenheid.” [pagina 8] “Door het uitbouwen van BSO en verlengde schooldag is er een betere afstemming met zorg.” [pagina 8]

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


17

Hoofdstuk 7: De schoolgrootte.

Samenvattende kern in oneliners. Stichting jong Leren vindt dat: ++ de keuzevrijheid bij de ouders ligt. ++ de school de regisseur van het aanbod is: een dagarrangement met ketenkwaliteit in kwaliteitszorg. ++ er geen direct verband tussen schoolgrootte (leerlingenaantal) en de kwaliteit van het onderwijs is. ++ kleine scholen niet tot elke prijs (rentabiliteit) gefinancierd moet worden. ++ er naar groei van de scholen gestreefd moet worden. ++ bij het opheffen van (openbare) scholen de gemeenten en de wet- en regelgeving van essentieel belang zijn.

Er is in de beleving van Stichting jong Leren geen enkele aanwijzing om verband te leggen tussen schoolgrootte en onderwijskwaliteit. Ware dit wel het geval geweest dan zou dat startpunt van onze visieontwikkeling zijn geweest. Maar uitgaande van een grote mate van toegankelijkheid wordt, ondanks de prognosecijfers die een daling in de regio Zuid Limburg laten zien, groei binnen de scholen van Stichting jong Leren niet uitgesloten. Sterker nog: de groei is verklaarbaar, omdat de school die Stichting jong Leren voor ogen staat niet alleen voor werkers binnen Stichting jong Leren als een magneet werkt, maar deze uitstraling ook naar de klantenkring, de ouders, heeft. De grondwettelijke keuzevrijheid van ouders staat natuurlijk buiten iedere discussie. We streven naar scholen met een groeiend aantal leerlingen. Stichting jong Leren vindt bij de realisatie van ‘een school van de toekomst’ de grootte qua leerlingenaantal niet van essentieel belang. Er is geen ondergrens. Kijkend naar scholen die in de afgelopen jaren op een constructieve wijze tezamen met andere actoren op het gebied van educatie, leren en opvoeding hebben samengewerkt, is er geen maat aan te geven. Zowel in kleine dorpskernen als in grote stedelijke gebieden zijn parels van ketenkwaliteit zichtbaar. Qua financiering kan er wel sprake zijn van een breekpunt. Een voorziening is in financieel opzicht rendabeler bij een fors gebruik en indien er meer kinderen, ouders e.d. uit de omgeving (de buurt) optimaal gebruik van kunnen maken. Anderzijds kan gesteld worden dat landelijke ontwikkelingen rondom ‘kleine kernen’-beleid aangeven, dat een substantiële investering die op korte termijn niet als rendabel kan worden aangemerkt, dit op middellange termijn of vanwege andere belangen wel kan zijn. Er is een causaal verband tussen de school als kernvoorziening in een dorp, wijk en de leefbaarheid. Een optimalisering van een school van de toekomst zal een positieve impuls voor dorp, wijk/buurt zijn. Het belang van de (gemeentelijke) overheid met betrekking tot huisvesting en leefbaarheid lift dan mee door extra te investeren bij de realisatie van een functioneel goed ingerichte school. Het breekpunt waarop het openhouden van een school als zelfstandig orgaan met een eigen brinnummer wenselijk is, is momenteel nog punt van overleg. Binnen Stichting jong Leren bestaan er reeds smart geformuleerde ideeën, maar deze denkrondes hebben nog niet geleid tot vastgesteld beleid. Is het verantwoord om een school die onder de 75 % van de -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


