Page 1


4 Commentaar: Bedrijfszekerheid 4 Opinie: ’PlanetProof geeft beter aan waar het om gaat’ 6 Nefyto wil opties voor geïntegreerde teelt optimaliseren 9 Ondernemersvragen: Moet ik investeren in een containerveld? 10 Van afval naar hoogwaardig teeltproduct 14 DMDS kan grond in zaaibedden ontsmetten 16 Stengelaaltjes verdienen 0-tolerantie op kwekerij 18 Vakgeluiden; kwekers vertellen over teelttechnische zaken 20 Chinese handen uit de mouwen 22 Weigela doet het internationaal goed 26 Teeltadvies: Besteed aandacht aan weerbaarheid vaste plant 30 Een halve eeuw vooraan met boomkwekerijmechanisatie

33 Ideeënvorming stimuleren met Green Trend Report 34 Markt & Afzet: Best veel aantallen Carpinus verkocht 37 Hoe loopt ‘t?

38 LTO Nederland Vakgroep Bomen en Vaste planten 39 Vaktaal en Agenda

klimaatneutraal natureOffice.com | NL-077-331716

gedrukt


„Er wordt al langer door verschillende sectoren gevraagd of het keurmerk in het buitenland vermarkt kan worden. Vanuit onder andere de boomkwekerij kwam deze vraag, omdat ongeveer 80% van hun product naar het buitenland gaat. Maar ook vanuit de bloembollen en de glastuinbouw kwam deze vraag. Ik hoef natuurlijk niet uit te leggen dat een naam als Milieukeur in het buitenland niet gaat werken. We hebben daarom gekozen voor een nieuwe naam die internationaal bruikbaar is.”

„Onze naam en ook ons vorige logo dateert nog uit 1992 toen Milieukeur werd geïntroduceerd. Milieu was toen een hot item, het keurmerk had vooral betrekking op gewasbescherming en dekte daarom toen de

lading. Inmiddels is er natuurlijk veel veranderd en staat het keurmerk niet alleen voor milieubewust handelen ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen, maar ook ten aanzien van bemesting, water, energie en dergelijke. De nieuwe naam dekt daarom de lading beter: On the way to PlanetProof. Dat vroeg ook om een nieuw logo, dat beter aansluit bij deze boodschap en zichtbaar maakt waar het keurmerk voor staat.”

„Nee, inhoudelijk zijn de certificeringsschema’s hetzelfde, maar vooralsnog blijven beide keurmerken wel naast elkaar bestaan. Kwekers kunnen kiezen en moeten bij hun certificeringsinstantie aanvragen om PlanetProof te mogen voeren. De prijs verschilt wel. PlanetProof is onge-


Nefyto, de belangenorganisatie van gewasbeschermingsmiddelenfabrikanten, wil dat de middelenindustrie oplossingen levert voor het gezond houden van gewassen. Die oplossingen moeten niet alleen chemische gewasbeschermingsmiddelen betreffen, maar ook andere produc-

Om onderzoek naar stadsbomen te financieren, wil de Intergemeentelijke Studiegroep Bomen een vrijwillige regeling instellen: voor elke stadsboom die een gemeente inkoopt, vloeit een klein bedrag naar een fonds met als werktitel OOGSt: Ontwikkelen Onderzoek Groen in de Stedelijke omgeving. „We denken aan bijvoorbeeld €1,50 per boom”, zegt voorzitter Leendert Koudstaal. Middels de regeling verwacht de studiegroep dat er dan jaarlijks €400.000 naar het fonds gaat. „Tegen lage kosten kun je dan onderzoek laten doorgaan.”

Naktuinbouw, HAS Hogeschool en Breed­ wise gaan intensiever samenwerken bij opleidingen en cursussen. Hierdoor willen ze overlap voorkomen en elkaar aanvullen waar nodig. Vanaf september bieden Breedwise en HAS bijvoorbeeld de tweejarige ’Vakopleiding Plantenveredeling’ aan.

De LTO Vakgroep Bomen en Vaste planten inventariseert middels een enquête in hoeverre kwekers bereid zijn zich te verzekeren tegen gevolgen van Xylella. In de enquête is gevraagd hoeveel premie ze dan maximaal per hectare zouden willen betalen. „De ziekte is veel groter dan wij kwekers beseffen”, aldus LTO-bestuurder en laanboomkweker Caroline Janssen-Michels die de enquête heeft opgesteld. „De gevolgen zijn vele malen groter dan wanneer een bedrijfspand in vlammen opgaat.”

De bestedingen aan bloemen en planten daalden in België in 2016 met 5,5% ten opzichte van 2015. Tien jaar geleden kochten nog 66 op 100 Belgen sierteeltproducten. In 2016 is dit aantal gedaald naar 43 op 100. Het aantal kopers in de categorie ’Bomen en tuinplanten’ is daarentegen de laatste 10 jaar stabiel gebleven De laatste twee jaar

ten, technologiën en kennis om de biologische en geïntegreerde teelt van gewassen mogelijk te maken en verder te optimaliseren. Deze ambitie presenteerde Nefytodirecteur Maritza van Assen tijdens de jaarvergadering van de Koninklijke Nederlandse Plantenziektenkundige Vereniging (KNPV) op 13 mei in Wageningen. Daarbij signaleert Van Assen dat technologie en kennis een steeds belangrijkere rol zullen gaan spelen in de gewasbescherming. „Het gaat dan niet alleen om het vinden van nieuwe kennis en technologie, maar ook om het beter ondersteunen van kwekers met de kennis die nu bij de fabrikanten al aanwezig is. De industrie doet verschrikkelijk veel onderzoek naar de werking van stoffen. De kennis blijft echter voor een groot deel bij de fabrikanten hangen, terwijl het rendement van middelen omhoog zou kunnen als deze kennis gedeeld wordt met de eindgebruiker.” Hoe fabrikanten dit echter moeten vermarkten staat nog wel ter discussie. Vanuit de praktijk leeft de vraag

is een lichte verbetering te zien bij Belgen onder de 25 jaar. Tien jaar geleden kochten zij hoofdzakelijk snijbloemen, nu ook vaker boomkwekerijproducten en kamerplanten.

Online platforms warentuin.nl en beslist. nl zien planten als groeimarkt voor online verkoop. Van de online aankopen voor de tuin maken planten slechts 2,8% uit tegenover 23% in het tuincentrum. De online platforms zien dat gemak een steeds belangrijkere aankoopmotivatie vormt. Op beslist.nl is in 2017 tot half mei het zoekgedrag naar planten zo’n 70% gestegen ten opzichte van vorig jaar.

Tot en met april steeg de exportwaarde van bloemen en planten vanuit Nederland met 6% tot €2,2 miljard. April bleef met een stijging van 3% achter op de eerste


of de industrie kwekers eerlijk durft te informeren als zij middelen niet nodig hebben. Anderzijds is er vanuit de industrie de vraag hoe je bij een slinkende vraag, nieuwe middelen kan blijven ontwikkelen.

In de visie van Nefyto staat dat de industrie vernieuwend, verantwoord, verbindend en verhelderend wil zijn. Vernieuwend door het ontwikkelen van nieuwe middelen, maar ook door bij te dragen aan betere oplossingen en vernieuwing van de teeltsystemen waar dat nodig is, om tot een verdere verduurzaming van de teelt te komen. De industrie wil zich hardmaken voor een verantwoord gebruik van hun producten, zodat er geen ongewenste emissie ontstaat en residuen binnen de gestelde normen blijven. „Bij onverantwoord gebruik, zeker indien dat in bepaalde sectoren gebeurt, schromen fabrikanten er inmiddels niet meer voor om een betreffende toelating in te trekken. De schade is voor hen te groot als er een algeheel verbod op een middel dreigt te komen”, meent Van Assen. Enkele fabrikanten stellen zelfs voor om zeker met

bepaalde gevoelige stoffen tot een meer gecontroleerd verkoopsysteem te komen. Helma Verberkt van LTO Nederland gaf aan dat niet als oplossing te zien. „Kwekers gebruiken middelen naar eer en geweten. Maar ze zitten wel in een spagaat tussen toelating en verduurzaming. Ze moeten verduurzamen, maar de toelating van de benodigde groene of laag-risicomiddelen blijft lastig. Terwijl het pakket met correctiemiddelen steeds smaller wordt.” Van Assen erkent dat. „Wij hadden gehoopt met de Green Deal Groene Gewasbeschermingsmiddelen de toelatingsprocedure vlot te trekken, maar de toelatingen verlopen nog steeds moeizaam. Mede omdat Nederlands en Europees beleid hier door elkaar lopen. Ook moeten hierover eerst Europese besluiten worden genomen.”

Verbinden en verhelderen, worden volgens Van Assen twee kernactiviteiten. Voor het voortbestaan van de chemische gewasbescherming moeten fabrikanten en leveranciers bijdragen aan het verduurzamen van de land- en tuinbouw. „Dat is niet nieuw,

drie maanden van het jaar. De export van tuin- en kamerplanten (+3%) doet het in verhouding minder goed dan die van snijbloemen (+8%). De export van bloemen en planten vindt volgens de VGB plaats naar steeds meer landen. Ook al maakt de huidige top-10 nog altijd 80% van de omzet uit, de export naar de overige landen groeit in verhouding harder.

