Page 1

Andreas Brantelid & Francesco Piemontesi 11|12

05.02.2012 Duo & Trio 4/4


Praktisch 15u00 start concert | concertzaal 15u40 pauze 16u35 vermoedelijk einde concert

Dit concert wordt opgenomen door Klara en uitgezonden op maandag

13 februari 2012 in het programma In de loge (19u-22u).

Duo & trio 2011 | 2012 Isabelle Faust, Teunis van der Zwart & Alexander Melnikov vr 28 okt 2011

1/4

Tabea Zimmermann & Kirill Gerstein wo 23 november 2011

2/4

Sol Gabetta & Bertrand Chamayou wo 25 januari 2012

3/4

Andreas Brantelid & Francesco Piemontesi zo 5 februari 2012 – 15u Beethoven, Brahms, Debussy, Hindemith

4/4

Pralines voor de artiesten worden geschonken door Patisserie & Chocolaterie Joost Arijs. www.joostarijs.be


Programma C. DEBUSSY (1862-1918) Sonate voor cello en piano (1915) (12’) Prologue Sérénade Finale L. VAN BEETHOVEN (1770-1827) Sonate voor cello en piano nr. 5 in D, opus 102 nr. 2 (24’) Allegro con brio Adagio con moto sentimento d’affetto Allegro fugato PAUZE J. BRAHMS (1833-1897) Sonate voor cello en piano nr. 1 in e, opus 38 (27’) Allegro non troppo Allegro quasi Menuetto Allegro P. HINDEMITH (1895-1963) Drei leichte Stücke für Violoncello und Klavier (7’) Massig schnelle, munter Langsam Lebhaft


05.02.2012 | Andreas Brantelid (cello) & Francesco Piemontesi (piano)

Lage tonen, hoge toppen Door Bernard De Graef

Sedert het ontstaan van de cellosonate in het 17de-eeuwse ItaliÍ, had de cello een lange weg af te leggen om onder het juk van de obligate baspartij uit te komen en tezamen met andere salonfähige instrument solo voor de voetlichten te treden. Dit emancipatietraject is af te lezen uit de verhouding viool- versus cellosonates in de respectievelijke oeuvres van de deze avond gespeelde componisten. Beethoven liet 10 vioolsonates na en 5 cellosonates (met een verhouding van 2/1 weliswaar boven het 19de-eeuwse gemiddelde); Brahms 3 viool- tegenover 2 cellosonates; en met 1 sonate voor viool ten opzichte van 1 voor cello is Debussy hier de primus. Hindemith tenslotte had als altviolist dan weer een voorliefde voor lagere registers, wat zijn grote nalatenschap verklaart aan voorheen minder bedeeld instrumentarium. Het concert van deze avond biedt een boeiende inkijk in het repertoire voor deze bezetting via enkele van de grootste meesterwerken, over verschillende stijlperiodes heen.

L. Van Beethoven (1770-1827) Sonate voor cello en piano nr. 5 in D (1815), opus 102 nr. 2 De 4de en de 5de cellosonate (opus 102 nrs. 1 en 2) van Beethoven werden geschreven in een minder productieve periode. Beethoven was intussen een gevierd

componist, en zijn muziek werd vaak gehoord door diplomaten van allerlei nationaliteiten op het Congres van Wenen, maar desondanks groeide op persoonlijk vlak zijn isolement door het overlijden in 1815 van zijn broer Carl en door zijn toenemende doofheid. De beide cellosonates, daterend van augustus 1815, kan men zien als opmaat naar wat men gewoonlijk beschouwt als Beethovens laatste en meest vernieuwende creatieve periode. Na een manhaftig openingsdeel en een lyrisch meditatief tweede deel zorgt een dominant-septiem akkoord (dat neigt naar een oplossing in de tonica) voor de lijm tussen het adagio en het laatste en misschien bijzonderste deel van deze sonate. Echter, Beethoven stelt de oplossing uit en prikkelt de toehoorder nog even met een theatraal effect: een simpele toonladder beginnend op de dominant. Wat hierna volgt kan men ongetwijfeld tot de merkwaardigste bladzijden uit het vroeg 19de-eeuwse repertoire rekenen, en vormt een voorafspiegeling van de fuga’s uit Beethovens laatste periode waarvan de Grosse Fuge wellicht de bekendste is. De net gehoorde toonladder blijkt het eerste motief uit te maken van het subject van een fuga. Elk van de motieven van dit subject wordt vervolgens door Beethoven als een streng DNA


gedemonteerd en in nieuwe sequenties terug aaneengezet om zo de vreemdste creaturen tot leven te wekken. Beethoven demonstreert doorheen deze laatste cellosonate een transcendent gevoel voor drama en profileert zich eens te meer – en zoals we weten niet voor het laatst – als vernieuwer van de vormentaal.