18

instandhoudingcriterium gezakt is, nog langer als zelfstandige school voort te zetten? Dit moet natuurlijk gezien worden in het breder kader van de wijkontwikkeling en of bij de prognosecijfers voldoende is rekening gehouden met renovatie en nieuwbouw. Tevens wijzen we nogmaals op het feit dat bij de oprichting van Stichting jong Leren één uitzondering met betrekking tot de bevoegdheden is gemaakt. De beslissing over de opheffing van een openbare school blijft voorbehouden aan de gemeenteraden. Ook wordt er binnen Stichting jong Leren gesproken over een maximaal leerlingenaantal van een school. Waar ligt het breekpunt waarbij de organisatie als log gezien moet worden, waardoor niet alleen de veiligheid maar ook de betrokkenheid in een neergaande spiraal terecht zal komen. Wanneer komt de organisatie als geheel niet meer tot leren, maar wordt de achteruitkijkspiegel de focus. Gelet op landelijke discussie over kleinschaligheid in het VO en BVE, lijkt het niet voor de hand te liggen dat Stichting jong Leren scholen met zo’n 600 leerlingen in haar bestand zal herbergen. Onder bepaalde omstandigheden sluit Stichting jong Leren het hebben van één dependance per school niet uit10. Een dependance moet ten alle tijden voldoen aan de volgende criteria: • Onze eisen qua veiligheid en bereikbaarheid zijn bij een dependance gelijkwaardig met een hoofdlocatie. • De afstand tussen hoofdlocatie en dependance bedraagt hemelsbreed niet meer dan 1.5 km. • Er zijn kwalitatief goede faciliteiten aanwezig waaronder ook verstaan wordt dat naast de groepslokalen voldoende nevenruimte aanwezig is. • Er zijn tenminste twee groepen gehuisvest. Dit betekent echter dat er door een terughoudend beleid vanuit de gemeentelijke overheid (prognose en oppervlakte worden gezien als de twee enige causale lussen) knelpunten op korte en middellange termijn ontstaan. Een uitgangspunt in het kader van schoolgrootte in het licht van het voorgaande, is hoe de samenwerking met anderen gericht op een compleet dagarrangement kan worden gerealiseerd. De school als spil en als makelaar van het aan te bieden dagarrangement zal vanuit een gezond gezichtspunt moeten vertrekken.

10

Van Beekveld, Notitie beleidsvorming schoolgrootte; gezamenlijke uitgangspunten. April 2004.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


19

Hoofdstuk 8: De school als gebouw.

Samenvattende kern in oneliners. Stichting jong Leren vindt dat: ++ de wettelijke kaders bij bouwzaken het minimum startniveau zijn. ++ elk gebouw moet voldoen aan alle arbo-verplichtingen. ++ kernelementen veiligheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid zijn. ++ er gekozen dient te worden voor modulaire opgebouwde gebouwen met toereikende faciliteiten waarin dagarrangementen plaats kunnen vinden. ++ de inrichting van een uitnodigend en boeiend schoolgebouw met flexibele werkplekken en leertuinen hoge prioriteit heeft. ++ het gebouw moet voorzien in multimediale faciliteiten. ++ vermindering van het aantal schoolgebouwen en/of zelfstandige scholen in Maastricht niet uitgesloten moet worden. ++ tezamen met de gemeente en andere besturen sanering van gebouwen (inclusief gebouwen van partners) per buurt of over buurten heen, plaats zou moeten vinden.

Al het voorgaande in de hoofdstukken 4 tot en met 7 heeft uiteraard consequenties voor de functionaliteit van het gebouw, de school als pand. Het modulaire systeem waarbij partners wijkgebonden keuzes kunnen maken, levert meteen op welke (partner)bouwstenen een eigen en eigentijdse plek in het pand dienen te krijgen. Werkend in zo’n gebouw, met naast de school diverse andere partners onder hetzelfde dak, betekent dat er voldoende faciliteiten en fysieke ruimtes aanwezig moeten zijn om deze taak mogelijk te maken. Ook de speelruimte in de onmiddellijke omgeving is een onlosmakend deel van het gebouw. Er is niet alleen oog voor de leef-, speel en werkruimte binnen het pand. Op het moment van (nieuw)bouw moet de fysieke speelruimte buiten dan ook niet als stel- of sluitpost gezien worden. Rondom de magneetschool dient zowel binnen als buiten genoeg speelruimte aanwezig te zijn. Natuurlijk gaan we ervan uit dat een gebouw voldoet aan de wettelijke arbo-verplichtingen waarbij de wettelijke kaders niet als het maximale streefniveau maar het minimale startniveau zijn. Als leerlingen en personeel op school [in smalle zin] en de sector educatie en opvoeding [in brede zin] door alle partners, maar ook de (gemeentelijke) overheden, als ‘van groot belang’ worden omschreven, dan past daarbij geen minimale inspanning door te wijzen naar wet- en regelgeving. Het wekt bevreemding op een wijkgebonden educatievoorziening beknibbeld zou worden. Verder is Stichting jong Leren van mening dat kernelementen als veiligheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid optimaal dienen te zijn. Vanuit de nieuwe kijk op onderwijs is een school ook meer dan een gang waaraan stereotype ruimtes (meestal klaslokalen) gepositioneerd zijn. Er zal anders gekeken moeten worden naar ruimtes om een optimale leerinrichting mogelijk te maken. Kijkend naar het VO zien wij dat ook daar door de komst van het 2de fase onderwijs en in de laatste paar jaar de opkomst van de zogenaamde leertuinen er anders over m², lokaliteiten en werkruimtes gedacht wordt. Onze kijk op onderwijs laat zien, dat gebouwen noodzakelijk zijn, waarbinnen een optimale leerinrichting is gerealiseerd. Niet primair gedacht vanuit klaslokalen, maar vanuit flexibele werkplekken en -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