Het Nederlandse Instituut voor land- en tuinbouwgewassen (RIKILT) heeft soortvreemd DNA aangetroffen in diverse oranje petunia. Ze heeft dit onderzocht nadat EVIRA, de Finse voedsel- en warenautoriteit, eerder tot deze conclusie was gekomen. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft opdracht gekregen om in Europees verband de oorsprong te achterhalen. Veredelingsbedrijven van oranje petunia’s met soortvreemd DNA moeten de kruisingshistorie inleveren.

dat doen we nu ook wel. Maar dit wordt door de samenleving niet erkend. Wat dat betreft worden we toch gezien als de bad boy. Daar moet verandering in komen, want als industrie en producent werken we hard, juist om die consument tevreden te houden en te voorzien van voedsel en planten.” <

Koningin Máxima onthult dinsdag 13 juni in het rosarium van Winschoten een nieuwe roos, ter ere van het 50-jarig bestaan van de rozentuin. De gemeente Oldambt heeft 2017 daarom ook uitgeroepen tot Jaar van de Roos. De onthulling is tijdens een symposium van de Nederlandse Rozenvereniging en Oldambt over rozen, onderstammen en export vanuit het gebied.

Alle straatbomen in Den Haag vertegenwoordigen een maatschappelijke waarde van €22 miljoen per jaar. Dat blijkt uit onderzoek van Buck Consultants in opdracht van de gemeente Den Haag. De aanwezigheid van groen in de stad zorgt ervoor dat de gezamenlijke woningen in Den Haag €1,9 miljard meer waard zijn dan zonder groen. Dit is 4% van de Haagse woningwaarde en gemiddeld €7.500 per woning.

Tweede Kamerleden Suzanne Kröger en Lisa Westerveld (GroenLinks) hebben op 16 mei, Dag van de Groene Kinderopvang, een manifest ontvangen dat pleit voor meer groene speelpleinen bij kinderopvangcentra en scholen. Het Groene Manifest is ondertekend door onder andere branchevereniging VHG. Kröger maakt zich in de politiek hard voor meer groen, omdat dit goed is voor het welzijn van kinderen. <


â&#x20AC;&#x2122;Making more from wasteâ&#x20AC;&#x2122; ofwel meer maken van afval. Deze slogan zie je nogal eens op een vuilniswagen staan. Recycling van afval is een trend. Een goed voorbeeld is het gescheiden inzamelen van lege plastic verpakkingen zoals petflesjes, boterkuipjes en flacons. Na inzameling wordt het plastic gesorteerd, tot snippers vermalen, gereinigd en samengesmolten tot korrels. Deze korrels zijn weer een grondstof voor nieuwe producten. Het hoogwaardig hergebruiken van biomassa wordt ook wel biobased economy of circulaire economie genoemd. De Nederlandse overheid ziet dit als belangrijke kans voor verduurzaming en oplossing voor het schaarser worden van grondstoffen zoals olie. Daarnaast kan de ontwikkeling de economie verster-

ken, omdat Nederland al sterk is in chemie, agrofood en logistiek.

Het recyclen of opwaarderen van afval tot nieuwe producten is een trend waar ook de boomkwekerij van kan profiteren. Door nieuwe technieken kunnen afvalstromen zoals snoeihout en groenafval worden omgezet in nieuwe producten en

duurzaam geproduceerde energie. Snoeihout en groenafval kunnen op deze manier geld opleveren. Wanneer deze nieuwe producten weer in de boomkwekerij worden gebruikt, ontstaat een kringloop. Dit is goed voor het milieu en een oplossing voor het schaarser worden van grondstoffen als veen en meststoffen.

Delphy is al een aantal jaren bezig met onderzoek en projecten rond dit thema. Zo is op initiatief van Greenport Regio Boskoop en Waddinxveense Groenrecycling Wagro in 2014 en 2015 het project Meer Uit Groen (MUG) uitgevoerd. In het Groene Hart is veel biomassa voorhanden zoals restmateriaal van kwekerijen, slib en waterplanten. Een deel van dit materiaal wordt door middel van compostering omgezet in hoogwaardige compost. Veel biomassa bevat echter een hoog vochtgehalte en wordt door


maar bewezen innovatieve techniek die mogelijkheden biedt om weggooipallets, gebruikte plastic folie en bijvoorbeeld rioolslib uit het havengebied niet langer te verbranden, maar thermisch om te zetten naar hoogwaardige producten als bio-olie en houtgas. Restproducten die vrijkomen zijn biochar, houtazijn en houtteer. Delphy doet onderzoek naar de toepassingen van deze producten in de land- en tuinbouw, met als input schone restmaterialen als snoeihout.

de lage calorische waarde gezien als afval. Binnen MUG zijn nieuwe conversietechnieken ontwikkeld om biomassa op te waarderen tot nieuwe producten (zie kader Omzetten van biomassa). Delphy heeft een aantal van deze producten gescreend op toepasbaarheid in de boomkwekerij. In totaal zijn gedurende twee jaar achttien testen uitgevoerd met producten als digestaat, biochar, houtazijn, houtteer en as (zie kader).

Binnen het project MUG is een aantal technieken verder doorontwikkeld. Wagro heeft bijvoorbeeld veel aandacht besteed aan de voorbewerking van biomassa. Het bedrijf voert voortdurend proeven uit met natuurlijk restmateriaal. Zo is gemengd groen, op basis van takken en twijgen, geschikt voor het maken van hoogwaardige compost, maar dit materiaal kan ook worden gechipt

en afgezeefd voor verbranding of pyrolyse. Jonger materiaal als (berm) gras en paprikaloof vanuit de glastuinbouw kan worden geperst tot producten als plantvezel en plantsap. De plantvezel kan vervolgens worden gebruikt als grondstof voor verpakkingen of voor het opwekken van energie. Verder heeft Wagro een wervelbedketel, die ontwikkeld is door F&H Crone, in gebruik genomen voor verbranding van biomassa. De restwarmte kan worden aangewend voor toepassing in nieuwbouwwijken en nieuwe glastuinbouwlocaties in de gemeente Waddinxveen.

Delphy is sinds vorig jaar ook deelnemer aan het project Pyrolyse Proeftuin Zuid-Nederland rondom Moerdijk. Pyrolyse is een vrij nieuwe,

Een andere ontwikkeling is de BioBased Innovations Garden (BIGR) in Colijnsplaat, een samenwerking van Delphy, Impuls Zeeland, Proefboerderij Rusthoeve, Wageningen UR en ZLTO. Binnen de BIGR worden ruim 50 gewassen (van goudsbloemen en paardenbloemen tot vlas en hennep) geteeld, verwerkt en getest om op termijn een bijdrage te leveren aan de biobased economy. Er valt te denken aan de toepassing als biobrandstof, bioplastic of als inhoudsstof. Bij dat laatste valt te denken aan groene grondstoffen die ingezet kunnen worden vanwege hun medicinale werking, maar ook als gewasbeschermingsmiddel. Ook binnen de boomkwekerij komt er mogelijk een project dat zich richt op inhoudsstoffen. <


TreeCommerce

Hét digitale communicatie platform voor de boomkwekerij.

De officiële dealer van Mayer

and ederl N n i elgië. & B

Meld u aan en vergroot uw verkoopkansen! Volg TreeCommerce ook via twitter: @Treecommerce

www.visser.eu/potmachines www.treecommerce.com

Yo u r A d j u v a n t S p e c i a l i s t

Hulpstoffen voor gewasbescherming Hasten, elasto G5 en atplus verbeteren de effectiviteit van gewasbeschermingsmiddelen en groeiremmers SURfaPLUS BV, Wageningen tel. 0317-451217 E-mail: info@surfaplus.com www.surfaplus.com


Compleet in teeltvloeren Telefoon: 0182 - 351144 • Bergambacht info@houdijkdenboer.nl • www.houdijkdenboer.nl

Plantarium 23-26 Augustus 2017

com

+'(%$..(5

( ;3(57,6(%85($8

Specifieke boomkwekerij schade-expertise bij: • schade aan plantopstanden • schaderegeling • onteigening • planschade • LRGD geregistreerd deskundige • NIVRÉ Register-Expert • Lid N.V.A.E. • Tevens uitgave Prijzenregister Boomkwekerijproducten

VDH FOLIEKASSEN BV

De Akker 100, 2743 DP Waddinxveen bakkerexpertise@planet.nl

Aan- en verkoop, onteigeningen, taxatie en bedrijfsbegeleiding van boomkwekerijen

www.bakkerexpertise.nl

Tel. 0172-235990 | www.foliekassen.com

Engelandlaan 58 2391 PN Hazerswoude-Dorp I ITC Boskoop T: 0172 - 53 48 79 W: www.vdsm.nl E: info@vdsm.nl

Leverancier van:

Floramat teeltvloeren · Licht en sterk · Gemakkelijk te verwerken · Uitstekende drainage eigenschappen www.mastop.nl


Basamid kon in Duitsland eerst nog tijdelijk worden toegepast, maar sinds 2014 zijn alle aanvragen voor zoâ&#x20AC;&#x2122;n toelating afgewezen. De nood bij Duitse boomkwekerijen wordt daarom steeds hoger om grond te kunnen ontsmetten, omdat er voor zaaibedden geen praktische en economisch rendabele alternatieven meer beschikbaar zijn.

Ook het gebruik van een thermische bodembehandeling, ofwel stomen, blijkt niet-praktisch en onrendabel te zijn. De apparatuur en hiervoor benodigde energiebronnen zijn zeer kostbaar. Uit praktijkonderzoek in Noord-Duitsland blijkt tevens dat je met stomen onvoldoende oppervlakte kunt bewerken. Daarnaast is de techniek gevoelig voor storingen. Bovendien stelt de techniek hoge eisen aan het vochtgehalte van de bodem, waardoor de periode korter wordt om

stomen onder optimale omstandigheden te kunnen toepassen. De situatie voor de Duitse boomkwekerij is nog nijpender geworden, doordat de Duitse uitvoering van EUplannen om de gewasbeschermingswetgeving te harmoniseren, middels een zonaal systeem voor middelen, dreigt te mislukken. In de praktijk kan de toelating van een middel in de lidstaten van een zone namelijk nog altijd verschillend zijn geregeld. Een ontsmettingsmiddel dat regulier wordt toegelaten, zou de situatie kunnen verbeteren. Tegen deze achtergrond wordt onder meer op

het proefstation in Ellerhoop (Pinneberg) al enkele jaren nadrukkelijk naar praktische en financieel haalbare manieren gezocht. Voornaamste doel is om achterblijvende groei van gewassen uit de familie der Rosaceae, als gevolg van bodemmoeheid, te verminderen en grond voor zaaibedden deskundig te ontsmetten.