J. Brahms (1833-1897) Sonate voor cello en piano nr. 1 in e, opus 38 In de eerste helft van de jaren ‘60 van de 19de eeuw produceert Brahms een reeks kamermuziekwerken, waaronder zijn eerste cellosonate, die tot de grootste van de eeuw kunnen gerekend worden. Terwijl de cellopartij in de vijf Beethovensonates in de loop van diens compositiecarrière aan belang won ten opzichte van de piano, behield de piano in het algemeen haar vooraanstaande rol in 19de-eeuwse sonates, in die mate dat Brahms in zijn titels de piano als eerste bleef vermelden: ‘Sonate für Klavier und Violoncello’. Het eerste deel, in sonatevorm, is een schoolvoorbeeld van Brahms’ typerende procédé van ontwikkelende variatie van motieven. Het tweede deel lijkt naar de geest en de vorm te verwijzen naar de 18de eeuw. Let bijvoorbeeld op de barok aandoende ornamentiek en de klassieke transparantie van het centrale trio, verkregen door het veelvuldig gebruik van unisonolijnen. Ondanks Brahms’ jonge leeftijd bij de compositie, uitte zijn bijzondere muzikale eruditie zich in de assimilatie van historische voorbeelden, die hij ook vaak als uitvoerder – dirigent en pianist – ten gehore bracht. Net als in Beethovens laat-

ste sonate hier een slotdeel met fugatrekjes, dat hier in feite geen fuga- maar een sonatestructuur bezit. De fugatopassage van het hoofdthema verwijst naar de twee spiegelfuga’s uit Bachs Kunst der Fuge. Het was niet de eerste maal dat Brahms fuga en sonatevorm trachtte te integreren, dit gebeurde eerder in zijn pianotrio opus 8, echter met minder succes – dit deel zou bij een latere revisie sneuvelen. Deze cellosonate bewijst in elk geval welke evolutie Brahms als jonge dertiger reeds had doorgemaakt, en wordt terecht tot zijn vroege mature werken gerekend.

C. Debussy (1862-1918) Sonate voor cello en piano (1915) De cellosonate uit 1915 was het eerste deel uit een door Debussy geplande maar onafgewerkte serie van 6 sonates voor diverse instrumenten als hommage aan de Franse meesters van de 18de eeuw. Dit in een nationalistische reflex aangewakkerd door de wereldbrand. De proloog opent met plechtstatige akkoorden en een soort triller in de melodie, als een Franse ouverture. In tegenstelling tot de vorige werken van deze avond is de pianopartij niet concerterend, maar verdwijnt ze naar de achtergrond, als een continuo, van zodra de cello aan het woord is. Hoewel Debussy het werk met de term sonate aanduidt, bezit het eerste deel slechts, met enige goede wil, een impressie van de sonatestructuur. Van ontwikkeling van thema’s of enige doorwerking is hier geen sprake, wel van een losse structuur van nevenschikking van thema’s en texturen. Deze geluiden horen klaarblijkelijk reeds tot een andere wereld, net zoals de


maatschappij onvergelijkelijk veranderd was in de 100 jaar sedert de laatste cellosonate van Beethoven. Debussy vond inspiratie voor deze sonate in Pierrot Lunaire, het symbolistische gedicht van de Belg Albert Giraud, dat ook aan de basis lag voor het gelijknamige revolutionaire werk van Schönberg uit 1912. De sonoriteit voor de cello met veelvuldige pizzicati verwijst vaak naar deze van een tokkelinstrument als de mandoline of de luit, het traditionele attribuut van Pierrot in de commedia dell’arte. In een spel van vrije associatie wordt de toehoorder doorheen manische gemoedswisselingen geleid, die balanceren tussen melancholie en scherts. Ondanks de afwezigheid van traditionele ontwikkeling, slaagt de componist er door zijn weergaloos gevoel voor dramatiek een climax te bereiken van buitenwereldse schoonheid.