20

leertuinen. Een leertuin is een grote, flexibel ingedeelde onderwijsruimte waarin iedere leerling een plek heeft om te leren en werken. De fases van ‘leren en werken’ zijn daarbij zelf werken, zelfstandig werken, zelfstandig leren naar zelfverantwoordelijk leren. Er bestaat daarom de mogelijkheid om individueel, in duo’s of wisselende groepjes te werken aan de gestelde opdrachten (meestal weektaken). Een overheid aangeeft dat het prognosecijfer en beschikbare vierkante meters de enige twee maatgevers zijn, kijkt in de optiek van Stichting jong Leren niet naar alle nieuwe ontwikkelingen die in deze notitie zijn weergegeven. Er wordt een behoudende koers gevaren die, juist in deze versnelde samenleving, educatie op achterstand zet. Een achterstand die niet past bij de beelden van Stichting jong Leren en een achterstand die maar zeer moeilijk te slechten zal zijn. De professional in het onderwijs dient over een werkplek te beschikken die inspeelt op het samen leren en mogelijkheden snel in contact te komen met anderen. Daarbij zijn de nieuwe multimediale ICT-mogelijkheden van groot belang. Niet alleen voor de coach, begeleider, vormgever, maar ook voor de leerling die een consumerende dan wel producerende bijdrage levert aan het flexibel onderwijsarrangement, gaan we uit van een aantrekkelijke uitdagende leeromgeving op maat. Voor de leerling geldt dat de nieuwe media een essentiële rol spelen. Vroeger was eeuwenlang de veer, enkele tientallen jaren de kroontjespen en sinds enkele decennia de balpen het meest gebruikte communicatievoorwerp binnen de klas. We zien nu ontwikkelingen die razendsnel gaan (ICT maar ook telefonie). In de richting van de vormgever zie je dat het bord en het krijtje opvolgers heeft gekregen doordat het onderwijs gebruik is gaan maken van overheadprojectors met een kleurenstift, de computer met afstandsbedienbare muis en beamer en in de toekomst digitale plasmaschermen aan de wand. Kortom: waar in 1904 een visie op tafel kon worden gelegd voor 20 jaar later, welke visie later bleek een vrij hoog realiteitsgehalte te hebben, is dit anno 2004 een veel meer ingewikkeldere kwestie. Waar 100 jaar geleden een gangenschool de maat was en eind jaren vijftig de blokkendoos met twee gelijkwaardige verdieping meer maatgevend werd, zal het schoolgebouw van de toekomst meer mogelijkheden qua flexibilisering van de inrichting moeten bieden. Het is inperkend om daarbij reeds een concept of model voor te stellen. Daar waar nu binnen de stad Maastricht verdeeld over het aantal buurten meerdere scholen gehuisvest zijn, zou gekeken moeten worden naar een vermindering van het absolute aantal zelfstandige schoolpanden. Dat kan Stichting jong Leren natuurlijk niet alleen. In sommige buurten komen we drie onafhankelijke schoolpanden tegen, die ieder vanuit een eigen concept ouders en kinderen werven. Hier zou een grotere mate van efficiëntie nagestreefd kunnen worden. De maat van het aantal kinderen in een zelfstandige schoollocatie zal daardoor stijgen. De kansen tot samenwerking met andere instellingen om te komen tot maatwerk in het gewenste dagarrangement nemen toe. De gemeente als investeringspartner zal in dat geval ook vanzelfsprekender aanschuiven in de onderhandelingen om te komen tot het realiseren van gebouwen die toegerust zijn op de nieuwe toekomst van onderwijs. We maken plekken vrij in de stad, die gemeentebreed nodig zijn om de toenemende vraag naar huisvesting op te lossen. Het geeft ons meer mogelijkheden die gebouwen in gezamenlijkheid te realiseren die we nodig achten voor ons inhoudelijke toekomstbeeld. Een sanering van gebouwen per buurt of over buurten heen is dus noodzakelijk, maar is geen zaak van Stichting jong Leren alleen.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