De zoektocht naar de oorzaak van bodemmoeheid en naar praktische, internationaal concurrerende grondontsmettingsmethoden, zal waarschijnlijk niet op korte termijn succesvol worden afgerond, aangezien de kwestie daarvoor te complex is. Totdat dat wel is opgelost, zou de boomkwekerij ter overbrugging over een werkende technologie moeten kunnen beschikken. Omdat het niet realistisch lijkt dat Basamid binnen afzienbare tijd weer wordt toegelaten in Duitsland, heeft de Landwirtschaftkammer Schleswig-Holstein in Ellerhoop (Pinneberg) reeds in 2015 een product getest dat momenteel nog nergens in de EU is toegelaten. Een aanvraag hiervoor is


tegen bodemmoeheid in de proef overeen.

wel gaande. Het gaat om een product gebaseerd op de actieve stof dimethyldisulfide (kader Feiten). Bij een kasexperiment (kader Proefopzet) is DMDS getest, voorafgaand aan het zaaien van Rosa corymbifera â&#x20AC;&#x2122;Laxaâ&#x20AC;&#x2122;, de meest gangbare rozenonderstam.

Elf dagen na het zaaien van de rozenonderstammen, en daarmee bijna vijf weken na het gebruik van DMDS, werd met behulp van een telraam (25x25 cm) de eerste telling verricht naar de opgekomen onkruiden. Deze telling werd steeds op negen willekeurige plaatsen per bed uitgevoerd. Op de met DMDS behandelde bedden bleek geen onkruid te zijn opgekomen, terwijl in het onbehandelde bed gemiddeld 135 onkruiden per m2 aanwezig waren. Na de telling van het opgekomen onkruid onderging het onbehandelde bed een behandeling met herbiciden (Kontakt SC 320 3 l/ha + Galant Super 1 l/ha), omdat de rozenonderstammen ook daar niet te veel onder de concurrentie van het onkruid

mochten lijden. Desondanks was er na een week nog steeds een verschil zichtbaar in het aantal opgekomen onkruiden. In het onbehandelde bed werden gemiddeld 450 onkruiden per m2 geteld, tegen slechts 21 onkruiden in het bed met 380 l/ha DMDS en 11 onkruiden in het bed met 570 l/ha DMDS. In de behandelingen met DMDS was uitsluitend de gewone reigersbek opgekomen. Ook in het verdere verloop van de proef was het aantal onkruiden in de behandelingen met DMDS duidelijker lager ten opzichte van onbehandeld. Ook kwam de werking

Een belangrijke vraag in de proef was of bodemontsmetting met DMDS ook zou helpen tegen de achterblijvende groei van rozen als gevolg van bodemmoeheid. Ja, bleek in deze proef. De groei van zowel de loten als het wortelstelsel lag in de behandelingen met DMDS iets hoger dan in het onbehandelde bed. Bovendien was het aandeel rozen met een penwortel duidelijk hoger vergeleken met het onbehandelde bed. Daarnaast lag ook het aantal planten per zaairij in de behandelingen met DMDS, tussen 14% en 18% hoger dan in het onbehandelde bed. In de behandelingen met DMDS hebben zich meer planten ontwikkeld, die bovendien iets groter zijn en een beter wortelstelsel hebben.

Op basis van de behaalde resultaten kan worden geconcludeerd dat DMDS niet alleen grond ontsmet van onkruidzaden, maar ook effectief is tegen bodemmoeheid. Op grond hiervan zou DMDS, op voorwaarde dat het middel in de EU en Duitsland wordt toegelaten, een mogelijke overbruggingstechnologie kunnen zijn die kwekers ruimte kan bieden bij de ontsmetting van zaaibedden. <


Ditylenchus dipsaci is een aaltjes die onder vaste plantenkwekers bekendstaat als een aaltje uit de bloembollen. In de tulp, narcis en hyacint behoort het aaltje tot de quarantaine ziekten, waarvoor wettelijke maatregelen van kracht zijn. Bij tulp is het daarom verplicht om een aantasting te melden bij de NVWA. Maar ook in akkerbouwgewassen als uienzaad, luzernezaad en eerstejaars plantuien hebben de aaltjes een quarantainestatus. Stengelaaltjes hebben een brede waarplantenreeks van meer dan 450 soorten plantensoorten. In vaste planten worden de aaltjes het vaakst gesignaleerd in Phlox en Paeonia, maar ook Liatris, Anemone en Dianthus zijn gevoelig voor het aaltje. „Wij komen ze met name in Phlox paniculata tegen”, weet Arno Rijnbeek. Teeltadviseur Eugene van Abeelen van Delphy bevestigt: „Phlox en Paeonia zijn de twee probleemgewassen op dit gebied. In andere gewassen zien we wel eens een aantasting, maar dan gaat het meer om incidenten.” De aaltjes veroorzaken gekromde stengels met verkleuring en verkroezing van het blad. In Paeonia en Phlox zijn de schadebeelden die het aaltje veroorzaakt veelal wel bekend. Het schadebeeld van stengelaaltjes verschilt echter per gewas en dat maakt herkenning van het probleem soms lastig. „Kwekers herkennen niet altijd dat het om stengelaaltje gaat. Soms is er ook geen duidelijke schade zichtbaar, maar is er alleen sprake van een groeiachterstand in planten ten opzichte van de partij. Ook zo’n groeiachterstand kan wijzen op de aanwezigheid van stengelaaltjes”, aldus Van Abeelen. „Soms kan alleen een monster nemen en laten onderzoeken, uitsluitsel geven of het al dan niet om stengelaaltjes gaat. Ik adviseer om in geval van twijfel dit zeker te doen. Het is beter om het zekere voor het onzekere nemen in het geval van stengelaaltjes.”

Reden om het zekere voor het onzekere te nemen is de hardnekkigheid van de aaltjes. Eenmaal aanwezig laten ze zich niet tot nauwelijks verdrijven.

Het grootste deel van hun leven verblijven de aaltjes, in tegenstelling tot veel andere soortgenoten, boven de grond. De bevruchting van de aaltjes vindt plaats in de plant. Per cyclus kan een aaltje 200-500 eieren produceren. Bij 15ºC is de levenscyclus in drie weken weer rond. Maar ook bij lagere temperaturen gaat de cyclus door. Zodra de temperatuur tussen de 1ºC en 5ºC ligt, legt het aaltje al eieren. Afhankelijk van de temperatuur heeft het aaltje vijf tot zeven cycli per jaar. Een laag besmettingsniveau kan hierdoor in één seizoen oplopen tot een zware besmetting. Vooral met vochtig weer verspreidt een besmetting met het aaltje zich snel over het veld. Als het droog wordt, kruipen de larven bij elkaar en vormen een kluwen van aaltjeswol. De buitenste dieren van deze kluwen sterven af en vormen hierdoor een beschermende laag voor de overige larven. De aaltjes kunnen op deze manier zowel in de grond als op plantmateriaal of zaad vele jaren overleven. Op zware gronden overleven de aaltjes beter dan op zandgronden. In klei met een hoog afslibbaarheidsper-


centage van meer dan 30% kunnen stengelaaltjes meer dan 10 jaar overleven zonder waardplant.

Eenmaal waargenomen, zijn de aaltjes lastig te bestrijden. „Zeg maar gewoon niet”, meent teeltadviseur Henk van den Berg van het gelijknamige teeltadviesbureau. Daarom is het volgens Van den Berg zaak dat kwekers er bovenop zitten. „Je moet voorkomen dat een enkele besmetting uitmondt in een complete aantasting van een partij. „De enige manier om dit goed te doen, is door het hanteren van een 0-tolerantie op de eigen kwekerij, meent de teeltadviseur. Kweker Rijnbeek is het hiermee eens. „Zodra we een aantasting tegenkomen worden de planten onmiddellijk geruimd en de planten van het bedrijf afgevoerd.” Actief ziek zoeken oftewel scouten op de aanwezigheid van groeiafwijkingen is een must, volgens zowel kweker als teeltadviseurs. „Mei en juni zijn hier hele goede maan-

den voor. Als het gewas net begint te groeien heeft het nog niet de kans gehad om zich al te verspreiden, terwijl groeiafwijkingen al wel zichtbaar worden”, aldus Van Abeelen. Hoewel stengelaaltjes groeiafwijkingen als verdraaide stelen, extreme kroesvorming van blad of soms knikkende bloemknoppen geeft, is de aanwezigheid van de stengelaaltjes lang niet altijd goed zichtbaar. In een vroeg stadium is vaak slechts alleen een groeiachterstand van ene plant ten opzichte van de partij zichtbaar. Juist op degelijke groeiachterstanden of afwijkingen, moeten kwekers dan ook extra alert zijn. „Bij twijfel kun je de plant beter verwijderen, zijn het er meerdere in een partij dan is bemonsteren nodig om een diagnose te kunnen stellen. Maar stel dit niet te lang uit, want ondertussen kan het aaltje zich verspreiden. Alleen als je erboven op zit, kan je besmetting met stengelaaltjes tot het minimum beperken”, meent Van den Berg. Rijnbeek benadrukt dat controle tijdens het hele seizoen noodzakelijk blijft. „Wij nemen dat mee als er ook op andere ziekten en plagen wordt gescout.” En zodra er afwijkingen worden gevonden? „Gelijk afvoeren, want chemisch gewasbeschermingsmiddelen zijn niet voorhanden”, meent Van den Berg. De basis ligt volgens Van den Berg bij een schone start van de teelt qua grond en uitgangsmateriaal. „Laat huur­ grond altijd bemonsteren, zodat je weet of en welke schadelijke aaltjes er zitten en zorg voor gezond uitgangsmateriaal.” Bij vermeerderingsbedrijven van een waardplant als Phlox, maar ook andere gevoelige gewassen zijn de problemen met stengelaaltjes goed in beeld. „Die zorgen wel voor schone moeren waar ze hun stek van maken. Kwekers moeten echter bij eigen vermeerdering goed opletten dat ze uitsluitend vermeerderen van gezonde planten. En bij twijfel aan een partij, niet doen!” <