P. Hindemith (1895-1963) Drei leichte Stücke für Violoncello und Klavier (1932) Hindemith diende tijdens WOI in Vlaanderen aan Duitse zijde. Een incident in deze periode had een levenslange impact op hem: hij had een strijkkwartet gevormd met enkele muzikanten en was Debussy’s strijkkwartet aan het spelen op het eigenste moment dat het nieuws van zijn dood werd omgeroepen op de radio. Hindemith daarover: “[...] Muziek reikte over politieke grenzen, nationale haat en de gruwelen van de oorlog heen. Op geen enkel ander moment heb ik zo duidelijk gezien welke richting muziek moet uitslaan.” In 1937 vindt zijn naoorlogse zoektocht naar een eigen compositorisch geluid zijn neerslag in het eerste deel van zijn muziektheoretische

werk ‘Unterweisung im Tonsatz’, dat een stempel zou drukken op een hele generatie componisten. Hindemiths denkbeelden vonden echter geen genade bij zijn voormalige medestudent en propagandist voor een jonge avant-garde Theodor Adorno, wiens ideeën school zouden maken na de 2de Wereldoorlog, en waardoor Hindemiths invloed tijdelijk zou tanen. Hindemith heeft een aanzienlijk corpus voor cello gecomponeerd, gaande van solosonates tot concerti. Zowel zijn jongere broer als zijn tweede vrouw waren cellisten. Voor deze laatste, een amateurmuzikante, schreef hij regelmatig stukken op aangepast niveau. Zijn vele pedagogische composities vormen een mooie illustratie voor zijn modernistische werkwijze: gebruiksmuziek aangepast aan de functie die ze dient te vervullen, zonder romantische praatjes over kunst ter wille van de kunst. In deze prachtige miniaturen van 1938 wordt een opbouw gegenereerd met behulp van zeer conventionele structuren als barokke dansvormen. Anderzijds zorgt het veelvuldig gebruik van kwinten en kwarten in de doorwrochte harmonie, doorvlochten met een polyfonie los van de traditionele regels, voor het typerende Hindemithgeluid. Bernard De Graef is meester in de muziek en burgerlijk ingenieur. Hij is actief als fagottist en criticus, geeft les aan diverse academies en leidt een eigen studiebureau o.m. in akoestiek.


Biografieën EMI ligt voor hem op de knieën, ECHO riep hem uit tot Rising Star en BBC tot New Generation Artist: de 25-jarige Andreas Brantelid heeft alle referenties op zak om een groot cellist te worden. Als solist heeft deze jonge Deen bewezen over verbluffende technische beheersing en muzikaal inzicht te beschikken. Zijn debuutopname bij EMI met de Rococo Variaties van Tjaikovski, het celloconcerto van Schumann en het eerste celloconcerto van Saint-Saëns met het Deens Radio Orkest o.l.v. Michael Schønwandt werd fel gesmaakt. In 2010 nam hij een eerste kamermuziekplaat op met muziek van Chopin. Brantelid studeerde bij Ingemar Brantelid, Mats Rondin, Torleif Thedéen en volgt momenteel les bij Frans Helmersson aan de Kronberg Academy (D). Hij bespeelt een Guarnerius ‘Terese’ cello uit 1665.

Cellist Heinrich Schiff voorspelde hem een ‘stralende toekomst’ en Martha Argerich was ‘diep onder de indruk van zijn spel’. De jonge pianist Francesco Piemontesi (28) laat niemand onberoerd. Hij maakte ophef op diverse pianowedstrijden, waaronder het Chopin Concours van Göttingen en het Concours Clara Haskil in Vevey. In 2007 werd hij derde finalist op de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel. Hij is ook een van de New Generation Artists van de BBC. Piemontesi treedt vaak op als solist met wereldvermaarde orkesten maar draagt ook kamermuziekconcerten een warm hart toe. Hij speelt regelmatig samen met Renaud en Gautier Capuçon, Emmanuel Pahud, Heinrich Schiff, Jörg Widmann, Antoine Tamestit, Veronika Eberle, Daniel Mueller-Schott and en het Quatuor Ebène.


Binnenkort in de Handelsbeurs:

Het Collectief: ‘Ives, Antheil & Korngold’ Ives, Antheil, Korngold

Uw mening Wat vond je van dit concert? Geef uw appreciatie op www.handelsbeurs.be, www. facebook.com/handelsbeurs of tweet naar @Handelsbeurs.

Programmaboekjes De programmaboekjes van de klassieke concerten zijn steeds een week voor het concert beschikbaar op www.handelsbeurs.be/klassiek

Do 01.03.2012

Das musikalische Opfer 13.03.2012 In 1747 schreef Bach één van zijn laatste meesterwerken, Das musikalische Opfer. Niemand beter om dit magnum opus te serveren dan de crème de la crème uit de wereld van de barokmuziek: violisten Christine Busch en Daniel Sepec, traverso-speler Michael Schmidt-Casdorff, cellist Patrick Sepec en klaveciniste Christine Schornsheim.

Tekst Bernard De Graef | Foto het Collectief © Miel Pieters | Coördinatie Handelsbeurs Concertzaal | V.U.: Michael Joostens © Handelsbeurs Concertzaal, Kouter 29, 9000 Gent

ProgrammaboekjeBrantelidPiemontesi5022012  

ProgrammaboekjeBrantelidPiemontesi5022012

Advertisement