21

Stichting jong Leren ervaart dat in dit beinvloedingsspectrum ook rekening moet worden gehouden met aspecten als keuzevrijheid van ouders en vernieuwend onderwijs. Dan blijkt de hefboom elders te zitten. Zoals we reeds in de inleiding schreven zal een stad die groot denkt en op de Europese landkaart thuishoort, zich prettig voelen met een stichting en haar onderwijsinstellingen die dezelfde pro-actieve en vooruitstrevende inborst heeft.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


22

Vergelijk visie jong Leren en Kadernota Integraal Jeugdbeleid. Onze visie in de voorgaande hoofdstukken sluiten naar onze mening aan bij het door de gemeente vastgestelde beleid. 11 Daarbij denken wij onder meer aan de essentiĂŤle overeenkomsten in het onderstaande overzicht:

Gemeente Maastricht

Stichting jong Leren

Naast ouders/verzorgers zijn de diverse overheden (met name voorwaardenscheppend) en meerdere instellingen/organisaties (op uitvoeringsniveau) de medeopvoeders van jeugd.

Stichting jong Leren vindt dat: - de school de vindplaats van kinderen is. - de school de magneet van de buurt en daardoor regisseur van het proces is. - niemand alleenrecht binnen de educatievoorziening heeft.

Actueel zijn de aanzetten om te komen tot een sluitende (keten)aanpak, waarbij de betrokkenen bij jeugd gezamenlijk voldoende waarborgen bieden voor een gezonde ontwikkeling en groei.

Stichting jong Leren vindt dat geĂŻnvesteerd dient te worden in integrale samenwerking met partners (ketendenken).

Realiseren van een samenhangend, vraaggestuurd aanbod, uitgaande van de ketenbenadering. Voor het algemene jeugdbeleid houdt dit in dat de kwaliteit van het aanbod voor jeugd op peil dient te worden gehouden, zich ontwikkelt naar een klantgericht aanbod op maat en door betere afstemming en samenwerking kan worden gekomen tot een sluitende (keten)benadering.

Stichting jong Leren vindt dat: - er een niet te missen relatie tussen school (en) buurt is. - onze scholen buurtgericht zijn, maar zich ook op de buurten in de periferie richten. - goede communicatie met partners en tonen van transparantie voorwaarden zijn voor ketenkwaliteit.

In het kader van jeugdbeleid betekent dit het inrichten van een veilige omgeving dat kind en jeugdvriendelijk is, met voldoende veilige ruimte voor spel, ontmoeting en recreatie. Tevens houdt dit in een op peil hebben en houden van de accommodaties ten behoeve van jeugd zoals peuterspeelzalen, kinderopvangvoorzieningen, scholen, jongerencentra, buurtvoorzieningen, verenigingen, sportvoorzieningen en culturele instellingen.

Stichting jong Leren vindt dat: - kernelementen veiligheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid zijn. - het gebouw moet voorzien in multimediale faciliteiten. - er gekozen dient te worden voor modulaire opgebouwde gebouwen met toereikende faciliteiten waarin dagarrangementen plaats kunnen vinden. - er gestreefd dient te worden naar een ononderbroken programmering en ontwikkelingsaanbod waarbij gedacht kan worden aan partners zoals speelzalen, buitenschoolse opvang [primaire partners], welzijnsinstellingen, kinderopvang, culturele en educatieve instellingen, gezondheidszorg [secundaire partners], wijkgerichte groepen en MBO/HBO-opleidingen [tertiaire partners].