’Onkruid met zaadbolletjes voeren we af’

De grond tussen de moerbedden van Kriel-

ben je het onkruid nog niet kwijt. Als je het al-

uitstoten. Daardoor wordt de insectendruk

laars is half mei weer mooi onkruidvrij en

leen maar uit de grond trekt, wil het overleven

hoger.” Kriellaars strooit eenmaal 800 kg Top

vlak. Daarvoor is de grond met een rijenfrees

door zichzelf te vermeerderen. Dat is een hele

Cote per hectare. „Het is wel wat duurder, maar

bewerkt. „Lichtjes een centimeter of vijf

natuurlijke reactie van de plant.”

in gecoate meststoffen zitten veel minder

losgemaakt.” Na regen ontstaat er weer een

Sinds enkele weken komt de gewasgroei goed

ballastzouten. De voedingsstoffen komen

zaaibed voor onkruid. Dan komt het moment

op gang. „Het is belangrijk dat ook de nacht-

geleidelijk vrij, en ze spoelen niet uit na 30 mm

om te eggen. Dat gebeurt met een 9 m brede

temperaturen hoger blijven, anders remmen

regen – wat hier laatst is gevallen.”

constructie. „De tanden boven de rijen heb ik

die de groei.” De nachtvorst van vorige maand

eruit gehaald. In een middagje heb ik dan alle

heeft niet echt voor schade gezorgd. „De bed-

ten. „Die zitten er hier en daar in. Ik heb Run-

moeren alweer schoon.”

den met ’Kwee’ keken wel wat gelig, maar dat

ner gebruikt. Dat middel is heel systemisch;

noem ik geen schade. Dat zie je aan het eind

het pakt niet de natuurlijke vijanden mee.”

De moerbedden volvelds spuiten, voor het afploegen, dat doet Kriellaars niet. „Omdat middelen allemaal groeiremmers zijn.” Zijn

van het seizoen niet meer terug.” De groei zet gestaag door met hulp van

De kweker heeft al wel tegen rupsen gespo-

Voor de zekerheid is er wel Captan aan toegevoegd. „Het is niet zo erg als in de fruitteelt,

strategie is mechanische onkruidbestrijding

gecoate meststoffen. „Die gebruiken we altijd

maar door de regen en de temperatuur krijg je

op het juiste tijdstip uitvoeren. Plus achter-

op de moerbedden. Door reguliere kunstmest-

toch wat schurftdruk. Het gewas op het juiste

gebleven onkruid handmatig verwijderen, en

giften verdeeld over het seizoen loop je kans op

tijdstip bijhouden, dat vind ik heel belangrijk

afvoeren als het zaadbolletjes bevat. „Anders

groeistoten, waardoor de plant ethyleen gaat

voor een gezonde groei.” <


Normaal gesproken zou Akkermans druk zijn met koppen inbinden, maar door de nachtvorst van april is dat uitgesteld. „Er was best veel bevroren, maar we hebben dan ook wat gevoelig sortiment. Denk maar aan Koelreuteria, Davi-

dia, Celtis en Cercidiphyllum”, vertelt de kweker. „Het gros van de knoppen komt gewoon terug.” De bomen herstellen zich nu volop van die schade. De bemesting is al uitgevoerd, maar

’Gros van bomen met vorstschade komt gewoon terug’

niet meer dan gewoonlijk. „Extra stimuleren? Nee, laat de bomen maar zelf rustig komen, dat is mijn bescheiden mening.” Akkermans heeft vooral gecoate mestkorrels gestrooid, zoals een stikstofblend die gedurende vijf maanden langzaam vrijkomt. „Er zit wel wat KAS in voor de snelwerkende stikstof. Maar met gecoate korrels spoelt er niks uit, zeker niet met die buien van tegenwoordig. Enige nadeel is dat die korrels bij stortregen van glooiend perceel kunnen spoelen als ze bovenop liggen. Inwerken lukt hier niet altijd.” Zijn broer Ton staat op de elektrische hoogwerker met zonnepanelen. „Kopveredelingen maken. Nu is hij bezig met platanen, straks met Ginkgo.” Medewerkers zijn aan het tangen en binden. „We zijn met van alles bezig.” <

Bij Vilier Vaste Planten staat de werkweek momenteel geheel in het teken van planten. „Dat is zowel plantmateriaal als stekgoed dat momenteel de grond in gaat.” Bij het planten krijgt het gewas gelijk een dosis organische meststoffen mee. Als de planten eenmaal wortel hebben gezet, worden ze regelmatig bijgemest met kunstmeststof. „We zitten hier op schrale zandgrond, dus bemesting krijgt hier op het bedrijf veel aandacht. Als er 20 mm water valt op een dag, spoelt veel van de meststoffen al uit. Daarom kiezen we ervoor om heel gedoseerd te bemesten. Gedurende het groeiseizoen en afhankelijk van de hoeveelheid regen, mesten we iedere twee tot drie weken bij om een gelijkmatige groei in het gewas te houden.” Het bijmesten gebeurt tijdens het schoffelen, waardoor het geen extra gewasgang en dus arbeid kost. Vilier is eind mei begonnen met planten. Daar gaat hij nog mee door tot eind juni. „Liever zijn we iets eerder klaar, maar vaak is het laatste stekmateriaal niet eerder beschikbaar. De planten die echt een lang groeiseizoen nodig hebben, als Hemerocallis, Hosta en

Astilbe, zitten gelukkig al in de grond.” <

’Bemesting op schrale zandgrond vraagt extra aandacht’


Terwijl kweker Henk van der Sar vanaf de rand van het bassin aanwijzingen geeft, trekt een groep studenten het zeil voor een nieuw bassin op zâ&#x20AC;&#x2122;n plek. De aanleg van het bassin is onderdeel van de verhuizing van Van der Sar Plants van â&#x20AC;&#x2122;s-Gravenzande naar Oosteind waar zoon Bas de scepter gaat zwaaien. Inmiddels is gestart met het volzetten van 1,5 ha containerveld met vuurdoorns en bramen. Van de studenten komen er 22 uit China en 12 uit Nederland. Zij volgen bij MBO Westland in Naaldwijk de opleiding Horti Technics & Management waar kweker Van der Sar docent is. <


Het sortiment Weigela is in het kader van de Euro-trials (zie kader Eurotrials) afgelopen jaren in vijf landen onderzocht op groei, plantgezondheid en gebruikswaarde. Er zijn in totaal 26 soorten opgeplant voor keuring, waarvan 14 in alle vijf de landen. Geen enkele van de 14 door alle vijf landen beoordeelde cultivars kreeg overal dezelfde waardering. De meest overeenkomstige positieve resultaten zijn te zien bij de bontbladige W. praecox ’Variegata’ en W. florida ’Variegata’. Eerstgenoemde kreeg in Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk drie sterren en in Duitsland en Oostenrijk twee. W. florida ’Variegata’

werd in het Verenigd Koninkrijk met drie sterren bekroond en in de andere landen met twee. Naast bontbladige cultivars zijn ook de donkerbladige cultivars (Purpurea Group) behoorlijk populair. De resultaten van de cultivars uit de Purpurea Group verschillen duidelijk per land. De twee nieuwere, iets hoger groeiende cultivars ’Alexandra’ (Wine & Roses) en ’Bokrashine’ (Naomi Campbell) doen het beduidend beter dan de oude cultivars. Als de sterren van vijf de landen worden opgeteld zijn de totalen van het aantal sterren dat deze twee cultivars kregen (10 en 11) veel hoger dan de in totaal drie ster-

ren die ’Foliis Purpureis’ en ’Victoria’ ieder kregen. Duidelijke uitschieter naar boven is Duitsland. Waar er in de andere landen in totaal 5 (Frankrijk) tot 9 sterren (Verenigd Koninkrijk) aan de zeven donkerbladige cultivars worden toegekend, zijn dat er in Duitsland 16. Het grootste verschil is te zien bij ’Samba’. De Duitsers bekronen deze met drie sterren, de Fransen geven nog één ster, maar in de andere landen krijgt deze cultivar een ’o’. Ter vergelijking: ’Alexandra’ (Wine & Roses) kreeg twee keer drie sterren (Duitsland en Verenigd Koninkrijk), één keer twee sterren (Nederland)


en twee keer één ster (Frankrijk en Oostenrijk). Min of meer hetzelfde zien we bij ’Bokrashine’ (Naomi Campbell): twee keer drie sterren (Nederland en Oostenrijk, twee keer twee sterren (Duitsland en Verenigd Koninkrijk) en één keer één ster (Frankrijk). Een goede derde is W. florida ’Verweig 3’ (Minor Black) met één keer drie sterren (Duitsland), twee keer twee sterren (Frankrijk en Nederland) en twee keer één ster (Oostenrijk en Verenigd Koninkrijk).

Het is opvallend dat juist in Duitsland de bontbladige cultivars hoog worden gewaardeerd; drie keer drie sterren, drie keer twee, één keer een en twee keer een ’o’. En dat terwijl Duitsland niet bekend staat als een land waar bontbladige planten populair zijn. In het Verenigd Koninkrijk, waar men de naam heeft gek te zijn op bontbladige planten, werden twee cultivars met drie sterren bekroond, twee met twee sterren, twee met één ster en vier met een ’o’. Als de sterren van alle landen per cultivar bij elkaar worden opgeteld, komt W. praecox ’Variegata’ met 13

sterren als beste uit de bus. ’Bokrashine (Naomi Campbell), ’Sunny Princess’ en W. florida ’Variegata’ krijgen alle drie 11 sterren. ’Alexandra’ (Wine & Roses) kreeg 10 sterren, ’Brigela’ (French Lace; Moulin Rouge) en ’Rumba’ kregen beide 8 sterren. In dit rijtje is ’Sunny Princess’ een uitzondering. In Nederland kreeg deze cultivar een ’o’. Dit heeft te maken met het Nederlandse keuringsprincipe dat van twee sterk gelijkende cultivars, er één overbodig wordt geacht en een negatieve beoordeling krijgt. Bij de buitenlandse keuringscommissies worden in zo’n

geval beide cultivars hoog gewaardeerd. In het geval van ’Sunny Princess’ kreeg W. praecox ’Variegata’ de voorkeur en dus drie sterren. Wat dus niet betekent dat ’Sunny Princess’ een slechte cultivar is.

Enkele uitkomsten zijn op het oog verrassend, maar blijken bij nader inzien goed te verklaren. Zo krijgt ’Bokrarob’ (Little Red Robin) (Red-flowered Group), die niet in Nederland werd gekeurd, drie sterren in Frankrijk, twee sterren in het Verenigd Koninkrijk, één ster in Duitsland en een ’o’. Deze compact groeiende, en rijk bloeiende cultivar met rode bloemen heeft in de beoordelingen voornamelijk te maken met het feit dat de plant iets minder winterhard blijkt. In de landen met een milder klimaat scoort de plant dus beter. Andersom, maar dat is een kwestie van smaak, is het gesteld met de bontbladige ’Brigela’ (French Lace; Moulin Rouge) (Variegata Group). Dit is een zeer rijk bloeiende plant met geelgroen gerand blad en purperroze bloemen. In Nederland werd deze niet gekeurd. In Duitsland Frankrijk en Oostenrijk wordt de plant met drie sterren bekroond (in Duitsland twee tot drie) en in het Verenigd Koninkrijk met een ’o’. Reden voor deze lage waardering is dat men niet erg onder de indruk is van het groen met geelgroen bonte blad. Men vindt het te onopvallend en het maakt de hele

>


plant wat gewoontjes. De eerste compacte cultivar was ’Minuet’. Inmiddels is deze plant, die vrij slecht bloeit, niet doorbloeit en vooral in de tweede helft van de zomer minder fraai blad heeft, door verschillende moderne cultivars achterhaald. In alle landen wordt ’Minuet’ met een ’o’ beoordeeld. De Fransen waarderen de plant nog met één ster, maar de grote uitzondering is Duitsland, dat ’Minuet’ met drie sterren waardeert. De hoge bekroning komt voornamelijk door de compacte groei en de bladkleuren, die in Duitsland dus wel worden gewaardeerd. De bontbladige ’Suzanne’ is binnen de Variegata Group een uitzondering. In Frankrijk en Oostenrijk wordt ’Suzanne’ met respectievelijk drie en twee sterren bekroond, in de andere landen met een ’o’.

Een belangrijke voorwaarde van de Euro-trials is dat het te keuren sortiment, na te zijn verzameld, in één keer wordt vermeerderd. Vervolgens worden de planten over de verschillende testlocaties verdeeld. Alle deelnemers starten dus met hetzelfde materiaal. De planten voor de Weigela-keuring werden in Nederland, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk verzameld en bij de RHS in Wisley Garden vermeerderd en opgekweekt. Omdat de KVBC vlak voor de aanvang van deze Euro-trial het sortiment Weigela in een sterren-

keuring al had beoordeeld, besloot de keuringscommissie niet aan deze Euro-trial deel te nemen. Uiteindelijk bleek er een behoorlijke overlap te zijn in het sortiment, dus tot op zekere hoogte kunnen de resultaten met elkaar worden vergeleken. De Euro-trial Weigela bestond uit 26, voornamelijk gekleurdbladige cultivars; 14 hiervan werden ook in de Nederlandse keuring beoordeeld. Er werden steeds drie planten per cultivar opgeplant. Tijdens de keuringsperiode werden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Na iedere winter werd op alle locaties steeds één plant per cultivar diep teruggesnoeid, één licht gesnoeid en één plant werd niet gesnoeid. Nadat alle keuringsresultaten bekend zijn, worden deze omgezet

naar ’waardesterren’. In Nederland, Duitsland en Oostenrijk wordt van oudsher met waardesterren als beoordeling gewerkt. De cijfermatige beoordelingen per plant, zoals in verschillende landen gegeven, worden omgezet in waardesterren. Bij de RHS wordt naast een bekroning in sterren, ook aan de traditionele waardering in A, AG of AGM (Award of Garden Merit) vastgehouden.

Het sortiment Weigela werd door Teagasc opgeplant in Ierland. Helaas overleed de drijvende kracht achter de Euro-trials in Ierland, Jim Kelleher, voordat de daadwerkelijke keuringen konden beginnen. Mede vanwege de crisis in de Ierse tuinbouwsector


duurde het meerdere jaren voordat Ierland weer volledig kon deelnemen aan de Euro-trials. Gevolg is dat er geen volledig overzicht is van beoordelingen in Ierland. De huidige vertegenwoordiger namens Ierland heeft nog wel een aantal observaties kunnen doen met betrekking tot de groei en ontwikkeling van diverse cultivars in Ierland. De vier cultivars die het best in het Ierse klimaat groeien bleken ’Alexandra’ (Wine & Roses), ’Golden

Candy’, ’Kosteriana Variegata’ en ’Red Prince’. Iets minder, maar nog steeds goed presterend was ’Elvera’ (Midnight Wine). Min of meer tegen de verwachting in leden twee geelbladige cultivars alle jaren sterk aan bladverbranding en het wordt dus afgeraden deze in Ierland toe te passen: ’Nezako’ (Jean’s Gold) en ’Olympiade’ (Briant Rubidor). Het volledige keuringsrapport is te lezen in Dendroflora Nr. 51, pagina 66 tot en met 79. <


Het is belangrijk om weerbaarheid in planten op te bouwen en aaltjesaantastingen te voorkomen. Weerbare grond is de basis om problemen te voorkomen. Vergeet daarom niet de organische stof, voedingsbron van al het bodemleven, op peil te houden. Een combinatie van Japanse haver en groencompost geeft een goede bodemstructuur en de nodige aanvoer van organisch materiaal waarvan het bodemleven profiteert. De laatste jaren staat het toepassen van steenmeel in de belangstelling. In uitgevoerde demo’s op praktijkschaal blijkt dat steenmeel een positief effect laat zien in de weerbaarheid van vaste planten. Phlox paniculata is hier een goed voorbeeld van. Meeldauwaantastingen worden sterk verminderd en gewassen tonen een rustigere groei met minder groeipieken. Voorwaarde hierbij is dat de stikstofgift in de vorm van organische mestkorrels wordt aangeboden. Voor een goede vruchtwisseling en aaltjesbeheersing is afwisseling van standplaats ook noodzakelijk. Maak van tevoren een plattegrond met daarop de locaties van de verschillende vaste planten, zodat u niet dezelfde gewasgroepen na elkaar plant. Houd minimaal een vruchtwisseling aan van één op vier. Beter is zelfs één op drie met daartussen een teelt van een groenbemester.

Om aanwezige bodemproblemen aan te pakken is een biologische grondbehandeling een optie. Een van de beschikbare middelen hiervoor is Nemater. Dit middel is een kruidenextract met inhoudsstoffen en planthormonen die een afwerende werking hebben op aaltjes. Het bevat daarnaast wortelstimulerende hormonen. Het is een alternatieve methode die aaltjes verdrijft. De inhoudsstoffen van onder andere look en Tagetes zorgen ervoor dat het wortelmilieu onaantrekkelijk wordt voor aaltjes. De extra toegevoegde planthormonen (auxinen en cytokininen), stimuleren wortelgroei. Deze stoffen worden ook zelf gevormd door de plant, om de groei van jonge scheuten en wortelpunten te stimuleren. Dankzij deze aanwezige wortelstimulerende- en gewasverzorgende bestanddelen zullen wortels, bladeren en bodem een verhoogde weerstand en een eigen afweersysteem ontwikkelen. In een praktijkdemo in Astilbe is de werking van het middel Nemater nauwkeurig gevolgd. Hieruit kwam naar voren dat Nemater granulaat een positief effect heeft op de wortelontwikkeling van Astilbe. Vanaf het wortelen van het plantgoed is een fijner en meer vertakt wortelgestel waarneembaar. <


STEKBEDRIJF G VAN DER LOO BV

Gewortelde stek: Heesters, Coniferen en Siergrassen in pluggen Hooghoutseweg 27, 5074 NA Biezenmortel tel: 0411-643094 fax: 0411-643597 e-mail: infovdloo@stekbedrijf.com

www.stekbedrijf.com


hebe thuj a

buxus

Smidstraat 1, 6691 ES Gendt, Nederland www.wilbertstek.nl

erus junip mus euony aris aecyp cham ilis b o s n lauru a l u d lavan s i s p thujo

prun us rosm arin us thym us taxu s ilex

Uitgebreid assortiment in laanen sierbomen, fruitbomen, spillen, dakplantanen en leilindes (vormbomen).