Brede scholen als ontmoetingsplaatsen en hart in de wijk versterken de cohesie en de mogelijkheden tot het bieden van opvoedingsondersteuning en ouderbetrokkenheid.

Stichting jong Leren vindt dat de school de regisseur van het aanbod (een dagarrangement met ketenkwaliteit in kwaliteitszorg) is en er voor een modulair arrangement gekozen dient te worden.

Door het uitbouwen van BSO en verlengde schooldag is er een betere afstemming met zorg.

Stichting jong Leren vindt dat er gestreefd dient te worden naar een aanbod van dagarrangement (van 8

11

Gemeente Maastricht: Kadernota Integraal Jeugdbeleid, augustus 2003.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


23

tot 8 scholen). Door het afbreken van “oude” blokkerende structuren wordt meer mogelijkheden geboden voor dynamische, vernieuwende experimenten.

Stichting jong Leren vindt dat: - er gestreefd moet worden naar het realiseren van magneetscholen. - de inrichting van een uitnodigend en boeiend schoolgebouw met flexibele werkplekken en leertuinen hoge prioriteit heeft. - de ontwikkeling van ‘het kind in totaliteit’ uitgangspunt is. - veel ouders kiezen voor kwalitatief goed onderwijs waarbij men begrippen als vernieuwend, flexibel, cultuur en engagement plaatst en de ouders schrijven deze eigenschappen aan scholen van Stichting jong Leren toe.

Economisch belang en financiële revenuen.

Stichting jong Leren vindt dat: - vermindering van het aantal schoolgebouwen en/of zelfstandige scholen in Maastricht niet uitgesloten moet worden. -tezamen met de gemeente en andere besturen sanering van gebouwen (inclusief gebouwen van partners) per buurt of over buurten heen, plaats zou moeten vinden. In zoverre zal er in de uitwerking een financieel economisch voordeel voor de gemeente ontstaan.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


24

Uitgangspunten alvorens Stichting jong Leren komt tot een uitwerking op school of wijkniveau met ijkpunten, meetmomenten en kengetallen met betrekking tot huisvesting op grond voor voorafgaande. •

Visie en het gebouw. Stichting jong Leren wil magneetscholen realiseren.

Kernelementen: zijn veiligheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid.

De brede toegankelijkheid en visie op buurt (en) school die Stichting jong Leren nastreeft, leidt tot groei van de scholen.

Stichting jong Leren kiest voor een inrichting van een uitnodigend en boeiend schoolgebouw met flexibele werkplekken en leertuinen.

Ketendenken en de school binnen de buurt(en). Stichting jong Leren streeft naar een ononderbroken programmering en ontwikkelingsaanbod waarbij gedacht kan worden aan diverse partners op het gebied van VVE, BSO, cultuur, educatie, welzijn, wijkwerk e.d.

Stichting jong Leren kiest voor modulaire opgebouwde gebouwen met toereikende faciliteiten waarin dagarrangementen plaats kunnen vinden.

Onze scholen zijn buurtgericht, maar richten zich ook op de buurten in de omgeving en de ouders die zich bij een schoolkeuze niet alleen richten op de afstand school tot woning, maar de werkplek.

Geografische speerpunten. Binnen de Maastrichtse situatie is het netwerk in ieder geval niet sluitend voor de wijk Amby, maar ook voor de regio Biesland/Campagne. Stichting jong Leren wenst bij nieuwe stadsontwikkeling (plan Belvedère) de realisatie van een magneetschool.

Sanering en nieuwbouw. Voor Stichting jong Leren zijn bij nieuwbouw de wettelijke kaders het minimum startniveau.

Stichting jong Leren financiert kleine scholen niet tot elke prijs. Stichting jong Leren sluit vermindering van het aantal schoolgebouwen en/of zelfstandige scholen niet uit.

Tezamen met de gemeente en andere besturen dient sanering van gebouwen (inclusief gebouwen van partners) per buurt of over buurten heen plaats te vinden.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Stichting jong Leren in een optimale leeromgeving!


notitie onderwijshuisvestingdefjuni2004dir jong Leren