ZOWEL IN DE VOLLE GROND ALS IN CONTAINER Het juiste adres voor de beste kwaliteit! Kijk op onze website voor meer informatie:

WWW.MABO.NL

Achterstraat 12 | 6668 AA Randwijk T +31 488 49 1271 | F +31 488 49 1342 E info@mabo.nl | I www.mabo.nl


„Er was toen nog niks in de mechani-

onkruid werd vroeger, „toen had je nog

satie voor de boomkwekerij”, herin-

Gramoxone”, met de kap en een tankje

nert Charles Schrauwen (75) zich nog

op de rug gedaan. Het machientje was

heel goed, toen hij op 1 april 1967 zijn

gelijk raak, en niet alleen in Zundert.

mechanisatiebedrijf begon in Zundert.

„Een toeleverancier voor Noord-Duits-

Eerst zat hij nog even in de reparatie

land kocht ze met 50 tegelijk.”

van brommers, maar Schrauwen wilde zelf machines bouwen. „Toen kocht ik een draaibak en een freesbak en begon gewoon.” Dat was al snel bekend bij kwekers

De serieproductie van machines begon pas echt nadat Schrauwen een

in de bos- en haagplantsoenregio.

preiponser en een schudlichter had

Die reden al wel op trekkers, maar

ontwikkeld. En hoe simpel de eerste

het meeste werk op het land moest

schudlichter ook was, een groot mes

nog traditioneel met de hand worden

met een rooster erachter: kwekers

gedaan. Schrauwen begon met experi-

zaten erop te wachten. „Ze wilden wel

menteren en kwekers kwamen vanzelf

af van het zware rooien met de riek.

met vragen. Wat kon de bouwer verzin-

Iedereen wou zo’n ding hebben. De

nen om te mechaniseren?

eerste drie jaar leek het wel alsof ik

staal gebruiken. „Ik had die materi-

elke dag een schudlichter verkocht.”

alenkennis al in huis en dat was ons

Het begon met een sproeimachientje voor tussen de rijen. Spuiten tegen

Het geheim van deze smid was goed

voordeel.” Om de vraag naar de schudlichter aan te kunnen had hij ook al gauw personeel in dienst genomen. De schudlichter evolueerde mettertijd. Er kwam een dubbele schudlichter bij, en een zijlichter. Enkele technisch onderlegde kwekers dachten ook actief mee met de bouwer. Zoals Cees Daamen, die in 1990 ging werken met de allereerste rooi- en opraapcombinatie van Schrauwen: een schudlichter met erachter een opvoerband. In 1996 werd het systeem uitgerust met een bestuurbare as, om makkelijker in en uit bedden te kunnen draaien. Het was best opzienbarend: een bed vol bos- en haagplantsoen in één machinale gang uit de grond lichten en opvoeren naar iemand die achter op de machine staat en de planten gelijk


laat om te demonstreren. Daarop werd omgeroepen dat hij wel een geldige reden had: de bouwer was die nacht vader geworden van Wilfried. Op servicegebied is de afstand tot kwekers geen punt, aldus junior. „Ook al zit je in Rusland: als een onderdeel vervangen moet worden, verstuur je het zo met een koeriersdienst.”

Schrauwen was vaak de eerste met een specifieke machine. Daarmee wist de bouwer zelfs een keer de landelijke tv te halen. In 1984 had hij een machine ontwikkeld om takken van bomen handig mee te binden. Dat mocht hij uitleggen in een uitzending van Brandpunt in de Markt. Het was goede publiciteit en het leverde Schrauwen de bijnaam ’Willie Wortel van Zundert’ op. „Na de uitzending heb ik heel de week aan de telefoon gezeten”, vertelt senior. „De PTT kwam er zelfs tussendoor. ’Is er iets met uw telefoon, want mensen kunnen u niet bereiken’!” Qua innovaties had Schrauwen bijvoorbeeld in 1995 ook de allereerste kluitensteker voor coniferen gebouwd. Dit prototype heeft de praktijk echter niet gehaald. Schrauwen is hier op pallets stapelt. Klaar om naar de

voor de boomkwekerij. „Het was toch

ook niet mee doorgegaan, omdat het

schuur te rijden voor de sortering.

voor de hand liggend”, kijkt Schrauwen

bedrijf druk genoeg was met andere

senior terug, „want er viel nog een

machines. „Ontwikkeling kost tijd en

hoop te mechaniseren.”

geld.” De ontwikkeling van de kluiten-

Maar het duurde wel tien jaar voordat Schrauwen ook voor andere kwekers zo’n combinatie mocht bouwen, vertelt

Naast de schudlichter was de ingaas-

steker is na 2000 opgepakt door andere

Wilfried Schrauwen (43) die sinds

machine een belangrijke innovatie.

1992 in het bedrijf zit. „We waren te

Vanuit het Zundertse kwam de vraag:

vroeg met die ontwikkeling. Kwekers

’Kluiten maken, kunde dat niet mecha-

eeuw niet alleen goede tijden. De

gebruikten wel een schudlichter, maar

niseren?’. Die vraag leidde in 1973 tot

bouwer ging in 2006 failliet als gevolg

ze sorteerden de planten nog wel op

de eerste ingaasmachine van Schrau-

van een aanverwante buitenlandse

het land. Daar hadden ze toen ook nog

wen. Sindsdien bouwt hij ze voor

fabrikant die ten onder ging, maar

genoeg mensen voor.” Intussen is de

kwekers in heel Europa, tot in Rusland

Schrauwen kwam er weer bovenop. De

werkwijze op veel bedrijven anders

en Amerika aan toe.

bouwer merkt ook dat kwekers na hun

geworden. „Op voorraad rooien en binnen sorteren.”

De wereld van boomkwekerijmachines is niet groot, het praat zich in

mechanisatiebedrijven. Schrauwen kende de afgelopen halve

crisisjaren weer kunnen investeren. „We hebben het erg druk.”

de sector al snel rond welke mecha-

De machinebouw was na 2006 tij-

nisatiebedrijven bepaalde machines

delijk uitbesteed, vandaar de huidige

bouwen. Het showen en demonstre-

naam Handelsonderneming Schrau-

Hoewel Schrauwen ook wel mechani-

ren op vaktentoonstellingen helpt

wen. „Maar we gaan toch meer zelf

seert voor andere teelten, met als voor-

bij de verkoop. Er was nog een mooie

bouwen. Dan weten we zeker dat de

beeld de preiponser, is de Zundertse

anekdote van de werktuigendagen in

machines de kwaliteit hebben die je

bouwer van meet af aan vooral bezig

Liempde, in 1973. Schrauwen was te

van oudsher van ons gewend bent.” <


Kijk voor meer informatie of de dichtsbijzijnde dealer op: www.lozeman.nl of bel ons: 0481-371423.

De Loma klepelmaaier in verstek is zowel recht achter als naast de tractor te gebruiken. Daarnaast is deze in een hoek van 90º tot 50º of 60º te gebruiken om slootkanten of haagen te maaien. Verschillende maaibreedte 125 cm € 1690,- excl. btw 145 cm € 1770,- excl. btw 165 cm € 1890,- excl. btw


Communicatiebedrijf Floramedia had voor de presentatie van haar Green Trend Report 2017/2018 haar relaties uitgenodigd in de Hortus Botanicus in Amsterdam. Daar lichtte CEO Merthus Bezemer in het Engels het waarom van het rapport toe. „Groen wordt door veel consumenten gezien als ’nice to give’ en ’nice to have’. Maar groen is meer dan dat. Wij willen groen positioneren als essentieel onderdeel in ieders leven. In plaats van de slogan ’Bloemen houden van mensen’ moet het startpunt van communiceren in de groene industrie zijn: ’People need plants and flowers’.” Bezemer zei dat Floramedia veel tijd in het rapport heeft gestoken. „Wij willen als bedrijf laten zien dat we de markt begrijpen en laten zien hoe de groene branche kan inspelen op trends. Slechts weinig kwekers hebben de gelegenheid retailers in Europa te bezoeken en er wordt door partijen in de groenbranche ook maar relatief weinig consumentenonderzoek gedaan. Met dit Green Trend Report laten we zien dat we hebben geluisterd naar wat de groene wereld ons wil zeggen.”

Floramedia had twee sprekers uitgenodigd van bedrijven die als trend-

settend voorbeeld in het Green Trend Report worden genoemd. Jurgen van der Ploeg van Faro Architectuur vertelde over Tiny TIM. Een kleine verplaatsbare woning waarmee kan worden ingespeeld op de trend van zelfvoorzienendheid door middel van een groene wand die als waterzuivering werkt. Nienke Hoogvliet van Seaweed research ging in op de mogelijkheden die zeewier biedt. Zij kwam zeewier tegen bij haar zoektocht naar duurzame materialen en kwam er achter dat zeewier gebruikt kan worden voor het maken van vloerkleden en bijvoorbeeld stoelzittingen.

Tussen de ongeveer 90 aanwezigen was een tiental kwekers of vertegenwoordigers aanwezig. Zij leken met een schuin oog naar de presentaties te kijken. „Een beetje wazig is het wel, en de vraag is wat je als kweker met deze voorbeelden kan”, aldus een van hen. Het was een vraag waarop Rezja Blaas, Strategisch Marketing Manager van Floramedia na afloop inging.

Hij herkende het beeld van kwekers die zich afvragen wat ze moeten met de voorbeelden die tijdens de presentaties werden genoemd. „Wij leggen dat in een gesprek graag uit en gezamenlijke ideeënvorming is daarbij belangrijk. We zijn geen wolkenridders maar zorgen er ook voor dat een idee rondom verpakking of communicatie ook uitvoerbaar is.” Daarbij is het volgens Blaas belangrijk om op een unieke manier in te spelen op de behoeftes van de hedendaagse consument. En daarbij gaat het over veel meer dan bijvoorbeeld de keuze voor een bepaalde kleur of materiaal, geeft hij aan. „We willen samen met de kweker de ideeënvorming op een hoger niveau tillen en dat doen wij met dit Green Trend Report op tafel. Ook zoekt Floramedia antwoord op de vraag wat het DNA van de kweker is en welke communicatie voor hem van doorslag is om zijn groen succesvol te kunnen verkopen. Blaas: „Kortom, voordat we ’doen’, denken we over alles goed na en daarmee vergroten we de kans op succes. Als je zomaar iets doet, heb je het soms goed, maar vaker mis.” <


Louter positieve geluiden zijn er op te tekenen over de afzet van Camellia dit voorjaar. Bij Royal FloraHolland nam de aanvoer in stuks dit jaar toe met 63%. Ondanks de aanvoerstijging, steeg de middenprijs bij de veiling met 8%. Ook Groen-Direkt noteert bij Camellia groeicijfers. Na een aantal jaren van dalende verkoop zit de vroegbloeiende heester sinds vorig jaar weer in de lift. „2012 was voor Groen-Direkt een topjaar, waarna

de verkoop van Camellia een aantal jaar daalde. Maar de verkoop komt in 2017 – in aantal en prijs – zo’n 20% hoger uit in vergelijking met 2012”, zegt Gert Koert, mede-directeur van Groen-Direkt. En verder zegt hij: „Ik vind het een geweldig artikel, waar klanten in verhouding veel geld voor over hebben.” Dat Camellia het dit jaar goed doet komt ook omdat grote retailers, waaronder bouw- en supermarkten, meer acties lijken te draaien dan voorheen. Willem Rijsdijk van Floribras Garden Plants zegt dat Camellia buitengewoon goed liep. „Voorgaande jaren hielden we nog wel eens iets over, maar dit jaar hebben we tekort. Ik hoorde dat voor een grote retailactie veel Camellia in P19 moesten worden bijgekocht. Dat zorgde zeker in die potmaat voor extra krapte in

een toch al goede markt.” Bij Van Son en Koot zegt Puck Wirken over Camellia: „Het voorjaar van 2016 was al prima en afgelopen najaar verkochten we ook de in het najaar bloeiende C. sasanqua soorten al goed. Die goede verkoop heeft zich dit voorjaar doorgezet.” <

De stemming bij stekbedrijven is sinds vorig jaar helemaal omgeslagen. Tot twee jaar geleden hadden zij over het algemeen te kampen met steeds kleiner wordende bestellingen, omdat veel kwekers hun productie lieten krimpen. Maar daarvan is nu geen sprake meer. Bij kwekers gaat de productie weer omhoog. Bovendien loopt deze ook nog eens goed weg. Stekbedrijven merken dat aan hun bestellingen. Kwekers bestellen niet alleen eerder, ze bestellen ook nog eens grotere aantallen. Soms volgt ook een nabestelling. Wilbert van Luenen van Wilbert Stek merkt al vanaf het najaar van

2016 dat kwekers meer orders plaatsen voor directe levering. „Terwijl kwekers voorheen vaker de winter afwachtten waarna zij hun bestelling deden.” Ook is er nu al een aantal producten bij hem zo goed als uitverkocht, bijvoorbeeld Prunus lusitanica ’Angustifolia’, Ilex crenata en Buxus. „Vooral Buxus is opvallend. Ik denk dat van lieverlee oude voorraden bij kwekers op zijn.” Bij JAC Cuttings in Rossum is de stemming volgens de eigenaar ook uitstekend. Het bedrijf maakt sinds een paar jaar minder heesters en meer vaste planten en grassen. „Vorig jaar was al prima, maar dit jaar wordt het beste in twintig jaar. De stemming in heel Europa is goed. Ook bijvoorbeeld in Italië, Frankrijk en Spanje.” Naar verhouding veel afnemers wilden hun stek al afgelopen najaar hebben. Dat zorgt dit jaar bij JAC Cuttings voor een hogere bezettingsgraad. „We hebben vaak een extra teeltronde kunnen doen”, aldus een tevreden eigenaar.

Ook bij het stekbedrijf van Gerard van der Loo loopt het volgens de kweker „hartstikke goed”. Ondanks dat kwekers al veel op voorhand hebben besteld, zijn dit jaar toch al veel soorten uitverkocht. We zijn bijvoorbeeld gespecialiseerd in Potentilla en die zijn ook al vroeg op”, aldus Van der Loo. Over het algemeen verwachten de stekbedrijven dat kwekers komend najaar nog eerder zullen bestellen, om het risico te verkleinen dat ze volgend jaar ergens naast grijpen. <


Positief over de prijzen is men eigenlijk nergens in Opheusden en Zundert. Net als van andere veel gekweekte laanbomen en veel gekweekt bos- en haagplantsoen, wordt het volgens kwekers echt tijd dat de prijzen van Carpinus stijgen. Dat vinden handelaren ook. De vraag en het aanbod bepalen de prijzen, luidt de algemene stelregel. Maar de vraag is hoe doorzichtig de markt voor Carpinus werkelijk is. In het voorjaar zou Carpinus nog

maar moeilijk te vinden zijn, omdat bomen waren opgekocht voor de grote exportorder naar China. Om die order te vullen zijn inderdaad Carpinus, bijvoorbeeld C. betulus ’Fastigiata’ bij diverse kwekers weggehaald. Moeilijk te vinden: dat wil echter niet zeggen dat de bomen er niet meer zijn. Er zijn bijvoorbeeld kwekers die in het voorjaar partijen in de maten 6-8 en 8-10 uit de voorraad hebben gehaald. Om ze te laten staan, nog eens te snoeien en dan volgend seizoen als 10-12 of dikker te kunnen aanbieden – anders zou er van 10-12 misschien wel te weinig aanbod zijn. Vraag- en aanbodsystemen hoeven nu, net na het seizoen, nog niet up-to-date te zijn. Van Carpinus als haaggoed is vooral in april nog veel verkocht, mede door het koele weer toen. Maar ook vanuit

„Ik heb met m’n broer plantencentra in Uddel en Nunspeet met hieraan gekoppeld een grote webshop. Zo’n 70% van de omzet gaat via internet; 30% gaat via de plantencentra. We kopen onder andere in bij De Buurte waarvan ik eigenaar was, maar Tuinplant.nl is een apart bedrijf.”

„In 2008 waren we een van de eersten die planten via internet durfden te verkopen. Het heeft ook wel de nodige jaren geduurd voordat het eigen was. Maar het wordt nu steeds meer een trend. We horen nu bij de drie grootste webshops van Nederland. Vanaf 2014 hebben we elk jaar

de koeling in bijvoorbeeld het Zun­ dertse zijn die maand nog veel planten uitgeleverd. De grotere maten als haaggoed, dus vanaf 1 m, mogen dan wel aardig zijn weggegaan, maar dat is niet bij elk bedrijf het geval. Dat geldt ook voor de verkoop van kleinere maten. Die was minder dan van grotere haagbeuken. <

een omzetstijging van 30%. Maar dat moet ook wel, omdat de kosten jaarlijks stijgen. De concurrentie neemt toe en om online vindbaar te zijn, moet je blijven investeren.”

„Niet alle planten zien er ieder seizoen even mooi uit, doordat ze kaal of uitgebloeid zijn. Terwijl consumenten foto’s van bijvoorbeeld een prachtig bloeiende Skimmia zien. Maar een Skimmia bloeit niet van april tot augustus. Daarom is het belangrijk om een goede klantenservice te hebben.”

„Het leuke van internetverkoop is dat het een onuitputtelijke bron van innovatie is; je kunt er echt je ei in kwijt. Maar het is heel arbeidsintensief. De distributie is het meest lastige. Want hoe krijg je plant A in Groningen en plant B in België? Dat is de grootste uitdaging!” <


Keurmerk voor Duurzame Boomkwekerijproducten Vakmanschap, duurzaamheid, kwaliteit en garantie.

‘Groenkeur voldoet aan maatschappelijk verantwoord inkopen en is dé norm in groenbestekken.’

Stichting Groenkeur info@groenkeur.nl www.groenkeur.nl @groenkeur


„Eigenlijk is het boomkwekerijsortiment vrij klein voor Moederdag. Er komen dan wel extra veel mensen naar tuincentra. We hebben daarom wel extra potrozen met bloem ingekocht. En ook hortensia is in Zweden een groot artikel voor Moederdag. De natuur begint hier nu pas groen te worden. Vorige week was ik in Nederland en daar zag ik dat het al volop groen was. Ik heb op bedrijven in Lottum en Boskoop onder andere potrozen ingekocht. Ook Hydrangea

macrophylla in 10 l-pot, echt een showproduct voor Moederdag. We draaien nu ook andere bloeiende producten, zoals grootbloemige Engelse soorten van Clematis, en grote Calla. Die zijn vandaag binnengekomen, en nu al komen er nabestellingen. Onze tuincentra geloven dus wel in een goede verkoop. Vorig jaar hadden de tuincentra alweer een goed jaar, dit jaar zal de stijgende lijn verder gaan. We laten ons niet afschrikken door koud weer. We blijven ook meer importeren. Ook ik merk dat er schaarste is in de markt. Ik heb begrepen dat bepaalde inkopers te weinig of niet hadden gereserveerd. Dan hebben ze dus het probleem dat producten er niet meer zijn, of dat ze in de vrije handel de hoofdprijs ervoor betalen. Wij hebben dat probleem niet, want

we leggen best wat orders al vroeg voor het seizoen vast. Doordat er nu schaarste is, gaan we niet nog meer vastleggen. Ik denk een vergelijkbaar aantal met vorig jaar. Dat baseren we op eigen statistieken en promoties.” <

„De markten die nu het hardst aan het tuinplantensortiment trekken, zijn Rusland en Scandinavië, direct gevolgd door Frankrijk, Spanje en Midden-Europa. Maar eigenlijk zien we op vrijwel alle andere landen wel een plus, hoewel ik Italië nog wat vindt tegenvallen. Vanaf half maart staat de markt al op scherp. De eerste tien weken van dit jaar waren nog wat stilletjes, maar de tien weken daarna maakten die achterstand meer dan goed. Nu ook het weer eindelijk meewerkt, is de markt werkelijk niet te houden. De nabestellingen kwamen sneller en zijn groter en frequenter dan in voorgaande jaren. Met drie inkopers kunnen we het zelfs bijna niet aan. Er staat nu dage-

lijks 90 man in te pakken en die gaan, in ploegendienst, vaak de avonden nog door. Perkgoed loopt nu op zijn einde, maar bijvoorbeeld coniferen, bloeiende vaste planten, hanging baskets, grassen en groenteplanten gaan razendsnel. Ook klimplanten doen het beter dan voorgaande jaren. Veel visuele producten lopen wat achter vanwege nachtvorst in april. Maar nu de warmte de ontwikkeling versnelt, gaat het ineens heel hard met het aanbod. Tot een paar weken geleden moesten we nog Lavandula uit Italië en Portugal halen omdat die hier nog niet goed genoeg waren. Ook was het tot voor kort lastig om aan Osteospernum te komen. Die waren door de langdurige kou nog niet op kleur. Juist nu de orders in grootte toenemen en er twee keer per week wordt bijbesteld, is ook het aanbod op z’n mooist. Rusland is een belangrijke drijfveer achter onze groei in tuinplanten. Nu de roebel is gestabiliseerd, is het weer business as usual op dat reusachtige land. En dat zien we terug in onze cijfers. Daarnaast dienen zich

ook in andere landen nieuwe klanten aan, met name ketens die behoorlijke aantallen afnemen. In de groeicijfers van ons bedrijf zien we dan ook dat tuinplanten een groot aandeel hebben. Ook onze vaste leveranciers verbazen zich over de volumes die we afnemen. Ik gun het ze van harte, want hoe mooi is het om samen tot een mooie omzet te komen. Ik merk dat veel kwekers weer voorzichtig weer gaan investeren in potmachines en het opknappen van verwaarloosde hoekjes.” <


Xylella fastidiosa


Service AGENDA

VAKTAAL

Open dagen fabrikant Visser

Foto: Arno Engels

Vanwege het 50-jarig bestaan houdt hightechfabrikant Visser van maandag 12 tot en met vrijdag 16 juni open dag. Iedere dag zijn er vanaf 8.30 uur live-demonstraties van machines en rondleidingen door het bedrijf in ’s-Gravendeel. Gedurende de open dagen zijn er tevens seminars over verschillende onderwerpen: watergeefsysteem Waterwick in wereldwijde retail, automatische stektransplanter Autostix, marketing in retail, toekomst van robotica, meerlagenteelt en diepwaterteelt. Meer informatie: visser.eu.

Ed Heinemans Binnenland 13-16 juni, Flowertrials, diverse locaties Tijdens de Flowertrials presenteren bedrijven in de regio’s Westland, Aalsmeer en Rheinland-Westfalen hun noviteiten en toekomstige ontwikkelingen in de vaste planten, pot- en perkplanten. Meer informatie en inschrijven: flowertrials.com 17 juni, Open Kwekerijdag, Boskoop Dit jaar wordt de zevende editie van de open dag van de boomkwekerij in de regio Boskoop gehouden langs het Rijneveld in Boskoop. Meer informatie: openkwekerijdag.nl 18 t/m 25 juni, Week van de Potroos, Lottum Potrozenshow in rosarium en kenniscentrum De Rozenhof. Met keuring van beste potrozen voor terras of tuin door vakjury en publiek. Meer informatie: derozenhoflottum.nl 29 juni, Meet&Green, Heythuysen Demonstraties en proeven, georganiseerd door Cultus Agro Advies, Vitelia Agrocultuur en CLTV. Geopend van 13.00 tot 17.00 uur. Plaats: Kwekerij Boonen-van der Heijden, Calluna 6a, Heythuysen. Meer informatie: meetengreen.nl 13 juli, Meet&Green, Biezenmortel Demonstraties en proeven, georganiseerd door Cultus Agro Advies, Vitelia Agrocultuur en CLTV. Geopend van 13.00 tot 17.00 uur. Plaats: Gebr. Van Oirschot Tuinplanten, Gommelsestraat 16, Biezenmortel. Meer informatie: meetengreen.nl

Buitenland 20 en 21 juni, HTA National Plant Show en HTA Nursery Supply Show, Coventry, Engeland Tuinplantenbeurs dinsdag geopend van 9.00 tot 17.00 uur; woensdag van 9.00 tot 16.00 uur. Toeleveringsbeurs dinsdag geopend van 12.30 tot 18.00 uur; woensdag van 9.00 tot 16.00 uur. Plaats: Stoneleigh Park, Coventry. Meer informatie: nationalplantshow.co.uk en nurserysupplyshow.co.uk 20 t/m 22 juni, Salon du Végétal, Nantes, Frankrijk Vakbeurs voor de boomkwekerij en andere sierteelt, inclusief lezingen, georganiseerd door Bureau Horticole Régional. Geopend van 9.00 tot 19.00 uur, maar op donderdag 22 juni gesloten om 18.00 uur. Plaats: Parc des Expositions de la Beaujoire, Nantes. Meer informatie: salonduvegetal.com

Bijdragen Meer informatie op: DeBoomkwekerij.nl/Tips

39

De Boomkwekerij 11 (26 mei 2017)

Bijdragen voor de service-pagina’s kunnen worden gestuurd naar Redactie ‘De Boom­kwekerij’, Postbus 9324, 2300 PH Leiden, e-mail: boomkwekerij@hortipoint.nl.

Leeftijd: 50 Opleiding: mts werktuigbouwkunde en boomteeltvakschool Vught Bedrijf: Mts. Heinemans

Alles zit in de grond? „Ja, de onderlagen zitten erin. We poten elk jaar hetzelfde aantal ’Laxa’, 150.000. Ik heb ook nog 0,5 ha rozenzaad gezaaid. Nu nog de grond ombouwen voor de afrikaantjes.” Hoe was afgelopen rozenseizoen? „De prijzen mochten hoger zijn, maar ik ben de rozen wel allemaal kwijt geraakt. Er is duidelijk minder gepoot in Lottum, dus komend seizoen mogen die prijzen zeker wel omhoog.” In de rozen was het echt niet makkelijk, hè? „Nee, hier en daar faillissementen, handel liep stroef. Dan is het overleven. We hebben ’s winters nog inpakwerk voor een ander bedrijf. Mooi dat we dat erbij hebben. Nu ziet het er in de rozen positief uit. En ons sortiment is wat veranderd.” Wat is die verandering? „Vroeger hadden we 10 soorten op het veld, nu 200. Dat kost meer werk in de oculeertijd, maar och, dan zit je maar een week langer op het veld. Als je met zoveel man in de rij zit en zoveel soorten moet oculeren, dan weet je het wel.” Met hoeveel man? „Nou, de ene helft van het veld wordt door twee jongens geocu-

Plaats: Lottum Sortiment: vooral rozen, daarnaast zaailingen en haagconiferen Oppervlakte: 9 ha

leerd, die regelen dat zelf. De andere helft doen wijzelf met onze vier dochters. Is dat een kippenhok? Och, dan werk ik wat harder zodat ik een paar meter voorsprong op ze heb!” Zit er een bedrijfsopvolger tussen? „Ze werken wel mee, met oculeren en ’s winters met inpakken, maar geen enkele dochter wil de kwekerij in. Dat is jammer, maar als ze ander werk hebben, bijvoorbeeld in de zorg, is het toch ook goed? Ze zijn nu 15, 17, 19 en 21 jaar.” Waarom is uw loods blauw? „Dat was toen het goedkoopst. Toen we voor onszelf begonnen, hebben we de loods zelf gebouwd met materialen zo goedkoop mogelijk. Groen was toen dubbel zo duur, en de gemeente had geen problemen met blauw. In 2010 is er nog een stuk aangebouwd. In dezelfde kleur, anders zag het er ook niet uit.” Wat zijn uw hobby’s? „Voetbal en carnaval. De wedstrijd op zondag was verloren, maar ach, daarna weer gewonnen – met een pot bier. Vroeger was ik drummer van een band, maar daar ben ik mee gestopt toen ik een gezin kreeg. Met vier kinderen kun je niet elke dag weg zijn. Dan moet je ook een keer thuis zijn.” <


Loofbomen zijn van oudsher intiem verbonden met het landschap. Dit boek beschrijft meer dan 250 loofboomsoorten en hybriden die o.a. belangrijk zijn voor openbaar groen. Aan bod komen herkenning, toepassing, ecologie en beheer. Een standaardwerk voor liefhebbers en vakmensen. Met veel achtergrondinformatie en rijk geïllustreerd.

Bestel nu voor €49,90!

• Meer dan 250 soorten loofbomen, hybriden en variëteiten • Herkenning, toepassing en beheer • Geschiedenis van het boomgeslacht en standplaatsen • Lijst van collecties van boomgeslachten en monumentale bomen • Met meer dan 1500 kleurenfoto’s

Het boek is te bestellen voor €49,90 (incl. btw, excl. verzendkosten) door een mail te sturen naar info@hortipoint.nl.

Bkw 2017-11  
Bkw 2017-11